__MAIN_TEXT__

Page 1

Brabants Jaargang 6, nummer 3, december 2019

Kwartaalblad over Brabanders en hun taal

Björn van der Doelen ‘Ik mail en app ook altijd Brabants’ BraboMundo Erobotanisch avontuur Brabants zand is gin verlore land


Brabants nummer 23 Inhoud

12 Junt: Leptop 13 Redactie: Beeld-Spraak

3 Van de redactie: Vreemd 4 Mathieu Bosch: Singersongwriter Björn van der Doelen: ‘Ik mail en app ook altijd Brabants’ 6 Jan Luysterburg: Een bijna vergeten pareltje: Cato uit Berrege 8 Cor Swanenberg: Samenwerking is de basis van het Boerenbondsmuseum

20 Rie-Anne van Raay: Unne Zalige Kerst 21 Ad Boogers: ’t Kerstmirakel 21 Riek Janssen: Winterduuster

14 Nico van Kruisbergen: De lach van… de Sjawi’s 15 Van de redactie: Elly SchepersCorstjens schrijft voor jou 16 Henk Janssen: De Raotersweg

21 Piet Snijders: Korsmus 44 22 Henk van Eert: Zeund 23 Van de redactie: Kikvors en de vallende ster 23 Johan Boenie: Woensdrechtse woordjes: Klentjes 24 Jan Luysterburg: Brabofolk herleeft bij Hein Augustijn

17 Jos Swanenberg: Zulke en zo’n in Brabantse dialecten 18 Jace van de Ven: De Piushaove 18 Ad de Laat: Liedjeszanger 18 Cor Swanenberg: Erobotanisch avontuur

10 Ed Schilders: Zoals Cees Robben zei… (3) 11 Van de redactie: Brabantse Middagen in Berlicum 11 Van de redactie: Leesplankje

25 Van de redactie: Brabants zand is gin verlore land 26 Wim van Gompel: Nuver

19 Willem Iven en Annie Meussen: Erobotanisch avontuur

27 Hás van der Zande: Vastelaovend same!

20 Dinette van Rosmalen-van Loon: Onzen urste kerststal

28 Will Segers: Ons moeder 29 De Witte wit wir wè Brabants nummer 23 - december 2019


VAN DE REDACTIE

Vreemd

29 Thieu Mertens: Veniejjevlaai 30 Edy Minnebach: ’n Moederart 30 Martin de Barbanson: Brabants zand 30 Frans Hoppenbrouwers: Lieveheersbeestjes 31 Riny Boeijen: Onploffing 32 Cor Swanenberg: ’n Simpel pèdje 33 Van de redactie: Oproep om kandidaten voor te dragen voor de Zachte G-prijs 34 Jeanne Franke: Tweije vrouwe 35 Luisterbox 35 Frans Hoppenbrouwers: Ùtgenodigd 35 Colofon 36 Prent Van Hepscheuten

Gelukkig melden zich van tijd tot tijd nieuwe abonnees aan voor Brabants. Gezien de gemiddelde leeftijd van ons ledenbestand is dat hard nodig. Het valt ons daarbij op, dat zich vaak mensen aanmelden van wie we dit helemaal niet hadden verwacht. Mensen, van wie we niet wisten dat ze zeer geïnteresseerd zijn in Brabanders en hun taal. Ze worden bekoord door een exemplaar van Brabants dat ze misschien toevallig onder ogen krijgen. Ze zien de kleurrijke voorpagina, de mooie foto’s, een leuk verhaal, een boeiend artikel, de mooie kwaliteit papier of een fraaie tekening en ze besluiten zich aan te melden. Daar staat tegenover, dat we van een aantal mensen absoluut niet begrijpen, waarom ze nog steeds geen abonnee zijn van Brabants. Mensen die het juist van Brabants moeten hebben, omdat ons kwartaalblad voor hen het geschikte podium is, omdat wij precies de informatie of het amusement bieden waaraan zij sterk behoefte hebben, omdat zij regelmatig in ons blad worden genoemd en geprezen, enzovoorts. Wij vinden dat vreemd. Het zij eens een keer gezegd. Mocht u dergelijke mensen kennen, zou u dan zo vriendelijk willen zijn om hen hierop aan te spreken? En als zij komen met het excuus ‘Je kunt niet overal op geabonneerd zijn’, wilt u dan eens vragen waarop ze dan wèl zijn geabonneerd? Alvast bedankt! Inmiddels gaan wij door met het maken van zo goed mogelijke afleveringen. Ook voor deze editie van Brabants (de drieëntwintigste alweer) hebben we opnieuw ons uiterste best gedaan. Jos Swanenberg vertaalde het kinderboek Kikker en de vallende ster van Max Velthuijs in het Brabants en schreef over wetenswaardige zaken, zoals zulke en zo’n in de Brabantse dialecten. Jan Luysterburg heeft in Bergen op Zoom een bijna vergeten pareltje ontdekt. Tevens duikt hij in de wereld van Hein Augustijn, vertolker van herlevende brabofolk. Ed Schilders heeft opnieuw een schitterende aflevering over de taal van Cees Robben. En samen met Riny Boeijen heeft hij natuurlijk Beeld-spraak samengesteld. Een hoogtepunt vinden wij het Erobotanisch avontuur van Willem Iven en Annie Meussen. Cor Swanenberg schrijft daarover en doet verslag van zijn bezoek aan het Boerenbondsmuseum. Mathieu Bosch belicht singer-songwriter Björn van der Doelen. Nico van de Wetering zond zijn leesplenkske toe. We besteden aandacht aan het project Zandpaden van de Brabantse Hoeders, de Brabantse Middagen in Berlicum en de Zachte G-prijs. We kijken terug op de Sjawi’s en op de Brabantse Kerstgedichtenwedstrijd, die vorig jaar voor het laatst werd gehouden in Boxmeer en nu wordt voortgezet in Lith. Wim van Gompel heeft het over Nuver. Zoals altijd zijn er gevoelige gedichten, mooie verhalen, de grappige vaste rubrieken, fraaie foto’s en tekeningen en de humoristische prent van Van Hepscheuten. Het is begin december. De maand van Sinterklaas, Kerstmis en oudjaar. In veel families komen daar nog verjaardags- en bruiloftsfeesten bij. Misschien is een abonnement als presentje wel een heel goed idee. Wij wensen al onze lezers zeer prettige feestdagen, gevolgd door een voorspoedig 2020.

