Page 1

Brabants Jaargang 6, nummer 2, september 2019

Kwartaalblad over Brabanders en hun taal

Hella van der Wijst De duvelsklok 75 jaar bevrijding Vier klèin mannen Supersum


Brabants nummer 22 Inhoud 3 Van de redactie: Eigentijds 4 Cor Swanenberg: Hella van der Wijst, op zoek naar verbinding 6 Jan Luysterburg:

12 Van de redactie: ‘Brabants Dorpsleven’ digitaal 12 Henk Janssen: Spotlight op toneeluitgeverij Grosfeld

25 Ed Schilders: Zoals Cees Robben zei… (2)

Viering 75 jaar bevrijding Openluchtspektakel Supersum 7 Marianne Swinkels: Schrijfwedstrijd Brabants Dialectenfestival

24 Henk Janssen: Requiescat in pace

26 Jos Swanenberg: De wielrenner kwam op de tweede plaats over de eindstreep 14 Cor Swanenberg: Nationaal Oorlogsmuseum Overloon

27 Ans van Kessel: Ze blijft ze verwaachte

8 Van de redactie: Brabant Remembers

16 Junt: De Notre-Dam en os kerk

27 De Witte wit wir wè

17 Redactie: Beeld-Spraak

8 Van de redactie: Dorp in oorlogstijd, Nuland 1940-1945

18 Bart van Meer: De Zambeksche dûvelsklok

28 Johan Boenie: Woensdrechtse woordjes: Een stukske grammatica

9 Ed Schilders: Voorspreker bij God?

28 Van de redactie: Inbèrgeringscursus

9 Piet Snijders: Er valt veel te herdenken in Death Valley De Peel 10 Ans Buys: Grootste oorlogsmisdaad in Heusden 10 Van de redactie: Het verdriet van Woensdrecht 11 Riny Boeijen: Omroep Brabant wijzigt programmering

Brabants nummer 22 - september 2019

19 Ed Schilders: De duivelsklokken van Brabant 22 Nico van Kruisbergen: De lach van… Arie van Roozendaal 22 Noud Bongers en Annette Raemaekers: Schrijfwedstrijd mooiste Brabants kerstgedicht 2019

29 Ed Schilders: Het staartje van de ‘Schildersrekening’ 30 Niek van Giels, Pietzeun: In waoter gebakke…


VAN DE REDACTIE

Eigentijds

31 Jos Swanenberg: Beknopte handleiding bij de digitale databank van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten 32 Wim van Gompel: De Kempische synoniementrein 32 Ad van Schijndel: Dichter bé mekare / JoeToe 33 Hás van der Zande: Reuzeneuze vol jeukriepse

34 Riny Boeijen: Sondags nor de kerk 34 Tilly Wijnen-Firet: Zù-mèr… Zomaar 35 Luisterbox 35 Ad de Laat: Opvoeding 35 Cor Swanenberg: Goei doel 35 Colofon 36 Prent Van Hepscheuten (Ons Mathilde…)

Brabants is een kwartaalblad. Als u het onder ogen krijgt, is de inhoud al minstens anderhalve maand eerder aangeboden aan de redactie. Als die haar werk heeft gedaan, gaat het geheel door naar Meyer Grafische Vormgeving in Asten, die het blad de prachtige compositie geeft die u gewend bent. Ook dat resultaat wordt nog enkele keren minutieus door de redactie bekeken, voordat het wordt doorgestuurd naar Grafisch Atelier Blaricum, waar het met grote zorg wordt gedrukt. Tot slot verzorgt Stichting Brabants de adressering en verzending. Omdat de periode tussen het aanleveren van de artikelen en illustraties en de verzending per post zo lang is, kan Brabants natuurlijk nooit zo actueel zijn als bijvoorbeeld een dagblad of een bericht op social media. Dat betekent echter niet, dat wij niet eigentijds of ‘bij de tijd’ kunnen zijn. Naar onze bescheiden mening laten we ook in deze aflevering weer zien, dat we met beide benen in het heden staan. In oktober van dit jaar is het 75 jaar geleden, dat grote delen van Noord-Brabant werden bevrijd. Daaraan besteden we uitgebreid aandacht, waarbij we verschillende activiteiten belichten, onder andere het openluchtspektakel Supersum in Bergen op Zoom, terwijl Cor Swanenberg een bezoek brengt aan het Nationaal Oorlogsmuseum Overloon. Daarnaast blikken we vooruit naar de Brabantse Kerstgedichtenwedstrijd (die verhuisd is naar Lith) en zelfs al naar de Schrijfwedstrijd van het Brabants Dialectenfestival in Lieshout. Riny Boeijen geeft een toelichting op een programmawijziging bij Omroep Brabant. We leven in het digitale tijdperk en daarom besteden we aandacht aan de digitale versie van Brabants Dorpsleven en geeft Jos Swanenberg een handzame handleiding bij het gebruik van de digitale databank van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten. Natuurlijk grasduinen we ook in het verleden. Zo ontving Ed Schilders veel reacties op zijn oproep naar aanleiding van zijn Schildersrekening, maar presenteert hij ook een nieuwe aflevering over het taalgebruik van Cees Robben en de ‘evergreen’ De duvelsklok. Henk Janssen richt zijn schijnwerpers op Toneeluitgeverij Grosfeld en Wim van Gompel is conducteur op de Kempische synoniementrein. U kunt weer smullen van prachtige verhalen en gedichten (zie ook onze Luisterbox) en van onze vaste rubriekjes. Een ervan Spraak-makend - heeft plaats gemaakt voor een nieuwe rubriek: Beeld-Spraak, een verzameling humoristische en/of wetenswaardige afbeeldingen en korte teksten in en over de Nederlandse dialecten. Vergeet u vooral ook niet te genieten van de schitterende illustraties van Mathilde Artwork en Nelleke de Laat. Wij wensen u veel lees-, kijk- en luisterplezier. Brabants nummer 22 - september 2019


COR SWANENBERG

Hella van der Wijst, op zoek naar verbinding De meeste mensen zullen haar kennen van haar werk op de nationale televisie, waarbij haar innemende en ontwapenende openhartigheid altijd de boventoon voert. Dit jaar verscheen haar spraakmakend boek Troost met de ondertitel Als je iemand mist. Reden te meer om Hella van der Wijst te vragen voor een interview. We kennen elkaar nog van het Mgr. Zwijsen College in Veghel. Sindsdien hebben onze paden zich meermaals gekruist en daarom tutoyeren we elkaar. Om te beginnen, vroegen we haar of ze wist dat ze een typisch Brabantse achternaam heeft? ‘Ja, die komt van de Wijstgronden, denk ik. Ons vader komt van Zilland…. Ik heb helaas de wandeling met hem en de verdere familie op die Wijstgronden gemist, omdat ik te druk was met mijn werk...’ Juist, die Wijstgronden moeten met de naam Van der Wijst verbonden zijn! De kleine natuurgebiedjes in de gemeente Uden bij Slabroek en de weg naar Vorstenbosch, aan de rand van de Peelrandbreuk, met een oppervlakte van zo’n veertig hectare. Die Wijstgronden zijn in 2004 door Noord-Brabant uitgeroepen tot het eerste aardkundig monument in de provincie. Het is eigendom van Staatsbosbeheer. ‘Wijst’ is de benaming voor de speciale vorm van kwel onder invloed van een breuklijn; een zeldzaam verschijnsel. De voorouders van Hella zijn kennelijk honkvast geweest, althans ze zijn niet ver van hun naamgevende plek afgedwaald. ‘Als oudste van het gezin moest ons pa de boerderij overnemen. Hij kon goed leren en deed dat ook veel liever. Maar als hij thuis het boerenvak in zou gaan, betekende dat een knecht minder en dus stopte de studie. Gelukkig wilde zijn jongere broer wel graag boer worden en daardoor kon pa alsnog gaan studeren via avondcursussen. Hij werd hoofd van de boekhoudafdeling bij de CHV in Veghel. Hij was een hele lieve en slimme man. Ons pa is in 2015 overleden. Hij was 88.’ Hella is vol lof over haar ouders. ‘Ik mis mijn ouders, maar zij hebben hun ‘werk’ zo goed gedaan dat ik ook zonder hen verder kan.’ Haar moeder, Hanny van der Wijst-Willems van Dijk, die maar 73 werd, kwam van een boerderij op de grens van Velp, Grave en Escharen. Ze was een geweldige vrouw. Ze heeft gelukkig haar vier kleinkinderen nog gekend en mee opgevoed. Hella gaat naar de basisschool in haar geboorteplaats Veghel, daarna volgt het atheneum. Ze groeit op in een warm gezin met drie kinderen. Ze heeft een oudere zus (Nina) en een broer (Hans).

