Issuu on Google+

MAGAZINE OVER HUID EN HUIDAANDOENINGEN JAARGANG 16 | 2012 UITGAVE 1

SPATADEREN TE LIJF ONTSIEREND HAAR SCHURKENHUID

herkenbaar in beeld

ROSACEA:

weinig hip, dus onderbelicht

KEN UW HUID! ‘EERST KNIPPEN DAN VERVEN’

de gevolgen van

langdurige blootstelling aan

Zonlicht


VOORWOORD

OPEN EN BLOOT Uit onderzoek van Ellen de Haas en epidemioloog

Deze partijen willen samen ervoor zorgen dat huidkanker

Esther de Vries uit Rotterdam - zie verderop in dit

eerder wordt herkend en minder vaak voorkomt door

nummer - blijkt dat de Nederlandse bevolking op

verstandig zongedrag. Op 12 mei openen de dermatologen

sommige punten slecht op de hoogte is van de risico’s

in Nederland die hieraan meewerken hun praktijk voor

die veel zonlicht met zich meebrengt. Een kwart van de

het publiek en geven zij voorlichting over huidbescherming

respondenten denkt bijvoorbeeld dat voorbruinen op

en huidkanker. Een veel gestelde vraag daarbij is of de

een zonnebank de kans op huidkanker kan verkleinen.

dermatoloog dan ook bij ongeruste mensen naar de huid

Ook zijn er nog enkele forse misvattingen over het

mag kijken. Officieel is er een wet (Wet Bevolkingsonderzoek)

vóórkomen van huidkanker. Zo denkt bijvoorbeeld

die zegt dat je niet zomaar mensen mag onderzoeken op

ongeveer de helft van de respondenten dat huidkanker

kanker als dat niet via de officiële kanalen gaat. Door

minder vaak of even vaak voorkomt als longkanker

de marktwerking en ontwikkelingen rond zelftesten is

of borstkanker, terwijl het veel vaker voorkomt.

de afgelopen jaren echter wel wat veranderd. De minister

De definitieve resultaten van dit onderzoek worden

van VWS wil deze wet eigenlijk het liefst intrekken,

binnenkort bekend gemaakt.

maar dan moet er eerst een goede door beroepsgroepen

In het verlengde van dit onderzoek heeft de Nederlandse

en patiënten / consumenten opgestelde richtlijn zijn,

Vereniging voor Dermatologie een persbericht uitgebracht

waar zorgverleners mee uit de voeten kunnen en waar

over de effecten die langdurige blootstelling aan zonlicht

de Inspectie op kan toetsen. Die richtlijn is in de maak

heeft op de huid en de relatie met het ontstaan van

bij ZonMw, maar het duurt nog wel even voordat die

huidkanker. Het advies van de dermatologen luidt

richtlijn is opgesteld en geaccordeerd. Ondertussen

kort gezegd: laat de huid wennen aan de zon, zorg

zit de Inspectie er niet om te springen om de Wet

voor beschermende kleding, ga nooit onbeschermd

Bevolkingsonderzoek te handhaven wanneer blijkt dat

in de volle zon tussen 12 en 15 uur, gebruik

dermatologen bij een paar mensen op de open dag ook

anti-zonnebrandmiddel, vermijd de zonnebank én…

naar de huid kijken. Zolang de wet nog van kracht is,

bescherm vooral de kwetsbare kinderhuid.

is het standpunt van de overheid dat er eigenlijk niets

Ook hierover meer in dit nummer.

op tegen is om mensen na te kijken als zij na afloop van

Een andere activiteit op dit terrein is de jaarlijkse

een presentatie met een zorgvraag op de dermatoloog

‘Bescherm je huid dag’, die in het voorjaar wordt

afstappen, mits er geen motieven zijn om de eigen

georganiseerd door het Huidfonds, de Nederlandse

praktijk commercieel te profileren.

Vereniging van Huidtherapeuten, de Stichting Melanoom en een aantal partners uit de farmaceutische

JANNES VAN EVERDINGEN

|

HOOFDREDACTEUR

industrie, zijnde La Roche-Posay en LEO.

HUID magazine over huid en huidaandoeningen. Jaargang 16, uitgave 1, maart 2012. ISSN 1387-3598. Oplage 20.000 ex. Uitgever Stichting Nationaal Huidfonds, Postbus 2660, 3500 GR Utrecht, www.huidfonds.nl, T (030) 28 23 995 Hoofdredactie dr. J.J.E. van Everdingen Redactie mw. Y. Born-Bult, prof. dr. Th. van Joost, mw. M. Szulc, dr. H.B. Thio, dr. J. Toonstra Eindredactie Kabos-Van der Vliet Redactiebureau Fotografie Coverfoto Dreamstime Illustraties Lilian ter Horst Advertentie-acquisitie P. Simons, T (030) 28 23 995, M 06 136 79 589, huidfonds.nl@inter.nl.net Vormgeving, beeldredactie en traffic Grafitext, Velp Druk & Verzending Habo DaCosta, Vianen HUID® is een geregistreerde titel. Stichting Nationaal Huidfonds en de redactie zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van de advertenties. Aan de inhoud van de artikelen kunnen geen rechten worden ontleend. Het Huidfonds bezit het CBF-Keur voor Goede Doelen en heeft de ANBI-status.

Patronen Huidfonds 2012 Abbott • Astellas Pharma B.V. • Dermalex Repair (Omega Pharma Nederland B.V.) Leo Pharma B.V. • Louis Widmer • Neutral Huidverzorging • Pfizer B.V. • U-Consultancy • Vaseline • Vichy

Dermolin

Eucerin

La Roche-Posay

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

3


IN DIT NUMMER 6

Spataders te lijf Alle mogelijkheden van behandeling.

11

22

De huidkaart van Nederland Vulvapoli’s.

13

De PR van de huid Rob Oudkerk over het ‘puistje, plekje, vlekje’-syndroom.

15

32

Ontsierend haar De huidtherapeut in de clinch met ongewenste haargroei.

16

Herken de schurk aan zijn huid En playmates aan hun ontbrekende moedervlekken.

18

AMC onderzoek Rosacea is helaas geen hip onderwerp.

21

Het verhaal van… Paula Pols, over rosacea.

22

De dakloze huid Een spreekuur voor zwervers en verslaafden.

24 27

De glazuren glimlach van Mona Lisa Ken uw huid! Wat weet de Nederlander van de risico’s op huidkanker?

29

Partner van een patiënt Relativeren helpt.

30

Advies NVDV over huidkankerpreventie en vitamine D Gezond zonnen: zo doe je dat.

32

De Himba’s: Huid zonder water.

34 36

HUIDvindingen Een vrouw met een vlekje Column van Vilan van de Loo.

38 39

Berichten Patiëntenorganisaties De stelling Neem de ervaring van de patiënt serieus.

36

40

Nieuwe schoenen Column van Just Eekhof.

41

Huid in de literatuur Een vulkaan op de bil.

45

42

Werkhuid ‘Eerst knippen dan verven’.

43 45 46

De ‘ratjetoe’ Kinderpagina In de huid van... het varken Ingezonden brieven


MEDISCH |

TEKST: GABRIËLLE KUIJER

|

FOTO ’ S : DREAMSTIME , RENATE VAN DEN BOS , ERASMUS MC

|

Spataderen telijf


Wie nog nooit spataderen heeft gehad, denkt bij het woord waarschijnlijk aan de zichtbare, vaak verdikte en kronkelige aderen op onderbenen en rond de knie. Maar het zijn de dieper liggende spataderen die de meeste klachten geven. Daarom moeten ze worden behandeld. Hiervoor bestaan verschillende methoden. Om ook maar elke twijfel over de ernst van spataderen weg te nemen, start Renate van den Bos, dermatoloog in opleiding en onderzoeker in het Erasmus MC in Rotterdam, graag met het geven van duidelijkheid over spataderen (Latijn: varices). “Het hart pompt zuurstofrijk bloed via de slagaderen door ons lichaam. Via aderen komt het zuurstofarme bloed weer bij het hart terug. Er zijn oppervlakkige en diep liggende aderen. Spataderen ontstaan vrijwel altijd in de benen, omdat het relatief moeilijk is het bloed tegen de zwaartekracht in weer terug te laten stromen naar het hart. Door spataderen wordt de terugstroom van bloed vanuit de benen extra bemoeilijkt. Er kan dan vocht uit de vaten treden en dat kan dan leiden tot vochtophoping (oedeem), vooral rond de enkels en aan de onderbenen. Eerst ontstaan relatief milde klachten, maar na verloop van tijd kan dat leiden tot slechte wondgenezing en uiteindelijk zelfs tot een open been, het ulcus cruris. En maar liefst één procent van de kosten in de gezondheidszorg geven we uit aan de behandeling van deze chronische wonden. Dat komt omdat zo veel oudere mensen er last van hebben. De behandeling van spataderen is dus erg belangrijk.”

Terugpompen Om het bloed vanuit de benen weer terug te krijgen naar het hart, zijn de kuitspieren het belangrijkst. Van den Bos: “Als zij aanspannen, duwen ze het bloed omhoog.” Dat komt omdat kleppen in de bloedvaten ervoor zorgen dat het bloed maar één kant op kan. Het bloed wordt dus als het ware één kant op geknepen. “Als de vaatwanden slap worden, dijen ze uit en sluiten de kleppen niet meer goed. Ook bij een trombosebeen sluiten de kleppen niet goed. Het bloed sijpelt dan terug en de vaten zetten uit. Als de kuitspieren dan ook nog niet of nauwelijks actief zijn, zoals bij oude mensen die weinig lopen, dan wordt het nog moeilijker om het bloed weer terug te krijgen in de richting van het hart. U kunt zich voorstellen dat de druk in die aderen dan steeds verder toeneemt, waardoor het probleem steeds groter wordt.”

Vier typen (zie pagina 8 en 9) Er zijn vier groepen spataderen, schetst Van den Bos: “Er zijn heel kleine spataderen, die je vaak als fijne, kleine lijntjes op de benen ziet. ‘Besenreiser’-spataderen heten ze, of takkenbosadertjes (1). Wat minder oppervlakkig, maar nog steeds goed zichtbaar zijn de reticulaire spataderen (2). De meest opvallende spataderen zijn de zijtakspataderen (3). Dat zijn de dikke, vaak kronkelige spataderen die je bijna kunt vastpakken tussen twee vingers. Deze zijtakken zijn de wat grotere aderen die ontspringen vanuit de hoofdstam. Die stam (4) ligt wat dieper in het been. Als zo’n stam een spatader is geworden, leidt dit tot de grootste problemen. Meestal is die afwijkende ader niet zichtbaar, daarvoor ligt hij net te diep.”

Er zijn nog dieper liggende aderen, binnenin de spieren van het been. “Van dit diepe systeem blijven we af, want je kunt niet zonder deze aderen. Meestal functioneren ze ook nog goed. Behalve na een trombose, dan kan het zijn dat ze niet meer goed functioneren. De behandeling bestaat dan uit steunkousen. Bij het behandelen van spataderen schakelen we alleen de aderen uit die je kunt missen: in de buurt liggende vaten nemen hun werk over.”

Klachten “Mensen met spataderen geven aan dat ze een zwaar en moe gevoel hebben in hun been. Daarnaast komt kramp in de kuiten, vooral ’s nachts, regelmatig voor. Vaak klagen mensen ook over gezwollen enkels na lang staan. Ook jeuk- en pijnklachten hoor ik ook wel eens, en dat mensen niet met hun benen over elkaar kunnen zitten.” Van den Bos vervolgt: “Als de situatie lang aanhoudt, kan aan het huidoppervlak een eczeemachtig beeld ontstaan. De huid wordt dunner en er ontstaat gemakkelijk een wondje dat vervolgens maar moeilijk geneest. Komt die genezing niet op gang, dan kan een open been ontstaan, een ulcus cruris.” Al deze klachten worden veroorzaakt doordat het vocht zich in de (onder)benen blijft ophopen. “De aan- en afvoer van bloed zijn niet zoals het hoort, dus ook de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen, en de afvoer van afvalstoffen verlopen niet naar behoren.”

Kijken met geluidsgolven Als iemand zich met spataderklachten meldt, voert men een echo-onderzoek uit. “De oppervlakkige spatadertjes kunnen we met het blote oog beoordelen, het echoapparaat maakt met geluidsgolven zichtbaar hoe de dieperliggende aderen eruit zien en wat er mis is. We zien of een ader verwijd is en met een knijptest bootsen we het effect van de kuitspier na: het bloed wordt door de ader gestuwd en we kijken of het daarna teruglekt. Bij de behandeling richten we ons op wat medisch nodig is. Een lekkende stam of zijtak behandelen we daarom altijd, ook als de klachten nog mild zijn. We willen immers voorkomen dat de situatie verslechtert. Blijkt dat alleen de oppervlakkige, kleine adertjes niet goed functioneren, dan hoeven we niet per se te behandelen. Er is dan namelijk geen medische noodzaak.”

Elke spatader zijn eigen behandeling Elk type spatader heeft zijn ‘eigen’ behandelmethode, aldus Van den Bos. Zelf doet ze onderzoek naar de methoden die de aderen van binnen behandelen: endoveneuze behandelmethoden heet dat. Ze vergelijkt de verschillende methoden op hun resultaat en ze gaat na hoe patiënten de behandeling en het natraject ervaren. Hierna staan de verschillende behandelmethoden toegelicht.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

7


Verschillende typen zichtbare spataderen. ‘Besenreiser’-spataderen (takkenbosadertjes) (type 1), reticulaire spataderen (type 2), zijtakspataderen (type 3), kleine spatadertjes aan de binnenkant van de voet (corona flebectatica) en veranderingen aan de huid (type 4).

