Page 1

Natuurtoets

Hof van Saksen oktober 2010


Titel:

Natuurtoets Hof van Saksen

Datum:

oktober 2010

Opdrachtgever:

Phanos Vastgoed BV

Rapportnummer:

10031

Auteur:

Ing. Elmar Prins

Vormgeving:

Esther Nijhuis

Š Buiting Advies, 2010 Alles uit deze publicatie mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits de bron wordt vermeld.


Natuurtoets

Hof van Saksen

Buiting Advies Wilhelminaweg 64 6951 BP Dieren 0313 - 61 90 42 www.buiting.nl


Inhoudsopgave

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Leeswijzer

Natuurtoets Hof van Saksen



6 6 6

2 Onderzoeksgebied 2.1 Ligging en begrenzing onderzoeksgebied 2.2 Beschrijving onderzoeksgebied 2.2.1 Landbouwgebied 2.2.2 Bossen en singels 2.2.3 Heiden, hoogveen en vennen 2.2.4. Watergangen

8 8 10 10 13 18 24

3. Beleid en wetgeving 3.1 Nationaal Park en Nationaal Landschap 3.1.1 Beleid Nationaal Park 3.1.2 Beleid Nationale Landschap 3.2 Natura2000 3.3 Ecologische Hoofd Structuur (2007) 3.4 Flora- en faunawet (+Habitatrichtlijn, bijlage 4)

26 26 26 28 28 29 30

4. Onderzoeksmethodiek (gegevensverzameling) 4.1 Inleiding 4.1.1 Literatuur- en bronnenonderzoek 4.1.2 Veldonderzoek 5. Resultaten onderzoek natuurbeleid en wetgeving 5.1 Nationaal Park en Nationaal Landschap 5.2 Natura 2000 5.3 Ecologische Hoofdstructuur

32 32 32 32 35 35 35 36


36 36 42 42 42 43 44 44 44 47 47 48

6. Natuurwaarden, kansen en bedreigingen 6.1 Natuurwaarden onderzoeksgebied 6.2 Kansen en Bedreigingen 7. Eindconclusies en aanbevelingen

49 49 49

Literatuur Bijlage1 Bijlage2

51

 Natuurtoets Hof van Saksen

5.4 Flora- en faunawet (en Habitatrichtlijn bijlage IV) 5.4.1 Vogels 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 5.4.3 Vleermuizen 5.4.4 Reptielen 5.4.5 AmfibieĂŤn 5.4.6 Dagvlinders 5.4.7 Libellen 5.4.8 Vissen 5.4.9 Planten 5.4.10 Overigen (ongewervelden) 5.4.11 Overzicht beschermde soorten


1. Inleiding

N a t u u r t o e t s G o l f b a a n s p o r t p a r k D e n D r i e s Va l k e n s w a a r d



Buiting Advies is bij monde van dhr P.G. Blankenstijn, als vertegenwoordiger van Phanos Vastgoed BV, gevraagd een natuurtoets uit te voeren in het kader van de ontwikkelingsplannen die Phanos heeft voor het gebied rondom het resort “Hof van Saksen” in Drenthe. Voor u ligt de rapportage van deze natuurtoets.

1.1 Aanleiding en doelstelling

“Hof van Saksen” is in 2007 door Phanos geopend en ligt ruim een kilometer ten zuiden van Rolde in de provincie Drenthe. Op het resort bevinden zich luxe recreatiebungalows, waaronder “Saksische boerderijen”. Eén van de belangrijkste uitgangspunten is het bieden van een zeer hoge mate van “welness”. Hof van Saksen biedt de mogelijkheid tot vele activiteiten. In 2009 heeft Phanos het plan opgevat om aansluitend aan het recreatiepark een golfbaan te ontwikkelen. Tevens wil Phanos enkele nieuwe buurtschappen en een paardendorp ontwikkelen. Deze ontwikkelingen wil Phanos plaats laten vinden in combinatie met een versterking en verfraaiing van het landschap en met het ontwikkelen van natuurwaarden. Dit project heeft de werktitel “van Hof naar Marke van Saksen” meegekregen en geeft goed weer dat het doel is om te komen tot een integrale aanpak van het plangebied waarbij het cultuurhistorische landschap als uitgangspunt wordt genomen. Een natuurtoets in het gebied is noodzakelijk om te onderzoeken welke natuurkansen en eventuele bedreigingen in het plangebied aanwezig zijn. De resultaten van de natuurtoets kunnen

worden gebruikt bij het realiseren van het inrichtingsplan. Indien beschermde soorten en/of habitats voorkomen die mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen plannen, wordt beschreven wat dit voor de verdere planvorming voor consequenties heeft en hoe het best verder gehandeld kan worden.

1.2 Leeswijzer

Na deze inleiding begint dit rapport in hoofdstuk 2 met een globale landschapsecologische beschrijving van het plangebied. Deels is deze tekst overgenomen uit de beschrijving in het rapport “Hof van Saksen, een verkennend onderzoek naar de landschappelijke inpasbaarheid van golf, Buiting Advies 2009”. Op basis van het uitgebreide natuuronderzoek uitgevoerd in 2010 is de tekst uitgebreid en bijgesteld. In het kader van dit natuuronderzoek zijn bovendien de niet relevante delen weggelaten. In hoofdstuk 3 is het relevante natuurbeleid en de relevante natuurwetgeving beschreven. Aangegeven is welk beleid en welke wetgeving in dit natuuronderzoek is meegenomen. Tevens is beschreven op welke wijze de planvorming in relatie staat tot de natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksmethodiek beschreven. Feitelijk richt dit hoofdstuk zich op de gegevensverzameling met betrekking tot eventueel aanwezige beschermde natuur. In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de gegevens zijn verzameld.


Het grootste deel van dit hoofdstuk betreft een beschrijving van de voor de verschillende diergroepen en planten toegepaste inventarisatiemethoden.

In hoofdstuk 6 is een korte beschrijving gegeven van de natuurwaarden in het onderzoeksgebied. Hierbij gaat het niet zozeer (of alleen) om beschermde flora en fauna, maar ook om andere natuurwaarden. Het gaat hier niet alleen om soorten, maar ook om terreinen die door hun specifieke kenmerken of combinatie van soorten waardevol zijn. In dit hoofdstuk worden ook de kansen en bedreigingen van de planvorming met betrekking tot de natuurwaarden in en buiten het plangebied uiteengezet. In hoofdstuk 7 volgen de eindconclusies en aanbevelingen.

 Natuurtoets Hof van Saksen

In hoofdstuk 5 zijn de resultaten van het onderzoek met betrekking tot natuurbeleid en natuurwetgeving en de invloed op de planvorming beschreven. Achtereenvolgens worden hier de resultaten van het onderzoek met betrekking tot het diverse beleid en wetgeving behandeld. In dit hoofdstuk is onder andere per diergroep (en planten) aangegeven welke beschermde soorten zijn aangetroffen en wat dat voor de planvorming in houdt.


2. Onderzoeksgebied

Natuurtoets Hof van Saksen



In dit hoofdstuk is als eerste de ligging en begrenzing van het onderzoeksgebied weergegeven. Daarna volgt een globale landschapsecologische beschrijving die tot doel heeft een voldoende goed beeld te verkrijgen van het landschappelijk karakter van het gebied. Ook geeft dit hoofdstuk een beeld van de natuur en landschapswaarden binnen het gebied. Specifieke natuurwaarden en beschermde natuur worden in de rest van het rapport uitgebreider behandeld.

2.1 Ligging en begrenzing onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied ligt ongeveer anderhalve kilometer ten zuidoosten van de plaats Rolde, net ten zuiden van Nooitgedacht. De ligging en begrenzing worden weergegeven op kaart 1.


Basiskaart Hof van Saksen

 Natuurtoets Hof van Saksen

Kaart 1: Ligging en begrenzing van het onderzoeksgebied


2.2 Beschrijving onderzoeksgebied 2.2.1 Landbouwgebied

Het grootste deel van het onderzoeksgebied bestaat tegenwoordig uit intensief gebruikt landbouwgebied met onder andere aardappelakkers, ma誰sakkers en homogene productiegraslanden (zie foto1, 2 en 3).

10

Foto 1: monotone voedselrijke akkers van grote brandnetel

De akkers worden vermoedelijk intensief bemest en bewerkt en herbergen hierdoor slechts enkele zeer algemene voedselminnende plantensoorten, zoals melganzenvoet. Langs diverse akkers bevinden zich zomen met nitrofiele (stikstofminnende) soorten zoals grote brandnetel (foto 2), gewone berenklauw en/of ridderzuring. Op enkele plekken in de akkers ten zuiden van de Hogeveldseweg wijst het voorkomen van tandzaad nog op een van nature natter milieu. De akkers en akkerranden hebben een lage natuurwaarde. De aanwezige natuurwaarde zit hem vooral in de aanwezigheid van diverse broedvogels die met name op de randen broeden. De graslanden in het plangebied betreffen vrijwel allemaal homogene sterk bemeste hooilanden. De graslanden bestaan uit zeer algemene uitgezaaide grassen met hoge voederwaarde, zoals engels raaigras en beemdgras. Broedende primaire weidevogels zijn maar weinig aangetroffen (Kievit, Wulp). Wel is sprake van waardevolle broedvogels als Veldleeuwerik, maar het lijkt er op dat dit als gevolg van het maaibeheer niet leidt tot vliegvlugge jongen.

