Page 1

Buning Brongers Prijzen 2010


Buning Brongers Prijzen 2010

Johan Buning Zelfportret


Inleiding Deze catalogus, uitgegeven door de Buning Brongers Stichting, dient als blijvende herinnering aan de tentoonstelling van het werk van de zeven winnaars van de Buning Brongers Prijzen 2010. De tentoonstelling vindt/ vond plaats in december 2010 in Arti et Amicitae te Amsterdam. Over de prijswinnaars is in deze catalogus alle informatie te vinden. Aan de stichting en haar oprichters die de prijsuitdeling hebben mogelijk gemaakt, moet zeker ook aandacht worden besteed. De Amsterdamse kunstschilder Johan Buning (1893 – 1963) had een gelukkig huwelijk met Titia Brongers. Zij, een verdienstelijk aquarelliste, was een grote steun voor haar hypergevoelige echtgenoot. In 1961 kwam door het plotseling overlijden van Titia een einde aan dit geluk. Om de nagedachtenis van Titia in ere te houden, richtte Johan, tezamen met zijn schoonzuster Jeanette Brongers, een stichting op met het doel jaarlijks een aanmoedigingsprijs toe te kennen aan een jonge Nederlandse kunstschilder. Deze stichting kreeg de naam Titia Buning-Brongers Stichting. Niet lang na de dood van zijn vrouw werd Johan Buning ernstig ziek. Schoonzus Jeanette trok bij hem in om hem te verzorgen, maar ondanks haar toegewijde verpleging overleed Johan in 1963, kort voor zijn zeventigste verjaardag. Hij liet zijn vermogen na aan de stichting, waarvan de naam werd gewijzigd in Johan en Titia Buning-Brongers Stichting. Jeanette Brongers ontfermde zich over de nalatenschap. Zij bleef wonen aan de Leidsegracht, waar zij het atelier van Buning in de oude staat bewaarde. Voor de aquarellen van Titia vond zij een goede bestemming. Zij schonk ze in 1990 aan het HenriÍtte Polak Museum in Zutphen. Als secretaris-penningmeester van de stichting was Jeanette zeer actief. Kunstminnend als ze was,

Johan Buning Stilleven met blauwe lamp

5


bezocht ze regelmatig galerieën op zoek naar jonge kunstenaars die in aanmerking zouden kunnen komen voor de jaarlijkse prijs van de stichting. In 1992 overleed Jeanette Brongers op achtentachtigjarige leeftijd. Haar niet geringe vermogen, resultaat van een lang en spaarzaam leven, liet zij na aan de stichting die haar zo na aan het hart lag. De naam van de stichting werd gewijzigd in Buning Brongers Stichting. De sterk toegenomen middelen van de stichting openden de mogelijkheid om niet eenmaal per jaar een prijs te geven aan een enkele kunstenaar maar om eens in de twee jaar aan maximaal tien jonge kunstenaars een geldprijs toe te kennen. In 1994 werd het nieuwe beleid voor de eerste maal in praktijk gebracht, zodat nu in 2010 sprake is van de negende ‘Buning Brongers Biennale’. Sinds de invoering van het nieuwe beleid wordt dankbaar gebruik gemaakt van de expertise van de kunstopleidingen bij het werven van kandidaten door de academies een voorselectie te laten maken. Ook dit jaar zijn door veertien eerste en tweede fase opleidingen vierendertig kandidaten voor de prijzen voorgedragen. Na een langdurige beschouwing en zorgvuldige vergelijking van het documentatiemateriaal van de voorgedragen kandidaten was de jury unaniem van oordeel dat de zeven jonge kunstenaars, waarvan werk in deze catalogus is afgebeeld en op de tentoonstelling te zien is, terecht voor de Buning Brongers Prijzen 2010 in aanmerking zijn gekomen. Ik wens de winnaars geluk en hoop van harte dat de prijs voor hen een mijlpaal zal zijn aan het begin van een succesvolle carrière als kunstenaar. Cees Brouwer Voorzitter

6

Johan Buning Stilleven


Johan Buning of de dynamiek van de stilgezette tijd De gelegenheid waarbij de tekst ooit werd uitgesproken, is inmiddels vergeten. Ergens, waarschijnlijk laat in de jaren vijftig, schreef Charles Roelofsz, aartsbohemien te Amsterdam en een van de weinige surrealisten die de Nederlandse schilderkunst rijk is geweest, een korte openingstoespraak voor zijn vriend Johan Buning. Roelofsz deed dat in een karakteristiek, zwierig handschrift dat voor wie hem gekend heeft of zich de foto’s die Paul Citroen van hem maakte voor de geest kan halen, direct ook zijn wat haveloze elegantie in herinnering roept. Roelofsz overleed in 1962 en Buning een jaar later, maar de tekst heeft zeker nog zo zijn eigen actualiteit: ‘Johan Buning handhaaft zich in deze verwarde tijd, want zijn traditie is niet de traditie van de kunsthistorie, die volgens een kasregister werkt. Zijn traditie is die van het hart – en welk een hart!! Hij tart met dit hart ieder z.g. talent dat volgens bovengenoemd kasregister werkt. Zijn carrière is niet komeet-achtig (zo in zwang vandaag de dag) want zijn hart groeit tegen de verdrukking in. Laat de harten van de jonkies zich pantseren met cerebraliteit en aanverwant. Op zijn leeftijd denkt zijn hart voor hem en behoeft hij “compositie” en dgl. niet te bedenken. God schenk hem een lang leven, de wereld zal er voordeel mee doen.’ God schonk Buning dat lange leven niet, althans niet een bijzonder lang leven. Hij stierf in 1963, een paar maanden voordat hij zeventig zou worden.

