__MAIN_TEXT__

Page 1

#1741

NL FR EN

+ BRUZZ CULTURE INTERVIEWS

|

A N A LY S E S

|

TIPS

A HEART FOR THE ARTS, ALSO DURING THE LOCKDOWN

EEN MAAND NA DE DOOD VAN IBRAHIMA

‘GEEN ENKELE FAMILIE MAG DIT OOIT NOG MEEMAKEN’ HOE TELEWERK DE ONGELIJKHEID AANSCHERPT ‘GESLOTEN KANTOREN TREFFEN DE KWETSBAARSTE MENSEN’

FABRICE MURGIA ET MICHAEL DE COCK À LA MONNAIE ‘ON A LU MOZART AVEC LE PRISME DU COVID’

WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153 COVERBEELD © PHOTONEWS

17 | 02 | 2021


/LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ /LIVESTREAM/ ON LAMONNAIE.BE

OPERA

DER SCHAUSPIELDIREKTOR WOLFGANG AMADEUS MOZ ART

AL AIN ALTINOGLU, FABRICE MURGIA & MICHAEL DE COCK

© Jean Claude Wouters

19.2.2021 DE MUNT / L A MONNAIE


Inhoud / Sommaire / Inside

Edito ONBEANTWOORDE VRAGEN Op 9 januari overleed de 23 jarige Ibrahima Barrie in een Brussels politiecommissariaat. In dit magazine leest u een gesprek met zijn zus, broer en een van zijn vrienden. Meer dan een maand na zijn dood leven zij nog altijd met veel onbeantwoorde vragen. Ik heb de jongste weken een paar keer aan Medaria Arradondo gedacht, de politiecommissaris van Minneapolis. Onmiddellijk na de dood van George Floyd stond die in alle sereniteit de pers en de familie te woord. Wat hij kon vertellen, vertelde hij. Wat nog onderzocht moest worden, verwoordde hij zo. Zoiets is bij ons vooralsnog ongezien. Dat wij hier de politie en gerechtelijke diensten om antwoorden vragen, wordt ons door sommige lezers trouwens kwalijk genomen. Maar toch willen we dat blijven doen. Het is de rol van elk medium om op een correcte en feitelijke manier de instituten in vraag te stellen, ook en zeker wanneer het gaat over die diensten die van overheidswege het monopolie kregen op het gebruik van geweld. Net door de vele onbeantwoorde vragen verliest een deel van de Brusselse bevolking haar vertrouwen in onze politiediensten. “Al zou mij het ergste overkomen, dan nog zou ik de politie niet bellen,” zegt de zus van Ibrahima. Dat het zover komt, zou geen enkele beleidsmaker mogen aanvaarden. Lees het interview met de zus van Ibrahima Barrie op p10 - 13 NL

REPORTAGE

“Het is alsof iemand die je al jaren kent gestorven is” Veertig jaar oude vijgenboom aan park Thurn & Taxis plots gekapt 18

REPORTAGE

“Door open ruimtes om te buigen, wordt Oud-Molenbeek een nieuw Molenbeek” Hoe de metrosleuf een gemeente in twee stukken spleet 24

INTERVIEW

“Ik vond mijn muziek een succes, maar kreeg dat niet verkocht” Walter Verdin over de nieuwe aandacht voor Pas De Deux 44

DE WEEK Zoom 4, In beeld 6, Bijgedachte 7 COVER STORY De

familie van Ibrahima, vijf weken na zijn dood 10 BRUZZ CULTURE Cabin Fever Natalie Basteyns 30, 40 jaar Sint-Lukasgalerie 32, Michael De Cock & Fabrice Murgia 34, Expo Anouk Kruithof 38, Brussels Videonline Festival 42 Imaina 48 Eat & Drink Lézzet 50 REPORTAGE De digitale omwenteling door corona duwt meer mensen in de armoede 8, Leerkliniek UZ Brussel kampt met lange wachtlijsten 20 INTERVIEW Juan Benjumea Morena, rapporteur van de Bijzondere coronacommissie 14, ACTUA Gewest krijgt een onthardingsambtenaar 17, COLUMN Nick Trachet 52

NOG MEER BRUZZ TIPS VOOR KROKUS BRUZZ Ket verzamelt de beste tips voor een leuke krokusvakantie, voor binnen en buiten. Met antizeur-tips om wandelingen in ’t bos of in de stad te pimpen. En aanraders voor expo’s en musea waar het kroost niet al na tien minuten weer weg wil. Krokustips, quizzen en uitdagingen op BRUZZket.be

QUESTIONS SANS RÉPONSES Le 9 janvier, Ibrahima Barrie, 23 ans, est décédé dans un commissariat de police bruxellois. Dans ce magazine, vous lirez une conversation avec sa sœur, son frère et l’un de ses amis. Plus d’un mois après sa mort, de nombreuses questions restent sans réponses. Ces dernières semaines, j’ai pensé à Medaria Arradondo, le commissaire de police de Minneapolis. Immédiatement après le décès de George Floyd, il a pris la parole en toute sérénité devant la presse et la famille. Il a raconté ce qu’il savait. Il a également évoqué ce qui devait encore être tiré au clair. Ce genre de discours ne s’est pas encore vu en Belgique. Certains lecteurs nous reprochent de demander des comptes à la police et à la justice. Mais nous voulons continuer à le faire. C’est le rôle des médias de remettre en question les institutions, de façon correcte et sur base de faits avérés, surtout lorsqu’il s’agit des services qui se sont vus attribuer le monopole de la violence par le gouvernement. C’est justement à la suite des nombreuses questions qui demeurent sans réponses qu’une partie de la population bruxelloise perd sa confiance en nos services de police. « Même si le pire devait m’arriver, je ne les appellerais pas », dit la sœur d’Ibrahima. Aucun politique ne devrait pouvoir tolérer une telle situation. La sœur d’Ibrahima Barrie est interviewée en p10 - 13 FR

UNANSWERED QUESTIONS On 9 January, 23-year-old Ibrahima Barrie died in a Brussels police station. In this magazine, there is an interview with his sister, his brother, and one of his friends. More than a month after his death, they still have many unanswered questions. In recent weeks, I have sometimes thought about Medaria Arradondo, the Minneapolis police commissioner. Immediately after George Floyd’s death, he spoke calmly to the press and the family. He told everyone what he knew and what still needed to be investigated. Such clear communication is unseen here. Some readers resent us demanding answers from the police and judicial authorities. But we will continue to do so. It is the role of every news outlet to question the institutions in a correct and factual manner, including and in particular those services that have been given a monopoly by the government on the use of violence. It is precisely because of the many unanswered questions that a part of the Brussels population is losing confidence in our police services. “Even if the worst would happen to me, I would not call the police,” says Ibrahima’s sister. No policy maker should accept it coming to this. Read the interview with Ibrahima Barrie’s sister on p10 - 13 EN

KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Jouw tip is altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be 17 FEBRUARI 2021

I

3


De week

LIJSTEN WERDEN MAANDAG GEPUBLICEERD

Politici en Rekenhof blijven worstelen met mandatenlijsten Steeds meer politici dienen hun verplichte mandaten- en inkomensaangie in. Toch bleken de lijsten die maandag gepubliceerd werden opnieuw verre van perfect. Bij sommige Brusselse ministers kloppen de bedragen niet. En de lijst met niet-indieners van de vermogensaangie kleurt opvallend Vlaams. “De verantwoordelijkheid ligt nu eenmaal bij de indieners.” — KRIS HENDRICKX

BRUZZ | DE WEEK

Eerst het goede nieuws: steeds meer politici, ambtenaren en bestuurders geven aan welke mandaten ze hebben uitgeoefend. Het aantal mandatarissen dat geen (verplichte) aangifte deed, maakte een duik, van 163 (1,6 procent) naar 55 (0,5 procent). Dat blijkt uit cijfers over de mandaten van 2019 die het Rekenhof maandag publiceerde. Het aantal mandatarissen dat verzuimde om de verplichte vermogensaangifte in te vullen, stagneerde. Dit jaar waren dat er 45, twee meer dan in 2020. In de twee net genoemde lijsten bevinden zich negen Brusselse namen, met die van Vlaams parlementslid Els Ampe (Open VLD) als enige Brusselse beroepspoliticus. Ampe is bovendien

de enige Brusselaar in de lijst die noch de mandatenlijst, noch de in haar geval verplichte vermogensaangifte indiende. We probeerden de liberale politica maandag te bereiken voor een reactie, zonder succes.

55.000 MANDATEN Het aangifteverzuim mag dan afnemen, de lijsten zijn nog verre van perfect. Dat leert een blik op de bedragen die de Brusselse excellenties aangaven. Zo prijkt bij Rudi Vervoort (PS) een bedrag van 120.000 euro voor het halve jaar dat hij de vorige Brusselse regering leidde in verkiezingsjaar 2019. Voor de tweede helft van het jaar, toen Vervoort aan het hoofd stond van de nieuwe ploeg, verschijnt het bedrag van

Astoria weer open in 2024 Het prestigieuze hotel Astoria aan de Koningsstraat ligt er sinds 2007 verlaten bij. Oorspronkelijk zou het hotel maar twee jaar sluiten, maar na een soap rond eigenaarswissels, bodemverontreiniging en de coronacrisis, werd dat dertien jaar. De architecten willen nu het pand opnieuw in zijn oude glorie herstellen. Hotel Astoria zal volgens Brussels architect Francis Metzger in 2024 heropenen. 4

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

228.997 euro, bijna het dubbele dus. Het kabinet van de minister-president kon maandag niet meteen een verklaring geven voor de verschillende bedragen. Bij voormalig staatssecretaris Cécile Jodogne (Défi) ontbreekt haar loon als regeringslid. “Bedankt om het te signaleren, wellicht een technische fout van het Rekenhof,” laat de huidige waarnemend burgemeester van Schaarbeek weten. “Wellicht een ingavefout van mevrouw Jodogne,” zegt de woordvoerder van het Rekenhof. “We passen dat aan.” Het Rekenhof wijst erop dat de ingave van de juiste gegevens de verantwoordelijkheid blijft van de mandatarissen zelf. “Wij herinneren iedereen eraan

30000 Met de inzamelingsactie #TogetherBozar haalt het Paleis voor Schone Kunsten na een week 30.000 euro op. De actie loopt nog tot 30 mei en met het ingezamelde geld hoopt Bozar de geleden schade door de dakbrand te dekken. Hoeveel geld het museum precies nodig heeft, is nog niet duidelijk.

dat ze de informatie moeten doorspelen, maar we kunnen niet alle bedragen en mandaten controleren,” zegt Hendrickx. “Het gaat toch om 55.000 mandaten.”

VLAAMS VERZUIM Wie de lijsten raadpleegt, merkt nog meer bizarre dingen. Zo valt het op dat de lijst met personen die hun verplichte vermogensaangifte niet indienden wel erg Vlaams kleurt. Van de 45 namen op de lijst is er maar één Brusselaar (Els Ampe), alle andere mandatarissen wonen in Vlaanderen. Toeval? “Een mogelijke verklaring is dat de gemeentebesturen in Wallonië en Brussel de macht na de verkiezingen van 2018 hetzelfde jaar nog hebben

overgedragen, terwijl dat in Vlaanderen pas begin januari was,” zegt Hendrickx. “Daardoor waren Vlaamse lokale mandatarissen verplicht om nog een aangifte te doen voor een drietal werkdagen in 2019. Het is duidelijk dat niet iedereen dat heeft gedaan.” Nog een vaststelling: net zoals vorige jaren worden voor heel wat functies geen precieze bedragen genoemd, maar erg brede vorken of grove afrondingen. Zo bedraagt het loon van Elsens burgemeester Christos Doulkeridis “100.000 euro afgerond”, terwijl dat van zijn collega Philippe Close in BrusselStad “200.000 euro afgerond” is. Bij hun collega Olivier Deleuze uit Watermaal-Bosvoorde is dat dan

NMBS zoekt goede ideeën De NMBS gaat op zoek naar voorstellen voor de quadrilatères, de 22.000 vierkante meter aan ruimte onder de sporen, tussen Zuidstation en Kleine Ring. Die cruciale schakel in het stadsweefsel staat nu al ruim veertig jaar leeg. Het bedrijf reserveert zelf overigens circa 4.000 vierkante meter, “voor de ontwikkeling van eigen behoeften in relatie tot het station”.


CARTOON

Els Ampe diende geen mandatenen vermogensaangifte in. Die laatste is nochtans verplicht.

KIJK OP DE WEEK

© BELGA

Brussel is groter dan de negentien gemeenten alleen. Een metropolitane gemeenschap zou heel wat dossiers in een stroomversnelling brengen Voor DÉFI-VOORZITTER FRANÇOIS DE SMET dringt een uitbreiding van Brussel met gemeenten uit Vlaams- en Waals-Brabant zich op (in ‘La Capitale’)

BRUZZ | DE WEEK

weer een vork tussen 50.000 en 100.000 euro. Moeten die bedragen niet preciezer? “Misschien wel,” zegt professor Herwig Reynaert (UGent). “Maar de eerste bedoeling van die lijst was nooit was om exact te weten hoeveel wie precies verdient. De lijst moet gefoefel tegengaan en helpt daarbij. En verder leven we natuurlijk in België. Weinig mensen lopen hier graag te koop met hun exacte loon.” Ook de late publicatiedatum doet wenkbrauwen fronsen. “Het kan niet dat we pas in 2021 de mandaten van 2019 kennen,” vindt Christophe Van Gheluwe, de man achter transparantiedatabank Cumuleo. “Ik zie er een politiek maneuver in om de impact van die mandatenlijst te verkleinen.”

KIM

Fietsflik wint prijs David Stevens, het gezicht van de Brusselse fietsbrigade, is verkozen tot mobiliteitspersoonlijkheid 2020. De fietsbrigade van de zone Brussel Hoofdstad Elsene legt een duidelijk accent op wat Stevens steevast ‘verkeersleefbaarheid’ noemt. Ze focussen daarbij op de bescherming van actieve weggebruikers zoals fietsers en voetgangers, en op de doorstroming van het openbaar vervoer.

9 pct Sinds de invoering van de zone 30 in Brussel rijden automobilisten gemiddeld 9 procent trager. Toch is de reistijd om ergens te geraken niet gestegen. Volgens Brussels mobiliteitsminister Elke Van den Brandt (Groen) rijden mensen gewoon rustiger. Op 1 januari 2021 werd het Brussels gewest omgedoopt tot een zone 30. 17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 5


In beeld

OP GLAD IJS NL/ Een hele week vierde

de sneeuw- en ijspret hoogtij. Maar dat de waarschuwingen om zich niet zomaar op dun ijs te begeven niet uit de lucht gegrepen waren, bewees deze hond in de Neerpedevijver in Anderlecht. 6

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

EN TERRAIN GLISSANT Toen die een vogel achterna rende, zakte hij verder in de vijver door het ijs. De brandweer kon gelukkig het tweejarige dier met een lichte onderkoeling naar de kant brengen. Not all heroes wear capes.

FR/Les plaisirs de la neige étaient bien présents à Bruxelles cette semaine. Les avertissements de ne pas marcher sur les étendues d’eau glacées ne sortent pas de nulle part, comme en témoigne ce chien

aux étangs de Neerpede à Anderlecht. Lorsqu’il a couru derrière un oiseau, la glace sous lui s’est fendue et il est tombé à l’eau. Heureusement, les pompiers ont pu le sauver. Tous les héros ne portent pas de cape.

ON SLIPPERY ICE EN/ For a whole week,

fun in the snow and on ice was on top. But this dog in the Neerpede pond in Anderlecht made sure that the warnings about not going out on thin ice were not misunderstood. When it chased a bird, the


Bijgedachte

Redactiechef MATHIAS DECLERCQ neemt het nieuws op de korrel

© BELGA

dog fell through the ice further into the pond. Fortunately, the fire brigade could rescue the two-year-old animal and it just suffered a mild case of hypothermia. Not all heroes wear capes.

Er was hoop, zo enkele dagen voor Kerstmis anno 2019. Minister Alain Maron (Ecolo) pakte toen uit met een investeringsplan van 14,8 miljoen euro. Het doel: meer en meer daklozen van straat halen, dankzij een structureel beleid dat het housing first-principe vooropstelt. Kort gezegd: alles begint met een dak boven het hoofd, daarna moet de aanpak van psychosociale problemen en de nodige begeleiding naar een betere socio-economische situatie volgen. Ook de opvangcentra kregen er 4 miljoen euro extra bij, en de nieuwe vzw Bruss’Help beschikte over 1,17 miljoen euro om het huidige opvangaanbod voor daklozen te evalueren en ook het budget van New Samusocial werd opgeschroefd. Er is sindsdien veel, maar ook niet veel veranderd. Veel, want de coronacrisis sloeg enkele maanden later toe, maakte brandhout van heel wat politieke prioriteiten en sloeg een gat in de begroting van overheden. Maar ook niet veel, omdat diezelfde coronacrisis net enkele pijnlijke waarheden nadrukkelijk blootlegt. Toen iedereen ‘in zijn kot’ moest, rees plots het besef dat heel wat mensen in Brussel geen kot hebben. Dat veel mensen geen identiteitskaart hebben om zich te registreren voor een coronatest. En dat je, geconfronteerd met armoede, tegenslag en een gebrek aan een sociaal netwerk, al sneller op straat kan belanden dan we soms denken. Met ook een nominatie voor het triestigste dieptepunt van deze hele coronacrisis: het moment dat hulporganisaties zich genoodzaakt zagen om daklozen te voorzien van een ‘attest van niet-huisvesting’, zodat ze niet zouden worden opgepakt na de avondklok. Met de zomerperiode verdween het thema weer naar de achtergrond, en dus was daar in november weer de oproep van Dokters van de Wereld. De winter stond voor de deur en er dreigde een gebrek van – minstens – achthonderd opvangplaatsen voor daklozen. “Elk jaar lijkt het alsof de winter uit de lucht komt gevallen,” klonk het. Profetische woorden, waren het, als je de chronologie van vorige week erop naslaat. Terwijl

in het weekend de temperaturen al stevig onder nul zakten, werd pas maandagavond – bij -5 °C – een crisisoverleg belegd vanuit het kabinet van Alain Maron met de hulporganisaties. De conclusie: de 3.120 beschikbare bedden waren al zo goed als volledig bezet. Dinsdagmiddag werd het aantal bedden opgetrokken tot 3.400. De stations zouden ’s avonds en ’s nachts openblijven voor daklozen. Enkele uren later bleek het alleen over het Zuidstation en het metrostation Kruidtuin te gaan. In de tussentijd besloten de burgemeesters van Etterbeek om daklozen die niet naar de opvang willen, te laten oppakken door de politie. Minder controversiële strategieën kwamen er ook, overigens, vanuit de gemeenten die heel wat extra opvangplaatsen openden. En toch, en toch: het was niet genoeg. Dat wisten de daklozenorganisaties overigens al lang, aangezien volgens de laatste telling in 2018 geen 3.400, maar wel ruim 4.100 daklozen hun dagen en nachten op straat doorbrengen. Laten we wel wezen: Brussel heeft zich het lot van de daklozen altijd aangetrokken. Dat weten ook de meest kwetsbaren zelf, die vaak vanuit alle hoeken van het land (en het buitenland) naar Brussel trekken. Hier zijn meer opvangplaatsen en hulporganisaties aan het werk dan waar ook in dit land. Er is zelfs de speciale politiebrigade Herscham die de straat optrekt om daklozen bij te staan. Alleen zit er vanuit het beleid amper evolutie in de aanpak. Elk jaar zien we de winter ‘uit de lucht vallen’, elk jaar schreeuwen de organisaties op het terrein om een langetermijnvisie, elk jaar worden dure beloftes gezworen. Zeker in een stad met zoveel leegstand als Brussel, waar een enkel protocol zou moeten kunnen volstaan om in een oogwenk in extra onderdak te voorzien, is dat bijzonder pijnlijk.

BRUZZ | DE WEEK

‘Het daklozenbeleid blijft steken in een crisisreflex’

“Elk jaar zien we de winter ‘uit de lucht vallen’, elk jaar schreeuwen de organisaties op het terrein om een langetermijnvisie, elk jaar worden dure beloes gezworen”

Lees online de reportage over daklozen in het Zuidstation via bruzz.be/daklozen 17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 7


DIGITALE OMWENTELING DOOR CORONA SCHERPT DE ONGELIJKHEID VERDER AAN

‘Gelieve honderd keer terug te bellen’ “Al onze medewerkers zijn bezet. Belt u later nog eens terug. Of stuur een mail.” Wie een uitkering nodig hee, kan door telewerk en gesloten kantoren lang wachten. Vaak te lang. Tegelijk klopt een nieuwe groep die zijn huur of elektriciteitsfactuur niet meer kan betalen aan bij Brusselse OCMW’s. Of hoe mede door corona de ongelijkheid niet alleen dreigt te verdiepen, maar ook te verbreden. — NATHALIE CARPENTIER, FOTO BART DEWAELE

H B R U Z Z | R E P O R TA G E

et is midden oktober. Een man met vrouw en kinderen kan zijn huur niet meer betalen, omdat hij zijn deeltijdse uitkering niet ontvangt. Tot april hielp de vakbond hem om de nodige documenten in te vullen, maar sindsdien zijn die kantoren wegens verplicht telewerk dicht. Zelf kan hij ze niet invullen, de man is analfabeet. Hij belt dagelijks naar het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Brussel of zij al iets hebben gehoord van de vakbond. De hulpverlener mailt de vakbond. Onderwerp: ‘hoogdringend.’ “Beste, ik contacteer u voor één van uw leden. Meneer X heeft sinds mei een deeltijdse job als autowasser. (…) Van mei tot en met juni heeft hij zijn aanvullende deeltijdse werkloosheidsuitkering niet ontvangen. Idem voor augustus tot nu (…). Er moeten bepaalde documenten ingevuld worden. Hij probeerde dit, maar deed dit fout. Het gevolg is dat hij telkens per brief de boodschap krijgt dat de nodige documenten niet ontvangen zijn. X heeft het hierdoor financieel enorm moeilijk en is enorm gestresseerd. Hij heeft hulp nodig bij het invullen, hij kan dit duidelijk niet alleen. X betaalt voor jullie diensten. Jammer genoeg zijn jullie telefonisch niet bereikbaar. Zouden jullie hem zo spoedig mogelijk een afspraak willen geven, aub?” Pas dertien dagen later volgt een gedeeltelijk antwoord van de vakbond. De CAW-hulpverlener vraagt meteen of het formulier nu dan wel correct werd ingevuld. En wat met de betaling van mei en juni? Een antwoord op de vraag voor een afspraak komt er niet. De hulpverlener dringt aan. Stilte. Een week later mailt het CAW weer. “Beste, meneer wacht nog steeds

8

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

op een afspraak. Hij heeft het nog steeds financieel moeilijk.” Nog drie dagen later. “Ik heb X weer aan de lijn gehad, redelijk wanhopig. Hij ontving nog geen enkele betaling. Dus nogmaals: kan u X een afspraak geven om dit in orde te brengen?” Weer zes dagen later hoort de hulpverlener ook van een coördinator dat een afspraak niet kan. Ook niet per uitzondering. Vier dagen later mailt ze opnieuw. “Als dit niet spoedig opgelost geraakt, gaan wij over tot een formele klacht.” Weer drie dagen later volgt wederom eenzelfde reactie. CAW: “We blijven in cirkels draaien. Meneer kan lezen noch schrijven. (…) Ik vind het jammer dat wij u de kwetsbaarheid van één van uw leden toelichten en vragen om hem een afspraak te geven en jullie de bal blijven teruggooien.” Op die laatste mail van 26 november volgt nooit een antwoord.