Foto 2: ma誰sakker met nitrofiele zoom


11

Foto 3: homogeen raaigrasgrasland


Natuurtoets Hof van Saksen

12

Foto 4: schrale berm met grasklokje en muizenoor langs voedselrijke akker


Op veel plaatsen in het gebied is de vegetatie in bermen nog verrassend soortenrijk met diverse soorten van matig voedselrijk tot voedselarm milieu aanwezig. Kenmerkende soorten in dergelijke bermen zijn o.a. gewoon struisgras, gewoon biggenkruid, duizendblad, sint janskruid, grasklokje, muizenoor en schapenzuring (zie foto 4). Ter hoogte van het Rolderveld komen in de bermen ook nog andere vrij zeldzame soorten voor zoals kleine bevernel en stijve ogentroost. Een belangrijke oorzaak is te vinden in de recente geschiedenis van het gebied waarin het grotendeels bestond uit heide en andere schrale vegetaties. Vermoedelijk is ook het feit dat de meeste bermen wat hoger liggen dan de omliggende akkers en dat er sloten tussen liggen van belang. Op diverse plekken, vaak wat dichter tegen de akker, zien we overigens vaak ruigere vegetaties met een hoge presentie van boerenwormkruid (zie foto 3).

In de bossen zijn vaak sterk antropogene invloeden zichtbaar, wat onder ander zichtbaar is aan het voorkomen van diverse soorten naaldbomen en coniferen.

13

Foto 5: extensieve kampeerrecreatie in het bos in het oosten van het onderzoeksgebied.

2.2.2 Bossen en singels

Op enkele plekken in het onderzoeksgebied komt bos voor, met name in het oostelijk deel van het gebied. Geheel in de oostelijke punt van het gebied ligt een bos dat tevens als extensieve kampeerplaats in gebruik is (foto 5). Van nature komen in het onderzoeksgebied vooral eiken-berkenbossen en eiken-beukenbossen van voedselarme gronden voor. De bossen in het onderzoeksgebied hebben grotendeels nog de kenmerken hiervan. De meest voorkomende boomsoorten zijn eik, berk en beuk. Plaatselijk is een oud-bosindicator als dalkruid (foto 6) aanwezig. Foto 6: dalkruid: oud bos indicator


De bosranden zijn meestal slecht ontwikkeld en

Natuurtoets Hof van Saksen

14

Op een natte plaats rondom het ven in de oostelijke punt van het onderzoeksgebied komt bos voor met zwarte els en wilgen en op de bodem veenmospaketten (foto 7). Hier groeit ook de vrij zeldzame plant slangenwortel.

Foto 7: Nat broekbos met zwarte els, wilgen en veenmos.

er is sprake van scherpe overgangen van bos naar landbouwgebied of naar wegberm, waardoor er voor de flora en fauna weinig mogelijkheden zijn om hier gebruik van te maken (zie foto 8). Plaatselijk treffen we langs bossen of singels of in bermen typiche gewone zoomplanten als stijf of schermhavikskruid aan.


15 Natuurtoets Hof van Saksen

Foto 8: scherpe overgangen van bosrand naar grasland hebben een lage natuurwaarde


Ten noorden van het Rolderveld bevindt zich een klein bosje dat zich kenmerkt door aanwezigheid van zeer veel Amerikaanse vogelkers en verder zomereik en enkele eenstijlige meidoorns. In dit bosje bevindt zich een dassenburcht! (zie foto 9) Het betreft een bewoonde burcht. De omliggende landbouwgebieden worden als foerageergebied gebruikt worden.

Natuurtoets Hof van Saksen

16

In het onderzoeksgebied bevinden zich betrekkelijk weinig singels. In het algemeen zijn ze in een matige staat. De meeste zijn relatief smal en ijl met weinig omvang en hebben een matige structuuropbouw (zie foto 10). Vaak bevinden zich bovendien veel exoten in de singel. De meeste singels zijn jong (jonger dan 50 jaar). Het onderzoeksgebied heeft nooit een hoge dichtheid aan singels gekend. Het was gedurende de laatste eeuwen een open heidegebied. Uit ecologisch oogpunt zou de aanwezigheid van enkele goed ontwikkelde bosjes, singels en houtwallen waardevol zijn. Bij de aanwezige bossen moet gedacht worden aan de ontwikkeling van een mantel/zoomvegetatie. De potentieel natuurlijke vegetatie in het onderzoeksgebied bestaat uit bostypen van arme zandgronden. Bij de aanleg van bosjes en singels dient daar bij de soortenkeuze rekening mee gehouden te worden.

Foto 9: bewoonde dassenburcht


17

Natuurtoets Hof van Saksen

Foto 10: ijle singel


18

2.2.3 Heiden, hoogveen en vennen

Natuurtoets Hof van Saksen

In het onderzoeksgebied bevinden zich nog diverse natuurterreinen die veelal grotendeels uit heidevegetaties bestaan. Het grootste heideveld wordt gevormd door het Rolderveld. Kenmerkende plantensoorten in deze grotendeels vochtige heide zijn dophei en struikhei en het gras pijpenstrootje (zie foto11). In het algemeen is de vegetatie weinig soortenrijk aan planten en bestaat deze vooral uit bovengenoemde soorten. In de meer gevarieerde delen van het terrein komen we plantensoorten tegen zoals, blauwe zegge, tandjesgras, veenbies, tormentil en trekrus. De meerderheid van deze soorten wordt aangetroffen langs paadjes en op natte tot sterk vochtige open plekken. In het centrum ligt een rond ven, vermoedelijk een pingoru誰ne, omgeven door sphagnum, pijpenstrootje, biezenknoppen en plaatselijk grote zeggen (zie foto 12). In het oosten ligt een groter water/ven. De vennen worden gebruikt door diverse diersoorten zoals watervogels (b.v. dodaars en wilde zwaan) en vele libellensoorten.

Foto 11: Rolderveld; vochtige heide met dophei en struikhei en op de achtergrond pijpenstrootje


19 Natuurtoets Hof van Saksen

Foto 12: Ven (pingoru誰ne), met biezeknoppen en grote zeggen. In de rand bevindt zich tevens veel pijpenstrootje en sphagnum.


In het zuidoosten van het onderzoeksgebied bevindt zich nog een heideterrein met vennen dat in grote lijnen vergelijkbaar is met de heidevegetaties en vennen op het Rolderveld.

Natuurtoets Hof van Saksen

20

In het westen van het Rolderveld bevindt zich een zeer goed ontwikkeld en waardevol maar klein hoogveentje met de kenmerkende hoogveensoorten kleine veenbes, lavendelhei en eenarig wollegras (zie foto13).

Foto13: hoogveen in Rolderveld met veel kleine veenbes (rood op voorgrond) en eenarig wollegras.


In het oosten van het onderzoeksgebied bevindt zich een kleine reliĂŤfrijke heide met veel variatie. Delen van dit gebiedje zijn enkele jaren geleden geplagd. Er is mede hierdoor sprake van redelijk open vegetaties met ook veel open grond. De lage delen

bestaan uit vochtige tot natte keileemgronden, de hogere delen zijn zandig en droog (foto 14). De vegetatie bestaat uit onder andere struikhei, dophei, kraaihei en de zeldzame en beschermde soorten ronde zonnedauw en valkruid.

21 Natuurtoets Hof van Saksen

Foto 14: heitje in het oosten van het onderzoeksgebied met afgeplagde delen tot op keileem en hogere ruggetjes. Een gevarieerd waardevol terreintje met bijzondere plantensoorten.


Natuurtoets Hof van Saksen

22

Foto 15: schraalgrasland met heide overgangen


23 Natuurtoets Hof van Saksen

Aan de westkant van dit heitje ligt een vermoedelijk enige jaren geleden afgeplagd terreindeel waar zich een schraalgrasland heeft ontwikkeld. Hierin bevinden zich soorten zoals zandblauwtje, grote ratelaar, fijn schapengras, gewoon struisgras, gewoon biggenkruid, schapenzuring en de vrij zeldzame halfparasiet stijve ogentroost. Dit type schraalgraslanden met overgangen naar heide zijn erg waardevol, niet in de minste plaats voor de insectenfauna. Bovendien zijn ze recreatief ook erg aantrekkelijk door de kleurenrijkdom (zie foto 15).


2.2.4. Watergangen

Natuurtoets Hof van Saksen

24

In het onderzoeksgebied bevinden zich vooral deels droogvallende sloten. In het zuiden van het onderzoeksgebied loopt een kwelsloot met veel holpijp (foto 16). Dit geeft zeker natuurpotenties aan in het gebied. Tevens loopt er een zijtak van het Andersche diep geheel in het zuiden van het plangebied (foto 17). Ook hier liggen grote potenties voor natuurontwikkeling. In de watergang zijn onder andere nog drijvend fonteinkruid en grote waterranonkel (foto 18) aanwezig, maar de waterkwaliteit lijkt erg slecht als gevolg van landbouwactiviteiten.

Foto 17: zijtak Andersche Diep

Foto 18: grote waterranonkel in “vervuilde� zijtak Andersche Diep


25 Natuurtoets Hof van Saksen

Foto 16: kwelsloot in zuiden onderzoeksgebied niet ver van de beek.


3. Beleid en wetgeving

Natuurtoets Hof van Saksen

26

Dit hoofdstuk beschrijft het beleid en de wetgeving die van invloed kan zijn op ontwikkelingen in het plangebied. Het gaat daarbij om zowel Europese als nationale wetten. Het hieronder beschreven beleid en wetgeving is in dit onderzoek meegenomen. Streekplannen en bestemmingsplannen vallen buiten het kader van dit onderzoek:

3.1 Nationaal Park en Nationaal Landschap

Het Drentsche Aa gebied wordt algemeen beschouwd als een van Europees meest bijzondere laaglandbeeksystemen. Dit komt mede doordat grootschalige cultuurtechnische ingrepen hier zijn uitgebleven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gebied een beschermde status heeft verkregen. Oorspronkelijk was het idee om alleen het kerngebied tot Nationaal Park uit te roepen, maar omdat sprake is van een waardevol landschap met behalve natuur ook 16 dorpen en gehuchten met agrarisch gebruik, is gekozen voor de benaming Nationaal beek- en esdorpenlandschap. Meer dan de helft hiervan bestaat uit landbouwgrond. Het gebied is in totaal 10.000 ha groot en de grens wordt gevormd door de driehoek Assen-GietenGlimmen. Het plangebied is even ten zuiden van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa gelegen. In 2007 is naast het Nationaal Park een groot deel van het stroomgebied van de Drentsche Aa uitgeroepen tot Nationaal Landschap. Het volledige gebied is daarmee 30.000 ha groot geworden. Hof van Saksen en het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het Nationaal Landschap. Kaart 2 laat de begrenzing zien. Het plangebied

ligt midden in het Nationale Landschap en is rood omkaderd. De geelbruine stippellijn is de begrenzing van het Nationaal Park.

