__MAIN_TEXT__

Page 1

#1737

NL

WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW

FR

FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY

EN

INTERVIEWS

|

A N A LY S E S

|

TIPS

+ BRUZZ CULTURE

1050 ELSENE/IXELLES AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153

20 | 01 | 2021

A HEART FOR THE ARTS, ALSO DURING THE LOCKDOWN

YASSINE BOUBOUT IN HET MIJNENVELD TUSSEN JEUGD EN POLITIE

‘WE HEBBEN ELKAAR NODIG’ HET PRONKSTUK VAN THURN & TAXIS IS AF GARE MARITIME ZOEKT EEN ZIEL

LÉONARD PONGO AT BOZAR THE INTERNATIONALLY RENOWNED PHOTOGRAPHER IS COMING HOME


BRUZZ PRESENTEERT

VANAF 19 JANUARI op BRUZZ tv en op BRUZZ.be

HET LAATSTE JAAR Bilal, Fahed, Nora en Reyhan zijn vier Brusselse laatstejaarsstudenten in het Imelda-Instituut in Molenbeek. BRUZZ volgt ze sinds het begin van dit schooljaar op de voet. Hoe beleven zij het laatste jaar van de middelbare school in volle coronacrisis? Hoe ziet hun leven eruit, op school en in Brussel?


Inhoud / Sommaire / Inside

Edito GEEN COMMENTAAR “Het gerechtelijk onderzoek is lopende. Geen verder commentaar op dit moment.” Dat was het officiële antwoord van het parket op onze vragen over de dood van Ibrahima, de jongeman die vorige week overleed in een politiecommissariaat. Relschoppers misbruikten nadien de betoging waarin sympathisanten om opheldering vroegen. Die rellen dreigen nu het debat te beheersen, maar de vraag van de betogers blijft legitiem. De nabestaanden hadden wel een kort gesprek met de procureur des Konings, maar in deze tijden van snelle communicatie is er meer nodig. De “geen commentaar” van parket en politie geeft vrij spel aan geruchten en fake news. Want achter de schermen werd er wel gelekt, vaak via “betrouwbare bronnen binnen het gerecht”. In dit magazine stelt Yassine Boubout hoe moeilijk het vertrouwen tussen politie en jongeren te herstellen is. Communicatie is in dezen essentieel. Zelfs zonder het geheim van het onderzoek te schenden, moet het mogelijk zijn om te communiceren over wat al is geweten en wat nog wordt onderzocht. Zeker in onderzoeken waarbij agenten betrokken zijn, is dat van het allergrootste belang. Want de lijst met zaken onder de noemer “geen commentaar want het gerechtelijk onderzoek is lopende” wordt ondertussen wel lang. Lees het interview met Yassine Boubout p8 - 11 NL

INTERVIEW

“Dit wordt geen klassiek winkelcentrum, geen roltrappen hier. Alles is met een hoek af” Kris Verhellen, CEO van Extensa, over de Gare Maritime 14

ECONOMIE

Welke economie kiezen we als we welzijn voor mens én planeet vooropstellen? De donuttheorie van Kate Raworth maakt opgang in Brussel 20

HIPHOP

“Vroeger zag het er hier nog niet zo proper uit” Frenetik toont het Brussel waar hij over rapt 38

DE WEEK Zoom 4, In beeld 6, Bijgedachte 7 COVER STORY Yassi-

ne Boubout, activist en rechtenstudent 8 BRUZZ CULTURE Cabin Fever Thomas Huyghe 32, Léonard Pongo & Sorana Munsya 34, Superstudio 44, Gabri Molist 46, Azmari 50, Eat & Drink Mine Madeh 52 REEKS De Heyvaertwijk (2): de voorzichtige weg naar stadsvernieuwing 26 MOBILITEIT Nieuwe tickets bij de MIVB 12, Vlaamse Rand wacht op openbaarvervoerplan 24 BIG CITY Waaraan danken de Marollen hun naam? 30 COLUMN Nick Trachet 53

NOG MEER BRUZZ NIEUWE RADIO ’s Morgens serveert Robbe je actualiteit en trends bij de koffie, ‘s middags vergezelt Bram je tijdens de lunch, en afterworken doen we met Gailor. Nieuw is ook D’Office met Séverine, elke werkdag van 10 tot 12u. Tijdens D’Office kiezen jij en je collega’s de platen! Zin om mee te doen? Schrijf je in op bruzz.be/d’office.

PAS DE COMMENTAIRES « L’enquête préliminaire est en cours. Pas d’autres commentaires pour le moment. » C’était la réponse officielle du parquet à nos questions sur la mort d’Ibrahima, le jeune homme décédé la semaine passée dans un commissariat. Des jeunes ont commis par la suite des exactions lors de la manifestation qui rassemblait des sympathisants demandant des éclaircissements. Ces émeutes menacent de dominer le débat, mais la demande des manifestants reste légitime : les proches ont le droit de savoir ce qui s’est passé. Et de préférence, le plus tôt possible. Un « Pas de commentaires » à l’heure de la communication rapide donne libre cours aux rumeurs et aux fake news. Parce que dans les coulisses, il y a des fuites, souvent via des « sources fiables au sein du système judiciaire ». Dans ce magazine, Yassine Boubout souligne combien il est difficile de rétablir la confiance entre la police et les jeunes. La communication est essentielle. Même sans violer le secret de l’enquête, il devrait être possible de révéler à chaque étape ce qui est déjà connu et ce qui est encore en train d’être analysé. C’est de la plus haute importance, surtout dans les enquêtes impliquant des policiers. Parce que la liste des affaires sous la rubrique « pas de commentaires parce que l’enquête préliminaire est en cours » s’allonge. Lisez l’interview de Yassine Boubout en p8 - 11 FR

NO COMMENT “The judicial investigation is ongoing. No further comment at this time.” That was the official answer from the public prosecutor’s office to our questions about the death of Ibrahima, the young man who died last week in a police station. Following this tragic event, rioters abused the demonstration in which sympathisers demanded answers. Those riots now threaten to dominate the debate, but the protesters’ question remains legitimate: the next-of-kin have a right to know what happened. Preferably as soon as possible. The next-of-kin spoke briefly with the public prosecutor, but in these times of fast communication, more is needed. The “No comment” from the prosecutor’s office and the police gives free rein to rumours and fake news. Because behind the scenes, there were leaks, often from “reliable sources within the judiciary.” In this magazine, Yassine Boubout explains how difficult it is to restore trust between police and young people. Communication is an essential part of this. Even without violating the secrecy of the investigation, it should be possible to communicate at every stage what is already known and what is still under investigation. Especially in investigations involving agents, this is of the utmost importance. Because the list of cases given a “no comment because the judicial investigation is ongoing” is growing long. Read the interview with Yassine Boubout on p8 - 11 EN

KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Jouw tip is altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be 20 JANUARI 2021

I

3


De week

GROEI ZIT VOORAL BIJ PRIVÉBEDRIJVEN DIE GROTE DAKOPPERVLAKTEN VAN ZONNEPANELEN VOORZIEN

Recordaantal zonnepanelen geplaatst in 2020

Steeds meer Brusselaars en Brusselse bedrijven laten zonnepanelen installeren. Het afgelopen jaar kwam er zo 42 megawa bij in het gewest, een record. Of die trend ook zal aanhouden is nog maar de vraag, nu de regering de subsidiekraan een beetje dichtschroe. “Eigenlijk zou je zonnepanelen moeten verplichten op elk dak dat er zich toe leent.” — KRIS HENDRICKX

BRUZZ | DE WEEK

Het totale vermogen aan fotovoltaïsche zonnepanelen in het gewest groeide vorig jaar aan tot 172 megawatt, een recordsprong met 42 megawatt. Dat blijkt uit cijfers van energieregulator Brugel die we opvroegen. Het totale aantal installaties bedraagt al 8.928. Zowel het vermogen als het aantal installaties groeide zo met een vierde in één jaar tijd. Het vermogen bedraagt nu ruim tien procent van het huishoudelijke verbruik in het gewest. De groei zit hem vooral bij de privébedrijven die steeds vaker grote dakoppervlakten van zonnepanelen voorzien. Maar ook het aantal

privépersonen en overheidsbedrijven dat voor zonnepanelen op het dak kiest, zit in de lift, volgens Brugel. “De subsidieregeling via groenestroomcertificaten was al jaren niet meer veranderd, terwijl de prijs van de zonnepanelen wel steeds lager werd,” verklaart Pascal Misselyn van Brugel de evolutie. “Die combinatie is natuurlijk een serieuze stimulans om zonnepanelen te leggen.” Nog een factor die de groei voortstuwde was de opkomst van de ‘gratis zonnepanelen’. Bedrijven als Brusol leggen zich sinds 2019 toe op het kosteloos plaatsen van zonnepanelen

Avondklok verlengd Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) kondigt woensdag aan dat de avondklok tussen 22 uur en 6 uur in het Brussels Gewest verlengd wordt tot 1 maart. Alle gewestelijke maatregelen zullen tot dan gelden, dus ook de algemene mondmaskerplicht in Brussel. 4

I

20 JANUARI 2021

bij privépersonen en bedrijven. Het bedrijf behoudt daarbij de subsidies van de groenestroomcertificaten, terwijl de gebruiker de geproduceerde stroom gratis krijgt. “De meeste privépersonen die afgelopen jaar zonnepanelen lieten leggen, deden dat via zo’n derde investeerder,” zegt de Brugelwoordvoerder. Of de groei van het aantal zonnepanelen ook dit jaar nog de hoogte zal blijven inschieten, is nog maar de vraag. De Brusselse regering besliste immers om het erg voordelige systeem van de groenestroomcertificaten te

31,1% Bijna een derde – 31,1 procent – van de leerkrachten die in het kalenderjaar 2014 aan de slag waren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, stond in 2019 niet meer voor de Brusselse klas. De leerkrachten haken vooral af omdat ze een job dichter bij huis vinden.

hervormen. Sinds begin 2020 is de steun via de certificaten verminderd met 20 tot 46 procent, al naargelang het vermogen van de installatie in kwestie.

GENEREUZE STEUN Toch was de hervorming voor Misselyn nodig. “De steun was zo genereus dat een installatie al na vier jaar was afbetaald. Bij sommige grote installaties was dat zelfs al na twee of drie jaar. Brugel raadde de vorige minister van Energie Céline Fremault (CDH) ook al eens aan om de steun te verminderen, maar die wou daar niet van weten.” Opvolger Alain Maron (Ecolo) schroeft de subsidiekraan nu wel – een beetje – dicht. Met de verminderde subsidies moeten installaties na zeven jaar afbetaald zijn, terwijl de levensduur ruim twintig jaar bedraagt. Vlaanderen schafte de steun voor kleine installaties via groenestroomcertifi-

caten overigens al in 2014 af, om dezelfde reden waarom Brussel nu ingrijpt. “Maar dat Brussel nog steeds meer steun geeft dan de andere gewesten, houdt wel steek,” vindt Eric Monami van Edora, de Franstalige federatie voor hernieuwbare energie. “Zonnepanelen leggen in Brussel is nu eenmaal duurder en moeilijker, onder meer door de gebouwenschaduw en de bereikbaarheid van de daken.” In de toekomst verwachten experts veel van zogenoemde energiegemeenschappen, die moeten toelaten dat lokaal geproduceerde stroom nog meer lokaal wordt gebruikt en gedeeld. “Vandaag hebben zonnepanelen iets elitairs en individualistisch,” legt Michel Huart, docent aan de ULB uit. “Vooral eigenaars die een heel huis bewonen, profiteren van de panelen én de subsidie. Maar als we het

Sint-Suzannakerk klaar Na zes jaar zijn de werken aan de Sint-Suzannakerk in Schaarbeek bijna afgerond. Met haar opvallend rode kleur en grote glasramen is de eerste betonnen kerk van Brussel een opvallend stukje architectuur. In de toekomst wil het bestuur ook zonnepanelen installeren om de kerk en de buurt van elektriciteit te voorzien.


© BELGA

reglementaire kader veranderen kunnen er energiegemeenschappen ontstaan, waarbij bijvoorbeeld mede-eigenaars in een installatie investeren en er samen van genieten. Je kan daarbij systemen bedenken waarbij minder kapitaalkrachtigen niet mee investeren, maar de elektriciteit wel gebruiken.” Energieminister Alain Maron bereidt vandaag een ordonnantie voor rond die energiegemeenschappen. Als het aan Michel Huart ligt, mag de regering trouwens nog wat verder gaan. “Eigenlijk zou je alle eigenaars van gebouwen waar zonnepanelen zin hebben gewoon moeten verplichten om er ook te leggen, bijvoorbeeld tegen 2030. We hebben er de installateurs voor, de investering is al bij al klein en eigenlijk is het een cadeau aan die eigenaars, want ze verdienen dat geld ook terug.”

CARTOON

KIJK OP DE WEEK

BRUZZ | DE WEEK

Het totale aantal installaties met zonnepanelen in Brussel bedraagt al 8.928.

KIM

Kleine brand in Louizatoren

Brussel telt opvallend veel ‘lunchrunners’

Brussel werkt aan een kaart met looproutes voor sportievelingen. Uit een bevraging van PERSPECTIVE.BRUSSELS blijkt dat veel Brusselaars tijdens de middagpauze hun lopersoutift aantrekken en een rondje lopen (op BRUZZ.be)

Rond 10.45 uur maandagmorgen is een enorme rookwolk te zien afkomstig van het dak van de Louizatoren op de Louizalaan. Volgens de brandweer gaat het om een kleine brand in een technisch lokaal op de 25ste verdieping ten gevolge van renovatiewerken. Het gebouw is momenteel in renovatie waardoor er geen personeel aanwezig was. Er zijn geen slachtoffers.

10 Binnenkort zal elk Schaarbeeks gezin tien kaarten kunnen aanvragen waarmee hun bezoekers een tijdlang gratis kunnen parkeren. Het gaat om tien bezoekerskaarten ter waarde van 2,5 euro per kaart. Schaarbeek zal daarvoor zo’n 400.000 parkeerkaarten aankopen bij Parking.brussels. 20 JANUARI 2021

I 5


BRUZZ | DE WEEK

In beeld

EEN KOSMISCHE GRAP NL/ Brussel is een

architecturaal hoogstandje rijker. ‘Tondo’ heet dit mysterieuze spiegelobject, genoemd naar ronde renaissanceschilderijtjes. De creatie van het Brusselse architectenbureau Office Kersten Geers David Van Severen (KGDVS) verbindt het Forum6

I

20 JANUARI 2021

gebouw en het Huis van de Parlementsleden in de Leuvenseweg. Op het eerste gezicht lijkt het meer op een fata morgana dan op een loopbrug. Op sociale media regent het al vergelijkingen met een donut, een ufo en een rol goddelijke ducttape die uit de hemel is gevallen.

UNE BLAGUE COSMIQUE FR/ Bruxelles compte un chef-d’œuvre d’architecture de plus. Ce mystérieux objet-miroir est intitulé « Tondo », d’après les petites peintures rondes de la Renaissance. La création du bureau d’architectes bruxellois Office Kersten Geers David Van Severen (KGDVS) relie le bâtiment

du Forum à la Maison des Députés sur la rue de Louvain. De prime abord, l’installation ressemble plus à une hallucination qu’à un pont pour piétons. Sur les réseaux sociaux, les comparaisons fusent déjà, allant du donut à l’OVNI en passant par le rouleau de ruban adhésif divin.

A COSMIC JOKE EN/ Brussels has gained

another architectural masterpiece. “Tondo” is the name of this mysterious mirror object, named after the circular Renaissance paintings. The creation by the Brussels architectural firm Office Kersten Geers David Van Severen (KGDVS) connects the


Bijgedachte

REDACTIECHEF MATHIAS DECLERCQ neemt het nieuws op de korrel

© PHOTONEWS

Forum building and the House of Parliament on the rue de Louvain/ Leuvenseweg. At first glance, it looks more like a mirage than a footbridge. Comparisons with a donut, a UFO and a roll of divine duct tape that fell from the sky are already pouring in on social media.

Ruim anderhalf jaar lang overheersten de positieve vibes binnen de Brusselse regeringsploeg, maar daar zijn de eerste barstjes. Of noem het maar meteen breuken. Of hoe kwalificeer je anders een minister-president die op 3 december met de voltallige regering een project voor een slimme kilometerheffing voorstelt, om datzelfde project ruim een maand later alweer in vraag te stellen? De PS heeft het project in eerste lezing mee goedgekeurd, maar volgens Vervoort “is niemand tevreden over de tekst”. Voor de Franstalige socialisten ontbreken er vooral sociale correcties die ervoor moeten zorgen dat de meest kwetsbaren niet extra zullen betalen wanneer ze met de wagen blijven rijden in Brussel. Een deel van de verklaring voor de bocht van Vervoort ligt bij het feit dat hij onder druk gezet werd door niemand minder dan zijn eigen voorzitter. Paul Magnette maakte zich in een interview al sterk dat het project er deze legislatuur niet meer komt. En passant gooide hij daar nog een zoenoffer bij aan bedrijven om zich buiten Brussel te gaan vestigen. Een snelcursus ‘hoe zet ik mijn eigen minister-president te kijk’ van Magnette. Maar meer nog dan een intern conflict binnen de PS – de Brusselse PS is écht een andere partij dan die in Charleroi – is er intussen ook al aardig wat wrevel ontstaan tussen de Brusselse socialisten en de groene coalitiepartners. Ecolo eiste vorige week spoedoverleg over de verdeling van de Europese fondsen voor de relance, omdat het vond dat Brussel te weinig kreeg. Vervoort mocht het gaan uitleggen, maar wist uiteindelijk de gemoederen te bedaren. In een zeldzaam interview in Le Soir en De Standaard droop de frustratie bij Vervoort over de demarche van Ecolo ervan af.

HET GEVAL-ALAIN MARON Zeker omdat er ook nog zoiets is als het geval-Alain Maron. De Ecolo-minister die zich opmaakte om het deze legislatuur vooral over leefmilieu, energie en de klimaattransitie te hebben, maar tegen wil en dank de coronaminister voor Brussel werd. Dat dat voor niemand een

cadeau is, moet u maar eens vragen aan Wouter Beke. Maar ook Maron heeft al meer steken laten vallen in deze coronacrisis dan dat hij er opgeraapt heeft. Dat is toch de analyse van de gezondheidssector. Vorige week kwam in de speciale coronacommissie in het Brussels parlement ook aan het licht dat Iriscare wel degelijk een omzendbrief heeft rondgestuurd die ertoe heeft geleid dat zieke rusthuisbewoners niet altijd naar het ziekenhuis werden gebracht. De brief in kwestie laat nogal wat aan de interpretatie over, maar Alain Maron heeft het bestaan van die richtlijnen eerder wel ontkend. Het zal nog moeten blijken – onder meer uit het eerste rapport van de coronacommissie – wat de politieke verantwoordelijkheid van Alain Maron in het beheer van deze crisis is. De machtsstrijd tussen de groenen en de socialisten in Brussel vertaalt zich ook in wrevel bij Vlaamse socialisten over de houding van sommige collega’s van Groen. Onder de hashtag #groenwerkt worden er, zeker op sociale media, al eens groene pluimen op een hoed gestoken die eigenlijk rood kleurt. Dat gaat van grotere projecten rond mobiliteit en openbare werken die onder Pascal Smet al werden opgestart tot zelfs de bomen op het De Brouckèreplein. Zonder de zaken op de spits te drijven, is het wel duidelijk dat het niet allemaal pais en vree is binnen de Brusselse regering. Het bochtenwerk rond de slimme kilometerheffing, maar ook de beheer van de coronacrisis vormt alvast welgekomen munitie voor de MR en de N-VA, die vanuit de oppositie met scherp schieten. Zeker wanneer het bij de voltallige meerderheid ook nog eens akelig stil blijft wanneer de stad voor de zoveelste keer – letterlijk – in brand staat, na de dood van Ibrahima. Het beeld van de hechte ploeg die samen een progressief verhaal schrijft voor Brussel, mag alvast al wat bijgesteld worden.

BRUZZ | DE WEEK

De eerste breuken

“Het beeld van de hechte ploeg die samen een progressief verhaal schrij voor Brussel, mag alvast al wat bijgesteld worden”

Volg alle politieke ontwikkelingen op bruzz.be 20 JANUARI 2021

I 7


Spreektijd

ACTIVIST, ONDERZOEKER EN RECHTENSTUDENT YASSINE BOUBOUT NA DE DOOD VAN IBRAHIMA

‘Jongeren en agenten samenbrengen, dat kan’ BRUZZ | SPREEKTIJD

Activist, onderzoeker, rechtenstudent en graag geziene studiogast als het over politiegeweld gaat. Hij mag dan pas 23 zijn, Yassine Boubout groeide de voorbije jaren uit tot een autoriteit op het vlak van politiegeweld. Vorige week liep hij mee met de betoging voor Ibrahima, de zoveelste jongeman die stierf na een politieoptreden. “De rode draad? Politie en parket criminaliseren die slachtoffers.” — KRIS HENDRICKX, FOTO’S IVAN PUT

D

at hij een beetje een mediaster aan het worden is, merken we op als we Yassine Boubout ontmoeten in het imposante gebouw van jongerenvzw Capital nabij IJzer. De prille twintiger was de avond voordien pas op De Afspraak, terwijl ook De Zevende Dag aan zijn mouw hangt en hem de dag voor een examen in de studio wil. Boubout, die in zijn jeugd ook zelf mocht ondervinden hoe politiegeweld werkt, blijft er stoïcijns onder. “Niet ik, maar de boodschap is belangrijk: racisme, etnisch profileren en geweld bij de politie doen stoppen, dat kan echt.”

U twijfelt vaak of u wel interviews zou geven door de vele haatreacties. Vanwaar komt die afkeer, denkt u? YASSINE BOUBOUT: Eindredacteurs kiezen graag een spannende of provocerende titel. Aangezien veel van die artikels achter een paywall zitten, zien veel mensen niet meer dan dat en gaan ze los op sociale media. Zeker in tijden van corona speelt ons leven zich vaak online af. Terwijl je dan zit te tokkelen en lachen met je vrienden krijg je weer een melding van iemand die je net een ‘makak’ noemde. 8

I

20 JANUARI 2021

Of vijfsterrencrapuul zoals vandaag nog op Twitter. BOUBOUT: Ja, maar die vond ik goed. Als ik een

hotel was, was ik een tophotel. Maar soms zijn dat tien berichten op rij. Dat verpest de sfeer.

U bent nochtans niet iemand met extreme meningen, maar u zoekt eerder naar oplossingen, bijvoorbeeld voor de spanningen tussen jongeren en politie. Is dat misschien net de reden voor die reacties, dat u de knusse polarisering doorbreekt? BOUBOUT: Dat denk ik wel. Iemand die met een

realistisch verhaal komt en ook wat invloed begint te krijgen, dat kan mensen bang maken. Dan is de boodschap al snel: in diskrediet brengen. ‘Zo iemand is een bedreiging voor waar wij voor staan,’ is dan de teneur. Maar wees gerust: iedereen met een migratieachtergrond die in de media komt, krijgt racistische bagger. Zelfs een N-VA-politica als Assita Kanko.

U was bij de betoging voor Ibrahima. Was die eigenlijk wel een goed idee? Na zo’n manifestatie breken steevast rellen uit, en vijftien agenten raakten gewond. En dat het niet realistisch was om de coronaregels te volgen, was toch vooraf al duidelijk?


BOUBOUT: Wat de rellen betreft: het is aan de

politie om de veiligheid te garanderen en de risico’s in te schatten. De organisatoren van hun kant hebben hun uiterste best gedaan om de gemoederen te bedaren. Ze zijn daarbij van de twee kanten belaagd en hebben stenen, matrakken en waterkanonnen geïncasseerd. En wat corona aangaat: hoewel bijna iedereen een mondmasker droeg, begrijp ik dat argument wel, zeker nu de cijfers stijgen. Maar tegelijk bepaalt corona ook niet alles in onze samenleving. Het algemeen belang, dat is niet enkel de pandemie, maar ook het onderwerp van de betoging.

U hebt ook contact met nabestaanden van andere mensen die onlangs stierven tijdens een politieoptreden, zoals Adil of Mehdi – die alle twee aangereden werden door een politiepatrouille. Wat is de rode draad tussen al die gevallen?

in heel vreemde omstandigheden stierf in een Anderlechtse politiecel. Of Lamine Bengoura, die in Roeselare overleed, nadat agenten hem met industriële strips hadden geboeid en onder druk hielden. De rode draad? Dat elk van die slachtoffers daarna wordt gecriminaliseerd in de media, bijvoorbeeld door lekken of persberichten van politie of parket. Het eerste dat men doet, is ervoor zorgen dat de persoon in kwestie schuldig lijkt. Achteraf blijkt dat dan helemaal niet zo te zijn. Ik vermoed dat het bij Ibrahima ook zo zal zijn. Eerst heette het dat hij na de avondklok werd opgepakt, terwijl hij al voor 21 uur overleed. Bij Mehdi hoorden we eerst dat er iets met drugs was en dat hij gekend stond, terwijl de politiesirene aanstond en aan die zijde alles oké was. Beetje bij beetje maar hoor je dan dat die eerste versies niet kloppen. De media nemen communicatie van de politie en justitie ook gewoon letterlijk over. Maar de politie is in die gevallen één partij en dan is het woord van de familie of hun advocaat gelijkwaardig. Ik dacht dat journalisten het na het geval-Chovanec (Slowaak die stierf na een politieoptreden op de luchthaven van Charleroi, red.)

