__MAIN_TEXT__

Page 1

#1728

NL

WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW

FR

FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY

EN

1050 ELSENE/IXELLES AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153

INTERVIEWS

|

A N A LY S E S

|

TIPS

ADIEU, CULTUUR BRUSSELSE HUIZEN REAGEREN TELEURGESTELD

CORONA WURGT DE CLUBSCENE

NOODKREET VAN OP DE DANSVLOER

28 | 10 | 2020


DE GROOTSTE

INZAMELACTIE TER WERELD 6 & 7 november 2020

BRENG JE BABYSPULLEN NAAR EEN GEMEENSCHAPSCENTRUM IN JOUW BUURT! Brussel Helpt doet dit jaar Babytheek Brussel verder groeien. Naast de Grootste Spaghettislag ter Wereld organiseren we een inzamelactie voor babyspullen. Heb je nog babyspullen (geen kleren of speelgoed) die je niet meer gebruikt? Breng ze naar één van onze inzamelpunten!

BEKIJK DE INZAMELPUNTEN EN OPENINGSUREN OP BRUSSELHELPT.BE/INZAMELACTIE


Inhoud / Sommaire / Inside

Edito VERSLAGEN Maatregel na maatregel schuifelen we naar een lockdown. Gemiddeld om de twee dagen maakt wel een van onze regeringen de regels strenger. De kans is groot dat tussen het moment dat ik dit schrijf – maandagavond zoals altijd flirtend met de deadline – en het moment dat u dit leest, de dingen opnieuw “scherper zijn gesteld”. Dat constante gemorrel stuit op onbegrip, steeds meer zelfs. De verslagenheid binnen de cultuursector was zaterdag haast tastbaar. 48 uur eerder kreeg die nog te horen dat de genomen veiligheidsmaatregelen volstonden. Zaterdag verkondigde Rudi Vervoort op een persconferentie waarvan – het leek haast symbolisch – het aanvangsuur last minute werd vervroegd, dat alle cultuurhuizen toch een maand dicht moeten. Dat er strengere maatregelen nodig zijn, daar twijfelt niemand nog aan. De wanhoop in de ogen van onze artsen en verpleegkundige in een videoreportage van BRUZZ sprak boekdelen. Maar de manier waarop hier in Brussel maatregelen worden aangepast en opnieuw veranderd, het feit dat de federale en gewestelijke regels niet op elkaar worden afgestemd, en het feit dat we hier hopeloos achter de feiten aan lijken te hollen, daar word ik, en met mij velen, stilaan moedeloos van. Peter de Caluwe, de directeur van de Munt verwoordt het in dit magazine als volgt: “Dit is het cynische voorbij … een overreactie van mensen die niet meer weten waar ze mee bezig zijn.” Lees de reacties uit de cultuursector op p24 - 28 NL

SPREEKTIJD

“De moord op de leraar in Frankrijk had ook hier kunnen gebeuren” Islamoloog Montasser AlDe’emeh en algemeen directeur Jurgen Wayenberg 14

REALITY BITES

COUP DE CRÂCE

L’éternelle quarantaine des sans-abri

Mesure après mesure, on se rapproche d’un confinement. En moyenne, tous les deux jours, un de nos gouvernements durcit les règles. Il y a de fortes chances qu’entre le moment où j’écris ceci – lundi soir, comme toujours, en flirtant avec l’échéance – et le moment où vous lirez ceci, les consignes soient encore plus sévères. Ce tâtonnement constant suscite l’incompréhension, de plus en plus. Samedi, la déception au sein du secteur culturel était palpable. Quarante-huit heures plus tôt, il avait été dit que les mesures de sécurité prises étaient suffisantes. Samedi, Rudi Vervoort a annoncé, lors d’une conférence de presse dont l’heure du début a été avancée à la dernière minute – cela semblait presque symbolique – que toutes les salles devaient finalement fermer pendant un mois. Que des mesures plus strictes soient nécessaires, personne n’en doute. Le désespoir dans les yeux de nos médecins et infirmiers dans un reportage vidéo de BRUZZ en dit long. Mais la manière dont les mesures sont adaptées, réajustées et modifiées ici à Bruxelles, le fait que les règles fédérales et régionales ne soient pas alignées et le fait que nous semblons courir désespérément après les faits, tout cela me démoralise, et bien d’autres avec moi. Peter de Caluwe, le directeur de La Monnaie, l’exprime ainsi dans ce magazine : « On est au-delà du cynisme... une réaction excessive de gens qui ne savent plus ce qu’ils font. » Lisez les réactions du secteur culturel en p24 - 28 FR

Laura Krsmanovic 30

REPORTAGE

“Hier wil ik rouwen om mijn zoon, niet in Marokko” Verslag van op de multiconfessionele begraafplaats in Evere 46

DEFEATED

DE WEEK Zoom 4, In beeld 6, Bijgedachte 7 COVER STORY Corona

nekt het nachtleven 8, De cultuursector reageert op de sluiting 24 BRUZZ SELECT In the mix 30, Eat & Drink Pitasserie 34 REPORTAGE Buurtzorg in Neder-over-Heembeek 18 INTERVIEW Schrijver Hans Depelchin 36 RENCONTRES Enclume Animations 40 STEDENBOUW Sportpark op de Heizel 22 BIG CITY Welke sporen zijn er nog van de Joodse wijk in de Marollen? 45 COLUMN Nick Trachet 52

A LA CARTE Deze week nodigt Robert Esselinckx Brussels minister Sven Gatz uit aan zijn praattafel. Donderdag na BRUZZ 24 op BRUZZ tv en op BRUZZ.be

© PHOTONEWS

NOG MEER BRUZZ

Measure by measure, we are shuffling towards a lockdown. Currently, one of our various governments tightens the rules every two days. There is a good chance that between the time of writing this – as usual, on Monday evening, on the brink of the print deadline – and the time that you read it, things will have tightened yet again. This constant fiddling has led to considerable and increasing incomprehension. On Saturday, the disappointment within cultural sector was almost palpable. Forty-eight hours earlier, it was told that the safety measures imposed were sufficient. On Saturday, Rudi Vervoort announced at a press conference of which the beginning – it almost seemed symbolic – was brought forward at the last minute, that all cultural institutions would have to close for a month after all. Nobody doubts that stricter measures are necessary. The desperation in the eyes of our doctors and nursing staff in a video report by BRUZZ speaks volumes. But the way in which the measures are adapted, readapted, and then changed again and again here in Brussels, the fact that the federal and regional regulations are not aligned, and the fact that we appear to have to play catch-up to the facts all the time is making me, and many others, utterly hopeless. Peter de Caluwe, the director of De Munt/La Monnaie, articulates it as follows in this magazine: “This is beyond cynicism…an overreaction from people who no longer know what they are doing.” Read the responses of the cultural sector on p24 - 28 EN

KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur

MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Jouw tip is altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be 28 OKTOBER 2020

I

3


De week

BEGROTING GAAT EEN MILJARD EURO EXTRA IN HET ROOD

Brussel wil met forse investeringen de crisis te lijf gaan De Brusselse regering hee een meerjarenbegroting klaar die massieve investeringen voorziet in huisvesting, renovatie en mobiliteit. Hier gingen lange onderhandelingen aan vooraf tussen de meerderheidspartners – PS, Ecolo, Défi, Groen, Open-VLD en One.brussels en dat alllemaal in moeilijke omstandigheden. — STEVEN VAN GARSSE

BRUZZ | DE WEEK

Van de crisis een kans maken. Dat is in een notendop de beleidsverklaring van minister-president Rudi Vervoort (PS). Het Brussels Gewest gaat door de Covid-19-crisis een miljard euro extra in het rood – op een begroting van 6 miljard – het gaat om grosso modo 500 miljoen extra uitgaven, én om 500 miljoen minder inkomsten. Daarbovenop komt nog eens 500 miljoen euro door het structurele tekort dat vorig jaar al opdook. “Het is niet het moment om nu zware besparingen door te voeren,” aldus Rudi Vervoort. Het tekort voor dit jaar loopt daardoor op tot anderhalf miljard. De prioriteiten worden huisvesting, werk, klimaat en mobiliteit. De Brusselse regering wil zo de economie en de welvaart weer op peil krijgen na de coronacrisis en die andere uitdaging niet uit het oog verliezen: de opwarming van het klimaat. Er zal jaarlijks 750 miljoen euro geïnvesteerd worden in

renovatie, mobiliteit en huisvesting. Voor huisvesting wordt er de komende jaren 425 miljoen euro gereserveerd. Dat zal gaan naar woningbouw en renovatie. In de nieuwbouwprojecten zal vijftig procent van de woningen gereserveerd worden voor sociale woningen. Die vraag naar sociale woningen blijkt in Brussel heel hoog te zijn: op 30 september stonden 49.135 gezinnen op een wachtlijst, dat zijn 128.270 mensen, meer dan 10,5 procent van de Brusselse bevolking. Er komen verhoogde premies voor isolatie en energiezuinige verwarming. Er is ook bijzondere aandacht voor de daklozen en transmigranten. Vandaag, met de avondklok, worden die opgevangen, maar na de pandemie belanden ze weer op straat. Het housing-firstprincipe wordt versneld uitgevoerd. Vervoort kondigde ook aan mee te stappen in de renovatie van het Beurs-

Aanhouding voor straatmoord In de Olifantenstraat in Sint-Jans-Molenbeek wordt zaterdagnamiddag een vrouw neergestoken op straat. Het slachtoffer wordt overgebracht naar het ziekenhuis, maar overlijdt daar aan haar verwondingen. Later wordt een man aangehouden op verdenking van moord. Het zou gaan om de ex-man van het slachtoffer, al geeft het parket voorlopig geen commentaar over de omstandigheden van de moord. 4

I

28 OKTOBER 2020

gebouw, waar het Belgian Beer Project wordt ondergebracht, en de Brusselse regering zal ook meedoen aan het project van de Nationale Hockeyfederatie om een nationaal hockeystadion in Ukkel op te richten. Daarnaast gaat de verhuizing van de Brusselse ambtenaren naar de Iristower van start. Die zou in januari afgerond moeten zijn.

KOOLSTOFVRIJE STAD Er worden dertigduizend extra werklozen verwacht na de pandemie, een stijging met dertig procent. De Brusselse regering zet in op opleidingen en een aanmoedigingspremie om Brusselse werklozen aan te werven. Goed voor 53 miljoen euro. Ook de economie krijgt extra zuurstof, onder meer met de herkapitalisatie van Finance.Brussels, het investeringsvehikel van het Brussels Gewest. Brussel heeft de ambitie om tegen 2050 een koolstofvrije stad te zijn. In

8 pct De Vrije Universiteit Brussel (VUB) telt dit jaar 19.245 studenten, een stijging met acht procent in vergelijking met vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de onderwijsinstelling. Vooral de bacheloropleidingen kennen een opmerkelijke groei. De voorbije vijf jaar steeg het aantal studenten aan de VUB al met zo’n 25 procent.

het voorjaar zal een transitiestrategie worden voorgesteld om de economie daarop voor te bereiden en een klimaatordonnantie, dat de gewestelijke doelstellingen wettelijk moet verankeren. De uitstoot van broeikasgassen terugdringen moet hand in hand gaan met een verbetering van de luchtkwaliteit. In het voorjaar komt hiervoor een bijzonder actieplan ‘Brussel ademt’. Verder zijn er nog forse investeringen in mobiliteit, met de uitbouw van metro 3, extra tramlijnen naar Heembeek, Meiser en Thurn & Taxis en een verhoging van de buscapaciteit met dertig procent. Opmerkelijk: het openbaar vervoer wordt volgend jaar gratis voor bepaalde doelgroepen, lees: de jongeren. Dat staat in het regeerakkoord, maar verwacht werd dat het uitgesteld zou worden tot Brussel uit de rode cijfers zou zijn. Tegelijk blijft de stadstol annex kilometerheffing

hoog op de agenda staan. Dat plan, Smart.move, wordt volgend jaar voorgesteld. Met een ‘Go for Zero’-strategie wil de Brusselse regering het aantal verkeersslachtoffers fors terugdringen.

LOONSVERHOGING Voor Vervoort hebben de lokale besturen bewezen een noodzakelijke partner te zijn in de strijd tegen de pandemie. Er wordt de komende jaren extra geld uitgetrokken voor verhoging van de lonen van de gemeenteambtenaren. Het gaat in 2021 om 40 miljoen euro. Ook de OCMW’s krijgen extra geld. Efficiëntiewinst kan er komen na een Staten-Generaal in de lente

Verboden betoging De Brusselse politie pakt zondag een zestigtal betogers op bij verschillende betogingen tegen de coronamaatregelen op en rond het Schumanplein, in het Jubelpark en in de straten rond het park. De organisatoren hadden geen toelating van het gemeentebestuur. Een betoging aan het Noordstation was wel toegelaten, maar de coronamaatregelen werden daar amper gerespecteerd.


CARTOON

KIJK OP DE WEEK

De prioriteiten voor de Brusselse regering worden huisvesting, werk, klimaat en mobiliteit.

volgend jaar, waar zal gekeken worden hoe Gewest en lokale besturen beter kunnen samenwerken. Bovendien krijgt Visit.brussels een envelop van 10 miljoen voor een hulpplan voor de toeristische sector. Tot slot heeft de Covid19-crisis tekorten aan de oppervlakte gebracht in het Brusselse welzijns- en gezondheidslandschap. Daar wil de Brusselse regering nog meer op inzetten. Iriscare, het zorgagentschap van het de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, wordt versterkt en de budgetten voor thuiszorg worden verhoogd, zodat ouderen langer thuis kunnen blijven in plaats van naar het rusthuis te gaan.

Ik ben Superman niet ALAIN MARON (Ecolo), bevoegd voor Net Brussel, wil dat agentschap wel hervormen, maar wijst erop dat dat wel wat tijd zal vragen (in La Capitale)

BRUZZ | DE WEEK

Š PHOTONEWS

KIM

Ziekenwagen bekogeld Onbekenden bekogelen vrijdagnacht in Ganshoren een ziekenwagen van Brandweer Brussel. Volgens de brandweer wordt een verfspuitbus gegooid van op een balkon of uit een raam. Die doet de voorruit barsten. De ambulanciers blijven ongedeerd. De directie van de brandweer dient alvast een klacht in. Een andere ziekenwagen wordt naar het noodgeval gestuurd, die persoon kan zonder verder oponthoud naar het ziekenhuis gebracht worden.

10500 Sinds het begin van de coronacrisis werden er in de politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene al meer dan 10.500 pv’s opgesteld naar aanleiding van inbreuken tegen de coronamaatregelen. Vooral mannen en personen jonger dan dertig lijken moeite te hebben om de geldende maatregelen op te volgen. Ook bijna honderd horecazaken kregen al een pv in de bus. 28 OKTOBER 2020

I 5


BRUZZ | DE WEEK

In beeld

BESCHERMENGEL KEERT TERUG NL/ Een gespecialiseerd

montagebedrijf metselt het halfreliëf van de aartsengel Michaël tegen de gevel van de nieuwe school St.Michel in de Molenbeekse Picardstraat, een zeer delicaat werkje. Het gebouw was tot begin deze eeuw een tabaksdepot voor het sigarettenmerk St.Michel, dat de aartsengel als logo had. Daarna werd het ge6

I

28 OKTOBER 2020

renoveerd tot schoolgebouw. Als kers op de taart werd ook het beeld in keramiek, dat dateert van 1961, grondig gereinigd en gerestaureerd in het atelier Cerafine. Projectontwikkelaar Kairos verwacht dat Sint-Michiel tegen het eind van de herfstvakantie weer in volle glorie zal schitteren. Dan heeft Brussel ook zijn beschermheilige terug.

LE RETOUR DE L’ANGE GARDIEN FR/ Une entreprise spécialisée maçonne le mi-relief de l’ange gardien Michel sur la façade de la nouvelle école Saint-Michel, rue Picard à Molenbeek. Autrefois, le bâtiment accueillait le dépôt de tabac de la marque de cigarettes Saint-Michel, qui avait choisi l’ange comme logo. Par la suite, il a été

transformé en école. Cerise sur le gâteau, la sculpture en céramique datant de 1961 a été restaurée dans l’atelier Cerafine. Selon le développeur Kairos, Saint Michel brillera de toute sa gloire sur la façade à la fin du congé de la Toussaint. Et Bruxelles aura récupéré son ange gardien.

GUARDIAN ANGEL EN/ A specialized

company is fitting the half-relief of the archangel Michael on the façade of the new school of St-Michel in Molenbeek, a very delicate job. Until the beginning of this century, the building was a tobacco warehouse of the cigarette brand St-Michel, of which the archangel was the logo. It was then renovated into a


Bijgedachte

SENIOR WRITER STEVEN VAN GARSSE neemt het nieuws op de korrel

© SASKIA VANDERSTICHELE

RETURNS school. As the icing on the cake, the ceramic relief, which dates from 1961, was carefully cleaned and restored at the Cerafine studio. The project developer Kairos expects Saint Michael to be restored to all its former glory by the end of the autumn half term holiday. Then Brussels will have its guardian angel back.

Het aantal Covidopnames in de Brusselse ziekenhuizen overtreft die van de eerste golf. En ook voor de intensieve zorg zit er een recordcijfer aan te komen. De gezondheidszorg in Brussel kraakt in al haar voegen. In de meeste pessimistische scenario’s vallen er in die tweede golf nog eens honderden of zelfs duizend doden, boven op de zeventienhonderd doden die Brussel al telt. Dit had nooit mogen gebeuren. De kritiek op het Brusselse beleid was de laatste weken en maanden niet uit de lucht. Ook niet bij BRUZZ. Vandaag kunnen we gerust stellen dat heel België faalt. De eerste golf was hier al bij de ergste in de hele wereld. De tweede dreigt dat, onbegrijpelijkerwijs, opnieuw te zijn. Naar de oorzaken moeten we niet ver zoeken. De federale overheid heeft te laat ingegrepen. Ze had gehoopt met een enorme testcapaciteit de tweede golf te kunnen indijken. Dat is mislukt. Door te veel op korte termijn te kijken, en de economie en de vrijheid van de Belgen voorop te stellen, heeft ze te lang getalmd met beperkende maatregelen. Twee: het gekibbel onder wetenschappers, virologen, infectiologen en gezondheidseconomen die de ernst van de situatie minimaliseerden, heeft tot verwarring geleid. Net wat een pandemie kan missen als kiespijn. En drie: een deel van de bevolking heeft te lang en te veel de maatregelen aan de laars gelapt. En dat zijn heus niet alleen de jongeren. Jean-Luc Gala, de flamboyante UCL-infectioloog, zei zelf dat niemand van zijn collega’s de maatregelen volgde. Het is een collectieve verantwoordelijkheid, zoals ULB-epidemioloog Marius Gilbert dat treffend zei, maar wel een met verstrekkende gevolgen. Wat betekent dat voor Brussel? Een Bijzondere commissie in het Brussels parlement buigt zich daar nu over. De pandemie is een stresstest voor dit relatief jonge gewest en kijken we naar gezondheid en welzijn, dan kunnen we alleen maar vaststellen dat Brussel niet klaar was om een crisis van dergelijke omvang te lijf te gaan. Als de minister van Gezondheid Alain Maron (Ecolo) ettelijke keren de mist inging, dan heeft dat ook te maken met een slechte omkadering. Schaalgrootte speelt zeker mee. We zagen in de Bijzondere commissie dat grotere broer Vlaanderen veel vlotter een preventiebeleid op poten kon zetten. Met, ondanks alle kritiek op minister Wouter Beke (CD&V), een grotere slagkracht. Zo

kregen de burgemeesters sinds september via een zorgatlas zicht op de uitbraken op wijkniveau, waren er follow-upplatformen om snel te kunnen ingrijpen. En vandaag heeft Vlaanderen miljoenen sneltests besteld voor scholen en woonzorgcentra. Brussel kan blijkbaar alleen maar achterop lopen. Het spreekt boekdelen dat in mei in allerijl een chef gezondheidsinspectie moest worden aangesteld. En dat die functie, zoals vier andere in de administratie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), door consultants wordt uitgevoerd. Een versterking van die GGC en van het zorgagentschap Iriscare kan een van de positieve gevolgen zijn van de pandemie. Zeker nu gezondheid en welzijn in toenemende mate een Brusselse bevoegdheid worden. Jammer genoeg knelt daar precies het schoentje. Welzijn en gezondheid is erg versnipperd in Brussel. De GGC kan dan in de toekomst wel een territoriaal gezondheidsbeleid uitstippelen, ze zal altijd rekening moeten houden met dat éne Vlaamse ziekenhuis, die enkele Vlaamse rusthuizen en de Vlaamse thuiszorg op haar grondgebied. Dat maakt een coherent beleid aartsmoeilijk. Natuurlijk kan er samengewerkt worden, dat doet de sector ook, maar als deze crisis één zaak naar boven brengt in het gezondheidsbeleid, dan is het dat die versnippering eerder een vloek is dan een zegen. Ook werd onlangs duidelijk hoe de regering van Charles Michel die versnippering in de gezondheidszorg in Brussel in wetten heeft vastgelegd. De tweetalige ziekenhuizen zijn door die wet verplicht om via de ziekenhuisnetwerken met eentalig Franstalige ziekenhuizen samen te werken. Het enige Vlaamse ziekenhuis, UZ Brussel, kreeg een verbod om een Brusselse alliantie aan te gaan. De Raad van State merkte op dat dat discriminatoir is, maar dat legde de federale regering naast zich neer. Het verklaart waarom het UZ Brussel met ziekenhuizen in Aalst en Halle is gelieerd, maar afgesneden is van de tweetalige Iris-ziekenhuizen, waar het vroeger wel goed mee samenwerkte. Vlaams-nationalisten zullen dat als een overwinning claimen op Brussel. Maar of het het gezondheidsbeleid in de hoofdstad dient, is zeer de vraag.

