Page 1

raakvlak D E C E M B E R 2 01 2 - AC H T E R GR O N D E N , O P I N I E S E N I N S P I R AT I E M E T H E T O N D E R W I J S AL S R A A K V L A K - N U M M E R 1 1

Roel is honkvast

Annemiek volgt haar hart

Maria: de technische sector heeft ­vrouwen nodig met een sterk karakter

2

Annemiek Verhage, collegedirecteur bij Scalda, vertrekt binnenkort naar Turkije. ‘Ik heb wel zin in een avontuur; iets ongewis. En ik besef dat als ik zoiets wil, dit nu moet gebeuren, nu ik nog ‘jong’ ben. Het roer gaat dus behoorlijk om.”

6

“Jammer dat nog steeds dat stereotiepe beeld bestaat”, geeft docente Maria van der Vliet aan in haar pleidooi voor meer vrouwen in de techniek. “Heel veel meisjes hebben de capaciteiten om in de techniek te werken, maar worden hierin van huis uit niet gestimuleerd. Dat is heel jammer, want er is werk zat voor ze.”

4

De jongere broer van Roel Adriaansens is nu bij z’n vijfde werkgever. “Hij vindt het gek dat ik nog steeds bij Dow ben. Je moet ’s veranderen, zegt hij. Ik verander voortdurend, ­antwoord ik dan. Maar daarvoor hoef ik niet naar een andere baas!”

Het Beste Idee van Scalda: ‘Ontschotten’ In 2015 moet Scalda klaar zijn voor een toekomst waarin als gevolg van de demografische krimp beduidend minder leerlingen zich zullen melden voor een mbo-opleiding. Om een gevarieerd aanbod in stand te houden, is innovatie dan ook het sleutelwoord. Niet opgelegd door bestuurders of managers, maar vertrekkend vanuit de ideeënkracht van de mensen in het onderwijs en de ondersteunende diensten. Het innovatietraject wordt afgetrapt met het door medewerkers bedachte en gekozen Beste Idee van Scalda.

Op 1 november kwamen de medewerkers van Scalda bij elkaar op de Visiedag. In dertig creatieve sessies werden dertig ideeën voor de innovatie van het onderwijs en de organisatie bedacht. Na beoordeling in de stuurgroep innovatie werd een shortlist van zes ideeën voorgelegd aan de Scalda-medewerkers. Met 22% van de stemmen werd het idee ‘Ontschotten’ gekozen tot Beste Idee van Scalda.

Arrangementen Ontschotten: niet meer denken in hokjes, maar in arrangementen, over de grenzen van opleidingen en van de eigen organisatie heen. Leerarrangementen in het vmbo (bijvoorbeeld in techniek of verzorging). Onderwijsarrangementen voor het bedrijfsleven. Op de student toegesneden arrangementen in een samenwerking tussen hbo, mbo en vo, waarbij een student bijvoorbeeld ICT in Vlissingen volgt bij Scalda, maar Nederlands, ­Engels en wiskunde aan een havo in Goes. De

onderwijskolom en het bedrijfsleven in de ­regio hebben belang bij deze ontwikkeling. Met een goede logistieke organisatie kunnen leerarrangementen breed worden ingezet en tot enorme efficiencyverbetering leiden. Het Beste Idee van Scalda wordt onder verantwoordelijkheid van het management verder ontwikkeld. Maar daar blijft het niet bij. Medewerkers kunnen de komende tijd nieuwe ideeën aanleveren. Ook de andere 29 ideeën verdwijnen niet in de prullenmand, maar worden waar mogelijk benut.


Vertrekkend collegedirecteur Annemiek Verhage over:

De rol van de onderwijsmanager

‘Anderen laten excelleren’

Annemiek Verhage-Hermens (61) uit Vlissingen, van oorsprong verpleegkundige, werd in 2006 directeur van het onderwijscluster Zorg van het toenmalige ROC Zeeland (thans Scalda). Onder de naam College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging biedt het cluster elf mbo-opleidingen aan in Goes en Terneuzen. Haar directe werkomgeving was – en is misschien nog wel steeds – ‘helemaal flabbergasted’ (aldus een teamleider) over haar besluit om per 1 januari met werken te stoppen om zich te wijden aan haar familie door onder meer oppasoma te worden in Turkije. Onderwijsmanagers liggen de laatste tijd in de publieke opinie onder vuur. Het groeiende management kost teveel geld, waardoor minder geld beschikbaar is voor de docenten, die het ‘echte werk’ doen. Een verontruste docent in Trouw: “De nieuwe managementslagen kicken op cijfers, dus daarover wordt veel heen en weer gesteggeld. Zo creëren die managers een eigen bureaucratische werkelijkheid die de scholen veel werk oplevert en afhoudt van het echte werk. Daardoor moeten minder leraren hetzelfde werk doen met vollere klassen.” Annemiek Verhage, per 1 januari onderwijsmanager af, herkent dit deels. “Dit moet inderdaad niet gebeuren; cijfers moeten niet de dienst gaan uitmaken. Maar je ziet in den lande nu weer een reactie hierop door de onderwijsorganisaties juist weer platter te maken. Laten we niet ver-

 Een onderwijsmanager moet altijd gefocust zijn op de tevredenheid van de student 

2 Raakvlak - Nummer 11

geten dat het ministerie al die cijfers en rapporten wil hebben en dat het geen hobby van nieuwe managers is. Voor mij zijn de verhalen achter de cijfers veel interessanter en veelzeggender. Wat dat betreft hoop ik dat de nieuwe minister van onderwijs rust en helderheid gaat geven. Er hobbelen de laatste jaren zoveel beleidsbeslissingen over elkaar heen, dat we het op de scholen haast niet bij kunnen houden. Graag meer rust in de tent – dat klinkt alsof je niet met veranderingen om kunt gaan, maar dat is het niet. We willen goed onderwijs blijven geven.”

