Issuu on Google+

Van der Molen draait door:

Cultuurbarbaren

0 8

JA AR G AN G :2 0

NR 20 . 1

Zoek voor de gein eens op het woord ‘cultuur’ op de website van het CDA. Als je dat bij de Partij van de Arbeid doet krijg je pagina na pagina over de bijdrage die de partij denkt te leveren aan een bloeiende culturele sector. Bij het CDA krijg je een lege bladzijde onder de noemer ‘standpunten’ en een link naar het verkiezingsprogramma. Daarin staan mooie volzinnen over het belang van historie, de regio, de culturele export en de Friese taal. Nu is niemand tegenstander van deze zaken, vooral het belang van de Friese taal niet mag ik hopen, maar een echte verbondenheid met de culturele sector spreekt er niet echt uit.

.n ja w w w .c d

Dat mag ik van harte hopen. In deze Interruptie geeft Kamerlid Nicolien van Vroonhoven, die ook op Radio1 werd genoemd als invloedrijk, blijk van een nuchtere kijk op cultuur. Maar eigenlijk is het treurig dat het CDA niet veel meer in de aanbieding heeft, op het gebied van cultuur, dan wat er nu in de schappen ligt. Op die manier laten we cultuur vooral over aan linkse types en enkele verlichte liberalen.

l

Naar verluidt heeft het CDA welgeteld één wethouder cultuur in Nederland. Het mag geen verrassing zijn dat die in Fryslân zit. Na een opname van NOVA, waarin ik met Alexander Pechtold het toneelstuk ‘De Eeuw van mijn Dochter’ recenseerde, bleef ik nog even met de acteurs om tafel zitten. Drie dagen daarna sprak Thijs Römer in de Spits nog verbazing uit waarom nou juist een CDJA’er zo lang bleef hangen. Christendemocraten hebben toch niets met cultuur? Zulke opmerkingen spreken boekdelen. Het CDA staat ver af van de culturele sector. Maar Radio1 gaf onlangs aan dat wij christen-democraten met een opmars bezig zijn binnen de culturele wereld.

Terwijl er toch best een boom op te zetten valt over de vraag waarom men in Den Haag zich zo nodig met de cultuur in een stad als Maastricht moet bemoeien. Als het CDA ervoor zou kiezen om het cultuurbeleid radicaal te decentraliseren, is er ineens een opvallend tegengeluid geboren in het dorp wat politiek Den Haag heet. Maar daarbij komt meer kijken dan een paar miljoen subsidie naar de regio te verschuiven. Volkscultuur vanuit Den Haag stimuleren, zoals Van Vroonhoven wil, lijkt me inconsistent met waar het CDA voor staat. Power to the people. Den Haag mag zich dan bezig gaan houden met de nationale musea en aanverwante artikelen. Lokale CDA’ers moeten dan echt aan de bak om over cultuur na te denken. Het zou mooi zijn als de eenzame CDA wethouder cultuur, in nota bene Smallingerland, dan over een paar jaar er een paar echte vriendjes bij heeft.

.n

ja

2

d .c w w w

Harry van der Molen Voorzitter CDJA

1

l


DE

AD

LI

In Int be lev er stu sta er rup JP ur nd Le da ti ho EG ev aa ver tu e N m ° of -be en n ( je dr st tu +/ a 6j 2ed an el - 7 rti un 20 ac d e f 00 ke i 2 08 ho teu en oto w l al 00 of r v em ’s i oo s W 8 dr an a n rd o ed d il d ee en rd ac e I it n a ) e te nt na pa n ur er ar rt @ ru d cd pti e ja e: .nl

NE

en an uw m Pa itte W

Cover:

Haringmeisjes Deze drie haringmeisjes deelden haring uit bij de veiling van het eerste haringvaatje.

2

UNDERCOVER

REDACTIONEEL

Pauw en Witteman

Erfgoed

Men zegt dat het twee geroutineerde journalisten zijn. Jeroen Pauw en Paul Witteman. Goede vragenstellers, die leuke gasten aan tafel krijgen. Maar uit principe kijk ik er alleen uit pure noodzaak naar. En als ik het af en toe eens probeer te kijken worden mijn veronderstellingen maar weer eens dubbel en dwars onderstreept. Volgens mij is de grootste kostenpost voor dit walgelijke ‘linkse’ VARA-programma de flessen azijn die de heren voor iedere uitzending wegtikken. Dat moet minstens 10 liter per persoon zijn. Alles wordt afgezeken, alles is verkeerd behalve het linkse gedachtegoed. Enige tijd terug zat minister Plasterk aan tafel. Enkele dagen daarvoor werd bekend dat Henk Hagoort - oud EO-directeur - de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van de Publieke Omroep zou worden. Het ó zo makkelijk proberen te scoren begon weer. “Hoe gaat dat nou aflopen met deep throath?” “komen er nu alleen nog maar Christelijke programma’s?” Zo ging het de hele tijd door. En, oh wat waren ze er bang voor. Doordat hij heerlijk rustig bleef en alle vragen prima beantwoorde steeg mijn sympathie voor Plasterk enorm, zeker toen hij precies dié wedervraag stelde die ik thuis vanaf mijn bankje ook al enkele minuten op mijn tong voelde branden: “Maar wat nu als het iemand was van de VARA? Zouden we dan alleen nog maar rode programma’s op de buis krijgen?” “Nee natuurlijk niet was het antwoord van beide heren.” Plasterk bleef stil, en ik klapte luid, en nam nog een slok van mijn bier. Van de week hoorde ik van mijn vader dat hij via internet gereageerd heeft op deze uitzending. Ongeveer dezelfde gevoelens als die ik had gekregen waren bij hem opgekomen, en hij besloot te reageren. Een keurig mailtje was het antwoord: “u krijgt zo snel mogelijk reactie.” was de strekking. Nu, enkele weken later heeft hij nog niets gehoord, dat zou de redactie van Henk Hagoort vast niet overkomen zijn.

Heel veel mensen staan er misschien niet bij stil, maar 2008 is het Jaar van het Religieus Erfgoed. Eerder hadden we het Jaar van de Molens, het Jaar van de Boerderij, het Jaar van het Kasteel, enzovoorts. Je vraagt je misschien af waar is dat voor nodig. Het doel van het Jaar van het Religieus Erfgoed is om de belangstelling voor en kennis van het religieus erfgoed in Nederland te vergroten en de toekomst van dit erfgoed veilig te stellen. De reden dat er dit jaar speciale aandacht aan wordt besteed, is het gevolg van de toenemende secularisering van onze samenleving. Steeds minder mensen gaan naar de kerk. Daardoor worden de kerkelijke gemeenschappen steeds kleiner en is er minder geld beschikbaar voor het onderhoud van deze gebouwen en de kunstcollecties. Op den duur kan dit tot sluiting leiden. Monumentale panden krijgen vaak een andere bestemming en worden gebruikt voor bewoning of zelfs als boekhandel zoals in de Dominicanenkerk in Maastricht het geval is. Daarentegen worden niet-monumentale panden vaak met de grond gelijk gemaakt. Het zou zonde zijn als op deze wijze het religieus erfgoed op den duur zal verdwijnen. Eigenlijk geldt dit voor het cultureel erfgoed in het algemeen. Nederland kent een rijke traditie van kunst en cultuur, maar deze traditie dreigt te verdwijnen als wij niet in actie komen. Daarom is het tijd voor het CDJA, om net als de organisatie van het Jaar van het Religieus Erfgoed, het thema op de agenda te plaatsen. Het is daarbij essentieel om een aanzet te geven wat we onder kunst en cultuur verstaan en hoe we het Nederlandse cultuurbeleid vorm kunnen geven. Alleen zo kunnen we de traditie veilig stellen voor onze toekomst. Jantina van Tilburg

INHOUD 2 2 3 4

Undercover Deadline Redactioneel

Interview Nicolien van Vroonhoven 7 Voorstellen kandidaat-voorzitter

8 9 10 12 13 14 15 16

‘Muziek in lijdenstijd’ Van de werkgroep OCW Recensie Jezus van Nazareth Jack de Vries in Flevoland Museum voor beeld en geluid Wouter Thiebou CDJA Utrecht

Wisselcolumn Tijd voor een positiever jongerenbeeld 17 CDJA Nieuwjaarsborrel 2008

18 Interview: Bob Goudzwaard 22 Essay De balans van Lissabon 24 Studentenstad Delft

25 De Mens 26 Slotessay De jeugd in een postmoderne wereld 28 Reactie op slotessay

29 30 31 32

Vacature DB Oproepen Colofon, contactgegevens Van der Molen draait door

undercover@cdja.nl

3


De m b m a oo ee at ds ge sc ch ha a g cu ev p p ltu en pij va ur in w n d en , m k o e zo u un rdt vo zie st or k, , ts .

INTERVIEW Nicolien van Vroonhoven Op bezielende en enthousiaste wijze bracht Nicolien van Vroonhoven ons de visie van het CDA op de rol van kunst en cultuur bij. Ze 37 jaar, studeerde rechten, kunstgeschiedenis en fiscaal recht en is nu woordvoerder cultuur voor het CDA in de Tweede Kamer. In het kader van het halfjaarthema ‘Cultuur en mediabeleid’ namen wij haar een interview af en wij doen graag verslag van haar plannen en ambities om minister Plasterk tot actie aan te zetten. Cultuur en kunst als instrument voor de samenleving ‘Cultuur staat gelukkig weer prominent op de agenda. Het CDA ziet cultuur als instrument voor de samenleving; soms om mensen wakker te schudden, of om mensen bij elkaar te brengen, om mensen trots te laten zijn op wie ze zijn en wat ze kunnen.

Kunst en cultuur brengen mensen dichter bij elkaar Kunst en cultuur brengen mensen dichter bij elkaar en helpen bij het opbouwen van een samenleving die als een echte gemeenschap wordt beleefd. Cultuur kan bijvoorbeeld een grote rol spelen bij het oplossen van de problemen met betrekking tot de integratie in de grote steden. Waarden en normen zitten ingesloten in cultuur. Er is niets zo vol van waarden als kunst en cultuur dat zijn. Immers, iedereen vindt er wat van. De boodschap van de maatschappij wordt meegegeven in kunst, cultuur, muziek, enzovoorts. Als politicus mag je daar wel degelijk een mening over hebben en kun je cultuur ook gebruiken om je mening duidelijk te maken.’ Als we Nicolien vragen hoe zij tegen ‘de film’ van Wilders aankijkt, antwoordt ze: ‘De film is een instrument om een mening naar voren te brengen. Iedere Nederlander mag door middel van kunst laten zien wat hij/zij vindt, ook al leidt dat soms tot verwijdering. Vrijheid van meningsuiting is immers een grondrecht. Dat geldt ook voor Geert Wilders. Maar het CDA vindt dat kunst en cultuur niet onnodig kwetsend moeten zijn.’ ‘Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, ook politici mogen weldegelijk een mening hebben over kunst, dus ook over de film van Geert Wilders. Kunst en cultuur kunnen polariserend werken, maar dat kan ook mensen wakker schudden en zo een debat op gang brengen. Essentieel is dat mensen respect voor elkaar hebben.’ De museumdirecteur van het Haags gemeentemuseum heeft laatst een aantal foto’s uit de serie Adam en Ewald, zevendedagsgeliefden van kunstenares Sooreh Hera geweigerd, waarin Mohammed als homo wordt afgebeeld. Van Vroonhoven: ‘Belangrijk is te weten wat de motieven waren voor deze directeur om de foto’s te weigeren. Hij zegt de foto’s niet te willen tonen, omdat hij het niet kan verantwoorden voor zichzelf of omdat het niet in het museumbeleid past. Als het zo is dat de directeur om die reden de foto’s weigerde, is dat natuurlijk zijn goed recht. Als het zo is dat hij uit angst voor agressieve reacties de foto’s niet

4

wilde exposeren is dat gevaarlijk, omdat die angst dan de vrijheid van meningsuiting zou bedreigen.’ Actieplan Cultuurbereik Hoe probeert Nicolien er nu als Kamerlid voor te zorgen dat jongeren zich meer aangetrokken voelen tot kunst en cultuur? ‘Op de middelbare school wordt het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming gegeven. Dit vak is een kennismaking met allerlei kunstvormen en het is bedoeld om jongeren bekend te maken met kunst en cultuur. Scholieren krijgen vouchers aangeboden waarmee ze naar musea en voorstellingen kunnen gaan. Maar, dit is een passieve vorm van kunstbeoefening. Interesse voor kunst en cultuur bij jongeren, kan al op jonge leeftijd opgewekt worden door ze juist actief kennis te laten maken met kunst. Scholieren zouden niet alleen naar musea en theatervoorstellingen moeten gaan, maar ook zelf in aanraking moeten komen met bijvoorbeeld tekenen, toneel, muziek, kunst en dans. Ook muziekscholen zijn bij die vorming van groot belang. Het probleem is echter dat als gemeenten moeten bezuinigen, ze vaak op muziekscholen bezuinigen. Hierdoor dreigen veel muziekscholen op den duur te verdwijnen. Eigenlijk zouden gemeenten voor het in stand houden van muziekscholen een budget moeten krijgen, zoals ook voor bibliotheken het geval is.’ ‘Amateurkunst is erg belangrijk. Ten eerste geldt dat mensen die zelf actief kunst bedrijven, zelf ook sneller naar een voorstelling of tentoonstelling gaan, dan mensen die zelf niets aan kunst doen. Amateurkunst zorgt zo voor een geïnteresseerd publiek. Ten tweede zorgt amateurkunst ervoor dat er in de loop van de tijd goede kunstenaars zullen opstaan. In deze innovatieve samenleving zijn creatief denken en jezelf een mening vormen erg belangrijk. Juist dat leer je door aanraking met kunst.’ Volkscultuur Wat vindt Nicolien van het ontstaan van een aparte ‘jongerencultuur’? Nicolien juicht die ontwikkeling alleen maar toe: ‘Hartstikke goed’, zegt ze. ‘Laat het een kunstvorm zijn als rap of graffiti. Als het maar dicht bij de jongeren staat. In de raps zit vaak veel maatschappijkritiek en jongeren hebben op die manier een uitlaatklep en een middel om problemen aan de orde te stellen en bespreekbaar te maken. Neem bijvoorbeeld Ali B. Hij is voor velen een groot voorbeeld. Kunst gaat niet alleen om de kwaliteit, maar kunst en cultuur gaat ook om kunst en cultuur met een kleine letter, die kunst, die een bindende factor vormt in de samenleving.’

