Page 1

Maud Beersmans Wim Tersteeg

Van NT2-niveau A2 ‘ B1 Werkboek + site

Met dit boek krijgt u toegang tot de website bij De sprong. Op deze methodesite vindt u de geluidsfragmenten, de links bij de oefeningen, de antwoorden, de transcripten van de luisteroefeningen, de woordenlijst met Nederlandse omschrijvingen, herhalingsoefeningen, gatenteksten en materiaal voor de docent. De sprong is bedoeld voor hoger opgeleide anderstaligen en is met name geschikt voor gebruik in groepsverband.

www.nt2.nl

Va n N T 2 - n i v e a u A 2 n a a r B 1

De sprong is een uitdagende NT2-methode die je de grote stap van taalniveau A2 naar B1 helpt te maken. Net als de andere delen uit de leerlijn ‘NT2 op maat’, De opmaat (0 ‘ A2) en De finale (B1 ‘ B2), behandelt De sprong onderwerpen die aansluiten bij het dagelijks leven, zoals studie, beroep, samenleving, communicatie, politiek en kunst. In elk thema worden de vaardigheden spreken, luisteren, schrijven en lezen afgewisseld en wordt er extra aandacht besteed aan woordenschat en grammatica. Door het gebruik van veel origineel materiaal uit kranten en van internet is de methode natuurlijk en aansprekend.

De s rong Va n N T 2 - n i v e a u A 2 n a a r B 1


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 1

De sprong


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 2

De sprong bestaat uit de volgende onderdelen: • authentieke teksten • oefeningen lezen, luisteren, spreken en schrijven • oefeningen grammatica en vocabulaire Met dit boek krijgt u toegang tot de website bij De sprong. Op deze site vindt u: • de geluidsfragmenten • de links bij de oefeningen • de antwoorden • de transcripten van de luisteroefeningen • de woordenlijst met Nederlandse omschrijvingen • herhalingsoefeningen • gatenteksten • materiaal voor de docent

De sprong in NT2 SCHOOL • • • • •

Ga naar www.nt2school.nl. Maak een account aan of log in. Klik op ‘Activeer nieuw lesmateriaal’ en vul hier eenmalig onderstaande code in. Bevestig. U kunt nu aan de slag!

De gehele leerlijn NT2 op maat ziet er als volgt uit: De opmaat: 0 > A2 De sprong: A2 > B1 Vooruit!: B1 (examentrainer Staatsexamen NT2 I) De finale: B1 > B2 (inclusief examentrainer Staatsexamen NT2 II) Kijk voor meer informatie over de hele leerlijn op www.staatsexamennt2.nl.

Boom helpt de NT2-cursist vooruit! www.nt2.nl


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 3

De s rong Va n N T 2 - n i v e a u A 2 n a a r B 1 B1 –> B2

Maud Beersmans Wim Tersteeg

Boom, Amsterdam


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 4

Achtste oplage 2018 © 2011, Maud Beersmans en Wim Tersteeg, Utrecht Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro). No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden van de illustraties en de voorbeeldteksten te achterhalen. Mocht iemand desondanks menen dat zijn rechten niet zijn gehonoreerd, dan kan hij zich wenden tot Uitgeverij Boom. Illustraties: Karolinaworks (Caroline Ellerbeck), Rotterdam Foto’s: Eef van den Ende, Leiden Vormgeving en opmaak: Anja Verhart

ISBN 978 94 6105 287 2 NUR 110


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 5

Inhoud Voorwoord 6 Thema’s

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Studie en beroep: Maak je dromen waar! 8 De samenleving: Samen of ieder voor zich? 28 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie? 52 Communicatie: Altijd bereikbaar. 84 Woonomgeving: Een goede buur. 112 Politiek: Kiest u links of rechts? 138 Kunst: Daar is geen kunst aan! 166 Energie: Vol energie of opgebrand? 192 Nederland: Het is hier zo gezellig! 210

Grammatica

1

Verbum 234 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15

2

De zinsbouw 271 2.1 2.2 2.3 2.4

3 4 5

Presens 234 Perfectum 236 Imperfectum 240 Plusquamperfectum 243 Separabele verba 245 Reflexieve verba 249 Manieren van instructie 251 Modale verba 252 Verbum (+ te) + infinitief 255 Zijn aan het + infinitief, zitten / lopen / staan / liggen te + infinitief 257 Om ‌ te + infinitief 259 Zou(den) 260 Passief 262 Lijst met onregelmatige verba 266 Verba met een vaste prepositie 270

De hoofdzin en vraagzin 271 Conjuncties 273 Indirecte rede + indirecte vraag 275 Relatieve bijzin 277

Comparatief en superlatief 281 Verwijzen naar dingen 283 Waar + prepositie 286


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 6

Voorwoord

Voor u ligt De sprong, het tweede deel in de serie ‘NT2 op maat’: De opmaat – De sprong – Vooruit! / De finale. De sprong is een basismethode Nederlands als tweede taal voor halfgevorderde hoger opgeleide volwassenen binnen en buiten Nederland. Het brengt cursisten van niveau A2 naar niveau B1. De sprong is een vervolg op De opmaat. Als vervolgmogelijkheid kunt u kiezen voor Vooruit of De finale, afhankelijk van het examen dat u daarna wilt doen. Vooruit is een voorbereiding op het Staatsexamen NT2 programma I. De finale is een niveauverhogende methode en een voorbereiding op het Staatsexamen NT2 programma II ineen. De sprong bestaat uit negen thema’s waarmee cursisten in hun dagelijks leven regelmatig te maken krijgen. In elk thema komen alle vaardigheden, woordenschat en grammatica aan bod. De verschillende vaardigheden en oefeningen wisselen elkaar op een natuurlijke manier af. We hebben zo veel mogelijk gebruik gemaakt van authentieke lees- en luisterteksten. Achter in het boek vindt u een grammaticaal overzicht met extra oefeningen, een lijst met onregelmatige verba en een lijst van verba met een vaste prepositie. Op www.nt2school.nl vindt u: • de audio • links bij de oefeningen • de antwoorden van de oefeningen • de antwoorden van de extra grammaticaoefeningen • de transcripten van de luisteroefeningen • woordenlijst met Nederlandse omschrijvingen • gatenteksten • herhalingsoefeningen • materiaal voor de docent We willen Alice van Kalsbeek, Nicky Heijne en Fouke Jansen bedanken voor hun toestemming om enkele fragmenten en bijbehorende oefeningen van het project @net in dit boek op te nemen. Daarnaast willen we ook Arnold van Veen, Anke Nijdam en Martin de Roo bedanken voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van het boek. Met veel plezier hebben we aan De sprong gewerkt. We hopen dan ook dat docenten en cursisten er met evenveel plezier mee zullen werken.

Maud Beersmans en Wim Tersteeg

6


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 7

Thema’s


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 8

1

8

Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 9

Spreken

Oefening 1

A Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. Studie 1

2

3

Als u gestudeerd hebt: Welke studie hebt u gedaan? Waarom hebt u die studie gekozen? Wat vond u van uw studie? Als u nog bezig bent: Welke studie doet u, en hoe vindt u de studie? Waarom hebt u deze studie gekozen? Wat vindt u van uw studie? Als u in de toekomst gaat studeren: Welke studie wilt u gaan doen? Waarom?

Beroep 4 5

6 7 8

Wat wilde u vroeger graag worden? Waarom? Bent u dat ook geworden? Als u nog geen beroep hebt: Welk beroep wilt u in de toekomst uitoefenen? Waarom? Als u wel een beroep hebt: Wat is dat beroep? Vindt u het leuk? Welk(e) beroep(en) vindt u heel bijzonder? Waarom? Welk beroep wilt u zeker niet uitoefenen? Waarom niet?

B Bespreek de betekenis van deze woorden: • Wat wil je worden? • een beroep uitoefenen • bijzonder

Lezen

Oefening 2

Lees de vragen. Lees de tekst op de volgende pagina. Beantwoord de vragen. 1

Met hoeveel procent is het aantal universitaire aanmeldingen gestegen? __________________________________________________________________________________________________________

2

Wat is volgens de VSNU de oorzaak van de sterke stijging? __________________________________________________________________________________________________________

3

Waarom willen jongeren langer doorleren? __________________________________________________________________________________________________________

4

Welke problemen verwachten de universiteiten? Waarom? __________________________________________________________________________________________________________

5

Hoe sterk is het aantal aanmeldingen voor het hbo gestegen? __________________________________________________________________________________________________________

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

9


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 10

Meer aanmeldingen voor de Nederlandse universiteiten DEN HAAG - Het aantal aanmeldingen voor de Nederlandse universiteiten is dit jaar (2009) met een kwart gestegen ten opzichte van vorig jaar. In totaal meldden zich ruim 56.000 studenten aan voor een studie op een van de veertien Nederlandse universiteiten. Dat heeft de Vereniging van Universiteiten (VSNU) maandag gemeld. De organisatie denkt dat de economische crisis de oorzaak is van de forse stijging van het aantal aanmeldingen. Jongeren willen door de crisis langer doorleren, stelt de VSNU, omdat de kansen op de arbeidsmarkt slecht zijn. De universiteiten verwachten grote organisatorische en financiĂŤle problemen door de toename van het aantal aanmeldingen. Dit komt omdat de meeste universiteiten niet goed voorbereid zijn op deze grote aantallen studenten. Ook het aantal aanmeldingen voor hbo-opleidingen voor het komend collegejaar ligt 18 procent hoger dan in 2008. Maar de cijfers die de HBO-raad daar recent over publiceerde, geven alleen de voorinschrijvingen aan. De definitieve cijfers zijn pas in oktober bekend. Bron: http://www.nu.nl/economie/2061436/crisis-leidt-tot-veel-aanmeldingen-universiteit.html

Vocabulaire Oefening 3 Zoek synoniemen van de volgende woorden of woordcombinaties in de tekst van oefening 2. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

10

inschrijvingen omhoog gegaan in vergelijking met de reden de grote toename jonge mensen de banenmarkt de oorzaak is dat ... kort geleden niet eerder dan

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

-

____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________ ____________________________________________


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 11

Luisteren

Oefening 4

U gaat luisteren naar een interview. Een journalist praat met Daniëlle. Daniëlle had een droom. Heeft ze haar droom waargemaakt? Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Waarom wilde Daniëlle weg uit Nederland? a Ze wilde een vaste baan vinden in een warm land. b Ze wilde graag een wereldreis gaan maken. c Ze was niet zo gelukkig en wilde naar een warm land.

2

Wat heeft Daniëlle eerst gedaan? a Ze is met haar vriend meegegaan naar Israël. b Ze is naar haar vader in Miami gegaan. c Ze heeft door Zuid-Amerika gereisd.

3

Waar heeft Daniëlle haar huidige vriend ontmoet? a In Israel. b In Miami. c In Colombia.

4

Wat doet Daniëlle op dit moment? a Ze helpt haar vader in zijn makelaarskantoor. b Ze werkt als personeelsconsulent, net als in Nederland. c Ze werkt als makelaar, net als in Nederland.

5

Vindt Daniëlle carrière maken belangrijk? a Ja, dat staat bij haar op nummer één. b Nee, op dit moment vindt ze haar vrijheid belangrijker. c Nee, ze wil nu voor haar gezin gaan zorgen.

6

Hoe ziet Daniëlle haar toekomst? a Ze gaat binnenkort terug naar Nederland en dan wil ze graag carrière maken. b Ze gaat binnenkort trouwen en dan wil ze een gezin stichten. c Ze gaat binnenkort in Colombia wonen en dan wil ze voor kinderen zorgen.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

11


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 12

Grammatica Oefening 5

* Grammatica – oefening 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8

Perfectum: participium invullen (* zie ook: De opmaat, p. 228) Lees de volgende fragmenten. Vul de goede vorm van het participium in. Bij regelmatige verba staat een R, de andere verba zijn onregelmatig. 1

2

3

4

12

Mensen klagen vaak dat het in Nederland zo vaak regent en zo koud is. Maar de afgelopen drie weken is het steeds warmer (worden) ____________________________ en heeft het bijna niet (regenen, R) ___________________________ . Nederland heeft lange tijd niet zo’n warme zomer (hebben) ____________________________ . Dit heeft tot problemen (leiden, R) ____________________________ , vooral in de landbouw. Er is een tekort aan water en daarom heeft de overheid de mensen (vragen, R) ____________________________ zuinig te zijn met water. Afgelopen weekend zijn we naar Den Haag (zijn) ____________________________ . Dat was heel leuk. Eerst hebben we het Binnenhof (bezoeken) ____________________________ , waar de gebouwen van het Nederlandse parlement zijn. Daarna hebben we een wandeling (maken, R) ____________________________ door de binnenstad van Den Haag. ’s Middags zijn we naar het Vredespaleis (lopen) ____________________________ , waar het internationale Gerechtshof te vinden is. Daar hebben we een rondleiding (hebben) ____________________________ . Ten slotte hebben we de tram naar het centrum (nemen) ____________________________ en nog iets (drinken) ____________________________ op een terrasje op het Plein. Moe maar voldaan zijn we naar huis (gaan) ____________________________ . Gisteravond heeft het Nederlands elftal de finale van het WK-voetbal 2010 (bereiken, R) ____________________________ . In de halve finale hebben ze met 3-2 van Uruguay (winnen) ____________________________ . Het was van begin tot eind een spannende wedstrijd, de supporters hebben (genieten) ____________________________ . Er was ook een record aantal tv-kijkers in Nederland. Meer dan 12 miljoen mensen hebben naar de wedstrijd (kijken) ____________________________ . In de andere halve finale heeft Duitsland met 1-0 van Spanje (verliezen) ____________________________ . Aanstaande zondag speelt Nederland dus in de finale tegen Spanje. In Utrecht is weer een nieuw studiejaar (beginnen) ____________________________ . In de Janskerk is maandag het academische jaar officieel (openen, R) ____________________________ door de Rector Magnificus van de universiteit. Hij heeft in zijn toespraak iets (vertellen, R) ____________________________ over het studentenleven in Utrecht en aan het eind van zijn verhaal heeft hij alle studenten veel succes (wensen, R) ____________________________ met hun studie.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 13

Oefening 6

Imperfectum (* zie ook: De opmaat, p. 234) Zet de verba tussen haakjes in het imperfectum. Bij regelmatige verba staat een R, de andere verba zijn onregelmatig. Voorbeeld

Johan (ontmoeten, R) ____________________________ zijn vrouw zes jaar geleden op zijn werk. ontmoette zijn vrouw zes jaar geleden op zijn werk. Johan ____________________________

Een zeiltocht van een jaar Johan Smeets heeft met zijn vrouw Linda en hun twee jonge kinderen een jaar naar en door de Caraïben gezeild. Hij vertelt over zijn ervaringen. ‘Onze dochter Wiesje (zijn) ____________________________ drie jaar, en ons zoontje Sem acht maanden, hij (kunnen) ____________________________ nog niet eens lopen toen we aan onze reis (beginnen) ____________________________ . Ik (zijn) ____________________________ me ervan bewust dat zo’n reis niet zonder gevaar (zijn) ____________________________ : welke risico’s (lopen) ____________________________ wij en onze kinderen? Maar we (hebben) ____________________________ al langer de wens om een tijdje weg te gaan en niets te doen, met elke dag mooi weer en lekker op het water. Met een drukke baan en een gezellig leven in Nederland (worden) ____________________________ dat echter nooit concreet. Totdat we (besluiten) ____________________________ het gewoon te doen! En snel. Uiteindelijk (vinden) ____________________________ we de zeilreis geweldig. We (blijken) ____________________________ een sterk team te zijn; saamhorig, evenwichtig, en gezellig, we (hebben) ____________________________ veel plezier. Vrienden en familie (komen) ____________________________ op bezoek, en ze (stimuleren, R) ____________________________ en (steunen, R) ____________________________ ons. Tijdens de reis (krijgen) ____________________________ we ook veel nieuwe vrienden. Maar het ____________________________ (meevallen) zeker niet altijd ____________________________ . Je hebt het namelijk 24 uur per dag druk. Druk met de kinderen, want je hebt geen oppas en geen opa’s en oma’s in de buurt. Druk met de boot, die je moet onderhouden en repareren. En dan is er natuurlijk nog de reis zelf.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

13


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 14

De zeiltocht is in ieder geval heel goed geweest voor ons zelfvertrouwen. Sinds onze reis hebben we meer vertrouwen in het waarmaken van grote en kleine dromen. We zijn namelijk een eigen bedrijf gestart, en dat (zijn) ____________________________ niet zo moeilijk vergeleken met de zeilreis. Ons idee voor die eigen zaak (ontstaan) ____________________________ op reis. Vaak (eten) ____________________________ we bij een glaasje wijn allerlei lekkere hapjes. We (halen, R) ____________________________ die authentieke gerechten naar Nederland en zo (meenemen) ____________________________ we ook dat vakantiegevoel een beetje ____________________________ . En zo (beginnen) ____________________________ we onze eigen speciaalzaak in lekkere, zomerse gerechten. Het (kosten, R) ____________________________ veel tijd om de zaak goed op te zetten, maar het begint nu te lopen: verschillende cateraars, delicatessenwinkels, horeca en supermarkten kopen bij ons in en zijn enthousiast. In deze droom komt alles samen: ik doe waar ik goed in ben en waar ik blij van word.’

Spreken

Oefening 7

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

3

Wat vindt u van het avontuur van Johan en zijn gezin? Wilt u ook zoiets doen? Waarom wel of niet? Welke droom hebt u? Denkt u dat u hem kunt waarmaken (= realiseren)? Waarom wel of niet? Welke droom hebt u al waargemaakt?

* Grammatica – oefening 31, 32

Grammatica Zinsbouw: hoofdzin en vraagzin 1a hoofdzin subject Johan Ze Onze dochter

finiete verbum (verbum 1) vertelt hebben was

rest over zijn ervaringen. een jaar gezeild. drie jaar.

1b hoofdzin met inversie rest = inversiecommando Sinds onze reis Vaak Zo

14

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

finiete verbum hebben aten begon

subject we ze hij

rest meer vertrouwen. lekkere hapjes. een eigen zaak.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 15

2a open vraag interrogatief Hoe Wanneer Hoeveel dagen per week

finiete verbum heb zijn werkt

subject je jullie hij?

rest je droom waargemaakt? vertrokken?

2b gesloten vraag (antwoord: ‘ja’ of ‘nee’) finiete verbum Heeft Heeft Dronken

subject u Simone jullie

rest een droom? vaak gezeild? een glaasje wijn bij het eten?

Volgorde van de adverbia in een zin: Voorbeeld Voorbeeld

tijd – manier – plaats (T – M – P) Ik ga morgen (T) met de trein (M) naar Amsterdam (P). Tijd kan ook aan het begin van de zin staan. Denk aan de inversie! Morgen ga ik met de trein naar Amsterdam.

Oefening 8

Zet de woorden in de goede volgorde. Begin met het woord met de hoofdletter. Voorbeeld

wilde – Waar – graag – leven – Daniëlle ? _______________________________________________________________________________________________________________ Waar wilde Daniëlle graag leven? 1

woont – in Miami – Daniëlle – samen met haar partner – nu. _________________________________________________________________________________________________________

2

een baan als personeelsconsulent – In Nederland – ze – had. _________________________________________________________________________________________________________

3

is – Waarom – naar Miami – gegaan? _________________________________________________________________________________________________________

4

het klimaat in Nederland – vindt – Ook – niet fijn – zij. _________________________________________________________________________________________________________

5

ze – veel leuke mensen – ontmoet – Tijdens vakanties – heeft. _________________________________________________________________________________________________________

6

heb – je vriend – Waar – je – ontmoet? _________________________________________________________________________________________________________

7

geeft – Haar werk – veel vrijheid – haar. _________________________________________________________________________________________________________

8

Regelmatig – vrienden en familie uit Nederland – op bezoek – komen. _________________________________________________________________________________________________________

9

jullie – in Miami – Gaan – trouwen? _________________________________________________________________________________________________________

10

wil – beginnen – Ze – een gezin – graag. _________________________________________________________________________________________________________

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

15


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 16

Oefening 9

Maak de zinnen af. Voorbeeld

Gisteren _____________________________________________________________ . Dat was heel gezellig. was de bruiloft van mijn zus . Dat was heel gezellig. Gisteren _____________________________________________________________ 1

2

3

4

5

6

7 8

9

10 11 12

Internet

________________________________________________________________________________________________________ ? Ja, dat doe ik meestal op woensdag en zaterdag. Vorige week _____________–________________________________________________________________________ . Het was jammer dat het zo hard regende. Johan werkt 32 uur per week. In zijn vrije tijd _____________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . ________________________________________________________________________________________________________ ? Omdat de kansen op de arbeidsmarkt niet zo goed zijn. Tijdens haar studie ___________________________________________________________________________ . Daarom werkte ze ook drie avonden per week. Afgelopen week had ik een weekje vrij. Volgende week ______________________ _________________________________________________________________________________________________________ . ____________________________________________________________________________ ? Dat lijkt me leuk! Vorige maand zijn we een weekendje naar Parijs geweest. Zaterdag ___________________________________ . Zondag _______________________________________________________ . Nu ___________________________________________________________________ . Vroeger kon ik dat niet. __________________________________________________________ ? Nee, dat heb ik nooit geleerd. Eerst wil ik mijn studie afronden. Daarna __________________________________________ . Carmen is heel sportief. ____________________________________________________________________ . Vorig jaar is haar team kampioen geworden.

Oefening 10

In het programma Ik vertrek volgt de camera Nederlanders die gaan emigreren. Ze laten alles achter en willen hun droom in het buitenland waarmaken. 1 2 3 4

5

16

Ga naar de site en klik op de link. Kies een aflevering van het programma. Kijk naar de eerste 10 minuten. Beantwoord onderstaande vragen: - Uit hoeveel personen bestaat het gezin? - Vinden alle personen het leuk om te emigreren? - Wat is hun beroep? - Naar welk land gaan ze emigreren? - Wat willen ze in dat land gaan doen? - Hoe hebben ze zich voorbereid (taal, financiĂŤn, contacten in het nieuwe land, ervaring met werkzaamheden, enz.)? - Denkt u dat ze hun droom kunnen waarmaken? Welke problemen verwacht u? Waarom? Werk in drietallen. Vertel elkaar wat u hebt gezien en gehoord.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 17

Schrijven

Oefening 11

Schrijf een opstel van 100 tot 150 woorden met de titel: Mijn droom. Let op

- de juiste tijd en de vorm van het verbum - de zinsbouw

Spreken

Oefening 12

Werk in tweetallen of groepjes. Stel elkaar de volgende vragen. 1

Over uw leven in Nederland: Hoe lang bent u nu in Nederland? Wanneer bent u naar Nederland gekomen? Wat hebt u het afgelopen jaar (de afgelopen maand/de afgelopen week) in Nederland gedaan? Welke steden in Nederland hebt u bezocht?

2

Over Nederlands leren: Hoe hebt u tot nu toe Nederlands geleerd? Wat vond u het moeilijkst van de Nederlandse taal, en wat het makkelijkst? Wat vindt u nu het moeilijkst, en wat het makkelijkst?

3

Over het afgelopen weekend: Hoe was uw weekend? Hebt u uitgerust of hebt u iets actiefs gedaan? Bent u thuisgebleven of bent u weggeweest? Waar bent u geweest? Wat hebt u daar gezien of gedaan?

4

Over uw jeugd en schooltijd: Waar bent u geboren? Bent u daar ook opgegroeid? Waar woonde u toen u klein was? Waar hebt u op school gezeten? Hoe was het op de basisschool? Hoe was het op de middelbare school? Welke vakken vond u leuk, en welke niet? In welke vakken was u goed, in welke slecht?

5

Over uw studententijd: Wat hebt u na uw middelbare school gedaan? Waarom? Welke rol speelden uw ouders bij die keuze?

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

17


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 18

Vocabulaire Oefening 13 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. Ze zijn onderstreept in de tekst van oefening 14. Vul de woorden uit de woordenlijst daarna in de juiste vorm in de juiste zin in. de begeleiding

de hulp, de steun De studenten krijgen begeleiding van een docent als ze een presentatie moeten maken. erachter komen ontdekken Op internet kwam ik erachter waar hij woonde. zelfstandig onafhankelijk. Zelfstandige mensen of zaken zijn niet van iemand of iets afhankelijk Sinds twee jaar woont Sophie zelfstandig. met een gerust hart zonder zorgen Ik kan mijn hond met een gerust hart bij de buren achterlaten als ik op vakantie ga. ondersteunen iemand helpen omdat hij problemen heeft De mentor ondersteunt de leerlingen bij het maken van hun studiekeuze. geschikt goed, juist Deze kleding is niet geschikt voor een bruiloft. uitvinden ontdekken, uitzoeken We hebben nog niet uitgevonden hoe dit apparaat werkt. indruk maken op bijzonder gevonden worden door iemand Die film heeft veel indruk op me gemaakt. betrouwbaar iemand die betrouwbaar is, is eerlijk en doet wat hij of zij belooft Mijn buren zijn betrouwbare mensen. Als ik op vakantie ga, passen ze op mijn huis. zich realiseren beseffen, beginnen te weten, zich bewust worden van Ze realiseerde zich dat ze haar sleutels was vergeten. nuttig zinnig. Iets wat nuttig is, is goed om te gebruiken of te doen Op internet vind je nuttige sites als je Nederlands leert. zich voorbereiden op zorgen dat je klaar bent voor iets We hebben ons goed op het examen voorbereid. de opvoeding de zorg dat iemand goed gedrag ontwikkelt Eric heeft een strenge opvoeding gehad. voor de lol voor je plezier Ik heb voor de lol een cursus Chinees gevolgd.

1

2

3

18

Mijn dochter zit op de basisschool en is al erg ____________________________ . Ze kan goed voor zichzelf zorgen. Ze smeert zelf haar brood en pakt haar eigen tas in. Tom heeft ____________________________ goed ____________________________ ____________________________ zijn presentatie. Hij heeft vorige week nog een workshop ‘presenteren’ gevolgd. De reis naar India heeft veel ____________________________ ____________________________ ____________________________ hem. Hij heeft de reis een jaar geleden gemaakt, maar hij praat er nog steeds veel over.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 19

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

Als u vragen hebt over de ____________________________ van uw kinderen, vindt u op internet diverse sites met adviezen. Toen Thomas op Schiphol aankwam, ____________________________ hij ____________________________ dat hij zijn paspoort thuis had laten liggen. Is dit een ____________________________ woordenboek? Staat alle belangrijke informatie erin? Ik heb het speciaal voor deze cursus gekocht. Als de derde klas op schoolreis gaat, bestaat de ____________________________ uit docenten en ouders. Na mijn studie wil ik graag een halfjaar naar Zuid-Amerika. Mijn ouders zullen me financieel ____________________________ . Ik wil mijn badkamer verbouwen. Kennen jullie misschien een ____________________________ loodgieter? Ik heb niet zulke goede ervaringen. Wie heeft de telefoon ____________________________ ? Dat was Alexander Graham Bell. Je mag 112 niet ____________________________ ____________________________ ____________________________ bellen. Je kan dan een boete krijgen. Via een collega ____________________________ hij ____________________________ dat zijn baas hem wilde ontslaan. Als ik met mijn vrouw naar het theater ga, laten we ons zoontje ____________________________ ____________________________ ____________________________

bij de oppas achter. Op de laatste bladzijde staan ____________________________ adressen van verschillende sportclubs. ____________________________

14

Lezen

Oefening 14

Lees de vragen. Lees de tekst op de volgende pagina. Beantwoord de vragen. 1

Hoeveel jongeren komen per jaar met hun ouders bij Bureau Weg-Wijs? a minder dan 100 b 100 c meer dan 100

2

Wat doet Bureau Weg-Wijs? a Het helpt jongeren om een tussenjaar nuttig te besteden. b Het organiseert cursussen en opleidingen voor jongeren. c Het geeft ouders advies over hun kinderen.

3

Waarom nemen jongeren een tussenjaar? a Ze hebben geen zin meer in school. b Ze willen absoluut naar het buitenland. c Ze weten nog niet welke studie ze willen gaan doen.

4

Waar moet je bij vrijwilligersprojecten goed op letten? ___________________________________________________________________________________________________________

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

19


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 20

5

Waarom vinden ouders het belangrijk dat hun kind een jaar in het buitenland gaat studeren? a Ze vinden het belangrijk voor de ontwikkeling van hun kind. b Ze kunnen dan zelf naar het buitenland gaan om hun kind te bezoeken. c Ze vinden het belangrijk dat hun kind avontuurlijk is.

6

Wat betekent het woord ‘flierefluiten’ in de eerste (vetgedrukte) alinea? ___________________________________________________________________________________________________________

‘Werken moet je nog je hele leven’ Klaar met school en dan een jaartje flierefluiten? Bureau Weg-Wijs geeft advies bij de invulling van een tussenjaar. Weg-Wijs is een bureau in Den Haag dat advies en begeleiding geeft bij studie en opleiding in het buitenland. Ze adviseren elk jaar honderden jongeren en hun ouders bij de invulling van een tussenjaar. Tijdens een anderhalf uur durend gesprek – kosten 120 euro – proberen ze samen met de jongere en zijn ouders erachter te komen wat het meest bij het kind past. ‘Waar liggen zijn interesses? Hoe zelfstandig is het kind? Kun je hem bijvoorbeeld met een gerust hart naar Zuid-Amerika laten gaan? Of moet hij maar niet te ver weg?’ Het bureau ondersteunt in de zoektocht naar de meest geschikte cursus, opleiding of vrijwilligersproject. Bij het bureau komen jongeren die nog niet weten wat ze willen en daarom een tussenjaar nemen, ook om uit te vinden wat ze daarna willen gaan studeren. Of jongeren die in ZuidAfrika of India vrijwilligerswerk willen doen omdat ze daar op vakantie geweest zijn en zo’n land veel indruk op ze heeft gemaakt. ‘Bij veel vrijwilligersprojecten moet je goed opletten: is het betrouwbaar, is het veilig voor een kind van 17, 18 jaar? En je moet je realiseren: kinderen helpen op een Afrikaans schooltje of in een weeshuis klinkt mooi, maar is vooral nuttig voor de jongere zelf, want die wordt er zelfstandig van. Je moet niet de illusie hebben dat je in een paar maanden de wereld kan veranderen. En je verdient niks, bijna altijd moet je geld meebrengen.’ Sommige jongeren willen zich met een opleiding in het buitenland voorbereiden op hun studie, bijvoorbeeld aan een hotelschool of business-opleiding. Soms willen de ouders dat nog liever dan de kinderen, omdat ze vinden dat een jaartje buitenland bij de opvoeding hoort, of omdat ze zelf die kans vroeger niet hebben gehad. En natuurlijk is er de categorie feestbeesten die van hun vrienden hebben gehoord dat je zo leuk kunt uitgaan in Buenos Aires of Cambridge. Die jongeren gaan voor de lol en het avontuur. Bron: http://www.vkbanen.nl/onderwijs/746509/Werken-moet-je-nog-je-hele-leven.html

Luisteren

Oefening 15

Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen.

20

1

Waarom wil Judith een tussenjaar? a Omdat ze nog niet weet wat ze wil gaan studeren. b Omdat ze haar opleiding niet leuk vindt. c Omdat ze graag een jaartje wat anders wil doen.

2

Waarom vertelt Kees over de zoon van een vriend van hem? a Omdat hij wil dat zijn dochter ook zo’n ervaring opdoet. b Omdat hij niet wil dat zijn dochter zo’n ervaring opdoet. c Omdat die zoon naar het buitenland is gegaan.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 21

3

Waarom wil Kees niet dat Judith een jaar alleen maar gaat werken? a Omdat dat te zwaar is. b Omdat ze haar hele leven nog moet werken. c Omdat ze nog geen diploma heeft.

4

Waarom wil Judith de volgende dingen niet? Trek lijnen. kunstgeschiedenis

saai

Sydney

oninteressant

Driebergen

te ver

5

Waarom is Judith naar Toscane gegaan? (drie antwoorden zijn correct) a Om Italiaans te leren. b Om een gezellige tijd te hebben. c Om geld te verdienen. d Omdat ze een Italiaanse vriend heeft. e Om te ontdekken of ze echt juf wil worden. f Omdat ze naar een warm land wil.

6

Wat gaat Judith in haar tussenjaar doen? _________________________________________________________________________________________________________

Lezen

Oefening 16

Lees de vragen. Lees de tekst Een bijzonder beroep: circusacrobaat op pagina 23. Beantwoord de vragen. 1

Hoe laat moeten Horbacz en Zywiol vanavond in het circus optreden? a om ongeveer 18.00 uur b om ongeveer 20.00 uur c om ongeveer 21.00 uur d om ongeveer 22.00 uur

2

Waar staat het circus Herman Renz vandaag?

Purmerend

B

A

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

21


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 22

3

Waar wonen Horbacz en Zywiol? a in Purmerend b in Polen c in een caravan

4

Hoe kennen Horbacz en Zywiol elkaar? a Ze kennen elkaar van school. b Ze kennen elkaar van turnwedstrijden. c Ze kennen elkaar van het circus.

5

Waarom gingen Horbacz en Zywiol in het circus werken? a Omdat ze het showleven aantrekkelijk vonden. b Omdat ze niet zo goed konden turnen. c Omdat ze door Europa wilden reizen.

6

Welk soort act doen Horbacz en Zywiol?

A

B

C

7

Welke kwaliteit hoeft een circusacrobaat niet te hebben? a kracht hebben b elastisch zijn c gespierd zijn d opgepompt zijn e een goed evenwichtsgevoel hebben

8

Waarom trainen Horbacz en Zywiol niet meer dan een paar uur per dag? _________________________________________________________________________________________________________

9

Waarom is het geen verrassing dat Horbacz een schouderblessure heeft? _________________________________________________________________________________________________________

10

Wat betekent gezond leven voor Horbacz en Zywiol? _________________________________________________________________________________________________________

22

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 23

Een bijzonder beroep: circusacrobaat ‘Blessure? Een optreden zeg je niet af’ Er zijn beroepen die ons nieuwsgierig maken. De naam is misschien nog wel bekend, maar wat doet zo iemand eigenlijk? Vandaag: de circusacrobaat. Het is 6 uur ’s avonds. Over een kleine drie uur zullen de acrobaat Horbacz en z’n partner Miroslav Zywiol hun evenwichtsact opvoeren in Circus Herman Renz. Het circus begint in Purmerend z’n nieuwe show, Mystery. De vorige avond is het duo op het circusterrein aan de rand van Purmerend aangekomen met hun caravan. Horbacz (29) en Zywiol (34) kennen elkaar al sinds hun jeugd. Ze deden toen mee aan turnwedstrijden. Beiden behoorden tot de mondiale top, en wonnen meerdere Europese titels. Na hun sportcarrière trok het showleven. Sinds 2001 treden zij gezamenlijk op in circussen. Hun act is indrukwekkend. Zywiol is de ‘drager’, de kleinere Horbacz de ‘ligger’, die op hem steunt. In de onwaarschijnlijkste houdingen neemt het duo poses aan: horizontaal, verticaal of schuin – alles lukt. Na zes minuten is het afgelopen. ‘Een acrobaat moet veel kracht hebben, maar ook elastisch zijn’, zegt Horbacz. ‘Daarom zijn wij wel gespierd, maar niet opgepompt zoals bodybuilders. En natuurlijk moet je een perfect evenwichtsgevoel hebben’, zegt Zywiol. Ze trainen niet zo veel, een paar uur per dag. Horbacz: ‘Met 400 tot 450 optredens per jaar is langer trainen niet nodig. En rust is ook heel belangrijk.’ De grootste uitdaging voor de acrobaten is het voorkomen van lichamelijk ongemak. De druk op hun spieren (armen, nek, rug, benen – zo’n beetje overal) is enorm. Door de vele optredens worden steeds dezelfde spieren zwaar belast. Dat Horbacz een schouderblessure heeft, is geen verrassing. ‘Het valt nog wel mee. Ik heb eens een peesontsteking gehad. Ik kreeg toen injecties want een optreden zeg je niet af.’ Een uitgebreide warming up van 45 minuten voor het optreden is standaard. Horbacz en Zywiol waren topsporters, en zijn dat in hun werk als circusartiest nog steeds. ‘Gezond leven is heel belangrijk’, zegt Horbacz. ‘Dat betekent: goed eten en genoeg slapen. We gaan weleens na middernacht naar bed, maar vaak gebeurt dat niet.’ Echt ontspannen doen ze bij hun familie in Polen. Maar eerst de toer van het circus, dat volgende week in Amsterdam staat. Bron: http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article1049441.ece/Blessure_Een_optreden_zeg_je_niet_af

Vocabulaire Oefening 17 Werk in tweetallen. Kijk naar de onderstreepte woorden in de tekst. Kunt u in het Nederlands uitleggen wat de woorden betekenen? Vul het goede woord in de goede vorm in. Kies uit de onderstreepte woorden in de tekst. 1

2

3

4

Wat bedoelde hij ____________________________ toen hij zei dat ik niet geschikt ben voor het circusleven? Als je gezond eet en regelmatig beweegt, word je niet zo snel ziek. Je kent de uitdrukking wel: ____________________________ is beter dan genezen. Omdat Anne moet overwerken, heeft ze onze afspraak voor vanavond ____________________________ . Toen ik in Egypte op vakantie was, vond ik de piramides erg ____________________________ . Ik begrijp niet hoe ze dat vroeger zo hebben kunnen bouwen.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

23


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 24

5

6

7

8

9

10

In het weekend wil Willem echt ____________________________ . Na een week hard werken doet hij leuke dingen met zijn gezin. Zullen we de vragen ____________________________ bespreken of werken jullie liever in groepjes? De leeuw ____________________________ ____________________________ de familie van de katachtigen. Ons handbalteam ____________________________ twee keer per week: op dinsdagen donderdagavond van 20.00 tot 21.30 uur. Mijn buurvrouw is erg ____________________________ . Ze zit meestal in haar stoel bij het raam en kijkt naar buiten. We gingen met de auto op vakantie. Op de heenreis stonden we na ____________________________ ____________________________ ____________________________

met pech langs de snelweg. Omdat we nu al een drie kwartier in de file staan, is het ____________________________ dat we nog op tijd op onze afspraak zullen komen. Als je je been hebt gebroken, mag je dat been een aantal weken niet ____________________________ . Voor hem is het beklimmen van de Mont Blanc een nieuwe ____________________________ . Hij heeft nog nooit zo’n hoge berg beklommen. Op het journaal was een ____________________________ verslag van het bezoek van de Amerikaanse president aan Nederland. Dit item duurde wel vijftien minuten. De toren van Pisa staat ____________________________ omdat hij is verzakt. ____________________________

11

12

13

14

15

Spreken

Oefening 18

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

2 3 4 5

24

Bent u weleens in een circus geweest of hebt u weleens een circusvoorstelling op televisie gezien? Wat vond u daarvan? Welke circusact vindt u het meest bijzonder? Waarom? Kunt u een voorbeeld geven van een acrobatenact? Welke kwaliteiten moet een goede acrobaat hebben? Bestaat het circus ook in uw land?

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 25

Lezen en spreken Oefening 19 Drie mensen vertellen over hun extreme hobby. Werk in groepjes van drie. Elke cursist krijgt één tekst. Lees uw tekst. Onderstreep maximaal 10 kernwoorden in de tekst. Vertel uw medecursisten wat u hebt gelezen op basis van deze kernwoorden. Bespreek tot slot de volgende vragen: 1 Wat vindt u van deze hobby’s? 2 Welke vindt u het extreemst? Waarom? 3 Hebt u zelf een bijzondere hobby (gehad)?

Vocabulaire Oefening 20 • • •

Mijn moeder is bang voor spinnen. Morgen moet ik een presentatie geven in het Engels. Dat vind ik spannend. De eerste keer raften was eng. Het was nog enger toen we de eerste keer omsloegen.

Werk in tweetallen. Stel elkaar onderstaande vragen. Geef ook een motivatie voor uw antwoord (Waarom wel, waarom niet?). 1 2 3 4 5 6

Spreken

Vindt u het spannend om parachute te springen? Vindt u het eng om in het donker alleen op straat te lopen? Bent u bang voor muizen? Wat vindt u spannend? Wat vindt u eng? Voor welke dingen bent u bang?

Oefening 21

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Welk beroep oefent / oefende uw vader uit? Wat wilde u vroeger worden? Wat vindt u geschikte kleding voor een bruiloft? Welke droom hebt u? Wat doet u op dit moment? Wat of wie heeft een grote indruk op u gemaakt? Vindt u het belangrijk om carrière te maken? Geef twee argumenten. Hoe ziet u uw toekomst? Hoe probeert u te voorkomen dat u ziek wordt? Noem twee punten. Waarom emigreren Nederlanders? Noem twee redenen. Wat vindt u het moeilijkst van de Nederlandse taal? Waarom? Hoe bereidt u zich op de lessen voor? Noem twee punten.

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

25


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 26

13 14

15 16

Wilt u een jaartje flierefluiten? Waarom? Hebt u een strenge opvoeding gehad? Illustreer uw antwoord met een voorbeeld. Vindt u Nederlanders nieuwsgierig? Waarom? U ziet onderstaande aankondiging in een krantje. Een vriend houdt erg van het circus. U belt hem op. Wat zegt u?

Circus zaterdag 12

december

t/m zondag 20

december

aanvang 13.00 uur entree 30 euro

Luisteren

Oefening 22

U gaat luisteren naar het liedje De meeste dromen zijn bedrog van Marco Borsato. A Beantwoord onderstaande vragen. 1 Wat betekent de titel van het liedje? 2 Vindt u ook dat de meeste dromen bedrog zijn? Waarom? 3 Waar zal het liedje over gaan, denkt u? B Luister naar het liedje en maak de tekst compleet. Steeds als ik je zie lopen dan gaat de hemel een klein ____________________________ open. Sterren, je laat ze verbleken met je ____________________________ die altijd stralen. Jij kan de ____________________________ laten schijnen want je loopt langs en de wolken verdwijnen en als je lacht, lacht heel de wereld mee. (refrein)

26

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 27

De meeste dromen zijn bedrog maar als ik ____________________________ word naast jou dan droom ik nog. Ik voel je adem en zie je gezicht je bent een ____________________________ die naast me ligt. Je kijkt me aan en rekt je uit een keer in de zoveel ____________________________ komen dromen uit! Jij moet me een ding beloven laat me nog ____________________________ in mijn dromen geloven. Zelfs als je even niet hier bent blijf in mijn ____________________________ dan bij me. En als de zon weer gaat schijnen laat dan dat beeld wat ik heb ____________________________ verdwijnen. Als je zou gaan, neem je mijn dromen mee. (refrein)

De meeste dromen zijn bedrog maar als ik ____________________________ word naast jou dan droom ik nog. Ik voel je adem en zie je gezicht je bent een ____________________________ die naast me ligt. Je kijkt me aan en rekt je uit een keer in de zoveel ____________________________ komen dromen uit! Ooh jij kan de ____________________________ laten schijnen want je loopt langs en de wolken verdwijnen. En als je lacht, lacht heel de wereld mee. (refrein)

C Waar gaat het liedje over?

Thema 1 Studie en beroep: Maak je dromen waar!

27


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 28

2

28

De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 29

Spreken

Oefening 1

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

3

4

5

Luisteren

Woont u in een gezellige buurt? Hebben de mensen veel of weinig contact met elkaar. Komen de mensen veel buiten of zit iedereen binnen? Hoe is dat in uw eigen land? Komen de mensen veel buiten, hebben ze veel of weinig contact met elkaar? Vindt u Nederland een sociaal land? Wat vindt u van de manier waarop mensen hier met elkaar omgaan? Is uw land socialer dan Nederland? Krijgt u gemakkelijk contact met Nederlanders (bijv. mensen in uw buurt, uw studiegenoten, of collega’s op uw werk)? Hoe kunnen we op een prettige manier met elkaar samenleven en samenwerken?

Oefening 2

Lees de vraag. Luister naar het liedje Leef van Han van Eijk. Beantwoord de vraag. 1

Welk advies geeft de zanger om goed met elkaar te kunnen samenleven? a Iedereen moet zijn talenten ontwikkelen. b Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. c Iedereen moet proberen perfect te zijn.

2

Luister nog een keer naar het liedje en maak de tekst compleet. Niemand hoeft alleen maar goed of ____________________________ te zijn. Niemand is alleen maar ____________________________ of wit. Iedereen is anders, anders dan je verwacht. En niemand die alleen maar haat of ____________________________ voelt. We zijn allemaal een mens van vlees en ____________________________ . En we kunnen niet ____________________________ zijn, want niemand weet hoe dat moet. Leef, met je eigen talent. Iedereen is ____________________________ en je bent wie je bent. Leef, met jezelf en elkaar. Iedereen is ____________________________ met dat ene gebaar. Niemand kan alleen maar mooi of ____________________________ zijn. Niemand heeft de waarheid vol in beeld. Maar het voordeel van de ____________________________ maakt ons minder verdeeld. Leef, met je eigen talent. Iedereen is ____________________________ als je bent wie je bent. Leef, met jezelf en elkaar. Iedereen is ____________________________ met dat ene gebaar. We zoeken de verschillen, waar we ____________________________ moeten bouwen.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

29


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 30

En we plakken etiketten op het hart van iedereen. Maar het leven is geen leven als geen ____________________________ van je wil houden. Dus we moeten bruggen bouwen. Over alle kloven heen. Leef, met je eigen talent. Iedereen is ____________________________ als je bent wie je bent. Leef, met jezelf en elkaar. Iedereen is ____________________________ met dat ene gebaar. Leef, met je eigen talent. Iedereen is ____________________________ als je bent wie je bent. Leef, met jezelf en elkaar. Iedereen is ____________________________ met dat ene gebaar. Niemand hoeft alleen maar goed of ____________________________ te zijn.

* Grammatica – oefening 21, 22, 23

Grammatica Verbum + (te +) infinitief

In het liedje Leef hoort u het volgende: Niemand hoeft alleen maar goed of slecht te zijn. verbum 1

rest

te + verbum 2 (infinitief )

Hieronder een lijst met werkwoorden met de volgende structuur: verbum 1 + rest + te + verbum 2 (infinitief ) hoeven durven vragen proberen beloven beginnen besluiten hopen verwachten vergeten lopen liggen zitten staan

30

Dat hoef je niet te geloven. Hij durft niet met een vliegtuig te reizen. Zij vraagt Carla haar te helpen. Ik probeer Russisch te spreken. Ik beloof je morgen te mailen. De cursisten beginnen de oefeningen te maken. Ik besluit in maart het examen te doen. Ze hopen de koningin een keer te ontmoeten. Hij verwacht dit jaar een betere baan te vinden. Hij vergeet de huur op tijd te betalen. Zij loopt de hele dag te zingen. Zij ligt op de bank een boek te lezen. Hij zit aan zijn bureau huiswerk te maken. Ik sta op de bus te wachten.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 31

Let op

Bij de volgende werkwoorden geen te voor verbum 2. Bij de volgende werkwoorden is de structuur: verbum 1 + rest + verbum 2 (infinitief ) mogen moeten kunnen willen zullen laten gaan blijven komen

Jullie mogen tijdens het examen niets vragen. Zij moeten volgende week een schrijftoets maken. Wij kunnen niet op het feest komen. Ze willen een groot feest geven. De taxi zal u om zes uur ophalen. Ik laat mijn fiets door de fietsenmaker repareren. Gaan jullie vanmiddag boodschappen doen? We blijven een paar jaar in Utrecht wonen. Kom je zaterdag gezellig bij ons eten?

Oefening 3

Vul te in als dat nodig is. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Hij mag niet alleen naar Amsterdam ____________________________ gaan. Zij staan met elkaar ____________________________ praten. Hij probeert een afspraak met haar ____________________________ maken. Zij laat haar huis ____________________________ schilderen. Wij zitten samen een film ____________________________ kijken. Zij gaan zondag het Van Gogh museum ____________________________ bezoeken. Ik durf geen ‘nee’ ____________________________ zeggen. We hopen om 8 uur ____________________________ vertrekken. Wil jij met mij naar de film ____________________________ gaan? Je hoeft geen antwoord ____________________________ geven. Hij komt ons morgen ____________________________ bezoeken. Dat zal niet ____________________________ gebeuren! Maria vraagt ons wat drinken mee ____________________________ nemen. Helaas, wij kunnen dan niet aanwezig ____________________________ zijn. Kijk, die baby ligt heerlijk ____________________________ slapen. Zullen we vanavond naar het theater ____________________________ gaan? Pak je paraplu, het begint ____________________________ regenen. U moet de rekening binnen twee weken ____________________________ betalen. Ik blijf nog drie jaar in Nederland ____________________________ wonen. Hij ligt op de bank in de woonkamer tv ____________________________ kijken.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

31


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 32

Oefening 4

Werk in tweetallen. A maakt de zin af, en vraagt hetzelfde aan B. B geeft antwoord. Voorbeeld

A: ‘Ik durf niet __________________________________________ , en jij?’ B: __________________ naar oorlogsfilms te kijken , en jij?’ A: ‘Ik durf niet ___________________________________________________________________________ ‘Ik ook niet.’ of: _________________________________________________________________________ ‘Ik wel, maar ik durf niet naar B: ___________________________ __________________________________________________________________________________________________________ horrorfilms te kijken.’ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

Spreken

A: Ik durf niet ________________________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik wil morgen _____________________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik ga dit weekend _____________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik blijf ___________________________________________ jaar in Nederland wonen, en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik probeer _________________________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik hoef dit jaar niet ____________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik moet vandaag ________________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik beloof mijn partner _________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik kom op deze school ________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik sta al een kwartier ___________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik hoop over twee jaar _________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik mag binnenkort ______________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik zit in de woonkamer _______________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik vergeet vaak __________________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________ A: Ik verwacht dit jaar ____________________________________________________________ , en jij? B: ______________________________________________________________________________________________________

Oefening 5

U gaat luisteren naar een gesprek over een onderzoek naar blozen. Werk in kleine groepjes. Bespreek onderstaande vragen voordat u gaat luisteren. 1 2 3

32

Wat is blozen? Bloost u weleens? Waarom? Wat verwacht u in het fragment te horen?

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 33

Luisteren

Oefening 6

Lees de vragen. Luister naar het fragment. Beantwoord de vragen. 1

Waarom blozen mensen? a Omdat ze bang zijn. b Omdat ze verlegen zijn. c Omdat ze een rood hoofd krijgen.

2

Hoe heet de cursus die de Rijksuniversiteit Groningen heeft ontwikkeld? a Omgaan met bloosangst. b Angst ontwikkelen voor blozen. c Bang voor blozen. d Omgaan met blozen.

3

Welke mensen blozen? a Jonge mensen. b Oude mensen. c Blanke mensen. d Iedereen.

4

Wie blozen er meer? a Jonge mensen. b Oude mensen. c Blanke mensen. d Iedereen.

5

Waar zijn mensen met bloosangst bang voor? ___________________________________________________________________________________________________________

6

Mensen met bloosangst vermijden veel situaties. Wat doen ze bij de supermarkt? a Ze moeten blozen bij de kassa. b Ze betalen altijd met kleingeld. c Ze geven altijd groot geld. d Ze laten de hele rij wachten.

7

Het vermijden van situaties heeft nadelige gevolgen. Wat ontdekken mensen met bloosangst niet als ze situaties vermijden? a Dat ze helemaal niet kunnen blozen. b Dat het allemaal wel meevalt. c Dat ze met groot geld en met kleingeld kunnen betalen.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

33


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 34

Taalhulp Emoties (* zie ook: vocabulaire karaktereigenschappen, De opmaat, thema 8) zenuwachtig, nerveus blij, vrolijk, goedgehumeurd verdrietig, teleurgesteld, gedeprimeerd, slechtgehumeurd boos, kwaad, geïrriteerd, woedend

boosheid / irritatie Wat doe je nou? Wat heb je nu weer gedaan? Ik ben het zat / Ik ben het spuugzat! Ik ben er helemaal klaar mee! En nu is het afgelopen! Zo is het genoeg! Het zit me tot hier! Dat is de druppel! Dit is belachelijk! Je moest je schamen!

vriendelijk Sorry, maar nu ga je echt te ver. Ik vind het niet leuk wat je doet. Ik vind het niet leuk dat…

excuses / schuldgevoel Sorry! Het spijt me. Ik zal het niet meer doen. Dit mag niet meer gebeuren. Ik schaam me zo! Sorry, dat was niet de bedoeling. Excuses voor het ongemak.

hekel / afkeer Ik heb een hekel aan klassieke muziek. Ik heb een afkeer van politiek. Ik vind erwtensoep vies. Ik ga ervan over m’n nek. Ik walg van spinazie.

vriendelijk Ik houd niet zo van spinazie. Dit is niet echt mijn muziek. Geef mij maar … .

34

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

angst Ik ben bang voor honden. Die film maakt me bang. Dat durf ik niet. Ik durf dat niet te vragen. Ik ben bang dat het gaat regenen. Ik vrees dat het examen heel moeilijk wordt. Ik vind horrorfilms eng. Ik ben als de dood voor spinnen.

verdriet Ik ben verdrietig. Ik voel me rot. Ik voel me ellendig.

medeleven Wat is er aan de hand? Is er iets met je? Wat erg voor je! Wil je erover praten? Dat kan ik me goed voorstellen. Ik begrijp hoe je je voelt. Kan ik je helpen? Sterkte! Kop op, het komt wel goed. Laat de moed niet zakken.

teleurstelling Dat is jammer. Daar baal ik van. Verdomme! Shit! Je stelt me teleur. Wat een tegenvaller! Mijn droom valt in duigen.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 35

opluchting

blijheid / enthousiasme

Gelukkig! Wat een opluchting! Hè hè, dat lucht op! Dat valt best mee! Het viel best mee.

Ik ben zo blij dat het gelukt is. Wat fijn dat je weer beter bent. Wat leuk! Geweldig! Fantastisch! Schitterend! Te gek!

Spreken

Oefening 7

Werk in drietallen. Speel elke situatie een paar keer. Gebruik verschillende zinnen om uw gevoelens te uiten! 1

B: (manager): ‘Je hebt je werk goed gedaan, je verdient een bonus!’ A: (werknemer): ‘Geweldig! Bedankt!’

Voorbeeld

2

Voorbeeld:

A is werknemer, B is manager van A. B geeft A een compliment over het werk. A reageert blij.

A en B zijn collega’s. A komt maandagochtend op het werk en kijkt verdrietig. B ziet A en vraagt hoe hij/zij zich voelt. B: ‘Is er iets met je?’ A: ‘Ik voel me rot, mijn vriend is bij me weg.’ B: ‘Wat erg voor je. Wil je erover praten?’

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

35


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 36

3

A is docent, B en C zijn cursisten. A staat voor de klas les te geven. B en C luisteren niet en praten er doorheen. A is boos, omdat de cursisten niet luisteren. B en C bieden excuses aan.

4

A en B zijn buren. B komt ’s middags even op bezoek bij A. A heeft zijn / haar favoriete eten gemaakt en nodigt B uit voor het eten. B houdt niet zo van dat soort eten.

5

A, B en C zijn vrienden. Het gaat slecht met het bedrijf waar A werkt. Het bedrijf moet veel werknemers ontslaan. A is bang zijn / haar baan te verliezen. A praat hierover met B en C. Zij tonen medeleven.

6

A en B zijn vrienden. A heeft zijn auto geleend aan B. B heeft een ongeluk gehad met de auto en er zit nu een deuk aan de zijkant van de auto. B brengt de auto terug. A is boos op B en vraagt om uitleg. B biedt excuses aan.

7

A en B zijn studenten, C is hun docent. A en B praten met elkaar over de uitslag van een examen. Ze vonden het erg moeilijk en zijn bang dat ze het niet gehaald hebben. C is de docent en leest de uitslag voor. A heeft een onvoldoende, hij / zij is teleurgesteld. B heeft een voldoende, hij / zij is opgelucht.

8

A en B zijn vrienden die samen op vakantie willen. De reis die ze willen boeken, is in eerste instantie volgeboekt. Maar een paar weken later krijgt A een telefoontje van het reisbureau: twee mensen hebben geannuleerd, dus er zijn twee plaatsen vrij en nu kan de reis toch doorgaan. A vertelt aan B hoe blij hij / zij is dat ze nu toch samen op reis kunnen. B heeft echter al andere plannen gemaakt en kan niet meer meegaan met A. A is teleurgesteld, B biedt excuses aan.

Bedenk nu zelf nog een paar situaties met verschillende emoties. Verdeel de rollen en speel de situaties.

36

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 37

Luisteren

Oefening 8

Klachten Lees onderstaande vragen. Luister naar de twee fragmenten. Het eerste fragment gaat over een klacht bij de servicebalie van een supermarkt en het tweede over een telefonische klacht bij de internetprovider. Beantwoord de vragen voor elk fragment. 1 2 3 4 5

Spreken

Welke klacht heeft de klant? Met welke woorden/zinnen uit de klant zijn/haar emoties? Met welke woorden/zinnen biedt de medewerker excuses aan? Welke oplossing biedt de medewerker? Is de klant tevreden met de oplossing?

Oefening 9

Werk in groepjes van twee. 1

Tip

A is klant, B is groenteboer. A heeft appels gekocht bij de groenteboer. Als hij/zij een appel wil eten, ziet hij/zij dat de appels rot zijn. A gaat terug naar de groenteboer. A – Vertel wat uw klacht is. Laat merken hoe u zich voelt. B – Luister naar de klant en reageer vriendelijk. U biedt uw excuses aan en lost het probleem op.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

37


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 38

2

B is sollicitant, A is manager bij een bedrijf. B heeft gesolliciteerd op een baan bij de afdeling van A. B heeft al een eerste gesprek gehad en is nu uitgenodigd voor een tweede gesprek. A vertelt B het goede nieuws dat hij / zij de baan krijgt. A – Vertel dat B de baan krijgt en geef een paar redenen waarom. B – Reageer en laat merken hoe blij u bent.

Tip

3

A en B zijn vrienden. A heeft een nieuwe baan en vertelt dit aan een vriend of vriendin.

4

A is leidinggevende, B is medewerker op de afdeling van A. Er is veel werk dat snel af moet. A belt daarom B op om te vragen of B die middag een paar uur extra kan komen werken. B heeft een vrije dag en wil liever niet komen werken. A – Vertel hoe belangrijk het is dat B vanmiddag komt werken B – Bedenk een reden waarom u niet wilt komen werken. Hoe zegt u dat?

Tip

5

A en B zijn oude vrienden. Ze ontmoeten elkaar op het station. Ze hebben elkaar al een tijdje niet gezien. Ze maken een afspraak om een keer samen wat te gaan drinken in de stad.