Gerichte sturing Managen is in feite helemaal niet zo moeilijk, vindt Verhage die momenteel directeur is van het College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging van Scalda. “De basisvraag is of je iets centraal of decentraal aanpakt. Dat is de voornaamste keuze die een manager maakt.” Oké, dat lijkt makkelijk. Maar wie of wat is dan de leidraad bij zo’n simpele keuze? “Een onderwijsmanager moet altijd gefocust zijn op de tevredenheid van de student; dat is je oogmerk. Die ‘eigen bureaucratische werkelijkheid’ uit het citaat is inderdaad uit den boze. Maar zonder managers gaat het echt niet; dat is de andere kant, vóór we weer doorschieten. Want gerichte sturing geeft ruimte aan ‘de onderkant’ van de organisatie. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het is wel waar, omdat je dubbelingen en onduidelijkheden voorkomt.”

Weer blij vertrekken De filosoof en voorman van Beter Onderwijs Nederland Ad Verbrugge beweert in zijn boek Tijd van onbehagen (2004) dat de managercultuur het onderwijs bedreigt: “Dit probleem wordt des te groter naarmate de manager minder affiniteit en ervaring met de werkvloer heeft en een echte binding met het bedrijf ontbreekt.” Verhage is een manager die ‘dit probleem’ door haar persoon en aanpak lijkt te loochenstraffen. Zelf afkomstig uit de verpleging heeft ze er altijd voor gewaakt het contact met die werkvloer te houden. Als directeur heeft ze geregeld contact met zorginstellingen, alleen al om er voor te zorgen dat de afstemming tussen oplei-

ding en werkveld, dus tussen theorie en praktijk, optimaal is. Ook met de onderwijswerkvloer, haar ‘eigen’ docenten en teamleiders, heeft ze veel contact over de praktijk van alledag. Uiteraard vindt ze het lastig zo over zichzelf te praten, daarom luisteren we naar een van de teamleiders: “Annemiek zal haar karakter mee hebben, maar ik ben er ook van overtuigd dat ze zich zeer bewust open en communicatief opstelt. Het is haar overtuiging dat een manager zo het beste kan managen. Ze is voor iedereen laagdrempelig en volgens mij heeft ze als uitgangspunt dat als er iemand met een probleem binnenkomt, die persoon weer blij moet vertrekken.”

Beetje belerend Wat vindt Verhage zelf? Wat voor type manager is zij? “Een manager die het liefst de mensen – de docenten én de studenten – ziet excelleren. Ik doe mijn best om ze in een flow te brengen en te houden. Een manager faciliteert, is dienstbaar. Ik probeer ook de anderen mee te nemen in beslissingen, zodat ze er zelf achter staan. Dat betekent op tijd open zijn met informatie en mensen de kans geven te wennen aan veranderingen. Ik hecht aan gemeenschappelijke besluitvorming en goede omgang met elkaar; daarin worden we als team ook gecoacht. Als het goed gaat op school, is dat dan ook de verdienste van ons allemaal, niet van de hoogste manager. Die overigens ook wel eens knopen moet doorhakken en dat dan met overtuiging doet.” We hebben gehoord dat Verhage het algemene belang (zeg maar: Scalda) boven het eigenbelang (zeg maar: haar college) stelt. “Dat klopt wel. Ik vecht voor het eigen college, maar het maakt deel uit van een groter geheel. Ik heb geen eigen schooltje, zal ik maar zeggen.” We confronteren Verhage met een eigen stokpaardje, aldus enkele ‘bronnen’: kijk bij praktische problemen ook eens naar het beleid, naar de bestuurskant; dat geeft je veel meer zicht op de organisatie en dat leidt vaak naar een oplossing. Daar moet ze wel wat om lachen: “Ja, die neiging heb ik wel, om een andere invalshoek of gezichtspunt te kiezen; dan ben ik wel een beetje belerend. Maar dat helpt vaak wel om mensen mee te laten bewegen.”


Een tweede leven in Turkije

Altijd maar blijven leren, als ­individu én als school



‘Pendelen tussen ­ Vlissingen en Kusadasi’

Soms verbaast het Verhage net zoveel als de collega’s om haar heen. Waarom stopt ze zo abrupt met werken? “Het gaat goed, ik vind het leuk, er zijn nog zoveel uitdagingen en toch stop ik met deze prachtbaan…”, zegt ze op verbaasde toon. Na een stilte onderneemt ze toch een poging om haar besluit dat ze afgelopen zomer nam, te verklaren, rationeel te benaderen: “Mijn man gaat binnenkort met pensioen, voor mijn dochter en schoonzoon met hun twee kinderen kan ik iets betekenen, ik heb wel zin in een avontuur, iets ongewis. En ik besef dat als ik zoiets wil, dit nu moet gebeuren, nu ik nog ‘jong’ ben. Al deze dingen vormen een optelsom, die rationeel lijkt, maar waarin ik vooral mijn hart volg. Het roer gaat dus behoorlijk om. Een verrassende keuze, dat vind ik zelf ook nog steeds, maar het voelt heel goed.”

Turks leren Dat ongewisse avontuur is een nieuw bestaan, dat zich voor een flink deel in West-Turkije zal afspelen. “Mijn schoonzoon komt uit Turkije en hij en mijn dochter hebben samen besloten dat ze daar een nieuw bestaan willen opbouwen. Mijn man en ik hebben al heel lang een huis in Kusadasi aan de Egeïsche Zee, tegenover Samos, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van Izmir. Daar brengen we al onze vakanties door. Het gezin van mijn dochter – ze hebben twee jonge kinderen – vestigt zich eerst in dat huis en mijn man en ik gaan ze helpen, bijvoorbeeld door op de kinderen te passen. Zoals ik het me nu voorstel, gaan we daar niet permanent wonen, maar pendelen we heen en weer tussen Vlissingen en Kusadasi. Maar ik ga nu wel Turks leren!” Jawel, een leven lang leren.