4

Brabants nummer 22 - september 2019

Spraken jullie thuis Brabants? ‘Nee, we spraken thuis nooit plat. Onze ouders kozen voor Nederlands, want dialect zou in je nadeel werken bij verdere studie. In de familie werd natuurlijk wel volop plat gesproken en ik werd altijd vet uitgelachen, omdat ik alleen ‘stads’ kon, volgens hen dan hè…(knipoog) Later ben ik vaak geplaagd als ik weer eens zei dat ik iets niet ‘bij had’, zonder het woordje ‘me’. En dat ik toch echt op tijd was aangereden als ik eens te laat kwam. En als ik op bezoek bij tante Coby en ome Grad iets in het Brabants zei, zoals ‘haand in de tes’, riepen zij: “Stop mi dè Brabants, want dè kunde gij nie.”’ Als tiener ging Hella wel eens dansen in De Morgenzon in Zeeland, maar ook bij de Veghelse uitspanning Dist op in (deze kant op)! In de media Hella wilde boerin, boswachter of journalist worden. Ze kwam op de Academie voor Journalistiek in Tilburg terecht. In 1991 studeerde ze af op ‘radio’ en was korte tijd verslaggever bij Omroep Brabant. Ze werkte al bij de krant terwijl ze nog op school zat: ze begon bij het midweekblad Oost-Brabant. Een paar jaar later, na het behalen van haar diploma, werd ze eindredacteur bij de Zondagssleutel in Oss. In 1994 kwam ze bij de KRO. Hoe ben je bij de landelijke media gekomen? ‘Ik zat bij Omroep Brabant en daar vroeg een collega mij om te solliciteren bij KRO radio. Zij ging daar weg en dacht dat het een mooie baan voor mij zou zijn. Ik ben aangenomen door Marga Miltenburg van M/V-Magazine, dat was het eerste feministische programma op de radio. Ik was gewend grote stukken voor de krant te maken en stuurde een hele redactie aan, maar begon bij dit programma met vijfregelige berichtjes schrijven. En toch wilde ik dat, want ik wilde verder leren en daar heb je mensen voor nodig die meer weten dan jij.’ Geleidelijk aan ben je steeds meer naar de levensbeschouwelijke hoek gegaan? ‘Ik werd al vrij snel voor televisie gespot en zo kwam ik bij verschillende programma’s te werken. Via Ad Langebent en Kruispunt ben ik als verslaggever in de levensbeschouwelijke hoek beland. Het ging over samenleving en religie. Ik was altijd op zoek naar verhalen en zo kwam ik ook in aanraking met beschadigde mensen en gesprekken over religie. Bijzondere levensgesprekken voeren werd mijn ding in De Wandeling.


Wat is je band met Brabant nu nog? ‘Ik kom er bijna wekelijks. Mijn broer en zus en verdere familie wonen er. En ik ben trouw aan mijn vrienden. Zowel uit eerdere werkkring als uit mijn middelbare schooltijd.’ Hoe kijk je terug op je jeugd in Veghel? ‘Ik besef dat ik een fantastische jeugd heb gehad. Ik heb daar verbindingen voor het leven met soulmate Ellen van Weert die helaas verongelukte en andere middelbare schoolvrienden. En vanuit Tilburg met studievriendin Pien die haar partner Mario verloor door ziekte. Ik was bij zijn overlijden, wat een verbinding voor het leven heeft gemaakt tussen Pien en mij.’ Hoe heb je je levenspartner Kolijn van Beurden leren kennen? ‘Op de Academie voor Journalistiek. We ontmoetten elkaar in een kroeg in Etten-Leur en dachten van elkaar ‘die zal al wel een relatie hebben’. Dat bleek niet zo te zijn. Het was meteen ‘vlam in de pan’ en dat is eigenlijk nog zo.’ Jullie hebben geen kinderen? Is dat een bewuste keuze? ‘Nee zeker niet. Ik ben een voorbeeld van te lang wachten. Toen ik er aan toe was, lukte het niet meer.’ Troost is verbinding Je bent vegetariër en jullie prachtige huis in Bussum is helemaal gebouwd conform duurzaamheidswensen, zo weet ik uit een tv-uitzending van Binnenste Buiten… Jullie zijn heel begaan met de leefbaarheid van onze planeet. Hoe sta je tegenover vliegen? ‘Dat zou je eigenlijk niet moeten doen. Ik heb veel reizen gemaakt voor mijn werk. We moeten van die kleine korte goedkope vluchtjes af, denk ik.’ Ze is al 37 jaar heel actief en heeft een tussenperiode ingepland. Dus even geen KRO en geen EO. Ze is bekend van KRO De Wandeling, van Het gevoel van de Vierdaagse, van Geloof en een Hoop Liefde en van Ik mis je. Welk programma heb je achteraf bezien het liefst gedaan? ‘Ik heb ze allemaal graag gedaan. De Wandeling is meer dan tien jaar geleden, maar zou ik zo weer willen doen. Alles kon en het verveelde nooit.’ Ze schreef columns voor KRO Magazine, en ze schrijft levensverhalen voor PLUS Magazine en Wandelen.nl. Ze publiceerde het boek Hella’s Voetsporen (2006). Ze heeft

