Page 1

Voorbereiding op het Staatsexamen NT2 II

B1 –> B2

Tot slot zijn de Taalhulp en de Grammatica flink uitgebreid. Deze onderdelen worden door cursisten erg gewaardeerd, omdat ze als naslagwerk te gebruiken zijn. In de Taalhulp staan praktische tips voor het schrijven van (in)formele brieven en e-mails, het beschrijven van statistische figuren, het gebruik van signaalwoorden, leesstrategieën, luisterstrategieën en veelgebruikte zinnen bij bepaalde taalhandelingen. In de grammatica wordt de theorie van de basisgrammatica van het Nederlands uitgebreid behandeld en kunnen cursisten meer dan vijftig extra oefeningen maken. Met de thema’s, de Taalhulp, de Grammatica én de website kunnen cursisten voor een groot deel zelfstandig aan de slag. Deze hulpbronnen gebruiken ze om hun taalvaardigheid verder te verbeteren, ook nog na het behalen van het Staatsexamen NT2.

www.nt2school.nl www.nt2.nl 9 789085 064985

Voorbereiding op het Staatsexamen NT2 II

Sinds 2007 is De finale een succesvolle methode om hoogopgeleide anderstaligen van taalniveau B1 naar B2 te brengen en ze voor te bereiden op het Staatsexamen NT2 programma II. Deze geheel herziene editie is erop gericht de cursisten nog beter kennis te laten maken met wat er van ze wordt verwacht. Zo hebben de auteurs lange spreekopdrachten en middellange schrijfopdrachten ontwikkeld zoals die ook op het schrijfexamen voorkomen. In alle acht de thema’s zijn nu authentieke lees- en luisterteksten terug te vinden en waar eerder alleen foto’s waren opgenomen zijn veel opdrachten en teksten nu van illustraties voorzien.

De finale

De finale

Maud Beersmans Wim Tersteeg

Tweede , herzien e editie

De finale Vo o r b e r e i d i n g o p h e t S t a a t s e x a m e n N T 2 I I B1 –> B2


De finale

finale 2019.indd 1

15-02-19 16:51


Kijk voor NT2-uitgaven van Boom op: www.nt2.nl

De finale bestaat uit de volgende onderdelen: • oefeningen lezen, luisteren, spreken en schrijven • oefeningen grammatica en woordenschat • uitgebreid hoofdstuk over grammatica • handige taalhulp • website met audio. video’s, oefeningen en docentenmateriaal

De finale in NT2 SCHOOL

• • • •

finale 2019.indd 2

Ga naar www.nt2school.nl. Maak een account aan of log in. Klik op ‘Activeer nieuw lesmateriaal’ en vul hier eenmalig onderstaande code in. Klik op ‘Bevestigen’. U kunt nu aan de slag!

15-02-19 16:51


De finale Voorbereiding op het Staatsexamen NT2 II B1 – B2

Tweede, herziene editie

Maud Beersmans Wim Tersteeg

Boom, Amsterdam

finale 2019.indd 3

15-02-19 16:51


© 2007, 2013 Maud Beersmans en Wim Tersteeg Zesde oplage, 2019 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht. nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro). No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher. De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden van de illustraties en de voorbeeldteksten te achterhalen. Mocht iemand desondanks menen dat zijn rechten niet zijn gehonoreerd, dan kan hij zich wenden tot de uitgever.

Omslag en binnenwerk: Anja Verhart Foto’s binnenwerk: Jos Blom, Amsterdam / ANP / Stock Illustraties: Sjors Vervoort, Eindhoven 978 94 6105 571 2 nur 110 isbn

finale 2019.indd 4

15-02-19 16:51


Inhoud Voorwoord Thema’s

1 2 3 4 5 6 7 8

Vakantie en vrije tijd 8 Verkeer en vervoer 32 Natuur en landschap 54 Eten en drinken 82 Het milieu 111 Veiligheid en gezondheid 132 Economie en werk 156 Wetenschap 182

Taalhulp

1 2 3 4 5 6 7

Signaalwoorden 200 Statistische figuren beschrijven 204 Formele brieven 207 Informele brieven en e-mails 209 Leesstrategieën 211 Luisterstrategieën bij berichten op radio, tv of internet 212 Hoe zeg ik het? 214

Grammatica 1 2 3 4

Het werkwoord 219 De zinsbouw 261 Er 274 Even groot als / groter dan / het grootst 280

Lijst van Latijnse grammaticatermen Over de auteurs

finale 2019.indd 5

286

287

15-02-19 16:51


Voorwoord Voor u ligt de vernieuwde versie van De finale. Sinds 2007 hebben vele NT2-leerders zich met De finale voorbereid op het Staatsexamen NT2programma II. Op basis van feedback van cursisten en gebruikers en op basis van onze eigen ervaringen hebben we de methode het afgelopen jaar herzien. De finale brengt cursisten van niveau B1 naar niveau B2 en biedt daarnaast oefeningen die aansluiten bij de verschillende onderdelen van het Staatsexamen. In deze vernieuwde versie vindt u veel spreek- en schrijfoefeningen. Een deel van deze oefeningen hebben eenzelfde vorm als de opdrachten in de Staatsexamens, zodat u met deze vorm kunt kennismaken en oefenen. Bovendien zijn er nieuwe lees- en luisterteksten toegevoegd. Bij deze teksten zijn meerkeuzevragen opgenomen zoals die ook in het Staatsexamen voorkomen. Soms ook worden er open vragen over gesteld. Bovendien zijn de bijlagen Taalhulp en Grammatica flink uitgebreid, zodat u veel achtergrondinformatie in het boek kunt nazoeken. Op de website bij de methode, www.nt2school.nl, vindt u de audio, de videofragmenten, de antwoorden bij de oefeningen, transcripten van luisterteksten, gatenteksten bij luisterteksten, links naar websites en het materiaal voor de docent. Net als in de vorige versie van De finale wisselen de verschillende vaardigheden binnen een thema elkaar op een natuurlijke wijze af. Daarnaast worden er verschillende werkvormen en samenwerkingsvormen gehanteerd. De methode is in principe geschreven voor klassikaal gebruik, maar kan ook voor een groot deel zelfstandig worden doorgewerkt. Een docent blijft nodig om feedback te geven op de spreek- en schrijfvaardigheid. Met veel enthousiasme hebben we aan deze nieuwe versie gewerkt. We hopen dat cursisten met het resultaat nog beter voorbereid zullen zijn op het Staatsexamen NT2-programma II, en dat docenten er met veel plezier mee zullen werken. Maud Beersmans Wim Tersteeg, oktober 2013

finale 2019.indd 6

15-02-19 16:51


Thema’s

finale 2019.indd 7

15-02-19 16:51


1 1

Vakantie en vrije tijd Ik kom tijd tekort

Spreken

Bespreek in tweetallen of groepjes de volgende vragen. 1 2 3 4 5

2

Hebt u op dit moment veel te doen, of hebt u het rustig? Wat moet u deze week nog allemaal doen? Wat hebt u nog nooit gedaan en wilt u in de toekomst graag een keer doen? Kunt u genieten van niks doen, of wilt u altijd actief bezig zijn? Hebt u genoeg vrije tijd, en wat doet u in uw vrije tijd?

Luisteren

U gaat luisteren naar het liedje ‘Zo veel te doen’ van de Nederlandstalige band Toontje lager. Deze band was heel populair in Nederland in de periode 1980-1985. Wat moet de zanger nog allemaal doen? Schrijf minimaal 10 activiteiten op. Welke activiteiten zijn realistisch, welke niet? Realistisch?

De finale

8

finale 2019.indd 8

1

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

2

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

3

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

4

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

5

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

6

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

7

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

8

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

9

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

10

_____________________________________________________________________________________

ja / nee

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


3

Luisteren

Luister nog een keer naar het liedje en maak de tekst compleet.

‘Zo veel te doen’ – Toontje Lager M’n boodschappen nog doen en ____________________________ de vuile was M’n haar dat wil ik groen maar dat kan ____________________________ pas de huur nog overmaken en de ____________________________ zo meteen Naar Valkenburg of Aken Waar moet ik dit ____________________________ nou weer heen? 008 Bellen Had ik dat ____________________________ nou uit of niet Girokaarten bijbestellen ____________________________ de vuilniszakken niet Die ____________________________ was veranderd en, oh, verrek, dat feest Naar de nieuwe van Fellini ben ik ____________________________ al geweest Ik ben geweest Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet de ____________________________ in Japan onder zien gaan Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet het ____________________________ eens in bloei zien staan Met m’n ____________________________ moet ik praten over de rol van man en vrouw Sinterklaasgedichten maken ____________________________ , het is pas juni nou De krant ligt nog te wachten Ik moet wat doen ____________________________ sport Slapeloze nachten Want de ____________________________ zijn te kort Ze zijn te kort

Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet nog eens wat jatten van een ____________________________

Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet nog ____________________________ in de Stille Oceaan M’n ____________________________ moet ik verschonen Ik moet naar de wc Belastingformulieren Te ____________________________ zo’n week of twee Ik zou langs bij haar ____________________________ Of kwam ze nou bij mij M’n agenda moet ik bijhouden Maar ik heb te ____________________________ tijd Te ____________________________ tijd Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet nog hinkstapspringen op de ____________________________

Zo veel te doen Ik heb nog zo veel te doen Ik moet hier ____________________________ nog eens vandaan Ik moet de ____________________________ in Japan onder zien gaan Ik moet het ____________________________ eens in bloei zien staan Ik moet nog eens wat jatten van een ____________________________

Ik moet nog ____________________________ in de Stille Oceaan Ik moet nog hinkstapspringen op de ____________________________

Ik moet hier ____________________________ nog eens vandaan

finale 2019.indd 9

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

9

De finale

15-02-19 16:51


4

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1

Als u op vakantie gaat, met welk(e) vervoermiddel(en) reist u dan meestal? 2 Op de foto ziet u een camper. Hebt u weleens met een camper gereisd? 3 Wat zijn de voordelen van het reizen met een camper? 4 Wat zijn de nadelen van het reizen met een camper?

5

Luisteren

Lees de vragen. Luister naar de tekst en beantwoord de vragen. 1

2

De finale

10

finale 2019.indd 10

Waarom gaan Dennis en Nicolien met de camper op vakantie? a Omdat het vaak regent. b Omdat het een comfortabele manier van reizen is. c Omdat hun tent kapot ging. Waarom heeft het lang geduurd voordat Dennis en Nicolien hun camper kochten? a De meeste campers waren te duur. b Volkswagenbusjes zijn moeilijk te vinden. c Ze zochten een goed onderhouden busje.

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


3

In wat voor auto gaan Dennis en Nicolien trouwen? a hun camper b een stadsbus c een Mercedes

4

Bij welke snelheid rijdt de camper het best? a 90 kilometer per uur b 120 kilometer per uur

5

Hebben ze weleens pech onderweg gehad? a Nee, nog nooit want hun busje hebben ze helemaal vernieuwd. b Ja, één keer en dat hebben ze toen zelf kunnen repareren. c Ja, één keer en toen zijn ze naar een garage gegaan.

6

Waarom trekt hun camper de aandacht van veel mensen? a Hij is bijzonder en maakt veel lawaai. b Hij maakt veel lawaai en is gemaakt van blik. c Hij is heel kleurrijk en bijzonder.

7

Waarom hebben ze geen wc in de camper? a Dat kan technisch niet. b Daar is geen plaats voor. c Dat vinden ze niet zo belangrijk.

8

Wat zijn volgens Nicolien de voordelen van de camping? a eigen sanitair en contact met mensen b contact met mensen en vrijheid c eigen sanitair en vrijheid

9

Waar staan Nicolien en Dennis het liefst met hun camper? a in de natuur b op kleine campings c op familiecampings

10 Waar

kopen ze hun boodschappen? a Ze nemen alles mee uit Nederland. b Ze kopen een deel in Nederland en een deel in het vakantieland. c Ze kopen alles in het vakantieland.

Bron: Viva

finale 2019.indd 11

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

11

De finale

15-02-19 16:51


6

Grammatica: werkwoordstijden

* Kijk in de Grammatica (p. 219 e.v.) voor uitleg en extra oefeningen.

