Issuu on Google+

Caroline Ven en Geert Janssens

Ondernemingen creëren waarde(n) Ondernemen en waarden worden in het algemeen weinig met elkaar geassocieerd. Te vaak wordt ondernemen beschouwd als louter een manier om geld te verdienen voor de aandeelhouders. Liefst op een zo kort mogelijke termijn. De huidige financiële en economische crisis heeft dat beeld nog versterkt. Het kapitalisme als dominant economisch systeem ligt daardoor zelfs stevig onder vuur. Nochtans heeft ondernemen op zich heel veel intrinsieke waarde. Meer zelfs, een bedrijf dat geen waarden in zich draagt, is geen lang leven beschoren. Waardengericht ondernemen gaat dan ook veel verder dan het naleven van geldende wetten en reglementen. Ook het vaak gebezigd concept ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ dekt de lading niet helemaal.

Ondernemers opereren niet in een vacuüm Hoewel in het zog van de financiële crisis woorden zoals ‘neoliberalisme’, ‘laissez faire’ en andere soortgelijke benamingen als verwijten worden gescandeerd tegen de huidige gang van zaken, moeten we eerlijkheidshalve vaststellen dat we in een sterk genormeerde samenleving leven. De omvang en de complexiteit van de regelgeving waren nog nooit zo groot. Ondernemers klagen er ook heel vaak over: de vergunningen en procedures voor tal van activiteiten inclusief de opstart van een bedrijf, de sociale wetgeving die steeds uitgebreider wordt naarmate men groeit, de verplichte overlegstructuren, rapporteringsvereisten, controle-instanties,… Van een laissez-faire-kapitalisme is hoegenaamd geen sprake. Er is niets op tegen dat men bedrijven onderwerpt aan een degelijke controle. Integendeel, in een complexe maatschappij is het evident dat er algemeen geldende regelgeving is die de rechten en plichten van eenieder eenduidig af bakent. Dat gebeurt op basis van een democratisch tot stand gekomen wetgeving die afdwingbaar is via een onafhankelijk rechtssysteem. Duidelijke spelregels bieden houvast aan elke maatschappelijke speler. Tussen ondernemingen creëert het een gelijk speelveld althans op voorwaarde dat ook ondernemingen in andere landen aan gelijkaardige regelgeving onder-