haar eigen bedrijf, Hella’s Mediahuis. Ze geeft lezingen. En begin dit jaar heeft ze haar boek Troost - Als je iemand mist uitgebracht. Daar willen we meer van weten. ‘Ik verbind mensen graag met elkaar. Daar ben ik goed in. Veel verbanden zijn weggevallen. Troost is een manier om verbinding aan te gaan. Mensen laten anderen vaak niet meer toe; ze willen zelf de regie voeren. Maar tegelijk missen ze iets. We zetten ons af tegen religie en lezen er vaak niets meer over, maar in de religies is daar al eeuwenlang over nagedacht en er zijn zo’n goede dingen gepubliceerd over rouwverwerking en troost. Het boek bevat ervaringsverhalen, en deskundigen uit verrassende hoek geven inzicht over verdriet en troost.’ Vaak kwamen er tv-uitzendingen uit Den Bosch? ‘Nou, toch niet meer dan uit andere steden…? Maar als ik het kon, trok ik de opname naar Den Bosch. Het is toch een beetje onze favoriete stad; Kolijn is een geboren Bossche bol. Ik ga er graag winkelen en uit.’ We wilden weten wat Hella’s favoriete wandelgebieden waren. ‘In mijn wandelboek heb ik daarover geschreven. Met mijn ouders gingen we elke zondag te voet op pad. We hadden ‘bossen weinig tijd’ en ‘bossen veel tijd’. We wandelden heel graag bij Plasmolen en Mook, maar ook Het Duits lijntje vanuit Boxmeer is bijvoorbeeld prachtig. Allebei gebieden die ons moeder goed kende.’ Heb je voor je gevoel harder moeten werken voor je succes omdat je Brabantse bent? ‘Ik heb in het begin wel twijfel gehad of ik met mijn zachte g wel geschikt geacht zou worden voor de radio. Je voldeed niet helemaal aan de gewenste Philip Bloemendaal-uitspraak. Het heeft lang tussen mijn oren gezeten. Zou ik met mijn zuidelijke uitspraak wel geaccepteerd worden? En nu is het eigenlijk een beetje mijn handelsmerk geworden! In winkels word ik vaak herkend aan mijn stem. “De wandeling,” zeggen ze dan meestal.’ Op het eind van De Wandeling met mij in december 2004 vroeg je me een wens uit te spreken. Welke wens zou jij nu willen uitspreken als afsluiting van dit artikel? ‘Ik zou wensen dat mensen zich meer verbonden voelen met elkaar en zouden inzien hoe belangrijk dat is.’

Hella’s boek Troost verscheen bij Boekencentrum. ISBN 9789023955146 Brabants nummer 22 - september 2019

5


VAN DE REDACTIE

‘Brabants Dorpsleven’ digitaal

HENK JANSSEN

Spotlight op Blijspel, klucht, thriller, jeugdtoneel, musical, wagenspel, seniorentoneel, in het Brabantse Berlicum biedt Toneeluitgeverij Grosfeld een ruim assortiment teksten aan, om toneelspelend Nederland en België van succesvol repertoire te voorzien. Ik spreek er met Geertjan Grosfeld, telg uit de befaamde toneelfamilie Grosfeld en directeur-eigenaar van het in 1931 door zijn grootvader Jan Grosfeld sr. opgerichte bedrijf, dat naast de toneeluitgeverij ook een grime service kent.

Bernard van Dam Bernard van Dam (1881 - 1958), schrijver, tekenaar en journalist, is vooral bekend geworden door zijn boek Oud-Brabants Dorpsleven (1972). Geboren in Eerde als zoon van een middenstander, werd hij aanvankelijk in het familiebedrijf als molenaar aan het werk gezet. Maar zodra hij zijn kans schoon zag, koos hij voor zijn passie: schrijven en tekenen. Van Dam heeft de cultuur, het werken en leven op het Brabantse platteland in de eerste helft van de vorige eeuw nauwkeurig en op eigen wijze vastgelegd. Dankzij cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers en de Stichting Bernard van Dam, voor dit doel opgericht door zijn vijf kleinkinderen, zijn de talloze teksten, tekeningen en foto’s van Van Dam verzameld. In september vorig jaar was een deel van deze verzameling al te bewonderen tijdens de overzichtstentoonstelling Monumentaal Eerde. Bezoekers werden toen opgeroepen werken van Bernard van Dam aan de gelijknamige stichting ter beschikking te stellen om te worden gedigitaliseerd. Tevens werd de nieuwe website gelanceerd. Inmiddels zijn alle werken gedigitaliseerd en worden ze gratis toegankelijk gemaakt voor het publiek. Het geheel is samengesteld door Gerard Rooijakkers en beslaat acht delen. Alle delen samen vormen een digitaal monument en zijn een eerbetoon aan de grote culturele waarde van de nalatenschap van Bernard van Dam. De delen 1 Landbouw, 2 Grootvee en 3 Kleinvee kunnen via de website worden ingezien en zijn gratis te downloaden. De delen 4 tot en met 6 verschijnen naar verwachting eind september 2019 en de delen 7 en 8 eind november van dit jaar. Zie www.bernardvandam.com

12

Brabants nummer 22 - september 2019

Toneeluitgeverij Grosfeld is gevestigd aan het Raadhuisplein 18 in Berlicum, in een fraai herenhuis met classicistische gevel uit 1810. De oorspronkelijke bebouwing dateert al van vóór 1300 en tot circa 1740 stond hier herberg Het Pannenhuis. Geertjan Grosfeld heet me welkom en toont me vol trots het royale pand. Ik vind de vele moderne kunstuitingen die het interieur harmonisch sieren heel mooi. Aan de voorzijde heeft hij een ruim en praktisch kantoor ingericht, vanwaaruit hij samen met een medewerkster zijn activiteiten regelt. Golfslag van de tijd Mijn eerste vraag richt zich op de markt die hij bedient. Ik wil graag weten hoe groot die markt is en hoeveel toneelverenigingen er vandaag de dag actief zijn. ‘Het zal je mogelijk verbazen,’ zo krijg ik te horen, ‘maar er zijn nog zeker ruim drieduizend toneelverenigingen actief, waarvan alleen al in Brabant enkele honderden. Natuurlijk, het amateurtoneel heeft er florissanter voorgestaan. De laatste jaren zijn er veel subsidies weggevallen en de verenigingen hebben het daardoor financieel niet makkelijk. Daarnaast hebben veel clubs met vergrijzing te maken, loopt het ledenbestand terug en is het vaak moeilijk om met name aan mannelijke spelers te komen. Ik zie dat maar een beetje als de golfslag van de tijd. Ook mijn grootvader en vader, die mij hier voorgingen, werden in hun tijd met ups en downs geconfronteerd. Toen bijvoorbeeld mijn opa in 1931 met het bedrijf begon, waren de gevolgen van de grote beurskrach uit die tijd volop voelbaar. En mijn vader heeft natuurlijk ook heel wat te stellen gehad met de introductie van de televisie, die het hele patroon van ontspanning zoeken veranderde. Eind jaren zeventig ging dat vervolgens weer wat beter. Ook nu leven we in een tijd dat de


toneeluitgeverij Grosfeld

Geertjan Grosfeld in zijn werkkamer rol van het toneel iets minder is. We worden overspoeld door recreatief aanbod via sociale media en er is amusement en ontspanning te kust en te keur. Ik ben in Nederland nog met twee collega-ondernemingen actief. Voor drie fondsen is er gelukkig nog steeds plaats. Ik heb er in ieder geval een redelijk belegde boterham aan. Vandaag de dag zie je scholen en personeelsverenigingen meer dan voorheen activiteiten ontplooien, en let wel, in veel plaatsen zijn er nog bijzonder actieve toneelverenigingen die door het jaar heen vaak meerdere voorstellingen op de planken brengen. Er zijn zelfs gezelschappen die een stuk wel acht tot tien keer per seizoen uitvoeren. Ook de openluchttheaters hebben niet over belangstelling te klagen. Neem bijvoorbeeld De Kersouwe, Hoessenbosch, Mariahout, Overloon, Naat Piek, De Hunnebergen en zo al meer. Dergelijke natuurtheaters worden jaarlijks door vele duizenden bezocht. Ik ben nu 56 jaar oud en onze uitgeverij bestaat 88 jaar; maak je geen zorgen, wij halen de honderd wel. Terwijl ik je dit vertel, zie ik me weer bij mijn vader Jan aan het bureau staan. Het is 1984 en ik heb net het diploma van de pabo op zak. “Nou vooruit, pa, ik zal het een jaar proberen en dan zie ik wel of ik doorga.” Toen was hij wel heel blij. Enfin, je ziet hoe dat heeft uitgepakt. We zijn inmiddels 35 jaar verder en ik praat al over het honderdjarig bestaan…’

