Issuu on Google+

programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 1

Vergeten straat volksopera naar de roman van Louis Paul Boon vertolkers: Brussels Brecht Eislerkoor (o.l.v. Lieve Franssen) Een straat waar het geen winter of geen zomer is

Omroerkoor Hasselt (o.l.v. Luk Cluysen) slagwerktrio Triatu 1

concept, scenario en regie: Vital Schraenen muziek:

Chris Carlier

organisatie: vzw. BRAH


programxoc.qxd

2

27-10-2004

17:19

Page 2


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 3

Een doorlopende compositie in 9 delen 1. De straat

Een straat loopt dood Ieder op zijn plaatsken Overal iemand Het kwaad in de wereld

2. Afsluiten

Wat voor zever is dat dan nu? Ze komen nader

3. We moeten

Driewerf neen! Levend begraven?

4. Vergeten

Veronderstel dat men ons vergeet De Vrijheid! Het Nieuwe! Een programma! Geld is last De strijd in het oerwoud De ene knikt...

5. Droom

Heel langzaam beseffen Waarom niet?

6. De trein

Dichter bij

7. Utopie

Leef, lach, zing en speel O, zon! O, zon!

8. Twijfel

Alles is nutteloos Nooit iets bereiken

9. Een opening

Bokkensprongen Ha, en daarbij

3


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 4

Literaire zoektocht voor zangers

4

Twee geestesverwante koren, het Brussels Brecht-Eislerkoor en het Omroerkoor Hasselt, hadden de laatste optredens met het muziektheaterproject Mensenzee (een hommage aan de Turkse dichter Nazim Hikmet) niet eens achter de rug, of daar kwam regisseur Vital Schraenen, die overigens al Boons Brussel een oerwoud had bewerkt, op de proppen met een idee waar hij naar eigen zeggen al lang mee rondliep. Hij wou iets doen met Vergeten Straat, een vroege roman van Louis Paul Boon uit 1943. Weinigen onder ons hadden over het boek gehoord, laat staan dat ze het hadden gelezen. Dus begonnen we het boek te lezen. Niet iedereen haalde de laatste bladzijde. Te zwaar, vonden sommigen, en wat een vreemde taal. Een wirwar van personages met rare levensverhalen en levenshoudingen. Zelfs Boon had zich ooit afgevraagd hoe hij het in zijn hoofd had gehaald om dat boek te schrijven (zie verder). Maar de koorleden werden nu precies bekoord door wat de oudere Boon had verworpen. De idee van een utopie, weliswaar door mensen gebouwd die per ongeluk van de buitenwereld waren afgesneden, werd boeiend gevonden. Stel je even voor, een bont volkje van leurders, bedelaars, mankepoten, zuipers, zonder de vakbondsbode en de kinderen te vergeten, begint aan de bouw van een betere samenleving, waar niemand nog soldaat moet worden en gas en elektriciteit gratis is, …. Bref, Luilekkerland! Hoewel onze koorleden het “einde van de grote verhalen” bewust hadden meegemaakt, hadden ze zowel als groep als individueel niet de hoop opgegeven dat de wereld ooit rechtvaardiger en mooier kon worden gemaakt. Het experiment in Vergeten straat bevatte ideeën, van realistische over utopische tot knettergekke. Boon laat zich een poos-

Dat er veel te veel mensen leven op de kap van een ander


programxoc.qxd

27-10-2004

De mens is klein en het leven is groot

17:19

Page 5

je meeslepen door zijn rare snaken. Om dan plots – te abrupt, vinden we – de hele constructie in enkele bladzijden te laten instorten als een zandkasteel. Weg, utopie, weg mensen die lief zijn voor mekaar, weg boeken en bloemen die “van alleman” zijn. In het leerproces dat het Brussels Brecht-Eislerkoor en het Omroerkoor Hasselt ondergingen in de zuiverste Brechtiaanse traditie, werd die eerste kennismaking en inventarisering gevolgd door het selecteren van passi, situaties en personages, die het waard waren te worden onthouden. Dat was het werk van een “leesgroep”. De visies verschilden sterk, wat dan weer de rijkdom van de roman bewijst. Was het boek utopisch? Was het een politiek boek? De enen meenden een pessimistische grondhouding te herkennen, anderen zagen ondanks het catastrofale einde een straaltje zon. Uit alle “geknipte”passages bouwde Vital Schraenen dan een tekst die, anders dan de roman, blijk geeft van een sterke structuur en opbouw, maar wel met dezelfde emoties versus redelijkheid, dezelfde poëzie naast vulgariteit, licht en duisternis. In de tekst van deze volksopera staat geen woord, zelfs geen letter die niet van Boon is. De taal is die van Boon uit de oorlogsjaren. Ook de beelden zijn pakweg zestig jaar oud.En toch slaan de teksten een brug naar het hedendaagse publiek, hopen we. Met hun grollen en hooglopende emoties, met hun wijze uitspraken trekken ze het volle register open van de vragen die de mensen generatie na generatie bezighoudt : is de wereld voor verbetering vatbaar, kan de mens het beste uit zichzelf halen om te bouwen aan die betere wereld ? En zelfs Boon, die zijn zandkasteel in één vuistslag kapot slaat, moet wijselijk concluderen dat het goede aan een “missing” is dat je altijd opnieuw kunt beginnen. Of het dan ooit goed komt ofwel of de mens zoals Sisyphos eindeloos verder moet zwoegen, dat is een ander verhaal.