Type 1: ‘Besenreiser’-spataderen of takkenbosadertjes Voor

Tegen

Scleroseren: inspuiten met vloeibare Aethoxysklerol®, een soort zeep die de vaatwanden laat verkleven zodat er geen bloed meer doorheen kan

- Mooi resultaat - Een behandelsessie is meestal voldoende - Goedkoper dan laser - Minder pijnlijk dan laser

- Vaatjes kunnen weer terugkomen - Kleine kans op iets donkerder kleuren van de huid (hyperpigmentatie), door ontstekingsreactie - Bij daarvoor gevoelige mensen, kan het migraine uitlokken (vloeistof gaat door het hele lichaam) - Kan allergische reactie geven (zeldzaam)

Laser van buitenaf: door de warmteontwikkeling gaat het adertje kapot

- Mooi resultaat

- Meerdere behandelsessies nodig - Duur - Pijnlijk

Type 2: Reticulaire adertjes Voor

Tegen

Scleroseren met Aethoxysklerol®

- Idem als bij type 1

- Idem als bij type 1

Scleroseren met een schuim van Aethoxysklerol® met lucht. Dit is een wat dikkere substantie

- Idem als hierboven

- Idem als hierboven

Type 3: Zijtakken van de aderstam

8

Voor

Tegen

Verwijderen volgens de mullertechniek: door heel kleine gaatjes (2 mm) in de huid trekt de behandelaar met kleine haakjes steeds korte delen van de ader naar buiten

- Lokale verdoving - Weinig complicaties - Mooi resultaat

- Mogelijk nabloeden - Als een stukje ader achterblijft, kan dit een hard, ontstoken knobbeltje worden (tijdelijk) - Verdoving kan allergische reactie geven (zeldzaam)

Scleroseren met een schuim van Aethoxysklerol® met lucht

- Idem als bij type 1

- Idem als bij type 1

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012


Type 4: Huidveranderingen bij een spataderstam Voor

Tegen

- Goed alternatief als een endoveneuze behandeling niet mogelijk is, bijvoorbeeld als een spatader teveel kronkelt

- Behandeling onder narcose of ruggenprik - Ziekenhuisopname - Verdoving kan allergische reactie geven (zeldzaam) - Eerder weer aanmaak van een nieuwe spatader - Twee zichtbare littekens - Kleine kans op zenuwbeschadiging

Endoveneuze laser: de behandelaar brengt de laser bij de knie in de spatader. Hij gaat helemaal door de ader, tot aan de lies. Rondom de ader wordt verdovingsvloeistof gespoten. Dit functioneert ook als koelvloeistof om te voorkomen dat de hitte van de laser omliggend weefsel kapot maakt. Vanuit de lies wordt de laser steeds een stukje teruggetrokken richting de knie en de laser doet zijn werk: hij geeft licht, het bloed en de bloedvaatwand absorberen dit licht, de temperatuur wordt ter plekke zo hoog dat de vaatwand verkleeft*

-

Korte behandeling (half uur) Lokale verdoving Na behandeling direct mobiel Het vat blijft weg, geen aanmaak nieuwe vaten

- Verdoving kan allergische reactie geven (zeldzaam) - Blauwe plekken door het prikken (tijdelijk) - De hitte (600-800°C) kan het bloed laten schroeien; geeft barbecuegeur - Enige napijn 1-2 weken na behandeling

Endoveneuze behandeling met radiogolven: de behandelaar brengt de tip van het apparaat bij de knie in de spatader. Hij gaat helemaal door de ader, tot aan de lies. Rondom de ader wordt verdovingsvloeistof gespoten. Dit functioneert ook als koelvloeistof om te voorkomen dat de ontstane hitte het omliggende weefsel kapot maakt. Vanuit de lies wordt de tip steeds een stukje teruggetrokken richting de knie en over een afstand van 7 centimeter geeft het apparaat radiogolven, het bloed en de bloedvaatwand absorberen dit, waarbij de energie wordt omgezet in warmte (vergelijk met de magnetron). De temperatuur wordt ter plekke zo hoog dat de vaatwand verkleeft*

-

Korte behandeling (half uur) Lokale verdoving Na behandeling direct mobiel Het vat blijft weg, geen aanmaak nieuwe vaten

- Verdoving kan allergische reactie geven (zeldzaam) - Blauwe plekken door het prikken - Tijdens de behandeling drukt de behandelaar op het been om de verkleving te bevorderen. Hierdoor zou de kans groter kunnen zijn dat de warmte toch omliggend weefsel aantast, bijvoorbeeld een zenuw

Endoveneuze behandeling met stoom: de behandelaar brengt de tip van dit apparaat bij de knie in de spatader. Hij gaat helemaal door de ader, tot aan de lies. Rondom de ader wordt verdovingsvloeistof gespoten. Dit functioneert ook als koelvloeistof om te voorkomen dat het stoom omliggend weefsel kapot maakt. Vanuit de lies wordt de tip steeds een stukje teruggetrokken richting de knie en er komt steeds een pufje stoom uit. De temperatuur wordt ter plekke zo hoog dat de vaatwand verkleeft*

-

Korte behandeling (half uur) Lokale verdoving Na behandeling direct mobiel Momenteel wordt een wetenschappelijke studie uitgevoerd; uit de eerste gegevens blijkt dat deze methode vergelijkbaar is met endoveneuze behandeling met laser of radiogolven; stoom geeft mogelijk minder napijn dan laser.

- Verdoving kan allergische reactie geven (zeldzaam) - Blauwe plekken door het prikken

Strippen: er komt een snee in de lies en een snee ter hoogte van de knie. In de lies wordt het bloedvat doorgesneden. Dat gebeurt ook bij de knie en vanaf die plek wordt de gehele ader naar buiten getrokken Deze methode wordt nog gebruikt, maar niet meer op zo’n grote schaal als voorheen

* Bij spataderen in het onderbeen verloopt de procedure op dezelfde manier, maar dan vanaf de knieholte tot halverwege de kuit. M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

9


HUIDKAART |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

|

ILLUSTRATIE : RON SLAGTER

De derde huidkaart van Nederland Een ‘Huidkaart’ biedt een helder overzicht van dermatologische zorg, voorzieningen en specialisaties in Nederland. De eerste Huidkaart betrof een algemeen overzicht van alle voorzieningen. De tweede Huidkaart bood een overzicht van alle Mohs centra en haartransplantatiecentra. Deze derde aflevering is gewijd aan vulvapoli’s.

Een vulvapoli is een samenwerkingsverband tussen de afdelingen dermatologie en gynaecologie. ‘Vulva’ betekent de uitwendige geslachtsdelen van de vrouw. Klachten van de vulva beïnvloeden de kwaliteit van leven in negatieve zin. Pijn, jeuk en seksuele problemen zijn veel voorkomende klachten. Er zijn vrouwen die jarenlang klachten hebben voordat ze een arts bezoeken. Ook dan kan het nog lang duren voordat een diagnose gesteld wordt en de klachten te verhelpen zijn. Het is gebleken dat vrouwen met vulvaproblemen die op een vulvapoli door gynaecoloog en dermatoloog gezien worden, zich vaak snel en goed geholpen voelen. Er is daarom veel vraag naar deze vorm van zorg. Hieronder staan de ziekenhuizen of poliklinieken waar deze zorg wordt gegeven. • • • • • • • • •

Reinier de Graaf Groep, Voorburg Park MC, Rotterdam Van Leeuwenhoek Kliniek, Amsterdam Sint Franciscus Gasthuis, Rotterdam Academisch Medisch Centrum, Amsterdam VU Medisch Centrum, Amsterdam Antonius Ziekenhuis, Sneek St. Antonius Ziekenhuis, locatie Utrecht Oudenrijn Tergooiziekenhuizen, Hilversum

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Groene Hart Ziekenhuis, Gouda Streekziekenhuis Koningin Beatrix, Winterswijk Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam Universitair Medisch Centrum, Groningen UMC St Radboud, Nijmegen Twenteborg Ziekenhuis, Almelo Martini Ziekenhuis, Groningen Kennemer Gasthuis, Haarlem Diakonessenhuis, Utrecht Máxima Medisch Centrum, Eindhoven Lievensberg Ziekenhuis, Bergen op Zoom Franciscus Ziekenhuis, Roosendaal TweeSteden Ziekenhuis, Tilburg Medisch Centrum, Leeuwarden Deventer Ziekenhuis ZH Gelderse Vallei, Ede Ikazia Ziekenhuis, Rotterdam Elkerliek Ziekenhuis, Helmond Alysis Zorggroep (locaties Zevenaar en Arnhem) Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) LangeLand ziekenhuis, Zoetermeer Rooseveltkliniek, Leiden.

Voor meer informatie zie www.vulvapoli.nl. Het doel van deze website is om een wegwijzer te zijn voor vrouwen met vulvaklachten, en hulpverleners, in Nederland.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

11


HUIDDAG |

TEKST: REDACTIE

|

FOTO : TON VAN DER VORST

|

‘HUIDKLACHTEN HEBBEN IN ESSENTIE EENPR-PROBLEEM’ Publiekstrekker op de Huiddag was Rob Oudkerk. Uitvoerig ging hij in op het imago van huidziekten en dermatologen, het stroperige taalgebruik in de politiek, de alomvattende onwetendheid over huidziekten plus de bedreigingen én de kansen voor dermatologen. Oudkerk over het ‘puistje, plekje, vlekje’-syndroom, in zijn lezing en het daaropvolgende interview.

Oudkerk is een ‘bekende Nederlander.’ Al meer dan 25 jaar huisarts in Amsterdam. Daarnaast was hij jarenlang actief in de politiek als lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en vervolgens als wethouder in Amsterdam. ‘Sabbatical politicus’, zoals hij zichzelf nu schertsend omschrijft. Sinds enige tijd is hij aan de Haagse Hogeschool verbonden als ‘lector leefstijlverandering.’

De pot met geld voorbij Ingaand op de verhouding tussen overheid en dermatologen, luidt zijn voornaamste boodschap: “durf ambitie te hebben. Formuleer een missie én stel hoge doelen.” Hij licht dit toe aan de hand van een befaamde uitspraak van de wijlen Amerikaanse president John F. Kennedy: “Sommige mensen zien de dingen zoals ze zijn en vragen te weinig: waarom? Ik droom van dingen die niet bestaan, en vraag: waarom niet?” Kennedy formuleerde die zinnen toen hij de ambitie uitte om de mens op de maan te krijgen. Dit klinkt krachtig en prachtig, maar de politieke werkelijkheid is veel weerbarstiger.

Rob Oudkerk: uitgesproken als altijd

Oudkerk, van buitenaf kijkend naar het hedendaagse politieke klimaat rond huidaandoeningen, verwoordde op badinerende wijze waarom voor huidziekten zo weinig geld beschikbaar is:“Ik zie over en weer een soort allesomvattende onwetendheid over huidziekten. In politieke kringen lijken ze de problemen waarmee dermatologen en patiënten te maken hebben, als ‘licht’ te beschouwen. Een huidaandoening is, in die ogen, dan hooguit een beetje pech. Het is alleen maar ‘geen gezicht’ en dus maakt men geen budget vrij. Of men ziet het enkel als een cosmetisch probleem. En cosmetische problemen krijgen… geen budget toegewezen. Waar geen sprake is van ‘ziekten’ bestaan dus ook geen ‘zieken’. Het gevolg? Geen budget. Dat mensen hun huidaandoening verbergen, helpt ook al niet, want dan geldt de denkwijze: ‘verbergen is niet willen weten’, waarmee huidaandoeningen geplaatst worden in het rijtje van schaamteklachten, zoals bij prostaatklachten, seksuele problemen en/of het hebben van een stoma. Zijn daar budgetten voor beschikbaar? Nee. En mocht men uiteindelijk de schaamte voorbij zijn dan is de ziekte ook voorbij en dus de pot met geld voorbij.”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

13


Joska Zinkweg, moderator van de Huiddag, met interacties vanuit het publiek

De schijn tegen… Oudkerk legt de vinger graag op het verhullend taalgebruik: “Over en weer is er sprake van ‘krommunicatie/verdommunicatie.’ Hiermee bedoel ik dat type magisch Hollands denken: de weigering om een probleem heel precies te benoemen. Alles gaat in vaag, wat ambtelijk en veelal verhullend taalgebruik. Het zou moeten helpen als goed en overtuigend cijfermateriaal voorhanden is. En dat is er! Want het aantal mensen met een huidaandoening neemt alleen maar toe, er zijn te weinig dermatologen waardoor er te weinig tijd voor patiëntencontact is. Wat kun je als arts in luttele vijf minuten? Jaarlijks komen er 40.000 tot 100.000 nieuwe huidkankergevallen bij, waarbij ik voor het gemak de relatief goedaardige én de echt kwaadaardige vormen bij elkaar optel. Zijn deze gegevens overtuigend? In mijn ogen wel. In de ogen van de politiek echter niet. Beleidsmakers op het ministerie zien maar één concreet feit: de productienormen worden overschreden… Daarvoor worden dermatologen gestraft via budgettaire korting.” Peinzend: “Ik kan me het gevoel van onrechtvaardigheid dat leeft binnen de dermatologie wel voorstellen. De pech is: het helpt niet, zo’n gevoel van onrecht. En dermatologen werkend in ziekenhuizen hebben al helemaal de schijn tegen, want politici en, wie weet, Jan Publiek beweren hardop: ‘In zelfstandige behandelcentra is het beter toeven dan in ziekenhuizen.’ Tegen dit soort drogredeneringen bestaat nauwelijks verweer.”

Urgentie in beeld “In de huidige wereld is het vooral belangrijk je gezicht te laten zien en bij voorkeur op de goede plek. Momenteel zijn dat de programma’s De wereld draait door en Pauw & Witteman. Wie daarin verschijnt, wordt serieus genomen. Wie daarin niet optreedt, bestaat zelfs niet, lijkt het soms. Kortom, de verbeelding is aan de macht.” Als voorbeeld noemt hij de dreigende griepgolf van vorig jaar: “Geen televisiezender kon je bekijken zonder dat Ab Osterhaus of

14

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Roel Coetinho in beeld was. Dikke, vette koppen op de voorpagina van De Telegraaf gaven nog meer urgentie aan dit probleem. Niet het ‘probleem’ staat dan in het centrum van de aandacht, maar juist de ‘beeldvorming rond het probleem.’ Daarin schuilt de macht van de media: beeldvorming en imago, daar gaat het om. Misschien zijn de problemen rond huidziekten in essentie een pr-probleem.” Hieraan werken heeft dus de grootste urgentie, aldus Oudkerk. Erg optimistisch is hij daarover niet, gelet op enkele trends in het polderlandschap dat Nederland heet.

Bedreigingen en kansen In welk (politiek) krachtenveld moeten dermatologen hun werk doen? “Burgers verliezen vertrouwen in de overheid en de met haar samenwerkende instituties. En wetenschap is ook allang niet meer heilig. Zie maar al die verdachtmakingen en complottheorieën op internet. Voor de burger worden persoonlijke en financiële motieven steeds dominanter, en dat gaat ten koste van het solidariteitsgevoel. Dat maakt dat men veel sociale infrastructuur gaat zien als kostenpost, niet als batenpost. Bovendien is er sprake van een vrije markt, waarbij iedereen alles kan en/of wil aanbieden. En Beun de Haas is per definitie goedkoop.” Gelukkig ziet hij ook een strategie. “Als ik advies mag geven, dan zou ik mikken op vier pijlers om het tij te keren. Ga vooral door met het wetenschappelijk onderbouwen van het vak. Probeer politiek committment te bewerkstelligen door gericht enkele politici te benaderen die als ‘joint partner’ kunnen fungeren. Ontplooi daarnaast ‘publiekprivate’ initiatieven, waardoor men minder afhankelijk wordt van de politiek en de minister. Ten slotte zie ik gouden kansen voor ‘social marketing’: ik bedoel daarmee de toepassing van commerciële marketingconcepten en -technieken, niet voor commerciële doeleinden, maar om positieve maatschappelijke of sociale veranderingen te bewerkstelligen (bijvoorbeeld gezonder gedrag). Uiteindelijk draait het daarom!”


