Page 1

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  iii


iv  STILL#02


edito

sprakeloze DAGEN Voor dit nummer zocht ik een man op. Hij woont in mijn wijk, achter een prachtige historische gevel. Hij is een jaar of zestig, heeft een licht krullende kruin en als hij wandelt, mankt hij een beetje. We ontmoeten elkaar in zijn wat rommelige woonkamer en raken in gesprek over zijn leven als journalist, zijn ontmoeting met paus Johannes Paulus II en met de Amerikaanse president Jimmy Carter. En we praten even over de wijk die ook de mijne is. Op het eerste gezicht lijkt hij gewoon. Normaal. Iemand uit hartje Gent met een interessant leven die fijn­ gemalen verse koffie maakt voor bezoekers. Maar dan blijkt dat ik zijn enige echte bezoeker ben die week. Ja, op zondag gaat hij wekelijks bij zijn moeder langs, maar verder is zijn agenda altijd leeg. Geen werk. Geen hobby’s. Geen verenigingen. Geen vrienden. Geen vriendinnen. Geen buren met wie hij afspreekt. Geen mensen die hem een sms sturen. Een vrouw en een dochter die ergens anders wonen. Een kleinzoon die hij nog nooit heeft gezien. Geen ver­ binding. Geen engagement. Alleen stilte, onophoudelijk pendelend tussen zijn slaapkamer en zijn woonkamer. Een man, eindeloos een­ zaam vingers draaiend in de wachtkamer van het eind. Het zijn sprakeloze dagen achter deze gevel, besef ik bij het afscheid. Als hij de deur met een zacht zwaaien sluit, blijf ik nog even in stilte naar zijn raam turen. Ik zie hoe hij zich in zijn zetel nestelt als een poes in haar mand.

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  1

WIE IS MATTIAS DEVRIENDT Mattias Devriendt werkt op de communicatiedienst van de Broeders van Liefde. Hij is getrouwd en heeft een dochtertje, Livia. Hij houdt van koffie, wil ooit in het stadion van Juventus een voetbalmatch bijwonen en droomt ervan om Russisch te spreken.


START

Van Clermont tot De Panne. In een kappersstoel of met een frietje in de hand. Het aantal engagementen om mensen te verstillen of te verbinden is onuitputtelijk. Wil je zelf starten? Dan vind je hier zeker een of meerdere hapklare ideeën. Ben je zelf met iets gestart? Laat het ons weten! – www.still-magazine.be

WIE IS JORDY FRISSEN? Jordy is grafisch vormgever, tattoo artiest, illustrator en allround creatieve­ ling met een passie voor films en games. Hij illustreerde deze pagina. @Bloemzak  www.facebook.com/frissegraphics

WANNEER HEEFT JORDY VOOR DE LAATSTE KEER IETS GOEDS GEDAAN VOOR IEMAND ANDERS? Ik heb onlangs een brief verstuurd met een tekening en een aanmoedigende boodschap naar iemand die zich down voelde. Ook bezoek ik enkele keren per week mijn neef die momenteel door een moeilijke periode gaat.

2  STILL#02

Kan een uitvaart ook een herinnering worden waar je vol warmte op terugkijkt? Fotograaf Laurent Tombeur vindt van wel. Hij is één van de weinige uitvaartfotografen die actief zijn in ons land. Laurent fotografeert voornamelijk de kleine gebaren die achteraf troost bieden en geeft de familie tot op het laatste moment bedenktijd.

www.inlovingmemory.be

Goed nieuws voor de gretige gebruikers van doorsteekjes en jaagpaden overal te velde. Vzw Trage Wegen onder leiding van Andy Vandevyvere en Steven Clays maakt er een erezaak van om te strijden voor het behoud van deze unieke paden uitsluitend bestemd voor niet-gemotoriseerd verkeer. Ze worden door de initiatiefnemers immers beschouwd als levend erfgoed dat bol staat van geschiedenis. www.tragewegen.be of zusterinitiatief in Wallonië: www.sentiers.be

Vanochtend op weg naar het werk weer een prachtige wolk gespot? Maak er een foto van en deel hem op de website of instagrampagina van Cloud Appreciation Society: uw wolk wordt zeker geapprecieerd.

www.cloudappreciationsociety.org

Even uitblazen met het gezin? Gusting strijkt wekelijks neer op een zevental plaatsen in De Panne en Adinkerke met een spelaanbod voor kinderen en een verwarmende koffie of thee voor de ouders. In hun gezellige caravan verbinden ze gezinnen uit de verschillende wijken met het Trefpunt Huize Gust en met het vrijetijdsaanbod in hun buurt.

http://www.depanne.be/product/2484/ trefpunt-huis-van-gust


Weet jij wat een uitgestelde friet is? Frietenbakker Eric Duhamel van Fritkot Bompa in Elsene voorziet zijn klanten van een bon waarmee ze een mens in nood op een pakje friet kunnen trakteren.

www.bruzz.be/nl/nieuws/na-uitgesteldekoffie-ook-uitgestelde-friet

Wat als je door een kappersbezoekje tegelijkertijd je medemens kan ondersteunen? De Haarkar is het rijdende kapsalon van Peggy Jonckheere. Ze verplaatst haar caravan naar verschillende plekken in Antwerpen om personen met een laag inkomen een kapbeurt tegen een sterk verlaagd tarief aan te bieden. Daklozen meet ze gratis een nieuwe coupe aan. Die vrijgevigheid kan ze aan de dag leggen door de helft van de tijd mensen met een hoger inkomen te kappen. www.dehaarkar.be

Wist je dat de natuur een positieve invloed kan hebben op je fysieke en psychische gezondheid? Wim Crommelinck van OC Sint-Jan De Deo in Kortemark liet als eerste in België een energetisch-therapeutische tuin aanleggen, een zogenaamde FeelGood Garden. Hier kunnen mensen tot rust komen in een gebalanceerde en beschermde omgeving die hen opnieuw energie geeft.

www.feelgoodgarden.be

Maak je het graag eens stil? Kunstenaar Raoul Haspel laat je horen hoe stilte klinkt met zijn nummer: Schweigeminute für Traiskirchen. Het nummer is bedoeld als protest tegen de houding van de Oostenrijkse regering tegenover vluchtelingen. Het nummer is te koop voor 0,99 Euro via o.a. iTunes en Google Play, de opbrengst van de verkoop gaat naar het asielcentrum in Traiskirchen.

http://www.raoulhaspel.com/ schweigeminute/

Vind je leegstand ook zo’n zonde? Felix Aerts van vzw Toestand ontfermt zich over het project Allée du Kaai in de Kanaalzone van Brussel. Er werd een tijdelijke invulling bedacht voor de leegstaande gebouwen aan de Materialenkaai, tegenover Tour & Taxis. Allée du Kaai is op een jaar tijd uitgegroeid tot een informele ontmoetingsplaats waar sociale, culturele en sportieve initiatieven een plaats vinden.

www.toestand.be/alleedukaai

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  3

Ben je op zoek naar meer voorbeelden of heb je zelf een initiatief? Op onze website www.still-magazine.be vind je een uitgebreid overzicht van alle stilteplekken en verbindende initiatieven in Vlaanderen en kan je je eigen initiatief ook registreren.


FOTOGRAFIE: LIES WILLAERT | REDACTIE: MATTIAS DEVRIENDT

Kürt ogiers R DURVEN ZEGGEN

IK KAN DAT NIET

VIND IK ÉÉN VAN DE LOUTERENDSTE DINGEN IN MIJN LEVEN

4  STILL#02


M O N O LO O G

‘Bestaat God?’, vraagt mijn jongste me soms. Die vraag maakt me blij. Ik ben niet vies van een gesprek over Jezus. Ik ben Kürt. Ik kan een beetje acteren, een beetje presenteren en een beetje zingen. En ik ga ontzettend graag werken om via mijn talenten mensen te betalen die de dingen doen die ik niet beheers. Want ik heb zelf ook beperkingen. Heel veel zelfs. Durven zeggen ‘ik kan dat niet’ vind ik één van de louterendste dingen in mijn leven. Het leven zit vol met lasten. Mensen worden ziek, verliezen hun kinderen of ouders, krijgen ruzie, scheiden. Het is soms heel heftig allemaal. Kiezen voor een luchtige job op een commerciële zender waarin ik ‘leuke’ dingen kan doen, is een bewuste keuze. Het geeft me de ruimte, de kracht en de energie om ’s avonds en in het weekend de moeilijke verhalen van vrienden en familie te helpen dragen.

Nochtans zijn we geloviger dan we denken of willen toegeven. Dus ja, ik ben overtuigd dat er nog plaats is voor het geloof bij de mensen. Maar niet meer zoals het er dertig jaar geleden uit zag, toen ik in het Gentse internaat van de Broeders van Liefde zat en elke ochtend met een ochtendgebed in de kapel startte. Ik heb hele goeie herinneringen aan die tijd, maar we moeten vandaag niet per se over God spreken om de kernwaarden van het geloof door te geven. Mijn kinderen gaan elke zondag naar de Chiro en leren van ons dat ze niet mogen liegen. Liegen is een gebod en de zondag is een rustdag. Voilà, dat zijn al twee belangrijke waarden zonder dat ze het zelf beseffen! Ik ben ervan overtuigd dat het geloof altijd in een nieuwe vorm zal verder leven.

Soms denk ik: ‘was ik maar Angelina Jolie’. Dan zou ik ook meer tijd aan het goede doel kunnen besteden. Ben ik een activist? Misschien een beetje. Ik bracht als kind mijn zomers door bij mensen met een beperking van wie de ouders op vakantie wilden. Ik bezocht vorige zomer met mijn gezin een schooltje in Oeganda dat we nu financieel steunen. Ik ben erg begaan met dieren. En ik engageer mij voor al die dingen. Constant komen er verhalen op mij af. Die wil ik leren kennen. Het is belangrijk om dat soort topics bespreekbaar te maken.

Ik discussieer graag over het onderwijs met mijn vrouw Els. Zij geeft taal in het middelbaar en de taaluurtjes nemen altijd verder af. Daar kan ik mij geweldig over opwinden, maar zij blijft er kalm onder. Ze noemt het mijn stokpaardje. Ik vind onderwijs iets heel vreemds. De nadruk ligt op algemene vorming, maar algemeen is blijkbaar een heel rekbaar begrip. De nadruk ligt alsmaar meer op wiskunde en wetenschappen terwijl er vaak maar één uurtje geschiedenis overblijft. Waar is de aandacht voor het artistieke?

‘Bestaat God?’, vraagt mijn jongste me soms. Die vraag maakt me blij. Ik ben niet vies van een gesprek over Jezus en zijn mooie verhalen. Daarover kunnen babbelen, is soms heel fijn en ontwapenend. Maar het is niet simpel. Geloven is iets zeer abstract. Leg het maar eens uit aan een kind van twaalf.

Het grote geluk heb ik nooit gezocht. In elke dag zoek ik een perfect moment. Een lekker wijntje drinken, een fijne kennismaking, een wandeling met mijn hond. Wie zoekt naar het geluk, zal het nooit vinden. Maar elke dag kun je wel kleine pareltjes ontdekken. Het klinkt als een cliché, maar clichés zijn vaak waar. Toch?

Het probleem met geloven is het woord God. Godsdienst associëren veel mensen spijtig genoeg nog altijd met een opperwezen die ons elke dag het leven schenkt. Het zijn niet zozeer de waarden en normen van het geloof die afstoten, maar wel het idee van onderwerping. We vinden het niet fijn dat iemand van buitenaf ons leven bepaalt. We willen onafhankelijk zijn en zelf aan het stuur zitten.

WIE IS KÜRT ROGIERS? Kürt Rogiers is presentator op Qmusic en acteur in theater en op televisie. Hij is getrouwd en vader van twee dochters, Lola en Merlijn.


6  STILL#02

“DEZE TATTOO HELPT ME OM DEPRESSIE BESPREEKBAAR TE MAKEN”

GERANTE, °1976, MAASMECHELEN

PUNTKOMMA

COBY AVGOUSTAKIS

 ENGAGEMENT

MIJN TATTOO

FOTO'S: VEERLE FRISSEN


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT 7 ENGAGEMENT  7

Mijn verhaal “Als kind van 10 kreeg ik plots angstaanvallen. Ik kon ze niet plaatsen en had voortdurend het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Ik ontwikkelde obsessief-compulsieve rituelen om alles onder controle te houden. Op mijn 15e belandde ik in een depressie. ‘Aanstelle­

Mijn beeld “Kort nadat mijn man en ik uit elkaar gingen, las ik een artikel over een jonge vrouw die een bewe­ ging was gestart van mensen die een puntkomma laten tatoeëren als symbool voor een nieuwe start (http:// projectsemicolon.com). Dat deed ze toen

“In Brussel ontmoette ik toevallig een vrouw met dezelfde tattoo. Ze zei niets, maar omhelsde me gewoon”

haar vader zelfmoord had gepleegd. De achterliggende gedachte is dat er altijd een reden is om géén punt achter je leven te zetten. Mijn tattoo herinnert mij daaraan. Ik sta soms even stil, maar ga altijd verder. In Brussel ontmoette ik toevallig een vrouw met dezelfde tattoo. Ze zei niets, maar omhelsde me gewoon.”

Mijn moment “De tattoo kwam er heel impulsief. Ik stapte een pas geopende tattooshop binnen, om de hoek van mijn toenmalige koffiebar. De jonge tatoeëerder moest eerst lachen met mijn voorstel. ‘Teken hem zelf op je arm, dan zet ik hem onmiddellijk’, lolde hij. Pas toen hij mijn verhaal hoorde, werd hij stil.” rij’, zeiden mijn ouders. Later zagen ze de ernst van de situatie in. Ik bezocht een psychiater. Die was heel koel en schreef me na een gesprek van een uur­ tje antidepressiva voor. Ze zaten in een blauw doosje. Thuis gooide ik ze meteen in de vuilnisbak. Ik stortte me op mijn muziek als uitlaatklep, maar leefde eigenlijk in twee werelden. Iedereen prees me om mijn talent, maar voor mij was piano spelen een vlucht uit de realiteit die ik niet aankon. Niemand wist dat ik het bestierf op het podium. Ook mijn volwassen leven liep niet over rozen. In een paar jaar tijd stierf mijn moeder en kwam het tot een breuk met de vader

Mijn engagement “Mensen kennen me als een heel positieve vrouw vol energie. Dat is echter een alter ego. Ik probeer nu tegen iedereen te vertellen dat het niet erg is als je je niet elke dag van de week vrolijk voelt. En dat het oké is om af te wijken van de norm. Ik wil depressie bespreekbaar maken, want dat is het vaak nog niet. De tattoo helpt daarbij.”

van mijn fantastische zoon die helaas aan een hartconditie lijdt. Nadat hij op zijn 7de een openhartoperatie achter de rug had, ben ik in een zware depressie terecht gekomen.”


FOTOGRAFIE: VEERLE FRISSEN | ILLUSTRATIES: THAÏS ANTEUNIS | REDACTIE: VEERLE FRISSEN & MATTIAS DEVRIENDT

DE KLEREN MAKEN DE MENS 7 stille fashion trends

We staan op, wassen ons lijf en kleden het daarna aan. Soms denken we daarbij heel diep na, soms een beetje en soms helemaal niet. Maar we gaan niet naakt de straat op (dat mag trouwens niet). Misschien voel jij je een fashion girl, een excentrieke gast, een glitterkanon, een grijze muis of een nette heer. Of gewoon een sloddervos. What’s in a name? We worden allemaal bepaald door onze kledij. En die schoenen, hoeden, broeken en dassen verbinden ons meer dan we denken! Of ze tonen ons (gebrek aan) engagement. Wist je dat er zelfs ‘stille’ kledij bestaat? Trek even je sloffen aan om jouw kledingstijl te analyseren aan de hand van 7 stille trends. Deskundig ontleed door professoren, theologen en textielproducenten!

8  STILL#02


1

 DOSSIER

EEN GEDEELDE STIJL ELKE SUBCULTUUR HEEFT ZIJN CEINTUUR

Nice to know

POSTCODE OP SWEATER STIMULEERT STADSGEVOEL

UITDAGENDE TEKSTEN Kledij is zo oud als de mens. Of toch bijna. Antropologen zeggen dat de eerste kledij gedragen werd uit pure noodzaak. Mensen werden op zeker ogenblik minder harig en moesten zich bedekken om zichzelf warm te houden. Toch oversteeg kledij al heel snel het functionele. Kleren werden aangepast al naargelang de per­ soonlijke wensen van mensen en kregen zo ook een decoratieve functie. Ziedaar de eerste trends… en dus ook de eerste vormen van groepsvorming op basis van het uiterlijk. “Kledij is nooit neutraal”, stelt VUB-professor en geschiedkundige Peter Scholliers. “Wie zich kleedt, is zich eigenlijk aan het verkleden. In het proces van (ver)kleden uit je jezelf als type mens en verbind je je met dezelfde types. Op die manier kan je het ontstaan van bepaalde subculturen en hun aantrekkingskracht begrijpen. Mensen gaan op zoek naar anderen met een gedeelde identiteit, normen en waarden. Kleding is een taal. Men legt bepaalde accenten en er zijn verschillende dialecten. Het verbindt en is de uitdrukking van hoe je wil dat anderen je zien. Tegenwoordig doen veel mensen dat ook letterlijk. Ze dragen shirts met herkenbare opschriften of sweaters met uitdagende teksten. Zo zetten ze zich af tegen bepaalde groeperingen of tonen net dat ze ergens bij horen.”

