Brabants Magazine nr. 33

Page 1

Brabants Jaargang 9, nummer 1, juni 2022

Kwartaalblad over Brabanders en hun taal

Junt geportretteerd Hommage aan Michel de Koning Brabants Dialectenfestival 12 juni 2022 Ode aan Thieu Sijbers


Brabants nummer 33 Inhoud 3 Van de redactie 4 Cor Swanenberg: Junt en het Buulgevuul

12 Junt: Zuster Magdalena 13 Jan Luysterburg: Huijbergenaar Kees Hoeckx. Een boer die geen boer was

21 Tonny van de Graft: 600 jaar Gilde Sint Leonardus van de Donck

6 Van de redactie: Succes van dichtbundel Zinzucht Zienzucht 7 Van de redactie: Presentatie Brabants boekske en de Willem Ivenprijs 2022

14 Van de redactie: Een ode aan Thieu Sijbers

22 Narus van Balkum: Liefde makt ok kleureblind 23 Johan Boenie: Woensdrechtse woordjes. Katte

8 Jos Swanenberg: Een Roois skrifje over het dialect rond 1900 9 Henk Janssen: Brabants heeft een nieuwe eindredacteur

23 Marja van Trier: Èègelijk hai ik ’n kat moete zèèn 15 Jos Swanenberg: Pas verschenen: Dialectendoeboek 16 Anton van der Lee: Jantje Ausems 17 Hás van de Zande: Maansminse en meidevolk

10 Ton van den Bergh: De avonturen van Rommelkruid en Nagelgruis 11 Marianne Swinkels: Brabants Dialectenfestival 12 juni 2022! 11 Jos Swanenberg: Goed gebekt in eigen dialect

Brabants nummer 33 - juni 2022

18 Cor Swanenberg: Hommage aan Michel de Koning 19 Jan Luysterburg: In dierbare herinnering aan een soulmate 20 Mientje Wever: Heel diep van binne

24 Ed Schilders: De wederopstanding van Lechim, dialectdichter uit Tilburg


VAN DE REDACTIE

Ere wie ere toekomt Er zijn instanties die het een eer vinden geassocieerd te worden met Brabants taalgebruik. Daartoe behoort Omroep Brabant kennelijk niet. Daar heeft men alle dialectrubrieken weggezuiverd en is de verbinding met de eigen taal gereduceerd tot een Koekwaus-quiz, Twee uurkes vurraf en de kreet Fijn fisje nie! De decennia-oude succesrubriek Bij wijze van spreken werd geamputeerd en geruisloos afgevoerd. 26 Cor Swanenberg: De vernieuwde Kuusepaol 27 Tonny van de Graft ‘t Kepèlleke van Sint Lennert 27 Henriëtte Vunderink: Pril verlange 28 Wim van Gompel: Apa in Brabant 29 Paul Asselbergs: Eikels rape 30 Yoïn van Spijk: Van boekske tot buukske 32 Cor Swanenberg: Zeispreuken of andermansspreuken 33 Toine Nooijens: Schömke trekke 34 Elseline Withagen: Furie 35 Luisterbox 33 35 Anton van der Lee: Geheugenverlies

De redactie van Brabants had al langer het voornemen aandacht te besteden aan zijn eerdere redactievoorzitter Michel de Koning, alias Giel van Gastel. Deze gedreven man stond mede aan de basis van het tijdschrift Brabants en op zijn kompas wordt nog altijd verder gevaren. Het vertrouwde stramien van actualiteit, verhalen, gedichten, muziek, wetenschap en luisterfragmenten wordt al bijna twintig jaar nageleefd in de samenstelling van ons blad. Het is in augustus 2022 tien jaar geleden dat Michel overleed. Hij verdient het om in ere gehouden te worden. De Nijnselse dichter-zanger Thieu Sijbers, een van de voortrekkers op het gebied van Brabants dialect, was wellicht de meest fijnzinnige cabaretier die zich van zijn Brabantse moedertaal bediende. Het komt zeer gelegen dat zijn neef Nico van de Wetering Een ode aan Thieu Sijbers als nieuwe site in de lucht brengt. Dat er in samenwerking met de gemeente Sint Oedenrode ook nog een Ommetje aan gekoppeld wordt, is mooi meegenomen. Jan Luysterburg was al lang van plan een artikel te wijden aan de bijzondere dialectschrijver Cees Hoeckx uit Huijbergen. Fijn dat dat er nu echt van is gekomen. Ed Schilders laat de mysterieuze Tilburgse dialectdichter Lechim herrijzen. Het fenomeen Junt heeft al vaker in de schijnwerpers gestaan, maar nu zij de Willem Ivenprijs 2022 won, moest er een uitgebreider artikel komen. Er is geen enkele editie van Brabants verschenen zonder een bijdrage van Junt. Het Brabants Dialectenfestival, het grootste evenement van onze eigen taal, vindt in Lieshout op de tweede zondag van juni weer plaats. Deze keer is het toepasselijke postcorona thema Blij dè ge d’r wir bent. Benieuwd of Omroep Brabant er ‘weer’ zal zijn op de plaats waar in het verleden door afwezigheid geschitterd werd. Die absentieglans was er ook bij de uitreikingen van de Willem Ivenprijs en van de Zachte G-prijs, en bij het zilveren jubileum van de Brabantse Kerstgedichtenwedstrijd.

Geen prijsverhoging 35 Colofon 36 Prent

Bij dit nummer treft u de factuur aan voor de nieuwe jaargang (1 juni 2022 tot 1 juni 2023). Wij verzoeken u vriendelijk om deze nota binnen veertien dagen te betalen met vermelding van het factuurnummer. Ondanks de gestegen lasten hebben we de abonnementsprijs niet verhoogd. Het bedrag voor een jaar blijft dus als voorheen € 24,50. Bij voorbaat veel dank voor uw vlotte afwikkeling. Bestuur Stichting Brabants. Brabants nummer 33 - juni 2022


