__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Brabants Jaargang 7, nummer 2, september 2020

Kwartaalblad over Brabanders en hun taal

Peer Swinkels Zachte G-prijs Lawaaisaus Brabantse humor


Brabants nummer 26 Inhoud

3 Van de redactie 4 Cor Swanenberg: Wereldberoemd in Brabant

6 Riny Boeijen: ’t Kom d’ammel goed 7 Van de redactie: De verlokking van de limerick 8 Van de redactie: Beeld-Spraak 9 Riny Boeijen: Spellekes van vruuger (3)

11 De Witte wit wir wè

21 Hans Lakwijk: Belijdenis

12 Joop van den Bremen: Brabantse humor in verhalen, gedichten en liedjes in de streektaal door Cor Swanenberg

22 Jan Luysterburg: Een bezoek meer dan waard: Nederlands Drukkerij Museum

14 Henk Janssen: Cubra, een virtuele Brabantse schatkamer

15 Jan Elemans op CuBra 16 Riny Boeijen: Zachte G-prijs 2020 voor Cor Swanenberg

24 Anton van der Lee: Herinneringe aon Pestoôr Binck ùt Alphen 25 Marianne Swinkels: Schrijfwedstrijd Brabants Dialectenfestival ging digitaal 26 Ans van Kessel: Ik zó óuw zó gèèr 26 Riny Boeijen: Losloate 27 JACE van de Ven: ons vaole vaondel

17 Jos Swanenberg: Onbegrensd Brabant 18 Ed Schilders: De aardappels der armen 10 Jan Luysterburg: Een duizendpoot op leeftijd: Frans Nefs

Brabants nummer 26 - september 2020

20 Junt: Mulleke 21 Johan Boenie: Woensdrechtse woordjes Bjeene

28 Nico van Kruisbergen: De lach van… Gerard van Maasakkers


VAN DE REDACTIE

Winnaars Door de coronamaatregelen van de overheid zijn sinds maart van dit jaar heel wat prachtige, culturele evenementen afgelast of toch minstens uitgesteld. Helaas, maar het akelige virus moet eerst bedwongen worden. Toch zijn ook enkele mooie tradities doorgegaan, zij het in aangepaste en vaak erg afgeslankte vorm. 29 Gert van Boxtel: Piet bè d’n oogarts 30 Wim van Gompel: Ontleend aan het Frans; kernallie en petazzie 31 Cor Swanenberg: Over ‘Kluizenaarskroniekjes uit het Coronatijdperk’ 32 Marian Brands-Hartjes: Onzen Ome Jo 33 Hás van de Zande: Bocht

34 Ad Borremans: Mèèn vaareke 35 Luisterbox

35 Kerstgedichten schrijfwedstrijd 35 Colofon 36 Prent van Robben

Zo vond op 18 juni 2020 de uitreiking plaats van de Zachte G-prijs, een onderscheiding die om de twee jaar door Erfgoed Brabant wordt toegekend aan een persoon, groep of instelling die zich uitzonderlijk en langdurig verdienstelijk heeft gemaakt voor de Brabantse dialecten. Uit vierentwintig ijzersterke kandidaten kwamen vier genomineerden op de shortlist: Rensz Gorisse, Stichting Brabants Dialectenfestival Lieshout, Stichting Brabants en Henk Janssen, en Cor Swanenberg. Er werd gekozen voor Cor Swanenberg. Hij timmert al bijna zijn hele leven aan de weg door het schrijven van meer dan zeventig boeken, vele liedjes en columns, en optredens door de hele provincie. Cor is tevens de secretaris van onze redactie en in die hoedanigheid de spil waar ons mooie blad Brabants om draait. Daarnaast vond op 5 juli 2020 langs digitale weg de bekendmaking plaats van de winnaars van de Dialectpenning van het Brabants Dialectenfestival in Lieshout. Ans van Kessel had het beste gedicht en Frank van Osch zegevierde bij de liedteksten. De genomineerden in de categorie Verhalen waren Riny Boeijen (de winnaar), Jan Luysterburg en Cor Swanenberg. Alle drie maken ze deel uit van de redactie van Brabants! Eens temeer een bewijs dat de Stichting Brabants erin geslaagd is het puikje van de Brabantse dialectschrijverswereld bij elkaar te brengen, zodat u telkens weer kunt genieten van een interessante, gevarieerde en hoogwaardige aflevering van ons kwartaalblad. Alle artikelen, columns, gedichten, besprekingen en recensies zijn hoogst interessant. Jos Swanenberg met Onbegrensd Brabant, Ed Schilders met De aardappels der armen, Ad Borremans met zijn hilarische verhaal Mèèn vaareke, Anton van der Lee met zijn pastoorsportret, Nico van Kruisbergen met De lach van … Gerard van Maasakkers, Wim van Gompel over kernallie en petazzie. Ook onze columnisten Junt, Hás van de Zande, De Witte en Johan Boenie hebben met hun vaste rubrieken weer hun best gedaan. We zijn er daarom van overtuigd dat u ook deze keer weer zult smullen van al het heerlijks dat wij u voorschotelen. Wij gunnen u dit genot van ganser harte, want daar doen we het immers allemaal voor. Maar we vragen u er een gunst voor terug. Wilt u alstublieft in uw vrienden- en kennissenkring Brabants aanprijzen? We kunnen nieuwe abonnees namelijk erg goed gebruiken. We hopen natuurlijk ook op veel bruikbare reacties op onze limerick-oproep. Brabants nummer 26 - september 2020


COR SWANENBERG

Wereldberoemd in Brabant Peer (voluit Peter-Jan Joost Marie) Swinkels (Gemert, 1975) is de hoogste baas, de CEO van Royal Swinkels Family Brewers, het bedrijf dat iedereen kent als Bavaria. Hij wordt ondertussen ‘opperbrouwer’ genoemd. Peer was al jong betrokken bij de brouwerij. ‘Toen ik veertien was, ging ik al op reis met mijn vader. Hij heeft de export opgezet. Als vijftienjarige zat ik bij onderhandelingen – zo raak je wel met het bedrijf verbonden natuurlijk. Ik ging mee naar kantoren in het buitenland, bijvoorbeeld Italië en Spanje, en mocht mee naar de onderhandelingen met een grote supermarktklant waar mijn vader me op slimme wijze gebruikte tijdens het gesprek.’ Moeder komt uit Beek en Donk en vader Peter Swinkels was de dertiende in het gezin van vijftien kinderen uit Lieshout. Omdat alle beschikbare woonplekken binnen Lieshout bezet waren door telgen uit het brouwersgeslacht, ging Peter in Gemert wonen. Peer werd daar geboren en groeide er op. Hij mag van oorsprong een drumknaauwer genoemd worden. Na de lagere school ging hij naar het Willibrord Gymnasium van de jezuïeten in Deurne. Op de vraag hoe Brabants hij is, komt de respons: ‘Behoorlijk; ik voel me zeer verbonden met de regio. Ik heb de helft van mijn leven in het westen gewoond. Op mijn achttiende het huis uitgegaan voor een studie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Afgestudeerd als econometrist en begonnen bij Unilever. Ik voel me een beetje een Rotterdamse Brabander. Die bezit twee dominante kanten: werklust en gemoedelijkheid. Ik heb echt iets met de mentaliteit van de Rotterdammers: het ‘niet lullen maar poetsen’-adagium. Dat hebben Brabanders ook, maar ze weten dat sympathieker over te brengen: ondernemendheid verpakt in een gemoedelijk jasje. Ik heb nog in Amsterdam gewoond, prachtige stad, maar daar ben je toch een beetje toerist in je eigen omgeving. Ook in Den Haag en Utrecht, voordat ik in 2011 in Breda (en later Ulvenhout) ben neergestreken.’ Stunts Peer was de marketeer en blijft de man die gekoppeld wordt aan de fantastische pr-stunts van Bavaria. Hij is voor velen de bedenker van de onvergetelijke, oranje Bavaria-jurkjes bij het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika. Hij herhaalde een stunt in vergelijkbare trant in 2006 met de leeuwenhose (lederhose met leeuwenstaart). Maar wat is voor hemzelf het stoutste en meest geslaagde bravourestuk?