Vlnr Titia Brongers, Johan Buning en Jeanette Brongers

9


Met zijn werk als kunstenaar lijkt de wereld zich, te oordelen naar de bekendheid die het nu nog geniet, te weinig voordeel te hebben gedaan. Daartegenover staat, dat juist jong schildertalent zich dat sinds 1962 – het jaar van instellen van de Titia BuningBrongersprijs door Johan Buning zelf, intussen uitgegroeid tot de Buning Brongersprijzen – dat hopelijk wel gedaan heeft en nog zal doen. Buning was een langzame en stille. Een autodidact wiens werk pas ná zijn vijftigste jaar een grote bloei doormaakte en die als schilder en aquarellist een navenante bekendheid genoot in heel Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog werd zijn werk gezocht bij particuliere verzamelaars en ook veel musea kochten werk van hem. Die musea moeten het nog steeds bezitten, maar getoond wordt het vrijwel nooit meer. Johan Buning was Amsterdammer, geboren in 1893 en dus een generatiegenoot van schilders die het expressionisme in de jaren twintig of het magisch realisme in de jaren dertig gestalte hebben gegeven: Erich Wichman en Charley Toorop waren van 1890, de Groningse Ploegschilders Jan Wiegers en Johan Dijkstra werden geboren in 1893 en 1896, de Friese expressionist Gerrit Benner in 1896, de Rotterdammer Henk Chabot in 1894, de magisch realisten Raoul Hynckes en Wim Schuhmacher waren van 1893 en 1894, de juist aangehaalde surrealist Charles Roelofsz tenslotte van 1897. Aan het voor het oog zo verschillend geaarde zoeken van deze generatie van ’90 heeft Buning met zijn vroege werk weinig bijgedragen. Hij heeft voor de oorlog zowel expressionistisch als meer realistisch gewerkt, maar voor hem bleven dit blijkbaar te geleende idiomen waaraan hij niets kon toevoegen en die eerder belemmerend dan ontplooiend werkten. Zijn vroege werk is dan ook vaak ‘middle of the road’. Men kan er gemakkelijk de ontwikkelingen van anderen in terugvinden (van Hynckes, Schuhmacher, maar ook van sommige schilders van de Bergense School als Wiegman en Jaap Weijand). Bunings expressieve realisme blijft dikwijls van een opvatting die dit soort schilderkunst later zo weinig geliefd heeft gemaakt: somber, soms drabbig van kleur en in zijn stramheid van vorm zelfs enigszins angstig. Hij begon pas laat, op zijn achtentwintigste, te exposeren. Zijn werk werd daarna, vanaf 1924, met enige regelmaat aangekocht door de gemeente Amsterdam in het kader van de ondersteunende kunstenaarsregeling. Wat hij daarvoor deed is onduidelijk. Hij schijnt gereisd te hebben en toneelgespeeld. Hij had een blijkbaar ongelukkig huwelijk, waarover later nooit meer werd gesproken. Wat hem ooit tot schilderen heeft gedreven is onduidelijk. Pas nadat hij gescheiden was en in 1934 hertrouwd met Titia Brongers, klaarde zijn werk op. In 1934 ook huurde hij het huis met het grote zolderatelier aan de Leidsekade in Amsterdam. Na de dood van zijn vrouw in 1961 trok zijn schoonzuster Jeanette Brongers bij hem in en zij zou dit huis, na Bunings overlijden in 1963, tot eind 1991 nog alleen bewonen, het atelier zorgvuldig onberoerd latend. Op die plek is een groot deel van het werk

