Issuu on Google+

C AT O APERS


A R C H I T E C T INTERIEURARCHITECT


C ato Apers A r c h i t e c t I nter i eur ar c h t e c t

OPLEIDING Master in de architectuur I Universiteit Antwerpen I 2014 Bachelor in de interieurarchitectuur I Artesis hogeschool Antwerpen I 2010 ASO Grieks latijn I Sint-ludgardis Antwerpen I 2007

VAARDIGHEDEN Vectorworks I Sketch up I Artlantis Adobe photoshop I Adobe illustrator I Adobe indesign Maquettebouw Ms office

WERKERVARING Effectief lid Gecoro I Malle I 2014 Teken- en administratief werk bij Architect Hans De Rycker I Wilrijk I 2012-2014

VRIJE TIJD Jeugdbeweging I Lid en leiding I 1997 - 2012 Deeltijds kunstonderwijs I Woordkunst en tekenacademie I 1995 - 2006 Grafische vormgeving I Layout- en afficheontwerp I 2007 - 2014 Reizen I Europa I 2006 - 2014

23 December 1989 aperscato @ gmail . com

0477

27 38 73

S t e k e n s b e r g s t r aat 8 2 3 9 0 W e s t ma l l e


INHOUD 4 Begrippen & 8 Projecten

GEHEUGEN

Un palazzo Veneziano

(ON)BEBOUWD

Architectuurschool Bouwblok Boshove Jeugdhuis

CONTEXT

Shelter Middelheim Kinesistenpraktijk Studentenhuis

ONBEPAALDHEID

Garage Lins

I 3

I 13 I 23 I 32

I 39 I 41 I 47

I 55


GEHEUGEN


Aldo Rossi beschrijft in “l’architettura della Città” de stad als een driedimensionaal weefsel van leegtes en volumes dat doorheen de tijd ontwikkeld is en zich nog verder zal ontwikkelen. Hij vestigt hierdoor de aandacht op de historische dimensie van de architectuur, kaart het begrip geheugen opnieuw aan en vecht de typische ‘tabula rasa methode’ van het modernisme aan. 1 Geheugen is namelijk een belangrijk begrip in de architectuur, vooral dan in de betekenis van genius loci of het geheugen van de plek, zeker nu de vraag naar herbestemming en renovatie steeds groter wordt. Bestaande gebouwen en hun (nabije) omgeving hebben een verleden en het is bijgevolg van belang om de eigenheid van elk van deze plekken te respecteren. Of anders: het stedenbouwkundig patrimonium moet als een potentie in plaats van een bedreiging beschouwd worden.

1 G.L., Aldo Rossi (1931- 1997) L’Architettura della Città” , Padua 1966 . In: Architectural Theory (ed. Nebois T.), Taschen, Keulen, 2011, pp 782-789


UN PALAZZO VENEZIANO

INPLANTING_1/200

MASTER 1 I ARCHITECTUUR I DOCENT: CHRISTIAAN KIECKENS

AANZICHT IN OMGEVING_1/100 3


Black Box

Eten Koken

Gasten

Ontvangst

CIRCULATIE

Zitten Lezen

Expositie

Programma

Baden

Privaat

V Privaat Publiek

Publiek

KUNST

VERTICALE CIRCULATIE

WONEN Publiek Privaat

STATUTEN

Privaat

Statuten

Black Er kan geconcludeerd worden datZitten elke palazzo gebaseerd is Box op een duidelijk raster, waarbij er,Lezen per verdieping, verschilBadenlende ruimten Expositie geschakeld worden aan 1 grote zaal. Hierbij Gasten Eten is er geen contact tussen de ruimten onderling. Bovendien Koken Blackzijn ook alle ruimten per verdieping ongeveer even groot Box en gelijk in hoogte. Aangezien een duidelijk raster en plan Ontvangst wel kan werken, is het ontwerp hierop gebaseerd, hoewel Gasten de ambitie meer bestaat om hiërarchie en contact tussen de ruimten onderling te voorzien. Bijgevolg bestaat het concept uit een opgesteld raster, waarbij de overspanningen 4m, 6m en 8m zijn en de draagrichting steeds dezelfde is. Op deze KUNSTmanier kan er in de anVERTICALE CIRCULATIE dere richting een open plan gegenereerd worden en wordt er door middel van split-levels, zowel een maximum aan contact tussen de ruimten gegenereerd als voor hiërarchie gezorgd. Dit omdat de ruimten dubbel hoog zijn en nadien WONEN geschrankt worden. Het raster wordt opgedeeld in 3 delen, waarvan het linkse Privaat deel overwegend voor privaat gebruik is voorzien (het wonen) en het rechtse gedeelte overwegend voor publiek Publiek Semigebruik (de kunst). Hiertussen ligt een gedeelte dat zowel publiek bij het private als het publieke aansluit en dus voor beide

PROGRAMMA

Expositie

PRIVAAT Slapen

WONEN Privaat Semipubliek

Publiek

Semipubliek

Publiek

Gradiënt

angst

Uitwerking

Baden

STATUTEN STATUTEN & CONTACTCIRCULATIE

n

Slapen

CIRCULATIE PROGRAMMA

n

De opdracht bestaat erin een palazzo te ontwerpen voor een mondaine wereldburger, die kunstliefhebber is en zijn collectie wil kunnen tentoonstellen in het historische Venetië. Naast tentoonstellingsruimte wil hij in zijn palazzo ook comfortabel kunnen verblijven tijdens de zomermaanden en wil hij er gasten kunnen ontvangen. PRIVAAT

