Page 1

Uw legal update door Bright Advocaten. n° 5 – 25 oktober 2010

Met The Bright Side licht Bright Advocaten op frequente basis een al dan niet actueel juridisch onderwerp toe op een voor ondernemers praktische en bruikbare wijze. Bright Advocaten is een in Roeselare (Accent Business Park) gevestigd advocatenkantoor gespecialiseerd in het ondernemingsrecht. Bright bestaat uit Dirk Clarysse, Nele Schelstraete, Nele Sercu, Tom Devolder en Benoit De Wilde.

UW RECHTEN EN PLICHTEN ALS GEBRUIKER VAN GIRALE EN ELEKTRONISCHE BETALINGSDIENSTEN De tijd dat betalingen hoofdzakelijk in contanten of met waardepapieren gebeurden, is (op enkele sectoren na) voltooid verleden tijd. Hedendaagse betalingen gebeuren bijna uitsluitend giraal en/of elektronisch. De juridische omkadering van dergelijke betalingen wordt in België geregeld door o.m. de nieuwe Wet betreffende de betalingsdiensten (hierna WBD), die op 1 april van dit jaar in werking trad. De WBD regelt diverse contractuele facetten waaraan een in België aangeboden ‘betalingsdienst‟ – denk maar aan papieren of elektronische overschrijvingen bij uw financiële instelling, betaling via Bancontact, elektronische betalingsplatformen zoals Paypal of zelfs het betalen van een parkeerticket per SMS – moet voldoen. Mr. Tom Devolder licht u deze nieuwe regelgeving toe.

Voorafgaand: toelichting van de WBD in vogelvlucht Het opzet van deze bijdrage is om in vogelvlucht de nieuwe WBD, en in het bijzonder een aantal voor de (professionele) gebruiker interessante aspecten toe te lichten. Bij de lectuur van deze bijdrage zal u er als lezer evenwel rekening mee willen houden dat de WBD niet alleen een omvangrijke wet betreft (25 pagina’s in het B.S. en ruim 80 artikelen) maar bovendien een juridischtechnisch complexe wet: de WBD is doorspekt met uitzonderingen, afwijkmogelijkheden, beperkingen van toepassingsgebied, enz. In het kader van deze bijdrage kan niet worden stilgestaan bij elke nuancering of uitzondering, en worden slechts de voornaamste principes toegelicht, aangevuld met voldoende belangrijke uitzonderingen. Indien u geconfronteerd zou worden met een probleem inzake betalingsdiensten, zal dus steeds concreet moeten worden nagegaan of er geen uitzonderingen of afwijkende regels van toepassing zijn. Betalingsdiensten De WBD vervangt een amalgaam van financiële wetgeving die voorheen verschillende aspecten – risicoverdeling fraude, valutadata, informatieverplichtingen, enz. – van al dan niet elektronische betalingsdiensten regelde. De WBD is van toepassing op zogenaamde betalingsdiensten. De WBD definieert deze term aan de hand van een opsomming van diensten die als betalingsdienst moeten worden gekwalificeerd. Het gaat onder meer om diensten die aan de betalingsdienstgebruiker toelaten om: 

cash geld op te nemen van en te deponeren op een betaalrekening, alsook

© 2010 BV ovv CVBA Bright Advocaten,

 

 

om deze betaalrekening te beheren (bijv. aan het loket van een bank, of aan een betaalterminal); betalingstransacties via overschrijving uit te voeren (zowel aan het loket, als via een informaticasysteem zoals een online banking applicatie) domiciliëringen en doorlopende betalingsopdrachten toe te staan; betalingstransacties uit te voeren via betaalkaarten of andere betaalinstrumenten (bijv. Maestro, Visa, Mastercard, enz., maar ook Paypal of betalingen met smartphone in combinatie met PingPing); geldtransferten (zogenaamde 'money remittance', bijv. via Western Union); betalingstransacties uit te voeren via een informatica- of telecommunicatiesysteem, waarbij de betaling rechtstreeks geschiedt aan de beheerder van dat systeem, die optreedt als tussenpersoon voor de dienstverlener (bijv. betaling van een parkeerticket via SMS (zie bijv. 4411.be), of de aankoop van beltonen; zie ook Mobile.For).