Ondernemingen creëren waarde(n) 43


worpen zijn. Toch moeten we ons ook de vraag stellen of er niet te veel regeltjes zijn. Hoe zinvol het ook is om een aantal spelregels eenduidig te bepalen, zoals de verplichtingen om een boekhouding te voeren en een jaarrekening te publiceren, zo ontmoedigend en betuttelend kunnen andere regels dan weer zijn. Er bestaat de jongste tijd een tendens waarbij de balans uit evenwicht dreigt te raken. Denken we maar aan hoe de visie op deugdelijk bestuur of corporate governance aan het evolueren is. Corporate governance tracht de bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor een goed bestuur van het bedrijf vast te leggen. Het regelt de verhoudingen tussen aandeelhouders, bestuurders, het management en andere belanghebbenden van de onderneming. Er bestaat geen eenduidig, uniek model dat optimaal is voor alle omstandigheden. Wel bestaat er zoiets als een set van aanbevelingen die als leidraad kan dienen. De Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OESO) stelde bijvoorbeeld zo’n pakket samen. Alleszins is goed bestuur ook in het belang van het bedrijf en de aandeelhouders. Het is essentieel voor duurzaam succes. En daarmee is het ook in de eerste plaats de eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld, een goede raad van bestuur samen te stellen. Daarbij zijn competenties en ervaring van de bestuurders belangrijk, maar ook de mate waarin ze als college gezamenlijk de strategie van het bedrijf vorm geven. Recente initiatieven trachten echter regelrecht in te grijpen in de autonomie van een bedrijf om zijn bestuurders aan te stellen. Zo staat Europese regelgeving in de steigers om beursgenoteerde ondernemingen quota op te leggen qua gendersamenstelling van de raad van bestuur. Zulks zal heel wat ondernemingen opzadelen met een grondige verschuiving in de huidige bestuurssamenstelling terwijl die mogelijks best goed functioneerde. De tsunami aan regelgeving botst tegen een andere belangrijke waarde in onze maatschappij, namelijk die van vrijheid. De vrijheid te ondernemen, zijn visie en strategie te bepalen alsook wie men daarvoor het best geschikt vindt om te besturen. De opbrengsten van heel wat regelneverij staan niet steeds in verhouding tot de kosten. Daardoor dreigt heel veel maatschappelijke waarde verloren te gaan. Te complexe regelgeving leidt op den duur ook tot rechtsonzekerheid. Zeker voor KMO’s mag men de ‘compliance’-kost niet onderschatten. Zij beschikken vaak niet over een team gespecialiseerde juristen om hen doorheen het oerwoud van wetgeving te loodsen en extern advies is vaak te duur. Is dit dan een pleidooi om bedrijven maar met rust te laten? Helemaal niet. Maar de trend waarbij bedrijven en ondernemers in de maatschappelijke perceptie onder vuur liggen, werd door de financiële crisis buiten alle proportie gesteld. Er heerst te veel wantrouwen. Een tsunami aan zeer gedetailleerde verplichtingen zal dit niet wegnemen. Integendeel, het risico iets – ongewild – over het hoofd te zien, wordt er alsmaar groter door. We zien op den duur door de bomen het bos niet meer. We zouden daarom beter opnieuw focussen op de essentie, op wat echt telt.

44

Ondernemingen creëren waarde(n)


De geest van de wet laten primeren op de letter. En daarbij een aantal belangrijke waarden centraal stellen. Neem het voorbeeld van de fraudebestrijding. Enkele jaren geleden werden specifieke boetes ingevoerd om onjuiste aangiftes van voordelen alle aard te bestraffen. Nochtans bestaat er wetgeving die diefstal straf baar maakt. Ook stelen van de staat mag dus niet. Waarom is dan een specifiek kader in het geval van fraude nodig? Is diefstal van de staat erger dan diefstal van de buurman? En het resultaat van te specifieke wetgeving maakt dat op den duur een inbreuk die niet tot een bijzondere categorie behoort, niet meer van belang lijkt.

Poenscheppers? Bedrijven en bedrijfsleiders worden gemakkelijk geassocieerd met hebzucht en kortetermijndenken. In plaats van de welvaart die ze creëren te beschouwen als een maatschappelijke meerwaarde, ontstaat soms het beeld dat het ten koste van de maatschappij is. Toch zijn bedrijven en ondernemers in beginsel wel degelijk waarde-scheppers, zowel in de economische als in de ethische betekenis van het woord. Vanuit hun aard creëren ondernemingen immers waarde. Bedrijven staan in voor het gros van de toegevoegde waarde in onze maatschappij. De private sector is de primaire bron van welvaart en stelt in ons land 2,5 miljoen mensen te werk. Dit is duurzame tewerkstelling waarvoor geen belastinggeld nodig is. Integendeel, dankzij deze private werkgelegenheid zorgen de bedrijven voor tweederde van de inkomsten van onze staat. Het is onmiskenbaar een feit dat ondernemingen wel degelijk winst willen maken. Maar daarom is dat winstmotief niet in strijd met andere doelstellingen zoals mens en milieu. De bedrijven zijn er uiteindelijk voor de mensen. In de eerste plaats om hun behoeften te vervullen. Zo creëren zij bovendien tewerkstelling en dus koopkracht. We staan er allicht weinig bij stil omdat we het als westerse consument zo gewoon zijn. Voor bijna elke denkbare behoefte, of het nu gaat om voedsel, kleding, PC’s of medicijnen, is er een aanbod voor handen dat tot stand gebracht wordt door ondernemingen. En vaak hebben we keuze tussen meerdere alternatieven. Die ondernemingen worden uiteraard gedreven door een winstmotief. Dat spoort hen ertoe aan met hun producten en/of dienstverlening zo goed mogelijk aansluiting te vinden bij wat de consument wenst. Veel criticasters hebben geen flauw benul van de inspanningen die bedrijven moeten doen om bijvoorbeeld tot een betrouwbaar medicijn te komen. We spreken dan niet eens over de omvang van de investeringen en onzekerheden die daarmee gepaard gaan. Jarenlang duur onderzoek kan uitdraaien op niets. Men vindt het maar normaal dat bedrijven in dat geval op de blaren moeten zitten. Welnu, dan moet men ook kunnen verdragen dat bedrijven de vruchten plukken als het wel lukt. Anders zou niemand eraan beginnen. Integendeel, het zijn precies de bedrijven die verlies maken – en de maatschappij alzo op kosten jagen – die feitelijk onverantwoord bezig zijn.