STATUTEN & CONTACT

AT n

Opdracht

4


delen kan dienen. Beide delen kunnen zowel langs het water als langs de tuin apart betreden worden. In het overwegend private gedeelte zit een gradiĂŤnt over de verschillende verdiepingen. Van het publieke, met voornamelijk ontvangst als functie, vloeit dit gedeelte moeiteloos over naar het semi-private, waar het koken, het eten en het gastenverblijf centraal staan, tot het uiteindelijk uitmondt in het private gedeelte waar slapen, baden en het verpozen van de wereldburger een belangrijke plaats hebben. Het publieke gedeelte, zijnde de kunstgalerij bestaat uit geschrankte verdiepingen die in contact staan met elkaar en eerder open zijn. In dit gedeelte is ook een donkerdere lange ruimte aanwezig, die wanneer men het parcours volgt, uitkomt op weer een dubbel hoge ruimte. De gevel is opgevat als een klassieke Venetiaanse gevel, waarin een duidelijk raster zit en de ramen niet te groot zijn. Zo wordt het geheugen van de stad geĂŻntegreerd in het ontwerp. Hij is bekleed met natuurstenen strips, de plint bestaat uit travertijn en de raamopeningen zijn afgewerkt met marmer. In het ontwerp zit ook een raster, dat echter niet altijd is opengemaakt. Op de plaatsen waar een raam zit, zit het venster steeds diep in de gevel. Rond het venster wordt een marmeren kader gemaakt. Wanneer er geen opening is, wordt het raster doorgetrokken en zit er een marmeren plaat tegen de gevel, die net iets dieper ligt en waar je ook nog een kader rond ziet. Dit naar analogie van de raamkaders die je overal in VenetiĂŤ terugvindt. De materialisatie in de portego bestaat uit een kalkvloer, bepleisterde muren en de uit travertijn vervaardigde borstweringen en trappen. Dit trekt zich door in het private gedeelte.

ISOMETRIE 5


N

INPLANTING


GRONDPLAN Piano nobile PIANO NOBILE


GRONDPLAN Piano PIANO 2 2


SNEDES_ 1/5

SNEDES_ 1/50

1400

1032

695

1400 358

0.00

1032

695

SNEDE Expositie


(ON)BEBOUWD


In de ruimtelijke ordening is het van belang om voor een goed evenwicht te zorgen tussen bebouwde en onbebouwde ruimte. Dit werd reeds uitvoerig bestudeerd door Collin Rowe in Collage city.1 Hij constateert dat de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd en de betekenis van het gebouw ten opzichte van de ruimte een belangrijke rol speelt in het ontwerpen van de stedelijke omgeving. Hoe past de bebouwde ruimte in de onbebouwde ruimte en kan er gezorgd worden voor kwalitatieve buitenruimte? Hoe verdichten we op maat van de buurt zonder de draagkracht en leefbaarheid te overschrijden? Op kleinere schaal, in de architectuur, gaat dit dan over plekken die ontstaan rond bepaalde configuraties of volumes. De voetafdruk van een gebouw bepaalt mee de intermediaire of collectieve ruimte die de overgang tussen de publieke ruimte en het private gebouw vormt en mee voor de kwaliteit van de (buiten)ruimte zorgt. Open ruimte is immers heel waardevol en wordt steeds schaarser.

1 Rowe C. & Koetter F., Collage City, 1984, MIT Press, Cambridge


ARCHITECTUURSCHOOL

SCHAKELJAAR I ARCHITECTUUR I BACHELORPROEF I DOCENT: KOEN VAN BOCKSTAL

13


Opdracht

Eerste fase: ontwerpen van een structuur binnen het thema dikbouw voor een openbaar gebouw op het Eilandje, meer bepaald in de Cadixwijk, zonder dat het programma geweten is. De kavel is een bouwblok groot en is gelegen tussen de IndiĂŤstraat, de Madrastraat, de Binnenvaartstraat en de Bombaystraat. Tweede fase: het programma wordt bekendgemaakt: in de bestaande structuur dient een architectuurschool ontworpen te worden.

Uitwerking Dikke structuur

Het ontwerp van de structuur krijgt een tweeledigheid, omdat er in een openbaar gebouw meestal qua ruimten hiĂŤrarchie nodig is. Enerzijds zullen de relatief kleine ruimten onderaan in een meandervormige, dragende sokkel plaatsvinden, anderzijds zullen de grote open ruimten in een lichte structuur op de sokkel en onder het dak terechtkomen. De meandervormige, dragende sokkel bestaat uit overspanningen van steeds 4, 6, 8 of 10m, terwijl in de lichte structuur grotere overspanningen gerealiseerd kunnen worden dankzij gelamelleerd constructiehout.