Brabants nummer 23 - december 2019


JAN LUYSTERBURG

Een bijna vergeten pareltje: Cato uit Berrege ‘In den namiddag toen de donkerte al om éffekes na vier ure mollegrauw begon in te valle en de kouwe scherpe wind stillekes was gaan legge, ware d’r kleine sneeuwvlokskes as luchte plumpkes uit een kinderwiegeske uit de dikke wattige lucht gevalle en deur de nakende bome aan komme zweve.’ Zo begint het verhaal Toontje’s Kersemus, het prachtige kerstverhaal uit de bundel Rond de Gevangenpoort van Cato uit Berrege. Cato uit Berrege is het pseudoniem van Catharina van Dort, die geboren werd op 1 februari 1905 in Bergen op Zoom en aldaar overleed op 31 december 1981.

6

De enige nog bestaande foto van Cato

Liefhebberij ‘Als andere vrouwen zaten te breien, zat ik te schrijven’, zei Catharina ooit in een interview. Daarmee gaf ze aan, dat ze het schrijven van verhalen en (religieuze) gedich­ ten beschouwde als een liefhebberij, een hobby, maar het was ook een hartstocht. ‘Ik heb Cato nooit persoonlijk ontmoet’, zegt Willem Loeff, ‘maar op een dag in 1984 kwam Leni Griffioen, toen nog de echtgenote van dokter Van Nimwegen, die net als Cornelis Johannes Verton (de echtgenoot van Catharina) werkzaam was op Vrederust, bij me met een

grote stapel krantenknipsels. Het waren de verhalen van Cato uit Berrege, die zij in de jaren vijftig van de vo­ rige eeuw had gepubliceerd in Dagblad de Stem, in haar eigen rubriek Onder de Peperbus. Als leraar Nederlands was ik door Leni uitverkoren om de mooiste verhalen uit de stapel te bundelen in een boekje, dat door Ad Quist van Boekhandel Heijstraten ex­ clusief werd uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigja­ rig bestaan van de boekhandel. Toen ik de verhalen ging lezen, werd ik steeds enthousiaster en kwam ik boven­ dien meer en meer onder de indruk van het talent van deze wijkverpleegster, die door haar werk natuurlijk erg veel verhalen opdeed.’ Het verwondert mij wel dat deze verhalen, die doorspekt zijn met Berregse dialectwoorden, door Dagblad de Stem werden gepubliceerd en niet door het Brabants Nieuwsblad. Dagblad de Stem was immers veel meer op Breda gericht dan op Bergen op Zoom en bovendien een stuk ‘deftiger’ dan de concurrent. En dan toch deze vaak min­

Cato uit Berrege Kerstverhaal

Willem Loeff

Brabants nummer 23 - december 2019


derwaardig gevonden dialectuitingen publi­ ceren! Deze kwestie speelt overigens hele­ maal niet meer, want de twee kranten zijn al jaren verenigd onder de naam BN de Stem. Dialect Catharina van Dort han­ teert op boeiende en meeslepende wijze een mengsel van Standaard­ Graf mevrouw Verton-van Dort nederlands en Berregs dialect. ‘Hoe beter ze op dreef was, hoe meer dialect ze gebruikte’, zegt Willem Loeff lachend. En mogelijk valt het veel lezers niet op, maar het dialect van Bergen op Zoom is op zich al veel Hollandser dan dat van de dor­ pen eromheen. Wie dit weet, ontdekt dan ook in de ver­ halen van Cato steeds meer dialectwoorden. Kenmerkend in de verhalen zijn bijvoorbeeld de ver­ kleinwoorden. Een willekeurige greep uit de enorme hoeveelheid: huskes (huisjes), meskes (meisjes), pepke (pijpje), menirke (meneertje), kotje (hokje), bodschapkes (boodschapjes), pirkes (peertjes), wefkes (vrouwtjes), iepeteekske (hypotheekje), stertje (staartje), buike (buitje). Ook de door Cato gebruikte werkwoordvormen zijn ty­ pisch voor haar dialectgebruik: stonge (stonden), witte (weet je), wier (werd), schol (scheelde), zurrege (zorgen), overgesloge (overgeslagen), gorreve (geërfd), geworre (ge­ worden), gezeed (gezegd). Voorbeelden van de honderden andere dialectwoor­ den zijn: jong (kinderen), ullie (hun), gullie (jullie), lengs (langs), lillek (lelijk), dèèr (daar), panèèring (panharing), mè (met), errebeesjes (aardbeien), werm (warm), verreke (varken), kiepe (kippen), bekant (bijna), pee (wortel), kerremenaaje (karbonaden), suust (net, precies), lantèères (lan­ taarns), de Spiertus (de Zuid-Nederlandse Spiritus Fabriek), asperriebedde (aspergebedden). Bijnamen Bergen op Zoom verschilt weinig van de omringende dorpen als het gaat om bijnamen. Wat wil je ook, als bijna iedereen in de stad Franken, Nuiten, Verdult, Hopmans of Musters heet? Dialectgenootschap De Berregse Kamer heeft ze in september 2005 gebundeld onder de titel Van wie zijde gij d’r één? Wie dit interessante boekwerkje legt naast de verhalen van Cato, zal spoedig merken, dat haar verhalen gaan over mensen die werkelijk hebben bestaan. Namen als ’t Nuske, d’n Errepel, de Stoute, Griet Oliekoek, Mina de Ster en d’n Toeteroet zijn met naam en toenaam in de bundel terug te vinden. Daarnaast lezen we echter heel wat bijnamen die door het Dialectgenootschap niet (meer) worden genoemd: Lange Suus, Belze Pol, Lewieke de Pin, Muntebolleke, Dikke Jans, Anneke van de Karkiet.

