__MAIN_TEXT__

Page 1

Brabants Jaargang 5, nummer 3, december 2018

Kwartaalblad over Brabanders en hun taal

Wil Nelemans finalist The Voice Senior De Ballade van Kees Kruik Helmonds in het verleden Waar komt de naam Brabant vandaan?


Brabants nummer 19 Inhoud

10 Cor Swanenberg: Speelgoed- en Carnavalsmuseum “Op Stelten” in Oosterhout

4 Cor Swanenberg: Wil Nelemans finalist The Voice Senior

20 Riny Boeijen: Stofjèske 21 Hás van de Zande: Spolle

6 Henk Janssen: A.F.Th. en de wereld van Bosch en Bruegel

12 Rensz Gorisse: ’t Spulgoedmuseum 12 Edith Vissers: Nieuw Erps Een blinkende skiboks of een blinkende skibox?

7 Niek van Giels Pietzeun: Slaoi-olie

18 Ed Schilders & Luc Verschuuren: De Ballade van Kees Kruik

22 Wim van Gompel: Wa Helmonds, ok van vruuger 24 Nico van Kruisbergen: De lach van… Ad de Laat

13 Ed Schilders: Cees Robben Onder de loep 3

8 Henk Janssen: Sjekladebolle van Jan de Groot

26 Wim van Lier: ’t Stalleke 14 Jan Luysterburg: Rina en Sjef Michielsen leggen ’t Zunders vast

26 Jacques van Gerven: Wurum schreuwde nou? 27 Piet Snijders: Joke 27 Jan Luysterburg: Intervjoew 27 De Witte wit wir wè

15 JACE van de Ven: Strôomötval 9 Jan Luysterburg:: WestBrabants Dialectcafé

Brabants nummer 19 - december 2018

16 Junt: De kerken gôn deecht 17 Riny Boeijen en Ed Schilders: Spraak-makend


VAN DE REDACTIE

Licht

28 Toon Kunnings: As ge ’nen hond kust

29 Piet Snijders: Aastes Diktee as ekskluzief dialektsnuupke

30 Jos Swanenberg: Waar komt de naam Brabant vandaan?

31 Lizzy van Pelt: Kneleske 32 Cor Swanenberg: Superman èn Suntreklaos 33 Johan Boenie: Woensdrechtse woordjes. Geneuk 34 Guus Meeuwsen: Menne tèùn 34 Henriëtte Vunderink: ‘Lòsbaandege vrouwe’ 35 Luisterbox 35 Colofon 36 Prent Van Hepscheuten

We leven in de donkere dagen voor Kerstmis. Volgens de Nederlanders van boven de grote rivieren wonen wij in het donkere zuiden. Sommige politici en andere onheilspredikers voorspellen dat we donkere tijden tegemoet gaan. En nu de wintertijd is ingegaan, is het ook nog eens een uur eerder donker. Redenen genoeg voor de redactie en medewerkers van Brabants om te proberen u wat licht te bezorgen. Hopelijk vindt u dat we hierin zijn geslaagd. We zeiden het al: binnenkort is het Kerstmis. Het feest van het licht. Net ervoor vindt in Boxmeer de finale plaats van de Brabantse Kerstgedichtenwedstrijd. Hoe die zal aflopen, weten wij nu natuurlijk nog niet, maar we hebben wel voor u de drie prijswinnende gedichten van vorig jaar. Ed Schilders neemt voor de derde keer Robben onder de loep. U krijgt weer interessante en amusante details te zien. Daarnaast presenteert Ed De ballade van Kees Kruik, een verrukkelijk documentje. En samen met Riny Boeijen geeft hij u in de rubriek Spraak-makend een aantal tips om ook naast uw kwartaalblad Brabants te genieten van allerlei dialecten. Riny Boeijen weet als geen ander zijn lezers en luisteraars te ontroeren met zijn knap geschreven verhalen. Als voorbeeld bevelen wij zijn Stofjèske in uw aandacht aan. Cor Swanenberg amuseert zich kostelijk met Wil Nelemans, finalist The Voice Senior. Je bent nooit te oud om succes te hebben en respect af te dwingen. Cor ging terug naar zijn kindertijd in Het Speelgoedmuseum in Oosterhout. Ook voor u een aanrader. Rensz Gorisse heeft er in elk geval een mooi verhaal over. Henk Janssen is terecht trots op de nieuwe literaire wandelgids ’s-Hertogenbosch en A.F.Th. van der Heijden. En wie naar Den Bosch gaat, kan het uiteraard niet laten om te genieten van de befaamde Sjekladebolle. Jan Luysterburg ging gezellig koffie drinken bij Rina en Sjef Michielsen, die hun uiterste best doen om ’t Zunders zo goed en volledig mogelijk vast te leggen. Jos Swanenberg vertelt op zijn rustige, duidelijke wijze, waar de naam Brabant vandaan komt. Wim van Gompel duikt eveneens in het verleden als hij het heeft over het Helmonds. Edith Vissers legt het verschil uit tussen een blinkende skiboks en een blinkende skibox. Had u dit geweten? Piet Snijders laat zijn licht schijnen over ‘t Aastes Diktee. Junt heeft zoals altijd weer een hilarische column. Deze keer werpt ze een blik op de kerksluitingen. Toon Kunnings, de winnaar van de Willem Ivenprijs 2018, vertelt wat er gebeurt As ge ’nen hond kust. JACE van de Ven, die wij onlangs nog zagen en hoorden in de Brabant Stoet in Bergen op Zoom, verraste ons met zijn Strôomötval. Wie van mooie gedichten houdt, kan terecht bij Lizzy van Pelt en Henriëtte Vunderink. Vrolijke lichtpuntjes vormen steeds weer de rubrieken van De Witte, Hás van de Zande en Johan Boenie. Maar waar u het eerst naar kijkt, is natuurlijk de cartoon van Van Hepscheuten op onze achterpagina. Wij wensen u vrolijke feestdagen en een prettige jaarwisseling en zien u graag volgend jaar terug. Brabants nummer 19 - december 2018


COR SWANENBERG

Wil Nelemans finalist The Het zal je maar gebeuren; je wordt door de vriendin van je vrouw opgegeven voor een nationale zangwedstrijd en bent een van de 2.500 aanmeldingen. Je komt door de audities en bereikt de laatste 32. Je krijgt Ilse DeLange als coach en overleeft de knock-outs! Al word je uiteindelijk verslagen door Jimi Bellmartin (uit Vught), dan nog heb je een sterk muzikaal staaltje afgeleverd dat kolossale bewondering verdient. Voor Brabants was dit geen verrassing. Wij kennen Wil Nelemans al langer als zanger/ componist, maar dan van Brabantstalige liedjes. Bij de Blind auditions van The Voice Senior zong hij het nummer Piano Man van Billy Joel en overleefde de tweede ronde met een ontroerend goed gezongen You’ve got a Friend van James Taylor. In de finale koos hij voor The A Team van Ed Sheeran. Opmerkelijk is dat deze begaafde zanger eerder ook Brabantstalige liedjes maakte en op cd’s uitbracht: Nim ik aon/ I presume en Troast. Hierbij werd hij begeleid door Jos Bloks (basgitaar) en Pius van Erve (percussie). (Zie Brabants juni 2009 met het lied Ouwerwets gezellig op cd en Brabants oktober 2010 met Troast.) Zijn affiniteit met de Brabantse taal heeft hij nooit verloochend. Bewijzen daarvan zijn er te over. Zie d’oons es! het lied over vrijheid (in een caravan) vertolkte hij onder meer op het Brabants Lach- en Liedfestival in De Lievekamp in Oss. Jaren geleden al heeft Ed Schilders Wil Nelemans op CuBra een plekje gegeven en daar prijken nog steeds tekst en muziek van Mun Broabant. En opeens zijn er nu veel meer bezoekers op de site (http://www.cubra.nl/muziek/WilNelemans/index.htm). Het lied Osterhout over de geschiedenis van de plaats waar hij twintig jaar woonde, moeten we hier zeker vermelden, maar ook zijn lijflied dat Onbezonne heet en hij een van zijn mooiste Brabantse liedjes vindt. Toen Wil het in België speelde, dachten de luisteraars dat het een lied was van de Vlaamse zanger-gitarist Zjef Vanuytsel en dat werd door hem uiteraard ervaren als een groot compliment. Nelemans werd in 2007 tweede op het liedjesfestival Be­ ter Brabants in Den Hout met Den eik op den Lind. Hij deed mee aan Brabants Moiste, de verkiezing van het mooiste dialectlied met Proef ’t leve. Hij werkte samen met fanfare Sint Joris uit Dorst aan de vertolking van De Fanfare van Honger en Dorst, naar voorbeeld van Gerard van Maasakkers. Ode aon dun dracht leverde een opmerkelijk dialectlied op; zijn Vlaamse moeder gebruikte dracht als term voor zwangerschap. Stommerik Wil werd geboren in Roosendaal in 1957 in een gezin

4

Brabants nummer 19 - december 2018

met twee kinderen. Vader kwam van Etten-Leur, waar hij een groente- en fruitzaak had. Moeder was van Belgische origine (Essen). Oma van moederskant was heel muzikaal. Zij was een gerenommeerd pianiste die nog les kreeg van de Belgische componist Peter Benoit. Wil bezocht de Aloysiusschool en daarna het Norbertus College in zijn geboorteplaats. Hij is een alfa en goed in talen. Als jongeman was hij al gitarist bij de Silver Ea­ gle Express, een countryband. Toen hij net besloten had daarmee te stoppen, werd de groep uitgeroepen tot beste countryband van Nederland en mocht een opname gaan maken in Nashville, Tennessee. ‘Stommerik, da ge d’r bent’ had zijn vader gezegd toen die reis vanwege de opzegging aan zijn neus voorbijging. Wil werd vooral aangetrokken door countrymuziek. Zijn grote muzikale voorbeelden zijn Bob Dylan, Don McLean, Ralph McTell en James Taylor, allemaal prachtige volkszangers. Nelemans heeft een veelzijdige mu-


WIL NELEMANS

Voice Senior ziekcarrière achter de rug: hij heeft nog een jaar met Jimmy Lawton getoerd door Nederland en België. Vijf jaar lang was hij als bariton betrokken bij de zeskoppige vocal group Back on Track uit Vught. Hij woonde twintig jaar in Oosterhout en verblijft sinds 2013 in Borgharen. Gevraagd naar zijn beroep, zegt hij: ‘ik zit in de logistiek en bestuur grote projecten, vooral in China.’ Op internet zien we dat Wil ook de akte mo Engels behaald heeft. Die studie heeft hij naast een parttimebaan bij een bank voltooid aan de Leergangen in Dordrecht en Tilburg. Hij heeft ook nog even Engels gedoceerd op een avondcursus van Scheidegger in Roosendaal. Op 25-jarige leeftijd is hij de logistiek ingegaan en altijd in die sector werkzaam gebleven. Daarnaast is muziek de passie die hem nooit heeft losgelaten.

ONBEZONNE (FRAGMENT) Gij zit veilig achterop K’heb de wind pal op kop En gin meens die me heurt Of wel zaonikt, of wel zeurt ’T scheelt oons ginne zier ’T gaot oons puur om vertier Net zo laang as ’t duurt Blèf ik dicht in oew buurt En de wind blaost oons trug En ’t riet flitst vurbij

Macedonië In 2010 overleed zijn dochter Noortje op 21-jarige leeftijd aan hersenvliesontsteking. Een traumatische ervaring die veel indruk gemaakt heeft en veel persoonlijk leed teweeg bracht. Als gevolg hiervan eindigde zelfs zijn toenmalige huwelijk. Hij is hertrouwd met de Macedonische Svetlana. Aan haar heeft hij een mooi lied gewijd: Lana’s song. De nieuwe relatie verklaart ook de liedjes Skopje (Macedonia we love you) en Vrati se (Kom terug in het Macedonisch). In Oosterhout heeft hij in 2013 bij Martijn Kerkhofs de Engelstalige cd Transition opgenomen. Volgens Wil speelt Kerkhofs elektrische gitaar zoals meestergitarist Mark Knopfler. Wat opvalt bij de gemakkelijk in het gehoor liggende liedjes van Wil Nelemans is de mooie balans tussen tekst en melodie; het maakt niet uit of het Brabants- of Engelstalig werk betreft. Hij kiest onderwerpen uit zijn nabije omgeving en schrijft toegankelijke teksten. Ook zware onderwerpen krijgen vaak een lichte toets. Zijn oeuvre behoort zeker tot de muziek die als easy listening te boek staat. In Limburg, waar hij nu woont, is hij verbonden aan de zeskoppige band Good Company met leadzangeres Hellen Moes. Of de sympathieke Brabantse singer-songwriter nog nieuw werk zal maken voor de Brabantse dialectscene is twijfelachtig na zijn recent doorslaand succes met Engelstalig repertoire. Daarom troosten we ons hoopvol met de titel No final good-bye op zijn laatste cd. We vroegen Wil tot slot om zijn top tien van Brabantse woorden in te spreken. 

Ik vuul z’n kracht in m’n rug En gij leunt tege mij Tege mij Munne tred, nie te vlug ’Kwil nog laang nie terug Ik vuul me één, zo mee jou Aon d’n einder gloort ’t blauw ’K vraog me af, wa gij denkt Unne visser die oons wenkt We gaon ruste aon de kaant Fel genieten van di laand Schuite vaore vurbij Ik bewonder oew lach Schoone kleure in mei Op n’n durdewèkse dag En de wind blaost oons trug En ’t riet flitst vurbij Ik vuul z’n kracht in m’n rug En gij leunt tege mij Tege mij Tege mij Tege mij

Brabants nummer 19 - december 2018

5


HENK JANSSEN

Sjekladebolle van Jan de Groot Het is schandelijk dat in Van Dale, toch het Groot woordenboek van de Nederlandse taal, het woord sjekladebol niet is opgenomen. Het staat niet onder de letter ‘s’ (en evenmin onder ‘c’). In het Bosch’ Woordenboek (editie 1993) worden onze sjekladebolle tussen sjap en sjèt wel vermeld. De verklaring van het woord, in dat door Adr. Heinen uitgegeven idioticon, is echter ondermaats. Als je immers als lexicograaf kennelijk niet weet Brigitte Verhaeg-De Groot dat de enige, echte sjekladebolle sedert de jaren vijftig van de vorige eeuw uit de ovens van banketbakkerij Jan de Groot komen, dan heb je je huiswerk niet goed gedaan of deze typisch Bossche lekkernij nog nooit geproefd. Het mag dan zo zijn, dat bakker Joseph Lambermont (de firma werd opgericht in 1796) destijds op zijn winkelruit in de Visstraat al meldde dat hij specialist was in Bossche koek en chocoladebollen, en dat in het archief van de bisschop nog een rekeningetje uit 1845 is te vinden waar Bossche bollen op voorkomen, het is onmiskenbaar zo, dat ‘de bloei van de Bossche bol’ is begonnen in 1951. In dat jaar nam banketbakker Jan de Groot op donderdag 9 augustus zijn intrek in het fraaie, klassieke pand aan de Stationsweg 24 waar men nog steeds gevestigd is. Handelsmerk Dochter Brigitte Verhaeg-De Groot, die vandaag de dag samen met haar 46-jarige neef Jan de Groot de scepter zwaait, zegt het zo: ‘Mijn vader, Jan de Groot - telg uit een Brabants bakkersgeslacht - heeft de sjekladebolle op de kaart gezet. Wij, mijn neef en ik, die hem in 2002 opvolgden, hebben ons vooral gericht op de bewaking van de kwaliteit en op de marketing en verkoop. We verkopen als banketbakkerij naast de sjekladebolle natuurlijk ook ander gebak. We hebben tegenwoordig zelfs een Bos­ sche Bol Likorette in het assortiment en een heerlijke bonbon, de Bossche kus. En naast de winkel is een lunchroom met een keur aan gerechten. We serveren op afspraak een high tea. Maar de sjekladebolle zijn onze corebusiness. Sedert ons aantreden wisten we de omzet van het bedrijf te verdubbelen. Als gevolg daarvan verhuisden we zo’n tien jaar geleden een belangrijk deel van de bakkerij naar het industrieterrein De Vutter, waar mijn neef ook woont. Intussen hebben we veertig personeelsleden

8

Brabants nummer 19 - december 2018

en maakt de Bossche bol maar liefst 80% van onze omzet uit. Elke dag gaan er duizenden sjekladebolle over de toonbank en verder kun je in ’s-Hertogenbosch in circa vijftig horecagelegenheden de enige, échte Bossche bol bestellen. Wel op het bordje letten. We hebben in 1999 de naam ‘Bossche bol van Jan de Groot’ als beschermd handelsmerk in de Benelux geregistreerd. Zie je bij een horecazaak een bord met daarop de tekst ‘Banketbakkerij Jan de Groot’ en een afbeelding van de Gouden Draak op een zuil, dan zit je goed.’ Om bij gebak over het geheim van de smid te spreken, klinkt op zich eigenaardig. Maar het is nu eenmaal zo, dat - met een knipoog naar dat gezegde - slechts ingewijden weten hoe een Bossche bol een échte sjekladebol van Jan de Groot wordt. De lekkernij begint met het bakken van de soes; een activiteit die zestien minuten duurt en in een klassieke inschietoven plaatsgrijpt. Dit proces luistert nauw omdat men een constant gelijke kwaliteit moet bereiken. Daarna volgt de onderdompeling in een mengsel van warme chocolade. De couverture wordt speciaal voor Jan de Groot gemaakt door de Belgische specialist Callebaut. Na het aanbrengen van de chocolade laat men de bol afkoelen tot circa vijftien graden. Tot slot wordt het gebak met slagroom gevuld, en is de sjekladebol klaar om over de toonbank te gaan. Brigitte Verhaeg-De Groot: ‘Als ik deze cyclus overzie, dan klinkt het behoorlijk eenvoudig. En weet je, dat is het eigenlijk ook. Mijn opa zei altijd al: “Eenvoud moet het succes maken”. Daar houd ik me aan vast.’ Mijn lievelingsgebakje Aan succes ontbreekt het niet. De sjekladebolle van Jan de Groot zijn door de jaren heen in heel Nederland bekend geraakt. Ze figureren zelfs in radio- en televisieprogramma’s. In het hele land wonen klanten, die met enige regelmaat speciaal naar ’s-Hertogenbosch reizen om zich aan de lekkernij te goed te doen. Ook in de literatuur komen we de Bossche bol tegen. Nederlands grootste auteur, A.F.Th. van der Heijden, schrijft in zijn boek Vallende ouders over de Bossche bol: ‘En nog wel mijn lievelingsgebakje.’ Bovendien laat hij in zijn boek Kwaadschiks weten ‘We hadden die dag alleen een paar Bossche bollen op…’ waarmee direct duidelijk is, dat je op Bossche bollen het leven van alledag prima aankunt. Terwijl ik in de winkel een foto maak van mijn gesprekspartner, hoor ik achter me zeggen: ‘Mag ik er zes?’ Wijs mij in het hele land maar eens een banketbakker aan, die dan meteen weet dat het om zes sjekladebolle gaat. Beter kun je de succesformule van banketbakkerij Jan de Groot niet illustreren. De website van Banketbakkerij Jan de Groot: www.bosschebollen.nl 


JAN LUYSTERBURG

Leuk, ontspannend, prachtig, leerzaam

West-Brabants Dialectcafé Het West-Brabants Dialectcafé, dat donderdag 27 september jongstleden werd gehouden in de zaal van Hotel Dekkers te Ossendrecht en was georganiseerd door Heemkundekring Het Zuidkwartier, trok een vijftigtal bezoekers. Dit aantal stemde voorzitter Jan Luysterburg tot grote tevredenheid, want hij had veel afmeldingen ontvangen vanwege vakantie en ziekte. Er waren naast mensen uit de streek bezoekers vanuit Zundert, Rucphen en Roosendaal, zodat de naam van de dialectavond eer werd aangedaan. Na afloop hadden de bezoekers veel complimenten: ze hadden genoten.

Vrolijk Onder de bezoekers bevonden zich elf mensen die zich aanmeldden voor het voorlezen van een verhaal of een gedicht, of het zingen van een lied. Zeer passend was de opening door zangeres/schrijfster en winnares van de Zachte G Adri Hoppenbrouwers (afkomstig uit Zundert, maar woonachtig in Rucphen); zij zong het lied ’Ik praot plat’. Dat dit aanvankelijk niet van een leien dakje ging (Adri had de cd met de muziek thuis laten liggen) werd niet als hinderlijk ervaren. Integendeel, er ontstond een vrolijke stemming. Wie Bergenaar Paul Asselbergs kent, weet dat bij zijn verhalen de stemming alleen maar vrolijker wordt. Dat was ook nu weer het geval. Jaantje Hack uit Halsteren beschreef hoe zij altijd weer een baas of een aantal bazen boven zich had, totdat ze trouwde. Frans van der Sande uit Ossendrecht beschreef zijn belevenissen met een konijn dat bij hem niet lang welkom was als vakantiegast. Edy Minnebach uit Hoogerheide had een kluchtig verhaal over een intelligente, maar ook excentrieke oude man, die jonge borreltjes spaarde. Ontroering Elly de Jong vertelde op rijm hoe zij als meisje de zolder was opgekropen om zo veel mogelijk rommel op te ruimen, maar dat daar uiteindelijk niets van terechtkwam.

Frans Nefs uit Halsteren had uit zijn archief een vrolijk gedicht opgediept over een boerenechtpaar dat zijn schaapjes op het droge heeft. Joost Gabriëls uit Bergen op Zoom las het Gròòt Berregs Diktee van 2011 voor, destijds geschreven door Cees van Broekhoven. Joost had dit diktee namelijk gewonnen. Rie Roks uit Halsteren ontroerde iedereen met haar vertelling over de drie moeders die zij heeft gehad en de moeder die ze later zelf is geworden. Een prachtig autobiografisch verhaal, dat menigeen de tranen in de ogen deed springen. Jan van Elsakker uit Hoogerheide herinnerde iedereen aan het ‘huiswerk’ dat hij de vorige keer had opgegeven en las daarna drie verhalen voor die de perikelen rond het dekken van een rutse geit door een bok als thema hadden. Dick van der Poel tenslotte haalde een vrolijke jeugdherinnering op. Quiz Na de pauze was er een quiz, bestaande uit twintig meerkeuzevragen in het dialect van Bergen op Zoom, 21 vragen in het Halsters en twintig in de dialecten van Woensdrecht. De vragen waren op Calfven gratis gedrukt door een sponsor. Iedereen deed zijn uiterste best om de toch wel moeilijke vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, al werd er ook vaak gelachen om de humor in de aangeboden alternatieven. Uiteindelijk bleken er drie deelnemers uit te komen op 58 goede antwoorden, te weten Coba Verbogt uit Halsteren en Willy Groffen en Dick van der Poel uit Hoogerheide. Naast ’eeuwige roem’ verwierven zij daarmee ook een prijsje, dat voor dat doel was geschonken door Paul Asselbergs. Omstreeks half elf togen de bezoekers met een goed gevoel huiswaarts, hoewel sommigen er de voorkeur aan gaven om nog een tijdje na te kaarten. Het volgende West-Brabants Dialectcafé, dat wordt georganiseerd door Dialectgenootschap De Berregse Kamer, vindt plaats op 13 december 2018 in Het Zwijnshoofd te Bergen op Zoom.

Brabants nummer 19 - december 2018

9


RENSZ GORISSE

’t Spulgoedmuseum Ik kan zegge dè ’k as klein manneken eb lere lezen en schrijven in ’t spulgoedmuseum. Nou kand op oe klompen aonvoele dèt ’r iets nie klopt as ik dè zeg, mar ik zal ’t oe uitlegge. Zo net nao d’n oorlog was Wosterout nie veul mir dan ’n groot durp. Kwaamde vanuit Dongen langs ’t Boerenend en d’n heiligen driehoek, of vanuit Rijen langs de Vuraai en d’Antoniuskerk, aon de rand van Wosterout kwaamd’uit op ’n eel klein plèntje: De Zandheuvel. D’r stonde wè winkeltjes, ’n paor uizen en één van de kanten van dè plèntje was de Vincentiusschool. Een jongensschool op d’n hoek van de Zandheuvel en de Vincentiusstraat. Zo’n mooie ouwe school meej overal tegeltjes en hoge gangen en klassen, meej ’ne grote kestanjenboom op ’t plein, in de zomer volop zwaluwnestjes onder de dakgoot en in de winter as t’r sneeuw laag ’n grote glijbaan schuins over ’t plein. De jongens van ’t Boerenend kwame mistal op d’r klompen naor school, de jongens uit ’t durp mistal op schoene. Nog gin honderd meter vedderop in de schaoj van d’Antoniuskerk was de kleuterschool en de mèskesschool. De nonnekes die daor de boel draaiende hieuwen, woonde d’r neffe in ’t klosterke. Nou zodde messchien denke, hoe witte gij dè? Simpel, ik ben d’r geboren en getogen. In de jaore zeuventig wiere de mèskesschool en de kleuterschool afgebroken en op die plek kwamen uize. ’t Klosterke wier gekocht dur ’n echtpaar: Wim en Nellie Heemskerk. Twee hele sympathieke minse; hij meej ’nen langen baord, zij meej opvallend rooj haor en saomen adde ze ’n opvallende hobby: ’t verzaomele van poppen en spulgoed. Nellie vertelden ooit dè dè begonnen was toen ze drie was meej ’t verzaomele van kietelkaaikes. In ’t klosterke konne ze al dè spul goed laote zien, want d’r ware veul kaomerkes. In d’ouwe kepèl hadde ze wè mir ruimte en daor liete ze de toverlantère zien en spulde ze poppekast vur de kindere. Mar van lieverlee wier ’t klosterke te klein en ze waren ok meej te weinig om ’t ammaol goed bij te houwe. Toen kwaam t’r ’n verhuizing naor de Vincentiusschool, want die stond ondertussen ok leeg. ’n Grote club vrijwilligers ging aon de slag en nou is mijn schooltje van vroeger omgetoverd in ’n prachtig museum. En agge d’r komt en ge ziet al dè spulgoed, dan denkt aon oewe jeugd. En de jeugd hee de toekomst. Wie had dè ooit gedocht dè zo’n gebouw zonne mooie toekomst zoow krijge, teminste as de geminte nie te moeilijk doet. Mar ja, de toekomst witte van te vurre nie, mijne kleinzeun verzamelt ok kietelkaaikes, dus wie wit. 

12

Brabants nummer 19 - december 2018

EDITH VISSERS

Nieuw Erps: Een blinkende skiboks of een blinkende skibox?

Dat het dialect ook ooit voor verwarring kan zorgen, bleek kortgeleden maar weer eens tijdens onze wintersportvakantie. We waren met oud-Erpenaar Rob van Eert aan het skiën. Rob ziet er altijd op en top uit, maar het is ook weer niet zo dat hij bijster geïnteresseerd is in de mode of in de skimode. Tijdens het skiën is hij, met een donkerblauwe skibroek en een donkere jas, een onopvallend figuur op de piste. Er zijn mensen die er meer moeite voor doen om op te vallen. Rob vertelde dat zijn vrouw hem had gezegd dat hij maar eens een nieuwe skibroek - in het Erps skiboks - moest kopen, want dit kon toch eigenlijk niet meer. Even later ging hij verder in op de skiboks. Hij vertelde dat hij op Marktplaats had gekeken naar een bepaald type; het ging om een blinkende skiboks. Ik vond het een beetje raar om van een donkerblauwe skibroek over te stappen op een blinkende uitvoering, maar hield maar even mijn mond. Later ging hij nog wat verder in op de skiboks. Hij moest van tule zijn. Nu begon het toch een beetje vreemd op mij over te komen. Maar: het bleek niet langer om een skiboks te gaan, maar om een skibox van het merk Thule dus. Ook wel eens in verwarring geweest over het gebruik van dialect? Stuur me uw ervaring: Edith.Vissers@ kpn-mail.nl . 


ED SCHILDERS

Cees Robben Onder de loep 3 Als een loensende man bij de oogarts komt, zien we vijf brildragers.

Een vrouw troost haar man, die voor een leeg bord aan tafel zit. Waarin hij trek heeft, staat in de tekst maar zien we ook aan de muur: ham met ei.

Een man is doende met het uittrekken van zijn broek. Cees Robben tekent hem in de slaapkamer met zijn rug naar de kijker. Zijn vrouw kijkt naar ‘de zolder’ van de broek en merkt op dat ze ‘dat gezicht ergens van kent’. Die grap – dat de zolder van een werkbroek op een gezicht kon lijken – komen we wel vaker tegen in de prentkunst, maar Robben gaat een stapje verder. Aan de muur van de slaapkamer hangt hij een portret op van de man. Dergelijke extraatjes zijn een kenmerk van Robbens aanpak. In tientallen prenten zien we in lijstjes afbeeldingen en portretten aan de muur hangen die de tekst en de situatie uitbreiden.

Vaak biedt het ‘prentje in de prent’ een extra perspectief op wat er besproken wordt. Een vrouw berispt haar man om zijn slechte humeur: daar krijg je ‘hangoren’ van. Robben laat die oren zien ‘en face’ en ‘en profile’. Een andere vrouw heeft het over haar man, die na het eten een dutje doet. Hoe die man eruitziet als hij wakker is, zien we aan de muur hangen. Robben had nog een andere stijltruc. Aan de muur zien we dan over wie de personen in de prent praten of roddelen. Hun ouders, hun kind, hun partner, zichzelf. De man die in het café aan zijn vrienden uitlegt dat zijn vrouw haar kaartavond heeft verplaatst naar de ochtend. En ten slotte: twee mannen die alleen nog een portret hebben van hun vriend. En zijn lege stoel. 

Brabants nummer 19 - december 2018

13


JUNT

De kerken gôn deecht Óch gelèzen in de krânt? De bisschop get de kerken van Dorplein, Schöt en Zurrik sloêten. En óch ’t kepêl­ leke van Gâstel get eraon. Allieën de kerken van Buul en Maores bliêven open. Dus de rooms-katolieke meensen van Dorplein, Schöt, Zurrik en Gâstel kunnen over efkes nemmer nao de kerk. Hun kerk is dan gesloëten, de deur is deecht, ’t licht is oêt, gen kaarske zal er nog brannen. Hónderd jaor en langer hêmmen de pestoers en keplöns vanâf hunne prikstoeël geropen dae de meensen sónnigs nao de kerk moesten komen. ‘De zondagsplicht’ nuumden ze dae. En wa now? Wo kunnen die meensen van Dorplein, Schöt, Zurrik en Gâstel nog ’n bitje rooms-katoliek zien? Wo moeten ze henne gaon as ze vur Jezus willen gôn bidden of ’n kaarske vur de Heilige Maria op willen stèken? ‘Maar de kerk van Budel blijft open,’ hâw dien mins van ’t bisdom gezigt. Dae hâw er nog ’s biê moeten komen! Dae ze de kerk van Buul zouwen sloêten. Dan zou eech ozze Sjang toch ’s efkes mej zien gaffel nao de bisschop in Den Bosch gestuurd hêmmen. Ozze Sjang kinnende deenk eech dae dan de kattendraal van Sint-Jan nog hieël lang in de steigers zou staon. Trouwes, de rooms-katolieke meensen van Zurrik wâren ’t er óch ne mej ens. Dae stoond in de Grenskoerier. Ze wâren mej z’n allemaolen tegeliêk op de fiets gespróngen en nao Schöt gereejen. En in ’t prochiehoês van Schöt hêmmen zillie geprotesteerd. Kiek, ’n bitje geliêk hêmmen die rooms-katolieken van Zurrik wel. Maer toch óch maer un hieël klein bitje. Want laoten we erluk zien. Óch ’n kerk kan allieën maer bliêven bestaon as de meensen er bliêven komen. As er sónnigs allieën nog maer ’n haendjevol meensen kumt, dan kan dae dao neet door gaon. En dao zullen toch óch knabben* moeten zien um de kerk te onderhawwen. Volliges meech kunnen de meensen van Dorplein, Schöt, Zurrik en Gastel hun kerk en kepêlleke hênnig open hawwen. Maer dan zullen ze wel allemaol sónnigs nao de kerk moeten gaon en eeder jaor hun ‘kerkelijke bijdrage’ moeten betaolen vur ’t onderhâwd. Eech bedoel maer te zeggen dae ge unne weenkel wo niks te doeën is óch ne open kunt hawwen. En ge kunt neet van de pestoer verwâchten dae hij, um extra klânten te trekken, zien sacremeenten in de aanbieding get doeën. Zoe van: Bij aankoop van drie misintenties de vierde voor de helft van de prijs. Of: Bij twee uitvaarten per jaar de derde voor half geld. Of: Bij de bestelling van een hoogmis de wierook gratis. Of: Na het biechten minder penitenties. (Geldt niet voor doodzondes.) Dae kan de pestoer ne mâken! ’t Zou óch nog maer de vraog zien of dae mier volk nao de kerk zou trekken.

16

Brabants nummer 19 - december 2018

Vural dae joonk volk löt zich nemmer zeen in de kerk. De muziek dao binnen kan hun neet zoe boeien.’t Gloria en ’t Credo swingt vur hun neet echt de pan oêt. Um ’t joonk volluk van tiggewoorig er nog ’n bitje biê te haolen moet de pestoer gôn twitteren en mailen en feesboeken en iefoonen en smartfoonen. Wa dae allemaol is dae wieët ich op gen stukken nao en de pestoer nog veul minder. Ozze Sjang zigt dae ’t iets te mâken hit me opbellen zónder snoerke. Eech bedoel maer, gôt er maer aon staon. Ge kunt wel ropen ‘De kerk moet bliêven,’ maer dan moeie óch zeggen wurrúm. Allieën vur de nâchtmes me kêrsemes kunde zoe’n gebouw ne open hawwen. Trouwes, de pestoer hit nöit gezigd dae de kerken en ’t kepêlleke moeten wèren âfgebroken. Ze zien allieën van plan um er gen messen mer in te hawwen. Dus zal ós gementebestuur vrug of laot moeten zeggen wa dae er mej die kerken en ’t kepêlleke moet gôn gebeuren. Eech bin beneejt. Misschien wèren die monumentale kerken dan toch nog âfgebroken, want me ’t âfbrèken van monumentale gebouwen hit ós gementebestuur gen eenkele moeite. Maer dae willen die meensen van Zurrik en Dorplein en Schöt en Gâstel neet en geliêk hêmmen ze! Wa meech opgevallen is, is dae de plaetsen wo dae de kerken gesloëten wèren óch genne glasvezelkabel kumt. Dus vur die meensen genne glasvezel en óch gen kerk. Hoe kunde dan nog vêrder lèven? Ozze Sjang zigt dae ge unne kabel van glasvezel maer bèter neet kunt hêmmen, want dien kan nöit stêrk zien. Ge zult zeen dae dien me ’t minste of geringste kepot brekt en dan zidde dao me die glaosspleenters, zigt ozze Sjang. En ozze Sjang zigt óch te wieëten hoe dae ge de jeugd van tiggewoorig wer in de kerken kunt kriêgen. ‘Wiet in dae wierooksvaot,’ zigt ozze Sjang. De hieël kerk vol dâmpenden hasj. Halleloeja!! ’t Is ongepermeteerd! * Unne knab is een munt van vijf cent, een stuiver.

Tot 1948 had Nederland vierkante stuivers. Die werden in Buul knabben genoemd. Het woord knabben wordt nu nog gebruikt om geld aan te geven. < In het dialect van Budel >


RINY BOEIJEN EN ED SCHILDERS

Spraak-makend In de rubriek Spraak-makend trekt de redactie de grenzen van Brabant over op zoek naar opmerkelijke artikelen over andere dialecten en regionale talen. Voor de complete artikelen: googel met de achter aangegeven trefwoorden. Wij van Spraak-makend laten ons normaliter niet voor andermans kar spannen, maar voor het Meertens Instituut maken we graag een uitzondering. Enkele maanden geleden is het project Meertens-vragenlijsten Taal en Cultuur (1931-2005) gestart. Het doel is de antwoorden op de vragenlijsten te ontsluiten. Daarbij gaat het om informatie over dialectgebruik, volksgebruiken en namen in Nederland en Vlaanderen vanaf 1931. Op de website VeleHanden. nl worden ruim 67.000 gescande pagina’s met antwoorden op dialect- en volkskundevragen aangeboden over de periode tussen 1964 en 1998. Vrijwilligers kunnen zelf uitkiezen welke antwoorden uit welke plaats zij overtikken. [vele handen projecten meertens] Daarmee zijn we er nog niet want het instituut heeft, samen met de Nederlandse Taalunie, een enquête opgesteld voor alle geëmigreerde Nederlanders en Vlamingen, en voor iedereen die afstamt van Nederlandse of Vlaamse emigranten. Met de resultaten willen ze in kaart brengen waar moedertaalsprekers van het Nederlands of een in Nederland of Vlaanderen gesproken dialect verspreid over de wereld wonen; wanneer ze hun moedertaal gebruiken; en of en hoe ze hun moedertaal doorgeven aan de volgende generatie. Mocht oom Piet nog niet terug zijn uit Amerika, dan [enqueligt hier een schone taak voor hem. te voor vertrokken nederlanders] Het uitgeven van een boek of van muziek in dialect is commercieel gezien nauwelijks nog aantrekkelijk. Of het moet de zoveelste vertaling zijn van het Nijntje-boek opa en oma Pluis. Nu ook in België: bompa en bomma plois int Aantwaarps. [nijntje in het antwerps] Nee, om aan dialect te verdienen worden tegenwoordig andere registers opengetrokken. Zo hebben uitgeverij Achterhoek Nieuws en Studio ToonWorkz een tweede editie van het Praothuus Kwartet uitgebracht. Achterhookser ku’j ‘t neet kriegen! [praothuus kwartet] In Aalst (België) probeerde carnavalsgroep Nèm

het met een Aalsterse versie van het Mono­ poly-spel. In plaats van naar de gevangenis te vliegen, kan je blijven hangen in de kantine. De eerste vijfhonderd exemplaren waren in no time uitverkocht. [oilsjterse monopoly] En in Drente heeft het Huus van de Taol papieren placemats voor de horeca laten bedrukken met allerlei Drentse woorden. [placemats huus van de taol] Kaarten doen het ook goed. Kunstenaar Rien Olijslagers ontwierp - geïnspireerd door het Hoeksche Waardse dialect - een setje ansichtkaarten in Delfst blauw voorzien van tegeltjeswijsheden. [rien olijslagers tegeltjeswijsheden] Dus kon Twente niet achterblijven. Laura Evers knutselde een serie wenskaarten met Twentse spreuken in elkaar. Haar favoriet? Brommers kiek’n? [wenskaarten twentse spreuken] Voor de laatste kaartenontwerpen moeten we de grens over, maar die zijn dan ook gratis. Wenskaarten in het dialect van Neerpelt, ontworpen door kunstenaar Wietse Palmans. [neerpelts postkaarten palmans] ‘Pallettekop’, ‘Wamake’, nieuw Genker dialect gedrukt op truien; een succesnummer van Rico Panvini. ‘Nieuw’ omdat behalve het oorspronkelijk dialect ook woorden uit de citétaal (straattaal) worden gebruikt. [genker dialect truien] Of Rico de kunst heeft afgekeken van zijn Merksemse collega’s van het ecologische kledinglabel Kleir (klaar/in orde), is niet helder. Die brachten eerder al een collectie kleding uit met Antwerpse dialectopschriften en nu ligt de tweede collectie in de winkel. [kleir kleding antwerps dialect] Voor de laatste commerciële truc gaan we naar Leiden waar je Stadse Tassies kunt kopen; een katoenen tas bedrukt met Leidse dialectteksten; voor de trotse Leienaar. Van elke verkochte tas gaat € 1 naar de Voedselbank. [leiden stadse tassies] Tot zover de commercie. Spraak-makend deed nog een andere interessante ontdekking; dialect kan ook worden gebruikt voor veiligheidsdoeleinden. Bouwbedrijf Dura Vermeer uit Hengelo heeft een veiligheidsvideo in het Twents laten maken. ‘Want veel jongens praten alleen maar Twents op de bouwplaats,’ volgens het bedrijf. Het eindresultaat mag er zijn, ook voor jongens die niet op de steiger staan. ‘Nich knooi’n met [dura dat gerei dat naar de kloot’n hen is.’ vermeer hengelo twents]  Brabants nummer 19 - december 2018

17


WIM VAN LIER

JACQUES VAN GERVEN

‘T STALLEKE

WURUM SCHREUWDE NOU?

In ’n huukske van de zolder, van opa’s haand nog, berkehout stù’get stalleke te kijke men al van keinds-af-aon vertrouwd oit was ’t hier ’n goei gewoonte in’t roomse Brabant, wijd en zijd vur kerst ’n stalleke te zette mar stiekem rakt ’t ùìt d’n tijd

Och kiendje in de kribbe in de stal wurum schreuwde nou? Is ’t umdè Gij keind bent en teer en onschuldig klèèn? Is ’t umdè Gij verlangt nur de schóót van oew moeder, veilig, ver weg van de wirreld die op oe wòcht? Schreuwde, umdè Gij, bèter dan wie ok, weet wa ’t betékent keind te zen, iedere keer wir keind te zen, jaor in jaor uit geborre te worre as téken van hoop? Schreuwde, umdè Gij, bèter dan wie ok, weet wat ’t betékent zoon te zen, iedere keer wir zoon te zen, jaor in jaor uit te moete stèreve vur de aander? Schreuwde, umdè Gij, bèter dan wie ok, weet wa ’t betékent moeder te zen, iedere keer wir moeder te zen, jaor in jaor uit afscheid te moete nèmme van oewe zoon? Och kiendje in de kribbe in de stal, wurum schreuwde nou? Is ’t um d’n donkere wirreld die oew bodschap nog steeds nie begrept, of toch umdè ge gewóón wir ’n pasgeborre keind wilt zen? Is oew schreuwe ok dees jaor ’n téken van nèèij lèven en hoop in de naacht? Zen oew traone sterre die ons licht gève in dees donker daog? Schreuwde umdè Gij, bèter dan wie ok, weet wat ’t betékent troost te gève? Och kiendje in de kribbe in de stal, schreuw mer, schreuw mer.

‘’t Moes nie meuge,’ zou ik zegge zu’n stalleke, dè’s nostalgie en zoiets hóúw’de toch in ere nee, echt begrijpe doe’k ’t nie mar gaot ’s kijke bè de kringloop of lopt ’s langs de rommelmert ’k-wed dâ ge d’r over struikelt de miste ginne knèùp mir werd Toch kent ’t míjn ’n aander waarde ’t kiendje sloot ik in m’n hart Ons lieve vrouwke, die ’t baarde mar ok ons opa, héél apart < In het dialect van Oss > Eerste prijs Brabantse kerstgedichtenwedstrijd Boxmeer 2017

Tweede prijs Brabantse kerstgedichtenwedstrijd Boxmeer 2017 < In het dialect van Valkenswaard > 

De aanbidding van de koningen, Geertgen tot Sint-Jans, Haarlem circa 1480-1485, Rijksmuseum

26

Brabants nummer 19 - december 2018


MRINUS DE WITTE

De Witte wit wir wè N

PIET SNIJDERS

JOKE Ik weet ’t nie, ’t zint me nie nie van die luukse dage van niks te kort en vuls te veul en ’t valse Zjingel Bels de Làst Krismes van Wèèm kan ik ok nie mer verdrage en zelfs Zjon Lennen; hij wel mè z’n Heppie Nuuwjier! mer wa dan wel? ik wéét ’t nie mènne’n ideale kerst is meer iets van vruger van bloeme’n op de ruite en ’n naagtmis as ‘n missie dwers tigge de snuwsteurm in en pal vur mij zat Joke ’n durske mè ne ponnie die onder hurre natte jas naor niks as toekomst rook < In het dialect van Asten >

Derde prijs Brabantse kerstgedichtenwedstrijd Boxmeer 2017 JAN LUYSTERBURG

INTERVJOEW Menjeer, mag ik oew iets vraoge, Nouw ’t gaauw wir zoow wèèd is, Kunde gij mèèn ’s vertelle: Wa d’is nouw èègelek Kessemis? Nouw, da wul ik wel vertelle, Da d’is jinne kjeer in ’t jaor En da d’is ’n jeel mwooi fjeesje Waor ik maondelaank vur spaor. Lichjes in de kestbwoom en ok Soep en pudding en kestkenèèn, Jeel veul suuperlekker eete En ok jeele goeje wèèn. Oow, jao, ’t is ok ’t fjeest van vreede, Die gin mees die dag verstwoort. Nou, mjeer weet ik nie te zegge. Wellek? Jeezus?? Nwoot van gwoord! < In het dialect van Hoogerheide >  

atuurlijk werd en wordt er in Berghem ook gewerkt. ‘Èn van nie te wènnig,’ zal elke hardwerkende Berghemnaar in ’t Bèrgs toevoegen. Voor hard werken zijn er verschillende uitdrukkingen; d’r op foempe of d’r op nèèje bijvoorbeeld. Aardig om te weten dat beide ook worden gebruikt ingeval er geslagen wordt. Andere uitdrukkingen zijn plakke en miiters maake (meters maken) en het tegenovergestelde van hard werken is klinkrieme (lanterfanten). Het leveren van kwaliteit is een serieuze zaak of zoals men in Berghem zegt: gen laacheswèè­ rek. Bij half werk is ’t mar kwansaus (afgeleid van kwansuis) of lè-lè gemakt. Heeft iemand staand werk dan heet dat stôndebens wèèrek. Werk je vooruit, dan werkte in’t vurre en ben je met je werk achterop geraakt, bende tenachtere gerakt. Kleine zelfstandigen willen ook na de reguliere werktijd nog wel eens durtrekke (doorwerken), vandaar de uitdrukking ‘ik heb ’t zô druk ès ’n klèèn bôske’. Letterlijk te vertalen als ‘ik heb het als een kleine ondernemer zo druk’. Toch zal ook die ondernemer er op enig moment oavend af maake (stoppen). Al was het maar omdat hij zô muu is ès ’n moaj (doodmoe). Letterlijk luidt de vertaling ‘zo moe als een made’, welke uitdrukking ook in Belgisch Limburg voorkomt: ‘zoe mieg as ’n moj’. Een ander synoniem voor klaar of afgewerkt zijn is gedôn hebbe. En om de verwarring compleet te maken: de Bèrgse uitdrukking afge­ werkt zijn betekent dat je met pensioen bent. Als iemand nog niet zo ver is maar wel binnenkort stopt met werken, dan heeft hij z’n hèndjes zalighèd beloofd. Mocht een Berghemnaar zeggen dat-ie aan ’t boawe is, dan is hij bezig met ploegen. Daarentegen zijn boawschoen werkschoenen met stalen neuzen die vooral in de bouw worden gebruikt. Is hij aan ’t uitschaf­ te, dan houdt-ie geen pauze maar graaft een bouwput. Natuurlijk is die bouwput tevoren nauwkeurig uitgezet. En dat betekent heel iets anders dan ’t Bèrgse dialectwoord uitzette, want daarmee wordt presteren bedoeld. Het Standaardnederlands kent verschillende ‘werkwoorden’ die niets met werk van doen hebben, zoals traliewerk, vuurwerk of achterwerk. Die verwarring is in ’t Bèrgs voorkomen met woorden als trôllies, klappers en bats. Maar eerlijk is eerlijk, als niet-Berghemnaar zou je in de woorden louwman, oewgendiender, pakkendrager en tèsloew­ per zo maar beroepen (prefèssies) kunnen herkennen, terwijl de werkelijke betekenis daar met nietsnut, huichelaar, bagagedrager en profiteur ver van af staat. 

 Illustratie Mathilde Artwork Brabants nummer 19 - december 2018

27


GUUS MEEUWSEN

Menne tèùn Ik kèèk deur men tèùndeuren noar bèùten: het rengert hard. Harder dan ooit en dè komt omdè ’t klimaot veraandert. Dè waoter mot weg en ik lees in de kraant dè dè beter lukt as we allemol ne tegel uit de tèùn haolen. Dan kan ’t waoter de grond in, in plak van in’t riool, want dè kan ’t al lang nimmer aon en dan staon de straoten blaank. Toch vuul ik meneigen nie echt aongesproken, want ik heb ginne tegeltèùn. Ne tegeltèùn is ginne tèùn. Ne tèùn is gruun en nie grèès. Kunstgras is ôk gruun, mar dè telt nie. Ok al zit er in echt gras mos en motte ’t maaien, ik zie gère ne mèèrel in gevecht mee ne pierewörm of ne slak. Ik weet ’t: ’t gemak dient de meens, mar daor redde ’t milieu nie mee. Onze tèùn is gruun, veuls te gruun soms, omdè ’t er van

HENRIËTTE VUNDERINK

‘LÒSBAANDEGE VROUWE’ ’kHèb vruuger geleerd: Aardbeevingen ontstòn, as aardkòrstgedilten ònt verschèùve gòn, èn de spanning in de kòrst wòrt ooverschreeje. ’t Schudde, dur breukvörming, is dus de reeje. Nou laas ik giestere tòch in ’n blad, dè dè ’n hil aandere orzaok had. Ene gisteleken Iranees heej gezeej, dèt allemòl òn die vrouwe leej, die wèèneg verhullende kleeding draoge om de mannen d’re kòp op hòl te jaoge. Dès vòlges diejen Islamiet gin stèèl, want die manne wòrre dan hitseg èn gèèl. Dè aarddêel wòrt daordeur eenòrm verhit. Èn omdè dè laand op ’n breuklijn zit, vringt ’t zich in allerlei bochte. Èn dan komt er ’n beeving, daor kunde op wòchte. ’kZèè blij dèk nou weet hoe et wèèrkelek is. Wè han ze ’t vruuger op school dan tòch mis! Dus vrouwe van Iran, löstert goed!! Bedèkt oe van krèùn tòt òn oewe voet. Asse niks van ’t vrouwelek schôon kunne zien, dan koele ze aaf, wòrre rusteg meschien. Dus gin haore, gin èèremen òf ènkels blôot. ’t Gistelek tevreeje èn Allah is grôot. < In het dialect van Tilburg >

alles groeit wè ’t er eigenlijk nie in thuisheurt. Dè hakken we af en toe wel weg, mar mistal kunnen we de natuur nie bijhouwe. En as er in de rauwernis wir ’n vogeltje goi houwe en ik ’n bie op nen bloeiende dovenetel zie, dan hee dè dus nie alleen mar naodelen. Bieën geven ok niks om tegeltèùne, want daor valt veur hullie niks te haole. Zo komen der steeds minder bieën bij en daor gaon wij allemol last van krèègen, want we hebben ze nodig veur ons eten. Die tegeltèùnders vèène dè schènt nie zo belangrijk, mar die zun ’t verhaol van de blommekes en de biekes toch ok motte kennen. Ok aander insecten zitten der minder, want ik heb al in gin tijen ’n vèùle veuruit van mennen auto gehad. Zo kunnen de vogeltjes ok al flèùten noar der eten. Ik haj veul brembizzemen dèès joar en die groeien aon weerskaanten van de schutting. De mèènse die erlangs lopen mogen ze van men gerust plukken, mar ’t lekt soms wel dè de mèènse nie eens mir weten dè ge ze kunt eten. Dè meensen raoken ’t kontakt mee de natuur kwèèt. Ik lees in de kraant dè ’n groep militairen op oefening neffe nen akker mee èrpel sloapt en honger lijdt. Ik heb ’n menneke ùt de stad heuren zeggen dè ’t nie erg was as er gin boeren waren, want dan ging ie gewaon ùt blik eten. Ik bedoel mar. Ik ben opgegroeid op ’n boerderij, dus menne Goolse tèùn lekt misschien nie zoe groot, mar veur ne teun in ’t dörp val ’t nog bist mee. Ik ben elken dag nog blij dè ik nen boerenzeun ben: as ge van ’t plattelaand komt, leerde de stad vruug of laot toch wel kennen, maar aandersom gebeurt nie gauw. Daarom heb ik misschien ok wè meer van de natuur meegekregen dan aander meensen en ik prebeer deur onze tèùn men kender er ok nog wè van bij te brengen. Behalve brembizzemen hebben we ok nog èrbeesjes, rabarber, bizzemen, peekes, appels en prèùmen en we hebben ok ne keer erpel gezet. We kossen der mar eene keer van eten, mar de kender hebben in ieder geval gezien hoe dè ze groeien. De vogels die er zitten, noem ik zoeveul mogelijk bij naom: ik heb gèère dè men kender zeggen dè ze ’n gaai zien, of ne mèrel of ’n roodborstje, in plak van ‘ne vogel’. Het is wel sund dè ’t er bekaant gin mèrèls mir zitten hier in de buurt. Ik heb er van de zomer ’n paor dood gevonden in den tèùn en men kender han in de buurt ok al drie dooi mèrèls gezien. Ammol dood deur ’n virus en ’t zal nog lang gaon duren veur dè ’t er wir eentje z’n plakse op de schouw hee gevonden. Ik zal er in ieder geval veur zörgen dè ’t er in menne tèun wè te eten en te nestelen valt as er wir ’n paor een plakske zuukt. ’t Zou schoon zèèn as alle mèènsen mee ne tèùn, groot of klèèn, zo hullie eigen milieuvriendelijke maotregelen nemen. Zo kan iedereen z’n stintje bijdraogen. Of beter gezegd: wegdraogen, want ’t rengert hard. < In het dialect van Goirle >  Uit: Netuur in alle tinte, Brabants boekenweekboek 2018

34

Brabants nummer 19 - december 2018


Luisterbox Brabants 19

Colofon: Brabants, jaargang 5, nummer 3, december 2018 Brabants verschijnt vier keer per jaar; in juni, september, december en maart Redactie: Riny Boeijen, Jan Luysterburg (hoofdredacteur), Ed Schilders, Cor Swanenberg, Jos Swanenberg Redactiesecretariaat: Cor Swanenberg, Milrooijseweg 109, 5258 KG Berlicum, tel. 073-5031879

De volgende ingesproken teksten zijn te beluisteren op de website: Riny Boeijen: Stofjèske (Berghem) 5.35 Jacques van Gerven: Wurum schreuwde nou? (Valkenswaard) 1.51 Rensz Gorisse: ’t Spulgoedmuseum (Oosterhout) 3.20 Junt: De kerken gôn deecht (Budel) 5.23 Toon Kunnings: As ge ’nen hond kust (Dinther) 2.53 Wim van Lier: ’t Stalleke (Oss) 1.07 Jan Luysterburg: Intervjoew (Hoogerheide) 1.01 Guus Meeuwsen: Menne tèùn (Goirle) 4.16 Wil Nelemans: Top tien Brabantse lievelingswoorden (Roosendaal) 0.41

Aan dit nummer werkten mee: Johan Boenie, Jacques van Gerven, Niek van Giels Pietzeun, Wim van Gompel, Rensz Gorisse, Henk Janssen, Junt, Nico van Kruisbergen, Toon Kunnings, Wim van Lier, Guus Meeuwsen, Wil Nelemans, Lizzy van Pelt, Piet Snijders, JACE van de Ven, Luc Verschuuren, Edith Vissers, Henriëtte Vunderink, Mrinus de Witte en Hás van de Zande. Foto omslag: Henk Janssen. Tenzij anders vermeld zijn de foto’s in dit blad van Henk Janssen. Vormgeving: Meyer Grafische Vormgeving – Asten (www.meyergrafischevormgeving.nl) Druk: Grafisch Atelier Blaricum – Blaricum (www.drukkerijblaricum.nl) Uitgever: Stichting Brabants, Huub van Lieshoutstraat 6, 5401 BV Uden, tel. 06-51158839. KvK-nummer 60585412. RSIN 8539.72.199. ISSN 1572 – 1612. Bankrekening ABN-AMRO IBAN: NL73 ABNA 0545 3581 75 (BIC Code: ABNANL2A)

Lizzy van Pelt: Kneleske (Woudrichem) 1.57

Website: www.stichtingbrabants.nl

Piet Snijders: Joke (Asten) 0.46

E-mailadressen: Algemeen: info@stichtingbrabants.nl Redactie: redactie@stichtingbrabants.nl

Henriëtte Vunderink: ‘Lòsbaandege vrouwe’ (Tilburg) 1.40 De geluidsopnamen zijn gemaakt door Frans van den Bogaard en Cor Swanenberg. De luisterbox is te vinden op de audiopagina van www.stichtingbrabants.nl en op www.cubra.nl/brabants/Brabants_Audio.htm

Abonnementen: Bestellingen, opgave en mutatie van jaarabonnementen uitsluitend via de uitgever, stichting Brabants. Een jaarabonnement kost € 24,50. Losse nummers € 8,95 inclusief portokosten in Nederland. Voor abonnementen in het buitenland wordt de prijs van het jaarabonnement verhoogd met de van toepassing zijnde verzendkosten. Voor het buitenland is Brabants evenwel ook in pdfbestand verkrijgbaar. Van Hepscheuten, pseudoniem van Jan van Rijthoven, idee en tekst, met illustratie van Kees Wouters

Brabants nummer 19 - december 2018

35

Profile for Brabants Magazine

Brabants Magazine nr. 19  

Een beknopte preview van een magazine over Brabanders en hun taal.

Brabants Magazine nr. 19  

Een beknopte preview van een magazine over Brabanders en hun taal.

Advertisement