10

ontstaan waarmee Buning na de Tweede Wereldoorlog bekend werd. De foto’s van zijn atelier zijn, om het archetypische beeld dat zij nu nog van een kunstenaarsatelier oproepen, misschien zelfs bekender dan het werk dat er ontstond en dat zo vaak ook weer datzelfde atelier laat zien. In 1939 verscheen het eerste grote artikel over zijn werk van de hand van Jan Engelman in het Winterboek van de Wereldbibliotheek. Buning was toen zesenveertig en dus bepaald geen debutant meer. Kenmerkend voor zijn afzijdige en dromerige, waarschijnlijk wat depressieve karakter, hebben de jaren 1940-1945 kennelijk geen tijdverlies voor hem betekend maar zijn ze juist een periode van rijping voor hem geweest. Wat vitaler naturen als de zijne gevoeld zullen hebben als een niet te harden druk of beperking van geestelijke en intellectuele bewegingsvrijheid waartegen alleen verzet paste, is voor iemand als Buning blijkbaar een verlichting geweest, een opluchting: hij kon eindelijk zelf wat doen, want buiten was het nog erger. Buning was niet in direct verzet tegen anderen buiten zichzelf de bezetters in dit geval, zoals de schilder Arondeus of de beeldhouwer Van der Veen – maar tegen de anderen in zichzelf en tenslotte ontwikkelde hij zich tot de kunstenaar die hij kon en wilde zijn. Dat laatste vooral door een meer virtuoze en emotionele wijze van schilderen, waarin voor heldere kleur steeds meer plaats kwam en waarmee hij zijn nog steeds ‘kleine’, opzettelijk traditionele onderwerpen – portret, stilleven, interieurs en later vooral tuingezichten en landschappen – wist op te laden tot beelden met een soms grote lyrische en intieme zeggingskracht en ruimte. Met dit soort roerloze schilderijen waarin de buitenwereld nauwelijks leek door te dringen, werd Buning na de Tweede Wereldoorlog bekend in Nederland. Het zou destijds misschien als een vorm van ‘innere Emigration’ betiteld zijn (als dat begrip niet voornamelijk voor Duitse kunstenaars tijdens de nazi-jaren gebezigd zou zijn geweest) en nu, met een moderner term, als ‘cocooning’: een letterlijk ‘interieure’ schilderkunst. Zijn vriend Kees Verwey, wiens werk verwant is aan dat van Buning, beschreef diens kunstenaarschap echter ook zo – hoewel in een meer biologische, ‘aangeboren’ variant van die termen–, bij gelegenheid van de eretentoonstelling die de toen zestigjarige, jolig als ‘knaap’ aangesproken Buning in 1953 in het Amsterdamse Stedelijk Museum kreeg aangeboden. ‘In den kunstenaar Johan Buning begroeten wij de paradoxale synthese van een krachtige knaap, naar lichaam en geest twintigste eeuws, en een schuchtere zieke dichter van negentiende eeuwse afkomst. Toch schuilt in deze dubbelslachtigheid het geheim van zijn kunst. Zoude hij namelijk alleen krachtig en gezond geweest zijn, zo zou hij als kunstenaar niet zijn opgevallen, zo min als wanneer hij alleen de weke overgevoeligheid van een bleke dichter had bezeten. Hij draagt in zijn beste momenten de edele sporen van een in zich zelf verdeelde strijder. Zo ontstond een zeer bepaald beeld van melancholie dat wij zozeer in Buning genieten, en waardoor hij iets geheel echts en eigens in zijn werk heeft neergelegd.’ 11


Atelier Johan Buning

Bunings introvert-kleurige werk, dat virtuoos ongeaffecteerde maar toch hardnekkige proberen de tijd stil te zetten om tot pijnloosheid te raken, moet na de oorlog herkend zijn als een subtiele manifestatie van de rouw en het heimwee die de Wederopbouw hebben begeleid: een diagnose ervan en een geneesmiddel ertegen. Er moest gewerkt worden, en hard ook. Treuren over wat gebeurd was had geen zin, de toekomst lag in eigen handen en die woog al zwaar genoeg. Kunstenaars die veel directer en woedender met diezelfde pijn omgingen, zoals de CoBrA-schilders, konden dan ook rekenen op heftige afweerreacties van het Nederlandse publiek. Buning bezeerde niet door heftige confrontatie, maar droomde iets voor, iets balsemends. Sereen-verlaten tuinen, interieurs met ouderwets meubilair, portretten van rustig lezende vrouwen, stillevens met bloemen, vruchten, kamerplanten of elegante versletenheden, een leven dat stilgezet was of teruggedraaid kon worden.

Hoe wezenlijk dat stilzetten of terugdraaien van tijd voor hemzelf en voor zijn visie op de inhoud van zijn werk moet zijn geweest, zou kunnen blijken uit zo’n merkwaardig klein detail als het misschien wel opzettelijk verkeerd opgeven van zijn geboortedatum aan de kunstcriticus Charles Wentinck. In diens boek De Nederlandse Schilderkunst sinds Van Gogh (1959) wordt Bunings geboortedatum immers vermeld als ‘1912’. Wanneer dat eigen opzet is geweest dan bekortte Buning daarmee zijn leven met maar liefst negentien jaar en elimineerde hij zo op toverachtige wijze de herinneringen aan zijn verloren, vertwijfelend lange aanloopjaren. Bovendien – maar daarmee wordt een opzet van Buning of slordigheid van Wentinck alleen nog een academische kwestie – sloot hij zich daarmee aan of werd daarmee gevoegd bij een kunstenaarsgeneratie waarin hij met zijn schilderijen en aquarellen beter paste of zich thuis voelde. Niet de generatie van 1890 dus, maar die van 1900-1910. Bij schilders dus als zijn vrienden Kees Verwey (1900), Otto de Kat (1907) of Bob Buys (1912) om er een aantal te noemen.