Kunst en cultuur vormen een bindende factor voor de samenleving ‘In de Tweede Kamer zie je dat een groot aantal fracties zich vooral richt op de ‘verheven kunst’. Ze willen dat daar het meeste geld naar toe gaat. Maar de intrinsieke waarde van de kunst is juist dat die vanuit de samenleving zelf komt. Daarom 5


INTERVIEW Nicolien van Vroonhoven Kandidaat-voorzitter

Het karwei afmaken... Dit artikel zou ik eigenlijk moeten beginnen met me netjes voor te stellen. Maar er is echter een grote kans dat je me inmiddels na twee jaar wel kent. Of je moet een van de vele nieuwe leden zijn die voor het eerst de Interruptie ontvangen. Ik ben Harry van der Molen en woon in Leeuwarden. De afgelopen twee jaar heb ik vanuit deze prachtige stad zo’n 100.000 kilometer afgelegd voor het werk als voorzitter van het CDJA. Na door veel mensen benaderd te zijn, heb ik eind vorig jaar besloten nog graag een jaar voorzitter te willen blijven. Inmiddels is bekend geworden dat ik de enige overgebleven kandidaat ben voor het voorzitterschap. Dat wordt dan een heel bijzondere verkiezing, waar ieder lid straks schriftelijk aan mee zal kunnen doen.

draag ik de brede kunst een warm hart toe. Meer in het bijzonder de volkscultuur, waaronder nationale of streekgebonden culturele uitingsvormen worden verstaan, bijvoorbeeld ambachten, traditie en sport, maar ook verhalen, sprookjes, spreekwoorden, volksliedjes en feesten. Kortom, ons hele immateriële erfgoed versterkt het bewustzijn van onze eigen identiteit. Juist deze volkscultuur draagt bij aan de integratie van verschillende bevolkingsgroepen. Turken en Marokkanen in Nederland zijn vaak op zoek naar hun eigen roots. Doordat zij belang hechten en hun volkscultuur koesteren, kunnen wij kennismaken met hun cultuur. In deze tijd van globalisering moet er juist een offensief komen, voor het in stand houden van de volkscultuur aangezien men zo hard op zoek is naar een eigen identiteit. Juist deze volkscultuur geeft geborgenheid en erkenning van tradities. Nationale en streekgebonden culturele uitingsvormen kunnen het bewustzijn van die eigen identiteit versterken.’ aldus Van Vroonhoven. ‘We moeten er niet bang voor zijn dat kunst soms stelling neemt tegen zaken. Mensen kunnen op die manier hun mening kenbaar maken. Het is immers beter dat kritiek wordt geuit door middel van kunst of culturele uitingen, dan dat men 6

op straat gaat rellen. Kunst kan zorgen voor discussie, en als gevolg daarvan tot verbroedering.’ Hoewel er in het regeerakkoord een passage is opgenomen over cultuur, lijkt minister Plasterk hiervan niet echt de urgentie in te zien. Nicolien heeft daarom gepleit voor een ‘offensief’ voor de volkcultuur. Het CDA zal erop toezien dat de minister hiermee aan de slag gaat. Door de Tweede Kamer is in een motie aangenomen dat de cultuurgelden beter regionaal moeten worden verdeeld. Van Vroonhoven wil dat daardoor mensen die zich bezighouden met onze volkscultuur worden gesubsidieerd. ‘Op die manier is er meer geld beschikbaar voor geweldige initiatieven als de onlangs verschenen ‘borduur DVD’. Borduren is iets typisch Nederlands, het is toch geweldig dat dergelijke kunstvormen op deze manier niet in de vergetelheid raken, maar via moderne middelen als de DVD aandacht blijven krijgen?’

Twee jaar geleden werd ik in Almelo door jullie gekozen. Sindsdien is er veel gebeurd. Landelijke verkiezingen waarin het CDA, vooral door de mediahype rond onze JPB shirts, de grootste partij onder jongeren werd. We bestookten de partij met kritiek rond onderwijs, schoolboeken, integratie, de woningmarkt, het ontslagrecht en noem maar op. Hoogtepunt was wat mij betreft het binnenhalen van de resolutie over de hypotheekrenteaftrek. Maar er was ook weer aandacht voor het bouwen aan het CDJA: de invoering van de nieuwe huisstijl, het beter financieren van de afdelingen, het op orde brengen van het secretariaat, de aandacht voor de Grote Steden en een terugkeer van positieve en open onderlinge verhoudingen. En niet te vergeten de herinvoering van het CDJA verjaardagskaartje. Een verkiezingsbelofte van mij, die twee jaar geleden tot de verbeelding sprak. Maar het karwei is nog niet af... Vandaar dat ik graag nog een jaar doorga. In dat extra jaar wil ik graag de nadruk leggen op het veranderen van onze ledenwerving. Het doel moet wat mij betreft zijn dat we weer meer dan tweeduizend leden gaan tellen. Een ambitieus doel. Maar ik ben ervan overtuigd dat we het met elkaar voor elkaar kunnen krijgen. Daarnaast moeten we het aanbod aan trainingen en scholing uitbreiden, want veel leden vinden het belangrijk om zich te kunnen ontwikkelen. Daar moeten we als CDJA beter op inspelen, dan we nu doen. Verder wordt het tijd om onze activiteiten en onze interne regels eens tegen het licht te houden om te kijken of ze nog steeds voldoen. Na drie jaar is dan elk deel van het CDJA in een nieuw en professioneel jasje gestoken. Daarmee hoop ik, zoals in 2006 beloofd, een frisse wind te hebben doen waaien.

Het voorzitterschap is een drukke tijd, maar ik doe het nog steeds met veel plezier. Niet op de laatste plaats door de goede vrienden die ik ondertussen heb gemaakt. En omdat ik nog steeds geloof dat het loont om je in te zetten voor de christen-democratische idealen. Vanuit die idealen kunnen we ook het komende jaar het CDA kritisch blijven volgen. Daarom vraag ik je nogmaals om je vertrouwen om me volop voor het CDJA in te zetten. Samen met jou en onze afdelingen natuurlijk, want het CDJA is een team en geen eenmansbedrijf. Tot ziens op het CDJA Congres! Harry van der Molen 7


Van de werkgroep OCW:

Kunst en cultuur als rekverbandje van de samenleving De werkgroep OC&W wil zich dit jaar nadrukkelijk bezighouden met cultuur en kunst en alles wat daarmee samenhangt. In dit korte artikel wordt een startschot gegeven voor de bezinning en discussie hieromtrent. De christendemocratische visie in heden en verleden en de uitdagingen voor de toekomst zullen daarbij centraal staan.

Van de werkgroep:

Passiemuziek Al sinds mijn vroegste herinnering horen Lijdenstijd en de Mattheüs Passion van Johan Sebastiaan Bach (1685-1750) bij elkaar. Hoewel ik eerst hoogstwaarschijnlijk weinig mee kreeg van de betekenis van dit werk, herinner ik mij een moment dat ik voor het eerst ‘Sind Blitze, sind Donner’ hoorde: het is het moment dat Christus in de hof gevangen genomen wordt nadat hij door zijn leerling Judas begroet is met een kus. Als klein jochie werd ik bij ons thuis in de kamer overweldigd door de enorme energie, dynamiek en dramatiek die uitgaan van dit koorgedeelte. In Nederland kennen wij eigenlijk een dubbele moraal als het gaat om de waardering van Bach. Zoals het rapport-Dijsselbloem aantoont ligt er in het Nederlandse kunstonderwijs een te grote nadruk op de periode na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de zomervakanties werk ik vaak voor een boekenboer uit de prachtige Hanzestad Kampen en daardoor heb ik heel veel muziekmethodes in mijn vingers gehad. Wat mij hierin altijd opviel was de enorme eenzijdigheid. Hierin werd vooral muziek besproken van na 1965 en lag ook nog eens het zwaartepunt op de jaren rondom de millenniumwisseling. Stel je voor dat je tijdens muzieklessen (of heet dat CKV-III?) in aanraking komt met muziek die je niet in een keer mee kunt zingen? Gelukkig had ik in VWO-4 een docent die de methode en studiewijzer in het voorjaar een paar weken aan de kant gooide en de klas wél inwijdde in de geheimen van Bach’s Mattheüs Passion.

Anderzijds kan een student zich tegenwoordig geen ‘intellectueel in de dop’ meer noemen, wanneer hij niet hoog opgeeft van zijn waardering voor Bach’s muziek. Hierdoor ontstaan er conversaties, zoals ik laatst in de kroeg aanhoorde, toen de ene corpsbal de andere toebralde:

‘Hé gast, pak jij dit jaar nog een Mattheüsje?’ Ook halen mensen het in hun hoofd om een tranceversie van de Mattheüs te maken en uiteraard heeft het Residentie Bachkoor uit Den Haag al enkele malen de Nederlandstalige versie van Jan Rot uitgevoerd. Nederland kent een veel minder rijke muziektraditie dan, pak ‘m beet, Italië, Duitsland en Groot-Brittannië. Toen ik twee jaar geleden in Belfast studeerde zag ik daar overal aankondigingen van Händel’s ‘Messiah’ en ‘The Crucifixion’ van John Stainer, maar nergens die van Bach’s Mattheüs Passion. Ook in de liturgie van de Anglican High Church waar ik destijds in het koor zong was nauwelijks plaats ingeruimd voor de Duitse meester. Daar werden ook tijdens ‘Lent’, de Lijdenstijd, vooral werken van Engelse componisten uitgevoerd. Doordat de Lage Landen een minder grote zang- en koortraditie kennen, lenen wij heel veel buitenlandse werken. Mede daarom kon Bach’s in ons land zo groot worden. En laten wij eerlijk zijn, ‘beter goed gejat dan zelf iets slechts verzinnen’. Het aanbod is heel groot: ik ga zelf dit jaar voor het eerst naar de Nederlandse Bachvereniging in Naarden, maar in iedere stad kun je wel naar een uitvoering. Ik zou zeggen: probeer het eens, of duik de platenzaak in en koop daar eens niet U2, Yes-R, Robbie Williams of Marco Borsato. Probeer ook eens wat nieuws en laat je overrompelen door de grote Duitse meester. Geert Meijering

8

Binnen de drie belangrijke stromingen1 in het Nederlandse politieke landschap, heeft de christendemocratie vanouds sterke papieren gehad op het gebied van cultuurbeleid. In het bijzonder de nadruk op het behoud van cultureel erfgoed stond hier centraal. De liberalen, onder aanvoering van Thorbecke (1789-1872) maakten zich vooral sterk voor de inhoudelijke vrijheid van kunst en cultuur. De socialisten, onder leiding van Boekman (1889-1940) wierpen zich nadrukkelijk op als aanjagers van de massale cultuurdeelname. Vanuit confessionele zijde werd er echter een ander spoor gekozen. De katholieke edelman De Stuers (1843-1916) schreef in 1873 een artikel, Holland op zijn smalst, waarin hij betoogde dat de overheden een actieve rol zouden moeten spelen in het behoud van het culturele erfgoed. Interessant wordt dan de vraag hoe die lijn zich binnen de christendemocratie ontwikkeld heeft tot op de huidige dag. Opvallend is dat zowel de websites van het CDA als het CDJA maagdelijk wit blijken te zijn bij de pagina ‘standpunten’ onder de letters c (cultuur) en k (kunst). Kennelijk zijn cultuur en kunst in zichzelf niet belangrijk genoeg om een standpunt over in te nemen? Of is dat te gemakkelijk geconcludeerd? Een wat nadere verdieping in het huidige christendemocratische gedachtegoed leert ons dat de communitaristische golf ook de visie op cultuur niet onberoerd heeft gelaten. Volgens het verkiezingsprogram is cultuur en het deelnemen of genieten van kunst vooral van belang voor de verbinding tussen mensen, tijden en generaties. Expliciet wordt dit duidelijk bij de paragrafen in het program over bevordering van volkscultuur en amateurkunst: ‘Koren, schilderclubs, fanfares, popgroepen, streetdancers, theatergezelschappen, amateurarcheologen, etcera geven invulling aan het begrip participatie en kleur aan de samenleving’ 2. Uiteraard zou ik dit niet graag ontkennen, maar hiermee is kunst en cultuur als rekverband van de samenleving wel heel ver opgerekt. Mocht het bovengenoemde citaat nog in een volgend program verschijnen, doe ik hierbij een voorstel ter verbetering: ‘paaldanseressen, jumpers en graffitispuiters brengen mensen bij elkaar en zorgen voor kleur in de samenleving en publieke ruimte…’. Een louter functionele benadering van kunst en cultuur ontledigt de ware betekenis van beiden.

