Issuu on Google+

Bosbeheer met het oog op de toekomst Niek Meister Van Hall Larenstein In opdracht van Buiting advies

De uitwerking van het concept BosWerkt, een nieuwe beheermethode voor gemeentelijke bossen


Bosbeheer met het oog op de toekomst Auteur: Onderwijsinstelling: Studierichting: Opdrachtgever: Betrokken docent: Datum van voltooiing:

N. Meister Van Hall Larenstein Bosbouw Urban Forestry R. Buiting, Buiting Advies J. Raggers 16 april 2013


Bosbeheer met het oog op de toekomst De uitwerking van het concept BosWerkt, een nieuwe beheermethode voor gemeentelijke bossen


Voorwoord

Bosbeheer met het oog op de toekomst



Voor u ligt het rapport ‘Bosbeheer met het oog op de toekomst’. Dit rapport is geschreven voor Buiting Advies als opdracht voor mijn eerste stage van de opleiding Bosbouw Urban Forestry aan Hoge School Van Hall Larenstein. Mijn stageperiode heb ik als een leuke en leerzame tijd ervaren. Bij deze wil ik Ronald Buiting bedanken voor de interessante en uitdagende opdracht. Daarnaast wil ik Ralph de Jong bedanken voor zijn praktische kennis over bosbeheer en houtoogst, Patrick Smit voor de begeleiding bij het maken van de GIS kaarten en het in elkaar zetten van de Viewer, Esther Nijhuis voor de hulp bij de vormgeving van dit rapport en natuurlijk ook Bas Visscher, Elmar Prins, Eric Verkaik en Quirijn de Ruijter voor de gelegenheid om mee te lopen met andere projecten en werkzaamheden. De inhoud van dit rapport mag niet openbaar worden gemaakt en is bestemd voor intern gebruik binnen Buiting Advies B.V. Verder mag het alleen worden gelezen door dhr. J. Raggers als stagebegeleidende docent. Dieren, 18 april 2013 Niek Meister


Samenvatting

Voor de nieuwe beheermethode zijn verschillende aanleidingen te noemen. Het beheer van bos en natuurterreinen kost geld en door de overheidsbezuinigingen verdwijnen of verminderen subsidies. Gemeenten moeten bezuinigen op de sociale werkvoorziening waardoor ze op zoek moeten naar werkzaamheden voor mensen uit werkvoorzieningschappen. Burgers zijn te weinig betrokken bij het bos doordat gemeenten het beheer uitbesteden aan Bosgroepen. Daardoor is het draagvlak laag en treden gemakkelijk conflicten op bij het uitvoeren van maatregelen. Door het Geïntegreerd bosbeheer of een verkeerde uitvoering daarvan verkeren veel bossen niet in een goede staat. De basis voor het onderzoek is gelegd door Ronald Buiting, die het idee voor de nieuwe beheermethode ‘BosWerkt’ heeft ontwikkeld. Aan de hand van een oriënterend gesprek is een onderzoeksplan opgesteld. Voor het onderzoek zijn verscheiden informatiebronnen gebruikt waaronder de bestaande kennis over BosWerkt binnen Buiting Advies, websites, nieuwsberichten, vakbladen en vakliteratuur over bosbeheer. De structuur heeft bestaan

uit een algemene oriëntatie en het uitwerken van de relevante basisinformatie in het begin. Vervolgens het bestuderen van een beheernota van de Venrayse bossen, het maken van een oogstprognose en het doen van metingen tijdens een veldbezoek. Aan de hand daarvan is een begroting gemaakt. Uiteindelijk zijn kaarten gemaakt in GIS voor een visualisatie van het beheer. Daarna is de rest van het rapport verder uitgewerkt . De doelen die in de nieuwe beheermethode verwezenlijkt moeten worden zijn: • Kosten neutraal beheer • Een maximale participatie van werkvoorzieningschappen • Meer betrokkenheid tussen burgers en bos en een betere samenwerking • Een beheermethode waarbij de functies zo optimaal mogelijk aan bod komen • Producten uit bossen lokaal of regionaal gebruiken BosWerkt is opgebouwd uit vier componenten; Bosbeheer, Social return, Streekproducten en biowarmte en Democratisering. Het bosbeheer gaat van geïntegreerd naar gedifferentieerd beheer. In plaats van meerdere functies op opstandniveau te combineren worden functiezones aangewezen. Het toepassen van Social return moet er toe leiden dat het bosbeheer goedkoper wordt terwijl de gemeente veel werkuren krijgt om te gebruiken voor werkvoorzieningschappen. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Streekproducten worden gebruikt voor het benadrukken van het streekeigen karakter en een sterkere binding met burgers en bedrijven. Tak en tophout uit het bos kan worden gebruikt als biowarmte voor de lokale energievoorziening. Democratisering moet het bos weer terugbrengen bij de burger. Via een Viewer die digitaal beschikbaar komt voor inwoners van de gemeente blijven ze op de hoogte van maatregelen, excursies en wandelroutes.

 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Bossen vervullen een belangrijke rol vanwege hun waarde voor natuur, als gelegenheid om te wandelen, picknicken, sporten en vanwege het leveren van diensten als het zuiveren van water en lucht. Daarom is het belangrijk dat bossen op een goede manier worden beheerd. Omdat dit onder de huidige omstandigheden en met de beperkte financiële middelen niet altijd goed gebeurd wordt door Buiting Advies gewerkt aan een nieuwe beheermethode voor gemeentelijke bossen. Dit onderzoeksrapport bestaat uit een verzameling van kennis en achtergrondinformatie over de nieuwe beheermethode en een uitgewerkte casus voor de gemeente Venray. De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt: Op welke manier kan een nieuwe economisch rendabele beheermethode voor gemeentelijke bossen tot stand komen en wat is daarvoor nodig?


Bosbeheer met het oog op de toekomst



Voor de gemeente Venray is een casus uitgewerkt. Aan de hand van een oogstprognose op basis van een opstandlegger is een begroting gemaakt met verschillende scenario’s. Bij de scenario’s is gekeken naar de financiële gevolgen voor de verkoop van hout op stam of de verkoop van hout in sortimenten aan de bosweg. Verder zijn nog twee scenario’s gemaakt voor het oogsten uit natuurbos en 2 scenario’s voor het gebruik van tak en tophout voor biowarmte. Bij de verkoop van hout in sortimenten aan de bosweg wordt het werk uitgevoerd door werkvoorzieningschappen. De berekende kosten hiervoor zijn veel hoger dan bij verkoop op stam maar het voordeel voor de gemeente is vele malen groter omdat het veel werkgelegenheid oplevert voor de sociale werkvoorziening. De uiteindelijke conclusie is dat BosWerkt kan worden beschouwd als een bruikbare alternatieve beheermethode voor gemeentelijke bossen. Indirect is de methode economisch rendabel. Het bosbeheer zelf wordt duurder maar de meerwaarde voor de werkgelegenheid van werkvoorzieningschappen is veel groter. Het handmatig uitvoeren van boswerkzaamheden maakt gebruik van zware machines overbodig en is bevorderlijk voor bodem en vegetatie. Bosfuncties zullen bij het nieuwe beheer beter tot hun recht komen door het scheiden van functies. Dankzij de Viewer worden burgers meer betrokken bij het bos. Door het gebruik van streekproducten uit bossen kan de betrokkenheid tussen bos en lokale bevolking versterken. En het gebruik en tak en tophout uit bossen voor biowarmte is financieel aantrekkelijk.




Bosbeheer met het oog op de toekomst


Inhoudsopgave

Voorwoord Samenvatting Inhoudsopgave

Bosbeheer met het oog op de toekomst



1. Inleiding 2. Aanleiding en achtergrond 2.1 Waarom moet het anders? 2.2 Onderzoeksvragen

10 11 11 11

3. Methodiek 3.1 De basis voor het onderzoek 3.2 Informatiebronnen 3.3 De populatie 3.4 Werkstructuur

12 12 12 12 12

4. De huidige toestand in gemeentelijke bossen 4.1 Gemeenten en Bosgroepen 4.2 Economie 4.3 Bos en natuur 4.4 Houtoogst 4.5 Recreatie 4.6 Ge誰ntegreerd bosbeheer

13 13 14 15 15 15 15

5. Op zoek naar een nieuwe beheermethode 5.1 Kosten neutraal bosbeheer 5.2 Maximale participatie Werkvoorzieningschappen 5.3 Meer betrokkenheid tussen burgers en bos en een beter samenwerking 5.4 Een beheermethode waarbij de functies zo optimaal mogelijk aan bod komen 5.5 Producten uit bossen lokaal of regionaal gebruiken

17 17 17 17 17 17

6. BosWerkt, maar hoe werkt het? 6.1 Bosbeheer 6.2 Social return 6.2.1 Social return inzetten in bossen 6.2.2 Van verkoop op stam naar sortimenten aan de bosweg

18 18 20 20 22


6.3 Streekproducten en biowarmte 6.3.1 Initiatieven voor energie 6.3.2 Potentie 6.3.3 De waarde van energiehout 6.3.4 Randvoorwaarden 6.4 Democratisering 6.4.1 Locaties betrokken partijen 6.4.2 Recreatie mogelijkheden 6.4.3 Beleving op gebiedsniveau

22 23 24 24 25 23 25 25 25 27 27 28 29 29

8. Conclusie

31

9. Discussie en aanbevelingen

32

Begrippenlijst Bronvermelding en figurenlijst

34 35

Bijlagen Bijlage A: Stappenplan ‘Van afdelingslegger tot oogstofferte’ Bijlage B: Functiezones Bijlage C: Werkblokken Bijlage D: Behandelingseenheden Bijlage E: Locaties betrokken partijen Bijlage F: Flora en fauna

37 37 39 40 41 42 43

 Bosbeheer met het oog op de toekomst

7. De gemeente Venray als voorbeeld 7.1 Begroting 7.2 GIS Viewer 7.2.1 Opbouw 7.2.2 Inhoud


1. Inleiding

Bosbeheer met het oog op de toekomst

10

Bossen zijn van belang voor de samenleving vanwege de mogelijkheden die ze bieden voor allerlei vormen van recreatie; om lekker te wandelen, van de natuur te genieten en te sporten. Daarnaast zijn ze ook een natuurlijke bron van grondstoffen als hout en papier. Bossen bieden een leefplek voor veel verschillende planten en dieren en leveren een bijdrage aan het zuiveren van lucht en water. Om deze en nog veel meer redenen is het belangrijk dat bossen op een goede manier beheerd worden. Tijd voor bosbeheer met het oog op de toekomst! Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Buiting Advies, als stageopdracht in het kader van de opleiding Bos en natuurbeheer aan Hogeschool Van Hall Larenstein. Buiting Advies is een ecologisch adviesbureau op het gebied van bos, natuur en landschap. Het is een klein vooruitstrevend bedrijf dat niet alleen mee gaat in nieuwe ontwikkelingen maar ook zelf nieuwe dingen ontwikkeld. Een van deze nieuwe ontwikkelingen is het concept ‘BosWerkt’. Dit is een nieuwe beheermethode voor gemeentelijke bossen. Dit rapport bevat de uitwerking van het concept BosWerkt en een uitgewerkte casus voor de gemeente Venray. Deze uitwerking is bedoeld om het idee concreet te maken zodat het in de nabije toekomst in de praktijk kan worden toegepast.

bossen om een beeld te krijgen van de dingen die niet goed gaan en waar potentiële kansen liggen. De doelen die bereikt moeten worden met de nieuwe beheermethode komen aan bod in hoofdstuk 5. Daarna wordt het inhoudelijke verhaal over BosWerkt beschreven in hoofdstuk 6. Hierin worden de 4 componenten waaruit het concept is opgebouwd uitgebreid beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de Casus van Venray behandeld om te laten zien hoe het concept in de praktijk zal gaan werken. Hierbij worden de opbrengsten en kosten verwerkt in een begroting en een visualisatie weergeven in de GIS Viewer. Daarna volgt nog een Conclusie in hoofdstuk 8 en een stukje discussie met enkele aanbevelingen in hoofdstuk 9. Een verklaring van gebruikte begrippen zoals bosbouwkundige termen en wetten is achterin te vinden.

