Page 12

Om een landschap in te kunnen delen definieerde Lynch een vijftal elementen; landmarks (symbolen), nodes (knooppunten), districts (districten), edges (grenzen) en paths (wegen). De samenwerking tussen deze vijf elementen bepaald de identiteit en structuur van het stadsbeeld. Zo stelt hij dat door de aanwezigheid van Landmarks de verbondenheid met een stad sterk wordt vergroot. Het is gunstig om deze landmarks dicht bij bekende wegen en knooppunten te situeren zodat ze gemakkelijke referentiepunten vormen in het landschap en dat ze helpen om de omgeving een eigen identiteit en structuur te geven. In de volgende paragrafen zijn twee verschillende musea en hun omgeving beschreven. Aan de hand van de theorie van Kevin Lynch is geanalyseerd welke invloeden de musea op hun omgeving hebben en welke faktoren extra bepalend zijn.

3.3.2 Het Groninger Museum De locatie die in 1990 uiteindelijk voor het Groninger Museum van architect en kunstenaar Alexandro Mendini werd gekozen was de zwaaikom in het verbindingskanaal aan de zuidkant van het centrum. Het is een historische plek, grenzend aan de statige 19e eeuwse singels met herenhuizen. Aan de andere kant bevinden zich het station en enkele grote kantoorgebouwen, gebouwd in de laatste decennia. Voor iedereen die dagelijks met de trein naar zijn werk of studie in Groningen reist, is het kakelbonte museum het eerste wat men ziet als men het station verlaat. Pas als je vanuit de stad door het museumcomplex richting het station loopt valt het contrast op dat het museum maakt met zijn omgevingen. Op dat moment wordt duidelijk dat het gebouw alle aandacht opeist en dat het de historische landhuizen en het authentieke station eigenlijk in het niet doet vallen (in figuur 1 zijn aan de rechterkant nog net de herenhuizen op de kade te zien). Het nieuwe Groninger Museum is als geheel niet zomaar een omhulsel voor kunst, het is zelf eigenlijk ook een kunstwerk. Sterker nog; in de

Figuur 1: het Groninger Museum

brochure van het museum is letterlijk te lezen dat het museum eigenlijk het meest kostbare onderdeel van de kunstcollectie is23. Een kunstwerk midden in de stad, doorkruist door openbaar terrein, waar passanten al direct geconfronteerd worden met allerlei kunstwerken. Uitgangspunt voor het nieuw te bouwen museum was dat het ontwerp een voorbeeld moest zijn van de ontwikkelingen in de kunst en architectuur van de jaren tachtig. Het noorden van Nederland, en dus ook de stad Groningen, heeft een imago probleem. Het wordt gezien als de periferie van Nederland. Er zijn verschillende projecten gaande om het noorden bij het publiek in de picture te krijgen, waaronder de campagne; ‘Er gaat niets boven Groningen’. In 2005 werd het centrum van Groningen uitgeroepen tot de beste binnenstad van Nederland. Qua architectuur heeft Groningen naast de historische binnenstad en het museum niet veel te bieden. De Martini toren, de Euroborg en het hoofdkantoor van de Nederlandse Gasunie zijn bij het publiek nog wel bekend, maar gebouwen zoals het academiegebouw en de watertoren zijn alleen bekend bij het publiek dat in Groningen woont of er regelmatig verkeert. Het Groninger Museum heeft totaal geen gebrek aan Imageability. Als er één gebouw in Nederland is dat de zintuigen aanspreekt dan is het dit museum. Door de spraakmakende architectuur van Medini staat het bouwwerk duidelijk als landmark in zijn omgeving. Het gebouw heeft een zeer sterke identiteit door zijn contrast met omliggende bouwwerken. Dit is tevens ook het zwakke punt van het complex. Door het sterk aanwezige contrast gaat de structuur in de omgeving enigzins verloren. Er is 23

Brochure “Het Groninger Museum”, het museum als kunstwerk, pag 7

12

Museaal vastgoed  

bachler scriptie Museaal vastgoed

Advertisement