Page 13

BDW 1397 PAGINA 13 - DONDERDAG 10 OKTOBER 2013

ter de kerk. Ik schat dat ik negen maanden op die manier geleefd heb. Na verloop van tijd leer je ook de straathoekwerkers kennen. Op een dag kwam een vrijwilliger naar me toe. Hij verwees me naar een opvangtehuis voor dakloze mannen. Het eerste dat je daar kreeg, was een douche. Het was al negen maanden geleden dat ik me grondig gewassen had. Ik kreeg er tweedehandskleren en een lekkere maaltijd – niet veel, maar voor mij was het een hemels gerecht. We sliepen met twintig mannen in een slaapzaal en de volgende dag moest ik naar een sociaal werker.” “Ik was met niets in orde, mijn adres klopte niet. Ik moest naar de daklozendienst, waar

“Doe nooit je schoenen uit als je slaapt, want dan worden ze gepikt”

een lange rij stond. De persoon achter het loket vroeg me wat mijn laatste adres was. Ik antwoordde: “Op straat.” Waarop hij behoorlijk luid antwoordde: “Wat zeg je, op straat?” Iedereen had het gehoord, dat was vernederend. Toen had ik onmiddellijk zin om terug in mijn schelp te kruipen. Maar ik ben teruggekeerd en werd ingeschreven. Ik pikte de draad opnieuw op en deed interims. Bij het interimbureau aan De Brouckère was er iemand die in mij geloofde en die stuurde mij naar brouwerij Belle Vue, de bottelarij. Dat was erg slopend werk.”

pastoor vanuit de kerk roepen. “Potverdorie: en de paus die deugt niet!” Ik ging binnen, veel volk was er niet. Hij sprak me na de mis aan. “Het is de eerste keer dat ik u zie. Kom mee, we gaan een stuk taart eten en een koffie drinken.” Zo heb ik Daniel ontmoet. Die man stond mij aan, hij vecht voor de gerechtigheid van de mens.” “‘Je kan niet alleen zijn, niemand kan dat,’”zei mijn vader altijd. “Zelfs de grootste kampioenen hebben iemand nodig die hun benen masseert. Als Eddy Merckx niemand zou hebben gehad om zijn benen te masseren, dan had hij nooit de Tour de France kunnen winnen.” En gelukkig kwam ik op het juiste moment de juiste mensen tegen.” “Na mijn depressie ging ik ook af en toe helpen in een dienstencentrum. Ik leerde er een vrouw kennen, een Franstalige. Die vrouw woonde tezamen met iemand, dat wist ik maar al te goed. Ze was van borstkanker genezen en had een geweldige culturele bagage. Cultuur is duur, maar we trokken onze plan. We gingen vaak samen naar het Théâtre du Parc en naar het Théâtre des Martyrs, waar Franstaligen via artikel 27 gratis naartoe konden. Aan Nederlandstalige kant kon je via de cultuurwaardebons gratis naar musea. Via het Dienstencentrum had je recht op groepskortingen, maar niemand maakte daarvan gebruik. Zo kon ik vaak naar de Bozar. Ik voelde me gelukkig bij haar, zij voelde zich ook gelukkig bij mij. Ik deed alles voor haar: ik kookte voor haar en voor haar man. Ondertussen had ik een tweede hartinfarct gekregen. Niet veel later heeft ze zelfmoord gepleegd. Dat is mijn leven: hoge pieken en diepe dalen, maar de pieken worden minder hoog en de dalen worden dieper.”

Samenleving > Welzijnszorg trapt campagne 2013 af

‘Op zoek naar een beter leven’ BRUSSEL – Armoede (op den) buiten is dit jaar het campagnethema van Welzijnszorg. “Ook in Brussel is dat een relevant onderwerp,” zegt Bart Van Walle. “Voor de campagne namen we vijf diepte-interviews af van mensen die uit armoede van het platteland naar Brussel zijn verhuisd,” vertelt Van Walle van Welzijnszorg Brussel. “Het verhaal van Corneel (op de bladzijde hiernaast, red.) toont aan dat er op het platteland heel wat problemen zijn rond armoede. Zo hebben mensen die op het platteland leven, moeite om zich te verplaatsen: het openbaar vervoer neemt er af. Veel gemeentes en OCMW’s hebben bovendien te kampen met financiële problemen, waardoor hun draagkracht afneemt. Armoede betekent overigens niet enkel een tekort aan geld, ze kan ook van emotionele aard zijn, zoals bij Corneel.” “Om al die redenen verhuizen veel mensen van het platteland naar Brussel, op zoek naar een beter leven. Corneel heeft het geluk gehad dat hij op een sociale organisatie is gestoten die hem een duwtje in de rug heeft gegeven. Maar let wel: zijn verhaal is nog altijd een uitzondering. Daarom voeren we met Welzijnszorg politieke actie. We heb-

ben een achtergronddossier geschreven en binnenkort gaan we lobbyen bij de politieke overheden. Voor de campagne van vorig jaar verzamelden we maar liefst 110.000 handtekeningen via onze website. We hopen dit jaar minstens even goed te doen.”

