Page 1

ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE #1 FEBRUARI 2018 JAARGANG 41

‘WIJ LEIDEN JONGEREN OP VOOR DE TOEKOMST. MAAR WAT HET WERK STRAKS INHOUDT, WEET NIEMAND’

Het (slechte) imago van het mbo

Antroposofische brugklassen

Platforms voor en door leraren

#ROM1 1 DE STAAT VAN HET ROTTERDAMS ONDERWIJS | GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN


VAN DE REDACTIE

Omfloerst De inhoud van het ROM is deze keer net een beetje anders. Er is een nieuw jaar begonnen, gemeenteraadsverkiezingen zijn in zicht en bijgevolg wordt er in een aantal artikelen teruggeblikt en/of vooruitgekeken. Ik merkte bij het voorbereiden van de kopij bij verschillende artikelen dat preview-lezers het niet altijd eens waren met wat geïnterviewden naar voren brengen. Dan heb ik het niet eens over de politicus die in dit ROM aan het woord komt, maar over leraren zelf die er immers ook allemaal hun eigen meningen op na houden. Meningen die bij een lezer weleens uitspraken kunnen ontlokken als: ‘Ja maar, hij vergeet helemaal dat …’. Of: ‘Wat zij daar zegt, is helemaal niet relevant’. Opinies dus waar een lezer zich aan ergert. Is dat jammer voor de lezer?

04 IKC DE NIEUWE HAVEN HET BESTE VAN DRIE WERELDEN

Laatst was in het nieuws – het lijkt of ik ineens ergens anders over begin, maar dat is niet zo – te lezen dat een zoektocht naar altijd gelukkig zijn niet zo’n handig streven was. Want hoe kun je ooit gelukkig zijn als je niet weet wat ongeluk is? Zoals je ook wel eens ongelukkig moet zijn om te weten wat jou gelukkig maakt, zoals je ook wel eens een slechte film moet zien om erachter te komen wat je goede films vindt, zo moet je ook andere meningen binnenlaten om des te beter je eigen standpunt te kunnen bepalen. Wat mij betreft kunnen er niet genoeg uiteenlopende meningen in het ROM staan. Werkdruk is nog steeds een hot topic in het Nederlandse onderwijs. Er werd half januari zelfs nog een knuppel in het hoenderhok gegooid door een leerkracht die in het AD liet weten dat zijn collega’s die werkdruk voornamelijk aan zichzelf te wijten hadden. Weet je wat, dachten we bij het ROM? Laten we onderwijzend Rotterdam twee pagina’s geven om daarop te reageren. Om uit te leggen waarom er echt sprake is van onoverkomelijke werkdruk. Maar dat werd een kort verhaal want niemand wilde erover in gesprek. Jammer hoor. Ik had er graag wat uiteenlopende meningen over gelezen.

08 AFSCHEIDSINTERVIEW RONALD BUIJT ETTERBAKKIES EN HET SLECHTE IMAGO VAN HET MBO

Waarom heeft dit stukje de titel ‘omfloerst’? Het was een woord dat ik in een van de artikelen tegenkwam en dat ik zo mooi vond dat ik erover wilde schrijven. Mijn gedachten gingen een andere kant op, maar misschien heeft de titel toch wel met de inhoud te maken.

PAUL DE MAAT, HOOFDREDACTEUR

12 MIJN VAK ZIJ-INSTROMER MISHA GILBERTS ONTWIKKELT DE OPLEIDING FAST SERVICE

2 #ROM1


Inhoud 06

QUOTES OMGAAN MET PERSOONSGEGEVENS VOLGENS NIEUWE WETGEVING

10

ESTAFETTE KAN BASISSCHOOL PRO-LEERLINGEN HELPEN MET SPECIFIEKE LEERVRAGEN?

14

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN DE PARTIJPROGRAMMA’S OVER HET ONDERWIJS

16

DIT IS MIJN KLAS WERELDS ONDERWIJS OP DE KLEINE WERELD

18

MOPPEREN COLUMN ANNE-MARIE

19

4 X BIJZONDERE PLATFORMS VOOR EN DOOR LERAREN

22

DE STAAT VAN HET ONDERWIJS NOG NIET VRIJ VAN ZORGEN

24

CIJFERS & FEITEN STAAT VAN HET ONDERWIJS IN EEN INFOGRAPHIC

25

BOEKBESPREKING KOM MAAR OP MET JE FEEDBACK! NAVIGEREN MET HET HART

26

BROEDPLAATS010

20 FIKKIE STOKEN OP HET DAK OP VRIJESCHOOL DE KAAP LEREN KINDEREN MET HOOFD, HART EN HANDEN

EEN GIDEONSBENDE VAN LERAREN 28

SELMA KLINKHAMER IS BESTE SCHOOLLEIDER ‘IK WIL HET VMBO OP DE KAART ZETTEN’

30

HET ZAL ALLEMAAL WEL COLUMN WILLEM MEER LEZEN OP ROMNIEUWS.NL

31

WHAT’S MORE? MEER LEZEN IN #ROM2

32

DUBBELPORTRET SUPERTEVREDEN OVER HET CALVIJN JULIANA

Ga naar www.romnieuws.nl, blijf op de hoogte van alles wat van belang is voor het onderwijs in Rotterdam en abonneer je op onze nieuwsbrief.

Volg het ROM!

26 BROEDPLAATS010 EEN LEREND NETWERK MET GEDURFDE PIONIERS

N @romnieuws twitter.com/romnieuws M facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

COLOFON ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE ONAFHANKELIJK VOORLICHTINGS- EN OPINIEBLAD VOOR ONDERWIJS, EDUCATIE EN OPLEIDING IN ROTTERDAM. GRATIS VOOR PERSONEEL VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS | 41E JAARGANG NR. 1 JANUARI 2018 | ISSN 1386, VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR, OPLAGE 7000 | UITGAVE CED-GROEP | Redactie Machiel de Jong, Irene van Kesteren, Els Maasdam, Tim van der Korput, Paul de Maat (hoofd- en eindredactie)| Medewerkers Ronald Buitelaar, Petja Buitendijk (foto), Renate Mamber, Jan van der Meijde (foto), Erik Ouwerkerk, Marijke Nijboer, Anne-Marie Plasschaert, Ineke Westbroek | Bladmanagement Paul de Maat, Anne-Marie Smit, Tamara Wally | Redactieadres Postbus 8639, 3009 AP Rotterdam, 010 4071469, rom@cedgroep.nl | Grafisch ontwerp en vormgeving Trichis, Rotterdam (Louise de Kruijf) | Foto cover Jan van der Meijde | ©CED-Groep


‘Als groep 3-leerlingen willen voorlezen bij het kinderdagverblijf, dan is dat zo geregeld.’

IKC DE NIEUWE HAVEN: EEN OPEN GEBOUW

‘IK ZIE ALLEEN MAAR VOORDELEN’ TEKST RENATE MAMBER FOTO PETJA BUITENDIJK

De onderbouw van basisschool De Nieuwe Haven, Peuterschool Peuter & Co en kinderdagverblijf KindeRdam vormen sinds maart 2017 het Integraal Kindcentrum (IKC) De Nieuwe Haven. Locatieleider Myrte van Gurp: ‘We willen dat kinderen van zeven weken tot zeven jaar hier een plekje kunnen vinden in een warme, veilige omgeving binnen een gezamenlijke pedagogische visie.’

IKC De Nieuwe Haven staat in Feyenoord; een wijk met veel gezinnen waar Nederlands niet de thuistaal is, een wijk met weinig groen. Het IKC moet volgens Myrte een veilige haven worden voor kinderen, maar ook voor ouders in de wijk. ‘We willen een open gebouw zijn’, vertelt ze. ‘Waar ouders een kopje koffie kunnen drinken in onze gezamenlijke ruimte. Waar ook externen kunnen binnenlopen voor bijvoorbeeld de logopedie en fysiotherapeut die hier zijn gevestigd.’ Groen is eveneens belangrijk. ‘Het peuterplein is omgebouwd tot een plein met een waterbaan en boomstammen waar kinderen zelf op ontdekking kunnen gaan. De rest van het plein volgt nog.’

BIJ ELKAAR IN DE KEUKEN Dit past helemaal in de gezamenlijke visie van de basisschool De Nieuwe Haven, Peuter & Co en KindeRdam. De drie partijen willen de brede ontwikkeling van kinderen versterken, onder andere door de kinderen gelegenheid te geven de wereld spelenderwijs te ontdekken in een natuurrijke omgeving. ‘We hebben geprobeerd in onze visie het beste van drie werelden te verenigen’, zegt Myrte. ‘Die visie is neergezet en het is nu zaak dat verder in de praktijk te integreren. We zijn nog volop aan het pionieren, maar het gaat prima.’

4 #ROM1

Myrte is medewerker van KindeRdam en als locatiemanager verantwoordelijk voor het gezamenlijke pedagogische beleid van de drie samenwerkingspartners. ‘Dat vraagt vertrouwen en overleg’, zegt Myrte. ‘Ik wist eerst niet veel van Peuter & Co. Daar heb ik me in moeten verdiepen. Maar het is leuk om eens bij elkaar in de keuken te kijken. Je leert veel van elkaar.’ Bij het pedagogische beleid gaat het erom dat de kinderen allemaal op dezelfde manier tegemoet worden getreden, of ze nu op de peuterschool, dagopvang of de basisschool zitten. ‘Dat gaat heel goed’, zegt Myrte. ‘In de toekomst willen we met video-interactiebegeleiding kijken of we onze aanpak nog verder kunnen verbeteren.’

SPONTANE ACTIVITEITEN De doorgaande onderwijsinhoudelijke lijn van kinderopvang en kinderdagverblijf naar de basisschool wordt ook gewaarborgd. Myrte: ‘Alle groepen werken met dezelfde programma’s: Peuterplein en Kleuterplein. Ook werken we met hetzelfde observatiesysteem. Daardoor is er een warme overdracht. En de leerkrachten van de basisschool kennen de kinderen van de andere groepen al.’


