Page 6

Musea: cijfers en trends Voor dat we ons mengen in de discussie over museumarchitectuur en locaties, is het belangrijk om te weten wat de ontwikkelingen op het gebied van de Nederlandse musea zijn. In dit hoofdstuk zullen de trends van de laatste jaren betreffende musea in Nederland worden samengevat en toegelicht.

2.1

De ‘Museumboom’

De laatste decennia is er serieus sprake van een ‘museumboom’. Maarliefst een derde van het wereldwijde aantal musea is in de laatste 20 jaar gerealiseerd. Volgens Hudson3 zal de internationale groei van musea gemiddeld 10% per 5 jaar zijn. Nederland telt vandaag de dag rond de 900 musea. In de Verenigde Staten hebben sinds 1970 meer dan 600 musea de deuren geopend en in Frankrijk zijn tijdens het 14 jaar durende presidentschap van Mitterant (1981-1995) 400 nieuwe musea gerealiseerd of verbouwd. Ook vandaag de dag wordt nog voluit gebouwd en gedacht aan nieuwe musea. Zo zijn er heftige discussie gaande over de vestigingsplaats van het nieuw te bouwen Nationaal Historisch Museum ergens in Nederland en er wordt druk gebouwd aan de uitbreiding van het Rijksmuseum te Amsterdam en het Prado in Madrid.

2.2

Cijfers en trends

In Nederland heeft het aantal museumbezoeken in de jaren tachtig van de vorige eeuw een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt: van 14,5 miljoen bezoeken in 1980 is het bezoek gestegen tot 22,0 miljoen bezoeken in 1990. In de jaren negentig stagneert de stijging van het aantal bezoeken, ondanks de grote stijging van het aantal musea, de groei van de bevolking en de inkomensontwikkeling. In de tweede helft van het afgelopen decennium beweegt het aantal bezoeken zich rond 20 mln. In 1999 telt het CBS 20,7 mln. bezoeken. In 2003 waren dit 19,5 miljoen. Het aantal museabezoeken is dus redelijk stabiel. Gebaseerd op gegevens uit 2005 heeft een derde van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder een museum bezocht. In het publiek zijn bezoekers tussen 50 en 65 jaar en de hoger opgeleiden (HBO opleiding of hoger) sterk oververtegenwoordigd. Van deze bevolkingsgroepen heeft respectievelijk 39% en 54% een museum bezocht. Allochtonen en lager opgeleiden zijn in het museumpubliek ondervertegenwoordigd4. In de onderstaande tabel zijn de bezoekersaantallen van de jaren 2001 tot en met 2004 weergegeven van de tien meestbezochte musea van Nederland5. Er moet wel worden opgemerkt dat de cijfers van bron tot bron verschillen, maar zijn nauwkeurig genoeg om algemene trends te kunnen bepalen. Tabel 1: bezoekersaantallen top 10 musea in Nederland 2001

2002

2003

2004

1

Amsterdam

Van Gogh Museum

1.276.000

1.593.000

1.342.000

1.338.000

2

Zaandam

Openluchtmuseum 'De Zaanse Schans'

825.000

900.000

790.000

880.000

3

Amsterdam

Rijksmuseum

1.011.000

1.090.000

841.000

810.000

4

Amsterdam

Anne Frankhuis

900.000

909.000

912.000

937.000

5

Amsterdam

Sexmuseum 'Venustempel'

490.000

520.000

518.000

528.000

6

Amsterdam

Madame Tussaud's Amstedam

529.000

440.000

441.000

406.000

7

Arnhem

Het Nederlands Openluchtmuseum

290.000

286.000

305.000

350.000

8

Amsterdam

Nemo

291.000

317.000

315.000

327.000

9

Groningen

Groninger Museum

200.000

335.000

235.000

292.000

10

Otterlo

Rijksmuseum 'Kröller-Müller'

274.000

311.000

419.000

290.000

TOTAAL

6.086.000

6.701.000

6.118.000

6.158.000

3 4 5

Kenneth Hudson, Museum of influence (1988) De bron van deze kengetallen: Letty Ranshuysen, Resultaten MuseumMonitor 2005 Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, Bezoek aan toeristische attracties ontwikkelingen 2001 – 2004

6

Museaal vastgoed  
Museaal vastgoed  

bachler scriptie Museaal vastgoed

Advertisement