Hieronder vindt u de uitgeschreven tekst van het eerste deel van het luisterfragment van oefening 5. Vul het werkwoord in de goede tijd in. pre = presens, imp = imperfectum, perf = perfectum, plus = plusquamperfectum

Nicolien Smit en Dennis Ruiter (gaan-pre) _____________________________________________ elke vakantie met hun Volkswagen-camper uit 1997 op pad. Ze (rijden-perf) ___________________________________________________________________________ al naar Noorwegen, NormandiÍ en Texel _________________________________________________________ . Waarom een camper? Dennis: We (reizen-perf) __________________________________________________________________ een tijdlang met de tent ________________________________________________________ maar dat (bevallen-imp) ___________________________________________ ons niet. Wij (slapen-pre) ____________________________________________________________________ nooit twee nachten op dezelfde plek, en om nou elke keer die tent op te zetten... Veel te veel gedoe, zeker als het (regenen-perf) __________________ ___________________ . Daar (hebben-pre) _______________________________________________________________________ we nu sowieso geen last meer van. Bovendien (zijn-pre) ____________________________________________________________________________ een camper warmer en je (hebben-pre) _________________________________________________ alles bij de hand. Nicolien: Ik (hebben-perf) _____________________________________________________________________ altijd iets met oude Volkswagenbusjes _________________________________________________________________ . Zo een (willen-pre) ____________________________________________________________________________ ik er ook, (weten-imp) ___________________________________________________________________________ ik. Het (duren-perf) ___________________________ nog wel even ____________________________________ voordat we ’m (vinden-imp) __________________________________________________________________ . Veel bussen (beschadigen-perf passief) ______________________________________________ erg _______________________________________________________ en (moeten restaureren-pre passief) ______________________________________________________ compleet _______________________________________ __________________________________________________________________________________________________________ . Daar (hebben-imp) ____________________________________________________ we dus geen zin in. Uiteindelijk (vinden-imp) _________________________________________________________ we deze. Hij (hebben-pre) ____________________________________________________ wel wat roestplekjes, en we (laten vervangen-perf) ____________________________________________________________ een aantal onderdelen ____________________________ _________________________________ , maar verder (zijn-pre) ____________________________________________________________ ie in prima staat. We (gaan trouwen-pre) ________________________________________________________________ dit jaar _____________________________________________ en je (kunnen raden-pre) __________________________ _____________________ wel __________________________________________ wat onze trouwauto wordt!

De finale

12

finale 2019.indd 12

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


7

Woordenschat

Hieronder vindt u de uitgeschreven tekst van het tweede deel van het luisterfragment van oefening 5. Probeer de betekenis van de onderstreepte woorden in onderstaande tekst uit de context af te leiden of gebruik een woordenboek.

Hoe rijdt ie? Dennis: Hij haalt de 120, maar je wilt niet weten hoe. Gemiddeld rijden we zo’n 90 kilometer per uur; dan rijdt ie lekker. Tot nu toe hebben we geen pech gehad. Oké, de uitlaat is er een keer onder vandaan gevallen, maar met wat bouten en schroeven hebben we dat snel verholpen. Gewoon even naar de plaatselijke doe-hetzelfmarkt.

Veel leuke dingen meegemaakt? Nicolien: Zodra we de camping op rijden, kijkt iedereen om. Er zit zo’n kevermotor in, dus dat ratelt als een gek. En de bus zelf is ook een flinke blikvanger. Laatst stonden we op een prachtige plek in Noorwegen, bij een waterval. Dit bleek echter een toeristische trekpleister te zijn, dus bussenvol Japanners natuurlijk. Iedereen wilde onze bus fotograferen. Dennis: Het is een kleine bus, maar we hebben het er heerlijk in. Er zit een slaapcabine op het dak, we hebben stromend water, twee gaspitten en een koelkast. Er kon ook een toilet in, maar dat vonden we zonde van de ruimte. Als we willen douchen, doen we dat gewoon op de camping. Vinden we helemaal niet vervelend. Nou ja, soms dan. Sta je net je tanden te poetsen, zit er naast je iemand te poepen; dat is toch minder prettig. Nicolien: Je ziet ons ook niet met een wc-rol over de camping lopen. Daar hebben we een toilettas voor. Maar verder kan ik alleen maar voordelen van kamperen bedenken. De vrijheid, de natuur, het contact met mensen. Wij zoeken alleen de kleine campings op, die zijn vaak mooier, gezelliger en ook netter dan die grote familiecampings. We koken altijd zelf, elke avond. Wist je dat je zelfs gekookte aardappels in blik kunt kopen? Nou, dat soort dingen kun je van tevoren allemaal inslaan. Toen we naar het toch wel dure Noorwegen gingen, hadden we voor de meeste dagen een maaltijd meegenomen. Verse producten als melk en brood, en soms groenten en fruit, haalden we zo veel mogelijk ter plekke.

8

Woordenschat

Vul de onderstreepte woorden van oefening 7 in de goede vorm in onderstaande zinnen in. 1

Mijn zus heeft voor de bruiloft van haar beste vriendin een nieuwe hoed gekocht. Het is een hele grote met felle kleuren en een rode roos voorop. Het is een ______________________________________________ . 2 Peter heeft een kleine logeerkamer in zijn huis. Hij heeft er geen bed neergezet, maar een slaapbank. Een bed zou ______________________________________ zijn.

finale 2019.indd 13

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

13

De finale

15-02-19 16:51


3

Mijn broer had gisteren erge ______________________________________________ . Toen hij gisteren naar een sollicitatiegesprek in Amsterdam moest, wilde hij met de fiets naar het station gaan. Toen hij buitenkwam, zag hij dat hij een lekke band had. Daarom nam hij de bus, maar daar moest hij lang op wachten. Hierdoor miste hij de trein. In Amsterdam was er net een ongeluk met een tram gebeurd. Dus ging hij lopen. Hij kwam een half uur te laat op het gesprek. 4 Als je naar het theater gaat, moet je ______________________________________________ kleren aantrekken. 5 De koffie wordt volgende week € 0,50 duurder per pond. Ik ga morgen dan ook 20 pakken ______________________________________________ . 6 We hebben gisteren een boekenkast gekocht die we zelf in elkaar moeten zetten. In het bouwpakket zaten de planken, _________________________________ en een werkbeschrijving. 7 Als de koning in zijn gouden koets door Den Haag rijdt, _______________________ _______________________ dat ______________________________________________ . De houten wielen rijden dan namelijk over stenen straten. 8 Ik houd niet van fruit uit ______________________________________________ . Ik eet liever vers fruit. 9 Gisteren is er een ernstig auto-ongeluk gebeurd. De politie en de ambulance waren snel ______________________________________________ , waardoor de slachtoffers snel naar het ziekenhuis konden worden gebracht. 10 Als je een vreemd geluid onder je auto hoort, kan het zijn dat je ____________ __________________________________ kapot is. 11 Vorig jaar waren we op vakantie in Brazilië en kwamen we op een wandeltocht langs een prachtige ______________________________________________ . Er was een hoogteverschil van zo’n 70 meter. 12 De ______________________________________________ van Parijs is de Eifeltoren.

9

Schrijven

* Kijk in de Taalhulp (p. 204) voor uitleg en extra oefeningen.

U studeert Toerisme aan een hogeschool. U hebt onderzoek gedaan naar buitenlandse vakantiebestemmingen van Nederlanders. U hebt twee dingen onderzocht. • •

Naar welke landen gaan Nederlanders sinds 2002 op vakantie? (resultaten in tabel 1) Van welke soort accommodaties maken Nederlanders sinds 2002 gebruik als ze op vakantie naar het buitenland gaan? (resultaten in tabel 2)

Schrijf een korte samenvatting (ongeveer 100 woorden) van uw onderzoek. Daarin beschrijft u wat u hebt onderzocht en wat de resultaten van uw onderzoek zijn. Noem daarbij niet alle landen en accommodaties, maar alleen de opvallende resultaten.

De finale

14

finale 2019.indd 14

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


Tabel 1: Buitenlandse vakanties van Nederlanders naar land van bestemming (in percentages) 2002

Land

7

2007

7

2010

België

6

Frankrijk

20

12

16

Spanje

12

11

8

Oostenrijk

8

8

8

Zwitserland

3

3

2

Groot-Britannië

3

3

3

Duitsland

10

13

14

Italië

6

6

6

Griekenland

4

4

5

Turkije

3

5

7

Egypte

1

1

2

Verre Oosten

1

2

3

Verenigde Staten

2

2

3

Tabel 2: Lange vakanties in het buitenland naar soort accommodatie (in percentages) accommodatie

2002

2007

2010

woning van familie, vrienden of kennissen

12

hotel

27

37

35

pension, bed & breakfast

appartement

15

13

13

zomerhuisje, vakantiebungalow

13

12

11

tent, bungalowtent

10

caravan, vouwwagen, camper

12

11

3

8 2

7

8 3

6

14

Bron: www.cbs.nl

10

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek de volgende vragen. 1

finale 2019.indd 15

Kijk naar tabel 1 uit oefening 9 en bespreek de volgende vragen. In welke landen bent u al geweest? Wat vond u van die vakantielanden? Naar welke landen wilt u nog weleens gaan? Naar welke landen wilt u liever niet gaan en waarom niet?

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15

De finale

15-02-19 16:51


De finale

16

finale 2019.indd 16

2

Kijk naar tabel 2 uit oefening 9 en bespreek de volgende vragen. In welke soort accommodaties hebt u weleens overnacht? Wat vond u daarvan? Welke soort accommodatie heeft uw voorkeur? Welke soort accommodatie zou u nooit zelf uitkiezen en waarom niet?

3

Kijk naar de foto’s. Beschrijf de accommodaties zo gedetailleerd mogelijk.

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


11

Lezen

Lees de tekst en beantwoord de vragen. 1 2 3

4 5

Wat heeft Brits onderzoek aangetoond ten aanzien van het aantal jongeren dat zelfstandig op vakantie gaat? Wat bedoelt de schrijver met de term ‘boemeranggeneratie’? Hoeveel procent van de mannen tussen 21 en 25 jaar zegt dat ze de afgelopen drie jaar met hun ouders op vakantie zijn geweest? En hoeveel procent van de vrouwen? Hoe denken de jongeren over het idee van een familievakantie? Welke oorzaak noemt de schrijver voor de geconstateerde tendens?

Meer jongeren willen met ouders op vakantie

De tijd dat jongvolwassenen liever alleen op avontuurlijke vakantie trekken, lijkt voorbij. Brits onderzoek wijst uit dat tieners en jongvolwassenen vaker op kosten van de ouders reizen. Daarom pakken ze samen met ma of pa hun koffers. Het aandeel jongeren tussen de 16 en 25 jaar die zelfstandig op vakantie trekken, is sinds 2008 in twee jaar tijd gedaald van 6 procent naar 2 procent. De cijfers verklaren het fenomeen van de boemeranggeneratie: jongvolwassenen die steeds vaker naar huis terugkeren om te profiteren van de gratis was-, plas- en vervoerservices. Ook de vakantie lijken ze nu te willen opnemen in het gratis comfortpakket. Vier op de tien mannen tussen de 21 en 25 jaar geven toe dat ze de afgelopen drie jaar al met de ouders in het buitenland verbleven. Bij de vrouwen is dat iets minder dan een derde van de ondervraagden. Minder negatief ‘De tijd dat jongeren niet konden wachten om aan hun ouders te ontsnappen en de wijde wereld in te trekken, lijkt voorbij’, stellen de onderzoekers van marketingbedrijf Mintel. ‘Het jonge volk wil liever binnen het veilige bereik van mama blijven. Jonge reizigers staan minder negatief tegenover het idee van een familievakantie.’

finale 2019.indd 17

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

17

De finale

15-02-19 16:51


Recessie Volgens het marktonderzoek speelt ook de recessie een rol. Veel jongvolwassenen zouden niet meer in staat zijn om zelfstandig op vakantie te gaan. Een op de vier vindt moeilijk een baan, een op de tien heeft een studielening lopen. Hierdoor kunnen ze hun vakantie moeilijk zelf bekostigen en zijn ze daarvoor geheel of gedeeltelijk afhankelijk van hun ouders. Bron: www.hln.be

12

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1

Wat vindt u ervan dat jongeren alleen op vakantie gaan? Vanaf welke leeftijd vindt u het verantwoord dat ze zonder hun ouders op vakantie gaan? 2 Hoe is de situatie in uw land? Gaan jongeren al snel zelfstandig op vakantie, of nog lange tijd met hun ouders? 3 Welke adviezen zou u jongeren in ieder geval geven als ze zelfstandig op vakantie gaan? Maak samen een lijstje van belangrijke tips.

13

Schrijven

Wereldwijd groeit het toerisme. Mensen hebben meer vrije tijd en meer geld. Zo gaan mensen steeds verder weg op vakantie (bijvoorbeeld naar Thailand, Cuba, Zuid-Afrika, Australië). Beschrijf in een tekst van 100 tot 150 woorden wat u hiervan vindt. Bespreek de voor- en nadelen voor de landen waar het toerisme is toegenomen. U kunt denken aan: •

economische bloei

• werkgelegenheid •

14

invloed op natuur en milieu

Grammatica en schrijven * Kijk in de Grammatica (p. 262 e.v.) voor uitleg en extra oefeningen.

Maak de zinnen compleet. 1

Mijn vriend is een groot deel van zijn vrije tijd actief op Facebook of Twitter. Ik vind dat zonde van de tijd. Volgens mij ________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 2 Aangezien _______________________________________________________________________________________ , konden we helaas niet op vakantie gaan.

De finale

18

finale 2019.indd 18

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


3

4

5

6

7

8 9

10

15

Over vier maanden treden de Rolling Stones op in de Amsterdam Arena. Ook al _____________________________________________________________________________________________ , ik heb nu al kaartjes besteld voor hun concert. Saskia en Johan wilden een weekendje weg. Saskia stelde voor ______________ _______________________________________________________________________________________________________ , maar Johan zei dat hij daar helaas geen geld voor had. Sommige mensen zijn zo verslaafd aan tv-kijken, dat ze niet weg te slaan zijn bij die televisie. Dat is jammer, want _____________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Mijn buren hebben me gevraagd of ik naar hun vakantiefoto’s kom kijken, maar ________________________________________________________________________________________ . Ik heb er een hekel aan, die foto’s zijn allemaal hetzelfde. Hoewel ik weinig vrije tijd heb, probeer ik één keer per week _______________ _______________________________________________________________________________________________________ . Als ik dat niet doe, heb ik te veel stress. Wij gaan volgend jaar een verre reis maken naar Indonesië, tenzij __________ _______________________________________________________________________________________________________ . Karin en Peter gaan al jarenlang met hun caravan op vakantie naar Frankrijk. Afgelopen jaar ____________________________________________________________________ ______________________ . Daarom hebben ze dit jaar een nieuwe caravan gekocht. Binnenkort heeft Simone een weekje vakantie. ____________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Ze is daar nog nooit geweest, dus ze verheugt zich erg op dat reisje.