Deskundig advies Een toneeluitgeverij heeft in wezen twee groepen klanten. Aan de ene kant zijn er de uitvoerenden, de toneelverenigingen, en aan de andere kant de auteurs van de stukken die aan die afnemers worden aangeboden. In het beoordelen of een stuk voor uitgave geschikt is, gaat volgens Geertjan Grosfeld veel tijd zitten. ‘Waar ik zoal op let? Als het om het lichtere werk gaat, dan let ik om te beginnen op de bezetting van het stuk. Verder moeten de verwikkeling in het verhaal, de intrige, en de verhaallijn goed zijn. Ook moet er sprake zijn van directe dialogen en van tegenstellingen met kleurrijke types. Bij zo’n type kan dialect bijvoorbeeld heel leuk werken. Boven alles moet een stuk vaart hebben. De eerste bladzijde is in feite al bepalend. Er moet meteen wat gebeuren. Overacting mag. En natuurlijk moet het hele stuk eindigen met een bij voorkeur verrassende climax. Voor het meer serieuze werk gelden vanzelfsprekend weer andere criteria. In onze portefeuille hebben we, op het gevaar af dat ik nu anderen tekort doe, een aantal veelgespeelde auteurs, zoals Carl Slotboom, Ton Davids, Maurits Keyzer, en de Brabanders Jo Snoeren, Peter Damen en Rob van Vliet. Wij, uitgever en auteur, ontvangen onze vergoeding voor een bescheiden deel uit de verkoop van de boekjes. We moeten het hoofdzakelijk hebben van de rechten die wij via het IBVA (het Internationaal Bureau voor Auteursrecht) bij de uitvoerenden in rekening brengen. Die rechten variëren. De zaalgrootte is voor de berekening een wezenlijke factor. Hoe groter de zaal, des te hoger zijn de kosten voor die rechten. Een avondvullende productie komt via zo’n som doorgaans op zo’n honderd euro per voorstelling. Alleszins redelijk lijkt mij. Bovendien kan men altijd rekenen op ons deskundig advies. We letten bij die raadgeving op het beschikbare aantal spelers, hun leeftijden, het genre dat men wil brengen, het te verwachten publiek. Kortom, ons advies is over de volle breedte gericht op het behalen van succes, want daar hebben we uiteindelijk allemaal - publiek, vereniging, auteur en uitgever - voordeel van. Bij het afscheid wijst Geertjan Grosfeld me nog op het werkelijk prachtige boek Eén groot podium van de helaas te vroeg overleden Jan Smeets. Het lijvige boek (ISBN 978 90 79399 536, € 29,50) geeft een goed beeld van 150 jaar amateurtoneel in Noord-Brabant. Het zal niet verbazen dat de familie Grosfeld in dit standaardwerk regelmatig acteert. Zo wordt nog eens extra duidelijk, dat Brabant trots mag zijn op het werk van Toneeluitgeverij Grosfeld.

Brabants nummer 22 - september 2019

13


Bart van Meer: De Zambeksche dรปvelsklok

18

Brabants nummer 22 - september 2019


ED SCHILDERS

De duivelsklokken van Brabant Het verhaal over De Zambeksche dûvelsklok was mij geheel onbekend, totdat Cor Swanenberg me de hier afgebeelde kopie aanreikte van een tijdschriftje dat zijn naam aan dat verhaal ontleent: ’t Duvelsklökske. Deze aardige publicatie, waarvan tussen 1984 en 2014 vijftig afleveringen zijn verschenen, had als doelstelling de inwoners van Sambeek en Luneven ‘kennis met elkaar te laten maken’. Sambeek was toen administratief al een deel van de gemeente Boxmeer, en Luneven is het Boxmeerse stadsdeel dat aan Sambeek grenst. De sage over de duivelsklok was een goede keus om een gedeelde geschiedenis onder de aandacht te brengen, want de duivel sloeg weliswaar toe in de kerktoren van Sambeek, maar de tekstdichter noemde zich Bart van Meer, en die was in werkelijkheid pastoor Simonis van Boxmeer. Volksverhaal De sage van de duivelsklok dateert zonder twijfel uit de late middeleeuwen, maar pastoor Simonis zette het verhaal als eerste op rijm en publiceerde het (zie de aantekening rechtsonder) in 1896. De versie die hiernaast is afgedrukt, is een bewerking van Simonis’ tekst uit 1984 door Frans Wijers. Ik werd nieuwsgierig naar meer details over de geschiedenis van de tekst, maar gaandeweg werd mijn onderzoekspad ook gekruist door duivels op het klokkendievenpad in tientallen Brabantse plaatsen. Mijn eerste conclusie moest dan ook zijn, dat het stelen van de kerkklok door de duivel eeuwenlang een ruim verbreide volksvertelling is geweest, maar dat die over Sambeek een van de weinige is die tot op de dag van vandaag gekend worden. Bij de monumentale kerk van Sambeek staat nog steeds een zeer fraai gedenkteken dat de sage in beeld brengt, vervaardigd door Mirjam Verheijen. De vertelling Vatten we de berijming door pastoor Simonis samen, dan lijken er in de sage twee hoofdmotieven te zijn. De pastoor laat een fraaie kerk met toren en klok bouwen, maar vergeet dat die klok gewijd moet worden. Die nalatigheid komt hem duur te staan. Nooit zou de duivel zich kunnen vergrijpen aan een gewijde klok, maar die ongewijde van Sambeek is een gemakkelijke prooi. Het tweede motief is dat de duivel de klok ergens in de buurt ‘begraaft’, liefst op een afgelegen, moerassige plaats, onder water, en dat hij in de kerstnacht die klok komt luiden. Deze motieven en varianten daarop zijn voor ons bewaard door K. ter Laan (1949), J.W.R. Sinninghe (1937), en door P.N. Panken (1893). In hun werk trof ik onder andere de volgende vergelijkbare sagen aan. - Ginneken (Breda) – De duivel steelt de klok en gooit die in de Mark. ‘De klok wordt in den Kerstnacht om twaalf uur door den duivel geluid.’ - Riel en Alphen - Tussen het Hoefke en de Alphensche Hoef ligt de Duivelsput. In de kerstnacht wordt die door de duivel geluid. ‘Niemand komt daar naar luisteren, want ‘t is een beruchte spookplaats.’

Omslagtekening van K. ter Laan, Wat de torens vertellen, 1940 - Engelen – ‘De kasteelheer had eens een klok in den toren laten hangen, maar daar ze niet gewijd was, had de duivel er macht over, rukte haar uit den toren en wierp haar in het nabijgelegen wiel.’ [Wiel = diepe waterplas.] - Veldhoven – In de Klokkenkuil, luidt in de kerstnacht om twaalf uur één enkele slag. - Bergeijk - Het Fresseven – ‘Juist in het midden van het ven ligt een torenklok verzonken, die in den Kerstnacht luidt.’ Verder worden nog genoemd, meestal zonder gegevens over de inhoud maar met de plaatselijke veldnaam: Westerhoven (De Breeput), Strijp (De Dieprijt), Luyksgestel (De Dodenput), Budel (De kattenkuil), Zundert (De Matjes), Steensel (Het Goor), Leende (Het Klokven), Borkel (Het Malpieven), en Dommelen (Het Rondven). Religieus lawaairitueel Waarom doet de duivel dat eigenlijk, klokken stelen? Omdat hij het geluid van gewijde klokken niet kan verdragen. Het doet hem op de vlucht slaan, maar met het luiden van de ongewijde klokken kan hij de gelovigen juist aan zijn aanwezigheid herinneren. Dan is de kerstnacht, als de Verlosser wordt geboren, het beste moment om het feestje te verstoren. Het luiden van kerkklokken is vanouds een ritueel waarbij het maken van lawaai de boze geesten verdrijft. Het vuurwerk in de nacht van oud- op nieuwjaar draagt daarvan misschien wel de meest vergeten betekenis. En nog Brabants nummer 22 - september 2019

19


NICO VAN KRUISBERGEN

De lach van…

Arie van Roozendaal (Schijndel 1929 – Eindhoven 1998) Zanger Arie van Roozendaal werd in 1929 in Schijndel geboren. Hij was werkzaam bij de toenmalige PTT en schreef in zijn vrije tijd liedjes over heel uiteenlopende onderwerpen, waarmee hij vanaf 1975 optrad. Hij won onder meer de Ambachtelijke Kunstprijs op Kasteel Nemerlaer in Haaren, de Bronzen Noot (1977) en de Gouden Noot (1979) en de Dommelprijs in Neerpelt in België, een wedstrijd uitgeschreven door zowel de Belgische als de Nederlandse Omroep Brabant, de BRT en Radio Limburg (1978). In 1979 won Arie bovendien de wedstrijd van Omroep Brabant voor carnavalsliedjes met Waor ken ik oe van? Maar zijn mooiste vastenavondliedje is ongetwijfeld Duu de die dè dik, dat

hij schreef voor de Schijndelse carnavalsclub de Broekhoesters. Er zijn van hem twee langspeelplaten uitgekomen: de lp’s Arie van Roozendaal en Hei en Zeij. In 1989 verscheen een cd waarop liedjes van Arie afgewisseld worden met nummers van zijn vriend Huub van Eijnthoven. Deze bijzondere schijf heet Brabant van Eynthoven tot Roozendaal. In 1994 volgde de cd Arie van Roozendaal. Zijn allerbeste. De liedjes van Arie hebben een bijzondere sfeer. Ze lijken eenvoudig, maar hebben vaak een verrassende geestigheid in zich. Dikwijls gaan ze over de liefde en zijn ze vrolijk van aard. Arie was graag met zijn Brabantse taal bezig. Een bundeltje verhaaltjes en gedichtjes dat hij onder de schuilnaam Ad Narte publiceerde,

getuigt daar ook van. Hij kreeg prachtige invallen. Een aardig voorbeeldje daarvan ter illustratie uit M’n dörp: In da klooster wonen twee geklede nonnen nog mar slèchts. Da’s nog over van ’n bloeiende gemeenschap. Zuster Sylvia zit links en zuster Salvia zit rèchts. Da zijn nonnen nou met tweeën onder één kap. Gevoel voor humor De liedjes met een ‘autobiografische inslag’, die dus over hemzelf of zijn familie gaan, zijn het sterkste. Om er een paar te noemen: Kùiren op de Keur, Geskarrel in de Bimd, Grutvadder, Z’n urste durske, Hofmakerij. En dan is er natuurlijk zijn bekendste lied: De vier klèin mannen. Dat

NOUD BONGERS EN ANNETTE RAEMAEKERS

Schrijfwedstrijd mooiste Brabantse kerstgedicht 2019 ’t Lekt nog wel wijt-e-weg, mar nog ekkes èn dan is’t alwer kèrst! De jaarlijkse schrijfwedstrijd om het mooiste Brabantse kerstgedicht wordt weer gehouden. Met ingang van dit jaar niet meer in Boxmeer, maar in het mooie dorp aan de rivier: Lith! Mientje Wever en Carel Thijssen hebben de organisatie van de schrijfwedstrijd overgedragen aan Annette Raemaekers en Noud Bongers met een ‘verhuizing’ naar Lith als gevolg. Brabantse amateurdichters en -schrijvers worden uitgenodigd om een Brabants kerstgedicht te schrijven.  De gedichten kunnen tot uiterlijk zaterdag 2 december a.s. worden ingestuurd. Het gedicht moet geschreven zijn in het dialect van de eigen streek of plaats en mag maximaal dertig regels lang zijn. Uit de inzendingen kiest een des-

22

Brabants nummer 22 - september 2019

kundige jury twintig gedichten die mogen deelnemen aan de finale om het mooiste Brabantse kerstgedicht 2019. Deze finale vindt plaats op zaterdag 16 december in zaal de Hoeve van de MFA de Snoeck aan het Marktplein 24 in Lith. Aanvang 14.00 uur. Toegang: gratis. Voor de drie beste gedichten zijn fraaie prijzen beschikbaar.  De deelnemers kunnen hun gedichten naar een van onderstaande adressen mailen. Ze krijgen dan een ontvangstbevestiging. Veel inspiratie en veel plezier met het schrijven van uw gedicht. Meer informatie over de wedstrijd om het mooiste Brabantse kerstgedicht 2019 is verkrijgbaar bij:  Annette Raemaekers, 0412 482374 / 06 54740081, annemathraemaekers@gmail.com en Noud Bongers, 06 10108393, info@noudbongers.nl


Arie van Roozendaal

behoort tot de allermooiste dialectliedjes van Brabant. Ook al spant in Honderd zakken gort vur de nonnen, ‘t Neijmesienlaoike en de Zeuven zusters zijn gevoel voor humor misschien wel de kroon. In 2010 verscheen postuum de cd Die dingen gebeuren. De uitgave was een initiatief van Sjef en Wies van Schalen en de Stichting Brabantse Avonden in Berlicum. Op die avonden had Arie zo vaak geschitterd dat de organisatie vond dat zijn niet-uitgegeven liedjes alsnog zoveel mogelijk gepubliceerd moesten worden. Het resultaat is een fraaie dubbel-cd met 36 liedjes geworden. Het was altijd een genoegen om Arie zijn zelfgecomponeerde liedjes te

horen vertolken. Simpel met gitaar; het had iets puurs! Toen hij door een ernstige ziekte in een rolstoel terechtkwam, dook hij af en toe nog op bij gelegenheden waar hij vroeger furore had gemaakt. Zo kwam hij in 1996 naar het Brabants Dialectenfestival in Lieshout om afscheid te nemen van de mensen onder wie hij zich een kwart eeuw lang zo goed had thuis gevoeld. In 1998 stierf Arie in zijn woonplaats Eindhoven. Met hem verloor het Brabantse podium een sympathieke, getalenteerde man die door dik en dun gesteund werd door zijn vrouw Mia. Arie van Roozendaal, een Brabantse dialectzanger om nooit te vergeten.

De vier klèin mannen Opoe waar jarig en de kiendjes van de kéénder waren ammòl swoenzessmiddes op ’t fist verzocht Die van d’n buurman han um opoe’s te besteeke allemòl ’n klèinighèid gekregen of gekocht Kriesje ha wèh kersen in ’n kiesje Pietje ha ’n bietje kèrremenèij Jèntje ha ’n peer in ieder hèndje Kleuske ha ’n deuske met ’n èij Zoo tege drieje stonnen alle vier die kiendjes nètjes schón gewaasse met d’r beste pèkske òn en hil vurzichtig um de spulle nie te breeke zen ze dur de moeder naogekeke dan gegòn Kriesje met wèh kersen in ’n kiesje Pietje met ’n bietje kèrmenèij Jèntje met ’n peer in ieder hèndje Kleuske met ’n deuske met ’n èij O jee, wèh waar de weg nor opoe’s unne lange ’t Waar zoo bé mekaar toch mar ’n arig eindje gòn en alle spulle die ze droege, leeke lèkker ’t waar gewoon gin doen um de verleiding te wirstòn Kriesje viet wèh kersen ùit z’n kiesje Pietje viet ’n bietje kèrmenèij Jèntje ha twee kroozen in z’n hèndje Kleuske ha alleen nog hil z’n èij

Toen dèh ammòl op waar, kreeg d’n oudste in de gate dèh ze toch nie zonder iets nor opoe’s konne gòn hij stelde veur um gaauw wèh bluumkes gòn te plukke en dèh hebbe toen die slimme jonges mar gedòn Kriesje din viooltjes in z’n kiesje Pietje viet margriete ùit de wèij Jèntje vond ’t een of aander plèntje Kleuske lin ’n reuske bé z’n èij Opoe verklaarde dèh ze in d’r hille leeve ècht nog noit zón mooi en zovvel bluumkes ha gehad en dùrrum hi ze dan ok een vur een die jungskes efkes lèkker bé d’r op opoe’s slip gevat Kriesje met viooltjes in z’n kiesje Pietje met margriete ùit de wèij Jèntje met ’t een of aander plèntje Kleuske met ’n reuske en ’n èij Aquarel Nelleke de Laat

Brabants nummer 22 - september 2019

23


NIEK VAN GIELS, PIETZEUN

In waoter gebakke… Opoe en opa ’adde twaolef kinders, waorvan ôônze mao ’t ouwste meske waar. Bij d’r geboorte wier ze Dorothea gedopt, mar éél d’r wijere leve mee Door, Doortje of Dora aongesproke. Alléén paoke noemde d’r Duikelemuinus, omda ze zo glad waar aon de rekstok, meraokels bééntje ’n over kon schetse, éél aard lôpe en aon rei-daanse dee. Ze ging t’r prat op, da s ’as meske van veertien deur de burgemééster zellef gevraogd wier om te komme diene, ‘nie gewôôn as dienstbode, mar veral as gezelschaps­ daome vor de bejaorde moeder van de burgervaoder’. A wij zeeje da se toch wel ’n bietje stoefte, oreerde ze: ‘Je mot mar zo denke: ‘je ben nie méér dan ’n aander, mar zéker nie minder!’ Deurdeweeks waar z’ intern in de stad en saoterdags en sondags bij paokes en moekes in ’t zaandbaontje, b’alleve a’t er in d’ambswôning ’n dinee, ’n féést of iets aanders hoffesjeels g’ouwe wier. Dan moesse Bette - de kokkin- assistere, ete opdiene en lege borde af’aole, wijn schenke, mar afwasse ‘oefde ze nie. ‘’k ’ep daor veul ge­ leerd’ see se dikkels : ‘wild mot ’n paor daoge besterreve in de grond, aozepeper mot lang stove, in zeekraol ‘ore beschuitekrûmmels en in rôje kôôl goudrenette.’ Se moes daor netuurlijk gin zwaor ’uis’oudelijk werk doen mar dikkels thee drinke en conferseere mee d’ouwe daome of Lûstere naor ’t piaonospeule van ’eur vrijgezelle kleindochter. As manneke van ’n jaor of tien brocht ik sommetije op zaoterdag d’uur ,’n riksdaolder, in ’n envelop naor ’t burregeméésters’uis. De femilie aar naomelijk verschei­ ene paande in de straot. Ik zat dan aon ’n grôte, antieke taofel ranja te nippe en en ’n koekske te knabbele. Ik zaag staotige kaste, glimmende dreswaars mee vaoze en stollepe, geschilderde petrette in gouwe lijste en de kristalle krôônluchter, die ôônze mao af ’at meuge stoffe. Avvetoe spûlde zullie dochter piaono, die se ‘vleugel’ noemde. D’ouwe moeder vroog ok altij naor ‘moeder Dora,’ die ik mar ’artelijk moes groete. Da se verstaand van koken ’ad, liet se nie dikkels blijke. Aon de rôje kôôl ontbroke mééstal de goudrenette en as ôôze pao daor iets van zee, beweerde ze da’s op school van de seur geleerd ’ad, dat er in beetgaore groente de mééste vitemines zitte. Sommetije waar t’r daogelang gin kerremenaoike of ’n balleke g’akt, mar ’n kripke spek of ’n aardgekokt ei. Een taaie, maogere runderlap kondigde z’aon as: ‘Bekaant-bief, in waoter gebakke’. ’t Toetje was dan smerige setetisch rukende klop-klop, die z’ijsjespudding’ noemde. ‘Ejje wir schoene gekocht, Door?’ vroog ôônze pao dan.’ ‘Neie ’n ’or Piet,’ see se, mar ’t waar net of d’r kôkskes nog ietskes meer bloosde. Ettelijke weke laoter zag t’ie – aostig op weg naor de leste mis- d’r nuwe schoene. IJ trok grimmig ze klotje

30

Brabants nummer 22 - september 2019

vaster op ze kop en zee niks. Op straot en in de kerk moes tie z’n eige in’ouwe en onder de mis ’ad z’m mee ’n aai over ze bol ‘bekeerd’. ‘J’et er wir wa van gebraoid, Door,’ zee tie laoter thuis. As se ’te lijk’ moes, waar se zwaor teneergesloge, mar ass’ uitgeschrééuwd waar, ging t’r kopke wir gaauw om’ôôg: ‘De wereld gao teur; d’r is nog zuvvel smaoke­ lijks van te braoije.’ Op ’n aovet kwam se thuis van de VOS-cursus meeje schoolschrifje. Op ’t etiket sting in sierlijke vrouwelet­ ters: DORIEN. ‘ Dora’ waar een te ‘desiele naom.’ Z’aar der eige om laote dôôpe. ‘Ik ben nie volgzaom mir,’ sprook se. ‘Ze motte MIJN fetaon mar vollege.’ Ze wier lid van de perochieraod, waor se bekaant-ketterse uit­ spraoke dee, schol op ’t verpleeg’úis van ôônze pao en ging t’ um uteindelijk mar zellef elke dag verschôône en ete geve. Z ’aolde d’r rijbewijs en twee zwemdiploma’s en waar ’t oudste lid van de daomes gymclub, tot z’t ammaol nie mir zo goed wies. Ze wier 92. Tijdens m’n slotwoord en laoter in de koffiekamer emme vor schedaol naogelache: Ge kunt ’r op deze wereld nog zuvvel smaokelijks van braoije: ‘Bekaant-bief , in waoter gebakke.’ < In het dialect van Steenbergen > Uit Moeder de vrouw. Brabants ­boekenweekboek 2019 Genomineerd voor de Willem Ivenprijs 2019

Geef een abonnement op Brabants cadeau! Voor slechts € 24,50 verras je iemand met een jaarabonnement op Brabants. Stuur een mailtje met de gegevens naar info@stichtingbrabants.nl en wij regelen het voor u. Voor familie of vrienden in het buitenland? Ook dat is mogelijk, zowel een papieren abonnement als een digitale versie. (Zie voor meer info het colofon achterin).


JOS SWANENBERG

Beknopte handleiding bij de digitale databank van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten In Brabants 16 (maart 2018) heeft u kunnen lezen over e-WBD, de digitale databank van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD) op www.e-wbd.nl . Het e-WBD bevat 15.794 begrippen, 140.091 trefwoorden en 1.704.116 dialectopgaven, verzameld in ruim 2.950 Brabantse plaatsen ofwel dialecten (iedere plaats vertegenwoordigt een eigen dialect). De dialectwoorden zijn in een periode van meer dan honderd jaar, vanaf de jaren 1880 tot in de jaren 1990, verzameld en vele zullen inmiddels in de vergetelheid geraakt zijn. De manier waarop kan worden gewerkt met deze databank is niet eenvoudig gebleken. Daarom presenteren we hier een beknopte handleiding. Thematisch woordenboek Om te beginnen zijn er twee zaken die het WBD een woordenboek maken dat anders is dan andere woordenboeken: Het WBD is geen alfabetisch, maar een thematisch woordenboek. Iedere aflevering behandelt een bepaald onderwerp van de woordenschat (over boerderij en boerenerf, over molenaar en bierbrouwer, over feest en vermaak enz.; onder ‘Overzichten’ vindt u op de website de oorspronkelijke uitgaven van het WBD als pdf-bestand). Het doel van dit project was namelijk om de verdwijnende woordenschat op te tekenen die bij de levenswijze en cultuur van voor de jaren zestig hoort (een cultureel antropologische benadering). Dat heeft tot gevolg dat het WBD in hoofdzaak zelfstandige naamwoorden behandelt. Voorzetsels, bijwoorden, voegwoorden, telwoorden enz. vind je daarom niet of nauwelijks in de databank. Het WBD is bovendien onomasiologisch opgezet, d.w.z. dat het vertrekt vanuit de betekenis van een woord: merel=malder, melling, merzel, mirrel. Met kaarten wordt vervolgens getoond waar de verschillende dialectwoorden zijn opgetekend. Een woordenboek zoals de Dikke van Dale en vrijwel alle lokale dialectwoordenboeken zijn semasiologisch opgezet, d.w.z. dat ze vertrekken vanuit het dialectwoord: malder=merel.

Werkwijze Hoe kunnen we zoeken in de databank van het e-WBD? Bij dialectwoorden gaat het om drie aspecten: de vorm van het dialectwoord, de betekenis van dat woord en de plaats waar dat dialect wordt gesproken. Omdat het woordenboek niet semasiologisch maar onomasiologisch is opgezet, is de meest logische werkwijze de ingang via de betekenis van het woord. Dat is ‘Begrippen’ in het pulldown menu bij ‘Zoeken’. Tik bijvoorbeeld ‘merel’ in en je vindt de dialectwoorden voor die vogel in de Brabantse dialecten (i.e. niet alleen Noord-Brabant, maar ook provincie Antwerpen, Vlaams-Brabant, en Brussel). U kunt vervolgens rechtsboven ‘Dialectlijst’ aanvinken, zodat u alle plaatsnamen kunt zien. Uiteraard komt het in de praktijk vaker voor dat je op zoek bent naar een dialectwoord, en dus dat als ingang kiest. Kies dan niet ‘Begrippen’, maar via het pull-down menu onder ‘Overzichten’ voor ‘Trefwoorden’. Hier wordt de term trefwoord gebruikt en niet woordvorm of dialectwoord, omdat we nu gaan zoeken op de vernederlandste vorm van ons dialectwoord. We weten immers niet hoe het dialectwoord wordt gespeld! Daarom vind je onder ‘lijster’ lester, lèèster, lèister, laester, lääster, liester, laister etc.. Ik heb als voorbeeld het trefwoord heimen gekozen, waarbij als betekenis ‘afrasteren’ wordt gegeven, met het dialectwoord in drie spellingen (haeme, hijme, heimen) en vijf plaatsnamen. Een tweede voorbeeld dat ik koos, is malder. Nu krijg je als betekenis natuurlijk ‘merel’ en heel veel plaatsnamen (meestal gewoon gespeld als malder, maar eenmalig ook als melder, molder, màlder). En er blijkt ook nog een tweede betekenis te zijn: ‘penis’. Tenslotte kunt u uit deze databank alle dialectwoorden voor één plaats halen. Kies dan via het pull-down menu onder ‘Overzichten’ voor ‘Dialecten’ en tik daar de plaatsnaam in. Dan krijgt u (vaak een heel lange) lijst die is onderverdeeld in tritsen van begrip-trefwoord-dialectopgave, bijvoorbeeld:  bengelen-bemmelen-bèmmele.

Brabants nummer 22 - september 2019

31


RINY BOEIJEN

TILLY WIJNEN-FIRET

Zù-mèr…Zomaar

SONDAGS NOR DE KERK Ik zie ons moeder nog vur de spiegel stôn: Doe’k d’n dizze of doe’k d’n diejen ôn? ‘Vroagde gé ’t anders efkes ôn ons pap?’ ‘Och vrouwke, ge zet in allebèèj iive knap.’ Èn zoewe kwaame we elke zondag te loat. ‘Dè Joke duug ’t ‘r um,’ zoewe ging de proat. Nog nèt vur ’t Kierieje ’n plötske gevonde, mar dè waar volges ons moeder gen zonde. ’t Gloria kos ze mí dur oewge dicht van buite, èn ik zaag de zon klurre maake mí de ruite, de pestoewr tekiejr gôn op zunne prikstoel, èn bé Harriekes liejp ziejver langs zunne moel. Kreeg twieje stuivers, m’n haand gevaawe, de schoal vurbé, ik há d’r enne gehaawe. Sanktoes, sanktoes, mí ’n por roej orre Onze Lieven Hiejr waar ’n hostie geworre. Ik wis we zijn nou wijer dan halverweege, nog efkes èn we kômme Poater Noster teege, Dan ’t Anjoes Dejie, de pestoewr zunne wijn èn ès die ‘m op há, kos ’t noit lang mer zijn. Eindelijk moog ik ôn de kummuniebank kniele, woar uugskes dicht èn muulekes oope viele Doar kwaam de pestwoer mí onze lieven Hiejr èn ’t waar d’r nie enne, hij hát ‘r veul miejr. Ik moog nie op ‘m bijte, doar kos-ie nie teege, dè há’k bé m’n uurste kummunie al meegekreege. Hij zaat mee teege m’n gehemelte ôn geplèkt, dus doar hé’k ‘m toen mar zachjes van af gelèkt. Nou efkes waachte wè de pestoewr ging zeige èn of we wel allemôl zunne zeege zun krijge. ‘Gaat allen heen in vrede. Wij danken u God.’ Wij gingen heene, de zondag kos nie mer kepot. < In het dialect van Berghem> Illustratie Mathilde Artwork