Wat daarbij opvalt is, dat Cato deze bijnamen niet met een hoofdletter schrijft. Alsof het gewone woorden zijn en geen (bij)namen. Structuur Wie Rond de Gevangenpoort leest, krijgt de indruk dat het hele boekje zich afspeelt in één jaar tijd. Het eerste ver­ haal kondigt het begin van de lente aan, het laatste het einde van de winter. In werkelijkheid zijn de verhalen geschreven in een periode van een jaar of tien. Willem Loeff stelde zich bij de samenstelling van de bundel tot taak om vier eigenschappen van Cato’s verha­ len duidelijk tot uiting te laten komen: ze hebben enorm veel sfeer, ze zijn historisch getint, ze zijn warm mense­ lijk geschreven en ze zijn leuteg (leuk, vrolijk, grappig, humoristisch). Samen met Lia Suijkerbuijk, die namens De Berregse Kamer een studie heeft gemaakt van Catharina van Dort, voeg ik daar het volgende aan toe: ‘Die stukjes zijn koste­ lijk; ze schildert zo’n prachtig tijdbeeld van Bergen (Ber­ gen op Zoom). Je ziet het allemaal zo voor je en de ma­ nier waarop ze dat beschrijft, is werkelijk uniek. Ze gaan over het leven in de Bergse samenleving: de militairen, de Belgische vluchtelingen, het straatbeeld, maar vooral ook over de menselijke verhoudingen, die ze op een heel humoristische wijze beschrijft. Ik weet dat ze van Zeeuwse afkomst is (de Heer neemt ook een belangrijke plaats in), ze in het Gevangenpoort­ straatje heeft gewoond en verhuisd is met haar ou­ ders naar de Prins Bern­ hardlaan. Daar was toen aan de overkant nog het Sabeltjesbos. Ze vond het verschrikkelijk toen dat bos gekapt werd om plaats te maken voor woning­ bouw en ze ineens uitkeek op de Glacis (nu Plein XIII). Ze hield enorm van Lia Suijkerbuijk de natuur.’ Illustraties Toen Willem Loeff het boekje samenstelde, vond hij dat daar ook illustraties bij hoorden. Hij dacht daarbij aan de stijl van de plaatjes die je in de boeken van Felix Timmer­ mans ziet (Pallieter, Boerenpsalm). Daarom vroeg hij de Bergse kunstenaar Fons Gieles om dergelijke illustraties te maken. Het werden indrukwekkende situatietekenin­ gen, die wonderwel passen bij de sfeer van de verhalen. Rond de Gevangenpoort, verhalen door Cato uit Berrege is alleen nog tweedehands te koop. Boekhandel Heijstraten bestaat al vele jaren niet meer. Ad Quist heeft nu een eigen, bloeiende boekhandel in de binnenstad van Bergen op Zoom.

Brabants nummer 23 - december 2019

7


ED SCHILDERS

Zoals Cees Robben zei… 3 In het omvangrijke prentwerk van Cees Robben komen alle aspecten van het dagelijks leven voorbij. Dus ook de minder aangename, zoals ziekte en dood. Dramatisch wordt het daarbij nooit, altijd blijft de humor voorop staan. Omdat humor de beste remedie is tegen neer­ slachtigheid en verdriet. Robben toonde nooit de harde, fatalistische werkelijkheid maar altijd het sprankje hoop in benauwde dagen. Er zijn heel veel prenten over ziekte, dood, artsen, zelfs tandartsen, en het ziekenhuis. Zoveel zelfs dat de Til­ burgse arts Michel de Grood volop keuze had om er zijn verzamelde medische columns onder de titel Op dokters advies (1985) mee te illustreren. Ik beperk me op deze pagina tot de kwaaltjes en het kleinere ongemak. Bijvoorbeeld de dame die in de prent van 15 augustus 1975 bij haar huisarts klaagt dat ze al z’n lèève gelooft dat ze van me lèève nog nooit zôô hardlèèvig is geweest. Acht jaar eerder had Rob­ ben diezelfde kwaal al opgetekend in een apotheek. De dame zegt er dan bij: ‘Van al die harde aaier.’ Die prent ver­ scheen op 24 maart, kort na Pasen. Andere patiënten in de prenten van Robben hebben last van m’n haand is wir dôôf, een neus die lôôpt as ’n kraontje, en van ongenoemde klachten waardoor ze om alle hondsgezeike wir de pot op moete. Ze hebben koorts: ‘Ik kan mee m’n gebit de Wilhelmus voort klepperen…’ Wie koppent heeft, krijgt het advies: ‘Dan vraogt Onze Lieve Heer mar det rap vur oew gat schiet, dan bender zôô van aaf…’ In de prent van 18 december 1970 bezoekt meneer dokter een bedlegeri­ ge man. Diens echtgenote vraagt wat de arts ervan denkt. Hij aarzelt maar zegt dan toch: ‘Ik denk van sjielp-sjielp mèè­rege dôod.’ Het heeft lang geduurd voordat ik er achter kwam wat deze diagnose betekent. Het viel me wel op dat de bedlegerige man nogal geluk­ zalig lag te slapen. Cees Robben zelf kwam me te hulp. Hij bleek ongeveer dezelfde tekst al te hebben gebruikt in de prent van 28 september 1957. De ‘patiënt’ zit dan te dutten in een fau­ teuil, de huisarts kijkt sip, de echtge­ note glimlacht, en op een bijzettafeltje staan huismiddeltjes die nog het meest

10

Brabants nummer 23 - december 2019

op water lijken. De echtgenote zegt: ‘’t Is niks mee onzen Tirris, hij kekt net sjielp-sjielp mèèrege dôôd.’ Kortom: ver­ noemde heren hebben zich tot het ochtendgloren (tjielptjielp) bezopen, en meneer dokter is niet blij dat hij voor een stevige kater aan huis moet komen. De hierbij afgebeelde prent toont een variant op dezelfde situatie: te veel gedronken, met alle gevolgen van dien. Een vriend komt op bezoek. Met de ‘patiënt’ gaat het rillekes, redelijk, maar hij is nog deuzig, en heeft zinkes. Let op hun neuzen. Zie de medicatie die vriend Jan overhan­ digt. Nog even en de ‘patiënt’ is weer behipperd.


VAN DE REDACTIE

VAN DE REDACTIE

Brabantse Middagen in Berlicum In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was er een ruim aanbod aan Brabantse Avonden in dorpen rond Den Bosch. In Berlicum, Den Dun­ gen, Vinkel en Vlijmen werden in die tijd bijna maandelijks voorstel­ lingen georganiseerd met dialectvertellers en -zangers. Deze gezelli­ ge avonden zijn overal verdwenen; alleen Ber­ licum hield vol. Ook nu draait er weer een seizoen. De befaamde Brabantse Avonden zijn echter overgegaan in Brabantse Middagen die Wim Daniëls steeds beginnen om 14.00 u. Men heeft een scala aan artiesten uitgenodigd om hun beste beentje voor te zetten in het dorpstheater. In september werd al afgetrapt met een heerlijke middag met de volksmuziekgroep Taaftere en Peelzanger Tonny Wijnands. In november vond de tweede Brabantse Middag van het seizoen 2019-2020 plaats met Trio Mari de Bijl uit de Kempen en de feestgroep DèVèltOp. Op 22 de­ cember wordt 2019 al een beetje uitgeluid met Kerst door de eigen Berlicumse muziekgroep ’t Kumt Vaneiges. De groep bestaat uit de accordeonisten Tonny van Alem en Gina Palmers en de zangers Mari Meulenbroek, Henk van Schijndel, Gerard Wiegmans, Henk van den Broek, Hans Bogaards en Rien van Doorn. Op slagwerk wordt de groep begeleid door (gast)drummer Tonn v.d. Veer­ donk. Het kerstconcert is zeer gevarieerd. Voor 2020 staan Wim Daniëls (Aarle-Rixtel) en zangeres Lya de Haas (Vinkel) (26 januari), zangeres Jeanne van der Rijt (Volkel) en de Beek en Donkse groep Waizennutmar (1 maart), en de groepen Elckerlyc (Oisterwijk) en Kwartjesvolk uit Zeeland (29 maart) op de rol. De middagen vinden plaats in het Beneluxtheater Den Durpsherd, Kerkwijk 61, 5258 KB Berlicum. www.beneluxtheater.nl kaartverkoop@durpsherd.nl 073-5032016 Wim Kuijpers 073 5033272 wjnkuijpers1942@kpnmail.nl