NVH |

TEKST: GABRIËLLE KUIJER

|

FOTO : NTVH 2-2011© WWW. NTVHUIDTHERAPIE . NL

|

Marit van Elsen klaar met ontsierend haar

zo

“Nog nooit ontspannen gevoeld” Vol zelfvertrouwen kijkt Marit van Elsen* (54) de wereld in. Lange tijd was dat anders. “Met mijn hoofd gebogen voorkwam ik dat ook maar iemand die lelijke zwarte gezichtsharen zag.” De elektrische epilatie van haar huidtherapeut heeft die haren één voor één laten verdwijnen. “Voorgoed!”, voegt Marit vol vuur toe. “Ik kende een mevrouw die zich dagelijks scheerde. Verschrikkelijk leek me dat. Zo erg was het bij mij niet. Maar toch zaten die twintig tot dertig ellendige zwarte haren op mijn kin, in mijn hals en bij mijn oren mij dwars. Ze beïnvloedden een groot deel van mijn leven: ik schaamde me enorm. In de puberteit kwam ik niet verder dan mijn schaamte. Pas toen ik een jaar of 24 was, startten mijn pogingen om voorgoed van die haren verlost te zijn. Harsen hielp niet en mijn gezichtshuid raakte geïrriteerd. Over de flitslampbehandeling was ik niet tevreden, want dat had geen effect op de ontsierende lichtere haren in mijn gezicht. Iemand raadde me elektrische epilatie aan. Dat bleek de oplossing.”

Stuk voor stuk “De elektrische epilatie van de haren in mijn gezicht en op mijn hals wordt vergoed. Daar had ik toen nog een verwijzing van mijn huisarts voor nodig en dat lag voor hem minder voor de hand dan voor mij. Dat hij op geen enkele manier met mij kon meevoelen in mijn schaamte, was niet prettig. Maar ook die ervaring was het waard want de haren verdwenen stuk voor stuk voorgoed uit mijn leven.” Elektrische epilatie heeft als doel het haarzakje te vernietigen, maar dat lukt niet in één behandeling. Het haarzakje herstelt gedeeltelijk en er groeit een zwakkere en dunnere haar uit. Bovendien kent elke haar een levenscyclus. Haarzakjes die op het moment van behandeling in rust zijn en geen haar bevatten, overleven de behandeling. “Daarom ga ik voorlopig nog elke maand naar de huidtherapeut. Dat voelt goed. Ik hou de controle, want elke haar die zich aandient, pakken we aan. Als meisje droomde ik er al van dat de haren zouden verdwijnen om nooit meer terug te komen. Dat moment komt steeds dichterbij.”

De huidtherapeut kan met elektrische epilatie of laser (zie foto) ongewenste haargroei definitief laten verdwijnen.

Huidtherapeut Karlijn Sterkenburg behandelt Marit. “Er zijn twee vormen van overbeharing”, vertelt ze. “Bij hypertrichose is er overmatige haargroei op plaatsen die normaal gesproken niet erg behaard zijn. Er is sprake van hirsutisme als bij vrouwen haargroei optreedt volgens een mannelijk patroon. De oorzaak ligt mogelijk in een overgevoeligheid van de haarzakjes voor mannelijke hormonen (androgenen). Een eventuele behandeling hiervan is in handen van de huisarts of dermatoloog. De huidtherapeut kan de ongewenste haren verwijderen.” De meest werkzame methoden zijn elektrische epilatie en fotothermolyse. “Bij elektrische epilatie brengt de huidtherapeut een kleine naald in een huidporie, tot in het haarzakje en vernietigt deze met een korte stroomstoot. Bij fotothermolyse gebruikt de huidtherapeut een laser of flitslamp om via de donkere haar een grote hoeveelheid lichtenergie naar het haarzakje te leiden - waardoor deze onder de hitte bezwijkt.” Karlijn voegt toe dat voor een huidtherapeutische behandeling geen verwijzing meer nodig is. www.huidtherapie.nl

* De naam van Marit is gefingeerd. Haar identiteit is bij de redactie bekend.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

15


HUIDDAG |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

FOTO ’ S : TON VAN DER VORST, WWW. DOCTORMACRO . COM

|

‘Herken je de schurk aan zijn huid?’ Zijn lezing behelsde een rondgang langs allerlei speelfilms waarin de huid een opmerkelijke rol speelde. Hij speelde de zaal ‘plat’ als een ware conferencier, maar dan wel een cabaretier met een duidelijke en serieuze boodschap: “De stigmatisering van de huid gaat alsmaar door!” Eerst ging hij te rade bij Google, met de zoekwoorden ‘soul skin’. Hij kreeg 470.000 resultaten, met schoonheidssalons, cosmetica, songteksten, zelfhulpgroepen, agenda’s en computerspelen. Een zoektocht naar wetenschappelijke publicaties leverde veel minder op: elf artikelen, veelal van dubieuze aard. “Toen ging ik mijn eigen onderzoek opzetten”, aldus Koopman. In dat ‘onderzoek’ betrok hij - tot grote hilariteit van de zaal - een fiks aantal voorpagina’s van het tijdschrift Playboy waarbij hij de zaal steeds vroeg: “Valt u iets op?” of “Wat mist u?” of “Wat klopt hier niet?” Het antwoord gaf hij zelf: geen enkel fotomodel heeft ook maar één moedervlekje op de huid. En dat klopt niet!

Vlekken als stigma

Roland Koopman die stelling als uitgangspunt

Daarmee lijkt het schoonheidsideaal gedefinieerd: ‘onbevlekt is ideaal’. Als dat waar is, is het tegenovergestelde ook waar, stelde Koopman: “Een bevlekte huid is ongewenst.” Via enkele schilderijen toonde hij aan dat de angst voor een bevlekte huid eeuwenoud is. “Vlekken waren een schandvlek of stigma.” Waarna hij met klem vaststelde: “Deze oude angst wordt nog vaak gebruikt!” Zijn bewijs? Speelfilms! Hij liet een groot aantal filmstills passeren met ‘gevlekte’ en dus ‘verdachte’ huiden. Deze zijn zonder uitzondering, in die films, toebedeeld aan slechteriken. Zoals littekens (in de films Phantom of the Opera en Scarface), acne, kaalheid (Apocalypse Now), tatoeages (Cape Fear) en albinisme (Da Vinci Code).

voor zijn lezing. Zijn stelling: ‘Als de huid de

Gevlekte schoonheid

Het is een veelgehoorde opmerking: ‘De huid is de spiegel van de ziel’. Tijdens de Huiddag nam dermatoloog

spiegel van de ziel is, dan leert nauwkeurige inspectie van de huid ons iets over het wezen van het niet-stoffelijke van de mens.’ Vervolgens parafraseerde hij die stelling tot de vraag: ‘Herken je de schurk aan zijn huid?’

16

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Zijn betoog nam vervolgens een scherpe wending. De medische wereld heeft namelijk een helder antwoord op imperfecties: plastische chirurgie. Maar de verborgen aannames daarachter zijn dubieus: > alle imperfecties zijn weg te halen; > alles wat ongewenst is, valt te retoucheren/fotoshoppen; > alles is maakbaar; > streef naar het ideaal, net als in films/televisie/bladen. Met andere woorden: het eeuwenoude stigma dat aan huidaandoeningen kleeft, wordt nog steeds gecultiveerd. Deze werkelijkheid is namelijk zoveel harder en pijnlijker dan het schoonheidsideaal. Het lijken twee uitersten: de gevlekte werkelijkheid en het onbevlekte ideaal. Maar Koopman wist die aan het slot van zijn lezing te combineren, met een reeks wonderschone foto’s van mensen mét een huidaandoening: “Vlekken sluiten schoonheid niet uit.”


INTERVIEW |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

FOTO : JAN SCHEERDER

|

Mireille van der Linden is gestart met onderzoek naar het effect van behandeling

‘Rosacea is helaas geen hip onderwerp’ Rosacea is een veel voorkomende, chronische

huidaandoening in het gezicht die meestal rond

het 30ste levensjaar ontstaat en meer optreedt

bij vrouwen dan bij mannen. Uitwendige factoren

Kunt u die fascinatie toelichten? “Rosacea komt veel voor. Uit Scandinavisch onderzoek weten we dat ongeveer tien procent van de normale bevolking last heeft van rosacea. Er is een sterke samenhang met het lichte huidtype, en dat maakt dat het behalve in Scandinavië vaak ook mensen in Schotland en Ierland treft. Maar dan ook weer niet uitsluitend die mensen… De oorzaak van de aandoening is onbekend, nog steeds. In Nederland behoort rosacea tot de top 20 meest behandelde klachten in de dermatologie. Jaarlijks zien wij in de polikliniek van het AMC meer dan vijftig nieuwe patiënten.”

Is het niet vreemd dat er zoveel patiënten zijn, maar geen patiëntenvereniging?

kunnen een rol spelen zoals warmte, zonlicht,

“Ja, dat verbaast mij eigenlijk ook. Misschien komt dat omdat rosacea, net als acne, door velen wordt beschouwd als een cosmetisch probleem. Of omdat mensen denken dat het samenhangt met overmatig alcoholgebruik. Overigens zijn er in andere landen zoals bijvoorbeeld Engeland, de Verenigde Staten en Canada wel patiëntenverenigingen.”

cosmetica en sommige geneesmiddelen.

Vier verschijningsvormen

Huidarts Mireille van der Linden raakte gefascineerd door het ziektebeeld. Een vraaggesprek over die fascinatie, de problemen en de vooroordelen die patiënten tegenkomen in het alledaagse leven, het niet hippe karakter van rosacea en het ontbreken van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek. Van der Linden: “De huidige behandeling is wel duidelijk, zeker als je de richtlijn volgt. Maar er bestaan weinig goed opgezette onderzoeken die het bewijs hebben geleverd dat de huidige behandelingen echt bewezen effectief zijn. En ook niet welke behandeling dan eigenlijk het beste is (wat betreft medicijnen).” Mireille van der Linden is nu 25 jaar dermatoloog. “Lange tijd werkte ik in het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp, waarna ik drie jaar geleden de overstap maakte naar het AMC. Wie deze gang van de periferie - niet oneerbiedig bedoeld - naar een academische setting maakt, komt als vanzelfsprekend in de verleiding om wetenschappelijk onderzoek te doen. Zo verging het mij ook. Op suggestie van professor Jan Bos verdiepte ik mij in rosacea. Die belangstelling groeide uit tot een heuse fascinatie.”

18

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

“Rosacea kennen we in vier vormen. De eerste is de bekende roodheid en verwijde bloedvaatjes. De tweede vorm heeft daarnaast ook pukkeltjes en puistjes. De derde verschijningsvorm heet met een deftig woord, rhinophyma en in de volksmond een bloemkoolneus. Hierbij zijn verdikkingen van de neus zichtbaar. Rosacea van de ogen is de vierde categorie. Ongeveer de helft van de rosacea patiënten krijgt in de loop van de ziekte klachten van de ogen, waarbij ontstekingen van bindvlies, oogleden en soms van het hoornvlies kunnen ontstaan. De meest voorkomende klachten zijn droge ogen, een branderig of stekend gevoel, tranende ogen en een gevoel alsof er zandkorrels in het oog zitten.”

Vechten tegen vooroordelen “Patiënten, zo merkte ik, stuiten op allerlei vooroordelen die een inbreuk doen op de kwaliteit van hun leven. Zo zien veel mensen rosacea niet als een aandoening maar louter als een cosmetisch probleempje. Anderen zien in rosacea hun schoonheidsideaal weerspiegeld, met mooie blozende wangen. Patiënten met rhinophyma - mensen met een bloemkoolneus dus - vechten vergeefs tegen het vooroordeel dat deze neusafwijkingen voortkomen uit overmatig alcoholgebruik (‘drankneus’). De omgeving van die groep patiënten oordeelt dan al snel en lichtvaardig: eigen schuld, dikke bult.”


Mireille van der Linden

Is het te genezen? “Helaas is definitieve genezing zelden te realiseren. We kunnen wel de verschijnselen goed behandelen, of beter gezegd, onderdrukken. Maar naar de effectiviteit van de verschillende orale medicijnen is eigenlijk geen goed onderzoek gedaan. Rosacea - het is spijtig om het te moeten toegeven - is geen ‘hip’ onderwerp. Wetenschappelijk onderzoek kost veel geld, maar voor onderwerpen als rosacea zijn nauwelijks fondsen beschikbaar.”

Patiënten met rosacea gezocht!

Vergelijkend onderzoek

Is er een bijkomend voordeeltje voor de patiënt?

“Baanbrekende ontwikkelingen doen zich ook al niet voor. Sinds jaar en dag schrijven dermatologen bijvoorbeeld minocycline voor. Zo is het hen geleerd in de opleiding, zo doen ze het ook in de praktijk. Een alternatief voor die behandeling is het antibioticum doxycycline, in een dosering van 100mg. De fabrikant echter stak dit middel in een ander jasje, waardoor de dosering niet 100mg is, maar 40mg. Dat geeft veel minder bijwerkingen, zo is de eerste logische gedachte. Maar wat werkt nu beter? Minocycline of doxycycline in de aangepaste dosering? Niemand weet het! Dat is de kernvraag in mijn vergelijkend onderzoek. Maar er doet zich nog een probleem voor: ik heb tot op heden te weinig patiënten die deelnemen aan het onderzoek. In totaal heb ik tachtig patiënten nodig, waar ik tot op heden maar twintig patiënten heb. ‘Verse’ patiënten zijn meer dan welkom!”

Hij/zij is meteen aan de beurt. Geen wachttijd!

Het onderzoek van dermatoloog Mireille van der Linden richt zich op patiënten met rosacea subtype 2: met puistjes en pukkeltjes.

Welke mensen kunnen deelnemen? Mensen met ten minste acht puisten en/of pukkels. Patiënten van alle leeftijden zijn welkom.

Is het onderzoek belastend? Nee. Patiënten worden gevraagd om in totaal vijf maal langs te komen op de polikliniek, gespreid over ruim een half jaar.

Waar is meer informatie beschikbaar? Via www.amc.nl, afspraak op de polikliniek huidziekten, meedoen aan onderzoek of www.amc.nl/web/Zorg/Patient/Afspraak-opde-polikliniek/Huidziekten/Meedoen-aan-onderzoek.htm Als u mee wil doen aan het onderzoek kunt u een afspraak maken via mail: m.m.vanderlinden@amc.nl of d.c.vanrappard@amc.nl “De deelnemende patiënten zijn beslist geen proefkonijn. Ik, als behandelend dermatoloog, weet welke patiënten welk middel krijgen. De patiënten zelf weten dat ook. Alleen de toewijzing van het geneesmiddel bepaalt de computer, ‘at random’. Waar ik persoonlijk heel erg benieuwd naar ben, is het effect op wat langere termijn. Daarom vragen we patiënten om drie maanden nadat de therapie is afgerond, om nog eenmaal terug te komen.”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

19


HET VERHAAL VAN |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

FOTO : AMC

|

“Waarom zou ik mij druk maken over rosacea?” Paula Pols waarschuwt vooraf: “Ik weet echt niet

‘Alweer die huid’

of ik een boeiend verhaal te vertellen heb, hoor.