4

Brabants nummer 26 - september 2020

‘De jurkjes waren zeker het meest aansprekend en spraakmakend, maar de mooiste voor mijzelf is toch de Bavaria City Racing in Moskou. Daar is zo’n traject aan voorafgegaan om dat voor mekaar te krijgen. Het was echt een mission impossible en toch is het gelukt! Moet je je voorstellen: het Rode Plein, het meest beveiligde stukje stad ter wereld! En wij lieten er formule 1-bolides racen. Rond het Kremlin had nog nooit een commercieel evenement plaatsgevonden. Ja, in mijn marketing- en verkoopbaan was dit de stunt die mij het meeste voldoening heeft gegeven.’ Brouwersdynastie met historie Bavaria is een familiebedrijf dat zich bezighoudt met de productie van bier, softdrinks en mout. In alcoholvrij bier (Bavaria 0.0, IPA 0.0 en andere 0.0 varianten) is de Brabantse brouwer een grote speler. ‘In Nederland verkopen we niet alleen Bavaria, maar nog bijna vijftig andere merken,’ aldus Peer. ‘We zijn wereldberoemd in Brabant, maar momenteel wordt hier 600 miljoen liter per jaar gebrouwen waarvan verreweg het overgrote deel naar het buitenland gaat. Bavaria in Lieshout is uitgegroeid tot een echte exportbrouwerij.’ Het bedrijf is al zeven generaties in bezit van de familie Swinkels. Het hoofdkantoor is gevestigd in Lieshout en er zijn kantoren in twaalf landen. In 1924 is de Lieshoutse brouwerijnaam Kerkdijk veranderd in Bavaria om aan te geven: wij maken geen Engels ale meer, maar zijn overgegaan op pils volgens de Beierse methode. Royal Swinkels Family Brewers - vorig jaar bij het driehonderdjarig bestaan werd het predicaat ‘koninklijk’ verleend - is de grootste familiebrouwerij in Nederland en een van de belangrijkste producenten van mout in Europa. Het bedrijf levert bier aan meer dan 120 landen buiten Nederland. Binnen Europa zijn Frankrijk, België, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Rusland de belangrijkste markten. Meer dan een kwart van de omzet wordt behaald buiten Europa. Ethiopië neemt daarbij een belangrijke plaats in. Peter Swinkels zei in 2005 over zoon Peer: ‘Hij treedt niet automatisch in mijn voetsporen. Er staan jonge familieleden van de zevende generatie in de startblokken om topfuncties over te nemen, maar ze zijn er nog niet helemaal klaar


voor. Eerst laten we ze nog even gisten en dan kiezen we de beste uit.’ Ondertussen is die keus dus gevallen op Peer die het gezicht van Bavaria al een tijd bepaalde. Dat is niet verwonderlijk. Hij combineert discipline en werklust, durf en doorzettingsvermogen. Hij is een rijk getalenteerd man met mensenkennis. Welke impact heeft COVID-19 voor jullie? ‘De invloed van zo’n pandemie is ongekend. Van de ene op de andere dag krijg je te horen dat over drie uur de horeca is gesloten. In een paar uur tijd is het hele afzetkanaal weg. De helft van onze omzet in Nederland zit in de horeca. Die ben je dus in een keer helemaal kwijt! De anderhalvemeterregel werkt ook ongunstig. Mensen gaan minder in de weer met de barbecue en drinken minder bier. Het is een enorme klap voor ons; de omzet is gigantisch teruggevallen, maar we gaan dit overleven en vechten ons er zeker doorheen.’ Met overnames en groei moet de huidige topman Bavaria straks weer groter achterlaten voor de achtste generatie brouwers. Familieman Peer is getrouwd met Ragne, afkomstig uit ’t Ginneken. Ze hebben twee dochters en een zoon. Momenteel is hij voetbalcoach van zijn zoontje, eerder was hij hockeycoach van een van zijn dochters. Wintersport is heel belangrijk voor de topman. Bijna jaarlijks gaat de familie naar de Dolomieten in Zuid-Tirol.

Brabantse connecties Hij begeleidde Guus Meeuwis naar zijn eerste stadionconcert in het Philips Stadion. En dat is ondertussen uitgegroeid tot het begrip Groots met een zachte G. Hij beschouwt Guus (oorspronkelijk uit Mariahout) als ‘dorpsgenoot’ van hun Lieshoutse brouwerij. Voetballer-zanger Björn van der Doelen vertolkte de hoofdrol in de ludieke vraag om nationaal carnavalsvrij. Van meet af aan is Bavaria gekoppeld aan het tweejaarlijks Brabants Dialectenfestival in Lieshout (dat dit jaar helaas niet door kon gaan.) In 2011 werd Peer in Uden terecht benoemd tot Knoergoeie Brabander. Gevraagd naar de top tien van Brabantse woordjes, krijgen we het rijtje: 1. Ons, (ons pap, mam, Truus, PSV, Bavaria, familie, et cetera) 2. Hedde (heb je) 3. Verkazzeroend (helemaal verprutst) 4. Verrèkkis (superlatief) 5. Neffe (naast. Ge zit er niet langs, maar neffe) 6. Peperkoek (ontbijtkoek) 7. Aangereeje (mee de wagen) (vertrokken met de auto) 8. Zund (jammer, zonde) 9. Gij en gullie 10. Houdoe. Achteraf vindt Peer dat ijskast er eigenlijk ook wel in hoort. Hij zegt nooit ‘koelkast’. Zo, nu eerst een Bavaria…

Brabants nummer 26 - september 2020

5


VAN DE REDACTIE

Beeld-Spraak Putten

Het gemeentehuis van Putten is compleet vernieuwd. Naar ontwerp van Korfker Architecten heeft het gebouw een sterkere uitstraling gekregen, is de routing door het pand verbeterd en het energielabel opgekrikt. Ook de Puttense folklore heeft een plek gekregen. De architect ontwierp in samenwerking met het Puttens Historisch Genootschap en grafisch ontwerper Sjirk de Vries een wand in de ontvangsthal met typische Puttense uitspraken in lokaal dialect. De wand vormt het kader voor een ontmoetingsplek in de publiek toegankelijke ruimte.

