Page 1

win cadeaubons

en vind tal van cadeautips magazine Voor holebi’s & transgenders 18de jaargang nr 110 • december 2010/januari 2011 • 3,95 euro

dandies in despair

gilbert & george fantasie in d mineur

erotisch verhaal wereld aids dag

hiv in cijfers en stripverhalen


edito Nooit eerder kreeg de aidsthematiek in de maanden voor Wereld Aids Dag meer publieke belangstelling dan in 2010. De aanzet kwam van het instituut dat de epidemie traditiegetrouw nogal graag bestrijdt door haar seksuele moraal te propageren. Ook met lippendienst: in datzelfde 2010 kwam in Vlaanderen pijnlijk aan het licht dat de nagestreefde seksuele normen zelfs in eigen rangen met de voeten worden getreden, niet incidenteel maar structureel. Het goede aan het publieke debat is dat de aidsthematiek voor even de belangstelling krijgt die nog steeds nodig is. Dat geldt in het bijzonder voor de homogemeenschap. Uit cijfers van het FAQit II-onderzoek, die je verderop kan lezen, blijkt dat vijftien procent van de homo’s hiv heeft zonder het te weten, en nog steeds een kwart van hen onveilig vrijt. Een grotere zichtbaarheid creëren rond hiv, is volgens çavaria een belangrijke strategie om verdere besmettingen tegen te gaan en de werking van de Immanente Gerechtigheid te proberen dwarsbomen. Aan die zichtbaarheid werkt ook ZiZo mee. In dit nummer licht onderzoeker Wim Van den Berghe van het Instituut Voor Tropische Geneeskunde zijn bevindingen in het hiv-onderzoek toe. Er is ook aandacht voor het werk van Tom Bouden en Frederik Peeters, die beiden een strip aan het hiv-thema wijdden. Volgens Peeters weten seropositieven te weinig dat seks zonder condoom in bepaalde gevallen, en onder zeer strikte criteria, zo goed als geen besmettingsgevaar inhoudt. De vraag is natuurlijk welke kracht preventieboodschappen nog hebben als er tal van maars en uitzonderingscriteria de boodschappen beginnen te doorkruisen. Eind deze maand valt er in elk geval weinig te maren. Goede voornemens voor het nieuwe jaar dulden nu eenmaal geen inbreuken. Laten we netjes bij onszelf beginnen. In het voorjaar lanceert ZiZo opnieuw een grote lezersenquête, omdat we in 2011 willen blijven verbeteren en vernieuwen. Om dat voornemen kracht bij te zetten starten we in dit nummer alvast met twee nieuwe reeksen. In ‘Het ABC van de holebi op tv’ screenen de Anneliezen tv-series met het roze vergrootglas. Verder kan je gedurende enkele maanden de lotgevallen van Manon volgen, de partner van de transgendere Mauranne. En niet dat we ons met andermans voornemens willen bemoeien, maar toch nog een bescheiden wenk voor monseigneur Léonard. Als ervaringsdeskundige zou hij in 2011 zijn uiterste best kunnen doen om de woorden van de hoogste kerkelijke autoriteit verkeerd te begrijpen. Hij zou zichzelf bijvoorbeeld tot één van Benedictus’ ‘uitzonderlijke gevallen’ kunnen beschouwen die het kapotje mogen dragen. Tegen de verspreiding van gevaarlijke onzin lijkt een levensgroot condoom uit latex mij een perfect verdedigbaar voorbehoedsmiddel. Ook na Kerstmis. Leen De Wispelaere


in dit nummer 6 POT POURRI 10 ZIZO, GEZEGD 12 GILBERT & GEORGE: KUNSTIGE DANDY’S IN BOZAR 17 ZIZO, GEDACHT: FEMINISTISCH MANIFEST 18 FLOORTJE ZWIGTMAN OVER HOMOTRILOGIE ‘EEN GROENE BLOEM’ 22 WERELD AIDS DAG: FREDERIK PEETERS OVER ZIJN HIV-STRIP ‘BLAUWE PILLEN’ 26 WERELD AIDS DAG: TOM BOUDEN OVER ZIJN HIV-STRIP ‘POSITIEF’ 29 ‘DE EERSTE MEETING’: COLUMN OVER LEVEN MET EEN TRANSGENDERE PARTNER 30 VLAAMSE HOMO’S EN HIV VOLGENS FAQ-IT II 35 ZEZO: INTERNETACTIES TEGEN ZELFMOORD IN de VS 36 HET ABC VAN DE HOLEBI OP TV 38 EROTISCH VERHAAL VAN PIA FRAUS 44 MOOI MEEGENOMEN: BOEK, CD EN DVD 48 STRIPS VAN TOM EN VERO

18

© vtm

10

36

Wij hebben het woord ‘queer’ teruggestolen van de vijand.” 38

22

Gilbert & George 12

30

26


N ico C ardone, A nnelies Dalemans , Valerie D e G roodt, Sharmila Madhvani , J oke Struyf samenstelling:

FILM OVER BAL-DEBACLE Het Amerikaanse televisiestation ABC wil een film maken over Constance McMillen, het meisje dat haar vriendin niet mee mocht nemen naar het afstudeerbal van haar school in Mississippi. De school schafte het bal af toen bleek dat Constance vastbesloten was een meisje als date mee te brengen. Dat deed heel wat stof opwaaien. Een rechter oordeelde dat Constances rechten geschonden waren en veroordeelde de school tot het betalen van de gerechtelijke kosten. ABC gelooft dat een verfilming van het verhaal een grote steun kan betekenen voor andere holebi’s die opkomen voor gelijke rechten. HET KOMT ALLEMAAL WEL GOED Dat tieners nog vaak met hun geaardheid worstelen werd pijnlijk duidelijk toen kort na elkaar verschillende jonge Amerikaanse holebi’s omwille daarvan zelfmoord pleegden. Dan Savage, een Amerikaanse auteur, journalist en uitgever, startte de ‘It gets better’-campagne om die holebi-jongeren te steunen. In een videoboodschap vertellen onder andere president Obama, Hillary Clinton, Margaret Cho en Perez Hilton dat de jongeren er niet alleen voor staan, dat ze met mensen in hun omgeving kunnen praten en dat ze zich op een dag beter zullen voelen. Er zijn getuigenissen van holebi’s die vertellen dat ze zich vroeger slecht in hun vel voelden maar nu trots zijn. Iedereen kan een filmpje posten op de website. De campagne is een groot succes en werd opgepikt in Nederland, waar ze – jawel – ‘Het wordt beter’ heet. Meer info op www.itgetsbetterproject.com en youtube.com/hetwordtbeter. Andere interessante weblinks vind je verderop in de rubriek ZeZo. EENS GOED VLOEKEN VOOR HET GOEDE DOEL

Viral videos zijn hét medium om je boodschap snel te verspreiden. Dat weet ook FCKH8.com.

Achter het initiatief zit Luke Montgomery, een politiek activist die al verschillende campagnes bedacht voor non-profitorganisaties. Hij maakte een filmpje waarin het woord ‘f*ck’ zo vaak voorkomt dat je bij de gecensureerde versie hoofdpijn krijgt van het gepiep. Het filmpje roept op om t-shirts of stickers te kopen met opschriften als “Some dudes marry dudes. Get over it.”. De opbrengst gaat naar organisaties die strijden voor het homohuwelijk en tegen Proposition 8. Meer info: www.FCKH8.com. LESBIENNES NIET WELKOM Vrouwen, denk twee keer na voor je je vriendin in het openbaar zoent! In de Verenigde Staten is niet iedereen daarmee opgezet. Eén koppel werd een supermarkt uit gezet omdat de vrouwen hand in hand hadden lopen winkelen en elkaar hadden gekust. Twee anderen stonden te zoenen op een rugbywedstrijd. Toen ze over hun ‘ongepast’ gedrag werden aangesproken door een veiligheidsagent, gingen ze niet akkoord. Er stonden toch ook zoenende hetero’s in hun buurt? De lesbiennes werden dan maar beschuldigd van diefstal van een plastic bekertje en uit het stadion gezet. Ze overwegen gerechtelijke stappen. CLAIRE RAYNER GESTORVEN In het Verenigd Koninkrijk is Claire Rayner gestorven, een belangrijke voorvechtster van homorechten. Ze was verpleegster en werd in 1987 tot beste ‘medische’ journalist verkozen. Jarenlang vocht ze tegen discriminatie en stigmatisering van onder andere seropositieven. Ze was het uithangbord van de Terrence Higgins Trust, een liefdadigheidsorganisatie die werkt rond seksuele gezondheid, en was meer dan twintig jaar de vicepresident van de Gay and Lesbian Humanist Association. Rayner werd 79 jaar. Ze wou herinnerd worden met deze woorden: “Tell David Cameron that if he screws up my beloved NHS (National Health Security) I’ll come back and bloody haunt him.”. VROUWELIJK DANSKOPPEL IN ISRAELISCHE ‘DANCING WITH THE STARS’ In de Vlaamse versie van het programma ‘Sterren op de dansvloer’ vind je wel eens homo’s in de jury of op de dansvloer, maar de dansende koppels bestaan steeds traditioneel uit een man en een vrouw. Niet zo in Israël. Tussen elf andere beroemdheden zal lesbische journaliste Gili Shem Tov in ‘Dancing with the stars’ haar beste beentje voor zetten met een vrouwelijke danspartner, Dorit Milman. Het is een primeur voor het programma en daarom een uitdaging voor Shem Tov. Toch voelt het voor haar heel natuurlijk aan. “Dans heeft te maken met coördinatie en energie tussen twee personen, man of vrouw,” zegt ze.


ANDROGYNE MODELLEN GEZOCHT Een nieuwe speler op de Nederlandse modellenmarkt is voor de verandering eens niet op zoek naar übervrouwelijke vrouwen of machomannen. ‘Androgyn Models’ wil de schoonheid tonen van personen die het vrouwelijke en mannelijke verenigen. Bekende voorbeelden van androgyne types zijn Katherine Moennig, Sarah Bettens en David Bowie. “De fascinatie voor androgynie heeft altijd bestaan,” staat te lezen op de website. “Is het een man of een vrouw? Het is een mens. Een mens met mooie vormen of de juiste kaaklijn en de perfectie van twee samengevoegde uiterlijke kenmerken. Niet onder te verdelen in ‘sekse’ maar in ‘schoonheid’!” Het modellenbureau is pas opgestart en is nog op zoek naar modellen om hun equipe te versterken. FACEBOOK GEVAAR OF BESCHERMING? Facebook kan je outen. De gepersonaliseerde advertenties die je tijdens je bezoek aan de sociale netwerksite te zien krijgt, houden rekening met al je gegevens, ook je seksuele voorkeur, zelfs als je die niet openbaar toont. Als je op een advertentie klikt kunnen de adverteerders een vermoeden krijgen van je geaardheid. Bij een advertentie voor een homosauna is dat logisch, maar het kan ook gebeuren bij een opleiding verpleegkunde, bijvoorbeeld. Onderzoekers van Microsoft in India en het Duitse Max Planck-instituut voor softwaresystemen zeggen dat Facebookgebruikers zich niet voldoende bewust zijn van de info die adverteerders zo kunnen vergaren. Volgens de woordvoerder van Facebook zijn de gebruikers echter voldoende beschermd en kunnen adverteerders niet zomaar aan persoonlijke informatie. Het bedrijf zat recent nog samen met GLAAD (Gay and Lesbian Association against Defamation) om te vermijden dat holebi’s gepest worden via de website. Zo werden al een aantal antihomopagina’s verwijderd. Enkele Facebookmedewerkers maakten bovendien een filmpje voor de ‘It gets better’-campagne. 140 gewonden tijdens Gay Pride De Gay Pride in Belgrado is niet zonder incidenten verlopen. Tijdens de Pride is de Servische oproerpolitie slaags geraakt met honderden extreemrechtse militanten die de optocht wilden verstoren. Deze rechtse groeperingen vinden dat dit holebi-evenement haaks staat op de traditionele familiewaarden. Er vielen meer dan 140 gewonden tijdens de rellen. De Servische president Boris Tadic veroordeelde het vandalisme en zegt dat Servië de mensenrechten van alle burgers waarborgt.

Gandalf tegen pesten Acteur Ian McKellen is homo en voert actie tegen homofobie. De tovenaar Gandalf uit ‘Lord of the Rings’ gaat lezingen en lessen geven over de gevolgen van pesten. De acteur hoopt door in klassen te gaan spreken een verschil te kunnen maken. De laatste maanden heerst in de Britse scholen immers een plaag van homofobe pesterijen. De lezingen worden georganiseerd door Stonewall, een vereniging die strijdt voor homorechten. Uit een bevraging van Stonewall bleek dat negen op tien leraars aangaven dat homoseksuele leerlingen gepest worden. Wetsvoorstel om homoseksualiteit streng te bestraffen Congolees parlementslid Yamapia heeft een wetsvoorstel ingediend waarin staat dat homoseksualiteit tegennatuurlijk gedrag is dat streng bestraft moet worden. De parlementariër wil met zijn voorstel de Congolese zeden, het gezin en de Congolese en Afrikaanse culturele identiteit beschermen. Vorig jaar werd een gelijkaardig voorstel in Oeganda ingediend. Holebivereniging Hirondelles-Bukavu noemt het voorstel een flagrante schending van de mensenrechten en de fundamentele rechten en roept de internationale gemeenschap op om het wetsvoorstel scherp te veroordelen.

Lesbisch koppel zwanger van vijfling In Brisbane zijn Melissa Keevers en Rosemary Nolan in blijde verwachting van maar liefst vijf baby’s. Toen ze via internet een Amerikaanse vruchtbaarheidsfirma contacteerden, was dat om een broertje of zusje te verwekken voor hun dochtertje Lily (1), dat ook via donorsperma was verwekt. Er was geen sprake van IVF, waarbij de kans op meerlingen inderdaad behoorlijk groot is. Aanvankelijk waren de moeders geschokt, maar inmiddels hebben ze het nieuws verwerkt en kijken ze uit naar de geboorte van hun vijf kinderen. De spermadonor, een 27-jarige student rechten, heeft zijn rechten afgestaan en zal de kinderen niet ontmoeten. De kans op een vijfling zonder IVF bedraagt één op zestig miljoen. Safe sex De afgelopen maand kon je je eigen safe sex-filmpje inzenden naar Sensoa. Alle filmpjes zijn te bekijken op www.livepositive.be. De mogelijkheid om filmpjes in te zenden is slechts een van de verschillende acties van de ‘Live Positive’-campagne. Met de campagne wil Sensoa mensen aanzetten tot nadenken over hiv, en welke invloed de ziekte kan hebben op iemands leven. Eén op de twintig homo’s kampt met de ziekte. zoon homofobe professor uit de kast De zoon van de Amerikaanse homofobe professor Jonathan Catz is homo. Catz is een bekend fysicus. Hij werd onder meer ingezet om het olielek in de Golf van Mexico te dichten, maar werd uit het team gezet toen uitlekte dat hij elf jaar geleden een sterk homofoob artikel schreef. Nu komt zijn zoon Isaac Catz dus uit de kast, om andere holebi-jongeren te steunen. Het aantal zelfdodingen bij holebi’s in Amerika is de laatste tijd enorm toegenomen (meer daarover in de rubriek ZeZo). In een open brief naar The Washington Post praat Isaac Catz over zijn gevoelens en over zijn depressie toen hij ontdekte dat hij homo was. Hij geeft ook kritiek op zijn vaders houding tegenover homoseksualiteit. Maar “meningen doen er niet toe bij het bestrijden van een olieramp,” schrijft hij er uitdrukkelijk bij.

7


Belgische homo’s seksueel heel actief Belgische homomannen hebben een gevarieerd seksleven. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek waar ook de Vrije Universiteit Brussel aan meewerkte. Tot 33 jaar masturbeert een Belgische homoman elke dag, ook als hij een partner heeft. Daarna wordt dat een beetje minder, maar zelfs de 55-plussers masturberen nog gemiddeld een keer om de drie dagen. Jongeren zijn dan weer braver wat het aantal bedpartners betreft. Bij homokoppels tot 26 jaar heeft een op de zeven een open relatie, maar meer dan de helft van de veertigjarige mannen heeft seks met andere mannen dan hun partner. Slechts twee procent van de 55-plussers heeft geen enkele seksuele relatie meer. De Belgische homo’s zijn niet enkel met hun eigen plezier bezig: een pijpbeurt geven komt op de tweede plaats van de meest genot verschaffende sekstechnieken, na een pijpbeurt krijgen. Op de derde plaats komt zichzelf masturberen, gevolgd door gemasturbeerd worden door een partner. Anale seks komt op de vijfde plaats, waarbij een op de drie homo’s beweert geen anale seks te hebben. Bert en Ernie geout Is dit olijke duo een homopaartje? Volgens de Amerikaanse geruchtenmolen wel. Zo twitterde Bert (jawel, Bert en Ernie kunnen twitteren) in juni dat zijn mohawk-kapsel “een beetje meer ‘mo’ en een beetje minder ‘hawk’ is”. ‘Mo’ is al dan niet toevallig Amerikaanse slang voor ‘homo’. Dat de Amerikanen de zaak tot op het bot willen uitpluizen, blijkt uit het initiatief van de Los Angeles Times, die het voorbije seizoen van Sesamstraat onder de loep nam op zoek naar roze aanwijzingen. Die vond de krant in enkele homogastrollen en in een liedje waarin een Black Eyed Peas - lid zong over “accepteren wie je echt bent”. Of er nu iets van aan is of niet, de homogemeenschap zou het alvast appreciëren dat Sesamstraat haar de hand reikt, zeker nu er steeds meer holebi-ouders zijn. DOE MEE AAN ZZZIP² Holebi’s zijn gemiddeld hoger opgeleid en voeren hogere functies uit, maar hebben gemiddeld een lager inkomen. Een straffe vaststelling, en zo volgden er nog in het verslag van de Zzzip-studie die in 2006 werd voorgesteld. Dat onderzoek peilde naar de leefsituatie van holebi’s in Vlaanderen. In opdracht van minister Pascal Smet lanceert het Steunpunt Gelijkekansenbeleid van de Vlaamse overheid nu het Zzzip²-onderzoek. Deze nieuwe kwantitatieve studie naar de leefsituatie van holebi’s in Vlaanderen wil onderzoeken of de veranderingen in het holebibeleid ook de levenskwaliteit van holebi’s heeft verbeterd. Dit keer worden ook de hetero’s in Vlaanderen bevraagd, zodat de twee bevolkingsgroepen vergeleken kunnen worden. Je kan meedoen aan deze studie door online de vragenlijst in te vullen op www.Zzzip2.be. Je antwoorden, samen met die van een kleine drieduizend anderen, worden anoniem verwerkt. De resultaten worden verwacht in de zomer van 2011. HOMO-ADOPTIE IN NIEUW VIDEOSPEL Fervente gamers kennen het videospel ‘Fable’ waarschijnlijk al langer. In het derde deel van het spel, dat nu in de winkels ligt voor de XBOX 360, heb je de mogelijkheid om een homoadoptie uit te voeren. Groot nieuws? Niet echt, zo blijkt. De makers van de ‘Fable’-reeks zetten gewoon de volgende logische stap in hun pogingen om de seksuele diversiteit uit de echte wereld in hun spelen te incorporeren. Zo kon je in ‘Fable I’ al met een partner van hetzelfde geslacht trouwen en er betrekkingen mee hebben. In ‘Fable II’ kon je de missie krijgen een jonge kerel bij zijn coming-out te helpen. En in ‘Fable III’ kan je dus samen met je echtgenoot een kind adopteren. Heb je geen XBOX thuis? Geen nood, vanaf januari is ‘Fable III’ ook verkrijgbaar voor PC.

GEEN GELOOF MEER IN GELOOF Door uitspraken van aartsbisschop André-Joseph Léonard en de zaak rond seksueel misbruik in de Kerk, hebben verschillende landgenoten zich de laatste maanden laten ‘ontdopen’. Hoewel het sacrament van het doopsel niet uit te wissen is, willen veel mensen op die manier duidelijk maken dat ze het niet eens zijn met de koers die de Kerk tegenwoordig vaart. Ook in het buitenland komen gelovigen in opstand tegen hun kerkleiders. Zo verloor de Finse Evangelisch-Lutherse Kerk 2.633 leden nadat kerkelijke functionarissen in een tv-debat homoseksualiteit als onnatuurlijk bestempeld hadden. BURGERLIJKE PARTIJSTELLING TEGEN LÉONARD We hoeven het waarschijnlijk niet meer te herhalen, maar we doen het toch nog eens: aartsbisschop Léonard vindt ‘hiv een vorm van immanente gerechtigheid, veroorzaakt door promiscue gedrag’. De uitspraak werd uitgebreid becommentarieerd en beoordeeld in verschillende media, maar nu is er ook officieel klacht ingediend. Advocaat de Meester heeft het op zich genomen om klacht neer te leggen met burgerlijke partijstelling. Hij denkt immers dat de aartsbisschop met zijn uitspraak inbreuken pleegt op de antidiscriminatiewetgeving en laster en eerroof pleegt door zijn homofobe uitspraken. Met zijn klacht wil hij bewerkstelligen dat het gerecht onderzoekt of de monseigneur het boekje van de vrijheid van meningsuiting te buiten is gegaan. Çavaria steunt de burgerlijke partijstelling. LÉONARD GEEFT BORREMANS WERK Of het om een eerste stap gaat in een imagocampagne van aartsbisschop Léonard is onduidelijk. Opmerkelijk is wel dat net nu bekend raakt dat hij de homopriester Rudy Borremans aan werk zou helpen. Borremans werd eind jaren negentig nog geschorst door kardinaal Danneels omdat hij openlijk samenleefde met een man en zo de celibaatregel met de voeten trad. Tot voor kort was Borremans aan de slag als aalmoezenier in een psychiatrisch centrum, maar hij zou door Léonard een functie zijn beloofd in het decanaat van Diest. Borremans heeft op zijn beurt aan Léonard moeten beloven dat hij zich aan het celibaat zal houden en geen relatie zal beginnen. Nog volgens Borremans in Humo ‘veroordeelt noch kwetst monseigneur Léonard in het persoonlijk contact mensen met wie hij het niet eens is’. In het onpersoonlijke contact daarentegen...