Woordenschat

In Nederland wordt het kampeerseizoen elk jaar geopend op 1 april. Kijk en luister naar het videofragment op de website. U hoort kampeerders van een camping in Bakkum. Bakkum ligt aan de Noordzee ten noordwesten van Amsterdam. Veel Amsterdammers gaan daar in de zomer naartoe. Daarnaast ziet en hoort u fragmenten uit het Polygoonjournaal van 1951.

Woordenlijst staan te trappelen van ongeduld het Polygoonjournaal slepen

zin hebben om iets te gaan doen, enthousiast zijn filmjournaal dat in de jaren vijftig in bijna alle bioscopen in Nederland werd vertoond (over de grond) trekken

Die man neemt zijn kinderen overal mee naartoe, hij sleept ze zelfs af en toe mee naar zijn werk.

het kozijn

lijst van raam of deur

Mijn buurman heeft zijn kozijnen laten vernieuwen. Eerst had hij houten kozijnen en nu zijn ze van kunststof.

soppen

schoonmaken met water en zeep

Elke zaterdagochtend sop ik de badkamer.

de bakermat

de oorsprong, plaats waar iets is begonnen

Engeland is de bakermat van de voetbalsport.

finale 2019.indd 19

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

19

De finale

15-02-19 16:51


de veldloop

crosscountry, hardloopwedstrijd in de natuur

Morgen doe ik mee aan een veldloop van 15 kilometer in de duinen bij Zandvoort.

veroveren

(met moeite) krijgen, winnen

Voor dit concert is het moeilijk een kaartje te veroveren. Mensen gaan er ’s nachts voor in de rij liggen.

ergens je tenten opslaan vermijden

ergens (tijdelijk) gaan wonen zorgen dat iets niet gebeurt

Ik rijd ’s ochtends altijd al om half zeven met de auto naar mijn werk om files te vermijden.

het eigendom

bezit

Is dat huis jouw eigendom of huur je het?

neerpoten

neerzetten (spreektaal)

Zal ik onze parasol hier naast deze struik neerpoten?

de Jordaan

een buurt in het centrum van Amsterdam

De Jordaan is tegenwoordig een populaire wijk om in te wonen.

Zaanders

mensen die in Zaandam wonen

Veel Zaanders komen dagelijks met de trein voor hun werk naar Amsterdam.

met iemand kunnen opschieten goed contact hebben met iemand

Het is fijn om goed op te kunnen schieten met je buren.

met een paar handgrepen elektra minder draagkrachtigen

met een paar eenvoudige handelingen, snel elektriciteit (volkstaal) arm(er)en

Het kabinet geeft dit jaar extra geld uit aan de minder draagkrachtigen in onze samenleving.

oom Greet, tante Pietje en tante Klaasje iemand met de nek aankijken de yup

‘gewone’ mensen minachtend doen tegen iemand, op iemand neerkijken young urban professional, jonge(re) man of vrouw die carrière maakt en veel geld verdient In de villawijk wonen veel yuppen.

Kies het goede woord en vul in. Verander de vorm als het nodig is. Kies uit:

eigendom – kozijn – minder draagkrachtigen – slepen – soppen – vermijden – veroveren – yup 1

2 3 4 5

De finale

20

finale 2019.indd 20

Mijn jongste broer is een echte __________________________________________________________ : hij werkt 70 uur per week, rijdt in een Mercedes, heeft een groot huis en een huishoudster. De auto is erg vies geworden. Wil jij hem even _____________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ ? Petra heeft astma. Daarom _________________________________________________________________ ze gelegenheden waar gerookt wordt. Elke vier jaar laten we onze houten _____________________________________________________ opnieuw schilderen. Welke zwemmer heeft drie gouden medailles op de Olympische Spelen _______________________________________________________________________________________________________ ?

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


6

‘Dames en heren, we naderen station Rotterdam Centraal. Denkt u bij het verlaten van de trein aan uw persoonlijke ___________________________________ !’ 7 De auto van de buurman is kapot. Ik ___________________________________________________ _________________________________________________ hem achter mijn auto naar de garage. 8 Kamperen was vroeger vooral voor _______________________________________________________ _______________ . Tegenwoordig kamperen allerlei soorten mensen, ook rijke.

16

Woordenschat

Wat hoort bij elkaar? Trek een lijn.

17

trekken

neerzetten

schoonmaken

slepen

veroveren

ontwijken

vermijden

soppen

neerpoten

krijgen

kozijn

crosscountry

bakermat

bezit

veldloop

raamlijst

eigendom

elektriciteit

elektra

oorsprong

Spreken

Werk in groepjes van drie en bespreek de volgende vragen met elkaar. 1

finale 2019.indd 21

Hebt u weleens gekampeerd? Zo ja: • Waar en wanneer hebt u gekampeerd? • Hebt u met een tent of een caravan gekampeerd? • Wat vond u ervan? Zo nee: • Zou u weleens willen kamperen? • Beargumenteer uw mening.

2

Wordt er in uw land veel gekampeerd? Welke mensen kamperen in uw land: de minder draagkrachtigen of de rijkeren?

3

Bespreek voor- en nadelen van een kampeervakantie.

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

21

De finale

15-02-19 16:51


18

Luisteren

Lees eerst de vraag. Luister en kijk naar het beeldfragment en beantwoord de vraag. Welke verschillen ziet u tussen kamperen vroeger (in de jaren ’50) en nu? ______________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________

19

Luisteren

Lees eerst de vragen. Luister en kijk naar het beeldfragment en beantwoord de vragen. 1

Wat is waar? a In Bakkum is de oudste camping van Nederland. b In Bakkum is een van de oudste campings van Nederland. c In Bakkum is een traditionele camping.

2 Welke

drie dingen moeten de mensen doen om een plaatsje op de camping van Bakkum te krijgen? a Aan een hardloopwedstrijd deelnemen. b Hun tent opzetten. c Een nummer halen. d Het kampeerterrein opgaan. e Ruzie vermijden. f Iets van henzelf neerzetten.

De finale

22

finale 2019.indd 22

3

Wat vindt mevrouw Van Berkum? a Haar caravan klaarzetten is veel en vervelend werk. b Haar caravan klaarzetten is veel maar leuk werk. c Haar caravan klaarzetten is niet veel maar vervelend werk. d Haar caravan klaarzetten is niet veel en leuk werk.

4

Waarom vindt mevrouw Bertelkamp het heerlijk op de camping? a Omdat er niet veel veranderd is. b Omdat ze veel buiten is. c Omdat het vlak bij Amsterdam is.

5

Wat is er volgens Mevrouw Bertelkamp de laatste 50 jaar veranderd? a Vroeger waren er meer Amsterdammers op de camping. b Nu zijn er meer Amsterdammers op de camping. c Vroeger waren de mensen aardiger voor elkaar.

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


6

In het Polygoonjournaal wordt de term ‘echte kampeerders’ gebruikt. Wat zijn echte kampeerders? Noem twee criteria. __________________________________________________________________________________

7

Hoe lang heeft mevrouw Van de Hoek elektriciteit? a Minder dan zes jaar. b Meer dan zes jaar. c Ongeveer zes jaar.

8

Wat vindt mevrouw Van de Hoek? a Haar slaapkamer is te klein. b Haar slaapkamer is niet klein. c Haar slaapkamer is klein maar prima.

9

Meneer Keizer zegt: ‘Nu zitten er ook, ja internisten, economen, dat soort allemaal, wat vroeger toch niet was.’ Wat bedoelt hij met ‘dat soort allemaal’?

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

20

Grammatica: zinsbouw / conjuncties en adverbia * Kijk in de Grammatica (p. 262) voor uitleg en extra oefeningen.

Vul een van de onderstaande conjuncties of adverbia in. Elk woord mag maar één keer worden ingevuld. Kies uit:

al – anders – hoewel – maar – mits – nadat – terwijl – toen – want – zodat 1 2 3 4

5

6 7

8

finale 2019.indd 23

Vandaag is de opening van het kampeerseizoen. Veel mensen stonden al klaar ______________________________________________ het hek openging. ______________________________________________ mevrouw Van Berkum haar eigen caravan had neergezet en opgeruimd, heeft ze anderen geholpen. Het is best zwaar werk, ______________________________________________ het is ook wel leuk om te doen. ______________________________________________ er vroeger alleen maar Amsterdammers op de camping waren, zijn er nu ook mensen uit andere delen van Nederland en ook Duitsers. Ze kan goed met een familie uit Zutphen opschieten, ________________________ ______________________ heeft ze het meeste contact met mensen uit Amsterdam en Zaandam. Je moet op dit deel van de camping staan, ___________________________________________ heb je geen elektriciteit. Mevrouw Van de Hoek vindt het belangrijk om elektriciteit in haar stacaravan te hebben, ______________________________________________ er een koelkast in haar keuken kan staan. _____________________________________________ veel mensen vinden dat ze een kleine slaapkamer heeft, is mevrouw Van de Hoek er zelf erg tevreden over.

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

23

De finale

15-02-19 16:51


9

Er komen steeds meer mensen naar de camping, __________________________________ ______________________ ze hebben ontdekt dat het bos heerlijk is. 10 Meneer Keizer vindt het niet vervelend dat er steeds meer yuppen naar de camping komen, ______________________________________________ ze gewoon doen zoals iedereen.

21

internet en schrijven * Kijk in de Taalhulp (p. 209) voor uitleg over het schrijven van een informele brief of e-mail.

U gaat binnenkort een week met een vriend(in) kamperen ergens in Nederland. Kies twee gebieden waar u graag wilt kamperen en zoek op internet informatie over één camping in elk gebied. 1

Noteer de volgende informatie van beide campings.

2

naam en adres de prijs voor twee personen voor een week (u gaat met de auto, en u wilt ook elektriciteit) • faciliteiten op de camping • ligging en toeristische informatie (hoe is de omgeving, wat kan je er zien en doen?) •

U schrijft uw vriend(in) de volgende e-mail. Maak de tekst compleet.

Van: _____________________________________________________________________________________________________________ Aan: _____________________________________________________________________________________________________________ Onderwerp: _____________________________________________________________________________________________________________

Hoi __________________________________________________ ,

Het is bijna zover. Over een paar weken gaan we lekker een weekje kamperen. Zoals we hadden afgesproken, heb ik wat informatie opgezocht over twee campings. Ik heb de volgende informatie gevonden: Camping 1: _______________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________

Camping 2: _______________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________

De finale

24

finale 2019.indd 24

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


Volgens mij kunnen we het beste naar camping __________ gaan, omdat ______________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________

Wat vind jij ervan? Kun je me zo snel mogelijk terugmailen, dan kan ik de camping reserveren. Groetjes, ________________________________________________________

22

Spreken

Wat zegt u in de volgende situaties? 1

a U hebt net een nieuwe tent gekocht. Een vriend vraagt hoe de tent eruitziet. Kijk naar het plaatje.

Noem minimaal twee kenmerken van de tent. b Een maand later vraagt dezelfde vriend of hij uw tent een weekend mag lenen. U hebt hem zelf niet nodig. Uw vriend is echter nogal onhandig en slordig. Wat zegt u?

finale 2019.indd 25

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

25

De finale

15-02-19 16:51


2

U staat drie dagen op een camping. Als u zich ’s ochtends wilt douchen ziet u dit.

U gaat naar de campingbeheerder om te klagen. Wat zegt u?

3

Op de camping staat u naast een groep jongeren van 18 jaar. Kijk naar het plaatje.

U gaat de volgende ochtend naar de jongeren toe. Wat zegt u?

4

Via internet hebt u een mooie plaats op een camping in Frankrijk gereserveerd (A).

A

B

De finale

26

finale 2019.indd 26

U komt op de camping en krijgt een plekje bij de ingang (B). Kijk naar het plaatje. U bent boos. Wat zegt u tegen de Nederlandse campingbeheerder?

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


5

U hebt een hotelkamer gereserveerd, u arriveert in uw hotel en krijgt de kamersleutel. Als u in de hotelkamer komt, ziet u dit.

U gaat naar de receptie. Wat zegt u? 6

7

U heeft twee weken een appartement aan de kust geboekt. Na vier dagen gaat er iets kapot. (Bedenk zelf wat er kapot is.) U belt de verhuurder. Wat zegt u? Nadat u een weekje in een vakantiehuisje op Schiermonnikoog van uw vakantie heeft genoten, krijgt u nog een rekening van de verhuurder. U moet nog e 75 schoonmaakkosten betalen. U bent het daar niet mee eens.

Huurovereenkomst ........................................ Vakantiehuisje ‘Merel’ zaterdag 1 mei tot 14.00 uur

zaterdag 8 mei 10.00 uur

huur: e 425,- incl. gas, water, licht en eindschoonmaak

finale 2019.indd 27

U belt de verhuurder op. Wat zegt u?