Naar schatting zijn er inmiddels:

10 Myrte ervaart het als een voordeel dat de partijen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest. ‘De lijnen zijn kort en daardoor is het gemakkelijker om gezamenlijke activiteiten te ondernemen, zoals bijvoorbeeld met Sinterklaas en Kerst’, vertelt Myrte. ‘Vaak ontstaan gezamenlijke activiteiten spontaan. Zoals bijvoorbeeld met Sinterklaas toen leerlingen van de basisschool buiten de pakjes gingen zoeken die van de stoomboot waren afgewaaid. De kinderen van de peuterschool hielpen spontaan mee met zoeken.’ Wilma Tempelaar is de onderbouwcoördinator van basisschool De Nieuwe Haven en leerkracht van groep 3. Ze geeft aan dat de echte doorstroom van kinderen van peuterschool en kinderopvang naar de basisschool nog moet komen, maar ze ervaart ook het gemak van gezamenlijke activiteiten. ‘Als de leerlingen van groep 3 bijvoorbeeld willen voorlezen bij de peuterschool of het kinderdagverblijf, dan is dat zo geregeld.

LEREN VAN ELKAAR Ana Maria Sanchez, pedagogisch medewerker van Peuter & Co ziet eveneens voordelen. ‘Voor ons is het nog even wennen’, zegt ze. ‘Maar voor de kinderen zie ik alleen maar voordelen. Op de peuterschool zitten bijvoorbeeld veel kinderen waarvan Nederlands niet de moedertaal is. Op het kinderdagverblijf is dat anders en zijn de kinderen veel taliger. Als die twee groepen meer met elkaar in contact komen, zie je dat ze samen gaan spelen en de taalzwakke kinderen meer taalondersteuning krijgen. Ze voeren gesprekjes met elkaar en dan zie je kinderen Nederlands praten die dat daarvoor niet zo veel deden. Ik weet niet of ik dat gezien zou hebben als we niet bij elkaar in het gebouw hadden gezeten.’

centrale kindcentra in Rotterdam

De mate en manier van samenwerking binnen de centra varieert en is afhankelijk van de ambities van de samenwerkingspartners. Uit een peiling van de gemeente Rotterdam begin 2017 blijkt dat nog

ruim veertig scholen & kinderopvangorganisaties de intentie hebben zich tot een kindcentrum te ontwikkelen.

‘We willen dat ouders hier ook gewoon een kopje koffie kunnen drinken’

#ROM1 5


QUOTES

Privacy in het onderwijs Vanaf mei 2018 geldt een nieuwe wetgeving op het gebied van omgaan met persoonsgegevens (de AVG). Dat betekent dat je als school nóg voorzichtiger moet omgaan met het verzamelen en gebruiken van gegevens van leerlingen en medewerkers, van toetscijfers tot foto’s. Hoe reageren collega’s op de nieuwe regels?

‘TOEN IK MEZELF EENS GOOGELDE SCHROK IK VAN WAT ER ALLEMAAL OVER ME TE VINDEN WAS’

‘Ik dacht dat alleen mijn vrienden alles van mij konden zien op Facebook. Maar nu blijkt dat die informatie voor meer mensen zichtbaar is dan ik dacht…’

‘Ik vertrouw niks meer. Zelfs WhatsApp gebruik ik niet meer’ ‘SOMMIGE HULPOUDERS MAKEN TIJDENS EEN SCHOOLREIS FOTO’S EN PLAATSEN DIE OP FACEBOOK. EIGENLIJK KAN DAT NIET ZOMAAR’

‘Als we in ons beleid beter beschrijven hoe we met privacy omgaan is dat voor iedereen duidelijker’ Meer informatie over de nieuwe wetgeving vind je o.a. op www.schoolenveiligheid.nl.

6 #ROM1

Deze quotes zijn verzameld tijdens een training door de CED-Groep over het omgaan met de nieuwe wetgeving. Meer info: www.tinyurl.com/privacy2018


ONDERWIJSWOORDVOERDER RONALD BUIJT NEEMT AFSCHEID VAN GEMEENTERAAD

‘Ik pleit al jaren voor een Rotterdamse onderwijscode’ Ronald Buijt werkt ’s nachts als planner bij een transportbedrijf. Hij combineert zijn baan met het fractievoorzitterschap van Leefbaar Rotterdam, de partij waarvoor hij sinds 2006 in de Rotterdamse gemeenteraad zit en vanaf 2010 onderwijswoordvoerder is. In maart neemt hij afscheid. Voor zijn vertrek wil hij nog graag enkele onderwijskwesties aankaarten waar volgens hem te omfloerst over gesproken wordt. TEKST RONALD BUITELAAR

WELK ONDERWERP HOORT VOLGENS JOU ALS EERSTE AANGEKAART TE WORDEN? ‘Het allergrootste probleem is dat het niet goed gaat met het Rotterdamse mbo. Misstanden in het mbo zorgen dat leerlingen onvoldoende leren en niet juist voorbereid worden op de arbeidsmarkt. Omdat de meerderheid van de mbo-populatie uit allochtone leerlingen bestaat wordt al snel gezegd dat wij allochtonen bashen. Het tegendeel is waar. Rotterdam is een echte-mbo stad en het is daarom van groot belang dat elke mbo’er de best mogelijke opleiding krijgt.’

‘Misstanden in het mbo zorgen dat leerlingen onvoldoende leren en niet juist voorbereid worden op de arbeidsmarkt’ 8 #ROM1 #ROM5


‘Er zit een categorie leerlingen op het mbo die het voor anderen verpest. Etterbakkies, die lesgeven een hel maken’ WAAR BASEER JE OP DAT HET MET HET HELE ROTTERDAMSE MBO SLECHT GAAT? ‘Ik moet natuurlijk niet generaliseren, want er zijn echt hele goede opleidingen, maar ik constateer dat het imago van het mbo niet voor niets zo slecht is. Dat komt onder andere omdat we als samenleving een theoretische opleiding ten onrechte waardevoller zijn gaan vinden dan een praktische. Ouders bewegen daarom hemel en aarde om hun kinderen op een andere vorm van onderwijs te krijgen dan het vmbo en mbo.’

MAAR EEN SLECHT IMAGO WIL TOCH NIET ZEGGEN DAT DE OPLEIDING OOK WERKELIJK SLECHT IS? ‘Terecht of onterecht, veel autochtone ouders willen niet dat hun kind op een vrijwel zwarte school terechtkomt omdat ze dat slecht voor hun kind vinden. We kunnen wel doen of dat niet zo is, of die ouders van discriminatie betichten, maar het zou beter zijn om het daar eindelijk eens serieus met elkaar over te hebben. Wat het mbo betreft komt daar nog bij dat er geen leerlingen geweigerd mogen worden. Er zit daardoor een categorie leerlingen op het mbo die het voor anderen verpest. Ik heb het met eigen ogen gezien. Te laat komen, petjes ophouden, de hele les ongeïnteresseerd met de telefoon in de weer. Etterbakkies die het lesgeven tot een hel maken. Wat mij stoort is dat we ons altijd maar bezig houden met het toekomstperspectief van die paar kwaadwillende leerlingen in plaats van ons te richten op het werkplezier van docenten en de inzet van goedwillende leerlingen.’

ZEGT DAT AFWIJKENDE GEDRAG IETS OVER DE LEERLING OF OVER DE DOCENT? ‘Ik pleit niet voor niets al jaren voor een Rotterdamse onderwijscode. Daar wordt vaak wat lacherig over gedaan. Het wordt voorgesteld alsof ik alle scholen dezelfde code wil opleggen. Integendeel. Ik kan me voorstellen dat bij een gymnasium een andere code geldt dan bij een vmbo basis/kader vmbo. Waar het mij om gaat is dat ouders, leerlingen en docenten erop kunnen rekenen dat elke Rotterdamse school eigen uniforme afspraken hanteert. Afspraken waar iedereen zich aan moet houden en waar consequenties uit volgen als je daar stelselmatig maling aan hebt.’

WAT ZIJN DIE CONSEQUENTIES? ‘Het moet voor Rotterdamse scholen mogelijk worden om leerlingen die zich niet gedragen te verwijzen naar een voorziening waar ze minimaal een jaar zeer gedisciplineerd onderwijs volgen. Daarna krijgen ze een nieuwe kans. Ik weet zeker dat zo’n maatregel leerlingen vooruit helpt én bijdraagt aan de oplossing van het lerarentekort. Als docenten weten dat er op Rotterdamse scholen orde heerst, zullen ze eerder bereid zijn om in de stad te komen werken. Wat mij betreft voeren we dan gelijk salarisdifferentiatie in, zodat goede leraren ook beter beloond worden.’

BENADERT DAT JE IDEALE ONDERWIJS? ‘Gedeeltelijk. Wat mij betreft gaan we meer de kant op van Finland. We zijn op mijn initiatief in 2015 met de raadscommissie een week naar Helsinki geweest en ik ben erg onder de indruk geraakt van wat ik daar zag. Kleine klassen, universitair opgeleide docenten en een totaal andere inrichting van het onderwijs. Tot je 7e lekker spelen, van 8 tot 16 naar een mix van basis- en voortgezet onderwijs en pas daarna een keuze maken voor een vervolgopleiding. Verschillen zijn er natuurlijk. Zo zou ik in Nederland die overstap naar vervolgonderwijs liever rond 14 jaar maken. Ook heeft Helsinki minder anderstaligen dan Rotterdam waardoor onze uitdagingen aanzienlijk groter zijn. Maar los daarvan kunnen wij nog veel leren van het Finse onderwijsstelsel.’