Geen zwart gat Dit ingrijpende voornemen maakt de geijkte vraag aan iemand ‘op leeftijd’ die stopt met werken haast overbodig: ben je niet bang in een zwart gat te vallen en wat zijn je hobby’s waar je nu eindelijk tijd voor krijgt? Voor dat zwarte gat is Verhage niet bang en hobby’s die nu eindelijk echt uitgevoerd kunnen worden, heeft ze niet. “Nou ja, fotograferen. Dat doe ik graag, maar nog niet goed; dat ga ik vast meer doen nu. Vooral buiten. Ik lees graag, zowel informatief als spannende fictie. En ik doe wat aan sport om fit en gezond te blijven, maar dat zijn geen bezigheden die nu gaan uitdijen.” De nieuwe ‘vrije tijd’ zal vooral op gaan aan reizen en aan de twee getrouwde dochters en de drie kleinkinderen, op allerlei manieren. Behalve de twee kleinkinderen die straks in Turkije wonen, heeft ze er nog één in Koudekerke, van haar andere dochter en schoonzoon.

Geen idee Ongewis. Het klinkt wat dramatisch, maar Verhage wordt er niet zenuwachtig van. “Het is inderdaad een tweede ­leven, maar toch erg in het verlengde van het tweede leven dat mijn man en ik al in Turkije hebben; we zijn daar al zo vaak. Maar hoe ons leven er exact uit gaat zien? Dat zien we wel. Ik heb nu nog geen idee hoe ons Turkse avontuur ­begint…”

‘Toegeven aan je nieuwsgierigheid’  Als iets Annemiek Verhage kenmerkt, is het wel haar permanente zucht naar kennis. Ze is het vleesgeworden voorbeeld van permanente educatie, van ‘een leven lang leren’, aldus de mensen in haar werkomgeving. Na de ulo begon ze in 1968 als aspirant-leerlingverpleegkundige. Als verpleegkundige werkte ze later in het ziekenhuis met kinderen, op de kraamafdeling en bij chirurgie. Rugklachten gaven haar carrière - achteraf gezien - een beslissende wending: ze werd praktijkbegeleider en rolde zo de educatieve kant van het vak in. “Ik merkte dat ik het geweldig vond om zelfgeleerde dingen weer over te dragen.” Ze volgde een lerarenopleiding en ging lesgeven op een school die in 1997 opging in ROC Zeeland (anno 2012: Scalda). Daar werd ze later teamleider en in 2006 kreeg ze de baan die ze straks vaarwel zegt: directeur van het College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging. Terugkijkend op haar loopbaan zegt Verhage: “Ik had het allemaal niet uitgestippeld, er kwam iets op mijn weg en ik dacht meestal: dat is wel leuk, dat ga ik doen.”

dat je zelf ook onderwezen wilt worden. Tja, zo beleef ik het.” Wat was haar laatste opleiding of leergang? “Dat was een serie colleges over strategie op Nijenrode. Afgelopen april was de laatste.” En daar blijft het niet bij, want nu gaat ze Turks leren.

Lerende organisatie Niet alleen het lerende individu, ook de lerende organisatie houdt Verhage erg bezig. Het was het onderwerp van haar afstudeerscriptie voor de masteropleiding bij TiasNimbas. Bij de interne Scalda-scholing ‘Talent in Ontwikkeling’ geeft ze er nu college over. Onder andere over de noodzaak van zelfkennis: “Managers hebben de bijna aangeboren neiging om veel rooskleuriger over zichzelf te denken dan hun omgeving doet…” De colleges die Verhage geeft, zijn weer een voorbeeld van hoe een opleiding daarna ‘ontzettend goed van pas’ kwam. “Een lerende organisatie gaat heel wat verder dan stimuleren dat personeel blijft leren en daar een budget voor inruimen,” stelt Verhage. “Het draait er meer om of een organisatie beter wil worden. Is een organisatie bijvoorbeeld in staat om te leren van de eigen fouten en ook te accepteren dat het fouten maakt? Dat het niet een individu is in die organisatie die het een keer fout

Wederzijdse belangen Naast haar werk en zorg voor het gezin volgde Verhage gedurende haar hele loopbaan altijd wel een opleiding of cursus. Zo groeide ze uiteindelijk naar de managementkant van het zorgonderwijs toe. “Elke opleiding of leergang die ik volgde, kwam niet zo lang daarna ontzettend goed van pas,” vertelt ze terugkijkend. “Zelfs een ietwat vreemde-eend-in-de-bijt-opleiding zoals pr en communicatie, de vierjarige opleiding Nima-A, die ik volgde toen ik teamleider was. Het is weliswaar niet mijn vak geworden, maar ik heb er dagelijks nog heel veel aan. Ik heb daar bijvoorbeeld geleerd dat het in het leven altijd gaat om wederzijdse belangen, dat je daar naar op zoek moet gaan, dat je naar de andere kant van iets kijkt en ook consequent naar je doelstelling en doelgroep. Dat helpt me nog steeds, het maakt het leven makkelijker. Maar ik vind echt niet dat ik een moeilijke baan heb, hoor.” Naar die andere kant kijken is volgens bronnen een vurig stokpaard van Verhage, zie de tekst over de onderwijsmanager.