De stad

Vanuit de analyse van de omgeving zijn een aantal ambities vooropgesteld. Zo moest het stedelijk karakter doorgetrokken worden. Hierbij moet het contact met het water bewaard blijven, meer groen in de wijk komen en moet een kwaliteitsvolle stedelijke ruimte ontstaan voor zowel be-

kroon - licht - golfplaat 4

10

10

4

4

6

6

6

8

8

8

10

4 10

10

10

4

4

4 10 6 8 4 10

sokkel - massief - zichtbeton 14


jaarden, jonge gezinnen als jongeren. Door de meander zo te positioneren op de site, worden 2 verschillende buitenruimten gecreëerd, zijnde een plein en een tuin. Het gebouwde bepaalt de onbebouwde ruimte. De collectieve buitenruimten zorgen voor een uitgestelde inkom en zijn gesitueerd aan het oosten van het bouwblok.

CIRCULATIE Circulatie

Materialisatie

De materialisatie van het plein bestaat uit betontegels afgewisseld met klinkers in wildverband geplaatst. In de tuin is gekozen voor veel groen, gekenmerkt door een verticale tuin, gras en 2 bomen. De materialisatie van de gevel volgt eveneens uit de logica van de structuur. Voor de massieve structuur is er geopteerd voor zichtbeton. Voor de lichte structuur boven het gebouw is gekozen voor een licht gevelmateriaal, namelijk stalen golfplaten die bevestigd worden m.b.v. T-profielen aan geïsoleerde cassettes. Dit wisselt af met houten raamprofielen die aan de binnenzijde van de structuur bevestigd worden. Stalen golfplaat is een goedkoop en industrieel materiaal dat ook in de Cadixwijk terug te vinden is.Door de keuze van zowel zichtbeton als stalen golfplaat, gaan het stedelijke en industriële karakter van het Eilandje hand in hand. Aangezien direct licht in de sporthal af te raden is, wordt er aan de kant van de sporthal met een dubbele gevel gewerkt, waardoor de raamprofielen langs binnen komen, en een lichtdoorlatende polycarbonaat golfplaat hiervoor bevestigd wordt.

TUIN Tuin

PLEIN Plein

PRIVAAT Privaat

Collectief COLLECTIEF

Publiek

PUBLIEK 15


Het programma

Het programma volgt uit de structuur en heeft dan ook een tweeledigheid, namelijk die van de sokkel en de kroon. Aangezien in de sokkel eerder kleine ruimten mogelijk zijn, diemeer kamers vormen, komen hier de aula’s op eenzelfde verdieping. Onder de aula’s zal de mekano en onderzoek plaatsvinden en onder de aula maxima de cafetaria, die uitloopt op het plein. De bibliotheek kijkt uit op de tuin en staat ook in verbinding met de cafetaria. Verder bevinden er zich in de sokkel nog de docentenlokalen en het secretariaat. Vermits de kroon grote open ruimten toelaat, zal hier enerzijds de sporthal terecht kunnen en anderzijds de ontwerpvloeren. Het ontwerpgedeelte zal bestaan uit zowel open ruimten als kleinere gespreksruimten/werklokalen, die eventueel samen met de studenten gebouwd kunnen worden, zodat zij letterlijk en figuurlijk mee aan hun school kunnen bouwen. De sporthal kan bediend worden met een aparte trap. Hierdoor wordt een onderscheid gemaakt tussen het collectieve en het meer private gedeelte van de school. Het collectieve gedeelte zal dan de pleinen, aula maxima, sporthal, cafetaria, bibliotheek, tentoonstellingsruimte en foyer bevatten, en gericht zijn op het water. Het meer private gedeelte richt zich meer naar de andere bouwblokken en omvat voornamelijk het ontwerpgedeelte, mekano, onderzoek, secretariaat en de kleinere aula’s.

PROGRAMMA

0

circulatie sanitair docentenruimte secretariaat cafetaria bibliotheek onderzoek

1

circulatie sanitair secretariaat aula’s tentoonstelling koffieruimte

2

circulatie sanitair secretariaat aula’s foyer koffieruimte

3

circulatie sanitair ontwerpateliers sporthal

16


Bombaystraat

Binnenvaartstraat

N schaal_1/1000

INPLANTING

Madrastraat

IndiĂŤstraat

INPLANTING N


0

1 N

ONDERBOUW niveau 1


3

4 N

BOVENBOUW niveau 4


SNEDE 1


schaal_1/25

GEVEL

gelammeleerde ligger stalen golfplaat & T-profiel zichtbeton

houten schrijnwerk ge誰soleerde casettes

GEVELAANWIJZER


BOUWBLOK BOSHOVE

MASTER 1 I ARCHITECTUUR I DOCENTEN: FILIP HANJOUL EN GEERT DRIESEN

23


Opdracht

Ontwerpen van een nieuw woonmilieu in een gegeven bouwblok. Deze case gaat om het bouwblok Boshovestraat dat zich in Deurne situeert tussen de Gallifortlei en de Ter Rivierenlaan. Het bouwblok is rechthoekig en ongeveer 1.9 ha groot. Het bestaat uit 84 wooneenheden en 96 percelen. Het bouwblok is van het type huisje tuintje koertje en in het midden bevindt zich een grote parasiet, namelijk een garage die het volledige binnengebied opslorpt.