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

27

De finale

15-02-19 16:51


23

Lezen

Bron: Janny Groen voor de Volkskrant

De finale

28

finale 2019.indd 28

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


Lees de tekst en beantwoord onderstaande vragen. 1

In welke stad ligt strand IJburg?

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

2

Hoe was de openingsdag op strand IJburg?

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3

Welke activiteiten worden er op de stadsstranden georganiseerd?

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4

Welke faciliteiten hebben de stadsstranden?

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5

Wat vindt u van het idee van deze stadsstranden? Zou u er wel of niet naartoe gaan? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

Bent u weleens op een echt strand aan de Nederlandse kust geweest? Zo ja, waar? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

24

Spreken

Werk in drietallen. U ziet hieronder woorden die vakanties typeren. U ziet steeds twee woorden naast elkaar. Daarna moet u ĂŠĂŠn woord kiezen dat uw voorkeur heeft. Beargumenteer waarom u dat woord gekozen heeft. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

finale 2019.indd 29

populaire bestemming all-invakantie reisbureau actief zijn natuur zon feesten dichtbij zee internationale gerechten

rustige, onbekende bestemming zelfstandig reizen eigen planning uitrusten stad sneeuw cultuur ver weg bergen lokale gerechten

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

29

De finale

15-02-19 16:51


25

Schrijven

© Reid, Geleijnse & Van Tol

U leest onderstaand stukje op een internetforum over vakantiebestemmingen en besluit te reageren.

‘Ik ga al jaren naar all-inclusive hotels en dat bevalt me heel goed. Je boekt een hotel voor een weekje op een topbestemming. Meestal is het hotel ook nog op loopafstand van het strand. Als je voor weinig geld goed eten en drinken erbij krijgt, waarom niet? Ook de kinderen amuseren zich goed omdat er een animatieteam in het hotel is. Als ouder kom je zo aan je welverdiende rust toe. Vaak zijn er ook veel landgenoten als je een goede bestemming kiest. Gezellig toch?’ Ron Jansen

Schrijf een reactie van 70 tot 100 woorden. Wat vindt u van dit soort all-inclusive vakanties? Bent u het met de schrijver eens? Waarom wel of niet?

De finale

30

finale 2019.indd 30

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

15-02-19 16:51


26

Spreken

Lange spreekopdracht U hebt een opdracht gekregen van de directie van hotel Marktzicht. Dit hotel bestaat al vijftig jaar en het pand voldoet niet meer aan de huidige eisen. Men heeft u gevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat het hotel weer voldoet aan de eisen van deze tijd. Problemen huidig hotel: slechte ventilatie, kleine kamers, verouderde badkamers, vieze vloerbedekking, geen internet U hebt twee mogelijkheden onderzocht: Mogelijkheid 1: renovatie van het huidige hotel Mogelijkheid 2: nieuw hotel bouwen op een andere locatie Beide oplossingen hebben voor- en nadelen. renovatie

nieuwbouw op locatie

Voordelen Voordelen • huidige locatie aan markt in centrum • huidige hotel kan open blijven tot nieuwe locatie klaar is • kosten maximaal 500.000 euro • parkeergelegenheid voor 50 auto’s • herkenbaarheid van het hotel • hele hotel in één keer gemoderniseerd Nadelen Nadelen • hotel moet minimaal vier maanden dicht • kosten minimaal 1 miljoen euro • parkeergelegenheid voor 15 auto’s • locatie 1 km buiten het centrum • kamers worden niet groter

Vertel de directie van het hotel: •

wat de problemen van het huidige hotel zijn • welke twee oplossingen er zijn • wat de voor- en nadelen van deze mogelijkheden zijn • welke oplossing volgens u het beste is en waarom

finale 2019.indd 31

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

31

De finale

15-02-19 16:51


2

1

Verkeer en vervoer In de file of in overvolle treinen?

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen.

De finale

32

finale 2019.indd 32

1

Verkeer en infrastructuur. • Wat vindt u van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro) in Nederland? Maakt u er zelf veel gebruik van? • Wat vindt u van het autoverkeer in Nederland? Zit u zelf veel in de auto? • Wat vindt u van de infrastructuur (het wegennet, de kwaliteit van de wegen)?

2

Gedrag van reizigers en weggebruikers. • Wat vindt u van het gedrag van de reizigers in de trein en de bus in Nederland? Zijn ze beleefd of onbeleefd? Wachten ze rustig of dringen ze voor? • Wat vindt u van het gedrag van automobilisten in Nederland? Rijden ze rustig en veilig, of rijden ze te hard en agressief? • Wat vindt u van het gedrag van fietsers en voetgangers in Nederland? Kijken ze goed uit en houden ze zich aan de verkeersregels, of zijn ze een gevaar op de weg?

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


3

Uw eigen gedrag in het verkeer. Beschrijf uw eigen gedrag als weggebruiker (als voetganger, fietser, automobilist, reiziger in het openbaar vervoer).

Houdt u zich altijd aan de verkeersregels? Bent u voorzichtig in het verkeer, of neemt u risico’s? • Hebt u weleens een verkeersboete gekregen? Zo ja, waarvoor?

2

Lezen

De minister van Infrastructuur wil de maximumsnelheid per 1 september 2012 op 60% van de snelwegen naar 130 kilometer per uur verhogen. Lees de vragen. Lees de tekst op de volgende pagina. Beantwoord de vragen. 1

Kies uit:

Organisaties: ANWB – VVN Politieke partijen: D66 – VVD – GroenLinks – PVV – SP – PvdA – CDA

voor 130 km/u

finale 2019.indd 33

In de tekst geven verschillende organisaties en politieke partijen hun mening over de verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 130 km/u. Zet de organisaties en partijen in de juiste kolom.

eventueel voor 130 km/u op voorwaarde dat ...

tegen 130 km/u

2

Welke argumenten geven de voorstanders van de verhoging van de maximumsnelheid? ____________________________________________________________________________

3

Welke voorwaarden stellen de organisaties en partijen die eventueel voor de snelheidsverhoging zijn? ________________________________________________________________

4

Welke argumenten geven de tegenstanders van de verhoging van de maximumsnelheid? ____________________________________________________________________________

5

Wat vindt u? Bent u voor of tegen 130 kilometer per uur op snelwegen? Waarom? ___________________________________________________________________________________________

6

Wat weet u over de genoemde organisaties en partijen? Kijk eventueel op internet voor meer informatie. ________________________________________________________

Thema 2 Verkeer en vervoer

33

De finale

15-02-19 16:51


ANWB staat achter voorstel 130 kilometer-snelwegen De ANWB vindt het goed dat minister Melanie Schultz (Infrastructuur) de snelwegen tegen het licht heeft gehouden om te kijken of de geldende maximumsnelheid nog zinnig is. De minister komt met de verhoging van de maximumsnelheid op 60 procent van de snelwegen naar 130 kilometer per uur tegemoet aan het gevoel van vrijheid van veel automobilisten. Dat zei een woordvoerder van de ANWB vandaag. De organisatie hoopt wel dat Schultz controleert of de verhoging niet leidt tot verkeersonveiligheid. Op snelwegen met tweemaal twee banen kunnen grote snelheidsverschillen ontstaan, vooral tussen vrachtwagens en personenauto’s. ‘Die snelheidsverschillen kunnen pittig zijn.’ Veilig Verkeer Nederland (VVN) is minder enthousiast. De mens is niet gemaakt voor snelheid en kan daar slecht mee omgaan, aldus de organisatie. Onderzoeken geven aan dat een snelheidslimietverhoging vanuit verkeersveiligheidsoogpunt ongewenst is. Zo nemen de remafstand en de botskracht meer dan evenredig toe en zorgt de massa van een voertuig voor ernstiger letsel. Hogere snelheden betekenen dus meer ongevallen en meer slachtoffers. Dat is in tegenspraak met de doelstelling van VVN.

D66: Nog geen einde Kees Verhoeven, Tweede Kamerlid voor D66: ‘De minister heeft het over een geslaagd experiment, maar de proef is voor D66 allesbehalve ten einde. Het is prima om waar het kan de maximumsnelheid te verhogen naar 130, maar in haar brief heeft de minister het mondjesmaat over de gevolgen voor luchtkwaliteit en veiligheid. Haar flexibele houding om de maximumsnelheid te verhogen, moet ook flexibel zijn wanneer 130 kilometer per uur op stukken snelweg niet goed blijkt voor milieu of mens. Als dat zo is, moet ze de snelheid ook weer naar beneden bijstellen.’

VVD: Geen verbazing Charlie Aptroot, VVD-Kamerlid: ‘Ik ben erg blij met het voornemen van minister Melanie Schultz van Haegen, maar het verbaast me niet. Ik heb verleden week al geroepen dat veel meer dan 50 procent van de snelwegen naar 130 moet kunnen. Nu komen we misschien wel uit op meer dan driekwart. Iedereen die op de weg zit, weet dat dit kan. Ik vertrouw erop dat milieu-, verkeersveiligheids- en geluidgevolgen goed in kaart zijn gebracht en geen beletsel zullen vormen.’

GroenLinks: verstand op nul Ineke van Gent, Tweede Kamerlid GroenLinks: ‘Schultz zet het verstand op nul. Ze sluit de ogen voor de gevolgen van snelheidsverhogingen voor de gezondheid van omwonenden van snelwegen en de verkeersveiligheid. En voor welk doel? Een paar minuten reistijdwinst. Wie 10 kilometer per uur harder rijdt, verbruikt 10 procent extra brandstof. Terwijl de olie schaarser en schaarser wordt, geeft de minister de automobilisten de vrijheid om over de weg te scheuren en meer brandstof te verbruiken dan nodig. Generaties na ons zullen ons dat niet in dank afnemen.’

De finale

34

finale 2019.indd 34

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


PVV: In vervulling Leon de Jong, Tweede Kamerlid voor de PVV: ‘Goed dat wat de PVV al jaren voorstelt nu eindelijk in vervulling gaat: op veel plekken doorrijden met 130 kilometer per uur en eindelijk af van die ellendige 80 kilometer-zones. Het is een mooie dag voor de automobilist. Toch kan het voor de PVV een versnelling hoger. We zullen de minister dan ook aansporen de maatregelen eerder dan nu is aangegeven te realiseren en zich te blijven inzetten om op nog meer wegen dan voorgesteld 130 kilometer in te voeren.’

SP: Duidelijke voorwaarden Farshad Bashir, Tweede Kamerlid voor de SP: ‘Wij zijn in principe niet tegen een snelheidsverhoging, maar dan wel onder duidelijke voorwaarden. Het moet niet leiden tot meer dodelijke ongevallen of tot meer overlast en uitstoot. Uit praktisch alle onderzoeken blijkt dat dit bij deze grootschalige snelheidsverhoging wel zo is. Dus dan moet je het algemeen belang boven de kans op een paar seconden tijdwinst laten gaan.’

PvdA: Symboolpolitiek Sharon Dijksma, Tweede Kamerlid voor de PvdA: ‘Minister Schultz laat weer eens zien dat ze vooral in de weer is met symboolpolitiek. Het grootste probleem op de weg vormt de verstopping in en om de grote steden. Rond de steden speelt het probleem of je überhaupt kunt doorrijden, niet of je een paar seconden sneller thuis bent. De PvdA is geen principieel tegenstander van 130 km waar dat kan, onder de voorwaarde dat het niet leidt tot meer verkeersslachtoffers en overlast voor mens en milieu. We zijn nieuwsgierig naar de onderzoeken waarop de minister zich baseert.’