VERDOMHOEKJE “Zo kan ik ettelijke situaties opsommen van de voorbije maanden,” zegt Marijke Van den Dries, beleidsmedewerker van het CAW Brussel. “Wij proberen te voorkomen dat mensen in de problemen komen door hen naar de nodige sociale diensten doorverwijzen. Maar sinds telewerk verplicht is, kan je nauwelijks of alleen zeer moeilijk een fysieke afspraak krijgen bij de vakbond, de Hulpkas of de mutualiteiten. Bij de OCMW’s varieert het. Alle dienstverlening moet digitaal verlopen, maar de meeste van onze cliënten zijn daar om allerlei redenen niet toe in staat.” Bij enkele mutualiteiten kan de telefonische wachttijd tot anderhalf uur oplopen, onbetaalbare telefoons voor mensen met een beperkte belwaarde. De e-mailadressen op de

site van één OCMW waarnaar wordt doorverwezen, kloppen niet. Gevolg: geen antwoord. Zo heeft een man vijf maanden moeten wachten op een leefloon. Voor vier mensen probeert een hulpverlener vruchteloos een dienst te bereiken, ze hebben momenteel geen inkomen. Het CAW wordt zelf al overstelpt met problemen van eenzaamheid, psychische nood of gebroken gezinnen. “Daarbovenop krijgen wij nu veel vragen om de dienstverlening bij anderen op te lossen,” zegt Van den Dries. “Corona versnelt de evolutie naar een digitale maatschappij. Men gaat ervan uit dat iedereen kan downloaden of digitaal een formulier kan invullen. Dat is niet zo. Voor de kwetsbaarste groep wordt er geen alternatief meer geboden. Wie niet mondig, assertief of digitaal geletterd is, belandt in het verdomhoekje en dreigt in de armoede terecht te komen.” Ze erkent de moeilijke situatie bij veel diensten. “We weten dat vakbonden, de Hulpkas en andere diensten door de tijdelijke werkloosheid veel meer dossiers moeten behandelen en overwerkt zijn, maar zo kan het niet verder. Het duwt mensen nog dieper in de miserie.”

AANSCHUIVEN “De toegankelijkheid is al langer een pijnpunt, maar vroeger kon je tenminste nog aanschuiven in de wachtrij voor het loket tot je geholpen werd,” beamen wijkwerkers Marie De Leener en Aziza El Miamouni van de Wijkacademie De Quartier vzw in Molenbeek. “Nu worden ze helemaal aan hun lot overgelaten. Men onderschat hoeveel kwetsbare mensen verloren lopen in die digitale wereld.” Sommigen zijn niet geletterd. Anderen kunnen wel een whatsapp-

bericht sturen, maar geen uitgebreide mail om een complex werkloosheidsdossier toe te lichten. Of ze hebben gewoon geen wifi. “Soms zit wifi in de huurprijs van een sociaal woonblok, maar werkt die vaak niet,” aldus El Miamouni. “Probeer dan maar een dossier online in te vullen.” Ook zij merken dat een oplossing soms pas komt als een hoogopgeleide assertieve kennis of buur met een groot hart zich in de situatie wil vastbijten. “Toen een gescheiden vader ontdekte dat hij geen uitkering meer kreeg, probeerde hij ettelijke keren bij de vakbond binnen te raken,” vertelt De Leener. “Toen dat eindelijk lukte, zeiden ze dat de RVA een bepaalde code niet had doorgegeven. Dus moest hij van nul herbeginnen. Uiteindelijk heeft mijn zus de juridische dienst van de vakbond aan de lijn gekregen en is het gedeblokkeerd. Maar toen was die man al vier maanden niet betaald.” Nog een gevolg: het persoonlijke contact verdwijnt. “Een goede sociaal assistent probeert in een gesprek te achterhalen wat er écht aan de hand is en de juiste oplossing te zoeken,” zegt El Miamouni. “Nu verdwijnt dat.” De Leener werkt al achttien jaar in Brussel en ziet de situatie verergeren. “Deze crisis


RESERVES Corona dreigt de kloof ook te vergroten. “Ik weet niet hoe lang dit me nog lukt,” verzuchtte de uitbater van een restaurant in Jette vorige week. “Ik stop al maanden 400 euro spaargeld in mijn zaak, maar ik verdien niets. Een vriendin investeerde vorig jaar fors in haar restaurant, maar ziet zich gedwongen haar appartement te verhuren. Ze slaapt nu in haar restaurant.” Beiden wilden liever anoniem blijven. “Ze wil niet met haar miserie in de krant.” Dat ook nieuwe groepen in de problemen komen, merken ze bij OCMW’s over heel Brussel. Zelfs in de rijkere gemeente

Sint-Lambrechts-Woluwe. “Sinds kort komen mensen die we vroeger niet zagen, aankloppen voor hulp,” zegt voorzitster Fabienne Henry (Défi). “Ze werkten, maar door tijdelijke werkloosheid of een overbruggingskrediet daalden hun inkomsten sterk. Eerst hebben ze hun eigen reserves aangesproken of kregen ze nog steun van familie of vrienden. Maar dat blijft niet duren. Nu moeten ze bij ons aankloppen omdat ze hun huur, elektriciteitsfacturen of crèchekosten niet meer kunnen betalen.” Een vergelijkbaar geluid bij het OCMW in Jette. “Het aantal leefloners is met zestien procent gestegen,” zegt voorzitter Joris Poschet (CD&V), “maar het aantal dat nu aanklopt voor hulp om facturen te kunnen betalen, ligt naar

“Wie niet mondig, assertief of digitaal gele€erd is, komt in het verdomhoekje en dreigt in de armoede te belanden” MARIJKE VAN DEN DRIES Beleidsmedewerker CAW Brussel

mijn aanvoelen nog een stuk hoger. De groep is divers: mensen zonder papieren die zwartwerk zagen wegvallen, maar ook zelfstandigen.” Verdiept corona de ongelijkheid in Brussel? “Mogelijk,” reageert Poschet. “Ik kan zelf veel sparen, omdat ik niet meer op café ga, zoals veel mensen met een vaste job. Maar wie al in een zwakkere positie zat of niet door een vast statuut beschermd is, boert achteruit.” Bij het OCMW Brussel klinkt het dat de “kwetsbare bevolking een hoge prijs betaalt voor de crisis”.

WURGLENING Wie in nood is, grijpt soms naar oplossingen die hen nog verder de dieperik in duwen. Dat merkte Dries Verhaeghe van het dienstenchequebedrijf Zita Cleaning. “Ik werf langdurig werklozen aan. Dan geeft Actiris Activasteun, waarbij een stuk loon betaald wordt door de RVA.” De voorbije maanden moesten poetshulpen soms zelf in quarantaine, soms was dat het geval voor hun klanten. “Die uren worden normaal door de coronawerkloosheid of Activasteun vergoed. Maar die betaling liet enkele maanden op zich wachten. Als je dan alleenstaande bent, dan red je het niet altijd.” Dat merkte Verhaeghe toen plots beslag werd gelegd op het loon van zijn poetshulp Gabriela. “Omdat ze die uitkering maar niet kreeg, zag ze geen andere oplossing dan een wurglening aan te gaan. Die rekenen torenhoge interesten aan. Die kon ze niet betalen, waardoor die kredietmaatschappij bij mij aanklopte.” Els Rochette (one.brussels-sp.a)

VEUILLEZ RAPPELER CENT FOIS « Tous nos collaborateurs sont occupés. Veuillez rappeler plus tard ou nous envoyer un e-mail ». Les personnes ayant besoin de leurs allocations doivent attendre longtemps à cause du télétravail et des bureaux fermés. Souvent trop longtemps. Parallèlement, les CPAS bruxellois font face à une nouvelle catégorie de gens qui ne parviennent plus à payer leur loyer et factures. En octobre, une famille ne perçoit plus son allocation partielle. Jusqu’en avril, le syndicat l’aidait à remplir les documents, mais ensuite, les bureaux ont fermé. L’homme est analphabète. Le service d’aide sociale CAW Brussel critique vivement le risque de paupérisation engendré par la numérisation accélérée. FR

De Hulpkas voor Werklozen (HvW) heeft meer werk omdat er veel tijdelijke werklozen zijn. “Maar zo kan het niet verder. Het duwt mensen nog verder in de miserie,” reageert Marijke Van den Dries van het CAW Brussel.

kaartte de uitbetalingsproblemen van de Activapremies aan in het Brussels parlement. “Er zit inderdaad heel wat vertraging op de uitbetaling van de Activapremie, wat voor veel mensen problematisch is,” gaf minister van Werk Bernard Clerfayt (Défi) toe. Zowel bemiddelaar Actiris als de RVA ontvangt klachten over die vertragingen bij de uitbetalingen, aldus Clerfayt. “De uitbetalingsinstellingen zeggen overstelpt te worden met werk en stellen dat de meeste vertragingen te wijten zijn aan de verhoogde werkdruk ten gevolge van de lockdown en de tijdelijke werkloosheid.” “Een Brusselaar die twee tot drie maanden niets krijgt uitbetaald, wordt echt in de armoede gestort,” reageerde Rochette. “Zoiets moet toch kunnen worden opgelost? Kunnen er geen extra aanwervingen overwogen worden?” Clerfayt antwoordde dat hij in het begin van de crisis personeel van Actiris ter beschikking heeft gesteld van de vakbondsorganisaties in Brussel. “Ze hebben dat geweigerd.” Sindsdien heeft hij geen vraag om hulp meer gekregen. Ook Van den Dries bleef niet stilzitten. Ze verenigde zich met CAW’s en armoedeorganisaties in Vlaanderen en kaartte de problemen aan op een al gepland overleg met de vakbonden en de mutualiteiten. “Sommige vakbonden kondigden aan actie te zullen ondernemen, één vakbond reageerde dat ze in maart zouden kijken wat mogelijk was. Zo lang kunnen we niet wachten. Er moet nu ingegrepen worden.”

B R U Z Z | R E P O R TA G E

scherpt de ongelijkheid in Brussel verder aan.”

PLEASE CALL BACK A HUNDRED TIMES EN

”All our staff are busy. Please call

back later. Or send an e-mail.” Those who need benefits can end up having to wait a long time because of telework and closed offices. At the same time, a new group of people are knocking on the doors of the Public Centres for Social Welfare. In October, a family can no longer pay its rent. Up until April, the union helped them complete the necessary documents, but since then the offices have been closed. The husband is illiterate. Brussels’ Centre for General Welfare (CAW) criticises the fact that because of the accelerated digitalisation, those who are not assertive or digitally literate are in danger of ending up in poverty. 17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 9


FAMILIE IBRAHIMA BLIJFT MET VRAGEN ACHTER, RUIM EEN MAAND NA ZIJN OVERLIJDEN

BRUZZ | INTERVIEW

‘Hij was niet de junkie die men van hem wil maken’ De 23-jarige Ibrahima overleed op 9 januari in een politiecommissariaat vlak bij het Noordstation. De omstandigheden van zijn dood zijn onduidelijk, ruim een maand later zit de familie nog steeds met meer vragen dan antwoorden. “Dat mijn broer op zo’n manier is weggerukt, heeft me verwoest.” — KEVIN VAN DEN PANHUYZEN

O

p zaterdag 9 januari kwam Ibrahima Barrie om het leven. Hij werd die avond om een nog onduidelijke reden gearresteerd en overleed enkele uren later. Ook de omstandigheden van zijn dood zijn nog niet bekend. Enkele dagen later organiseerde zijn familie een betoging aan het politiecommissariaat in de Brabantstraat waar Ibrahima overleden is. Die dag kondigde het Brusselse parket aan dat een onderzoek geopend is naar onvrijwillige doodslag. In het kader van een gezinshereniging – Ibrahima heeft Guinese roots, al had hij wel de Belgische nationaliteit – kwam hij in 2011 aan in België. Iets meer dan een maand na zijn overlijden, wacht het Brusselse parket nog op de resultaten van het onderzoek alvorens te willen communiceren. Ibrahima’s 17-jarige zus

10

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

Aïssatou en zijn 26-jarige broer Alpha Oumar willen wel voor de eerste keer met de pers praten, samen met Ibrahima’s vriend Yahya Diallo (23). Zij richtten het collectief Justice Pour Ibrahima op.

Hoe werden jullie op de hoogte gebracht van het overlijden van Ibrahima?

Enkele dagen na zijn dood, organiseert de familie van Ibrahima een betoging aan het commissariaat waar hij overleden is. Op de foto de moeder van de jongeman. © BELGA

AÏSSATOU: Wij werden pas zes uur later op de

hoogte gebracht. Mijn broer is om 20.22 uur overleden. Pas rond 2.30 uur ’s nachts is de politie naar ons gekomen om ons het slechte nieuws te brengen. Wat de agenten ons vertelden, was dat Ibrahima buiten was na de avondklok, dat hij gearresteerd werd en daarna onwel is geworden. Drie agenten hadden overal aangebeld, waardoor het hele blok wakker werd gemaakt, en verschillende mensen daar getuige van waren. Waar mijn broer was, naar welk

ziekenhuis hij gebracht werd, dat heb ik allemaal zelf moeten opzoeken. Zo had ik ontdekt dat hij langs het Sint-Jansziekenhuis gepasseerd was. Hij overleed om 20.22 uur, nog voor de avondklok. Waarom de politie een andere versie heeft gegeven? Er waren zoveel versies van het verhaal dat we het zelf niet weten. We kennen de omstandigheden nog altijd niet.


BRUZZ | INTERVIEW

AÏSSATOU Zus van Ibrahima

Een ander verhaal dat aanvankelijk de ronde deed, is dat hij drugs op zak had. AÏSSATOU: Schandalig. Alleen de RTBF had die informatie verspreid, nadat de politie de redactie gecontacteerd had. Ik begrijp nog altijd niet goed wat de bedoeling van de politie was, om die dag foute informatie te verspreiden, terwijl het autopsieverslag nog niet eens gemaakt was. Dat verslag toonde later dat hij ▼

“Ik word soms wakker in het midden van de nacht met de gedachte dat hij me zal opbellen. Ik kan nog altijd niet geloven dat hij er niet meer is”

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 11


FAMILIE IBRAHIMA BLIJFT MET VRAGEN ACHTER, RUIM EEN MAAND NA ZIJN OVERLIJDEN

geen drugs had genomen (Advocaat Alexis Deswaef zei daarover dat er wel sporen van drugs in het bloed waren, zij het geen recente sporen, red.). De politie wilde zijn imago besmeuren.

Als oorzaak voor zijn overlijden, wordt hartfalen aangehaald. ALPHA OUMAR: Hij verkeerde echt in goede

gezondheid. AÏSSATOU: Een hartprobleem kan zijn dood niet

hebben veroorzaakt. Hij speelde al vijftien jaar voetbal, eerst in Anderlecht en daarna bij Renaissance Forestoise, als aanvaller. Hij deed veel aan sport en cardiotraining.

Op de dag van de betoging voor Ibrahima maakte jullie advocaat Alexis Deswaef bekend dat Ibrahima zo’n vijf minuten bewusteloos op de grond lag in het politiecommissariaat, zonder hulp. Wat dachten jullie toen jullie dat hoorden? AÏSSATOU: Schan-da-lig. Hoe kan je iemand in

BRUZZ | INTERVIEW

nood vijf tot zeven minuten op de grond laten liggen. Als ze vroeger gereageerd hadden, hadden ze hem misschien kunnen redden. ALPHA OUMAR: Zodra hij een voet in het politiecommissariaat zette, was hij in handen van de politie en viel hij onder de verantwoordelijkheid van de agenten. YAHYA: Wat er ook gebeurd is, onze vriend en broer is gestorven, terwijl hij in handen van de politie was. Dat is wat we momenteel onthouden. Maar wat er gebeurd is en waarom, dat zal het onderzoek uitwijzen.

Wat doet dit allemaal met jullie vertrouwen in de politie? AÏSSATOU: Ik heb geen vertrouwen meer in de

politie. De politie heeft ons meer dan eens belogen. Al zou mij het ergste overkomen, dan nog zou ik de politie niet bellen, omdat ik bang ben. Dit werkt allemaal psychologisch. ALPHA OUMAR: Mijn vertrouwen is geschaad. Het is niet meer als vroeger. De gedachte

ontstaat dan snel dat alle politieagenten slecht zijn, maar er zijn ook goede agenten. Mijn broer is gestorven op 9 januari, amper een week later gebeurt het opnieuw (op 19 januari is een man overleden in een Brusselse politiecel, red.).

Jullie hebben het over Ilyes, de Algerijnse sans-papiers die tien dagen later overleed in een Brusselse politiecel. ALPHA OUMAR: Je wil je niet inbeelden wat voor pijn de familie moet voelen. Dit is niet gemakkelijk, om iemand zo te verliezen. En dan nog heeft men geprobeerd om ook zijn imago te besmeuren. AÏSSATOU: Dat was opnieuw schandalig. Enkele dagen later valt er opnieuw een dode, en opnieuw probeert men zijn imago besmeuren, omdat hij een jas in een Zara-winkel zou hebben gestolen. Het is niet omdat je iets steelt, dat je op zo’n manier moet sterven.

Ibrahima werd niet gearresteerd wegens de avondklok, maar hij zou een politie-interventie gefilmd hebben. Wat weten jullie daarover? AÏSSATOU: Mijn broer filmde wel vaker politieinterventies, omdat hij gevoelig was voor politiegeweld. Daar kon hij niet mee leven. De dag van zijn overlijden had mijn broer enkele spullen gekocht bij Action, omdat hij net verhuisd was naar Waterloo. In het Noordstation zou hij de trein naar huis nemen, maar toen is het gebeurd. Ik begrijp nog altijd niet waarom mijn broer gearresteerd is, want filmen is een recht. Als ik een politie-interventie zie die misloopt, heb ik het recht om mijn gsm boven te halen. YAHYA: Wij praatten geregeld over de politie, dat is niet ongewoon voor onze generatie. Het is niet omdat hij de politie filmde, dat hij niet van de politie hield. Hij beschouwde de politie niet als vijand, alleen was hij tegen politiegeweld. Dat heeft hem misschien het leven gekost. We vragen ons nog altijd af waarom de politie hem gearresteerd heeft.

Was Ibrahima daarvoor al in aanraking gekomen met de politie? YAHYA: Natuurlijk was hij daarvoor al meer dan eens gecontroleerd, onder meer ook in mijn bijzijn. Wij worden allemaal gecontroleerd, als je mijn huidskleur hebt, woont waar ik woon en rondhangt waar ik rondhang. Of hij nu bekend stond bij de politie of niet, of hij misdaden had begaan of niet, hij verdiende het nooit om te sterven omdat hij de politie filmde.

Na Justice Pour Mehdi en Justice Pour Adil is er nu ook Justice Pour Ibrahima. Wat is volgens jullie de rode draad in deze lijst namen? YAHYA: Wat we globaal genomen onthouden, is dat de slachtofferhulp de families nooit op een goede manier bereikt. Er werd geen enkele echte vorm van hulp aangeboden. ’s Nachts komt men de dood van je zoon aankondigen en enkele uren later – de middag nadien – vragen twee agenten of je hulp nodig hebt. Zo is het met de moeder gebeurd, maar op dat moment ben je niet in een staat van dialoog. Zo werkt het niet. Er zou een comité moeten zijn voor deze mensen, dat échte hulp aanbiedt, met mensen die zulke trauma’s zelf hebben meegemaakt, die weten waarover het gaat.

Wat is het doel van de campagne voor Ibrahima? YAHYA: We willen het verhaal ophelderen. We beseften dat dit niet de eerste keer was, dat Ibrahima niet het eerste slachtoffer was. Er zijn al collectieven voor Mehdi, voor Lamine Bangoura (die in Roeselare stierf na een uithuiszetting door de politie, red.), enzovoort. We willen alle slachtoffers en families die met politiegeweld te maken krijgen, verenigen. We willen gerechtigheid en de waarheid. AÏSSATOU: We krijgen steun van andere families van slachtoffers. Die solidariteit helpt ons ontzettend veel.

Hebben jullie vertrouwen in het gerechtelijk onderzoek? AÏSSATOU: Voorlopig loopt er een onderzoek voor onvrijwillige doodslag. We vertrouwen erop dat het gerecht zijn werk doet. We hebben hoop. YAHYA: We hebben vertrouwen in het gerecht, maar blijven op onze hoede, gezien de seponeringen in gelijkaardige zaken. Het onderzoek loopt, dus verder kunnen we ons daar niet over uitspreken. Wat ons wel geruststelt, is dat – in tegenstelling tot in andere zaken – dit dossier snel overgemaakt is aan de onderzoeksrechter. Dat is meestal wel een teken dat er voldoende aanwijzingen zijn om zo’n onderzoek te voeren. Wat ook uitzonderlijk is in deze zaak, is dat er sprake is van het niet-bijstaan van een persoon in nood. Wat er ook gebeurd is, wat we ook doen, hij komt niet terug. Als er niemand vervolgd wordt voor zijn dood, zullen we blijven strijden voor gerechtigheid, om te voorkomen dat een andere familie dit nog moet meemaken.

Aïssatou, de zus van Ibrahima: “Waar mijn broer was, naar welk ziekenhuis hij gebracht werd, dat heb ik allemaal zelf moeten opzoeken.” 12

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

Hoe heeft het overlijden van jullie broer jullie levens veranderd?


« IL AIMAIT BIEN RIGOLER, C’ÉTAIT PAS UN JUNKIE » Le 9 janvier, Ibrahima, 23ans, est décédé dans un commissariat de police à deux pas de la Gare du Nord. Un peu plus d’un mois plus tard, de nombreuses questions que se pose sa famille restent sans réponses. On ne connaît pas encore vraiment les circonstances de sa mort et les raisons de son arrestation ne sont pas tout à fait claires. « Il y a eu tellement de versions qu’on ne sait plus, au bout du compte », explique sa sœur Aïssatou (17ans). La famille critique la communication de la police. « Je ne fais plus confiance à la police. Ils nous ont menti plus d’une fois. Même si le pire devait m’arriver, je ne les appellerais pas, parce que j’ai peur. Tout cela a un impact psychologique. Mon frère était mon meilleur ami, il était un peu comme un deuxième père. Le fait qu’il m’ait été enlevé comme ça m’a détruite. » La famille place maintenant tout son espoir dans la justice. « Pour l’instant, une enquête est en cours pour homicide involontaire. Nous faisons confiance à la justice. Nous avons bon espoir. »

AÏSSATOU: Ik word soms wakker in het midden van de nacht met de gedachte dat hij me zal opbellen. Ik kan nog altijd niet geloven dat hij er niet meer is. Mijn ouders zijn nog altijd in een toestand waarbij zelfs praten moeilijk is. Voor mij was mijn broer mijn beste vriend, iemand die een tweede vader voor me was. Dat hij op die manier van mij is weggerukt, heeft me verwoest. Met zijn overlijden is ook een helft van mij weg. Hij was een jongere zoals alle anderen. Voor hem was de familie essentieel. Hij hield van klusjes uitvoeren, bricoler, en als iemand hulp nodig had, stond hij altijd klaar. Hij had nog maar net, in 2020, zijn diploma Elektriciteit behaald. Hij deed alles voor zijn toekomst en droomde

ervan om een weeshuis op te richten. Daarvoor hadden we zelfs plannen gemaakt om in april naar Afrika te gaan. YAHYA: Hij wilde een carrière als voetballer, maar omdat je nooit weet of dat zal werken, had hij ook een opleiding als elektricien gevolgd. Ibrahima was goedlachs, een gemakkelijke persoon om mee om te gaan. Op elke foto toont hij een glimlach. We willen dat dat het beeld is dat mensen aan hem overhouden, niet het beeld van een crimineel of junkie die niets van zijn leven maakt, zoals de politie iedereen wilde doen geloven.

Op 13 januari kondigde het Brusselse parket aan dat een onderzoek naar onvrijwillige doodslag geopend werd, diezelfde dag was er een betoging. ©PHOTONEWS

Politie en parket wensten niet te reageren, omdat het onderzoek nog loopt.

Wat voorafging Ibrahima werd op zaterdagavond 9 januari gearresteerd. Hij overleed enkele uren na zijn arrestatie. Op 13 januari kondigde het Brusselse parket aan dat een onderzoek naar onvrijwillige doodslag geopend is. Onder meer

de bewakingsbeelden in het politiecommissariaat in de Brabantstraat werden in beslag genomen en ook het Comité P opende een onderzoek. Diezelfde dag vond aan hetzelfde commissariaat een betoging plaats

onder de noemer ‘gerechtigheid voor Ibrahima.’ Na afloop ontstonden rellen in de Brabantwijk, waarbij een tiental agenten gewond raakten en brand werd gesticht aan twee politiecommissariaten. In het kader van het

onderzoek naar de rellen, viel de politie vorige week binnen op vijftien adressen, behalve in Brussel onder meer ook in Aalst en Verviers. Veertien verdachten werden opgepakt, onder wie zeven minderjarigen.