Voor jonge christendemocraten is er dus werk aan de winkel. Kunst en cultuur moeten weer nadrukkelijk op de agenda en niet vanwege de functionele, maar vanwege de essentialistische waarde. Het beleven van kunst en cultuur of het participeren erin is een vormende, verdiepende en verheffende bezigheid. Concreet zouden we ons dus hard moeten maken voor de professionele kunst, die er nu binnen het CDA zeer bekaaid vanaf komt. Een ander punt van aandacht is de balans tussen moderne en klassieke cultuur en kunst. De commissie Dijsselbloem heeft er onlangs op gewezen dat het Nederlandse onderwijs substantieel meer aandacht schenkt aan kunst en cultuurtrends na 1950: ‘Zo wordt hoegenaamd geen aandacht meer besteed aan het belang van Nederlandse kunstenaars als Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan, waar dit in andere landen wel gebeurt’ 3. Ook het cultuurbeleid in het algemeen is te zeer gericht op moderne en experimentele kunst.

Het gevaar is dat eens het verbandje knapt Kunst en cultuur beschouwen als rekverband van de samenleving is een hachelijke zaak. Het gevaar is dat eens het verbandje knapt en we de prachtige schatten van de WestEuropese cultuur verspelen en - God verhoedde het - worden overgegeven aan de barbarij van paaldansen en jumpen. Ardin Mourik Voorzitter werkgroep OC&W

1 Hierbij is gebruik gemaakt van: Cultuurbeleid in Nederland (2007), Den Haag/Amsterdam: Ministerie van OCW/Boekmanstudies, pp. 23-37. 2 Vertrouwen in Nederland. Vertrouwen in elkaar, Verkiezingsprogram 2006-2011, p. 51. 3 Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen (2008), pp. 110,111.

9


Recensie

Jezus van Nazareth van Joseph Ratzinger Benedictus XVI Geen gedoe, één wil, één weg.Een half jaar na mijn belijdenis in een protestantse gemeente bedacht ik mij dat ik nog een boek tegoed had van mijn ouders. Nou, wat voor boek vraag je dan? Het boek van de paus! Ik had gehoord dat dit boek in veel landen een bestseller is, behalve in Nederland. Daarbij kwam ook nog het verhaal dat deze paus een ‘tussenpaus’ zou zijn, een man die vooral de leer weer aan moet sterken. Hij is oud, conservatief, maar ook een opvallende theoloog. Dus ik kocht het boek ‘Jezus van Nazareth’ en begon vol verwachting te lezen. Aan het begin van het boek legt Ratzinger uit dat we de historisch-kritische methode om de Schrift uit te leggen moeten combineren met de bijbeluitleg die de Schriften als een geheel ziet en innerlijk moeten openstaan voor iets dat hen overstijgt. Hij zegt de moderne exegese dankbaar te zijn: “Ze heeft ons toegang gegeven tot een voorraad aan materiaal en inzichten, waardoor de persoon van Jezus ons zo levend en diepgaand nabijkomt als we het ons enkele decennia geleden nog niet konden voorstellen.” In de rest van het boek probeert hij vervolgens op subtiele wijze de moderne theologie met de grond gelijk te maken…

Ratzinger probeert op subtiele wijze de moderne theologie met de grond gelijk te maken… Een aantal aspecten van Jezus leven en het christelijk geloof worden uitgediept. Het zijn vooral de bekende en standaarddingen zoals de doop van Jezus, de bekoringen in de woestijn, het Rijk Gods, de bergrede, het Onze Vader, een aantal gelijkenissen, etcetera. Toch geeft Ratzinger op een intrigerende manier uitleg waarbij hij ook uitlegt waarom het waar is wat hij zegt. Ook haalt hij daarbij andere theologen aan, zij het om hun visies te weerleggen, uit te bouwen of zich er gewoon bij aan te sluiten. Benedictus zegt naar aanleiding van ‘leid ons niet in bekoring’ in het Onze Vader, dat we de beproeving nodig hebben om van de oppervlakkige vroomheid steeds meer fundamenteel één te worden met Gods wil. Daarop volgt dan de bijbeltekst ‘Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan’ (Hebrëen 2: 18). Hij zegt dan dat wij bidden om beproefd te worden, maar wel op zo’n manier dat we er niet aan kapot gaan en juist dichter bij God komen. Vanuit deze visie legt hij het lijden van Job kort uit en maakt hij gelijk de 10

verwijzing van Jezus naar het kruis. Dat vind ik zo gek nog niet en het is een gedurfd gebed in het Onze Vader voor ons mensen. Ik ben er alleen nog niet uit of het nou uitmaakt of je ‘leid ons niet in bekoring’ of ‘leid ons niet in verzoeking’ bidt. Volgens Ratzinger is er dus wél een verschil en moeten we ons aan het Rooms-Katholieke ‘bekoring’ houden. Persoonlijk denk ik dat ik met dit dilemma wel kan leven. Ik vond het jammer dat Ratzinger zich er niet van kon weerhouden toch een aantal passages in het boek te zetten waarin hij meent dat de Rooms-Katholieke kerk dé kerk is met de ware leer. Daar kan ik me dan wel weer overheen zetten, ook omdat hij een aantal gebruiken en theorieën verdedigt die veel protestanten maar ‘duivels’ vinden. Zulke uitleg zorgde er wel voor dat ik mij meer kon inleven in bepaalde theorieën waar ik het niet mee eens ben.

Je moet je naaste durven te zien. “In een hart dat zich niet meer voedt met de levenskracht van Christus komt het Rijk tot een einde. In een hart dat erdoor geraakt en veranderd wordt begint het.” In deze uitspraak zie je heel goed wat Benedictus al eerder in het boek heeft uitgelegd. De vertaling van ‘Gods Rijk’ vindt hij ontoereikend. Gods heerschappij is volgens hem beter. Ik heb geprobeerd dit toe te passen op bijbelstukken en inderdaad, veel teksten werden logischer. De uitleg van een aantal gelijkenissen vond ik prachtig, hij stelt dat zij op verborgen wijze spreken over het geheim van het kruis. Nog mooier en praktischer vond ik het feit dat hij zegt dat voor goed handelen durf nodig is. Je moet je naaste durven te zien. Zo komt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan heel dichtbij en zie ik zo een aantal filmpjes in mijn hoofd, die laten zien hoe vaak ík te laf ben om mijn naaste te zien. Nu ik toch bezig ben wil ik nog even een herkenningspuntje belichten. “De kern van de bekoring ligt in het terzijde schuiven van God.” Ook deze uitleg vond ik heel herkenbaar en handig. Het is een praktische gedachte omdat je jezelf op zo’n manier stimuleert God meer te betrekken in je dagelijks leven, wat naar mijn idee geen verkeerd streven is. Uitspraken zoals “Als je God en je naaste verliest stort je jezelf in het verderf” en “Waar God niet is, kan niets goed zijn, waar God genegeerd wordt, raken de mens en de wereld in verval.” zijn volop aanwezig, maar ik heb ook een meer optimistische uitleg erbij gevonden. Hij vindt namelijk ook dat waarschuwingen in de bijbel, waar hij deze uitspraken op

baseert, niet willen veroordelen, maar juist door middel van een waarschuwing mensen redden. Hoe dan ook, je kunt er gewoon niet omheen, voor Ratzinger is er maar één weg. Ratzinger legt meerdere malen uit waarom het evangelie universeel is en bestemd voor alle volkeren. Op álle mogelijke manieren wordt benadrukt dat niemand zonder Jezus Christus kan. Ik heb mij verbaast over alle bewijzen die de paus aanvoert, hij laat werkelijk waar geen kans onbenut en probeert op overtuigende wijze toe te lichten waarom de christologie niet pas tijden na Jezus’ dood (en opstanding…?!) is ontstaan. Hij maakt korte metten met de moderne theologie die Jezus als ‘belangrijk leraar’ poogt te zien en doet dit op gepassioneerde wijze. Mochten zijn ‘bewijzen’ nog niet overtuigen dan komt deze zin misschien nog van pas: “Met de hoogmoed die God tot een object wil maken en Hem in ons laboratorium wil onderzoeken kunnen wij God niet vinden, want met die hoogmoed stellen wij ons boven God en ontkennen wij dat Hij God is.” Laatst zei ik tegen mijn dierbare opa: ‘Ik lees het boek van de paus over Jezus’. Hij antwoordde mij daarop: ‘Zo, dat is zeker flink orthodox’ Ik kon daarop simpelweg zeggen “Ja, de paus weet wat hij wil. Zonder God en daarbij Jezus en de Heilige Geest geen ‘leven’. Mijn opa vroeg mij wat ik ervan vond en ik vertelde hem dat ik het er eigenlijk wel mee eens was. En ja, mijn opa antwoordde: ‘Oké, dan zijn het daar ook over eens!’ Gelukkig was dit nog maar deel één, voordat deel twee uitkomt probeer ik zijn andere werken nog te lezen, want hij weet echt te inspireren. Het blijft zelfs niet alleen bij inspireren, sommige gedeeltes zijn blijven hangen en duiken zomaar op in situaties dat ik ze prima kan gebruiken! Dit boek is een aanrader voor iedereen die een stevig boek wil lezen in plaats van een ‘1-2-3 dit is Jezus boekje’. Martine Oldhoff Deze uitspraken wil ik jullie eigenlijk niet onthouden: “Alleen waar geloof kracht geeft om van eigen belang af te zien en verantwoordelijkheid te dragen voor de naaste en het geheel, alleen daar kan ook sociale gerechtigheid tot stand komen”

“Waar het geloof verdwijnt wordt de wereld alleen maar schijnbaar rationeler. Er komen dan andere machten bij die erkend moeten worden, die van het toeval bijvoorbeeld, en die zijn ondefinieerbaar.” 11


Jack de Vries in Flevoland

Ga niet in de vlekken wrijven

Het culturele gezicht

Museum voor Beeld en Geluid

‘H ui et o te g in m w ind aat vo po i eli er or si e e jk pa tie r to gi ve he ch na z t v ’s in aa st op ks aa d t t.’ e

Een opmerkzame lezer ziet dat deze rubriek afgeleide is van ‘Het sociale gezicht’. Na een tijdlang deze rubriek gevuld te hebben vond de redactie het tijd de vertrouwde formule ietswat te veranderen, niet meer het sociale maar het culturele gezicht zal deze pagina sieren. De spits wordt afgebeten door een nieuw Nederlands cultureel gezicht namelijk het Museum voor Beeld en Geluid (B&G).

Het aantal actieve CDJA’ers dat je in Flevoland ziet rondlopen is nog wat aan de lage kant, vond zowel het CDA in Flevoland als Jennifer Pees, Algemeen Bestuurslid namens onze jongste provincie. Daarom organiseerden zij op dinsdag 20 november een promotiebijeenkomst in Almere met als speciale gast niemand minder dan Jack de Vries, verklaard spindoctor van het CDA en inmiddels staatssecretaris van Defensie. Vanaf half acht ’s avonds druppelde het publiek binnen in een collegezaal van het ROC te Almere Buiten. Naast Jack de Vries was namens het CDJA Maarten Neuteboom uitgenodigd, juist twee weken geleden afgetreden als Dagelijks Bestuurslid Communicatie. Wat geïnteresseerde jongeren betreft was de opkomst minder dan gehoopt, maar, zo benadrukte Jack de Vries in zijn introductiepraatje, daar moet je je als politieke jongerenorganisatie niet te veel van aantrekken. Met vijf man ergens de actuele politiek bespreken onder het genot van een biertje kan ook zeer de moeite waard zijn. Als oud-voorzitter van het CDJA raadde Jack de aanwezigen aan volop te genieten van hun tijd bij onze club, en er uit te halen wat er in zit. ‘Je maakt er vrienden die je jaren later nog weer tegenkomt.’