Ondernemingen creëren waarde(n) 45


Precies daarom is ondernemen in wezen maatschappelijk verantwoord handelen. Feitelijk is het net het winstmotief dat bedrijven ertoe zal aansporen om zo goed mogelijk om te gaan met de schaarse bronnen en hulpmiddelen. De zoektocht naar efficiëntie zet aan tot de door velen gevraagde innovatie. Door zowel de productieprocessen als het aanbod zelf te verbeteren kan men immers de concurrenten een stap voor zijn in de strijd om de gunst van de consument. En uiteindelijk worden we daar in principe allemaal beter van. Ondernemingen creëren met andere woorden maatschappelijke waarde omdat ze ons voorzien van goederen en diensten die ons het leven aangenamer en gemakkelijker maken.

MVO als opstap Een onderneming is uiteraard veel meer dan wat ze voortbrengt voor de klant aan een zekere prijs met daarbij winst voor de aandeelhouders. Een onderneming is een essentieel deel van het maatschappelijk weefsel. We toonden reeds aan dat bedrijven opereren in een maatschappelijk continuüm. Naast aandeelhouders en klanten zijn er nog vele andere belanghebbenden. Ook medewerkers zijn cruciale stakeholders. Andere mogelijke belanghebbenden zijn leveranciers, buren, de overheid,… Een onderneming is een onlosmakelijk deel van een groter maatschappelijk geheel. Vanuit deze gedachtegang ontstond het voorbije decennium onder de paraplu van ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ een wirwar aan initiatieven en instrumenten. De bedoelingen van het MVO-concept zijn zeer nobel. Concreet wil men het winstmotief profit aanvullen met zogenaamde maatschappelijke doelstellingen inzake people en planet. Daarbij verwijst people in de eerste plaats naar het eigen personeel. Planet tracht de aspiraties van het milieu en ons ecologisch systeem te incorporeren. Daarmee wil MVO rekening houden met de verwachtingen van alle belanghebbenden. Dat is zeer waardevol. Wie de dialoog met zijn stakeholders durft aan te gaan, opent deuren naar een rijk gevulde wereld met zowel frustraties en verwachtingen alsook tal van nuttige ideeën en tips voor verbetering. Denken we maar aan de ideeën die klanten kunnen aanbrengen ter verbetering van een product of dienst waar ze dagelijks mee aan de slag zijn. Hoe goed bedoeld ook, aan het MVO-concept kleven een aantal fundamentele tekortkomingen die maken dat voor ons de toepassing ervan slechts mag gezien worden als een opstap naar meer. Een eerste probleem is dat in een MVO-benadering het winstmotief te vaak wordt gezien als een onmaatschappelijke doelstelling. Dat is een verkeerde voorstelling van de feiten. Winst is een essentieel onderdeel van het waardencreatieproces en organisaties die dit veronachtzamen zijn dan ook geen duurzaam leven beschoren. Practici die het MVO-concept toepassen of aanpraten, hebben dit aan den lijve moeten ondervinden en zijn gaandeweg het instrumentarium gaan aanpas-