In deze rubriek verzamelt de redactie humoristische afbeeldingen, korte teksten en wetenswaardigheden in en over dialecten en vreemde talen.

Tegels Tegelwijsheden zijn nog steeds onverminderd populair. Ook in dialect. Zo zijn bij het VVV in Oud-Beijerland sinds enige tijd tegeltjes te koop met Hoeksche Waardse spreekwoorden, zoals: Je mo nie d’opvliege azz’n bossie mè vlooie - Je moet niet zo lichtgeraakt zijn. Deze en zeven andere spreekwoorden zijn afgebeeld op een Oud-Hollands tegeltje.

Monument Giuseppe Belli (1791-1863) schreef ruim tweeduizend sonnetten in het dialect van Rome. Een selectie van 250 daaruit is vertaald door Arthur Hartkamp, en gepubliceerd als Een monument voor het gewone volk. Hundje in Hôrs Bijna was het oude hundje op het Lambertusplein in het Limburgse Horst in de gemeentelijke opslag beland. Een werkgroep vond het tijd worden voor een nieuwe, moderne versie.

Theo & Victor van TV Televisie (Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven) hebben de naam van hun cursus Brabants ook laten ‘vertegelen’. De letterzetter komt waarschijnlijk uit het westen van onze provincie.

Geffes

De slogan we stôn dur op heeft Peter Kieboom van PK Vloeren uit Geffen zelf verzonnen: ‘Ik ben 100% Brabander en praat plat. Bij een van de klanten waar ik een vloer heb geleverd, hangt een spandoek met ook een tekst van mij: Woar gullie op gôt stôn, da hen wij gedôn. Mooi toch?’

8

Brabants nummer 26 - september 2020

Twents in de trein ‘Doot heanig an!’ Vanwege een succesvolle pilot laat NS haar conducteurs voortaan vaker in het Twents omroepen in de trein. NS benadrukt dat conducteurs nooit verplicht worden om in dialect om te roepen. ‘In treinen met bestemming Twente kunnen collega’s dat doen als ze willen. Zolang de basisinformatie maar in het Nederlands is.’

Op de (gehavende) sokkel van het oude hundje staat een p(l)assend gedichtje in dialect en zitten twee knoppen. Als je die indrukt, komt er water uit zijn bek of piest hij een straal. Dankzij het protest van ruim 800 Horstenaren is het beeld niet afgedankt, maar (met een nieuwe sokkel) verhuisd naar het Gasthoes­ plein. Een hoop gezeik.

Houdoe


RINY BOEIJEN

Spellekes van vruuger (3) In mei kwamen de Nederlandse broers Jelle en Dion Bakker (weer) in het nieuws met hun video’s van knikkerbanen. Het YouTube-kanaal Jelle’s Marble Runs is nu ook een hit in de Verenigde Staten en heeft inmiddels al meer dan een miljoen abonnees. Dit succes heeft haar oorsprong natuurlijk in het simpele, doch edele knikkerspel dat wij in onze jeugdjaren beoefenden. De variaties in het knikkeren (kaajscheute, Tilburg en késjeute, Meijel) waren divers, maar ik beperk me hier slechts tot de meest voorkomende, te beginnen met ’t kölleke drölle (Berghem). De knikkers waren gemaakt van klei (oudste variant), glas, marmer of staal en meestal in twee maten; anderhalve centimeter doorsnee voor een ‘gewone’ knikker tot vier centimeter doorsnee voor een ‘bonk’, in dialect proem (Tilburg) of schuts (Berghem) genoemd. (Schuts was overigens in Berghem ook een aanduiding voor ‘een groot, rond hoofd’.) Bij het kölleke drölle werd eerst een kuiltje (kölleke) in het zand gemaakt. Ieder speelde met tien knikkers. Om beurten werd met gekromde wijsvinger (of door de wijsvinger van achter je duim vandaan te laten schieten) een knikker in de richting van het kuiltje gedröld (gerold). Wiens knikker het dichtst bij het kuiltje kwam, mocht nog een keer. Dat gold ook als je in het kuiltje mikte. Rolde de knikker ernaast, dan was de volgende aan de beurt. Wie het eerst zijn tien knikkers in het kuiltje had liggen, was winnaar en mocht alle knikkers in het kuiltje hebben. Varianten hierop waren ‘ketsen’ en ‘muurketsen’. Bij het ketsen ging het erom dat de knikker uitsluitend door een andere knikker het kuiltje in werd geduwd (vergelijkbaar met poolbiljarten). Bij muurketsen mocht de knikker niet rechtstreeks in het kuiltje worden gerold, maar via een muur. Een muur was ook scherprechter bij de variant ‘Dichtst bij de muur’. Dan gooiden de spelers hun tien knikkers zo dicht mogelijk bij een muur. De eigenaar van de knikker die het dichtst bij de muur lag, mocht alle knikkers in zijn knikkerzak (vaak een washandje of door moeder gemaakt van een oude lap) doen. Kattepul Een ander, iets minder onschuldig, tijdverdrijf was het schieten met een katapult (kattepul(t) of katteprul (Someren en het Land van Cuyk). In tegenstelling tot wat ik als jongen dacht - dat een kattepul zo heette omdat je ermee op katten schoot - stamt het woord van het Griekse katapéltēs; werptuig. (Overigens ontdekte ik tijdens het googelen dat ‘katapult’ ook een model is uit de serie ‘teeny weeny micro bikini’s’.) Natuurlijk maakten we de kattepul zelf, te beginnen met het vinden van een geschikte v-vormige tak. De tak werd