BRUZZ | INTERVIEW

FR

“HE WAS A CHEERFUL KID, NOT A JUNKIE” 23-year-old Ibrahima died in a police station near the North Station on January 9th. A little over a month later, many of the family’s questions remain unanswered. Much is as yet unknown about the circumstances of his death and the reason for his arrest is not entirely clear. “There were so many different versions of the story that we don’t know ourselves,” explains his sister Aïssatou (17). The family is critical of the communication provided by the police. “I don’t trust the police anymore. They lied to us more than once. Even if the worst happened to me I still wouldn’t call the police because I am afraid of them. My brother was my best friend, someone who was like a second father to me. For him to be snatched from me in such a way, has destroyed me.” The family is now putting all their hopes on the courts. “At the moment there is an investigation into involuntary manslaughter. We trust the court will do its job. We have hope.” EN

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 13


JUAN BENJUMEA MORENO, RAPPORTEUR VAN DE BIJZONDERE CORONACOMMISSIE

‘Je kan een crisis niet bestrijden in gespreide slagorde’ De Bijzondere coronacommissie in het Brussels parlement is klaar. De commissie moest nagaan wat er misliep in de eerste golf van de pandemie en Brussel beter wapenen tegen toekomstige rampspoed. Maar Brussel wil de bladzijde niet zomaar omslaan. “De getuigenissen zijn een blijvende herinnering aan wat er is misgegaan,” zegt rapporteur Juan Benjumea Moreno (Groen). — STEVEN VAN GARSSE, FOTO BART DEWAELE

B

BRUZZ | INTERVIEW

enjumea zat amper een jaar in het Brussels parlement en kreeg, samen met die andere neofiet Delphine Chabbert (PS), meteen een flink dossier op zijn bord. Samen zijn ze rapporteur voor de Bijzondere coronacommissie die in het Brussels parlement moet nagaan wat er misliep in Brussel tijdens de pandemie. Meer dan veertig mensen kwamen getuigen. Over de rusthuizen, de ziekenhuizen, de economie, het veiligheidsbeleid en ethische aspecten aan deze crisis zonder weerga.

Hoe kijkt u zelf terug op deze vijf maanden parlementair werk? JUAN BENJUMEA MORENO: Het was een treurige periode voor iedereen natuurlijk, maar ik denk dat we trots kunnen zijn op het geleverde werk. We hebben, dankzij de getuigenissen, een goed beeld van hoe Brussel is moeten omgaan met deze pandemie. Er was weliswaar een kleine dynamiek van oppositie versus meerderheid, maar door de band waren alle commissieleden kritisch én constructief. We zien dat ook bij de aanbevelingen. De vaststellingen zijn kamerbreed gedeeld, de aanbevelingen zullen we wellicht, meerderheid en oppositie, samen kunnen goedkeuren. Tot slot zag je ook het effect van de decumul. Haast iedereen zat er voltijds, met zijn eigen expertise, en met een visie op heel Brussel, en niet: ik moet hier opkomen voor mijn eigen gemeente. En wie dat 14

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

toch nog deed – een aantal burgemeesters zitten nog steeds in het parlement – sprong meteen uit de band.

Het was wel vreemd om te zien hoe de commissie zich boog over de eerste golf, terwijl de tweede golf van de epidemie al volop aan het woeden was. Was dat geen nadeel? BENJUMEA: Neen, want we hebben

het werk opgesplitst. Er is ook de hele tijd een commissie Gezondheid die de huidige crisis volgt. En er was een kruisbestuiving, tussen wat we leerden uit de eerste golf en hoe we ermee aan de slag moesten in de tweede golf. Zo konden we bijsturen. Een voorbeeld: in de eerste golf had een aantal gemeenten een eigen mondmaskerbeleid. Dat was heel onleesbaar voor de burger. In de zomer is er dan een regel gekomen voor héél Brussel. We zijn daar verder op doorgegaan: één gewestelijk beleid werkt gewoon beter.

Jullie hebben nu 183 aanbevelingen klaar. Hoe moeilijk is het om die op te stellen in de wetenschap dat een volgende pandemie misschien pas over dertig jaar zal plaatsgrijpen? BENJUMEA: Er moet hoe dan ook een

pandemieplan komen, zodat we weten op welke knopjes we moeten drukken en niet ter plekke moeten improviseren. Ik trek zelf drie grote lessen uit de eerste golf. We hebben toen vooral brandjes geblust. Wat we nu moeten doen, is het huis brandveilig maken en zorgen voor voldoende

brandweer. En, heel belangrijk, er is eenheid van commando nodig. Twee, om in de beeldspraak verder te gaan: er is een brandladder nodig om kwetsbare groepen eruit te halen. Dat waren deze crisis vooral de ouderen, maar een andere ramp

kan dan weer vooral jongeren treffen. Het is belangrijk dat die groepen snel bepaald worden. Tot slot moeten we meer rekening houden met de sociale impact van de crisis. Tuincentra openen, en tegelijk de sportcentra dicht houden, dat hebben heel veel jongeren niet begrepen.

Een van de zwakke punten in deze pandemie is het Brusselse veiligheidsbeleid gebleken. Het samenspel tussen het federale niveau, het Gewest, de politiezones en de lokale besturen liep geregeld mank. Is hier nieuw wetgevend werk nodig? BENJUMEA: We stellen inderdaad

vast dat de laatste staatshervorming die de vrucht was van compromissen in kastelen, er misschien op papier wel goed uitzag, maar in de praktijk voor geen meter uit te voeren was. Eenheid van commando is cruciaal. Als we terugkijken naar de crisis, dan zien we dat dat besef er pas laat is gekomen. Geleidelijk aan hebben we gezien hoe de federale overheid


Wat ik niet lees in de aanbevelingen, maar wat wel een van de vaststellingen was in deze crisis is het grote verschil in hoe de Brusselse rusthuizen de crisis hebben aangepakt. De governance van sommige rusthuizen was écht zwak, met alle gevolgen van dien. Hoe kan Brussel hier wat aan doen? BENJUMEA: Door het zorgagentschap

Iriscare te versterken. Iriscare moet nog meer een sterke centrale instelling worden, die, met de voeten op de grond, de Brusselse

“Hier zijn vijf ‘deelstaten’ actief op het vlak van gezondheid, en dan nog de federale overheid erbovenop. We zijn wat de pineut van de federale structuur” JUAN BENJUMEA MORENO Parlementslid voor Groen en rapporteur Bijzondere coronacommissie

Juan Benjumea Moreno Geboren in 1991 in Sevilla (Spanje) Emigreert in 2009 naar België Studeert van 2009 tot 2014 Rechten (KU Leuven en Humboldt Universität Berlin) Advocaat aan de balie Antwerpen Vorser Grondwettelijk recht (UGent) Jurist bij Brussel fiscaliteit Sinds 2019 parlementslid voor Groen

Juan Benjumea Moreno na de Bijzondere coronacommissie: “Er moet hoe dan ook een pandemieplan komen zodat we niet meer ter plekke moeten improviseren.”

rusthuissector overziet en zo nodig begeleidt en bijstuurt.

Iriscare kreeg uiteindelijk wel veel lof toegezwaaid over de aanpak van de crisis. Een contrast met minister van Gezondheid Alain Maron (Ecolo) die beschadigd uit deze crisis lijkt te komen. BENJUMEA: (Stil) Heel eerlijk?

Iedereen is heel scherp geweest voor Maron. In oppositie en meerderheid. Dat is goed. Het is de rol van het parlement om de minister aan de tand te voelen. Alain Maron heeft dat ook aanvaard, en als er fouten zijn gemaakt, heeft hij zich daar ook voor geëxcuseerd. Ik ben zelf ook heel kritisch geweest voor ministerpresident Rudi Vervoort (PS), bijvoorbeeld toen de regels niet geharmoniseerd werden in Brussel. Maar als het goed is, moet het parlement dat ook kunnen toegeven. De test- en tracingcapaciteit was in het begin inderdaad ondermaats, maar is daarna verviervoudigd. De daklozenopvang is verdubbeld. Voor de vaccinatie staat Brussel klaar.

De droge aanbevelingen staan in schril contrast met de bijwijlen emotionele getuigenissen die we in de commissie konden horen. Riskeer je niet dat de gezondheidssector in Brussel zegt: is dat nu het magere antwoord op een crisis die door merg en been ging? BENJUMEA: Er komt een rapport van

meer dan vierhonderd pagina’s die

«„ON NE PEUT PAS GÉRER UNE CRISE EN ORDRE DISPERSɄ» À l’instar des autres parlements, le parlement bruxellois a analysé les points faibles de la gestion de crise de la pandémie. Pendant la Commission spéciale covid-19, plus de quarante témoins ont relaté leur version des faits. Certains récits, poignants, sont difficiles à oublier. Et il convient d’en tirer des enseignements. Les 183 recommandations seront probablement approuvées, tant par la majorité que par l’opposition. Enseignement principal : lors d’une épidémie, une politique uniforme et claire pour toute la Région est cruciale, avec un commandant de bord. « On ne peut pas faire face à une crise en ordre de bataille dispersé », dit le rapporteur Juan Benjumea Moreno. FR

de getuigenissen integraal weergeven, hoorzitting per hoorzitting. Dat is een blijvend document waar we altijd naar kunnen teruggrijpen en dat ervoor zorgt dat we niet vergeten wat er allemaal gebeurd is.

Elke crisis is een kans. Is de tijd niet rijp om met een geïntegreerd gezondheids- en welzijnsbeleid te komen voor Brussel? BENJUMEA: Twee zaken zijn nodig.

Binnen Brussel moet de samenwerking veel beter. Op ons klein grondgebied zijn vijf ‘deelstaten’ actief op het vlak van gezondheid: de drie gemeenschappen, de VGC en Cocof. En dan nog eens de federale overheid erbovenop. Nergens anders in ons land is het zo complex. We zijn wat de pineut van de federale structuur. Een crisis kan je niet bestrijden met zes instellingen in gespreide slagorde. Dat is nochtans wat we soms gezien hebben. Dus de eerste oplossing is samenwerken. Dat kan met een geïntegreerd gezondheidsplan dat in opmaak is, en waarbij iedereen betrokken is. Maar natuurlijk zijn er limieten aan die samenwerking. Daarom moet er een oefening komen waarbij de bevoegdheden homogeen worden gemaakt. Waarbij de federale overheid zich bijvoorbeeld weer met de preventie kan bezighouden. Met een beleid dat dan door de deelstaten of lokale besturen kan worden uitgerold.

BRUZZ | INTERVIEW

de lead nam, en hoe het Gewest, en vervolgens de lokale besturen zich daarop aansloten. Die articulatie werkt en we moeten zien hoe we die in een wet kunnen gieten, zodat er geen discussie meer mogelijk is bij een volgende crisis. Dat is iets wat Brussel niet alleen kan doen. Daarvoor moet met de andere deelstaten worden samengewerkt. Er is dus nood aan een interfederale dialoog. Dat kan iets voor de Senaat zijn en uitmonden in een zevende, en wat mij betreft, laatste staatshervorming.

“YOU CANNOT FIGHT A CRISIS WITH A STAGGERED BATTLE PLAN” EN

Like the other parliaments, The

Brussels parliament has also been investigating what went wrong in the crisis management plan during this pandemic. The Special Corona Commission heard statements from more than 40 witnesses. The testimonials were sometimes emotional and cannot easily be forgotten. Lessons were also drawn from the crisis: 183 recommendations will probably be approved by the majority and opposition together. The most important lesson: in an epidemic a single uniform and clear policy for the whole of Brussels is crucial, with one commander at the wheel. As rapporteur Juan Benjumea Moreno says: “You cannot fight a crisis with a staggered battle plan.” 17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 15


VERGROENING VAN OPENBARE RUIMTE MOET SNELLER

Het Flageyplein wordt op korte termijn onthard en vergroend. Het past in het plan van de Brusselse regering om asfalt, steen en beton weg te werken.

Brussels Gewest krijgt een onthardingsambtenaar Brussels minister Elke Van den Brandt (Groen) wil met een aantal maatregelen de vergroening van de openbare ruimte versnellen. Er komt onder meer een onthardingsspecialist binnen Brussel Mobiliteit. Die moet met een multidisciplinair team asfalt, steen en beton meer en meer wegwerken. — STEVEN VAN GARSSE

W

etenschappers wijzen er al langer op hoe nefast het voor het leefmilieu is om de openbare ruimte te betonneren. De regen wordt dan afgeleid naar het riool, waardoor het risico op overstromingen stijgt en tegelijk het grondwaterpeil zakt. En als bomen en struiken verdwijnen, worden de steden ook echte hitte-eilanden. Bomen, tot slot, houden de stad niet alleen koeler, ze filteren ook het fijn stof uit de lucht. Dat Brussel er niet goed aan toe is, bleek vorig jaar uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Op basis van satellietbeelden kon worden aangetoond dat Brussel tussen 2003 en 2016 maar liefst veertien procent groene ruimte is

kwijtgespeeld. Dat is één procent per jaar. De Brusselse regering wil die tendens omkeren en de versteende omgeving weer, zoveel als mogelijk, vergroenen. Minister Elke Van den Brandt (Groen): “Elke vierkante meter verharding zou in vraag moeten worden gesteld,” zegt ze. “Van gevelgroen, tot voortuintjes, straatbomen, parklets (omgevormde parkeerplaatsen), pocket parks

(kleine parkjes) en échte groene pleinen, alles is mogelijk. The next big thing is a lot of small things. Onze straten dienen op grote schaal te worden onthard en aangeplant.” “We zien dat groen in ontwikkelingsprojecten zelden een A-positie krijgt,” voegt ze daaraan toe. “Het wordt als minder belangrijk beschouwd. Dat moet anders.” Concreet zal er een onthardingsspecialist komen binnen Brussel Mobiliteit, zoals de stad Gent die ook al heeft. De ambtenaar zal er in alle projecten voor de heraanleg van de openbare ruimte op toezien dat minstens vijftien procent van de versteende omgeving weer doorlaadbaar wordt en, zo mogelijk, aangeplant wordt.

“Elke vierkante meter verharding zou in vraag moeten worden gesteld” ELKE VAN DEN BRANDT Minister van Mobiliteit en Openbare Werken

De ambtenaar krijgt een multidisciplinair team achter zich van landschapsarchitecten, ecologen en waterdeskundigen. De bedoeling is dat de ambtenaar meteen de slag kan gaan met quick wins. Het kan gaan van plantvakken bomen vergroten, overgedimensioneerde kruispunten ontharden en beplanten, bomen aanplanten in restruimtes tot parklets of pocket parks aanleggen.

BRUZZ | ACTUA

© PHOTONEWS

TWEEDUIZEND BOMEN PER JAAR De Brusselse regering trekt daar 2 miljoen euro voor uit. Het gaat hierbij niet alleen om nieuwe projecten. Ook voor eerder aangelegde pleinen zal onderzocht worden of die niet à rato van vijftien procent vergroend kan worden. Voor het Flageyplein is dat onderzoek zelfs al gebeurd en kan die ontharding er op vrij korte termijn al komen. Parallel hiermee is er ook een plan om het aantal bomen in de stad op te krikken. Zo moeten er elk jaar tweeduizend bomen bijkomen. Deze winter heeft Brussel Mobiliteit al 1.150 bomen geplant. Die inspanning zal volgend jaar en in 2023 opgedreven worden. Tot slot worden ook de lokale besturen aangemoedigd, via de investeringssubsidies voor de heraanleg van de openbare ruimte, om de stad voluit te vergroenen. 17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 17


KAP VAN GROOTSTE VIJGENBOOM VAN BRUSSEL HAKT ERIN

‘Dit is heel pijnlijk’ De grootste vijgenboom van het gewest is niet meer. Twee weken geleden werd hij samen met zestig andere bomen geveld aan het park van Thurn & Taxis, op de grens van Laken en Molenbeek. “Dit is een groot verlies, alsof iemand die je al jaren kent gestorven is.” — KEVIN VAN DEN PANHUYZEN

D B R U Z Z | R E P O R TA G E

at een bomenkap wat los kan maken bij buurtbewoners, is al vaker gebleken. Ondanks het buurtverzet werden vorige week vierhonderd bomen gekapt op de site van het Rijksadministratief Centrum in Brussel-Stad. Eind vorige maand konden buurtbewoners in Koekelberg de kap van 26 bomen wel verhinderen, maar twee weken geleden sneuvelden zestig bomen aan het park van Thurn & Taxis. “Hier is ie dan, de vijgenboom waar mijn kinderen jaren in hebben gespeeld, waar zoveel generaties kinderen onder zijn opgegroeid, samen met de boom,” vertelt Stephanie Bertel. We staan in de collectieve tuin van Thurn & Taxis, ten noorden van het veel grotere park. Het is een mooi stukje verwilderde natuur tussen de Jubelfeestbrug en Thurn & Taxis. Maar precies twee weken geleden stonden arbeiders hier ’s ochtends met kettingzagen. Tientallen fruitbomen werden gekapt, waaronder die veertig jaar oude vijgenboom. “Dit is heel pijnlijk. Ik kwam hier geregeld onder de boom zitten om te eten, te lezen. Veel mensen kwamen dat hier doen. Het was een sociale boom,” vertelt Kwame Boateng, die al vijftien jaar in de buurt woont. De boom figureert sinds 2013 in de Brusselse lijst van Merkwaardige Bomen. Het is de grootste vijgenboom in Brussel, met een hoogte van meer dan zes meter en een

kroon met een diameter van dertien meter. Maar nu blijft er niet veel meer van over dan de stam, die nog ruim een meter uit de grond steekt. “Hoe triest. Het duurde jaren voor die vijgenboom zo groot werd en plots is hij weg. We hebben stekjes in de grond gestopt, maar het is winter, dus ik vrees dat die niet meer zullen groeien,” vertelt Boateng. “Iedereen kwam hier vijgen plukken. Dit is een groot verlies, alsof iemand die je al jaren kent gestorven is.” Het collectief van de gemeenschapstuin organiseerde zelfs een herdenkingsmoment voor de vijgenboom. Zaterdagmiddag tekenen tientallen buurtbewoners present onder een deugddoende zon. Het heeft bijna iets weg van een begrafenis – alle aanwezigen lijken treurig om de vijgenboom – met snoeihout als grafstenen en soep als rouwmaaltijd. “Maar het is niet alleen de vijgenboom, er zijn nog meer fruitbomen gekapt. Het is een echte ecocide,” zegt buurtbewoonster Chantal Hoornaert. In totaal werden zestig fruitbomen en -hagen verwijderd. “En dat allemaal voor enkele camera’s. Ik begrijp er niets van.”

CAMERA’S Angela Beaufays-Herrero, een van de leden van het collectief van de gemeenschapstuin, wijst naar een aangrenzende muur. Over een lengte van ongeveer een half voetbalveld hangt een tiental camera’s aan de muur, gericht op het stukje natuur.

“Het is niet alleen de vijgenboom, er zijn nog meer fruitbomen gekapt. Het is een echte ecocide” CHANTAL HOORNAERT Buurtbewoonster 18

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

“Wij hebben een geldtransportbedrijf als buur. Het bedrijf heeft de bomen laten kappen, met als excuus dat ze de camera’s belemmerden. Maar ze hebben ook bomen gekapt die niet eens in de buurt van een camera stonden,” zucht BeaufaysHerrero. Ze is nog altijd aangeslagen. “Ik heb er een lumbago aan over gehouden. Het was alsof ik een trap kreeg, zo een shock.” Met takken van de gekapte vijgenboom poseren bezoekers naast de stam voor een foto, terwijl anderen briefjes achterlaten met herinneringen aan de tuin. “Dit is een ontmoetingsplek. Wat wij allemaal gemeen hebben, is dat we allemaal de waarde van natuur herkennen en om deze

biodiversiteit geven,” glimlacht Beaufays-Herrero even later. “De vijgenboom is een symbool. Het was een oude boom, een herinnering aan het verleden van deze stad. Lang voor hier een gemeenschapstuin was, hadden arbeiders die in de bedrijven langs het kanaal werkten hier moestuintjes. Die arbeiders hebben een spoor van de Middellandse Zee achtergelaten. Er waren veel Italianen, Spanjaarden en Portugezen. Een van hen moet ooit een twijgje hebben meegenomen uit het thuisland. Zo is de boom hier gegroeid.”

KLACHT INGEDIEND De gemeenschapstuin kwam er pas veel later, in 2007 op initiatief van


een Brusselse vzw. Er kwamen verschillende fruitbomen bij, van kiwi’s tot kweepeer. Twee jaar later namen buurtbewoners het beheer over. “Na het vertrek van de arbeiders werd dit bijna een vuilnisbelt. Wij wilden de natuur opnieuw laten floreren,” gaat Beaufays-Herrero verder. “Deze plek is onze trots, een van de weinige Brusselse tuinen met zoveel fruitbomen. Het is de eerste gemeenschapstuin in Brussel, een plek die vitaal is voor de buurtbewoners en de stad die we willen bouwen,” vult Stephanie Bertel van het iets verder gelegen Parckfarm aan. Zelf was Bertel tot enkele jaren geleden ook actief in de gemeenschapstuin van Thurn & Taxis. Maar

zodra het aangrenzende park was aangelegd – het netjes aangelegde gras en de paar bomen in rijen staan in schril contrast met de wildgroei in de collectieve tuin – volgde het vandalisme. Daardoor haakten vrijwilligers af. Vandaag telt het tuinierscollectief slechts vier vaste leden. “We hadden hier een droogtoilet en een serre, maar die werden in brand gestoken. ’s Avonds komen jongeren hier roken en durven wij hier niet meer te komen, en ’s zomers doen mensen uit het park hier hun behoefte,” zegt buurtbewoner en actief lid Meryem. “De tuiniers hier hebben de moed verloren,” haalt Bertel haar schouders op.

Het vandalisme in de gemeenschapstuin leidde in 2017 tot een vraag in het Brussels parlement. De situatie is intussen niet verbeterd, zeggen buurtbewoners, maar de bomenkap van twee weken geleden is de grootste tegenslag die de collectieve tuin gekend heeft. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. “De laatste keer dat de bomen hier gesnoeid werden door het bedrijf hiernaast, twee jaar geleden, werden we op voorhand op de hoogte gebracht. Deze keer werden we om 9 uur verrast door een troep arbeiders die de bomen kwamen kappen,” zegt BeaufaysHerrero. “Wij, de beheerders van de tuin, werden niet op de hoogte gebracht. Maar ook Extensa, de eigenaar van de grond waarmee we een conventie hebben (en ook de ontwikkelaar van onder meer de Thurn & Taxis-site, red.), werd verrast,” aldus de buurtbewoonster. “Dat gebeurt wel vaker, hoor. Dit is de techniek: ‘we kappen de bomen en dan zien we wel.’ Extensa heeft al een klacht ingediend. Als de eigenaar niets deed, zouden wij het wel doen.”

LE PLUS GRAND FIGUIER N’EST PLUS

LARGEST FIG TREE IN BRUSSELS FELLED

L’abattage d’arbres se heurte souvent aux protestations de riverains, mais dans le jardin communautaire de Tour & Taxis, les riverains sont arrivés trop tard. Le quartier déplore l’abattage, entre autres, d’un figuier de plus de 40 ans, le plus grand de la Région. « C’est comme si on venait de perdre une ancienne connaissance », explique un riverain. Ils ont abattu des dizaines d’arbres fruitiers – selon le collectif du jardin communautaire sans permis ou sans concertation aucune – pour l’installation des caméras de surveillance d’une entreprise à proximité.

Felling a tree often meets with neighbourhood protests but the local residents were too late at the community garden at Thurn & Taxis/Tour & Taxis. Amongst others, the neighbourhood is mourning the loss of a 40-year-old fig tree, the largest in the region. “It’s like losing someone you’ve known for years,” explains one local resident. Dozens of fruit trees were felled, according to the community garden collective without any application or consultation, to make space for surveillance cameras at a neighbouring company.