Gezien de beschikbare tijd die voor het onderzoek beschikbaar was is het niet mogelijk geweest om alles tot op detailniveau uit te werken. Het rapport dient dan ook te worden beschouwd al een concrete uitwerking van een idee dat later nog geperfectioneerd kan worden. Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de verschillende aanleidingen en achtergronden behandeld om de actualiteit en de waarde van het onderzoek te benadrukken. De aanleidingen worden vervolgens verwoord in onderzoeksvragen. Hoofdstuk 3 bevat de methodiek waarin duidelijk wordt gemaakt hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de huidige situatie in gemeentelijke

Figuur 1: Houtoogst met een Harvester


2. Aanleiding en achtergrond

De achterliggende reden voor het onderzoek wordt nu uitgebreid behandeld. In onderstaande tekst worden de verschillende aanleidingen beschreven en vervolgens worden deze concreet verwoord in onderzoeksvragen.

2.1 Waarom moet het anders?

Gemeenten hebben te maken met bezuinigingen op de sociale werkvoorziening. Het kabinet Rutte II wil fors bezuinigen op nieuwe en bestaande Wmo-taken (Wet Maatschappelijke ondersteuning). Hierdoor is versobering van de voorzieningen onvermijdelijk1. Gemeenten hebben financiële zorgen over de sociale werkvoorziening. Vanaf 2014 wordt de Wsw ( Wet sociale werkvoorziening ) afgebouwd. Op dit moment zijn er nog wat onduidelijkheden over de Participatiewet die 1 januari 2014 ingaat. Hierin wordt de Wsw opgenomen samen met twee andere wetten. In een artikel van 21 januari 2013 wordt geconstateerd dat gemeenten over de periode 2014-2018 te maken krijgen met een financieel vraagstuk van circa € 1 miljard als het gaat om de sociale werkvoorziening. In 2032 loopt dit op tot €2,9 miljard en dat beteken voor ongeveer 120 gemeenten dat zij hun totale budget voor reïntegratie en participatie moeten inzetten voor sociale werkvoorziening2. Bossen zouden hierbij een grote rol kunnen spelen omdat het handmatig uitvoeren van boswerkzaamheden veel werkgelegenheid bied voor Werkvoorzieningschappen.

1 2

Door de opkomst van Geïntegreerd bosbeheer is men bossen multifunctioneel gaan benutten. In Nederland is nu eenmaal weinig ruimte en daarom lijkt het geen slecht idee om een bos tegelijkertijd te gebruiken voor productie, natuur en recreatie. In de praktijk blijkt dit niet ideaal omdat bij deze combinatie geen van de drie functies optimaal tot zijn recht komt. Daarom moet een nieuwe beheermethode worden gevonden waarbij dit wel gebeurt.

2.2 Onderzoeksvragen

De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt: • Op welke manier kan een nieuwe economisch rendabele beheermethode voor gemeentelijke bossen tot stand komen en wat is daarvoor nodig? Om de hoofdvraag goed te kunnen beantwoorden worden een aantal deelvragen opgesteld: • Welke kennis en achtergrondinformatie is nodig voor het uitwerken van de nieuwe bosbeheermethode? • Op welke manier kan deze methode het best in de praktijk worden gebracht? • Hoe kunnen burgers meer worden betrokken bij het bos? • Op welke mannier kunnen bossen een bijdrage leveren aan de lokale/regionale economie? • Welke coalitiepartners kunnen bij het beheer en gebruik van bossen worden betrokken? • Hoe kan de houtoogst zo duurzaam mogelijk worden uitgevoerd?

‘Versobering wmo onvermijdelijk door bezuinigingen Rutte’ www.vng.nl (22-2 -2013) ‘Participatiewet niet in balans’ www.vng.nl(29-01-2013)

11 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Het beheer van bossen en natuurterreinen kost geld. Op dit moment wordt een deel van het beheer gefinancierd door subsidies. Wanneer deze subsidies worden vermindert of komen te vervallen door de actuele overheidsbezuinigingen zal een alternatief moeten worden gevonden. Het is belangrijk dat de inkomstenbronnen als houtoogst goed benut worden. De randvoorwaarde hierbij is wel dat de oogst op een duurzame manier gebeurt en zo min mogelijk ten koste gaat van de natuur. Op dit moment leidt het gebruik van zware machines als Harvesters en Forwarders tot bodemverdichting. (figuur1)

De betrokkenheid van burgers bij bos is grotendeels verdwenen. Bij veel bossen in eigendom van gemeenten wordt het beheer uitbesteedt aan de Bosgroepen. Daardoor hebben burgers geen idee meer wat voor plannen gemaakt worden met het bos, welke maatregelen worden uitgevoerd en waarom deze nodig zijn. Dit leidt gemakkelijk tot conflicten omdat onverwachts bomen worden gekapt langs een populair wandelpad of een drukke mountainbikeroute verlegd moet worden ten behoeve van een stiltegebied.


3. Methodiek

De manier waarop het onderzoek heeft plaats gevonden wordt in dit hoofdstuk behandeld. De methodiek voor het uitwerken van de casus wordt in hoofdstuk 7 uitgebreid beschreven.

3.1 De basis voor het onderzoek

Bosbeheer met het oog op de toekomst

12

De basis voor het onderzoek is gelegd door Ronald Buiting. Het idee voor de nieuwe bosbeheermethode is door hem ontwikkeld. Aan de hand van een oriĂŤnterend gesprek is een onderzoeksplan geschreven met daarin de aanleiding, onderzoeksvragen en doelen die ook in dit rapport aan bod komen.

3.2 Informatiebronnen

De verzamelde informatie is voor een deel afkomstig van bestaande kennis binnen Buiting Advies B.V. Deze informatie is verder uitgezocht en onderbouwd aan de hand van onderzoek naar bosbeheer in vakliteratuur en op websites van Probos etc., het volgen van actuele ontwikkelingen in vakbladen en nieuwsberichten op Internet en een veldbezoek voor de casus. Informatie over de sociale werkvoorziening is afkomstig van websites en nieuwsberichten. De kennis over biowarmte is afkomstig uit een eigen onderzoek naar energiehout uit landschappelijke beplantingen dat al eerder tijdens de opleiding aan bod is gekomen3.

kennis binnen Buiting Advies. De informatie die van belang was voor het rapport is toen alvast ruw uitgewerkt. Aan de hand van een bestaande beheernota is inzicht verkregen over het beheer in de Venrayse bossen. Dit inzicht was nodig voor het uitwerken van de casus. Vervolgens is een oogstprognose gemaakt aan de hand van een opstandlegger. Tijdens een bezoek aan de bossen zijn grondvlakmetingen gedaan met een relascoop en dominante hoogten gemeten met een hoogtemeter. Dit was nodig om de aannames voor de bijgroei in de oogstprognose te controleren en corrigeren. Aan de hand van de oogstprognose is een begroting opgesteld met verschillende scenario`s. Daarna zijn in GIS de kaarten gemaakt voor een visualisatie van het beheer die uiteindelijk zijn verwerkt in de Viewer. Vervolgens is de rest van het rapport verder uitgewerkt aan de hand van literatuur onderzoek en de opgedane ervaringen tijdens het uitwerken van de casus.

3.3 De populatie

Dit onderzoek is gericht op bossen in eigendom van gemeenten. Zij vormen de doelgroep omdat zij de mensen uit de sociale werkvoorziening bezig moeten zien te houden met een beperkt budget. De voordelen van BosWerkt zijn voor hen het grootst omdat andere boseigenaren geen verplichtingen hebben op het gebied van sociale werkvoorziening.

3.4 Werkstructuur

Het onderzoek begon met een algemene oriĂŤntatie op het thema en de achtergronden. Dit is gedaan door middel van literatuuronderzoek en dankzij de aanwezige 3

Lemmerlijn,T., Eck, E. van, Meister, N. (2013)

Figuur 2 : Relascoop met teller.


4. De huidige toestand in gemeentelijke bossen

Om iets te kunnen zeggen over de toekomst moet eerst de huidige toestand van de bossen worden behandeld. Omdat niet altijd specifieke gegevens van gemeentelijke bossen beschikbaar zijn wordt ook gebruik gemaakt van algemene cijfers. Volgens de 5e bosstatisiek is circa 15% van de Nederlandse bossen in eigendom van gemeenten en particulieren. Wanneer wordt uitgegaan van een totaal bosareaal van 360.000 ha is 54.000 ha in eigendom van gemeenten. Aangezien gemeentelijke bossen verspreid door heel Nederland liggen geven de algemene cijfers een redelijk representatief beeld.

van het Landbouw-Economisch Instituut8. Sinds die tijd is het niet veel verbeterd zoals te zien in tabel 1 en figuur 1.