Leesplankje Vanaf circa 1900 zijn er in het onderwijs zoge­ noemde leesplankskes gebruikt. Een leesplank­ je was een hulpmiddel bij het leren lezen. Het bestond uit een of meer richels waarop de letters van het woord dat boven de richel was afgebeeld, gelegd konden worden. Deze woorden bevatten de belangrijkste letters en tweeklanken van het alfabet. Geen x en geen y. Ieder kind had een klein leesplankje op zijn lessenaartje liggen met losse letterkaartjes. Het bekendste leesplankje van Nederland was dat van hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen uit Stiens, dat begon met: aap, noot, mies. Later verscheen er een versie, speciaal voor katholieke scholen: aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, gijs, riem, muis, ei, juk, jet, wip, does, hok, bok, kous. Dit werd uit­ gegeven door het R.K. Jongensweeshuis in Tilburg, frater Eu­ thymius Bekker was de bedenker. (Hij publiceerde het onder de naam F.E. Becker.) Met behulp van het lees­ plankje werden de woordjes opgedreund en geleerd. Daarna volgde het schrijven. Het leesplankje van de fraters uit Tilburg is als uitgangspunt genomen voor het hier afge­ beelde Brabants Leesplenkske. De woorden op het leesplankje worden gebruikt in en rond Sint-Oedenrode. De woordjes ‘hen’ en ‘trog’ zijn een merkwaardige keuze omdat ze zowel in dialect als in Standaardnederlands voorkomen. Het leesplankje kan als placemat en als schil­ derij gebruikt worden. Het is geïllustreerd door Yvonne van Heeswijk. De productie was in handen van: Ietstedruk. Het betreft een uit­ gave van Brabants dialectzanger Nico van de Wetering uit Sint-Oedenrode. Nadere informatie: info@nicovandewetering.nl Brabants nummer 23 - december 2019

11


JACE VAN DE VEN

DE PIUSHAOVE Ze is er nog mar half ochèèrme Ach hò ons haove nog tweej èèrme We hòn ’ne naom as haovestad Mar naa zèn we een boeregat Wörröm toch hem ze’m afgegraove Ons eens zo grôote Piushaove Hòn we die twidden èèrm gehaawe We hòn òn Rotterdam geknaawe Wie leetter in de Maosstad aon Assie naor Tilburg toe kos gaon Antwèèrpe wier totaol vergeete Dé haovestad zô Tilburg heete Dan was ’t hier òk hil wè dieper Hòn we kraone meej ’ne kieper Hòn we een breejer toevoerknaol Zoas de Schelde of de Waol En hòn we kaoje, piere, dokke ’Ne vuurtoore-en opslaghokke God in den hemel hebt erbèèrme En gift ons haove wir tweej èèrme! < In het dialect van Tilburg en omstreken > AD DE LAAT

LIEDJESZANGER Ik ben nie ècht ‘nen troubadour, ik ben gen chansonnier mar iemand die slès liedjes zingt, ik breng mar heel klèin liedjes mee iemand die wè spult en zingt en meer breng ik nie mee Ik próót gewoon op ons manier, dè is vur ons goed zat want ‘t klinkt zo skón en ik doe-g-’t geer en de mense noeme dè plat. Gen politiek, gen wetenschap, gen kunst wor ik van próót, want dè sort gerèi dè is vur ons ’n moot of wè te groot Want ik ben nie ècht ’nen troubadour, ik ben gen chansonnier mar iemand die slès liedjes zingt, ik breng mar heel klèin liedjes mee iemand die wè spult en zingt en meer breng ik nie mee < In het dialect van Nistelrode > 

18

Brabants nummer 23 - december 2019

COR SWANENBERG

Erobotanisch avontuur Willem Iven werd in en rond De Peel wereldberoemd met zijn vertelselkes. Hij was een rasverteller die drie verhalende langspeelplaten heeft gemaakt: ’k Liejg veul, De middelste letter en Tusse Portugal en Spitsbergen, en later de cd’s: Ok nog ok nog ok en Rimpelkes. Maar Willem was veel meer dan verteller. De traditionele benadering van de natuur zal er zeker aan hebben bijgedragen dat Willem in zijn tijd bij Staatsbosbeheer aandacht kreeg voor de Brabantse taal en de verhalen in zijn streektaal. Hij ging die gegevens verzamelen en opschrijven in de thuistaal van de Peel. Daar zijn prachtige boe­ ken uit voortgekomen, zoals Miet, Bistespeul, Landinrichting, Vidi Aquam, ’t Versgil tusse ’n dooi veugelke, Zestig, Uit het land waar men hou-doe zegt en Bloot kiendje int strooi. Hij schreef en vertelde niet alleen over de tijd rond het midden van de vorige eeuw; hij had ook oog voor alle veranderingen in de maatschappij en verwerkte dat scherpzinnig in zijn relaas. Willem Iven was vooral ook een taalgevoelige natuurkenner. Sa­ men met zijn partner Annie Meussen heeft hij met Erobotanisch avontuur een prachtige productie verwezenlijkt, gebaseerd op de Nederlandse benamingen van bloemen en planten. Helaas zijn die namen niet over te zetten in Brabants dialect; als er al een naam voor is, verliest die meestal zijn erotische connotatie. Het geheel is een bijzonder document geworden, mede door de sublieme illustraties. Annie Meussen heeft dit idee later nog eens vernuftig uitgewerkt in leporello, maar dan zonder de zeven meiden. Een leporello of harmonicaboek is een drukwerk dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen. Het wordt ook wel ‘concertinavorm’ genoemd. Deze fraaie uitgave (in een doosje) is bij de kunstenares verkrijgbaar. Info: anniemeussen@gmail.com foto Frans van den Bogaard