CDA: Zeer kritisch Sander de Rouwe, CDA-Kamerlid: ‘Veilig gaat voor vlot. Het CDA steunt de beperkte snelheidsverhoging naar 130 km per uur, mits leefbaarheid van direct omwonenden en de veiligheid van ons allen hiervoor niet de prijs is. Het CDA is zeer kritisch op het punt van verkeersveiligheid en mist maatregelen om het aantal verkeersslachtoffers terug te brengen. We willen een minister van mobiliteit én verkeersveiligheid.’ Bron: www.volkskrant.nl

Opmerking: Het artikel is afkomstig uit de Volkskrant van 28 november 2011. De toen voorgestelde verhoging van de maximumsnelheid is op 1 september 2012 inderdaad ingevoerd.

finale 2019.indd 35

Thema 2 Verkeer en vervoer

35

De finale

15-02-19 16:51


3

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van onderstaande woorden. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

D66

VVD

GroenLinks

steunen het plan bestuderen verstandig toegeven aan iemands wens behoorlijk groot hanteren, controleren volgens de verwonding het ongeluk niet overeenkomen met

_____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ ___________________________ _________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________

12

_____________________________________________________________

13

_____________________________________________________________

het experiment helemaal niet 14 heel weinig 15 aanpassen 16

eindigen op 17 duidelijk maken, beschrijven 18 geen obstakel zijn 19

niet nadenken 20 negeren 21 steeds minder 22 hard rijden 23

_____________________________________________________________ _____________________________________________________________

_____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________

_____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________

gerealiseerd worden met nadruk vragen om iets te doen 25 zich inspannen, veel moeite doen

_____________________________________________________________

SP

26

condities

_____________________________________________________________

PvdA

27

bezig zijn met

_____________________________________________________________

CDA

28

_____________________________________________________________

29

_____________________________________________________________

PVV

_____________________________________________________________

24

De finale

36

finale 2019.indd 36

vlug, snel op voorwaarde dat 30 verminderen

_____________________________________________________________

_____________________________________________________________

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


4

Oefening

Vul de juiste woordcombinatie in. Verander de vorm van de woorden als dat nodig is. Kies uit:

aansporen – in tegenspraak met – in kaart brengen – in vervulling gaan – ogen sluiten voor – ongeval – op voorwaarde dat – verminderen – verstand op nul – voornemen – zich inzetten voor 1

2

3

4

5 6

7

8

9

10

finale 2019.indd 37

Er zijn veel enthousiaste vrijwilligers in Nederland die _________________ _________________ _________________ goede doelen zoals Greenpeace, KWF Kankerbestrijding of de Dierenbescherming, bijvoorbeeld door te collecteren aan de deur. Johan en Carla willen ooit in hun leven een wereldreis gaan maken. Ze hopen dat hun wens _________________ _________________ _________________ voordat ze te oud zijn om te kunnen reizen. Sinds ze op dit gevaarlijke kruispunt verkeerslichten hebben geplaatst, is het gelukkig veel veiliger geworden. Het aantal _________________ is in een jaar tijd met 30% _________________ . Voordat we het nieuwe plan kunnen invoeren, moeten we eerst alle consequenties ervan goed _________________ _________________ _________________ . Pas daarna kunnen we een beslissing nemen. Peter verveelt zich al een tijdje in zijn huidige baan. Daarom heeft hij nu het _________________ om een andere, meer uitdagende baan te zoeken. In Nederland kunt u deelnemen aan het praktisch gedeelte van het rijexamen _________________ _________________ _________________ u eerst het theorieexamen gehaald hebt. Tijdens de verkiezingen beloven politieke partijen van alles aan de kiezers, maar uiteindelijk houden ze zich meestal niet aan hun beloftes. Wat ze beloven is dus helaas _________________ _________________ _________________ wat ze in de praktijk doen. Karel is niet zo populair bij zijn collega’s. Hij is erg lui en laat veel werk aan anderen over. Zijn manager zou Karel meer moeten _________________ om harder te werken. De economische crisis is nog steeds niet voorbij. Dat het zo lang duurt, komt gedeeltelijk omdat veel politici nog steeds de _________________ _________________ _________________ de achterliggende oorzaak van de problemen. Als je gaat bungeejumpen, moet je niet bang zijn en niet te veel over de risico’s nadenken. Gewoon het _________________ _________________ _________________ zetten, en springen!

Thema 2 Verkeer en vervoer

37

De finale

15-02-19 16:51


5

Luisteren

Oefenexamen NT2 programma 2, Luisteren Onderdeel B Fragment: Lezing over verkeer en vervoer U gaat luisteren naar een gedeelte van een lezing van ingenieur Bierman. De lezing is uitgezonden op de radio. U hoort eerst hoe de lezing begint. Hierbij is nog geen opgave. De toets gaat nu meteen verder. Lees eerst opgave 1 goed door.

De finale

38

finale 2019.indd 38

1

Wat is zachte mobiliteit? a Transport dat weinig inspanning kost. b Transport van personen en niet van goederen. c Transport waarbij geen motor nodig is.

2

Wat zegt Bierman over het sociale en recreatieve transport? a Dat leidt tot steeds meer files. b Dat zal groter worden dan het woon-werkverkeer. c De overheid houdt hier te weinig rekening mee.

3

Hoe kan men de omvang van de mobiliteit het snelst beperken? a Door de afstanden die men moet maken, kleiner te maken. b Door de fiets of het paard te nemen. c Door het openbaar vervoer te gebruiken.

4

Hoe kan het openbaar vervoer verbeterd worden? a Door de aansluitingen te verbeteren. b Door meer stopplaatsen te maken. c Door te zorgen dat alles op tijd rijdt.

5

Waar moet het openbaar vervoer het accent op leggen? a De voorzieningen in de trein. b Hoge snelheden op grote afstanden. c Strategisch gelegen haltes.

6

Welk voordeel heeft de trein boven de auto? a De trein gaat minder vaak kapot dan de auto. b Met de trein ben je alleen de reistijd kwijt. c Reizen met de trein is afwisselender dan met de auto.

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


6

Grammatica: relatief pronomen * Kijk in de Grammatica (p. 271) voor uitleg en extra oefeningen.

Kies het goede relatief pronomen. 1 Automobilisten 2 3 4 5 6 7 8 9 10

7

die / dat / wie niet handsfree bellen, kunnen een boete krijgen van â‚Ź 150. Het fietspad die / dat / waar ik altijd op rijd, loopt tot midden in het centrum. De route die / dat / waar wij volgen naar Zuid-Frankrijk, bevat veel tolwegen. De file die / dat / waar we gisteren in stonden, was ongeveer 10 kilometer lang. Aan de overkant van de straat is een bushalte die / dat / waar de buslijnen 4 en 5 stoppen. De trein die / dat / waar we willen nemen, heeft een vertraging van een kwartier. De A2 is een autosnelweg die / dat / waar van het zuidoosten naar het noordwesten van Nederland loopt. De A1 is een autosnelweg in het midden van Nederland die / dat / waar je over van het westen naar het oosten van Nederland kan rijden. Mijn buurman werkt als parkeerwachter, dat is een soort politieman die / dat / wie parkeerboetes geeft. De politieman aan die / dat / wie ik de weg naar het centrum vroeg, was heel behulpzaam.

Grammatica / Schrijven: Relatieve bijzin

Maak de zinnen af. 1 2

3 4

5 6 7 8

finale 2019.indd 39

De A12 is een autosnelweg die ____________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Harder rijden dan 120 km per uur is slecht voor het milieu. Dat is de conclusie uit een onderzoek dat __________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Het perron waar ____________________________________________________________ , is gewijzigd. De minister van infrastructuur heeft in de Tweede Kamer een plan geĂŻntroduceerd voor een nieuwe snelweg die _____________________________________ ________________________________________________________________________________________________ . De milieuorganisaties zijn het er niet mee eens en gaan ertegen protesteren. Tassen en koffers die ________________________________________________________________________ , kunt u terugvragen bij de afdeling gevonden voorwerpen op het station. Johan vertelde heel enthousiast over de reis die ____________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Tijdens onze wereldreis hebben we veel mensen ontmoet met wie ________ _______________________________________________________________________________________________________ . Aan de achterkant van het station bevindt zich een grote fietsenstalling waar __________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Thema 2 Verkeer en vervoer

39

De finale

15-02-19 16:51


9

Als u de vertrekhal van de luchthaven binnenkomt, ziet u direct rechts de incheckbalies waar _________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 10 In de stationshal van Utrecht passeren elke dag duizenden reizigers die _________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________

8

Spreken 1

2

3

De finale

40

finale 2019.indd 40

.

U hebt een discussie met een collega over het fileprobleem in Nederland. Wat is volgens u een goede methode om het probleem op te lossen? U kunt bijvoorbeeld denken aan: • meer wegen aanleggen • openbaar vervoer verbeteren • meer thuiswerken Luister naar de vraag en reageer. U hebt voor uw verjaardag een nieuwe fiets gekregen. Kijk naar het plaatje.

Een vriend belt u op om u te feliciteren met uw verjaardag. Reageer op zijn vraag. Noem minimaal drie kenmerken. U moet met de trein naar Arnhem. Als u op het station komt, hoort u het volgende bericht. U gaat naar de informatiebalie. Wat vraagt u aan de NS-medewerker?

4

Gaat u liever met de auto of met het openbaar vervoer naar uw werk? Geef minimaal twee argumenten.

5

Bent u voor of tegen een maximumsnelheid van 130 km/u op snelwegen? Geef minimaal twee argumenten.

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


6

U werkt bij een reisbureau in Utrecht. Een echtpaar heeft een vliegreis naar Turkije geboekt. Ze hebben een paar vragen over de kosten van vervoer naar de luchthaven Schiphol en over het inchecken op Schiphol. Kijk naar de informatie hieronder. Vervoer: • Taxi: 80 euro; • Trein: enkel 8,50 euro per persoon; • Auto: vanaf 50 euro parkeren. Inchecken: • Via internet: uiterlijk vier uur voor vertrek, aanwezig op Schiphol één uur voor vertrek; • Bij de balie: uiterlijk twee uur voor vertrek.

Luister naar de klant en reageer.

9

Lezen en spreken

Jullie gaan met een groepje van drie vrienden een weekend naar Parijs. Elke persoon krijgt informatie van de docent over een van de vervoersmogelijkheden naar Parijs. Persoon 1 krijgt informatie over vliegen naar Parijs. Noteer de volgende informatie: • luchthavens in Parijs • vliegtijd • prijs vliegticket • vervoer van luchthaven naar centrum Parijs Persoon 2 krijgt informatie over reizen per auto. Noteer de volgende informatie: • route via de autoweg • rijtijd • brandstofkosten • parkeerkosten Persoon 3 krijgt informatie over reizen per trein of bus. Noteer de volgende informatie: • route en reistijd per trein + reiskosten • route en reistijd per bus + reiskosten • vervoer binnen Parijs Vergelijk de informatie en maak dan een keuze: Hoe gaan jullie naar Parijs, met het vliegtuig, de auto, de trein of de bus? Wat heeft jullie voorkeur en waarom?

finale 2019.indd 41

Thema 2 Verkeer en vervoer

41

De finale

15-02-19 16:51


10

Schrijven * Kijk in de Taalhulp (p. 208) voor uitleg en meer oefeningen.

U werkt bij reisbureau Europe Travel. U krijgt van een klant onderstaande mail. Van: Jannie de Bruin Aan: reisbureau Europe Travel Onderwerp: reizen naar Parijs

Geachte meneer, mevrouw, Met Pasen willen mijn man en ik een lang weekend naar Parijs gaan. Op internet hebben we al een geschikt hotel in het centrum van Parijs gevonden. Wij twijfelen nog of we met de auto of de trein zullen gaan. Wat zou u ons adviseren? Met vriendelijke groeten, Jannie de Bruin

Reageer op deze mail en gebruik daarbij de informatie uit oefening 9. In uw mail geeft u een duidelijk advies. Gebruik ongeveer 70 woorden.

Van: (uw naam), Reisbureau Europe Travel Aan: Mevr. Jannie de Bruin Onderwerp: RE: reizen naar Parijs ________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

De finale

42

finale 2019.indd 42

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


11

Spreken 1

U werkt in een fietsenzaak. Een man wil een fiets kopen voor zijn zoon. U hebt onderstaande jongensfietsen in uw winkel staan.

merk: Axel

merk: Henno

merk: Wado

• • •

3 versnellingen handremmen stevige bagagedrager kleuren: rood, zwart of blauw

• •

Nieuw Prijs: € 215,00

crossfiets handremmen en terugtrapremmen kleur: groen voor- en achterlamp op dynamo

Tweedehands, rijklaar, helemaal nagekeken Prijs: € 95,00

6 versnellingen

Tweedehands, niet rijklaar, zelf opknappen, voor de doehet-zelver. Prijs: € 45,00

Luister naar de klant en reageer. 2

U bent lid van de ouderraad van de basisschool van uw kinderen. De laatste jaren brengen steeds meer ouders hun kinderen ’s morgens met de auto naar school en halen ze ’s middags ook weer met de auto op. Kijk naar het plaatje.

Bas is

sch ool

De ouderraad bespreekt tijdens een ouderavond deze situatie met alle ouders. U bent woordvoerder namens de raad. • Beschrijf de huidige situatie. • Noem de alternatieven en hun voor- nadelen. • Geef een duidelijk beargumenteerd advies. • Bekijk eerst onderstaande informatie. Begin na de pieptoon met spreken.

finale 2019.indd 43

Thema 2 Verkeer en vervoer

43

De finale

15-02-19 16:51


Huidige situatie: met de auto

Alternatief 1: met de fiets

Alternatief 2: te voet

Voordelen

snel, geen last van slecht weer

geen parkeerprobleem, sportief, kinderen leren deelnemen aan het verkeer, goed voor het milieu

geen parkeerprobleem, sportief, kinderen leren deelnemen aan het verkeer, goed voor het milieu

Nadelen

parkeerprobleem, gevaarlijk voor andere verkeersdeelnemers, slecht voor het milieu

last van slecht weer, gevaarlijk voor kinderen op de fiets bij druk verkeer

last van slecht weer, meer reistijd

3

U praat met een aantal collega’s over fietsen naar het werk. U fietst elke dag 10 kilometer van uw huis naar kantoor. Onlangs hebt u op internet onderstaande informatie gevonden. Kijk naar het plaatje. Luister naar uw collega en reageer.