13

4.1 Gemeenten en Bosgroepen

Tabel 1: Bedrijfsresultaten uit Kerngegevens Probos 2012

4.2 Economie

Bosbeheer is economisch niet meer aantrekkelijk en de bezuinigingen van de overheid maken het niet makkelijker. Boseigenaren zijn afhankelijk van subsidies omdat deze vaak het verschil kunnen maken tussen winst en verlies. Uit een verslag van de 25ste ALV van Bosgroep Zuid Nederland blijkt dat Bosgroep Noord Oost Nederland in 2011 met verlies heeft gedraaid door het wegvallen van subsidies.6 In 2002 bleek al dat bosbedrijven ondanks subsidies al geruime tijd te maken hadden met een overwegend negatief bedrijfsresultaat7. Dat werd geconcludeerd uit cijfers

Figuur 3: Bedrijfsresultaten uit Kerngegevens Probos 2012

http://www.bosgroepen.nl/p62/over-de-bosgroepen http://www.bosgroepen.nl/p18/zuid-nederland 6 Verslag 25e ALV Bosgroep Zuid Nederland, 14-06-2012. www.bosgroepen.nl/media/File/BgZn/Verslag%2025e%20ALV%201406 2012.pdf (bezocht 19-03-2013) 7 http://www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport440.pdf 4 5

Bosbeheer met het oog op de toekomst

Veel gemeentelijke bossen worden beheerd door de Bosgroepen. Dat zijn coรถperatieve verenigingen van en voor eigenaren. De leden zijn particulieren, natuurbeschermingsorganisaties en overheden zoals gemeenten. De bosgroepen maken voor de gemeenten beheerplannen, regelen subsidieaanvragen en voeren beheerwerkzaamheden zoals bleswerk uit. In totaal zijn er ongeveer 1200 leden met meer dan 400.000 ha bos en natuur.4 Bosgroep Zuid Nederland verzorgt voor circa 25 gemeenten het totale bos- en natuurbeheer door middel van een meerjarige beheerovereenkomst.5


4.3 Bos en natuur Vanuit de maatschappij is er kritiek dat bossen te weinig natuurlijk zijn. Maar wat is nu eigenlijk natuurbos? Natuurbos in Nederland: Ongelijkjarig, gemengd, uitsluitend samengesteld uit loofboomsoorten en rijk aan typische bosplanten en dieren die vanouds aan het bos verbonden zijn.9

Bosbeheer met het oog op de toekomst

14

De meeste Nederlandse bossen zien er niet zo uit als in bovenstaande beschrijving en waneer de Grove den als inheems wordt beschouwd zou Nederland niet alleen uit loofbomen bestaan. Echte natuurbossen die niet be誰nvloed zijn door de mens bestaan al lang niet meer maar er zijn wel natuurlijke bossen. Een bos wordt als natuurlijk opgevat als de spontaan optredende componenten en processen de overhand hebben over de invloed van de mens. De kritiek komt vaak voort uit een verschil in opvattingen over de bestaansreden van bos. Voor de een is de reservaatfunctie belangrijker en voor de ander de productiefunctie. Zoals in figuur 2 te zien is bestaat een groot deel van het bos nog steeds uit naaldhout.

Figuur 5: Insporing in de Ballonzuilbossen 9

Westra JH.J. (1978)

Figuur 4: Boomsoortensamenstelling uit Kerngegevens Probos 2012


4.4 Houtoogst

Op het gebied van houtoogst zijn geen specifieke cijfers te vinden voor gemeente bossen en daarom wordt hier gekeken naar het gemiddelde van heel Nederland. De gemiddelde bijgroei van het Nederlandse bos is 8 m3 per ha per jaar. Gemiddeld wordt hier maar 55% van geoogst. Uit de meeste bossen kan veel meer hout worden geoogst dan tot nu toe is gedaan. De lopende bijgroei van spilhout is 2.200.000 m3 per jaar. Hiervan wordt maar 1.200.000 m3 geoogst. Jaarlijks wordt ruim 12 miljoen m3 hout verbruikt. Met de huidige oogst wordt maar voor 8% in de totale houtbehoefte voorzien.10 De bossen vergrijzen en wanneer we in de toekomst willen blijven oogsten moet op grotere schaal worden verjongd. Landelijk bestaat maar 4% uit Open en jong bos.

Wanneer de water- en luchtbalans wordt verstoord heeft dit ook invloed op chemische processen en uiteindelijk op de bodemvruchtbaarheid. Kleibodems zijn gevoeliger voor verdichting dan zandbodems maar herstellen sneller vanwege de hoge biologische activiteit. Uit meerdere studies blijkt dat het herstelproces onafhankelijk van de bodemsoort tientallen jaren in beslag kan nemen. Op landbouwgronden kan de structuur beter herstellen door opvriezen. In bossen werkt dit niet goed omdat de vorst niet diep genoeg kan doordringen in de onbewerkte grond en vanwege de dikke strooisellaag.

4.5 Recreatie

Gemeentelijke bossen zijn een belangrijke recreatiegelegenheid. 14% van de gemeentelijke bossen is volledig opengesteld, 81% alleen op paden en 5% is afgesloten voor recreatie.11 Wandelen en fietsen blijven de meest populaire activiteiten in bosgebied zoals te zien is in tabel 2.12 Probos (2012) Meetnet Functievervulling bos (2009) 12 CVTO 2011,(bewerking Alterra) 10 11

4.6 Geïntegreerd bosbeheer

Veel bossen worden beheerd volgens het principe van Geïntegreerd bosbeheer. Deze methode is bedoeld om de natuurwaarde en recreatiefunctie van bossen te verbeteren zonder veel verlies van de houtproductiefunctie. Het resultaat valt in de praktijk tegen omdat geen van de drie functies optimaal tot zijn recht komt.

Wat houdt Geïntegreerd bosbeheer in?

Sinds het begin van de jaren 90 wordt Geïntegreerd Bosbeheer vanuit rijksbeleid gestimuleerd. Dit beheerprincipe is er op gericht om de verschillende bosfuncties; houtproductie, natuur en recreatie optimaal te combineren. Naast de integratie van functies is het principe gericht op een procesvolgend en kleinschalig beheer. De functies moeten per opstand worden geïntegreerd. Het is niet nodig aan elke functie even veel aandacht te schenken maar voor elke functie geldt een ondergrens van 1/3 van het maximaal haalbare per functie. Verschillende doelen moeten op één of enkele hectaren worden gerealiseerd. Natuurlijke processen worden zoveel mogelijk benut en ondersteund. Geplande maatregelen sluiten hier op aan. Bij de uitvoering wordt kleinschalig gewerkt. Verjonging vindt pleksgewijs en op kleine schaal plaats zodat het bosklimaat behouden blijft en natuurlijke verjonging kan plaatsvinden. Het eindbeeld bij deze maatregelen is een gevarieerd bos met veel structuurvariatie.

Nadelige gevolgen, al dan niet door een verkeerde uitvoering

In een Analyse van de uitvoering van Geïntegreerd bosbeheer wordt geconcludeerd dat Geïntegreerd bosbe-

15 Bosbeheer met het oog op de toekomst

De oogst vindt doorgaans plaats met Harvesters en Forwarders. Het gebruik van zulke zware machines kan grote gevolgen hebben op het bosecosysteem. Bodemverdichting, insporing of bodemverwonding kan verscheidene gevolgen hebben zoals; • Verhoogde indringingsweerstand waardoor de wortelgroei verhinderd kan worden. • Afname van het water vasthoudend vermogen • CO2 ophoping en O2 tekort • Het beschadigen van boswegen en paden door spoorvorming (zie figuur 3)

Tabel 2: Activiteiten in bos (CVTO 2011)


heer vaak weinig systematisch, doelgericht en professioneel wordt uitgevoerd. Met als oorzaak een gebrek aan kennis en ervaring.13 Hieronder staan een aantal nadelig gevolgen van deze manier van bosbeheer. Doorgedunde bossen met weinig ondergroei. Met doordunnen en kleine groepenkappen ontstaan bossen met een laag grondvlak en weinig ondergroei of ondergroei

van slechte kwaliteit(zie figuur 4). De kleinschalige ingrepen worden over een groot bosoppervlak uitgevoerd omdat dit kostenbesparend werkt. Daardoor is het bos op grote schaal nog steeds eentonig. Door alle functies op opstandniveau te integreren komt geen van de functie optimaal tot zijn recht en in sommige gevallen is het beter functies te scheiden.14

Bosbeheer met het oog op de toekomst

16

Figuur 6: Doorgedund Grove dennenbos op de Kempkensberg

 an Blitterswijk, H., C.J.M. van Vliet & R. Schulting, 2001. Analyse uitvoering ge誰ntegreerd bosbeheer. Resultaten van een onderzoek naar de praktijk V van ge誰ntegreerd bosbeheer in Nederland, Alterra. Alterra-rapport 242. 14 Raffe, J.K. van, e.a. (2006),Ge誰ntegreerd bosbeheer het onderzoek van 2002-2005. Alterra, Wageningen. http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/prodpubl/boekjesbrochures/GeintegreerdBosbeheer.pdf (12-2-2013) 13


5. Op zoek naar een nieuwe beheermethode

Om in de toekomst optimaal van bossen gebruik te maken, is een nieuwe manier van bosbeheer nodig. Een mannier waarbij een bos duurzaam wordt beheerd, rekening wordt gehouden met de belangen van de maatschappij en een duurzame economie. De belangrijkste eigenschappen van de nieuwe beheermethode staan hieronder uitgewerkt op volgorde van prioriteit.

5.1 Kosten neutraal bosbeheer

5.2 Maximale participatie Werkvoorzieningschappen

Mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap kunnen vaak niet goed meekomen in het reguliere arbeidsleven. Werkvoorzieningschappen zijn voor hen een oplossing en wanneer bosbeheer niet meer wordt uitgevoerd door zware machines kunnen werkvoorzieningschappen ook worden ingezet bij bosbeheer. Vanuit de overheid wordt ook bezuinigd op sociale werkvoorzieningen en het geld dat wordt bespaard door de oogstwerkzaamheden zelf uit te voeren kan worden gebruikt voor het financieren van werkvoorzieningschappen voor het bos.

5.3 Meer betrokkenheid tussen burgers en bos en een beter samenwerking

Wanneer burgers zich meer betrokken voelen bij bos is het draagvlak groter en zullen mensen ook eerder inzet tonen voor het behoud van bos. Een betere betrokkenheid bij het beheer kan conflicten bij werkzaamheden 15

Probos (2012)

5.4 Een beheermethode waarbij de functies zo optimaal mogelijk aan bod komen

Het is belangrijk dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die het bos biedt. Onze maatschappij heeft veel verschillende behoeften en wensen. We willen kunnen wandelen en fietsen, van de natuur genieten, cultuurhistorische elementen behouden en een duurzaam product als hout oogsten. Bij een goed beheer zouden al deze functies tot hun recht kunnen komen. Met het oog op de toekomst moeten bossen zo duurzaam mogelijk worden gebruikt. Dat houdt onder andere in dat de bodem niet wordt uitgeput door bijvoorbeeld het afvoeren van biomassa en dat bodemverdichting door zware machines zo veel mogelijk vermeden of zelfs voorkomen wordt.