BRUZZ | DE WEEK

Failed state

“We kunnen alleen maar vaststellen dat Brussel niet klaar was om een crisis van dergelijke omvang te lijf te gaan”

Bekijk onze reportage in het UZ Brussel via bruzz.be/uzbrussel 28 OKTOBER 2020

I 7


DE SURVIVALMODUS VAN DJ’S EN CLUBS IN CORONATIJDEN

B R U Z Z | R E P O R TA G E

De nachtmerrie van het Brusselse nachtleven

In betere tijden kreeg de Fuse maandelijks 8.000 danslustigen over de vloer, maar de voorbije maanden bleef de iconische technoclub gehuld in een oorverdovende stilte.

8

I

28 OKTOBER 2020


28 OKTOBER 2020

I 9

B R U Z Z | R E P O R TA G E


DE SURVIVALMODUS VAN DJ’S EN CLUBS IN CORONATIJDEN

Het culturele leven ging maandag opnieuw op slot, maar de clubscene zit al meer dan zeven maanden in een dwangbuis. Dj’s zien zwarte sneeuw, organisatoren zoeken creatieve oplossingen, maar de enige beat die voorlopig door de boxen knalt, is een noodkreet. “Veel mensen uit de sector zitten mentaal aan de grond.” — TOM ZONDERMAN, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

L

B R U Z Z | R E P O R TA G E

10

I

ast night a DJ saved my life,” zong Indeep in 1982. Een reddingsboei voor een gebroken hart in de vorm van de perfecte floorfiller – dj’s groeiden de voorbije 45 jaar niet zomaar uit tot goden. Meer nog, ze zorgden ervoor dat we onze booty konden shaken in onze zoektocht naar de roes, de ontsnapping, met de dansvloer als wonderland waar je op de tonen van pompende muziek deel kon worden van een groter geheel, ver weg van de waan van de dag. Vandaag is het omgekeerd en moet de reddende engelen een reddingsboei worden toegeworpen, anders dreigen ze samen met een leger ravende nachtraven en bedreven clubuitbaters kopje-onder te gaan. Nu het nachtleven al zeven maanden in een kunstmatige coma wordt gehouden door corona, blijven de dansvloeren immers akelig leeg, weerklinkt in de clubs slechts een oorverdovende stilte en houden de draaitafelwizards hun killertracks noodgedwongen op zak. De vraag is wanneer dat nachtleven uit die coma zal raken in de meest besmette hoofdstad van Europa, en of het er ongeschonden uit zal ontwaken. “Brussel is een ghost town geworden, en dat is fucking scary,” zegt Philippe Coicou, de Brusselse nachtuil die al 25 jaar het zwarte goud dealt als DJ Kwak. Precorona organiseerde hij elke maand de funky Strictly Niceness-feestjes, daarbuiten kroop hij nog één of twee keer per week achter de draaitafel. “Alles ligt in puin, en voor hoelang nog? Ik ben zeer bezorgd. Maar dan vooral voor mijn kinderen. Al bewaar ik ook nog hoop.” Coicou probeert net als zijn collega’s intussen de eindjes aan elkaar te knopen. De hinderpremie van 4.000 euro bracht in april even soelaas, ondertussen moet hij rondkomen met wat gespaarde centen en het overbruggingskrediet van 1.290 euro. Er zijn intussen tal van steunmaatregelen, van tijdelijke werkloosheid over cultuurkrediet tot overbruggingsrecht en uitstel van terugbetaling. Kunstenaars in Brussel kunnen daarbovenop Vlaamse en Brusselse premies krijgen. Maar dat is een administratieve rompslomp waar je je door moet worstelen, en zo is Coicou al veel misgelopen. De radioshows die hij verzorgt bij BRUZZ en Kiosk Radio, doet hij tegen een vrijwilligersvergoeding. Voor wat extra cash verkocht hij deze zomer een deel van zijn persoonlijke platencollectie aan de Brusselse vinylshops Arlequin en Crevette Records. 28 OKTOBER 2020

“Dan heb ik weer meer plaats voor nieuwe stuff,” grijnst hij met een spat cynisme. “Maar niemand heeft geld om die dingen te kopen, dus veel levert het niet op.” Ook voor Crevette heeft dat gevolgen, want de winkel haalt doorgaans een groot deel van zijn inkomsten in dj’s die nieuw materiaal komen inslaan. Corona is een gamechanger, beseft Coicou, maar verslagen is hij niet. “Ik ben lang niet de enige die het moeilijk heeft, hè. Ik ga op persoonlijk vlak door zwaar weer, maar ik wil mij heroriënteren. Ik ben best handig, ik heb al een paar huizen opgeknapt. Binnenkort wil ik parketvloeren gaan leggen. Ik wil nieuwe dingen doen, me aan andere bronnen laven. Als het weer kan, wil ik opnieuw draaien, maar ik wil niet meer afhankelijk zijn van het nachtleven.” De verhalen over dj’s die een uitweg zoeken, druppelen langs overal binnen. De ene laat tegen betaling honden uit, de andere schoolt zich om tot dakwerker. “Soms moet je jezelf heruitvinden,” zegt Jane Haesen, die als Lady Jane al jaren Catclub-party’s organiseert op unieke locaties. “Dat doe ik al mijn hele leven. Deze crisis is zeer triest, maar ik ben niet bang om het over een andere boeg te gooien.” Deze zomer zette ze samen met het Play Label de Albert Summer Rooftop-feestjes op poten aan de Koninklijke Bibliotheek. “Je voelde dat mensen snakten naar luide muziek, maar ze mochten niet dansen. Dat voelde compleet tegennatuurlijk.” Haesen broedt op plannen voor een wintereditie, met een

“De Fuse bestaat al lang en dat is een voordeel: er is een buffer. Al verdwijnt ook die zienderogen” DYLAN GUAETTA Communicatieverantwoordelijke Fuse

speciale inrichting en een kleine discotheek, maar daarvoor is het wachten op versoepelingen van de maatregelen. “Al zal het echte clubgevoel sowieso niet haalbaar zijn zolang het virus onder ons is.” Haesen baat in Elsene de bar voor natuurlijke wijnen en cocktails Jane’s uit, maar die is intussen ook gesloten. Ze maakte gebruik van de hinderpremie, maar dat volstond amper voor een maand huur. “Ik leef al zeven maanden op mijn reserves, maar die zijn bijna op. Gelukkig kan ik een beroep doen op het overbruggingskrediet, en bezit ik een paar appartementen die huur opbrengen. Omdat ik al langer meedraai en meer reserves heb, kan ik nog even verder. Voor jonge mensen is de dobber veel zwaarder.” Een van hen is Damien Dardenne. Onder zijn aliassen Dardenne en Session 4000 zet de 28-jarige Brusselaar dansvloeren in lichterlaaie en releaset hij eigen muziek. Verder is hij huis-dj bij de Brusselse club C12 en bij BRUZZ zit hij in de avondprogrammering, maar ook hij zoekt noodgedwongen een andere toekomst. “Ik werkte deeltijds als opvoeder in Etterbeek in een begeleidingscentrum voor mensen met een beperking, maar daar ben ik een maand geleden mee opgehouden. Door corona is er minder werk, omdat de mensen vaker thuisblijven, maar ik wilde er ook zelf mee stoppen omdat ik tijd voor mezelf nodig had.” Voorlopig leeft hij nog van zijn opzegtermijn, maar dat houdt hij niet lang meer vol. “Op steunmaatregelen hoef ik niet te rekenen, enkele van mijn collega’s hebben dat ook vergeefs geprobeerd. Binnenkort ga ik een nieuwe opleiding volgen in avondschool.” “Draaien is voor mij niet gewoon feesten, het is een kunstvorm. Maar sinds deze crisis zie ik het leven anders, ik wil meer uit mijn avonden halen en andere dingen doen.” Een bezoek aan de psycholoog en sporten houden hem voorlopig overeind. “Mensen doen dansen, was mijn therapie. Ik besef dat de uitgaanswereld gevaarlijk kan zijn, maar vandaag voel ik me totaal verloren. Ik probeer zelf niet te diep te zinken in mijn gedachten, want dat hou ik niet vol.”

EEN TECHNOTEMPEL ALS MUSEUM Dj’s zitten in zak en as, maar hoe zit het met uitbaters van clubs? Deze zomer gooide Fformatt, de ondergrondse nachtclub in de parkeergarage van het voormalige Actirisgebouw aan de Beurs, al de handdoek. “Fformatt was een tijdelijk project, het had geen zin om de boel nog kunstmatig in leven te houden,” verduidelijkt medeoprichter Wilfried Redant, die ook de man is achter de Los Ninos- en Vicuna-party’s. “In mei moesten we sowieso sluiten, we zouden enkel Entrakt, dat het pand uitbaatte, rijker maken.” Redant diende een aanvraag in om korting te krijgen op de huur, maar het voorstel leek hem niet haalbaar. Zich in de toekomst opnieuw in het nachtleven storten, ziet Redant niet gebeuren. “Never again. Het is te risicovol. Er is een drugsprobleem of iemand wordt onwel, en je moet de boel sluiten. Om over de financiële kant nog maar te zwijgen. Dit is een sector die moeilijk kan omgaan met


“Ik voel me totaal verloren. Mensen doen dansen, was mijn therapie” DAMIEN DARDENNE BRUZZ-dj en C12-resident

zomer te overleven,” zegt Guaetta. “De Fuse bestaat al lang en dat is een voordeel: er is een buffer aangelegd. Al verdwijnt ook die zienderogen.” Een langetermijnvisie vindt Guaetta nog niet aan de orde. “We zitten nog in een vroege fase van de crisis, het kan nog alle kanten uit gaan. Onze prioriteit is nu de korte termijn: ons erdoor jagen. Zoals met die tijdelijke concepten. Als de maatregelen het toelaten, willen we een winterversie van onze zomerbar opzetten. Niet in de Fuse, want dat is vandaag geen werkbare locatie.”

VAN C12 NAAR C19

Damien Dardenne alias Dardenne alias Session 4000 zoekt een sprankel hoop: “Ik ben het leven anders gaan zien.”

pandemieën. Ga ik de volgende corona afwachten? Nee.” Deze crisis is uiteraard ongezien, maar er ontbreekt visie, vindt Redant, zowel op korte als op lange termijn. “Ik kan verder, omdat ik nog andere zaken run, maar ik beklaag eigenaars van clubs die hun hebben en houden in een pand gestoken hebben.” Redant vreest ook voor een money drain in de sector. Wie zal er nog willen investeren in zo’n fragiele business? “Brussel heeft nochtans een imago hoog te houden, we hebben een geweldige cafécultuur, fantastische chefs, excellente clubs. Dat riskeren we nu te fnuiken.” Een tweede pandemie overleeft niemand op deze manier, zegt hij. De overheid moet een duidelijker standpunt innemen. Een voorbeeld van hoe het wel kan, is Berlijn. De iconische technotempel Berghain is sinds begin september onder de noemer Studio Berlin omgevormd tot museum, er is onder meer werk van de fotograaf Wolfgang Tillmans te zien. “Sommige clubs hebben er tot 80.000 euro gekregen om te overleven. Dat is een stad die gelooft in het belang van het nachtleven. Van een club een museum maken, is maar één oplossing. Elke zaak kan getransformeerd worden. De vraag is alleen,

wie gaat dat betalen? En hebben de uitbaters daar de moed en de kracht voor? Ik denk dat er veel mensen in de sector mentaal aan de grond zitten.” Mentaal aan de grond zitten ze niet bij de Fuse, maar pompen is het ook voor de bekendste technoclub van het land. Voor corona kreeg de Fuse maandelijks 8.000 clubbers over de vloer, daarbuiten organiseert het elke zomer onder het viaduct in Anderlecht het XRDS-festival. “De toestand is deprimerend, maar we proberen creatief te zijn,” klinkt het enigszins hoopvol bij Dylan Guaetta, communicatieverantwoordelijke bij de club die vorig jaar nog met veel luister haar 25e verjaardag vierde. “De pandemie is er nu eenmaal, daar moeten we mee omgaan. Je kan terneergeslagen zijn, maar je kan ook proberen inventief te zijn met de middelen die je hebt.” De hinderpremie en tijdelijke technische werkloosheid zorgden voor een kleine pleister. Vouchers voor toekomstige party’s hielden de nering gaande, net als oude en nieuwe merchandise. Tijdens de zomermaanden vond de Fuse zichzelf succesvol heruit met zijn Plein Air op de site van Thurn & Taxis, met dj-sets en liveconcerten voor 400 mensen. “Dat was net genoeg om de

Ook bij C12, de house- en technoclub die sinds begin 2018 vanuit de catacomben van het Centraal Station een nieuwe wind door het Brusselse nachtleven doet waaien, proberen ze het hoofd boven water te houden. “Depressief in de touwen hangen, helpt de zaken niet vooruit,” zegt Mathieu Serra, die de boel runt samen met Tom Brus, Kevin Huerta en Kevin Conroy, en die samen met Brus ook de creatieve tandem vormt van partyorganisator op atypische locaties Deep In House. “Financieel staan we er niet goed voor. De hinderpremie zijn we misgelopen omdat we met een belastingregeling bezig waren. Niet dat we er ver mee zouden komen, de maandelijkse kosten zijn een pak hoger dan dat bedrag. Zelf leven we nu van het overbruggingskrediet, een peulenschil, als je daar nog eens sociale lasten van aftrekt. En daarmee redden we C12 niet.” De club zette workshops voor dj’s op poten en wilde een zomerevent organiseren op het aanpalende Spanjeplein, maar ving bot bij de stad. Dan zette ze maar een crowdfunding op, die leverde 50.000 euro op. “Daarmee konden we verder tot augustus. We hebben ook veel steun gekregen van onze naasten, zelfs mijn ouders hebben hun spaarcenten aangesproken.” C12 hoopte om na de zomer te kunnen heropenen, maar toen duidelijk werd dat dat niet zou lukken, werkten Serra en co een plan uit om C12 om te vormen tot bar met als naam C19. “Als knipoog naar Covid-19. Daar zijn we twee maanden mee bezig geweest, we hebben geïnvesteerd in een luchtverversingssysteem dat je doet voelen alsof je in de openlucht zit en in de akoestiek van de ruimte, we hebben nieuwe zitjes aangeschaft, extra stewards voorzien, videoprojecties voorzien. Maar net toen we wilden openen, gingen de cafés dicht. Zodra die weer openen, pikken we die draad weer op. Het is de enige manier om te overleven.” 28 OKTOBER 2020

I 11


DE SURVIVALTOCHT VAN DJ’S EN CLUBS IN CORONATIJDEN

LE CAUCHEMAR DE LA VIE NOCTURNE La vie culturelle bruxelloise est à nouveau mise sous cadenas depuis lundi, mais le coronavirus étouffe la vie nocturne depuis plus de sept mois. Les DJs ne voient plus le bout du tunnel et sont dans l’obligation de se reconvertir, les organisateurs cherchent des solutions créatives pour ne pas avoir à tirer la prise de leur établissement, et le seul beat qui résonne encore dans les enceintes, c’est le cri d’alarme. « Beaucoup de gens du secteur sont sur les rotules », explique Wilfried Redant, cofondateur de la boîte de nuit underground Fformatt, qui a jeté l’éponge cet été. Alors que la vie nocturne à Berlin par exemple reçoit beaucoup de soutien, ce qui manque chez nous, c’est avant tout de la clarté, selon Mathieu Serra de la boîte de nuit C12, spécialisée dans la musique techno et house. On se demande quand, et comment, la vie nocturne émergera de ce coma artificiel. « Quoi qu’il en soit, notre métier à nous, c’est de faire en sorte que les gens se sentent bien, peu importe le sexe, l’âge ou l’orientation sexuelle », dit DJ Kwak. « Pour qu’une ville soit en bonne santé, il faut qu’elle vive aussi la nuit. » FR

B R U Z Z | R E P O R TA G E

Philippe Coicou alias DJ Kwak: “Voor de mentale gezondheid van de stad heb je een uitgaansleven nodig.”

12

WO II Terwijl de rest van de cultuursector zich de voorbije maanden met veel bravoure en kunde in het coronakorset wurmde, met dank ook aan het harde lobbywerk van de Crisiscel Cultuur, restten er voor de clubs weinig opties. De clubscene, nog altijd een buitenbeentje in de culturele sector, bleef evenwel niet bij de pakken zitten: clubs als C12, Jeux d’Hiver, Fuse, Mirano en La Cabane verenigden zich in de Brussels By Night Federation. “Volgens sommigen worden we doelbewust in de steek gelaten omdat politici ons zouden zien als drugsdealers of lawaaimakers, maar dat weiger ik te geloven,” zegt Serra. “Ik denk eerder dat ze te weinig voeling hebben met onze wereld, ze hebben er geen idee van hoe ze deze crisis in goede banen moeten leiden. Ze hebben een lijstje met prioriteiten, en wij horen daar niet bij.” Serra verbaast zich daarover, want de economische en sociale waarde van het nachtleven is aanzienlijk. “We zouden als hoofdstad van Europa een voorbeeldfunctie kunnen hebben, maar we bieden het tegendeel. Wij kunnen alles perfect coronaproof maken, met duidelijke protocollen, genoeg ruimte voor iedereen, sanitaire voorzieningen en temperatuurmetingen, zoals deze zomer op het Primavera-festival gebeurde in Barcelona. De Fuse heeft met Plein Air getoond hoe onze sector omgaat met veiligheid. Als je dat vergelijkt met hoe het eraan toegaat in winkels of het openbaar vervoer... Maar wij worden drooggelegd, zonder één studie of statistiek die aantoont dat wij het probleem zijn.” Wat er ook gebeurt, mensen zullen blijven feesten, zegt Serra. “Sinds de Tweede Wereldoorlog is er nooit zo’n lange periode geweest waarin mensen niet konden feesten. Terwijl dat essentieel is voor een maatschappij. Kijk naar de illegale feestjes die blijven opduiken, die hou je niet tegen. I

28 OKTOBER 2020

En die zijn bovendien veel gevaarlijker, want ze gebeuren ongecontroleerd.” Net als Wilfried Redant van Fformatt vindt Serra dat het op dit moment vooral aan daadkracht ontbreekt. “Ofwel laat je ons werken volgens duidelijke regels, ofwel sluit je alles, maar steun je ons. Dat moet toch haalbaar zijn? Er zijn geen miljard clubs in België.”

EEN NIEUWE ETHIEK Zullen we ooit nog dansen als voorheen? Dj Dardenne is voorzichtig: “Ik zag net een docu over Wuhan en hun superstrenge aanpak. Dat heeft me doen beseffen dat er geen clubleven meer zal zijn zolang het virus onder ons is. Voor 2022 zie ik ons niet terugkeren naar het oude normaal.” Ook Mathieu Serra ziet 2021 als overgangsjaar. “We zullen creatief moeten zijn en met bubbels werken. Maar elke crisis brengt ook iets goeds mee. Ik denk dat het nachtleven naar een nieuwe ethiek zal evolueren. Respectvoller, gezonder, en met een grotere gelijkheid.” Laat de toekomstige dansvloer vooral geen streamingplatform zijn, want hoe fijn het ook was om Fatboy Slim samen met zijn tienjarige dochter achter een computerscherm uit de bol te zien gaan, een echte clubsfeer creëer je er niet mee. “Mensen samenbrengen en een goed gevoel geven, over genres, leeftijden en geaardheden heen, dat is waarvoor we het doen,” zegt DJ Kwak. “Voor de mentale gezondheid van de stad Brusselse dj’s en heb je een uitgaansleven collectieven zijn elke nodig.” avond op BRUZZ radio “There’s not a problem that te horen. Tijdens de week I can’t fix / ’Cause I can do it in draaien ze ’s middag the mix,” klonk het bij Indeep. plaatjes in de radioshow Dat zal nog moeten blijken, #ikluisterbelgisch maar laten we het hopen.

THE NIGHTMARE OF NIGHTLIFE Brussels’s cultural life was shut down again on Monday, but corona has kept the clubbing scene in a chokehold for the past seven months. DJs have hit rock bottom and are being forced to retrain themselves, organizers are looking for creative solutions to keep their clubs alive, but the only beat that is blasting through the speakers right now is a cry for help. “Many people in the sector are at the end of their tether,” says Wilfried Redant, the co-founder of the underground club Fformatt, which threw in the towel this summer. While the club scene in Berlin enjoys broad support, there is an acute lack of clarity in our capital, says Mathieu Serra, co-founder of the techno and house club C12. The question is when and how Brussels’s nightlife will awake from this artificial coma. “Whatever the case may be, bringing people together and making them feel good, across genres, ages, and orientations, that’s what we do it for,” DJ Kwak says, “you need nightlife for the mental health of your city.” EN


ADVERTEREN BRUZZ? Adverteren bijBIJBRUZZ?