COR SWANENBERG

Junt en het Buulgevuul In het vroege voorjaar gaan Henk Janssen en ik op pad naar Budel om een artikel over Junt te realiseren. We worden hartelijk ontvangen door Diel Feijen en Johan Mathijssen, die samen schuilgaan achter het pseudoniem Junt, een auteursduo dat al jaren kostelijke dialectverhalen schrijft. Eerst krijgen we een rondleiding door het Buulse multifunctionele gemeenschapshuis De Borgh, waar Junt een eigen zaal kreeg toebedeeld met een wandgrote foto van haarzelf. Aan alle ontmoetingen onderweg proeven we dat we met twee mensen op stap zijn die in de gemeenschap van Budel op handen gedragen worden. Johan zit in de culturele commissie en geeft ons informatie over de voorstellingen in het prachtige theater met vijfhonderd zitplaatsen. Diel voert ons naar de bibliotheek en vertelt over haar vroegere school, die opging in deze nieuwbouw. In de bieb is overigens maar één van de drie boeken van Junt te leen. De andere delen zijn na uitlening niet meer teruggekomen. Misschien is de slogan van deze boekuitleen wel mede daardoor ontstaan: ‘Sorry dat ik te laat ben met mijn boek…, maar ik kon het niet loslaten.’ Onderweg onderbreken de kaartende senioren maar wat graag hun spel om een praatje te maken met Junt en ook op straat zijn we getuige van plezierige contacten. We krijgen tevens een rondleiding door de kerk, want er is nog meer samenwerking tussen de twee hoofdpersonen van ons ‘portret’: Diel Feijen is kerkgids en Johan Mathijssen is torenexpert van de Onze-Lieve-Vrouwe Visitatiekerk in Budel, een fraai neogotisch bedehuis van de Roermondse architect Caspar Franssen, dat de op een na grootste kerk in het bisdom Den Bosch is. Bovendien bevindt zich hier – typisch voor het grensdorp – een altaar dat zowel de schutterij Sint Antonius en Sint Nicolaas als het Sint-Jorisgilde toebehoort. Diel Feijen en Johan Mathijssen, jullie zijn de bedenkers van Junt en omdat Diel in de oorspronkelijke carnavalscreatie Junt ook uitbeeldt, is zij de verpersoonlijking van deze pittige vrouw geworden. Junt in de ouderwetse zwarte dracht van Budel boezemt ontzag en respect in. Maar hoe kwam de naam Junt in de wereld? Johan: ‘We waren op zoek naar een denkbeeldige creatie en hadden voor ons gevoel de keus uit een jong kind of een oude vrouw, met de achterliggende gedachte: wat die zegt, hoef je niet serieus te nemen. Een oud wief kun je gerust een hoop onzin laten uitkramen. Dat mag je haar niet kwalijk nemen, omdat ze een oud mens is. Een paar dames met de naam Junt wonen er nog in Budel, maar die zijn al ver in de tachtig. Op de naam kwamen we eigenlijk via mijn vrouw Rian met de doopnaam Adriana en dat werd in ’t Buuls dus Junt. We kozen voor de oude vrouw en niet voor ’t klein menne-

ke omdat zo’n kind niet veel van politiek kan zeggen.’ Diel: ‘We hebben de klederdracht van Junt historisch verantwoord laten namaken.’ Wie is Diel Feijen? ‘Degene die de figuur Junt neerzet voor het publiek. Johan is de creatieve geest in het maken van de teksten voor buuts en columns, en ik doe de ‘research’ en draag bij aan de Buulse taal. Johan zet de act in de grondverf en ik lak ’m af.’ Vertel eens iets meer over jouw achtergrond. ‘Ik ben een echte Buulse. Geboren in de Broekkant. Daar woonden we in een boerderijtje. We hielden een geit, een varken, konijnen en kippen. Er stond een grote perenboom. Vader was metselaar. We waren met vier kinderen: twee jongens en twee meisjes. Ik was de derde. Ik ging naar kweekschool de Hemelrijken in Eindhoven om onderwijzeres te worden. Ik ben in 1975 als onderwijzeres begonnen op de Aloysiusschool en daarna op de Sint Jozef / Kleine Wereld tot 2000. Toen kreeg ik de ziekte MS en moest ik stoppen.’ Wie is Johan Mathijssen? ‘Ik ben een van de zes kinderen. Mijn ouders hadden een winkel in Budel. Na de lagere school ben ik de schoenmakersopleiding gaan volgen en dat kwam omdat men vond dat ik niet goed kon leren. Als je vroeger niet goed meekon op school, werd je schoenmaker of kleermaker. De schoenmakersopleidingen in de Langstraat kwamen niet in aanmerking, omdat die allemaal extern waren, en elke dag op en neer was niet te doen. Er was een interne mogelijkheid in Leusden bij Amersfoort. Daar hadden de paters Salesianen van Don Bosco een internaat. Ik heb daar vier jaar de opleiding gevolgd voor schoenmaker – en dat is dus niet schoenlapper. Ik werkte vanaf patronen en maakte van leer schoenen van de basis af. Maar ik ben niet handig en thuis vonden ze dat ik winkelier moest worden. Zodoende ben ik een schoenwinkel in Buul begonnen.’ Maar iemand heeft er toch ooit ontdekt dat jij goed verhalen kon schrijven? ‘Ja, dat was bij de Salesianen. Daar hadden we een leraar Nederlands, pater Botter, en die gaf


ik natuurlijk ook niet. Dat zou betekenen dat ik mijn eigen nest bevuilde.’ ‘Daar kwam toen bij dat we er al elf jaar carnavalsbuuts op hadden zitten en dat is een mooi getal om ermee op te houden,’ vult Diel aan. Hoe is het met die buuts van jullie ooit begonnen? Johan: ‘Ik leerde Rian van Himbergen kennen in 1963. Ik kende haar van mijn werk op de frisdrankfabriek en raakte door haar per brommer op vrijerspad naar Maarheeze. Daar maakte ik tijdens de carnavalszitting een buut over de politiek mee. Ik dacht meteen: dat zou in Buul ook moeten kunnen.’ Diel: ‘En ik ging destijds met Huub, de broer van Johan, naar Soerendonk. Daar hoorde ik een tonprater die zijn politieke buut helemaal verkeerd aanpakte. Ik dacht: dat kan toch veel beter? Ik had toen trouwens al eens een buut op de kweekschool gehouden.’

een opdracht om een opstel te maken. Ik had een verhandeling geschreven over een stoel. Ik kreeg een negen! Ik wist bij God niet wat me overkwam. Ik kon het niet geloven en ging naar de pater en zei hem dat ik ervan geschrokken was en dat er toch iets fout moest zijn gegaan. “Sorry,” was het antwoord, “maar alleen God krijgt van mij een tien.” Zo kwam ik erachter dat ik echt iets kon en dat was de eerste deuk in mijn negatieve zelfbeeld… Ik ben in 1974 in de gemeenteraad gekomen als jongere van het CDA en later wethouder van onderwijs geworden. Dat ben ik zes jaar geweest. Ik was ervaringsdeskundige; ik had immers acht jaar op de lagere school gezeten!’