5


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 6

Van Aalst tot Brussel 1943 en verder

6

Louis Paul Boon (1912-1979) wordt geboren in Aalst als zoon van een rijtuigschilder. Wegens geldgebrek kan Louis de technische school niet afmaken. Vanaf zijn 14de volgt hij lessen in vrij schilderen, tekenen, houtschilderen en marmerschilderen. In 1928-1929 werkt hij als autoschilder in Brussel en daarna tot 1939 als schilder in brouwerij Zeeberg in Aalst. In augustus 1932 wordt hij opgeroepen voor militaire dienst en ingekwartierd in de Prins Boudewijnkazerne te Brussel, nabij het Daillyplein. In 1936 trouwt Louis met Jeanneke De Wolf, die een confectiezaak opent. Op 12 maart 1939 wordt Jo, Boons enige zoon, geboren. In september wordt Boon gemobiliseerd. Hij begint te schrijven aan een eerste roman. In de eerste oorlogsdagen van mei 1940 wordt Louis door de Duitsers gevangen genomen aan het Albertkanaal in Veldwezelt (Lanaken), hij wordt als krijgsgevangene opgesloten in een kamp nabij Hannover. Op 23 augustus keert hij terug naar Aalst, lichamelijk uitgeput en mentaal gebroken. Tijdens de oorlog heeft hij allerlei kortstondige baantjes en is hij dikwijls werkloos. Hij lijdt aan depressies en maagpijnen. In 1942 debuteert hij met de roman De voorstad groeit. Jeanneke stuurt het werk in voor de Leo J. Kryn-prijs. Louis wint de prijs. Daarna volgt Abel Gholaerts. Zijn derde roman, Vergeten straat, wordt tijdens de oorlog als typoscript in een heel kleine kring verspreid en pas in 1946 uitgegeven. Na de oorlog wordt Boon lid van de communistische partij en werkt hij voor tijdschriften en dagbladen (eerst De Rode Vaan, later Vooruit). Als romancier, dichter, hoorspeldichter, scenarist, criticus, essayist, chroniqueur en journalist heeft Louis Paul Boon een ontzaglijk oeuvre bij elkaar geschreven (o.a. De Kapellekensbaan, Pieter Daens, Het geuzenboek‌) waarvoor hij een tiental belangrijke literaire prijzen mocht ontvangen. De algemene erkenning en doorbraak bij het grote publiek, waardoor hij volop van zijn pen kon leven, kwam er slechts in de jaren zestig. En dat alles is maar de helft van zijn artistiek dubbelleven, want Boon was ook actief als kunstschilder/tekenaar.

Zijt ge met of tegen ons?


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 7

Vergeten straat, vertwijfelde Boon

Ik, ik ben met mezelf.

De eerste romans van Louis Paul Boon oogsten veel lof in literaire kringen, zijn vertellerstalent wordt direct erkend. Voor zijn debuutroman De voorstad groeit krijgt hij in 1942 de Leo J. Krynprijs. Maar sommigen, zoals Maurice Roelants, vinden zijn werk te somber, te miserabilistisch. Boon besluit een optimistischer boek te schrijven. Aan Maurice Roelants schrijft hij: “In het werk dat ik nu zou willen schrijven, en waarin ik een wereld zou toonen zoals die voor mij aanvaardbaar is, zal misschien veel zon, zal misschien De Zon doorbreken. Het is die vergeten-straat-historie...” Boon bedoelt hier de Vertinnersgang, een (nu verdwenen) doodlopend straatje nabij het Martelarenplein in Brussel, en hij stelt zich voor dat dat straatje van de buitenwereld wordt afgesneden door de spoorverbinding tussen het Noord- en het Zuidstation die op dat ogenblik wordt aangelegd. Het is ondertussen lente 1943, een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland heeft zware klappen geïncasseerd in Rusland. De Russen rukken op. Bij Boons vrienden uit het linkse verzet leeft de hoop op een nakend einde van het fascisme en op een betere maatschappij, bevrijd van de kapitalistische overheersing. In dat elan schrijft Boon zijn Vergeten straat. Maar hij kan het onverstoorbaar optimisme van zijn vrienden niet delen; hij legt de utopische droom van een gemeenschap van vrije individuen in handen van gewone mensen, verschoppelingen en randfiguren met al hun gebreken en hebbelijkheden, en kijkt wat ervan komt. De bewoners van de Vergeten Straat bereiken niet hun doel, maar zetten niettemin toch een kleine stap in de richting van hun utopische droom. Op 2 augustus 1943 schrijft Boon aan Maurice Roelants: “Tot mijn vreugde kan ik u mededeelen dat er werkelijk Zonnige bladzijden te vinden zijn in de ‘Vergeten Straat’”. Maar Boon is niet gelukkig met het resultaat. Begin 1944 schrijft hij een tweede, somberder versie. “Aan het einde is er een zwaarder pessimisme merkbaar, de menschen worden rusteloozer, ontevredener, naarmate de bladzijden naar hun einde loopen,” schrijft hij aan Roelants. De eeuwige scepticus, de mensenvriend die de medemens genadeloos observeert, heeft het gehaald van de idealist van korte duur. De droom van een vrije gemeenschap mislukt. Boon blijft problemen hebben met het uitgangspunt van de roman. Enkele jaren later, terugdenkend aan Vergeten straat, schrijft hij: “…als hij leest wat die louis-paul boon heeft geschreven: godomme, wat voor een zot is dat, denkt hij dan. En dan vraagt hij zich af waar die louis-paul boon dat toch allemaal uit zijn koker haalt, om dingen te schrijven die hij niet meent!” (uit De Kapellekensbaan). (Bron: Kris Humbeeck)