* Grammatica – oefening 33, 34

Grammatica Conjuncties woordvolgorde hoofdzin subject Ik Hij We Jullie

verbum 1 woon moet hebben moeten

rest in Nederland. morgen examen de trein nu naar huis

(verbum 2) doen. gemist. gaan.

subject we ze hij ik

rest in Nederland Nederlands jarig goed Nederlands

verba wonen. wil leren. is. kan spreken.

bijzin conjunctie Omdat Omdat Als Als

38

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 39

conjuncties hoofdzin + hoofdzin want maar en of dus

Ik ben te laat, want de trein heeft vertraging. Vandaag ben ik vrij, maar morgen moet ik werken. Het is buiten koud en het waait hard. Het wordt morgen mooi weer of het gaat regenen. Ik heb een rijbewijs, dus ik mag autorijden. (normale hoofdzin) Ik heb een rijbewijs, dus mag ik autorijden. (hoofdzin met inversie)

a hoofdzin + bijzin b bijzin, + hoofdzin met inversie omdat

a Ik moet lopen omdat mijn fiets kapot is. b Omdat ik van je houd, wil ik met je trouwen.

als

a We gaan morgen naar het strand als het lekker weer is. b Als ze verdrietig is, moet ze altijd huilen.

terwijl

a Jij maakt het eten klaar terwijl ik de krant lees. b Terwijl ik huiswerk maak, luister ik naar de radio.

hoewel

a Hij is gelukkig hoewel hij niet rijk is. b Hoewel ze bijna geen Nederlands kunnen spreken, begrijpen ze elkaar toch.

zodra

a Het programma start automatisch zodra u uw computer opstart. b Zodra ik achttien ben, koop ik een auto.

voor(dat)

a Je moet examen doen voor(dat) je mag gaan werken. b Voor(dat) ik naar bed ga, poets ik mijn tanden.

nadat

a Hij vertrekt naar AustraliĂŤ nadat hij van iedereen afscheid heeft genomen. b Nadat hij een fiets heeft gekocht, gaat hij nooit meer met de bus.

tot(dat)

a We waren arm tot(dat) mijn vader een goede baan kreeg. b Tot(dat) we samen gaan eten, werk ik nog even door.

zodat

a Het was slecht weer zodat veel mensen de bus namen.

toen

a Ik wilde net vertrekken toen jij me belde. b Toen ik nog verliefd was, nam ik elke vrijdag bloemen voor haar mee.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

39


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 40

gebruik opsomming: keuze: voorwaarde: argument: tegenstelling: gevolg: tijdsbepaling:

en of als want, omdat maar, hoewel dus, zodat terwijl, toen, voor(dat), nadat, tot(dat), zodra

Oefening 10

A Kies de juiste conjunctie. Voorbeeld

Hoewel / omdat het regent, neem ik een paraplu mee. Omdat het regent, neem ik een paraplu mee. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

10

Nadat / Terwijl we samen hebben gegeten, gaan we naar de bioscoop. Maak nu snel je huiswerk zodra / zodat je straks mee naar de stad kunt. Hij wachtte op het perron nadat / totdat de trein uit Brussel aankwam. Toen / als ze jarig was, gaf ik haar een mooie bos bloemen. Wij zijn altijd blij toen / als we hem zien. We gaan naar de stad dus / want er is een festival. Hoewel / zodat hij haar pas een dag kent, is hij erg verliefd op haar. Toen / Zodra ze hem ziet, moet ze lachen. Hij doet een cursus Spaans zodat / nadat hij in Spanje met mensen kan praten. Terwijl / Omdat Annemarie de krant leest, drinkt ze een kopje koffie.

B Draai de zinnen van oefening 10A om. Begin met het tweede deel van de zin. (Let op: dit kan niet bij alle zinnen.) Voorbeeld

Omdat het regent, neem ik een paraplu mee. Ik neem een paraplu mee omdat het regent.

Oefening 11

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Begin uw antwoord met een conjunctie. Bij ‘Waarom…?’ vragen: begin het antwoord met ‘Omdat…’. Voorbeeld

40

Waarom wilt u Nederlands leren? Omdat ik in Nederland blijf wonen.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 41

Bij ‘Wanneer…?’ vragen: begin het antwoord met ‘Als…’. Voorbeeld

Wanneer bent u nerveus? Als ik een examen moet doen.

Bij andere vragen: begin het antwoord met dezelfde conjunctie als in de vraag. Voorbeeld

Wat doet u als het regent? Als het regent, blijf ik thuis. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

Schrijven

Waarom bent u vandaag zo blij? Waar woonde u toen u 10 jaar was? Wanneer stopt u met Nederlands leren? Wat doet u als het mooi weer is? Wat doet u zodra de les afgelopen is? Waarom bent u vandaag zo zenuwachtig? Wat doet u voordat u naar de les gaat? Wat doet u nadat u hebt ontbeten? Wanneer bent u boos? Wat doet u als u jarig bent? Wat doet u terwijl u televisie kijkt? Waarom komt u morgen niet naar de les? Wat doet u nadat u met vrienden hebt gesport? Wat doet u vandaag zodra u weer thuiskomt? Wanneer gaat u onder de douche? Wat gaat u doen als u de Lotto wint? Wat doet u voordat u een examen moet doen? Waarom bent u naar Nederland gekomen? Wat deed u toen u jong was? Wat doet u nadat u boodschappen hebt gedaan? Wat doet u als u erg moe bent? Wanneer bent u verdrietig? Wat doet u terwijl u zit te eten? Wanneer kijkt u graag televisie?

Oefening 12

Maak de zinnen af. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Veel mensen blozen als ____________________________ . Hoewel ____________________________ , kochten ze een nieuwe auto. Nadat we deze oefening hebben gemaakt, ____________________________ . Sandra en Mike geven een groot feest omdat ____________________________ . Zodra ____________________________ , ga ik naar huis. We willen vanavond naar de bioscoop maar ____________________________ . Peter woonde bij zijn ouders totdat ____________________________ . Voordat ik vanavond met vrienden uitga, ____________________________ . Terwijl ____________________________ , gaat de telefoon. Ik wil in september psychologie gaan studeren, dus ____________________________ . Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

41


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 42

Luisteren

Oefening 13

A U gaat luisteren naar het liedje Een beetje verliefd van André Hazes. 1 Waar gaat het liedje over, denkt u? 2 Bent u op dit moment een beetje verliefd? B Luister naar het liedje en maak de tekst compleet. In een discotheek ik van de week En ik ____________________________ mij daar zo alleen

____________________________

’t ____________________________ er warm en druk Ik ____________________________ naast een lege kruk Ik ____________________________ zo naar jou hier aan m’n zij Ja, ik denk nog steeds hoe het ____________________________ geweest toen je naast me ____________________________ hier aan de bar Ik ____________________________ : ‘Drink je mee?’ Dat ____________________________ jij oké Toen je proostend naar me ____________________________ ____________________________ ik zo week (refrein)

Een beetje verliefd (een beetje verliefd) Ik ____________________________ een beetje verliefd (a-a-a-a) Als ik ____________________________ wat jij toen ____________________________ ____________________________ ik nooit op jou gewacht Als een kind ____________________________ ik te dromen Deze nacht ben jij voor mij Maar die droom ____________________________ snel voorbij Jij ____________________________ op en zei: ‘Hou m’n plaatsje vrij Ik moet even weg, maar ben zo terug’ Ach, die kruk ____________________________ leeg tot ik in de gaten ____________________________ dat je ____________________________ zonder mij Ik ____________________________ weer alleen (refrein)

42

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 43

Schrijven

Oefening 14

Stelt u zich voor: U hebt sinds kort een nieuwe liefde en bent heel gelukkig. U schrijft haar of hem de volgende liefdesbrief. Maak de brief compleet.

Utrecht, _____________________________________ (datum)

Lieve

_________________________________________

,

Ik ben zo gelukkig sinds ik jou ken! Voordat ik je leerde kennen, _____________________________________________________________________________________________________________________________

___________________________________________________________________________________________________________________________

.

Maar toen ik je voor het eerst zag, ______________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________

.

Nu staat mijn leven op zijn kop! Zodra de telefoon gaat, denk ik ________________________________________________________________________

, maar helaas, meestal is het

iemand anders. Maar als ik je dan eindelijk aan de telefoon krijg, ___________________________________________________________________________________________________________________________

.

Wat heb je toch een prachtige stem! Als ik je zie, ___________________________________________________________________________________________ en als _______________________________________________________

, word ik heel depressief. Ik kan bijna

niet wachten totdat _________________________________________________________ . Heb jij dat ook? Je bent zo mooi! En je hebt zoveel goede eigenschappen! Je bent ____________________________________________

_______________________________________

en ____________________________________________ en ik vind je ook

. Vergeleken met jou ben ik een hopeloos geval.

Ik ben ___________________________________________ , en sommige vrienden hebben kritiek op me. Ze zeggen dat ik _______________________________________________________________________________ . En dat klopt, ze hebben gelijk. Maar nu ik jou ken, zal dat helemaal veranderen. Laten we snel weer wat afspreken. Zonder jou _______________________________________________________________________________________________________ . Liefste, ik hou van je! _____________________________________________________

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

43


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 44

Internet

Oefening 15

In Boer zoekt Vrouw presenteren tien boeren zich die op zoek zijn naar de liefde van hun leven. De vijf boeren die de meeste brieven krijgen, worden in de afleveringen daarna gevolgd. Zij maken kort kennis met de tien vrouwen die ze hebben uitgekozen op basis van de brieven. Vervolgens leren ze vijf vrouwen iets beter kennen tijdens een dagje uit, waarna ze drie vrouwen uitnodigen een week te komen logeren op de boerderij. Aan het eind van die week maken ze een keuze voor een van de vrouwen. - Ga naar www.boerzoektvrouw.kro.nl. - Klik op uitzendingen. - Kies de eerste aflevering van een jaargang. - Kijk naar het introductiefilmpje van twee boeren. Kies twee boeren die u goed kunt verstaan. - Beantwoord voor elke boer onderstaande vragen: 1 Hoe heet hij? 2 Hoe oud is hij? 3 Waar woont hij? 4 Wat voor een bedrijf heeft hij? 5 Beschrijf zijn woning. 6 Beschrijf de boer (innerlijk en uiterlijk). 7 Wat zoekt hij in een vrouw? 8 Denkt u dat de boer veel brieven zal krijgen. Waarom wel of niet? - Werk in drietallen. Vertel elkaar wat u hebt gezien en gehoord.

Taalhulp Mening geven / reageren op een mening of stelling Wat vind jij? Wat vindt u daarvan? Wat denk jij? Wat denkt u daarvan? Hoe denken jullie erover? Ik vind… Ik vind dat… Ik denk dat… Volgens mij… Aan de ene kant … Aan de andere kant… Ten eerste… Ten tweede… Ten derde… Je hebt gelijk. Dat vind ik ook. / Dat vind ik niet. Dat denk ik ook. / Dat denk ik niet. Wat een onzin! Hoe kom je erbij! Ik ben het ermee eens. / Ik ben het er niet mee eens. Daar ben ik het mee eens, want… / Daar ben ik het niet mee eens, want…

44

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 45

Spreken

Oefening 16

U hebt gelijk.

Ik vind ... Dat vind ik

Dat Ik vind dat ...

vind ik

ook.

niet. Ik denk dat ... Volgens mij ... Wat een Wat vindt u?

onzin.

Je hebt gelijk.

Iedereen krijgt van de docent een stelling. Maak twee cirkels: een binnencirkel en een buitencirkel. De cursisten in de binnencirkel presenteren hun stelling met: Ik vind…/ Ik vind dat … / Ik denk dat… / Volgens mij … . Wat vindt u? De cursisten in de buitencirkel reageren op de stelling met: Je hebt gelijk./ U hebt gelijk. / Dat vind ik ook. / Dat vind ik niet. / Wat een onzin! Voorbeelden:

Cursist in binnencirkel: ‘Ik vind (dat) Nederlands een moeilijke taal (is). Wat vind jij?’

Cursist in buitencirkel: ‘Dat vind ik ook.’ of ‘Je hebt gelijk.’

Cursist in binnencirkel: ‘Volgens mij is Nederlands schrijven moeilijker dan spreken. Wat vindt u?’

Cursist in buitencirkel: ‘Dat vind ik niet.’ of ‘Wat een onzin.’

Als iedereen aan de beurt is geweest, wisselt u van plaats. De binnencirkel wordt buitencirkel en andersom.

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

45


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 46

Spreken en schrijven Oefening 17 A Werk in tweetallen of kleine groepen. Discussieer met elkaar over de volgende stellingen. Bent u het ermee eens of niet? 1 2 3 4 5

6 7 8 9 10

Nederlanders zijn minder sociaal dan de mensen uit mijn eigen land. De fiets is het meest ideale transportmiddel in Nederland. In een half jaar kan je heel goed Nederlands leren. Als je slecht Nederlands spreekt, mag je niet in Nederland blijven. Goed Nederlands schrijven is minder belangrijk dan goed Nederlands spreken. Er is geen discriminatie in Nederland. Het wisselvallige klimaat in Nederland maakt mensen depressief. De pensioenleeftijd moet omhoog van 65 jaar naar 70 jaar. Kinderen spelen te weinig buiten, ze zitten te veel achter de computer. Ouders hebben tegenwoordig te weinig controle over hun kinderen.

B Kies vijf stellingen uit bovenstaande lijst en schrijf in een paar zinnen uw reactie. Wat vindt u ervan en waarom?

Spreken

Oefening 18

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. Thema: opvoeden* 1 2

3 4 5

6

Hoe bent u opgevoed? Wat mocht u vroeger wel en wat mocht u niet? Is de opvoeding van kinderen in Nederland minder streng dan in uw land? Wat vindt u belangrijk bij de opvoeding van kinderen? Wie spelen er allemaal een rol bij het opvoeden van kinderen? Wat kunt u zich nog herinneren van uw puberteit? Hoe voelde u zich? Wat deed u met uw vriend(inn)en? Pubers doen weleens iets crimineels. Bespreek voorbeelden van kleine (jeugd)criminaliteit.

* opvoeden = verzorgen en zorgen dat iemand goed gedrag ontwikkelt; grootbrengen (omschrijving in het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal)

46

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 47

Luisteren en schrijven: Dictoglos

Oefening 19

De docent leest een tekst voor. Luister naar de tekst. Luister nog een keer naar de tekst. Maak aantekeningen. Reconstrueer de tekst in drietallen. De inhoud moet hetzelfde zijn, maar de tekst hoeft niet precies hetzelfde te zijn als het origineel. Alleen rond de wereld 1 _________________________________________________________________________________________________________ 2 _________________________________________________________________________________________________________ 3 _________________________________________________________________________________________________________ 4 _________________________________________________________________________________________________________ 5 _________________________________________________________________________________________________________ 6 _________________________________________________________________________________________________________ 7 _________________________________________________________________________________________________________ 8 _________________________________________________________________________________________________________

Uiteindelijk heeft de rechter beslist dat Laura de wereld rond mag zeilen als haar ouders dat goed vinden. Wat vindt u ervan dat een 14-jarig meisje alleen de wereld rond mag zeilen? Waarom?

Luisteren

Oefening 20

U gaat luisteren naar een radio-interview met mevrouw Keijsers. Ze heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen puberende kinderen en hun ouders. Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Wat is de belangrijkste conclusie van mevrouw Keijsers? a Ouders zijn te streng voor hun puberende kinderen. b Ouders laten hun puberende kinderen soms te vrij. c Ouders zijn niet geĂŻnteresseerd in hun puberende kinderen. d Puberende kinderen luisteren niet naar hun ouders.

2

Heeft mevrouw Keijsers lastige kinderen of was ze vroeger zelf crimineel? a Ze heeft lastige kinderen en was vroeger zelf crimineel. b Ze heeft lastige kinderen maar was vroeger zelf niet crimineel. c Ze heeft geen lastige kinderen maar was vroeger zelf wel crimineel. d Ze heeft geen lastige kinderen en was vroeger zelf niet crimineel.

3

Hoeveel procent van de jongeren doet weleens iets crimineels? ___%

4

Welke voorbeelden van kleine criminaliteit worden er in het interview genoemd? Meerdere antwoorden zijn correct. a graffiti b een wapen bij je hebben c fietsendiefstal d vuurtje stoken

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

47


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 48

e f g h i

Spreken

zwart rijden vandalisme winkeldiefstal met stenen gooien vechten

5

Wanneer hebben kinderen meer kans op crimineel gedrag? a Als hun ouders ook crimineel zijn. b Als hun ouders allebei werken. c Als de communicatie met hun ouders slecht is. d Als ze 13 jaar zijn.

6

Wat moeten ouders volgens mevrouw Keijsers doen? a Ze moeten zich niet schamen voor hun puberende kinderen. b Ze moeten in hun puberende kinderen geĂŻnteresseerd zijn. c Ze moeten met hun puberende kinderen over hun geheimen praten. d Ze moeten hun puberende kinderen vrij laten.

7

Wanneer hebben kinderen minder kans op crimineel gedrag? Meerdere antwoorden zijn correct. a Als ze veel aan hun ouders kunnen vertellen. b Als hun ouders ze streng opvoeden. c Als hun ouders veel tijd met ze doorbrengen. d Als hun ouders geen geheimen voor ze hebben. e Als ze de steun van hun ouders hebben.

8

Wat moeten ouders doen als hun kind iets heeft gedaan wat niet mag, volgens mevrouw Keijsers? a Ze moeten het kind straffen. b Ze moeten het kind positief benaderen. c Ze moeten het kind advies geven.

Oefening 21

Bespreek in groepjes van drie onderstaande vragen. 1

2 3 4

48

Verbaast het u dat 60% van de pubers weleens iets doet wat niet mag? Waarom? Hoe is dat percentage in uw eigen land, denkt u? Wat zijn volgens u de oorzaken van crimineel gedrag onder jongeren? Wat zijn volgens u goede straffen voor jeugdige criminelen? Wat vindt u van de adviezen van mevrouw Keijsers?

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 49

Luisteren

Oefening 22

A Lees de vraag. Luister naar de tekst. Beantwoord de vraag. 1

De interviewer zegt dat Janny eigenlijk directeur van drie bedrijfjes is? Welke drie bedrijfjes zijn dat? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

B Lees de vragen. Luister nog een keer naar de tekst. Beantwoord de vragen. 2

Janny heeft veel rollen binnen het gezin. Kunt u de verschillende rollen uitleggen? • vrouw • moeder • kok • huisvrouw • schoonmaakster • scheidsrechter • agenda • opruimer

3

Wanneer werkt Janny in de bloemenwinkel? a Elke dag. b Elke ochtend. c Meestal ’s ochtends. d Elke middag. e Meestal ’s middags.

4

Waarom werkt Janny ook in de bloemenwinkel? a Haar man kan het niet alleen en personeel is duur. b Het personeel kan ’s middags niet. c Ze hebben geen personeel omdat het niet zo druk is.

5

Voor wie zorgt Janny? a Voor haar moeder die bij haar in huis woont. b Voor haar buurvrouw die blind is. c Voor haar schoonmoeder die nog zelfstandig woont. d Voor haar schoonmoeder die in een verzorgingshuis wil wonen.

6

Wat doet Janny voor haar? Meerdere antwoorden zijn correct. a Ze kookt altijd voor haar. b Ze kookt af en toe voor haar. c Ze gaat met haar winkelen. d Ze doet boodschappen voor haar. e Ze laat haar hond uit. f Ze brengt haar ’s avonds naar bed. g Ze haalt haar ’s ochtends uit bed.

7

Wat bedoelt Janny met: ‘Ik voel me soms net zo’n sandwich’? _________________________________________________________________________________________________________

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

49


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 50

Lezen en spreken Oefening 23

Janny (luisteroefening 22) is mantelzorger. Mantelzorg is de zorg voor chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevenden door familieleden, vrienden, kennissen en buren. Kenmerkend is de persoonlijke band. Daarnaast gaat het om langdurige zorg die onbetaald is. In Nederland zijn er 3,7 miljoen mensen die voor een ander zorgen. Zo'n 750.000 mantelzorgers zorgen meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden voor een ander. De meeste mantelzorgers vinden het vanzelfsprekend om voor de ander te zorgen, maar ze lopen wel tegen veel problemen aan. Zo is het bijvoorbeeld moeilijk om de zorg te combineren met een betaalde baan, is het moeilijk om de zorg tijdelijk over te dragen en maken veel mantelzorgers extra kosten. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Mantelzorg

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2

3

Schrijven

Wat vindt u van de situatie van Janny op dit moment? Hoe is in uw land de zorg voor chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevenden geregeld? Kent u een mantelzorger? Wat kunt u over hem / haar vertellen?

Oefening 24

Schrijf een tekst van 100 tot 150 woorden met als titel De zorg voor ouderen. U kunt schrijven over: • hoe uw land de zorg voor ouderen regelt of • hoe Nederland de zorg voor ouderen volgens u moet regelen Denk daarbij aan: familie, thuiszorg, mantelzorg, bejaardentehuis

50

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 51

Spreken

Oefening 25

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen: 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10 11

12 13 14

15 16

Vindt u Nederland een sociaal land? Noem twee argumenten. Wat durft u niet? Kijk naar de foto. Wat zit de man allemaal te doen?

Waarom blozen mensen? Wat doet u zodra u in de trein zit? Wat doet u terwijl u fietst? Wat doet u als u heel moe bent? Waarom bent u teleurgesteld? Waarom bent u kwaad? Waarom bent u verdrietig? U zit met collega’s in de kantine koffie te drinken. Een collega is heel stil en begint plotseling te huilen. Wat zegt u? Sommige mensen vinden Nederlandse vrouwen dominant. Wat vindt u? Nederlanders voeden hun kinderen niet goed op. Wat vindt u? Wat vindt u ervan dat een 14-jarig meisje alleen de wereld rond mag zeilen? Noem twee argumenten. Noem drie vormen van kleine criminaliteit. Wat is een mantelzorger?

Thema 2 De samenleving: Samen of ieder voor zich?

51


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 52

3

52

Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 53

Spreken

Oefening 1

Werk in tweetallen of groepjes. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

3 4

Wat vindt u van het Nederlandse weer en klimaat? Bent u er al aan gewend? In Nederland praten de mensen veel over het weer. Het is een dagelijks onderwerp van gesprek. Hoe is dat in uw eigen land? Van welk soort weer houdt u het meest? Aan welk soort weer hebt u een hekel?

Vocabulaire Oefening 2 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. De woorden zijn onderstreept in de tekst van oefening 3. behoren tot

onderdeel zijn van Mijn broer behoort tot de beste tennissers van Nederland. echter maar We wilden graag een huis kopen. In onze buurt vonden we een mooi huis. Het was echter te duur voor ons. de gewone sterveling de normale mens Er zijn mensen die de Mount Everest beklimmen maar voor een gewone sterveling is dat veel te zwaar. in ieder geval zeker Op onze bruiloft komen in ieder geval onze ouders, broers en zussen. het KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, het Nederlandse nationale weerstation Het KNMI is een nationaal instituut voor weer, klimaat en seismologie. het noordelijk de noordelijke helft van de aarde, het gedeelte van de aarde halfrond ten noorden van de evenaar Europa bevindt zich op het noordelijk halfrond. omslaan veranderen In de bergen kan het weer snel omslaan. het onweer slecht weer met bliksem en donder Bij onweer kan je het beste naar binnen gaan. opgaan gelden Deze regel gaat niet bij uitzonderingen op. regenachtig met veel regen Vandaag is het een regenachtige dag. standvastig stabiel, vasthoudend Hij is erg standvastig in zijn mening dat Nederland beter een republiek kan zijn. de trend de tendens, de richting waarin zich iets ontwikkelt Bij veel banken is het de trend om kritisch naar de beloning van het management te kijken.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

53


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 54

voorspellen te wachten staan

wisselvallig

zelfs

zeggen wat er in de toekomst gaat gebeuren Hij voorspelde dat hij voor de toets zou slagen. waarschijnlijk gaan gebeuren Wist je wat je te wachten stond toen je met deze cursus begon? niet stabiel In Nederland is het vaak wisselvallig weer. ’s Ochtends schijnt de zon en ’s middags regent het. anders dan je zou denken; bovendien Zelfs de docent weet het antwoord op deze vraag niet!

Maak nu de volgende zinnen compleet. Kies een woord / woordgroep uit de lijst en vul de goede vorm van de woorden in. 1

2

3

4

5

6

7

8

Lezen

Het deel van de aarde boven de evenaar noemen we ___________________________ ____________________________ . De Nederlandse taal ____________________________ ____________________________ de groep van Germaanse talen. Het weer in Nederland is helaas erg ____________________________ . De ene dag is het mooi weer, de andere dag kan het weer totaal ____________________________ en is het koud en ____________________________ . Het KNMI in De Bilt ____________________________ slecht weer voor de komende week. Er ____________________________ ons de komende dagen veel wind en regen ____________________________ ____________________________ . Niemand is perfect. ____________________________ de beste leerling van de klas maakt wel eens een fout. We zijn tenslotte allemaal ____________________________ ____________________________ . Karel blijft altijd rustig en raakt niet snel in paniek. Hij heeft een heel ____________________________ karakter. Veel mensen volgen de nieuwste ____________________________ in de mode, maar dat ____________________________ niet ____________________________ voor mijn vader. Die draagt al 20 jaar dezelfde ouderwetse kleding. Vandaag schijnt de zon, morgen is er ____________________________ veel kans op regen. Als u morgen de deur uit moet, neem dan ____________________________ ____________________________ ____________________________ een paraplu mee.

Oefening 3

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

54

1

Wat gebeurde er in 1896? a De zomer begon op 20 juni. b De zomer begon op 21 juni. c De zomer begon op 22 juni.

2

Wat voor zomer verwacht het KNMI? a een wisselvallige zomer b een standvastige zomer

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 55

c d e

3

een zomer warmer dan normaal een mooie zomer een natte zomer

Waarom is het op de Waddeneilanden in de zomer langer licht dan in Limburg? _________________________________________________________________________________________________________

4

Wat voor weer wordt het zondag in Nederland? _________________________________________________________________________________________________________

De zomer is een dagje eerder begonnen De astronomische zomer is volgens Universal Time dit jaar op 20 juni om 23.59 uur begonnen en dat was niet meer gebeurd sinds 1896. Maar voor gewone stervelingen begint de zomer, zoals elk jaar, op 21 juni. De langste dag van het jaar duurt dit jaar van 05.19 uur in de ochtend tot 22.04 uur in de avond. KNMI Weerinstituut KNMI kan nog niet goed voorspellen wat voor zomer ons te wachten staat; een wisselvallige of juist een standvastige. Als we naar de klimatologische trend kijken, lijkt ‘warmer dan normaal’ een veilige voorspelling. De afgelopen vijftig jaar zijn de zomers zo'n anderhalve graad warmer geworden. ‘Dat wil niet zeggen dat het ook mooier weer wordt, want regenachtig weer behoort ook tot de mogelijkheden’, aldus het KNMI. Zon Een ding is zeker; de zon schijnt op het noordelijk halfrond langer in de zomer dus is het in het noorden van Europa langer licht dan in het zuiden. Zelfs in Nederland gaat dit op, op de Waddeneilanden kan de zon nu ongeveer een half uur langer schijnen dan in het zuiden van Limburg, weet het KNMI. Warm In Nederland wordt het zondag in ieder geval lekker warm, de warmte zal echter al snel omslaan in onweer. Daarna blijft het warm maar wisselvallig. In het Middellandse Zeegebied en het zuiden van Spanje wordt het heet. Bron: http://www.nu.nl/algemeen/1622493/de-zomer-is-een-dagje-eerder-begonnen.html (juni 2008)

Lezen

Oefening 4

Beantwoord de volgende vragen. Zoek de informatie op in de tekst. 1 2 3 4 5 6 7 8

Hoe lang is de Nederlandse kustlijn? Hoeveel steden hebben meer dan 100.000 inwoners? Hoeveel steden hebben meer dan 1 miljoen inwoners? In welke stad zit de Nederlandse regering? Hoe lang is de Nederlandse landsgrens? Hoe groot is Nederland? Wat zijn polders? Welk gebied heeft anderhalf miljoen inwoners?

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

55


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 56

9 10 11 12 13 14 15

Wat zijn de vier grote steden van de Randstad? In welk gebied vindt men één vijfde van de Nederlandse industrie? Wat is de functie van het systeem van dijken en waterwerken? Hoeveel procent van het Nederlandse oppervlak bestaat uit water? Wanneer was de Afsluitdijk klaar? Hoeveel mensen wonen er gemiddeld per vierkante kilometer? Wat vormt de natuurlijke grens tussen het noorden en het zuiden?

Nederland Nederland is een klein land op het vasteland van West-Europa. Nederland grenst in het oosten aan Duitsland en in het zuiden aan België. De lengte van de landsgrens bedraagt 1027 km, terwijl de kustlijn 451 km lang is. Het grenst in het westen en noorden aan de Noordzee. In het noorden van het land ligt het IJsselmeer, een grote binnenzee die door de Afsluitdijk (voltooid in 1932) van de Waddenzee is afgesloten en sindsdien geen zeewater maar zoet water bevat. Een groot deel van Nederland is gevormd uit de delta van de Rijn, de Maas en de Schelde. De Maas en de Rijn vormen samen met de Waal, de Lek en de Merwede de grote rivieren, een rivierengebied dat een natuurlijke barrière tussen het noorden en zuiden van het land is. De eeuwenlange strijd tegen het water heeft een sterke invloed gehad op de inrichting van Nederland. Al sinds de Middeleeuwen zijn er langs de kust en de rivieren dijken aangelegd om het land tegen het water te beschermen. Grote stukken land zijn door de mens drooggelegd en gewonnen op het water. Deze gebieden noemen we polders. Nederland heeft een inwonertal van 16.515.057 (2009). Met een oppervlakte van 41.526 km2 heeft het land een hoge bevolkingsdichtheid van 397,7 inwoners per km2 (2009). Terwijl ruim 18% van het oppervlak uit water bestaat, ligt een groot deel van het land onder zeeniveau. Een systeem van dijken en waterwerken beschermt het land tegen het water. Nederland is verdeeld in twaalf provincies. De hoofdstad van het land is Amsterdam, de regeringszetel is Den Haag. De vier grootste steden zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Deze steden liggen in het westen van het land, maar geen enkele stad heeft meer dan één miljoen inwoners. Wel zijn er 21 steden die meer dan 100.000 inwoners hebben. Het gebied van de vier grote steden vormt de Randstad, een grote stedelijke agglomeratie. Hiertoe behoren onder andere ook de steden Delft, Leiden, Haarlem en Dordrecht. In het zuiden (in de provincie Noord-Brabant) liggen de steden Breda, Eindhoven, Helmond, ’s Hertogenbosch en Tilburg, ook wel Brabantstad genoemd. Met een bevolking van 1,5 miljoen mensen en 20% van de industriële productie van Nederland vormen de vijf steden van Brabantstad een van de belangrijkste stedelijke regio’s van Nederland. In het oosten zijn Arnhem-Nijmegen en EnschedeHengelo twee agglomeraties van kleinere omvang. Daarnaast zijn er nog enkele steden die een belangrijke regionale functie hebben, zoals Leeuwarden en Groningen in het noorden en Maastricht in het uiterste zuiden. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederland

56

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 57

Taalhulp Geografie het noorden het noordwesten het noordoosten het westen

het zuiden het zuidwesten het zuidoosten het oosten

IJsland ligt in Noord-Europa. Italië ligt in Zuid-Europa. Ten noorden van Duitsland ligt Denemarken. Frankrijk ligt ten westen van Zwitserland. Duitsland ligt ten oosten van Nederland. Nederland grenst in het oosten aan Duitsland.

Spanje ligt ten zuidwesten van Frankrijk. Oostenrijk ligt ten noordoosten van Italië. Polen ligt in het oosten van Europa. Groot-Brittannië ligt in het westen van Europa. Oostenrijk ligt in het midden van Europa.

N NO

NW

O

W ZW

IJsland

ZO Z

Finland Rusland

Zweden Noorwegen

Estland Letland

Ierland

Denemarken Litouwen

GrootBrittannië

Wit-Rusland Nederland België

Polen

Duitsland

Oekraïne Tsjechische Republiek

Luxemburg

Zwitserland Andorra

Portugal

Slowakije

Liechtenstein

Frankrijk

Monaco

Italië

Moldavië

Oostenrijk

Hongarije

Slovenië Kroatië

Roemenië

Bosnië Spanje

Servië Bulgarije Macedonië Albanië

Turkije

Griekenland

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

57


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 58

Spreken

Oefening 5

A Werk in tweetallen. Kijk naar de kaart van Nederland. Zijn de volgende beweringen waar of niet waar? 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

12

De provincie Zeeland ligt in het zuidoosten van Nederland. De stad Groningen is de hoofdstad van de provincie Groningen. De provincie Noord-Brabant ligt in het noorden van Nederland. Limburg is de meest zuidelijke provincie van Nederland. Utrecht ligt ten zuidoosten van Amsterdam. De rivier de Maas komt Nederland binnen vanuit Duitsland. Arnhem is de hoofdstad van de provincie Drenthe. De provincie Friesland ligt ten oosten van de provincie Groningen. Almere en Lelystad liggen in de provincie Flevoland. Haarlem is de hoofdstad van de provincie Noord-Holland. De afsluitdijk ligt tussen de provincies Noord-Holland en ZuidHolland. De rivier de Rijn komt Nederland binnen vanuit Duitsland.

B Beantwoord onderstaande vragen. Voorbeelden

Waar ligt de provincie Limburg? Limburg ligt in het zuidoosten van Nederland. Waar ligt Maastricht? Maastricht ligt in het zuidwesten van de provincie Limburg. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

58

Waar ligt de provincie Groningen? Waar ligt Rotterdam? Waar ligt de provincie Gelderland? Waar ligt Assen? Waar ligt de provincie Noord-Brabant? Waar ligt Haarlem? Waar ligt de provincie Overijssel? Waar ligt Duitsland? Waar ligt ’s Hertogenbosch? Waar ligt de provincie Zuid-Holland? Waar ligt Leeuwarden? Waar liggen de Waddeneilanden?

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


W a

sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 59

en land n ei e dd

Groningen Leeuwarden

Groningen

ijk

itd

u fsl

Friesland

A

Assen

Drenthe Noord-Holland Noordzee

Flevoland

Zwolle

Lelystad Amsterdam Haarlem

Gelderland

Utrecht Den Haag

Overijssel

Almere

Utrecht

Arnhem

Zuid-Holland

Duitsland Den Bosch Middelburg

Noord-Brabant

Zeeland Limburg

BelgiĂŤ Maastricht

Oefening 6

Werk in groepjes. Geef uw medecursisten informatie over uw eigen land. Maak eventueel een tekening of gebruik een kaart van uw land (in een atlas of op internet). Geef antwoord op de volgende vragen over uw land. 1 2 3 4 5 6 7 8

In welk werelddeel ligt het? Grenst het aan een zee of oceaan? Aan welke andere landen grenst het? Is het groter of kleiner dan Nederland? Is het dichtbevolkt of dunbevolkt? Wat is de hoofdstad van het land? Wat zijn de grootste steden? Hoe is het klimaat?

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

59


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 60

* Grammatica – oefening 40

Grammatica

Comparatief en superlatief (* Zie ook: De opmaat, thema 5) 1 comparatief = adjectief + -er ( + dan…) klein – kleiner lang – langer kort – korter

Nederland is kleiner dan Duitsland. In het noorden schijnt de zon langer dan in het zuiden. In de winter zijn de dagen korter dan in de zomer.

Let op de spelling bij de volgende voorbeelden:

Vergelijk

hoog – hoger laag – lager

Vandaag is de temperatuur hoger dan gisteren. Gisteren was de temperatuur lager dan vandaag.

dun – dunner dik – dikker

Een sigaret is dunner dan een sigaar. Een sigaar is dikker dan een sigaret.

sportief – sportiever wijs – wijzer

Vroeger was ik veel sportiever dan nu. Als je ouder wordt, word je ook wijzer.

duur – duurder ver – verder

Eten in een restaurant is duurder dan in een snackbar. Nederland ligt verder van Frankrijk dan van België.

A Dit jaar is de zomer warmer dan vorig jaar. B Dit jaar hebben we een warmere zomer dan vorig jaar. (de zomer) A Mijn land is groter dan Nederland. B Ik kom uit een groter land dan Nederland. (het land)

Regel

A comparatief als los woord eindigt op -er B een + comparatief + substantief: comparatief eindigt op -ere (artikel = de) of -er (artikel = het)

2 superlatief = het / de + adjectief + -ste klein – kleinste groot – grootste jong – jongste duur – duurste sportief – sportiefste Vergelijk

Utrecht is de kleinste provincie van Nederland. Amsterdam is de grootste stad van Nederland. De jongste provincie van Nederland is Flevoland. De duurste huizen van Nederland staan in Blaricum. Wie is de sportiefste speler van jullie team?

A Ik woon in de kleinste provincie van Nederland. B Van alle provincies in Nederland is mijn provincie het kleinst(e). A Amsterdam is de grootste stad van Nederland. B Van de vier grote steden is Amsterdam het grootst(e). A De jongste provincie van Nederland is Flevoland. B Van de twaalf provincies is Flevoland het jongst(e).

60

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 61

A In Blaricum staan de duurste huizen van Nederland. B De huizen in Blaricum zijn het duurst(e). A Wie is de sportiefste speler van jullie team? B Van alle spelers is Joris het sportiefst(e). Regel

A superlatief + substantief: de of het + ste B superlatief als los woord aan het eind: het + st(e) (het woord kan eindigen op -st of -ste. Allebei is goed.)

onregelmatige vormen: goed – beter – het best(e) veel – meer – het meest(e) weinig – minder – het minst(e) graag – liever – het liefst(e)

3 even … als / net zo … als In Groningen wonen even veel mensen als in Tilburg. In de maand november is het in Nederland net zo koud als in de maand maart.

4 Hoe …, hoe … Hoe warmer ik het krijg, hoe meer ik ga drinken. Hoe langer we in Nederland wonen, hoe leuker we het vinden. Let op de woordvolgorde: Hoe + bijzin, hoe + bijzin!

Spreken en schrijven Oefening 7 A Spreken: Werk in tweetallen. 1 Vergelijk de verschillende seizoenen in Nederland met elkaar: de winter, de lente / het voorjaar, de zomer, de herfst / het najaar. 2 Vergelijk het klimaat van uw land met dat van Nederland. U kunt de volgende woorden gebruiken (gebruik waar nodig de comparatief en de superlatief). het klimaat: koud, zacht, warm, heet, droog, nat, vochtig, regenachtig de temperatuur: hoog, laag het weer: stabiel, lekker, wisselvallig het daglicht: lang, kort, vroeg, laat, licht, donker uw mening: leuk, lekker, prettig, vervelend, saai B Schrijven: Schrijf een tekst van 100 woorden. U kunt kiezen uit de volgende onderwerpen: • Vergelijk het klimaat van uw land met dat van Nederland. • Beschrijf de geografie en het klimaat van uw land. Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

61


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 62

Schrijven

Oefening 8

Maak de zinnen af. Voorbeeld

hoe meer Nederlands ik begrijp . Hoe langer ik in Nederland woon, _________________________________________________________ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Luisteren

Hoe meer geld ik verdien, hoe ___________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Hoe warmer het wordt, hoe ________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Hoe harder we voor het examen leren, hoe _________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Hoe slechter de economische situatie is, hoe ______________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Hoe ouder je wordt, hoe ____________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Hoe __________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________ , hoe dikker je wordt. Hoe ___________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________ , hoe gelukkiger ik me voel. Hoe ___________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________ , hoe gezelliger het is op het feest. Hoe ___________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________ , hoe minder fouten je maakt. Hoe ___________________________________________________________________________________________________ ________________________________________ , hoe meer mensen er op een terrasje zitten.

Oefening 9 1

Luister naar het liedje Midzomernacht van Bløf. Welke vormen van de comparatief hoort u? Kruis de woorden aan. verder eerder korter krommer vrijer

blijer milder minder armer kalmer

mooier meer vermoeider moediger beter

heter dikker harder donkerder nieuwer

Weet u wat deze woorden betekenen? 2

62

Lees de tekst op de volgende pagina. Luister nog een keer naar het liedje. Over wie zingt de zanger? Wat wil de zanger uitdrukken?

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 63

Ik kijk verder nu de dag weer korter wordt ik ben vrijer al kom ik steeds meer tijd te kort Ik ben milder ik ben kalmer bovendien terwijl jij schreeuwde met je woorden en mij weer iets nieuws laat zien Je bent mooier dan ik jou ooit heb gezien je bent prachtig je bent meer dan ik verdien Je bent verder dan ik ooit zou kunnen zijn je bent moediger dan ik want je denkt nooit aan een eind Ik kijk verder naar de zee die voor ons ligt Ik voel beter dat ik vrij ben en dus nooit tot iets verplicht Ik ga veel verder, veel verder, veel verder dan ik ooit heb durven doen en ik raak niet meer in paniek want er is altijd weer die zoen Je bent mooier dan ik jou ooit heb gezien je bent prachtig je bent meer dan ik verdien Je komt dichtbij de volmaaktheid die ik altijd heb ontkend je bent moediger dan ik gewoon omdat je bij me bent Je bent mooier dan ik jou ooit heb gezien je bent prachtig je bent veel meer dan ik verdien Ik ga veel verder, veel verder, veel verder, veel verder dan ik ooit zou kunnen zijn je bent moediger dan ik want je denkt nooit aan een eind...

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

63


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 64

Taalhulp Het weer

Weersymbolen zonnig periode met zon zwaarbewolkt mist motregen ijzel regen sneeuw een enkele bui hagelbuien onweersbuien Bron: KNMI

Het regent. Het hagelt. Het stormt. Het sneeuwt. Het ijzelt. Het vriest. Het is mistig. De zon schijnt. Het is onbewolkt. Het is lichtbewolkt. Het is halfbewolkt. Het is zwaarbewolkt. Het is wisselvallig. Het is bewolkt.

64

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

Het is 12 graden. Het is min 3 graden. De temperatuur ligt onder / rond / boven het vriespunt. De wind waait uit noordelijke / oostelijke / zuidelijke / westelijke richting. windkracht 4 de opklaring de winter de lente / het voorjaar de zomer de herfst / het najaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 65

Praten over het weer: Hoe is het weer bij jullie?

Goed! Lekker! Het is lekker weer. Fantastisch! Heerlijk! Het kan niet beter. Wat een heerlijk weertje, hè! Het is een stuk opgeknapt, beter dan gisteren. Het is stralend weer. De zon schijnt volop en de lucht is strak blauw.

Luisteren

Redelijk. Het is redelijk weer hier. Het gaat wel. Ach, het kon slechter. Nou, het houdt niet over. Het is nog wat fris voor de tijd van het jaar. Het wordt al iets beter.

Slecht! Waardeloos! Wat een rotweer! Het is kloteweer! Het blijft maar regenen. Het is veel te koud voor de tijd van het jaar. Ik baal van de kou! Waar blijft die zomer? Het is bloedheet! Ik word gek van die hitte! Het is zo grijs, ik word er depressief van.

Oefening 10

A Luister naar het weerbericht. Welke weerkaart hoort bij dit bericht?

kaart 1

8 8

6 14

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

65


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 66

kaart 2

8 6

10 14

kaart 3

6 6

8 10

66

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 67

B Lees de vragen. Luister nog een keer naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Waar schijnt de zon vandaag het meest? a in het noorden van Nederland b in het zuiden van Nederland c in het westen van Nederland

2

U woont in Den Haag en u gaat vanavond naar het theater. Het theater is vlak bij uw huis, dus gaat u te voet. Moet u een paraplu meenemen? a ja b nee

3

Welke temperaturen worden er verwacht? a in het noorden: ___________________________________ graden. b in het westen: ___________________________________ graden. c in het zuiden: ___________________________________ graden.

C Werk in tweetallen. Wat zegt u? 1

2

3

Luisteren

U woont in het noorden van Nederland. Een vriend vraagt: ‘Hoe is het weer bij jullie vandaag?’ Wat zegt u? U woont in het westen van Nederland. Een vriend vraagt: ‘Hoe is het weer bij jullie vandaag?’ Wat zegt u? U woont in het zuiden van Nederland. Een vriend vraagt: ‘Hoe is het weer bij jullie vandaag?’ Wat zegt u?

Oefening 11

Kijk en/of luister nu zelf naar een actueel weerbericht op televisie, radio of internet. Maak notities en vul de volgende tabel in (wat van toepassing is). datum

temperatuur: neerslag: middag / nacht regen, sneeuw, hagel

bewolking: onbewolkt, licht bewolkt, zwaar bewolkt

windrichting + windkracht

vooruitzichten komende dagen

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

67


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 68

Vocabulaire Oefening 12 A Maak de goede combinaties. Gebruik uw woordenboek. Voorbeeld

de hagel 1 2 3 4 5

wisselvallig standvastig het onweer miezeren hozen

regen van ijs hard regenen zacht regenen veranderlijk stabiel donder en bliksem

B Welke woorden horen bij elkaar? Voorbeeld

koud: bibberen – fris – de sneeuw – vriezen – het ijs bewolkt – bibberen – blauw – droog – fris – glad – grijs – heet – helder – hozen – miezeren – nat – de orkaan – de parasol – de paraplu – plenzen – de sneeuw – snikheet – stormen – vochtig – vriezen – waaien – het ijs – de zon – zweten 1 2 3 4

regen warm wind lucht

C Welke werkwoorden horen bij de substantieven? Voorbeeld

de maan: opkomen – ondergaan – schijnen aantrekken – branden – dooien – dwarrelen – gaan liggen – hozen – ondergaan – opkomen – plenzen – razen – schijnen – smelten – vallen – waaien 1 2 3 4 5

de sneeuw de wind de storm de regen de zon

D Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

2

3

4

68

Waarom weten we niet hoeveel woorden Eskimo’s hebben voor het begrip ‘sneeuw’? Waarom hebben Albanezen zoveel verschillende woorden voor het begrip ‘snor’? Waarom hadden Eskimo’s vroeger geen woord voor het begrip ‘zonnebrand’? De Eskimo’s hebben de meeste woorden voor ‘sneeuw’, maar ook in het Nederlands zijn veel woorden voor soorten sneeuw. U vindt ze aan het einde van de tekst. Begrijpt u wat ze betekenen? Gebruik een woordenboek of vraag het aan een Nederlander.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 69

5

6 7

Het Nederlands heeft ook veel verschillende woorden (substantieven, adjectieven, werkwoorden) die gaan over ‘regen’ en ‘wind’. Hierboven (in oefening 12A-B-C) zijn er een paar genoemd. Kunt u nog meer woorden vinden? Gebruik een woordenboek of vraag ze aan een Nederlander. Voor welk begrip heeft uw taal veel verschillende woorden? Voor welk begrip kent u zelf veel verschillende woorden?

Woorden voor sneeuw Eskimo’s hebben wel honderd woorden voor ‘sneeuw’. De vraag hoeveel sneeuwwoorden de Eskimo’s precies kennen, kunnen taalkundigen niet beantwoorden omdat er verschillende Eskimotalen zijn. Eskimo’s hebben heel veel woorden die op de een of andere manier met sneeuw te maken hebben. Voor dingen die belangrijk zijn in je leven, heb je namelijk veel woorden nodig. Iemand die koeien houdt, gebruikt veel koeienwoorden. In het Albanese woordenboek staan 27 woorden voor verschillende soorten snorren. Andersom komt ook voor. Als je niet weet wat gezelligheid is, heb je er ook geen woord voor. Zo hadden Eskimo’s tot voor kort geen woord voor ‘zonnebrand’. Zo zijn er ook talen die geen woord voor ‘sneeuw’ kennen. Het Nederlands heeft echter sneeuwwoorden in overvloed. Wij hebben pak-, plak-, stuif- en papsneeuw. Ook hebben we poeder-, drift-, jacht-, dwarrel-, korrel- en motsneeuw. Bron: http://www.nu.nl/column-dinsdag/2160307/woorden-sneeuw.html

Spreken

Oefening 13

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3

Wat voor weer was het gisteren? Wat voor weer is het vandaag? Kijk naar de volgende weersverwachting. Wat voor weer wordt het morgen in Nederland?

1 0

0 0

4 5 6

Wat is uw favoriete seizoen? Noem twee argumenten. Wat vindt u van de Nederlandse winters? Wat vindt u van de Nederlandse zomers? Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

69


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 70

7 8

Luisteren

Lijkt het u leuk om aan een rivier te wonen? Waarom? Beschrijf de woning op de foto hieronder. Lijkt het u leuk om in de woning van de illustratie te wonen?

Oefening 14

Lees de vragen. Kijk en luister naar een fragment van het journaal. Beantwoord de vragen. 1 2 3

Wat is er aan de hand? Wat is de oorzaak van het probleem? Voor wie is deze situatie een probleem? Waarom?

Vocabulaire Oefening 15 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. Ze zijn onderstreept in de tekst van oefening 16. afsluiten aldus

de ANWB

blazen de bliksem

70

dichtdoen, zorgen dat iets dicht is Als ik naar mijn werk ga, sluit ik mijn huis goed af. volgens De economische crisis is bijna voorbij, aldus de minister van FinanciĂŤn. Algemene Nederlandse WielrijdersBond, een Nederlandse organisatie voor weggebruikers en toeristen De ANWB is verantwoordelijk voor de borden langs de wegen en helpt mensen die pech krijgen onderweg. met ronde lippen lucht hard uit je mond laten gaan Bij een alcoholcontrole moest ik blazen. het korte felle licht dat je in de lucht ziet als het onweert Bij bliksem kan je beter naar binnen gaan. Je moet in ieder geval niet onder een boom gaan staan. Dat is gevaarlijk.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 71

botsen diverse

enkel(e)

gepaard gaan met het herstel inmiddels

onderbreken

oplopen de overstroming

het spoor de tak

teisteren

vastlopen

hard tegen iemand of iets aankomen Vanochtend zijn er twee treinen tegen elkaar gebotst. verschillende Op de menukaart staan diverse visgerechten: zalm, kabeljauw, tong en paling. een paar Gisteren hebben we enkele Nederlandstalige cd’s gekocht: van Guus Meeuwis, Marco Borsato en André Hazes. samengaan met Haar hoofdpijn gaat meestal ook gepaard met misselijkheid. de reparatie Het herstel van het fietspad zal enkele dagen duren. intussen We hebben nu vijf maanden les. Inmiddels spreken we al best goed Nederlands. pauzeren, even stoppen met iets Willem onderbreekt zijn werk om 10.00 uur altijd even voor een kopje koffie. steeds meer worden De temperatuur loopt vandaag tot 25 graden op. de situatie dat er te veel water uit zeeën en rivieren op het land is gekomen Bij de overstroming in Pakistan hebben miljoenen mensen hun huis verloren. de ijzeren banen waarover een trein rijdt De intercity naar Rotterdam vertrekt van spoor 8. een deel van een boom dat uit de stam of een andere tak groeit Er zit een vogel op de dikke tak van de boom. veel last veroorzaken De extreme kou teistert Amerika. Bussen en treinen rijden op dit moment niet. in een moeilijke situatie komen en daardoor niet meer verder kunnen Toen ik de tekst wilde printen, liep de computer vast.

Vul de woorden uit de woordenlijst in de juiste vorm in de juiste zin in. 1

2

3

4

5

6

We wonen nu ruim een jaar in Amersfoort. We hebben __________________________ veel nieuwe mensen ontmoet. Tussen Utrecht en Amsterdam werkt de NS dit weekend aan het ____________________________ . Daarom rijden er geen treinen maar bussen op dit traject. Het bedrijf moet vijftig medewerkers ontslaan, ____________________________ de directie. In de rij bij de kassa ____________________________ iemand met een karretje tegen me aan. Dat deed pijn! Extreme sneeuwval ____________________________ de provincie Friesland. De provincie adviseert mensen om thuis te blijven en niet de weg op te gaan. Het was ’s avonds erg slecht weer. Het regende en onweerde. De lucht was donker maar de ____________________________ verlichtte een paar keer de hele straat. Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

71


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 72

7

8 9

10

11

12

13

14

15

16

17 18

Lezen

Een verhuizing ____________________________ vaak ____________________________ ____________________________ veel stress. Als je trompet speelt, moet je hard kunnen ____________________________ . In 1953 kende de provincie Zeeland een grote ____________________________ . Bijna tweeduizend mensen zijn toen verdronken. Ik moest het telefoongesprek even ____________________________ om mijn collega advies te vragen. We hebben net alle spullen uit de auto gehaald. Peter heeft daarna de auto ____________________________ . De gemeente heeft de riolering in onze straat vernieuwd. Het ____________________________ van het wegdek is bijna klaar. Gisteravond wilde ik een film zien. Toen ik de dvd in de recorder deed, ____________________________ de recorder ____________________________ . Ik heb hem toen maar helemaal uitgezet. Matthias heeft al ____________________________ landen in de wereld bezocht. Hij is onder andere in Griekenland, Egypte, BraziliĂŤ, Thailand en Canada geweest. De kosten voor een universitaire studie ____________________________ elk jaar verder ____________________________ omdat het collegegeld elk jaar wordt verhoogd. Ik ben lid van de ____________________________ . Als ik pech heb met mijn auto, bel ik de Wegenwacht. Als het stormt, breken er veel ____________________________ van de bomen. ____________________________ weken geleden zijn we naar Parijs geweest. Het was fantastisch!

Oefening 16

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

72

1

Waarom stond er dinsdagochtend 350 kilometer file op de snelwegen? a Omdat het slecht weer was. b Omdat er ongelukken waren gebeurd. c Omdat het de nacht daarvoor slecht weer was geweest.

2

Waarom zijn verschillende snelwegen afgesloten? a Omdat er lange files stonden. b Omdat er water op de weg stond. c Omdat er ongelukken waren gebeurd.

3

Wat was de oorzaak van de file tussen Den Bosch en Utrecht? a water b de wind c een overstroming

4

Hoeveel vertraging kan een treinreiziger dinsdag hebben? a De vertraging is maximaal een uur. b De vertraging is minimaal een uur. c De vertraging kan meer dan een uur zijn.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 73

5

Waarom zijn er problemen met de elektriciteit bij de spoorwegen? a door onweer b door zware regenval c door windstoten

6

Laat op de kaart van Nederland op pagina 59 zien hoe het slechte weer zich over Nederland verspreid heeft.

Noodweer teistert verkeer ANP – Het verkeer had dinsdagochtend op diverse plaatsen last van de gevolgen van het noodweer dat in de nacht van maandag op dinsdag over Nederland was getrokken. Rond acht uur stond er bijna 350 kilometer file op de snelwegen, aldus de ANWB. Door wateroverlast sloot de politie de A20 bij het Kleinpolderplein in Rotterdam in beide richtingen af. Op de A10 ontstond een overstroming tussen de afslagen IJmuiden en Geuzenveld waardoor de politie de weg moest afsluiten. Inmiddels is weer één rijstrook open. De verwachting is dat het water pas in de loop van de middag weg is. Tussen Den Bosch en Utrecht liep het verkeer vast door een vangrail die op de weg was geblazen en waar een auto op was gebotst. De file groeide tot meer dan 30 kilometer. Ook het treinverkeer heeft flinke last van het noodweer. De vertragingen kunnen oplopen tot ruim een uur. Op het spoor liggen veel takken en soms hele bomen. Door de bliksem is de stroomvoorziening aan de bovenleidingen op veel plaatsen onderbroken. Het herstel daarvan kan nog wel enkele uren duren. Het noodweer gaat gepaard met onweer, zware regenval en windstoten tot 105 kilometer per uur. Het zware weer trok vanaf ongeveer middernacht vanuit het zuiden over het land naar het noorden. Bron: http://www.nu.nl/algemeen/1969242/noodweer-teistert-verkeer.html

Vocabulaire Oefening 17 In de tekst Noodweer teistert verkeer staan samengestelde woorden. Het artikel van een samengesteld woord is hetzelfde als het artikel van het laatste woord van de samenstelling. Uit welke woorden bestaan deze samengestelde woorden? Weet u wat de woorden betekenen? Voorbeeld

het noodweer: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

de snelweg de wateroverlast de rijstrook de vangrail het treinverkeer de stroomvoorziening de bovenleiding de regenval de windstoten

________________________________ de nood

– ________________________________ het weer

________________________________

– – – – – – – – –

________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________

________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________ ________________________________

Kent u nog andere samengestelde woorden? Voorbeeld

het woordenboek:

het woord ________________________________

het boek – ________________________________

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

73


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 74

* Grammatica – oefening 11, 12, 13, 14

Grammatica

Separabele verba (* zie ook: De opmaat, thema 7) Een separabel verbum bestaat uit een prefix en een basisverbum. In de infinitief is het prefix het eerste deel van het woord. Het woordaccent valt op het prefix. Voorbeelden

afsluiten, vastlopen, oplopen, aankomen, uittrekken… In het participium is het prefix ook het eerste deel van het woord.

Voorbeelden

afgesloten, vastgelopen, opgelopen, aangekomen, uitgetrokken…

A presens één verbum: prefix gescheiden van het verbum, aan het einde van de zin De politie sluit de A2 af. Het verkeer loopt nog steeds vast. Loopt de vertraging tussen Nijmegen en Arnhem nog verder op? Let op

In de bijzin zijn prefix en verbum niet gescheiden! Hij zegt dat de politie de A2 afsluit. Ik geloof dat het verkeer nog steeds vastloopt. We hopen dat de vertraging tussen Nijmegen en Arnhem niet verder oploopt. twee verba: verbum + infinitief De politie moet de A2 afsluiten. Het verkeer kan nog steeds vastlopen. Zal de vertraging tussen Nijmegen en Arnhem nog verder oplopen? Imperatief: prefix gescheiden van het verbum, aan het eind van de zin Sluit de A2 af! te + infinitief De politie heeft de opdracht gekregen om de A2 af te sluiten.

B imperfectum één verbum: prefix gescheiden van het verbum, aan het einde van de zin De politie sloot de A2 af. Het verkeer liep weer vast.

74

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 75

Let op

In de bijzin zijn prefix en verbum niet gescheiden! Hij zei dat de politie de A2 afsloot. Ik hoorde dat het verkeer weer vastliep.

C perfectum twee verba: auxiliair (‘hebben’ of ‘zijn’) + participium De politie heeft de A2 afgesloten. Het verkeer is weer vastgelopen. Is de vertraging tussen Nijmegen en Arnhem verder opgelopen? In de bijzin staan de twee verba samen aan het einde van de zin. De volgorde van de verba onderling is dan variabel. Er zijn twee mogelijkheden: Hij zegt dat de politie de A2 heeft afgesloten. Of: Hij zegt dat de politie de A2 afgesloten heeft.

Niet-separabele verba Niet-separabele verba hebben een prefix zonder accent. Voorbeelden

onderbreken, onderzoeken, ontdekken, omschrijven, voorspellen Deze verba worden in presens en in imperfectum niet gescheiden.

Voorbeelden

De docent onderbreekt de discussie. Ik hoop dat de docent de discussie onderbreekt. Ons team onderzocht de werking van een nieuw medicijn. We lazen in de krant dat jullie team de werking van een nieuwe medicijn onderzocht. In perfectum krijgt het participium geen ge- voor de stam.

Voorbeelden

Columbus heeft in 1492 Amerika ontdekt. We hebben op de basisschool geleerd dat Columbus in 1492 Amerika heeft ontdekt. Piet Paulusma heeft voor vandaag regen voorspeld. Ik hoorde dat Piet Paulusma voor vandaag regen voorspeld heeft.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

75


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 76

Oefening 18

A Vul het verbum in het presens in. Voorbeeld

(afgeven)

1

De postbode het pakketje bij de buren. geeft het pakketje bij de buren ___________ af . De postbode ____________________

(aandoen) Wat je naar het feestje? _________________________________________________________________________________________________________

2

3

(voorspellen) Omdat de weerman mooi weer, neem ik morgen een dagje vrij. ____________________________________________________________________________________________________ (terugbrengen) Hij morgen mijn fiets. _________________________________________________________________________________________________________

4

(invullen) Als u nu het formulier, kan ik u meteen inschrijven. _________________________________________________________________________________________________________

5

(uitgeven) Carla veel geld aan kleding. _________________________________________________________________________________________________________

B Vul het verbum in het imperfectum in. Voorbeeld

(uitlaten)

1

Mijn vader vroeger de hond elke dag twee keer . liet vroeger de hond elke dag twee keer ________ uit . Mijn vader ___________

(uitslapen) In het weekend we altijd tot 10.00 uur. _________________________________________________________________________________________________________

2

(aflopen) Het verhaal slecht. _________________________________________________________________________________________________________

3

(onderzoeken) De specialist de patiĂŤnt. _________________________________________________________________________________________________________

4

(aanraden) De docent de cursisten dit woordenboek. _________________________________________________________________________________________________________

5

(aankomen) Omdat de trein tien minuten te laat op Utrecht CS, misten

we onze aansluiting naar Zwolle. _________________________________________________________________________________________________________

C Vul het verbum in het perfectum in. Voorbeeld

(uitvinden)

1

Wie de telefoon ? heeft uitgevonden ? de telefoon ____________________________ Wie ____________________

(afzeggen) Ik de afspraak bij de tandarts. _________________________________________________________________________________________________________

2

(schoonmaken) jij de badkamer al? _________________________________________________________________________________________________________

3

(herkansen) Twee cursisten de test. _________________________________________________________________________________________________________

4

(afkijken) Bij een toets Johan weleens. _________________________________________________________________________________________________________

5

(opvoeden) je ouders je streng? _________________________________________________________________________________________________________

76

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 77

Oefening 19

Werk in tweetallen. Geef antwoord op onderstaande vragen. Antwoord in hele zinnen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Spreken

Hebben jullie de hond uitgelaten? Wanneer heeft u het huiswerk ingeleverd? Wie nodigen jullie voor het feest uit? Kunt u alle namen van uw medecursisten onthouden? Geeft u de boodschap aan Anna door? Zet u de verwarming uit, als u naar buiten gaat? Tot hoe laat bleef u als kind op? Wie belde u net op? Wat zijn jullie weleens kwijtgeraakt? Wanneer maakt u de badkamer schoon? Wilt u deze kopie even doorgeven? Wat raadt u anderen aan? Kunt u uw landgenoten omschrijven? Hebben jullie de eerste thema’s al herhaald? Wat moet u nog uitzoeken?