Brabants nummer 23 - december 2019

19


JAN LUYSTERBURG

Brabofolk herleeft bij Hein Augustijn Op 30 november 2019 presenteerde Hein Augustijn in Paradox te Tilburg zijn album BraboMundo, een mix van pop, folk en wereldmuziek in Brabants dialect. Met de eerste single van deze cd, Mèskes meej ’n zachte g, heeft de zanger al aardig succes geboekt, mede dankzij de bijbehorende videoclip waarin hij niet zelf te zien is, maar meerdere mèskes van verschillende leeftijden laat playbacken. De redactie van Brabants vindt het dan ook tijd worden om nader met hem kennis te maken. Hein Augustijn is geboren in 1973 in Tilburg als zoon van een veearts. Hij groeide op in de omgeving van Hilvarenbeek; tijdens zijn lagere­ schoolperiode woonde hij in het dorp Biest-Houtakker. Tegenwoor­ dig woont hij in ’s-Hertogenbosch. Na het vwo aan de RSG Koning Willem II in Tilburg studeerde hij aan de Universiteit Utrecht geschiedenis en algemene letteren. Zijn muzikale vorming ontving hij aan de Muziekschool Hilvarenbeek van zijn gitaarle­ raar Gerard Braun. Solotoer ‘Ik ben al lang fan van de brabofolk uit de jaren zeventig. Artiesten als Gerard van Maasakkers, de Veulpoepers, Fluitekruit, Dommelvolk en der­ gelijke’, aldus Hein. ‘Hun platen heb ik thuis grijsgedraaid. Toen ik later zelf actief werd in de muziek, wilde ik dan ook niets liever dan brabofolk maken, al was die inmiddels uit de mode geraakt. Begin 2007 plaatste ik een oproep op folkforum.nl of er ge­ lijkgestemde muzikanten waren die een bandje wilden beginnen. Ramon de Louw reageerde en die haalde er David Cornelissen bij. Zo is Van-

24

Brabants nummer 23 - december 2019

diekomsa ontstaan en in­ middels maken we alweer twaalf jaar muziek en zijn we drie albums verder.’ Waarom hij dan nu toch op de solotoer gaat? ‘Naast Vandiekomsa heb ik altijd in verschillende bands ge­ zeten en uiteenlopende muziekstijlen gespeeld. Vaak schreef ik voor die groepen ook de muziek. De laatste jaren groeide de behoefte om ook eens iets solo te doen. Om helemaal mijn eigen koers te kun­ nen varen. Het begon met enkele streektaalnummers die ik niet hele­ maal in het straatje van Vandiekomsa vond passen. Daar ben ik mee gaan experimenteren en omdat ik van zo­ veel muziekgenres hou, was het voor mij heel logisch om die met elkaar te combineren. Dit werd de basis voor BraboMundo. Begin 2018 had ik genoeg materiaal en ideeën om de studio in te duiken. Ik kwam in contact met Erik Span­ jers van Studio Silvester in Utrecht (die eerder met onder andere Gerard van Maasakkers en Normaal heeft gewerkt) en dat klikte meteen. Wat begon als een ep-tje, groeide al snel uit tot een volledig album. Met hulp van enkele fantastische gastmuzi­ kanten (waaronder Harry Hendriks, Roel Spanjers en Roeland Uijtdewil­ ligen) hebben we de nummers uit­ eindelijk opgenomen.’ Dialect De keuze van Hein Augustijn voor teksten in het dialect was heel bewust. ‘Om te beginnen vind ik het gewoon mooi. Streektaal in popmuziek kan heel eigenzinnig en krachtig zijn. En

zeker niet oubollig. Denk aan Daniel Lohues of Flip Kowlier. Op BraboMundo combineer ik streektaal met muziek van over de hele wereld. En gek genoeg voelt de muziek daardoor juist heel erg ‘van hier’. Brabantse gemoedelijkheid en een lekker loom reggaeritme bijvoorbeeld, passen wat mij betreft prima samen.’ Hein raakt over dit thema niet uitge­ praat: ‘Streektaal staat voor mij voor diversiteit. We leven in een mondi­ ale samenleving, maar lijken steeds meer af te stevenen op een culture­ le eenheidsworst. Dat is hartstikke zonde. Je kunt jezelf toch prima we­ reldburger en tegelijkertijd Braban­ der voelen?’ Hein leerde het dialect niet thuis. ‘Ik sprak het met de kinderen in ons dorp. Helaas spreek ik in het dage­ lijks leven nog maar weinig dialect. Dus moet ik voor mijn liedjes soms teruggrijpen op de taal van mijn jeugd. Daardoor zijn er ongetwijfeld ‘foutjes’ ingeslopen en af en toe wijk ik ook bewust af van de dialectvorm. Ik hoop desondanks dat ik het Noorderkempisch en de klank van mijn re­ gio eer aan heb gedaan.’


VAN DE REDACTIE

Brabants zand is gin verlore land Karakteristiek Augustijn schrijft meestal eerst de muziek en dan gaat hij op zoek naar het onderwerp dat er bij past. Als hij het thema en de juiste kernzin heeft gevonden, volgt vroeg of laat de rest van de tekst. ‘Ik schrijf over dingen die mij bezighouden, opvallen of na aan het hart liggen. Dat kan iets heel persoonlijks zijn, zoals bijvoorbeeld in Ginnen held. Een liedje dat gaat over de twijfel of je wel echt zo held­ haftig zult zijn als het erop aankomt. Maar ook ‘grote’ thema’s als de ver­ andering van ons landschap in Dè ik oe gère zie. En ik mag graag uithalen naar de heersende prestatie- en ren­ dementscultuur. Met een knipoog dan wel, zoals in het nummer ’t Heej gin haost.’ Vermeldenswaardig is nog, dat hij voor de albumhoes van BraboMundo gebruik heeft mogen maken van een foto van fotograaf Noud Aartsen uit de Brabant Collectie. De foto stamt uit midden jaren vijftig en toont een klein Brabants menneke voor een oud, rietgedekt boerderijtje. ‘Die foto raakt me. Zie dat kind daar staan: er is in relatief korte tijd onvoorstelbaar veel veranderd en toch staat hij daar onverzettelijk en trots.’ Hein Augustijn heeft zijn album in eigen beheer uitgebracht. Geïnteres­ seerden kunnen de cd direct bij de zanger bestellen, bijvoorbeeld via zijn website, of aanschaffen bij een van zijn optredens voor de prijs van € 18,00. Het album komt ook op Spotify en andere streaming audio­ diensten. De videoclips staan uiter­ aard op YouTube. foto Katrien Bos

