Page 15

aanbouw. Ieder met zijn eigen identiteit en architectuur (landmarks). Lynch benadrukt dat een landmark niet op zichzelf staat, maar wordt al dan niet versterkt door zijn omgeving. De aanwezigheid van andere landmarks, zoals het geval is bij het dit Museum, is positief voor het stadsbeeld. De stad zelf heeft een slechte imageability. De stad is redelijk sfeerloos door onder andere de vieze rivier en de sobere en eentonige bebouwing, maar door de nieuwe architectuur met dit museum voorop, is deze sterk verbeterd. Het museum heeft een zeer sterke eigen identiteit. Een uniek gebouw dat iedereen kent van de plaatjes in de literatuur. Zelfs in de James Bond flim, The world is not enough, uit 1999 is het Guggenheim te bewonderen in het openingsshot. In tegenstelling tot het Groninger Museum past het Guggenheim wel in de structuur van de omgeving. Vooral door de omliggende nieuwe architectuur en door het feit dat de architect de aanwezige elementen nadrukkelijk heeft ge ï ntegreerd in het ontwerp. Er is een duidelijke ruimtelijke relatie met de omgeving waardoor een goede harmonie ontstaat.

3.3.4 Resumé In de ambitie om een museum als middel in te zetten voor het ophemelen van een stadshart of als toeristische magneet, streven lokale overheden naar een prominente locatie voor het museumgebouw. Dit zijn in de praktijk locaties die vaak gelegen zijn in de centra van steden, nabij belangrijke pleinen of voetgangersgebieden27. Kevin Lynch beschrijft in zijn boek het belang van de aanwezigheid en intergratie van deze elementen bij landmarks 28. Zowel het Groninger museum als het Guggenheim Museum te Bilbao voeldoen aan deze criteria. Hiermee claimt het gebouw een significante plaats in het stadsbeeld van het publiek wat de verbondenheid met de stad vergroot en veelal positieve gevoelens oproept. Rond de locatiekeuzes van nieuw te bouwen musea ontstaan nagenoeg altijd discussies die door lokale media nauwgezet gepubliceerd worden. Smaken verschillen en er zullen altijd voor- en tegenstanders zijn van de toekomstige architectonische hoogstandjes. É én ding is zeker. Men kan altijd rekenen op veel publiciteit wat de stad veelal ten goede komt.

27 28

Cornelis van de Ven, Museumarchitectuur (1989, pag. 41) Kevin Lynch, The image of the city (1960)

15

Museaal vastgoed  

bachler scriptie Museaal vastgoed

Advertisement