Het is cruciaal om een verkiezingscampagne niet in Woutertapes te laten eindigen. Maar hoe zit het nou met die fraaie benaming van spindoctor? Jack de Vries laat zijn populariteit, verkregen na de succesvol 12

verlopen parlementsverkiezingen van november 2006, maar wat langs zich heen gaan. Hij heeft er vooral gewoon erg veel plezier in een goede campagne voor het CDA op te zetten. Maar dat betekent natuurlijk niet dat spinnen geen vak is. Met behulp van een PowerPoint-presentatie behandelt Jack verschillende aspecten van het communiceren met de kiezer, die cruciaal zijn om een verkiezingscampagne niet in Woutertapes te laten eindigen. Zo is het essentieel te weten welke kiezersgroepen je voor jouw zaak kunt winnen, en welke zich toch al in het winkelmandje van de tegenstander bevinden. Wetenschappelijk onderzoek op sociologisch gebied komt hierbij goed van pas. Maar het grote geheim? ‘Niet in de vlekken wrijven’, zegt Jack. Gaat er iets mis in de campagne, negeer het zoveel mogelijk en probeer je er niet onderuit te kletsen in de media. ‘Het gaat er uiteindelijk toch om wie er het vaakst in positieve zin op de voorpagina’s staat.’ De enthousiast en zeer sympathiek overkomende spindoctor was goed in staat het CDJA Flevoland deze avond een nieuwe impuls te geven. In Almere broedt men al op een vervolgbijeenkomst, dus houd ze in de gaten! Mocht je interesse hebben in de activiteiten van CDJA Flevoland, neem dan contact op met Jennifer Pees (jenniferpees@ zonnet.nl) Maarten de Vries

Naar een museum gaan is voor sommigen interessant, voor anderen verplichte kost maar bijna niemand zegt supertof na het bezoeken van een museum. Het Museum van Beeld en Geluid (B&G) in Hilversum is zeker een van de tofste musea van Nederland. Dus zoek je nog een leuke verantwoorde activiteit met je familie of moet je nog naar een museum voor CKV? Dan is dit museum zeker een aanrader. Ring als leidraad Het museum is onderdeel van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en is gehuisvest in het nieuwe flitsende gebouw in het mediapark in Hilversum. Zowel de buiten als binnenkant laten je even duizelen. Wanneer je binnenkomt krijg je een ring met een chip. Hierop voer je je naam en geboortedatum in en kies je een favoriete tv-persoonlijkheid; Hans Goedkoop, Sacha de Boer of toch Sophie Hilbrand? Bij elk onderdeel wat je bezoekt, check je eerst in met je ring en krijg je een inleiding van de door jou ingestelde tv-persoonlijkheid! Voortdurend wordt entertainment met informatie gecombineerd. Zo kun je leren hoe het nieuws wordt opgenomen maar je kunt het zelf daadwerkelijk presenteren en gelijk terugzien. Het is niet zo makkelijk als je denkt! Je kunt ook zelf proberen nieuws te selecteren onder de tijdsdruk die redacteuren dagelijks meemaken. Wat een stress levert dat op zeg! Het onderdeel Kijkbuiskinderen zal voor de meeste het hoogtepunt van een bezoek aan de mediatentoonstelling zijn. Je kunt al je favoriete kindertelevisieprogramma’s terugzien. Voor mij was dat Telekids met Carlo en Irene en niet te vergeten: Bassie en Adriaan. Op basis van je ring (en dus geboortedatum) wordt een selectie gemaakt maar je kunt ook zelf op zoek gaan naar bepaalde fragmenten. Zonder dat je het door hebt ben je zo een uur verder.

Het is interessant om te ontdekken dat de radio in sommige werelddelen nog een essentiële functie heeft. Media, Macht en invloed De voorloper van de televisie is de radio. Hoe zag een oude opnamestudio eruit en hoe neemt Jeroen van Inkel zijn radioprogramma op? Je kunt het beide zien en uitproberen. Grappig zijn ook de oude radiofragmenten met het heerlijke ouderwetse gekraak.

Het is interessant om te ontdekken dat de radio in sommige werelddelen nog een essentiële functie heeft. Zo getuigt een bevrijde gijzelaar van de FARC in Columbia dat zij dankzij het beluisteren van radioprogramma’s die zij kon ontvangen nog hoop hield op een goede afloop van haar gijzeling. Je staat er niet bij stil dat radio ook een machtig communicatiemiddel is. En is de televisie een machtig medium? Dit lijkt een voor de hand liggende vraag, maar helaas is er op de mediatentoonstelling weinig aandacht voor reflectie op de invloed van media in onze maatschappij. Het komt niet verder dan een quiz mediaethiek. Een gemiste kans om de discussie aan te gaan met de bezoekers en daarmee de samenleving. Enige zelfreflectie was wel op zijn plaats geweest, zoals reflectie op vragen als creëert televisie geen massacultuur? Zorgt televisie juist niet voor een culturele verarming in plaats van verrijking? Hoe erg is de invloed van media op het kiesgedrag? Door het ontbreken van dit onderdeel is de mediatentoonstelling een complete zelfverheerlijking. Zelfverheerlijking of niet, het museum is een duizelingwekkende ervaring. Wanneer je denkt tijd te kort te komen, wees gerust: het museum is tot negen uur ’s avonds geopend! Leontien Wagenaar

13


Van de afdeling

Jonkies: Wouter Thiebou

CDJA Utrecht stemmen winnen, maar mensen mochten alleen op een klein gedeelte van de dag stemmen. Dan kon in de nacht van de VN de uitslag bekend gemaakt worden. Tijdens de halve finales was het zaak om mensen naar een website te laten gaan en dat kon wel een week. Nu moest ik pieken op één moment. Eén van mijn speerpunten is water en de problematiek daaromheen. Om de aandacht op mezelf en het probleem wat ik wilde aanpakken te vestigen bedacht ik een actie. Met zo’n tap waarmee je mensen in de trein ook wel eens koffie ziet bezorgen ben ik met wat mensen water uit gaan delen op de Nacht van de VN. Uiteindelijk heeft die actie en het thema water mij de overwinning bezorgd.

In de Rubriek Jonkies lieten we al lokale, provinciale, landelijke en Europese politici aan het woord, maar ook op mondiaal niveau is er een jonkie actief in de politiek. Wouter Thiebou werd in oktober tijdens de nacht van de VN na een spannende campagne verkozen tot jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties. In oktober zal hij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toespreken. Interruptie sprakt met hem. Wie is Wouter Thiebou? Ik ben een 23 jarige student met een open oog voor de rest van de wereld. Al heel lang heb ik interesse voor internationale problemen en dat is ook te zien aan de studies die ik doe en deed. Eerst heb ik Internationale ontwikkelingsstudies gedaan in Wageningen, nu volg ik de studie Conflictstudies en Mensenrechten in Utrecht. Daarnaast ben ik vrij idealistisch, ik heb eigen idealen en wil graag meewerken aan de verwezenlijking daarvan. Hoe kom je er eigenlijk bij om jongerenvertegenwoordiger te worden? In mijn leven heb ik veel reizen gemaakt en altijd veel bezig geweest met ontwikkelingssamenwerking. Zo heb ik in Rwanda meegeholpen met een project voor de inheemse bevolking. En als je bezig bent met zulk soort dingen loop je altijd tegen de internationale politiek aan. Toen kwam dit voorbij en dacht ik: “Ik wil het ook wel vanaf deze kant bekijken.” Nog lang heb ik zitten twijfelen of het echt wel iets voor mij was, uiteindelijk heb ik vijf minuten voor de deadline mijn sollicitatiebrief verstuurd. En de rest van het verhaal is bekend...

“Ouderen zitten vast in het politiek correcte denken.” Er was nog een hele campagne voor nodig om uiteindelijk ook de kandidaat te worden, hoe ging dat in zijn werk? Ja, ongelofelijk! Het was echt een hele onderneming, maar ik heb er ook heel veel van geleerd. In de finale moest ik 14

“Uiteindelijk heb ik vijf minuten voor de deadline mijn sollicitatiebrief verstuurd.” Wat doe je precies als jongerenvertegenwoordiger? Aan de ene kant heb ik een vertegenwoordigende functie van de jongeren bij de Verenigde Naties. Anderzijds heb ik ook een representatieve functie die de VN dichter bij jongeren moet brengen. Dat probeer ik concreet vorm te geven door langs te gaan op middelbare scholen en daar een les te geven over de VN. Dan probeer ik dat grote abstracte instituut wat dichter bij te brengen en te laten zien wat voor belangrijk werk er wordt gedaan. Het is goed om te merken dat bij sommige scholieren mijn verhaal aankomt en dat ze enthousiast worden om de problemen die er spelen aan te pakken. Concreet wil ik in dit jaar resultaten boeken op het gebied van water en sanitatie, waar ik ook campagne over heb gevoerd. Het probleem is technisch oplosbaar en daarom is het zo belangrijk dat er aandacht en geld voor is. Wat kan de rol van jongeren zijn in internationale politiek? Jongeren zitten niet vastgeroest, ze zijn vaak open en denken na over concrete oplossingen. De kracht van jongeren is dat ze dingen ongenuanceerd durven zeggen. In tegenstelling tot ouderen die soms vast zitten in het politiek correcte denken. Wat ik ook waardeer in jongeren is het idealisme waarmee ze zich voor iets inzitten. Daarnaast hoop ik dat er jongeren zijn die dat idealisme omzetten in een geluid. Dat ze anderen bewust maken van de problemen die er zijn en dat er oplossingen mogelijk zijn. Henrik Wienen Meer weten? www.wouterthiebou.nl www.nationalejeugdraad.nl De functie van jongerenvertegenwoordiger bij de VN gaat uit van de nationale jeugdraad.

Juni 2006, politiek café op een warme zomeravond in hartje Utrecht, terrasje in de zon, koud glas bier erbij en praten over politiek. Ja! Het leven is goed in het Utrechtse. Maar, het CDJA in de Centraalste Provincie van Nederland stond er minder rooskleurig voor. Alleen de penningmeester was nog over, studie in het buitenland, het dagelijkse bestuur en andere verlokkingen hadden het CDJA Utrecht bijna gereduceerd tot een gironummer. Gelukkig duurde deze tragedie niet lang. Nog diezelfde avond werd er een nieuw bestuur gevormd dat van Utrecht weer een bruisende afdeling moest maken. Een beleidsplan werd opgesteld met een duidelijke organisatiestructuur en visie. Naast het kernbestuur werden de commissievoorzitters ook lid van het bestuur, om daarmee onder andere de continuïteit te waarborgen. De verschillende commissies bestrijken allen een deelgebied van wat een politieke partij doet. Op deze wijze werd het mogelijk om leden met verschillende interesses en achtergronden actief bij de afdeling te betrekken. Verder vonden wij het van belang om binnen de afdeling in een informele sfeer gezelligheid en politiek samen te voegen. Als politieke jongerenorganisatie moet je meer bieden dan alleen politiek. Gezelligheid, persoonlijke ontwikkeling en inhoud moet je combineren, pas dan ben je een interessante optie voor jongeren. Dit gaat zeker op voor de grote stad. We vinden dit alles terug binnen de commissies, zo staat bezinning, studie en ontwikkeling centraal binnen de vormingscommissie. Gezelligheid en politiek worden samengebracht in de organisatiecommissie, de politieke commissie richt zich op de provinciale en gemeentelijke politiek en de nieuwsbrief, website en ledenwervingscampagnes krijgen vorm binnen de communicatiecommissie. Dus voor elk wat wils!

Naast wisselende activiteiten zoals lezingen en debatten, hebben we elke 3de maandag van de maand een politiek café, elk jaar een activiteit met het CDAV en dit jaar voor het eerst een zomerschool. Verder is er elke 2de maandag van de maand de leesclub vanuit de vormingscommissie. Dit is een soort bijbelkring, maar dan gericht op politiek-filosofische klassiekers. Vorig jaar hebben we de Republiek van Plato gelezen en dit jaar lezen we de Stad Gods van kerkvader Augustinus. Door het gezamenlijk lezen van deze meesterwerken haal je meer uit het boek. Deze werken uit onze traditie getuigen van groots en tijdloos inzicht in mens en politiek.