Zij is meer dan bekend met de gezondheidszorg. “Van origine ben ik wijkziekenverzorgende, iemand die onder de regie van een wijkverpleegkundige haar werk doet. Momenteel werk ik deels in ons eigen bedrijf en parttime bij een uitleenservice voor medische hulpmiddelen.”

Zo spectaculair zijn mijn ervaringen niet”. Dat blijkt allemaal mee te vallen. Haar relaas over de aanval van rosacea - met op de achtergrond

Wanneer kreeg u last van rosacea? “Een ernstige aanval kreeg ik in de zomer van vorig jaar. Op mijn gezicht verschenen rode vlekken en gebieden met verwijde bloedvaatjes. Toen wist ik genoeg. In mijn omgeving ken ik diverse mensen die - soms meer, soms minder - last hebben van rosacea, dus ik wist meteen wat het was. De term ‘rosacea’ was mij wel bekend.”

Wat was uw eerste reactie? “Ik verzuchtte: alweer die huid…”

Hoezo?…

nog een andere, sluimerende huidziekte - is een lesje in nuchterheid en manier van omgaan met een aandoening: “Mijn man, dochter en collega’s

“Ik heb sinds twee jaar psoriasis. Dat is ook al zo raar, om op je 45e jaar psoriasis te krijgen. Anders dan bij anderen heb ik geen last van grote plakkaten met schilfers; mijn huid is alleen maar rood, bijvoorbeeld op de ellebogen.” Mijmerend: “Mijn huid heeft in het verleden, vanaf mijn kindheid en jeugd nooit problemen gegeven. Mijn huid wordt niet snel bruin, dat weet ik. Verder kan ik niet zeggen dat ik een moeilijke huid heb. Nou ja, vanaf mijn veertigste dus wel…”

Terugkerend naar rosacea, u ging ermee naar de huisarts?

reageerden volstrekt normaal. Dus waarom zou ik mij druk maken?”

“Welnee! Ik ging meteen naar het AMC, want ik was daar immers toch al klant vanwege mijn psoriasis. Op de afdeling dermatologie kwam ik, voor de rosacea, in contact met dermatoloog Mireille van der Linden. Zij schreef medicijnen voor en die werkten goed. Sindsdien is de rosacea ‘rustig’, zoals dat heet.”

Lelijk noch afschrikwekkend

Rosacea, voor en na behandeling

Mevrouw Pols formuleert haar nuchtere antwoorden in korte, heldere zinnen. Zonder opsmuk, maar voorzien van een ragfijne glimlach: “Ik kan niet voor andere patiënten spreken natuurlijk, want er zullen heus wel mensen zijn die daadwerkelijk hinder ervaren van rosacea. Dat is bij mij nauwelijks het geval. Ik heb mij bijvoorbeeld ook nooit in het ziektebeeld verder verdiept. Waarom zou ik? Wat levert mij dat op, immers?”

Hoe reageerde uw partner hierop? “Mijn man vindt het vooral vervelend voor mij. Wat hem betreft is het niet ‘lelijk’ laat staan ‘afschrikwekkend’. Voor onze dochter geldt hetzelfde: zij is, op sommige momenten, wel eens bang later zelf psoriasis te krijgen. Die kwaal is immers erfelijk. Maar de rosacea doet zij schouderophalend af. Op mijn werk vroeg een enkeling ernaar, en na mijn uitleg was voor hen ook de kous af. Prettig, erg prettig allemaal. Ik denk dat het voor de beleving van een huidziekte beslist een steun is als je directe leefomgeving er niet moeilijk over doet. Dat helpt echt.” Na een moment stilte: “Ik zei toch al: zo schokkend is het allemaal niet wat ik te vertellen heb?”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

21


ZWERVERS EN VERSLAAFDEN |

TEKST: MARLEEN ARENDS EN JANNES VAN EVERDINGEN

|

FOTO ’ S : RENÉE HOEKZEMA

|

DE DAKLOZE

HUID

Geert Klaver is huisarts in de binnenstad van Amsterdam.

Eenmaal per week houdt hij gratis spreekuur voor zwervers en verslaafden. Daar ziet hij ook regelmatig patiënten met een huidaandoening. Brrrrr.........Ik heb de thermostaat op 22 gezet, maar het helpt niet echt. Bij elke keer dat de deur opengaat, waait een wolk koude lucht naar binnen. Ik háát kou!! En de mensen die hier komen zijn er ook niet bepaald blij mee. Ze waren niet voorbereid op deze plotselinge omslag naar een Siberische gevoelstemperatuur. Ze vinden het nu niet erg om wat langer te moeten wachten, want

mijn assistente heeft erwtensoep gemaakt. En die vindt gretig aftrek. Het zou me niets verbazen als sommigen over een mobiel beschikken en dat ze elkaar waarschuwen:“Bij Klaver krijgt je snert.” Thijs komt binnenlopen, of liever gezegd binnenschuifelen, want echt lopen is het niet. Ik ken Thijs al heel lang. Hij is een doorgewinterde straatbewoner, maar dit keer heeft de winter


hem goed te pakken. Ook hij is met zijn kapotte schoenen onvoldoende voorbereid op de snel intredende winter. “Thijs heb je geen warme kleren meer? Zo kun je toch niet buiten rondlopen?” Hij rochelt, hoest en pruttelt tussendoor: “Och, ik heb het niet koud, ik heb last van die jeuk. Het zijn die beestjes. Ik heb ze zelf onder de microscoop bekeken. Vroeger gebruikte ik daar Permetrine voor, dat hielp. Maar hoe kom ik daar nu aan?” Eerder had ik hem al afgeraden dit te gebruiken. Ik geef geen antwoord, maar besluit hem eerst maar eens goed na te kijken. “Ga eerst maar eens op die bank. Doe je kleren maar uit, want ik ga naar je longen luisteren en je krijgt een thermometer van mij. En ik wil ook even naar je voeten kijken.” Thijs ligt. Ik kijk hem na: zijn longen vallen mee. Ze lijken toch wel schoon. Het gepruttel zit dus hoger. Maar die voeten… Onder de grote teen zit een blaar. Als ik goed naar de voeten kijk zijn er een groot aantal krabeffecten te zien. De huid van de voeten en onderbenen is op verschillende plekken open en fors ontstoken. “Jeukt dit?” en ik wijs naar zijn voeten. “Ja, ontzettend. Ik heb wat van die beestjes verwijderd, maar ze blijven maar terugkomen. Ik draag die panty omdat ik dan minder ga krabben.” Dat lijken toch geen wintertenen. Dan zou je eerder verwachten dat hij er niet veel gevoel in zou hebben. Ik besluit een antibioticum voor te schrijven. Ik bedenk me dat het krabben misschien wel met zijn middelengebruik te maken heeft.

“Gebruik je die amfetaminen eigenlijk nog steeds, Thijs?” “Ik moet toch ergens energie van krijgen. Dat spul houdt me op de been.” Thijs vertelt uitgebreid wat hem overkomen is. Sinds hij zijn baan als afgestudeerd bioloog kwijtraakte, is hij amfetaminen gaan gebruiken, via een vriendin die hem dit de eerste keer aanbood. Het instituut waar hij werkte werd opgeheven, waardoor hij werkloos werd. Speed hielp hem met spanning en somberheid om te gaan en ook om zijn pijnklachten te verhelpen. Die pijn had hij overgehouden aan een val van 3,5 meter hoogte. Het is een wat chaotisch verhaal. Ook vertelt hij dat hij naar aanleiding van mijn advies om geen Permetrine op zijn voeten te doen, hij heeft opgezocht en gevonden dat het ook in de medische wetenschap wordt gebruikt voor de bestrijding van mijten. Hij kijkt me met een veelbetekenende blik aan. Nog een keer geef ik aan dat dit naar mijn idee geen goed middel is om op de huid te gebruiken. “Thijs, ik denk dat een antibioticum is wat je nu nodig hebt. Zullen we dat maar doen?” Thijs stemt hiermee in nadat we er nog wat over doorpraten. Misschien zou het goed zijn hem naar een psychiater of verslavingsarts te verwijzen. Maar of hij daar aankomt? Zo kan ik hem in ieder geval niet op straat laten gaan. We hebben vorige week een inzamelingsactie gehouden. Daar zaten gelukkig ook een paar goede schoenen bij. “Kom je morgen terug? Dan doen we er een nieuw verband op.” De gebruikte namen in dit stuk zijn fictief.


ONBEKENDE VROUWEN OP BEROEMDE SCHILDERIJEN |

TEKST: JANNES VAN EVERDINGEN

|

FOTO ’ S : DREAMSTIME

|

DE GLAZUREN GLIMLACH VAN

MONA LISA

Iedereen kent haar waarschijnlijk als de onbekende vrouw met de mysterieuze glimlach en de ogen die je volgen. Die geheimzinnigheid, haar schoonheid en het feit dat zij geschilderd is door Leonardo da Vinci schonken haar wereldfaam. Het lijkt een gesloten boek, maar het doek is nog niet gevallen. Er komen nog steeds nieuwe feiten aan het licht.


Sommige schilderijen zijn bij een daadwerkelijke confrontatie veel indrukwekkender dan de foto’s uit kunstboeken of op internet suggereren. Die doeken moet je ondergaan. Bijvoorbeeld De stier van Paulus Potter in het Mauritshuis of de plafondschilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. Ook het tegenovergestelde komt voor. Je staat in een lange rij voor een topstuk in een museum. Eindelijk daar aangeland, kan het een afknapper zijn als je dan geconfronteerd wordt met een klein, smoezelig schilderij dat niet dichter te benaderen is dan zo’n vijf meter. Dat overkomt je ook als je voor de Mona Lisa staat. Maar kijk eens goed. De Mona Lisa is natuurlijk een prachtig schilderij. Alleen blijft dat nagenoeg onzichtbaar door de grote afstand, het glas dat er voor staat en de dringende mensen.

Wie was hij? Als notaris Piero uit Vinci in de zomer van 1451 geen slippertje zou hebben gemaakt met het boerenmeisje Chataria, dan was er geen Leonardo geweest. Gelukkig voelde zijn vader zich wel verantwoordelijk voor hem en kreeg Leonardo ondanks de buitenechtelijke status, een degelijke opleiding met taal, wiskunde en muziek, waardoor hij zijn vele talenten op het gebied van kunst en wetenschap kon ontwikkelen. In 1472 werd Leonardo da Vinci lid van een schildersgilde. Hij scharrelde veel, behalve met vrouwen. Aan het eind van de vijftiende eeuw trad hij in dienst bij Ludovico Sforza, de hertog van Milaan. Daar ontpopte hij zich als een volleerd bouwkundige (bruggen e.d.), beeldhouwer (ruiterstandbeeld), schilder (Het laatste avondmaal) en niet in de laatste plaats als uitvinder. Zo ontwierp hij onder andere een repeteerkanon, een snelvuurkruisboog en een vierwielige tank met kanonlopen naar alle richtingen. Sforza gebruikte Leonardo’s uitvindingen alleen maar om ze ten toon te stellen op zijn feestjes. Toen de Fransen Milaan bezetten, ging Leonardo naar Florence, waar hij als militair architect en ingenieur werkte voor Cesare Borgia. Een paar jaar later keerde hij terug naar Milaan en woonde ook een aantal jaren in Rome. De Mona Lisa schilderde hij tussen 1503 en 1507. Hij nam het doek overal mee naar toe als hij zich ergens vestigde. Zelfs toen hij in zijn laatste levensjaren aan het hof van de Franse koning Frans I ging werken. Bij zijn overlijden 1519 kwam het doek zodoende in handen van de Franse koning. Later hing Napoleon het aan de muur van zijn slaapkamer, maar het heeft ook enkele decennia op een stoffige zolder gelegen, voordat het uiteindelijk in het Louvre terechtkwam, waar elke dag honderden bezoekers gapend achter elkaar aan schuifelen.

Wie was zij? Omdat niemand precies wist wie de vrouw op het schilderij was, zijn er in de loop der tijd heel wat ideeën geopperd. Misschien was ze wel een geheime minnares, de moeder

Angel Incarnate; een portret van Giacomo Salai, de assistent en geliefde van Leonardo

van Leonardo, de Heilige Maagd Maria. Sommigen zagen ook trekjes van de schilder zelf in het gezicht. Allemaal onzin, zeggen Duitse kunsthistorici uit Heidelberg. Zij kwamen in 2008 met een nieuwe vondst. In de kantlijn van een oud boek afkomstig van Agostino Vespucci uit Florence, een kennis van Da Vinci, staat gekrabbeld dat de schilder in 1503 begon met het schilderen van een portret van Lisa del Gherardini (1479-1542). Zij was de overbuurvrouw van Leonardo in Florence en was als mogelijk model altijd al de meest ‘kansrijke’ kandidaat. Het schilderij is ook bekend onder de naam La Gioconda (‘vrolijke vrouw’ in het Italiaans). Dat zou ook verwijzen naar de achternaam van haar echtgenoot, de zijdehandelaar Francesco del Giocondo. Dat deze, als waarschijnlijke opdrachtgever, het schilderij dan nooit in ontvangst heeft genomen, blijft wel een mysterie. Italiaanse onderzoekers zijn inmiddels op zoek naar haar graf. Ze hopen de schedel en DNA-sporen te vinden. Het graf zou zich bij het vroegere klooster Sant’Orsola in Florence bevinden. Met een bodemradar is daar een crypte ontdekt, waarin vermoedelijk graven uit de zestiende eeuw liggen. Maar mogelijk zijn de stoffelijke resten verloren gegaan bij de bouw van een garage in de jaren tachtig van de vorige eeuw. In december 2010 kwam kunsthistoricus Silvano Vincenti met een nieuwe lezing. Leonardo da Vinci, die waarschijnlijk homoseksueel was, zou volgens hem zijn leerling (en minnaar?) Gian Giacomo Caprotti da Oreno uit Florence hebben geschilderd. Salai (duiveltje) was de bijnaam die Leonardo hem gaf. Er zijn verschillende schilderijen en schetsen (zoals de hierboven erotisch afgebeelde ‘Angel Incarnate’)

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

25


waarvoor hij model stond en Mona Lisa lijkt erg op hem. Bovendien zou in de ogen van Mona Lisa een piepkleine L(eonardo) en S(alai) staan. “Nee”, zeggen anderen, dat zijn ouderdomsscheurtjes. Ook Dan Brown doet in zijn roman De Da Vinci Code een fictieve duit in het zakje: Leonardo da Vinci schilderde eigenlijk zichzelf in vrouwelijke gedaante en gaf het portret een naam die verwijst naar twee oude Egyptische goden: Amon en L’Isa.

