Page 1

ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE #3 JUNI 2017 JAARGANG 40

‘AFWISSELING IS NOODZAKELIJK OM SCHERP TE BLIJVEN’

Slim en JongerenSchoolcontactprobleemgedrag: akkoorden persoon dubbel helpen aan neemt werk bijzonder scholing en werk uit handen #ROM3 1 BIJZONDERE SCHOOLPLEINEN | GIRLSDAY | TRENDS IN CULTUURONDERWIJS


Inhoud

VAN DE REDACTIE

Leve het onderwijs

06

TRENDANALYSE CULTUURONDERWIJS 08

Weet je nog die keer toen we in Rotterdam ook dachten: je zou er moedeloos van worden? Het was 24 oktober 2010. Feyenoord speelde tegen PSV en… je weet het vast nog wel. De club eindigde dat jaar als tiende in de eredivisie. In de jaren daarvoor als vierde, zevende en zesde. Geen plaatsen om over naar huis te schrijven; hoe moest dit ooit nog goed komen? Het is goed gekomen. Feyenoord bleef erin geloven, werkte hard en deed de goede dingen. Hoe nu in het onderwijs? Hoe zorgen we ervoor dat alle leerlingen alle kansen krijgen en dubbeltjes kwartjes kunnen worden? Hoe krijgen we de klassen kleiner, de werkdruk omlaag en de status omhoog? Lekker ingewikkeld, waar moet je beginnen? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat je een plan moet hebben. Wat wil je bereiken en welke stappen leiden daarnaartoe? Ga vooral te rade bij anderen, lees een boek, kijk Youtube, durf te vragen op sociale media, en twijfel aan je zekerheden. Bedenk dat je het mooiste beroep ter wereld hebt en laat dat zo veel mogelijk zien.

HOOGBEGAAFD EN GEDRAGSPROBLEMEN DE WILGENSTAM HEEFT AANBOD VOOR DUBBEL BIJZONDERE LEERLINGEN

10 Terwijl ik dit schrijf, heb ik net gelezen dat de status van leraren daalt. Leraren bovenbouw havo/vwo bijvoorbeeld stonden in 2007 nog op plaats 22 van de ‘beroepsprestigeladder’ en nu nog maar op 43. Leraren basisonderwijs bevinden zich daar nog onder, op plaats 69. Niet leuk, en er is meer vervelend nieuws. Niet lang geleden lazen we over de nog steeds niet opgeloste kansenongelijkheid in het onderwijs. Daarnaast heeft het po zich verenigd in een strijd voor minder werkdruk en een hoger salaris: #poinactie. Je zou er moedeloos van worden.

INFOGRAPHIC

MIJN VAK ROOS KAPOEN BRENGT CREATIVITEIT TERUG IN DE LES

12

ESTAFETTE OUDERE MBO’ERS VERDIENEN OOK EEN KANS

16

DE KLAS VAN

22 CULTUREEL OF COGNITIEF? ROTTERDAMSE TRENDS IN CULTUURONDERWIJS

EARLYBIRD LEERKRACHT TRUDE VAN DAM 04 WORTELS IN DE WIJK CSBO BERGKRISTAL ZET EXTRA STAPPEN VOOR LEERLINGEN DIE PRAKTISCH LEREN

18

COLUMN ANNE-MARIE VOLHOUDEN!

19

3 X SCHOOLPLEINEN SCHOOLPLEIN BEÏNVLOEDT KINDERSPEL

24

QUOTES OVER PLEINEN EN SPELEN

25

BOEKBESPREKINGEN DE VERHALENFABRIEK EN DE ZELFVERZEKERDE LERAAR

28

SPARRINGPARTNER, ADVISEUR EN VRAAG DE SCHOOLCONTACTPERSOON IS ALLES TEGELIJK

14 JONGERENAKKOORDEN KANSEN VOOR JONGEREN MET GROTERE AFSTAND TOT ARBEIDSMARKT

31

AGENDA EN INHOUD #ROM4

32

DUBBELPORTRET BLIJ MET EEN FRIS SCHOOLGEBOUW

Het ROM heeft ook een website. Met nieuws, artikelen, alle magazines van de laatste jaren en meer. Ga naar www.romnieuws.nl, blijf op de hoogte van alles wat van belang is voor het onderwijs in Rotterdam en abonneer u op onze nieuwsbrief.

Dit ROM is het laatste nummer van het schooljaar. Volgend jaar willen we weer samen met onze lezers onderzoeken wat de goede dingen zijn. Heb je voorbeelden van good practices? Laat ze ons weten, dan komen we langs.

26 GEZOCHT: STOERE MEIDEN MEIDEN ENTHOUSIASMEREN VOOR BÈTA-BANEN

PAUL DE MAAT, HOOFDREDACTEUR

Volg het ROM:

N twitter@romnieuws M facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

COLOFON ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE ONAFHANKELIJKVOORLICHTINGS- EN OPINIEBLAD VOOR ONDERWIJS, EDUCATIE EN OPLEIDING IN ROTTERDAM. GRATIS VOOR PERSONEEL VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS | 40E JAARGANG NR. 1 APRIL 2017 | ISSN 1386, VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR, OPLAGE 7000 | UITGAVE CED-GROEP | Redactie Machiel de Jong, Irene van Kesteren, Els Maasdam, Tim van der Korput, Paul de Maat (hoofd- en eindredactie)| Medewerkers Ronald Buitelaar, Petja Buitendijk (foto), Renate Mamber, Jan van der Meijde (foto), Sanne van der Most (ook foto), Marijke Nijboer, Anne-Marie Plasschaert, Ineke

20 GINA’S KANTINE STAGELOPEN IN DE KANTINE VAN HET HMC

2 #ROM3

Westbroek | Bladmanagement Paul de Maat, Anne-Marie Smit, Tamara Wally | Redactieadres Postbus 8639, 3009 AP Rotterdam, 010 4071469, rom@cedgroep.nl | Grafisch ontwerp en vormgeving Trichis Communicatie en Ontwerp, Rotterdam (Louise de Kruijf, Guusje Houwen) | Foto cover Jan van der Meijde | ©CED-Groep


TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO’S JAN VAN DER MEIJDE Een moeder laat ons binnen en wijst de weg. Zij is een van de twaalf ouders die hier werken met een vrijwilligerscontract. Met hun inzet op de school voldoen ze aan de tegenprestatie die de gemeente verlangt voor hun uitkering. ‘Deze regeling heeft een enorm positief effect op onze leerlingen’, zegt directeur Jonathan de Heer. Op Bergkristal zitten kinderen van hoogopgeleide ouders, maar een groter aantal gezinnen heeft het niet breed. Sommige ouders weten ook niet goed hun weg te vinden naar hulp. Dat is een van de redenen waarom de school huisbezoeken aflegt. Zo zag een leerkracht dat een jongen sliep op een matras op de grond. De school hielp de ouders om via het Fonds Bijzondere Noden een bed aan te schaffen. Directeur Jonathan de Heer: ‘Die jongen slaapt nu beter en komt ’s morgens binnen met een big smile.’

In het ‘glazen huis’ krijgen de leerlingen kookles.

CSBO BERGKRISTAL VERBINDT OUDERS, WIJK EN HULPVERLENING

WORTELS IN DE WIJK Veel scholen klagen, omdat ze extra taken naar zich krijgen toegeschoven. CSBO Bergkristal zet uit eigen initiatief extra stappen. De school aan de Bergsingel gaat op huisbezoek, helpt om te bellen naar de huisarts en haalt lokale ondernemers binnen.

4 #ROM3

Schoolmaatschappelijk werker Philip Pietermaat was een belangrijke motor achter de groeiende ouderparticipatie. Ook hij redeneert zo: ouders die betrokken zijn bij de school, vergemakkelijken het leren van hun kinderen. De school komt de ouders andersom graag tegemoet, ook buiten schooltijden. ‘Het gebeurt dat wij ouders hier uitnodigen vanwege bepaalde problematiek, waarna we samen besluiten om externe hulp in te schakelen.’ Dat kan door de goede vertrouwensrelatie.

Belangrijke partners zijn het wijkteam, Centrum voor Jeugd en Gezin en het samenwerkingsverband. Zij gingen samen met CSBO Bergkristal om tafel om te bespreken hoe ze beter kunnen samenwerken. De Heer: ‘Wij willen een school die wortelt in de wijk en sturend is voor de ontwikkeling van kinderen.’

De kooklessen zijn in het ‘glazen huis’, een prachtig ingerichte en volledig door sponsoren betaalde kas op het binnenplein. Hier staan ook grote bakken waarin leerlingen groentes en kruiden kweken. Deze worden gebruikt bij de kookles. Een groentenboer, meubelmaker, banketbakker en fietsenmaker uit de wijk komen regelmatig praktijklessen geven.

‘Laat ons een wijkbreed aanbod doen voor leerlingen die gebaat zijn bij praktisch leren’

Elke vrijdag bereiden ouders een warme lunch. De ene week voor de ene helft van de school, de andere week voor de rest. Kinderen die zonder ontbijt op school komen, krijgen eerst in de huiskamer een boterham. ‘Dan kunnen ze meteen ook hun verhaal doen. We starten zoveel mogelijk bij hun basisbehoeftes, zodat ze daarna kunnen leren.’

TECHNIEK EN KOKEN Driekwart van de leerlingen stroomt door naar het praktijkonderwijs, de rest gaat naar vmbo basis of het vso. Al die onderwijsvormen zijn praktisch ingesteld. Bergkristal sluit daarbij aan met technieklessen en kooklessen. Dat is geen extraatje, onderstreept de directeur. ‘We integreren in die lessen rekenen, begrijpend lezen, woordenschat en sociale vaardigheden.’ Ook de dramadocent overlegt wekelijks met de juf welke nieuwe woorden worden behandeld. Ze verwerkt die in haar les.

CSBO Bergkristal geeft judo, omdat de school dat belangrijk vindt voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Drie leerkrachten zijn Rots en Water-trainers. Bergkristal is Gezonde School en heeft een schoolsportvereniging waar ook niet-leerlingen uit de wijk kunnen boksen, dansen en basketballen. Dat lukt allemaal door een praktische aanpak – de school voldeed al aan de eisen van Gezonde school, de schoolsportvereniging huist naast de school, judo wordt ingehuurd – maar vooral ook doordat er hard wordt gewerkt.