Geboren Oostendenaars Shirah Miroir en Koenraad Vandenabeele baten samen twee Scandinavisch geïnspireerde conceptstores uit: Ferm Femme en Ferm Homme. Ze spelen in op de stedelijke trend om t-shirts of sweaters te bedrukken met postcodes of typische uitspraken uit de betrokken stad. Geografische identificatie als nieuwe subcultuur! “Onze collectie weerspiegelt het karakter van de Oostendenaar. We zijn een groep mensen die wel wat verdragen en we nemen de dingen niet al te serieus. Er leeft hier een oprechtheid en echtheid die je op weinig plaatsen terugvindt en die de stad uniek maken. We staan er soms niet bij stil dat onze oprechtheid bij anderen in het verkeerde keelgat kan schieten”, lacht ze. “De kledinglijn heeft het al grote groepsgevoel in Oostende verder versterkt. Er is bijvoorbeeld een Facebookgroep met de naam ‘Ik zien van Oostende en Gie nie, uut de kant’ waar er gepost wordt over de collectie. Kijk, wie een kledingstuk met een boodschap draagt, maakt een geëngageerd statement. Hij of zij verbindt zich met een bepaalde groep. In het geval van Ferm is dat niet enkel de groep van Oostendenaren maar ook de groep van mensen die kiest voor duurzame kledij. Alles wordt immers lokaal geproduceerd met organisch katoen.”

Dat kledij een taal op zich is, beaamt Shirah. “Bij ons is dat dus niet alleen symbolisch, maar zelfs letterlijk. Ik studeerde zelf taalkunde en één van de doelen van de collectie is het Oostendse dialect in de verf zetten en behouden. Vroeger was ik de enige leerling in de klas die nog het Oostendse dialect sprak en nu merk ik des te meer dat jonge mensen de betekenis van bepaalde woorden of uitdrukkingen niet langer kennen. Daarom ploos ik het Oostends Dialectwoordenboek uit en zo kwamen we tot een shortlist van typische Oostendse uitspraken die we graag wilden vereeuwigen in een kledinglijn.” Vaak zijn het korte zinnetjes of woorden die een beetje een cru kantje hebben. Toch in de ogen van buitenstaanders. “Maar echte Oostendenaren kunnen tegen een stootje en nemen er weinig aanstoot aan als ze ‘stienkaerd’, ‘zwoateloare’, ’kutwuf’ of ‘niewèèrd’ genoemd worden.” De trend zal wellicht weer verdwijnen, maar Shirah voegt eraan toe dat ze zich zullen blijven engageren om Oostende te promoten. “Zelfs als de collectie niet blijft bestaan, zou het fijn zijn om te merken dat mensen de woorden nog zouden kennen.” > Meer info op www.still-magazine.be

“Kleding is een taal. Men legt bepaalde accenten en er zijn verschillende dialecten” VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  9

“Wie een kledingstuk met een boodschap draagt, maakt een geën­gageerd statement” , vinden Koenraad en Shirah.


STRIJDMIDDEL Je eigen kleren kiezen, zit ingebakken in ons zijn. Denk maar even aan som­ mige kleuters die amper zindelijk zijn, maar wel al zelf willen beslissen wat ze wel en niet dragen. Voor je het weet, willen ze over alles zeggenschap, van accessoires tot kapsel! Dat soort gedrag is een reactie tegen het ouderlijk gezag. Waar er vroeger geen onderscheid bestond tussen kledij van volwassen en kinderen – kinderen werden gekleed als mini-volwassenen – is er nu keuze te over. Jongeren krijgen bovendien vaak een kledingbudget waardoor ze veel vroeger de mogelijkheid hebben tot het uiten van hun individualiteit door middel van kledij. “De keuze van kleding is lang niet louter een individuele keuze”, aldus Scholliers. “Ze wordt bepaald door onze opvoeding, komaf, ideologie en wereldbeeld. Bij kinderen is dat natuurlijk het wereldbeeld van hun ouders. Wanneer ze zich hier­ tegen afzetten is dit vaak maar tijdelijk. In die periode willen ze ergens bijhoren. Ze willen zich verbinden. In hun zoektocht naar een eigen identiteit komen ze gelijk­ gestemden tegen.” De leeftijd waarop een kind kledij als een strijdmiddel hanteert, hangt af van het moment waarop het wil rebelleren. Een meisje van 16 verwoordde het in een tijdschrift als volgt: ‘Door mijn kledingkeuze kan ik elke 5 minuten mijn persoonlijkheid aanpassen’.

2

DUURZAAM PRODUCEREN BETER EEN LOKALE DAS, DAN EEN VERRE JAS ZELF STIKKEN Ook al op een familiefeest toegekomen waarop een verre neef precies dezelfde jas blijkt te dragen? Of nog erger, op reis in een ander werelddeel een passant spot­ ten met dezelfde schoenen? De globalise­ ring is bij uitstek dagelijks te zien in onze kledij. Dat is de reden waarom iedereen er op den duur gelijkaardig uitziet. We kopen kledij bij een handvol ketens die overal ter wereld vestigingen hebben en op massale wijze dezelfde stuks produceren. Toch is er een duidelijke trend naar zelfgestikte stukken, duurzaam geproduceerde collecties of lokaal geproduceerde kledij, al zijn die laatste veeleer zeldzaam. Het aantal Belgische producenten van kledij is immers op één hand te tellen. Familie­ bedrijf Celesta uit Wevelgem is één van hen met een focus op ‘fashion’, ‘lingerie’ en ‘corporate fashion’. “Gediplomeerde kleermakers stikken hier onder andere de kostuums voor de NMBS, pitteleers met gouden knopen voor medewerkers van

het Koninklijk Paleis en de lingerie voor bekende merken zoals La Fille d’O en La Perla”, leggen zaakvoerders Mieke en Rony uit. In totaal werken er 25 mensen voor Celesta, onder wie de twee zonen van Mieke en Rony. Een uniform heeft voor Celesta ook een aantal specifieke vereisten, waaronder duurzaamheid. “Een uniform is bij ons altijd gemaakt uit een sterke stof om lang mee te gaan, is regenbestendig en onderhoudsvriendelijk. Ook ontwerpen we onze uniforms met de specifieke werkomstandigheden indach­ tig. Zo ontwierpen we een heel mooie, stevige hoed voor boswachters, gemaakt om de natuurkrachten te doorstaan”, vertelt Rony. Kledingketens zoals Primark en Zeeman zijn voor hen een doorn in het oog. “De kleren worden geproduceerd in slechte werkomstandigheden met minderwaardige stoffen. Ze engageren zich niet. Duurzaamheid is wel het laatste waar het bij hen om draait.”

Nice to know

T-SHIRT MAG CHE GUEVARA BEDANKEN T-shirts zijn een manier om ons engagement te tonen, gaande van onze politieke kleur, geaardheid, feministische overtuiging of muziekvoorkeur. Wist je dat de echte doorbraak van de T-shirt als expressiemedium er kwam toen Che Guevara er voor het eerst op prijkte?

Voor Rony en Mieke van familiebedrijf Celesta zijn Primark en Zeeman een doorn in het oog. “Duurzaamheid is wel het laatste waar het bij hen om draait.”

10  STILL#02


Nice to know

PROPERE KLEREN Maar Rony en Mieke zien ook veel posi­ tieve dingen. “Er is een groot verschil tussen de oudere, meer hypocriete gene­ ratie en de jongere meer geëngageerde”, legt Mieke uit. “Voor oudere mensen is de prijs veel doorslaggevender dan het duurzame karakter of de productieplek. Jonge mensen pikken die uitbuiting en wegwerpcultuur veel minder. Weet je dat wij gemiddeld 3 à 4 aanvragen per week krijgen van ontwerpers die hun kledij graag lokaal geproduceerd zien? Jonge mensen zijn ook veel milieubewuster en bereid daar een meerprijs voor te betalen. Ze willen ‘propere’ kleren.” Rony knikt. “De katoenindustrie is heel vervuilend, ook de biologisch geteelde. Katoen wordt nu een­ maal vaak in droge gebieden gekweekt. Daar komt enorm veel irrigatie aan te pas. Wij engageren ons om alternatieven te verkennen zoals Tencel, een cellulo­ se-vezel gewonnen uit hout afkomstig van Eucalyptusbomen. De stof is zachter dan katoen en gebruikt slechts 1/40 van de hoeveelheid water die er nodig is in de katoenindustrie”, zegt Rony trots.

12% VAN ALLE KLEREN WORDT NOOIT GEDRAGEN Uit onderzoek van antropologe Sophie Woodward bij vrouwen blijkt dat ongeveer 12% van alle kledij die ze aankopen, niet of nauwelijks wordt gedragen.

“Voor oudere mensen is de prijs veel doorslaggevender dan het duurzame karakter of de productieplek. Jonge, geëngageerde mensen pikken die uitbuiting en wegwerpcultuur veel minder”

Nice to know

MET 15 PET-FLESSEN MAAK JE 1 JAS

De PET-fles krijgt vandaag een nieuw leven als kledingstuk door de polyesterdraad die eruit gewonnen wordt ­tijdens het recyclageproces. Met 15 tot 20 flessen maakt men een jas.

Nice to know

VOORUIT IN GENT EERSTE PLEK WAAR PRIJZENSLAG VOOR TEXTIEL PLAATSVOND 1883. In Gent ziet Vooruit het levenslicht. Een arbeiderscoöperatie die start met een bakkerij, maar daarna ook andere diensten en goederen voor arbeiders aanbiedt zoals medicijnen en kledij. Er wordt een kleding­ atelier opgericht waar naaisters op massale doch ambachtelijke wijze arbeiderskledij produceren. Hoe meer stuks, hoe lager de kosten, is het devies! Edward Anseele, een socialist, wil de prijs van kledij verder drukken

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  11

door de productie te verplaatsen naar fabrieken in Duitsland waar kledij op mechanische wijze geproduceerd kan worden. Met als gevolg dat de arbeidsters van Vooruit in staking gaan. Ze weigeren daarenboven om kledij die elders aangekocht werd, te herstellen. Ziedaar het allereerste moment in de Belgische geschiedenis waarop de prijs doorslaggevender was dan de kwaliteit en de duurzaamheid van de stof.


3

ETHISCH SHOPPEN EEN HOEDE DAAD IS GOUD WAARD

TWEEDEHANDS “Ethisch en geëngageerd kan je de mode­ wereld moeilijk noemen. Ze draait gigan­ tisch veel omzet. Het gaat om enorme budgetten”, legt professor Peter Scholliers uit. Winst maken is het allerbelangrijk­ ste en dan is zelfs negatieve aandacht gewenste aandacht. Toch wordt ethisch shoppen steeds belangrijker, vooral bij jongeren. Maar ethisch geproduceerde kledij, is dat niet ontzettend duur en vooral weggelegd voor de happy few die het zich kunnen veroorloven? “Als je het bekijkt vanuit het standpunt van mensen met een laag inkomen, kan je hen niet verwijten dat zij hun kledij kopen in pak­ weg Primark”, stelt hij. “Maar uiteindelijk moeten we ons de vraag stellen of we het ons nog kunnen veroorloven om zoveel textiel gewoon weg te gooien in plaats van te investeren in een degelijk recycla­ gebeleid.” Het wegwerpmodel waar vele grote ketens op teren, wordt door steeds meer mensen in vraag gesteld. Een T-shirt voor 2 euro? Achter zo’n goedkoop en massaal geproduceerd stukje textiel zit een keten van uitbuiting, verspilling en milieuvervuiling. “De trend bij jongeren is dan ook tweedehands. Tweedehandskledij is niet langer stoffig, maar hip. En niet enkel arme mensen doen er hun voordeel mee, ook studenten en modebewuste stedelingen zoeken vaak tweedehands­ winkels op om dat unieke stuk op de kop te tikken. Ethisch kopen hoeft dus niet duur te zijn.”

Nice to know

PRIESTERS STUREN OUTFIT BIJ NA MOORD OP COLLEGA’S We willen graag weten of het familiebedrijf Celesta in Wevelgem, één van de laatste Belgische textielproducenten, rekening houdt met ethiek bij het ontwikkelen van kledij. “Soms is het oppassen geblazen met kleuren van politieke partijen en voetbalploegen”, weet Rony. Ook bepaalde kleurencombinaties die in landsvlaggen voorkomen, vermijden ze liever. “Bont is al een hele tijd uit de mode wegens ethische overwegingen. Valse bontjes maken echter hun opmars”, vult Mieke aan. Ten slotte is Celesta in 2017 gestopt met het produceren van de witte boorden voor priesterhemden. “Jonge priesters die op missie vertrekken naar het buitenland lopen liever niet meer té herkenbaar als geestelijke rond. Er zijn namelijk te veel priesters vermoord…”, aldus Mieke nog.

POLITIEK CORRECT Flaters zoals die van modeketen Zara die een pyjama uitbracht die wel heel erg veel weg had van het uniform dat Auschwitz-gevangenen verplicht moesten dragen, inclusief gele ster, zijn volgens Peter Scholliers in grote mate georkestreerd. De grote modeketens hanteren volgens hem het principe van berekende schade. “H&M bracht een tijdje geleden een hoofdtooi met paarse en roze veren uit als accessoire voor muziekfestivals en model Charlie Kloss liep de Victoria’s Secret modeshow met een uit de kluiten gewassen verentooi. Beide een verwijzing naar de veren­ tooi als teken van respect en eer in de oorspronkelijke cultuur van de Native Americans. Maar zonder geschiedenis of context wordt een deel van de identiteit van die groep plots inwisselbaar of ste­ reotiep. Het wordt letterlijk verkleden”, benadrukt professor Scholliers. “Tegen dat soort culturele toe-eigening werd al meermaals geprotesteerd door geënga­ geerde mensen. Met succes. Een festival in Canada dat plaatsvond op de geboor­ tegrond van originele bewoners van het land, bandde alle verentooien en andere accessoires die te maken hebben met de cultuur van de Native Americans.”

“Tweedehandskledij is niet langer stoffig, maar hip. Ethisch kopen hoeft niet duur te zijn” 12  STILL#02


4

IEDEREEN UNIFORM! EEN GEGEVEN BROEK KIJK JE NIET IN DE PIJP ONBEWUSTE KEURSLIJVEN

FOTO: HANS EIJKELBOOM

De uniformen zijn op de meeste scholen afgeschaft en op werkplekken zijn de eisen op vlak van kledij steeds losser. Dat betekent echter niet dat iedereen zomaar draagt wat hij of zij wil. Onbewust meten we ons een uniform aan. Fotograaf Hans Eijkelboom fotografeert al 22 jaar mensen in winkelstraten of shoppingcentra. Hij kiest een strategische plaats uit en foto­

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  13

grafeert discreet met een kleine camera op zijn buik. Na een tijdje merkt hij een regelmatig terugkerende kledingstijl op, waar hij zich nog maximaal twee uur lang op focust. De geselecteerde foto’s belanden samen in een raster. Zo komt hij tot ‘types’. De fotograaf wil aanto­ nen dat we ons onbewust conformeren aan en verbinden met een bepaalde

groep ondanks het valse idee dat onze kledingstijl heel erg uniek en persoonsge­ bonden is. “Onze voorkeur wordt bepaald door de tijd waarin we leven en de plaats waar we geboren zijn en evolueert boven­ dien met leeftijd”, legt professor Schol­ liers uit. “Lang haar, metal, emo, punkers, dreadlocks: zetten we ons in de puberteit nog sterk af tegen de maatschappij, dan gaan we ons steeds meer conformeren naarmate we ouder worden. Onze werk­ context beïnvloedt dat heel sterk.” Profes­ sor Scholliers merkte tijdens een bezoek aan het rusthuis op dat bejaarden steeds dezelfde kledij lijken te dragen, ongeacht of ze hippie, dandy of punker waren in hun jonge jaren. “Een keurslijf zonder dat iemand het opmerkt.” Mieke en Rony van textielfabrikant Celesta geven aan dat bijna alle designers die bij hen komen aankloppen zwart dragen. “Zwart straalt macht uit en schrikt af”, vertelt ze. “Men bewaart er een zekere afstand mee, maar drukt er toch zijn of haar eigenheid mee uit. Die ontwerpers lijken dus onbewust allemaal op elkaar.” Wil je overkomen als een toegankelijke persoon, dan draag je volgens Mieke best felle kleuren of leuke motieven. “Wil je daarentegen opgaan in de massa, dan zijn grijs, groen en bruin goede kleuren.”

