Issuu on Google+

Hoe ventileren? Basisregel om te ventileren: de geproduceerde dampen moeten uit de woning verwijderd worden en verse lucht moet aangevoerd worden 5 aandachtspunten: 1. Beperk zoveel mogelijk de vochtproductie binnen in de woning. 2. Voer de ontstane damp zo snel mogelijk af naar buiten. 3. Vermijd dat de damp zich door de woning kan verspreiden, vooral van warme plaatsen naar koude (want dan kan de damp condenseren op de koudere muren). 4. Zorg voor een kleine maar constante ventilatie in de plaatsen op het ogenblik dat er personen aanwezig zijn. 5. Bij vochtig of zeer koud weer mogen de bewoonde vertrekken niet te sterk afkoelen, een kleine continue verwarming is wenselijk. Luchten vs verluchten Luchten: ramen of deuren wijd open zetten om snel een grote hoeveelheid lucht af te voeren. Bijv. tijdens het poetsen of na het verven. Verluchten: is een constant en gecontroleerd proces van af- en aanvoer van lucht. Dit door ramen op een kier te zetten of het gebruik van ventilatieroosters. Ventileren moet dus gecontroleerd verlopen. In de optimale situatie wordt verse lucht toegevoerd in de droge ruimtes en waar afgevoerd via de natte ruimtes (badkamer, toilet, …). Hierbij dient gestreefd te worden naar een optimale luchtdoorvoer in de hele woning.

Ventilatiesystemen Natuurlijke ventilatie - Verluchtingsroosters in ramen, deuren of buitenmuren voeren de verse lucht aan. De onzuivere lucht wordt via een schoorsteen afgevoerd. - de installatie is goedkoper dan mechanische ventilatie - een hoger energiegebruik dan bij mechanische ventilatie omdat de aanvoer van lucht moeilijk geregeld kan worden. Mechanische ventilatie - Een ventilator zuigt de onzuivere lucht af en voert verse lucht aan. De warmte uit de afgezogen lucht kan gerecupereerd worden voor de opwarming van de verse buitenlucht. - Het principe werkt efficiënter dan natuurlijke ventilatie en is beter te regelen - Het systeem vraagt om regelmatig onderhoud en het kanalensysteem vraagt de nodige plaats Deze twee principes kunnen ook gecombineerd worden met elkaar

Systeem A - Dit is de eenvoudigste en goedkoopste manier van ventileren. - De toevoer van verse lucht gebeurt via regelbare ventilatieroosters (ramen,…) - De opening van het rooster moet geregeld kunnen worden van ‘open' tot ‘gesloten' - Zelfregelende ventilatieroosters zorgen voor een constante aanvoer van verse lucht. Ze geven ook nooit een tochtgevoel omdat automatisch een klep dicht gaat wanneer het waait. - De toevoer van de lucht gebeurt best via droge ruimten (slaapkamer, woonkamer,…) - De luchtcirculatie gebeurt via deurroosters of muuropeningen - De afvoer van de lucht gebeurt via de natte ruimten (badkamer, wasplaats,…)


- De lucht kan via een schoorsteen of een ventilatiekanaal worden afgevoerd Systeem B Wanneer natuurlijke toevoer van lucht niet mogelijk is – bijv. lawaaierige buitenomgeving, geurproblemen,‌ - kan een mechanische aanvoer van lucht soelaas bieden. - Door de mechanische aanvoer van de lucht, gebeurt dit op een gecontroleerde manier - De toevoeropeningen kunnen op een gewenst debiet worden ingesteld Systeem C In plaats van een natuurlijke afvoer van de lucht, kan ook voor een gecontroleerde mechanische afvoer worden geopteerd. De natuurlijke toevoer van de lucht betekent niet dat de lucht op volledig natuurlijke wijze in de woning binnenkomt. De mechanische afzuiging heeft immers een invloed op de luchttoevoerdebebieten

Systeem D Dit is een volledige mechanische ventilatie. Dit principe is volledig gecontroleerd aangezien je zelf de hoeveelheden lucht die worden aan- en afgevoerd kan afstemmen op de behoeften. Om de energieverliezen te beperken, kan je de warmte uit te afgezogen lucht recupereren om de verse lucht voor te verwarmen.

Balansventilatie Bij de klassieke ventilatiesystemen dreigt veel energie verloren te gaan door het afzuigen van verwarmde lucht. Dit kan je vermijden door het toepassen van een balansventilatie met warmterecuperatie. - de lucht wordt aan- en afgevoerd door ventilatoren - de aangevoerd lucht wordt opgewarmd door de warmte afgevoerde lucht - Open systemen voor verwarming en verluchting moeten vermeden worden in het ontwerp - Ook de keuze van de ventilatiekanalen en vraaggestuurd ventileren dragen bij tot een beperkter energieverlies Voorwaarden - Zeer goede luchtdichtheid van het gebouw - Gebruik van ventilatoren met een laag elektrisch verbruik - Regelmatig onderhoud van het systeem - Deskundige uitvoering van de installatie - Het opstellen van een doordacht ventilatieplan


Hoe ventileren