BRUZZ | SPREEKTIJD

BOUBOUT: En dan is er nog Dieumerci Kanda, die

“Onlangs heb ik nog een hoge kabinetsfunctie in de federale regering afgeslagen. Politiek zou mij de mond snoeren en dat ligt me niet” YASSINE BOUBOUT Activist

Yassine Boubout op de betoging voor Ibrahima: “De organisatoren hebben hun uiterste best gedaan om de gemoederen te bedaren.” 20 JANUARI 2021

I 9


ACTIVIST, ONDERZOEKER EN RECHTENSTUDENT YASSINE BOUBOUT NA DE DOOD VAN IBRAHIMA

zouden doorhebben, dat je een pv niet zomaar voor waar moet aannemen.

Alexis Deswaef, de advocaat van de familie van Ibrahima, deelde op de betoging mee dat de politie het slachtoffer ruim vijf minuten had laten liggen. Was dat niet de gemoederen ophitsen? BOUBOUT: De opdracht van de advocaat is om de

waarheid aan het licht te brengen voor zijn cliënt. Dat heeft meester Deswaef gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat hij dat deed omdat er andere berichten circuleerden die het slachtoffer door het slijk haalden.

Bij de drie bekendste gevallen in Brussel – Adil, Mehdi en nu Ibrahima – is er sprake van een vlucht voor de politie. Is dat niet de kern van het probleem: dat jongeren zo bang zijn voor de politie dat ze zichzelf in levensgevaar brengen? BOUBOUT: Wat Ibrahima betreft wordt dat

BRUZZ | SPREEKTIJD

vluchtverhaal betwist. Hij zou de politie gefilmd hebben en dan kan je moeilijk tegelijk vluchten. Ik wil trouwens even verduidelijken dat te voet wegvluchten als de politie ‘stop’ roept niet verboden is. Met een voertuig is iets anders. En zelfs als Adil met een motor vlucht, doet hij nog steeds niets anders dan het negeren van een politiebevel in het verkeer. Dan mag je wel de vraag stellen of die jongen achtervolgen de grootste prioriteit was, waardoor zelfs het antibanditismeteam dat hem heeft aangereden erop af is gereden. Kan dat niet anders? Adil had een nummerplaat, er zijn camera’s ... Die zaak kon je achteraf onderzoeken zonder het leven van Adil, de agenten én de omstanders in gevaar te brengen.

Maar het begint toch al bij het wantrouwen tegenover de politie? In een ideale stad is er geen reden om te vluchten. BOUBOUT: Als je niets anders kent dan agenten

die je afblaffen, uitschelden, slaan en zomaar oppakken, dan loop je weg. Ik ben vroeger ook weggespurt zodra er een combi opdook, terwijl ik niets gedaan had en niet gezocht werd. Want die combi, dat kon twaalf uur in de cel betekenen, klappen, schaamte op straat. Dat is niet niets, iedereen die staat te kijken hoe je midden op het plein wordt gefouilleerd. Wie getuige is van zo’n tafereel, gaat er al snel van uit dat die persoon wel iets zal gedaan hebben. In principe moet de politie mensen die ze arresteert of tegenhoudt beschermen voor publieke nieuwsgierigheid, maar dat gebeurt niet. Het gevolg? Als straks de

allervriendelijkste en minst racistische agenten van heel België in een combi opduiken, ga je toch lopen.

Is er een evolutie bij de politie de voorbije jaren? BOUBOUT: Ik zie wel heel wat individuele agenten

van goede wil. Maar ik mis dat bij de officieren. Dat is ook wat ik hoor van agenten die ik ken. De top van de federale politie lijkt wat meer oor te hebben naar het middenveld, maar zij botsen dan weer op de mensen op het terrein.

Het debat over politiegeweld is vaak voorspelbaar: enerzijds is er een groep die de politie diaboliseert en aan de andere kant politici die enkel over het geweld tégen de politie willen spreken. U bent vooral in oplossingen geïnteresseerd. Hoe overbrug je de kloof tussen jongeren en de politie? BOUBOUT: We zijn nu bezig met ‘Zo geflikt’, een

project van de vzw Uit de Marge, waarbij we lokale politiekorpsen dichter proberen te brengen bij bepaalde jongeren, vooral in sommige jeugdhuizen. We doen dat in een traject van lange adem, waarbij we de jongeren een jaar lang opleiden. We scholen hen in het functioneren van de politie, haar bevoegdheden, in debattechnieken. Daarnaast hebben we ook gesprekken met agenten waarin we hen tonen hoe ze zich best kunnen gedragen tegenover jongeren, hoe ze conflicten kunnen ontmijnen. Op het einde ontmoeten ze elkaar voor een dialoog. In Gent leverde dat alvast een supermooi gesprek met de politie op. In het begin had ik gevraagd hoeveel jongeren misschien agent wilden worden: één van de vijftien. Na het gesprek waren het er plots al zes! Er verdwenen ook misverstanden. De jongeren waren ervan overtuigd dat agenten zelf kozen om bepaalde mensen te controleren, maar hoorden daar dat het overgrote deel van die controles gebeurt nadat burgers de politie hebben gebeld. Agenten zagen dan weer in hoe gevoelig foto’s van de jongeren nemen ligt. Hier in Brussel willen we dat met de vzw Capital binnenkort ook in alle korpsen gaan doen. Het is misschien een quick fix, maar het helpt echt.

Als dat de ‘quick fix’ is, wat is dan de duurzamere oplossing? BOUBOUT: Daarvoor kijk ik vooral naar de politie.

De klachten zijn al vele jaren dezelfde: racisme, etnisch profileren, geweld. We kunnen dat voor een deel oplossen door in het takenpakket van de politie te snoeien. Omgaan met mensen onder

“De klachten zijn al vele jaren dezelfde: racisme, etnisch profileren, geweld. We kunnen dat voor een deel oplossen door in het takenpakket van de politie te snoeien” YASSINE BOUBOUT Activist 10

I

20 JANUARI 2021

invloed of daklozen bijvoorbeeld, daar zijn agenten niet voor opgeleid, maar sociaal werkers wel. Verder moet het klachtenmechanisme helemaal anders. De drempel is te hoog, de procedure ondoorzichtig en er is vaak partijdigheid. Zo zijn de mensen van het intern toezicht verantwoordelijk voor tuchtmaatregelen tegen collega’s met wie ze geregeld koffie drinken! Ten slotte moet de trend naar een meer repressieve politie gekeerd worden. We hebben agenten nodig die meer in de wijk zijn op een positieve manier. Een studie van enkele jaren geleden toonde aan dat veel agenten pascontroles zagen als een manier om contact te leggen in de wijk (schudt lachend het hoofd). Dat is geen community policing, maar machtsvertoon. In de plaats kan je agenten hebben die de jongeren bij naam kennen, ze goedendag zeggen. Als er dan iets gebeurt in de wijk, heeft zo’n agent ook sneller inzicht in wie er alvast niet achter kan zitten, omdat hij net van school komt bijvoorbeeld.

Of zo’n netwerk kan ook tips opleveren. BOUBOUT: Klopt. Bij zeventig tot tachtig procent

van de opgeloste zaken liggen tips van burgers aan de basis. Maar dan moeten die burgers je natuurlijk wel eerst vertrouwen.

Moet er ook bij de jongeren en hun families iets veranderen? Je hoort vaak kritiek op de afwezigheid van de ouders van jongeren met een migratieachtergrond, die kinderen vooral uit het huis zouden willen zien. BOUBOUT: Ah, het bekende ‘Waar zijn de ouders?’

Dat is zo belachelijk. Geen enkele ouder zegt: ‘Ga die agent maar slaan of ga maar rel schoppen.’ Ouders zijn altijd betrokken bij hun kinderen en ze zijn er kapot van als ze post krijgen van de politie. Maar het is wel zo dat er in arme wijken vaak heel weinig plaats is binnenshuis. Op dat moment worden de straat en het plein je living. Veel mensen vergeten dat, vaak mensen met heel ruime appartementen en een tuin. Daarnaast is er ook een duidelijke link tussen armoede en criminaliteit.

In ‘De Afspraak’ had u het er onlangs over dat het parket vaak de buitenvervolgingstelling vraagt van agenten die duidelijk geweld pleegden. Hoe komt dat? BOUBOUT: Ik heb het gevoel dat de politie een

speciale behandeling krijgt. Je mag ook niet vergeten dat de band tussen politie en parket heel gevoelig is. Het parket heeft de politie nodig. Maar het is wel degelijk belangrijk dat agenten die disproportioneel geweld gebruiken ook voor een echte feitenrechter verschijnen. Zelfs als hun gedrag daar zou gebanaliseerd worden. Er is in dat verband een prachtige uitdrukking: ‘Justice must not only be done, it must also be seen to be done.’

U had zelf al vroeg negatieve ervaringen met de agenten, bijvoorbeeld toen u op achtjarige leeftijd


YASSINE BOUBOUT VEUT ‘UNE POLICE DE PROXIMITÉ’ QUI DONNE CONFIANCE Il est activiste, chercheur, étudiant en droit et régulièrement invité en studio pour parler des violences policières. Il n’a beau avoir que 23 ans, Yassine Boubout est devenu une vraie autorité en matière de violences policières ces dernières années. La semaine passée, il a participé à la manifestation pour Ibrahima, le énième jeune homme à mourir après une intervention de police. « Le fil rouge? La police et le parquet criminalisent les jeunes. » Boubout ne voit pas que des problèmes, mais aussi des solutions. Il réunit les jeunes qui ont une relation difficile avec la police et des policiers. Selon lui, une réforme de la police pourrait aussi vraiment faire la différence. Il plaide entre autres pour une vraie police de proximité qui connaît le quartier et un mécanisme de plaintes indépendant. «À l’heure actuelle, ce sont les gens du contrôle interne qui sont responsables des sanctions des collègues avec qui ils partagent le café ! » FR

Yassine Boubout verhuisde van Antwerpen naar Brussel: “Brussel is het New York van België.”

YASSINE BOUBOUT 23 jaar Groeit op in Antwerpen, woont in Brussel Studeert rechten aan de VUB sinds 2016 Oud-voorzitter Movement X, de beweging van Abou Jahjah Onderzoeker voor het rapport ‘Police brutality and community resistance’ van het ‘European Network against Racism’ Bestuurslid vzw Uit de Marge, steunpunt voor jeugdwerk

YASSINE BOUBOUT WANTS A COMMUNITY POLICE THAT INSPIRES CONFIDENCE Activist, researcher, law student and frequent studio guest whenever the topic is police violence. He may only be 23, but Yassine Boubout has in recent years turned into an authority on police violence. Last week, he participated in the demonstration for Ibrahima, the umpteenth young man to die following a police incident. “The common thread? Police and prosecutors criminalise these guys.” In the midst of the problems, Boubout also sees solutions. For example, he brings young people whose relationship with the police is difficult together with police officers. He also thinks that reforming the police would make a great deal of difference. For example, he advocates a real ‘community police’ that knows the neighbourhood as well as an independent complaints mechanism. “The department for internal investigations are now responsible for disciplinary action against colleagues that they drink coffee with!” EN

verdacht werd van een fietsdiefstal. Hoe komt iemand er dan toe om toch samen te werken met de politie?

En is het uiteindelijke doel is nog steeds werken in het buitenland?

BOUBOUT: Dat was heel moeilijk, ik ben daar lang

te vinden in de sector van het gewapende conflict. De strijd voor rechtvaardigheid heeft me altijd aangetrokken: Irak, Palestina ... Ik wil mijn steentje bijdragen om zulke knopen te ontwarren. En zoals veel mensen van kleur wil ik ook wel naar het buitenland omdat het hier erg traag gaat. Onze buurlanden staan veel verder, bijvoorbeeld als het over diversiteit in de media gaat.

tegen geweest. Maar je wordt wat ouder en wijzer en begint in te zien dat je elkaar nodig hebt. Ik ben agenten beginnen uit te nodigen om iets te gaan drinken, praatte wat na bij debatten. Daar heb ik gemerkt dat er ook goodwill is. En zonder de agenten zullen we het veiligheidsbeleid niet kunnen veranderen.

BOUBOUT: Mijn droom is nog steeds om een job

U bent van Antwerpen naar Brussel verhuisd. Hoe ... BOUBOUT: Gevlucht (lacht)! Ik vond dat er in

En geen ambitie om in de politiek te gaan?

Antwerpen geen leuke sfeer hing. Ik vind het een mooie grote stad met een dorpsmentaliteit. Dan is Brussel een echte stad, het New York van België. Ik vind de mentaliteit hier mooier, de mensen opener, het openbaar vervoer veel beter.

BOUBOUT: Nee, ik heb bij de lokale en federale

verkiezingen telkens geweigerd. Onlangs heb ik nog een hoge kabinetsfunctie in de federale regering afgeslagen. Politiek zou mij de mond snoeren en dat ligt me niet.

20 JANUARI 2021

I 11


VIJF VRAGEN EN ANTWOORDEN OVER AANGEPAST TICKETSYSTEEM

Een nieuw ticket voor openbaar vervoer in en rond Brussel Met de nieuwe Brupass en Brupass XL-tickets kunt u vanaf 1 februari één ticket kopen met een gemeenschappelijk tarief voor al het openbaar vervoer in Brussel én een uitgebreide zone rond het hoofdstedelijk gewest. De MTB- en Jumpformules van de MIVB verdwijnen. Wat verandert er precies? BRUZZ zet het voor u op een rijtje in vijf vragen en antwoorden. — SARA DE SLOOVER

1

BRUZZ | MOBILITEIT

De MTB- en Jumptickets verdwijnen, in de plaats komt de Brupass. Wat is het verschil?

Vanaf 1 februari zijn bij de MIVB geen MTB-abonnementen (Metro-Tram-Bus) en Jumptickets meer te koop. Die waren allebei te gebruiken op voertuigen van de vier openbaarvervoermaatschappijen die in Brussel actief zijn: de MIVB, de NMBS, De Lijn en TEC. MTB-abonnementen gelden daarbij voor Brussel en een kleine zone in de Rand, in gemeenten als Wemmel, Zellik, Dilbeek of Kraainem. Jump-tickets zijn enkel te gebruiken binnen de grenzen van het Brussels gewest, eveneens voor ritten van alle operatoren. De MIVB maakt nu komaf met dat onderscheid: zowel Jump als MTB wordt nu Brupass. Die is geldig in het Brussels gewest en de MTB-zone daar net buiten, die helaas niet bij elke operator precies even groot is. De MIVB geeft op haar website daarover de details.

2

Wat is het verschil tussen Brupass en Brupass XL?

De Brupass XL is een ticket dat u op lijnen van de vier vervoeroperatoren kunt gebruiken in een uitgebreidere zone, grofweg tot 11,5 kilometer te rekenen vanaf de Grote Markt. Maar die zone volgt geen gemeentegrenzen. TreinTramBus, de belangenvereniging van openbaarvervoergebruikers, juicht het nieuwe ticket voor die ruimere zone toe. “Hoe meer eengemaakte tarieven, hoe makkelijker mensen tussen operatoren kunnen overstappen, hoe beter,” zegt woordvoerder Peter Thoelen, die ook te spreken is over de prijzen. Wel heeft TreinTramBus nog een aantal vragen bij de precieze geldigheidszone. “Zo behoren 12

I

20 JANUARI 2021

bijvoorbeeld de MIVB-bushaltes De Hoek tot het Brupass XL-gebied, maar het treinstation De Hoek niet. Alle bushaltes in Zaventem vallen eronder, behalve drie in deelgemeente Nossegem, waarom? In sommige gemeenten is de afbakening heel ruim – zo valt Dilbeek er in zijn geheel onder – terwijl in Overijse de Brupass XL-zone maar vijf haltes ver gaat.” De belangenvereniging pleit daar nog voor verdere finetuning. TreinTramBus betreurt ook dat ritten van en naar de luchthaven bij geen enkele operator betaald kunnen worden met een Brupass XL-kaartje.

3

Gaat het om een verdoken tariefverhoging?

Binnen de biljetten onder de noemer Brupass wordt de prijs van een tienrittenkaart inderdaad verhoogd van 14 naar 15 euro. “Dat is enerzijds een indexatie, omdat de prijs al jaren niet meer is veranderd,” zegt MIVB-woordvoerster An Van hamme. “Anderzijds is dat ook onderdeel van de onderhandeling geweest. Opdat reizigers elke vervoermaatschappij zouden kunnen gebruiken, moesten we de prijzen wel enigszins gelijktrekken.” Een ‘los’ Brupass-kaartje kost 2,4 euro, maar wie al op voorhand weet dat hij of zij enkel gebruik zal maken van de MIVB, zal ook nog steeds een MIVB-ticket kunnen kopen tegen 2,1 euro. De dagkaarten voor zowel MIVB-net als Brupasszone kosten allebei 7,5 euro. Daarnaast blijven de MIVB-abonnementen, zoals het schoolabonnement, bestaan naast de Brupass-abonnementen. Een Brupass-maandabonnement zal 55,5 euro kosten, een Brupass-schoolabonnement 90 euro en een dito jaarabonnement 583 euro. De MIVB lanceert op 1 februari ook een ‘corona-

De Brupass XL-zone omvat de huidige zone van Brussel en de uitgebreide zone.

ticket’ enkel voor haar eigen net, officieel een ‘biljet 100 ritten’. Daarmee kunt u honderd reizen maken binnen de drie maanden. Door de prijsstijging van de tienrittenkaarten loopt het prijsverschil met tien tienrittenkaarten op tot 15 euro, het nieuwe kaartje is ook 12 euro goedkoper dan drie maandabonnementen. “Met dat nieuwe, flexibele ticket richten we ons


een tienrittenkaart 20 euro. Ook abonnementen zijn mogelijk: 74 euro voor een maandabonnement, en 775 euro voor een jaarpas.

4

Waar zijn de tickets te koop?

Het nieuwe ticket kan voor de verschillende vervoermaatschappijen worden gebruikt. © BELGA

U kunt de tickets vanaf februari kopen in de MIVB-kiosks of online, steeds te downloaden op de Mobib-kaart. Vanaf 2022 zullen de verschillende vervoersbewijzen ook op de smartphone kunnen worden gedownload, maar hoe precies wordt nu nog besproken. “Dan zal daar ook worden over gecommuniceerd,” zegt An Van hamme.

“Opdat reizigers elke vervoermaatschappij zouden kunnen gebruiken, moesten we de prijzen wel enigszins gelijktrekken” AN VAN HAMME Woordvoerster MIVB

UN SEUL TICKET POUR LES TRANSPORTS PUBLICS

A SINGLE TICKET FOR PUBLIC TRANSPORT

Avec les nouveaux tickets Brupass et Brupass XL, vous pourrez, à partir du 1er février, acheter un seul ticket commun pour tous les transports publics dans une zone élargie autour de la Région de Bruxelles-Capitale. Le Brupass est valable en Région bruxelloise et dans la zone juste en dehors, dans les différentes sociétés de transport – la STIB, la SNCB, De Lijn et la TEC. Dès 2022, les différents titres de transport pourront aussi être téléchargés sur votre smartphone, même s’il n’est pas encore tout à fait clair comment ce sera possible.

With the new Brupass and Brupass XL tickets, from 1 February you can buy a single ticket with a common tariff for all public transport in Brussels and an extended zone around the capital. STIB/MIVB’s MTB and Jump tickets are scrapped. Brupass will be valid in the Brussels region and the area just outside it on all the various providers, STIB/MIVB, SNCB/ NMBS, De Lijn and TEC. From 2022, the various tickets will also be available for download on a smartphone, but how exactly is still being worked out.

FR

vooral op de abonnementsgebruiker die vanwege corona niet meer dagelijks naar kantoor moet, maar wel nog zeer geregeld,” zegt Van hamme. “Het hangt af van je individuele situatie of dat de moeite loont, of je beter een tienrittenkaart neemt.” De Brupass XL is dus een nieuwe formule die tot nu toe niet bestond. Eén rit zal 3 euro kosten,

“Dit akkoord is het resultaat van de jarenlange onderhandelingen tussen het federale niveau, de gewesten en de vervoermaatschappijen. Ergens moet de grens getrokken worden, en nu is die knoop doorgehakt,” zegt Van hamme, die eraan toevoegt dat de grenzen van het gebied gelinkt zijn aan bepaalde haltes. Federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) liet in La DH echter al verstaan dat de huidige zone rond Brussel voor hem geen eindpunt is. “Hij wil de zone met één ticket op termijn uitgebreid zien tot de volledige zone van het GEN, tot een dertigtal kilometer buiten Brussel,” bevestigt zijn woordvoerster Litte Frooninckx aan BRUZZ, zonder zich evenwel te willen vastpinnen op een datum. “Hij overlegt geregeld met de verschillende ministers van Mobiliteit, maar of dat nog deze legislatuur zal gebeuren, kan ik niet zeggen.”

BRUZZ | MOBILITEIT

5

Wat voor iemand die op pakweg vijftien kilometer van Brussel woont, dus net buiten de perimeter van de nieuwe Brupass XL-zone?

EN

20 JANUARI 2021

I 13


KRIS VERHELLEN, CEO VAN EXTENSA, OVER NIEUW PARADEPAARDJE VAN THURN & TAXIS

BRUZZ | INTERVIEW

De Gare Maritime is open for business Met de schitterende renovatie van de Gare Maritime heeft projectontwikkelaar Extensa een nieuwe stap gezet in de reconversie van Thurn & Taxis. Het gebouw is zo goed als klaar, maar moet nog een verdere invulling en vooral een ziel krijgen. CEO Kris Verhellen: “We willen hier de 21ste eeuw echt laten beginnen.” — BETTINA HUBO, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

D

e eerste aanblik van het voormalige goederenstation is adembenemend, alleen al door de kolossale afmetingen: 280 meter lang, 140 meter breed, 24 meter hoog. In de middenbeuk is over de hele lengte een brede, met tuintjes afgezoomde promenade aangelegd die een soort rambla moet worden. In de twee zijbeuken bouwde het Rotterdamse architectenbureau Neutelings Riedijk tien winkelruimtes met daarboven kantoren tot onder de nok. Alles volledig in hout. De modules zijn onderling verbonden door een ingenieuze constructie van trappen en loopgangen die veel weg heeft van een ets van Escher. Het volledig ecologische en met mooie materialen gerenoveerde gebouw staat te popelen om in gebruik te worden genomen. Er zitten ook al enkele bedrijven in de kantoorruimtes, maar hun personeel werkt thuis vanwege corona. Winkels zijn er nog niet.

14

I

20 JANUARI 2021


BRUZZ | INTERVIEW “Aan het uiteindelijke resultaat ging veel trial-anderror vooraf,” zegt Kris Verhellen, CEO van Extensa, over de renovatie van de Gare Maritime.

20 JANUARI 2021

I 15


KRIS VERHELLEN, CEO VAN EXTENSA,

samen te werken, om daarna weer te verdwijnen, naar huis of naar een andere werkplek. Zulke kantoren passen niet voor iedereen. De ondernemingen die zich hier vestigen, doen dat omdat ze forward thinking zijn. Op een bepaalde manier zitten ze allemaal met een positioneringsuitdaging. Ze zijn op zoek naar een plek waar ze zich kunnen heruitvinden en waar ze hun mensen – vaak millennials die een beetje excitement verkiezen boven een saaie kantoortuin – een geschikte werkomgeving kunnen aanbieden.

Over architectuur gesproken, de Gare Maritime rijgt momenteel de prijzen aan elkaar met deze renovatie door Neutelings Riedijk. Er lagen voordien andere ontwerpen en ideeën op tafel. Tevreden dat u voor dit plan gekozen hebt?

De Gare Maritime moet ook een publiekstrekker worden. Hoe krijg je Brusselaars, andere Belgen en toeristen erheen?

Veel volk loopt er op een doordeweekse januari-ochtend dan ook niet rond. Een bewakingsagent, enkele tuinmannen die de laatste struiken en bomen aan het planten zijn, een paar scholieren die beschutting zoeken tegen de kou, voor de rest is de enorme hal leeg. Kris Verhellen, al vijftien jaar CEO van Extensa, beseft dat het gebouw nog tot leven moet komen. “We zijn open, je kan binnen, maar het is nog niet interessant, behalve voor de architectuurliefhebber.”

KRIS VERHELLEN: Zeker. Aan het uiteindelijke

BRUZZ | INTERVIEW

resultaat ging inderdaad veel trial-and-error vooraf. Plannen waarvan je eerst dacht: ‘waauw’, belandden vervolgens in de vuilnisbak. De moeilijkheid was om een oplossing te vinden die het industriële gebouw in zijn waarde liet. Er waren voorstellen om allerlei moderne constructies toe te voegen of om de eenvoudige, maar zeer krachtige structuur van het gebouw te verbergen achter spektakelarchitectuur. Ik ben er op een dag met de Spaanse architect Santiago Calatrava doorgewandeld. Hij zei: jullie hebben mij niet nodig, jullie kathedraal staat er al. Ik ben dan ook heel blij met de zeer ingetogen benadering van Neutelings Riedijk: sober, maar met kwalitatieve materialen, zoals Europees eikenhout. De oude Gare Maritime komt nu heel goed tot haar recht.