BRUZZ is hĂŠt crossmediale mediamerk en de referentie voor nieuws BRUZZ is hĂŠt crossmediale mediamerk en de referentie voor nieuws en cultuur in Brussel. en cultuur in Brussel. BRUZZ biedt adverteerders en partners een breed BRUZZ biedt adverteerders en partners een breed publiek van kijkers, lezers en luisteraars via publiek kijkers, lezers en luisteraars via eenmagazine mix van een mixvan van mediakanalen: BRUZZ.be, BRUZZ radio, BRUZZ enmediakanalen: BRUZZ televisie. BRUZZ.be, BRUZZ radio, BRUZZ magazine en BRUZZ televisie.

MEER INFO? Marlies De Deygere Account manager marlies.dedeygere@bruzz.be marlies.dedeygere@bruzz.be 02/650.10.81

Marthe Paklons Salesadministratie marthe.paklons@bruzz.be marthe.paklons@bruzz.be 02/650.10.61


Spreektijd

ISLAMOLOOG MONTASSER ALDE’EMEH EN ALGEMEEN DIRECTEUR JURGEN WAYENBERG

Montasser AlDe’emeh Geboren in 1989 in een Palestijns vluchtelingenkamp in Jordanië Verhuist op tweejarige leeftijd naar België met zijn ouders Bestudeert de orthodoxe islamitische stromingen in Saudi-Arabië Bachelor- en masterdiploma in arabistiek en islamkunde aan de KU Leuven Volgt sinds 2017 een doctoraatsopleiding aan de KU Leuven, specialiseert zich in radicaal-islamitische ideologie Van 2016-2019: antiradicaliseringsdeskundige Sinds 2016 is hij teamleider Project Positieve Grensverleggende Interactie GO! Scholengroep Brussel

14

I

28 OKTOBER 2020

‘Zelfs in de kleuterklas zijn er al conflicten over een boterham met hesp’


Nu in Frankrijk een leraar onthoofd werd, is radicalisering in het onderwijs weer brandend actueel. Montasser AlDe’emeh voerde vier jaar lang klasgesprekken bij conflicten over kledingvoorschriften of de evolutieleer, en distilleerde daaruit voor de GO! Scholengroep Brussel een boek. Algemeen directeur Jurgen Wayenberg las het met veel aandacht. “We hebben meer positieve rolmodellen nodig.” — SARA DE SLOOVER EN KRIS HENDRICKX,

L

evensgenieter Wayenberg, kunstliefhebber en dirigent van het VUBorkest, en arabist en islamoloog AlDe’emeh, strak in het pak, lijken op het eerste gezicht tegenpolen. Maar wat radicalisering betreft zitten ze op één lijn. “Die moord is beangstigend. Die man is gedood omdat hij mensen tot kritisch denken wilde aanzetten. En dat is ook wat wij willen.”

Geboren in 1966 Hoger diploma klarinet aan het Koninklijk Muziekconservatorium (1990) Meester in Muziek aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (1999) Leerkracht aan verschillende muziekacademies van 1990 tot 1996 Sinds 1996 dirigent symfonisch orkest van de VUB Van 1996 tot 2006 directeur Academie Muziek en Woord Hemiksem Directeur GO! Kunsthumaniora Brussel van 2006 tot 2018 Sinds 2018 algemeen directeur GO! Scholengroep Brussel

Het zou hier ook kunnen gebeuren? MONTASSER ALDE’EMEH: Absoluut, in heel Europa. JURGEN WAYENBERG: Wij kennen de gedachten,

leefwereld en angsten van onze jongeren nog lang niet genoeg. Dat geldt zeker voor leerkrachten die Brussel niet zo goed kennen. Het boek biedt daar handvatten voor. In Frankrijk speelde daarnaast ook een radicale imam een kwalijke rol. Ook hier heb je naast zeer goede Koranscholen ook enkele problematische, waarvan ik hoop dat ze aangepakt worden. Voor alle duidelijkheid: het boek is nergens een aanval op religie, het gaat er net over dat iedereen die met respect voor elkaar moet kunnen beleven.

In het boek, dat u samen met expert recht-religie Werner de Saeger schreef, kaart u het groeiende aantal conflictsituaties in de klas aan. Kunnen jullie een voorbeeld geven? ALDE’EMEH: Niet-moslimjongeren die aangesproken

worden op een boterham met hesp bijvoorbeeld. Die conflicten zie je zelfs al in de kleuterklas. In de kleuterklas! Als zoiets voorvalt, peilen we in een klasgesprek naar de oorsprong van die negatieve gevoelens. We betrekken dan ook de ouders. En

Jurgen Wayenberg

BRUZZ | SPREEKTIJD

FOTO’S BART DEWAELE

28 OKTOBER 2020

I 15


MONTASSER ALDE’EMEH EN JURGEN WAYENBERG

vaak zie je dat die het goed bedoelen, maar dat het hem in de verwoording zit. Er is een verschil tussen ‘Wij zijn moslims en eten dus geen varkensvlees’ en ‘Als je varkensvlees eet, ga je naar de hel.’ In het tweede geval kunnen de kinderen dat ook op klasgenoten of leraars projecteren die geen moslim zijn. Sommige ouders beseffen dat niet, omdat ze de diversiteit niet kennen waar hun eigen kinderen in leven. WAYENBERG: Zo begon een meisje in de klas eens tranen met tuiten te huilen omdat ze het zo jammer vond dat haar juf, een niet-moslima, in de hel zou eindigen. Maar het boek bevat ook het voorbeeld van een Congolese moeder die woedend is omdat haar dochtertje in de kleuterklas een apenfiguurtje als sjabloon had gekregen, terwijl dat meisje dat zelf had gekozen. Het varkentje had de producent al lang uit de sjablooncollectie gehaald, het aapje zal nu moeten volgen wegens de gevoeligheid van dat symbool bij Afrikaanse ouders.

Ook de evolutieleer leidt al eens tot wrijving. BRUZZ | SPREEKTIJD

ALDE’EMEH: Dan moet je beginnen met het verschil uit te leggen tussen wetenschap en geloof. We beginnen daar dan een klasgesprek rond, in de hoop dat ook tegengestelde meningen aanwezig zijn. Die discussies zijn vooral moeilijk als er geen gezonde mix is in de klas. Als kinderen medeleerlingen met een andere achtergrond hebben, leren ze van jongs af aan respect op te brengen voor uiteenlopende meningen. In zo’n klasgesprek moraliseer ik trouwens niet, ik voeg niet de zoveelste waarheid over een thema toe, maar ik leer de jongeren om de bestaande waarheden van ouders, vrienden, imams en priesters kritisch te bekijken.

negatieve gevoelens daarrond. Ik vertel ze bijvoorbeeld het verhaal van de profeet die met stenen werd bekogeld in een stadje waar hij hulp zocht. Vervolgens heeft hij al bloedend een smeekbede gedaan voor de daders. Het is een verschil of ik ze als islamoloog en moslim toon, of iemand anders. Bij mij denken moslimleerlingen minder snel dat ik wil kwetsen. Daarom is het zo belangrijk dat er op scholen mensen met een migratieachtergrond werken, vooral in het Brusselse.

Behalve werken met sleutelfiguren op elke school en de systematische klasgesprekken beslisten jullie ook om in een VUB-project rond Arabische taallessen te stappen. WAYENBERG: Heel wat ouders willen dat hun

kinderen Arabisch leren, maar waren daarvoor tot voor kort aangewezen op Koranscholen. Die buitenschoolse taallessen zijn goed voor de ontwikkeling van het algemene taalgevoel én het is een manier om die taal ook buiten de religieuze context te leren. Het project is echt een ongelofelijk succes. We tellen 350 leerlingen en de lessen zitten op de eerste dag vol. Als we de middelen hadden, zouden we morgen 1.000 leerlingen kunnen inschrijven.

De aanslag in Frankrijk werd gepleegd door iemand die de leraar helemaal niet kende, maar enkel via sociale media over hem had gehoord. Op welke manier hebben sociale media in de klas effect? ALDE’EMEH: In Frankrijk is men er blijkbaar niet in geslaagd om het conflict binnen de schoolmuren te houden. Dat is de reden waarom wij hier zo inzetten op ouderbetrokkenheid. Zodra die

“De hele dag met een mondmasker oplopen is een enorme belasting. Daar krijgen we veel scheldmails over” JURGEN WAYENBERG Algemeen directeur GO! Scholengroep Brussel

WAYENBERG: Over wetenschap kan daarbij geen

twijfel bestaan, terwijl iedereen het recht heeft om zijn religie te beleven.

Worden de Mohammedcartoons, die die Franse leerkracht het leven kostten, getoond in de klassen van het GO!? ALDE’EMEH: Ik toon ze bij gesprekken over vrijheid

van meningsuiting als leerlingen dat willen, vaak hebben ze ze al gezien. Ik probeer jongeren vooral instrumenten aan te reiken om om te gaan met 16

I

28 OKTOBER 2020

negatieve gevoelens buiten die kleine kring raken, bereik je misschien vijftigduizend mensen en volstaat één persoon die er niet mee kan omgaan ... We hebben vorige week nog een interventie gehad waar Whatsapp werd gebruikt om pestgedrag buiten de klas voort te zetten. Leerlingen sturen via sociale media vaak ook filmpjes naar elkaar door, van geweld, oorlog, onthoofdingen. Een meisje had een foto op sociale media geplaatst met een geweer. Als

scholen dat merken, melden ze ons dat. Wij proberen in een klasgesprek uit te zoeken wat er aan de hand is. WAYENBERG: Onze scholen zijn zich zeer bewust van de impact die de sociale media hebben, maar we hebben daar geen pasklaar antwoord op. Rolmodellen, die hebben we meer nodig. We moeten bijvoorbeeld jongeren met een migratieachtergrond die het goed doen veel meer naar voren schuiven als een soort positieve influencers.

Uit het boek blijkt dat complottheorieën, vaak opgedaan via die sociale media, wijdverspreid zijn. Zien jullie parallellen met de Covidcrisis? WAYENBERG: Gebrek aan kritisch denken zie je ook

bij andere thema’s, ja. Als je gelooft dat je graf letterlijk zal krimpen omdat iemand je goede en slechte daden heeft bijgehouden, dan zul je ook in andere verhaaltjes trappen. ALDE’EMEH: Dat krimpende graf staat niet in de Koran, zoals leerlingen vaak denken. Ik heb in de Koran zelfs verzen gevonden die dat verhaal tegenspreken, en daar kun je dan mee aan de slag. Zo’n verhaal kan problematisch zijn omdat martelaren niet in het graf bestraft zouden worden. Daar moet ik geen tekening bij maken, niet? Voor wie het moeilijk heeft en al flink wat gezondigd heeft, is de verleiding daardoor reëel om zich in één klap van die last te verlossen. Ik vind het trouwens opmerkelijk dat ik de enige in België ben die die kwestie binnen de moslimgemeenschap aankaart. (Luider) De énige! Je moet alle radicaliseringsfactoren bespreekbaar maken. Jongeren blijven vaak uren rond de schoolpoort hangen om die andere interpretaties van teksten te horen, die ze vaak nog nooit eerder hebben gehoord. Vandaar dat ik het project op een bepaald moment van de middelbare naar de lagere school heb uitgebreid. Ik kwam eerst als vrijwilliger langs als er problemen waren met radicaliserende jongeren. Sindsdien is er niemand van de Scholengroep meer vertrokken naar Syrië of Irak. Bij jongeren die het overwegen, nuanceer ik hun kennis, breng ik hun rotsvaste overtuigingen aan het wankelen. ‘Twijfel is het begin van wijsheid,’ volgens Descartes. Ze zien dat ik hen niet stigmatiseer. Wat ook hielp, was mijn kennis van de realiteit van het terrein. Ik ben zelf in Syrië geweest, ik heb daar twee weken onderzoek gedaan. Op een bepaald moment in 2017 waren er ook 127 teruggekeerde strijders in België. ‘Waarom zijn die teruggekeerd als het daar zo goed is?’ vraag ik dan.

Wat zou er volgens jullie moeten veranderen op school zodat jongeren minder makkelijk radicaliseren? ALDE’EMEH: Voor mij is dit essentieel: een samenwerking met universitair geschoolde islamologen, voor een wetenschappelijke benadering van religie. Zodat jongeren de Koran leren zien als een inspirerend boek voor hun


in Brussel momenteel gigantisch. Wij hebben op dit moment (eind vorige week, red.) ongeveer duizend leerlingen in quarantaine, of thuis door gebrek aan leerkrachten. Daarnaast zijn er ook ongeveer honderdtachtig leerkrachten met corona of in quarantaine. Twee basisscholen zijn volledig gesloten, twee gedeeltelijk. Ik ondersteun de beslissing van de minister dat we alles op alles moeten zetten om de scholen open te houden, maar ik denk wel dat men onderschat wat dat in de praktijk betekent voor CLB’s (Centra voor Leerlingenbegeleiding, red.), directeurs en leerkrachten. Het is alle hens aan dek. Ik vind het wel goed dat men heeft ingezien

“Het is een verschil of ik de Mohammedcartoons toon, als islamoloog en moslim, of iemand anders. Bij mij denken moslimleerlingen minder snel dat ik wil kwetsen” MONTASSER ALDE’EMEH Islamoloog

Ten tweede: net zoals GOK-uren (GOK staat voor gelijke onderwijskansen, red.) of taalbeleidsuren moeten de werkuren van de sleutelfiguren betaald worden. Wij nemen dat er nu als Scholengroep zelf bij. Zij krijgen regelmatig bijscholingen. Zorg daarnaast voor een cultureel deel, zodat we via culturele activiteiten rond identiteit en respect voor elkaar kunnen werken. Ik heb niet alles in de hand. Ik hoop dat de Moslimexecutieve met ons wil samenwerken om de kwaliteit van onze levensbeschouwelijke vakken te verbeteren, zodat de dialoog tussen religie en de wetenschappelijke benadering daarvan meer mogelijk wordt. We rekenen ook op het GO! om ervoor te zorgen dat wij de tips uit dit boek kunnen uitwerken in lessenreeksen. We zijn nu al bijvoorbeeld bezig een lessenreeks rond kolonialisering uit te werken. Wij willen nog verder onderzoek doen. In andere hoofdstedelijke contexten gaan kijken en vergelijken, ‘best practices’ zoeken, overal waar men met diversiteit te maken heeft. We hopen dat de ernst van de zaak wordt ingezien om er ook in te investeren. Dit kost heel veel geld, en de Scholengroep bekostigt dat nu quasi allemaal zelf.

Zien jullie een bijkomend risico in schoolsluitingen tijdens de coronacrisis, wat radicalisering betreft? WAYENBERG: De sterkste radicalisering lijkt nu wel

een beetje onder controle, ook juist omdat we daar nu zo veel mee bezig zijn. Wel een feit: het is heel erg duidelijk dat onze sociaal kwetsbaarste leerlingen het meeste afzien van corona. Daarom is het als school onze plicht om zo lang mogelijk open te blijven. Al is de druk

dat maatwerk het enige juiste antwoord op corona is. Een school in het hartje van de stad kun je niet vergelijken met een school die een speelbos heeft liggen, zoals De Iris in Ukkel. Code oranje verplicht leerlingen na de herfstvakantie ook op de speelplaats een mondmasker te dragen, sommige van onze scholen verplichtten dat al eerder. Maar de hele dag met zo’n masker op lopen, is wel een enorme belasting. Daar krijgen we ook veel scheldmails over trouwens. Een deel van de bevolking heeft heel veel angst en wil eigenlijk naar een complete lockdown, het andere deel vindt verplichte mondmaskers op de speelplaats flauwekul.

Secundaire scholen konden toestemming vragen voor thuisonderwijs. Zijn er scholen binnen uw groep die dat doen? WAYENBERG: Onze middelbare scholen zijn bezig

hun scenario’s te finetunen, afhankelijk van hun individuele situatie proberen we de leerlingen maximaal in de les te houden. Sommige scholen zullen werken met halvedagsystemen, andere met halveweeksystemen, want we vinden het toch gevaarlijk om leerlingen een hele week online lessen te laten volgen. Onderschat ook niet welke impact dit allemaal heeft op de leerkrachten. Die zijn moe. Ze combineren online- met livelessen. En dan hebben ze ook nog eens al die digitale vaardigheden onder de knie moeten krijgen. Never BOEK waste a good crisis. Qua In Dialoog van Montasser onderwijsvernieuwing zijn Alde’emeh en Werner de we door corona tien jaar Saeger is uitgegeven door VUBPRESS, 248 p, 25 euro vooruit in de tijd gegaan.

‘NOUS AVONS BESOIN DE MODÈLES POSITIFS’ Avant le coronavirus, les conflits qui préoccupaient Jurgen Wayenberg – directeur du groupe d’écoles GO! Scholengroep Brussel – étaient principalement la liberté d’expression, le code vestimentaire ou la théorie de l’évolution. Depuis 2016, l’islamologue Montasser AIDe’emeh discute de ce genre de choses avec les élèves, et sur base de ces discussions, le groupe scolaire a publié un livre reprenant des conseils pour toute personne accompagnant des enfants et des jeunes. Le coronavirus connaît un nouveau pic, et cela a de graves répercussions pour les écoles. Mais la décapitation récente du professeur français Samuel Paty montre bien que le virus de la radicalisation est encore présent, lui aussi. Même si depuis l’intervention d’AIDe’emeh, plus aucun élève n’est allé combattre en Syrie, car il parvient à ébranler leurs convictions. « Nous avons besoin de davantage de modèles », explique Wayenberg. « Des jeunes d’origine immigrée qui ont du succès, qui peuvent servir d’influences positives. » FR

BRUZZ | SPREEKTIJD

geloof, maar ook als een tijdsdocument dat past in een bepaalde historische context. WAYENBERG: Er moet nog een heleboel gebeuren. Er zijn dingen die de Scholengroep Brussel zelf kan doen, er zijn dingen waarvan ik hoop dat de overheid er ook het belang van inziet. Eerst en vooral hebben we inderdaad islamologen nodig die kort op de bal spelen. Wij hebben nu drie mensen in dienst die we voor een stuk zelf betalen, voor een deel uit een subsidie van Brusselminister Benjamin Dalle (CD&V, red.). Ik hoop dat dat verankerd wordt, zodat we structureel rond kritisch denken en burgerschap kunnen gaan werken.

“WE NEED MORE POSITIVE INFLUENCERS” Before corona caused an earthquake in the education system, Jurgen Wayenberg, director of the GO! School Group Brussels was principally occupied with conflicts about issues like freedom of expression, clothing prescriptions, or teaching evolutionary theory. Since 2016, Islamologist Montasser AlDe’emeh has been conducting conversations with pupils about these issues, and the School Group has now distilled these into a book with advice for anyone who works with children and young people. The corona virus is spiking again, with profound effects on the schools. But the recent decapitation of the French teacher Samuel Paty has made clear that the virus of radicalization is still very much alive. Since AlDe’emeh began his work, no pupils have left to fight in Syria or Iraq because he has managed to undermine their rock-solid convictions. “We need more role models,” Wayenberg says. “Young people with migration backgrounds who are doing well and can function as positive influencers.” EN

28 OKTOBER 2020

I 17


HOE HET LOKAAL DIENSTENCENTRUM IN HEEMBEEK DE CORONAPANDEMIE AANPAKTE

‘Deze epidemie toont hoe belangrijk buurtzorg is’ B R U Z Z | R E P O R TA G E

“Wij laten onze ouderen niet aan hun lot over.” Dat dacht Conny Roekens van het lokaal dienstencentrum ADO Icarus in Heembeek, toen ons land in maart in lockdown ging. Ook in de tweede golf wil ze ouderen die nog thuis wonen niet in de steek laten. “Een vrouw die haar buren niet kende, heb ik in contact gebracht met haar Afrikaanse buurman. Hij doet nu boodschappen voor haar. Buurtzorg is zo belangrijk.” — STEVEN VAN GARSSE, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

I

k zie me nog zitten vijf jaar geleden met een bierkaartje, in het lokale parochiezaaltje,” vertelt Conny Roekens. “Wachtend op de eerste Heembekenaren voor wie een lokaal dienstencentrum dat buurtgericht werkt van pas zou kunnen komen.” Roekens is coördinator van het lokaal dienstencentrum ADO Icarus in Heembeek. Vandaag heeft het onderdak in het gebouw-Lendrik en is het uitgegroeid tot een van de best draaiende lokale dienstencentra van Brussel. Het bereikt zeshonderd ouderen en mensen met een beperking uit Heembeek en omstreken. Roekens is de enige betaalde kracht in de voorziening, die gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en Vlaanderen. Gelukkig kan ze een beroep doen op een zorgvuldig opgebouwd netwerk van dertig buurtvrijwilligers tussen de 55 en 90 jaar. Het dienstencentrum draaide

18

I

28 OKTOBER 2020

goed, maar toen kwamen 2020 en het coronavirus, en half maart de lockdown. Nu, zeven maanden later, is de tweede golf een feit. We willen van Roekens weten hoe de ouderen deze ongeziene periode beleven. Twee woorden komen altijd terug: angst en eenzaamheid. “En dat is net wat wij al jaren proberen te bestrijden” zegt Roekens. Het is in deze coronacrisis niet anders dan bij veel maatschappelijke kwesties: dit virus zet alles op scherp en haalt problemen die al langer sluimeren naar boven. In maart was het alle hens aan dek. Roekens: “Voor die dertig vrijwilligers, die ook meestal al met pensioen zijn, is de hulp aan de zorgbehoevende senioren vaak een manier om zich nuttig te maken. Daarom hebben we heel snel de vrijwilligers samengebracht. Het was het laatste warme moment voor de lockdown. Het eerste wat ze zeiden was: ‘we gaan de senioren toch niet aan hun lot overlaten.