#ROM1 9


ESTAFETTE

VASTLOPERS IN GROEP 7

WAT IS HET BESTE VOOR TOEKOMSTIGE PRO-LEERLINGEN? Welke vraag zou jij willen stellen aan een collega? In deze aflevering van de doorgeefrubriek stelt John Timmerman, docent CVO Accent Hoogvliet, zijn vraag aan Birgitte van Heek, IB’er bij Globetrotter Katendrecht: ‘In hoeverre lukt het de basisschool om leerlingen die naar het praktijkonderwijs zullen uitstromen, te helpen met hun specifieke leervragen?’ TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO’S JAN VAN DER MEIJDE

‘Wij missen dingen bij leerlingen’, verklaart John zijn vraag. ‘Vooral op het punt van zelfredzaamheid. Hoe werken jullie daaraan?’ Birgitte werkt op een Daltonschool, waar de zelfredzaamheid sterk wordt gestimuleerd. Dat begint al bij de kleuters. ‘Die doen hun eigen jas dicht en strikken zelf hun veters. Als het niet lukt, helpen ze elkaar. We geven kinderen zoveel mogelijk de regie over hun eigen handelen. Lukt iets nog niet, dan kijken we met hen wat ze nodig hebben om het te kunnen leren.’ John Timmerman

‘Ik vind het jammer als kinderen voortijdig moeten vertrekken van de basischool’

10 #ROM1

Maar in de klas is het bedienen van kinderen op veel verschillende niveaus soms knap lastig. ‘Toekomstige gymnasiasten en kinderen die naar het praktijkonderwijs zullen gaan in één klas, dat is bijna niet te doen, omdat deze kinderen totaal andere onderwijsbehoeften hebben.’ De toekomstige pro-leerlingen zitten bij de groep die extra instructie krijgt, maar ook daar is het niveauverschil met de anderen groot. Iedereen werkt op tablets met Snappet. Zo kunnen ze op hun eigen niveau de leerlijn van de groep volgen. ‘Dat is handig, maar voor deze groep niet altijd toereikend’, zegt Birgitte. ‘In groep 3 komen deze kinderen nog


redelijk mee, maar in groep 4 wordt het al moeilijker. We bespreken deze leerlingen met de contactpersoon van samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs (PPO) en vragen een passend arrangement aan. Dit kan ambulante begeleiding op een vakgebied zijn of een IQ-onderzoek. Ik haal een leerling pas uit de reguliere leerlijn als ik echt zeker weet dat dat nodig is.’

‘Door bezuinigingen blijven toekomstige pro-leerlingen lang op de basisschool. Eigenlijk te gek voor woorden’

BETER AF OP HET SBO Birgitte is van mening dat toekomstige pro-leerlingen veel beter af zijn op het speciaal basisonderwijs. ‘Door bezuinigingen vanuit de wet Passend Onderwijs blijven deze leerlingen lang op de basisschool, maar dat is eigenlijk te gek voor woorden. Op een sbo-school is er veel meer tijd voor gerichte instructie en herhaling en wordt de leerstof in kleinere stappen aangeboden. Zo leren ze er veel meer. En doordat er meer kinderen zijn die iets niet kunnen, voelen de leerlingen zich competent en meer op hun gemak.’ John: ‘Ik vind het wel jammer als kinderen voortijdig moeten vertrekken van de basisschool. Het is toch veel fijner als ze alles kunnen meemaken en samen met de anderen afscheid kunnen nemen in groep 8?’ Birgitte: ‘In de praktijk vallen deze kinderen in groep 5/6 vaak uit, omdat de lesstof te moeilijk wordt en alles te snel gaat. Wij bekijken het welbevinden en de leerbaarheid per kind samen met PPO. Pas als het welbevinden aantoonbaar niet goed meer is op de basisschool, mag een kind naar het sbo. Vaak heeft een leerling dan al eens gedoubleerd.’ John: ‘Wij krijgen steeds meer leerlingen binnen met gedragsproblemen, die zo’n beetje tegen cluster 4 aan zitten.’ Dat verbaast Birgitte niet. ‘Gedrag is een manier om je tot de wereld te verhouden. Als je voortdurend op je tenen moet lopen, kan dat gedragsproblemen veroorzaken.’

EIGEN REKENSPECIALIST De school van John is dit schooljaar met niveaugroepen begonnen. ‘Dat werkt als een trein. Zo pakken we ook het rekenprobleem aan.’ Precies rond dat onderwerp is de school van Birgitte met collegascholen een initiatief begonnen. Daarbij wordt geld ingezet dat PPO overheeft, omdat er minder leerlingen naar het sbo zijn gegaan. Dat geld gaat naar de basisscholen, voor leerlingen die voorheen naar het sbo zouden zijn gegaan. Birgitte: ‘Per school is het een klein bedrag, maar wij hebben die bedragen bij elkaar gelegd. Voor deze leerlingen is rekenen het lastigste vak. Je hebt voor hen een eigen rekenmethode nodig, gericht op zelfredzaamheid. Zodat ze bij het bakken van pannenkoeken het verschil snappen tussen een halve en een hele liter, en ze op de markt kunnen zien of ze genoeg wisselgeld terugkrijgen.’ Met hun gezamenlijke geld huren de scholen een rekenspecialist in, die zich specifiek op deze groep gaat richten. John: ‘Geweldig! Dat is precies wat deze kinderen nodig hebben.’

Birgitte van Heek

De brandende vraag Birgitte: ‘Wij bieden onze hoogbegaafde leerlingen veel extra’s, maar vanaf eind groep 7 is het moeilijk om hen passende leerstof te bieden. Hoe zou je dit kunnen oplossen?’

#ROM1 11


MIJN VAK

Misha Gilberts: ‘Het is heel gaaf om de opleiding Fast Service samen met het bedrijfsleven te ontwikkelen.’

‘WE MOETEN STUDENTEN TOOLS GEVEN OM ZICHZELF TE ONTWIKKELEN’ TEKST ANNE-MARIE PLASSCHAERT FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Met twee ouders die zo’n veertig jaar in het onderwijs werkten, is het niet vreemd dat Misha Gilberts onderwijsbloed in zijn aderen heeft. ‘Ik werkte in de horeca en vond het begeleiden van medewerkers eigenlijk het boeiendste. Daar kon ik dus beter mijn werk van maken’, zegt hij nu hij zij-instromer is.

Van werken in een fastfoodketen tot manager bij een groot vakantiepark in Frankrijk en bij Bastion Hotels, Misha Gilberts (39) werkte in het hele scala van de horeca, na het behalen van zijn diploma bij de Hogere Hotelschool. ‘Ik heb het allemaal met veel plezier gedaan en zeker het buitenland was heel leuk en leerzaam. Op allerlei gebieden, want het is enorm hard werken, dus je ziet je familie en vrienden erg weinig’, vertelt Misha.

balans op. Hij besloot terug te gaan naar Nederland, solliciteerde bij het Albeda Horecacollege en werd aangenomen.

Hij merkt dat hij zich vooral inzet voor het begeleiden van nieuwe medewerkers, of medewerkers die willen doorgroeien. ‘Dat vond ik eigenlijk het leukste, dus bedacht ik dat ik dat het beste vijf dagen per week kon gaan doen.’ Toen de afwisseling van werkzaamheden en de sensatie van werken in het buitenland een beetje ging luwen zo’n twee jaar geleden, maakte Misha voor zichzelf de

Nadat Misha zijn PDG (pedagogisch didactisch getuigschrift) heeft gehaald, zodat hij bevoegd voor de klas staat, volgt hij met het hele team meteen een cursus coachen in het onderwijs. ‘Wij willen iemand opleiden voor de toekomst, maar hoe die toekomst wordt, wat het werk straks inhoudt… dat weet niemand. Je moet studenten daarom tools geven waarmee ze zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Van mij

12 #ROM1

GEEN PERFECTE MACCHIATO ‘Wat ik echt interessant vind is innoveren, in het onderwijs maar ook in z’n algemeenheid en op persoonlijk vlak’, merkt Misha op. Een voorbeeld daarvan is het tiny house dat hij samen met zijn vriendin laat bouwen in het Groene Hart.

leren ze waarden, normen en wat een goede beroepshouding is. De vaktechnieken leren ze wel in de praktijk, van de leermeester. Uitgaande van het puberbrein – onze studenten zijn gemiddeld 16 als ze op de opleiding komen – leren ze alleen iets wat op korte termijn bruikbaar is. Het heeft dus niet zo veel zin om ze hier met 25 man te leren een perfecte latte macchiato te maken. Dat komt wel als ze bijvoorbeeld bij La Place aan het werk gaan. In mijn visie ligt mijn toegevoegde waarde dan ook met name in de leerwerkplaats.’

ONDERWIJS OP EEN EILANDJE Misha erkent dat er collega’s zijn die het coachen misschien niet allemaal met hetzelfde enthousiasme doorvoeren in de groep als hij. ‘Als je de deur achter je dicht trekt, zit je in het onderwijs toch op een eilandje en niemand weet hoe jij het daar doet. We moeten accepteren dat docenten - net als studenten


‘We leiden jongeren op voor de toekomst. Maar wat het werk straks inhoudt… dat weet niemand’ - allemaal verschillend zijn. Wat voor de één een kleine verandering is, kan voor een ander een hele stap betekenen. Maar voor een echte follow-up, met monitoren en begeleiden, daar is geen geld en tijd voor’, verzucht de gedreven docent. ‘Veranderingen moet je de tijd geven. Je kunt niet verwachten dat iets nieuws meteen een succes wordt. Daar lopen volgens mij de meeste innovaties op stuk, want als het niet meteen een succes is, wordt het afgeschaft.’

FAST SERVICE Dit jaar is Misha bezig met de masteropleiding ‘leren en innoveren’. ‘Mijn werkgever steunt dit allemaal, ook in het kader van de nieuwe opleiding Fast Service, waar ik projectleider van ben. Het is echt heel gaaf dat ik die opleiding kan ontwikkelen, natuurlijk samen met het bedrijfsleven, want er moet wel draagvlak zijn.’ Misha legt uit dat de nieuwe opleiding inspeelt op innovatie in de horecawereld. Het is

gericht op een nieuw concept met meer service dan fastfood en sneller dan de klassieke restaurants. Hij zit aan tafel met bedrijven die deze formule bieden, zoals De Beren, La Place, Happy Italy en Vapiano. ‘In samenwerking met deze partners kan ik de opleiding naar mijn eigen inzichten vormgeven. Het gaat wel om iets nieuws. Ik vind het echt heel leuk om op deze manier bezig te zijn met de ontwikkeling van onderwijs. Daar hoop ik mij in de toekomst nog meer op toe te leggen, ik zoek de verdieping.’

Het ROM kwam in contact met Misha Gilberts via september Onderwijs, septemberonderwijs.nl.