5.5 Producten uit bossen lokaal of regionaal gebruiken

Door de globalisering is het streekeigen karakter van veel plaatsen verminderd. Overal zie je dezelfde grote supermarktketens en winkels. Producten worden massaal geproduceerd in landen waar dat zo goedkoop mogelijk kan en vervolgens wordt het over de halve wereld vervoerd voordat het in de winkels beland. Streekproducten benadrukken het karakter van een bepaald gebied en kunnen een bijdrage leveren aan de lokale economie.

17 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Uit kerngegevens van Probos blijkt dat de bedrijfsresultaten per ha van particuliere bosbedrijven de afgelopen 30 jaar rondom het nulpunt schommelen15. Circa 37 % van de opbrengsten in 2010 bestond uit subsidies. Het is van belang dat wordt gestreefd naar tenminste een kosten neutraal beheer, waarbij de afhankelijkheid van subsidies wordt verminderd. Hierbij moet zowel worden gekeken naar het verlagen van de kosten als het verhogen van de opbrengsten.

voorkomen. De burgers weten dan waarom de maatregelen worden uitgevoerd en zullen eerder begrip tonen als in ‘hun bos’ gekapt wordt. Daarnaast hebben verschillende bedrijven, organisaties en belangengroepen te maken met bossen. Door goed samen te werken kunnen gemeenschappelijke voordelen worden behaald. Voorbeelden hiervan zijn; kostenbesparing door een efficiĂŤnter beheer, het lokaal verstoken van energiehout, een betere organisatie van activiteiten en meer invloed naar buiten toe.


6. BosWerkt, maar hoe werkt het?

Bosbeheer met het oog op de toekomst

18

BosWerkt is de nieuwe beheermethode waarmee de eerder genoemde doelen gerealiseerd moeten worden. Het is opgebouwd uit Vier componenten; Bosbeheer, Social return, Streekproducten en biowarmte en Democratisering. Belangrijk aan BosWerkt is de visualisatie van het beheer en alles wat daarmee te maken heeft in een Viewer die digitaal beschikbaar komt voor inwoners van de gemeente. In de componenten bosbeheer en democratisering wordt de Viewer verder behandeld.

6.1 Bosbeheer

Het nieuwe bosbeheer richt zich niet meer op de integratie van functies maar op een zonering van functies op plaatsen waar ze tot hun recht komen. Van Geïntegreerd naar Gedifferentieerd bosbeheer. In 2007 is voor Stichting IJssellandschap een bosbeheerplan gemaakt door Buiting Advies volgens het principe van Gedifferentieerd bosbeheer. De voorbeelden van maatregelen en functiezones, etc. in deze paragraaf zijn afkomstig uit het beheerplan.

Gedifferentieerd bosbeheer

Gedifferentieerd bosbeheer moet er toe leiden dat bossen natuurlijker en gevarieerder worden terwijl daarnaast zo optimaal mogelijk hout kan worden geoogst. Verschillende maatregelen zorgen ervoor dat het bos meer variatie krijgt. Door het maken van verjongingsgaten ontstaat een bos dat niet alleen gelaagd is maar ook getrapt16. Dat wil zeggen dat een soort mozaïek ontstaat met eenheden van verschillende leeftijd en structuur (zie figuur 7 en 8). In een natuurlijk bos is altijd een bepaalde verhouding tussen de verschillende leeftijdsfasen en de oppervlakte. • Innovatiefase 10% ( Open fase: jonge boompjes aanwezig maar de kruiden zijn aspectbepalend) • Agradatiefase 35% ( Dichte en stakenfase: bomen zijn aspectbepalend maar nog geen gelaagdheid) • Biostatische en degradatiefase 55% (Boomfase en aftakelingsfase. Gelaagdheid en oude aftakelende bomen) 16 17

Buiting, R. (2012) Buiting, R., Roest E.( 2007)

In de huidige situatie is veel te weinig open en jong bos aanwezig en door het maken van verjongingsgaten die passen bij de natuurlijke situatie (grote gaten voor Grove den en kleine voor Beuk). In bossen met een productiefunctie kan ook gebruik worden gemaakt van een Exploitatiemozaïek. Het doel hiervan is een kostenefficiënt beheer. Bij het uitzetten van verjongingsgroepen wordt rekening gehouden met het toekomstige beheer en daarom worden de groepen zo groot mogelijk gemaakt als voor de boomsoort mogelijk is. Dit kan variëren van 0,5 tot 1,2 ha). 17

Functiezones

Bij Gedifferentieerd bosbeheer worden afhankelijk van de locatie en het ontwikkelingspotentieel functiezones toegekend. Bij het opstellen van de functiezones en de eigenschappen daarvan wordt rekening gehouden met de visie en wensen van de gemeente. Mogelijke functiezones zijn natuurbos, productiebos, recreatiebos en parkbos. Van de functiezones natuurbos en productiebos staat hieronder een korte uitwerking. (zie figuur 9, 10 en 11) Natuurbos is voor 100% gericht op het maximaliseren van natuurwaarden. Er wordt gestreefd naar het ontwikkelen van een PNV bos met bijbehorende bosmozaïek. Voor de goede ontwikkeling hiervan is een minimum structuurareaal nodig en daarom kan deze functiezone alleen aan grote boskernen worden toegekend. De natuurlijke dynamiek bepaald welke bomen blijven staan of sterven. Productiebos heeft als doel op een duurzame wijze voldoende inkomsten te genereren door houtoogst. In deze functiezone wordt ongeveer 90% van de bijgroei geoogst en om de productiedoelstellingen te halen wordt gebruik gemaakt van exoten. De oogst vindt plaats door middel van dunningen, groepsgewijze velling volgens de exploitatiemozaïek en de kap van bomen met een


Figuur 7: Groot verjongingsgat voor Grove den

19 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Figuur 8: Klein verjongingsgat voor Douglas


doeldiameter. Hier worden geen aanvullende maatregelen gedaan voor natuur. Het bos blijft ook toegankelijk voor recreatie maar alleen de doorgaande routes worden goed onderhouden.

Behandelingseenheden en werkblokken

Voor het beheer worden behandelingseenheden onderscheiden. Een behandelingseenheid bestaat uit opstanden die dezelfde hoofdboomsoort hebben en in dezelfde ontwikkelingsfase verkeren. Verder wordt het totale bosgebied van een gemeente onderverdeeld in werkblokken. Per jaar wordt in één werkblok gekapt. Tegelijkertijd kan in een ander werkblok het bleswerk worden gedaan en de prunusbestrijding. In vijf jaar tijd wordt zo het hele gebied behandeld.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

20

Van de werkblokken, functiezones en behandelingeenheden worden kaarten gemaakt in GIS. De maatregelen worden aan de opstanden gekoppeld via een tabel en enkele belangrijke maatregelen kunnen ook apart op kaart worden weergeven. Deze GIS kaarten worden verwerkt in de Viewer. Dankzij de werkblokken en behandelingseenheden kunnen burgers zien wanneer waar wordt gewerkt. Wanneer ze echt geïnteresseerd zijn kunnen ze zelfs te weten komen welke maatregelen worden uitgevoerd. In de Viewer kunnen ook inventarisaties van flora en fauna worden opgenomen.

Beheermaatregelen

Voor het beheer zijn verschillende maatregelen mogelijk. Voor Stichting IJssellandschap is een set met 27 maatregelen ontwikkeld. Per functiezone is een selectie gemaakt met keuzemaatregelen die in per zone kunnen worden toegepast. Per afdeling kan worden bepaald welke maatregelen uit deze selectie wordt gebruikt en de blesser bepaald in het veld de precieze locatie waar de maatregel wordt ingezet. De maatregelen zijn verdeeld in vijf categorieën. Per categorie wordt een voorbeeld gegeven van één of twee maatregelen en de functiezone waarop ze van toepassing zijn. • Dunnen en oogsten o Mengbomen vrijstellen (functiezone productiebos en recreatiebos)

18 19

www. Amsterdam.nl (4-4-2013) www.utrecht.nl (4-4-2013)

o H  akhout afzetten (functiezone natuurbos, parkbos en recreatiebos) • Structuurverbetering o Groepsgewijs niets doen (functiezone natuurbos, productiebos en recreatiebos) o Bosranden ontwikkelen (functiezone natuurbos en recreatiebos) • Opbouw dood-houtvoorraad o Niet-vitale bomen sparen (functiezone natuurbos en recreatiebos) o Dood hout creëren (functiezone parkbos en soms recreatiebos) • Aanleggen, begeleiden, bestrijden en niets doen o Groepsgewijs inheemse bomen inbrengen (functiezone natuurbos, parkbos, productiebos en recreatiebos) o Bodemverwonding uitvoeren (functiezone productiebos en recreatiebos)

6.2 Social return

Social return houdt in dat sociale voorwaarden, eisen en wensen worden opgenomen in een inkoop of aanbestedingstraject voor producten en diensten die aan een gemeente worden geleverd. Het is bedoeld om ervoor te zorgen dat een investering die de gemeente doet ook sociale voordelen oplevert zoals een bijdrage aan de werkgelegenheid.18 Dit kan in de vorm van een tijdelijke baan stage of leerwerkplek. In de gemeente Utrecht zijn aannemers verplicht om bij aanbestedingen waar Social return van toepassing is 5% van de aanneemsom te besteden aan het inzetten van werklozen of werkzoekenden en/of het bieden van stages aan jongeren tot 27 jaar.19

6.2.1 Social return inzetten in bossen

Zoals in de aanleiding al werd vermeld hebben gemeenten te maken met bezuinigingen op de sociale werkvoorziening. Door die bezuinigingen moeten ze met een klein budget werkzaamheden zien te vinden voor mensen die niet mee kunnen komen in het reguliere arbeidsleven. Bij het beheer van bossen kunnen voor uitvoerende werkzaamheden Werkvoorzieningschappen worden ingezet zodat deze mensen toch hun bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. Op deze manier wordt het bosbeheer goedkoper en krijgt de gemeente een grote hoeveelheid werkuren voor de sociale werkvoorziening.


21

Figuur 11 Productiebos

Figuur 10: Natuurbos

Bosbeheer met het oog op de toekomst

Figuur 9: Recreatiebos


6.2.2 Van verkoop op stam naar sortimenten aan de bosweg

Bosbeheer met het oog op de toekomst

22

Een ander groot voordeel is dat de houtoogst niet meer gedaan hoeft te worden door zware machines. Voorheen werd hout op stam verkocht en vervolgens door een aannemer geoogst met Harvesters en Forwarders. Met werkvoorzieningschappen kan het vellen en uitsnoeien handmatig met een kettingzaag worden uitgevoerd. (zie figuur 12) Het uitslepen van het “lichte” hout kan gebeuren met paarden (zie figuur 13) en voor zware stammen kan gebruik worden gemaakt van een bosbouwtrekker. Het sortimentweerwerk wordt ook gedaan door werkvoorzieningschappen. Voor hout dat als sortimenten aan de bosweg wordt verkocht kan veel meer worden gevraagd dan voor hout op stam. Het geld dat eerst naar de aannemer ging kan nu worden gebruikt voor de werkvoorzieningschappen. Werkzaamheden die bij het huidige beheer weinig worden gedaan vanwege hoge kosten zoals prunusbestrijding en het onderhoud van paden worden nu veel interessanter. Ook als met het werk zelf geen winst wordt

gemaakt levert het wel werkuren op voor de werkvoorzieningschappen. Slechte kwaliteit loofbomen kunnen worden verwerkt tot brandhout, dat vervolgens weer lokaal verkocht kan worden. (zie figuur 14) Dit levert een bijdrage aan de lokale economie en extra SW-werkuren.