Uitwerking

Na onderzoek van het bouwblok Boshovestraat, werd duidelijk dat er enerzijds ontpit en anderzijds verdicht moet worden. Daarenboven tracht de nieuwe structuur zo veel mogelijk in te spelen op de oude. Zo werden verschillende configuraties in het bouwblok onderzocht, die getoetst werden aan volgende parameters: het binnengebied moest toegankelijk zijn vanuit de bestaande private tuinen, de bestaande morfologie moest behouden worden, de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd moest goed zijn en de bestaande woningen mochten niet tegen de vlakte gaan. Verder was het belangrijk dat het bouwblok omsloten werd, zoals oorspronkelijk ook het geval was en dat er een gedeelte van het open binnen gebied terug gegeven kon worden aan de stad (District Deurne). Vanuit deze parameters werd gekozen voor een configuratie waarbij er een overgang is van het publieke naar het semipublieke, naar het collectieve en het private. Dat wordt duidelijk door de verbrede straat, het plein met gemeenschappelijke ruimte en tenslotte de collectieve tuin met moestuintjes eromheen. De bestaande private tuinen of de daktuinen, terrassen en/of patio’s zorgen ervoor dat iedereen ook een eigen plek heeft.

Ontpitten

Verdichten 24


ONDERZOEK Configuraties


VOL EN LEEG

Wat betreft het programma, wordt geprobeerd een zo breed mogelijk publiek aan te spreken. Dit gebeurt door kangoeroewoningen te voorzien, duplexen, studio’s en gewone woningen. Op deze manier worden verschillende sociale groepen aangesproken. Verder zal er een gemeenschappelijke ruimte voorzien worden op schaal van het bouwblok. Hier kan men samenkomen, vergaderen, of kunnen bureaus gebruikt worden, zodat het thuiswerk gestimuleerd wordt en er zowel overdag als ’s avonds beweging is in het bouwblok. De woningen worden COMMON GREEN opgevat als verschillende units. Deze units zijn enerzijds langs de straatkant te betreden en anderzijds langs VOL VOLEN EN LEEG LEEGhet binnengebied. Rond het plein bevinden zich vier kangoeroewoningen, duplexappartementen of kleine woningen en de gemeenschappelijke ruimte. Ze geven uit op het publieke plein en maken het zo stedelijk. De studio’s staan in verbinding met de collectieve buitenruimte, waardoor ook de private daktuinen meer aansluiting vinden bij het collectieve ipv het publieke.

COMMONEN GREEN BESTAAND NIEUW COMMON GREEN

MOBILIT

MOBILIT

PRIVATE TUINEN COLLECTIEVE TUINEN PRIVATE DAKTUINEN

PRIVATEtuinen TUINEN private SEMI PUBLIEK PLEIN COLLECTIEVE TUINEN collectieve tuinen PUBLIEKE STRAAT PRIVATEdaktuinen DAKTUINEN private MOBILITEIT SEMI PUBLIEK collectief pleinPLEIN PUBLIEKEstraat STRAAT publieke

GEDEELDE FUNCTIE BESTAAND BESTAANDEN ENNIEUW NIEUW GEDEELDE FUNCTIE

TOEGAN

TOEGAN

PRIVATE TUINEN COLLECTIEVE TUINEN

Voor de materialisatie van de wooneenheden is gekozen voor de rode baksteen die ook in het bouwblok terug te vinden is. Verder wordt door de betonnen lateien en de drieledige ramen GEDEELDE FUNCTIE COMMON COMMONGREEN GREEN ook verwezen naar het bestaande bouwblok. De plint van de wooneenheden zal in beton worden uitgevoerd en zal tevens een bank vormen. De materialisatie van het plein bestaat uit de betonnen tegels die gewoon van aan het voetpad doorlopen. Er is ook een speeltuintje en petanquebaan voorzien. De twee collectieve tuinen zijn als een echte tuin opgevat. Gras en moestuinen bepalen hier de sfeer. PRIVATE DAKTUINEN SEMI PUBLIEK PLEIN PUBLIEKE STRAAT

DUPLEX PRIVATE PRIVATE TUINEN TUINEN WONING COLLECTIEVE COLLECTIEVE TUINEN TUINEN STUDIO PRIVATE PRIVATE DAKTUINEN DAKTUINEN KANGOEROEWONING SEMI SEMI PUBLIEK PUBLIEK PLEIN PLEIN STUDIO, GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE EN KANTOREN PUBLIEKE PUBLIEKE STRAAT STRAAT

duplex DUPLEX WONING woning STUDIO studio DUPLEX KANGOEROEWONING kangoeroewoning WONING STUDIO, GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE EN KANTOREN collectieve ruimte STUDIO

TOEGANGEN MOBILITEIT MOBILITEIT KANGOEROEWONING

STUDIO, GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE EN KANTOREN

26


MASTERPLAN_SCHAAL 1/500

B

A

A'

N B

N

E AA'

INPLANTING


N

SNEDE BB'

SNEDE AA'

B

PARKING_SCHAAL 1/500

TERREIN Boshovestraat Sneden


K IO

KANGOEROE

WOONEENHEDE

PLANNEN Kangoeroewoning


WONING

KANGOEROE

WOONEENHEDEN_SCHAAL 1/100

T

PLANNEN Woning


JEUGDHUIS

BACHELOR 3 I INTERIEURARCH I BACHELORPROEF I DOCENT: ARJAAN DE FEYTER 32


Opdracht

Een ondernemer wil een bedrijf oprichten dat gericht is op het uitgaans- en nachtleven. Een concept hierover moet worden uitgewerkt wat later in een pilot kan resulteren. Dit concept moet opgevat worden in een imaginaire ruimte van 30x30x30m, meer bepaald een kubus. Om ruimte te creëren moet er materiaal uit de kubus worden weggehaald. De cascoruimte die overblijft, is zelfdragend en moet alleen ingevuld worden. De focus ligt op de organisatie en uitwerking van het interieur. Hier werkt het dus omgedraaid en bepaalt het onbebouwde de bebouwde context.