FR

B R U Z Z | R E P O R TA G E

Er schiet niet veel meer over van de veertig jaar oude vijgenboom (op de foto rechtsboven in betere tijden). Vorige zaterdag was er een herdenkingsmoment.

EN

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 19


CORONACRISIS HEEFT OOK VOOR LEERKLINIEK UZ BRUSSEL VERREGAANDE GEVOLGEN

‘De lockdown heeft de wachtlijsten nog langer gemaakt ’

B R U Z Z | R E P O R TA G E

Bij de Leerkliniek van het UZ Brussel is er sinds kort een piek in de dringende aanmeldingen. “Vorig coronaschooljaar kregen de scholen de richtlijn om de leerlingen zoveel mogelijk te laten overgaan,” legt directeur Eva Cloet uit. “Maar dan kwam het kerstrapport, dat voor sommige leerlingen flink tegenviel.” — BETTINA HUBO, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE

20

D

e Leerkliniek heet officieel het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen+, afgekort COS+. Net als de andere Vlaamse universitaire kinderziekenhuizen heeft het UZ sinds lang een centrum waar ontwikkelingsstoornissen bij kinderen van nul tot zeven jaar worden opgespoord, het COS, dat gesubsidieerd wordt door de Vlaamse overheid . Omdat er ook een grote vraag was naar diagnostiek bij oudere kinderen, opende het UZ tien jaar geleden, met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Leerkliniek, bedoeld voor Nederlandstalige leerlingen tot achttien. Ze belanden er meestal na doorverwijzing door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) of de school, maar soms nemen de ouders zelf het initiatief. Na de aanmelding is er eerst een uitgebreid gesprek met de ouders en krijgen ook de leerkrachten, en soms het kind zelf, vragenlijsten voorgelegd. Het is de bedoeling om een goed zicht te krijgen op de moeilijkheden, de medische voorgeschiedenis en de context waarin het kind opgroeit. Daarna wordt het diagnostische verslag opgemaakt. Het kind of de jongere gaat langs bij de psycholoog, de logopedist, de kinderneuroloog en soms ook bij de kinesist voor observatie en een reeks testen: IQ-test, aandachtsonderzoeken, taaltesten en eventueel motorische proeven. Vervolgens leggen de deskundigen hun bevindingen naast elkaar. “Ze proberen linken te zien, de puzzel te leggen en mogelijk een diagnose te stellen,” legt directeur Eva Cloet uit. “Eerste vraag daarbij is: gaat het om een tijdelijke leerachterstand of is het probleem hardnekkig, een echte stoornis?”

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

Op maandagmorgen zijn er geen kinderen te horen of te zien in de mooi vernieuwde gang van de Leerkliniek. Die ochtend houdt het team altijd vrij voor de bespreking van de resultaten, een overleg dat momenteel via Teams verloopt. Het eerste dossier dat vandaag op tafel ligt, is dat van Tom*, een jongen van acht. Zijn school is verontrust over zijn leerontwikkeling, vooral op het vlak van taal. Nederlands spreken gaat moeilijk en hij heeft soms moeite om zijn aandacht erbij te houden. Uit de observatie en testen blijkt dat zijn IQ onder het gemiddelde ligt en dat hij erg traag is. Die traagheid en ook zijn zwakke concentratie zijn het gevolg van zijn lagere IQ, vermoedt de psychologe. Het gaat dus niet om een stoornis. De logopediste merkt op dat zijn meertaligheid hem wellicht ook parten speelt. Het jongetje spreek thuis met zijn moeder alleen Somalisch. Hij zou dan ook baat hebben bij taalstimulering en extra zorg op school, besluit het team. Dan zijn de resultaten van Anne* aan de beurt. Het meisje zit in het derde leerjaar en is door het CLB doorverwezen vanwege aandachtsproblemen. De school maakt zich zorgen over haar taal- en rekenontwikkeling omdat ze zeer traag leest en de maaltafels nog niet beheerst, en de ouders, die gescheiden zijn, tobben over haar moeilijke gedrag en gebrek aan concentratie. Tijdens het onderzoek in de Leerkliniek scoorde het kind echter zeer gemiddeld op de IQ- en geheugentesten en ook op het aandachtsonderzoek. Haar lees-, spellings- en rekeningachterstand wordt wel vastgesteld, maar de logopediste vermeldt erbij dat het meisje, dat Frans als hoofdtaal heeft, zich wat onzeker voelt in het Nederlands. Mogelijk is er sprake van dyslexie, maar het team vindt het te vroeg voor

een definitieve diagnose. Eerst moet Anne langsgaan bij een logopedist voor lees-, spellingen rekenremediëring. Ook bij de dertienjarige Sam* menen de moeder en het CLB dat er een aandachtsprobleem is. De jongen had van jongs af veel moeite met lezen, is vlug afgeleid en kan volgens zijn moeder heel moeilijk plannen. Tijdens de lockdown werkte de school met twee verschillende digitale platformen, wat een ramp was voor Sam. Hij zit ondertussen in het tweede jaar van het secundair onderwijs, maar zijn kerstrapport was behoorlijk ondermaats. Uit de onderzoeken is gebleken dat het IQ van de jongen boven het gemiddelde ligt. Er werden geen aandachtsproblemen vastgesteld. Wel bevestigen de testen dat hij zeer slecht leest. Sam krijgt de diagnose dyslexie en het advies een


B R U Z Z | R E P O R TA G E

Een logopediste test een kind in de Leerkliniek van het UZ Brussel.

EVA CLOET Directeur Leerkliniek UZ Brussel

voorleescomputer te gebruiken in de klas en een cursus Leren Leren te volgen. “Het aandachtsprobleem van deze jongen is wellicht een gevolg van zijn dyslexie,” legt Cloet uit. “We krijgen hier veel kinderen over de vloer met een vermoeden van ADHD, het is de meest

voorkomende reden van aanmelding. De typische ambetante leerling die niet oplet, wordt er al vlug mee gelinkt. Maar wij blijven kritisch. In de overgrote meerderheid van de gevallen ligt de primaire oorzaak van de gebrekkige concentratie elders en gaat het om een cognitief probleem, een

laag IQ bijvoorbeeld, of een leerstoornis als dyslexie of dyscalculie.”

GEEN SNEL LABEL Sowieso hoedt de Leerkliniek er zich voor om te snel een label te plakken op een kind. “Wij geven alleen een diagnose, en dus een label, als we honderd procent zeker zijn. Helaas zijn die labels dan noodzakelijk. Ons systeem is zo georganiseerd dat je alleen met een label extra zorg krijgt. Om recht te hebben op revalidatie, terugbetaling en aanpassingen op school is er een diagnoseattest nodig. Dat is jammer, veel kinderen zonder vastgestelde stoornis zouden ook baat hebben bij logopedie of meer voorbereidingstijd bij een toets op school. Een correcte diagnose stellen is overigens geen sinecure in het meertalige en multiculturele ▼

“Intelligentietesten zijn vaak op Vlaamse begrippen gebaseerd. Je moet de resultaten dus met de nodige voorzichtigheid interpreteren”

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 21


CORONACRISIS HEEFT OOK VOOR LEERKLINIEK UZ BRUSSEL VERREGAANDE GEVOLGEN

Brussel. Cloet: “Een taalprobleem kan te wijten zijn aan een taalstoornis, maar ook aan het feit dat het kind thuis opgroeit in een anderstalige omgeving. En behalve de taal is er ook de cultuur. In onze Westerse cultuur spelen jonge ouders vaak Memory met hun kleuters of ze maken puzzels. Dat gebeurt niet overal. Maar intelligentietesten zijn vaak op Vlaamse begrippen en op dat soort spelletjes gebaseerd. Je moet de resultaten dus met de nodige voorzichtigheid interpreteren.” Bovendien, zegt Cloet, wordt in bepaalde culturen een diagnose als autisme niet geaccepteerd. “Dat geldt vooral voor gedragsstoornissen. God heeft het zo gewild, klinkt het dan. Wij moeten soms een interculturele bemiddelaar inschakelen om de ouders er toch van te overtuigen het kind te laten behandelen.”

AANMELDINGSSTOP

B R U Z Z | R E P O R TA G E

De coronapandemie heeft heel wat gevolgen gehad voor de Leerkliniek. Het centrum was van half maart tot half juni dicht en er was ook een aanmeldingsstop. In gewone tijden is de wachttijd door de vele aanvragen al behoorlijk lang. “Na de aanmelding duurt het negen tot elf maanden voor de ouders de resultaten krijgen. De kinderen zitten dan al een schooljaar verder,” legt Cloet uit. “Door de lockdown zijn de wachtlijsten alleen maar langer geworden, niet alleen bij ons, ook bij de behandelaars bij wie de kinderen na de diagnose in therapie gaan. De wachttijden in Brussel voor thuisbegeleiding van autistische kinderen of voor Nederlandstalige logopedie zijn ondertussen problematisch. Het

gevolg is dat er breuken zijn in het zorgtraject, waardoor de achterstand van het kind alleen maar groter wordt.” Door de coronamaatregelen wordt ook de diagnostiek bemoeilijkt. “Neem alleen de mondkapjes, die het team en de oudere kinderen moeten dragen. Het kind begrijpt de psycholoog of logopedist hierdoor moeilijker, want het ziet de mimiek niet. Het is ook afgeleid door zijn eigen mondkapje en is zelf moeilijker te observeren. De non-verbale communicatie valt weg.”

AFSTANDSONDERWIJS De Leerkliniek zag afgelopen jaar ook een duidelijk effect van het afstandsonderwijs op kinderen met een leerstoornis. “Onlineles maakt het voor kinderen met een aandachts- of taalprobleem nog moeilijker. Maar er zijn ook positieve gevolgen. Voor hyperactieve leerlingen of kinderen met autisme of faalangst vallen er veel prikkels en druk weg nu ze niet naar school moeten.” En dan is er nog de impact op de ouders die geregeld het petje van leerkracht moesten opzetten. “Door het thuisonderwijs zijn sommige ouders zich meer bewust geworden van de concentratieproblemen, de hyperactiviteit of ander afwijkend gedrag van hun kind. We zien ook dat ouders die voorheen weigerachtig stonden tegenover bepaalde geneesmiddelen nu inzien dat lesgeven aan hun kind zeer moeilijk is zonder medicatie.” *In verband met de bescherming van de privacy zijn de namen van de betrokken kinderen gefingeerd.

“De typische ambetante leerling die niet oplet, wordt al vlug met ADHD gelinkt. Maar wij blijven kritisch. Vaak ligt de oorzaak elders” EVA CLOET

Kostprijs: 70 of 700 euro

22

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

dat zien wij hier ook,” zegt directeur Eva Cloet. Vier vijfde van de aanmeldingen betrof kinderen uit het lager onderwijs. Bijna zeventig procent van de aangemelde kinderen werd meertalig opgevoed. Honderddertig van de onderzochte kinderen hadden hun domicilie in Brussel en zaten ook in het

Nederlandstalig onderwijs waardoor hun ouders maar 70 euro moeten betalen voor het hele onderzoekstraject. “Alleen deze kinderen worden door de VGC gesubsidieerd,” zegt Cloet. Sinds 2013 aanvaardt de Leerkliniek ook kinderen van buiten Brussel. “Omdat er zoveel

Le Centre des Troubles du Développement Plus de l’UZ Brussel, Leerkliniek ou COS+, traque les troubles de l’apprentissage et du comportement chez les élèves néerlandophones âgés de 7 à 18 ans. L’enfant ou l’adolescent est observé et testé par une série d’experts (psychologue, logopède, neurologue et parfois kinésithérapeute) qui comparent ensuite leurs conclusions. De nombreux enfants sont envoyés à la Leerkliniek sur présomption d’un Trouble du déficit de l’attention. «Mais très souvent, la cause première se situe ailleurs, un QI faible par exemple ou encore une dyslexie », dit la directrice Eva Cloet. La pandémie a de nombreuses conséquences pour la Leerkliniek. Les temps d’attente se sont allongés et une mesure telle que le port du masque obligatoire rend le diagnostic plus difficile. L’impact de l’enseignement à domicile sur les enfants ayant des difficultés d’apprentissage et sur leurs parents est égalementimportant. FR

LEARNING CLINIC ALSO SEES IMPACT OF CORONA UZ Brussel’s Learning Clinic, officially COS+, monitors learning and behavioural disorders in Dutch-speaking pupils aged 7 to 18. In order to draw up a diagnostic report, the child or young person is observed and tested by a psychologist, speech therapist, paediatric neurologist and sometimes by a physiotherapist. The experts then compare their findings. “They try to see links and make a diagnosis,” says director Eva Cloet. Many children are sent to the Learning Clinic when there is a suspicion of ADHD. According to Cloet, it is the most common reason for referrals. “But very often the primary cause lies elsewhere, with a low IQ for example or with a learning disorder such as dyslexia.” The corona pandemic has had many consequences for the Learning Clinic. Waiting times have become longer and measures such as the compulsory mouth mask make diagnostics more difficult. The impact of home education on children with a learning disability and their parents is also very noticeable. EN

Directeur Leerkliniek UZ Brussel

Vorig jaar was het geen normaal werkingsjaar, maar in 2019 onderzocht het team van de Leerkliniek 247 kinderen en jongeren tussen 7 en 18 jaar. Onder hen twee derde jongens. “Uit internationaal onderzoek blijkt dat ontwikkelingsstoornissen vaker voorkomen bij jongens dan bij meisjes en

DIAGNOSTIC DES TROUBLES DU DÉVELOPPEMENT EN TEMPS DE COVID

verzoeken waren. Maar die kinderen moeten de volledige kostprijs van 700 euro betalen. Veel meer dus. We hebben ouders met een afbetalingsplan en weten dat de economisch zwaksten gewoon niet komen vanwege de kostprijs. Dat is een probleem.”


20 rue des sables • 1000 Bruxelles Zandstraat 20 • 1000 Brussel

29/09/2020 29/08/2021

Last Days d de Bruxelles itinéraire d’un Ki n Brusselse Kid ee het parcours van

>21.02.2021

Tentoonstelling Van 20/12/2020 tot 6/6/2021

la fonderie

Brussels museum voor industrie en werk Ransfortstraat 27, 1080 Brussel www.lafonderie.be


HET LITTEKEN VAN DE METRO SPLEET MOLENBEEK JARENLANG IN TWEE

Metro Graaf van Vlaanderen

Uitbreiding gemeentehuis

Gemeenteplein

aat

Briefdragerstr raat

Sint Mariast straat

Locquenghien

Politieparking

‘Maak Oud-Molenbeek weer nieuw’

De bouw van de metro door Oud-Molenbeek in de jaren 1970 getuigde van een ongemene brutaliteit. Het historische centrum werd zonder ontzag voor de inwoners opengeritst. Maar veertig jaar later blijkt het tracé van de metrosleuf eigenlijk een onderbenut godsgeschenk te zijn. — HANS VANDECANDELAERE, FOTO BART DEWAELE

24

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1


Bij het doortrekken van de metrolijn door Oud-Molenbeek werd tussen het kanaal en Zwarte Vijvers de buurt opengereten. ARCHIEFFOTO 200 © PHOTONEWS

at Bonnevierstra

Voltaireplein

Sint-Jan Baptistkerk

M

eestal zijn gedenkborden verguld, in marmer of in steen. Niet zo in Oud-Molenbeek. Daar was er een houten bord. Stefan Eelens, een van de stichters van het Buurthuis Bonnevie, had er met hamer en beitel een hulde in gekerfd: ‘Ter nagedachtenis van de slachtoffers van de metrowerken 1974-1981.’ Rond 1974 gaf het gemeentebestuur de toestemming om de metrolijn Schuman-Sint-Katelijne door te trekken, dwars door Oud-Molenbeek. Tussen het kanaal en Zwarte Vijvers werd de buurt brutaal opengereten. Ongeveer 170 huizen gingen tegen de vlakte. Een poos lang hing het gesculpteerde gedenkbord tegen de achtermuur van een resterend huis (zie foto p26).

TIJD OM TE DROMEN

Huis Van Culturen

Wat ondenkbaar was in een dichtbebouwde woonwijk in Ukkel of Woluwe, kon wel in Molenbeek. Stefan Eelens herinnert zich alles, alsof het gisteren was. Hoe de overheid niet communiceerde over de plannen van de uit te voeren werken en mensen bang maakte. “In de Sint-Maria- en de Bonneviestraat woonden nog echte volkse Meulebeikenaars die naar ‘de stad’ gingen zodra ze het kanaal overstaken. Het was een dorpse straatgemeenschap. Maar plotseling kwamen er staatsambtenaren over de vloer: ‘Madammeke, ge weet toch wat hier gaat gebeuren? Zoudt ge niet stilaan denken aan verhuizen?’ De aangeboden minnelijke schikkingen lagen ruim onder de marktprijs. Veel bewoners van de Bonneviestraat plooiden voor

Wie er in die tijd ook naar stond te kijken, is Joris Sleebus, een senior gids bij Brukselbinnenstebuiten. Al vijftig jaar maakt de organisatie foto’s van de stad. Die beeldenbank, met onder meer onthutsende impressies van de metrowerken, digitaliseert Sleebus nu. ‘Junior’ gids Jeroen De Smet vergezelt hem. Samen klokken de heren af op 65 jaar kritisch kijken naar de stad. “In 2021 zijn we exact vier decennia verder,” zegt De Smet. “Wat gebeurd is, is gebeurd. Laat ons nu vooral focussen op de potentie van het metrotracé door Oud-Molenbeek. Er zijn blikvangers gerealiseerd, het knappe Bonneviepark bijvoorbeeld. Maar het is toch vooral een gemiste kans dat de gemeente deze ruggenwervel van de wijk niet sterker valoriseert. We spreken over een onsamenhangende aaneenschakeling van open ruimtes die in de lengte leiden naar het kanaal en het centrum van Brussel. Over die as lopen ook dwarsstraten die mensen naar de voornaamste attractiepolen van de buurt brengen. Aan de ene kant zijn dat het gemeenteplein en de handel op de Gentsesteenweg. Aan de andere kant heb je de Sint-Jande-Doperkerk en het Huis van Culturen. De verbinding van al die plekken zou voor iedereen nog veel aangenamer kunnen.” We staan langs de kanaaloever ter hoogte van metro Graaf Van Vlaanderen en kijken uit op de Locquenghienstraat die aan de overkant van het water leidt naar de Vismarkt. “Het belang van een goede inrichting van het metrotracé kan je in een nog breder perspectief zien,” stelt Sleebus. “De as Zwarte Vijvers-Gentsesteenweg-Vlaamsepoort-Dansaertstraat-Beurs raakt verzadigd. Ontdubbel die met de as Zwarte Vijvers-metrosleuf-Locquenghienstraat-Vismarkt-De Brouckèreplein-Muntplein. De sinds lang aangekondigde voetgangersbrug over het kanaal

B R U Z Z | R E P O R TA G E

Voltaireplein

Bonneviepark

een appel en een ei, terwijl ze niet eens beseften dat er voor hun straat geen juridische onteigeningskader was.” “De vernedering werd op de spits gedreven door pesterijen,” vervolgt hij. “Mensen die niet toegaven aan de onteigening zagen plots hun elektriciteit afgesneden. Sterker nog, alle huizen rondom werden gesloopt zodat hun gebouw, zonder stutwerk, alleen kwam te staan. Stof, straten afsluiten, dynamietexplosies, gigantische graafschokken zonder voorafgaand technisch onderzoek over de stabiliteit van de resterende bewoonde gebouwen. Dat was schering en inslag.” Ondertussen schoven de meeste oorspronkelijke Laag-Molenbekenaars op naar Hoog-Molenbeek, waar ze moderner comfort vonden in nieuwbouw rond brede lanen. Meteen schoof ook de kern van het Molenbeekse electoraat mee naar het westen. Politieke onverschilligheid en verloedering werden het erfdeel van Oud-Molenbeek. De sleuf bleef jaren sleuf en spleet de buurt in twee. Een hele generatie niet-stemgerechtigde Maghrebijnse nieuwkomers groeide op in een wijk rond een gapende leegte.

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 25


HET LITTEKEN VAN DE METRO SPLEET MOLENBEEK JARENLANG IN TWEE

Het begin van het Bonneviepark in de jaren 1980, boven op de woestenij van de metrowerken. © BEELDBANK BRUKSELBINNENSTEBUITEN

B R U Z Z | R E P O R TA G E

zit er nu aan te komen. Grijp dat aan als een kans.” De kanaaloever werd al enkele jaren geleden heraangelegd. Een verbetering is het zeker, maar het Gewest wilde van alles wat: én een fiets- en wandelpad, én doorgaand verkeer, én het behoud van een van de twee parkeerstroken. Ambitieuzer was geweest om met autoluwheid een volwaardige wandelpromenade langs de waterkant te creëren, tussen Thurn & Taxis en het park aan de Ninoofsepoort. Meteen had het ook meer leven kunnen brengen in het eerste deel van het metrotraject: de Sint-Mariastraat, de vitrine van Molenbeek. De ruimte dient vandaag vooral als weg naar de metro-ingang. “Een brugverbinding over het kanaal volstaat niet. Beleven is even belangrijk,” zegt De Smet. “Herteken de Sint-Mariastraat tot een plek die mensen ook vasthoudt. Richt ze bijvoorbeeld in met banken, een amfitheater en een pop-upbar in het genre van Molenbeek-Plage, zodat mensen hier met een hapje en een drankje kunnen vertoeven.” “Je zou ook iets kunnen doen met de eigenlijke metro,” zegt De Smet nog. “Werk met een glazen constructie, waardoor de ondergrondse tussenverdieping daglicht krijgt en je boven kan zien wat er beneden gebeurt. Denk intussen na over enkele activiteiten die je op de tussenverdieping kan

inplanten. En als je dan toch bezig bent, ontdubbel meteen die onbeduidende haltenaam Graaf Van Vlaanderen met halte Centrum Molenbeek. De MIVB doet dat nu toch ook met de halte Beurs-Grote Markt.” We stappen verder, passeren halverwege langs het knappe nieuwe, glazen administratieve gebouw van het gemeentehuis en komen aan bij de eerste dwarsas, de Graaf Van Vlaanderenstraat. Links ligt het Gemeenteplein. Na de heraanleg in 2014 hield Molenbeek daar even een fantastisch attractieplein aan over. Voetgangers en fietsers primeerden er op auto’s. Door een falend beleid tegen wildparkeerders verloor het plein nadien aan glans. In afwachting van paaltjes bakent de gemeente met bloembakken en betonblokken nu een autovrij gedeelte af. Maar de nieuwe autorijstrook die hierdoor ontstaat, begraaft wel het oorspronkelijke idee van een volledige autoluwe zone. Voor ons ligt het tweede deel van het metrotracé, de Briefdragersstraat, sinds jaar en dag grotendeels de parking voor de wagens van de politie. Een absoluut dieptepunt voor beide heren. “Hoe is het mogelijk dat je dit neerzet in het centrum van een publieke ruimte,” zegt Joris Sleebus. “Deze parking compromitteert elke vorm van coherente heraanleg van het metrotracé. Van bij de bouw van het commissa-

“Je zou ook iets kunnen doen met de eigenlijke metro. Een glazen constructie, waardoor de ondergrondse tussenverdieping daglicht krijgt en je boven kan zien wat er beneden gebeurt” JEROEN DE SMET Gids bij Brukselbinnenstebuiten 26

I

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

riaat in het begin van de jaren 1990 eiste de politie een eigen parking aan zijn voordeur. Steek die onder de grond. Er is plaats, want tussen het maaiveld en de metroperrons ligt tien meter tussenruimte.”

