Issuu on Google+

Respons: Peter Van Rompuy

Van geld als doel naar geld als middel De komende decennia zal - in het bijzonder door de vergrijzing - de nood aan middelen voor publieke projecten zoals rusthuizen, serviceflats, gezondheidscentra en kinderopvang exponentieel toenemen. Ook investeringen in scholen en culturele verenigingen staan steeds hoger op de maatschappelijke agenda. Maar wie zal dit financieren? De overheid? Het komende decennium zullen alle overheden geconfronteerd blijven met budgettaire krapte. Daarenboven kijkt Europa strenger toe op allerhande ‘debudgetterings-technieken’, die de toekomst van de volgende generaties dreigen te belasten. Financiële instellingen? Na de kredietcrisis werden de banken op dieet gezet (Basel-III). Hierdoor worden investeringskredieten met een looptijd van meer dan tien jaar schaarser. Projectontwikkelaars? De bouw van nieuwe serviceflats wordt nu al geregeld gefinancierd door bijvoorbeeld obligatiehouders het recht te gunnen later een flat zelf te betrekken. Maar wat met mensen die niet over dit kapitaal beschikken? Of wat als de ontwikkelaar failliet gaat en zo het spaarpotje voor de oude dag in rook opgaat? Dit toont aan dat er nog steeds nood is aan initiatief vanuit het middenveld. Bij de uitbouw van publieke projecten met een hoge maatschappelijke meerwaarde leidt de concurrentie tussen organisaties zonder louter winstoogmerk tot de meest optimale dienstverlening voor de hele samenleving. En wat met de spaarder? De Belgen beschikken – gemiddeld – over het grootste financieel vermogen van alle Europeanen. Dat kapitaal staat nu vooral op spaarboekjes, aan een historisch lage rente (lager dan de inflatie). Er is dus wel degelijk kapitaal beschikbaar om nieuwe noden te financieren. Maar het zijn in hoofdzaak de financiële instellingen die bepalen waar deze middelen naartoe vloeien. De kredietcrisis toonde aan dat de race om het hoogste rendement dit spaargeld al te vaak kanaliseerde richting weinig transparante vehikels en ver afgelegen locaties, waaronder bijvoorbeeld gemeenten ergens in Texas. De band tussen de financiële architectuur en de economische realiteit verwaterde. Er is nood aan een herstel van de rechtstreekse band tussen initiatiefnemer en investeerder.

8

74

Belgisch Staatsblad, 4 juli 2008. Van geld als doel naar geld als middel


Om dit mogelijk te maken, moeten we een regelgevend kader ontwerpen dat niet enkel focust op het kwantitatief aspect (rendement), maar ook op het kwalitatieve: welk project vinden we ‘de moeite waard’? Het tarief van de roerende voorheffing wordt nu bepaald op basis van het type beleggingsinstrument (aandeel, BEVAK…). Kunnen we niet ook de ‘kwaliteit’ of de maatschappelijke meerwaarde van het project in rekening nemen? Dit vereist een nauwe samenwerking tussen de federale overheid (fiscaliteit) en de deelstaten (investeringsprojecten). De coöperatie is net uitgevonden als vehikel om de band tussen investeerder en initiatiefnemer te versterken en zo het evenwicht tussen financiële en maatschappelijke meerwaarde gestalte te geven. In de financiële wereld beleefde de coöperatie haar hoogdagen in periodes van hoge inflatie, zoals in de jaren tachtig. Om niet overgeleverd te worden aan de wurgrentes van de bancaire sector, brachten een groot aantal particulieren een klein bedrag bijeen om dit via een financiële coöperatie aan elkaar te lenen tegen leef bare rentes. De recente oprichting van bijvoorbeeld de coöperatieve bank NewB lijkt – ondanks de nobele bedoelingen – een fenomeen in de marge te zullen blijven. Doordat de coöperatie veelal niet onderworpen is aan korte termijn financiële rapportering, zoals de kwartaalresultaten voor beursgenoteerde ondernemingen, leent het zich bij uitstek voor projecten met een horizon op lange termijn. Bijvoorbeeld bij de bouw van zorgcentra is dit een belangrijk competitief voordeel. De algemene publieke middelen zullen niet volstaan om de stijgende noden die door de vergrijzing ontstaan in te vullen. Op dit ogenblik stellen we vast dat een beperkt aantal grote private spelers de markt van de zorgcentra inpalmt door het bijzonder kapitaalsintensieve karakter ervan. Het wekt dan ook verwondering dat de klassieke coöperatieve organisaties uit de zorgsector afwezig blijven in de subsector van de zorgcentra. Hier zou nochtans heel wat maatschappelijke meerwaarde kunnen gecreëerd worden, aangezien de grote private spelers zich vooral op de meer kapitaalkrachtige ouderen concentreren. Ook op het vlak van kinderopvang biedt de coöperatie nieuwe kansen. Doordat steeds meer koppels beide full time werken, zal de vraag naar kinderopvang ook de komende jaren fors blijven stijgen. Via publieke middelen alleen kunnen we nooit aan de nood voldoen. Nochtans moet het mogelijk zijn om jonge ouders niet alleen financieel te betrekken bij de opvang van kinderen, maar hen ook te motiveren een deeltje van hun tijd hierin te investeren. In Vlaanderen lopen twee proefprojecten die hopelijk het pad zullen effenen voor