NIEMAND KIEST VOOR GEDRAGSPROBLEMEN Bij de invoering van passend onderwijs leek de toekomst van het sbo onzeker. ‘Ons samenwerkingsverband zei aanvankelijk dat het sbo in 2020 geen leerlingen meer zou hebben. Dat had invloed op ons leerlingaantal. Gelukkig is die uitspraak later teruggedraaid. Het streven is nu om samen een dekkend aanbod te verzorgen. Veel scholen zeggen echter: doe mij maar dyslexie. Bijna niemand kiest voor gedragsproblemen. Dit moeten we samen oplossen. Ik zeg: laat ons een wijkbreed aanbod doen voor leerlingen die gebaat zijn bij praktisch leren; kinderen die gefrustreerd zijn omdat ze op een reguliere school niet mee kunnen komen. Je kunt niet iedereen in het reguliere onderwijs opvangen. Er zijn kinderen die behoefte hebben aan deze vorm van onderwijs.’ Zoals het jongetje dat in z’n eentje in de gymzaal langs een parcours rent, terwijl z’n juf toekijkt. ‘Hij moest even uitrazen’, zegt zij. Even later stapt hij, rood aangelopen maar opgelucht, terug naar zijn klas. TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 5


Schoolscans Cultuureducatie

De Schoolscan Cultuureducatie zet schooldirecties en teams aan tot nadenken over de ontwikkeling van cultuureducatie op hun school. In de periode 20152016 zijn bij 13 basisscholen Schoolscans Cultuureducatie uitgevoerd. 313 gesprekken zijn gevoerd. Uit de schoolscans komen trends naar voren.

Scholen willen meer cultuuronderwijs

Trainingen Teach Like a Champion

Specialistencursussen

De Nederlandse vertaling van het boek Teach Like a Champion heeft veel enthousiaste lezers en gebruikers gevonden. Met de bijbehorende trainingen krijgt u de technieken nog beter in de vingers. Welke Teachtrainingen zijn er?

Naast de bekende kortere nascholingscursussen verzorgt de CED-Groep een aantal pittige éénjarige trainingen waarmee u zich kunt specialiseren.

E-learning

Intern begeleider voor kinderopvang (S5105) Interne coach vve (S8710) Specialist jonge kind po (S8700)

Introductie Teach-technieken (E-001)

Basisonderwijs Basiscursus Teach Like a Champion - Het jonge kind (S7206) Basiscursus Teach Like a Champion po (S7202) Verdiepingscursus Teach Like a Champion 2.0 (S7204) Teachcoördinator po (S7208)

Speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs Basiscursus Teach Like a Champion (v)s(b)o (S7209) Basiscursus Teach Like a Champion zml (S7210)

Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs Basiscursus Teach Like a Champion vo (S7212) Basiscursus Teach Like a Champion mbo (S7214)

www.cedgroep.nl/teachtrainingen

Veilig en Vreedzaam Bekijk welke trainingen het Cursus- en conferentiebureau verzorgt op het gebied van sociale veiligheid op school. Bijvoorbeeld Omgaan met opvallend gedrag, De Vreedzame School voor nieuwe leerkrachten, Antipestcoördinator, Meidenvenijn en Grip op de Groep.

Het Jonge Kind

Scholen willen meer muziekonderwijs

Meer dan 50% wil hier een specifieke docent voor

Prioriteiten

Cultuurcoördinator

Docenten

Er zijn weinig scholen met een opgeleide Interne Cultuur Coördinator

Kunstenaars-docenten hebben meerwaarde

Primair onderwijs Interne begeleiding po (S5100) Taalcoördinator po (S1103) Gedragspecialist po (S4450) Leesspecialist po (S2111) Rekenspecialist po (S3050) Bouwcoördinator po (S7101)

Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs Zorgcoördinator vo/mbo (S5103) Taalcoördinator vo (S1105) Taalcoördinator mbo (S1108) Gedragspecialist vo (S4455) Gedragspecialist mbo (S4457) Leesexpert vo (S2115) Rekencoach vo (S3052) Rekencoach mbo (S3053) Datacoach rekenen en taal vo (S7068) Datacoach rekenen en taal mbo (S7070)

www.cedgroep.nl/specialistworden

Vaker handvaardigheid en tekenen dan dans en drama

Scholen willen meer overleg

Over cultuuronderwijs wordt op school niet overlegd

Professionaliseren

Scholen willen professionaliseren

Scholen willen meer samenwerken

Alle scholen willen samenwerken met diverse externe partijen

www.cedgroep.nl/veiligopschool @cursusced

facebook.com/cursusbureau

TERUG NAAR INHOUD

7 #ROM3


AANBOD VOOR DUBBEL BIJZONDERE KINDEREN OP DE WILGENSTAM

Hoogbegaafd met een leerprobleem Signalen over handelingsverlegenheid bij basisschoolleraren uit Hillegersberg, Overschie en Schiebroek waren begin vorig jaar voor samenwerkingsverband PPO (Passend Primair Onderwijs) Rotterdam aanleiding om in augustus 2016 een pilot te starten voor begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen. Het doel: afname van handelingsverlegenheid bij leerkrachten en toename van welbevinden bij leerlingen. Het ROM nam een kijkje en sprak een aantal betrokkenen.

PILOT

Op woensdagochtend komen ouders in de groep om te ervaren hoe er lesgegeven wordt.

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Aan de muur van een lokaal in basisschool De Wilgenstam in Schiebroek hangt een tekst ‘We luisteren naar elkaar en laten dit merken’. Het lijkt een metaforische zin voor wat leraar en gedragsspecialist Jeroen Naaktgeboren met de ongeveer tien basisschoolleerlingen wil bereiken. En voor wat hij als ambulant begeleider aan basisscholen en basisschoolleraren in de wijk overbrengt. De leerlingen zijn gekozen op basis van onderwijsbehoeften die voortkomen uit (hoog)begaafdheid in combinatie met leer- en/of gedragsproblemen. Jeroen leert deze ‘dubbel bijzondere’ kinderen functioneren in een omgeving waar ze niet altijd even goed begrepen worden en helpt hun omgeving om hen beter te ‘verstaan’. Jeroen: ‘Een passend aanbod kan leerlingen een hoger niveau van welbevinden bezorgen’.

KIJKJE IN DE KLAS Op de woensdagmorgen komt altijd een aantal ouders met hun kind mee om te ervaren wat Jeroen doet en hoe hij met de leerlingen omgaat. Op andere dagen komen er ook groepsleerkrachten van de leerlingen een kijkje nemen. Deze woensdag knutselen ouders en leerlingen met lego tot Jeroen de aanwezigen vraagt om een kring te vormen, zodat de wekelijkse debatles kan beginnen. Als iedereen zit, benoemt Jeroen rustig en gedecideerd wat goed gaat: ‘Wat fijn dat er zo goed en snel is opgeruimd en dat ik al mensen zie zitten met een actieve

8 #ROM3

luisterhouding.’ Na een korte uitleg van de debatregels laat Jeroen alle aanwezigen een kaartje uit een plastic zak halen. Wie rood heeft, moet zo dadelijk tegen de stelling pleiten. Wie groen trekt, mag een voorstandpunt verdedigen. Aan het eind wordt er gestemd. Bij een stelling over de wenselijkheid om de mens achter het stuur van een auto te vervangen door een robot begint een van de leerlingen hardop zijn mening te ventileren. Jeroen kijkt de kring rond en zegt: ‘Goed dat het merendeel voor zichzelf nadenkt over de stelling.’ Met korte opmerkingen, positieve bekrachtiging en regelmatige aandacht voor het proces zorgt Jeroen ervoor dat de drie debatjes vlot en plezierig verlopen.

GROTE VERSCHILLEN In de nazit spreken we ouders Saskia, Diederik, Martijn en Wessel over de pilot. Ook aanwezig is Ingeborg Steenwinkel, als beleidsadviseur van PPO Rotterdam betrokken bij de pilot. Bij de ouders is veel enthousiasme over met name de wijze waarop Jeroen met de leerlingen omgaat: ‘Een indrukwekkende leerkracht, die de leerlingen voortdurend observeert en op basis daarvan (bij)stuurt.’ Saskia, zelf werkzaam in het onderwijs, is positief over een onderwijsvoorziening waar dubbel bijzondere leerlingen én reguliere scholen van kunnen profiteren. Andere ouders zijn minder positief over de opdeling in onderwijsvoorziening en reguliere school. Zij zien grote verschillen tussen

‘ONZE KINDEREN KUNNEN HIER ZIJN WIE ZE ZIJN. WE WILLEN NIETS ANDERS MEER’ de reguliere groepen en deze les. Ze zouden het liefst zien dat Jeroen niet bij leraren langs gaat, maar dat zij bij hem komen kijken. Iets wat ook gebeurt. Diederik: ‘Op de dagen waarop mijn zoon hierheen gaat, staat hij al vroeg met zijn jas aan klaar. Op andere dagen moet ik hem aansporen.’ Martijn: ‘Wij zien grote verschillen. Op de dagen dat mijn kind hierheen gaat is hij vrolijk, vriendelijk, enthousiast en energiek. Op de andere dagen is hij chagrijnig en dwars.’ Wessel benoemt dat dit voor zijn zoon op dit moment de enig mogelijke vorm van onderwijs is. ‘In het reguliere onderwijs ging het echt niet meer. Hij heeft zeker sociaal-emotioneel nog een lange weg te gaan, maar het verschil tussen regulier en hier is dat Jeroen de leerlingen niet in het gareel houdt, maar hun gedrag bijstuurt.’

De pilot hoogbegaafdheid van Passend Primair Onderwijs (PPO) Rotterdam wil onderzoeken of met een deeltijdvoorziening passend onderwijs geboden kan worden aan hoogbegaafde leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De leerlingen in de pilot zijn afkomstig van verschillende basisscholen in Hillegersberg, Overschie en Schiebroek. Zij volgen twee dagen les op hun eigen school en krijgen twee en een halve dag les van Jeroen. De ambitie van de pilot is om de kinderen en de reguliere school zodanig toe te rusten dat deze kinderen een passend aanbod en voldoende uitdaging in hun reguliere klas krijgen. Een tussentijdse evaluatie uit februari laat ondere andere zien dat de leerlingen goede vorderingen maken en hun ouders zeer positief over de voorziening zijn.