HOLEBIPROTEST TEGEN PAUSBEZOEK AAN SPANJE Ook paus Benedictus XVI zit niet verlegen om een straffe antiholebi-uitspraak. Hij bewees dat nog eens tijdens zijn bezoek aan Spanje, waar hij erop hamerde dat een huwelijk bestaat uit een man en een vrouw en dat er zoiets bestaat als een ‘natuurlijke orde’ binnen het gezin. Dat werkte uiteraard als een rode lap op een stier bij de Spaanse holebi’s. Zij protesteerden tegen de uitlatingen van de paus door onder andere een ‘kiss-in’ te organiseren langs het parcours van de pausmobiel. De paus werd zo getrakteerd op een massa zoenende homo’s en lesbiennes. TRANSGENDERE VROUW NAAR DE HEL GEWENST San Francisco het mekka voor de Amerikaanse holebi? Niet altijd, blijkbaar. Zo ging de transvrouw Amber Yust nietsvermoedend naar het Departement voor Motorvoertuigen om haar rijbewijs te laten aanpassen aan haar gendersituatie. Geen probleem, tot ze later thuis een brief ontving. De werknemer die haar rijbewijswijziging had behandeld, achtte het noodzakelijk Amber op de hoogte te brengen van de kwaadaardigheid van haar beslissing en deelde doodleuk mee dat ze naar de hel zou gaan. Het voorval wordt nu onderzocht door het Transgender Law Center.

EERSTE HOMOFILM IN MALEISIË Maleisië kent in februari een primeur. Dan wordt er in het moslimland voor het eerst een homofilm in de bioscopen getoond. ‘... Dalam Botol’ zal de prent heten, wat betekent ‘... in een fles’. Wat in een fles? Een penis blijkbaar, maar dat woord raakte niet door de censuur. Niet alleen de titel moest aangepast worden, er moest ook een bedscène ingekort worden. De makers deden braaf wat hen opgedragen werd, waardoor ze nu hun verhaal over een relatie tussen twee mannen, van wie er één transseksueel is, officieel in de zalen mogen brengen.

Surf snel naar www.ZiZo-magazine.be

Win cadeaubons ter waarde van 25 euro ZiZo heeft een stapeltje cadeaubons van ‘t Verschil (waarde: 25 euro) onder de kerstboom liggen. De bons zijn geldig in twee filialen: boekhandel ‘t Verschil en ‘De onderkant’, die “ondergoed, swimwear en sex toys” aanbiedt. Wil je kans maken, tel dan het aantal pakjes in ZiZo - laat je niet strikken - en laat ons het antwoord weten.

WIN DUOTICKETS VOOR ‘ABBA THE SHOW’! Ben je het beu om de nummers van ABBA te horen kwelen in de plaatselijke karaokebar? Of heb je het nu toch echt wel gehad met de ‘sing-along’-versie van de film ‘Mamma Mia!’? Dan is de tribute show rond ABBA op 30 januari in de Brusselse concerttempel Vorst Nationaal ongetwijfeld een verademing. De coverband Waterloo brengt er samen met het National Symphony Orchestra of London een twee uur durend spektakel rond de Zweedse popgroep. De leden van Waterloo lijken akelig op het ABBA-kwartet en worden algemeen beschouwd als de beste ABBAcoverband ter wereld. Voulez-vous een duoticket voor dit spektakel? Dat kan, want samen met organisator Music Hall mag ZiZo vijf lezers met een vriend(in) naar dit feestje sturen! Meer info: www.musichall.be en www.abbatheshow.com.

WIN DUOTICKETS VOOR ‘HARLIS’! De Brusselse Cinematek heeft voor de koude donkere wintermaanden weer eens een fijn programma in elkaar gestoken. ZiZo ontdekte daarin onder andere de Duitse film ‘Harlis’. De prent dateert uit 1972, een periode waarin de nieuwe Duitse film opgang maakte. Dat vertaalde zich ook in gewaagde onderwerpen. ‘Harlis’ vertelt het verhaal van een man die valt voor de charmes van de ster uit een lesbisch stripperscabaret. De gevoelens blijken wederzijds, tot ergernis van de vriendin van de stripster. Een driehoeksverhouding is het (logische) gevolg. De film zou campy en komisch zijn. Waag je kans om één van de vijf duotickets te bemachtigen voor de vertoning op zondag 19 december om 18u! Meer info: www.cinematek.be.

WIN DUOTICKETS VOOR ‘EINDELIJK ZWANGER’! Op 17 december speelt Lieven Debrauwer in de Rode Zaal van het Antwerpse Fakkeltheater de voorlopig laatste voorstelling van zijn show ‘Eindelijk zwanger’. In deze muzikale en intieme voorstelling deelt de 41-jarige regisseur van ‘Confituur’ en ‘Pauline & Paulette’ persoonlijke verhalen en anekdotes met het publiek, afgewisseld met bekende en minder bekende muzikale nummers. De show is tegelijk een tribuut aan de in 2003 overleden actrice Ann Petersen. Wil je erbij zijn voor deze final curtain call? Ding dan mee naar één van de vijf duotickets die we mogen wegschenken! Meer info: www.cineastinconcert.be.

9


samenstelling: an gyde

aids en de aartsbisschop “Ik zie in deze epidemie dus geen straf, hoogstens een soort immanente gerechtigheid, een beetje zoals we op het ecologische vlak soms de rekening gerepresenteerd krijgen voor wat het milieu aandoen.” Mgr. Léonard, Gesprekken, uitgeverij Lannoo, 2010, p.173-174.

“Mijn broer is veertien jaar geleden gestorven aan aids. Zijn dood heeft niets te maken met wat voor rechtvaardigheid ook. Mijn broer baatte een homosauna uit, ik was verantwoordelijk voor de kerk: samen hadden wij de grootste onthaaldienst van de stad (lacht).” Priester Johnny De Mot in Humo, 16 november 2010

“Aids beschouwen als een natuurstraf tegen homoseksualiteit geeft aan dat de aartsbisschop geen enkel besef heeft van epidemiologie, noch van homoseksualiteit. Het is niet alleen klinkklare nonsens, maar ook ongezien beledigend en kwetsend voor een grote minderheidsgroep. Het getuigt van een cynische, om niet te zeggen onmenselijke onverschilligheid tegenover diegenen die het leven te vroeg hebben moeten verlaten door deze ziekte, en zij die er nog aan lijden.”

“Ik weet het, er bestaat een ander beeld van mijn bisschop, maar in de omgang is hij een warm mens. In het persoonlijke contact veroordeelt noch kwetst hij mensen met wie hij het niet eens is.” Priester Rudy Borremans in Humo, 16 november 2010

Yves Desmet in De Morgen, 15 oktober 2010

“Gelovigen verdragen veel van hun kerkleiders, vooral wereldvreemdheid. Er blijft begrip wanneer gesproken wordt vanuit verheven, maar voor velen onbereikbare idealen. (…) Maar het christelijk ideaal dat verscholen zou moeten liggen in een rechtvaardiging van de wereldwijde aidsepidemie van vandaag ontgaat mij volkomen. Mia De Schamphelaere (eresenator voor CD&V) in De Standaard, 15 oktober 2010

so you think... “Als vrouwen seks even leuk vonden als mannen, dan zouden er hetero cruising plaatsen zijn, net zoals die er zijn voor homomannen. Vrouwen zouden naar Hampstead Heath gaan om vreemden te ontmoeten met wie ze seks hebben achter de struiken. Dat gebeurt niet. Waarom: omdat de enige vrouwen waar je op die manier seks mee kan hebben, daarvoor betaald willen worden.” Auteur en acteur Stephen Fry in Attitude magazine, november 2010

Columniste Julie Burchill in de Belfast Telegraph, 5 november 2010

“Het is beter een passie te hebben voor mooie vrouwen dan homo te zijn.” Italiaans premier Silvio Berlusconi geciteerd in De Morgen, 2 november 2010

Moeder: “Dat hij homo is, daar hebben wij vroeger wel problemen mee gehad.” Vader: “Daar had ik het heel moeilijk mee. Maar nu heb ik het aanvaard. Je kunt die kinderen toch niet veranderen. We zijn overal geweest. Psychiater, psycholoog. Dat helpt niet. En ik raad iedere ouder met zo’n kind aan, jongen of meisje: aanvaard het, want je maakt uw kind ongelukkig en je maakt je eigen leven heel ongelukkig. Het doet mij heel veel pijn vanbinnen omdat ik daar altijd tegen ben geweest. En kijk nou toch ‘s wat hij kan. Kijk naar wat hij nu laat zien. Ik ben heel trots.” De ouders van danser Stefano, in So you think you can dance, VTM, 14 november 2010 © vtm

“Homomannen lijken te denken dat ze, omdat ze elkaar soms ‘zij’ noemen, een soort erevrouwen zijn en aldus misogyne beledigingen kunnen rondstrooien alsof het niets is. Een waarschuwing jongens: jullie zijn mannen, ook al zijn jullie homo. Als je per se over vrouwen wil zeggen wie ze zijn, of wat ze willen, wees er dan op voorbereid dat wij ook ons oordeel over jullie hebben. Dit was trouwens geen aanval, beschouw het als een waarschuwend neepje.”

ZaZa in De Standaard, 16 november 2010


LEUVEN Tiensestraat 165 - 016 23 43 80 interieurke@skynet.be

Nirwana verwent u en uw rug.

MECHELEN Nekkerspoelstraat 38 - 015 55 02 55 interieurke@pandora.be

DC090802 © Dimitri Cools / foto: © Getty Images

TIENEN Leuvensestraat 123 - 016 82 03 16 interieurketienen@skynet.be

Reeds meer dan twintig jaar selecteert en adviseert Nirwana op onafhanke lijke en transparante wijze oplossingen voor gezond liggen, zitten en gaan: van ergonomische slaapsystemen, stoelen, tafels en relaxzetels, tot en met kantoor- en kindermeubilair, babyproducten en schoenen. Nirwana verwent u en uw rug.

Open van dinsdag t.e.m. zaterdag van 10u00 tot 18u00. ONAFHANKELIJK ADVIES VAN ONZE KINESISTEN I DIENST NA VERKOOP

www.nirwana.be I De Bruynlaan 127 2610 Antwerpen I 03-820 98 30


© Christophe Ketels

De ‘Jack Freak Pictures’ van Gilbert & George


Engelands meest kleurrijke kunstenaarsduo is terug van nooit weggeweest. In Bozar stellen Gilbert & George een overdonderende verzameling nieuwe werken voor: de ‘Jack Freak Pictures’. Pieter Duysburgh Wie is de mens achter de kunstenaar? De vraag zou er voor de echte kunstliefhebber niet mogen toe doen. Maar in het geval van het welsprekende en vreemd gemanierde koppel Gilbert & George is het precies dat wat je wil weten. Met elke anekdote die ze over hun leven vertellen, lijken ze alweer iets belangrijkers te verzwijgen. Het Britse kunstenaarsduo, dat strikt genomen maar één kunstenaar is, heeft al meer dan veertig jaar geleden beslist van hun leven een gezamenlijk kunstwerk te maken. Het koppel begon als levend standbeeld. Sindsdien is alles wat het doet ‘art’. En dan in het bijzonder die levensgrote pictures, waarmee Gilbert & George op dit moment in Bozar uitpakken. ZiZo zat met het duo op een museumbank, omringd door hun ontzagwekkende nieuwe werk. Zelfs daar kwamen we niet te weten wie Gilbert & George echt zijn. Clichés? Het is nochtans aangenaam dwalen in het doolhof van eigenaardige feitjes die ze in elk interview opnieuw oprakelen. “We gaan dagelijks eten in hetzelfde kleine Koerdische restaurantje in onze Londense buurt Spitalfields. We hebben geen keuken, we hebben zelfs nog nooit een ei gekookt,” zegt Gilbert vriendelijk. Opnieuw. Maar met evenveel enthousiasme. De anekdotes voeden de zelfgemaakte karikatuur van hun leven. Niet dat er in de verhalen geen waarheid steekt. Als cameraploegen hen volgen, zie je hen uit eten gaan in een franjeloos restaurant. Hun eigenhandig gerenoveerde huis staat afgeladen vol met objecten uit de Britse Arts-and-Crafts-beweging. Voor een keuken is er geen plaats: in hun werkruimte staan enkel een dienblad met wat fluitglazen voor de champagne en wat koppen en een waterkoker voor de koffie. Instantkoffie. Koken zou voor een kunstenaar toch maar tijdverlies zijn. Elk bevreemdend detail dat je meer over hen te weten komt, versterkt het gevoel dat je eigenlijk helemaal niets over hen weet. Voor de mens Gilbert & George bestaat er dan ook geen leven naast dat van de kunstenaar Gilbert & George en rond vragen over hun relationele leven walsen ze systematisch heen. Toch antwoordden ze recent, in een zeldzaam openhartig interview, verbaasd op de vraag of ze een koppel zijn: “Uiteraard. We zijn onlangs nog getrouwd.” Die sluier van mysterie maakt één ding duidelijk: alle aandacht moet uitgaan naar de kunst. “We hebben niets te vertellen behalve dat wat me met onze werken zeggen,” vatte Gilbert het ooit krachtig samen.

Art for all is altijd ons devies geweest. staan zij aan zij, de benen gespreid, strak voor zich uit kijkend. Mooi ingestudeerd, maar daarom nog geen leugen. De ‘Jack Freak Pictures’ zijn een ware tour de force, een reeks enorme kunstwerken waarin de grote thema’s op hun typische manier aan bod komen. Gilbert & George zoeken graag de grens van het aanvaardbare op. Het liefst kiezen ze een thema of een visueel element dat choquerend is. Ze presenteren het dan op zo’n manier dat ze ermee wegkomen “We willen mensen verrassen, niet ervoor zorgen dat ze het museum uithollen,” vatte George het krachtig samen. Zo lieten ze in 1994 werken op de mensheid los waarop ze naakt te zien zijn tussen enorme uitvergrotingen van hun eigen uitwerpselen: pijnlijk om naar te kijken, maar ook brutaal eerlijk en menselijk. “Het was voor ons moeilijker om die werken te maken, dan het voor mensen was om ernaar te kijken,” liet George in dat verband vallen. In de daaropvolgende reeks werken zag je hen opnieuw naakt, ditmaal voor microscopische foto’s van kristallen die ze hadden teruggevonden in hun opgedroogde urine.

Freaks? De dag voor de opening van ‘Jack Freak Pictures’ krijgen Gilbert & George even het woord. Beurtelings en kurkdroog sommen ze een onderwerp op dat in hun werk aan bod komt. “Seks”. “Dood”. “Religie”. “Nationalisme”. “Toekomst”. Ze

13


De ‘Jack Freak Pictures’: het leven als een ingestudeerd dansje Wat doe je als artiest wanneer je op het punt bent aanbeland dat er retrospectieven van je werk worden gemaakt en je met eredoctoraten om de oren wordt geslagen? Daarop hadden Gilbert & George maar één antwoord: bewijzen dat je al die lof waard bent, met je meest ambitieuze cyclus van nieuwe werken ooit. Gilbert & George zijn geen nostalgici en daar mogen we blij om zijn. Met de ‘Jack Freak Pictures’ maakten ze een overrompelende, caleidoscopische reflectie over niets minder dan de condition humaine aan het begin van de 21ste eeuw. Meer dan 153 enorme nieuwe beelden, waarvan er nu 85 in Bozar te zien zijn, waren nodig om een verhaal te vertellen dat tegelijkertijd griezelig, bombastisch, hilarisch, diepzinnig en opzichtig is. Zoals altijd spelen Gilbert & George de hoofdrol in hun eigen werk. Dit keer delen ze die prominente plaats met de ‘Union Jack’, de vlag van het Verenigd Koninkrijk dat als symbool tal van (tegenstrijdige) connotaties heeft: nationalisme, popcultuur, arrogantie en modegevoeligheid. Te midden van al dat symbolische geweld staat de mens: een freak. Vanbinnen zijn mensen voor Gilbert & George dan ook vreemde, tumultueuze wezens – weerbarstig en onvoorspelbaar. In die complexe wereld van ideologieën wordt de energie van die grillige creaturen gekanaliseerd in persoonlijkheden en identiteiten die soms grappig, soms melancholisch en soms agressief zijn. Soms zijn mensen ook emotieloze marionetten, een beetje zoals Gilbert & George op ‘Union Dance’ staan afgebeeld. Het leven wordt dan een ingestudeerd dansje: de regels liggen vast, en de uitvoerders werken ze vaak lusteloos af als een verplicht nummertje. ‘Alevi’ is een ander sleutelwerk. Met die titel verwijst het duo naar een stroming binnen de islam die wil terugkeren naar de kern van het geloof, en een boodschap van liefde, tolerantie, gelijkheid en respect verkondigt. Je ziet Gilbert & George, omgevormd tot een decoratief rozetmotief uit een moskee. Het had evengoed een kerk kunnen zijn: elke gevestigde religie gaat uiteindelijk aan de haal met dat authentieke gevoel van spiritualiteit. De dikke lijnen, de harde kleuren, de grootsheid, kortom, alle vormelijke aspecten van de werken doen denken aan glasramen. De ‘Jack Freak Pictures’ komen dan ook als een profetische verzameling beelden op je af. Gilbert & George weten hoe ze hun boodschap moeten verkopen: als een bonte en onderhoudende totaalervaring waardoor je je nietig voelt. Je kan als toeschouwer alleen maar hopen dat Gilbert & George ook na hun zeventigste verjaardag nog zoveel ambitie tentoonspreiden.

Union Dance, 2008, 226 x 190 cm

De expo loopt nog tot 23 januari 2011 in Bozar (www.bozar.be)

14

Gay is een woord dat ons is opgedrongen.