Oefening 20

Werk in tweetallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4

Wat doet u graag in de winter? Wat vindt u van schaatsen? Een vriend nodigt u uit om samen te gaan schaatsen. Wat zegt u? Beschrijf de afbeelding hieronder. Wat ziet u? Noem zo veel mogelijk details.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

77


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 78

Vocabulaire Oefening 21 Kijk naar de omschrijving van de volgende woorden. Ze zijn onderstreept in de tekst van oefening 22. de deskundige

de expert, iemand die veel over een onderwerp weet Mijn oom is een deskundige op het gebied van de klimaatveranderingen. echter maar Ons team heeft dit jaar hard getraind. We zijn echter geen kampioen geworden. fanatiek overdreven fel met iets bezig zijn Michel is bij het basketballen altijd erg fanatiek. markeren met een teken duidelijk maken waar iets is De docent markeert de fouten in de oefening met een rode pen. de omstandigheid een feit dat invloed heeft op een situatie De omstandigheden bij mij thuis waren niet ideaal. We woonden met z’n zessen in een klein huis zonder tuin of balkon. plaatselijk lokaal, op een bepaalde plaats, niet overal Vanavond kan er een plaatselijke bui vallen. rekening houden met je gedrag aanpassen aan iets of iemand De buren houden zo veel mogelijk rekening met elkaar. de route de weg ergens heen Je kan de wandelroute volgen door de rode bordjes te volgen. de toertocht een rit met een motorclub, fietsclub, skateclub of schaatsclub Zondag fietsen we een toertocht van 45 kilometer. vereisen beslist nodig hebben, eisen, vergen Als je een Nederlandstalige opleiding aan de universiteit wil volgen, is het Staatsexamen NT2 vereist.

Vul de woorden uit de woordenlijst in de juiste vorm in de juiste zin in. 1

2

3

4 5

6

7

8

78

Mijn zonen spelen bij de ____________________________ voetbalclub. Ze kunnen op de fiets naar de trainingen. Als u vragen over uw hypotheek hebt, kunt u ze het best aan een ____________________________ stellen. Welke ____________________________ neem jij naar het station: via het park of via de markt? In de tekst ____________________________ ik nieuwe woorden met een gele stift. Als het blijft vriezen, kunnen we zaterdag een ____________________________ op natuurijs maken. Als ze een spelletje spelen, is Sophie altijd erg ____________________________ . Ze kan namelijk niet goed tegen haar verlies. De ____________________________ in ons dorp zijn niet zo best. Bijna alle winkels zijn verdwenen en sinds kort rijden er nog maar vier bussen per dag. We hadden ons erg verheugd op onze vakantie naar Spanje. De omgeving was prachtig. Het hotel viel ____________________________ tegen.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 79

9

10

Lezen

Een taal leren ____________________________ veel discipline. Je moet elke dag actief bezig zijn met de taal. In de gang moeten we stil zijn want we moeten ____________________________ ____________________________ ____________________________ examenkandidaten die in lokaal 1.10 een geschiedenisexamen maken.

Oefening 22

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

In 2008 kon men in Nederland op natuurijs schaatsen. In welk jaar kon dat ook? a 1988 b 1998 c 2003 d 2007

2

Wat is het probleem als het ijs 5 cm dik is? a Dat ijs is niet sterk genoeg. b Dat ijs is niet sterk genoeg voor een groep mensen. c Dat ijs is niet sterk genoeg voor een volwassene.

3

Wat doen deskundigen van de schaatsbond KNSB? ____________________________

4

Welke tips krijgen fanatieke schaatsers?

Openbare ijsvloer nog onveilig In 2008 kon er na tien jaar weer op natuurijs geschaatst worden in Nederland. Deskundigen maakten zich echter zorgen over de veiligheid op het ijs. Vijf centimeter ijs is genoeg om een persoon van 70 kilo te dragen, maar wat als daar veel mensen op gaan staan? De schaatsbond KNSB adviseerde schaatsers alleen aan een toertocht te beginnen als de route was gecontroleerd door deskundigen van de bond. Die houden rekening met grote aantallen deelnemers en markeren de gevaarlijke plekken. Een tocht vereist 10 tot 12 centimeter ijs. Voor fanatieke schaatsers zijn de volgende tips belangrijk: • Ga nooit alleen. • Informeer eerst naar de plaatselijke omstandigheden. • Vertel anderen waar je naartoe gaat. • Steek geen brede rivieren en meren over. • Schaats niet in het donker of in de mist. Bron: http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1114559.ece/Openbare_ijsvloer_nog_onveilig

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

79


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 80

* Grammatica – oefening 17

Grammatica

Manieren van instructie / een opdracht geven (* zie ook: De opmaat, thema 7)

A Wil je … ? / Wilt u …? / Willen jullie …? Kun je …? / Kunt u …? / Kunnen jullie …? Wil je schaatsen voor me meenemen? Kunt u me helpen? Kunnen jullie me met de auto ophalen? Deze vragen zijn bedoeld als (indirecte) opdrachten. De spreker verwacht geen negatieve reactie.

B Je moet … / U moet … / Jullie moeten … Je moet schaatsen voor me meenemen. U moet me helpen. Jullie moeten me met de auto ophalen.

C Imperatief Neem schaatsen voor me mee! Helpt u me! Haal me met de auto op! Imperatief + eens …, eens even …, maar …, maar even Vergelijk

A

B

Neem een touw mee! Neem schaatsen voor me mee! Haal haar op! Kom binnen!

Neem maar een touw mee. Neem eens even schaatsen voor me mee. Haal haar eens op. Kom maar even binnen.

In de A-zinnen is de instructie heel direct, als een bevel, een commando. In de B-zinnen is de instructie vriendelijker, als een verzoek of uitnodiging.

80

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 81

Oefening 23

A U gaat luisteren naar het liedje Pa van de groep Doe Maar. In het couplet staan 9 zinnen in de imperatief. Welke van de onderstaande zinnen hoort u? Zet ze in de goede volgorde. _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________ _________

Doe de deur dicht! Was eerst je handen! Stel je netjes voor! Bereid je goed voor! Zeg u! Doe een das om! Kam je haren! Knip je haren! Zet een muts op! Blijf niet hangen! Geef eerst een hand! Eet zoals het hoort! Eet niet te veel! Denk aan je tante! Denk aan je tanden! Knoop je jas dicht! Spreek nette woorden! Spreek met twee woorden!

B Lees de vragen. Luister nog een keer naar het liedje terwijl u de tekst ervan hieronder leest. Beantwoord de vragen. 1 Hoe ziet het leven van de zanger eruit? 2 Wat is boodschap van de zanger voor zijn vader? Zoals je daar nu zit, je haren bijna wit De rimpels op je handen Zo vriendelijk en zacht, wie had dat ooit gedacht Je bent zoveel veranderd Ik werd niet wat je wou, maar papa luister nou Ik doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht Je was heel wat van plan, maar daar kwam weinig van Ik lever geen prestaties Ik heb niet veel geleerd, deed alles net verkeerd Heb moeite met relaties Ik loop niet in de rij, ik breek en vecht me vrij En doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u (u u u...) Ik sta hier en ik zing, ik doe gewoon mijn ding Dat moet je accepteren

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

81


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 82

Ach luister nou toch pa, het is nog niet te laat Want leven kun je leren Ik weet niet waar ik sta, loop niemand achterna Maar doe de dingen die ik doe met mijn ogen dicht Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u (u u u) Aahh ah’aahh Aahh ah’aahh Aahh ah’aahh

Grammatica Oefening 24 Werk in tweetallen. Geef instructies. 1 2 3 4

82

Vertel hoe iemand zich kan inschrijven voor een cursus Nederlands. Vertel een nieuwe cursist in uw groep wat hij/zij moet doen. Vertel hoe iemand naar uw land kan reizen. Vertel wat iemand moet doen als hij zich niet goed voelt.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 83

Spreken

Oefening 25

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4

5 6 7

8 9 10

Wat voor weer is het vandaag? Waar ligt uw woonplaats? Wat doet u als het onweert? Noem twee geografische verschillen tussen uw eigen land en Nederland. Waar ligt de provincie Gelderland? Wilt u op een woonboot wonen? Noem twee argumenten. Vrienden vragen u: ‘Ga je morgen met ons op natuurijs schaatsen?’ Wat zegt u? Uw vrienden gaan op natuurijs schaatsen. Geef uw vrienden drie tips. Wat doet u graag? Kijk naar deze illustratie. Beschrijf de illustratie.

Thema 3 Weer en geografie: Hoe is het weer bij jullie?

83


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 84

4

84

Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 85

Spreken

Oefening 1

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1

Op welk manier(en) communiceert u met: • uw familie • uw vrienden • uw collega’s of medecursisten • uw docent

2

Bespreek onderstaande media. Gebruikt u ze? Wanneer? Hoe vaak? Met welk doel? • de radio • de televisie • de krant • tijdschriften • internet

Vocabulaire Oefening 2 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. De woorden zijn onderstreept in de tekst van oefening 3. de kanttekening

de aanbeveling

het medium / de media

conservatief

raadplegen

op de hoogte van iets blijven de gespreksstof

een kleine opmerking, een puntje van kritiek Ik vond het een mooie film, met de kanttekening dat hij wel iets te lang was. een advies (om iets te doen) Ik heb enkele aanbevelingen voor je om je Nederlands te verbeteren. een middel voor het geven van informatie, zoals een radio, krant of televisie. Om het nieuws te volgen, gebruiken jongeren verschillende media. behoudend / als je niet van veranderingen houdt Op het gebied van het nieuws zijn ouderen erg conservatief: ze volgen het nieuws via de krant en bijna niet via internet. informatie opzoeken in een woordenboek, encyclopedie, enz. Ik raadpleeg mijn woordenboek als ik een woord niet begrijp. zorgen dat je de meest recente informatie weet Ella leest elke dag de krant om op de hoogte te blijven van het nieuws. de dingen waar je over praat De nieuwe verkiezingen geven genoeg gespreksstof. Iedereen praat erover.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

85


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 86

de bruikbaarheid

de loopbaan

de hangjongeren

onderscheiden

degene(n) die …

de gedachtegang

aandacht aan iets/ iemand schenken

hoe goed je iets kan gebruiken Er is nu een onderzoek naar de bruikbaarheid van gps-systemen voor fietsers. de carrière Je bent nu assistent-manager. Hoe zie jij je verdere loopbaan voor je? jongeren die in een groepje op straat bij elkaar blijven staan en voor problemen zorgen Hangjongeren zorgen in het speeltuintje voor problemen omdat ze lawaai maken en hun rotzooi niet opruimen. in categorieën of groepen indelen In de filmwereld onderscheiden we verschillende filmgenres. de persoon die …/ de personen die … Degenen die een cursus willen volgen, moeten zich op tijd inschrijven. de manier van denken, de redenering Ik kan de gedachtegang van Geert Wilders over de islam niet goed volgen. aandacht aan iets/iemand besteden De docent moet veel aandacht schenken aan zijn cursisten.

Vul de woorden uit het schema in de goede vorm in onderstaande zinnen in. 1

2

3

4 5 6

7

8

9

10 11

12

13

14

86

De geheime relatie tussen de docent en de leerling leverde veel ____________________________ op. Het plan voor zijn ____________________________ is duidelijk: hij wil advocaat worden. ____________________________ ____________________________ Nt2-examen wil doen, kan zich via een bepaalde website aanmelden. Als Fatima iets niet weet, ____________________________ ze altijd het internet. Zij wijzen elke vorm van vernieuwing af. Ze zijn zo ___________________________ ! Omdat mijn vader parttime werkte, kon hij veel ____________________________ ____________________________ aan zijn kinderen. Wat vind je van de ____________________________ van dat woordenboek? Kun je er snel de goede informatie in vinden? Bij de resultaten van het onderzoek plaatste de docent een ____________________________ omdat er geen controlegroep was. Via welke ____________________________ blijf jij het liefst op de hoogte van het nieuws? In veel grote steden zorgen _____________________________________________ voor overlast. Je werkstuk is uitstekend! Ik heb nog wel één ____________________________ : voeg wat meer plaatjes toe. Wat doe jij om ____________________________ ____________________________ ____________________________ te ____________________________ van het nieuws? Binnen het middelbaar onderwijs kunnen we een aantal schooltypes ____________________________ . Peter vindt dat vrouwen beter thuis voor hun kinderen kunnen zorgen. Wat vind jij van die ____________________________ ?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 87

Lezen

Oefening 3

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Zet de volgende kopjes boven de juiste fragmenten in het artikel: toekomst – niet herkenbaar – aanbevelingen – conservatief – media

2

Wat is het doel van deze tekst? a Jongeren overtuigen om meer kranten te gaan lezen. b De lezer amuseren met een tekst over het succes van kranten. c De lezer informeren dat jongeren geen kranten meer lezen. d De lezer informeren over de interesse van jongeren voor kranten.

Lees voor vraag 3 de tekst onder kopje 1. 3

Welke conclusie kunnen we trekken over de mening van jongeren over kranten? a Jongeren zijn te conservatief om een krant te lezen. b Jongeren hebben nog steeds wel interesse in kranten. c Het nieuws in kranten interesseert jongeren niet.

Lees voor vraag 4, 5 en 6 de tekst onder kopje 2. 4

Welke vier middelen noemt men om nieuws te verspreiden? __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

5

Om welke twee redenen vinden jongeren het nieuws belangrijk? __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

6

Welke van de volgende stellingen is niet waar? a De meeste jongeren willen geen nieuws op hun mobiele telefoon ontvangen. b Veel jongeren vinden het belangrijk om zelf nieuws te maken. c Jongeren hebben geen behoefte aan speciale pagina’s voor jongeren. d Meer dan de helft van de jongeren leest regelmatig de krant.

Lees voor vraag 7 de tekst onder kopje 3. 7

Om welke twee redenen zijn kranten niet populair onder jongeren? __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

Lees voor vraag 8 de tekst onder kopje 4. 8

Noem drie aanbevelingen van de onderzoekers aan de krantensector om jongeren beter te bereiken. __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

87


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 88

Lees voor vraag 9 de tekst onder kopje 5. 9

Hebben kranten een toekomst bij jongeren, volgens de onderzoekers? __________________________________________________________________________________________________________

Jongere ziet belang van krant Jongeren vinden nieuws nog altijd belangrijk. Dat blijkt uit het onderzoek Jongeren, nieuwsmedia & betrokkenheid. Toch zijn er kanttekeningen. ‘Jongeren herkennen zich niet in de krant.’ De interesse voor nieuws onder jongeren is nog niet verdwenen. Dat is één van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek. De onderzoekers doen naar aanleiding van de uitkomsten aanbevelingen aan de journalistiek. 1 ________________________________________________________________________________________________________________________________

Ruim duizend Nederlandse jongeren van 15 tot 29 jaar oud hebben hun mening gegeven over de nieuwsmedia, vooral over kranten. Wat blijkt? Het idee dat jongeren geen interesse hebben in kranten klopt niet. Jongeren blijken toch conservatiever dan je denkt. 2 ________________________________________________________________________________________________________________________________

De televisie is de belangrijkste bron voor nieuws en informatie. Toch lezen drie van de vijf jongeren regelmatig de papieren krant, zowel betaald als gratis. Ook raadplegen ze internet en radio om op de hoogte te blijven. Een derde van de respondenten vindt nieuws volgen belangrijk. Het belang ligt vooral in de gespreksstof die het oplevert voor thuis of met vrienden en in de bruikbaarheid voor de studie of loopbaan. Nieuws op het mobiel? Daar bestaat weinig enthousiasme voor onder de ondervraagde jongeren. Ook willen ze geen aparte benadering, in de vorm van speciale jongerenpagina’s. Daarnaast ziet slechts één op de zestien jongeren het belang van zelf nieuws maken. 3 ________________________________________________________________________________________________________________________________

Waarom hebben nieuwsmedia, voornamelijk kranten, het dan zo moeilijk de jongere te bereiken? ‘Daar is niet één reden voor te geven’, meent een onderzoeker. ‘De respondenten gaven bijvoorbeeld aan dat ze zich niet herkenden in de kranten. Jongeren komen weinig in het nieuws en áls dat zo is, is het vaak negatief. Berichten over hangjongeren bijvoorbeeld.’ Daarnaast speelt onwetendheid een rol. ‘Veel jongeren komen gewoon niet in contact met kranten. Voor kort nieuws gaan ze bijvoorbeeld naar websites zoals www.nu.nl. Pas als ze meer achtergrond willen, pakken ze de krant.’ 4 ________________________________________________________________________________________________________________________________

De onderzoekers hebben tien aanbevelingen voor de krantensector geformuleerd. Ze zeggen dat dé jongere niet bestaat en dat kranten daarom in de toekomst goed moeten nadenken over de vraag op welke typen jongeren ze zich willen richten. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat er vier typen jongeren te onderscheiden zijn. Dat varieert van jongeren die elke dag het nieuws checken tot degenen die alleen maar willen ontspannen. Tevens moet de relatie met de jongere verbeteren. De gedachtegang moet veranderen van ‘Hoe kunnen we meer jongeren bereiken?’ naar ‘Hoe kunnen we meer voor jongeren betekenen?’ Ook krijgen kranten het advies om creatiever om te gaan met vormgeving. Met ‘betere indeling, meer opvallende beelden en interessante onderwerpen’ kunnen zij hun imago bij jongeren verbeteren. 5 ________________________________________________________________________________________________________________________________

Als de kranten deze aanbevelingen opvolgen, komt alles goed. Toch? ‘Ik geloof dat er dan wel meer hoop is voor de toekomst van de kranten’, zegt een onderzoeker. ‘Ze moeten meer aandacht schenken aan jongeren, want dat zijn toch de lezers van de toekomst.’ Bron: de Volkskrant – donderdag 21 januari 2010

88

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 89

Spreken

Oefening 4

Werk in drietallen. Bespreek de volgende vragen. 1 2 3 4 5 6 7

8

Schrijven

Welke Nederlandse kranten kent u? Zijn de Nederlandse kranten anders dan de kranten in uw eigen land? Welke media gebruikt u om op de hoogte te blijven van het nieuws? Vindt u het nieuws belangrijk? Waarom wel of niet? Internet u vaak? Met welk doel of welke reden? Wat zijn volgens u de voordelen en nadelen van internet? Bent u actief op een netwerksite als LinkedIn of Facebook? Zo ja, waarom? Welke website(s) bezoekt u regelmatig? Waarom?

Oefening 5

U hebt een abonnement op een krant maar u bent niet meer tevreden. U kunt een of meer van de volgende kritiekpunten gebruiken: • de krant komt vaak te laat in uw brievenbus • er is te weinig aandacht voor internationaal nieuws • de kwaliteit van de artikelen is wisselend • de krant is te duur geworden U kunt natuurlijk ook zelf andere kritiekpunten bedenken. U schrijft een brief om uw abonnement op te zeggen (opzeggen = stoppen). In de brief geeft u minimaal twee argumenten. _________________________________________________________________________________________________________

(naam krant)

T.a.v. de abonnementenadministratie

__________________________________

(stad),

__________________________________

(datum)

Geachte meneer, mevrouw, Hierbij deel ik u mee dat ik mijn krantenabonnement met ingang van volgende maand wil opzeggen. _____________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________

Wilt u mij een bevestiging van mijn opzegging sturen? Ik zie uw reactie tegemoet. Met vriendelijke groeten, __________________________________________________________________

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

89


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 90

* Grammatica – oefening 35, 36

Grammatica Indirecte rede (* zie ook: De opmaat, thema 7)

De televisie is de belangrijkste bron voor nieuws en informatie. Veel mensen vinden dat de televisie de belangrijkste bron voor nieuws en informatie is. Johan Klaassen: ‘Ik internet elke dag.’ Johan Klaassen zegt dat hij elke dag internet. Peter heeft de krant nog niet gelezen. Ik denk dat Peter de krant nog niet gelezen heeft. Voorbeelden

Hij zegt dat ... Ze denkt dat ... Ik weet zeker dat ... Hij vindt dat ... Ik hoop dat ... Ze geloven dat ... Ik heb gelezen dat ... We hebben gehoord dat ...

+ BIJZIN (subject – rest – verba)

Indirecte vraag open vraag Welke oplossingen zijn er voor dit probleem? Kunt u me vertellen welke oplossingen er voor dit probleem zijn? Wanneer hebt u die e-mail gestuurd? Ik wil graag weten wanneer u die e-mail hebt gestuurd. gesloten vraag (antwoord: ja of nee) Zijn jullie actief op Facebook? Mag ik vragen of jullie actief op Facebook zijn? Heeft Henk een nieuwe mobiele telefoon gekocht? Ik vraag me af of Henk een nieuwe mobiele telefoon heeft gekocht. Voorbeelden

90

Kunt u me vertellen ... Ik wil graag weten … Mag ik vragen ... Ik vraag me af ... Kunnen jullie me zeggen ... Hij vraagt ... Ze weet niet ...

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

+ interrogatief (vraagwoord) + BIJZIN (bij open vragen) + of + BIJZIN (bij gesloten vragen)


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 91

Oefening 6

Verander de directe rede in de indirecte rede. Verander de directe vraag in de indirecte vraag. Voorbeelden

Maria: ‘Ik lees altijd ’s ochtends de krant.’ ze altijd ’s ochtends de krant leest . Maria zegt dat _______________________________________________________________________________________ Pieter vraagt ons: ‘Mag ik jullie auto lenen?’ of hij onze auto mag lenen . Pieter vraagt ons ____________________________________________________________________________________ 1

Jongeren vinden nieuws nog altijd belangrijk. Ik heb in de krant gelezen dat ____________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ .

2

Eric: ‘Ik heb een eigen website gemaakt.’ Eric zegt dat ______________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ .

3

Eric wil weten: ‘Heb jij ook een eigen website?’ Eric vraagt zich af ______________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4

Veel jongeren volgen het nieuws via internet. Uit onderzoek blijkt dat _____________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5

.

Heeft Stephanie gisteravond het nieuws gezien? Ik weet niet ______________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

10

?

Jongeren komen weinig in het nieuws. Ik vind dat ________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

9

?

Welke websites bezoekt u vaak? Kunt u me vertellen __________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

8

.

Waarom hebben jullie thuis geen draadloos internet? Mag ik vragen ___________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

7

.

Caroline en Ben: ‘We hebben internet op onze mobiele telefoon.’ Caroline en Ben zeggen dat _______________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

.

.

Het NOS-journaal krijgt een nieuwe presentator. Ik geloof dat _____________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

.

91


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 92

Spreken

Oefening 7

Werk in drietallen. A stelt B een vraag over C. B herhaalt de vraag voor C als indirecte vraag. C beantwoordt de vraag. B herhaalt het antwoord in de indirecte rede. Wissel bij elke situatie van rol. Voorbeeld

Vraag naar werk (in dit voorbeeld: A=Elisabeth, B=Sandra, C=Adam) A Sandra, wat voor werk doet Adam? B Adam, Elisabeth wil weten wat voor werk je doet. C Ik werk op een kantoor. B Adam zegt dat hij op een kantoor werkt. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Vraag naar studie. Vraag naar droom of ambitie. Vraag naar afgelopen weekend. Vraag naar hobby. Vraag naar woonomgeving of buurt. Vraag naar middelbare school. Vraag naar klimaat in eigen land. Vraag naar de cursus Nederlands. Vraag naar favoriete sport. Vraag naar type mobiele telefoon.

Bedenk zelf nog andere vragen.

Oefening 8

Maak de zinnen af. Voorbeeld

Ik heb in de krant gelezen _______________________________________________________________________ _______________ . Dat vind ik vervelend! dat de benzine morgen drie Ik heb in de krant gelezen _______________________________________________________________________ . Dat vind ik vervelend!

___________________________________________________________________________ cent duurder wordt

1

2

3

4

5

92

We zoeken een goedkoop hotel in Parijs. Weet u misschien __________________ _________________________________________________________________________________________________________ ? Ik ben geschokt! Ik zag gisteren op het journaal op televisie dat _________________________________________________________________________________________________________ . Kunt u me zeggen _____________________________________________________________________________ _______________________________________________________________ ? Het adres is: Kerkstraat 20. Paula is vandaag niet op school. Ik denk dat ________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Weet jij ______________________________________________________________________________________________ _____________________ ? Nee, maar ik zal het even voor je opzoeken op internet.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 93

6

7

8

9

10

We hebben gehoord dat ______________________________________________________________________ _______________________________________________________________ . Dat vinden we erg jammer. Ik wil graag weten ______________________________________________________________________________ ____________________ . Ik moet vandaag namelijk een half uur eerder naar huis. Carmen weet niet _______________________________________________________________________________ _________________________________________ . Ze heeft hem al lang niet meer gesproken. Carlos wil in twee weken perfect Nederlands leren, maar ik geloof niet dat ___________________________________________________________________________________________________ . Ik wil graag een huis in het centrum kopen. Ik vraag me af _________________ _________________________________________________________________________________________________________ .

Taalhulp Telefoneren (* zie ook: De opmaat, thema 9) Informele situaties - opbellen en opnemen Hoi, met [naam] Hallo Hi Hé

Hoi, met Diana. Hallo, met Diana van Someren. Hi, met mij. Hé, met John.

Met [naam].

Met Diana. Met Diana van Someren.

Is ... thuis? Is ... er ook?

Is John ook thuis? Is Diana er ook?

Nee, die is er niet. Kan ik een boodschap doorgeven? Wil je / kun je doorgeven dat ... Wil je / kun je hem / haar zeggen dat ...

Wil je doorgeven dat ik vanavond niet kan komen? Wil je haar zeggen dat ik wat later kom?

Doei. Dag. Tot gauw. Tot horens. Tot morgen.

Formele situaties – iemand opbellen Goedemorgen, met [naam] Goedemiddag Goedenavond

Goedemorgen, met de heer Van der Plas. Goedemiddag, met Jan de Boer. Goedenavond, met mevrouw De Boer.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

93


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 94

Kan ik mevrouw / meneer / de heer [naam] spreken? Kan ik mevrouw De Boer spreken? Is mevrouw / meneer / de heer [naam] aanwezig? Is de heer Van der Plas aanwezig? Ik ben op zoek naar mevrouw / meneer / de heer [naam]. Ik ben op zoek naar meneer De Boer. Zou ik meneer / mevrouw / de heer [naam] kunnen spreken? Zou ik mevrouw De Boer kunnen spreken? Zou ik iemand van de afdeling ... kunnen spreken? Zou ik iemand van de afdeling personeelszaken kunnen spreken? Kunt u me doorverbinden met de afdeling ...? Kunt u me doorverbinden met de afdeling personeelszaken? Ik heb een vraag over ‌ . Wie kan ik daarover spreken? Ik heb een vraag over mijn telefoonrekening. Wie kan ik daarover spreken? Misschien kunt u mij helpen. Weet u misschien waar / wanneer ik hem / haar kan bereiken? Zou hij / zij misschien terug kunnen bellen? Ik bel later wel terug. Ik probeer het later nog een keer. Hoe laat kan ik het nog een keer proberen? Hoe laat kan ik weer bellen? Ik zou graag (wat) meer informatie willen over ... Ik zou graag wat meer informatie willen over wintersportvakanties naar Oostenrijk. Ik heb een vraag. Weet u misschien ...? Ik heb een vraag. Weet u misschien of er nog kaartjes voor de voorstelling van vanavond zijn? Bedankt / Dank u wel. Bedankt voor de informatie. Dank u wel voor uw hulp. Prettige dag verder. Tot ziens.

Formele situaties – de telefoon opnemen Goedemorgen / Goedemiddag / Goedenavond, [naam bedrijf ], u spreekt met [naam] Goedemorgen, boekhandel De Bladwijzer, u spreekt met Jan de Boer. Goedemiddag, stomerij Altijd Schoon, u spreekt met mevrouw De Boer. Wat kan ik voor u doen? Waar kan ik u mee helpen?

94

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 95

Met wie spreek ik? Sorry, ik heb u niet goed verstaan. Kunt u het herhalen? Pardon, ik heb u niet goed verstaan. Wat is uw naam? Wat was uw naam ook alweer? Namens welk bedrijf belt u? Ik zal even kijken of hij / zij aanwezig is. Momentje, ik verbind u door. Het nummer is in gesprek. Meneer / De heer / Mevrouw [naam] is (momenteel) niet bereikbaar. Meneer Van der Plas is momenteel niet bereikbaar. Meneer / De heer / Mevrouw [naam] is op dit moment in vergadering. Mevrouw De Boer is op dit moment in vergadering. Meneer / De heer / Mevrouw [naam] is vandaag niet aanwezig. De heer De Boer is vandaag niet aanwezig. Probeer het over een half uurtje nog een keer. U kunt het over een uur nog een keer proberen. U kunt het om 15.00 opnieuw proberen. Kan ik een boodschap voor u aannemen? Kan ik u misschien helpen? Kan meneer / de heer / mevrouw [naam] u later terugbellen? Kan meneer Van der Plas u later terugbellen? Wat is uw nummer? Graag gedaan. Tot uw dienst. Dag meneer / mevrouw. Tot ziens. Prettige dag nog.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

95


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 96

Spreken

Oefening 9

Telefoneren Werk in tweetallen. Voer de volgende telefoongesprekken. 1

A U wilt zaterdag met Maria uit eten en naar de bioscoop. U belt haar om iets af te spreken. Maria woont in een studentenhuis. B U bent huisgenoot van Maria. Een vriend(in) van Maria belt op. Maria is niet thuis. Neem de boodschap aan.

2

A U wilt uw vrienden Peter en Anja voor een feestje bij u thuis uitnodigen. U belt ze op. U krijgt één van de twee aan de telefoon. B Een vriend(in) belt op. Hij/zij wil u en uw partner uitnodigen voor een feest. U wilt graag komen, maar u wilt ook even met uw partner overleggen. Uw partner is nu niet thuis, maar u belooft dat u A morgen terugbelt.

3

A Twee weken geleden heeft u via internet het boek Wonen in Nederland besteld bij boekhandel De Bladwijzer. De levertijd was vijf dagen, maar u hebt het boek nog steeds niet ontvangen. U belt de boekhandel. B U werkt bij boekhandel De Bladwijzer. Een klant belt op met een vraag over een bestelling. In uw computer staat: Wonen in Nederland – tijdelijk uitverkocht – over zes weken weer leverbaar.

4

A U wilt een winterjas en een wollen vest laten stomen bij stomerij Altijd Schoon. U hebt de kleding na twee dagen weer nodig. U belt de stomerij op en informeert naar de kosten. B U werkt bij stomerij Altijd schoon. Een klant belt op en heeft een paar vragen. Geef antwoord op basis van de volgende informatie. Kleding stomen, na 4 werkdagen klaar. tarieven: zomerjas € 14,50 winterjas € 19,50 wollen vest € 24,50 leren vest € 34,50 Snelservice (na 2 dagen klaar): extra kosten € 4,50 per kledingstuk

5

A U hebt thuis een probleem met uw internetverbinding. U kunt het zelf niet oplossen, dus u belt de helpdesk van uw provider om het probleem voor te leggen. B U werkt bij de helpdesk een internetprovider. Een klant belt met een probleem. U kunt het probleem helaas niet via de telefoon oplossen. U maakt een afspraak met de klant om een monteur langs te sturen.

6

Bedenk nu zelf nog twee telefoonsituaties: • één informele situatie (bijv. tussen vrienden of familie) • één formele situatie (bijv. tussen een klant en een bedrijf)

Verdeel de rollen en voer de telefoongesprekken.

96

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 97

Vocabulaire Oefening 10 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. De woorden zijn onderstreept in de tekst van oefening 11. aan de hand van

afdwalen

betrappen

betrokken zijn bij de boete

de bon

de cel echter

in kaart brengen

de maatregel

namelijk schakelen

het stuur

tegelijk terecht

de wet

op basis van Aan de hand van de laatste economische cijfers neemt de regering een definitief besluit over de bezuinigingen. een andere richting opgaan Tijdens de toets dwaalden mijn gedachten af. Ik keek naar buiten en dacht aan het weekend. zien dat iemand iets verkeerds of kwaads doet, terwijl je het eigenlijk niet mag zien Toen mijn dochter geld uit mijn portemonnee pakte, heb ik haar betrapt. te maken hebben met Als hoofd van de afdeling is hij betrokken bij dit project. de bekeuring / de financiële straf Toen ik op mijn fiets door rood reed, kreeg ik een boete van vijftig euro. de bekeuring / een papiertje waarop de politie schrijft hoeveel je als straf moet betalen Omdat Frank geen fietsverlichting had, kreeg hij een bon van dertig euro. een klein kamertje in de gevangenis Caroline zit in de cel voor de moord op haar ex-man. maar Ik wil vanavond graag mee naar de film. Ik heb echter geen tijd want ik moet studeren. iets heel duidelijk maken, zodat iedereen het kan zien of begrijpen Voordat we een beslissing nemen, moeten we onze financiële situatie in kaart brengen. een regeling om iets te veranderen of te organiseren Er gebeuren regelmatig ongelukken in onze straat. De gemeente bekijkt welke maatregelen ze kunnen nemen. met dit woord geef je een reden of uitleg Ik kan niet mee naar het feest. Ik moet namelijk werken. een auto in een andere versnelling zetten Als je voor het stoplicht stilstaat, moet je weer naar de eerste versnelling schakelen. het deel van de auto of een fiets waarmee je van richting verandert Mijn fietsbel zit vast op het stuur. gelijktijdig / op hetzelfde moment Hij zegt dat hij twee dingen tegelijk kan: bellen en koken. juist, met een goede reden Vind jij het terecht dat topmanagers hoge bonussen krijgen naast hun salaris? de officiële regels van een land over wat wel en niet mag In de wet staat dat je mensen niet mag discrimineren.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

97


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 98

Vul de woorden uit de woordenlijst in de goede vorm in onderstaande zinnen in. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

Voor de Nederlandse ____________________________ zijn mannen en vrouwen gelijk. Michael ____________________________ zijn vriendin toen ze met een andere man in bed lag. Als ik op de snelweg rijd, ____________________________ ik altijd naar de vijfde versnelling. Overdag mogen de gevangenen werken, een cursus volgen of sporten maar het grootste deel van de avond en ’s nachts zitten ze in hun ____________________________ . Tijdens de les ____________________________ mijn gedachten soms ____________________________ . Ik kon me niet goed concentreren en dacht aan mijn familie in Argentinië. Colin heeft regelmatig contact met zijn familie in Canada. Hij belt ____________________________ een keer per week met ze via Skype. Ik kan de autoradio harder en zachter zetten met een knopje op het ____________________________ . Gisteren speelden PSV en Ajax tegen elkaar. PSV heeft ____________________________ gewonnen want ze speelden veel beter dan Ajax. Alice en Eric willen een huis kopen. Eerst hebben ze hun wensen ____________________________ ____________________________ ____________________________ . Gisteren heb ik een ____________________________ gekregen omdat ik te hard reed. Toen de docent vroeg wat de hoofdstad van Nederland is, antwoordden Paula en Joanna ____________________________ : ‘Amsterdam’. Als personeelsmanager ____________________________ Peter intensief ____________________________ ____________________________ de selectie en aanname van nieuwe medewerkers. We wilden afgelopen zondagmiddag naar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het was ____________________________ gesloten in verband met een verbouwing. De directie heeft ____________________________ genomen om de financiële situatie van het bedrijf te verbeteren: tijdelijke contracten worden niet verlengd en drie afdelingen zullen samengaan.

15 ____________________________ ____________________________ ____________________________

de resultaten van ons onderzoek zullen wij binnenkort een advies uitbrengen.

____________________________

98

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 99

Lezen

Oefening 11

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Lees de inleiding. Wat wil de minister van Verkeer laten onderzoeken? a Moet niet-handsfree bellen in de auto zwaarder bestraft worden? b Moet je ook een boete krijgen voor bellen op de fiets? c Zijn de hoge boetes voor niet-handsfree bellen wel terecht?

2

Waarom is niet-handsfree bellen op de fiets gevaarlijk volgens de tekst? _________________________________________________________________________________________________________ .

3

Lees de derde alinea. Wat laat de minister nu eerst onderzoeken? _________________________________________________________________________________________________________

4

.

Lees de vierde alinea. Waarom kan een fietser nu nog geen boete krijgen als hij niet handsfree belt? _________________________________________________________________________________________________________

.

‘Bon voor bellen op de fiets’ DEN HAAG – Handen aan het stuur en alleen handsfree bellen. Bestuurders van auto’s krijgen al een fikse boete van minimaal 140 euro (tot maximaal twee maanden cel of 2000 euro boete) als ze zich niet aan deze regel houden. Fietsers bellen echter nog altijd met hun mobieltje aan hun oor. De minister van Verkeer gaat bekijken of dat wel terecht is. Rondrijden in de auto of op de fiets en bellen tegelijk is gevaarlijk. Deze bestuurder komt namelijk een hand tekort om richting aan te geven of te schakelen en de aandacht dwaalt van het rijden af naar het telefoongesprek. Bellen in de auto is dus gevaarlijk, maar dat geldt ook voor bellen op de fiets. Omdat de risico’s van het mobiel bellen op de fiets nog nooit zijn onderzocht, wil de minister van Verkeer nu eerst in kaart laten brengen bij hoeveel ongelukken bellende fietsers jaarlijks betrokken zijn. Of fietsers straks net als autobestuurders op de bon gaan als zij betrapt worden op het niet-handsfree bellen, weet de verkeersminister nog niet. ‘We gaan eerst kijken wat er aan de hand is.’ Aan de hand van dat onderzoek zal de minister besluiten of maatregelen nodig zijn. Op dit moment is het niet bij wet verboden om met een mobieltje aan het oor te fietsen. Bron: http://www.nu.nl/algemeen/638592/bellen-op-de-fiets-wordt-bestraft.html

Spreken

Oefening 12

Werk in tweetallen. Stel elkaar de volgende vragen. 1 2 3 4 5

Belt u weleens terwijl u fietst? Belt u in de auto altijd handsfree? Wat vindt u van de hoge boetes voor niet-handsfree bellen in de auto? Wat vindt u van het voorstel van de minister van Verkeer? Hoe zijn de regels voor handsfree bellen in uw eigen land?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

99


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 100

* Grammatica – oefening 25

Grammatica

Om … te + infinitief (* zie ook: De opmaat, thema 9) 1 doel van een actie beschrijven Caroline gaat naar de computerwinkel om een nieuwe printer te kopen. Ik bel de bioscoop om kaartjes voor vanavond te reserveren.

2 achter een adjectief Wim vindt het leuk om televisie te kijken. We vinden het vervelend om de hele dag achter de computer te zitten. Inmiddels is hij te oud om de marathon te lopen.

3 achter een substantief Mila heeft zin om met Rianne te chatten. Maria heeft geen tijd om elke dag de krant te lezen. Let op

Separabele verba: om … prefix + te + infinitief Ik bel je vanavond om iets af te spreken. Het is te laat om Ellen op te bellen.

Oefening 13

Werk in tweetallen. Stel elkaar de volgende vragen. Geef antwoord met om…te. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

100

Waarvoor gebruikt u uw mobiele telefoon? Wat vindt u leuk om naar te kijken op televisie? Waarom gebruikt u een navigatiesysteem in de auto? Waarom stuurt u iemand een sms? Wat vraagt de docent u? Waarvoor gebruikt u het internet? Waarvoor gebruikt u uw computer? Waarvoor is het te koud? Waarom moet u hard studeren? Waarom gebruikt uw docent een computer in de les? Wat vindt u leuk om te doen? Waarom leert u Nederlands? Waarvoor gebruikt u uw laptop? Wat vindt u interessant? Wat vindt u moeilijk? Waarvoor hebt u te weinig tijd?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 101

Oefening 14

Maak de zinnen af. Voorbeeld

Ik gebruik mijn mobiele telefoon om ______________________________________________________ Ik gebruik mijn mobiele telefoon om ______________________________________________________ een sms te sturen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Spreken

Ik stuur je een sms om _______________________________________________________________________ Jan surft op internet om ______________________________________________________________________ Mijn opa kijkt televisie om _________________________________________________________________ Wij vinden het vervelend om ______________________________________________________________ Ellen luistert naar de radio om ____________________________________________________________ Mustafa heeft geen zin om __________________________________________________________________ Jasmijn belt de bioscoop om ________________________________________________________________ Robert en Susan doen onderzoek om ___________________________________________________ Ella gebruikt haar laptop om _______________________________________________________________ Rosa vindt het leuk om ______________________________________________________________________

Oefening 15

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4

5

Luisteren

Krijgt u vaak post? Hoe is dat in vergelijking met tien jaar geleden? Wat voor een post ontvangt u? Schrijft u weleens een kaartje of brief? Waarom? Schrijf u weleens een brief in het Nederlands? Waarom wel of waarom niet? Wat vindt u van het beroep van postbode? Wat zijn de positieve en negatieve kanten van het beroep?

Oefening 16

Bezuinigingen bij de Nederlandse posterijen (TNT-Post) U gaat luisteren naar een interview met Frank van der Zanden. Hij is al 26 jaar postbode. Hij werkt bij TNT-Post. A Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5

Hoeveel banen wil TNT-Post op de lange termijn schrappen? Waarom moet TNT bezuinigen? Hoeveel mensen gaat TNT binnenkort ontslaan? Wat gaat er op 16 september gebeuren? Wat vindt Frank van der Zanden van de plannen van TNT?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

101


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 102

6

7 8

9 10

Wat is volgens hem het verschil tussen werkstudenten en echte postbodes? Wat vertelt Frank over het contact met de bewoners in zijn wijk? Welke bewoners hebben veel behoefte aan een praatje met de postbode? Krijgt de postbode waardering van zijn baas voor zijn sociale rol? Hoe lang moeten de acties doorgaan volgens Frank?

B U hoort de volgende zinnen in het fragment. Weet u wat ze betekenen? 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10

TNT-Post* wil in totaal 11.000 banen schrappen. Het bedrijf moet bezuinigen. Het bedrijf wil de postbodes in vaste dienst vervangen door werkstudenten. Ze hebben concurrentie gekregen van andere postbedrijven. De vakbond organiseert een staking. Het is een schande wat er nu gebeurt. Je kunt toch niet van de een op de andere dag zoveel mensen ontslaan? Je maakt een praatje met de mensen, en dat waarderen ze. In mijn wijk wonen veel oudere, alleenstaande mensen. We geven niet op, we gaan door met actie voeren.

* TNT-Post heet tegenwoordig Post-NL.

102

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 103

Oefening 17

A U gaat luisteren naar het liedje Liefs uit Londen van de Nederlandse groep Bløf. Een vrouw communiceert met de zanger. Lees de vragen. Luister naar het liedje. Beantwoord de vragen. 1

Op welke manieren communiceert de vrouw met de zanger? a via de telefoon b via brieven c via sms d via kaarten e via internet

2

Op welke plaatsen is de vrouw allemaal geweest? Kruis ze aan. Madrid Barcelona Moskou Berlijn Lissabon Praag Parijs Londen Rome geen van deze

3

Op welke plaatsen is de zanger allemaal geweest? Madrid Barcelona Moskou Berlijn Lissabon Praag Parijs Londen Rome geen van deze

B Luister nog een keer naar het liedje. Maak de tekst hieronder compleet. Van de ____________________________ weet ik niets Niets dan wat ik hoor en zie, niets dan wat ik lees. Ik ken geen andere ____________________________ , zelfs al ben ik er geweest. Grote ____________________________ ken ik niet behalve uit de boeken, behalve van tv. Ik ken geen andere ____________________________ dan de ____________________________ waarin ik leef. Zij stuurt me kaarten uit Madrid en uit Moskou komt een brief, met de ____________________________ verhalen

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

103


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 104

Oh God, wat is ze lief ____________________________ uit Lissabon ‘ik mis je’ en een zoen. ____________________________ uit Praag een kattenbel, want er is zoveel te doen. En morgen, als de ____________________________ mijn huis weer heeft gevonden, dan stort ze mijn hart vol met al het liefs uit Londen. Van de ____________________________ weet ik niets Niets dan wat ik hoor en zie, niets dan wat ik voel. Ik leef van ____________________________ tot ____________________________ , zonder vrees en zonder doel. Verre ____________________________ ken ik niet behalve uit mijn atlas, die droom ik elke nacht maar ik droom alleen de ____________________________ waar ze ooit aan me dacht. Als een mooi en groot geloof aan de muur van mijn gedachten hangt een wereldkaart te wachten tot ze terugkomt. Met haar reizen in mijn hoofd steek ik ____________________________ in de aarde, dezelfde kleur, dezelfde waarde. Maar zij stuurt me kaarten uit Madrid En uit Moskou komt een brief met de ____________________________ verhalen Oh God, wat is ze lief ____________________________ uit Lissabon ‘ik mis je’ en een zoen. ____________________________ uit Praag een kattenbel, want er is zoveel te doen. En morgen, als de ____________________________ mijn huis weer heeft gevonden dan stort ze mijn hart vol met al het liefs uit Londen.

Lezen

Oefening 18

Lees eerst de vraag. Lees dan de tekst en beantwoord de vraag. 1

104

In onderstaand fragment gebruikt de schrijfster steeds ‘het’: Ik doe het ... Wat bedoelt de schrijfster met het, denkt u?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 105

Ik doe het overal. En altijd. Het is het eerste wat ik doe als ik wakker word. En vaak het laatste net voor ik ga slapen. Ik doe het onder het eten. Ik doe het op het toilet. Ik doe het lopend over de straat. In de auto. Op de fiets lukt me ook. Ik doe het nog meer dan gemiddeld wanneer ik ergens zit te wachten, wanneer ik in de trein zit en wanneer ik verliefd ben. Maar het ergste is dat ik het ook doe terwijl ik met mensen in gesprek ben. Zelfs onder een etentje ...

Lees de volgende vragen. Lees dan de rest van de tekst en beantwoord de vragen. 2

Wat is het doel van deze tekst? a De lezer informeren over het doel van sms’en. b De lezer amuseren over het sturen van sms’jes. c De lezer een mening laten vormen over sms’en. d De lezer overtuigen om meer sms’jes te sturen.

3

Lees de eerste alinea. Waarom vindt de vriendin van Sara het vervelend dat zij steeds sms’t? a Omdat Sara nog verliefd is op haar ex-vriend. b Omdat Sara zit te sms’en terwijl zij tegen haar praat. c Omdat Sara haar nooit meer belt.

4

Lees de tweede alinea. Waarmee vergelijkt Sara het sturen van een sms’je? a Het doorgeven van briefjes op de basisschool. b Het schrijven van een liefdesverklaring aan de juf of meester. c Het communiceren zonder papier.

5

Lees de laatste alinea. Wat zijn volgens Sara de voordelen van sms’en? _________________________________________________________________________________________________________

Ik ben verslaafd aan sms’en. Wanneer ik wakker word, check ik mijn inbox direct op nieuwe berichten. Een vriendin zei laatst tegen me dat ze het echt vervelend vond dat ik stiekem met mijn rechterduim aan het sms’en was terwijl ik naar haar verdriet over haar verbroken relatie zat te luisteren. Toevallig sms’te ik op dat moment met haar ex-vriend; dat heb ik haar maar niet verteld. Ik ben verslaafd aan communiceren en aan deze vorm van communiceren in het bijzonder. Ik bel zelden maar ik sms des te meer. En over helemaal niks. Dat is het mooie ervan. De inhoud van mijn sms’jes reikt niet verder dan: ‘Wordt wat later kom er aan.’ (sms naar het werk) ‘Kusjes in je nek ik mis je hier.’ (sms naar mijn lief ) ‘Ik vind giraffen ook leuke dieren.’ (sms naar mijn dochtertje) Ondanks dat sms-jes weinig inhoud hebben, hou ik enorm van woorden op mijn telefoonscherm. De sms gaat toch vooral om de basisbehoeften van de mens: sex gaat via de sms, ruzie gaat via de sms en communiceren over de ander gaat via de sms. Ik zie de sms dan ook liever als kleine briefjes zoals je die vroeger in de klas door kon geven, maar dan digitaal. Op dat soort briefjes stond een liefdesverklaring voor de jongen achter je bij wiskunde of een haatverklaring voor de juf. En regelmatig kwam de liefdesverklaring bij de juf terecht, evenals de haatverklaring als je niet oplette. En dat gebeurt met de digitale variant van die kleine briefjes ook nog. Velen met mij hebben wel eens een pikant sms’je naar de verkeerde gestuurd. Of erger: een vriend van mij heeft letterlijk de tekst: ‘Echt, liefje, zij weet van niks’ – bestemd voor zijn buitenhuiselijke affaire – naar zijn vrouw gestuurd. Misschien is sms’en net als slechte televisie kijken en reclamefolders doorbladeren: het is ontspannend omdat het nergens over gaat en per ongeluk komt er weleens wat grappigs voorbij. Xie het ook liever i.r.l. maar tot die tijd w8 ik wel op een sms ;-)* *(Vertaling: Ik zie het dan liever in het echt, maar tot die tijd wacht ik wel op een sms) Door: Sara Kroos. Bron: Viva 9 t/m 16 mei 2008

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

105


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 106

Spreken

Oefening 19

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1 2 3

Sms’t u veel? Waarom wel of waarom niet? Wat vindt u ervan als iemand sms’t tijdens een gesprek? Wat zegt u tegen iemand als die persoon zit te sms’en tijdens een gesprek met u?

* Grammatica – oefening 41, 42

Grammatica

Verwijzen naar dingen (* zie ook: De opmaat, thema 3) de-woorden: singularis Ik heb een nieuwe telefoon gekocht. subject: hij object: hem

De telefoon kostte 85 euro. Hij kostte 85 euro. Waar heb je de telefoon gekocht? Waar heb je hem gekocht?

het-woorden: singularis Peter heeft een mooi boek gekregen. subject: het object: het

Het boek gaat over politiek. Het gaat over politiek. Ik heb het boek van Tim gekregen. Ik heb het van Tim gekregen.

Alle woorden: pluralis We lezen verschillende tijdschriften. subject: ze object: ze

De tijdschriften liggen op tafel. Ze liggen op tafel. Wil jij de tijdschriften lezen? Wil jij ze lezen?

Na een werkwoord met een vaste prepositie: er + prepositie of daar + prepositie Luisterde je vader vaak naar klassieke muziek? Nee, hij luisterde er nooit naar. Nee, daar luisterde hij nooit naar. Houden jullie van politieke programma’s? Nee, we houden er helemaal niet van. Nee, daar houden we helemaal niet van. Heeft u een abonnement op de Telegraaf? Ja, ik heb er al twee jaar een abonnement op. Ja, daar heb ik al twee jaar een abonnement op.

106

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 107

Let op

met ‘ mee in de combinatie ‘er...mee’, en ‘daar...mee’ Heb je al met dat nieuwe computerprogramma gewerkt? Ja, ik heb er gisteren voor het eerst mee gewerkt. Ja, daar heb ik gisteren voor het eerst mee gewerkt. Positie van er en daar in de zin. er staat direct achter verbum 1 (de persoonsvorm), nooit aan het begin van de zin. daar staat meestal aan het begin van de zin, maar kan ook achter verbum 1 staan. Hoe vaak kijk je naar het nieuws op tv? Ik kijk er elke dag naar. Daar kijk ik elke dag naar. (Of: Ik kijk daar elke dag naar.)

Oefening 20 Vul in

hij / hem / het / ze / er

Voorbeeld

Hoe lang wacht je al op de bus? Ik wacht __________ al tien minuten op. __________ is te laat. er al tien minuten op. __________ Hij is te laat. Ik wacht __________ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Weten jullie waar mijn auto staat? Ik heb __________ voor het instituut geparkeerd maar nu staat __________ er niet meer. Heb je het huiswerk gemaakt? Nee sorry, ik heb __________ niet gemaakt. Ik heb __________ geen tijd voor gehad. John heeft een nieuwe laptop. Hij heeft __________ gisteren van zijn ouders gekregen. Hij heeft __________ vandaag al veel mee gewerkt. Waar heeft u uw woordenboek gekocht en wat kostte het? Ik heb __________ bij Selexyz gekocht. Ik heb __________ € 16,95 voor betaald. Met wie praat je meestal over je problemen? Ik praat __________ meestal met mijn beste vriend over. Vroeger woonde ik in een gezellige studentenkamer. __________ was niet groot maar wel heel licht. Ik huurde __________ van mijn oom. Ik ben mijn sleutels kwijt. Hebben jullie __________ gezien? __________ liggen altijd bij de fruitschaal. Wacht u al lang op de trein? Ja, ik sta __________ al twintig minuten op te wachten. __________ moest eigenlijk om 17.07 uur komen. Ik heb een interessant artikel over nieuwe media gelezen. __________ stond gisteren in de Volkskrant. Heb jij __________ ook gelezen? Ben je al gewend aan het Nederlandse weer? Nee, ik ben __________ nog niet aan gewend en ik zal __________ ook nooit aan wennen. __________ is zo nat en koud!

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

107


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 108

Oefening 21

Werk in tweetallen. Geef antwoord op onderstaande vragen. Gebruik er of daar in uw antwoord. Voorbeeld

Werkt u vaak met een computer? Ja, ik werk er elke dag mee. Of: Ja, daar werk ik elke dag mee. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Bent u tevreden over de cursus? Heeft u zin in een kopje koffie? Luistert u wel eens naar Nederlandstalige muziek? Hoeveel tijd besteedt u per week aan uw huiswerk? Praat u weleens over het milieu? Bent u bang voor spinnen? Bent u geïnteresseerd in politiek? Denkt u vaak aan uw eigen land? Houdt u van Hollandse haring? Hoopt u op een warme zomer? Hebt u moeite met de Nederlandse grammatica? Hoe vaak zit u achter uw computer? Hoe lang bent u al bezig met Nederlands leren? Ergert u zich aan de hondenpoep op straat? Hoe vaak staat u in de file in Nederland? Bent u gewend aan het Nederlandse eten? Hebt u ervaring met de nieuwste computerprogramma’s? Geeft u veel geld aan kleding uit? Bent u tevreden over uw huis? Droomt u weleens over uw toekomst?

Lezen en spreken Oefening 22 Werk in tweetallen. U krijgt van de docent elk een tekst. Lees de tekst. U mag maximaal 10 kernwoorden noteren. Vertel uw medecursist wat u hebt gelezen.

Vocabulaire Oefening 23 overbodig de inbreker

bewapenen

108

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

niet nodig Dat is een overbodige vraag. iemand die illegaal een huis in gaat om dingen te stelen Toen Mieke thuiskwam, zag ze dat er een inbreker in haar huis was geweest. Ze belde onmiddellijk de politie. ervoor zorgen dat je wapens hebt Veel Amerikanen bewapenen zich.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:37 Pagina 109

angstaanjagend

iets dat je bang maakt Die film is angstaanjagend. Nadat ik hem gezien had, kon ik niet meer slapen. grof taalgebruik het gebruik van slechte of onbeleefde woorden De docent accepteert geen grof taalgebruik in de les. op prijs stellen waarderen, goed vinden Uw aanwezigheid wordt op prijs gesteld. onschuldig ongevaarlijk Dat is een onschuldig grapje. iets in één oogopslag iets snel zien, iets meteen zien zien Zij zag in één oogopslag dat Peter niet aanwezig was. een vertekend beeld een beeld geven dat niet klopt met de realiteit geven De cijfers in dat rapport over criminaliteit geven een vertekend beeld. In werkelijkheid is de criminaliteit in die stad veel hoger. aanranden / iemand dwingen tot seksueel contact de aanranding Als je ’s avonds laat alleen op straat loopt in deze buurt, is er een kans dat je wordt aangerand. Je kunt beter altijd met iemand samen naar huis gaan. uitvoerig uitgebreid, met veel details In zijn boek geeft hij een uitvoerige beschrijving van het leven in de tropen. in hoge mate heel, zeer De resultaten van dat onderzoek zijn in hoge mate betrouwbaar.

Kies een woord of woordcombinatie en vul in. Verander de vorm als dat nodig is. Kies uit

onschuldig – inbreker – overbodig – op prijs stellen – in één oogopslag – aanranden – vertekend – uitvoerig – in hoge mate – bewapenen – angstaanjagend – grof taalgebruik 1

2

3

4

5

6

7

8

De film was zo ____________________________ dat Maria een nachtmerrie kreeg na het kijken. Door de fusie van die twee bedrijven werd zijn functie ____________________________ . Hij kon niet meer bij hetzelfde bedrijf blijven werken. Ik vind het heel erg leuk dat je helemaal uit Londen bent gekomen om op mijn verjaardag te kunnen zijn. Echt, ik ____________________________ het erg ____________________________ ____________________________ . Door de toegenomen criminaliteit ____________________________ steeds meer mensen zich. Hans heeft mij ____________________________ over zijn vakantieplannen verteld. Hij heeft de hele avond over niks anders gepraat. Toen ik de kamer binnenkwam, zag ik ____________________________ ____________________________ ____________________________ dat mijn vrouw de bank op een andere plaats had gezet. De docent raadt aan om niet naar die film te kijken vanwege het ____________________________ ____________________________ van de hoofdrolspelers. De politie zag de ____________________________ toen hij via het raam het huis probeerde binnen te gaan. Hij werd meteen meegenomen naar het bureau.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

109


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 110

9

10

11

12

Het is duidelijk dat de makers van die documentaire over de politieke situatie in IndonesiĂŤ niet objectief zijn. De film geeft een ____________________________ beeld van de situatie. In het Rembrandtpark in Amsterdam zijn de afgelopen maand al drie vrouwen ____________________________ . De politie is op zoek naar de daders. Veel mensen denken dat griep een ____________________________ ziekte is. Toch sterven er ieder jaar een aantal bejaarden aan deze ziekte. De voorspelling van de uitslag van de verkiezingen is ____________________________ ____________________________ ____________________________ betrouwbaar. Hij klopt meestal precies.

Opdracht 24

Synoniemen Wat hoort bij elkaar? 1 2 3 4 5 6 7 8

Spreken

angstaanjagend de inbreker grof uitvoerig in een oogopslag onschuldig in hoge mate overbodig

a b c d e f g h

uitgebreid niet nodig ongevaarlijk heel snel zeer de dief bang makend onbeleefd

Opdracht 25

Werk in groepjes van drie. Bespreek de volgende vragen met elkaar. Door middel van de filmkeuring bepaalt de overheid of een film schadelijk kan zijn voor personen jonger dan 16 jaar. Die mogen zo’n film dan ook niet zien. Bespreek met elkaar de volgende vragen. 1 2

3

110

Heeft uw eigen land een systeem van filmkeuring? Vindt u het goed dat de overheid bepaalt wat jongeren wel en niet mogen zien? Welke aspecten maken volgens u een film schadelijk voor jongeren?

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 111

Oefening 26

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1

2 3

4 5

6 7 8 9

10 11 12

Een vriend vraagt of u tevreden bent over uw krant. Wat zegt u? Noem minimaal twee argumenten. Een medecursist zit tijdens de les te sms’en. Wat zegt u? Een vriend vraagt aan u wat filmkeuring is. Leg het systeem van de Nederlandse filmkeuring aan hem uit. Hoe blijft u op de hoogte van het nieuws? Vindt u dat fietsers een boete moeten krijgen als ze bellen op de fiets? Geef twee argumenten. Hebt u weleens een boete gehad? Zo ja, waarvoor? Noem twee voordelen en twee nadelen van internet. Wat hebt u gisteren in de krant gelezen of in het nieuws gezien? U belt met de servicedesk van een internet-muziekwinkel. U hebt vorige week een cd besteld. Vandaag kreeg u onderstaande cd. Vertel wat het probleem is en vraag om een oplossing.

Vertel iets over een favoriete website. Wat vindt u leuk, en wat vindt u vervelend? Hebt u weleens iemand bij iets betrapt? Zo ja, vertel iets over die situatie.