GESPANNEN VOET Op de man af gevraagd zouden ouders het liefst zien dat hun kinderen fulltime naar deze voorziening gaan: ‘Eigenlijk willen we niets anders meer. Hier worden geen stempels gezet, hier kunnen onze kinderen zijn wie ze zijn.’ Ingeborg Steenwinkel van PPO heeft begrip voor hun standpunt, maar vertelt dat het uitgangspunt voor passend onderwijs in het Rotterdamse is dat kinderen zoveel mogelijk in de eigen buurt naar school gaan en dat voorzieningen naar het kind gaan in plaats van het kind naar de voorzieningen. ‘Deze pilot is bedoeld om inzicht te krijgen in de vraag of dat uitgangspunt óók voor deze leerlingen haalbaar is. Na evaluatie zal worden besloten of deze onderwijssetting het juiste antwoord biedt voor deze groep dubbel bijzondere leerlingen.’

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 9


Roos Kapoen: ‘Als leerkracht ben je coach-trainer, politieagent, psycholoog, toneelspeler, dokter… en dat alles in één.’

MIJN VAK In de ochtend is er nog de vaste structuur van instructie en leren, maar ’s middags kiezen de leerlingen zelf welke opdrachten en activiteiten ze in kleine groepjes willen uitvoeren. Roos: ‘Dat brengt ook meteen wat meer creativiteit terug in het onderwijs. Ze zijn vaak met creatieve werkjes bezig.’

‘IK DACHT AL SNEL: IK WIL EEN EIGEN KLAS!’ Voor status of geld ga je niet werken in het onderwijs. Toch wist Roos Kapoen één ding zeker: ik wil mijn eigen klas en dus ga ik de pabo doen. Na bijna vijftien jaar stelt ze als ervaren leerkracht vast: ‘Onderwijs is zo leuk. Je bent honderd beroepen in één en elke dag is anders.’ TEKST ANNE-MARIE PLASSCHAERT FOTO JAN VAN DER MEIJDE In het gezellige klaslokaal van Roos Kapoen (35), op basisschool Delfshaven, ontstaat een museum. De leerlingen van groep 3 zijn volgens de leesmethode bezig met het begrip verzamelen en dat koppelt Roos aan allerlei extra activiteiten. ‘Zo zijn we nu bezig om schilderijen te maken’, vertelt ze. ‘We hebben er uitgebreid over gesproken wat we met verzamelen kunnen doen. Wie bijvoorbeeld thuis een verzameling heeft, wáár wij wilden verzamelen - individueel thuis, of met elkaar hier in de klas - en wát we dan zouden gaan verzamelen. Het werd uiteindelijk een schilderijenmuseum in de klas.’ Twee thema’s terug was Roos met haar klas druk met het thema theater. ‘Toen hebben we zelfs een voorstelling voor de ouders opgevoerd’, vertelt ze enthousiast. Roos legt uit dat de thema’s van de gebruikte lees- en rekenmethode sinds dit jaar gekoppeld zijn aan een circuit met extra opdrachten. ‘Als de kleuters naar groep 3 kwamen, waren ze eigenlijk gewend om vrij zelfstandig met allerlei verschillende activiteiten en opdrachten aan de gang te gaan. Hier kwamen ze dan in de vaste lesstructuur van groep 3. Dat was een grote overgang.’ Roos wilde daar graag verandering in brengen en met de komst van een nieuwe directie ging dat op natuurlijke wijze. ‘De nieuwe directeur kende een school waar de thema’s van de methodes werden uitgebreid tot een circuit met andere activiteiten. Daar ben ik gaan kijken en ik heb dat nu op onze school net zo ingezet. Ik ben tenslotte de enige leerkracht in groep 3, dus dat is gemakkelijk’, merkt ze lachend op.

10 #ROM3

SCHERP BLIJVEN

Het onderwijs is Roos Kapoen met de paplepel ingegeven. Samen met twee zussen groeit ze op in een echt onderwijsgezin. ‘Mijn moeder werkte in het basisonderwijs en mijn vader was manager bij Hogeschool InHolland. Later werd hij rector in het voortgezet onderwijs. Daar krijg je toch wat van mee.’ Roos’ zussen gaan studeren en hebben niet veel op met kinderen of onderwijs. Zelf is zij vooral praktisch ingesteld en houdt zich als kind al bezig met de jongere kinderen in de buurt. ‘Ik paste op, ik speelde met ze. Ik vond die kleinere kinderen altijd leuk en ik was ook heel geduldig met ze.’ Zij weet dan al dat ze later schooljuf wil worden: ‘Altijd als er kinderen jarig waren, kwamen die met lekkere taart bij onze juf langs en dan dacht ik: ik word later ook juf, dan krijg ík al die taart’, zegt ze lachend.

Roos Kapoen OBS Delfshaven 010 476 64 37

De carrière in het onderwijs begint voor Roos als onderwijsassistent. Maar meteen na het behalen van haar diploma gaat ze door naar de pabo. ‘Ik had al snel het idee: ik wil een eigen klas… Je hoort en ziet soms dingen als onderwijsassistent en denkt dan: ik zou het nooit zo doen. Ik wilde graag zelf bepalen hoe het in de klas zou gaan. En als leerkracht bij een vaste groep bouw je ook meer een band op met de kinderen.’ Ze kon de pabo via duaal leren doen en staat nu ruim veertien jaar voor de klas. ‘Ik ben bij de kleuters begonnen, maar heb inmiddels wel alle klassen van de onder- en middenbouw gehad. Ik houd wel van die afwisseling, dan wordt het geen routine en ga je niet snel op de automatische piloot. Je blijft scherp.’ Even heeft ze overwogen om met peuters aan de slag te gaan. ‘Maar die zijn wel erg klein. Ik heb uiteindelijk bewust gekozen voor ietsje groter - dan is er wat meer interactie.’ Alleen de hoogste klassen zag Roos niet zo zitten toen ze net begon. ‘Ik was pas 21 en voelde mij nog onzeker als beginnend leerkracht. Om dan tegenover van die mondige kinderen te staan…’ Zoveel jaar verder durft zij die uitdaging wel aan. ‘Ik zeg niet meer: nooit bovenbouw.’

‘Ik zag soms dingen waarvan ik dacht: dat zou ik nooit zo doen’ GEEN STANDAARDBEROEP Roos heeft al veel veranderingen meegemaakt. Vooral de technische ontwikkelingen noemt zij als positief en ze wijst naar het digitale smartbord. ‘Al dat interactieve werken… je kunt er zo veel ideeën uit halen.’ Ook het werken in niveaugroepen noemt zij een vooruitgang. ‘Elke methode heeft differentiatiemogelijkheden, waardoor de kinderen veel meer op hun eigen niveau werken. Dat is heel motiverend.’ Helemaal enthousiast wordt Roos als zij het heeft over meer aandacht voor creativiteit op school. Met name door gespecialiseerde mensen binnen te halen, gebeurt er van alles op verschillende gebieden. Zo bouwen de leerlingen de ene keer houten muziekinstrumenten en krijgen ze in een andere periode weer kookles. ‘Volgend jaar komt er zelfs muziekles gericht op taalverrijking.’ Werken in het onderwijs is geen beroep waarmee je roem, status of kapitaal verwerft, zegt Roos. ‘Onderwijs moet je zien als een passie. Je krijgt zo veel terug van de kinderen. Ik heb ooit gelezen: als leerkracht ben je honderd beroepen in één. Je bent natuurlijk coach-trainer, soms ben je politieagent, dan heb je het luisterend oor van de psycholoog, je bent de toneelspeler, de dokter… Dit is geen standaardberoep, dit is elke dag anders.’

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 11


ESTAFETTE

DE OUDERE MBO-STUDENT

HOE CREËREN WE KANSEN? Welke vraag zou jij willen stellen aan een collega? In deze aflevering van de doorgeefrubriek stelt Gerda van Benthem, kwaliteitsmedewerker bij het Jongerenloket, haar vraag aan Brigitte Booij, docent Entreecollege bij Albeda College: ‘De wat oudere jongeren hebben soms grote moeite om op een mbo-opleiding te worden aangenomen. Zeker op een bbl-opleiding, waar werkgevers hen te duur vinden. Hoe kunnen we hen helpen?’ TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO’S JAN VAN DER MEIJDE

Gerda van Benthem

PLATFORM JONGERENWERK Het enkele jaren geleden door het Albeda College opgerichte Platform Jongerenwerk Rotterdam maakt zich sterk om oplossingen te vinden voor vraagstellingen als in deze Estafette. In het Platform participeren de roc’s, het Jongerenloket, jongerenwerkorganisaties en ZZP’ers die met en voor jongeren werken. Regelmatig wordt op netwerkbijeenkomsten aan de hand van individuele gevallen gezamenlijk gekeken hoe de toegang tot werk en opleiding voor kwetsbare jongeren vergemakkelijkt kan worden. Daarnaast is er een keten van acht organisaties die met nieuwkomers werken, waar specifiek naar de positie van vluchtelingen wordt gekeken.

12 #ROM3

Terug naar school: is dat voor jou de juiste stap? Die vraag bespreekt het Jongerenloket dagelijks met jongeren. Zij komen een uitkering aanvragen, en bespreken hoe ze in hun toekomst kunnen investeren. Het Jongerenloket helpt hen op weg naar school, werk of zorg. ‘We proberen zo goed mogelijk te achterhalen wat ze willen en kunnen’, zegt Gerda. ‘Als ze in een ingewikkelde situatie zitten, bijvoorbeeld met schulden, kijken we met hen of het realistisch is om naar school te gaan. Vaak willen mensen van boven de 23 jaar dat heel graag. Na een roerige periode realiseren zij zich dat ze iets willen doen met hun leven. Maar ook voor zulke gemotiveerde mensen is het heel pittig om na jaren weer te gaan leren.’ Daarbij speelt mee, zegt zij, dat jongeren vaak een onrealistisch beeld hebben van zowel het eigen kunnen als de arbeidsmarkt. ‘Ze willen dol-

‘Veel jongeren hebben geen realistisch beeld van hun eigen kunnen en de arbeidsmarkt’

graag naar het hbo en doen dan de 21-plustoets.’ Wie daarvoor slaagt, mag zonder de vereiste vooropleiding toch een hbo-opleiding doen. ‘Maar als je heel weinig scholing hebt gehad, is die toets echt ondoenlijk.’ Te vaak ook proberen jongeren de ene na de andere mbo-opleiding. ‘Als ze dan opnieuw afknappen komen ze bij ons terug, met weer een schuld erbij.’ Het is een gecompliceerde doelgroep, beaamt Brigitte.