Het lijken vreemde artistieke keuzes voor een koppel dat zonder blikken of blozen zegt te streven naar erkenning en bewondering. “We vinden onszelf erg goed,” glundert George terwijl hij naar zijn eigen werk kijkt. Bescheiden kun je ze niet noemen. Het zou toch maar valse bescheidenheid zijn, nu de grootste retrospectieve die ooit in Tate Modern werd gehouden op hun naam staat en ze een aantal eredoctoraten op zak hebben. Al die erkenning is het gevolg van hun onverminderde scherpte. Gilbert & George kiezen altijd de kant van datgene dat wordt gemeden en uitgesloten. Een aantal jaar geleden deden ze dat bijvoorbeeld zeer nadrukkelijk met hun ‘hoodie art’. Op grote canvassen toonden ze mysterieuze jongeren met een kapsweater, net op het moment dat jongeren met dat kledingsstuk om veiligheidsredenen massaal de toegang tot Britse winkelcentra werd ontzegd. Queers? Het controversiële symbool van dienst in deze tentoonstelling is de Union Jack, het vlaggensymbool dat Engelsen, Schotten, Welshmen en Noord-Ieren verenigt. Op alle werken zijn de rode lijnen en de blauwe achtergrond te zien. “Heb je al eens geprobeerd met een Union Jack door de straten van Londen te lopen?” Gilbert vraagt het met opgetrokken wenkbrauwen die elk antwoord overbodig maken. “In Londen dragen sommige toeristen petten met die vlag op. Tegelijk is het een symbool waar ze elders op spuwen en plassen, of dat ze in brand steken,” voegt hij eraan toe. Het symbool wordt uit arrogantie, trots of louter als versiersel gedragen, maar is ook een nationalistisch teken dat grote groepen van de wereld uitsluit. Gilbert & George laten er geen twijfel over bestaan: ze staan zeer argwanend tegenover instituten en ideologieën die mensen willen verenigen. Elke vlag, elk kruis en elke minaret die mensen samenbrengt, sluit in hun ogen meteen anderen uit. Het mag dan ook niet verbazen: Gilbert & George zijn individualisten, of beter, libertairen. Zelf noemden ze zich wel eens conservatieve anarchisten, maar vandaag reageert Gilbert daar terughoudend op. ‘Anarchist’ is iets te sterk, maar ‘conservatief’ vindt hij terecht, al is niet altijd duidelijk waarom. “Hoezo, vind je dit niet conservatief,” vraagt hij terwijl hij de


bies van zijn blazer vastpakt. Ze hebben ook lak aan het feit dat een kunstenaar per se ideologisch links moet zijn. “Terwijl ik dacht dat van kunstenaars enige originaliteit werd verwacht,” schimpt George. Het zijn in elk geval tegendraadse jongens. Ze verafschuwen de katholieke kerk, maar zijn daarom niet antispiritueel. Seksualiteit zien ze als de kern van de mens, maar ze hoeden er zich voor zichzelf gay te noemen. Dat vinden ze een veel te eenvoudige term om iets complex als de seksualiteit van de mens te vatten. “Gay is een woord dat ons is opgedrongen,” hebben ze vroeger wel eens verklaard. Ze houden meer van het wat rebelsere ‘queer’. Eind jaren zeventig maakten ze een werk met die titel, een keuze die toen niet werd gesmaakt door holebi’s. Sindsdien wordt het woord door holebi’s opnieuw meer gebruikt. Dat is aan hen te danken, menen ze. “Wij hebben het woord teruggestolen van de vijand.” Art for all Als ze voor je zitten, lijken Gilbert & George op twee ondeugende aristocraten. Nochtans is het moeilijk hen van elitarisme te beschuldigen. “Art for all is altijd ons devies geweest,” zegt George niet zonder trots. Toen ze voor het eerst vernamen dat de poetsvrouw van een galerijhouder fan was van hun werk, wisten ze dat ze op het juiste spoor zaten. Dat democratische kunstgedachtegoed hebben ze ooit in de praktijk proberen om te zetten door een werk als download aan te bieden, zodat iedereen het thuis kon afdrukken en ophangen. Het is nog maar de vraag in hoeverre schoonmaaksters ook hun weg vinden naar culturele instellingen als Bozar. Op het eerste zicht lijken Gilbert & George dandy’s, tot je merkt dat die maatpakken van hen nu ook weer niet zo luxueus zijn. De materialen stralen geen luxe uit. Gilbert & George zijn dan ook eerder kleurrijk dan flamboyant. “We noemen onszelf liever dandies in despair,” zegt George allerbeminnelijkst. Zo zijn ze ook vaak op hun werken te zien: als waarnemers, als gewone mensen die met enige verwondering kijken naar wat om hen heen gebeurt. Ze lijken eerder op Monsieur Hulot, de wat onbeholpen, verwonderde observator uit de films van Jacques Tati. Met het verschil dat Gilbert & George niet nostalgisch zijn: ze houden hun blik altijd op de toekomst gericht. Optimisten? “Onze volgende kunstwerken moeten een soort van semibewustzijn bevatten,” zegt Gilbert mysterieus. George probeert te verduidelijken: “Ken je die situaties waarin je iemand belt, en de persoon die opneemt zegt: ‘Ik wilde je net ook bellen!’ Dat gevoel willen we in ons nieuwe werk stoppen.” Hij haalt een kaartje uit zijn binnenzak, niet veel groter dan een busticket. “We hebben al een heleboel titels.” Hij begint luid de minuscuul klein geschreven woorden op het papiertje op te sommen, mooi in alfabetische volgorde. De toekomst is in de maak. “We houden niet vast aan het verleden. We zijn echte optimisten,” zegt George. Een aantal omstanders reageert verwonderd. We staan dan ook tussen werken waarop Gilbert & George digitaal vervormd zijn tot agressief ogende robotten. Ja, de toekomst kan eng zijn, maar onvermijdelijk is hij toch. En dus leven Gilbert & George van dag tot dag, en blijven ze eeuwig jong. “Onze fans zijn jonger dan de fans van de meeste hedendaagse kunstenaars. We zijn dan ook altijd blijven evolueren,” verklaart Gilbert. George glundert. “Ik kan haast niet wacht tot morgen, wanneer de tentoonstelling opent en we hier tussen tieners staan die op onze werken komen spuwen.”

Gilbert & George in elf jaartallen 1942: George wordt geboren in Devon, Engeland. 1943: Gilbert wordt geboren in een klein dorpje in de Dolomieten, Italië. 1967: Ze leren elkaar kennen in de Saint Martin’s School of Art in Londen. Gilbert spreekt op dat moment nog geen Engels, en dat charmeert George. Het is naar eigen zeggen “liefde op het eerste gezicht”. 1969: Gilbert & George breken door als ‘Singing Sculpture’. Staande op een tafel zingen ze samen de klassieker ‘Underneath the Arches’. Ze worden overal ter wereld uitgenodigd om de performance te herhalen, vaak uren aan een stuk. 1973: Begin jaren zeventig maken Gilbert & George vooral werk over alcohol. Het bekendst is hun kortfilmpje waarin ze beiden aan een tafel zitten, terwijl ze af en toe zeggen “Gordon’s makes us very drunk”. 1974: Gilbert & George introduceren graffiti in hun werk. Voor het eerst beginnen ze ook met kleur te werken: rood. In de jaren tachtig komen daar geel, groen en blauw bij. Ondertussen worden hun beeldcomposities steeds complexer. 1994: De ‘Naked Shit Pictures’ choqueren het publiek. Gilbert & George tonen zichzelf naakt, vaak in vernederende posities, tussen enorme uitvergrotingen van hun eigen uitwerpselen. 2000: Gilbert & George passen hun werkmethodes aan en realiseren hun kunst vanaf nu met computertechnologie. 2007: De grootste retrospectieve ooit in Tate Modern wordt gewijd aan veertig jaar Gilbert & George. Het is ook de eerste keer dat het museum een retrospectieve rond een Britse kunstenaar houdt. 2008: Gilbert & George trouwen. 2009: De ‘Jack Freak Pictures’ worden voor het eerst aan het publiek voorgesteld.

15


De ondertekenaars

‘Feminisme is per definitie niet het monopolie van één groep.’ Feministisch manifest Donderdag 11 november vond de 39ste editie van de Vrouwendag plaats. Het werd een denkdag over de toekomst van het feminisme en de rol die de vrouwenbeweging moet spelen in de toekomstige samenleving. De ondertekenaars van het ‘feministisch manifest’ waren het over een aantal uitgangspunten al op voorhand eens. Donderdag 11 november boog de 39ste nationale vrouwendag zich over de maatschappelijke rol van het feminisme en de vrouwenbeweging. We vetrokken daarbij vanuit de overtuiging dat een meer gelijke samenleving wenselijk en mogelijk is. En dat het feminisme nog altijd een inspirerend denkkader biedt om zo’n samenleving concreet vorm te geven. Het feminisme is geen relict uit het verleden dat al eens van pas komt om te ‘bewijzen’ dat de Westerse samenleving superieur is aan andere. Het is nog steeds “onze tegendraadse, obsederende en fantastische lezing van de wereld”, zoals een Belgische feministe in 1974 schreef. Een beweging waarbinnen vrouwen en mannen, wrikkend aan ongelijkheden in de samenleving, nieuwe perspectieven op het politieke en sociale leven uitwerken. Wat we daarbij voorstaan, is een evenwichtig, duurzaam en kwaliteitsvol maatschappelijk bestel, dat elke vrouw en man ten goede komt en niet vooral de happy few. We willen een samenleving die gelijkheid creëert - niet de gelijkheid die ontstaat door allerlei verschillen af te zweren, maar een strijd tegen ongelijkheden waardoor mensen echt keuzes kunnen gaan maken. Dat bereiken we niet door louter in te zetten op het emanciperen van individuele vrouwen en mannen; er moet (vooral) aan de maatschappelijke structuren worden gesleuteld. De feministische beweging wordt daarbij permanent uitgedaagd om haar analyses verder scherp te stellen. Want hoe houden we in een neo-liberaal economisch klimaat ons pleidooi staande voor een samenleving die niet alleen waarde toekent aan betaald werk, maar ook aan zorgen voor anderen, voor onze sociale en fysieke leefomgeving en voor onszelf? Hoe positioneren we ons wanneer vrouwen met een hoofddoek hun discriminatie op de arbeidsmarkt aanklagen? Hoe reageren we als het beleid ongelijkheden versterkt in plaats van ze weg te werken, bijvoorbeeld wanneer

laaggeschoolde vrouwen massaal worden ‘geactiveerd’ in precaire arbeidsstatuten? De antwoorden zijn niet hapklaar te vinden in één of andere alomvattende feministische doctrine. Feminisme is per definitie niet het monopolie van één groep: wie voor slechts één visie ruimte laat, legt tal van andere stemmen het zwijgen op. We zijn gehecht aan een meerstemmige beweging die er werk van maakt om de dialoog gaande te houden, om open te staan voor nieuwe stemmen, om solidair te zijn met elke ‘andere’ die door machtsverhoudingen wordt uitgesloten, om in eisen en strategieën rekening te houden met alle vrouwen. We verzetten ons dus uitdrukkelijk tegen wie vandaag beweert dat er slechts één “echt” feminisme is, dat westers en seculier is getint. Óns pleidooi is drieledig: spreek vanuit concrete ervaringen, hou machtsverhoudingen kritisch tegen het licht en plaats solidariteit centraal. Deze principes, die tot de de kern van het feministische spreken behoren, zijn voor ons cruciaal in elk maatschappelijk debat. Het feminisme heeft altijd de nadruk gelegd op de eigen ervaring van vrouwen, omdat zo de ruimte ontstaat om uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige situaties in rekening te brengen. Dé vrouw bestaat immers niet, net zo min als dé man. Er zijn verschillen in inkomen, etnische herkomst, opleiding, seksualiteit, gezondheid, leeftijd enzovoort. Een adequate aanpak van ongelijkheden vergt dat met al deze aspecten rekening wordt gehouden. Alleen, in de ongelijke samenleving waarin we leven, is er geen garantie dat dit gebeurt. Er is altijd een risico dat de visie van de overheersende groep(en) gaat domineren en dat de ervaringen van vooral vrouwen uit minderheidsgroepen buiten beeld vallen. En dat leidt tot het tweede principe uit ons pleidooi: we moeten beducht zijn voor ongelijke machtsverhoudingen en voor de mechanismen die de dominante groep tot norm maken en andere groepen dwingen zich daaraan te conformeren. Ook binnen de vrouwenbeweging bestaan zo’n machtsongelijkheden en we moeten attent zijn voor de stemmen die hierop wijzen. Ons pleidooi voor solidariteit tot slot, houdt in dat de vrijheid en de emancipatie van de ene niet ten nadele mogen zijn van die van de ander. Verschillen mogen nooit leiden tot ongelijkheid, en in ons streven naar gelijkheid moeten we dus oog hebben voor maatschappelijke verschillen. Alleen wanneer we solidair zijn met nieuwe stemmen en rekening houden met alle vrouwen kunnen we in wederzijds respect een gemeenschappelijke strijd voeren. Vrouwen Overleg Komitee, Vrouwenraad, Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen, Flora, BOEH!, FEL, Genderatwork, Sophia, Çavaria, Famba, L-salon, Persephone, Vrede, Kifkif

17


“Nu gaat het verdomme eens goed aflopen.”

Floortje Zwigtman over haar homotrilogie ‘Een Groene Bloem’

Met ‘Spiegeljongen’ breide Floortje Zwigtman een einde aan haar Victoriaanse homotrilogie ‘Een Groene Bloem’. ZiZo sprak met haar over hoe ze zwoegde op de trilogie, over wat een goed jeugdboek is, en over homo’s - of wat dacht u?

© Hester Kraaijeveld

Pieter Duysburgh


“Ik heb nergens spijt van.” Met die woorden eindigt ‘Spiegeljongen’, het laatste deel uit Floortje Zwigtmans trilogie ‘Een Groene Bloem’. Meer dan 1600 bladzijden had ze nodig om het verhaal te vertellen van Adrian Mayfield, een jongen van eenvoudige komaf die in de entourage van Oscar Wilde terechtkomt en daar de liefde van zijn leven vindt, Vincent. Maar Vincent zet hem aan de deur. Na een reeks tumultueuze gebeurtenissen staat Adrian in ‘Spiegeljongen’ eindelijk sterk genoeg om zijn eigen beslissingen te nemen. Hij toont zich daarmee even weerbarstig als zijn geestelijke moeder Floortje: “Leven volgens wat van je verwacht wordt, biedt geen garantie op geluk.” Veelschrijfster Floortje werkt rustig een broodje Genovese naar binnen terwijl ze de vragen beantwoordt. ‘Spiegeljongen’ is alweer enkele maanden geleden verschenen en intussen zit ze met haar hoofd al bij de intriges van haar nieuwe boek. Je zou denken dat iemand even een adempauze zou inlassen na meer dan vijf jaar werken aan één verhaal. Maar niet Floortje. “Ik vrees zelfs dat mijn nieuwe boek opnieuw een trilogie wordt,” lacht ze. Ze haalt een schrift boven. “Ik heb er zo al vier vol geschreven. Ik ben eraan begonnen met het idee maximaal driehonderd pagina’s te vullen. Ik ben nog niet eens goed bezig de schriftjes uit te typen en ik zit al aan pagina 144. Maar deze keer schrijf ik eerst de hele trilogie, en pas dan breng ik de boeken uit. Ik wil de nachtmerrie niet meer beleven dat ik halverwege deel twee zit en de mensen eigenlijk deel drie al willen hebben. Ach, misschien haal ik er uiteindelijk maar een boekje van 130 pagina’s uit.” Het laatste deel van ‘Een Groene Bloem’ heeft je nochtans heel wat moeite gekost. Het was heel zwaar. Ik moest de woorden bijna op het papier duwen. Ik wilde dat het laatste deel het beste zou worden. Maar dan duikt die criticus op in je hoofd die zegt: ‘Dit kan nog beter. Hier is die wel erg lang aan het woord. Nu moet er dringend weer wat gebeuren.’ Het is goed dat ik die criticus in me heb, maar eigenlijk moet die zijn mond houden tot na de eerste versie van een boek, en dat deed hij dus niet. Veel mensen zaten ook op dat laatste deel te wachten, en ik had ook nog eens de Gouden Uil gewonnen. Dat legde veel druk op me, en die kon ik niet van me afschudden. Adrian: overlever Het meest fascinerende personage uit ‘Spiegeljongen’ moet wel Lady Kinderley zijn. Ik ben ook heel erg gek op haar. Ik had een personage nodig met connecties in de onderwereld. Daarom heb ik haar bedacht. Eigenlijk zou ze maar in één hoofdstuk zitten, maar dat ging niet door. Ik kreeg haar echt niet meer weg. (lacht) Het is eigenlijk een vreselijk mens, maar net daarom is ze ook erg leuk. Ze ontvoert Londense kinderen door hen in ether gedrenkte aardbeien te geven en verkoopt ze dan in Parijs. Was dat iets dat ook echt gebeurde? Dat kwam wel eens voor, ja. In het laatste deel van het boek zit de journalist Stead. Hem heb ik gebaseerd op een reëel persoon die die praktijken destijds heeft onderzocht. Hij wist dat het gebeurde, maar werd nooit geloofd. Hij heeft dan geprobeerd het te bewijzen door zelf een kind te kopen. Met een groot schandaal tot gevolg. Iedereen had liever dat zoiets in de doofpot werd gestopt. En hij had natuurlijk ook een strafbaar feit gepleegd. Daarvoor is hij veroordeeld en heeft hij een tijdlang in de gevangenis moeten doorbrengen. Dat was prachtig materiaal voor een onderzoeksjournalist; hij heeft daar echt de tijd van z’n leven gehad. (lacht) Over hem alleen al zou je zo een boek kunnen schrijven. Die man had een onwaarschijnlijk leven, dat eindigde op de Titanic. Go out with a bang!

Ik vond het wel leuk dat ‘Spiegeljongen’ eindigt met een soort happy end. Dat komt omdat ik veel romans uit of over die tijd heb gelezen over homoseksuelen, en ze lopen bijna allemaal slecht af. Ik heb er zelfs een lijstje van gemaakt. (Haalt een map boven en vist er een papiertje uit, red.) Kijk, ik heb hier een overzicht van twaalf romans met homopersonages die zich afspelen tussen 1875 en 1901. Zes gaan er dood, twee worden er vermoord, één wordt krankzinnig, en één ‘geneest’. Slechts twee mogen gelukkig worden! (lacht) Of kijk naar Engelse detectiveseries. Als er één homoseksueel personage in voorkomt, dan weet je het al: dat is de moordenaar. Ik werd het zo beu dat ik dacht: ‘nu gaat het verdomme gewoon eens goed aflopen.’ Dat past ook bij het hoofdpersonage Adrian: hij is een overlever. Hij gaat telkens neer, maar krabbelt ook telkens weer overeind.

Leven volgens wat van je verwacht wordt, biedt geen garantie op geluk. De hoge boekenplank Is een slecht einde misschien meer artistiek verantwoord? Ik heb het idee van wel. Als je humor in je boek stopt, wordt het meteen gezien als ‘mindere’ literatuur. Het kan pas literatuur worden als het ernstig is. Mensen denken ook meteen dat een humoristisch boek een toegankelijk boek is. Neem nu ‘De figuranten’ van Arnon Grunberg: dat is een zeer humoristisch boek, maar het is geen makkelijk boek. Vooral in de Lage Landen is er een ‘zware’ literaire traditie. Terwijl romans uit Zuid-Amerika bijvoorbeeld één en al toeters en bellen zijn. Dat heeft te maken met traditie, met ongeschreven regels over wat literatuur wel en niet mag zijn. Ze hebben me nog gevraagd waarom ik niet schrijf over het Nederlandse gereformeerde milieu. Waarom zou ik dat doen? Dat hebben tientallen mensen me al voorgedaan. En ik heb er trouwens ook helemaal geen zin in. (lacht) Ik vind het goed dat je de toon in je boeken niet hebt afgezwakt. Het blijft bij momenten erg expliciet. Ik vond dat het zo moest. Je hebt toch nog vaak jeugdschrijvers die stoppen bij de kus, en dat is het dan. Volgens mij willen jongeren toch graag meer weten. Ook al kreeg ik van hen soms ook de opmerking: “Moet dat nou?” Ja, dat moet. Sommige jongeren zijn conservatiever dan hun ouders. Ik denk dat

19


De media stellen de mediagenieke nichten tentoon tot vermaak van de niet-homoseksuele natie. dat te maken heeft met een afzetten tegen de vorige generatie. Als die erg ruimdenkend is, hoe kun je dan nog rebelleren? Door conservatief te worden dus. Iedereen, ook ik, focust op het feit dat je een jeugdboek hebt geschreven met een homoseksueel hoofdpersonage. Vind je het niet jammer dat de andere thema’s minder worden opgepikt? Zo werkt het op dit moment nu eenmaal nog. Vroeger was het nog erger, natuurlijk. Als je dan een boek schreef met een homoseksueel hoofdpersonage was er een aparte, liefst hoge, plank voor jou. En daar kwam je niet van af. In Engeland en Amerika geldt dat nog steeds. Daar krijg ik mijn boek ook niet verkocht. Elders vind je mijn boek nu gewoon op de jeugdafdeling. Denk je wel eens na over de impact die je hebt als schrijfster? Als ik schrijf denk ik helemaal niet aan hoe iets ontvangen kan worden. Als ik dat toch doe, blokkeer ik. Ik ben eens gevraagd voor een Nederlandse boekenreeks waarin schrijvers het verhaal brengen van een echt bestaande jongere. Dat kon ik dus niet. Ik kon niet verantwoorden tegenover die jongeren dat ik een volgorde, plaats of personage veranderd had om het verhaal beter te maken. Het is hun verhaal. Wie ben ik om te zeggen dat het anders had moeten gaan? Ik kies doorgaans voor onderwerpen die verder van me af staan dan de wereld die ik dagelijks om me heen zie en beleef. Ik wil vooral niet bezig zijn met de vraag of iets letterlijk zo gebeurd is of zou kunnen gebeuren. Ik wil dat raam in mijn hoofd openzetten en kijken wat er naar binnen waait. Dat verbaast me, omdat je net zoveel research doet voor je boeken. Het is heel moeilijk om het evenwicht te vinden tussen de werkelijkheid volgen en daar toch je eigen draai aan geven. Je moet immers tot meer komen dan enkel een verzameling feitjes. Je kunt natuurlijk bladzijde per bladzijde opschrijven wat er is gebeurd, maar dat is vaak heel saai. Mensen zeggen niet om de haverklap iets geestigs. Er gebeurt niet telkens iets spectaculairs. Er kruipt niet elke avond een inbreker door de schoorsteen. Op het einde van het boek schrijf je dat er geen vervolg meer komt. Is de trilogie nu definitief afgerond? Als alles goed gaat komt er nog een reisgidsje over het Londen van Adrian. En er komt ook nog een herschreven versie van ‘Kersenbloed’, het boekje over de jeugd

van Vincent, dat tussen het tweede en het derde deel is verschenen. Ik was nooit helemaal tevreden over de aanloop naar het einde van dat boekje. Dat ga ik nu dus nog wat herwerken. Het is wel moeilijk om aan iets nieuw te beginnen. Ik heb onlangs nog op mijn Facebookpagina iets gepost over het nieuwe boek: “73 pagina’s, nog maar één dode en niemand heeft seks gehad. Wat gaan de lezers hiervan vinden?” (lacht) Ik vond dat tot nu toe wat mager voor mijn doen. Inpassen of opvallen Heb je naast historisch onderzoek ook research gedaan naar de psychologische aspecten van homoseksuele jongeren? Nee, helemaal niet. Ik begin telkens boeken te schrijven over dingen waar ik de ballen verstand van heb. Ik ben niet eerst met mijn homoseksuele vrienden gaan praten om te weten hoe dat nu precies is (lacht). Het is voor mij net een uitdaging om me in te leven en te kijken hoe ver ik kom. Pas toen ik het eerste deel helemaal klaar had, durfde ik het door homovrienden te laten nalezen. Toen bleek dat ik het blijkbaar goed had aangevoeld. Is je kijk op holebi-jongeren veranderd met dit boek? Het leuke is dat ik door dit boek heel veel mensen heb leren kennen. Dan zie je ook meer de variatie. Als je er niet echt middenin staat, zie je gewoon het beeld dat in de media wordt opgehangen. Daar worden toch vooral de mediagenieke nichten tentoongesteld, tot vermaak van de niet-homoseksuele natie, zal ik maar zeggen. Dat is een enorm beperkt beeld dat niet strookt met de werkelijkheid. Maar het is wel wat de meeste mensen voorgeschoteld krijgen. Dat is heel jammer. Je hebt intussen zo goed als elke holebizaak in Vlaanderen en Nederland bezocht. Ja, en het leuke is dat je ziet dat het dagelijkse leven van holebi’s heel gewoon is. De meesten zijn gewoon bezig met hun leven en zijn toevallig ook holebi. Je hebt natuurlijk nog de erfenis van de emancipatiestrijd uit de jaren zeventig en tachtig: voor die mensen was het vaak een way of life. Dat kan natuurlijk, maar dat hoeft niet. Ik heb daar eens een interessante discussie over gehad naar aanleiding van de stelling ‘Is de homoseksuele stem nog nodig in de literatuur?’ De opinies in de zaal waren erg uitgesproken. Je had mensen die gewoon hun leventje wilden leiden en een beetje in de maatschappij probeerden te passen. En je had mensen die zeiden: “Hier ben ik en het kan me niet schelen wat je daarvan vindt.’