12

13


plotseling zijn vrouw. Zij die, gezien de datum van hun huwelijk – 1934 – en het daarop volgende langzame ontbotten van zijn werk, zijn muze en voornaamste inspiratiebron moet zijn geweest. De ontreddering en depressies die hem toen bevingen is hij niet meer te boven gekomen. Buning stierf in 1963, dat wil dus zeggen op het moment dat de schrale wederopbouwjaren voorbij waren en Nederland kon beginnen aan een nieuwe fase in verwerken en vergeten. Roelofsz had gelijk in zijn openingswoord. Bunings carrière is inderdaad verre van komeetachtig geweest, zij vertoont zelfs eerder het karakter en de contour van een kaap: heel flauw en langzaam oplopend aan de ene kant, en steil en peilloos aan de andere. Zo er al iets komeetachtigs aan Buning te ontdekken valt, dan is het dat misschien alleen maar in de snelheid waarmee zijn werk, na zijn ook al plotselinge dood aan de publieke vergetelheid is prijsgegeven. Daarin staat zijn werk niet alleen, want veel figuratief werkende kunstenaars die in de jaren vijftig bekendheid genoten – niet alleen schilders, maar ook grafici, beeldhouwers en monumentale kunstenaars – heeft dat lot getroffen. Het vergeten en verwerken betrof immers niet alleen de oorlogsjaren zelf, maar ook en niet minder de vijftien jaren van zwoegend afzien daarna.

Buning kwam stralend (en zonder enige vorm van verleden) uit de bezettingsjaren tevoorschijn en direct al werd zijn werk opgenomen in de buitenlandse tournees van groepstentoonstellingen die georganiseerd werden door het Ministerie van o.k. en w. (kom daar nu nog maar eens om). In 1946 Helsinki en Bern, in 1948 waren er zelfs twee tentoonstellingen: de Nederlandse Antillen (schilderijen) en Parijs (aquarellen). In 1950: Pittsburgh, 1951: Schotland en Australië, 1955: Cairo en Madrid. Ondertussen had hij in 1952 en 1953 overzichtstentoonstellingen in Nederland gehad en vanaf 1954 zou hij regelmatig deelnemen aan de enige echte manifestatie van moderne kunst die Nederland destijds kende, de jaarlijks terugkerende Contourtentoonstellingen in Delft. Buning was succesvol, hij werd geridderd, met zijn vrouw en schoonzuster (zijn huwelijk bleef kinderloos) maakte hij lange reizen door Europa, zijn werk was te zien bij vooraanstaande kunsthandels als die van Santee Landweer en M.L. de Boer in Amsterdam. In 1961 vertegenwoordigde hij Nederland op de Biennale van Sao Paulo. In datzelfde jaar stierf zeer

14

In de vroege jaren zestig verlegde het focus van de contemporaine kunst zich al even plotseling van het politiek onveilige en artistiek verloederde Parijs naar het jonge en dynamische New York van de ongekende mogelijkheden. Het artistieke beeld van de jaren vijftig in Nederland dat nu nog in het collectieve geheugen bestaat wordt vrijwel geheel overstraald door de schilderkunst van CoBrA. Een eventueel nog verder te benoemen rest van meer traditionele figuratie is verdwenen, uit het geheugen gewist. Daarna immers kwam de voor een belangrijk deel uit Amerikaanse onderdelen geassembleerde vergeetmachine op gang: abstract expressionisme, colourfield-painting, de jeugdrevoluties van pop- en op-art, Nul en Zero, kinetische kunst, hardedge, minimalisme, arte povera en conceptkunst. Bunings laatste bittere levensjaar 1962 is het jaar van de grote omslag geweest. Terwijl De Wilde in Eindhoven in 1962 zijn derde Kompastentoonstelling nog wijdde aan de laatste ontwikkelingen in Parijs, liet Sandberg in Amsterdam voor het eerst al werk zien van Rauschenberg en Jasper Johns (Rauschenberg zelfs tweemaal, want nóg eens in Dylaby). Maar in verband met Buning misschien nog belangrijker: in 1962 werd de eerste tentoonstelling van de Nederlandse Nulbeweging in het Stedelijk Museum gehouden. De toevallige gelijktijdigheid van die laatste manifestatie met Bunings tragisch uit de tijd vallen – maar bestaat toeval? – heeft een zekere esthetische bekoring. Nul wiste het te pijnlijke verleden weg onder een allesbedekkende laag objectief wit. Het kalkte niet alleen de zo tragisch-existentiële informele kunst weg, maar nam in één moeite door – en dat veel definitiever – ook de oudere figuratie mee, verving die zelfs tot op zekere hoogte door een

15


nieuwe ‘geobjectiveerde’ droom van stilte en tijdloze pijnloosheid. Het hele informeel van de materieschilderkunst is inmiddels in het zog van de CoBrArevival al weer aardig tevoorschijn gekomen onder het witsel van Nul, de behangsels van Op en Pop en onder wat niet al vandaan. De introverte en emotionele figuratie van al die vergeten en veronachtzaamde vijftiger jaren kunstenaars als Buning zit er grotendeels nog onder. Tot op dit moment behoort hun vaak Frans (Ecole de Paris) of Vlaams (Animisten) georiënteerde figuratie nog steeds tot de minst bekende kunst van de twintigste eeuw in Nederland. Zo iemand er al een kritisch oordeel over heeft, dan heet die kunst te vaak nog ‘academisch’ of ‘burgerlijk realisme’. Maar sinds het inmiddels ook al weer voormalige wvc zich met de Rijksakademie bemoeide is ‘academisch’ allang geen scheldwoord meer en ‘burgerlijk’ zal wellicht ooit nog eens tot geuzenaam evolueren in dit land. ‘Realisme’ tenslotte, of figuratie in de kunst, is inmiddels weer zó alomtegenwoordig dat niemand er nog echt bang voor lijkt te zijn. Het zal dus gebeuren zoals dat soort dingen altijd gebeurt. Het vereist nauwelijks profetisch talent om het te zien aankomen. Bunings werk zal onontkoombaar door het behang komen groeien, op weg naar zichtbaarheid en naar de plaats die hem toekomt. Misschien kan ‘de wereld er voordeel mee doen’. Roelofsz krijgt ook daarin nog wel gelijk. Frans van Burkom (Met dank aan Jan Teeuwisse, die het onbekende krabbeltje van Charles Roelofsz over Johan Buning aantrof in het archief van de schilder Otto de Kat in het rkd en mij daarvan een kopie stuurde.)