Van geld als doel naar geld als middel 75


een veel bredere toepassing. In Nederland is coöperatieve kinderopvang alvast een groot succes! In de sector van de hernieuwbare energie biedt de coöperatie eveneens belangrijke voordelen. Veelal stoten nieuwe infrastructuurprojecten op hevige weerstand van lokale actiecomités. De coöperatie kan helpen om het NIMBYsyndroom te voorkomen, via de instap in een coöperatie die de windmolens beheert (zo kan men immers ook genieten van een deel van het rendement). De recente ontwikkelingen rond een welbepaalde coöperatieve op het vlak van hernieuwbare energie hebben onterecht de hele sector in een slecht daglicht gesteld. De voorbije jaren zien we ook een sterke opkomst van het sharen van goederen en diensten via het internet. Denk maar aan het verhuren van je appartement in een stadscentrum voor een weekendje via AirBnB, of het verlenen van taxi diensten via Uber. Delen wordt het nieuwe ‘hebben’. Momenteel opereren veel van deze websites in een juridisch en fiscaal vacuüm. Zou de coöperatie geen antwoord kunnen bieden op deze nieuwe vormen van dienstverlening? Er is duidelijk nood aan een juridische structuur waarbij de deelnemers makkelijk kunnen in- en uitstappen, met een permanente bovenbouw die ter verantwoording kan geroepen worden op het vlak van kwaliteitsvereisten en fiscale bijdragen. De coöperatie lijkt op het eerste zicht zich hier goed toe te kunnen lenen. De opkomst van crowd funding, waar ondernemers via een website geld ophalen bij family, friends, fans and fools, kan een heropleving inluiden van de klassieke coöperatie. Internet verlaagt de drempel om mensen bijeen te brengen rond projecten die zij zelf beoordelen als ‘waardevol’. Dankzij crowd funding nemen mensen de rating van hun investeringen opnieuw in eigen handen (bottom-up), en nemen ze wat macht terug van de ratingagentschappen (top-down). Het spreekt voor zich dat niet alle projecten die we een warm hart toedragen ook economisch succesvol zijn. Daarom wordt de inleg per investeerder best geplafonneerd, zodat een eventueel falen niet leidt tot sociale drama’s voor de investeerders. Investeringen worden steeds minder opgelegd van bovenaf, en steeds meer gedreven vanuit onderuit, vanuit een gemeenschap. De coöperatie heeft nog steeds bijzondere troeven om burgers te motiveren verantwoordelijkheid op te nemen voor de kwaliteit van hun leefomgeving.

76

Van geld als doel naar geld als middel


Als mensen overtuigd zijn dat ze ook daadwerkelijk impact kunnen hebben op hun leefwereld zullen ze ook actie ondernemen. De coรถperatie kan een hef boom vormen om te komen tot een nieuw gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid vanwege de burger voor zijn directe leefomgeving. [Peter Van Rompuy is Vlaams parlementslid voor CD&V en lijsttrekker voor het Vlaams Parlement in Vlaams-Brabant bij de verkiezingen van mei 2014] peter.vanrompuy@vlaamsparlement.be | Twitter: @Petervanrompuy

Van geld als doel naar geld als middel 77


Jg2 nr2 vanrompuy