Page 1

Dit werkboekje is van .............. Klas: 6P

Expeditie Mars


Acht planeten en ĂŠĂŠn dwergplaneet Opdracht 1: Hieronder zie je een afbeelding van ons zonnestelsel, de zon met zijn acht planeten: Aarde, Jupiter, Mercurius, Mars, Neptunus, Venus, Saturnus en Uranus. De dwergplaneet Pluto staat ook op de tekening. Bepaal de volgorde van de acht planeten ten opzichte van de zon. Welke van deze planeten is de Aarde? Gebruik de onderstaande tips.

1)

..........................................

6)

..........................................

2)

..........................................

7)

..........................................

3)

..........................................

8)

..........................................

4)

..........................................

9)

..........................................

5)

..........................................

Tips: - Mercurius staat het dichtst bij de zon. - Jupiter is de grootste planeet. - Er staan drie planeten tussen de zon en Mars. - Uranus staat midden tussen de middelste planeet en Pluto. - Neptunus is de achtste planeet vanaf de zon. - De dwergplaneet Pluto is het verst van de zon verwijderd. - Er zit een ring rond Saturnus. - Venus staat dichter bij de zon dan de Aarde. 2


Vragen over Mars Opdracht 2: Luister aandachtig naar de brief van de professor. Opdracht 3: Wat moeten jullie allemaal uitzoeken om een expeditie naar Mars te laten slagen? Brainstorm in duo’s. Schrijf hieronder op.

Welke vragen heb je over de planeet Mars? Schrijf ze hieronder op, vertel het aan de rest van de klas en probeer een antwoord te vinden.

................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ 3


Dag en nacht, jaren, maanden en seizoenen op Mars Opdracht 4: Lees onderstaande tekst en zoek nadien een antwoord op de vragen. EERSTE BANDENSPOREN OP MARS In 1997 landde de ruimtesonde Pathfinder op Mars. Het had het robotwagentje Sojourner aan boord. Gevolg: enkele dagen later reed voor het eerst in de geschiedenis een voertuigje rond op Mars. Dat bezorgde ons knappe foto’s van het Marsoppervlak. Je zou bijna denken dat Marsmannetjes niet tuk zijn op bezoek. Want tot op vandaag waren er maar weinig geslaagde ruimtemissies naar Mars. Maar de beelden die Pathfinder ons nu stuurt, doen ons dromen. Kun je op Mars leven?

WAT ALS JE ZOU LEVEN OP MARS? Ondanks zijn rode kleur wordt Mars de tweelingplaneet van de aarde genoemd. De omstandigheden doen er sterk denken aan onze planeet. Het is dus niet toevallig dat we zo vaak fantaseren over Marsmannetjes, en niet over Venusvrouwtjes of Jupiterwezens! De temperatuur op Mars is er maar ‘een beetje lager’ dan bij ons. Het is er gemiddeld -23°C. Je zou er dus enkel wat dikkere pulls moeten dragen. Op andere planeten is het daarentegen ofwel kokend heet (bijna 500°C op Venus) ofwel heel erg koud (-120°C en kouder vanaf Jupiter). Een voordeel is wel de lage zwaartekracht op Mars. Alles (ook jij) weegt er bijna 3 keer minder dan op de aarde. Een ideale plek dus voor wie niet zo sportief is. Je springt er immers 3 keer hoger, verder, sneller, … De lucht op Mars bevat nauwelijks zuurstof. Ruimtepak verplicht dus! En als je naar Mars wil trekken, leg je ook best een drankvoorraad aan. De lucht bevat er immers 100 keer minder water dan bij ons. Nochtans moet het er vroeger erg nat geweest zijn. Op de foto’s gemaakt door de Pathfinder werden resten ontdekt van gedroogde rivieren. Een laatste raad voor wie op vakantie wil naar Mars: neem voldoende zonnebrandolie mee. De dunne dampkring van Mars laat zoveel UV-stralen door dat je er heel vlug een zonneslag zou oplopen! 4


1) Is er op Mars ook dag en nacht? -

Hoe lang duurt een volledige dag op aarde?

.................................................................................................................. -

Met welke beweging van de aarde komt dit overeen? Teken het erbij.

.................................................................................................................. ..................................................................................................................

-

Hoe lang doet Mars over deze beweging?

.................................................................................................................. -

Hoe lang duurt een volledige dag op Mars?

..................................................................................................................

2) Hoe lang duurt een jaar op Mars? -

Hoe lang duurt een jaar op aarde?

.................................................................................................................. -

Met welke beweging van de aarde komt dit overeen? Teken het erbij.