Wanneer je werkt in de horeca moet je altijd voorkomend, goed verzorgd en vriendelijk zijn. Die professionele houding neemt Misha Gilberts mee naar het onderwijs. Practice what you preach, noemt hij zijn lijfspreuk, denkt nog eens na en vervolgt dan: ‘Ja, dat kun je echt wel zeggen. Ik vind het belangrijk om dat als mens en als leerkracht uit te dragen.’ Misha vindt dat je als docent zelf het goede voorbeeld moet geven. Dus dat je voorkomend bent en er goed verzorgd uitziet. ‘Dat wordt straks ook van onze studenten verwacht als ze naar een bedrijf gaan. Maar er zijn collega’s die wat dat betreft eens naar zichzelf zouden moeten kijken.’ Ook als het gaat om het gebruik van de mobiel verbaast Misha zich over het gedrag van collega’s. ‘Wij verwachten van onze studenten dat ze hun mobiel wegdoen tijdens de les. Dan is het toch vreemd dat collega’s tijdens een bespreking op hun mobiel of iPad zitten te lezen. Wij moeten elkaar daar veel vaker op aanspreken.

Misha Gilberts Albeda Horecacollege

#ROM1 13


TEKST RONALD BUITELAAR

Gemeenteraads verkiezingen maart 2018 Hoewel gemeentes maar beperkt iets te zeggen hebben over onderwijs weerhoudt dat politieke partijen er niet van om vaak uitgebreide onderwijsparagrafen in hun gemeentelijke verkiezingsprogramma’s op te nemen. Het ROM bekeek de beschikbare programma’s van de zittende partijen.

D66 Veruit de langste paragraaf is die van zelfbenoemde onderwijspartij D66. Opvallend punt: een convenant waarin onderwijs, gemeente en bedrijfsleven afspraken maken om onderwijs en arbeidsmarkt beter te laten aansluiten. Verder wil de partij dat scholen minimaal drie uur bewegingsonderwijs laten verzorgen door gekwalificeerde vakdocenten. Dat gebeurt al op Lekker Fit! scholen. De vraag is of het ook elders lukt, want recent bleek dat twee uur al vaak niet haalbaar is.

Onderwijs en arbeidsmarkt beter laten aansluiten

14 #ROM1 #ROM5

SP

Ook bij de SP is veel aandacht voor bestrijding van ongelijkheid in het onderwijs. De partij ziet dat liever niet aangepakt worden met targets en extra rekenen en taal, maar met meer sociaal-maatschappelijke ondersteuning en sociaal-pedagogische begeleiding. De SP erkent dat het Rijk over het onderwijs gaat, maar vindt bijvoorbeeld dat de gemeente best kan zorgen voor kleinere klassen van maximaal 23 leerlingen.

Aandacht voor bestrijding van ongelijkheid

PvdA Bij de PvdA is traditioneel

veel aandacht voor eerlijke kansen. Zo maakt de partij zich sterk voor een ‘redelijke vrijwillige ouderbijdrage’ en krijgt iedereen in de bijstand alvast 35 euro per kind per jaar ter compensatie van die ouderbijdrage. Het mbo ziet de PvdA het liefst helemaal kostenvrij worden. Nog een dure wens: schoolklassen met maximaal 20 leerlingen.

Traditioneel veel aandacht voor eerlijke kansen


LeefbaarRotterdam

is aanzienlijk korter van stof dan andere partijen. Meer discipline op de Rotterdamse scholen, de bezem door het mbo en stoppen met islamitisch onderwijs. Daar komt het bij deze partij op neer.

Bezem door het MBO

VVD

Misschien de opvallendste zin in de VVD-onderwijsparagraaf is de laatste: ‘Alle mensen met een bijstandsuitkering worden gescreend op laaggeletterdheid en digivaardigheden.’ Of voor deze groep de eerder genoemde eigen verantwoordelijkheid om scholing te volgen plaats moet maken voor dwang blijft onduidelijk. Verder is er in de onderwijsparagraaf van de VVD veel aandacht voor zelfredzaamheid, eigen verantwoording en vroege signalering van problemen.

Aandacht voor eigen verantwoording

CU/SGP zijn de enige partijen

die zich in hun gezamenlijke onderwijsparagraaf beperken tot de zaken waar de gemeente wettelijk over gaat. Zo willen de partijen niet dat onderwijshuisvesting gebruikt wordt om scholen tot samenwerken te dwingen. Ook pleiten de partijen voor handhaving van ‘signatuurvervoer’ om leerlingen naar een school te vervoeren die bij hun identiteit past.

Leerlingen naar een school vervoeren die bij hun identiteit past

CDA

Het CDA heeft voor elke onderwijsvorm iets wils, maar heeft ook een aantal opvallende punten. Zo wil de partij de lerarenopleidingen uitbreiden met een speciaal profiel voor onderwijs aan 2 - 6 jarigen en krijgen 18 - 23 jarigen zonder startkwalificatie niet langer een uitkering. Zij worden intensief begeleid naar een opleiding of een baan. Een IT-campus moet de arbeidsmarkt van Rotterdam leidend maken op het gebied van informatietechnologie.

Voor elke onderwijsvorm iets wils

Partij voor de Dieren stelt vast dat de gemeente de publieke zeggenschap over kerntaken als onderwijs moet herstellen. Verder stimuleert de gemeente dat alle basisscholen en middelbare scholen aandacht besteden aan natuur en milieu dieren(welzijn). Ook investeert de stad in maatschappelijke voorzieningen als sportaccommodaties, schoolzwemmen en sportlessen en in culturele voorzieningen zoals bibliotheken en musea.

NIDA

Van NIDA ontvingen we geen reactie op onze vraag naar de onderwijsparagraaf.

Meer maatschappelijke voorzieningen

#ROM1 15


DIT IS MIJN KLAS TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

‘WE GAAN ER VANUIT DAT KINDEREN ZICH VERSCHILLEND ONTWIKKELEN. EN DAT GEEFT RUST.’

SERV

Mentor Yvonne van den Berg, mentor Marianne Veerman, mentor Janet Crezee, onderwijsassistente Ruyam Kandemir en ouderconsulente Touria Haddach – Begeleiders van basisschool De Kleine Wereld in Kralingen. ‘Wij zijn een kleine basisschool met een zeer diverse leerlingpopulatie. De afgelopen jaren raakten we er steeds meer van overtuigd dat de kinderen niet het aanbod kregen dat zij voor hun ontwikkeling nodig hebben. We hebben ons onderwijsconcept daarom rigoureus gewijzigd en werken nu vanuit de principes van NIVOZ. Vertaald naar onze school betekent het dat we werelds onderwijs aanbieden. Onderwijs dat kinderen in staat stelt de wereld om hen heen te verkennen en zich naar eigen mogelijkheden te ontwikkelen.

IN ELK LAND EEN CONCEPT ‘We werken per tien weken met een aan de kerndoelen gekoppeld kernconcept en leggen de resultaten vast in een portfolio. De kinderen kunnen op verschillende manieren met het kernconcept aan de slag. In Stilteland wordt bijvoorbeeld aan vakken

16 #ROM1

als taal, lezen en rekenen gewerkt, in creatief land is ruimte voor expressie en techniek. Speelland spreekt voor zich. Elke dag begint en eindigt in de mentorgroepen. Om kinderen zich vrij te laten ontwikkelen spreken we niet meer van groep 1, 2 en 3, maar werken kinderen van vier tot ongeveer zeven jaar met elkaar in de unit Laagland, de unit waarin wij werken. Elke dag evalueren we de voortgang van elk kind en zijn we bezig met het verder verfijnen van onze aanpak.


ERDEM (5):

BILAL (6):

‘Ik zit bij juf Marianne in de mentorgroep. De ene keer ga ik eerst hakken en plakken. Een andere keer kies ik voor de knikkerbaan.’

‘Vandaag vond ik dat ik te weinig bladzijden van taal had gemaakt. Ik heb er daarom extra veel gedaan.’

OSCAR (6):

‘Ik vind het heel fijn om met Knex raketten te bouwen.’

BEWUSTE KEUZE ‘Het welbevinden van het kind staat daarbij voorop. Kinderen kiezen bewuster en doen het voor zichzelf. Niet voor de leerkracht. Het verschil met meer traditioneel werkende scholen is dat wij ervan uitgaan dat kinderen zich verschillend ontwikkelen. Dat zorgt voor rust. Kinderen voelen zich niet meer opgejaagd en wij hebben meer ruimte om het kind in de eerste plaats als kind en in de tweede plaats als leerling te zien.’

‘Stichting NIVOZ wil bijdragen aan een nieuw, fundamenteel perspectief op verbetering van het onderwijs, omdat we een verantwoordelijkheid ervaren voor het realiseren van een duurzame, menswaardige samenleving.’

#ROM1 17


Praat je mee? Binnenkort start er een nieuwe rubriek in het ROM: wetenschappers en professionals uit de onderwijspraktijk met elkaar in gesprek. Daarvoor zoeken we leraren of pm’ers die van gedachten willen

Mopperen ANNE-MARIE PLASSCHAERT

Over ruim twee jaar mag ik met pensioen. Dan heb ik mijn werkzame leven van mijn 22ste tot 66 jaar en acht maanden volbracht. Die periode is door de overheid voor mij berekend op basis van ‘mijn’ levensverwachting. Weliswaar heb ik nu de pensioenleeftijd nog niet bereikt, maar tot op heden kan ik inderdaad niet mopperen over gezondheid, geluk of waardering.

wisselen met een wetenschapper.

Heb jij vragen over de ontwikkeling van het geheugen van kinderen? Of wil je in gesprek over het betrekken van ouders bij school? Mail ons! rom@cedgroep.nl

Terwijl om mij heen leeftijdgenoten geveld worden door rugoperaties, herseninfarcten of de gevolgen van langdurige diabetes, spring ik dartel op de fiets, schuiver door de sneeuw, spit in mijn volkstuintje en hang aan apparaten in de sportschool. En thuis maken wij ons op voor een avontuurlijke reis tussen wilde beesten. Behorend tot de ‘ouwe garde’ mag ik dus zeker niet mopperen. Toch knaagt er onvrede aan mij. Want hoewel mijn directeur mijn werk waardeert, collega’s mij complimenteren met ‘vrijwel alle vernieuwing hier komt door jou’ en mijn studenten mij liefkozend ‘een tof wijf’ noemen, voel ik mij genegeerd. De door mij opgebouwde opleiding staat als een huis en kan ik met een gerust hart aan het uitgegroeide kernteam overlaten. Ik ben overbodig en moet opletten geen sta-inde-weg te zijn. Tijd dus voor een nieuwe uitdaging. Met mijn ruim veertig jaar ervaring in allerlei projecten binnen en buiten het onderwijs, op diverse scholen en in de journalistiek, moet een leuke klus toch snel te vinden zijn. Ik schreeuw zo ongeveer dat ik de ambitie heb om al mijn vergaarde kennis, ervaring, kunde en deskundigheid in te mogen zetten, voor de school, voor contactscholen in het buitenland, voor startende docenten, voor nieuwe projecten, voor… voor… voor… Niet omdat ik nog zo nodig carrière wil maken, maar om de ruim twee jaar die mij in het onderwijs resten op een zinvolle manier in te zetten. Hier sta ik: ruim 64 jaren jong, vol vitaliteit, ideeën, creativiteit en een enorme drive. Maar niemand die dat van mij wil; ‘wanneer ga je met pensioen?’ Ik mag dus mopperen, want meer dan twee jaar je tijd moeten uitzitten, voelt als twee jaar hangen.

18 #ROM1

ROMNIEUWS.NL Nu lees je ons magazine, maar het ROM biedt meer! Kijk op de site voor actueel nieuws uit het Rotterdams onderwijsveld, artikelen, verslagen van onderwijsbijeenkomsten en de agenda.

7 8

Like! facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

Volg! @romnieuws twitter.com/romnieuws

ABONNEER JE OP DE NIEUWSBRIEF Elke maand een link naar de laatste aanvullingen op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op romnieuws.nl/nieuwsbrieven.


4 X SAMENWERKEN BIJZONDERE LERARENPLATFORMS Leraren willen hun vak zélf vormgeven en dat lukt vaak het beste in samenwerking met anderen. Deze vier lerarenplatforms spelen een rol in Rotterdam.

TEKST ERIK OUWERKERK

EDUENVOGUE

LERAREN MET LEF

CONNECTEACH010

Mode en onderwijs: op het eerste gezicht hebben de twee weinig met elkaar te maken. EduEnVogue bewijst het tegendeel. Het platform inspireert leraren met de nieuwste trends op het gebied van mode én onderwijs via de website eduenvogue. nl. Het team bezoekt ook scholen. Grote kans dat leraren daar kennis maken met kledingtrends zoals ‘de speelse balans’ of ‘nieuwe autoriteit’.

Leraren met Lef is een landelijke stichting voor krachtig leraarschap ‘met veel draagvlak in Rotterdam’, aldus voorzitter en woordvoerder Jeroen van den Berg. ‘Leraren kunnen het onderwijs heel goed zelf in beweging brengen. Het gaat om empowerment van onderop.’ Kan de stichting nog steeds waarmaken dat ze van onderop werkt, nu haar medewerkers van buitenaf scholen bezoeken en bijeenkomsten organiseren? ‘Je bent één van ons’, horen we vaak. En dat horen we graag. Wij luisteren naar het wat van de onderwijzers en faciliteren het hoe. Vaak rolt daar nog veel meer uit. Twee Rotterdamse onderwijzers kwamen bijvoorbeeld onlangs nog naar ons toe met de vraag hoe ze dat wat ze geleerd hadden over de Growth Mindset konden verspreiden onder collega’s. We zijn met ze aan de slag gegaan en nu trainen zij hun collega’s.’ www.lerarenmetlef.nl

ConnecTeach010 wil de Rotterdamse leraar en andere onderwijsprofessionals aan elkaar verbinden en betrekken bij het Rotterdams onderwijs, en het zo verbeteren. Op het online platform www. connecteach.nl kunnen leraren een eigen profiel aanmaken, lessen delen en in contact komen met andere leraren. ‘ConnecTeach010 is er van, voor en door leraren. Daarom vinden wij het erg belangrijk dat leraren zelf mee denken over wat zij nodig hebben op dit platform’, aldus leerkracht en voorzitter Kristel van Dalsum. Een platform is mooi, maar een real-life ontmoetingsplek misschien nog wel mooier. Van Dalsum en haar collega’s zijn daarom momenteel samen met de gemeente Rotterdam op zoek naar een plek in de stad waar leraren elkaar ook in levende lijve kunnen ontmoeten ter inspiratie en interactie. www.connecteach010.nl

‘De kwaliteit van de leraar staat voorop, laat dat duidelijk zijn’, zegt Renée van Eijk, leerkracht van groep 7 van basisschool De Pijler. Met EduEnVogue combineert ze haar passie voor mode en onderwijs. ‘Een mooie outfit doet wat met je! Je hoeft echt niet het hipste van het hipste te dragen. Je kunt wél jezelf zijn en jezelf uitdrukken met jouw kledingstijl en die boodschap straal je uit naar de leerlingen.’ www.eduenvogue.nl

MEETUP010 Renée van Eijk combineert haar passie voor mode en onderwijs.

‘Het begon drie jaar geleden met een uitzending van Tegenlicht: De leraar aan de macht’, vertelt Stefanie Langelaar, een van de kernleden van MeetUp. ‘Op Twitter is toen het idee ontstaan om net als in De Balie ook in Rotterdam een Meetup te organiseren, en zo geschiedde. We hebben al snel een kerngroep gevormd van zo’n 18-20 leraren die werkzaam zijn in PO, VO, MBO en HBO. Sindsdien wordt er gemiddeld elke twee maanden een bijeenkomst georganiseerd, soms in combinatie met bestaande events, zoals het IFFR of de staking.’ MeetUp010 wil bereiken dat leraren autonomie pakken in hun professionaliteit. ‘De maatschappij vraagt veel van leraren. Met MeetUp010 is er ruimte voor eigen initiatief en eigen regie op het gebied van professionalisering, ontwikkeling en uitwisseling.’ meetup010.wordpress.com

#ROM1 #ROM1 19


VRIJESCHOOL DE KAAP: PRAKTIJKGERICHT VMBO

Leren met hoofd, hart en handen TEKST INEKE WESTBROEK FOTO PETJA BUITENDIJK

Ook praktisch ingestelde vmbo’ers kunnen naar de vrije school. Dit schooljaar startte Vrijeschool de Kaap: twee antroposofische brugklassen aan de Young Business School Rotterdam (YBSR). Deze samenwerking tussen de YBSR en het Rudolf Steiner College is het resultaat van een actie van ouders voor praktijkgericht vmbo.

Explosies van knettervuurwerk. Rookwolkjes tekenen zich af tegen het wolkendek aan de Maaskade. Gejoel en gegil. Een meisje valt letterlijk achterover van schrik. Het is een scheikundeles die plaatsvindt op het dakterras. Vlijtig noteren leerlingen welke veranderingen zij zien bij materialen die ze in de fik steken. Een brandend muntje verkleurt. Een vlam bij een lontje veroorzaakt kabaal.

BUIKPIJNGESPREKKEN ‘Leren vanuit waarnemen is belangrijk in antroposofisch onderwijs’, verklaart Michael Zoutendijk, docent en afdelingsleider van Vrijeschool de Kaap. ‘Van daaruit komen leerlingen tot kennis. Wij gebruiken hiervoor aansprekende vormen.’ Aan antroposofisch onderwijs op het niveau van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg bestond in Rotterdam grote behoefte. Het Rudolf Steiner College moest jaarlijks kinderen met een advies voor vmbo-basis- of -kader afwijzen, omdat de licentie voor deze richtingen ontbrak. Zoutendijk: ‘Buikpijngesprekken, waarin we moesten vertellen dat hun niveau niet aansluit. Wat zeg je daarmee tegen een kind?’

OUT OF THE BOX Een ouderinitiatief om een vmbo te realiseren voor alle niveaus vormde voor de YBSR en de gemeente Rotterdam aanleiding voor de oprichting van Vrijeschool de Kaap. Onder bestuur van het LMC werden twee an-

20 #ROM1


Michael Zoutendijk: ‘Leren vanuit waarnemen is belangrijk in antroposofisch onderwijs. Van daaruit komen leerlingen tot kennis.’

AMBACHTELIJK De twee scholen werken beide met antroposofische leerplannen. Elementen van het leerplan ‘de ambachtelijke stroom’, dat vrijescholen gebruiken, worden ook door de YSBR gebruikt. Zo liggen de profielen Economie & Ondernemen en Zorg & Welzijn dicht bij het leerplan van de YSBR. De aanpak van lesonderwerpen is praktisch. Proefwerken worden opgedeeld in verschillende perioden. De lessen bestaan uit ambachtelijke vakken en kunstvakken, zoals houtbewerking, fotografie, tuinbouw, fotografie, acrobatiek, koken en schilderen. Daarbij wordt samengewerkt met organisaties op de Kaap, zoals Circus Rotjeknor, Fenix Food Factory, Verhalenhuis Belvédère en Theater Walhalla. Leerlingen leren door te doen, ieder op hun eigen niveau, waarbij wordt ingespeeld op ontwikkelfasen.

‘DE COMBINATIE ANTROPOSOFIE EN ZAKELIJK ONDERNEMEN LIJKT NIET LOGISCH, MAAR IS JUIST PERFECT' troposofische brugklassen voor vmbo-basis- en -kader, en eentje voor vmbo-t in de Katendrechtse nieuwbouw van de YBSR ondergebracht. De klassen zijn klein, maximaal achttien leerlingen per leerjaar. De lessen worden gegeven door docenten van het Rudolf Steiner College en docenten van de YSBR. Vrijeschool de Kaap valt formeel onder de YBSR, een vmbo dat voorbereidt op ondernemerschap. De combinatie antroposofie en zakelijk ondernemen lijkt niet logisch, maar is juist perfect, vinden zowel Zoutendijk als zijn YBSR-collega’s Caroline van Dijk (teamleider) en Elise Hernes (directeur). ‘Beide scholen denken out-of-the-box en hechten aan creativiteit’, noemt Hernes als belangrijke raakvlakken: ‘Behalve op zakelijk ondernemen richten wij ons, net als de vrijeschool, op weerbaarheid. We gebruiken elkaars leerstrategie. Niet alleen leren uit boeken, maar door hoofd, hart en handen te gebruiken. We leren kinderen het hoofd boven het maaiveld uit te steken. En we bevorderen de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid.’

EURITMIE ALS BASIS Om kinderen te laten ontdekken waar hun talenten liggen, wordt elke drie weken gewisseld van vak. ‘We hebben nu de geschiedenisperiode over ontdekkingsreizen’, schetst Zoutendijk, ‘leerlingen maken een werkstuk over een door hen gekozen ontdekkingsreiziger. Door feiten te verzamelen en verhalen te schrijven leren zij verbanden leggen tussen geschiedenis en de huidige samenleving.’ Leerlingen volgen vaklessen in talen, wiskunde, muziek en gymnastiek. Euritmie, een bewegingsvorm waarin klank, woord en ritme samenkomen, vormt de basis van alle lessen. Zoutendijk: ‘Euritmie maakt kinderen bewust van de ruimte om hen heen, waarin ze zichzelf een plaats geven. Van daaruit stellen zij zich open om dingen te leren.’

SPANNENDE VERHALEN En wat vinden de leerlingen zelf eigenlijk van het onderwijs? ‘Mijn broer zit op het Steiner College en hij komt altijd thuis met mooie schilderwerkstukken en spannende verhalen’, motiveert brugklasser (vmbo-t) Sam van Oosten zijn keuze voor Vrijeschool de Kaap. ‘Op het Steiner College was geen plek, hier wel. Ik kan op deze school veel tekenen en schrijven, dat bevalt mij eraan.’ Hetzelfde geldt voor klasgenote Emma, die graag verhalen met getekende illustraties in haar periodeschrift schrijft. Verder beleeft zij veel lol aan het dakterras: ‘Daar doen we allerlei spelletjes.’

#ROM1 21


DE STAAT VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS

Alle hens aan dek! Begin januari verscheen de jaarlijkse Staat van het Rotterdamse onderwijs. Aanleiding voor onderwijswethouder Sven de Langen om de gemeenteraad te melden dat het de goede kant opgaat: ‘Betere resultaten, hogere uitstroom en minder uitvallers.’ Vrij van zorgen is hij echter niet: ‘Het lerarentekort blijft urgent en vraagt om onverminderde inzet.’ Het ROM keek de Staat van het Onderwijs door, vat de belangrijkste bevindingen samen en staat stil bij het lerarentekort.

TEKST RONALD BUITELAAR

Het Rotterdamse gemeentebestuur nadert het einde van de collegeperiode. Een mooi moment om te laten zien dat Rotterdam kwantitatief een inhaalslag heeft gemaakt. Maar net nu de focus van kwantitatieve naar kwalitatieve doelen verschuift doemt een spook op dat een bedreiging gaat vormen voor die doelstelling: het lerarentekort. Met name in het basisonderwijs zijn de gevolgen ervan dit schooljaar al stevig voelbaar. Vacatures zijn moeilijk te vervullen en ook invalleerkrachten zijn slechts spaarzaam voorhanden. Het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs kampen al langer met moeilijk vervulbare vacatures bij vakken als wis-, natuur-, en scheikunde en Duits.

JAAR VAN DE WAARHEID Voor wethouder Sven de Langen is het daarom alle hens aan dek. Zo liet hij recent weten in een interview dat op onze website te vinden is: ‘2018 wordt het jaar van de waarheid. Een jaar waarin alle maatregelen die we in de Rot-

22 #ROM1

terdamse aanpak lerarentekort presenteren op een goede manier móéten en zúllen landen.’ De wethouder verwijst naar het plan dat in september 2017 gepresenteerd werd. Een greep uit de maatregelen: een welkomstpremie voor leraren van buiten de stad, carrièrestartgaranties voor leerlingen die op Zuid leraar willen worden en een versnelde opleiding voor zijinstromers.

te komen. Ook kunnen er vraagtekens gezet worden bij het plan om zij-instromers met een academische of hbo-achtergrond binnen een jaar aan een lesbevoegdheid voor het basisonderwijs te helpen. Volgens de wethouder een noodzakelijk maatregel omdat niets doen betekent dat de werkdruk voor het zittende personeel verder oploopt. De vraag is wat deze noodgrepen betekenen voor de kwaliteit van het Rotterdamse onderwijs.

NOODZAKELIJKE MAATREGEL Het jaar is echter nog maar nauwelijks van start of de wethouder moet zijn eerste teleurstelling al incasseren. Het speciaal door de Hogeschool Rotterdam bedachte doorstroomprogramma om mbo’ers meer kans van slagen te geven op de Pabo, blijkt vast te lopen op een beleidsregel. Die stelt dat deelnemers aan het half jaar durende traject nog ingeschreven moeten staan bij een mbo. Mbo’ers die inmiddels geslaagd zijn voldoen niet aan deze voorwaarde en moeten er dus op eigen kracht zien

Meer lezen? Het volledige rapport over de Staat van het Onderwijsvind je op www.tinyurl.com/staat2017. Of lees op ROMnieuws.nl het interview met Sven de Langen: www.tinyurl.com/svendelangen.


PRIMAIR ONDERWIJS

De sectoren in vogelvlucht:

Rotterdam telt minder kleine basisscholen en het aantal zwakke scholen daalde van tien in 2016 naar vijf in 2017. De enige zeer zwakke basisschool is inmiddels gesloten. De afstroomcijfers in het voortgezet onderwijs ten opzichte van het basisschooladvies nemen voor het derde achtereenvolgende jaar af. Van 25% in 2014 – 2015 naar 22% in 2016 – 2017. De opstroomcijfers nemen in dezelfde periode toe van 8% in 2014 – 2015 naar 10% in 2016 – 2017.

VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE Ruim de helft van de Rotterdamse peuters gaat naar een peuterspeelzaal of kinderopvang met voor- en vroegschools aanbod. Van de tweeen drie jarige peuters met een kans op ontwikkelingsachterstanden (=doelgroeppeuters) volgt 93% een vve-programma. Kinderopvangorganisaties, schoolbesturen en gemeente hebben gezamenlijk een Rotterdams kwaliteitskader voorschoolse educatie vastgesteld.

VOORTGEZET ONDERWIJS Bij de onderbouwsnelheid valt het relatief hoge aantal doublures op en blijken tegelijkertijd meer leerlingen een klas over te slaan. Havo en vwo presteren op landelijk niveau en bij het vwo neemt het aantal leerlingen met een hoog gemiddeld cijfer toe. In tegenstelling tot de rest van Nederland kiezen meer vmbo-leerlingen voor een techniekprofiel. De keuze voor een Nprofiel bij havo en vwo is in lijn met de landelijke toename. Het Rotterdamse voortgezet onderwijs telt in totaal nog vier zwakke afdelingen.

HOGER ONDERWIJS De opleidingssector met de meeste studenten is economie, de belangstelling voor techniek neemt toe. Er is vanuit de mbo-instellingen een grotere doorstroom naar het Rotterdamse hoger beroepsonderwijs dan in Nederland gemiddeld. De tevredenheid van studenten over de Rotterdamse instellingen voor hoger onderwijs is ruim voldoende. De uitval in het hbo is in Rotterdam net onder het landelijk gemiddelde.

MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS Het aandeel in Rotterdam wonende deelnemers op mbo-4-niveau neemt toe. De populatie van de twee grote ROC’s, Zadkine en Albeda heeft vooral een nietwesterse migratieachtergrond en woont overwegend in achterstandsgebieden. De afgelopen vijf jaar nam het aantal techniekdeelnemers toe. De rest van de sectoren noteerde een lichte teruggang.

#ROM1 23


De staat van het Rotterdamse onderwijs

In januari publiceerde de gemeente Rotterdam nieuwe cijfers en andere gegevens over het Rotterdamse onderwijs. Lees erover op pagina 22/23. Veel cijfers komen uit april 2017, sommige uit 2016. Enkele opvallende zaken:

Deelname aan VVE Doel is ruimschoots behaald!

93%

vve

van 2- en 3-jarige doelgroeppeuters* volgt een vve-programma

Rotterdamse doel in 2018 was:

80%

*thuistaal niet Nederlands, ouders laag opgeleid

Voortgezet onderwijs

Primair onderwijs Score op Centrale eindtoets

Rendement: Onvertraagd door de bovenbouw Stedelijk gemiddelde op Centrale eindtoets

gestegen met 1 punt

naar 533,9

Aantal Rotterdamse leerlingen met Centrale eindtoetsscore van 550

2%

4,5%

5%

2011

nu

landelijk

71%

68%

68%

72%

Landelijk

Rotterdam

4 grote steden (G4)

Children’s Zone R'dam Zuid

Middelbaar beroepsonderwijs Deelname aan verschillende niveaus Deelname mbo-niveau 1 daalt sterk sinds 2013

Deelname mbo-niveau 2 daalt sinds 2013

Deelname mbo-niveau 3 redelijk stabiel

Deelname mbo-niveau 4 gestegen

nu nog 5%

nu 21%

nu 27%

nu 48%

24 #ROM1


2 Boeken

RECENSIES VOOR EN DOOR COLLEGA’S

1

KOM MAAR OP MET JE FEEDBACK ANNE ARINK EN COR VERBEEK

Kom maar op met je feedback gaat over feedback geven en ontvangen in een professionele context. Hoe kan feedback je helpen om in het onderwijs effectiever en gelukkiger te worden? De auteurs willen feedback transformeren naar iets wat niet bedreigend of eng is, maar juist hanteerbaar en verrijkend. Dit is belangrijk in een verbetercultuur. Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Op de leerKRACHTschool waar ik werk, kan ik de theorie uit het boek namelijk meteen toepassen. Feedback geven en ontvangen is immers een essentieel onderdeel van de methodiek. ‘Feedback is er overal, je moet het niet willen ontwijken. Zoek het op en leer ervan!’ Natasja Hoogerheide is werkzaam als IB’er op basisschool de Horizon. Ook is zij auteur en blogger bij Uitgeverij Pica en een actieve Twitteraar: @vlindernatasja.

2

NAVIGEREN MET HET HART COEN POTS

In Navigeren met het hart vertellen mbo-leiders over zichzelf, schetsen hun beeld van het mbo anno 2017 en delen hun visie op het mbo van 2027. Het boek leest als een glossy met ruimte voor reflectie. Ron Kooren (Albeda College) deelt zijn vertrouwen in de maakbaarheid van de jeugd en pleit voor integratie van onderwijs en bedrijfsleven. Fred van Vliet van GLR verwacht dat de input van het bedrijfsleven toeneemt. Marc van der Meer (Universiteit Tilburg, CAOP) sluit af: 20 jaar na de WEB stabiliseren de mbo-scholen. Zij worden aangestuurd door sociaal bewogen leiders die hun steentje willen bijdragen en jongeren (nog meer) kansen willen bieden. Dit boek is een prikkel voor de buitenwereld om het mbo beter te begrijpen. Wat mij vooral inspireerde: de student centraal stellen bij alle activiteiten en inzetten op proactief samenwerken met het regionale bedrijfsleven om met elkaar op zoek gaan naar de beste manier waarop (toekomstige) werknemers opgeleid kunnen worden. Kiki van Etten is projectleider Onderwijsontwikkeling bij ROC Mondriaan School voor Horeca en Facilitaire dienstverlening.

#ROM1 25


BROEDPLAATS010 ZWENGELT INNOVATIEF VERMOGEN AAN

‘Ik vind het een voorrecht om deel te nemen’ In het Rotterdamse onderwijsbeleidsplan ‘Leren Loont’ spraken schoolbesturen en gemeentebestuur in 2014 af dat Rotterdam de beste leraren voor de klas wil. Een van de maatregelen om dat doel te bereiken is de Erasmus Excellentie Leergang. Inmiddels omgedoopt in Broedplaats010 en vormgegeven door Kennisland, een instelling die werkt aan maatschappelijke vernieuwing. Doel is ‘een Gideonsbende van vernieuwende leraren’. Het ROM sprak met deelnemers en begeleiders. TEKST RONALD BUITELAAR

‘WE BEGINNEN MET EEN INSPIRATIEFASE WAARIN WE HET VUURTJE IN LERAREN VERDER AANWAKKEREN EN AANWEZIGE KENNIS EN EXPERTISE ONTGINNEN’

26 #ROM1

‘Het is schrijnend dat leraren veel te weinig tijd hebben om met elkaar te reflecteren op hun beroep en werkzaamheden. Uiteraard gaat het primaire proces voor, maar het lerarentekort beperkt de weinige mogelijkheden nog verder.’ Aan het woord zijn Willemijn de Jong en Dennis van den Berg, onderwijsadviseurs bij Kennisland en beide betrokken bij Broedplaats010. Zij constateren bij leraren een grote behoefte om met collega’s over ontwikkelingen rond hun vak te praten en om samen te werken aan verbeteringen van het Rotterdamse onderwijs. Ze loven het initiatief van het Rotterdamse gemeentebestuur en de Rotterdamse schoolbesturen om in totaal zo’n vijftig leraren juist daartoe in de gelegenheid te stellen.

VUURTJE AANWAKKEREN Broedplaats010 telt op dit moment twee groepen deelnemers afkomstig uit primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en een enkele deelnemer uit de voor- en vroegschoolse educatie. Groep 1 rondde begin januari het anderhalf jaar durende traject af. Groep 2 begon in september 2017 en gaat door tot januari 2018. Een derde ronde start in september van dit jaar. Wie zich inschrijft voor Broedplaats010 én geselecteerd wordt krijgt te maken met een stevig ontwikkeltraject. Willemijn en Dennis: ‘We beginnen met een inspiratiefase waarin we het vuurtje in leraren verder aanwakkeren


‘IK BEN GEWEND OM BEPAALDE ROLLEN TE PAKKEN EN WORDT NU GECONFRONTEERD MET WAT DAT MET ANDEREN DOET’

en aanwezige kennis en expertise ontginnen. Omdat het de deelnemers in veel gevallen na die fase tolt, brengen we in de incubatorfase lijn aan. Wat wil je? Hoe maak je dat concreet en hoe werk je het uit? Intervisietrajecten gaan in op de persoonlijke ontwikkeling van deelnemers: hoe kom ik over, wat vraagt het van mij om van uitvoerder vernieuwer te worden en hoe krijg ik mijn collega’s mee?’

RUIME BLIK Rik, Alice en Wilma zijn deelnemers aan de tweede lichting van Broedplaats010. Rik van Lente werkt als geschiedenisdocent bij Melanchton Schiebroek, een havo/vwo-school. Alice Groeneveld is groepsleerkracht bij de Emmaüsbasisschool in het Nieuwe Westen. Wilma Lodder werkt als coach richting werk bij het Albeda Startcollege. Alle drie kijken ze graag verder dan de eigen klas en school. Het was de belangrijkste reden om zich in te schrijven. Terugkijkend op het eerste half jaar Broedplaats concluderen ze dat de ruimere blik er zeker is gekomen, maar dat die ook voor onzekerheid zorgde: ‘De bezoeken en de sprekers maakten veel enthousiasme bij ons los, maar confronteerden ons ook met onze beperkingen.’ Alice roemt het inspirerende betoog over de aanpak van kansenongelijkheid door onderwijssocioloog Bowen Paulle. Wilma noemt de bijdrage van systeemtherapeut Jürg Thölke verrijkend: ‘Ik hang aan veiligheid, mijd daarom confrontaties en ben door Jörg aan het denken gezet over hoe ik in het leven sta.’ Ook Rik kwam tot de ontdekking dat de gesprekken soms zeer diep gaan: ‘Ik ben gewend om bepaalde rollen te pakken en wordt nu geconfronteerd met wat dat met anderen doet. Normaal heb je het daar niet over. In de Broedplaats juist wel.’

‘DE BROEDPLAATS010 IS PIONIEREN, VALLEN, OPSTAAN EN WEER DOORGAAN’ Woensdag 10 januari sloot de eerste lichting van Broedplaats010 in theater Walhalla af met een presentatie van alle innovaties. ConnecTeach010 is een van de innovaties, een fysiek en digitaal platform dat Rotterdamse leraren uit alle onderwijsvormen met elkaar wil verbinden (lees hierover meer op p. 19). Verder: een app om zorgverleners sneller met elkaar te laten communiceren, een mentorplan om voortijdig schoolverlaten in het mbo te helpen verminderen, een kwaliteitsportfolio voor leerlingen die het niet van reguliere schoolprestaties moeten hebben en een menu om de wijk te betrekken bij hulp aan kwetsbare jongeren. Kristel van Dalsum werkt als leraar bij basisschool de Bavokring in Kralingen. Zij is deelnemer aan de eerste editie. Kristel kijkt met dankbaarheid terug op de afgelopen anderhalf jaar: ‘Ik heb heel veel kennis opgedaan, veel over mezelf geleerd en ben dankbaar dat de gemeente bereid was om zoveel in ons te investeren.' Kristel hoopt en verwacht dat de Broedplaats een vaste plaats in het Rotterdamse onderwijs verovert: ‘Wij willen met de volgende lichtingen een lerend netwerk worden dat betekenis heeft voor de eigen school, maar zeker ook voor de stad.’

INKTVLEK Het is die persoonlijke ontwikkeling die Willemijn en Dennis graag verder op gang helpen: ‘Wij willen het innovatief vermogen van leraren helpen aanzwengelen zodat ze in staat zijn om binnen hun scholen de rol van voortrekker op zich te nemen en een inktvlekwerking ontstaat.’ Een vergezicht dat Rik, Alice en Wilma bijzonder aanspreekt: Alice: ‘We merken dat het super verrijkend is om kennis en ervaringen met anderen te mogen delen.’ Rik: ‘Het is een voorrecht om hieraan deel te mogen nemen.’ Wilma: ‘het levert een manier van denken en handelen op die van grote waarde is voor jezelf en voor je leerlingen.’ Over een jaar presenteert groep 2 van Broedplaats010 de resultaten.

#ROM1 27


SELMA KLINKHAMER VERKOZEN TOT BESTE SCHOOLLEIDER VAN NEDERLAND

‘Zonder relatie, geen prestatie’ 28 #ROM1


Vier keer per jaar worden er MOL-gesprekken gevoerd met mentor, ouder en leerling.

Selma Klinkhamer is directeur van Rotterdams Vakcollege De Hef, een vmboschool met ongeveer 560 leerlingen in een nieuw gebouw op de grens van Afrikaanderwijk, Bloemhof en Hillesluis. Met haar team werkt Selma aan een school waar onderwijsresultaten hand in hand gaan met goede relaties tussen leraren, leerlingen en ouders. De kern van Selma’s handelen: ‘Geloof in wat je doet. Doe het met elkaar. En zet door. Ook als het even tegenzit.’ TEKST RONALD BUITELAAR

Tot 2012 gaf Selma Klinkhamer leiding aan een school voor mavo, havo en vwo in buurgemeente Nieuwerkerk aan den IJssel. In dat jaar stapt ze over naar wat toen nog de Wielslag heette, een zieltogend vmbo in een oud, verwaarloosd gebouw: ‘Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en besefte dat als ik ergens het verschil zou kunnen maken, dat op een vmbo op Zuid was.’

OMBOUWEN Selma treft een schoolcultuur aan waarin van alles mis was: ‘Ik ben echt geschrokken. De kwaliteit van de lessen was niet in orde, er waren leerplichtkwesties en toch was het slagingspercentage opmerkelijk hoog. Een teken dat er iets niet klopte.’ Met een compleet nieuw managementteam gaat Selma samen met leerlingen en achttien door het team aangewezen vertegenwoordigers aan de slag om de school ‘om te bouwen’. In 2013 verhuist de school naar een nieuw gebouw en krijgt zijn nieuwe naam: Rotterdams Vakcollege (RVC) de Hef.

‘IK WIST NIET WAT IK MET DIE STRAATCULTUUR AAN MOEST’ STRAATCULTUUR Al bij haar aantreden wordt Selma geconfronteerd met een aspect van de school waar ze niet direct een antwoord op heeft: ‘De straatcultuur was iets waarvan ik niet wist wat ik ermee aan moest.’ Ze roept de hulp in van socioloog Iliass El Hadioui die in masterclasses met het team aan de slag gaat: ‘Met zijn hulp kregen we inzicht in de verschillen tussen straat,- school,- en thuiscultuur. We leerden in trainingen hoe we op kantelmomenten moeten handelen zodat leerlingen die hoog op de straatladder staan ook hoog op de schoolladder terecht komen. Het ontwikkelen van een relatie is daarbij cruciaal. Zonder relatie geen prestatie.’ Tegenwoordig start elke dag met een mentorhalfuur waarin leerlingen de overstap maken van straat naar school: ‘In de intimiteit van het klaslokaal bespreken we alles en gaan daarbij geen onderwerp uit de weg. Ook stellen we elke keer de waarom-vraag. Waarom kom je naar school? Wat is jouw perspectief? We willen onze leerlingen leren verlangen naar waar ze later als vakman- en vrouw nodig zijn.’