Thema 4 Communicatie: Altijd bereikbaar

111


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 112

5

112

Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 113

Vocabulaire Oefening 1

Wijs onderstaande woorden in de plattegrond aan: de brug, de gracht, het kruispunt, de lantaarnpaal, het plein, de rotonde, de stoep, het stoplicht, de straat, de T-splitsing, het verkeersbord, het zebrapad

Luisteren

Oefening 2

Twee personen vragen de weg. Luister naar de teksten. Teken de routes in de plattegrond van oefening 1. De eerste tekst begint bij nummer 1 in de plattegrond en de tweede tekst bij nummer 2.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

113


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 114

* Grammatica – oefening 18, 19, 20

Grammatica Modale verba (* zie ook: De opmaat, thema 3)

zullen = 1 een voorstel, 2 een afspraak, een belofte 1 2

Zullen we naar de film gaan? Komen jullie morgen? Ja, dat zullen we doen.

kunnen = mogelijk zijn U kunt op het station een OV-chipkaart kopen. Zij kan goed Nederlands praten. mogen = niet verboden zijn, toegestaan zijn Mag ik u iets vragen? In de kantine mogen jullie niet roken. willen = wensen, verlangen Wil jij de boodschappen doen? Ik wil morgen met een vriendin winkelen. moeten = verplicht zijn, nodig zijn U moet uw huiswerk maken. We moeten Nederlands leren.

Presens

hij / zij

zullen zal zal / zult zal je / zul je zal

willen wil wil / wilt wil je wil

kunnen kan kan / kunt kan je / kun je kan

mogen mag mag mag je mag

moeten moet moet moet je moet

we jullie ze

zullen zullen zullen

willen willen willen

kunnen kunnen kunnen

mogen mogen mogen

moeten moeten moeten

mogen mocht mochten

moeten moest moesten

ik je / u

Imperfectum zullen singularis zou pluralis zouden

114

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

willen kunnen wilde / wou kon wilden konden


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 115

perfectum = een vorm van ‘hebben’ + dubbele infinitief Vergelijk

presens: perfectum:

Ik wil graag Spaans leren. Ik heb altijd Spaans willen leren.

presens: perfectum:

Hij kan dat niet begrijpen. Hij heeft dat nooit kunnen begrijpen.

presens: perfectum:

We mogen van onze ouders niet alleen op vakantie gaan. We hebben van onze ouders nooit alleen op vakantie mogen gaan.

presens: perfectum:

Zijn vader moet altijd hard werken. Zijn vader heeft altijd hard moeten werken.

Oefening 3

A Vul het verbum in de goede vorm in de goede tijd in. Kies uit mogen of moeten. Voorbeeld

Je ____________________________ rijexamen doen als je 18 jaar bent. mag rijexamen doen als je 18 jaar bent. Je ____________________________ 1 2 3

4

5 6 7 8

9 10

Je ____________________________ in de trein niet roken. Ik ____________________________ vroeger elke dag om half negen op school zijn. ____________________________ ik de verwarming alsjeblieft aandoen? Ik heb het koud. We hebben vorige week hard ____________________________ studeren voor het examen. ____________________________ ik uw woordenboek even lenen? Hoeveel heb je voor je nieuwe huis ____________________________ betalen? Voor een rood stoplicht ____________________________ je stoppen. Als jullie dat makkelijker vinden, ____________________________ jullie het huiswerk naar me mailen. Ik ____________________________ pas alcohol drinken, toen ik 18 was. Omdat we doordeweeks geen tijd hadden, ____________________________ we altijd boodschappen doen in het weekend.

B Vul het verbum in de goede vorm in de goede tijd in. Kies uit willen of kunnen. Voorbeeld

Waarom ______________________ u verhuizen? Omdat ik in Rotterdam ging werken. wilde u verhuizen? Omdat ik in Rotterdam ging werken. Waarom ______________________ 1 ____________________________

jij autorijden toen je 20 was? Ja, ik had toen al mijn

rijbewijs. jullie wat drinken? Nee, dank je, we hebben net een kopje koffie gedronken. ____________________________ Caroline Chinees spreken? Nee, dat heeft ze nooit geleerd.

2 ____________________________

3

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

115


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 116

4

5

6

7 8

9

10

Hij heeft geen boodschappen meer ____________________________ doen, omdat de supermarkt al gesloten was. Ik ____________________________ de fiets van mijn zus lenen omdat zij hem niet nodig had. ____________________________ je in de kantine een warme maaltijd bestellen? Nee, geen warme maaltijd, maar je ____________________________ er wel soep en broodjes kopen. Toen ik klein was, ____________________________ ik profvoetballer worden. Mijn opa ____________________________ vroeger heel goed banden plakken. Hij deed het vaak. Ik heb altijd al in een warm land ____________________________ wonen. Volgend jaar ga ik daarom eindelijk emigreren naar Thailand. ____________________________ je meegaan naar het Van Gogh museum? Ja, leuk! Daar ben ik nog nooit geweest.

C Vul het verbum in de goede vorm in de goede tijd in. Kies uit willen, kunnen of zullen. Voorbeeld

____________________________ ____________________________ Willen

jullie een broodje ham of een broodje kaas? jullie een broodje ham of een broodje kaas?

u mij om zes uur ophalen? Ja, ik denk het wel. ____________________________ we vanavond naar de film gaan? Wat ____________________________ u drinken: bier, wijn of iets fris? Wat ____________________________ we drinken: bier, wijn of iets fris? Ik ____________________________ graag met de trein gaan maar mijn vrouw ging liever met de auto. ____________________________ ik jullie na het eten naar huis brengen? Na het eten bood ik Anke een kopje koffie aan, maar zij ____________________________ liever een kopje thee. ____________________________ jij de telefoon even opnemen? Ja, natuurlijk. Mail jij de tekst even door naar de andere studenten? Ja, dat ____________________________ ik doen. Ik heb vandaag geen zin om te koken. ____________________________ ik pizza’s bestellen? Lekker, doe mij maar een quattro stagioni.

1 ____________________________ 2 3 4 5

6 7

8 9

10

Oefening 4

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

116

Wat zullen we morgen gaan doen? Wat wilt u het komend weekend gaan doen? Wat mocht u als klein kind van uw ouders niet doen? Wat mag je in de trein of de bus niet doen? Wat wilde u worden toen u klein was? Wat wilde u als kind nooit eten? Mag u bepaalde dingen niet eten? (denk aan allergie of geloof) Wat wilt u de volgende vakantie gaan doen? Wat moet u elke dag doen?

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 117

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Wat mag u van de dokter niet doen? Wat moest u vroeger op school vaak doen? Wat mocht u vroeger op school niet doen? Waar mag je tegenwoordig nog roken? Vanaf welke leeftijd mag je in Nederland alcohol drinken? Mogen mensen in uw land alcohol drinken? Wat kon u vroeger goed en nu niet meer? Wat kunt u nu goed en vroeger nog niet? Welke aspecten van de taal moet u nog verbeteren? Kunt u al een Nederlandse krant lezen? Wat wilt u nog graag bereiken in uw leven?

Oefening 5

Maak de zinnen compleet. 1 2

3

4 5

6

7

8

9

10

Zal ik ____________________________ ? Ja, graag, ik kan het niet alleen. Vroeger mocht ik niet ____________________________ , omdat mijn moeder dat te gevaarlijk vond. In onze kantine kan je tot 14.00 uur ____________________________ , en vanaf 17.30 kun je ____________________________ . Wij gaan vanavond naar de film. Willen jullie ____________________________ ? Toen we op Schiphol bij de douane kwamen, moesten we ____________________________ . De directie wil ____________________________ . Veel medewerkers hebben daartegen geprotesteerd. Kom je morgen bij me eten? Nee, morgen kan ik niet. Dan moet ik ____________________________ . Toen het mooi weer werd, wilde iedereen ____________________________ . De terrasjes zaten snel vol. Mag ik ____________________________ ? Weet u hoe laat de trein naar Amsterdam vertrekt? Zullen we volgende week ____________________________ ? Nee, liever een week later.

Taalhulp De weg vragen Mag ik u iets vragen? Mag ik je iets vragen? Kunt u me helpen? Kun je me helpen?

Ja, natuurlijk. Ja hoor. Nee sorry, ik heb geen tijd. Nee, sorry, ik heb haast. Misschien. Dat hangt van je vraag af.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

117


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 118

Weet u waar ‌ is? Ik zoek ‌

Weet u waar het station is? Ik zoek de bibliotheek.

Eerst gaat u rechtdoor. Dan gaat u de eerste (straat) rechts(af ). Daarna bij de stoplichten links(af ). Tot slot ziet u de bibliotheek aan uw rechterhand. Je gaat hier meteen links(af ). Dan ga je bij de rotonde weer links(af ). Je komt bij een plein. Dat plein steek je over. Daar zie je het postkantoor recht voor je. Sorry, ik ben hier niet bekend.

Spreken

Oefening 6

Werk in tweetallen. U krijgt informatie van de docent.

Luisteren

Oefening 7

A Luister naar het liedje Links en rechts van Nick & Simon. Beantwoord de vragen.

118

1

Waar gaat de tekst over? a het verkeer b de liefde c op reis gaan

2

Wat wil de zanger zeggen? a Hij en zijn partner kunnen beter uit elkaar gaan, want ze zijn heel verschillend en begrijpen elkaar niet. b Hij en zijn partner kunnen beter uit elkaar gaan, want ze weten de weg niet. c Hij en zijn partner zijn heel verschillend en begrijpen elkaar vaak niet, maar ze blijven van elkaar houden.

3

In het refrein staan twee tegenstellingen (= opposities). Welke?

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 119

B Luister nog een keer naar het liedje. Maak de tekst compleet. Refrein

Ik wil naar ____________________________ , jij gaat naar ____________________________ . Dus ____________________________ ik jou weer achterna. Ik wil ____________________________ , jij achteruit, maar we komen toch weer bij elkaar. Couplet 1

Met ____________________________ weet ik nooit waar ik aan toe ben. Met ____________________________ weet ik nooit precies wat jij bedoelt. Maar wat ik zeker weet en wat ik niet meer vergeet. Dat is dat jij hetzelfde voor mij voelt. Refrein

Ik wil naar ____________________________ , jij gaat naar ____________________________ . Dus ____________________________ ik jou weer achterna. Ik wil ____________________________ , jij achteruit, maar we komen toch weer bij elkaar. Couplet 2

Ik word een beetje moe van al dat ____________________________ . Ik word een beetje moe van, we zien wel hoe het gaat. Wanneer hebben wij een keer alles uitgepraat, dat jouw ____________________________ dezelfde kant op staat. Refrein

Ik wil naar ____________________________ , jij gaat naar ____________________________ . Dus ____________________________ ik jou weer achterna. Ik wil ____________________________ , jij achteruit, Maar we komen toch weer bij elkaar. Couplet 3

Ik zeg ____________________________ en jij zegt ____________________________ . Jij gaat altijd je eigen ____________________________ , Maar op die ____________________________ is plaats voor twee. Onthoud dus goed wat ik je zeg. Refrein

Ik wil naar ____________________________ , jij gaat naar ____________________________ . Dus ____________________________ ik jou weer achterna. Ik wil ____________________________ , jij achteruit, Maar we komen toch weer bij elkaar. Ik wil naar ____________________________ , jij gaat naar ____________________________ . Dus ____________________________ ik jou weer achterna. Ik wil ____________________________ , jij achteruit, Maar we komen toch weer bij elkaar.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

119


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 120

Lezen

Oefening 8

Parkeerplaatsen te huur Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

2

3

U woont in de bomenbuurt. U hebt wel een auto maar die hebt u niet nodig voor uw dagelijkse werk. U gaat met de fiets naar uw werk in een andere buurt. Welke parkeerplaats is voor u het beste? Waarom? U werkt van maandag tot vrijdag (9.00 – 17.30 uur) in de bomenbuurt. U woont in een andere buurt en gaat met de auto naar uw werk. Welke parkeerplaats is voor u het beste? Waarom? U woont in de bomenbuurt. U gaat van maandag tot en met vrijdag met de auto naar uw werk in een andere buurt. Welke parkeerplaats is voor u het beste? Waarom?

Informatiebrief gericht aan mensen die in de Bomenbuurt werken en wonen. B.K. van Vliet Madeliefstraat 23 3442 EE Vleuten 030-4459817 Betreft: parkeerplaats(en) te huur in de bomenbuurt Geachte mevrouw, meneer, Herkent u zich in de volgende situatie? U woont of werkt in de bomenbuurt. U moet vaak zoeken naar een parkeerplaats in de buurt van uw woning of uw werk. Voor een losse parkeerplaats op straat moet u € 2,50 per uur betalen. Hebt u hier genoeg van? Wij hebben een oplossing voor deze ergernis want we bieden u verschillende mogelijkheden om in de bomenbuurt een parkeerplaats te huren. De parkeerplaatsen liggen vlakbij elkaar. a. Binnenterrein Palmstraat. Dit parkeerterrein is afsluitbaar. We hebben twintig 24-uursplaatsen (dag en nacht) van maandag tot en met zondag. Een parkeerplaats kost € 115 per maand. b. Binnenterrein Beukstraat Dit parkeerterrein is elektronisch afsluitbaar. We hebben tien 24-uursplaatsen van maandag tot en met zondag. Deze parkeerplaatsen kosten € 125 per maand. We hebben hier ook vijftien nachtplaatsen. U kunt hier elke werkdag van 18.00 tot 8.00 uur en in het weekend parkeren. Deze parkeerplaats kost € 75 per maand. c. Binnenterrein Eikstraat Dit parkeerterrein is afsluitbaar. We hebben hier acht dagplaatsen. U kunt hier op werkdagen van 7.30 tot 18.30 uur parkeren. Een parkeerplaats kost € 95 per maand. d. Binnenterrein Buurthuis Zuidwest We hebben twaalf 24-uursplaatsen van maandag tot en met zondag. Een parkeerplaats kost € 105 per maand. Als u interesse hebt of vragen hebt, kunt u telefonisch contact opnemen op 030-4459817 of mailen naar bkvanvliet@hotmail.com . Met vriendelijke groet, B.K. van Vliet

120

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 121

Spreken

Oefening 9

Werk in tweetallen. Wat zegt u in de volgende situaties? 1

U hebt een auto met kenteken 18 – TP – CS. U hebt nachtparkeerplaats nummer 8 gehuurd. U mag daar parkeren: ma - vr. 18.00-8.00 + weekend. De laatste weken ziet u op zaterdag regelmatig het volgende:

U belt de verhuurder van uw parkeerplaats. Wat zegt u? 2

U hebt een parkeerplaats gehuurd op een afsluitbaar parkeerterrein. De laatste tijd ziet u regelmatig het volgende:

U belt de verhuurder van uw parkeerplaats. Wat zegt u? 3

U hebt voor 125 euro per maand een parkeerplaats gehuurd op een elektronisch afsluitbaar parkeerterrein. U bent niet tevreden. U belt de verhuurder van uw parkeerplaats. Geef twee redenen waarom u niet tevreden bent.

4

U loopt in de Eikstraat. Kijk naar de plattegrond. Iemand vraagt u waar de Vismarkt is. Wat zegt u?

Kerkstraat

Douglaslaan

Menadostraat

Vismarkt

Melkeppe Waag

Vest

Steeg

Hoofdstraat

Eikstraat

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

121


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 122

Spreken

Oefening 10

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2

Luisteren

Hebt u contact met uw buren? Bent u tevreden over dit contact? Hebt u weleens last van uw buren? Zo ja, wat is dan het probleem en wat doet u dan?

Oefening 11

Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen.

Luisteren

1

Welke voorbeelden van oorzaken van burenruzies hoort u in de tekst? a Het is te warm. b Het strand is te vol. c Het park is te vol. d De takken van de boom van de buurman hangen in de tuin. e Er is te weinig zon. f Het hek is te hoog. g De buren barbecueĂŤn. h De tuin is te klein.

2

Hoeveel vragen over burenruzies krijgt het Juridisch Loket in de winter? __________________ vragen per maand

3

Hoeveel vragen over burenruzies krijgt het Juridisch Loket in de lente en zomer? __________________ vragen per maand

4

Waarom neemt het aantal burenruzies vanaf maart toe? Kies twee antwoorden. a Omdat mensen dan meer buiten gaan leven. b Omdat mensen dan weer gaan barbecueĂŤn. c Omdat mensen dan makkelijker hun buren aanspreken bij irritaties. d Omdat mensen het te warm krijgen.

Oefening 12

Lees de vragen. Luister naar de teksten. Beantwoord de vragen. Gesprek 1 1 2

Waar heeft de vrouw last van? Hoe zegt ze dat? Hoe reageert de man?

Gesprek 2 1 2

122

Waar heeft de man last van? Hoe zegt hij dat? Hoe reageert de vrouw?

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 123

Taalhulp Irritatie uitspreken klacht

reactie op de klacht

Ik wil iets met je bespreken. Kan ik u even spreken? Heb je even?

Wat is er aan de hand? Waar gaat het over? Hoezo (dan)? Is er iets?

Ik heb last van ... Ik vind het niet prettig dat ... Ik weet dat ... maar de laatste tijd ... Ik snap best dat ... maar ... Ik begrijp dat ... maar ... Ik vind wel dat ... Ik blijf erbij dat ...

Echt waar? Wat vervelend! Sorry, daar heb ik niet aan gedacht. Het spijt me, dat wist ik niet. Ik kan er niks aan doen. Wat wil je dat ik doe?

Zou je ...? Je zou (bijvoorbeeld) ... Ik wil u vragen om ...

Dat is misschien wel een goed idee. Daar heb ik eigenlijk nog nooit aan gedacht. Ik zal eens informeren. Ik zal ____________________________ .

Spreken en schrijven Oefening 13 Maak de dialogen compleet. Dialoog 1

gesprek tussen twee buren A He, buurman, ik wil iets met je bespreken. B Waar gaat het over? A Ik heb de laatste tijd veel last van ____________________________ . B Echt waar? Wat vervelend. A Ik begrijp dat ____________________________ maar ____________________________ . B Wat wil je dan dat ik doe? A Nou, je zou bijvoorbeeld ____________________________ . B Ok, ik zal ____________________________ . A Fijn, bedankt.

Dialoog 2

gesprek tussen twee collega’s A Hoi, Peter, heb je even? B Hoezo? Is er iets? A Ik heb de laatste tijd veel last van ____________________________ . B Echt waar? Wat vervelend. A Ik begrijp dat ____________________________ maar ____________________________ . B Wat wil je dan dat ik doe? A Nou, je zou bijvoorbeeld ____________________________ . B Ok, ik zal ____________________________ . A Fijn, bedankt.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

123


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 124

Spreken

Oefening 14

Werk in tweetallen. U krijgt informatie van de docent.

Schrijven

Oefening 15

U geeft zaterdagavond een feestje voor uw verjaardag. Het is mooi weer, dus u wilt het feest in de tuin geven. Schrijf een briefje of e-mail aan uw buren. U informeert uw buren over het feestje. Vermeld: datum, begin- en eindtijd, excuses voor eventueel lawaai. Nodig ze ook uit.

Internet

Oefening 16

In het volgende televisieprogramma staan problemen tussen buren centraal. De rijdende rechter: http://www.nederland1.nl/programma/rijdende-rechter Kies een aflevering van dit programma. Kijk naar de eerste tien minuten en beantwoord de volgende vragen. 1 2 3 4 5 6

Wie hebben er een probleem? Wat is het probleem? Hoe lang bestaat dit probleem al? Hoe hebben de buren geprobeerd het probleem op te lossen? Hoe reageren de buren op elkaar? Hebt u een advies voor een oplossing?

Werk in drietallen. Vertel elkaar wat u hebt gezien en gehoord.

124

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 125

Spreken

Oefening 17

Werk in drietallen. Als jongeren gaan studeren, blijven sommige thuis bij hun ouders wonen en andere gaan zelfstandig wonen, op kamers. Bespreek de volgende vragen. •

Wat zijn de voor- en nadelen voor studenten die bij hun ouders blijven wonen? Wat zijn de voor- en nadelen voor studenten die zelfstandig gaan wonen? Wat hebt u gedaan toen u ging studeren? Bent u thuis blijven wonen of ging u zelfstandig wonen? Waarom? Wat doen de meeste studenten in uw land? Blijven ze bij hun ouders wonen of gaan ze op kamers? Waarom?

Vocabulaire Oefening 18 Kijk naar de omschrijvingen van de volgende woorden. De woorden zijn onderstreept in de tekst van oefening 19. aanvankelijk

afnemen

bieden

delen

de eis

flink

gezamenlijk groeien halverwege

eerst Aanvankelijk kon ik geen Nederlands spreken maar na zes maanden ging het al veel beter. dalen, minder worden Sinds het rookverbod in de horeca is het aantal rokers afgenomen. geven Een stad heeft zijn inwoners veel te bieden: winkels, theaters, bioscopen, cafés, restaurants, enz. verdelen, aan ieder een deel geven Als we met Kees en Alice uit eten gaan, delen we altijd de kosten. de voorwaarde, iets wat moet gebeuren voordat er iets anders kan gebeuren Het Staatsexamen NT2 programma II is een eis als je aan een Nederlandstalige studie wilt beginnen. erg, zeer Ik ben flink verkouden. Ik moet regelmatig mijn neus snuiten. samen In de pauze drinken alle collega’s gezamenlijk koffie. groter worden, toenemen, stijgen Bij warm weer groeit de vraag naar ijs. op de helft van Halverwege haar studie heeft Astrid een semester in Spanje gestudeerd.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

125


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 126

de hospita

invoeren krap

ombouwen

ontstaan

het pand

rond ruim slechts sober de stichting

stijgen toenemen toevoegen verplichten

voordelig voornamelijk zelfstandig zogeheten

126

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

eigenares van een huis die kamers verhuurt aan studenten. Ik betaal altijd op de eerste van de maand de huur aan mijn hospita. introduceren De ov-chipkaart is in 2010 ingevoerd. als iets krap is, is er weinig ruimte voor Op dit moment is er een krappe arbeidsmarkt. Dat betekent dat het moeilijk is om een baan te vinden. de functie en de indeling van een gebouw veranderen In Nederland zijn een aantal kerken omgebouwd tot appartementen. beginnen, zich vormen Er ontstond een felle discussie naar aanleiding van de stelling dat Nederlanders niet gastvrij zijn. het gebouw In onze buurt staat een aantal grote, vrijstaande panden. Deze worden meestal als kantoor gebruikt. om ongeveer (+ tijdsindicatie) Rond zeven uur staat hij meestal op. meer dan Nederland heeft ruim 16 miljoen inwoners. maar, niet meer dan In mijn geboortedorp wonen slechts tweeduizend mensen. eenvoudig, zonder luxe Mijn grootouders hebben altijd een sober leven geleid. de ideĂŤle organisatie De Hersenstichting Nederland zamelt geld in voor onderzoek naar het functioneren van de hersenen. toenemen, meer worden De prijs van sigaretten is de laatste jaren gestegen. stijgen, meer worden Het aantal vrouwen dat werkt, is in Nederland toegenomen. erbij doen U moet nog peper en zout aan de soep toevoegen. afspreken dat iets moet gebeuren We verplichten alle cursisten om het huiswerk per mail te sturen. goedkoop Omdat mijn zus bij KLM werkt, kan ik voordelig vliegen. vooral In onze groep zitten voornamelijk Aziaten. niet van iemand of iets anders afhankelijk Toen ik tien jaar was, fietste ik zelfstandig naar school. zogenaamd, zogenoemd In 2010 werd een nieuw vervoersbewijs ingevoerd, de zogeheten OV-chipkaart.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 127

Zoek de synoniemen bij elkaar. dalen – eerst – flink – geven – goedkoop – introduceren – maar – ontstaan – het pand – samen – toenemen – voornamelijk – de voorwaarde – zogenaamd 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

Lezen

het gebouw voordelig afnemen zogeheten stijgen de eis gezamenlijk vooral aanvankelijk invoeren bieden slechts erg zich vormen

__________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________

Oefening 19

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Beschrijf onderstaande woonvormen. Wat zijn de verschillen? a anti-kraak b bij een hospita wonen c zelfstandig appartement d corporatiewoning e verenigingshuis f studentenflat

2

Zet de woorden op de goede plaats in de tabel.

1500 studenten – ongeveer 50% van de studenten woont zelfstandig – anti-kraak wonen – bij een hospita wonen – studentenflats gebouwd – kleinere woongroepen – zelfstandig appartement – kantoren ombouwen tot woonruimte rond 1850

voor de Tweede Wereldoorlog

na de Tweede Wereldoorlog

na 1995

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

127


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 128

3 4

Wat is een campuscontract? Waarom zijn de campuscontracten ingevoerd?

Van volle flat tot eigen appartement Rond 1850 waren er slechts 1.500 studenten in Nederland. In 2009 tellen hogescholen en universiteiten gezamenlijk ruim 580 duizend studenten. Van hen zijn er 260 duizend het huis uit gegaan; ze wonen op kamers bij particulieren, in huizen van studentenverenigingen of in een kamer of een zelfstandig appartement van een studentenwoningcorporatie. Populair onder studenten is anti-kraak wonen; je moet dan vaak verhuizen, maar het biedt vaak veel ruimte voor weinig geld. Het aantal studenten dat bij een hospita woont, is sterk afgenomen. Studentenkamers zijn vooral in steden met een krappe woningmarkt (Utrecht, Amsterdam) relatief duur; corporatiewoningen zijn relatief voordelig. Vóór de Tweede Wereldoorlog woonden studenten nog voornamelijk bij hospita’s en in verenigingshuizen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden stichtingen voor studentenhuisvesting. Aanvankelijk werden studenten gehuisvest in bestaande panden. Vanaf de jaren zestig tot eind jaren zeventig zijn veel studentenflats gebouwd in de studentensteden. In die flats zijn de kamers niet al te groot en sober. In sommige complexen delen achttien personen een keuken. Vanaf halverwege de jaren negentig stegen de eisen van studenten. Ze wilden grotere kamers, meer luxe, kleinere woongroepen en vooral de ouderejaars wilden het liefst een zelfstandig appartement. Maar rond 2000 nam de kamernood in veel studentensteden flink toe. Deze groeide verder omdat veel studenten na hun afstuderen nog jaren op hun studentenkamer bleven hangen. Inmiddels hebben veel studentenhuisvesters zogeheten campuscontracten ingevoerd, die een exstudent verplichten te verhuizen. Deze eeuw begon bovendien een inhaalslag in de studentenhuisvesting. Lege kantoren werden omgebouwd tot (tijdelijke) studentenhuisvesting. Vanaf 2003 zijn ruim 15 duizend studenteneenheden toegevoegd, vaak zelfstandige appartementen. Bron: de Volkskrant, woensdag 1 juli 2009

Oefening 20

Werk in tweetallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

128

Wat vond u aanvankelijk van Nederland? En nu? Wat deed u halverwege de jaren negentig? Wat doet u gezamenlijk met de cursisten uit uw groep? Wat doet u rond acht uur ’s avonds? Met wie praat u voornamelijk Nederlands? Wanneer kan iemand zelfstandig wonen, vindt u? Waar kunt u voordelig boodschappen doen? Wat deelt u regelmatig met uw familie of vrienden? Wat biedt de cursus Nederlands u? Beschrijf het pand waar u les heeft.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 129

Spreken

Oefening 21

A Werk in drietallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1

2

3

Op welke leeftijd bent u zelfstandig gaan wonen? Waarom op dat moment? Hoe zag uw eerste woonruimte eruit? Denk aan: grootte, medebewoners, locatie, enz. Was u tevreden? Hoe heeft u uw huidige woonruimte gevonden? Bent u tevreden?

B Werk in tweetallen. Wat zegt u in de volgende situaties? 1

U woont in een studentenflat. U komt in de keuken. Wat zegt u tegen uw huisgenoten?

2

U hebt net een nieuwe kamer in een gezellig studentenhuis. Een vriend belt u op en vraagt hoe uw kamer eruitziet. Wat zegt u?

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

129


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 130

3

U zoekt een kamer. U ziet onderstaande advertenties: Welke kamer heeft uw voorkeur? Noem minimaal twee argumenten.

A

Kamer aangeboden in gezellig studentenhuis, 3 x 3 meter, keuken en badkamer delen met 6 huisgenoten, centrum, 355 euro p.m.

B

C

Kamer aangeboden, 4 x 5 meter met eigen keuken en douche, 25 min. van centrum, 315 euro p.m.

Kamer te huur in studentenflat op 10e verdieping, 16 m2, nabij centrum, keuken en badkamer delen met 4 andere studenten.

* Grammatica – oefening 37, 38, 39

Grammatica Relatieve bijzin

Een relatieve bijzin staat achter een substantief. Dat noemen we het antecedent. De relatieve bijzin geeft extra informatie over het antecedent. Voorbeeld De sprong is

(antecedent) het boek

(relatieve bijzin) dat we in deze cursus gebruiken.

Een relatieve bijzin begint met een relatief pronomen. Relatieve pronomina: die, dat, waar + prepositie, prepositie + wie Voorbeelden

De sprong is het boek dat we in deze cursus gebruiken. Dit is een oefening die ik moeilijk vind. Dit is de trein waarmee we naar Amsterdam gaan. Peter is een collega met wie ik vaak samenwerk. die verwijst naar een substantief met het artikel de De studenten die bij hun ouders blijven wonen, hebben lagere kosten. dat verwijst naar een substantief met het artikel het Het aantal studenten dat bij een hospita woont, is sterk afgenomen. die en dat kunnen het subject of het object zijn van de relatieve bijzin.

Voorbeelden

die als subject: De auto die daar staat, is van mijn buurman. die als object: De auto die ik wil kopen, is te duur. (ik = subject) dat als subject: Het boek dat daar ligt, is interessant. dat als object: het boek dat ik gekocht heb, is interessant. (ik = subject) waar + prepositie verwijst naar een object / een ding. De prepositie vormt een combinatie met het verbum.

130

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 131

De stoel waar ik nu op zit, is vroeger van mijn opa geweest. (zitten op ...) Het glas waar ik uit drink, is een bierglas. (drinken uit ...) Let op

waar + prepositie kunnen ook als één woord achter het antecedent staan. De losse combinatie is frequenter.

Vergelijk

De stoel waar ik nu op zit, is vroeger van mijn opa geweest. De stoel waarop ik nu zit, is vroeger van mijn opa geweest. Het glas waar ik uit drink, is een bierglas. Het glas waaruit ik drink, is een bierglas.

Let op

met ‘ waar + mee De pen waar ik meestal mee schrijf, heb ik van mijn collega’s gekregen. (schrijven met ...) waar + in We laten de prepositie in meestal weg als we naar een plaats verwijzen. De stad waar we wonen, is Utrecht. In de volgende combinatie kunnen we de prepositie in niet weglaten. Een thema waar ik erg in geïnteresseerd ben, is de Nederlandse politiek. prepositie + wie verwijst naar een persoon. De prepositie vormt een combinatie met het werkwoord. De buurvrouw met wie ik een praatje maak, is morgen jarig. (een praatje maken met ...) De huisbaas bij wie ik drie jaar heb gewoond, was erg aardig. (wonen bij ...)

Oefening 22

Vul een relatief pronomen in, kies uit: die, dat, waar + prepositie, of prepositie + wie Voorbeeld

De vrouw die daar loopt, is een collega van me. De vrouw met wie u gesproken heeft, is een collega van me. Het computerprogramma dat ik gebruik, draait niet onder Windows XP. Het computerprogramma waarmee ik werk, draait niet onder Windows XP. 1 2 3 4 5 6 7

Het tv-programma ____________________________ ik elke dag kijk, is het journaal. Het tv-programma ____________________________ ik elke dag zie, is het journaal. De studenten ____________________________ geslaagd zijn, krijgen een diploma. De student ____________________________ de docent spreekt, is helaas gezakt. De bank ____________________________ we zitten, hebben we bij IKEA gekocht. De bank ____________________________ we bij IKEA gekocht hebben, was niet duur. Het meisje ____________________________ Johan heel leuk vindt, is heel mooi.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

131


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 132

8

9 10

Het meisje ____________________________ Johan verliefd is, heeft helaas al een vriend. De muziek ____________________________ ik graag hoor, is hardrock. De muziek ____________________________ we graag luisteren, is klassieke muziek.

Oefening 23

Maak de tweede zin compleet met de informatie uit de eerste zin. Gebruik een relatief pronomen. Voorbeeld

Ik woon in een buurt. De buurt _____________________________________ , is heel gezellig. waar(in) ik woon , is heel gezellig. De buurt _______________________________________________________________________ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

We hebben een huis gekocht. Het huis ____________________________ , heeft een grote tuin. De buren wonen tegenover Karel. De buren ____________________________ , zijn aardig. Ik woon in een tweekamerappartement. Het appartement ____________________________ , is op de derde verdieping. Zij heeft sinds kort een vriend. De vriend ____________________________ , woont niet in Nederland. Ik moet vaak samenwerken met medestudenten. De medestudenten ____________________________ , zijn soms lui. Karel gaat meestal met de fiets naar zijn werk. De fiets ____________________________ , heeft vandaag een lekke band. We wachten nu al drie weken op ons huurcontract. Het huurcontract ____________________________ , moeten we voor 1 november ondertekenen. Hij heeft om 15.00 uur een afspraak met een collega. De collega ____________________________ , is te laat. Ik zet mijn auto in een parkeergarage. De parkeergarage ____________________________ , is elektronisch afsluitbaar. Ik passeer elke ochtend een kruispunt. Het kruispunt ____________________________ , is erg gevaarlijk.

Oefening 24

Maak de zinnen af. Maak een relatieve bijzin. Voorbeeld

De studenten ____________________________________________________________________ , vieren feest. die het examen hebben gehaald , vieren feest. De studenten ____________________________________________________________________ 1 2

132

Het is herfst. De bomen ________________________________________________ , worden kaal. Dit is een speciale school. Op deze school zitten kinderen ____________________________ .

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 133

3 4 5 6

7 8 9 10

Het studentenhuis ___________________________ , is groot. Er wonen 15 studenten. De man ____________________________ , vroeg me waar het station was. De straat ____________________________ , heeft veel verkeersdrempels. Ik drink elke donderdagochtend koffie met een vriendin ____________________________ . Ik heb op tv een programma gezien ____________________________ . De auto’s ____________________________ , worden door de politie weggesleept. Ik heb een collega ____________________________ . Dat vind ik heel irritant. De bus ____________________________ , kwam vandaag weer 10 minuten te laat.

Oefening 25

Werk in tweetallen. Geef extra informatie over de volgende dingen en personen. Gebruik een relatieve bijzin. Voorbeeld

uw fiets _______________________________________________________________________________________________________________ Ik heb een fiets waarmee ik altijd naar mijn werk ga. 1

uw huis ___________________________________________________________________________________________________________

2

uw straat ___________________________________________________________________________________________________________

3

uw buren ___________________________________________________________________________________________________________

4

uw woonplaats ___________________________________________________________________________________________________________

5

uw supermarkt ___________________________________________________________________________________________________________

6

uw cursus ___________________________________________________________________________________________________________

7

uw partner ___________________________________________________________________________________________________________

8

uw computer ___________________________________________________________________________________________________________

9

uw medecursisten ___________________________________________________________________________________________________________

10

uw favoriete tv-programma ___________________________________________________________________________________________________________

11

Nederland ___________________________________________________________________________________________________________

12

uw eigen land ___________________________________________________________________________________________________________

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

133


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 134

Spreken

Oefening 26

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

3

Luisteren

Werkt of studeert u in dezelfde plaats als waar u woont? Wat vindt u daarvan? Vindt u het vervelend als u niet in dezelfde plaats werkt of studeert als waar u woont? Waarom? Vindt u het vervelend als u uw partner alleen maar in het weekend kan zien? Waarom?

Oefening 27

Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

2

Waarom is meneer Prak alleen maar in het weekend bij zijn gezin? a Omdat hij op een boot vaart. b Omdat hij voor zijn werk naar veel verschillende landen moet vliegen. c Omdat zijn gezin in Nederland woont en hij in het buitenland werkt. Waarom verhuist de familie Prak niet, zodat ze de hele week samen kunnen zijn? __________________________________________________________________________________________________________

3

Wat is een pendelaar? __________________________________________________________________________________________________________

4

Waarom verhuisde het gezin van mevrouw Kant niet mee naar Den Haag? ________________________________________________________________________________________________

5

Wat vindt mevrouw Kant het moeilijkst in relatie tot haar dochters? __________________________________________________________________________________________________________

Lezen

Oefening 28

Lees de tekst. Zet de tussenkopjes op de goede plaatsen in de tekst. 1 2 3 4 5

134

Extreem weer Grote brand Instortingsgevaar Uitval van stroom, gas, water of telefoon Zo kunt u zich voorbereiden

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

6 7 8 9

Groot verkeersongeval Overstroming Dit moet u doen bij een ramp Ziektegolf


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 135

Wat moet u doen in een noodsituatie? Algemene inleiding Elke ramp is anders. Toch zijn er dingen die u bij elke ramp kunt doen. Als voorbereiding of tijdens de ramp zelf. ___________________________________________________________________

• • • • •

Zorg dat u een radio op batterijen heeft. Stel de regionale zender in op uw radio en/of tv. Zorg dat u een noodvoorraad in huis heeft. Kijk altijd even waar de nooduitgang is als u een gebouw binnenkomt. Zijn er in uw omgeving mensen die extra hulp nodig hebben tijdens een ramp? Bespreek met ze wat u voor ze kunt doen.

___________________________________________________________________

• • • • • • •

Als u de sirene hoort, blijf binnen of ga naar binnen. U loopt buiten juist gevaar. Sluit deuren en ramen. Zet radio of tv aan. Kijk op www.crisis.nl voor meer informatie. Volg de aanwijzingen van overheid en hulpverleners op. Haal uw kinderen niet uit school; de schoolleiding vangt uw kinderen op. Help anderen zoveel mogelijk. Ook al doet de telefoon het nog, ga niet onnodig bellen om het telefoonnet niet te veel te belasten.

___________________________________________________________________

• • •

Kunt u niet meer door de rook kijken? Blijf dan laag bij de grond. Kunt u het gebouw niet meer verlaten? Ga dan voor een raam staan waar de brandweer u kan zien. Ga nooit terug een brandend gebouw in.

___________________________________________________________________

• • •

Bent u met de auto in een tunnel: verlaat uw auto en ga via de dichtstbijzijnde vluchtweg de tunnel uit. Loop niet onnodig over de snelweg. Houd de vluchtstrook vrij voor brandweer, politie en ambulance.

___________________________________________________________________

• • •

Gebruik altijd papieren zakdoekjes die u na gebruik meteen weggooit. Was vaak uw handen. Blijf thuis als u een besmettelijke ziekte heeft.

___________________________________________________________________

• • •

Blijf laag bij de grond, schuil onder zwaar meubilair of een deurpost, blijf daar stil zitten en bescherm uw hoofd en nek met uw armen. Gebruik geen liften. Als u bedekt onder het puin ligt, blijf dan zo stil mogelijk liggen en maak zo mogelijk geluiden door te kloppen op pijpen of buizen. Schreeuw alleen als het niet anders kan.

___________________________________________________________________

• • •

Ga niet de weg/het water op als dit wordt afgeraden of als een weeralarm is afgegeven. Als u toch de deur uit moet, neem dan genoeg eten, water, dekens en warme kleding mee. Bij een hittegolf: drink per dag twee liter water en blijf binnen tussen 12:00 en 16:00 uur.

___________________________________________________________________

• • •

Luister naar de rampenzender op uw radio op batterijen. Doet de telefoon het nog? Bel dan niet onnodig om overbelasting van het net te voorkomen. Doet de stroom het nog? Kijk dan op de website van uw gemeente of op www.crisis.nl.

___________________________________________________________________

• • •

Is er een kans dat er water in uw huis komt? Schakel gas en elektriciteit uit. Zorg voor een noodpakket (radio op batterijen, zaklamp, batterijen, medicijnen, belangrijke documenten, eten en drinken, kleding en dekens). Als u niet weg kunt: luister naar de regionale rampenzender op uw radio uit uw noodpakket.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

135


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 136

Spreken

Oefening 29

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

Wat vindt u van de tips om u voor te bereiden op een ramp? Welke vindt u goed? Welke vindt u onzin? Waarom? Bent u voorbereid op een eventuele ramp? Hebt u een noodpakket in huis?

Oefening 30

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1

A vraagt de weg aan B. A kiest een locatie, bijv.: ‘Weet u hoe ik van hier naar het station kom?’ B geeft instructie. Gebruik daarbij een kaart van de stad.

2

Wat mocht u vroeger wel of niet van uw vader en moeder? En wat mocht u wel of niet van uw opa en oma? Als u zelf kinderen hebt, wat mogen uw kinderen wel of niet?

3

Over de Nederlandse taal: Waar bent u goed in, en waar bent u slecht in? Wat wilt u verbeteren?

4

Buren maken weleens ruzie met elkaar. Bespreek met elkaar een paar oorzaken van burenruzies. Hebt u zelf weleens ruzie gehad met de buren? Wat was de oorzaak?

5

A U werkt in een ziekenhuis en hebt vaak avonddienst of nachtdienst. Overdag bent u vaak thuis en moet dan slapen. Uw buurvrouw/buurman werkt overdag en heeft een hond. Kijk naar het plaatje. U gaat naar uw buurvrouw/buurman. Wat zegt u? B Uw buurvrouw/buurman komt naar u toe met een klacht over uw hond. Reageer op de klacht en doe een voorstel voor een oplossing.

6

136

Kijkt u weleens naar televisieprogramma’s over conflicten tussen buren, zoals De rijdende rechter en Bonje met de buren? Wat vindt u van dat soort programma’s?

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 137

7

Wat vindt u? Moeten jongeren direct zelfstandig gaan wonen als ze gaan studeren of werken, of kunnen ze beter nog een tijdje bij hun ouders blijven wonen? Noem twee argumenten.

8

A U woont met uw partner in Den Haag. U hebt nu geen werk, maar u kunt een interessante baan krijgen in Groningen. Dan moet u wel naar Groningen verhuizen. Bespreek dit met uw partner. B U woont met uw partner in Den Haag. U woont graag in Den Haag en hebt daar ook een leuke baan. Uw partner heeft geen baan, maar kan een baan krijgen in Groningen. Luister naar uw partner en reageer.

9

A U hebt op de radio gehoord dat iedereen een noodpakket in huis moet hebben als voorbereiding op een ramp. U vraagt een vriend (B) wat er in zo’n noodpakket moet zitten. B Een vriend (A) wil weten wat er in een noodpakket moet zitten. Kijk naar het plaatje en vertel uw vriend wat er in zo’n noodpakket zit.

10

Weet u wat u moet doen als de sirene in uw stad of dorp gaat om 12.00 uur op de eerste maandag van de maand? En wat als de sirene op een ander moment gaat?

11

Werkt of studeert u in de stad waar u woont, of bent u een pendelaar? Hoe bevalt dat? Bent u tevreden met de situatie of wilt u liever verhuizen?

12

A U woont in de binnenstad (= het centrum) en gaat met de auto naar uw werk. Als u ’s avonds thuiskomt, moet u vaak zoeken naar een parkeerplaats. U ziet onderstaande advertentie in een huis-aan-huisblad:

PARKEERPLAATSEN AANGEBODEN in de binnenstad. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Kees Prinsen, 06-35421788 U bent geïnteresseerd en belt Kees Prinsen op voor meer informatie. B U bent Kees Prinsen, eigenaar van parkeerplaatsen in de binnenstad. Iemand is geïnteresseerd en belt u op voor meer informatie. Bedenk zelf de antwoorden op de vragen van A.

Thema 5 Woonomgeving: Een goede buur

137


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 138

6

138

Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 139

Lezen

Oefening 1

A Lees de tekst Het politieke systeem in Nederland. Zet het goede tussenkopje boven elke alinea. 1 2 3 4 5 6

Verkiezingen voor de Tweede Kamer Minderheidsregering Het Nederlandse parlement Coalitieregering Constitutionele monarchie Kabinet

Het politieke systeem in Nederland

___________________________________________________________________

Nederland is een constitutionele monarchie met een koning (of koningin) als staatshoofd. De constitutie regelt de verdeling van bevoegdheid tussen de koning, de ministers en andere organisaties van de overheid. De eigenlijke macht ligt tegenwoordig niet meer bij de koning maar bij het parlement en de regering. ___________________________________________________________________

Het Nederlandse parlement bestaat uit de Eerste en de Tweede Kamer. De Eerste kamer is vergelijkbaar met een senaat in veel andere landen (de leden van de Eerste Kamer heten dan ook senatoren) en heeft de taak om de Tweede kamer te adviseren en nieuwe plannen (b.v. wetsvoorstellen) van de regering te controleren. De naam ‘Eerste Kamer’ is eigenlijk een beetje misleidend, want de belangrijkste Kamer is de Tweede Kamer. ___________________________________________________________________

De Tweede Kamer bestaat uit 150 kamerleden van verschillende politieke partijen. Eens in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede kamer, waarbij het Nederlandse volk naar de stembus gaat om de leden van die Tweede Kamer, de volksvertegenwoordigers, te kiezen. ___________________________________________________________________

De Nederlandse regering, ook wel kabinet genaamd, moet haar plannen presenteren aan de Tweede Kamer en zo verantwoording afleggen voor haar beleid. De regering staat onder leiding van de minister-president, en bestaat verder uit een aantal ministers en een aantal staatssecretarissen (een soort ‘tweede’ ministers).

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

139


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 140

___________________________________________________________________

De regering moet steun krijgen van minimaal 76 leden, dus een meerderheid (75 + 1) van de Tweede Kamer. Geen enkele partij in Nederland is echter groot genoeg om alleen de regering te vormen. Daarom heeft Nederland altijd een coalitieregering die bestaat uit minimaal twee en meestal drie partijen. ___________________________________________________________________

Na de verkiezingen in de zomer van 2010 ontstond er een bijzondere situatie. Verschillende partijen probeerden samen een regering te vormen, maar veel formatiepogingen mislukten. Uiteindelijk vormden de liberale partij VVD en de Christen Democratische partij CDA een minderheidsregering met zogenaamde gedoogsteun van de rechtse anti-islam partij PVV. Dit betekent dat de PVV het beleid van de regering steunt, maar geen onderdeel van de regering vormt. Deze constructie heeft tot veel discussie geleid, vooral bij de oppositiepartijen. Ze vinden dat zo’n minderheidsregering niet stabiel genoeg is om het land goed te regeren.

B Hieronder staan synoniemen van de onderstreepte woorden in de tekst. Kunt u ze vinden? 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

11 12 13 14 15 16 17

140

diverse ĂŠĂŠn keer gingen fout grondwet in feite koninkrijk macht meer dan de helft onjuist partijen die niet in de regering zitten plannen premier selecteren speciale te vergelijken ten slotte zich verantwoorden

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ ______________________________________________________________________


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 141

Luisteren

Oefening 2

A Luister naar het liedje Politiek van Bram Vermeulen. Is de zanger geĂŻnteresseerd in de politiek? Waarom wel of niet? B Luister nog een keer en maak de tekst compleet. Als ik niet kijk Heb ik ____________________________ niet gezien Heb ik ____________________________ niet gezien Wist ik ____________________________ niets van Kunnen ze mij niks maken Dus ik kijk niet Als ik niet praat Heb ik ____________________________ niet gezegd Heb ik ____________________________ niet gezegd Wist ik ____________________________ niets van Kunnen ze mij niks maken Dus ik praat niet refrein

Politiek, politiek Ik ben ____________________________ niet, ik ken ____________________________ niet Politiek, politiek Ik kijk niet dus ik zeg niets Als ik niet lees Lees ik ____________________________ niet Weet ik ____________________________ niet Wist ik ____________________________ niets van Kunnen ze mij niks maken Dus ik lees niet refrein

Politiek, politiek Ik ____________________________ niet, en ik ____________________________ niets Politiek, politiek Ik praat niet dus ik zeg niets Politiek, politiek Ik kijk niet, dus ik zie niks * De zanger zingt: ‘kunnen ze mij niks maken’. Dit betekent dat ze hem niet kunnen pakken, dat ze hem nergens van kunnen beschuldigen.

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

141


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 142

C Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3

Wat vindt u van de houding van de zanger? Bent u geĂŻnteresseerd in politiek? Waarom? Wat weet u van de Nederlandse politiek?

Vocabulaire Oefening 3 bij iets betrokken zijn te maken hebben met, veel doen voor Als docent Engels is Jan betrokken bij de organisatie van de reis naar Londen voor alle vierde klassen. het beleid de aanpak, de manier om belangrijke zaken te regelen De NS heeft een nieuw beleid opgesteld om agressie tegen conducteurs te verminderen. het orgaan een bestuurlijke organisatie Dat projectbureau is een belangrijk orgaan binnen de politiek. de maatschappij de samenleving, de gemeenschap Nederland is een multiculturele maatschappij. lokaal plaatselijk, binnen een bepaalde plaats Bij de gemeenteraadsverkiezingen doen veel lokale partijen mee. de stroming de beweging, stijl of richting in de kunst, de politiek of de godsdienst Mensen die tot een religieuze stroming behoren, zullen bij verkiezingen sneller kiezen voor een politicus die dezelfde ideeĂŤn heeft. de flyer de kleine folder Heb jij ook een flyer van de sportschool in de brievenbus gehad? Ik heb gelezen dat een maandabonnement maar 20 euro kost. een rol spelen bij een belangrijke taak hebben De media spelen een grote rol bij verkiezingen. opstellen bedenken en opschrijven De ambtenaar heeft een nieuw beleidsplan opgesteld.

Vul de bovenstaande woorden in de juiste zin in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

2

3

4

142

Op straat deelden jongeren ____________________________ uit. Daarin stonden de belangrijkste standpunten van een politieke partij. Bij welke politieke ____________________________ hoor jij: socialistisch, liberaal, christelijk? Dit bedrijf heeft als ____________________________ om vrouwen te stimuleren carrière te maken. Piet heeft sinds vorige maand een nieuwe baan. Hij wilde graag meer verdienen, dus ____________________________ de keuze voor die nieuwe baan heeft het salaris ____________________________ ____________________________ ____________________________ .

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 143

5

6

7

8

9

Luisteren

Als er binnen de politiek op landelijk niveau iets verandert, is dat geen garantie dat er op ____________________________ niveau ook iets verandert. De docent heeft aan het begin van het schooljaar drie regels ____________________________ waaraan alle kinderen zich moeten houden: Kom op tijd. Steek je vinger op als je iets wilt zeggen of vragen. Maak je huiswerk. De vakbond is een ____________________________ dat de belangen van de werknemers vertegenwoordigt. Ik wil meer ____________________________ ____________________________ ____________________________ dat project. Ik wil er namelijk ook deel van uitmaken. Sociale ongelijkheid is al eeuwenlang een bedreiging voor de ____________________________ .

Oefening 4

U gaat luisteren naar een gesprek tussen Amina Jasraj en Jonathan de Jong, die als politicoloog en docent politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam werkzaam zijn. Ze praten over het werk van Jonathan. A Lees vraag 1. Luister naar de tekst. Beantwoord de vraag. 1

Amina en Jonathan spreken over de volgende onderwerpen. Zet de onderwerpen in de goede volgorde. __________ De betekenis van het woord politiek. __________ Vijf politieke partijen. __________ Het beroep van Jonathan de Jong. __________ De actoren binnen de politiek. __________ Waarom journalisten een rol spelen in de politiek.

B Lees de vragen. Luister nog een keer naar de tekst. Beantwoord de vragen. 2

Waarom vindt meneer De Jong zijn werk interessant? a Hij vindt de Universiteit van Amsterdam een leuke plek om te werken. b Hij wil graag zijn kennis in de praktijk brengen en met studenten werken. c Hij vindt het leuk dat hij steeds met nieuwe politieke theorieĂŤn bezig kan zijn. d Hij kan in zijn werk steeds terugdenken aan zijn tijd als student politicologie.

3

Waar heeft het woord politiek mee te maken, volgens meneer De Jong? a Met wat de politie doet. b Met wat er in de stad en in het land gebeurt. c Met wat er op straat gebeurt. d Met de democratie van een land.

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

143


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 144

4

Wat zegt meneer de Jong over politiek? a Politieke opvattingen zijn alleen afhankelijk van de economie. b De regering speelt een kleine rol binnen de politiek. c Iedereen zou wel een rol kunnen spelen binnen de politiek. d Zonder lokale politiek kan er geen landelijke politiek bestaan.

5

Wat zegt meneer de Jong over religieuze groepen en de journalistiek? a Religieuze groepen spelen geen rol in de politiek. b Religie kan aan de basis staan van de keuze voor een bepaalde politieke partij. c De journalistiek richt zich op nieuws dat religieuze groepen interessant vinden. d Religieuze groepen willen geen contact met politieke partijen waarvan de leden niet gelovig zijn.

6

Welke van de volgende politieke partijen in Nederland noemt men niet in het interview? (meerdere antwoorden mogelijk) a Christenunie b Partij van de Arbeid (PvdA) c Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) d Partij van de Vrijheid (PVV) e Groen Links f Christen Democratisch Appèl (CDA) g Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) h Democraten ’66 (D66) i Socialistische Partij (SP) j Partij voor de Dieren

7

Weet u welke partijen op dit moment de Nederlandse regering vormen? __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

Spreken

Oefening 5

Werk in drietallen. Bespreek het politieke systeem van uw eigen land met elkaar. 1 2 3

Wat is het systeem? Wat vindt u van dat systeem? Waarom? Lijkt het politieke systeem van uw land op het systeem in Nederland?

U kunt daarbij de volgende woorden gebruiken. systeem leiders kabinet

144

de democratie, de parlementaire democratie, de monarchie, de dictatuur de president, de koning, de koningin, de dictator de ministers, de minister-president (= de premier), de ministeries

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 145

verkiezingen partijen

de verkiezingen, stemmen, de meerderheid, de minderheid links, rechts, centrum-links, centrum-rechts, extreem-links, extreem-rechts, liberaal, conservatief, gematigd, socialistisch, religieus, dogmatisch, communistisch

Internet en spreken Oefening 6 Werk in drietallen. Kies een Nederlandse politieke partij en bereid een korte presentatie (van 2 minuten) voor. Zoek informatie op internet. Besteed aandacht aan de volgende punten: 1 2 3 4 5 6

Wat betekent de naam van de partij? Wanneer is de partij opgericht? Wie is de partijleider? Wat is de politieke kleur of richting van de partij? Wat zijn de standpunten van de partij? Wat vindt u van de partij?

Lezen en spreken

Oefening 7

Werk in tweetallen. EĂŠn cursist krijgt een tekst over de ex-politicus Wouter Bos, de ander over de ex-politicus Camiel Eurlings. Lees de tekst en noteer maximaal tien kernwoorden. Vertel uw medecursist wat u hebt gelezen. Zijn de verhalen over de twee politici erg verschillend?

* Grammatica, oefening 26, 27

Grammatica Zou(den)

beleefde vraag: zou(den) + kunnen / willen / mogen + infinitief A Kunt u dat herhalen? B Zou u dat kunnen herhalen? A Willen jullie oefening 8 maken? B Zouden jullie oefening 8 willen maken? A Mag ik je woordenboek even gebruiken? B Zou ik je woordenboek even mogen gebruiken?

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

145


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 146

De A-zinnen zijn acceptabel in de meeste situaties. De B-zinnen zijn beleefder.

Irrealis A geen realiteit Als ..., zou + infinitief Als ik veel geld had, zou ik een groter huis kopen. Opmerking

De volgende combinaties zijn ook mogelijk. Als ik veel geld zou hebben, zou ik een groter huis kopen. Als ik veel geld zou hebben, kocht ik een groter huis. Als ik veel geld had, kocht ik een groter huis.

B wens zou + graag (+willen) + infinitief We zouden graag op vakantie naar Griekenland (willen) gaan. Hij zou graag in een warm land (willen) wonen.

Advies zou + kunnen + infinitief / zou + moeten + infinitief Jullie zouden een weekje naar Londen kunnen gaan. Hij zou meer aan sport moeten doen. Als ik jou / u was, zou ik ... Als ik jou was, zou ik een dagje vrij nemen.

Oefening 8

Welke functie heeft zou(den) in onderstaande zinnen? 1 2 3 4 5 6 7

146

Zou u de radio wat zachter willen zetten? Hij zou graag een dagje vrij willen nemen. Als ik meer kinderen had, zou ik parttime werken. U zou wat minder koffie moeten drinken. Zou ik het huiswerk een dag later kunnen inleveren? We zouden graag naar het concert van Marco Borsato willen gaan. Zou u morgen om 10.00 uur aanwezig kunnen zijn?

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 147

8 9 10

Als ik jou was, zou ik morgen naar de dokter gaan. Als we een tuin hadden, zouden we veel buiten zitten. Je zou vanavond op tijd naar bed moeten gaan.

Oefening 9

A Wat vraagt u in de volgende situaties? Stel een beleefde vraag met ‘zou(den)’. Voorbeeld

U wilt de trein uitstappen, maar iemand wil op dat moment instappen. Wat vraagt u? _____________________________________________________________________________________________________________ Sorry, maar zou ik eerst even mogen uitstappen? 1

Het is koud in het leslokaal. Het raam staat open. U wilt dat een medestudent het raam dichtdoet. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

2

U moet een grammaticaoefening maken maar u begrijpt de oefening niet goed. U vraagt hulp aan de docent. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

3

U gaat volgende week op vakantie. U wilt dat uw buurvrouw tijdens uw vakantie de katten eten geeft. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

4

U bent op uw werk. U hebt niet genoeg geld bij u voor de lunch. U wilt wat geld lenen van een collega. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

5

U bent docent en hebt een afspraak met een student. De student meldt zich 10 minuten te vroeg. U wilt dat hij of zij nog even op de gang wacht. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

6

U hebt een vergadering op het werk. U bent aan het woord maar een collega laat u niet uitpraten. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

7

U hebt niet genoeg tijd gehad voor uw huiswerk. U wilt van uw docent weten of u het de volgende les mag inleveren. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

8

U zit in de trein. Een man tegenover u zit mobiel te bellen en praat heel hard. U vindt dat niet prettig. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

B Maak de zinnen af. Voorbeeld

Als ik de loterij won, ______________________________________________________________________________ . Zou ik een wereldreis gaan maken. Als ik de loterij won, ______________________________________________________________________________ 1 2 3

4

Als ik in Parijs zou wonen, _________________________________________________________________ . Als we nu vakantie hadden, _______________________________________________________________ . Als ___________________________________________________________________________________________________ , zouden we een nieuwe auto kunnen kopen. Als ik de minister-president van Nederland zou zijn, ___________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

147


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 148

5 6 7

8 9 10

Als ik naar een ander land moest verhuizen, _______________________________________ . Als _____________________________________________________________ , zou ik erg verdrietig zijn. Als ___________________________________________________________________________________________________ , zou u een andere baan moeten zoeken. Als mijn computer kapot was, ____________________________________________________________ . Als ______________________________________________________________________ , zou ik haar helpen. Als we in een warmer land zouden wonen, _________________________________________ .

C Welk advies geeft u in de volgende situaties? Voorbeeld

Ik heb al een paar dagen hoofdpijn. Het gaat niet over. _______________________________________________________________________________________________________________ Je zou naar de dokter kunnen gaan. / Als ik jou was, _______________________________________________________________________________________________________________ zou ik naar de dokter gaan. 1

Ik ben de laatste weken zo ontzettend moe! __________________________________________________________________________________________________________

2

Ik vind mijn baan niet meer zo leuk. __________________________________________________________________________________________________________

3

Ik wil graag stoppen met roken, maar ik weet niet op welke manier. __________________________________________________________________________________________________________

4

Mijn collega doet de laatste tijd heel vervelend tegen me. __________________________________________________________________________________________________________

5

Ik ben tijdens de feestdagen bijna twee kilo aangekomen. __________________________________________________________________________________________________________

6

Mijn computer werkt de laatste tijd zo traag! __________________________________________________________________________________________________________

7

Mijn haar wordt nu wel erg lang! __________________________________________________________________________________________________________

8

Ik ben alweer een tijdje alleen, ik kan geen leuke partner vinden. __________________________________________________________________________________________________________

9

Ik vind dat onze docent te veel huiswerk geeft. __________________________________________________________________________________________________________

10

Ik wil Nederlands spreken, maar veel Nederlanders praten liever Engels met me. __________________________________________________________________________________________________________

D Werk in tweetallen. Geef antwoord op onderstaande vragen. 1

Wat zou u doen als u (weer) 18 jaar was? __________________________________________________________________________________________________________

2

Wat zou u doen als u de koning(in) of president van uw land was? __________________________________________________________________________________________________________

3

(voor mannen) Welk beroep zou u willen hebben als u een vrouw was? __________________________________________________________________________________________________________

4

(voor vrouwen) Welk beroep zou u willen hebben als u een man was? __________________________________________________________________________________________________________

5

Wat zou u doen als u een grote prijs in de Lotto won? __________________________________________________________________________________________________________

6

Wat zou u doen als u in een warm land woonde? __________________________________________________________________________________________________________

7

Wat zou u doen als het min-15 graden was? __________________________________________________________________________________________________________

148

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 149

8

Wat zou u doen als u onaardige collega’s had? __________________________________________________________________________________________________________

9

Wat zou u doen als u een belangrijke afspraak vergat? __________________________________________________________________________________________________________

10

Wat zou u doen als u goed kon zingen? __________________________________________________________________________________________________________

11

Wat zou u doen als de elektriciteit uitviel? __________________________________________________________________________________________________________

Luisteren

Oefening 10

U gaat luisteren naar een tekst over bouwwerkzaamheden in Eindhoven, bij het PSVstadion. Een aantal buurtbewoners heeft klachten over de werkzaamheden. Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Welke klachten hebben de bewoners over de bouwwerkzaamheden? a vieze containers en lawaai b lawaai en trillingen c trillingen en lelijk uitzicht

2

Waarom heeft de gemeente een muur van containers rond de bouwplaats geplaatst? a Om het lawaai tegen te houden. b Om de buurt netjes te houden. c Om de trillingen tegen te houden.