ontdaan van d’n boest (bast). Daarna kerfde je met ’n kniejp (zakmes) op circa twee centimeter van de uiteinden rondom een rand. Die was nodig om het elastiek met ijzerdraad vast te kunnen zetten en voorkwam dat het van de uiteinden schoof. Vervolgens ging je op zoek naar een binnenband van een fiets, sneed daar een reep uit, spande die over de uiteinden van de tak en maakte hem vast met ijzerdraad. Niet te strak - want dan sneed de draad de band door - maar ook niet te los, want dan schoot de band eruit. Eventueel werd in het midden van de band - waar het projectiel, meestal een kiezelsteentje, werd vastgehouden - een extra stukje band geplakt. Nu kon er geschoten worden. Niet op katten natuurlijk, maar vooral op de römkes van ’t Bondsgebaaw. Schuts Een ander schiettuig uit die tijd was de blaaspijp. De kale uitgave bestond uit een pvc-buis waarmee elektriciteitsdraden werden weggewerkt. Lengte maximaal een meter. De luxe versie had een ‘telescoop’; een stukje pvcbuis van vijf centimeter dat op een blokje op het uiteinde van de blaaspijp werd vastgemaakt (gelijmd of mi unne wekstiek). Zo kon de schutter met de blaaspijp aan de mond zijn ‘doelwit’ in het vizier krijgen. De projectielen bestonden uit papieren pijlen en krallen. De pijlen werden gemaakt van stroken papier (vijf bij twintig centimeter) uit kranten, tijdschriften of telefoonboeken. De strook wikkelde je om je wijsvinger en door aan het uiteinde te trekken, vormde zich een pijl. De punt werd met spierts (spuug) vastgeplakt. Vervolgens maakte je de pijl met behulp van de buis op maat en was geen enkel openstaand raam nog veilig. Nog eenvoudiger was het gebruik van krallen; witte bessen van de sneeuwbes in de herfst. Dankbaar slachtoffer was Driek de Mölder, vaste klant in het café van ons pap. Als Driek in d’n ôllie op huis ôn striemelde, ging ik snel naar mijn slaapkamer om hem vanuit het raam onder vuur te nemen. Driek was gezegend met unne flinke, koale schuts, zo groot dat hem geen pet of hoed paste en dus ook nauwelijks te missen. Groot was de opwinding van het geluid als de kral op de schuts van Drieke uit elkaar spatte.  Illustratie Mathilde Artwork Brabants nummer 26 - september 2020

9


JOOP VAN DEN BREMEN

Brabantse humor in verhalen, gedichten en liedjes in de streektaal door Cor Swanenberg Volgens de volksmuziekgroep Linnegoewd is Noord-Brabant het land van balkenbrij en bier. In de rest van Nederland is bier gemeengoed maar balkenbrij allerminst. Als je dus als geïnteresseerde niet-Brabander een boek in handen krijgt over Brabantse humor met de vraag er iets van te zeggen, aarzel je toch even. Misschien mis je iets van de cultuur om de grappen te begrijpen. Uiteindelijk overwon nieuwsgierigheid de twijfel. Aan het begin van de 288 bladzijden legt de schrijver uit welke beperkingen hij zichzelf bij het schrijven heeft opgelegd. In zijn woorden klinkt lichte teleurstelling door. Begrijpelijk. Het uitsluiten van tonpraters en schrijvers van carnavalsliedjes hakt er bij humor natuurlijk stevig in. Gelukkig komen sommigen - wegens het spelen van een dubbelrol - via een omweg toch binnen zoals bijvoorbeeld Henri de Booi met Vastenoowvend. Het boek werpt dus een beperkte blik op de Brabantse humor maar de beschrijvingen maken al snel duidelijk dat er heel veel te lachen overblijft. Swanenberg start zijn speurtocht aan de hand van een lang citaat van de vorig jaar overleden schrijver en rashumorist Jan Naaijkens. Die eindigt zijn beschouwing over de humor van de Brabander als volgt: ‘Hoewel tot zelfspot in staat, richt zijn humor zich dikwijls op de ander. Hij kan daarbij grof zijn, maar is zelden echt kwetsend of doortrapt gemeen, wat trouwens het einde van de humor is.’ Het is een duiding die achteraf uitstekend blijkt te passen. De auteur tekent de dichters, schrijvers, vertellers, zangers en muziekgroepen met een korte levensloop gevolgd door een of meerdere citaten. Ook in die voorbeelden moest hij zich uiteraard beperken. Het resultaat van die werkwijze is een prettig leesbare, handzame mengeling van biografisch woordenboek en bloemlezing. Schrijvers ‘die het picturale en het verbale combineren’, zoals Cees Robben, krijgen eveneens aandacht. Swanenberg roept de Tilburger zelfs uit tot ‘kampioen van de Brabantse humor’. Helaas moeten we het picturale deel daarbij wel missen. Gelukkig heeft Nelleke de Laat de visuele leemte opgevuld. Haar fris ogende, fleurig getinte tekeningetjes, die hier en daar tussen de tekst zijn gestrooid, verluchtigen de beschrijvingen.

12

Brabants nummer 26 - september 2020

De popularisering van het Brabants beschrijft Swanenberg tussen de humoristen door. De Brabantse avonden waren daarbij erg belangrijk. Ze zijn er – hoewel duidelijk minder – nog steeds. In de jaren tachtig van de vorige eeuw vond een geleidelijke verschuiving van het gesproken naar het gezongen woord plaats. Zangers spreken bij het uitdragen van het Brabants vaak nog een ander publiek aan als schrijvers. Eigentijdse zangers zoals Björn van der Doelen en Hein Augustijn spelen daarbij voor jongeren een belangrijke rol. Ook zij kregen een plek tussen de vele zangers en muziekgroepen. De laatste jaren lijkt het gebruik van het Brabants in een negatieve spiraal terecht te zijn gekomen. De auteur wijst daarbij op de rol van de regionale omroep. Die had juist stimulerend kunnen zijn, maar het gebrek aan dialectprogrammering is de hoorbaarheid van de oorspronkelijke taal in Brabant niet ten goede gekomen. De teleurstelling daarover spreekt


Swanenberg duidelijk uit. Terecht, want de belangstelling voor de streektaal bij de omroep in Brabant is het zwakst van alle provincies - als we Flevoland en de Randstadprovincies even buiten beschouwing laten. Aan het eind van het overzichtelijke boek kun je zonder meer stellen dat de Brabantse humor ongecompliceerd is. Ook wel droog, soms ironisch maar vaak direct. Als relatieve buitenstaander heb ik nooit hoeven puzzelen waarin die humor zit. Natuurlijk zijn er gradaties. Het resultaat van de scherts varieert van het lichtjes optrekken van de mondhoeken tot voluit schuddebuiken. Dat de grens tussen ernst en luim soms broos kan zijn, blijkt in het sonnet Vriendendienst van Frans Hoppenbrouwers. In situatieschetsen en tweespraken komt de clou vaak als een bliksemschicht uit de hoek zetten terwijl je vooraf niet ziet uit welke. Vooral in het gesprek tussen het ‘hogere’ en het ‘gewone’ volk is een humorvolle botsing onvermijdelijk. Niet voor niets is in de geëtaleerde humor de - rooms-katholieke - kerk ruim vertegenwoordigd. De clerus werkt als een humormagneet op de Brabander en vaak is de pastoor of kapelaan de ontstekingsbron voor een humorvolle ontlading. Naast de verscheidenheid in scherts komt ook de diversiteit in de Noord-Brabantse dialecten naar voren. De spelling kreeg tegen de eeuwwisseling een meer eenduidige schrijfwijze. Schrijvers in de vorige eeuw konden dat natuurlijk niet weten. De variatie in het dialect en de schrijfwijze is erg groot. Hoewel een index ontbreekt, maakt de inhoudsopgave het mogelijk de beschreven personen en groepen gemakkelijk te vinden. Toch mist in die indeling één naam; die van de schrijver, verteller en zanger Cor Swanenberg zelf. Afgezien van enkele functionele, neutrale vermeldingen ontbreekt hij in de parade van Brabantse humoristen. Logisch wellicht, maar onterecht. Swanenberg heeft als gebruiker en stimulator van het Brabants dialect ook anderen aangezet het podium te beklimmen. Niet alleen zijn gesproken en geschreven columns maken indruk. Denk bijvoorbeeld aan Wor ik geborre ben voor de radio en Klaas van Bètte in verschillende Oost-Brabantse bladen. Met zijn vele boeken, humoristisch getinte vertellingen uit de losse pols bij verschillende gelegenheden en zijn liedjes begeleid door - eerst Jo van Heeswijk, later Henk Verhagen en Annelieke Merx - had hij eveneens een plek verdiend. Gelukkig is er een afsluiting met toch nog een citaat van hem: Tèine. Maar de feitelijke beschrij-