Zandpaden in Noord-Brabant vormen dit jaar het thema van het genootschap de Brabantse Hoeders (www.brabantsehoeders.nl). Dat was aanleiding om twee uitgaven te publiceren. Dichter op het zand, een fraaie bundel in het Nederlands met gedichten en kleurenfoto’s, samengesteld door Pien Storm van Leeuwen en een boek met verhalen en liedjes in Brabants dialect. Dit boek werd samengesteld door Cor Swanenberg en draagt de titel Brabants zand is gin verlore land. Het boek opent met een mooi voor­ woord van commissaris van de Ko­ ning Wim van de Donk, dat eindigt met: ‘De herinneringen, de gevoe­ lens die die paden oproepen zijn nog springlevend en ze worden in deze bundel in de schakeringen van de rijke Brabantse taal uit alle delen van onze provincie bezongen.’ (p. 4). Dat bezingen gebeurt door liefst dertig verschillende dialectauteurs. Inderdaad uit alle delen van de pro­ vincie; van Bergen op Zoom tot aan Budel en Boxmeer. Het leuke van zo’n verzameling is dat we al lezend de hele provincie Noord-Brabant door reizen. We komen langs de Raotersweg bij Heesch, de Reutstroat (Berghem), ’t Geffes pèdje (Oss), ’t Krùipgat (Rosmalen), door de Hezukse bossen (Heeswijk), over d’n Bemmerse pad van Beek en Donk, naar de Zaandbult bij Alphen, de liefdespadjes (d’n Ouwen Tol) en lengst ’t Baantje in Bergen op Zoom. Je zou op al die prachtige plaatsen willen gaan kijken, als je deze teksten leest. Liedjes Naast achttien verhalen zijn er twaalf liedteksten opgenomen. Waar de diverse auteurs van de liedjes niet zelf voor de muzieknotatie zorgden, hebben Theo Wouters, Peter van Helvoort en Wim Verburg dat voor

hun rekening genomen. Aan het einde staan de bijdragen van Mari­ us Grutters en Willem de Weert. Zij schreven ieder vanuit hun expertise een beschouwende tekst in het Ne­ derlands over de waarde van zand­ paden als biotoop voor plant en dier. Het boekje is fraai verluchtigd met tientallen aquarellen in full colour van Nelleke de Laat, die de beschre­ ven zandpaden en de Brabantse zandbloemen verbeeldde. Brabants zand is gin verlore land. Verhalen en liedjes in Brabants dialect. Samenstelling en redactie: Cor Swanenberg, aquarellen: Nelleke de Laat. Uitgave van Stichting Trajart in samenwerking met uitgeverij Ceedata, Chaam 2019. 92 blz. ISBN 978 90 71947 58 2. Illustratie: Nelleke de Laat

Brabants nummer 23 - december 2019

25


COR SWANENBERG

’n Simpel pèdje D’n durgònde Napoleonsweg waar mi puin èn steenslag half verhard. De Kneutersteeg waar daorvan ’n aftakking die enkelt beston ùit klapzand. ’n Wegske van niks dè nerres heene liek te loope tusse hèij èn brem èn wè skom òn wirskante. ’t Waar of die zandlijn tèinenòn doodliep op ’nen èike wal, mar vur die gruun muur boeg ’t pèdje nor links nor de versprèijde hùiskes op Dùivendonk die aachter de beum verskole lage. D’n bocht van de steeg hiette ’t Krùipgat. ’t Waar ’n oope stukske van zèg, hèij èn zand, wor de karre mekare kosse passeere. Aachter d’n èikewal, vurbé d’n drèij, wónde minse in klootige boerdereijkes. Ze leefde daor sens jaor èn dag in alle rust èn reegelmaot. D’r waar gin stroomend wòtter of illektriek, mar dè miste niemes, umdè ze gewend ware mi wòtter ùit de put èn bromollielampe te werke. Ge zót meskien denke dè d’r noit niks gebeurde op dè onooglek pèdje. Mar ge zult arig opkeijke. In de krizisted van de vurrigen euw hi hier in ’t Krùipgat ’n stelleke mi mekaare stòn te haffele dè de vonke d’r afvloge èn dè zen ons aauwlùi geworre! Ze zen gòn wonen op Dùivendonk èn wij, hullie zes keijnder, zen daor allemòl geborren op dieje kaoie skraolen hoek, worvan gezeed wier dè ge d’r hèndiger òn tien jong kwaamt ès òn een koew... In d’n orlog is hier hard gevochte; d’r ware hier loopgraave èn skuttersputte. ’t Hi d’r in ’44 gruuwelek gekruld. D’r stonne tanks die hil Dùivendonk hebbe plat geskote. De minse in de skuilkèlders hen dik gedocht dè hullie leste uur geslagen ha. Èn toen moesse ze innins weg van de moffe. D’r zen hier Engelse èn Duitse saldaote gesneuveld. D’r lage nog jorrelang saldaotegrave te getùige van dieje lesten orlog… Pas in de fijftiger jorre zen de gesneuvelde Engelse verhuisd nor Uje èn de Duitse dooi nor Ysselstein. Nò de bevrijding zen wij truggekomme op ons geborteplòts. Wè’n ellènde! Vur d’n orlog han we wèinig, mar d’rnao han we niks; alles kapot èn verbrand. We trokke mi z’n alle in de hennekoi, wor nog wè van overèind ston èn onze vòdder begos ’t hil gedoentje trug op te bouwe. Dè hi jorre geduurd. Alle daag din iedereen van Dùivendonk wir over ’t pèdje. Te voewt of mi de fiets. Ammòl onderweege nor wèrk èn skool, op zondag nor kerk en kroeg. In de fijftiger jorre gonge d’r innins lilleke verhalen over ’t Krùipgat. D’r wier ’n jong verpleegsterke dood gevonde èn alleman wier geworskauwd vur de skoelies èn de skuumers die hier op argeloos vrouwvolk loerde.’t Waar toch nie te geleuve dè d’r gemoord en verkracht waar òn ons pèdje bé ’t Kruipgat…. De Kneutersteeg krieg unne kaoie naam. De durskes moege daor noit mer alleen durheene. We skènde op de weg nor ons haus. Vurral in de hèrfst