7


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 8

Leven als Godin in Frankrijk.....

8

Okee… Met Boons Vergeten Straat als utopie is het faliekant afgelopen. Analisten onder ons hebben uitgerekend dat het hele spel slechts twee-en-half jaar heeft geduurd en hooguit een dertigtal mensen betrof. Maar dat het wel duren en duren kan, blijkt uit het Versailles van de Werkman in het NoordFranse plaatsje Guise. Om precies te zijn: de familistère van Godin. Zeg zelf: “l’utopie réalisée” maakt je nieuwsgierig De bakstenen gebouwen – een centraal gebouw en twee vleugels – herinneren vaag aan het plan van een paleis. Op het voorplein: het standbeeld van stichter Godin. Aan de overkant: een theater met een kleuterschool en rechts een basisschool. Een kerk ontbreekt. Eerst schrik je wel wat van het trieste uitzicht: je had je utopische projecten wat luchtiger voorgesteld. Maar dan komt de gids van de “Association du Familistère de Guise” die ons rond leidt. Zo kom je te weten dat Jean-Baptiste Godin in 1817 geboren werd in het Noord-Franse Aisne-departement. Als zoon van een slotenmaker liep hij school tot zijn 11de levensjaar, waarna hij in de leer ging bij zijn vader. Tijdens zijn “Tour de France des compagnons” schrok Godin van de miserie die hij op zijn reis ontmoette: het was de tijd van het beginnende industrieproletariaat dat rondzwierf op zoek naar werk en onderdak. Met dat beeld in zijn achterhoofd keerde hij weer naar zijn geboortedorp waar hij een werkplaats oprichtte en het lumineus idee kreeg kachels en fornuizen uit gietijzer te maken. De formule sloeg in als een bom en Godin kon dankzij de bruidschat van zijn vrouw Esther een bedrijfje oprichten met een vijftal arbeiders. Zijn toekomstvisie kreeg een concrete basis toen hij in Le Guetteur de Saint-Quentin een artikel van las over de phalanstère van Charles Fourier(1772-1837). Twee merkwaardige autodidacten: Er zijn heel wat parallellen tussen Fourier en Godin. De eerste was klerk in een handelszaak. Met eigen ogen had hij meegemaakt hoe een scheepslading over boord werd gegooid om de prijzen van het graan te doen stijgen. Voor hem was de handel met zijn speculanten de belangrijkste oorzaak van de miserie in de wereld. De oplossing zag hij in communes die hij “phalanstères” noemde, waar alle tegenstellingen zouden verdwijnen: geen verschil tussen stad en platteland, handarbeiders en geestesarbeiders, mannen en vrouwen, hetero’s en homo’s. Zo’n 500 tot 1800 mensen zouden samenleven in nagenoeg zelfbedruipende gemeenschappen. En stel u geen saaie werkbijen voor: de bewoners genieten met al hun zinnen en hartstochten. Want, zo zegt Fourier, hartstochten die nefast kunnen zijn voor een enkeling, kunnen door de harmonie van de groep ten goede worden omgebogen. Volgens hem zou een wreedaard als keizer Nero zich in de phalanstère ontpoppen tot een behoorlijke slager.

En laat ons af en toe, zelfs als het ondragelijk goed gaat, eens de boel op stelten zetten.


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 9

Ieder mens zit op zijn plaatsken, maar verlangt ergens anders te zitten.