Juryrapport 2010 Half september 2010 werd door een jury, bestaande uit Barbara Wijnveld, Chris de Bueger, Guido Lippens en Wendelien Schönfeld (kunstenaars/ bestuursleden van de Buning Brongers Stichting), Esther Tielemans, beeldend kunstenaar en Michiel Morel, oud directeur Heden, Den Haag (als deskundigen van buiten de stichting) onder voorzitterschap van Cees Brouwer gejureerd voor de Buning Brongers Prijzen 2010. De jury mocht hierbij wederom gebruik maken van de gastvrijheid en de technische bijstand van het Fonds bkvb te Amsterdam, waarvoor onze stichting het Fonds zeer dankbaar is. Dit jaar zijn 34 kandidaten door de kunstinstituten voorgedragen. Enkele instituten lukte het helaas niet om een voordracht te doen. Een aantal voordrachten voldeed niet of niet helemaal aan de formele eis die we als stichting stellen, dat de kandidaten 2 jaar van een hbo academie af zijn of deelnemer zijn op een vervolginstituut. De jury besloot om in het belang van de ingezonden kandidaten coulant met deze eis om te gaan. Hieruit volgde wel het advies van de jury aan het stichtingsbestuur om de volgende keer een open inschrijving, met bijvoorbeeld een leeftijdsgrens, te houden. Ook deze maal deed de jury een oproep aan het bestuur om een systeem te ontwikkelen waarbij de jurering niet alleen via digitale media of dia’s geschiedt maar daarnaast ook aan de hand van de originele werken. De grote diversiteit, eigenheid en het goede niveau maakte het jureren tot een enerverende mooie gebeurtenis waar we alle inzenders dankbaar voor zijn. De Jury

16

17


Prijswinnaars van 1966 tot heden 1966 Marjan de Glopper 1967 Henri Plaat 1968 Antje IJpelaar 1970 Paul Moedig 1971 William Lindhout 1972 Mariëtte Nijsten Bart Jonkers 1973 Aart Elshout 1974 Rudi Maynard 1975 Chris de Bueger 1977 Ramon van de Werken Wendelien Schönfeld 1978 Jaap Schlee 1980 Jan Commandeur Toon Verhoef Emo Verkerk 1981 René van den Broek Karin Lugtigheid 1982 Jan van der Pol Peter van der Klashorst Peter Zegveld 1983 Gerard Prent 1984 Marlijn Dunker Willem Sanders 1985 Roeland Zijlstra Brigitte Engel 1986 Gabriëlle van de Laak Tiong Ang 1987 Jan Baas Liesbeth Bik

1988 Peter Keizer 1989 Peter Breevoort 1990 F. Franciscus 1991 Patries 1992 Bouchaib Dihaj Ko Aarts 1994 Eelco Brand Elsa Hartjesveld Shigeru Hasegawa Benoît Hermans Hella van ’t Hof Henk Jonker Peter Miedema Rinke Nijburg Rosetta Spadaro Marjolein Spitteler Peter Westenberg 1996 Rolf Bastiaans Frans Boomsma Abraham de Haan Jeroen Krielaart Vanessa Jane Phaff Jannie Regnerus Wim van den Toorn Siree van der Velde Jeroen van der Velden Daniel Verkerk Bas Zoontjens 1998 Rana Berends Henk de Bouter jr Monique Camps Raymond Cuijpers Natasja Kensmil Bas Louter Jacco Olivier Gertjan Scholte-Albers Barbara Wijnveld Ina van Zyl 2000 Antoine Adamowicz Robert Geveke Jasper van der Graaf

Leo Kogan Harm Gosselink Kuiper Ellemieke Schoenmaker Derk Thijs Esther Tielemans Eefje Versteegen Barbara Wijnveld 2002 Michiel ten Bokum Liam Dunne Aaron van Erp Robert Geveke Jonathan Gold Amber de Groot Sara van der Heide Hidde van Schie Chantal Spit Myra de Vries 2004 Wafae Ahalouch el Keriasti Yesim Akdeniz Graf Tjebbe Beekman Mark Beerens Marie Civikov Kristine Hymöller Chloe Morrison Julia Münstermann Marjolein Rothman Myrthe Steenweg 2006 Miranda Cleary Nathan van Heynsbergen Rijnder Kamerbeek Henrik Kröner Anna Niederbrenner Pauline Niks Jack Reubsaet Lucy Stein Evi Vingerling Rozemarijn Westerink 2008 Niels Broszat Vincent Dams Dagmar Donners Jakup Ferri Paul Haworth Hans Hoekstra Jack Holden Lilian Kreutzberger

De jury heeft prijzen toegekend aan de volgende zeven kunstenaars:


Arnhem, 1982 Woont en werkt in Schagen en Zeist Driebergseweg 13 3708 ja Zeist t +31 (0)6 44 06 01 44 info@viktorbaltus.nl www.viktorbaltus.nl

Victor Baltus

Opleidingen 2005 – 2009 • Artez Hogeschool voor de Kunsten, Arnhem, (FaA) Fine art Arnhem 1999 – 2004 • Grafisch Lyceum, Amsterdam, Grafische Vormgeving Solotentoonstellingen 2010 • Westfrieslandschap, Galerie Wegert & Sadocco, Winkel 2009 • Tangible Light, Apice for artists, Amsterdam

20

Groeps-/duotentoonstellingen 2010 • Buning Brongers Prijs, Amsterdam • Open Ateliers Department, Schagen • Bougie Art initiatives, P/////akt, Amsterdam • Standplaats Schagen, Kunststelling, Alkmaar • Chiaroscuro, duo with Quinten Trentelman, Schagen 2009 • Oostenwind, Delta Lloyd groep, Mondriaantoren Amsterdam • Aanzet! Kunstprijs, cbk Apeldoorn • Eindexamententoonstelling Fine Art Arnhem, ArtEZ, Arnhem 2008 • Wet Paint 14, Arnhem • Galerie Wegert & Sadocco, Winkel • Nachtblind Nachtexpositie, Schagen • Jonge Honden, Schagen • Artist in Residence: Tijdelijk Atelier, Schagen

Prijzen/nominaties 2010 • Buning Brongers Prijs 2009 • Oostenwind, Delta Lloyd groep, Mondriaantoren Amsterdam • Aanzet! Kunstprijs, cbk Apeldoorn Opdracht 2010 • Gemeente Arnhem, schetsontwerp voor de Nederlandse dichter Johnny van Doorn

Lichtvlekken, 2009, olieverf op hout, 30 x 24 cm


Victor Baltus’ werken zijn solide gebouwd, het licht ontworstelt zich aan de figuratieve voorstelling, waardoor het een eigen laag in de voorstelling vormt. Bij de werken die geschilderd zijn op ‘gevonden vormen’ lijkt de eenheid van beeld belangrijker, zij ogen abstracter en linken naar de wereld buiten het object.

22

Traplicht, 2009, ø 25 cm


Amsterdam, 15-05-1989 Reinwardtstraat 79b 1093 hb, Amsterdam t (0)6 22 21 32 32 mitchelbreed@gmail.com www.mitchelbreed.nl

Mitchel Breed

Opleidingen 2010 – (2012) • De Ateliers, Amsterdam Postgraduate 2006 – 2010 • hbo, hku, Utrecht, Fine Art (schilderen) 2009 – 2009 • avu, Praag, Fine Art – uitwisseling, studio Vladimir Skrepl 2001 – 2006 • havo Minkema, Woerden, Profiel: Cultuur en Maatschappij

24

Tentoonstellingen 2010 • Nieuwe Oogst, Bart in Kunst, Nijmegen Groepsshow recent afgestudeerden • Affordable Art Fair, Westergasfabriek, Amsterdam, Kunstbeurs • Art Olive Young Talent Awards, Westergasfabriek, Amsterdam Groepsshow met genomineerden • Exposure, hku/Tractieweg, Utrecht Eindshow afstudeerjaar Fine Art • Facts or Fiction, Academiegalerie, Utrecht Overzichtstentoonstelling 3e en 4e jaar Fine Art • Demarrage, Academiegalerie, Utrecht Overzichtstentoonstelling 3e en 4e jaar Fine Art 2009 • Vol = Vol, Das Bilt, Utrecht Overzichtstentoonstelling 3e en 4e jaar Fine Art 2008 • Lift, Academiegalerie, Utrecht 2e jaars schilderexpositie, begeleiding Lieven Hendriks

Nominaties en prijzen 2010 • Art Olive Young Talent Awards (Nominatie) • Buning Brongers Prijs • hku Award (Nominatie) • Jan Zumbrink Prijs (Nominatie) • Scriptie Prijs (hku), Prijs beste scriptie opleiding ‘Fine Art’

Atelierstilleven 4, 2010, oil on canvas, 115 x 160 cm


‘Ondernemend in de zin van dwalend in de traditie van de schilderkunst in relatie tot de directe omgeving’ schrijft de kunstenaar zelf. Stillevens als ronkende motoren en ronkende motoren als stillevens, zonder hiĂŤrarchie, gebouwd op ritme lijken de pasteus geschilderde werken geluid te maken.