32

Brabants nummer 23 - december 2019

ès alles modder en slijk wier èn in de winter ès ge d’r hals nèk èn nierre kost breeke. Mar in vurjaor èn zommer waar diej zandpad zó skón… D’r zate zóveul vlenders, sneijers, lampesnuuters èn mùlders! D’r wónde vogels die ge bekant nerres anders zaagt: skreijvers, leuwerikke, gruunsels, malders, spèchte, rooistèrtjes èn blaowborsjes. Èn de nachtegaal nog wèl! In de zommer zinderde ’t stof van ’t zandpad. ’t Wier d’r gloeiend heet èn kùrkdreug. D’n bèkker kwaam ’r mi z’n broodwagentje vaast te zitte in ’t zoft zaand èn de dorskaast voer d’r vaast in ’t nòjaor. ’t Waar klaor aasse. Òn dè simpel zandpèdje, dè eigelek ’t skónste pad van hil de wirreld waar, zen wij in ’t zand gewaasse. In dieje lochte grond hen we gevrukt èn gesjouwd èn gewaasse verbouwd. ’t Waar gin wilde, mar ècht èrremoei hen we d’r noit geleeje. We hen ’t steeds beeter gekreege. De welvaart vroeg um grótter gemak èn aander weeg. Umdùrrum ister niks van ons pèdje mer over. Zund zat. Uit Brabants zand is gin verlore land Aquarel Nelleke de Laat


VAN DE REDACTIE

Oproep om kandidaten voor te dragen voor de Zachte G-prijs De Zachte G-prijs is de prijs voor bijzondere prestaties op het gebied van de Brabantse streektaal. Deze prijs werd drie keer eerder uitgereikt: in Bergen op Zoom, in Tilburg en in Veghel. Het is een initiatief van de stichting Erfgoed Brabant. De prijs is bedoeld als stimulans voor het verder uitdragen van de gelauwerde activiteit. Op 18 maart 2020 zal de Zachte G-prijs opnieuw worden uitgereikt, nu in Waalwijk. Hierbij willen wij u van harte uitnodigen om passende en aansprekende activiteiten, pu­ blicaties of projecten uit uw omgeving voor te dragen voor de Zachte G-prijs. De criteria bestaan uit voorbeeldigheid en verdienste: de prijs is bedoeld voor een of meerdere personen die de streektaal in Noord-Brabant op een bij­ zondere en bevorderende manier in de kijker hebben gezet. De laatste keer wonnen Mientje Wever (Boxmeer) en Adri Hoppenbrouwers (Rucphen) samen de prijs. De prijs is een erkenning voor werk dat het imago van de Brabantse streektaal bevordert. Daarmee willen de initiatiefnemers van de Zachte G-prijs een steun in de rug bieden aan enthousiaste liefhebbers, negatieve beeldvor­ ming over de Brabantse streektaal wegnemen en een contactmoment creëren voor dialectbe­ oefenaars.

Authentiek Een deskundige jury zal vervolgens uit de inge­ zonden projecten een winnaar kiezen. De jury be­ staat uit Gerlaine Jansen, Tim van der Avoird en Yoïn van Spijk. Ze waardeert vooral buitengewone prestaties die zijn gedaan in de vorm van een ver­ rassende, spraakmakende activiteit, maar ook in de vorm van een oeuvre dat nog steeds blijft aan­ spreken. De winnende activiteit kan zowel mo­ dern als meer traditioneel zijn, maar valt vooral op door het authentieke karakter ervan. Het werk zet taal neer als instrument van Brabantse cultuur en identiteit. Ook hecht de jury waarde aan activi­ teiten waarbij veel liefhebbers zijn betrokken. De uitreiking van de prijs zal plaatsvinden op woensdagavond 18 maart 2020 in Waalwijk tijdens een gezellige bijeenkomst waar diverse culturele uitingen in de Brabantse taal in de schijnwerpers worden gezet. Gelieve uw voordracht voor de dialectprijs te voorzien van een motivatie van maximaal één pagina en deze voor 6 januari 2020 te sturen aan Erfgoed Brabant, Postbus 1325, 5200 BJ ’s-Hertogenbosch of aan info@erfgoedbra­ bant.nl o.v.v. Zachte G-prijs. foto Frans v.d. Bogaard

De winnaressen in 2018: Mientje Wever en Adri Hoppenbrouwers, geflankeerd door wethouder Menno Roozendaal van gemeente Meierijstad links en Henri Swinkels, destijds gedeputeerde leefbaarheid en cultuur, rechts.

Brabants nummer 23 - december 2019

33


JEANNE FRANKE

Tweije vrouwe Ze moes opschiejte, ’t waar zouwe éijn ure. ’n Afspraok mé oew dochter dor mudde nie te laot komme. Ze wö me ’t ein en ander vraoge. ’t Ha ok wel wa tijd noddig, ha se der bij gezet. Neiskierig as ze waar, zurgde ze dus dessse op tijd an de toffel zaat. Ze zo’n saome erges ’nen botterham vatte. Erges anders dan thuis, da prot better. Ze waar bij ’t raom gon zitte. Dan kon ze heur an zien komme. En ’t duurde nie lang of ze zag der al uit den auto stappe. ’t Was ’n skon vrouw geworre, heur jongste dochter. Al zé se ’t zellef. Nöda ze mekaar goeiendag han gezet, en wa koffie han bestéld mé wa broodjes, ging ze der is goewd vur zitte. ‘Mam’ zé ze, ‘waarde gij wel blij mé min, toen ge pas angeteld waart?’ ‘Netuurlijk waar ik blij mé jou, hul blij zelfs.’ ‘Mar ge had al zö veul kindjes.’ ‘Ja, mar gij waart wel hul speciaal. Ik ha al tweije kiendjes. En de vader was gestuirve. Hij ha ’n ongeluk gehad mé de moter. Ik waar nog hul joung. En al wiw. Ge had wel ’n pe­ sijoentje. Maar dor konde nie veul mé.’ Ze ging hier en daor wel wa poetse, dor verdiende ze dan wel wa mé. Mar toen wier hur būrvrouw ziek. Ze ha die lélleke ziekte. Die ze nie gér mé naom noemde. Ze ha nie lang mér gelééfd. Den búúrman ston dor hullemol allein vur mé aacht kiendjes. Ze ging um zo veul muggelek helpe. Ja en van ’t ein kumt ’t ander. ’t Klikte zo goewd tusse die tweije. Da se nö ’n tijdje beslote bij mekaor te gon wone. Da waar hendiger en goeiekopper. In de buurt keke ze wel wa örig. Zo da se ’t better vonne um mar te gon trauwe. ‘Ja en as ge dan veul van mekaor houwt, dan hedde ok de kans da ge nog ’n kiendje kriet, en da waarde gij. En we ware der allebei hul blij mé.’ ‘En die ander kiendjes, hoe vonne die da?’ ‘Vurral die grotste meide vonnen ’t mar niks. Uurst ’n vrimde vrouw die vur moeder kwam speule. En die ok nog tweije ander mee brocht. En dan nog ’nen baby derbij da was wel ’n bietje veul van ’t goei. De ouwste, die al ’nen vrijer ha, ginge no ’n huis vur der eige zuke um saome te gon wone. Vadder ha heur toch nie mer noddig vur al die karweikes, die ze al zo lang di sinds hullie moeder zo ziek waar. De ander bléve thuis. Ze han ok nie veul keus. Wor moesse se