In plaats van reglementen en wetten….zouden de phalangisten zich laten leiden door Rede en Liefde. En ja, de liefde zou ook gemeenschappelijk zijn. De gemeenschap zorgde voor al haar leden, kinderen en ouderen incluis. Volgens Fourier kon de hele wereld worden ingedeeld in dergelijke communes. Er zouden ook geen legers meer zijn. Alleen zouden de jongens en meisjes zich een jaar lang nuttig maken in ontwikkelingsprojecten. Wachten op Rothschild: Fourier tekende zijn utopie uit tot in de kleinste details: zo zouden de gemeenschappelijke maaltijden “gastronomisch” zijn. Zijn leerlingen maakten zijn theorie bekend tot in Rusland toe waar bijvoorbeeld Dostojewski betrokken raakte bij een project à la Fourier.Er wordt verteld dat Fourier tot aan zijn dood wachtte op de komst van een financier als Rothschild. Maar bankiers hebben een andere visie op samenleving en economie. L’utopie réalisée: Slotenmaker Jean-Baptiste Godin schopte het in het midden van de 19e eeuw tot grootindustrieel, zodat hij wel de middelen had om zijn sociale utopie te verwezenlijken. Hij begon met een fabriek in Guise waar hij behalve kachels een ruime waaier van gietijzeren producten vervaardigde. Van Fourier hield hij het idee van het “sociale paleis” over. Met elkaar verbonden flatgebouwen rond een overdekte binnenkoer, met water en wc’s voor iedereen Ook Godin had er zijn flat die niet verschilde van de rest. Maar gemeenschappelijke liefde, hola, de familie bleef de pijler van de maatschappij. Kan zoiets duren? Wel, de Familistère hield stand tot in 1968. Kachels verkochten toen niet meer zo goed, de fabriek ging failliet. De woningen werden verkocht aan privéinvesteerders. Sinds enkele jaren zijn enthousiastelingen in de weer om de hele site te revaloriseren. Met geld van de plaatselijke en nationale overheid worden de gebouwen gerestaureerd. In een van de oorspronkelijke huizen zou een hotel komen met vergaderruimten en ook een museum En Boon in dat alles? Boon kende ongetwijfeld Fourier en Godin. Sommige passages uit Vergeten Straat lijken haast letterlijk overgenomen uit de geschriften van die grote utopisten. Maar onze Louis blijft sceptisch. Niets voor hem, zo’n palais sociétaire à la Fourier.

De familistère van Guise

Een familistère in Brussel …Gek genoeg heeft er ook in Brussel een familistère bestaan, langs het kanaal van Willebroek waar een vestiging van Godin stond. Maar anders dan in Guise was de ruimte er krap. Het gebouw staat momenteel te koop voor 3 miljoen euro.

9


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 10

De echte bewoners vanVergeten straat

10

Door het geld komt alle miserie in de wereld.

De tekst van deze volksopera bestaat uitsluitend uit woorden van de verteller van de roman Vergeten Straat (L.P. Boon) en zijn personages: -Koelie (een bloedgever die klusjes opknapt in het hospitaal) en zijn zwaar gekwelde dochter Roza, -madame Kaka (die WC’s schoonmaakt in de cinema), haar werkeloze man Nonkel en hun puberzoon Gaston, -Alfred (rondganger van de vereniging), zijn vrouw Dikke Wis en hun dochter Hermine, -frithuisuitbater Sadeleer, zijn vrouw Marie en zijn oude vader, -Vieze (die met bedelen de kost verdient), zijn vrouw Jeannette Proust en hun doof en achterlijk zoontje Peu, -blinde Esther (die commissies doet voor de hele straat) en haar zoon André, -caféhoudster Louiske en haar twee dochtertjes Vanwaar komen die personages? De romanauteur heeft zijn personages gebaseerd op reëel bestaande personen uit zijn eigen woonomgeving in Aalst. Sommigen, zoals Vieze en Alfred en hun vrouwen en kinderen, heeft Boon heel persoonlijk gekend (zoals blijkt uit Mijn kleine oorlog). L.P. Boon zelf daarover:


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 11

Zo

heb ik (…)‘Vergeten straat’, dat gewoon de beschrijving was van de straat waar wij woonden, met de mensen waar wij woonden, gesitueerd in Brussel met de NoordZuidverbinding, in een afgesloten straat. Dat was zo een truukje omdat ik dacht: de mensen uit mijn straat zullen kwaad zijn. Ik ga dat arrangeren. Dat hoort er bij. Als je zo iets maakt, dan moet je altijd een beetje opletten dat je de gewone, kleine mens niet raakt. De groten zou mij niet kunnen schelen (…) Ik heb die mensen beschreven met al hun deugden en hun gebreken. En omdat ze mij dat niet kwalijk zouden nemen, heb ik dat overgeplaatst ergens elders.” (LP Boon, interview met Willem M. Roggeman, 1977)