Deze opsomming behelst ongeveer elke courante girale en elektronische hedendaagse betalingstransactie, dit zowel voor particuliere als voor professionele doeleinden. De WBD zal bijgevolg een rol spelen bij de meeste hedendaagse betalingen. Op chartale betalingen, of betalingen via waardepapieren, is de WBD niet van toepassing. Betalingsdienstactoren De betalingsdienstgebruiker kan zowel een professioneel zijn als een consument. Deze laatste term definieert de WBD als elke natuurlijke persoon die, in het kader van betalingsdienstcontracten welke onder deze wet vallen, voor doeleinden buiten zijn bedrijfs-

of beroepswerkzaamheden handelt. De mogelijkheid die de Europese richtlijn bood om ook zogenaamde micro-ondernemingen – kleine zelfstandigen en ondernemingen – als consument te kwalificeren werd door de Belgische wetgever niet benut. Dit onderscheid tussen consument en professioneel is niet zonder belang, nu de consument onder de WBD, zoals hierna uiteengezet, immers een grotere bescherming geniet dan de professionele gebruiker. De betalingsdienstaanbieder is iedere rechtspersoon die betalingsdiensten verstrekt aan een betalingsdienstgebruiker en gerechtigd is om betalingsdiensten aan te bieden. Het betreft onder meer Belgische financiële instellingen, in de EER gevestigde financiële instellingen die diensten in België aanbieden, de NBB, de Bank van de Post, enz. De WBD is niet (of in sommige gevallen slechts zeer beperkt) van toepassing bij transacties in valuta van niet-EER landen (dollar, yen, enz.) of wanneer (één van) de aanbieder(s) buiten de EER is gevestigd. Niet in de EER gevestigde ondernemingen mogen overigens in België geen betalingsdiensten aanbieden. Vandaar ook dat de meest ogenschijnlijke niet-EER ondernemingen door de band opereren via een Europese dochter- of zusteronderneming (bijv. Paypal, die in Europa diensten aanbiedt via een Luxemburgse vennootschap). Voor de toepassing van zijn verplichtingen maakt de WBD verder een onderscheid tussen eenmalige betalingstransacties (bijv. een eenmalige money remittance) en transacties die in het kader van een raamcontract gebeuren (bijv. een rekeningenovereenkomst met de bank, een kredietkaartovereenkomst, enz.). Aangezien in het moderne handelsverkeer niet-chartale beta-

1


Uw rechten en plichten als gebruiker van girale en elektronische betalingsdiensten lingen bijna uitsluitend via raamcontracten gebeuren, zullen in deze bijdrage enkel de op raamcontracten toepasselijke regels worden toegelicht. Informatieverplichtingen Het eerste deel van de WBD heeft betrekking op een aantal bijzondere informatieverplichtingen in hoofde van de betalingsdienstaanbieder. ‘Bijzonder’, nu deze informatieverplichtingen bovenop eventuele andere wettelijke informatieverplichtingen komen (bijv. Wet Consumentenkrediet, Wet Marktpraktijken, enz.), die eveneens nageleefd moeten worden. De WBD legt aan betalingsdienstaanbieders zowel informatieverplichtingen op voorafgaand aan het sluiten van een raamovereenkomst, als vóór en ná de uitvoering van een betalingstransactie. Vooreerst moet de aanbieder, voorafgaand aan het sluiten van een raamcontract, aan de kandidaat-gebruiker alle wettelijke en relevante informatie meedelen. Dit dient te gebeuren op een duurzame drager (i.e. papier, maar bijv. ook een afdrukbaar digitaal document dat aan die vereisten voldoet, zoals PDF), die de aanbieder aan de kandidaat-gebruiker spontaan en zelfs buiten diens verzoek overmaakt. Indien het raamcontract op afstand wordt gesloten – bijv. het openen van een account bij Paypal – moet de betalingsdienstaanbieder onmiddellijk na het afsluiten van de overeenkomst hieraan voldoen. Artikel 14 WBD bevat een waslijst aan gegevens die een aanbieder minimaal aan de kandidaat-gebruiker moet meedelen. Het betreft in grote lijnen:   

   

specifieke identiteitsgegevens; een beschrijving van de kenmerken van de dienst; de diverse beschikbare betalingsprocedures en de uitvoeringstermijnen (zie hierna); de verdeling van de kosten (zie hierna); de eventuele van toepassing zijnde rentevoet(en); bepalingen inzake communicatie tussen gebruiker en aanbieder richtlijnen en verplichtingen inzake veilig gebruik van een betaalmiddel en de te volgen stappen bij verlies of fraude de verdeling van de aansprakelijkheid in geval van fraude en foutieve uitvoering (zie hierna); de manieren van wijziging en opzegging van het contract (zie hierna);

Een uitgebreide bespreking van deze informatieverplichtingen ligt buiten het opzet van deze bijdrage. Wel worden de rechten en plichten waarop de belangrijkste infor-

© 2010 BV ovv CVBA Bright Advocaten,

matieverplichtingen hierna toegelicht.

