Issuu on Google+

Woordenlijst bij Werk en inkomen aanvragen (heeft aangevraagd)

Vragen om iets te krijgen. Ik heb een nieuw paspoort nodig. Ik vraag een nieuw paspoort aan. Kan ik hier een uitkering aanvragen? Ik heb geen werk meer.

een aanvraag indienen (heeft ingediend)

Vragen bij een officiële instantie, bijvoorbeeld de gemeente. Wij willen een garage bouwen bij ons huis maar dat moeten we eerst officieel vragen. We moeten een aanvraag indienen bij de gemeente.

ADB

Antidiscriminatiebureau; bureau dat advies en informatie kan geven over discriminatie en dat je kan helpen om aangifte te doen. Yousef mag niet binnenkomen in de discotheek, zijn Nederlandse vriend Mark mag wel naar binnen. Hij gaat naar het ADB om aangifte te doen van discriminatie.

de arbeidsovereenkomst Contract over het werk met informatie over loon, functie, werktijden, (arbeidsovereenkomsten) vakantiedagen etc. Lee heeft een nieuwe baan. Hij ondertekent de arbeidsovereenkomst. de baan (banen)

werk Mina wil graag werken. Ze zoekt een baan in een winkel.

de belasting(en)

Een deel van je loon dat je aan de overheid moet betalen. De overheid betaalt hiervan uitkeringen, nieuwe wegen, schoolboeken voor de kinderen etc. Ik verdien minder dan jij, dus betaal ik ook minder belasting.

bepaalde tijd

De tijd staat precies vast, er is een einddatum. Simone heeft een flat gehuurd in het centrum van de stad. Ze kan daar een jaar blijven wonen. Ze heeft dus een huurcontract voor bepaalde tijd. Over een jaar moet ze een ander huis zoeken. Jasmina heeft werk gevonden bij een schoonmaakbedrijf. Het is tijdelijk werk. Ze heeft een contract voor zes maanden gekregen. Dat is dus een contract voor bepaalde tijd. Na zes maanden moet Jasmina ander werk zoeken.

bereid zijn

Dat je iets wilt doen. Mijn buurman is bereid mij te helpen met mijn verhuizing. Ik ben blij dat hij mij wil helpen.

brutosalaris (salarissen)

Salaris + premies + belastingen. Mijn brutosalaris is hoger dan mijn nettosalaris want daarin zitten ook de belasting en de premies die ik moet betalen.

het burgerservice -nummer(s)

BSN; je persoonlijke nummer voor de belastingdienst, de gemeente etc. Mina moet haar burgerservicenummer meenemen als ze zich wil inschrijven bij het UWV WERKbedrijf.

de CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst; afspraken tussen een groep werkgevers en werknemers over bijvoorbeeld loon, pensioen. In de CAO staat dat alle werknemers minimaal 28 betaalde vakantiedagen per jaar hebben.

het contract(en)

Officiële afspraken op papier. Ik heb een nieuw huis gevonden. Morgen moet ik het huurcontract ondertekenen.

diploma(‘s)

Als Mina haar inburgeringsexamen haalt, krijgt ze een diploma.


de diplomawaardering

Zeggen welke waarde een diploma heeft. Zij wil weten wat de waarde van haar diploma uit Marokko is. Ze vraagt diplomawaardering aan.

discrimineren (heeft gediscrimineerd)

Mensen anders behandelen omdat ze bijvoorbeeld een andere huidskleur hebben of omdat ze een vrouw zijn. Hij werd gediscrimineerd omdat hij niet goed Nederlands spreekt.

het document(en)

Een stuk papier met belangrijke informatie. Welke documenten moet ik meenemen? U moet uw paspoort en uw diploma’s meenemen.

het eens zijn met iemand Ik ben het met je eens. Ik heb dezelfde mening. Ik vind ook dat veel kinderen te veel televisie kijken. het eigen bedrijf (bedrijven)

Een bedrijf waarvan jij zelf de baas bent. Carmen werkt nu in een winkel maar ze wil graag een eigen bedrijf beginnen. Ze wil graag haar eigen kledingwinkel openen.

de eis(en)

Iets wat je moet kunnen of moet hebben. De eisen in de vacature zijn dat je een diploma moet hebben van de middelbare school en dat je 2 jaar werkervaring moet hebben.

het ervaringscertificaat (ervaringscertificaten)

Carmen heeft een ervaringscertificaat gekregen. Dit document is het bewijs dat ze goed met de computer kan werken.