3

Waarom heeft de muur van containers niet het gewenste effect? __________________________________________________________________________________________________________

4

Wat bouwen ze naast het PSV-stadion? Kruis de goede antwoorden aan. a appartementen b winkels c kantoren d een sporthal e een parkeergarage f een fietskelder

5

Wat is Philipsdorp? a een dorp buiten Eindhoven b een wijk naast de Philipsfabriek c een arbeiderswijk aan de rand van Eindhoven

6

Waarom zegt een bewoner: ‘Het is net als bij een schip.’ __________________________________________________________________________________________________________

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

149


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 150

7

8

Waarom heeft een aantal bewoners met stenen gegooid? a Omdat de werkzaamheden drie weken langer zullen duren. b Omdat ze met drie heimachines op hetzelfde moment werken. c Omdat ze om 18.00 uur niet stopten met heien. Welke oplossing biedt de gemeente aan de buurtbewoners? __________________________________________________________________________________________________________

Spreken

Oefening 11

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4

Lezen

Wat vindt u van de situatie in Philipsdorp? Begrijpt u de reactie van de buurtbewoners? Heeft u in uw buurt een keer zoiets meegemaakt? Wat zou u doen in zo’n situatie?

Oefening 12

Lees de volgende klachtenbrief en beantwoord de volgende vragen. 1 2 3 4

150

Welke klacht heeft Peter de Wit? Heeft hij de klacht al eerder gemeld? Welk effect hebben de problemen op de bewoners? Wat verwacht Peter van de woningbouwvereniging?

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 151

Peter de Wit Noordstraat 32 3868 BT Amersfoort tel: 033-3354786 Woningbouwvereniging Amersfoort t.a.v. mevrouw Steenbergen Postbus 3344 3864 AH Amersfoort

Amersfoort, 12 januari 2011 Betreft: klacht over lift Geachte mevrouw Steenbergen, Sinds twee jaar woon ik met veel plezier in de flat Populier aan de Noordstraat. Toch wil ik namens de bewoners een klacht bij u melden. De afgelopen maanden heb ik meerdere keren telefonisch gemeld dat er problemen zijn met de lift maar tot nu toe is de situatie niet verbeterd. Bijna wekelijks zijn er storingen. Zo doet de verlichting het niet altijd en staan we in het donker in de lift. Ook maakt de lift regelmatig een hard, piepend geluid. Bovendien stopt hij niet altijd op de juiste hoogte. Al deze storingen geven de bewoners een onveilig gevoel. Sommige bewoners durven de lift al niet meer te nemen. Ik woon zelf op de vijfde verdieping. Ik kan niet meer goed traplopen en ben dus afhankelijk van de lift. Niet alleen voor mezelf maar namens alle bewoners, verzoek ik u dringend om iets aan dit probleem te doen. We hopen dat u de storingen op korte termijn zult oplossen. Wij zien uw reactie tegemoet. Met vriendelijke groet,

Peter de Wit

Schrijven

Oefening 13

A Luister eerst nog een keer naar de tekst van oefening 10. Stelt u zich voor: u woont in Philipsdorp en bent boos op de gemeente. U besluit met een aantal buurtbewoners een brief naar de gemeente te schrijven. Schrijf namens de buurtbewoners een klachtenbrief van ongeveer 100 woorden. Vermeld in uw brief: • wat uw klacht(en) zijn • wat u van de gemeente verwacht B Bedenk nu zelf een andere situatie en schrijf een klachtenbrief. Bedenk ook de persoon of instantie aan wie u de brief stuurt.

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

151


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 152

* Grammatica – oefening 43

Grammatica Waar + prepositie

vraagzin: waar + prepositie (verwijst naar dingen/situaties) Waar hebt u last van? Waar worden mensen ziek van? Waarover hebt u geklaagd?

Ik heb last van de bouwactiviteiten. Ze worden ziek van de trillingen. Ik heb over de liftstoringen geklaagd.

vraagzin: prepositie + wie (verwijst naar personen)

Vergelijk

Let op

Van wie hebt u last? Over wie hebt u geklaagd? Met wie hebt u gesproken?

Ik heb last van de buren. Ik heb over de buren geklaagd. Met een ambtenaar van de gemeente.

zonder prepositie

met prepositie

Wat hoort u? Wat ziet u? Wat denkt u? Wat vindt u moeilijk? Wat vindt u vervelend?

Waar luistert u naar? Waar kijkt u naar? Waar denkt u aan? Waar hebt u problemen mee? Waar hebt u een klacht over?

in een vraagzin zonder prepositie: waar = plaats Waar is het PSV-stadion?

Het PSV-stadion is in Eindhoven.

Oefening 14

‘Waar + prepositie’ gebruiken we ook in de relatieve bijzin (zie thema 5, p. 132, 133). Relatieve bijzin: waar + prepositie

Het lawaai waar ik de hele dag last van heb, stopt pas om 18.00 uur. Maak de vraag bij het antwoord. Voorbeelden

Wat hoort u? Waar luistert u naar? Wie is je collega? Met wie werk je samen?

Ik hoor mooie muziek. Ik luister naar Radio 1. Johan is mijn collega. Ik werk samen met Johan.

1 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik vind chocolade hagelslag lekker. 2 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik houd van pindakaas op mijn boterham. 3 _____________________________________________________________________________________________________

Dat is de buurman van Carlo.

152

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 153

4 _____________________________________________________________________________________________________

?

Carlo praat met zijn buurman. 5 _____________________________________________________________________________________________________

?

We hebben een mooie documentaire gezien. 6 _____________________________________________________________________________________________________

?

We hebben naar een spannende film gekeken. 7 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik werk meestal met een online woordenboek. 8 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik gebruik regelmatig een online woordenboek. 9 _____________________________________________________________________________________________________

?

De journalist heeft een gesprek met de minister-president. 10 _____________________________________________________________________________________________________

?

De journalist interviewt de minister-president. 11 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik heb zin in een glas rode wijn. 12 _____________________________________________________________________________________________________

?

Ik drink graag rode wijn bij het eten. 13 _____________________________________________________________________________________________________

?

Saskia is op zoek naar een kamer. 14 _____________________________________________________________________________________________________

?

Saskia zoekt een kamer in Utrecht. 15 _____________________________________________________________________________________________________

?

We moeten vanavond tegen Ajax spelen. 16 _____________________________________________________________________________________________________

?

Vanavond is Ajax onze tegenstander.

Oefening 15

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

Hebt u volgende week een afspraak? Zo ja, met wie? En waarover? Volgende week hebben we een examen. Waarover gaat het examen? Heb je problemen met Nederlands? Waar kan ik je mee helpen? Nou, wat is er zo grappig? Waar moet je zo om lachen? Hebt u gisteravond tv gekeken? Waar hebt u naar gekeken? Jeetje, wat kijk je boos! Waar ben je boos over? En op wie ben je boos? Wat ziet u als u uit het raam van dit lokaal kijkt? Wat ziet u als u uit het raam van uw woonkamer kijkt? Kom, we moeten rennen om de trein te halen! Waar wacht je op? Leven uw ouders nog? En uw grootouders? Waar wonen ze? Waar geniet u van als u werkt of studeert? Waar geniet u van als u vrije tijd hebt? Waar bent u in geĂŻnteresseerd? Waar hebt u een hekel aan? Voor wie hebt u heel veel respect? Hebt u een auto? Zo ja, waar parkeert u uw auto meestal? Hebt u een fiets? Zo ja, waar stalt u uw fiets meestal?

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

153


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 154

18 19 20

Spreken

Waar droomt u van, als u aan uw toekomst denkt? Van welke muziek houdt u? Van welke artiest of groep bent u fan? Waar ergert u zich weleens aan?

Oefening 16

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1 2 3 4 5

Wat is een burgemeester? Wat is een wethouder? Weet u wie de burgemeester is van de gemeente waar u woont? Welke kwaliteiten moet een goede burgemeester hebben? Zou u zelf burgemeester willen zijn? Waarom wel of niet?

Lezen en spreken Oefening 17 Burgemeesters maken het verschil Twee burgemeesters. De een is een jonge vrouw, de ander een man op leeftijd. Mirjam van ’t Veld, burgemeester van Maarssen, en Harry Groen, burgemeester van Noordwijk, geven antwoord op de volgende vragen: 1 2 3

4 5

Hoe is het om op uw leeftijd burgemeester te zijn? Wat maakt het beroep voor u tot een uitdaging? Wat voor een persoon moet iemand zijn om burgemeester te kunnen zijn? Speelt leeftijd daarbij een rol? Wat zijn uw plannen voor na uw huidige functie?

Werk in tweetallen. Eén cursist krijgt de tekst over Mirjam van ’t Veld, de ander over Harry Groen. Lees de tekst en noteer maximaal tien kernwoorden. Vertel uw medecursist wat u hebt gelezen. Zijn de antwoorden van de twee burgemeesters erg verschillend?

154

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 155

Woordenschat Oefening 18 de plek

hervormd

de pastorie het atelier

aanspraak maken op iets

een gooi doen naar

de wethouder

indienen

jaarlijks

het voorval

het oeuvre

divers

een dominee beroepen de fase

een plaats Het is druk op het strand. Het is moeilijk om een plek te vinden. een richting binnen de protestantse kerk Dit dorp heeft twee kerken: één katholieke kerk en één hervormde kerk. de woning van een pastoor of dominee De dominee woont in de pastorie naast de kerk. de werkplaats van een kunstenaar In het grote, oude schoolgebouw zijn ateliers gemaakt waar verschillende soorten kunstenaars werken. iets willen hebben omdat je vindt dat je er recht op hebt De dochter heeft haar ouders al jaren niet meer gezien. Maar nu ze dood zijn, zegt ze aanspraak te kunnen maken op hun huis. proberen iets te bereiken of te krijgen De zwemmer heeft heel veel getraind en is goed in vorm. Hij doet een gooi naar het Olympisch goud. bestuurder van een gemeente met een bepaalde portefeuille ‘Komt de burgemeester bij de opening van de nieuwe school?’ ‘Nee, de burgemeester had geen tijd. Maar de wethouder van onderwijs komt wel.’ een verzoek, een voorstel of een klacht aanbieden aan de persoon die erover kan beslissen De dief vindt dat hij slecht behandeld is door de politie. Hij mocht niet naar huis bellen en kreeg geen schone kleren. Hij gaat nu een klacht indienen. elk jaar Koninginnedag is een jaarlijks feest in Nederland. De koningin bezoekt op die dag ieder jaar een andere gemeente. een onverwachte gebeurtenis Twee mensen waren mobiel met elkaar aan het bellen terwijl ze in dezelfde winkel waren. Opeens zagen ze elkaar. Dat was een grappig voorval. het complete werk van kunstenaar, b.v. een schilder, schrijver of filmmaker De Nederlandse schrijver Mulisch heeft een prijs gewonnen voor zijn hele oeuvre. verschillend In de meeste kaaswinkels verkopen ze diverse soorten buitenlandse kaas. vragen of een dominee wil komen werken De hervormde kerk heeft eindelijk een dominee beroepen. een periode die deel is van een langer proces Ik heb sinds vier weken nieuwe buren uit Argentinië. Ze zijn nu in de fase dat ze alles leuk vinden in Nederland. Maar dat wordt straks wel anders.

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

155


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 156

prima

de molen

kunnen bogen op

begraven

heel goed, geen enkel probleem ‘Vindt u het goed als we deze opdrachten thuis afmaken?’ ‘O ja hoor, dat is prima.’ gebouw met vier wieken die gaan draaien als het waait en waarmee je water kunt oppompen of iets kunt malen. In het buitenland is Nederland beroemd om zijn kaas, tulpen en molens. trots kunnen zijn op Johan Cruijf kan erop bogen de beroemdste voetballer van Nederland te zijn. onder de aarde leggen De ouders van Mary komen uit Indonesië en wonen al lange tijd in Nederland. Maar als ze dood zijn, willen ze in hun eigen land begraven worden.

A Kies het juiste woord.

156

1

Op het menu staat: ‘rijst met saté en ____________________________ groenten’. a diverse b drukke c duidelijke

2

Welke stad maakt dit jaar ____________________________ op de titel ‘Culturele hoofdstad van Europa?’ a aandeel b aanspraak c akkoord

3

De hele gemeenteraad is op dit moment in vergadering: de burgemeester en alle ____________________________ . a werkgevers b wethouders c wetten

4

Weet jij hoeveel mensen ____________________________ Amsterdam bezoeken? a ergens b geleidelijk c jaarlijks

5

Vorige week werden de buren kwaad omdat we te veel lawaai maakten. Dat was een vervelend ____________________________ . a voorstel b voorval c voorwerp

6

Kun je in het Van Gogh Museum in Amsterdam het hele ____________________________ van Van Gogh bekijken? a oeuvre b opzicht c overleg

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 157

7

De dominee van onze kerk vertrekt. Dus nu moeten we een nieuwe dominee ____________________________ . a behalen b beroepen c bestellen

8

Veel toeristen bezoeken de oude ____________________________ in ons dorp. Je kunt er nog zien hoe vroeger het water werd weggepompt. a man b moeite c molen

9

De stad Rotterdam kon er lange tijd op ____________________________ de grootste haven van de wereld te zijn. a bellen b binden c bogen

B Kies een woord uit de woordenlijst en vul in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

2

3

4

5 6

7

8

9

10

11 12

13

14 15

‘Vind jij het goed als de kinderen alleen naar school gaan?’ ‘Ja hoor, dat vind ik ____________________________ .’ De taalcursus duurt een half jaar. In de laatste ____________________________ van de cursus bereiden de cursisten zich voor op het examen. ‘Wat een prachtig huis.’ ‘Ja, dat is de ____________________________ . Daar woont de dominee.’ Gisteren is mijn moeder overleden. Over twee dagen wordt ze ____________________________ . De schilder is aan het werk in zijn ____________________________ . De heer Groenteman wil graag de politieke leider van zijn partij worden. Voor de volgende verkiezingen ____________________________ hij een ____________________________ naar deze functie. Vanuit het huis kun je de zee zien. Wat een prachtige __________________________ om te wonen. Ik woon in het zuiden van Nederland. De meeste mensen daar zijn katholiek. Maar wij niet. Wij zijn ____________________________ . Volgende maand gaan we met alle collega’s een dagje uit. We weten nog niet waar naartoe. Wie een leuk idee heeft, kan een voorstel ____________________________ bij de directeur. Nederland kan ___________________________ ___________________________ een rijk verleden in de schilderkunst, met grote namen zoals Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh. Toen de vorige dominee overleed, is er een nieuwe ____________________________ . De schilderijen van Van Gogh zijn erg ____________________________ : hij gebruikte verschillende technieken en uiteenlopende thema’s in zijn schilderijen. Het hele ____________________________ van Van Gogh omvat enkele tientallen schilderijen. ____________________________ zijn kenmerkend voor het Nederlandse landschap. Als je ____________________________ wilt ____________________________ op een goed cijfer, moet je het tentamen goed voorbereiden.

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

157


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 158

16

17

18

Internet

Luisteren

Bij de opening van het nieuwe museum kon de burgemeester helaas niet komen. Daarom kwam de ____________________________ van cultuur in zijn plaats. Kerstmis komt ieder jaar weer terug: het is een feest dat men ____________________________ viert. Jan en Marieke hebben elkaar door een grappig ____________________________ ontmoet: Marieke fietste tegen Jan aan waardoor ze op elkaar vielen, letterlijk en figuurlijk.

Oefening 19 1

Zoek op het internet of in de bibliotheek informatie over van Gogh. Zoek op: - wanneer hij leefde - waar hij leefde - wat zijn belangrijkste schilderijen zijn - wat een belangrijke gebeurtenis uit zijn leven was

2

Zoek op waar de plaatsen Zundert en Nuenen liggen.

Oefening 20

Twee plaatsen in Nederland, Zundert en Nuenen, willen allebei het ‘Van Gogh dorp’ van Nederland worden. De heer Houtepen, wethouder van Cultuur in Nuenen en de heer de Brouwer, voorzitter van het Documentatiecentrum Vincent van Gogh in Nuenen leggen uit waarom Nuenen deze titel verdient. De heer Verdaasdonk, directeur van Cultureel Centrum Van Gogh Zundert, doet datzelfde voor zijn dorp Zundert. Lees eerst de vragen. Kijk naar het beeldfragment en beantwoord de vragen.

158

1

Kijk naar de beelden van Zundert en Nuenen. Waar ziet u aan dat Zundert en Nuenen Nederlandse dorpen zijn?

2

Welke verschillen ziet u tussen de mannen uit Nuenen en Zundert? Denk aan: - uiterlijk - leeftijd - kleding - uitspraak - manier van bewegen

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 159

3

Wat ziet u in het fragment van of over Vincent van Gogh? Kruis de goede antwoorden aan. a de kerk waar zijn vader dominee was b een beeld c een portret d een straatnaambordje e schilderijen f tekeningen g zijn geboortehuis h zijn graf i zijn school

Oefening 21

Lees eerst de vragen. Luister en kijk nogmaals naar het fragment en beantwoord de vragen. 1

Zet een kruisje in de goede rij. Soms moet u een kruisje in twee rijen zetten. Zundert

Nuenen

geen van beiden

Van Gogh is hier geboren. De vader van Van Gogh was hier dominee. Van Gogh heeft hier veel tekeningen gemaakt. Van Gogh heeft hier ‘de Aardappeleters’ gemaakt. Van Gogh is hier begraven. Van Gogh heeft hier twee jaar gewoond.

2

Wat is het belangrijkste argument van de heer de Brouwer om Nuenen de titel van Gogh dorp van Nederland te geven? a Het is het enige dorp in Nederland waar de kunstenaar van Gogh heeft gewoond. b Van Gogh heeft hier bij zijn ouders gewoond. c Van Gogh heeft hier zijn belangrijkste schilderijen gemaakt.

3

Welk voorbeeld geeft Verdaasdonk om te laten zien dat de inwoners van Zundert er trots op zijn dat Zundert het geboortedorp van Vincent van Gogh is? __________________________________________________________________________________________________________

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

159


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 160

Spreken

Oefening 22

Werk in tweetallen. Bespreek wie volgens u het meest overtuigend is, de heer Brouwer uit Nuenen of de heer Verdaasdonk uit Zundert? Bespreek ook waarom u dat vindt. Denk daarbij aan

- de argumenten die ze gebruiken - de manier waarop ze hun verhaal vertellen

Taalhulp Discussiëren mening geven Ik vind … Ik vind dat … Ik denk dat … Volgens mij …

Ik vind Italiaans een mooie taal. Ik vind dat onze burgemeester een aardige man is. Ik denk dat ze een goede burgemeester is. Volgens mij heeft ze een zwaar beroep.

instemmen Dat vind ik ook. Dat is waar. Dat klopt. Ik ben het met je eens. Dat ben ik met je eens. Ik ben het ermee eens. Daar ben ik het mee eens.

niet instemmen Dat vind ik niet. Dat is niet waar. Dat klopt niet. Ik ben het niet met je eens. Dat ben ik niet met je eens. Ik ben het er niet mee eens. Daar ben ik het niet mee eens.

onderbreken Sorry, maar… Mag ik je even onderbreken? Mag ik (ook) even? de aandacht terugvragen Ik ben nog niet klaar. / Ik was nog niet uitgesproken. Mag ik misschien even uitspreken? opsommen Ten eerste … / Ten tweede … In de eerste plaats … / In de tweede plaats … bovendien / verder / ook ten slotte / tot slot uitleg vragen Wat bedoel je precies? Kun je dat uitleggen? Hoe kom je daar nu bij? / Hoe kom je op dat idee?

160

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 161

Oefening 23

Ga in twee cirkels staan: een binnencirkel en een buitencirkel. De cursisten in de binnencirkel krijgen van de docent een stelling. De cursisten in de buitencirkel reageren op die stelling. Gebruik de taalhulp.

Oefening 24

A Werk in groepjes van vier. U gaat discussiëren over onderstaande stelling: Het is belangrijk om altijd (telefonisch) bereikbaar te zijn. Eén tweetal is het met deze stelling eens. Het andere tweetal is het ermee oneens. 1 Maak tweetallen. 2 Bereid u op de discussie voor door samen argumenten te verzamelen. Bedenk ook wat u wilt u gaan zeggen en hoe u dat gaat zeggen. Denk aan: sociale contacten, veiligheid, nieuws, werk / vrije tijd. 3 Voer de discussie met z’n vieren. Kunt u elkaar overtuigen? B Bedenk zelf een stelling. Discussieer in viertallen over deze stelling. Bent u het ermee eens? Waarom wel of niet?

* Grammatica – oefening 15, 16

Grammatica

Reflexieve verba (* Zie ook: De opmaat, thema 8 en p. 240) reflexief verbum = een werkwoord + reflexief pronomen me, je, zich of ons Kies het juiste reflexief pronomen op basis van het subject. Voorbeeld

zich ergeren ik erger me jij ergert je u ergert zich / u hij ergert zich zij ergert zich wij ergeren ons jullie ergeren je zij ergeren zich

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

161


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 162

De plaats van het reflexief pronomen in de hoofdzin na het finiete verbum (het eerste werkwoord in de zin) Ik voel me vandaag niet zo goed. Hij heeft zich aan de nieuwe buren voorgesteld. We herinnerden ons haar naam niet meer. Jullie moeten je straks nog douchen. bij inversie na het subject Deze week bereid ik me op de eindtoets voor. Gisteren heeft hij zich weer verslapen. Vroeger ergerden we ons aan de hond van de buren. Omdat de wekker kapot was, hebben ze zich vanochtend verslapen. in de bijzin na het subject Mijn oma zei dat ze zich haar trouwdatum niet meer kon herinneren. Omdat jij je niet aan de regels houdt, mag je niet meer met ons meedoen. Toen we ons aan de nieuwe collega voorstelden, vertelde hij dat hij uit Spanje kwam. veel voorkomende reflexieve verba zich aanpassen (aan...) zich abonneren (op...) zich afvragen zich amuseren zich aanmelden (voor...) zich afmelden (voor...) zich douchen zich ergeren (aan...) zich haasten zich herinneren zich houden (aan...) zich inschrijven (voor...) zich interesseren voor (...) zich melden (bij...)

162

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

zich opmaken zich schamen (voor...) zich scheren zich verbazen (over...) zich vergissen (in...) zich verheugen (op...) zich vermaken zich verslapen zich vervelen zich voelen zich voorbereiden (op‌) zich voorstellen (aan...) zich wassen zich zorgen maken (over...)


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 163

Oefening 25

Zet het juiste reflexief pronomen op de juiste plaats in de zin. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

10

Ik vraag af wanneer Henk op vakantie gaat. Wanneer heb jij voor het laatst verslapen? Hij zegt dat hij aan het lawaai van de kinderen op straat ergert. Karin en Danielle hebben extra mooi opgemaakt voor het feest. Mijn man scheert elke dag. Ik verbaasde over het grote aantal koeien in Nederland. Toen Tom ziek was, heeft hij voor de les afgemeld. We maken zorgen over de gezondheid van onze ouders. Omdat u in een ander land woont, moet u aan andere gewoontes aanpassen. Ik heb in de datum vergist.

Oefening 26

Geef in complete zinnen antwoord op onderstaande vragen. Voorbeeld

Waar schaamde u zich vroeger voor? __________________________________________________________________________________________________________ Ik schaamde me vroeger voor mijn kromme neus. 1

Waar verheugen jullie je op? __________________________________________________________________________________________________________

2

Heeft u zich vandaag opgemaakt? __________________________________________________________________________________________________________

3

Wanneer wast u zich meestal? __________________________________________________________________________________________________________

4

Scheerde uw grootvader zich vroeger elektrisch? __________________________________________________________________________________________________________

5

Waar maken jullie je zorgen over? __________________________________________________________________________________________________________

6

Houdt u zich altijd aan de verkeersregels? __________________________________________________________________________________________________________

7

Heeft u zich kort geleden ziek gemeld voor uw werk of cursus? __________________________________________________________________________________________________________

8

Waar verbazen jullie je in Nederland over? __________________________________________________________________________________________________________

9

Hebben de cursisten zich goed op de spreektoets voorbereid? __________________________________________________________________________________________________________

10

Wanneer heeft u zich aan uw buren voorgesteld? __________________________________________________________________________________________________________

11

Vergist u zich weleens in de datum van een afspraak? __________________________________________________________________________________________________________

12

Moet u zich ’s morgens vaak haasten? __________________________________________________________________________________________________________

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

163


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 164

13

Hebt u zich op een krant of tijdschrift geabonneerd? __________________________________________________________________________________________________________

14

Maakt u zich zorgen over de verkeerssituatie in uw buurt? __________________________________________________________________________________________________________

15

Houdt u zich altijd aan uw afspraken? __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 27

Werk in tweetallen. A maakt een vraag met een reflexief verbum. B geeft in een complete zin antwoord op de vraag. Voorbeelden:

zich scheren: A: Hoe vaak scheert u zich? zich verbazen: A: Waar verbaas jij je over?

1

B: Ik scheer me elke ochtend. B: Ik verbaas me over de vele fietsen.

zich voelen __________________________________________________________________________________________________________

2

zich verslapen __________________________________________________________________________________________________________

3

zich ergeren aan __________________________________________________________________________________________________________

4

zich inschrijven voor __________________________________________________________________________________________________________

5

zich douchen __________________________________________________________________________________________________________

6

zich herinneren __________________________________________________________________________________________________________

7

zich vergissen in __________________________________________________________________________________________________________

8

zich schamen voor __________________________________________________________________________________________________________

9

zich interesseren voor __________________________________________________________________________________________________________

10

zich amuseren __________________________________________________________________________________________________________

164

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 165

Oefening 28

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2

3 4 5 6 7 8 9

10

11 12 13 14

15

16 17 18

Welke Nederlandse politieke partijen kent u? Op welke Nederlandse politieke partij(en) zou u nooit stemmen? Waarom niet? Wat is uw favoriete drank, en waar houdt u juist niet van? Interesseert u zich voor politiek? Waarom wel of niet? Is het werk van een politicus te combineren met een gezin, volgens u? Wat zou u veranderen, als u de minister-president van Nederland was? Welke kwaliteiten moet een goede burgemeester hebben, volgens u? Wat vindt u van het huidige politieke immigratiebeleid in Nederland? Noem twee verschillen tussen het Nederlandse politieke systeem en het politieke systeem in uw eigen land. Veel mensen vinden dat politici slecht naar de burgers luisteren. Wat vindt u? Er moeten meer vrouwelijke ministers komen. Wat vindt u? Wat zou u in de volgende vakantie graag willen doen? Hebt u weleens een klacht ingediend? Zo ja, waarover ging die klacht? De laatste tijd hebt u overlast van hangjongeren bij de ingang van uw flat. U belt de woningbouwvereniging. Leg het probleem uit en vertel duidelijk wat u wil. Welk dorp moet het Van Gogh-dorp van Nederland worden, Nuenen of Zundert? Noem twee argumenten. Vertel iets over een beroemde schilder of schrijver uit uw land. Hoe voelt u zich als u thuiskomt na een lange werkdag? Hoe voelt u zich als u geslaagd bent voor een moeilijk examen?

Thema 6 Politiek: Kiest u links of rechts?

165


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 166

7

166

Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 167

Spreken

Oefening 1

Werk in tweetallen of groepjes. Bestudeer eerst de gegeven woorden. Bespreek daarna met elkaar de vragen over kunst. de kunst figuratieve kunst abstracte kunst

de kunstenaar kunstzinnig het kunstwerk de kunstacademie

het museum de kunsthal de galerie de expositie de tentoonstelling

schilderen de (kunst)schilder(es) het schilderij het doek het atelier

beeldhouwen de beeldhouw(st)er het beeld het beeldhouwwerk de sculptuur

tekenen de tekenaar de cartoonist de tekening de cartoon de afbeelding

het muziekcentrum de concertzaal de club het podium

muziek musiceren muziek maken de musicus de muzikant(e)

zang zingen de zanger/zangeres het koor de dirigent

spelen het instrument het concert het orkest het ensemble de dirigent

optreden de (pop)artiest de band het optreden het festival het nummer/de song

acteren de acteur/actrice toneel spelen de toneelspeler/ -speelster de regisseur

cabaret de kleinkunst de cabaretier het cabaretprogramma de conference

literatuur proza: de schrijver/schrijfster de auteur het boek de roman

literatuur poëzie: de dichter(es) het gedicht poëtisch de dichtbundel

fotografie fotograferen/ foto’s maken de fotograaf

film filmen de speelfilm de filmregisseur de filmacteur/-actrice de filmset

1 2 3 4 5 6 7 8

Bent u een kunstliefhebber? Zo ja, van welk soort kunst houdt u? Van welk soort kunst houdt u absoluut niet? Gaat u graag naar een museum? Zo ja, welk soort museum? Gaat u graag naar een concert of optreden? Zo ja, welk soort muziek? Doet u zelf iets in de kunst (professioneel of in uw vrije tijd)? Leest u graag literatuur? Zo ja, welk soort literatuur? Kunt u een beroemde Nederlandse schrijver of schrijfster noemen? Kunt u een beroemde Nederlandse (film)acteur of (film)actrice noemen? Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

167


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 168

9 10

Kunt u een beroemde Nederlandse kunstschilder noemen? Vertel iets over een beroemde kunstenaar uit uw eigen land.

Vocabulaire Oefening 2 Beantwoord de volgende vragen. Gebruik eventueel uw woordenboek. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Noem zoveel mogelijk instrumenten van een klassiek orkest. Noem zoveel mogelijk instrumenten van een jazzband of rockband. Noem vier stemsoorten in een koor. Welke materialen gebruikt een kunstschilder? Welke materialen gebruikt een beeldhouwer? Welke materialen gebruikt een fotograaf? Welke materialen gebruikt een filmer? Wat doet een uitgever? Wat doet een kunsthistoricus? Wat doet een filmproducent of theaterproducent?

Vocabulaire Oefening 3 Bestudeer de omschrijvingen van de volgende woorden. World Press Photo

de Amstel Medemblik amper

wereldwijd het oeuvre

de klei

genoeg hebben van iets destijds

168

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

de jaarlijkse prijs voor de beste journalistieke foto Dit jaar is de World Press Photo gewonnen door een vrouwelijke journalist. een rivier bij Amsterdam Er ligt veel afval in de Amstel. een plaats in Noord-Holland In Medemblik wonen maar een paar duizend inwoners. bijna niet Ik heb vannacht amper geslapen. Om 4 uur sliep ik nog niet en om 6 uur was ik al weer wakker. over de hele wereld Engels is een taal die wereldwijd gesproken wordt. het complete werk (van een kunstenaar) De Nobelprijs voor literatuur wordt altijd voor het hele oeuvre van een schrijver gegeven. zware, zwarte natte grond In dat gebied groeit alles goed. De grond is vruchtbaar. De bodem bestaat uit klei. iets niet meer willen Ik heb er genoeg van om steeds jouw troep op te ruimen. Ik doe het niet meer! toen, in die tijd


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 169

Toen ik klein was, had nog niet iedereen televisie. Destijds was het heel gewoon om bij de buren te gaan kijken naar een leuk televisieprogramma.

Vervang het onderstreepte zinsdeel door een woord of uitdrukking van de woordenlijst. 1

Het gebruik van computers neemt overal op de wereld toe. _________________________________________________________________________________________________________

2

Omdat Peter lang in het buitenland gewoond heeft, vindt hij het prettig weer eens met zijn voeten op de Hollandse bodem te staan. _________________________________________________________________________________________________________

3

4

5

Ik denk dat Hans onze vriendschap niet zo waardeert. Hij neemt nooit eens contact met mij op. Ik heb er geen zin meer in om hem altijd maar te bellen. __________________________________________________________________________________________ Tijdens het examen maakten andere studenten zoveel lawaai op de gang dat ik me nauwelijks kon concentreren. ______________________________________ Mijn grootvader is geboren in 1894. In zijn jeugd waren er geen auto’s in Amsterdam. Toen konden kinderen overal op straat spelen. _________________________________________________________________________________________________________

6

De schrijver Gerard Reve heeft een belangrijke literaire prijs gekregen voor zijn complete werk. ____________________________________________________________________

Spreken en schrijven Oefening 4 Werk in tweetallen. • Maak een lijst van onderwerpen die een fotojournalist allemaal kan fotograferen. • Wat zou u zelf willen fotograferen, als u fotojournalist was?

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

169


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 170

Taalhulp Een afbeelding (bijv. foto, schilderij) beschrijven Op de afbeelding / de foto/ het schilderij zie je ... De afbeelding toont ... Je kunt ... zien. Je kunt zien dat ... in / op de achtergrond in / op de voorgrond linksonder - linksboven rechtsonder – rechtsboven in het midden aan de linkerkant – aan de rechterkant in de linkerbovenhoek – in de rechterbovenhoek de afbeelding is somber – vrolijk – mysterieus (sfeer) realistisch – abstract Het lijkt op ... kleuren: beige, blauw, bruin, geel, grijs, groen, oranje, paars, rood, roze, wit, zwart sfeer en intensiteit van kleuren: helder, fel, vaag, flets, licht, donker, somber materiaal van een beeld (een sculptuur): klei, brons, steen, hout een bronzen, stenen, houten beeld

Spreken en schrijven Oefening 5 Werk in tweetallen of groepjes. U krijgt een afbeelding of foto van de docent. Beschrijf samen met uw medecursist(en) wat u ziet. Noem zoveel mogelijk details en kleuren. Deze opdracht kunt u ook als schrijfopdracht doen.

170

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 171

Grammatica Zijn aan het + infinitief Met deze constructie beschrijven we een activiteit waar iemand mee bezig is of was. Wat is Co Rentmeester aan het doen? Hij is foto’s van het Hollandse landschap aan het maken. presens: ben/bent/is/zijn aan het + infinitief Ik ben aan het afwassen. Hij is aan het zingen. Wij zijn aan het overleggen over de toets. Jullie zijn aan het roddelen over mij.

imperfectum: was/waren aan het + infinitief Hij was met zijn vriendin aan het praten. Zij was haar vriendje aan het sms’en. Zij waren aan het wandelen, toen hij belde.

Oefening 6

Verander de volgende zinnen. Gebruik de constructie met zijn aan het + infinitief. Voorbeelden:

We zoeken een cadeau voor Piet. ______________________________________________________________________________________________________________ We zijn een cadeau voor Piet aan het zoeken. Hij bakte pannenkoeken. ______________________________________________________________________________________________________________ Hij was pannenkoeken aan het bakken. 1

We maken samen het huiswerk. _________________________________________________________________________________________________________

2

Wat doet hij? _________________________________________________________________________________________________________

3

Ik luister de hele dag naar de radio. _________________________________________________________________________________________________________

4

De lerares keek de toets na. _________________________________________________________________________________________________________

5

Marianne werkt al vier uur aan haar scriptie. _________________________________________________________________________________________________________

6

Ik bereid een presentatie voor. _________________________________________________________________________________________________________

7

Gisteravond keken we televisie. _________________________________________________________________________________________________________

8

Waarom kook je zoveel spaghetti? _________________________________________________________________________________________________________

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

171


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 172

9

In het weekend aten we met vrienden in een restaurant. _________________________________________________________________________________________________________

10

De docent bespreekt de moeilijke woorden met de cursisten. _________________________________________________________________________________________________________

* Grammatica – oefening 24

Grammatica

Voor het beschrijven van een activiteit waar iemand mee bezig is of was, kunt u ook de volgende constructies gebruiken: zitten te + infinitief staan te + infinitief

liggen te + infinitief lopen te + infinitief

Deze constructies hebben dezelfde functie als: zijn aan het + infinitief. Vergelijk

presens Ze zit de krant te lezen. Mijn collega’s staan buiten te roken. Ik lig op de bank televisie te kijken.

Ze is de krant aan het lezen. Mijn collega’s zijn buiten aan het roken. Ik ben televisie aan het kijken.

imperfectum Hij stond op de taxi te wachten. Hij was op de taxi aan het wachten. Het meisje liep de hele tijd te huilen. Het meisje was de hele tijd aan het huilen. Ze zaten gezellig met elkaar te praten. Ze waren gezellig met elkaar aan het praten.

Oefening 7

Verander de volgende zinnen. Gebruik een constructie met: zitten / staan / liggen / lopen + te + infinitief. Voorbeelden:

Ik werk aan mijn scriptie. (zitten) ______________________________________________________________________________________________________________ Ik zit aan mijn scriptie te werken. Hij wachtte op de bus. (staan) ______________________________________________________________________________________________________________ Hij stond op de bus te wachten. 1

Edwin praat buiten met de buurman. (staan) __________________________________________________________________________________________________________

2

De jongen zeurde de hele tijd. (lopen) __________________________________________________________________________________________________________

3

De studenten maken een toets. (zitten) __________________________________________________________________________________________________________

172

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 173

4

De postbode wacht op zijn collega. (staan) __________________________________________________________________________________________________________

5

Ze keek op de bank naar een film. (liggen) __________________________________________________________________________________________________________

6

Ik belde mijn oma. (zitten) __________________________________________________________________________________________________________

7

Samantha leest in bed een boek. (liggen) __________________________________________________________________________________________________________

8

Ik maak mijn huiswerk. (zitten) __________________________________________________________________________________________________________

9

Ze dronken een pilsje aan de bar. (staan) __________________________________________________________________________________________________________

10

Tegenwoordig sms’en mensen de hele dag. (lopen) __________________________________________________________________________________________________________

Spreken

Oefening 8

Werk in tweetallen. Persoon 1

Persoon 2

Bel op en vraag:

Reageer negatief op de vraag:

‘Ga je mee … (een activiteit)?’ of ‘Zullen we … (een activiteit)?’ of ‘Heb je zin om … (een activiteit)?

‘Sorry, ik kan niet, ik ben bezig.’ of ‘Sorry, maar het komt nu niet uit.’ of ‘Lijkt me leuk, maar helaas, ik kan niet.’

Vraag dan:

Antwoord:

‘Wat ben je aan het doen dan?’

Ik ben ... aan het... . Ik zit / sta / lig / loop ... te ... .

Voorbeelden: Hoi Fatima, ga je mee wat drinken? Wat ben je aan het doen dan?

Hoi Sarah, leuk dat je belt. Maar het komt nu niet uit. Ik zit te studeren.

Hallo, Karel, heb je zin om naar de bioscoop te gaan? Wat ben je aan het doen dan?

Hallo, Piet. Tja, lijkt me leuk, maar helaas, ik kan niet, ik ben bezig. Ik ben mijn kamer aan het verven.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

173


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 174

Persoon 1 kan één van de volgende activiteiten voorstellen: 1 2 3 4 5

naar de bioscoop gaan samen een hapje gaan eten iets gaan drinken op een terras winkelen in de stad naar de bibliotheek gaan

6 7 8 9 10

naar een café gaan een strandwandeling maken gaan zwemmen in het park picknicken naar een museum gaan

Persoon 2 is bezig met één van de volgende activiteiten: 1 2 3 4 5 6 7 8

huiswerk maken e-mails sturen werken sms’en eten koken een brief schrijven de badkamer schoonmaken repeteren voor het zangkoor

9 10 11 12 13 14 15 16

fitnessen muziek luisteren trainen op de voetbalclub tv kijken naar een film kijken afwassen eten bij de buren boodschappen doen

U kunt natuurlijk ook zelf andere activiteiten bedenken.

Oefening 9

Kijk naar de illustratie. Werk in tweetallen. Beschrijf wat u ziet. Gebruik bij uw antwoorden de constructie met zijn aan het + infinitief of zitten / lopen / staan / liggen + te + infinitief. • •

174

Waar zijn de mensen? Beschrijf de plaats en de omgeving. Wat zijn de mensen aan het doen? Beschrijf wat ze doen.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 175

Oefening 10

Neem een foto mee naar de les, bijvoorbeeld een foto uit de krant of van internet, of uit uw privé-collectie. Werk in groepjes van twee of drie. Presenteer uw foto aan uw groepje. Wat ziet u op de foto? Als er mensen op staan, wat zijn de mensen aan het doen? Waarom hebt u deze foto gekozen? Waarom vindt u de foto goed of bijzonder? De jury: Twee of drie cursisten vormen samen de jury voor een fotoprijs. De jury verzamelt de foto’s van de hele groep. De jury moet de drie beste foto’s kiezen. • Welke foto krijgt de eerste, welke de tweede en welke de derde prijs? • Presenteer uw uitslag aan de groep en vertel waarom u voor deze foto’s hebt gekozen.

Vocabulaire Oefening 11 Bestudeer de omschrijvingen van de volgende woorden. Ze komen uit het interview van oefening 13. de benaming op alle vlakken

de historicus de neergang

bloeiend

de koopman het tafereel

de schedel de waarschuwing

je vak goed verstaan

de naam voor iets Wat is de benaming van dat beeldhouwwerk? op alle terreinen / in alles Op alle vlakken gaat het goed met Anita: ze heeft een leuke baan, ze is net naar een grotere woning verhuisd en ze gaat volgende maand trouwen. iemand die de geschiedenis bestudeert Studenten geschiedenis worden opgeleid tot historici. een periode waarin iets daalt of afneemt Met de economische crisis is een periode van neergang begonnen. als het goed gaat met iets De afgelopen jaren heeft China een bloeiende economie gehad. man die producten verkoopt (pluralis: kooplui / kooplieden) In de Gouden Eeuw waren de meeste kooplieden erg rijk. een afbeelding of gebeurtenis die interessant is om te zien Het was een mooi tafereel om al die mensen op het ijs te zien schaatsen. het harde, bovenste deel van het hoofd van een mens Je schedel beschermt je hersenen. advies dat iets problemen tot gevolg kan hebben; oproep dat je iets niet mag doen Toen hij fietste zonder achterlicht, kreeg Jens een waarschuwing van de politie. goed zijn in het werk dat je doet De docenten weten veel van de Nederlandse taal. Ze verstaan hun vak goed.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

175


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 176

stiekem

op de kaart zetten

het stilleven

de voorspoed

ijdel

in het geheim, wat eigenlijk niet mag De studenten hadden stiekem het tentamen uit de tas van de docent gepakt. laten zien dat je iets heel goed kan om daarmee bekend te worden Met de bouw van de Deltawerken heeft Nederland zich op het gebied van waterweringen internationaal op de kaart gezet. een schilderij van dingen die niet kunnen bewegen (bijv. borden, fruit) Een populair genre in de schilderkunst van de Gouden Eeuw was het stilleven. de omstandigheid dat alles goed gaat Dat gezin kent grote voorspoed: vader en moeder hebben een goede baan en de kinderen studeren aan de universiteit. het uiterlijk heel belangrijk vinden en vaak in de spiegel kijken. Mijn zus is erg ijdel. Ze staat een uur in de badkamer voordat ze uitgaat.

Vul een woord of woordcombinatie uit de woordenlijst in. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

176

Het kind mocht van zijn moeder geen snoepje. Toch had het ____________________________ een dropje gepakt. ‘Wat een fantastisch huis!’- Ja, inderdaad, de architect die het ontworpen heeft, ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ . Wat moet dit ____________________________ voorstellen? Dat zal ik je vertellen: hier zie je een klein riviertje en daar op de achtergrond staan wat bomen. Ondanks de economische crisis is Nederland nog steeds een land met grote ____________________________ : veel mensen hebben nog genoeg geld om op vakantie te gaan. Op een ____________________________ staan vaak veel verschillende voorwerpen bij elkaar afgebeeld. Ik geef je een laatste ____________________________ : je mag dat nu echt niet meer doen. Wat is de ____________________________ van dit schilderij? Oh, dat schilderij heet De Nachtwacht. In de Gouden Eeuw ging het goed met de economie, de handel, de wetenschap, de politiek enzovoort. Oh, dus je kunt zeggen dat het ____________________________ ____________________________ ____________________________ goed ging? Door de handel werden ____________________________ steeds rijker in de Gouden Eeuw. Nadat hij op zijn hoofd was gevallen, is er een röntgenfoto van zijn hoofd gemaakt. Daarop zag de arts dat er een scheurtje in zijn ____________________________ zat. Als het heel goed gaat met de economie van een land , dan zeggen we dat het land een ____________________________ economie heeft. Een ____________________________ is iemand die veel verstand heeft van geschiedenis.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 177

13

14

Na een periode van grote bloei, komt er helaas vaak een periode van ____________________________ . In de Gouden Eeuw waren Nederlandse kunstschilders heel populair, ook in het buitenland. Ze hebben Nederland dus internationaal ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________

Luisteren

.

Oefening 12

U gaat luisteren naar een gesprek tussen journalist Jeroen de Kleine en Margreet Morgenrood, medewerker van het historisch museum van de kunst in Amsterdam. Het gesprek gaat over de nieuwe tentoonstelling waarin de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw centraal staat. A Luister één keer naar de tekst en beantwoord vraag 1. 1

Jeroen en Margreet bespreken de volgende thema’s. Zet de zinnen in de goede volgorde, zoals ze aan bod komen in het gesprek. De belangrijkste Nederlandse schilders van de Gouden Eeuw. _________ De openingstijden van het museum. _________ De betekenis van de naam de Gouden Eeuw. _________ De kenmerken van de Gouden Eeuw. _________ Redenen om naar de tentoonstelling te gaan. _________ De periode van de Gouden eeuw. _________ Het populairste genre van de schilderkunst in de Gouden Eeuw. _________ De bloei van de Nederlandse schilderkunst van de Gouden Eeuw. _________ Populaire genres van de schilderkunst. _________

B Luister nu nog een keer en beantwoord de volgende vragen. 2

Waarom noemt men de 17e eeuw in Nederland ook wel de Gouden Eeuw? a In Nederland verkocht men toen veel goud. b Nederland won toen veel gouden medailles. c Nederland had toen een toppositie in de wereld.

3

Welke van de onderstaande stellingen is juist? a De Gouden Eeuw duurde van ongeveer 1702 – 1772. b De Gouden Eeuw duurde van ongeveer 1602 – 1672. c In 1609 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht. d De Gouden Eeuw duurde tot ver in de achttiende eeuw voort.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

177


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 178

4

5

Welke kenmerken van de Gouden Eeuw noemt men in het interview? Meerdere antwoorden zijn mogelijk. a tolerantie b kolonialisme c wetenschappelijke interesse d rijkdom e politieke stabiliteit f technische ontwikkelingen g culturele bloei h opkomst van de industrie Waardoor bloeide de Nederlandse schilderkunst op? _________________________________________________________________________________________________________

6

Welke van de volgende soorten schilderijen noemt men? Meerdere antwoorden zijn mogelijk. a portretten b landschappen c babygezichten d stillevens e huistaferelen f religieuze thema’s

7

Van welk genre, genoemd bij vraag 6, hangen de meeste schilderijen op de tentoonstelling? _________________________________________________________________________________________________________

8

Waarom waren de stillevens zo populair onder de Nederlandse kunstschilders? a Ze waren makkelijk om te maken. b De verf was het meest geschikt voor het maken van stillevens. c Met een stilleven kon de schilder laten zien hoe goed hij kon schilderen. d Stillevens vormden een nieuw genre in de schilderkunst van de Gouden Eeuw.

9

Waarvoor waarschuwen de schedels op stillevens? _________________________________________________________________________________________________________

10

Welke van de volgende Nederlandse kunstschilders noemt men in het interview? Meerdere antwoorden zijn mogelijk. a Rembrandt van Rijn b Jan Steen c Vincent van Gogh d Frans Hals e Gerard Dou f Johannes Vermeer

11

Waarom vindt Margreet Morgenrood dat iedereen naar de tentoonstelling moet komen kijken? _________________________________________________________________________________________________________

178

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 179

12

Wanneer kan men naar de tentoonstelling komen kijken? a Sinds gisteren tot 1 september. b Elke dag van 10.00 tot 18.00 uur in de maand september. c Vanaf 1 september.

Lezen en spreken Oefening 13 Werk in tweetallen. U krijgt van de docent elk een tekst over een bijzondere kunstvorm. Lees de tekst. Noteer een aantal kernwoorden (maximaal 10). Vertel uw medecursist wat u hebt gelezen. Wat vindt u de meest bijzondere kunstvorm? Waarom?

Spreken

Oefening 14

Werk in groepjes van drie. Beantwoord de volgende vragen. 1

2

In de teksten van oefening 14 is het thema dat van alles in principe kunst kan zijn. Wat vindt u daarvan? Is er voor u een grens: wat is voor u kunst, en wat niet? Heeft u ook iets in huis wat voor u kunst is, maar voor anderen niet?

Internet en spreken Oefening 15 Werk in tweetallen. Bereid een korte presentatie voor over een kunstwerk. Neem een afbeelding van het kunstwerk mee naar de les (als er een computer en beamer in het lokaal is, dan kunt u de afbeelding ook projecteren voor de groep). Bespreek in uw presentatie de volgende punten: • • • • •

Waarom hebt u dit kunstwerk gekozen? Wie heeft het gemaakt? Hoe heet het kunstwerk? Beschrijf het kunstwerk. Waar is het kunstwerk te zien?

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

179


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 180

Internet en schrijven of spreken Oefening 16 Ga naar de website en klik op de link bij oefening 16. Selecteer een aflevering van het programma Tussen Kunst en Kitsch. In dit programma bekijken experts voorwerpen van bezoekers. Is het kunst of is het kitsch? Is het veel of weinig waard? Selecteer een fragment over een bepaald voorwerp. Bekijk dit fragment meerdere malen. Beantwoord de volgende vragen. 1 2 3 4 5

6

7

Spreken

Over welk voorwerp gaat het fragment? Beschrijf het voorwerp. Hoe oud is het voorwerp? Hoe heeft de eigenaar het voorwerp in zijn / haar bezit gekregen? Welke adjectieven gebruikt men om het voorwerp te beschrijven? Wat is het voorwerp waard, volgens de expert? Is het kunst of is het kitsch? Hoe reageert de eigenaar op het nieuws over de waarde van het voorwerp? Wat vindt u zelf van het voorwerp? Vindt u het mooi of lelijk? Waarom?

Oefening 17

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1 2 3 4 5

Luisteren

Vindt u muziek een vorm van kunst? Waarom wel of niet? Wat betekent muziek voor u? Wat vindt u mooie muziek? Waarom? Luistert u vaak naar muziek? Wanneer wel of niet? Welke muziek is er in uw eigen land populair?

Oefening 18

U gaat luisteren naar een interview met Carel Kraayenhof. Hij is een Nederlandse componist en muzikant, die zich heeft gespecialiseerd in de Argentijnse tangomuziek. Hij speelt op een typisch Argentijns instrument, de bandoneon. Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen.

180

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 181

© Govert de Roos

1

Wat vertelt Kraayenhof over Omar Mollo? a Omar Mollo komt uit Nederland en bestudeert in Argentinië de tango. b Omar Mollo is in zijn eigen land een bekende bandoneonspeler. c Omar Mollo komt uit Argentinië en zingt rock- en tangomuziek.

2

Waaraan kan je horen dat een muziekstuk een echte tango is? Meerdere antwoorden zijn correct. a het ritme b de toon c de vrolijkheid d de treurigheid e het volume f de muziekinstrumenten g de melodie

3

Waarom vindt Kraayenhof het geen probleem om voor de duizendste keer Adios Nonino te spelen? a Omdat hij de componist kent en het een bijzonder stuk vindt. b Omdat hij vaak vermoeid is en van dit stuk nieuwe energie krijgt. c Omdat hij dit stuk zelf gecomponeerd heeft.

4

Waarom speelt Kraayenhof ook Ierse volksmuziek? a Omdat hij ook graag af en toe piano speelt. b Omdat hij erg van deze muziek houdt. c Omdat zijn broer hem dit heeft geadviseerd.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

181


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 182

5

Kraayenhof zegt dat Ierse volksmuziek voor de Ieren hun medicijn voor de ziel is? Wat bedoelt hij daarmee? _________________________________________________________________________________________________________

Spreken

6

Over wie gaat het lied Mis Pibes? a over zijn moeder b over zijn vrouw c over zijn zoontjes

7

Waarom speelt hij Mis Pibes in zijn show? a Omdat hij zijn inspiratie krijgt uit het alledaagse leven. b Omdat hij in zijn show zijn persoonlijke verhaal vertelt. c Omdat hij het leven zo mooi vindt.

8

Waar componeert Kraayenhof? a In ArgentiniĂŤ in een studio. b In Nederland in een huisje in zijn tuin. c Zo veel mogelijk buiten in de natuur.

9

Waarom heeft Kraayenhof een stuk gecomponeerd over de aardbeving in China? a Omdat hij lang in China heeft gewoond. b Omdat hij tijdens de aardbeving in China was. c Omdat hij aan een benefietconcert deelnam.

10

Wat was de eerste reactie van Kraayenhof toen hij in China kwam? a Hij was positief verrast. b Hij komt liever in Zuid-Amerika. c Hij werd verliefd op een Chinese.

11

Welke vooroordelen bestaan er over Chinese muziek? a Het is vreemde muziek. b Het is zoetsappige muziek. c Het is vooral filmmuziek.

Oefening 19

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4

5 6

182

Vindt u ook dat muziek een medicijn voor de ziel is? Waarom? Van welke muziekstijl houdt u het meest? Waarom? Welk muziekinstrument vindt u mooi? Waarom? Speelt u zelf een muziekinstrument? Zo ja, hoe lang al? Waarom dit instrument? Houdt u van zang? Zo ja, van welke stijl zang? Zingt u zelf ook? Zo ja, hoe lang al? Zingt u in een koor of bent u solozanger(es)?

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 183

* Grammatica – oefening 9, 10

Grammatica Plusquamperfectum

had / hadden + participium of was / waren + participium Voorbeeld

Nadat Carel Kraayenhof op het huwelijk van prins Willem Alexander en prinses Maxima had gespeeld, werd hij bekend en kochten veel mensen een cd van hem. Wanneer gebruiken we het plusquamperfectum?

A Beschrijving van twee acties in het verleden: een actie is langer geleden dan de andere actie. plusquamperfectum langer geleden

imperfectum korter geleden

Nadat hij zijn studie had afgemaakt, Nadat Peter zijn rijbewijs had gehaald, Nadat de wedstrijd was begonnen, Nadat de film was afgelopen,

ging hij een baan zoeken. kocht hij een tweedehands auto. kwamen er nog veel supporters het stadion in. gingen we nog iets drinken in een cafĂŠ.

toen + plusquamperfectum = nadat Toen ik mijn VWO-examen had gehaald, ging ik naar de universiteit. Let op

toen + imperfectum = op het moment dat, in de periode dat

Voorbeeld

Toen hij op de lagere school zat, woonde hij in Utrecht.

B Irrealis in het verleden: men stelt zich een situatie voor die niet gebeurd is Ik heb een paar jaar geleden een huis gekocht, een klein huisje want ik was niet erg rijk. Als ik toen meer geld had gehad, had ik een groter huis gekocht. De trein vertrok een kwartier te laat, en daarom kwam Hans te laat op zijn werk. Als die trein gewoon op tijd was vertrokken, was Hans niet te laat op zijn werk gekomen.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

183


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 184

Oefening 20

Vul de goede vorm in: was / waren / had / hadden + participium Voorbeeld

Nadat Marjan voor haar eindexamen (slagen) ____________________________ was geslaagd , gaf ze een groot feest. Nadat Marjan voor haar eindexamen ____________________________ , gaf ze een groot feest. had gemaakt , rende hij Toen de voetballer een doelpunt (maken) ____________________________ juichend over het veld. Toen de voetballer een doelpunt ____________________________ , rende hij juichend over het veld. 1

2

3

4

5

6

7

8

184

Nadat Marion (eten) ____________________________ , zette ze de televisie aan om naar het nieuws te kijken. Toen Ajax kampioen (worden) ____________________________ , vierden de supporters feest in Amsterdam. Nadat het (stoppen) ____________________________ met regenen, gingen we een wandeling maken. Het kleine meisje stak plotseling de straat over en werd aangereden door een auto. Als het meisje beter (opletten) ____________________________ , dan ____________________________ dat niet (gebeuren) ____________________________ . Toen Johan zijn oude auto (verkopen) ____________________________ , kocht hij een nieuwe auto. Nadat de vrienden wat (drinken) ____________________________ in een cafĂŠ, gingen ze naar een discotheek. Toen hij tien jaar in Amerika (wonen en werken) _____________________________________ , kwam hij terug naar Nederland. We hebben vorige maand een heel goedkope koelkast gekocht, maar die is nu al kapot. Als we dat (weten) ________________________________________________________ , ____________________________ we dat nooit (doen) ____________________________ .

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 185

Spreken

Oefening 21

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6

7 8 9 10

Schrijven

Waar woonde u voordat u naar Nederland kwam? Wat deed u nadat u de eerste keer in Nederland was aangekomen? Wat dacht u toen u voor het eerst het Nederlandse landschap zag? Hoe lang duurde het voordat u aan het Nederlandse weer gewend was? Hoe voelde u zich toen u pas een paar dagen in Nederland was? Hoe voelde u zich nadat u een paar maanden in Nederland had gewoond? Hoe was uw Nederlands voordat u aan deze cursus begon? Wat deed u vandaag voordat u naar de les kwam? Wat deed u gisteren (of vorige week) nadat de les was afgelopen? Wat deed u nadat u uw middelbare schooldiploma had gehaald?

Oefening 22

Maak de zinnen af. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

Nadat Maria _____________________________________________________________________________________ , besloot ze in een dorpje te gaan wonen. Daar voelde ze zich veel beter dan in de grote stad. Voordat ____________________________________________________________________________________________ , hadden we nog een kwartier de tijd en dronken we een kopje koffie in het stationsrestaurant. Nadat ______________________________________________________________________________________________ , was hij heel moe en ging hij op de bank liggen. Willem en Mila waren uitgenodigd voor Karels verjaardag, maar ze hadden nog geen cadeautje. Daarom ________________________________________________________ ______________________________________ , voordat ze naar zijn verjaardagsfeest gingen. Suzan was erg verdrietig toen haar vriend ___________________________________________ _____________________________________________________ . Hun relatie had drie jaar geduurd. Voordat Frank piano leerde spelen, _____________________________________________________ _________________________________________________________________________ . Maar dat instrument vond hij niet meer zo leuk, daarom is hij overgestapt op piano. Peter dacht dat hij het examen goed had gemaakt. Toen ______________________ _________________________________________________________________________________________________________ , was hij erg teleurgesteld; het resultaat was veel slechter dan verwacht. Nadat Caroline de krant had gelezen, __________________________________________________ _____________________________________________ . Toen dat was afgelopen, ging ze slapen. Toen het alarm van de winkel afging, ___________________________________________________

. Maar de politie was te laat, de inbreker was al weg. Mijn werkdag begint altijd op dezelfde manier. Voordat _______________________ ________________________________________________________________ , check ik eerst mijn e-mail. ____________________________

10

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

185


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 186

Spreken

Oefening 23

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2

3 4 5

Vindt u film een vorm van kunst? Waarom wel of niet? Gaat u regelmatig naar de bioscoop? Zo ja, van welk genre films houdt u? Aan welke criteria moet een goede film voldoen, volgens u? Welk soort films zijn in uw eigen land populair? Hebt u weleens een Nederlandse film gezien? Kunt u er iets over vertellen?