TE OUD? Degenen die besluiten zich te oriënteren op mbo-opleidingen, krijgen van het Jongerenloket een SchoolFirst-formulier mee, waarop de mboschool haar advies kan noteren. ‘Het gebeurt weleens dat jongeren niet worden aangenomen’, vertelt Gerda, ‘en soms zeggen zij dan zelf dat de school hen te oud vond. Dat staat echter nooit op het formulier.’ Dit verbaast Brigitte. Haar advies: ‘Bel in zo’n situatie met de school en vraag naar de motieven.’ Brigitte: ‘Ik heb zelf een jongen van 27, een vrouw van 47 en zelfs een man van 52 in mijn klas. Wij hebben een paar keer een speciale klas opgezet voor oudere studenten, maar daar liep het geen storm.’ Albeda College laat desgevraagd weten dat zij, net als andere mbo-scholen, geen maximumleeftijd hanteren voor startende studenten. De school bespreekt met de wat ‘oudere jongeren’ wel de haalbaarheid van het weer naar schoolgaan. ‘Het is niet voor iedereen leuk om tussen tieners te zitten’, aldus een woordvoerder.

‘Als jongeren opnieuw afknappen op een opleiding komen ze bij ons terug. Met weer een schuld erbij’

ONAANTREKKELIJK Bovendien, zegt Brigitte: ‘Ik zie dat een bbl-opleiding (parttime naar school, parttime werken) soms lastig haalbaar is omdat een student moeilijk aan een baan kan komen.’ Dat geldt vooral voor de wat ouderen: die hebben recht op een hoger salaris en zijn daarom minder aantrekkelijk voor werkgevers. Lukt het beginnende studenten niet om een baan te vinden, dan kunnen ze overstappen naar een bol-opleiding. Veel jongeren haken dan echter af, omdat het fulltime naar school gaan hen niet aantrekt.

GESPREKKEN MET WERKGEVERS Brigitte vindt dat veel werkgevers die al bbl-studenten in dienst hebben, zich welwillend opstellen. ‘Wij krijgen op niveau 1 vrij veel jongeren vanuit het praktijkonderwijs. Die lopen stage bij een bedrijf en komen daarna vaak in dienst. Na niveau 1 willen ze graag niveau 2 proberen, en werkgevers vinden dat meestal prima.’ Ze merkt ook dat werkgevers van theoretisch zwakke jongeren oog hebben voor hun praktische talenten, en hen graag willen behouden. Gerda: ‘Dat klinkt hoopgevend. Ik denk dat we meer in gesprek moeten met werkgevers, om betere kansen te scheppen voor de wat oudere studenten.’ Gerda denkt dat deze jongeren ook gebaat zullen zijn bij een flexibele mix van theorie en praktijk. Brigitte: ‘We zitten redelijk vast aan de door het ministerie verplichte uren. Maar toch kan er ook nu veel. Wij gaan bijvoorbeeld steeds meer lesgeven in bedrijven waar studenten van ons werken. Dat doen we onder andere binnen de techniek, de horeca, de zorg en de schoonmaak.’ Gerda knikt: ‘Zo krijg je een mooie afstemming van theorie en praktijk. Dat geeft jongeren in een vroeg stadium een beter beeld van het beroep. Dat zorgt misschien voor minder afhakers.’

Brigitte Booij

De brandende vraag Brigitte: ‘Veel leerlingen uit het praktijkonderwijs ontdekken op het mbo dat dit te hoog is gegrepen. Hoe bepaalt het praktijkonderwijs wie er doorstromen naar het mbo?

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 13


Opleiden op de werkvloer? Akkoord! Om jongeren zonder startkwalificatie kans op een opleiding en werk te bieden, sluiten de gemeente Rotterdam, bedrijven en onderwijsinstellingen Jongerenakkoorden. In 2016 worden 131 jongeren zonder startkwalificatie geplaatst dankzij het afsluiten van jongerenakkoorden en zijn er 59 stage-plaatsen gerealiseerd. Voor jongeren afkomstig uit PRO/VSO zijn via een Topacademie-jongerenakkoord nog eens 235 leerwerkplekken gevormd.

Twee vormen van jongerenakkoorden binnen het actieprogramma Jongeren aan de slag (JAS)

1 WPRS MAAKT SAMEN MET JAS AFSPRAKEN MET WERKGEVERS voor jongeren zonder startkwalificatie op mbo 1/2-niveau stageplaatsen, leerwerkplekken, gastlessen, reguliere banen samenwerking met Albeda College en ROC Zadkine

TEKST INEKE WESTBROEK FOTO PETJA BUITENDIJK

Maatwerk en intensieve begeleiding zorgen ervoor dat de kwaliteiten van jongeren tot uiting komen.

2 TOP ACADEMIES ZIJN OPGEZET DOOR LEARN2WORK IN OPDRACHT VAN GEMEENTE EN JAS voor jongeren afkomstig uit PRO/VSO gelegenheid om opleiding bij een samenwerkend bedrijf af te ronden

‘Ik maak graag van iets lelijks iets moois. Met schilderen kan dat.’ Het Dordtse flatcomplex waaraan Uilton Rodrigues werkt, is hard aan verfraaiing toe. Samen met zijn collega’s werkt Uilton (18) hier ijverig aan mee. Hij heeft zijn draai gevonden in zijn stage bij schildersbedrijf Hoftijzer, een van de Rotterdamse bedrijven die een jongerenakkoord afsloot. Uilton voelt er zich thuis, anders dan in zijn vorige stage: ‘Te veel mensen, en de voorman ging schelden als ik rustig een bakkie wou doen.’ Bij Hoftijzer werkt Uilton in een kleine ploeg. De voorman leert hem het vak, zijn jobcoach geeft hem individuele begeleiding. Met haar zoekt hij oplossingen voor zijn problemen en oefent hij werknemersvaardigheden. Hij heeft al veel geleerd: ‘Schildertechnieken en omgaan met collega’s.’

JONGEREN AAN DE SLAG Rotterdam telt 7500 jongeren die moeilijk aan werk komen omdat hun opleiding niet aansluit op de vraag van werkgevers. Om hun kansen te vergroten, startte de gemeente Rotterdam het actieprogramma Jongeren aan de Slag (JAS). Hierbij wordt samengewerkt tussen scholen en bedrijven, waarmee Jongerenakkoorden worden getekend. De bedoeling is dat er tussen 20152017 dertig worden afgesloten. Werkgevers spreken af welke inspanningen zij kunnen leveren voor jongeren zonder startkwalificatie op pro/vso- en mbo 1/2-niveau, om hen op te leiden tot vakmensen met perspectief op werk. Jongerenakkoorden kunnen op verschillende manieren worden afgesloten. Een vorm is die van een akkoord tussen het WerkgeversServicepunt Rijnmond (WSPR) en werkgevers, een andere vorm is die van de twaalf Top Academies.

ONGEZOUTEN Learn2Work is een organisatie die vakscholen realiseert in sectoren die jongeren werk bieden

Meer informatie: rotterdam.nl/jongerenaandeslag

14 #ROM3

Bij Jongerenakkoorden snijdt het mes aan twee kanten: voor jongeren een nieuwe kans, voor bedrijven jong personeel. Bij Hoftijzer is een kwart van de werknemers boven de 55. Reden genoeg dus voor aansluiting bij Vakbroeders, een van de partners binnen het jongerenakkoord. Opleiden zit in de genen van Hoftijzer. Volgens Anton Dingemanse (62) is dit het beste leerbedrijf in de schildersbranche. Anton werkt al vijfender-

tig jaar bij Hoftijzer en ziet het als taak zijn vakkennis aan een nieuwe generatie door te geven: ‘Ook aan jongeren met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.’ Hun leer- en privéproblemen vragen een speciale aanpak, beseft hij: ‘Dat betekent in het beginstadium wat extra aandacht aan zo’n mannetje besteden en stapje voor stapje de benodigde vaardigheden leren. Eerst schoonmaken en schuren, daarna schilderen. Ongezouten kritiek schuwt Dingemanse niet: ‘Van hun fouten leren ze het snelst. Problemen op de werkvloer praten we altijd uit.’

‘ZE MOETEN VOELEN DAT ZE BIJ EEN TEAM HOREN. EN BESEFFEN DAT ZE GEMIST TE WORDEN ALS ZE ER NIET ZIJN’ GOUDEN HANDEN Leerlingen op pro/vso-niveau, waarvan er veel bij Hoftijzer werken, hebben vaak ‘gouden handjes’, benadrukken Dennis Keeris (vakdocent Vakbroeders) en Wietske Kamsma (directeur Vakbroeders): ‘Dat halen wij naar boven met intensieve begeleiding en maatwerk. Bij voormannen die zeggen dat er vooral gewerkt moet worden, redden deze leerlingen het niet. Ze moeten voelen dat ze bij een team horen, beseffen gemist te worden als ze afwezig zijn. Dit motiveert hen om door te gaan.’ Daarom wordt het traject afgestemd op hun persoonlijke omstandigheden, zoals bij Uilton, die op een gegeven moment wilde stoppen. Hij kreeg de rotklussen, vond hij, en zakte door taalproblemen en faalangst keer op keer voor zijn VCA-certificaat (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers). ‘Vervelende klussen horen erbij’, beseft hij na een gesprek met Liza Maree, zijn jobcoach bij Vakbroeders. Zij wil leerlingen flexibel leren denken door situaties te relativeren en hen kritische vragen te stellen: ‘Door vroegere ervaringen gaan zij vaak meteen uit van het negatieve.’ Voor Uiltons faalangst is een oplossing bedacht: bij het VCA-examen krijgt hij de vragen voorgelezen.