EVC-procedure

In een document laten opschrijven welke speciale kennis en vaardigheden je hebt. Carmen kan goed met de computer werken maar ze heeft geen computerdiploma. Door een EVC-procedure kan ze een bewijs krijgen van haar computervaardigheden.

de financiering(en)

Het geld dat je nodig hebt. Carmen moet een goed ondernemingsplan hebben. Met een goed ondernemingsplan wil de bank haar helpen met de financiering van haar winkel. De bank leent haar dan geld.

de grondwet (grondwetten)

De belangrijkste wetten van een land. In de Nederlandse grondwet staat dat je niet mag discrimineren.

(zich) inschrijven Als je dit formulier invult, kun je je voor deze cursus inschrijven. (heeft zich ingeschreven) de kennis

Wat je weet of wat je geleerd hebt. Hij heeft veel kennis van techniek. Hij weet veel van techniek.

de kennismigrant(en)

Iemand die naar een ander land verhuist, alleen om daar te werken. Xian heeft Informatica gestudeerd in China en ze werkt nu in Nederland. Ze is een kennismigrant.

KvK

Kamer van Koophandel; organisatie waar alle bedrijven ingeschreven zijn en die advies en informatie geven over belangrijke onderwerpen voor ondernemers. Als Carmen een kledingwinkel wil beginnen, moet ze zich eerst inschrijven bij de Kamer van Koophandel.

het loonstrookje(s)

Formulier met alle informatie over je salaris. Iedere maand krijg ik een loonstrookje van mijn werkgever. Daarop kan ik precies zien wat mijn salaris is en welke premies en belasting ik betaal.


nettosalaris (salarissen)

Brutosalaris zonder premies en belastingen; het geld dat op je bankrekening gestort wordt. Mijn werkgever stort mijn nettosalaris op mijn bankrekening. Ik krijg 1400 euro netto op mijn rekening.

onbepaalde tijd

De tijd staat niet vast, er is geen einddatum. Lee heeft een baan gevonden als combi chauffeur. Hij heeft een vast contract gekregen. Dat is een contract voor onbepaalde tijd. Hij hoopt dat hij heel lang bij dit bedrijf zal werken.

het ondernemingsplan Een plan waarin je precies schrijft hoe je bedrijf eruit gaat zien en hoe je (ondernemingsplannen) bijvoorbeeld de financiering en de verzekeringen regelt. Carmen schrijft een ondernemingsplan voor haar kledingwinkel. Ze schrijft hierin ook wat voor soort kleding ze wil verkopen en hoeveel geld ze nodig heeft voor haar plan. ontslaan (is ontslagen)

Sam werkte in de fabriek maar hij is ontslagen. Dat betekent dat hij geen werk meer heeft. Nu moet hij ander werk zoeken.

de opleiding(en)

Lee heeft een opleiding voor chauffeur gedaan. Hij heeft alles geleerd over zijn werk in de opleiding. Nu is hij buschauffeur.

de OR

Ondernemingsraad; groep mensen die namens de werknemers praat met de directie van een bedrijf over grote veranderingen. De OR was tegen het plan van de directie om te verhuizen naar een andere stad.

het pensioen(en)

In Nederland moet je werken tot je 65 jaar bent. Dan ga je met pensioen. Dan hoef je niet meer te werken.

de personeelsvereniging Een groep medewerkers die leuke dingen organiseert voor het personeel. De personeelsvereniging heeft een dagje uit georganiseerd naar de Efteling. Ga je ook mee? de premie(s)

Geld dat je moet betalen voor verzekeringen, ook voor de sociale verzekeringen zoals de ww-uitkering, WIA-uitkering, AOW (pensioen). Voor mijn autoverzekering moet ik iedere maand premie betalen.

protesteren (heeft geprotesteerd)

Laten merken dat je het niet eens bent met iets. De gemeente wil een parkeerterrein maken in het park. De buurtbewoners protesteren tegen de plannen van de gemeente. Ze willen geen parkeerplaatsen in hun park.

de PVT

Personeelsvertegenwoordiging; een soort OR maar in een klein bedrijf. De PVT praat met de directie over het plan om te verhuizen naar een andere stad.

de sollicitant(en)

Iemand die komt praten voor een vacature. De werkgever heeft twee sollicitanten uitgenodigd voor een gesprek voor deze vacature.