Het maar liefst 288 pagina’s tellende en prachtig geïllustreerde standaardwerk Brabantse humor in verhalen, gedichten en liedjes in de streektaal van Cor Swanenberg is vanaf donderdag 10 september 2020 te koop voor € 14,95. Het is verkrijgbaar in de boekhandel met het ISBN-nummer 978-90-70545-59-8. U kunt het ook per e-mail bestellen bij de Stichting Brabants: info@stichtingbrabants.nl. Het boek wordt dan per post bezorgd. ving van zijn bijdrage aan de Brabantse humor ontbreekt. Dat is jammer want de uitstraling van zijn werk is aanzienlijk. Mijn eerste kennismaking met het Brabants vond bijna 35 jaar geleden plaats met een boekje dat ik aangeboden kreeg van een potentiële schoonzoon. De naam van de passant kan ik me niet meer herinneren. De naam van het boekje daarentegen wel: En we laache vort… Inderdaad van Cor Swanenberg. Na dat werkje heeft de Brabander uit Middelrode nog tientallen andere boeken en buukskes geschreven. Bij de uitreiking van de Zachte G-prijs had de jury dit nieuwe standaardwerk trouwens nog niet eens gelezen en meegewogen.  Brabants nummer 26 - september 2020

13


HENK JANSSEN

Cubra een virtuele Brabantse schatkamer Het webmagazine Cultureel Brabant, toegankelijk en beter bekend als www.cubra.nl, is een ware snoepkraam vol lekkers voor de culturele fijnproever en voor iedereen die van nature nieuwsgierig is. De website biedt meer dan zestigduizend pagina’s vol cultuuruitingen van schrijvers, dichters, historici, taalwetenschappers, heemkundigen, beeldend kunstenaars, fotografen en podiumkunstenaars. Dagelijks wordt de website gemiddeld duizend keer bezocht. En wie eenmaal in deze rijkgevulde schatkamer heeft rondgeneusd, blijft terugkomen. Jaarlijks komen er ruim honderdtachtigduizend unieke bezoekers. Stichting Cultureel Brabant Eind jaren negentig zijn er in Tilburg op het gebied van literatuur en cultuur meerdere activiteiten. De website Literair Tilburg is operationeel en er zijn organisaties actief zoals de J.H. Leopold-stichting en de Brandon Pers. Frans Tooten, de in 2002 overleden schrijver, cafébaas en levensgenieter die in 1999 onder meer de website Literair Tilburg op de kaart zet, neemt samen met Ed Schilders, publicist, recensent en vele jaren columnist in de Volkskrant en het Brabants Dagblad, het initiatief voor een vervolg. Door hun toedoen wordt in het verlengde van Literair Tilburg in 2001 de website Cultureel Brabant, afgekort CuBra, geboren. De boreling wordt vanaf dag één goed verzorgd en gepamperd. De naam wordt vastgelegd en de activiteit wordt op 23 maart 2001 geformaliseerd door middel van een notariële akte. Er treedt bij de Stichting Cultureel Brabant een heus bestuur aan dat op dit moment uit vier personen bestaat. De initiatiefnemers krijgen als webmasters hulp van Joep Eijkens voor fotografie en van Jan de Jong voor literair proza en poëzie. Vandaag de dag is het voornamelijk Ed Schilders die als hoofdredacteur de inhoud bepaalt en vormgeeft. Met het oog op de continuïteit speurt het huidige, vernieuwde bestuur overigens nijver naar redacteuren en redactionele medewerkers die Ed Schilders en kompanen kunnen bijstaan. Kandidaten moeten wel bereid zijn om hun werkzaamheden als vrijwilliger te verrichten. Bestuur en redactie ontvangen immers geen beloning. De kosten en de financiële huishouding zijn ook heel bescheiden. Het gaat om de kosten voor webhosting en het beheer van domeinnamen, voor een bankrekening en wat incidentele uitgaven. Ondanks die geringe kosten heeft CuBra natuurlijk wel geld nodig. Men kan als donateur de activiteit steunen. Voor de luttele som van € 17,50 per jaar kan men zich als vriend laten registreren. Dat kan door

14

Brabants nummer 26 - september 2020

Ed Schilders een e-mail te zenden naar admcubra@outlook.com of te bellen met de secretaris van het bestuur, de heer Peter IJsenbrant, 06-10930355. Dergelijke particuliere hulp is vanzelfsprekend zeer welkom. Avontuurlijk labyrint Het is in het bestek van dit artikel schier onmogelijk om alle rubrieken van het webmagazine te beschrijven. De hele website is één groot, opwindend en avontuurlijk labyrint, waarin het spannend speuren is. In elke gang en elke ruimte treft men bij wijze van spreken al onderzoekend wel een fraai, fonkelend juweel als beloning aan. Zo vind je er onder de titel De Paap van Gramschap de volledige letterkundige geschiedenis van Tilburg. Er is verder een collectie Tilburgse bijnamen en ook het complete Woordenboek Tilburgse Taal staat er online. Er is een apart, welhaast exotisch Papegaaienmuseum, een uitgebreid overzicht van volksliedjes en er zijn uitvoerige indexen van Brabantse auteurs, dichters en kunstenaars. Maar je komt er ook wonderlijke zaken tegen als een overzicht van bijzondere Brabantse bomen, en unieke, speciale artikelen, zoals over de vogels in het werk van Jeroen Bosch. Je vindt er verder complete digitale bibliotheken met bijvoorbeeld alle werken van Frans Hoppenbrouwers, Cor Swanenberg, Anton Roothaert en sedert kort ook van Jan Elemans. De gruwelijke Moord van Raamsdonk, met een overzicht van alle driehonderd bekende coupletten, wordt er bewaard als ware het een