betrekking

hebben

Ook vóór en ná uitvoering van een betalingsopdracht heeft de gebruiker het recht op duidelijke informatie. Vóór de uitvoering moet op verzoek van de gebruiker de nodige info worden gegeven omtrent de uitvoeringstermijn en de aan de transactie verbonden kosten. Ná de uitvoering moet de aanbieder de gebruiker steeds in kennis stellen van het effectief gedebiteerde bedrag, de verschuldigde kosten, de eventuele wisselkoers en de valutadatum. Naast strafsancties in hoofde van de betalingsdienstaanbieder, voorziet de WBD eveneens in een tweetal (beperkte) burgerlijke sancties indien de betalingsdienstaanbieder zijn wettelijke informatieverplichtingen miskent: in sommige gevallen zal de gebruiker niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor frauduleuze transacties met zijn betaalinstrument, en in andere gevallen zal de gebruiker de raamovereenkomst onmiddellijk en zonder boete kunnen opzeggen. Hierbij is het niet zonder belang dat de betalingsdienstaanbieder, in geval van een geschil, moet bewijzen dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Wijzigingen en opzegging van het raamcontract Het is een betalingsdienstaanbieder toegestaan om eenzijdig het raamcontract te wijzigen. Wel kan de gebruiker desgevallend binnen een termijn van twee maanden zijn raamcontract onmiddellijk en kosteloos beeindigen. Deze laatste mogelijkheid moet in de raamovereenkomst wel expliciet worden bedongen. Hoe dan ook kan de betalingsdienstgebruiker het raamcontract te allen tijde kosteloos opzeggen. In het raamcontract kan wel een opzeggingstermijn worden bedongen, die evenwel maximaal één maand mag bedragen. Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, kan ook de aanbieder over een opzeggingsrecht beschikken. De door de aanbieder na te leven opzeggingstermijn dient dan minimaal 2 maanden te bedragen. Bij een vervroegde beëindiging moeten eventuele kosten verbonden aan de genoten betalingsdienst door de aanbieder verplicht naar evenredigheid worden aangerekend (of desgevallend terugbetaald). Informatieverplichtingen aan en opzegging door professionelen Art. 27 WBD biedt aan de betalingsdienstaanbieder, ten aanzien van de professionele gebruiker, de mogelijkheid om overeen te

komen dat de zonet toegelichte informatieverplichtingen geheel of ten dele niet van toepassing zouden zijn. Mede gezien het in grote lijnen precontractuele informatieverplichtingen betreft, doet de betalingsdienstaanbieder er desgevallend goed aan om, voorafgaand aan het onderhandelen over of sluiten van het raamcontract, de professionele gebruiker een document te laten tekenen waarbij hij expliciet aan die bescherming afstand doet. Want een afstand in het raamcontract zelf om voorafgaand aan het raamcontract bepaalde informatie te ontvangen, is evident ontijdig. Ook kan de betalingsdienstaanbieder bij contracten met professionelen de hoger uiteengezette wijzigings- en opzeggingsmogelijkheden contractueel uitsluiten. Enkele verplichtingen in hoofde van de betalingsdienstgebruiker De WBD kent de betalingsdienstgebruiker niet alleen diverse rechten toe, maar legt hem eveneens een aantal verplichtingen op. Deze plichten moeten worden gekaderd in de verregaande bescherming die de gebruiker geniet bij niet-toegestane betalingstransacties (bijv. na diefstal of verlies van een kredietkaart, zie uitgebreid hierna), en zijn niet alleen bedoeld om al te argeloos gebruik van de betalingsdienst te vermijden maar des te meer om te voorzien in strikte ‘meldingsmechanismen’ naar de betalingsdienstaanbieders toe, teneinde hen toe te laten de nodige stappen te nemen (bijv. blokkering van het betalingsinstrument). Wat vooreerst het gebruik van een betaalinstrument betreft (bankkaart, kredietkaart, maar ook bijv. het verlies van een smartphone indien daarop een betaalsysteem is geïnstalleerd) bepaalt de WBD dat elke gebruiker de betalingsdienstaanbieder “onverwijld in kennis moet stellen wanneer hij rekenschap geeft van het verlies, de diefstal of onrechtmatig gebruik van het betaalinstrument” (hierna: ‘meldingsplicht’). De betalingsdienstaanbieder heeft daarbij de wettelijke verplichting om de nodige middelen ter beschikking van de gebruiker te stellen om te allen tijde zulke melding te kunnen verrichten (bijv. Card Stop). Biedt de aanbieder dergelijke middelen niet aan, dan brengt dit zijn onbeperkte aansprakelijkheid in het gedrang. Daarnaast moet de gebruiker alle “redelijke maatregelen nemen om de veiligheid van het betaalinstrument en de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken ervan te waarborgen” (hierna: ‘waarborgplicht’). Het bijhouden van een briefje met pincode samen met een bankkaart vormt bijvoorbeeld

2


Uw rechten en plichten als gebruiker van girale en elektronische betalingsdiensten een ernstige inbreuk op deze verplichting. Maar ook het gebruik van geboortedata, delen van telefoonnummers, enz. zouden kunnen leiden tot een schending van deze verplichting. Deze twee verplichtingen van de betalingsdienstgebruiker mogen niet worden onderschat: bij schending van zijn meldings- of waarborgplicht riskeert de gebruiker immers zelf en onbeperkt aansprakelijk te zijn voor de door het frauduleuze gebruik geleden schade (zie hierna). Ook met betrekking tot betalingstransacties die vreemd zijn aan het gebruik van een betaalinstrument (bijv. frauduleuze betalingen via een gehackte Paypal-account) moet de betalingsdienstgebruiker elke niettoegestane of niet correct uitgevoerde transactiemelden. Ook hier bepaalt de WBD expliciet dat de gebruiker dit „onverwijld‟ moet doen. De term ‘onverwijld‟ is echter een rekbaar begrip, en zal desgevallend door de rechter worden ingevuld afhankelijk van het geheel van de feitelijke omstandigheden. Zo zal bijvoorbeeld een melding van een frauduleuze debitering van zichtrekening een diverse maanden na debitering wellicht nooit als ‘onverwijld‟ kunnen worden gekwalificeerd. Doch alles zal afhangen van de concrete omstandigheden en het soevereine oordeel van de rechter. Ook een schending van deze verplichting heeft verstrekkende gevolgen: een nietonverwijlde en dus laattijdige melding wordt door de WBD als een grove nalatigheid in hoofde van de gebruiker beschouwd, met als gevolg het verlies van zijn recht om de frauduleuze betalingstransactie terug te vorderen van de betalingsdienstaanbieder (zie hierna). Bij de invulling van deze verplichtingen is het ten slotte niet onbelangrijk om aan te stippen dat het steeds de betalingsdienstaanbieder is die eventueel bedrog, opzet of grove nalatigheid van de gebruiker moet bewijzen. Er speelt dus met andere woorden een vermoeden dat de gebruiker zijn verplichtingen heeft nageleefd, tot bewijs van tegendeel. Domiciliëring en door de begunstigde geïnitieerde betalingstransacties De WBD roept ook specifieke bepalingen in het leven inzake domiciliëringen. Het betreft door de begunstigde geïnitieerde betalingen waarvan het bedrag op de datum van de instemming van de betaler nog niet vaststaat (bijv. telefoniediensten). Vooreerst vereist een domiciliëring een voorafgaande schriftelijke lastgeving aan de be-

© 2010 BV ovv CVBA Bright Advocaten,

gunstigde van de betaler, of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler of begunstigde. In deze volmacht moet uitdrukkelijk worden verwezen naar de onderliggende overeenkomst (bijv. een telefonieabonnement). Algemene domiciliëringen ten gunste van een bepaalde schuldeiser zijn dus uit den boze. De WBD bepaalt verder dat deze lastgeving te allen tijde kan worden ingetrokken, een regel die in feite de bevestiging inhoudt van de gemeen rechtelijke herroepbaarheid van de lastgeving.

hebben begaan (omdat hij zich bijv. op dat tijdstip zich op een andere locatie bevond).

Verder moet de begunstigde van de domiciliëring de betaler, voor elke te initiëren betaling, binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de transactie in kennis te stellen van het juiste te betalen (factuur)bedrag en de datum waarop de betaling zal worden geïnitieerd.

Niet-toegestane betalingstransacties

De WBD bevat bovendien een additionele bescherming van de betalingsdienstgebruiker bij door de begunstigde betalingstransacties waarvan op voorhand het precieze bedrag niet gekend is. Het betreft niet alleen domiciliëringen, maar ook alle andere door de begunstigde van de betaling geïnitieerde transacties. Te denken valt bijvoorbeeld aan een bedrag dat van de rekening van de betaler wordt gedebiteerd naar aanleiding van het in waarborg geven van een kredietkaart naar aanleiding van een hotelbezoek of de huur van een wagen. In sommige gevallen is immers het voeren van een betwisting over de omvang van een door de begunstigde geïnitieerde betaling weinig nuttig of batig gezien de geringe omvang van de bedragen (denk maar aan een maandelijkse telefoonrekening) of de locatie van de contractpartij (hotel in het buitenland), zeker niet nu de betaler zich niet langer kan beroepen op de nietuitvoeringsexceptie. Welnu, art. 38 WBD verplicht de betalingsdienstaanbieder om betalingen die door de begunstigde van de betaling werden geïnitieerd aan de gebruiker terug te betalen indien enerzijds de precieze omvang op datum van instemming niet bekend was, en indien anderzijds het bedrag van de betalingstransactie hoger ligt dan de betaler “op grond van zijn eerdere uitgavenpatroon, de voorwaarden van zijn raamcontract en de relevante aspecten van de zaak redelijkerwijze mocht verwachten.” De bewijslast van de invulling van deze modaliteiten ligt bij de gebruiker. Dergelijk bewijs zal in de praktijk niet steeds evident zijn. Een voorbeeld dat de toetst van art. 38 WBD o.i. doorstaat is bijv. het autoverhuurbedrijf dat snelheidsboetes doorrekent aan een betaler waarvan laatstgenoemde kan bewijzen deze nooit te

De betalingsdienstgebruiker moet om dergelijke terugbetaling verzoeken uiterlijk binnen de acht weken na debitering. Indien de gebruiker met succes de terugstorting kan bekomen, zal hij vanzelfsprekend nog zijn (correcte) verplichtingen ten aanzien van de (gecrediteerde) begunstigde moeten nakomen, maar via de bekomen terugbetaling bevindt hij zich alleszins in een interessantere onderhandelingspositie.

Een belangrijk luik van de WBD regelt de verdeling van aansprakelijkheid in het geval van niet-toegestane betalingstransacties. Er is sprake van een niet-toegestane transactie wanneer de betaler niet heeft ingestemd met de uitgevoerde betalingstransactie. Voorbeeld bij uitstek zijn betalingstransacties die werden geïnitieerd met een gestolen of nagemaakte kredietkaart. Maar ook frauduleuze transacties zonder verlies of diefstal van een betaalinstrument – bijvoorbeeld met een gehackte Paypalaccount of op basis van te kwader trouw verkregen kredietkaartgegevens – vallen hieronder. De algemene regel vervat in art. 36 WBD bepaalt dat de betalingsdienstaanbieder het slachtoffer van een niet-toegestane transactie, behalve in geval van bedrog, onmiddellijk na melding het bedrag van de niettoegestane transactie moet terugbetalen, inclusief door die transactie gederfde rente. Ook de kosten voor de gebruiker om zijn schade te laten vaststellen zijn terugbetaalbaar. Deze verplichting in hoofde van de betalingsdienstaanbieder kan niet los gezien worden van de hoger toegelichte meldingsen waarborgplicht in hoofde van de betalingsdienstgebruiker. Indien de gebruiker niet onverwijld zijn betalingsdienstaanbieder in kennis stelt hetzij van het verlies, de diefstal of het onrechtmatig gebruik van het betaalinstrument, hetzij van de vastgestelde niet-toegestane of niet-correct uitgevoerde betalingstransactie, dan riskeert hij zijn recht op terugbetaling overeenkomstig art. 36 WBD te verliezen. Evident geldt hetzelfde bij bedrog door de gebruiker. Voor verliezen die voortvloeien uit een verloren, gestolen of onrechtmatig aangewend betalingsinstrument gelden nog een aantal aanvullende bepalingen (art. 37 WBD): frauduleuze transacties uitgevoerd vóór de melding van het verlies of de diefstal door de gebruiker, zijn voor zijn rekening ten be-

3


Uw rechten en plichten als gebruiker van girale en elektronische betalingsdiensten lope van maximaal € 150,00. Na tijdige kennisgeving van het verlies of de diefstal is de aanbieder aansprakelijk voor de schade die een eventuele frauduleuze transactie met zich meebrengt (art. 36 WBD). Op deze aansprakelijkheid ná kennisgeving geldt evenwel een uitzondering voor zogenaamd ‘elektronisch geld’ waarop maximaal € 150,00 kan worden opgeslagen en die niet door de betalingsdienstaanbieder op afstand kan worden geblokkeerd (te denken valt aan Proton, waarbij de betaling immers offline en zonder dataconnectie met de betalingsdienstaanbieder gebeurt): hiervoor blijft de gebruiker aansprakelijk, ook ná kennisgeving. Ingeval van een niet-toegestane transactie, en op voorwaarde dat de gebruiker zijn meldings- en/of waarborgplichten is nagekomen, moet de betalingsdienstaanbieder onmiddellijk het bedrag van de niettoegestane transactie terugbetalen, desgevallend meer rente. Het betreft hier dus een vorm van objectieve (of foutloze) aansprakelijkheid in hoofde van de aanbieder. De bescherming van de gebruiker in geval van niet-toegestane transacties valt evenwel volledig weg indien hij opzettelijk, bedrieglijk of met grove nalatigheid zou hebben gehandeld (bijv. zijn betaalinstrument als verloren aangegeven en daarna zelf nog geld afgehaald, of nalaten om een dergelijk verlies te melden). In dat geval zal de gebruiker onbeperkt aansprakelijk zijn voor alle geleden verliezen. De wet verstaat onder grove nalatigheid onder meer elke zwaarwichtige inbreuk van de gebruiker op zijn waarborg- en meldingsplicht (zie hierboven). Een verloren kredietkaart niet melden, of zeer argeloos omspringen met zijn pincode kan dus voor de gebruiker verstrekkende gevolgen hebben. De beoordeling of een melding ‘onverwijld’ is gebeurd en of de gebruiker onzorgvuldig heeft omgesprongen met zijn betaalinstrument en de bijhorende „gepersonaliseerde veiligheidskenmerken‟, wordt evenwel soeverein door de rechter beoordeeld. Het is de rechter die zal bepalen, dit onder meer op grond van de feitelijke omstandigheden, of de gebruiker zijn verplichtingen al dan niet heeft geschonden. Het betreft een feitenkwestie. De bewijslast van de in de vorige paragraaf beschreven inbreuken rust dan weer bij de betalingsdienstaanbieder. Houd er tenslotte rekening mee dat in gevallen van niet-toegestane betalingen het meestal niet de betalingsdienstaanbieder is die uiteindelijk de schade zal dragen: in de

© 2010 BV ovv CVBA Bright Advocaten,

meeste raamovereenkomsten met professionelen (bijv. de handelaar die een Bancontact-terminal gebruikt) wordt immers bepaald dat de aanbieder de rekening van de handelaar opnieuw mag debiteren in het geval de klant-gebruiker naderhand de betalingstransactie gaat betwisten.

de betalingsdienst betaalde bedragen. Dit is ook logisch, nu dit anders zou inhouden dat de begunstigde slechts een deel van de door de betaler geïnitieerde betaling zou ontvangen, met alle aansprakelijkheidsrisico’s voor de betaler van dien (onvolledig betaalde prijs).

Niet-toegestane betalingstransacties in het nadeel van professionelen

De WBD bepaalt bovendien expliciet dat de begunstigden de mogelijkheid hebben om van de betaler een vergoeding te vragen of een korting aan te bieden voor het gebruik van een bepaald betalingsinstrument. Op grond van de WBD kan de betalingsdienstaanbieder aan de begunstigde (bijv. de verkoper die over een Bancontactterminal beschikt) dus niet langer contractueel verbieden om een meerkost in rekening te brengen wanneer de betaler met een bepaald betalingsinstrument betaalt (bijv. bij een betaling met Bancontact).

Net zoals bij de informatieverplichtingen in hoofde van de gebruiker, staat de WBD ook m.b.t. niet-toegestane transacties toe om de werking van bepaalde artikelen uit te sluiten in raamcontracten met professionelen. Het betreft onder meer volgende reeds toegelichte regels: 

domiciliëringen en de terugbetaling van door de begunstigde geïnitieerde betaaltransacties; de bewijslastverdeling tussen gebruiker en aanbieder bij frauduleuze transacties; de aansprakelijkheidsregeling bij verlies of diefstal van betaalinstrumenten;

Via deze laatste uitzondering kunnen betalingsdienstaanbieders in hun contracten met ondernemingen, waar dagelijks omvangrijke bedragen circuleren, de aansprakelijkheidsverdeling navenant regelen. Bijgevolg zou bijvoorbeeld contractueel kunnen worden bepaald dat vóór kennisgeving van een mogelijk onrechtmatig gebruik van een betaalinstrument de professionele gebruiker aansprakelijk zal zijn voor een hoger bedrag dan € 150,00. Wel is het o.i. niet mogelijk dat de betalingsdienstaanbieder zijn aansprakelijkheid volledig zou uitsluiten: dit zou immers neerkomen op een ongeoorloofd exoneratiebeding, zeker in de mate waarin de gebruiker aan zijn kennisgevingsplicht zou hebben voldaan. De regel van art. 36 WBD blijft wel van toepassing ten aanzien van professionelen: binnen de marges van de WBD en de (eventueel afwijkende) bepalingen van het raamcontract moet de aanbieder aan de betaler de niet-toegestane betalingstransactie onmiddellijk terugbetalen, behoudens in geval van klaarblijkelijk bedrog. Kosten van de betalingstransactie De WDB bepaalt dat behoudens het geval er valutawissels gemoeid zouden zijn met de transactie, de betaler en de begunstigde elk de kosten van hun respectieve betalingsdienstaanbieder dragen. Belangrijk hierbij is om aan te stippen dat de kosten voor de betalingsdienst door de betalingsdienstaanbieder nooit mogen worden gecompenseerd met de door de gebruiker via

