Issuu on Google+

HET GOLEMBOEK


Het Golempad is een meditatieve wandeling. Niet zomaar een wandelweg. Het nodigt je uit om even bewegend stil te staan ... Verdriet krijgt vaak geen plaats in onze samenleving, terwijl het onlosmakelijk verbonden is met het leven. Daarom biedt deze wandeling je een kans om verdriet toe te laten, om herstel mogelijk te maken door deze weg als een ritueel pad te bewandelen. Maar het pad biedt je ook de mogelijkheid te kunnen dromen over de toekomst, over leven, hoop, passie … Ook kan je bij de Golem, die je op dit pad zal ontmoeten, een tekst, gedachte, gedicht of tekening achterlaten. Het Golempad is buiten een meditatieve wandeling ook een platform voor beeldende kunst, poëzie, literatuur, educatieve uitstappen, projecten rond geestelijke gezondheid … De Golem is een mythische figuur. Hij staat symbool voor de helende kracht die alle lijdende mensen kan samenbrengen en verbinden. Hij is helper, een dienaar, een zwijgende vertrouwenspersoon. Hij luistert en neemt de verzuchtingen van eenieder met zich mee. Hij oordeelt noch veroordeelt. Hij staat stevig verankerd en laat de kans tot ritueel herstel vredelievend toe. Het beeld de ‘Golem’ werd ontworpen door kunstenaar Koen Vanmechelen en werd gebouwd door de leerlingen van BUSO Openluchtscholen vzw met steun van de gemeente Brasschaat.


Beste inwoner en bezoeker van Brasschaat, cultuur- en natuurliefhebber, Sinds september 2009 leiden vele sporen naar de Mick om er te genieten van een wandeling op het Golempad. In onze gemeente is dit de meest uitgelezen plek om even uit de drukte van alledag te ontsnappen. Je vindt er het kasteel, de vijver, het sprookjesbos en op het einde van de wandelweg kom je oog in oog te staan met een vriendelijke reus. Langzaam maar zeker zet het Golempad zich op de kaart van plaatsen ‘waar je eens moet geweest zijn’. In die geest van ontmoeten kan er heel wat bloeien. Vandaag, in de lente van 2010, legt de muze van de poĂŤzie alvast haar eitjes in de schaduw van een eik, onder een goedkeurende blik van de Golem. Dit evenement betekent de start van een permanent en creatief groeiproces in de harten van alle bezielde betrokkenen. Hier kan ik als burgemeester alleen maar trots op zijn. Mei 2010

Dirk de Kort Burgemeester van Brasschaat


Still Alive

Groet me, spreek me aan met gespierde vreugde. Strooi het zaad van de zon op mijn schaduwrijkste plek. Ontmoet me, vertel me van je meeste dagen. Kom langs, zet je neer op mijn kale botten. Verdraag mijn geduld, mijn stilte, mijn zwijgen. Ga weg en keer weer. Maar weet: ik ben voortaan je gastheer hier.

Jan Jacquemyn


De plek Je moet niet alleen, om de plek te bereiken, thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken. Er is niets te zien, en dat moet je zien om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd om overmorgen iets te hebben achtergelaten. Daar moet je vandaag voor zorgen. Voor sterfelijkheid. Herman de Coninck


Plek Ze was precies, mijn kind. Haar vingers trokken strepen in mijn kasten. De krant mocht nimmer open op de tafel, geen bed een uur de plooien van haar slaap bewaren. Noch de echo van die droom waarin ze steeds haar hele lichaam had. Alles was voorzien op haar verdwijnen. Spoorlozer dan een mens kan zijn. Haar laatste nest omsluit haar, dekt haar toe en slijt haar weg. Maar hier, hier kijkt ze op en draait zich zoals toen nog één keer om nu ik haar wek. Erwin Mortier (Uit ‘Vergeten Licht’ 2001)


Voorgoed

Als ik wegga, liefste Neem ik je ogen mee Ik kies wat van het grijs En zeker hun groen Want al je ogen neem ik mee Als ik wegga, liefste Neem ik je vleugels mee Onderweg probeer ik ze uit Ver boven een land Met de grootte van een vogel Als ik wegga, liefste Vraag me dan niet Waarom of waarheen Laat me, mijn lief Voorgoed verdwijnen in jou.