VOORBIJ HET COMMISSARIAAT En dan de parel: het Bonneviepark. Net na de metrowerken was het een braakliggend terrein, afgezoomd met betonplaten. Buurthuis Bonnevie kraakte zo’n plaat en stak in het gat een schommel. Het was de symbolische start van het park, dat in 2019 voor een vierde keer werd heraangelegd. Het hek verdween. De materialen van de grondbekleding zijn doorgetrokken tot tegen de gevels van de huizen. “Toch begrijp ik niet waarom de straat en de parkeerstroken behouden zijn,” zegt De Smet. “Het is dan wel ingericht als een woonerf, maar ook hier had men verder kunnen gaan.” Dat woonerf eindigt op de Merchtemsesteenweg, die jarenlang door automobilisten massaal als sluipweg werd gebruikt. Door eind 2020 de


LE MÉTRO PEUT-IL TRANSFORMER MOLENBEEK’? Vers 1974, le conseil communal autorise la prolongation de la ligne de métro Schuman-SainteCatherine, à travers le Vieux Molenbeek. Le quartier situé entre le canal et Étangs Noirs est éventré, 170 maisons sont démolies. Mais quarante ans plus tard, le tracé de la ligne de métro semble être une aubaine sous-exploitée. « Ce qui est fait, est fait. Concentrons-nous maintenant sur le potentiel de ce tracé », déclare Jeroen De Smet, guide à Brukselbinnenstebuiten. « Il y a des points forts, comme le magnifique parc Bonnevie. Plus de connexion peut donner vie à un nouveau Molenbeek dans le vieux Molenbeek. Une succession de places qui se chevauchent naturellement : une étape sur le pont, une galerie marchande couverte au-dessus des quais du métro, une place qui accueille des événements devant la commune, différents types de plaines de jeux et terrains de sport, et pourquoi pas un projet autour de l’agriculture urbaine ? » FR

CAN THE METRO TRANSFORM MOLENBEEK? Around 1974, the town council gave permission for the Schuman-Sint-Katelijne metro line to be extended right through Old Molenbeek. Between the canal and Zwarte Vijvers/Etangs Noirs, the neighbourhood was brutally ripped open and around 170 houses were demolished. But forty years later, the metro line’s route in fact would seem an underused godsend. “What has happened, has happened. Let us now focus on the potential of the metro line through Old Molenbeek,” says Jeroen De Smet, guide at Brukselbinnenstebuiten. “Some real eye-catchers have been created, such as the handsome Bonnevie Park. More connections could create a new Molenbeek in Old Molenbeek. A succession of squares that naturally flow into each other, each with a different interpretation: a stopping place on the bridge, a covered shopping gallery above the metro platforms, an events square at the town hall, different kinds of playgrounds and sports fields, and why not end with something with urban agriculture?” EN

rijrichting gedeeltelijk te veranderen, is de overlast van doorgaand verkeer drastisch verminderd en werd het veiliger voor de twee basisscholen twintig meter verderop. “Alle dwarsstraten met autoverkeer zouden ondergeschikt moeten zijn aan de as van de metro,” stelt Sleebus. “Ook met verkeersdrempels kan je automobilisten laten voelen dat ze een speciale ruimte naderen. Zo maximaliseer je het pleingevoel.” De toegang vanuit de Bonneviestraat naar het Voltaireplein moet beter voor Jeroen De Smet. “Een korte versteende straat zorgt nu voor de verbinding, maar geen mens die die weg neemt. Kunnen groen, banken of een bijzondere speeltuin dat keren? Dat plein heeft een trekker nodig. Iets dat mensen doet komen, en tegelijk de nachtrust van de omwonenden niet verstoord. Vergeet achter het Voltaireplein ook niet de onaantrekkelijke, licht verzonken parking aan Zwarte Vijvers. Als je al die onderbenutte open ruimtes ombuigt tot een logische looplijn tot aan het kanaal, dan creëer je in Oud-Molen-

beek een nieuw Molenbeek. Een opeenvolging van pleinen die vanzelfsprekend in elkaar overlopen en telkens een andere invulling hebben: een pleisterplaats aan de brug, een overdekte winkelgalerij boven de metroperrons, een evenementenplein aan het gemeentehuis, verschillende soorten speeltuinen en sportterreinen, en waarom niet op het einde iets doen met stadslandbouw?”

Gids Joris Sleebus met zicht op het Bonneviepark vandaag.

Hans Vandecandelaere is ook auteur van het boek ‘In Molenbeek’ (EPO, herziene uitgave 2016)

VIJFTIG JAAR BRUKSELBINNENSTEBUITEN Brukselbinnenstebuiten bestaat 50 jaar en verzamelde in al die jaren een grote collectie beelden van Brussel: eigen foto’s, plannen, oude prentkaarten ... Op vrijdag 26 februari om 19 uur brengt Joris Sleebus via Zoom het verhaal van

Oud-Molenbeek aan de hand van een selectie van die beelden. De metrosleuf en de gevolgen voor het stadsweefsel zijn een belangrijk thema. Inschrijven voor de gratis presentatie kan via brukselbinnenstebuiten.be.

17 F E B R UA R I 2 0 2 1

I 27


De smaak van ‘t leeg café. De stilte op de koer. ‘t Vocht in de kelder. Geen toogfilosofen in Le Coq. Geen pint pakken bij Martine. Of smossen in de Monk. Geen oorlogsverhalen op zak. Maar schoon naar huis. Nog geld op zak. Zuur, ‘t is vijf voor sluitingsuur. Het bier staat ons aan de lippen. ‘t Vat is af. Zuur, voor ons allemaal. Maar vooral voor onze cafés. Daarom hebben we ZUUR gebrouwen. Een zuur bier om hen door deze zure periode te loodsen. Steun jouw café en zo ook andere Brusselse organisaties op growfunding.be/zuur


Culture. NL | FR | EN A HEART FOR THE ARTS, ALSO DURING THE LOCKDOWN

MICHAEL DE COCK ET FABRICE MURGIA CONFINÉS À LA MONNAIE

‘On a travaillé sans relâche pour trouver d’autres moyens d’aller chercher le public’

EXHIBITION TRANS HUMAN NATURE

Anouk Kruithof, from the Amazon rainforest to the end of humanity

MUZIEK PAS DE DEUX

Tussen avant-garde, Eurovisie en Gucci: dat moet Walter Verdin zijn


Culture. Cabin Fever

‘Train World is zoals de 3D-film ‘Hugo’ van Scorsese: een fantasiewereld’ NL

Alsof het nog niet genoeg is dat we ons tijdens de lockdown kunnen overgeven aan het tweede seizoen van Beau Séjour, gee Nathalie Basteyns, die samen met haar levenspartner Kaat Beels regisseuse is van de successerie, nog wat cultuurtips als toetje na het bingen. — MICHAËL BELLON

Speciaal voor BRUZZ komt Nathalie Basteyns uit de montagekamer, waar ze de laatste hand legt aan de docu En toen was het stil, die ze samen met fotografe Lieve Blancquaert maakte over de slachtoffers van de aanslagen in Brussel. Hij wordt op 15, 22 en 29 maart vertoond op Eén, na Thuis. Basteyns: “Ik ben er echt content mee, en ook de positieve reacties op de tweede reeks van Beau Séjour blijven binnenlopen. Het gekke is dat veel mensen zo’n reeks waar je ongeveer vier jaar aan werkt soms in tien uur tijd helemaal hebben gezien!” lacht Basteyns, die vervolgens wel toegeeft dat ze zelf soms ook moeilijk een week kan wachten op een volgende aflevering. “Wij jagen er hier thuis ook ongelofelijk veel reeksen door, hoor. Ik werk en kijk dikwijls door elkaar, soms ook helemaal ingegraven met de iPad onder de dekens, en dan word ik weleens plots Een Matisse op de expo Be modern. wakker terwijl het scherm nog aan staat. Heel stom!” En toch wil ze ook nog wel nog eens graag lineair kijken op een luie zondagavond. “Ik weet nog hoe je vroeger niet anders kon dan wachten op de volgende aflevering van Twin Peaks. Daar keek je dan een hele week naar uit. Dat heeft ook iets.”

CURSUS KUNSTGESCHIEDENIS Op welke manier heeft corona het gebruikelijke cultuurconsumptiepatroon ten huize Basteyns-Beels veranderd? “Het feit dat je buiten bijna nergens terechtkan, is natuurlijk ingrijpend. Gewoon wandelen in de straat wordt dan bijvoorbeeld al cultuurconsumptie, als je plots op het idee komt om eens te gaan opzoeken wat de geschiedenis is achter een mooie art-nouveaustraat als de Louis 30

Nathalie Basteyns: “Als rolstoelpatiënt kijk en luister ik anders naar dingen, denk ik.”

Bertrandlaan, wanneer je daardoor loopt. En Kaat en ik gaan natuurlijk heel graag naar de film. Nu dat niet kan, zijn we dus heel blij dat de musea open zijn, zodat we toch eens buiten kunnen komen. Zo zijn we in de KMSK naar Be modern. Van Klee tot Tuymans (nog open tot en met 21/2, red.) gaan kijken, wat heel tof was, omdat we er nog andere vrienden van vroeger op Sint-Lukas tegenkwamen en de hele cursus kunstgeschiedenis weer naar boven kwam bij het werk van Otto Dix en anderen. We zijn ook allebei fan van Rinus Van de Velde, dus het was fijn dat hij er ook tussen hing.”

Waar Basteyns ook een fan van is, en al een paar keer is geweest – ook met haar twee kinderen – is Train World. “Dat museum doet mij altijd een beetje denken aan de 3D-film Hugo van Martin Scorsese, die gaat over een weeskind dat in het station Montparnasse in Parijs woont. Het is een fantasiewereld waarin je kan wegdromen. Net zoals de Villa Empain, die ik ook zo geweldig vind.” Het is het filmische aspect van de locatie dat de Hasseltse Brusselse doet wegdromen, maar ook het feit dat ze er als ms-patiënte in een rolstoel een ander perspectief en tempo op na houdt. “Daardoor kijk en luister ik toch anders naar dingen, denk ik. Ik ben schoonheid meer gaan appreciëren, en hou van plekken die een lust zijn voor het oog, om het met dat cliché te zeggen.” Om dezelfde reden vindt Basteyns het jammer dat ze niet meer kan gaan kijken naar de expo Hotel Beethoven in Bozar. “Beethoven is schoonheid voor het oor. Ik was al fan van hem voor ik in een rolstoel zat, maar nu vind ik het nog ongelofelijker dat hij aan het einde, toen hij doof werd, toch die muziek kon schrijven.” En Beethoven doet Basteyns dan weer denken aan een film die ze pas gezien heeft op Amazon Prime. “Sound of metal van regisseur Darius Marder, dat mee geproduceerd werd door het internationale maar ook Brusselse Caviar. Over een jongen die totaal andere muziek speelde dan Beethoven, maar ook doof werd. Hoe hij die plotse stilte beleeft, is onwaarschijnlijk. Het is een fictiefilm, maar als je hem ziet, zou je ook kunnen denken dat het docu is. Fictie die heel naturel is, vind ik altijd interessant. Ook in Beau Séjour en in onze volgende fictiereeks Lost luggage streven


Quarantoon WIDE VERCNOCKE we daarnaar. En daarom wil ik ook de reeks Gomorrah op Netflix (over de camorra, de Napolitaanse onderwereld, gebaseerd op het boek van Roberto Saviano, red.) aanraden. De acteurs daarvan scheppen ook zo’n geloofwaardige wereld dat je denkt dat je in een docu zit.”

STUKJE TARTT Basteyns heeft ook boeken in de aanbieding. Zij het geen recente, maar oldies uit de jaren 1990. “Omdat er meer tijd is, is dit ook een moment om te herlezen. Sowieso herlees ik elk jaar opnieuw De verborgen geschiedenis van Donna Tartt. Ook al is die zo zwaar dat ik er de gelezen bladzijden uit moet scheuren als ik op reis ben, zodat ik telkens een nieuw exemplaar moet kopen. “Ook De heerlijkheid van Julia van Oscar van den Boogaard herlees ik vaak. Nu woont Oscar in het iets chiquere Latem, maar toen ik hem vroeger in de Dansaertstraat tegenkwam, heb ik hem een keer gevraagd of ik de rechten op dat boek kon kopen, maar ze waren al verkocht. Bij Tartt zie ik mezelf al Grieks studeren op een universiteit, en bij Van den Boogaard vond ik het echt onwaarschijnlijk hoe hij dat vrouwelijke hoofdpersonage kon beschrijven. Zowel bij boeken, films, muziek als musea dompel ik mij graag onder in een wereld. Daarom luister ik ook vaak opnieuw naar Brol van Angèle, omdat ik die plaat erg veel beluisterd heb in de zomer toen ze uitkwam. Zo komen de

Brol van Angèle is een vaste waarde in de platenkast van Nathalie Basteyns.

herinneringen aan goede momenten weer boven. Tot slot nog een uitsmijter voor een goede moraal. “Ik wil zeker ook nog met de kinderen naar de tentoonstelling Bollie en Billie. Zestig jaar alledaags geluk in het Stripmuseum. Dat zijn ook weer herinneringen, want ik las die strips vroeger graag. Mijn zoon leest Harry Potter en mijn dochter leest nog geen boeken, maar ik wil hen dat leren kennen. Ik wilde als kind ook zo’n cockerspaniël. En nu wil ik wel wat van die kinderlijkheid terug.” 31


Culture. Beeldende kunst

Veertig jaar oude Sint-Lukasgalerie wil nog lang leven NL

In 2020 vierde de Sint-Lukasgalerie haar veertigste verjaardag in mineur. Niet alleen corona, maar ook een geruisloze stopzeing van de subsidies zee het voortbestaan van de galerie, verbonden aan de LUCA School of Arts, op losse schroeven. Vandaag blikt een boek terug op de rijke geschiedenis en straks neemt curator Filip Luyckx afscheid. Maar de toekomst ligt nog niet vast. — MICHAËL BELLON

In februari werd Filip Luyckx nog ontvoerd en naar een onbekende bestemming gebracht. Gelukkig betrof het een symbolische kidnapping tijdens een online-evenement door kunstenaar Honoré d’O, die daarmee de aandacht vestigde op het schrappen van de loonsubsidies door de Vlaamse Gemeenschap tijdens de paasvakantie van 2019, en die rechtstreeks op Luyckx en zijn kleine team van toepassing was. Daardoor houdt de werking van de Sint-Lukasgalerie in haar huidige vorm op te bestaan. Begin juli loopt de opzeg van Luyckx af, en verlaat hij de plek waar hij sinds 1 augustus 1994 talloze tentoonstellingen opzette. Hij kwam hier ooit terecht door een vacature in De Standaard, die door een familielid werd opgemerkt. “Ik bezocht wel galeries in Brussel, maar kende de Sint-Lukasgalerie alleen van naam uit de galeriekalender. Schaarbeek was toen nog iets te ver om te voet naartoe te lopen voor één tentoonstelling.”

Hoe zag u de rol van deze plek tussen school en kunstwereld, tussen (oud-) studenten en gelanceerde kunstenaars? FILIP LUYCKX: We hebben onafhankelijk kunnen werken in uitwisseling met de hogeschool. We richtten ons in de eerste plaats op de kunstwereld om de studenten daarover te informeren. Niet zozeer de gevestigde kunstenaars die al uitgebreid aan bod kwamen in grote instellingen, maar kunstenaars uit binnen- en 32

buitenland die elders nog niet gebracht werden of die bij ons eens iets anders deden. Daarnaast moet je ook bezoekers en bekendheid verwerven en contacten opbouwen in de kunstwereld om de talentvolle oud-studenten te kunnen promoten.

Aan welke projecten hebt u vooral goede herinneringen? LUYCKX: Dat we voor ons afscheids-

project bij Honore d’O terechtkwamen, was geen toeval, omdat we al vanaf 1997 met hem samenwerkten, toen hij in binnen- en buitenland nog minder bekend was. Als je graag bekende namen hoort, denk ik aan de Franse kunstenares AnneMarie Schneider, die nu een vaste stek heeft bij galerie Michel Rein en een overzicht had in het MACS. Veel mensen associëren ons ook met de Zweedse videokunstenares Nathalie Djurberg, die hier haar eerste tentoonstelling had in ons land voor ze de Zilveren Leeuw won op de Biënnale van Venetië. Georges Adéagbo, die in 2008 La Belgique au Congo presenteerde, kwam bij ons

dan weer voor het eerst terecht in een westers land met een echt koloniaal verleden. En spraakmakend was Advertisement van de Bulgaarse avant-garde kunstenaar Nedko Solakov in 2003. Hij had engagementen voor een reizende overzichtstentoonstelling bij Casino Luxemburg en stelde voor ons tentoonstellingsbudget volledig te gebruiken als advertentiebudget voor die andere tentoonstellingen, in kunsttijdschriften als Artforum en Frieze. Daar was natuurlijk verwondering over, maar op die manier werd ons project deel van die

“We hebben veel kunnen doen. Soms op de grens van het toelaatbare” FILIP LUYCKX Afscheidnemend curator

retrospectieve, en kreeg het heel wat internationale aandacht.

U kende het commerciële circuit en cureerde Dream extensions in het SMAK en Kritische elegantie in Museum Dhondt-Dhaenens, maar het bood ook voordelen om geen commerciële galerie te zijn. LUYCKX: We hebben veel kunnen

doen. Soms op de grens van het toelaatbare. (Lacht) Want je hebt natuurlijk nog wel rekening te houden met docenten en beheerders van de hogeschool. In 2003 transformeerde geurkunstenaar Peter De Cupere voor The collector’s house nog de kamers van het herenhuis in sfeerkamers met verschillende geuren. Daar was ook één kamer bij die de mensen nogal afstootte en die haar geur nogal ver verplaatste. Daar is de gezondheidsinspectie aan te pas gekomen. Rond diezelfde tijd is ook een project van Jan De Cock niet kunnen doorgaan. Hij wilde ingrepen doen op verschillende plekken in de school, in dialoog met studenten en docenten


Beelden uit het boek Maakten we een verschil? 40 jaar Sint-Lukasgalerie, met onder anderen Georges Adéagbo en Mauro Pawlowski.

in de ateliers. Dat stootte dan op veiligheidsproblemen.

De jaren in het herenhuis in de Paleizenstraat 70 waren voorspoedig. Nadien volgden wat verhuizingen, en nu is het de vraag wat er met de nieuwe tentoonstellingsruimte zal gebeuren. LUYCKX: Tijdens onze periode in de

Haachtsesteenweg hebben we nog grote projecten kunnen doen, zoals installaties van Koen Vanmechelen, Marnie Weber, of Brusselaar Helmut Stallaerts, die nadien de Young Belgian Art Prize won en vertegenwoordigd wordt door Baronian. De terugkeer naar de Paleizenstraat viel dan samen met de jaren dat de werkingssubsidies stilvielen. Nu is het afwachten hoe we de nieuwe ruimte in de Paleizenstraat 116 verder zullen gebruiken.

Hoe evalueert u het abrupte einde van de huidige werking? LUYCKX: Plots terugvallen op nul

euro was ongewoon en onverwacht.

Bezuinigingen en een politiek om grotere instellingen te steunen die aan collectievorming en archivering doen, hebben de situatie snel doen veranderen. Vooral jonge kunstenaars zullen daar moeilijkheden door ondervinden. De Sint-Lukasgalerie bracht kunstenaars en bezoekers naar de school, wat interessant was voor de studenten en goed voor de uitstraling van de school. Van 1987 tot 2009 hadden we ook ons tijdschrift, dat door de Engelse vertalingen ook verspreid werd in het buitenland. Dat hielp dan weer bij de aanvraag van buitenlandse subsidies. Af en toe gaf je ook al een keer namen van oud-studenten door aan galeriehouders en curatoren, want jonge kunstenaars moeten kunnen doorstromen en dat is niet evident. Maar de vzw bestaat nog en onze ruimte blijft bestaan. Het is nu tijd voor jonge mensen om daar een nieuwe invulling aan te geven. Ikzelf wil nog initiatieven doen met kunst binnen en buiten Brussel, maar dat zie ik dan los van LUCA.

Met Maakten we een verschil? geeft de Sint-Lukasgalerie in boekvorm een gedetailleerd overzicht van veertig jaar tentoonstellingen. Foto’s uit het rijke archief – al dan niet recent verschenen op de Instagram-pagina van de hogeschool – worden vergezeld door een chronologisch overzicht met namen, data, korte toelichtingen en interessante weetjes. Kunstcritica Christine Vuegen opent het boek met haar goed gedocumenteerde reflecties over hoe zij die veertig jaar heeft ervaren. Ook curatoren Hans Vandekerckhove, Bie Demeester en Filip Luyckx schrijven een persoonlijke terugblik. De Sint-Lukasgalerie groeide als vzw aan dezelfde stamboom die historisch gezien de architectuuropleiding, de kunstopleiding, de kunsthumaniora en het Sint-Lukasarchief voortbracht. In 1979 stichtte de legendarische architect en docent Alfons Hoppenbrouwers de vzw Sint-Lukasstichting en de Sint-Lukasgalerie. Een jaar later vroeg hij kunstenaar Hans Vandekerckhove om de coördinatie op zich te nemen. Fotograaf Roel Jacobs was een van de eersten die exposeerde. Al snel volgden kunstenaars als Johan Daenen, Koenraad Tinel en Guillaume Bijl, en de jaren nadien Koen Theys, Dan Van Severen, Gerard Alsteens, Jan Vercruysse of Philippe Van Snick, tot recent Richard Venlet en Heidi Voet. Ook internationale artiesten als Nedko Solakov, Rodney Graham,

Nathalie Djurberg, Georges Adéagbo, Dora García en Aglaia Konrad vonden makkelijk hun weg. Jos Vandenbreeden van het Sint-Lukasarchief zorgde voor tentoonstellingen over architectuur en stedenbouw. Alles begon in het herenhuis aan de Paleizenstraat 70, waar recent de Paleizenstraat 116 aan werd toegevoegd. Maar toen het Departement Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap in maart 2019 in het kader van een breder decreet besliste de DAC-loonsubsidiëring van de medewerkers stop te zetten, kwam dat voor de niet-commerciële galerie als een schok. “We gaan verder nadenken over wat een tentoonstellingsruimte in de nabijheid van een school kan betekenen in een kunstwereld die sinds de jaren 1980 en ’90 veranderd is,” zegt bestuurder Jan Cools daarover. “Scenario’s daarvoor liggen op tafel, maar er zijn nog geen beslissingen genomen. De ambitie is de naam en het palmares van Sint-Lukasgalerie niet weg te gooien, en de tentoonstellingswerking te continueren in een model dat kunstenaars vandaag nodig hebben, en dat past binnen onze onderwijscontext.”

MAAKTEN WE EEN VERSCHIL? 40 JAAR SINT-LUKASGALERIE www.sintlukasgalerie.be

TEMPS INCERTAINS POUR LA SINT-LUKASGALERIE

UNCERTAIN TIMES FOR THE SINT-LUKASGALERIE

En 2020, la galerie Sint-Lukas fêtait son quarantième anniversaire en mode mineur. À cause du coronavirus, mais aussi de la suspension de subsides qui n’a pas fait grand bruit et qui compromet l’existence même de la galerie liée à la LUCA School of Arts. Mais son avenir n’est pas encore fixé. « L’ambition est de ne pas brader le nom et le palmarès de la galerie, et de perpétuer sa fonction d’exposition selon un modèle adapté aux besoins des artistes aujourd’hui, tout en s’inscrivant dans notre cadre pédagogique. »

In 2020, the Sint-Lukasgalerie celebrated its fortieth anniversary in a minor key. Not only corona, but also a silent cessation of subsidies put the continued existence of the gallery connected to the LUCA School of Arts at risk. But the future is not yet settled. “The ambition is not to throw away the name and the record of the Sint-Lukasgalerie, and to continue the exhibitions in an adapted model suitable to the needs of the artists today, and which fits within our educational context.”

FR

BRUZZ | INTERVIEW

VERLEDEN TE BOEK, TOEKOMST ONZEKER

EN

33


Culture. Théâtre

DIRECTEURS DE THÉÂTRE AU BEAU MILIEU DE LA CRISE

Murgia et De Cock appellent Mozart à la rescousse À la Monnaie, Michael De Cock du KVS et Fabrice Murgia du National ont uni leurs forces et leurs équipes pour adapter Der Schauspieldirektor, une œuvre méconnue de Mozart qui résonne étrangement avec les interrogations du secteur culturel en temps de pandémie.