Uitvoeringstermijn Naast een regeling inzake niet-toegestane betalingstransacties, regelt de WBD eveneens de uitvoeringstermijn waarbinnen transacties moeten worden uitgevoerd. Vooreerst bevat de WBD een aantal regels inzake de uitvoeringstermijn van transactie. Vanaf 01/01/2012 – de wet bevat immers tot dan een overgangsbepaling – is de algemene regel dat bij betalingen in Euro – en in bepaalde gevallen valuta van andere EER-lidstaten – de rekening van de begunstigde uiterlijk “aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst” van de betalingsopdracht moet worden gecrediteerd. Indien de betaalopdracht door de gebruiker niet wordt geïnitieerd op een werkdag, dan is het tijdstip van ontvangst de eerstvolgende werkdag. Indien de transactie op papier wordt geïnitieerd kan de termijn bovendien met een extra dag worden verlengd. Voor betalingen in niet-EER valuta kan de betalingsdienstaanbieder een langere termijn bedingen, die evenwel niet langer dan vier dagen mag zijn. Let wel, de wet staat toe dat de aanbieder contractueel bepaalt dat transacties ná een bepaald uur van de dag geacht worden te zijn ontvangen de dag nadien. Dit is ingegeven door de technische werking van de interbancair vereffeningssystemen die de interbancaire transacties op een bepaald tijdstip van de bankwerkdag verwerken (te 15.00u). Indien in het raamcontract bijvoorbeeld wordt bepaald dat elke transactie ná 14.00u ’s middags geacht wordt te zijn ontvangen de volgende werkdag, dan zal bijvoorbeeld een betaling die geïnitieerd wordt op vrijdag te 15.00u, uiterlijk op de rekening

4


Uw rechten en plichten als gebruiker van girale en elektronische betalingsdiensten van de begunstigde moeten staan de dinsdag nadien (aan ‘het einde van de dag‟). Indien de betaling via een overschrijvingsformulier gebeurde dat door de betaler aan het loket werd afgegeven, is dat zelfs de woensdag nadien. Dit is voor de betaler niet onbelangrijk, nu een betaling d.m.v. overschrijving volgens het gemeen recht pas geacht wordt te zijn geschied eenmaal de rekening van de begunstigde is gecrediteerd. Bij betalingen die vóór een bepaalde datum moeten worden uitgevoerd op straffe van een contractuele sanctie, zal de betaler in de praktijk dus voldoende tijdig moeten overschrijven. Een uitzondering geldt evenwel als de betaler en de begunstigde dezelfde betalingsdienstaanbieder hebben (bijvoorbeeld overschrijving tussen twee bankrekening bij eenzelfde bank): dan moet de debitering en creditering op dezelfde dag gebeuren. Onherroepelijkheid van de opdracht Ook aan het eventueel herroepen van gegeven betalingsopdrachten wordt in de WBD aandacht geschonken. Art. 42 WBD bepaalt dat een betalingsopdracht niet meer kan worden herroepen zodra deze de betalingsdienstaanbieder van de betaler heeft bereikt of nadat de betalingsopdracht door de betaler aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde werd verstrekt (bijv. bij betaling aan de verkoper via Bancontact). Wel kunnen de gebruiker en de aanbieder in hun raamcontract de mogelijkheid overeenkomen dat een herroeping nog kan ná het geven van de betalingsopdracht. Desgevallend zal ook de begunstigde daarmee akkoord moeten zijn. Een uitzondering geldt voor domiciliëringen en betalingen met een memodata: de betaalopdrachten die werden toegestaan via domiciliëring of waarvoor een memodatum werd opgegeven kunnen worden herroepen uiterlijk de aan het einde van de werkdag die de overeengekomen dag van de debitering voorafgaat. Valutadatum Art. 48 WBD bepaalt dat bij creditering van de betaalrekening van de begunstigde de valutadatum uiterlijk valt op de werkdag waarop de rekening wordt gecrediteerd. Bij debitering mag de valutadatum niet vroeger vallen dan het tijdstip waarop het bedrag van die rekening is gedebiteerd. Uitvoeringstermijn, valutadatum en herroeping bij professionelen Wat de uitvoeringstermijn en de valutadata betreft kan de betalingsdienstaanbieder