Studiehonger Ook na haar vijftigste heeft Verhage nog twee zware studies gevolgd: verplegingswetenschappen aan de Universiteit Utrecht en public en non-profit management bij TiasNimbas aan de Tilburg University. Waarom deed ze dat met het eind van haar carrière in zicht en zeker van een mooie baan? “Toen ik jong was, studeerde ik omdat ik vooral nieuwsgierig was en daarbij ook verder wilde komen. Dat laatste is voor een vijftiger inderdaad minder een factor, maar die nieuwsgierigheid is er nog en wordt misschien wel groter bij het klimmen der jaren. En aan die nieuwsgierigheid geef ik graag toe, vandaar. Een logische stap na de studie verplegingswetenschappen is onderzoeker worden, maar dat zit er niet meer in. Waar ik wel mee bezig ben gegaan is het toepassen van ‘evidence based’ verpleging op het onderwijs, ook het onze; het was heel verrijkend.” Haar studiehonger lijkt Verhage zelf minder te verbazen dan haar directe omgeving: “Voor mij is het vanzelfsprekend. Je werkt in het onderwijs en je vindt onderwijs heel belangrijk, dan is het haast logisch

doet? Geen afbreekmoment, maar een leermoment. Het is belangrijk om dan als organisatie zich eigen te maken dat men gefaald heeft en vervolgens daarvan te leren, bijvoorbeeld door een procedure of structuur te wijzigen. Maar het belangrijkste is nog altijd ruiterlijk toegeven dat een fout is gemaakt en je als organisatie – dus niet als individu – verontschuldigen bij de eventueel gedupeerde, een leerling of zijn ouders.” Als het in haar pendelagenda past, blijft Verhage deze interne colleges geven.

 Ik had het allemaal niet uitgestippeld, er kwam iets op mijn weg en ik dacht meestal: dat is wel leuk, dat ga ik doen 

3 Raakvlak - Nummer 11


Voorzitter Zeeuwse werkgevers Roel Adriaansens van Dow over:

Honkvaste werknemers ‘We werven niet voor een functie, maar voor een carrière in ons bedrijf’

Roel Adriaansens (Vlissingen, 1963) woont met zijn gezin in Terneuzen. Hij studeerde chemische technologie aan de TH in Delft. In 1988 kreeg hij zijn eerste baan bij Dow in Terneuzen. Na ruim tien functies en vierenhalf jaar Thailand om daar met een team een fabriek op te starten, is hij sinds 2009 directeur Veiligheid, Gezondheid & ­Milieu, een functie die in de Engelstalige wandelgangen van Dow Benelux doorgaans kortweg met ‘Responsible Care Leader’ wordt aangeduid. Begin

4 Raakvlak - Nummer 11

2011 volgde Adriaansens David Luteijn op als voorzitter van de afdeling ­Zeeland van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW). Deze belangenbehartigende vereniging is de ­regionale poot van de landelijke werkgeversorganisatie VNO-NCW. De BZW is in Zeeland actief met twee ‘­kringen’: Midden- en Noord-Zeeland en ZeeuwsVlaanderen. Van de laatste kring is Adriaansens ook voorzitter.


Roel Adriaansens vertelt dat hij bij Dow twaalf, dertien keer van werk is veranderd. Dat roept wellicht een associatie op met de zegswijze ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’, maar niets is minder waar, want het rijtje functies laat een mooie ontwikkeling zien in verantwoordelijkheid en uitdaging. Adriaansens beseft dat deze ‘trouw aan de baas’ buiten Dow wel opmerkelijk is. “Mijn iets jongere broer heeft ook in Delft gestudeerd en is nu bij zijn vijfde werkgever. Hij vindt het maar gek dat ik nog steeds bij Dow ben. Je moet ’s veranderen, zegt hij. Ik verander voortdurend, antwoord ik dan, maar daarvoor hoef ik niet naar een andere baas. Ik ben hier veranderd van vakinhoud, fabriek, locatie en verantwoordelijkheid. Waarom zou ik dan naar een andere baas gaan? Ik heb het hier reuze naar mijn zin.”

Basisbagage Adriaansens is niet de enige bij Dow die honkvast is, want het is de policy van het bedrijf om mensen vast te houden door ze geregeld van functie te laten veranderen, ze te laten groeien. “Er is hier relatief weinig verloop, iets van 2% op jaarbasis. We werven nieuw personeel niet voor de invulling van een specifieke functie, maar voor een carrière binnen ons bedrijf. Dus we willen niet zómaar een scheikundige, niet zómaar een werktuigbouwkundige… Daardoor kijk je op een andere manier naar mensen die je aan wilt nemen. Je zoekt mensen die capabel zijn en potentie hebben. Niet mensen met uitsluitend een specifieke vakkennis. Ze moeten niet zozeer een technisch-wetenschappelijke bagage in huis hebben, maar vooral de vaardigheid om op allerlei terreinen problemen op te lossen en het bedrijf vooruit te helpen. Dan heb ik het niet alleen over technische problemen, maar juist ook over bijvoorbeeld cultuurproblemen en organisatorische vraagstukken. Het is de uitdaging voor het Zeeuwse onderwijs om die mensen af te leveren, met een denkniveau waarmee ze verschillende kanten op kunnen. Dat is goed voor het bedrijf dat ze aanneemt, maar ook voor henzelf, omdat ze genoeg basisbagage hebben om te groeien in hun carrière.”