FR

— GILLES BECHET, PHOTOS SASKIA VANDERSTICHELE

34

n a la permission de jouer ». C’est ainsi que s’ouvre De Schauspieldirektor, une œuvre de Mozart créée à Vienne en 1786 sur un livret de Gottlib Stephanie le Jeune. Cette « comédie accompagnée de musique », composée à la même période que Le nozze di Figaro, parodie le petit monde de l’opéra du XVIIIe siècle. Dans le script original, on voit deux directeurs de théâtre et un imprésario auditionner des chanteuses pour constituer une nouvelle troupe. Au-delà des péripéties burlesques de ce « Singspiel », résonnent les interrogations, presque existentielles, sur la programmation et la mission d’un théâtre qui font écho à la situation difficile que traversent nos institutions culturelles frappées de plein fouet par la crise sanitaire. Dans une programmation complètement chamboulée par la fermeture des salles, la Monnaie a mis à son programme cette œuvre à la distribution réduite, qui, outre son thème, se prêtait particulièrement à une diffusion en streaming. Pour la mise en scène de cette

production sous la direction musicale d’Alain Altinoglu, Peter de Caluwe a fait appel à ses deux compères de la Troïka, deux « vrais » directeurs de théâtre bruxellois Michael De Cock du KVS et Fabrice Murgia du Théâtre National, tous deux auteurs et metteurs en scène. Placés devant l’impossibilité de faire venir le public, les deux hommes n’ont pas voulu se contenter d’un spectacle filmé dans une salle vide. Ils nous proposent de restituer la jubilation de la partition mozartienne dans une création originale qui mêle le chant, la musique, le théâtre et le cinéma dans un esprit de liberté.

Une œuvre écrite il y a près de deux siècles qui résonne étrangement avec la situation que traversent les institutions culturelles aujourd’hui, est-ce la magie des grandes œuvres ou le signe que rien ne change ? MICHAEL DE COCK : La première phrase du spectacle

avait évidemment une résonance toute particulière pour nous. Sinon, il y a effectivement des choses qui ne changent jamais. Les discussions

O

«


Fabrice Murgia 1983 naissance à Verviers. 2006 Diplômé au Conservatoire de Liège. 2009 Création de son premier spectacle Le Chagrin des Ogres. 2012 Création à Lausanne du spectacle Les enfants de Jéhovah. 2012 Création de Ghost Road avec Dominique Pauwels et Vivianne De Muynck. 2016 prend la direction du Théâtre National. 2018 Création du spectacle Sylvia autour de la vie et de l’œuvre de Sylvia Plath avec An Pierlé Quartet.

1973 naissance à Mortsel. 2006 directeur artistique de ‘t Arsenaal à Malines. 2009 écriture et mise en scène du spectacle Reverence. 2010 publie Aller/Retour avec le photographe Stephan Vanfleteren.

BRUZZ |INTERVIEW

Michael De Cock

2010 publie la BD Rosie en Moussa, avec la dessinatrice Judith Vanistendael. 2016 nommé directeur artistique du KVS. 2016 joue le rôle du Vice-premier dans la série télé DE 16. 2016 création de Kamyon. 2017 met en scène Odysseus. Een zwerver komt thuis.

Pour la mise en scène de Der Schauspieldirektor, le directeur de la Monnaie Peter de Caluwe a fait appel à ses deux compères de la Troïka, deux « vrais » directeurs de théâtre bruxellois Michael De Cock (à droite) du KVS et Fabrice Murgia (à gauche), du Théâtre National. 35


DIRECTEURS DE THÉÂTRE AU BEAU MILIEU DE LA CRISE

BRUZZ

| INTERVIEW

sur l’art, sur ce qu’on peut jouer, ce qu’on doit jouer ou qui doit être représenté sur la scène, sont toujours d’actualité. Cette collaboration entre les trois institutions que sont la Monnaie, le KVS et le National est une envie qu’on entretient depuis longtemps, mais dans le cours d’une saison « normale » où les projets s’enchaînent les uns après les autres, on n’en a pas toujours le temps. On a profité de la proposition de Peter (de Caluwe, NDLR) pour nous mettre ensemble et combiner les équipes, les comédiens et aussi les langues pour un spectacle vraiment belge qui est un éloge des arts et de la passion, avec derrière ça, la question de la réouverture des salles. FABRICE MURGIA : La question, c’est ouvrir les salles pour faire quoi ? Ces directeurs vivent un tremblement de terre culturel, ils ne savent plus s’ils doivent faire de la comédie, du drame. Si les places doivent être chères ou pas, s’ils doivent corrompre les journalistes pour qu’ils fassent des bonnes critiques. Ils sont complètement paumés en fait. Et ça nous ressemble assez bien en ce moment.

Pour accentuer l’ancrage avec notre époque, vous avez adapté le livret, avec notamment des allusions à la spécificité bruxelloise. MURGIA : Le livret est assez daté. C’est clair qu’on l’a lu avec le prisme du Covid et de ce qu’on traversait. On y a glissé des allusions à Bruxelles, à la politique culturelle belge, aux trois langues, à la situation Covid, mais aussi des grands clins d’œil à l’époque de Mozart. À vrai dire, le livret ne change pas tellement. On a gardé le texte d’époque en changeant quelques mots. On s’est rendu compte qu’en mettant juste le mot Covid à un endroit, le reste de la scène marchait.

Der Schauspieldirektor, c’est aussi The Voice dans l’orangerie de Joseph II ? MURGIA : Oui, on est dans une espèce de télécrochet transposé dans la Vienne du XVIIIe. Ça se ressent quand on lit le livret. On est dans l’usine à vannes. DE COCK : Dans la version originale, il y avait trois auditions. On en a fait quelque chose de très cinématographique. Il y a dans cette comédie un ton assez rock’n’roll. C’est très burlesque. On a vraiment développé le texte et la mise en scène dans cette direction-là. Il y a une liberté assez étonnante dans l’écriture. Par ailleurs, Mozart n’aimait pas trop le livret, comme il l’a dit dans

Pendant le confinement imposé par la pandémie vous avez tous deux mené différents projets, notamment pour aller vers d’autres publics, quel bilan en tirez-vous ?

«On ne s’est pas contentés de filmer un spectacle live•», dit De Cock (à gauche). «•La pièce est un vrai court-métrage avec un découpage et une découverte du bâtiment de la Monnaie.»

une de ses lettres. C’est un travail de commande qu’il a fait à la fin de sa vie, et on y sent tout son métier. Il y a le côté festif de sa musique qu’on reconnaît tout de suite. Ce n’est pas une œuvre très connue de Mozart mais on reconnaît sa patte. C’est ce qui rend pour moi Der Schauspieldirektor très beau et très particulier. MURGIA : On n’est pas dans l’opéra. On n’a pas voulu construire quelque chose sur la musique. On donne un contexte à la musique qui, à son tour, nous donne un contexte. DE COCK : On a complètement abandonné l’idée du streaming. On n’a pas voulu se contenter de filmer un spectacle live dans une salle vide avec trois ou quatre caméras. C’est un vrai court-métrage avec un découpage et une découverte du bâtiment de la Monnaie. MURGIA : On alterne des moments de comédie très théâtrale et des séquences filmées de concert. C’est comme une respiration qui nous plonge dans l’introspection avec les musiciens pendant trois minutes et juste après, on passe à trois minutes de comédie qui restitue l’époque de Mozart.

« Il fallait absolument qu’on continue à produire parce qu’il y a des gens, des familles d’intermients qui sont liés au théâtre et qui ont besoin d’argent pour vivre » MICHAËL DE COCK

36

MURGIA : Moi je ne me suis pas trop lancé dans le streaming. J’y crois en termes d’archivage, c’est pour ça que c’est très bien que le RTBF l’ait fait parce que c’est ce qu’on pouvait faire pour donner du travail aux artistes, mais je me suis plutôt lancé dans la radiophonie avec le programme VOIX.E.S. En termes d’audience, le bilan est pour l’instant très positif. À côté de ça, on a beaucoup répété pour préparer la relance. On a produit des spectacles pour montrer plus tard quand ce sera possible. DE COCK : Nous aussi on a toujours répété. On a des tas de spectacles qui sont prêts. Quand on ouvrira les salles, il y aura un tsunami de spectacles de tous les côtés. On a aussi fait des podcasts. Et à certains moments, il y a eu des opportunités comme celle-ci. On a fait pas mal de choses en extérieur. On est allé dans les écoles, dans les hôpitaux. On va faire une version télé de Madame Bovary avec Jaco Van Dormael. À cause ou grâce au Covid, on a eu des opportunités, malgré toute cette misère. On a travaillé sans relâche pour trouver d’autres moyens d’aller chercher le public. MURGIA : Je ne me suis pas trop posé la question du public qui n’allait plus au théâtre pas plus qu’au restaurant, ils peuvent encore regarder la télé, lire des livres. On sait qu’il va revenir ce public. On a freiné, on a perdu du temps sur l’élargissement des publics parce que notre boulot, ce n’est pas de montrer des belles choses aux gens qui ont l’habitude de venir, c’est de se demander qui n’est pas dans les salles et comment les faire venir. En même temps, je suis persuadé qu’il y a assez de public dans Bruxelles. Ceux qui en pâtissent, ce sont les freelances et les artistes. Moi je n’ai pas trop souffert, j’ai une subvention, j’ai un salaire. J’ai essayé de donner du travail à un maximum de gens. DE COCK : 80 pourcents de notre boulot, c’est de faire en sorte que nos moyens puissent aboutir chez les gens qui en ont besoin. Il fallait absolument qu’on continue à produire parce qu’il y a des gens, des familles d’intermittents qui sont liés au théâtre, de près ou de loin, et qui ont besoin d’argent pour vivre. C’est pour cela que maintenir les salles fermées plus qu’un mois ou deux, c’est incompréhensible. Avec des protocoles très stricts, on peut travailler avec une jauge de 50, 100 ou 200 personnes. L’important n’est pas là car les théâtres ne devraient pas être vides. J’espère que, très vite, on pourra montrer des choses dans des conditions très protégées s’il le faut, parce qu’on est responsables et on est conscient de tout ce qui se passe dans le monde. Nous, on est prêts à recommencer, même avec un public limité. On travaille dans des conditions hyper sévères. On se fait tester tous les deux jours. On sait gérer des publics, comment les faire entrer et sortir. Toutes nos salles ont des systèmes de ventilation hyper efficaces.


« On s’est rendu compte qu’en meant juste le mot Covid à un endroit, le reste de la scène marchait » FABRICE MURGIA

Pensez-vous que dans le théâtre aussi, il y aura un monde d’après. Certaines pratiques seront-elles définitivement révolues ou ça va reprendre comme avant ? MURGIA : Les mythes, les histoires, les personnages traverseront le Covid, donc je ne sais pas si ça changera fondamentalement. Ça fait un peu plus de 2 000 ans qu’on est occupés avec ça et, je crois que ça tient la route. DE COCK : Le public a un grand besoin de se revoir, de se rencontrer. C’est la rencontre qui nous rend humain et dont on a besoin. Ça ne va pas disparaître, ni de notre vie, ni dans les 2 000 années devant nous. Je crois de plus en plus que les gens ont envie de partager des histoires d’amour. Je l’ai ressenti chez nous quand on a joué Mrs Dalloway. Juste avant le deuxième confinement, on a eu trois semaines d’ouverture.

Dans la salle, il y avait des gens en pleurs. On ne peut pas s’imaginer le besoin qu’ont les gens de se raconter des histoires d’amour, de passion et de partager la culture. Ils veulent voir des histoires sur l’humanité et pas seulement sur le Covid. À la fin de cette pandémie, les gens auront besoin de se rencontrer, d’aller à la plage, de vivre. MURGIA : En ce qui me concerne, je n’aurai pas trop envie d’en parler de cette pandémie quand elle sera derrière nous. On aura envie de passer à autre chose. Une espèce d’amnésie collective, peut-être. DE COCK : Oui ce serait pas mal. DER SCHAUSPIELDIREKTOR 19/2, 20.00, en streaming live sur lamonnaie.be 6/3, Musiq’3 & Klara

MOZART TO THE RESCUE Theaterdirecteurs Michael De Cock (KVS) en Fabrice Murgia (Théâtre National) maken samen in De Munt een adaptatie van Der Schauspieldirektor, een minder bekend werk van Mozart dat resoneert met de huidige crisis van de culturele sector. “We wilden niet gewoon een livevoorstelling filmen. Het is een kortfilm geworden met een montage en een ontdekkingstocht door het Muntgebouw.” NL

MOZART TO THE RESCUE At De Munt/La Monnaie, theatre directors Michael De Cock (KVS) and Fabrice Murgia (Théâtre National) are together presenting an adaptation of Der Schauspieldirektor, a lesser-known work by Mozart that resonates with the current crisis in the cultural sector. “We did not want to just film a live performance. The piece has become a short film with a collage and an exploration of the building that houses De Munt/La Monnaie.” EN


Culture. Exhibition

ANOUK KRUITHOF, VISUAL ARTIST BETWEEN DIGICEL POLE AND MANGO TREE

‘Change is the only constant in life, it is my statement in art’ EN

Visual artist Anouk Kruithof may call Brussels home since the lockdown, it doesn’t stop her from moving fluidly through places, disciplines, subject matter, and the many realms of the real. While making the world dance in the Vooruit in Ghent, she immerses 254Forest in a posthuman silence, drawn straight from the Amazon rainforest. — KURT SNOEKX

A

t the same time that the eight-channel video installation “Universal Tongue” unleashes no less than 32 hours of dance films and 1,000 dance styles from all over the world on the visitor at the Vooruit in Ghent, in 254Forest a space is raised to silence. The kind of silence of a nature that lushly and without constraint creeps up on the last traces of human presence, overgrows them, erases them. “Universal Tongue” shows life as it is, or rather as it was until recently, before a great lack in us grew towards bodies that could still sweat frenziedly, helplessly but inescapably, sparingly and ecstatically. “Trans Human Nature” in 254Forest shows life as it can be imagined, as it will be, inescapably: slowly ebbing away, extinguishing, seeping into the earth, with nature as a forgiving second skin. In the cross-section between these two worlds lies an idea that has propelled and sustained their creator’s work for years: our so often ignored,

38

reviled, but irrefutable connection and solidarity, in life and death. “I have carried this ethical dimension with me for a long time. My mother often tells me that as a child I was a binder, always trying to bring everyone together,” laughs Anouk Kruithof. “That view of the world, how I would like to see it – from a universal power and shared origin – but also how it is not and the suffering that sadly goes with it, touches me very much as a person and is also in my work.” Between that natural urge and drive – “banal but real” – and the inescapable end, between play and seriousness, between the utopia and dystopia that man carves out of the world as a possibility for himself, Anouk Kruithof moves. Constantly exploring the boundaries, occasionally crossing them, with a practice that is spacious, open and light enough to be many skins, many manifestations, from photography to sculpture, video and spatial installations to artists’ books. “For over ten years, I have not

ventured into ‘straight photography’, until now, at 254Forest. Now, for the first time, I let my photos be photos again, neatly framed, all the trimmings.”

ELECTRIC FEEL But still. “Trans Human Nature” shows photography, but does so in a layered, complex way. “How the space is arranged, how it feels, how you walk, how the colours relate to each other... Everything has to form a whole,” says Anouk Kruithof. While the artificial grass – “an absurd, fictitious carpet of nature made of plastic” – crunches uncannily under your feet, you see framed photos, images stuck to the wall like wall paper or separated by a printed glass plate. But also plastic body parts that break through the two dimensions. Perhaps even more than fragmented bodies, they are hybrid creatures, empty, transparent shells that distort the images of boundless nature on the walls. “It is the most polluting product we keep


© NICCOLÒ QUARESIMA

254Forest meets the Amazon Rainforest: “In Botopasi, a small village in the jungle, the future-narrative of ‘Trans Human Nature’ has germinated.”

disappear behind foliage, under water, are a fiction, prints that Anouk Kruithof herself, for the sake of the photo, has installed in nature. Stock photos representing the technological future, printed on flexible, partly transparent fabrics, organic silk and PVC plastics, ready to be coloured by the jungle. “What you see in terms of spatiality and layering is a construction, but the images themselves are not manipulated. That’s important to me, because I’m crafty, I like to make things, to play.” That game – “which I find fun, but which is nonetheless a highly conscious, well-thoughtthrough, and at times difficult and scary under-

taking with regards to the weather, the water and the surroundings” – took place in Suriname, in the village of Botopasi. An initial trip at the end of 2018, out of curiosity about the country that was a colony of the Netherlands until 1975, led to Anouk Kruithof returning several times over the course of 2019 and the beginning of 2020 to finish her house, a kind of residence, and to create new work. “What I saw and experienced there was very much in line with themes that I am working on anyway. On the one hand, I was very overwhelmed by the environment and the transformative power of life in the jungle. In Botopasi, there are no shops, there is no road – ▼

making. That is what is so absurd about this time: on the one hand we are doing everything to reduce the amount of plastic, to limit the damage, and now we are making tons of Plexiglas screens to compartmentalise our world safely. Our salvation means the destruction of the planet. Humans are doing strange things in their relationship to nature, we impose ourselves more and more, domesticating fauna and flora, crossing borders in the process, and going further and further in doing so.” “Trans Human Nature” shows that state of man and world, which is palpable and visible, but stretches reality, pulls the present to a focal point in an inevitable future. “It is not straightforward photography, no,” Anouk Kruithof explains. “What you see, what I have recorded, are installations, sculptural interventions, performative acts. Before I press the button, a lot has happened, staged, convoluted.” What emerges in the image as traces that are constantly about to

39


ANOUK KRUITHOF, VISUAL ARTIST BETWEEN DIGICEL POLE AND MANGO TREE

vegetables have to be sent from the city – and there is only three hours of electricity a day. It is a very primitive life. Now, I have always travelled a lot, lived in all sorts of places – from Berlin to New York and Mexico, and now, since the lockdown, in Brussels – and I am not afraid of living frugally and in nature. But living in Botopasi has brought me even closer to nature, made me even more aware of my own life. Of my work too, of its scope. I have always had a social side, I have always been part of society, but I have become increasingly aware of the fact that I want to relate my work to that life, to how we are all responsible for the future of the earth and of us as humanity.”

THE BOTOPASI PARADOX

“Sounds a bit spiritual, right?” Anouk Kruithof asks. It doesn’t make it any less true. “Exactly, it’s also grafted onto life in Botopasi. On the one hand, you see houses with roofs made from foliage, but if you look inside, there’s an LCD screen there. The village children were constantly using my mobile phone to make videos and play games. The first thing they showed me there was the Digicel pole, and then the mango tree. (Laughs) Technology permeates the world, tugs at us everywhere. Technology is dystopian and utopian at the same time. It is fantastic, but it has consequences. Also in Botopasi. It is not so different from here, you know. The focus on technology is almost bigger there than here. Because you only have three hours of electricity a day and you know that you have to run to fetch another solar panel when your phone dies, just

© NICCOLÒ QUARESIMA

BRUZZ

| INTERVIEW

Living in Botopasi reinforced the feeling Anouk Kruithof already had gleaned from experiences with Mexican rituals involving ayahuasca and peyote. “I once did an eight-day ayahuasca ceremony, without eating except for some proteins. I remember looking in the mirror and barely recognizing myself. (Laughs) Even my friends said that my appearance had changed, as if my skin had become transparent. It does transform you. You feel completely empty, but also very light. Somehow you leave that body. I am not religious, but nature gives me such a feeling. You learn a lot from those rituals, you start to realise that you are a tiny ant, a small part of this bigger whole. That puts you in a completely different philosophical mindset, it pulls you out of your fears, detaches you from the human.”

“Both nature and technology are real, both are this world. I wanted to bring that together”

Anouk Kruithof: “What you see in terms of spatiality and layering is a construction, but the images themselves are not manipulated. That’s important to me, because I’m crafty, I like to make things, to play.”

40

when you’re chatting to your new love or something. Then you have to go to the other side of the village to pick up another panel. In that here and now in the jungle, the future-narrative of ‘Trans Human Nature’ has germinated.” “I remember seeing something floating in the river at one point, a package that someone had thrown into the river,” Anouk Kruithof explains. “That floating matter put me on the track of a kind of transhuman-like creature that, when all the people have disappeared, floats around like a last layer. Until that too eventually is absorbed into nature.” “Trans Human Nature” is a paradox, a knot that simultaneously intrigues and oppresses. “The term is a mix of ‘human nature’ and ‘transhumanism’. That conflict, that contradiction, is the starting point. Between the originality of the environment, that almost magical feeling of sitting on those rocks, the place where it all began, and realising how they were formed, in the middle of that forest that covers 94% of Suriname, and the technology that in transhumanism is going to merge with man – a process that frankly is already going on. Both are elusive, both fascinate me. Both are real and both are this world. I wanted to bring that together.”

THE FUTURE IS FLUID “From the moment I started with photography, the medium has been a tool, not to show the world as it is, but to integrate that world, that reality in a narrative that slightly tilts the perspective and thus raises questions,” says Anouk Kruithof. Just by using the camera and the frame you work constructively, you build up an image. You set boundaries. “But beyond this inherent subjective narrative, my practice is also based on a conceptual idea and research, on what I ultimately want to tell, the questions I want to ask with the images I make. That, of course, also erases a lot. I was always removing things that didn’t matter, that distracted from what it was about. Whether that is done according to the customary methods of something like reportage photography or so, well, I have always found all those rules very strange. I have always done so much more. I am a photographer, but I am also an artist, I also make video installations and sculptures, and I am also, I think, a collector – of information, archives, screenshots, Instagram images, artists’ books, other people’s old photographs, artworks, my own images, books, videos, up to employees. (Laughs) For me, it doesn’t all have to be pigeonholed.” Anouk Kruithof explores and mines, collects traces, processes and organizes them and contagiously spreads hers. So too in “Trans Human Nature”, which nestles between those vaguely delimited worlds of tangible and photographic or otherwise technological new reality. A theme that sticks to Anouk Kruithof and that here bubbles up to a vision of the future. Via found footage that she herself has created, traces that she has printed herself. Something does not have


© NICCOLÒ QUARESIMA

to be real to be true, British writer Jeanette Winterson once said. By diving into all that collected matter, processing the raw material, throughout the years a transformation of the self crystallises. A self that is bound to be fluid, varied, diverse, elusive. “My work fans out, varies. Change is important to me. Also personal. I live in many different places, I feel that the world around me changes, the location and as a consequence the culture and the way of life that surround me. But also friends change, lovers change... Change is the only constant in life. And perhaps it is my statement in art. My signature is my multi-faceted practice and the fact that I want to stand up for it. Because it’s how life is.” How life is. Resilient, raw, beautiful, overwhelming, gruesome, possible. “Still that arouses the greatest anger in me: injustice. Prejudice based on nothing, racism, abuse of power... That really fires me up, yes. I take a stand, I dare to enter into conflict, to denounce injustice. But I could never be an activist. I am very happy that I can make art, that is my valve. Art is more subtle, broader, different. Art doesn’t have to do anything, art is allowed and can move, question, change your mind. It is almost magical how it can hold up a mirror, confront you with certain prejudices or thoughts, how it ignites the imagination, makes you wiser. It is important that it keeps on grinding here, in our heads, you know. So that you don’t allow things to rust there, become stubborn, closed, like fixed ideas about what should be. The looser it is in there, the more open, the better we deal with each other.”

TUSSEN DIGICEL-PAAL EN MANGOBOOM

Anouk Kruithof Born in Dordrecht in 1981.

Op het moment dat in de Gentse Vooruit haar videoinstallatie Universal tongue op acht schermen liefst 32 uur aan dansfilmpjes van over de hele wereld op de bezoeker loslaat, trekt Anouk Kruithof in 254Forest een tot stilte aangezwollen ruimte op. Het soort stilte van een natuur die weelderig de laatste sporen van menselijke aanwezigheid uitwist. Trans human nature is Anouk Kruithofs eerste solotentoonstelling in de stad die de vloeibare artieste sinds de lockdown thuis noemt, geplukt uit het Surinaamse regenwoud, tussen Digicel-paal en mangoboom.

Studies photography and sculpture at St. Joost School of Art & Design.