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 15


DIT IS MIJN KLAS

TRUDE VAN DAM Leerkracht groep 7/8, gecertificeerd EarlyBird leerkracht en coördinator Engels CBS Beatrix in IJsselmonde TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

‘We zijn bij de Beatrixschool in 2011 met Engels begonnen, omdat de toenmalige directeur er een goede mogelijkheid in zag om de school te profileren. Ik zat vanaf het begin in de werkgroep Engels en heb met mijn collega’s de keuze voor een methodiek voorbereid. We kozen voor EarlyBird omdat het een gedegen organisatie is en ze de schoolbrede invoering van Engels uitstekend begeleiden. Engels wordt vanaf de kleutergroepen op een speelse wijze aangeboden. In de

16 #ROM3

hogere klassen verschuift het accent naar spreken, schrijven en luisteren. Met name het spreken krijgt veel aandacht. Ik wil dat kinderen zich vrij gaan voelen om Engels te spreken en dat bereik je alleen door veel met elkaar te spreken. Ik doe dat bijvoorbeeld in de kring op maandag waarin leerlingen over het weekend vertellen. Als ze vastlopen help ik ze met kleine correcties. Hoogtepunten dit jaar waren de powerpointpresentaties die mijn leerlingen volledig in het Engels deden en de visitatie door EarlyBird waarbij mijn leerlingen spontaan in het Engels reageerden op vragen van de bezoeker. Sinds kort zijn we een volledig gecertificeerde EarlyBird school. Een kroon op ons werk, maar ook een uitdaging, want het vraagt om onderhoud. Ik volg daarom een cursus om het bereikte te borgen. In de toekomst bezoek ik klassen en coach ik waar nodig mijn collega’s. Samen zorgen we ervoor dat we het bereikte niveau vasthouden en uitbouwen.’

ROSA (11):

POONAM (10):

‘De juf doet allerlei verschillende dingen in de les Engels. De ene keer doen we een quiz, de andere keer kijken we een film. Soms herken ik al woorden als ik televisie kijk.’

‘Wij schrijven regelmatig in het Engels. Bijvoorbeeld over wat je wilt worden of over sport. De juf kijkt dat na. We praten ook wel eens Engels en dat is soms lastig. Maar als je een woord niet weet helpt de juffrouw.’

JARMO (11):

‘Ik vind het goed dat we zoveel met Engels oefenen. Want als ik met mijn ouders naar Frankrijk of Turkije ga, kan ik makkelijker met kinderen uit andere landen praten.’

SALAR (11): NAOMI (11):

‘We praten veel Engels in de klas. In het begin vond ik dat best eng. Nu niet meer. Nu spreek ik zelfs op vakantie Engels en kan ik al een gesprekje met iemand voeren.’

‘Ik vind het leuk om veel Engels op school te doen. Het is leerzaam om het met de hele groep tegelijk te doen. Daarom wist ík in Moviepark wat er op een bord stond, en mijn oudere zussen niet!’

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 17


primair onderwijs

Mijn vriendin Lies is eerdaags 61 en viert dan meteen dat ze al veertig jaar voor de klas staat in het basisonderwijs. De laatste jaren bij de kleuters. Ik zie haar nog als zeventienjarige binnenstappen bij de pedagogische academie - time flies when you have fun. Maar die ‘fun’ is inmiddels wel een beetje sleets. Natuurlijk vindt ze de kinderen nog steeds leuk, zeker blijft haar enthousiasme om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kinderen, en ze vindt het altijd geweldig om haar creativiteit in te zetten voor het creëren van leuke lessen en opdrachten… Maar, combineer die gedrevenheid met alle verplichtingen rondom de lessen en kinderen, dan luidt al gauw de conclusie: dit is niet vol te houden. Dus betaalt ze van haar karige basisschool-salaris een bapo-dag. En vanaf volgend jaar levert ze ook een deel van haar pensioen in om nog een dag minder te werken. ‘Ik houd uiteindelijk niet zo veel over als ik met pensioen mag, maar anders houd ik het nu niet vol’, is de simpele uitleg. Voor Lies bestaat de welverdiende vakantie dan ook vooral uit ‘rust in eigen huis’; het vakantiegeld blijft staan als buffertje. Begin mei riep de AOb-voorzitter het nieuwe kabinet alvast op om maatregelen te nemen met name om de werkdruk in het primair onderwijs te verminderen. De zoveelste noodkreet voor kleinere klassen, minder lessen, meer ondersteunend personeel en vooral ook een beter salaris. Hopelijk komen die eventuele nieuwe maatregelen voor mijn vriendin niet te laat. Al was het alvast maar een beetje meer salaris. Zodat ook zij weer van een welverdiende vakantie in een zonnig oord kan genieten.

18 #ROM3

FOTOGRAFIE: GABY JONGENELEN

Zomeractie! Geef antwoord op bovenstaande vraag, ontvang een vrolijke SKVR strandbal (op=op) en maak kans op een gratis workshop.

OBS CHARLOIS GEZOND SCHOOLPLEIN

OBS FINLANDIA SPORTSCHOOLPLEIN

DE PROVENIER NATUURSCHOOLPEIN

OBS Charlois moest het lang doen met een plein waarop zich meters kale, grijze tegels uitstrekten. Met steun van Jantje Beton begon de school in 2014 met de realisatie van een Gezond Schoolplein. Anno 2017 is het schoolplein bijna af.

Lang voordat het programma Lekker Fit! bestond was OBS Finlandia al volop bezig met meer bewegen en gezond eten. In 2008 plaatste de school een sportschoolplein dat werkelijk van alles heeft: een kunstgrasveld voor balsporten, een atletiekbaan, twee tafeltennistafels, een verspringbak, duikelrekken, een klauterrek, een klimwand en een pannakooi.

De Provenier realiseerde in 2009 een van de eerste natuurschoolpleinen van Rotterdam. Het is een natuurschoolplein met het thema sport. Met een speelveld, een klimrots en een tafeltennistafel, maar ook struikgewas, bamboe, een hut, boomstammen en een houten arena. En dat allemaal op een relatief klein plein.

skvr.nl/onderwijs

Ineens was er een heleboel media-aandacht voor de werkdruk in met name het primair onderwijs. Onderzoeken toonden aan dat de toegenomen administratieve verplichtingen te veel tijd kosten. Enthousiaste meesters en juffen vertelden op tv dat ze die tijd veel liever aan de kinderen wilden besteden. De vakbond kraaide: ‘Zie je wel – hebben we aldoor gezegd!’ En de schoolbesturen kropen in hun vertrouwde rol van kwaliteitshoeder: al dat vastleggen in verslagen en volgsystemen is heel verantwoordelijk. Kortom, het lobbyen om de aandacht van een mogelijk nieuw kabinet is begonnen. Ondertussen ploetert de enthousiaste meester of juf zich door de administratieve verplichtingen van einde schooljaar heen, volhoudend met het vooruitzicht op een welverdiende vakantie.

‘Als je kinderen in een ruimte laat waar niets is om je te vermaken, creëren ze zelf wel iets’, meent de Britse fotograaf James Mollison. Hij fotografeerde schoolpleinen over de hele wereld, zag grote verschillen in vorm en faciliteiten, maar concludeerde dat kinderen veelal op dezelfde manier spelen. Toch blijkt uit divers onderzoek dat de inrichting van een schoolplein wel degelijk het speelgedrag beïnvloedt.

MBO

ANNE-MARIE PLASSCHAERT

Welke workshop past bij uw school? SKVR.NL/gratisworkshop

voortgezet onderwijs

Volhouden

3 x Bijzondere schoolpleinen

‘Dit komt dicht in de buurt van mijn ideale schoolplein’, zegt directeur Lydia den Hoonaard. ‘Er zijn stappaaltjes, een moestuin, veel natuurlijke materialen, ruimte voor buitenlessen en je kunt zitten, rennen, voetballen of klauteren. Ieder kind kan zijn eigen ding doen.’ ‘Je ziet veel meer samenspel’, zegt leerkracht Ariana van der Zee. ‘De kinderen wachten op hun beurt bij de mandschommel of het spelen met de cijfers en letters. Bij het klimrek zie je veel meer vaardigheid in bewegen. De eerste twee weken wisten de kinderen niet hoe ze van bovenin het rek naar beneden moesten komen. Dat is nu wel anders.’

ROTTERDAMS ONDERWIJSNIEUWS ONLINE

‘Als ik het nog eens mocht doen, deed ik het precies zo’, zegt directeur Astrid Soeleman. Ze is nog altijd ontzettend trots op het plein: ‘Dit is mijn ideale schoolplein.’ ‘Met sportzakken stimuleren we de leerlingen te bewegen’, vertelt Astrid. Elke groep heeft een zak met materialen als springtouwen en tafeltennisbadjes. Dat heeft effect.’ Want hoewel het plein alles in zich heeft dat uitnodigt tot bewegen, merkte Astrid dat er in de pauze toch veel leerlingen in groepjes met elkaar stonden te kletsen. ‘Dat mag natuurlijk ook, want het is hun pauze.’

‘Het ontwerp sluit helemaal aan bij onze visie: laat kinderen zoveel mogelijk doen, voelen en ruiken met natuurlijke materialen én niet te vergeten hun eigen fantasie’, zegt directeur Daniëlle Blok. Laatst zag ik voorbeelden van jaloersmakende natuurschoolpleinen en ik realiseerde me dat wij het eigenlijk al hebben: Wij hebben zelf die jaloersmakende tuin!’ ‘Op een betegeld plein moet je veel meer sturend optreden, omdat verveling tot conflicten leidt’, vertelt adjunct-directeur Celine van der Geest over haar vorige school. ‘Ons sportgedeelte biedt ruimte voor het sportieve element. En het natuurgedeelte voor rollenspellen en verstoppertje.’

Nu lees je ons magazine. Maar het ROM biedt meer: www.romnieuws.nl Blijf op de hoogte van actueel onderwijsnieuws, lees dat wat je niet in het blad tegenkwam, kijk in de agenda en meer.