God, hoe is een mens en hoe dwaas Och is een mens? Ik heb daar een soort utopia willen schrijven: ik was van mijn zeventiende jaar communist en ik droomde van de ideale staat, en zoals er veel mensen geweest zijn die de ideale staat hebben willen beschrijven, heb ik dat willen doen in “Vergeten straat”” (LP Boon, interview met Joos Florquin, Ten huize van, deel 8, Brugge, 1972) ben toch zelf ook een wereldverbeteraar geIk weest en twijfel anderzijds of het niet evenveel slechts als goeds brengt, ik ben dat alles samen.” (LP Boon, interview met H.U. Jessurun d’Oliveira, 1965) heb mijn mening over de wereld en over al wat er Ik gebeurt. En ik wil de mensen tonen in boeken zoals ‘Vergeten Straat’ - dat was geschreven tijdens het communisme, het stalinisme, - en ik dacht, er mankeert iets aan dat stalinisme, want de mensen gaan daar niet gelukkig zijn in zo een staat, en daarom heb ik dat boek geschreven.” (idem)

11


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 12

De ‘’jonction’’ of Noord-Zuidverbinding

12

Waar hebben de bewoners van de Vergeten Straat het over? Welke ramp – of welk gelukkig toeval – zou hun wereldje afsnijden van de rest van de wereld ? De Brusselse Noord-Zuidverbinding, daar hebben ze het over. De aanleg van die spoorverbinding tussen Noord- en Zuidstation, dwars door de stad, zou Brussel vijftig jaar lang openrijten en vele waardevolle historische panden doen verdwijnen, maar bezorgde ons ook het Centraal Station, van de architecten Victor Horta en Maxime Brunfaut. Dat alles moest. In naam van de efficiency, de vooruitgang, de hygiëne, het welzijn van het volk. Opdat de treinreizigers in één snok van het noorden naar het zuiden van het land konden sporen. Ooit was het anders. Ooit stopten de treinen uit het Noorden van het land in het Noordstation, maar kwam je bijvoorbeeld uit Mons, dan eindigde het traject in de “Midi”. Net zoals je in Parijs ook nu nog van de Gare du Nord moet hossen naar de Gare de Lyon, de Gare d’Austerlitz of de Gare de Montparnasse. Brussel zag het grootser. Maakte al plannen in 1837! Zou er een tunnel worden gegraven? Of gewoon over de boulevards worden gereden? Zou een hangbrug niet beter zijn? De sjieke wijken mochten er dan weer geen hinder van ondervinden. Bovengrondse spoorlijnen alleen in de volksbuurten waar geen toerist ooit een voet zette. Maar, opperden sommige politici, zullen de andere steden van het land dan geen compensaties eisen voor de grootse bouwwerken in Brussel? Niet te bekrompen doen, waarde Brusselaars, waarschuwde Minister van openbare Werken Delbeke in 1908. Beslist zijn er destijds in het roemrijke Athene ook stemmen opgegaan om met het geld dat nodig was voor de bouw van het Parthenon, liever olijven uit de delen aan het volk. Kortzichtig, want de olijven zouden al lang opgegeten zijn. En wij zouden geen Parthenon hebben!” Niet alleen parel van België moest Brussel worden, maar Joyau de l’Univers! Van over de hele wereld zouden toeristen de Jonction Nord-Midi – het parthenon van de moderne tijden – komen bewonderen. Wat dan weer uitstekend zou zijn voor ‘s lands Handel en Nijverheid. Voor de Ondernemers. De betonbaronnen. “Dat ieder die er een cent aan verdient, vandaag nog doodvalt!” schreeuwen de bewoners uit een vergeten straat.”