Zeker nu niet.’” “We hebben de bijna zeshonderd telefoonnummers onder de vrijwilligers verdeeld. Een keer per week werden al die ouderen opgebeld. Als er een tijdje geen antwoord kwam, ging er iemand langs. We hebben op die manier vijf Covidgevallen kunnen ontdekken. Bij één iemand was het een heel ernstig geval.” Dat rondbellen was maar een van de vele acties die het lokaal dienstencentrum ondernam. Toen het sociaal restaurant dichtging, zette Roekens, samen met haar man, een vrijwilliger en een beenhouwer uit Heembeek een eigen kookteam op. Een paar keer per week werd er gekookt, en kregen de ouderen de maaltijden aan huis gebracht. Ook zette het lokaal dienstencentrum boodschappentandems op. Dertig vrijwilligers vormden een tandem met ouderen en deden voor hen boodschappen. Daar bleef het

niet bij: zevenduizend mondmaskers werden gefabriceerd en verdeeld over de vrijwilligers, buurtbewoners, rusthuizen, artsen ... Het ging hard, maar de eerste golf was achter de rug. En net dan werd het ook voor Roekens te veel. Ze trok zich het lot van de mensen te veel aan en zat er zelf even door. Vandaag vliegt ze er weer in. “We weten nu wat er op ons afkomt. We hebben het al eens meegemaakt. De veerkracht die we hebben gevonden sinds de lockdown, laten we ons niet afpakken.” Ondanks die herwonnen veerkracht was het een moeilijke periode. Roekens herinnert zich schrijnende gevallen. Er is het verhaal van de hoogbejaarde Charlotte*, die met Covid in het ziekenhuis belandde. “Ze heeft negen weken moeten vechten, maar heeft het gehaald,” zegt Roekens. Dat was op zich geen evidentie, want Charlotte werd ‘te oud’ bevonden om naar Intensieve


B R U Z Z | R E P O R TA G E

Cecile is 86 en afkomstig uit Luxemburg. Het huis verelaten in deze coronatijden dat doet ze niet. Daarvoor is ze te angstig.

“Als Brussel voor elk blok van driehonderd appartementen, nu eens één appartement voorbehoudt voor een netwerker. Iemand die mensen samenbrengt” CONNY ROEKENS Dienstencentrum ADO Icarus

red.).” De angst voor het ziekenhuis, zelfs voor de ambulance, die komt altijd terug in de gesprekken die Roekens en de vrijwilligers met de senioren voeren. “De grootste vrees die de alleenstaande senioren hebben is om te vallen, geen hulp te kunnen inroepen en zo moederziel alleen te moeten sterven. Tegelijk willen ze niet naar het ziekenhuis, omdat ze vrezen daar besmet te worden. Wat hen ook beangstigt, is het beeld dat ze uit de media hebben opgepikt dat ze niet meer verzorgd zullen worden, omdat ze

te oud zijn en de ziekenhuizen te vol.” Het lokaal dienstencentrum ontfermt zich ook over de senioren die te zorgbehoevend zijn om nog alleen te wonen. “We brengen ze in contact met een van de vier woonzorgcentra hier in de buurt. We laten hen kiezen. Waar is de koffie het lekkerst, vraag ik dan bij wijze van boutade. Maar we krijgen nu veel afmeldingen. Haal me van de wachtlijst, horen we dan.”

GEEN KOFFIEBIJEENKOMST MEER

Zorgen te worden gebracht. “Ziekenhuizen ontkennen dat, maar het is wel degelijk gebeurd in de eerste golf,” zegt Roekens. “Het heeft ons doen nadenken. Heel wat senioren hebben geen levenseindeplan, zodat hun lot in handen van de artsen ligt. Wou Charlotte de rest van haar leven nog met een beademingstoestel rondlopen? Die vragen beantwoord je beter vooraf en dat kan met een negatieve wilsbeschikking. We organiseren hier nu gespreksnamiddagen over, met de LEIF-specialisten (LEIF staat voor LevensEinde InformatieForum,

“Kom,” zegt Roekens. “We gaan even op bezoek bij Isabelle.” Roekens neemt de bolderkar waar een plooistoel in zit. Even verder komen we bij Isabelle aan. Ze zit in een rolstoel. Ze heeft een spierziekte, maar kan dankzij twee begeleiders alleen wonen. Roekens maakt een praatje. De plooistoel maakt een gesprek op gelijke hoogte mogelijk. “Ik leef van dag tot dag,” zegt Isabelle. “Dat doe ik al lang. Deze periode valt al bij al nog mee. Ik zie nog wel mensen. Mijn twee begeleiders, de kine die langskomt, de verpleger twee keer per dag.” Toch is het een domper als Roekens haar vertelt dat het lokaal dienstencentrum weldra opnieuw deels de werking moet terugschroeven: instructies van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Code geel, code rood, whatever. De koffiebijeenkomsten, waar Isabelle naar uitkijkt, mogen niet meer plaatsvinden. Een bezoekje brengen mag nog wel.

28 OKTOBER 2020

I 19


HOE HET LOKAAL DIENSTENCENTRUM IN HEEMBEEK DE CORONAPANDEMIE AANPAKTE

“Voor Isabelle is deze periode nog draaglijk,” zegt Roekens. “Zij heeft vaste begeleiders die ze dagelijks ziet. Maar een oudere die thuishulp vraagt, ziet telkens wisselend personeel. En vaak zijn het mensen met een diverse achtergrond. Veel ouderen vinden dat niet prettig en doen er dan geen meer beroep op. Het gaat ook om de taal. We hebben hier in Heembeek nog van die ‘koppige Vlamingen’ die erop staan om Nederlands te kunnen spreken. Dat is in een Brusselse zorgcontext niet altijd even makkelijk.”

BREICLUB

B R U Z Z | R E P O R TA G E

“Heb je weer een coronasjaal gebreid?” vraagt Roekens als we terug in het centrum zijn. Het zaaltje heeft zich intussen gevuld met zes vrouwen op leeftijd die aan het breien zijn. Ze hebben zakken vol gebreid. Sjaals, mutsen, en mini-breisels in de meest diverse kleuren. Ze waren bedoeld voor de kerstmarkt, om te verkopen voor het goede doel, maar Roekens kan niet beloven dat die dit jaar zal plaatsvinden. Ze moet nog een andere pijnlijke boodschap brengen: de breiclub moet dicht voor onbepaalde tijd. Er valt een stilte. De sfeer was jolig, en blijft dat deels ook. De senioren blijken erom te kunnen lachen. Maken een grap. Sommigen hadden het wel verwacht. Maar de grimmigheid slaat wel toe als ze de komende weken en maanden voor zich zien. “Het wordt koud en donker, en we zullen niemand meer mogen zien. Dit soort bijeenkomsten hier in het

dienstencentrum houdt ons recht. Wat ga ik al die dagen doen?” klinkt het. Ook de breiende vrouwen zagen de televisiebeelden van de feestende jongeren. “Wij moeten hier nu voor opdraaien. Waarom gaven ze geen hogere boetes?” vragen ze. “Of waarom laten we ze niet eens werken op een Covidafdeling?” Een van hen gooit haar breinaalden neer. “Ik ga hier voor de deur elke dinsdag in het bushokje komen breien. Komen jullie dan ook?” Roekens: “Veel senioren leven heel gestructureerd. Er is bijvoorbeeld die man voor wie een van de vrijwilligers boodschappen deed. Die had een plannetje gemaakt van de supermarkt, met alle rekken en met welke van zijn producten waar te vinden zijn.” “Ook hun dagen zijn mooi opgedeeld: op maandag is er dansles, op dinsdag breien ze, dan kunnen we in het sociaal restaurant terecht. Dat valt nu in een klap weg. En dan doe je je ronde, bel je aan. Zie je ze angstig door de brievenbus kijken. Doen ze open, vaak nog in hun nachtkledij en weten ze niet welke dag het is.” Deze epidemie toont hoe belangrijk buurtzorg is, zegt Roekens. “Mensen vinden hun weg niet naar de zorg die helemaal versplinterd is in Brussel en ze leven in een grootstad waar ze niemand kennen. Dan is de babbel met de beenhouwer of de apotheker erg belangrijk.” De Stad Brussel heeft de laatste jaren heel veel gebouwd in Heembeek. Maar dat heeft nog

‘Er is eenzaamheid, en eenzaamheid’ MIKIS DORMAELS maatschappelijk werker bij Elde

Met de organisatie Elder heeft Brussel een goed uitgebouwde psychische zorgverlening op maat van ouderen. “Niet alle ouderen voelen zich eenzaam.” 20

I

28 OKTOBER 2020

“We moeten opletten met het cliché,” zegt Mikis Dormaels maatschappelijk werker bij Elder, een deelwerking van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Brussel. “Het is een misvatting dat

geen dicht sociaal weefsel opgeleverd. Roekens: “Ik ontmoette een oudere vrouw die in een groot blok woont en haar buren niet kende. Ze had nog nooit een woord met hen gewisseld. Ik heb haar in contact gebracht met haar Afrikaanse buurman. Die doet nu de boodschappen. Dus het kan.”

ouderen in de grootstad per definitie eenzaam zijn. Niet iedereen die een hoge leeftijd heeft bereikt, is eenzaam, en eenzaamheid komt niet alleen bij ouderen voor. Al lopen ze wel een hoger risico.” “Wij onderscheiden twee soorten eenzaamheid: sociale eenzaamheid en emotionele eenzaamheid. Sociale eenzaamheid is minder contacten hebben dan je zelf wenst.

“Ik heb het al zo bedacht: als de Stad Brussel nu eens voor elk blok van driehonderd appartementen, één appartement voorbehoudt voor een netwerker. Iemand die mensen samenbrengt. De winst zou énorm zijn. We zouden vandaag allemaal minder moe zijn.” *Charlotte is een schuilnaam

Emotionele eenzaamheid is het gemis van een contact waarmee je over je eigen emoties kan praten. We stellen vast dat iedereen die alleen komt te staan, daar op een andere manier mee omgaat. Het kan dus best zijn dat iemand die erg geïsoleerd is, zich toch niet eenzaam voelt.” Elder werkt buurtgericht en preventief, organiseert praatgroepen, maar gaat

ook bij de mensen thuis op bezoek. De organisatie geeft tips aan ouderen om hun oude dag goed door te komen. Dormaels: “We helpen ze een doel te bepalen, zich zinvol bezig te houden. Hun eigen netwerk van vrienden en kennissen in kaart te brengen en zo mogelijk dat te vergroten. Humor is ook heel belangrijk om deze periode door te komen. We laten de senioren zelf


André (65) is psychiatrisch patiënt en woont zelfstandig. Conny Roekens bezoekt hem. “Ik ben blij dat ik heb kunnen praten,” zegt André.

L’IMPORTANCE DE L’AIDE DE PROXIMITÉ Le centre local ADO Icarus à Heembeek ne compte pas abandonner les seniors de la commune pendant la crise du coronavirus. « Avec nos trente bénévoles, nous avons téléphoné aux personnes âgées qui vivent seules », explique la coordinatrice Conny Roekens. « Cette épidémie montre à quel point l’aide de proximité est importante. Les gens ont du mal à s’orienter vers les soins, qui sont complètement fragmentés à Bruxelles, et ils vivent dans une grande ville où ils ne connaissent personne. La papote avec le boucher ou le pharmacien a une vraie importance. » Mikis Dormaels, travailleur social chez Elder, section du CGG Brussel (Centre pour la Santé Mentale), met en garde contre le cliché du sénior isolé. « C’est une idée fausse que les personnes âgées dans les grandes villes sont seules par définition », dit M. Dormaels. «ŽTous ceux qui ont atteint un âge avancé ne sont pas seuls, et la solitude n’est pas seulement le lot des personnes âgées. Bien qu’elles y soient davantage exposées. » FR

De breiclub moet dicht. “Ik ga hier voor de deur elke dinsdag in het bushokje komen breien,” reageert een van hen. “Komen jullie dan ook?”

THE IMPORTANCE OF NEIGHBOURHOOD OUTREACH The local services centre ADO Icarus in Heembeek wants to ensure that older residents of the community don’t get abandoned during the corona crisis. “The thirty volunteers who work with us called all the older people,” coordinator Conny Roekens says. “This epidemic shows how important neighbourhood outreach is. People don’t find their way to care, which is completely fragmented in Brussels, and they live in a metropolis where they don’t know anyone. Conversations with butchers or pharmacists are very important in a context like this.” Mikis Dormaels, a social worker with Elder, a subsection of the Mental Health Services Centre Brussels warns against the cliché of the lonely elderly person. “It is a misconception that the elderly in big cities are necessarily lonely,” Dormaels says. “Not everyone who has reached old age is lonely, and loneliness does not only afflict the elderly. Though they are at more risk.” EN

nadenken over wat ze nodig hebben om zich goed te voelen.” De grootstad heeft als paradox dat er veel sociale contacten mogelijk zijn, maar dat die juist door de veelheid soms moeilijker zijn. “In een dorp zwaai je weleens naar iemand. Omdat het de zoon of dochter is van iemand die je kent. Dat is in een grootstad toch wel

anders. Vandaar dat initiatieven als het lokaal dienstencentrum in Heembeek zo belangrijk zijn.”

LEVENSVERHAAL Een bijzondere aanpak van Elder is de zogenoemde narratieve zorg. “Dat doen we nu al tien jaar. We gaan in verschillende sessies het gesprek aan met de oudere en tekenen het

levensverhaal op. Dat levert een interessant beeld op. Je ziet dat de belangrijke dingen soms in een hoekje zitten. Je leert ook hoe mensen zich uit de slag hebben getrokken als ze iets ergs hebben meegemaakt.” “De bedoeling is de identiteit weer op te bouwen. Die is vaak ondergesneeuwd na een verlies. Het verlies van de partner, of van een huis

als iemand naar het rusthuis moet. We hebben heel goeie ervaringen met die aanpak. Het gaat om mensen voor wie het verleden vele malen groter is dan hun toekomst. Maar bij die toekomst zit ook de dood. Als je je levensverhaal op orde hebt, zo toont onderzoek aan, ga je ook op een betere manier sterven.” SVG

28 OKTOBER 2020

I 21


FINANCIERING HANGT AF VAN REALISATIE NEO I

Het sportpark op de Heizel zal naar schatting 40 miljoen euro kosten. © ZJA

BRUZZ | STEDENBOUW

Sportpark op Heizel kost 12 miljoen meer dan begroot Het geplande nieuwe sportpark op het Heizelplateau zal de Stad zeker 12,5 miljoen meer kosten dan eerst geraamd. Voor de financiering is de Stad vooral aankelijk van de realisatie van Neo I, met shoppingcentrum en woningen. — KRIS HENDRICKX

D

e Brusselse gemeenteraad boog zich vorige week over een aantal vastgoedtransacties. Zo wil de Stad het gebouw van de voetbalbond kopen voor 7,5 miljoen euro, om onder meer op die plek het toekomstige sportpark aan te leggen. Diezelfde voetbalbond verhuist naar Tubeke, maar krijgt wel een gratis ruimte van driehonderd vierkante meter in het Koning Boudewijnstadion. Het sportpark in kwestie is een ambitieus project. Het wordt een park met onder meer een hockeystadion, rugbyterreinen, een atletiekpiste en een waterspiegel waar bezoekers zullen kunnen pootjebaden op warme dagen. “Het moet een publiek toegankelijk park worden, dat zich opent naar de buurt,” legt

22

I

28 OKTOBER 2020

schepen van Sport Benoit Hellings (Ecolo) uit. “Vandaag is die plek erg chaotisch en er is zelfs veel doorgaand verkeer.” Tijdens de gemeenteraad bleek dat het sportpark – een project dat al gestart was door de vorige meerderheid – ondertussen flink boven het geplande budget gaat.

De kosten bedragen nu al 40 miljoen euro. Dat is 12,5 miljoen meer dan eerst was geraamd, een bedrag dat de PTB-PVDA doet steigeren. Schepen Hellings noemt die overschrijding niet abnormaal. “Het gaat nu eenmaal om een omvangrijk project. En dan moet

“Het moet een publiek toegankelijk park worden, dat zich opent naar de buurt” BENOIT HELLINGS Schepen van Sport

u weten dat we het project van de vorige meerderheid al bescheidener hebben gemaakt. Alain Courtois (MR) wou een nationaal hockeystadion én een nationaal rugbystadion. Het overgrote deel van het sportpark wordt trouwens betaald door het winstgevende Neo I (een grootschalig ontwikkelingsproject op de Heizel met onder meer een groot shoppingcentrum en honderden woningen, red.).” Raadslid Geoffroy Coomans de Brachène (MR), zelf schepen van Stedenbouw in de vorige meerderheid, wees Hellings erop dat Ecolo zich altijd heeft verzet tegen het Neoproject, maar er nu plots afhankelijk van wordt voor de realisatie van het sportpark. “U bent met handen en voeten gebonden aan iets waar u tegen was en als Neo er niet komt, hebt u ook geen sportpark.” Hellings spreekt Coomans niet tegen. “Onze eigen plannen zijn ongeveer af, en ik wacht inderdaad op de vergunning van Neo I.” En wat als dat project er niet komt, nu het shoppinggedrag van de Belg onder invloed van corona misschien wel voor lange tijd verandert? “Tja, dan moeten we het geld ergens anders zoeken.”

VOETBALBOND De Belgische voetbalbond krijgt een gratis ruimte van driehonderd vierkante meter in het Koning Boudewijnstadion, terwijl diezelfde bond 7,5 miljoen euro incasseert voor de verkoop van zijn gebouw. Dat wierp vragen op tijdens de gemeenteraad, onder meer van raadslid Mathias Vanden Borre (N-VA). Hellings vindt de transactie niet onlogisch. “De prijs voor het gebouw is gebaseerd op twee expertises. En tegenover die kleine gratis ruimte in het stadion staat dat de voetbalbond jaarlijks ongeveer tien keer 120.000 euro neertelt voor de huur van het stadion. Dat lijkt me evenwichtig.” Hellings benadrukt nog dat de huidige meerderheid het sportpark plant in samenwerking met omwonenden, sportclubs en de eigen sportadministratie. “Het is bijna niet te geloven, maar dat was onder de vorige meerderheid anders. Schepen Courtois en Neo tekenden het alleen uit.”


BRUZZ SELECT

28/10 — 3/11

ADIEU, CULTUUR TUSSEN BOOSHEID EN BEGRIP: DE BRUSSELSE HUIZEN REAGEREN


BRUZZ Select 2 8 / 1 0

— 3/11 D E B R U S S E L S E C U LT U U R S E C T O R G A AT O P N I E U W O P S L O T

In minder dan 48 uur, van wel naar geen cultuur NL

Minder dan twee dagen duurde de opluchting van de Brusselse cultuurwereld om de beperkte maatregelen van de federale regering. Die maakte plaats voor zware teleurstelling om de opgelegde sluiting door de Brusselse regering. Op deze zoveelste klap wordt gereageerd met boosheid en mildheid. Maar er klinkt ook een roep om meer transparantie en stabiliteit. MICHAĂ‹L BELLON & SARA VANGENECHTEN

24


D

HARMONICAMAATREGELEN Aan de andere kant is er ook begrip voor het feit dat het hoge aantal besmettingen en de precaire situatie in de ziekenhuizen om maatregelen vragen. “De teleurstelling is ook bij ons groot,” zegt Tom Bonte, directeur van muziektempel AB, “maar ik wil eraan herinneren dat het in maart de cultuurinstellingen

“Dit is geen paniekvoetbal meer, dit is een overreactie van mensen die niet meer weten waar ze mee bezig zijn” PETER DE CALUWE Directeur van De Munt

Afgelast: de opvoeringen van de opera Die tote Stadt in De Munt. Op de linkerpagina: een verlaten KANAL – Centre Pompidou.

waren die het initiatief namen om te sluiten, nog voor de overheid iets had beslist. Volksgezondheid is een groot goed. Ik begrijp dat als de Brusselse ziekenhuizen vollopen, wij niet meer hoog op de prioriteitenlijst staan. Of de Brusselse regering te lang getalmd heeft om strengere maatregelen te nemen, kan ik zelf moeilijk inschatten. A posteriori lijkt dat zo te zijn, maar het probleem is natuurlijk dat je beslissingen moet nemen op een moment dat de cijfers je gelijk of je ongelijk nog niet kunnen bewijzen.” Bonte vind het wél ongelukkig dat er nog geen 24 uur zaten tussen de hoopgevende boodschap van de federale regering en het verdict van het Gewest. “Dat kan beter op elkaar worden afgestemd, want het is niet zo dat de zaken in die 24 uur nog

zodanig zijn veranderd dat een andere beslissing zich opdrong.” Moeten we in de toekomst ook niet af van de harmonicamaatregelen, en te allen prijze vermijden dat we nog in deze noodtoestand terechtkomen? Bonte: “Dat is natuurlijk moeilijk. Maar wij zijn er wel van overtuigd dat we veilig bezig waren. Op het moment dat ik naar de AB aan het wandelen was om de media vertellen over ons begrip voor de maatregelen, passeerde ik de winkelstraten van Brussel en zag ik de risico’s die mensen daar lopen. Dan denk ik toch dat het er in onze zalen veel gecontroleerder aan toe gaat.” De AB stelt er zich dus op in dat ze in de toekomst grillige regelgeving zal moeten blijven volgen? Bonte: “Er is wel een ondergrens.