46

Ondernemingen creëren waarde(n)


sen. De drie p’s zijn evenwaardig geworden en ook winst kreeg haar rechtmatige plaats toebedeeld. Maar daarmee is het MVO-concept nog niet uit de problemen. Een tweede bedenking heeft te maken met het willen versus het kunnen. Rekening ‘willen’ houden met de verwachtingen van alle belanghebbenden klinkt veelbelovend maar in de praktijk blijkt dit in bepaalde situaties quasi onmogelijk. Precies daarom hebben bedrijven nood aan een degelijk waardenkader. Zulk waardenkader kan houvast bieden om om te gaan met dilemma’s waar men voor komt te staan bij de bedrijfsvoering.

Waardengericht ondernemen Het is dus niet voldoende om te stellen dat men rekening gaat houden met de belangen van alle stakeholders. Het is immers een illusie om te denken dat dit simpelweg steeds mogelijk is. In de praktijk zullen bedrijven voor situaties komen te staan waarbij men belangen zal moeten afwegen tegenover elkaar. Wie de leiding heeft van een bedrijf of organisatie zal goed beseffen dat men voortdurend voor dilemma’s komt te staan. Een bedrijf in moeilijkheden heeft mogelijks geen ruimte voor loonsopslag. Winst en personeel conflicteren. Hetzelfde geldt voor bepaalde milieudoelstellingen die extra inspanningen vergen van het personeel. In afwachting van een betere oplossing zal men vaak moeten kiezen voor de second best. De vraag is evenwel hoe je daartoe komt. Knopen doorhakken op een consistente manier, vraagt om een waardenkader dat toelaat om zo’n afweging in eer en geweten af te ronden. Die achtergrond doet twijfels rijzen bij de werkbaarheid van het klassieke MVO-concept aangezien men daar te veel uitgaat van een instrumentele benadering. Wie verantwoord wil omgaan met de doorgaans tegenstrijdige belangen van al haar stakeholders, kan dit enkel indien men appelleert aan een vooraf bepaald – maar in de tijd aanpasbaar – waardenkader waarover men in dialoog is gegaan met diezelfde stakeholders. De klassieke MVO-benadering heeft steeds meer weg van de onderneming die zich wil verantwoorden ten aanzien van andere stakeholders. Dat doet het door te rapporteren over wat de impact is van het bedrijf op anderen en welke inspanningen het levert om die impact – indien zij negatief is – te verminderen of te compenseren. In een meer geïntegreerde benadering zullen succesvolle bedrijven daarentegen zoeken naar manieren om maatschappelijke noden niet enkel te compenseren maar ze te laten samenvloeien met bedrijfsdoelstellingen. Door vanuit een dergelijke visie te werken, creëert men niet alleen betrokkenheid en motivatie maar zullen ook de financiële resultaten beter zijn. Waarden zijn daarbij de oriënteringspunten. Het is wat we als ‘nastrevenswaardig’ zien, zowel voor onszelf, voor elkaar als voor het grotere geheel. We kunnen onderscheid maken tussen intrinsieke waarden en functionele waarden. Intrinsieke waarden zijn uit zichzelf waardevol om na te streven. We denken aan