“We dragen niet wat we willen. Onbewust meten we ons een uniform aan”


Nice to know

PERSONALISEREN Wat als we gedwon­ gen worden een strak uniform te dragen en onze persoonlijke spul­ len op te bergen in het kledingkastje van ons werk of onze school? Professor Peter Schol­ lier: “Eventuele verschillen worden door het dragen van een uniform uitgegomd, maar ze worden niet meer zo strak gecon­ troleerd als vroeger. Dat biedt mogelijkhe­ den. De manier waarop het dasje van een uniform geknoopt is, kan een uitdrukking van je eigen individualiteit zijn; door een lossere knoop toon je bijvoorbeeld je nonchalantere aard. Ook accessoires die je toevoegt aan je uniform kunnen veel zeggen over je persoonlijkheid. Met een pin kan je uitdrukken waar je engagement ligt, misschien voeg je een riem toe aan je uniform om het te personaliseren. Daar­ mee geef je subtiele signalen.”

JEANS IS EEN UNIFORM UIT VRIJE WIL Jeans is wereldwijd het populairste kledingstuk en dat al lange tijd. Volgens zaakvoerder Mieke van textielfabrikant Celesta uit Wevelgem is jeans een soort uniform uit vrije wil. “Iedereen draagt het en je kan het met alles combineren. Het valt niet echt op en laat je toe om op te gaan in de massa. En bovendien wordt het niet snel vuil.” Haar man Rony legt uit dat Levi’s de eerste was om van de werkbroek die jeans oorspronkelijk was, een gewild kledingstuk voor jongeren te maken. “De populariteit van de jeans steeg naar grotere hoogtes door begin jaren ’80 de ‘washings’ te introduceren die de harde jeans zachter maakten, maar niet aan sterkte lieten inboeten.” Of hoe een jeans daarna een soort universeel uniform werd…

“Met een pin op je uniform kan je uitdrukken waar je engagement ligt” UNIFORMEN sels Airlines, de sportieve verkopers in Footlocker of boswachters in functioneel uniform. “Op die manier is elke leerling of werknemer gelijk. Een uniform laat je toe om in de rol te glijden die de functie je oplegt”, besluit Scholliers.

FOTO: THIJS DE LANGE

In een maatschappij waarin de ongelijk­ heid tussen verschillende bevolkingsgroe­ pen stijgt, is het uniform plots geen zo’n gek idee meer als oplossing. “Het grootste voordeel van het dragen van een uniform is het verbinden van groepen mensen doordat bijvoorbeeld de verschillen tussen rijk en arm vervagen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de daklozenvoet­ balteams die jaarlijks de Belgian Home­ less Cup spelen. De dak- en thuislozen die eraan deelnemen winnen aan zelfver­ trouwen. Het voetbaluniform helpt hen om zich even profvoetballer te voelen.” Maar ook werkgevers zijn niet happig om het uniform zomaar af te schaffen. Denk maar aan de stewardessen van Brus­

“Het grootste voordeel van het dragen van een uniform is het verbinden van groepen mensen doordat de verschillen tussen rijk en arm vervagen” 14  STILL#02

Nice to know

TOT 1945 WAS ROZE MANNELIJK EN BLAUW VROUWELIJK Roze voor meisjes en blauw voor jongens! Neen, hoor. In de geschiedenis stond roze lange tijd bekend als een kordate kleur, uitermate geschikt voor mannen. Blauw daarentegen stond voor fragiliteit en was meer iets voor meisjes. Pas na WO II kwam er een kentering onder invloed van reclame en werd roze een duidelijke meisjeskleur. Toch komen kledingketens langzaam terug op deze onderverdeling en is er een voorzichtige trend naar genderneutrale kledij voor baby’s. Bij kinderkledij speelt die opdeling een pak minder en wordt er vaak een veel breder kleurenpalet aangeboden. Vrouwen dragen volgens Mieke van Celesta in Wevelgem wel nog vaak het typische Barbie-roze of net de zachtere vieuxrose varianten. “Maar ook voor mannen kunnen roze hemden heel goed. Een goedgekozen outfit kan een persoon helemaal doen openbloeien.”

1920

Terwijl de uitgaven voor kledij in 1890 nog gelijk waren voor man en vrouw, merkt men dat na WOI de uitgaven van vrouwen voor kledij sterk toenemen. Dat kan verklaard worden door het feit dat vrouwen zich niet langer uitsluitend in de ‘backstage’ (zijnde thuis) bevinden, maar zich ook bewegen naar de ‘frontstage’. Een groeiend aantal vrouwen gaat buitenshuis werken. Daardoor ontstaat een nood aan differentiatie. Daarenboven wordt de ‘backstage’ ook meer en meer ‘frontstage’. Mensen ontwikkelen de gewoonte om vaker mensen thuis te ontvangen. Ook daarvoor is er aangepaste kledij nodig. Eén outfit volstaat niet meer. Kledij werd wel zo lang mogelijk gedragen. Een broek die men buitenshuis droeg, werd na verloop van tijd een broek die men enkel binnenshuis droeg in de eigen comfortzone en uiteindelijk een broek om ‘vuil te maken’ bij het tuinieren of bij schilderwerken. Oude handdoeken die tot de draad versleten waren, werden vodden voor huishoudelijke klusjes.


5

EENTONIG UITGEDOST HETZELFDE HEMD OP IEDER MOMENT CASUAL CHIC Doorheen de jaren is het onderscheid tussen doordeweekse kledij, werkkledij en zondagse kledij stilaan vervaagd. We neigen meer naar ‘casual chic’. De kledij die we op het werk dragen, dragen we evengoed in onze vrije tijd en zelfs op een familiefeest. Rony en Mieke van textielfabrikant Celesta vinden dat een spijtige evolutie. “In korte broek naar een trouwfeest? Tegenwoordig moet dat kun­

nen, maar voor ons is dat toch moeilijk. Wij hebben het altijd anders gekend. Het is een trend die we niet onmiddellijk zien zitten”, lacht Rony. Volgens Mieke willen mensen steeds minder opvallen, waar­ door de chique kledij vaak in de kast blijft. “Alleen met oudejaar doen we nog eens extra ons best. De speciale eindejaarcol­ lecties met veel fantasietjes in delicate stoffen zijn dan onze prioriteit.”

“Doorheen de jaren is het onderscheid tussen doordeweekse kledij, werkkledij en zondagse kledij stilaan vervaagd. We willen steeds minder opvallen”

Nice to know

DE GESCHIEDENIS VAN ONZE KLEERKAST Vandaag is er weer een sterke trend naar 1 type outfit die we in gelijk welke context kunnen aantrekken. Maar het is ooit anders geweest…

1945

Na de Tweede Wereldoorlog neemt de koopkracht enorm toe. Mensen zijn bereid om geld uit te geven aan kledij in plaats van die eindeloos te laten herstellen. Vrouwen krijgen meer mogelijkheden tot expressie en fantasie en de mode specialiseert zich in de verschillende rollen van de vrouw. Reclame doet er nog een schepje bovenop. Voor mannen zijn er in veel mindere mate nichemarkten zoals golfbroeken of speciale kledij om met de auto te rijden.

1970

Vanaf de jaren ’70 ontploft de markt van gedifferentieerde kledij: er is vrijetijdskledij, sportkledij, reiskledij, werkkledij, zondagse kledij, feestkledij, kinderkledij en kledij specifiek voor oudere mensen. De media en reclame spelen hier gretig op in aan de hand van uitgebreide modereportages en reclamecampagnes en creëren op die manier soms nieuwe noden. Oudere mensen worden door reclame aangespoord om zich jong te blijven kleden. ‘Je bent zo oud als je je voelt’. Vrouwen worden dan weer aangespoord om bepaalde idealen na te streven en zich te kleden zoals sommige rolmodellen. Meer info over de geschiedenis op www.still-magazine.be

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  15

WIE ZIJN RONY EN MIEKE VAN CELESTA? Confectiebedrijf Celesta in Wevelgem werd in 1991 door Rony en Mieke overgenomen en is sindsdien geëvolueerd naar een modern bedrijf dat actief is in diverse takken van de textielindustrie. In totaal werken er 25 mensen voor Celesta, onder wie de twee zonen van Rony en Mieke. In het atelier van Celesta worden in samenwerking met gediplomeerde kleermakers de kostuums voor de NMBS, pitteleers voor medewerkers van het Koninklijk Paleis en lingerie voor La Fille d’O en La Perla ontwikkeld.

WIE IS PROFESSOR PETER SCHOLLIERS? Peter Scholliers is sinds 2000 verbonden aan de Vakgroep Geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Momenteel is hij hoogleraar en voorzitter van de Opleiding Geschiedenis. Professor Scholliers specialiseerde zich als eerste in de academische studie van de eetcultuur en is co-auteur van ‘Food & History’ en ‘Appetite’. In het verleden deed hij onderzoek naar kleding en identiteitsconstructie in de 19e en 20e eeuw.

WIE ZIJN SHIRAH EN KOENRAAD VAN FERM? Shirah en Koenraad zijn de bezielers van Ferm Femme en Femme Homme, twee Scandinavisch geïnspireerde conceptstores in Oostende. De winkels met kleding, interieurartikelen en gadgets werden respectievelijk 4 en 1,5 jaar geleden opgericht. Shirah en Koenraad ontwierpen samen een kledinglijn met typische Oostendse uitspraken.

WIE IS BRYAN BEECKMAN? Bryan is wetenschappelijk medewerker en doctoraatstudent Bijbelwetenschappen aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van KU Leuven. Hij is lid van de onderzoekseenheid Bijbelwetenschappen en verbonden aan het Centrum voor Septuaginta Studies en Tekstkritiek en heeft al diverse publicaties in academische tijdschriften in binnen- en buitenland op zijn naam staan.


6

FOTO: KADO C

KU LEUVEN

SOBER STILEREN RUST IN DE STOF, RUST IN HET HOOFD

Nice to know

HOE PRIESTERS HET HABIJT INRUILDEN VOOR EEN PULL

Een tweetal jaar geleden werd de term ‘normcore’ geïntroduceerd. Het gaat om een trend bij jonge, bewuste consumenten die moeite hebben met de grote merken en eindeloos veran­ derende trends in de mode. “Ze gaan op zoek naar ‘stille’, merkloze, tijdloze kledij die uitblinkt in draagcomfort”, legt professor Peter Scholliers uit. “Liefst is het kledij die lang meegaat en op een duurzame en lokale manier geproduceerd wordt. Die drang naar stille soberheid, bescheidenheid en eenvoud in kledij kan men in vele religies herkennen”, legt professor Scholliers uit. “Soms hangt ze samen met de drang om zo weinig mogelijk tussen te komen in wat de natuur te bieden heeft. Kledij, net zoals voeding, wordt op een lokale en duurzame manier geproduceerd zonder te veel impact te hebben op de omgeving en het milieu. Ze bieden mensen een hou­ vast en drukken de boodschap uit: ‘ik doe niet mee’. Het is nee fluisteren wanneer de rest van de wereld de hele tijd ja schreeuwt.”

“Jonge bewuste consumenten gaan weer op zoek naar ‘stille’, merkloze, tijdloze kledij die uitblinkt in draagcomfort”

16  STILL#02

met de kap was het habijt ook bedoeld om de vrouwelijke vormen te camoufleren. Tegenwoordig is het habijt vervangen door grijze of donkere kledij en zijn de zusters vrij al dan niet een grijze kap te dragen. Maar zelfs die minder strikte kledij wordt in onze huidige maatschappij vaak scheef bekeken of stuit op onbegrip. “Het is een teken van vervreemding en onwetendheid”, legt Bryan Beeckman van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven uit. “Doordat de religie verdwijnt uit alle domeinen van de publieke sfeer van de samenleving, zijn we vervreemd van de katholieke traditie waarop de Vlaamse maatschappij lange tijd gestoeld was. Waar het beeld van een priester in soutane enkele decennia geleden nog gemeengoed was, is dat nu iets vreemds geworden. Die vervreemding heeft gezorgd voor veel onwetendheid. De Vlaming weet steeds minder over het katholicisme of het christendom en verliest het besef van de christelijke wortels van het eigen leven.” > Meer info op www.still-magazine.be

VEN FOTO: KADOC KU LEU

NORMCORE

We hoeven het niet te ver te zoeken. De normcore trend heeft veel kenmerken gemeen met wat geestelijken bij ons al eeuwenlang doen: merkloze kledij die uitblinkt in soberheid, draagcomfort en tijdloosheid. Waar de klederdracht van geestelijken in de katholieke kerk altijd een echte identity marker was, is dat vandaag veel minder het geval. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962) zijn de kledingvoorschriften veranderd en versoepeld en meer aangepast aan de huidige tijdsgeest. Priesters zijn amper nog te herkennen in het straatbeeld. Denk maar aan de sympathieke jonge priester Pieter Delanoy die deelnam aan De Mol. De soutane werd vervangen door gewone kledij, vaak afgewerkt met een kruisje. Een duidelijke trend. Hier en daar vind je nog een priester die een hemd met witte priesterboord draagt, maar ze worden steeds zeldzamer. Het is ooit anders geweest en de meesten kennen het beeld nog wel: de priester gekleed in een zwart gewaad met een witte priesterboord of de non van wie het hoofd bedekt is met een kap. Samen


7

VERSTANDIG IMITEREN DE KNOOP VALT NIET VER VAN HET GAT #IKKOOPBELGISCH De Belgische atletiekster Elodie Oue­ dragogo startte in 2016 met haar eigen kledinglijn. 99.99% van de materialen zijn van Belgische afkomst. Als ambas­ sadeur van #ikkoopbelgisch wil ze een rolmodel zijn voor consumenten en hen aanzetten lokaal en duurzaam te kopen. “In de mode geldt de theorie van ‘trickle down’ waarbij bepaalde trends na verloop van tijd neerdwarrelen van de hogere sociale klassen naar de lagere”, verklaart professor Scholliers. “Heel het concept van mode en ‘haute couture’ is daarop gebaseerd. Waar deze overdracht vroeger gebeurde door de aristocratie die regelmatig een publiek optreden maakte, gebeurt dit nu grotendeels door de sociale en traditionele media. Mensen willen grote sterren en ‘influencers’

imiteren om er zelf bij te horen. Mode- en vrouwenbladen spelen daar gretig op in.” Alle trends, of het nu om duurzaamheid, ethiek, soberheid of eentonigheid gaat, worden dus door influencers op gang getrokken of versneld. “Elke nieuwe trend wordt uitgebreid besproken, met voor­ beelden erbij van hoe je de stijl op een budgetvriendelijke manier kan kopiëren. Waar er vroeger naar Engeland en Parijs werd gekeken voor de nieuwste trends in respectievelijk de mannen- en vrouwen­ mode, kijken we nu naar bekendheden als Kim Kardashian & Kanye West of Victoria & David Beckham. Het gevolg ervan is dat deze beroemdheden zich gaan afzetten tegen de imitaties en er weer nieuwe trends ontstaan.”

Nice to know

JAMES DEAN KON NET ZO GOED JAMES JEAN HETEN Naast de ‘trickle down’-beweging, waarbij de hogere klasse de trends ­ doorgaf aan de lagere klasse, was er ook soms een ‘bottom up’-beweging. Zo stootte de jeans door van stevige werkbroek voor arbeiders tot iconisch kledingstuk van de sterren onder invloed van James Dean in de jaren ’50. Hij combineerde zijn jeansbroek standaard met een wit T-shirt. Zijn look werd het nieuwe uniform van de westerse jeugd en werd op haar beurt opnieuw gerecupereerd door de mode. Meer bepaald door Calvin Klein die van de oorspronkelijke werkbroek een duur fashion item maakte.

“Trendsetting gebeurde vroeger door de aristocratie die regelmatig een publiek optreden maakte. Nu verloopt dat grotendeels via de media. Mensen willen grote sterren en ‘influencers’ imiteren om er zelf bij te horen” VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  17


POiNT No oF RETurN parabel van de verloren zoon

18  STILL#02


B I J B E LV E R H A A L 2 . 0

Een vader heeft twee zonen. Omdat hij niet kan wachten tot zijn vader sterft, eist de jongste voortijdig zijn erfdeel op. Hij ver­ trekt op reis en verkwist op extravagante wijze al het geld. Arm, alleen en uitgehon­ gerd, wordt hij varkenshoeder en mag hij zelfs niet eten van de aardappelschillen die voor de varkens bedoeld zijn. Berouw­ vol en beschaamd beslist hij huiswaarts te keren om er als dienaar aan de slag te gaan. Geheel tegen zijn verwachtingen, ontvangt zijn vader hem vol blijdschap en dankbaarheid. Hij organiseert een feest­ maal en schenkt hem een mooi gewaad. De oudste zoon wordt jaloers. Híj is immers altijd trouw geweest. De vader wijst de

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  19

oudste zoon evenwel terecht. “Jouw broer was dood en leeft nu opnieuw. Hij was ver­ loren en is weer gevonden.” Onvoorwaardelijke liefde, engagement en trouw, vaderschap, familiebanden, (ont) hechting, vergeving en genade, vrijheid, frustratie, trouw. Talloze kunstenaars interpreteerden het verhaal, denk maar aan het schilderij van Rembrandt. Zelfs tijdens het huwelijk van prins Laurent in april 2003 refereerde de eigenzinnige Franse ‘rockpriester’ Guy Gilbert in de Brusselse kathedraal naar het verhaal, door er een moderne variant van te maken. Ben De Wever sleep zijn potlood om het verhaal met onze tijd te verbinden.