Een maximumcapaciteit van 200 is voor ons nog haalbaar. Stel dat we zoals in Nederland naar een capaciteit van 40 of 50 toeschouwers hadden moeten gaan, dan denk ik niet dat we nog zouden zijn opengebleven. Nu zitten we aan nul, maar laten we er eerst voor zorgen dat de mensen gezond kunnen terugkeren uit de ziekenhuizen en dat de zorgverleners weer op een normaal tempo kunnen werken. Dan zien we wel weer. Met 19 november hebben we een perspectief. Laten we hopen dat we dan licht aan het eind van de tunnel zien en geen tegenliggende trein.” Tot dan zijn in ieder geval alle ABnormal-concerten geschrapt en zijn er ook geen streamings van concerten. De AB gaat wel nog door met de residentiewerking die de afgelopen

e hele Brusselse cultuursector moet dus toch opnieuw voor minstens vier weken op slot, tot 19 november. Musea, theaterzalen, bioscopen, concertzalen en andere cultuurfaciliteiten maakten zich de afgelopen maanden nochtans sterk dat ze met hun strikte protocollen en beperkte capaciteit veilig werkten. Berichten van het tegendeel bleven ook uit. Maar nadat de cultuursector vrijdag nog de beperkte verstrenging van de federale regering had geslikt – die besloot tot een afstandsregel van anderhalve meter in plaats van één meter, en een maximumcapaciteit van 200 toeschouwers ongeacht de grootte van de zaal – moest hij zaterdag toch alles dichtgooien na de crisiscommunicatie van de Brusselse regering. Tegenover BRUZZ reageerde de directeur van De Munt Peter de Caluwe erg scherp op de beslissing van de Brusselse crisiscel. “Dat nu een regering die maandenlang het probleem genegeerd heeft, het probleem geminimaliseerd heeft, ervoor gezorgd heeft dat er heel veel mensen ziek zijn geworden door geen goed beleid te voeren, door slecht crisismanagement – dat die regering deze beslissing neemt, is voor mij het cynische voorbij. Dit is geen paniekvoetbal meer, dit is een overreactie van mensen die niet meer weten waar ze mee bezig zijn.” De Caluwe verwijt de Brusselse regering de veilige werkwijze van de cultuurhuizen te weinig in rekening te brengen. “Wij hebben van iedereen – van de virologen, van de overheden, van de internationale collega’s – complimenten gekregen over ons protocol. Het is laden en lossen: mensen gaan binnen en buiten via vier verschillende in- en uitgangen. Mensen komen elkaar niet tegen in de zaal en ze zitten met mondmaskers op de nodige afstand van elkaar.”

25


BRUZZ Select 2 8 / 1 0

— 3/11 D E B R U S S E L S E C U LT U U R S E C T O R G A AT O P N I E U W O P S L O T

“Laten we er eerst voor zorgen dat de mensen gezond kunnen terugkeren uit de ziekenhuizen en dat de zorgverleners weer in een normaal tempo kunnen werken. Dan zien we wel weer”

TOM BONTE Directeur van de AB

weken is opgezet, want repeteren binnenshuis mag wel nog. Ook bij de bioscopen komt het nieuws van de sluiting als een koude douche. Voor algemeen directeur Éric Franssen van Cinema Palace zijn de maatregelen des te moeilijker om te slikken omdat de bioscopen deze tijd van het jaar goede zaken doen. Datzelfde ervaart directeur Frédéric Cornet van Cinéma Galeries. “De laatste weken kwamen er weer meer mensen naar de bioscoop. Er waren een paar goede releases, en de laatste week haalden we zelfs ons beste resultaat sinds lang.” Cornet schippert tussen begrip en onbegrip. “Je ziet natuurlijk dat het aantal besmettin-

gen is geëxplodeerd, maar aan de andere kant zijn er geen bewijzen dat theaters en cinema’s de plaatsen zouden zijn waar veel besmettingen plaatsvinden. Integendeel: er zijn ondertussen studies die aantonen dat dat niet zo is.” Cornet citeert daarbij een brede, wereldwijde literatuurstudie van het onlineplatform over film en cinema’s Celluloid Junkie, dat nergens signalen van besmettingsclusters in cultuurzalen registreerde. “Voor de distributeurs is het nu ook heel bizar dat cinema’s per regio gesloten worden. Als we in Brussel weer opengaan, zullen we dus ook films moeten inhalen.” Cornet vreest ook dat deze situatie zich later nog zal herhalen en dat 19

november misschien niet het einde is. “Wij blijven optimistisch, omdat we voelen dat het publiek achter ons blijft staan. Maar hoe meer we richting kerstvakantie opschuiven, hoe dramatischer.” Van 11 tot 13 december viert Cinéma Galeries zijn tachtigste verjaardag. Voorlopig gaat dat evenement door, indien nodig wordt het uitgesteld maar niet afgelast. Nog een acuut bioscoopslachtoffer is het internationaal filmfestival voor jong publiek Filem’On, dat van 28 oktober tot 7 november zou plaatsvinden en dus tijdens de herfstvakantie voor heel wat vertier moest zorgen, met meer dan 130 films voor een publiek van 2 tot 16 jaar op tal van locaties. De teleurstelling is ook daar groot, maar gelukkig had Filem’On altijd rekening gehouden met een plan B, dat nu ook wordt uitgerold: een deel 26

van het filmaanbod zal online kunnen worden bekeken via het platform Sooner.

IMAGOSCHADE De musea dan. Ook Pieter Van der Gheynst van koepelorganisatie Brussels Museums toont zich zeer verbaasd over de beslissing tot sluiting. “Wij denken echt dat onze protocollen goed en veilig zijn. Zeker in de musea lopen momenteel niet de grote massa’s rond die je elders nog ziet in winkelstraten, supermarkten en op het openbaar vervoer. Een groot deel van de vorige week zijn we in gesprek geweest met de ministers van Cultuur. Dat was ook de bedoeling: we hadden een week respijt waarin de sector zou worden bevraagd over eventuele verstrengingen. Dat is allemaal door de kabinetten genoteerd. Minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap


“Wij blijven optimistisch, omdat we voelen dat het publiek achter ons blij staan. Maar hoe meer we richting kerstvakantie opschuiven, hoe dramatischer” FRÉDÉRIC CORNET Directeur van Cinéma Galeries

A DAY IN THE LIFE OF BRUSSELS’S CULTURAL INSTITUTIONS: FROM RELIEF TO DISAPPOINTMENT In less than 24 hours, the relief felt by Brussels’s cultural world at the limited measures imposed by the federal government turned to profound disappointment about the enforced closure imposed by the government of Brussels. The sector has been shut down for at least four weeks, until 19 November. The general director of De Munt/La Monnaie Peter de Caluwe reacts very strongly to the decision of the Brussels Crisis Unit. “The fact that this government has spent months ignoring the problem and caused many, many people to get sick by pursuing bad policies, is beyond cynical to me. This is no longer panicky behaviour; this is an overreaction from people who no longer know what they are doing.” On the other hand, there is also understanding. Ancienne Belgique director Tom Bonte reminds us that it was the cultural institutions themselves that took the initiative to close in March before the government had made any decisions. “I understand that when the hospitals in Brussels are filling up, we’re not high up on the list of priorities.” Bonte does think, however, that the governments should coordinate better. “It is EN

Een eenzame veiligheidsagent in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

Bénédicte Linard zei letterlijk dat ze er alles aan zou doen om de protocollen te behouden omdat ze musea en theaters volledig veilig vond. Ondertussen was er ook het positieve advies van de federale regering. Maar nu gaat alles in Brussel toch gewoon dicht. Het klopt dat de situatie in de ziekenhuizen erg is, maar door de musea te sluiten, gaat die situatie niet beteren. Men wilde duidelijk niet meer nuanceren en voor duidelijkheid gaan, maar wel met de botte bijl erdoor.” Samen met het Brussels Kunstenoverleg wil Brussels Museums bekijken hoe er op gewestelijk niveau in de toekomst meer transparantie kan komen. “We hebben nood aan transparantie en houvast. Als sector moeten we ons nu constant heruitvinden, goochelen met bezoekersaantallen, mensen

terugbetalen. Die voortdurend veranderende regels zijn slopend, daar kruipt geld en energie in, en ze zorgen voor frustratie. We hadden ook nooit in deze situatie mogen belanden. Een aantal beslissingen, of het gebrek aan beslissingen, hebben daar toch voor gezorgd. Laten we hopen dat daar nu lessen uit worden getrokken.” Van der Gheynst toont zich ook bezorgd om het imago van de sector. “Welk imago krijg je als je als sector volledig op slot moet? Mensen krijgen dan misschien het idee dat het daar dan toch wel niet zo veilig zal zijn. Terwijl we alles juist permanent op een professionele manier hebben aangepakt.”

WERKBARE AFSPRAKEN Ook bij het Kaaitheater horen we die vraag naar een duurzamer beleid. Algemeen en artistiek coördinator

not that things changed so much over those 24 hours that a different decision was absolutely necessary.” All of the directors point out the safety of their own protocols. Director of Cinéma Galeries Frédéric Cornet has seen more visitors over the past few weeks. “And there is no proof that theatres and cinemas are the places where many infections occur. On the contrary, Cornet cites a worldwide study of the literature by online platform Celluloid Junkie, which identified no signs of infection clusters in cultural centres. Pieter Van der Gheynst at the umbrella organization Brussels Museums regrets that the cultural sector will thus unjustifiably get a reputation for being unsafe and insists on more stability and anchor points. We hear the same call for a sustainable policy model from the artistic and general coordinator of Kaaitheater Barbara Van Lindt: “We need to know where the infection hotspots are and decide which sectors to spare on the basis of this information. We must strive to create a corona model that is more sustainable and with which it is possible to align your programmes over the longer term. If we were to have a viable default protocol from which we would only need to deviate if the situation became very bad. That would be a workable solution for all the institutions, the artists, and our audiences.” 27


BRUZZ Select

16 — 22/9 D E B R U S S E L S E C U LT U U R S E C T O R G A AT O P N I E U W O P S L O T

“Er is een grote behoee aan een duurzaam model, bijvoorbeeld aan de hand van een barometer, waar je op langere termijn je programma op kan afstemmen” BARBARA VAN LINDT Algemeen en artistiek coördinator van het Kaaitheater

Ook in de Ancienne Belgique zal tot 19 november geen muziek meer weerklinken.

Barbara Van Lindt: “We waren de federale maatregelen al aan het toepassen en toen kwam zaterdag de koude douche. Ik snap de vlammende reactie van Peter de Caluwe, maar ik snap ook dat politici soms verkeerde inschattingen maken zonder dat zij daarom van slechte wil zijn. Als je maar even de berichten over de toestand in de ziekenhuizen bekijkt, dan vergaat je natuurlijk de neiging om te klagen. We zitten nu in deze situatie en hoe hartverscheurend ze ook is, we moeten ermee leven.” Ook voor het Kaaitheater betekent dat de schrapping van alle publieke voorstellingen tot 19 november, terwijl het ondertussen met repetities en residenties in huis wel een deel van zijn missie probeert uit te voeren. “Er is nu wel een grote behoefte om naar een duurzaam model te gaan, bijvoorbeeld aan de hand van een barometer. We moeten weten waar de meeste haarden zich bevinden en op basis daarvan beslissen om bepaalde sectoren te sparen, omdat ze hun nut hebben en geen groot gevaar zijn. Voor ons is 28

alles beter dan dichtgaan. De afgelopen weken hebben wij gezien dat er een groot publiek is dat puur uit intrinsieke motivatie naar het theater komt, om naar iets te komen kijken dat een dimensie toevoegt aan het dagelijkse leven. Dus ook zonder een drankje of de mogelijkheid om na te praten. Dat heeft ons en de kunstenaars heel erg geraakt. Daardoor waren wij ook bereid om op vraag van de federale regering tijdelijk terug van een meter naar anderhalve meter te gaan en 200 toeschouwers als maximum te hanteren. Maar dat is wel onze ondergrens, en voor sommige kleinere zalen is het wellicht al te weinig. In het theater hebben wij de beste ervaringen gehad met de periode waarin de regels net iets losser waren, toen de afstand een meter was. Dat vinden wij een coronamodel dat langer vol te houden is en waar je op langere termijn je programma op kan afstemmen.” “Iedereen is nu bezig met de begroting van 2021. Dat is lastig zonder houvast, maar als je dat model als startpunt zou hebben, waar je alleen in een heel slechte situatie onder moet, dan is dat een werkbare afspraak om niet alleen voor jezelf maar ook voor de kunstenaars en het publiek te kunnen plannen. Anders blijf je van teleurstelling naar teleurstelling gaan.”

UN JOUR DANS LA VIE DES INSTITUTIONS CULTURELLES BRUXELLOISES : DU SOULAGEMENT À LA DÉCEPTION En moins de 24 heures, le soulagement du monde culturel bruxellois à la suite des mesures limitées du gouvernement fédéral, a fait place à une grande déception, suite à la fermeture imposée par le gouvernement bruxellois. Le secteur est mis sous verrou pendant au moins quatre semaines, jusqu’au 19 novembre. Le directeur général de La Monnaie Peter De Caluwe critique vivement la décision de la cellule de crise bruxelloise. « Le fait qu’un gouvernement, qui a ignoré le problème pendant des mois et a fait en sorte qu’énormément de gens soient contaminés suite à une mauvaise gestion, prenne cette décision dépasse les limites du cynisme. Il ne s’agit plus de tentatives de rectifier le tir dans la panique, mais d’une réaction exagérée de gens qui n’ont aucune idée de ce qu’ils font. » Mais il y a aussi de la compréhension. Le directeur de l’AB, Tom Bonte, rappelle qu’en mars, c’étaient les établissements culturels mêmes qui avaient pris l’initiative de fermer, avant même que le gouvernement prenne la décision. « Je comprends que lorsque les hôpitaux bruxellois saturent, on n'est plus la priorité. » Mais Bonte trouve tout de même que les différentes instances FR

feraient mieux de s’aligner un peu mieux. « Ces nouvelles mesures ne sont pas la conséquence d’une aggravation de la situation depuis 24 heures. » Tous les directeurs mettent en avant la sécurité de leurs protocoles. Frédéric Cornet, directeur du Cinéma Galeries, était ravi de revoir un nombre de visiteurs à la hausse depuis quelques semaines. Et rien n’indique que les théâtres et cinémas sont les endroits où beaucoup de gens sont contaminés. Au contraire, Cornet cite une étude globale de Celluloid Junkie, qui n’a enregistré nulle part des signaux de clusters de contaminations au sein des établissements culturels. Pieter Van der Gheynst de la coupole culturelle Brussels Museums déplore que le secteur culturel se voit attribuer une fois de plus l’image d’un secteur dangereux, et insiste pour davantage de stabilité. Et on retrouve ce même appel pour un modèle durable chez la coordinatrice artistique du Kaaitheater, Barbara Van Lindt : « Nous devons identifier les foyers principaux et prendre des décisions sur base de cela, afin de pouvoir épargner certains secteurs. Il faut évoluer vers un modèle corona plus durable, qui permet de mettre en place des programmes à plus long terme. Si on a un protocole standard qui fonctionne et duquel il faut uniquement dévier si cela va très, très mal, on aura un arrangement tenable pour les établissements culturels, les artistes et le public. »


MIJN IK-WIL-WEER GEWOON-NAARHET-THEATER APP STAAT AAN. CORONALERT AAN =

SAMEN CORONA VERSLAAN Download nu en zet je

Bluetooth aan.

Blijf steeds alle voorzorgsmaatregelen volgen:

CORONALERT.BE X 2018

I 29


BRUZZ Select

28/10 — 3/11

ONDERTITEL IN THE MIX

RE A LI T Y BI TES

‘Le confinement ? En tant que sans-abri ? Ça ne change rien’ À travers son podcast Isola, la réalisatrice Laura Krsmanovic dépeint le confinement des sans-abris à Bruxelles. Épaulée par Le Motel et Veence Hanao, elle libère la parole des laissés-pour-compte et secoue les consciences. — NICOLAS ALSTEEN « Le confinement ? En tant que sans-abri ? Ça ne change rien. On ne nous voit quand même pas. Pourtant, je suis juste SDF, pas contagieux ! » Arraché sur un trottoir, en plein cœur de la capitale, le témoignage d’Axel apparaît aujourd’hui au casting de Confinés dehors. C’est le premier épisode d’un podcast intitulé Isola. « À l’origine, je n’avais pas la prétention de me lancer là-dedans », révèle la réalisatrice Laura Krsmanovic. « C’est arrivé par hasard, au lendemain du premier confinement. » Ce jour-là, la Bruxelloise participe à une maraude. « Il s’agit d’un parcours à travers la ville. L’idée est d’aller à la rencontre des SDF pour leur parler, mais aussi leur proposer une couverture ou un petit café. » En mars dernier, le lockdown a considérablement bouleversé l’organisation des services sociaux. « Les quelque 4.000 personnes qui, chaque nuit, dorment dans les rues de Bruxelles se sont retrouvées encore plus

Minimuseum NL/ Cuistax bleek al vaker

30

fragilisées qu’autrefois », explique-telle. « La fermeture des fontaines d’eau potable, par exemple, a sérieusement compliqué leur quotidien... » De retour d’une maraude, Laura Krsmanovic cherche alors une façon d’exposer les sentiments de tous ces gens croisés dans les contre-allées de la société. « J’ai eu envie de leur donner la parole, de les aborder sans filet pour qu’ils puissent s’exprimer librement et, surtout, dignement. » Podcast immersif et poétique, Isola recueille des ressentis et procure des sensations. « Ici, les sans-abris se confient ouvertement », indique la réalisatrice. « Lors du montage, j’ai même coupé ma voix afin que l’attention des auditeurs se focalisent sur les pensées des personnes rencontrées. » Dans la profusion des podcasts actuellement disponibles sur le marché mondial, cette production locale se distingue également par son habillage

Le réel en quarantaine

Filem’Online NL/ Ook deze herfstvakan-

een groot, te koesteren geluk, maar vandaag is het tweetalige Brusselse fanzine voor kinderen een groot geluk bij een ongeluk. De verstrenging van de coronamaatregelen maakt het onmogelijk om tijdens de herfstvakantie met je kroost naar een museum te trekken, maar met de gloednieuwe twaalfde aflevering van Cuistax, ‘Verhalen over kunst’, wandel je thuis met open ogen door je eigen kleurrijke miniatuurmuseum. (KS)

rimer avec « documentaire », novembre rimera finalement avec « mesures sanitaires ». Le Mois du Doc n’égayera pas les salles de cinéma et autres lieux culturels bruxellois. En guise de consolation, une dizaine de films belges de la sélection sont à savourer depuis votre canapé sur La Trois, Arte et la plateforme de streaming Sooner, en attendant des jours meilleurs. (SOS)

tie zou Filem’On weer uitpakken met een pak kwaliteitsjeugdfilms voor 2- tot 16-jarigen en (groot)ouders die nog jong van hart zijn. Zou, want door corona gaat dit filmfeestje niet door. Enige troost kan hopelijk de switch naar online bieden, want vanaf 31 oktober kan je op de site van Filem’On terecht voor een selectie uit het getorpedeerde live programma. (GH)

Facebook: CuistaxFanzine

1 > 30/11, www.moisdudoc.be

31/10 > 7/11, www.filemon.be

FR/ Novembre aurait dû


Avec Isola, Laura Krsmanovic signe un podcast au croisement d’une balade sonore et d’un documentaire.

Storyboard WIDE VERCNOCKE

sonore, signé Le Motel. Producteur et beatmaker, ce dernier s’imprègne pleinement du sujet proposé pour distiller ses sons au creux de témoignages qui, invariablement, racontent l’époque et ses perversions.