De huid rond de lippen Leonardo vond voorwerpen, en vooral het menselijk gelaat, veel mooier en levensechter naarmate deze vormen hun strakke lijnen verliezen. Daarom bracht hij over zijn werken een waas aan, waarin de omtrek van de figuren en voorwerpen opvallend zacht en gesluierd zijn geschilderd.

26

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Niet het vervloeien in licht, zoals de impressionisten dat later zouden doen, maar het verdoezelen van vormen als een bekoorlijk effect. Hij legde zijn techniek nergens uit, maar refereerde er wel aan in één van zijn notities: ‘Licht en schaduw zouden zich zonder lijnen of grenzen moeten mengen, net als rook.’ Met deze zogenoemde sfumatotechniek was hij zijn tijd vooruit. Leonardo creëerde het sfumato-effect rond de lippen van Mona Lisa door met zijn vingers zo’n veertig lagen transparant glazuur aan te brengen. Elke laag glazuur is ongeveer één tot twee micrometer dik. Dat is 50 maal dunner dan een menselijk haar, alles bij elkaar zo’n 30 tot 40 micrometer. De diverse lagen glazuur moesten lang drogen en het kon weken duren voordat hij verder kon werken. Dat zou verklaren waarom Da Vinci maar liefst vier jaar aan het portret werkte. Mona Lisa’s glimlach ontstond doordat het glazuur zich mengde met verschillende pigmenten en de schaduwen rond haar mond vervolgens vervaagden.


HUIDKANKER |

TEKST: REDACTIE

|

“WE WISTEN HELEMAAL NIET WAT MENSEN WETEN… Van oktober tot 31 december 2011 liep het project ‘Ken uw huid’. De centrale vraag bij dit onderzoeksproject luidde: Wat is de kennis

NUWEL!”

van de Nederlander over de huid en weet men de risico’s op huidkanker te herkennen?

In het onderzoek zaten onder andere foto’s van huidaandoeningen die men moet beoordelen: zijn dit verdachte plekken en hoe snel moet je ermee naar de dokter? Het onderzoek verliep via een vragenlijst op internet. De respons was verpletterend. Waar de onderzoekers hoopten op duizend zogenaamde respondenten (mensen die de vragenlijst invullen), bleken er begin december al vijfduizend respondenten te zijn. Met nog een maand te gaan.

Eén op de zes… Projectleider was mr. dr. Ellen de Haas, als dermatologe verbonden aan het Erasmus MC Rotterdam. Over haar eigen drijfveer in het algemeen: “Ik ben eigenlijk altijd bezig met werken aan een betere behandeling van de huidkankerpatiënt.” Waarna ze vervolgt: “Alles wat met huidkanker te maken heeft, pak ik aan.” Meer specifiek over haar betrokkenheid bij dit project: “Het is echt belangrijk om de aankomende vergrijzingsgolf bewust te maken van beginnende signalen van huidkanker. Zo kunnen we op tijd behandelen en veel leed voorkomen.” De Haas werd in het project terzijde gestaan door dr. Esther de Vries, epidemiologe van het Erasmus MC. Zij is gespecialiseerd in onderzoek naar incidentie en prevalentie van huidkanker in Nederland en Europa. Haar boodschap is kernachtig: “Een op de zes Nederlanders krijgt huidkanker. Belangrijk genoeg om te weten te komen wat de Nederlander ervan weet als startpunt voor betere voorlichting.”

Grote charme “Het basisidee komt van het farmaceutische bedrijf LeoPharma. Zij wilden wel eens weten hoe het gesteld staat met de kennis van de bevolking over huidkanker en de risico’s daarop. Hoe spreken ze hierover bij een ‘borrelpraatje, of op verjaardagsfeestjes?’ Dat idee was snel opgepikt door ons, door de afdeling Communicatie van Erasmus MC en een professioneel reclamebureau. In gezamenlijkheid is toen de website met de vragenlijst ontwikkeld. Ik nam de medische inhoud voor mijn rekening en Esther de methodologie.” De Vries liep in haar werk tegen hetzelfde probleem aan: “Steeds als ik een artikel schreef of een lezing voorbereidde, dacht ik bij de inleiding: ‘Ach, dat weten mensen toch allemaal?’ Tot ik besefte dat niemand dat vermoeden of vooroordeel degelijk heeft onderzocht. We weten helemaal niet wat mensen weten. We denken dat te weten. Hierin ligt voor mij de grote charme van het project.”

Nadruk op zelfcontrole Waarom een onderzoek? De Haas: “De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor veilig zonnen, om zo zonschade en huidkanker te voorkomen. Toch blijft het aantal gevallen van zonschade en huidkanker alsmaar snel stijgen. Dan rijst de vraag: ‘Weten de mensen voldoende van de risicofactoren?’ En zo ja: ‘Handelen ze ernaar?’ In de lijn van het huidige medisch denken is het namelijk van belang meer nadruk te gaan leggen op zelfcontrole van de huid. De patiënt is immers de enige die de eigen huid dagelijks in de spiegel ziet.”

Welke valkuilen voorzagen jullie? De Vries: “Wetenschappelijk gezien is het een wat lastiger project. Want de mensen die reageren, vormen, hoe dan ook, een selectie van de bevolking. Verder wisten wij in het geheel niet wat voor type mensen de vragenlijsten zouden invullen. Vooral ouderen? Of juist jongeren? Of mensen die verslaafd zijn aan het invullen van testjes op internet? Ik ben, als epidemioloog, vooral aangenaam verrast door het feit dat uit alle lagen van de bevolking - qua opleidingsniveau - reacties zijn binnengekomen. Voor een epidemioloog is dat beslist een ‘troostrijke’ gedachte”, sluit ze lachend af. “Maar de analyse van alle gegevens zal nog wel een paar maanden werktijd gaan kosten, hoor. Dat wordt echt pas voorjaar 2012.”

Eerste resultaten Met de hoge respons zijn de onderzoekers blij. De Haas: “Vermoedelijk heeft meegeholpen dat het dit initiatief goed in de markt is gezet via de pers. Bladen (Privé), kranten (Algemeen Dagblad) en veelbekeken websites (www.nu.nl) vestigden de aandacht van het publiek op dit onderzoek.” De onderzoekers zijn even eensluidend als voorzichtig, zoals het onderzoekers betaamt. “Vooraf hadden we het vermoeden dat de Nederlandse bevolking weet dat teveel zonlicht slecht is en risico’s met zich meebrengt. Maar ze handelen er niet naar! Dus de kennis is er wel degelijk, maar men doet niets met die kennis…” De Vries: “We gaan nu kijken naar diverse ‘groepen’: de groep die de kennis wel heeft, en er niets mee doet, vergelijken met de groep die de kennis evenzeer heeft, en er wél iets mee doet. Et cetera. Dat is echt nog finetunen.”

Met als uiteindelijk doel? “Dan hebben we de basis voor het bouwen van goede voorlichting”, aldus De Haas. “Waarbij één ding nu al zeker is”, volgens De Vries: “Het beschikbaar stellen van informatie alleen is beslist onvoldoende.”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

27


PARTNER VAN EEN PATIËNT |

TEKST: REDACTIE

|

FOTO : DREAMSTIME

|

SCHAAMTE IS EEN MISLUKTE OEFENING IN VERDWIJNEN “Het was absoluut liefde op het eerste gezicht”, verklaart Pauline van Dalsum. “We zagen elkaar in de lift, we stapten er samen uit, spraken elkaar nog even en maakten een afspraak voor een etentje.” Een mooi begin van een liefde. “Van een huidziekte bij hem had ik bij die eerste afspraken ook niets gezien. Hij bracht het zelf te berde, met een mengeling van humor en gêne. Nee, ik kon er niet mee zitten. Alleen dat woordje zelf: ‘psoriasis’… ik spreek het nog steeds verkeerd uit.”

Extra stofzuigen “Natuurlijk heeft psoriasis zo zijn invloed. Zo liggen bed, slaapkamer en badkamer in een mum van tijd vol met schilfers. De keuken ook, trouwens. Hij kookt namelijk … Maar dat probleem is makkelijk op te lossen door een keertje extra te stofzuigen. Bovendien hebben we dat issue helemaal opgelost door een werkster te nemen. Met kleding is het uitkijken. Die zalf kan nare vlekken geven in kleding en beddengoed die lastig te wassen zijn. Dus geen dure overhemden maar mooie T-shirts - van de Hema - met lange mouwen. Colbertje erover, klaar.” “Van schaamte heb ik weinig gemerkt. En ik schaam me beslist niet dat hij zichtbare plekken heeft. Schaamte is zo’n nodeloze emotie: een mislukte oefening in verdwijnen. Misschien heb ik wel makkelijk praten. Hij is geen binnen- noch buitenvetter, ik ook niet. En het probleem van de erfelijkheid van de ziekte is nooit aan bod gekomen. Simpelweg omdat we geen kinderen hebben.”

Hoog achteloosheidsgehalte “We kennen elkaar nu 12 jaar en hij heeft al 25 jaar psoriasis. Hij erfde het van moederszijde. Ik heb mij er, eerlijk gezegd, nooit aan gestoord. Ook niet op het gebied van intimiteit en seks. Of iemand nou wel of geen plekken heeft, dat maakt toch geen verschil? Dat is dus nooit een issue geweest. Ik geloof zelfs niet dat we het ooit hebben besproken. Daarbij moet ik de kanttekening plaatsen dat mijn achteloosheidsgehalte hoog is. Ik haal snel mijn schouders op en denk: ‘Nou, is dat alles?’ Zelf ging en gaat hij er ook niet zwaar onder gebukt, heb ik de indruk. Al is het de laatste vijf tot zes jaar wel een beetje veranderd. De psoriasis verergerde plotseling. Van wat lukraak verspreide plekken die als eilandjes over het lichaam leken te zijn gestrooid, kwamen nieuwe en grotere plekken. Die nauwelijks reageerden op wat hij zelf altijd noemt: de ‘onderhoudszalfjes’. Hij toog een keer naar de Dode Zee en onderging ook een methotrexaatkuur. Dat hielp wel degelijk, maar de prijs was te hoog. Ik moedigde zijn besluit alleen maar aan: liever plekken én alcohol, dan geen plekken zonder alcohol. Het leven moet genoten worden. Zo denk ik er ook over. En alles heeft, denk ik, te maken met een gevoel van eigenwaarde. Dat geldt voor hem, en dat geldt voor mij. Voor het eerst merk ik dat hij zich af en toe schaamt, omdat zijn handen - in volle zichtbaarheid - echt helemaal vol zitten. Dan zie ik dat hij zijn handen wegmoffelt. Flauwekul!”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

29


ADVIES NVDV OVER HUIDKANKERPREVENTIE EN VITAMINE D |

TEKST: REDACTIE

|

FOTO ’ S : DREAMSTIME

|

DE GEVOLGEN VAN LANGDURIGE BLOOTSTELLING AAN

ZONLICHT Het aantal gevallen van huidkanker neemt al decennia gestaag toe.

De moderne mens reist steeds vaker naar zonnige streken voor vakantie. Langdurige blootstelling aan UV-licht heeft een duidelijke relatie met het ontstaan van huidkanker. Preventie is geboden. Daarom stelde de wetenschappelijke vereniging van dermatologen (NVDV) een advies op over huidkankerpreventie. Tot die adviezen behoren: laat de huid wennen aan de zon, zorg voor beschermende kleding, ga nooit onbeschermd in de volle zon tussen 12 en 15 uur, gebruik anti-zonnebrandmiddel, vermijd de zonnebank én… bescherm vooral de kwetsbare kinderhuid.


Vitamine D: hype?

Moet iedereen nu altijd bescherming tegen de zon toepassen?

In hetzelfde advies geeft de NVDV ook haar standpunt over vitamine D-tekort. De NVDV deelt de mening van internationale dermatologen over huidkanker en vitamine D. Voor mensen met een licht huidtype is een korte blootstelling aan zonlicht van dagelijks ongeveer 15 minuten genoeg voor de aanmaak van voldoende vitamine D. Voor mensen met een donkerder huidtype (en hun kinderen) is dat waarschijnlijk te weinig. Zij vormen een risicogroep en doen er daarom goed aan vitamine D-tabletten of -druppels te gebruiken Dat geldt ook voor ouderen (> 80 jaar). Zij lopen door hun vaak spaarzame voeding een groter risico op vitamine D-tekort. Zeker als ze weinig de deur uit gaan.

“Nee, dit hangt af van de persoonlijke omstandigheden en activiteiten. Voor iemand met een zeer licht huidtype (en vooral ook kinderen met een licht huidtype) kan het in het voorjaar in Nederland al nodig zijn om zonbescherming toe te passen. Denk bijvoorbeeld aan een sportdag op een dag waarbij een onbewolkte hemel wordt voorspeld en men uren in de zon sport. Het merendeel van de mensen met een licht huidtype heeft echter gedurende het voorjaar en het najaar in Nederland geen zonprotectie nodig. Bij een vakantie naar een zonniger land dan Nederland, zal zonprotectie snel nodig zijn.”

Vitamine D: veel onduidelijk Licht en donker Waarom dit advies en waarom nu? Dr. Rob Beljaards, voorzitter van de domeingroep Oncologie van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) stelt: “We zien het aantal gevallen van huidkanker jaarlijks toenemen en zien het als onze taak bij te dragen aan de preventie daarvan. Huidkanker komt jaarlijks zo’n 100.000 keer in Nederland voor. Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij blanke Nederlanders. De aandoening komt veel minder vaak voor bij mensen met een licht gepigmenteerd en donker huidtype. Ons advies richt zich dan ook op mensen met een blanke huid.”

Hoe zit het met de ‘gezonde’ kant van de zon: vitamine D? “Vitamine D is noodzakelijk om gezond te blijven en wordt gemaakt in de huid onder invloed van zonlicht. Het komt ook voor in bepaalde voeding (zoals diverse vette vissoorten, boter, melkproducten, etc). Daarnaast is het beschikbaar als voedingssupplement en wordt het onder andere geadviseerd voor baby’s die moedermelk krijgen en voor moeders die borstvoeding geven. Ook mensen met een donker huidtype en/of oudere mensen die nauwelijks buiten komen, lopen een risico op een vitamine D-tekort. Voor hen geldt dat het verstandig is vitamine D-tabletten of -druppels te gebruiken.”

Belangrijke websites Wat is de hoofdoorzaak voor huidkanker? “Huidkanker wordt voornamelijk veroorzaakt door blootstelling aan ultraviolette (UV) straling. Deze straling zit in zonlicht en in zonnebanken. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben Nederlanders meer vrije tijd, en komen daardoor meer buiten en gaan veel vaker naar zonnige streken op vakantie. En zo krijgen we gedurende ons leven veel meer UV-stralen op onze huid dan onze ouders, grootouders en voorouders. Bovendien worden mensen ook nog eens veel ouder. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw neemt het aantal gevallen van huidkanker dan ook fors toe. Daarvoor was huidkanker in Nederland een veel zeldzamere aandoening, simpelweg omdat mensen met een licht huidtype niet overmatig in de zon kwamen. En in Nederland is niet zo veel zon. Huidkanker is vooral het gevolg van jarenlange, intensieve blootstelling aan zonlicht.”