bewijsstuk, naast een aparte rubriek over moord en doodslag in Brabant. Er is verder een prachtige categorie over fotografie met werk van allerlei bekende Brabantse fotografen en je vindt er, naast 21 gedichten over de boogbeelden op de Bossche Sint Jan, ook een lijst met de, volgens Ed Schilders, 34 mooiste Brabantse gedichten. Je treft er voorts de ‘vergeten’ roman Peerke aan en het curieuze, in 1932 verschenen, grof antisemitische jeugdboek De kleine bloedgetuige, naast de verhalen van Puk en Muk en andere uitgaven van de, door fraters bestierde, Tilburgse Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis. Wie eenmaal op de website aan het grasduinen is, blijft bezig. Zo overkomt dat mij in ieder geval. Het aanbod van interessante onderwerpen is echt overweldigend. Brabants dialect Voor de liefhebber van Brabants dialect valt er in het bijzonder veel te genieten. Een aantal personen en onderwerpen, die je ook heel eenvoudig in deze rubriek

onder zou kunnen brengen, noemde ik al. Maar je vindt bij CuBra bijvoorbeeld ook het complete, welhaast klassieke boek De Brabantse Spreekwoorden van Hein Mandos en Miep Mandos-van de Pol. En verder meerdere naslagwerken en audiobestanden, waarin het dialect het centrale thema is. Een paar voorbeelden. Ik noem dan ‘Meester’ Panken met zijn Kempisch Taaleigen uit 1850, de vermaarde professor Toon Weijnen en zijn dochter, mevrouw drs. Mira Ficq-Weijnen, die ziektenamen in het dialect verklaren, alle verzenbundels van pater Piet Heerkens, karmeliet Ivo van Dinther met zijn Ballade van de Brabantse emigranten enzovoort. De collectie is ook ten aanzien van het dialect ongelooflijk veelomvattend en gevarieerd. Als u nog niet tot de min of meer vaste bezoekers behoort, dan raad ik u aan om als de wiedeweerga naar www.cubra.nl te gaan, en daar te delven naar hetgeen u uit dit royale aanbod het meest interesseert. Het gaat u weliswaar tijd kosten, maar u krijgt er beslist geen spijt van. 

Jan Elemans op CuBra Sedert eind juni 2020 staat er op CuBra een rubriek over de taalkunstenaar Jan Elemans (1924-2019) uit Huisseling in het Land van Ravenstein. Na zijn studie Nederlands in Nijmegen promoveerde hij daar in 1958 cum laude op een monografie over het dialect van Huisseling. Zijn dissertatie heette Woord en wereld van de boer en staat nu in zijn geheel op de website CuBra. Je vindt er ook een groot deel van zijn overige werk, waaronder vier van zijn dichtbundels. Zijn eerste bundel De Keerakker uit 1952, vervolgens Het Haargetouw uit 1961, de bundel Tempel van Zeus uit 1969, en Onder de kromstaf dat in 2008 verscheen. Daarnaast staat er een in 2009 verschenen uitgave over het dialect in zijn geboortestreek met onder meer een spraakkunst en een woordenlijst, In het vuur van het gesprek. En tot slot staat ook zijn autobiografische werk uit 2014, De Nijmeegse Ferguut, op de website. Bundels en boeken zijn opgenomen in pdf’s met

vanzelfsprekend een beperkt gebruik. De rechten berusten bij de erven Elemans, dan wel bij de respectievelijke uitgevers. Voor eigen gebruik is een belangrijk deel van zijn oeuvre nu echter in te zien en te bestuderen. Naast deze werken zijn er ook audiobestanden toegankelijk. Het zijn opnamen die eerder via het tijdschrift Brabants op cd werden

uitgebracht. In de rubriek zijn tot slot een aantal curiosa opgenomen, zoals verhalen, gelegenheidsgedichten en prentkunst met tekst van Jan Elemans. Het overzicht is al met al een omvangrijke en terechte hommage aan een taalkundige en dichter die het verdient om niet vergeten te worden.  

Brabants nummer 26 - september 2020

15


JAN LUYSTERBURG

Een bezoek meer dan waard: Nederlands Drukkerij Museum

Nederlands Drukkerij Museum Etten-Leur Met een voldaan gevoel, veel informatie en een prachtige Kopperprent verlaat ik tegen het einde van de voormiddag het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur, waar ik een aangenaam en leerzaam gesprek heb gehad met de heer Cees Jochems, secretaris en pr-functionaris van het museum. In 1974 kocht de gemeente Etten-Leur een boerderij met omliggende gronden op, met het doel dit gebied te gebruiken voor stadsuitbreiding. Er werden huizen gebouwd. De mooie, oude boerderij bleef echter staan. Toenmalig burgemeester A.J.A. Oderkerk stelde voor hierin een drukkerijmuseum te vestigen. ‘Meneer’ Paul Valentin, voorzitter van het district West-Brabant van de KNVGO (Koninklijk Nederlands Verbond Grafische Ondernemingen), had dit idee al eerder geopperd en richtte dan ook enthousiast in 1996 het museum op. Vrijwilligers Begonnen werd heel eenvoudig met een drukpersje en een zetmachine. Nu staat en hangt het hele gebouw boordevol hoogwaardige, oude machines en attributen die bovendien allemaal in perfecte staat verkeren en gebruiksklaar zijn. Aanvankelijk was er een vijftal vrijwilligers actief, nu zijn het er achtentwintig. Woensdag is de ‘vrijwilligersdag’, dan komen alle vrijwilligers hun di-

22

Brabants nummer 26 - september 2020

verse taken verrichten. Negen van hen zijn grafisch onderlegd, de anderen zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld techniek of tuinonderhoud. Dat de drukkerswereld een typische mannenmaatschappij is, blijkt uit het feit dat er onder de vrijwilligers slechts twee vrouwen zijn. ‘Helaas, maar het is nu eenmaal zo,’ zegt Cees Jochems. De inzet van de vrijwilligers is lovenswaardig. Er is zo goed als geen verloop, behalve door overlijden. Toch maakt het bestuur zich zorgen. Doordat de oude druktechnieken niet meer worden toegepast en er steeds meer drukkerijen verdwijnen, komen er ook geen vakmensen meer beschikbaar. En het is tegenwoordig sowieso moeilijk om vrijwilligers te werven. Inventaris De tentoongestelde machines zijn niet gekocht, maar gratis aangeboden, vaak door drukkerijen die ermee ophouden. Nieuwe machines worden eerst volledig ontmanteld, goed nagekeken, onderhouden en gerepareerd, en dan weer geschikt gemaakt voor gebruik. Het museum kampt inmiddels zodanig met ruimtegebrek, dat een nieuwe machine alleen kan worden geplaatst als een andere wordt verwijderd. Dit gebeurt uitsluitend als de museale waarde van de nieuwe groter is dan die van de vorige.