WIE IS BEN DE WEVER? Ben gaat door het leven als Ben De Wever, Benus is zijn pseudoniem. Ben werkt al een tiental jaar als freelance striptekenaar, cartoonist en animator. Zijn stripfiguur Harry, een asociale, gele grizzlybeer, verschijnt momenteel in het weekblad Spirou. Daarnaast werkt hij als inkter voor de Buurtpolitiestrip en als cartoonist voor Dichtbij/Approches. “Mijn levensmotto is simpel: ‘Relativeer.’” > www.facebook.com/geoffrey.pikkemans


TRIP NAAR STILL

WIE WOONT ER NOG ROND DE KERKETOREN?

OVER DE STILLE BESTAANSREDEN VAN DORPEN

20  STILL#02


R E P O RTAG E

FOTOGRAFIE: VEERLE FRISSEN | REDACTIE: MATTIAS DEVRIENDT

Het dorp. Iedereen kent en helpt elkaar. Er is een bloeiend verenigingsleven. En de stilte hangt er zachtjes tussen de mensen in als een deugddoende nevel. Kortom: de perfecte plek waar mensen verstilling, verbinding en engagement vinden. Of is dat een idyllisch beeld van vroeger? Want tegelijk fuseren de kleintjes tot grotere, worden dorpsscholen gesloten en dorpskerken herbestemd, knopen de buurtwinkeltjes de touwtjes met veel moeite aaneen en waar elk plekje vroeger zijn bakker en slager had, moeten die nu een hele regio van broodjes en worstjes voorzien. Hoe is het gesteld met onze dorpen? Vinden we er naast worstjes en broodjes nog stilte, samenhorigheid en initiatief? Of is dat soort dorpen een uitstervend ras? 25 jaar na datum reizen we, gewapend met een gigantisch oor, journalist Geert Mak achterna. Op onderzoek in een ‘lukraak’ dorp!

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  21


Geert Mak. Misschien gaat er bij het horen van zijn naam een belletje rinkelen… Schrijver. In Europa. Journalist. Nederlander. Grijze krulletjes. Enfin, weet gewoon dat hij in 1996 ‘Hoe God uit Jorwerd verdween’ schreef, een boek waarin hij teruggaat naar zijn geboorte­ dorp Jorwerd en er aan de hand van gesprekken met inwoners de schade van de moderne tijd opmeet. Als we hem mogen geloven, schiet er van het traditionele dorp niet veel meer over. We hebben het boek ontleend uit de bibliotheek omdat we willen weten of het écht zo slecht gesteld is met die dorpen als hij beweert. “Ik kreeg het gevoel dat op het platteland de ingrepen van de moderne tijd ingrij­ pender zijn geweest dan in de stad”, schrijft hij. “Iedereen denkt dat in de stad de grote veranderingen hebben plaatsgevonden. Maar dorpen zijn in stilte op een manier veranderd zoals ze de afgelopen tweeduizend jaar nog nooit zijn veranderd. Dat is niet meer terug te draaien.” Die methodiek van Geert Mak lijkt ons wel wat: steekproefsgewijs naar een dorp reizen en er via gesprek­ ken met de inwoners tot een aantal conclusies komen. Een dorp vinden, bleek niet moeilijk. Tussen de Elzas en de Vogezen op een halfuurtje van Straatsburg ligt namelijk Still, een Frans dorpje met een Duitse naam. We hebben het natuurlijk gekozen omdat het dezelfde naam draagt als dit magazine, maar dat maakt het er niet minder exemplarisch op. Boven­ dien is er een stiltegebied, e-mailde de plaatselijke ambtenaar ons meteen en uiterst vriendelijk terug en beloofde ze wat lokale hapjes klaar te zetten. Ons plan? Luisteren. Onze methodiek: een gigantisch oor waar we de inwo­ ners op interviewen. En route dus!

GEMEENTEHUIS

INWIJKELING CARLOS ALBAN

“STILL LEEK IN HET BEGIN WEL EEN SPOOKDORP” Na de middag komen we aan. We zijn 5 minu­ ten te laat en het sneeuwt. Kou is niet ons ding, maar in het gemeentehuis wacht de hartverwarmende Lola ons op. Ze is verant­ woordelijk voor cultuur en jeugd in het dorp en organiseert er allerlei activiteiten. Haar man Carlos is een Peruviaanse kunstenaar. Hun zoontje staat verlegen in de hoek naar ons te staren. “Het is dankzij de liefde dat ik de Atlantische oceaan ben overgestoken!”, vertelt Carlos ons terwijl hij naar Lola lacht. “Voor mij was het ondenkbaar om mijn thuis­ land te verlaten. Het was mijn veilige plekje! Kijk, we zijn allemaal burgers van de wereld. Principieel mogen we gaan en staan waar we willen met respect voor de plek waar we heen gaan. En hier in Still is iedereen super vriendelijk. Iedereen kent elkaar. We komen samen, drinken een biertje ’s avonds, discus­ siëren. Het is een vrij hechte gemeenschap. Ik heb me hier nooit een vreemdeling gevoeld.” Dorpen, waar ook ter wereld, lijken in som­ mige opzichten verbazingwekkend veel op elkaar. “Zo maakten ze zich in Jorwerd druk over het voorbestaan van de school, datzelfde bleek in een Amerikaans dorp”, schrijft Geert Mak. “De landbouwgrond aan de wildernis overgegeven? In Frankrijk het­

zelfde. Draaide het altijd om de familie? Ook in Polen, Indonesië en Zuid-Amerika.” Carlos is het niet helemaal eens. “Verhuizen was een soort wedergeboorte. Toen ik hier aankwam, was ik toch een beetje in shock. De taal, de natuur, het weer, de sfeer: veel dingen zijn hier nu eenmaal anders. In mijn Peruviaans geboortedorp leeft iedereen op straat en is er overal feest. Hier is het rustig. Op zondag kan ik wandelen zonder iemand te ontmoe­ ten. Still leek in het begin wel een spookdorp. Maar onder die rustige laag, ontdekte ik heel vriendelijke mensen. Ik heb me hier nooit een­ zaam gevoeld.”

“Aankomen in Still was een shock, maar na een paar maanden kende iedereen mij. In de stad is iedereen gehaast. Het lijkt alsof mensen er permanent te laat komen. Het dorpsleven is veel meer mijn ding. Hier voel ik me verbonden en vind ik rust.”

CARLOS ALBAN 38 jaar Geboren in Peru Gehuwd met Lola en vader van een zoon, Isaac Beeldhouwer

22  STILL#02


R E P O RTAG E

TE VOET DOOR HET DORP

BURGEMEESTER LAURENT HOCHARD

“ALS IK AAN EEN DORP DENK, DAN DENK IK AAN MENSEN DIE NIET GEWOON NAAST, MAAR MÉT ELKAAR LEVEN” Een beetje opzoeking leert ons dat in 1800 slechts 2% van de wereldbevolking in steden leefde. Dat percentage was in 1950 al gestegen tot 30% om in 2007 een nieuwe mijlpaal te bereiken: meer dan de helft van de wereldpopulatie woonde in steden. Unicef maakte een paar jaar geleden zelfs een interactieve kaart over verstedelijking met de voorspelling dat in 2050 70% van alle mensen in de stad zal wonen. “Vroeger leefde en werkte men in het dorp. Vandaag is dat anders. Mensen verlaten de dorpsomgeving voor hun job”, legt Laurent Hochard, burgemeester van Still uit. Bakker Rémi Siegel beaamt. “Veel mensen uit Still vertrekken ’s morgen naar hun werk in Straatsburg of andere steden en komen ’s avonds terug thuis. 50 jaar geleden was dat ondenkbaar. Ieder­ een werkte in en voor het dorp. De tijden veranderen. Mensen zijn iets minder deel van de gemeenschap.” Dat pendelen is iets typisch voor onze tijd. Vandaag woont 90.7 procent van de West-Europese bevol­ king op amper een uurtje reisafstand van de stad. “Maar ’s avonds en in het week­ end komen ze terug”, beschrijft de burge­ meester. “De grote steden liggen immers op amper een halfuurtje van Still. Hier vinden ze rust en veiligheid en kunnen kinderen op een fijne manier samen groot worden. Kijk, door je terug te trekken, ont­ dek je nieuwe energie, nieuwe ideeën en nieuwe kracht om de tumultueuze wereld waarin we leven, te lijf te gaan. Een dorp zoals Still is daar ideaal voor. Het is een plaats waar men op adem kan komen.” Het dorp als economische eenheid: zo noemt Geert Mak het. Hij beschrijft hoe elk dorp een soort autonome micro-economie vormde. Dat zorgde voor een enorme ver­ bondenheid. “De ouderen beleven het dorp

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  23

nog steeds als een economische eenheid – al is die in werkelijkheid vrijwel verdwe­ nen”, schrijft hij. “Ieder nieuw gezin is voor hen nog altijd een klant erbij, een kind op school misschien. Voor de jongeren en de nieuwkomers weegt de intieme sfeer en de esthetische kant van het dorp zwaar – het is vaak de belangrijkste reden waarom ze gebleven of gekomen zijn.” De burgemees­ ter van Still beseft dat de economische eenheid verdwenen is, maar ziet dat de harmonie en samenhorigheid overeind gebleven zijn. “Als ik aan een dorp denk, dan denk ik aan ontmoeten. Aan mensen die niet gewoon naast, maar mét elkaar leven. Mijn job is om die verbondenheid te stimuleren. Alles begint bij de school. In Still is er een dorpsvergadering voor kinderen die nadenkt over de gemeente. Daarnaast is er een bruisend verenigings­ leven op sociaal, cultureel en sportief vlak. Als bestuur proberen we hen ruimte en middelen te geven om samen te komen en elkaar te ontmoeten. Integratie is deelne­ men en participeren aan wat er beweegt en leeft in een gemeenschap.”

“Door je terug te trekken, ontdek je nieuwe energie, nieuwe ideeën en nieuwe kracht om de tumultueuze wereld waarin we leven, te lijf te gaan. Een dorp zoals Still is daar ideaal voor. Het is een plaats waar men op adem kan komen.”

LAURENT HOCHARD 42 jaar Getrouwd en gelukkige papa van Elise, Lucie en Marie


Volgende trip: De Stad Van het dorp naar de stad: een kleine stap voor de mensheid, een grote stap voor de mens. Volgende keer gaan we op zoek naar stille plekken in de stad met architect-scenograaf Geert Peymen bekend van het boek ‘De Luwteplek’ en verkennen we Brussel met onze beide oren én met een blind meisje aan de hand van de zelfperformatieve wandeling die kunstenaar David Helbich op het ritme van de stad ontwierp. Lees er alles over in Still 3.

24  STILL#02


R E P O RTAG E

OP EEN BANKJE BIJ DE KERK

JONGVOLWASSENE AMÉLIE BERGHOLZ

“SOMS ZOEK IK BEWUST DE STILTE OP” Uit de mond van een politicus, ook al is die heel lokaal aan de slag, klinkt wat Laurent zegt net dat ietsje idyllischer, maar om een of andere reden geloven we hem. Mis­ schien omdat hij ook in deze barre tem­ peraturen de hele tijd heerlijk vriendelijk blijft. Maar vooral omdat de inwoners het alleen maar kunnen beamen. In Still vor­ men de jongeren van 17 en 18 jaar bijvoor­ beeld een groep. Ze wonen er heus niet alleen voor de intieme stilte of de esthe­ tiek van het platteland. ‘Ik hou wel van de stilte. Soms zoek ik die bewust op, bij­ voorbeeld om te studeren”, vertelt Amélie Bergholz. Ze wordt dit jaar 18 en is voorzit­ ter van de jongerenvereniging. “Maar het hechte dorpsgevoel is wat mij hier houdt. We delen ons leven. Soms is het hier kalm, maar dat is de oppervlakte. Als je langer blijft, ontdek je hoeveel initiatief er is bij de mensen en voel je dat er veel meer beweegt dan je op het eerste gezicht verwacht. Het is niet omdat het hier kalm lijkt, dat het hier saai is! Met onze jongerenvereniging zamelen we het hele jaar door geld in en participeren we bij alle dorpsactiviteiten. Met het gespaarde bedrag organiseren we op het einde van het jaar iets leuks. Ik zou niet in een stad kunnen wonen. Thuis zijn we met 4 en op straat ontmoet ik al mijn vrienden. Ik voel me zelden eenzaam.”

AMÉLIE BERGHOLZ 17 jaar Voorzitter van de jongerenvereniging

“Hier delen we ons leven. Soms is het kalm, maar dat is de oppervlakte. Als je langer blijft, zou je ontdekken hoeveel initiatief er is bij de mensen. In een stad zou ik niet kunnen wonen. Ik hou trouwens wel van de stilte. Soms zoek ik die bewust op, bijvoorbeeld om te studeren. Mijn raad voor jongeren? Open je en leer anderen kennen. Het biedt je nieuwe inzichten.”

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  25


BAKKER

BAKKER RÉMY SIEGEL

“EEN DORP ZONDER BAKKER IS EEN DOOD DORP” Hoe zit het trouwens met die worstjes en broodjes in Still, vragen we ons af. Geert Mak schetst in zijn boek op het vlak van charcuterie en andere ondernemingen een somber beeld van zijn geboortedorp Jorwerd. De leesbibliotheek verdween er in 1953, het postkantoor in 1956, de laatste bakkerij sloot in 1970, in 1972 werd de bus­ lijn opgegeven, in 1979 verdween het tim­ merbedrijf en de vrijwillige brandweer, in 1986 stopte de smid, in 1988 sloot de laatste kruidenier en in 1994 werd de kerk over­ gedragen aan een monumentenstichting. Still is er dan nog niet zo slecht aan toe, denken we. De veranderende economie mag dan zijn sporen nagelaten hebben, toch blijft het samenhorigheidsgevoel in dit dorp behoorlijk sterk overeind. Tot een paar jaar geleden waren er bijvoorbeeld nog 2 bakkers. “Zoals overal, sterven de kleintjes en blijft er hier of daar één over”, legt bakker Rémi Siegel uit. “Een dorp zonder bakker is een dood dorp. Het is ’s morgens dat men er elkaar ontmoet, dat men er goedendag zegt en dat de nieuw­ tjes uit het dorp verspreid worden. Als bakker weet ik alles over iedereen.”, lacht hij. “Wij zijn een familiebedrijf, overgeno­ men van generatie op generatie. Het ver­ schil met vroeger is alleen dat er vandaag

inwoners van 5 dorpen tot bij ons komen om brood.” Maar er is nog een bedrijf in Still, gerund door Frank Renaudin, getrouwd en papa van 3 kinderen. Hij nam de zaak een paar jaar geleden over als jonge gast en wil de sociale intenties van zijn onderne­ ming absoluut benadrukken. “De winkel bestaat al sinds 1952. De eerste koelkast? Hij stond in onze shop. De eerste vaat­

wasmachine? Mensen haastten zich tot bij ons. Die tijd is voorbij. Vandaag ben ik chef van 11 werknemers en doen we vooral elektriciteitswerken en herstel­ lingen, maar het winkeltje hebben we behouden. Het is een sociaal gebeuren. Mensen komen er een lamp of een gasfles halen en slaan een praatje. Daar leven we niet van, maar zo binden we onze klanten wel aan ons en kunnen mensen elkaar ontmoeten.”

RÉMI SIEGEL Gepensioneerd bakker Trots op de familiezaak die hij aan zijn zoon kon overlaten Grote fan van voetbalclub F.C. Still

“Een dorp zonder bakker is een dood dorp. Het is hier dat men elkaar ’s morgens ontmoet, dat men goedendag zegt en dat de nieuwtjes in het dorp verspreid worden. Als bakker weet ik dus alles over iedereen. Ik zie de mensen ’s morgens naar hun werk vertrekken en ’s avonds terug thuis komen. 50 jaar geleden was dat ondenkbaar. Iedereen werkte in en voor het dorp.”