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 13

Symbool van moderniteit en mobiliteit Van 1841 tot 1871 wordt het noorden van Brussel verbonden met het zuiden door een bovengronds spoorlijntje dat over de boulevards loopt, met alle gevaren vandien. In 1871 wordt een lijn geopend die Brussel omarmt via het westen, maar dat is hoogst onvoldoende. Het Noordstation blijft een terminus voor de reizigers uit de richting Gent/Antwerpen/Luik, het Zuidstation is het eindpunt voor de reizigers uit het zuiden. In 1903 worden de Belgische staat en de stad Brussel het eens over de aanleg van een spoorverbinding tussen het Noord- en het Zuidstation. Van 1911 tot 1914 wordt een heel klein deel van het traject afgewerkt (o.m. de metalen brug over de Zuidlaan). Na de desastreuze oorlog zijn er andere prioriteiten. In de jaren '20 woedt een propagandaoorlog tussen voor- en tegenstanders van de Noord-Zuid, o.a. ex-burgemeester Charles Buls is fel tegen. Maar nood aan grote werken om de werkloosheid op te vangen, het verstopt raken van de oude Brusselse stations en een begin van elektrificatie van het net brengen in de crisisjaren '30 de plannen weer op tafel. Het hele traject wordt opengegraven, alles wat er onder of boven de grond steekt, moet weg. Ongeveer 1200 gebouwen verdwijnen. Boven de spoorlijn komen grote boulevards die oude stadswijken uiteen scheuren. En deskundigen dromen erop los. Ze voorzien dat in de jaren 60/70 iedereen zal rijden/vliegen met een autokopter (half auto, half helikopter) - daarom is het dak van het centraal station plat! In 1952 worden de Noord-Zuidverbinding en het station Brussel-Centraal geopend. 'Brusselaars ontvangen nieuw speelgoed' kopt La Libre Belgique. De werken hebben gedurende 16 jaar werk bezorgd aan 1600 arbeiders, 12.000 inwoners zijn moeten verhuizen. Gedurende 40 jaar hebben grote delen van de binnenstad als afzichtelijke woestenijen opengelegen. De werken, begroot op 21 miljard (in franken van 1999) hebben uiteindelijk 70 miljard gekost. Vandaag rijden op werkdagen 1200 treinen met 320.000 passagiers tussen Noord en Zuid. De lijn is 6 km lang en telt 6 sporen. Fernand Brunfaut is een van de belangrijkste architecten van de Noord-Zuid. Hij was ook volksvertegenwoordiger voor de BSP en ontwierp de wet Brunfaut (1949) over sociale woningbouw in BelgiĂŤ. In Dinant en Willebroek bouwde hij Volkshuizen en in Gent de redactielokalen van dagblad Vooruit, waarvoor L.P. Boon vele jaren als journalist zou werken.

13


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 14

Vital Schraenen Vital Schraenen is werkzaam in de theaterwereld als regisseur, acteur, licht- en decorontwerper, auteur, tekstbewerker en -vertaler. Hij werkte o.a. voor De Tijd, Internationale Nieuwe Scène, Vlaamse Opera Stichting, Ensemble Leporello, kunstencentrum Plateau, Vlinderboomexperimenten, Theater Stap, Brussel 2000, Jongerentheater Fabuleus, Dionteater, Cirkus Picolini, Compagnie Thor. Als acteur is hij vooral te zien in voorstellingen van Ensemble Leporello. Voor elke regie die hij tekent, verzorgt hij ook de vormgeving en de lichtcreatie. Zijn samenwerking met Chris Carlier heeft al heel boeiende producties opgeleverd o.a. KRSK en Slachtwerk. Nu wist hij het Brussels Brecht-Eisler Koor en het Omroerkoor te boeien voor zijn idee van een volksopera naar de roman Vergeten Straat van Louis Paul Boon.

14

Een roman vertalen naar een theatraal gebeuren is nooit vanzelfsprekend. Het gevaar om te vervallen in illustratieve anekdotiek ligt altijd op de loer. Om het met Vital Schraenens woorden te zeggen: "Daarom wil ik van 'Vergeten Straat' geen zuivere theaterbewerking maken. Mij lijkt gestileerd muziektheater voor een koor en een begeleidend muziekensemble, een soort hedendaags oratorium, of - zoals Boon het misschien graag zou horen - een volksopera de ideale vorm om Boons boek ten tonele te voeren." Vital koos in zijn bewerking niet voor een getrouwe navertelling van Boons roman maar voor een ‘verdicht’ dynamisch wervelend geheel van personages, tekstfragmenten, one-liners, klanken, liederen, ideeën en beelden uit het boek. Al het tekstmateriaal dat opgenomen werd in het libretto is aan Boon ontleend. Zowel de literaire kracht als de situatie die Boon aangeeft (namelijk, een groep individuen kiest ervoor om zich af te sluiten van de wereld en gestalte te geven aan een utopie) vormen de ruggengraat van het libretto. De zangers zijn de bewoners van de straat, een revolterende menigte, een verwarring van stemmen. Uit het koor komen individuen plots te voorschijn om even later weer te worden opgenomen in het koorlichaam. Dan weer verstilt het geheel om plaats te maken voor een beeld of een muzikale 'adempauze'.

Of het niet verkeerd is, zo goedmoedig, zo zorgeloos te leven


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 15

Chris Carlier

In de eerste missing ligt het plezier van te kunnen herbeginnen.

Chris Carlier studeerde gitaar, harmonie en muziekgeschiedenis aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel. Hij componeert vooral kamermuziek en toneelmuziek. Van daaruit is hij sinds 1994 actief bezig met muziektheater en muziek voor teksttheaterproducties, o.a. Elegie van het Wezekind, tekst Randall Casaer, e.a. (Wezekind, 1994), Bela's Bestiarium, tekst Randall Casaer en Elvis Peeters (Wezekind, 1996), De Hondsdagen, tekst Randall Casaer en Elvis Peeters (Wezekind, 1998), Het Laatste Verlangen, tekst Elvis Peeters, compositie i.s.m. Koen Van Roy (Tirasila / WaIpurgis, 1999), (onkel) Vania, tekst Howard Barker (Ensemble Leporello, 2000), Rover, dronkeman, tekst Bart Moeyaert (Luxemburg, 2001, geselecteerd voor theaterfestivaI 2001), KRSK, berichten uit een zeemansgraf, (Tirasila, 2002), Slachtwerk, tekst Elvis Peeters (Rubio-kwartet & Tirasila), Beste Vrienden, tekst Elvis Peeters (Theater Luxemburg). Daarnaast is Chris Carlier ook uitvoerend muzikant en geeft hij les aan de muziekacademie van Sint-Agatha-Berchem. Chris Carlier nam het libretto van Vergeten Straat ter harte en componeerde een complex stuk voor een groot gemengd koor en een slagwerktrio. Technisch gezien is het geschreven in de vorm van een oratorium. De compositie verwerkt referenties naar de geëngageerde muziekschriftuur, de muzikale idiomen uit het interbellum, ja zelfs naar de musicals. Grote koorstukken, kleine meerstemmige formaties, korte solo’s, ‘sprechgesang’, gescandeerde passages, gesproken of uitgeroepen tekstflarden, instrumentale sfeerbeelden lossen elkaar af in een contrasterend geheel vol vertwijfeling, ontroering, euforie en levensvreugde. Slagwerk biedt een uitgebreid gamma aan. De klassiekers: pauken, grote en kleine trom, tamboerijn, bekkens, gong, tamtam, triangel, bellen, castagnetten, ratel, enz. als puur ritmische instrumenten. Maar daarnaast ook de meer tonale instrumenten als marimba, xylofoon, vibrafoon, klokkenspel. Verder worden ook nog meer "exotische" instrumenten gebruikt. En tenslotte nog een hoop geluiden, van allerlei vogels over regen, donder, zee, enz.. Zo ontstaat een eigen klankwereld, die nauw aansluit bij de sfeer van het boek, bij het Brussel tijdens de werken aan de NoordZuidverbinding..

15


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 16

Het Brussels Brecht-Eislerkoor (BBEK) in een notendop

16

Geboren: in 1978, als onderdeel van het Brecht-Eislerkoor (Gent, Antwerpen, Brussel). Alleen de Brusselse tak overleefde en bloeit voort. Categorie: vierstemmig, gemengd koor. Momenteel zo’n 36 leden. Lievelingskleur: alle kleuren van de regenboog, behalve zwart (maar dat is geen kleur). Leuze(n): Al zingend partij kiezen (Hanns Eisler), en Extreem-Rechts, nee bedankt! Werking: democratisch. De koorleden hebben inspraak in elke fase van de productie. Wat wij zingen: Brecht, Eisler (natuurlijk), Kurt Weill, Paul Dessau, Dimitri Sjostakovitsj, Louis Andriessen, Jan Rispens, Frederic Rzewski, Guido Schiffer, Chris Carlier, ‌ Wat wij niet zingen: al wat staat voor bekrompen nationalisme, racisme, stompzinnigheid. Recent muziektheater: Dieren met een heel vreemde geur (1999), Mensenzee (2002), en nu Vergeten Straat (2004) Waar wij zingen: in grote en kleine zalen, en op straat Partnerkoren: Omroerkoor Hasselt, Hanns Eisler Chor Berlin, Gegenstimmen Wien, strijd- en solidariteitskoren in binnenen buitenland.

Dirigente Lieve Franssen

De oude vlag intrekken en de nieuwe vlag uithangen... nee, de oude vlag intrekken en het venster leeg!


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 17

Het Omroerkoor Hasselt

Dirigent Luk Cluysen

Dat de mensen recht hebben op luiheid

De informele draaischijf van progressief Limburg rond 1980 was café Roodhuis in de Aldestraat in Hasselt. Vrouwen-voor-vrouwen, nieuwsgierige wakkeren, klein rood en groen, wereldschoolders, wetswinkelaars, syndicalisten, Release-jongeren, aankomende wereldwinkeliers, A24-veteranen en andere milieu-activisten, kortom een heel scala van chaotisch ontregeld tot rigoureus geregeld verdrong er zich voor de toog van Hans en Mieke, af en toe uit elkaar gespeeld door folkgroep Schokkenteeres. In dat gistende samenklitten ontsproot een verwezenlijkbare droom: een zangkoor. Luk Cluysen, muziekleraar en folkmuzikant, kreeg een pupiter voor de voeten geschoven en – o jee! – hij méénde het. Dat groepje dat eens wou zingen voor de lol, werd een echt koor. Een vierstemmig gemengd koor, zoals dat in deftige termen heet. Voor de zangers zelf is het een mengeling van klassiek koor en strijdkoor, van muziek en actie, van zingen en reflecteren. Omroeren, dat is: rimpels maken, de rust en de schone schijn van het oppervlak doorprikken, het bezinksel in beweging brengen en naar boven halen, lucht geven en verandering inzetten... zingen tot het betert. En veroordeeld zijn tot eeuwig zingen. Het Omroerkoor gaf meer dan 100 concerten en concertjes allentwege en verleende stemkracht aan talrijke acties van sociale organisaties, milieu- en vredesbewegingen. Vergeten straat is het zesde avondvullend programma van het Omroerkoor, het derde in samenwerking met het Brussels Brecht-Eislerkoor.

17


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 18

Percussietrio Triatu

18

TRIATU is een percussie-ensemble gevormd door Frank Van Eycken, Dimitri Dumon en Björn Denys. Het trio brengt concerten en schoolanimaties rond slagwerk, compositie-technie- Ik vraag niet naar geld, ken en muziekstijlen. Op het programma van de publieke concerten staat enerzijds hedendaag- ik vraag naar wat liefde se muziek, met een belangrijk deel aan Belgische componisten, en anderzijds etnische muziek. Op het conservatorium van Brussel behaalden deze drie percussionisten hun diploma “Meester in de Muziek”. Tevens volgde Frank Van Eycken gedurende twee jaar de studies Cubaanse en Braziliaanse Muziek aan het Conservatorium van Rotterdam terwijl Dimitri Dumon de specialisatiecursus vibrafoon en marimba volgde aan het ‘Conservatoire National de la Région de Strasbourg’. In ’98 ontving Frank de Horlait-Dapsens beurs en in ’99 won hij de B.A.E.F. beurs. In september ’99 ontving Dimitri de eerste prijs op het ‘Concours International de Vibraphone’ te Clermont-Ferrand. Als freelance muzikant zijn ze alle drie actief in het Belgische muzieklandschap: Nationaal Orkest van België, Vlaams Radio Orkest, Il Novecento, Het Spectra Ensemble, Oxalys, Champ d’Action, Chapelle de Lorraine, Percussiongroup Brussels, ... In mei 2001 was TRIATU laureaat van de kamermuziekwedstrijd ‘Tremplin’. Triatu werd geëngageerd door o.a. Festival van Vlaanderen, Jeugd en Muziek/Jeunesses Musicales, Ars Musica (Brussel en Charleroi), Prettig Klassiek enz. TRIATU is een van de drie debuut-ensembles die geselecteerd werden voor “Gouden Vleugels 2004”.


programxoc.qxd

27-10-2004

Alten Ingrid Bauwens Anita Bonn Tine Demyttenaere Ruth Flikschuh Bieke Jansen Marianne Lauwers Jo Lemmens Cathy Mayer Monika Metzger Rose Moers Bernadette Olbrechts Mia Polet Geneviève Prumont Myriam Vanderlinden Tineke Van Engeland Sabine Verlinden Moniek Vrancken Chris Wuytack

Piano Sabine Demey

17:19

Page 19

Sopranen Erica Bal Lili Bammens Ilse Carlier Monika Dhaeze Paule Dierens Nicole Haegemans Anke Hintjens Marguerite Loute Veva Nijs Katlijn Sanctorum Antoinette Van Belle Griet Van de Ven Ielde van der Sypt Griet Van Paemel

Tenoren Peter Bracaval Fried Buelens André Cant Hugo D’Hertefelt Serge Govaert Lambert Moors

Chris Schraepen Daniel Swannet Kris Vanhoeck Patrick Van Snick André Vreven

Bassen Luk Cluysen André Goyvaerts Wim Kennis Toon Lowette Erik Meerschaut André Mewis Jos Vandersmissen Raf Verbeeck Karim Zahidi

19


programxoc.qxd

27-10-2004

17:19

Page 20

Colofoon Aan dit programmaboekje werkten mee: Erica Bal en Jos Vandersmissen (red.), Chris Wuytack, Ruth Flikschuh (lay-out en fotomontages), Lili Bammens en André Goyvaerts (actuele foto's), Maria Dermitzaki (omslagfoto)

Contactadressen: Brussels Brecht-Eislerkoor Lieve Franssen, dirigente, Fétisstraat 20, 1040 Brussel. Tel.: 02/644.37.12. e-mail: lieve.franssen@chello.be Website: http://www.bbek.be

20

Omroerkoor Luk Cluysen, dirigent, Runkstersteenweg 49, 3500 Hasselt. Tel.: 011/27.27.32. e-mail: lukcluysen@hotmail.com Website: www.omroerkoorhasselt.be Triatu Björn Denys, Beitemstraat 17, 8890 Moorslede. Tel.: 056/50.35.22 GSM: 0475/61.56.87 e-mail: info@triatu.be Website: http://www.triatu.be Volksopera Vergeten straat (verkoop) Ruth Flikschuh. Tel.: 02/344.49.61. e-mail: flik7412@tiscali.be

het Noordstation (boven) en het Zuidstation (onder) voor de noordzuidverbinding

Volksopera Vergeten Straat geniet de steun van: Koor en Stem, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie.


Vergeten Straat programma