De bedrijven die hier ondertussen hun intrek namen zijn redelijk divers: adviesbedrijf Accenture, dataspecialist Collibra, platenmaatschappij Universal Music, huishoudapparatenverdeler Bosch-Siemens. Wat wordt de gemeenschappelijke noemer, het DNA van de Gare Maritime? VERHELLEN: De verschillende historische gebou-

wen op het terrein van Thurn & Taxis vormden ooit een enorm distributiecentrum. De goederen kwamen met de trein aan, werden een tijdlang opgeslagen in het douanegebouw en de depots, en vervolgens verdeeld. Vandaag moeten deze gebouwen een distributiecentrum zijn voor de 21ste eeuw, een plaats waar nieuwe ideeën worden verspreid. Zo ook de Gare Maritime met haar atypische kantoorruimtes, gestapeld tot onder de nok van het dak. Het zijn plekken waar mensen bijeenkomen om

VERHELLEN: De mensen zullen inderdaad niet voor

Accenture of de andere kantoren komen. Als je publiek wilt, moet er in dit bijzondere gebouw ook iets te beleven zijn, iets instagramable. Het is onze bedoeling om de hele middenzone te exploiteren. We hebben het unieke gegeven dat het een soort plein is, maar dan overdekt. Er zullen culturele en misschien ook sportieve activiteiten plaatsvinden. Verschillende partijen, grote en kleine, zullen er hun ding kunnen doen. Dat moet nu georganiseerd worden, we zijn open for business. Aan de kant van het park, met uitzicht op de vijvers die binnenkort worden aangelegd, richten we een foodhall in. Daar komen verschillende comptoirs waar je eten kan afhalen. In het midden maken we een grote bar en zetten we tafeltjes neer, onder de bomen. Iets als foodmarket Wolf, ja, maar dan op zijn Thurn & Taxis’. We zijn met verschillende uitbaters in gesprek. Na de zomer willen we opengaan. Eerder zal dat vanwege de coronamaatregelen toch niet kunnen.

KRIS VERHELLEN

16

I

20 JANUARI 2021

Geboren in 1965 Studeerde rechten in Gent en internationaal management in Louvain-la-Neuve Sinds 2005 is hij CEO van Extensa, de vastgoedpoot van de Antwerpse investeringsgroep Ackermans en van Haaren (AvH) Voordien werkte hij voor Leasinvest, ook een (gedeeltelijke) dochter van AvH

Kris Verhellen, CEO van Extensa in de gerenoveerde Gare Maritime.

dan ben je in de shoppingmood. Je hebt iets nodig of je wilt funshoppen. Naar de Gare Maritime kom je om inspiratie op te doen, niet om te kopen. Het wordt niet perfect, alles is met een hoek af. Welke winkels het zullen worden, ligt nog niet vast. Misschien meer wisselende shops, het hele winkellandschap is aan het veranderen. Maar het criterium zal zijn: doet men moeite om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit, de 21ste eeuw.

Onder de kantoren komen winkels. Wat wordt het? VERHELLEN: Het wordt zeker geen klassiek

shoppingcentrum. Daar zijn we niet op gebouwd. Hier geen roltrappen en circulatieplan. Een keten als Zara zou hier niet willen komen. De Gare Maritime wordt meer een plek waar een winkel een merk of product kan neerzetten. De bezoekers leren nieuwe producten kennen, ze krijgen het verhaal achter de totstandkoming te horen of zien hoe het gemaakt wordt. BoschSiemens zal bijvoorbeeld onder zijn kantoren een showroom openen waar demonstraties worden gegeven. Hier zal ook een andere vibe hangen dan in een klassiek winkelcentrum. Als je daar naartoe gaat,

“Er komt inderdaad zo’n drieduizend man op Thurn & Taxis wonen, maar de hele site is ruim dertig hectare” CEO Extensa

Kris Verhellen

Ketenzaken als Zara kunnen doorgaans wel makkelijker een flinke huur betalen dan, zeg maar, een chocolatier die zijn maakproces toont. VERHELLEN: Het zal een evenwicht worden tussen

bedrijven die het kunnen betalen en andere initiatieven, mogelijk zeer klein en lokaal, die wij er graag bij hebben. Ook wij zullen ons businessmodel moeten aanpassen. De vraag is bijvoorbeeld of iedereen huur moet betalen. Een aanwezigheid met een kraam, zoals op een markt, zou ook kunnen. Diezelfde aanpak geldt voor de activiteiten die we nu al op Thurn & Taxis organiseren. Beurzen als Brafa zijn commercieel. Maar vaak vinden hier ook culturele en sportieve evenementen of activiteiten voor jongeren plaats, die niets opbrengen, integendeel zelfs, maar die maken dat de site tot leven komt.

Een aangename en levendige site, dat helpt natuurlijk bij die andere activiteit van Extensa, de verkoop van de appartementen die jullie hier volop aan het bouwen zijn. VERHELLEN: Thurn & Taxis wordt een nieuwe

buurt en voor een nieuwe buurt heb je bewoners


gen. Met dat geld kan de overheid perfect elders sociale woningen bouwen. De osmose tussen de nieuwe en de oude wijk zal natuurlijk niet van vandaag op morgen gebeuren, dat heeft wat tijd nodig. De nieuwe doorgang van de Picardstraat naar het park zal zeker helpen. En we merken nu al dat de bewoners van onze eerste appartementen veel contacten hebben in de buurt en dat mensen uit de bestaande wijken naar onze woningen willen verhuizen.

Hoe heeft de pandemie jullie activiteiten en plannen op Thurn & Taxis beïnvloed? woningen betreft, is er geen noemenswaardige negatieve impact. De markt blijft goed draaien. Bij de kantoren merken we een afwachtende houding, bedrijven weten niet hoeveel ruimte ze nog nodig zullen hebben. Desondanks zijn de meeste kantoorruimtes in de Gare Maritime verhuurd. Waar corona wel een grote negatieve impact op heeft, zijn onze beurzen, evenementen, feesten, vergaderingen en conferenties. Die activiteiten zijn helemaal stilgevallen.

nodig. Die komen eraan met de appartementen die we bouwen. En ja, we proberen de wijk aantrekkelijk te maken, door de Gare Maritime, maar ook door de vergroening.

Hoeveel woningen komen er op de hele site? VERHELLEN: Op het stuk naast de Gare Maritime

komen in totaal een kleine achthonderd woningen, plus een rusthuis met tweehonderd kamers. De assistentiewoningen hebben we geschrapt. Voor het braakliggende terrein naast de Broodrooster van Leefmilieu Brussel zijn we momenteel het masterplan aan het maken. Het is de bedoeling om daar nog duizend woningen neer te zetten.

Volgens het Bijzonder Bestemmingsplan mogen jullie op dat terrein een woontoren van 150 meter bouwen, hoger nog dan de Upsite. Zal dat gebeuren?

ruim dertig hectare. Drieduizend man op dertig hectare, dat is niet te vergelijken met de densiteit in bijvoorbeeld Parijs. Bovendien komt er veel groen op en rond de site. Het is omdat de overheid een flinke parkzone in het midden wilde, dat de appartementsgebouwen zo dicht op elkaar komen te staan. Maar we zullen spelen met de hoogte van de bebouwing, lagere en hogere gebouwen zullen elkaar afwisselen. Dat maakt de densiteit origineler. En op de benedenverdiepingen zal ruimte zijn voor winkels en publieke voorzieningen. Er zal wat autoverkeer bijkomen, maar er is ook een plan voor een betere ontsluiting van de site. Bovendien is het niet meer nodig dat je per woning een parkeerplek maakt. Wij gaan uit van zeven plekken voor tien appartementen. Ik denk dat we niet bang moeten zijn voor densiteit. Een wijk kan, ook al is ze dense, aangenaam en proper zijn.

Voor de bouw van bijna tweeduizend woningen hebben jullie maar tien hectare. Kan de buurt zo’n dichte bebouwing en zoveel nieuwe bewoners slikken? VERHELLEN: Er komt inderdaad zo’n drieduizend

man op Thurn & Taxis wonen, maar de hele site is

VERHELLEN: We hebben daar inderdaad een

vergunning voor, maar we hebben de knoop nog niet doorgehakt. In het Hôtel des Douanes waren kantoren gevestigd en momenteel zit het Pixel Museum in het gebouw. We moeten zien of het opportuun is om nu op die plek een premium hotel te openen. Er zijn al veel hotels en airbnb’s in Brussel. Bovendien lijdt de hotelsector enorm onder de pandemie. Er staan momenteel dan ook weinig operatoren te springen om het risico te nemen een nieuw hotel te openen op Thurn & Taxis. Misschien moeten we het gebouw nog enkele jaren verhuren als kantoor. Dan zal Kanal er zijn en de brug over het kanaal, ons park zal helemaal af zijn en tegen die tijd zullen de Havenlaan en de Picardstraat hopelijk heraangelegd zijn.

In de nieuwe woonwijk zijn geen sociale woningen gepland. Sommigen vrezen dat het een luxebuurt wordt die met de rug naar de omringende oude volkswijken gaat staan.

Alle appartementen op de site worden verkocht, de Broodrooster en het Herman Teirlinckgebouw zijn ook al verkocht, de twee nieuwe wegen die jullie aanleggen, worden overgedragen aan de Stad Brussel. Welke rol wil Extensa op langere termijn spelen op Thurn & Taxis?

VERHELLEN: Eerst en vooral. Het wordt geen

VERHELLEN: Momenteel gaan we er nog altijd van

luxewijk, wel een middenklassenwijk, met ook een percentage geconventioneerde woningen (verkocht voor de prijs van een Citydev-woning, red.). Dat is ook van in het begin de insteek van de Brusselse overheid geweest: een kwalitatieve buurt voor de economisch actieve middenklasse die belastingen betaalt. Bovendien knappen wij Brussels patrimonium op zonder enige subsidie en betalen we belastin-

uit dat we eigenaar en beheerder blijven van de historische gebouwen zoals de Gare Maritime en het Koninklijk Pakhuis. We hebben daar ook huurinkomsten van. Wat we in de toekomst zullen doen, is nog niet beslist. Maar het is niet zo dat we heel snel zullen verdwijnen uit Thurn & Taxis.

VERHELLEN: Daar heb ik nog geen antwoord op.

We mogen die toren bouwen, maar het is geen fetisj voor ons. Een hoge toren heeft immers ook nadelen. Er gaat meer ruimte verloren aan brandveiligheidsvoorzieningen en het is ook een veel groter risico. Je moet in één klap veel meer investeren en als de markt plots stilvalt, blijf je met een stock aan appartementen zitten.

Jullie hadden ook het plan om van het Hôtel des Douanes, het historische douanegebouw gelegen op de hoek van de Picardstraat en de Havenlaan, een hotel te maken. Zal dat nog gebeuren?

BRUZZ | INTERVIEW

VERHELLEN: Wat de bouw en verkoop van de

Op p18 - 19 vindt u een plan van de site 20 JANUARI 2021

I 17


THURN & TAXIS Op Thurn & Taxis mag een toren komen die hoger is dan de Upsite-toren (hier op de achtergrond). “Maar die toren is geen fetisj voor ons,” zegt Kris Verhellen.

D

e Stad Brussel is van plan een school te bouwen op het terrein van Thurn & Taxis en wil daarom een stuk grond op de site overkopen van Extensa. Vorige maand besloot de Stad dan ook een bod te doen van 1,2 miljoen euro. Voor PVDA-gemeenteraadslid Mathilde El Bakri was het aanleiding om de stedenbouwkundige lasten ter sprake te brengen. Dat is een soort belasting die projectontwikkelaars moeten betalen om een deel van de extra investeringen in infrastructuur die door hun bouwproject nodig zijn, te financieren. “Hoe zit het met de stedenbouwkundige lasten op Thurn & Taxis? Die dienen toch om collectieve noden te financieren?” Volgens El Bakri heeft Extensa nog niet alle stedenbouwkundige lasten betaald. “Het is niet aan de bevolking om nog één euro meer te betalen, maar aan Extensa om zijn lasten te betalen,” aldus El Bakri. Kris Verhellen, CEO van Extensa, vindt de aantijging onterecht. “Wij hebben voor alle vergunde projecten op Thurn & Taxis een bankgarantie gesteld ter waarde van de

vastgestelde stedenbouwkundige lasten. Dat zijn we verplicht,” zegt hij. “De som die we verschuldigd zijn, staat op die manier geblokkeerd ten voordele van het Gewest.” Het Gewest kan bij het afleveren van de bouwvergunning ook bepalen dat een deel van het bedrag wordt besteed aan uitrustingen van collectief belang en infrastructuurwerken in de omgeving. “Zo hebben wij volgens afspraak een aantal geconventioneerde woningen gebouwd op Thurn & Taxis en is er ook afgesproken dat de nieuwe weg die onze site moet verbinden met de Dieudonné Lefèvrestraat gefinancierd zal worden met de stedenbouwkundige lasten. Het klopt dat er nog zaken hangende zijn. Maar stel dat die er niet komen, dan kan de overheid altijd de bankgarantie te gelde maken.” “Als de Stad Brussel de lasten zou willen gebruiken om haar schoolproject te realiseren, moet ze aankloppen bij het Gewest,” zegt Verhellen. Volgens hem zal Extensa, als Thurn & Taxis volledig ontwikkeld is, 26 miljoen euro aan stedenbouwkundige lasten betaald hebben. “Nu zitten we al aan meer dan de helft.”

“Hoe zit het met de stedenbouwkundige lasten?” MATHILDE EL BAKRI PVDA-gemeenteraadslid

18

I

20 JANUARI 2021

wat staat er al en wat komt er nog?

LEGENDE

 

staat er al moet nog gebouwd of aangelegd worden grens tussen terrein Extensa (links) en terrein van de Haven van Brussel

PARKLANE residentieel gebied in opbouw, kleine achthonderd woningen en rusthuis met 200 kamers

MAISON DE LA POSTE vergader- en evenementenlocatie, met helemaal boven een bioscoopzaaltje

GARE MARITIME wordt kantoor-, winkel- en evenementencomplex

SHEDS gebruikt voor beurzen en evenementen

HÔTEL DES DOUANES tijdelijk in gebruik door Pixel Museum. Wordt hotel of kantoorruimte.

KONINKLIJK PAKHUIS kantoren, met winkels en horeca op het gelijkvloers


PLAN VAN DE SITE

“De osmose tussen de nieuwe en de oude wijk zal niet van vandaag op morgen gebeuren, dat hee wat tijd nodig”

Simulatiebeeld van de vijver die gepland is voor Gare Maritime.

KRIS VERHELLEN CEO Extensa

LA GARE MARITIME EST OUVERTE AUX ENTREPRISES Avec la magnifique rénovation de la Gare Maritime, le promoteur Extensa a franchi une nouvelle étape dans la reconversion de Tour & Taxis. Une large promenade bordée de jardins a été aménagée dans la nef centrale de l’ancienne gare de marchandises, destinée à devenir une sorte de rambla. Dans les deux allées latérales, l’agence d’architectes de Rotterdam Neutelings Riedijk a construit des espaces commerciaux avec des bureaux au-dessus, tout en bois. Le bâtiment est maintenant presque terminé, mais il lui faut encore du contenu et surtout une âme. BRUZZ s’est entretenu à ce sujet avec Kris Verhellen, PDG d’Extensa. Il considère Tour & Taxis comme un centre de distribution d’idées nouvelles. «Nous voulons attirer à la Gare Maritime des entreprises et des magasins qui s’appliquent vraiment à s’adapter à la réalité du XXIe siècle », dit-il. Dans cette interview, il aborde aussi les deux mille logements qui seront construits sur le site. «Dense, mais sans comparaison avec la densité de Paris, par exemple. »

PARK wordt doorgetrokken tot aan de Havenlaan. Extensa wacht op vergunning voor aanleg vijver Zal Anna Bochdreef verbinden met Dieudonné Lefèvrestraat

Geplande nieuwe school Stad Brussel

MA

Masterplan in opmaak Woontoren van max.150 meter is toegelaten

Concessie Extensa die logistieke hub plant ANNA BOCHDREEF autoverkeer toegelaten

Wordt tweede residentieel gebied met duizendtal woningen

Bedrijven Bedrijven (Van Marcke, Defrancq)

RIT

IEM

DR

EEF

Geplande nieuwe brandweerkazerne van gewest

BRUZZ | INTERVIEW

FR

THE GARE MARITIME IS OPEN FOR BUSINESS Bedrijven (o.a. Brasserie de la Senne) en tijdelijk Rode Kruis

HERMAN TEIRLINCKGEBOUW gehuurd door Vlaamse administratie, eigenaar Baloise Group

BROODROOSTER gehuurd door Leefmilieu Brussel, eigenaar Cofinimmo

With the magnificent renovation of the Gare Maritime, property developer Extensa has taken another step in the reconversion of Thurn & Taxis/Tour & Taxis. A wide promenade lined with gardens has been laid out along the central nave of the former goods depot turning it into a kind of rambla. The Rotterdam architectural firm Neutelings Riedijk built retail spaces in the two aisles with offices above them, all in wood. The building is now almost finished, but still needs a further interpretation and especially a soul. BRUZZ talked to Kris Verhellen, CEO of Extensa, about this. He sees Thurn & Taxis/Tour & Taxis as a distribution centre for new ideas. “We want companies and shops in the Gare Maritime that really make an effort to adapt to the reality of the 21st century,” he says. In this interview, he also mentions the around two thousand homes that will be built on the site. ”Dense, but nothing to the density in, say, Paris.” EN

20 JANUARI 2020

I 19


OOK BRUSSEL OMARMT SOCIAAL GELIJKER EN ECOLOGISCH MODEL VAN KATE RAWORTH

‘We moeten zelf uitvinden hoe we de donuteconomie concreet maken’ Brussel omarmt het donutmodel van bestsellereconome Kate Raworth. Ze wil evolueren naar een sociaal gelijkere stadseconomie die niet ten koste van de planeet gaat. Alleen: hoe breng je dat in de praktijk? De ervaring van Community Land Trust kan misschien de weg wijzen. “Wij herverdelen de grondeigendom al.” — NATHALIE CARPENTIER, ILLUSTRATIE STEVE

M

BRUZZ | ECONOMIE

et haar boek Donuteconomie ging de Britse econome Kate Raworth in 2017 radicaal in tegen het nog steeds overheersende denken in haar vakgebied: het dogma van de economische groei. Achterhaalde theorieën, stelde ze, die niet alleen een wereld van extreme armoede naast exuberante rijkdom hadden gecreëerd, maar ook de natuur zwaar hadden aangetast. Raworth wilde het omkeren: welzijn voor mens én planeet vooropstellen en vervolgens kijken welke economie daarbij past. Het beeld van een donut visualiseerde het best waar we volgens haar wél heen moeten. Een sociaal rechtvaardige economie die niemand achterlaat in de binnenste ring van de zoete koek, het ‘gat’ waar mensen basisbehoeften zoals voedsel, wonen, gezondheidszorg,

onderwijs of politieke inspraak ontberen. Maar tegelijk een ecologisch verantwoorde economie die ook de buitenste ring van de donut – de draagkracht van de planeet – niet overschrijdt bij de consumptie van natuurlijke grondstoffen. Raworths ideale economie situeert zich tussen die twee grenzen, in het ‘deeg’ zeg maar. Haar ideeën sloegen aan. Het boek werd een bestseller en politici, denkers en organisaties over de hele wereld wilden bij haar in de leer. Vooral grootsteden lijken dé plek om Raworths ‘zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw’ in de praktijk te brengen, Amsterdam sprong als eerste op de kar, dit najaar voegde ook Brussel zich bij het lijstje steden bij monde van Barbara Trachte

“Als je de zaak écht inclusief aanpakt, werk je zoals wij met Brusselse jongeren en maak je ze volwaardig deel van het project” MYRIAM STOFFEN Coördinatrice Zinneke

20

I

20 JANUARI 2021

(Ecolo), staatssecretaris voor Economische Transitie in het Brussels Gewest.

DONUTSCAN Waar begin je? Een donutscan van de huidige stad maken, kan een eerste aanzet zijn, zegt Tristan Dissaux van Confluences. Die vzw zet samen met de Brusselse managementschool Ichec de schouders onder de Brusselse donut, hierbij geadviseerd door het praktijklaboratorium van Raworth. Dat te veel Brusselaars onder de armoedegrens leven, en de dichtbevolkte stad grondstoffen verslindt en veel CO2 uitstoot is bekend, maar de lens scherper stellen, kan nuttig zijn. “Neem bijvoorbeeld de toegang tot water,” zegt Dissaux. “Er zijn gegevens verkrijgbaar per gemeente hoeveel water per kubieke meter wordt verbruikt, maar dat zegt niets over de mogelijk ongelijke verdeling ervan. Verbruiken de rijke inwoners tien keer meer dan armere inwoners of twintig keer? Wie heeft geen toegang tot water en waarom? Door die data te bekijken door een donutbril kan je je ook bewust worden van de ongelijkheid in de toegang tot basisgrondstoffen. Soms zijn die gegevens er niet, hoewel ze erg relevant kunnen zijn.” Dan nog blijft de vraag: hoe vertaal je het naar het terrein? Voor de hand ligt het niet, in haar boek beschrijft Kate Raworth de theorie

© ROTOR

en de grote principes. “Hoe we het in de praktijk moeten brengen, moeten we zelf uitvinden,” beaamt Dissaux. “De donut is een kompas dat de richting voor onze economie moet aangeven.” Ook bij pionier Amsterdam blijft de vertaling op het terrein vooralsnog beperkt. Na een jaar zijn er slechts drie zogenoemde ‘donut-deals’ gesloten: één initiatief waarbij kansarme vrouwen hun energierekening naar beneden leren te krijgen door isolatiemateriaal te naaien achter hun gordijnen en in een tweede project verzamelen bewoners groente- en fruitafvalresten voor een biomassa-vergister. Ten slotte is er de Quick Fix-brigade, een klusteam van bewoners die met eenvoudige ingrepen hun woning verduurzamen.

BEGEESTERD In Brussel willen ze het anders aanpakken en hebben ze de ambitie om van bij de aanvang mensen te voeden met ideeën vanuit heel concrete praktijkvoorbeelden. Door vanuit een donutbril te kijken naar enkele bestaande Brusselse projecten die uit eigen beweging al zo groen én sociaal mogelijk


© DELPHINE MATHY

proberen te werken, willen ze kijken hoever je kan gaan in het uitwerken van de principes. Zo hoopt Brussel onder meer lessen te trekken uit het Arc-en-Cielproject van Community Land Trust en het Masuiproject van Zinneke vzw. “Ik werd meteen begeesterd toen ik Raworths boek destijds las,” vertelt Geert De Pauw, medeoprichter van Community Land Trust (CLT). “Onze aanpak sluit helemaal aan bij de duurzame economie die ze schetst.” CLT zorgt dat mensen met een laag inkomen tóch een betaalbare woning kunnen kopen. Het basisprincipe? De grond is van iedereen en die moet gebruikt worden om te voorzien in de behoeften van de gemeenschap. Bij hen koop je dus wel een huis, maar niet de grond waarop het huis staat, die blijft van de gemeenschap. Hun aanpak sluit al aan bij Raworths ideeën. “Een van haar zeven stappen om tot een duurzamere economie te komen is herverdeling, van inkomens, vermogen én grondeigendom,” verduidelijkt De Pauw. “Veel ongelijkheid ontstaat doordat

sommigen eigenaar zijn van gronden en anderen niet. De eigenaars, zeker hier in Brussel, kunnen daarmee speculeren. Het gevolg is dat huurders meer en meer moeten betalen, terwijl eigenaars meer en meer verdienen. Die ongelijkheid kan je volgens Raworth aanpakken door te werken met gemeenschapsgronden.

BRUZZ | ECONOMIE

© DELPHINE MATHY

DESIGNMEUBELS Brussel hoopt ook te leren uit de renovatie van het Masuiproject, een complex van zes gebouwen dat een einde moet maken aan het nomadenbestaan van Zinneke vzw, een sociaal-artistieke organisatie die vooral bekend is van de tweejaarlijk-

Als je de donutprincipes toepast bij een renovatie kan je erg ver gaan in herbruik van materiaal. Zinneke deed dat voor het Masuigebouw: ze hergebruikten de bekende witte trap uit het vroegere Boudewijngebouw.

Precies waar wij mee bezig zijn! Wat ze schrijft, is niet helemaal nieuw, maar de verbanden die ze legt en de grafische weergave ervan prikkelen wel enorm. Ze biedt een zeer interessante bril om naar ons werk te kijken.” Samen met Confluences gaat De Pauw nu na hoe zij in hun aanpak ernaar streven om binnen ‘het deeg’ te blijven. Ecologisch en sociaal duurzaam? Check. “We bouwen niet alleen passief, maar leiden de bewoners ook op, zodat ze die woningen juist gebruiken, waardoor het potentieel ten volle benut wordt.” Handelingsvaardigheid en zelfstandigheid versterken? Check. “We betrekken de bewoners bij het bestuur, laten hen mee nadenken over het beheer en het finale ontwerp van de woningen.” Welzijn voor iedereen, ook voor de zwaksten of minst kapitaalkrachtigen? Check. “Goede huisvesting is de basisgarantie voor je gezondheid en welzijn.” De donutbril laat hem ook vooruitblikken. “Misschien moeten we modulair bouwen? In plaats van klassiek af te breken en te vernieuwen bij de aanpassing van een huis aan gewijzigde noden, kan je werken met modules die je kan verplaatsen. Als je een gebouw tegelijk gebruikt als een materiaalbibliotheek waarbij je alle gebruikte materialen archiveert, zodat je na zestig jaar nog weet wat je kan hergebruiken, werk je circulair. Maar dat vergt een aangepaste eigendomsstructuur. Ons model waarbij de eigenaar van de gronden – de gemeenschap – zich verantwoordelijk voelt voor een duurzaam gebruik van die gronden leent zich daar perfect voor.” Enthousiasme genoeg, al blijft de schaal beperkt, beseft De Pauw. CLT heeft tot nu 49 woningen en er staan er 150 op stapel. “Wat kan je leren uit één klein project in Molenbeek? Het kan wél interessant worden als je onze benadering van grondeigendom zou toepassen op grotere delen van Brussel.”

20 JANUARI 2021

I 21


22

BRUZZ | ECONOMIE

OOK BRUSSEL OMARMT SOCIAAL GELIJKER EN ECOLOGISCH MODEL VAN KATE RAWORTH

se feeërieke Zinneke Parade. Coördinatrice Myriam Stoffen van Zinneke koos in 2014 al voluit voor een sociale, groene aanpak. Nu analyseren ze in hoeverre ze daarbij het planetaire plafond en de sociale donutondergrens respecteerden. “Eind april is onze renovatie klaar en kunnen we onze ervaring delen met wie ook zo te werk wil gaan,” vertelt Stoffen. “Die timing valt wonderlijk samen met de vraag om ook donut.brussels te voeden met wat wij geleerd hebben. Dat geeft ons een extra denkkader om ons werk te analyseren.” Bij hun subsidieaanvraag voor de renovatie in 2014 stond duurzaamheid met een sociaal traject al centraal. Zinneke werkte ook samen met Rotor vzw, die onderzoek doet naar hergebruik van materiaal en een spin-off heeft waar je tweedehandsbouwmateriaal kan kopen. “We wilden zo ecologisch mogelijk renoveren en zoveel mogelijk hergebruiken op grote schaal,” vertelt Stoffen. “Dan bedoel ik niet enkel wat meubels en bakstenen recycleren, maar echt doorgedreven hergebruik van materialen. We wilden weten hoe ver we daarin konden gaan.” Erg ver. Om maar één voorbeeld te noemen: de bekende witte trap uit het vroegere Boudewijngebouw – de Schans van Brussel – heeft Zinneke volledig hergebruikt. “Normaal zou die bij de afbraak I

20 JANUARI 2021

gewoon op het stort of bij de ijzerhandelaar zijn beland. Wij zijn die gaan afbreken, hebben die in stukken verzaagd en op verschillende plaatsen in het gebouw hergebruikt. Ook een enorme ventilatie-installatie uit de Brouckèretoren kreeg bij ons een tweede leven, doorgaans is dat absoluut not done voor een technische installatie.” Raworth spreekt over inclusieve economie. Dat betekent geen verspilling van grondstoffen, maar evenmin verspilling van talent. Op dat vlak wilde het Masuiproject eveneens van bij het begin het verschil maken. “Hoe verloopt een klassieke renovatie? Je kiest een architect, die tekent een plan en een bedrijf schakelt vervolgens doorgaans Oost-Europese werkkrachten in om het uit te voeren,” schetst Stoffen. “Als je de zaak écht inclusief aanpakt, werk je zoals wij met Brusselse jongeren en maak je ze volwaardig deel van het project.” Zinneke wierf jonge Brusselaars aan, tekende een opleiding in renovatietechnieken uit met zoveel mogelijk aandacht voor hergebruik en betrok ze ook bij alle andere aspecten. “Ongelooflijk wat die nu kunnen maken met oude balken of tweedehandsramen, hun werk kan zo in een designcatalogus. Maar het zijn ook volwaardige partners van de architect en het bouwbedrijf

Community Land Trust bleek al heel wat donutprincipes toe te passen. Ze herverdelen grondeigendom, bouwen passief en betrekken de bewoners daarbij, op de foto’s een werfbezoek aan het Arc-enCielproject.

geworden. Als iedereen multidisciplinair werkt, spreek je de collectieve intelligentie aan en vind je meer en betere oplossingen voor elk probleem. Dat is co-creatie.” Een aanpak en opgebouwde kennis die ze hopen elders ook terug te zien en te kunnen doorgeven, zowel voor bouwrenovaties als voor hun eigen artistieke creaties. Toch wil Stoffen bescheiden blijven. “Een economie verander je niet in een vingerknip, dit is een begin. Ons project van vierduizend vierkante meter is slechts een van de vele kleine, maar daarom niet minder ambitieuze experimenten in de stad.” Hoe dan ook blijft het allemaal nog erg pril. De twee genoemde

‘proefprojecten’ bestonden al, ze werden niet geïnspireerd door de donuttheorie. Ook de oproep aan Brusselaars om mee te dromen over die groene, sociaal rechtvaardige stad van de toekomst via donut.brussels creëert voorlopig nog weinig animo. Tot nu zijn er slechts een 520-tal virtuele leden. Donut.brussels wil bewust van onderuit groeien. “Veel mensen in Brussel zijn al bezig met duurzaamheid. We willen hen hier zo veel mogelijk bij betrekken en kijken hoe we kunnen samenwerken,” stelde Laure Malchair, directeur Confluences het project eind november verder voor in een webinar. “Economische transitie naar een duurzamere stad zit in het hart van het politieke


L’ÉCONOMIE DU DONUT À BRUXELLES Bruxelles embrasse le modèle économique du Donut de l’économiste et auteure de best-seller Kate Raworth. Raworth veut évoluer vers une économie urbaine sociale plus équitable qui ne se fait pas au détriment de la planète : comment faire cela dans la pratique? Selon Raworth, le donut visualise bien ce que l’on veut atteindre. Une économie socialement juste qui ne laisse personne dans l’anneau intérieur, le ‘trou’ où se situent la nourriture, le logement, les soins de santé, l’enseignement ou la participation politique. Mais aussi une économie écologiquement responsable qui ne dépasse pas l’anneau extérieur du donut – la capacité de la planète – au niveau de la consommation des ressources naturelles. L’économie idéale de Raworth se situe entre ces deux limites, dans la ‘pâte’ en quelque sorte. Comment traduire cela concrètement ? À Bruxelles, on veut tirer des enseignements de l’expérience de projets sociaux et verts existants tels que les projets Masui de Zinneke et Arc-en-Ciel du Community Land Trust. FR

xxx

THE DONUT ECONOMY IN BRUSSELS Brussels is embracing the donut model of the best-selling economist Kate Raworth. She wants us to evolve towards a more socially equal urban economy that is not at the expense of the planet. The question is: how do you put this into practice? According to Raworth, a donut is the best visualisation of where we need to go, which is a socially just economy that leaves no-one behind in the inner ring of the sweet spot, the ‘hole’ where people lack basic needs like food, housing, health care, education or political participation. But, at the same time, an ecologically responsible economy that does not exceed the outer ring of the donut – the carrying capacity of the planet – in terms of consumption of natural resources. Raworth’s ideal economy is situated between these two boundaries, in the ‘dough’ so to speak. How do you translate that in concrete terms? In Brussels, they hope to learn from the experience of existing social and green projects such as the Masui renovation project by Zinneke and the Arc-en-Ciel project by Community Land Trust. EN

programma van de Brusselse regering. In deze eerste verkennende fase onderzoeken we hoe de donut de transitie kan versnellen.” Verregaandere impact valt mogelijk te verwachten als je de donutprincipes als voorwaarde hanteert bij de toekenning van Brusselse subsidies. Dat staat ook op het programma, zegt Tristan Dissaux van Confluences. “Enkele administraties zijn al geïnteresseerd om het uit te testen, maar het is nog te vroeg om al kenbaar te maken welke.” Als de sociale en ecologische impact begint door te wegen bij toekenning van subsidies, heb je mogelijk wel een échte hefboom in handen. Een kompas voor de toekomst.

“Kate Raworth biedt een zeer interessante bril om naar ons werk te kijken” GEERT DE PAUW Community Land Trust

WEBINAR CITIES AS PLACES OF HOPE Op vrijdag 22 januari om 15 uur organiseert Oikos een webinar over de donuteconomie, ‘Cities as places of hope’, met onder meer Kate Raworth en Barbara Trachte. Info@oikos.be en https://donut.brussels/


LANDELIJKE GEMEENTEN VRAGEN COMPENSATIE VOOR VERDWIJNENDE BUSLIJNEN

Vlaamse Rand wacht op plan voor openbaar vervoer Als enige van de vijien Vlaamse ‘vervoerregio’s’ hee de Vlaamse Rand nog geen nieuw openbaarvervoerplan voor 2022. De discussie daarover zit muurvast, omdat het plan budgeair een nuloperatie moet zijn. Extra bussen voor dichtbevolkte zones gaan zo ten koste van de bediening van landelijkere gemeenten rond Brussel. — SARA DE SLOOVER

S

BRUZZ | MOBILITEIT

chepenen van Mobiliteit uit het Pajottenland en de Zennevallei zijn niet te spreken over het nieuwe vervoerplan van De Lijn voor hun regio, zoals dat nu op tafel ligt. Volgens de plannen zullen heel wat buslijnen in hun gemeenten worden geschrapt en verhuizen naar dichtbevolkte gebieden in de Rand. De Vlaamse overheid stapte in 2019 over van het concept ‘basismobiliteit’, waarbij iedere Vlaming op enkele honderden meters van zijn deur een bus- of tramhalte moest hebben, naar ‘basisbereikbaarheid’, waarin openbaar vervoer zich concentreert op de plekken waar de grootste vraag bestaat, om zo budgetten optimaal in te zetten. Vlaanderen werd door het nieuwe decreet opgedeeld in vijftien vervoerregio’s. Die krijgen elk een vervoerplan, mee beslist door een ‘vervoerregioraad’ waarin de lokale besturen zitten. De nieuwe vervoerplannen moesten normaal begin dit jaar van kracht worden, maar Vlaams minister van Mobiliteit

Lydia Peeters (Open VLD) stelde dat met een jaar uit. Er moest nog veel onderhandeld worden. Belangrijk is immers dat de vervoerplannen ‘budgetneutraal’ moeten zijn, met andere woorden: er mag niet meer geld uitgegeven worden aan het nieuwe vervoerplan dan aan het huidige. “Extra bussen of trams inzetten op drukke lijnen betekent dus snoeien in het aanbod op andere plaatsen,” verduidelijkt Stefan Stynen, de voorzitter van TreinTramBus, de belangenvereniging van openbaarvervoergebruikers.

UITWAAIEREND Inmiddels zijn alle vervoerregio’s er onderling uit en staan de vervoerplannen online, met één uitzondering: de Vlaamse Rand, de vervoerregio rond Brussel. Daar zijn een veertigtal gemeenten lid van, van het bijzonder landelijke Bever en Herne tot meer verstedelijkte gemeenten als Zaventem en Vilvoorde, of faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem.

“Als we in 2022 naar Brussel willen komen, zal dat op deze manier nog meer met de wagen zijn in plaats van minder” SIMON DE BOECK Schepen van Mobiliteit in Gooik (CD&V) 24

I

20 JANUARI 2021

Met het nieuwe plan zouden landelijkere gemeenten in de Vlaamse Rand minder busritten naar Brussel krijgen. © IVAN PUT

“Het plan dat op tafel ligt, behoudt de grote lijnen naar Brussel en andere kernen als Aalst, Ninove en Grimbergen,” zegt Stefan Stynen. “Het basisprincipe is ‘uitwaaierende’ trajecten beperken, met twee of meer buslijnen die op eenzelfde punt starten en eindigen. Naar Lennik bijvoorbeeld zijn er nu twee buslijnen die zouden samengebundeld worden. Dat is leesbaarder voor de reiziger, en aan de haltes van die ene lijn wordt de frequentie dan verdubbeld.” Volgens hetzelfde stramien gaat in de huidige plannen buslijn 213 Aalst-Brussel bijna volledig op de schop, omdat ze een traject volgt waarlangs een aantal stations liggen. Ter compensatie zal bus 214 – ook tussen Aalst en Brussel – vaker rijden. Buslijnen 460 en 461 zouden fuseren tot één meer frequente lijn naar Londerzeel, Willebroek en Boom, die op iets langere termijn wordt vervangen door de Brabanttram. “Ook voor Brusselaars en pendelaars in Brussel is het relevant

dat een aantal snelbussen volgens de huidige plannen verdwijnt,” zegt Stynen. “Onder meer snelbus 471, die vanuit Brussel-Noord naar Bordet rijdt en vandaar bedrijven(zones) in de Rand aandoet. Ze kunnen wel een normale bus nemen. Over een jaar of drie-vier pas zal de luchthaventram uitrijden die hier een alternatief voor is.” Tegelijk komt er al zeker een nieuwe snelbus in de spits van Etterbeek via Hermann-Debroux naar Overijse, Huldenberg en Ottenburg – binnen het vervoerplan van de regio Leuven. Lijn 620, tussen het Erasmus-ziekenhuis in Anderlecht en de luchthaven van Zaventem en de enige nachtlijn in het gewest, staat wel nog in de plannen en lijkt op korte termijn dus niet meer bedreigd.

DEELFIETSEN Maar om de dichtstbevolkte gebieden in de Rand meer bussen te bezorgen, moeten er buslijnen in meer landelijke gebieden geschrapt worden. Zeker in het Pajottenland,


“Ook voor Brusselaars en pendelaars in Brussel is het relevant dat enkele snelbussen volgens de huidige plannen zouden verdwijnen” STEFAN STYNEN

de Zennevallei en sommige delen van Zemst, Kampenhout of Londerzeel zal dat betekenen dat veel openbaar vervoer verdwijnt. “Daar was een akkoord over, het heeft geen zin om bussen leeg te laten rijden. Maar dan moet er wel in voldoende budget voorzien worden voor vervoer op maat voor die kleinere gemeenten,” zegt Simon De Boeck (CD&V), schepen van Mobiliteit van Gooik. “Dat vervoer op maat kan van alles zijn, van deelfietsen of deelauto’s tot openbaarvervoertaxi’s, of kleine pendelbusjes in de spitsuren,” legt Stefan Stynen uit. “Het probleem is dat de Vlaamse overheid daar in de Vlaamse Rand nauwelijks in budget voor heeft voorzien, waardoor de meer landelijke gemeenten er zich nu bekocht voelen. Met de voorziene 300.000 euro kun je één belbus een jaar lang elke dag laten rijden, om je een idee te geven.” De Vlaamse overheid gebruikte het budget van de aanwezige belbussen als maatstaf voor het

budget voor vervoer op maat. “Maar wij hadden helemaal geen belbussen,” zegt schepen De Boeck. “Wij hadden als regio gekozen om dat geld te spenderen aan het inleggen van extra ‘gewone’ buslijnen.” “Ze hebben er nu vrij willekeurig 300.000 euro van gemaakt, een bedrag dat geleidelijk iets zal stijgen, maar het blijft tien keer minder dan de vier miljoen die we volgens een studiebureau nodig hebben om in het vervoer op maat te voorzien.” Ter vergelijking: de vervoerregio Kortrijk krijgt twee keer zo veel geld voor vervoer op maat als de Vlaamse Rand, de vervoerregio Gent zelfs zes keer zo veel. “De Vlaamse regering zegt dat de Vlaamse Rand al goed toebedeeld is qua budget voor kern- en aanvullende buslijnen, maar dit is dan ook een heel diverse regio. Machelen is niet te vergelijken met pakweg Herne.”

UITGAAN IN BRUSSEL “De grotere gemeenten hebben terecht meer openbaar vervoer nodig, maar als ik zie wat dat voor

gevolgen heeft voor onze gemeente, is dat onmogelijk,” zegt ook Kristien Vanhaverbeke (N-VA), schepen van Mobiliteit in Beersel. “Het nieuwe vervoerplan zoals het nu voorligt, knipt buslijnen door, kort andere lijnen in of verlaagt de frequenties. Buslijn 154 naar Anderlecht bijvoorbeeld zou minder vaak rijden en ’s avonds vroeger stoppen. Het wordt dan minder makkelijk om in Brussel uit te gaan.” Om de impasse aan te kaarten, heeft de vervoerregioraad een brief gestuurd naar minister Peeters. “Op korte termijn zullen mogelijke oplossingen besproken worden,” klinkt het bij het Vlaams departement Mobiliteit en Openbare Werken. “Een mogelijke denkpiste zou kunnen zijn om binnen de vervoerregio met budgetten te schuiven tussen de verschillende vervoerlagen. Die piste wordt voorbereid en zal binnenkort besproken worden.” “Uiteindelijk kan het departement,

en dus eigenlijk de minister, de bestaande plannen er wel doorduwen,” zegt Stynen. “Om geld vrij te maken voor meer vervoer op maat, zou je inderdaad de frequentie op buslijnen kunnen verlagen. Maar ik kan me niet voorstellen dat men dat verkocht krijgt in gemeenten zonder station als Sint-Pieters-Leeuw of Grimbergen. Het laatste wat je moet doen als je werk wil maken van een ‘modal shift’ is in sterke buslijnen snijden.” “Als we in 2022 naar Brussel willen komen, zal dat op deze manier nog meer met de wagen zijn in plaats van minder,” denkt schepen De Boeck. Als je al met de auto naar de stelplaats van de bus richting Brussel moet rijden, zullen velen in die auto blijven zitten.” “Dat is inderdaad een risico,” reageert Stynen. “Als je mensen verplicht om een deel van hun traject met de auto te doen, valt niet uit te sluiten dat ze doorrijden.”

LA PÉRIPHÉRIE FLAMANDE ATTEND LE PLAN DE MOBILITÉ DE DE LIJN

THE BRUSSELS PERIPHERY WAITS FOR DE LIJN’S TRANSPORT PLAN

La périphérie flamande de Bruxelles est la seule des 15 « régions de transport » flamandes à ne pas encore être dotée d’un plan pour les transports publics pour 2022. À Bruxelles, certains bus rapides disparaîtraient, et certaines lignes fusionneraient afin d’augmenter la fréquence. Mais les discussions sont bloquées car le plan ne peut pas dépasser le budget prévu. S’il y a davantage de bus dans les zones densément peuplées, cela se fera au détriment des communes plus rurales. Ces dernières nécessitent davantage de budget pour des transports sur mesure et à petite échelle.

As the only one of the fifteen Flemish “transport regions”, the Brussels periphery still does not have a new public transport plan for 2022. For Brussels, a number of express busses would disappear and other bus lines would merge in order to increase the frequency. But the discussion about the plan is completely stuck, because the new plan cannot have any impact on the budget. Extra buses for densely populated areas are at the expense of serving more rural municipalities around Brussels. They require more budget for small-scale customised transport.

FR

BRUZZ | MOBILITEIT

Voorzitter TreinTramBus

EN

20 JANUARI 2021

I 25


Reeks

DE HEYVAERTWIJK De diagnose De plannen voor de wijkontwikkeling Lopende projecten

De Heyvaertwijk tussen de Bergensesteenweg en het Kanaal van Charleroi staat al veertig jaar bekend om haar intercontinentale handel in tweedehands-

wagens. Nu lijken ambitieuze plannen de zwanenzang van de sector in te luiden. In drie reportages kijkt BRUZZ naar een wijk in transitie.

De voorzichtige weg naar stadsvernieuwing

26

I

20 JANUARI 2021


— HANS VANDECANDELAERE, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE de bouw van het Kleine Zennepark, in de voormalige rivierbedding. Het zou een as van zachte mobiliteit moeten worden die aan de uiteinden twee attractiepolen verbindt: de slachthuizen en het heraangelegde gebied van de Ninoofsepoort. Het Richtplan erkent de wijk zelfs als aankomstwijk. Het is de plaats waar veel nieuwkomers onderaan de ladder timmeren aan hun weg naar boven. Daarom mikt het plan onder meer op een verhoging van de sociale dienstverlening.

AUTOHANDEL BLIJFT DE SPIL “Maar,” werpt Claire Scohier van Inter-Environnement Bruxelles op, “zowel het stadsvernieuwingscontract als het Richtplan ging er qua visie vanuit dat de dominante autohandel zou verhuizen naar de geplande roroterminal (Roll-on/roll-off), op een terrein van de Haven van Brussel. Je kan nu eenmaal geen honderden extra wooneenheden creëren, zolang de garagehouders en de transporteurs er nog zijn. Je hebt daar hun percelen voor nodig. Idem dito voor de aanleg van het park van de Kleine Zenne. Daarvoor moeten 23 percelen worden onteigend. Veel daarvan zijn in handen van de autohandelaars en bieden werkgelegenheid aan veel ▼

R

ond 1980 ruimde vleeshandel in de Heyvaertstraat plaats voor autohandel. Maar anno 2021 komt die autohandel nu stilaan zelf in het gedrang. De motor van die verandering? Het stadsvernieuwingscontract Heyvaert-Poincaré en een omkaderend Richtplan van Aanleg, dat in 2019 door de regering in eerste lezing werd goedgekeurd. Daarmee is het Brussels Gewest inzake stadsontwikkeling meer dan ooit aan zet. “Een logische evolutie,” vindt bouwmeester Kristiaan Borret. “We kijken naar een relatief jong gewest dat zich met toenemende bevoegdheden steeds verder emancipeert. Voordien was het Gewest sterk afhankelijk van de gemeenten om planningsvisies te laten goedkeuren.” Het Richtplan mag ambitieus heten. Meer nog, op papier getuigt het van een geïntegreerde, holistische aanpak. De woonfunctie moet in de Heyvaertwijk drastisch worden versterkt en verbeterd door de injectie van betaalbare en kwaliteitsvolle woningen. Tegelijk moet het een gemengde wijk blijven, die plaats biedt voor nieuwe productieve bedrijven. Hierin moeten ook kortgeschoolden aan de bak. Om de leefkwaliteit te verhogen, mikt het plan op de aanleg van nieuwe open ruimten en het openbreken van binnenterreinen. Het pronkstuk in dit verband is

B R U Z Z | R E P O R TA G E

De dominante autohandel staat in de Heyvaertwijk op losse schroeven. Sommige autohandelaars voelen dat en beginnen zich in de buurt te profileren als vastgoedeigenaars. De overheid heeft eigen plannen en wil een gevarieerd residentieel aanbod, nieuwe publieke ruimte en industriële activiteiten die minder overlast veroorzaken.

Onder meer de parkingstrook van het bedrijf Abou Zeid zou een onderdeel van het Kleine Zennepark moeten worden.

20 JANUARI 2021

I 27


PLANNEN VOOR DE HEYVAERTWIJK

“Het is goed dat de overheid hier en daar grond verwer. Later kan ze met een juiste invulling impulsen geven om de transitie een beetje te sturen” SARAH DE BOECK

Onderzoekscel Cosmopolis (VUB)

B R U Z Z | R E P O R TA G E

kortgeschoolden. Maar het roroproject is eind 2019 voorgoed begraven. Daar houdt het Richtplan op dit ogenblik geen rekening mee.” De autohandelaars blijven dus met 103.000 vierkante meter mobiliseerbare grondoppervlakte de spil van het verhaal. De bouwmeester relativeert: “De plannen zijn inderdaad uitgedacht vanuit de veronderstelling dat de autohandel zal verdwijnen en dat de verhuizing naar de roroterminal dat proces zou versnellen. Maar eigenlijk is het falen van het roroplan een geluk bij een ongeluk. We gaan nu eerder een organische, geleidelijke evolutie tegemoet, waarbij de autohandelaars allicht stapsgewijs zullen wegtrekken. Trage ontwikkelingen zijn vaak beter. De buurt komt niet plots leeg te staan. De handelaars hebben tijd om zich te heroriënteren en overheden kunnen gemakkelijker bijsturen wat niet werkt. Hoe dan ook gaat het Richtplan uit van een periode van tien tot twintig jaar.” Het vermoeden van het vertrek van de autosector is gestaafd. Alleen al vanuit de nieuwe mobiliteitsvisie op de stad wordt de positie van de autohandelaars stilaan onhoudbaar. Het Gewest voorziet vanaf 2022 in een slimme kilometerheffing. De volledige dieselban komt eraan en rond 2035 zelfs de benzineban. De sector zelf doet het al enkele jaren minder goed. “Globaal gezien draaien we vandaag dertig procent minder omzet,” zegt Pierre Hajjar. Met zijn transportbedrijf Socar is hij een van de grootspelers in de Heyvaertwijk. Hij treedt ook

vaak op als onderhandelaar met de overheid. “De strengere wetgeving op cashtransacties speelt ons parten,” zegt hij. “Klanten kunnen nu nog slechts tot 3.000 euro in cash aankopen. Ze kunnen uiteraard ook geld overmaken via Western Union, maar ook daar zijn de transfers tot 2.000 euro beperkt. Een handelaar die 10.000 euro tegoed heeft, moet dus vijf keer in de wachtrij van het bureautje gaan staan. Die maatregelen treffen vooral de kleinere bedrijven in de wijk. Voor Socar is dat minder erg. Wij hebben in tien Afrikaanse landen eigen bureaus waar de betaling kan gebeuren. Vandaar schrijven we het over naar België.” Een ander obstakel is dat veel Afrikaanse landen strengere regels opleggen. Te oude en vervuilende auto’s komen er niet meer in. Ook dat doet de verkoop krimpen. Maar het is niet de eerste keer dat de autosector in de Heyvaertwijk getuigt van veerkracht en flexibiliteit. “Er is een groeiende Afrikaanse middenklasse die vragende partij is voor recente tweedehandsauto’s die gemaakt zijn volgens Europese kwaliteitsnormen,” zegt Hajjar. Mogelijk schakelt de sector dus nog een poos over op minder, maar beter.

VAN AUTOHANDELAAR NAAR VASTGOEDMAKELAAR Toch groeit het idee van de geleidelijke aanvaarding om te verhuizen. Zowel in Molenbeek als in Anderlecht bevestigen politici dat er handelaars zijn die bij de dienst urbanisme aanvragen

Zaakvoerder Pierre Hajjar is met zijn transportbedrijf Socar een van de grootspelers in de wijk: “Globaal gezien draaien we dertig procent minder omzet dan vroeger.”