Niet onschuldig Huidkanker wordt vaak afgedaan als een relatief onschuldige vorm van kanker… “Voor het melanoom en het plaveiselcelcarcinoom is dat echt onjuist, deze vormen van kankers kunnen uitzaaien en zo de gezondheid ernstig bedreigen. Voor het basaalcelcarcinoom geldt dat wel, in zoverre dat deze vorm van kanker niet uitzaait. Het woord ‘onschuldig’ is in dit opzicht echter misleidend. Aan een basaalcelcarcinoom gaat men weliswaar niet dood (uitzonderingen daargelaten), maar het kan door doorgroei in weefsels ernstige en ontsierende verminkingen geven, vooral in het gezicht. Als het op een risicovolle plek zit (ooghoek, neus bijvoorbeeld) en als het bovendien een meer agressieve vorm betreft (‘sprieterige groei’), kan iemand daardoor soms een oog of deel van de neus kwijtraken. Vooral als het net iets te lang is blijven zitten.”

www.checkjevlekje.nl www.kwf.nl www.melanoom.nl www.skincancer.org

Zo zon je verstandig: > Geniet van de zon, maar voorkom te veel blootstelling aan zon en verbranding. > Laat de huid voorzichtig wennen aan de zon. > Bescherm uw huid: denk aan beschermende kleding, een zonnehoed en een zonnebril met UV-werende glazen. > Smeer onbedekte huid royaal in met een anti-zonnebrandmiddel met een voor u geschikte beschermingsfactor. > Herhaal het insmeren elke twee uur, of vaker bij sterke transpiratie of na het zwemmen en afdrogen. > Ga niet onbeschermd in de volle zon tussen 12 en 15 uur, zoek dan liever de schaduw op. > Laat zonnebaden over aan mensen vanaf 18 jaar en met huidtype 2 of hoger. > Vermijd de zonnebank. > Vermijd de zon (en zeker de zonnebank) als de huid vreemd reageert met bijvoorbeeld uitslag, jeuk of snelle verbranding. Raadpleeg zo nodig een arts. > Bij sommige huidaandoeningen helpt UV-straling, bij andere juist niet. Vraag advies aan een huidarts. > Let op de sterkte van de zon - de zonkracht. Hoe sterker de zonkracht, hoe groter de kans op verbranding. > Kinderen/jongeren en zon: een jonge huid is het extra kwetsbaar voor zonschade en derhalve waard om zuinig op te zijn.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

31


EXOTISCHE HUID |

TEKST: REDACTIE

|

FOTO ’ S : DREAMSTIME

|

DE HIMBA’S: HUID ZONDER WATER Namibië ligt ten noordwesten van Zuid-Afrika en bestaat voor een groot deel uit woestijn. In het oosten grenst het land aan de Kalahari-woestijn. In het westen, langs de kustlijn aan de Atlantische Oceaan, ligt een andere woestijn, de Namib. Met 20 mm neerslag per jaar is de Namib één van de droogste woestijnen ter wereld. Vanwege de koude golfstroom langs de kust hangt er tot ver landinwaarts wel vaak mist. Veel planten en dieren hebben deze mist nodig om te kunnen overleven. Maar makkelijk hebben ze het niet, want de temperaturen tussen dag en nacht lopen uiteen van 40C boven nul in de felle zon tot lichte vorst ‘s nachts. Geen wonder dat er in dit desolate landschap weinig mensen wonen. Deze mensen trekken rond, net als de dieren. Aan de noordkant van de Namib-woestijn, in de dorre bergen van Kaokoveld, een streek die nog altijd groter is dan Nederland, wonen de Himba’s. Deze nomadische veehouders (zij leven met een paar ezels, koeien en geiten en wonen in kleine huisjes van leem) trekken van de ene plek naar de andere,

op zoek naar water en voedsel. Door gebrek aan water, kunnen zij zich niet wassen. In plaats daarvan smeren zij zich van top tot teen in met een fijngemalen poeder van een bruinrood ijzerhoudend gesteente, vermengd met as, dierlijk vet en natuurlijke parfums. Hierdoor glanst hun huid en krijgt de huid een steenrode kleur. Dat is dan ook tot hun schoonheidsideaal uitgegroeid. Wie mooi wil zijn, moet dagenlange wandelingen maken om het erts te bemachtigen. Meisjes in de puberteit voelen zich vereerd als zij de opdracht krijgen deze lange voettocht te maken. Het mengsel zou ook helpen tegen huidziekten en veroudering, maar de huid van een oudere Himba (foto hieronder) laat zien dat de zon hier even meedogenloos zijn rimpelsporen achterlaat als elders ter wereld.

‘INSMEREN MET EEN POEDER VAN IJZERHOUDEND GESTEENTE, VERMENGD MET AS, DIERLIJK VET EN NATUURLIJKE PARFUMS TEGEN ZIEKTE, ZON EN OUDERDOM.’ 32

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012


HUIDvindingen Foto’s: Dreamstime. Lees meer op www.huidfonds.nl.

Antirimpelcrèmes In het programma ‘Van den Elsen wacht op antwoord’ (omroep NCRV) trok de presentatrice in de uitzending van 11 januari 2012 ten strijde tegen misleidende reclame van antirimpelcrèmes. Van den Elsen stoorde zich aan “pseudowetenschappelijke” woorden en begrippen waar fabrikanten zich van bedienen, zoals “(poly)revitaliserend”, “dermopeptiden”, “fytodorfinen”, “bioflavonen”, “cocktails van vitamine E en C”, “liftend effect”, “hydratatie”, “transformatie van huid”. Zij sprak met diverse deskundigen. Hun unanieme mening was: rimpels en poriën worden er niet kleiner door en de huid niet jonger. Geen enkele crème kan rimpels wegnemen. Ze kunnen hooguit voor een tijdelijk en schijnbaar effect zorgen, waardoor men er even beter uitziet. Alleen van crème met vitamine A-zuur (tretinoïne) is in goed vergelijkend onderzoek aangetoond dat deze de bindweefselstructuur bevordert en iets doet tegen rimpels. Maar deze stof heeft ook ongewenste bijwerkingen. Vitamine A-zuur is dan ook als geneesmiddel geregistreerd en niet als cosmetisch product. Dit middel is dus alleen op doktersrecept te verkrijgen. Vitamine A (retinol) werkt minder krachtig dan vitamine A-zuur. Deze stof wordt wel in zeer lage concentratie aan antiverouderingsproducten toegevoegd, maar de concentratie is zo laag (om irritatie te voorkomen) dat het rendement waarschijnlijk verwaarloosbaar is. De grootste boosdoener voor de huid (en de vorming van rimpels) is de zon. De enige goede cosmetische antirimpelcrème is een crème die de huid beschermt tegen de schadelijke ultraviolette component van zonlicht. Een sunblocker dus. Maar zon maakt ook gelukkig en is nodig voor de eigen aanmaak van vitamine D. Ga er dus verstandig mee om.

34

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Crèmes tegen ouderdomsvlekken Presentatrice Elles de Bruin (omroep MAX) deed op 19 januari 2011 daar in haar programma ‘Meldpunt!’ nog een schepje bovenop door de behandeling van ouderdomsvlekken aan de kaak te stellen. Daarbij interviewde zij dermatoloog David Njoo, die veel ervaring heeft met behandeling van pigmentstoornissen, en arts Jetske Ultee, die onderzoek doet op het gebied van cosmetische dermatologie. Ouderdomsvlekken, ook wel levervlekken genoemd, zijn enkele millimeters tot centimeters grote lichtbruine pigmentvlekken die op latere leeftijd op de huid ontstaan. Ze ontstaan vooral op plekken die veel aan zonlicht zijn blootgesteld geweest, dus het gezicht, de handruggen en de onderarmen. Deze vlekken komen voor bij 90% van alle blanke mensen boven de 60 jaar. Het frequentst zijn ze te vinden bij mensen met een lichte huidskleur die moeizaam kunnen bruinen. Bij de donkere huid komen ouderdomsvlekken slechts bij uitzondering voor. Gevaarlijk zijn ze niet, maar toch willen veel mensen er vanaf. Er zijn tientallen producten op de markt die beloven de vlekken te laten verdwijnen. Zo zegt een producent: “dit krachtige antipigmentatie serum stopt verkleuring waar het begint; lift en verstevigt met extracten van Gouden Kaviaar en anti-aging peptiden.” Maar deze crèmes werken niet of geven hooguit wat tijdelijke verbleking. De reclames voor deze middelen zijn dus misleidend in wat ze beloven en sommige ervan zijn bovendien heel duur. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bovengenoemde kaviaarbevattende crème, waarvoor je meer dan 100 euro kwijt bent. Als men ouderdomsvlekken wil laten verwijderen, kan dat gebeuren door een dermatoloog, huidtherapeut of schoonheidsspecialist die ervaring heeft met behandeling met pigmentlasers en/of met vloeibare stikstof.


Oprukkende bedwantsen De bedwants is de laatste jaren aan een opmerkelijke opmars begonnen. Het zijn kleine parasieten van ongeveer een halve centimeter die in groepen leven in onze slaapkamers. ’s Nachts kruipen ze dan bij ons in bed om net als luizen en vlooien ons bloed op te zuigen. Ze hebben de neiging om zich om de paar dagen te voeden, maar ze kunnen maandenlang overleven zonder voeding. Na de bloedmaaltijd verstoppen zij zich in de naden en kieren van bedden, in de zomen van het beddengoed, maar ook achter schilderijen en plinten. Vroeger kwamen bedwantsen veel voor, in weeshuizen, kostscholen en soldatenkazernes, maar ook bij mensen thuis in de bedstee. Daar kwam een einde aan toen de parasieten in de jaren vijftig wereldwijd met insecticiden werden bestreden. Maar de diertjes rukken nu weer op, onder andere doordat ze minder gevoelig zijn voor insecticiden. De firma Rentokil moest in 2000 één keer per maand eropuit om bedwantsen uit te roeien. Tien jaar later was dat gemiddeld één keer per dag. Voorafgaand aan de bloedmaaltijd spuit de wants verdovende en antistollende stoffen in. Daar reageert het lichaam op met een ontstekingsreactie: een rood, (hevig) jeukend bultje, meestal op de benen, een soort muggenbeet, maar dan iets groter.

Zo’n bultje geneest gewoonlijk vrij snel, maar als men er veel aan krabt, kan het infecteren met bacteriën of kunnen littekens ontstaan. Soms ontstaan meerdere bultjes op een rij, als de bedwants tijdens de bloedmaaltijd wordt gestoord (door onbewust krabben of verliggen tijdens de slaap) en iemand meerdere malen kort na elkaar prikt. De Engelsen noemen dat ‘breakfast, lunch and dinner’-beten: drie bultjes op een rij. Muggenbulten zitten vooral op de armen, handen en voeten, op huid die niet onder de dekens lag, terwijl de bedwantsbulten vooral op onder- en bovenbenen zitten, waar de mug ‘s nachts niet bij kan.


COLUMN |

TEKST: VILAN VAN DE LOO

-

EENVROUWMETEENVLEKJE . NL

|

FOTO : TWICE

|

Een vrouw met een

vlekje


Nette kleren moest ik aan die dag, want mijn grootmoeder zou gecremeerd worden. Op de slaapkamer ontdekte ik twee witte plekken in mijn liezen. Raar. Ze waren melkwit van kleur, dus niet vies. Gek genoeg leken ze een beetje licht te geven. Wrijven hielp niet. Het leek me iets dat er even zat en vanzelf weer zou wegtrekken. ‘Zo gaan die dingen’, zei ik tegen mezelf. Het was vast psychisch. Toen ik enkele dagen na de crematie nog eens keek, zaten de vlekken er nog steeds. Pas na een paar maanden durfde ik weer te kijken. Ze waren niet verdwenen, zelfs niet een beetje vervaagd. Dat irriteerde me. Daarom wendde ik mij tot de bron van kennis die in mijn leven overvloedig stroomt: Google.

Kater Op dit moment moet ik mijn huiselijke situatie uiteenzetten. Ik woon met een kleine rode kater en vijf computers in een klein bovenhuis. De kater heet Tim, hij heeft net als ik zijn eigen website. Niet alle computers doen het nog, maar iets wegdoen wat je vele jaren van dienst is geweest, vind ik moeilijk. Tim en ik hebben het samen knus. Hij ligt graag op de bank te kijken hoe ik schrijf, en dat doe ik vele uren per dag. Mijn fantasie is onbegrensd en slingert me alle kanten op. Google hielp mij om de vlekken te begrijpen. Er waren drie mogelijkheden, leerde ik. Ofwel de vlekken waren een vorm van lepra, ofwel hier diende zich de gevreesde witte kanker aan (ik had een case gevonden) en dan was het ook nog mogelijk dat ik vitiligo had. “Gaat niet meer over”, zei de huisarts en ze maakte een aantekening in mijn dossier. Thuis besloot ik nooit meer in

mijn liezen te kijken. Hoe ik de vlekken ging verklaren aan een eventuele nieuwe minnaar, wist ik niet, dus leek het me het beste om single te blijven. Ik hoorde een mannenstem al zeggen: “Hoho, wat heb jij daar voor iets lelijks? Is het besmettelijk? Je had het me ook wel eens eerder kunnen zeggen.” Dan zou hij zijn kleren aantrekken en weggaan, mij achterlatend met een schuldig gevoel. Nee, dat nooit. Dan liever alleen.