Het komt ook regelmatig voor dat een machine na ‘behandeling’ wordt verkocht. Uiteraard alleen, wanneer de vorige eigenaar hiervoor toestemming heeft gegeven. Vooral eenvoudige drukpersen vinden nogal eens aftrek bij particulieren. Inkomsten De stichting die het museum (sinds 2006) in eigendom heeft en beheert, ontvangt hiervoor geen subsidie. Hooguit is er wel eens een incidentele bijdrage voor een bepaald project. De kosten zijn hoog. Denk aan het groot en klein onderhoud van het oude gebouw, de kosten voor verlichting en verwarming, enzovoorts. Men is dus steeds naarstig op zoek naar inkomsten. Dit kan alleen door het organiseren van activiteiten en die zijn er volop. Niet voor niets ontvangt het museum jaarlijks 3.500 à 4.000 bezoekers. Frappant detail: 95% hiervan komt van buiten Etten-Leur. Om zoveel mogelijk bezoekers te trekken wordt jaarlijks een nieuwe thematentoonstelling gehouden. Befaamde kunstenaars als Anton Pieck, Fiep Westendorp en Marten Toonder zijn al aan de orde geweest. Dit jaar was er een prachtige tentoonstelling met als thema ‘Brabantse drukkers in de Tweede Wereldoorlog’ die helaas als gevolg van de coronamaatregelen van de overheid grotendeels in het water is gevallen. De tentoonstelling over Jan en Andrea Kruis (inderdaad, van Jan, Jans en de kinderen) die gepland staat vanaf 17 oktober 2020, kan hopelijk weer wel een groot aantal bezoekers begroeten. Basisscholen Alle basisscholen van de gemeente Etten-Leur en omstreken bezoeken jaarlijks het museum. Voor de groepen 3 en 4 is er het project De letterkist van Dirk den Drukker. Voor de leerlingen van groep 7 en 8 is er het project Drukkerstaal, waarbij de kinderen ook zelf mogen drukken. Tevens doet men mee aan het project Museumschatjes van de Erfgoed Brabant Academie. Met dit alles hebben de vrijwilligers het zo druk dat ze soms drie of vier ochtenden per week bezet zijn. Voor volwassenen is het museum niet minder interessant. Bezoekers worden begeleid door grafisch onderlegde vakmensen die vol vuur toelichting geven, vragen beantwoorden en de werking van diverse machines demonstreren. Vol trots tonen ze het twee eeuwen oude pronkstuk, de Plantin kniehevelpers. En even enthousiast laten ze de houten blokdruk uit de zeventiende eeuw zien. Als individu of als groep kan men er tevens terecht voor een workshop over een facet van het drukkersvak.

Kopperprent Al in de vijftiende eeuw werd op de eerste maandag na Driekoningen de Koppermaandag gevierd. De gilden trokken dan door de stad om geld op te halen dat daarna werd verbrast. Zo werd het einde van de schrale winterperiode gevierd.

Cees Jochems Dit gebruik kent men alleen nog in de drukkerswereld, zij het in sterk gewijzigde vorm. In de drukkerij werd een mooie prent gemaakt die vervolgens werd aangeboden aan de schout en schepenen van de stad. De heer Valentin heeft dit gebruik nieuw leven ingeblazen en sinds 1976 ontvangt de burgemeester van Etten-Leur de nieuwste Kopperprent. In 2020 had Cees Jochems de eer deze prent te mogen ontwerpen en vervaardigen. Hij koos voor ‘vijfenzeventig jaar bevrijding’ als thema. Ook de donateurs van het museum ontvangen elk jaar dit kunstwerk. Cees is nog lang niet uitverteld als ik aangeef dat het tijd is om te vertrekken. Hij is bijna dag en nacht bezig met ‘zijn’ museum. Net als alle vrijwilligers doet hij dit uit idealisme, uit liefde voor zijn oude ambacht. Hij wil de boekdrukkunst zo lang mogelijk in leven houden. ‘Dat levert natuurlijk bovendien heel veel plezierige, sociale contacten op,’ zegt hij tot besluit, om er aan toe te voegen: ‘Wat wel opvalt: vaak komen mensen vrij ongeïnteresseerd binnen als lid van een groep, maar eer ze weggaan zijn ze allemaal enthousiast.’ Het Nederlands Drukkerij Museum bevindt zich aan de Leeuwerik 8, 4872 PH Etten-Leur. Telefoon: 0765034826. E-mail: info@nederlandsdrukkerijmuseum. eu en voor info: www.nederlandsdrukkerijmuseum.eu. Groepsbezoek is ook buiten de reguliere openingsuren op afspraak mogelijk.  Brabants nummer 26 - september 2020

23


AD BORREMANS

Mèèn vaareke Iek waor twolf jaor, toen da wij bij oos tuis wir ’n vaareke slachtte. Da weet iek nog jeel goed, want ien da jaor kreeg iek ’n èège vaareke. Wij ojje tuis oos vaarekeskot wir jeelemaol schwoon gemokt en ok de vaare­ kesbocht leeg gereeje. Alles was klaor vur ’t volgede vaareke. Iek moog van oos vaoder meej om ooze nuuwe bieg op t’aole. Da was bij oos ier op ’t Zaandfort. Oos vaoder oj dieje bieg al ’n paor weeke van te vurre uit wieste zoeke, en nouw was t’ie bekwaom om meej te neeme. Iek keek daor ien da kot en daor stieng ’n bieg meej ’n letter S op z’nne ruug. Da was de S van Stakke, de naom van oos vaoder. Nouw stieng daor ok nog ’n jeel klèèn biegeske bij ien da kot. Iek vroog aon Pjeere, de vaarekesboer, waorom da ta zoow’n klentje was. ‘Jao,’ zeej Pjeer, ‘die gwooi d’altij z’n kont teege de krib, vural bij ’t eete. Ak ’m dan vlak bij de teepel van moeders zet, draoi t’ie z’n èège om en lwoop t’n aandere kaant op. Die zal nie oud worre.’ Iek vroog aan Pjeere wa t’ie dan gieng doen meej dieje bieg. ‘Nieks,’ zeej t’ie, ‘at ie ’t nie aolt dan ies da jammer.’ ‘Mag iek ’m dan nie meejneeme?’ vroog iek aon Pjeere, ‘dan zèède gij d’r vanaf.’ IJ keek mèèn zoowies aon en zeej: ‘t’Ies goed, nim t’m mar meej.’ Wij kwaame tuis meej ooze biege en emme ze ien oos vaarekeskot gezet. Diezellefde dag kwaam ok de man van de vaarekesver­ zeekerieng kèèke om te zien of ooze nuuwe aonwienst te verzeekere was. Nou, dieje bieg van oos vaoder wel, mar die van mèèn nie, omda t’ie daor nieks ien zoog. ‘Die wor nie oud,’ zeej t’ie. Iek moes wel vur m’n èège vaareke zörrege van oos vaoder. Altij moes iek ’m apart eete geeve en d’r veul zörreg aon besteeje. Mar al m’n geduld ielep wel, want ij gieng steeds beeter eete en gruuide ok flienk. Mar ij bleef wel dwars doen, want iek waor de jeenegste die ’r meej om kon gaon. Bij d’n aandere bieg gieng ’t nie zoow goed, die wier ziek en op ’t lest gieng t’ie dwood. Ien de leste week oj die bieg van oos vaoder bij de mèène nog ’n stuuk uit z’n woor gebeete. Dieje vent van de verzeekerieng kon zien aan de S op z’nne ruug da ta de bieg van oos vaoder was die dwôôd was. En ij zeej teege mèèn: ‘Goh, iek oj nie gedocht da ta allef woorke van jouw nog zouw leeve.’ Vanaf toen ojje wij duus aljeen mar mèèn vaareke. Soms wouw oos