Vocabulaire Oefening 24 Bestudeer de betekenis van de volgende woorden en woordcombinaties. Ze zijn onderstreept in de tekst van oefening 26. in aanmerking komen voor noodzakelijk de ondertiteling

zich kwalificeren

behalen

daadwerkelijk gebaseerd zijn op

doodschieten

de getuige

inmiddels

186

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

recht hebben op, een kans maken op Als u een laag salaris hebt, komt u in aanmerking voor huursubsidie. onmisbaar, dringend nodig Bij het leren van een taal is een woordenboek noodzakelijk. de vertaalde tekst onder aan het beeld bij films of op televisie Ik lees altijd de ondertiteling als ik naar Franse films kijk. de volgende ronde halen, een kans maken voor de hoofdprijs FC Barcelona heeft zich gekwalificeerd voor de finale van de Champions League krijgen door moeite te doen We trainen drie keer per week omdat we de eerste plaats willen behalen. echt Martin heeft prinses Maxima daadwerkelijk ontmoet. gefundeerd zijn op Mijn mening is gebaseerd op wat ik in de krant heb gelezen. doden met een vuurwapen (een geweer, revolver of pistool) Gisteren zijn er zes mensen in een winkelcentrum doodgeschoten. iemand die bij een gebeurtenis is geweest en kan vertellen wat er gebeurd is De getuige vertelde de politie wat ze die nacht had gezien. intussen Carla’s dochter heeft inmiddels zelf ook een kind gekregen.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 187

de gevangenis

de aanslag

de rode draad

vermoorden plegen vastberaden

ondertussen de minnaar

roddelen

zich afspelen de deurwaarder

machtig

gevreesd weigeren aannemen de wraak

dwarsbomen

de tegenslag

een speciaal gebouw waar mensen vastzitten omdat ze straf hebben Hij moest twee jaar naar de gevangenis omdat hij geld had gestolen. een poging om gebouwen kapot te maken of mensen te doden Er is een aanslag gepleegd op de koninklijke familie. een thema dat steeds terugkeert De oorlog vormt de rode draad in de meeste boeken van deze schrijver. doodmaken Ze heeft haar ex-man vermoord. doen (van een misdaad) Ze heeft een moord gepleegd. gedecideerd, zonder twijfels Vastberaden ging ze naar haar baas om een hoger salaris te vragen. in dezelfde tijd Ik zit in de trein en maak ondertussen mijn huiswerk. iemand die van je houdt en met wie je seks hebt, maar die niet je vaste partner is Toen haar man ontdekte dat ze een minnaar had, is hij bij haar weggegaan. over iemand praten zonder dat die persoon dat weet, vooral over negatieve dingen Collega’s roddelen veel over Annabel; ze zou een relatie met de directeur hebben. plaatsvinden De film speelt zich op een eiland af. iemand die zorgt dat mensen hun schulden aflossen Toen ze hun rekeningen niet meer konden betalen, kwam de deurwaarder een deel van hun spullen uit hun huis halen. invloed hebben door baan of functie De president van Amerika is misschien wel de machtigste man van de wereld. waar mensen bang voor zijn Cholera is een gevreesde ziekte. ‘nee’ zeggen, niet willen Hij weigert zijn telefoonnummer te geven. ontvangen, aanvaarden, niet weigeren Ze nam het cadeau vol blijdschap aan. iemand iets aandoen als reactie op wat hij jou heeft aangedaan Nadat hij ontslagen was, sloeg hij uit wraak de ruiten van de auto van zijn baas in. tegenwerken, zorgen dat iemand iets niet kan doen De bewoners hebben de plannen van de gemeente voor een nieuwe parkeergarage gedwarsboomd. Voorlopig komt die garage er niet. de pech, een gebeurtenis of toestand die niet gunstig is Ze hebben in hun leven veel tegenslagen gehad.

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

187


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 188

de strijd

hevig noodlottig

onvermijdelijk

het gevecht Na de scheiding was er tussen de ex-partners veel strijd om de kinderen. erg, sterk, zeer Ze werd wakker met hevige hoofdpijn. fataal, door een ongelukkige loop van omstandigheden De ziekte werd hem noodlottig. Hij lag zes dagen in het ziekenhuis en is toen overleden. niet te voorkomen, het zal zeker gebeuren. Iedereen gaat dood. Dat is onvermijdelijk.

Welke woorden betekenen hetzelfde? Maak de goede combinaties. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

Lezen

hevig de tegenslag het gevecht dwarsbomen aanvaarden niet willen plaatsvinden vastberaden echt in dezelfde tijd vermoorden doen inmiddels noodzakelijk

a b c d e f g h i j k l m n

aannemen zich afspelen doodmaken dringend nodig ondertussen de pech intussen plegen sterk daadwerkelijk de strijd weigeren gedecideerd tegenwerken

Oefening 25

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Aan welke criteria moet een film voldoen om kans te maken op de Academy Award voor beste buitenlandse film? a origineel Engels gesproken b in eigen land in de bioscoop zijn geweest c in Los Angeles in de bioscoop zijn geweest d kopie met Engelse nasynchronisatie of ondertiteling e ĂŠĂŠn film per land

2

Aan welke criteria moet een film voldoen om kans te maken op de Oscar voor de beste film? ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________

188

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 189

3

Zet een kruisje in de juiste kolom. De aanslag

Antonia

Karakter

film is gebaseerd op een boek Tweede Wereldoorlog

X

jaren ’30 moord vader en zoon vrouwen advocaat dorp alleenstaande moeder

4

Hebt u één van deze films gezien? Zo ja, wat vond u van deze film? Zo nee, welke van de drie films zou u graag willen zien? Waarom?

Oscar voor beste niet-Engels gesproken film De Academy Award voor de beste, niet-Engels gesproken film bestaat sinds 1947. Ieder land kan één film inzenden voor de categorie ‘beste buitenlandse film’. Om voor een Oscar in aanmerking te komen, moet de film tussen 1 oktober en 30 september van het jaar ervoor in het land van herkomst in de bioscoop zijn geweest. Een première in de VS is niet noodzakelijk, maar er moet een kopie met Engelse nasynchronisatie of ondertiteling zijn. Als een in het Engels nagesynchroniseerde of ondertitelde buitenlandse film in Los Angeles in première gaat, kan deze film zich ook voor de ‘gewone’ Oscar van ‘beste film’ kwalificeren. Nederland heeft tot 2009 zeven nominaties in de categorie beste buitenlandse speelfilm behaald. Driemaal ontving een Nederlandse regisseur ook daadwerkelijk de Academy Award: 1986 De aanslag – Fons Rademakers Deze film is gebaseerd op het boek De aanslag van Harry Mulisch. De Tweede Wereldoorlog loopt op zijn einde. Een man wordt doodgeschoten. Het dode lichaam wordt door de buren van de 12-jarige Anton Steenwijk voor zijn huis neergelegd. Vervolgens is deze jongen getuige van de dood van zijn ouders en broer. De traumatische gebeurtenis zal Anton nooit meer loslaten. Ook niet wanneer hij inmiddels arts is en trouwt met een vrouw. Zijn vrouw lijkt op de vrouw die hij in de dodelijke nacht ontmoette in de gevangenis. De aanslag blijft als een rode draad door zijn leven lopen. Zo ontmoet Anton de zoon van de vermoorde man. Tien jaar daarna ontmoet hij de man die de aanslag pleegde. In 1983 ontmoet Anton zijn oude buurmeisje. Zij vertelt Anton waarom het lichaam van de doodgeschoten man destijds in zijn voortuin lag. Is daarmee de cirkel rond en kan Anton eindelijk berusten in wat er gebeurde? 1995 Antonia – Marleen Gorris In de film staat het leven van vier generaties vrouwen in een dorp in Nederland centraal. Antonia kijkt vanaf haar sterfbed terug op haar leven. Samen met haar dochter Daniëlle gaat ze

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

189


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 190

naar haar vroegere dorp terug. Daniëlle groeit op tot een jonge, vastberaden vrouw die wel een kind wil maar liever geen man. Zij krijgt een dochter die vriendschap sluit met de dorpsfilosoof. Antonia vindt ondertussen een goede vriend en minnaar in haar buurman. De mensen roddelen maar toch gaat Antonia haar eigen weg. Als ook haar kleindochter van een meisje bevalt, lijkt de cirkel rond. Vooral als later blijkt dat dit meisje de perfecte reïncarnatie is van Antonia... 1997 Karakter – Mike van Diem Deze film is voor een groot deel gebaseerd op het boek Karakter van F. Bordewijk. De film speelt zich af in de jaren ’30 in Rotterdam. Rotterdam, de jaren dertig. Deurwaarder Dreverhaven is een machtig, gevreesd man. Wanneer Joba, zijn huishoudster, een kind van hem verwacht, wil zij niet met hem trouwen en verlaat zijn huis. Zij voedt hun zoon Katadreuffe alleen op, terwijl ze weigert iets van Dreverhaven aan te nemen. Deze besluit als wraak zijn zoon zo veel mogelijk te dwarsbomen. Katadreuffe werkt na een aantal tegenslagen op een advocatenkantoor te Rotterdam waarna de strijd tussen vader en zoon nog heviger wordt. Een noodlottige climax is onvermijdelijk.

Schrijven

Oefening 26

A Schrijf een korte recensie (van ongeveer 100 woorden) over een film die u gezien hebt op tv of in de bioscoop. Behandel daarbij de volgende punten: •

• • •

Welk genre film is het? Uit welk land komt de film? Wanneer is hij gemaakt? Wie is de regisseur? Welke acteurs/actrices spelen de hoofdrollen? Waar gaat de film over? Wie zijn de belangrijkste personages? Wat vond u van de film? Is het een aanrader of juist niet?

B Van presens naar imperfectum: De drie filmbeschrijvingen in de bovenstaande tekst van oefening 26 zijn geschreven in het presens. Herschrijf die teksten in het imperfectum (behalve de introductiezin bij elke tekst).

190

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 191

Spreken

Oefening 27

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen: 1

2

3 4 5 6

7 8

9 10 11 12 13

14

Noem een artiest die wereldwijd bekend is. Wat vindt u zelf van hem of haar? Neem een afbeelding van een Hollands landschap. Beschrijf het landschap. Wat was u gisteren aan het doen? En afgelopen weekend? Hebt u vroeger weleens iets stiekem gedaan? Hebt u toen straf gehad? Noem enkele kenmerken van de Gouden Eeuw. Nodig uw medecursisten uit om mee te gaan naar een tentoonstelling van schilderijen uit de Gouden Eeuw, in het historisch museum van de kunst in Amsterdam. Noem twee argumenten om naar deze tentoonstelling te gaan. Vindt u muziek een vorm van kunst? Waarom wel of niet? En film? Welke kenmerken heeft een goede foto, volgens u? En een goed schilderij? Wat voor een soort schilderij is een stilleven? Houdt u van abstracte kunst? Waarom wel of niet? Wat deed u toen u voor het eerst in Nederland was gekomen? Noem een Nederlandse film en vertel kort waar de film over gaat. Niemand is onsterfelijk. Ieder mens gaat dood, dat is onvermijdelijk. Kunt u nog iets anders noemen dat onvermijdelijk is? Carel Kraayenhof zegt dat muziek een ‘medicijn voor de ziel’ is. Kunt u iets anders noemen dat een medicijn voor de ziel kan zijn?

Thema 7 Kunst: Daar is geen kunst aan!

191


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 192

8

192

Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 193

Spreken

Oefening 1

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. Over uw eigen energie: 1 Wanneer hebt u de meeste energie: ’s ochtends, ’s middags of ’s avonds? 2 In welk seizoen hebt u de meeste energie? Waarom? 3 In welk seizoen hebt u de minste energie? Waarom? 4 Welke activiteiten kosten u veel energie? 5 Van welke activiteiten krijgt u juist energie? Over energiebronnen en energieverbruik: 6 Welke energiebronnen kent u? 7 Welke energiebronnen zijn belangrijk in uw eigen land? 8 Wat bedoelt men met groene energie? 9 Hebt u een hoge energierekening, of valt dat wel mee? 10 Doet u iets om op uw energieverbruik te besparen?

Luisteren

Oefening 2

U gaat luisteren naar de heer Sanders. Hij is fysiotherapeut en vertelt waarom bewegen zo belangrijk is. Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Welk excuus gebruiken mensen om binnen te blijven? a Ze hebben geen tijd. b Het weer is slecht. c Ze bewegen al genoeg.

2

Wat adviseert de Wereld Gezondheidsorganisatie? a Een half uur bewegen per dag. b Een half uur bewegen en een uur sporten per dag. c Een half uur sporten per week. d Een half uur aan de conditie werken per week.

3

Waarom is het belangrijk om te bewegen? Noem twee aspecten. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4

Welke vormen van bewegen noemt Sanders? a sporten b tuinieren c fietsen d boodschappen doen e werken f de trap nemen g liften

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

193


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 194

5

Wat is volgens Sanders beter: dagelijks een half uur bewegen of een uur per week intensief sporten? _________________________________________________________________________________________________________

6

Welke mogelijkheden noemt Sanders om te bewegen als het slecht weer is? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

Spreken

Oefening 3

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

2

3 4

Luisteren

Om fit te blijven kunt u het beste een half uur per dag bewegen. Doet u dat ook? Waarom wel of niet? Wat doet u als het slecht weer is? Blijft u dan binnen, of vindt u het geen probleem om naar buiten te gaan? Doet u aan sport? Zo ja, welke sport, en hoe regelmatig? Wat vindt u van de adviezen en tips van de heer Sanders?

Oefening 4

U gaat luisteren naar het liedje Opzij, opzij, opzij van de bekende Nederlandse zanger en cabaretier Herman van Veen. A Lees eerst de tekst en beantwoord vraag 1 en 2, voordat u gaat luisteren. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, Wij hebben ongelofelijke haast. Opzij, opzij, opzij, want wij zijn haast te laat. We hebben maar een paar minuten tijd. We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan. Een andere keer misschien dan blijven we wel slapen en kunnen dan misschien als het echt moet, wat over koetjes, voetbal en de lotto praten, nou dag tot ziens, adieu het gaat je goed.

194

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 195

1 2

Wat is het thema van het liedje? Welke stijl muziek verwacht u bij dit liedje: rustig en melancholisch of juist snel en ritmisch? Met weinig of veel instrumenten?

B Luister nu naar het liedje via de website. 3 4 5

Is de muziekstijl zoals u verwachtte? De zanger heeft veel haast. Met welke woorden drukt hij dat uit? Wanneer hebt u haast? Kunt u een voorbeeld noemen?

Lezen en spreken Oefening 5 Werk in groepjes van drie. A Elke cursist krijgt een korte tekst met twee tips om energieker te worden. Lees uw eigen tekst en noteer een paar kernwoorden (maximaal 10). Vertel uw medecursisten wat u hebt gelezen. * *

Welke tips vindt u goed? Waarom? Welke tips vindt u vreemd? Waarom?

B Lees de volgende impressie van iemand die ’s avonds na zijn werk altijd moe is. ‘Na een zware werkdag plof ik vaak op de bank neer en heb ik helemaal geen energie meer om nog iets te doen. Ik ben 'op' en blijf de rest van de avond voor de televisie hangen. Ik begrijp niet hoe andere mensen na hun werk nog energie hebben om dingen te ondernemen.’

Deze persoon kan wel wat adviezen gebruiken om energieker te worden. Geef hem of haar een paar tips, bijvoorbeeld uit de gelezen teksten of uw eigen tips.

Lezen

Oefening 6

A Lees de tekst Duurzaam in zeven stappen en zet onderstaande kopjes boven de juiste fragmenten in de tekst. 1 2 3 4 5 6 7

Groene mode Groen geld Groen eten Groen werk Groen wonen Groen reizen Groen huishouden

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

195


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 196

B Kijk naar de onderstreepte woorden. Weet u wat ze betekenen?

Duurzaam in zeven stappen De aarde redden, dat willen we natuurlijk allemaal. Maar milieubewust leven moet wel leuk blijven. Zeven stappen om de aarde leefbaar te houden.

Stap 1: _________________________________________________________________________________________________________________________ Goede isolatie bespaart enorm veel energie. In een slecht geïsoleerd huis verbruik je per jaar zo’n 2050 m3 gas voor de centrale verwarming. Door vloer, bodem (onder het huis), dak, gevel en waterleidingen te isoleren en dubbel glas aan te brengen, beperk je de stookkosten tot circa 700 kuub. Dat scheelt jaarlijks circa € 900! Neem ook groene stroom. Koop verder meubels met een EKO- of FSC-keurmerk. Dit hout komt uit verantwoord beheerde bossen. Shop ook tweedehands: slim voor het milieu én goedkoper.

Stap 2: _________________________________________________________________________________________________________________________ Koop biologische producten (groente, fruit, vlees en brood). Die worden milieuvriendelijk geproduceerd. Ook minder belastend: eten volgens de seizoenen. Vermijd kasgroente en -fruit. Beter voor het milieu, beter voor de smaak, beter voor je portemonnee. Stap 3: _________________________________________________________________________________________________________________________ Wist je dat de kledingindustrie een grote vervuiler is? Voor de katoenteelt bijvoorbeeld worden kunstmest en pesticiden gebruikt. Daarna moet de kleding nog gekleurd, gemaakt, verpakt en vervoerd worden. Steek jouw energie dus eens in een kritische kledingkeuze. Voor de teelt van biokatoen zijn nauwelijks mest- en gifstoffen nodig. Collecties van dit materiaal vind je onder meer bij H&M en de Bijenkorf. Koop ook gifvrije cosmetica- en verzorgingsproducten, in plaats van de merken die gifstoffen bevatten. Stap 4: _________________________________________________________________________________________________________________________ Er zijn talloze tips te bedenken voor het huishouden. Hieronder een kleine selectie van die tips: - Laad de wasmachine goed vol. - Was op lagere temperaturen: dat scheelt 40% energie per wasbeurt. - Druppelende kraan? Vervang het leertje! Dat scheelt 75 liter water per jaar. - Douchen kost de helft minder water dan een bad. - Een minuutje korter douchen – het gemiddelde is 7,8 minuten – scheelt 40 euro per jaar. - Laat geen licht branden in kamers waar niemand is. - Plak een Nee-sticker tegen reclamedrukwerk op je brievenbus. Stap 5: _________________________________________________________________________________________________________________________ Ga je met de auto naar je werk en overweeg je thuiswerken? Doen! Al is het maar een dag per week. Dat scheelt toch weer benzine en luchtvervuiling. Bedenk ook: - Laptops zijn 50 tot 80% energiezuiniger dan gewone computers. - Zet pc, printers en tv uit in plaats van op stand-by. - Haal de laders van iPod en gsm na het opladen uit het stopcontact. Stap 6: _________________________________________________________________________________________________________________________ Ga groen bankieren bij de Triodos Bank. Of vraag de Visa GreenCard aan. Overweeg je een huis te

196

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 197

kopen? Informeer naar de KlimaatHypotheek van de Rabobank. Al deze financiële instellingen stimuleren een duurzame, energiebewuste levensstijl. Je bespaart er bovendien geld mee. Stap 7: __________________________________________________________________________________________________________________________ Eén verre vliegreis per persoon kost net zoveel energie als een jaar lang stoken voor een heel huishouden. Dan maar kamperen bij de boer? Hoeft niet. Het helpt al enorm als je minder vaak een korte vliegvakantie maakt. Of als je vaker met het openbaar vervoer reist. Heb je een auto die je maar een paar keer per maand gebruikt? Overweeg een contract bij een autodealer. Dat scheelt flink in de kosten en is goed voor het milieu. Bron: www.groener.nl

Spreken

Oefening 7

Werk in tweetallen. Wat zegt u? Voor uw antwoord kunt u informatie gebruiken uit de tekst van oefening 6. 1

2

3

4

5

6

Uw buren klagen dat ze zo’n hoge energierekening hebben. Ze vragen u om advies. Stel eerst vragen over hun energieverbruik. Geef daarna een paar adviezen. Geef enkele argumenten waarom het beter is om biologische producten te kopen. Uw partner staat vaak lang onder de douche of gaat lang in bad en gebruikt zo te veel water. Wat zegt u tegen hem of haar? U werkt twee dagen per week thuis. Een vriend vraagt waarom u dat doet. Wat zegt u? U bent geïnteresseerd in groen bankieren bij de Triodos bank. U neemt telefonisch contact op met de bank voor meer informatie. Wat vraagt u? Een collega gaat elke zomer kamperen in Nederland omdat dat beter is voor het milieu. U gaat elke zomervakantie met het vliegtuig naar ZuidEuropa. Volgens uw collega is dat erg slecht voor het milieu. Wat zegt u?

Oefening 8

Werk in drietallen. Kijk nog een keer naar de adviezen in de tekst van oefening 6. • • • •

Welke adviezen vindt u goed en welke vindt u minder goed? Welke van de genoemde adviezen volgt u al? Welk advies wilt u gaan opvolgen? Waarom? Welk advies zult u zeker niet opvolgen? Waarom niet?

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

197


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 198

* Grammatica – oefening 28, 29

Grammatica Passief (1)

passief presens: een vorm van worden + participium Ik word morgen aan mijn knie geopereerd. De auto wordt in de garage gerepareerd. De kinderen worden door hun moeder naar school gebracht. bepaald direct object in actieve zin ‘ subject in passieve zin Bepaald (definiet): de..., het..., deze..., dit..., die..., dat..., possessief..., alle..., iedere..., namen Actief: Men produceert dit biologische product milieuvriendelijk. Passief: Dit biologische product wordt milieuvriendelijk geproduceerd. Actief: Ze zetten de koffers in de bagageruimte van het vliegtuig. Passief: De koffers worden in de bagageruimte van het vliegtuig gezet. Actief: Ze verkopen onze tulpen over de hele wereld. Passief: Onze tulpen worden over de hele wereld verkocht. onbepaald direct object in actieve zin ‘ ER + subject in passieve zin Onbepaald (indefiniet): een...(+ singularis), ø...(+ pluralis), geen..., weinig..., veel..., twee, drie, vier… Actief: Ze ontwikkelen een energiezuinige auto. Passief: Er wordt een energiezuinige auto ontwikkeld. Actief: Men gebruikt kunstmest voor de katoenteelt. Passief: Er wordt kunstmest gebruikt voor de katoenteelt. Actief: Ze verkopen veel biologische producten in die winkel. Passief: Er worden veel biologische producten verkocht in die winkel. geen direct object in actieve zin ‘ ER in passieve zin Actief: Ze surfen regelmatig op internet. Passief: Er wordt regelmatig op internet gesurft. Actief: Ze dansen en zingen op het feest. Passief: Er wordt gedanst en gezongen op het feest. Gebruik

Passiefconstructies worden vaak gebruikt als het niet belangrijk of niet helemaal duidelijk is wie iets doet. Soms is het wel belangrijk te noemen wie iets doet (prepositie: door …). De rekening wordt door mijn vader betaald. Deze promotiecampagne wordt door de afdeling marketing ontwikkeld.

198

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 199

Oefening 9

Maak onderstaande zinnen passief. Voorbeeld Men gebruikt de computer bijna dagelijks. _______________________________________________________________________________________________________________ De computer wordt bijna dagelijks gebruikt. Ze ontwikkelen een nieuw computerprogramma. _______________________________________________________________________________________________________________ Er wordt een nieuw computerprogramma ontwikkeld. 1

Ze bouwen deze huizen aan de rand van de stad. _________________________________________________________________________________________________________

2

Ze bouwen nieuwe huizen aan de rand van de stad. _________________________________________________________________________________________________________

3

Mensen kopen steeds vaker biologische producten. _________________________________________________________________________________________________________

4

Ze verkopen deze biologische producten in onze supermarkt. _________________________________________________________________________________________________________

5

Men leest de krant vooral in het weekend. _________________________________________________________________________________________________________

6

Ze verkopen steeds minder kranten bij de boekwinkels. _________________________________________________________________________________________________________

7

Ze verkopen tweedehands fietsen bij deze fietsenzaak. _________________________________________________________________________________________________________

8

Mijn broer repareert vandaag mijn fiets. _________________________________________________________________________________________________________

9

De minister van FinanciĂŤn verhoogt de omzetbelasting. _________________________________________________________________________________________________________

10

Ze voeren een hogere belasting in op sigaretten. _________________________________________________________________________________________________________

Oefening 10

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw antwoord een passiefconstructie als dat mogelijk is. 1 2

3 4 5 6 7 8 9

10

Hoe vaak gaat u naar de kapper? Door wie wordt uw haar dan geknipt? Wordt er in uw land veel gerookt? Meer door mannen dan door vrouwen? Wat wordt er op de markt in uw stad of dorp verkocht? Worden er op dit moment nieuwe huizen gebouwd in uw stad of dorp? Welke producten worden er bij een bouwmarkt verkocht? Welke producten worden er bij een slijterij verkocht? Wordt er in uw land veel of weinig gefietst? Waarom? Welke gerechten worden er in uw land veel gegeten? Welke sporten zijn populair in uw land? Welke wordt het meest beoefend? Spreekt u regelmatig Nederlands buiten de les? En als u met een Nederlander spreekt, wordt u dan door hem of haar gecorrigeerd?

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

199


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 200

11

12

Welke producten worden in uw land veel geproduceerd? Welke producten worden naar andere landen geĂŤxporteerd? Komen er veel toeristen in uw land? Welke plaatsen in uw land worden het meest bezocht door toeristen?

Vocabulaire Oefening 11 Bestudeer onderstaande woordenlijst. Ze zijn onderstreept in de tekst van oefening 12. bestaan uit

lpg inademen

de voorraad afhankelijk zijn van leveren zuinig

duurzaam bijdragen aan de uitstoot

verbouwen het overschot de impuls

braak liggen opbrengen

200

hebben, opgebouwd zijn uit Mijn gezin bestaat uit vier personen: mijn man, mijn twee kinderen en ik. een soort gas als brandstof voor auto’s De auto van Peter rijdt niet op benzine maar op lpg. lucht of gassen door je mond naar binnen halen Schilders krijgen vaak last van hun longen omdat ze giftige stoffen inademen. extra artikelen of producten om te bewaren In de kelder ligt onze wijnvoorraad. niet zelfstandig zijn, hulp nodig hebben van anderen Kleine kinderen zijn afhankelijk van hun ouders. bezorgen, brengen Bakkerij Eikmans levert uw bestelling ook aan huis. 1 weinig geld uitgeven 2 weinig energie verbruiken 1 Van Nederlanders wordt vaak gezegd dat ze zuinig zijn. 2 Ik heb in mijn huis alleen maar spaarlampen omdat ze energiezuinig zijn. van goede kwaliteit, niet snel kapot of niet snel op De winkel op de hoek verkoopt veel duurzame producten. een aandeel leveren, helpen bij Voldoende bewegen draagt bij aan een goede gezondheid. de emissie Men probeert wereldwijd de uitstoot van CO2 te verminderen. laten groeien op het land De boer verbouwt aardappelen en uien. het restant, meer dan nodig is Door een overschot aan tomaten zijn de prijzen gedaald. de stimulans, begin of versterking van een ontwikkeling De komst van een nieuwe regering gaf een impuls aan de economie. land gedurende een bepaalde tijd niet bewerken Tot augustus laat de boer deze akker braak liggen. door verkoop geld opleveren De rommelmarkt heeft 1.750 euro opgebracht.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 201

verwoestijning

tegengaan

het ontstaan van nieuwe woestijngebieden Verwoestijning is vaak een gevolg van te intensieve landbouw. proberen iets te verminderen of tegen te houden De gemeente probeert het parkeren in het centrum tegen te gaan door hogere parkeertarieven in te voeren.

Vul de woorden uit de woordenlijst in onderstaande zinnen in. 1

2 3

4

5 6

7

8

9 10

11

12 13

14

15 16 17

Lezen

Karin is ____________________________ . Ze geeft weinig geld uit aan kleding en schoenen. Het is ongezond om rook ____________________________ te ____________________________ . Nadat de akker een jaar had ____________________________ ____________________________ , ging de boer er weer tarwe verbouwen. Rond de Middellandse Zee is er sprake van ____________________________ . Hierdoor verandert het landschap, het wordt droger en kaler. Wat voor soort groenten ____________________________ boeren in uw eigen land? We willen graag ____________________________ ____________________________ een beter leven voor dieren. Daarom eten we biologisch vlees. Het boek dat u besteld hebt, wordt binnen tien dagen ____________________________ . Ik heb altijd eten op ____________________________ . Als er onverwacht bezoek komt, kunnen ze gewoon mee-eten. De CO2-____________________________ is het laatste jaar licht afgenomen. Door het openbaar vervoer te verbeteren probeert men een toename van het aantal files ____________________________ te ____________________________ . Onze groep ____________________________ ____________________________ cursisten uit verschillende landen. Is windenergie een vorm van ____________________________ energie? Ik hoop dat deze cursus een ____________________________ aan mijn carrière zal geven. Peter ____________________________ nog financieel ____________________________ ____________________________ zijn ouders. Hij studeert en verdient niet genoeg om van te kunnen leven. Eén liter ____________________________ is goedkoper dan één liter benzine. Wat heeft de verkoop van jullie huis ____________________________ ? In Amsterdam is er een tekort aan woningen maar in de provincie Groningen is er een ____________________________ .

Oefening 12

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Hoeveel procent van het verkeer rijdt momenteel op lpg? ____________________ procent.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

201


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 202

2

Men wil in Europa meer biobrandstof gaan gebruiken. Noem een aantal voordelen van biobrandstof. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3

4

Men wil voertuigen milieuvriendelijker maken. Hoe? 1

_____________________________________________________________________________________________________

2

_____________________________________________________________________________________________________

3

_____________________________________________________________________________________________________

Er worden ook enkele nadelen van biobrandstoffen genoemd. Welke? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5

Voor wie biedt de productie van biobrandstof nieuwe kansen? Waarom? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

Biobrandstof - waarom? In Europa is afgesproken dat in 2010 minstens 5,75% van het brandstofverbruik in het verkeer, moet bestaan uit biobrandstof. Dat is ongeveer net zoveel als er nu in Nederland lpg gebruikt wordt. Men wil dat niet omdat het goedkoper is, maar omdat het beter is. Beter voor het klimaat (broeikaseffect), voor de lucht die we inademen (fijnstof ), voor de voorraden van aardolie en aardgas (afname na 2020) en om niet zo afhankelijk te zijn van landen die deze energiebronnen leveren (Irak, Rusland). Voertuigen moeten schoner worden, zuiniger rijden en duurzame brandstof gebruiken. Pure biobrandstoffen veroorzaken 50% minder CO2 dan fossiele brandstoffen en dragen zo bij aan een beter milieu. Ook is de uitstoot van fijnstof veel lager. Dat is van belang voor mensen die veel werken en/of wonen in verkeersdrukke gebieden. Nadelen Er zijn ook enkele nadelen te noemen. De productie van biobrandstof leidt tot concurrentie met de voedingsmarkt, omdat de grondstoffen eigenlijk bestemd zijn voor voedselproductie. Bovendien kan het verbouwen van de grondstoffen en het produceren van de brandstof schadelijk zijn voor het milieu. Kansen Productie van biobrandstof is een kans voor de landbouw in westerse landen die met enorme (gesubsidieerde) overschotten zitten. Zo kunnen ze die overschotten toch goed gebruiken. Daarnaast is het een grote impuls voor arme landen, waar landbouwgronden nu braak liggen of weinig opbrengen. Verwoestijning kan worden tegengegaan met het verbouwen van planten die arme boeren schone energie en inkomsten opleveren. Bron: http://www.biotanken.nl/website/biobrandstof.html

202

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 203

* Grammatica – oefening 30

Grammatica Passief (2): tijden presens: word / wordt / worden + participium

Wanneer word je aan je maag geopereerd? Het huis van mijn ouders wordt volgend jaar geschilderd. Er worden in de les veel grapjes gemaakt. imperfectum: werd / werden + participium Hij werd aan zijn knie geopereerd. Vroeger werden er minder fietsen gestolen dan nu. perfectum: ben / bent / is / zijn + participium Ik ben al drie keer aan mijn schouder geopereerd. Bent u al eerder in dit ziekenhuis opgenomen? Haar portemonnee is uit haar tas gestolen. Veel werknemers zijn door dit bedrijf ontslagen. plusquamperfectum: was / waren + participium Nadat de barbecue was aangestoken, gingen we gezellig barbecueĂŤn. Toen de examens waren nagekeken, kregen de studenten hun resultaat.

Oefening 13

Maak onderstaande zinnen passief. Let op de tijd van het verbum! Voorbeeld

Ze hebben de rekening betaald. _______________________________________________________________________________________________________________ De rekening is betaald.

1

Men heeft het huis voor 235.000 euro verkocht. _________________________________________________________________________________________________________

2

Ze dansten de hele nacht op het feest. _________________________________________________________________________________________________________

3

De meeste mensen gebruiken de computer dagelijks. _________________________________________________________________________________________________________

4

Men koopt steeds vaker producten via internet. _________________________________________________________________________________________________________

5

We hadden de kerstboom met allerlei soorten kerstballen versierd. _________________________________________________________________________________________________________

6

Ze hebben mijn auto weer gerepareerd in de garage. _________________________________________________________________________________________________________

7

Ze moesten hard werken voor een goed resultaat. _________________________________________________________________________________________________________

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

203


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 204

8

Men schrijft tegenwoordig bijna geen brieven meer. _________________________________________________________________________________________________________

9

Nadat de gasten hadden gegeten, dronken ze koffie. _________________________________________________________________________________________________________

10

Men keek vroeger veel minder televisie dan nu. _________________________________________________________________________________________________________

Oefening 14

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw antwoord een passiefconstructie. Let op de tijd van het verbum! 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Spreken

Wat wordt er in uw land bij het ontbijt gedronken? En bij de lunch? Wanneer is uw huis gebouwd? Wat voor weer wordt er voor de komende dagen voorspeld? Bent u weleens geopereerd? Zo ja, wanneer, en waaraan? In welke landen wordt er Nederlands gesproken? Wat moet er in uw land verbeterd worden? En in Nederland? Werd er vroeger in uw familie veel gerookt? En tegenwoordig? Worden er in uw woonplaats veel nieuwe huizen gebouwd? Waarover wordt er in de les veel gelachen? Welke feesten worden er in uw land gevierd? Door wie is uw favoriete boek geschreven? Wat wordt er in uw land veel gegeten? Aardappelen, pasta of rijst? Bent u weleens ontslagen? Waarom? Wordt er in de cursus aandacht besteed aan uitspraak? Hoe? Hoe vaak wordt uw favoriete televisieprogramma uitgezonden? Door wie wordt bij u thuis het eten meestal klaargemaakt?

Oefening 15

In Nederland zijn verschillende energieleveranciers, bijvoorbeeld Nuon, Essent, Eneco, De Nederlandse Energiemaatschappij. Zij leveren gas en elektriciteit. Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3

204

Welke energieleverancier hebt u? Bent u tevreden met hun service? Wanneer zou u naar een andere energieleverancier overstappen? Weet u wat moet u doen als u wil overstappen?

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 205

Lezen

Oefening 16

Lees de vragen. Zoek informatie in de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Wat moet u doen als u wilt overstappen naar een andere energieleverancier? Meerdere antwoorden zijn goed. Meld u aan bij uw nieuwe energiebedrijf. Controleer uw aanvraag. Informeer alle betrokken partijen. Geef uw meterstanden door aan de nieuwe energieleverancier. Geef uw meterstanden door aan uw oude energieleverancier. Stuur het contract naar uw nieuwe energieleverancier.

2

Als er problemen zijn bij het overstappen naar een nieuwe energieleverancier, met wie moet u dan contact opnemen? a met uw oude energieleverancier b met uw nieuwe energieleverancier c met de netbeheerder

3

Wat doet de netbeheerder? Meerdere antwoorden zijn goed. Hij is het aanspreekpunt voor de consument. Hij controleert de aanvraag voor de overstap naar een andere energieleverancier. Hij geeft de meterstanden door aan de oude en nieuwe energieleverancier. Hij maakt de eindafrekening. Hij stuurt het nieuwe contract. Hij bepaalt de hoogte van uw nieuwe voorschotnota.

4

Waarom wordt geadviseerd om uw meterstanden aan uw oude energieleverancier door te geven?

Overstappen naar een andere energieleverancier Switchen is een ander woord voor overstappen naar een andere leverancier van gas en/of elektriciteit. U mag overstappen wanneer u wilt en hoe vaak u wilt. U betaalt geen kosten voor overstappen. U kiest het energiebedrijf dat het beste aan uw wensen voldoet. Procedure overstappen Om te switchen kiest u een nieuwe energieleverancier en dan hoeft u zich daar alleen aan te melden. Vervolgens verzorgt uw nieuwe energieleverancier het hele proces. Na uw aanmelding is de nieuwe energieleverancier uw aanspreekpunt. Daar kunt u dan terecht met als u vragen hebt of als er problemen zijn. Tijdens het overstappen blijft u elektriciteit en gas ontvangen zoals u gewend bent. Hierin verandert niets. Uw nieuwe energieleverancier stuurt uw aanvraag voor overstappen naar uw netbeheerder. Deze controleert uw aanvraag, informeert alle betrokken partijen en geeft de meterstanden door aan uw huidige en nieuwe energieleverancier. Ook verwerkt de netbeheerder de mutatie in de aansluitingenadministratie (Energie Data Services Nederland B.V.). Van uw oude energieleverancier ontvangt u ten slotte een eindafrekening. Uw nieuwe energieleverancier stelt uw nieuwe termijnbedrag vast en stuurt het nieuwe contract aan u op.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

205


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 206

Tip Geef uw meterstanden door aan uw huidige energieleverancier als u gaat overstappen. U ontvangt dan een eindafrekening op basis van gemeten meterstanden. Doet u dit niet, dan worden uw meterstanden geschat. Dit heeft (vaak negatieve) gevolgen voor uw eindafrekening en de hoogte van uw nieuwe voorschotnota.

Schrijven

Oefening 17

Klachtenbrief Voorbeeld klachtenbrief aan energiemaatschappij

Michiel Zwarts Zuidstraat 33 2253 KL Edam m.zwarts@hotmail.com Energiebedrijf Stroom Postbus 345 2123 BB Purmerend Betreft: eindafrekening Edam, 23 februari 2011 Geachte meneer, mevrouw, Op 15 februari jl. ontving ik mijn eindafrekening. De hoogte van de meterstand klopt echter niet. Op de rekening staat een meterstand van 20976 m3 terwijl de meterstand volgens mijn opname van 12 januari jl. 20376 m3 is. Ik verzoek u vriendelijk de meterstand te corrigeren. Met vriendelijke groet, Michiel Zwarts

Schrijf nu zelf zo’n klachtenbrief. Situatie

206

U woont alleen en bent onlangs overgestapt naar een andere energieleverancier. U verbruikt per jaar gemiddeld 1500 KwH elektriciteit en 750 m3 gas. Uw nieuwe energieleverancier heeft uw maandelijkse voorschot berekend op 2500 kWh elektriciteit en 1450 m3 gas. Dat is volgens u veel te hoog, dus u bent het hier niet mee eens en schrijft een klachtenbrief naar uw energiebedrijf.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 207

Spreken

Oefening 18

Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3

Lezen

Welke elektrische (huishoudelijke) apparaten hebt u? Welke apparaten verbruiken de meeste energie, denkt u? Waar let u op als u een nieuw elektrisch apparaat koopt?

Oefening 19

Bekijk onderstaande informatie over het energieverbruik in huis. Beantwoord de vragen. 1

Wat verbruikt in huis de meeste energie? Zet de volgende energieverbruikers in volgorde van energieverbruik. ______ huishoudelijke apparaten ______ verwarming van de woning ______ productie van warm water

2

Klopt uw antwoord op vraag 2 van oefening 18?

3

Waar kunt u op letten als u een nieuw huishoudelijk apparaat koopt?

Huishoudelijke apparaten Huishoudelijke apparaten zijn de derde grootste energieverbruikers in huis, na de verwarming van de woning en, op de tweede plaats, de productie van warm water. Vooral toestellen die warmte produceren (zoals wasdroger en aquaria) of permanent koelen (koelkasten en diepvriezers) zijn grote verbruikers. Jaarlijks verbruik van een aantal elektrische apparaten (in kWh): aquarium 1000 waterbed 600 verlichting 540 koelkast-vriezer 500 wasdroger 400 vaatwasser 300 wasmachine 210 elektrische oven 225 computer 150 televisie 130 koffiezetapparaat 80 stofzuiger 50 Het is van belang om bij een eventuele aankoop een energiezuinig toestel (met een energielabel A, of voor koelkasten en diepvriezer: A+ of A++) te kiezen, en de bestaande toestellen op een zo energiezuinig mogelijke manier te gebruiken.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

207


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 208

Spreken

Oefening 20

Werk in groepjes van drie. 1

2 3

Luisteren

Bespreek de voor- en nadelen van de volgende energiebronnen: 1 kernenergie 2 olie 3 gas 4 steenkool 5 windenergie 6 zonne-energie 7 waterkracht 8 andere energiebronnen: namelijk ... Welke energiebronnen hebben uw voorkeur? Waarom? Welke energiebronnen worden er vooral in uw eigen land gebruikt?

Oefening 21

Sinds de aardbeving en de tsunami in Japan (maart 2011) is de discussie over kernenergie weer heel actueel geworden. U gaat luisteren naar een discussie over kernenergie. Noteer de voor- en nadelen van kernenergie die worden genoemd. voordelen kernenergie

Spreken

nadelen kernenergie

Oefening 22

Werk in viertallen. EÊn tweetal is vóór kernenergie, het andere tweetal is tegen. Bedenk in tweetallen de argumenten die u wilt gebruiken. Voer daarna de discussie.

208

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 209

Oefening 23

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2

3 4

5

6 7 8 9 10 11

12

Waar krijgt u energie van? Een vriend klaagt dat hij de laatste tijd zo weinig energie heeft en zo moe is. Geef hem twee tips. Wat betekent groene mode? U gaat een weekend naar Parijs. Een college vraagt waarom u de trein neemt en niet het vliegtuig. Wat zegt u? U deelt een werkkamer met een collega. Als u maandagochtend als eerste op uw werkkamer komt, ziet u dit:

Een kwartier later komt uw collega binnen. Wat vraagt u uw collega? Leeft u milieubewust? Geef twee voorbeelden. Wanneer zijn de laatste verkiezingen in uw land gehouden? Wanneer worden de volgende verkiezingen in uw land gehouden? Vindt u Nederlanders zuinig? Zo ja, geef twee voorbeelden. Wat is biobrandstof? Een collega wil een nieuwe koelkast kopen en vraagt u om advies. Wat adviseert u uw collega? Bent u voor of tegen kernenergie? Geef twee argumenten.

Thema 8 Energie: Vol energie of opgebrand?

209


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 210

9

210

Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 211

Spreken

Oefening 1

Werk in groepjes van drie. Beantwoord de volgende vragen. 1

2 3 4

Lezen

Is Nederland een populair vakantieland voor buitenlandse toeristen, denkt u? Waarom komen buitenlandse toeristen naar Nederland? Waar staat Nederland om bekend bij buitenlandse toeristen? Gaan er veel toeristen naar uw land? Naar welke plaatsen of delen van het land?

Oefening 2

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Wat zegt de tekst over buitenlandse toeristen die naar Nederland zijn gekomen? a Dat ze graag nog een keer terugkomen naar Nederland. b Dat ze liever niet terugkomen naar Nederland. c Dat Nederland geschikt is voor langere verblijven.

2

Welke toeristen zijn in 2009 minder positief over Nederland dan in 2004? a Belgen b Duitsers c Engelsen

3

Welk clichĂŠbeelden over Nederland bestaan nog steeds bij veel toeristen? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

Buitenlandse toeristen houden van Nederland Toeristen zien Nederland als een gastvrij land, dat vooral geschikt is voor korte verblijven. Buitenlandse toeristen die een keer in Nederland zijn geweest, willen vaak een keer terugkomen. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). Uit een vergelijking met een onderzoek uit 2004 blijkt dat Duitsers en Engelsen positiever zijn gaan denken over Nederland als vakantieland. Belgen daarentegen zijn Nederland minder aantrekkelijk gaan vinden. Tulpen Voor het onderzoek zijn meer dan 5.000 toeristen ondervraagd, die in de afgelopen drie jaar een buitenlandse vakantiereis hadden gemaakt. In Duitsland, Groot-BrittanniĂŤ, BelgiĂŤ, de Verenigde Staten en Frankrijk deden minstens duizend mensen mee aan het onderzoek. Zij zien Nederland vooral als gastvrij, maar ook nog steeds als het land van tulpen, kaas en molens.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

211


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 212

Easy Amerikanen vinden het in Nederland heel relaxed, heel 'easy going', omdat alles op een korte afstand van elkaar ligt. De meeste toeristen uit de vijf genoemde landen zien Nederlanders als vriendelijk en behulpzaam. Maar er zijn ook negatieve geluiden te horen. Zo hebben de Belgen en Fransen geen hoge pet op van de Nederlandse keuken. De Belgen vinden Nederlanders bovendien luidruchtig, arrogant, gierig en opdringerig. De Duitsers ten slotte noemen drugsgebruik en het hebben van vooroordelen als nadelige eigenschappen van Nederland. Staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken) heeft het rapport vandaag in ontvangst genomen. Heemskerk wil Nederlanders stimuleren om vaker in eigen land op vakantie te gaan. Bron: http://www.elsevier.nl/web/10239045/Lifestyle/Auto-Reizen/Buitenlandse-toeristen-houden-van-Nederland.htm/2009

4

Waarmee associĂŤren de toeristen uit verschillende landen Nederland en de Nederlanders? Zet een kruisje in de juiste kolom. Amerikanen

Belgen

Britten

Duitsers

Fransen

arrogant behulpzaam drugsgebruik gastvrij gierig kaas luidruchtig molens opdringerig relaxed slecht eten vooroordelen vriendelijk

Spreken

Oefening 3

Werk in drietallen. Bespreek de volgende vragen.

212

1

Wat vond u van Nederland toen u hier pas was? En wat vindt u nu?

2

Met wiens mening komt uw mening over Nederland het meest overeen: met die van de Amerikanen, de Belgen, de Britten, de Duitsers of de Fransen?

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 213

3

Over Nederland en de Nederlanders bestaan veel vooroordelen en clichébeelden. Hieronder een paar voorbeelden: • Nederland is het land van tulpen, kaas en klompen. • Nederland is het land van vrij drugsgebruik. • Nederlanders zijn ontspannen, easy going. • Nederlanders zijn gierig. • Nederlanders zijn open en direct. Komt dit overeen met uw eigen beeld van Nederland en de Nederlanders? Kunt u nog andere vooroordelen over Nederland noemen?

4

Luisteren

Wat zijn de vooroordelen over uw eigen land en uw landgenoten?

Oefening 4

U gaat luisteren naar twee liedjes over Nederland: Het lied 15 miljoen mensen van Jochem Fluitsma en Eric van Tijn was in 1996 één van de populairste Nederlandstalige hits en was in de jaren daarna nog regelmatig te horen op de radio en in reclames. In 1996 woonden er ongeveer 15 miljoen mensen in Nederland. In 2010 was dat aantal gestegen tot ongeveer 16,5 miljoen. Het Amsterdamse rap/hiphopduo met de artiestennaam Lange Frans en Baas B was populair in de periode 2004-2009. Hun hiphopnummer Het land Van geeft, net als 15 miljoen mensen, ook een beeld van Nederland, de Nederlanders en hun gewoontes, maar dan 10 jaar later. In het nummer staat ook een aantal verwijzingen naar politieke gebeurtenissen in Nederland in de eerste jaren van de 21e eeuw. A Luister naar het liedje 15 miljoen mensen. Vul de ontbrekende woorden in. Land van 1000 ____________________________ Het land van nuchterheid Met z’n allen op het strand Beschuit bij ____________________________ Het land waar niemand zich laat gaan Behalve als we ____________________________ Dan breekt acuut de passie los Dan blijft geen mens meer binnen Het land wars van betutteling Geen uniform is ____________________________ Een zoon die noemt z’n vader Piet Een fiets staat ____________________________ veilig

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

213


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 214

refrein:

15 miljoen mensen Op dat hele kleine stukje ____________________________ Die schrijf je niet de wetten voor Die laat je in hun waarde 15 miljoen mensen Op dat hele kleine stukje ____________________________ Die moeten niet ’t keurslijf in Die laat je in hun waarde Het land vol groepen van ____________________________ Geen chef die echt de baas is Gordijnen altijd ____________________________ zijn Lunch een broodje kaas is Het land vol van verdraagzaamheid Alleen niet voor ____________________________ De grote vraag die blijft altijd Waar ____________________________ ie nou z’n huur van ’t Land dat zorgt voor ____________________________ Geen hond die van een goot weet Met nasiballen in de muur En niemand die ____________________________ eet refrein (2x)

B Luister naar het hiphopnummer Het Land van en lees tegelijkertijd de tekst. [Lange Frans] Kom uit het land van Pim Fortuin en Volkert van de G. Het land van Theo van Gogh en Mohammed B Kom uit het land van kroketten, frikadellen Die je tot aan de Spaanse kust kunt bestellen Kom uit het land waar Air Max nooit uit de mode raken Waar ze je kraken op het moment dat je het groot gaat maken Kom uit het land van rood-wit-blauw en de gouden leeuw Plunderen de wereld, noemen het de gouden eeuw Kom uit het land van wietplantages en fietsvierdaagses Het land waar je een junkie om een fiets kan vragen Het land dat kampioen werd in ’88 Het land van haring happen, dijken en grachten Kom uit het land van, het land van Lange Fransie Dit is het land waar ik thuis kom na vakantie [Baas B] Kom uit het land waar ik in 1982 geboren ben Waar ik me guldens aan de euro verloren ben Het land dat meedoet aan de oorlog in Irak Want ome Bush heeft Balkenende in zijn zak Het land van gierig zijn maakt gewoon helemaal niet uit De Baas B komt toch wel weer uit Diemen zuid Het land van rellen tussen Ajax en Feyenoord Maar wanneer Oranje speelt iedereen er bij hoort

214

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 215

Het land van Johan Cruijf en Abe Lenstra Het legioen laat de leeuw niet in zijn hemd staan Het land waar we elke dag hopen op wat beter weer Die Piet Paulusma vertrouw ik voor geen meter meer Het land dat vrij is sinds ’45 Het land waar ik blijf, ’k vind het er heerlijk Eerlijk [Lange Frans] Ik kom uit het land waar je door heen rijdt in 3 uurtjes Met een ander dialect elke 10 minuutjes Kom uit het land waar op papier een plek voor iedereen is En XTC export nummer 1 is Kom uit het land waar André Hazes Over 100 jaar in elk café nog steeds de baas is Kom uit het land waar Peter, Gert-Jan, Raymond en Jutten Frans, Bart en Ali de game runnen Kom uit het land waar hiphop een kind van 30 is En je mag zelf in gaan vullen hoe vet dat is Het land waar als je rijk wordt je zoveel inlevert Dat je bij jezelf denkt, hoeveel zin heeft het? Het land waar prostitutie en blowen mag Het land van sinterklaas en koninginnedag Dit is het land waar ik verloren heb, bedrogen ben Kom uit het land waar ik geboren en getogen ben [Lange Frans & Baas B] Kom uit het land met de meeste culturen per vierkante meter Maar men is bang om bij de buren te gaan eten En integratie is een schitterend woord Maar shit ’t is fucking bitter wanneer niemand het hoort Ik deel mijn land met Turken en Marokkanen, Antillianen, Molukkers en Surinamers Het land waar we samen veels te veel opkroppen En wereldwijd gerepresent zijn door Harry Potter Het land waar apartheid, internationaal het meest bekende woord is uit de Nederlandse taal Kom uit het land dat tikt als een tijdbom Het land dat eet om zes uur en ook nog eens op tijd komt Dit is het land waar ik zal overwinnen aan het einde Totdat je deze meezingt aan de ArenA-lijnen En tot die tijd zal ik schijnen, ik heb mijn hart verpand Dit is voor Nederland Baas B Lange Frans

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

215


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 216

C In het nummer worden namen genoemd van mensen die op een of andere manier bekend zijn geworden. Weet u wie ze waren of zijn? Zoek informatie op internet over deze personen. ___________________________________________________________________________________ Pim Fortuin Volkert van de G. ___________________________________________________________________________________ Theo van Gogh ___________________________________________________________________________________ Mohammed B. ___________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________ Balkenende ___________________________________________________________________________________ Johan Cruijf ___________________________________________________________________________________ Abe Lenstra ___________________________________________________________________________________ Piet Paulusma ___________________________________________________________________________________ AndrĂŠ Hazes

Spreken

Oefening 5

Werk in tweetallen of groepjes. Beantwoord de vragen. 1

2 3

Welke typisch Nederlandse gewoontes worden er genoemd in de songteksten? Is er verschil in taalgebruik tussen de twee teksten? Welk nummer spreekt u het meeste aan? Waarom?

Vocabulaire Oefening 6 Bestudeer onderstaande woordenlijst. U hoort de woorden in het videofragment bij oefening 9. de inpoldering

een meer of zee droogleggen zodat er nieuw land ontstaat Na de inpoldering van Flevoland had Nederland twaalf provincies. voltooien afmaken De nieuwe brug in Rotterdam is voltooid. Hij gaat volgende week open voor het verkeer. ingrijpend wat je heel goed merkt, wat veel consequenties heeft De minister heeft besloten dat de schoolklassen kleiner moeten worden. Dat is een ingrijpende maatregel want dat betekent dat er meer leraren moeten komen. het is gesneden koek het is bekend, het is makkelijk De nieuwe docent herhaalt de grammatica van de structuur van de bijzin, maar dat weten de studenten allang; dat is voor hen gesneden koek. zich van iets op de informatie zoeken over iets hoogte stellen De koningin kwam zich persoonlijk op de hoogte stellen van de situatie na de ramp.

216

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 217

de dijk

muur van aarde en stenen om water (zee, rivier) tegen te houden De mensen in het dorp denken dat de dijk niet hoog genoeg is. Ze zijn bang dat het rivierwater over de dijk zal stromen als het lang en hard regent. voormalig vroegere, vorige Bill Clinton, de voormalige president van de Verenigde Staten, is op bezoek in Nederland. talloos heel veel Het meisje heeft talloze vriendjes gehad voordat ze trouwde. daadwerkelijk echt Ben je daadwerkelijk van plan om in Nederland te gaan studeren? ontwerpen bedenken, ontwikkelen De gemeente heeft een aantal architecten gevraagd om een nieuw filmmuseum te ontwerpen. de bodemgesteldheid de kwaliteit van de bodem Voordat er nieuwe huizen gebouwd worden, wordt eerst de bodemgesteldheid onderzocht. De bodem moet namelijk stevig genoeg zijn om op te kunnen bouwen. vruchtbaar waar veel kan groeien Je kunt wel zien dat dit vruchtbare grond is. De groenten groeien hier heel goed. het meer een groot water met land eromheen Het is zo warm. Zullen we gaan zwemmen in het meer? de visser iemand die vis vangt voor zijn beroep De vissers klagen dat er steeds minder vis in de zee zit. Ze vangen steeds minder. religieus gelovig, godsdienstig De bevolking van het dorp Kootwijk op de Veluwe is steng religieus. Ze houden zich strict aan de regels van hun geloof. het inkomen het geld dat je verdient met je werk, het salaris Door de economische crisis zijn de inkomens van de meeste mensen gedaald. op den duur na enige tijd In het begin vond ik in Nederland wonen heel leuk, maar op den duur ging ik mijn eigen land toch missen. de polder door mensen gemaakt land tussen dijken, waar vroeger water was Als je door het vlakke land van de polder rijdt, kun je je bijna niet voorstellen dat hier vroeger zee was. het gemaal een machine die water uit de polder pompt In de Eempolder staat een gemaal uit 1883. Het is pas gerestaureerd en werkt nog. 1 hard lucht uitademen 2 hard waaien blazen 1 Het meisje blaast hard op haar trompet. 2 De wind blaast zo hard dat de boten op het water in gevaar komen.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

217


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 218

relativeren

iets met iets anders vergelijken zodat het minder belangrijk wordt Eerst was ze erg verdrietig toen haar vriendje het uitmaakte, maar na een paar maanden kon ze haar situatie relativeren. Ze gaat nu weer veel uit en krijgt genoeg aandacht van andere leuke jongens.

Vul een woord uit bovenstaande woordenlijst in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13 14

15

16

17

18 19

20

218

Ik dacht dat ze een grapje maakte maar ze gaat ___________________________________ een reis om de wereld maken. De mensen in dat land hebben veel te weinig te eten. De grond is daar helemaal niet ____________________________ omdat het er te weinig regent. Mijn moeder maakt van elk klein probleem een groot drama. Ze kan de dingen absoluut niet ____________________________ . In het dorpje aan zee zie je overdag bijna alleen maar vrouwen. De mannen zijn bijna allemaal ____________________________ en zijn dus overdag op zee. Mijn zus heeft een eigen atelier. Ze ____________________________ kleding voor het theater. Er zijn ____________________________ mensen in Nederland die het Nederlandse volkslied niet kennen. Voor veel kinderen is werken met een computer ____________________________ ____________________________ . Ze zijn er veel handiger in dan hun ouders. Toen Dana naar China verhuisde, veranderde haar leven ____________________________ . Alles was daar anders. De oude schrijver heeft besloten om te stoppen met schrijven. Er zal geen nieuw boek meer van hem uitkomen. Zijn werk is nu ____________________________ . Het hangt van de ____________________________ af wat voor soort groenten er op het land kan groeien. De cursisten hebben een excursie gehad naar de Flevopolders. Ze hebben ook een ____________________________ in werking gezien: grote hoeveelheden water werden uit de polder gepompt. Mensen die strict volgens de regels van hun geloof leven, zijn streng ____________________________ . Hij heeft een goedbetaalde baan ; hij heeft een riant __________________________ . Ik bel je even om je ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ ____________________________ van een nieuwtje: Ellen en ik gaan trouwen! Juliana, ____________________________ koningin van Nederland, is bijna 100 jaar oud geworden. Als het mooi weer is, gaan we met ons bootje ____________________________ ____________________________ op om te vissen. In het begin, toen ik pas in Nederland was, sprak ik geen woord Nederlands, maar ____________________________ ____________________________ ____________________________ kon ik wel een simpel gesprek voeren. Als het heel hard waait, hoor je de wind soms ____________________________ . Waar nu de provincie Flevoland ligt, was vroeger water. Het is vlak land en het heeft veel ____________________________ . Door de druk van het water braken de ____________________________ en kwamen er gaten in : een grote overstroming was het gevolg.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 219

Oefening 7

Welke substantieven (groep A) passen bij welke werkwoorden (groep B)?

Internet

A

B

de dijk het gebouw het inkomen de kaars de polder het plan het probleem de religie het water de wind

pompen droogleggen geloven uitvoeren waaien relativeren uitblazen ontwerpen verdienen breken

Oefening 8 1

2

Beantwoord de volgende vraag eerst individueel. Vergelijk uw antwoorden daarna met een medecursist. Wat betekent water voor u? Noem enkele positieve en enkele negatieve aspecten. Zoek op internet de volgende informatie over de afsluitdijk. • Wanneer is de Afsluitdijk gebouwd? • Hoe lang hebben ze erover gedaan om de Afsluitdijk te bouwen? • Hoeveel mensen hebben eraan meegewerkt? • Hoe lang is de Afsluitdijk en hoe breed? • Hoeveel heeft het gekost om de Afsluitdijk te bouwen? • Waarom is de Afsluitdijk gebouwd?

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

219


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 220

Kijken en Luisteren Oefening 9 Zeventig jaar geleden werd de Afsluitdijk gebouwd tussen Friesland en Noord-Holland. De Zuiderzee veranderde in het IJsselmeer. Daarna werden gedeelten van het IJsselmeer ingepolderd: de Noordoostpolder en de Flevopolder. In het videofragment ziet u een klas buitenlandse cursisten op excursie in Nederland. Ze gaan in het Nieuw Land Poldermuseum in Lelystad kijken hoe de Afsluitdijk gebouwd is en hoe de inpoldering in zijn werk ging. A Lees eerst de vragen. Kijk en luister naar het videofragment en beantwoord de vragen. 1

Was de Zuiderzee een wilde zee?

2

Ziet u mensen in de groep cursisten die uit uw land zouden kunnen komen?