Wij, als christendemocraten, mogen ons best meer bewust zijn van deze rijke traditie. Want alleen wanneer men daarin stevig geworteld is, kan men standhouden in deze ‘postmoderne en postchristelijke’ tijden. Dit is niets anders dan de constatering dat we de ‘ideeënstrijd’ alleen kunnen voeren vanuit een sterk zelfbewustzijn, wie zijn wij, waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe? We hebben een sterk verhaal, en we mogen dat best uitdragen. Het CDJA Utrecht probeert hier aan bij te dragen door inhoudelijk interessante activiteiten te organiseren, politiek actief te zijn, persoonlijke ontwikkeling te stimuleren en dit altijd gepaard te laten gaan met de nodige gezelligheid. Bart-Jan Heine Voorzitter CDJA Utrecht cdjautrecht@gmail.com 15


Wisselcolumn

Tijd voor een positiever jongerenbeeld Comazuipen, breezerseks, hangjongere en straatterrorist. Het zijn enkele voorbeelden van nieuwe woorden die recent zijn toegevoegd aan onze taal. De overeenkomst van deze woorden is dat ze negatief klinken en gaan over de doelgroep jongeren. Nieuwe woorden zeggen iets over de tijdsgeest waarin we leven en bepalen zo ook de beeldvorming. In dit geval van de jongeren. Veel jongeren die ik spreek balen (met mij) hiervan, juist omdat zij anders zijn, anders ervaren en anders willen. Het is tijd voor een positiever jongerenbeeld.

Nieuwe woorden komen niet uit de lucht vallen en kennen zo hun oorsprong en associatie. Bij comazuipen denken we niet aan een patiĂŤnt in coma die wat te drinken krijgt. Het gaat hier nadrukkelijk over iemand die teveel alcohol drinkt en daardoor in coma raakt. De associatie is hier dat het een jongere betreft. Het woord is begrijpelijkerwijs ontstaan uit een situatie waarin een gebeurtenis (meer) zichtbaar wordt. Dit wil echter niet zeggen dat de hele jonge generatie daarmee bezig is. Zelf ervaar ik ook een andere kant bij veel Nederlandse jongeren. De kant van innovatie, slimheid, snelheid en sociale betrokkenheid. Zo blijkt uit onderzoek dat jongeren gelukkig zijn, veel meer waarde hechten aan sociale verbanden en ambitie hebben. Een goed voorbeeld hiervan is de invoering van de verplichte maatschappelijke stage. Veel mensen denken dat jongeren dit absoluut niet zien zitten. Tegen verplicht en tegen vrijwilligerswerk is dan de gedachte. De andere kant is waar. Jongeren geven in grote getale aan voor een verplichte maatschappelijke stage te zijn, ook voor zichzelf. Ze vinden het namelijk heel normaal en sociaal dat je ook iets voor een ander doet.

Nieuwjaarsborrel CDJA 2008

Deze ‘andere kant’ vraagt om een andere benadering richting jongeren. Ook van de politiek. Het ontwikkelen van een positievere en realistische beeldvorming rond jongeren moet onderdeel van beleid zijn. Een negatieve houding leidt immers tot pessimisme en afzondering. Wat we nu en in de toekomst nodig hebben is inzet, innovatie en sociale betrokkenheid. Vaardigheden die de jongeren van vandaag als geen ander kunnen leveren. Laten we dat stimuleren en benadrukken, ook in de politiek en opinie. Woorden als comazuipen en hangjongere verrijken dan misschien onze taal, ze verarmen tegelijkertijd het beeld op de Nederlandse jongere en daarmee Nederland. Dat is niet alleen jammer, maar doet ook geen recht aan de werkelijkheid. Jongeren van deze tijd hebben veel nadrukkelijker ook een andere kant en inzet. De grote betrokkenheid en het enthousiasme van jongeren bij de maatschappelijke stage is daar een voorbeeld van. Ook dat mag wel eens genoemd en opgeschreven worden. Bij deze een eerste aanzet. Sander de Rouwe Tweede Kamerlid CDA

16

17


Interview met

Bob Goudzwaard Onder zijn leiding werd het eerste CDA-verkiezingsprogram ‘Niet bij brood alleen, geschreven. Vlak daarna brak hij echter met de nieuwe partij en stortte zich op oecumene en de wetenschap. Bekend werd hij onder andere vanwege zijn ‘economie van het genoeg’, zoals beschreven in het boek dat hij samen met Harry de Lange schreef: ‘Genoeg van teveel, genoeg van te weinig’.Onlangs verscheen zijn nieuwste werk ‘Hope in Troubled Times’. Een boeiend gesprek met Bob Goudzwaard, 73 jaar en nog altijd bewogen. Professor Goudzwaard, was vroeger alles beter? ‘Nou ja, in zekere zin wel. In de jaren zeventig maakte de zoektocht naar de eigenheid van het CDA een enorm enthousiasme in mij los dat ik later weinig heb teruggezien. We vroegen ons af of er uit de samenwerking van de drie partijen, ARP, CHU en KVP, een eigenheid te kristalliseren viel die meer was dan de som der delen. Het ging eigenlijk om de vraag in hoeverre geloofsrichtingen door elkaar te leren kennen en van elkaar te leren tot een vruchtbare samenwerking konden komen.’

‘Uiteindelijk was ik meer geschikt voor de wetenschap dan voor de praktische politiek’

18

Wat typeerde de eigenheid van het CDA destijds? ‘Allereerst had je te maken met een christelijk-sociale beweging met een organische kijk op de samenleving. In deze visie worden op kritieke momenten maatschappelijke problemen door de hele samenleving als een in beginsel gemeenschappelijk probleem ervaren en ter hand genomen. De milieuproblematiek is hier een typisch voorbeeld van. Hierover zou de samenleving ‘gehoord’ moeten worden. Er zou een breed beraad opgezet moeten worden van bedrijven, agrariërs, consumenten, milieuorganisaties en de vakbeweging om nieuwe verantwoordelijkheden te onderkennen en vervolgens te verdelen. Ik mis nu, ook bij het CDA, een proactieve rol van de politiek om hieraan vorm te geven. Er is immers een wereldwijde transformatie van de economie nodig. Een ander aspect van de eigenheid van het CDA in de jaren zeventig was dat het een beginselpartij wilde zijn. De drie ‘oude’ partijen wilden denken vanuit normen en beginselen.’

Kunt u iets meer vertellen over uw politieke carrière? ‘Gedurende mijn Kamerlidmaatschap vroeg Biesheuvel mij om zitting te nemen in ‘de groep van 18’. Uit de fracties van de ARP, CHU en KVP werden zes leden gekozen die dieptepeilingen uitvoerden en de mogelijkheden tot samenwerking aftastten. De drie fractievoorzitters, Andriessen, Kruizinga en Aantjes, zaten later in de programcommissie voor de verkiezingen van 1976 waar ik voorzitter van was. Hierin hebben wij heel erg coöperatief samengewerkt. Ik denk dat dit kwam doordat we de durf hadden om terug te gaan naar de uitgangspunten rentmeesterschap, gerechtigheid, solidariteit en gespreide verantwoordelijkheid die we toen bedacht hebben. Uiteindelijk viel het verkiezingsprogramma betrekkelijk goed in het land. Veel CDA’ers moesten er echter aan wennen. Sommigen vonden dat het stuk te ‘evangelisch’ gekleurd was, terwijl anderen juist bang waren dat het CDA kleur ging verliezen.’ Waarom liep het mis tussen het CDA en u? ‘Daar waren eigenlijk drie redenen voor. Allereerst vroeg Van Agt mij om minister van Ontwikkelingssamenwerking te worden in zijn kabinet. Dit was in een tijd dat het kabinet wel gedoogd werd door de CDA-fractie onder leiding van Aantjes, maar van haar niet de volledige steun kreeg. Ik werd toen eigenlijk door de voormalige ARP-leiding gevraagd om vanuit die lijn in het kabinet te gaan zitten. Dit hield dus in dat ik eventueel moest breken met het kabinet, terwijl je natuurlijk eigenlijk altijd loyaal moet zijn aan de ministersploeg waar je deel van uit maakt. Daar kwam bij dat Van Agt tijdens ons gesprek over de invulling van mijn ministersschap aangaf, dat hij ‘Niet bij brood alleen’ respecteerde, maar dat hij er geen affiniteit mee had. Dat was voor mij nogal hard. Het leek er nu op dat de lijsttrekker zich vervreemdde van zijn eigen politieke programma, waar we jaren aan hadden gebouwd. Wat hij uiteindelijk met dat programma ging doen mocht Joost weten. Het tweede was de opkomst van de kernbewapening. Ik ben nooit een pacifist geweest, maar ik had een principiële moeite met het mogelijk gebruiken van offensieve wapens die hele burgerbevolkingen konden uitroeien. Ik vind tot op de dag van vandaag dat kernwapens niet bij het geoorloofde wapenarsenaal horen te zitten. De derde oorzaak was een correspondentie die ik met Biesheuvel had. In zijn eerste brief schreef hij dat hij zich niet meer in mijn politieke opstelling kon herkennen en zich ook

19


niet meer door mij vertegenwoordigd achtte. Dit kwam bij mij heel hard aan, want voor mij was hij de politieke leider van de ARP. Ik heb toen een brief terug geschreven waarin ik zei: ‘Barend, begrijp je dat als je dit zo fel schrijft, dit voor mij consequenties kan hebben? Want je bent voor mij de voorman van de antirevolutionaire lijn. De tweede brief was echter, zo mogelijk, nog harder. Daar zaten zelfs onderstrepingen in. Toen had ik natuurlijk stennis kunnen gaan trappen, maar toen ik deze drie punten overwoog dacht ik: ‘Dit is niet meer waar ik naar uitzie en het lukt me dan iet meer om mij met hart en ziel voor deze partij in te zetten.’ Ik heb vaak de zaak voor mezelf geëvalueerd en steeds kwam ik op dezelfde beslissing terug. In die zin heb ik er nooit spijt van gehad, al was het natuurlijk wel mooi geweest om minister te worden. Maar een halfjaar nadat het kabinet was aangetreden stapte minister Kruizinga op vanwege de discussie over de neutronenbom. Was ik toen ook bewindspersoon geweest, dan was ik waarschijnlijk ook mee gegaan en was het hele kabinet gevallen.’ Wat voor invloed had de breuk op de contacten die u had met collega’s? ‘Met sommige mensen heb ik wel contact gehouden, zoals met Lubbers, Aantjes en Biesheuvel. Met Van Agt wat minder. Überhaupt hoorde ik weinig meer van de voormalige KVP’ers, al bleef ik contact met bijvoorbeeld Til Gardeniers onderhouden. In die tijd heb ik echter ook veel vervelende brieven ontvangen, het waren er wel honderden per dag. Mijn vrouw probeerde heel veel van die brieven te onderscheppen. Hierin werd ik op z’n minst van ‘vaandelvlucht’ beschuldigd, terwijl

anderen zelfs vonden dat ik onder de grond gestopt moest worden. In de twee jaren daarna ben ik dan ook in een lichte depressie geraakt. Ik had het gevoel dat ik in een zijstraat stond en dat het muziekkorps waarin ik mijn nootjes meegeblazen had, door de hoofdstraat aan mij voorbij trok. Gelukkig groeiden in die tijd de oecumenische contacten en kwam ook de vraag van de VU of ik hoogleraar cultuurfilosofie wilde worden. Daardoor kon ik de diepte in gaan en een afstandelijkheid kon ontwikkelen die je in de politiek eigenlijk nooit bereikt. Uiteindelijk was ik altijd ook meer geschikt voor de wetenschap dan voor de praktische politiek.’ Wat vindt u van de huidige politiek? ‘Ik mis soms wel eens de verontwaardiging en opspelende gewetens. Er zou een soort onverzettelijkheid naar boven moeten komen van ‘om de donder niet’, zoals mensen als Biesheuvel en Den Uyl dat soms hadden. Zonder dat wordt de politiek al snel een slap aftreksel, een eindeloos zoeken naar “compromissen” en raken de grote lijnen uit het zicht. Kijk ik naar Jan Peter Balkenende dan ben ik toch een beetje teleurgesteld. Ik ben betrokken geweest bij zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar christelijk-sociaal denken en ik had gehoopt dat hij meer zou doen met die achtergrond. Ik zou wensen dat hij meer zijn eigen gezicht en zijn eigen bezieling liet zien. Hij komt vaak niet verder dan te zeggen dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen maar dat is niet voldoende. Al in het programma “Niet bij brood alleen”staat te lezen dat de overheid tot taak heeft bijvoorbeeld het bedrijfsleven op “verruimde verantwoordelijkheden vast te binden”. Verantwoordelijkheden zijn niet vrijblijvend. Iemand als Klink daarentegen geeft wel blijk van een duidelijke normatieve visie op datgene wat er in de samenleving nodig is. Hij heeft een weg uitgestippeld waarover de samenleving kan gaan.’

heeft een roeping temidden van de wereld om de genoemde problemen te tackelen. Dat betekent dat je die bredere doelen belangrijker vindt en de eigen economische groei een bescheidener plek geeft.’