Verteldis “Daarnaast willen we veel mensen sensibiliseren met onze actie. Mensen beseffen nog altijd niet dat er zoveel armoede in onze maatschappij is. De cijfers spreken nochtans voor zich: in Brussel leeft meer dan een kwart van de bevolking onder de armoedegrens,” besluit Van Walle. Bovenstaand interview en nog vier andere verhalen worden tijdens het startmoment van de campagne gepresenteerd door Verteldis, een Brussels collectief van verhalenvertellers onder leiding van actrice Chris Lomme. De muzikanten van Globe Aroma zorgen voor een muzikaal intermezzo.  Ken Lambeets

Armoede (op den) buiten, vrijdag 11/10, De Markten, 14u00 tot 16u30. Meer info op www.welzijnszorg.be

Iemand van bij ons “Ik ben vrij snel vertrokken uit het opvangtehuis. Ik voelde me daar niet thuis. Ik zag dat er een appartement te huur stond in een zijstraat van de Louizalaan, een klein kamertje van tweeënhalf op tweeënhalf. Ik sprak met de huisbaas af dat ik per week kon betalen. Een interim werd maar per week betaald, ik heb dus enorme risico’s genomen. Ik mocht gelukkig blijven van de eerste tot de laatste dag van mijn interimcontract, in totaal zes maanden lang. Ik had een zekere reserve opgebouwd, leefde zeer spaarzaam en betaalde ondertussen ook onderhoudsgeld voor mijn twee kinderen.” “Enkele dagen na het einde van mijn eerste interim kon ik opnieuw aan de slag, bij een transportfirma waar ik vooral ’s avonds en ’s nachts moest werken: camions lossen en laden. Mijn bazen zagen dat ik een zekere opvoeding had genoten, dat ik niet vloekte en niet snoefde. Ze wisten dat er iets niet klopte. Ze vroegen me: “Waarom kom je hier werken?” Ik zei: “Ik heb geld nodig, ik kan niet stempelen.” Dat had ik beter niet gezegd. Toen wisten ze dat ze van me konden profiteren, wat ze ook gedaan hebben. Ik werkte van negen uur ’s ochtends tot elf, twaalf uur ’s nachts. Desondanks was ik de hemel te rijk, want ik had een inkomen.” “Toen begon mijn eigen motor helaas te haperen. Ik kreeg een eerste hartinfarct. In het UZ in Jette zei een dokter tegen me: “Meneer, het is gedaan met werken.” Ik dacht: “Het is gedaan met mij, want ik heb een inkomen nodig.” Ik ben in een depressie gesukkeld. Ik kreeg zestig procent ziektevergoeding op mijn wettelijk loon, niets op mijn overuren. Ik ben toen naar Molenbeek verhuisd, ik betrok een appartement voor driehonderd euro per maand, maar ik moest ook nog medicatie betalen. Stilletjes ben ik uit het dal gekropen.” “Op zondag ging ik de stad in om rond te kijken wat er gratis was: de kerken zijn dan open, het is er warm en je kan er even zitten. Vanop het plein van de Begijnhofkerk hoorde ik een

“Op dat moment, twaalf jaar geleden, waren de mensen van de KWB-Brussel met een nieuw project bezig. Ze wilden tonen aan mensen van buiten Brussel hoe Brussel in elkaar zit. Ik zat door de zelfmoord van mijn vriendin in een diepe depressie. Gelukkig hebben ze me toen gevraagd om mee te werken met hun nieuwe project. Wij organiseren wandelingen waarin we Brussel willen tonen zoals het is. We vertellen waarom er problemen zijn en wat er aan gedaan kan worden. Vorig jaar hebben we 121 wandelingen begeleid. We hebben een aanbod van zestien verschillende wandelingen. Als gids help ik met het uitschrijven van de wandelingen.” “Ik denk dat er heel wat arme mensen in de stad afkomstig zijn van het platteland, al kan ik er geen percentage op plakken. Vaak trekken ze uit schande naar de stad. Drie jaar geleden kwam er een groep uit mijn oude dorp naar Brussel. Ik had me voorgenomen om nooit een groep uit die regio rond te leiden. Het was de gewestelijke OKRA. De man die normaal gezien gidst, zat in het buitenland. Ik moest het dus doen. Toen ik binnenkwam op de plaats waar we hadden afgesproken, hoorde ik dat ze over mij aan het roddelen waren. “Het schijnt dat er bij de organisatie een gids is die van bij ons komt.” Toen ze me zagen, vielen de gesprekken stil. Dat soort mentaliteit begrijp ik niet. In Brussel heeft er mij nooit iemand gevraagd wat ik vroeger deed. Het is wat je nu doet, dat van belang is.” “Vroeger had ik veel geld, reed ik met een chique auto. Ik had absoluut niet te klagen. Maar nu ben ik veel gelukkiger dan vroeger, met veel minder geld. Nu heb ik vrienden, op het platteland had ik kennissen die zeiden dat ze vrienden waren. Ik zie het platteland graag, maar enkel om op vakantie te gaan.”  Ken Lambeets * Om privacyredenen werd een fictieve naam gebruikt. De persoon op de foto is niet het hoofdpersonage van het artikel.

ADVERTENTIE

Brussel

Sportel-Kicks donderdag 24 oktober 2013 www.sportelkicks.be

VU: Bloso, Arenberggebouw, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel - Vrij van zegel KB 2-3-1927. Art 135.

De hemel te rijk

www.sportelen.be

HealtHcity VGC-sportdienst - 02-563 05 14 Jette

• prijs: 4 euro bij voorinschrijving

• inlichtingen: Bloso - 015-61 41 64

BDW - editiei 1397  

Brussel Deze Week van 9 oktober 2013

BDW - editiei 1397  

Brussel Deze Week van 9 oktober 2013

Advertisement