3.1.1 Beleid Nationaal Park

De afgelopen jaren zijn voor het Nationaal Park verschillende rapporten verschenen die een goed beeld geven van de ingeslagen richting. De belangrijkste worden hier kort besproken. Bio-plan Voor het Nationaal Park zijn verschillende beleidsdocumenten verschenen. Het BIO-plan (2002) hanteert het bestaand landschap als vertrekpunt en spreekt over behoud door vernieuwing. Het Nationaal Park heeft een verbrede doelstelling, het gaat om meer dan conserveren alleen. Behalve bescherming van de huidige natuurwaarden, geldt cultuurhistorie als inspiratiebron. Voor het toekomstig gebruik van het gebied hanteert het BIO-plan vijf functies, te weten water, landbouw, natuur, recreatie en wonen. Het park kan worden versterkt door deze gebruikersfuncties te blijven ontwikkelen en waar nodig te vernieuwen. Landschapsvisie Ook de Landschapsvisie Drentsche Aa (2004) heeft als uitgangspunt “behoud door vernieuwing”. Het bestaande landschap is het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen en de cultuurhistorie is daarbij inspiratiebron. De visie hanteert acht stellingnamen: • Een geïntegreerde benadering van het landschap • Het landschap spannender maken • Geen museumlandschap


27 Natuurtoets Hof van Saksen

Kaart 2: Nationaal landschap


Natuurtoets Hof van Saksen

28

• Actief sturen op ruimtelijke kwaliteit • Beter zichtbaar maken van de historische gelaagdheid van het landschap • Alleen fors ingrijpen op plaatsen waar al fors is ingegrepen • Terughoudendheid in de aanleg en vorm van voorzieningen • Meer diffuse grenzen en gradiënten Binnen de kaders van het Nationaal Park zijn nog twee andere belangrijke documenten verschenen, te weten de Integrale Kansenkaart en het Plan van Aanpak Levend Bezoekersnetwerk. De kansenkaart is primair gericht op de mogelijkheden voor levensvatbare agrarische bedrijvigheid. Het Levend Bezoekersnetwerk richt zich op het recreatief medegebruik van het Nationaal Park. Hierin wordt een plan uitgerold voor de toegankelijkheid, openstelling en betrokkenheid bij het park door de bezoekers. Beide plannen richten zich met name op het Nationaal Park zelf, minder op het omliggende Nationaal Landschap.

3.1.2 Beleid Nationale Landschap

De bescherming van het Nationale Landschap wordt gecoördineerd door de Provincie. Deze heeft het provinciale beleid in 2007 verwoord in het Uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap Drentsche Aa, pMJP-Gebiedsopgage 2007-2013. Net als voor het Nationaal Park, hanteert ook het Nationale Landschap “behoud door ontwikkeling” als uitgangspunt. Van belang is dat de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap wordt versterkt. Kernpunten uit dit programma kunnen als volgt worden omschreven: • Binnen de grenzen van het Nationaal Land-

schap zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. • Het beleid ten aan zien van Natura 2000 en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) blijft onverminderd van toepassing. • Het Provinciaal Omgevingsplan (POP-II) uit 2004 blijft van toepassing en hanteert een “ja, mitsbenadering” en het “migratiesaldo nul”. • Fundament van het Uitvoeringsprogramma wordt gevormd door het Bio-plan, de Landschapsvisie, de Integrale Kansenkaart en PvA Levend bezoekersnetwerk.

3.2 Natura2000

Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden (habitats), maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Verschillende gebieden in de omgeving van het onderzoeksgebied vallen onder Natura2000 gebied Drentsche Aa. Kaart 3 geeft de verspreiding hiervan weer. Direct ten oosten van Hof van Saksen is een gebied aangewezen (stroomdal Andersche Diep), alsmede ten zuidwesten van het bungalowpark (omgeving Amen). Binnen dit Natura2000-gebied zelf gelden speciale doelstellingen ten aanzien van deze habitats en soorten. Deze zijn dusdanig beschermd dat ook activiteiten die buiten het Natura2000 gebied plaats vinden geen nadelige gevolgen mogen hebben voor deze beschermde soorten en habitats. Met andere woorden: in het plangebied mogen geen activiteiten plaatsvinden die een nadelige in-


zij”- principe. Dit houdt in dat deze ontwikkelingen niet worden toegestaan tenzij sprake is van zeer zwaarwegende maatschappelijke belangen en er bovendien geen andere opties zijn.

29

Kaart 3 Natura2000

3.3 Ecologische Hoofd Structuur (2007)

De Ecologische hoofdstructuur is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De EHS kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het plangebied is voor een groot deel omsloten door de EHS en binnen het gebied zelf liggen ook twee gebiedjes die als EHS zijn aangewezen, namelijk het Rolderveld en het heidebosgebied in het oosten van het onderzoeksgebied. Met betrekking tot ontwikkelingen binnen de EHS, die een nadelige invloed kunnen hebben op het functioneren daarvan, geldt een “nee, tenKaart 4 Ecologische Hoofd Structuur

Natuurtoets Hof van Saksen

vloed hebben op aangewezen habitats en soorten gelegen in het Natura2000 gebied Drenthsche Aa. In deze speciale beschermingszones heeft de Nederlandse overheid zich bovendien verplicht alle nodige maatregelen te nemen om de instandhouding van het habitat te waarborgen en hun achteruitgang te voorkomen. Met andere woorden: deze natte beekdalen zijn streng beschermd. Dit betekent bijvoorbeeld dat een ontwikkeling die nadelige invloed heeft op de waterhuishouding (en daarmee de flora) van Natura2000-gebied niet is toegestaan. Ook de in de directe omgeving aanwezige kwetsbare vogelsoorten (en dan met name de soorten die zijn opgenomen in de Vogel- en Habitatrichtlijn) mogen geen hinder ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen in het naastliggende gebied. Voor dit gebied gaat het om soorten als wespendief, paapje, watersnip en grauwe klauwier. Deze soorten komen allen in het aangrenzende Andersche Diep en nabijgelegen bossen voor.


Natuurtoets Hof van Saksen

30

Binnen het onderzoeksgebied ligt ook nog een zoekgebied voor een ecologische verbindingszone tussen het Rolderveld en het in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied liggend bos/heideterrein (zie kaart 5). Officieel maakt dit dus nog geen deel uit van de EHS. Wellicht kunnen de geplande ontwikkelingen en de realisatie van een verbindingszone ter plaatse hand in hand gaan.

3.4 Flora- en faunawet (+Habitatrichtlijn, bijlage IV).

De Flora- en faunawet en Habitatrichtlijn (bijlage IV) regelen de bescherming van de in Nederland in het wild levende plant- en diersoorten. Bij de bescherming van soorten in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen gaat het met name om soorten die in de Flora- en faunawet in tabel 2 en 3 (inclusief vogels) zijn opgenomen. Voor soorten van tabel 1 geldt in dat geval een ontheffing. Voor alle soorten geldt wel de zorgplicht die inhoudt dat men te allen tijde zorgvuldig dient te handelen ten aanzien van dieren. Van een aantal soorten vogels zijn de broedplaatsen jaarrond beschermd (dus ook als er geen vogel aanwezig is). Een ontheffing in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij niet mogelijk. Soorten die in bijlage IV van de Habitatrichtlijn worden genoemd genieten Europese bescherming. Van deze soorten is ook het leefgebied beschermd. Een ontheffing voor deze soorten is ook niet mogelijk, omdat de habitat/vogelrichtlijn ruimtelijke inrichting niet als een wettelijk belang kent. In deze gevallen dienen maatregelen genomen te worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen.


Ecologische hoofdstructuur

Provinciale EHS

Zoekgebied

Robuuste verbinding

Ecologische verbindgszone

Concretisering EHS actualisatie december 2009

31 Natuurtoets Hof van Saksen

Kaart 5: Ecologische hoofdstructuur


4. Onderzoeksmethodiek (gegevensverzameling)

Natuurtoets Hof van Saksen

32

In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethodiek met betrekking tot de gegevensverzameling beschreven:

atlassen en de sites telmee.nl en waarneming.nl. Door het bronnenonderzoek kan ook gerichter veldonderzoek plaats vinden.

4.1 Inleiding

4.1.2 Veldonderzoek

De basis van het onderzoek bestaat uit een combinatie van bronnenonderzoek en van veldonderzoek. Het gaat hierbij voornamelijk om gegevensverzameling met betrekking tot al dan niet aanwezige beschermde natuur. In de volgende paragraven is beschreven hoe dit is uitgevoerd.

4.1.1 Literatuur- en bronnenonderzoek

De eerste fase van het onderzoek betreft een bronnenonderzoek. Hiervoor zijn zowel literatuur als internet gebruikt. Als eerst is onderzocht welke wet- en regelgeving/ beleid voor dit plangebied relevant is en op welke wijze. Zo kan het zijn dat een plangebied geheel of deels is aangewezen in het kader van beschermend beleid. Het kan ook zo zijn dat het gebied zelf geen speciale bescherming geniet, maar dat speciale beschermingszones wel binnen de invloedsfeer van het plangebied liggen. Hiervoor is onder andere de site van de Provincie Drenthe geraadpleegd. In hoofdstuk 3 staan reeds enkele kaartjes weergegeven waarop de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van speciale beschermingzones is aangegeven (bron: synbiosys. alterra.nl). Tijdens deze fase wordt ook uitgezocht wat er al bekend is met betrekking tot gegevens van planten en dieren in het onderzoeksgebied en omgeving. Belangrijke bronnen daarbij zijn de verspreidings-

Het onderzoeksgebied is tijdens enkele veldbezoeken systematisch onderzocht, zodat alle terreintypen en vegetatiestructuren aan bod zijn gekomen. Van alle elementen is een beschrijving gemaakt aan de hand van de vegetatie en aangetroffen plantensoorten. Het onderzoek heeft zich daarbij specifiek gericht op die elementen die het meest kansrijk zijn. Homogene boerengraslanden zijn niet doorkruist. Wel zijn deze graslanden meegenomen in het vogelonderzoek. Tijdens het veldonderzoek is gericht gezocht naar broedvogels, flora, zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten. Tijdens de inventarisaties zijn soorten uit de Ff-wet, soorten van de Rode Lijst, zeldzame of anderszins waardevolle soorten vermeld. Deze waarnemingen zijn opgeslagen in een veldcomputer met GPS en hiervan zijn uiteindelijk de zogenaamde ‘stippenkaarten’ met de vindplaatsen van de soorten gemaakt. Hieronder staat per soortengroep de toegepaste inventarisatiemethode toegelicht. Tabel 1 geeft de bezoeken met bezoektijden weer, samen met de soortgroepen waarop gericht is geïnventariseerd. Het betreft hier de groepen waar speciaal naar is geïnventariseerd. Beschermde of anderszins waardevolle soorten uit andere groepen zijn indien aangetroffen vanzelfsprekend meegenomen.


Tijd

Waarnemer(s)

Soortgroep

18 maart

14.00 - 21.45

EP, BV

vleermuizen, uilen, zoogdieren, planten, insecten

15 april

19.30 - 23.00

YM

uilen

16 april

06.00 - 11.00

YM

vogels, zoogdieren

29 april

06.30 - 12.00

YM, TV

vogels, planten zoogdieren, reptielen, amfibieën

21 mei

06.00 - 14.00

YM, EP

vogels, planten, insecten, reptielen

1 juli

18.00 - 24.00

BV, PS

vleermuizen, amfibieën, zoogdieren

22 juli

07.00 - 15.30

YM,EP

planten,vogels, insecten, reptielen, amfibieën

23 september

19.30 - 22.00

BV

vleermuizen, zoogdieren

Tabel 1: bezoekmomenten inventarisaties

Broedvogels Voor de broedvogelinventarisatie is het onderzoeksgebied verspreid over het broedseizoen gedurende totaal 4 rondes (excl. uilenronde) systematisch geïnventariseerd. Daarbij is territorium indicerend gedrag zoals zingen, baltsen, alarmroepen of slepen met nestmateriaal of voer genoteerd. Op basis van de verschillende waarnemingen kunnen de territoria van de broedvogels in beeld worden gebracht. Hier is vervolgens een stippenkaart van vervaardigd. Flora In het plangebied is gericht onderzoek gedaan naar de aanwezige flora. Hierbij is het hele gebied intensief doorkruist. De aangetroffen plantensoorten zijn onder andere gebruikt om goede beschrijvingen te maken van de voorkomende vegetatietypen in het terrein. Deze worden weergegeven bij de beschrijving van het onderzoeksgebied.

EP = Elmar Prins BV = Bas Visscher TV = Tineke Velthorst

YM = Yves Martens PS = Patrick Smit

Grondgebonden zoogdieren Tijdens alle bezoeken is gelet op de aanwezigheid van zoogdieren of sporen daarvan. Hierbij is onder andere gezocht naar prenten, uitwerpselen, haren, prooiresten en krabsporen. Ook is gericht gezocht naar wissels, holen of nesten. Vleermuizen Tijdens de veldbezoeken is als eerst het plangebied afgezocht naar potentieel geschikte verblijfplaatsen. Door te letten op sporen die wijzen op gebruik door vleermuizen kan worden vastgesteld of sprake is van recent gebruik. Bij sporen valt te denken aan vleermuisuitwerpselen of prooiresten. Ook is gebruik gemaakt van een batdetector (type D240x van het merk Pettersson). Met de batdetector is vanaf zonsondergang geluisterd, nabij de als onderkomen geschikt geachte locaties, op eventueel aanwezige uitvliegende exemplaren. Tevens is met de batdetector gelet op het gebruik van het

33 Natuurtoets Hof van Saksen

Datum


plangebied en de bosranden als vlieg/migratieroute of voedselgebied.

Natuurtoets Hof van Saksen

34

Amfibieën, reptielen Tijdens veldbezoeken is gelet op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Hierbij is in de avonduren geluisterd naar kooractiviteit en is op zonnige dagen gericht gezocht naar amfibieën en reptielen. Twee poelen in het noordwesten van het gebied op privégrond zijn niet geïnventariseerd. Vissen Veldonderzoek naar vissen heeft niet plaatsgevonden. Beschermde soorten vissen worden in het gebied niet verwacht op basis van biotoop m.u.v. wellicht de zijtak van het Andersche diep. Inventarisatie insecten Vlinders, libellen en juffers zijn geïnventariseerd. Met name bosranden, waterpartijen en heidevelden zijn daarbij meegenomen.


5. Resultaten onderzoek natuurbeleid en wetgeving

Dit hoofdstuk geeft de resultaten weer van het onderzoek. In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op het voorkomen van beschermde soorten.

5.1 Nationaal Park en Nationaal Landschap

5.2 Natura2000

Het plangebied ligt niet binnen Natura2000-gebied. Aan de oostkant van het plangebied en wat verder aan de westkant ligt binnen de 3km invloedssfeer het Natura2000-gebied “Drentsche Aa”. De ontwikkeling van een golfbaan in het plangebied heeft vrijwel zeker geen nadelige invloed op de instandhoudingsdoelen als gesteld voor habitattypen in Natura2000-gebied “Drentsche Aa”. Op plekken in het onderzoeksgebied die onder Natura 2000 vallen en waar habitattypen voorkomen die onder de instandhoudingsdoelen vallen zijn geen ontwikkelingen gepland. Wel dient rekening gehouden te worden met de effecten van

De ontwikkeling van een golfbaan heeft geen nadelige invloed op planten- of diersoorten waarvoor instandhoudingsdoelen zijn gesteld binnen Natura2000-gebied “Drentsche Aa”. Het gaat hierbij ten eerste om een viertal vissoorten, namelijk rivierprik, bittervoorn, grote modderkruiper en kleine modderkruiper. Grote modderkruiper en bittervoorn zijn in de wijde omgeving van het plangebied niet bekend (www. ravon.nl). Rivierprik en kleine modderkruiper komen wel in de omgeving voor. De soorten zouden voor kunnen komen in de zijtak van het Andersche diep dat door het plangebied loopt. Dit deel valt zelf niet onder Natura 2000. Omdat het geenszins de bedoeling is de kwaliteit van deze watergang aan te tasten wordt bovendien geen enkel negatief effect verwacht op Natura2000-gebied waar dit water buiten het plangebied mee in verbinding staat. Wel zal als gevolg van de te verdwijnen intensieve bemesting een positieve invloed kunnen ontstaan. Naast genoemde vissen betreft het de vogelsoorten watersnip, paapje en grauwe klauwier die vallen onder de instandhoudingsdoelen. Een negatieve invloed op deze soorten wordt niet verwacht. Watersnip en tapuit zijn in het onderzoeksgebied

35 Natuurtoets Hof van Saksen

Het plangebied ligt ten zuiden van het Nationaal Park. Wel maakt het onderdeel uit van het Nationaal Landschap Drentsche Aa. Uitgangspunt is “behoud door ontwikkeling”. De voorgenomen plannen lijken goed te passen in het beleid van het Nationaal Landschap. De werktitel “van Hof naar Marke van Saksen”geeft ook aan dat bij de ontwikkeling van de plannen het cultuurhistorisch landschap als kern is genomen voor de ontwikkelingen. Naast herstel van cultuurhistorische elementen is er ruimte voor natuurontwikkeling. Er is sprake van een geïntegreerde benadering van het landschap waarbij ontwikkeling van golf, cultuurhistorie en natuur hand in hand gaan.

externe werking. Het is van belang dat er bij de inrichting geen nadelige invloed op de waterhuishouding van het Natura2000-gebied kan ontstaan. Ook mag geen nadelige invloed van bemesting als gevolg van de plannen op het Natura2000-gebied plaats vinden. Op dit moment bestaat het plangebied grotendeels uit sterk gedraineerde en sterk bemeste boerenakkers en graslanden waardoor een negatieve invloed niet valt te verwachten en zelfs een positieve ontwikkeling te realiseren is.


Natuurtoets Hof van Saksen

36

aangetroffen, maar niet als broedvogels. Watersnip broedt vermoedelijk wel in de omgeving in Natura2000-gebied. Grauwe klauwier komt voor in nabij gelegen Natura2000-gebied, maar negatieve invloed op deze soort is niet te verwachten. De ontwikkelingen bieden mogelijkheden tot biotoopverbetering, waardoor via externe werking een positieve invloed op de soorten is te verwachten. Als laatst betreft het de kamsalamander. Deze is niet aangetroffen. Twee poelen in het noordwesten van het gebied op privégrond zijn niet geïnventariseerd. Indien met de ontwikkelingen mogelijk negatieve invloed op poel of omgeving plaatsvindt dienen deze nog aanvullend geïnventariseerd te worden. De poelen liggen zelf niet binnen Natura2000-gebied. Negatieve invloed van ontwikkelingen binnen het plangebied op kamsalamanders in Natura2000gebied buiten het plangebied is zeker niet te verwachten. De ontwikkeling van de golf gaat hand in hand met geplande natuurontwikkeling, waardoor er zelfs sprake kan zijn van een extra positieve invloed op de soorten waarvoor instandhoudingsdoelen zijn gesteld als bij de ontwikkeling speciaal aandacht wordt geschonken aan deze soorten. De realisatie van een golfbaan in combinatie met natuurontwikkeling in het plangebied biedt mogelijkheden om intensieve landbouw met relatief lage natuurwaarden grotendeels om te vormen naar waardevolle natuur. De omliggende Natura2000-gebieden profiteren daar van via externe werking in de vorm van vergroting van geschikt habitatoppervlak, verbeterde ecologische verbinding en verdwijnen van intensieve bemesting.

5.3 Ecologische Hoofdstructuur

Het Rolderveld en het heideterrein in het zuidoosten van het onderzoeksgebied liggen binnen de Ecologische hoofdstructuur (EHS). Ten aanzien van de invloed die uitgaat van de ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met natuurontwikkeling op de EHS kan het volgende worden geconcludeerd: • Ontwikkelingen binnen de twee EHS terreinen in het onderzoeksgebied zijn in principe niet mogelijk. • Ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met natuurontwikkeling in het landbouwdeel van het onderzoeksgebied is gunstig voor de functionering van de EHS door het verdwijnen van de zware bemestingsdruk op de kwetsbare voedselarme terreinen binnen de EHS. • Ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met ontwikkeling van o.a. heide/schraalgrasland in het landbouwdeel van het onderzoeksgebied is gunstig voor de functionering van de EHS doordat de oppervlakte aan geschikt biotoop toeneemt en geschikte ecologische verbindingen ontstaan tussen de verschillende gebieden. • In de Provinciale EHS is een gebied liggend tussen het Rolderveld, het oostelijk bos/heidegebied en het beekdal van het Andersche Diep als zoekgebied voor ecologische verbindingszone opgenomen. De geplande ontwikkelingen maken het mogelijk om daar invulling aan te geven.

5.4 Flora- en faunawet (en Habitatrichtlijn bijlage IV) 5.4.1 Vogels

Alle vogelsoorten zijn beschermd via de Flora- en faunawet. Broedgevallen zijn in alle gevallen be-


Verspreidingskaart broedvogels + andere bijzondere waarnemingen

schermd. In de praktijk komt het er op neer dat i.i.g. in het broedseizoen (15 maart -15 juli) geen werkzaamheden kunnen plaatsvinden. De broedgevallen (en andere waardevolle waarnemingen) die aange-

troffen zijn tijdens de inventarisatie van 2010 zijn weergegeven op kaart 6 en in bijlage 1. Vanzelfsprekend kan in elk volgend jaar ook op andere plaatsen gebroed worden.

37 BP, Boompieper

BP

BVl, Bonte vliegenvanger

GG VLGM Ki

CGa, Canadese gans DD, Dodaars

Legenda

GG VL GM GG

GBS, Grote bonte specht

BP, Boompieper

GG, Geelgors BVl, Bonte vliegenvanger

GKw

CGa, Canadese GKw, Gele gans kwikstaart

Wu

DD, Dodaars

GM, Grasmus

GP, Graspieper

GG, Geelgors

GRs, GKw, GeleGekraagde kwikstaart

roodstaart

GG

VL GG

GP GBSBPGM RTa

GBS, Grote bonte specht

BVl

VL GG GP RTa

GM, Grasmus KK, Koekoek

Ki, Kievit

GRs, Gekraagde roodstaart

Kneu, Kneu

(jagend) (1 dag 2 ex. roepend)

Ku, Kerkuil (jagend)

RG, Rietgors

Kw, Kwartel (1 dag 2 ex. roepend)

RTa, Roodborsttapuit

RTa

RG, Rietgors

VL, Veldleeuwerik RTa, Roodborsttapuit

GKwVL

VL,Wu, Veldleeuwerik Wulp Wu, Wulp

BVl

BP

GBS

KK, Koekoek

Kneu, Kw,Kneu Kwartel

BP

VL

BP

GP, Graspieper

Ki, Ku, KievitKerkuil

GG GM

±

125 250 500 500 00125 250 Meters Meters

±

Kaart 6: verspreidingskaart broedvogels

GBS

DD

BPGP RG GG GM Ku RTa RTa GG Kw GKw GG BP Wu GMGG

VL

GKw

VL

GM BP

VL

GKw

VL GG BVl BP

GRs

GG CGaDD GRs BP GG VL BP BP

GMGG BP VL GG

Natuurtoets Hof van Saksen

Legenda


Natuurtoets Hof van Saksen

38

Van sommige soorten is de broedplaats jaarrond beschermd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kerkuil. Deze soort broedt vermoedelijk in ĂŠĂŠn van de gebouwen (schuren) in de omgeving. De soort jaagt in het onderzoeksgebied. De verwachting is dat het onderzoeksgebied na ontwikkeling geschikter wordt.

22 juli zijn jonge dodaarzen aangetroffen wat een succesvol broedgeval bevestigd.

Het plangebied is omvangrijk en er zijn verschillende biotopen met ieder hun eigen soorten aan te treffen. Het grootste deel wordt ingenomen door uitgestrekt agrarisch gebied waarbij vogelconcentraties met name in de randen zijn te vinden. Behalve een aardige lengte bosrand kent het gebied ook enkele brede houtsingels. Deze bieden veel dekking aan zowel vogels als zoogdieren. Ondanks het intensieve agrarische gebruik zijn ook midden op de akker kenmerkende weidevogels te vinden. Daarbij moet worden opgemerkt dat het gaat om niet al te kritische soorten zoals kievit en veldleeuwerik. Voor soorten als grutto en kemphaan zijn de gronden niet geschikt. Vogelconcentraties zijn te vinden op het Rolderveld. De vochtige heide met verspreid staande struikjes en waterpartijen trekken veel insecten en daarmee veel vogels aan.

Wintertaling In de grote plas op het Rolderveld heeft wintertaling gebroed. De plas is in het begin van het seizoen door meerder koppeltjes bezocht, half mei bleef in ieder geval 1 koppel hiervan achter.

Onderstaande bespreking behandeld typische weidevogels en soorten die zich op het Rolderveld ophouden. Ook soorten die zich in het plangebied ophouden en mogelijk broeden op (het niet toegankelijke) landgoed Mariahoeve zijn in de bespreking meegenomen. Tenslotte worden de passanten behandeld. Dodaars Zowel de grote plas op het Rolderveld als in de kleinere plas in het zuidelijk heideterreintje bevindt zich een koppeltje dodaars. Tijdens het bezoek op

Canadese gans Een koppeltje Canadese gans had een nest in de kleine plas, zuidelijk deel.

Kuifeend Twee koppeltjes kuifeend hebben zich het gehele broedseizoen opgehouden op de grote plas op het Rolderveld. Havik Een zeker broedgeval van havik kon niet worden aangetoond, maar de vogel is enkele malen aangetroffen in het westelijke deel van het plangebied. De vogel zou kunnen broeden in de brede singel evenwijdig aan het Rolderveld, maar een horst is niet aangetroffen. Wulp Roepende wulpen zijn tijdens verschillende bezoeken waargenomen en aangenomen wordt dat deze binnen de grenzen van het plangebied tot broeden zijn gekomen. De nestlocaties (uitgegaan wordt van 2 broedparen) zelf is niet gevonden en jonge wulpen zijn nestvlieders en vrij snel na het uitkomen op zwerftoer. De twee stippen op de kaart geven een grove indicatie van de nestlocatie weer, gebaseerd op rondvliegende en invallende (roepende) wulpen.


Kievit Als algemene weidevogel zijn de waargenomen aantallen binnen het plangebied erg laag te noemen. EĂŠn hooguit twee broedparen konden binnen het plangebied worden aangetoond. Waar dit precies aan ligt is onduidelijk. Het heeft waarschijnlijk met het voedselaanbod te maken.

Grote bonte specht De weinig kritische en meest algemene specht, de grote bonte specht, komt op meerdere plekken binnen en aan de rand van het gebied aangetroffen. Broedparen en territoria zijn aangetroffen in de bosdelen van het plangebied. Uiteraard op landgoed Mariahoeve, waar mogelijk twee koppels huizen, maar ook in de kleinere boskernen in het noorden en zuiden van het gebied komen grote bonte spechten voor. Twee territoria zijn gevonden aan de lange brede singel langs de westzijde van het gebied. Veldleeuwerik Algemene broedvogel van het plangebied is veldleeuwerik. Deze typische weide- en heidevogel staat landelijk nogal onder druk, met name in de agrarische gebieden. Desondanks zijn de aantallen

Boompieper Boompieper is met 14 territoria een van de meest algemene (en in dit onderzoek meegenomen) broedvogels te noemen. Zangposten zijn langs de bomensingels en vaak op de hoek van de kleine boskernen te vinden. Graspieper Van graspieper zijn slechts drie duidelijke territoria aangetroffen. Daarnaast zijn gedurende het seizoen ook een aantal foeragerende exemplaren aangetroffen, maar deze vertoonden geen broedgedrag. De meeste vogels zitten op of rondom het Rolderveld. Gele kwikstaart Verspreid over het plangebied zijn diverse gele kwikstaarten zingend en foeragerend waargenomen. Uitgegaan wordt van 5 broedparen binnen de grenzen van het plangebied en eentje net daarbuiten in het zuidwesten. Gekraagde roodstaart Zangposten van gekraagde roodstaart zijn aangetroffen in het meest zuidelijke bosje, het kleine heideterrein met aangrenzende singels en in het bos van Landgoed Mariahoeve. Roodborsttapuit Met zes territoria is roodborsttapuit aardig vertegenwoordigd. De vogels hebben een voorkeur voor

39 Natuurtoets Hof van Saksen

Koekoek Tweemaal is een roepende koekoek binnen het plangebied waargenomen, eenmaal in het westen en eenmaal in oostelijke deel. Hoewel niet optimaal is een agrarisch gebied met stukken heide, geschikt leefgebied voor koekoek. Mogelijke waardvogels, zoals witte kwikstaart, gekraagde roodstaart en graspieper zijn in voldoende grote aantallen aanwezig.

binnen het gebied aanzienlijk. Uitgaande van de diverse zangposten wordt uitgegaan van 13 territoria (waarvan enkele op de rand van het onderzoeksgebied). Gezien het intensieve karakter van het agrarische gebied als positief te beschouwen.


Natuurtoets Hof van Saksen

40

foto 19: roodborsttapuit


het Rolderveld maar komen ook in andere, agrarische delen van het plangebied voor (foto 19).

Bonte vliegenvanger Deze bosvogel is aangetroffen op Landgoed Mariahoeve en in het landschappelijke zuidelijke bosje. Kneu De lastig te inventariseren kneu (ze maken vaak lange voedselvluchten) is weliswaar meerdere malen op verschillende plekken gezien, maar op slecht één plek kon daadwerkelijk gesproken worden over een territorium. Dit betreft het zuidelijke deel van het Rolderveld. Kruisbek Van kruisbek zijn enkele voedselvluchten waargenomen van en naar Landgoed Mariahoeve. Waar het nest zich precies heeft bevonden is niet duidelijk geworden. Rietgors Zowel langs de plas van het Rolderveld als in het zuidelijk gelegen kleine heideveldje broedt rietgors. Geelgors Een kenmerkende zanger van (kleinschalig) agrarisch landschap is in het plangebied rijk vertegenwoordigd. In totaal werden er 15 tot 17 territoria

Niet broedvogels en passanten Gedurende het broedseizoen is het gebied aangedaan door soorten waarvan het vrijwel zeker is dat deze niet binnen de grenzen van het plangebied broeden. Deze zullen hieronder kort worden besproken. Buizerd Met name in het zuidelijke deel van het plangebied zijn diverse buizerds waargenomen. Een broedgeval binnen het plangebied is aannemelijk. Mogelijk betreft dit een locatie op Landgoed Mariahoeve. Een broedgeval is hier echter niet aangetroffen. Bruine kiekendief Tijdens de telling eind april vlogen 2 vrouwtjes bruine kiekendief laag over richting oost. De vogels broeden naar alle waarschijnlijkheid in het nabij gelegen Drentsche Aa gebied en zullen het plangebied af en toe aandoen. Torenvalk Slechts éénmaal is een vrouwtje torenvalk aan de rand van het plangebied in het zuidwesten waargenomen. Verondersteld wordt dat de vogels in de directe omgeving broeden, maar in ieder geval buiten de grenzen van het plangebied. Kleine plevier In het zuidelijk deel van het plangebied heeft een akker tijdelijk braak gelegen met kaal zand en typische pioniervegetatie. In het begin van het broedseizoen heeft zich hier een foeragerende kleine

41 Natuurtoets Hof van Saksen

Grasmus Minimaal negen territoria van grasmus zijn aangetroffen binnen het plangebied. Zangposten bevinden zich meestal langs singels, maar ook kleine struiken te midden van een uitgestrekte akker worden als geschikt bevonden.

geteld waarmee de geelgors van de onderzochte soorten de meest talrijke broedvogel van het gebied is.


plevier opgehouden. De akker is kort daarna omgeploegd en in gebruik genomen en een broedgeval van kleine plevier is onwaarschijnlijk.

Natuurtoets Hof van Saksen

42

Watersnip Het Rolderveld is in het vroege voorjaar aangedaan door een koppel watersnippen. Verondersteld mag worden dat de vogels in het Drentse Aa gebied broeden en het Rolderveld als foerageergebied gebruiken. De vogels zijn later niet meer aangetroffen en een broedgeval van watersnip is dan ook onwaarschijnlijk. Tapuit Enkele kleine groepen tapuiten zijn op doortocht waargenomen binnen het plangebied. Deze zeldzame broedvogel hield zich in het verleden vaak op rond heideterreinen, maar broed tegenwoordig nog vrijwel uitsluitend in duingebied. Appelvink Net als van kruisbek zijn van appelvink voedselvluchten waargenomen. Mogelijk dat de vogels broeden op Landgoed Mariahoeve, dit kon echter niet worden bevestigd. Kwartel Tijdens het bezoek op 22 juli zijn twee roepende mannetjes aangetroffen die zich verplaatsten tussen het zuidelijk deel van het Rolderveld en de akkers ten zuiden daarvan. Wellicht broedt de soort toch in het plangebied, maar uit eerdere bezoeken zijn daarvoor verder geen aanwijzingen.

5.4.2 Grondgebonden zoogdieren

In het bosje ten noorden van het Rolderveld be-

vindt zich een bewoonde dassenburcht (zie kaart 7 en bijlage 2). Het omringende landbouwgebied wordt als foerageergebied gebruikt. Tijdens de planvorming dient hier rekening mee gehouden te worden. Het bosje met burcht dient veiliggesteld te worden en er dienen voldoende foerageermogelijkheden te worden behouden of te worden gerealiseerd. Dat een dassenburcht en een golfbaan prima samen kunnen gaan blijkt uit diverse golfbanen waar sprake is van jarenlange bewoonde dassenburchten. Eekhoorn en Steenmarter (beide Ff-wet tabel 2) zijn niet aangetroffen. Er kan niet geheel uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn. Een negatieve invloed van de planvorming op deze soorten is echter niet te verwachten.

5.4.3 Vleermuizen

In het plangebied zijn drie algemene soorten vleermuizen aangetroffen, namelijk gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (alle Ffwet-tabel 3 en Habitatrichtlijn bijlage IV). Deze gebruiken het onderzoeksgebied om te foerageren. Door ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met singels en schraalgrasland in nu vrijwel geheel intensief landbouwgebied neemt de kwaliteit van het gebied als foerageergebied toe. Wel dient de hoeveelheid licht tussen zonsondergang en zonsopkomst beperkt te blijven. Mogelijk komen in het bos in het oosten van het onderzoeksgebied, op landgoed Mariahoeve verblijfplaatsen voor. De westrand van het bos grenzend aan het landbouwgebied is daarop goed onderzocht en hier zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen, zodat een eventuele negatieve invloed hierop niet is te verwachten. Aangetroffen vleer-


Zwaarder beschermde soorten (m.u.v. vogels) muizen staan op kaar 7 en bijlage 2.

hagedis (Ffwet tabel 2) aangetroffen (kaar 7 en bijlage 2) Deze soort is aangetroffen in het Rolderveld en in het in het heideterrein ten oosten van Hof van Saksen. Adder (Ffwet tabel 3) is niet aangetrof-

5.4.4 Reptielen

Tijdens de inventarisaties is alleen levendbarende

43 Natuurtoets Hof van Saksen

Vk

Lh Rz

GdLvGd

#Gd # # #

Gd Bd

# Legenda Legenda Bd, Bewoonde dassenburcht Bd, Heideblauwtje Bewoonde dassenburcht Hb, Hb,Heikikker Heideblauwtje Hk,

Lh Hb Lh Hk GdGd

Hk,Levendbarende Heikikker Lh, hagedis Lh, Ronde Levendbarende hagedis Rz, zonnedauw Rz,Valkruid Ronde zonnedauw Vk,

# # # # # #

##

Vk, gewone Valkruid dwergvleermuis Gd, Gd,laatvlieger gewone dwergvleermuis Lv, Lv, rosse laatvlieger Rv, vleermuis Rv, rosse vleermuis

0 125250 0 125250

500 Meters 500 Meters

¹¹

kaart 7: Verspreidingskaart overige beschermde soorten

Rv

#

Gd

#

Gd

#Gd #


Natuurtoets Hof van Saksen

44

fen. Het is echter niet geheel uit te sluiten dat deze soort toch aanwezig is in het Rolderveld en/of het heideterrein in het zuidoosten van het onderzochte gebied. Het overige deel van het onderzochte gebied is als habitat ongeschikt. Ook het voorkomen van hazelworm (Ff-wet tabel 3) is niet geheel uit te sluiten, doordat deze soort zeer lastig is te inventariseren. Het overgrote deel van plangebied, namelijk het intensieve landbouwgebied, is voor de soort echter niet geschikt als leefgebied. De ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met ontwikkeling van schrale vegetatie met singels/bosjes is voor alle genoemde reptielen positief. Vrijwel het gehele plangebied is in de huidige situatie, namelijk intensief landbouwgebied, niet geschikt als leefgebied voor reptielen.

foto 20: heikikker op Rolderveld.

5.4.5 AmfibieĂŤn

In het Rolderveld is de heikikker aangetroffen (foto 20). Zie ook kaart 7 en bijlage 2.Deze soort staat op tabel 3 van de Flora- en faunawet en op de Habitatrichtlijn bijlage IV. De soort komt voor in beschermd natuurgebied en wordt door de ontwikkelingen niet bedreigd. Indien aansluitend aan het Rolderveld geschikt biotoop wordt gerealiseerd is de ontwikkeling alleen positief. Het verdwijnen van intensieve bemesting in de omgeving is dat per definitie al, omdat hierdoor een negatieve invloed op het habitat wordt weggenomen. Verder zijn in het onderzochte gebied geen zwaarder beschermde amfibieĂŤnsoorten (FFwet tabel 2,3) aangetroffen. De realisatie van een golfbaan in combinatie met


ontwikkeling van schrale vegetatie, singels/bosjes en poelen is een positieve ontwikkeling. Het huidige intensief gebruikte landbouwgebied in het onderzoeksgebied is momenteel ongeschikt voor bijzondere amfibieĂŤn.

5.4.6 Dagvlinders

5.4.7 Libellen

In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde libellensoorten aangetroffen. De beschermde en zeldzame gevlekte witsnuitlibel komt in de omgeving wel voor, maar is tijdens de inventarisaties niet aangetroffen in het onderzoeksgebied. In het Rolderveld is wel de vrij zeldzame, maar niet beschermde Koraaljuffer (foto 22) aangetroffen. Vermoedelijk komen nog wel andere minder algemene soorten voor. Het biotoop is daarvoor zeer geschikt en uit de omgeving zijn meer zeldzamere soorten bekend. De geplande ontwikkelingen zijn overigens positief voor libellen. De ontwikkelingen vinden nu plaats in homogeen landbouwgebied dat voor libellen in het geheel niet geschikt is. Ontwikkeling van meer schrale vegetaties, poeltjes

5.4.8 Vissen

Er heeft geen onderzoek plaats gevonden naar het voorkomen van vissen. In de zijtak van het Andersche Diep die door de zuidkant van het gebied loopt zouden beschermde vissoorten kunnen voorkomen. Indien geen maatregelen worden genomen die een negatieve invloed hebben op de beek speelt dit geen rol. Indien dit wel het geval is dient een aanvullende inventarisatie uitgevoerd te worden naar het voorkomen van beschermde vissoorten. Het is niet uitgesloten dat kleine modderkruiper of bermpje (beide Ff-wet tabel 2) of rivierprik (Ff-wet tabel3) voorkomen. Voor kleine modderkruiper en rivierprik zijn tevens instandhoudingsdoelen gesteld voor Natura2000-gebied Drentsche Aa. De waterloop in het plangebied valt echter buiten deze beschermingszone (zie ook paragraaf 5.2). Vrij wel zeker hebben de ontwikkelingen een positieve invloed op de kwaliteit van de watergang en daarmee de visfauna, door het verdwijnen van intensieve bemesting. Via externe werking kan dit ook positief zijn voor watergangen in Natura2000-gebied. Laat niet verlet dat bij ingrepen op de watergang nader onderzoek noodzakelijk is omdat er mogelijk beschermde vissoorten aanwezig zijn waar rekening mee dient te worden gehouden.

5.4.9 Planten

In het onderzoeksgebied zijn twee zwaarder beschermde plantensoorten aangetroffen. Het betreft een grote populatie (van honderden planten) Val-

45 Natuurtoets Hof van Saksen

In het onderzoeksgebied is het heideblauwtje (Ffwet tabel 3), foto 21, de enige aangetroffen beschermde soort. Deze soort komt voor in het Rolderveld (zie kaart 7 en bijlage 2). Het intensieve landbouwgebied is niet geschikt als habitat voor beschermde, bedreigde of zeldzame vlindersoorten, met uitzondering van wellicht de bermen. Daar zijn echter geen beschermde soorten aangetroffen. Ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met heide, schraalgrasland en/of singels is zeer positief voor het heideblauwtje en andere vlindersoorten.

en/of singels in het landbouwgebied is voor veel libellensoorten gunstig en voor geen enkele soort ongunstig.


Foto 21: heideblauwtje in het Rolderveld

Natuurtoets Hof van Saksen

46

Foto 22: koraaljuffer op het Rolderveld


kruid, foto 23, (Ff-wet tabel 2) en enkele exemplaren van de soort Ronde zonnedauw (Ff-wet tabel 2). Beide groeien in het kleine heideterrein ten oosten van Hof van Saksen (zie kaar 7 en bijlage 2). De realisatie van een golfbaan met natuurontwikkeling in het aansluitend landbouwgebied heeft een positieve invloed op deze groeiplaatsen, doordat er sprake zal zijn van een sterke achteruitgang van bemesting. Er zijn nog een aantal ongewervelden die niet behoren tot bovenstaande groepen, maar wel via de Ff-wet en/of habitatrichtlijn zijn beschermd: • brede geelgerande waterroofkever: de soort is momenteel alleen bekend uit Drenthe. Tijdens dit onderzoek is niet gericht gezocht naar de soort. De huidige vindplaatsen bevinden zich in het zuidwesten van Drenthe, omgeving Uffelte. In de omgeving van ons plangebied zullen in de toekomst door experts nog gericht onderzoeken worden uitgevoerd. Mocht de soort in het plagebied in één van de vennen voorkomen dan hebben de ontwikkelingen vrijwel zeker slechts een positieve invloed, via externe werking. De bemestingsdruk zal namelijk zeer sterk afnemen. De vennen zelf vormen geen onderdeel van de plannen. • gestreepte waterroofkever: deze soort is niet bekend uit de omgeving van het plangebied. Na gericht onderzoek in bijvoorbeeld Friesland zijn veel nieuwe vindplaatsen aangetroffen. Tijdens dit onderzoek is niet gericht naar de soort gezocht. Mocht de soort toch voorkomen in bijvoorbeeld één van de vennen, dan hebben

• juchtleerkever: wordt als uitgestorven beschouwd in Nederland sinds 1946. • heldenbok: wordt als uitgestorven beschouw in Nederland. • vliegend hert: is niet bekend uit de omgeving van het plangebied. Dit gebied wordt ook niet als potentieel leefgebied beschouwd (Smit, 2007). • bataafse stroommossel: wordt als uitgestorven beschouwd in Nederland (Stichting Anemoon) • platte schijfhoren: uit het verspreidingsonderzoek van Stichting Anemoon (2009) blijkt dat de planlocatie en het gebied er omheen niet zijn onderzocht naar het voorkomen van deze soort. De planlocatie en omgeving worden niet aangegeven als potentieel leefgebied. De soort is niet bekend uit de omgeving van het plangebied. • nauwe korfslak: uit het verspreidingsonderzoek van Stichting Anemoon (2009) blijkt dat de planlocatie en het gebied er omheen niet zijn onderzocht naar het voorkomen van deze soort. De planlocatie en omgeving worden niet aangegeven als potentieel leefgebied. De soort is uit Drenthe niet bekend.

47 Natuurtoets Hof van Saksen

5.4.10 Overigen (ongewervelden)

de plannen via externe werking vermoedelijk een positieve invloed op de soort doordat één van de belangrijke bedreigingen, namelijk vermesting wordt weggenomen. De vennen zelf vormen geen onderdeel van de plannen.


Natuurtoets Hof van Saksen

48

Foto 23: Valkruid in vrucht (Ffwet, tabel2)


• zeggekorfslak: uit het verspreidingsonderzoek van Stichting Annemoon (2009) blijkt dat de planlocatie en het gebied er omheen niet zijn onderzocht naar het voorkomen van deze soort m.u.v. één deel dat is onderzocht voor 2007. Toen is de soort niet waargenomen.

• rivierkreeft: komt voor zover bekend nog slechts op 1 plaats voor in Gelderland.

5.4.11 Overzicht beschermde soorten

In het onderzoeksgebied zijn de volgende relevante beschermde soorten aangetroffen:

Soort

Ff-wet, tabel2,3

Habitatrichtlijn Bijlage IV

Opm

Planten Ronde zonnedauw

2

Valkruid

2

Vogels

beschermd

vaste verblijfplaatsen Grondgebonden zoogdieren Das

3

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis

3

Ja

Laatvlieger

3

Ja

Rosse vleermuis

3

ja

Reptielen Levendbarende hagedis

2

Amfibieën Heikikker

3

ja

Dagvlinders Heideblauwtje

3

Libellen Vissen Overige

Niet geïventariseerd

Natuurtoets Hof van Saksen

• medicinale bloedzuiger: de soort is niet bekend uit Drenthe

49


6. Natuurwaarden, kansen en bedreigingen

6.1 Natuurwaarden onderzoeksgebied

Natuurtoets Hof van Saksen

50

De belangrijkste natuurwaarden binnen het onderzoeksgebied liggen momenteel in de heideterreinen in het plangebied. Het gaat daarbij om: het Rolderveld, het heideterrein in het zuidoosten en het heideterreintje ten oosten van Hof van Saksen. Het Rolderveld kent een rijke libellenfauna met bijzondere soorten, zoals koraaljuffer. Ook komen hier het beschermde heideblauwtje (Ffwet tabel 3) en de beschermde heikikker (Ff-wet tabel 3 en Habitatrichtlijn Bijlage IV) voor. In het westen van het Rolderveld bevindt zich een mooi ontwikkeld hoogveentje met de typische zeldzame hoogveensoorten kleine veenbes, lavendelhei en eenarig wollegras. Bij het oostelijk ven in Rolderveld is o.a. sprake van een broedgeval Dodaars, wat geleid heeft tot enkele jongen. Het kleine heideterreintje ten oosten van Hof van Saksen met het aanliggende schraal grasland is zeer waardevol. Dit is een zeer gradiĂŤntrijk terrein met bijzondere plantensoorten zoals de beschermde plantensoorten ronde zonnedauw en valkruid. Met name de laatste soort is zeldzaam en de kern van verspreiding van de soort ligt in Drenthe. In het kruidenrijke schraalgraslandje groeien onder andere de parasitaire soorten stijve ogentroost en grote ratelaar. Het landbouwgebied zelf kent een redelijk goed ontwikkelde broedvogelfauna met bijvoorbeeld veel broedgevallen geelgors, roodborsttapuit en veldleeuwerik, wat overigens mede te danken is aan de aanwezigheid van de heideterreinen in het

gebied. Op de rand van het Rolderveld en de akkers zijn enkele roepende kwartels aangetroffen. In het bosje ten noorden van het Rolderveld bevindt zich een bewoonde dassenburcht. De dassen foerageren in het landbouwgebied. In zijn algemeenheid is het landbouwgebied wat natuurwaarden betreft verder vrij arm te noemen. Opvallend zijn de lage aantallen en weinige soorten vleermuizen in het onderzoeksgebied. In de bermen bevinden zich plaatselijk nog wel onverwacht schrale vegetaties met soorten als stijve ogentroost, grasklokje en kleine bevernel.