De columns waren vaak maatschappijkritisch. De gemeente en lokale politiek moesten het nogal eens ontgelden. Maar hoe kwam de samenwerking met huis-aan-huisblad De Grenskoerier in de wereld? Diel: ‘Johan adverteerde in het weekblad en ik kende de hoofdredacteur heel goed omdat die ook uit het onderwijs kwam, en zij was altijd grote fan geweest van Junt. Als Junt ergens bij een evenement betrokken was, deed zij altijd uitgebreid verslag in De Grenskoerier. Toen Johan voorstelde om een column voor dit blad te gaan schrijven, vonden ze dat geweldig. Het werd een groot succes.’ Johan: ‘Vaak kreeg de redactie de vraag van ondernemers om hun advertentie bij de column te plaatsen!’

Die politieke loopbaan leverde denkelijk wel een probleem op: je kon de zaken als ingewijde niet meer aan de kaak stellen in de carnavalsbuuts… ‘Nee, als wethouder kon dat niet en dat wilde

In 1998 kwamen jullie eerste columns in weekblad De Grenskoerier. Die kwamen dus min of meer voort uit de eerdere samenwerking bij de carnavalsactiviteiten? Johan: ‘Ja, ik liep een tijdje te denken over het onderwerp en daar hadden we samen overleg over. Dat was vooral gebaseerd op: “Waar praten ze over in het dorp?” Als de keuze bepaald was, schreef ik mijn tekst en ging daarmee naar Diel. Die zorgde voor ‘verantwoord Buuls’. De fictieve echtgenoot van Junt, ozze Sjang, moest een figuur blijven die de lezer zelf invulde.’ Diel: ‘Ja, want Sjang was altijd degene die de stoute dingen deed. Daar konden we ons mooi achter verschuilen: “Ozze Sjang zeej van de week…” Dat heeft Junt dus niet gezegd!’

Brabants nummer 33 - juni 2022

5


10

Brabants nummer 33 - juni 2022


MARIANNE SWINKELS

Brabants Dialectenfestival 12 juni 2022! Wij zijn hét Brabantse Dialectenfestival, want bij ons treden dé Brabantse artiesten op. Als jullie ons net zo hard gemist hebben als wij jullie, dan wordt het groot feest in Lieshout op 12 juni, want om na vier jaar onze trouwe artiesten en idem bezoekers weer te zien – dat wordt genieten. Doordat er zo lang twijfel is gebleven over het wel of niet doorgaan van het festival, moet er in korte tijd nog heel veel geregeld worden. We gaan ervoor! Het veertiende Brabantse Dialectenfestival wordt georganiseerd in het tweede weekend van juni in de even jaren, deze keer op dus 12 juni 2022. Het thema van dit jaar is (hoe verrassend!) Blij dè ge d’r wir bent! We beginnen op vrijdag 10 juni met de jeugdmiddag voor de groepen 7 en 8 van de Lieshoutse en Mariahoutse basisscholen. Zaterdagavond 11 juni staat in het teken van de schrijfwedstrijd. We weten nog heel veel niet. Wat we wel weten, is dat we er unne schonnen aovond van gaan maken. De gasten worden ontvangen tussen 19.30 en 20.00 uur en het programma begint om 20.00 uur. Er zijn behoorlijk wat inzendingen voor de diverse onderdelen, we mogen weer een beroep doen op onze deskundige jury, er wordt een klein dialecttoneelstukje opgevoerd door mensen van de Lieshoutse/Mariahoutse toneelvereniging, de presentatie is in handen van Mario van Dinther, de avond wordt muzikaal opgeluisterd door het Volkels Duo – en als grote verandering: alle inzenders worden

voor deze avond uitgenodigd met de kans hun inzending te mogen presenteren. De geselecteerde deelnemers krijgen bij aankomst te horen dat ze genomineerd zijn en hun inzending mogen voordragen. Wie die genomineerden zijn? Dat is dus geheim tot 11 juni 19.00 uur. Alles gaat plaatsvinden in het Dorpshuis aan de Grotenhof 2 in Lieshout. Zondag 12 juni is de dag van het festival. Nadat de harmonie het dorp rondgetrokken is, wordt het festival om 12.30 uur op de kiosk geopend door de Mevrouw Ina Adema, commissaris van de koning in Noord-Brabant. Daarna gaan op diverse podia in het centrum binnen en buiten de optredens van start. Ook wat dat betreft is nog niet alles duidelijk: er zijn helaas mensen gestopt met optreden, maar gelukkig zijn er ook nieuwe artiesten bij gekomen. Zodra daar meer duidelijkheid over is, zal er op de website informatie over te vinden zijn. Daarnaast komen er kraampjes met leuke Brabantse dingen. Ook daarvoor geldt: er wordt nog aan gewerkt. Bovendien wordt onze website vernieuwd; daar is spoedig de actuele informatie over het festival te zien. Wij gaan ervoor en we hopen dat we jullie mogen begroeten om te genieten van wat het Brabants dialect te bieden heeft.  Ontwerp Nelleke de Laat

JOS SWANENBERG

Goed gebekt in eigen dialect De werkgroep Tongval van heemkundekring Weerderheem te Valkenswaard heeft in 2021 zijn 19e (!) boekje Goed gebekt in eigen dialect uitgegeven. De samenstellers zijn Mientje Kwinten-Evers, Mieke van Erp-Louwers, Frans Box, Tilly Wijnen-Firet en Joke Peels-Mollen. De werkgroep draait al heel wat jaren mee en gaf in 2007 ook een groter boek over de dialecten binnen de gemeente Valkenswaard uit, M’n Moederstoal (met cd). Joke en Mientje zijn al vanaf het allereerste boekje van de partij. Het boekje bevat 27 korte verhalen en gedichten en draagt zoals gebruikelijk de ondertitel wa we lirde, wa we

deje, wa we zonge, wa we zeje. De inhoud van de verhalen en gedichten gaat vooral over het alledaagse leven, en door de heldere spelwijze is het dialect gemakkelijk te lezen; op beide vlakken is nummer 19 van Goed gebekt in eigen dialect weer een heel toegankelijke publicatie. Het dialect is dat van de gemeente, dus niet alleen van Valkenswaard zelf maar ook dat van Dommelen en dat van Borkel en Schaft. De verschillen tussen die dialecten zijn niet erg groot, maar een van de opvallendste is de ‘sk’ voor ‘sch’ in het dialect van Borkel en Schaft: skrève. Maar schrijven kunnen ze alle vijf!  Brabants nummer 33 - juni 2022