Geen uitgestippelde ­carrière Hoe komt zo’n mooie carrière in het eigen bedrijf tot stand? Zegt dit vooral iets van de werkgever of van de werknemer? “Het is een gedeelde verantwoordelijkheid,” stelt Adriaansens. “Wanneer hier een nieuwe werknemer wordt aangenomen, ligt er niet een uitgestippeld carrièrepad voor hem klaar. Wel wordt samen met de werknemer een ontwikkelingsplan opgesteld, waar om de paar jaar heel serieus met de supervisor over wordt gesproken. Centrale vragen in die gesprekken zijn altijd wat de werknemer wil en wat hij er voor over heeft om zijn ambitie te verwezenlijken. Deze gesprekken gaan uiteraard ook over de capaciteiten, want je moet wel wat kunnen om bijvoorbeeld leidinggevende te worden. De supervisor zorgt voor een reality check en er wordt vervolgens besproken hoe naar de functiewijziging wordt toegewerkt. Ik heb dit op deze manier een aantal keren meegemaakt en ik vond het een goede, leuke manier om je carrière vorm te geven.” Gedeelde verantwoordelijkheid dus, maar de ambitie van de werknemer is toch wel erg bepalend in dit systeem? “Dat is waar. Maar wel op een realistische manier. Ik ben hier in ’88 ook niet begonnen met een carrièrelijn voor ogen. Dat ik een keer directeur zou worden, heb ik heel lang niet gedacht. Maar op een gegeven moment kreeg ik die ambitie wel en heb ik die ook uitgesproken. En na een paar jaar werd dit mijn functie. Je moet het inderdaad zelf doen, niet afwachten.”

Afstemming onderwijs op het bedrijfsleven ‘Weloverwogen consolideren van het aantal opleidingen’ “Ik kwam in ’88 van de toenmalige TH Delft af en op mijn eerste werkdag hier bij Dow – ik weet het nog als de dag van gisteren – zat ik bij het productieoverleg. Er werd gepraat over een pomp die gisteren kapot was gegaan en hoe dat vandaag opgelost moest worden. Van verbazing en teleurstelling viel ik bijna van mijn stoel, want ik kon niet meepraten; ik begreep er niets van. Ik had een fantastische opleiding achter de rug en had hoge verwachtingen van mijn nieuwe baan, maar het idee dat de praktijk zou aansluiten op mijn opleiding was ik in een halfuur helemaal kwijt. Na het overleg zei ik tegen mijn baas dat ik toch echt een extra opleiding moest hebben, want ik snapte er niets van. Mijn baas glimlachte en zei: het komt wel goed, kijk rustig rond, praat met mensen, dan pak je het snel op. Dat was een wijze baas, want hij kreeg helemaal gelijk.” Plasticpijpenlijmer

Met deze ‘jeugdherinnering’ wil Adriaansens duidelijk maken dat het belangrijker is dat een opleiding een bepaald denkniveau meegeeft, dan dat een student alle feitelijke kennis van een vakgebied beheerst. Vertaald naar de situatie in Zeeland, waar telkens minder leerlingen zich melden voor mbo-opleidingen, is het van belang dat niet wordt vastgehouden aan zoveel mogelijk vakopleidingen, maar dat de opleidingen algemener worden en gericht zijn op algemenere kennis en vaardigheden, gericht op het oplossen van problemen en op innoveren. “Prachtig als een ROC de opleiding plasticpijpenlijmer zou aanbieden, maar dat is voor deze regio en deze tijd te bijzonder, te specifiek. En daarbij: alle technische kennis overdragen aan studenten heeft nauwelijks zin, want de techniek verandert razendsnel. Daarom is het belangrijk dat een bedrijf een nieuwe medewerker zelf verder opleidt.” Consolideren

Naar aanleiding van Kerend Tij (“een sterke, richtinggevende analyse”, vindt Adriaansens), heeft de BZW het initiatief genomen om het overleg tussen werkgevers en beroepsonderwijs nieuw leven in te blazen. De Commissie Arbeidsmarkt en Onder-

 Het is belangrijk dat een opleiding een bepaald denkniveau meegeeft  wijs BZW Zeeland is sinds dit jaar actief. “Zeeland is geografisch gezien groot, maar dun bevolkt. Er zijn hier sterke sectoren zoals industrie en horeca/toerisme, die voortdurend goed opgeleide mensen nodig hebben. Daar wordt in deze commissie op strategisch niveau over gepraat. Het aantal mbo-opleidingen daalt al en dat is helaas noodzakelijk om het onderwijs gezond te houden. Maar het consolideren van het aantal opleidingen en ook van het aantal plekken waar ze worden aangeboden, moet weloverwogen gebeuren. Een geregeld overleg tussen onderwijs en bedrijfsleven helpt daarbij, vandaar deze commissie.” Numerus fixus?

“Het besef groeit dat het beroepsonderwijs meer moet bieden dan alleen een mooi diploma,” constateert Adriaansens. “Het onderwijs zou namelijk ook het vooruitzicht op een passende baan moeten bieden. Lange tijd is er in feite vooral naar de leerlingen geluisterd. Wat zij wilden, gebeurde en populaire opleidingen groeiden dus.” Pleit Adriaansens daarmee voor een numerus fixus voor de beroepsopleidingen in Zeeland? “Nee, zover ga ik niet, maar we moeten wel samen beter kijken of we de jonge mensen die we opleiden ook in de goede richting sturen. Ook dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, in dit geval van onderwijs en bedrijfsleven in het algemeen.”

Het actuele verhaal van oude kaarten

‘Vanuit het heden zoeken naar ­verklaringen in het verleden’ Hardlopen (“Ik doe het te weinig”) en lezen (“Geen fictie, daar kan ik niet zo goed tegen”) – het zijn geen hobby’s die opzien baren. Wat minder algemeen is Adriaansens’ belangstelling voor oude landkaarten. “Natuurlijk zou ik wel de originele kaarten, liefst uit de VOC-tijd of van Zeeland door de eeuwen heen, willen kopen, maar ze zijn vreselijk duur. Ik troost me dus met boeken waarin reproducties op groot formaat staan. Daar kan ik mij wel in verliezen, ja. Wanneer ik ergens ter wereld in een stad ben, duik ik steevast een antiquariaat in om me even te verlekkeren aan het moois aan oude kaarten. Vorig jaar waren we op vakantie in Indonesië. Laat er nu pal naast ons hotel in Jakarta een winkel vol oude kaarten zijn - een paradijs! Kaarten van de hele wereld, maar opvallend veel van Nederland, die hier in de koloniale tijd terecht zijn gekomen. Maar helaas, ook daar waren ze peperduur!” Geen freak