Uitwerking

Er is vertrokken vanuit vier kernthema’s die de jongeren typeren, namelijk binnenstebuiten, netwerken, dynamiek en intimiteit. Aan deze thema’s wordt het programma en een gepaste sfeer gekoppeld. Uit de kubus worden eenvoudige geometrische vormen gesneden, te beginnen met een overdekte buitenruimte, die als uitgestelde inkom-, zit- en skateruimte fungeert en tevens mee voor de overgang tussen publiek en privaat zorgt. Het ontwerp bestaat bijgevolg uit een dubbel hoge ruimte waarin zich de verticale circulatie bevindt en tegelijkertijd als as fungeert waar de verschillende ruimten aan gekoppeld worden. Op het gelijkvloers bevindt zich het sanitair en de vestiaire. Op de eerste verdieping bevindt zich aan de rechterzijde van deze as de dansruimte die uit twee verdiepingen bestaat en de dynamiek vertaalt. Aan de linkerzijde bevindt zich dan weer de loungeruimte met terras, die de termen ‘intimiteit’ en ‘binnenstebuiten’ vertalen. Voor de materialisatie wordt gekozen voor duurzame en robuuste materialen zoals plankenbeton, profielglas en hout.

Loungeruimte

Terras

Sanitair

Loungeruimte

Collectieve buitenruimte Binnenkomen

Danszaal

Sanitair Circulatie

33


1 2

3

2

GRONDPLAN Gelijkvloers

s _ 3 Bach Iarch _ details in de interieurarchitectuur _ 1/8

9 8 7 6 5 4

3


20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

GRONDPLAN Niveau 1


DETAIL KAST EN KITCHENETTE _ Schaal 1/20 snede

vooraanzicht

kastafwerking mdf 18 mm + 1 mm wit HPL hoogg

keukenblad: eikenhout 100 mm

plan

DETAIL TAFEL _ Schaal 1/20

DETAIL INKOMBALIE _ Schaal 1/20

bovenaanzicht

bovenaanzicht

snede tafelblad: gezwart eikenhout

DETAIL Kast & Kitchenette

kastdeur: MDF 18 mm + 1mm zwarte HPL

snedes


CONTEXT


De context gaat over alle elementen die een object of situatie be誰nvloeden. Deze elementen kunnen zowel fysiek als niet fysiek zijn. Zo is bijvoorbeeld de omgeving een fysiek element, maar zijn de culturele en sociale achtergrond geen fysieke elementen. Het fysieke verwijst naar de ruimtelijke context, terwijl het niet-fysieke naar de maatschappelijke context verwijst. Vermits elk project of ontwerp zich met andere woorden in een andere context (zowel een ruimtelijke als een maatschappelijke en historische context) situeert, is de context enorm bepalend voor de eigenheid van elk project. 1 Aangezien het gebouw niet als autonoom object wordt gezien, is het van belang met de ruimtelijke, historische en maatschappelijke context rekening te houden. Context en architectuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

1 Apostel K., Parameters: context , 2008, Antwerpen, In: Bouwblokkenboek (eds. Apostel K., Janssen D., Pittillion F.), 2008, UPA, Antwerpen, pp 104-106


SHELTER MIDDELHEIM

BACHELOR 1 I INTERIEURARCHITECTUUR I DOCENT: ARJAAN DE FEYTER 39


Opdracht

Het ontwerpen van een onthaalpaviljoen voor een zomertentoonstelling in het Middelheimpark. Men kan er informatie krijgen, wachten, afspreken met gidsen, met vrienden, picknicken enzovoort. Het onthaalgebouw zal worden ontworpen door middel van horizontale en verticale vlakken. Hierbij dient bestudeerd te worden welke ruimten overdekt dienen te worden en welke niet. De shelter wordt ontworpen binnen een ontwerprooster waarvan de module zelf bepaald mag worden. Aandacht moet worden besteed aan de context en aan het karakter van elke ruimte en de relatie tussen zowel de ruimtes onderling als aan de relatie van elke ruimte tot de omgeving. Ook dient er rekening gehouden te worden met de oriëntatie en de constructie.