292 ritten totaal 257 ritten droog 35 ritten regen

September 86.67%

87.50%

20.83%

84.62%

10.00%

87.50%

De finale

44

finale 2019.indd 44

12.50%

februari

mei 90.00%

oktober

13.33%

januari 79.17%

88.01% 11.99%

november 71.43%

90.63%

12.50%

90.00%

juni

95.83%

9.38%

100%

10.00%

100%

maart

15.38%

december

28.57%

4.17%

april

juli

0.00%

augustus 0.00%

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


12

Schrijven

U werkt nu ongeveer een half jaar bij uw huidige werkgever. Het valt u op dat de meeste collega’s met de auto naar hun werk komen. Bij uw vorige baan kwamen veel medewerkers met de fiets naar het werk. Schrijf een stukje van ongeveer 100 woorden voor het personeelsblad. U wilt uw huidige collega’s stimuleren (af en toe) de fiets te nemen. U kunt bijvoorbeeld onderstaande argumenten gebruiken. •

goed voor de gezondheid goed voor het milieu • geen filestress • geen parkeerproblemen • goedkoop • betere prestaties op het werk •

13

Spreken

Werk in groepjes van drie. Hieronder ziet u de top 10 van ergernissen in het verkeer in 2011-2012 in willekeurige volgorde. •

agressief rijden • onnodig links rijden • geen richting aangeven • zondagsrijders • te hard rijden binnen de bebouwde kom

rechts inhalen • bumperklevers • drempels • op het laatste moment ritsen • rijden met alcohol en/of drugs

Bespreek onderstaande vragen. 1

Begrijpt u alle ergernissen? Kunt u uitleggen wat ze betekenen? Waar ergert u zich het meest aan in het verkeer? 3 Wat is volgens u de top 3 van deze ergernissen? 4 Hieronder ziet u de top 10 van ergernissen in het verkeer in de periode 2011-2012. Vergelijk de top 3 van deze lijst met uw eigen top 3. 2

Top 10 ergernissen in het verkeer 2011-2012 1 bumperklevers

2 3 4 5 6 7 8 9 10

finale 2019.indd 45

agressief rijden rijden met alcohol en/of drugs op geen richting aangeven onnodig links rijden te hard rijden binnen de bebouwde kom op het laatste moment ritsen rechts inhalen zondagsrijders drempels

Thema 2 Verkeer en vervoer

45

De finale

15-02-19 16:51


14

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Waarom introduceert de NS de plaszak? ________________________________________________________________________________________________________

2

Wanneer mag een treinreiziger een plaszak gebruiken? a In een gewone trein, als het toilet bezet is. b In een sprinter zonder toilet, tijdens de reis. c In een gewone trein die niet verder kan rijden. d In een sprinter zonder toilet die niet verder kan rijden.

3

Hoe regeert reizigersvereniging Rover op de maatregel? a Positief: het is een goede maatregel, handig voor iedereen. b Gematigd positief: het is een tijdelijke oplossing, maar niet handig voor vrouwen. c Negatief: het is een stomme, onhandige noodoplossing.

4

De minister zegt: ‘Dit is zeker niet het ei van Columbus.’ Wat bedoelt ze hiermee? a De plaszak bestaat al langer en is dus geen nieuwe uitvinding. b De plaszak wordt in het buitenland al succesvol gebruikt. c De plaszak is een noodmaatregel en geen definitieve oplossing.

5

Waarom is er in Sprinters geen toilet ingebouwd? ________________________________________________________________________________________________________

6

Wat heeft de minister aan de Tweede Kamer beloofd? ________________________________________________________________________________________________________

NS komt met plaszak voor reizigers in sprinter In de Sprinters van de Nederlandse Spoorwegen (NS), die geen toilet hebben, kunnen reizigers in uiterste noodgevallen een plaszak gebruiken als de trein gestrand is. Uiteindelijk moeten er in alle treinen toiletten komen, liet de NS vandaag weten. De treinreiziger kan zijn behoefte doen in de lege cabine van de machinist. De plaszakken zijn verkrijgbaar in de trein. De NS hoopt zo de kritiek van reizigers weg te nemen die niet konden plassen als hun trein gestrand was. Voor mannen en vrouwen zijn dezelfde zakken beschikbaar. De gevulde zakken kunnen in de trein achterblijven. Reizigersvereniging Rover zegt blij met de maatregel te zijn, maar zegt dat het om een noodmaatregel gaat. ‘Maar voor mannen lijkt me die plaszak handiger dan voor vrouwen. Uiteindelijk moeten er in alle treinen toiletten komen.’ Wellicht dat de plaszak nu als noodmaatregel is bedacht, maar de voorziening kan volgens minister Melanie Schultz van Verkeer zeker geen alternatief zijn voor een regulier toilet in de trein. Schultz maakte dat vanochtend duidelijk bij BNR Nieuwsradio, in reactie op de aankondiging van de NS om een plaszak ter

De finale

46

finale 2019.indd 46

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


beschikking te stellen aan reizigers in Sprinters zonder wc. De minister heeft er geen contact over gehad met de NS en moest bekennen dat ze aanvankelijk dacht dat het om een grap ging. ‘Dit is zeker niet het ei van Columbus.’ De Sprinters zijn voor korte treinritten bedoeld en daarom is er niet standaard een toilet ingebouwd. De Tweede Kamer heeft daar wel op aangedrongen, waarna Schultz heeft beloofd dat uiterlijk 2025 alle treinen op het hoofdnet van een wc zijn voorzien. Bron: www.volkskrant.nl

15

Luisteren

Lees de vragen. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. U gaat luisteren naar een journalist die treinreizigers vraagt naar hun mening over de plaszak. 1

Hoe reageren de reizigers? Noteer een paar meningen. De leverancier van de plaszak geeft uitleg. Hoe werkt de plaszak? 3 Hoe reageert de minister op het idee? 4 Hoe reageert de medewerker van de vakbond? 2

16

Spreken

Werk in groepjes van drie. Beantwoord onderstaande vragen. 1

Wat vindt u in het algemeen van de wc’s in Nederlandse treinen? En in uw eigen land? 2 Beschrijf de Sprinter.

3

Wat vindt u van het feit dat er in Nederland treinen zonder wc rijden? 4 Wat vindt u van de plaszak? Vindt u het een goede oplossing?

finale 2019.indd 47

Thema 2 Verkeer en vervoer

47

De finale

15-02-19 16:51


17

Schrijven

Maak de tekst van onderstaande mailtjes compleet.

Van: Bob van Dijk Aan: Robert Jansen Onderwerp: plaszak Hoi Robert, Heb je dat bizarre nieuws al gehoord? De NS gaat zogenaamde plaszakken introduceren in een aantal treinen. Ik wist niet dat die dingen bestonden! De NS ziet het als oplossing voor het feit dat _________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________________________________ .

Als de trein lange tijd stilstaat, ____________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________________________________ .

Je begrijpt dat de machinisten daar niet blij mee zijn. Ze hebben ook verschillende reizigers om hun reactie gevraagd. De meeste mensen vinden __________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________________________________ .

Zullen we morgen in de trein aan de conducteur __________________________________________________________ . ____________________________________________________________________________ ? Ik ben benieuwd naar zijn reactie! Dat wordt lachen! Ik zie je morgen! Groeten van Bob

De finale

48

finale 2019.indd 48

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


Van: Peter de Vries Aan: Karim Hamadi Onderwerp: meerijden Hoi Karim, Morgenavond hebben we weer voetbaltraining, maar mijn auto staat bij de garage. Hij moet gerepareerd worden. Als jij met de auto gaat, kan ik dan ______________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________________________ ? Dat zou fijn zijn. Ik zorg dat ik om 19.00 _____________________________________________________________ , oké? Volgende week heb ik mijn eigen auto weer, dus dan zal ik jou ______________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________________________ . Bedankt alvast. Groeten, Peter

Van: Ingrid en John Aan: Marijke en Tom Onderwerp: naar de bioscoop in Utrecht? Beste Marijke en Tom, Hoe staat het leven in Amsterdam? Het wordt tijd dat we elkaar weer eens zien. Zullen we komend weekend weer eens wat afspreken bij ons in Utrecht? Aanstaande zaterdag willen we ________________________________________________________________________________ . Die film draait hier in Utrecht in Cinema 3. Zin om mee te gaan? De film wordt _______________ _________________________________________ om 19.30 en om 21.30, maar wij gaan het liefst naar de late voorstelling. Het lijkt ons leuk om dan vóór de film samen ____________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________________________ . Laat maar even weten of jullie __________________________________________________________________________________ , dan reserveer ik de kaartjes. En als ___________________________________________________________________________ , kunnen we jullie wel even oppikken op Utrecht Centraal. Misschien tot zaterdag. Groeten van Ingrid en John

finale 2019.indd 49

Thema 2 Verkeer en vervoer

49

De finale

15-02-19 16:51


18

Luisteren

U gaat luisteren naar het liedje ‘Centraal Station’ op de website. 1

Bespreek eerst de volgende vragen in groepjes van drie: Waaraan denkt u bij een Centraal Station? Bijvoorbeeld: de inrichting, de geluiden, de dingen die u ziet, de sfeer, enz.

Beschrijf de stations in uw land. Wat zijn de verschillen met Nederlandse stations?

2

Luister naar het liedje. a Welke sfeer heeft het liedje? b Waar gaat het over?

3

Luister nog een keer. Vul de ontbrekende woorden in. Klopt uw antwoord op vraag 2?

‘Centraal Station’ – Guus Meeuwis en Vagant Tochtige plaatsen, lange gangen. Een ____________________________________________ hal, een kille sfeer. Glazen loketten, stenen trappen. Een overkapping tegen ____________________________________________ weer. Golven forensen, moeder met kind. Een ____________________________________________ paar, een man met een boek. Een baasje met hond en een conducteur, Potloodventer in een ____________________________________________ hoek. Refrein Centraal Station. Vol met beelden, en vol met geluid. Maar ik zie je nog voor me, als ik mijn ogen sluit. Gele monsters, ____________________________________________ strepen. Een sein op rood, een licht op groen. Een locomotief, een treinwagon. De motoren, die zoemend hun werk doen. Refrein De trein vertrok. Ik voelde me ____________________________________________ en leeg. Toen ik hier alleen, toen ik hier alleen achterbleef. ‘En ik bel zodra ik er ben.’ ‘En ik schrijf je ____________________________________________ dag.’ Een wuivende hand uit het raam, was het laatste dat ik zag. Refrein

De finale

50

finale 2019.indd 50

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


19

Spreken * Kijk voor uitleg en verdere oefeningen bij: Grammatica – ‘Even groot als / groter dan / grootst’ (p. 280) en Taalhulp – ‘Hoe zeg ik het?’ (p. 215).

Hieronder ziet u vier foto’s van stations in Nederland. Beschrijf zo veel mogelijk details en vergelijk de foto’s. Wat vindt u van deze stations?

finale 2019.indd 51

Thema 2 Verkeer en vervoer

51

De finale

15-02-19 16:51


20

Lezen

Bron: Jelle Brandt Corstius voor Trouw

De finale

52

finale 2019.indd 52

Thema 2 Verkeer en vervoer

15-02-19 16:51


Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1

Wat vindt u van dit verhaal? Welk vervoermiddel zou u hebben gekozen? 3 Houdt u van fietsen? Waarom? 2

21

Lezen en spreken

Werk in tweetallen. U krijgt beiden van de docent een tekst over fietsen. De ene tekst gaat over fietsen in Londen, de ander gaat over fietsen in Buenos Aires. 1

Lees de tekst en noteer maximaal tien kernwoorden. Vertel elkaar wat u hebt gelezen. 3 Vergelijk de informatie. Welke overeenkomsten en verschillen hebben de teksten? 4 Zou u zelf in Londen of in Buenos Aires durven en willen fietsen? Waarom wel of niet? 2

22

Internet

Blik op de Weg is een programma dat de kijker confronteert met het rijgedrag van de Nederlandse automobilist. Ga naar de website voor de link naar het programma. Kies een fragment van dit programma. Kijk naar het fragment en beantwoord onderstaande vragen. 1

Waarom heeft de politie de bestuurder van de (vracht)auto aan de kant gezet? 2 Hoe reageert de bestuurder op de opmerkingen van de politie? 3 Wat kunt u vertellen over de bestuurder? (uiterlijk, leeftijd, beroep, rijstijl, etc.)

finale 2019.indd 53

Thema 2 Verkeer en vervoer

53

De finale

15-02-19 16:51


3

Natuur en landschap Wat een prachtig uitzicht!

Taalhulp Beschrijving van landschap, natuur en klimaat Het land is vlak / plat / glooiend / heuvelachtig / bergachtig. Het landschap is saai / monotoon / gevarieerd / mooi / prachtig / indrukwekkend. Het landschap is leeg / kaal / bosrijk / begroeid met bossen. Het land is bedekt met tropisch regenwoud. Het land is droog / zanderig / woestijnachtig. Er is gebrek aan water. Het gebied is waterrijk / vruchtbaar / groen. Er stromen verschillende beekjes / beken / riviertjes / rivieren door het hele land. In het gebied liggen veel meertjes / meren / plassen. Het gebied is rijk aan flora en fauna. In het gebied groeien verschillende soorten bomen, planten en bloemen. In het gebied leven allerlei soorten dieren. Er zijn een paar nationale parken waarin planten en dieren worden beschermd. De natuur is kleurrijk / mooi / lieflijk / schitterend / ruig. De omgeving is lelijk / grijs / deprimerend. De omgeving is heel aantrekkelijk / schilderachtig / pittoresk. Het gebied is onbewoond / dunbevolkt / dichtbevolkt. Het land heeft een landklimaat met koude winters en hete, droge zomers. Nederland heeft een zeeklimaat met milde winters en koele, natte zomers.

De finale

54

finale 2019.indd 54

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


1

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. U kunt gebruikmaken van de woorden uit de Taalhulp op de vorige pagina. 1

Beschrijf het Nederlandse landschap. 2 Wat vindt u mooi aan het Nederlandse landschap? Wat vindt u niet zo mooi? 3 Beschrijf het landschap van uw eigen land. 4 Wat vindt u mooi aan het landschap van uw eigen land? Wat vindt u niet zo mooi?