3

Zijn de cursisten in het museum geïnteresseerd? Waar ziet u dat aan?

4

Over welk onderwerp wordt in het videofragment niet gepraat? a Over de geschiedenis van de Afsluitdijk. b Over de man die het plan voor de Afsluitdijk bedacht heeft. c Over de gevolgen van de Afsluitdijk voor de natuur. d Over de bezoekers van het Nieuw Land Poldermuseum.

B Kijk en luister nog een keer naar het fragment en beantwoord de volgende vragen.

220

1

Klopt de informatie die u bij oefening 8, vraag 2, gevonden hebt met de informatie die u op de video hoort in het eerste fragment?

2

Meneer Leber zegt dat Lely als enige rekening hield met de bodemgesteldheid. Op wat voor manier deed Lely dat? a Lely keek of de grond stevig genoeg was. b Lely keek of je de grond kon gebruiken voor landbouw. c Lely keek of je de grond voldoende droog kon maken.

3

Waaruit bestonden de plannen van Lely? 1

___________________________________________________________________________________

2

___________________________________________________________________________________

4

Waarom protesteerden de vissers? a Omdat ze geen extra geld kregen van de overheid. b Omdat ze tegen de bouw van de Afsluitdijk waren. c Omdat je volgens hen niet mag ingrijpen in de door God gemaakte natuur.

5

Is de volgende zin waar of niet waar? ‘De laatste fase van de bouw van de Afsluitdijk is het moeilijkst omdat het water dan met veel kracht door een kleine opening komt.’

6

Waarom vindt de student uit Mongolië het leuk in het museum? a Omdat er in Mongolië heel weinig water is. b Omdat hij natte voeten krijgt. c Omdat ze in Mongolië ook zoveel water hebben.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 221

7

De gids is trots op het feit dat Nederland de Afsluitdijk heeft gebouwd. Daarna zegt hij: ‘Anderzijds wil ik het ook wel relativeren’. Wat bedoelt hij daarmee? __________________________________________________________________________________________________________

8

De gids zegt: ‘... Elk land heeft z’n, ja, bijzonderheid waar hij trots op kan zijn.’ Waar kan uw land trots op zijn? Vertel ook waarom. (Denk bijvoorbeeld aan: steden, landschap, archeologie, kunst, monumenten.)

Grammatica Gebruik van ‘die’ en ‘dat’ in korte antwoorden die verwijzing naar een de-woord of een woord in pluralis Heb je de nieuwe James Bond film al gezien? Waar zijn de studenten?

Ja, die heb ik gezien. Die zitten in de kantine.

verwijzing naar namen Is Peter al op kantoor? Heb je Peter en Annie gesproken?

Nee, die is er nog niet. Ja, die heb ik gesproken.

dat verwijzing naar een het-woord Heb je het nieuws op tv gezien? Heb je het Van Dale pocketwoordenboek Nt2?

Ja, dat heb ik gezien. Ja, dat heb ik.

verwijzing naar de hele vraag Ja, dat heb ik gedaan. Heb je de rekening betaald? Mag ik vandaag een half uur eerder naar huis? Ja, dat mag. Ben jij Johan van Dam? Ja, dat klopt. De afspraak van morgen gaat niet door.Oh, dat wist ik niet. Kan ik wat informatie krijgen over de vacature? Ja, dat kan. Vergelijk

Heb je de rekening al betaald? Heb je de rekening al betaald?

Ja, die heb ik betaald. Ja, dat heb ik gedaan.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

221


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 222

dat is… / dat zijn … Wie is dat? Wie zijn dat? Wat is dat? Wat zijn dat?

Dat is mijn collega Jan. Dat zijn onze nieuwe collega’s. Dat is een espresso-apparaat. Dat zijn elektrische fietsen.

Oefening 10

Geef kort antwoord op de vraag. Gebruik die of dat in uw antwoord. Voorbeelden

Heb je Peter gezien? Mogen we hier roken? 1

_________________________________________________________ Ja, die heb ik gezien. _________________________________________________________ Nee, dat mag niet

Vindt u Nederlands makkelijk? _________________________________________________________________________________________________________

2

Jullie wonen toch in Rotterdam, hè? _________________________________________________________________________________________________________

3

.

Weet je waar de stad Leeuwarden ligt? _________________________________________________________________________________________________________

222

.

Kan je de radio wat zachter zetten? _________________________________________________________________________________________________________

15

.

Ik ben mijn sleutels kwijt. Heb jij ze gezien? _________________________________________________________________________________________________________

14

.

Mag ik het huiswerk een dag later inleveren? _________________________________________________________________________________________________________

13

.

Wanneer wordt jullie huis verbouwd? _________________________________________________________________________________________________________

12

.

Wanneer begint de zomervakantie? _________________________________________________________________________________________________________

11

.

Kan ik u morgen terugbellen? _________________________________________________________________________________________________________

10

.

Kunt u me morgen terugbellen? _________________________________________________________________________________________________________

9

.

Zijn de buren al terug van vakantie? _________________________________________________________________________________________________________

8

.

Van wie is die dure auto? _________________________________________________________________________________________________________

7

.

Mag ik je pen even lenen? _________________________________________________________________________________________________________

6

.

Wie zijn dat? _________________________________________________________________________________________________________

5

.

Hebt u onze nieuwe collega al ontmoet? _________________________________________________________________________________________________________

4

.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 223

Oefening 11

Bedenk een vraag bij het antwoord Voorbeelden

Bent u meneer Pieters? _______________________________________________________________ Is je moeder thuis? _______________________________________________________________

Ja, dat klopt. Nee, die is er niet.

? Ja, dat is goed. ? Dat weet ik niet. __________________________________________________________ ? Die zijn gisteren op vakantie gegaan. __________________________________________________________ ? Nee, dat klopt niet. __________________________________________________________ ? Die heb ik in Amsterdam gekocht. __________________________________________________________ ? Ja hoor, dat mag. __________________________________________________________ ? Ja, dat is prima. __________________________________________________________ ? Ja, die is heel leuk. __________________________________________________________ ? Ja, dat kan. __________________________________________________________ ? Dat is aardig van je, dank je wel. __________________________________________________________ ? Nee, die ken ik niet. __________________________________________________________ ? Nee, dat geloof ik niet! __________________________________________________________ ? Die heb ik nog niet gelezen. __________________________________________________________ ? Ja, dat denk ik wel. __________________________________________________________ ? Die wordt morgen gerepareerd.

1 __________________________________________________________ 2 __________________________________________________________ 3

4 5

6 7 8 9 10

11 12 13 14 15

Oefening 12

Werk in tweetallen. U bent een dagje vrij en wilt een andere stad bezoeken. Wat wilt u weten als u naar een voor u onbekende stad gaat? • •

Voorbeeld

Noteer voor uzelf vijf vragen en maak deze indirect. Vergelijk uw vragen met die van uw medecursist.

Wat kan ik in deze stad doen? Ik wil weten wat ik in deze stad kan doen. _______________________________________________________________________________________________________________

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

223


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 224

Luisteren

Oefening 13

Ellen van ’t Zand, woonachtig in Leeuwarden, heeft binnenkort een dagje vrij en wil een nieuwe stad gaan verkennen. Ze denkt aan de stad Alkmaar. Ellen wil weten wat ze daar allemaal kan doen. Daarom belt ze naar het VVV-kantoor van Alkmaar. U gaat luisteren naar het telefoongesprek tussen Ellen en Peter van Gaal, medewerker van het VVV-kantoor in Alkmaar. Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Welk nummer moet Ellen intoetsen als ze iemand van het VVV-kantoor aan de telefoon wil krijgen? a 1 b 2 c 3

2

Wat zegt Peter van Gaal over Alkmaar? a Alkmaar is de hoofdstad van Noord-Holland. b Alkmaar is bekend vanwege de kaasmarkt. c In Alkmaar is er elke dag een kaasmarkt.

3

Wanneer is de kaasmarkt? a Elke dag van 10 uur tot 12.30 uur. b Elke vrijdag van 10 uur tot 13.30 uur. c Elke vrijdag van april tot begin september van 10 uur tot 12.30. d Elke vrijdag van april tot begin september van 10 uur tot 13.30.

4

Een bedrijf wil een groot aantal stukken kaas kopen op de markt. In welke volgorde gaat dit? Zet de onderstaande drie handelingen in de juiste volgorde: – Het kaasdragersgilde voert de kaas af. – De kaas wordt in de Waag gewogen. – Handelaren onderhandelen met de klant over de prijs van de kaas.

5

Waar in Alkmaar is het kaasmuseum? a in het Waaggebouw b in het stadhuis c in de Grote St. Laurenskerk

6

Welke van de volgende activiteiten in Alkmaar noemt Peter van Gaal niet. a het Alkmaars Ontzet b het Jazz & Muziekweekend c een rondvaart door de grachten van Alkmaar

7

Ellen besluit om met de auto van Leeuwarden naar Alkmaar te reizen. Luister naar het advies van Meneer Van Gaal en schrijf op hoe Ellen moet rijden. ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________

224

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 225

8

Peter van Gaal stuurt een folder naar Ellen. Zet het goede adres op de envelop.

Woordenschat Oefening 14 In het fragment van tekst 13 hoorde u de volgende substantieven. A Zoek de juiste betekenis bij de juiste woorden. B Wat is de pluralisvorm van elk substantief? de activiteit de gevel de gracht

a

d

7

de handelaar de medewerker de mogelijkheid het monument

8

de regio

h

9

het terras(je) het vervoermiddel

i

1 2 3

4 5 6

10

b c

e f g

j

werknemer transportmiddel gedenkteken, b.v. een historisch gebouw of beeld buitenmuur aan de voorkant van een gebouw iemand die iets koopt en weer verkoopt plek waar je buiten wat kunt drinken iets wat je kunt doen of waar je mee bezig kunt zijn waterweg die door oude steden langs gebouwen loopt iets wat kan, optie omgeving, gebied of streek

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

225


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 226

Oefening 15

Vul de woorden uit oefening 14 in de goede vorm in onderstaande zinnen in. 1

2

3 4

5 6

7 8 9

10

Amsterdam is een stad met veel water. Overal in de stad vind je ____________________________ . In de zomer is het heerlijk om wat te gaan drinken op een ____________________________ . In welke ____________________________ van Nederland woon jij precies? In het centrum van Amsterdam staan oude herenhuizen met mooie ____________________________ . Ken jij alle ____________________________ van deze nieuwe mobiele telefoon? Voor meer informatie kunt u bellen met een ____________________________ van de afdeling voorlichting. Weet jij welke ____________________________ je in deze stad allemaal kunt doen? De fiets is een populair ____________________________ in Nederland. In veel steden vind je ____________________________ ter nagedachtenis aan een persoon of een historische gebeurtenis. Op zaterdag is er op dit plein altijd een automarkt waar ____________________________ zoveel mogelijk auto’s proberen te verkopen.

Grammatica en schrijven Oefening 16 Maak de relatieve bijzinnen af. 1 2 3

4 5 6 7 8

9 10

226

De kaas die __________________________________________________________________ , is erg lekker. De docent met wie ________________________________________________________ , heet Marian. Ik heb bij het reisbureau een brochure gehaald waarin _________________________ ______________________________________ . Peter werkt bij een bank die _____________________________________________________________ . Het huis dat ______________________________________ , is een mooi, oud grachtenpand. De parkeergarage waar _______________________________________________ , was helaas vol. Amsterdam is een stad waar _______________________________________________________________ . De trein waarmee ____________________________________ , had tien minuten vertraging. Op het plein staat een monument dat ________________________________________________ . Ik adviseer jullie een goed woordenboek te kopen waarin ________________________________________________________ .

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 227

Spreken

Oefening 17

Werk in tweetallen. Bespreek de volgende vragen. 1

2

3

4

5

6

Schrijven

In welke provincies liggen Leeuwarden en Alkmaar? a Leeuwarden ligt in ____________________________ . b Alkmaar ligt in ____________________________ . Hoe liggen Leeuwarden en Alkmaar ten opzichte van elkaar? a Leeuwarden ligt ten ____________________________ van Alkmaar. b Alkmaar ligt ten ____________________________ van Leeuwarden. Wat weet u van Leeuwarden? Zoek informatie op via de website www.vvvleeuwarden.nl Bent u ooit in Alkmaar of Leeuwarden geweest? Zo ja, wat heeft u daar gedaan en gezien? Zo nee, zou u daar een keer naar toe willen? Welke stad in Nederland vindt u mooi? Wat hebt u daar gedaan en gezien? Welke stad in Nederland zou u graag eens willen bezoeken?

Oefening 18

Een Nederlandse vriend(in) van u wil graag uw land bezoeken. Hij / zij heeft gevraagd om wat adviezen te geven. Schrijf een e-mail aan uw vriend(in) en geef daarin antwoord op de volgende vragen van uw vriend(in): • • • • • • • •

Is het op dit moment mogelijk om het land te bezoeken? Hoe kan je het beste naar het land toe reizen? Hoe kan je het beste binnen het land van plaats naar plaats reizen? Welke plaats(en) moet je in ieder geval gaan bekijken? Welke activiteiten kun je daar doen? Waar moet je op letten als je in het land bent? Welke kleding moet je meenemen? Moet je de taal van het land spreken, of spreken ze daar ook Engels?

Oefening 19

Bespreek in groepjes van drie de volgende vragen. 1 2 3 4

Welke sporten zijn populair in Nederland? Welke sporten zijn populair in uw eigen land? Heeft u weleens geschaatst? Maak een woordweb bij het woord schaatsen.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

227


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 228

Luisteren

Oefening 20

U gaat luisteren naar een interview tussen verslaggeefster Janneke Pluim en Ype Haarsma, woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond (KNSB) over schaatsen in Nederland. A De tekst bestaat uit 11 fragmenten. Hieronder staat de informatie van elk fragment samengevat in een kernzin. Luister naar de tekst en zet de zinnen in de goede volgorde. ___________

___________ ___________ ___________ ___________

___________

___________

___________

___________

___________ ___________

Schaatsen is populair in Nederland omdat het een combinatie is van sport en gezelligheid. Koek-en-zopie bestaat uit warme drank en een gevulde koek. De KNSB organiseert activiteiten op het gebied van schaatsen. Al in de prehistorie werd er geschaatst. Schaatsen werd steeds professioneler door de uitvinding van de kunstijsbaan, schaatspakken en de klapschaats. Disciplines bij het schaatsen zijn kunstschaatsen, langebaanschaatsen en marathons. Alleen de schaatser zelf kan bepalen welke schaatsen je nodig hebt op welk ijs. Recreatief schaatsen is schaatsen voor het plezier, wedstrijdschaatsen is voor de competitie. Iedereen die iets onder zijn voeten bindt en het ijs op gaat, is aan het schaatsen. De afgelopen eeuwen werd schaatsen steeds professioneler. Schaatsen kan op banen binnen en buiten.

B Lees de vragen. Luister nog een keer naar de tekst. Beantwoord de vragen.

228

1

Fragment 1. Welk van de volgende beweringen is niet waar over de KNSB? a De KNSB bestaat al sinds 1882. b De KNSB is onderverdeeld in 8 regio’s. c Bij de bond zijn zo’n 75 verenigingen aangesloten. d De bond organiseert allerlei activiteiten met betrekking tot schaatsen.

2

Fragment 2. Wat zegt Ype Haarsma over het woord ‘schaatsen’? a Je kunt alleen over schaatsen spreken bij wedstrijdschaatsen. b Je kunt bij alle disciplines van schaatsen over schaatsen spreken. c Je spreekt alleen over schaatsen als je over natuurijs rijdt. d Je moet dik ijzer gebruiken om te kunnen schaatsen.

3

Fragment 3. Wat zegt Ype Haarsma over de schaatsen uit de prehistorie? a In de prehistorie gebruikten mensen botten van dieren om op te schaatsen. b Dieren hielpen de mensen om over het ijs te lopen. c Mensen hadden vooral dikke botten nodig voor de eerste schaatsen. d In de prehistorie schaatsten mensen nog niet.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 229

4

Fragment 4. Hoe veranderde de schaatssport in de 20e eeuw volgens Haarsma? a Mensen schaatsten voor het eerst op ijzers. b De schaatssport werd steeds professioneler. c Men ontdekte drie nieuwe schaatssoorten. d De eerste kunstbaan werd geopend.

5

Fragment 5. Welke van de volgende 4 uitvindingen noemt Haarsma niet? a De uitvinding van de kunstbaan. b De uitvinding van de klapschaats. c De uitvinding van de schaatsbril. d De uitvinding van schaatspakken.

6

Fragment 6. Aan welke voorwaarde moet volgens Haarsma voldaan worden om buiten te kunnen schaatsen? a Je moet de juiste schaatsen hebben. b Het moet koud genoeg zijn voor ijsvorming. c Je moet een paar wollen truien meenemen. d Je moet dan op een kunstijsbaan schaatsen.

7

Fragment 7. Met welke schaatsen kun je beter niet op natuurijs rijden? a Noren b Klapschaatsen c IJzers d Kunstschaatsen

8

Fragment 8. Wat is het grote verschil tussen recreatief schaatsen en wedstrijdschaatsen? a Bij wedstrijdschaatsen rijd je vooral voor de medailles. b Bij wedstrijdschaatsen gaat het om de prestatie, bij recreatief schaatsen om het plezier. c Wedstrijdschaatsen kun je alleen buiten doen en recreatief zowel binnen als buiten. d Recreatief schaatsen kunnen alleen mensen doen die van schaatsen houden.

9

Fragment 9. Welk van de volgende dingen hoort niet bij koek-en-zopie? a Gevulde koek b Soep c Appelsap d Wijn

10

Fragment 10. Wat zegt Haarsma over de Olympische Spelen? a Bij de Olympische Spelen kan je alleen kunstschaatsen. b Bij de Olympische Spelen kunnen bij veel schaatsdisciplines medailles gehaald worden. c Nederlandse schaatsers gaan dit jaar ook naar de Olympische Spelen. d De Olympische Spelen zijn niet populair in Nederland.

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

229


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 230

11

Spreken

Fragment 11. Waarom is schaatsen populair volgens Haarsma? a Omdat er in Nederland zoveel water is waarop geschaatst kan worden. b Omdat schaatsen de factoren gezelligheid en sport combineert. c Omdat het een magische uitwerking heeft op Nederlanders en buitenlanders. d Omdat elke Nederlander van schaatsen houdt.

Oefening 21

* (zie ook: taalhulp, discussiĂŤren, p. 162)

Mening geven: wat vindt u ervan? Werk in groepjes van drie. Discussieer over de volgende stellingen. Bent u het met elkaar eens of niet? Over de Nederlandse taal: 1 Nederlands spreken is makkelijker dan Nederlands schrijven. 2 Kennis van vocabulaire is belangrijker dan kennis van grammatica. 3 Als je wil, kun je in een jaar goed Nederlands spreken. Over weer en klimaat: 4 Nederland heeft het slechtste weer van de hele wereld. 5 Mensen moeten niet zo zeuren over het weer, het valt best mee. 6 Van de vier seizoenen is de herfst het mooiste seizoen. Over energie: 7 Kernenergie is noodzakelijk, we hebben geen goed alternatief. 8 Nederland kan over 25 jaar helemaal op windenergie draaien. 9 We hoeven ons geen zorgen te maken, er is nog genoeg olie. Over wonen: 10 De meeste koophuizen in Nederland zijn veel te duur. 11 Je kunt beter een huis huren dan een huis kopen. 12 In een dorp wonen is beter dan in een stad wonen. Over de Nederlanders: 13 Nederlanders zijn arrogant en veel te direct. 14 Nederlanders zijn heel tolerant tegenover andere culturen. 15 De meeste Nederlanders zijn heel gelukkig.

230

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 231

Lezen

Oefening 22

A Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Wat zegt de tekst over Nederlanders? __________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

2

In welk land zijn de mensen net zo gelukkig als in Nederland? _________________________________________________________________________________________________________

3

Welk land heeft de gelukkigste inwoners? Zet de landen in de juiste volgorde. ___________ ___________ ___________ ___________

4

Letland Nederland ItaliĂŤ Finland

In welk land hebben de mensen weinig energie? _________________________________________________________________________________________________________

5

Wie heeft opdracht gegeven voor dit onderzoek? Waarom? _________________________________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________

B Kijk naar de onderstreepte woorden in de tekst. Weet u wat ze betekenen?

Nederlanders gelukkigste volk van Europa BRUSSEL – Nederlanders behoren met de Finnen tot de gelukkigste en energiekste inwoners van de Europese Unie. De twee volken voeren de ranglijst aan van mensen die zich de laatste maand gelukkig hebben gevoeld en vol van energie. Meer dan 80 procent van de Nederlanders antwoordde bij het onderzoek van de Europese Unie dat ze zich gelukkig voelen of hebben gevoeld. Dat aantal is veel hoger dan dat van de inwoners van Letland (42 procent) of ItaliÍ (48 procent). De Nederlanders zijn naar eigen zeggen ook het actiefste volk van de EU: 72 procent voelt zich vol energie, tegen slechts 37 procent in Duitsland dat kennelijk het meest futloze land van Europa is. De vraag was gesteld bij onderzoek in opdracht van de Europese Commissie naar de geestelijke gesteldheid van Europeanen. Brussel is van plan om een strategie op te zetten tegen geestelijke problemen. Bron: http://www.nu.nl/algemeen/908074/nederlanders-gelukkigste-volk-van-europa.html

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!

231


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 232

Schrijven

Oefening 23

Goede Nederlandse vrienden van u willen graag weten of u gelukkig bent en zich thuis voelt in Nederland. Ze zijn benieuwd naar uw ervaringen. Schrijf een mail aan uw vrienden waarin u beschrijft hoe u zich nu voelt in Nederland en waardoor dat komt. Vertel ook hoe u zich voelde toen u pas in Nederland was.

Spreken

Oefening 24

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen: 1 2 3 4

5 6 7 8 9 10

232

Waarom komen buitenlandse toeristen naar Nederland? Welke vooroordelen bestaan er over Nederlanders? Vertel iets over de Afsluitdijk. Waar? Wat? Wanneer? Waarom? Een vriendin vraagt u of Alkmaar een leuke stad is om een dagje naartoe te gaan. Wat zegt u? Een vriend wil uw land gaan bezoeken. Geef uw vriend informatie. Schaatst u weleens? Waarom? Waar wordt u gelukkig van? Reageer op de stelling: Nederlanders zijn gastvrij. Wat vindt u? Vertel iets over een museum dat u onlangs heeft bezocht. Heeft uw woonplaats monumenten? Kunt u een voorbeeld noemen? Hoe ziet het eruit?

Thema 9 Nederland: Het is hier zo gezellig!


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 233

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 234

1 Verbum

1.1 Presens (* zie ook: De opmaat, thema 1) personaal pronomen + verbum presens de stam van het verbum = infinitief zonder –en: Voorbeeld

infinitief: werken

stam: werk

personaal pronomen singularis 1 ik 2 jij / je / u

finiete verbum stam stam + t stam je / jij stam + t

hij / zij / ze pluralis 1 wij / we 2 jullie 3 zij / ze 3

Voorbeelden

infinitief infinitief infinitief

werken singularis 1 ik 2 jij / je / u 3

werk werkt werk je hij / zij / ze werkt

pluralis 1 wij / we 2 jullie 3 zij / ze

werken werken werken

spreken

zitten

komen

gaan

spreek spreekt spreek jij spreekt

zit zit zit je zit

kom komt kom jij komt

ga gaat ga je gaat

spreken spreken spreken

zitten zitten zitten

komen komen komen

gaan gaan gaan

spelling

singularis pluralis

234

Grammatica

open / actieve vocaal woon wonen

gesloten / passieve vocaal vertrek vertrekken


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 235

onregelmatige verba: hebben en zijn

singularis 1 ik 2 jij / je

3

u hij / zij / ze

pluralis 1 wij / we 2 jullie 3 zij / ze

hebben

zijn

heb hebt heb je hebt / heeft heeft

ben bent ben je bent is

hebben hebben hebben

zijn zijn zijn

Oefening 1

Vul de goede vorm van het verbum in presens in. Voorbeeld

Karin ____________________________ (wonen) in Groningen. woont in Groningen. Karin ____________________________ 1 2

(studeren) ____________________________ jij aan de universiteit van Maastricht? Ik (vinden) ____________________________ dat ik een mooi beroep (hebben) ____________________________

3 4

5

6 7 8 9 10

11 12 13 14 15

16 17 18 19 20

.

Simone (geven) ____________________________ zaterdagavond een feestje. De prijs voor een liter benzine (stijgen) ____________________________ maandag met 3 cent. (denken) ____________________________ u dat de economische crisis voorbij (zijn) ____________________________ ? Karel (verwachten) ____________________________ snel een kamer te vinden. In de kantine (drinken) ____________________________ we in de pauze koffie. Ik (bellen) ____________________________ een keer per week met mijn broer. Hoe laat (liggen) ____________________________ jij meestal in bed? Carla (maken) ____________________________ een wereldreis. Op dit moment (zijn) ____________________________ ze in AustraliÍ. Morgen (gaan) ____________________________ ik met de trein naar Nijmegen. (zijn) ____________________________ u gelukkig? Eric en Patricia (reizen) ____________________________ door Zuid-Amerika. ’s Avonds (kijken) ____________________________ mijn man televisie. We (zorgen) ____________________________ voor onze zieke buurvrouw. We (doen) ____________________________ boodschappen en (koken) ____________________________ voor haar. Aicha (helpen) ____________________________ me met mijn huiswerk. Met haar moeder (spreken) ____________________________ Mila altijd Spaans. Elke ochtend (lezen) ____________________________ ik de krant. De les (beginnen) ____________________________ vandaag om 10.00 uur. Willem (werken) ____________________________ in een ziekenhuis in Amsterdam.

Grammatica

235


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 236

1.2 Perfectum (* zie ook: De opmaat, thema 4 en 5) perfectum = een combinatie van twee verba: verbum 1 = auxiliair = een vorm van hebben of zijn verbum 2 = participium Regelmatige verba Participium = ge + stam + t of d Regel

Kijk naar de consonanten in het woord:

’t e x-k o f s ch i p Kijk naar de stam van het verbum. Is de laatste letter van de stam een van deze consonanten? Dan is het participium ge + stam + t Is de laatste letter een andere consonant of een vocaal? Dan is het participium ge + stam + d Voorbeelden

Infinitief maken fietsen wachten

stam maak fiets wacht

participium gemaakt gefietst gewacht

wonen bellen waaien

woon bel waai

gewoond gebeld gewaaid

Ik heb een mooie reis gemaakt. We hebben zondag 45 kilometer gefietst. Ze heeft vijf minuten op de bus gewacht. Haar man heeft in Colombia gewoond. Hebt u gisteren meneer Johnson gebeld? Het heeft gisteren hard gewaaid. Let op

verba met z in de infinitief: participium eindigt op -sd verba met v in de infinitief: participium eindigt op -fd

Voorbeelden

reizen: We zijn door Zuid-Amerika gereisd. proeven: Heb je die lekkere kaas al geproefd?

236

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 237

Onregelmatige verba Veel verba zijn onregelmatig. Bij deze verba kunt u de vorm van het participium niet zelf maken. Zoek de goede vorm op in de lijst op blz. 268 en leer de vormen van veel gebruikte verba uit uw hoofd. Voorbeelden

Ik ben naar mijn vader in Miami gegaan. (infinitief: gaan) We hebben van onze vrijheid genoten. (infinitief: genieten) Hij heeft de klant goed geholpen. (infinitief: helpen)

Verba in combinatie met een vorm van zijn Kijk naar de volgende verba in het perfectum. zijn gaan komen blijven worden beginnen stoppen gebeuren veranderen trouwen slagen zakken stijgen dalen Regel

We zijn vorige zomer in Miami geweest. Ik ben om 13.00 uur naar het station gegaan. De familie is voor de bruiloft naar Colombia gekomen. Het feest was gezellig, we zijn lang op het feest gebleven. Peter is gisteren 23 jaar geworden. De les is om 11.00 uur begonnen. Elsa is met haar studie gestopt. Op de A2 is vanmiddag een ongeluk gebeurd. Er is de laatste jaren veel veranderd. Carla en Johan zijn vorig jaar getrouwd. Ik ben voor het examen geslaagd. Veel studenten zijn voor het examen gezakt. De gasprijs is weer gestegen. De benzineprijs is met 5 cent per liter gedaald.

In het perfectum gebruiken we bij deze verba altijd een vorm van zijn.

Verba zonder (extra) ge- in het participium Kijk naar de volgende verba in het perfectum. gebeuren beginnen ontmoeten herhalen vertellen ervaren

Regel

Wat is er gebeurd? De les is om 9.00 uur begonnen. DaniĂŤlla heeft haar vriend in Colombia ontmoet. De studenten hebben het eerste thema herhaald. Hij heeft een interessant verhaal verteld. Op haar reizen heeft ze veel nieuwe dingen ervaren.

Als een verbum begint met een van de volgende syllabes: ge-, be-, ont-, her-, ver-, er-, dan begint het participium met dezelfde syllabe. Het participium krijgt dus geen (extra) syllabe ge- aan het begin.

Grammatica

237


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 238

Oefening 2

Zet de zinnen in het perfectum. De verba zijn regelmatig. Voorbeeld

(wonen)

1

2

3

4

5 6

7

8

9 10

11

12

We _____________________ twee jaar in Rotterdam ________________________ . hebben twee jaar in Rotterdam ________________________ gewoond . We _____________________

In ItaliĂŤ____________________________ ik kunstgeschiedenis ____________________________ . (werken) Willem ____________________________ in Peru in een ziekenhuis ____________________________ . (lenen) Melanie ____________________________ mijn zwarte pen ____________________________ . (dansen) Zaterdagavond ____________________________ we in discotheek Club seven ____________________________ . (leren) Waar ____________________________ je Engels ____________________________ ? (missen) Hij ____________________________ zijn vrouw en kinderen erg ____________________________ . (sporten) Vroeger ____________________________ ik drie keer per week ____________________________ . (winkelen) Charlotte en Amanda ____________________________ zaterdag in Haarlem ____________________________ . (tennissen) Tom ____________________________ tegen Peter ____________________________ . (horen) ____________________________ jullie ____________________________ dat we morgen geen les hebben? (pakken) Ik ____________________________ een stukje chocoladetaart ____________________________ . (ruilen) Hij ____________________________ de broek ____________________________ omdat hij te klein was. (studeren)

Oefening 3

Zet de zinnen in het perfectum. De verba zijn onregelmatig. Voorbeeld

(zijn)

1 2

5

(kijken) (hebben) (komen)

6

(drinken)

7

(eten)

8

(nemen)

3 4

238

Grammatica

(doen) (gaan)

Ik __________________ op vakantie in Griekenland ______________________ . ben geweest op vakantie in Griekenland ______________________ . Ik __________________ Wat ____________________________ je gisteren ____________________________ ? We ____________________________ zondag naar het Rijksmuseum ____________________________ . Hij ____________________________ naar het nieuws __________________________ . ____________________________ u een fijne vakantie __________________________ ? Mijn oom ____________________________ met het vliegtuig naar Nederland ____________________________ . Vanochtend ____________________________ ik een kopje koffie ____________________________ . ____________________________ jullie gisteravond pizza ____________________________ ? We ____________________________ koffie met appeltaart ____________________________ .


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 239

9

(krijgen)

10 11

(kopen) (geven)

12

(beginnen)

Van de dokter ____________________________ ik het advies ____________________________ meer te gaan sporten. Wat ____________________________ je in de stad ____________________________ ? We ____________________________ Mila voor haar verjaardag een boek ____________________________ . Hoe laat ____________________________ de les ____________________________ ?

Oefening 4

Zet de zinnen in het perfectum. 1

(ontbijten)

2

(vergeten)

3

(gebruiken)

4

(herinneren)

5

(erkennen)

6

(bedanken)

7

(geloven)

8

(bedienen)

9

(verdienen)

10

(ontdekken)

11

14

(herkansen) (genieten) (bedoelen) (onthouden)

15

(verbeteren)

16

(herkennen)

12 13

Vanochtend ____________________________ we om half acht ____________________________ . Ik ____________________________ mijn woordenboek ____________________________ . ____________________________ u die nieuwe shampoo al een keer ____________________________ ? Stephanie ____________________________ me aan onze afspraak ____________________________ . De politicus ____________________________ zijn fouten ____________________________ . Na onze bruiloft ____________________________ we al onze gasten ____________________________ . Ik ____________________________ haar verhaal nooit echt ____________________________ . De ober ____________________________ ons goed ____________________________ , dus krijgt hij een fooi. In zijn vorige baan ____________________________ hij veel geld ____________________________ . We ____________________________ een leuk, nieuw restaurantje ____________________________ . David ____________________________ de schrijftest ___________________________ . ____________________________ je van de vakantie ____________________________ ? Zo ____________________________ ik het niet ____________________________ . De docent ____________________________ de namen van alle cursisten ____________________________ . ____________________________ jullie de fouten in jullie tekst ____________________________ ? Ik ____________________________ hem niet meteen ___________________________ .

Oefening 5

Werk in tweetallen. Geef antwoord op de volgende vragen. Antwoord in complete zinnen. 1 2 3 4

Hoe hebt u uw partner ontmoet? Hoe laat is de les begonnen? Waar bent u afgelopen weekend geweest? Hoe lang zijn uw ouders getrouwd?

Grammatica

239


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 240

5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26

Wat hebt u gisteren gedaan? Wat hebt u bij de lunch gegeten en gedronken? Wat heeft uw partner u voor uw verjaardag gegeven? Wanneer bent u naar Nederland gekomen? Wat hebt u in de stad gekocht? Welk boek hebt u als laatste gelezen? Tot hoe laat hebt u zondag in uw bed gelegen? Bent u naar het station gelopen? Hebt u op tijd uw medicijnen genomen? Hoe bent u naar Amsterdam gereden? Hebt u vandaag veel e-mails geschreven? Hoe lang hebt u vannacht geslapen? Hebt u zich weleens in uw vinger gesneden? Welke taal hebt u met uw ouders gesproken? Wanneer is uw opa overleden? Bent u weleens gevallen? Wat hebt u weleens vergeten? Wat hebt u weleens verloren? Hoe laat bent u van huis vertrokken? Hebt u vaak gevlogen? Hoe oud bent u dit jaar geworden? Welke film hebt u als laatste in de bioscoop gezien?

1.3 Imperfectum (* zie ook: De opmaat, thema 8)

Regelmatige verba singularis (voor alle personen): stam + -te of -de pluralis (voor alle personen): stam + -ten of -den Regel

Kijk naar de consonanten in het woord

’t e x-k o f s ch i p Kijk naar de stam van het verbum. Is de laatste letter van de stam een van deze consonanten? Dan is het imperfectum: stam + te(n) Is de laatste letter een andere consonant of een vocaal? Dan is het imperfectum: stam + de(n)

Voorbeelden

infinitief werken dansen praten

240

Grammatica

stam werk dans praat

imperfectum singularis werkte danste praatte

pluralis werkten dansten praatten


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 241

wonen antwoorden gooien

woon antwoord gooi

woonde antwoordde gooide

woonden antwoordden gooiden

Daniëlle werkte in Nederland als personeelsconsulent. Vroeger danste hij met Carina, nu danst hij met Angelique. We praatten vaak over onze dromen. Daniëlle woonde eerst in Nederland. Wat antwoordden jullie toen? Hij gooide de bal door het raam van de buren. Let op

verba met z in de infinitief: imperfectum eindigt op -sde(n) verba met v in de infinitief: imperfectum eindigt op -fde(n)

Voorbeelden

reizen: Daniëlle reisde niet graag alleen. geloven: Ze geloofde altijd dat haar droom ooit uit zou komen.

Onregelmatige verba Veel verba zijn onregelmatig. Bij deze verba kunt u de vormen van het imperfectum niet zelf maken. Zoek de goede vorm op in de lijst op blz. 268 en leer de vormen van veel gebruikte verba uit uw hoofd. Voorbeelden

In Nederland moest ik iedere dag om zeven uur op. (infinitief: moeten) Als ik eenmaal op mijn werk bezig was, ging het wel, maar mijn biologische klok was gewoon in de war. (infinitieven: zijn en gaan)

Let op

bij onregelmatige verba: geen -e in singularis: Ik ging, hij gaf, zij kwam, jij deed, … bij regelmatige verba: wel een -e in singularis: ik werkte, hij woonde, zij praatte, jij mailde, …

Oefening 6

Zet de zinnen in het imperfectum. De verba zijn regelmatig. Voorbeeld

(maken)

Gisteravond ____________________________ hij zijn huiswerk. hij zijn huiswerk. maakte Gisteravond ____________________________

4

(wachten) We ____________________________ tien minuten op de bus. (willen) Thomas ____________________________ graag met Irene trouwen. (wonen) Vroeger ____________________________ ik in Eindhoven. (combineren)Lisa ____________________________ haar werk met een deeltijd-

5

(dromen)

1 2 3

opleiding. ____________________________

jullie ook van een goede baan en een

mooie carrière?

Grammatica

241


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 242

6

7

8 9 10 11

12 13

14

Mijn ouders ____________________________ naar verschillende verre landen. (leren) Ik ____________________________ op de middelbare school Latijn en Grieks. (zetten) Vincent ____________________________ een lekker kopje koffie. (ontmoeten) Ik ____________________________ mijn vrouw op vakantie in Frankrijk. (trouwen) Zijn ouders ____________________________ in 1978. (huren) In Griekenland ____________________________ we een leuk vakantiehuisje met zwembad. (bepalen) DaniĂŤlle ____________________________ haar eigen werktijden. (verdienen) Bij zijn laatste baan ____________________________ hij ongeveer tweeduizend euro per maand. (wensen) We ____________________________ hen veel geluk met de baby. (reizen)

Oefening 7

Zet de zinnen in het imperfectum. De verba zijn onregelmatig. Voorbeeld

(hebben)

1 2 3

(zijn) DaniĂŤlle ____________________________ niet gelukkig. (vertrekken) Hoe laat ____________________________ de trein naar Berlijn? (moeten) Op school ____________________________ we altijd hard werken en stil

6

(gaan) (vragen) (vinden)

7

(worden)

8

(doen) (gaan) (weten) (komen) (zien)

4 5

9 10 11 12

13 14

Vanochtend ____________________________ ik hoofdpijn. had ik hoofdpijn. Vanochtend ____________________________

(helpen) (staan)

zijn. De presentatie ____________________________ goed. Wat ____________________________ hij aan jou? Ik ____________________________ Groningen ook een leuke stad om te wonen. Mijn oma ____________________________ blij van bezoek van haar kinderen en kleinkinderen. Wat ____________________________ jij vroeger zondagmiddag? We ____________________________ altijd op de fiets naar school. ____________________________ je dat Maria zwanger was? Marc ____________________________ altijd te laat op een afspraak. Ik ____________________________ een mooie jas in die winkel naast de bibliotheek. Mijn vrienden ____________________________ me met verhuizen. ____________________________ jullie lang op ons te wachten?

Oefening 8

Werk in tweetallen. Geef antwoord op de volgende vragen. Antwoord in complete zinnen. 1

Vond u de eerste les interessant? __________________________________________________________________________________________________________

2

Wat deed u gisteren? __________________________________________________________________________________________________________

242

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 243

3

Wat wist u van Nederland voordat u naar Nederland kwam? __________________________________________________________________________________________________________

4

Wat zag u toen u vanochtend uit het raam keek? __________________________________________________________________________________________________________

5

Fietste u vroeger weleens? __________________________________________________________________________________________________________

6

Hoe laat vertrok u vanochtend van huis? __________________________________________________________________________________________________________

7

Werkten uw ouders vroeger allebei? __________________________________________________________________________________________________________

8

Sportte u vroeger veel? __________________________________________________________________________________________________________

9

Hoe ging u vroeger naar school? __________________________________________________________________________________________________________

10

Hoe laat begon de les vandaag? __________________________________________________________________________________________________________

11

Wat at u zondagavond? __________________________________________________________________________________________________________

12

Wat dronk u gisteravond bij het eten? __________________________________________________________________________________________________________

13

Rookten uw ouders vroeger? __________________________________________________________________________________________________________

14

Las u vroeger veel? __________________________________________________________________________________________________________

1.4 Plusquamperfectum had/hadden + participium of was/waren + participium

Voorbeeld

Nadat Sarah de krant had gelezen, ging ze boodschappen doen.

Wanneer gebruiken we het plusquamperfectum?

A Beschrijving van twee acties in het verleden: een actie is langer geleden dan de andere actie. plusquamperfectum

imperfectum

_______________________________________________________________________________________________________________

langer geleden Nadat hij zijn studie had afgemaakt, Willem had de theorie goed bestudeerd, Nadat de les al was begonnen, Nadat de film was afgelopen,

korter geleden

nu

ging hij een jaar naar AustraliĂŤ. voordat hij examen deed. kwamen Thomas en Claire nog binnen. gingen we nog iets drinken in een cafĂŠ.

toen + plusquamperfectum = nadat

Grammatica

243


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 244

Voorbeeld

Toen ik mijn VWO-examen had gehaald, ging ik naar de universiteit.

Let op

toen + imperfectum = op het moment dat, in de periode dat

Voorbeeld

Toen hij op de lagere school zat, woonde hij in Utrecht.

B Irrealis in het verleden: men stelt zich een situatie voor die niet gebeurd is. Ik heb een paar jaar geleden een huis gekocht, een klein huisje want ik was niet erg rijk. Als ik toen meer geld had gehad, had ik een groter huis gekocht. De trein vertrok een kwartier te laat, en daarom kwam Hans te laat op zijn werk. Als die trein gewoon op tijd was vertrokken, was Hans niet te laat op zijn werk gekomen.

Oefening 9

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Wat deed u nadat u vanochtend had ontbeten? Wat deed u nadat u uit uw werk was thuisgekomen? Wat deden jullie voordat jullie koffie gingen drinken? Wat deed u voordat u uw huiswerk maakte? Wat deden jullie toen het mooi weer was? Wat deed u nadat de les gisteren was afgelopen? Wat deden jullie voordat jullie naar de bioscoop gingen? Wat deed u toen de accu van uw telefoon op was? Wat deed u nadat u uw partner had ge-smst? Wat deed u nadat het vliegtuig was geland?

Oefening 10

Maak de zinnen af. 1

2

3

4

5

6

244

Grammatica

Nadat John voor zijn eindexamen was geslaagd, ____________________________ . Daarvoor moest hij naar Amsterdam verhuizen. We aten een groot bord spaghetti nadat ____________________________ . We hadden namelijk enorme honger gekregen. Nadat ____________________________ , ging hij met vrienden naar een cafĂŠ. Hij wilde even lekker ontspannen. ____________________________ , nadat ze naar Amsterdam waren geweest. Ze hadden daar het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum bezocht. Ook hadden ze gewinkeld. Ik was erg blij toen ____________________________ . Dat goede nieuws had ik niet verwacht. Voordat Patrick naar Groningen verhuisde, ____________________________ . Hij wilde de stad alvast een beetje leren kennen.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 245

7

8

9 10

Toen ____________________________ , was hij erg verbaasd. Waarom had niemand dat eerder tegen hem gezegd? Sophie zette de radio aan nadat ____________________________ . Nu kon ze lekker meezingen met haar favoriete liedjes. Ik was wakker geworden voordat ____________________________ . Nadat ik mijn voicemail had afgeluisterd, ____________________________ . Ze was blij dat ik haar terugbelde.

1.5 Separabele verba (* zie ook: De opmaat, thema 7)

Een separabel verbum bestaat uit een prefix en een basisverbum. In de infinitief is het prefix het eerste deel van het woord. Het woordaccent valt op het prefix. Voorbeelden

afgelopen, vastgehouden, opgestaan, aangetrokken, uitgegaan…

A presens één verbum: prefix gescheiden van het verbum, aan het einde van de zin Ik sta altijd om 7.30 uur op. Vandaag trekt hij een pak aan. Gaan jullie zaterdagavond uit? Let op

In de bijzin zijn prefix en verbum niet gescheiden! Hij zegt dat hij altijd om 7.30 uur opstaat. Ik geloof dat hij vandaag een pak aantrekt. We hopen dat jullie zaterdagavond met ons uitgaan. twee verba: verbum + infinitief Ik moet om 7.30 uur opstaan. Vandaag wil hij een pak aantrekken. Zullen we zaterdagavond uitgaan? imperatief: prefix gescheiden van het verbum, aan het eind van de zin Trek een warme jas aan! te + infinitief Hij vindt het vervelend om een warme jas aan te trekken.

B imperfectum één verbum: prefix gescheiden van het verbum, aan het einde van de zin Gisteren stonden we om 10.00 uur op. Ze trok haar mooiste jurk aan. Grammatica

245


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 246

Let op

In de bijzin zijn prefix en verbum niet gescheiden! Hij zegt dat ze gisteren om 10.00 opstonden. Ik hoorde dat ze haar mooiste jurk aantrok.

C perfectum twee verba: auxiliair (‘hebben’ of ‘zijn’) + participium We zijn dit weekend niet uitgegaan. Hij heeft een korte broek aangetrokken. Ben je vanochtend al om 6.30 uur opgestaan? In de bijzin staan de twee verba samen aan het einde van de zin. De volgorde van de verba onderling is dan variabel. Er zijn twee mogelijkheden: Ze zeggen dat ze dit weekend niet zijn uitgegaan. Of: Ze zeggen dat ze dit weekend niet uitgegaan zijn. Niet-separabele verba Niet-separabele verba hebben een prefix zonder accent. Voorbeelden

onderbreken, onderzoeken, ontdekken, omschrijven, voorspellen Deze verba worden in presens en in imperfectum niet gescheiden.

Voorbeelden

De docent onderbreekt de discussie. Ik hoop dat de docent de discussie onderbreekt. Ons team onderzocht de werking van een nieuw medicijn. We lazen in de krant dat jullie team de werking van een nieuw medicijn onderzocht. In perfectum krijgt het participium geen ge- voor de stam.

Voorbeeld

Columbus heeft in 1492 Amerika ontdekt. We hebben op de basisschool geleerd dat Columbus in 1492 Amerika heeft ontdekt. Piet Paulusma heeft voor vandaag regen voorspeld. Ik hoorde dat Piet Paulusma voor vandaag regen voorspeld heeft.

Oefening 11

Vul de verba in de goed vorm in. Gebruik het presens. Voorbeeld

(uitslapen)

1

(nakijken)

Carla zondag altijd tot 11.00 uur. slaapt zondag altijd tot 11.00 uur __________ uit . Carla ____________________________ u het huiswerk vandaag nog?

__________________________________________________________________________________________________________

246

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 247

2

(afstuderen) Peter in augustus. __________________________________________________________________________________________________________

3

(omschrijven) Veel mensen Nederland als een vrij en liberaal land. __________________________________________________________________________________________________________

4

(uitgaan)

Het is altijd erg gezellig als we in het weekend met vrienden.

__________________________________________________________________________________________________________

5

(afwassen)

Meestal mijn man.

__________________________________________________________________________________________________________

6

(oplossen)

Wie dit probleem?

__________________________________________________________________________________________________________

7

(toenemen) Omdat het aantal werklozen , is het moeilijker om een

baan te vinden. __________________________________________________________________________________________________________

8

(uitgaan)

Vanavond ik met vrienden.

__________________________________________________________________________________________________________

9

(aanzetten)

jij de verwarming?

__________________________________________________________________________________________________________

10

(uitnodigen) Als ik een feestje geef, ik altijd mijn familie en vrienden. __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 12

Vul de verba in de goede vorm in. Gebruik het imperfectum. Voorbeeld

(uitslapen)

1

(vastzitten)

Carla zondagochtend tot 11.00 uur. sliep uit . zondagochtend tot 11.00 uur _________ Carla _________________________ Toen we naar de tiende verdieping moesten, we in de lift.

__________________________________________________________________________________________________________

2

(aanbieden)

De buren ons een kopje koffie.

__________________________________________________________________________________________________________

3

(uitdoen)

Toen hij naar zijn werk ging, hij alle lampen.

__________________________________________________________________________________________________________

4

(samenwerken) We altijd prima. __________________________________________________________________________________________________________

5

(uitleggen)

De vorige les de docent de comparatief.

__________________________________________________________________________________________________________

6

(herhalen)

De conducteur zijn bericht.

__________________________________________________________________________________________________________

7

(dichtdoen)

Toen hij de deur, ging de telefoon.

__________________________________________________________________________________________________________

8

(opstaan)

jullie vanochtend al om 6 uur?

__________________________________________________________________________________________________________

9

(bespreken)

Vroeger Anna haar problemen altijd met haar oma.

__________________________________________________________________________________________________________

10

(langskomen) Om 16.00 de buurvrouw voor een kopje koffie. __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

247


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 248

Oefening 13

Vul de verba in de goede vorm in. Gebruik het perfectum. Voorbeeld

(uitslapen)

1

jullie lekker? ____________________________ Hebben jullie lekker ____________________________ uitgeslapen ?

(meenemen) Vandaag ik mijn woordenboek. __________________________________________________________________________________________________________

2

(onthouden) Ik zijn naam niet. __________________________________________________________________________________________________________

3

(afspreken) We om 10.00 uur op het station. __________________________________________________________________________________________________________

4

(uitloggen) Jij kan de computer gebruiken, als ik. __________________________________________________________________________________________________________

5

(invullen)

Als je dat formulier , kan je het aan mij geven.

__________________________________________________________________________________________________________

6

(uitzoeken) u hoe laat de voorstelling begint? __________________________________________________________________________________________________________

7

(klaarmaken) Zijn vader een heerlijke maaltijd. __________________________________________________________________________________________________________

8

(vertellen)

Carla je niet dat we morgen geen les hebben?

__________________________________________________________________________________________________________

9

(insmeren)

Omdat de zon schijnt, ik mijn gezicht en armen met zonnecrème.

__________________________________________________________________________________________________________

10

(aanzetten) We de verwarming want we hadden het koud. __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 14

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

248

Grammatica

Wanneer belt Thomas je terug? Wat viel jullie in Nederland op, toen jullie hier net waren? Wie is er zondag bij u langsgekomen? Wat hebt u in uw woonkamer verplaatst? Wanneer maakt u uw huiswerk af? Hoe hebben uw ouders u opgevoed? Heeft de weerman het weer van vandaag goed voorspeld? Waar slaat u uw documenten meestal op? Hoeveel kilo is Robert afgevallen? Waar hebt u uw partner ontmoet? Wat gooit u nooit weg? Hebt u de hele pizza opgegeten? Is het aantal werklozen dit jaar toegenomen? Wie heeft dit cadeautje ingepakt? Waar steken de kinderen de drukke weg over? Wanneer loopt deze cursus af? Met wie hebt u uw problemen besproken?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 249

18 19 20

Wat hebt u vandaag naar de les meegenomen? Wanneer ruimt u uw bureau op? Waar hebt u het huiswerk opgeschreven?

1.6 Reflexieve verba (* zie ook: De opmaat, thema 8)

reflexief verbum = een werkwoord +reflexief pronomen me, je, zich of ons Kies het juiste reflexief pronomen op basis van het subject. Voorbeeld

zich ergeren ik erger me jij ergert je u ergert zich hij / zij ergert zich

wij ergeren ons jullie ergeren je u ergert zich zij ergeren zich

De plaats van het reflexief pronomen In de hoofdzin na het finiete verbum (het eerste werkwoord in de zin): Ik voel me vandaag niet zo goed. Hij heeft zich aan de nieuwe buren voorgesteld. We herinnerden ons haar naam niet meer. Jullie moeten je straks nog douchen. Bij inversie na het subject: Deze week bereid ik me op de eindtoets voor. Gisteren heeft hij zich weer verslapen. Vroeger ergerden we ons aan de hond van de buren. Omdat de wekker kapot was, hebben ze zich vanochtend verslapen. In de bijzin na het subject: Mijn oma zei dat ze zich haar trouwdatum niet meer kon herinneren. Omdat jij je niet aan de regels houdt, mag je niet meer met ons meedoen. Toen we ons aan de nieuwe collega voorstelden, vertelde hij dat hij uit Spanje kwam. Veel voorkomende reflexieve verba: zich aanpassen (aan...) zich abonneren (op...) zich afvragen zich amuseren zich aanmelden (voor...) zich afmelden (voor...) zich douchen zich ergeren (aan...) zich haasten

zich herinneren zich houden (aan...) zich inschrijven (voor...) zich interesseren (voor...) zich melden (bij...) zich opmaken zich schamen (voor...) zich scheren zich verbazen (over...)

zich vergissen (in...) zich verheugen (op...) zich vermaken zich verslapen zich vervelen zich voelen zich voorbereiden (op...) zich voorstellen (aan...) zich wassen zich zorgen maken (over...) Grammatica

249


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 250

Oefening 15

Zet het reflexief pronomen op de juiste plaats in de zin. 1

Hij kan zijn vriend van de basisschool nog goed herinneren. __________________________________________________________________________________________________________

2

Volgens mij heeft hij vandaag niet geschoren. __________________________________________________________________________________________________________

3

Carla zegt dat ze in de datum heeft vergist. __________________________________________________________________________________________________________

4

Ze hebben vanochtend niet gedoucht. __________________________________________________________________________________________________________

5

Hebben jullie al voor de nieuwe cursus ingeschreven? __________________________________________________________________________________________________________

6

We hebben goed op het examen voorbereid. __________________________________________________________________________________________________________

7

Dit weekend hebben we prima geamuseerd. __________________________________________________________________________________________________________

8

Mijn opa hield altijd aan de verkeersregels. __________________________________________________________________________________________________________

9

Omdat hij voor moderne kunst interesseert, is hij naar het Stedelijk museum geweest. __________________________________________________________________________________________________________

10

Waarom schaam je voor het resultaat van de test? __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 16

Geef in complete zinnen antwoord op onderstaande vragen. Voorbeeld

Waar schaamde u zich vroeger voor? __________________________________________________________________________________________________________ Ik schaamde me vroeger voor mijn neus. 1

Wanneer heeft u zich aan uw medecursisten voorgesteld? __________________________________________________________________________________________________________

2

Hoe vaak doucht u zich? __________________________________________________________________________________________________________

3

Waar vergist u zich weleens in? __________________________________________________________________________________________________________

4

Moest u zich vandaag haasten? __________________________________________________________________________________________________________

5

Maakte uw moeder zich vroeger elke dag op? __________________________________________________________________________________________________________

6

Waar verheugen jullie je op? __________________________________________________________________________________________________________

7

Hoe voelt u zich vandaag? __________________________________________________________________________________________________________

8

Houden jullie je altijd aan de verkeersregels? __________________________________________________________________________________________________________

250

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 251

9

Over wie maakt u zich zorgen? __________________________________________________________________________________________________________

10

Waar verbaasde u zich de eerste les over? __________________________________________________________________________________________________________

1.7 Manieren van instructie / een opdracht geven (* zie ook: De opmaat, p. 243)

A Wil je … ? / Wilt u …? / Willen jullie …? Kun je…? / Kunt u …? / Kunnen jullie…? Wil je schaatsen voor me meenemen? Kunt u me helpen? Kunnen jullie me met de auto ophalen? Deze vragen zijn bedoeld als (indirecte) opdrachten. De spreker verwacht geen negatieve reactie.

B Je moet … / U moet … / Jullie moeten … Je moet schaatsen voor me meenemen. U moet me helpen. Jullie moeten me met de auto ophalen.

C Imperatief Neem schaatsen voor me mee! Helpt u me! Haal me met de auto op! Imperatief + eens …, eens even …, maar …, maar even Vergelijk

A Neem een touw mee! Neem schaatsen voor me mee! Haal haar op! Kom binnen!

B Neem maar een touw mee. Neem eens even schaatsen voor me mee. Haal haar eens op. Kom maar even binnen.

In de A-zinnen is de instructie heel direct, als een bevel, een commando. In de B-zinnen is de instructie vriendelijker, als een verzoek of uitnodiging.

Grammatica

251


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 252

Oefening 17

Geef op drie manieren instructies. Gebruik de woorden. Voorbeeld

een woordenboek meenemen Willen jullie morgen een woordenboek meenemen? Jullie moeten morgen een woordenboek meenemen. Neem morgen een woordenboek mee! 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

met oefening 10 beginnen het artikel lezen een brief naar de directeur schrijven in groepjes van drie werken de deur goed afsluiten de kaarsjes uitblazen Lisa en Debbie uitnodigen de fouten markeren naar de deskundigen luisteren met het weer rekening houden

1.8 Modale verba (* zie ook: De opmaat, p. 226) zullen = 1 een voorstel, 2 een afspraak, een belofte 1 Zullen we een kopje koffie drinken? 2 Doe jij straks boodschappen? Ja, dat zal ik doen. kunnen = mogelijk zijn U kunt die informatie op onze website vinden. Marco kan mooi zingen. mogen = niet verboden zijn, toegestaan zijn Mag ik het raam opendoen? Bij het examen mogen jullie geen woordenboek gebruiken. willen = wensen, verlangen Willen jullie vanavond koken? Karin wil zaterdag naar een concert gaan. moeten = verplicht zijn, nodig zijn U moet gezond eten. We moeten veel woorden leren.

252

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 253

presens

hij/zij

zullen zal zal / zult zal je/zul je zal

willen wil wil / wilt wil je wil

kunnen kan kan / kunt kan je/kun je kan

mogen mag mag mag je mag

moeten moet moet moet je moet

we jullie ze

zullen zullen zullen

willen willen willen

kunnen kunnen kunnen

mogen mogen mogen

moeten moeten moeten

mogen mocht mochten

moeten moest moesten

ik je/u

imperfectum zullen singularis zou pluralis zouden

willen kunnen wilde / wou kon wilden konden

perfectum = een vorm van ‘hebben’ + dubbele infinitief Vergelijk

Presens: Ik wil graag een wereldreis maken. Perfectum: Ik heb altijd een wereldreis willen maken. Presens: Hij kan dat niet begrijpen. Perfectum: Hij heeft dat nooit kunnen begrijpen. Presens: We mogen van de docent vragen stellen. Perfectum: We hebben van de docent altijd vragen mogen stellen. Presens: Zijn vader moet elke avond koken. Perfectum: Zijn vader heeft elke avond moeten koken.

Oefening 18

Vul een modaal verbum in. Gebruik het presens. Soms zijn er meerdere goede antwoorden. je de krant nog lezen? Hij ligt op tafel. – Doe jij morgen de boodschappen? – Ja, dat ____________________________ ik doen. Willem ____________________________ morgen naar het strand gaan want hij is dan een dagje vrij. Als jullie vragen hebben, ____________________________ jullie me altijd bellen. Je krijgt nog 5 euro van mij. Ik ____________________________ het morgen aan je geven. Sabrina en John ____________________________ een huis van 220.000 euro kopen. ____________________________ u me zeggen waar de bushalte is?

1 ____________________________ 2

3

4 5

6 7

Grammatica

253


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 254

8

9

10

In de stad ____________________________ je niet harder dan 50 kilometer per uur rijden. Ik heb een lekke band. Ik ____________________________ hem zelf niet plakken, dus breng ik mijn fiets naar de fietsenmaker. Je ____________________________ niet zo veel eten! Je wordt veel te dik.

Oefening 19

Maak de zinnen compleet. 1

2

3

4

5

6

7

8 9

10

Waarom ging je gisteren niet mee naar dat concert? Sorry, maar ik moest _________________________________________________________________________________________________________ . Op het station kan je _________________________________________________________________________ . Dat is handig voor mensen die geen tijd hebben om thuis te ontbijten. Zullen we ________________________________________________________________________________________ ? Ja, wat een goed idee! Ik ga graag met je mee. Deze zomer willen we ______________________________________________________________________ . Dat hebben we nog nooit gedaan! Toen ik klein was, moest ik altijd ______________________________________________________ . Dat vond ik niet leuk. Willen jullie _____________________________________________________________________________________ ? Of liever een andere dag? Kunnen we ______________________________________________________________________________________ ? Ik heb namelijk nog een andere afspraak die ochtend. Van mijn baas mag ik ________________________________________ . Dat vind ik erg leuk! De gemeente wilde ____________________________________________________________________ maar helaas was dat te duur. De buurtbewoners vonden dat erg jammer. Mogen jouw kinderen _______________________________________________________________________ ? Zijn ze daar niet te jong voor?