28

I

20 JANUARI 2021

indienen voor de herbestemming van hun panden in vastgoed. “Ze zitten op goud,” analyseert de Molenbeekse schepen Jef Van Damme (SP.A). “Alleen al de oplevering van het park aan de Ninoofsepoort doet in de Heyvaertwijk een meerwaarde op de vastgoedmarkt ontstaan. De autohandelaars beseffen dat en transformeren zich in vastgoedeigenaars.” Pierre Hajjar wilde bijvoorbeeld in de Dauwstraat een eigendom omzetten in veertig appartementen. Maar het Richtplan verplichtte hem om zeventig procent van de benedenverdieping voor te behouden aan productieruimte en in twintig procent te voorzien voor sociale woningen. “Dat was niet meer rendabel. Ik wacht nu af,” zegt hij. “We kijken naar de klassieke tegenstelling die eigen is aan stadsontwikkeling,” stelt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. “Je hebt de eigenaars die zoveel mogelijk rendement willen halen uit hun bezittingen en aan de andere kant een overheid die de wijk in een bepaalde richting wil sturen. Een te lange patstelling is niet wenselijk, maar ik heb er wel vertrouwen in dat de autohandelaars met de tijd zullen bijdraaien. Winst zullen ze hoe dan ook maken. Tot dan is het goed als de overheid haar been wat stijf houdt.


LA VOIE PRUDENTE VERS LA RÉNOVATION URBAINE Vers 1980, le commerce de viande dans la rue Heyvaert a fait place au commerce des voitures. Mais en 2021, le commerce automobile se voit à son tour compromis. Le moteur de ce changement? Le Contrat de rénovation urbaine Heyvaert-Poincaré et un Plan d’Aménagement Directeur, qui a été approuvé par le gouvernement en première lecture en 2019. Cela signifie que la Région bruxelloise a plus que jamais son mot à dire dans le développement urbain. La tendance du gouvernement est d’investir. Sarah De Boeck est associée à la cellule de recherche Cosmopolis de la VUB et suit de près les développements. « Cela peut rapidement prendre la mauvaise direction. Les grandes parcelles de terrain qui seront finalement disponibles sont lucratives pour les promoteurs. C’est une bonne chose que le gouvernement acquiert des terrains ici.»

Pierre Mehanna, zaakvoerder van autobedrijf Mecar, wou zijn hangar verbouwen tot een complex van appartementen, maar dat project ging niet door.

B R U Z Z | R E P O R TA G E

FR

THE CAUTIOUS PATH TO URBAN RENEWAL The meat trade along the rue Heyvaertstraat made way for the car trade around 1980. But by 2021, the car trade itself is gradually being pushed away. The driving force behind this? The HeyvaertPoincaré urban renewal contract and a guideline development plan approved by the government at its first reading in 2019. This means that the Brussels Region has a greater say in urban development than ever before. One trend is that the government purchases real estate. Sarah De Boeck is connected to the Cosmopolis research project at the VUB and follows the developments closely. “Things can quickly go the wrong way. The large plots that eventually will become available are lucrative for project developers. It is good that the government is acquiring some of these plots. Later, the government can help nudge the transition somewhat in the right direction.” EN

Je moet vermijden dat de privésector ongestuurd te veel en te dure woningen bouwt, waardoor kansarme inwoners uit de wijk worden verdrongen. Dat fenomeen heet gentrificatie, de achillespees van stadsvernieuwing. Het Richtplan zit wat dat betreft wel goed in elkaar. Het bouwt buffers in tegen speculatie. Het beperkt de bouwhoogtes. Het dwingt open ruimte af in het bouwblok en voor de projecten groter dan 2.000 vierkante meter wordt inderdaad aan de ontwikkelaar gevraagd om in twintig procent sociale woningen te voorzien. Als we dat laatste punt in het Richtplan kunnen houden tot zijn definitieve goedkeuring, dan zou dat overigens een primeur zijn, én een enorme stap vooruit.”

STURENDE OVERHEDEN Voor de transitie goed en wel kan beginnen, gebeurt er dus wel wat achter de schermen. Een andere tendens vandaag is dat de overheid zich inkoopt. Met geld van het Gewest onderhandelen de gemeenten Molenbeek en Anderlecht over de aankoop van meerdere terreinen van het transportbedrijf Abou Zeid. Het recht op onteigening in functie van het publieke nut dient als stok achter de deur. In de praktijk streven de

lokale overheden minnelijke schikkingen na. Het bedrijf Facar werd in de Heyvaertstraat benaderd door Citydev. Daar kwam het niet tot een akkoord. Molenbeek kocht dan weer de voormalige Libelcohal op van autohandelaar Abou Sleiman en bouwt er nu de Wintertuin. Sarah De Boeck is verbonden aan de onderzoekscel Cosmopolis van de VUB en volgt de ontwikkelingen nauwgezet op. “Het kan snel de verkeerde kant op gaan. De grote percelen die op termijn zullen vrijkomen, zijn lucratief voor projectontwikkelaars. Het is goed dat de overheid hier en daar grond verwerft. Later kan ze met een juiste invulling impulsen geven om de transitie een beetje te sturen.” Het zal nodig zijn. Een wijk met meer levenskwaliteit, een groter en gevarieerder residentieel aanbod, en met nieuwe vormen van industriële productie. Dit alles, afgestemd op de locals en ontvankelijk voor – meer bemiddelde – nieuwkomers. Hoe doe je dat concreet? Wat zijn de hindernissen en de hiaten? En gaan de lopende projecten alvast in de goede richting? VOLGENDE WEEK i

De lopende projecten 20 JANUARI 2021

I 29


Big City

BRUZZ | BIG CITY

De naam Marollen is afgeleid van de Maricolen, dat zijn zusters die in de zeventiende eeuw actief zouden geweest zijn in de wijk. Ze werden in de volksmond ook Marollen genoemd en zo kreeg deze volkse wijk in Brussel haar naam. Dat is althans wat er jarenlang verteld werd, tot de Brusselse stadsgids Luc Surdiacourt op onderzoek uitging. Hij twijfelde aan de correctheid van die uitleg en wou zekerheid over het verhaal dat ook hij vertelde op zijn rondleidingen door de Marollen. Die twijfel bleek terecht. Na wat research vond hij niets terug over de aanwezigheid van die specifieke zusters in de wijk. Zeven jaar kostte het hem om uiteindelijk de ware oorsprong van de benaming te achterhalen. In archieven vond hij sporen terug van de Marollestraat naast het Justitiepaleis, die eerst de naam Bovendael droeg. Toen hij verder zocht, vond hij een verklaring die mijlenver stond van de uitleg die hij zo vaak had gegeven, want de naamsverandering van Bovendael naar Marollestraat was niet het gevolg van de aanwezigheid van nonnen, maar wel van prostituees. In de verwaarloosde huizen van de arme wijk woonden heel wat meisjes van plezier. Dat beroep werd uit de stad zelf verdreven, maar tactisch in deze wijk getolereerd, zodat het netwerk zich niet zou uitbreiden naar naastgelegen buurten. Surdiacourt vond in etymologisch onderzoek dat de term ‘marolle’ niet enkel gelinkt was aan de Maricolen, maar

Lees en bekijk de antwoorden op de Big-Cityvragen via bruzz.be/bigcity

30

I

20 JANUARI 2021

STEL ZELF JE VRAAG EN STEM OP BRUZZ.BE

Hoe komen de Marollen aan hun naam? — STEFANIE UIT BRUSSEL

De documentaire ‘La Bataille des Marolles’ vertelt het verhaal van de Maroliens die protesteerden tegen onteigeningen voor de uitbreiding van het Justitiepaleis.

dat het ook een ander woord voor prostituee was. De benaming werd voor het eerst gebruikt in Noord-Frankrijk als ‘pucelle de Marolle’. Hoewel er geen sluitend bewijs van bestaat, is het toch veel aannemelijker dat de benaming van de ‘Marollestraet’ er kwam door de aanwezigheid van

de prostituees en niet door de aanwezigheid van de zusters, want die zusters zouden nooit in de wijk hebben gewoond.

MEERVOUD De Marollestraat, die later de naam Montserratstraat kreeg, vormde samen met nog vier andere straten het

Check ook onze Instagrampagina, elke donderdagnamiddag vertelt Luana Difficile een nieuw Big City-verhaal.

hart van de wijk ‘de Marolle’. Ze werd omringd door andere wijken zoals Les Capucines, la Samaritaine en Les Brigittines. De buurt die oorspronkelijk de naam ‘de Marolle’ had, was dus veel kleiner dan het stadsdeel dat wij nu de Marollen noemen. De

term in het meervoud, die gebruikt wordt om het stadsdeel van de Kapellekerk tot de Hallepoort aan te geven, is relatief recent. In 1969 dreigen de de vijf straten van ‘de Marolle’ en die van twee wijken errond te verdwijnen, door plannen voor de uitbreiding van het Justitiepaleis. Het zou al de tweede keer zijn dat voor het gebouw woningen zouden worden onteigend en het stadsdeel zou worden aangetast. Het is niet voor niets dat de bijnaam van Joseph Poelaert, de architect van het Justitiepaleis, de ‘skieven architec’ was. Het zijn de bewoners die moesten vertrekken voor de bouw van het gigantische complex, die hem die naam gaven, al is het waarschijnlijk een verbastering van het Engelse Chief Architect. “Geen tweede keer,” moeten de Maroliens honderd jaar later gedacht hebben. Het actiecomité dat de strijd aanging tegen de afbraak van de wijken in de jaren zestig heette ‘Comité Général d’Action des Marolles’. De drie kleine wijken die bedreigd waren, werden sindsdien onder één naam benoemd als de Marollen. Langzamerhand werd die naam steeds vaker gebruikt voor het hele gebied en namen de Marollen de grootte aan van de wijk die wij nu kennen onder die naam. Maar oorspronkelijk was maar één straat die naam waard: de Montserratstraat. Onder het straatnaambordje staat trouwens nog altijd ‘op de Marolle’ te lezen.

VOLGENDE WEEK Waarom is het prachtige oude treinstation van Brussel-Zuid niet behouden?


Culture. NL | FR | EN A HEART FOR THE ARTS, ALSO DURING THE LOCKDOWN

OP STAP DOOR HET BRUSSEL VAN RAPPER FRENETIK

‘Deze straatstenen hebben mij gevormd tot wie ik ben’ BANDE DESSINÉE GABRI MOLIST

JAZZ AZMARI

‘Si je pouvais, je donnerais à tout le monde des séances de thérapie gratuites’

Belgians traveling between Ethio-jazz and Turkish psych


Culture. Cabin Fever

‘Een how-to-video over risotto was nog nooit zo grappig’ NL

Tv-maker en illustrator Thomas Huyghe woont nu twee jaar in Brussel, waar hij zich als een Woestijnvis in het water blijkt te voelen. Zolang corona duurt, mogen wij zijn tips gebruiken om het nieuwe seizoen van de landelijke lockdown gezond van geest door te komen. — MICHAËL BELLON “Iets waartoe de tweede lockdown mij heeft aangezet, is het bezoeken van veel Brusselse musea,” steekt de zachtaardige humorist van De ideale wereld, ’t Is gebeurd en de opvallend collaboratieve en constructieve talkshow Het leven.doc op VRT.nu prompt van wal. “Dat deed ik daarvoor ook wel al af en toe, maar nu ga ik heel bewust om even van de wereld weg te zijn. Er zijn genoeg grote en goede musea in Brussel waarin je lang kan rondlopen zonder nog aan corona te denken. De KMSKB zijn natuurlijk een klassieker, maar ook het Museum Kunst & Geschiedenis in het Jubelpark is heel goed. Al doe ik het zoals gezegd nog meer voor de rust dan om bij te leren. Er is tegenwoordig zo weinig volk dat je dikwijls helemaal alleen bent in die gigantische ruimtes.” Dat brengt ons eigenlijk op geen enkele manier bij de tweede tip, tenzij je de Amerikaanse HBO-dramaserie The Sopranos uit de nillies al museale kwaliteiten toedicht. “Ik wilde die nog altijd zien, omdat ik anders riskeer uitgelachen te worden op de speelplaats. (Lacht) The Sopranos heeft toch de toon gezet voor al die latere series met een

32

Thomas Huyghe: “Eindelijk tijd om eens diep in iemands oeuvre te duiken.” © IVAN PUT

sympathieke slechterik in de hoofdrol, zoals Breaking bad. Ik keek er wel wat tegenop, omdat ik dacht dat de serie al wat gedateerd zou zijn, maar ik was meteen onder de indruk van hoe goed ze in elkaar zat. En als je er achteraf nog wat over leest, blijkt dat er nog meer lagen in zitten dan je al dacht.” Voor een televisiemaker kan dat wel intimiderend zijn. “Een reeks als The Sopranos legt de lat hoog voor wie zelf wil beginnen te schrijven. Maar dat heb ik ook al bij The Simpsons: hoe slim en gecondenseerd één aflevering qua moppen en structuur kan zijn, het is ongelofelijk.” Een recente HBO-serie die Thomas Huyghe ons kan aanbevelen, is How to with John Wilson. “Wilson is een kerel die vele uren en dagen heeft gefilmd in New York, en die met die per thema gecompileerde beelden van op straat en interviews met freaks telkens een soort handleiding of instructievideo gemaakt heeft van hoe je stap voor stap iets doet.” Zo heb je bijvoorbeeld afleveringen over het opzetten van stellingen tegen een gebouw, het delen van restaurantrekeningen of het maken van een perfecte risotto. “Dat klinkt saai, maar het is heel goed en grappig gedaan en heeft het over veel meer dan die stellingen of die risotto alleen. Je kan de serie nog altijd zien op Streamz. De

producer ervan, Nathan Fielder (de schrijver, comedian en acteur die zelf de docu-reality Nathan for You heeft gemaakt, red.), vind ik de beste tv-maker van het moment. Hij heeft misschien wel de grootste invloed op mij gehad als het gaat om reportages maken. Het is interessant om te zien hoe programma’s die helemaal anders zijn dan wat je gewoon bent en waarbij je door het gebrek aan context een beetje een raar gevoel krijgt, in het begin toch kansen krijgen.”

KNULLIGE SPONTANITEIT Tot vijf jaar geleden was Thomas Huyghe ook gitarist van indierockband-op-rust Ping Pong Tactics. Nu speelt Thomas Huyghe nog altijd veel gitaar, maar niet meer voor publiek. “Nummers maken is leuk, maar ik weet niet of ik het mezelf nog ooit wil aandoen om weer in die stresssituaties van de optredens te belanden.” In ruil heeft hij een muziektip met een zekere levensduur klaar. “Interessant aan de lockdown is dat je de tijd kan nemen om eens diep in iemands werk te duiken, zeker bij een supergetalenteerde en superbedrijvige muzikant als de Amerikaanse indie-songwriter Phil Elverum. Ik was begonnen zijn eerste project The Microphones te checken, maar daarnaast is Mount Eerie misschien wel zijn bekendste band en heeft


Quarantoon STEVE MICHIELS hij ook nog veel soloprojecten gedaan. Al van het eerste nummer wist ik dat dat muziek was waar ik op zat te wachten. Hij maakt popmuziek door de conventies van popmuziek overboord te gooien. Er zit authenticiteit in zijn soms knullige spontaniteit en hij geeft weinig om metrum, omdat hij gewoon zijn verhaal wil vertellen.” Een goed boek, dat hij dus ook wil aanraden, is volgens Thomas Huyghe dan weer Fantasyland. How America went haywire van Kurt Andersen, een geschiedenisboek met antropologische inslag dat inzoomt op de vraag hoe Amerika dat land is geworden met die opvallende aanleg voor religieus fanatisme, samenzweringstheorieen en celebrityverering. Interessant in het licht van wat daar nu weer gebeurt. “Het boek is midden vorig jaar uitgekomen en dus ook al geschreven met Trump in gedachten, maar het gaat helemaal terug naar de periode na de ontdekking van het continent, toen er in Groot-Brittannië via pamfletten volk werd geronseld om naar het beloofde land en de ‘gouden stad’ El Dorado te trekken. Op die pamfletten kwamen vooral religieuze fanaten, goedgelovige mensen en gelukzoekers af, en de huidige Amerikanen zijn in belangrijke mate afstammelingen van die founding fathers met hun aanleg voor fanatisme, avontuur en ondernemingszin die volledig voor iets gingen, maar ook volledig buiten de lijntjes konden kleuren. Dat heeft tot fantastische fictie en technologische innovaties geleid,

Dan Carlin, de man achter de podcast Hardcore history.

maar ook tot allerlei sektes en gekke ideeën. Het was de eerste keer dat ik daar zo’n coherente hypothese over las.” Omdat lezen tijdens het koken, afwassen of autorijden moeilijk is, wil Thomas ten slotte ook nog wel een podcast in dezelfde richting tippen. Hardcore history van Dan Carlin levert precies wat het belooft: lange podcasts in verschillende delen van vele uren, waarin je bijvoorbeeld de rol van Japan in de Tweede Wereldoorlog voor de kiezen krijgt. “Carlin vertelt dat op een heel grootse maar ook heel sappige manier, waardoor je altijd genoeg informatie meepikt, ook als je je niet de hele tijd kan concentreren.” 33


Culture. Photography

PHOTOGRAPHER LÉONARD PONGO AND CURATOR SORANA MUNSYA REJECT THE SINGLE STORY OF THE CONGO

A kind of paradise The internationally renowned Belgian-Congolese photographer Léonard Pongo has finally been given a solo exhibition in one of his home cities: Brussels. In Bozar, “Primordial Earth”, curated by Sorana Munsya, takes the spectator on a dreamlike journey. It is like a rite of passage that signals the end of the single story of the Congo and replaces it with a multiplicity of narratives, both real and imagined. — TEXT AND PHOTO SOPHIE SOUKIAS

T

he smoking crater of a volcano illuminating the night. A dugout canoe making its way through the middle of an ocean of vegetation. Birds swirling in a sky of silvery water. Wandering through “Primordial Earth” is like finding yourself in the story of the beginning of the world. Nature seethes. It erupts. The surface of the Earth, which has not yet cooled, is shrouded in a pinkish-orange atmosphere. It is a sumptuous spectacle. The intensely allegorical imagery was drawn from the Democratic Republic of the Congo between 2017 and 2020, amid the majestic settings of Virunga National Park (North Kivu), in the enchanting Equatorial forest, and in natural sites in Kasaï, the province that Léonard Pongo’s paternal family is from. His mother’s family is from the Belgian Ardennes. The Brussels-and-Kinshasa-based photographer first went to explore the DRC ten years ago. He thought he was going there to cover tense presidential elections, along with journalists who had been sent specially from all over the world. The young man, who had just received his diploma in political science and who was trained in photography on the job, quickly realised that he

34

had not come to the DRC to document a sensational story, but to explore his own personal and subjective relationship with the country, to get to know its inhabitants intimately in order to tell his own story. “Being confronted with my family’s opinions and vision made me change my approach,” explains Léonard Pongo. “My understanding of Congolese reality was based on stories that I had been told. As a Congolese person growing up outside of your country, you create representations for yourself and when you are confronted with the reality, some parts fit and others don’t.” The result was The Uncanny, a collection of dreams stolen from the night, shared moments with family and friends, incorporating the vast spectrum of human emotions. An entrancing black and white series in the tradition of, among others, the family of introspective photographers who first inspired his passion for photography: Michael Ackerman, Antoine d’Agata, Anders Petersen, among others. The success of The Uncanny led to Léonard Pongo featuring in numerous publications and international exhibitions, such as “IncarNations”

at Bozar, curated by Kendell Geers and the late Sindika Dokolo. In 2017, he was invited to take part in the Ateliers de la Pensée in Dakar, the major event of the reawakening African intellectual scene, started by Achille Mbembé and Felwine Sarr. The idea for a second project arose and took shape after the workshop. The DRC would no longer merely be the site of encounters between the photographer and his origins, but also of a confrontation with the Origin. Of the world and of humanity.

INSPIRED BY PAINTINGS This time, Léonard Pongo abandons the grainy and contrasted black and white to embrace the softness of colour and to flirt with abstraction, fiction. The bustle of urban environments gives way to the poetry of natural zones, practically or entirely uninhabited. “At the moment, I am mainly inspired by painting and traditional crafts.” After being exhibited at the FOMU in Antwerp, and the Biennale de Lubumbashi, and winning the Prix de l’OIF at the Rencontres de Bamako, the Primordial Earth series is coming to the Salle du Conseil in Bozar. It is Léonard Pongo’s first solo exhibition in Brussels. The scenography, ▼

EN


Sorana Munsya Born in the Congo, grew up in Belgium Holds degrees in psychology (ULB) and political science (UCL) 2017: assistant curator of the 5th Lubumbashi Biennale of Contemporary Art Member of the editorial team of the art journal Afrikadaa and of the eponymous collective. Writes for many art catalogues and magazines

BRUZZ | INTERVIEW

Has collaborated with many different artists and institutions such as the Wiels, Bozar, the Middelheim Museum, Mu.ZEE, and the Dak’Art Biennale

Léonard Pongo Born in 1988 in Rocourt (BE). Holds a degree in political science (Maastricht University). 2011: goes to the DRC for the first time. The success of his first series The Uncanny leads to numerous publications and international exhibitions, such as IncarNations at Bozar.

Photographer Léonard Pongo and curator Sorana Munsya: “We are offering people a sort of peregrination, a space in which you can lose yourself on a symbolic level.”

2021: After being exhibited at the FOMU in Antwerp, and the Lubumbashi Biennale, and winning the Prix de l’OIF at the Rencontres de Bamako, his Primordial Earth series is now coming to Bozar. 35


BRUZZ

| INTERVIEW

PHOTOGRAPHER LÉONARD PONGO AND CURATOR SORANA MUNSYA REJECT THE SINGLE STORY OF THE CONGO

which combines printed photographs, textiles (veils and woven tapestry), and video installation, is the fruit of a dialogue between Léonard Pongo and Sorana Munsya, the Brussels-based independent curator and art critic who has collaborated with Wiels, Bozar, the Biennale de Lubumbashi, Dak’Art, and others. The result is an intensely sensory experience that honours the cosmogony that inspired the artist. “With the scenography, we are offering people a sort of peregrination, a space in which you can lose yourself on a symbolic level. Primordial Earth explores mythology, but it also explores the vision that we create for ourselves of the world,” says Sorana Munsya. Immersed in an imaginary territory filled with the beauty of reality, spectators find themselves changing their point of view, welcoming new narratives. The Congo represented in Primordial Earth is not the Congo to which the history of Western photography has accustomed us. “Perception is conditioned by decades of representation,” says Sorana Munsya. The imagery composed by Léonard Pongo does not speak of wars, or tensions, or misery. Nor does it seek to document a far-away land to discover the truth, nor to penetrate some mystery, which is too often associated with the African continent. The Congo is no longer the setting for exoticising photography intended to represent “the other”. It becomes the realm of a personal experience that is unafraid to assert its subjectivity. “What appeals to me about Léonard Pongo’s work is that there is doubt in it,” says Sorana

“When I am taking a photograph, I try to represent that which we cannot really perceive with our senses” LÉONARD PONGO

Munsya. “In the Congo, he realised that it is important to respect your own experience and those of the places and people you are attempting to portray. Surrounded by nature, he realised that he was dealing with something bigger than himself and that he could not communicate that environment in its totality.” Once again, the photographer tells the story of his encounter with an environment, rather than attempting to capture it. “When you come from the diaspora, your relationship with your country of origin is based on sensations. And it is through sensory

experiences that you reconnect with that country, but also through knowledge,” says the curator, who was herself born in Congo but grew up in Belgium. “The environment that I present is a creation that results from the confrontation between my imagination and the territory, but also from a lot of reading,” explains Léonard Pongo. “It involved a lot of travelling; several weeks spent in the Equatorial forest, in the east of the country, and in other places that are important because of their flora and fauna, but also due to their art, their crafts and my personal connection. I am very inspired by the creations and tales originating from the Greater Kasaï region (in the south of the country, bordering Angola, Ed.). That is where my family comes from, so I heard Kasaï stories when I was growing up and I have an affinity with certain signs. You also find those symbols on craft objects, pieces traditionally created for royalty or the nobility.” Particularly inspired by the cosmogony of the Luba ethnic group and the stories of the Lulua, Kuba, Songye, etc., the artist creates, through contact with nature, imagery of his own. “In several ethnic groups, we find the idea that the Earth is subdivided into several kingdoms: animal, plant, and human. With a form of hierarchy between the different spaces: the water, the forest, the savanna, etc.” Drawing on the ancestral myths of the Congo to create his own mythology, Léonard Pongo invites the viewer once again to change their point of view, to embrace creation myths other than the one that was imposed all over the world by the Crusades and other missionary campaigns.

THE BIRTHPLACE OF HUMANITY

Léonard Pongo: “I grew up with a mother from the Ardennes, so I find the forest extremely reassuring.”