26  STILL#02


“Het ver­schil met vroeger is dat er vandaag inwoners van vijf dorpen tot bij ons komen om brood”

FRANK RENAUDIN 39 jaar Getrouwd en vader van 3 kinderen onder wie één tweeling Zaakvoerder van een elektriciteitszaak

“Burgers scharen zich hier samen achter een bepaald project. Dat is typisch voor een hechte dorpsgemeenschap. Samenhorigheid en samenwerking: daar draait het om. Hier neemt men echt tijd om de dingen te bespreken. Toen ik de zaak overnam van mijn voorganger, had ik als jonge gast nieuwe ambities. Het was niet altijd simpel om die op de werknemers over te brengen die doorheen de tijd vaste gewoontes hadden gecreëerd. Luisteren, begeleiden en samenwerken zijn mijn sleutelwoorden.”

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  27


STILTEGEBIED

GEPENSIONEERD BOSWACHTER JEAN-LOUIS STOLL

“DE NATUUR IS ALS EEN GELIEFDE” “Er zijn woondorpen, door de stad aan­ gevreten dorpen, toeristendorpen, amb­ tenarendorpen, rijkemensendorpen en boerendorpen”, lezen we onderweg in Maks boek. Jorwerd was zo’n klein boe­ rendorpje in Friesland. Het veranderde van een boerendorp in een dorp voor mensen die de stad willen ontvluchten en recreanten. Dat proces begon al in 1945 met de komst van de eerste eenvoudige melkmachine. Het gevolg was dat de boerenknecht werd ontslagen. De daar­ opvolgende decennia dwong de overheid de boeren tot verdere investeringen. Er moesten melkmachines komen en gekoelde melktanks. Er werd een melk­ quotum en een mestquotum ingesteld. Concurrentie als gevolg van de betere infrastructuur werd merkbaar. Alles zat de boeren tegen. De ene na de andere hield ermee op. In Still zijn we vooralsnog geen boeren, noch boerinnen tegengekomen. Een boe­ rendorp zouden we het dus niet noemen. Er wonen vandaag vooral pendelaars, maar ook een pak mensen die erheen ver­ huisden om er rust en stilte te vinden en er te genieten van de natuur. Logisch, in de stad is er nu eenmaal minder ruimte, stilte en groen. Burgemeester Lau­ rent Hochard weet maar al te goed hoe belangrijk de natuur en de stilte zijn voor de inwoners van Still. “Still was een grens­ plekje van het Romeinse Rijk. Het werd geschonken aan de eerste Kardinaal van Straatsburg. In de 18de eeuw werd een groot stuk bos toegevoegd aan het grond­ gebied Still. De inwoners namen samen de taak op zich om het bos te onderhou­ den en waar mogelijk ook commercieel te exploiteren. Die respectvolle verbon­ denheid tussen mens en natuur is typisch voor ons dorp. We proberen te leven van wat de aarde ons schenkt én we zijn soli­ dair met elkaar.”

28  STILL#02

Op de kaart van Still is een groot stuk van het bos ingekleurd als ‘stiltegebied’. “Dat is een gebied met een goede akoes­ tische kwaliteit”, legt expert Gilke Pée van de Vlaamse Overheid uit. Een tractor in de verte mag, een feestzaal niet. Een autosnelweg nabij is uit den boze, in een stiltegebied worden zoemende motoren vervangen door zoemende bijtjes. Hoe het in Frankrijk precies zit met die stilte­ gebieden, kon ze ons niet vertellen, maar in België zijn er 9. “De grootste kracht van het label Stiltegebied is dat het een wervende en sensibiliserende functie heeft. Daarom is één van de bijkomende voorwaarden dat zowel politiek, midden­ veld als burgers worden betrokken.” Een halfuur en een bumpy ride later, staan we met onze voeten in het besneeuwde stiltegebied. Jean-Louis Stoll was er boswachter van 1972 tot 2013. Als pensioenpresentje kreeg hij middenin het stiltegebied zelfs een eigen kruispunt cadeau. Carrefour Jean-Louis Stoll! “41 jaar heb ik in het bos gewoond en ervoor gezorgd. Ik ken het als mijn broekzak. Of ik God voel in de stilte van het bos? Nee, God is iets anders. Maar de natuur zet me wel aan het denken. Het werk in het bos is totaal anders dan in een fabriek. Ik was op mezelf, volgde mijn eigen tempo en werkte op het ritme van de seizoenen. Soms begon het werk om 4 uur ’s morgens. Andere keren besliste ik om ’s avonds laat nog een paar zaken te controleren of wat door te werken. Een bos heeft geen openings- en sluitingstij­ den. Het is een constante verantwoorde­ lijkheid. Soms, als er 20 of 30 centimeter sneeuw lag, voelde het alsof ik me in een andere wereld bevond. Dan was het een beetje overleven. Eenzaam zou ik het niet noemen. Ik was altijd bezig en de bewoonde wereld was nooit ver weg. Het werk en het bos waren mijn gezelschap.

De natuur is als een geliefde. Je ziet haar groeien en probeert haar te ondersteu­ nen. De kleine stronkjes die je geplant hebt, zijn 40 jaar later grote bomen. Ik hou van al haar seizoenen. De mooie en de moeilijke, de rustige, de warme en de koude. Ik accepteer het bos zoals het is.”


R E P O RTAG E

“Net zoals de liefde is een bos tijdloos: het kent geen openings- en sluitingstijden. Het is een constante verantwoordelijkheid. Ik verzorg het bos dan ook als een geliefde. Ik zie de bomen groeien en sterven. En ik hou van al zijn seizoenen. De mooie en de moeilijke, de rustige, de warme en de koude. Ik accepteer het zoals het is.”

JEAN-LOUIS STOLL 69 jaar Getrouwd en papa van Olivier en Mathieu 41 jaar boswachter geweest in het stiltegebied van Still

Het rondreizende oor in jouw werkplek, school, klas, kerk of gemeentehuis?

Wil jij het rondreizende oor een periode ontlenen om gesprekken te doen met medewerkers, om leerlingen elkaar te laten interviewen of gewoon als decor voor een project? Geef ons dan een seintje en we laten je weten hoe het werkt. Contact: veerle.frissen@fracarita.org – 09 241 19 80

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  29


F.C. STILL

VOORZITTER DENIS HILDENBRANDT

“WIE EEN MISSIE HEEFT EN VERANTWOORDELIJKHEID KRIJGT, ENGAGEERT ZICH” In januari 2018 kwamen alle nationale media en zelfs enkele buitenlandse jour­ nalisten naar Still. Nee, er had geen zon­ derlinge moordpartij plaatsgevonden en er was evenmin een zeldzame diersoort gespot. De plaatselijke voetbalclub had zich geplaatst voor de 32ste finale van de Coupe de France en dat was voor een club van dat niveau een unicum. “Beeld je in: een dorp van amper 1.800 inwoners die het in een officiële match opneemt tegen eersteklasser Troyes.” Denis Hilden­ brandt, voorzitter van de club, toont ons trots een paar foto’s. Aan de toog hangt een sjerp, speciaal voor die gelegenheid ontworpen. “Er waren 3.500 supporters. Dat is het dubbele van het aantal inwo­ ners”, lacht hij. Beetje bij beetje is de club onder zijn leiding gegroeid. Als industri­ eel directeur van een bedrijf van 400 man in een naburig dorp, kent Denis het klap­ pen van de zweep. “Engagement is als een licht. Óf je steekt het aan. Óf je dooft het. En eens het brandt, groeit de vlam. Kijk, als ik iets doe, dan smijt ik mij en ga ik tot het uiterste. Engagement betekent doelen stellen en ambitie tonen, ons elke dag verbeteren en uitdagingen aangaan. Mijn missie is om het doel levend te hou­ den bij iedereen die zich engageert voor de club. Ik moet hen in goede en kwade dagen het topje van de berg schetsen, het doel dat we samen voor ogen hebben.

Soms moeten we onderweg een andere weg zoeken of hulpmiddelen voorzien, maar we moeten vooruit blijven gaan. Een voetbalclub moet leven. De missie van onze club is voor iedereen ook een persoonlijke missie. De voetballers, de staf, het comité, de aankoop, de feest­ verantwoordelijke, het onderhoud: ik probeer te zorgen dat iedereen een rol vindt die bij hem of haar past, want wie een missie heeft en verantwoordelijkheid krijgt, die engageert zich. Als het moeilijk loopt of de weg is geblokkeerd, dan moet ik zorgen dat niemand achterblijft.” De bakker van het dorp, Rémi Siegel, is fan van het eerste uur. Hij luistert mee op de achtergrond, drinkt een colaatje. Rond zijn hals zit de clubsjerp. Als hij over Denis Hildenbrandt spreekt, noemt hij hem voorzitter. “Afhankelijk van het moment noemen ze mij hier de presi­ dent, de senator of de dictator”, lacht Denis. “Ah, als iemand iets wil verande­ ren, dan bespreken we dat met zijn allen samen. Weet je, ieder weekend staan hier 200 à 250 oud-voetballers, inwoners en sympathisanten. Oud en jong ontmoeten elkaar. Zonder mensen rond mij, geraak ik nergens. Ik moet mensen bijeenbren­ gen, het werk samen verdelen en zorgen dat er nadien tijd is om rond de tafel een goed Belgisch biertje te drinken.”

DENIS HILDENBRANDT Voorzitter voetbalclub F.C. Still Geboren en getogen in Still

“Engagement is als een licht: of je steekt het aan of je dooft het. Maar eens het aanzit, brandt het alsmaar krachtiger. Mijn missie is om het doel levend te houden bij iedereen die zich engageert voor de club. Als iemand zijn taken niet uitvoert, dan is er mogelijks iets met zijn engagement. Ik probeer dan het topje van onze berg te schetsen en samen weer te vertrekken. Zo groeit deze club.”

GEMEENTEHUIS Ze hebben hapjes voorzien voor ons. Lokale specialiteiten en wijntjes. De tafel staat gedekt. Het lijkt alsof we hier al een paar dagen zijn. De Belgische bieren die we hebben meegenomen, vallen in goede aarde. Heel even denken we terug aan dat

30  STILL#02

ene zinnetje van de burgemeester: ‘Als ik aan een dorp denk, dan denk ik aan ont­ moeten.’ Behalve als ze hier ongelooflijk goed toneel kunnen spelen, moeten we hem misschien wel gelijk geven. Buiten is het donker. Carlos, Amélie, Rémy, Lau­

rent. Geen van hen lijkt gehaast. Ze zijn betrokken bij ons project. Één voor één fotograferen we ze buiten bij het oor. Af en toe rijdt een wagen voorbij. Verder is het er stil.


BRIEF

WIE IS BART KOUBAA?

BESTE JEZUS Waarom heb je eigenlijk geen autobiografie geschreven? Ik weet dat je kunt lezen en schrij­ ven, ik weet dat je verteltalent hebt; waarom zijn er dan geen verhalen van jouw verheven hand? Denk eens aan de vele misverstanden en onduidelijkheden die door jouw schrijven vermeden hadden kunnen worden. Ik wil best geloven dat je niet door ijdelheid werd gedreven en het niet nodig achtte via letterkundige omwegen je ideeën op te dringen, maar toch, het blijft soms gissen wat je nu werkelijk bedoelde. Heb jij bijvoor­ beeld echt gezegd dat de eersten de laatsten zullen zijn? Volgens Marcus en Matteüs heb je beweerd dat vele eersten de laatsten zul­ len zijn. Ik citeer Lucas: ‘Er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’ Je begrijpt, beste Jezus, dat dit voor onenigheid zorgt. Treuzelaars en achterblijvers zullen blijven roepen dat de eersten de laatsten zullen zijn, terwijl volgens de logica van de testamenten misschien niet de meeste eersten de laatsten zullen worden. Dat is één zaak, want dan hebben we het nog niet over de inhoud van je uitspraak gehad. Wat heb je er precies mee bedoeld? Gaat het om bescheidenheid? Ik wil best aannemen dat een verstandig man niet naar aanzien en eer streeft, dat hij geen clown wil worden die verslaafd is aan geld, applaus en lofuitin­ gen, maar ik weet niet zeker of je het daarom moest laten een autobiografie te schrijven; correct me if I’m wrong.

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  31

Ik heb Matteüs nog een keer geraadpleegd in verband met die eersten en die laatsten. Hij tekent een mooi en duidelijk verhaal op waar­ uit inderdaad blijkt dat er geen plaats is in het hemelse koninkrijk voor zij die een hoge dunk hebben van zichzelf. Daar kan ik me goed in vinden, maar toen ik verder las, stuitte ik op een andere, numerieke onduidelijkheid. Mat­ teüs schrijft: ‘Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart.’ Met alle res­ pect, beste Jezus, maar als ik de evangelies van Lukas en Matteüs naast elkaar leg, sta ik voor een klein mysterie. Beide evangelisten noemen elk twaalf apostelen, waarvan elf namen over­ eenkomen, maar één naam verschilt. De een heeft het over Lebbeüs en de ander over Judas, de broeder van Jakobus, een andere Judas dan Judas Iskariot die bij beide schrijvers voorkomt en die jij maar al te goed kent. Als ik weer de logica loslaat op deze passages waren er dus dertien apostelen; een probleempje dat niet zou bestaan hebben als jij de namen op papier had gezet. Er zijn zoveel vragen. Wat heb je tussen je twaalfde en je dertigste uitgespookt? Ben je als jongeman in Engeland geweest zoals som­ migen beweren? Heb je nog broers en zussen? Ik zou het graag weten. Of zie ik het verkeerd en heb je niets opgeschreven omdat je een mens bent onder de mensen, een man van de daad? ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen,’ dat heb jij toch gezegd? Geen woor­ den maar daden; is het niet?

Bart Koubaa is schrijver en fotograaf. Zijn werk verschijnt bij uitgeverij Querido.

HOE KOMT BART TOT HERBRONNING? Ik hernieuw mezelf door vogels te observeren, door ze te detecteren en te definiëren. Dan word ik leeg en kan ik terug naar de bronnen; in mijn geval zijn dat de boeken of passages uit boeken die me gevormd hebben als schrijver: ik herlees Beckett, Borges, Brodsky, Kafka, de Russen en de Romeinen; het zijn regenwouden waarin steeds nieuwe gedachten en sporen te ontdekken vallen... Ik heroriënteer mezelf ook door non-fictie te lezen en te praten met mijn vrouw en kinderen, met mijn vrienden; ik ben nieuwsgierig, op zoek.


“Ik vraag mij af: wat is de link tussen de fysieke en de digitale wereld?�


Sarah Yu Zeebroek > cargocollective.com/sarahyuzeebroek

  K U N ST

Jij en ik zijn verbonden in de tastbare wereld. We kunnen elkaar aanraken, gezellig praten op een terras, stil worden op een bank als meeuwen op een draad.

Maar we zijn ook verbonden in een andere wereld. Een digitale. We liken en sharen elkaars bezigheden. We klikken ons aan elkaar vast in groups en communities. We converseren via comments, retweets en emoticons.

Ik vraag mij af: wat is de link tussen de fysieke en de digitale wereld? Hoe beïnvloeden die elkaar? In welke wereld zijn we het meest verbonden? Is verbondenheid een gevoel of is het meer dan dat? En als ik je vraag wanneer je voor het laatst écht verbinding met iemand maakte, wat zou jij mij dan antwoorden?

WIE IS SARAH YU ZEEBROEK? Sarah Yu Zeebroek woont en werkt in Gent. Ze studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan LUCA School of Arts in Gent. In 2007 studeerde ze af als illustrator. Ze schrijft en maakt muziek voor haar band Hong Kong Dong. Daarnaast maakt ze ook tekeningen en schilde­ rijen, als autonoom kunstenaar als in opdracht voor kranten, tijdschriften, theater­voorstellingen, musea, cultu­ rele instellingen en bands.


“DE VORMEN VERLATEN DE DRUKTE VAN MIJN HOOFD EN WORDEN ACHTERGELATEN IN DE STILTE VAN DE NATUUR”

Scarpulla Sam


K U N ST

Dit werk gaat over engagement. Mijn engagement. Ik heb het niet verzonnen om het door iemand anders te laten schilderen. Neen. Ik schilder het zelf. Dat is een fysiek en inspirerend moment. De locatie en de omgeving beïnvloeden het uiteindelijke resultaat. Dit werk gaat ten slotte over verstilling. Het is iets wat ontstaat op het moment dat het werk voltooid is. De vormen verlaten de drukte van mijn hoofd en worden achtergelaten in de stilte van de natuur waar ze kunnen rusten. En waar mensen er zwijgend kunnen naar kijken.

> instagram: @samscarpulla

Dit werk gaat over verbinding, op een visueel abstracte manier. De losstaande gele vormen zijn autonoom en zelfstandig maar komen onvermijdelijk in aanraking met elkaar. Op die verbindingspunten worden ze één.