ALBERT CAMUS S’INVITE Après avoir tendu son micro aux sans-abris, Laura Krsmanovic est retournée dans la rue pour retrouver les protagonistes du podcast. « Je voulais qu’ils soient les premiers à l’écouter. J’ai également filmé leurs réactions. C’était l’occasion de mettre des visages sur les voix. Grâce à la musique et aux images, Isola se situe au croisement d’une balade sonore et d’un documentaire. » Au cours du podcast, Albert Camus s’invite sous la tessiture du rappeur Veence Hanao. « Je lui ai demandé de lire un passage de La Peste », raconte Laura Krsmanovic. « Pendant le confinement, ce roman a de nouveau explosé les chiffres de ventes. Pourquoi ? Parce qu’il évoque le quotidien des gens face à une épidémie. Au cours de l’intrigue, on découvre comment une société réagit lorsqu’on restreint ses droits. Au vu de ce que nous traversons en ce moment, le parallèle me semblait intéressant. » Sous-titré « Voyage dans l’invisible », Isola est désormais disponible sur les réseaux sociaux, mais aussi sur toutes les plateformes d’écoute en ligne. Difficile de passer à côté. LAURA KRSMANOVIC: ISOLA www.bit.ly/3nv99AP

No-frills acoustic EN/ The chamber orchestra

Echo Collective has taken a long run-up to their first album of original repertoire. With The See Within, it is time for the harvest. Just like their daring interpretation of Radiohead’s ‘Amnesiac’, which brought them into the sights (and bands) of Adam Wiltzie, Joep Beving, and the late Jóhann Jóhannsson, it is a product of a residency at the AB. The record honours the group’s motto – “maximizing the acoustic” – with an intimate,

natural sound without post-production frills. Strings can sound both soft and spectacular, and ambient subtly counters classical structures.(TP) Album release: 30/10

NL/ De vertoning in Bozar van Cemetery, Carlos Casas’ filmische reis naar

het mythische olifantenkerkhof, is uitgesteld, maar we willen u niet onthouden wat voor geniaal geknetter met beesten en beschaving dat idee in het hoofd van tekenwonder Wide Vercnocke teweegbracht. 31


BRUZZ Select

28/10 — 3/11

FOCUS

© ANNE BALLON

‘Aujourd’hui, Jakomo est le juste reflet de nos quatre personnalités’

FR

Finaliste du dernier Humo’s Rock Rally, Jakomo rassemble d’anciens basketteurs autour de refrains rêveurs. Ambassadeur d’un rock suave et hyper décontracté, le groupe bruxellois profite de l’automne pour sortir la bande-son de l’été : un disque ensoleillé à ranger entre King Krule et Mac DeMarco. Que du bonheur ! — NICOLAS ALSTEEN JAKOMO Sortie de l’EP Fastbreak: 28/10, ET!KET Records

32

Pour rencontrer les deux voix de Jakomo, il faut prendre un peu de hauteur, monter quelques étages en ascenseur. Perchés au sommet d’un immeuble du centre-ville, le guitariste Julien Tanghe (guitare, voix) et son compère Wout Vermijs (guitare, voix) ouvrent des caisses en carton avec un masque sur le nez. Étrange, la scène s’ajuste pourtant à l’actualité. En pleine crise sanitaire, Jakomo a décidé de déballer un nouveau disque. En cinq morceaux extra cool, Fastbreak brave la pluie, le froid et les microbes pour embrasser des mélodies chaleureuses et décomplexées à souhait.

Les premières traces de votre projet remontent à octobre 2016. Qui est à l’origine du groupe ? JULIEN TANGHE : Il y a quatre ans, je

jouais mes chansons, tout seul, dans mon coin. À l’époque, je me présentais déjà sous le nom de Jakomo. Il s’agit d’un hommage un peu cocasse à mon grand-père. Il s’appelle Jacques. Je l’adore. Mais à part Jacques Brel, il déteste la musique. À un moment, j’ai remodelé mes compos pour être en mesure de les jouer avec d’autres musiciens. En février 2017, j’ai rencontré Wout Vermijs sur le terrain de mon club de basket-ball. Entre un dunk et un panier à trois

points, on parlait toujours de musique... WOUT VERMIJS : Notre association est à la base du groupe, mais aussi à l’origine de Breakfast, le premier enregistrement de Jakomo. Depuis cette sortie, nous n’avons plus le temps de jouer au basket.

En marge de Jakomo, vous avez poursuivi des études universitaires. Depuis quelques jours, vous êtes d’ailleurs diplômés. Cela a-t-il un impact sur votre musique ? VERMIJS : Nous mettons nos connaissances au service du groupe. Julien, par exemple, a étudié l’histoire à Louvain. Il possède également un diplôme en gestion culturelle. Cela nous est bien utile pour organiser les activités de notre petit label indépendant (ET!KET Records, NDLR). Pour ma part, je suis architecte. Mes qualifications se retrouvent plutôt dans notre


Récemment, Jakomo s’est hissé en finale du Humo’s Rock Rally. Depuis ses débuts en 1978, le concours a révélé des groupes comme Evil Superstars, Goose ou Whispering Sons. Quelle était votre motivation à l’heure d’aborder cette compétition ?

En 2017, Julien Tanghe (milieu, à droite) rencontre Wout Vermijs (milieu, à gauche) sur le terrain de son club de basket-ball. C’est le début de l’agrandissement de la famille Jakomo qui compte aujourd’hui quatre membres et deux disques.

charte graphique. Je dessine les pochettes de disque, j’illustre nos affiches, mais aussi les t-shirts et tout le merchandising. Cet été, j’ai réalisé le clip du morceau 'Luna Park'. Dans cette vidéo, tous les visuels s’imprègnent de l’architecture chaotique de Bruxelles. Ce côté désordonné se rapporte également à notre mode de vie actuel. Nous essayons en effet de vivre de la musique dans un milieu particulièrement touché par la crise sanitaire. À l’image des constructions bruxelloises, c’est un beau bordel en ce moment.

Entre Breakfast et Fastbreak, qu’est-ce qui a changé pour Jakomo ? TANGHE : Notre premier enregistre-

ment était immature, un peu maladroit. À l’époque, Jakomo cherchait encore son identité. Aujourd’hui, le groupe est le juste reflet de nos quatre personnalités.

Dans le jargon des basketteurs, le terme «fastbreak » fait référence à une contre-attaque. En anglais, ce mot est également utilisé pour évoquer une transition. En tant que jeunes diplômés, nous en sommes là. En transition. Via la musique, nous cherchons notre chemin dans le monde complexe des adultes.

« ‘FASTBREAK’ N’EST PAS UN PRÉTEXTE POUR JOUER DES CONCERTS. IL S’AGIT DU PREMIER ÉTAGE DE L’IMMEUBLE QUE NOUS SOMMES EN TRAIN DE CONSTRUIRE » JULIEN TANGHE

TANGHE : Déjà, je tiens à dire que je n’aime pas les concours. C’est beaucoup d’efforts pour jouer dans des conditions qui ressemblent à un examen de fin d’année. Se produire face à un jury, c’est nettement moins fun que de jouer devant n’importe qui... Toutefois, le Humo’s Rock Rally, c’est un peu différent. Historiquement, il s’agit d’un rendez-vous important. C’est le plus vieux concours de Belgique. C’est aussi celui qui offre la meilleure visibilité. Pour nous, c’était une façon de toucher les professionnels du secteur. Atteindre la finale, c’est aussi gagner en crédibilité. Certains de nos potes ont compris que nous étions réellement musiciens en découvrant la liste des finalistes. Au début du concours, il y avait plus de 900 inscriptions. Alors, forcément, quand il ne reste que 10 prétendants à la victoire, ça devient sérieux. Même si nous n’avons pas gagné, ça reste un beau parcours.

Par le passé, Jakomo a eu l’occasion de se produire au Botanique, à l’AB ou au Dour Festival. Cette année, votre actualité est perturbée par le contexte sanitaire. Avez-vous l’impression de « griller une cartouche » en sortant votre disque aujourd’hui ? TANGHE : Peut-être que les concerts ne seront pas au rendez-vous. Il ne faut pas se voiler la face, c’est une possibilité... Mais il fallait sortir Fastbreak. Pour nous, ce disque marque une évolution. D’autant plus qu’il sortira en vinyle. Nous avions besoin de laisser cette trace matérielle, de poser les fondations de notre carrière. En cela, Fastbreak n’est pas un prétexte pour jouer des concerts. Il s’agit du premier étage de l’immeuble que nous sommes en train de construire.

En parlant d’immobilier, la pochette du vinyle est illustrée par les images de quatre bâtisses. Que représentent-elles ? VERMIJS : C’est ce que chacun de nous aperçoit depuis sa fenêtre. De chez moi, on voit la gare de

Bruxelles-Nord et les grues du chantier alentour. Jef, notre bassiste, vit le long du canal. Julien habite juste à côté de la station Simonis. Le batteur, Marvin, est plutôt en périphérie. Sur la pochette, il y a aussi des escaliers. C’est une métaphore. Jusqu’où sommes-nous capables de monter au cours d’une vie ou d’une carrière musicale ? Mais grimper, c’est aussi prendre le risque de tomber… Cette peur de glisser ou d’échouer est aussi à mettre en relation avec un événement tragique que nous avons traversé : un équipier de notre équipe de basket a sauté d’un immeuble. Il y a laissé la vie. Son acte nous a bouleversés, bien sûr, mais cela nous a aussi beaucoup fait réfléchir. Cet épisode est abordé en catimini dans le morceau 'Luna Park'.

Un morceau dans lequel vous faites aussi référence à « Jenny from the Block ». C’est une déclaration d’amour à Jennifer Lopez ? TANGHE : Plutôt un clin d’œil aux différents genres musicaux qui ont nourri notre génération. Les filles et les gars de notre âge ont grandi en écoutant du R&B, du rock, mais aussi du rap, de la pop, du jazz ou de la soul. Cet éclectisme est notre réalité. Cela s’entend d’ailleurs dans notre musique.

De Brusselse band Jakomo, die recent de finale haalde in de jongste editie van Humo’s Rock Rally, is een verzameling basketballers met een voorliefde voor ultracatchy refreinen. De groep, met twee zangers, profiteert van het herfstweer om zijn zwoele en übercoole rock op u los te laten en u terug naar de zomer te katapulteren. Fastbreak is een zonnige plaat met vijf nummers, die knipoogt naar zowel King Krule als Mac DeMarco. Er zijn slechtere referenties. Wat een feest! NL

The Brussels band Jakomo, who recently became finalists at the last edition of the popular pop and rock contest Humo’s Rock Rally, is a team of former basketball players with a love of ultra catchy refrains. The band, with two singers, chose the grey autumn weather to release its sultry and supercool rock music and bring back the summer. Fastbreak, with its five songs, is a sun-drenched record full of nods to both King Krule and Mac DeMarco. We can imagine worse references. Party time! EN

33


BRUZZ Select

28/10 — 3/11 ONDERTITEL E AT & D R I N K

Pitasserie: een zakdoek groot, maar wat een veelheid aan smaken.

Tijd voor filo-sofie NL Nu de tijd voor aaalgerechten en aan huis geleverde

lekkernijen weer is aangebroken, zijn we maar wat blij met Pitasserie. Een zaligheid die kan helpen om de biere pil van een leven zonder restaurants te doen vergeten. — MICHEL VERLINDEN, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE PITASSERIE Edelknaapstraat/ rue du Page 62, Elsene/Ixelles, 0499-38.51.55, www.nkpatisserie. com di/ma/Tu > za/sa/Sa, 10 > 17.00, zo/di/Su 10 > 16.00

••••

Nikolas Koulepis: doet die naam een belletje rinkelen? In eerdere BRUZZ-nummers hebben we al geschreven over deze bekroonde patissier, die werkte voor verschillende gerenommeerde huizen (Villa Lorraine, Bouchery, Notos). In de Edelknaapstraat 85 heeft dit talent, afkomstig van het eiland Rodos, een zaak die een fatale valkuil is voor zoetekauwen. Hier worden bezielde creaties aangeboden, Franse

dezelfde straat: Pitasserie. De naam doet ons al glimlachen, en het aanbod nog meer. Worden hier pita’s gemaakt? Nee … Of het moet de spanakopita zijn, een bladerdeegtaart op Griekse wijze met spinazie en feta.

LIEFLIJK klassiekers geëerd (vaak door er een kleine twist aan te geven) en klassiekers naar een hoger niveau getild – of het nu gaat over baklava of galaktoboureko familiale, een filodeegtaart met een lichte citroensmaak. En het is precies ditzelfde filodeeg, gemaakt volgens verschillende familierecepten, dat het hart vormt van een nieuwe zaak, die ingehuldigd werd op nummer 62 van

De zaal is geplaveid met tegels uit de jaren 1930 en is een zakdoek groot, maar biedt toch een groot assortiment bereidingen aan. Hoe dat in zijn werk gaat? Je opent de deur en een lieftallige dame prijst je haar waren aan. Je kiest uit de grote metalen bakken met daarin de porties van het moment, royaal besprenkeld met sesam. Te weten: prei-yoghurt (4,50 euro), champignons (een veganistisch gerecht voor 4,50

euro), ricotta-olijf-paprika (4,50 euro), feta-spinazie (4,50 euro), feta (4,50 euro), kip (5 euro) en rundvlees (5 euro). Je hoeft alleen nog maar naar huis te gaan, de oven aan te zetten en de ter plaatse gegeven instructies nauwgezet op te volgen. Dat wil zeggen: niet te warm en niet langer dan vier minuten. We onthouden vooral de lichte knapperigheid en de uitgesproken smaak van de versie met paprika, die nog meer tot uiting komt als je er de yoghurtsaus met dillesmaak bij doet (1 euro). Zin om te eindigen met een zoete toets, al is het maar om vertroosting te bieden in deze moeilijke tijden? Koulepis biedt hier ook een soort kaneelbroodje aan met gekruide pompoen (3,50 euro). Heerlijk.

HIGH FIVE ••••

••••

ELBOW

LITTLE APO

••••

••••

••••

Niet Italiaans, wel pastastisch. Nouveau repaire à pâtes divines. Not Italian, but still pastastic; (www.coincoinresto.be)

Streetfood op z’n Amerikaans. La street food made in US ? C’est ici. US style street food. (www.elbowcounter.com)

Streetfood, net zoals in Hanoi. Exquise street food vietnamienne. Streetfood just like in Hanoi. (www.littleapo.be)

Italiaans zoals in Italië. L’Italie en V.O. Authentic Italy. (Facebook: Mangiavino Ristorante)

Ramen om van te smullen. Le régal du ramen. Delicious ramen. (www.umamido.be)

COIN COIN

34

MANGIAVINO

UMAMIDO


Jobkeuze genoeg, voor ieder wat wils! Boeiende projecten, permanente opleiding, loopbaankansen en een aantrekkelijk loon!

Zin om mee te werken aan de mobiliteit van de toekomst? Nog 300 in te vullen vacatures in 2020 om Brussel met ons in vervoering te brengen!

Meer dan 9.500 medewerkers wensen niet liever dan jouw collega te worden!

jobs.mivb.be


BRUZZ | INTERVIEW

AANGESPOELDE BRUSSELAAR HANS DEPELCHIN OVER ZIJN ROMANDEBUUT ‘WEEKDIER’

Hans Depelchin: “Ik ken wel stilaan mijn weg in Brussel, maar er valt nog zoveel te ontdekken.”

36

I

28 OKTOBER 2020


‘Je kan best kunstenaar zijn én een ordelijk leven leiden’

EN

BRUZZ | INTERVIEW

Met Hans Depelchin (29) verwelkomt onze stad opnieuw een debutant. De auteur van de woelige stadsroman Weekdier belandde een jaar geleden in Sint-Gillis en verhuist deze week naar Ukkel. Een kennismaking tussen kartonnen dozen. — MICHAËL BELLON, FOTO IVAN PUT

mosselen, zeesterren en wenteltrapjes zich vast aan het ruime arsenaal aan beelden, bedenkingen belevenissen en buitenissigheden dat Depelchin in huis heeft. “Aan een roman werken duurt een hele tijd, dus je verandert zelf ook nog terwijl je aan dat materiaal bezig bent. Sinds de zee ook bij mij weer meer aanwezig is, is ze ook het boek in gevloeid. De mensen die ik toon, worden ook verbonden door een natuurbeeld in contrast met die stedelijke context.”

Ben je misschien ook schrijver geworden door de nabijheid van de zee? HANS DEPELCHIN: Niet meteen. Het werd gestimuleerd omdat er thuis veel werd gelezen, en waarschijnlijk hebben ook de zomervakanties in Noorwegen een rol gespeeld. We brachten die door in huisjes in de bergen, en in die wereld van Noorse mythologie en legendes is volgens mij de nood om verhalen te schrijven gegroeid. Mijn vader was ook erg bezig met die verbeelding. Tijdens wandelingen in de bergen zei hij dat de rotsen grote trollen waren die niet tegen de zon konden en daarom overdag versteenden, waarna ze ’s nachts weer levend werden. Tijdens die zomers hield ik dagboekjes bij en pende ik mijn eerste verhalen neer. Mijn vader schreef en

H

ij is geboren in Oostende, opgegroeid in Nieuwpoort, heeft moderne letterkunde gestudeerd in Gent en woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen, is een jaar geleden aangespoeld in Brussel, en debuteert nu met een roman. Hans Depelchin weet ook op zijn 29e al dat een mens zijn parcours misschien wel kan uitstippelen, maar nooit helemaal in de hand heeft. “Het is eigenlijk een geval van overmacht dat ik in Brussel ben beland. Mijn vriendin is Française en woont hier al vijf jaar. Als ik haar twee jaar geleden niet had ontmoet, zou ik hier waarschijnlijk niet zijn.” Tijdens de lockdown bracht Depelchin dan ook nog eens veel tijd door in zijn geboortestreek. “We zijn op dat moment snel in de bed and breakfast van mijn ouders gaan logeren. Ik heb een groot deel van mijn jeugd aan de kust doorgebracht, en na die lange tijd in verschillende steden voel ik dat ik af en toe terugverlang naar zo’n plek waar je kan ademen. Het water, de openheid, het platteland, de natuur: het voelde goed om daar tijdens de lockdown terug te zijn.” In Weekdier, een goed gevulde stadsroman die een momentopname toont uit de levens van een aantal jonge mensen, sijpelt dan ook regelmatig water binnen, en hechten weekdieren als

28 OKTOBER 2020

I 37


AANGESPOELDE BRUSSELAAR HANS DEPELCHIN OVER ZIJN ROMANDEBUUT ‘WEEKDIER’

regisseerde ook het schooltoneel waar ik als kind in meespeelde, en dat heeft mijn gevoeligheid voor verhalen, boeken en toneel nog aangescherpt. Op een dag heb ik hem eens gevraagd of er geen boekje ‘Schrijven voor dummies’ bestond, omdat er toen nog geen academies waren waar schrijflessen gegeven werden.

Uiteindelijk werd het niet ‘Schrijven voor dummies’, maar belandde je na je master vergelijkende moderne letterkunde op de afdeling woordkunst in Antwerpen. Vandaag schrijf je ook toneel en poëzie, ben je performer en maak je audioverhalen. Tijdens de boekvoorstelling op 8 november in De Studio in Antwerpen ga je zelfs samen met een aantal acteurs aan de slag met de meest theatrale fragmenten uit het boek.

BRUZZ | INTERVIEW

DEPELCHIN: Ik vond woordkunst een heel waardevolle opleiding, vooral ook door de veelzijdigheid ervan. Je wordt gevormd als verhalenverteller op alle mogelijke manieren. Op de scène, in het theater, op papier en in de vorm van audio. Daar was ik me niet van bewust toen ik aan de studie begon. Ik wilde vooral dichter bij het schrijverschap komen, maar tegelijk hebben al die andere aspecten ook invloed gehad op de manier waarop ik schreef. Als ik Weekdier naast mijn teksten uit mijn ‘universitaire periode’ leg, dan lijkt het alsof ik toen vooral bezig was met het etaleren van wat ik allemaal wist, terwijl op het conservatorium meer klemtoon kwam te liggen op hoe andere mensen je lezen of horen. Er komt ruimte vrij voor het publiek. Door de bewegingslessen werd ik me bovendien bewust van mijn lichaam en de invloed die lichamelijkheid kan hebben op de manier waarop je verhalen vertelt.

De vijf hoofdpersonages, die niet toevallig aan de Bevrijdingslaan wonen, zijn ook allemaal kunstenaars of aspirant-artiesten. Een fotograaf, een actrice, een schrijfster, een beeldend kunstenaar, een pianist… DEPELCHIN: Dat is zo gegroeid. In de ruwe vorm

was Weekdier mijn masterproef aan het conservatorium. In eerste instantie ging het om verhalen. Franky was er eerst. Hij werd fotograaf. Colline bleek dan weer een actrice te zijn, en zo ontdekte ik dat het een thema werd. Omdat het natuurlijk ook iets is waar ik mee bezig ben. Wat is kunstenaarschap, en wil ik dat wel? Was het verstandig om op mijn 29e de kunstwereld in te tuimelen? Want dat brengt wat met zich mee, bijvoorbeeld de angst om als tweederangs te worden beschouwd. In het boek wordt Briekje door die angst aangespoord om altijd de beste te zijn. “Als hij de beste niet is, kan hij beter niet zijn.” Al die mensen in mijn boek willen dus permanent uitstralen dat ze goed bezig zijn. Ook al voelen sommigen dat de kunst toch niets voor hen is, of geven ze al snel op. Zoals Franky, die uiteindelijk alleen nog huwelijken fotografeert.

De even ambitieuze als onzekere kunstenaars botsen in volkscafé Zanzibar ook op enige nuchterheid. Met die mix lijkt de Antwerpse 38

I

28 OKTOBER 2020

“Ik bracht mijn zomervakanties door in Noorwegen. In die wereld van legendes en mythologie is de nood om te schrijven gegroeid”

“Ik vond woordkunst een heel waardevolle opleiding, vooral ook door de veelzijdigheid ervan. Je wordt gevormd als verhalenverteller op alle mogelijke manieren”

Zuidwijk, waarop de museumwijk in het boek gebaseerd is, wel wat op Sint-Gillis, waar je nu nog even woont. DEPELCHIN: Ik weet nog dat Lucas Vandervost (acteur en docent, red.) als lid van de jury op het conservatorium dat café eerder in West-Vlaanderen situeerde. De Zanzibar is inderdaad een beetje de luis in de pels van die buurt van jonge, stijlvolle mensen met hun imagogedreven wereldbeeld, die naar elkaar kijken op de terrasjes. Uiteindelijk zijn zij ook maar gewone mensen die de dertig naderen en zich afvragen wat er van hen wordt verwacht, en wat de juiste keuzes zijn. Ik heb zelf nog geen kinderen of geen huis. Moet ik daaraan beginnen te denken? Hoe gaat dat in combinatie met kunstbeoefening, die zich vaak heel erg afzet tegen een geordend leven en die het liederlijke, de vrijheid van het kunstenaarschap dikwijls promoot? Ik combineer mijn studies en mijn schrijven al zes jaar met het geven van schrijflessen en toneel aan kinderen en volwassenen aan de academie van Zottegem. Een noodzakelijk maar ook een mooi beroep. Je hoort als jonge kunstenaar soms dat je moet opletten

voor het onderwijs, omdat het op een bepaald moment alles zou overnemen. Maar dat je geen goede kunstenaar zou kunnen zijn als je niet alléén maar je kunst hebt, ervaar ik nu als een onwaarheid. Een geordend leven en een ongebreidelde artistieke verbeelding hoeven elkaar niet in de weg te zitten.