Ondernemingen creëren waarde(n) 47


eerlijkheid, integriteit, respect, ... We hoeven ze niet na te streven omwille van een verder liggend doel. Ze zijn van waarde uit zichzelf. Al kunnen en zullen ze ook bijdragen tot een verder liggend doel. Intrinsieke waarden zijn oriënteringspunten bij het nemen van beslissingen. Het sluiten van een filiaal stelt elk bedrijf voor een dilemma. De winst en het overleven van het bedrijf op langere termijn staan diametraal tegenover de duizenden jobs en het geluksgevoel van het personeel in dat filiaal. Een sluiting, puur omwille van de winst, zou het respect voor de werknemer zwaar in het negatief duwen. Een sluiting omwille van overcapaciteit en het voortbestaan van het bedrijf over een langere termijn, doet de balans overhellen in de richting van respect voor het bedrijf zelf en vele andere tienduizenden werknemers. In een tweede lijn liggen de waarden met een meer instrumenteel karakter. Het zijn functionele waarden. Efficiëntie streef je niet na an sich, maar om sneller of met minder middelen of verspilling een bepaald doel te bereiken. Hetzelfde geldt voor innovatie. Die is er niet om de innovatie. Wel om beter in te spelen op bepaalde noden van mensen. Het sluiten van een vestiging om de productie te centraliseren in een ander filiaal kan bijdragen tot de efficiëntie van de productie en alzo tot het beter bedienen van de klanten. Het kan op termijn ook het voortbestaan van het bedrijf helpen verzekeren. De functionele waarde zal uiteindelijk ook moeten bijdragen tot de intrinsieke waarde. Wie waardengericht onderneemt zal steeds goed afwegen waarom het bedrijf deze of gene beslissing neemt. Er zijn natuurlijk tal van andere voorbeelden en dilemma’s. Elke keer stellen we vast dat waarden een open karakter hebben. Ze schrijven niet voor wat je precies moet doen. Ze geven wel een richting aan, zeggen waar je op moet letten, en nodigen je uit om zelf een concreet antwoord te geven. Eigenlijk nodigen ze uit tot reflectie, om voor de spiegel te gaan staan. Zijn we in het reine met onszelf en vooral met de duurzame toekomst van het bedrijf? Doen we iets dat het bedrijf op termijn in de vernieling kan storten? Kan ik met de uitleg die we hieraan geven morgen op de voorpagina van de krant? Kan ik mijn vrienden aan de toog ermee overtuigen? De maatschappelijke toets is niet het exclusieve terrein van de bestuurskamer. Waardengerichte ondernemingen denken bewust na over de maatschappelijke nood of behoefte waarop ze willen inspelen en op welke wijze ze dat willen doen. Ze kiezen als het ware een aantal waarden die voor hen cruciaal zijn om hun visie te realiseren. Die keuze is niet eender wat maar moet constant worden afgetoetst vanuit een zeer ruime stakeholdersdialoog. De voorpaginatoets van de krant is als het ware een verzekering tegen onaangename verrassingen. Waarden zijn ankerpunten. Ze geven richting aan het gedrag en stellen bedrijven in staat om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun daden. Dat wil ook zeggen dat ze de kosten, die voortvloeien uit hun onderneming (tastbare en niet tastbare) niet afwentelen op de maatschappij (de zogenaamde ‘externaliteiten’) maar deze zelf dragen. Pas dan kan men spreken van duurzaam en verantwoord ondernemerschap. Waardengerichte ondernemingen verdisconteren het ‘algemeen be-

48

Ondernemingen creëren waarde(n)


lang’ voortdurend mee in hun beslissingen. Goed ondernemen is zonder waarden dus eigenlijk moeilijk denkbaar. We willen niet in herhaling vallen maar, ondernemen is in wezen waardevol en maatschappelijk verantwoord, althans tot het tegendeel is bewezen. In dat laatste geval is er niets op tegen om de verantwoordelijken op de blaren te laten zitten. Aandeelhouders zijn niet voor niets degenen die als laatsten in de rij staan (of zouden moeten staan) als het mis loopt. [Caroline Ven is gedelegeerd bestuurder van het ondernemersplatform VKW; Geert Janssens is hoofdeconoom van VKW Metena]

Ondernemingen creĂŤren waarde(n) 49


CDR-nr2-Ven-Janssens