Circulatie

Uitwerking

Het concept voor het onthaalpaviljoen is gebaseerd op de confrontatie met de omgeving. De grens tussen gebouw en omgeving wordt vaag gehouden en bijna letterlijk in het midden gelaten. Het hoge gras groeit nog verder in het paviljoen. De balkenstructuur bepaalt volledig de architectuur die vrij eenvoudig is gelaten. De shelter bestaat bijgevolg uit één ruimte die wordt ingedeeld door twee assen die de functies van elkaar scheiden. Zo komt de tentoonstellingsruimte tegenover de picknickruimte te liggen en de infobalie tegenover de inkom, zodat het voor de bezoeker duidelijk is waar hij heen moet. De picknickruimte wordt door een uitdieping op zithoogte gesuggereerd, zodat een open plan mogelijk blijft. Het paviljoen heeft zowel een open als gesloten karakter wat volledig bij het profiel van de tentoonstellingsruimte past.

info expo

zitruimte

40


KINESISTEN PRAKTIJK

BACHELOR 3 I INTERIEURARCHITECTUUR DOCENTEN: ARJAAN DE FEYTER & STEFAN MARTENS

41


Opdracht

Een groep artsen besluit om samen te werken. Daarom hebben ze in het historisch centrum van een stad twee naast elkaar liggende gelijkaardige panden gekocht. Hier gaat het om een kinesistenpraktijk. Programma dient onderzocht te worden.

Uitwerking

In een kinesistenpraktijk is dynamiek en toegankelijkheid heel belangrijk. Dit moest dus in het ontwerp verwerkt worden. Bijgevolg bestaat de praktijk uit 2 grote delen. In het eerste deel, het gedeelte aan de straat, blijven de vloerplaten behouden. Hier bevindt zich voornamelijk de verticale circulatie met trappen en lift. Het tweede deel bevindt zich meer aan de tuinkant en omvat de meer private gedeeltes, namelijk de behandelruimten en wachtruimte. Een centraal verticaal volume, met per verdieping een uitkraging, wordt in de hoge ruimte geplaatst en vormt een knipoog naar een wervelkolom. Dit volume is bepalend voor de architectuur, bovendien bevinden de behandelruimten zich hier. De 2 delen vertalen zich in een traditionele voorgevel en een open achtergevel en zo wordt er rekening gehouden met de context. In de kelder bevindt zich de personeelsruimte met keuken, zitruimte, archief en vergaderruimte. De kelder staat in contact met de tuin. Op niveau 0 bevindt zich de inkom met berging en fietsenstalling en op niveau 1 bevindt zich de infobalie met wachtruimte en 1 behandelruimte. Op niveau 2 is er 1 behandelruimte aanwezig en een fitnessruimte en op niveau 3 nog een behandelruimte en workshop/conferentieruimte. Niveau 4, de zolder, bestaat uit de conciĂŤrgewoning. De materialisatie bestaat uit gegoten betonvloeren en bepleisterde muren. De behandelruimten moeten huiselijker van sfeer zijn en worden afgewerkt met eikenhout.

Behandelruimten

Verticale circulatie

Circulatie 42


7 6

8 9

6 5

5 4 3 2

4 3 2 1

Kelder - schaal 1/50

Gelijkvloers - schaal 1/50

PLANNEN Niveau -1 Niveau 1


Zitten

30

30

31

31

53

53

32 33

32 33

54 55

54 55

34 35

34 35

56 57

56 57

36

36

58

58

52

52

Baden

Eerste verdieping Eerste - schaal verdieping 1/50 - schaal 1/50

Zitten

Tweede verdieping Tweede - schaal verdieping 1/50 - schaal 1/50

TWEEDE TWEEDE VERDIEPING VERDIEPING

Baden

PLANNEN Niveau 2 Niveau 3

Zolder - conciërgewoning Zolder - conciërgewoning - schaal 1/50 - schaal 1/50


nten: Stefan Martens en Arjaan De Feyter

Snede BB' - schaal 1/50

Pag 4/4

SNEDE


STUDENTENHUIS

SCHAKELJAAR I ARCHITECTUUR I STEDELIJKHEID I DOCENT: ERIK WIEËRS

47


Opdracht

Ontwerp van een studentenhuis op een gegeven kavel aan de Sint Pietersvliet. De volledige context, waaronder regelgevingen omtrent studentenkoten en stedenbouwkundige bepalingen moet geanalyseerd worden en ge誰ntegreerd te zijn in het ontwerp. Dit alles met de nodige aandacht voor de woonkwaliteit.

Uitwerking

PUBLIEK

Privaat

COLLECTIEF Collectief

PRIVAAT

Vanuit de analyse van de regelgevingen, de volumewerking en de context is gebleken dat naar organisatie toe en stedelijkheid een L-vormig gebouw het meest interessante is. Enerzijds genereert dit immers een collectief binnengebied, anderzijds volgt het gebouw zo de vorm van het perceel, waardoor het zich volledig in de stedelijke omgeving inpast. De volumetrie van het gebouw sluit ook aan bij de context. Zo is het gedeelte aan de straatkant massiever dan het gedeelte in het binnengebied, volgt het gebouw de rooilijn en komen de kroonlijsten uit op de naburige gebouwen. Toch is er vanuit de straat voor het nodige contact met het collectieve binnengebied gezorgd. Vanuit de Sint Pietersvliet komt men binnen langs een insteek, die hierdoor ook een as vormt die de drie stedelijke parameters omvat, namelijk publiek, semipubliek en privaat. Op deze manier is er vanuit de straat zicht op het groen in het binnengebied. Verticale circulatie VERTICALE CIRCULATIE

48


Het programma bestaat uit 25 studentenkamers, waar de kleinste kamer 16m2 is en elke student zijn eigen badkamer heeft. 4 studentenkamers hebben echter ook een kleine keuken en privĂŠterras. Verder is er een fietsenstalling, zijn er 2 collectieve binnenruimten met keuken en is er een gemeenschappelijke buitenruimte waarvan een stuk overdekt is. Voor de materialisatie van het project is geopteerd voor hard hout, crepi en betonbeplating. Vanuit de voorgevel loopt een houten structuur door naar achter, zodat de as die in het concept wordt gegenereerd, benadrukt wordt. Het vormt ook een afscheiding zodat de studenten, wanneer ze dit willen, voldoende privacy kunnen hebben en werkt dus met een schuifsysteem. Om de stedelijke plint te laten terugkomen, is gekozen voor betonbeplating. De betonbeplating wordt afgewisseld met ramen en loopt door in een zitbank, waar men kan wachten op de tram. De wit bepleisterde gevel zorgt in de donkere straat voor wat rust. Verder wordt er veel groen in het project betrokken. Maar omdat het hier over studenten gaat, is weinig onderhoud essentieel, waardoor er is gekozen voor een verharde grond afwisselend met voegen van gras, in combinatie met een groendak en een verticale tuin.

0

1

2

3

4

0

1

2

3

4

PROGRAMMA studentenkamer collectieve ruimte duplex fietsenstalling 49


t rsvlie Piete Sint-

INPLANTING N


B'

C'

C

A

B

A'

GRONDPLAN niveau 1


SNEDE


ONBEPAALDHEID


We moeten op zoek naar onbepaaldheid. Hierbij is de vorm een middel om verschillende mogelijkheden te bereiken. Als architect moeten we meer aandacht besteden aan wat het gebouw toelaat en moeten we ons afvragen hoe het zich in een volgende levensfase kan transformeren en ontwikkelen. We moeten een vorm van flexibiliteit genereren en veranderingen toelaten, zonder dat de identiteit van het gebouw verloren gaat. Door niet langer in één keer, maar geleidelijk in kleine stappen te ontwikkelen of niet langer vanuit eindbeelden te ontwikkelen, maar juist met startbeelden, wordt de stad weer toekomstbestendig en flexibel.1 Of zoals Bob Van Reeth het beschrijft: “Bouwen is het maken van intelligente ruïnes. Gebouwen overleven vele generaties, leefstijlen, woonbehoeften, méér zelfs, ze blijven nuttig, geschikt en bruikbaar. Gebouwen ondergaan veranderingen, zonder dat hun identiteit verloren gaat. Gebouwen, structuren kunnen niet opgetrokken worden als versteende programma’s van eisen. Het is dus zaak bouwsels te concipiëren waarin de tijd, net zoals de vorm en materiaal, zit ingebouwd.” 2

1 Bergevoet T. & Van Tuijl M., De flexibele stad: oplossingen voor leegstand en krimp, 2013, NAI010 uitgevers, Rotterdam 2 Van Reeth B., AWG architecten, 2013, Visie, http://www.awg.be/a.swf


GARAGE LINS

MASTER 2 I ARCHITECTUUR I MASTERPROEF PATRIMONIUM I DOCENT: GEERT DRIESEN 55


Opdracht

De studio Patrimonium kadert in het thema rond cultureel erfgoed. Steden zijn immers steeds in ontwikkeling en hebben een verleden. Vanaf wanneer behoort een gebouw tot het stedenbouwkundig patrimonium? Hoe gaan we met dit stedenbouwkundig patrimonium om en hoe kunnen we voor vernieuwing zorgen terwijl we het verleden respecteren? Het doel van de studio bestaat erin zelfstandig een concrete ontwerpvraag- of opdracht te formuleren aan de hand van een zelf gekozen gebouw dat binnen de studio Patrimonium past. In dit geval zal het onderzoeksproject handelen over de site van de voormalige Renaultgarage aan de ItaliÍlei, de Tunnelplaats, Zwedenstraat en Koeikensgracht. De site Renault bevindt zich tussen twee stadsdelen, namelijk het Eilandje en de binnenstad en lijkt hierdoor nergens bij te horen. Het gaat om een gebouw uit de tijd van het modernisme, zijnde de jaren ’50, dat na de verhuis van de Renaultgarage waarschijnlijk zal afgebroken worden. Met zijn modernistische stijl, klassieke gevelcompositie en herkenbare vormentaal, behoort dit gebouw echter tot het stedenbouwkundig patrimonium en werd ontworpen door Robert Van Averbeke. De ambitie zal er uit bestaan de verschillende mogelijkheden van het pand te onderzoeken en indien dit mogelijk is, het ook te herbestemmen. 56


Structuur en materialisatie

De structuur van het gebouw is een betonnen skeletstructuur en is relatief goed bewaard gebleven. Ze is echter doorheen de verschillende bouwfasen van de garage uitgebreid en aangepast, wat zichtbaar blijft in de gehele structuur van het gebouw. Het oorspronkelijke gedeelte van de garage is een eenvoudige skeletstructuur met ter plaatse gestorte betonnen balken en kolommen. Toen er in de hoogte en de breedte van de garage werd uitgebreid, veranderde de structuur ook. Zo bevinden zich op de tweede verdieping grotere overspanningen die gerealiseerd werden door stalen vakwerken in combinatie met een skeletstructuur. Ook de helling werd uitgebreid en aangepast. De materialen die in de garage voorkomen, zijn beton, staal en glas. De gevel in de Koeikensgracht bestaat uit lichtgele gevelsteen geplaatst in Vlaams verband, dit in combinatie met een plint, vensterbanken en lateien in blauwe hardsteen. In de plint is deze in halfsteensverband geplaatst. Deze gevel is dragend. De gevel aan de Tunnelplaats is opgebouwd uit witte hardsteen, genaamd “Brauvilliersâ€?, die steeds in halfsteensverband is geplaatst. Waar nu een metalen plaat met de belettering van de Renaultgarage zit, zat vroeger een pui in Zweeds graniet. De gevel is hier niet dragend. Aan beide gevels wordt met stalen vensters gewerkt. De gevel aan de ItaliĂŤlei bestaat uit betonnen platen, afwisselend met stalen bandramen. Ook hier is de gevel dragend. Vermits het om een garage gaat, is de structuur zichtbaar gebleven en straalt het gebouw een industrieel karakter uit. Dit is samen met de gevel het meest waardevolle in het gebouw en zal daarom bewaard blijven.

1948

1955

1960

1964

1970

57


Ambities

Aangezien garage Lins beschouwd kan worden als stedenbouwkundig patrimonium, zou het zonde zijn om het volledig af te breken. Er zal dus geprobeerd worden dit patrimonium zo goed mogelijk te bewaren en in te zetten als een betekenisvolle plek in de stad. De klemtoon van het onderzoek zal op het architecturale liggen, namelijk op de renovatie en herbestemming van de garage Lins. Voor de renovatie, enerzijds, zal de ambitie zijn om zowel de architectuur van de gevel als die van de structuur zo goed mogelijk te bewaren en in zijn oorspronkelijke staat te herstellen en dit zo duurzaam mogelijk. Voor de herbestemming, anderzijds, ligt de focus op een publiek aantrekkelijk gebouw te ontwerpen, zodat de Tunnelplaats terug meer betekenis krijgt. Deze is volledig verdwenen gedurende de jaren omwille van de ligging, het programma en het drukke verkeer. Door de rust, die de mobiliteitsplannen voor de Noorderleien met zich meebrengen, zal de draagkracht van deze plek terug stijgen. Dit wil zeggen dat er meer mogelijk is. Verder is het de bedoeling om in het onderzoek een intentie van het stedenbouwkundig plan te geven. Dit zal vooral gerealiseerd worden door met het ontwerp van het gebouw in te spelen op de nabije omgeving, het bouwblok in het bijzonder. Er kan dus besloten worden dat het doel van het project vooral is om het potentieel van het bestaande patrimonium, zijnde de Renaultgarage, op een zo realistisch mogelijke manier te maximaliseren.

58


Herbestemming

Omwille van enerzijds de omvang van het gebouw, namelijk zo’n kleine 9000 m2 vloeroppervlak en anderzijds de potenties die het gebouw herbergt, onder andere de openheid, is Garage Lins perfect voor een herbestemming tot evenementencentrum, waarin verschillende evenementen en activiteiten kunnen plaatsvinden en in principe alles nog mogelijk is. De bedoeling van het ontwerp is zich niet toespitsen op één bepaalde functie, maar aantonen dat het gebouw voor meerdere doeleinden zoals: workshops, (vers)markten, exposities, modeshows of zelfs parkeergelegenheid kan worden ingezet. Dit betekent immers tijdelijkheid, flexibiliteit, onbepaaldheid en dus duurzaam ruimtegebruik. Het is de ambitie om met een minimum aan ingrepen, de openheid van de structuur zo veel mogelijk te behouden, zodat de garage veel mogelijkheden, wat betreft het gebruik van het pand, kan genereren. Het gebouw en het programma zal hiertoe opgedeeld worden in twee delen. De dienende ruimten, namelijk de vaste delen bestaande uit het sanitair, de verticale circulatie, administratieve ruimten,... en de bediende ruimten, namelijk de ruimte voor de evenementen. De dienende ruimte zal zich in het gedeelte bevinden dat afgebroken en heropgebouwd wordt. Op deze manier kan dit deel correct geïsoleerd worden en kunnen de functies die een binnenklimaat vereisen hier plaatsvinden. De bediende ruimte bevindt zich dan in het andere gedeelte van de garage en zal een soort van overdekte buitenruimte zijn. Zo kan het karakter van garage Lins volledig bewaard blijven en zelfs benadrukt worden. Verder is het de intentie om een eenvoudig modulair systeem te ontwerpen dat de verschillende ruimten van het evenementencentrum op een intelligente manier opdeelt.

Binnenklimaat - Dienend - Vast programma

Tussenklimaat - Bediend - Tijdelijk programma

59


N

INPLANTING


REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

business center

Welkom

REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

Service

minute carrosserie

REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

business center

Welkom

REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

Service

minute carrosserie REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

Welkom

REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

business center

GEVELS

Welkom

REAGROUP/RENAULT ANTWERPEN

Welkom



Portfolio Cato Apers