Graag nodigen wij u uit op onze

Kersthappening

Kom genieten van de landelijke kerstsfeer op donderdag 9, vrijdag 10, zaterdag 11 en zondag 12 december 2010, telkens van 10 tot 19 uur. SOLDENHOEK met tal van leuke hebbedingetjes! Op zaterdag- en zondagnamiddag demo’s van onze kerstworkshop door Atelier Bizar!

« kleur en interieur »

Pastorie Westrem, Dorpsstraat 60, 9230 Westrem (Wetteren) ✆ 09 334 59 20 - fax 09 334 59 30 - gsm 0485 82 11 71 - www.lapeinturette.be

Abonneer nu en geniet meer dan 45% korting! vlaanderens grootste magazine voor holebi’s en transgenders

WORD nu ABONNEE en ontvang EEN

gratis dvd!

Sara zoekt :

Een openhartige m/v voor een intiem gesprek op www.zzzip2.be alle info via www.zizo-magazine.be Steunpunt Gelijkekansenbeleid Consortium Universiteit Antwerpen – Universiteit Hasselt

Actie geldig tot 15/12/2010.


© Frederik Peeters

LIEFDE, HIV EN NEUSHOORNS

Frederik Peeters over zijn graphic novel ‘Blauwe Pillen’ De Zwitserse auteur Frederik Peeters schreef een bejubelde autobiografische graphic novel over zijn prille relatie met Cati, die net als hun zoontje seropositief is. Een gesprek met een levensgenieter. G eert De Weyer

Mijn manier van leven is het leven omarmen.


‘Blauwe Pillen’ - naar de dikke lichtblauwe antivirale medicijnen - verscheen een goed decennium geleden in Peeters’ thuisland Zwitserland. Het duurde echter tot nu vooraleer het ontroerende en tegelijk relativerende liefdesverhaal vertaald werd naar het Nederlands. Helaas is het thema van de beeldroman alleen maar actueler geworden. Vooral voor de groeiende groep homoseksuele mannen die samenleven met een seropositieve partner. Dat zo’n relatie niet al kommer en kwel is, toont Peeters mooi aan in zijn boek. “Misschien maakt het virus onze relatie wel simpeler,” werpt de 35-jarige Frederik Peeters wat aarzelend op. “Ik bedoel: het virus is onze gezamenlijke vijand. We moeten er elke dag rekening mee houden. Ik denk dat alle koppels wel bepaalde onderwerpen hebben waarover ze vaak vitten. Dat hebben wij uiteraard ook wel, maar die ene gemeenschappelijke vijand maakt dat we dat toch wat relativeren.” Hij grijnst wanneer hij de link maakt met de WaalsVlaamse problematiek. “Als jullie Belgen morgen een gezamenlijke vijand hebben, dan zijn er eventjes geen problemen meer, vermoed ik.” Hij haalt de schouders op. “Nu ja, zo hebben wij het althans ervaren.” Liefde en angst Niettemin was het behoorlijk schrikken toen Cati hem het nieuws opbiechtte tijdens een gezellig diner bij haar thuis. De liefde gonsde tijdens het verorberen van de zelfgemaakte pasta door de ruimte, maar wat volgde had hij nooit kunnen voorzien. In het boek

mocht niet? Zij was verschrikkelijk bang mij te infecteren, ik was bang geïnfecteerd te worden. Kijk, ik hou erg van het leven, ik wil helemaal niet een leven lang medicijnen slikken. Maar dat was nog niet eens het ergste. Het was vreselijk raar om een geliefde te hebben die zichzelf voortdurend als gevaarlijk zag. Je houdt van mekaar, maar één van beiden is toxisch. Behoorlijk bizar. Daar hebben we weken en maanden over gesproken. We moesten er mee leren omgaan.” Enkele weken ver in hun relatie kwam wellicht de zwaarste beproeving: het condoom knakte. Paniek. Cati’s huisdokter wuifde het gevaar echter meteen weg. ‘De kans dat je besmet bent geraakt is even groot als dat een neushoorn je bij het buitengaan van mijn praktijk vertrappelt,’ zegt die tot beider verbazing. Hij slaagt erin het koppel te kalmeren, en duwt Cati in de richting van antivirale middelen. “De eerste keer dat hij erover begon was ik van mijn melk. Cati had die pillen altijd op afstand kunnen houden, en toegeven aan een behandeling zou gelijk staan met het opgeven van de strijd die het eigen lichaam was aangegaan. Maar die dokter heeft ons wel heel goed geïnformeerd, en dat kan ik niet zeggen van alle medici die we hebben ontmoet. Werkelijk beangstigend hoe incompetent men soms is, en wat een hoop onzin je te horen krijgt. Iedereen zegt iets anders.” Vrijen en kinderen Peeters wordt een beetje boos wanneer hij over preventiecampagnes begint te spreken. “Diegene bij wie de behandeling aanslaat en bij wie geen virus meer in het bloed wordt aangetroffen, kan in principe zonder condoom vrijen. Maar dat wordt niet officieel meegedeeld, want dan zou men de mensen moeten gaan uitleggen dat het enkel geldt in die, die en die gevallen, en daar horen mensen maar de helft van. Gevolg: men gaat onveilig vrijen omdat men denkt dat het geen kwaad kan, en de epidemie start opnieuw. Het is jammer, maar het publiek is er niet klaar voor. Waar ik wel bijzonder boos van wordt is dat deze informatie ook amper aan seropositieven wordt meegedeeld. Ik lees ook amper iets over het feit dat je na onveilige seks PEP kunt nemen dat er voor zorgt dat het virus zich niet kan reproduceren. Dat zegt men niet graag. Het kost veel geld en men wil mensen niet op ideeën brengen. Ja, zeg.”

Misschien maakt het virus onze relatie wel simpeler. tekent Peeters zichzelf met verwijde pupillen en een aan de lippen bengelende sigaret, terwijl woorden als ‘verdriet’, ‘vlucht’, ‘medelijden’, ‘begeerte’, ‘afwijzing’ en ‘straf’ uit zijn hoofd lijken te ontsnappen.  “Ik heb me op dat moment sterk gehouden,” herinnert hij zich. “Een echt mannetje was ik, ik behield mijn koelheid want ik wilde haar niet opzadelen met al mijn emoties die ik niet eens zelf kon plaatsen. Maar toch vroeg ik haar de nacht met mij door te brengen. Dat wilde ik echt.” Van vurige passie was echter geen sprake. In het boek wordt die eerste nacht omschreven als ‘lang, aarzelend, teder, maar niet erg seksueel.’ “Tja,” klinkt het nu, “We waren onzeker. Wat mocht? Wat

Of hij dan zelf nog met condoom vrijt, wil ik weten, wanneer hij aankaart dat Cati de antivirale behandeling ondertussen is gestart. Opnieuw volgt een kleine aarzeling. “Niet altijd,” zegt hij. Ondergaat hij elk jaar een bloedtest? “Niet élk jaar,” luidt het antwoord. “Maar ik ben nog steeds seronegatief, hoor. Weet je, de angst is volledig verdwenen. De ziekte maakt me niets uit. Mijn manier van leven is het leven omarmen. Ik vertrouw haar in mijn leven, ze is een ankerpunt. Dat neemt niet weg dat we er vaak over spreken, maar ik kijk in de straat al niet meer achterom op zoek naar een neushoorn.” (glimlacht) Toen Peeters Cati leerde kennen, had zij een al een zoontje, dat ook positief is. Sindsdien is het gezin verder uitgebreid: een paar jaar geleden kwam er een dochtertje bij. “Hoe dat werkt? Tja, dat is een heel gedoe: vlak nadat je klaarkomt, knip je het condoom doormidden aan het zaadreservoir, breng je je sperma in een spuit en injecteer je dat in de vagina van je geliefde. Voilà. Wij hadden het geluk dat het van de eerste keer prijs was, en dat terwijl koppels het op de normale manier

23


De hiv-expert: “Een mooi geschreven, belangrijk boek.”

© Frederik Peeters

wel twee jaar lang moeten proberen.” Dat hun dochtertje het virus niet in haar bloed heeft, heeft te maken met het feit dat het bloed van de baby nooit dat van de moeder is. De moeder geeft enkel zuurstof en voedsel aan haar kind. “Akkoord, als er iets mis gaat - een ongeluk met inwendige bloedingen of zo - dan kan ze wel besmet raken. Kritiek is ook het moment waarop de baby geboren wordt, want dan is er veel bloed mee gemoeid. Het is dus een kwestie van snel zijn. De baby moet ook meteen na de geboorte een antivirale behandeling ondergaan, want soms wordt het virus pas twee weken later gedetecteerd, dus dat willen ze dan al uitsluiten.” Relaties en reacties In Zwitserland kwam ondertussen al de tiende druk van het boek uit, iets wat zowel Peeters als zijn geliefde Cati nooit voor mogelijk hadden gehouden. Het opende het debat over hiv en relaties. Slechte reacties hebben ze echter nooit gekregen. “Dat zou me ook niets uitgemaakt hebben. Om te beginnen: waarom zou je wakker liggen van de reacties van wildvreemden? De enigen waar ik me een beetje zorgen over maakte, waren mijn ouders. Cati wilde het

Tussen 2001 en 2008 werkte Filip Moerman in het Tropisch Instituut voor Geneeskunde in Antwerpen als wetenschappelijk onderzoeker (hiv en malaria) en vervolgens als hiv-specialist. Momenteel volgt hij aan de UZ Gent een opleiding infectologie en houdt hij een halve dag per week consultatie voor seropositieven. Hij las ‘Blauwe Pillen’ al een maand geleden en is erg in zijn nopjes over dit boek. “Het is bijzonder mooi geschreven, origineel ook, en ik denk dat het een belangrijk boek is. Ik merk dat ik sowieso wat optimistischer ingesteld ben over de overlevingskans en levenskwaliteit van seropositieven. Bij sommigen gaat het helaas mis, vaak omdat er complicaties optreden, omdat ze hepatitis opliepen en noem maar op. Maar ik zeg telkens tegen mijn studenten dat als ik zou moeten kiezen tussen het hebben van hiv of diabetes, dat ik dan voor hiv kies. Dat bedoel ik medisch gezien. Wat het misschien toch erger maakt is de stigmatisering, al heb ik de indruk dat het langzaam afneemt. Moerman kan de kritiek van de Zwitserse auteur Peeters op de medische wereld (zie interview) ten dele begrijpen. “Vergeet niet dat het de Zwitsers waren die als eersten het standpunt innamen dat seks zonder een condoom mogelijk was, mits inachtneming van een rist voorwaarden: geen soa hebben en een ondetecteerbare virale lading gedurende minstens zes maanden (en een strikt monogame relatie, red.). Maar dat wordt inderdaad niet aan de grote klok gehangen. Het is eerder iets dat je bespreekt met de patiënt en zijn partner in de intimiteit van de spreekkamer.”

Ik begrijp de angst en het wantrouwen tegenover iemand met hiv niet goed.


absoluut aan hen vertellen. Dat moest wel bijna. Ook al uit praktische overwegingen. Stel dat je even met z’n beiden op reis wilt gaan, dan moet de kleine (Peeters noemt Cati’s zoontje in het boek steevast ‘de kleine’, red.) bijvoorbeeld wel zijn medicijnen krijgen.” “Mijn ouders hebben er goed op gereageerd. Ze zijn opgegroeid met het idee dat iemand met hiv meteen aids krijgt en sterft. Nu begrijpen ze het beter. Ze weten ook dat ik van het leven houd en niet zomaar destructieve dingen zou doen. En ze houden van Cati en de kleine. Idem voor mijn vrienden. Ik heb een vriendenkring van muzikanten, schrijvers en artiesten. Die staan er misschien meer voor open, denk ik. “Voorzichtig zijn” is zowat het enige wat ze me vertelden. En dat ze me een gelukkig leven toewensten met Cati. Natuurlijk is het in zo’n sociale omgeving makkelijker om iedereen in te lichten dan wanneer ik een racepiloot of profvoetballer was geweest. En toch, ik begrijp de angst en het wantrouwen tegenover iemand met hiv niet goed. Zelfs als je het virus per ongeluk oploopt omdat je een fout hebt gemaakt, dan is het toch niet je schuld?! Niemand verdient het om zo’n ziekte te krijgen, zoals ook niemand het verdient om veroordeeld te worden. Dat schijnt niet iedereen te begrijpen.” Zijn aangenomen zoontje heeft ondertussen zijn dertiende verjaardag gevierd. Een tiener in wording. “Soms is het moeilijk, want we weten dat we over seks moeten beginnen praten, en de link moeten leggen met hiv. Hij moet doormaken wat Cati al eerder ervoer: dat hiv elke dag aanwezig is, en in een relatie of seksuele relatie een probleem kan vormen. Nu, er is in die tien jaar veel veranderd. Tien jaar geleden wisten we nog niet of Cati en de kleine konden blijven leven. Nu weten we dat gelukkig wel. Misschien worden ze geen honderd jaar, maar een pensioenleeftijd zoals de meeste mensen zit er wel in. Dat is meteen ook het probleem dat ik nu met het boek heb. Het medische aspect is wat verouderd. De behandeling, de levensverwachting, de testen: dat is nu allemaal anders. Als een hiv-positief persoon vandaag gezond leeft en trouw is aan zijn therapie, dan is er nauwelijks nog besmettingsgevaar. Nu goed, dat zal wellicht vooral de mensen met hiv zelf opvallen, en ik hoop dat zij tussen de regels kunnen lezen, want uiteindelijk is ‘Blauwe Pillen’ een liefdesverhaal, waar niet de ziekte maar de liefde centraal staat. Zo zie ik het: als een klein verhaal over twee geliefden. Een modern liefdesverhaal, als je wilt, getransponeerd naar onze tijd, waarbij de ziekte een hindernis is zoals er zoveel hindernissen zijn te bespeuren en te overwinnen in een relatie, en in het leven in het algemeen.”

BLAUWE PILLEN / FREDERIK PEETERS Meer dan tien jaar geleden ontmoetten ze elkaar. Frederik en Cati. Vlindertjes langs beide kanten. Daar kwam weinig verandering in toen zij hem haar grootste geheim vertelde: ze was seropositief. Haar jonge zoontje ook. In de autobiografische graphic novel ‘Blauwe Pillen’ beschrijft de Zwitserse stripauteur Frederik Peeters wat er op dat moment in hem omging: “Gedurende een seconde van mijn leven gaf ik mij over aan mijn meest intense emoties.” Het koppel krijgt een eerste grote tegenslag te verwerken wanneer bij een vrijpartij het condoom scheurt. Cati’s huisdokter stelt het koppel meteen gerust en zegt dat de kans dat hij besmet is geraakt even groot is als dat hij bij het buitengaan van de praktijk onder de voet wordt gelopen door een neushoorn. Wat volgt is een mooi beeld waarin plots een immense neushoorn achter het jonge koppel opduikt. Peeters hanteert vaker dat soort beelden in het verhaal. Een meerwaarde voor het boek. ‘Blauwe pillen’ vertelt niet enkel over relaties en hiv, maar ook over het vaderschap. Cati’s zoontje erkent hem eerst niet, dan wel. De auteur is vooral bezorgd over de gezondheid van het kereltje, dat al in zijn eerste jaar de bekende blauwe pillen moest slikken. Ook daar tiert de angst, maar ook die angst ebt langzaamaan weg. De liefde én het vaderschap overwinnen. ‘Blauwe Pillen’ is geworden wat het moest worden: een modern liefdesverhaal, en gelukkig geen pessimistisch verhaal over een ziekte en een moeilijke liefde. Net het feit dat de auteur niets verdoezelt, doodeerlijk is over zijn emoties en bij momenten zijn filosofische gedachtegoed op een frisse manier verbeeldt, maakt dit een bijzonder knap en zelfs sympathiek boek. Het beschrijft de liefde hoe ze werkelijk is, want elke liefdesrelatie krijgt - dixit Peeters - wel te maken met angsten en drempels. In dat opzicht is het een universeel boek met verschillende lagen. Bijzonder mooi, al zijn de heersende ideeën en de behandelingen van hiv en aids ondertussen danig veranderd. Daar had de Nederlandse uitgever wel over mogen berichten in een (getekend) nawoord. In Zwitserland, waar deze graphic novel jaren geleden al uitkwam, is het ondertussen al aan zijn tiende druk toe. Een terecht succes. (GDW) - Sherpa, 2010, 190 blzn.

25


Liefde in

tijden van hiv

Tom Bouden over zijn nieuwe strip ‘Positief’

Na twee jaar arbeid en uitgevers bewerken, publiceerde Tom Bouden aan de vooravond van Wereld Aids Dag 2010 een stripalbum dat de hivthematiek aansnijdt. Over het resultaat, ‘Positief’, laat ZiZo’s huistekenaar enige tekstballonnen op. G eert De Weyer

Je oeuvre is overwegend humoristisch. Waarom voel je dan plots de noodzaak een serieus onderwerp aan te snijden? Is het omdat je als homo met hiv geconfronteerd werd of wordt in je onmiddellijke omgeving? Het korte antwoord op die laatste vraag is: ja. Ik heb altijd al de dingen die ik rond me zie gebeuren verwerkt in mijn verhalen. Het was dus onvermijdelijk dat hiv of aids ooit in mijn strips zou opduiken. Maar zoals bijna al mijn strips, gaat ook dit album voornamelijk over liefde en relaties, wat op zich natuurlijk ook al een serieus onderwerp is. Alleen gaat het deze keer niet over die eerste gelukzalige momenten, wel over het gezamenlijk doorworstelen van een moeilijke periode. Het gaat daarbij over hiv en aids, maar eigenlijk zou het over eender welke levensbedreigende ziekte kunnen gaan.

links laten liggen. Het excuus is dan altijd dat homo’s hen niet interesseren, wat een beetje een vreemde reden is. Ik lees heel veel strips, maar het is niet zo dat ik een strip negeer omdat het hoofdpersonage vrouwelijk en hetero is. Daarom ben ik heteroseksuele hoofdpersonages beginnen te gebruiken, in de opportunistische hoop meer succes te genereren. Mijn vorig album, ‘Tom Jones’, was daar het eerste resultaat van. Natuurlijk kan ik het niet laten om de cast van die albums aan te vullen met homo’s. Zo is de mannelijke helft van het koppel in ‘Positief’ overduidelijk bi, en spelen Max en Karel, hoofdpersonages uit vorige albums, ook weer mee. Een tweede reden is dat er al een paar goede homostrips over hiv bestaan. ‘Super Paradise’ van Ralf König, bijvoorbeeld, of ‘Alex et la vie d’après’ van Thierry Robberecht en Fabrice Neaud. Mocht ik voor een homo als hoofdpersonage gekozen hebben, zou dat meer van hetzelfde geweest zijn. De laatste reden is nogal sentimenteel, vrees ik. Tien jaar geleden overwoog ik al dit verhaal te vertellen met Max en Karel in de hoofdrollen. Maar toentertijd waren de levensverwachtingen van mensen met hiv nog niet wat ze nu zijn. Ik wou mijn personages dat niet aandoen.

Wilde je het cliché vermijden door uitgerekend een heterokoppel als hoofdpersonages te kiezen?

Is ‘Positief’ gebaseerd op ware gebeurtenissen? Bijna alles in het verhaal is op de een of andere manier echt gebeurd. Het is voornamelijk gebaseerd op verhalen van mensen uit mijn omgeving. Een paar bereidwillige mensen van Sensoa hebben mij ook nog wat verhalen bezorgd. De rest is een kwestie van inleving. Het is dus fictie die stevig verankerd is in de werkelijkheid.

“Als auteur vind ik het

jammer dat mijn werk

vlug achterhaald zal zijn, maar op

menselijk vlak kan ik

© Tom Bouden

dat enkel toejuichen.”