“Geen twee kaarten van Zeeland uit de 17e eeuw zijn hetzelfde, daarom vind ik het zo boeiend,” vertelt Adriaansens. “Als je die kaarten op ’t gemak bestudeert, ga je begrijpen waarom de topografie van nu is zoals die is. Waarom is Axel zo heel anders dan pakweg Koewacht? Om dat te verklaren is het verhelderend om te zien dat daar lange tijd een breed water tussen lag. En de rol van de Spaanse linies in Zeeuws-Vlaanderen ga je ook beter snappen als je de oude kaarten ziet. Zeeland is natuurlijk sowieso bijzonder met al die eilanden en verdronken gebieden door de eeuwen heen.” Adriaansens vindt zichzelf geen geschiedenisfreak: “Dan had ik een ander vak gekozen. Het gaat me dan ook niet om de historie zélf; ik vind het alleen leuk om vanuit het zichtbare heden naar die kaarten te kijken, om als amateur de aardrijkskundige inrichting van je omgeving enigszins verklaard te zien.”

5 Raakvlak - Nummer 11


Docente werktuigbouw/metaal Maria van der Vliet over:

technische meisjes ‘De achterstand is nog niet ingehaald’

Maria van der Vliet (1955, Vleuten-De Meern) woont met haar partner en zijn zoons in Vogelwaarde. Ze is docente werktuigbouw/metaal bij het College voor Techniek en Design van Scalda in Vlissingen. Haar loopbaan begon bij de Landmacht in een motorenwerkplaats. Daar merkte dat ze het leuk vond om mensen technische vaardigheden bij te brengen. Ze gaf zes jaar praktijklessen bij het Centrum Vakopleiding in Utrecht. Toen er bij het

6 Raakvlak - Nummer 11

Centrum Vakopleiding in Middelburg een vacature ontstond, solliciteerde Van der Vliet, omdat ze graag terug wilde naar Zeeland, waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. Na elf jaar bij het Centrum Vakopleiding in Middelburg gewerkt te hebben, werd ze gevraagd als docente AutoCAD bij ROC Zeeland. In 1996 rondde ze de Pedagogisch Technische Hogeschool af. Nog steeds volgt Van der Vliet allerlei vakgerichte opleidingen.


De persoon voor de klas 

‘Je mag wel een beetje afdwingen dat je het naar je zin hebt’ Ooit wilde Maria van der Vliet naar de toenmalige lts (lagere technische school) in Middelburg, maar dat was veertig jaar geleden voor een meisje niet echt een haalbare kaart. Later, na vergeefse sollicitaties bij technische bedrijven in Zeeland, vertrok ze naar het midden van het land om zich daar te bekwamen in de techniek. “Daar waren meer mogelijkheden voor meisjes en vrouwen in de techniek,“ vertelt ze, “en ik kon allerlei technische opleidingen volgen.” Van der Vliet kwam bij de Landmacht in Utrecht bij de motorenrevisie. Ondertussen volgde ze nog meer opleidingen en ging lesgeven op het Centrum Vakopleiding in Utrecht. Ook richtte ze met anderen in Utrecht een mts voor meisjes op en gaf daar praktijklessen.

Achter de draaibank Over meisjes in de techniek is Van der Vliet duidelijk: “Ze hebben in die sector een enorme achterstand en die is de laatste jaren weer toegenomen, ondanks dat er veel in is geïnvesteerd. Heel veel meisjes hebben de capaciteiten om in de techniek te werken, maar worden van huis uit niet hierin gestimuleerd en kiezen dus niet voor technisch onderwijs. Dat is heel jammer, want er is werk zat voor ze en het is heel leuk en creatief werk.” Onder haar gehoor zitten slechts een of twee meisjes per groep, vaak ook helemaal geen. “Zitten er meisjes in een klas, dan is de sfeer beter,” constateert Van der Vliet. Bij de opleidingen ict en bouwkunde zijn wel meer vrouwelijke studenten dan bij werktuigbouw. “Bij bouwkunde komt dat omdat het neigt naar ­design,” denkt Van der Vliet. “Het werk van een werktuigbouwkundige is wat zwaarder en meer met machines, maar dat is juist zo leuk. Ik vind het nog steeds schitterend om achter de draaibank te staan!” Van der Vliet is opgegroeid in de buurt van een fabriek in De Meern. “Heel de buurt werkte daar, ook mijn vader. Hij maakte onder andere speelgoed, zoals poppetjes van de Fabeltjeskrant. Die spullen kwamen in de fabriek uit grote machines rollen. Dat was schitterend om te zien en stimuleerde mij om ook in de techniek te gaan werken.”

 “Vroeger was ik strijdlustiger dan nu,” constateert Maria van der Vliet. “Ik relativeer veel meer en ben rustiger; het bijterige is er af. ‘Het kan ook op een andere manier’ denk ik dan, of: ‘morgen is er weer een dag’. Dat houdt me vrolijk en fit.” Ze weet zich helemaal op haar plaats in Technum, het up-to-date gebouw van het College voor Techniek & Design. “Ik denk dat het ook deels aan jezelf ligt. Je mag ook wel een beetje afdwingen dat je het naar je zin hebt. Om je happy te voelen in je werk ben je grotendeels zelf verantwoordelijk. Ik ga niet meer overal tegenin, maar probeer juist oplossingen aan te dragen die de denkbeelden van alle betrokken partijen bevatten. En soms moet je je gewoon neerleggen bij regeltjes, al zijn die niet altijd even leuk. Bureaucratie is nu eenmaal niet leuk.”