Roger de Neef


voor een olifant valt het zwaar, zeer zwaar voor een giraf is het groot, heel groot een dinosaurus heeft mega hartenpijn een walvis zwemt soms in een zee van tranen maar ook al zie je het bijna niet in het hart van de kleine muis is ook plaats voor groot verdriet

Tekst en tekening Veronique Puts


Mijn Geckjes grafschrift Dit is mijn hondjes graf. Ik zeg er niet meer af, Als dat ik wenste (en de Werld waar niet bedurven) Dat mijn klein Geckje leefde en al de grote sturven. Constantijn Huygens (1596-1689)


dier baar beestje mens lijk baasje je zit niet meer op me te wachten maar loopt nog rond in mijn gedachten ik mis je poot, je kop, miauw, geblaf, je lied, ik kom thuis, en stop: jammer, je bent er niet. je zit niet meer op me te wachten maar loopt nog rond in mijn gedachten je stelde nooit vragen, maar ik wist wat je bedoelde, je was er alle dagen en ook jij wist wat ik voelde, maar je zit niet meer op me te wachten je loopt nog rond in mijn gedachten Geert Hoste


Verdwaald Liedje De mens dat arme beest hij is er en hij is er geweest Hij rent door alle landen tot hij geen asem heeft En als hij neervalt is hij bang en bidt en blaft en beeft Daarom heeft hij de goden uitgevonden daarom heeft hij torens opgericht waar de goden mogen wonen in een eeuwig licht De mens dat arme beest dat vraagt en vrijt en vreest in de schaduw van de torens En ik ben de kleine bruid van het goede en het broze Ik maai het onkruid en ik maai de rozen Ik hoor de mensen dromen Amaai zijn dat seringen die ik ruik of groeit het gras al op mijn buik? En ik, godin van de nacht omhels het jonge kind en de oude kraai amaai amaai amaai. Hugo Claus


Ik wuif je met 1001 bloemen uit Ik zou moeten roepen, maar wil zwijgen. Ik zou moeten huilen, nu mijn ogen droog zijn, oneindig leeg. Ik zou moeten verdergaan, nu ik wil halt houden. De maan straalt krachtig jouw spiegelbeeld tegen me aan. Je bent zo ver, toch dichtbij. De stortvloed aan stilte is oorverdovend. Ik mocht – zij het te kort – in jouw schaduw staan, heel me zacht. Voel, jouw vlinders wuif ik nooit weg uit mijn dromen.

Dromen spreken onophoudelijk. Ik zoek mijn thuishaven.

Ik wil niet spreken, geen woorden, luister zachtjes naar mijn hart.

Dat hart dat schreeuwt … nu ik zwijgen moet.

Luc Lamine Geïnspireerd door kunstenaars


Deurdicht Sluit elke deur met poëzie Met lichtheid en met fantasie En met uw sleutel, zeker dié Geef blijk van kracht En deur-zicht En doe heel zacht De deur dicht Een sleutelbos, een sleutelring De poort van de herinnering Die heel plots voor je openging Of is dat meer Een treurdicht? Doe dan maar weer De deur dicht Met slaande deuren weg, je gaat Niets afgesloten, uitgepraat Maar als je écht een blad omslaat Dan sluit je juist De deur licht Met in je vuist Dit ‘deurdicht’ Je hoort ‘m wel die laatste klop Dus sla je nog niet voor je kop Maar als ’t zo ver is: op is op ’t Is mooi geweest Geen zeur-dicht Gedaan het feest De deur dicht. Jeroen Le Compte


Waarom? dinsdagochtend 16 februari, 08.12 uur Mijn ingewanden composteren, de voorloper van verteren.