.................................................................................................................. ..................................................................................................................

-

Hoe lang doet Mars over deze beweging?

.................................................................................................................. -

Hoe lang duurt een jaar op Mars?

.................................................................................................................. 5


3) Zijn er seizoenen op Mars? -

Hoe komt het dat er seizoenen zijn op aarde? Welke 2 factoren hebben daar vooral mee te maken? 1) ......................................... 2) .........................................

-

Teken de aardas van de aarde.

-

Is het overal op wereld op dezelfde tijd herfst? Waarom wel/niet?

.................................................................................................................. ..................................................................................................................

De draai-as van Mars staat op ongeveer 25,2 graden, dit is iets meer dan die van de aarde. Hierdoor heeft Mars seizoenen die op die van de aarde lijken, maar die wel twee keer zo lang duren.

4) Zijn er maanden op Mars? -

Waarom zijn er maanden op aarde?

.................................................................................................................. .................................................................................................................. .................................................................................................................. -

Zijn er ook maanden op Mars? Waarom (niet)?

.................................................................................................................. .................................................................................................................. ..................................................................................................................

6


5) Hoe draait elk hemellichaam? Teken een pijl.

MAAN

Besluit: De aarde draait rond haar ……………………………………………. Het licht van de zon schijnt erop. Doordat de aarde ronddraait, is steeds maar één helft naar de zon toegekeerd. Daar is het ……………………………………………. Op de andere helft van de aarde is het ……………………………………………. Een volledige omwenteling van de aarde duurt ……………………………………………. Door het ronddraaien van de aarde lijkt het alsof de …………………………………………… beweegt. Maar dat is niet waar. Ze blijft steeds op dezelfde plaats. De

……………………………………………

draait

rond

de

zon.

Ze

doet

er

…………………………………………… over om éénmaal rond de zon te draaien. De …………………………………………… draait rond de aarde. Ze doet dat in ongeveer ……………………………………………. De …………………………………………… zijn het gevolg van de schuine stand van de aardas en van de draaiing van de aarde rond de zon.

7


Leven op Mars (mensen en dieren) Opdracht 5: Zoek een antwoord op onderstaande vraag en voer nadien het proefje uit. Welke 3 levensnoodzakelijke voorwaarden heeft de mens nodig om te overleven? 1) ............................................. 2) ............................................. 3) .............................................

PROEFJE: IN- EN UITGEADEMDE LUCHT Is de lucht die we inademen dezelfde als die we uitademen? Waarom ademen we? Vroeger dachten sommige geleerden dat het ademen diende om je binnenin af te koelen. In vroegere tijden vergeleek men het hart met een brandende haard, daarom was er afkoeling nodig, anders zouden we opbranden. (Dit dacht Galenus, een beroemd Romeins geneesheer.) Nu weten we wel beter… We voeren met de klas het experiment uit! Wat hebben we nodig? • een bokaal met kalkwater, • een fietspomp, • een rietje.

Wat moeten we doen? 1) Pomp met een fietspomp een tiental keren lucht doorheen het kalkwater. Opgelet, houd het bokaaltje schuin terwijl je er de lucht doorheen blaast. Als je terug lucht in de pomp wil zuigen, haal dan telkens de pomp uit het kalkwater. Wat gebeurt er met het kalkwater? Duid aan.   

Er verandert niets. Het water begint te bruisen. Het water wordt troebel.

2) Blaas met een rietje 1 minuut lang een aantal keer door het kalkwater. Wat gebeurt er met het kalkwater? Duid aan.   

Er verandert niets. Het water begint te bruisen. Het water wordt troebel.

8


3) Is er een verschil tussen uitgeademde lucht (rietje) en gewone lucht (fietspomp)? Ja

Nee

Hoe komt dat, denk je? ......................................................................................................... .........................................................................................................

Besluit: Ingeademde lucht bevat geen ……………………………………………. Uitgeademde lucht bevat wel …………………………………………….