Het beeld van het weekdier lijkt ook een metafoor voor een bepaald mensbeeld. DEPELCHIN: De larve van een mossel ontstaat door mannelijk zaad en vrouwelijke eitjes die gewoon in het water met elkaar versmelten. Die larve wordt dan door de golven meegesleurd, tot zich mondjesmaat een schelp ontwikkelt die uiteindelijk naar de bodem zakt, waar ze dan een rots of vaste grond vindt om zich aan te hechten. Dat is een beweging die de personages in het boek verbindt. Iedereen verlangt naar de rust van het moment waarop alles definitief in de goede plooi valt, maar dat moment komt er nooit echt.

Over zaad en eitjes gesproken. In het boek zit ook veel seks. Uitzinnige seks, perverse seks, zielige seks… Ben je erachter waarom dat zo’n prominente rol speelt in de levens van de personages? DEPELCHIN: De seks in het boek is vaak een individualistische aangelegenheid. De heftige scènes in het hoofd van Franky zijn een vorm van rebellie tegen de vrij droge relatie met Olga waarvoor hij heeft gekozen. Zijn fantasieën zijn zijn enige vrijheid. Ook bij de andere personages is hun seksualiteit iets waarin ze vrij kunnen zijn, al krijgt dat dan weer iets dwangmatigs. Voor Colline is het een obsessieve zoektocht naar bevrediging en extase die ze in het echte leven niet vindt. Dan is er ook nog Siffer, die op een hele seksistische en pornografische manier zijn seksualiteit beleeft, en Briekje, die schippert tussen mannen en vrouwen. Alleen Mathilde lijkt volkomen tevreden. De meesten onder hen zoeken dus op verschillende moeizame manieren naar hetzelfde: een mogelijkheid om los te kunnen laten en volledig zichzelf te kunnen zijn.

Je voelt daarbij minstens bij sommigen een grote worsteling om weg te blijven van seksisme, foute omgangsvormen, gekwetste ego’s en relaties. DEPELCHIN: Naast andere maatschappelijke kwesties is dat ook een van de thema’s die het boek langzaam zijn binnengeslopen, omdat ik er ook mee zit. Wat is mijn vrouwbeeld eigenlijk? Is het mogelijk om altijd een consequente positie in te nemen? Colline zegt ergens: “Soms wil ik inderdaad hard door iemand genomen worden. Beantwoord ik dan ook aan traditionele rollenpatronen? Of heeft dat meer met instinct te maken?” Het is moeilijk om een consequente mening te hebben in een wereld waarin de opinies via alle mogelijke manieren binnenstromen. Ook al wil je open zijn van geest, dan kunnen er toch bepaalde gedachten in je opkomen waar je zelf van schrikt, ongeacht je ideologische overtuiging. Het is moeilijk daar je weg in te vinden.


UN JEUNE ROMANCIER ACCOSTE À BRUXELLES Avec Hans Depelchin, notre ville accueille un nouveau venu. L’auteur du roman urbain houleux Weekdier (Mollusque) a atterri à Saint-Gilles il y a un an et s’installera à Uccle cette semaine. Il est né à Ostende, a grandi à Nieuport, a étudié la littérature moderne à Gand, l’art des mots à Anvers, a débarqué à Bruxelles il y a un an, et se lance maintenant dans un roman. « Ma petite amie est française et vit ici depuis cinq ans. Si je ne l’avais pas rencontrée il y a deux ans, je ne serais probablement pas ici. » Pendant le confinement, Depelchin a passé beaucoup de temps dans sa région natale, sur la côte belge. Dans Weekdier, un roman urbain qui présente un instantané de la vie de plusieurs jeunes, l’eau s’infiltre régulièrement et les mollusques tels que les moules, les étoiles de mer et les gastéropodes s’attachent au vaste arsenal d’images, de pensées, d’expériences et d’excentricités de Depelchin. FR

Hans Depelchin Werd geboren in Beauvoorde in 1991. Groeide op in Nieuwpoort. Studeerde vergelijkende moderne letterkunde (UGent) en woordkunst (Conservatorium van Antwerpen). Doet literaire optredens sinds 2016, onder meer met collectief Boonyi. Publiceerde kortverhalen en poëzie in Kluger Hans, Tirade, DW B, Deus Ex Machina en Het Liegend Konijn.

Misschien nu eerst maar eens gewoon verhuizen. DEPELCHIN: (Lacht) Ja, de Parklaan, waar we nu nog wonen, is ons toch iets te druk gebleken. Mijn vriendin en ik houden ook allebei van lopen, en ons nieuwe appartement bevindt zich op wandelafstand van het Ter Kamerenbos, dat sinds kort niet meer overal toegankelijk is voor auto’s. Heerlijk. Hier en daar hoor ik van andere ‘aangespoelden’ dat het moeilijk is om Brussel meteen als je thuis te ervaren. Misschien kan dat alleen als je hier geboren bent. De stad is in in ieder geval minder bevattelijk en overzichtelijk dan de Vlaamse steden waar ik heb gewoond. Ik ken wel stilaan mijn weg in Brussel, maar er valt nog zoveel te ontdekken. Ook van het culturele leven proeven is er door de huidige omstandigheden nog niet echt van gekomen. Laten we hopen dat dat snel verandert.

Debuteert op 3 november met zijn roman Weekdier.

Weekdier uitgegeven bij De Geus, 331 p., €22,50, www.hansdepelchin.com

A YOUNG NOVELIST DRIFTS ASHORE IN BRUSSELS Our city is welcoming another debutant: Hans Depelchin. The author of the turbulent urban novel Weekdier (“Mollusc”) ended up in SintGillis/Saint-Gilles a year ago and is moving to Ukkel/Uccle this week. He was born in Ostend, grew up in Nieuwpoort, studied modern literature in Ghent, word art in Antwerp, and washed ashore in Brussels a year ago, and is now debuting as a novelist. “My girlfriend is French and has lived here for five years. If I hadn’t met her two years ago, I probably wouldn’t be here now.” During the lockdown, Depelchin spent a lot of time in the region of his birth, at the Belgian coast. In Weekdier, an eventful urban novel that shows us a snapshot in the lives of a number of young people, water regularly seeps in, and molluscs like mussels, starfish, and wentletraps attach themselves to the broad range of images, reflections, experiences, and eccentricities that Depelchin has concocted. EN


ENCLUME OU LA FABULEUSE HISTOIRE D’UN STUDIO D’ANIMATION À MOLENBEEK

‘Nous nous sommes lancés quand nous étions encore des étudiants fauchés’ Les vacances d’automne en France et en Belgique auraient dû être égayées par un studio d’animation situé à Molenbeek et son film Petit Vampire, signé Joann Sfar. En attendant que les salles de cinéma soient réinvesties, Enclume Animation se donne à corps perdu dans la réalisation de son propre premier long-métrage d’animation : Yuku et la fleur d’Himalaya. — NIELS RUËLL, PHOTOS IVAN PUT

E

nclume Animation ? Les voisins d’en bas n’en ont jamais entendu parler. Mais au dernier étage d’un bâtiment industriel sur le canal à Molenbeek, près du Petit Château, se trouve le studio d’animation Enclume. « Vous ne pouviez pas tomber à un moment plus calme », dit Jérémie Mazurek qui explique spontanément pourquoi tant d’ordinateurs déconnectés attendent des utilisateurs dans la salle de travail. C’est le calme avant la tempête. Nous sommes en pleine préparation de Yuku et la fleur d’Himalaya. En février, huit animateurs et huit assistants plus deux chefs d’équipe travailleront ici. » Enclume a le vent en poupe. Le studio a apporté sa modeste contribution à L’Extraordinaire Voyage de Marona. Cette perle du cinéma d’animation sur un chien de rue victime d’un accident a ouvert le festival Anima au printemps. Si les salles de cinéma n’avaient pas été contraintes de fermer leurs portes à cause des nouvelles règles sanitaires, Enclume aurait été sous les feux de la rampe cette semaine avec la sortie d’un film dont il a animé une grande partie. Petit Vampire, particulièrement imaginatif et amusant, raconte l’histoire d’un vampire qui a déjà trois cents ans et qui s’ennuie à mourir. Le garçon

40

I

28 OKTOBER 2020

vit dans une maison hantée avec des monstres qui sont en fait gentils et très humains. Il se rebelle contre ses parents en allant secrètement à l’école (des humains). Joann Sfar, le réalisateur français du long-métrage Gainsbourg (vie héroïque) et du film d’animation Le Chat du Rabbin, a lui-même adapté son dessin animé culte Petit Vampire. « Techniquement, il est intéressant de bosser sur ce genre de projet. La barre est haute. C’est un chouette défi à relever. Deuxièmement, c’est quand même un projet qui a une aura. Joann Sfar est un auteur connu. Le film sort dans beaucoup de salles de cinéma », explique Paul Jadoul. « Nous y avons travaillé pendant un an avec quelque dix-huit animateurs, principalement des jeunes talents qui se sont essayés à une œuvre de grande envergure. Pour eux comme pour nous, un tel projet offre une sacrée visibilité. Dans ce milieu, il faut montrer son savoir-faire. On est des artisans. Notre vitrine, ce sont les projets auxquels on participe », ajoute Mazurek. Les réalisateurs Paul Jadoul et Jérémie Mazurek ont fondé Enclume avec deux autres réalisateurs : Rémi Durin et Constantin Beine. Ils viennent respectivement de Neufchâteau, Dunkerque, Reims et Bruxelles. Ils ont fait connaissance au cours de leur formation en animation à l’école

d’art de La Cambre et n’ont jamais quitté Bruxelles. Cette année, Mazurek est même devenu citoyen belge.

HOOVERPHONIC DANS UN KOT ÉTUDIANT « À La Cambre, on s’est rendu compte qu’on était très complémentaires. On a les mêmes affinités artistiques mais techniquement, on n’a pas les mêmes qualités. On se donnait constamment des coups de main. Rien que les discussions autour de nos différents projets étaient super enrichissantes. On a voulu perpétuer ça », dit Mazurek. « On était un peu livré à nous-mêmes à La Cambre », complète Jadoul. « Donc on s’est fort serré les coudes. On a eu l’idée de faire ce studio avant de sortir des études. Notre premier projet commun était le générique pour le Festival Anima. » Mais comment fait-on pour monter un studio ? Le quatuor savait presque tout de l’animation, mais de la gestion d’entreprise quasi rien. « On a beaucoup réfléchi. Comment s’organiser ? Comment commencer à travailler ? » dit Jadoul. Pendant un moment, les quatre se sont demandé s’il ne serait pas préférable que chacun acquiert de l’expérience dans un studio existant. « Mais

FR


BRUZZ | RENCONTRE Jérémie Mazurek (à gauche) et Paul Jadoul se sont rencontrés sur les bancs de l’école d’art La Cambre. Leur collaboration se poursuit aujourd’hui entre les murs d’Enclume Animation. 28 OKTOBER 2020

I 41


ENCLUME OU LA FABULEUSE HISTOIRE D’UN STUDIO D’ANIMATION À MOLENBEEK

nous avions peur que notre projet tombe à l’eau après. Quand on s’habitue à un certain confort, l’esprit d’aventure disparaît. Nous nous sommes lancés tous les quatre quand nous étions encore des étudiants fauchés. Nous n’avions littéralement rien à perdre. C’est plus facile de prendre des risques », dit Mazurek en riant. Par un mailing, il a fait savoir à tous les groupes de musique belges qu’ils avaient créé un studio d’animation et qu’ils étaient impatients de se lancer. Un seul groupe a répondu. Hooverphonic a pensé à un clip animé pour la chanson ‘Gentle Storm’. « Geike Arnaert était encore la chanteuse à l’époque. On nous a donné un mois pour faire le clip. En fait, c’était beaucoup trop peu, mais on n’a pas osé le dire. On y a bossé comme des fous », se souvient Jadoul. « On était méga flippés de leur présenter nos idées. » Le quatuor n’avait pas encore d’espace de travail à l’époque. Ils ont reçu Hooverphonic dans le kot étudiant d’un des appartements du père de Constantin Beine.

ARTISTES ET CHEFS D’ENTREPRISE BRUZZ | RENCONTRE

Ils ont appris la création et la gestion d’entreprise sur le tas. « Ce fut un long processus. Nous avons commencé comme collectif, il a fallu deux ans pour créer une asbl et quatre autres années pour devenir une entreprise. C’était en 2013, on travaillait ensemble depuis sept ans. » Ces derniers mois, Enclume a pu s’adonner à de longs films d’animation mais l’argent est entré pendant des années en tant que studio de prestation. « On a fait beaucoup de films de commande et de publicité. On est moins disponible sur ce marché-là pour l’instant. Même si parfois, il y a des chouettes défis à relever, je trouve que c’est moins excitant », dit Jadoul. « Ces travaux publicitaires sont un bon laboratoire : avec un peu de chance, vous pouvez

« Nous n’avons plus envie de travailler 24 heures sur 24 sur un film publicitaire qui doit être terminé sans délai » JÉRÉMIE MAZUREK

expérimenter de nouvelles techniques. Mais ce sont des missions courtes qui demandent beaucoup d’énergie. Je suis le seul des quatre à ne pas avoir d’enfants. Nous n’avons plus envie de travailler 24 heures sur 24 sur un film publicitaire qui doit être terminé sans délai. Sur Petit Vampire ou Yuku, nous travaillons aussi très dur, mais sur une période beaucoup plus longue. Cela donne beaucoup plus de satisfaction », explique Mazurek. « Chef d’entreprise, c’est pas ma vocation », confesse Jadoul. « Je le fais pour servir le studio. C’est l’aspect artistique que j’aime vraiment : travailler sur des films. Dans notre format, c’est parfois compliqué de concilier les ambitions artistiques et nos obligations de chef d’entreprise. Parfois, on a tendance à trop se focaliser sur les questions artistiques et un peu moins sur la gestion. »

MOLENBEEK COMME ÉPICENTRE Enclume n’est pas le seul studio d’animation de Molenbeek. Walking the dog, Studio Souza et Squarefish ont également trouvé une place ici. « Les studios d’animation ont besoin d’une

surface relativement importante. Dans les zones industrielles de Molenbeek, on peut encore en trouver à un prix abordable », explique Mazurek. « Je préfère travailler et vivre dans une grande ville avec une vie culturelle dynamique. Je ne pourrais pas vivre à Wavre. Il est également plus facile d’y faire venir des employés de l’étranger. » « Le choix de Bruxelles n’a jamais été fait délibérément. Nous avons étudié ici et nous y sommes restés. Il ne faut pas chercher plus loin », pense Jadoul. Ce choix a des conséquences. Pour boucler les budgets, chaque producteur compte également sur les mesures de soutien économique d’un pays ou d’une région. Mais cela implique de dépenser l’argent dans le pays ou la région en question. « L’emplacement n’est en effet pas un détail », explique Mazurek. « Nous avons perdu la moitié du travail sur un projet qui a soudain reçu le soutien de la Région wallonne. Mais grâce au soutien de Screen Brussels, nous avons une part plus importante dans Yuku. »

LIRE SUR LES LÈVRES D’ARNO

Les studios Enclume ont réalisé en grande partie l’animation du film de Joann Sfar Petit Vampire, adapté du dessin animé éponyme. 42

I

28 OKTOBER 2020

Avec Yuku, Enclume est confronté au plus grand défi de son histoire. Yuku sera un long-métrage d’animation belge et cela reste très exceptionnel. Taxidermia de Raoul Servais, Cafard de Jan Bultheel, Panique au village de Stéphane Aubier et Vincent Patar... les réalisateurs ne trouvent pas


VAN MUIZEN EN VAMPIEREN In de animatiestudio

Enclume Animation uit Molenbeek is de inventieve, leuke animatiefilm Petit vampire tot leven gekomen. Die gaat over een vampier die al drie honderd jaar aan een stuk tien jaar oud is en zich dood verveelt. De jongen woont in een spookhuis samen met monsters en freaks die eigenlijk heel lief en humaan zijn. Hij rebelleert tegen zijn ouders door stiekem wél naar de (mensen)school te gaan. Joann Sfar, de Franse regisseur van de speelfilm Gainsbourg, vie héroïque en de animatiefilm Le chat du rabbin, verfilmde zelf zijn geliefde, cult geworden stripreeks Petit vampire. Enclume Animation bereidt met Yuku ook een eigen, lange animatiefilm voor. Yuku gaat over een jonge muis die zich in de wijde wereld waagt om een fleur de l’Himalaya te vinden voor haar stervende grootmoeder. Yuku wordt ook een muzikale komedie. Voor het inzingen van de liedjes klopte Enclume aan bij onder anderen Arno. De opnames zijn net achter de rug. Een Belgische lange animatiefilm: dat blijft een zeldzaamheid.

« On aurait pu avoir plus de budget en France mais on se serait fait avaler par la France » PAUL JADOUL

d’autres exemples comme ça. Yuku, une jeune souris qui s’aventure dans le monde pour trouver une fleur d’Himalaya pour sa grand-mère mourante, est un projet d’Arnaud Demuynck. Le producteur, scénariste et réalisateur expérimenté a fait appel à Enclume. « Je fais le développement graphique et Rémi Durin coréalise avec Arnaud (Demuynck, NDLR) », précise Jadoul. « On s’est donné pour défi de réussir un chouette film à petit budget. Arnaud aurait pu avoir plus de budget en France mais on se serait fait avaler par la France. On aurait dû déléguer plusieurs tâches créatives et artistiques. En choisissant un petit projet, on peut garder le gros de la production en Belgique. Les ambitions sont raisonnables. » Yuku est destiné aux tout-petits. Ce n’est pas courant au cinéma.

Yuku sera également une comédie musicale. Pour chanter les chansons, ils ont frappé à la porte de la célèbre réalisatrice et actrice française Agnès Jaoui et de la légende bruxelloise Arno. Les enregistrements sont à peine terminés. Jadoul : « Nous avons besoin des voix avant de commencer à animer. Cela nous permet d’adapter les mouvements de la bouche des personnages au chant. La façon de chanter influence aussi les personnages. Arno a chanté la chanson d’un rat avec le blues. Il l’a fait dans son style bien connu mais un peu plus lent et un peu plus essoufflé que ce que nous avions imaginé. Nous allons probablement rendre le rat un peu plus âgé, plus lent et nonchalant que prévu initialement. » À la question de savoir où se situera Enclume dans cinq ans, Jadoul sourit. « C’est l’éternel débat entre nous. Vers quoi on va ? En fait, est-ce qu’on contrôle quoi que ce soit ? Surtout artistiquement, on a beaucoup de plans dans les cartons. » « Le rêve pour le studio, c’est de pouvoir garder les équipes », dit Mazurek. « Les moments les plus chouettes ici au studio, c’est quand on est entouré d’une quinzaine de personnes créatives. Maintenant, on doit les laisser partir après chaque projet. Si on a une envie, c’est de pouvoir garder une équipe. Mais pour cela, il faudrait enchaîner les projets. »

Les locaux d’Enclume sont situés à Molenbeek, foyer de plusieurs studios d’animation à Bruxelles.

BRUZZ | RENCONTRE

NL

OF MICE AND VAMPIRES The entertaining animated film Petit vampire came to life at the animation studio Enclume Animation in Molenbeek. It is about a vampire who has been ten years old for the past three hundred years and is bored to death. The boy lives in a haunted house with a gang of monsters and freaks who are actually very sweet and caring. He rebels against his parents by secretly attending a school for humans. Joann Sfar, the French director of the featurelength film Gainsbourg, vie héroïque and the animated film Le chat du rabbin, directed this adaptation of his own beloved, cult comic series Petit vampire. Enclume Animation is also working on their own feature-length animated film, Yuku, about a young mouse who ventures into the wild world to find a fleur de l’Himalaya for her dying grandmother. Yuku will also be a musical comedy. To sing the songs, Enclume approached artists like Arno. A Belgian feature-length animated film: it is still quite a rarity. EN

28 OKTOBER 2020

I 43


Big City

STEL ZELF JE VRAAG EN STEM OP BRUZZ.BE

straten rond het Zuidstation waar Joodse families woonden. “Sommigen onder hen baatten er winkels uit zoals kruidenierszaken, waar Joodse producten gekocht konden worden,” vertelt Daniel Weyssow, die ook gidst in de wijk voor de vzw Auschwitz in Gedachtenis. “Die winkels zijn allemaal verdwenen. Wat wel nog bestaat, is het gebouw waar nu het cultureel centrum Espace Magh is. Vroeger heette het ‘Het Huis van de Tramwaymen’ en werden er soms toneelstukken in het Jiddisch opgevoerd.”