26

Jocko Homo, 2009, oil on canvas, 200 x 280 cm


Groningen, 04-05-1986

Thijs Jansen

Opleidingen 2008 – 2010 • Frank Mohr Instituut, Groningen 2004 – 2008 • Academie Minerva, Groningen 2007 • California College of the Arts, San Francisco, usa

28

Tentoonstellingen 2010 • Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2010, Koninklijk Paleis, Amsterdam • Vier Positionen der mfa Painting, Stiftung Burg Kniphausen, Wilhelmshaven • Post Dordt, cbk Dordrecht, Dordrecht • Cowabunga!, Stichting wep, Groningen • Present Work, Frank Mohr Instituut, Groningen • fmi Masters at the Kunstvlaai 2010, Westergasfabriek, Amsterdam • Once Mohr, defka, Assen 2009 • Sweaty Handshakes, Voormalig Groninger Museum, Groningen • Thijs Jansen en Machteld van Buren, Kunstruimte Wagemans, Beetsterzwaag

Prijzen 2010 • Buning Brongers Prijs

International Rescue, 2010, olieverf op paneel, 25 x 30 cm


Thijs Jansen benoemt zijn omgeving met een opvallend gebrek aan vooringenomenheid. Hij relativeert maar neemt toch deel, zonder afstandelijk te worden. De functioneel geschilderde werken zijn sterk van kleur en licht en zijn vraag: wat is belangrijk en wat niet? lijkt hij zelf te beantwoorden in zijn werk: Alles is belangrijk!

30

Kamer met aquarium, 2009, olieverf op paneel, 25 x 30 cm


Hengelo, 05-04-1979 info@omarkoubaa.nl www.omarkoubaa.nl

Omar Koubâa

Opleidingen 2008 – 2010 • Dutch Art Institute Enschede 2004 – 2008 • aki Artez Enschede 1999 – 2001 • Filosofie uva • Rietveldacademie Amsterdam • hku Utrecht

32

Tentoonstellingen 2010 • HeArtTwente Creatieve Fabriek Hengelo • Jubileumtentoonstelling 1 Galerie Nouvelles Images, Den Haag • Art Amsterdam, rai stand Galerie Nouvelles • Solotentoonstelling Galerie Nouvelles Images, Den Haag 2009 • Solotentoonstelling kunstcentrum Akkuh, Hengelo • Kunstkick RijksmuseumTwente, Enschede • Good Trip, BadTrip, Dutch Art Institute Kreta 2008 • Roum, groepsexpositie Creatieve Fabriek, Hengelo

Prijzen 2010 • Buning Brongers Prijs 2008 • El-Hizjra-literatuurprijs poëzie Amsterdam 2007 • El-Hizjra-literatuurprijs poëzie Amsterdam 2002 • El-Hizjra-literatuurprijs poëzie Amsterdam

Cortex contact 10, 2009, acryl op doek, 100 x 150 cm


Omar Koubâa lijkt zijn schilderijen te weven met tijd en licht in ruimte. Elk werk kent een eigen geschiedenis die zichtbaar blijft door het maakproces heen. ‘Haar betekenis is haar verleden’ zegt de schilder zelf. In zijn fijne schilderijen kun je verdwijnen maar niet verdwalen en schuurt soms het zachte licht de (verontrustende?) figuratie.

34

Cortex contact 12, 2009, acryl op doek, 150 x 100 cm


Haarlem, 18-09-1978 Eerste Helmersstraat 265 1054 dz Amsterdam t +31 (0)6 81 46 69 67 maristoel@hotmail.com

Mari Stoel

Opleidingen 2008 – 2010 • mfa St. Joost, Den Bosch 1997 – 2001 • abk Minerva, Groningen 1996 • vooropleiding Gerrit Rietveld academie, Amsterdam

36

Tentoonstellingen 2010 • mfa St. Joost, Breda’s museum, Breda • Kunstvlaai, Amsterdam • Version 10, Art Chicago usa • Arti et Amicitiae, Amsterdam 2009 • Lokaal 01, Antwerpen • Gastatelier Leo xiii, Tilburg • Artis, Den Bosch

Subsidies en prijzen 2010 • Buning Brongers Prijs 2004 – 2005 • Startstipendium, Fonds bkvb Amsterdam

Badende vrouw, 2010, olieverf, 115 x 100 cm


Mari Stoels werken ademen een grote vanzelfsprekendheid, door de directe expressieve manier van schilderen en zeker ook door de herkenbaarheid van de onderwerpen. Nog meer in zijn overgave dan in zijn schilderwijze toont hij verwantschap met expressionisten uit het verleden.

38

Zonder titel (park), 2008, olieverf, 110 x 90 cm


Amsterdam, 1974 www.sarahverbeek.com

Sarah Verbeek

Opleiding 1999 – 2003 • Artez, Arnhem Residency 2009 – 2010 • Rijksakademie van beeldende kunsten/Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Beurzen en stipendia 2010 • Stichting Kees Verwey 2009 • Dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds 2005 • Fonds bkvb, Amsterdam, startstipendium 2004 • Fonds bkvb, Amsterdam, startstipendium Solotentoonstellingen (selectie) 2005 • ronmandos, Rotterdam 2003 • Hooghuis, Arnhem, ‘Raum’

Groepstentoonstellingen (selectie) 2009 • Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam, ‘Rijksakademie open’, (exh. cat.) • Reinier van Ewijk Projects, Amsterdam, ‘Research-Innerconnection’ 2007 • W139, Amsterdam, ‘The contented heart’ • Buro Empty, Amsterdam, ‘Slinger’, tweepersoonstentoonstelling (met Nie Pastille) 2006 • Buro Empty, Amsterdam • ronmandos, Rotterdam ‘Gala of the Year’ 2005 • Gist Galerie, Brummen ‘A person a place’ • ronmandos, Rotterdam, tweepersoonstentoonstelling (met Geert Mul)