NL

Develops a refreshing, highly engaged and interdisciplinary practice, continually moving between online and offline, tactile and virtual, photography, sculpture, installation, artists’ books, video, performance... Wins the Jury Grand Prize of the International Festival of Fashion and Photography in Hyères in 2011, an ICP Infinity Award in 2012, and the Charlotte Köhler Prize in 2014. Exhibits her fluid work, among other places, at the MoMA in New York, the Stedelijk Museum and FOAM in Amsterdam, the Multimedia Art Museum in Moscow, the Temporäre Kunsthalle in Berlin, and the Vooruit in Ghent.

ENTRE POTEAU DIGICEL ET MANGUIER En même temps qu’Anouk Kruithof partage avec les visiteurs du Vooruit à Gand son installation vidéo Universal Tongue, pas moins de 32 heures de vidéo de danse du monde entier sur huit écrans, elle érige un espace gonflé par le silence au 254Forest. Le silence d’une nature qui efface les dernières traces de la présence humaine. Trans Human Nature est la première exposition solo d’Anouk Kruithof dans la ville que l’artiste fluide appelle son chez-soi depuis le confinement, cueillie dans la forêt vierge du Suriname, entre poteau Digicel et manguier. FR

Co-creates The Anamorphosis Prize, which awards $10,000 to the creator of the best self-published photobook of the year. Travels around the world and ends up residing in Berlin, New York, Mexico and Suriname, where she develops “Trans Human Nature”, her first solo exhibition in Brussels, the city she now calls home.

ANOUK KRUITHOF: TRANS HUMAN NATURE > 6/3, 254Forest, www.254forest.be © LAETITIA BICA

Luxury resale store — Pre-owned kleding en accessoires van Belgische en buitenlandse designers. Dépot-vente de vêtements et accessoires de créateurs belges et bien d’autres.

Rue Léon Lepage 5 1000 Bruxelles 02 503 69 93 vetue@skynet.be vetuestore vetuefemmes vetuestore.com

41


Culture. Cinéma

‘Je voulais une école qui me laisse libre’ Quid des réalisateurs fraîchement sortis des écoles de cinéma en temps de corona ? Afin de faire vivre la création émergente, la CENTRALE et les écoles supérieures d’art bruxelloises s’unissent pour une seconde édition du Brussels Videonline Festival. BRUZZ s’est entretenu avec trois des dix-huit talents prome„eurs dont le court-métrage a été retenu. — SOPHIE SOUKIAS

© HERMAN HENRIQUES

FR

BRUNO OLIVEIRA

« J’envisage mon travail comme des petits poèmes que je raconte » Du haut de ses 27 ans, le Luxembourgeois Bruno Oliveira, tout juste sorti de La Cambre, s’est déjà fait un nom dans le monde de la photographie contemporaine. Remarqué par Lens Culture, gagnant d’une édition de Generation Art sur la télévision luxembourgeoise, exposé en ce moment dans la GalerieDuSoir du Musée de la Photographie de Charleroi, le 42

jeune artiste se distingue par des portraits générationnels tout en fraîcheur dont il extrait le potentiel narratif. Entre réalité et fiction, documentaire et imaginaire. « J’envisage mon travail comme des petits poèmes que je raconte », dit Bruno Oliveira. Pour son jury à La Cambre, il a choisi de présenter son premier travail vidéo: Sanfins. Un portrait sensible du petit village portugais

où il est né alors que sa mère avait seulement quatorze ans, pour en conserver une trace avant qu’il ne sombre dans l’oubli. « Prononcé en français, 'Sanfins' prend tout son sens », dit Oliveira. « Ce village d’une cinquantaine d’habitants est peuplé essentiellement de membres de ma famille. Je l’ai filmé alors que ma grand-mère était gravement malade en me demandant ce qu’il adviendrait du village lorsqu’elle ne serait plus là. » Pensé comme une installation, Sanfins se décline sous la forme de linge, offert par sa grand-mère, sur lequel sont projetées des

vidéos des intervenants et leur environnement. « Ainsi le village prend vie, » sourit Oliveira. « J’ai laissé parler les membres de ma famille devant la caméra sans jamais poser de questions. » Pour le Videonline Festival, Sanfins s’adapte au format en ligne via un astucieux jeu de mosaïques, tout aussi immersif. « Mon jury à La Cambre m’a fait savoir que j’avais un avenir dans la vidéo. Je n’y avais jamais vraiment pensé », dit Oliveira. « J’ai choisi La Cambre parce que l’école donnait l’impression d’une grande liberté. Et ils ont toujours respecté mes choix. »


« On ne doit rien à personne, si ce n’est à nous-même »

Passionnée d’écriture et formée au scénario, la Suisse Charlotte Cristin (27 ans) comprend que c’est par la mise en scène qu’elle parviendra à exploiter tout le potentiel de l’histoire qu’elle cherche à raconter. Après avoir passé au rayon X toutes les grandes écoles de cinéma européennes, son choix se porte sur l’Insas. Direction Bruxelles, qu’elle n’a pas quittée depuis. Pour son film de fin d'études, le premier réalisé dans des conditions quasi professionnelles, la jeune cinéaste choisit d’explorer une thématique qui lui tient à cœur: la pression sociale qui gravite autour du désir sexuel, et les effets toxiques des injonctions qui en découlent. « Il y a tant d’attentes au sujet de la sexualité », dit Charlotte Cristin. Accords Perdus s’invite sans

tabou dans un des endroits du large spectre de la sexualité dont on parle très peu, pour ne pas dire jamais: l’asexualité – « J’avais en tête des films dans les tons pastel comme Tomboy de Céline Sciamma ou Girl de Lukas Dhont. » Pendant une vingtaine de minutes, le spectateur est embarqué dans l’intimité d’une étudiante au Conservatoire de Bruxelles, confrontée à son absence de désir sexuel. « On vit dans une société où tout fonctionne sur le désir. Pourtant, le non-désir est autant une réponse qu’un désir sexuel quel qu’il soit. » Accords Perdus n’est pas une histoire triste, au contraire. « Je n’avais pas envie que le film ait une morale quelconque sur la question de l’asexualité. Car personne n’a le droit d’émettre un jugement. Je voulais faire passer un message d’ouverture et d’acceptation de soi. On ne doit rien à personne, si ce n’est à nous-même. » Malgré la crise covid qui s’abat sur le secteur – « le marché du travail est assez bouché en ce moment » – Charlotte Cristin profite du confinement pour se concentrer sur l’écriture d’un prochain court-métrage de fiction. « En espérant qu’il soit produit. »

VINCENT GROOS

« Je veux me„re les projecteurs sur les personnes en situation de fragilité » Si Vincent Groos (31 ans) quittait les Pays-Bas il y a dix ans pour commencer une nouvelle vie d’étudiant en cinéma au RITCS, il ne tirait pas pour autant un trait sur son passé. Du moins pas en matière de cinéma. Son court-métrage Lieve (un prénom qui veut dire « gentille » en néerlandais) est une dédicace à la petite amie qu’il a laissée derrière lui en s’installant à Bruxelles. « J’étais amoureux d’une infirmière. Aujourd’hui, nous sommes séparés mais je voulais lui rendre hommage parce qu’elle est exceptionnelle et ce qu’elle fait l’est tout autant », dit Vincent Groos. Lieve, dont on salue la puissance de la photographie, nous embarque cheveux au vent sur la motocyclette d’une jeune infirmière à la carrure et au cœur

larges, sillonnant les routes d’une zone rurale flamande pour prodiguer ses soins à des personnes âgées isolées, certaines abandonnées à leur solitude sur le seuil de la mort. « La plupart de ces seniors n’ont plus de famille et plus d’amis, ils sont en demande d’un contact social, sans parler de la situation engendrée par le corona », dit Groos. « Les infirmières choisissent ce métier pour le contact humain, mais dans la réalité des faits, elles n’ont que quinze minutes par patient.e.s, trajet compris. » Trop gentille, Lieve ne parvient pas à mettre la distance requise avec ses patient.e.s. Elle va pourtant devoir s’y résoudre. « Il faut pouvoir prendre soin de soi afin de pouvoir prendre soin des autres. C’est ce dont il est question dans ce film. C’est ce que j’ai dû aussi apprendre avec le temps », dit Groos. Toujours animé par l’envie d’utiliser le cinéma comme une fenêtre sur des situations sociales douloureuses, Vincent Groos, installé depuis à Anvers, prépare un prochain film sur des jeunes dont le climat insécurisant de leur foyer les empêche de vivre chez eux. « Je veux mettre les projecteurs sur les personnes en situation de fragilité. »

BRUZZ | INTERVIEW

© IVAN PUT

© IVAN PUT

CHARLOTTE CRISTIN

BRUSSELS VIDEONLINE FESTIVAL 22 > 28/2, www.vimeo.com/centralebrussels 43


Culture. Pop

GUCCI GEEFT ELEKTROPOPHIT VAN PAS DE DEUX EEN TWEEDE LEVEN

‘Zouden Billie Eilish en Iggy Pop ons liedje gehoord hebben?’ NL

Modehuis Gucci gebruikte voor zijn Epilogue-kledinglijn een song van Pas De Deux, de groep die in 1983 het Eurovisiesongfestival op onnavolgbare wijze bestormde. Bezieler Walter Verdin brengt het nummer opnieuw uit, met twee extra tracks. — TOM ZONDERMAN

COURTESY OF GUCCI, PHOTOGRAPHY BY ALEC SOTH

Eind 2020 lanceerde het Italiaanse modehuis Gucci zijn nieuwe Epilogue-kledinglijn op de tonen van Pas De Deux.

44

W

e zijn allemaal wat we zijn, maar dat zijn we niet,” zong Walter Verdin in 1980 op zijn soloplaat Cinema. Het zou het levensmotto kunnen zijn van de tijdelijk naar Leuven uitgeweken Brusselaar, die de voorbije 45 jaar deining veroorzaakte als ontwerper van platenhoezen, Vlaamse popzanger, elektronische relnicht en videokunstenaar, maar die vooral altijd wilde ontsnappen aan elke definitie. De definitie dat een Eurosong-lied een klassieke popsong moet zijn, bijvoorbeeld, zoals hij bewijst op 19 maart 1983 tijdens de door de BRT rechtstreeks uitgezonden preselecties. “Dit wordt een legendarische avond,” zegt presentator Luc Appermont, en dat is niet gelogen. Tussen de jongensblos van de op tv debuterende Bart Kaëll, de gedoodverfde winnaar Sophie en de springerige meidenpop van Venus zit een vreemde eend: Pas De Deux, een trio dat eigenlijk een zestal is en dat lak heeft aan een melodieus, strofen en een refrein aan elkaar lijmend liedje. ‘Rendez-vous’, het nummer dat de groep rond Brusselaar Walter Verdin en de zangeressen Hilde Van Roy en Dett Peyskens de nietsvermoedende zaal in katapulteert, is geënt op de electro wave die de Europese muziekscene overspoelt. Ben Crabbé zit voor spek en bonen achter de

drumkit, want de beats uit de voor de eighties zo bepalende LinnDrum-computer staan op band. De blazers zitten in een minimale avant-gardesnit, de theatrale choreografie is even origineel als bevreemdend. En dan de minimale, nonsensicale maar rotaanstekelijke tekst: “Rendez-vous, maar de maat is vol en m’n kop is toe.” Als negenjarig beeldbuiskind begrijp ik er even weinig van als de busladingen fans van Bart Kaëll, die gewapend met spandoeken en voetbaltoeters voor hun idool Pas De Deux uitfluiten, terwijl Verdin hen nog wat verder opjut. Maar de jury maakt een statement: beter iets opvallends dan iets doordeweeks, en zo wordt Pas De Deux tot ieders verrassing de kandidaat waarmee België een maand later in München naar eeuwige Eurosong-roem mag dingen. La Belgique verzamelt er een schamele treize points en eindigt op drie na laatste, maar de eeuwige roem is wel binnen.

DE ENE STOEL IS DE ANDERE NIET “Weet je dat de originele opnames van die preselecties gewist zijn uit het BRT-archief ?” schudt Walter Verdin 38 jaar later het hoofd. “Zo ging dat destijds: omdat videotape duur was, werden de banden hergebruikt. Wat je nu nog terugvindt, zijn kopieën.” Gelukkig zijn die preselecties, en Pas De Deuxs deelname aan het Songfestival in het geheugen gegrift. Ook in dat van de New Yorkse muziekprof Ivan Raykoff, bijvoorbeeld. Hij wijdde vorig jaar in Another song for Europe. Music, taste, and values in the Eurovision song contest twee pagina’s aan de passage van de groep, compleet met partituur van ‘Rendez-vous’. Muziekgeschiedenis, quoi. “Ach, het zijn de media die muziekgeschiedenis van jou maken,” relativeert Verdin. “Eigenlijk hadden we ook helemaal niet gemikt op een deelname aan het Eurovisiesongfestival. Wij zagen die preselecties gewoon als een mooie


Dett Peyskens, Walter Verdin en Hilde Van Roy op de promofoto die Paul Decock maakte van Pas De Deux in 1983: “Het was helemaal niet onze bedoeling om mee te doen met het Eurovisiesongfestival.”

Verdin begon een nieuwe band, De Nota, met een geluid dat ergens tussen The Police en Joy Division landde. De groep speelde onder meer het voorprogramma van Echo & the Bunnymen, maar er kwam geen plaat, en Verdin wilde nog intensiever met elektronica en tapeloops experimenteren. En zo werd Pas De Deux geboren, met de bekende gevolgen. De roemruchte passage op het Songfestival gaf de groep helaas niet de vleugels waar hij op gehoopt had. Hilde Van Roy verliet de band, Verdin haalde er Eric Sleichim bij op saxofoon, maar daarna was

“Je zal me niet meteen in Gucci zien pronken. Ik vind die kleren wel mooi, maar ik kan ze niet betalen”

het snel op. De plotse aandacht had de normale groei van de band gesmoord, vond Verdin. Hij zei de muziek vaarwel om zich helemaal te kunnen focussen op videokunst. “Dat ik met popmuziek stopte, had eerder met de aandacht van het publiek te maken, dan met de hang naar commercie van de muziekindustrie,” zegt hij. Verdin pakte snel uit met Videorhythmics, een ‘videoconcert’ in de Brusselse discotheek -EX dat muziek en beeld live met elkaar versmolt. Later volgden er video’s voor dans en theater, hij werkte samen met onder meer Anne Teresa De Keersmaeker, Wim Vandekeybus en Guy Cassiers. Verdin ontdekte intussen de Afrikaanse muziek. Hij werkte samen met Afrikaanse artiesten en gaf regelmatig workshops in Mozambique. Maar het grote publiek bereikte hij er niet meer mee. “Ik vond wat ik deed een succes, maar ik kreeg dat moeilijk verkocht.”

HARTENDIEF Mensen die de jaren 1980 niet beleefd hebben, zullen het hoofdstuk dat Verdin schreef in het Grote Belpopboek misschien niet kennen, maar toch lijkt de aandacht voor zijn muziek gegroeid. Het Amerikaanse label Minimal Wave Records bracht werk van Pas De Deux in 2011 opnieuw uit op vinyl, drie jaar later kwam de groep ▼

gelegenheid om Pas De Deux bekend te maken bij een breed publiek.” “Een groot uitgevallen schoolfeest,” noemt Verdin het gebeuren in München vandaag. “Ik vond het een fijn avontuur, ik had daar als kind ook altijd graag naar gekeken, maar het was niet evident. Voor mensen die van popmuziek hielden, was ik de intellectueel. Serieuze kunstliefhebbers begrepen dan weer niet waarom we aan zo’n circus meededen. Ik heb altijd in verschillende ‘sferen’ gezeten, maar daardoor viel ik ook vaak tussen twee stoelen.” Nog geen drie jaar eerder had Verdin zich als Vlaamse popartiest gelanceerd, met het Doe Maar-achtige reggaeliedje ‘Er is iets’ scoorde hij een grote hit. “De platenfirma had grote plannen met mij, maar ik hield die boot af,” zegt Verdin. “Ik heb daar nu wel spijt van, ik had een oeuvre kunnen uitbouwen. Maar door mijn burgerdienst op de audiovisuele dienst van de KU Leuven was ik in videokunst geïnteresseerd geraakt. En onder invloed van albums als My life in the bush of ghosts van Brian Eno en David Byrne en ‘O Superman’ van Laurie Anderson was ik met synths en ritmeboxen beginnen te experimenteren. Ondertussen moest ik op braderieën mijn handtekening zetten op kaartjes van Walter Verdin. Er was iets dat niet klopte.” (Lacht)

45


BRUZZ

| INTERVIEW

GUCCI GEEFT ELEKTROPOPHIT VAN PAS DE DEUX EEN TWEEDE LEVEN

46

eenmalig samen om The Sound of the Belgian Underground af te sluiten in de AB. Vorig jaar verscheen een rerelease van ‘Er is iets’, samen met de single ‘Storingen’ van Verdins gelegenheidsproject Specimen & the Rizikoos, met Josse De Pauw als tweede stem, een nummer dat in 1980 op de belpopverzamelaar Get sprouts belandde. En toen klopte het Italiaanse modehuis Gucci aan bij Verdin, Walter Verdin of het de song ‘Mani meme’ van Wordt in 1953 geboren in Pas De Deux mocht gebruiken Anderlecht. om zijn Epilogue-lijn te Ontwerpt hoezen voor onder lanceren. “Ik kreeg vorig jaar meer Big Bill en Kris De Bruyne. een mailtje van een bedrijf uit Geeft disco en reggae in 1980 New York, met de vraag of ze bij een Vlaamse draai op zijn plaat mij moesten zijn voor dat Cinema, ‘Er is iets’ wordt een hit. nummer. Ik vermoed dat ze op Neemt in 1983 met Pas De YouTube de clip hadden gespot Deux deel aan het Eurovidie ik destijds had gemaakt.” siesongfestival, ‘Rendez-vous’ Gucci vond de nostalgische, mag een maand later Studio Walter Verdin vandaag: “Ik hoop dat jonge mensen de muziek van tegendraadse feel die het Brussel ontkurken. Pas De Deux opnieuw ontdekken.” © DIRK LEUNIS elektropopnummer vandaag Focust daarna op videokunst, uitstraalt goed passen bij zijn waarin hij beeld, muziek en dans versmelt. nieuwe kledinglijn. Gucci heeft zoals bekend een Nota, waarmee ik de oorspronMoeilijk vindt hij, omdat zijn werk zo uiteenloMaakt installaties voor onder speciale liaison met de kelijke versie van ‘Mani meme’ pend is, maar dan misschien toch Monoloog van meer Museum M in Leuven en het Burgtheater in Wenen. muziekwereld. Rappers dwepen had opgenomen – het nummer Fumiyo Ikeda op het einde van Ottone, Ottone, de al jaren met het merk. Billie was een idee van onze bassist, video die hij in 1989 maakte met de Japans-BelLaat in 2014 Pas De Deux eenEilish hult zich graag in stoffen Karel Vereertbrugghen. Er is gische danseres Fumiyo Ikeda. “De grote malig samentroepen in de AB. van het modehuis, Harry Styles zelfs een plan om via het label performancekunstenares Marina Abramovic is grote fan. Onlangs dolden Cortizona van Philippe Cortens heeft die afgelopen december nog getoond in Iggy Pop, A$ap Rocky en Tyler, werk van die groep opnieuw uit haar vijf uur durende show Marina Abramovic the Creator in een clip van het Italiaanse te brengen.” Maar eerst is er nog de maxisingle takes over TV op de zender Sky, omdat ze het modemerk. “Het is fijn om nu tot die familie te die nu verschijnt, met daarop naast ‘Mani meme’ zo’n fantastisch werk vond. Dat brengt mij terug behoren,” glimlacht Verdin. “Zouden Billie Eilish de liedjes ‘Lits jumeaux’ en het donkere naar de performances met Ulay die in de jaren en Iggy Pop ons liedje misschien gehoord ‘Cardiocleptomanie’, dat nog minder tekst heeft 1970 een grote invloed op mij hadden. (Denkt hebben, vraag ik me dan af. (Lacht) Niet dat ik nu dan ‘Rendez-vous’: enkel het titelwoord, een na) Dat is toch speciaal, iemand die platenhoeGucci ga dragen. Ik vind die kleren wel mooi, ‘vertaling’ van ‘hartendief’. zen ontwerpt, experimentele video’s maakt, maar ik kan ze niet betalen.” Als de campagne De hernieuwde aandacht maakt ook een geïnteresseerd is in performancekunst en geen nieuwe kleerkast heeft opgebracht, wat dan beetje goed dat hij destijds niet meer uit de happenings, Vlaamse pop zingt en staat te wel? “Ik ga geen bedragen noemen, maar je royalty’s haalde, vertelt Verdin, zeker nadat springen op het Songfestival.” (Lacht) We zijn vangt er wel meer mee dan dat ‘Rendez-vous’ platenfirma Parsley failliet was gegaan. “Maar allemaal wat we zijn, maar een keer gespeeld wordt in een Vlaamse film.” als je jong bent, ben je daar niet zo mee bezig.” dat zijn we niet. Wat hij als videomaker zelf van het eindresulNIETS IS WAT HET LIJKT taat vond, willen we natuurlijk weten. “De PAS DE DEUX: muziek is heel raar geknipt, maar dat went. Er Pas De Deux is wellicht Verdins moment de PD2 MANI MEME zit een fijn metagegeven in, de cameraman komt gloire, maar wat vindt de artiest, die straks 68 uit op 19/2 bij in beeld, de spots ook. Je ziet als het ware een wordt, zelf zijn grootste verwezenlijking? Pas de Dix/News work in progress, of een working process. Ze hadden duidelijk ook al goed geluisterd naar de muziek toen ze mij contacteerden, ik kon geen nee meer zeggen. (Lacht) Al wilden ze op het einde nog hard spelen door te zeggen dat er ook DEUXIÈME VIE POUR PAS DE DEUX SECOND LIFE FOR PAS DE DEUX een ander liedje in de running was dat goedkoper was, en of ik mijn prijs niet kon verlagen.” En 1983, Pas De Deux représentait la Belgique à l’EuIn 1983, Pas De Deux were allowed to represent FR EN rovision de la chanson, mais l’Europe n’était pas Belgium at the Eurovision Song Contest, but Europe ‘Maar niet met mij!’ dacht Verdin, zoals de encore prête pour la pop électro expérimentale du trio de was not ready for the experimental electro-pop of the trio. titel van de song. “Ik denk niet dat ze doorhadBruxelles et de Louvain. La force motrice du groupe, Walter Founder Walter Verdin threw himself into video art, working den dat ‘Mani meme’ fonetisch Italiaans was.” Verdin, s’est depuis rabattu sur l’art vidéo, a collaboré avec with choreographers and theatre producers and did not (Lacht) Verdin hoopt vooral dat hij door de clip des chorégraphes et des dramaturges, et n’est jamais revereturn to music again. Until the Italian fashion house Gucci van Gucci opnieuw wat jong volk naar de muziek nu à la musique, jusqu’à ce que la maison de mode italienne picked up the song “Mani meme” at the end of 2020 for its van Pas De Deux kan trekken. “Het geeft toch Gucci remette la main sur la chanson « Mani meme » fin new Epilogue clothing line. This is the moment for Verdin to een boost, ook aan de mensen die er destijds 2020 pour sa ligne de vêtements du même nom. Un signe re-release the song, along with the two best and most interallemaal bij betrokken waren. Ik heb ook qu’il était temps de ressortir le morceau, avec deux autres national sounding tracks from Pas De Deux’s back cataopnieuw contact met de muzikanten van De perles du catalogue de Pas De Deux. À suivre, on l’espère. logue. To be continued, hopefully.