Geheim In feite was er niets aan de hand, vond ik. Als ik nergens aan dacht en me voor niemand uitkleedde, bestonden de vlekken eigenlijk niet. Om iets wat je niet wilt weten efficiënt te onderdrukken, moet je er intensief mee bezig zijn. En dat was ik. Na mijn bezoek aan de huisarts, zorgde ik ervoor geen dag, minuut, geen seconde aan de vlekken te denken. Google vermeed ik, elke nacht sliep ik alleen. Tegen niemand zei ik er een woord over. Die vlekken waren een geheim dat ik voor mezelf wilde bewaren. Soms was er een moment waarop ik besefte hoe eenzaam dit was, dat ik me bang voelde voor de toekomst, en hoezeer ik hoopte dat de vlekken gewoon zouden verdwijnen. Zo begon mijn leven met vitiligo. Dat het ook anders kon, zou ik pas later ontdekken.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

37


berichten

PATIËNTENORGANISATIES 15 Jaar Nevus Netwerk Nederland Nevus Netwerk Nederland, de vereniging voor iedereen met aangeboren reuzenmoedervlekken (grote naevus), hun familie en vrienden, bestaat vijftien jaar. Bijna iedereen krijgt tijdens zijn of haar leven moedervlekken. Exemplaren die al bij de geboorte aanwezig zijn, zijn uniek. Zeker als ze buitensporig groot zijn of als het er heel veel zijn. ‘Groot’ kan betekenen: een paar decimeter in doorsnee. En ‘veel’ kan inhouden dat iemand van top tot teen moedervlekken heeft. Een grote naevus kent vele verschijningsvormen, bijvoorbeeld een combinatie van een grote moedervlek met veel kleintjes, of een op het oog onzichtbare variant omdat die onder de kleding schuilgaat. Naar schatting heeft slechts één op de vijfhonderdduizend mensen ermee te maken, waardoor niet alleen het grote publiek, maar ook veel artsen en paramedici er weinig van weten. Bij de oprichting van Nevus Netwerk Nederland was over grote naevussen nog weinig bekend. Pas de laatste jaren zijn internationaal onderzoeken gestart die het geheim van aangeboren moedervlekken moeten onthullen. Nevus Netwerk Nederland wil voor direct betrokkenen een veilige haven zijn en een rijke informatiebron. Mail voor informatie naar info@nevusnetwerk.nl of bezoek www.nevusnetwerk.nl en Faceboek-groep Nevus Netwerk Nederland

Onderzoek kwaliteit van leven en behandeltevredenheid bij lichen planus en lichen sclerosus In het kader van de in ontwikkeling zijnde behandelrichtlijnen voor Lichen Planus (LP) en Lichen Sclerosus (LS) doet de Stichting Aquamarijn vragenlijstonderzoeken naar patiënttevredenheid bij deze aandoeningen. De meting bestaat uit twee delen: het eerste onderzoek vindt plaats in maart 2012. Deze onderzoeken worden gehouden op initiatief van de patiëntenorganisaties voor LP en LS, en zijn tot stand gekomen met steun van de Stichting Aquamarijn, de NVDV en het Huidfonds. Leden, donateurs en belangstellende LP- en LS-patiënten zijn uitgenodigd aan dit onderzoek deel te nemen. Zie www.lichenplanus.nl of www.lichensclerosus.nl of www.stichtingaquamarijn.nl

Landelijke contactdag Stichting Melanoom Op 31 maart 2012 houdt de Stichting Melanoom een Landelijke Contactdag. Het thema van de dag is: ‘Kanker, waar staan we?’ Tijdens deze landelijke contactdag geven deskundigen binnen hun vakgebied hun visie op de behandeling en stroomlijning van zorg voor patiënten met huidkanker en oogmelanoom. In de middag volgt een programma met workshops waar ieder zijn vragen of zijn mening kwijt kan. Voor het programma verwijzen wij naar de website: www.stichtingmelanoom.nl Deze dag wordt gehouden in het Van der Valk Hotel in Breukelen. Donateurs van Stichting Melanoom ontvangen een persoonlijke uitnodiging. Andere belangstellenden zijn welkom en kunnen zich opgeven bij het secretariaat van Stichting Melanoom. Het liefst per mail: secretariaat@stichtingmelanoom.nl, of schriftelijk: Stichting Melanoom, Antwoordnummer 202, 1440 VB Purmerend (postzegel niet nodig). Stichting Melanoom vraagt een bijdrage van € 7,50 in de kosten voor deze dag. Deze kunt u voldoen door het bedrag over te maken op rekeningnummer 75 30 279 t.n.v. Stichting Melanoom te Purmerend. Wilt u op een andere manier meepraten over huidkanker, bezoek dan het forum op www.melanoom.nl

38

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Rosacea Patiëntenvereniging? Huidpatiënten Nederland (HPN) is een samenwerkingsverband van huidpatiënten verenigingen om voor zo veel mogelijk huidpatiënten de belangen te behartigen. Bij de HPN komen vragen binnen of er ook een vereniging is voor rosacea patiënten, zoals in andere landen. Wilt u graag met anderen spreken over de mogelijkheid een vereniging of stichting voor rosacea patiënten op te richten, dan kan de HPN u op weg helpen. Mail, schrijf of bel naar het secretariaat van Huidpatiënten Nederland: info@huidpatienten-Nederland.nl, Postbus 2660, 3500 GR Utrecht of 030.282.31.95

TNF-alfaremmers Gebruikt u een TNF-alfaremmer of een ander duur geneesmiddel voor de behandeling van een chronische (huid)ziekte? Vanaf 1 januari 2012 zijn de ziekenhuizen verantwoordelijk voor de verstrekking van TNF-alfaremmers en een aantal andere dure geneesmiddelen. Die overheveling betekent dat deze specialistische geneesmiddelen onder de ziekenhuisbekostiging vallen. Het geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS) bekostigt de middelen niet langer. De minister van VWS wil dat de patiënt van de overheveling geen hinder ondervindt. Daarom zijn uw eigen ervaringen van belang. Uw bijdrage is daarbij zelfs onmisbaar! Vul de vragenlijst in op de website www.monitorgeneesmiddelen.nl. Patiëntenverenigingen hopen zo de gevolgen van de maatregelen nauwkeurig in kaart te kunnen brengen. U kunt elk kwartaal een vragenlijst op deze website invullen om aan te geven hoe het met u gaat en of er wijzigingen in de behandeling hebben plaatsgevonden. Uw gegevens worden uiteraard geanonimiseerd verwerkt. Voor nadere informatie en vragen kunt u contact opnemen met de Helpdesk van de Stichting Eerlijke Geneesmiddelenvoorziening via: info@monitorgeneesmiddelen.nl of via 010.480.0942

Dure geneesmiddelen die zijn overgeheveld: adalimumab, (Humira®), certolizumab (Cimzia®), etanercept (Enbrel®), golimumab (Simponi®), infliximab (Remicade®), abatacept (Orencia®), anakinra (Kineret®) en ustekinumab (Stelara®)

Wat doet de Huidpatiënten Nederland (HPN)? HPN is de koepel van de huidpatiënten verenigingen. Deze hebben aangegeven dat belangenbehartiging het meest belangrijke onderwerp is voor HPN. Dat zijn onderwerpen als verhoging van de zorg voor en van de kwaliteit van leven voor alle huidpatiënten, overleg met zorgverzekeraars en het ministerie van VWS, maar vooral ook de uitvoering van het kwaliteitszegel Dermatologie. Is er voor uw huidaandoening nog geen patiëntenvereniging, dan kunt u ook lid worden van de algemene vereniging Huidpatiënten Nederland. Kijk op www.huidpatienten-nederland.nl en mail naar info@huidpatienten-Nederland.nl. of bel met 030.28.23.195.

‘Coole’ dag voor kinderen met vitiligo Op 2 oktober verzamelden kinderen met vitiligo zich met hun ouders bij Skidôme in Rucphen voor een sportmiddag. Dermatoloog Inka NieuweboerKrobotova van de Stichting Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen (AMC, Amsterdam) was aanwezig voor de kinderen en hun ouders met een presentatie over psychosociale aspecten bij vitiligo. Ze beantwoordde vragen en gaf tips hoe kinderen op en buiten school kunnen omgaan met vitiligo. Nuttige informatie werd uitgewisseld. Een uitgebreid verslag van deze dag is beschikbaar bij de Landelijke Vereniging voor Vitiligo-Patiënten: www.vitiligo.nl


DE STELLING |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

FOTO : DREAMSTIME

|

ERVARING SERIEUS’

‘NEEM DE VAN DE PATIËNT

Stelling 8 uit het proefschrift van Bas Wind over pigmentstoornissen is ontleend aan Khadija Arib, lid van de Tweede Kamerfractie van de PvdA:

Huidziekten hebben met vetzucht gemeen dat omstanders ze verafschuwen, ze niet als ziekte zien, maar als cosmetisch probleem, terwijl het op de eerste plaats ziekten zijn, die daarbij ook nog eens een aanslag op het uiterlijk vormen.

Vanwaar deze stelling? “Ik sta hier volledig achter. Huidaandoeningen worden - door degenen die er niet aan lijden - vaak gebagatelliseerd. Ik zie vitiligo beslist als een ziekte en niet als louter een cosmetisch probleem. Ongeveer twee van de drie patiënten ervaren deze ziekte als psychisch belastend, ze is behoorlijk invaliderend en heeft een forse invloed op de kwaliteit van leven.” Hij weet die krachtige stellingname meteen te nuanceren: “Natuurlijk, vitiligo is geen gevaarlijke ziekte en men overlijdt er beslist niet aan, naar de impact ervan mag men niet onderschatten. Ja, die onderschatting leeft ook voor een deel onder de dermatologen. Nogal eens worden de mensen naar huis gestuurd met de mededeling: ‘Leer er maar mee leven’. Het zal goedbedoeld zijn - als hulp om te kunnen omgaan met vitiligo - maar patiënten ervaren dat advies vaak als cru. Misschien is dat wel de basis onder mijn stelling: neem de ervaring van een patiënt serieus!”

Ondergeschoven kind Hij verdedigt de vergelijking van huidziekten met obesitas: “Ze lijken op elkaar in hun zichtbaarheid, ze zijn daarbij allebei overgeleverd aan de menselijke blik die hard en veroordelend kan zijn. Vermoedelijk ongewild en zonder na te denken, maar het heeft wel dat schofferende effect. Huidziekten en obesitas verdienen geen spot en cynisme. Dat is unfair.” “Huidkanker, psoriasis en eczeem zijn de ‘Grote Drie’ binnen de dermatologie. Het overgrote deel van de onderzoeksgelden gaat naar die ziektebeelden. Pigmentstoornissen verdienen meer aandacht.” Zou zijn commentaar helpen? Het antwoord ligt wellicht besloten in stelling 11 van het proefschrift, de Groningse volkswijsheid: ‘Nait soez’n moar doun’. Gevraagd naar de ondertiteling heet het: ‘Niet lullen maar poetsen.’ “Ik ben met die boodschap opgegroeid. En de kracht ervan heb ik tot en met mijn promotie ervaren. Promoveren is - naast andere dingen - bij tijd en wijle te veel praten … waarbij ik soms wel eens verzuchtte: “Laten we ophouden met dat eindeloze gepraat en gewoon de schouders eronder zetten.”

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

39


NHG |

TEKST, PORTRETFOTO EN FOTO VAN DE TENEN : JUST EEKHOF, HUISARTS IN LEIDEN , NAMENS HET NEDERLANDS HUISARTSEN GENOOTSCHAP

|

NIEUWE SCHOENEN

Het is een echte najaarsdag. Ik ben vanmorgen in het donker door storm en regen met de fiets naar de praktijk gereden. Voor de deur van de praktijk staat een groepje mensen te wachten totdat de deuren opengaan. Ik open snel de deur, opdat de mensen naar binnen kunnen waar het droog en warm is. Nadat ik mijn regenpak heb uitgetrokken, mijn haar heb gedroogd met een handdoek en snel een kop koffie heb gepakt, begin ik met mijn spreekuur.

40

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

De eerste patiënt is mevrouw Bussemaker. Zij heeft chronische rugpijnklachten waarvoor zij een TENS-apparaat heeft. TENS staat voor ‘transcutane elektrische neurostimulatie’. Door met stroom die zo’n apparaat door de huid afgeeft, de zenuw te prikkelen probeert men de pijn te verminderen. Ze heeft het apparaat pas en vertelt dat het goed helpt. Bij het weggaan heeft ze nog een vraag: “Dokter, ik heb de laatste tijd zo een last van mijn teen. Ik weet niet wat ik er mee aan moet, wilt u daar ook nog naar kijken?” Ze doet haar schoen uit en laat een verdikking van de huid zien op de buitenzijde van haar vierde teen. Het doet pijn. Het zit er sinds ze elke dag de nieuwe schoenen draagt die ze een maand geleden kocht. Ik vertel haar dat het een likdoorn is. Een likdoorn (ook wel eksteroog of clavus genoemd) is een eeltknobbel op de voet. Ze ontstaan door verhoogde druk, zoals bij knellende schoenen. Het vervelende is dat likdoorns zeer pijnlijk kunnen zijn, al kunnen ze verder geen kwaad. Haar klachten komen dus waarschijnlijk doordat de nieuwe schoenen teveel knellen. Ze vraagt wat we er aan gaan doen. Ik leg uit dat we eerst kijken of we de likdoorn met zalf (salicylzuurzalf) en vijlen weg kunnen krijgen. Daarnaast is het ook van belang dat de druk op de tenen minder wordt. Het betekent dat ze haar nieuwe schoenen beter niet kan dragen, maar liever andere schoenen moet dragen. Ik vind het wel jammer voor mevrouw, ze was zo zichtbaar blij met haar nieuwe schoenen.


HUID IN DE LITERATUUR |

TEKST: FRANS MEULENBERG

|

FOTO : DREAMSTIME

|

EEN

VULKAAN OP DEBIL Een romanschrijver is voor een verhaal altijd op zoek naar drama. Imponerende ziekten zoals kanker, dementie en een hersenbloeding zijn daar erg geschikt voor. Chronische ziekten zijn evenzeer populair bij de auteurs. Een schrijver heeft niet zoveel aan een personage met griep, galbulten of enkelverzwikking. Chronische ziekten kunnen daarentegen als een rode draad door het verhaal lopen. Wat betreft de chronische huidaandoeningen is psoriasis de onbetwiste koploper en, merkwaardig genoeg, met zeer grote voorsprong op bijvoorbeeld chronisch eczeem of vitiligo. Al met al is het ‘kleine huidleed’ toch een literair stiefkindje, ondanks het feit dat miljoenen mensen er last van hebben. Tijd voor een literaire herwaardering!

De beminnelijke John Updike schreef prachtige romans, onder andere over psoriasis, met veel gevoel voor klank, timbre en ritme. En hij is één van de weinige literatoren die het aandurfden een gedicht te wijden aan… een steenpuist: In the night the white skin cries aloud to be broken, but finds itself a cruel prison; so it is with reason, which holds the terror in, undoubted though the infection. Een Nederlandse vertaling zou iets zijn als: ‘s Nachts bonkt de witte huid, / schreeuwend om bevrijding, / vergeefs op haar gesloten poort. / Gelijk verstand dat luid / bezweert de bange tijding / al woekert de ontsteking voort. Een steenpuist (furunkel) is een acute diepe ontsteking van het haarzakje, vrijwel altijd veroorzaakt door de Staphylococcus aureus. Zichtbaar is een verheven rode plek die warm aanvoelt en pijnlijk is. Afhankelijk van de mate waarin celdood optreedt, kan een pustel (puist, pukkel met puskopje) aanwezig zijn. Als de pustel na enkele dagen openbreekt, kan er een hoop pus uit de diepte te voorschijn komen. Een steenpuist gaat soms gepaard met koorts en algemene malaise. Waarom furunkels ontstaan, is onduidelijk. Mechanische beschadiging van de huid door bijvoorbeeld schurende kleding, speelt vaak een rol. Dat maakt dat wielrenners, schuivend

over smalle zadels, iets meer risico lopen. Het beste is de ontsteking tot volledige ‘rijping’ te laten komen. Uiteindelijk breekt hij spontaan door, waarna de pus afvloeit. Een zalfje kan de huid verweken en het rijpingsproces versnellen. Als hij niet openbreekt, zal men er een snee in geven. Dit krachtenspel schetst Updike in de eerste drie regels: de pus wil naar buiten, de harde schil voorkomt dit. Onder het maagdelijk witte oppervlak gist een ontsteking met weefselversterf: kokend, kolkend, ziedend. Een steenpuist lijkt een vulkaan die op uitbarsten staat. En dat doet pijn. Misschien wel evenveel pijn als het leven zelf. Want in de laatste drie regels gebruikt Updike de steenpuist als een ‘pars pro toto’ (volgens Van Dale: ‘stijlfiguur waarin iets wordt aangeduid door het noemen van een deel ervan’). Ook de mens die ogenschijnlijk zichzelf onder controle heeft, maskeert iets. Die rustige buitenkant, die schijnbare kalmte, dat air van intellectuele beheersing bedekt een woelig zieleven en mogelijk zelfs een existentiële angst. Paniek die moet rijpen onder de laklaag van het verstand. Net als pus en champagne.