De pijngrens nadert, vanachter de geluidsmuur van doodsangsten.

Waarom ben jij zo dom geweest en was ik niet de slimste?

Waarom hebben wij onszelf verdoemd het vaste gezelschap te zijn van elkanders eenzaamheid?

Waarom proef ik nog het zilt uit de holtes van je hals?

Waarom schrik ik van deze stilte, waarom herken ik geen geluid?

Uit FANMAIL, een briefwisseling, Marc Pairon, Stichting Charles Catteau, 2010


Onderweg Onderweg ben je nomade, soepel plooiend, speels van geest Geeft u over an de genade, je wordt vrij en onbevreesd Want je botst met tegenstrevers, elken ding zegt zijne zeg Leer geduldig incasseren, van tegenliggers onderweg Geduldig incasseren, van tegenliggers onderweg Los van vastgeroeste ideeÍn, onderweg pluk je de dag Pelgrim ben je heel je leven, vorderen doe je liefst zigzag Haast u, haast u, uiterst langzaam , want het einddoel is bekend Daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy end Daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy end Ooit als kind ben ik vertrokken, zonder route, kaart of plan Onderweg al heel m’n leven, wat is daar de zin toch van Onderweg stel je geen vragen, voor hoelange nog en waarom Onderweg ben je zigeuner, je reist voort en je ziet niet om Onderweg ben je zigeuner, je reist voort en je ziet niet om En je ziet niet om En je ziet niet om Ziet niet om Ziet niet om Ziet niet om Willem Vermandere


Ik eb m’n art geslote Ik eb m’n art geslote ‘k Zen al iêwen onderwege langst de strate van den tijd ‘k eb m’n gùsting ni’ gekrege ‘k eb m’n zakke vol meh spijt ik verteer m’n lêvesdage en ba niemand vind ek troêst want m’n art eb ek gesloten en m’n ziel eb ek vermoêsd ‘k Vind gin woorde vör te klage ‘t is gin kweste van verdriet et zen gin mense die me plage ‘t is gin vrou die me verliet et is alliên mor iet vanbinne da’k ni’ goed eb gesoigneerd ‘t is m’n art da’k eb gesloten en vörgoe’ gerenneweerd In de mist van alle dage dool ek rond gelak e spoêk wor nortoe mùtte ni’ vrage want dor woênd den duvel oêk en a ‘k ieverans gon kloppe dan is ‘t een verkiêrde poêrt dus ik eb m’n art gesloten en m’n ziel eb ek vermoêrd In de bùkke van de wereld vind ek niks da mij verlicht et is de schuld ni van de schrijvers et leed ùk ni on ‘t gedicht mor de reden is te vinde in mij lêve zonder fiêst in m’n art da ‘k eb gestoken in ‘t gevang van mijne giêst mor de reden is te vinde in mij lêve zonder fiêst in m’n art da’k eb gestoken in ‘t gevang van mijne giêst Wannes Van De Velde


mijn kindje stapje voor stapje stap je in het leven nog geen idee wat het je kan geven onbehoed voor gevaren blijf je in men ogen staren nog zo klein en hulpeloos zacht en babyroos maar al zo dapper nog onbeslecht mijn kindje levensecht zo schattig, zo prachtig een engel, sprookjesachtig mijn meisje, mijn kind dat haar plekje in deze wereld vindt Mira De Schepper, winnares dichtwedstrijd ‘Het Golemboek’ 2010


COLOFON Het Golemboek kwam tot stand in het kader van het meditatieve Golempad in parkdomein De Mick, Brasschaat. Beide zijn een samenwerking van: het gemeentebestuur van Brasschaat Mathias Stuyck, dienst toerisme Brasschaat Jan Jacquemyn Luc Lamine Illustraties: Maarten de With Met dank aan: Adriaan Raemdonck Kristien Hemmerechts Piet Piryns Veerle de Wit Walter Soethoudt


Dichtenbundel golempad