2

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Geef op onderstaande kaart aan waar het waddengebied ligt.

Denemarken

Skallingen

Den Helder

Duitsland

Nederland

2

finale 2019.indd 55

Wat is waar? a Het waddengebied en de provincie Zuid-Holland zijn even groot. b Het waddengebied is groter dan de provincie Zuid-Holland. c Het waddengebied is kleiner dan de provincie Zuid-Holland. Thema 3 Natuur en landschap

55

De finale

15-02-19 16:51


3

Waarom behoort het waddengebied tot het Werelderfgoed? a Omdat het 310.000 hectare groot is. b Omdat het gebied eilanden en zandplaten bevat. c Omdat er bijzondere planten en dieren leven. d Omdat het bijzondere dijken heeft.

4

Leg in uw eigen woorden uit hoe het waddengebied is ontstaan. Gebruik daarbij de volgende woorden: ijstijd – droog – zand – duinen – geulen – zee

Waddengebied Het waddengebied strekt zich uit van Den Helder in Nederland via Duitsland tot het Deense schiereiland Skallingen. In totaal is het waddengebied ruim 500 kilometer lang en 310.000 hectare groot. Het is bijna net zo groot als Zuid-Holland. Het beslaat 30% van de Nederlandse, 20% van de Deense en 60% van de Duitse kust. Er liggen 50 eilanden en grote zandplaten in het gebied. Het gebied is uniek omdat grote delen ervan droogvallen bij laagwater. Dat brengt een unieke flora en fauna met zich mee. Hieraan dankt dit deel van het waddengebied zijn status van Werelderfgoed.

Het ontstaan van het waddengebied Het waddengebied is gevormd door verschillende ijstijden en de warme periodes die daar tussenin liggen. Iedere ijstijd maakte dat het gebied er weer anders uitzag. Vanaf zo’n tienduizend jaar geleden, toen het ijs van de laatste ijstijd begon te smelten, ontstond het waddengebied zoals we dat vandaag kennen. Doordat de Noordzee in die tijd nog grotendeels droog lag, had de wind veel zand naar de Nederlandse, Duitse en Deense kust geblazen. Er was daardoor een bijna aaneengesloten duinenrij ontstaan, de zogenaamde strandwal. Achter de strandwal lagen grote veenmoerassen*. De zee werd door het smelten van het ijs steeds hoger. Langzaamaan ontstonden er meer en meer openingen in de duinenrij en kon het zeewater de veenmoerassen afbreken. Tijdens stormen werden grote stukken veen weggeslagen. Zo ontstonden geulen waar het zeewater doorheen kon stromen. Gedurende de duizenden jaren werden de geulen langer en breder. Langzamerhand ontstond een zee achter een lange rij eilanden: de Waddenzee. *veenmoerassen: veen = grond die bestaat uit resten van planten (die vroeger als brandstof werden gebruikt) moeras = een gebied waarin je weg kunt zakken omdat de grond heel nat is Bron: www.ecomare.nl

De finale

56

finale 2019.indd 56

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


3

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van onderstaande woorden. De synoniemen zijn onderstreept in de tekst. 1 aan elkaar, achter elkaar _______________________________________________________ 2 reputatie, aanzien _______________________________________________________ 3 afgebroken en weggevoerd _______________________________________________________ 4 beetje bij beetje _______________________________________________________ 5 bijna helemaal _______________________________________________________ 6 boven het vriespunt komen en vloeibaar worden _______________________________________________________ 7 diepe sleuven in de grond _______________________________________________________ 8 door de wind verplaatst _______________________________________________________ 9 eb _______________________________________________________ 10 een oppervlakte van honderd bij honderd meter _______________________________________________________ 11 is verspreid over ... _______________________________________________________ 12 kapotmaken _______________________________________________________ 13 lange historische periode van extreme kou _______________________________________________________ 14 lijn van zandbergen langs de kust _______________________________________________________ 15 meer dan _______________________________________________________ 16 bedekt een oppervlakte van ... _______________________________________________________ 17 planten en dieren _______________________________________________________ 18 schepping, begin _______________________________________________________

4

Woordenschat

Vul een onderstreept woord in uit de tekst van oefening 2. Gebruik de goede vorm en tijd. 1

Als je ijs te lang buiten de vriezer laat staan, ___________________________________ het. 2 De __________________________________________ van leraren is de laatste vijftig jaar enorm veranderd. Vroeger had men respect voor leraren, maar nu geldt dat niet meer voor iedereen. 3 Het is nu 10.00 uur en om 11.15 uur moet deze opdracht klaar zijn. Jullie hebben dus __________________________________________ een uur de tijd. 4 Bij ________________________________________ zie je veel schelpen op het strand liggen. 5 Voor het muziekfestival werden drie grote podia opgebouwd. Toen het festival afgelopen was, werden deze podia snel weer ___________________________ . 6 In de zomer neem ik drie weken __________________________________________ vakantie zodat we een rondreis door IndonesiĂŤ kunnen maken. 7 Het eiland heeft een paar grote vulkanen die _______________________________________ __________________________________________ over het hele eiland. 8 We wonen vlak bij een park dat ongeveer 9 hectare _____________________________ . 9 Hij is een echte natuurvriend. Hij weet dan ook veel van de __________________ ___________________________________________________________ ___________________________________________ . 10 Mijn oma is lange tijd ernstig ziek geweest. __________________________________________ gaat het beter met haar.

finale 2019.indd 57

Thema 3 Natuur en landschap

57

De finale

15-02-19 16:51


11

Een deel van de duinenrij in Noord-Holland is door de storm __________________________________________ . De kustwacht controleert nu dagelijks of er geen gevaar voor overstroming is. 12 Ik wilde naar mijn werk fietsen, maar dat was moeilijk in de storm. Het waaide zo hard dat ik bijna door de wind van mijn fiets werd _______________ .

5

Schrijven

U hebt van een Nederlandse vriend een enthousiast verhaal gehoord over wadlopen, een typische activiteit in het Nederlandse waddengebied. Zoek informatie over wadlopen op internet. U vindt een link op de website. 1 2

Zoek antwoord op de vragen. • Wat is wadlopen? • Welke wadlooptocht wilt u graag maken? • Wanneer kunt u deze tocht maken? • Wat kost het? • Welke kleding kun je het beste dragen als je gaat wadlopen? Maak onderstaande e-mail af. U mailt aan een vriend(in) of medecursist(e). Leg uit wat wadlopen is en nodig hem/haar uit om samen een keer te gaan wadlopen. Vermeld de datum, de prijs en de regels.

Van: Aan: CC: Onderwerp: wadlopen Hoi, _____________________________________________________ Ik heb kort geleden een heel enthousiast verhaal gehoord van een Nederlandse vriend over een bijzondere activiteit, genaamd wadlopen. Hij doet dat regelmatig en zei dat ik dat ook zeker een keer moest proberen. Daarom heb ik er wat meer informatie over opgezocht op internet. Ik zal je eerst uitleggen wat wadlopen is: _________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________

Ik ben heel nieuwsgierig geworden en zou dit heel graag een keer willen doen. Heb jij misschien zin om mee te gaan? Ik heb gekeken op de website van een organisatie die wadlooptochten organiseert. Hieronder vind je wat informatie over de kosten en de tijden waarop we zo’n tocht kunnen maken. _____________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________________________________

De finale

58

finale 2019.indd 58

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


Als je nog nooit een wadlooptocht hebt gemaakt, moet je je goed voorbereiden. Je moet vooral weten welke kleding je het beste kunt dragen. Daarover heb ik de volgende adviezen gelezen: ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________

Laat me snel weten of je een keer mee wil, dan ga ik het regelen. Groeten,

6

Spreken

Reageer op onderstaande situaties. 1

U bent met een vriend(in) gaan wadlopen. Bij thuiskomst ontdekt u dat u een aantal spullen vergeten bent. Kijk naar de plaatjes.

WALKER

U belt het wadloopcentrum. U hoort eerst de medewerker.

finale 2019.indd 59

Thema 3 Natuur en landschap

59

De finale

15-02-19 16:51


2

U gaat met een vriend wadlopen bij wadloopcentrum Pieterburen. Pieterburen ligt aan de noordkust van Nederland, ongeveer 25 km ten noorden van de stad Groningen. Ten noordwesten van Pieterburen ligt het waddeneiland Schiermonnikoog.

U hebt besloten om met het openbaar vervoer naar Pieterburen te gaan. Kijk naar de plaatjes.

centraal station utrecht centraal station utrecht centraal station utrecht centraal station utrecht groningen groningen groningen groningen Intercity Intercity Intercity Intercity

stationwinsum winsum station station winsum station winsum aankomst aankomst aankomst station winsum station winsum aankomst station winsum station winsum

centraal centraalstation stationGRONINGEN GRONINGEN centraal station centraal stationGRONINGEN GRONINGEN Vertrek Vertrek11 1115 15 Intercity Intercity Vertrek 11 15 Intercity Vertrek 11 15 ROODESCHOOL ROODESCHOOL Intercity

ROODESCHOOL ROODESCHOOL

bushaltepieterburen pieterburen bushalte bushalte pieterburen bushalte pieterburen

2 121:225::2552 1 12:52

De finale

60

finale 2019.indd 60

Luister naar uw vriend.

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


7

3

U gaat met een vriendin wadlopen. U hebt op internet de kledingadviezen gezien. Kijk naar de plaatjes.

Luister naar uw vriendin.

Woordenschat

Woordenlijst opspuiten

door (zand) spuiten verhogen

Doordat er steeds meer stormen zijn en de zeespiegel stijgt, moeten de Nederlandse stranden regelmatig opgespoten worden.

door weer en wind

altijd, hoe de weersomstandigheden ook zijn

Natuurmonumenten

organisatie die zich inzet voor behoud van de natuur in Nederland

Bijna 1 miljoen Nederlanders zijn lid van Natuurmonumenten.

de calamiteit

grote ramp

Bij calamiteiten wordt de burger geadviseerd de radio aan te zetten.

aan de horizon

op een punt in de verte waar de aarde en de lucht elkaar raken

Toen ik over de dijk naar huis fietste, zag ik een kerk aan de horizon.

het baken

waarschuwingsteken op zee

Als je een strandwandeling maakt, zie je om de vijfhonderd meter een baken in de zee staan.

finale 2019.indd 61

Ik ging vroeger elke donderdag door weer en wind naar de hockeytraining.

Thema 3 Natuur en landschap

61

De finale

15-02-19 16:51


De finale

dik (hoeveelheid)

ruim

Als je van Londen naar New York vliegt ben je een dikke vijf uur onderweg.

al met al

alles bij elkaar

Vandaag heb ik in de stad gewinkeld. Ik heb twee broeken, een bloes en een pyjama gekocht. Al met al was ik honderdvijftig euro kwijt.

royaal

ruim

Ik besmeer mijn boterham altijd royaal met boter en jam.

profiteren van

ergens voordeel uit halen

Deze week is waspoeder in de aanbieding bij de supermarkt. Ik profiteer ervan en koop meteen vier pakken.

wat dat aangaat

wat dat betreft

In Nederland werken minder vrouwen dan in sommige andere Europese landen. Wat dat aangaat is de emancipatie nog lang niet voltooid.

bevoegd zijn

als gevolg van je functie, kennis of ervaring iets mogen doen

De docent is bevoegd om Engels en Frans te geven op een middelbare school.

opschuiven

aan de kant gaan, plaatsmaken

‘Wil je even een beetje opschuiven? Dan kan ik nog naast je op de bank komen zitten.’

de stranding

het vastlopen op het strand

Bij de stranding van een groot containerschip op de Noordzee moesten tien opvarenden per helikopter aan land worden gebracht.

iets aankaarten

over iets beginnen te praten

Bij de volgende vergadering wil ik de begintijden van de avondlessen nog eens aankaarten.

de ramp

groot ongeluk, catastrofe

Bij de vliegtuigramp in Nigeria zijn tweehonderd slachtoffers gevallen.

weelderig

overvloedig, luxueus

Onze buren hebben een weelderige tuin. Ze houden namelijk erg van bloemen en planten.

de lepelaar

vogel die op een ooievaar lijkt en waarvan de bek de vorm van een lepel heeft

De lepelaars zoeken hun voedsel in zoet water.

een discussie voeren

discussiëren, spreken over

Vandaag wil ik met jullie een discussie voeren over de vraag of er naar gas mag worden geboord in de Waddenzee.

de marge

extra ruimte, speling

Jullie krijgen 90 minuten om het examen te maken. Ik geef jullie een marge van 5 minuten om te controleren of je alles hebt ingevuld.

Rijkswaterstaat

overheidsdienst die zorgt voor goede water- en verkeerswegen

Rijkswaterstaat heeft ongeveer tienduizend medewerkers verspreid over Nederland.