Welke sporen zijn er nog van de Joodse wijk in de Marollen? MARIEKE UIT BRUSSEL

EERBETOON

In de Rogier Van der Weydenstraat, op de binnenkoer waar vroeger De Bijstandsraad van Joodse vluchtelingen huisde, is dit opschrift nog te vinden.

hadden het geld om naar Amerika te vluchten voor de oorlog.” Een restant van de voorzichtigheid die Joden aan de dag moesten leggen, is te zien op een muur in de

Rogier Van der Weydenstraat, op de binnenkoer waar vroeger De Bijstandsraad van Joodse vluchtelingen huisde. Er wordt in het Duits aanbevolen om de gebruiken van het gastland

te respecteren, zich gedeisd te houden, zich voorbeeldig te gedragen en uit eigenbelang niet luidruchtig te zijn om niet te veel op te vallen. Behalve in de Marollen waren er ook verschillende

Niet meer te zien is de synagoge in de De Lenglentierstraat. Die werd na de oorlog verplaatst naar de Stalingradlaan. Op de plek waar de synagoge stond, aan de achterkant van de gemeenteschool nr. 6, hangt wel een gedenkplaat, die net zoals de Stolpersteine dient als eerbetoon aan de slachtoffers. Nog een ander aandenken is te zien aan het einde van de Huidevetterstraat, waar een plein werd vernoemd naar Herschel Grynszpan. Hij was een jonge Joodse verzetsstrijder die een tijdje in Brussel woonde, voor hij in Parijs een Duitse diplomaat neerschoot uit woede om wat zijn ouders was aangedaan. Dat voorval zou de aanleiding geweest zijn voor de Kristallnacht. De namen van zijn familieleden en die van hun Joodse buren blijven vereeuwigd, voor wat op die manier altijd een beetje hun voordeur zal blijven.

BRUZZ | BIG CITY

Op de smalle voetpaden in de Huidevettersstraat in de Marollen liggen om de zoveel stappen tussen de kasseien gouden plaatjes. Het zijn Stolpersteine of struikelstenen, met daarop de namen van Joodse slachtoffers en verzetsstrijders, net als de datum van hun geboorte, hun deportatie en indien bekend, de dag waarop ze overleden zijn. Het is een visueel eerbetoon die de herinnering aan wat er met hen gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog levend houdt. Die stenen zijn te vinden op trottoirs over heel Europa en ook in andere Belgische steden, maar op één plek in Brussel liggen er merkbaar meer en dat is precies in de Marollen. De aanwezigheid van die plaatjes herinnert eraan dat deze volkse wijk de woonplaats was van veel Joodse gezinnen. Sommigen onder hen migreerden naar Brussel aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw uit het Oostblok. Tijdens het interbellum kwam er door het groeiende antisemitisme een tweede Joodse migratiegolf op gang vanuit Duitsland en Oostenrijk. “De Marollen waren een Brusselse wijk met een sociale structuur, waar het mogelijk was om met niet al te veel middelen een woning te vinden en uiteindelijk er je brood te verdienen,” vertelt Frédéric Crahay, directeur van vzw Auschwitz in Gedachtenis. “De Joden die er woonden hadden het niet breed. Rijkere Joden

VOLGENDE KEER Lees en bekijk de antwoorden op de Big-Cityvragen via bruzz.be/bigcity

Check ook onze Instagrampagina, elke donderdagnamiddag vertelt Luana Difficile een nieuw Big City-verhaal.

Wat stond er vroeger op de plek waar nu het Europees Parlement staat?

28 OKTOBER 2020

I 45


MEER MOSLIMS KIEZEN VOOR EEN GRAF IN BELGIË

‘Begraaf me hier maar als ik sterf’ De tweede golf heeft niet alleen de ziekenhuizen bereikt, ook op de multiconfessionele begraafplaats in Evere is het opnieuw alle hens aan dek. Een recordaantal moslims liet er dit jaar zijn doden begraven, in die mate dat het er straks misschien wel te klein wordt. Of hoe de coronacrisis de integratie ook letterlijk een duw in de rug geeft. “Covid heeft onze ogen geopend. We zijn vreemdelingen voor Marokko.” — KRIS HENDRICKX, ▼

FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

46

I

28 OKTOBER 2020


B R U Z Z | R E P O R TA G E


MEER MOSLIMS KIEZEN VOOR EEN GRAF IN BELGIË

R

B R U Z Z | R E P O R TA G E

ahama (46) zit aan een van de recentere graven, op een campingstoeltje dat verraadt dat ze een habituee is. Sinds haar zoon op zijn twintigste overleed, blijkt ze inderdaad elke dag te komen, enkele maanden al nu. “Oussama was al van kindsbeen hartpatiënt en al die tijd heb ik voor hem gezorgd. Dat hij er niet meer is, kan ik nog altijd niet vatten. Dus blijf ik komen. ’s Ochtends werk ik heel vroeg, in de namiddag ben ik hier, vaak tot de begraafplaats sluit.” Dat ze haar zoon hier zou begraven en niet in Marokko, Rahama heeft er nooit over getwijfeld. “Ik moet kunnen komen rouwen, als dat een dag niet lukt, voel ik me al slecht. En waarom zou je 3.000 euro uitgeven om een lichaam te laten overvliegen? La terre de Dieu, c’est la terre entière, toch?” Oussama is maar een van de achthonderd mensen die dit jaar al begraven werden op de multiconfessionele begraafplaats, die deels op Evers, deels op Zaventems grondgebied ligt. De plek wordt beheerd door de Intercommunale voor Teraardebestelling, waar elf Brusselse gemeenten lid van zijn. We bevinden ons op het moslimdeel, dat goed is voor ruim negentig procent van alle graven. Verder is er nog een christelijk-orthodox perceel en een handvol joodse graven. Joden worden nu nog steeds op andere kerkhoven begraven in het Brusselse, horen we van de directeur van de begraafplaats. Anders dan bij katholieke kerkhoven zijn hier amper graven met een deksteen. De aarde binnen de sobere betonnen kaders krijgt vaak een heel individuele invulling. We zien graven waar de aarde leeg blijft, maar spotten ook bloemenweelde, een rozemarijnstruik en zelfs maïs. Dat er amper dekstenen zijn, heeft verschillende redenen, weet Rahama, die vandaag haar veertienjarige dochter bij zich heeft. “Men zegt dat de overledenen anders het daglicht niet meer zien en ook de oproep voor het gebed zullen missen.” Bij de oudere percelen, vaak met moslims uit Europese landen als Albanië of Macedonië, komen dekstenen dan weer wel voor.

DOE-HET-ZELF Achthonderd begrafenissen, dat is vandaag al een verdubbeling tegenover het volledige vorige jaar en dan is de tweede overlijdensgolf nog maar net begonnen. De explosieve groei is vooral te wijten aan de Covidcrisis. Die leidde

niet alleen tot meer doden in de moslimgemeenschap, maar maakte het repatriëren van lichamen lange tijd onmogelijk. Zeker Marokko toonde zich streng: ook stoffelijke resten van niet-Covidpatiënten mochten maandenlang niet meer worden overgevlogen. Ondertussen kan dat weer wel, maar de administratieve molen blijft zwaar. “Van die achthonderd overlijdens waren er uiteindelijk maar negentig door Covid,” vertelt directeur Ludo Beckers, onze gids op de begraafplaats. De man moet een van de weinige Brusselaars zijn met een getaande huid van het vele buitenwerk. Beckers ziet het aantal doden vandaag opnieuw stijgen, na een relatief kalme zomer. “Vandaag heb ik drie begrafenissen, maar vrijdag zijn het er tien. Die tweede golf, die voelen we wel, ja.” De piekperiodes hakken er hier extra hard in, omdat de begraafplaats maar drie personeelsleden telt. “Volgens mij zijn wij de enige in heel het land met zo weinig personeel,” zegt Beckers. “Al was het maar omdat je vier man nodig hebt om een kist te dragen. En dan moet je weten dat er hier veel meer werk is dan op een traditioneel kerkhof. Daar heb je amper onderhoud, terwijl wij met al dat onkruid zitten op die open graven.” Beckers wijst naar een uit de kluiten gewassen

“Vandaag heb ik drie begrafenissen, maar vrijdag zijn het er tien. Die tweede golf, die voelen we wel, ja” LUDO BECKERS Directeur multiconfessionele begraafplaats

48

I

28 OKTOBER 2020

distel. “Wilt u er die niet even uittrekken?” Hoe het personeel het dan wel aan boord legt om kisten te dragen, willen we weten. “Eenvoudig, de begrafenisbezoekers dragen die zelf,” legt Beckers uit. “Net zoals ze zelf de kist laten zakken en de put dempen. Zelf de hand aan de ploeg slaan, mensen hebben daar deugd van. Het is ook een manier om het verlies te verwerken.”

GOEDE PUNTEN “Bovendien leveren die inspanningen voor de doden ‘hassanate’ op, goede punten in de islam, die je kan gebruiken in het hiernamaals,” zegt de directeur. “Overledenen krijgen daar de vraag of ze meer gegeven of gekregen hebben tijdens hun leven.” Er verschijnen pretlichtjes in Beckers ogen. “Van die ‘hassanate’ heb je er eigenlijk nooit te veel, want wie zondigt al eens niet?” Even later voltrekt het scenario zich ook voor ons ogen. Minstens acht mannen uit een begrafenisgezelschap plaatsen hun schouders onder een eenvoudige houten kist en zetten er al zingend stevig de pas in, gevolgd door een vijftigtal mensen. Alleen de mannen lopen tot bij het graf, waar we van een afstand zien hoe ze ijverig met schoppen in de weer zijn. Pas als alles klaar is, zullen ook de vrouwen het graf bezoeken, zegt Beckers. Het contrast met de traditionele Belgische begrafenis, waar veel meer wordt uitbesteed, is groot. “De solidariteit binnen de moslimgemeenschap is ook indrukwekkend,” merkte Beckers. “Tijdens de eerste golf bijvoorbeeld kwamen we veel handen te kort, want we hadden meer dan tien begrafenissen per dag. Wel, ik moest maar een paar telefoontjes doen en er stonden hier al twintig vrijwilligers. Onbetaald, ja. ’t Is te zeggen, betaald in ‘hassanate’, natuurlijk. Die zijn veel meer waard dan euro’s.” Het recordaantal begrafenissen dit jaar is vooral te wijten aan de Covidcrisis en de transportbeperkingen voor lichamen. Maar ook de


De begrafenisbezoekers laten zelf de kist zakken en dempen de put.

“Mijn zoon ligt hier begraven, niet in Marokko. Ik moet kunnen komen rouwen, als dat een dag niet lukt, voel ik me al slecht� RAHAMA Bezoekt het graf van haar zoon Oussama

28 OKTOBER 2020

I 49


MEER MOSLIMS KIEZEN VOOR EEN GRAF IN BELGIË

Vaak zijn er geen dekstenen op de graven van moslims. “Men zegt dat de overledenen anders het daglicht niet meer zien en ook de oproep voor het gebed zullen missen.”

De populaire prediker Rachid Haddach ligt begraven op de begraafplaats in Evere. Dat hij daarvoor koos, overtuigt ook andere moslims om die stap te zetten.

50

I

28 OKTOBER 2020


LE CIMETIÈRE MUSULMAN S’AGRANDIT La deuxième vague du coronavirus submerge non seulement les hôpitaux, mais aussi le cimetière multiconfessionnel d’Evere où c’est le branle-bas de combat. Un nombre record de musulmans y ont fait enterrer leurs morts cette année, à tel point qu’il pourrait bientôt devenir trop petit. Ou comment la crise de la Covid-19 pousse à une intégration, en la circonstance, posthume. Rien que cette année, 800 personnes ont été enterrées dans le cimetière multiconfessionnel d’Evere et de Zaventem, soit deux fois plus que l’année dernière. La principale raison est la pandémie, qui a longtemps interrompu le rapatriement des corps au Maroc, entre autres, et qui rend les choses toujours difficiles aujourd’hui. Le fait que le Maroc fasse autant d’histoires au sujet de ces rapatriements reste aussi en travers de la gorge de beaucoup de Belges ayant des racines dans le pays. « Tout d’un coup, nous sommes devenus des étrangers pour le Maroc », dit Hafid, qui voulait être enterré dans son pays d’origine, mais qui a changé d’avis. « Qui va se rendre sur ma tombe ? Les enfants sont ici. Mon avenir est ici. »

voorbije jaren kozen steeds meer moslims er al voor om in België begraven te worden. De directeur verwacht dat die trend alleen maar zal versterkt worden door de Covidcrisis. “Hoe meer mensen hier gekomen zijn om een begrafenis bij te wonen, hoe meer deze plek ook ingeburgerd raakt.”

HET HADDACH-EFFECT En er speelt meer dan een gewenningseffect, horen we van bezoeker Hafid (56). De man komt samen met enkele familieleden het graf van zijn broer verzorgen, die een maand geleden overleden is aan kanker. Hafids broer was liefst in Marokko begraven, maar dat kon niet. “Zelf heb ik dat ook lang gezegd aan mijn kinderen: ‘Begraaf me daar als ik sterf.’ Maar ondertussen ben ik van gedacht veranderd. Want wie zal daar mijn graf bezoeken? Met Marokko heb ik steeds minder contact en mijn kinderen zijn hier. De toekomst, die is hier.” Ook Hafid is ervan overtuigd dat de Covidcrisis veel mensen een extra duw zal geven. “Veel moslimbelgen beseften plots dat Marokko niet van hen wou weten, zeker niet als ze geen Marokkaans paspoort meer hadden. We zijn als vreemdelingen behandeld.” Hetzelfde geluid horen we ook bij de grootste islamitische uitvaartdienst in ons land, de Pompes funèbres islamiques de Belgique. “Covid heeft de ogen geopend van veel mensen, die zich niet meer welkom voelden in hun herkomstland.” Hafid en familie zijn ondertussen druk in de weer met margrieten planten op het graf. “Een herinnering aan onze geboortestreek, waar die bloemen gekweekt werden voor de export. Net zoals die maïs verderop wellicht herinnert aan het

landbouwverleden van die persoon.” Als steeds meer moslims tegenwoordig voor een laatste rustplaats in België kiezen, is daar nog een reden voor, horen we tijdens een belronde voor ons bezoek. “Sinds Rachid Haddach er begraven ligt, is de stap voor veel vrome moslims veel minder groot,” vertelt Mustapha Ouriaghli van de Pompes funèbres islamiques européennes. Haddach was de populaire prediker die in februari in het nieuws kwam. Duizenden gelovigen baden toen op straat in Molenbeek tijdens een herdenkingsdienst voor zijn dood. “Dat zo’n voorbeeldfiguur voor België koos, bewijst voor veel mensen dat die keuze helemaal legitiem is.” We zijn dan ook nieuwsgierig naar het graf van Haddach, naar verluidt een vaak bezochte bidplek. Groot is onze verbazing als we enkel een kaal stuk aarde aantreffen in het betonnen kader. “Zo wou hij het, zo eenvoudig mogelijk,” vertelt directeur Beckers.

SNELLE GROEI Dat zijn begraafplaats zo snel groeit, bezorgt Beckers ondertussen kopzorgen. “Het duurt nog tot 2033 voor de eerste concessies aflopen. En in dit tempo zullen we voor dat moment al helemaal vol liggen. Misschien is er een mogelijkheid om terreinen van de gemeente Schaarbeek te krijgen. Maar dát daar zou natuurlijk ideaal zijn.” De directeur wijst naar de overkant van de Eversestraat, waar het vroegere hoofdkwartier van de NAVO er verlaten bij ligt. “Als ik daar een paar hectare zou kunnen krijgen … Als dat niet lukt, weet ik niet wat we moeten doen. (Met een uitgestreken gezicht) Hebt u eigenlijk een tuin?”

B R U Z Z | R E P O R TA G E

FR

THE MUSLIM GRAVEYARD IS GROWING The second wave is not only affecting the hospitals, it is also all hands on deck at the multiconfessional graveyard in Evere. A record number of Muslims brought their dead to be buried there this year, and they may consequently run out of space. This year alone, 800 people were buried at the multiconfessional graveyard in Evere and Zaventem, twice as many as last year. The most important reason for this growth is the Covid crisis, which made the repatriation of bodies to countries like Morocco impossible for a time and continues to hinder it. The fact that Morocco was so opposed to these repatriations upset many Belgians of Moroccan heritage. “Suddenly we were strangers in Morocco,” says Hafid, who in the past wanted to be buried in the country of his forebears but has since changed his mind. “Who will visit my grave? My children live here, and my future is here.” EN

28 OKTOBER 2020

I 51


COLOFON

Nick Trachet

BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65

Harde kip Nick Trachet Brusselaar die de stad en de wereld culinair ontdekt

BRUZZ | TRACHET

Wie langs de Afrikaanse winkels wandelt, moet het zeker al zijn opgevallen: op de vitrine hangt vaker wel dan niet een reclame voor pluvera. Meestal staat er het lachende gezicht van een Afrikaanse mama op, met kleurrijke hoofddoek. Het gaat over diepvrieskip. Maar niet om de nu overal dominerende ‘plofkip’. Het zijn legkippen die te oud zijn volgens de normen van de eierindustrie. Zulke dieren gaan uiteraard niet verloren, maar zijn ook niet meer gepast voor ‘onze’ moderne smaak die liever kip heeft met de textuur van tandpasta. Dus gaan deze vogels naar Azië en Afrika. Men is er ginder verzot op. Bij ons was kip vroeger iets voor zon- en feestdagen, tot een fenomenale ontwikkeling de brave kip degradeerde tot de goedkoopste proteïne op de markt. Hetzelfde in Afrika. Met vreugde bezingen ze daar de goedkope kip die uit onze contreien per vliegtuig naar ginder wordt gevlogen, mogelijk met subsidies van de EU. Die handel moet wel erg winstgevend zijn, want de eigenaars van het merk staan in de top vijfhonderd van de Belgische fortuinen. Ik kocht zo’n kip en de winkelier waarschuwde mij: “Poulet dur!” Strong chicken lees je weleens in Engelstalige recepten. Surinamers in Nederland hebben het over “harde kip”, en ja mensen, dat zijn ze ook. Als je de oude recepten van mwamba (moambe voor de kolonialen) leest, moet die kip uren en uren sudderen in de palmolie. Een moderne kip kan daar niet tegen, die smelt na een half uurtje al tot een hoopje miserabele prut. Maar ik kwam dus thuis met zo’n beest. Het woog overigens niet eens zoveel: 1,2 kilo. Ik hakte de kip, zodra ze ontdooid was, in handige stukken: idealiter moet elke eter een stuk krijgen met een evenredig deel van vlees, vel en been. Het vel is de voornaamste smaakdrager in een kip en zonder been erin kan je niet peuzelen, wat wereldwijd als droevig wordt ervaren. Verder was ook de nek erbij, het ultieme peuzelstuk en in het karkas vond ik de eierstokken terug. Lang geleden las ik een authentiek Italiaans recept voor spaghetti met eierstokken van kip, maar daarvoor

De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet 52

I

28 OKTOBER 2020

moet je er al een hele hoop tegelijk slachten! Ik liet de stukken rustig bakken in ruime olie en ik voegde er behoorlijk wat gehakte ajuin aan toe, wat pepertjes en look. Na anderhalf uur was de kip nog steeds oneetbaar taai! Maakt niet uit, dan eten we wat later. In de tropen zijn maaltijden trouwens erg relatief, iedereen krijgt een bord wanneer hij of zij thuiskomt, het eten mag dan al lauw zijn, er is altijd genoeg voor iedereen. Ik deed er wat water bij om het stoven rustig verder te laten lopen. Nu had ik al kip met ajuin (het rook écht naar kip in de keuken), maar ik had het nog graag wat Afrikaanser. Kennen jullie agussi? Agussi – ook bekend als egusi, agushi of egushi – wordt voornamelijk gebruikt in West-Afrika. Het zijn de zaden van een meloensoort, of van vele pompoensoorten, gepeld en gemalen. Het resultaat lijkt wat op amandelpoeder. Je vindt vandaag agussi in vrijwel elke Afrikaanse winkel. Van agussi maakt men ‘soep’. Eigenlijk dikke saus. Agussi bindt erg mooi en geeft een romig resultaat. Laat enkele scheppen rustig meestoven met de kip en roer regelmatig om. Hier kunnen nu ook nog groene groenten bij, zoals okra’s, maar zeker bijvoorbeeld ook spinazie. Een tomaatje zorgt ervoor dat je je kan vergissen met de hete pepers, tot jolijt van iedereen! Laat onbepaalde tijd verder sudderen. De agussisaus is erg vullend, smaakt een klein beetje bitter, maar ook wat muskusachtig. Te eten met de vingers, boven een bord rijst. Smakelijk.

“Op de vitrine van Afrikaanse winkels hangt vaker wel dan niet een reclame voor pluvera”

ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. OPLAGE OPLAGE : 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Dirk De Clippeleir HOOFDREDACTIE Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT Gerd Hendrickx REDACTIE Nathalie Carpentier, Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Zonderman MEDEWERKERS Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING John Arblaster, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura Jones FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (DPG Media) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be

VOER UW EVENEMENT IN OP ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR ENTER YOUR EVENT ON www.agenda.brussels

WWW.BRUZZ.BE


Profile for bruzz.be

BRUZZ - editie 1728  

Deze week in BRUZZ: * Corona wurgt de clubscene * 'De moord op de leraar in Frankrijk had ook hier kunnen gebeuren' * Verslag van op de mult...

BRUZZ - editie 1728  

Deze week in BRUZZ: * Corona wurgt de clubscene * 'De moord op de leraar in Frankrijk had ook hier kunnen gebeuren' * Verslag van op de mult...

Profile for bruzz.be