36

In other words, Primordial Earth abolishes the hierarchy of narratives in order to shine light on new ones. Narratives about the formation of the world that originate in Africa, the birthplace of humanity. “I suggest that the Congo could be a source, if not ‘the’ source. The type of environment that I photograph makes it easy to imagine that that’s where life began,” says Léonard Pongo. The exploration of new cosmogonies also urges us to reject another hierarchy: man’s total power over the plant and animal worlds. “I don’t know if we can call it ancestral environmentalism, but the people who live in the environments I photograph have a much more systemic relationship with nature. Environmentalism is not really the issue for people who have figured out how their environment functions. There is a humility and respect for nature that are capable of surviving anything, a symbiosis that is necessary to survival,” says Léonard Pongo. “Primordial Earth is not about environmentalism, but it does question the global approach of environmental politics whereby, in their rush to repair what has been damaged, people forget to think locally, at the level of human beings,” says Sorana Munsya. Léonard Pongo becomes acutely aware of that human level with every incursion into the most


LÉONARD PONGO: IN DEN BEGINNE WAS ER CONGO De Belgisch-Congolese fotograaf Léonard Pongo geldt tot nog toe vooral internationaal als een van de meest getalenteerde van zijn generatie. Eindelijk krijgt hij een solo-expo in een van zijn thuissteden: Brussel. Primordial Earth dompelt de Raadzaal van Bozar onder in een totaalervaring, ontstaan uit de samenwerking van de fotograaf met de onafhankelijke curator Sorana Munsya, die de kosmogonie die de fotograaf inspireerde helemaal tot haar recht doet komen. “Ik suggereer dat Congo een bron kan zijn, of zelfs dé bron,” zegt Pongo. “De omgeving die ik creëer, is ontstaan uit de confrontatie tussen mijn verbeelding en het terrein, maar ook uit heel veel lezen.” De kijker, ondergedompeld in een imaginair land dat verankerd is in de schoonheid van het reële, wordt verrast door nieuwe narratieven over Congo, en uitgedaagd om een veelvoud aan ervaringen van het territorium te omarmen. Ver weg van de clichés die de westerse fotografie tientallen jaren heeft gevoed.

Léonard Pongo: “Environmentalism is not really the issue for people who have figured out how their environment functions.”

“What appeals to me about Léonard Pongo’s work is that there is doubt in it” SORANA MUNSYA

beautiful natural sites in the DRC. “You feel extremely small and you also feel like you’re in danger. These are environments in which you are very quickly directed by nature and where you are not in control,” says the photographer. “But it’s also an extremely good feeling, because you are in the hands of people who know how to read those environments.” In these majestic sites, Léonard Pongo feels at ease, in harmony with the elements. “I grew up with a mother from the Ardennes, so I find the forest extremely reassuring. When I am in these natural environments, I feel comforted.” An intensely sensory experience that is also like an apprenticeship. “I don’t know the Equatorial forest, I don’t know the topography of the DRC. I don’t necessarily know how to navigate an arid landscape like the summit of Nyiragongo (a stratovolcano in the Virunga mountains, west

of the border with Rwanda, Ed.),” says Léonard Pongo. “When I am taking photographs, I am accompanied by people who know the flora and fauna and know how to read it, the names of certain animals, and how to identify their tracks. That helps me to understand why such mythologies were created in such an environment. In many stories, we find the idea that humans do not see all that exists, that some things have a double or a ghost.” The dreamlike imagery composed by the artist seems to take on the same magical properties as the cosmogonies he explores. Trails are constantly obscured by a thick blanket of fog. A wondrous fruit shines like a diamond. The silhouettes of children escape the photographer’s gaze as they run through some tall grass. “When I am taking a photograph, I try to represent that which we cannot really perceive with our senses, which are limited. Not everything is accessible to humans. This idea deeply influenced the image creation process, which relies on visual techniques that record light outside of the spectrum visible to humans.” In 2009, in a lecture that has since been viewed more than 25 million times on TED, the American media organization that posts influential talks online, the Nigerian writer Chimamanda Ngozi Adichie warned her audience of the danger of single stories and of the importance of not talking about Africa only in terms of catastrophes and misery, thus depriving African populations of their dignity. She ended her powerful speech: “When we reject the single story, when we realise that there is never a single story about any place, we regain a kind of paradise.” LÉONARD PONGO: PRIMORDIAL EARTH > 10/3, Bozar, www.bozar.be

BRUZZ | INTERVIEW

NL

LÉONARD PONGO : AU COMMENCEMENT, IL Y EUT LE CONGO Si Léonard Pongo s’est surtout fait une réputation à l’international, le photographe belgo-congolais parmi les plus prometteurs de sa génération reçoit enfin un solo dans l’une des villes où il est basé : Bruxelles. Primordial Earth débarque dans la salle du Conseil de Bozar sous la forme d’une exposition immersive, née d’un dialogue avec la curatrice indépendante Sorana Munsya. Une expérience sensorielle faisant la part belle à la cosmogonie qui a inspiré l’artiste. «Je suggère que le Congo pourrait être une source, si pas ‘la’ source», dit Pongo. «L’environnement que je propose est né de la confrontation entre mes imaginaires, le terrain mais aussi beaucoup de lectures ». Immergé dans un territoire imaginaire ancré dans la beauté du réel, le spectateur se surprend à accueillir de nouveaux narratifs sur le Congo, à embrasser la multiplicité de ses expériences et de son territoire. Loin des clichés nourris par des décennies de photographie occidentale. FR

37


Culture. Hiphop

“

38


DE GEASFALTEERDE DROOMFABRIEK VAN FRENETIK

‘De kooi staat open, het beest is los’ NL

Uit de verzengende diepte van 2020 knokte Frenetik zich naar boven tot next big thing van de Brusselse hiphop. De straatwijze rapper neemt ons op sleeptouw langs de plekken die krassen in zijn ziel trokken, maar ook die hem deden kraaien van plezier. “Rappen is mijn manier om mijn woede te ventileren.” — TOM ZONDERMAN, FOTO’S HELEEN RODIERS 39


DE GEASFALTEERDE DROOMFABRIEK VAN FRENETIK

B R U Z Z | R E P O R TA G E

5

april 2019: het lijkt een ander tijdsgewricht, ook in het hoofd van David Elikya, het Brusselse rapgeweld dat we straks allemaal zullen kennen als Frenetik. Het is de dag waarop hij zijn eerste échte show gaf, in de Tour à Plomb, het nog naar babybilletjes ruikende culturele centrum dat de lijm vormt tussen de Bloemenhofwijk en Anneessens. De plek waar hij, net zoals de druppels lood in de voormalige fabriekstoren in hun vaart naar beneden, stolde en zijn vorm vond. “Ik had daarvoor ook al wel opgetreden,” zegt Frenetik in het gezelschap van zijn manager Robert ‘Bob’ Bagunda wanneer we de scène van zijn ontgroening opzoeken. “Maar meestal maar voor een paar minuten, vaak snel geïmproviseerd. Dit was mijn eerste concert met een professionele omkadering. Mijn naam stond op een affiche!” Hij neemt de ruimte opnieuw in zich op. “Ik was eigenlijk veel vergeten, maar nu ik er ben, herinner ik me elk detail. Trop bizarre.” Trop bizarre is ook de gewelfde kelder van het centrum, waar ruwe bakstenen in dialoog gaan met warm hout en waar nu een tentoonstelling loopt van de jonge beeldhouwster Mathilde Pirard. Je kan je amper voorstellen dat een van de straat geplukte rapper in deze opgepoetste stilte zijn rauwe, op dikke bassen geprikte bars stond te spitten voor een legertje zweterige lijven.

Dacht je toen: this is it, ik ben vertrokken? FRENETIK: Nee. Ik wilde er gewoon alles aan doen om er een geslaagde show van te maken, dat was de focus. We hadden gerepeteerd, iets wat ik nooit eerder had gedaan. (Lacht) Het waren maar 35 minuten, maar ze waren... ongelofelijk.

De blitzkrieg was Frenetiks eerste exploot met Jeunes Boss, het Brusselse label dat Bagunda samen met vier gelijkgezinden bestiert. Het vijftal is ook de motor achter Lowkey, een platform voor jonge Brusselse rappers en beatmakers zoals Elengi Ya Trafic en Axelence. Een van zijn beatbakkers, Yahmanny, haalde onlangs een gouden plaat met de Franse rapper Leto. “Disque d’or! Ons jaar kon niet beter beginnen,” lacht Bagunda breed achter zijn mondmasker. “We zien véél talent passeren,” gaat hij verder terwijl we het binnenplein op wandelen. “Maar toen ik Frenetik voor het eerst aan het werk zag, dacht ik: deze gast, wow, dat is iets anders.”

“Het is pas in 2020 dat ik ben beginnen te beseffen: dit is serieus, hier kan ik iets mee bereiken” Frenetik is net 22 geworden. Schrijven doet hij al de helft van zijn leven. “De mensen rond mij zeiden altijd dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat ik het ooit zou maken. In mijn hoofd wilde ik dat wel, maar eigenlijk geloofde ik niet dat het ooit zou lukken. Het is pas in 2020 dat ik ben beginnen te beseffen dat het iets serieus is, dat ik met rappen iets kan bereiken.” Zijn leven leest een beetje als een from rags to riches-verhaal, wat hem als straatrapper de noodzakelijke streetcred geeft. School verliep met

Onderweg langs het Anneessensplein: “Wij zorgden er ook vaak voor dat het hier fout liep. Ik heb een periode het politiecommissariaat vaker gezien dan mijn slaapkamer.”

40

horten en stoten, op veel plekken, van de Marollen tot in Elsene. Op zijn zeventiende hield hij ermee op. Daarna was het débrouilleren, op z’n Brussels. “Ik heb geknokt, dingen gedaan die niet door de beugel konden, getwijfeld en weer doorgezet. En kijk, nu sta ik hier. Misschien ga ik ooit wel opnieuw studeren. School is belangrijk.” De straten waar we op deze gure januaridag door slenteren, waren lang zijn school, vertelt hij. “Ik heb er waarden en principes geleerd, en dingen die je op school, of zelfs thuis, niet meekrijgt. Niet alles was positief, maar dat hoort allemaal bij wat je als mens vormt.” “Bob! Hierlangs!” Frenetik wil absoluut door

het Fontainaspark cruisen, een plek waar hij kwam straatslijpen met de ketjes van de Anneessenswijk. “Hier speelden we voor geld,” wijst hij grijnzend naar de voetbaltafel. “‘Gewonnen! Twee euro, gast!’ ging het dan.” (Lacht) De plek ziet er doods maar netjes uit, met veel nieuwe speeltuigen. Kwamen ze daarvoor naar hier? “Goh, toen zag het er nog niet zo proper uit. Het was gewoon leuk om hier rond te hangen, ik had hier veel vrienden. We haalden kattenkwaad uit.” Zoals? “Oh, gewoon, des bêtises.” (Grinnikt) Dat zijn eerste concert plaatsvond in de Tour à Plomb, noemt hij toeval, “maar ook wel mooi, omdat ik in dit deel van Brussel groot geworden ben. Nu, ik ken heel Brussel goed. Dat moet, hè. Het is mijn stad.” Via de Anderlechtsesteenweg belanden we in de Gierstraat. Bijna op de tast, want een mondmasker, brillenglazen, koude, regen en donker tonen zich andermaal slechte vrienden. “Huh, er is zelfs geen deur meer,” kijkt Frenetik verbaasd naar de stellingen rond de sociale woontorens. Hier bevond zich ooit een kleine opnamestudio waar hiphopbroeders rhymes en beats op elkaar lijmden, anciens van de quartier zoals KrimoGen, en aspiranten als Frenetik. De blikken van Frenetik en Bob kruisten er voor het eerst. “Dat moet in 2015 geweest zijn, ik was een jaar of zestien. Ik heb hier meer dan tweehonderd nummers opgenomen, waarvan ik er één heb uitgebracht: ‘Ganja’. (Lacht) De clip hebben we hier voor de deur gedraaid.” Een kasseisteen of twee verder, aan een betonnen voetbalpleintje dat hij als ‘Quatre Caisses’ omschrijft, nam hij voor het eerst deel aan een open mic. Met de groezelige graffiti op de muren waan je je er zo in Compton, LA. “Allee, komaan, encore un dernier!” roept hij een jonge ket toe die net twee pakjes boter op een motorkap van een geparkeerde auto heeft gelegd om op weg


Frenetik Geboren als David Elikya Nkumu Kalala in 1998, groeit op in de Marollen en verhuist daarna naar Evere Ketst uit de kasseistenen van de Anneessenswijk zijn harde, rauwe rapstijl met een blik op de wereld

Hebben de Black Lives Matter-manifestaties na de dood van Breonna Taylor en George Floyd voor jou dingen veranderd?

Debuteert in de lente van 2020 met de ep Brouillon Mag in september de track ‘Infrarouge’ inblikken voor het invloedrijke YouTube-platform Colors Wordt uitgenodigd door Franse raplegendes Nahir en Dinos Tekent eind 2020 bij het Franse Epic Records, dat beheerd wordt door Sony Verenigt met Zwangere Guy de Franstalige en de Nederlandstalige Brusselse rapscene met het nummer ‘Ici c BX’ Brengt op 22 januari de mixtape Jeu de couleurs uit

B R U Z Z | R E P O R TA G E

naar huis nog snel een paar keer op te trekken aan de fitnessbaren. De wijk oogt grauw in het gure winterweer. Aan een huis even verderop zijn drie drerries klemgereden door een combi, vier agenten zetten ze tegen de muur voor een check-up. Dagelijkse kost voor kerels als Frenetik. Anneessens worstelt al lang met zijn reputatie. Met oudejaar werden er opnieuw vuilnisbakken in brand gestoken en sneuvelden er vitrines. Het bevestigt alleen maar de clichés. “Wij hebben ook vaak voor amok gezorgd,” zucht Frenetik. “Er gebeurde ook goeie shit, maar het negatieve wordt altijd weer uitvergroot, net als met die gasten aan de kust. Dat moest ook weer benadrukt worden dat ze ‘relschoppers van Brussel’ waren.” Het politiecommissariaat in het centrum zag hij soms vaker dan zijn eigen slaapkamer, lacht hij. “Soms had ik dingen mispeuterd, ja. Maar vaak ook niks, maar gewoon omdat ik daar rondhing, kreeg ik hen op mijn dak. Echt, ik begrijp die flikken niet.” Opgroeien in Brussel als zwarte gast was vaak moeilijk, zegt hij. “Droevig soms. Maar ik was niet de enige met problemen. Het heeft mij nooit echt geraakt of pijn gedaan. Zo gaat het leven, sommige mensen moeten harder knokken dan anderen. Ook al gebeurden er zoveel onrechtvaardigheden, ik ga niet roepen, ‘ah, ik ben zwart.’ Ik zie mezelf niet als zwarte in Brussel. Ik ben Brusselaar. Zoals mijn witte maten of vrienden van Arabische origine ook Brusselaars zijn.” “Assez parlé de ma vie / J’préfère parler de la ville et de ce qu’il se passe dehors / La peau lisse et le teint foncé / Que certains keufs n’aiment pas trop voir / Donc d’office qu’il y a des morts,” rapt Frenetik in “Virus BX-19”, een track op zijn vorig jaar in mei verschenen ep Brouillon. Dat is toch klare taal? “Ja. Er zíjn ook mensen gestorven door toedoen van de politie. Kijk naar Adil en Mehdi, en Ibrahima.” De rellen zinderen nog na. “Ik keur geweld helemaal niet goed, maar we moeten ons ook kunnen verdedigen. Ik ben de politieblunders beu, het moet absoluut stoppen voordat het te laat is en het helemaal uit de hand loopt tussen de mensen en de ordediensten.”

Frenetik is klaar om je een geweten te schoppen: “Nadenken is een virus, ik wil iedereen besmetten.”

FRENETIK: Nee. Wat de mensen nu beseffen, beseften wij gisteren al. En eergisteren. Er zijn zeker dingen in gang gezet, mensen hebben gezien dat er van alles niet juist zit, er wordt over gepraat. Ze konden niet anders. Maar het mag geen modeverschijnsel zijn. Even gaan meelopen met een betoging en de week daarna weer gewoon voortdoen zoals voordien? Verandering begint bij jezelf. Iedereen moet zich informeren, zich bewust worden van hoe de wereld in elkaar zit.

“Prise de conscience est un virus,” omschrijf je het in ‘Virus BX-19’. FRENETIK: Precies. Die tekstregel is héél belangrijk. Niet iedereen krijgt de kans om na te denken. Nadenken is een virus. Ik kan je daarmee 41


DE GEASFALTEERDE DROOMFABRIEK VAN FRENETIK

besmetten, en jij besmet weer de volgende. Maar met een masker lukt dat niet. Veel mensen dragen een masker, om welke reden dan ook.

Ben jij eigenlijk altijd ‘wakker’ geweest? FRENETIK: Ja, zelfs als kind al. Maar met ouder

worden is dat nog gegroeid. 2020 is het jaar waarin ik de waarheid heb gezien. Misschien omdat ik een hoge vlucht heb genomen. Vanaf een zekere hoogte heb je een beter overzicht.

Je toont een bijzonder scherpe blik in je teksten. Wil je een stem zijn van je generatie? FRENETIK: Ik wil geen activist zijn of een Black Panther. Maar als God wil dat ik anderen een stem geef, dan doe ik dat. Iedereen moet op zijn minst een béétje geëngageerd zijn. Je mag het hebben over wat je wilt, maar je moet ook af en toe zeggen waar het op staat. Iets sterks, iets wat de mensen kunnen meenemen. De waarheid.

B R U Z Z | R E P O R TA G E

“Ma génération n’a plus les pieds sur terre,” rap je. FRENETIK: Car elle a besoin d’espace. Als je niet kan aarden, als je je voeten niet meer op de grond kan zetten, kan je niet meer nadenken. Ik denk veel na, maar daar heb je ruimte voor nodig. Mensen hebben soms die plaats niet, en daardoor hebben ze hun tête dans l’air.

Terwijl we onder de Noord-Zuidverbinding wandelen, zoek ik het juiste woord om Frenetiks ruwe rapstijl te omschrijven. Sinister? “Haha, hoor je dat, Bob? Sinistre. Dat is een goed woord,

Je klinkt daarin als de Jacques Brel van de straat. FRENETIK: Wow! Merci. Naarmate ik ouder word, lukt het mij steeds beter om me uit te drukken.

Een Franstalige Zwangere Guy zou ook kunnen, maar die keert vooral zichzelf binnenstebuiten, terwijl Frenetik vooral scherpe contouren rond de plaats delict tekent. Frenetik en Zwangere Guy maakten samen al ‘Ici c BX’. “Een Franstalige Brusselaar kijkt helemaal anders naar zijn stad dan een Nederlandstalige. Kijk daar (wijst naar het vroegere Recyclart), dat was een plek waar ik nooit kwam. Voor een Nederlandstalige betekent de Beurs ook iets heel anders dan voor mij. Door samen met Zwangere Guy die track te maken, leggen we een link tussen beide werelden.” “Masque!” weerklinkt het gebiedend uit de speaker van een combi die ons kruist nadat we via de Lemonnierlaan en de Rogier Van der Weydenstraat in de Marollen zijn beland. “Pfff,” schokschoudert Frenetik. Dat het voetbalpleintje aan de Herschel Grynszpansquare, een goed verstopt stukje groen in de achterzak van Les Brigittines, ontmanteld is, doet hem meer pijn. “Hoe jammer. Hier kwam ik voetballen met mijn eerste vriendinnetje. Ik was negen, zij woonde daar in dat flatgebouw. Als alibi om haar te zien, kwam ik hier sjotten. En dan verstopten we ons beneden in het gebouw om te zoenen.” (Lacht) Een paar passen hogerop brengen ons in de Blaesstraat. “Hier heb ik veertien jaar gewoond,” zegt hij bij een bruine deur met meer deurbellen dan je voor mogelijk acht. “Dat nachtwinkeltje

“Ik wil geen activist zijn of een Black Panther. Maar als God wil dat ik anderen een stem geef, dan doe ik dat” vind ik, het is iets donkers en tegelijk ook een beetje triestig.”

Is je rauwe, ongekookte straattaal hier gegroeid? FRENETIK: Overal in Brussel, niet per se hier. Het is gewoon hoe ik ben. Ik ben niet iemand die veel praat, ik ben eerder stil. Maar binnenin zit... Rhaaaa! Ik wil roepen. Muziek geeft me de kans om dat te ventileren, die... hargne. Wat dat is? Voor mij betekent het iets als wilskracht en boosheid in één woord.

Op je nieuwe mixtape, Jeu de couleurs, toon je een andere, zachtere kant in ‘Noir sur blanc’. FRENETIK: Dat nummer is een interview met mezelf. Het is mijn analyse van de rap en van het leven, van mijn muziek, van de wereld. Het is de waarheid over alles, zwart op wit. (Lacht) Al van toen ik Bob ontmoette, zei ik dat ik een song met alleen piano en stem wou maken. 42

daar, de apotheek. Het komt allemaal terug.” In de wasserette met feloranje machines naast de deur heeft hij als kleine uk een karrenvracht muntstukken gedropt. “Op een dag heb ik hier een van mijn kleine broertjes in een van de draaitrommels gestopt.” (Giert het uit) Na de Marollen trok het gezin naar Evere. Frenetiks moeder is intussen uitgeweken naar Zinnik, zijn vader is uit de picture. “Mama, kijk, ik sta hier voor de deur, doe je open?” grapt hij terwijl hij facetimet met zijn moeder. “En daar, in dat winkeltje ging ik altijd vijf sigaretten kopen voor papa!” Wanneer hij ’s ochtends om brood ging, botste hij op nachtbrakers van de Fuse, glundert hij. “En daar in die snack aten we mitraillettes, zonder sla, gewoon met saus.” In de Hoogstraat lopen we voorbij zijn lagere school, de École fondamentale Émile André. “Vanaf de speelplaats kon je de achterkant van ons huis zien. Dan stond ik daar te zwaaien naar

mijn moeder die in het raam van haar slaapkamer stond.” (Lacht) Zijn jeugd was best goed, zegt hij. Eén keer legde hij bijna het loodje, toen hij een hond achternaliep en een bus op tien centimeter van zijn gezicht de remmen dichtgooide. “Zulke dingen vertelde ik niet thuis, ook al stond ik te trillen op mijn benen. Er zijn veel slechte herinneringen, maar ook heel veel goeie. Je moet ze allemaal optellen om te komen tot wie je bent.” “Hier, op dit paaltje heb ik mijn naam gevonden,” wijst Frenetik. We bevinden ons aan de Zwaardstraat, onder aan de lift naar het Poelaertplein. “Dat moet zo’n tien jaar geleden zijn. Er plakte een sticker op met het woord ‘frénétique’. Ik vond dat lekker bekken, ik liet het parelen op mijn lippen. Toen ik thuiskwam, heb ik de betekenis opgezocht en toen wist ik: dat wordt mijn alias. Ik had daarvoor een andere naam, maar die ga ik niet aan je neus hangen.” (Lacht)

Het leven draait niet om jezelf vinden, je moet iets van jezelf maken, zei een bekende troubadour ooit. Is Frenetik hier uit jouw verbeelding geboren? FRENETIK: Nee. Dit zijn de plekken die mij tot David hebben gemaakt. In de Anneessenswijk ben ik pas echt Frenetik geworden. David en Frenetik zijn twee verschillende personen, maar in de songs kijken ze elkaar af en toe in de ogen.


FAÇONNÉ PAR LA RUE « Rapper est ma façon de ventiler ma colère », explique Frenetik, pseudo du rappeur bruxellois de 22 ans David Elikya Nkumu Kalala. Frenetik a grandi dans les Marolles et a appris la vie dans le quartier Anneessens, où il a souvent joué au jeu du chat et de la souris avec la police en tant qu’adolescent. Son style dur et rocheux, avec un regard sur le monde, il l’a puisé dans la rue. «Tout le monde doit être au moins un peu engagé », dit-il à propos de ses chansons, dans lesquelles il insiste sur la vérité. Pendant l’année où tout le monde devait rester chez soi, Frenetik est sorti de ses gonds. Il a sorti l’album Brouillon, fut l’invité de l’influente plate-forme YouTube Colors, a signé un contrat avec le label français Epic Records, une filiale de Sony, et pourra bientôt présenter son flow incroyable et son langage coloré sur sa mixtape Jeu de Couleurs. «La bête est sortie de sa cage », rappe-t-il dans ‘Blanche Neige’, et cela, nous ne pouvons que le confirmer : 2021 sera l’année de Frenetik. FR

Toen hij in de Marollen woonde, kwam Frenetik hier dagelijks munten in de machines gooien: “Op een dag heb ik een van mijn broertjes in de trommel gestopt.”

Er hangt flink wat buzz rond Frenetik. Via Jeunes Boss tekende hij in Frankrijk bij het Parijse label Blue Sky. Sinds zijn passage op het invloedrijke Berlijnse YouTube-platform Colors, waar hij met ‘Infrarouge’ bijna twee miljoen views sprokkelde, heeft hij nu ook een deal met Epic Records in Frankrijk, dat toebehoort aan Sony. Ginds zijn ze ervan overtuigd dat hij de volgende Damso wordt. “Ik vind dat natuurlijk prettig,” blaast Frenetik, “maar ik ben gewoon de volgende Frenetik.” Voelt hij geen druk? “Zeker, maar die moet er zijn wanneer je iets belangrijks doet. Je moet voelen dat het kan mislukken, dan ga je tot het uiterste.” Is corona geen obstakel op weg naar de doorbraak, wil ik nog weten terwijl we terugkeren naar Anneessens. “Dat hadden we inderdaad verwacht,” knikt Bob, “maar het omgekeerde is gebeurd. Frenetik heeft de voorbije maanden veel lof geoogst, maar niemand heeft hem al kunnen zien optreden. Dat heeft de nieuwsgierigheid alleen maar vergroot.” “Ik blijf chill,” glimlacht Frenetik. “Door corona heb ik me net beter kunnen focussen. Ik ben er zeker van dat we in normale tijden andere paden hadden ingeslagen, waardoor we niet op dit punt zouden zijn beland.” “J’commence à pieds pour finir en MacLaren,” klinkt het in ‘Chaos’. Is dat zijn missie? “Nee. Mijn missie is om mijn leven te veranderen, en

dat van hen die deel uitmaken van mijn leven. Het materiële is niet belangrijk, in die tekstregel zit vooral veel symboliek. Ik vind het belangrijk om elke dag vooruit te gaan en rijker te worden.” Zo hard en rauw zijn zijn raps, zo zachtaardig, bijna timide is Frenetik zelf. Wat hem niet weerhoudt van stoere straatpraat, zoals in ‘Grammes’: “Dans la street, je vends des grammes / Éviter de prendre le tram.” In ‘Blanche Neige’ heeft hij het ook niet meteen over de sprookjesfiguur. Het zijn “des histoires hardcore qui t’empêcheront d’dormir donc vaut mieux pas qu’t’essayes de nous cerner,” zoals hij ze omschrijft in dezelfde track. Om even later tot het besluit te komen dat “la bête est sortie de sa cage”, wat hij ook visualiseert in de indrukwekkende, filmische videoclip bij het nummer. “Dat gaat over mij, ja. De deur staat open, het beest is los. Het is mijn manier om te zeggen: pas maar op je tellen, ik kom eraan.” Zoals de loodbolletjes in de Tour à Plomb ooit naar beneden duizelden, zo schiet Frenetik straks omhoog.