WERKHUID |

TEKST: REDACTIE

‘EERST

|

FOTO : HERLINDE KOEBL

|

KNIPPEN DAN VERVEN’

“Op een gegeven moment raak je gewoon

45 jaar jong - benadrukt hijzelf - en al 27 jaar

“Het begon zo’n vijftien jaar geleden. De huid van mijn vingers werd kurkdroog en de huid barstte gewoon. Sprong open. De gewrichten deden ongelooflijk zeer. Wat nu? Ik ging naar mijn huisarts en ik ben zelfs een tijdlang gaan lesgeven aan de kappersvakschool, vanuit de gedachte: ‘Nou, dan kom ik minder in aanraking met al die haarverfspullen.’ De huisarts was vrij stellig in zijn diagnose: contacteczeem door een allergische reactie. De boosdoener bleek een stof die ik gebruikte voor de voorbehandeling bij permanenten. Het was heel prettig dat de oorzaak meteen duidelijk was. Daardoor kon een gerichte aanpak - zalf én ander spul om het haar te permanenten - meteen uitkomst bieden.”

kapper, kreeg vijftien jaar geleden

Gekmakende jeuk

in paniek: hoe moet dit verder?” Die vraag heb ik mij meermaals gesteld. “Je kunt wel weer een opleiding gaan volgen, maar het kappersvak is toch waar je hart ligt.” Bert de Haas,

voor het eerst klachten door haarverfallergie. In augustus 2011 volgde een nieuwe periode met hevige pijn. Een korte terugblik van een vakman op twee nare episodes in zijn leven.

“In augustus 2011 ging het helemaal mis. In principe waren het dezelfde symptomen, echter veel heftiger. Niet alleen droogden de vingers uit en kwamen de gewrichtsklachten terug. Nee, ik kreeg enorme jeuk, de pijn trok door mijn armen naar de schouders. De oksels sprongen open en daar kropen, denk ik, bacteriën in. Om gek van te worden… De huisarts besloot mij door te verwijzen naar een dermatoloog, en omdat ik in Malden woon en werk, koos ik voor Nijmegen. Daar heb ik een hele stoet dermatologen of huidartsen in opleiding voorbij zien komen. Ik onderging allerlei allergie- en priktesten en doorverwijzing naar de dagbehandeling volgde om te pogen een remedie te vinden. Ook ging ik naar het Centrum voor Huid en Arbeid en de Kapperspoli in Velp. Daar hebben ze trouwens een fantastische database van allerlei kappersmiddelen met, per merk, de precieze chemische samenstelling. Uiteindelijk bleek die laatste gang overbodig, want de oorzaak was de beruchte chemische stof PPD (p-fphenyleen diamine). PPD is een geweldige stof wanneer je uitgaat van de klant: het dekt grijze haren uitstekend. De keerzijde is echter… contactallergie.”

Natuurlijk aanpassingsgedrag “De eerste hormoonzalf hielp niet. Integendeel: ik kreeg het gevoel alsof mijn huid in brand stond. De tweede hormoonzalf werkte echter uitstekend: vier avonden per week insmeren, daar overheen teerzalf en dan met handschoenen aan naar bed. Overdag gebruik ik een neutrale handzalf en altijd handschoenen. Deze handschoenen zijn een barrière om de eigen huid afdoende te beschermen. Daarnaast heb ik mijn werkroutine aangepast: eerst knippen, dan verven.” “Ik ben dolblij dat het allemaal voorbij is. Maar die onderliggende ongerustheid zal nog wel een tijdje blijven sluimeren, denk ik, vrees ik… ik moet er niet aan denken dat ik met dit vak moet stoppen. Wat dat betreft ben ik een beetje workaholic.”


KINDERPAGINA |

SAMENSTELLING EN REDACTIE : FRANS MEULENBERG

|

ILLUSTRATIE : LILIAN TER HORST

|

... deze keer

EEN RATJETOE-PAGINA Mijn tekening… Een slak hoeft nooit te verhuizen. Die draagt zijn huisje altijd mee. In dit geval is het een prachtig versierd glitterhuis. De glitters zijn zelfs op de tekening geplakt. De slak zelf heeft kringetjes op de naakte huid, uitpuilende pretoogjes én een kusmondje. Tekening: Julia, 5 jaar

Mijn favoriete boek

Illustratie: Lilian ter Horst

’t Beest van Lilian Lilian liet ons weten: “Dit is een dikke Zemuip”. Een ‘Zemuip’? Wat is dat in vredesnaam? Laten we de tekening eens goed bekijken met zijn allen. Wat opvalt, is het enorme lijf. Is het beest echt zo dik, of draagt het een dikke en stoere winterjas? Met allemaal groene strepen. Komkommers? Nee, vermoedelijk niet. Een komkommer-zebra bestaat niet, heb ik me laten vertellen. En wat te denken van die veren in de nek? Het lijken we kippenveren! Vrijwel onzichtbaar is het koppie: zooooo ontzettend klein, tegenover zooooo’n enorm lijf. Piepklein zelfs. Het lijkt wel een muizenkoppie, met trilhaartjes. Alleen… Lilian gaf het dier geen mooie naam. Dat is niet leuk, iedereen wil een naam hebben. Wie van jullie verzint een leuke en treffende naam voor deze wat-het-ook-mag-zijn? De leukste inzending krijgt deze illustratie als prijs!

‘Een kleine muis is een lekker hapje. Voor heel veel dieren. Zoals voor een vos, een uil en een slang. De muis is heel slim. Hij verzint een fantasiebeest - de Gruffalo. Die heeft gevaarlijke tanden, scherpe klauwen, paarse stekels, horens en een dik vel. Dit schrikt de andere dieren af. De muis lacht in mijn muizenvuistje. Dan ontmoet hij de gevaarlijke Gruffalo. Die bestaat echt. Opnieuw verzint de muis een list. Hij beweert dat hij, als muis, het meest gevreesde dier van het bos is. De Gruffalo aarzelt. De muis moet bewijzen hoe gevaarlijk hij is. Meer verklap ik niet. Maar het lukt! Ik ken het boek inmiddels een beetje uit mijn hoofd.’ Sander, 8 jaar. Julia Donaldson en Axel Scheffler - De Gruffalo. Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam 2011. € 7,95. (Voorlees)boek voor kinderen vanaf 4 jaar.

Oproep! Willen jullie ook een tekening maken van de huid? Of een verhaaltje schrijven? Misschien wel een gedichtje … Of een brief? Heb je vragen? Wil je je verhaal kwijt? Dat kan! Graag zelfs. Stuur maar op naar: Nationaal Huidfonds, Postbus 2660, 3500 GR Utrecht. Of vraag je papa of mama of ze je verhaal, tekening of gedicht willen versturen. Het zou fijn zijn als je je naam laat weten én je leeftijd.

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

43


IN DE HUID VAN... |

TEKST: JANNES VAN EVERDINGEN , FRANS MEULENBERG

|

FOTO : DREAMSTIME

|

NEUS BOTER

MET JE INDE

Veel dieren hebben wratten. Om er een paar te noemen: apen, honden, katten, paarden, koeien, olifanten en beren. Het meest bestudeerde wrattenvirus is het boviene papillomavirus, dat bij koeien op de geslachtsorganen en de tepels van de uiers uitgroeisels van de huid kan veroorzaken. Daarentegen zijn wratten bij varkens tamelijk zeldzaam. Nog opmerkelijker is dat bij het Afrikaanse wrattenzwijn (Phacocoerus aethiopicus) nooit wratten zijn waargenomen die wij echte wratten noemen. De drie knobbels die aan beide kanten van de grote en bizarre, groteske kop van het wrattenzwijn te onderscheiden zijn, bestaan grotendeels uit vetweefsel. De knobbels bieden bescherming tegen de slagtanden van eigen soortgenoten bij onderlinge vechtpartijen. Ook zijn ze nuttig bij het wroeten naar voedsel. Wanneer het land bij droogte door ander wild is kaalgegraasd, zoeken de wrattenzwijnen hun voedsel onder doornbosjes, waar vaak nog wel wat te vinden is. Door de kop heen en weer te bewegen, duwen ze met de slagtanden de takken opzij. De uitwassen op hun kop zorgen dan ervoor dat de ogen en de wangen met de kauwspieren niet door de scherpe doornen worden geplaagd. Bij dode wrattenzwijnen - na een periode van droogte onderzocht - bleken de ‘wratten’ inderdaad vol afgebroken doornen te zitten.

Ophokken Hoe is het gesteld met zijn verre neef, het varken? Die weet niet meer wat wroeten in aarde is. Net als het zwijn, is het varken oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Azië. Het zwijn kwam al in de steentijd onze kant op, maar de gladharige variant die nu over de hele wereld rondloopt, kwam pas in de loop van de achttiende eeuw per schip richting Europa. We hebben in Nederland net zoveel varkens als mensen. Alleen hebben we ze allemaal weggestopt in kolossale maar krappe schuren, die het Brabantse en Gelderse landschap hebben veranderd in een soort Los Angeles voor varkens. Tien jaar geleden schreef Monica Metz in de NRC (13-04-1999): “Het gevecht om leefruimte verklaart het bloed aan de staartstompjes, de gehavende oren, de krassen en littekens op ruggen en koppen. Nooit hebben ze zon op hun huid gevoeld. (…) Sommige varkens wringen hun neus door de tralies om aan de snoeten van de buren te snuffelen. Andere duwen hem onder de buik van een boxgenoot, als waren ze op zoek naar spenen. Nooit hebben die snuiten in aarde gewroet. Wat weten de dieren van de geur van knollen of loof, de smaak van eikels of truffels? Het enige wat ze ruiken is de geur van boter in de braadpan waar ze hun leven in eindigen.” Hoogste tijd partij te kiezen voor de dieren.


INGEZONDEN BRIEVEN |

REDACTIE : FRANS MEULENBERG

Sabatier Mijn dank en waardering voor het interessante artikel over Sabatier & Baudelaire in het vorige nummer. Ik wil u attent maken op een beschrijving van hetzelfde beeldhouwwerk, door de beroemde musicus Chopin: ‘een naakte vrouw in een meer dan indecente houding, in zo'n mate dat de beeldhouwer om de pose te verontschuldigen een slang om een van de benen van het beeld had moeten laten kronkelen. Het is om bang van te worden hoe zij zich in allerlei bochten wringt’.

|

|

FOTO ’ S : DREAMSTIME

Partnerbelang Zelf ben ik geen patiënt met een huidaandoening, maar mijn onlangs overleden echtgenoot had er wel veel last van. Die was ook donateur van het Huidfonds. En ter nagedachtenis aan hem, wil ik daar wel mee doorgaan. Ik durf er nu over te schrijven, maar zou dat vroeger nooit gedaan hebben, want dan had ik hem echt gekwetst. Hij verstopte zijn eczeem behoorlijk, terwijl het mij niet eens meer opviel. Hooguit het gekrab ’s nachts en de bloedvlekken die ik dan de volgende ochtend tegenkwam in de lakens. In elk nummer van HUID komt een stoet aan dokters, patiënten en ziektes voorbij. Het verslag van de ‘huiddag’ deed mij een beetje duizelen. Mijn hemel: hoeveel mensen houden zich wel niet bezig met de ‘huid’? Veel, heel veel, zo werd mij duidelijk. Toch heeft de organisatie (en dit blad) één categorie over het hoofd gezien: de partners van huidpatiënten. Zij maken, van dichtbij, het lijf aan lijf gevecht met de huid mee. Misschien is het een idee… Chantal Theunissen, Delfzijl

Naschrift van de redactie Wij hebben de koe bij de horens gevat. In dit nummer van HUID treft u een interview aan met de partner van een patiënt. We hopen hiervan een vast item te kunnen maken. JANNES VAN EVERDINGEN

|

HOOFDREDACTEUR

Apollonie Sabatier (1822-1889), kronkelend na een slangebeet, 1847; gebeeldhouwd door Auguste Clésinger (1814-1883), Parijs, Musée d’Orsay.

Chopin uitte ook de vrees dat op een volgende tentoonstelling de kersverse vrouw van beeldhouwer Clésinger te zien zou zijn. Hij achtte hem althans in staat om zich net zo (als bij Sabatier) uit te leven op de borsten, buik en het achterwerk van Solange. U moet zich realiseren dat Solange, de dochter van de beroemde schrijfster George Sand (die met Chopin samenleefde), in 1847 na veel intriges getrouwd was met deze Clésinger die hoopte zo rijk te worden. Hetgeen niet uitkwam en dat was de oorzaak van een slecht huwelijk en een bijna levenslange breuk tussen moeder en dochter. Het citaat komt uit het boek Helse liefde van van de Nederlander Frédéric Bastet waarin zelfs melding wordt gemaakt van de roddels, dat Sabatier de maitresse was van Clésinger, die voor dit huwelijk gedumpt moest worden. Wat daarvan waar is weet ik niet. Het boeiende boek gaat overigens over het liefdesleven van zowel Chopin als Franz Liszt. Willem Kouwenhoven, bestuurslid VMCE

46

M A G A Z I N E H U I D M A A RT 2012

Makkelijk praten Rob Oudkerk heeft makkelijk praten: ‘Durf brutaal te zijn.’ Dat was zijn slogan op de Huiddag in Eindhoven die in de vorige HUID stond. Ik denk dat ie dat vooral verkondigt omdat de brutaliteit hem heeft gebracht waar hij nu is: een BN’er die op de buis geen blad voor de mond neemt. Het voelt voor mij als huidpatiënt als een double-bind. Zo van ‘wees wat minder gehoorzaam’. Sorry hoor, maar daar kan ik niet veel mee. Gert Kleingeld, Amsterdam


Huid Magazine december 2011