34

Brabants nummer 23 - december 2019

henne? Ze moesse der netuurluk wel an wenne. Die grotste vonne ’t eigelek nie noddig of zoiets. Mar toen ge’r immal waart, vonne ze ’t hul skon. Ge waart ok zo’n skon lief kiendje.’ ‘Hadde gij ok kraomhulp of dinde gellie da zellef?’ De moeder begon te vertelle. Ze waar angeteld en ging nor de vroedvrouw. ’t Ging allemol goewd vuruit. Ze moes ok kraomhulp anvröge. Ze krég dor ’n lijst vur mee. Die moes se thuis mar invulle. Mé de miste vraoge ha se gén moeite, mar der ston ein vraog bij dor ze toch wel ovver nö moes denke. ’t Hoeveulste kiendje waar ’t? Hij hatter al acht mar die ware eigelek nie van heur, en zellef ha zij al tweije kiendjes. Mar die ware nie van hum. Mar di waar ’t uurste kiendje van hullie saome. Dus ze vulde uurste kiendje in. Toen ’t dan eindelek zo weit waar, en ze skon gewasse as kraomvrouw in bed laag mé hurre klenne, wier de kraomhulp gebeld. Die waar vol goeie moewd van huis af gegon. Den uurste klenne, da worre tien fijn rustige daog. Mar toen ze goed en wel binne waar, verskoot ze toch wel ’n bietje. Ze zag zoveul klein jong rondlloape. No z’n eige bekend gemakt te hebbe, bleek da ’t al ’t elfde kiendje waar datter in ’t wiegske laag. Ze ha is gauw no durren bás gebeld en de zaak uit de doeke gedon. Dezelfden dag kreg ze der nog hulp bij. Mé z’n tweeje han ze toch nog tien daog hard te werke gehad. ‘Nou zen ze vort allemol de deur uit. En mine mens, auw vadder, is der ok nie mér. Mar nou zit ik er wa better bij. En kan ik zellef as vrouw gon en ston wor ik wil.’ ‘Mam, ik ben blij vur jouw moeder, vrouw van dizze tijd. En as ge oew eige soms vervelt. Dan heb ik nog wel iets vur oew. Ik heb nog blij neis: ge word ovver ’n tijdje opoe. Hoe vinde da?’ ‘Wa ben ik blij da ik jou toen nog gekregge heb. Echt wor. Geluifde’t nou? < In het dialect van Lieshout > Uit Moeder de vrouw, 2019


Luisterbox Brabants 23

Colofon: Brabants, jaargang 6, nummer 3, december 2019 Brabants verschijnt vier keer per jaar; in juni, september, december en maart Redactie: Riny Boeijen, Jan Luysterburg (hoofdredacteur), Ed Schilders, Cor Swanenberg, Jos Swanenberg Redactiesecretariaat: Cor Swanenberg, Milrooijseweg 109, 5258 KG Berlicum, tel. 073-5031879

De volgende door de auteurs ingesproken teksten zijn te beluisteren op de website: Riny Boeijen: Onploffing (Berghem) 4.14 Jeanne Franke: Tweije vrouwe (Lieshout) 5.10 Riek Janssen: Winterduuster ( Westerbeek) 0.50 Rie-Anne van Raay: Unne Zalige Kerst (Boxmeer) 2.05 Piet Snijders: Korsmus ‘44 (Asten) 0.55 Will Segers: Ons moeder (Alphen) 7.02 De geluidsopnamen zijn gemaakt door Frans van den Bogaard en geredigeerd door Cor Swanenberg. De luisterbox is te vinden op de audiopagina van www.stichtingbrabants.nl en op www.cubra.nl/brabants/Brabants_Audio.htm

FRANS HOPPENBROUWERS

ÙTGENODIGD ’n Hil klèin vliezelige vlieg rècht ùt de stal vandán, kwam dur ’t keukeraom nò binne en vloog op ’t ète án. Gá weg, vùil strontvlieg, zee d’n boer, ge kant dè hier vergète. Wa, zee de vlieg, ik hurde de boerin toch roepe vur ’t ète? Uit ’n Snee irluk brood < In het dialect van Kempenland >

Aan dit nummer werkten mee: Martin de Barbanson, Johan Boenie, Ad Boogers, Mathieu Bosch, Henk van Eert, Jeanne Franke, Jacques van Gerven, Wim van Gompel, Riek Janssen, Henk Janssen, Junt, Nico van Kruisbergen, Thieu Mertens, Annie Meussen, Edy Minnebach, Toine Nooijens, RieAnne van Raay, Dinette van Rosmalen-van Loon, Will Segers, Piet Snijders, JACE van de Ven, Nico van de Wetering, Mrinus de Witte en Hás van de Zande. Foto omslag: Henk Janssen. Tenzij anders vermeld zijn de foto’s in dit blad van Henk Janssen. Vormgeving: Meyer Grafische Vormgeving – Asten (www.meyergrafischevormgeving.nl) Druk: Grafisch Atelier Blaricum – Blaricum (www.drukkerijblaricum.nl) Uitgever: Stichting Brabants, Huub van Lieshoutstraat 6, 5401 BV Uden, tel. 06-51158839. KvK-nummer 60585412. RSIN 8539.72.199. ISSN 1572 – 1612. Bankrekening ABN-AMRO IBAN: NL73 ABNA 0545 3581 75 (BIC Code: ABNANL2A) Website: www.stichtingbrabants.nl E-mailadressen: Algemeen: info@stichtingbrabants.nl Redactie: redactie@stichtingbrabants.nl Abonnementen: Bestellingen, opgave en mutatie van jaarabonnementen uitsluitend via de uitgever, stichting Brabants. Een jaarabonnement kost € 24,50. Losse nummers € 8,95 inclusief portokosten in Nederland. Voor abonnementen in het buitenland wordt de prijs van het jaarabonnement verhoogd met de van toepassing zijnde verzendkosten. Voor het buitenland is Brabants evenwel ook in pdfbestand verkrijgbaar. Van Hepscheuten, pseudoniem van Jan van Rijthoven, idee en tekst, met illustratie van Kees Wouters Brabants nummer 23 - december 2019

35

Profile for Brabants Magazine

Brabants magazine nr. 23  

Een kwartaaltijdschrift over Brabant en de Brabanders

Brabants magazine nr. 23  

Een kwartaaltijdschrift over Brabant en de Brabanders

Advertisement