6.2 Kansen en Bedreigingen

De ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met natuurontwikkeling brengt vooral goede natuurontwikkelingskansen met zich mee. In het momenteel intensief gebruikte landbouwgebied liggen mogelijk kansen om schrale vegetaties te ontwikkelen. In de bermen bevinden zich op diverse plaatsen nog schrale vegetaties met soorten als muizenoor, grasklokje, kleine bevernel en stijve ogentroost. Hierdoor en door de aanwezigheid van de natuurterreinen met heide/schraallandterreintjes is er voldoende mogelijkheid tot kolonisatie door bijzondere planten en dieren. Door aanleg van structuurrijke houtige beplantingen kan de ecologische infrastructuur voor veel soorten vogels, vleermuizen vlinders etc. sterk verbeterd worden. Met de dassenburcht en het dassenfoerageergebied zal in de planvorming rekening gehouden dienen te worden. De aanwezigheid van bewoonde dassenburchten op andere golfbanen bewijzen dat een combinatie van golf en das goed mogelijk is. Er dient tijdens de


ontwikkelingen ook op gelet te worden dat de waterhuishouding niet negatief wordt beĂŻnvloed. De hoeveelheid licht tussen zonsondergang en zonsopkomst dient beperkt te blijven in verband met vleermuizen.

Door de verdwijning van de huidige zware bemesting zal door externe werking sprake zijn van een positieve invloed op heide, schraalland en hoogveen. Het betreft alle kwetsbare voedselarme voor bemesting zeer gevoelige milieus. Met het terugdringen van de bemesting wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van deze grotendeels binnen de EHS gelegen terreinen gelegen in het onderzoeksgebied.

51 Natuurtoets Hof van Saksen

Van mogelijke verdere bedreigingen van waardevolle of zwaarder beschermde fauna is verder geen sprake. De ontwikkeling van golf in combinatie met natuurontwikkeling kan leiden tot een beduidend hogere natuurwaarde van het huidige landbouwgebied, maar ook van de huidige natuurgebieden. Vleermuizen, vogels, libellen, vlinders, reptielen, amfibieĂŤn en planten kunnen alle profiteren.


7. Eindconclusies en aanbevelingen

Hieronder volgen de belangrijkste conclusies uit het natuuronderzoek.

Natuurtoets Hof van Saksen

52

Ontwikkeling van een golfbaan in combinatie met natuurontwikkeling in het onderzoeksgebied: • biedt de mogelijkheid om de waarde van Natura2000-gebieden te vergroten middels externe werking (meer waardevol leefgebied en betere ecologische infrastructuur); • biedt de mogelijkheid om een positieve invloed op het functioneren van de Ecologische Hoofdstructuur te realiseren; • biedt goede kansen om in huidig intensief landbouwgebied waardevolle natuur te ontwikkelen. • biedt de mogelijkheid om wellicht de zwaarste bedreiging van de natuurgebiedjes (heide, hoogveen, schraalland), namelijk vermesting, weg te nemen. • biedt goede mogelijkheden om de ecologische infrastructuur tussen de verschillende waardevolle natuurterreinen te versterken; • levert geen bedreigingen op voor zwaarder beschermde dieren of planten, mits: - geen ontwikkelingen in de natuurgebieden/ bossen/heiden e.d. plaats vindt; - de waterhuishouding niet nadelig wordt beïnvloed; - er voldoende rekening wordt gehouden met de das in het onderzoeksgebied;

- er geen ingrepen plaats vinden aan de zijtak van het Andersche Diep (hier zijn geen beschermde soorten aangetroffen, maar nader onderzoek is dan nodig); - de poelen in het noordwesten van het onderzoeksgebied intact worden gelaten (deze zijn niet geïnventariseerd, dit is dan wel noodzakelijk); - er geen sprake is van significante toename van lichtuitstraling na zonsondergang en voor zonsopgang;

• biedt goede mogelijkheden om het leefgebied van beschermde soorten te vergroten en verbeteren.


53

Natuurtoets Hof van Saksen


Literatuur

De amfibieën en reptielen van Nederland, Creemers et all 2009. Libellen van Europa, Dijkstra, 2008. Veldgids Europese zoogdieren, Twisk et all 2010.

54

Veldgids Dagvlinders, Wynhoff et all, 2001. Veldgids amfibieën en reptielen, Stumpel et all, 2006.

Natuurtoets Hof van Saksen

Heukel’s Flora van Nederland, 23e druk, v/d Meijden, 2005. Nederlandse Oecologische Flora, Weeda, E., KNNV Uitgeverij, 1999. Heukels Flora van Nederland, Meijden, R. van der, 22e druk, 1996. Vogelgids van Europa, Svensson, L., Grant, P., ANWB en Vogelbescherming, 2007. Brochure ‘Buiten aan het werk’, de Flora- en faunawet in de praktijk, Ministerie van LNV. Brochure ‘Ondernemen met de Flora- en faunawet’, Ministerie van LNV. Aangepaste beoordeling ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet,Ministerie van LNV 2009. Nederlandse Rode Lijst 2004 (planten, vogels, zoogdieren, dagvlinders, libellen, amfibieën). Actuele en potentiele verspreiding van het vliegend hert in Nederland, Smit 2007. De gestreepte waterroofkever in Nederland: een eerste inhaalslag, Cuppen et all, 2005. De gestreepte waterroofkever in Zuidoost-Friesland: inhaalslag 2008, Kroetse et all, 2008. De Brede geelgerande waterroofkever in Zuidwest-Drenthe, Cuppen et all, 2006. Zeggekorfslak, Inhaalslag verspreidingsonderzoek, Mollusken van de Europese Habitatrichtlijn, Boesveld et all 2009. Nauwe korfslak, Inhaalslag verspreidingsonderzoek, Mollusken van de Europese Habitatrichtlijn, Boesveld et all 2009. Platte schijfhoren, Inhaalslag verspreidingsonderzoek, Mollusken van de Europese Habitatrichtlijn, Boesveld et all 2009. Hof van Saksen, Een verkennend onderzoek naar de landschapsecologische inpasbaarheid van golf Buiting Advies, 2009

www.vzz.nl www.ravon.nl www.waarneming.nl www.vlindernet.nl


Bijlage 1


Verspreidingskaart broedvogels

BP GG VLGM Ki

GKw Wu

GG GM

GG VL GM GG

GG

VL GG

GP GBSBPGM RTa

BVl

VL GG GP RTa

BP

VL BVl

BP BP

GBS

Legenda

BPGP

GBS

DD

RG GG RTa GM Ku BP, Boompieper Legenda RTa GG Kw GKw BVl, Bonte vliegenvanger BP, BoompieperGG BP CGa, Canadese gans BVl,RTa Bonte vliegenvanger Wu GMGG DD, Dodaars

CGa, Canadese gans

GBS, Grote bonte specht

DD, Dodaars

GG, Geelgors

GBS, Grote bonte specht

GKw, Gele kwikstaart GM, Grasmus GP, Graspieper GRs, Gekraagde roodstaart Legenda

GKwVL

GG, Geelgors GKw, Gele kwikstaart GM, Grasmus

GKw

VL

VL

GM BP

GP, Graspieper

GRs, Gekraagde roodstaart

Koekoek BP,KK, Boompieper

KK, Koekoek

Ki,Bonte Kievitvliegenvanger BVl,

Ki, Kievit

Kneu, Kneu gans CGa, Canadese

Kneu, Kneu

DD, Dodaars Ku, Kerkuil (jagend)

Ku, Kerkuil (jagend)

GBS, bonte Kw,Grote Kwartel (1 specht dag 2 ex. roepend)Kw, Kwartel (1 dag 2 ex. roepend) GG, Geelgors RG, Rietgors

RG, Rietgors

GKw, Gele kwikstaart

RTa, Roodborsttapuit

GM, Grasmus

VL, Veldleeuwerik

GP, Graspieper

Wu, Wulp

RTa, Roodborsttapuit VL, Veldleeuwerik Wu, Wulp

GRs, Gekraagde roodstaart KK, Koekoek Ki, Kievit 0 125 250 Kneu, Kneu

500 Meters

±

0 125250

500 Meters

±

GG CGaDD GRs BP GG VL BP

VL

GKw

VL GG BVl BP

GRs

BP

GMGG BP VL GG


Bijlage 2


Verspreidingskaart overige beschermde soorten

Vk

GdLvGd

#Gd # # #

Gd Bd

#

Lh Hb Lh Hk GdGd

##

Rv

#

Legenda

Legenda Bd, Bewoonde dassenburcht Bd,Heideblauwtje Bewoonde dassenburcht Hb, Hb, Heideblauwtje

Hk, Heikikker Hk, Heikikker

Lh, Levendbarende hagedis Lh, Levendbarende hagedis

Rz, Ronde zonnedauw Rz, Ronde zonnedauw

Vk, Valkruid

Vk, Valkruid

## ## Lv,Lv,laatvlieger laatvlieger Rv, rosse vleermuis ## Rv, rosse vleermuis

Gd, gewone dwergvleermuis Gd, gewone dwergvleermuis

125250 250 00 125

500 500 Meters Meters

¹¹

Lh Rz

Gd

#

Gd Gd

# #


natuurtoets Hof van Saksen  

natuurtoets Hof van Saksen

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you