de sollicitatieplicht

solliciteren (heeft gesolliciteerd)

Je bent verplicht om een baan te zoeken. Als je werkloos bent, moet je wel een baan zoeken. Je hebt een sollicitatieplicht. Lee wil solliciteren voor heftruckchauffeur. Hij gaat een sollicitatiebrief schrijven naar het bedrijf.


staken (heeft gestaakt)

Niet werken omdat je protesteert tegen iets. De buschauffeurs willen een hoger salaris en daarom gaan ze morgen staken. Dan rijden er dus geen bussen in de stad omdat de buschauffeurs niet gaan werken.

het talent(en)

Iets wat je vanuit zelf heel goed kan. Hij heeft een echt talent voor zingen. Hij wil meedoen aan Idols.

tijdelijk werk

Werk voor een korte periode, bijvoorbeeld voor een paar weken of een paar maanden. In de zomervakantie zoeken veel studenten tijdelijk werk.

de uitkering(en) Geld dat je krijgt van de overheid Na mijn studie kon ik geen werk vinden. Ik heb toen een half jaar een uitkering gekregen. het uitzendbureau(s) de vaardigheid (vaardigheden)

Sam zoekt tijdelijk werk en schrijft zich in op een uitzendbureau. Hoe goed of hoe snel je iets kunt. Haar schrijfvaardigheid in het Nederlands is veel beter geworden. Ze kan nu een goede brief schrijven in het Nederlands.

de vacature(s) Een baan waarvoor een bedrijf iemand zoekt. Zoek je werk? Kijk dan eens in de krant van zaterdag. Daar staan altijd veel vacatures. de vakbond(en)

Een vereniging van mensen met hetzelfde beroep die afspraken maakt met werkgevers over rechten van werknemers. Ik ben lid van de vakbond voor chauffeurs.

de vergunning(en)

Officiële toestemming om iets te doen. De eigenaar van het café wil graag buiten een terrasje maken voor zijn klanten. Hij moet eerst een terrasvergunning aanvragen. Pas als hij een vergunning heeft, mag hij zijn terras maken.

de vertrouwenspersoon Iemand op school of op je werk met wie je alles kunt bespreken en die je kan (vertrouwenspersonen) helpen bij problemen. Sam vindt dat zijn baas hem slecht behandelt. Hij vindt het moeilijk daar met zijn collega’s over te praten. Gelukkig is er op zijn bedrijf een vertrouwenspersoon. Hij gaat met haar praten over deze situatie. de volksverzekering(en) Bijvoorbeeld AOW (pensioen) en AWBZ (algemene ziektekosten). Op mijn loonstrook staat hoeveel premie ik iedere maand voor de volksverzekeringen betaal. de waarde

Wat is de waarde van jouw auto? Mijn auto is ongeveer € 5000,00 waard, denk ik.

de werkervaring

Wat voor werk je eerder gedaan hebt. Lee werkt al 10 jaar als buschauffeur. Hij heeft veel werkervaring. Ik heb nog nooit gewerkt. Ik heb geen werkervaring.

werkloos

Als je geen werk meer hebt. De fabriek waar Kees werkte is gesloten. Kees heeft nu geen werk meer, hij is werkloos.

de werknemers- verzekering(en)

Bijvoorbeeld WW (werkloosheid), WIA, ZW (ziektewet). Via mijn salaris betaal ik iedere maand premie voor de WW. Kijk maar, dat staat op mijn loonstrookje, het is een werknemersverzekering. Die wordt van mijn brutosalaris afgetrokken.


het werkoverleg

Vergadering over het werk. Aan het begin van de week is er op onze afdeling altijd werkoverleg. We bespreken dan precies wat we moeten doen en wie dat gaat doen.

werkzoekend

Je zoekt werk. Lee is werkloos. Hij zoekt een baan, hij is werkzoekend.

de WIA-uitkering

Geld dat je krijgt van de overheid als een baan hebt maar langer dan twee jaar ziek bent. Simone werkt in het ziekenhuis maar ze is al twee jaar ziek. Ze krijgt nu een WIA-uitkering.

de WW-uitkering(en)

Geld dat je krijgt van de overheid als je werkloos bent en langer dan een half jaar achter elkaar gewerkt hebt. Lee is werkloos. Hij krijgt nu een WW-uitkering. Zo kan hij gelukkig nog de huur betalen en eten kopen.


werk en inkomen 2