Bent u nu nog op een partij betrokken? ‘Eigenlijk op allemaal en op geen een. Ik heb zoiets van ‘u vraagt en wij draaien’, dus als een politieke partij mij om advies vraagt dan geef ik dat. Dat geldt net zo goed voor het CDA. Maar ik lever mij aan geen enkele partij meer uit.’

En wat zou u tegen het CDJA willen zeggen? ‘Ik zou zeggen: kritische sympathie. Jongerenorganisaties horen uiterst gevoelig te zijn voor vragen als “Waar gaat het met ons klimaat naar toe en hoe gaat het eigenlijk in Afrika?” Jongerenorganisaties zijn op hun best als zij de problematiek van de wereld op de stoep leggen van de Nederlandse politici en een eerste poging doen om oplossingen te formuleren in termen van nog vacante verantwoordelijkheden. Dat wil zeggen dat zij wijzen op de noodzaak dat opkomende problemen in een kader van nieuwe verantwoordelijkheden in de samenleving worden ingepast en daarna ook metterdaad worden opgepakt. Jongeren moeten de huidige politici daarop wijzen.’

Wat zou u het kabinet willen adviseren? ‘In de samenwerking van het CDA met de ChristenUnie en de PvdA herkende ik weer iets van die samenwerking die mij in de jaren zeventig zo aansprak. Wijffels wist in het regeerakkoord iets te leggen waar de wil uit sprak om samenlevingsproblemen vanuit een gezamenlijke normativiteit aan te pakken. Nu lijken we echter niet verder te komen dan de vraag of we ergens wel of geen gloeilampjes in draaien. Ik mis bij het kabinet het ‘appèl’ aan de samenleving om een diepere verantwoordelijkheid te aanvaarden gezien de nood van de tijden: het milieuprobleem, het wereldwijde armoedeprobleem en het veiligheidsvraagstuk. Ik hoop dus dat het kabinet meer initiatief gaat nemen op deze gebieden en met name ook in Europees verband. Balkenende houdt mijns inziens teveel vast aan het akkoord van Lissabon waar enorme nadruk ligt op economische zelfontwikkeling en een gelijke concurrentie ten opzichte van de andere blokken in de wereld. Dat is te armzalig. Europa 20

Annemarie Walter en Geert Meijering

21


ESSAY

De balans van Lissabon Toch hebben veel mensen ‘nee’ gestemd in het referendum. Misschien gold voor veel mensen dat de Europese Unie op zich belangrijk en goed is, maar dat het tempo van besluiten en de vele terreinen waarop de EU zich over uitlaat wel hoog en veel is geworden. Een ‘nee’ om eigenlijk te zeggen: nu even pas op de plaats. Toch is voor de bestuurbaarheid van de Unie een aanpassing van de huidige verdragen nodig. In de periode na de referenda van 2005 en het besluit in december 2007 is er gesleuteld aan het grondwettelijk verdrag. Het Verdrag van Lissabon brengt onder andere de volgende wijzigingen met zich mee: er wordt duidelijker bepaald waarover de EU wel en niet kan beslissen. Als nationale parlementen daar twijfel bij hebben – als de commissie met nieuwe voorstellen komt – kunnen een aantal parlementen samen de zogenoemde oranje kaart trekken om aan te geven dat de Commissie zich op een terrein begeeft waar zij niet bevoegd is. Daarnaast gaan de instellingen efficiënter werken: er komen minder Commissarissen en er komt een vaste voorzitter voor de Raad voor 2,5 jaar en een vast aantal zetels in het Europees Parlement. Daarnaast krijgt het Europees Parlement over meer zaken medebeslissingsbevoegdheid dat het democratisch gehalte ten goede zal komen en ten slotte wordt een burgerinitiatief mogelijk: bij minstens één miljoen handtekeningen van Europese burgers kan de Commissie gevraagd worden het initiatief te nemen in een onderwerp. In december kwamen de EU regeringsleiders tot een definitieve opvolging van het Europese grondwettelijk verdrag. Het verdrag van Lissabon: een aanpassingsverdrag van de huidige verdragen die de Europese Unie nu vormgeven. In de loop van dit jaar moeten de 27 regeringen het verdrag geratificeerd zien te krijgen, zodat het in 2009 in werking kan gaan treden. Wordt het vanaf 2009 dan meer Europa?

meer terreinen supranationaal bezig kan houden. Ook werd in dit verdrag afgesproken dat de Euro zou worden ingevoerd. Het laatste verdrag bracht een verdere bevoegdheidsverschuiving richting Europa.

In 2005 stemden Nederland en Frankrijk met een overduidelijke meerderheid nee in het referendum over de grondwet. Een harde klap in het gezicht van velen die overtuigd zijn van de EU en beide landen niet anders kennen dan dragers van de Unie. Is het vreemd, want Frankrijk en Nederland zijn beide stichters van de huidige Unie. En eigenlijk kun je de samenwerking tussen België, Luxemburg en Nederland die daarvoor al bestond, beschouwen als het voorbeeld waarnaar de Unie is vormgegeven. Nederland heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw ook twee belangrijke verdragen geïnitieerd en op naam gezet: het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Amsterdam. Het eerste betekende een kentering van een economische unie naar een unie die zich op veel

In feite ongekende gebeurtenissen, vooral als je bedenkt dat Europa zestig jaar geleden net uit de oorlog kwam. Daarnaast heeft het de Nederlandse economie geen windeieren gelegd: de Nederlandse export floreert dankzij de open grenzen, gelijke spelregels en de euro. Het is berekend dat tien procent van het loon van een Nederlander dankzij Europa tot stand komt. Maar ook op niet economische gronden heeft de Unie veel gebracht: een hoog niveau van consumentenbescherming, meer veiligheid door betere samenwerking tussen politiekorpsen, goedkoper bellen vanuit het buitenland, goedkoper vliegen door meer concurrentie die de EU mogelijk heeft gemaakt, zonder je paspoort te laten zien naar Italië reizen en ga zo maar door.

22

De EU heeft de Nederlandse economie geen windeieren gelegd

Is dit nu meer of minder Europa? De werkgroep Europa nodigde hiertoe de heer Pijpers uit van het Clingendael instituut om dit te bespreken, in haar vergadering op dinsdag 19 februari. Het grondwettelijk verdrag is op een aantal punten gewijzigd. Zo is het hoofdstuk over grondrechten geschrapt en op en andere wijze verwoord. Ook is er niet langer sprake van een Minister van Buitenlandse Zaken, maar wordt er gesproken over een Hoge Vertegenwoordiger. Een gemeenschappelijk buitenlandsbeleid is hierdoor minder vanzelfsprekend. Tenslotte zijn enkele symbolen uit het verdrag gehaald zoals de vlag en het volkslied. Deze veranderingen zijn voor een belangrijk deel tot stand gekomen door de inzet van de Nederlandse regering. Het belangrijkste is evenwel dat met name de Raad versterkt wordt. Vooral door het invoeren van een vaste voorzitter kan deze een duidelijkere agenda bepalen. Omdat de Raad gevormd wordt door de 27 regeringleiders en dus de nationale regeringen, valt te zeggen dat deze een sterke vinger in de pap blijven houden. De precieze invulling van deze vaste voorzitter is nu nog niet duidelijk. De Nederlandse regering wil graag een technisch voorzitter, enkele andere regeringen

meer een persoon met een duidelijke politiek profiel, zoals Tony Blair of Joschka Fischer. Ook de nationale parlementen krijgen met de oranje kaart-procedure een extra bevoegdheid. Weliswaar krijgt de Europese Commissie een extra aantal taken en krijgt het Europees Parlement meer medebeslissingsbevoegdheid, in alles houdt de Raad een belangrijke stem en deze zal zij zeker gebruiken. De heer Pijpers vatte dit ook als volgt goed samen: Europa is niet zozeer goed in het bundelen van macht, als wel in het verspreiden van macht. Dat is in feite waar dit verdrag zich aan vast houdt. In 2007 heeft de werkgroep Europa de resolutie ‘Een sterker Nederland in een slagvaardiger Europa’ geschreven. Op dit moment kunnen we de conclusie trekken dat het Verdrag van Lissabon de bestuurbaarheid van de Unie ten goede zal komen en zal bijdragen aan een minder groot democratisch tekort. Daarnaast zijn de taken van de EU duidelijker afgebakend en de rol van de regeringen en nationale parlementen is uitgebreid. Nu is het nog wachten op de definitieve ratificatie waarbij op dit ogenblik alleen Ierland als enige land het nieuwe verdrag aan het volk zal voorleggen, omdat zij dit naar haar eigen grondwet verplicht is. Het afschieten van het grondwettelijk verdrag is een belangrijke wake-up call gebleken die zeker nog een tijd zal blijven nagalmen. Maar zodra het verdrag in werking treedt, is het goed om de ijzige stilte waarin de Unie verkeert achter ons te laten. De unie heeft met grote uitdagingen te maken die gezamenlijk aangepakt moeten worden: energie, klimaat, migratie om maar een paar te noemen. Met het nieuwe verdrag, de nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden heeft de Unie een duidelijk kader om weer volop haar waarde te laten blijken.

De komende jaren zal het debat over Europa dus over het beleid moeten gaan en niet meer zozeer over institutionele hervormingen. Bronne Pot (internationaal secretaris) Marc Bakker (ten tijde van schrijven nog voorzitter werkgroep Europa)

23


Studentenstad Delft

De Mens: Marinus den Hartogh

Naam: Marinus den Hartogh Leeftijd: 23 Opleiding: Studie Geologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Delft. Er gaat een belletje bij je rinkelen. Dat is toch die stad van Delfts Blauw; van de Technische Universiteit; de stad tussen de A13 en de (nog te verlengen) A4; de plaats van de kerk waar leden van het Koninklijk Huis worden bijgezet; de stad waar Willem van Oranje heeft gewoond en is vermoord; die stad tussen Den Haag en Rotterdam; de geboortestad van Alexander Pechtold; van Calvé pindakaas (nog wel); van het treinspoor dwars door de stad (nog wel) en van de penningmeester van het CDJA? Inderdaad, dat is Delft. Eerst wat geschiedenis. Delft is een stad met gedolven grachten. Daar komt de naam ook vandaan: delven. In 1572 kwam Willem van Oranje in Delft wonen, in het Prinsenhof. Daar is hij in 1584 ook vermoord. Van die gebeurtenissen heeft Delft ook haar verbondenheid met Koningshuis gekregen. Leden van het Koninklijk Huis worden in de Nieuwe Kerk op de Markt bijgezet in het familiegraf. De afgelopen jaren is dat drie keer gebeurd. Dat zijn hele happenings, waarbij je goed kan zien dat zo’n gebeurtenis er voor kan zorgen dat een complete stad in twee dagen helemaal netjes gemaakt kan worden. Geen propje op de grond en alle kapotte tegels worden snel vervangen.

De politiek kan hier van leren dat waar een wil is…ook een weg is. Dit is een mooi bruggetje naar de lokale Delftse politiek. Het CDA is de tweede partij in de gemeenteraad, met 5 van de 37 raadszetels. Toch zitten ze niet in het college, dat gevormd wordt door PvdA (11 zetels), VVD (4), GroenLinks (4) en studentenpartij STIP (2). Dit is een mooie overgang naar waar dit stuk eigenlijk over gaat: studentenstad Delft. De ‘Studenten Techniek In Politiek’ vertegenwoordigen (tenminste, dat pretenderen ze) ongeveer 13.000 Delftse Studenten, waarvan het merendeel ook in Delft zelf woont. Dit maakt Delft een jonge stad, vooral met veel mannen. Het aandeel mannen in de leeftijdscategorie twintig tot dertig jaar is zelfs honderd procent hoger dan gemiddeld in Nederland. Vrouwen zijn dus erg gewild in Delft! 24

Wat doe je binnen het CDJA? Ik ben voorzitter van de Werkgroep Landbouw. Sport: Op dit moment niet zo veel. Een goed voornemen voor 2008. Omschrijf je karakter eens: Rustig, beetje koppig, trouw, punctueel Die vrouwen kan je tegenkomen in één van de vele cafés die Delft kent. De vierkante Beestenmarkt kent bijvoorbeeld al een stuk of tien cafés, wat het tot een populair uitgaansgebied maakt. Maar ook studentendiscotheek Lorre van het Delftse Studenten Corps of café/theater/discotheek/poppodium Speakers doen het goed. Goedkoop eten kan in veel restaurants. Veel hebben speciale studententarieven, zoals de bekende onbeperkte spareribs, de goedkope pizza, de mensa met driegangenmaaltijd voor vijf euro en ga zo maar door. Tussen al dat gefeest, gedrink en ge-eet door, is Delft uitermate geschikt om wat cultuur op te snuiven. Delft kent verschillende kerken zoals de genoemde Nieuwe Kerk, maar ook de Oude Kerk of de Maria van Jessekerk, musea (het Prinsenhof, met de kogelgaten in de muur van de moord op Willem van Oranje; Techniekmuseum; Legermuseum) en grachten die het bezoeken waard zijn. Voor de student die in Delft woont -en dat zijn er dus nogal wat - is Delft een ideale stad. Alles wat een grote stad heeft, heeft Delft ook. Naast de TU, die keurig verpakt zit in een aparte wijk, kent Delft genoeg winkels, bioscopen, gezelligheid en openbaar vervoer. Vanaf 2012 is er zelfs een treintunnel onder Delft, met meer sporen ondergronds, en minder herrie en overlast bovengronds. En dan heb ik de IKEA nog niet eens genoemd (ijsjes en hotdogs voor €0.50, tja…). En dit allemaal op fietsafstand! Als klap op de vuurpijl kan je ook nog recreëren in De Delftse Hout. Deze groene afsluiter maakt dat ik jullie wil aanmoedigen om een keer (met trein en vouwfiets) naar Delft te komen, om (zoals een of andere gemeentetroela heeft verzonnen) alle kleuren van Delft te komen ontdekken! David van Dis

Christen-democratie is voor jou: Samen werken aan een rechtvaardiger samenleving. Grootste voorbeeld: Churchill, vanwege zijn onverzettelijkheid en om hoe hij de Britten mensen moed in sprak.

Republikein of Democraat? Republikein, ondanks een aantal fouten de laatste jaren. Zij komen op voor vrijheid, veiligheid en fatsoen; net als het CDA. Je bent minister-president, welke actie onderneem je als eerste? In het kader van gespreide verantwoordelijkheid zou ik de provincies en gemeenten meer bevoegdheden geven. Ik geloof erg in lokaal bestuur. Wat betekent God voor jou? Een Gids op weg naar het Goede. Wat grijpt jou aan? Dat mensen in Kenia in een demonstratie ‘no peace’ roepen. Dat vind ik erg griezelig en schokkend. Welk boek heb je voor het laatst gelezen? Democracy in America van Alexis de Tocqueville over de vooren nadelen van democratie in Amerika. Met 1000 euro ga je? Van alles doen: sparen, kleren, een goed doel, langer vakantie, enzovoorts Motto: Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. 25


Slotessay

De jeugd in een postmoderne wereld ‘De jeugd van tegenwoordig!’ Een overbekende uitroep die iedere generatie bij het ouder worden lijkt te gebruiken om een algemeen gevoelen van afkeuring over het handelen van ‘haar jeugd’ uit te spreken. Ook jongeren van vandaag geven meer dan voldoende aanleiding tot deze verzuchting, want de jeugd van tegenwoordig is een veelbesproken onderwerp.

De Britse cultuurcriticus Theodore Dalrymple licht in zijn boek Beschaving of wat er van over is een tipje van de sluier op. In een essay, getiteld De hele tijd seks, haalt hij vlijmscherp uit naar de moderne mens die er volstrekt van overtuigd is geraakt dat hij een stadium van seksuele verlichting heeft bereikt. Maatschappelijke taboes en conventies zijn verbroken en seksuele betrekkingen kunnen ongeremd worden aangegaan. Verdwenen zijn de maatschappelijke en psychische ballast die de weg naar geluk in de weg stonden. ‘Geen schuldgevoel meer, geen schaamte, jaloezie, angst, frustratie, hypocrisie en verwarring - eindelijk vrij!’ Volgens Dalrymple heeft de seksuele revolutie echter helemaal geen gemoedsrust opgeleverd, maar juist verwarring, tegenstrijdigheden en conflicten.

waarbij het zelf niet centraal wordt gesteld, wekken bij velen de slappe lach of een meewarig hoofdschudden op. Seks is daarmee niet zelden verworden tot een consumptieartikel. ‘Neem de kwestie van de jeugdseksualiteit’, merkt Dalrymple op. ‘Het is al heel lang een uitgemaakte zaak voor ieder weldenkend mens dat deze volstrekt natuurlijk is en daarom geaccepteerd dient te worden. Elke poging om zelfbeheersing te bevorderen zou de pret maar bederven en deze vorm van seksualiteit weer naar het stiekeme drijven, met als gevolg een nieuwe geheimdoenerij […].’ Dat kinderen van veertien, vijftien jaar al seks hebben is geen probleem zolang ze ‘het maar veilig doen’. Zonder dat men ook maar de seksuele activiteit op steeds jongere leeftijd aan de orde stelt, wordt met het begrip ‘veilige seks’ net gedaan alsof er een volwaardig alternatief is geboden.

De seksuele revolutie heeft juist verwarring, tegenstrijdigheden en conflicten opgeleverd

Met grote regelmaat belichten de media de vigerende jeugdcultuur. De jeugd lijkt blijkens die berichten zoveel mogelijk plezier na te jagen. In het weekend leeft de jeugd zich uit in het nachtleven en dat vanaf steeds jongere leeftijd. Uitgaan lijkt te zijn verworden tot een doel op zich, iets waar je naartoe leeft. In plaats van een biertje drinken gaat de jeugd van tegenwoordig zuipuh. De laatste ultieme uitwassen zijn meisjes van vijftien jaar die in ruil voor een drankje hun eigen lichaam beschikbaar stellen en het inmiddels beruchte comazuipen. Drugs, alcohol en seks domineren het uitgaansleven en daarmee ook het leven van veel jongeren. Zorgen over de jeugd van tegenwoordig lijken meer dan gerechtvaardigd. Hun levenswijze lijkt veelal te worden gekenmerkt door verveling, desinteresse en zoveel mogelijk genieten. De uitroep ‘de jeugd van tegenwoordig!’ weerspiegelt naar mijn mening echter meer dan de terechte afkeuring van de vaak onbegrijpelijke gedragingen van een dolende jeugd. Zij weerspiegelt, meer dan ooit, het falen van een maatschappij, een cultuur en een opvoeding. Recent onderzoek van de Universiteit Utrecht gaf blijk van een verwrongen zelfbeeld van meisjes door de invloed van videoclips. Hoe is het mogelijk geworden dat rappers held en rolmodel zijn terwijl zij opstandigheid, geweld en vulgariteit verheerlijken? Waarom wil de jeugd hen zien op de muziekzenders waar de clips van deze artiesten vergeven zijn van halfnaakte lichamen, materialisme en machotypes die overgaan tot geweld? Wat is er mis met onze cultuur?

26

Natuurlijk is spreken over de jeugd en hun levenswijze generaliserend en gaat dit niet voor alle jongeren op. En natuurlijk is ongeremd seksueel gedrag altijd al voorgekomen. ‘De geschiedenis heeft’ , zo schrijft Dalrymple, ‘ voorbeelden te over van bijna alle perversiteiten en schandelijke gedragingen.’ Maar het is voor het eerst in de geschiedenis dat er zo massaal wordt ontkend dat seksuele relaties aanleiding zouden kunnen geven tot morele reflectie of door morele restricties beheerst dienen te worden.’ Dat jonge meisjes er blijkbaar geen al te groot probleem in zien om seksuele handelingen te verrichten in ruil voor drank is terug te voeren op de verandering in de morele gevoelens die de seksuele revolutie bewerkstelligde. ‘Een verandering die heeft geleid tot een sterke vergroving van opvattingen, denkwijzen en gedragingen.’ Allereerst onderkennen nog maar weinigen hoe snel die omwenteling aangaande seksuele moraal zich voltrokken heeft. Aan het eind van de jaren zestig voltrok de seksuele revolutie zich hetgeen hand in hand ging met een snelle secularisering. Tot dan toe werd het christelijk geloof grotendeels nog algemeen gedeeld en bepaalde zij in hoge mate het denken en handelen. Dalrymple benadrukt ‘dat in de jaren vijftig een besef een morele verplichting te hebben jegens een vrouw, geen belemmering vormde voor een bevredigende relatie met haar maar juist een voorwaarde. In de moderne optiek is de onbeperkte persoonlijke vrijheid het enige goede om na te streven; elke hindernis is een probleem dat overwonnen moet worden.’ Morele of maatschappelijke dilemma’s spelen nauwelijks meer een rol wanneer een teenager zwanger raakt van een jongen, maar slechts de persoonlijke voorkeuren van betrokkenen. Terecht werpt Theodore Dalrymple de vraag op ‘wie er een groter en subtieler moreel inzicht in menselijke relaties had of heeft: het publiek uit het midden van de jaren vijftig of

De huidige visie op seksualiteit, geluk en de fixatie is een paradigma De huidige visie op seksualiteit, geluk en de fixatie op het zelf is niet langer een visie, maar een paradigma waarmee de jeugd wordt grootgebracht en waarnaar zij leeft. Wie hiervan nog eens een voorbeeld wil zien, moet de uitzending van netwerk op Valentijnsdag van dit jaar nog maar eens terugkijken. In de uitzending legden, zichzelf ‘ poly-amoreus’ noemende, getrouwde stellen uit dat zij er tegelijkertijd in alle openheid een relatie met een derde op nahielden. In het ene geval ging de vriendin van een getrouwde vader zelfs mee op vakantie met het hele gezin. Het ongemakkelijke gegrinnik van de twee dames toen zij vertelden over hun gekibbel wie nu bij manlief in bed mocht kruipen, toonde het bespottelijke van de situatie aan. dat van nu?’ De liefde die in de jaren vijftig nog verbonden was met begrippen als verplichtingen en verantwoordelijkheden jegens elkaar is nu verworden tot een doel op zich. De hoogste vorm van trouw is trouw zijn aan jezelf. Liefde heeft alles te maken met impulsen en gevoel, verplichtingen en conventies werken hypocrisie in de hand, namelijk ontrouw aan jezelf. De ervaring van liefde is gelegen in een gevoel van versmelting met de geliefde op alle terreinen van het leven. Seks is daarbij verworden tot hét bewijs van ware liefde. Net zo vaak koppelt men echter seksualiteit en liefde los. Jezelf ongestoord overgeven aan je begeertes wordt niet meer als kwalijk ervaren, maar is een volkomen geaccepteerd verschijnsel. Je leeft tenslotte maar één keer en dat geeft reden te meer om de geluksbeleving centraal te stellen. Als jij iets wilt, is dat jouw keuze en daarin wordt het handelen goeddeels gerechtvaardigd, zolang je maar geen schade aan derden berokkent. In de loop van de tijd zijn begrippen als liefde en seks dus steeds meer op zichzelf komen te staan en losgezongen van vrijwel iedere maatschappelijke en morele context. Opvattingen over een verhouding tot de ander - laat staan God -

Jongeren leven tegenwoordig in een post-moderne, postchristelijke samenleving waarin zij een ongekende pluriformiteit aan seksueel gedrag tegengekomen, waardoor zij opgroeien in een morele wildernis. Goede smaak, terughoudendheid, matigheid, waardigheid, geheimzinnigheid, diepgang, beperking van het verlangen: dat alles wordt niet meer geduld. Geluk en een goed leven worden voorgesteld als een soort verlengde sensuele extase en niets anders’, schrijft Dalrymple. In plaats van minachtend de neus op te halen voor de spruitjeslucht van de jaren vijftig en met dédain te spreken over de betutteling van destijds, dringt zich daarom nu met kracht de vraag aan ons op of wij (misschien zelfs letterlijk) niet het kind met het badwater hebben weggegooid. In de opvoeding en het onderwijs zou men zich daarom weer moeten openstellen voor onze culturele en christelijke bronnen waarin moraal en deugden de grondslag vormden voor ons handelen, niet in de laatste plaats rondom seksualiteit. Het zal de jongeren, het gezin en de samenleving alleen maar ten goede komen. Maarten Neuteboom

27


Reactie

Lekker babbelen over de jeugd

Gezocht:

Tijdens het lezen van ´De jeugd in een postmoderne wereld´ kan ik hard met mijn hoofd ja knikken en bij ´Tijd voor een positiever jongerenbeeld´ sluit ik mij ook aan. Wat me alleen al jaren verbijsterd is het makkelijke praten van hoogopgeleide jongeren die zelf niet in aanraking komen met ´hangjongeren´ en ´breezersletjes´, wie daar ook mee bedoeld worden. Wat ik nu overigens heb gezegd en ga zeggen is niet persoonlijk voor Sander en Maarten, want ik zou niet weten wat zij verder met deze jongeren doen. Het is geschreven in de (arrogante?) hoop dat er genoeg mensen zijn die zich aangesproken zullen voelen door dit stukje.

Dagelijks Bestuurslid Politiek (m/v) (+/- 20 uur per week) en een Dagelijks Bestuurslid Organisatie & Vorming (m/v) (+/- 20 uur per week)

Terug naar het ‘praten’. In veel gevallen blijft het bij praten over en komt het niet tot praten mét. En als het praten met is, dan moet dat in pak en vanuit een bepaalde positie. Is het echt zo dat die ´onderste laag´ daardoor denkt: ‘Ik wil ook naar school, ik wil stoppen met zuipen en ik wil 40 dagen geen seks!!’ Ik denk het niet. Zo makkelijk komen we er niet vanaf. We bereiken deze jongeren niet op een hoogstaande manier. Het is beter als we beseffen dat we net zo goed jongeren zijn en misschien, als we bij andere ouders waren geboren, ons ook zo hadden gedragen.

Ik vraag me af of er veel CDJA’ers zijn die vrienden hebben die op het mbo zitten of die de tijd nemen belangeloos eens bij een jongerencentrum binnen te lopen. Nu weet ik dat het ook niet nodig is dat íedereen dat doet, maar in mijn ogen is het gewoon omgaan met deze jongeren de beste manier iets met hen te bereiken. Om ze toch te laten zien hoe het ook kan en als het dan niet ´lukt´, dan weet je in ieder geval wel wat hen bezighoudt. Helaas is het inderdaad zo dat bij velen de opvoeding is mislukt en om te voorkomen dat dat bij een volgende generatie weer gebeurd moeten de mensen die dit wíllen voorkomen zich massaal inzetten. Dus laten we eens iets minder gaan praten en iets meer gaan doen. Voor verandering is durf en daadkracht nodig, oftewel: jeugd! Martine Oldhoff

IETSR VOOU? JO

Het Dagelijks Bestuur (DB) is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het CDJA. Besluiten van het Algemeen Bestuur en de Algemene Ledenvergadering worden door het DB voorbereid en uitgevoerd. Daarnaast is het de taak van het DB om het CDJA te vertegenwoordigen richting het CDA, andere politieke jongerenorganisaties, de media en andere belangenverenigingen. Als DB’er word je in functie verkozen voor de termijn van minimaal 1 jaar. Tijdens je bestuursperiode krijg je een unieke kans om leiding te geven aan het CDJA, je netwerk te verbreden en bovendien aan je professionele vaardigheden te werken.

Voor beide posten wordt verwacht dat je • lid bent van het CDJA • de christendemocratische uitgangspunten van harte onderschrijft • anderen warm weet te maken voor het CDJA • bereid bent om als teamspeler te functioneren binnen het DB • jezelf heldere doelen weet te stellen met betrekking tot het invulling geven aan je portefeuille • de wil en de mogelijkheid bezit om op flexibele wijze onge veer 20 uur per week voor je bestuursfunctie te reserveren

Als Dagelijks Bestuurslid Politiek ben je medeverantwoordelijk voor de onmisbare inhoudelijke standpuntbepaling van het CDJA. Dit houdt onder meer in dat je de diverse werkgroepen aanstuurt die voor onze vereniging de basis vormen voor het ontwikkelen van politieke standpunten. Tevens draag je bij aan het uitdragen van de CDJA-standpunten naar buiten toe. Het CDJA is onafhankelijk van het CDA en als DB’er Politiek wil je hier op een kritische, maar loyale wijze invulling aan geven. Verder ben je als DB’er Politiek samen met de Internationaal Secretaris verantwoordelijk voor de aansturing van de Commissie Internationaal Secretariaat (CIS).

Tenslotte zijn bekendheid met de vereniging en bestuurlijke ervaring (binnen of buiten het CDJA) een pré. Procedure Sollicitatiebrieven kunnen, inclusief Curriculum Vitae, tot en met vrijdag 4 april 12.00 uur verstuurd worden naar secretariaat@cdja.nl . Voor meer informatie kun je contact opnemen met Geert Meijering, vicevoorzitter van het CDJA en lid van de selectiecommissie, via meijering.db@cdja.nl of 06-44357857.

Als Dagelijks Bestuurslid Organisatie & Vorming ben je allereerst verantwoordelijk voor de lokale afdelingen, die de basis van het CDJA vormen. Daarnaast stuur je twee commissies aan: de Organisatiecommissie (OC) en de Vormingscommissie (VoCie). De OC is vooral gericht op het uitvoeren van de jaarplanning van het CDJA. Het kan hier gaan om het organiseren van activiteiten, zoals een bezoek aan de voedselbank, maar ook het organiseren van landelijke debatten behoort tot de OC-taken. De VoCie organiseert vooral ‘vormende’ activiteiten op het gebied de ontwikkeling van het christendemocratische gedachtegoed bij de leden en het aanleren van politiek gerelateerde vaardigheden. Ook de Debating Society valt onder de Vocie en daarmee onder jouw verantwoordelijkheid.

28

29


COLOFON

CDJA SECRETARIAAT

Interruptie is een uitgave van het CDJA en verschijnt vier keer per jaar onder verantwoordelijkheid van de CDJA-redactiecommissie, bestaande uit: Hoofdredacteur: Jantina van Tilburg Marijse Klink Martine Oldhoff Roeland Storm Jeroen van Velzen Leontien Wagenaar Annemarie Walter Henrik Wienen

Oproepen CDJA-Utrecht presenteert…

Lezingen Christen Democratische Vraagstukken Vanuit de plaatselijke vormings- en organisatiecommissie worden diverse activiteiten georganiseerd. Naast de wat meer besloten leesclub - dit jaar rondom De Stad van God van Augustinus -, organiseren we ook lezingen, trainingen en workshops. Begin dit jaar hebben we een start gemaakt met een lezingenserie Christen Democratische Vraagstukken. De eerstvolgende lezing is op 31 maart 2008. Dr. Ir. J. van der Graaf, voormalig algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, zal ingaan op de relatie tussen protestantisme en de staat Israël. De lezing heeft als titel: De bezinning op Israël - volk, land en staat binnen de Protestantse Kerk. De lezing wordt gehouden in het Academiegebouw te Utrecht en start om 20.00 uur. Iedereen is van harte welkom!

CDJA-Utrecht Zomerschool

Het zomerreces is een ideale periode voor bezinning en studie, de dagen worden langer en de avonden warmer. Het CDJA Utrecht wil hier op inspelen door met een groep enkele recente politiek filosofische boeken te lezen over onze tijd. Het zijn boeken die te vatten zijn binnen ons thema: Tijden van ommekeer. Op de maandag- en vrijdagavonden gedurende zeven weken - van 7 juli t/m 22 augustus - worden de boeken plenair besproken. Aangezien er per avond een boek besproken wordt, is het mogelijk om enkele boeken te ‘missen’ in verband met je vakantie. Tot besluit van de zomerschool wordt een essaywedstrijd en een symposium georganiseerd. De bijeenkomsten worden gehouden in Utrecht aan de Nieuwegracht 61. De kosten bedragen € 50,-.

Nieuwe gezichten op het Secretariaat

Sinds 1 januari is Maran Henneberke niet meer werkzaam bij het CDJA. Ze heeft een andere, uitdagende werkplek elders gevonden. We hebben haar leren kennen als een zeer prettig en loyaal persoon en als een fantastische officemanager. We zijn heel blij dat we al snel een nieuwe officemanager hebben gevonden. Sinds 28 januari is Gerard Adelaar bij ons werkzaam als officemanager op het Secretariaat. Gerard is 24 jaar, woont in Leiden en studeert Politicologie. Heel blij zijn we ook met Marijse Klink die het team is komen versterken. Haar kennis en vertrouwdheid met de organisatie zijn zeer waardevol gebleken. Het secretariaat in Den Haag ondersteunt het landelijk CDJA, maar ook de afdelingen in het land. Aan het hoofd van het secretariaat staat de secretaris van het CDJA. Het secretariaat wordt bemenst door twee vaste medewerkers. Naast vaste medewerkers werken we ook met tijdelijke medewerkers (stagiaires) en soms vrijwilligers. Je kunt op het secretariaat terecht met (praktische) vragen en verzoeken. Marcel Migo Secretaris CDJA

Groningen Wolter Neutel wolterneutel@hotmail.com

JBB Luke Dik jbb@cdja.nl

postadres postbus 30453 2500 GL Den Haag

Drenthe Hank Huisman huis5494@gmail.com

Buitenland Serosj Avetian buitenland@cdja.nl

tel. +31 (0)70 34 24 851 fax +31 (0)70 36 43 417 secretariaat@cdja.nl

Overijssel Albert Waninge a.waninge@student.utwente.nl

OC&W Ardin Mourik onderwijs@cdja.nl

officemanager Gerard Adelaar +31 (0)6 427 99 249 adelaar.cdja@cda.nl

Gelderland Frans de Vries frans1988@yahoo.com

Europa Frank Lambermont europa@cdja.nl

Flevoland Jennifer Pees jenniferpees@zonnet.nl

SEZ Peter Alexander Christiaans sez@cdja.nl

Utrecht Bart-Jan Heine bartjanheine@hotmail.com

VWS Arjen Joosse vws@cdja.nl

Noord-Holland Pascal Brugmans pascallo88@hotmail.com

MIR Wietse Burger mir@cdja.nl

Zuid-Holland Bart Elsman bartjeistof@hotmail.com

Landbouw Marinus den Hartogh landbouw@cdja.nl

Limburg Bob Koppes bobkoppes@hotmail.com

COMMISIES

Voorzitter Harry van der Molen +31 (0)6 427 99 247 voorzitter@cdja.nl Secretaris Marcel Migo +31 (0)6 362 67 488 secretaris@cdja.nl Penningmeester David van Dis +31 (0)6 455 88 516 penningmeester@cdja.nl

Foto’s: Dirk Hol

Communicatie & Ledenwerving Geert Meijering (vvz) +31 (0)6 443 57 857 meijering.db@cdja.nl

Ontwerp en lay-out: Studio Piraat (bno) Den Haag Druk: DeltaHage bv Den Haag Redactie-adres: Jan Wildschutstraat 6 2231 JA Rijnsburg tel. +31 (0)6 234 092 23 hoofdredacteur@cdja.nl Abonnement: 12,50 euro (4 nrs.) Leden van het CDJA ontvangen Interruptie gratis. Advertentiemogelijkheden op aanvraag. Dit ledenblad is gedrukt op milieuvriendelijk papier.   De redactie behoudt zich het recht voor stukken te weigeren, te redigeren of in te korten. Inzending geeft de redactie het recht een bijdrage ook via internet, databank of anderszins openbaar te maken. Eventuele auteursrechten blijven berusten bij de schrijver.

Noord-Brabant Agnes van Lent agnesvanlent@gmail.com

Politiek Janneke Beumer +31 (0)6 231 93 953 beumer.db@cdja.nl

Zeeland Jeffrey Oudeman jeffreyoudeman@hotmail.com

Organisatie en Vorming Rob Hammenga +31 (0)6 460 75 307 hammenga.db@cdja.nl

VRIJGEKOZEN ALGEMEEN BESTUURSLEDEN

ALGEMEEN BESTUUR Fryslân Frank Visser fs.visser@hotmail.com

Jitske Haagsma jitske_haagsma@hotmail.com Maarten de Vries m.k.devries@students.uu.nl

Promotiecommissie Hanneke Moret promoteam@cdja.nl Vormingscommissie Joris Groen vocie@cdja.nl Redactiecommissie Jantina van Tilburg hoofdredacteur@cdja.nl Organisatiecommissie Wilke van Beest oc@cdja.nl Internationaal Secretaris Bronne Pot is@cdja.nl www.cdja.nl

G

D WOOKRLID!

RAT 4W I TROEKENS U W

O

WORD NU LID VOOR MAAR 5 EURO EN ONTVANG 4 WEKEN DE TROUW GRATIS! Stuur deze bon in een gesloten envelop zonder postzegel naar:

CDJA Antwoordnummer 10505 2501 WB Den Haag Meer info? www.cdja.nl of www.cda.nl

Voor informatie over aanmelding en voor het aanvragen van de flyer, mail naar cdjautrecht@gmail.com. 30

bezoekadres Buitenom 18 2512 XA Den Haag

DAGELIJKS BESTUUR

Adviserend lid: Geert Meijering (DB)

WERKGROEPEN

www.cdja.nl

Deze aanbieding is geldig tot 1 juni 2008. *Het eerste jaar machtig ik het CDJA om 5 euro van mijn rekening af te schrijven. Na het eerste jaar machtig het CDJA voor het reguliere contributiebedrag (voor leden tot 19 jaar: 9 euro voor leden vanaf 19 jaar 31 16 euro). **CDJA-leden die jonger zijn dan 26 jaar, kunnen gratis lid worden van het CDA.


CDJA Interruptie Nr.01 2008