GESPREK IN VREDESTIJD Een volgende belangrijke ontwikkeling was het betrekken van ouders. Selma: ‘Dat begint direct na de zomer met “het gesprek in vredestijd”. De uitdrukking is afkomstig van Iliass El Hadioui. Tijdens deze gesprekken inventariseren we wat leerlingen willen bereiken en maken we afspraken over de wijze waarop wij en thuis daarbij kunnen helpen. Daarnaast zijn we MOL-gesprekken gaan voeren: vier keer per jaar spreken mentor, ouder en leerling minimaal twintig tot dertig minuten over verwachtingen, doelen en wensen.’ Selma geniet van de dynamiek die dit soort gesprekken opleveren: ‘Ik zie hoe trots ouders na zo’n gesprek de school uitlopen en hoop dat we daarmee een stukje van onze schoolcultuur mee naar huis geven. Belangrijk omdat het óók daar moet gebeuren.’

VOLSLAGEN VERRASSING Dat haar werkzaamheden bij De Hef eind 2017 werden beloond met de titel van Beste Schoolleider kwam voor Selma zelf als een volslagen verrassing: ‘Ik ben opgegeven door een van de docenten, wiskundeleraar Siham Ouaslama, maar ontdekte dat pas bij de uitreiking in de Nyenrode Business Universiteit. Natuurlijk ben ik erg blij dat de aanwezigen daar op mij stemden, maar ik zie het niet als persoonsverheerlijking. Het gaat om de inhoud. Om een schoolteam dat hart voor leerlingen heeft, om de sterke visie die daarachter zit en om het vertalen naar het doen. Ik heb de schaal in ontvangst mogen nemen en mag hier en daar komen vertellen over onze school en onze aanpak, maar we doen het met z’n allen. Als dat ervoor zorgt dat ik het vmbo wat beter op de kaart mag zetten ben ik een tevreden mens.’

#ROM1 29


WHAT'S MORE?

ONLANGS ONLINE Het zal allemaal wel

Welke artikelen verschenen er de afgelopen tijd op romnieuws.nl?

WILLEM SONNEVELD IS SOCIOLOOG EN DOCENT MAATSCHAPPIJLEER BIJ

Grafisch Lyceum hun eindwerk. ROM nam een kijkje en sprak een aantal supertrotse jongeren.

DE GSR. HIJ NAM DEEL AAN BROEDPLAATS010. VOOR ROM ZET HIJ ZIJN

CREATIEVE GLR-STUDENTEN SHOWEN WERK TIJDENS EXPO Begin januari presenteerden leerlingen van het

GEDACHTEN OVER HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS OP PAPIER.

Op weg naar de leerlingen vallen er twee deuren keihard achter mij dicht. Die van de school en die van het klaslokaal. Vaak is dat maar goed ook. Van veel collega’s hoor ik het eveneens: ‘Ik concentreer me op mijn klassen en verder zal het allemaal wel.’ Daar is iets voor te zeggen. In de school is er allerlei gedoe met collega’s denkbaar. Niet zelden is de teamgedachte en de bijbehorende geest op de vloer ver te zoeken. Het is ieder voor zich en het gesprek over het onderwijs komt maar al te vaak niet op gang. De tijd en mogelijkheid ontbreekt. Buiten de school zijn er allerlei mensen en actoren die iets van het onderwijs willen of eisen. De overheid die via divers samengestelde netwerken van talloze organisaties op allerlei manieren probeert invloed uit te oefenen op het onderwijs. Sla de onderzoeken van Edith Hooge er maar op na. Om het maar niet te hebben over de verwachtingen die ouders op de school projecteren. Om moedeloos van te worden? Nou, nee. Twee dingen probeer ik uit alle macht te voorkomen. Ik wil niet meer wegduiken en mezelf verstoppen en denken: ‘Het zal mijn tijd wel duren. Het gaat om de klas.’ Nee, ik wil me bemoeien en me verbinden aan iets dat groter is dan mijn eigen klaslokaal. De school en het onderwijs in Rotterdam. En nee, waar ik ook geen zin meer heb is de aanval kiezen: ‘Er deugt helemaal niks van. Bij het ministerie hebben ze er geen kaas van gegeten. Die besturen? Onzichtbaar. Er moet een miljard bij.’ Ik laat deze gedachten niet meer toe omdat ze leiden tot meer gedoe en getrek. Ik kan al die partijen en hun plannen niet veranderen. Blijft over? Diep ademhalen. Stug volhouden. Klein beginnen. Verandering zichtbaar maken. Altijd bij mezelf beginnen.

‘Ik wil me bemoeien en me verbinden aan iets dat groter is dan mijn eigen klaslokaal’ 30 #ROM1 #ROM5

SVEN DE LANGEN WIL NAAST LERAREN STAAN Het ROM sprak Sven de Langen in het stadhuis en vroeg hem naar zijn plannen tot en na de gemeenteraadsverkiezingen. ‘Als we niets doen, loopt de werkdruk op. Dan komen we straks nog meer mensen tekort.’


primair onderwijs voortgezet onderwijs

CKV-dag organiseren? zo wordt het een succes SKVR.NL/CKVDag

MBO

Wilt u CKV-dag organiseren waarbij ervaren en doen centraal staan? Met uw ideeën, onze ervaring, enthousiasme en keuze uit 7 kunstdisciplines maken we er samen een succes van!

FOTOGRAFIE: GABY JONGENELEN

010 - 27 18 320

MAART 2018 MAAND VAN CULTUURONDERWIJS

HOE VORMT CULTUUR ONDERWIJS ROTTERDAM?

skvr.nl/onderwijs

Kijk op de website of bel direct:

in Train

Cur gen &

susse

n

WAT LEES JE IN

#ROM2 APRIL? ENTHOUSIASMEREN VOOR TECHNIEK Het STC organiseert techniekprojecten voor leerlingen op Zuid. Helpt dit om een toekomstig tekort aan technici voor te zijn?

Diversiteit

Hoe maak je diversiteit bespreekbaar met jonge kinderen? Op SBO Sonnevanck gebruiken ze de LEFkist.

VO-DOCENT IN GROEP 6 MEEDOEN? GA NAAR KC-R.NL/MVCO #MVCO

Nieuw traject laat vo-docenten wekelijks lesgeven in het po om lerarentekort tegen te gaan.

#ROM1 31


DUBBELPORTRET

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DE MEIJDE

Leonie en Thijmen Leonie en Thijmen (13) wonen met man/vader Lysander, dochter/zus Quinty (11) en zoon/broer Olivier (9) in Rhoon. Leonie werkt bij Yulius als behandelaar van kinderen met autisme. Daarnaast heeft zij haar eigen praktijk voor begeleiding in de thuissituatie. Thijmen zit in klas 2c van Calvijn Juliana, een vmbo-g/tl school in Charlois. Voetbal is zijn lust en zijn leven. Hij keept in de selectie-elftallen van C1/2 van VV Smitshoek.

WAAROM HEBBEN JULLIE VOOR CALVIJN JULIANA GEKOZEN? Thijmen: ‘We zijn eerst bij andere vmbo-scholen wezen kijken en eigenlijk had ik al gekozen voor de Focus Beroeps Academie in Barendrecht. Maar toen moest ik van mijn ouders ook nog Calvijn Juliana bezoeken. Ik had er helemaal geen zin in, maar was binnen een paar minuten enthousiast. Het is een leuke en (t)huiswerkvrije school. Daardoor houd ik naast school genoeg tijd over om drie keer per week te trainen.’ Leonie: ‘We hadden diverse

WAT MIS JE? Thijmen: ‘Ik ben eigenlijk helemaal tevreden. Alleen

scholen bezocht, maar de antwoorden die ik op vragen kreeg, stel-

is het wifi-netwerk niet toereikend voor het aantal leerlingen.’ Leo-

den mij niet gerust. Ook al omdat het erop leek dat Thijmen lichte

nie: ‘Ik kan niets bedenken.’

ondersteuning nodig had voor bepaalde vakken. Toen we bij Calvijn Juliana binnenstapten wisten we eigenlijk gelijk dat het goed zat. Je

DENK JE AL NA OVER WAT JE NA DEZE SCHOOL WILT

merkte aan alles dat zaken er goed geregeld zijn en dat ze weten

GAAN DOEN? Thijmen: ‘Ik ben me nu aan het voorbereiden op

waar ze het over hebben.’

mijn profielkeuze voor volgend jaar. Ik weet dat ik leidinggeven en anderen helpen leuk vind.’ Leonie: ‘Ik heb nog niet zo’n goed beeld.

WAT VIND JE LEUK AAN SCHOOL? Thijmen: ‘Het is een

Ik denk niet dat Thijmen hierna havo moet doen, want hij is meer

kleine school waar iedereen elkaar kent en de leraren aandacht

een doener dan een denker.’

voor je hebben. Het is ook fijn dat je ’s morgens voor aanvang van de lessen huiswerk bij je mentor kunt maken.’ Leonie: ‘Ik vind het

WAT ZIJN JE DROMEN VOOR LATER? Thijmen: ‘Het liefst zou

fijn dat de lijntjes kort zijn en dat er duidelijke regels zijn, waar niet

ik profvoetballer worden, maar er is een kleine kans dat het lukt.

aan getornd wordt. Verder is de school heel sterk in het beste in je

Daarom denk ik nu aan iets met kinderen of onderwijs. Als ik me er

kind naar boven halen. Thijmen begon wat onzeker, maar blaakt

maar prettig bij voel, want dat is belangrijk voor me.’ Leonie: ‘Iets

tegenwoordig van het zelfvertrouwen. Dat is de verdienste van het

met kinderen doen kan hij goed, maar ook de horeca is wel iets voor

hele team.’

hem. Hij moet gaan kiezen!

32 #ROM1

ROM, februari 2018  

Rotterdams Onderwijs Magazine docenten po vo

ROM, februari 2018  

Rotterdams Onderwijs Magazine docenten po vo

Advertisement