hoeft niet ­onvrouwelijk of vies te zijn  Sterk karakter Met haar hoge hakken en bloemetjesjurk laat Maria van der Vliet zien dat werken in de techniek niet onvrouwelijk of vies hoeft te zijn. “Jammer dat nog steeds dat stereotiepe beeld bestaat,” vindt ze, “niet alleen bij de meisjes zelf, maar ook bij jongens. Het is wel zo dat meisjes die in de techniek gaan werken een sterk karakter moeten hebben om zich staande te houden, anders worden ze doodongelukkig en redden ze het niet in de mannencultuur.” Over de Zeeuwse houding ten aanzien van vrouwen en meisjes in de techniek is Van der Vliet – in tegenstelling tot ‘vroeger’, het begin van haar carrière – toch over het algemeen positief. “Als je in Zeeland gewoon doet en je vak kent, word je geaccepteerd. Ik merk dat ik als technische vrouw in Zeeland door de bedrijven meer voor vol wordt aangezien dan in het midden van het land. Dat komt ook wel omdat de mensen mij hier kennen; ik heb heel veel werknemers geschoold.”

In Technum maakt Van der Vliet deel uit van het team werktuigbouw/metaal, als enige vrouw. “Een team met heel veel knowhow,” vindt ze. “Mensen die echt staan voor hun werk. Bovendien hebben we een erg sociale teamleider, die veel warmte in de groep brengt. Dat werkt natuurlijk door naar de studenten, al is die relatie eigenlijk altijd wel goed te noemen.” De deur van de docentenkamer waar Van der Vliet en haar collega’s werken, staat letterlijk en figuurlijk altijd open voor de studenten. Ze geniet ontzettend van het contact met hen, ook tijdens haar lessen: “Ik vind lesgeven leuk en hou van jongeren. Ze houden je jong.” Boerenleven

Van der Vliet is een veelzijdige vrouw, dat zie je ook aan haar hobby’s. Ze houdt van tuinieren, koken en musiceren. “Vooral koken vind ik nog steeds ontzettend leuk en ik probeer altijd wat van mijn eten te maken. Ik ben eigenlijk altijd lekker bezig en vind het thuis gewoon heerlijk.“ Ze speelt veel piano en had vroeger ook nog een fluit en een viool. Verder staat er in de garage een motor op haar te wachten: “Ik ben er al jaren niet aan toe gekomen om daar op te rijden. Het onderwijs neemt heel veel tijd in beslag en ik werk vaak zowel overdag als ’s avonds. Dan geef ik trainingen Autodesk voor mensen uit het bedrijfsleven.” Is het dan niet belangrijk voor Van der Vliet om regelmatig afstand van haar werk te nemen? “Ja, dat doe ik ook wel, onder andere door middel van mijn hobby’s. En ik vind het heerlijk om over het land van mijn partner te lopen en daarmee bezig te zijn. Ook het boerenleven interesseert en raakt me.”

Een natuurtalent in de klas ‘Richard werkt er hard voor, maar heeft er zichtbaar plezier in’

 Werken in de techniek

Veel warmte

Maria van der Vliet geeft voornamelijk les in de verspanende vakken zoals draaien en frezen, ook computergestuurd. Verder geeft ze onder andere materialenleer, wis- en natuurkunde, tekenen en soms constructievakken of lassen: “Eigenlijk alles”. Daarnaast is ze een specialist in technisch tekenen met AutoCAD en het 3D-programma Inventor van Autodesk. “Met technisch tekenen maak je een ontwerp zo visueel mogelijk,” legt ze uit, “met als uiteindelijk doel het laten bouwen van het tot in detail getekende ontwerp. Ik heb me hierin steeds verder bekwaamd om op school een Autodesk Training Centre te kunnen realiseren en ik ben dan ook een gecertificeerd Autodesktrainer.” Een grote eer

Als docente AutoCAD heeft ze de tweedejaarsstudent Richard Grootjans in de klas, Nederlands én Europees kampioen CAD-tekenen. Deze zeventienjarige student uit Kruiningen is onlangs geplaatst voor de WorldSkills 2013 in Leipzig (zie ook pag. 8). Van der Vliet begeleidt vanuit de school dit talent. Ze vertelt dat Richard al tijdens zijn vmbo-stage CAD-tekenen heeft geleerd. “Hij had al met het programma Inventor gewerkt bij VSS Machinebouw in Heinkenszand, het beste kleine leerbedrijf van Zuid-Nederland, waar wij geregeld leerlingen als stagiair hebben. Al bij de voorrondes van EuroSkills in oktober had Richard een enorme voorsprong op de rest. De jury vond hem een natuurtalent en wil hem graag laten scoren op de wereldkampioenschappen.” Het lijkt bij deze jonge vakman helemaal vanzelf te gaan; de successen rijgen zich aaneen. Maar: “Daar heeft ­Richard dan ook heel hard voor gewerkt,” roemt Van der Vliet zijn inzet. “Zowel op school en thuis als op zijn stageadres. Maar het leuke is dat hij dit specialistische werk niet als werk ziet, maar als zijn hobby. Hij heeft het spelenderwijs geleerd en heeft er nog altijd ongelooflijk veel plezier in. Hij heeft uiteraard ook de trainingen gevolgd die de organisatie van Vakkanjers aanbood aan alle studenten aan de EuroSkills, zoals mentale trainingen in de Ardennen en een teambuildingsweekend met het Team Holland in Soest.” Nu kan Richard zich gaan voorbereiden op de WorldSkills volgend jaar juli in Leipzig. “Het is echt een grote eer dat hij daarvoor geplaatst is,” zegt Van der Vliet enthousiast, “en we gaan hem met een groep vanuit school aanmoedigen!”