2004 • Wally, Deventer • ‘Drill’, georganiseerd door ‘Artsniper’ (Wilma Sommers & Jaap Kroneman) • ronmandos, Rotterdam, ‘Gala of the Year’ 2003 • Kema, Arnhem, nl, graduate show • ronmandos, Rotterdam, ‘Gala of the Year’ • Extrapool, Nijmegen, ‘Destillaat’ • ronmandos, Rotterdam, ‘Made in Arnhem’ Kunstbeurzen (selectie) 2006 • Art Amsterdam, Amsterdam, (ronmandos) 2005 • Artforum Berlin, Berlijn, (ronmandos) Prijzen 2010 • Buning Brongers Prijs Kijken naar de zee, 2010, verf en krijt op papier, 30 x 40 cm


Sarah Verbeek voert kleuren, materialen en vormen op als even zovele personages, die samen een spel spelen waarbij de toeschouwer van spanning de adem inhoudt. ‘…: dat de kleurvlakken in het doek zijn geperst en daardoor als een ballon of een dikke vloeistof opbollen’ omschrijft Verbeek zelf het bijzondere samengaan van formele en fysieke aanleidingen in haar werk.

42

Briesend mythisch paard, 2010, krijt, potlood, verf op papier, 50 x 65 cm


Den Haag, 08-10-1981 j.f.d.dendulk@hotmail.com www.janwattjes.nl

Jan Wattjes

Opleidingen 2008 – 2011 • Frank Mohr Instituut (mfa Painting), Groningen 2004 – 2008 • Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag

44

Tentoonstellingen 2010 • Interrupted Landscapes, Champion Contemporary, Austin Texas • Vier Positionen der mfa Painting, Stiftung Burg Kniphausen, Wilhelmshaven • Rock, Paper, Scissors, Livingstone Gallery, Den Haag • Art Amsterdam, Livingstone Gallery, Amsterdam • I as Painter, Galerie Fons Welters, Amsterdam • The Painter is a hero, Arti et Amicitiae, Amsterdam • Pulse New York, Livingstone Gallery, New York • Once Mohr, Defka Campis, Assen

2009 • Sweaty Handshakes, Praediniussingel 59, Groningen • Und auf deinem Kopf sitzt eine Qualle und lacht, Gallery Untitled, Berlijn • Fresh Paint, Livingstone Gallery, Den Haag • Tomorrow’s Graduates Now, Frank Mohr Instituut, Groningen 2008 • Koninklijke prijs voor vrije schilderkunst, Gemeentemuseum, Den Haag • 21 in The Mix, Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag • Untitled Artists in Building, former kpn building, Den Haag Prijzen 2010 • Buning Brongers Prijs

Untitled, 2008, olieverf op linnen, 210 x 280 cm


Jan Wattjes, een gulzig schilderende strateeg – gelooft niet in het bedenken van beelden; ze moeten ontstaan – kan de gelaagdheid en complexiteit van zijn beelden aan. Wattjes werk lijkt in dialoog met een zelfgekozen ‘schilderfamilie’, met als doel zijn eigen identiteit als kunstenaar te vinden.

46

Untitled (Father), 2010, olieverf op doek, 40 x 30 cm


Colofon

De catalogus is door de Buning Brongers Stichting uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Buning Brongers Prijzen 2010’ van 4 t/m 12 december 2010 in Arti et Amicitiae te Amsterdam

Het bestuur van de Buning Brongers Stichting bestaat uit Cees Brouwer (voorzitter), Christine Lindo (secretaris), Chris de Bueger, Wendelien Schönfeld, Guido Lippens en Barbara Wijnveld.

Eindredactie Cees Brouwer Tekstbijdragen Cees Brouwer, Frans van Burkom en Chris de Bueger (redactie juryrapport) Foto’s atelier Buning Gemeentelijke Archiefdienst Amsterdam Grafisch ontwerp Studio Tint, Den Haag Druk Lecturis, Eindhoven

De jury voor de Buning Brongers Prijzen 2010 bestond uit Wendelien Schönfeld, Barbara Wijnveld, Esther Tielemans, Chris de Bueger, Guido Lippens (allen beeldend kunstenaar) en Michiel Morel (oud-directeur Heden, Den Haag) . Organisatie en secretariaat Christine Lindo Samenstelling tentoonstelling Wendelien Schönfeld en Chris de Bueger Het bestuur van de Buning Brongers Stichting bedankt voor de onmisbare samenwerking het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, Arti et Amicitiae alsmede De Ateliers (Amsterdam), Gerrit Rietveld Academie (Amsterdam), Sandberg Instituut (Amsterdam), Rijksakademie van Beeldende Kunsten (Amsterdam), Artez Academie voor beeldende kunsten Arnhem, akv St Joost 1e en 2e fase (Den Bosch en Breda), Academie Minerva (Groningen), Frank Mohr Instituut (Groningen), Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (Den Haag), ba Fine Art Hogeschool voor de Kunsten (Utrecht), Piet Zwart Instituut (Rotterdam), Artez Academie voor beeldende kunsten Zwolle, Artez Academie voor beeldende kunsten Enschede.

Catalogus Buning brongers 2010  

Prijs winnaars van de Buning Brongers prijs 2010

Catalogus Buning brongers 2010  

Prijs winnaars van de Buning Brongers prijs 2010

Advertisement