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 19


Leerlingen van vso De Regenboog lopen stage in de kantine van het HMC.

VSO’ERS LEREN DOOR TE DOEN

GINA’S KANTINE Ooit stroomden zeer moeilijk lerenden na school automatisch door naar dagbesteding of sociale werkplaats. Tegenwoordig worden ook zij zo goed mogelijk voorbereid op de arbeidsmarkt. Zo gaan leerlingen van vso De Regenboog in Hillegersberg dagelijks anderhalf uur naar het schoolrestaurant van het HMC, mbo-vakschool voor hout, meubel en interieur, om leeftijdsgenoten van een natje en een droogje te voorzien. Begeleiders zijn blij met de inzet van hun leerlingen en trots op wat ze leren.

LOUTER TOEVAL Dát Johan en Gina leerlingen van vso De Regenboog onder hun hoede kregen was overigens louter toeval. Johan: ‘Wij ontmoetten stagebegeleidster Esther de Rooij bij een verjaardag in de familie en kwamen in gesprek over haar werk en de leerlingen die ze begeleidt. Van het een kwam het ander en inmiddels begeleiden we nu al voor het tweede schooljaar leerlingen van vso De Regenboog.’ Het begeleiden van zeer moeilijk lerenden vraagt vaak geduld, maar levert ook veel op. Johan: ‘De leerlingen snijden fruit voor de fruitsalades, bakken muffins af en zorgen dat de vruchtensappen klaar staan. Ook leren ze omgaan met gevaarlijke situaties. En, misschien wel het belangrijkst, ze leren beter communiceren met ons en met elkaar. Het is een zoektocht, maar als je ziet hoe ze zich ontwikkelen, geeft dat veel voldoening.’

NIET SOFT Terwijl Gina belegde broodjes klaarmaakt en Johan de journalist te woord staat, zijn Duygu (16), Derry (19) en Carola (15) omgekleed en geruisloos aan het werk gegaan. Derry snijdt aardbeien in vieren voor de fruitsalade, Carlo perst sinaasappels voor de sapjes en Duygu ruimt de vaatwasser in. Esther loopt van leerling naar leerling. Ze corrigeert de een, bemoedigt een ander en houdt tegelijk in de gaten wat er elders in de keuken gebeurt. Esther legt uit dat elke leerling andere begeleiding nodig heeft: ‘Niet iedereen hoeft alles te kunnen. Zo zijn er leerlingen die tussen taken kunnen schakelen en anderen die alleen een vaste taak aan kunnen. Waar ze allemaal tegen moeten kunnen is prestatiedruk. Als er klanten staan te wachten op een sapje of een muffin moet je wel aan de bak. We laten onze stagiaires daarom zo zelfstandig mogelijk werken en zijn ook niet te soft in de begeleiding. Mooi om te zien hoe ze zich dan ontwikkelen en hoe hun talenten tot bloei komen.’

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Het loopt tegen negenen als Esther de Rooij en Jeroen de Slegte met drie leerlingen van vso De Regenboog naar het Hout- en Meubileringscollege lopen. Beide scholen staan in Hillegersberg-Schiebroek op loopafstand van elkaar. Het HMC is een mbo-vakschool die voornamelijk opleidt voor beroepen in de richtingen interieur & wonen, meubel & hout en design & modeaccessoires. Vso De Regenboog richt zich op zeer moeilijk lerenden. Bij de ingang van het HMC is het schoolrestaurant te vinden: Gina’s kantine. Het is de trots van horecaondernemers Gina en Johan Vollebregt en de plek waar leerlingen van vso De Regenboog gedurende acht weken een individuele of groepsstage lopen.

‘We zijn niet soft in de begeleiding. Als er klanten staan te wachten, moet je toch aan de bak’ GRAPJES

WERKNEMERSVAARDIGHEDEN Stage- en arbeidstoeleider Jeroen de Slegte legt uit hoe belangrijk de stages zijn om de leerlingen van vso De Regenboog voor te bereiden op de arbeidsmarkt: ‘In de eerste fase van de opleiding gaan de leerlingen vooral in de klas aan de slag om zich basisvaardigheden eigen te maken. Daarna volgt een groepsstage, zoals hier bij Gina’s kantine in het HMC. Tenslotte lopen de leerlingen meerdere dagen per week een individuele stage in een bedrijf of in een instelling. Tijdens de stages leren de leerlingen niet alleen de beroepspraktijk kennen, maar oefenen ze ook met werknemersvaardigheden.’

20 #ROM3

Het is dát aspect dat Gina zo aanspreekt in de begeleiding van de vso’ers: ‘Ik vind het fijn om te zien hoe leerlingen zich verbeteren en vind het leuk om een band met ze op te bouwen. Zeker met leerlingen waarbij je extra je best moet doen. Zo hadden we kort geleden een autistische jongen, die weinig van zichzelf liet zien. Ik probeerde hem elke keer met een kwinkslag uit z’n tent te lokken, maar dat liet hij maar mondjesmaat toe. Tot hij op een dag binnenkwam en zei: “Hé Gina, ga je vandaag nog grapjes maken?” Kijk, dan is mijn dag weer goed omdat ik zie hoe mooi en dankbaar dit werk is.’

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 21


CBS Onze Wereld geeft sinds vorig jaar cultuuronderwijs meer aandacht.

ROTTERDAMSE TRENDS IN CULTUURONDERWIJS

Balanceren tussen cultuur en cognitie Eigenlijk is er geen enkele Rotterdamse basisschool die niet aan cultuur doet, maar op de meeste scholen gebeurt het wel een beetje ad hoc. En dat terwijl de meeste leerkrachten zo veel meer zouden willen. Het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) stelde een trendanalyse samen van het cultuuronderwijs van de afgelopen jaren op de Rotterdamse basisscholen: het ziet kansen en bedreigingen.

Meer weten? cultuurtrajectrotterdam.nl

TEKST RENATE MAMBER FOTO PETJA BUITENDIJK

Basisscholen die iets met cultuuronderwijs willen doen, maar nog niet weten wat of hoe, kloppen meestal aan bij het KCR voor advies. Het kenniscentrum voert dan eerst een Schoolscan Cultuureducatie uit om te zien wat de school al doet en wat de mogelijkheden zijn. ‘Op die manier hebben we sinds 2013 36 scholen bezocht en hebben we meer dan duizend gesprekken gevoerd met directeuren, leerkrachten en ouders’, vertelt Anne Marie Backes, directeur van het KCR.

ECHT ROTTERDAMS Vervolgens ontstond het idee om al die gegevens te analyseren en een trendanalyse te maken van de stand van zaken van het cultuuronderwijs in Rotterdam. Backes: ‘We komen op scholen verspreid over heel Rotterdam en we kunnen ons dus een beeld vormen van de specifieke Rotterdamse situatie van het cultuuronderwijs. Van daaruit kun je ook goed zien wat er nodig is om het cultuuronderwijs nog te verbeteren. Want het rijk wil met het

programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) bereiken dat alle scholen in 2020 cultuuronderwijs goed verankerd hebben.’ Wat Backes het meest opvalt uit de trendanalyse is de open houding van leerkrachten in Rotterdam ten opzichte van cultuur. ‘Eigenlijk is er geen enkele school die niets aan cultuur doet. Alle leerkrachten vinden het belangrijk. Ze verbinden het met vrije tijd en met leerlingen tot rust laten komen of juist laten uitleven.’

AD HOC

‘LEERKRACHTEN WILLEN GRAAG MEER DOEN AAN KUNST EN CULTUUR. MAAR ZE HEBBEN HET GEVOEL ER EIGENLIJK GEEN TIJD VOOR TE HEBBEN. DE COGNITIEVE VAKKEN KRIJGEN TOCH VOORRANG’ 22 #ROM3

Tekenen en handvaardigheid blijken op alle scholen een structurele plek te hebben in het onderwijs. En muziek in de onderbouw ook. ‘Maar in de bovenbouw niet’, zegt Backes. ‘En drama en dans bijna helemaal niet. Het hangt ervan af of er een leerkracht is die er affiniteit mee heeft, dan gebeurt er opeens veel. Maar valt die leerkracht weg, dan het aanbod ook. Het is erg ad hoc en er is weinig samenhang.’ En dat terwijl de analyse uitwijst dat Rot-

terdamse leerkrachten zo veel meer zouden willen. ‘De leerkrachten zien allemaal het positieve effect van cultuur op kinderen, maar ze vinden zichzelf vaak niet bekwaam genoeg om de lessen goed te geven. Ze geven aan dat ze houvast nodig hebben in de vorm van leerlijnen en een gezamenlijk gedragen visie. Ook zouden ze meer muziekonderwijs willen, vaker een vakdocent in de klas en meer culturele uitstapjes.’ Uit de trendanalyse komt naar voren dat cultuuronderwijs pas echt goed in beeld komt, als de resultaten van de cognitieve vakken op orde zijn. ‘Aan de ene kant zie je bij leerkrachten het verlangen meer aan kunst en cultuur te doen, maar aan de andere kant het gevoel dat ze er eigenlijk geen tijd voor hebben, omdat cognitieve vakken voorrang hebben.’

MEER KUNSTENAARS VOOR DE KLAS De laatste twee jaar ziet Backes in Rotterdam een positieve ontwikkeling. ‘Uit de scans van

2015 en 2016 blijkt dat er meer ruimte komt voor creatieve vakken. Er wordt meer geïnvesteerd in leerkrachten en je ziet meer kunstenaars en vakdocenten voor de klas. Alleen de samenhang ontbreekt vaak nog.’ De trendanalyse laat zowel kansen als bedreigingen zien. Backes: ‘Dankzij de open en positieve houding van leerkrachten is het mogelijk om tot een gezamenlijk gedragen visie op cultuuronderwijs te komen. Een bedreiging is dat er weinig tijd en geld beschikbaar is. Ook is het een nadeel dat veel scholen geen ‘kartrekker’ hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een interne cultuurcoördinator (ICC’er). En dat structureel overleg over cultuuronderwijs vaak ontbreekt.’