11


VAN DE REDACTIE

Een ode aan Thieu Sijbers Onder bovenstaande titel is een fraaie site ontwikkeld door Nico van de Wetering. Alle liedjes van zijn ome Thieu zijn er te beluisteren en met bijbehorende tekst terug te vinden. Een bezoek aan deze nieuwe site is aan te bevelen; het betreft immers een hommage aan een van de beste dialectdichters en zangers van Noord-Brabant. Thieu Sijbers (Nijnsel, 1924 – Steensel, 1998) groeide op in een boerengezin van tien kinderen. Na de de lagere school in Nijnsel ging hij kortstondig naar seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Hij volgde de hbs op het Sint-Joris College te Eindhoven. Daarna studeerde hij voor de akte lichamelijke opvoeding m.o. aan de Leergangen te Tilburg. Thieus liefde voor het dialect kreeg een stimulans toen hij het werk leerde kennen van dorpsgenoot en volksdichter Bertus van de Zanden. Hij kreeg interesse in alles wat met de Brabander en zijn taal te maken had. Naast zijn werk als leraar ging hij zich intensief bezighouden met het schrijven en voordragen in de streektaal. Hij bracht cabaretprogramma’s zoals Brabants Prentenboek (1, 2 en 3), Meijerijse Snippers en Gaondeweg Dichterbij, en werkte mee aan het maandelijkse KRO-programma ’t Brabants Halfuur. Thieu droeg zijn dialect met verve uit via de ether. Voor Omroep Brabant presenteerde hij de eerste honderd versies van de spreekwoordenrubriek Bij wijze van spreken, waarvoor hij zelf de teksten schreef. Die werden in 1980 gebundeld in Over bij wijze van spreken gesproken. In hetzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel Aachterum binne, later uitgebreid heruitgegeven als Klink Klaor Klank. De langspeelplaat Speulenderwijs kwam uit in 1981 met muzikale begeleiding van Dommelvolk. In 1983 volgde de lp Geworteld in ’t zand (met muzikale ondersteuning van het Wiener Trio). Tien jaar later werd de inhoud van beide platen gecomprimeerd op de cd Gaondeweg dichterbij. Thieu Sijbers is jarenlang intensief in de weer geweest met zijn moedertaal. Hij dichtte, zong, vertelde en verwerkte dat tot luchtig cabaret. In zijn liedjes en gedichten vallen steeds lichtvoetigheid en fijngevoeligheid op. Fijnzinnige teksten en lichte muziek zijn zijn handelsmerk. Hij bracht blijheid met zijn optredens en bleek een begaafd artiest met Brabants taalgebruik. We citeren uit de tekst van neef Nico over zijn oom: ‘Zijn werk wordt vaak omschreven als: “een prachtige uiting van zijn moerstaal, schilderachtig, herkenbaar, Brabants, met veel klank en kleur.” Ome Thieu schonk mij in mijn jonge jaren een gitaar van hemzelf. Daarvoor was ik hem erg dankbaar. Iedereen in de familie was trots op ‘ome Thieu’. Toen hij minder van conditie werd en bijna niet meer optrad, mocht ik zijn liedjes gaan gebruiken. Dat hij voor velen veel betekend heeft, blijkt uit de talrijke positieve reacties die ik nog steeds mag ontvangen op zijn repertoire. Ere wie ere toekomt.’

14

Brabants nummer 33 - juni 2022

Thieu Sijbers. Archief Nico van de Wetering.

Op de Parade in Den Bosch, na de plaatopname voor Een Brabants-bonte Kathedraal in de Sint-Jan. Van Links naar rechts: Ad Haans, Jan Brands, Ans van Pinxteren, Nelleke de Laat, Jan Naaijkens, Thieu Sijbers, Cor Swanenberg, Anna Haans, Peter Haans, Gerard van Maasakkers en Henk van Creij. Foto Ad de Laat Op de site lezen we tevens een tekst over Ommetje Thieu Sijbers van René Voss: ‘Bij de Dorpsraad Nijnsel leefde al langer het idee om een Ommetje Nijnsel op de kaart te zetten. Dat kwam maar niet van de grond. Tot het moment dat Nico van de Weterin contact met ons opnam met de vraag of we een aandenken aan ome Thieu zouden kunnen plaatsen in zijn geboortedorp. Ome Thieu, de bekendste mens uit Nijnsel, die eigen liedjes schreef over het leven in en rondom Nijnsel! Zo werd het idee geboren om die twee gekoesterde wensen samen te voegen. Hoe mooi zou het zijn om niet op één plek maar op diverse plaatsen in en


rondom Nijnsel stil te staan bij hoe het toen was? En wie kon dat mooier verwoorden dan Thieu Sijbers? Het was tevens een nieuwe inspiratie voor de werkgroep van het Ommetje om er samen met Nico van de Wetering en Rinus van der Heijden een Ommetje Thieu Sijbers van te maken. In 2022 gaan we deze wandeling langs velden en wegen met trots lanceren. We hopen dat deze bijzondere wandeling voorzien van teksten van Thieu en aangevuld met historische gegevens van Nijnsel, als een aangename beleving van ons vriendelijke dorp wordt

ervaren. Startpunt bij gemeenschapshuis d’n Beckart in hartje Nijnsel.’ Nico liet ons op de valreep weten: ‘Het Ommetje wordt een wandelpad door Nijnsel en omgeving. Langs de route (5 km) staan korte teksten van ome Thieu en bij alle twintig borden staan ook teksten, gemaakt door de heemkundekring. Deze teksten zijn gerelateerd aan gebouwen, boerderijen en stukken land, waar de route langs komt. Vanaf begin juni 2022 zou het Ommetje toegankelijk moeten zijn.’ Voor meer informatie: www.thieusijbers.nl 

JOS SWANENBERG

Pas verschenen: Dialectendoeboek Onlangs is het Dialectendoeboek verschenen. Het is uitgegeven door Marc van Oostendorp en Simone Wolff van het Meertens Instituut. Dit boek is bedoeld voor liefhebbers die zich graag zelf verdiepen in hun dialect. 35 wetenschappers hebben een bijdrage geleverd. Hun verhalen dienen allemaal als voorbeeld voor hoe je zo’n onderzoek zou kunnen aanpakken, gewoon thuis vanuit de woonkamer, met behulp van de gratis toegankelijke digitale databanken van het Meertens Instituut. Het Meertens Instituut verzamelt al 90 jaar lang vragenlijsten die door duizenden Nederlanders werden ingevuld. Ze zijn terug te vinden in de Vragenlijstenbank en de dialectkaarten die eruit voortvloeiden kun je bekijken in de Kaartenbank: https://meertens. knaw.nl/collecties/databanken/ Kristel Doreleijers laat in haar bijdrage zien dat hyperdialectismen (toepassingen van een dialectregel waar traditionele sprekers die niet zouden gebruiken) niet alleen voorkomen onder jongere dialectsprekers. Een voorbeeld van een hyperdialectisme is de Brabantse markering van mannelijk woordgeslacht gebruiken bij een vrouwelijk woord: unne vrouw. Dit blijkt ook onder oudere dialectsprekers voor te komen en dat kan ons iets leren over waarom en hoe taal varieert en verandert. Astrid van Alem schrijft over ja en nee zeggen en besteedt bijzondere aandacht aan jot of jaot in West-Brabant. Wat doet die -t daar eigenlijk? Het hoofdstuk dat ik zelf voor het Dialectendoeboek heb geschreven, gaat over de Brabantse dialectwoorden voor de hark. Vorig jaar heb ik onder meer in de Facebookgroep Brabanders en hun taal gevraagd hoe je de hark (en een varken, een broedse kip en prikkeldraad) noemt in je dialect. Misschien heeft u zelf wel meegedaan aan dit ‘burgerwetenschap’-onderzoek!

De meest gegeven woorden voor een hark waren griesel en rijf en de grens tussen de verspreidingsgebieden van deze twee woorden bleek een bekende dialectgrens. Maar met die rijf was iets bijzonders aan de hand. In de Kaartenbank van het Meertens Instituut kon ik nagaan dat het voor dialectwoorden belangrijk is van welk materiaal de hark gemaakt is en waarvoor je hem gebruikt. Marc van Oostendorp en Simone Wolff (red.) Het dialectendoeboek. De schatkamer van 90 jaar Meertens Instituut. Sterck & De Vreese, Bornmeer 2022. 

Brabants nummer 33 - juni 2022

15


COR SWANENBERG

Hommage aan Michel de Koning

(1944 Oud Gastel – Wouwse Plantage 2012) Michel de Koning was leraar Nederlands, eerst aan het Sint-Odulphuslyceum in Tilburg, daarna aan het Norbertuscollege in Roosendaal. Hij was lid van de Commissie Dialectologie van het Noordbrabants Genootschap, waarvan hij later voorzitter werd. Eind jaren zeventig ontmoetten we elkaar bij de ‘dialectbijeenkomsten’ in Den Bosch. Jan Naaijkens en Michel kwamen vanuit Hilvarenbeek naar de vergaderingen. Het waren aangename ontmoetingen. Naaijkens was de ‘godfather’ van ons gremium. Michel en ik bleken veel gemeenschappelijks te hebben: beiden werkzaam in het middelbaar talenonderwijs en een zwak voor schrijven, boeken, Brabants dialect en wielrennen. We waren zielsverwanten. Michel was sympathiek, had gevoel voor humor en kennis van zaken. In de bloemlezing Hedde gij, zedde gij. Edde gij, zijde gij; een bonte staalkaart van Brabantse dialecten (1978) nam Michel de West-Brabantse inbreng voor zijn rekening, Jan Naaijkens bracht het beste dialect van Midden-Brabant bijeen en ik kreeg Oost-Brabant toebedeeld. Samenwerking Michel heeft alles gedaan om in West-Brabant belangstelling en liefde voor de dialecten op gang te brengen. Hij was opgetogen wanneer hij daarvoor nieuwe talenten warm kon maken en teleurgesteld wanneer er bij provincie-brede projecten zoals het Brabants Dialectenfestival of de Brabantse Kerstgedichten geen West-Brabanders in de prijzen vielen. Michel was lange tijd hoofdredacteur van de eerste versie van kwartaalblad Brabants. Daarvoor maakte ik de geluidsopnamen voor de bijbehorende cd. We gingen samen op pad voor interviews, zoals naar Jan van Bakel in Nijmegen en Jan Elemans in Huissen. Wanneer ik in het westen opnamen maakte, was Michel erbij. Het was plezierig met hem op te trekken. We fietsten na afloop via de Brabantse Wal naar de uitspanning Non plus ultra en genoten er van een welverdiende trappist. We gingen per trein naar de Antwerpse boekenbeurs, waar Michel verschillende Vlaamse auteurs persoonlijk bleek te kennen. Veel van hun boeken had hij besproken in dagblad De Stem. Hij was mede-initiatiefnemer en -redacteur van het Brabants Boekske. Michel droeg bij aan D’r waar ’s, Brabantse sprookjes in dialect voor de Efteling, en de strip Suske en Wieske de Efteling-elfkes.

18

Brabants nummer 33 - juni 2022

Jan Elemans (rechts). in gesprek met Michel de Koning 2009. Foto Cor Swanenberg Onder zijn mederedacteurschap kwam in 2011 Onder ons gezegd… in Brabant opnieuw uit. Hij leverde tal van bijdragen aan de Brabantse Spreukenkalenders. We reden samen naar de Silvox Studio in de Achterhoek voor opnames in de Schrieversserie. Zijn stem werd vastgelegd op de cd We gaon samen ’t jaor ròònd. Op Omroep Brabant was Michel te beluisteren met dialectverhalen in ’t Brabants Uurke, waarvan wij beiden mederedacteur waren. Hij werkte bij die omroep mee aan het programma Brabant leeft!, dat gepresenteerd werd door Eric Kolen. Onderwijs In zijn verhalen ging Michel graag terug naar Kuivezand, zijn geboortegebied in de toenmalige gemeente Oud-Gastel. Vanuit deze uithoek liep hij naar school. Na de lagere school bezocht hij de hbs Saint Louis in Oudenbosch. Hij wilde leraar Nederlands worden en ging naar de Katholieke Leergangen in Tilburg. In 1970 trouwde hij met Naantje Jacobs en verhuisde naar Hilvarenbeek. Na tien Tilburgse onderwijsjaren besloot hij naar West-Brabant


JAN LUYSTERBURG

terug te keren en zich in Wouwse Plantage te vestigen. Hij werd docent aan het Roosendaalse Norbertuscollege. In 1986 kwam dochter Rose-Marie ter wereld. Eigen werk Michel begon geleidelijk aan dialectboekjes te publiceren. In 1995 verscheen onder de schuilnaam Giel van Gastel zijn eerste bundel: Giel van Gastel op z’ne praotstoel. In 2003 en 2004

Cornelis Verhoeven (links) in gesprek met Michel de Koning. Foto Harry van Liempd 1991 volgden Daor emme Giele wir en West-Brabantste Streekwoorden; in 2009 kwam We doen zo mar aon uit. In 2004 was hij met onderwijswerk gestopt na veertig jaar trouwe dienst. Bij gelegenheid van zijn afscheid van het Norbertuscollege verscheen zijn Norbertusalfabet in het Nederlands, een bundeltje humoristische onderwijsanekdotes en herinneringen. Michel de Koning werd in 2009 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In de zomer van 2012 overleed hij. Noord-Brabant verloor op die droeve dertiende augustus een groot kenner en voorvechter van de Brabantse cultuur en een bijzonder sympathieke, erudiete mens. Vlak na zijn dood verscheen de bundel Streek & Taol West-Braobant van Giel van Gastel. De ambities en animo van Jan Luysterburg bewijzen dat Michels werk vrucht draagt. 

In dierbare herinnering aan een soulmate Michel de Koning was raadslid namens het CDA in de gemeente Wouw in de periode dat ik die functie bekleedde in Woensdrecht. Ik leerde hem echter pas beter kennen toen hij als hoofdredacteur van het tijdschrift Brabants contact opnam met de werkgroep Dialecten van Heemkundekring Het Zuidkwartier. Samen met Eric Koolen wilde hij een serie geluidsopnamen maken voor Omroep Brabant en voor zijn tijdschrift. Zo werd ik uitgedaagd om het dialectsprookje D’r was ’s te schrijven, dat in twee delen werd uitgezonden door de radio-omroep en werd gepubliceerd in Brabants, jaargang 1, nummer 3 (december 2004). De band was gesmeed en de contacten werden steeds intensiever. Hij gaf ons van tijd tot tijd waardevolle adviezen bij het samenstellen van de woordenboeken Dialecten in het Zuidkwartier (2007) en Zegswijzen in het Zuidkwartier (2012). Over deze boeken schreef hij positieve recensies in Brabants. Daar stond tegenover dat hij weer regelmatig mijn advies vroeg voor zijn boek Streek & Taol West-Braobant (postuum in 2012 gepresenteerd in Het Veerhuis te Oud Gastel door Cor Swanenberg, Elly Schepers-Corstjens en mij). Zeispreuken Omdat de meeste dialectevenementen in Noord-Brabant nu eenmaal plaatsvinden in het oosten van de provincie, maakte Michel graag van mijn aanbod gebruik om met me mee te rijden. Bij mij in de auto had Michel het altijd graag over zijn liefde voor zeispreuken. Hij was dan ook dol op het boek Tijl Uilenspiegel, waarin die veelvuldig voorkomen. Hij kende ze allemaal uit zijn hoofd. Stelselmatig probeerde hij belangstelling, waardering en liefde voor het dialect op te wekken door het verzorgen van interessante lezingen, waarbij een leuke quiz nooit mocht ontbreken.

Brabants nummer 33 - juni 2022

Opvolging Opeens kwam het bericht waarvoor al enkele weken werd gevreesd: het overlijden van Michel de Koning. De kerk van Wouwse Plantage puilde uit bij zijn afscheidsdienst. Zeer indrukwekkend vond ik bij die gelegenheid de afscheidswoorden van Cor Swanenberg, uitgesproken door Nelleke de Laat. Gelukkig was zijn dialectzaad bij mij in vruchtbare aarde gevallen. Jos Swanenberg, die in arren moede de redactie van aflevering 36 van Brabants had overgenomen, vroeg mij om die taak voortaan op me te nemen. Dat viel nog niet mee, want juist toen stopte de uitgever met het tijdschrift. Was het symbolisch dat het allerlaatste ver-

19


COR SWANENBERG

De vernieuwde Kuusepaol

Onthulling van de nieuwe Kuusepaol. Foto Gerard Schalkx

Jaren terug, in 2000, heb ik een lezing gehouden bij het 33-jarig jubileum van de Ploegers in Liempde over het woord kuus. Op initiatief van Frank van Bommel was het project Kuusepaol in de wereld gekomen. Er moest een taalgrens gemarkeerd worden. Aan de Liempdse kant betekent het woord kuus ‘kalf’ of ‘koe’ en dat geldt voor vrijwel de hele oostelijke Meierij. Zo wonen in Veghel vanouds de kuuskes en die inwoners hebben deze naam te danken aan de plaatselijke kalvermarkt van vroeger dagen. Wanneer men richting de Kempen en de Peel gaat, heeft het woord kuus echter de betekenis ‘varken’. En vanuit Liempde gezien begint dat halverwege de Oude Grintweg in Oirschot. Het dialectwoord kuus is naar alle waarschijnlijkheid in de wereld gekomen als roepnaam voor het huisdier. Men riep de kalveren en koeien in het oosten met kuus, kuus, kuus; voor varkens gebruikte men er de roep kui, kui, kui of de nog oudere term köt, köt, köt. Alleen Kempische en Peellandse varkens luisterden kennelijk ook naar kuus, kuus, kuus. In het jaar 2000 is de Kuusepaol geplaatst – een eikenhouten paal waarop de afbeeldingen van een koe en een varken stonden. Deze beeltenissen, gemaakt door Theo Sonnemans, brokkelden steeds verder af en daarom werd op zaterdag 26 maart 2022 een nieuwe betonnen Kuusepaol onthuld. Al 55 jaar zijn de Ploegers ondertussen verbonden met dit taalmonument en dat is weer een carnavalesk jubileum.

26

Brabants nummer 33 - juni 2022

We kregen een uitnodiging en wilden daar graag bij zijn, want het is vrij uniek dat zo’n ‘taalkundig evenement’ gevierd kan worden. Het werd een prachtig, ludiek en oer-Brabants moment, waarvan een vol terras bij de uitspanning De Vrolijke Jager, op de grens van Oirschot en Liempde, getuige was. Warme muziek van hofkapel de Kromploegers, vlotte sprekers, onder wie Wim Daniëls, en de gastvrijheid van de Vrolijke Jager verhoogden de stemming. Heerlijk voorjaarsweer zorgde voor een onvergetelijke zonovergoten middag. De bakker van Lennisheuvel had zijn best gedaan met speciale kuuskeskuukskes, waarop zowel een kalverkop als een varkenssnuit te zien zijn. Dat dit bijzondere gebak vanwege zijn bewerkelijkheid geen blijvertje zal zijn in het assortiment van de Vrolijke Jager, is wel heel jammer, want daarmee verliest het speciale kuuskeskuukske dan meteen zijn bestaan. De nieuwe Kuusepaol werd onthuld door de wethouders Van Laarhoven en Langens samen met Prins Robert d’n Urste van Ploegersland (Liempde). De oude houten Kuusepaol wordt gedroogd en behandeld met epoxy in de hoop dat hij goed blijft en in de museumruimte van De Kleuskes in Liempde nog lang kan worden bewonderd. Zie ook https://www.kuusepaol.nl. 

kuuskeskuukske


TONNY VAN DE GRAFT

HENRIETTE VUNDERINK

PRIL VERLANGE

’t Kepèlleke van Sint Lennert Refrein: In-’t kepèlleke van Sint Lennert dör kumt Jan en alleman Ge kènt-er zouwe binne loupe ziet-er al die karskes an Ge vîngt-er ruust, komt toe-oew-eige vergèt-er râp oew naorigheid In-’t kepèlleke van Sint Lennert rakte al oew zörrige kwijt

’n Kuukske òf ’n glòske fris dèttie aaltij van me kreeg, dronk ie, meej zon blij gezicht, z’n ogskes steeds op mèn gericht, dan hêel vurzichteg leeg. Dan paktenie z’n môonieka, die steevaast in z’n broekzak zaat. Z’n onafscheidelek instruumènt èn ik wèrd dur Paultje dan verwènd meej ’n ‘konsèrt’. Hij schôof dè ding steeds heen èn weer. Van links nòr rèèchs in z’ne mond. Niks muuziekaals òn te bespeure, èègelek nie om òn te heure. Mar hij genoot zo, ied’re keer. Dus ik riep steeds dèkket prachteg vond. Op ’nen aovond, ’twas nòg licht, kwaamie opgewonde binne. Spanning stond op z’n gezicht. Bloozend ging ie vur me staon èn hakkelde toen gaaw: ‘Ik bèn ffeliefd, ffeliefd op jou.’

Op de Donk stè ’n kepèlleke bij ’t breugske an de louwp D’r is kwèllek plats vör ’n par benkskes toch zèg-’t vör veul n’n hèlen houwp kârslîcht vèlt dör glaozere rômkes dè nôddigt alle mense uit Kômt hiejr binne efkes ruuste zodègge ’t gejakker buiten sluît

Terwèèl ie hêel dicht bij me stond, krêeg ik tweej natte kussen op m’n wang. Liep hard de deur èùt toen, wòrschijnlek was ie bang dè ik zoiets tòch minder prètteg vond.

Al erges vruug in vértienhonderd stont-er ’n kepèèl op Donk In aauw boeke stè geskrèvve hoe daor ’t vollek op bèèvert gongk Mar in de louwp van hèl veul jaore wier die kepèèl verruwieneerd Naw kan dör broeders van ’t gilde Lennert daor wèr worre vereerd As de Donkse skut gè tèère op de naomdag van hun petrôôn gôn ze daor Sint Lennert èère mè zilver, vèndels en hun trôôm Ge ziet ze dör de straot mesjèère ze gôn diejen dag es goewd op stap mar as ze in-’t maonlîcht huiswarts kèère gôn ze lââng nie mèr zo rap

Hij was ’n jaor òf aacht òf neege èn zaat op ’n bezondere school, toen hij gereegeld, hêel beleefd, mar nie verleege, mèn kwaam bezuuke. Hij hiette Paultje, ’n mongool.

Ik hèb ’m wèèneg nòg gezien daornao. Is meej z’n moeder in ’n aandere stad gòn woone. Mar Paultje hèb ik in m’n hart bewaord. ’k Zie nòg die spanning èn die rôoje koone. Die klèène leuke knul die mèn z’n liefde heej verklaord. 

< In het dialect van Tilburg > Uit Vlinders in d’n buik, Brabants boekske 2022

< In het dialect van Beek en Donk >

Brabants nummer 33 - juni 2022

27


ELSELINE WITHAGEN

Furie ’t Was konkoersepiek op de Kiekende­pot, bij ons tuis tenne de straat uit. Alle dage kroop ik deur ’t ekke om mar niks t’oeve misse. Pèèrde ware m’n gròòte dròòm, al wist ik ver­ rekkesgoed dadd’t ebbe van ’n eige pèèrd allééneg was weggeleed vor mense mee veul sente. En wij bij ons tuis, meddal die kinders... Mar dròòme dee ik wel van ’n Furie en dèèrom was ik azzik sliep ’t geluk­ kegste meske van alles en iederéén. Da jaar, bij d’openingssirremonie, was t’r ’n areg klein boerke n’t veld op komme lòòpe meddaan ’n alster ’n ’ompeg ouw ponnieperdje. Da béésje sjokte n’al schuddend messe­ ne knokege kop en z’n rug leek ’t wel de leunstoel van ons opoe. Deurgezakt asof ’ie in z’n leve vuste zware vrachte n’ad motte torse. Da boerke snutte z’n neus in ’nne rooie zaddoek en blèèrde in de miekerefoon: ‘Beste mense!! Net as ielek jaar, ouweme ’n lòòterij en d’òòfdprijs dees jaar is ’n ponnieperdje! Nie in de wieg gesmòòrd, mar ij ken best nog wel wa jarkes mee.’ Sprakelòòs was ik. As deur de bliksem getroffe. De trane spronge in m’n òòge en m’n art klapte bekant uit mekare. Attie da nou w’echt gezeed? ’n Perdje in de lòòterij! M’n dròòm zou uitkomme. Ik ad wel gin sente n’om lotjes te kòòpe mar ge kreeg z’ommes grates en vor niks vor tien lege limmenadefleskes. Da wiekend zouwik op m’n knieje n’alle lege limmena­ defleskes onder de tribunes uit ’t gras ale die t’r mar te vinde ware. Impessant sting da perdje te pronke n’in z’n weike. Ik zag m’n eige d’r al op zitte en van de Kiek nar uis rije. As de konegin zellefes. Op Furie! Ik keek ’m aan en kwielde bekant van verliefd’eid, En toen ie trug keek messen kraalogskes, kwame de vlinders. Steeds meer vlinders. Zó m’nnen buik in! Dagpauwòòge, kòòlwitjes, sitroentjes, koneginnepaazjes, blauwe, bruine. Ja, d’r zat zellefs ier en dèèr ’n miemeleg klein motje tusse. ’t Leek ’t wel asof ik zellef in ’n vlinder omgetòòverd wier. Licht in m’n òòfd en licht in m’n bééne en bietje bij bietje kwam ik los van de grond en zweefde zó bij da perdje z’n rug op. Dèèr waar ik tuis oorde. Da ruggeske dadd’n schriel klein kulleke van zeuve jare nog mee gemak zou kunne drage. De schuur wier z’n stalleke en ieleke dag zouweme nar de Kiek gaan om te drave en te gallepere en om vers gras t’ete.

34

Brabants nummer 33 - juni 2022

Tuis gekomme kon ik da perdje gewòòn al ruuke bij ons achter in de schuur. En dèèr sting ik dan, mee m’n opgetoge veraal, m’n knotskniekes groen van ’t gras en nege lotjes in m’n ande. Ons moeder schudde meewareg d’r ’òòfd: ‘Ach kind toch.’ Mar ze kon ’t niet over d’r art verkrijge n’om ’t mijne te breke en dus zocht ze steun bij ons vader: ‘Toe Merijn, zegde gìj d’r es wa van.’ Ons vader zee: ‘mar meske, ge snap toch wel damme n’ier gin perdje kunne n’ouwe, dèèr ebbeme vus te weineg speules vor.’ ‘Jaawor! Da ken gemakkelek! Alle fietse de schuur uit en plek zat!’ ‘Mar ’n perdje n’is gin spullegoed, dèèr edde veul dol mee. Die motte swajeere n’en onder’ouwe n’en da kost veul sente.’ ‘Mar ik gaan éél goed vor ’m zurrege n’or, en van m’n zondagsente...’ ‘Oh God, nee! Vraagde gij mar ’n uppelpèèrd vor de Sintereklaas.’ ‘Mar ik ’eb nege lotjes!’ ‘Neeje! Ik zee nee!! En dèèrmee basta! ’n Pèèrd in de schuur da ga nie gebeure! Zijde gij nou éélemaal belaaitafeld?’ ‘O ja?’ riep ik astrant, ‘en assik ’m win, dan èbbik ’m! Dan is ie éérlek en ècht van mijn!!’ En bij ’t nar buite briese sloog ik de deur zo ’ard meugelek dicht. De vollegende dag won ik da perdje nie. Was t’r gesjoe­ meld mette lotjes? Ware mijn nummers d’r tussenuit g’aald? Ik zal ’t nooit wete. Mar mee’n gebroke n’art zag ik da perdje over de laaiklep ’n veewage n’in ver­ dwijne. En alle vlinders in m’nnen buik wiere n’onder z’n oefkes vertrampeneerd.  < In het dialect van Bergen op Zoom > Uit Vlinders in d’n buik, Brabants boekske 2022


Luisterbox Brabants 33

Colofon: Brabants, jaargang 9, nummer 1, 1 juni 2022 Brabants verschijnt vier keer per jaar; in juni, september, december en maart Redactie: Riny Boeijen, Jan Luysterburg (hoofdredacteur), Ed Schilders, Yoïn van Spijk (eindredacteur), Cor Swanenberg, Jos Swanenberg. Redactiesecretariaat: Cor Swanenberg, Milrooijseweg 109, 5258 KG Berlicum, tel. 073-5031879

De volgende door de auteurs ingesproken teksten zijn te beluisteren op de website: Narus van Balkum: Liefde makt ok kleureblind (Berlicum) 7.02 Junt: Zuster Magdalena (Budel) 6.11

Foto omslag: Henk Janssen. Tenzij anders vermeld zijn de foto’s in dit blad van Henk Janssen.

Mientje Wever: Heel diep van binne (Boxmeer) 1.19 De geluidsopnamen zijn gemaakt door Frans van den Bogaard en Cor Swanenberg. De luisterbox is te vinden op de audiopagina van www.stichtingbrabants.nl en op www.cubra.nl/brabants/Brabants_Audio.htm 

Vormgeving: Meyer Grafische Vormgeving – Asten (www.meyergrafischevormgeving.nl) Druk: Grafisch Atelier Blaricum – Blaricum (www. drukkerijblaricum.nl) Uitgever: Stichting Brabants, Missiezusterslaan 51, 5405 NL Uden, tel. 06-51158839. KvK-nummer 60585412. RSIN 8539.72.199. ISSN 1572 – 1612. Bankrekening ABN-AMRO IBAN: NL73 ABNA 0545 3581 75 (BIC Code: ABNANL2A)

ANTON VAN DER LEE

GEHEUGENVERLIES ’n Aauw vèèrekesfokster ùt Beugen kreeg veul moeite meej d’r geheuge. D’n boer die heur belde en virtien bagge bestelde kreeg ’ne vraachtwaoge vol meej zeuge.

Aan dit nummer werkten mee: Paul Asselbergs, Narus van Balkum, Ton van den Bergh, Johan Boenie, Wim van Gompel, Tonny van de Graft, Henk Janssen, Junt, Anton van der Lee, Toine Nooijens, Marianne Swinkels, Marja van Trier, Henriëtte Vunderink, Nico van de Wetering, Mientje Wever, Elseline Withagen en Hás van de Zande.

Website: www.stichtingbrabants.nl 

E-mailadressen: Algemeen: info@stichtingbrabants.nl Redactie: redactie@stichtingbrabants.nl Abonnementen: Bestellingen, opgave en mutatie van jaarabonnementen uitsluitend via de uitgever, stichting Brabants. Een jaarabonnement kost € 24,50. Losse nummers € 8,95 inclusief portokosten in Nederland. Voor abonnementen in het buitenland wordt de prijs van het jaarabonnement verhoogd met de van toepassing zijnde verzendkosten. Voor het buitenland is Brabants evenwel ook in pdfbestand verkrijgbaar.

’n Zeug meej bagge

De prent op de achterzijde is van Cees Robben. Dank aan de Cees Robben Stichting, Goirle.

Illustratie Nelleke de Laat

Brabants nummer 28- maart 2021

35