© 2010 BV ovv CVBA Bright Advocaten,

aan de professionele betalingsdienstgebruiker geen afwijkende bepalingen opleggen. Deze regels zijn dus van toepassing ongeacht de hoedanigheid van de gebruiker. Wel staat de wetgever toe dat de betalingsdienstaanbieder ten aanzien van professionelen afwijkt van de regeling inzake herroeping. Niet of gebrekkig uitgevoerde transacties Het is eveneens mogelijk dat na het initieren van een betalingstransactie hetzij de transactie niet wordt uitgevoerd (bijv. fout in systemen van de aanbieder), hetzij de transactie foutief wordt uitgevoerd (bijv. te hoog bedrag wordt gedebiteerd). De WBD bepaalt als algemene regel dat de betalingsdienstaanbieder van degene die de transactie initieert – dit kan de betaler zelf zijn, maar ook de begunstigde, bijv. door betaling via Bancontact – de aansprakelijk draagt voor de goede uitvoering. Indien de betalingsdienstaanbieder van de betaler een te groot bedrag heeft gedebiteerd, zal hij onmiddellijk het teveel gedebiteerde moeten terugbetalen aan de gebruiker. Indien hij een transactie niet of slechts gedeeltelijk heeft gecrediteerd moet hij onmiddellijk de nodige stappen nemen om die betalingstransactie te traceren en desgevallend navenant te handelen. Indien de betaling werd geïnitieerd door de betaler via de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde (bijv. via de Bancontactterminal van de verkoper), en de aanbieder van de begunstigde is aansprakelijk voor de gebrekkige uitvoering (bijv. verloren gegane transactie), dan zal deze het bedrag in kwestie onmiddellijk aan de begunstigde ter beschikking moeten stellen. Bovendien zal de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde onmiddellijk de betrokken transactie aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler moeten doorgeven. Niet onbelangrijk hierbij te noteren is dat een betalingstransactie die door de gebruiker werd geïnitieerd aan een bepaald persoon met gebruik van een verkeerde unieke identificator (dit zijn bij bijv. bankrekeningen de IBAN en BIC codes) door de wet expliciet niet als gebrekkig worden beschouwd (art. 49 WBD). Een betalingsdienstaanbieder moet op grond van de WBD dus geen controle uitvoeren naar de overeenstemming tussen de identiteit van de begunstigde en de door de betaler opgegeven unieke identificator. Bovendien zal de gebruiker, teneinde de aansprakelijkheid van de aanbieder nuttig te kunnen inroe-

pen, ook hier zijn meldingsplicht secuur moeten nakomen (art. 36 WBD). Niet- of gebrekkig uitgevoerde transacties bij professionelen De WBD laat de betalingsdienstaanbieder toe om ten aanzien van professionelen af te wijken van de hoger geschetste aansprakelijkheidsregels bij gebrekkige uitvoering. Desgevallend zal de aanbieder enkel aansprakelijk zijn indien de gebruiker kan aantonen dat deze een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van de transactie, wat in de praktijk niet evident is. Bovendien zal de aanbieder zijn aansprakelijkheid voor eventuele foutieve uitvoeringen, binnen de perken van het gemeen recht, kunnen uitsluiten. Besluit Voor de consument – en in mindere mate voor de professionele gebruiker – bevat de WBD een aantal interessante beschermingsmechanismen van dwingend recht. Opdat hij van deze bescherming zou genieten, zal de gebruiker wel steeds secuur moeten toezien op zijn meldings- en waarborgplichten en daarbij de nodige diligentie aan de dag leggen. Professionelen zullen bij het aangaan van een raamcontract met een betalingsdienstaanbieder bovendien steeds het nodige nazicht willen verrichten van de contractuele voorwaarden: het raamcontract van de ene aanbieder zou wel eens gunstigere voorwaarden kunnen inhouden dan dat van een andere. Zeker waar het de regeling betreft van de eventuele aansprakelijkheid van de betalingsdienstgebruiker bij niet-toegestaan gebruik, kan extra nazicht aangeraden zijn. Want ook een gewaarschuwd professioneel is er twee waard. Contractueel is het ten slotte steeds mogelijk om – na onderhandeling – te bepalen dat door de professioneel eenzelfde bescherming wordt genoten als consumenten. Doch het afdwingen van een dergelijke bescherming zal voor een (kleine) professioneel in de praktijk bijna onmogelijk zijn.

Wenst u over dit onderwerp meer informatie? Contacteer dan vrijblijvend Mr. Tom Devolder (tom.devolder@b-right.be).

Accent Business Park Gebouw C1 Kwadestraat 149 / bus 22 8800 Roeselare

tel. +32 (51) 20 28 76 fax. +32 (51) 21 28 76 info@b-right.be www.b-right.be

5

The Bright Side n°5  

Uw rechten en plichten als gebruiker van girale en elektronische betalingsdiensten

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you