6.3 Streekproducten en biowarmte

Streekproducten kunnen de identiteit van een gebied benadrukken en een bijdrage leveren aan de lokale economie. Producten die uit het bos komen of in relatie staan met het bos kunnen zorgen voor een sterkere binding met bedrijven en burgers. De laatste tijd neemt de aandacht voor streekproducten toe en ze worden als exclusief, ambachtelijk en authentiek gezien. Daarnaast kan het positieve effect op het milieu ook een reden zijn. Voedsel uit Nederland word als veiliger en gezonder beschouwd. Volgens CBS- cijfers verkoopt 4 % van de landbouwbedrijven producten aan huis. Horecagelegenheden als restaurants krijgen ook meer aandacht voor streekgebonden producten. Een ander mooi voorbeeld van een streekproduct is het gebruik van hout uit het bos voor biowarmte. Hieronder worden nog een paar voorbeelden genoemd van streekproducten die uit bossen en natuurgebieden kunnen komen. In de rest van het hoofdstuk wordt verder ingegaan op biowarmte20. • H  out uit het bos dat door een lokale meubelmaker verwerkt wordt tot bankjes en tafeltjes. • Brandhout • Geschoten wild dat aan restaurants wordt verkocht. • Heidemaaisel dat door biologische boeren wordt gebruikt als stalstrooisel of wordt gebruikt om heide

Figuur 12: Handmatig uitsnoeien

Figuur 13: Uitslepen met werkpaard i.p.v Forwarder 20

Figuur 14: Het verwerken van loofhout tot brandhout

www.vlees.nl/dossiers/economie/trends/ontwikkelingen/streekproducten/ (11-4-2013)


matten van te maken voor tuincentra. • H  azelnoten die door een bakker worden verwerkt in koek • Wol van Heideschapen of Schotse hooglanders (of andere wolproducten)( zie figuur 15) • Bosvruchtenjam • Berkensap • Heidehoning van locale imkers die hun bijenkasten neerzetten in natuurgebieden

Drie van deze voorbeelden staan hieronder kort uitgewerkt.

Kalverhouderij

• E en houtsnippergestookte installatie (Gilles Hackgutkessel HPK-RA 15-160) van 125 kW met automatisch toevoersysteem vanuit opslagsilo naar kachel. • De installatie wordt gebruikt in een kalverhouderij en levert warmte voor vloerverwarming van de stallen en het opwarmen van de melk. Daarnaast zijn drie bijbehorende woonhuizen aangesloten. • Verbruik: Circa 600 m3 snippers per jaar. • Kosten bouw €70.000,- tot €80.000,- Een deel van de kosten is gesubsidieerd. Terugverdientijd volgens installateur: 5 jaar • De snippers worden drie maanden gedroogd om de verbrandingswaarde te verhogen

Groenvoorziening

Biowarmte

Jaarlijks wordt door bossen 1,36 miljoen ton CO2 vastgelegd in levende en dode houtige biomassa. Dat staat gelijk aan de uitstoot van 280.000 huishoudens voor stroom en warmte. 21 De nationale doelstelling voor het aandeel duurzame energie is 16%. Dit kan niet worden gehaald met alleen zon en wind, biomassa (met name hout) is de belangrijkste bron.22

6.3.1 Initiatieven voor energie

Vanuit de overheid en het bedrijfsleven zijn verschillende initiatieven om meer gebruik te maken van biomassa. De provincie Gelderland en Overijssel zijn van plan de duurzame energieproductie uit zon, wind en biomassa te vergroten. Daarvoor wil ze ook de beschikbaarheid van hout uit bos en landschap vergroten. De meeste gemeenten in de Achterhoek hebben het beleid om biomassacentrales en hout gestookte verwarmingsinstallaties te stimuleren en realiseren.23 De algemene energieraad wil subsidies voor duurzame energie afschaffen en in plaats daarvan een verplichtingenstelsel voor energiebedrijven invoeren. In het rapport “Inzet van hout voor energie in de Provincie Gelderland” worden een paar voorbeelden genoemd van houtgestookte installaties.24 Probos, Milieucentraal (2009) Schrijver, Oosterkamp (2011) 24 Spijker, Boosten, (2010) 25 Spijker et al., (2008) 21 23

• E en Veto biomassa ketel van 100 kW gestookt op houtsnippers. Automatisch transport van opslagbunker naar ketel. Slechts 30 kW wordt benut. • De installatie wordt gebruikt voor een bedrijf actief in de groenvoorziening, boomverzorging, houthandel en bosexploitatie. Met de ketel wordt het nieuwe bedrijfspand verwarmd. • Verbruik: ongeveer 120 m3/30 ton snippers per jaar. • Totale investering circa € 25.000,- netto. Terugverdientijd: 4 tot 6 jaar. • Het bedrijf maakt gebruik van een groene investeringsregeling, waarbij een deel van de investeringen in mindering kunnen worden gebracht op de fiscale winst • Droogtijd drie maanden

Appartementencomplex

• E en houtpellet-gestookte installatie (Janfire Jet Pellet brander) met een capaciteit van 600 kW. Automatisch transport vanuit een ondergrondse silo. Slechts 300 kW benut. • De installatie wordt gebruikt voor vloerverwarming en warm tapwater van de bewoners van een appartementencomplex (60 appartementen) en 14 woningen. • De houtpellets zijn afkomstig uit België en worden gebruikt vanwege de hoge dichtheid en de kleine opslagruimte.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

Figuur 15: De wol van een Schotse hooglander als streekproduct

23


24

Tabel 3: Biomassa Expansie Factor

Figuur 16: Chips

• V erbruik: ongeveer 92 ton houtpellets. (€ 125,- per ton) • Gefinancierd door middel van een groene lening bij ASN bank. Terugverdientijd volgens de installateur 8 tot 9 jaar. Het bedrijf gaat uit van 10-11 jaar. De installatie is gefinancierd door middel van een groene lening bij de ASN bank. De houtpellet- gestookte installatie is naar verwachting rendabeler dan een installatie op gas.

grote installaties gerealiseerd (soms zelfs zonder investeringssubsidie). Naar verwachting zal in de toekomst de prijs van fossiele brandstoffen die van hout overtreffen en daarmee worden houtgestookte installaties steeds rendabeler.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

6.3.2 Potentie

Een belangrijk deel van het hout dat wordt geproduceerd in bos, landschap en stedelijk groen blijft nog onbenut.25 Tak- en tophout blijft meestal in het bos achter en vroege dunningen worden niet uitgevoerd omdat het geen geld oplevert. De hoeveelheid beschikbaar tak en tophout kan worden berekend met de Biomassa Expansie Factor (tabel 3).26 27 Wanneer het volume aan stamhout bekend is kan met de Biomassa Expansie Factor het volume aan tak- en tophout worden berekend. Het hout kan in de vorm van chips(houtsnippers) worden verstookt in kleine en middelgrote houtgestookte installaties (zie figuur 16) In Gelderland zijn al een aantal kleinschalige en middel-

6.3.3 De waarde van energiehout

De waarde van energiehout kan worden berekend aan de hand van de actuele aardgasprijs. In het overzicht van tabel 4 wordt dit weergeven. 1m3 aardgas levert 10 kWh energie. De prijs van 1m3 aardgas is € 0,19. 1 m3 Grove den levert 225 keer zoveel energie als 1 m3 aardgas. De waarde van 1m3 Grove den is dus 225 keer de prijs van aardgas. Een zwembad dat 3.000.000 kWh verbruikt heeft 300.000 m3 aardgas nodig. Wanneer in plaats van aardgas Grove den wordt gebruikt is maar 1.332 m3 hout nodig voor dezelfde hoeveelheid energie. De werkelijke besparing die hiermee gedaan kan worden is afhankelijk van de kosten die gemaakt moeten worden voor het oogsten en versnipperen van het tak en tophout. Deze kosten zijn te zien in tabel 5. De kosten voor de werkzaamheden zijn berekend in tonnen. Daarbij is er van uitgegaan dat 1 m3 Hout gemiddeld 0,6 ton weegt. Uit de berekening in tabel 5 blijkt dat het verstoken van Grove den € 19.038,goedkoper zou zijn dat het stoken van aardgas.

Tabel 4: Waarde energiehout

Tabel 5: Voorbeeldberekening Baritz et al., (2000) 27 Tolkamp, G.W. e.a. (2006) 26


6.3.4 Randvoorwaarden

Het gebruik van hout voor energie is alleen duurzaam zolang gebruik wordt gemaakt van resthout en laagwaardig hout. Het hout zou in de eerste plaats voor de meest hoogwaardige toepassing moeten worden gebruikt volgens het Cascade model. Wanneer al het tak en tophout uit het bos wordt afgevoerd treedt verschraling op door het afvoeren van nutriënten. Voor een gesloten kringloop zou de as van de verbrandingsinstallaties weer in het bos teruggebracht moeten worden.

6.4 Democratisering

6.4.1 Locaties betrokken partijen

Er zijn veel partijen die in relatie staan tot bossen. Sommige zijn meer van belang voor de beheerder en andere zijn gewoon interessant voor burgers. Met de Viewer kan het allemaal in beeld worden gebracht. • V VV of ANWB (mogelijkheden voor samenwerking bij de organisatie van excursies en recreatieroutes) • Bezoekerscentra van andere natuurbeherende organisaties zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer • IVN • Eerste hulp • Scoutingvereniging: (mogelijkheden om samen activiteiten te organiseren of werkzaamheden uit te voeren.) • Maneges • Visvereniging • Jagersvereniging • Wandel en fietsverenigingen • Fietsverhuurders en fietsenmakers.

• R estaurants, pannenkoekhuizenen andere eetgelegenheden • Hotels, bed and breakfast, campings, kampeerplekken en andere overnachtingsmogelijkheden • Outdoorbedrijven of andere organisaties met buitenactiviteiten

6.4.2 Recreatie mogelijkheden

Wat heeft de gemeente te bieden voor actievelingen, rustzoekers en avonturiers? Het hoeft niet alleen in het bos zelf plaats te vinden. Hierbij kan worden gekeken naar mogelijkheden in de hele gemeente. • Lange afstandroutes voor wandelen, fietsen etc • Parkeerplaatsen • Buitenevenementen met datum zoals de wandelvierdaagse, een paasvuur of de nationale natuurwerkdag. • Treinstations en bushaltes (NS wandelroutes) • Zwemwater • Viswater (zie figuur 17) • Sportplekken

6.4.3 Beleving op gebiedsniveau

Op kleine schaal is het natuurlijk ook interessant om te weten waar alle faciliteiten zijn. En dat geldt zowel voor beheer als voor recreatie aangezien de kaarten uit de Viewer ook voor onderhoudsmaatregelen gebruikt kunnen worden. De volgende punten kunnen op gebiedsniveau worden weergeven • S tartpunten met onderwerp, datum en tijdstip van excursies • Uitkijktorens en vogelobservatiehutten • Rustgebieden voor wild • Hondenlosloopgebieden • Open plekken, stuifzand, en struingebieden

25 Bosbeheer met het oog op de toekomst

De democratisering vormt een belangrijke basis voor het succes van deze bosbeheermethode. Het bos wordt weer dichter bij de burger gebracht zodat een groter draagvlak ontstaat. Dankzij de open communicatie door middel van de Viewer ontstaan minder snel conflicten en kan beter worden samengewerkt. Bij deze component moeten alle partijen die in relatie staan tot het bos in beeld worden gebracht. Voor de gemeente als beheerder is het van belang te weten welke mogelijkheden er zijn voor samenwerking en participatie. In de casus voor de gemeente Venray is een Viewer uitgewerkt. De opbouw hiervan wordt in paragraaf 7.3 uitgebreid behandeld.

Figuur 17: Viswater


• Rolstoeltoegankelijke paden • Uitgestippelde wandelroutes (en het complete netwerk aan paden waar gelopen mag worden) (zie figuur 18) • Mountainbikeroutes, ruiterpaden en nordicwalkingroutes • Bijzondere cultuurhistorische elementen, poelen, schaapskooien, houtwallen ed. • Picknickplaatsen en bankjes • Slagbomen, prullenbakken en openstellingbordjes • Plekken met bijzondere flora en fauna voor de echte natuurliefhebbers (zie figuur 19 en 20)

26 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Figuur 19: Grasklokje

Figuur 20: Dagpauwoog

Figuur 18: Wegwijzer wandelroutes


7. De gemeente Venray als voorbeeld

Het concept BosWerkt is uitgewerkt als casus voor de gemeente Venray. De casus bestaat uit een begroting voor de gemeente en een visualisatie in het programma GIS Viewer. Op deze manier wordt duidelijk wat het voor een gemeente inhoud en ontstaat een goed beeld van de haalbaarheid. Eerst wordt kort uitgelegd hoe de begroting tot stand is gekomen en vervolgens wordt de GIS Viewer beschreven.

• D  oor de tabel met de bijgroei te combineren met de oppervlaktetabel wordt per bos per jaar weergeven hoeveel m³ hout bijgroeit voor elke soort. • Deze gegevens kunnen weer worden vermenigvuldigd met de kapcyclus (5 jaar) en het oogstpercentage (80%). • Zo ontstaat een overzicht van het volume dat per 5 jaar kan worden geoogst.

7.1 Begroting

Opbrengsten in drie scenario`s:

Bij het maken van de begroting word gebruik gemaakt van een afdelingslegger (in Excel) met per afdeling de oppervlakte, hoofdboomsoort en het kiemjaar. In dit voorbeeld van Venray is ook het functie accent meegenomen omdat uit natuurbos in de eerste instantie niet geoogst zou worden. Bossen jonger dan 30 jaar zijn niet relevant omdat daar niet op korte termijn uit geoogst kan worden.

Oogstprognose:

• D  e gemeente Venray bezit meerdere bossen en per deelgebied wordt de oppervlakte per soort verwerkt in een tabel. • Aan de hand van de afdelingslegger kan de gemiddelde leeftijd per soort worden berekend (van alle bossen samen). • Deze gemiddelde leeftijden worden verwerkt in een tabel en in combinatie met de groeiplaatsomstandigheden en het opbrengsttabellenboek wordt de lopende volumebijgroei bepaald. • In de bossen van Venray zijn de dominante hoogtes en grondvlakken gemeten in 21 plot`s van de belangrijkste boomsoorten. Aan de hand van de metingen zijn de bijgroei gegevens gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd.

1. O  p basis van de actuele houtprijzen wordt uitgerekend hoeveel het oplevert wanneer het totale oogstvolume op stam wordt verkocht. 2. Dit zelfde wordt ook gedaan om de opbrengsten te berekenen bij verkoop in sortimenten aan de bosweg. Hierbij moet per soort worden ingeschat hoeveel procent zaaghout, kisthout/profielhout, papierhout, OSB, vezelhout en brandhout wordt geoogst. 3. Waneer het tak en tophout wordt gebruikt als energiehout in plaats van aardgas komen er nog extra opbrengsten bij. De hoeveelheid extra tak- en tophout wordt berekend met de Biomassa Expansie Factor. De energiewaarde van het hout kan worden vergeleken met de energiewaarde van aardgas (zie paragraaf 6.3). Hierdoor wordt aan de hand van de aardgasprijs de waarde van het tak en tophout berekend.

Kosten per scenario:

• D  e kosten voor de maatregelen worden bereken op basis van het normenboek Natuur, Bos en Landschap van Alterra. Per scenario variëren de maatregelen die moeten worden uitgevoerd aangezien bij het scenario op stam bijna geen werkzaamheden nodig zijn. • Daarnaast zijn er nog kosten voor de planvorming (het beheerplan en de Viewer), voorbereidend werk zoals blessen, het organiseren van de houtverkoop en het begeleiden van de houtoogst op stam.

27 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Hieronder wordt beschreven hoe de begroting tot stand is gekomen. Een uitgebreid stappenplan is te vinden in Bijlage A: Stappenplan‘van afdelingslegger tot oogstofferte’.


Overzicht kosten en opbrengsten per 5 jaar:

Uiteindelijk wordt een overzichtstabel gemaakt van de kosten en opbrengsten per 5 jaar met onderaan het brutomarge (zie tabel 6). Voor elk scenario is een aparte kolom met kosten en opbrengsten gemaakt. Omdat in het voorbeeld van Venray in de eerste instantie niet geoogst wordt uit natuurbos is dit apart uitgewerkt. Daardoor zijn uiteindelijk 6 scenario’s ontstaan. Bij scenario 2 en 4 wordt verlies gemaakt maar dat is niet erg omdat het werk wordt gedaan door werkvoorzieningschappen. Scenario 2 levert voor de gemeente circa 14.700 SW (sociale werkvoorziening) uren op. Scenario 4 levert 4.800 SW uren op.

Het loon van iemand uit de sociale werkvoorziening wordt vastgesteld naar evenredigheid van de omvang van zijn dienstbetrekking ten opzichte van een volledige dienstbetrekking.28 Een werknemer heeft altijd recht op het voor hem of haar geldende minimumloon. Voor werknemers van 23 jaar en ouder geld een bruto minimumloon van € 8,40 bij een 40-urige werkweek (per 1 juli 2012)29. Wanneer dit bedrag als gemiddelde wordt genomen voor iemand uit de sociale werkvoorziening gaat het om een bedrag van 19.500* € 8,40= € 163.800,per 5 jaar. In werkelijkheid zal het bedrag hoger zijn omdat het uurloon hoger wordt naarmate mensen langer in dienst zijn.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

28

Tabel 6: Overzicht kosten en opbrengsten per 5 jaar

De gemeente kan kiezen uit scenario 1 of 2 . Vervolgens kunnen ze daar scenario 3 of 4 aan toevoegen en tot slot nog scenario 5 of 6. Wanneer de gemeente niet wil oogsten uit natuurbos kunnen ze alleen kiezen uit scenario 1 of 2 gecombineerd met 5.

7.2 GIS Viewer

De Viewer vormt de visualisatie van het beheer en is opgebouwd uit GIS kaarten. Wanneer een beheerplan wordt gemaakt voor gemeentelijke bossen kunnen aan 28 29

CAO Sociale werkvoorziening 2012-2014 www.salaris-informatie.nl (11-4-2013)

de hand van het plan kaarten worden gemaakt die vervolgens in Viewer worden gezet. In deze situatie was nog geen beheerplan gemaakt. Daarom zijn de kaarten grotendeels gebaseerd op de oude beheernota van de Venrayse bossen. De maatregelen zijn naar eigen inzicht ingevoerd en de informatie voor de layer recreatie en toerisme is verkregen via Google maps. De wandel en fietsroutes zijn overgenomen van www.routeyou.nl. In de Bijlagen zijn een paar kaarten uit de Viewer weergeven om een beeld te krijgen van het eindresultaat.


7.2.1 Opbouw

De opbouw van de Viewer is weergeven in onderstaande tabel. Iedere cel in de kolom weergave (met uitzondering van de behandelingseenheden) is een aparte shapefile in GIS.

7.2.2 Inhoud

De verschillende layers kunnen afzonderlijk worden weergeven afhankelijk van het doel van de gebruiker. In onderstaande tekst worden de inhoud van de verschillende layers beschreven. Gezien de beschikbare tijd en het gebrek aan specifieke informatie is het niet mogelijk

29 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Tabel 7: Opbouw Viewer


geweest om het heel uitgebreid te doen daarom worden ook suggesties gegeven voor extra zaken die ook zouden kunnen worden weergeven. In de bijlagen zijn een paar kaarten uit de Viewer weergeven als voorbeeld. De kaarten zijn voor de hele gemeente gemaakt. Voor het gemak wordt maar een deel van het gebied weergeven.

Layer 1: Bezit

In de eerste layer worden alle bosgebieden weergeven die eigendom zijn van de gemeente Venray. Eventueel zouden hier ook de gebiedsgrenzen van andere terreinbeherende organisatie kunnen worden weergeven, maar deze waren niet beschikbaar.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

30

Layer 2:Visie

Hierin worden de verschillende functiezones weergeven. De functiezones van de Kempkensberg zijn te zien op de kaart in bijlage B. Voor burgers wordt zo duidelijk wat voor doelstellingen de gemeente met een bepaald gebied heeft. Voor de beheerder zou ook nog een aparte kaart met de PNV (Potentieel Natuurlijke Vegetatie) kunnen worden weergeven zodat zichtbaar wordt welke vegetatie zich op de lange termijn zal ontwikkelen zonder menselijke invloed.

Layer 3: Beheer

Het beheer is opgedeeld in werkblokken. (kaart bijlage C). Ieder werkblok kan afzonderlijk worden weergeven zodat voor de gebruiker duidelijk is in welk jaar waar wordt gewerkt. De behandelingseenheden geven weer waar welke hoofdboomsoort voorkomt (bijlage D).. Wanneer op een opstand word geklikt verschijnt een tabel waarin de maatregelen voor dat perceel worden weergeven. Een paar intensieve maatregelen kunnen apart worden weergeven in een shapefile zoals verjongingsgaten creĂŤren en uitslepen met trekker.

Layer 4: Recreatie en toerisme

De ligging van verschillende partijen die in relatie staan tot bossen en recreatie kunnen worden weergeven zoals in bijlage E. In de shapefile recreatieroutes zijn een ommetje, een lange wandelroute, een wandelroute voor de vierdaagsetraining, een hardlooproute en een fietsroute. De ligging van de gemeente bossen kan hier nogmaals worden weergeven als ondergrond. Voor de Kempkensberg zijn de recreatie faciliteiten op gebiedsniveau uitgewerkt met picknickplekken, bankjes, excursies, slag-

bomen etc. Daarnaast zijn nog een ruiterroute en een mountainbikeroute weergeven.

Layer 5: Flora en fauna

Voor deze layer kunnen 3 kaarten worden weergeven (zowel tegelijkertijd als afzonderlijk). De waarnemingen van bijzondere plantensoorten, broedvogels en de ligging van bijzondere vegetatietypen. In bijlage F zijn de broedvogels en bijzondere vegetatietypen weergeven. De gegevens hiervoor zijn afkomstig uit de beheernota van de Venrayse bossen. Met websites als waarneming.nl kunnen ook recentere gegevens worden ingevoerd.


8. Conclusie

betrokken bij het bos. Voor inwoners van de gemeente is de Viewer digitaal beschikbaar en daardoor blijven ze op de hoogte met de plannen die de gemeente heeft en waarom de maatregelen worden uitgevoerd. Daarnaast worden alle recreatiemogelijkheden weergeven met kaarten zodat iedereen op zijn of haar mannier van het bos gebruik kan maken.

Het huidige beheer van gemeentelijke bossen en bossen in het algemeen kan op veel punten worden verbeterd. Dankzij het toepassen van Social return voor de uitvoering van boswerkzaamheden is BosWerkt indirect economisch rendabel. Uit de casus voor de gemeente Venray blijkt dat het bosbeheer zelf duurder wordt maar dat de meerwaarde voor gemeenten veel groter is door de werkgelegenheid voor werkvoorzieningschappen.

Streekproducten kunnen de verbondenheid tussen het bos en de lokale bevolking versterken en mogelijkheden bieden om meer samen te werken. Energiehout (Tak en tophout uit bossen) is ook een soort streekproduct waneer het lokaal wordt gebruikt als biowarmte voor het verwarmen van zwembaden, stallen of appartementen. Biowarmte is bovendien een duurzaam initiatief dat ook nog financiĂŤle voordelen heeft ten opzichte van het gebruik van aardgas.

Met het huidige beheer worden onrendabele werkzaamheden liever achterwege gelaten terwijl ze wel goed zouden zijn voor de ontwikkeling van het bos. Met deze methode wordt het weer aantrekkelijk om onrendabel werk uit te voeren. Wanneer boswerkzaamheden weer handmatig worden uitgevoerd zijn zware machines niet meer nodig. Dit is weer bevorderlijk voor de bodem en de vegetatie. Gedifferentieerd beheer uitgewerkt in verschillende functiezones zorgt ervoor dat binnen de gemeente alle bosfuncties zo optimaal mogelijk benut worden. Recreatiebossen dicht bij steden en dorpskernen kunnen nog steeds multifunctioneel beheerd worden maar wel met meer aandacht voor de recreant dan in andere bossen. In de grotere bosgebieden die wat meer afgelegen liggen of een hoge (potentiĂŤle) natuurwaarde hebben kan de natuurfunctie tot zijn recht komen. En op rijkere gronden kan geld worden verdiend met houtproductie waarbij het gebruik van snelgroeiende exoten is toegestaan. Door het bosbeheer en alles wat daarmee te maken heeft te visualiseren in een Viewer worden burgers meer

31 Bosbeheer met het oog op de toekomst

Op welke manier kan een nieuwe economisch rendabele beheermethode voor gemeentelijke bossen tot stand komen en wat is daarvoor nodig? Gedurende de uitwerking van dit rapport is geprobeerd deze vraag te beantwoorden. Uiteindelijk kan geconcludeerd worden dat BosWerkt een bruikbare alternatieve beheermethode is voor gemeentelijke bossen.


9. Discussie en aanbevelingen

Het idee voor BosWerkt is nu goed in beeld gebracht maar de uitvoering zal nog moeten aantonen of de beheermethode in de praktijk goed kan worden toegepast. Daarom worden in dit hoofdstuk nog een paar discussiepunten genoemd en aanbevelingen gegeven voor nader onderzoek.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

32

BosWerkt is een bruikbare beheermethode maar gemeenten zullen overtuigd moeten worden van de meerwaarde. De grote omschakeling in het beheer en het regelwerk hiervan zouden kunnen afschrikken. Zoals in de casus is berekend wordt het bosbeheer zelf duurder maar zit de meerwaarde in de werkgelegenheid voor werkvoorzieningschappen. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om werkvoorzieningschappen in te zetten bij andere werkzaamheden en het bosbeheer te laten voor wat het is. De actuele ontwikkelingen omtrent de nieuwe participatie wet zullen ook goed in de gaten gehouden moeten worden. Het is een hele omschakeling om oogstwerkzaamheden weer grotendeels handmatig uit te voeren. Het is belangrijk dat bij de begeleiding van de werkzaamheden genoeg kennis en kunde beschikbaar is. De werknemers zullen goed begeleid en ge誰nstrueerd moeten worden. Daarbij is het nodig veel aandacht te besteden aan veiligheid en de arbeidsomstandigheden bij het relatief zware werk. Het uitslepen met paarden is voor de bosbodem ideaal en bovendien geeft het voor recreanten een hele andere beleving aan houtoogst. Maar hierbij is het natuurlijk de vraag of in iedere gemeente nog mensen wonen die dit vak beheersen. Wanneer dit niet het geval is zal het uitsleepwerk toch grotendeels met trekkers en uitsleeptangen moeten gebeuren. In Duitsland wordt ook uitgesleept met een Quad uitgerust met een soort malle Jan. Misschien is dat in Nederland ook een optie waneer paarden niet beschikbaar zijn. (zie figuur 21) Streekproducten bieden kansen maar wat is er nodig om streekproducten in relatie tot het bos te ontwikkelen.

Welke partijen kunnen worden betrokken en hoe denken lokale ondernemers hier over? Het is aan te bevelen hier nader onderzoek naar te doen omdat hier mooie kansen liggen. Het gebruik van tak en tophout uit bossen kan leiden tot verschraling. Hoe groot dit effect is en wat voor randvoorwaarden hier aan gesteld moeten worden is nog niet bekend. Misschien is het een optie om de as van de verbranding weer terug in het bos te brengen. De belangstelling van een digitale Viewer bij de inwoners van gemeenten zou nog verder onderzocht kunnen worden. Het idee lijkt in de eerste instantie heel goed. Maar hebben mensen hier echt behoefte aan en wat moet er allemaal inzitten. En wat voor mogelijkheden zien bedrijven in de Viewer. Misschien zijn er bedrijven die een bijdrage willen leveren omdat zij de meerwaarde hiervan inzien.


33

Bosbeheer met het oog op de toekomst

Figuur 21: Wegwijzer wandelroutes


Begrippenlijst

Bosbeheer met het oog op de toekomst

34

Begrip

Beschrijving

Bijgroei/ Lopende volumebijgroei

Jaarlijkse toename van het houtvolume in m3 per hectare per jaar

Biomassa Expansie Factor

De hoeveelheid extrahout die geoogst kan worden wanneer het tak en tophout wordt meegenomen bij de oogst

GIS

Een Geografisch Informatie Systeem dat gebruikt wordt voor het maken van kaarten. Aan de kaarten kunnen allerlei tabellen en databestanden worden gekoppeld

Participatie wet

Per 1 januari 2014. In deze nieuwe wet worden de Wet Werk en Bijstand, de Wet Sociale Werkvoorziening en een deel van de Wajong samengevoegd.30 Per 1 januari 2014 krijgen alleen mensen die helemaal niet meer kunnen werken een Wajong- uitkering, Gemeenten kunnen vanaf die tijd zelf 30.000 ‘beschutte werkplekken’ (werken onder begeleiding) creëren. Zij krijgen hiervoor geld van de Rijksoverheid. Op zo’n werkplek kan iemand het wettelijke minimumloon verdienen.

Shapefile

Een bestand in GIS dat afzonderlijk als kaart kan worden weergeven.

Werkvoorzieningschap

organisme belast met de uitvoering van de Wet op de sociale werkvoorziening, nl. werkverschaffing voor gehandicapten, veelal in beschutte of sociale werkplaatsen31

Wet sociale werkvoorziening

Via deze wet krijgen gemeenten geld om mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap aan werk te helpen.32

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Per 1 januari 2007 ingevoerd. Deze wet verplicht de gemeente om burgers te laten kiezen uit hulp in natura of een persoonsgebonden budget, waarmee zorg of hulp kan worden ingekocht. Daarnaast is er een compensatieplicht die ervoor zorgt dat beperkingen worden gecompenseerd door voorzieningen aan te bieden33.

www.departicipatieformule.nl/participatiewet-wajong-wsw-en-meer/?utm_expid=51199367-0(19-03-2013) www.encyclo.nl/begrip/werkvoorzieningsschap (4-2- 2013) 32 www. Rijksoverheid.nl/onderwerpen/sociale-werkvoorziening (11-4-2013) 33 www.wikipedia.org/wiki/Wet_maatschappelijke_ondersteuning. (19-03-2013) 30 31


Bronvermelding en figurenlijst

Literatuur • • • •

B uiting, R., Roest, E., (2007) ‘Bosbeheerplan 2007-2012 Stichting IJssellandschap’ Buiting Bosontwikkeling, Dieren Buiting, R., Roest, E., (2007) ‘Van geïntegreerd naar gedifferentieerd bosbeheer’ Buiting Advies, Dieren Ouden, J., e.a. (2010) ‘Bosecologie en Bosbeheer’Acco, Leuven Tolkamp, G.W., C.A van den Berg, G.J. Nabuurs, A.F. Olsthoorn, (2006). ‘Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen’ Wageningen, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. Alterrarapport 46 b • Westra JH.J.(1978) ‘Oerbos, natuurbos en…… ander bos’.