Oefening 20

Maak zinnen of vragen met onderstaande woorden. Gebruik in elke zin een modaal verbum. Voorbeeld

een cursus volgen __________________________________________________________________________________________________________ Ik wil een cursus Frans volgen. 1

100 sms’jes gratis sturen __________________________________________________________________________________________________________

2

abonnement opzeggen __________________________________________________________________________________________________________

3

elke dag het journaal zien __________________________________________________________________________________________________________

4

een potlood en gum lenen __________________________________________________________________________________________________________

5

morgenochtend terugbellen __________________________________________________________________________________________________________

254

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 255

6

een boete van 60 euro betalen __________________________________________________________________________________________________________

7

in de auto bellen __________________________________________________________________________________________________________

8

kaartje schrijven __________________________________________________________________________________________________________

9

om een grap lachen __________________________________________________________________________________________________________

10

de vragen met elkaar bespreken __________________________________________________________________________________________________________

1.9 Verbum + (te +) infinitief verbum 1 + rest + te + verbum 2 (infinitief ) hoeven durven vragen proberen beloven beginnen besluiten hopen verwachten vergeten lopen liggen zitten staan Let op

Die oefening hoef je niet te maken. Hij durft niet met een vliegtuig te reizen. Zij vraagt Carla haar te helpen. Ik probeer Japans te leren. Ik beloof je morgen te bellen. De cursisten beginnen de oefeningen te maken. Ik besluit in maart naar Portugal te gaan. Ze hopen de koningin een keer te ontmoeten. Hij verwacht dit jaar een betere baan te vinden. Hij vergeet de huur op tijd te betalen. Zij loopt de hele dag te zingen. Zij ligt op de bank televisie te kijken. Hij zit aan zijn bureau te werken. Ik sta al tien minuten op jullie te wachten.

Bij de volgende werkwoorden geen ‘te’ voor verbum 2. Bij deze werkwoorden is de structuur: verbum 1 + rest + verbum 2 (infinitief ) mogen moeten kunnen willen zullen laten gaan blijven komen

Jullie mogen tijdens het examen geen woordenboek gebruiken. Zij moeten nog een cadeautje kopen. Wij kunnen niet op vakantie gaan. Ze willen in juni trouwen. De taxi zal u om zes uur ophalen. Ik laat mijn haar door mijn moeder knippen. Gaan jullie vanmiddag zwemmen? We blijven een paar jaar in Utrecht wonen. Kom je zaterdag gezellig bij ons koffie drinken?

Grammatica

255


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 256

Oefening 21

Vul ‘te’ in als dat nodig is. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Wat zit je ______________ doen? Haar dochter kan heel mooi ______________ zingen. Ze zingt in een koor. Blijft u vanavond bij ons ______________ eten? We vergeten regelmatig de deur op slot ______________ doen. Mijn broer besluit een andere baan ______________ zoeken. Buiten staan mijn collega’s een sigaret ______________ roken. Ik laat een keer per week de ramen ______________ wassen. Zaterdagavond gaan we Karel met zijn 28e verjaardag _________ feliciteren. ’s Avonds lig ik in bed een boek ______________ lezen. De buurman verwacht deze maand de Staatsloterij ______________ winnen. Jullie hoeven de volgende oefening niet ______________ maken. Misschien kan ik je ______________ helpen. Hij belooft de volgende keer op tijd ______________ komen. Volgend jaar hopen ze op vakantie naar Griekenland ______________ gaan. Moet u volgende week een beslissing ______________ nemen?

Oefening 22

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Bij wie blijven jullie zaterdag slapen? Met wie staat Philip al zo lang te praten? Wanneer wilt u op vakantie gaan? Wat hoopt u over vijf jaar te doen? Met wie kunt u goed samenwerken? Wat zit u meestal in de trein te doen? Wanneer begint u te zingen? Wat vergeet u regelmatig te doen? Wat belooft u uw docent te doen? Wat mag u van de dokter niet eten? Wat staat u ’s ochtends in de badkamer te doen? Met wie probeert u Nederlands te praten? Wat durft u wel te doen? Wat laat u door anderen doen? Wie komen er bij jullie eten?

Oefening 23

Maak de zinnen af. 1

2

256

Grammatica

Maria vergeet ____________________________________________________________________________________ . Daarom koopt ze meestal een broodje in de kantine. ’s Avonds zit ik __________________________________________________________________________________ . Om 22.00 uur ben ik daarmee klaar en dan kijk ik naar het nieuws.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 257

3 4

5

6

7 8

9

10

Gaan jullie ____________________________________________ ? Ik wil graag mee als dat kan. Kan je me helpen met mijn huiswerk? Ik probeer ________________________________ __________________________________________________ maar ik begrijp de tekst niet zo goed. Ik wil even met jullie praten. Komen jullie __________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ ? Mijn nichtje is nu 18 maanden oud. Ze begint _____________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . Je hoeft ___________________________________________________________ . Ik kan het wel alleen. Volgende week moeten we ________________________________________________________________ . Als we het dan niet doen, zijn we misschien te laat. Oscar zal vandaag ______________________________________________________________________________ als jij het de volgende keer doet. We staan ___________________________________________________ . Dat vind ik erg vervelend.

1.10 Zijn aan het + infinitief

Wat is Co Rentmeester aan het doen? Hij is foto’s van het Hollandse landschap aan het maken. zijn aan het + infinitief met deze constructie beschrijven we een activiteit waar iemand mee bezig is of was. presens: ben / bent / is / zijn aan het + infinitief Ik ben aan het afwassen. Hij is aan het zingen. Wij zijn aan het overleggen over de toets. Jullie zijn aan het roddelen over mij. imperfectum: was / waren aan het + infinitief Hij was met zijn vriendin aan het praten. Zij was haar vriendje aan het sms’en. Zij waren aan het wandelen, toen hij belde. U kunt ook de volgende constructies gebruiken: zitten te + infinitief staan te + infinitief

liggen te + infinitief lopen te + infinitief

Deze constructies hebben dezelfde functie als: zijn aan het + infinitief Vergelijk

presens: Ze zit de krant te lezen. Mijn collega’s staan buiten te roken. Ik lig op de bank televisie te kijken.

Ze is de krant aan het lezen. Mijn collega’s zijn buiten aan het roken. Ik ben televisie aan het kijken.

Grammatica

257


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 258

imperfectum: Hij stond op de taxi te wachten. Het meisje liep de hele tijd te huilen. Ze zaten gezellig met elkaar te praten.

Hij was op de taxi aan het wachten. Het meisje was de hele tijd aan het huilen. Ze waren gezellig met elkaar aan het praten.

Oefening 24

Verander de volgende zinnen. Gebruik een constructie met zijn aan het + infinitief of zitten / lopen / staan / liggen te + infiniftief. Voorbeeld

‘Wat doen jullie precies?’ – ‘We zoeken een cadeau voor Piet’ _______________________________________________________________________________________________________________ We zijn een cadeau voor Piet aan het zoeken. 1

We kijken naar een film. __________________________________________________________________________________________________________

2

Karin belt met Caroline. __________________________________________________________________________________________________________

3

Tim schrijft een brief aan de gemeente. __________________________________________________________________________________________________________

4

De docent legt de grammatica uit. __________________________________________________________________________________________________________

5

We drinken een kopje koffie in de kantine. __________________________________________________________________________________________________________

6

Mijn moeder bakt een appeltaart. __________________________________________________________________________________________________________

7

We wachten op Monique. __________________________________________________________________________________________________________

8

Eric praat met Carlo. __________________________________________________________________________________________________________

9

De kinderen eten een ijsje. __________________________________________________________________________________________________________

10

Jeanet leest de krant. __________________________________________________________________________________________________________

258

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 259

1.11 Om … te + infinitief (* zie ook: De opmaat, p. 242)

1

doel van een actie beschrijven Simone gaat naar de markt om vis te kopen. Ik bel de dokter om een afspraak te maken.

2

achter een adjectief Mila vindt het gezellig om met een vriendin te winkelen. We vinden het leuk om in de winter te schaatsen. Vandaag is het te warm om hard te werken.

3

achter een substantief Mila heeft zin om met Rianne te chatten. Maria heeft geen tijd om elke dag de krant te lezen.

Let op

Separabele verba: om … prefix + te + infinitief Ik bel je vanavond om iets af te spreken. Ik vind het vervelend om de badkamer schoon te maken.

Oefening 25

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw reactie een constructie met om ... te + infinitief. 1

Wat vindt u moeilijk? __________________________________________________________________________________________________________

2

Waarvoor hebt u geen geld? __________________________________________________________________________________________________________

3

Waarom stopten jullie? __________________________________________________________________________________________________________

4

Waarvoor is het vandaag te koud? __________________________________________________________________________________________________________

5

Wat vindt u spannend? __________________________________________________________________________________________________________

6

Waarom gaat u naar de stad? __________________________________________________________________________________________________________

7

Waarom sms’t u Caroline? __________________________________________________________________________________________________________

8

Wat vindt u interessant? __________________________________________________________________________________________________________

9

Waarvoor is uw huis te klein? __________________________________________________________________________________________________________

10

Waarom gaan jullie dit jaar naar Italië op vakantie? __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

259


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 260

1.12 Zou(den)

1

Beleefde vraag: zou(den) + kunnen / willen / mogen + infinitief A Kunnen jullie me helpen? B Zouden jullie me kunnen helpen? A Wil je het raam opendoen? B Zou je het raam willen opendoen? A Mogen we de auto hier parkeren? B Zouden we de auto hier mogen parkeren?

2

Irrealis a geen realiteit Als ik een auto zou hebben, zou ik ermee naar mijn werk gaan. Als ik een auto zou hebben, ging ik ermee naar mijn werk. Als ik een auto had, zou ik ermee naar mijn werk gaan. Als ik een auto had, ging ik ermee naar mijn werk. b wens zou + graag (+ willen) + infinitief Ik zou deze vakantie graag mijn familie willen bezoeken. Ze zouden graag een nieuwe auto willen kopen.

3

Advies Jullie zouden vanavond naar de film kunnen gaan. Je zou meer tijd aan het huiswerk moeten besteden. Ik zou op tijd gaan slapen als ik jou was.

Oefening 26

Welke functie heeft zou(den) in onderstaande zinnen? 1

Ze zouden graag naar de musical Cats in Londen willen gaan. __________________________________________________________________________________________________________

2

Zou u dit boek aan Peter willen geven? __________________________________________________________________________________________________________

3

Ze zou niet zoveel moeten roken. __________________________________________________________________________________________________________

4

Als ik jou was, zou ik vanavond niet naar dat feestje gaan. Je hebt morgen een toets! __________________________________________________________________________________________________________

260

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 261

5

Hij zou graag naar een voetbalwedstrijd van Ajax willen gaan. __________________________________________________________________________________________________________

6

Zouden jullie wat zachter willen praten? __________________________________________________________________________________________________________

7

Als we een huis zouden kopen, kochten we een huis in een dorp. __________________________________________________________________________________________________________

8

Hij zou niet zo hard moeten werken. __________________________________________________________________________________________________________

9

Zou ik even mogen bellen? __________________________________________________________________________________________________________

10

Als ik in Den Haag zou wonen, zou ik elk weekend naar het strand gaan. __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 27

A Wat vraagt u in de volgende situaties? Stel een beleefde vraag met ‘zou(den)’. Voorbeeld

U wilt de trein uitstappen, maar iemand wil op dat moment instappen. Wat vraagt u? Sorry, maar zou ik eerst even mogen uitstappen? __________________________________________________________________________________________________________ 1

U hebt brood en appels nodig. Uw huisgenoot gaat naar de supermarkt. U wilt dat hij uw boodschappen voor u meeneemt. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

2

Het is warm in het leslokaal. Het raam is dicht. U wilt dat een medestudent het raam opendoet. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

3

U bent uw portemonnee vergeten. In de pauze hebt u zin in een kopje koffie. Wat vraagt u een medecursist? __________________________________________________________________________________________________________

4

U zit met collega’s in een restaurant. U hebt de menukaart bekeken en wilt bestellen. U roept de ober. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

5

De telefoon gaat. U staat te koken terwijl uw partner de krant leest. U wilt dat uw partner de telefoon opneemt. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

6

U reserveert een taxi. U moet morgenochtend om 7.00 uur op Schiphol zijn. U belt de taxicentrale. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

7

U maakt een oefening. U wilt u een woord opzoeken. Uw medecursist heeft een woordenboek. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

8

U hebt een cadeautje gekocht. U wilt dat de winkelmedewerkster het voor u inpakt. Wat vraagt u? __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

261


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 262

B Maak de zinnen af. Voorbeeld

Als ik de loterij won, _______________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________ ik een wereldreis gaan maken. Als ik de loterij won, zou 1 2 3 4 5 6 7 8

Als ik een partner zou zoeken, ___________________________________________________________ . Als Mirjam kon skiën, _______________________________________________________________________ . Als ____________________________________________________________ , zou hij met haar trouwen. Als we problemen met onze buren hadden, ________________________________________ . Als __________________________________________________________ , zou ik veel geld verdienen. Als we in Zwitserland woonden, ________________________________________________________ . Als ______________________________________________________________ , zouden we heel blij zijn. Als _____________________________________________________________ , zou ik meteen verhuizen.

C Welk advies geeft u in de volgende situaties? Voorbeeld

‘Ik heb al een paar dagen hoofdpijn. Het gaat niet over.’ __________________________________________________________________________________________________________ Je zou naar de dokter kunnen gaan. / Als ik jou was, __________________________________________________________________________________________________________ zou ik naar de dokter gaan. 1

In één jaar tijd zijn er twee fietsen van mij gestolen. __________________________________________________________________________________________________________

2

In mei wil ik Staatsexamen doen maar ik weet niet hoe ik me daarop moet voorbereiden. __________________________________________________________________________________________________________

3

Ik wil graag meer mijn (Nederlandse) leesvaardigheid verbeteren. __________________________________________________________________________________________________________

4

Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik weet niet op wie ik zal stemmen. __________________________________________________________________________________________________________

5

Ik heb een Nederlandse partner maar hij / zij wil geen Nederlands met me spreken. __________________________________________________________________________________________________________

6

Ik woon nog niet zo lang in mijn nieuwe huis. Ik heb nog niet zo veel mensen ontmoet. __________________________________________________________________________________________________________

7

Volgende maand gaat mijn broer trouwen. Ik moet nog feestelijke kleding kopen. __________________________________________________________________________________________________________

8

In augustus heb ik drie weken vrij. Ik weet nog niet wat ik dan wil doen. __________________________________________________________________________________________________________

1.13 Passief 1

Passief presens: een vorm van worden + participium Morgen wordt mijn verstandskies getrokken. Het huiswerk wordt niet altijd op tijd ingeleverd.

262

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 263

Bepaald direct object in actieve zin ‘ subject in passieve zin Bepaald (definiet): de..., het..., deze..., dit..., die..., dat..., possessief..., alle..., iedere..., namen Actief: Passief: Actief: Passief:

De gemeente bouwt de parkeergarage naast het voetbalstadion. De parkeergarage wordt naast het voetbalstadion gebouwd. De buren verkopen hun huis. Hun huis wordt verkocht.

Onbepaald direct object in actieve zin ‘ ER + subject in passieve zin Onbepaald (indefiniet): een...(+ singularis), ø...(+ pluralis), geen..., weinig..., veel..., twee, drie, vier … Actief: De buurtbewoners organiseren een straatfeest. Passief: Er wordt een straatfeest georganiseerd. Actief: Op de markt verkopen ze veel fruit. Passief: Er wordt op de markt veel fruit verkocht. Geen direct object in actieve zin ‘ ER in passieve zin Actief: Ze sms’en de hele dag. Passief: Er wordt de hele dag gesms’t. Actief: Veel medewerkers wandelen in de pauze in het park. Passief: Er wordt in de pauze in het park gewandeld. Gebruik

Passiefconstructies worden vaak gebruikt als het niet belangrijk of niet helemaal duidelijk is wie iets doet. Soms is het wel belangrijk te noemen wie iets doet (prepositie: door …). De toets wordt door Harry nagekeken. Ons huis wordt door schildersbedrijf De kwast geschilderd.

Oefening 28

Maak onderstaande zinnen passief. Voorbeeld

Men gebruikt de computer bijna dagelijks. __________________________________________________________________________________________________________ De computer wordt bijna dagelijks gebruikt. 1

Volgende week isoleren ze mijn dak. __________________________________________________________________________________________________________

2

Nederlanders staan gemiddeld 8 minuten onder de douche. __________________________________________________________________________________________________________

3

Ze brengen bij de buren dubbel glas aan. __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

263


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 264

4

In de zomer eet men veel ijs. __________________________________________________________________________________________________________

5

Ze geven veel geld uit aan vakanties. __________________________________________________________________________________________________________

6

De brandweer blust de brand met drie brandweerwagens. __________________________________________________________________________________________________________

7

Ze brengen de patiënt naar het ziekenhuis. __________________________________________________________________________________________________________

8

Mensen lezen niet meer zo veel als vroeger. __________________________________________________________________________________________________________

9

Charlotte kookt vanavond voor mij. __________________________________________________________________________________________________________

10

Op het feest maken we veel foto’s. __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 29

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw antwoord een passiefconstructie. 1

Wordt er in uw land veel alcohol gedronken? Wordt er vooral door mannen of door vrouwen alcohol gedronken? __________________________________________________________________________________________________________

2

Door wie wordt u regelmatig geholpen? __________________________________________________________________________________________________________

3

Worden de lokalen goed schoongemaakt? __________________________________________________________________________________________________________

4

Waarover wordt er in uw land veel gepraat? __________________________________________________________________________________________________________

5

Wordt er in uw land veel televisie gekeken? Welke programma’s worden goed bekeken? __________________________________________________________________________________________________________

6

Wordt het huiswerk altijd snel gecorrigeerd? __________________________________________________________________________________________________________

7

Worden nieuwe woorden goed uitgelegd? __________________________________________________________________________________________________________

8

Wanneer wordt het vuilnis in uw straat opgehaald? __________________________________________________________________________________________________________

9

Worden de pizza’s gratis thuisbezorgd? __________________________________________________________________________________________________________

10

Naar welke datum wordt onze afspraak verzet? __________________________________________________________________________________________________________

2

Passief: tijden Presens: word/wordt/worden + participium Het huis van mijn ouders wordt volgend jaar geschilderd. Wanneer word je aan je maag geopereerd?

264

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 265

Er wordt veel in de les gediscussieerd. Imperfectum: werd/werden + participium De patiënten werden door dokter Janssen behandeld. Vroeger werd er in cafés gerookt. Perfectum: ben/bent/is/zijn + participium Karin is door haar man verlaten. De inwoners zijn voor de storm gewaarschuwd. Plusquamperfectum: was/waren + participium Nadat alle spullen waren verhuisd, gingen we met z’n allen barbecueën. Toen het huiswerk was besproken, deden we een spreekoefening.

Oefening 30

Maak onderstaande zinnen passief. Let op de tijd van het verbum! Voorbeeld

Ze hebben de rekening betaald. De rekening is betaald. __________________________________________________________________________________________________________ 1

De gemeente heeft stoplichten op het kruispunt geplaatst. __________________________________________________________________________________________________________

2

Op het feest dronken de gasten veel alcohol. __________________________________________________________________________________________________________

3

Veel mensen kopen allerlei producten online. __________________________________________________________________________________________________________

4

Nederlanders eten met Oudjaar oliebollen. __________________________________________________________________________________________________________

5

Nadat de mensen om 24.00 uur vuurwerk hadden afgestoken, gingen ze champagne drinken. __________________________________________________________________________________________________________

6

Feliciteerden ze jou met de verjaardag van je man? __________________________________________________________________________________________________________

7

In de pauze discussiëren we over politiek. __________________________________________________________________________________________________________

8

Rond etenstijd bellen ze me vaak. __________________________________________________________________________________________________________

9

Iemand heeft mijn fiets gestolen! __________________________________________________________________________________________________________

10

Gisterochtend wasten we onze auto. __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

265


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 266

1.14

266

Grammatica

Lijst met onregelmatige werkwoorden

bakken bederven bedragen bedriegen beginnen begrijpen bevallen bewegen bezoeken bidden bieden bijten binden blazen blijken blijven blinken braden breken brengen buigen

bakte bedierf bedroeg (het) bedroog begon begreep beviel bewoog bezocht bad bood beet bond blies bleek bleef blonk braadde brak bracht boog

bakten bedierven bedroegen (ze) bedrogen begonnen begrepen bevielen bewogen bezochten baden boden beten bonden bliezen bleken bleven blonken braadden braken brachten bogen

gebakken (heb) bedorven (heb/ben) bedragen (heeft) bedrogen (heb) begonnen (ben) begrepen (heb) bevallen (ben) bewogen (heb) bezocht (heb) gebeden (heb) geboden (heb) gebeten (heb) gebonden (heb) geblazen (heb) gebleken (is) gebleven (ben) geblonken (heb) gebraden (heb) gebroken (ben/heb) gebracht (heb) gebogen (heb)

denken doen dragen drijven drinken duiken durven dwingen

dacht deed droeg dreef dronk dook durfde dwong

dachten deden droegen dreven dronken doken durfden dwongen

gedacht (heb) gedaan (heb) gedragen (heb) gedreven (ben/heb) gedronken (heb) gedoken (ben/heb) gedurfd (heb) gedwongen (heb)

ervaren eten

ervoer at

ervoeren aten

ervaren (heb) gegeten (heb)

fluiten

floot

floten

gefloten (heb)

gaan gelden genezen genieten geven gieten glijden glimmen graven

ging gold genas genoot gaf goot gleed glom groef

gingen golden genazen genoten gaven goten gleden glommen groeven

gegaan (ben) gegolden (heb) genezen (ben/heb) genoten (heb) gegeven (heb) gegoten (heb) gegleden (ben/heb) geglommen (heb) gegraven (heb)

hangen hebben

hing had

hingen hadden

gehangen (heb) gehad (heb)


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 267

helpen heten houden

hielp heette hield

hielpen heetten hielden

geholpen (heb) geheten (heb) gehouden (heb)

kiezen kijken klimmen klinken knijpen komen kopen krijgen krimpen kruipen kunnen

koos keek klom klonk kneep kwam kocht kreeg kromp kroop kon

kozen keken klommen klonken knepen kwamen kochten kregen krompen kropen konden

gekozen (heb) gekeken (heb) geklommen (heb) geklonken (heb) geknepen (heb) gekomen (ben) gekocht (heb) gekregen (heb) gekrompen (ben/heb) gekropen (ben/heb) gekund (heb)

lachen laden laten lezen liegen liggen lijden lijken lopen

lachte laadde liet las loog lag leed leek liep

lachten laadden lieten lazen logen lagen leden leken liepen

gelachen (heb) geladen (heb) gelaten (heb) gelezen (heb) gelogen (heb) gelegen (heb) geleden (heb) geleken (heb) gelopen (heb)

meten mijden moeten mogen

mat meed moest mocht

maten meden moesten mochten

gemeten (heb) gemeden (heb) gemoeten (heb) gemogen (heb)

nemen

nam

namen

genomen (heb)

ontwerpen opschieten opwinden overlijden

ontwierp schoot op wond op overleed

ontwierpen schoten op wonden op overleden

ontworpen (heb) opgeschoten (ben/heb) opgewonden (heb) overleden (ben)

prijzen

prees

prezen

geprezen (heb)

raden rijden roepen ruiken

raadde reed riep rook

raadden reden riepen roken

geraden (heb) gereden (ben/heb) geroepen (heb) geroken (heb)

scheiden schelden schenden schenken scheppen scheren schieten

scheidde schold schond schonk schiep schoor schoot

scheidden scholden schonden schonken schiepen schoren schoten

gescheiden (ben/heb) gescholden (heb) geschonden (heb) geschonken (heb) geschapen (heb) geschoren (heb) geschoten (ben/heb)

Grammatica

267


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 268

268

Grammatica

schijnen schrijven schrikken schuiven slaan slapen slijpen sluipen sluiten smelten snijden snuiten snuiven spannen spijten spreken springen spuiten staan steken stelen sterven stijgen stinken strijden strijken

scheen schreef schrok schoof sloeg sliep sleep sloop sloot smolt sneed snoot snoof spande speet (het) sprak sprong spoot stond stak stal stierf steeg stonk streed streek

schenen schreven schrokken schoven sloegen sliepen slepen slopen sloten smolten sneden snoten snoven spanden spraken sprongen spoten stonden staken stalen stierven stegen stonken streden streken

geschenen (heb) geschreven (heb) geschrokken (ben) geschoven (heb/ben) geslagen (heb) geslapen (heb) geslepen (heb) geslopen (ben/heb) gesloten (heb) gesmolten (heb) gesneden (heb) gesnoten (heb) gesnoven (heb) gespannen (heb) gespeten (heeft) gesproken (heb) gesprongen (ben/heb) gespoten (heb/ben) gestaan (heb) gestoken (heb) gestolen (heb) gestorven (ben) gestegen (ben) gestonken (heb) gestreden (heb) gestreken (heb)

treden treffen trekken

trad trof trok

traden troffen trokken

getreden (ben/heb) getroffen (heb) getrokken (heb/ben)

vallen vangen varen vechten verbannen verbieden verdwijnen vergelijken vergeten verliezen vermijden verraden verschuilen vertrekken verwijten verzinnen verzoeken vinden vlechten vliegen vouwen

viel ving voer vocht verbande verbood verdween vergeleek vergat verloor vermeed verraadde verschool vertrok verweet verzon verzocht vond vlocht vloog vouwde

vielen vingen voeren vochten verbanden verboden verdwenen vergeleken vergaten verloren vermeden verraadden verscholen vertrokken verweten verzonnen verzochten vonden vlochten vlogen vouwden

gevallen (ben) gevangen (heb) gevaren (ben/heb) gevochten (heb) verbannen (heb) verboden (heb) verdwenen (ben) vergeleken (heb) vergeten (ben/heb) verloren (heb/ben) vermeden (heb) verraden (heb) verscholen (ben/heb) vertrokken (ben) verweten (heb) verzonnen (heb) verzocht (heb) gevonden (heb) gevlochten (heb) gevlogen (ben/heb) gevouwen (heb)


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 269

vragen vriezen

vroeg vroor (het)

vroegen -

gevraagd (heb) gevroren (heeft)

waaien wassen wegen werpen weten wijzen willen winnen worden wrijven wringen

waaide / woei waste woog wierp wist wees wilde / wou won werd wreef wrong

waaiden / woeien wasten wogen wierpen wisten wezen wilden / wouden wonnen werden wreven wrongen

gewaaid (heeft) gewassen (heb) gewogen (heb) geworpen (heb) geweten (heb) gewezen (heb) gewild (heb) gewonnen (heb) geworden (ben) gewreven (heb) gewrongen (heb)

zeggen zenden zien zijn zingen zinken zitten zoeken zuigen zullen zwemmen zweren zwerven zwijgen

zei zond zag was zong zonk zat zocht zoog zou zwom zweerde / zwoer zwierf zweeg

zeiden gezegd (heb) zonden gezonden (heb) zagen gezien (heb) waren geweest (ben) zongen gezongen (heb) zonken gezonken (ben) zaten gezeten (heb) zochten gezocht (heb) zogen gezogen (heb) zouden zwommen gezwommen (ben/heb) zweerden / zwoeren gezworen (heb) zwierven gezworven (heb) zwegen gezwegen (heb)

Grammatica

269


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 270

1.15

Verba met een vaste prepositie

aandacht besteden aan zich aanpassen aan afhangen van afhankelijk zijn van akkoord gaan met bang zijn voor beginnen aan / met behoefte hebben aan behoren tot belangstelling hebben voor zich bemoeien met bestaan uit zich bewust zijn van bezig zijn met bezorgd zijn over blij zijn met boos zijn op deelnemen aan denken aan / over dol zijn op het eens zijn met zich ergeren aan ervaring hebben met feliciteren met gebrek hebben aan gebruik maken van geĂŻnteresseerd zijn in gek zijn op geloven in gelukkig zijn met genieten van gepaard gaan met geschikt zijn voor gewend zijn aan goed zijn in een hekel hebben aan op de hoogte zijn van hopen op houden van zich houden aan informeren naar interesse hebben in invloed hebben op kijken naar kritiek hebben op kwaad zijn op lachen om lijken op luisteren naar

270

Grammatica

meedoen met ongerust zijn over ophouden met opkomen voor opzien tegen overtuigen van passen op / bij plezier hebben in / van profiteren van reageren op recht hebben op rekenen op rekening houden met zich schamen voor schrikken van slagen voor slecht zijn in solliciteren naar spijt hebben van stemmen op stoppen met teleurgesteld zijn in tevreden zijn met / over toevoegen aan trek hebben in trots zijn op trouwen met verantwoordelijk zijn voor zich verdiepen in verdriet hebben om vergelijken met zich vergissen in zich verheugen op verlangen naar verliefd zijn op verliezen van verslaafd zijn aan verstand hebben van vertrouwen op vluchten voor voldoen aan zich voorbereiden op vragen naar / om / over waarschuwen voor wachten op wennen aan winnen van zeker zijn van zich aanmelden voor zich abonneren op

zich afmelden voor zich inschrijven voor zich interesseren voor zich melden bij zich verbazen over zich voorstellen aan zich zorgen maken over zin hebben in zoeken naar zorgen voor


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 271

2 Zinsbouw

2.1 Hoofdzin en vraagzin (* zie ook: De opmaat, p. 247)

1 hoofdzin subject Daniëlle We Onze zoon

finiete verbum (verbum 1) woont hebben was

rest in Miami. vandaag hard gewerkt. zes jaar.

finiete verbum zijn staat wil

subject we het ik

rest in Spanje geweest. Van Goghmuseum. naar de markt gaan.

finiete verbum heb bent werkte

subject rest je een andere baan gezocht? u jarig? je moeder?

2 hoofdzin met inversie rest = inversiecommando Vorig jaar In Amsterdam Morgen 3 open vraag interrogatief Waarom Wanneer Hoeveel dagen per week

4 gesloten vraag finiete verbum Werk Heeft Aten

subject je Heleen jullie

rest fulltime? vanavond gekookt? in dat nieuwe restaurant?

Volgorde van de adverbia in een zin: Voorbeeld Voorbeeld

tijd – manier – plaats (T – M – P) Ik ga morgen (T) met de trein (M) naar Amsterdam (P). Tijd kan ook aan het begin van de zin staan. Denk aan de inversie! Morgen ga ik met de trein naar Amsterdam.

Oefening 31 Voorbeeld

wilde – Waar – graag – leven – Daniëlle ? __________________________________________________________________________________________________________ Waar wilde Daniëlle graag leven?

Zet de woorden in de goede volgorde. Begin met het woord met de hoofdletter. 1

woont - Sinds twee jaar – haar zoon – zelfstandig. __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

271


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 272

2

doet – Hij – deze cursus – voor de lol. __________________________________________________________________________________________________________

3

dit – een goed woordenboek – Is? __________________________________________________________________________________________________________

4

voor een bruiloft – Deze kleding – niet geschikt – is. __________________________________________________________________________________________________________

5

je – Op internet – vind – nuttige sites. __________________________________________________________________________________________________________

6

jullie – misschien – Kennen – een betrouwbare schilder? __________________________________________________________________________________________________________

7

smeert – haar brood – Elke ochtend – zelf – ze. __________________________________________________________________________________________________________

8

je – Op de eerste bladzijde – mijn e-mailadres – vind. __________________________________________________________________________________________________________

9

geeft – Dit bureau – advies over hun kinderen – ouders. __________________________________________________________________________________________________________

10

ik – naar Azië – Na mijn studie – wil – een halfjaar.

Oefening 32

Maak de zinnen af. Voorbeeld

Gisteren _____________________________________________________________ . Dat was heel gezellig. was de bruiloft van mijn zus . Dat was heel gezellig. Gisteren _____________________________________________________________ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

272

Grammatica

In de kantine ___________________________________________________________________________________ . Ik koop daar af en toe een broodje kaas. ________________________________________________________________________________________________________ ? Ik spreek Engels, Frans en een beetje Italiaans. Zondag ____________________________________________________________________________________________ . Dat was saai. Op de markt _____________________________________________________________________________________ . Dat is goedkoper dan in de supermarkt. ________________________________________________________________________________________________________ ? Meestal neem ik de auto maar soms ga ik op de fiets. Na de les _________________________________________________________________________________________ . Dan hoef ik ’s avonds niks meer te doen. In Nederland ___________________________________________________________________________________ . Dat weten veel mensen niet. Met mijn broer _________________________________________________________________________________ . Mijn zus durft dat niet. _________________________________________________________________________________________________________ ? Omdat ik dan moet werken. In de bus __________________________________________________________________________________________ . Daarom moeten veel mensen staan.


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 273

2.2 Conjuncties

Woordvolgorde Hoofdzin: subject Ik Hij We Jullie

verbum 1 woon moet hebben moeten

rest in Nederland. morgen examen de trein nu naar huis

(verbum 2) doen. gemist. gaan.

subject we ze hij ik

rest in Nederland Nederlands jarig goed Nederlands

verba wonen. wil leren. is. kan spreken.

Bijzin: conjunctie Omdat Omdat Als Als

Conjuncties Hoofdzin + hoofdzin: want maar en of dus

Ik ben te laat want de trein heeft vertraging. Vandaag ben ik vrij maar morgen moet ik werken. Het is buiten koud en het waait hard. Het wordt morgen mooi weer of het gaat regenen. Ik heb een rijbewijs, dus ik mag autorijden. (normale hoofdzin) Ik heb een rijbewijs, dus mag ik autorijden. (hoofdzin met inversie)

a Hoofdzin + bijzin b Bijzin, + hoofdzin met inversie omdat

a b

als

a b

terwijl

a b

hoewel

a b

zodra

a b

Ik moet lopen omdat mijn fiets kapot is. Omdat ik van je houd, wil ik met je trouwen. We gaan morgen naar het strand als het lekker weer is. Als ze verdrietig is, moet ze altijd huilen. Jij maakt het eten klaar terwijl ik de krant lees. Terwijl ik huiswerk maak, luister ik naar de radio. Hij is gelukkig hoewel hij niet rijk is. Hoewel ze bijna geen Nederlands kunnen spreken, begrijpen ze elkaar toch. Het programma start automatisch zodra u uw computer opstart. Zodra ik achttien ben, koop ik een auto.

Grammatica

273


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 274

voor(dat)

a b

nadat

a

b

tot(dat)

Hij vertrekt naar Australië nadat hij van iedereen afscheid heeft genomen. Nadat hij een fiets heeft gekocht, gaat hij nooit meer met de bus.

b

We waren arm tot(dat) mijn vader een goede baan kreeg. Tot(dat) we samen gaan eten, werk ik nog even door.

zodat

a

Het was slecht weer zodat veel mensen de bus namen.

toen

a

Ik wilde net vertrekken toen jij me belde. Toen ik nog verliefd was, nam ik elke vrijdag bloemen voor haar mee.

a

b

Gebruik

Je moet examen doen voor(dat) je mag gaan werken. Voor(dat) ik naar bed ga, poets ik mijn tanden.

Opsomming: Keuze: Voorwaarde: Argument: Tegenstelling: Gevolg: Tijdsbepaling:

en of als want, omdat maar, hoewel dus, zodat terwijl, toen, voor(dat), nadat, tot(dat), zodra

Oefening 33

Vul een conjunctie in. ik hier kwam wonen, kende ik nog niemand. Ik blijf solliciteren ____________________________ ik een leuke baan heb. ____________________________ John geen Spaans spreekt, wil hij toch in Spanje gaan wonen. Zaterdag geeft Simone een feestje ____________________________ ze jarig is. Sonja doet binnenkort Staatsexamen NT2 ____________________________ ze na de zomer aan de universiteit kan gaan studeren. Thomas leest een boek ____________________________ hij gaat slapen. ____________________________ het morgen mooi weer is, gaan we met vrienden zeilen. Daniëlle wilde weg uit Nederland ____________________________ ze niet zo gelukkig was. Eerst wilde Eric een jaar naar Australië gaan ____________________________ uiteindelijk is hij naar Indonesië gegaan. ____________________________ mijn vrouw naar een voetbalwedstrijd kijkt, chat ik met vrienden. Wat willen jullie: willen jullie het Binnenhof bezoeken ________________________ willen jullie naar een museum gaan? ____________________________ ik heb gegeten, lees ik altijd de krant.

1 ____________________________ 2 3

4 5

6 7

8

9

10

11

12

274

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 275

Oefening 34

Maak de zinnen af. 1 2 3 4 5 6 7

8 9 10

Peter gaat vrijdag naar Barcelona want _______________________________________________ . Nadat mijn vrouw de krant heeft gelezen, __________________________________________ . Zodra __________________________________________________________________ , bel ik mijn ouders. We sparen 50 euro per maand zodat ___________________________________________________ . Hoewel ______________________________ , draagt Thomas vandaag een korte broek. Morgen hebben jullie een toets, dus __________________________________________________ . Alice en Anne willen morgenmiddag naar het circus gaan maar _________________________________________________________________________________________________________ . Als ________________________________ , doe ik het Staatsexamen NT2 programma 2. Voordat __________________________________________________________ , doen ze de lichten uit. Simone komt morgen iets later naar de les omdat _______________________________ .

2.3 Indirecte rede + indirecte vraag (* zie ook: De opmaat, p. 251)

1 indirecte rede De president van de Verenigde Staten komt volgende maand naar Nederland. Ik heb in de krant gelezen dat de president van de Verenigde Staten volgende maand naar Nederland komt. Carla de Groot: ‘Ik bel mijn moeder elke dag.’ Carla de Groot zegt dat zij haar moeder elke dag belt. Tim heeft psychologie gestudeerd. Ik denk dat Tim psychologie gestudeerd heeft. Voorbeelden

Hij zegt dat … Ze denkt dat … Ik weet zeker dat … Hij vindt dat … Ik hoop dat … Ze geloven dat … Ik heb gelezen dat … We hebben gehoord dat …

+ BIJZIN (subject – rest – verba)

2 indirecte vraag

A open vraag Waarom zit je zo vaak achter de computer? Ik wil graag weten waarom je zo vaak achter de computer zit. Wie heb je een sms gestuurd? Kun je me vertellen wie je een sms hebt gestuurd?

Grammatica

275


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 276

B gesloten vragen Heb jij een account op Facebook? Mag ik vragen of je een account op Facebook hebt? Heeft Monica jou gemaild? Ik vraag me af of Monica jou heeft gemaild. Voorbeelden

Kunt u me vertellen … Ik wil graag weten … Mag ik vragen … + interrogatief (vraagwoord) + BIJZIN (bij open vragen) Ik vraag me af … + of + BIJZIN (bij gesloten vragen) Kunnen jullie me zeggen … Hij vraagt … Ze weet niet …

Oefening 35

Maak de indirecte rede of een indirecte vraag. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

276

Grammatica

Robert: ‘Ik heb mijn droom waargemaakt.’ Robert zegt dat _________________________________________________________________________________ . Het aantal aanmeldingen voor de Nederlandse universiteiten is met 25% gestegen. In de krant staat dat __________________________________________________________________________ . Ben jij bang voor muizen? Mag ik vragen __________________________________________________________________________________ ? Waar heeft Daniëlle haar huidige vriend ontmoet? Weet jij ____________________________________________________________________________________________ ? Het Nederlands elftal heeft de finale van het WK-voetbal in 2010 verloren. Ik heb gelezen dat ______________________________________________________________ . Naar welk land gaat de familie Smeets emigreren? Ik weet niet ______________________________________________________________________________________ . Nederlanders zijn nieuwsgierig. We vinden dat __________________________________________________________________________________ . Wat gaat Judith na haar studie doen? We vragen ons af _______________________________________________________________________________ . We wonen in een gezellige buurt. We vinden dat __________________________________________________________________________________ . Werken de acrobaten Horbacz en Zywiol al lang in het circus? Kunt u me vertellen _________________________________________________________________________ ?


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 277

Oefening 36

Maak de zinnen af. Voorbeeld

Weet jij _________________________________________ ? Ik heb hem al lang niet meer gezien. wat Carlo nu doet ? Ik heb hem al lang niet meer gezien. Weet jij _________________________________________ 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

We denken dat _________________________________________________________________________________ . Ze ziet er de laatste tijd zo moe uit. Ze hopen dat ____________________________________________________________________________________ . Ze willen namelijk in mei een weekje naar ItaliĂŤ gaan. Johan heeft geen horloge. Daarom vraagt hij altijd ________________________________________________________________________________________________________ . Ik heb gelezen dat ____________________________________________________________________________ maar volgens mij is dat niet waar. Kunt u me zeggen ____________________________________________________________________________ ? Ik moet met de trein naar Rotterdam. Tom zegt dat ____________________________________________________________________________________ . Dat vind ik erg vervelend. Maria weet zeker dat _________________________________________________________________________ . Dat heeft ze op televisie gezien. Ik weet niet ______________________________________________________________________________________ . Misschien moet ik eens op internet kijken. We willen graag weten ______________________________________________________________________ . We willen morgen namelijk een fietstocht maken. Mijn man en ik willen graag in Griekenland gaan wonen. We geloven dat ___________________________________________________________________________________________________ .

2.4 Relatieve bijzin Een relatieve bijzin staat achter een substantief. Dat noemen we het antecedent. De relatieve bijzin geeft extra informatie over het antecedent. Voorbeeld

(antecedent) De sprong is het boek

(relatieve bijzin) dat we in deze cursus gebruiken.

Een relatieve bijzin begint met een relatief pronomen. Relatieve pronomina: die, dat, waar + prepositie, prepositie + wie Voorbeeld

De sprong is het boek dat we in deze cursus gebruiken. Dit is een tekst die ik moeilijk vind. Dit is de pen waar ik altijd mee schrijf. Peter is een collega met wie ik vaak samenwerk. die verwijst naar een substantief met het artikel de De boeken die in de kast staan, zijn van mijn vader.

Grammatica

277


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 278

dat verwijst naar een substantief met het artikel het Het woordenboek dat op tafel ligt, is van mij. die en dat kunnen het subject of het object zijn van de relatieve bijzin. Voorbeelden

die als subject: De pen die daar ligt, is van Thomas. die als object: De rok die ik heb gepast, is te klein. (ik = subject) dat als subject: Het woordenboek dat in de kast staat, gebruik ik nooit. dat als object: Het woordenboek dat ik meestal gebruik, kostte 17 euro. (ik = subject) waar + prepositie verwijst naar een object / een ding. De prepositie vormt een combinatie met het verbum. De pen waar ik altijd mee schrijf, heb ik van mijn collega’s gekregen. (schrijven met …) Het sportprogramma waar ik elke zondag naar kijk, heet Studio Sport. (kijken naar …)

Let op

waar + prepositie kunnen ook als één woord achter het antecedent staan. De losse combinatie is frequenter.

Vergelijk

De pen waar ik altijd mee schrijf, heb ik van mijn collega’s gekregen. De pen waarmee ik altijd schrijf, heb ik van mijn collega’s gekregen. Het sportprogramma waar ik elke zondag naar kijk, heet Studio Sport. Het sportprogramma waarnaar ik elke zondag kijk, heet Studio Sport.

Let op

met ‘ waar + mee De pen waar ik meestal mee schrijf, heb ik van mijn collega’s gekregen. (schrijven met …) waar + in We laten de prepositie in meestal weg als we naar een plaats verwijzen. De stad waar we wonen, is Utrecht. In de volgende combinatie kunnen we de prepositie in niet weglaten. Een hobby waar ik veel plezier in heb, is kitesurfen. prepositie + wie verwijst naar een persoon. De prepositie vormt een combinatie met het werkwoord. De collega op wie ik kritiek heb, komt vaak te laat. (kritiek hebben op …) De kinderen op wie ik boos ben, gooien hun bal vaak in mijn tuin. (boos zijn op …)

278

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 279

Oefening 37

Vul het juiste relatief pronomen in: die, dat, waar (+ prepositie), (prepositie +) wie Voorbeeld

De vijf boeren maken kennis met de tien vrouwen ____________________________ ze op basis van hun brieven hebben uitgekozen. die ze De vijf boeren maken kennis met de tien vrouwen ____________________________ op basis van hun brieven hebben uitgekozen. 1 2

3 4

5

6

7

8

9

10 11

12

Mijn broer woont op een boerderij __________________________ vlakbij Zwolle ligt. Linda werkt bij een bedrijf ____________________________ verpakkingsmateriaal produceert. De fiets ____________________________ ik pas twee jaar had, is gestolen. De computer ____________________________ Wim dagelijks werkt, staat in de studeerkamer. We maken ons zorgen over Karel ____________________________ we de laatste jaren weinig contact hebben. De collega’s ____________________________ ik dagelijks samenwerk, komen uit verschillende landen. Mijn man helpt pubers ____________________________ met hun ouders en met school problemen hebben. Elke zaterdag krijg ik een mooie bos bloemen ____________________________ mijn man op de bloemenmarkt koopt. In Nederland ____________________________ op het noordelijk halfrond ligt, schijnt de zon in de zomer langer. Janny zorgt voor haar moeder ____________________________ nog zelfstandig woont. We zijn vorig jaar op vakantie geweest naar een eiland ____________________________ geen auto’s mogen rijden. De man ____________________________ Patricia houdt, woont in Colombia.

Oefening 38

Maak de tweede zin compleet met de informatie uit de eerste zin. Gebruik een relatief pronomen. Voorbeeld

Ik woon naast een Nederlands gezin. Het Nederlandse gezin ____________________________ , bestaat uit zes personen. waar ik naast woon , bestaat uit zes Het Nederlandse gezin ___________________________________________________ personen. 1

2

3

4

5

Het meisje moet morgen examen doen. Het meisje _____________________________ _________________________________________________________________________________ , is zenuwachtig. Ik heb een probleem met een collega. De collega ________________________________ __________________________________________________________ , werkt op donderdag en vrijdag. We hebben les van een docent. De docent _________________________________________ _____________________________________________________________________ , geeft al vijftien jaar les. Ellen schrijft soms met een vulpen. De vulpen ___________________________________ ________________________________________ , heeft ze voor haar 18e verjaardag gekregen. Gisteren hebben we een auto gekocht. De auto __________________________________ __________________________________________________________ , is van een oude dame geweest.

Grammatica

279


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 280

6

7

8

9

10

De medewerker van de servicebalie heeft me de oplossing geboden. Ik ben niet tevreden over de oplossing ___________________________________________________ . Vanochtend heeft Tom op de markt appels gekocht. De appels _______________________________________________________________ , komen uit Nieuw Zeeland. Volgende week hebben we een afspraak met de docent. De docent _________________________________________________________________ , is deze week op vakantie. Ik moet de oefeningen nog maken. De oefeningen _____________________________ ____________________________________________________________________________________ , zijn moeilijk. Karin begint 1 november met een nieuwe baan. De baan _________________________________________________________ , heeft ze via internet gevonden.

Oefening 39

Maak de zinnen af. Maak een relatieve bijzin. Voorbeeld

De taart ___________________________________________________________________________ , staat op tafel. die ik zelf heb gebakken , staat op tafel. De taart ___________________________________________________________________________ 1

2

3 4 5

6

7

8 9

10

280

Grammatica

Mijn vriend ______________________________________________________________________________________ , is vorige maand naar Nederland gekomen. Rianne zoekt een kamer ____________________________________________________________________ ________________________________________________________ . Weet jij waar ze die kan vinden? Het restaurant _____________________________________________________________ , was erg goed. Ik heb een nieuwe mobiele telefoon __________________________________________________ . Haar collega ______________________________________________________________________________________ ____________________________________________________________________________________ , is erg aardig. Waar zijn de sleutels __________________________________________________________________________ ________________________________________________________________ ? Ik kan ze nergens vinden. We wonen bij een park _______________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ . De bus ___________________________________________________________________________ , is altijd vol. Het huis ____________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________ , staat nu al ruim een jaar te koop. Ik ben de portemonnee kwijt _____________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ .


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 281

3 Comparatief en superlatief

1

(* zie ook: De opmaat, thema 5)

comparatief = adjectief + -er (+ dan…)

klein – kleiner mooi – mooier leuk – leuker

Ze is kleiner dan haar broer. Ik vind de blauwe rok mooier dan de bruine rok. Spreekoefeningen zijn leuker dan leesoefeningen.

Let op de spelling bij de volgende voorbeelden.

Vergelijk

hoog – hoger laag – lager

De Domtoren is hoger dan de Martinitoren. Gisteren was de temperatuur lager dan vandaag.

dun – dunner dik – dikker

Een sigaret is dunner dan een sigaar. Een sigaar is dikker dan een sigaret.

sportief – sportiever grijs – grijzer

Zijn vriendin is veel sportiever. Mijn moeder is de laatste jaren grijzer geworden.

duur – duurder lekker – lekkerder

Eten in een restaurant is duurder dan in een snackbar. We vinden pasta lekkerder dan aardappelen.

A Mijn nieuwe baan is leuker dan mijn vorige baan. B Ik heb een leukere baan. (de baan) A Ons oude huis was kleiner dan ons nieuwe huis. B We hadden een kleiner huis. (het huis)

Regel

A comparatief als los woord eindigt op -er B een + comparatief + substantief: comparatief eindigt op -ere (artikel = de) of -er (artikel = het)

2

superlatief = het / de + adjectief + -ste

klein – kleinste hoog – hoogste jong – jongste duur – duurste sportief – sportiefste Vergelijk

Utrecht is de de kleinste provincie van Nederland. De Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland. Mijn jongste broer heet John. De duurste huizen van Nederland staan in Blaricum. Wie is de sportiefste speler van jullie team?

A Ik woon in de kleinste provincie van Nederland. B Van alle provincies in Nederland is mijn provincie het kleinst(e). A De Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland. B Van alle kerktorens van Nederland is de Domtoren het hoogst(e). A Mijn jongste broer heet John. B Van alle broers en zussen is John het jongst(e).

Grammatica

281


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 282

A In Blaricum staan de duurste huizen van Nederland. B De huizen in Blaricum zijn het duurst(e). A Wie is de sportiefste speler van jullie team? B Van alle spelers is Joris het sportiefst(e). Regel

A superlatief + substantief: de of het + ste B superlatief als los woord aan het eind: het + st(e) (het woord kan eindigen op –st of –ste. Allebei is goed.) onregelmatige vormen: goed – beter – het best(e) veel – meer – het meest(e) weinig – minder – het minst(e) graag – liever – het liefst(e) 3 even … als / net zo … als Carla is even oud als Elisabeth. Appels zijn net zo duur als peren. 4 Hoe …, hoe … Hoe harder ik werk, hoe minder vrije tijd ik heb. Hoe langer we in Nederland wonen, hoe leuker we het vinden. Let op de woordvolgorde: Hoe + bijzin, hoe + bijzin!

Oefening 40

Werk in groepjes van drie. 1 2

Stel elkaar vragen en vul onderstaande tabel in. Vergelijk de informatie en gebruik daarbij de comparatief en de superlatief. cursist 1

leeftijd lengte schoenmaat kopjes koffie per dag reistijd naar de les prijs telefoonabonnement aantal familieleden aantal maanden in Nederland

282

Grammatica

cursist 2

cursist 3


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 283

4 Verwijzen naar dingen

(* zie ook: De opmaat, p. 254)

de-woorden: singularis Ik heb de krant gekocht. subject: De krant ligt op tafel. object: Heb je de krant gelezen?

Hij ligt op tafel. Heb je hem gelezen?

het-woorden: singularis Peter heeft een woordenboek gekregen. subject: Het woordenboek is Nederlands-Nederlands. Het is Nederlands-Nederlands. object: Hij heeft het woordenboek van Tim gekregen. Hij heeft het van Tim gekregen. Alle woorden: pluralis We lezen verschillende artikelen. subject: De artikelen gaan over sport. Ze gaan over sport. Wil jij ze lezen? object: Wil jij de artikelen lezen? Na een werkwoord met een vaste prepositie: er + prepositie of daar + prepositie Keken jullie vroeger ook naar Sesamstraat? Ja, wij keken er elke dag naar. Ja, daar keken we elke dag naar. Houden jullie van politieke programma’s? Nee, we houden er helemaal niet van. Nee, daar houden we helemaal niet van. Let op

met ‘ mee in de combinatie ‘er…mee’, en ‘daar…mee’ Werken jullie dagelijks met de computer? Ja, we werken er dagelijks mee. Ja, daar werken we dagelijks mee. Positie van er en daar in de zin. er staat direct achter verbum 1 (de persoonsvorm), nooit aan het begin van de zin. daar staat meestal aan het begin van de zin, maar kan ook achter verbum 1 staan. Hoe vaak kijk je naar het nieuws op tv? Ik kijk er elke dag naar. Daar kijk ik elke dag naar. (Of: Ik kijk daar elke dag naar.)

Grammatica

283


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 284

Oefening 41

Vul in:

hij / hem / het / ze / er

Voorbeeld

Ik ben mijn woordenboek kwijt. Heb jij ____________ ergens gezien? Ik heb ____________ vanochtend naar gezocht maar kan ____________ nergens vinden. het ergens gezien? Ik heb Ik ben mijn woordenboek kwijt. Heb jij ____________ ____________ vanochtend naar gezocht maar kan ____________ nergens vinden. er het 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

EĂŠn keer per week haal ik pizza. Ik eet ____________ helemaal op want ik ben ____________ gek op. Op tafel ligt een voetbaltijdschrift. Peter koopt ____________ bijna elke week. Misschien moet ik hem ____________ een abonnement op geven. Vanavond komt er een documentaire over de provincie Friesland op televisie. Ik wil ____________ naar kijken want ____________ lijkt me interessant. Het huiswerk? Ik heb ____________ niet gemaakt. Ik heb ____________ niet meer aan gedacht. Mag ik ____________ morgen inleveren? We maken ons zorgen over de klimaatveranderingen. Gisteren hebben we ____________ een documentaire over op televisie gezien. We moeten ____________ iets aan doen! Waar is mijn pen? Ik heb ____________ gisteren in mijn tas gedaan maar nu ben ik ____________ kwijt. De buren hebben een zeilboot gekocht. Ik weet niet hoeveel ze ____________ voor betaald hebben. ____________ ligt in de haven van Vlissingen. Carina vindt het openbaar vervoer in Nederland prima. Ze gebruikt ____________ bijna dagelijks en klaagt ____________ nooit over. Gisteravond hebben we een voetbalwedstrijd gezien. ____________ was heel spannend! Hebben jullie ____________ ook naar gekeken? Mijn broer heeft een auto. Ik mag ____________ af en toe lenen. Zaterdag ben ik ____________ mee naar mijn zus in Nijmegen gereden.

Oefening 42

Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw antwoord hem, het, ze, er of daar. Voorbeeld

Hebt u het Rijksmuseum al bezocht? Nee, ik heb het nog niet gezocht. Luistert u graag naar klassieke muziek? Ja, ik luister er graag naar. Ja, daar luister ik graag naar. 1

Hebben jullie gisteravond het journaal gezien? __________________________________________________________________________________________________________

2

Heeft Mila vorige keer de rekening betaald? __________________________________________________________________________________________________________

3

Maken jullie je huiswerk op de computer? __________________________________________________________________________________________________________

4

Heeft u mijn sleutels gevonden? __________________________________________________________________________________________________________

5

Bent u tevreden over uw woonplaats? __________________________________________________________________________________________________________

284

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 285

6

Werken ze dit weekend aan het spoor? __________________________________________________________________________________________________________

7

Hebben jullie de kaartjes voor de film gereserveerd? __________________________________________________________________________________________________________

8

Heeft u kritiek op dat televisieprogramma? __________________________________________________________________________________________________________

9

Gebruikt u uw woordenboek vaak? __________________________________________________________________________________________________________

10

Woont u naast een Chinees restaurant? __________________________________________________________________________________________________________

11

Hebt u uw paraplu meegenomen? __________________________________________________________________________________________________________

12

Leest u regelmatig de krant? __________________________________________________________________________________________________________

13

Doet u mee aan de Lotto? __________________________________________________________________________________________________________

14

Hoeveel hebt u voor uw fiets betaald? __________________________________________________________________________________________________________

15

Vindt u de soep lekker? __________________________________________________________________________________________________________

16

Hebben jullie de zon vandaag al gezien? __________________________________________________________________________________________________________

17

Houdt u van sneeuw? __________________________________________________________________________________________________________

18

Hebt u vannacht het onweer gehoord? __________________________________________________________________________________________________________

19

Zijn de kinderen van het lawaai geschrokken? __________________________________________________________________________________________________________

20

Zit de kat in de boom? __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

285


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 286

5 Waar

+

prepositie

Vraagzin: waar + prepositie (verwijst naar dingen/situaties) Waar heeft u last van? Waar worden mensen ziek van? Waarover hebt u geklaagd?

Ik heb last van de bouwactiviteiten. Ze worden ziek van de trillingen. Ik heb over de liftstoringen geklaagd.

Vraagzin: prepositie + wie (verwijst naar personen) Van wie heeft u last? Over wie hebt u geklaagd? Met wie hebt u gesproken?

Ik heb last van de buren. Ik heb over de buren geklaagd. Met een ambtenaar van de gemeente

Vergelijk

zonder prepositie Wat hoort u? Wat ziet u? Wat denkt u? Wat vindt u moeilijk? Wat vindt u vervelend?

met prepositie Waar luistert u naar? Waar kijkt u naar? Waar denkt u aan? Waar hebt u problemen mee? Waar hebt u een klacht over?

Let op

in een vraagzin zonder prepositie: waar = plaats Waar is het PSV-stadion?

Het PSV-stadion is in Eindhoven.

‘Waar + prepositie’ gebruiken we ook in de relatieve bijzin (zie ook p. 279, 280) Relatieve bijzin: waar + prepositie Het lawaai waar ik de hele dag last van heb, stopt pas om 18.00 uur.

286

Grammatica


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 287

Oefening 43

A Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1

Waar bent u bang voor? __________________________________________________________________________________________________________

2

Op wie bent u kwaad? __________________________________________________________________________________________________________

3

Waar bent u mee bezig? __________________________________________________________________________________________________________

4

Over wie maakt u zich zorgen? __________________________________________________________________________________________________________

5

Waar bent u blij mee? __________________________________________________________________________________________________________

6

Aan wie denkt u regelmatig? __________________________________________________________________________________________________________

7

Waar heeft de docent u mee geholpen? __________________________________________________________________________________________________________

8

Aan wie ergert u zich? __________________________________________________________________________________________________________

9

Waar bent u goed in? __________________________________________________________________________________________________________

10

Waar hebt u een hekel aan? __________________________________________________________________________________________________________

11

Om wie moet u vaak lachen? __________________________________________________________________________________________________________

12

Op wie lijkt u? __________________________________________________________________________________________________________

13

Waar schaamt u zich voor? __________________________________________________________________________________________________________

14

Waar bent u trots op? __________________________________________________________________________________________________________

15

Waar bent u aan verslaafd? __________________________________________________________________________________________________________

16

Waar hebt u verstand van? __________________________________________________________________________________________________________

17

Op wie moet u vaak wachten? __________________________________________________________________________________________________________

18

Waar hebt u zin in? __________________________________________________________________________________________________________

19

Op wie bent u verliefd? __________________________________________________________________________________________________________

20

Waar schrikt u van? __________________________________________________________________________________________________________

Grammatica

287


sprong binnen 8e oplage 2018.qxp_finale binnen def 05-11-18 14:38 Pagina 288

B Maak de vraag. Voorbeeld

? Ik luister naar Radio 1. __________________________________________________________________________ Waar luistert u naar ? Ik luister naar Radio 1. __________________________________________________________________________

1 ________________________________________________________________________________________________________

?

Stefan is boos op zijn vrouw. 2 ________________________________________________________________________________________________________

?

We hebben haar een bosje bloemen gegeven. 3 ________________________________________________________________________________________________________

?

Ik ben bezig met een opleiding psychologie. 4 ________________________________________________________________________________________________________

?

Caroline heeft veel ervaring met nieuwe media. 5 ________________________________________________________________________________________________________

?

We hebben genoten van een weekendje Berlijn. 6 ________________________________________________________________________________________________________

?

Ik heb een nieuwe laptop gekocht. 7 ________________________________________________________________________________________________________

?

We wachten nog op Isabel en Tom. 8 ________________________________________________________________________________________________________

?

Ik doe mijn boodschappen bij Lidl en Albert Heijn. 9 ________________________________________________________________________________________________________

?

We zijn blij met de goede resultaten van de toets. 10 ________________________________________________________________________________________________________

Mijn lievelingseten is pizza.

288

Grammatica

?

Profile for Boom uitgevers Amsterdam

De sprong  

De sprong