34

Brabants nummer 26 - september 2020

vaoder ’t kot uitmiesse en dan moes ’t ‘allef woorke’, zoowas oos vaoder mèèn vaare­ ke noemde, de vaarekesbocht ien. Mar da kreeg ie nie vur mekaore, want zoow gauw at da durke oope gieng, wier ie dwars en gieng ie nie naor buite. Mar zoow gauw iek ’r dan bij kwaam, dan lukte da wel. Meej wa geduld en praote teege n’m deej t’ie toch wa da iek wouw. Mar omda t’ie ien ’t begien nogal langzaom gruuide, oj t’ie wa mjeer tèèd nwôôdeg om rèèp te zèèn vur de slacht. Da t’r goed vur gezörgd moes worre, da begreep iek ok wel, want as wij gin vaareke konne slachte, ojje wij ok gin vljees vur oos èège, en da konne wij nie miesse. Mar de tèèd kwaam netuurlek, da mèèn vaareke toch grwoot en zwaor genoeg was om geslacht te worre. Jaonuswoom, de oudste broer van oos vaoder, kwaam mèèn vaareke slachte. Alles was al gereegeld, mar oos vaoder oj teege mèèn nog nieks gezeed daoroover. De dag vur de slacht ed oos vaoder ’t pas teege mèèn gezeed. Dieje naacht em iek bekaant nie geslaope en wel veul gebleete, want iek waor toch wel wa van slag. Op de dag van de slacht moog iek bienne blèève van oos vaoder. Mar ij kwaam mèèn toch roepe om meej t’ellepe, want ij kreeg mèèn vaareke nie uit z’n kot. IJ gwooide op z’nne leste dag ok nog z’n kont teege de krib. Toen em iek meej traone ien m’n wooge m’n vaareke uit z’n kot gekreege en nor Jaonuswoome gebrocht, zoowda die z’n waarek kon doen. De slacht gieng vlot en dur de kurmjeester wier mèèn vaareke jeelemaol goed bevonne. We konne alles gebruike, zeej t’ie. Da emme wij dan ok gedaon, op jeen dieng nor, en da waore z’n arsus. Want die gienge normaol in d’n aksel, mar nouw dierve wij da nie, omda mèèn vaareke nie jeelemaol goed was in z’nne kop. En ge kuun nwootnie weete wa t’r dan kan gebeure.  < In het dialect van Hoogerheide > Uit: De kont teege de krib, 2020.


Luisterbox Brabants 26

Colofon: Brabants, jaargang 7, nummer 2, september 2020 Brabants verschijnt vier keer per jaar; in juni, september, december en maart Redactie: Riny Boeijen, Jan Luysterburg (hoofdredacteur), Ed Schilders, Cor Swanenberg, Jos Swanenberg Redactiesecretariaat: Cor Swanenberg, Milrooijseweg 109, 5258 KG Berlicum, tel. 073-5031879

De volgende door de auteurs ingesproken teksten zijn te beluisteren op de website: Riny Boeijen: Losloate (Berghem) 5.19 Ad Borremans: Mèèn vaareke (Hoogerheide) 5.09 Gert van Boxtel: Piet bè d’n oogarts (Schaijk) 1.45 Marian Brands-Hartjes: Ome Jo (Oss) 5.28 Ans van Kessel: Ik zó óuw zó gèèr (Vorstenbosch) 0.48 Peer Swinkels: Mijn tien mooiste Brabantse woorden (Gemert/Lieshout) 0.22 De geluidsopnamen zijn gemaakt door Frans van den Bogaard en geredigeerd door Cor Swanenberg. De luisterbox is te vinden op de audiopagina van www.stichtingbrabants.nl en op www.cubra.nl/brabants/Brabants_Audio.htm 

Kerstgedichten schrijfwedstrijd Op zaterdag 12 december vindt om 14.00 uur in cultureel centrum De Snoeck, Marktplein 24 in Lith, de verkiezing plaats van het mooiste Brabantse kerstgedicht van 2020. De entree is gratis. U kunt meedoen. Stuur voor 28 november 2020 uw gedicht in naar kerstgedichtenlith@gmail. com. Het gedicht moet door u geschreven zijn in het dialect van uw eigen streek of plaats en mag maximaal dertig regels lang zijn. Na een eerste selectie worden twintig inzenders uitgenodigd om hun gedicht op 12 december in Lith te declameren. Vervolgens kiest een jury drie winnaars, die namens de gemeente Oss met een prijs worden beloond. Nadere informatie bij de organisatoren: Annette Raemaekers 06-54740081 of Noud Bongers 06-10108393. 

Aan dit nummer werkten mee: Johan Boenie, Noud Bongers, Ad Borremans, Gert van Boxtel, Marian Brands-Hartjes, Joop van den Bremen, Wim van Gompel, Henk Janssen, Junt, Ans van Kessel, Nico van Kruisbergen, Hans Lakwijk, Anton van der Lee, Gerard van Maasakkers, JACE van de Ven, Mrinus de Witte en Hás van de Zande. Foto omslag: Henk Janssen. Tenzij anders vermeld zijn de foto’s in dit blad van Henk Janssen. Vormgeving: Meyer Grafische Vormgeving – Asten (www.meyergrafischevormgeving.nl) Druk: Grafisch Atelier Blaricum – Blaricum (www.drukkerijblaricum.nl) Uitgever: Stichting Brabants, Missiezusterslaan 51, 5405 NL Uden, tel. 06-51158839. KvK-nummer 60585412. RSIN 8539.72.199. ISSN 1572 – 1612. Bankrekening ABN-AMRO IBAN: NL73 ABNA 0545 3581 75 (BIC Code: ABNANL2A) Website: www.stichtingbrabants.nl E-mailadressen: Algemeen: info@stichtingbrabants.nl Redactie: redactie@stichtingbrabants.nl Abonnementen: Bestellingen, opgave en mutatie van jaarabonnementen uitsluitend via de uitgever, stichting Brabants. Een jaarabonnement kost € 24,50. Losse nummers € 8,95 inclusief portokosten in Nederland. Voor abonnementen in het buitenland wordt de prijs van het jaarabonnement verhoogd met de van toepassing zijnde verzendkosten. Voor het buitenland is Brabants evenwel ook in pdfbestand verkrijgbaar. De prent op de achterzijde is van Cees Robben. Dank aan de Cees Robben Stichting.

Brabants nummer 26 - september 2020

35


Profile for Brabants Magazine

Brabants magazine nr. 26  

Magazine over Brabanders en hun taal

Brabants magazine nr. 26  

Magazine over Brabanders en hun taal

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded