Skip to main content

Bozar Magazine Sept.'26-Jan.'27

Page 1

Bozar Magazine Sept.’26£Jan.'27

Reassembling

William Kentridge ╳ Anna Thorvaldsdottir ╳ John Coltrane ╳ Edith Dekyndt & Cristóbal Balenciaga ╳ Zadie Smith ╳ Jlin ╳ Belgian National Orchestra ╳ Jeanine De Bique ╳ Vivienne Dick ...


My Bozar Card My Bozar Card One card, endless art Pay € 25, save 25%

More Met de MyBozar Card aan 25 euro geniet je van 25% korting op alles wat Bozar te bieden heeft. information Indien je 26 jaar of jonger bent dan krijg je zelfs 50% korting en betaal je slechts 15 euro voor je kaart. Avec MyBozar Card, bénéficiez de 25% de réduction sur la quasi-totalité de notre programmation pour seulement 25 euros. Si vous avez 26 ans ou moins, vous profitez même d’une offre de 50% de réduction et la carte ne vous coûte que 15 euros. With the MyBozar Card at just 25 euros you’ll enjoy 25% off everything Bozar has to offer. If you are under 26 then you’ll even enjoy 50% off and your card costs just 15 euros.


Bozar

Sept.’26→Jan.’27

Inhoud · Contenu 2 4 9 10

Editorial

Grand Invité: William Kentridge

William Kentridge. I am not me, the horse is not mine William Kentridge ✕ Concerts

The Centre for the Less Good Idea

12 Jean Brusselmans. Painter by Nature 16 Kristof Santy ✕ Jean Brusselmans 18 Anna Thorvaldsdottir 22 Edith Dekyndt ✕ Cristóbal Balenciaga 24 Jeanine De Bique 28 John Coltrane 30 Bozar ✕ William Kentridge 32 Belgian National Orchestra ✕ Dimitri Sterkens 34 Jlin 36 Echoes of Brussels 38 Ramzi Aburedwan 40 Performances 42 Checkpoint Brussels 44 Zadie Smith 48 House of Memory by Basil Al-Rawi 49 Central. Never Alone 50 Vivienne Dick 52 Relaxed Visits 53 Meet a Stranger 55 Highly Recommended 59 Practical information 60 Partners

Colofon · Colophon Interviews & articles Tarek Abou El Fetouh, Paul Briottet, Griet De Cort, Kurt De Boodt, Guillaume De Grieve, Kate Dejonckheere, Emma Dumartheray, Cedric Feys, Rachel Garfield, Guy Peters, Lotte Poté, María Inés Rodríguez, Iwan Strauven, Karl Van den Broeck Translations Piet De Meulemeester, Judith Hoorens, Catherine Warnant Graphic design Koenraad Impens Editing Guillaume De Grieve, Cedric Feys, Astrid Jansen, Lotte Poté, Alice Vandenbroucke Responsible editor Christophe Slagmuylder, rue Ravensteinstraat 23 – 1000 Brussels Cover Portrait of William Kentridge, 2025, Courtesy Kentridge Studio © William Kentridge. Photo: Jabulani Dhlamini De redactie sloot af op 8 juli 2026. Wijzigingen onder voorbehoud. Check onze kalender, updates en de Engelstalige artikels op bozar.be La rédaction s’est clôturée le 8 juillet 2026. Sous réserve de modifications. Consultez notre calendrier, les mises à jour et les articles en anglais sur bozar.be

1


Bozar

Sept.’26→Jan.’27

Reassembling NL Wat zoek je als je een boek FR Que cherche-t-on en ouvrant un openslaat? Bij een bezoek aan een livre ? En visitant une exposition ? tentoonstelling of tussen al die En assistant, entouré d’autres andere mensen tijdens een concert, personnes, à un concert, un voorstelling of lezing? Bevestiging spectacle ou une conférence ? Cherche-t-on une confirmation van wie je bent of een handreiking de qui l’on est, ou un appel à la naar het onbekende? Eerst is er iets découverte ? Au départ, quelque dat je aanspreekt. Je maakt keuzes chose nous interpelle. Nos vanuit je eigen voorkeuren. Maar kunst choix reflètent nos préférences vraagt altijd ook om openheid, om een personnelles, mais l’art exige aussi sprong. Zien en herzien. Horen en weer toujours de s’ouvrir, de sauter dans anders gaan luisteren. Vandaag krijgen l’inconnu. On voit, on revoit. On we soms de indruk dat mensen steeds écoute, on réécoute autrement. vaker bevestiging zoeken. Dat ze zich Aujourd’hui, la recherche de terugtrekken in hun eigen kring en confirmation semble l’emporter de identiteit. Voor of tegen? Goed of fout? plus en plus souvent, ainsi qu’un Beken kleur! repli sur ses propres cercle et Onlangs las ik de jongste essaybundel identité. Pour ou contre ? Bon ou van Zadie Smith, Dood en levend. mauvais ? Daarin kruiste ik een gedachte aan J’ai récemment lu le dernier recueil die lang bleef nazinderen: “Dankzij d’essais Dead and Alive de Zadie de romans, schilderijen, gedichten Smith. J’y ai croisé une pensée en muziek van anderen word ik me qui a marqué mon esprit : « Grâce ervan bewust dat iedereen anders aux romans, aux peintures, aux is, ook al zitten we allemaal vast in poèmes et à la musique d’autrui, je deze kooi van vlees.” Met dit in het Christophe Slagmuylder © Titus Simoens prends conscience que chacun·e achterhoofd stellen we bij Bozar ons est différent·e, même si nous sommes toutes et tous enfermés programma samen. Niet vanuit het eigen grote gelijk maar vanuit dans cette cage de chair. » C’est autour de cette idée que nous nieuwsgierigheid en meerstemmigheid. Net als het leven is kunst élaborons le programme de Bozar, en oubliant nos certitudes tegelijk radicaal solitair én solidair. Kunst viert ons anders-zijn. établies au profit de la curiosité et de la polyphonie. L’art, comme Kunst viert ons samen-zijn. Tegelijk herinnert Smith er ons aan dat la vie, est à la fois radicalement solitaire et solidaire. L’art célèbre kunstenaars nooit op zichzelf staan. Wat oorspronkelijk en geniaal ce qui nous sépare. L’art célèbre ce qui nous rassemble. Smith lijkt, schrijft Smith, is hooguit een herschikking van bestaande nous rappelle également que les artistes ne sont jamais totalement elementen. détachés du contexte qui les façonne. Ce qui paraît original et Herschikken. Reassembling. Het is het motto van het nieuwe génial, écrit-elle, n’est au mieux qu’un réassemblage d’éléments seizoen bij Bozar. Elk jaar nodigen we een Grand Invité uit als existants. Reassembling. Telle est la devise de la nouvelle saison centrale gast. Die mag in de verschillende kamers van ons paleis à Bozar. Chaque année, nous invitons un·e Grand Invité, une logeren en daar andere gasten uitnodigen. William Kentridge en personnalité centrale, à habiter les salles du Palais et y accueillir The Centre for the Less Good Idea bijten de spits af. De naam d’autres invité·es. William Kentridge et The Centre for the Less van de artistieke werkplek zegt het al. Vaak zijn het niet de geniale Good Idea ouvrent le bal. Le nom donné à cet espace de création ideeën maar de omwegen – de ogenschijnlijk ‘minder goede artistique en dit long. Souvent, ce ne sont pas les idées géniales, ideeën’ – die nieuwe mogelijkheden openen. Reassembling. Het mais les détours, les idées soi-disant moins bonnes, qui ouvrent betekent zowel anders samenstellen als opnieuw samenkomen. de nouvelles voies. Reassembling. Ce terme évoque à la fois le fait De retrospectieve Jean Brusselmans, de postume ontmoeting d’agencer autrement et de se réunir à nouveau. tussen Edith Dekyndt en modeontwerper Balenciaga, het La rétrospective Jean Brusselmans ; la rencontre posthume entre actualiteitsprogramma Checkpoint Brussels dat Nederlands- en Edith Dekyndt et Balenciaga ; la série de débats Checkpoint Franstaligen samenbrengt, de herdenking van Alice en John Brussels qui rassemble néerlandophones et francophones ; la Coltrane in het gezelschap van zoon Ravi, het muziekfestival Total commémoration de John et Alice Coltrane en compagnie de Immersion: het zijn evenzovele uitnodigingen om samen te komen leur fils Ravi ; le festival transmusical Total Immersion : autant en ons de wereld anders te verbeelden. Solidair in ons anders-zijn. d’invitations à nous réunir et à réimaginer le monde. Solidaires dans notre altérité.

Christophe Slagmuylder, CEO & Artistic Director

2

Read in English

£


© Lotte De Beer

Bozar Podcasts: Conversations that stick with you Art ✕ Music ✕ Society ✕ Literature ✕ Films ✕ Performances → Listen now on bozar.be or your favourite platform


William Kentridge, 2025 © Yaël Temminck

‘Au centre se trouve toujours l’espace de dessin, qui reste une activité solitaire'


Bozar ╳ Grand Invité ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

William Kentridge: “De wereld zelf is irrationeel” NL Samen met The Centre for the Less Good Idea is William Kentridge onze Grand Invité van het seizoen 2026–27. Verspreid over het jaar palmt hij Bozar in met de tentoonstelling I am not me, the horse is not mine en met een aantal projecten. In een gesprek met curator Tarek Abou El Fetouh laat de Zuid-Afrikaanse artiest alvast zijn licht schijnen op Brussel, samenwerkingen, artistieke experimenten en de ideeën die zijn werk blijven inspireren.

FR Grand Invité de Bozar pour la saison 2026-2027 avec The Centre

Brussel was een van de eerste plaatsen die je aandeed met je tournees en sinds 1995 zijn veel van je theaterproducties hier in première gegaan. Wat is je band met deze stad, en welke herinneringen heb je eraan? William Kentridge: “De connectie met Brussel was tweeledig. Eerst was er die algemene en abstracte connectie die is ontstaan toen ik Afrikaanse koloniale geschiedenis studeerde in Johannesburg en meer te weten kwam over de rampzalige geschiedenis van België in Congo in de 19e en de vroege 20e eeuw. Daarnaast zijn er ook de mensen die me vroegen mijn theaterproducties hier op te voeren. Daarbij denk ik vooral aan Frie Leysen, de oprichter en gewezen directeur van Kunstenfestivaldesarts. Haar belangstelling en steun voor het werk reikte verder dan de gangbare voorstelling op Europese festivals. In de loop der jaren is de connectie met Brussel heel sterk geworden door de vele theatervoorstellingen en tentoonstellingen en de productie van mijn eerste grote opera. Zo heb ik een team Belgische medewerkers om me heen verzameld: Sabine Theunissen, Greta Goiris en Luc De Wit met wie ik al lang samenwerk."

Bruxelles a été le théâtre de vos premières tournées et de nombreuses créations de vos productions scéniques depuis 1995. J’aimerais donc lancer cette conversation en abordant votre lien avec la ville et vos souvenirs de celle-ci. William Kentridge : « Il y avait deux types de liens qui m’unissaient à Bruxelles. Le premier était général et abstrait, il remonte à l’époque où j’étudiais l’histoire coloniale africaine à Johannesburg et où j’ai commencé à découvrir l’histoire désastreuse de la Belgique au Congo au XIXe et au début du XXe siècle. Le second s’est noué grâce à des personnes spécifiques à Bruxelles qui y ont programmé mes productions. Je pense surtout à Frie Leysen, fondatrice et ancienne directrice du Kunstenfestivaldesarts, dont l’intérêt et le soutien portés à mon travail allaient bien au-delà de la simple présentation habituelle dans les festivals européens. Au fil des années, le lien avec Bruxelles s’est largement renforcé grâce à de multiples productions scéniques, expositions et à la création de mon premier opéra de grande envergure. C’est ainsi qu’une équipe s’est constituée en Belgique autour de Sabine Theunissen, Greta Goiris et Luc De Wit. »

De eerste schokkende beelden van wat er in Afrika gebeurde, doken op in België. De beelden uit Congo confronteerden Europeanen met de koloniale wreedheid in Afrika en ontkrachtten de mythe van de ‘beschavingsmissie'. Kunst en fotografie speelden een rol in de ontmaskering van de koloniale machten. Kentridge: “We weten dat het modernisme een ingewikkelde relatie onderhoudt met het kolonialisme. Veel topwerken van het modernisme zijn schatplichtig aan de vernieuwde inspiratie die kunstenaars opdeden toen ze de werken zagen die missionarissen of koloniale ambtenaren uit de koloniën hadden meegenomen. Het modernisme is er dus sterk door beïnvloed, maar niet op een negatieve manier: de modernisten gingen de wereld bekijken en weergeven op manieren die afweken van de westerse canon van de voorgaande 500 jaar."

Lorsque les premières images choquantes de ce qui se passait en Afrique sont apparues en Belgique, et celles en provenance du Congo ont confronté les Européen·nes à la brutalité coloniale, le mythe de la mission civilisatrice a été brisé. L’art et la photographie ont contribué à dénoncer les puissances coloniales auprès du grand public. Kentridge : « Nous savons que le modernisme entretient une relation complexe avec le colonialisme. Bon nombre des plus grandes œuvres du modernisme sont nées de nouvelles inspirations tirées de la découverte d’œuvres rapportées des colonies par des missionnaires ou des fonctionnaires coloniaux. Le modernisme porte largement cette influence, non pas dans un sens négatif, mais parce qu’elle a éveillé d’autres façons de voir et représenter le monde que le canon occidental des 500 années précédentes. »

De langlopende samenwerking met je partners brengt ons bij een volgende vraag, over je unieke studiopraktijk, die de expo in Bozar zowel ruimtelijk als conceptueel in de verf zet. Hoe werkt jouw studio? En hoe geeft die je productie mee vorm? Kentridge: “Oorspronkelijk was de studio de ruimte waar ik tekeningen maakte. Ik bracht wijzigingen aan en gomde dingen weg, en zo werden de tweedimensionale beelden animatietekeningen. Later ging ik samenwerken met de Handspring Puppet Company en verwerkten we mijn animaties in hun poppenspel. Ineens bewogen de tekeningen in drie en vier dimensies: de diepte, hoogte en breedte van het podium, en de speelduur. Gaandeweg vloeiden het tekenen en het theater in elkaar over. We breidden de studio uit zodat we op één plek konden repeteren, monteren, bouwen en ontwerpen.

Parler de vos collaborations de longue date m’amène à interroger votre pratique unique en atelier, que l’exposition à Bozar met en lumière, tant sur le plan spatial que conceptuel. Pourriez-vous décrire le fonctionnement de votre atelier et la manière dont il façonne votre production ? Kentridge : « Au départ, l’atelier était l’espace où je réalisais des dessins. À force de modifications et d’effacements, ils se sont transformés en animations. J’ai ensuite collaboré avec la Handspring Puppet Company, et nous combinions mes animations avec leurs marionnettes. Soudain, les dessins ont pris une envergure à trois, voire quatre dimensions, grâce à la profondeur de la scène, sa hauteur et sa largeur, ainsi que sa durée. Au fil du temps, le dessin et le théâtre se sont confondus. L’atelier s’est agrandi pour regrouper les répétitions,

for the Less Good Idea, William Kentridge investit le Palais avec l’exposition I am not me, the horse is not mine et une série de projets tout au long de la saison. En amont de cette invitation exceptionnelle, le commissaire Tarek Abou El Fetouh a rencontré l’artiste sudafricain pour évoquer Bruxelles, la collaboration, l’expérimentation artistique et les idées qui continuent d’animer l’œuvre de Kentridge.

5


Bozar ╳ Grand Invité ╳ Exhibitions Monteurs, ontwerpers en technici werken aan mijn zijde, waardoor de studio een plek van onafgebroken productie en herwerking is. De ruimte om te tekenen - een solitaire bezigheid - staat nog altijd centraal. Ik moet alle tekeningen van alle animaties zelf maken. Voor het overige werken we zowel artistiek als conceptueel heel nauw samen. We eten ook elke dag samen, wie er ook aanwezig is. Van dat principe wijken we niet van af. Het auteurschap van het project behoort ook toe aan de medewerkers. Ik vind het geweldig dat dit collaboratieve aspect tot uiting komt in de tentoonstelling in Bozar." Je hebt het vaak over tijd in je proces. Hoe werkt dat in je studio? Kentridge: “Voor ik me aan het tekenen zet, is er altijd die inwerkfase: ik loop rond, orden mijn gedachten en stel het werk uit. Vroeger noemde ik dat uitstelgedrag, maar intussen beschouw ik het als productief uitstelgedrag: een noodzakelijke verzameling van ideeën. In animatiefilms wordt de tijd meetbaar. Een gebaar van twee seconden kan 50 frames tellen en over het tekenen van die frames kun je één of twee dagen doen. Als de film afgespeeld wordt, wordt dat dan weer samengebald. Die elasticiteit van de tijd is er altijd. Mijn werk bevat ook de grotere tijdbogen. Om de drie of vier jaar doe ik een operaproject. Een theaterproject kan 18 maanden in beslag nemen, waarvan amper zes weken repetities. We starten met een idee, een thema, wat teksten, wat beelden die ik gevonden heb, en we beginnen ermee te spelen. We improviseren met muziek, geluid

Sept.’26→Jan.’27 le montage, la fabrication et la conception dans un même espace. L’atelier est devenu un lieu collectif de production et de révision en continu. Au centre se trouve toujours l’espace de dessin, qui reste une activité solitaire. Je réalise moi-même les dessins de toutes les animations. Au-delà de cela, le travail est profondément collaboratif, tant sur le plan artistique que conceptuel. Nous avons aussi pour principe de manger ensemble chaque jour, quelle que soit la personne présente dans l’atelier. Les collaborations font partie intégrante de la création du projet. J’apprécie beaucoup la mise en évidence de cet aspect dans l’exposition à Bozar. » Vous parlez souvent du temps dans votre processus de création. Comment cela se passe-t-il dans votre atelier ? Kentridge : « Avant de dessiner, je commence toujours par me promener, rassembler mes idées, repousser le moment de m’y mettre. Avant, j’appelais cela de la procrastination, mais aujourd’hui, j’estime qu’il s’agit d’une phase productive, d’une collecte d’idées nécessaire. En animation, le temps devient mesurable. Un geste de deux secondes peut nécessiter 50 images, dont le dessin peut prendre un jour ou deux. Puis, tout est à nouveau compressé lorsque le film est projeté. L’élasticité du temps est constante. Il y a aussi des arcs temporels plus vastes dans mon travail. Je réalise un projet d’opéra tous les trois ou quatre ans. Un projet de théâtre peut prendre 18 mois, avec seulement six semaines de répétitions. Nous partons d’une idée,

‘Monteurs, ontwerpers en technici werken aan mijn zijde, waardoor de studio een plek van onafgebroken productie en herwerking is'

‘L’atelier s’est agrandi pour regrouper les répétitions, le montage, la fabrication et la conception dans un même espace'

en beweging en gaan op zoek naar de vorm en de taal die aansluiten bij een specifiek thema. Voor elk project besteden we via workshops veel tijd aan de ontwikkeling van beelden, animaties en ideeën. De beweging van de acteurs of de tekeningen onthult altijd wel iets nieuws waarvan we kunnen bijleren."

d’un sujet, de textes ou bien d’images, et jouons avec ces éléments en improvisant avec la musique, le son, le mouvement, et en trouvant la forme, le langage dans lequel réfléchir à un sujet particulier. Une grande partie du temps est consacrée à développer des images, des animations et des idées à travers des ateliers pour chaque projet. Quelque chose apparaît toujours dans le mouvement des acteur·ices ou les dessins, qui révèle plus que ce que nous savons, et dont nous tirons des enseignements. »

Waar komt die collaboratieve geest vandaan? Samen eten en overleggen; het is net een theatergezelschap. Is die geest schatplichtig aan het theater? Kentridge: “Deels wel, maar ook aan de politieke context van ZuidAfrika in de jaren '80. Tijdens de apartheid was het theater een van de weinige plekken waar je bepaalde dingen openlijk kon zeggen. In het workshoptheater konden mensen met uiteenlopende achtergronden samenwerken. De focus op improvisatie en gezamenlijke creatie liet het onderscheid verdwijnen. Een paar uur lang heerste er een gevoel van gelijkheid en leefde je in een soort tijdelijke utopie. Buiten die ruimtes werden zwarte stemmen monddood gemaakt en zoog een Europese kritische intellectuele traditie alle lucht op. In het workshoptheater bedachten de deelnemers de toneelstukken helemaal zelf. Via hun uiteenlopende levenservaringen vonden ze een soort gemeenschappelijke basis, en dat was erg zeldzaam in Zuid-Afrika. Die ervaring is me altijd bijgebleven. Ook nu nog kun je door samen te werken verschillende verhalen, talen en perspectieven samenbrengen in een gedeeld proces." In je werk is er vaak sprake van een “cross-temporele samenwerking”: het brengt figuren en ideeën uit verschillende perioden en plekken samen. Kan je daar wat meer over vertellen? Je videoinstallatie To Cross One More Sea is daar het beste voorbeeld van. Kentridge: “Dat werk is gebaseerd op de historische tocht van 6

Quand je viens dans votre atelier, nous parlons, discutons et mangeons ensemble. On dirait une troupe de théâtre. Cet esprit collaboratif vient-il du théâtre ? Kentridge : « Il vient en partie du théâtre, mais aussi du contexte politique de l’Afrique du Sud des années 1980. Durant l’apartheid, le théâtre était l’un des rares espaces où certaines choses pouvaient être dites ouvertement. Le théâtre d’atelier a permis à des personnes d’horizons très différents de travailler ensemble. Il a nivelé le terrain en mettant l’accent sur l’improvisation et la création collective. Pendant quelques heures régnait un sentiment d’égalité, une sorte d’utopie provisoire. En dehors, les voix noires étaient réduites au silence et on privilégiait une sorte de tradition intellectuelle critique européenne qui accaparait l’attention. Grâce au théâtre d’atelier, les pièces étaient créées de A à Z par les participant·es et les expériences de vie des gens servaient de terrain d’entente, ce qui était par ailleurs très rare en Afrique du Sud. Cette expérience m’a marqué. Aujourd’hui, la collaboration reste un moyen de rassembler des histoires, langues et perspectives dans un processus commun. » Votre travail inclut souvent ce que j’appellerais une collaboration intertemporelle, qui rassemble des personnages et des idées


Bozar ╳ Grand Invité ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

The Great Yes (Studio Still Life), 2022, Indian ink and Pencil on Phumani handmade paper, 181 x 221 cm, Courtesy Kentridge Studio © William Kentridge

Marseille naar Martinique die een aantal mensen in 1941 maakten om aan het Franse Vichyregime te ontsnappen, maar het gaat ook over andere reizen over de Atlantische Oceaan. Dat roept wat associaties bij me op, vooral met Martinique natuurlijk. Ik dacht meteen aan Aimé Césaire en Frantz Fanon. Ze waren niet aan boord van die boot, maar Josephine, de vrouw van Napoleon, kwam uit het dorp van Aimé en Suzanne Césaire. Josephine Bonaparte kon er dus zeker bij. En waarom dan ook niet Josephine Baker? Twee jaar eerder was Trotski van Europa en de Sovjet-Unie naar Mexico gevlucht. Hij mocht dus ook meedoen. Begrijpen we de wereld in raciale termen, zoals Fanon en andere Afrikanisten beweerd zouden hebben, of op basis van klassen, zoals Lenin gezegd zou hebben? Dat was toen, in de jaren '40, een echt twistpunt. Toen ik nog student was, en daarna, in de jaren '70 en '80, was dat ook het dominante debat in ZuidAfrika. De samenvloeiing weeft een web van verbanden door de tijd heen: koloniale geschiedenissen, migratie, politiek en cultuur. Zo kunnen verschillende narratieven naast elkaar bestaan en met elkaar in interactie treden, en krijg je niet één, lineair verhaal." Vanaf de jaren '80, tijdens en na de strijd tegen het apartheidsregime, heb je veel tekeningen rond Ubu Roi van Alfred Jarry gemaakt. Dat was, vermoed ik, een manier om met de waanzin van de overheid of het apartheidsregime om te gaan. De tentoonstelling in Bozar begint met je tekening van Ubu Roi en je werk rond De Neus van Gogol. Wat kan dat absurde ons vandaag leren? Kentridge: “Als de wereld zo waanzinnig is, mis je vaak iets als je hem in rationele cartesiaanse bewoordingen probeert te beschrijven. Je vereenvoudigt, verschuift en wijzigt die wereld.

de différents lieux et époques. Pourriez-vous nous en dire plus ? L’exemple le plus parlant est votre installation vidéo To Cross One More Sea. Kentridge : « Cette œuvre s’inspire du voyage historique entre Marseille et la Martinique effectué en 1941 par des personnes réfugiées fuyant le régime de Vichy en France, mais aussi d’autres traversées de l’Atlantique. Cela m’a inspiré quelques associations d’idées, la première étant, bien sûr, la Martinique. J’ai immédiatement pensé à Aimé Césaire et à Frantz Fanon. Aucun d’eux ne se trouvait sur ce bateau-là. Joséphine, l’épouse de Napoléon, est originaire du même village qu’Aimé et Suzanne Césaire. Nous pouvons donc tout à fait l’inclure. Et qui dit Joséphine Bonaparte, dit Joséphine Baker. Deux ans plus tôt, Trotski s’était enfui d’Europe et de l’Union soviétique pour se réfugier au Mexique : il pouvait donc être inclus lui aussi. Comprend-on le monde en termes raciaux, comme l’auraient dit Fanon et d’autres africanistes, ou en termes de classe, comme l’aurait dit Lénine ? C’était un sujet de controverse dans les années 1940, et le débat dominant en Afrique du Sud lorsque j’étais étudiant, puis dans les années 1970 et 1980. Ce rassemblement crée un réseau d’associations à travers le temps : histoires coloniales, migrations, politique et culture. Il permet à des récits de coexister et d’interagir, plutôt que de présenter une seule histoire linéaire. » À partir des années 80, durant et après la lutte contre l’apartheid, vous avez réalisé de nombreux dessins sur Ubu Roi d’Alfred Jarry. J’y vois une façon d’affronter la folie des autorités ou du régime. L’exposition à Bozar s’ouvre sur votre dessin d’Ubu Roi et votre travail sur Le Nez de Gogol. Que pouvons-nous apprendre de l’absurde aujourd’hui ? 7


Bozar ╳ Grand Invité ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

William Kentridge, Five Figures for Mayakovsky, 2022, Courtesy Kentridge Studio; © William Kentridge, Photo: Alexander James Edwards

‘In de loop der jaren is de connectie met Brussel heel sterk geworden door de vele theatervoorstellingen en tentoonstellingen en de productie van mijn eerste grote opera' Het absurde is, in zekere zin, een vorm van realisme. Als de wereld zelf irrationeel is, kan het misleidend zijn als je hem in zuiver rationele termen probeert te beschrijven. De absurditeit volgt de gebrekkige logica tot in het uiterste en legt de onderliggende tegenstrijdigheden bloot. Dat gold ook voor de apartheid, waarin systemen zowel minutieus georganiseerd als fundamenteel absurd waren. Al sinds mijn jeugd ben ik geboeid door die aanpak. Het blijft een manier om je in te laten met de complexiteit van de hedendaagse realiteit. Dat komt ook naar voren in het werk van, onder andere de dadaïsten, Kafka en Gogol."

Kentridge : « Le monde est fou à lier, et le décrire en termes cartésiens rationalistes nous fait souvent passer à côté de quelque chose : on le simplifie, on le déforme et on le modifie. L’absurde s’apparente à une forme de réalisme. Lorsque le monde lui-même est irrationnel, le décrire rationnellement peut être trompeur. L’absurde pousse une logique imparfaite à l’extrême, révélant ainsi ses contradictions sous-jacentes. C’était le cas du système de l’apartheid, à la fois méticuleusement organisé et fondamentalement absurde. Je m’intéresse à cette approche depuis mon plus jeune âge pour aborder la complexité de la réalité contemporaine. On le voit clairement chez les dadaïstes, Kafka, Gogol et d’autres. » Tarek Abou El Fetouh

18 Sept.’26→7 Mar.’27 William Kentridge. I am not me, the horse is not mine 19 Sept.'26 Meet the Artist: William Kentridge 8

Read in English

£


Sept.’26→Jan.’27

Matthias Goerne in Winterreise (William Kentridge, 2014) © Patrick Berger

Bozar ╳ Grand Invité ╳ Concerts

William Kentridge revisite notre expérience du concert

NL Vanaf september leer je William Kentridge in al zijn kunnen

kennen. Een tentoonstelling als logisch verlengstuk van zijn praktijk, performances als vertaling van zijn visie, maar ook concerten dragen de stempel van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar.

FR Dès septembre, Bozar fait place à l’immensité du talent de William Kentridge, avec une exposition qui s’inscrit dans le prolongement logique de son œuvre, des performances qui traduisent sa vision, mais aussi des concerts qui portent la marque de l’artiste sud-africain.

Hoe maak je een film als begeleiding van een live symfonie? Met deze vraag zette Kentridge zich aan Oh to Believe in Another World, een immersieve film bij de Tiende Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. “De film biedt een nieuwe kijk op kunstenaars en de Sovjet-Unie,” aldus Kentridge, die terugblikt op de complexe relatie van Sjostakovitsj met het Sovjetregime. Naast Stalin en Lenin, zien we ook componist Elmira Nazirova, dichter Vladimir Majakovski en actrice Lili Brik verschijnen als poppen in een kartonnen decor. Wat begon als een serie poppen werd de basis voor de kostuums van Greta Goiris die de performers dragen in de film. In 1827 voltooide Franz Schubert de liedcyclus Winterreise waarvan zowel tekst als muziek de overweldigende emotionaliteit van het hoofpersonage, een eenzame reiziger, als een sneeuwvlokje weet te vangen. Alle 24 liederen zijn door Kentridge voorzien van animaties en collages die live geprojecteerd worden. De zwarte Oost-Indische inkt – zo typisch in het werk van Kentridge – voelt als een aderlating van de Weltschmerz die in de cyclus bezongen wordt. Enkele van zijn favoriete thema’s passeren de revue en passen perfect bij Schubert: het leven van de boom of de wandelende (eenzame) man. De wereldberoemde Schubertvertolker Matthias Goerne zingt bij Bozar de ontredderde cyclus.

Comment réaliser un film destiné à accompagner une symphonie en direct ? Cette question a animé Kentridge lors de la création du film immersif Oh to Believe in Another World, accompagnant la Dixième Symphonie de Dimitri Chostakovitch. « Le film jette un nouveau regard sur les artistes et l’Union soviétique », explique Kentridge, qui revient sur la relation complexe entre Chostakovitch et le régime. Outre Staline et Lénine, on y retrouve également la compositrice Elmira Nazirova, le poète Vladimir Maïakovski et l’actrice Lili Brik sous la forme de marionnettes dans un décor en carton. Celles-ci ont ensuite servi de base aux costumes de Greta Goiris, portés par les interprètes dans le film. En 1827, Franz Schubert acheva le cycle de lieder Winterreise, dont tant les paroles que la musique parviennent à capturer, aussi délicatement qu’un flocon de neige, l’émotion bouleversante du personnage principal, un voyageur solitaire. Kentridge a agrémenté les 24 lieder d’animations et de collages projetés en direct. L’encre de Chine noire, si caractéristique de son œuvre, donne l’impression d’une effusion du Weltschmerz (mal de vivre) évoqué par le cycle. Certains de ses thèmes de prédilection y sont abordés et s’accordent parfaitement avec Schubert : la vie de l’arbre ou du promeneur (solitaire). Matthias Goerne, interprète schubertien de renommée mondiale, chante ce cycle empli de désespoir à Bozar.

18 Sept.’26 BNO, Aadland & Gatto. Oh to Believe in Another World 14 Apr.’27 Matthias Goerne & Markus Hinterhäuser. Winterreise

Read in English

£

9


Sept.’26→Jan.’27 Centre for the Less Good Idea & William Kentridge, The Defence of the Less Good Idea © Zivanai Matangi

Bozar ╳ Grand Invité ✕ Performances

The Centre for the Less Good Idea: Eerder luisteren dan overtuigen

NL In 2016 richtten Bronwyn Lace en William Kentridge The Centre for the Less Good Idea op in Johannesburg. De ruimte staat in het teken van experiment en de ontwikkeling van nieuwe vormen via collaboratieve en interdisciplinaire praktijken. Het centrum ondersteunt jonge, veelal Afrikaanse, lokale en internationale kunstenaars. Een gesprek met Bronwyn Lace en Neo Muyanga.

Ik leerde The Centre kennen met de expo van William Kentridge in de Royal Academy of Arts in 2022. De naam trok meteen mijn aandacht. Bronwyn Lace: “Ja, het is een naam die aanspreekt! Hij is schatplichtig aan een spreekwoord in het Tswana: “Kan de goede dokter je niet genezen, zoek dan de minder goede dokter op.” Er zit humor in, maar hij geeft ook treffend weer hoe wij, creatievelingen, ons vaak voelen. Het maakproces in de studio verloopt vaak klunzig, op het idiote af, maar hou lang genoeg vol en er duikt wel iets verrassends op …" Neo Muyanga: “De stunteligheid verraadt dat de naam bedacht is door iemand wiens moedertaal niet het Engels is. Het zegt heel veel over wie we zijn als Zuid-Afrikanen. We drukken ons uit in het Engels, we houden er westerse denkbeelden op na en we begrijpen die ook, maar hoe we de wereld ervaren en erop reageren is niet westers. De naam lijkt te glimlachen en iedereen welkom te heten. Hij roept ook vragen op: wat bedoel je? Wat zijn minder goede ideeën? Noem maar op." Die naam valt op in een wereld die concurrentie aanmoedigt. Verklapt hij iets over de geest van The Centre? Lace: “Onze focus ligt op het doen, maar daarom zijn we nog 10

FR Fondé en 2016 à Johannesburg par Bronwyn Lace et William Kentridge, The Centre for the Less Good Idea est un espace dédié à l’expérimentation et à l’émergence de formes nouvelles, à travers des pratiques collaboratives et interdisciplinaires. Il accompagne de jeunes artistes issu·es des scènes locales et internationales, dont beaucoup viennent du continent africain. Entretien avec les artistes Bronwyn Lace et Neo Muyanga.

The Centre for the Less Good Idea, c'est un nom qui surprend! Bronwyn Lace : « Le titre est accrocheur ! Il fait écho au proverbe tswana : “Si le bon docteur ne peut pas te soigner, trouve un docteur moins bon." Il reflète bien ce que nous ressentons souvent dans le processus de création en atelier, souvent maladroit, un peu absurde ; mais lorsque l’on y passe suffisamment de temps, quelque chose d’inattendu finit par émerger. » Neo Muyanga : « La formule est si maladroite que l’on comprend qu’elle vient d’une personne non anglophone. Elle en dit long sur notre identité sud-africaine. Nous parlons en anglais, vivons au sein de structures occidentales et les comprenons, mais notre manière de percevoir le monde et d’y répondre n’est pas occidentale. Le nom porte un sourire, comme s’il disait : “Bienvenue !" Il suscite des questions : qu’entendez-vous par là ? Qu’est-ce qu’une “idée moins bonne" ? etc. » Ce titre tranche dans un monde axé sur la compétitivité. Que dit-il de l’esprit du Centre ? Lace : « Le focus est sur l’action… Nous ne sommes pas antiintellectuel·les, nous cherchons plutôt à élargir la notion même d’intellectuel, en y intégrant des éléments difficiles à rendre par


Bozar ╳ Grand Invité ✕ Performances niet anti-intellectueel. We willen het idee van het intellectuele opentrekken door er aspecten in op te nemen die je moeilijk naar tekst kunt vertalen. Onze menselijkheid situeert zich vaak in ons vermogen om op interdisciplinaire manieren samen te werken. Neo heeft het vaak over een soort telepathie tussen kunstenaars die lang genoeg in een ruimte gebleven zijn en aandachtig geluisterd en vragen gesteld hebben. Je kunt beter naar elkaar luisteren dan proberen elkaar te overtuigen." Muyanga: “Het is ook een bespiegeling over de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse muziektheater dat focust op de ontwikkeling van conventies. We starten niet vanaf een onveranderlijk script. We gaan samen op zoek naar de tekst. Het idee dat uit dit collaboratieve proces tussen al dan niet andersvalide kunstenaars naar voren komt, wordt uiteindelijk het idee dat ons allen vertegenwoordigt. Wordt het dan het minder goede idee omdat het niet één iemand, maar ons allemaal samen vertegenwoordigt? Het lijkt minder goed te zijn omdat het niet perfect is en het niet meteen goed zat. In werkelijkheid is het nauwgezetter, diepgravender en flexibeler omdat het verschillende stemmen naast elkaar laat bestaan."

‘The Centre for the Less Good Idea ondersteunt jonge, veelal Afrikaanse, lokale en internationale kunstenaars' Hoe kwam je in The Centre terecht, en welke bagage bracht je mee? Lace: “Ik zie mezelf als een beeldend kunstenaar. Ik heb altijd gewerkt binnen de beeldende kunst waar er ook vaak een soort performatieve handeling plaatsvindt. Toen William me in 2016 opbelde, vond ik het een geweldig idee om middelen te besteden aan een centrum voor de multidisciplinaire praktijk in Johannesburg. Tijdens de eerste workshop stond ik tussen 40 kunstenaars en zweefde ik als het ware boven mezelf uit. Ik zag percussionisten op dozen roffelen, ik zag er dansers, beeldend kunstenaars die samen tekenden …" Muyanga: “Mijn praktijk is gegroeid binnen een multidisciplinaire context die focust op muziektheater. Ik vertel verhalen en gebruik muziek en theatraliteit om na te gaan hoe we ons verhouden tot het heden, en tot welke mogelijke soorten toekomst dat kan leiden. Ik kom uit Soweto. Het koor was er het prisma waardoor ik de wereld kon vatten. Ik ben opgegroeid op een plek waar iedereen samen zingt: om aan politiek te doen, uit vreugde, voor de familie, om vreemdelingen te verwelkomen, om behoeften, verlies, verdriet, woede en zelfs verveling te uiten. In een nieuwe omgeving zocht ik altijd mijn toevlucht in het koor. In The Centre luisteren we naar individuele artiesten en creëren we een kader waarin verschillende stemmen een gedeelde droom kunnen vormgeven." Dat sluit aan bij het motto van ons nieuwe seizoen: Reassembling. Lace: “De focus ligt op de “re”, want het draait om een herhaalde handeling. Het ademt de logica van de collage: fragmenten die je samenbrengt en die zo samen, en niet vanuit één bron, betekenis krijgen. We werken ook met het perifere zicht: aan de rand zie je vaak meer dan in het midden. Gecombineerde fragmenten bieden ons een rijkere lezing van de context."

Sept.’26→Jan.’27 le texte. C’est souvent là que se situe notre humanité : dans notre capacité à travailler ensemble, de manière interdisciplinaire. Neo parle d’une forme de télépathie entre des artistes qui passent suffisamment de temps dans un même espace, à s’écouter et à se questionner. Il vaut mieux chercher à s’écouter plutôt qu’à se convaincre. » Muyanga : « C’est aussi une réflexion sur l’histoire du théâtre musical sud-africain... Nous n’arrivons pas sur le plateau avec un texte figé. Nous cherchons le texte ensemble. L’idée qui s’impose au fil de ce processus collaboratif finit par nous représenter tous et toutes. Est-ce parce qu’elle représente un collectif et non un individu, qu’elle devient moins bonne ? Elle peut sembler moins bonne parce qu’elle n’est pas parfaite et qu’elle n’est pas née d’un seul élan, mais en réalité, elle est à la fois plus profonde et plus souple, car elle permet à plusieurs voix d’exister. »

‘Au Centre, nous écoutons chaque artiste tout en proposant un cadre où plusieurs voix peuvent façonner un rêve commun' Quel a été votre parcours jusqu’à rejoindre l'aventure du Centre ? Lace : « Je suis une artiste visuelle. J’ai toujours travaillé dans des environnements liés aux arts visuels, où se déploie souvent une action performative. Lorsque William m’a contactée en 2016, j’ai immédiatement été séduite par l’idée de soutenir la création d’un tel centre multidisciplinaire à Johannesburg — une ville qui manquait cruellement d’espace pour les pratiques expérimentales à l’époque. Lors de mon premier atelier j'ai compris que le projet avait déjà sa propre dynamique. C’est comme si nous courions à ses côtés plutôt que de le pousser. » Muyanga : « Je suis un conteur, ma pratique s’est construite à travers des formes multidisciplinaires et j’utilise surtout la musique et la théâtralité pour comprendre notre rapport au présent et aux futurs possibles. J’ai grandi à Soweto dans un environnement où le chœur constituait le prisme à travers lequel j’appréhendais le monde. Tout le monde y chante ensemble : pour aborder la politique, exprimer la joie, célébrer la famille, accueillir l’étranger, dire un besoin, une perte, un chagrin, une colère ou l’ennui. Chaque fois que je me retrouvais dans un nouveau lieu, la chorale devenait mon refuge. Au Centre, nous écoutons chaque artiste tout en proposant un cadre où plusieurs voix peuvent façonner un rêve commun. » Cela résonne avec le sous-titre de notre nouvelle saison, reassembling … Lace : « C’est vraiment le préfixe “re-" qui est au cœur du sujet, car il renvoie à une action — une action répétée. Il y a une logique de collage : des fragments créent du sens par leurs interactions, plutôt qu’à partir d’une source unique. Nous travaillons aussi avec la vision périphérique : se tenir à la marge peut offrir une perspective plus ample que de se placer au centre. Ces fragments nous aident à mieux comprendre le contexte. »

28 Nov.’26 William Kentridge & The Centre for the Less Good Idea. Sounding Pictures ✕ A Defence of the Less Good Idea

Paul Briottet

Read in English

£

11


Farmers, 1928, oil on canvas, Museum of Fine Arts Ghent (detail) © artinflanders.be, photo: Hugo Maertens


Bozar ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

Jean Brusselmans, l'art de recomposer le monde NL Reassembling. Het motto van dit seizoen slaat niet

alleen op William Kentridge, maar past ook wonderwel bij Jean Brusselmans, een tijdgenoot van Schönberg en Sjostakovitsj, Mondriaan en Léger die de nieuwe strekkingen in de schilderkunst verwerkte tot een hoogsteigen, meteen herkenbare stijl. De technieken van collage en montage paste Brusselmans toe in verf op doek. Jean Brusselmans. Schilder van nature bevat enkele dialogen met tijdgenoten en is een hernieuwde ontmoeting in het Paleis voor Schone Kunsten, waar Brusselmans kind aan huis was. Het is haast een halve eeuw geleden dat nog een ruime retrospectieve aan Brusselmans werd gewijd. We volgen de kunstenaar van zijn eerste stappen in het impressionisme en expressionisme tot aan enkele karikaturale experimenten uit de laatste jaren. In de ‘heroïsche periode’ ertussenin – de hoofdmoot van de jaren dertig – stippelt Schilder van nature een parcours uit langs schilderkunstige genres: landschap, stilleven, interieur, (zelf) portret en zeegezicht. Onderweg krijg je twee intermezzo’s cadeau: een teken- en prentenkabinet waar je een kijkje neemt in het laboratorium van de schilder. En een uitstapje naar de decors voor Erwartung (1936) van Arnold Schönberg. Schilderen na Wouters We ontmoeten Brusselmans in 1914. Hij is dan dertig en bevindt zich in het gezelschap van Rik Wouters. Wouters beleeft tussen 1912 en 1914 wonderlijke jaren en sleept een hele generatie Brabantse schilders mee in zijn avonturen van kleur en licht. De grote vernieuwingen van de twintigste-eeuwse schilderkunst — kubisme, constructie, abstractie, vervorming — moeten België dan nog ten volle bereiken. Precies die (r)evolutie zie je bij Brusselmans in sneltempo gebeuren. Het natuurtalent Rik Wouters maakte zich de invloeden uit Parijs eigen in doeken vol levenslust. Als uiterst behendige tekenaar ging hij ook in zijn schilderijen schetsmatig te werk, als wilde hij de vluchtige ogenblikken net op tijd betrappen. Brusselmans brengt de verftoetsen meer als losse streepjes aan, in de voetsporen van Van Gogh of een pointillist. De huiselijke scène met vrouw Marie in haar blootje mist de virtuositeit van de bruisende taferelen waarin Nel Wouters de hoofdrol opeist. Een geboren impressionist of portrettist was Brusselmans niet. Wel beschikte hij al vroeg over een scherp gevoel voor kleur en compositie. Dilbeek als breuk Na de oorlog gaat het snel. Je ziet wat Rik Wouters niet meer mocht meemaken: de doorbraak van het expressionisme in Vlaanderen en Brussel. Het etiket ‘expressionist’ kleeft ook op Brusselmans. Alleen in de jaren twintig lijkt dit enigszins terecht. Het palet wordt aardser. De schilder brengt het harde labeur in beeld: arbeiders op de kade in Anderlecht, boeren die de oogst ophalen in Dilbeek. Maar anders dan Constant Permeke zoekt hij niet naar een expressieve uitvergroting van de wroetende mens. Bij Brusselmans primeert de compositie waarin de figuren staan opgesteld, zoals in een groepsscène bij Rubens. Brusselmans schildert meer prototypes dan mensen van vlees en bloed, als terugkerende sjablonen. Let in Boeren op de vrouw in het centrum met de

FR Reassembling. À Bozar, la devise de cette saison renvoie non seulement à William Kentridge, mais aussi à Jean Brusselmans, un contemporain de Schönberg et Chostakovitch, Mondrian et Léger, qui a assimilé les nouveaux courants picturaux pour développer un style reconnaissable entre tous. Brusselmans a appliqué les techniques du collage et de l’assemblage à la peinture sur toile. L’exposition Jean Brusselmans. Peintre par nature le fait dialoguer avec ses contemporains et signe les retrouvailles de l’artiste avec le Palais des Beaux-Arts.

Voilà près d’un demi-siècle que Brusselmans n’avait plus eu droit à une grande rétrospective. C’est aujourd’hui chose faite. Nous suivons l’artiste depuis ses premiers pas dans l’impressionnisme et l’expressionnisme jusqu’à quelques expériences caricaturales de ses dernières années. Dans la période héroïque entre les deux – grosso modo les années trente –, l’exposition propose un parcours de découverte des différents genres picturaux qu’il a pratiqués : paysage, nature morte, intérieur, portrait et autoportrait, marine. Avec deux intermèdes : un cabinet des dessins et estampes, sorte de laboratoire du peintre ; et une incursion dans les décors d’Erwartung (1936) d’Arnold Schönberg. Peindre après Wouters En 1914, Brusselmans a trente ans et fréquente Rik Wouters. Entre 1912 et 1914, Wouters vit des années merveilleuses et entraîne toute une génération de peintres brabançons dans son exploration de la couleur et de la lumière. Les grandes innovations de la peinture du xxe siècle – cubisme, construction, abstraction, déformation – n’ont pas encore pleinement atteint la Belgique. C’est précisément cette (r)évolution qui va s’opérer à vive allure chez Brusselmans. Avec son talent inné, Rik Wouters a assimilé les influences parisiennes dans des toiles pleines de joie de vivre. Dessinateur habile, il peignait avec la spontanéité d'une esquisse, comme s'il voulait saisir la fugacité de l'instant. Brusselmans travaille davantage par petits traits déliés, dans le sillage de Van Gogh ou des pointillistes. La scène domestique représentant sa femme Marie dénudée n’a pas la virtuosité des scènes frémissantes dans lesquelles Nele Wouters tient la vedette. Brusselmans n’était ni un impressionniste ni un portraitiste né. Il a cependant développé très tôt un sens aigu de la couleur et de la composition. Dilbeek, un tournant Après la guerre, les choses évoluent rapidement. Rik Wouters n’est plus là pour assister à la percée de l’expressionnisme en Flandre et à Bruxelles. L’étiquette d’expressionniste colle aussi à Brusselmans. Elle ne semble se justifier que dans les années vingt. Sa palette fait la part belle aux couleurs terre. Le peintre illustre le dur labeur du monde ouvrier et paysan. Mais contrairement à Constant Permeke, il ne recherche pas l’exagération expressive. Chez Brusselmans, c’est la composition qui prime, comme dans une scène de groupe chez Rubens. Brusselmans peint des prototypes plutôt que des êtres de chair et de sang. Voyez dans Paysans la femme au centre, avec son chapeau de paille. Nous la retrouvons dans d’autres tableaux, une lampe à huile ou un broc à la main. Dans La Moisson (1934), Brusselmans la peint de profil, 13


Bozar ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

typische boerenstrohoed. We komen haar in andere schilderijen opnieuw tegen, met een olielamp of een kan in de hand. In Oogst (1934) schildert Brusselmans de vrouw in profiel, als een uit papier geknipte figuur. Waar ligt de ware breuk in Brusselmans’ oeuvre? In de jaren dertig? Dat is alleszins de rijpe periode met topwerken waarvan er nu heel wat in Brussel een reünie houden. Autobiografisch en thematisch komt de omwenteling vroeger, in 1924. Dat jaar koopt Brusselmans een huis bovenaan een heuvel in Dilbeek, toen nog een dorp tussen golvende velden en kleine tuinbouwpercelen. De afhellende straat waar de schilder woonde en werkte werd postuum de J.B. Brusselmansstraat gedoopt. Brusselmans noemde zijn huis ‘de Kouden haard’, een woordspel op de wijk die toen in aanbouw was: Kaudenaarde. De haard van de arme schilder blijft koud. Naarmate de jaren verstreken, woonde Brusselmans hoe langer hoe meer tussen de rijke Brusselaars die in Dilbeek een villa lieten bouwen. Verkavelingen deden het landschap met de boerenpercelen krimpen. Maar het geabstraheerde land van Brusselmans is gebleven. Niet in de stad Brussel waar hij werd geboren en tot zijn veertigste in verschillende deelgemeentes leefde en werkte, maar in het Pajottenland werd Brusselmans een modernist. De wereld als constructie Na ‘De Kouden haard’ kom je in ‘De anatomie van het landschap’. Alsof het landschap een lichaam of etalagepop is met ledematen die de schilder in elkaar past. In zijn omgeving vond Brusselmans de vormen die hij daarvoor nodig had: de rechthoeken van de tuinbouwpercelen, het kleurvlak van een blinde gevel, het kruis van de Luizenmolen in Neerpede, de halve cirkel van de voetgangersbrug over het kanaal in Anderlecht. Eens hij een landschap mentaal had opgenomen, hoefde hij niet langer naar de natuur te kijken. In het atelier groeide wat hij had gezien uit tot een mentaal landschap, opgebouwd aan de hand van cirkels, rechthoeken en diagonale lijnen. Het uitzicht werd een ‘inzicht’. Ook binnenskamers ging Brusselmans methodisch te werk. Interieurs vloeiden over in bij elkaar gesprokkelde stillevens. In Keuken (1935) staat Marie koffie te malen. Boven het fornuis verschijnen de rode kan en de olielamp, vertrouwde elementen in tal van stillevens. Net als Giorgio Morandi schikte en herschikte Brusselmans steeds opnieuw dezelfde dingen. Niet om te peilen naar de ziel van een kan, maar om de plastische mogelijkheden van een levenloos object te onderzoeken. Voorwerp en lichaam behandelt Brusselmans op gelijke voet. In de zaal ‘Het dynamische lichaam’ krijgt Brusselmans het gezelschap van Fernand Léger. Net als de Fransman lijkt hij lichamen te assembleren. Niet de gelijkenis of de psychologie van een portret interesseert hem, maar de mens als een samenspel van lijnen, vormen en volumes. Brusselmans plaatst zich zo in de (r)evolutie die teruggaat tot Paul Cézanne. Voor de peetvader van de moderne schilderkunst kon de zichtbare wereld herleid worden tot eenvoudige basiselementen. Eens je dat ziet, wordt het kinderspel. De schilderijen van Brusselmans ogen kinderlijk vanzelfsprekend. Maar achter die eenvoud gaat een schildersleven schuil van kijken en herbekijken, van ontleden en opnieuw samenstellen. Als toeschouwer beland je in een spanningsveld waar polen de schilderijen in beweging houden: stil en dynamisch, uitzicht en inzicht, ruw en afgewerkt, twee- en driedimensionaal, realiteit en fantasie, figuratief en abstract. Het is er prettig toeven.

telle une silhouette découpée dans du papier. Où se situe la vraie rupture dans l’œuvre de Brusselmans ? Dans les années trente ? C’est en tout cas sa période de maturité, marquée par des chefsd’œuvre dont plusieurs sont réunis aujourd’hui à Bruxelles. Sur le plan autobiographique et thématique, le tournant a lieu dès 1924. Cette année-là, Brusselmans achète une maison sur une colline à Dilbeek – à l’époque encore un village entouré de champs et de potagers. La rue en pente où il habitait et travaillait a été rebaptisée J.B. Brusselmansstraat après sa mort. Brusselmans appelait sa maison de Kouden haard (le foyer froid), un jeu de mots sur le quartier alors en construction : Kaudenaarde. Le foyer du peintre pauvre reste froid. Au fil des années, Brusselmans s’est de plus en plus retrouvé entouré de riches Bruxellois·es qui se faisaient construire une villa à Dilbeek. Les lotissements ont fait fondre le paysage avec ses parcelles agricoles. Mais la campagne abstraite de Brusselmans est demeurée. C’est dans le Pajottenland, et non dans la ville de Bruxelles où il était né et où il a vécu jusqu’à ses quarante ans, que Brusselmans est devenu un moderniste. Le monde comme construction Après Le Foyer froid, on entre dans L’anatomie du paysage. Comme si le paysage était un corps ou un mannequin dont le peintre assemble les membres. Brusselmans trouvait les formes dont il avait besoin dans son environnement : les rectangles des potagers, la surface colorée d’un pignon, la croix du moulin de Neerpede, le demi-cercle de la passerelle au-dessus du canal à Anderlecht. Une fois qu’il avait enregistré mentalement un paysage, il n’avait plus besoin de regarder la nature. Dans son atelier, ce qu’il avait vu se transformait en un paysage mental, construit à partir de cercles, de rectangles et de diagonales. La vue devenait une vision. Dans les scènes d’intérieur également, Brusselmans procédait de façon méthodique, fusionnant des fragments de natures mortes. Dans Cuisine (1935), Marie est en train de moudre du café. Audessus de la cuisinière figurent le broc rouge et la lampe à huile que l’on retrouve dans de nombreuses natures mortes. Tout comme Giorgio Morandi, Brusselmans agençait et réagençait sans cesse les mêmes objets. Non pour sonder l’âme d’un broc, mais pour explorer les possibilités plastiques d’un objet inanimé. Chez Brusselmans, objet et corps sont traités sur un pied d’égalité. Dans la salle Le corps dynamique, Brusselmans côtoie Fernand Léger. À l’instar du Français, il semble assembler des corps. Ce n’est pas la ressemblance ou la psychologie d’un portrait qui l’intéresse, mais bien l’être humain en tant que conjonction de lignes, de formes et de volumes. Brusselmans s’inscrit ainsi dans une (r)évolution qui remonte à Paul Cézanne. Pour le père de la peinture moderne, le monde visible pouvait être réduit à de simples éléments de base. Un jeu d’enfant, dès qu’on s’en rend compte ! Les tableaux de Brusselmans semblent d’une évidence enfantine. Mais derrière cette simplicité se cache une vie de peintre faite d’observation et de re-considération, de décomposition et de ré-assemblage. Le·a spectateur·ice se retrouve dans un champ de tension où des pôles opposés maintiennent les tableaux en mouvement : statique et dynamique, vue et vision, aspect brut et fini, bi- et tri-dimensionnalité, réalité et fantaisie, figuration et abstraction. Un lieu où il fait bon s’attarder.

2 Oct.’26→31 Jan.’27 Jean Brusselmans. Painter by Nature 14

Kurt De Boodt

Read in English

£


Sept.’26→Jan.’27

Still Life with Red Can, 1933, oil on canvas, Collection Herbert Foundation, Ghent © Herbert Foundation

Bozar ╳ Exhibitions

‘De schilderijen ogen kinderlijk vanzelfsprekend, maar achter die eenvoud gaat een schildersleven schuil van kijken en herbekijken' Gardens, 1934, oil on canvas © Collection Mu.ZEE Ostend – Collection Flemish Community, photo: Steven Decroos

15


Kristof Santy © photo Cedric Verhelst


Bozar ╳ Exhibitions ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Kristof Santy (re)assembleert Brusselmans NL In 1936 schilderde Jean Brusselmans vier monumentale

decors voor Erwartung, het expressionistische monodrama van Arnold Schönberg dat destijds werd opgevoerd in het Paleis voor Schone Kunsten. Doorheen doeken van zeven meter lang dwaalt een vrouw ’s nachts door een bos, op zoek naar haar geliefde, om uiteindelijk zijn levenloze lichaam terug te vinden. Een scenografie die helaas letterlijk tot de verbeelding spreekt, want er bleef nauwelijks iets bewaard. Alleen een maquette en enkele reproducties herinneren nog aan deze uitzonderlijke ontmoeting. In die leegte kantelt Kristof Santy de verwachting. Voor de retrospectieve Jean Brusselmans. Schilder van nature kreeg hedendaags kunstenaar Kristof Santy de opdracht om twee van de verloren gegane decors opnieuw vorm te geven. Een bijzondere uitnodiging, want Santy beschouwt Brusselmans al jaren als een artistieke gesprekspartner: “Brusselmans heeft mij geleerd dat schilderen geen kwestie is van iets weergeven, maar van iets construeren met verf.” Die gedachte vormt ook het uitgangspunt voor zijn aanpak. Santy kiest er bewust voor om de oorspronkelijke beelden niet letterlijk te reconstrueren. Zonder projecties of technische hulpmiddelen probeert hij zich voor te stellen hoe Brusselmans de decors ooit had opgebouwd. Hij creëert geen letterlijke kopie, maar een nieuwe interpretatie die het verleden niet reproduceert, maar activeert. Schönbergs Erwartung was bij haar Brusselse première een gedurfde keuze, in tegenstelling tot wat de titel zou kunnen suggereren. Met haar atonale muziek en psychologische intensiteit liet ze de traditionele regels van de opera achter zich. De componist wilde geen verhaal vertellen, maar de innerlijke belevingswereld van zijn hoofdpersonage hoorbaar maken. Tijd, ruimte en logica lijken er voortdurend te verschuiven. Ook Brusselmans vond voor die onrustige gevoelswereld een passende beeldtaal met zijn penselen: een visuele tegenhanger voor Schönbergs muzikale expressie. Bossen werden geen realistische landschappen, maar geladen ruimtes die angst en desoriëntatie tastbaar maakten. Vandaag worden die verschillende tijdslagen opnieuw in elkaar geschoven. Archiefmateriaal, herinneringen, schilderkunst, muziek en hedendaagse artistieke verbeelding worden opnieuw geassembleerd tot één verhaal. De terugkeer van Erwartung blijft niet beperkt tot onze tentoonstellingszalen. In december brengt het Belgian National Orchestra Schönbergs meesterwerk opnieuw naar het podium van de Henry Le Bœufzaal. Daarmee keert ook de muziek terug naar de plek waarvoor Brusselmans zijn decors bijna een eeuw geleden ontwierp. Geen reconstructie van 1936, wel een (her)assemblage anno 2026.

FR En 1936, Jean Brusselmans a peint quatre décors monumentaux pour Erwartung, le monodrame expressionniste d’Arnold Schönberg, qui était joué à l’époque au Palais des Beaux-Arts. À travers des toiles de sept mètres de long, une femme erre la nuit dans une forêt, à la recherche de son bien-aimé, pour finalement retrouver son corps sans vie. Une scénographie que nous ne pouvons malheureusement plus qu’imaginer, car il n’en reste pratiquement rien. Une maquette et quelques reproductions sont les seuls souvenirs que nous gardons de cette rencontre exceptionnelle. C’est dans ce vide que Kristof Santy renverse les attentes.

Pour la rétrospective Jean Brusselmans. Peintre par nature, l’artiste contemporain Kristof Santy a été chargé de redonner forme à deux des décors disparus. Une invitation hors du commun, puisque Santy considère depuis des années Jean Brusselmans comme un interlocuteur artistique : « Brusselmans m’a appris que peindre ne voulait pas dire représenter quelque chose, mais construire quelque chose avec de la peinture. » Cette idée constitue dès lors le point de départ de son approche. Santy choisit délibérément de ne pas reconstituer littéralement les images originales. Sans projections ou moyens techniques, il tente d’imaginer comment Brusselmans a construit les décors autrefois. Au lieu d’une copie conforme, il crée une nouvelle interprétation, qui ne reproduit pas le passé, mais qui l’active. Lors de sa première bruxelloise, Erwartung de Schönberg était un choix audacieux, contrairement à ce que le titre pourrait laisser croire. Avec sa musique atonale et son intensité psychologique, l’œuvre s’éloignait des règles traditionnelles de l’opéra. L’intention du compositeur n’était pas de raconter une histoire, mais de rendre audible l’univers intérieur de son personnage principal. Le temps, l’espace et la logique semblent y être en perpétuel glissement. Armé de ses pinceaux, Brusselmans a lui aussi trouvé un langage plastique adapté à cet univers sensible tourmenté : un pendant visuel à l’expression musicale de Schönberg. Les bois y devenaient non pas des paysages réalistes, mais des espaces pesants rendant la peur et la désorientation tangibles. Aujourd’hui, ces différentes strates temporelles se réemboîtent. Documents d’archives, souvenirs, peinture, musique et imagination artistique contemporaine sont réassemblés pour former une seule histoire. Le retour d’Erwartung ne se limite pas à nos salles d’exposition. En décembre, le Belgian National Orchestra rejouera le chefd’œuvre de Schönberg dans la salle Henry Le Bœuf. Sa musique résonnera ainsi à nouveau sur la scène pour laquelle Brusselmans a conçu ses décors il y a près d’un siècle. Il ne s’agit pas d’une reconstitution de ceux de 1936, mais d’un (ré)assemblage façon 2026.

2 Oct.’26→31 Jan.’27 Jean Brusselmans. Painter by Nature 11 Dec.’26 Belgian National Orchestra, Chauhan & Brimberg

Lotte Poté

Read in English

£

17


Anna Thorvaldsdottir © Saga Sig


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Anna Thorvaldsdottir laat zich leiden door haar innerlijke muzikale stem NL Als geen ander ontvouwt de IJslandse componist Anna

Thorvaldsdottir sublieme klanklandschappen. Ze heeft een voorliefde voor de onbegrensde mogelijkheden van het orkest en in Bozar hoor je dit seizoen een ruime selectie van haar grootschalige werken. “Het is geweldig om zoveel orkestwerken binnen één seizoen te kunnen presenteren, omdat het ons allemaal de tijd geeft om samen te leven en te ademen op een manier die bij hedendaagse muziek meestal niet mogelijk is”, aldus Thorvaldsdottir. In dit interview werpt ze een licht op haar inspiratiebronnen, haar compositieproces en de projecten die eraan komen. Je bent dit seizoen een van de vier portretartiesten, samen met Jeanine De Bique, Pavel Kolesnikov en Jlin. Ben je vertrouwd met hun werk? Anna Thorvaldsdottir: “Ik heb eerder al muziek van Jlin gehoord, maar de anderen ben ik nog aan het leren kennen. Het is altijd fijn om nieuwe artiesten te ontdekken en te zien waar ze mee bezig zijn.” Luister je vaak naar elektronische muziek? Thorvaldsdottir: “Ik luister erg graag naar verschillende genres en ik luister ook behoorlijk veel naar elektronische muziek. Soms is die meer gebaseerd op drones, soms meer op ritmes en vaak is ze erg abstract.” Je muziek is zeer nauwkeurig genoteerd, maar er is ook verwantschap met electronic; vaak voelen je werken aan als soundscapes die je langzaam ontvouwt. Misschien had je dit soort muziek niet kunnen schrijven vóór de opkomst van elektronische muziek. Thorvaldsdottir: “Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Ik haal er veel inspiratie uit: de manier waarop klank en beweging daarin werken is heel inspirerend. Ook de manier waarop geluid zich door een orkest kan verplaatsen — tegelijk organisch en technisch — spreekt me enorm aan. Elektronische muziek staat soms ver af van de menselijke uitvoering. Ik hou ervan om die twee elementen samen te brengen: klanken die soms heel rauw zijn, maar dan wel op een heel menselijke manier.” Je groeide op in IJsland. Heeft dat je beïnvloed? Thorvaldsdottir: “Ja, je bent er altijd dicht bij de oceaan en het landschap is zo open — meestal kun je heel ver kijken en eindigt het zicht ergens aan de horizon bij een berg. Ik denk dat ik dat gevoel van ruimte op de een of andere manier met me meedraag in mijn muziek. Ik probeer het niet letterlijk te beschrijven in mijn werk, maar het maakt wel wezenlijk deel uit van wie ik ben.” Je vertrekt vaak vanuit schetsen. Hoe verloopt dat proces? Thorvaldsdottir: “Voor mij begint het proces eigenlijk nog een stap eerder, omdat de schets voortkomt uit wat ik innerlijk hoor. De eerste stap is dus ontdekken waar een muziekstuk wil leven. Op dat moment heb ik meestal al de bezetting in gedachten en weet ik wie de première zal spelen. Zodra de ideeën vorm beginnen te krijgen en ik een gevoel heb voor de klank, de structuur en de beweging, begin ik te schetsen om de muziek te onthouden. Die schetsen voeden vervolgens ook weer de ideeën en leveren nieuwe ideeën op. Dat is een heel belangrijk onderdeel van mijn creatieve proces. Ik heb een

FR La compositrice islandaise Anna Thorvaldsdottir déploie des paysages sonores sublimes comme personne. Fascinée par les possibilités infinies de l’orchestre, elle donne à entendre une vaste sélection de ses œuvres de grande envergure cette saison à Bozar. « C’est vraiment merveilleux d’avoir autant de pièces orchestrales au cours d’une même saison, car cela nous donne le temps de vivre et de respirer ensemble d’une manière qui n’arrive généralement pas avec la musique contemporaine », explique Thorvaldsdottir. Dans cet entretien, elle revient sur ses sources d’inspiration, son processus de composition et les projets à venir.

Vous êtes l’une des quatre artistes phares de cette saison, aux côtés de Jeanine De Bique, Pavel Kolesnikov et Jlin. Connaissezvous leur travail ? Anna Thorvaldsdottir : « J’ai déjà entendu la musique de Jlin, mais je suis encore en train de découvrir les autres. C’est toujours très agréable de faire connaissance avec de nouveaux et nouvelles artistes et de découvrir leurs productions. » Écoutez-vous souvent de la musique électronique ? Thorvaldsdottir : « J’aime beaucoup écouter différents genres et j’écoute pas mal de musique électronique. Parfois elle est davantage basée sur le drone, parfois davantage sur le rythme, et souvent elle est très abstraite. »

‘Au début, j’entre dans cet espace où je médite sur la musique. Où veut-elle vivre ? Est-elle très nuancée ? Très puissante ?' Votre musique est très minutieusement notée, mais elle présente aussi une affinité avec la musique électronique ; vos pièces ressemblent souvent à des paysages sonores qui émergent très lentement. Peut-être n’auriez-vous pas pu écrire ce type de musique avant l’apparition de la musique électronique. Thorvaldsdottir : « Oui, je suis tout à fait d’accord avec cela. La musique électronique m’inspire énormément : la manière dont le son et son mouvement y sont traités est très inspirante. La façon dont les choses peuvent circuler dans l’orchestre — en étant à la fois organiques et techniques — l’est tout autant. La musique électronique est parfois très éloignée de l’interprétation humaine. J’aime donc réunir ces deux éléments : des sons parfois très bruts, mais d’une manière profondément humaine. » Vous avez grandi en Islande. Pensez-vous que cela vous a influencée ? Thorvaldsdottir : « Oui, on est toujours très proche de l’océan et le paysage est si ouvert — on voit généralement très loin, jusqu’à une montagne quelque part à l’horizon. Je pense donc porter en moi ce sentiment d’espace dans ma musique, d’une manière ou d’une autre. Je ne cherche pas à le décrire dans ma musique, mais cela fait profondément partie de ce que je suis. » 19


Bozar ╳ Concerts leidraad, maar één die voortdurend verandert. Wanneer ik een helder beeld heb van het nieuwe werk, begin ik met het noteren ervan.” Je voelt je sterk aangetrokken tot het orkest. Wat trekt je daarin aan? Thorvaldsdottir: “Het sluit heel nauw aan bij hoe ik muziek innerlijk hoor. Ik hoor dingen in lagen, met verschillende texturen die tegelijkertijd bewegen. Het orkest is daar een prachtig medium voor. De mogelijkheden zijn eindeloos en ik geniet ervan om met meerdere dimensies van klank te werken.” De orkesttraditie gaat enkele eeuwen terug, en soms duiken er ook sporen van het verleden op in je muziek. Aan het einde van AERIALITY lijkt zich bijvoorbeeld kortstondig een romantische symfonie te ontvouwen. Thorvaldsdottir: “Oudere muziek maakt altijd deel uit van wie we vandaag zijn, van waar ik sta en van de weg die ik heb afgelegd. Ik ben niet bang om heel hedendaags materiaal te combineren met schijnbaar ouder materiaal. Voor mij is het bijzonder boeiend om lyriek te verbinden met abstracte klanken en met de stroom van harmonische texturen.”

‘Ik hoor dingen in lagen, met verschillende texturen die tegelijkertijd bewegen'

CATAMORPHOSIS is een urgent werk over onze tijd. Het gaat over onze kwetsbare relatie met de planeet. Thorvaldsdottir: “Vanaf het begin van het compositieproces werd ik geïnspireerd door dat gevoel van urgentie, door die strijd, maar ook door hoop. Terwijl ik eraan werkte, brak de pandemie uit. Ik schreef aan dit enorme werk op een moment waarop mensen niet eens samen in één ruimte mochten zijn. Daardoor kreeg het stuk heel organisch een intense lading. Tegelijk is er ook een diep gevoel van hoop en lichtheid dat erdoorheen schijnt en dat de momenten van vervorming in evenwicht brengt.” METAXIS is een ongebruikelijk werk: het Belgian National Orchestra verhuist naar de Ravensteingalerij, waar het orkest uiteenwaaiert in verschillende groepen. Thorvaldsdottir: “Ja, het is een werk voor een gedeconstrueerd orkest in een open ruimte waar je vrij kan rondwandelen, midden in de muziek kunt staan en ervaren hoe de klanken zich verplaatsen. Iedereen kan daarbij zijn eigen luisterpositie kiezen: je kunt dichter bij het lage register gaan staan, of juist bij het hoge. Het publiek speelt een heel belangrijke rol want iedereen luistert vanuit een ander perspectief en beleeft de muziek op een andere manier. Ook visueel is het bijzonder om het orkest zo aan het werk te zien.” Er staan ook twee meer intieme werken op het programma: het strijkkwartet Enigma, tijdens Ars Musica, en Spectra voor ensemble. Hoe voelt het om terug te keren naar die kleinere schaal? Thorvaldsdottir: “Daar geniet ik ook enorm van, omdat je dan een andere tastbaarheid van klank verkent. Je moet heel anders nadenken over materiaal, structuur en hoe je ideeën draagt. Enigma gaat bijvoorbeeld vooral over hoe de muziek als het ware in- en uitademt, over de nuances, klanken en texturen doorheen het hele stuk. Vaak schrijf ik tegelijk aan een orkestwerk en aan een kleiner werk, omdat ze voor mij in verschillende atmosferen bestaan. Maar ik laat me altijd leiden door mijn innerlijke muzikale stem. Aan het begin ga ik naar die plek waar ik over de muziek mediteer. Waar wil ze leven? Is ze heel genuanceerd? Heel krachtig? Dat is telkens opnieuw de leidraad die mij van bij het begin de weg wijst.” 20

Sept.’26→Jan.’27 Vous partez souvent d’esquisses. Comment fonctionne ce processus ? Thorvaldsdottir : « Pour moi, le processus commence même avant cela, car l’esquisse naît de ce que j’entends intérieurement. La toute première étape consiste à trouver où la pièce veut vivre. À ce stade, j’ai généralement déjà l’instrumentation en tête et je sais qui créera l’œuvre. Lorsque les idées commencent à se matérialiser et que je perçois la direction du son, de la structure et du mouvement, je commence à dessiner des esquisses pour me souvenir de la musique. Ensuite, ces esquisses nourrissent à leur tour les idées et en font naître de nouvelles. C’est une partie vraiment essentielle de mon processus créatif. J’ai une carte, mais une carte qui change constamment. Lorsque j’ai une idée très claire de cette nouvelle pièce, je commence alors à la noter. » Vous êtes très attirée par l’orchestre. Qu’est-ce qui vous attire en lui ? Thorvaldsdottir : « Cela correspond profondément à la manière dont j’entends la musique intérieurement. J’entends les choses en couches et avec plusieurs textures qui évoluent simultanément. L’orchestre est un véhicule magnifique pour cela. Les possibilités sont infinies et j’aime travailler avec plusieurs dimensions du son. » Il y a plusieurs siècles de musique orchestrale derrière nous et l’on entend parfois des réminiscences du passé. À la fin d’AERIALITY, par exemple, on a l’impression qu’une symphonie romantique est brièvement en train de se déployer. Thorvaldsdottir : « La musique ancienne fait toujours partie de ce que nous sommes aujourd’hui, de là où je suis et du chemin que j’ai parcouru. Je n’ai pas peur de mêler des matériaux très contemporains à d’autres qui semblent plus anciens. Je trouve extrêmement fascinant de combiner le lyrisme avec des sons abstraits et le flux des textures harmoniques. » METAXIS est une composition plus inhabituelle : le BNO se déplacera dans la Galerie Ravenstein, où il se divisera en plusieurs groupes. Thorvaldsdottir : « Oui, c’est une œuvre pour orchestre déconstruit, conçue pour un espace ouvert dans lequel le public peut circuler librement, s’immerger dans la musique et faire l’expérience de la manière dont celle-ci se déplace dans l’espace physique. Chacun·e peut ainsi choisir son propre point d’écoute : se rapprocher des registres les plus graves, des registres les plus aigus, etc. Le public joue véritablement un rôle essentiel, car chaque personne écoute depuis une perspective différente et fait l’expérience de la musique de manière singulière. C’est aussi une expérience très visuelle, car cette configuration permet de voir l’orchestre sous un angle inédit. » Deux œuvres plus intimes seront également interprétées : le quatuor à cordes Enigma, dans le cadre d’Ars Musica, et Spectra pour ensemble. Que ressentez-vous lorsque vous revenez à une échelle plus réduite, en laissant derrière vous toutes les couleurs de l’orchestre ? Thorvaldsdottir : « J’aime beaucoup cela aussi, parce que l’on entre alors dans une autre forme de matérialité du son. Il faut penser très différemment les matériaux, la structure et la manière dont on porte les idées. Enigma, par exemple, porte en grande partie sur la manière dont la musique respire, ainsi que sur les nuances, les sonorités et les textures qui traversent l’ensemble de l’œuvre. Souvent, j’écris une pièce orchestrale et une pièce plus petite en même temps, parce qu’elles vivent dans des atmosphères différentes pour moi. Mais je me laisse toujours guider par ma voix musicale intérieure. Au début, j’entre dans cet espace où je médite sur la musique. Où veut-elle vivre ? Est-elle très nuancée ? Très puissante ? C’est cette lumière intérieure qui me guide à chaque fois. » Cedric Feys


Sept.’26→Jan.’27

‘Je trouve extrêmement fascinant de combiner le lyrisme avec des sons abstraits et le flux des textures harmoniques'

Anna Thorvaldsdottir © Anna Maggy

Bozar ╳ Concerts

Portrait Anna Thorvaldsdottir

11 Sept.’26 - BNO, Halls & Vinnitskaya, AERIALITY 14 Nov.’26 - Frédéric Verrières & Quatuor Diotima, Enigma*  25 Nov.’26 - Het Collectief, Spectra*   4 Dec.’26 - BNO, Ollikainen & Falk Winland, CATAMORPHOSIS*  16 Jan.’27 - Antwerp Symphony Orchestra, Vänskä & Skride, METACOSMOS 28 May’27 - BNO, Schønwandt & Steckel, Before we fall  Read the full 21 June’27- BNO & De Cock, METAXIS interview * Part of the Ars Musica festival, from 14 November until 7 December

£

21


Sept.’26→Jan.’27 Edith Dekyndt, Organ, 2021. Coproduced by Le Fresnoy – Studio national des arts contemporains and deSingel, in collaboration with Bundesanstalt für Materialforschung and -prüfung (BAM). Photo: Jan Kempenaers.

Bozar ╳ Exhibitions

Edith Dekyndt : « La matière a une pensée et un langage »

NL “The fabric decides", een uitspraak van Cristóbal Balenciaga, sluit aan bij het werk van Edith Dekyndt. Ook zij stelt namelijk de materie centraal in het creatieve proces: kracht, geheugen, oriëntatie van het oeuvre. Ter gelegenheid van de expo Edith Dekyndt✕ Cristóbal Balenciaga zoomt curator María Inés Rodríguez samen met de kunstenaar in op een praktijk waarin textiel een actief materiaal is.

FR « The fabric decides », formule de Cristóbal Balenciaga, résonne

avec le travail d’Edith Dekyndt en ce qu’elle place la matière au centre du processus créatif : force, mémoire, orientation de l’œuvre. À l’occasion de l’exposition Edith Dekyndt✕ Cristóbal Balenciaga, la commissaire María Inés Rodríguez s’entretient avec l’artiste autour d’une pratique où le textile est une matière active.

Je hecht veel belang en betekenis aan textiel. Vanwaar die interesse? Edith Dekyndt: “Het is een praktijk die heel ver teruggaat: ik heb nooit een onderscheid gemaakt tussen borduren en tekenen, naaien en ineenzetten. Textiel kan een drager zijn, maar is ook de taal van materialen die samengaan met de lucht, de wind, het water, de zee, het fijne zand. Het is een basiselement van de menselijke beschavingen: je moet je aankleden, beschutting zoeken, eten. Met steen en metaal maakten we gereedschap, wapens en recipiënten. En met die werktuigen en wapens konden we jagen, en huiden en vachten versnijden. Duizenden jaren later werden de vachten vervilt, en nog eens millennia later werden ze gesponnen en geweven. Knopen en borduren spelen een rol in de cultussen, verhalen en mythen van alle bekende beschavingen. Het gedrag van die materialenfamilie interesseert me. Een stof “valt” goed, zeggen we. Textiel genereert valbewegingen, watervallen, golven. Ik duik in de strategieën die dat veroorzaken".

Le textile occupe une place importante et significative pour toi. D’où vient cet intérêt ? Edith Dekyndt : « C’est une pratique qui vient de très loin : je n’ai jamais fait de différence entre broder et dessiner, coudre et assembler. Le textile peut être un support, mais c’est aussi un langage, celui de matières qui se conjuguent avec l’air, le vent, l’eau, la mer, le sable fin. C’est l’un des éléments fondamentaux des civilisations humaines : on doit se couvrir, s’abriter, manger. La pierre et le métal ont permis la création d'outils, d'armes, de récipients. Ces outils et ces armes ont entraîné la chasse, la découpe des peaux, des fourrures. Des millénaires et les poils des animaux seront feutrés, d'autres millénaires et ces poils seront filés, tissés. Dans chacune des civilisations connues, les gestes de lier, broder ont été associés aux cultes, aux récits, aux mythologies. C’est une famille de matières dont le comportement m’intéresse. On dira d’un tissu qu’il tombe bien, le textile crée des chutes, des cascades, des vagues. Je plonge dans des stratégies qui entrainent ces écoulements. »

De titel, The Fabric Decides, stelt de materie centraal. Je vertrekt vanuit Balenciaga’s archieven. Hoe heeft textiel je werk beïnvloed? Dekyndt: “Ik was geraakt door de stille aanwezigheid van lichamen

Le titre The Fabric Decides place la matière au centre. En travaillant à partir des archives de Balenciaga, comment le textile a-t-il influencé ton travail ?

22


Bozar ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

in de kleren. Ze waren er niet, en toch zag je ze in de vouwen, spanningen en vervormingen van de stof, als een herinnering aan de beweging en het dragen van het kledingstuk. Die voorwerpen dragen herinneringen in zich: in de materie krijgt de relatie tussen lichaam, tijd en omgeving vorm. Creatie ontstaat dan minder uit de wil om te beheersen dan uit een dialoog met wat de materie aanreikt of laat ontstaan." De tentoonstelling roept het idee op van een materiaal dat de wording van het werk kan beïnvloeden. Er staan dan ook drie dimensies voorop in je praktijk: de context, het proces en de tijd. Dekyndt: “Als je een context ontdekt, is het alsof je in je eentje in een bos of een onbekende stad rondloopt. Je verzwelgt een landschap, je stelt je ervoor open en je keert je in jezelf. Een wat dierlijke staat, waarbij alle zintuigen gericht zijn op de tussenruimten, de hoeken, de afwisselingen tussen kracht en zachtheid. Zowel het fysieke als het mentale is erbij betrokken: een staat van volledige overgave aan de intuïtie, de ontregeling, het zintuigelijke. Het proces vloeit voort

Dekyndt : « Dans ces archives, j’ai été touchée par la présence silencieuse des corps dans les vêtements. Même absents, ils demeurent perceptibles dans les plis, les tensions et les déformations du tissu, comme une mémoire du mouvement et de l’habitation du vêtement. Ces objets portent des vécus : la matière devient le lieu d’une relation entre le corps, le temps et l’environnement. La création naît alors moins d’une volonté de maîtrise que d’un dialogue avec ce que la matière propose ou laisse émerger. » L’exposition évoque l’idée d’une matière capable d’influencer le devenir de l’œuvre. Trois dimensions sont alors fondamentales dans ta pratique : le contexte, le processus et la temporalité… Dekyndt : « La découverte d’un contexte est un temps semblable à celui où l’on marche seul dans une forêt ou dans une ville inconnue. C’est engloutir un paysage, se déplier à lui et se replier en soi. Un état un peu animal, où tous les sens sont conviés aux interstices, aux angles, aux variations de force et de douceur. Cela engage à la fois le physique et le mental : un état absorbé, où l’on glisse vers

‘Ik was geraakt door de stille aanwezigheid van lichamen in de kleren. Ze waren er niet, en toch zag je ze in de vouwen'

‘J’y place des éléments selon leur résonance avec la lumière, la température, l’humidité, le parfum, le son de l’espace'

uit verkenningen en omzwervingen waarbij materialen, objecten en media worden gecombineerd. Het is een langzaam en continu leerproces op basis van ontmoetingen en toevalligheden. Ik geef de elementen hun plaats afhankelijk van hun interactie met het licht, de temperatuur, de vochtigheid, de geur, de akoestiek van de ruimte. Het zijn assemblages die, naar gelang hun aard, van toestand veranderen: van vast naar vloeibaar, van vloeibaar naar gasvormig. Ze zullen verbleken, roesten, uiteenvallen en soms verdwijnen. Ik kan hun gedrag maar deels sturen, want de materie heeft een eigen gedachtegang en taal die ik volg op basis van wat ik ervan weet."

l’intuition, le trouble, le sensuel. Le processus vient d’explorations et d’errances, à travers des associations de matières, d’objets et de médiums. C’est un apprentissage lent et continu de la rencontre et du hasard. J’y place des éléments selon leur résonance avec la lumière, la température, l’humidité, le parfum, le son de l’espace. Ce sont des assemblages qui, selon leur nature, vont changer d’état : du solide au liquide, du liquide au gazeux. Ils vont pâlir, rouiller, se démanteler et, parfois, disparaître. Je ne maîtrise que partiellement leur comportement, la matière a une pensée et un langage que j’accompagne en fonction de ce que je connais d’elle. » María Inés Rodríguez

→ Wie was Cristóbal Balenciaga ?

Cristóbal Balenciaga (1895–1972) richtte zijn huis in 1917 in San Sebastián op en werd vanaf de jaren '30 een boegbeeld van de Spaanse haute couture. In 1937, tijdens de Spaanse burgeroorlog, ging hij in Parijs wonen. Vanaf de jaren '40 oogstte hij lof met de poëtische strakheid van zijn lijnen. In de jaren '50 en '60 bereikte hij zijn hoogtepunt. Hij veranderde het vrouwelijke silhouet radicaal met nieuwe vormen – zakjurk, babydoll, tuniek, semi-fitted – en een ontwerp dat losstaat van het lichaam. Als meester van de snit belichaamde hij een moderniteit die gebaseerd was op onderzoek, precisie en textielinnovatie. Hij genoot de bewondering van zijn collega’s – Christian Dior noemde hem “de meester van ons allen”, voor Gabrielle Chanel was hij “de enige echte couturier” – en kleedde de iconen van zijn tijd, zoals Grace Kelly, Ava Gardner en Marlene Dietrich. Hij was veeleisend, meed het voetlicht, weigerde toegevingen te doen aan de confectiekleding, en sloot in 1968 zijn huis omdat hij zijn visie trouw wou blijven. Hij overleed vier jaar later en liet een intussen mythisch oeuvre na.

→ Qui était Cristóbal Balenciaga ?

Cristóbal Balenciaga (1895–1972) fonde sa maison à San Sebastián en 1917. Figure majeure de la haute couture espagnole dès les années 30, il s’installe à Paris en 1937 dans le contexte de la guerre civile. Salué dès les années 40 pour la rigueur poétique de ses lignes, il atteint son apogée dans les années 50 et 60. Il révolutionne la silhouette féminine avec des formes inédites — robe-sac, baby-doll, tunique, semi-fitted — et une conception du vêtement affranchie du corps. Maître de la coupe, il impose une modernité fondée sur la recherche, la précision et l’innovation textile. Admiré de ses pairs — Christian Dior le qualifie de « maître d’entre nous tous », Gabrielle Chanel de « seul véritable couturier » — il habille les icônes de son époque, de Grace Kelly à Ava Gardner et Marlene Dietrich. D’une exigence presque monacale, il reste à l’écart de la lumière, refuse les concessions du prêt-à-porter et ferme sa maison en 1968 plutôt que d’en altérer la vision. Il meurt quatre ans plus tard, laissant une œuvre devenue mythique.

14 Oct.’26→31 Jan.’27 Edith Dekyndt ✕ Cristóbal Balenciaga. The Fabric Decides 13 Oct.'26 Meet the Artist: Edith Dekyndt

Read in English

£

23


Jeanine de Bique © Tim Tronckoe

‘In Trinidad en Tobago is muziek overal. Iedereen zingt, danst en acteert. We zijn een uiterst expressieve, extraverte samenleving'


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Jeanine De Bique allie le baroque à la musique folklorique des Caraïbes NL Met vier concerten geven we onze portretartiest Jeanine

De Bique alle ruimte om onze hoge verwachtingen in te lossen, te overtreffen en overboord te gooien. Mozart en Händel vergezellen de sopraan al sinds haar kindertijd in Trinidad en Tobago, maar onder de Caribische zon ontkiemde nog een liefde: die voor traditionele volksmuziek. De calypso-koningin brengt bij Bozar beide invloeden samen in de overtuiging dat we meer gemeen hebben dan we denken.

FR À travers quatre concerts, nous offrons à notre artiste phare, Jeanine De Bique, toute la latitude nécessaire pour répondre à nos attentes élevées, les dépasser, voire les bouleverser. Mozart et Haendel accompagnent la soprano depuis son enfance à Trinité-et-Tobago, mais sous le soleil des Caraïbes, une autre passion a germé : celle pour la musique folklorique traditionnelle. Elle réunit ces deux influences à Bozar, convaincue que nous avons plus en commun que nous ne le pensons.

Welke rol speelde muziek in je kindertijd in Trinidad en Tobago? Jeanine De Bique: “Muziek was altijd aanwezig in onze familie. Mijn grootmoeder zong regelmatig als solist in onze Anglicaanse kerk, mijn moeder speelde orgel en piano toen ze nog een kind was, mijn zussen zaten in het schoolkoor, mijn vader luisterde graag naar classic rock en ik herinner me nog steeds het Phantom of the Opera album van mijn zus, waarvan ik alle teksten uit mijn hoofd leerde. Ik volgde een vergelijkbaar pad als mijn zussen wat dansen en pianospelen betreft, waarbij ik zowel klassieke muziek als onze traditionele volksmuziek leerde. Ik had zelfs een mondharmonica!”

Quel rôle la musique a-t-elle joué durant votre enfance à Trinitéet-Tobago ? Jeanine De Bique : « La musique a toujours fait partie de notre famille. Ma grand-mère chantait régulièrement en soliste dans notre église anglicane, ma mère jouait de l’orgue et du piano, mes sœurs faisaient partie de la chorale de l’école et mon père aimait écouter les classiques du rock. J’ai suivi un parcours similaire à celui de mes sœurs, apprenant aussi bien la musique classique que notre musique folklorique traditionnelle. J’avais même un harmonica ! »

Ook de kerk was dus een plek van samenzijn en samen zingen? De Bique: “Elke zondag zongen we hymnen die gebaseerd waren op de werken van Johann Sebastian Bach en andere barokmeesters, ook al besefte ik dat toen nog niet. Die vroege herinneringen hebben mijn levenslange liefde voor muziek gevormd. Ik had een déjà vu toen ik voor het eerst Bachs MatthäusPassion uitvoerde met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Terwijl ik het voor het eerst in zijn geheel hoorde, voelde het alsof ik thuis een dienst bijwoonde in de Anglicaanse kerk. Toen het koor bepaalde nummers zong, riep ik bijna halverwege de uitvoering uit: ‘Ik ken dit lied!' Op dat verstilde moment, met een verbaasde blik op de partituur, besefte ik dat het dezelfde muziek was, maar met een andere tekst.”

L’église était donc elle aussi un lieu de rassemblement et de chant en commun ? De Bique : « Chaque dimanche, nous chantions des hymnes inspirés des œuvres de Jean-Sébastien Bach et d’autres maîtres baroques, même si je ne m’en rendais pas encore compte à l’époque. Ces souvenirs d’enfance ont forgé mon amour de toujours pour la musique. J’ai eu une impression de déjà-vu lorsque j’ai interprété pour la première fois la Passion selon saint Matthieu de Bach avec l'Orchestre philharmonique de Rotterdam. En l’écoutant dans son intégralité pour la première fois, j’ai eu l’impression d’assister à un office à l’église anglicane près de chez moi. Lorsque le chœur a entonné certaines parties, j’ai failli m’exclamer en plein milieu : “Je reconnais cette mélodie !" À ce moment-là, j’ai regardé la partition avec plein d’étonnement, et j’ai compris qu’il s’agissait de la même musique, mais avec des paroles différentes. »

Het is bijzonder welke reis de muziek gemaakt heeft: eerst vanuit Europa, over de oceaan naar de Engelse koloniën en vervolgens terug naar Rotterdam, waar je was toen je je dit realiseerde. De Bique: “Precies. En wat mij het meest verbaasde, was hoe nauw onze werelden met elkaar verbonden zijn door kolonisatie, slavernij, industrialisatie ... We proberen ons van elkaar af te zonderen, maar dat lukt ons simpelweg niet. Dat besef is een belangrijk onderdeel geworden van mijn missie: mensen laten zien hoe mooi die verbindingen kunnen zijn, hoeveel we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen waarderen. Muziek is het duidelijkste voorbeeld van deze verbinding. Mensen vragen me vaak: ‘Is er klassieke muziek in het Caribisch gebied?’ En mijn antwoord is altijd: ‘Natuurlijk!’ Klassieke muziek kwam via de kolonisatie naar het Caribisch gebied. Die geschiedenis is pijnlijk en mag nooit worden vergeten. Wat we hebben geërfd hebben we getransformeerd tot een rijke muziekcultuur die onze veerkracht, diversiteit, creativiteit en eenheid weerspiegelt.”

Le parcours de cette musique est vraiment remarquable : d’abord depuis l’Europe, puis à travers l’océan jusqu’aux colonies anglaises, avant de revenir à Rotterdam, où vous vous trouviez lors de cette prise de conscience. De Bique : « Exactement. Et ce qui m’a le plus surprise, c’est à quel point nos mondes sont étroitement liés par la colonisation, l’esclavage, l’industrialisation… Nous essayons de nous isoler les un·es des autres, mais nous n’y parvenons tout simplement pas. C’est devenu un élément essentiel de ma mission : montrer aux gens à quel point ces liens peuvent être beaux, tout ce que nous pouvons apprendre les un·es des autres, et la musique est l’exemple le plus évident de ce lien. On me demande souvent : “Y a-t-il de la musique classique dans les Caraïbes ?" Et ma réponse est toujours : “Bien sûr !" La musique classique est arrivée dans les Caraïbes par le biais de la colonisation. Cette histoire est douloureuse et ne doit jamais être oubliée. Nous avons transformé cet héritage en une riche culture musicale qui reflète notre résilience, notre diversité, notre créativité et notre unité. » 25


Sept.’26→Jan.’27

Klassieke muziek was alom aanwezig in je jeugd, maar is er nog een andere kant aan je muzikale opvoeding die je ons wilt laten zien? De Bique: “Op school ben ik me gaan wagen aan volksmuziek en calypso. Toen ik zo’n 7 of 8 jaar oud was, won ik zelfs de calypsowedstrijd van mijn basisschool en werd ik gekroond tot Calypso Queen of the Year met een calypso die mijn moeder voor mij had geschreven (lacht). In Trinidad en Tobago is muziek overal. Iedereen zingt, danst en acteert. We zijn een uiterst expressieve, extraverte samenleving, en de kunsten zijn verweven met ons dagelijks leven.” Er zijn twee projecten waarin je de twee tradities – klassiek en meer traditioneel – zal combineren. Eén daarvan is met het Amerikaanse ensemble Apollo’s Fire. De Bique: “Met Apollo’s Fire buigen we ons over de vraag: wat gebeurde er in het Caribisch gebied in de achttiende eeuw en wat deden componisten als Händel, Purcell en Vivaldi in diezelfde periode? Jeannette Sorrell – muzikaal directeur van Apollo’s Fire – ontdekte samen met andere collega’s dat Händel via zijn investeringen financiële banden had met de slavenhandel. Voor mij maakt dat het gesprek nog complexer en de muziek nog betekenisvoller. Als zwarte vrouw uit het Caribisch gebied krijgt het uitvoeren van barokmuziek een persoonlijke lading. Ik wil de schoonheid van de muziek omarmen en tegelijkertijd de moeilijke geschiedenis die ermee verbonden is erkennen.” Hoe ga je dit verhaal aan het publiek vertellen? De Bique: “Met poëzie tussen de muziekstukken. In plaats van de barokke en Caribische tradities als afzonderlijke werelden te presenteren, leggen we de nadruk op de parallellen daartussen, vooral wat betreft hun verhalen en personages. Een aria uit Händels Alcina schetst het beeld van een tovenares, waarna een Caribisch volksverhaal volgt over het mysterieuze vrouwelijke personage La Diablesse. Als uitdrukking van veerkracht wordt een aria van Pepusch, O welcome gentle death, gecombineerd met een Haïtiaans begrafenislied dat het leven van de spreker viert en niet het verdriet om de dood. Gedurende het hele programma dient poëzie als een brug, waardoor de muziek en de verhalen elkaar weerspiegelen en onverwachte verbanden tussen het barokke Europa en het Caribisch gebied aan het licht brengen.” → Lees het volledige interview op onze website en ontdek ook haar concerten in De Munt, waaronder de titelrol in Gounods Roméo et Juliette.

Jeanine de Bique © Tim Tronckoe

Bozar ╳ Concerts

La musique classique occupait une place prépondérante dans votre enfance, mais y a-t-il un autre aspect de votre éducation musicale que vous souhaiteriez partager ? De Bique : « À l’école, je me suis lancée dans la musique folklorique et le calypso. À l’âge de 7 ou 8 ans, j’ai même été couronnée Calypso Queen of the Year avec un calypso que ma mère avait écrit pour moi (rires). À Trinité-et-Tobago, la musique est partout. Tout le monde chante, danse et joue la comédie. Nous formons une société extrêmement expressive et extravertie. »

Il y a deux projets au sein desquels vous allez associer ces deux traditions : la musique classique et la musique plus traditionnelle. L’un d’entre eux est le fruit d’une collaboration avec l’ensemble américain Apollo’s Fire. De Bique : « Nous nous penchons sur la question suivante : que s’estil passé dans les Caraïbes au XVIIIe siècle et qu’ont fait des compositeurs tels que Haendel, Purcell et Vivaldi à cette même époque ? Jeannette Sorrell, directrice musicale d’Apollo’s Fire, a découvert, avec d’autres collègues, que Haendel entretenait des liens financiers avec la traite des esclaves par le biais de ses investissements. Pour moi, cela rend le débat encore plus complexe et la musique encore plus significative. En tant que femme noire originaire des Caraïbes, l’interprétation de la musique baroque revêt une dimension personnelle. Je souhaite embrasser la beauté de cette musique tout en reconnaissant l’histoire difficile qui y est liée. » Comment allez-vous raconter cette histoire au public ? De Bique : « Avec de la poésie entre les œuvres musicales. Au lieu de présenter les traditions baroques et caribéennes comme des univers distincts, nous mettons l’accent sur les parallèles qui les unissent, notamment en ce qui concerne leurs récits et leurs personnages. Une aria tirée d’Alcina de Haendel esquisse le portrait d’une sorcière, puis nous passons à un conte populaire caribéen sur le mystérieux personnage féminin de La Diablesse. Tout au long du programme, la poésie sert de passerelle. » Guillaume De Grieve →Lisez l’interview complète sur notre site web et découvrez également ses concerts à La Monnaie, notamment le rôle-titre dans Roméo et Juliette de Gounod.

Portrait Jeanine De Bique

18 Nov.’26 - Apollo’s Fire & De Bique 10 Jan.’27 - Freiburger Barockorchester & De Bique 17 Apr.’27 - Island Chamber Orchestra & De Bique 23 Apr.’27 - BNO & De Bique 26

Read in English

£


Whether with a cavalcade of acoustic instruments or purely electronic sounds, the Total Immersion festival goes for full auditory submersion: from historical compositions to new creations and a full-evening happening.

Ina GRM: Acousmonium - Varèse. Poème électronique� † ‘Ubūr ‫ † ُ​ُع ُ​ُبور‬Bozar Bassment #4 with Stenny & Ohme – Tristan Arp & Coline Cornélis † Brussels Philharmonic - Stockhausen. Gruppen † Happening with Aïchoucha, I SOLISTI, Vlaams Radiokoor, Book of Air, Jlin & Éliane Radigue

24→31 Jan.'27

François Bayle and the Acousmonium

Total Immersion


John Coltrane, 1963 © Hugo van Gelderen - Anefo


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

John Coltrane, een inspirerende verkenner NL 100 jaar John Coltrane. Een vrijblijvende viering is geen optie.

De meest inspirerende saxofonist van de 20e eeuw speelde met een verschroeiende intensiteit en totale overgave, of het nu ging om ontroerende ballades, virtuoos stuntwerk of turbulente improvisaties. Die geest van toewijding, durf en persoonlijkheid vormt de rode draad in ons multidisciplinair programma. Wat onderscheidt Coltrane van andere iconen als Charlie Parker, Miles Davis of Thelonious Monk? De essentie van Parker en Monk zit al besloten in hun vroege werk. Hun muziek bleef trouw aan een oorspronkelijke visie. Davis deed het anders: de ultieme kameleon vond zichzelf elke vijf jaar opnieuw uit. Coltrane vertelt een ander verhaal: zijn decennium als leider leest als één lange transformatie, gedreven door een onstilbaar verlangen naar verdieping. Het resultaat is een oeuvre dat zindert van intensiteit en persoonlijke betrokkenheid. Coltrane ging all the way, in elke fase van zijn carrière. Zoals elke muzikant was hij een product van zijn tijd en van de invloeden die hem vormden, maar al snel werd hij ook een buitenbeentje. Zijn vroege muziek werd door velen als vermoeiend ervaren: rusteloos en moeilijk te vatten. De jonge Coltrane, die doorbrak aan de zijde van Miles Davis en eind jaren '50 imponeerde met albums die zijn technische meesterschap etaleerden, was bovenal een onstuitbare verkenner van vorm, harmonie en techniek. Ze noemden het ‘sheets of sound’: een stortvloed van noten die de muziek overspoelde. Coltrane stapelde akkoord op akkoord en notenreeks op notenreeks in een zoektocht naar de uiterste limieten van de jazz. Die benadering bereikte haar apotheose met Giant Steps (1959): deels album, deels lakmoesproef voor aspirantsaxofonisten. Maar Coltrane wilde verder gaan. Geïnspireerd door de modale jazz van Miles en de nieuwe vrijheid van Ornette Coleman, zoekt hij heil bij een meer horizontale benadering. Invloeden uit Oosterse muziek vonden hun weg naar zijn werk, al bleef zijn parcours grillig. Het spirituele A Love Supreme (1965) was een persoonlijk en stilistisch kantelpunt. In zijn laatste jaren scheurt Coltrane de jazz volledig open, met radicale vrijheid en marathonsessies waarmee hij de mogelijkheden van zijn instrument tot het uiterste drijft. Bij zo'n intens persoonlijk parcours zijn er meerdere fases die een andere ingang bieden tot zijn werk. Zo kijken we uit naar wat Aaron Parks en Walter Smith III doen met Coltranes tedere ballades, en welke composities Flat Earth Society en Joe Lovano & co. zullen herinterpreteren. Kopiëren is immers geen optie. Een persoonlijk weerwoord als hommage wel. → Ontdek het volledige programma, alsook de Coltraneprojecten van de Ancienne Belgique op onze website.

FR Les 100 ans de John Coltrane. Il était inenvisageable de les célébrer sans s’y engager pleinement, étant donné l’intensité brûlante et le dévouement total ayant marqué le parcours du saxophoniste le plus inspirant du XXe siècle, jalonné de ballades émouvantes, de prouesses virtuoses et d’improvisations tumultueuses. Sa ferveur, son audace et sa singularité tissent le fil conducteur de notre programme multidisciplinaire.

Qu’est-ce qui distingue Coltrane d’autres noms emblématiques tels que Charlie Parker, Miles Davis ou Thelonious Monk ? L’essence de Parker et Monk est présente dès leurs premières œuvres. Leur musique est restée fidèle à une vision initiale. Davis a procédé autrement : ce caméléon par excellence s’est réinventé tous les cinq ans. Coltrane, lui, raconte une autre histoire : sa décennie en tant que leader se lit comme une longue transformation, animée par un désir insatiable d’approfondissement. Le résultat est une œuvre qui vibre d’intensité et d’engagement personnel. Coltrane est allé jusqu’au bout, à chaque étape de sa carrière. Comme tout·e musicien·ne, il a été le produit de son époque et des influences qui l’ont façonné, avant de rapidement devenir un outsider. Sa musique de jeunesse était souvent perçue comme fatigante, agitée et difficile à saisir. Le jeune Coltrane, qui s’était révélé aux côtés de Miles Davis et avait fait forte impression à la fin des années 50 avec des albums mettant en avant sa maîtrise technique, était un explorateur infatigable de la forme, de l’harmonie et de la technique. Le torrent de notes qui déferlait de son instrument était d’ailleurs surnommé sheets of sound. L’artiste enchaînait les arpèges à la recherche des limites extrêmes du jazz. Cette approche a atteint son apogée avec Giant Steps (1959), un album légendaire et une véritable épreuve du feu pour les saxophonistes en herbe. Mais Coltrane voulait aller plus loin. Le spirituel A Love Supreme (1965) est un tournant personnel et stylistique. Au cours de ses dernières années, Coltrane a bouleversé le jazz, avec une liberté radicale et des sessions marathoniennes poussant les possibilités de son instrument à l’extrême. Face à une carrière aussi intensément personnelle, chaque période ouvre une nouvelle porte d'entrée dans son œuvre. Nous sommes impatient·es de découvrir comment Aaron Parks et Walter Smith III s'empareront des ballades les plus tendres de John Coltrane, et quelles compositions Flat Earth Society et Joe Lovano & Cie choisiront de réinterpréter. Il ne s'agit certainement pas de l'imiter, mais bien de lui rendre hommage par une réplique personnelle. Guy Peters → Découvrez le programme complet, ainsi que les projets autour de Coltrane à l'Ancienne Belgique, sur notre site web.

24 Sept.’26 - Flat Earth Society 1 Oct.’26 - Aaron Parks & Walter Smith III 3 Oct.’26 - Harmony Holiday meets John Coltrane 11 Nov.’26 - Coltrane 100 8 Mar.’27 - Ravi Coltrane

Read in English

£

29


Bozar † William Kentridge NL William Kentridge is onze eerste Grand Invité. Elk seizoen nodigen we een kunstenaar uit om het programma mee vorm te geven: met een tentoonstelling, maar ook door samen te werken met een nieuwe generatie kunstenaars. Bij Kentridge gebeurt dat via The Centre for the Less Good Idea, een artistieke werkplek in Johannesburg waar het creatieve proces centraal staat.

William Kentridge est notre premier Grand Invité. Chaque saison, nous invitons un·e artiste à contribuer à l’élaboration du programme : à travers une exposition, mais aussi en collaborant avec une nouvelle génération d’artistes. Dans le cas de Kentridge, il s’agit du Centre for the Less Good Idea, un lieu de création à Johannesburg qui place le processus créatif au centre de ses préoccupations.

FR

‘I make drawings and sometimes the drawings are filmed and become animated films. Sometimes there are performers in front of the animated film and they become theatre or opera. So, it becomes a drawing in four dimensions.’ William Kentridge

Image: William Kentridge, Tightrope of Our Hope, 2023. Charcoal, coloured pencil, digital print, collage and Indian ink on paper, diameter 124 cm. Courtesy Kentridge Studio © William Kentridge

Full programme

£


Sept.’26→Jan.’27

Dimitri Sterkens © DR/GR

Bozar ╳ Concerts

Penser l’après : soin, mémoire et radioactivité

NL Hoe zorg je voor alles wat leeft — vandaag, morgen en voor

wie lang na ons komt? Met die vraag ging de Brusselse filmmaker Dimitri Sterkens aan de slag in After Us, gemaakt voor het Belgian National Orchestra in samenwerking met NIRAS, de Belgische instelling voor radioactief afval. Het begint bij iets wat we liever niet zien - de zorg voor radioactief afval - en opent van daaruit een veel grotere vraag: wat laten we na, en hoe dragen we daar zorg voor? Hoe verliep het maakproces voor After Us? Dimitri Sterkens: “Voor After Us kreeg ik ontzettend veel creatieve vrijheid van het Belgian National Orchestra. Om te beginnen mocht ik het programma mee samenstellen en suggesties doen voor werken die ik goed vond klinken bij het thema radioactief afval. In een alledaagse filmproductie wordt de muziek pas in de montagekamer toegevoegd, maar voor dit project draaide het net andersom: de muziek was er eerst en de beelden ontstonden van daaruit.” Hoe maak je een film over grote begrippen als tijd, erfenis en zorg voor wat leeft? Sterkens: “Door de film in zijn geheel nooit té concreet te maken. De keuze om de film bewust te laten zweven tussen het abstracte en het concrete, zorgt ervoor dat je als kijker blijft nadenken, tijdens én na de film. Steeds wanneer ik een film maak, stel ik mezelf de vraag: ‘Hoe kan ik dit verhaal op een zo universeel en tijdloos mogelijke manier vertellen, zodat iedereen, ongeacht cultuur, de boodschap begrijpt?' Wat voor mij daarbij altijd vaststaat: je moet het menselijke perspectief tonen. Mensen en hun emoties.”

32

FR Comment pouvons-nous prendre soin du vivant aujourd’hui, demain et pour les générations futures ? C’est la question au cœur d’After Us, le film du cinéaste bruxellois Dimitri Sterkens, réalisé pour le BNO en collaboration avec l’ONDRAF, l’organisme belge en charge des déchets radioactifs. Le film part d’un sujet volontairement inconfortable — la gestion des déchets radioactifs, un héritage qui s’inscrit à l’échelle de milliers d’années — pour ouvrir une réflexion bien plus large : que lèguet-on au futur, et comment prendre soin de ce qui nous survivra ?

Comment s’est déroulé le processus de création d’After Us ? Dimitri Sterkens : « Pour After Us, le Belgian National Orchestra m’a laissé une immense liberté créative. J’ai d’abord pu participer à l’élaboration du programme et proposer des œuvres qui me semblaient résonner avec le thème des déchets radioactifs. Dans une production cinématographique classique, la musique n’est ajoutée qu’en salle de montage, mais pour ce projet, c’était exactement l’inverse : la musique était là en premier, et les images en sont nées. » Comment fait-on un film sur de grandes notions telles que le temps, l’héritage et le soin du vivant ? Sterkens : « En veillant à ce que le film ne devienne jamais trop concret dans son ensemble. Le choix de le laisser délibérément flotter entre l’abstrait et le concret fait qu’en tant que spectateur·ice, on continue de réfléchir, pendant le film et après. Chaque fois que je réalise un film, je me pose la question : “Comment raconter cette histoire de la manière la plus universelle et intemporelle possible, pour que les gens, quelle que soit leur culture, en comprennent le message ?" Et pour moi, une chose


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Welke compositie uit dit programma daagde je het meest uit, en waarom? Sterkens: “Ik moet zeggen dat ik op Threnody to the Victims of Hiroshima van Krzysztof Penderecki echt mijn tanden heb stukgebeten. De muziek ademt pure horror, catastrofe en verwoesting. Het fascinerende is dat Penderecki dit stuk helemaal niet óver Hiroshima schreef: het ontstond als een abstract klankexperiment, oorspronkelijk simpelweg getiteld naar de speelduur: 8’37”. Pas toen hij het voor het eerst live hoorde, werd hij door de emotionele lading overrompeld en droeg hij het op aan de slachtoffers van Hiroshima. Net dat greep me aan: de horror zat al in de klank, nog vóór er een naam of een gebeurtenis aan hing. Ruim acht minuten lang moet je je daar als luisteraar doorheen zien te worstelen. Maar welke beelden voeg je daaraan toe voor de kijker? Hoe maak je überhaupt een film over radioactieve straling, een natuurfenomeen dat in wezen onzichtbaar is? En hoe expliciet wil je als maker gaan in het tonen van de gevolgen ervan? Bij de andere stukken vielen die antwoorden sneller op hun plaats. Zeker in November van Max Richter, hoorde ik meteen het bewijs van onze generationele verbondenheid.”

‘De keuze om de film bewust te laten zweven tussen het abstracte en het concrete, zorgt ervoor dat je als kijker blijft nadenken, tijdens én na de film' Hoe raakt dit onderwerp jou persoonlijk? Sterkens: “De geboorte van mijn dochter begin dit jaar heeft mijn blik op de wereld drastisch veranderd. Sindsdien voelt het leven hier op aarde zoveel waardevoller, maar tegelijk ook veel brozer. Door een nieuwe generatie mee op de wereld te zetten, voel ik me nu extra verantwoordelijk voor het uitbouwen van een vruchtbare toekomst voor mijn dochter. De overlevering van onze kennis over de wereld - en in dit geval: over radioactief afval - is hierin van uiterst belang. Juist in de woelige tijden waarin we leven, met fake news en kennisnihilisme, moeten we tonen dat we zorgvuldig omgaan met de inzichten en informatie die we doorgeven.” Wat hoop je dat het publiek meeneemt na afloop van de film? Sterkens: “Mijn missie is geslaagd wanneer de film een afterlife krijgt. Dat de film niet stopt na het concert en dat het publiek blijft nadenken over de film en de thema’s die hij aansnijdt. Ik hoop in ieder geval dat de mensen naar huis gaan met een gevoel van verbondenheid. Met de natuur en met elkaar. Het leven hier op aarde, in al zijn schoonheid en met zijn gekke kronkelingen, blijft de moeite waard om voor te vechten. Dus pak elkaar maar eens goed vast na de voorstelling. En zorg voor elkaar en je omgeving.”

reste toujours certaine : il faut montrer la perspective humaine. Les gens et leurs émotions. » Quelle composition de ce programme vous a posé le plus grand défi, et pourquoi ? Sterkens : « Je dois dire que je me suis vraiment cassé les dents sur le Thrène à la mémoire des victimes d'Hiroshima de Penderecki. Cette musique respire l’horreur pure, la catastrophe et la dévastation. Le plus fascinant, c’est que Penderecki n’a pas du tout écrit cette pièce à propos d’Hiroshima : elle est née comme une expérience sonore abstraite, intitulée à l’origine d’après sa simple durée — 8' 37" . Ce n’est qu’en l’entendant pour la première fois en concert qu’il a été submergé par sa charge émotionnelle et qu’il l’a dédiée aux victimes d’Hiroshima. C’est précisément cela qui m’a saisi : l’horreur était déjà dans le son, avant même qu’on y associe un nom ou un événement. Pendant plus de huit minutes, l’auditeur·ice doit parvenir à se frayer un chemin à travers tout cela. Mais quelles images y ajouter pour le spectateur et la spectatrice ? Pour les autres pièces, ces réponses se sont imposées plus rapidement. Dans November de Max Richter, notamment, j’ai immédiatement entendu la preuve du lien qui unit les générations. »

‘Le choix de le laisser délibérément flotter entre l’abstrait et le concret fait qu’en tant que spectateur·ice, on continue de réfléchir, pendant le film et après' En quoi ce sujet vous touche-t-il personnellement ? Sterkens : « La naissance de ma petite fille adorée, au début de cette année, a radicalement changé mon regard sur le monde. En mettant au monde une nouvelle génération, je me sens désormais d’autant plus responsable de bâtir un avenir fertile pour ma fille. La transmission de nos connaissances sur le monde — et, dans ce cas précis, sur les déchets radioactifs — y joue un rôle capital. À une époque aussi agitée que la nôtre, marquée par les fake news et l'obscurantisme du savoir, nous devons montrer que nous traitons avec soin les idées et les informations que nous transmettons. » Qu’espérez-vous que le public emporte avec lui à l’issue du film ? Sterkens : « Ma mission est accomplie lorsque le film connaît une deuxième vie. Qu’il ne s’arrête pas avec le concert et que le public continue de réfléchir au film et aux thèmes qu’il aborde. J’espère en tout cas que les gens rentreront chez eux avec un sentiment de connexion. Avec la nature et entre eux. Alors, prenez-vous bien dans les bras après la représentation. Et prenez soin les un·es des autres et de ce qui vous entoure. »

17 Oct.’26 Belgian National Orchestra & Stockhammer

Griet De Cort

Read in English

£

33


Jlin © Lawrence Agyei

‘Le drum originel est le battement de cœur, et sans cela, vous n'avez rien'


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Het (voeten)werk van Jlin dat niemand onbewogen laat NL Van lange shifts in een staalfabriek in Gary, Indiana naar finalist

in de Pulitzerprijs voor muziek – dat is het ongewone pad van Jerrilynn Patton, alias Jlin. Met felle polyritmieken en een rauwe, duistere sound ontpopte ze zich tot een unieke stem in de wereld van de hedendaagse elektronische muziek.

FR Des longues journées de travail dans une aciérie de Gary, Indiana, à une place de finaliste du Prix Pulitzer de musique : tel est l’itinéraire peu commun de Jerrilynn Patton, alias Jlin. Avec ses polyrythmies incisives et un univers sonore brut, elle s’est imposée comme une voix singulière de la musique électronique.

Jlin begon haar muzikale carrière als producer van footwork, een stijl die opbloeide in Chicago en nauw samenhangt met de gelijknamige dansvorm. Typerend voor de muziek zijn een érg hoog tempo (van 150 tot 165 beats per minuut), onregelmatige en sterk gesyncopeerde ritmes, prominente sub-bassen, een lo-fi productiestijl en samples uit R&B en pop. Zo ontstaat energieke muziek, vol ritmische veranderingen en onverwachte accenten, waarbij dansers elkaar met complexe en razendsnelle voetbewegingen proberen te overtreffen. Erotic Heat (2011), Jlins eerste gereleasete track, staat nog volop in de traditie van het footwork. Vanuit de sample “The sweet seduction is haunting my dream” ontvouwt ze een compromisloos nummer, waarbij een sample wordt omgetoverd tot intens pulserend ritme. Gaandeweg rekt ze de mogelijkheden van het genre verder uit. Haar debuutalbum Dark Energy (2015) vormt hiertoe al een opmaat. In het alom bejubelde Black Origami (2017), maakt Jlin de structuren nog complexer en minder voorspelbaar en beweegt ze van footwork naar een abstracter geheel voorbij genreconventies. Samenwerkingen met William Basinski en Holly Herndon getuigen hiervan. Ook op Akoma (2024) strikt Jlin enkele grootheden: Björk en Philip Glass. Op het slotnummer The Precision Of Infinity hoor je hoe de welbekende arpeggio’s van Glass schuren langs Jlins bruisende electronica. Ritme is voor Jlin existentieel: “De oorspronkelijke drum is de hartslag, erzonder ben je niets. Voor mij is ritme dus liefde en liefde ritme. Ik ben een wandelend, ritmisch persoon en wezen.” Tegelijk vormt het ook de kern van haar muziek. Haar tracks zijn opgebouwd uit gedetailleerde — vaak metaalachtige — percussie, asymmetrische patronen en verschuivende accenten. Exacte herhaling maakt er plaats voor constante transformatie. Zelf huldigt ze de mantra “CPU — Clean, Precise, Unpredictable”. Jlins grimmige geluid krijgt ook steeds meer een akoestische vertaling. In opdracht van het Kronos Quartet schreef ze Little Black Book (2018), een indringend strijkkwartet aangevuld met basdrum. In Bozar hoor je een arrangement voor ensemble gespeeld door het Extended Music Collective. Je ziet haar ook aan het werk met Third Coast Percussion. Hun eerdere samenwerking Perspective (2023) bracht Jlins elektronische wereld tot leven via een indrukwekkend arsenaal aan slagwerkinstrumenten en was meteen goed voor een Pulitzernominatie.

Jlin a commencé sa carrière musicale comme productrice de footwork, un style né à Chicago et étroitement lié à la danse du même nom. Cette musique se caractérise par un tempo très élevé, des rythmes irréguliers et fortement syncopés, des sous-basses proéminentes, une esthétique de production lo-fi ainsi que des samples empruntés au R&B et à la pop. Il en résulte une musique énergique, riche en accents inattendus, sur laquelle les danseur·ses rivalisent de virtuosité à travers des jeux de jambes complexes. Erotic Heat (2011), le premier morceau publié par Jlin, s’inscrit encore pleinement dans la tradition du footwork. À partir du sample « The sweet seduction is haunting my dream », elle déploie un titre sans concession où un simple fragment sonore se transforme en un rythme d’une intensité pulsante. Peu à peu, elle repousse les limites du genre. Sur Black Origami (2017) Jlin complexifie les structures, les rend moins prévisibles et s’éloigne du footwork pour évoluer vers un langage plus abstrait, au-delà du genre. Ses collaborations avec William Basinski et Holly Herndon en témoignent. Sur Akoma (2024), Jlin s’entoure également de figures majeures : Björk et Philip Glass. Dans le morceau de clôture, The Precision Of Infinity, les célèbres arpèges de Glass viennent se frotter à l’électronique foisonnante de Jlin. Pour Jlin, le rythme est une question existentielle : « Le drum originel est le battement de cœur, et sans cela, vous n'avez rien. Pour moi, le rythme est amour, et l’amour est rythme. Je suis un être profondément rythmique, un être qui marche au rythme du monde. » Le rythme constitue également le cœur de sa musique. Ses morceaux sont construits à partir de percussions minutieusement ciselées, de motifs asymétriques et d’accents en perpétuel déplacement. La répétition exacte y cède la place à une transformation constante. Jlin revendique le mantra « CPU — Clean, Precise, Unpredictable ». La musique de Jlin trouve également de plus en plus de traductions acoustiques. À la demande du Kronos Quartet, elle compose Little Black Book (2018), un quatuor à cordes enrichi d’une grosse caisse. À Bozar, vous pouvez entendre un arrangement interprété par l’Extended Music Collective. On la découvrira également aux côtés de Third Coast Percussion. Leur précédente collaboration, Perspective (2023), donnait vie à l’univers de Jlin grâce à un arsenal d’instruments de percussion et leur a valu d’emblée une nomination au Pulitzer.

Portrait Jlin

9 Oct.’26 - Jlin, Live solo 5 Nov.’26 - Jlin & Third Coast Percussion, Vernacular 6 Dec.’26 - Extended Music Collective, Little Black Book 30 Jan.’27 - Acousmonium, 80 speakers play Jlin 21 Mar.’27 - Jlin & Ictus, Creation

Cedric Feys

Read in English

£

35


Sept.’26→Jan.’27

Coudenberg Sound Box Fest © all rights reserved

Bozar ╳ Concerts

Sur les traces de la ville de la Senne

NL Maar liefst twaalf concerten uit de reeks Echoes of Brussels

FR Les douze concerts de la série Echoes of Brussels nous invitent à plonger, tout au long d’une saison, dans l’histoire musicale de la ville de la Senne. Nous remontons le temps en trébuchant sur les pavés, en croisant des personnages clés ou en nous attardant sur des créations mémorables. Un guide de la ville à la main, je suis parti à la recherche de souvenirs tangibles.

De eerste bestemming van mijn tijdreis is donker, kil en vochtig. Ik was nochtans niet op zoek naar de Dark Ages. Enkele verdiepingen onder het Koningsplein bevinden zich de overblijfselen van het majestueuze Coudenbergpaleis, waar de Bourgondiërs en later Keizer Karel V regeerden en de kunsten eeuwenlang lieten floreren. Terwijl de tram boven mijn hoofd davert, kan ik me het verbeelden. In de 15e-eeuwse keukens en opslagruimtes onder de verdwenen staatsiezaal zie je de restanten van betegelde vloeren, kolossale zuilen en uitgedoofde haarden. Een aszwarte, horizontale lijn in de muren herinnert aan de brand uit 1731 die het complex helemaal verwoestte, op de kapel na. Op 6 december is de Coudenberg het decor voor het concert van ClubMediéval. Pierre de la Rue en Tielman Susato zijn slechts enkele van de componisten die Keizer Karel zou kunnen hebben gehoord tijdens zijn regeerperiode in Brussel. Met hetzelfde ticket kan je vervolgens in de Coudenbergkerk luisteren naar Dionysos Now! met polyfonie van componisten als Johannes Ghiselin, Pedro Ruimonte en Thomas Crecquillon. Samen schetsen de concerten een levendig portret van de Coudenberg: van ingetogen hofkapel tot internationale muzikale ontmoetingsplaats.

La première destination de mon voyage dans le temps est sombre, froide et humide. Je n’avais pourtant pas l’intention de rejoindre les âges obscurs. Je m’enfonce sous la Place Royale pour y admirer les vestiges du majestueux Palais du Coudenberg, où les Bourguignons, puis l’empereur Charles Quint, régnèrent et firent prospérer les arts durant des siècles. Alors que le tram gronde au-dessus de ma tête, je fais travailler mon imagination. Dans les cuisines et les réserves du XVe siècle, sous l’ancienne salle d’apparat aujourd’hui disparue, on aperçoit les traces de sols carrelés, de hautes colonnes et de cheminées éteintes. Une ligne horizontale noir cendré sur les murs rappelle l’incendie de 1731 qui a entièrement détruit le complexe, à l’exception de la chapelle. Le 6 décembre, le Coudenberg accueillera le concert de ClubMediéval, qui fait la part belle à des compositeurs tels que Pierre de la Rue et Tielman Susato, que Charles Quint lui-même aurait pu écouter durant son règne à Bruxelles. Le même ticket vous permettra également d’écouter Dionysos Now! dans l’église du Coudenberg, avec des œuvres polyphoniques signées Johannes Ghiselin, Pedro Ruimonte et Thomas Crecquillon, entre autres. Ces deux concerts brossent un portrait vivant du Coudenberg : d’une chapelle de cour discrète à un lieu international de rencontres musicales.

duiken een seizoen lang in de muziekgeschiedenis van de Zennestad. We struikelen over de kasseien terug in de tijd en lopen sleutelfiguren tegen het lijf. Of staan stil bij memorabele creaties. Met een stadsgids in de hand ging ik op zoek naar tastbare herinneringen.

Die andere Karel Ik moet niet ver lopen om verder te gaan in de muziekgeschiedenis van Echoes of Brussels. Na de fatale brand uit 1731 namen de Habsburgse landvoogden intrek in het Paleis van Karel van 36

L’autre Charles L’histoire musicale d’Echoes of Brussels se poursuit à peine quelques pas plus loin. Après l’incendie fatal de 1731, les


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Lotharingen – toen nog bekend als het Paleis van Nassau. Ik kijk Karel van Lotharingen recht in de ogen op het Museumplein, waar zijn bronzen standbeeld met een trotse, tijdloze en ietwat gefronste blik naast ‘zijn’ Paleis staart. Zijn residentie is niet publiek toegankelijk dus vertoef ik even in zijn schaduw. Een handvol toeristen maakt na het nemen van een foto rechtsomkeer. Ze beseffen niet dat dit ooit het centrum was van het Brusselse concertleven, gedragen op de schouders van één bijzondere componist en violist: Pieter van Maldere. Gesteund door Karel van Lotharingen en geïnspireerd door het Parijse Le Concert Spirituel, richtte hij de concertvereniging Le Concert Bourgeois op. Bovendien reisde van Maldere samen met zijn beschermheer doorheen Europa waar hij zijn ‘Brusselse’ muziek met de internationale aristocratie deelde. Het ensemble Les Muffatti duikt op 29 oktober in het repertoire van Le Concert Bourgeois en blaast Karel van zijn sokkel.

gouverneurs habsbourgeois s’installèrent au Palais de Charles de Lorraine, alors connu sous le nom de Palais de Nassau. J’observe Charles de Lorraine sur la Place du Musée, où sa statue de bronze, au regard fier, intemporel et légèrement froncé, contemple son palais. Sa résidence étant fermée au public, je m’attarde un instant dans son ombre. Une poignée de touristes fait demi-tour après avoir pris une photo, sans savoir que cet endroit fut autrefois le centre de la vie musicale bruxelloise, porté par un compositeur et violoniste hors du commun : Pieter van Maldere. Soutenu par Charles de Lorraine et inspiré par Le Concert Spirituel de Paris, il fonda la société de concerts Le Concert Bourgeois. De plus, il voyagea à travers l’Europe avec son mécène, partageant sa musique bruxelloise avec l’aristocratie internationale. Le 29 octobre, l’ensemble Les Muffatti fera vibrer le répertoire du Concert Bourgeois à faire descendre Charles de son socle.

Voor het collectief Mijn volgende afspraak staat op naam van Meyerbeer. Rue Meyerbeer in Vorst meer bepaald, want daar woonde componist Frederic Rzewski tot zijn overlijden in 2021. De Amerikaan bracht vanaf 1977 een groot deel van zijn leven door in Brussel. Een uitgebreid en gevarieerd oeuvre staaft zijn productiviteit: van orkestmuziek over kamermuziek en de vele pianowerken die hij vaak zelf uitvoerde. Dat nieuwe muziek moeilijk hoort te zijn, wordt bovendien weerlegd. Rzewski’s werken zijn doelbewust toegankelijk.

Pour le collectif Mon prochain rendez-vous est au nom de Meyerbeer. Plus précisément, rue Meyerbeer à Forest, car c’est ici que le compositeur américain Frédéric Rzewski a vécu jusqu’à son décès en 2021, après avoir passé une grande partie de sa vie à Bruxelles dès 1977. Une œuvre vaste et variée témoigne de sa productivité : pièces pour orchestre, musique de chambre, et de nombreuses œuvres pour piano qu’il interprétait souvent lui-même. Son œuvre, délibérément accessible, contredit l’idée selon laquelle la musique contemporaine serait difficile. Fort de ses convictions politiques de gauche, il

‘De concerten uit de reeks Echoes of Brussels duiken een seizoen lang in de muziekgeschiedenis van de hoofdstad'

‘Les concerts de la série Echoes of Brussels nous invite à plonger, tout au long d’une saison, dans l’histoire musicale de la capitale'

Vanuit een linkse politieke overtuiging wilde hij zijn muziek verstaanbaar maken voor de arbeidersklasse, in tegenstelling tot de Darmstadt School met Stockhausen en de New Yorkse avant-garde met Cage. Zijn belangrijkste wapenfeit is The People United Will Never Be Defeated!. Deze indrukwekkende variatiecyclus voor piano kan terecht geplaatst worden naast de Goldberg- en Diabellivariaties van respectievelijk Bach en Beethoven. Op het Chileense protestlied ¡El pueblo unido jamás será vencido! van Sergio Ortega Alvarado schreef Rzewski 36 indrukwekkende, maar aartsmoeilijke variaties. Op 28 oktober speelt Daan Vandewalle, vriend van Rzewski, deze beklijvende cyclus bij Bozar. Later dit seizoen staan we stil bij de uitvoering van Schönbergs Erwartung in het Paleis voor Schone Kunsten in 1936, toen met decor van Jean Brusselmans! Alsook Expo 58 waar Varèses Poème électronique de bezoekers in het Philipspaviljoen verwonderde en de wereldpremière van Stravinski’s Psalmensymfonie in het Paleis in 1930. Veel te geschieden, veel te beleven!

souhaitait rendre sa musique compréhensible pour la classe ouvrière, contrairement à l’école de Darmstadt avec Stockhausen et à l’avantgarde new-yorkaise avec Cage. Son chef-d’œuvre The People United Will Never Be Defeated! est un impressionnant cycle de variations pour piano, pouvant à juste titre être placé au même rang que les Goldberg de Bach et les Diabelli de Beethoven. Sur le chant de protestation chilien ¡El pueblo unido jamás será vencido! de Sergio Ortega Alvarado, Rzewski signe en effet 36 variations impressionnantes, mais d’une extrême difficulté. Le 28 octobre, Daan Vandewalle, un ami de Rzewski, interprétera ce cycle remarquable à Bozar. Plus tard dans la saison, nous reviendrons sur la représentation de Erwartung de Schönberg au Palais des Beaux-Arts en 1936, qui comportait alors des décors de Jean Brusselmans ! Nous évoquerons également l’Expo 58, où le Poème électronique de Varèse émerveilla les visiteur·ses du Pavillon Philips, ainsi que la première mondiale de la Symphonie des Psaumes de Stravinski au Palais en 1930. Beaucoup d’événements à venir et d’univers à découvrir !

Echoes of Brussels (part 1)

28 Oct.’26 - Daan Vandewalle 29 Oct.’26- Les Muffatti & Anthony Romaniuk 6 Dec.’26 - ClubMediéval - Dionysos Now! 11 Dec.’26 - BNO, Chauhan & Brimberg 24 Jan.’27 - Aifoon 27 Jan.’27 - Acousmonium

Guillaume De Grieve

Read in English

£

37


Ramzi Aburedwan © Majdi Hadid


Bozar ╳ Concerts

Sept.’26→Jan.’27

Ramzi Aburedwan: Wat olijfbomen ons vertellen NL Palestine, a Song of the Land gaat over verbonden zijn

FR Palestine, a Song of the Land évoque l’attachement à un lieu singulier : une terre habitée, cultivée et transmise. Autour de ce thème, le compositeur palestinien Ramzi Aburedwan construit une soirée où poésie, danse, image et musique entrent en résonance.

Kan je ons iets meer vertellen over het thema? Ramzi Aburedwan: “Voor de Palestijnen is land meer dan alleen een geografische ruimte; het belichaamt herinneringen, geschiedenis en identiteit. Onze band met dit gebied is nauw verweven met onze voorouders, de wisseling van de seizoenen en de landschappen vol olijfbomen. Nu deze band wordt bedreigd, willen we onze waardigheid en ons bestaan benadrukken door hierover te zingen.” Kan je een stukje poëzie citeren dat dit illustreert? Aburedwan: “Een van de basisteksten is van Mahmoud Darwish: ‘Op dit land hebben we alles wat het leven waarde geeft.’ Deze zin vertelt dat ons land bovenal een ruimte is van creatie, liefde en hoop. Ook het gedachtegoed van Hussein Barghouti inspireerde ons: ‘Als de olijfboom voortleeft in zijn olie, leeft de heuvel voort in de olijfboom.’ Of deze prachtige passage: ‘Als er een geheim is dat je moeilijk kunt bewaren, graaf dan een gat in de grond en leg het daar neer, bedek het vervolgens met aarde. Het zal naar je terugkeren wanneer de lente komt: elke bloem, elk grassprietje dat uit deze aarde groeit, zal het geheim weer naar de oppervlakte brengen, maar enkel jij zal het kunnen horen!’” Wat is volgens jou de rol van muziek in tijden van oorlog en verdeeldheid? Aburedwan: “Hoewel muziek oorlogen niet kan stoppen, behoudt ze onze menselijkheid te midden van het geweld. Ze creëert ruimte voor empathie en herinnert ons eraan wat we over de grenzen heen delen. Waar woorden verdeeldheid zaaien, brengt muziek een gevoelige dialoog tot stand.” Het wordt een totaalconcept waarin diverse kunstvormen samenkomen. Wat kunnen we verwachten? Aburedwan: “In de eerste plaats een groot ensemble van achttien artiesten. De composities zijn verweven met visuele creaties die geïnspireerd zijn door landschappen, het dagelijks leven, het collectieve geheugen en een hoopvolle blik op de toekomst. Het doel is om een ruimte te creëren waar de verschillende uitingsvormen de gevoelens van het publiek aanspreken.” Je bent opgegroeid in een Palestijns vluchtelingenkamp. Had je toen kunnen dromen dat jouw projecten overal in Europa zouden worden gepresenteerd? Aburedwan: “Nee, in het kamp van Al-Amari leken de horizonten beperkt. Muziek heeft onverwachte deuren voor me geopend, waardoor ik de verhalen van mijn volk over de hele wereld kan uitdragen. Dat dit project vandaag zo ver reikt, is te danken aan het vermogen van kunst om grenzen te overschrijden en bruggen te slaan tussen mensen.”

Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur le thème ? Ramzi Aburedwan : « Pour les Palestinien·nes, la terre dépasse l'espace géographique ; elle incarne la mémoire, l'histoire et l'identité. Notre relation au territoire est intimement liée à nos ancêtres, aux cycles des saisons et aux paysages d'oliviers. Aujourd'hui, alors que ce lien est menacé, évoquer la terre revient à affirmer notre dignité et notre existence. » Pourriez-vous citer un extrait de la poésie utilisée qui illustre ce concept ? Aburedwan : « L’un des textes fondateurs est de Mahmoud Darwich : “Nous avons sur cette terre ce qui mérite vie." Cette phrase rappelle que la terre est avant tout un espace de création, d’amour et d’espoir. Le projet s’inspire également de la pensée de Hussein Barghouti : “Si l’olivier se prolonge dans son huile, la colline, elle, se prolonge dans l’olivier." Enfin, ce magnifique passage : “S’il y a un secret que tu as du mal à garder, creuse un trou dans le sol et dépose-le là, puis recouvre-le de terre, enterre-le bien. Il reviendra à toi quand vient le printemps : chaque fleur, chaque herbe qui poussera de ce terreau fera revenir le secret à la surface de la terre, mais personne d’autre que toi ne pourra l’entendre !" » En période de guerre et de division, quel est selon vous le rôle de la musique ? Aburedwan : « Si la musique ne peut arrêter les guerres, elle préserve notre humanité au cœur de la violence. Elle crée des espaces d’empathie et nous rappelle ce que nous partageons audelà des frontières. Là où les discours divisent, la musique instaure un dialogue sensible. » Il s’agira d’un projet multidisciplinaire. À quoi le public peut-il s’attendre ? Aburedwan : « Tout d’abord, il y a un grand ensemble de dixhuit artistes. Les compositions s’entrelacent avec des créations visuelles inspirées des paysages, de la vie quotidienne, de la mémoire collective et de l’espoir en l’avenir. Les différentes formes d’expression se répondent pour interpeller la sensibilité du public. » Vous avez grandi dans un camp de réfugié·es palestinien·nes. Imaginiez-vous alors que vos projets seraient présentés partout en Europe ? Aburedwan : « Non, au camp d’Al-Amari, les horizons semblaient limités. La musique m’a ouvert des portes inattendues, me permettant de porter les récits de mon peuple à travers le monde. Si ce projet atteint aujourd’hui l’Europe, c’est grâce à la capacité de l’art à franchir les frontières et à bâtir des ponts entre les êtres. »

met een bepaalde plaats: over land dat bewoond, bewerkt en doorgegeven wordt. Rond dit thema weeft Palestijns componist Ramzi Aburedwan een avond waarin poëzie, dans, beeld en muziek met elkaar in dialoog gaan.

14 Sept.’26 Palestine, a Song of the Land

Guillaume De Grieve Read in English

£

39


Feb.→Aug.’26

DRESSING, Darius Dolatyari-Dolatdoust, Point Éphémère © DR/GR

Bozar ╳ Performances

Une saison de performances en présence active

NL Performancekunst is een veelzijdige kunstvorm die volgens

de Britse criticus Claire Bishop één gemeenschappelijke noemer heeft: de ‘actieve aanwezigheid' van het publiek. Een van de kenmerken ervan is het wegvallen van grenzen, waardoor iedereen medeproducent van het werk wordt. Ons performanceprogramma nodigt je uit om samen met de kunstenaars actief deel te nemen en de vragen die hen bezighouden te delen.

De steun van Bozar voor deze kunstvorm in voortdurende ontwikkeling komt tot uiting in talrijke nieuwe producties en heropvoeringen op maat van de ruimtes van het Paleis. Elke voorstelling doorbreekt de traditionele conventies en put haar kracht uit kwetsbaarheid of uit het vermogen om zich aan te passen. Bewegingen die voortvloeien uit kleding Darius Dolatyari-Dolatdoust is een multidisciplinaire kunstenaar bij uitstek en maakt van zijn praktijk een ontmoetingsplaats tussen design, mode, scenografie en performance. Hij combineert zijn technische en artistieke expertise in performances die de relaties tussen vorm en beweging verkennen. Via zijn projecten, met name in het MUDAM in Luxemburg, de Serralvès Stichting in Porto en de Magasins Généraux in Parijs, beschouwt hij ruimtes als bouwstenen van een verhaal. De kostuums scheppen daarbij een meeslepende sfeer, waarbij de grenzen tussen lichaam en 40

FR La performance est un art protéiforme qui a, selon la critique d'art britannique Claire Bishop, pour dénominateur commun : la présence active du public. L’une de ses spécificités est l’abolition des frontières, faisant du public un coproducteur·ice de l’œuvre. Notre programme de performances invite le public à s’impliquer aux côtés des artistes et à partager les questions qui les traversent.

Le soutien de Bozar pour cet art en constante réinvention se reflète dans cette nouvelle programmation qui propose de nombreuses créations ainsi que des reprises adaptées à l’espace du Palais. Chaque performance déjoue les codes traditionnels et puise sa force dans les fragilités ou dans la capacité à s’adapter. Des mouvements façonnés par le vêtement Artiste pluridisciplinaire par excellence, Darius DolatyariDolatdoust fait de sa pratique un terrain de rencontre entre design, vêtement, scénographie et performance. Formé entre Bruxelles et Paris aux arts appliqués, au textile, à la sculpture, au graphisme et à la danse, il conjugue ses expertises techniques et artistiques dans des performances qui explorent les relations entre forme et mouvement. À travers ses interventions, notamment au MUDAM à Luxembourg, à la Fondation Serralvès à Porto ou aux Magasins Généraux à Paris, il pense les espaces comme éléments constitutifs d’une narration. Les costumes y façonnent une atmosphère immersive, brouillant les frontières entre corps


Bozar ╳ Performances

Feb.→Aug.’26

decor vervagen. In zijn installaties beschouwt hij kleding als een verlengstuk van het lichaam en speelt hij met de culturele percepties die dit oproept. Met DRESSING en mata ! bouwt hij het narratieve karakter van kleding verder uit, tussen levende archieven en imaginaire speculaties. Verbeelding als universele taal Regisseur Nico Jongen staat aan het hoofd van het gezelschap Ça marche, dat hij in 2015 samen met Oriol López in Barcelona oprichtte. Vanuit die werking maakt hij immersieve, inclusieve en geëngageerde projecten waarin theater, dans en installaties samenkomen. Met een bijna documentaireachtige aanpak ontwikkelt hij een poëtiek van het gebaar door het potentieel van niet-professionele lichamen op het podium te verkennen. De laatste tijd richt zijn werk zich vooral op collectieve creaties met mensen met een auditieve of visuele beperking. Deze samenwerkingen openen mogelijkheden om de vormgeving van het podium te herzien, rekening houdend met de diversiteit aan manieren van waarnemen en uitdrukken. Via workshops onderzoekt hij de interacties tussen gebarentaal, bewegingen, licht en geluid om toegankelijke en poëtische ervaringen te creëren. HAPPY END, een nieuw project dat in Bozar tot stand is gekomen, gaat over de metamorfose van tienerlichamen in een ode aan de collectieve kracht.

‘Dit seizoen is bedoeld als een uitnodiging om je betrokken te voelen, bij de kunstenaars en de thema’s die hen bezighouden’

Een icoon van experimentele dans en performance De Spaanse artiest Mónica Valenciano heeft dans, beweging en theater gestudeerd en buigt zich over expressieve mogelijkheden zoals de ‘ademhaling ‘van een beweging, de ‘akoestiek’ van een gebaar, de ‘multifocaliteit’ van een lichaam. Via processen waarin beweging, woord en ruimte in elkaar overvloeien, wordt het lichaam een plek waar het intieme en het politieke elkaar ontmoeten. Als dichter, activist en pedagoog ontwikkelt ze een benadering van de performance die de aandacht en de emoties in hun onmiddellijkheid weet te vangen. Naast haar creatie in Bozar zal ze studenten ontmoeten in workshops, waarmee ze bijdraagt aan het openen van nieuwe ruimtes voor dialoog tussen kunst en maatschappelijk engagement.

et décor. Dans ses installations, il envisage le vêtement comme extension du corps et joue des perceptions culturelles qu’il induit. Avec DRESSING et mata !, il développe ce narratif du vêtement, entre archives vivantes et spéculations imaginaires. L’imagination comme universalité de langage À la tête de la compagnie Ça marche, basée à Barcelone et fondée en 2015 avec Oriol López, le metteur en scène Nico Jongen s’appuie sur le théâtre, la danse et l’installation pour développer des projets immersifs, inclusifs et engagés. Par une approche presque documentaire, il développe une poétique du geste en explorant le potentiel subversif des corps non professionnels au plateau. Récemment, son travail s’est recentré sur des créations collectives avec des personnes sourdes et malentendantes. Ces collaborations ouvrent sur des possibilités de repenser les modalités de la scène en prenant en compte la diversité des modes de perception et d’expression. À travers des ateliers, il explore les interactions entre langue des signes, gestes, lumières et sons pour créer des expériences accessibles et poétiques. HAPPY END, un nouveau projet créé à Bozar, aborde la métamorphose des corps adolescents dans une ode à la force collective.

‘Notre programme de performances invite le public à s’impliquer aux côtés des artistes et à partager les questions qui les traversent’ Une figure iconique de la danse expérimentale et de la performance en Espagne L’artiste espagnole Mónica Valenciano explore les possibilités expressives du corps, sa matérialité et sa capacité à porter des récits complexes : sa démarche s’appuie sur la respiration du mouvement et l’acoustique du geste. À travers des processus mêlant mouvement, parole et espace, le corps devient un lieu où se rencontrent l’intime et le politique. Par ailleurs poète, militante et pédagogue, elle développe une approche de la performance qui saisit l’attention et les émotions dans leur immédiateté. Parallèlement à sa création à Bozar, elle rencontrera des étudiant·es dans le cadre de workshops, contribuant à ouvrir de nouveaux espaces de dialogue entre art et engagement social.

19 Oct.’26 Darius Dolatyari-Dolatdoust. DRESSING ✕ mata ! 7 Dec.’26 Ça marche. HAPPY END 15 Feb.’27 Mónica Valenciano. ENSAYOS PARA NADA Y AVE

Paul Briottet

Read in English

£

41


© Marin D.

‘Het woord “Checkpoint" roept associaties op met factchecking, een kerntaak van journalistiek'


Bozar ╳ Talks & Debates

Sept.’26→Jan.’27

Checkpoint Brussels fait éclater les bulles médiatiques NL Bozar heeft een sterke reputatie als huis voor debat en

reflectie. Sprekers uit de hele wereld lokken duizenden bezoekers naar onze zalen. Toch blijft het publiek vaak verdeeld over parallelle publieke ruimtes. De vele gemeenschappen in Brussel en België leven naast elkaar, elk in hun eigen (nieuws) bubbel. Checkpoint Brussels wil daar iets aan doen. Op 12 mei 2026 zat de Henry Le Bœufzaal afgeladen vol voor de Franse econoom Gabriel Zucman die zijn boek Miljardairs betalen geen inkomstenbelasting en daar gaan we een einde aan maken kwam voorstellen. Tweeduizend mensen luisterden geboeid naar zijn ideeën over een vermogensbelasting. De timing van deze Meet the Thinker was perfect: de Belgische regering maakte zich klaar voor de begrotingsopmaak. Zucmans voorstellen domineren het debat in Frankrijk en Franstalig België. Opvallend was hoe gretig de Franstalige media hem interviewden, terwijl hij in Vlaanderen zo goed als geen aandacht kreeg, ondanks zijn internationale reputatie en status als mogelijke Nobelprijswinnaar. Het is een voorbeeld van de diepe kloof tussen de Vlaamse en Franstalige publieke ruimte. Vlamingen en

‘De vele gemeenschappen in Brussel en België leven naast elkaar, elk in hun eigen (nieuws)bubbel'

Franstaligen volgen elk hun eigen media. Welke Vlaming leest Le Soir? Welke Waal De Standaard? Veel jongeren halen hun nieuws van TikTok en andere sociale media. Brussel is tegelijk een van de meest diverse steden van Europa. Meer dan tachtig procent van de inwoners heeft een migratieachtergrond. Vlamingen en Franstaligen, Europese en niet-Europese Brusselaars, medewerkers van internationale instellingen zoals de EU en de NAVO: allemaal volgen ze het nieuws via andere kanalen en vanuit andere perspectieven. Dat maakt een gedeeld maatschappelijk debat steeds moeilijker. Als federale instelling wil Bozar mensen samenbrengen. Daarom lanceren we dit najaar Checkpoint Brussels, een levend nieuwsprogramma dat nieuwsgierigheid tussen gemeenschappen wil stimuleren. De titel verwijst bewust naar Checkpoint Charlie, de grenspost die Oost- en West-Berlijn met elkaar verbond. Tegelijk roept “checkpoint” associaties op met factchecking, een kerntaak van journalistiek. “Brussels” (in het Engels) verwijst zowel naar de Vlaamse en Belgische hoofdstad, maar ook de Europese. Checkpoint Brussels bevat een centraal debat en een interview, aangevuld met korte actualiteitsrubrieken, nieuws uit eigen huis en muziek. We voorzien vertaling, zodat iedereen zijn eigen taal kan spreken.

FR Bozar jouit d’une solide réputation en tant que lieu de débat et de réflexion. Des intervenantes et intervenants venus du monde entier attirent des milliers de visiteur·ses dans nos salles. Pourtant, le public reste souvent réparti dans des espaces publics parallèles. Les nombreuses communautés de Bruxelles et de Belgique cohabitent, chacune dans leur propre bulle (médiatique). Checkpoint Brussels souhaite remédier à cette situation.

Le 12 mai, la Salle Henry Le Bœuf était comble pour accueillir l’économiste français Gabriel Zucman, venu présenter son livre Les milliardaires ne paient pas d’impôt sur le revenu et nous allons y mettre fin. Deux mille personnes ont écouté avec intérêt ses idées sur un impôt sur la fortune. Ce Meet the Thinker de la série Writers & Thinkers tombait à point nommé, alors que le gouvernement belge s’apprêtait à élaborer son budget. Les propositions de Zucman dominent le débat en France et en Belgique francophone. Il était frappant de constater à quel point les médias francophones l’interviewaient avec empressement, alors qu’il ne bénéficiait pratiquement d’aucune attention en Flandre, malgré sa réputation internationale et son statut de candidat potentiel au prix Nobel. Il s’agit ici d’un exemple du fossé profond qui sépare l’espace public flamand et francophone. Flamand·es et francophones suivent chacun et chacune leurs propres médias. Quel·le Flamand·e lit Le Soir ? Quel·le Wallon·ne lit De Standaard ? Quant à beaucoup de jeunes, ils s’informent sur TikTok et d’autres réseaux sociaux. Bruxelles est également l’une des villes les plus diversifiées d’Europe. Plus de 80 % de ses habitant·es sont issu·es de l’immigration. Flamand·es et francophones, Bruxellois·es européen·nes et non européen·nes, collaborateurs et collaboratrices d’institutions internationales telles que l’UE et l’OTAN : toutes et tous suivent l’actualité par des canaux différents et selon des perspectives différentes. De quoi complexifier de plus en plus les débats sociétaux communs. En tant qu’institution fédérale, Bozar souhaite rassembler les gens. C’est pourquoi nous lançons cet automne Checkpoint Brussels, un programme d’actualité vivant qui vise à stimuler la curiosité entre les communautés. Le terme fait délibérément référence au Checkpoint Charlie, le poste-frontière qui reliait Berlin-Est et Berlin-Ouest. Parallèlement, il évoque le fact-checking, une mission fondamentale du journalisme. Brussels (en anglais) fait référence à la fois à la capitale flamande et belge, mais aussi européenne. Checkpoint Brussels s’articule autour d’un débat central et d’un entretien, complétés par de courtes rubriques d’actualité, des informations maison et de la musique. Nous en assurons la traduction afin que chacun et chacune puisse s’exprimer dans sa propre langue.

Checkpoint Brussels 17 Nov. + 16 Dec.’26

Karl van den Broeck

Read in English

£

43


Zadie Smith © Dominique Nabokov


Bozar ╳ Talks & Debates

Sept.’26→Jan.’27

Zadie Smiths pleidooi voor nieuwsgierigheid en ambivalentie NL Met romans als Witte tanden en Over schoonheid groeide

ze uit tot een van de meest invloedrijke stemmen in de hedendaagse Engelstalige literatuur. Zadie Smith beweegt zich tussen intellectuele ernst en humor, tussen zelfrelativering en scherpe analyse, en laat tegenstrijdigheden met een opvallende vanzelfsprekendheid naast elkaar bestaan. Steeds opnieuw verzet ze zich tegen simplistische antwoorden en vastgeroeste posities. Die visie loopt als een rode draad door Dood en levend (Dead and Alive), haar jongste essaybundel en tegelijk de aanleiding voor haar komst naar Bozar, waar ze in gesprek gaat met Annelies Beck. In Dood en levend verkent Smith de spanningen tussen identiteit, taal en macht, en onderzoekt ze hoe kunst en denken zich daartoe kunnen verhouden. Ze pleit daarbij consequent voor meervoudigheid en ambivalentie: niet als abstract ideaal, maar als noodzakelijke manier van kijken in een wereld die vaak naar eenduidigheid neigt. In een van de essays uit de bundel, over de

‘Smith beweegt zich tussen intellectuele ernst en humor, tussen zelfrelativering en scherpe analyse, en laat tegenstrijdigheden met een opvallende vanzelfsprekendheid naast elkaar bestaan' Britse schilder Celia Paul, onderzoekt Smith de macht van de blik in relatie tot gender. Ze illustreert hoe Paul door haar relatie met Lucian Freud lang als muze werd aanzien. Via haar schilderkunst besloot ze echter om zelf te kijken, in plaats van slechts bekeken te worden. Smith meent dat Freud, zoals elke kunstenaar, blinde vlekken heeft en stelt zich kritisch op tegenover ‘cancel culture’, waarbij discussies vaak een simplistische vorm aannemen. Tegelijk benadrukt ze dat misogynie geen blinde vlek is, maar een haarscherp inzicht dat ingebed is in een doorwrochte intellectuele superstructuur. Ook de koloniale blik komt aan bod. In een essay over de Nigeriaans-Amerikaanse visuele kunstenaar Toyin Ojih Odutola vraagt Smith zich af of kunst louter politiek en artistiek tegengewicht moet bieden aan asymmetrische machtsverhoudingen. In het werk van Odutola herkent ze een ideaal van hybriditeit. Die belangstelling voor complexe identiteiten is ook aanwezig in Smiths fictie. Al in haar debuutroman Witte tanden verkent ze personages die zich bewegen tussen verschillende culturele en sociale werkelijkheden. Ook in Over schoonheid, NW, Swing Time en haar recente historische roman Charlatan (The Fraud) staat meerduidigheid centraal. Het essay over Kara Walker sluit daarbij aan. In sculpturen die volgens sommige kunstenaars ‘scabreus' aandoen, onthult de Amerikaanse kunstenaar koloniale machtsverhoudingen. Smith

FR Avec des romans comme Sourires de loup et De la beauté, elle est devenue une des voix les plus influentes de la littérature anglophone d’aujourd’hui. Zadie Smith surfe entre sérieux intellectuel et humour, entre autodérision et analyse pointue, et fait coexister les contradictions avec une évidence déconcertante. Elle s’élève encore et encore contre les réponses simplistes et les positions figées. Cette vision traverse comme un fil rouge Dead and Alive, son tout dernier recueil d’essais (non encore traduit en français), qui est également l’occasion de sa venue à Bozar, où elle s’entretiendra avec Annelies Beck.

Dans Dead and Alive, Smith explore les tensions entre identité, langue et pouvoir, tout en étudiant le rapport que l’art et la pensée peuvent entretenir avec eux. Elle plaide sans relâche en faveur de la pluralité et de l’ambivalence : non pas comme idéal abstrait, mais comme mode d’observation nécessaire dans un monde qui tend souvent à l’univocité. Dans un des essais du recueil, consacré à l’artiste peintre britannique Celia Paul, Smith examine le pouvoir du regard en relation avec le genre. Elle montre comment Paul, en raison de sa relation avec Lucian Freud, a longtemps été considérée comme une muse. À travers sa peinture, elle a pourtant décidé de regarder elle-même au lieu d’être simplement regardée. Smith estime que Freud, comme tout artiste, a des angles morts dans

‘À une époque où l’intelligence artificielle et les mouvements autoritaires se servent du langage avec peu de nuance, Dead and Alive se veut un plaidoyer en faveur de la curiosité et de la liberté' sa perception et elle adopte une attitude critique face à la cancel culture, où les débats prennent souvent une tournure simpliste. Elle souligne en même temps que la misogynie n’est pas un angle mort dans la perception, mais une vision très précise inscrite dans une superstructure intellectuelle solidement construite. Le regard colonial est aussi abordé. Dans un essai sur l'artiste peintre nigériano-américaine Toyin Ojih Odutola, Smith se demande si l’art doit se contenter d’offrir un contrepoids politique et artistique à des rapports de force asymétriques. Elle décèle un idéal d’hybridité dans l’art d’Odutola. Cet intérêt pour les identités complexes est également présent dans la fiction de Smith. Dès son premier roman, Sourires de loup, elle explore des personnages qui évoluent entre différentes réalités culturelles et sociales. L’ambiguïté est aussi au cœur de De la beauté, Ceux du Nord-Ouest, Swing Time et de son récent roman historique L’Imposture (The Fraud). L’essai sur Kara Walker est le prolongement du même thème. Dans des sculptures que certaine·s artistes jugent scabreuses, l’artiste américaine dévoile les rapports de force coloniaux. Smith fait ressortir la tension inhérente aux reproches classiques adressés 45


Bozar ╳ Talks & Debates

Sept.’26→Jan.’27

legt de spanning bloot in klassieke verwijten aan kunstenaars uit minderheidsgroepen: enerzijds zouden ze zich behaagziek opstellen tegenover de dominante witte kunstwereld, anderzijds zouden ze met hun werk onvoldoende tegemoetkomen aan de behoefte aan selfcare binnen een zwart publiek. Smith prijst Walkers compromisloze keuze om haar artistieke obsessies te volgen en de onzalige mengelmoes van de geschiedenis volledig te tonen, verwerkt en onverwerkt. In “Europese familie”, de openingsbeschouwing van de bundel, rapporteert Smith over haar bezoek aan een tentoonstelling in het Palais du Luxembourg rond een Wunderkammer uit Dresden. Ze stelt de zelfvoldane taal van de curatoren in vraag. Volgens haar vatten zij het woord 'macht' te letterlijk op, als “het bepalende woord waarmee je de exotische ‘ander’ voorgoed [kon] labelen en verwijzen naar het domein van het gekoloniseerde, het onderworpene en inheemse”. Daartegenover plaatst ze een Chinees porselein genaamd “Europese familie”, een karikaturale representatie van de Europese 'ander'. Ze ontleedt ook het woord 'eurocentrisch', dat volgens haar geen recht doet aan de daad van plunderen en toe-eigening, noch aan de particulariteit van de objecten zelf.

‘Zadie Smith gelooft evenmin dat lezers zich noodzakelijk herkennen in verhalen over identiteiten die nauw bij hun eigen ervaring aansluiten' De rol van taal binnen kwesties van macht en identiteit loopt door veel van Smiths essays. Niet toevallig neemt ze opnieuw haar veelbesproken essay “Een pleidooi voor fictie” op, ditmaal onder de titel “Nog steeds gefascineerd”. In deze tekst, die oorspronkelijk in 2019 verscheen in The New York Review of Books, kant ze zich tegen het dominante principe van ‘blijf op je eigen terrein’: het idee dat auteurs alleen kunnen of zouden moeten schrijven over mensen die fundamenteel op hen lijken. Ze erkent de gevoeligheid rond taal in een context waarin woorden worden ingezet voor immigratiepolitiek en militaire strategieën, maar benadrukt dat begrippen als ‘culturele toe-eigening' geen neutrale elementen zijn. Ook dat zijn taalconstructies die sommige ideeën mogelijk maken en andere beperken. Smith gelooft evenmin dat lezers zich noodzakelijk herkennen in verhalen over identiteiten die nauw bij hun eigen ervaring aansluiten, en neemt het op voor 'culturele toeeigening' en meerstemmigheid. In een tijdperk waarin artificiële intelligentie en autoritaire bewegingen met weinig gevoel voor nuance taal inzetten, positioneert Dood en levend zich als een pleidooi voor nieuwsgierigheid en vrijheid. Auteurs, kunstenaars, lezers en toeschouwers moeten voorbijgaan aan principes die de onbevangen blik en de vrijheid om te denken bemoeilijken. In het voorwoord stelt Smith het als volgt: “binnen de kaften van dit boek ben je vrij om te doen en laten wat je wilt, en die vrijheid is onvoorwaardelijk”.

aux artistes issu·es de groupes minoritaires : d’une part, ces artistes se montreraient trop complaisant·es envers le monde de l’art blanc dominant, et d’autre part, ils et elles ne répondraient pas suffisamment, à travers leur art, au besoin de self-care d’un public noir. Smith salue le choix sans compromis fait par Walker de suivre ses obsessions artistiques et de montrer dans son intégralité le triste salmigondis de l’histoire, digéré et non digéré.

‘Elle reconnaît la sensibilité autour du langage dans un contexte où les mots sont utilisés à des fins de politique d’immigration et de stratégies militaires' Dans European Family, le premier essai du recueil, Smith rapporte sa visite d’une exposition au Palais du Luxembourg consacrée à un cabinet de curiosités de Dresde. Elle remet en question le langage autosatisfait des commissaires de l’exposition. Selon elle, ceux-ci prennent le mot pouvoir trop au pied de la lettre, le considérant comme « le mot déterminant qui a permis d’étiqueter définitivement l’autre exotique et de le renvoyer au domaine du colonisé, du soumis et de l’indigène ». Elle y oppose une porcelaine de Chine intitulée Famille européenne, représentation caricaturale de l’autre européen. Elle dissèque également le mot eurocentrisme, qui selon elle ne rend pas justice à l’acte de déprédation et d’appropriation, ni à la particularité des objets eux-mêmes. Le rôle de la langue dans les questions de pouvoir et d’identité traverse bon nombre des essais de Smith. Ce n’est pas par hasard qu’elle reprend son fameux essai Plaidoyer pour la fiction. Dans ce texte, paru initialement en 2019 dans The New York Review of Books, elle s'oppose au principe dominant consistant à « rester dans son propre domaine » : l’idée selon laquelle les auteur·ices ne peuvent ou ne devraient écrire que sur des personnes qui, fondamentalement, leur ressemblent. Elle reconnaît la sensibilité autour du langage dans un contexte où les mots sont utilisés à des fins de politique d’immigration et de stratégies militaires, mais souligne que des notions telles que l’« appropriation culturelle » ne sont pas des éléments neutres. Ce sont aussi des constructions linguistiques qui rendent certaines idées possibles et qui en limitent d’autres. Smith ne croit pas non plus que les lecteurs et lectrices se reconnaissent nécessairement dans des récits à propos d’identités qui se rattachent étroitement à leur propre expérience, et elle prend fait et cause pour le « voyeurisme interpersonnel » et la polyphonie. À une époque où l’intelligence artificielle et les mouvements autoritaires se servent du langage avec peu de nuance, Dead and Alive se veut un plaidoyer en faveur de la curiosité et de la liberté. Auteurs, autrices, artistes, lecteurs, lectrices et spectateur·ices doivent faire fi des principes qui entravent le regard impartial et la liberté de penser. Dans la préface, Smith exprime la chose comme suit : « entre les couvertures de ce livre, vous êtes libre d’agir comme bon vous semble, et cette liberté est inconditionnelle. »

12 Nov.’26 Meet the Writer: Zadie Smith 46

Kate Dejonckheere

Read in English

£


Bozar ╳ Talks & Debates

Sept.’26→Jan.’27

‘Dans Dead and Alive, Smith explore les tensions entre identité, langue et pouvoir, tout en étudiant le rapport que l’art et la pensée peuvent entretenir avec eux' 47


Sept.’26→Jan.’27

Still image of the project 'HOM_BOS-01' : Photograph by Basil Al-Rawi

Bozar✕ Digital Arts

Plongée nostalgique en VR avec Basil Al-Rawi

NL Deze herfst presenteren we House of Memory /‫بيت الذاكرة‬

een immersieve Virtual Reality-ervaring van Basil Al-Rawi. Vanuit fotografie, bewegend beeld en digitale technologieën, onderzoekt Al-Rawi hoe collectieve geschiedenissen worden gevormd, doorgegeven en opnieuw verbeeld via beelden en verhalen.

Zijn werk vertrekt vanuit vragen rond identiteit, herinnering en de digitale bemiddeling van de werkelijkheid, en put uit archiefwerk om nieuwe verbindingen met het verleden aan te gaan. House of Memory /‫ بيت الذاكرة‬werd ontwikkeld in het kader van AlRawi’s doctoraatsonderzoek aan de Glasgow School of Art. Voor dit project transformeerde hij foto’s en getuigenissen uit het Iraq Photo Archive tot een meeslepende VR-wereld. Het archief is geen statische bewaarplaats, maar een levende ruimte waar herinneringen voortdurend worden opgebouwd, gedeeld en herbeleefd. Tijdens een VR-ervaring van vijftien minuten maak je kennis met Iraakse stemmen die herinneringen ophalen aan momenten die zijn vastgelegd op alledaagse foto’s uit de jaren ’50 tot ’70. Hun herinneringen schetsen een land van vrijheid, culturele rijkdom en alledaagse verbondenheid. Basil Al-Rawi laat zo zien dat het geheugen wordt gevormd door de tijd, nostalgie en ontworteling. Door immersieve technologie te combineren met documentaire storytelling, geeft het een zeldzame kijk op de Iraakse geschiedenis en de ervaringen van de diaspora. Het werk resoneert op verschillende niveaus: via Al-Rawi’s gelaagde culturele identiteit, die aansluit bij de diversiteit aan identiteiten die Brussel kenmerken, en via de zorgvuldige manier waarop het project omgaat met mondelinge en fotografische archieven als plekken van overdracht en herinnering.

FR House of Memory / ‫ بيت الذاكرة‬est une expérience immersive

en réalité virtuelle de Basil Al-Rawi. À travers la photographie, l’image en mouvement et les technologies numériques, l’artiste explore la manière dont les histoires collectives se construisent, se transmettent et se réinventent.

Son travail s’inscrit dans une réflexion sur l’identité, la mémoire et la médiation numérique du réel, s'appuie sur un travail d'archives afin de tisser de nouvelles continuités avec le passé. House of Memory /‫ بيت الذاكرة‬a été développé dans le cadre de son doctorat à la Glasgow School of Art. Pour ce projet, il a transformé des photographies et des récits oraux issus de l’Iraq Photo Archive en un environnement virtuel immersif. L’archive y est envisagée comme un espace vivant, où les souvenirs se reconstruisent en permanence, se partagent et se rejouent. Dans cette expérience de réalité virtuelle de 15 minutes, le public découvre les voix d’Irakien·nes se remémorant des moments capturés dans des photographies vernaculaires prises dans les années 1950 à 1970. Leurs souvenirs dessinent un pays marqué par la liberté, la richesse culturelle et l’intimité du quotidien. Basil Al-Rawi montre ainsi que la mémoire est remodelée par le temps, la nostalgie et le déracinement. En combinant technologies immersives et narration documentaire, le projet ouvre une perspective rarement représentée sur l’histoire irakienne et sur l’expérience diasporique. L’œuvre résonne à plusieurs niveaux : par l’identité culturelle plurielle d’Al-Rawi, en écho à celle de Bruxelles, et par l’attention sensible portée aux archives orales et photographiques comme espaces de transmission et de mémoire.

14 Oct.→22 Nov.’26 House of Memory /‫ بيت الذاكرة‬by Basil Al-Rawi 48

Emma Dumartheray Read in English

£


Bozar ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

Central en de ruimte van het beeld

NL Voor hun eerste monografische

FR Pour sa première exposition

Central, Place Destrée, Charleroi, 2024 © Maxime Delvaux

tentoonstelling nodigt het jonge architectenbureau Central vier fotografen uit om met een eigenzinnige blik naar hun werk te kijken. Ver weg van de klassieke architectuurfotografie kregen ze carte blanche, met alle ruimte om hun persoonlijke fascinaties en obsessies te verkennen.

monographique, le jeune bureau d’architecture Central invite quatre photographes à porter un regard singulier sur son travail. Loin des images d’architecture classiques, il s’agit ici d’une véritable carte blanche, offrant à chacun·e la possibilité d’explorer ses propres fascinations et obsessions.

Voor Central speelt fotografie een sleutelrol binnen de architectuurdiscipline. Fotografen documenteren architectuur niet alleen, maar dragen ook bij aan haar begrip en zelfs aan haar culturele constructie. Fotografie zoomt in en kadreert, en opent zo nieuwe verhalen, interpretaties en manieren om projecten te benaderen. In de tentoonstelling ontdek je naast de wijdverspreide beelden van architectuurfotograaf Maxime Delvaux, ook de perspectieven van drie anderen. Delphine Mathy documenteert de bouwprocessen en herinterpreteert op vrije wijze het genre van de werffotografie. Rory Gardiner richt zich dan weer op de complexiteit van de stedelijke omgeving. Adrien de Hemptinne maakt portretten van gebruikers die de architectuur van Central bewonen, aanvullen en verder vormgeven. Delvaux zelf onderzoekt

Pour Central, la photographie joue un rôle clé dans la discipline architecturale. Les photographes ne documentent pas seulement l’architecture, ils et elles participent aussi à sa compréhension, voire à sa construction culturelle. Par des lectures forcément fragmentaires, la photographie ouvre d’autres récits, interprétations et façons de concevoir les projets. Dans l’exposition, le public pourra découvrir, aux côtés des images largement diffusées du photographe d’architecture Maxime Delvaux, les points de vue de trois autres auteur·ices. Delphine Mathy documente les processus de fabrication des bâtiments et revisite librement le genre de la photographie de chantier. Rory Gardiner s’intéresse, quant à lui, à la complexité urbaine. Adrien de Hemptinne réalise des portraits des usager·es qui habitent, complètent et prolongent l’architecture de

‘Fotografie zoomt in en kadreert, en opent zo nieuwe verhalen, interpretaties en manieren om projecten te benaderen'

‘Par des lectures forcément fragmentaires, la photographie ouvre d’autres récits, interprétations et façons de concevoir les projets'

nieuwe representatieprotocollen om de realisaties van Central in een nieuw licht te plaatsen. Deze benadering vertrekt vanuit een visie op architectuur als een intrinsiek relationele discipline: nooit autonoom, maar altijd gevormd door context, samenwerking, referenties en gebruik. Eén vraag loopt als een rode draad door hun praktijk: welke vormen van architectuur kunnen voortkomen uit deze gedeelde conditie? Het werk van de vier fotografen biedt daarop een eerste antwoord.

Central. De son côté, Delvaux explore de nouveaux protocoles de représentation afin de montrer les réalisations signées Central sous un jour nouveau. Cette démarche repose sur une conception de l’architecture comme discipline intrinsèquement relationnelle : jamais autonome, mais toujours façonnée par le contexte, la collaboration, les références et les usages. Une question traverse leur pratique : quelles formes d’architecture peuvent émerger de cette condition partagée ? Le travail des quatre photographes en propose une première réponse. Iwan Strauven

11 Nov.’26→24 Jan.’27 Central. Never Alone

Read in English

£

49


© Vivienne Dick


Bozar ╳ Films

Sept.’26→Jan.’27

La poétique discordante de Vivienne Dick NL Vivienne Dick (Ierland, 1950) trok in 1975 naar New York

FR Vivienne Dick, née en Irlande en 1950, s’installe à New York en 1975, où elle devient rapidement une figure clé d’un groupe de cinéastes, de musicien·nes et d’artistes à l’origine de la scène No Wave, filmant un Downtown new-yorkais en ruines. Le critique de cinéma J. Hoberman la qualifie d’« artiste No Wave par excellence » et souligne chez elle « un sens remarquable du lyrisme crasseux et des inserts savamment discordants ».

Dick is een portrettist die van menselijkheid houdt. Haar vroege werk is het bekendst, zoals Guérillère Talks (1978), geïnspireerd door de roman Les Guérillères van Monique Wittig. Ze filmde haar vrienden elk een hele filmrol lang op Super 8. Ze speelden zichzelf en dat leverde beelden op die zowel gewoon als buitengewoon zijn. Guérillère Talks legde de basis voor de aanpak die ze haar hele carrière lang volgde, en waarbij ze de Franse feministische filosofie, geschiedenis en politiek verweeft met de gefilmde banale waarnemingen. In die periode ontwikkelde Dick ook een eigen filmtaal door de documentaire met de speelfilm te vermengen. Zo wisselde ze in Liberty’s Booty (1980) interviews met sekswerkers af met gesprekken met haar vrienden die zich in een denkbeeldig bordeel voordeden als sekswerkers. In 1985 verhuisde Dick naar Londen. Ze bleef films maken en liet haar vrienden erin acteren, zoals in London Suite: Getting Sucked In (1990). De geacteerde portretten worden vermengd met banale documentaire beelden, zoals fragmenten van straattaferelen, vrienden in kraakpanden, of haar jonge zoon die met overgave op de sofa staat te dansen. De politiek is nooit ver weg. Ze treedt niet op de voorgrond, maar zit vervat in het alledaagse en in de ervaringen van haar onderwerpen. In Visibility: Moderate (1981) sijpelt de politiek door in het verhaal van een Amerikaan die Ierland bezoekt. Dick becommentarieert zowel het imago van Ierland als de complexe realiteit van de antikoloniale oorlog in het noorden, de oude tradities die nog voortleven in, pakweg, de Puck Fair en de Blarney Stone, en bewerkte voorstellingen in advertenties en materiaal van de toeristische dienst. In 1999 keerde Dick terug naar Ierland. De films die ze na 2000 uitbracht, zijn contemplatiever en staan stil bij het geweld van de genderongelijkheid, zoals Red Moon Rising (2015) waarin vrienden, performers en muzikanten ’s nachts in een felverlicht bos acteren. Het beeld zit vervat in het landschap, want “we maken er deel van uit. Als we dat verloochenen, verloochenen we alles.” Ook deze prent kent geen ontknoping, maar wel een reeks poëtische, gefragmenteerde proposities, een virtuoos camerawerk en een genuanceerde geluidsregie die meer diepgang verleent aan de emotie die haar unieke filmstijl oproept. Plezier, politiek en humor lopen als “gemismatchte invoegsels” door Dicks films heen.

Portraitiste hors pair, Dick est animée par son attention à l’humain. Ses premières réalisations, parmi lesquelles Guérillère Talks (1978), inspiré du roman de Monique Wittig Les Guérillères, demeurent parmi ses œuvres les plus connues. Dans ce film, Dick filme chacune de ses amies en Super 8 pendant toute la durée d’une bobine, les encourageant à se mettre en scène. Guérillère Talks jette les bases d’une approche qu’elle poursuivra tout au long de sa carrière, en tissant la philosophie féministe française, l’histoire et la politique dans l’observation filmée du quotidien. À la même époque, Dick élabore un langage cinématographique fondé sur la juxtaposition du documentaire et de la fiction. Dans Liberty’s Booty (1980), elle associe des entretiens avec des travailleuses du sexe à des scènes où ses amies interprètent des prostituées dans un faux bordel du Downtown. En 1985, Dick s’installe à Londres. Elle continue à filmer des proches qui endossent des rôles d’acteurs et d’actrices, comme dans London Suite: Getting Sucked In (1990). Ces séquences fictionnelles sont mises en regard d’images documentaires saisies sur le vif : fragments de scènes de rue, ami·es vivant dans des squats, ou son fils dansant sur le canapé. La politique demeure omniprésente, non pas comme un discours frontal, mais comme une dimension inscrite dans le quotidien et l’expérience vécue de ses protagonistes. Dans Visibility: Moderate (1981), Dick interroge l’image de l’Irlande à travers le récit d’un Américain en visite, tout en évoquant la réalité complexe de la guerre anticoloniale dans le Nord, ainsi que les représentations médiatisées par la publicité de l’office de tourisme. En 1999, Dick revient s’installer en Irlande. Ses films depuis 2000 adoptent une tonalité plus contemplative et s’attachent à la violence des déséquilibres de genre. Dans Red Moon Rising (2015), ses ami·es, artistes et musicien·nes évoluent de nuit dans une forêt baignée d’une lumière crue. L’imagerie s’ancre dans le paysage car, comme l’affirme Dick, « nous en faisons partie. Le nier, c’est tout nier ». Comme dans ses films plus anciens, il n’y a pas de véritable dénouement, mais une succession de propositions poétiques et fragmentées, portées par la générosité de son regard sur celles et ceux qu’elle filme, par la virtuosité de son travail de caméra et par une écriture sonore subtile. Le plaisir, la politique et l’humour traversent l’œuvre de Dick sous la forme d’« inserts discordants » qui surprennent et enchantent. Rachel Garfield

en sloot zich aan bij de groep filmmakers, muzikanten en kunstenaars die aan de wieg van de No wave-scene stonden. In hun doe-het-zelfstijl filmden ze het haveloze New York van de artiesten, sekswerkers en immigranten. Filmrecensent J. Hoberman noemde haar “de wezenlijke No wave-kunstenaar”. “Dick heeft een prima gevoel voor smerige lyriek en vakkundig gemismatchte invoegsels”, luidde het.

18→20 Nov.’26 Close-up: Vivienne Dick

Read in English

£

51


Sept.’26→Jan.’27

© DR/GR

Bozar ╳ Exhibitions

Relaxed Visits: kunst die ruimte maakt

NL Een groep bezoekers verzamelt zich in de inkomhal van Bozar.

Ze wachten, praten, kijken rond. Geen haast, geen strak schema. Wat volgt is geen gewone rondleiding, maar een Relaxed Visit: een tentoonstellingsbezoek op maat voor mensen met een psychische, fysieke en/of sociale kwetsbaarheid. In plaats van zoveel mogelijk kunstwerken te bekijken, wordt er vertraagd. Vier of vijf werken volstaan. De tijd die vrijkomt, wordt gevuld met observatie, gesprek en stilte. Wat valt op? Wat raakt? Welke herinnering of gedachte roept een werk op? De antwoorden hoeven niet juist te zijn. Het gaat niet om kunstkennis, maar om de ontmoeting met het werk en met elkaar.

‘Misschien is dat uiteindelijk wat mentale gezondheid vaak is: beweging die opnieuw op gang komt' De Relaxed Visits ontstonden binnen het Europese CARE-project en sluiten aan bij een groeiende aandacht voor de rol die kunst kan spelen in mentaal welzijn. Toch zijn de bezoeken geen therapie. Het zijn in de eerste plaats bezoeken aan een tentoonstelling. Alleen krijgen de bezoekers hier meer ruimte om op hun eigen tempo aanwezig te zijn. Dat maakt een verschil, merkt psycholoog en kunsttherapeut Jessica Manasievski. Zij begeleidt regelmatig 52

FR Un groupe de visiteur·ses se rassemble dans le hall d’entrée de Bozar. Ils attendent, discutent, observent les alentours. Pas de précipitation, pas de programme strict. Ce qui suit n’est pas une visite guidée ordinaire, mais une Relaxed Visit : une visite d’exposition sur mesure pour des personnes en situation de vulnérabilité psychique, physique et/ou sociale.

Au lieu de chercher à voir le plus d’œuvres possible, on ralentit le rythme. Quatre ou cinq œuvres suffisent. Ce temps libéré est consacré à l’observation, à la discussion et au silence. Qu’est-ce qui attire l’attention ? Qu’est-ce qui touche ? Quel souvenir ou quelle pensée une œuvre suscite-t-elle ? Les réponses n’ont pas besoin d’être justes. Il ne s’agit pas de connaissances en art, mais de la rencontre avec l’œuvre et les autres. Les Relaxed Visits sont nées dans le cadre du projet européen CARE et s’inscrivent dans une attention croissante au rôle que l’art peut jouer dans le bien-être mental. Ces visites ne sont pas à considérer comme des thérapies. Il s’agit avant tout de visites d’exposition. Les visiteur·ses y disposent simplement de plus d’espace pour être présent·es à leur propre rythme. Cela fait une différence, observe la psychologue et art-thérapeute Jessica Manasievski. Elle accompagne régulièrement des groupes issus du secteur de la santé mentale bruxellois. Ce qui la frappe à chaque fois, c’est à quel point il est particulier de rencontrer des personnes en dehors du cadre habituel des soins. Pas dans un


Bozar ╳ Exhibitions

Sept.’26→Jan.’27

groepen vanuit de Brusselse geestelijke gezondheidszorg. Wat haar telkens opnieuw opvalt, is hoe bijzonder het is om mensen buiten de vertrouwde context van de hulpverlening te ontmoeten. Niet in een spreekkamer, maar tussen schilderijen, beelden en installaties. De beweging begint vaak al voor het bezoek zelf. Deelnemers maken tijd vrij, plannen hun verplaatsing en spreken af in Bozar. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar voor mensen die worstelen met angst, depressie of trauma is het soms een belangrijke stap. “We zien mensen echt in beweging komen”, vertelt Jessica. Niet alleen letterlijk, maar ook mentaal. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de gids. Die loodst de groep door de tentoonstelling, en creëert tegelijkertijd een veilige ruimte waarin iedereen mag kijken, luisteren of reageren op zijn eigen manier. Soms ontspint zich een gesprek rond één enkel kunstwerk en blijft de groep daar veel langer hangen dan voorzien. Soms is het net de stilte die betekenis krijgt. Het verhaal eindigt niet altijd aan de uitgang van Bozar. In de dagen en weken erna krijgt de ervaring vaak een vervolg in creatieve ateliers die Jessica samen met haar collega Nora Naboulsi organiseert binnen de geestelijke gezondheidszorg. Gesprekken over wat deelnemers hebben gezien, gevoeld of gedacht tijdens de tentoonstelling lopen er verder door.

‘Je stapt even uit de context van zorg, ontmoet kunst, en neemt daarna iets van die ervaring weer mee naar binnen'

cabinet de consultation, mais parmi des peintures, des sculptures et des installations. Le mouvement commence souvent bien avant la visite elle-même. Les participant·es prennent le temps de se libérer, organisent leur déplacement et se donnent rendez-vous à Bozar. Cela peut sembler anodin, mais pour des personnes qui vivent avec l’anxiété, la dépression ou un traumatisme, c’est parfois une étape importante. « Nous voyons vraiment les gens se mettre en mouvement », raconte Jessica, pas seulement physiquement, mais aussi mentalement.

‘On sort un instant du cadre des soins, on rencontre les œuvres, puis on revient avec quelque chose de cette expérience' Les guides qui accompagnent le groupe à travers l’exposition jouent un rôle clé. Ils créent un espace sûr où chacun·e peut regarder, écouter ou réagir à sa manière. Parfois, une conversation se développe autour d’une seule œuvre, et le groupe s’y attarde bien plus longtemps que prévu. À d’autres moments, c’est le silence qui prend sens. L’histoire ne se termine pas toujours à la sortie de Bozar. Dans les jours et les semaines qui suivent, l’expérience se prolonge souvent à travers des ateliers créatifs que Jessica organise avec sa collègue Nora Naboulsi dans le secteur de la santé mentale. Les discussions sur ce que les participant·es ont vu, ressenti ou pensé pendant l’exposition s’y poursuivent.

Van daaruit ontstaat ruimte om zelf te creëren en opnieuw aansluiting te vinden bij de eigen verbeeldingskracht. Net als de Relaxed Visits brengen ook deze ateliers beweging op gang en versterken ze de band met anderen.

À partir de là, chacun·e est invité·e à créer à son tour et à renouer avec son imaginaire. Comme les Relaxed Visits, ces ateliers encouragent le mouvement, ouvrent de nouvelles perspectives et renforcent le lien aux autres.

Wat tijdens de bezoeken en ateliers gebeurt, laat vaak sporen na. Deelnemers vertellen dat beelden uit een tentoonstelling nog dagen in hun hoofd blijven nazinderen. Sommigen ontdekken een nieuwe nieuwsgierigheid naar kunst. Anderen keren later alleen terug naar een tentoonstelling. Voor Jessica zijn dat waardevolle signalen. Niet omdat kunst problemen oplost, maar omdat ze iets kan openen: een gedachte, een gesprek, een verlangen of een nieuwe blik op zichzelf.

Ce qui se passe pendant les visites et les ateliers laisse souvent des traces. Les participant·es racontent que certaines images continuent de résonner dans leur esprit pendant plusieurs jours. Certain·es découvrent un nouvel intérêt pour l’art. D’autres reviennent plus tard, seul·es, visiter une exposition. Pour Jessica, ce sont des signes précieux. Non pas parce que l’art résout les difficultés, mais parce qu’il peut ouvrir un espace : pour une réflexion, une conversation, un désir ou un nouveau regard sur soimême.

Misschien is dat wel de essentie van de Relaxed Visits. Tussen alle drukte, verwachtingen en zorgen door ontstaat er anderhalf uur lang een plek waar niets moet. Een plek waar kunst niet op afstand blijft hangen aan de wand, maar even deel wordt van het leven van wie ervoor staat.

C’est peut-être là l’essence même des Relaxed Visits. Au milieu de l’agitation, des attentes et des préoccupations, se crée pendant une heure et demie un espace où rien n’est exigé. Un lieu où l’art ne reste pas à distance, accroché au mur, mais devient, l’espace d’un instant, partie intégrante de la vie de celles et ceux qui se tiennent devant lui. Lotte Poté

More info about our Relaxed Visits bozar.be/en/relaxed-visits

Read in English

£

53


Sept.’26→Jan.’27

Meet a Stranger © Marin D.

Bozar ✕ Loterie Nationale Loterij

Kunst als matchmaker dankzij Meet a Stranger

NL Samen met onze structurele partner Nationale Loterij brengen

we bezoekers die elkaar nog niet kennen samen om via kunst en muziek een band op te bouwen. Wie weet wel voor het leven! De eerste edities van Meet a Stranger waren een schot in de roos. Niet altijd met de pijlen van Cupido, want onze cultuurdates werken even goed voor vriendschappen.

Kunstwerken of concerten als startpunt voor een gesprek tussen twee volslagen vreemden? Dat is kort gezegd het format Meet a Stranger. Onze vorige drie edities vonden plaats in onze tentoonstellingen: een duo onbekenden werd gekoppeld aan een kunstwerk. Sandro Botticelli, John Baldessari of Rineke Dijkstra waren al getuige van ontkiemende vriendschappen of liefdes. Geen algoritme, maar een zorgvuldige selectie van een beperkt aantal deelnemers na het invullen van een vragenlijst. “Het is een geweldige manier om mensen te ontmoeten die je anders nooit zou leren kennen. Als je achtergronden zo verschillend zijn, vormt kunst de brug tussen je twee werelden”, getuigt een deelnemer. Dankzij Nationale Loterij verplaatst Meet a Stranger zich nu ook naar de concertzaal, waar hun loge wordt opengesteld voor zes paar nieuwsgierige oren. Na de laatste noot kan je napraten met een drankje in de Hortahal. Misschien ontstaat er wel een WhatsApp-groep om volgende concerten bij te wonen. “Zo bieden we mensen de kans om inspirerende optredens te ontdekken, onvergetelijke momenten te delen en nieuwe contacten te leggen. En wie weet? Misschien wordt de loge van de Nationale Loterij wel het beginpunt van blijvende vriendschappen”, vertelt Jannie Haek, CEO van Nationale Loterij.

FR En collaboration avec la Loterie Nationale, notre partenaire structurel, nous invitons des visiteur·ses qui ne se connaissent pas encore à tisser des liens grâce à l’art et à la musique. Qui sait, peut-être pour la vie ! Les premières éditions de Meet a Stranger ont remporté un franc succès. Qu’il s’agisse des flèches de Cupidon ou de nouvelles amitiés, nos rendez-vous culturels sont propices à la rencontre.

Une œuvre d’art ou un concert comme point de départ d’une conversation entre deux parfait·es inconnu·es ? C’est, en bref, le concept de Meet a Stranger. Nos trois éditions précédentes ont eu lieu dans le cadre de nos expositions, associant un duo d’inconnu·es à une œuvre d’art. Sandro Botticelli, John Baldessari ou Rineke Dijkstra ont déjà été les témoins de l’éclosion d’amitiés ou d’amours. Ici, les algorithmes font place à une sélection rigoureuse d’un nombre limité de participant·es sur base d’un questionnaire. « C’est un excellent moyen de rencontrer des gens que l’on n’aurait jamais connus autrement. L’art est capable de jeter un pont entre deux mondes, deux parcours différents », témoigne un participant. Grâce à la Loterie Nationale qui ouvre sa loge à six paires d’oreilles curieuses, Meet a Stranger s’invite désormais aussi dans la salle de concert. Après la dernière note, il est l’heure d’échanger autour d’un verre dans le Hall Horta. Peut-être un groupe WhatsApp verrat-il le jour pour assister aux prochains concerts ? « Nous offrons ainsi aux gens la possibilité de découvrir des concerts inspirants, de partager des moments inoubliables et de nouer de nouveaux contacts. Et qui sait ? Peut-être que la loge de la Loterie Nationale sera le point de départ d’amitiés durables », explique Jannie Haek, CEO de la Loterie Nationale.

Keep an eye on our website for the next edition of Meet a Stranger 54

Read in English

£


Bozar ╳ Highly Recommended

Sept.’26→Jan.’27

Highly Recommended Concerts

FR Depuis plus d’un siècle, le Cleveland Symphony Orchestra compte

parmi les cinq plus grands orchestres américains. Il est de retour à Bozar, avec la soprano sud-africaine Golda Schultz.

30 Oct.’26 - Vijay Iyer

23 Sept.’26 - William Basinski

NL Het icoon van de ambient komt langs met zijn jongste plaat

September 23rd. Via tape-loops en effecten tovert Basinski een oud pianostuk om tot een hypnose van melodische flarden en ruis. FR L’icône de l’ambient présente son album September 23rd. À coups de boucles magnétiques et d’effets sonores, Basinski métamorphose une ancienne pièce en une dérive hypnotique de fragments mélodiques.

Taborn en Steve Coleman beamen: Vijay Iyer is a musician’s musician. De Amerikaan komt uitzonderlijk naar Bozar, solo op piano in Zaal M. FR Ses nombreuses collaborations avec Arooj Aftab, Craig Taborn et Steve Coleman témoignent de l’estime que lui portent ses pairs. Le pianiste américain se produit exceptionnellement en solo à Bozar.

7 Nov.’26 - Pavel Kolesnikov

NL Uit een blok repertoire beitelt onze portretartiest behoedzaam een

eigen visie. Zo ook met Chopins Nocturnes, waarin Kolesnikov als geen ander de nacht uit een vleugelpiano laat opvliegen. FR Kolesnikov développe une approche profondément personnelle du répertoire qu’il interprète. Dans les Nocturnes de Chopin, il révèle, mieux que quiconque, toute la poésie nocturne du piano.

City of Birmingham & Kazuki Yamada © Benjamin Ealovega

William Basinski © Walter Wlodarczyk

NL Zijn talrijke samenwerkingen met onder anderen Arooj Aftab, Craig

27 Sept.’26 - Salzburger Marionettentheater & Ensemble Isabelle Faust NL Op de door jazz geïnspireerde noten van Stravinski’s L’Histoire du

Soldat laat violist Isabelle Faust de poppen – ontworpen door Duits beeldend kunstenaar Georg Baselitz - dansen. FR Sur les notes de L’Histoire du Soldat, la partition de Stravinsky inspirée du jazz, la violoniste Isabelle Faust fait danser les poupées de bois conçues par l’artiste allemand Georg Baselitz.

2 Oct.’26 - La Tempête

NL Simon-Pierre Bestion laat zijn zangers en muzikanten het kolossale

Golda Schultz © Vittorio Greco

werk van Claudio Monteverdi, Vespro della Beata Vergine, onder handen nemen met een subtiele enscenering. FR Simon-Pierre Bestion invite ses chanteur·ses et musicien·nes à interpréter l’œuvre colossale de Claudio Monteverdi, Vespro della Beata Vergine, avec une mise en scène subtile.

8 Oct.’26 - The Cleveland Orchestra, Welser-Möst & Schultz

NL Cleveland Symphony Orchestra mag zich één van de Big Five van

14 Nov.’26 - City of Birmingham Symphony Orchestra & Chorus NL Meer dan zestig jaar na de première in Birmingham brengt het

wereldbefaamde orkest met dirigent Kazuki Yamada opnieuw Benjamin Brittens War Requiem, symbool voor vrede en gesluierde kritiek. FR Plus de soixante ans après sa création à Birmingham, le célèbre orchestre, dirigé par Kazuki Yamada, renoue avec le War Requiem de Benjamin Britten, chef-d’œuvre devenu un symbole de paix et de critique en filigrane.

9 Dec.’26 - Cecilia Bartoli & Les Musiciens du Prince – Monaco

NL Samen met Les Musiciens du Prince – Monaco en het koor Il Canto

di Orfeo brengt de indrukwekkende Italiaanse mezzosopraan Cecilia Bartoli een muzikale reis tussen het hemelse en het aardse. FR Accompagnée par Les Musiciens du Prince – Monaco et du chœur Il Canto di Orfeo, l’exceptionnelle mezzo-soprano italienne Cecilia Bartoli nous entraîne dans un voyage musical entre ciel et terre.

12 Dec.’26 - Abeer Nehme

NL De beroemde Libanese zangeres komt terug met een repertoire

dat de rijkdom van de Arabische taal en het muzikale erfgoed van Zuidwest-Azië viert. Collectief kippenvel verzekerd!

Amerikaanse orkesten noemen. Tien jaar na hun vorige passage vervoegt Zuid-Afrikaanse sopraan Golda Schutz zich bij hen.

55


Bozar ╳ Highly Recommended

Sept.’26→Jan.’27

FR La chanteuse libanaise et son ensemble sont de retour avec un

répertoire qui célèbre la richesse de la langue arabe et le patrimoine musical de l’Asie du Sud-Ouest. Frissons collectifs garantis !

2→7 Feb.’27 - Stravinsky Festival

NL Igor Stravinski sloeg zijn publiek met verstomming met opzwepende

orkestraties en ritmes. Een eeuw later wijdt het Belgian National Orchestra drie concerten aan de Russische meester. FR L’orchestration et les rythmes entraînants d’Igor Stravinsky stupéfiaient le public de son époque. Un siècle plus tard, le Belgian National Orchestra consacre trois concerts au maître russe.

State of Cinema; une invitation à interroger ce que signifie le cinéma aujourd’hui et les formes qu’il pourrait encore prendre.

Talks & Debates

30 Sept.’26 - Meet the Artist: Ai Weiwei

NL Na zijn eigen ervaringen met Chinese onderdrukking, onderzoekt

de kunstenaar in On Censorship de gevolgen van censuur, bewaking en staatsmacht voor onze democratische samenlevingen. FR Dans On Censorship, le grand artiste chinois interroge les effets de la censure, de la surveillance et du pouvoir étatique sur nos sociétés démocratiques en partant de son propre vécu face à la répression chinoise.

20→22 Oct.’26 - Close-up: El Pampero Cine In collaboration with Film Fest Gent

12 Dec.’26 - Meet the Thinker: Claire Marin

NL Vanuit persoonlijke ervaringen geeft de invloedrijke Franse filosoof

Claire Marin een verfrissende blik op de vele facetten van de condition humaine. Ze gaat in gesprek over haar jongste boek, Sauver nos peaux. FR Autour de son récent ouvrage Sauver nos peaux, la philosophe entre en conversation à propos de la condition humaine, la complexité de l'enveloppe charnelle et de ce qu'elle révèle en nous.

27 Oct.’26 - Meet the Artist: Gerard Byrne

NL Gerard Byrne presenteert in het kader van het Ierse voorzitterschap

zijn werken, waarin film en installatie worden gecombineerd, en archiefmateriaal nieuw leven wordt ingeblazen. FR Invité dans le cadre de la présidence irlandaise, l’artiste visuel Gerard Byrne sera à Bozar pour présenter sous forme de discussion et de projection avec le curateur Paidric E. Moore, son travail.

30 Nov.’26 - State of Cinema: Nicolas Philibert In collaboration with Sabzian

NL De Franse filmmaker Nicolas Philibert komt naar Brussel voor het

jaarlijkse State of Cinema, een gelegenheid om na te denken over wat cinema vandaag de dag betekent en welke vormen het kan aannemen.

56

Mark Fisher © Repeater Books

Gerard Byrne © Linda de Zitter

NL Het Argentijnse collectief El Pampero Cine vernieuwt de cinema met zijn esthetische en narratieve innovaties. Mariano Llinás en Agustín Mendilaharzu presenteren een aantal sleutelwerken. FR Le collectif argentin El Pampero Cine renouvelle le cinéma par ses innovations esthétiques et narratives. Mariano Llinás et Agustín Mendilaharzu présentent un choix des films du Collectif.

Claire Martin © Pascal Ito

El Pampero Cine ©DR/GR

Films

FR Le cinéaste français Nicolas Philibert sera à Bruxelles pour l’annuel

13 Jan.’27 - Mark Fisher Tribute

NL Tien jaar na het overlijden van Mark Fisher brengt Bozar een

eerbetoon aan deze intrigerende denker met de docu We Are Making a Film About Mark Fisher en een gesprek met schrijvers en denkers. FR Dix ans après la disparition de Mark Fisher, Bozar lui rend hommage avec le documentaire We Are Making a Film About Mark Fisher, suivi d'une conversation avec écrivain·es et penseur·ses.


Bozar ╳ Highly Recommended

Sept.’26→Jan.’27

15 Feb.’27 - Mónica Valenciano. ENSAYOS PARA NADA Y AVE

Performances Kanze Noh Theatre © Shakkyo

NL Choreograaf, danser, dichter en schilder Mónica Valenciano

presenteert een performance in constante verandering, langs 22 kaarten of beelden die ter plekke zichtbaar worden. FR Chorégraphe, danseuse, poète et peintre, Mónica Valenciano, présente un dispositif scénique de 22 cartes explorant le corps, la présence et l’événement.

Kids' Palace

8 Nov.’26 - Bozar Sunday: Jean Brusselmans NL Een paar zondagen per jaar wordt het Paleis voor Schone Kunsten

26 Sept.’26 - Kanze Noh Theater. Hagoromo, Kaki Yamabushi, Shakkyo

NL Het Kanze Noh Theater uit Tokio komt voor één avond naar Bozar en

viert 160 jaar vriendschap tussen Japan en België met drie klassieke Nohmeesterwerken. FR À l’occasion des 160 ans d’amitié Japon–Belgique, la troupe du Kanze Noh Theater de Tokyo présente trois œuvres du répertoire classique du théâtre nô.

19 Oct.’26 - Darius Dolatyari-Dolatdoust. DRESSING + mata !

NL DRESSING en mata! van Darius Dolatyari-Dolatdoust sluiten nauw

aan bij de tentoonstelling Edith Dekyndt † Cristóbal Balanciaga. Kleding, het lichaam en een metamorfose staan centraal. FR DRESSING et mata! de Darius Dolatyari-Dolatdoust résonnent avec l’exposition Edith Dekyndt ✕ Cristóbal Balenciaga, dans lequel le vêtement, le corps et la métamorphose occupent une place centrale.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief Onze maandelijkse highlights en inspirerende verhalen. Door jou gekozen.

Alle informatie over onze concerten, tentoonstellingen, performances, talks, films … vind je op bozar.be

omgetoverd tot een ware speeltuin voor gezinnen. Neem deel aan een workshop rond Jean Brusselmans. FR Quelques dimanches par an, Bozar se transforme en véritable terrain de jeu pour les familles. Participez à un atelier, dans le cadre de l’exposition Jean Brusselmans. Peintre par nature.

Full programme

£

Abonnezvous à notre newsletter Nos temps forts du mois et des histoires inspirantes, sélectionnés par vous.

Toutes les informations sur nos concerts, expositions, performances, conférences, films, etc., sont sur bozar.be

57


© Marin D.

© Marin D.

The Art Of Taking a Break

Thirsty after a concert? Waiting for your guide? Still got time before the film starts? Discover a wide selection of international art books in Bozar Bookshop by Walther König. Or take a seat in the Horta Hall with a coffee or refreshment from Horta by Café Victor. Bozar Bookshop by Walther König Opening hours Tuesday - Sunday: 10:00 - 18:00 Closed on Monday

Horta by Bozar Café Victor Opening hours Tue–Sun: 10:00 – 18:00 Mon–Sun: 18:00 – 23:00 (on evenings with events)


Bozar

Sept.’26→Jan.’27

Praktische informatie Informations pratiques Bozar

Bozar

Bozar Tickets

Bozar Tickets

Voordelen op jouw maat

Réductions personnalisées

Je komt meermaals per jaar naar Bozar ... Kies dan voor een vast abonnement (25%), stel zelf een flexibel abonnement samen (vanaf 15%) of koop een MyBozar Card (25%).

Vous venez plusieurs fois par an à Bozar… Optez pour l’un de nos abonnements fixes (25%), composez votre propre série (apd 15%) ou achetez une MyBozar Card (25%).

Ravensteinstraat 23 - 1000 Brussel

Rue Ravenstein 23 – 1000 Bruxelles

• Di – zo: 10:00 – 17:00 en 's avonds één uur voor aanvang van het evenement. • Tel: +32 (0)2 507 82 00 (ma – za: 13:00 – 18:00) • Website: bozar.be/nl/calendar • E-mail: tickets@bozar.be

Je bent jong ... Geniet van 30% korting of 50% met een MyBozar Card (< 26), of bezoek gratis onze tentoonstellingen (< 18).

Je komt in groep ... Hoe meer zielen, hoe beter! Geniet van de groepskorting en vind het groepsbezoek dat bij jouw groep past op bozar.be/nl/groepen Je bent leerkracht ... Ontdek ons aanbod voor elk onderwijsniveau en onze groepskortingen op bozar.be/nl/onderwijs

Je komt met het hele gezin ... Tijdens de Bozar Sundays ontdekken jong en oud alle hoekjes van het Paleis. Vind alle data op bozar.be/nl/kids-palace

Jouw bezoek

Je hebt specifieke noden ... Neem een kijkje op bozar.be/nl/toegankelijkheid zodat we je in de beste omstandigheden kunnen ontvangen. Verrijk je bezoek ... Doorblader onze bezoekersgidsen en programmaboekjes, beluister onze podcasts of laat je leiden door een van onze gidsen. De catalogi van tentoonstellingen zijn verkrijgbaar bij Bozar Bookshop by Walther König. Meer info op bozar.be/nl/ jouw-bezoek

Verleng je bezoek ... Tijd voor een pauze? Dan kan je terecht bij Bozar Café Victor en hun bar in de Hortahal, Bozar Horta. Of laat je culinair verwennen in Bozar Restaurant. Nog vragen over jouw bezoek? Neem een kijkje op onze FAQ via bozar.be/nl/faq

• Mar – dim : 10:00 – 17:00 et le soir une heure avant le début de chaque représentation • Tel : +32 (0)2 507 82 00 (lun – sam : 13:00 – 18:00) • Website : bozar.be/fr/agenda • Mail : tickets@bozar.be

Vous êtes jeunes… Bénéficiez de 30% ou 50% avec MyBozar Card (< 26 ans) ou visitez gratuitement nos expositions (< 18 ans).

Vous venez en groupe… Bénéficiez du tarif groupe avantageux et trouvez la visite qui correspond le mieux à votre groupe sur bozar.be/fr/groupes

Vous êtes enseignant·e ou professeur·e ? Découvrez notre offre adaptée à chaque niveau d’enseignement et nos réductions de groupe sur bozar.be/fr/enseignement Vous venez en famille ? Les Bozar Sundays sont des journées privilégiées où les familles découvrent Bozar à leur rythme. Découvrez toute l’offre sur bozar. be/fr/kids-palace

Préparez votre visite

Vous avez des besoins spécifiques… Afin de vous accueillir dans les meilleures conditions, consultez bozar.be/fr/accessibilite

Vous souhaitez enrichir votre visite... Découvrez nos guides des visiteur·ses, programmes de concerts et podcasts ou laissez-vous guider à travers les expositions par nos guides. Des catalogues d’expositions, livres et souvenirs sont en vente au Bozar Bookshop by Walther König. Plus d’infos sur bozar.be/fr/preparez-votre-visite Vous souhaitez prolonger votre visite... Profitez d’une pause sucrée ou salée au cœur de Bozar Horta by Bozar Café Victor, d’un moment de détente au Bozar Café Victor ou d’un moment gastronomique à Bozar Restaurant. Encore des questions sur votre visite ? Consultez notre FAQ sur bozar.be/fr/faq

Your visit

£

59


Bozar

Sept.’26→Jan.’27

Wij danken onze mecenassen en onze partners voor hun steun Nous remercions nos mécènes et nos partenaires pour leur soutien Overheidssteun · Soutiens publics · Public funding

Institutionele partner · Partenaire institutionnel · Institutional Partner

Structurele partner · Partenaire structurel · Structural Partner

Regie der Gebouwen Régie des Bâtimentst

Bevoorrechte partners · Partenaires privilégiés · Privileged Partners

Project Supporting Partners Views and opinions expressed are however those of the author(s) only and do not necessarily reflect those of the European Union or the European Education and Culture Executive Agency (EACEA). Neither the European Union nor EACEA can be held responsible for them.

Het Paleis voor Schone Kunsten is lid van · Le Palais des Beaux-Arts est membre de · The Centre for Fine Arts is member of:

Music partners

Corporate Patrons

Stichtingen · Fondations · Foundations

BNO Belgian National Orchestra

Wij danken de stichtingen voor hun steun, ook zij die anoniem wensen te blijven. Nous remercions les fondations pour leur soutien, ainsi que celles qui souhaitent rester anonymes.

Mediapartners · Partenaires média · Media Partners

60

Promotiepartners · Partenaires promotionnels · Promotional Partners


© DR/GR

Experience Bozar Become a Member

Join our community of patrons and experience exceptional concerts, exhibitions, films, talks, performances and other premium events. For more information: maecenasrelations@bozar.be

Become a Partner

Both companies and foundations can support an ambitious artistic and socio-educational programme that makes art accessible to everyone. For more information: Corporate: corpo@bozar.be Foundations: kathleen.lein@bozar.be


Bozar all over the P(a)lace Exhibitions † Performances † Films DJ sets † Concerts † Talks & Debates Nocturne 18:00 - 00:00

One ticket, full experience

→

Next dates: 26 Nov.’26 + 25 Feb.’27 + 25 Mar.’27 + 29 Apr.’27 + 27 May’27


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bozar Magazine Sept.'26-Jan.'27 by Bozar - Issuu