34

Brabants nummer 22 - september 2019

Al jaore ben ik lid van ’n zwemclub. ’n Por kirres in ’t jaor krèège we ok ’n clubblèèjke wor we ’tiin en ’taander in kenne lèèze wa ons an gi. Iemes stuurde ok zèèn verhaal iedere kirris nur de redaksie meej de titel ‘ZO­ MAAR’ mistal niks over ’t zwemme, mèr och, ’t blèèjke rokte d’r ok meej vol! Tot vurrig jaor ’n verhaaltje de titel haj ‘Moeder de vrouw’ Dees sprak me an en rap an’t lèèze gegòn. Ik wier me toen toch kaod, gloeiend kaod bij ’t lèèze. Dieje mens haj ’t over, dè tie, as ie z’n klèèn­ keinder van school op moes haole en assie daor dan ston te wochte, ’t onneuzel gepraot van aander mense an moes hurre. Dees mense gebrùike gin van alle ’t ABN en volleges hum gebrùikte ze flut ùtsprake, die mense warre, volleges hum ‘taalarmlastig en daarom neemt het domheidsgehalte evenredig toe…’ Tusse de regelkes dur las ik dè tie ok ons dialect bedoelde. Gemiin is dè um de mense zo af te lùistere en ’t dan in ’t blèèjke in geure en kleure te vertelle. As dan de keinder de school ùtkomme schrèèft ie: ‘en m’n hoop om iets interessants op te van­ gen was al vervlogen, tot ik een vader hoorde zeggen: ‘Kom, we gòn wir is nur Moeder de vrouw!’ De schrèèver docht en schrèèft (wél in ’t ABN !) ‘huh, daar heb je weer zo’n Brabants boerke’ want dees is ’n Brabants gezegde wa dur ouw mense nogal ’s dik gezeed wordt. De pen­ nelèkker zag in z’n gedaachte ’n flink boerewijf zonder taand, ’n knutje in d’r haor, rùtjes of bluumkeskliir an en meej d’r voe-t in ’n tèil watter, èèrpel zit te schèlle. Ge gelèuft toch wel hoe ik m’n eige vuulde? De eretitel vur die goei Brabantse moeders, zôô dur d’n drèk te haole… En ik aachter munne PC um ’n reaksie nur ’t blèèjke van de club te schrèève. Wa dènkte? In ’t opvollegende clubblèèjke wier mèèn verhaal geplotst! Hum en iederiin is hil goe-d ùtgeleed hoe ìk ’r over docht. Daor aachteran wir ’n reaksie van hum!! Hij haj ’t zôô tóch nie zo krèk bedoeld. Dieje noorderling is ’t’r nao meej z’n artikelkes in ’t blèèjke gestopt, wà nou ok mèèn bedoeling nie war. Mèr jè ’t is zù-as ’t is … Wor de titel Moeder de vrouw, van hum, toe kan lij-je. Ik hur metoeres dur aander zegge, as d’n dieje van ons, m’nne mens zugezeed, nao ’t kaorte op huis àn gí, zegt; zôô, ik gaoi wirris nur Moeder de vrouw, dan worrut bij mèèn lekker wèèrem van binne. Toevallig ben ik krèk ’n boek van Toon Kortooms an’t lèè­ ze; drie kirres gebrùikt ie ‘Moeder de vrouw’ daorin, En dè is toch zéker ginne taalarmlastige schrèèver gewist...! < In het dialect van Valkenswaard > Uit Moeder de vrouw. Brabants boekenweekboek 2019


Luisterbox Brabants 22

Colofon: Brabants, jaargang 6, nummer 2, september 2019 Brabants verschijnt vier keer per jaar; in juni, september, december en maart Redactie: Riny Boeijen, Jan Luysterburg (hoofdredacteur), Ed Schilders, Cor Swanenberg, Jos Swanenberg Redactiesecretariaat: Cor Swanenberg, Milrooijseweg 109, 5258 KG Berlicum, tel. 073-5031879

De volgende door de auteurs ingesproken teksten zijn te beluisteren op de website: Niek van Giels, Pietzeun: In waoter gebakke… (Steenbergen) 5.47 Ans van Kessel: Ze blijft ze verwaachte (Vorstenbosch) 1:11 Ad van Schijndel: Dichter bè mekare / JoeToe (Heeswijk) 0.49 Tilly Wijnen-Firet: Zùmèr … Zomaar (Valkenswaard) 3.06 De geluidsopnamen zijn gemaakt door Frans van den Bogaard en geredigeerd door Cor Swanenberg. De luisterbox is te vinden op de audiopagina van www.stichtingbrabants.nl en op www.cubra.nl/brabants/Brabants_Audio.htm

Aan dit nummer werkten mee: Johan Boenie, Noud Bongers, Ans Buys, Niek van Giels Pietzeun, Wim van Gompel, Henk Janssen, Junt, Ans van Kessel, Nico van Kruisbergen, Annette Raemaekers, Ad van Schijndel, Piet Snijders, Marianne Swinkels, Tilly Wijnen-Firet, Mrinus de Witte en Hás van de Zande. Foto omslag: Henk Janssen. Tenzij anders vermeld zijn de foto’s in dit blad van Henk Janssen. Vormgeving: Meyer Grafische Vormgeving – Asten (www.meyergrafischevormgeving.nl) Druk: Grafisch Atelier Blaricum – Blaricum (www.drukkerijblaricum.nl) Uitgever: Stichting Brabants, Huub van Lieshoutstraat 6, 5401 BV Uden, tel. 06-51158839. KvK-nummer 60585412. RSIN 8539.72.199. ISSN 1572 – 1612. Bankrekening ABN-AMRO IBAN: NL73 ABNA 0545 3581 75 (BIC Code: ABNANL2A) Website: www.stichtingbrabants.nl

OPVOEDING Oew jong d’r onder lùije is tegeworrig groote skaand Opvoede doede mé geduld, begrip, verstaand Bé onze vadder ha dè weinig zin Die geleufde erres anders in Mar ja, die ha groote haand Ad de Laat, Nistelrode.

GOEI DOEL D’r ston ‘n zilletries onder ‘t deurgebont mi ‘n missiebus. Zé zin: ‘Wèllie komme rond!’ ‘Oo zoo,’ zin Jònnus, èn ie laachde schamper, ‘komde gèllie rond, nou ik mar amper!’

E-mailadressen: Algemeen: info@stichtingbrabants.nl Redactie: redactie@stichtingbrabants.nl Abonnementen: Bestellingen, opgave en mutatie van jaarabonnementen uitsluitend via de uitgever, stichting Brabants. Een jaarabonnement kost € 24,50. Losse nummers € 8,95 inclusief portokosten in Nederland. Voor abonnementen in het buitenland wordt de prijs van het jaarabonnement verhoogd met de van toepassing zijnde verzendkosten. Voor het buitenland is Brabants evenwel ook in pdfbestand verkrijgbaar. Van Hepscheuten, pseudoniem van Jan van Rijthoven, idee en tekst, met illustratie van Kees Wouters

Cor Swanenberg, Rosmalen. Brabants nummer 22 - september 2019

35

Profile for Brabants Magazine

Brabants Magazine nr. 22  

Een tijdschrift over Brabant en de Brabanders

Brabants Magazine nr. 22  

Een tijdschrift over Brabant en de Brabanders