9


Opdracht 6: Lees het volgende verhaal en zoek nadien een antwoord op de vragen. PRIESTLEY EN DE MUIZEN In de achttiende eeuw woonde er in Londen, niet ver van de rivier de Theems, een professor die Priestley heette… Nu krioelde het daar in die tijd van de muizen. Omdat deze knaagdieren al zijn kostbare boeken kapotbeten, probeerde Priestley ze te vangen. Maar niet met de klassieke muizenklemmen, want die vond hij veel te wreedaardig. Hij lokte ze met wat kaas in een kooitje en liet ze daarna door zijn butler verdoven met chloroform en in de Theems verdrinken. Priestley deed proeven op de gevangen muizen. “Om het gedrag van deze dieren beter te leren kennen”, beweerde hij, “en zo misschien een handig trucje te vinden om er vanaf te geraken.” Bij één van die proeven had hij een paar muizen onder een glazen stolp gezet, om ze beter te kunnen observeren. Hij ging elk uur kijken, en schreef alles wat hij zag nauwkeurig op. Hij had eten en water onder de stolp gezet, want hij wilde ze niet uithongeren. Na een viertal uur viel het hem op dat de muizen onrustiger werden, zelfs een beetje agressief. Ja, het leek wel of ze aan het kibbelen waren, net zoals mensen die te lang in een kleine ruimte bij elkaar zitten. Nog een paar uur later bleken de muizen erg slaperig te zijn geworden. En toen gebeurde er iets vreemds: één voor één stierven de muizen. “Tja”, dacht hij, “we hadden ze anders toch moeten doden. Ze zijn een echte plaag.” Priestley liet het hier niet bij, want hij was een geleerde. Voor alles wat hij zag en meemaakte probeerde hij steeds een uitleg te vinden. Hij herinnerde zich dat hij ooit eens had gelezen over een proef, waarbij een kaars spontaan uitdoofde als men die onder een gesloten stolp zetten. Hij voerde de proef nog eens zelf uit, en ja hoor, de kaars doofde al na een minuut uit. “Zo was ook de kaars van de muizen uitgegaan”, mijmerde hij. “Wat zou er gebeuren”, dacht hij, “als een muis samen met een brandende kaars onder een stolp wordt gezet?” Snel was de proef opgesteld. Al na enkele minuten was het muisje dood, en ook de kaars ging veel sneller uit dan de eerste keer. “Ha”, dacht hij, “we zijn op goede weg, blijkbaar komt uit die kaars een geest die het leven doodt, en blijkbaar komt uit de muizen ook iets dat hen doodt, ook een dodende geest”. Dus zit er in de lucht een levenschenkende geest en in de kaars en de muis een dodende geest. 10


Priestley deed nog veel meer proeven. Gekke proeven zoals deze zijn soms het begin van grote ontdekkingen. Lees maar verder. Op een dag dacht Priestley bij zichzelf: “Als muizen sterven, zouden planten dan ook sterven?” Hij zette een plantje onder de stolp en knutselde een ingenieus systeem in elkaar dat ervoor zorgde dat het plantje niet zou uitdrogen. Na een dag bleek de plant er nog steeds even keurig bij te staan als de dag ervoor. Dagenlang bleef de plant er even goed uitzien, todat hij na drie weken begon weg te kwijnen. De bladeren werden geleidelijk bleker en vielen uiteindelijk één voor één af, zodat de plant stierf. Priestley nam de stolp weg en zag dat de bladeren niet uitgedroogd waren, en dat ook de wortels onbeschadigd waren. Uiteindelijk zette hij een muis samen met een plant onder de stolp. Jullie kunnen het nooit raden: jaren hielden die twee het met elkaar uit! Nu was het tijd voor de geleerde om zijn hersenen aan het werk te zetten. “Blijkbaar hebben plant en dier elkaar nodig,” bedacht hij. “Dieren ademen een dodende geest uit en planten hebben deze dodende geest nodig; de planten maken deze geest weer levend waarna de dieren deze levende geest inademen om zo in leven te blijven en hem zo weer dood maken, enzovoort.”

Priestley had ontdekt dat planten iets uit de lucht halen wat het dier niet kan gebruiken, en iets teruggeven aan de lucht wat het dier nodig heeft om te leven, en omgekeerd. Ondertussen weten wij dat die ‘levende geest’ een gas is: ................................ ................................................................................................................. , en dat de ‘dodende geest’ eigenlijk ............................................................ is.

Besluit: Mensen en dieren halen …………………………………………… uit de lucht en ademen lucht met koolzuurgas (= koolstofdioxide) uit. Zonder …………………………………………… kunnen mensen en dieren niet leven. Planten

halen

……………………………………………

uit

de

lucht

en

geven

…………………………………………… af. Dus: Plant en dier/mens hebben …………………………………………… nodig: planten leveren …………………………………………… en …………………………………………… aan mensen en dieren. Planten hebben zelf de …………………………………………… die mensen en dieren produceren nodig. 11


Planten en dieren hebben lucht nodig Priestley had ontdekt dat planten iets uit de lucht halen wat het dier niet kan gebruiken, en iets teruggegeven aan de lucht wat het dier nodig heeft om te leven, én omgekeerd.

Opdracht 7: Vul aan. 1) De plant neemt …………………………………………… op uit de lucht en geeft er …………………………………………… aan af. 2) De muis neemt …………………………………………… op uit de lucht en geeft er …………………………………………… aan af.

Opdracht 8: Duid dit met gekleurde pijlen aan op de tekening en zoek nadien een antwoord op onderstaande vraag. Hoe zit het bij de mens? 3) De mens neemt …………………………………………… op uit de lucht en geeft er …………………………………………… aan af. Zonder …………………………………………… kunnen mensen en dieren niet leven.

12


Planten op Mars? Opdracht 9: Lees de tekst en vul de ontbrekende woorden aan. Je kan kiezen uit onderstaande woorden: water – bladgroen – lucht – wortels – fotosynthese – warmte – licht – bladmondjes – grond. Een plant heeft meer nodig dan een stukje …………………………………………….

…………………………………………… Planten ademen en kunnen dus niet zonder lucht. Ze vangen via heel kleine gaatjes in de bladeren (de ……………………………………………), koolzuurgas op uit de lucht.

…………………………………………… De plant krijgt licht van de zon. Dat licht wordt opgevangen door het …………………………………………… van de bladeren. Het dient als energiebron voor het bereiden

van

voedsel.

Die

omzetting

van

licht

in

voedsel noemt

men

……………………………………………. Planten die totaal geen licht krijgen, sterven af.

…………………………………………… De plant zuigt met haar …………………………………………… water uit de grond. Via heel kleine buisjes wordt dit water naar alle planten gebracht. In een blad kun je die buisjes, in de vorm van bladnerven, duidelijk zien. Een plant die geen water krijgt, verwelkt.

…………………………………………… De meeste planten hebben voor hun groei ook warmte nodig. Sommige planten hebben het graag heel warm, bv. de tropische planten. Andere planten verdragen vorst en wintertemperaturen.

De bladmondjes aan de onderkant van een blad.

13


Hoe een plant leeft Opdracht 10: Alle delen van een plant zijn belangrijk: de bloem, de bladeren, de stengel en de wortels. Welke functie hebben die delen? Vul aan.

De bloem: hier groeien (o.a.) de zaden waarmee de plant zich kan voortplanten.

De stengel: .......................................... ............................................................ ............................................................ ............................................................

De bladeren: ........................................ ............................................................ ............................................................ ............................................................

De wortels: .......................................... ............................................................ ............................................................ ............................................................

14


Planten maken hun eigen voedsel Dieren en mensen kunnen zich verplaatsen om op zoek te gaan naar voedsel. Planten kunnen dat meestal niet. Zij maken hun voedsel ter plaatse. Hoe doen zij dat?

Opdracht 11: Lees de tekst om dat te weten. Vul de ontbrekende woorden aan. Je kan kiezen uit onderstaande woorden: bladgroen – water – licht – zuurstof als afval – koolzuurgas. ………………………………………, ……………………………………… en ……………………………………… Planten maken hun voedsel niet uit het niets. Ze hebben daarvoor water, koolzuurgas en licht nodig. Het water halen ze met behulp van hun wortels uit de bodem. Het koolzuurgas kunnen ze via heel kleine gaatjes in de bladeren, de blad- of huidmondjes, uit de lucht opvangen. Met deze twee stoffen en met licht maken planten hun voedsel. Het product dat de planten zo zelf bereiden, noemen we suikers.

…………………………………………… Planten kunnen voedsel maken uit water, koolzuurgas en licht omdat zij beschikken over bladgroen. Dit is een stof die groen is van kleur en vooral in de bladeren van een plant voorkomt. Met behulp van zonlicht zet dit bladgroen water en koolzuurgas om in voedsel. Dit proces wordt door wetenschappers ‘fotosynthese’ genoemd.

…………………………………………… Bij het omzetten van water en koolzuurgas in suikers komt er zuurstof vrij. Die laat de plant door de bladmondjes ontsnappen. (Langs deze bladmondjes komt ook het koolzuurgas binnen.) Zonder deze zuurstof kunnen mens en dier niet leven.

15


Een biosfeer op Mars Opdracht 12: Vul onderstaande vraag aan. Wat is een biosfeer? .................................................................................................................. ..................................................................................................................

Een ruimtereis naar Mars Opdracht 13: Lees onderstaande informatie. Gewichtloos Als je met een ruimtevaartuig meevliegt, heb je geen gewicht meer. We noemen dat gewichtloosheid. Dat is wat de ruimtevaarders de hele dag meemaken. In de ruimte is er ook geen lucht en dus geen tegenwind. Voor mensen is dat luchtledige heel ongemakkelijk en gevaarlijk. Zodra je daar je hoofd naar buiten steekt, stik je. In de zon is het gloeiend heet, in de schaduw verschrikkelijk koud. In de zon zou je verbranden, en in de schaduw in een klomp ijs veranderen. Daarom moeten ruimtevaarder zoveel mogelijk binnenblijven. Daar kunnen ze hun normale kleren dragen, want er is daar gewone lucht en een normale temperatuur. Als ze dan toch naar buiten moeten, bijvoorbeeld om iets te repareren, dan dragen ze een speciaal ruimtepak. Daaraan zit een apparaat met zuurstof, zodat ze lucht krijgen. Het pak is gemaakt van speciaal materiaal. Het beschermt de ruimtevaarders zowel tegen extreme hitte als extreme kou in de ruimte en tegen gevaarlijke kosmische stralen.

16


Vliegen met en zonder vleugels Sinds 1961 reizen er mensen in de ruimte. Ze komen bijna allemaal uit Amerika en Rusland. In Amerika heten ruimtevaarders astronauten, in Rusland kosmonauten. Dat betekent precies hetzelfde. Er hebben al meer dan 400 mensen rondjes rond de aarde gemaakt, en een twaalftal mensen hebben al op de maan gelopen. Ruimtevaarders gaan tegenwoordig met de spaceshuttle op pad. Dat is een groot ruimtevaartuig in de vorm van een vliegtuig. Aan dat ‘vliegtuig’ zitten raketten vast. Daarmee stijgt de spaceshuttle op. In de ruimte kan de spaceshuttle zijn vleugels niet gebruiken, er is immers geen lucht. Bij zijn terugkeer op aarde kan hij ze wel gebruiken.

Ondersteboven Als je gewichtloos bent, verandert er van alles in je lichaam. Je evenwichtsgevoel is verstoord: onder en boven bestaan niet meer. Net als een vlieg kan je zo tegen het plafond gaan zitten, of aan de wand gaan hangen. Naar beneden val je niet. Dat voelt vreemd aan, want je lichaam is daar niet aan gewend. Veel ruimtevaarders moeten dan ook in het begin overgeven. Maar eenmaal gewend, vinden ze het best leuk.

Eten in de ruimte is een hele kunst Het is wel even wennen aan gewichtloosheid. Als je thuis een pak melk koopt, dan blijft alles er keurig in zitten. Daar denk je zelfs niet eens bij na. Als je in de ruimte een pak melk openmaakt, wil de melk meteen naar buiten. Als je niet oppast, zweeft de pap voor je neus als knikkertjes. Je kan er gewoon mee spelen! Hoe zou jij dat oplossen?

Naar toilet als een stofzuiger Normaal naar het toilet gaan kunnen de ruimtevaarders ook niet. Alles zweeft immers. Daarom heeft elke spaceshuttle een heel klein kamertje waarin een toilet staat die werkt als een stofzuiger. Je gaat op de pot, en alles wordt van onder je achterste weggezogen, en plassen gebeurt in een plastic slang. Alles komt in een container en die container gaat terug mee naar de aarde.

En jij? Ben jij klaar om te vertrekken? 17


Extra opdrachten over het heelal Opdracht 14: Los onderstaand kruiswoordraadsel op. 1

2

3

4

5 6 7 8 9

10 11 12 13

14

Horizontaal:

Verticaal:

1)

Deze planeet heeft prachtige ringen.

2)

De gaslaag om een noemt men de … .

4)

Zo noemen we planeten, manen en sterren.

3)

De beweging van de aarde die rond de zon draait vormt een … .

5)

De schuine aardas en de zon zorgen voor een ….

6)

Dit is geen planeet maar een dwergplaneet.

7)

Hierop kan je een plaats op de wereld zoeken en aanduiden.

8)

De beweging van de maan die rond de aarde draait.

9)

De … zorgt er mee voor dat wij seizoenen hebben op aarde.

10)

Dit is de enige planeet waarop mensen kunnen leven.

11)

Een ster die wij nodig hebben om te leven.

12)

Alle planeten, sterren, manen, … vormen het … .

13)

Een maand bestaat uit ongeveer 30 … .

14)

Deze planeet is de kleinere broer van planeet aarde.

14)

De aarde heeft 1 … .

planeet

18


Opdracht 15: Landing op Mars! Op deze tekening zie astronauten op Mars. Niet alles wat je ziet is mogelijk op Mars. Vind jij de fouten?

je

19

Werkboekje expeditie Mars  

Werkboekje expeditie Mars

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you