WIE IS SAM SCARPULLA? Sam Scarpulla is een hedendaagse kunstenaar geworteld in de interna­ tionale street art beweging. Sam heeft New Yorks, Siciliaans en Bel­ gisch bloed door zijn aderen stromen en groeide op in een artistieke familie in Italië. Hij studeerde Grafische Kunst aan LUCA School of Arts in Gent. Sam schilderde talloze kleur­ rijke muurschilderingen en schilde­ rijen ­tijdens zijn reizen door Europa, Afrika, Amerika en Azië. Hij is een ervaren linoleumsnijder en beheert deze druktechniek tot in de perfectie, wat resulteert in verbluf­ fende handgedrukte grafic novels en zwart-wit afdrukken op beperkte oplage.

WAAROP VALT SAM TERUG ALS HIJ HET MOEILIJK HEEFT? Ik val terug op mijn roots, mijn fami­ lie en vrienden. Ik zal nooit vergeten wat mijn dromen zijn. Soms steken bepaalde zaken tegen, maar dat maakt onvermijdelijk deel uit van het leven. Ik accepteer het en leer eruit. Iets goeds gaat volgens mij altijd hand in hand met iets slechts. Het cliché van vallen en opstaan klopt wel degelijk. Van tijd tot tijd zonder ik me daarom af om te kunnen herbronnen.

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  35


“IK VRAAG MIJ AF WAT ER IN FRISCO OMGAAT ALS ZE URENLANG IN ALLE STILTE DOOR HET VENSTER TUURT”

Jimmy Kets


Mijn hart smolt weg toen ik 5 jaar geleden voor het eerst Frisco zag op deze foto. De fokster bij wie ik een foxter­ riër puppy had gereserveerd, stuurde hem door. Toen was ze nog klein, maar net zoals alle puppies werd ook zij groot en ontwikkelde ze haar eigen karakter en willetje. Toch herinner ik mij die eerste dag nog goed. Vanaf het ogenblik dat je je schattige puppy mee naar huis neemt, begint immers een levenslang engagement vol verantwoordelijkheden, toe­ wijding en geduld. In goede en slechte tijden. In regen en wind.

De band van onvoorwaardelijke liefde tussen mens en dier is iets ongelooflijk mooi. We zijn er trots op. Kijk maar hoe Instagram overspoeld wordt met foto’s van schattige puppies en andere huisdieren van allerlei slag. En ja, ik maak me er zelf ook meer dan schuldig aan door geregeld foto’s van Frisco te posten op haar eigen instagram account frisco_the_foxterrier. Want ja, dat heeft ze… 

Eén van Frisco’s bezigheden naast dagdutjes doen, bestaat erin om vanop de vensterbank naar buiten te kijken. Ze kan soms een uur lang in alle stilte turen. Ik vraag me vaak af wat er dan in haar omgaat. Droomt ze van volledige vrijheid of geniet ze simpelweg van de rust en van het uitzicht? Ik probeer mee te genieten van die intense stilte tot Frisco er zelf een einde aan maakt met een luide blaf. Er passeert een zwerfkat…

> www.jimmykets.be

  K U N ST

WIE IS JIMMY KETS? Jimmy Kets is een freelance fotograaf die voornamelijk werkt voor De Standaard. Daarnaast heeft hij verschil­ lende boeken op zijn naam staan met eigen fotoreeksen zoals Volkscafés, Brightside, Niet Miss en The graves are nice this time of year. Op zijn cv staat ook een stevig lijstje van expo’s in binnenen buitenland. Kets is naast fotograaf ook cameraman en documentairemaker.

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  37


38  STILL#02

“DEZE TATTOO IS MIJN ODE AAN EEN KLEIN, ONMISBAAR INSECT”

BIJ

REBECCA SERRAS E-MARKETEER/SALES/VERTALER/FOTOGRAAF °1969, GENT

 ENGAGEMENT

MIJN TATTOO

FOTO'S: VEERLE FRISSEN


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT 39 ENGAGEMENT  39

Mijn beeld “Toen ik een paar jaar geleden ontdekte hoe belangrijk bijen zijn voor ons ecosysteem en hoe erg ze bedreigd worden, stond ik perplex. Bijen zijn enorm sterk en ze verrichten erg nuttig werk. Deze tattoo is mijn ode

Mijn moment “Vroeger koos je een tattoo zoals je een pakje friet bestelde. Zo kwam mijn eerste tattoo er. Het was een engeltje, een jeugdzonde. Voor mijn 49ste verjaardag deed ik me in januari 2018 een tweede tattoo cadeau: een bij. Ik zette hem óp het engeltje. Het is dus een ‘cover-up’.” Mijn engagement “Ik voel me zoals een bij, klein maar sterk. Ik maakte al veel tegenslagen mee, maar overwon ze telkens. Soms ben ik verbaasd over wat ik al allemaal voor elkaar heb gekregen. Ik hoop dat ik iets beteken in de wereld, dat ik een rol speel in het geheel. Precies zoals één kleine bij, die het verschil maakt.”

aan dit kleine, onmisbare insect. Ik zette hem bij Jessie Von D. van Noir in Gent. Haar duistere stijl sprak me aan omdat ik zelf enkele duistere kantjes herberg.”

“Vroeger koos je een tattoo zoals je een pakje friet bestelde”


WIE IS LISA DEROO? • Lisa is 16 jaar en zit in haar 4de jaar Wetenschappen aan het Sint-Janscollege in Poperinge. • Ze houdt van reizen en paardrijden en oefent voor haar brommerrijbewijs. • Ze heeft één zus Luna van 13 jaar die in het 2e jaar Moderne zit op dezelfde school. • Haar mama is airhostess, haar papa is arbeider in de metaalindustrie. Lisa’s ouders zijn gescheiden en zij en haar zus wonen het grootste deel van de tijd bij hun mama en haar nieuwe vriend.

40  STILL#02

REDACTIE: VEERLE FRISSEN , FOTOGRAFIE: KÁROLY EFFENBERGER

“Leerlingen die een uitgesproken eigen stijl hebben en echt zichzelf durven te zijn: daar heb ik veel respect voor”


ZO G E Z EG D

“IK HEB GELEERD OM DE ANDER OOK AAN HET WOORD TE LATEN” LISA DEROO

VERGELIJKT ZICHZELF MET… een tol.

Mijn mama is airhostess. Omdat mijn zus Luna en ik vaak alleen zijn, leerden we al op jonge leeftijd om onze plan te trekken. Ik kook bijvoorbeeld vaak en ben over het algemeen heel zelfstandig. Precies zoals een tol. Die draait ook zelfstandig op 1 dun puntje. Bovendien zijn mijn ouders gescheiden. Ik ben meer bij mijn mama dan bij mijn papa. Dat komt omdat mijn papa vroeger een tijdje samenwoonde met mijn opa en dat klikte wat minder door het leeftijdsverschil. Er waren bepaalde gewoontes die niet overeenstemden en die het samenwonen moeilijker maakten. Nu woont mijn papa opnieuw alleen en zie ik hem vaker. KIJKT OP NAAR… haar familie. Mijn tante en nonkel studeerden beiden verder en mijn mama heeft 6 jaar Latijn gevolgd. Ik vind dat knap en zou graag dezelfde weg op gaan. Ik ben ambitieus, weet wat ik wil en heb hoge verwachtingen van mezelf. Dit is momenteel mijn plan: eerst studeren en een goede job, daarna een huis en kinderen. BEWEERT DAT… ze makkelijk verbinding met anderen maakt. Ik raak snel aan de praat met iemand, ook als ik die persoon niet ken. Over het algemeen heb ik weinig problemen met andere mensen. Pas op, ik kan wel eens een lastig karaktertje zijn. Dan durf ik iets te veel de overhand te nemen. In de lagere school was dat een groot struikelblok, maar nu ik ouder

“Soms begon ik te wenen. Op die momenten vroeg ik mij af: ‘Waarom? Waarom moet dat nu?’” VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  41

word, kan ik beter doseren. Ik heb geleerd om de ander ook aan het woord te laten. ZEGT NIET DAT… het leven altijd een feest is. Onlangs ging ik door een moeilijke periode. Ik wist eigenlijk niet zo goed wat er scheelde. Ik geraakte niet meer op school en toen we de dokter opzochten, barstte ik in tranen uit. Zij sprak over ‘symptomen van een depressie’. Mijn goesting in het leven was ver weg. Wat mijn taken voor school betrof, was het ‘nu, straks en nooit’. Elke keer stelde ik mijn werk verder uit. Soms begon ik te wenen. Op die momenten vroeg ik mij af: ‘Waarom? Waarom moet dat nu?’ Er was geen onmiddellijke oorzaak, al vermoed ik dat het te maken had met mijn mama. Ze moet veel reizen voor haar job en ik miste haar. Plots kwam dat precies allemaal samen en werd het te zwaar voor mij. Nu gaat het weer beter. LIGT WAKKER VAN… mensen die op straat moeten leven. In de krokusvakantie reisde ik met mijn gezin naar Toronto, Canada. Het was er erg koud en het sneeuwde voortdurend. Telkens als we ons door de stad bewogen, zagen we daklozen in de sneeuw zitten. Ik werd daar stil van. Hier in Poperinge zie je dat natuurlijk niet. Mama heeft uitgelegd dat het in Canada niet hetzelfde is als hier. Ze hebben er bijvoorbeeld geen OCMW. Mijn zus en ik kregen van haar wat centen om een man te helpen die ons aansprak. In warme openbare plaatsen zoals stations worden daklozen de deur gewezen, maar door die meneer geld te geven voor een koffie kon hij zich toch even opwarmen in een McDonald’s. Dat gaf me een goed gevoel. KAN IEDEREEN AANRADEN… om anderen minder te bekritiseren. Hier op school krijg je direct opmerkingen als je er een beetje anders uitziet. Leerlingen die een uitgesproken eigen stijl hebben en echt zichzelf durven te zijn: daar heb ik veel respect voor. Dat is zeker niet evident.

“Dit is momenteel mijn plan: eerst studeren en een goede job, daarna een huis en kinderen”

Als iemand kritiek geeft op mij of op mijn beste vriendin, probeer ik me er niet te veel van aan te trekken. GELOOFT DAT… iedereen gelijk behandeld moet worden. Gelijkheid tussen man­ nen en vrouwen vind ik heel belangrijk. Hier op school zit dat vrij goed, maar bij oudere generaties is het nog een probleem. Vrouwen hebben in de loop der jaren veel meer rechten verworven, maar toch zijn mannen vaak dominanter. Ik hoop dat dat in de toekomst verder positief zal evolueren. HEEFT RESPECT VOOR… mensen die gelo­ ven, ook al ben ik zelf niet gelovig. Mijn grootmoeder woont elke week de mis bij, start elke maaltijd met een gebedje en voedde me gelovig op. Maar ze kan daar wel wat opdringerig in zijn. Geloven is een persoonlijke keuze. Verplichten is sowieso een slecht idee. DROOMT ERVAN OM… arts te worden in een ziekenhuis, misschien zelfs chirurg. Ik zie nog wel of ik het aankan, maar wil het zeker proberen.


• Carlo studeert Musicologie aan de UGent. Daarvoor studeerde hij Taal- en Letterkunde. Hij is gepassioneerd door klassieke muziek en speelde 6 jaar piano. Recent heeft hij zich gestort op het schrijven van poëzie. • Oorspronkelijk is Carlo afkomstig van Oudenaarde maar hij woont inmiddels 10 jaar in Gent en voelt zich een echte Gentenaar. In juni wordt hij 23 jaar.

42  STILL#02

REDACTIE: VEERLE FRISSEN , FOTOGRAFIE: KÁROLY EFFENBERGER

WIE IS CARLO SIAU?


ZO G E Z EG D

“MIJN OPINIE IS DAT IK NIET OVER ALLES EEN OPINIE MOET HEBBEN” CARLO SIAU

Vergelijkt zichzelf met… een ongeleid pro­

jectiel. “Ik bots tegen dingen aan en stuur mezelf telkens nieuwe richtingen uit. Er is zoveel dat me interesseert. Soms voel ik me een kameleon die zich aan allerhande situaties en mensen aanpast. Ik ben een andere persoon tijdens het uitgaan dan tijdens het lezen van een boek of het bijwonen van een operavoorstelling. Als ik me voorstel, zeg ik de ene keer dat ik Musicologie studeer en de andere keer kunstwetenschappen. Ach, zijn we niet allemaal constant bezig een cv te maken van onszelf?” Hecht veel waarde aan… een stevig ver­ bonden vriendengroep. “Ik heb niet de grootste vriendenkring op aarde, maar bij al mijn vrienden voel ik me wel op mijn gemak en kan ik mezelf zijn. Ik heb een woelige periode achter de rug. Mijn oma stierf en mijn opa strijdt tegen kanker. Vrienden helpen me om dingen te door­ gronden die voor mezelf niet zo vanzelf­ sprekend zijn. Ze vinden me trouwens een optimist. Misschien is dat wel waar. Ik ga ervan uit dat alles echt beter wordt. Soms vraag ik me af of ik niet te vlug voorbij ga aan gevoelens of interne strubbelingen.” Beweert dat… hij als homo weining onge­ lijkheid ervaart. “Gelukkig heeft niemand ooit ‘vuile homo’ naar mij geroepen of mij in elkaar geslagen. Ik kan niet begrijpen

“Als het gespreksonderwerp in mijn vriendengroep De Mol of Temptation Island is, vraag ik me af: ‘Wanneer gaan we eindelijk eens vragen hoe het met elkaar gaat?” VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  43

hoe mensen tot zo iets in staat zijn. Het wij-zij denken maakt me bang. Onze wereld is er precies op gebrand mensen in verschillende kampen te stoppen. We moeten ons wapenen tegen discrimine­ rend gedrag.” Zegt niet dat… hij tot een minderheids­ groep behoort. “Vorige zomer was ik in een ‘homobar’ tijdens de Gentse Feesten. Dat was voor mij de eerste keer, want ik hou niet van feestjes voor 1 doelgroep. Een man sloeg er een vriendin op de poep om duidelijk te maken dat hij zeker geen homo was, terwijl niemand een poging had ondernomen om hem te benaderen. Tegen mij zei hij: ‘Ik vind het wel goed dat er bepaalde plekken zijn waar mensen zoals jullie zich een keer goed kunnen laten gaan.’ Ik was met verstomming geslagen. Er is duidelijk nog veel werk.” Engageert zich voor… gelijkheid op het werk. “Als vakantiejob maakte ik schoon in ziekenhuizen. Er is blijkbaar een ongeschreven regel dat mannen niet mogen schoonmaken op de kamers van de materniteit. Ik stel me daar vragen bij. Volgens mijn zus die dezelfde job deed, heeft het te maken met intimiteit. Maar de borst geven is toch niet seksu­ eel getint? Van een ziekenhuis verwacht je toch een vooruitstrevende houding. Van mij mag er trouwens in de grond­ wet staan dat vrouwen op café de borst mogen geven.” Ligt wakker van… de opiniecultuur. “Mijn opinie is dat ik niet over alles een opinie moet hebben. Toch wordt er op sociale media verondersteld dat we onmiddellijk kunnen inpikken op elk debat. Ook op tv is er doorgaans weinig plaats voor nuance. Het is dramatisch om te lezen hoe ongefundeerd sommige argumenten op Facebook zijn.” Treurt om… de banaliteit van tv-program­ ma’s als De Mol of Temptation Island. “Als een gesprek op café stilvalt, begint

“Eigenlijk zijn we constant bezig een cv te maken van onszelf”

men al gauw daar over. Ik kan er geboeid naar luisteren maar tegelijkertijd vraag ik me af: ‘Wanneer gaan we eindelijk eens vragen hoe het met elkaar gaat? Is er nog iets fenomenaals gebeurd in je leven de laatste tijd?’ Kijkt op naar… muzikanten of dansers die tot het uiterste gaan voor hun kunst. “Soms denk ik in mijn lessen Musicologie: ‘Eigenlijk zou ik ook 8 uur per dag bezig moeten zijn met alles wat ik hier leer.’ Die wilskracht om je passie echt door te zetten bewonder ik mateloos. Iedereen heeft iets wat voor haar of hem werkt. En wat voor mij niet functioneert, zal dat voor een ander wel doen.” Droomt van… een leven zonder planning. “Soms vind ik het leuk om 4u naar een opera van Wagner te luisteren. Dat is echt mijn tijd. Dan vind ik verstilling. Ik kan ook heel gelukkig zijn als ik mensen op straat tegenkom en we beslissen om spontaan een koffie te gaan drinken. Dat zijn spaarzame momenten die ik koester. Want hoe vaak doe je iets dat niet in je agenda staat? We zijn zo hard bezig met het opvolgen van onze planning dat het spontane uit ons leven verdwijnt.”