Dat speelde mee, maar er zijn nog andere redenen. Om te beginnen heb ik een paar jaar geleden gemerkt dat een groot deel van mijn potentieel publiek, de striplezers die zich niet beperken tot de commercieel succesvolle stripreeksen, mijn strips

Wanneer ben je aan het album beginnen te werken? Ik heb het scenario in de laatste week van januari 2008 gemaakt. Dat ging vrij vlug, omdat ik daarvoor al een hele tijd bezig was met het verzamelen van materiaal. Begin februari ben ik begonnen met het tekenwerk en zes maanden later heb ik de laatste pagina getekend. Daarna moest ik alles nog inkleuren. Vanaf Wereld Aids Dag 2008 verscheen het verhaal in dagelijkse afleveringen op gayworld.be. De reden dat het album nu pas in de winkels ligt is dat uitgevers eerst wel interesse toonden, maar omwille van financiële redenen uiteindelijk toch afhaakten. Dat gebeurt tegenwoordig wel vaker in stripland.


Ik heb het gevoel dat de verhaallijn iets ouder is, omdat de hoofdrolspeelster die gediagnosticeerd wordt met hiv met tal van verkeerde ideeën zit omtrent haar levensverwachting. Herhaaldelijk denkt ze dat ze spoedig zal sterven, of wil ze zo snel mogelijk haar testament opstellen. Klopt mijn gevoel? Inderdaad, maar als je goed leest zal je merken dat het verhaal acht jaar geleden begint. Aangezien het twee jaar geleden werd gemaakt moet dat dus ongeveer in 2000 geweest zijn. Toen werd er effectief nog gesproken over een levensverwachting van tien jaar, en moesten er nog veel meer pillen genomen worden dan vandaag. Gelukkig is er wat dat betreft een enorme stap voorwaarts gezet. Dat betekent wel dat mijn verhaal op sommige vlakken snel verouderd zal zijn, net zoals de eerste lichting strips rond aids, © Tom Bouden waarin de personages allemaal op ellendige wijze overlijden, dat ondertussen al enige tijd zijn. Als auteur vind ik het natuurlijk jammer dat mijn maar de meeste van die ideeën vergeet ik ook weer snel. Een aantal verhaalconwerk vlug achterhaald zal zijn, maar op menselijk cepten blijven echter jarenlang sluimeren, tot ik ze uiteindelijk aan het papier toevlak kan ik dat enkel toejuichen. vertrouw. ‘Positief’ is zo’n verhaal. Het was alleen wachten op het goede moment. En de meeste mensen zitten sowieso met vooroorDat moment kwam er toen ik het gevoel had dat ik er eindelijk een hoopvol einde delen omtrent de ziekte, tot ze er zelf mee geconkon aanbreien. Als ik dit verhaal tien jaar geleden had gemaakt, zou het einde veel fronteerd worden. Zelfs nu zijn er nog massa’s menminder zeker geweest zijn. Ik wou immers vooral een positieve strip maken rond sen die denken dat hiv betekent dat je bijna meteen seropositief zijn, met de nodige humor. Geen melodrama dus. Maar het spreekt zal sterven, wat zeker in onze streken gelukkig niet voor zich dat het ook geen dijenkletser is geworden. meer het geval is. Het zou overigens van weinig realiteitszin getuigen te denken dat een stripje als dit veel kan veranderen op maatschappelijk vlak. Daarvoor zijn de oplages veel te klein. Maakt ‘Positief’ deel uit van een eigen stukje maatschappelijk engagement? Met andere Een strips als ‘Positief’, die niet eens groot of dik is, lijkt me een doeltrefwoorden: streef je met het boek een soort van fend middel om jongeren te bereiken. Ter preventie, of misschien wel ter bewustmaking na in verband met de hiv- en informatie. Heb je plannen in die richting? aidsproblematiek? Een poging om de stigmatiHet was zeker niet mijn bedoeling om een voorlichtingsstrip te maken. Dan had ik sering weg te werken, bijvoorbeeld? het helemaal anders moeten aanpakken. ‘Positief’ zou dan het verhaal van de geIk besef dat ik een beter mens zou lijken als ik daarop middelde seropositieve persoon in Vlaanderen geworden zijn, een homo dus. En volmondig ja zou antwoorden, maar dan zou ik weler zou meer ‘technische’ uitleg aan te pas gekomen zijn. Wellicht zou de toon ook licht liegen. Het was zeker niet de belangrijkste anders geweest zijn. Nu is het een verhaal geworden met enkele minder voor de reden. ‘Positief’ is gewoon een verhaal dat ik al heel hand liggende situaties, zonder dat ze daarom onmogelijk zijn. Als verteller vind ik lang wou vertellen. Bijna iedere maand heb ik wel dat nu eenmaal interessanter. Maar als de hiv-verenigingen in Nederland en België weer een idee voor een fantastisch nieuw verhaal, iets met het boekje willen doen, dan zal ik ze niet tegenhouden. © Tom Bouden

‘Positief’ 40 pagina’s, kleur, 17 x 24 cm, ISBN 978-90-7509-917-1, 8,95 euro

27


de gay site van sensoa


De eerste meeting Manon

Eén ding was meteen duidelijk: alles kon. Alles mocht. Ik vond Mauranne zo verlegen. Zelf had ik daar geen last van, ik zou gewoon aan de uitbaters vragen waar de activiteit doorging. Dat zijn zakenmensen dacht ik, en voor hen is dit gewoon een activiteit. Maar Mauranne legde mij uit dat transgenders misschien alleen gedoogd werden in de zaak, maar er daarom nog niet geliefd waren, ook al ging het om klanten. Misschien waren de mensen van de transgenderkring erg blij dat ze een vaste stek gevonden hadden waar ze mochten samenkomen, en wilden ze dat plekje absoluut niet kwijt. Dus moesten we erg discreet zijn. Na een tijdje zagen we iemand rondlopen die de eigenaar zou kunnen zijn. We vroegen naar de transgendervereniging. Maar we spraken zo stil dat de vrouw reageerde met: “Wat zegt u?” We vroegen het nog eens, maar nu nog stiller. Toch had ze ons deze keer begrepen. Met een luide stem zodat iedereen het horen kon, en waar wij een meter van in de lucht sprongen, riep ze al wijzend: “Ah, de travestieten! Die zitten daar, op het terras!” De conversatie was niet onopgemerkt voorbijgegaan. Iedereen staarde. Een blonde vrouw met een stevige boezem en een kort rokje boven mooie benen kwam onze richting uit. Het liefst was ik meteen naar de groep gegaan, maar dat kon niet. Nog niet. De dame bracht ons naar de kleedruimte die we gevraagd hadden. Tegelijk legde ze ook de regels uit: “Er zijn geen regels. Iedereen is zoals hij wil en doet wat hij wil.” Mauranne en ik zijn nogal anarchistisch en dus beviel die ‘regel’ ons best. Het mooiste was dat die regel ook in de praktijk werd omgezet. Op het terras zat een bont allegaartje van mensen. Sommigen keuvelden gezellig, anderen hadden het over problemen waarmee ze te maken hadden, nog anderen hadden lol. De een dronk amper iets, de ander bestelde een hele maaltijd. Ook de fysieke verscheidenheid vond ik overweldigend. Later zou ik meer thuis raken in de wereld van travestie, transgenderisme en transseksualiteit. Ik zou beter begrijpen waarom iemand er zus of zo uitziet. Maar één ding was meteen duidelijk: alles kon, alles mocht. Niemand keek vreemd op als je er schitterend mooi uitzag, en niemand keek vreemd op als je er minder ‘geslaagd’ uitzag. Iedereen mocht er zijn. Alleen ik begon nu vreemd genoeg een probleem te krijgen. Ik vroeg me af of ik wel op de activiteit aanwezig mocht zijn. Ik realiseerde me dat ik daarover niet geïnformeerd was. Werd ik alleen maar gedoogd maar hoorden partners hier eigenlijk niet? Dat zou ik echt jammer gevonden hebben. Ik hield immers meteen van het open sfeertje en van al die zoekende en onderzoekende mensen. De rollen waren omgekeerd: Mauranne voelde zich prima en blij en ik voelde me ineens verlegen. Tot mijn vreugde bleek later dat die verlegenheid niet hoefde. Ik babbelde met partners terwijl onze echtgenoten erbij zaten en ik hoorde allerlei verhalen: sommige helemaal anders dan het onze en andere dan weer meer gelijklopend. Tijdens de momenten dat onze ‘transjes’ en ‘travjes’ vrouwenpraat uitwisselden over make-up en mooie benen, beleefde ik leuke momenten met hun partners. Glimlachend, slechts een beetje stiekem en onder het drinken van een heerlijk glaasje wijn, wisselden wij zaken uit waar je wel eens met iemand buiten je relatie over wil praten.

Manon is de partner van de transgendere Mauranne (van man naar vrouw). Op deze bladzijde vertelt zij hoe het is om samen te leven met haar partner. Ondanks alle verwarring die er kan bestaan rond transgenderisme, ervaren Manon en Mauranne hun relatie als erg prettig. Daarvan getuigt Manon in een reeks columns voor ZiZo waarvan dit de eerste aflevering is.

29


YOU’VE BEEN

-ED II!

Wim Vanden Berghe over de onderzoeksresultaten

© Mark Sergeant

Deze zomer raakte bekend dat één op twintig Vlaamse homo’s hiv-positief is. Het is maar één van de resultaten uit het tweede FAQit-onderzoek van het Instituut voor Tropische Geneeskunde. ZiZo praatte met onderzoeker Wim Vanden Berghe. Mark S ergeant

Socioloog Wim Vanden Berghe trok vorig jaar vier maanden lang met een ploegje vrijwilligers langs Antwerpse horecazaken en Gentse holebifuiven. Ze ontlokten mannen antwoorden op vragen over hun seksleven en namen, via een prikje in de vingertip, een bloedstaal om vast te stellen of de persoon in kwestie hiv had. De antwoorden en de bloedresultaten werden anoniem verwerkt. Dergelijk prevalentieonderzoek (onderzoek naar de mate waarin een ziekte voorkomt binnen een bepaalde groep) was nieuw voor Vlaanderen, maar gebeurt regelmatig in de buurlanden. Tot nu toe beschikten we in Vlaanderen enkel over gegevens over het aantal personen dat een positieve hiv-testuitslag had ontvangen. Cijfers over het aantal personen dat hiv-positief is maar het zelf nog niet weet, ontbraken tot nu toe. Toen deze cijfers in de zomer van 2010 bekend werden gemaakt in de pers, werd geschokt gereageerd op de vaststelling dat één op twintig Vlaamse homo’s hiv heeft. Anderen vonden de resultaten meevallen - eerder buitenlands onderzoek onder homo’s had veel hogere cijfers gemeld. Bovendien bleken de Vlaams homomannen zich ook vaker te laten testen op hiv en soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen) dan homo’s in de buurlanden. Wim Vanden Berghe: “De scores die wij hebben gemeten zijn inderdaad een stuk lager dan in onze buurlanden. Maar je moet altijd voorzichtig zijn als je onderzoeken vergelijkt. Onder meer de selectie van de populatie en de manier waarop het onderzoek aangepakt is, kunnen verschillen. Tot nu toe is er geen eenduidige aanpak binnen Europese landen voor dit soort onderzoek. En bovendien kan je het Parijse of Amsterdamse uitgaansleven niet vergelijken met dat in Antwerpen of Gent.’

Je kan niet verwachten dat alle artsen goed kunnen praten over homoseksualiteit. Testen Je hebt vooral de Antwerpse horeca bezocht, in mindere mate de Gentse en niet de Brusselse of West-Vlaamse horeca. Kan je die cijfers doortrekken? We hebben mensen naar hun woonplaats gevraagd en merkten dat we een tamelijk goede mix hadden van mannen die uit heel Vlaanderen en Brussel komen. Maar er is natuurlijk ook een selectie-effect aanwezig, want niet alle WestVlaamse homo’s gaan uit in Antwerpen. Ons onderzoek geeft dus vooral een goed beeld van de uitgaansscene in Antwerpen en van de mannen die je daar aantreft.


Vlaamse homo’s laten zich in vergelijking tot de buurlanden vaak testen. Toch is er nog een grote groep mannen die niet weten dat ze hiv-positief zijn. Hoe kunnen we hen beter bereiken? In de Belgische gezondheidszorg ligt een grote nadruk op het contact met de huisarts. Ik denk dat daar nog veel werk is. De huisarts is enorm belangrijk in de eerstelijnsgezondheidszorg en heel wat artsen zijn heel open over hiv en seksuele gezondheid. Maar we mogen het ook niet overschatten: bepaalde zaken zijn niet of moeilijk bespreekbaar met een huisarts, zeker als het de familiedokter betreft. Er moet meer nadruk op de seksuele gezondheid van homomannen gelegd worden in de opleiding en de bijscholing van artsen. Maar artsen zijn ook maar mensen; je kan niet verwachten dat alle artsen goed kunnen praten over homoseksualiteit en op de hoogte zijn van alle soa’s. Een tweede punt is dat de doelgroep erover geïnformeerd moet worden dat je regelmatig laten testen essentieel is. Dat moet Sensoa permanent blijven doen. Verder moet de drempel om je te laten testen zo laag mogelijk zijn. Als je risico hebt gelopen, is het belangrijk dat je snel ergens terecht kan en dat je er geen preek bij krijgt. Zeker mannen die recent hiv opliepen, zouden zich sneller moeten laten testen. Daarom is het ook nodig meer aandacht te hebben voor de mentale noden van de doelgroep. Vaak hebben mannen die risico hebben gelopen andere issues – schuldgevoel, angst, depressie – waardoor zich laten testen niet meteen hun grootste zorg is. Praten Ter voorbereiding van een eerder onderzoek heb je een reeks diepte-interviews gedaan met hivpositieve homomannen. Waren daar gesprekken bij die je geraakt hebben of je een nieuw inzicht bijbrachten? Wat ik er vooral uit heb onthouden, is de complexe problematiek van mannen die zich laat geout hebben. Vaak leven zij met het gevoel dat ze ergens bij willen horen. Op dat moment is de fetisjscene voor hen heel aantrekkelijk. Je kan er jezelf letterlijk en figuurlijk in verliezen. Dat aspect ervan is heel aantrekkelijk, wat natuurlijk heel menselijk is, maar ondertussen stellen die mannen zich bloot aan veel risico’s. Veel mannen in die scene zijn hiv-positief, maar voor velen was positief worden niet de meest ingrijpende gebeurtenis in hun leven. Sommigen zagen dat gewoon als een gevolg van de keuze die zij gemaakt hadden om binnen die wereld actief te zijn. Er is te lange tijd geen aandacht geweest voor hun gezondheid. En dan bedoel ik niet enkel hun seksuele gezondheid, maar ook zaken als depressie, discriminatie, stigmatisering en andere. In de gesprekken werd ik ook geraakt door de

situatie van jonge homo’s. Voor de generatie die nu opgroeit zijn gelijke rechten evident. Desondanks wordt ook die generatie geconfronteerd met zichzelf en met discriminatie. Homo’s blijven een minderheid en het blijft moeilijk om jezelf te manifesteren als een onderdeel daarvan. Gelijke kansen is niet hetzelfde als wettelijke gelijkheid. Ik denk dat je homo’s eerder bewust moet maken van hun minderheidsstatus en moet aangeven hoe ze daarmee kunnen omgaan. Het is vandaag heel moeilijk om goede preventie te organiseren voor jonge homo’s. Aan de ene kant hebben ze wel een homoseksuele identiteit, maar tegelijk nemen ze nog weinig deel aan het homoleven. Deze generatie is de eerste met een duidelijk levenspad: de perfecte man vinden, trouwen, huisje, kinderen, zekerheid. Dat heeft wel iets moois, natuurlijk. Maar het gevaar bestaat dat ze menen hetzelfde te zijn als iedereen, terwijl dat eigenlijk niet het geval is. En daardoor zijn ze niet goed gewapend om met die verschillen om te gaan. Het is belangrijk dat homojongeren beseffen dat ze in hun seksualiteit niet zijn zoals iedereen. Dat het er onder mannen anders aan toegaat dan in de relaties van hun vriendinnen of hun familie. En dat er een veel grotere kans is dat ze met hiv in aanraking komen.

Jongeren hebben sneller het gevoel dat ze een vaste relatie hebben.

Er wordt vaak beweerd dat jonge homo’s minder veilig vrijen. Bleek dat ook uit jouw onderzoek? Nee, uit onze cijfers bleek niet dat jongeren vaker onveilige seksuele contacten hebben met losse partners. Maar uit vroeger onderzoek weten we wel dat jongeren sneller het gevoel hebben dat ze een vaste relatie hebben en dan nogal snel het condoom achterwege laten. Als ze korte vaste relaties na elkaar hebben, verhoogt dat natuurlijk de kans om ooit een soa of hiv tegen te komen. Van de jonge homo’s bleek één tot twee procent hiv-positief. Vergeleken met de rest viel dat mee, maar het is belangrijk te beseffen dat ook dit percentage veel hoger is dan bij de algemene bevolking. Reageren Voor je onderzoek trok je met een ploegje vrijwilligers naar sauna’s, clubs en fuiven. Hoe waren de reacties? Erg positief, ook wat de vrijwilligers betreft. Ik vind het ongelofelijk dat er nog altijd mensen zijn die zich willen inzetten voor dit thema. Ook de reacties van het doelpubliek zelf vielen erg mee. Soms kreeg je wel eens te horen dat mensen liever niet geconfronteerd wilden worden met hiv tijdens het uitgaan, maar dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Ook de bereidheid van de verschillende horecauitbaters om mee te werken was bijzonder prettig. Die samenwerking is uiteindelijk verre van evident. Typisch aan dit soort onderzoek is ook dat mensen met je komen praten. Voor sommigen was het de eerste keer dat ze tijdens het uitgaan aan iemand durfden te zeggen dat ze hiv-positief zijn. Zeker bij de oudere generatie werd er soms geëmotioneerd gereageerd. Mensen kunnen tegenwoordig meer dan ooit zelf op zoek gaan naar informatie, maar een face to face-gesprek blijft erg waardevol, omdat het erkenning en bevestiging geeft. Bij complexe boodschappen heb je nood aan meer dan alleen maar eenrichtingscampagnes. En hiv is vandaag behoorlijk complex.

31


Onderzoeken Je hebt jarenlang gewerkt aan de Universiteit Gent onder de vleugels van John Vincke, om dan in 2009 over te stappen naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG). Hoe verliep die overgang van de universiteit naar een medische omgeving? Mijn vertrek uit Gent was uiteraard geen aangename ervaring, omdat ik vertrokken ben terwijl John stervende was. (Prof. Dr. John Vincke overleed op 27 mei 2009 aan een ongeneeslijke kanker, red.). Hij heeft doorheen de jaren zeer waardevol onderzoek verricht omtrent holebi’s, hiv en gelijke kansen. Dat was erg bijzonder. Die combinatie van wetenschap en engagement vond ik ook bij het ITG. Veel collega’s hebben jarenlang in Afrika gewoond of hebben er projecten geleid, en dat voel je ook aan hun drive. In het ITG word je wel veel directer geconfronteerd met de problematiek. Voor mij is het ook zeer verruimend om te werken in een omgeving waar alle facetten van het hiv-virus worden gevolgd: van het virologische tot de publieke gezondheid, preventie en behandeling van patiënten. Op een universiteit krijg je veel minder de kans om interdisciplinair te werken. Ik ben indertijd toevallig in het homo-onderzoek gerold. John zei wel eens dat als je in homoonderzoek binnengeraakt, de kans klein is dat je er ooit nog uitgeraakt. Ik geloofde hem toen niet, maar kijk. Uiteindelijk is dit geen thema dat iedereen interesseert, in wetenschappelijk opzicht. Je moet een beetje activist zijn om je ermee bezig te houden. Maar ik vind dit werkveld nog altijd superinteressant. Ik wil nu eerst nog mijn doctoraat afwerken, op basis van de onderzoeksgegevens van FAQit en Zzzip (grootschalige bevraging naar de leef- en werksituatie en de seksualiteitsbeleving van holebi’s in Vlaanderen, uitgevoerd tussen 2002 en 2006 onder leiding van John Vincke, red.). Waar ik daarna naartoe ga? De dag van vandaag ligt er niets meer vast in de wetenschap: er zijn enkel contracten voor één of twee jaar. Maar ik wil gerust nog investeren in dit thema, opnieuw projecten aanvragen en erbij betrokken zijn.

Bij complexe boodschappen heb je nood aan meer dan alleen maar eenrichtingscampagnes.

-it II de cijfers Eerder dit jaar bezocht het Instituut voor Tropische Geneeskunde homoclubs in Antwerpen en Gent, gewapend met vragenlijsten en naalden. Honderden homomannen beantwoordden de vragen en prikten een druppel bloed uit hun vingertopje. Het bloed werd getest op hiv. Enkele onderzoekresultaten: • •

Gemiddeld vijf procent van de geteste personen was hiv-positief. Dit komt neer op één op twintig. Hiv kwam vaker voor bij bezoekers van homosauna’s en seksclubs. Gemiddeld vijftien procent (één op zes) bleek hiv-positief. De onderzoekers stelden wel grote verschillen vast: op sommige avonden in sommige clubs en sauna’s was vijf procent positief, andere keren bleek dertig procent positief. Vlaamse homo’s laten zich vaak testen. Meer dan de helft liet zich het voorbije jaar testen op hiv. Nog meer homomannen lieten zich testen op soa’s in het voorbije jaar. Een gezonde gewoonte! Er circuleren veel soa’s onder homo’s. Eén op tien homo’s die zich lieten testen op soa’s, bleek er één of meerdere te hebben, zoals gonorroe of syfilis. Sommige mannen denken dat ze geen hiv hebben, terwijl ze toch hiv-positief zijn. Het gaat om één op zes (vijftien procent) van de hivpositieve mannen. De meeste homo’s vrijen veilig. Zestig procent gebruikte een condoom toen ze laatst neukten met hun vaste partner. En vijfenzeventig procent gebruikte een condoom toen ze laatst neukten met een losse partner.


Vertrek nooit zonder. ontdek alle voordelen op

www.cavariapas.be

Jan zoekt :

Een openhartige m/v voor een intiem gesprek op www.zzzip2.be Steunpunt Gelijkekansenbeleid Consortium Universiteit Antwerpen – Universiteit Hasselt


it gets better Zelfmoordgolf zet de VS aan tot actie

We kennen de Verenigde Staten als het land waar holebi’s nog steeds niet overal kunnen trouwen en niet openlijk in het leger mogen dienen. Het is ook het land van persoonlijk initiatief en onderneming. Naar aanleiding van een recente zelfmoordgolf onder holebi- en transjongeren werden er een aantal opmerkelijke projecten en campagnes op touw gezet. Annelies Cuypers Wat hebben Amerikaans president Barack Obama, zanger Adam Lambert, de werknemers van Google en animatiefiguurtje Lizzy the Lezzy met elkaar gemeen? Tot voor kort niet zo heel veel, maar nu hebben ze een gemeenschappelijk doel: holebi- en transgenderjongeren die het moeilijk hebben moed inspreken. De Amerikaanse media werden deze zomer beheerst door de zelfdoding van Justin Aeberg, Billy Lucas, Cody Barker, Asher Brown, Seth Walsh, Raymond Chase en Tyler Clementi. Al deze jongens werden door voortdurende pesterijen de dood in gedreven. Om jongeren hoop te geven en in een poging zulke tragische gebeurtenissen te voorkomen, begon columnist Dan Savage in september met het It Gets Better Project. Hij riep mensen op om video’s te maken waarin ze spreken over de moeilijkheden die ze in hun jeugd moesten overwinnen en uitleggen dat hun leven nu beter is. De filmpjes worden verzameld op het YouTube-kanaal van het project. Uit het It Gets Better Project ontstond het Make It Better Project. Op de website werden tips en tools verzameld waarmee leerlingen, leerkrachten en ouders van scholen een veilige en aangename leeromgeving kunnen maken voor iedereen. Er wordt uitgelegd hoe je depressie kan herkennen bij jezelf en anderen, hoe je een klacht kan indienen wegens discriminatie en waar je steun kan vinden van leeftijdsgenoten en volwassenen.

De voornaamste begunstigde van de acties is het Trevor Project. Dat werd opgericht door drie filmmakers die in 1994 een Oscar wonnen voor hun kortfilm ‘Trevor’. De film vertelt het verhaal van een dertienjarige jongen die door zijn vrienden wordt verstoten omwille van zijn geaardheid en een zelfmoordpoging onderneemt. Toen de cineasten beseften dat er geen hulplijn bestond voor jongeren zoals Trevor, beslisten ze hun leven te wijden aan zelfmoordpreventie voor de holebi- en transgenderjeugd. De Trevor Lifeline is de eerste en enige crisis- en zelfmoordlijn voor jonge holebi’s en transgenders in de VS die 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 bemand wordt. Het Trevor Project is het favoriete goede doel van acteur Daniel Radcliffe en ook jonge musicalacteurs dragen hun steentje bij: via iTunes kan je de single ‘It Gets Better’ van Broadway Sings For The Trevor Project downloaden. De opbrengst gaat naar het project. Een andere organisatie die al jaren ijvert voor de aanvaarding van jonge holebi’s en transgenders in scholen is het Gay, Lesbian en Straight Education Network. Naar aanleiding van de recente zelfmoorden is GLSEN begonnen met een Safe Space Campaign. Het doel is om naar elke middelbare school in Amerika een Safe Space Kit te sturen met daarin een gids voor leerkrachten over hoe ze kwetsbare leerlingen kunnen bijstaan en hoe ze pesterijen kunnen aanpakken. Ook de Give A Damn Campaign bestaat al langer, maar heeft een nieuwe reeks PSA’s (boodschappen van algemeen nut) gemaakt. Give A Damn is een project van het True Colors Fund dat opgericht werd door Cyndi Lauper. Onder het motto Get Informed. Get Involved. Give a damn! roept deze campagne hetero’s op om te strijden voor gelijkheid voor holebi’s en transgenders. Een hele reeks sterren, onder wie Cher, Whoopi Goldberg, Elton John en Ricky Martin, verlenen hun stem aan het project. Naast hun boodschappen vind je op de mooie, overzichtelijke website ook getuigenissen van gewone mensen. De hipste actie komt uit Los Angeles. NOH8 begon in 2008 als protest tegen de goedkeuring van Proposition 8 in Californië, waardoor het homohuwelijk opnieuw verboden werd in die staat. Later groeide NOH8 uit tot een meer algemene mensenrechtencampagne. Fotograaf Adam Bouska en zijn partner Jeff Parshley willen met hun project een stem geven aan alle mensen wiens mond gesnoerd wordt door discriminerende wetten. De beelden van het duo zijn onmiddellijk herkenbaar: de modellen, in het wit gekleed, worden geportretteerd tegen een witte achtergrond, met ‘NOH8’ op hun wang geschilderd en plakband over hun mond. Er werden al meer dan 5500 foto’s gemaakt, waaronder veel van bekende mensen. T-shirts met een anti-pestboodschap kan je vinden bij de Herbivore Clothing Company. Voor elk verkocht T-shirt met het opschrift Bullies Suck gaat er $15 naar het Trevor Project.

Wie hier wil werken aan een holebivriendelijke school, kan gebruik maken van ‘Bank Vooruit!’. Deze educatieve map wordt uitgegeven door çavaria en bevat tips, achtergrondinformatie, doorverwijzingen en methodieken. De map kost 10 EUR en is te verkrijgen bij Hephaestion in Gent, ‘t Verschil in Antwerpen en bij çavaria. Wie vragen heeft over holebi’s en transgenders kan terecht bij de Holebifoon op het nummer 0800 99 533.

www.itgetsbetterproject.com makeitbetterproject.org  www.thetrevorproject.org www.glsen.org

safespace.glsen.org www.wegiveadamn.org www.noh8campaign.com www.herbivoreclothing.com

35


Het ABC van de holebi op tv Holebi’s op televisie. Wie zijn ze, wat doen ze en wat drijft hen? En zijn het er echt wel zoveel als we denken of zouden willen? De Anneliezen van de ZiZo-redactie presenteren in de komende maanden afwisselend hun ABC van de holebi op tv. De eerste editie levert een selectie van buitenaardse, gevangenis- en westerncreaturen. Annelies Dalemans Aliens en andere sci-fi-specimens

© 2entertain

Eenmaal los van de zwaartekracht lijkt alles mogelijk, ook in televisieland. De moeder aller sciencefictionreeksen, ‘Star Trek’, liet televisiekijkend Amerika, en bij uitbreiding de wereld, kennismaken met de meest bizarre creaturen. De fantasie van de seriebedenkers kende geen grenzen, hoewel. Ze kleurden netjes binnen de lijntjes van de heteroseksualiteit. Toch in de originele reeks, die liep van 1966 tot 1969. En neen, de coming-out van George ‘Mr. Sulu’ Takei in 2005 telt niet. Toen de eerste sequel, ‘The Next Generation’, in de jaren tachtig op televisie kwam, stond Gene Roddenberry, het opperbrein achter ‘Star Trek’, nochtans niet weigerachtig tegenover een holebithema in de reeks. Scenarist David Gerrold schreef de episode ‘Blood and Fire’, die een homokoppel zou tonen én een metafoor zou zijn voor de aidsepidemie. De studiobonzen vreesden echter voor de publieke reacties en de episode werd nooit opgenomen. Het was wachten tot de volgende vervolgreeks, ‘Deep Space Nine’, vooraleer het ‘Star Trek’-universum heel even roze zou oplichten. Het bleef echter beperkt tot een innige zoen tussen twee vrouwen - excuseer, buitenaardse hermafrodieten. We schrijven 1995. Twee reeksen later werd er dan toch gealludeerd op de aidsepidemie. Maar hoewel in ‘Star Trek: Enterprise’ de verwijzingen naar aids niet te ontkennen waren, werd er niet gezoend. En dat in 2003! Vijf jaar later was het eindelijk zover, al moest je er wel het internet voor op. De door fans gemaakte vervolgreeks ‘New Voyages’ pikte het script ‘Blood and Fire’ van Gerrold uit de jaren tachtig weer op, maakte er een dubbelepisode van én liet

twee mannen elkaar onbeschroomd opvrijen. ‘May they live long and prosper’ zeggen wij daarop! Aan deze kant van de grote plas ging het er gelukkig ietsjes losser aan toe. Het in GrootBrittannië immens populaire ‘Doctor Who’, over een tijdreizende dokter die zowel op aarde als daarbuiten telkens weer de boel moet redden, zit vol verwijzingen naar andersgeaarde medemensen, althans voor wie tussen de lijntjes kan lezen. De serie liep van 1963 tot 1989 en daarna weer sinds 2005. Voor een overzicht van alle potentiële holebi’s die in al die jaren de revue zijn gepasseerd, verwijzen we graag naar het internet, waar de discussie over het mogelijke roze gehalte van de verschillende personages volop woedt. Interessanter is de huidige spin-off van de reeks, ‘Torchwood’. Die serie volgt een team alienjagers onder leiding van Captain Jack Harness (gespeeld door de ‘out and proud’ homoacteur John Barrowman). Harness is een onsterfelijke man uit de toekomst, die zichzelf als ‘panseksueel’ omschrijft – lees: hij doet het met alles en iedereen. Holebiseksualiteit is dan ook een belangrijk thema in de populaire reeks en van veel personages kan de seksualiteit op z’n minst als ‘vloeibaar’ omschreven worden. De makers winden daar geen doekjes om; de nummertjes tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn niet te tellen en worden rechttoe-rechtaan op het scherm gesmeten. Hadden we al gezegd dat de reeks zich tot een iets volwassener publiek richt?


thema’s durfde aan te pakken: drugmisbruik, zelfmoord en zwangerschap binnen de muren.

Het geweld is expliciet, de seks ook. Wie het graag nog wat rauwer (en mannelijker) heeft, bevelen we met plezier de onthutsende Amerikaanse gevangenisreeks ‘Oz’ aan. Zes seizoenen lang bieden de makers je een blik op het reilen en zeilen binnen Emerald City, de experimentele rehabilitatie-unit van Oswald ‘Oz’ State Correctional Facility. In die zeer gecontroleerde omgeving werden gevangenen uit verschillende bevolkingsgroepen en –klassen samengezet om weer te leren functioneren in de buitenwereld. Dat loopt meer niet dan wel goed. Het geweld is expliciet, de seks ook. Dat die zich afspeelt tussen mannen hoeven we er ongetwijfeld niet meer bij te vertellen. In ‘Oz’ wemelt het van de gelegenheidshomo’s én van de overtuigde homo’s. Die laatsten vormen zelfs hun eigen bende, en zijn met onder andere een hiv-positieve gevangene en een travestiet in hun rangen, onderling zo verscheiden als de holebigemeenschap in de vrije buitenwereld. Respect! Minder respect hebben we voor Theodore ‘T-Bag’ Bagwell, de kruiperige gevangeniscollega van Michael Scofield in de recente hitserie ‘Prison Break’. Scofield laat zich opsluiten om zijn ter dood veroordeelde broer te kunnen helpen ontsnappen. Naarmate de uitvoering van dat plan verder vorm krijgt, moet hij steeds meer andere gevangenen mee aan boord nemen. Onder wie dus T-Bag, een onsympathiek creatuur dat zijn voorkeur voor (meestal jongere) knapen niet onder stoelen of banken steekt. In ruil voor seks biedt hij bescherming aan, een deal die je beter niet afslaat, zo blijkt.

Cowboys and cowgirls Het is dat we ons in deze reeks beperken tot het televisiescherm, anders hadden we het uitgebreid kunnen hebben over de stoere liefde tussen twee cowboys in ‘Brokeback Mountain’. Op het witte doek werd het taboe op holebiseksualiteit in het westerngenre daarmee alvast doorbroken. Op televisie blijkt dat een ander paar mouwen. Ja, er is die aflevering in het achtste seizoen van de sitcom ‘Will & Grace’ waarin Will meegesleurd wordt naar een bar voor homocowboys. Maar verder zagen we nog niet veel roze westernhelden op ons scherm voorbij paraderen. Dankzij de westernserie met shakespeareaanse allures ‘Deadwood’, is dat voor de vrouwelijke variant van de lonesome cowboy gelukkig anders. Niet alleen is de ex-prostituée en bordeelhoudster Joanie Stubbs uit het gouddelversstadje Deadwood open over haar voorkeur voor het vrouwelijke geslacht, ze slaagt er ook nog in om ‘Calamity’ Jane Canary uit haar seksloze schulp te lokken. Een beetje vrouwelijke zachtheid is wat ons betreft welkom in de harde wereld van de Far West.

foto: www.cracked.com

Het leven achter tralies is geen pretje. Niet alleen ben je van je vrijheid beroofd, je moet je tijd er ook nog eens doorbrengen met alleen maar mensen van hetzelfde geslacht. Laat dat nu nét onze fantasie extra stimuleren, en blijkbaar ook die van heel wat televisiemakers. De vrouwelijke lezers hoeven we zeker niet te herinneren aan de suggestieve net-niet-vrijpartij van Bette en schrijnwerkster Candace in het eerste seizoen van ‘The L-Word’. Of aan de passionele stoeipartij met celgenote Dusty waaraan Helena zich overgeeft in seizoen vijf. Zoete herinneringen! Iets minder sensueel ging het er door de band genomen aan toe in de Britse gevangenisserie ‘Bad Girls’ (waar ook een Amerikaanse versie van gemaakt werd). Acht seizoenen lang – tussen 1999 en 2006 – werd het leven in de fictieve vrouwengevangenis Larkhall geschetst. En dat leven kon soms hard zijn, niet alleen voor de gevangenen, maar ook voor het penitentiair personeel. Al helemaal gecompliceerd werd het voor directrice Helen Stewart wanneer ze gevoelens begint te ontwikkelen voor de tot levenslang veroordeelde Nikki Wade. Hun ontluikende, en later volop beleefde relatie is het hoofdthema tijdens de eerste drie seizoenen van deze reeks die wel meer controversiële

© Shed Productions

Bad girls en stoute jongens

37


‘fantasie in D mineur Opus 30’ Pia Fraus

Met al je ledematen probeer je jezelf vruchteloos koelte toe te wuiven, zelfs je wimpers knipperen vaker, in een poging je netvlies af te koelen. Het lukt je niet. Je fladdert alleen maar, als een hulpeloze, hopeloos te groot uitgevallen kolibrie. Ze speelt nadenkend met het potlood tussen haar vingers. Of onnadenkend, eigenlijk. Ik denk niet dat ze erbij nadenkt. Integendeel. Ik denk eigenlijk dat ze ermee speelt omdat ze er niet bij nadenkt. Anders zou ze dat vast niet doen. Maar nu, omdat ze aan het nadenken is, over iets anders dan, zijn haar vingers aan haar gedachten ontsnapt. En met hen, haar potlood. Ik weet zeker dat ze, als ik plots ‘stop’ zou roepen, en zij geschrokken in deze houding zou bevriezen, niet zou weten waar het is. Het potlood. Tussen welke vingers. Zelfs niet als ze er heel erg hard over zou nadenken. Maar dat doe ik niet. Ik roep niet en zij bevriest niet. Nee, zij stopt, nog steeds zonder nadenken, het potlood achter haar oor. Het gladde hout schuift zachtjes, geluidloos, door de huidplooi, precies daar waar haar oor vastzit aan haar hoofd. Misschien hoort ze het toch, omdat het zo dichtbij is. Een soepel, ongehinderd glijden. Tot het vastloopt in haar haren. Nog even aandringt en daar dan stil blijft liggen. De opdracht is eenvoudig. Toch formuleer je ze zorgvuldig. Ik begrijp perfect wat je wil hebben, maar ik laat het je omstandig beschrijven. Weet je hoeveel je over jezelf vertelt door de woorden die je gebruikt? Substantief na substantief begrens je de ruimte; ongewild teken je met elk woord haarscherp je dromen voor me uit. Een zorgvuldig gekozen adjectief zet de toon, schuift de stemming een tint op. Met elk werkwoord geef je je meer en meer bloot; de voltooide deelwoorden geven het ritme aan, een duidelijk uitgezette cadans, die alleen wordt onderbroken door een aarzelende wens: ‘Ik zou... zou ik?’ Een haastig gekozen bijwoord dwingt de zin een andere richting uit, verlegt het accent weer naar veiliger grond, tot je met een kordate comparatief kleur bekent. ‘Beter. Dat zou veel beter zijn. Niet?’ Je vraagteken blijft als een aangehouden triller in de lucht hangen. ‘Niet-t-t-t?’ Ik moet iets gezegd hebben dat haar aandacht trekt. Ze knikt, beweegt haar hand, haar vingers blijven even vragend in de lucht hangen, haast onmerkbaar. Ik knik subtiel in de richting van haar oor, ze kijkt me fronsend aan. Mijn vingers dwalen omhoog naar haar, nee, naar mijn eigen voorhoofd, maken een vage geste naar de zijkant. Ze lacht, ik zie plots tanden achter lippen, iets nats, iets donkers. Maar haar hand heeft het potlood al gevonden, ze krabbelt er iets mee op een

stukje papier en schuift het dan nadenkend, nee, onachtzaam, dat moet wel onachtzaam zijn, zoiets doe je niet als je erover nadenkt, niemand, tussen haar lippen. Roze rond rood. Schuiven. Nat komt het potlood weer naar buiten. Warm, koud, warm. Onzichtbaar verdampt de hete spuug. Een minuscuul luchtbelletje, gevangen in een speekselsliert, danst over haar onderlip. Tot ze, bij het vormen van een ‘i’ haar onderlip strak trekt en de bel barst. Waarom ik schrijnwerker geworden ben? Ik zou het je echt niet kunnen zeggen. Natuurlijk zou ik het je wel kunnen zeggen, ik ben niet dom. Maar het zou niet erg verstandig zijn om het je te zeggen. Daar is het, denk ik, nog te vroeg voor. Later, straks, als de boekenkast die je nu aan het beschrijven bent - je handen tekenen haar onhandig af tegen de muur - als ik ze zo zou maken zouden al je boeken naar één kant glijden om aan het einde van de planken als papieren druppels vol letters op de grond te regenen. Een slepend ritme van wegsijpelende verhalen. Sorry, wat vroeg je? Ik dwaalde even af. Ik denk wel dat het kan, hoor, nog een plank extra, ja. Als je bereid bent af te wijken van een strak alfabetisch klassement. Misschien moet je één reeks, ‘Privé-Domein’ bijvoorbeeld, apart zetten omdat ze wat kleiner zijn. De boeken. Van formaat. Wat zeg je? Juist. Waarom ik schrijnwerker geworden ben. Daarom. Omdat ik van boeken hou. Niet lachen, ik meen het. Om schrijver te worden had ik niet genoeg talent, en zo kan ik toch dicht bij ze zijn. En voor het hout, dat ook. Voor de zachte warmte van het hout. Dat meekleurt als de tijd verglijdt.

39


Roze rond rood. Schuiven. Nat komt het potlood weer naar buiten. Warm, koud, warm. Onzichtbaar verdampt de hete spuug. Een minuscuul luchtbelletje, gevangen in een speekselsliert, danst over haar onderlip. Tot ze, bij het vormen van een ‘i’ haar onderlip strak trekt en de bel barst. Ze is teruggekomen. Zonder kijken plaatst ze de punt van de boormachine in het kruis van de vijs. A perfect match. Haar vingers sluiten zich rond de plastic curve van het handvat; ze knijpt er in. De vijs begint langzaam te draaien en trekt zich, splinter voor splinter, in het hout. De spieren in haar arm trillen mee op het ritme van de machine, eerst zachtjes, bijna onzichtbaar, dan steeds harder. Ook de wenteling van de draad gaat steeds sneller. De kleine metalen staaf zinkt in de plank, dieper, steeds dieper, tot hij met zijn kop blijft steken boven het te nauwe gat. Nog één keer draait de boorkop, een beetje hijgerig, alsof hij wel wil, maar niet dieper kan. Dan geeft hij het met een zuchtje op. Ze legt de boormachine weg en strijkt met haar vlakke hand over de plank. Het houtstof stuift op, ze blaast de laatste restjes weg. Warme adem op warm hout. Onoplettend veegt ze haar hand af aan de achterkant van haar dij. Zonder er aandacht aan te besteden. Zij, niet ik. Ik ben des te oplettender, ik heb alleen maar aandacht voor het bijna onzichtbare spoortje houtstof dat de lijn van haar billen aftekent op haar donkere broek. Stop met kijken. Wat bezielt me in godsnaam? Ik hoor je achter me bewegen in de ruimte. Ik weet dat je je best doet om elegant in de ruimte aanwezig te zijn, koel als marmer, gedistingeerd, zoals het hoort, maar het lukt je niet. Sinds ik binnengekomen ben, vanmiddag, is je hartslag toegenomen, hebben je bloedvaten zich verwijd en is je lichaamstemperatuur onverbiddelijk gestegen. Met al je ledematen probeer je jezelf vruchteloos koelte toe te wuiven, zelfs je wimpers knipperen vaker, in een poging je netvlies af te koelen. Het lukt je niet. Je fladdert alleen maar, als een hulpeloze, hopeloos te groot uitgevallen kolibrie. De boormachine weegt zwaar in mijn hand, de hoek waaronder ik haar vasthoud is hoogst oncomfortabel. Het is tijd om te beslissen, voor mijn pols verkrampt onder het gewicht. De vingers van mijn linkerhand dwalen aarzelend door het doosje met vijzen. Mijn wijsvingertop zoekt instinctief de juiste maat, streelt metend langs de schroefdraad. Volgende schroef, on with the job. Maar mijn rechterhand denkt er anders over. De klap waarmee ze de boormachine neerlegt op de derde plank, die voor de lage boeken, doet je

schrikken. Net als de korte slag waarmee ik me omdraai. Twee handen met elk een eigen agenda. Misschien had ik pianist moeten worden. ‘Heb jij hier per toeval ergens de ‘Rach III’?’ Het is de opwelling van het moment die me dat doet zeggen. Pas op het moment dat ik de woorden hoor, zie ik er zelf de humor van in. Geen slechte keuze, bij nader inzien. Voor wat ik in gedachten heb. Mijn oren suizen, het moet daardoor zijn dat ik je niet goed hoor. Een donkere, zwarte zwaarte valt over de kamer, iemand sluit mijn luchtwegen af. Sissend ontsnapt ergens een laatste bel zuurstof, ik hap hijgerig naar adem. Je draait voor mijn ogen, splitst jezelf en vloeit weer samen. Je mond beweegt, ik zie een roze, palperende opening. Vaag, in de verte, achter een beslagen lens. Knipper. Open. Dicht. Tong. Ik zie je tong. Ergens tussen de bonkende slagen van mijn hart door hoor ik je stem een cijfer zeggen. Ver weg, te ver. Het woord rolt langzaam naar me toe, aangekondigd door geroffel in mijn hoofd. Kloppend bloed. Trommen uit de diepte. Kleppen die openen, sluiten. Pompend, pompend bloed. Een rode, ruisende stroom. Een verdwaald zenuwsignaal bereikt toch nog mijn hersenen, loom til ik mijn oogleden op. ‘Sorry?’ ‘De ‘Rach III’. De derde van Rachmaninoff.’ Ik weet wel wat je bedoelt, je hoeft niet zo uit de hoogte te doen. Wat wil je daar in godsnaam mee? Ik leun beschermend tegen de piano achter me. Mijn piano. Mijn veilige zwarte doos. Zolang het deksel dicht blijft, zijn de toetsen veilig. Een korte slag van de sleutel in het slot houdt de muziek binnen, achter gesloten deuren. Sommige gevoelens zijn alleen voor eigen oren. Onwillekeurig glijden mijn ogen naar je handen. Zou het kunnen dat je... Je hebt lange, lenige vingers, dat wel. Het zou in theorie kunnen dat je daarmee... Maar toch niet de ‘Rach III’? Dat is een stuk waar zelfs de meeste geoefende pianisten hun vingers op breken. Je moet mijn vraag lezen in mijn ogen, want er breekt een brutale glimlach door op je gezicht. ‘Maak je geen zorgen. Als ik van plan was het te spelen, zou ik niet vragen of je het had. Ik wil je gewoon door het concerto heenneuken. Meer niet.’ Mijn hand resoneert op je wang. Het is een klap met pedaal, een klap die blijft nazinderen, een klap die doorklinkt in de volgende noot, en de daaropvolgende. In mijn steeds schriller wordende stem, in de woede waarmee ik je de hoek in krijs. Je de mond snoer. Je deksel sluit. Als ik mijn handen op mijn oren houd, zie ik je niet. Het derde concerto heeft drie delen. Een ‘allegro ma non tanto’, een ‘adagio’ en een ‘alla breve’. Maar laat ons niet te veel vooruitlopen op de zaken. Alles hangt af van de eerste noot. Het eerste contact tussen de warme huid en het koele oppervlak van de toetsen. Daarna is er geen weg terug meer, dan rolt de melodie zich onherroepelijk, vingerafdruk na vingerafdruk, af.


Kom niet dichterbij. Waag het niet. Waag het niet! Ik heb nog nooit zo woordeloos zo luid geschreeuwd. Mijn vingers strelen even langs mijn eigen wang. Waar je me hebt geslagen is de huid warm. Niet gloeiend heet, gewoon een paar tinten warmer dan aan de andere kant. Als ik mijn pink er traag genoeg overheen laat glijden, kan ik de warmteafdruk van elk van je vingers voelen. Je hebt kleine, smalle handen, maar lange vingers. Geoefende handen ook. Maar zijn ze geoefend genoeg voor wat komt? Rachmaninoff wou een openingsthema schrijven dat hij ‘op de piano kon zingen’. Zo wil ik jou openen. Als een trillende stemband, eerst hoog en schril, dan lager, tot je protest uitdooft en de stilte alles overstemt. Terwijl mijn handen dat allegro spelen op jouw lichaam. Ik zet een stap in je richting. Je lippen openen zich, geluidloos, je hapt als een goudvis op de kermis naar lucht. Even lijkt het erop dat je echt iets gaat zeggen. Maar het komt te laat, ik leg een vinger op je lippen. Ssst. Vanaf hier is er geen weg terug. De eerste noot weerklinkt. Ssst. Mijn hand dwaalt verder, langs je wang, voorbij je hals, tot in je haar. Een vage, trage schets van het hoofdthema, voor ze een versnelling inzet en voortgaat in een ritmischer beweging. Je komt dichterbij, ik wijk langzaam terug. Maar tegelijkertijd zuig je me naar je toe, als een magneet, zonder me aan te raken. Verzet. Ik mag niet zwichten. We draaien om elkaar heen. Je strekt je hand naar me uit. Ik wil dit niet. Kan niet. Mag niet. Mijn hersenen verzetten zich, je hand vertraagt, maar je beweging zet zich langzaam, langzaam door. Niet. Niet. Niet. Doen. Mijn lichaam verraadt me nog voor het einde van je eerste beweging. Je hand schiet voorwaarts, je vingertoppen spelen een snelle toccata in mijn hals. Ik vecht tegen mezelf, maar diep in mij welt een antwoord op, mijn snaren spannen zich. De melodie zwelt aan, ik knijp mijn eigen keel dicht. Niet. Niet. Je ogen lachen plagend, uitdagend, je linker- en

je rechterhand spelen moeiteloos overlappende figuren op mijn sleutelbeen. Steeds dieper reik je. Door mijn huid naar mijn hart. Tot mijn lippen zich ongewild openen en de eerste, onhoudbare zucht ontsnapt. Ah. Je ademt het, je zegt het niet. Het is geen woord, het is zuivere zuurstof. Iets tussen protest en overgave. Happen naar adem en weten dat je toch verdrinkt. Een woord dat geen woord is, maar alleen maar een klank, waait over je lippen heen naar buiten. Een ontsnapt briesje dat langs de rand van een gordijn de nachtlucht in glipt. Warm van de droom van het meisje dat binnen slaapt. Zilvergrijs verdampt het in de koele kamerlucht; vluchtig verraad. Meer heb ik niet nodig om te weten wat je voelt. Wat je wilt. Wat je niet wilt willen. Maar wat je moet. Wanhopig moet. Mijn vingers dalen verder, langs de rand van je bloes. Acht knopen heb je voor me, een vol octaaf. Acht knopen en twee ogen, groot van de angst. Angst voor het verlangen dat steeds luider opwelt in je borstkas. Angst voor de nood, de drang, de dwang die achter je ribben schreeuwt, schuurt, schrijnt. Angst voor het beest dat zich naar buiten vecht. Verlangen. Verboden. Vrucht. Nee. Nee! Nu niet ophouden. Alsjeblieft.

Zo wil ik jou openen. Als een trillende stemband, eerst hoog en schril, dan lager, tot je protest uitdooft en de stilte alles overstemt. Terwijl mijn handen dat allegro spelen op jouw lichaam. Ik zet een stap in je richting. Je lippen openen zich, geluidloos, je hapt als een goudvis op de kermis naar lucht.

41


Ik hou niet op. Nu toch niet? We zijn nog niet eens door het allegro heen. Dit is maar het begin. De blos op je wangen is nog roze. Nog maar roze. Er zijn twee versies van de cadenza, weet je dat? Een donkere, slepende variant en een licht, levendig alternatief, dat makkelijker te spelen is. De keuze is aan de solist. Rachmaninoff zelf hield meer van het tweede. Ik niet. Ik hou van de brute kracht van de eerste. Het drama. De schoonheid van het lijden, de volle zwaarte van de tragedie. Als ik de tweestrijd in je ogen zie, is het de enige keuze die je recht doet. Elke nieuwe aanval van je handen haalt mijn verzet verder onderuit. Wat voor zin heeft het dat ik de vesting nog langer verdedig, als ik als een zandkasteel wegzak over mijn eigen voeten? Ik los van onderuit op, mijn basis verglijdt. Nog voor de muren afbrokkelen, slaat het schuim al over de wallen. Linie na linie val ik, terwijl jij langzaam vordert. Je versnelt je tempo, dringt mij binnen, poort na poort, steeds dieper. Tot in het hart van mijn verdediging. Tot in mijn hart.

valt. Met de moed der wanhoop trek je uit het puin een nieuwe vesting op. Je hand speelt langs mijn randen. Ik krijg geen steen op een andere. Alles wat ik opbouw, haal je onderuit. Moeiteloos. De vreugde van je lichaam. Alweer in opmars naar de extase. Verzet. Met mijn laatste krachten. Verzet, tegen het vreemde lichaam dat mij overweldigt. Genot. Weerspiegeld in je blik. Met korte ademstoten. Je ledematen deserteren, één voor één. Ik wil. Niet. Ik wil. Niet. Ik wil. Wel. Ik wil. Wel. Steen voor steen. Ik kijk omhoog in de puinregen en weet dat de bui bijna over is. Terwijl je armen me wegduwen, glijden je dijen verder open. Hoe hard ik mijn vuisten ook bal, mijn vingers strekken zich naar jou. Een verloren gevecht tegen mijn eigen kracht. Ik hou mijn spieren strak gespannen, maar de vezels rekken, trekken, scheuren, tot mijn vingers op jouw lippen liggen. Spiegel. En herhaling. Je trekt me zonder overgang de derde beweging in. Alla breve. Mijn handen zijn even geoefend als de jouwe. Het terrein is snel verkend, ik hoef niet lang te zoeken naar waar de noten liggen. Ik kan jou evengoed bespelen als jij mij. Je vingers zwerven over mijn huid, maar raken mijn botten. De klank die je opwekt, weergalmt in elke cel. Mijn lichaam opent zich voor jou. Speel mij. Tot de laatste noot. Ik heb geen haast, mijn handen zwerven. Verkennen, kennen, kunnen. Je hijgt en kreunt, je zoekt, je vecht. Trager, slepender, wil ik het spelen. Verlossing moet verdiend zijn. Maar ook in mij zwelt de storm terug aan. Je adem naast mijn oor wordt sneller, ik voel je in mij hijgen. Je moet, je moet, je moet, je moet. Je kan niet langer zwijgen. Wikkeling. Verwikkeling. Jouw geur, mijn geur. Jouw lijf, mijn lijf. Jouw lucht, mijn lucht. Dichter. Hechter. Mijn hand zoekt de jouwe en kruist ze. Een perfecte quatre-mains. Zo staat het niet geschreven. Met een korte beweging dwing je mijn hand boven mijn hoofd; je vingers verstrengelen zich met de mijne, we klampen ons aan elkaar vast. Twee handen spelen door. Twee rechterhanden met dezelfde agenda. Ik haal het niet. Ik kan niet meer. Versnellen. Ik raak je kwijt. Het is te veel. Versnellen. Het spijt me. Genade. Versnellen. Ik... Concentreer je.

Je vecht terug tot het eind, maar uiteindelijk val je. Uitgestrekt, je armen hoog boven je hoofd. Je rug gekromd, een laatste hulpeloze stuiptrekking. Of al een eerste van genot? Het opperste verraad. Je lichaam dat zich geeft. Aan mij. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Steeds verder. Steeds heviger. Steeds weer. Tot je uiteindelijk, uitgeput, je ogen opslaat. Langzaam uitademt. Een heldere, vloeiende melodie van woorden. ‘Dank je.’ De woorden echoën in mij. ‘Dank je. Dank je.’ Mijn hand glijdt langs je hals, herneemt het thema. Mijn vingers dwalen langs je lippen. Ssst.

Trance. Jouw vingers die mij strelen, mijn adem die door mijn longen schokt. Brandende vlekken zuurstof, donkerrode pijn, angst om te verliezen, nog voor ik helemaal gevonden heb. Dit is groter, grootser, te groot. Happen naar adem. Iets explodeert in mijn hoofd. Een zenuw brandt door. Genoeg. Doorgaan. Genoeg. En toch meer willen. Moeten. Brandende nood. Iets versmalt in mijn keel, licht giert door de te smalle gang. Lager, in mijn lichaam, scheurt iets open. Lava stroomt door mijn lijf, beukt tegen bloedvaten, perst zich in mijn hart. Zwellen. Steeds verder zwellen. Overdruk. Mijn keel opent zich om te schreeuwen. Niet om geluid voor te brengen, maar zoals baby’s doen, een primitieve, instinctieve schreeuw om lucht. Ik leg een vinger op je lippen. Sssst. Nog even. Te laat. Ik ben zonet geboren.

Adagio. Geef me even tijd om te denken. Niet te denken. Te dromen. Op adem te komen. Dit kan niet. Mag niet. Mocht niet. Had niet gemogen. Een donkere, zorgelijke blik trekt over je ogen. Angst. De troepen hergroeperen zich om te redden wat er te redden

Het duurt even voor je weer bijkomt. Je slaat je ogen open met de verwondering van iemand die de wereld voor het eerst ziet. Kijkt rond, alsof je het even moet laten doordringen. Wat is. En wat nooit meer hetzelfde zal zijn. Je ligt naast me en je lacht. Diezelfde brutale glimlach. ‘Weet je dat geen enkele andere coda zo vaak een staande ovatie krijgt?’


“Ik weet hoe belangrijk het is om ‘je geheim’ met iemand te kunnen delen.” Holebifoonpeter en cineast Lieven Debrauwer (Pauline en Paulette, Confituur)

0800 99 533

Word peter

Koop een dag

Word ook peter van de holebifoon en steun de Holebifoon met een maandelijks bedrag via een doorlopende opdracht.

Koop een dag de symbolische werkingskosten van de Holebifoon. Steun per dag (30 euro) of per week (150 euro) en stort uw gift.

Wij steunen de Holebifoon. Jij toch ook? liefde-is-vrijzinnig.be

De Holebifoon werkt

als

meldpunt Discriminatie

Centrum samengelijke rechten holebi's met

het

aan

meer

Centra Morele Dienstverlening Unie Vrijzinnige Verenigingen.be

voor

www.diversiteit.be

*Giften zijn fiscaal aftrekbaar vanaf 30 euro op jaarbasis. Alle info via www.holebifoon.be

Uw gift is goud waard* Reknr. 068-2132674-59


m

i meegen men

ANDERMANS OGEN / MARJOLEIN HOUWELING In haar vijfde boek, ‘Andermans ogen’, dat zowel ideeënroman, liefdesrelaas als thriller is, heeft Marjolein Houweling de touwtjes stevig in handen. Ze laat ons kennismaken met Charly, Creatieve Energie Manager. Haar bedrijfs- en levensfilosofie (‘de Charly-code’): alles omkeren, binnenstebuiten denken. Als beginnend zelfstandig consultant is zelfverzekerdheid en geloof in haar credo - dat je met energie gebeurtenissen kan creëren - een must. En met opdrachten als de queer restyling van een voetbalclub zet ze ook effectief heel wat in beweging. Maar achter de branie van de dwarsdenker blijkt gaandeweg vooral een vrouw met een bezwaard verleden, op zoek naar zichzelf, schuil te gaan.

Charly is een eenling, met haar hond Buster als “studiogast in de non-stop talkshow van haar innerlijke monoloog” (over voetbal, kunst, politiek, de Bijlmer, lesbische onzichtbaarheid, gender, relaties, tijd, multimedia,…). Ze ziet haar zelfgekozen isolement en dagdromerij als een creatieve noodzaak. Maar wanneer Devi, een boeddhistische vrouw uit Nepal met superieure computervaardigheden, op haar pad komt, worden haar drijfveren sterk in vraag gesteld. Terwijl de zaken goed beginnen te lopen, geven Charly en Devi langzaam hun geheimen aan elkaar prijs. De ‘kluizenaar’ en de ‘monnik’ helpen elkaar in hun transformatieproces. “Het was een vriendschap als een liefde en een liefde als een vriendschap (…).” Charly verruilt haar westerse vanzelfsprekendheden voor onbekende denkbeelden, en kan zo enkele traumatische ervaringen – zoals het verlies van de liefdesvriendschap met Sam, een bekende schilder - loslaten. En passant lost ze ook nog een onopgeloste moordzaak uit de jaren zeventig op. Na een lange helse joyride blijkt niets (en niemand) meer wat het leek, maar Charly komt gelouterd aan de eindstreep. Ook de lezer is meegesleept in een spannend en prikkelend verhaal, dat zowel luchtig als beklijvend is. In haar geheel eigen stijl weeft Houweling haar dada’s tot een vlot lezend en perfect gecomponeerd boek, dat we zonder enige schroom aan elke rechtgeaarde queer kunnen aanbevelen. (CDP) - Uitgeverij QBFLazyDog, 2010, 299 blzn., ISBN 978-90-8160-191-7, 18,95 eur

boek

ZACHT ALS STAAL / RICHARD DE NOOY Stijlfiguren, metaforen en woordspelingen zijn schrijver Richard De Nooy niet vreemd. Dat merk je al aan de titel van zijn tweede roman, ‘Zacht als Staal’. Staal is de naam van de zachtaardige Zuid-Afrikaanse jongen waar het in het boek om draait. Hij is wat ze in het Zuid-Afrikaans een ‘moffie’ noemen, een homo. Door zijn geaardheid verkaste hij noodgedwongen naar Amsterdam, waar zijn lichaam in de winter van 1986 onder het ijs in een Amsterdamse gracht werd gevonden. Zijn moeder Alma Nel probeert met de hulp van Staals Nederlandse vrienden te achterhalen hoe hij aan zijn einde kwam voor ze zijn lijk meeneemt naar Zuid-Afrika. Wie nu een whodunit verwacht, komt bedrogen uit. De uiteindelijke ontknoping is zelfs teleurstellend, maar de mysterieuze dood van Staal is wel een mooi vertrekpunt om zijn leven in Zuid-Afrika en Amsterdam van naderbij te bekijken. Het verhaal wordt uit verschillende standpunten verteld. Daardoor komen ook verschillende ZOT VAN A / BART VAN LIERDE Jan Verheyen noemde zijn film ‘Zot van A’ een romcom met vlees aan, maar bij het lezen van de romanadaptatie door Bart Van Lierde heb ik toch niet veel diepgang kunnen bespeuren. Nog voor je op pagina twintig aanbeland bent, is al negen keer ‘subtiel’ de boodschap meegegeven dat ‘you’re nobody ‘till somebody loves you’. Voor wie die moraal desondanks nog steeds zou ontgaan zijn, wordt het op de laatste pagina nog eens in de verf gezet.

visies op de gebeurtenissen én op homoseksualiteit aan bod. Niet alleen krijgt het boek hierdoor een gelaagde inhoud, maar vooral een geslaagde vorm. Wel is het even wennen aan het taalgebruik. Vooral het personage Rem verliest zich vaak in pseudopoëtisch proza, wat vooral in het begin storend werkt. Het duurt een tijdje voor je je niet meer ergert aan het feit dat hij Staal steeds met ‘prinses’ aanspreekt. Staal mag dan zachtaardig zijn, het boek is best wel hard. Gelukkig gebruikt De Nooy veel humor waardoor alles toch vlot verteert. ‘Zacht als Staal’ is een ijzersterk boek dat je het liefst in één ruk uitleest. We hebben immers – net als veel personages in het boek zelf – ook een ‘paal voor Staal’. (MB) - Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2010, 207 blzn., ISBN 978-90-388-9354-9, 17,50 EUR