DE WITTOCKIANA

Museum van de Boekkunst, de Boekband breidt zijn tijdelijketentoonstelling

CAMIEL VAN BREEDAM

> 21.03.21

Als

assemblage-,

collage-, object- en de

omgevingskunstenaar

herbruikt, Camiel Van

Breedam binnen zijn composities reeds gebruikt materiaal,

officiële documenten, papieren, brieven, briefomslagen, gravures. Uit deze hergebruikte objecten ontstaan nieuwe

vormen, nieuwe materialen en in dit geval, nieuwe boeken. Volgens de kunstenaar hebben de materialen een eigen leven. Hierdoor komt het in aanmerking voor het werk van de

Bibliotheca Wittockiana: het in vraag stellen van de eigenheid

en de materiële eigenschappen van het boek in al zijn vormen. Een initiatief van de Koning Boudewijnstichting Met het FeliXart Museum

23, Bemelstraat - 1150 Bruxelles / https://wittockiana.org/

COMÈS ACHTER GESLOTEN DEUREN

MÈS huis clos

TENTOONSTELLING TOT 02/05/2021

HET AUTRIQUE HUIS Reservatie verplicht Haachtsesteenweg, 266 - 1030 Brussel info@autrique.be / www.autrique.be / 02 215 66 00


Culture. Jazz

‘Powerful women are too often presented as villains’ EN

You may know the Belgian-Bolivian singer Fabiola Legrain from The Voice Belgique. As Imaina, she is now releasing her debut EP Wounds, full of assertive electropop. “I sing about all aspects of toxic love, which prevents you from being yourself.” — TOM PEETERS Fabiola Legrain came to Brussels at eighteen to study communication at IHECS, but taking part in The Voice Belgique and her subsequent transformation into Imaina really made her career take flight. Although she has always sung. “I took piano lessons at a young age, I put together shows to perform to my parents and was a member of several rock and punk bands in secondary school – I was already singing Metallica then, and more dramatic material like ‘Bring Me To Life’ by Evanescence. (Laughs) I also played in an acoustic duo with my brother: two voices and two guitars. We were very influenced by bossa nova and Latino music. By taking part in The Voice I realised that I wanted to be more than just

that girl with her guitar. I found it too restrictive. I also really wanted to perform, to be involved in the production and visual aspect, being both cinematographic and emotional with my music, in short, growing to the next level.”

So Fabiola became Imaina. What is the difference between the two? FABIOLA LEGRAIN: Fabiola is the traveller, the

daughter, the family person. Imaina allows me to be super-crazy and limitlessly creative. She allowed me to become who I wanted to be. She gives me the freedom I mightn’t have as Fabiola. Imaina means “how” in Quechua, the indigenous Bolivian language. I loved the sound and the meaning, but I was only completely convinced once my grandmother gave me her blessing. She speaks that language and also still lives in Potosí. It’s one of the highest cities in the world at over 4,000 metres above sea level. The last time I visited her was four years ago, and certainly during this lockdown I have missed her. Luckily we often FaceTime and call each other.

You’re pretty much on a bed of roses in Brussels with your background in different

Select.

48

Beck op z’n Belgisch

Le grand dawa de Senyawa

De juiste snaar

NL/ Ook de Botanique moet

FR/ Si la salle des Ateliers Claus ne peut organiser ses concerts, elle met son savoir-faire au service de sons innovants et excitants comme ceux de Senyawa. Enregistré à Bruxelles, le dernier album du duo javanais explore de nouvelles galaxies. Entre traditions ancestrales, expériences vocales et instrument artisanal (un tronc de bambou équipé de micros de guitare), le groupe transpose les méthodes de Mike Patton sous le soleil indonésien. Remixé par des artistes d’ici et d’ailleurs, le disque de Senyawa existe en deux versions, pour deux fois plus de bonheur. (NAL)

NL/ Gemeenschapscentrum Essegem brengt

het nog een tijdje met livestreams stellen, straks onder meer met het aanstormende Brusselse raptalent Frenetik. Maar eerst is het de beurt aan LO, het pseudoniem van de 28-jarige Brusselaar Loïc Bailly. LO vermengt pop met chanson en een stevige dosis hiphop. Zijn eerstgeborene heet ‘Mort-né’ en lijmt een beat die van Beck had kunnen zijn en een soulvol orgel aan een bitterzoete blik op de twijfelachtige toekomst van zijn generatie. (TZ) 18/2, 19.00, www.botanique.be

www.lesateliersclaus.com

muzikanten uit de hele wereld samen voor de livestream Snaren van de wereld. Een verhaal verteld door de instrumenten zelf: de jarana van Beto Robledo uit Mexico, de kora van Bao Sissoko (foto) uit Senegal, de kamancheh van Mostafa Taleb uit het Midden-Oosten, de santur van de ook uit het Midden-Oosten afkomstige Shahriar Sharifpour en de pipa van Hua Xia uit China. Organisator Memory Lab deelt het concert daarna op YouTube. (TZ) 20/2, 19.00, www.essegem.be


Fabiola Legrain aka Imaina: “I love that everyone mixes languages in Brussels. It is a way of being.”

languages and cultures. LEGRAIN: (Enthusiastically) Absolutely. I sing

in English and Spanish on my EP. Writing in different languages came naturally to me. In Bolivia we mix Spanish with Quechua, and I speak French at home with my Belgian father and Spanish with my Bolivian mother. I love that everyone mixes languages in Brussels, including on social media. It is a way of being. It’s definitely in the DNA of children with parents of mixed backgrounds. Singing in Spanish also means everyone in Bolivia can understand me. My Spanish single “Piel Canela” has been picked up there through some local media and has become a modest hit on the radio. I have already appeared on TV there and will also soon be performing at an online festival.

“I feel connected to the power and impertinence of witches”

You mentioned the Dutch-Iranian singer, Sevdaliza, who also has a very stylised look, as an inspiration, as well as the Brazilian-German singer-songwriter Dillon and Lana Del Rey, whose “High by the Beach” you recently covered. What do those inspirations for you have in common? LEGRAIN: Their overall sadness particularly

Your Facebook page says that in addition to being a singer-songwriter and performer you are also a “bruja”. How does that tie into the theme of your EP? LEGRAIN: Bruja means witch. The fact that

witches used to be killed only because they wanted to be themselves fascinates me. I feel connected to their power and impertinence. On Wounds I sing about all aspects of toxic love, which mainly comes down to not being able to be yourself. The new

inspires me. When I write I am attracted to those types of emotions. Visually I am influenced both by Bolivian folklore as well as say, Greek mythology, but even a painting in a museum can move me. I particularly enjoy finding female characters from old traditions and culture and making them my own. I love stories about demons and seducers, like Medusa. Just because powerful women are often presented as villains doesn’t mean they are. IMAINA: WOUNDS EP release: 19/2, imainamusic.com

Poubelle du monde

We need to talk EN/ With the exception of the museums, the

cultural sector remains closed for the time being. But change is on the way. Because from 19/2 onwards, the Beursschouwburg will be opening its doors just a little bit on Fridays for fortnightly check-ins where you can pick up cake and coffee or Zaatar herbs while the music resounds from On the go, the musical walks also starting up again. There’s more: Guy Woueté’s exhibition will be open again from Thursday to Saturday. But the most ambitious plan continues online with several series of multilingual live streamed talks. The series ‘Conversations on not being there ... yet’ on Brussels nightlife starts on 17/2 with Rokia Bamba, ILL SYLL and Fatoosan (see photo) coming

single “Glass Box” for instance is about a woman trapped in her relationship. She is not loved for who she is. I tackle the Madonna-whore complex, the idea that we, as women, are expected to be a lot of different things at the same time. I play four different characters: the entertainer, the Virgin Mary, a doll and a self-confident high priestess. The latter is the wisest because she has learned from her mistakes. She realises that she doesn’t have to please everyone all the time and doesn’t have to sacrifice herself to experience true love. I recognise that romanticised ideal of sacrifice, fed by a sexist society, from a lot of Mexican and Brazilian telenovelas I watched in my youth.

to testify with moderator Rojin Açilan of Bledarte on combining dj’ing & motherhood. As part of Black History Month in March, other talks will follow on the position of black artists in nightlife and on the legacy of colonialism in daily life. (GH) 17/2 > 10/3, livestreaming, www.beursschouwburg.be

FR/ Bienvenue à Agbogbloshie, banlieue d’Accra, l’un des endroits les plus toxiques de la Terre. Tellement toxique que les 6 000 hommes, femmes et enfants qui y travaillent la surnomme Sodom. Un nom taillé sur mesure pour la plus grande décharge électronique de la planète. Poubelle des péchés du monde moderne, Agbogbloshie engloutit smartphones, ordinateurs et climatiseurs au même rythme que la planète se meurt. Un récit que nous content les Allemands Florian Weigensamer et Christian Krönes dans leur documentaire Welcome to Sodom. Proposé gratuitement en streaming par Bozar. (SOS) 18/2, www.bozar.be 49


Culture. Eat & Drink

Le traiteur Lézzet respire la sincérité. C’est d’autant plus tangible que c’est en famille que l’on travaille ici.

Turkish Délices FR

Au moment où le besoin de chaleur se fait sentir, on ne saurait trop recommander de pousser la porte de Lézzet. Ce petit traiteur familial signe une cuisine turque aux petits oignons. — MICHEL VERLINDEN, PHOTO SASKIA VANDERSTICHELE

LÉZZET chaussée de Waterloosesteenweg 519, Elsene/Ixelles, 0477-13.40.13, Facebook: lezzet.brussels, di/ma/Tu > za/sa/Sa 11.30 > 19.00

50

Malgré le carrefour des saveurs dont il procède, le savoir-faire turc reste un peu en retrait au regard, par exemple, du succès des adresses libanaises. La bonne nouvelle c’est qu’il est désormais possible de s’initier à la version domestique du manger tel qu’il est préparé à Istanbul et au-delà. Pour cela, une récente enseigne homemade vient d’ouvrir ses portes sur la chaussée de Waterloo.

Vitrine lumineuse, façade bardée de bois et intérieur carrelé faisant place à un vaste comptoir et des étagères garnies de produits d’épicerie fine (notamment du vin d’Anatolie), Lézzet respire la sincérité. C’est d’autant plus tangible que c’est en famille que l’on travaille ici. Soit la tribu Özçelik composée du père, Emin, un homme adorable coiffé d’une élégante

casquette, de la mère et de la fille. Sur place, il est possible d’opter pour une version « bento » (12 euros), comprendre un take-away, en emballage recyclable, à déguster sur le pouce. Celui-ci comprend un mélange de préparations froides et chaudes. On a préféré s’embarquer pour un festin plus conséquent, faisant notre choix parmi un large éventail de « saveurs » (c’est ce que signifie le mot « lézzet »). On s’est ainsi composé un assortiment comprenant des sarmas (3,20 €/100g), des feuilles de vignes farcies ; du barbunya (1,90€/100g), soit des haricots comme confits avec des carottes et des

pommes de terre ; ainsi que du haydari (2,30€/100g), une sorte de tzatzíki délicieux dans lequel le concombre est remplacé par beaucoup de menthe et d’aneth. Le top ? Assurément, cette préparation dont on a oublié le nom à base d’aubergine séchée au soleil, de riz, de viande et de cannelle (2,90€/100g) ; le muhammara (2,30€/100g), purée de poivron pimentée qui réchauffe le cœur ou encore ces dolmas (2,30€/100g), poivrons farcis qui fondent en bouche. Sans oublier, en guise de dessert, le muhallebi (2,70€), un onctueux riz au lait à la gomme mastic.


HIGH FIVE

RAMBO

••••

Brusselse burgers die je doen watertanden. Le nouveau burger bruxellois dont on a envie. Irresistible burgers from Brussels. (Facebook: RamboSnackamericain)

LA FOURNA

••••

Brood gemaakt door sterke vrouwen. Du pain signé par des femmes puissantes. Bread made by strong women. (www.lafourna.be)

JULIEN HAZARD

••••

De kaasspecialist leert zijn volk fonduen met Mont d’Or. Le fromager propose une fondue inratable à partir d’un Mont d’Or. The cheesemaker offers an unmissable fondue based on Mont d’Or. (www.julienhazard.be)

MINE MADEH

••••

Syrische keuken die je verwarmt in de winter. La chaleur de la cuisine syrienne en plein hiver. Syrian cuisine to keep you warm in winter.

GAUFRES & WAFFLES

•••

De Brusselse wafel, heruitgevonden door chef Yves Mattagne. Le chef Yves Mattagne réinvente la gaufre de Bruxelles. Chef Yves Mattagne reinvents the Brussels Waffle. (www.gaufresandwaffles.be)


COLOFON COLOFON

Nick Trachet Nick Trachet

BRUZZ BRUZZFlageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Josiane De Troyerin(abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis Brussels Hoofdstedelijk Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. Buiten België: 30 euro per jaar.

Kabeljauw Harde kip NickTrachet Trachet Nick Brusselaardie diededestad stad Brusselaar endedewereld wereldculinair culinair en ontdekt ontdekt

B R U Z Z | C U LT U R E BRUZZ | TRACHET

Wie langs de winkels wandelt,de moet Wintertijd is Afrikaanse kabeljauwtijd. Zo spreken het zeker al zijn in opgevallen: op En de vitrine hangtniet? vispromotoren Nederland. ja, waarom vaker welmij danisniet reclame voor pluvera. Volgens heteen altijd kabeljauwtijd. De Meestal staat er het lachende gezicht kabeljauw, Gadus morhua, is één vanvan de een meest Afrikaanse mama met kleurrijke hoofddoek. gegeten vissen terop, wereld. Het gaat over diepvrieskip. Maar niet om de nu Er zijn al heel lang vragen over kabeljauw. overal dominerende ‘plofkip’. Het zijn legkippen Twintig jaar geleden was er plots commotie die te oud zijn volgens de normen van de omdat de kabeljauw in de Noordzee blijkbaar aan eierindustrie. Zulke dieren gaan uiteraard niet het uitsterven was. Maar kabeljauw is niet echt verloren, maar zijn ook niet meer gepast voor een vis van bij ons. Het is een vis van het hoge ‘onze’ moderne smaak die liever kip heeft met de Noorden: IJsland, Canada, Noorwegen, de textuur van tandpasta. Dus gaan deze vogels naar Barentszzee voor Moermansk. Ook inop. de Bij Stille Azië en Afrika. Men is er ginder verzot ons Oceaan, komt eriets een soort kabeljauw voor. tot was kip vroeger voor zonen feestdagen, Helemaal tegenontwikkeling het pakijs aan, een fenomenale de zoals brave hier. kip Met de IJslandvaart kwam deze vis binnen degradeerde tot de goedkoopste proteïne op de in onze keuken. Vanuit andere landen ging het naar markt. Hetzelfde in Afrika. Met vreugde bezingen Terre-Neuve (Newfoundland), waarcontreien de vis terper ze daar de goedkope kip die uit onze plekke werd vanuit Noorwegen vliegtuig naaringezouten, ginder wordtengevlogen, mogelijk werdsubsidies gedroogde aangevoerd met vankabeljauw de EU. Die(stokvis) handel moet wel erg sinds de middeleeuwen, de Hanze vanmerk winstgevend zijn, want dedoor eigenaars van het Bergen. Spanje, Italië, Portugal, gingen staan in de top vijfhonderd van deze Belgische fortuinen. allemaal de vis van tegen het ijs eten, maar zagen Ik kocht kipeen en de winkelier waarschuwin hun levenzo’n nooit verse kabeljauw. de mij: dur!” Strong chicken je – Pas “Poulet met de motorisering van de lees visserij weleens in Engelstalige recepten. Surinamers sneller transport – kon kabeljauw vers wordenin Nederland hebben het over “harde en ja aangevoerd. De Fransen zaten dankip”, met een mensen, dat ook. Alsdeze je devis oude recepten probleem. Inzijn hunzetaal heet morue. Maar van mwamba voor de kolonialen) leest,of die naam is er(moambe zo geassocieerd met gedroogde moet die kip enmet uren sudderen in de gezouten visuren dat ze hun mond vol tanden palmolie. Een de moderne kip kan daar tegen, stonden toen verse kabeljauw op niet de markt die smelt naMorue een half uurtje al tot hoopje verscheen. fraîche heeft heteen nooit echt miserabele prut. gemaakt. Tenslotte namen ze het Belgische woord Maar ik kwam dus thuis met zo’n beest. Het over: cabillaud. Maar die is nog niet erg populair woog overigens niet eens zoveel: 1,2 kilo. Ik hakte in Frankrijk. de kip, zodra ze ontdooid was, in handige Na de laatste oorlog werd hier dan plots stukken: idealiter moet elke eter een stuk krijgen kabeljauw gevangen. Die verschijning kwam er in met een evenredig deel van vlees, vel en been. Het de jaren vijftig van de vorige eeuw. In de jaren vel is de voornaamste smaakdrager in een kip en negentig begon de Noordzeekabeljauw dan weer zonder been erin kan je niet peuzelen, wat te verdwijnen. “Overbevissing,” schreeuwde men wereldwijd als droevig wordt ervaren. Verder was aan alle kanten. Maar zou het ook niet iets anders ook de nek erbij, het ultieme peuzelstuk en in het kunnenvond zijn?ik de eierstokken terug. Lang geleden karkas Deeen Nederlandse las ik authentiekvisserijbioloog Italiaans receptDolf voorBoddeke, een gevierd wetenschapper en niet bang voor spaghetti met eierstokken van kip, maar daarvoor controversiële uitspraken, vroeg zich af wat er nu bijgekomen was in de Zee, dat de komst van de

OPLAGE OPLAGE 62.609 exemplaren. OPLAGEOPLAGE : 62.609: exemplaren.  ADVERTEREN? ADVERTEREN? Marthe Paklons, 02-650 Marthe Paklons, 02-650 10 61 10 61 sales@bruzz.be sales@bruzz.be

kabeljauw hadhele kunnen Hij vond het: moet je er al een hoopveroorzaken. tegelijk slachten! waspoeder! Waspoeder in de jaren vijftig Ik liet de stukken rustig is bakken in ruime oliesterk terwat vervanging van zeep. engecommercialiseerd ik voegde er behoorlijk gehakte ajuin aan Het toe, wat pepertjes en look. uurna was bevatte veel fosfaat en alNa datanderhalf spul kwam de was deuiteraard kip nog steeds uit, in de oneetbaar rivieren entaai! laterMaakt in zeeniet terecht. dan eten we wat later. In de tropen zijn Dat is niet te onderschatten. Vlak bijmaaltijden ons land trouwens ergRijn relatief, iedereen krijgt is een bord mondt de uit, en waspoeder een Duitse wanneer hij ofHierdoor zij thuiskomt, het eten dan al uitvinding. veranderde demag planktonlauw zijn, er is altijd genoeg voor iedereen. samenstelling voor onze kust, en dat was erg Ik deed er wat water bij om het stoven rustig van gunstig voor de kabeljauw. Maar de pollutie verder te latenwerd lopen. Nu de hadbevolking ik al kip met ajuin de rivieren door aangeklaagd (het écht naar kip in de keuken), maar ik had enrook het afvalwater werd meer en meer gezuiverd. hetFosfaat nog graag wat Afrikaanser. Kennen jullie verdween uit het water, maar dus ook de agussi? Agussi – ook bekend als egusi, agushi of kabeljauw. egushi – wordt voornamelijk gebruikt in Zo’n logische uitleg vonden de milieuorganisaWest-Afrika. Het zijn de zaden van een meloenties niet leuk, en Dolf Boddeke werd erg bekritisoort, of van vele pompoensoorten, gepeld en seerd. Maar zo gaat dat met de natuur: alles wat gemalen. Het resultaat lijkt wat op amandelpoeje ermee doet, heeft gevolgen. Haal de pollutie uit der. Je vindt vandaag agussi in vrijwel elke de rivieren en de visstand vermindert. Om de Afrikaanse winkel. visvangsten te verhogen, stelde Boddeke dan voor Van agussi maakt men ‘soep’. Eigenlijk dikke om de zee te gaan zoals men met saus. Agussi bindt ergbemesten, mooi en geeft een romig akkers doet. Daar wilden de natuurbeschermers resultaat. Laat enkele scheppen rustig meestoven uiteraard helemaal niets van weten. Maar dat idee met de kip en roer regelmatig om. Hier kunnen is vandaag helemaal terug: door de zee te nu ook nog groene groenten bij, zoals okra’s, bemesten, kan je een ook overschot vanEen plankton maar zeker bijvoorbeeld spinazie. kwekenzorgt dat niet wordt opgegeten, maar naar tomaatje ervoor dat je je kan vergissen met de zinkt tot en voor eeuwig daar kan debodem hete pepers, jolijt van iedereen! Laatblijven. Het plankton haalt CO2 sudderen. uit de atmosfeer en dat isis onbepaalde tijd verder De agussisaus voor het erguitstekend vullend, smaakt eenklimaat. klein beetje bitter, maar Buiten de Noordzee goed met de ook wat muskusachtig. Te gaat eten het metvrij de vingers, boven een bord rijst. Smakelijk. kabeljauw. Geniet dus maar van deze grote vissen, met mooi wit vlees en een aangename geur. Koop in ieder geval nooit filet, maar maak de kabeljauw klaar met het vel, in dikke, ouderwetse moten, een boter- of mosterdsaus erbij en een patatje. Meer moet dat niet zijn. Smakelijk.

“Op de vitrine van Afrikaanse winkels hangt vaker wel dan “Met de IJslandvaart niet een reclame kwam deze vis voor pluvera” binnen in onze keuken”

De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet 52

52

I

De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet

28 OKTOBER 2020

© SHUTTERSTOCK

DISTRIBUTIE DISTRIBUTIE Ute02-650.10.63, Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be Ute Otten, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE ALGEMENE DIRECTIE De Clippeleir Dirk De Dirk Clippeleir HOOFDREDACTIE HOOFDREDACTIE Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), MathiasMathias DeclercqDeclercq CULTUUR & UIT & UIT CULTUUR Gerd Hendrickx Gerd Hendrickx REDACTIE REDACTIE NathalieNathalie Carpentier, Eva Christiaens, Sara De Sara De Carpentier, Eva Christiaens, Sloover, Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, VanRoan Van Post, Kurt Snoekx, Sophie Roan Soukias, Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Zonderman Zonderman MEDEWERKERS MEDEWERKERS Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet,Patrick Tom Van Bogaert, Michel Verlinden Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE Karen DeEINDREDACTIE Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING VORMGEVING Heleen Rodiers, Ruth Plaizier Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING

VERTALING John Arblaster, Frédérique Beuzon, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura JonesGeorge Holmer, Greta Holmer-Arblaster, Laura Jones, Martin McGarry FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Marsily, Bart SteveDewaele, Michiels,Kim, IvanWauter Put, Mannaert, Noémie Saskia Vanderstichele, Vercnocke Marsily, Steve Wide Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Kristof Pitteurs VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Flageyplein 18, Pitteurs 1050 Elsene. Kristof 18, de 1050 Elsene. Bruzz is Flageyplein een uitgave van Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op van de persen van Eco Bruzz is een uitgave de Vlaams Brusselse Print Center (DPG Media vzw,Media) wordt gedrukt op de persen van Eco en wordt gesubsidieerd door Print Center (DPG Media) de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse en wordt gesubsidieerd door Gemeenschapscommissie. de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd welkom via NIEUWS MELD bruzz.be/meldnieuws Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd Persberichten via welkomkunnen via redactie@bruzz.be bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be VOER UW EVENEMENT IN OP ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR ENTER YOUR EVENT ON VOER UW EVENEMENT IN OP www.agenda.brussels ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR ENTER YOUR EVENT ON www.agenda.brussels WWW.BRUZZ.BE

WWW.BRUZZ.BE


Nog steeds in ons kot, helaas. Maar BRUZZ biedt iets om naar uit te kijken: de Grote Brusselquiz! Speel mee vanuit je luie zetel, en win leuke Brusselse prijzen.

VRIJDAG 26 FEBRUARI, 20U SCHRIJF JE SNEL IN!

BRUZZ.BE/DEGROTEBRUSSELQUIZ Deelnemen kost 5 €. Het aantal plaatsen is beperkt.


Profile for bruzz.be

BRUZZ - editie 1741  

Deze week in BRUZZ: * Een maand na de dood van Ibrahima: 'Geen enkele familie mag dit ooit nog meemaken' * Hoe telewerk de ongelijkheid aans...

BRUZZ - editie 1741  

Deze week in BRUZZ: * Een maand na de dood van Ibrahima: 'Geen enkele familie mag dit ooit nog meemaken' * Hoe telewerk de ongelijkheid aans...

Profile for bruzz.be