44  STILL#02

Hoeveel vrienden heb jij? Skype, Instagram, WhatsApp. Etentjes, citytrips, teambuilding. En ondertussen de ene na de andere Facebookpost van mensen over mensen. En toch voelt bijna 1 op de 4 60+’ers in België zich heel eenzaam, blijkt uit recent onderzoek van de Koning Boudewijnstichting. Hoe verbonden zijn wij eigenlijk met elkaar en hoe brengen we mensen weer samen aan de praat? “Een vrouw heeft me haar hond aangeboden, maar een hond in mijn bed? Wat moet ik daarmee doen? Ik kan daar toch niet tegen spreken?” Een vijfdubbelinterview met vereenzaamde Gentenaren Hugo, Madeleine en Lucien én met de hulpverleners Sien en Griet die hen begeleiden. “Het is een misvatting dat mensen met een netwerk zich niet eenzaam kunnen voelen.”

5-DUBBELINTERVIEW MET MENSEN IN EENZAAMHEID

“HET IS NIET OMDAT JE CONTACT WIL, DAT HET OOK LUKT” REDACTIE: MATTIAS DEVRIENDT | FOTOGRAFIE: VEERLE FRISSEN


“Ik heb eigenlijk met niemand contact. Soms zie ik Griet, antennewerker vanuit het lokaal dienstencentrum, of een thuisver­ pleegster. Maar als ik opsta, kan ik meestal de hele dag in pyjama rondlopen, omdat ik toch niemand verwacht. Dat ik een klein­ zoon heb die ondertussen 7 is, ontdekte ik via de dienst bevolking. Mijn dochter heb ik namelijk al 10 jaar niet meer gezien.” Hugo Sobrie slikt iets weg als hij het vertelt. Hij woont in een sociaal appartement op de benedenverdieping van een mooi heren­ huis in een aardige Gentse buurt. Als hij stapt, lijkt het alsof zijn lichaam een beetje hapert. “17 jaar geleden ben ik geschei­ den. Daarna werd ik als gevolg van een operatie geveld door een ziekenhuisbacte­ rie en sindsdien zit ik met een chronische zenuwontsteking wat een enorme rem is op mijn beweeglijkheid. De voorbije 12 jaar kon ik daardoor niet meer werken.” Het wordt een paar seconden stil. “Ja, het leven kan snel omslaan. Weet je, mijn dochter heeft eigenlijk nooit expliciet met mij gebroken. Door strubbelingen in de familie is ze op een gegeven moment gewoon weggebleven. Ik heb al vaak geprobeerd om het contact te herstellen. Bij verjaardagen stuur ik kaart­ jes, maar mijn kleinzoon weet natuurlijk niet wie ik ben. Ik schrijf er dan onder: opa van Gent. Ik wil mijn dochter de vrijheid geven om er haar eigen uitleg aan te geven. Ik heb haar altijd doodgraag gezien. Ze studeerde hier in Gent en zat vlakbij op kot. We hebben nooit ruzie gehad. Ik denk elke dag aan haar.” Madeleine knikt als ze dat hoort. Ze heeft zich opgemaakt voor het gesprek en lijkt

VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  45

Iedereen voelt zich wel eens eenzaam. Wanneer moeten we ons zorgen maken? Sien: “Er zijn soorten eenzaamheid. De soci­ ale factor is natuurlijk belangrijk, maar er zijn ook mensen die wel goed omringd zijn en zich toch eenzaam voelen. De vertrou­ wensband die we met anderen opbouwen, is veel belangrijker dan de frequentie waarop we iemand zien. Beter één goede vriend waar we alles kunnen aan toevertrouwen dan een uitgebreide kennissenkring van oppervlakkige contacten. Het is een mis­ vatting om te zeggen dat iemand met een netwerk zich niet eenzaam kan voelen.” Hugo: “Ik herinner mij nog goed het moment

WITTE HUIS

Toch zien en kennen we de échte toestand en gevoelens van mensen niet altijd. Is het vandaag een taboe om te zeggen: ik voel me eenzaam? Hugo: “Zeker. Ik schaam me voor mijn toestand en durf zeker niet zeggen aan mensen dat ik een sociale woning huur. De vooroordelen zijn gewoon te groot. Mis­ schien denken ze dat ik psychisch ziek ben of dat ik een verslaving heb. Ze moesten een keer weten wat ik in mijn leven allemaal heb meegemaakt. Ik werkte als assistent bij de Gezinsbond en was jarenlang actief als journalist. Ik beleefde er dingen die een normale mens nooit meemaakt, zoals de hand van de Amerikaanse president Jimmy Carter schudden in het Witte Huis. Ik vertel er niet vaak over. Het is nogal blufferig. En bovendien: wie gelooft er nu dat iemand in een sociale woning ooit met Johannes Paulus II aan tafel heeft gezeten?”

waarop ik ten volle besefte hoe eenzaam ik was. Op een dag nam ik de fiets voor een kleine boodschap met het idee om binnen de 5 minuten terug thuis te zijn. Ik viel en belandde in het ziekenhuis. 2,5 weken later werd ik thuis afgezet. Mijn deur stond nog open en mijn televisie zat nog aan. Toen besefte ik dat ik eenzaam was. Ik had er zelfs niet aan gedacht iemand op te bellen om mij uit de nood te helpen. Er was immers niemand. Na het ongeval bracht men mij in contact met een buurvrouw. Ik kan haar nu opbellen als er iets voorvalt. Het is niet zo dat ik na mijn ongeval zat te huilen van een­ zaamheid, maar ik vond het wel een gemis dat ik blijkbaar niemand kende.”

Lucien: “Een vrouw bood me haar hond aan, maar wat moet ik met een hond in mijn bed? Ik kan daar toch niet tegen spreken?”

een beetje zenuwachtig. Als ze spreekt, blijven de woorden onophoudelijk uit haar mond stromen alsof ze vergeten was hoe veel zinnen je ermee kan bouwen. “Ik heb een zoon die om de 14 dagen op bezoek komt en een dochter”, vertelt ze haastig. “Op haar twaalfde kreeg ze een zware epi­ lepsieaanval. Haar manier van leven ver­ anderde en ze mag geen auto rijden. Maar ik zie haar toch ongeveer 1 keer per maand hoor! En we telefoneren vaak. Maar ze is nog steeds mijn zorgenkindje. Ik heb trou­ wens ook 3 kleinkinderen en ik verwacht een achterkleinkindje! Fijn hé!” Ze streelt even over haar hondje, Bolleke. “Gelukkig is er ook psychologe Sien. Bij haar doe ik af en toe een keer mijn verhaal. Andere men­ sen hoeven geen weet te hebben van mijn miserie. Ik babbel graag, maar niet over dat soort zaken.”

Madeleine: “Door mijn meubels voel ik me toch min of meer thuis. Ze dragen stuk voor stuk souvenirs en herinneringen in zich”

  I N T E RV I E W


46  STILL#02

s el

u n Mensen in diepe eenzaamheid hebben geen netwerk en komen amper buiten. Hoe vinden hulpverleners hen? Sien: “Eenzaamheid speelt zeker bij de helft van onze cliënten een rol. Dat is niet altijd het eerste probleem waarmee ze tot bij ons komen, maar we lezen het tussen de lijnen. Er zijn verschillende opties om eerste stapjes te zetten. We verwijzen vaak naar het diensten­ centrum als bron van contact, als ze dat nog niet kennen. We bespreken hun interesses en laten hen kennismaken met ons aanbod. Soms raden we ze aan om hier een maaltijd te nuttigen zodat ze onder de mensen komen en een keer een babbeltje kunnen slaan. Dat spreekt niet iedereen aan, maar soms komen ze zo wel hun hart luchten bij ons.” Griet: “Waar ik bij sommigen eerst een aantal keer moet langsgaan voor ik zicht heb op de situatie, kom ik er bij anderen

Hugo: “Wie gelooft er nu dat iemand in een sociale woning ooit met Johannes Paulus II aan tafel heeft gezeten?”

© CUAUHTÉMOC GARMENDIA

Eenzaamheid kan een reeks lichamelijke klachten teweegbrengen: stress, een hogere bloeddruk, een slechte nachtrust, depressie. Waarschuwt ons lichaam ons als we de oeroude behoefte aan contact dreigen te verliezen? Lucien: “Wees maar zeker. Ik voel dat elke dag! Of beter gezegd, elke nacht. Mijn eerste vrouw stierf toen ze amper 24 jaar oud was, een uur nadat mijn zoon geboren werd. Ik ben later wel hertrouwd en kreeg nog een dochter, maar die eerste harde klap ben ik nooit helemaal te boven gekomen. Ik weet wel dat er mensen zijn die nog ergere dingen meemaken, maar je vrouw van 24 verliezen, tekent je voor de rest van je dagen mentaal en fysiek. Sindsdien droom ik de akeligste dingen. Ik droomde afgelopen nacht bijvoorbeeld dat een IS’er zijn kind

IS

sneller achter waar hun noden liggen. Bovendien zijn er ook veel ‘zorgweigeraars’. Dat zijn mensen die beweren nergens nood aan te hebben terwijl we wel signalen opvangen van buren die zich zorgen maken omdat het echt niet meer gaat. We kunnen niemand verplichten hé! Zo had ik onlangs een vrouw die alle zorg weigerde, tot ze uiteindelijk in het ziekenhuis belandde. Pas dan konden we verdere stappen onderne­ men. Spijtig genoeg moeten we soms echt wachten tot het fout loopt en ondertussen hopen dat er geen ernstige schade is. Daar kunnen er tenminste beslissingen geno­ men worden. Maar er zijn ook anderen. Sommigen zouden maar al te graag willen dat ik een hele dag naast hen zit. Dus ik zeg meestal bij het binnenkomen: ‘Ik passeer even om te zien hoe het met u is en ik heb een halfuurtje tijd.’ En soms stap ik ook bewust niet binnen.”

Men zegt wel eens dat eenzaamheid een vicieuze cirkel is. Eens je het beseft, raak je er heel moeilijk weer uit. Hoe komt dat? Sien: “Het is niet omdat je contact wil, dat het ook lukt. Ergens alleen naartoe stappen, blijft voor veel mensen een enorme drempel. We proberen in het dienstencentrum een warm welkom te geven aan elke persoon die er voor de eerste keer komt. Het is zeker niet evident om die eerste stap te zetten en iemand aan te spreken. We geven zelfs info­ sessies over hoe je best het eerste contact legt. We leggen dan bijvoorbeeld uit dat je het gesprek op elk moment op een beleefde manier kan afbreken of dat je op zoek kan gaan naar gemeenschappelijke interesses. Evidente tips die mensen vaak vergeten. We

van 10 jaar onthoofdde. Als ik niet kan slapen, kom ik naar beneden om te roken of ik bel na een nachtmerrie naar de 106 (Teleonthaal) om met iemand te kunnen praten. Ik vertel dan dat ik me angstig voel. De eerste keer was om 2u ’s nachts. Ik voelde me zo slecht en was dood van schrik, maar de man aan de andere kant begreep mij. Een oplossing voor mijn nachtelijke klachten is er nog niet. Ik ben naar verschillende psy­ chiaters geweest. Een vrouw heeft me zelfs haar hond aangeboden, maar een hond in mijn bed? Wat moet ik daarmee doen? Ik kan daar toch niet tegen spreken?” Sien: “Lucien is geen uitzondering hoor. Kijk, we zijn sociale wezens, dat zit nu eenmaal evolutionair ingebakken. Er is natuurlijk een verschil tussen familie of dichte contacten en bijvoorbeeld de thuishulp die 1 keer per week langskomt. Maar aan die paar uurtjes gezelschap per week kunnen sommigen zich ook heel erg optrekken. Een thuishulp kan dan functioneren als vertrouwenspersoon. Mensen die helemaal afgezonderd leven, zijn veeleer een uitzondering.”


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  47

In februari 2018 startte het Prisma-team met een piloot­project Brusselse rust- en verzorgingstehuizen. De Prisma- app bundelt met de hulp van familieleden anekdotes, foto’s en video’s uit het leven van de demen­ terende persoon en heeft als opzet de relatie tussen de bewoners en het verzorgend personeel van een WZC te verbeteren. Het doel? De app toegankelijk te maken voor alle WZC’s in België. De Prisma-app heeft een tweeledige functie. De bewo­ ner wordt getriggerd door fijne herinneringen uit zijn/

haar verleden en het verzorgend personeel kan de ach­ tergrond van de persoon ontdekken. Dat vergemakke­ lijkt een aanknopingspunt voor een gesprek. “ Ik streef naar een samenleving waar mensen opnieuw warmer met elkaar omgaan en waar er tijd wordt gemaakt om te luisteren naar elkaar”, aldus Frederik Vincx, bezieler van de app. Als ontwerper en ondernemer is hij steeds op zoek naar oplossingen voor de sociale sector. Hij liep een maand lang elke dag mee met de verzorgers in een rusthuis in Zonhoven en merkte op dat er wegens tijds­

Sien: “Het is vaak een heel slecht idee om de inboedel te verkopen van een oudere die naar een rusthuis vertrekt. Spullen verbinden hen met hun verleden en bieden een houvast”

www.prisma.care

gebrek vooral sprake is van een mechanische zorg met gevolg dat er weinig verbinding is tussen de bewoners en de verzorgers. “Mensen met dementie ervaren een disconnectie waar­door ze meer in zichzelf gekeerd zijn en moeilijker con­tact leggen. Ook het praten verloopt vaak moeizamer. Het ziektebeeld werkt isolatie in de hand”, verklaart Frederik.

maar die zijn wel een evidente groep om mensen mee in contact te brengen omdat ze nu eenmaal dichtbij wonen. Mobiliteit is voor veel mensen namelijk een groot probleem en bij Buren voor Buren speelt dat toch veel minder. Daarnaast begeleiden we mensen ook naar groepsgerichte activitei­ ten. Maar ook daar is mobiliteit soms de spelbreker. Het zijn vaak kleine drempels die mensen tegenhouden. Sommigen zitten bijvoorbeeld in een rolstoel of zijn bang dat er geen toilet in de buurt is. Maar met wat extra aanmoedigingen lukt het wel. Kijk naar Lucien! Hij komt dagelijks naar ons ontmoetingscentrum. Een andere drem­ pel is het aanbod. Voor een groep mensen is het niet hun ding of ze vinden geen gelijkgestemden, zoals we bij Hugo gemerkt hebben.” Hugo: “Persoonlijk hoef ik geen contact omwille van het contact. Ik heb nood aan iemand waar ik een keer iets persoon­ lijks tegen kan vertellen, zoals een goede kameraad. Tentoonstellingen bezoeken, een uitstap doen, samen filosoferen, de actualiteit: daar liggen mijn interesses. Het journaal mis ik nooit en ik lees veel, vooral non-fictie. Bij de mensen die ik ontmoet, voel

Griet: “We focussen niet alleen op buren,

DEMENTERENDE BEJAARDEN EN VERZORGEND PERSONEEL

Prisma-app maakt verbinding tussen

Beter een goede buur dan een verre vriend… Is het vandaag dan zo moeilijk om een goede vriend of betrouwbare vriendin te vinden?

mogen zeker ook intimiteit niet uit het oog verliezen. Oudere mensen zijn vaak nog op zoek naar een partner. Daar wordt te weinig naar geluisterd. Vandaar dat we vanuit het OCMW Gent een soort datingprogramma opstartten. Weet je, soms vragen mensen me gewoon om een knuffel.” Griet: “Er is ook ons project Buren Voor Buren waarmee we bepaalde mensen uit dezelfde buurt aan elkaar proberen te mat­ chen. Soms zitten mensen met hele simpele zorgvragen. Ze vallen ziek, moeten binnen­ blijven in hun appartementje en vinden niemand om hun hond uit te laten. Dan is het fijn als een buur even bijspringt. Andere keren zoeken we iemand die een wandeling wil maken met iemand die moeilijk te been is. Belangrijk is wel dat beide partijen gemo­ tiveerd blijven. Daarom houd ik de eerste weken intensief contact. Ik kan niet riskeren om behulpzame buren te verbranden. Ja, er leven soms verkeerde verwachtingen bij de opstart, maar er groeien ook vaak mooie dingen uit voort.”

  I N T E RV I E W


48  STILL#02

Veel ouderen geven eenzaamheid aan als één van hun belangrijkste problemen. En die bevolkingsgroep groeit. Hoe moeten we het aanpakken om onze 60-plussers met anderen en met de samenleving te verbinden? Griet: “Geloof in hen en zoek naar hun krach­ ten. Geef hen autonomie en doe niet alles in hun plaats. Wat kan iemand nog? Welke interesses heeft hij of zij? Mijn taak is om dat aan te voelen. Lucien speelt bijvoorbeeld graag piano maar niet zonder publiek. Ik moedig hem aan om piano te spelen op de openbare piano die vaak in het stadscen­ trum te vinden is.” Sien: “Vergeet ook het idee dat het alleen maar om ‘contacten’ en ‘sociaal zijn’ draait. Ouderen torsen een heel verleden met zich mee. Ze hebben zich in hun leven niet alleen aan mensen gehecht, maar ook aan voorwerpen. Spullen kunnen hen verbinden

FOETUSHOUDING

Griet: “Geloof in ouderen en zoek naar hun krachten. Geef hen autonomie en doe niet alles in hun plaats”

punten op, een ‘soms’ 1 punt en een ‘nee’ 0 punten. De zes vragen kunnen samen maximaal 12 punten opleve­ ren. Een hogere score betekent een sterkere mate van eenzaamheid. Iemand wordt eenzaam genoemd bij een score van 7 punten of hoger. Iemand die 1 tot en met 6 punten scoort, wordt als ‘weinig of enigszins eenzaam’ gezien. Mensen kun je als eenzaam classificeren als zij op ten minste één aspect van hun sociale contacten een sterk gemis ervaren. Degenen die weinig of enigszins een­ zaam zijn, ervaren niet constant een sterk gemis, maar op ten minste één aspect soms een gemis.

Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zijn we samen.”

De antwoordcategorieën zijn: ‘ja’, ‘soms’ en ‘nee’. Een ‘ja’ levert 0 punten op, een ‘soms’ 1 punt en een ‘nee’ 2 pun­ ten voor de stellingen 1, 3, 4 en 5. Bij de stellingen 2 en 6 zijn de antwoorden anders gecodeerd. Een ‘ja’ levert 2

stellingen wordt de mate van eenzaamheid bepaald. De stellingen luiden als volgt: 1. Er zijn mensen met wie ik goed kan praten. 2. Ik voel me van andere mensen geïsoleerd. 3. Er zijn mensen bij wie ik terecht kan. 4. Er zijn mensen die me echt begrijpen. 5. Ik maak deel uit van een groep vrienden. 6. Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig.

ik me vaak niet thuis. Het zou fijn zijn om iemand te ontmoeten met wie ik op dezelfde golflengte zit.” Lucien: “Mijn buurvrouw komt elke dag van 11u tot 11u15 koffie drinken. Het is een brave vrouw maar ze vertelt altijd over het weer. Ik heb haar graag, maar dat zijn geen gesprekken. Verder komt er elke dag een Turkse vrouw uit de buurt mijn rug wassen. Maar waarom zou mijn rug alle dagen gewassen moeten worden? Ik ben niet vuil. Vroeger deed ze al eens een babbeltje maar inmiddels heeft ze drie kinderen en is er geen tijd meer voor een gesprek. Eigenlijk heb ik weinig goede gesprekken.” Madeleine: “Beneden waar ik woon, is er een ontmoetingsplek. Als ik weet dat er iemand is die ik ken, daal ik wel eens af om goedendag te zeggen. Ik maak graag een babbeltje, dat kan 5 minuten duren, maar evengoed 20 minuten. Maar op een stoel gaan zitten, doe ik niet. Ik wil altijd kunnen vertrekken. Ik ben een beetje op mijn eigen, zie je. Liefst van al blijf ik op mijn apparte­ ment met Bolleke, mijn hondje. Ze is er nu al 9 jaar en we hangen enorm aan elkaar.

Er bestaat geen perfecte test om eenzaamheid te meten. Alles hangt af van de precieze doelstelling. Mensen met een uitgebreid sociaal netwerk kunnen zich leeg en verlaten voelen, terwijl er anderen zijn die bewust het alleen zijn opzoeken om zich te herbron­ nen en aan zelf­reflectie te doen. Een wetenschappe­ lijk verantwoord instrument dat wereldwijd wel veel wordt gebruikt, is de UCLA (University of California, Los Angeles) Loneliness Scale. Dit meetinstrument is bedoeld om te meten hoe eenzaam iemand zich voelt. Je vindt de 20 stellingen en de score-berekening op www.still-magazine.be. Een verkorte versie van deze Loneliness Scale geven we hier. Aan de hand van zes

EENZAAMHEID METEN?

Kunnen we


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  49

In 2017 werd er door Zorgbedrijf Roeselare op vraag van de maaltijdbezorgers een experiment opgezet. Bezorgers kregen voortaan extra tijd om op het einde van hun ronde samen met de klanten een maaltijd te nuttigen. Onderzoek in samenwerking met de Hogeschool West-Vlaanderen had uitgewezen dat 46% van de klan­ ten altijd alleen aten, weekdagen en weekends. De maaltijd wordt geleverd in een gezellige picknick­ mand, inclusief servies. Momenteel wordt er bekeken of het zorgbedrijf ook maatschappelijke werkers en

SAMEN TAFELEN

schoonmakers kan inschakelen als maaltijdmaatjes en is er interesse van naburige gemeentes. Laurens Deboeuf, coördinator van het project, bena­ drukt dat het zorgbedrijf er wil zijn voor iedereen die graag gezelschap heeft tijdens de maaltijd en zich niet louter richt tot mensen die eenzaam zijn. Omdat het psychologische en emotionele aspect heel belangrijk is, krijgen de maaltijdbezorgers een aparte opleiding. Laurens: “Een van onze bezorgers zag een man twijfelen toen ze een extra stoel aan tafel wou schuiven. 15 jaar geleden was zijn vrouw gestorven en

Zorgbedrijf Roeselare laat maaltijdbezorgers en klanten

over hun eigen leven omdat er veel din­ gen voor hen beslist worden. Ze proberen daarom nog zolang mogelijk met de auto te rijden. Als het moment dan komt waarop het echt niet meer gaat, zoals bij Madeleine die tot voor kort nog al haar boodschappen zelf deed, is dat een heel moeilijk aanvaar­ dingsproces. Het is een stukje van hun onaf­ hankelijkheid dat ze afgeven. Als psychologe help ik mensen om ouder worden in de breedste zin van het woord te aanvaarden.” Madeleine: “Ik herinner mij dat moment nog goed. Tot juli verleden jaar had ik een eigen auto, waar ik veel mee op stap kon. Door cataract moest ik mijn wagen verkopen. Dat maakte me meteen een stuk afhankelijker van anderen en dat ligt gewoon niet in mijn aard. Altijd heb ik goed mijn plan getrokken. Op mijn 22ste verhuisde ik met mijn eerste man naar Congo en reisde met mijn kinde­ ren heen en weer naar België. Ach, het leven loopt raar. Ben ik eenzaam? Ik weet het niet. Ik ben verstandig genoeg om tegen mezelf te zeggen: het is nu eenmaal zo.”

https://www.zbroeselare.be/diensten-huis/ warme-maaltijden-met-glimlach-huis

sindsdien had er nooit meer een tweede stoel aan de eettafel gestaan. Het was wennen, maar nu is hij heel dankbaar.” Ook naburige gemeenten zoals Waregem en Brugge zijn al komen luisteren hoe ze het in Roeselare doen. “De sleutel tot succes ligt bij de maaltijdbezorgers”, licht Laurens toe. “Zij bouwen een vertrouwensband op die heel waardevol is.”

We onderschatten ouderen dus… Sien: “Zeker. Oudere mensen hebben vaak het gevoel dat ze geen controle meer hebben

met hun verleden en zo een houvast bieden. In feite zijn meubelstukken en souvenirs een stuk identiteit. Het is vaak een heel slecht idee om de inboedel te verkopen van een oudere die naar een rusthuis vertrekt. Ook af en toe terugkeren naar het oude huis kan in tegenstelling tot wat vele mensen geloven troost bieden.” Madeleine: “Klopt. Ik heb mijn meubels dicht bij mij. Ze komen allemaal uit mijn vorige woning. Jarenlang woonde ik in villa’s in Congo en Tunesië. Na de plotse dood van mijn man verhuisde ik naar een klein appar­ tement. Door mijn meubels voel ik me toch min of meer thuis. Ze dragen stuk voor stuk souvenirs en herinneringen in zich, vooral aan mijn tweede man. Hij was mijn god. 19 jaar geleden vond ik hem dood in de hof in een foetushouding. Het lijken 19 dagen... Ik mis hem enorm. Kijk, je hebt mensen die ver­ huizen en tegelijk allemaal nieuwe meubels kopen. Dat begrijp ik niet. Het is al zo zwaar dat je man sterft.”

  I N T E RV I E W


50  STILL#02

GRAFISCH VORMGEVER, °1988, ZULTE

“DEZE TATTOO HERINNERT ME AAN MIJN JEUGD TOEN IK WERD ONDERGEDOMPELD IN DE PINKSTERBEWEGING”

OOG

JENS SIMOENS

 ENGAGEMENT

MIJN TATTOO

FOTO'S: VEERLE FRISSEN


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT 51 ENGAGEMENT  51

Mijn verhaal “Deze tattoo herin­ nert me aan mijn jeugd toen ik werd ondergedompeld in de Pinksterbewe­ ging waarin mijn grootouders langs moeders kant actief waren. Pépé werd

Mijn moment “In 2015 liet ik deze tattoo zetten door Liesbeth De Stercke, een getalenteerde tattoo-artieste die bekend staat om haar fijne lijntekeningen. Ik wou vooral een tattoo die er visueel uitsprong en die iets persoonlijks over mij vertelde. En het hielp dat ik er indruk mee kon maken op de vrouw die ik wilde veroveren.”

Mijn beeld “Het alziende oog is omge­ geven door nimbus wolken, die op het punt staan regen te lossen. Ik zie ze als een metafoor voor gevoelens die op

na een moeilijke periode in zijn leven voorganger. Elke woensdag en zondag nodigden mémé en pépé gelovigen uit in hun woonkamer om een viering bij te wonen waarin er veel gebeden en gezongen werd. We schoven de meubels aan de kant en mijn tante haalde haar accordeon boven. Pépé hoedde als kind schapen en in zijn latere leven was hij opnieuw een ‘goede herder’.”

“Ik zie de wolken als een metafoor voor gevoelens die op uitbarsten staan”

Mijn engagement “Als kind was ik onder de indruk van de prenttekeningen met ‘God ziet u’. Het oog boezemde angst in, maar stelde me ook gerust. Want als God alles zag, bood hij ook bescherming. Nu geloof ik niet langer in God, maar probeer ik bewust te leven naar de normen en waarden die ik in mijn jeugd heb meege­ kregen.”

uitbarsten staan. Tegelijkertijd zijn ze een verwijzing naar mijn grote uitlaatklep voor deze emoties, de band Cloud Nimbus waarbij ik drum speel.”


FOTO: IRIS KELLY

  A K T E VA N B E RO U W

WIE IS LIES GALLEZ? Lies Gallez houdt niet van massa­ consumptie, tankstationkoffie en slagroom. Ze behaalde haar master Audiovisuele Kunsten Schrijven aan het RITCS. In 2014 won ze de publieksprijs van A.L. Snijdersprijs met haar zeer korte verhaal. In 2018 won ze de Hendrik Prijs-prijs voor kortverhalen. Dagen vult ze het liefst met woorden bij elkaar sprokkelen op plekken waar bomen zijn. Haar verhalen publiceerde ze in Kluger Hans, De Optimist en Deus Ex Machina. Momenteel is ze aan de slag als schrijfdocent en OKAN-leerkracht. Ze werkt aan een roman en een bundeling van haar kortverhalen.

52  STILL#02

We hielden elkaars handen vast. Ik sprong op de trampoline die jij me vorige week cadeau gaf. Buiten waren vogels, en mensen die ernaar keken, en zeldzame wolken die op olifanten leken, en lentige zonnestralen die in strepen op het vers gemaaid gras vielen. Je nam er een kaart bij en zette een punt op de plek waar je heen zou gaan. Je noemde het ‘daar’. Ik bleef ‘hier’. Je duim en wijsvinger plaatste je elk op een punt en zei dat er tussen ons landen, zeeën en mensen lagen. Je noemde het afstand. Het klonk als een ziekte die ik niet wilde. En ik lachte met een glimlach die ik geoe­ fend had voor de klasfoto. Voor het eerst voelde ik vanbinnen iets breken. Niet zoals je koffiekopje die ochtend, waarbij je claimde dat scherven geluk brengen. Maar het breken van wat ik altijd al kende door iets dat ik later, veel later, angst zou noemen. Je zou bellen. Je zou brieven schrijven. Je zou terugkomen. Na vier maanden, zei je. Mijn armen spreidde ik zo wijd mogelijk,

alsof die het begin en einde van die tijd aanga­ ven, (wist ik veel). We hingen een lintmeter aan het prikbord in de keuken. Elke dag mocht ik er een centimeter afknippen tot er niets meer zou overblijven. Gemis had opeens ontzettend veel met vermageren te maken. De avond voor je vertrek zeiden serieuze men­ sen met serieuze blikken op de televisie dat er op jouw punt oorlog was. – ‘Waarom?’ vroeg ik. – ‘Omdat sommige mensen geen goede mensen zijn,’ zei je. – ‘En wat ga jij doen?’ – ‘Ik ga helpen.’ ’s Avonds lag ik in bed naar het plafond te sta­ ren. Er hingen fluorescerende sterren. Morgen, zo beloofde ik mezelf, zou ik je vertellen hoe veel ik je zou missen. Dat we daarna samen even konden huilen. Ons verdriet dat op een ver­ drietje zou lijken, bang dat het anders te groot zou zijn voor ons lichaam. Er was nog één dag over. Ik vroeg me af of ik opnieuw een afwasbare tatoeage op je arm zou plaatsen. Of we nog zouden praten over ‘hier’ en ‘daar’. Of er een kans bestond dat als ik hoog genoeg zou springen, ik de afstand tussen ons zou kunnen overbruggen. Of het vandaag meer lente zou worden dan gisteren, de zon een gele bol, groter dan het topje van mijn duim. Op de sofa sloeg je vaderlijk een arm om me heen. Ik dacht: dit is het moment. Tussen jouw blik en de mijne lag de belofte te wachten. Ik kon alleen denken aan het moment waarop je auto morgen de straat zou uitrijden, en ik zou zwaaien, alsof mijn leven daarvan afhing, aan hoeveel wolken de lucht zou tellen, aan hoe sterren eigenlijk alleen maar zwijgen hele nachten lang. ‘Het komt goed,’ zei ik, ‘alles komt goed.’ En ik glimlachte, alsof dat het enige juiste begin van de dag was. Van alles wat nog zou volgen. Je vertrok. Ik telde vogels en koffiekopjes. Knipte centimeter na centimeter af. Glimlachte. Sprong. Op. Neer. Op. Neer. Op. Neer. LIES GALLEZ

WAT KAN LIES IEDEREEN EEN KEER AANRADEN? Ik zou iedereen aanraden om een deel van de Camino te wandelen naar Compostella. Dat heeft mijn wereld in ieder geval veranderd. Mijn ogen geopend. Mij getoond wat ik werkelijk wilde in dit ene leven.


VERSTILLING VERBINDING ENGAGEMENT  53


MoNOLooG TATToO KLEDiJ vLuCHTeLING keRKetOrEN Ik ben Kürt Rogiers.

Het engagement achter de tattoo van 3 mooie mensen.

7 stille trends in modeland.

De parabel van de verloren zoon. Anders.

Op trip naar het Franse dorp Still, om de stille bestaansreden van dorpen te ontdekken.

KuNST

Sarah Yu Zeebroek (illustratie), Sam Scarpulla (graffiti) & Jimmy Kets (fotografie) over verstilling, verbinding en engagement.

POrTrET EENzAAM 4 jonge ogen kijken naar de wereld.

5-dubbelinterview met mensen in eenzaamheid over verbinding, autonomie, verlies en drempels.

Colofon Still 02

Still is een halfjaarlijkse uitgave van de Broeders van Liefde, Sint-Vincentiusregio. Still wil mensen inspireren rond de thema’s die voor de broeders belangrijk zijn: engageren in zorg en onderwijs, verbinden door in gemeenschap te leven, verstillen via gebed en meditatie. Still zoekt vanuit een open houding en via persoonlijke beleving hoe mensen vandaag tot vormen van verstilling, engagement en verbinding komen. Redactie: Veerle Frissen, Mattias Devriendt, Annelies Naert, Edwin Vercruysse, Lieven Claeys, Kristof Lataire, Filip D'Hooghe, Thaïs Anteunis, Koen De Fruyt. Hoofdredacteur: Broeder Luc Lemmens, regionale overste. Verantwoordelijke uitgever: Broeder Luc Lemmens, Stropstraat 119, 9000 Gent Redactiesecretariaat: Still Magazine, Stropstraat 119, 9000 Gent, T09 221 45 45, veerle.frissen@fracarita.org. Medewerkers: Bart Koubaa, Lies Gallez, Lies Willaert, Károly Effenberger, Jordy Frissen, Ben De Wever, Sarah Yu Zeebroek, Sam Scarpulla, Jimmy Kets. Vormgeving: Filip Erkens en Taisia Migov. Druk: Graphius Still ontvangen? Registreer via www.still-magazine.be en ontvang het magazine gratis

Sint-Vincentiusregio, België

54  STILL#02

Still magazine #2 NL  

Still is een halfjaarlijkse uitgave van de Broedres van Liefde, Sint-Vincentiusregio België.

Still magazine #2 NL  

Still is een halfjaarlijkse uitgave van de Broedres van Liefde, Sint-Vincentiusregio België.

Advertisement