Publicaties op internet

Websites

• w  ww.amsterdam.nl/gemeente/organisatie-diensten/social-return/social-return/social-return/(4-4-2013) • www.content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/prodpubl/boekjesbrochures/GeintegreerdBosbeheer. pdf(12-2-2013) • www.departicipatieformule.nl/participatiewet-wajong-wsw-en-meer/?utm_expid=51199367-0 (19-03-2013) • www.encyclo.nl/begrip/werkvoorzieningsschap (4-2-2013) • www. google.nl/maps • www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=374435(4-4-2013) • www.wikipedia.org/wiki/Wet_maatschappelijke_ondersteuning (19-03-2013)

35 Bosbeheer met het oog op de toekomst

• M  inisterie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2000. Natuur voor mensen,mensen voor natuur (Nota natuur, bos en landschap in de 21e eeuw). Den Haag, pagina 114 • ‘Participatiewet niet in balans’ (29-1-2013) vng.nl/onderwerpenindex/sociale-zaken/participatiewet/nieuws Site vng, bezocht 20-03-2013 • Probos (2012) ‘Kerngegevens van Bos en Hout in Nederland’, Stichting Probos, Wageningen • Raffe.J.K. van, e.a. (2006),’Geïntegreerd bosbeheer het onderzoek van 2002-2005’. Alterra, Wageningen. • Spijker, J., Boosten M.(2010) ‘Inzet van hout voor energie in de provincie Gelderland’, Wageningen • Van Blitterswijk, H., C.J.M. van Vliet & R. Schulting, (2001). ‘Analyse uitvoering geïntegreerd bosbeheer. Resultaten van een onderzoek naar de praktijk van geïntegreerd bosbeheer in Nederland’, Alterra. Alterra-rapport 242. Wageningen • ‘Versobering wmo onvermijdelijk door bezuinigingen rutte 2’ (22-2-2013) vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/van-awbz-naar-wmo/nieuws Site vng, bezocht 19-03-2013.


Figuren

Wanneer bij de figuren geen bronvermelding staat zijn de foto`s zelf gemaakt of het zijn foto`s van Buiting Advies b.v.

Bosbeheer met het oog op de toekomst

36

1 Houtoogst met een Harvester www.omroepvenray.nl 2 Relascoop met teller 3 Bedrijfsresultaten uit Kerngegevens Probos 2012 Probos (2012) ‘Kerngegevens van Bos en Hout in Nederland’, Stichting Probos, Wageningen 4 Boomsoortensamenstelling uit Kerngegevens Probos 2012 Probos (2012) ‘Kerngegevens van Bos en Hout in Nederland’, Stichting Probos, Wageningen 5 Insporing in de Ballonzuilbossen 6 Doorgedunde Grove den op de Kempkensberg 7 Groot verjongingsgat voor Grove den 8 Klein verjongingsgat voor Douglas 9 Recreatiebos 10 Natuurbos 11 Productiebos 12 Handmatig uitsnoeien http://cursusoverzicht.helicon.nl 13 Uitslepen met een werkpaard i.p.v. Forward www.flickr.com 14 Het verwerken van loofhout tot brandhout www.vriendenvanmarienwaerdt.nl 15 De wol van Schotse hooglanders als streekproduct www.flickr.com 16 Chips www.recyclingplatform.nl 17 Viswater www.hsvdebaars.nl 18 Wegwijzer wandelroutes 19 Grasklokje 20 Dagpauwoog 21 Malle jan, vroeger gebruikt voor het uitslepen van boomstammen www.wijnand-hazeleger.nl


Bijlagen Bijlage A: Stappenplan ‘Van afdelingslegger tot oogstofferte’ >> Basis: afdelingslegger Bronbestand in Excel met per deelgebied: • Afdelingen • Oppervlaktes • Drie hoofdboomsoorten (soort, aandeel en jaar van aanplant/kiemjaar) • Fuctieaccent

>> Stap 1: Nieuw tabblad: Alleen de relevante gegevens

>> Stap 2: Nieuw tabblad: Overzichtstabel oppervlaktes

• V erwerk de oppervlakten per soort per gebied in een overzichtstabel. Gebieden onder elkaar en de soorten naast elkaar. • Bereken aan de onderkant van de tabel de totale oppervlakte per soort en aan de rechterkant de totalen oppervlakte per gebied. Het eindtotaal komt recht onder te staan.

>> Stap 3: Kopieer het tabblad met de relevante gegevens naar een nieuw tabblad leeftijden

• S orteer alle soorten bij elkaar (geen onderscheid meer maken in gebieden) • Bereken de gemiddelde leeftijd per soort.

• A  an de hand van de groeiplaatsomstandigheden (bodemkaarten) kan een inschatting worden gemaakt van de dominante hoogte. • In het veld kan de dominante hoogte worden nagemeten met een hoogte meter en met behulp van een relascoop kan de volkomenheid van de opstand worden gecontroleerd. • Met de leeftijd en de dominante hoogte kan aan de hand van het opbrengsttabellenboek de groeiklasse worden bepaald. • Hiermee kan de lopende volume bijgroei worden bepaald (m3/ha/jaar/). • Al deze gegevens worden opgenomen in de tabel.

>> Stap 5: Nieuw tabblad: Tabbel bijgroei per gebied per jaar

• M  aak een nieuwe tabbel en vermenigvuldig daarin de oppervlakte per deelgebied met de bijgroei per soort. • Nu krijg je een overzicht met het aantal m3 dat per jaar bijgroeit. • Bereken de totalen per soort, per gebied en het eindtotaal. • Soorten die heel weinig voorkomen kunnen worden samengevoegd onder overig naaldhout en overig loofhout)

>> Stap 6: Nieuw tabblad: Tabel met het oogstvolume per kapcyclus.

• V ermenigvuldig de bijgroei per gebied met de kapcylus (5 jaar) en het oogstpercentage 80% • Nu ontstaat een overzicht met het totale volume dat per 5 jaar geoogst kan worden

>> Stap 7: Nieuw tabblad: Tabel met opbrengsten bij verkoop op stam

• D  e totale hoeveelheid dat per 5 jaar per soort geoogst wordt komt in een tabel te staan.

37 Bosbeheer met het oog op de toekomst

• K opieer alleen de hoofdboomsoort (soort, aandeel en jaar van aanplant/kiemjaar) • Verwijder alle afdelingen die niet relevant zijn voor productie. (natuurdoelstelling, kapvlaktes, afdelingen zonder boomsoort). • Sorteer nu de soorten per deelgebied • Trek het kiemjaar af van het actuele jaartal om de leeftijd te berekenen (2013 -1954 = 59) • Geef alle bossen van 30 jaar en jonger een andere kleur (filter) Deze kunnen eventueel meteen verwijderd worden. • Bereken de oppervlakte per soort per gebied voor opstanden ouder dan 30 jaar.

>> Stap 4: Nieuw tabblad: tabbel met de gemiddelde leeftijden per soort


Bosbeheer met het oog op de toekomst

38

• D  aarachter worden de actuele houtprijzen per m3 vermeld • In de volgende kolom worden deze met elkaar vermenigvuldigd • Voor naaldhout en loofhout kunnen de verrekenprijzen worden vermeld (gewogen gemiddelde)

>> Stap 11: Nieuw tabblad: overzicht maatregelen en de kosten per jaar.

>> Stap 8: Nieuw tabblad: Tabel met opbrengsten bij verkoop sortimenten aan de bosweg

>> Stap 12 : Nieuw tabblad: Overzicht kosten en opbrengsten per 5 jaar

• De totalen per soort worden opnieuw gebruikt. • Per soort wordt genoteerd hoeveel % zaaghout, kisthout/profielhout, papierhout, OSB, vezelhout en brandhout er uit komt. • De prijs per sortiment wordt vermenigvuldigt met het percentage van het totale hout. • Wanneer de totalen worden berekend ontstaat een overzicht met de opbrengsten per sortiment en de totale opbrengsten bij verkoop in sortimenten aan de bosweg. • Met behulp van de Biomassa Expansie Factor kan per soort worden bepaald hoeveel extra tak en tophout kan worden geoogst voor energiehout. Dit kan ook worden verkocht of gebruikt om te verstoken in plaats van aardgas.

>> Stap 9: Nieuw tabblad: De waarde van tak en tophout vergleken met aardgas

• In de piloot Horst staan omrekeningen voor de energiewaarde van aardgas en verschillende houtsoorten. • Met de aardgasprijs kan de waarde van bijvoorbeeld een m3 grove den worden berekend. • Deze waarde kan worden vermenigvuldigt met het aantal m3 tak en tophout dat van een soort beschikbaar is. • Hiermee ontstaat een overzicht van de totale waarde van het tak en tophout in het gebied.

>> Stap 10: Nieuw tabblad: Kosten en normen voor de maatregelen

• E en specifieke omschrijving van de maatregelen met de bijbehorende kosten en normen volgens het normenboek van Alterra. • De kosten worden vermenigvuldigt met het aantal m3 of ha waarop de maatregel moet worden uitgevoerd

• K osten planvorming, bleswerk, flora en faunawet controle en houtverkoop. • Kosten voor de maatregelen • Overige kosten

• D  e relevante parameters worden bovenaan vermeld. Het oogstpercentage, de bijgroei en totale oppervlakten en volumes. • Er worden 3 kolommen gemaakt met scenario 1: verkoop op stam, scenario 2 verkoop in sortimenten aan de bosweg en scenario 3 het gebruik van tak en tophout voor energie. • Per scenario worden de totale opbrengsten per 5 jaar vermeld en de totale kosten. • Onderaan komt het brutomarge te staan.

>> Stap 13: Dezelfde stappen uitvoeren voor natuurbos


Bijlage B: Functiezones

39

Bosbeheer met het oog op de toekomst


Bosbeheer met het oog op de toekomst

Bijlage C: Werkblokken

40


Bijlage D: Behandelingseenheden

41

Bosbeheer met het oog op de toekomst


42 Manege of rijvereniging

È !

Vogelkijkdag 3 juni

opdrachtgever: schaal: datum opmaak: formaat: tekenaar:

Buiting Advies 1:19.000 12-4-2013 A3 PS

±

Reptielenexcursie 10 juli

Reewildexcursie 7 mei

Herfstwandeltocht 8 oktober

VVV-ANWB Winkel

0 250500750 1.000 1.250 1.500 1.750 2.000 2.250 2.500 2.750 3.000 3.250 mtr

[ ´ Æ !

8 !

Fietsverhuur

G !

Scoutingvereniging

Eetgelegenheid

9 I

Center Parcs

Camping

Boswerkt gemeente Venray

Boswerkt gemeente Venray

Bosbeheer met het oog op de toekomst

Bijlage E: Locatie betrokken partijen


Bijlage F: Flora en fauna

43

Bosbeheer met het oog op de toekomst



Scriptie boswerkt