GOEDE START Uit de analyse kan het KCR verder afleiden wat er nodig is om het cultuuronderwijs nog te verbeteren. ‘Het gaat vooral om inhoud, organisatie en geld’, zegt Backes. ‘Het maken van een Schoolscan Cultuureducatie en het

Cultuuronderwijsprogramma’s binnen CmK: kc-r.nl/dit-doen-we/cmk010 Wil je meer lezen over cultuuronderwijs op Rotterdamse scholen? Lees dan het artikel Onze Wereld op weg naar beter cultuuronderwijs op romnieuws.nl.

aanwijzen van een ‘kartrekker’ zijn hiervoor een goede start. En wat het geld betreft: veel scholen komen een heel eind met hun eigen leerkrachten binnen het reguliere budget, met een beetje scholing en het Cultuurtraject Rotterdam. Scholen met extra leertijd hebben nog iets meer budget. Daarnaast kunnen scholen nog tot 2020 voor bescheiden kosten bij diverse culturele instellingen terecht voor de versterking van hun cultuuronderwijs, dit dankzij subsidie vanuit het programma Cultuureducatie met Kwaliteit.’

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 23


Over spelen op het schoolplein

Lees op pagina 19 over de bijzondere pleinen van drie Rotterdamse scholen

‘ALS JE KINDEREN IN EEN RUIMTE LAAT WAAR NIETS IS OM ZICH TE VERMAKEN, CREËREN ZE ZELF IETS’ James Mollison, fotograaf

‘Een goed schoolplein daagt kinderen op een creatieve manier uit om te bewegen’

2 boekbesprekingen RECENSIES VOOR EN DOOR LERAREN

1

DE VERHALENFABRIEK. INSPIREREN IN DE KLAS FRANCINE PLAISIER EN TIM KLEIN SCHIPHORST

De Verhalenfabriek benadrukt het belang van verhalen vertellen. Het boek inspireert en geeft voorbeelden van hoe je in een groep actief en vooral bewust verhalen kunt (laten) vertellen om daarmee lesstof te introduceren, lees- en schrijfonderwijs te verrijken en veel meer. De voorbeelden zijn voornamelijk gericht op het basisonderwijs en daarna. Ik vond het eerste hoofdstuk niet pakkend, maar vanaf hoofdstuk 2 wordt het concreter. Dan worden tips gegeven om

te gebruiken in je eigen onderwijspraktijk. Daardoor heb ik het boek toch maar uitgelezen. Gelukkig…, want voor mijn doelgroep (praktijkonderwijs) bood juist het laatste hoofdstuk leuke eigentijdse voorbeelden om mee aan de slag te gaan.

‘De Verhalenfabriek benadrukt het belang van verhalen vertellen’

Ineke Yark, dertig jaar werkzaam in het vo, waarvan de laatste tien jaar op het Praktijkonderwijs LMCSchietbaanstraat te Rotterdam.

Marieke van Schendel, adviseur Yalp, Sport en speeltoestellen

‘De spelelementen vragen een sportieve en competitieve houding. De groene omgeving daagt kinderen uit te ravotten. Heerlijk, in de binnenstad!’ Daniëlle Blok, directeur De Provenier

2

‘TOEN HET KLAUTERREK ER NET STOND, KLOM IEDEREEN ERIN. NIEMAND KON ER MEER UIT. WE INSTRUEERDEN DE KINDEREN STAP VOOR STAP HOE ZE ERUIT MOESTEN KOMEN. EN MOET JE ZE NU EENS ZIEN!’ Ariana van der Zee, leerkracht Charlois

‘Er valt genoeg te bewegen op het plein. Maar sommige leerlingen willen gewoon liever kletsen’ Astrid Soeleman, directeur Finlandia

‘Een groen plein is leuk, mooi en educatief. Maar ook kwetsbaar. Het helpt om kinderen te betrekken bij het plan, de aanleg en het onderhoud’

Suzanne Jansen, werkzaam bij SKVR als projectcoördinator Onderwijs en als docent Nederlands op de vmbo-afdeling van het Grafisch Lyceum Rotterdam. Een praktisch en herkenbaar boek dat antwoord geeft op de vragen: Hoe ontwikkel je de juiste gewoonten voor een succesvolle les? En hoe kunnen we verschil maken in het leven van onze leerlingen?

DE ZELFVERZEKERDE LERAAR ALEX QUIGLEY

De zelfverzekerde leraar van Alex Quigley staat vol aansprekende anekdotes en tips over lesgeven en pedagogiek. Verhalend geschreven vanuit het perspectief van een ervaren docent, maar ook praktisch, vol checklists volgens de laatste inzichten over effectief lesgeven. Het meest interessant vind ik de hoofdstukken over het geven van uitleg en het stellen van de juiste vragen aan leerlingen. Volgens Quigley ontwikkelen goede leraren hun authentieke zelfvertrouwen op dezelfde manier als Picasso zijn kunst polijstte: gestaag, met doelbewuste oefening, volharding en hartstocht. Het kan een leven lang duren, maar het resulteert in een diepe en blijvende voldoening over een geslaagde klus’.

‘Hoe ontwikkel je de juiste gewoonten voor een succesvolle les?’

Wil jij ook een boek recenseren? Houd onze social media, nieuwsbrief en romnieuws.nl in de gaten voor ons boekenaanbod. Het boek dat je recenseert, krijg je thuisgestuurd en mag je houden!

Eric Douma, landschapsarchitect van o.a. schoolplein De Provenier

24 #ROM3

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 25


MEIDEN MAKEN KENNIS MET BÈTA-BANEN

GIRLSDAY Anno 2017 werken er nog steeds te weinig vrouwen in de techniek en de ICT. En dat terwijl er, juist in Rotterdam, zóveel interessante bèta-banen zijn. Op 13 april namen 200 meiden uit groep 8 en de brugklas in het kader van ‘Girlsday’ op twintig verschillende locaties in de stad een kijkje in de keuken. TEKST & FOTO’S SANNE VAN DER MOST

BOVEN OP DE WILLEMSBRUG Over de Willemsbrug naar Rotterdam Zuid rijden, dat heeft iedereen wel eens gedaan. Maar in de voet van de brug omhoog klimmen en daar genieten van een super uitzicht over de stad, dat is redelijk uniek. Helemaal als er zoveel knappe mannen mee naar boven gaan om te zorgen dat je niet naar beneden valt. Maar daar komen de meisjes natuurlijk niet voor. Ze werden gewoon aan het werk gezet: de juiste kleur verf uittesten en meedenken over de renovatie van de brug.

ONDER DE INDRUK IN DE MAASTUNNEL Een rondleiding achter de roltrappen en in de ventilatiegebouwen van de Maastunnel? Dat is wel heel bijzonder. Helemaal nu de tunnel grootschalig wordt gerenoveerd. De deelnemende leerlingen waren dan ook behoorlijk onder de indruk en keken hun ogen uit. Samen met drie vrouwelijke medewerkers van de gemeente Rotterdam gingen ze aan het werk met thema’s als oud en nieuw, renovatie en restauratie, monumentale waarden en de rol van vrouwen in dit historische project.

WIE WORDT DE EERSTE VROUWELIJKE BOSWACHTER? In het Kralingse Bos luisteren de dames naar de boswachter, die vertelt over de natuur en het schoonhouden van sloten, singels en vijvers. Boswachter is wel het enige beroep vandaag waar nog geen vrouwelijke variant van is in Rotterdam. ‘Heel erg jammer’, zegt de boswachter tijdens een rondje door het bos. ‘Hopelijk kan ik vandaag wat dames inspireren.’ Enthousiast zijn ze in elk geval wel.

Boswachter is het enige beroep vandaag waar nog geen vrouwelijke variant van is in Rotterdam 26 #ROM3

POSITIE BEPALEN Google Maps gebruiken we allemaal. Het is superhandig bij het fietsen, wandelen en autorijden. Maar hoe werkt GPS nou eigenlijk precies? En wat kun je er allemaal mee? Medewerkers van de afdeling Basisinformatie van de gemeente Rotterdam namen de meisjes mee naar de Wilhelminapier om daar met een echt GPS-apparaat en satellietsignalen exact hun positie op aarde te bepalen.

Meer weten: vhto.nl/projecten/girlsday

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 27


De schoolcontactpersoon weet welke ingangen er zijn bij de gemeente.

‘HEB JE WEL EENS GEPROBEERD IETS TE REGELEN BIJ DE GEMEENTE? WE HEBBEN HET DRUK GENOEG!’

de scholen en bedrijven om te kijken waar behoefte aan is. En ja, daar mag ontwikkelingsbudget voor gebruikt worden. Als het de ontwikkeling van de leerlingen ten goede komt is er vaak wel geld beschikbaar uit het schoolontwikkelingsbudget.’

SCHOOLCONTACTPERSOON NEEMT WERK UIT HANDEN

Fulltime vraagbaak ‘Ons plan was om techniekonderwijs te gaan geven, maar hoe dat nou precies moest en wie dat ging betalen was onduidelijk,’ vertelt Ronald Bakker, directeur van de Montessorischool in Kralingen Oost. ‘Gelukkig is dit met hulp van de schoolcontactpersoon van de gemeente snel goed gekomen. We geven nu techniekonderwijs met een via ons schoolplan door de gemeente betaalde vakleerkracht. Het is prettig als iemand met verstand van zaken ons helpt en vertelt over mogelijkheden die er bij de gemeente zijn als we voor onze school iets willen.’

28 #ROM3

TEKST EGBERT DE KUIJPER FOTO PETJA BUITENDIJK

Ronald Bakker is duidelijk blij met de samenwerking met de schoolcontactpersoon. ‘Hij neemt bijvoorbeeld op het gebied van het aanvragen van subsidies een hoop werk uit handen. Dat is soms best lastige en vooral tijdrovende materie. Hij bekijkt of het schoolplan uitvoerbaar is en of een aanvraag past binnen de kaders van het onderwijsbeleid. Hij beoordeelt of het hele proces goed verloopt, bewaakt de aanvraag van begin tot eind. Het scheelt mij echt een hoop werk.’