7 Raakvlak - Nummer 11


Ouderdag bij CIOS Aan den lijve…

Scalda Dit is de eerste editie van Raakvlak die uitgegeven wordt door Scalda, de organisatie die voortkomt uit de fusie tussen ROC Westerschelde en ROC Zeeland. Scalda geeft onderwijs vanuit een aantal kleinschalige, vak­gerichte colleges. Binnen die colleges zijn teams verantwoordelijk voor een aantal opleidingen en voor de studenten die deze opleidingen volgen.

Alle ouders van eerstejaars CIOS-ers mochten in november aan den lijve ondervinden hoe een doorsnee schooldag van hun zoon of dochter eruitziet. En die zoon of dochter was er ook bij en deed ook mee, zonder al te veel meewarige blikken op de ouwelui te werpen. Die ouwelui waren tijdens de theorieles trouwens best wel gis! CIOS-directeur Carin Biesterbosch in haar wekelijkse digitale terugblik: “Een week vol met ouders. Zowel in Goes, Terneuzen en Breda zijn deze week de ouderdagen geweest. Veel posi-

tieve reacties van ouders op alle locaties en ook nog mailtjes een dag erna. Je merkt (gelukkig!) dat ouders het wel degelijk leuk vinden om te zien wat zoon of dochter doet. Ook voor onze medewerkers is leuk om de ouders te zien, alleen al om weer ’s te ervaren dat de appel meestal niet ver van de stam valt…” En wat vonden de sportievelingen-op-leeftijd er zelf van? Een greep uit hun reacties: “Heel leuk dat er zoveel energie in zo’n ouderdag ­gestoken wordt!”, “Leerlingen deden het enthousiast en dat is leuk”, “Leuke informatieve dag, waar je wel iets van opsteekt” en “Een

 ‘Goed inzicht in wat er van mijn zoon gevraagd wordt’ 

i­nteressante dag waarbij ik goed inzicht heb gekregen van wat er van mijn zoon gevraagd wordt.”

De colleges van Scalda - College voor Commerciële en Zakelijke Dienstverlening - College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging - College voor Hotelmanagement en Gastronomie - College voor Maintenance en Procestechniek - Maritiem en Logistiek College De Ruyter - College voor Techniek en Design - College voor Uniformberoepen - College voor Brood en Banket

Zeeuws CAD-tekentalent geplaatst voor WK in Leipzig

- College voor Toerisme - College voor Educatie - College voor Welzijn - College voor Vavo - CIOS Goes-Breda - Mbo Dans Goes

Colofon Raakvlak is een uitgave van Scalda (www.scalda.nl). Hoofdredactie: Team Communicatie, Scalda. Redactie/tekst: Arend van der Wel en Hester van den Berg, Tekstuwel. Realisatie: BOOM Communicatie. Fotografie: Marcel Kentin, Gijs Proost (pag. 8) Het overnemen van artikelen - geheel of gedeeltelijkis toegestaan, mits met bronvermelding. Reacties en suggesties? raakvlak@scalda.nl

8 Raakvlak - Nummer 11

In maart dit jaar werd Richard Grootjans bij de Vakkanjerwedstrijden Nederlands kampioen CAD-tekenen. In oktober flikte hij hetzelfde kunstje, maar dan op het Europese strijdtoneel met ruim vierhonderd jonge vakmensen uit 23 landen. Dat toneel was te vinden op het racecircuit van Spa-Francorchamps, waar Richard in een pitbox de fraaiste en meest correcte technische tekeningen uit zijn computer toverde. Behalve individueel goud heeft Richard daar ook nog samen met medestudent Robin van Wijngaarden een zilveren medaille voor de teamopdracht gewonnen en goud voor ‘excellent vakmanschap’. En alsof het nog niet genoeg was, werd hij ook nog de best presterende Nederlander (best of nation) van Team Holland, dat uit 27 mensen bestond. Tot zover de verleden tijd. Het laatste nieuws is dat Richard, 17 jaar jong uit Kruiningen, zich vanwege deze prestaties heeft geplaatst voor het WK CAD-tekenen, dat van 2 tot 7 juli volgend jaar tijdens de WorldSkills 2013 in Leipzig wordt gehouden. Richard is tweedejaars student werktuigbouwkunde aan het College voor Techniek en Design van Scalda. Naast zijn studie werkt hij bij VSS Machinebouw uit Heinkenszand, waar Richard al stage liep tijdens zijn vmbo-opleiding. Voor dit bedrijf was het in oktober dubbel feest, want het sleepte de titel Beste Leerbedrijf van Zuid-Nederland in de categorie tot 25 medewerkers in de wacht. CAD-tekenen als competitiesport – het lijkt er veel op. Zeker als de jonge kampioen in het vakblad CAD-magazine, voorafgaand aan het EK, laat optekenen: “Samen met mijn expert bekijk ik aan welke punten ik nog moet werken. Wat kan beter? Hoe kan ik maximaal scoren? Ik wil straks niets aan het toeval overlaten. Daarnaast maak ik natuurlijk nog de nodige trainingsuren in de praktijk. Want met alleen theoretische kennis red je het niet.” Het is duidelijk: Richard wilde – in zijn eigen woorden – “niet als toerist afreizen naar Spa: ik wil meedoen om de prijzen.” En dat is met een uitzonderlijk hoge score uitstekend gelukt. Wat volgt er logischerwijze op Nederlands en Europees kampioen? Richard: “De WorldSkills zijn het hoogst haalbare voor een vakman. Je kunt je daar meten met de beste vakmensen van over de hele wereld. Mooier wordt het gewoon niet. Wat mij betreft stopt mijn missie dus pas na Leipzig. Zo’n ervaring maak je maar één keer in je leven mee.”

Richards Scalda-docente CAD-tekenen is natuurlijk trots op hem: “Het leuke is dat hij dit specialistische werk niet als werk ziet, maar als zijn hobby.” Zie ook pag. 7.


Raakvlak  

December 2011 - achtergronden, opinies en inspiratie met het onderwijs als raakvlak - nummer 11

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you