FRENETIK: JEU DE COULEURS Release: 22/1 (Jeunes Boss)

SCULPTED FROM THE STREET “Rapping is my way of venting my anger,” says Frenetik, the alias of 22-year-old Brussels rapper David Elikya Nkumu Kalala. Frenetik grew up in the Marolles and learned the ropes in the Anneessens neighbourhood, where he often played a game of cat-and-mouse with the police as an adolescent. He cut his raw, hard rap style from the cobble stones looking out into the world. “Everyone has to be at least a bit committed,” he says of his songs, in which he likes to hammer out the truth. During a year in which everyone had to stay in their room, Frenetik broke out. He released the EP Brouillon, was invited by the influential YouTube platform Colors, signed with the French Epic Records, a subsidiary of Sony, and may soon showcase his improbable flow and image-rich language on his mixtape Jeu de couleurs. “La bête est sortie de sa cage” (“The beast is out of its cage”), he raps in “Blanche neige”, and we can only confirm it: 2021 will be the year of Frenetik. EN

43


Culture. Exhibition

Where grid and cosmos meet EN

Fiy years ago, the Italian radical movement Superstudio developed new ideas for life on earth. Today, these ideas have lost none of their relevance and form the core of the “Superstudio Migrazioni” exhibition at the CIVA. — ELIEN HAENTJENS

Adolfo Natalini and Cristiano Toraldo di Francia met in 1966 while studying architecture at the University of Florence and together, they founded the avant-garde group Superstudio. “Just as everywhere else in Europe, Italy underwent cultural and political changes in the 1960s, which led to student protests. Several of the most important radical movements, such as Superstudio but also Archizoom, 9999 and UFO, saw the light of day in Florence because the city was a 44

conservative stronghold and Italy for a long period struggled with modernisation,” says curator Emmanuelle Chiappone-Piriou. “Another crucial event in the emergence of the movement was the devastating flood of Florence in 1966. As part of the so-called ‘mud angels’, the members of the group helped save the heritage. As a result, the theme of (over)flooding became a common thread throughout their oeuvre. Just like Florence was destroyed as a masterpiece, the rational world order had to be shattered,” says the curator. While the context is outlined in the bright yellow corridors of the exhibition space, the various rooms each highlight a specific theme. The exhibition starts with Migrazione (1969), which is the inspiration for both the title and the catalogue cover. “This abstract image of birds in flight, which was designed as a print pattern for the Italian company Abet Print, aptly depicts how Superstudio viewed

architecture. Not as a way of organising our lives and our world in a rational way, but as a way of creating an atmospheric environment,” says Chiappone-Piriou.

GLOBAL MONUMENT The first room focuses on the exhibition “Superarchitettura”, which Superstudio organised together with Archizoom in 1969 in Pistoia. For this, they transformed a small, narrow space into a colourful universe. “The title, and their own name, is an ironic allusion to concepts that at the time were new such as supermarket, super petrol or Superman. By imitating elements

from the social context, they wanted to criticise and reveal the absurdity and monstrosity already present in society – in part due to capitalism,” says the curator. “At the same time, with their colourful designs they wanted to bring poetry back into an everyday life that they considered gruesome and too homogeneous.” We are then introduced to their ideas around the grid, a concept that played a crucial role in all their later work. “Because the group had connections at the American Massachusetts Institute of Technology (MIT), they were quickly exposed to the computer technologies being developed. It was in this abstract and symbolic language that they found inspiration for their neutralising grid structure, which was intended to bring a new kind of rationalism to

“With their colourful designs they wanted to bring poetry back into everyday life” CURATOR EMMANUELLE CHIAPPONE-PIRIOU


From left to right: images taken from the projects Il Monumento Continuo (19691970), Un Catalogo di Ville (1968-1970), and the exhibition “Superarchitettura” (1966).

architecture. Like the capitalist system itself, the grid structure would enable them automatically to generate furniture such as their Misura series or even entire houses,” says Chiappone-Piriou. “The belief in the machine had to give way to a belief in a symbolic technology dimension in networks, systems and programmes.” As architecture as such had become superfluous thanks to the grid, the group focused on the environment and the planet. In 1969, for example, they showed their most iconic project at the Trinational Biennale in Graz with Il Monumento Continuo. The original photo collage shows how they built a monument in the desert on the basis of the grid which, as a total design, had the ambition to order the whole world. In this way, Monumento offered a response to the design of the diffuse urban fabric and Superstudio saw it as the embodiment of the cosmic order on earth. “Even New York, which is built according to a grid pattern, had to comply. In the photo collage New New York (1969), the skyscrapers are caught in the grid.

They are only a remnant of a chaotic time,” says Chiappone-Piriou. As a reaction to the modernist idea of a minimum of existence, Superstudio argued for the complete fusion of architecture and life. From then onwards, architecture was to deal with five foundations: life, education, ceremony, love and death. That is why they transformed their grid into a network of energy and information, within which mankind could permanently migrate and evolve worldwide. The installation they built to represent this idea of “supersuperficie” for the exhibition “Italy: The New Domestic Landscape” (MoMA, 1972) has been reconstructed in CIVA, accompanied by the original video.

STIMULATING REFLECTION Over the past fifty years, Superstudio has exerted a strong influence on architecture with its radical ideas and powerful photo-collages. “They themselves sometimes regret that the images receive more attention than the ideas they depict. Because Superstudio wanted to stimulate reflection rather than offer solutions,”

says Chiappone-Piriou. Across the entrance hall, the “Progettazione primaria” section houses Superstudio’s last phase, in which they no longer tried to understand reality through the absurd, but through the analysis of pre-capitalist lifestyles. Through the study of simple objects from popular cultures, they developed a new vision of architecture as a discipline that fitted seamlessly into existence. They represented this idea in their

installation La Moglie di Lot for the 1978 Venice Biennale. In it, a series of salt models of architectural archetypes, each enclosing a small object, were gradually dissolved by means of a dripping machine. The last object to appear bears the inscription: “Our life will be the only architecture.”

SUPERSTUDIO MIGRAZIONI > 16/5, CIVA, civa.brussels

SUPEREXPOSITIE

SUPEREXPO

Vijftig jaar geleden ontwikkelde de Italiaanse architectuurbeweging Superstudio radicaal vernieuwende ideeën over de manier waarop we op aarde kunnen leven. Die hebben nog niets aan relevantie ingeboet, en vormen de kern van de tentoonstelling Superstudio Migrazioni in CIVA. Curator Emmanuelle ChiapponePiriou: “Superstudio zag architectuur niet als een manier om ons leven en onze wereld op een rationale manier te organiseren, maar wel als een manier om een atmosferische omgeving te creëren.”

Il y a cinquante ans, le groupe d’architectes italiens Superstudio développait des idées radicalement innovantes sur la façon dont nous pouvons habiter le monde. Ces idées n’ont rien perdu de leur pertinence et sont au cœur de l’exposition Superstudio Migrazioni au CIVA. Emmanuelle Chiappone-Piriou, commissaire de l’expo : « Superstudio ne voyait pas l’architecture comme un moyen d’organiser rationnellement nos vies et notre monde, mais plutôt comme un moyen de créer un paysage éthéré. »

NL

FR

45


Culture. Bande dessinée

DANS LE CERVEAU PROLIFIQUE DU DESSINATEUR DE BD GABRI MOLIST

Sueur et tremblements FR

Un boulot ingrat au resto grill Joao’s, une poupée gonflable, des bouddhas qui jouent à Pong, des branches mortes qui prolifèrent, un défilé aux couleurs toxiques, et une Terre des Songes oppressante. Dans Dormir, c’est mourir, Gabri Molist, Bruxellois originaire de Barcelone, plonge dans les profondeurs de ses peurs trop éveillées. — KURT SNOEKX, PHOTO IVAN PUT

A

«

h, je pensais juste que tu avais honte de ta coupe de cheveux », me lance Gabri Molist après cinq minutes de conversation, alors que je remarque que ma caméra ne montre rien d’autre qu’un écran noir. Je tente une dernière fois d’apprivoiser le chaos qui règne sur mon crâne pendant que la connexion redémarre de mon côté, et je décide, lorsque j’apparais à l’écran, de riposter immédiatement : « Gabri, ‘I Am the Virus’, ça te dit quelque chose ? » Dans le mille ! « Oh merde, tu as vu ça ? Je dois vraiment faire plus attention », dit-il avec un sourire gêné. « Cette vidéo YouTube a été réalisée le week-end qui a précédé le premier confinement. Thomas Vermeire, un ami d’Aniss (El Hamouri, dessinateur et colocataire de Gabri Molist, NDLR) qui fait de la musique sous le pseudonyme de ThomasLoveFashionVerviers, était de passage ici. Nous avons joué au jeu vidéo Dark Souls, bu quelques bières, puis à un certain moment, j’ai commencé à faire l’idiot, à me rouler par terre en criant ‘I am the virus’. Bien sûr, Aniss a filmé tout ça. J’ai reçu la chanson et le clip qui l’accompagne comme cadeau d’anniversaire un

46

peu plus tard. (Rires) Disons simplement que cela étend la palette de couleurs de ma personnalité. » Le pigment ajouté le plus récemment à la palette du Bruxellois débarqué de Barcelone n’est pas une vidéo sortie des profondeurs de YouTube, mais une bande dessinée bien bâtie qui, si ce monde éreinté connaît une justice, se répandra parmi les lecteurs comme un virus. Dormir, c’est mourir – qui vient de sortir des presses de Bang Ediciones simultanément en espagnol et en français – est un voyage de 260 pages à travers la vie douloureusement solitaire et le cerveau privé de sommeil et rempli d’angoisses d’un protagoniste anonyme qui a été sensiblement inspiré par la vie et le cerveau de son créateur. « J’ai une petite expérience des problèmes de sommeil qui date du début de mon adolescence, mais quand j’ai voulu utiliser cette anecdote personnelle pour un roman graphique, ça m’a paru si ennuyeux ! (Rires) Je ressentais un lien émotionnel avec l’histoire, mais je ne pouvais pas imaginer que le reste du monde ressentirait quelque chose. Jusqu’à ce que je

commence à mélanger ce que je connaissais avec ce que je pouvais imaginer. »

PONG ET PIQÛRES Ce cocktail agité fait de Dormir, c’est mourir un livre qui vous tient éveillé en tant que lecteur, une expérience brute mais rayonnante, obsédante et drôle, douloureuse et accablante faite d’essais et d’erreurs, de solitude et d’amitié, de désespoir et de confiance, de maladie et de rétablissement. Un brave type un peu maladroit et chauve se laisse aller au découragement et à la solitude en se faisant malmener comme serveur au resto grill à volonté Joao’s. Des problèmes de sommeil, des sueurs froides, des tremblements et des piqûres sans cause physique le poussent à chercher un psychologue. En six séances, Agnès tente de soulager sa souffrance, qui trouve racine dans sa peur de la mort, au moyen d’un jeu avec des pierres, de conseils de masturbation et d’une poupée gonflable, tandis que la nuit, la créature Oto, faite de poussière de rêve, le conduit à travers la terre de mystère, de folie et d’inconscience dans sa propre tête, où se côtoient labyrinthes, trains


Mais qu’est-ce cette agitation là-bas dans les buissons ? C’est Gabri Molist avec sa surprenante première BD, Dormir, c’est mourir.

Gabri Molist Né à Barcelone en 1993 Au début de l’adolescence, il éprouve des troubles du sommeil qui se mêlent progressivement à la peur de mourir, et suit une thérapie pour la première fois Il étudie l’art et le design à l’Escola Massana d’Art i Disseny de Barcelone et fait sa dernière année de licence en Erasmus à la LUCA School of Arts de Gand Retourne à Gand pour son Master et y pose les bases de son premier recueil Dormir, c’est mourir (Bang Ediciones, 2021) Il s’installe à Bruxelles en 2017, où il lance le Zine Club de Muntpunt et rejoint le studio De Geslepen Potloden à Schaerbeek Publie ses expériences de fanzine Asonancia (Apa-Apa Cómics, 2018) et Ah I Laugh to See Myself So Beautiful In This Mirror (Ruja Press, 2020) Doctorant et enseignant à la LUCA School of Arts, Gand

« Le moment de l’endormissement m’effraie, me serre la gorge et menace de m’étouffer. Parce que je sens alors que tout contrôle m’échappe. Je m’imagine en train de mourir ainsi »

Parce que je ne peux pas le contrôler, parce que je sens alors que tout contrôle m’échappe. Je m’imagine en train de mourir ainsi. » Le sommeil et le caractère éphémère se fondent alors en un seul brouillard. « Bien sûr, c’est la peur la plus stupide au monde. Tout le monde sur cette terre va mourir. Ce que la plupart des gens font pour contrecarrer cette peur de la mort, c’est d’essayer de la masquer, de la recouvrir de plusieurs couches. Mais quand vous êtes seul, ces couches disparaissent. Pourquoi le personnage principal a-t-il peur de mourir ? Parce qu’il est seul. Il n’a personne qui se souviendra de lui à sa mort. C’est pour ça qu’il veut tellement être ami avec Oto, quelqu’un qui n’existe même pas. »

PIERRES-PAPIER-CISEAUX « Il y a des choses dans la BD qui correspondent à ce que j’ai moi-même vécu : la peur du sommeil et le fait que j’essaie d’anesthésier cette peur en regardant des sitcoms en pleine nuit – des choses facilement digérables comme How I Met Your Mother, New Girl, Friends, Modern Family, et en ce moment Frasier, la série dont nous regardions un

festifs, énormes ballons de basket, Bouddhas jouant à Pong, un défilé aux couleurs toxiques et de folles constructions architecturales. « Putain, trop bizarre... J’ai l’esprit bien pourri », peut-on lire dans Dormir, c’est mourir. « Mes rêves sont plus tranquilles », dit Gabri Molist en riant, « plus des scénarios possibles et ancrés dans notre monde que dans des trips sous LSD. Non pas qu’il n’y ait rien de bizarre, mais l’atmosphère de mes rêves est davantage basée sur la réalité. Mes rêves les plus fréquents ont trait à l’échec. Par exemple, je suis sur le terrain du FC Barcelone, mais je ne touche pas le ballon parce que je tombe tout le temps par terre. Ou alors je dois jouer un concert devant 2 000 personnes et je ne sais pas jouer de la guitare. Et puis il y a ce rêve effrayant où je conduis une voiture – je n’ai pas le permis – et où je perds le contrôle du véhicule. » Cette perte de contrôle est à l’origine des problèmes de sommeil du personnage principal et de Gabri Molist. « Le moment de l’endormissement m’effraie, me serre la gorge et menace de m’étouffer, comme les branches dans le livre.


DANS LE CERVEAU PROLIFIQUE DU DESSINATEUR DE BD GABRI MOLIST

BRUZZ

| INTERVIEW

Dormir, c’est mourir est un voyage de 260 pages époustouflantes à travers la vie douloureusement solitaire et le cerveau privé de sommeil et rempli d’angoisses d’un protagoniste anonyme qui a été sensiblement inspiré par la vie et le cerveau de son créateur.

épisode en famille quand j’étais petit, juste avant le film du vendredi soir. Et la pièce d’Agnès, avec les branches mortes dans les coins et les pierres sur la table, est inspirée du cabinet de mon psychologue à Gand. Ou encore les séances thérapeutiques au cours desquelles le personnage principal doit essayer de définir et de nommer sa relation avec ses problèmes et les personnages de ses rêves à l’aide de pierres de formes différentes, ou au cours desquelles il doit situer sa douleur dans certaines parties du corps. Et j’ai déjà reçu le conseil de la part d’un psychologue de me masturber avant de m’endormir. » « Mais cela ne constitue pas le noyau de ce livre », poursuit Gabri Molist. « En fait, c’était ma plus grande préoccupation : je ne voulais pas faire une histoire sur moi. Ce que je voulais éviter, c’était que les gens viennent me voir en disant : ‘Tu as dû tellement souffrir !’ Ce n’est pas la question, et pour votre information, je vais bien.

« Je ne voulais pas faire une histoire sur moi. Ce que je voulais éviter, c’était que les gens viennent me voir en disant : ‘Tu as dû tellement souffrir !’ Je vais bien » 48

(Rires) Je me suis fait à l’idée que cela va durer toute ma vie, que je ne guérirai jamais de cette peur, et que lorsque quelque chose ne va pas, je ne dors pas pendant une semaine. J’essaie alors de faire tout ce que je peux jusqu’à ce que cela disparaisse à nouveau. Et c’est bien comme ça. Ce que je veux dire, c’est que mes propres expériences n’ont été que le point de départ d’une histoire qui, espérons-le, me transcende. » C’est tout à fait le cas. Dormir, c’est mourir est pénétrant. Non seulement parce que le livre extrait un noyau émotionnel à partir de divagations sur les rêves et sur la mort, la solitude et l’amitié. Car entre le personnage principal, la psychologue Agnès et le personnage rêvé Oto, un triangle dramatique émerge qui se transforme en une sphère de confiance et de réconciliation. Ou parce qu’à partir de la conscience très tangible de l’état de souffrance de l’humanité, la guérison coule de façon merveilleuse. Mais aussi parce que la forme, ou plutôt les formes, dans lesquelles ces vécus apparaissent, sont d’une beauté inégalée. Dans Dormir, c’est mourir la lourdeur va de pair avec la légèreté, la souffrance avec l’humour, mais la beauté va aussi de pair avec la froideur, les rêves avec les nuances de gris, la foule avec la perte, et les couleurs avec l’oppression. C’est comme jouer gaiement avec les âmes sombres ou dark souls, comme dans ‘I Am the Virus’.

ULTRA-PETITS EXTRATERRESTRES Gabri Molist aime (gentiment) contredire, mettre sur de fausses pistes et miner les attentes. « Le dessin est ma pensée », explique-t-il, et cette pensée procède d’une manière délicieusement imprévisible et expérimentale, entrant souvent en libre collision avec les limites de la narration et des contraintes formelles. « Ces contraintes sont

au cœur de ma pratique de créateur de bandes dessinées. Avant tout, parce que j’en tire un grand plaisir. Mais aussi parce que ces contraintes, si vous les utilisez comme moteur du récit, produisent une certaine clairvoyance et une intention sincère. Dans Dormir, c’est mourir, par exemple, la division du livre en six séances de thérapie fait que chaque chapitre a exactement la même structure, et cette répétition constante ouvre à son tour la possibilité de montrer vraiment ce que c’est que de faire une séance de thérapie : on y va et on parle, on y retourne et on creuse, on avance et aussi on recule... » Cela doit ressembler un peu à la façon dont Dormir, c’est mourir est né : défriché pendant son année de Master à la LUCA School of Arts, sur le Campus Sint-Lucas de Gand, et retravaillé pendant les trois années suivantes. Pendant ce temps, il a aussi réalisé des fanzines et des illustrations, lancé le Zine Club de Muntpunt, entamé un doctorat en beaux-arts à Gand et s’est approprié le lieu que Ben Gijsemans, le créateur des livres précieux Hubert et Aaron, lui gardait au chaud au studio De Geslepen Potloden de Schaerbeek jusqu’à l’automne dernier. « Je me suis retrouvé à Gand sur les conseils d’Arnal Ballester, un de mes professeurs à l’Escola Massana d’Art i Disseny de Barcelone. Je voulais faire mon Erasmus à un endroit où je pourrais m’amuser mais aussi apprendre beaucoup. Il connaissait Goele Dewanckel (qui, en 2018, avec Caroline Lamarche, a sorti le joyau coloré La Poupée de Monsieur Silence chez Frémok, NDLR) et disait que les gens apprenaient des choses étonnantes avec elle. J’ai été très impressionné par tout ce que j’y ai vu et vécu. Dans de nombreux endroits, l’illustration est considérée comme faisant partie de la communication ou du


(S)TRIP DOOR HET HOOFD VAN GABRI MOLIST In Dormir, c’est mourir zadelt Gabri Molist een onhandige, kalende goedzak op met een hondenjob, slaapproblemen, koud zweet en rillingen zonder lichamelijke grond. Een bezoek aan een psychologe leidt een 260 pagina’s tellende trip in door een Land van Dromen, waar opblaaspoppen, Pong spelende boeddha’s, architecturale verzinsels en giftige kleuren het grandioze, beklemmende decor uitmaken. Dormir, c’est mourir zit de uit Barcelona aangespoelde Brusselaar op de huid. “Sinds mijn tienerjaren ben ik in therapie. Omdat het moment dat de slaap lonkt en ik de controle verlies, mij doodsangst inboezemt,” vertelt Gabri Molist, die tijdens het werk aan zijn debuut ook de Zine Club in Muntpunt oprichtte en toetrad tot De Geslepen Potloden. “Mijn angsten, rare ervaringen, de verdoving die sitcoms bieden, sijpelen binnen in Dormir, c’est mourir. Maar het boek overstijgt hopelijk ook mezelf, om via droom en dood te spreken over eenzaamheid, vriendschap, hoop.”

design graphique, mais à Gand, elle fait partie des beaux-arts. On vous enseigne donc les techniques d’impression, la peinture, les techniques analogues, alors que vos références sont des artistes. Lorsque je suis retourné à Barcelone après cet échange pour terminer mon diplôme de bachelier, je savais déjà que je reviendrais à Gand pour mon master. » « J’ai mis deux ans pour le faire », poursuit Gabri Molist, « pour me donner le temps d’aller au studio autant que possible. Je n’ai commencé Dormir, c’est mourir que la deuxième année, après avoir réalisé une bande dessinée en première année sur de petits extraterrestres qui veulent conquérir notre planète, mais qui s’avèrent trop petits pour conquérir quoi que ce soit. (Rires) J’ai un jour joué avec l’idée de rattacher cette histoire à Dormir, c’est mourir comme un fanzine, mais j’ai décidé de ne pas le faire. Bien que le livre contienne un clin d’œil aux extraterrestres par le biais d’une affiche publicitaire. » Et – « parce qu’une bande dessinée qui ne fait référence qu’à la bande dessinée se referme sur elle-même et que pour moi, c’est plutôt un carrefour à partir duquel on peut aller ailleurs » – à Saul Steinberg, Francis Bacon, Helena Almeida, David Lynch, Alfred Hitchcock, Charles Burns et Joan Miró – avec une scène magnifique qui se résume en une seule ligne, catapultant Gabri Molist à la Fundació Joan Miró, où, chaque Noël, il s’imprègne de l’imposant triptyque Peinture sur fond blanc pour la cellule d’un solitaire (1968).

MAL PARTOUT Malgré la condamnation inéluctable de chaque être humain, Dormir, c’est mourir est construit sur l’espoir. « Ce qui a commencé par des problèmes de sommeil à l’adolescence s’est accompagné dès

l’âge de dix-huit ans de peurs existentielles, qui persistent encore aujourd’hui et pour lesquelles je suis toujours en thérapie. Cela m’a beaucoup aidé à aller de l’avant. Bien sûr, j’étais réticent au début, je n’étais pas fou après tout. Le simple fait d’admettre qu’il y a un problème fait naître la culpabilité et la panique. Mais quand on trouve le chemin de la thérapie, c’est tellement bien. Si je pouvais, je donnerais à tout le monde des séances de thérapie gratuites. Si ton corps te fait souffrir, tu vas bien chez le médecin. » Dans Dormir, c’est mourir, on voit ce qui arrive quand une personne qui souffre ne reçoit pas l’aide dont elle a besoin. Mais aussi la résilience des gens, et de l’art. Comment un livre peut grandir, prendre vie. Comment un personnage principal peut se nicher dans votre âme. « J’aurais pu varier à l’infini les séances de thérapie du livre, juste pour éviter de devoir dire au revoir à mon personnage. Mais il le fallait, 260 pages étaient suffisantes pour l’histoire. » Les adieux sont durs, ce n’est pas un hasard que les derniers mots de Dormir, c’est mourir soient : « J’ai mal partout ». Mais avec cette prise de conscience vient aussi la catharsis, le fait de prendre conscience que vous ne comprendrez pas tout, que l’on ne sondera jamais complètement quelqu’un, et que c’est normal. Et que c’est peut-être même ce qui fait vivre une histoire au-delà des pages.