GEBRUIK HET ONTWIKKELINGSBUDGET ‘Dat voorbeeld van het techniekonderwijs is prachtig’, zegt Ruud Breems. ’ Hij is schoolcontactpersoon met als werkgebied vooral Kralingen-Crooswijk, Hoogvliet en Pernis. ‘Techniekonderwijs op scholen is een speerpunt bij de overheid,’ legt Ruud uit. ‘De robotisering en automatisering van de samenleving worden alleen maar groter. Het onderwijs moet daarop inspelen: Hoe gaan we de leerlingen daarop voorbereiden? Zijn de huidige opleidingen toekomstbestendig of niet? Wij als contactpersonen kunnen dan via ons grote netwerk de scholen helpen, bijvoorbeeld met het in contact brengen van

Frank Esser van de Kralingsche school, ook in Kralingen Oost, zegt: ‘Ik weet niet of je wel eens iets hebt proberen te regelen bij de gemeente? Nou we hebben het druk genoeg. Ik had bijvoorbeeld een vraag over Leren loont! en de lerarenbeurs. Maar gelukkig, mijn mail daarover werd direct beantwoord. Het is fijn om een direct aanspreekpunt te hebben bij de gemeente. Onze schoolcontactpersoon kent de ingangen bij de gemeente en de zaken die voor Rotterdamse scholen van belang zijn. Ik spreek hem regelmatig. Op afspraak van hem of van mij, via mail, telefoon, of in het geregelde wijkoverleg.

OUDERCARROUSEL Ruud Breems is ook op minder formeel gebied actief. Een voorbeeld. In een bepaalde wijk is er een afname van leerlingen: sommige scholen zijn daar blijkbaar niet meer zo populair. ‘Dan ga ik kijken hoe dat komt en hoe we moeten helpen. Een van de middelen die we hebben is bijvoorbeeld de oudercarrousel. Met een groep ouders gaan we dan bij scholen in de wijk langs om eens binnen te kijken. Soms zien scholen er van de buitenkant niet zo aantrekkelijk uit of zijn er vooroordelen over. Eenmaal binnen kan het erg meevallen.’

MAG WEL, HOEFT NIET Een belangrijke taak van Ruud Breems en zijn collega’s is het uitleggen en laten uitvoeren van Leren loont!, het onderwijsbeleid van de gemeente. Ruud: ‘Wij zijn daarin adviseur. Via mijn contacten binnen de gemeente – ik

heb bijvoorbeeld rechtstreeks contact met beleidsmedewerkers – kan ik scholen helpen met allerlei vragen waarmee ze zitten. Bijvoorbeeld over het vergroten van ouderparticipatie op scholen, of over subsidies. Of ik help ze bij een conflict met het wijkteam of een gemeentelijke instantie. Of met een simpele vraag over bijvoorbeeld (gratis) busvervoer naar een buitenschoolse activiteit.’ Ruud Breems: ‘Belangrijk te weten is dat we de scholen niets opleggen. Ze mogen gebruik van ons maken, maar dat hoeft niet. We zijn sparringpartner, adviseur en vraagbaak tegelijk.’

WAT IS EEN SCHOOLCONTACTPERSOON? Rotterdam heeft elf schoolcontactpersonen, acht voor het po en drie voor het vo. Schoolcontactpersonen ondersteunen scholen bij verschillende formele en minder formele zaken. Ze zijn bijvoorbeeld nauw betrokken bij het indienen van schoolontwikkelingsplannen, geven antwoord op vragen van scholen en bemiddelen bij conflicten tussen school en een andere partijen. Schoolcontactpersoon zijn is sinds 2016 een full-timebaan. Scholen die aan het verhogen van de resultaen een impuls wilen geven, kunnen finaciële ondersteuning krijgen uit het gemeentelijke schoolontwikkelingsbudget. Dit is beschikbaar voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs.

TERUG NAAR INHOUD

#ROM3 29


ONLINE VERSCHENEN

WAT LEES JE IN #ROM4 OKTOBER?

Wat waren de meest gelezen artikelen op romnieuws.nl van het afgelopen schooljaar? ‘KAP MET DE RANDVERSCHIJNSELEN EN KIES VOOR DE KERN.’ In het vorige ROM las je het tafelgesprek van leraren, intern begeleiders en coaches met onderwijswethouder Hugo de Jonge. In een navolgend interview maakt hij de balans op: waar staat het Rotterdamse onderwijs en waar moet het naartoe? tinyurl.com/hugodejonge

LANCERING SITE: ‘ZO DOEN WIJ DAT HIER IN 010’ Samen opgroeien, leren en samenleven kan alleen als iedereen fatsoenlijk met elkaar omgaat. Een prettige en veilige schoolomgeving met heldere regels, normen en waarden helpt daarbij. Maar wat is eigenlijk normaal? Leraren debatteerden er bevlogen over tijdens de conferentie Onderwijscode. tinyurl.com/zodoenwijdathier

Excellentietraject Talentvolle studenten worden excellente ambachtslieden op HMC

Agenda OMGAAN MET RADICALISERING: 4 TIPS

ONLINE ROTTERDAMS ONDERWIJSNIEUWS

Hoe reageer je als leraar op radicale uitlatingen van leerlingen? En hoe help je extremistische neigingen bij leerlingen voorkomen? Zoals in alle grote steden zoeken ook Rotterdamse scholen naar methoden. ROM vroeg onderwijsprofessionals om tips. tinyurl.com/tipsradicalisering

KIJK OP ROMNIEUWS.NL Voor actuele onderwijsnieuwtjes, nieuwe artikelen en de agenda.

ABONNEER JE OP DE NIEUWSBRIEF Elke maand een link naar de laatste aanvullingen op de website, extra nieuws en een glimlach met de vaste cartoon. Meld je aan op www.romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

7 8

Like! facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

Volg!

4 OKTOBER Conferentie Motiverend leesonderwijs www.cedgroep.nl/conferentiebegrijpendlezen

8 NOVEMBER Po-vo-conferentie fokor.nl

AFKIJKEN MAG! ONDERWIJS MOET HET HART RAKEN EN VERRASSEN. Pedagoog Gert Biesta gaf tijdens de conferentie Afkijken Mag! stof tot denken. Hij stond stil bij het nut geraakt en verrast te worden in het onderwijs, in plaats van steeds iets te moeten hebben geleerd. En de rol die kunst daarbij kan spelen. Lees meer over het werkcollege van Biesta. tinyurl.com/afkijkenmag

15 AUGUSTUS KCR Summerschool 2017 tinyurl.com/kcrsummerschool2017

KUNSTENAARS DE SCHOOL IN Basisschoolleerlingen, studenten van Willem de Kooning en kunstenaars in één gebouw

TalkX! Opmerkelijke quotes van leerlingen over onderwijs

21 SEPTEMBER Bijeenkomst meldcode in het basisonderwijs tinyurl.com/bijeenkomstmeldcode

Learn Like a Champion Teach Like a Champion laat leerlingen op de Ark leren als kampioen

@romnieuws.twitter.com/romnieuws

30 #ROM3

TERUG NAAR INHOUD

#ROM2 31


DUBBELPORTRET

Marijke Terwisscha van Scheltinga & Tessa Cueva Massó Moeder Marijke en dochter Tessa (12) wonen samen met zus Iris (9) in een bovenwoning in Hillegersberg. Vader Osiris overleed acht jaar geleden. Marijke werkt sinds 2014 als beleidsmedewerker bij Koers VO, het regionaal samenwerkingsverband voor passend voortgezet onderwijs. Ze is ook voorzitter van de Medezeggenschapsraad van de Bergse Zonnebloem, een Daltonbasisschool waar Tessa bij juf Laura in groep 8 zit. Sportief kan Tessa haar ei kwijt bij streetdance, turnen en tennis. Daarnaast leest, tekent en knutselt ze graag.

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DE MEIJDE

WAAROM HEB JE VOOR DE BERGSE ZONNEBLOEM GEKOZEN? Marijke: ‘Vooral om praktische reden. Ik vind het belangrijk dat de kinderen in de buurt naar school kunnen. Maar ook omdat het Daltonprofiel mij aanspreekt. Het geeft leerlingen meer zelfstandigheid en vrijheid in handelen.’

WAT VIND JE LEUK AAN SCHOOL? Tessa: ‘Ik vind de verdeling in taaktijd en stille taaktijd fijn. Tijdens taaktijd kan ik anderen helpen en hulp vragen en tijdens stille taaktijd heb ik de kans om lekker door te werken.’ Marijke: ‘Ik ben erg blij met de frisse nieuwbouw en opgefriste oudbouw. En ik vind het knap dat de directeur erin slaagt om meesters aan te trekken.’

WAT MIS JE? Tessa: ‘Ik vind het jammer dat ons schoolplein klein is. Soms is het zó vol. Zeker als er veel kleuters zijn, dan moet je echt uitkijken waar je loopt.’ Marijke: ‘Ik zou het fijn vinden als meer leerkrachten verbindingen weten te maken tussen het schoolse leren en de realiteit waarin kinderen opgroeien.’

DENK JE AL NA OVER WAT JE NA DEZE SCHOOL WILT GAAN DOEN? Tessa: ‘Ik heb een vwo-advies en heb gekozen voor Wolfert Tweetalig. Het is de eerste school die we bekeken hebben en ik werd er helemaal vrolijk van. Ik wist gelijk dat ik daar naartoe wilde.’ Marijke: ‘We zijn in groep 7 en 8 naar scholen gaan kijken. In totaal zo’n zeven, maar eigenlijk bleef Wolfert Tweetalig voor Tessa steeds met kop en schouders er bovenuit steken.’

WAT ZIJN JE DROMEN VOOR LATER? Tessa: ‘Eerst wilde ik juf worden, maar nu wil ik politieagent worden. Ik heb al een werkstuk over de politie gemaakt en ben ook naar een politiebureau geweest. Het lijkt me een leuk beroep, omdat ik mensen kan helpen.’ Marijke: ‘Ik hoop dat Tessa iets vindt waar ze gelukkig van wordt, maar dat ze eerst een fijne tijd bij het Wolfert heeft. Dat beroep komt vanzelf. Ook hoop ik dat zij op een zeker moment een keer langere tijd naar Cuba kan om echt kennis te maken met het land en de cultuur van haar vader. Met name dat gun ik haar met heel mijn hart.’

TERUG NAAR INHOUD

Rotterdams Onderwijs Magazine, juni 2017  

Onderwijs po Rotterdam magazine leerkrachten