Het verhaal in de kleinste notendop die ik kon vinden: alle personages maken zich klaar voor de komst van de Sint, maar die sterft vlak voor de stoomboot moet vertrekken. De vervangende Sint zal een zeer belangrijke rol spelen in het leven van de personages, vooral in dat van het homokoppel. Op zich heeft het boek een leuk uitgangspunt: liefde is als Sinterklaas, je moet erin geloven. Alleen is de uitwerking nogal cheesy en liggen de pseudopsychologische ontboezemingen er net iets té dik op. Wanneer de Sint sterft bijvoorbeeld, maakt zijn dochter in een paar minuten het louteringsproces door waarvoor men in een gemiddelde Griekse tragedie toch een aantal bedrijven nodig heeft. Wel interessant is dat het mysterie van de gaydar zomaar eventjes voor ons opgelost wordt. De stereotype link tussen verwijfde homo’s en seks in het stadspark was dan weer minder geslaagd. Maar misschien bekijk ik het allemaal wat te cynisch en moet ik mezelf gewoon ‘someone to love’ vinden. Ik lees maar tussen de lijntjes, hé. (EVG) - Houtekiet, Antwerpen, 2010, 261 blzn., ISBN 978-90-8924-142-9


m

i meegen men HET GOUDEN UUR / KARIN GIPHART Het concept van de verhalenbundel ‘Het gouden uur’ lijkt ijzersterk. Karin Giphart, die eerder de Nederlandstalige lesbische literatuur verrijkte met ‘Maak me blij’ (2005) en ‘Iets tussen broer en zus’ (2007), stelde aan allerlei mensen de vraag: “Wanneer bij het uitblazen van je laatste levensadem de film van je leven aan je voorbijflitst, en je één uur aan herinneringen met je mee zou mogen nemen, wat zou dat dan zijn?” Als schrijver grijp je zo naar de ‘kern’ van het leven en krijg je literair materiaal van onschatbare waarde op een gouden schoteltje gepresenteerd. De verwachtingen van de literaire bewerking van deze interviews zijn dan ook onvermijdelijk hooggespannen. Ze worden in een aantal van de vierentwintig verhalen ook ingelost. Maar zoals in het echte leven is niet elk hoofdpersonage even interessant en wat zij beschouwen als de meest ingrijpende gebeurtenis van hun leven, hun ‘gouden moment’, verliest eens op papier gezet nogal eens zijn glans. Al bij al geen onverdienstelijke oefening. (CDP) - Uitgeverij Lebowski, 2010, 250 blzn., ISBN 978-90-4880-085-8, 17,50 eur

Peru. India. Groenland. Dwalend over ijsrotsen. Stadspleinen. En ruïnes. Met ‘Tiger Suit’ is KT Tunstall letterlijk en figuurlijk terug van ‘verweggeweest’. Na het snelle succes van haar eerste album ‘Eye to the Telescope’, met instanthits als ‘Suddenly I See’ en ‘Black Horse and the Cherry Tree’, werd het de laatste jaren erg stil rond de Schotse singersongwriter. Haar fel onderschatte tweede plaat, ‘Drastic Fantastic’, werd in 2007 zo lauw onthaald dat een bedrukte Kate de muziekwereld even de rug toekeerde. Ze trok de wereld rond met haar echtgenoot-drummer en keerde terug als een betere versie van zichzelf. KT zet stevig in met een ritmische ‘Uummannaq Song’, waarin ze verliefd knipoogt én meteen waarschuwend wijst naar het gelijknamige stadje in Groenland, dat tussen al die smeltende gletsjers wel erg de moeite waard lijkt. Al even gezellig

lijkt het in het donkere ‘Golden Frames’, waarin een rokerige, tooghangende KT en Seasick Steve elkaar schouder tegen schouder broederlijk de nacht doorzingen. Het nieuwe, elektronische element in het album, dat Tunstall zelf ‘nature techno’ noemt, vinden we vooral terug in de aanstekelijke dancebeats van ‘Push That Knot Away’ en ‘Glamour Puss’. Daarin haalt ze met gescherpte stiletto’s uit naar de Paris Hiltons van deze wereld. Toch wacht Tunstall tot het laatste nummer om helemaal te overtuigen. De krachtige broosheid van haar stem in ‘The Entertainer’ zorgt voor een wondermooie afsluiter, maar maakt het

cd

KT TUNSTALL / TIGER SUIT

BOEK

EXPLOSIEVE ERFENIS / KIM BALDWIN EN XENIA ALEXIOU Neem een sexy lesbische special agent en mix die met een degelijk uitgebouwd verhaal en een behoorlijke portie actie. Breng het verhaal op smaak met een schaamteloze hoeveelheid erotische spanning tussen de agent en de beeldschone vrouw om wie haar geheime missie draait. Giet alles in een vlotte, heldere stijl en presenteer het op een bedje van pittige seksscènes. Dat is blijkbaar het vaste recept van een boek uit de ‘Elite Operatives Serie’. ‘Explosieve erfenis’, nummer twee in de reeks, lijkt immers erg op voorganger ‘Dubbel doelwit’. Schuif je het voorspelbare stramien aan de kant, dan heb je echter weer een bijzonder leuke portie ontspannende lectuur in handen. Deze keer volgen we de belevenissen van special agent Allegro, de beste vriendin van agent Domino, over wie het eerste boek ging. Allegro is een echte waaghals, een snelheidsfreak en een vrouwengek, maar deze tekortkomingen vergeef je haar als lezer graag. Daarenboven hoeven de Dominofans niet te treuren, want hun idool maakt toch nog haar opwachting en krijgt zelfs een behoorlijke rol toebedeeld. Interessant is ook dat de vriendschapsrelatie tussen special agents Domino en Allegro verder wordt uitgediept. (SM) - La Vita Publishing, 2010, 256 blzn., ISBN 97890-7955-609-0

meteen ook jammer dat we deze niet nog vaker te horen kregen. De nieuwe KT mag de glossy popglans gerust nog iets harder van zich afschudden. Elektronisch of niet, met ‘Tiger Suit’ ‘comebackt’ Tunstall met een catchy plaat die rauw rockt, venijnig veinst en je een nummer later met zoetgevooisde woorden weemoedig om de oren slaat. Een pretentieloze tijger in een strak pak. Rawtch! (LDR) EMI, 2010

45


cd

m

i meegen men

LIZA MINNELLI / CONFESSIONS Liza Minnelli is een icoon. Ze heeft dan ook zowel een Oscar, een Tony, een Emmy als een Grammy op haar schoorsteenmantel staan. Toch bleef haar talent sterk ondergewaardeerd omdat ze haar hele leven lang al probeert om uit de schaduw van haar legendarische moeder Judy Garland te treden. En ook omdat ze, net als haar moeder, de laatste jaren vaker in het nieuws kwam met haar amoureuze verwikkelingen dan met haar werk. Dat ze de afgelopen veertig jaar maar vijf studioalbums heeft uitgebracht, helpt natuurlijk ook niet. Met een stem als een misthoorn weet ze nochtans een publiek tot op de laatste rij te beroeren. Deed ze dat in het verleden vooral met musicalnummers, dan maakt ze op haar nieuwe album ‘Confessions’ een radicale muzikale ommekeer. De gecontroleerde waanzin maakt plaats voor intimiteit. Met een minimale bezetting, vaak niet meer dan een piano, verkent de inmiddels 64-jarige Minnelli alle subtiele nuances van haar rokerige stem. Haar frasering is vaak verrassend maar steeds raak. De zelfspot in het openingsnummer ‘Confession’ is zo droog als een martini. Nieuwe nummers worden afgewisseld met jazzklassiekers als ‘He’s a Tramp’ en ‘At Last’ waarop ze haar eigen stempel weet te drukken, al was het maar door haar legendarische lispel. Ze parafraseert zelfs haar moeder in ‘On Such a Night as This’, wat doet vermoeden dat ze eindelijk haar erfenis heeft afgeschud. ‘Confessions’ is een heerlijke jazzplaat die de geest van haar moeder ademt, maar vooral een originele artieste toont die niet meer bang is om zich bloot te geven. (MC) - Decca (Universal Music), 2010

MARK RONSON & THE BUSSINESS INTL / RECORD COLLECTION ‘Record Collection’ is het derde verzamelalbum van Mark Ronson en ook dit keer grijpt de man terug naar zijn succesrecept: mix 400 gram jazzy hip-hopbeats met 250 gram melancholische synthesizers en 300 gram vocale ondersteuning van een hedendaags (Andrew Wyatt van Miike Snow) of een vervlogen monument (Boy George). Het resultaat is een vlot verteerbaar catchy sausje. Weliswaar iets te vlot. Ronson moet zich misschien eens bezinnen over het creatieve lightgehalte van zijn verzamelalbums; SOS Piet loert immers met zijn belerende vingertje om de hoek. Toch bevat ‘Record Collection’ enkele hoogtepunten waarvan we zonder enige schaamte blijven sneukelen. In afwachting van een nieuw succesrecept het Hof Van Cleve waardig, drukken wij dan ook graag de replayknop in. Vooral omwille van de terechte hitsingle ‘Bang Bang Bang’, het heerlijk wraaklustige maar o zo herkenbare ‘You Gave Me Nothing’, het hart en ziel doorborende ‘Somebody To Love Me’ en de weergaloze meezinger ‘The Night Last Night’. (KU) - Sony, 2010

ROBBIE WILLIAMS / IN AND OUT OF CONSCIOUSNESS Net zoals een hele resem andere artiesten komt ook Robbie Williams op de proppen met een ‘Best of’-album. Kwestie van de komende kerstperiode met een voldoende gespijsde rekening door te komen. Toch verraste dit verzamelalbum ons en dit om één van volgende redenen - aan u om deze kleine eindejaarsquiz voortijdig maar juist op te lossen. A. Sinds zijn laatste verzamelalbum heeft Robbie Williams niets memorabels meer uitgebracht. B. Meer nog, zijn laatste albums flopten in de hitlijsten. C. Het nieuwe album heeft de schijn van een Take That-reünie door twee collaboraties met Gary Barlow, waarvan de wannabe gay single ‘Shame’ er eentje is, en door de cover van de Take That-hit ‘Everything Changes’ (in het origineel was Robbie ook te horen). D. Het album bevat werkelijk alle door Robbie uitgebrachte singles zonder dat er rekening werd gehouden met het hitgehalte van de nummers. E. Alle bovenstaande opties. Met andere woorden: een voortijdig zoethoudertje voor de ware maar laattijdige fan die zijn Robbiecollectie nog moet aanvullen. (KU) - EMI, 2010

MIKE POSNER / 31 MINUTES TO TAKEOFF Nu Justin Timberlake tot onze grote spijt een muziekpauze heeft ingelast ten voordele van zijn acteercarrière, staat menig artiest te dringen om zijn plaatsje in te nemen. Ook Mike Posner, bekend om zijn huidige en tot op heden enige hit ‘Cooler Than Me’, wil met zijn debuutalbum ’31 Minutes To Takeoff’ Justins stek innemen. Of deze uitstap van Mike in het poppy r&b-genre in ons geheugen gegrift zal blijven, is nog maar de vraag. We kunnen immers kort zijn over Mikes bijdrage aan de muziekwereld: deze beperkt zich tot dertien nummers over gewonnen en verloren liefdes, verpakt in plasticine r&b met wat popklanken en een eenmalig, relatief geslaagd soulgeluid (‘Do You Wanna?’). Justin blijft toch cooler dan Mike. (KU) - Sony, 2010


m

i meegen men

Antony and the Johnsons / Swanlights Met ‘Swanlights’ zijn Antony Hegarty en zijn Johnsons al aan hun vierde studioalbum toe, maar van arrivisme kan je de New Yorkers allerminst beschuldigen. ‘Swanlights’ is een experimenteler en moeilijker album dan de verfijnde tearjerker ‘I Am a Bird Now’ uit 2005. De emotie is meer verpakt: in watermetaforen, muzikale eigenzinnigheid en bij wijlen duistere songteksten. Het album opent met een programmaverklaring. In alle mogelijke stembuigingen, die zijn technisch kunnen nog eens demonstreren, zingt Antony: “Everything is new”. Nochtans brengen ‘The Spirit Was Gone’ en ‘The Great White Ocean’ een iets te vertrouwd geluid voort. Mooi, maar herkenbaar. Toch valt er genoeg originaliteit te rapen. Zo is er het lichtjes vrolijke (!) ‘I’m In Love’, een lichtvoetig, ritmisch desoriënterend en nerveus liefdesliedje. ‘Flétta’ is een duet met Björk in het IJslands. Dat klinkt veelbelovend, maar ontgoochelt een beetje: in de hoogte zijn de stemtimbres te gelijkend.

De zomers zijn warm en droog in het Redwood National Park, aan de noordwestkust van Californië en torenhoge sequoia’s staan er om de zoveel meter te pronken. Het is in die betoverende setting dat regisseur David Lewis zijn tweede langspeelfilm opnam: een romantisch drama dat de liefde centraal zet. Zowel de liefde die na jaren dreigt uit te doven, als de jonge, hevige liefde die je plotsklaps overvalt. Everett en Miles wonen samen met hun autistisch adoptiezoontje Billy in een slaperig stadje aan het National Park. Hun relatie heeft zijn beste jaren gehad, passie en affectie hebben plaatsgemaakt voor voorspelbaarheid. Wanneer Miles met Billy op reis vertrekt, ontmoet de schuchtere Everett een knappe vreemdeling, een schrijver in spe met de naam Chase. Hij laat hem de omgeving zien en beiden worden verliefd op mekaar. Maar desondanks is Everett niet geneigd zijn jarenlange relatie op het spel te zetten. Kiest hij voor zijn gekende leventje, of stort hij zich in een avontuur?  ‘Redwoods’ is een trage liefdesfilm die hier en daar misschien een tikkeltje sentimenteel aandoet, maar de film is wars van de (homo-) clichés en doet effectief een poging om een respectvolle liefdesrelatie in beeld te brengen. Regisseur Lewis - duidelijk een romantische ziel - levert een tedere film af met een wel heel pakkend einde. “Vele filmgangers hebben me laten weten dat de film hen is nagebleven, ook lang na de eindscène,” zei hij in een interview. “Wel, dat was precies wat ik hoopte dat er zou gebeuren.” ‘Redwoods’ is dan ook een ogenschijnlijk eenvoudige ode aan de liefde geworden, maar wellicht eentje dat enkel door romantische zielen bekeken kan worden. De rest loopt gillend weg - gegarandeerd. (GDW) Artifilm - 2010

PATRIK 1.5 Sven en Göran dromen van een kind. Hun gebeden worden verhoord: de 1,5-jarige Patrik zal hun oogappel worden. Het loopt echter mis met de komma: Patrik blijkt een 15-jarige, niet bepaald homovriendelijke, jeugddelinquent te zijn. Wat volgt is een aangename, lichtkomische feelgoodfilm. Regisseur Ella Lemhagen schetst een sprookjesachtig Zweeds dorpje in pasteltinten zoals ook François Ozon ze graag heeft. Ze verdient ook een pluim voor haar originele camerawerk: vooral de travelling shots geven je het gevoel dat je zelf in het dorp rondloopt. De ster van het verhaal is zonder twijfel Patrik, die tegen zijn zin in verplicht wordt om in een kinderkamer compleet met wiegje en teddyberen te logeren. Hier en daar schemert wat maatschappijkritiek door, bijvoorbeeld in de vorm van een homofobe dokterspatiënt, maar over het algemeen is de toon luchtig en zorgeloos. De taal is even wennen – mijn Zweeds reikt niet verder dan de handleidingen van Ikea – maar dat is dan ook het enige dat de pret enigszins kan drukken. (PC) ABC-distribution, 2010

dvd

REDWOODS

Titelnummer ‘Swanlights’ is het onbetwiste hoogtepunt. Met repetitieve lyrics en een mysterieus, dreigend sfeertje, bouwt het nummer op naar een heerlijke orkestrale en vocale kakofonie. Het meest verrassende nummer is dan weer ‘Thank You for Your Love’, dat begint als een eenvoudige, intimistische popsong en eindigt als een energiek brok kopergeweld. De tekst van deze hartverwarmende ode aan liefdevolle nabijheid, is van een ontroerende eenvoud: “Oh thank you for your love / When all was falling in the seizure of pain (...) Oh thank you for your love / When I was lost in the dark darkness / Oh thank you for your love.” In het majestueuze orgelpunt ‘Christina’s Farm’ herhaalt Antony het in veelvoud: “Everything was new.” Nietes dus, but oh thank you for your Swanlights! (LDW) - Rough Trade, 2010

47


flikkerzicht

door Tom Bouden

pottenkijken

door Vero B eauprez

colofon hoofdredactie Leen De Wispelaere eindredactie Leen De Wispelaere Groodt

An Gydé

Pieter Duysburgh

Timothy Junes Lien De Ruyck

Joyca Leplae

Olivier Deschodt

Annelies Dalemans redactie Paul Borghs, Chris Cnop, Mark Coel, Annelies Cuypers, Hannelore Goossens, Valerie De

Evelien Van Gerwen medewerkers Michaël Borghgraef Geert De Weyer

Pia Fraus

Sharmila Madhvani

Nico Cardone

Mark Sergeant

Pieter Claes

Joke Struyf

Annelies Dalemans

Caroline De Peuter

Kasia Uzieblo vormgeving Virginie Soetaert cover

christophe ketels / compagnie gagarine strip Vero Beauprez, Tom Bouden druk Geers Offset kalender kalender@cavaria.be deadlines deadline februari: 4 januari 2011 - maart: 1 februari 2011 administratie en advertenties olivier.deschodt@cavaria.be, 09 - 223 69 29 bureau kammerstraat 22 be jaarabonnementen 29,50 euro voor verzending onder plastic folie

9000 gent

t 09 -223 69 29

39,50 euro voor verzending onder gesloten envelop

f 09 -223 58 21

zizo@cavaria.be

www.zizo-magazine.

rek. nr. 068-2159688-10 verantwoordelijke uitgever robbe

herreman zizo is een pluralistisch blad dat ruimte wil bieden aan alle homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, ongeacht hun politieke, religieuze of filosofische overtuiging, in zoverre ze de homoseksuele emancipatie daadwerkelijk nastreven ZiZo is een onafhankelijk blad dat uitgegeven wordt door çavaria


ONZIN IS BESMETTELIJK.


“ALS 1 OP 20 HOMO’S LEEFT MET HIV, LEVEN WE ALLEMAAL MET HIV.” SVEN PIcHAL — rAdIO 1-MAN

HEEL HET VErHAAL OP MANNENSEkS.bE


www.amcogroup.be D

DE BESTE K WALITEIT Infr ArooDcABInES - vAn 1 ToT 5 pErSonEn

“ Herbron jezelf met Health Mate®! ” Dat een regelmatige infraroodbeurt heilzaam is, wist je al. Maar dat er een hemelsbreed verschil is tussen merken en types, wist je misschien niet. Daarom, àls je voor een infraroodcabine gaat, kies dan voor de enige, echte Health Mate®. • Uniek aan een Health Mate® is het gepatenteerd M-type incoloy stralingselement, met een veilige golflengte van precies 7.080 nm. Een bereik dat veel hoger ligt dan dat van andere stralingselementen. • De Health Mate® cabines zijn gemaakt van Western red Cedar. Een mooi, geurig hout met een natuurlijk oliegehalte waardoor het

perfect weerstaat aan zweet. Bovendien weerkaatst dit hout de infraroodstraling. Het blijft ook vormvast bij grote vocht- en temperatuurverschillen. • Health Mate® heeft meer dan 31 jaar ervaring en biedt levenslange garantie (behalve op de radio/cdspeler). • De nieuwste cabines hebben extra stralingselementen ter hoogte van de lage rug én vloerverwarming, voor nog meer comfort. • Health Mate® is het enige merk dat in haar gamma een cabine met zitbanken op twee niveaus heeft en een cabine voor mindervaliden.

Meer info? Surf naar www.healthmate.be of bel je dichtstbijzijnde dealer voor een gratis brochure.

• Elke cabine heeft standaard een Blaupunkt radio/cd-speler en een sterrenhemel voor kleurentherapie. • Health Mate® is het enige merk dat het FSC-certificaat kan voorleggen.

31

Worldleader in the Infrared Sauna Industry since 1979

ANTWERPEN: Arak Wellness NIjleN 03 295 50 25 | Schrauwen BRASSCHAAT 03 645 24 79 | Abisco ANTWeRpeN 03 201 25 40 | Van den Berg HoogSTRATeN 03 315 75 31 | Sanik geel 014 58 86 70 | Wida MelSele 03 336 54 94 | Aquavision BeeRSe 014 62 02 00 | LIMBURG: ‘t Hoveniertje WelleN 012 74 53 60 | Schrauwen geNK 089 30 86 20 | Varey loMMel 011 54 43 69 | Sleurs & Vangompel BoCHolT 089 46 56 00 | WEST-VLAANDEREN: Spa-Wellness ZWeVegeM 0477 59 58 13 | ovalco ooSTKAMp 050 82 75 86 | Spysschaert KNoKKe-HeIST 050 62 80 44 | Delaere IZegeM 051 30 11 82 | ’t Rozenrijk gISTel 059 27 61 84 | Florisan VeURNe 058 31 53 15 | Vanderhaeghe IepeR 057 21 37 23 | Vermeersch KoRTeMARK 051 57 52 08 | OOST-VLAANDEREN: Aquatropic MAlDegeM 050 71 93 92 | Aquazure NINoVe 054 50 01 69 | Het Buitenhuis DeNDeRMoNDe 052 25 61 16 | Wellness Decor KRUISHoUTeM 09 383 70 83 | esento BRAKel 055 42 76 08 | esento geNT 055 42 76 08 | Van poucke ZoTTegeM 09 360 16 91 | Vepa ZelZATe 09 345 56 25 | Wellness King HAMMe 052 85 99 57 | Wida MelSele 03 336 54 94 | VLAAMS-BRABANT: Van poucke leNNIK 02 582 35 03 | l’air et l’eau BegIjNeNDIjK 016 41 42 66 | Ventimec leUVeN 016 23 39 74 | pool+ HAACHT 016 85 09 55

UMM EN


ZiZo 110  

december 2010 - januari 2011

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you