DORMIR, C’EST MOURIR Livre : 264 p., 20€, www.bangediciones.com Lancement de vente : 21/1, 17.00, Grafik, Facebook: grafik1030

BRUZZ | INTERVIEW

NL

(S)TRIP THROUGH THE HEAD OF GABRI MOLIST In Dormir, c’est mourir, Gabri Molist saddles an awkward and balding kind soul with a dog’s job, sleeping problems, cold sweats and chills that have no physical explanation. A visit to a psychologist leads to a 260-page trip through a Land of Dreams, where blow-up dolls, Buddhas playing Pong, architectural fabrications and poisonous colours form the grandiose, oppressive backdrop. Dormir, c’est mourir is close to home for the Barcelonaborn artist who ended up in Brussels after his studies in Ghent. “Since my teens I have been in therapy. Because as soon as sleep comes and I lose control, I am terrified that I will slip away,” says Gabri Molist, who also founded the Zine Club in Muntpunt and joined De Geslepen Potloden while working on his debut. “My fears, experiences, the anaesthetic that sitcoms offer, all seep into Dormir, c’est mourir. But the book also hopefully transcends myself, to speak of loneliness, friendship, hope through dream and death.” EN

49


Culture. Jazz

Flying carpet ready for take-off A ten-day, immersive trip through Istanbul was the stepping stone for Azmari towards new musical horizons and a hypnotic debut album that shows why the Brussels Ethio-jazz scene is alive and well. — TOM PEETERS In the wake of Black Flower, Azmari is the next Brussels Ethio-jazz band on Sdban Ultra, the record label from Ghent that bundles the eclectic vanguard of Belgian jazz and adds a mark of quality to it. “Especially the timbre and the specific rhythms of the genre inspire us,” says Basile Bourtembourg (27), who plays keyboards, percussion and now baglama with the six-piece band that, since its inception in 2015, more and more has started to incorporate oriental influences into their psych-funk and Afrobeat palette. “But we started as a reggae band – hence the dub influences. But we couldn’t hold the oriental atmosphere and Ethiopian grooves back. There is not only the influence of the classics like Mulatu Astatke (after whose song the band named itself, Ed.). The European revival has also helped us greatly. At home, Nathan Daems has had a great impact, but we are also in contact with colleagues from France and Germany.” “Our growth is not just supported by our label Sdban, who will let us release another album after this debut, but the European tour, which the Berlin booking agency Magnificent Music arranged for us in November 2019, also gave us the feeling that the environment

surrounding us is constantly improving.” Azmari was originally started by jazz guitarist Alexis Nootens, with whom Bourtembourg studied history at ULB. The original founder has since left the band, but has not stopped his own musical journey. Meanwhile, a French saxophonist and a Lebanese singer have left the ship – or more appropriately: the flying carpet. Others joined them instead. The increased interest certainly marks a great step forward for the group, which had to finance the first pressing of debut EP Ekera (2019) using a crowd-funding platform. “Listeners are much more open to instrumental music,” continues Bourtembourg, who finished the album Sama’i with the band members in February 2020, just before the corona pandemic hit. “The greatest difference between Ekera and Sama’i is that, this time we thought more about the overall package. We had recorded the six tracks on the EP in record speed with little in the way of materials and resources. At that point, we just wanted a calling card. The album is much more coherent, with links between the nine songs. More so than in the past, we now look for the same rhythm and try to get the audience in a

© ARTHUR ANCION-MIN

EN

trance. There’s less room for solos, but that results in more intense playing together.”

MOON AND DESERT The change of focus is partly the result of a ten-day trip to Istanbul, where the band members soaked up Eastern influences at the invitation of the krautrock band Ayyuka. “They had previously been our guests in Brussels, where we jammed together. They had arranged a few shows for us, mainly in the centre of Istanbul, but also in Kadiköy, an Asian district across the water that gets a long tribute on

50

Uitgelicht

Inside out

Uitbraak

NL/ Begin januari werden de

EN/ Judging by the no fewer than 419 portfolios submitted to the fifth edition of the PhotoBrussels Festival, the corona crisis has not been all doom and gloom. The need to focus on “The World Within” during the lockdown produced intimate, thought-provoking, funny and loving images that illustrate the creative resilience of the human species. Twenty-seven artists with names like Nick Hannes, Lucas Leffler, Simon Vansteenwinckel and Julia Fullerton-Batten (see photo), are happy to get you out of your hobbit-hole for a visit to Hangar. (KS)

NL/ Het jonge Brusselse label WeZienWel zet de

negen finalisten van De Nieuwe Lichting bekendgemaakt, de talentenjacht van Studio Brussel. Tussen het jonge geweld zitten twee hoofdstedelijke namen, Aili Maruyama, die een Japans getint danspopduo vormt met Orson Wouters alias Transistorcake, en Berry, de Action Bronson van Brussel die vorig jaar twee albums onder de radar dropte en die met zijn laidback djonkorap nu vol in de spotlights mag komen. Stemmen kan van 21 tot 28 januari. (TZ)

lockdown een neus en brengt onder de banier Let’s unlock some unreleased tracks that matter een compilatie uit met lekkere dancetracks. Om je ook in quarantainetijden te verleiden tot een bootyshake tonen onder meer kleppers als Tom Trago, TLP en Ben Westbeech en jonge honden als de broertjes Wifaru en Lance (foto) hun skills. Wie zijn beats het liefst medium rare eet, kan terecht bij BRENNT alias Brent Vanneste van postmetalband Stake. Per verkochte plaat gaat 1 euro naar LIVE2020. (TZ)

www.stubru.be/denieuwelichting

21/1 > 27/3, Hangar, www.hangar.art

www.we-zien-wel.com

© JONAS VAN BOUWEL

Select.


Azmari’s debut album Sama’i was influenced by a tenday trip to Istanbul.

Sama’i. It was often hectic. Every time we needed two large taxis to transport all the members and instruments, but that also gave the experience a nice local touch.” Bourtembourg himself started to play baglama, as evidenced by the new single “Azalai”, his personal favourite on the album, which is shrouded in a layer of mystery by the extra stringed instrument. Together with the Turkish kaval, a shepherd’s flute from Anatolia, which saxophonist Mattéo Badet started practising, this creates new sound colours. The mystical album-cover with moon and desert landscape

by French visual artist Hugo Marchais further emphasises the transcendental atmosphere. “Don’t go looking for too much cosmic philosophy behind it all, but we are influenced by Sun Ra Arkestra,” laughs Bourtembourg. The “Space Is the Place” attitude also ties in nicely with the hypnotic experience with which the band wants to lift the listener to a higher level of consciousness. It is not for nothing that the album title refers to Sufi culture, which drummer Arthur Ancion immersed himself in during his anthropology studies. “But at the same time, it is a nod to Karl Hector & the

AZMARI: SAMA’I Release: 22/1 (Sdban Ultra) Livestream presentation: 24/1, 15.00, Facebook: chouetteasbl

Akerman en mode binge-watching

Cultuur in zetelmodus

© MICHELLE GEERARDYN

NL/ Podium 19 is een tijdelijke tv-zender

gelanceerd door de zeven Vlaamse Kunstinstellingen, waaronder AB en Brussels Philharmonic. Arno bijt de spits af met de streaming van een Santeboutique-concert in de AB. Daags nadien volgt een ‘feestconcert’ van Brussels Philharmonic en het Vlaams Radio Koor. In februari streamt de AB nog tal van live-nummers die in haar zaal zijn opgenomen, afgewisseld met concerten van onder meer Zwangere Guy en Brihang. Brussels Philharmonic heeft in februari Rothko chapel van Morton Feldman in de pijplijn zitten, alsook een uitvoering van La mer van Debussy. Op 23 januari is de opera Die tote Stadt van De Munt te zien, en ook andere kleinere huizen als Beursschouwburg,

Malcouns, a band from Munich that has a song with the same name,” Bourtembourg concludes with a sense of perspective. “Right now, we may be under the spell of Turkish sounds but maybe by our next album, we will develop a weakness for Japanese music. Anything is possible in an eclectic melting pot like Brussels.”

KVS, Bronks, Passa Porta en Kaaitheater mogen wellicht content leveren. (MB) Vanaf 21/1 op Proximus Pickx, Telenet TV en Orange TV, herbekijken via www.vrt.nu Programma: www.podium19.be

FR/ Les cinéphiles ayant découvert LaCinetek sont sans doute déjà accros à cette plateforme franco-belge de streaming, alimentée par de grand.e.s réalisateurs.rices. Du 25 janvier au 15 mars, LaCinetek rend hommage à notre Chantal Akerman nationale, l’une des figures les plus inspirantes du cinéma moderne, avec une rétrospective de dix films restaurés par la Cinematek . L’occasion de renouer avec les classiques (Je, tu, il, elle, Jeanne Dielman, 23, quai du commerce, ...) mais aussi de s’ouvrir à des films moins exposés, tels que Saute ma Ville et Lettre d’une cinéaste. (SOS) 25/1 > 15/3, www.lacinetek.com & www.cinematek.be 51


Culture. Eat & Drink

À deux pas de la place Jourdan, Mine Madeh propose une street food syrienne inédite dans la capitale.

Le four aux merveilles EN

Malgré la situation dramatique des restaurants et des cafés, de nouvelles adresses continuent de voir le jour à Bruxelles. Et pas des moins bonnes. Énorme coup de cœur pour Mine Madeh. — MICHEL VERLINDEN, PHOTO: SASKIA VANDERSTICHELE MINE MADEH Waversesteenweg 390 chaussée de Wavre, Etterbeek, Ma/lu/mo > za/sa/ Sa 12 > 15.00 & 18 > 21.30

••••

Les restaurateurs bruxellois sont incroyables ! Alors que tout les pousse à la déprime, ils parviennent encore à nous surprendre. En attendant de parler de l’excellent Rambo qui sera chroniqué la semaine prochaine, il faut absolument que l’on évoque Mine Madeh. Cette toute nouvelle adresse a été inaugurée par un chef qui n’en finit pas de faire parler de lui : Georges Baghdi Sar. Outre le C'chicounou, on doit à ce

talent aux racines arméniennes et syriennes les excellents My Tannour – des enseignes qui reposent sur un principe de pains cuits dans des fours en forme de jarres – que l’on trouve à Ixelles, à Saint-Gilles, au Wolf (dans le centre de Bruxelles) et bientôt à Waterloo. À deux pas de la place Jourdan, dans un segment de rue piétonnière où se répandent les effluves à la graisse de bœuf de la Maison Antoine, Baghdi

Sar vient de lancer Mine Madeh, un fast-good joliment carrelé proposant une street food syrienne inédite dans la capitale. Ici, c’est le madeh qui est à l’honneur. Soit une préparation de viande hachée proposée dans un pain rond qui n’est pas sans évoquer la pizza. On ne saurait trop recommander d’aller sur place, en respectant les gestes barrière bien sûr, pour découvrir ce lieu qui fonctionne uniquement en mode take-away pour le moment. Les yeux se régalent devant les légumes et le pain – qui n’est pas le même que chez My Tannour dans la mesure où il fait valoir un temps de pousse plus long, 48 heures – cuits dans un magnifique four en forme de dôme recouvert de mosaïques

bordeaux. Ensuite, la galette est éventrée pour accueillir les légumes et être déposée, lestée par des poids pour que les sucs se diffusent, sur une sorte de plancha. Enfin, à l’aide d’un énorme couteau, le chef coupe le pain en deux parties qui sont soigneusement emballées. Cet alléchant rituel fait saliver. À raison : la version bœuf-agneau (8 euros) que l’on a testée est imparable. On aime le goût de cannelle et de cardamome qui infuse le haché et, surtout, les oignons et poivrons littéralement confits. Ceux-ci fondent dans la bouche et hantent les papilles longtemps. Bonne nouvelle pour les végétariens, la variante à base de halloumi, aubergines, pommes de terre, oignons et poivrons (8 euros) est tout aussi délicieuse.

HIGH FIVE

52

MANGIAVINO

THE VEGAN BUTCHER’S CHOICE

••••

••••

GABRIELLA

MAISON LANSSENS

••••

••••

••••

Brood uit alle windstreken. Du pain du monde entier. Bread from around the world. (www.lafourna.be)

Italiaanse kost, genereuze porties. Traiteur italien ultra-généreux. Italian food, generous portions. (gabriella.cocina.be)

De allerbeste zuurkool van Brussel! La meilleure choucroute de Bruxelles ! The best sauerkraut in Brussels! (www.maisonlanssens.be)

Italiaans zoals in Italië. L’Italie en V.O. Authentic Italy. (Facebook: MangiavinoAltitude100)

De smaak van vlees, zonder vlees. Le goût de la viande... sans viande. The taste of meat, but without meat. (www.veganbutcher.be)

LA FOURNA


Nick Trachet

Nick Trachet

Harde kip Werelderfgoed NickTrachet Trachet Nick Brusselaardie diededestad stad Brusselaar endedewereld wereldculinair culinair en ontdekt ontdekt

BRUZZ | TRACHET 52

I

)

Het is u misschien ontgaan, maar er heeft zich in Wie langs de Afrikaanse winkels wandelt, moet Noord-Afrika half mirakel voltrokken. De vier het zeker al zijneen opgevallen: op de vitrine hangt landen van deniet Maghreb, Algerije, vaker wel dan een reclame voorMarokko, pluvera. Meestal staatenerTunesië, het lachende gezicht van een Mauritanië hebben samengewerkt. Afrikaanse mama op,Afrique met kleurrijke Het magazine Jeune schrijft hoofddoek. enthousiast: Hetgebeurt gaat over Maar waar niet om nu “Het datdiepvrieskip. de cultuur slaagt de de politiek overal dominerende Het verdeeld. zijn legkippen strandt.” De vier zijn‘plofkip’. doorgaans Onder die te oud normen vanSahara. de meer overzijn het volgens lot van de Westelijke eierindustrie. dieren gaan uiteraard Grenzen zijn Zulke moeilijk te verdedigen in deniet woestijn. verloren, maar zijn ook nu nietallemaal meer gepast voor Die landen hadden samen een ‘onze’ moderne smaak kip heeft de voorstel ingediend omdie de liever couscous in te met schrijven textuur van tandpasta. Dus deze vogels naar als immaterieel erfgoed bijgaan de Unesco. En zo is Azië en Afrika. op Men er ginder verzot op. Bijwerd ons ook geschied: 16isdecember laatstleden was kip vroeger iets voor zonen feestdagen, totlijst couscous toegevoegd aan de ‘representatieve een fenomenale ontwikkeling de brave kip van het immaterieel cultureel erfgoed van de degradeerde tot de goedkoopste proteïne op de mensheid’. Hoe eten, voedsel, immaterieel erfgoed markt. Hetzelfde in Afrika. Met vreugde bezingen kan zijn, heeft me vaak verbaasd. Wat is er nu ze daar de goedkope kip die uit onze contreien per materiëler dan eten, voedsel? De vraag naar meer vliegtuig naar ginder wordt gevlogen, mogelijk koopkracht door de arbeidende klasse werd met subsidies van de EU. Die handel moet wel erg destijds afgedaan als ‘biefstukkensocialisme’: winstgevend zijn, want de eigenaars van het merk voedsel stond voor primaire behoefte, staan in de top symbool vijfhonderd van de Belgische niet voor cultuur. Wat zijn we toch geëvolueerd! fortuinen. Het gaatzo’n de landen de Maghreb natuurlijk Ik kocht kip en van de winkelier waarschuwniet om“Poulet de korrels zetmeel groente en vlees of de mij: dur!” Strong met chicken lees je vis. Niet om het recept. Maar om de plaats diein weleens in Engelstalige recepten. Surinamers couscous klaarmaken en eten heeftkip”, in de Nederland hebben het over “harde en ja samenleving. mensen, dat zijn ze ook. Als je de oude recepten zo wordtvoor toegegeven, is eenleest, erfgoed vanCouscous, mwamba (moambe de kolonialen) van Imazighen, deen ‘Berbers’. Maar het is bij die moet die kip uren uren sudderen in de erfgoederkenning niet belangrijk wieniet de eigendom palmolie. Een moderne kip kan daar tegen, vansmelt de couscous maguurtje claimen. Daar die na een half al tot eenmaken hoopje de miserabele landen nogprut. altijd ruzie over. Het gaat om de Maar ikvan kwam thuis metklaarmaken zo’n beest. Het belevenis hetdus gezamenlijk en eten woog overigens zoveel: 1,2 kilo. Ik hakte van het gerecht,niet omeens de gelegenheden waarbij men de kip, zodra zezet. ontdooid was, eten in handige couscous voor Couscous als maatschapstukken: idealiter moet elke eter een stuk krijgen pelijk spel. metDe eenschotel evenredig deel van vlees, velverspreid en been. en Het is ondertussen wijd vel is de voornaamste smaakdrager kip en eigenlijk werelderfgoed geworden.in Ineen Frankrijk zonder erin kan je niet peuzelen, wat zijn. zou hetbeen de derde meest populaire schotel wereldwijd als droevig wordt ervaren. was Men at in Spanje al couscous aan hetVerder koninklijke ook de nek erbij, het ultieme peuzelstuk en in hof in de zestiende eeuw. Toen ik een tientalhet jaren karkas vond ik de eierstokken terug. Lang geleden geleden door Noord-Italië reed, zag ik metershoge las ik een authentiek Italiaans recept voor affiches van de Lega Nord met als opschrift spaghetti met eierstokken van kip, maar daarvoor “Couscous is géén Italiaanse traditie!” Zij dwaalden grenzeloos, couscous is wél Italiaans erfgoed! Couscous kwam al naar Europa met de De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet moslims in de Duistere Middeleeuwen. De bereiding is een beetje overal blijven hangen. In

moet je er al een hele hoop tegelijk slachten! Ligurië (cuscus ponentina), in Sardinië (cascà), in Ik liet de stukken rustig bakken in ruime olie Sicilië (cuscusu, fregola),wat in de Provence. en ik voegde er behoorlijk gehakte ajuin Ook aan naar oosten breidden de Na gestoomde zich toe,het wat pepertjes en look. anderhalfkorrels uur was Via de maftoul van detaai! Palestijnen en verder tot de uit. kip nog steeds oneetbaar Maakt niet uit, in Indië. Vandaag eet men overigens couscous in dan eten we wat later. In de tropen zijn maaltijden heel deerg wereld. Gewoon omdat rulle korrels zo trouwens relatief, iedereen krijgtdeeen bord heerlijk wanneer hijzijn. of zij thuiskomt, het eten mag dan al Couscous wordt niet uitsluitend gemaakt van lauw zijn, er is altijd genoeg voor iedereen. vermalen tarwe van tarwe Ik deed erharde wat water bij(couscous om het stoven rustigis trouwensteeen vorm vanNu pasta, niet vanmet grutten verder laten lopen. had ik al kip ajuinzoals bulgur dat is). Het van gierst (mil, millet) (het rook écht naar kipgebruik in de keuken), maar ik had hetisnog graag wat Afrikaanser. jullie at ik waarschijnlijk nog ouder.Kennen In Mauritanië agussi? Agussi – ookcouscous bekend als egusi, of een meerdere malen van rijst.agushi De Peul, egushi – wordt voornamelijk gebruikt in te gebruiken. West-Afrikaans volk, schijnen maïs West-Afrika. Het zijn de zaden van meloenDe verenigende eigenschap van een al deze recepten is soort, vele worden pompoensoorten, gepeld dat of devan korrels ingevet, vaak metenboter, en gemalen. Het resultaat wat opbouillon. amandelpoedan gestoomd bovenlijkt kokende der. JeOok vindt vandaag agussi in vrijwel elke is niet wat men bij de korrels serveert, Afrikaanse winkel. overal hetzelfde. Dat kan vlees zijn, vis of Van agussi maakt men ‘soep’. Eigenlijk vegetarisch. De groenten zijn altijd erg dikke belangrijk saus. Agussi bindt erg en geeft ‘couscous een romig royal’, in de bereiding. Hetmooi verschijnsel resultaat. enkele scheppen rustig niet meestoven met vijfLaat soorten vlees, is helemaal traditiomet de kip en roer regelmatig om. Hier kunnen neel. Men zegt in de Maghreb zelfs dat de nu ook nog groene groenten bij, zoals okra’s, merguez, het pikante worstje, een Franse maar zeker bijvoorbeeld ook spinazie. Een uitvinding is en dus niet authentiek. Harissa erbij, tomaatje zorgt ervoor dat je je kan vergissen met die pittige kruidenpasta, is dan weer een Tunede hete pepers, tot jolijt van iedereen! Laat sisch gebruik. Maar ondertussen heeft dat school onbepaalde tijd verder sudderen. De agussisaus is gemaakt in de diaspora van de couscous. erg vullend, smaakt een klein beetje bitter, maar Hetmuskusachtig. is dus een jaar demet couscous te eren en ook wat Teom eten de vingers, vooral te eten. Couscous is een maaltijd die men boven een bord rijst. Smakelijk. deelt met anderen, nog even wachten dus. Smakelijk.

“Op de vitrine van Afrikaanse winkels hangt vaker wel dan “Het gaat de belevenis niet eenom reclame van hetpluvera” gezamenlijk klaarvoor maken en eten van het gerecht. Couscous eten als maatschappelijk spel” Marokkaanse Spahis – ruiters – van het Franse leger bereiden couscous tijdens de Eerste Wereldoorlog.

COLOFON COLOFON BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 ABONNEMENTEN Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gewest. Gratis in Brussels Rest van België: 25 euro per jaar; Hoofdstedelijk Gewest. IBAN: BE98 3631 6044 3393 RestMedia van België: van Vlaams Brusselse vzw 25 euro per jaar; BE98 Buiten België:IBAN: 30 euro per3631 jaar.6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw OPLAGE Buiten België: 30 euro per jaar. OPLAGE : 62.609 exemplaren. OPLAGE ADVERTEREN?OPLAGE : 62.609 exemplaren.  Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be ADVERTEREN? Marthe Paklons, 02-650 10 61 DISTRIBUTIE sales@bruzz.be Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be

DISTRIBUTIE ALGEMENE DIRECTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be Dirk De Clippeleir ALGEMENE DIRECTIE HOOFDREDACTIE Dirk De Clippeleir Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq HOOFDREDACTIE Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), CULTUUR & UIT Gerd Hendrickx Mathias Declercq CULTUUR & UIT REDACTIE GerdEva Hendrickx Nathalie Carpentier, Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn REDACTIE Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Carpentier, Eva Christiaens, Sara De Eyck, Steven VanNathalie Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Zonderman Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van MEDEWERKERS Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Zonderman Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom VanMEDEWERKERS Bogaert, Michel Verlinden Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, EINDREDACTIE Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Karen De Becker,Trachet, Geert Van derVan Hallen, Sophie Tom Bogaert, Michel Verlinden Soukias EINDREDACTIE VORMGEVING Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Heleen Rodiers, Ruth Plaizier Soukias VERTALING John Arblaster, Frédérique Beuzon, VORMGEVING Martin McGarry, Heleen Laura Jones Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Frédérique Beuzon, George Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, NoémieHolmer, Greta Holmer-Arblaster, Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Laura Jones, Martin McGarry Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Kristof Pitteurs Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, SaskiaElsene. Vanderstichele, Wide Vercnocke Flageyplein 18, 1050 Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse UITGEVER VERANTWOORDELIJKE Media vzw, wordtKristof gedrukt op de persen van Eco Pitteurs Print Center (DPG Media) Flageyplein 18, 1050 Elsene. en wordt gesubsidieerd door Bruzz is een uitgave de Vlaams Brusselse de Vlaamse Gemeenschap en devan Vlaamse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Gemeenschapscommissie. Print Center (DPG Media) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via MELD NIEUWS redactie@bruzz.be Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten VOER UW EVENEMENT IN OP kunnen via redactie@bruzz.be ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR ENTER YOUR EVENT ON www.agenda.brussels

VOER UW EVENEMENT IN OP ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR WWW.BRUZZ.BE ENTER YOUR EVENT ON www.agenda.brussels

28 OKTOBER 2020

WWW.BRUZZ.BE

De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet

© PHOTONEWS


Houd afstand! De afgelopen maanden zijn we overspoeld door cijfers en meningen over het virus. De impact op ons leven is dan ook enorm. Maar echt inzicht vergt enige afstand. Voor het ontwaren van de diepere oorzaken en maatschappelijke gevolgen hebben we nood aan journalistiek die verder gaat dan de waan van de dag. Sinds 1999 gaf het Fonds Pascal Decroos al aan meer dan 1000 journalisten beurzen om tijd te kunnen vrijmaken voor diepgravend onderzoek.

Steun het Fonds Pascal Decroos en help journalisten afstand te houden. www.fondspascaldecroos.org/doneer

Het Fonds Pascal Decroos is een project van Journalismfund.eu vzw


IO

AD R Z Z BRU

FMe/live 8 . 8 9 BRUZZ.b of via

ONTDEK HET NIEUWE RADIOSEIZOEN !

MAANDAG TOT VRIJDAG 07.00 - 10.00 UPTOWN MET ROBBE Robbe serveert een stevige update over actualiteit, muziek en trends bij de koffie.

10.00 - 12.00 D’OFFICE MET SEVERINE Bij Séverine kiezen jij en je collega’s de platen. Schrijf je in op BRUZZ.be!

12.00 - 14.00 WHATZZ UP MET BRAM Bram brengt je de laatste updates uit de stad tijdens de lunch.

14.00 - 16.00 SEVERINE

Séverine vergezelt je elke namiddag, met veel muziek en weinig blabla.

16.00 - 19.00 DOWNTOWN MET GUNNAR * Met een potige muziekselectie en gratis tips & tricks loodst Gunnar je door de avondspits.

19.00 - 20.00 ICE MET GAILOR

De coolste tracks van het moment, op een zilveren schoteltje aangeboden door Gailor. *niet op vrijdag, want dan is er BRUZZ WEEKEND met Margot!

Profile for bruzz.be

BRUZZ - editie 1737  

Deze week in BRUZZ: * Yassine Boubout in het mijnenveld tussen jeugd en politie * Gare Maritime: het pronkstuk van Thurn & Taxis * Photogra...

BRUZZ - editie 1737  

Deze week in BRUZZ: * Yassine Boubout in het mijnenveld tussen jeugd en politie * Gare Maritime: het pronkstuk van Thurn & Taxis * Photogra...

Profile for bruzz.be