62

finale 2019.indd 62

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


Kies een woord uit de woordenlijst en vul dit in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

Als je aan de Nederlandse kust op de duinen loopt, zie je allerlei ___________ in zee. ________________________________________ onderzoekt op dit moment hoe de files teruggebracht kunnen worden. Vorige week is er weer een schip op een zandbank gelopen. Deze __________ _____________________________________________________ duurde twee dagen. Een sleepboot heeft het schip weer vlot moeten trekken. ‘Bij wie kan ik het probleem van de lestijden __________________________________ ? We hebben deze periode op maandagavond les tot tien uur en vervolgens op dinsdagochtend om negen uur.’ Uit een schip is honderd ton olie gelekt. Dat is een _______________________________ voor het milieu. Een marathon bestaat uit een route van een ________________________________________ veertig kilometer. Het Wilhelminapark kent een _____________________________________________________ plantengroei. Naast eeuwenoude bomen vind je er allerlei soorten struiken en bloemen. Ik ben altijd ________________________________________ met de suiker als ik theedrink. De sirene gaat aan bij __________________________________________________________ . Burgers moeten dan deuren en ramen sluiten en de radio aanzetten. Het hoofd van de afdeling ________________________ _________________________________________ om personeel aan te nemen en te ontslaan. ‘Kun je even _________________________________________________________ ? Dan kan ik achter je langs lopen en mijn tas pakken.’ Als lid van ______________________________________________________________ krijg je korting op bepaalde publicaties. Door het ______________________ van zand wordt het gat in de dijk dichtgemaakt. ‘Wat vind jij van de nieuwe mogelijkheden die internet met zich meebrengt?’ ‘_____________________________ ________________________________ ____________________________ ben ik niet zo goed geïnformeerd.’ De oefening bestaat uit dertig vragen. Zeventig procent moet je goed hebben om een voldoende te halen. Ik geef jullie een __________________________ van één fout. ________________________________________

2 3

4

5 6 7

8 9 10 11 12 13 14

15

finale 2019.indd 63

Thema 3 Natuur en landschap

63

De finale

15-02-19 16:51


8

Woordenschat

Hieronder staan negen vaste woordcombinaties. Vul deze in de zinnen in. Verander de vorm als dat nodig is. Kies uit:

door weer en wind – blij zijn met – verantwoordelijk zijn voor – aan de horizon – al met al – profiteren van – bevoegd zijn om – rekening houden met – een discussie voeren over 1 2

3

4 5

6

7 8

9

9

Toen ik langs de zee aan het wandelen was, zag ik een schip ________________________ ________________________ ________________________ . Gisteren hebben we bij spreekvaardigheid ________________________ ________________________ ________________________ ________________________ de toename van geweld in onze samenleving. Hans heeft drie maanden geleden een ernstig auto-ongeluk gehad. Omdat hij zijn benen en armen op verschillende plaatsen gebroken had, moest hij zes weken in het ziekenhuis blijven. Hij is sinds deze week weer aan het werk. ________________________ ________________________ ________________________ heeft hij dus drie maanden niet kunnen werken. Peter heeft zijn studie afgerond. Hij ________________________ ________________________ ________________________ zijn diploma. Toen ik jong was, fietste ik ________________________ ________________________ ________________________ ________________________ met mijn vrienden van ons dorp naar de middelbare school in de stad. Deze week houdt mijn favoriete boekwinkel uitverkoop. Ik ________________________ ________________________ de speciale aanbiedingen en ga verschillende romans kopen. De conciërge ________________________ ________________________ ________________________ ’s ochtends het hek van de school open te maken en het alarm uit te zetten. Het hoofd van de salarisadministratie ________________________ _______________________ _________ ________________________ de correcte uitbetaling van de salarissen van de werknemers. Willen jullie alsjeblieft ________________________ ________________________ ________________________ elkaar? Naast jullie lokaal zit een groep studenten een examen te maken. Kunnen jullie dus stil zijn?

Luisteren

A Lees eerst de vragen. Kijk naar het videofragment over Schiermonnikoog en beantwoord de vragen. 1

Kijk naar de beelden van het eiland Schiermonnikoog. Beschrijf het landschap. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

De finale

64

finale 2019.indd 64

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


2

Kijk naar de burgemeester van Schiermonnikoog. Beschrijf hoe hij eruitziet en beschrijf zijn werkkamer. Wat valt u op? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3

Wie doet de volgende uitspraken? Zet de juiste letter voor de uitspraak.

A = meneer Overdijk, beheerder Waddengebied B = meneer Fennema, burgemeester Schiermonnikoog C = meneer Visser, hoofd Rijkswaterstaat Schiermonnikoog _________

Het Willemsduin was vijftig jaar geleden het laatste duin van Schiermonnikoog. _________ Op de kaart van 1998 kun je zien dat Schiermonnikoog over de gemeentegrens is gegroeid. _________ De natuur kan meegroeien. _________ Op de Noordzee worden allerlei stoffen vervoerd in containers. _________ Schiermonnikoog kent de grootste lepelaarskolonie van Nederland.

B Lees eerst de vragen. Luister en kijk nog een keer naar het videofragment en beantwoord de vragen.

finale 2019.indd 65

1

Hoeveel is Schiermonnikoog de afgelopen vijftig jaar gegroeid?

_________________________________________________________________________________________________________

2

In welke provincie ligt de buurgemeente van Schiermonnikoog?

_________________________________________________________________________________________________________

3

Wat is er gebeurd tussen 1984 en 1998? a Schiermonnikoog is over de gemeentegrens heen gegroeid. b Schiermonnikoog is over de provinciegrens heen gegroeid. c Het eiland is zowel over de gemeentegrens als over de provinciegrens heen gegroeid.

4

In het nieuwe stuk Schiermonnikoog ontstaat natuur die op het oorspronkelijke eiland niet kon leven. Waardoor kan die nieuwe natuur ontstaan? a Er is nu zout water aanwezig. b Er is nu zoet water aanwezig. c Er zijn nu veel vogels en hazen.

5

Hoe verklaart meneer Visser (Rijkswaterstaat) de groei van het eiland? a Er is op Schiermonnikoog (zoals op alle Waddeneilanden) zand opgespoten. b Het eiland Schiermonnikoog kent weinig zeestroming. c Het opgespoten zand van de andere eilanden is met de zeestroming meegekomen. Thema 3 Natuur en landschap

65

De finale

15-02-19 16:51


10

6

Burgemeester Fennema noemt twee manieren om het probleem van de gemeentegrens op te lossen. Welke twee? a Goede afspraken maken met Rijkswaterstaat. b Goede afspraken maken met de provincie. c Goede afspraken maken met de buurgemeente. d De gemeentegrens naar het westen opschuiven. e De gemeentegrens naar het oosten opschuiven.

7

Meneer Visser (Rijkswaterstaat) is het eens met burgemeester Fennema dat er nu afspraken moeten worden gemaakt over het nieuwe stukje land. a Waar b Niet waar

8

Waarom hebben zich tien jaar geleden lepelaars op Schiermonnikoog gevestigd? a Omdat het eiland groeide. b Omdat er zout water was. c Omdat er zoet water was.

9

Waarom zal Rijkswaterstaat bij het bepalen van een nieuwe gemeentegrens betrokken worden? a Omdat het een van de overheden is. b Omdat het voorspellingen kan doen over de verdere groei. c Omdat het een van de discussiepartners is.

Spreken

Werk samen. 1

Water is een van de nationale symbolen van Nederland. Welk nationaal symbool hebben andere landen? 2 Nederland voert al lange tijd een strijd tegen het water. Kunt u voorbeelden geven van landen die ook een strijd tegen de natuur voeren?

De finale

66

finale 2019.indd 66

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


11

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Welk tussenkopje hoort bij welke alinea? Zet de tussenkopjes op de goede plaatsen in de tekst.

Verstoring van het landschap

Bedreiging voor vogels

Energieverbruik van windmolens

Last van schaduw

Risico’s voor de scheepvaart

2

In de tekst wordt een aantal nadelen van windturbineparken genoemd. Kunt u elk nadeel in één zin samenvatten?

3

Zijn de volgende uitspraken waar of niet waar? a Een windturbine verbruikt in zes maanden tijd meer energie dan hij produceert. b Er vallen veel meer vogelslachtoffers door het verkeer dan door windturbines. c Windturbines op zee worden geplaatst op locaties waar geen schepen varen. d Windturbines worden in bepaalde combinaties geplaatst die totaal niet passen bij de omgeving; daarom vinden veel mensen ze lelijk.

4

In de tekst zijn de volgende specifieke woorden / woordcombinaties onderstreept. U kunt de meeste niet vinden in een eenvoudig basiswoordenboek. Probeer op basis van de context uit te leggen wat ze betekenen. winning – grondstoffen – regelelektronica – afbraak – kunststof – broedgebied – vogelslachtoffers – hoogspanningsleidingen – obstakel – zandbanken – drukbevaren routes – van hun ankers lopen – voorgeschreven koers – rotor – slagschaduw – hinderlijk – masthoogtes – horizonvervuiling – landschapsvervuiling

Tip:

Als het een samengesteld woord is (2 woorden gecombineerd tot 1 woord), kijk dan naar de losse woorden om het beter te begrijpen.

Voorbeeld:

landschapsvervuiling = vervuiling van het landschap 5

finale 2019.indd 67

Beschrijf de foto boven de tekst: vindt u dit een mooi landschap, of vindt u het een vorm van horizonvervuiling?

Thema 3 Natuur en landschap

67

De finale

15-02-19 16:51


Milieu- en hinderaspecten van windturbineparken

Windmolens kunnen vogels doden, scheepvaart hinderen, geluids- en schaduwhinder geven voor de omwonenden, het microklimaat verstoren en het landschap ontsieren. 1

____________________________________________________________

Tijdens de levenscyclus van een windturbine wordt niet alleen energie geproduceerd, maar ook verbruikt voor winning van de benodigde grondstoffen, productie, onderhoud, regelelektronica en afbraak. Daarnaast bevat een windturbine onderdelen van uit aardolie afgeleide kunststof. Een windturbine verdient dit energieverbruik in een periode van drie tot zes maanden terug. 2

____________________________________________________________

Vogels kunnen schade ondervinden van windturbines door botsingen met windturbines en door verdringing van het leef- en broedgebied. Wanneer er in Nederland 1500 MW aan windturbines wordt opgesteld, zal dit naar schatting 30.000 directe vogelslachtoffers per jaar maken. Ter vergelijking: het verkeer maakt jaarlijks twee miljoen vogelslachtoffers, de jacht anderhalf miljoen en hoogspanningsleidingen ĂŠĂŠn miljoen. 3

____________________________________________________________

Windturbines op zee vormen potentieel een obstakel voor de zeevaart. Hoewel windmolens, alleen al omwille van economische redenen geplaatst worden op zandbanken of ondiepe plaatsen, kan plaatsing in

De finale

68

finale 2019.indd 68

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


de buurt van drukbevaren routes risico’s opleveren. Hierbij kan worden gedacht aan situaties met slecht zicht en zwaar weer, als schepen van hun ankers lopen of problemen ervaren bij het handhaven van de voorgeschreven koers. 4

____________________________________________________________

Wanneer de zon schijnt, werpt de rotor van een windturbine een bewegende slagschaduw. Dit kan men als vervelend ervaren. Als in de omgeving van een windturbine de slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren, dan kan de betreffende windmolen even worden stilgezet tijdens het passeren van de slagschaduw. Van tevoren is precies te voorspellen in welk gebied rond een te bouwen windmolen slagschaduw hinderlijk zou kunnen worden. 5

____________________________________________________________

Zeker met de toenemende masthoogtes zijn windturbines sterk in het landschap aanwezig. In de beginperiode van windenergie werden vooral individuele windturbines geplaatst, wat een ‘rommelig’ effect gaf. Tegenwoordig worden windturbines voornamelijk geplaatst in lijn- en clusteropstellingen die meer aansluiten bij bestaande elementen in het landschap, zoals wegen en kanalen. Desondanks worden windturbine(parken) door velen als storend of lelijk ervaren. Men spreekt dan van horizonvervuiling of landschapsvervuiling. Bron: wikipedia

12

Spreken

Kijk via de website naar een filmpje over windmolens. Werk in drietallen. Bespreek onderstaande vragen. 1

Wat hebt u gezien? Beschrijf het filmpje zo gedetailleerd mogelijk. 2 Wat vindt u van windmolens in het Nederlandse landschap?

finale 2019.indd 69

Thema 3 Natuur en landschap

69

De finale

15-02-19 16:51


13

Spreken * Kijk in de Taalhulp (p. 214) voor uitleg en meer oefeningen.

Discussie over windenergie Werk in groepjes van vier. Twee cursisten zijn voor windenergie en twee cursisten zijn tegen windenergie. Bereid de discussie voor door in tweetallen argumenten en tegenargumenten te verzamelen. Voer de discussie.

Bron: studio-boekholt.nl

14

Schrijven

Maak de zinnen af. 1 2

3 4

5 6

De finale

70

finale 2019.indd 70

Zodra we _________________________________________________________________________________________ , begon het hard te regenen. Dat was heel vervelend! Toen de gemeente een hoge windmolen in onze buurt wilde plaatsen, _______________________________________________________________________________________________________ . Door dat protest ging het project niet door. We gaan morgen een wadlooptocht maken, tenzij _________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . U vraagt me wat ik vind van windenergie? Tja, wat zal ik zeggen? Aan de ene kant _________________________________________________________ , aan de andere kant ____ _______________________________________________________________________________________________________ . _______________________________________________________________________________________________________ . Daarom ga ik binnenkort verhuizen naar een rustig, klein dorpje. Ik houd ervan om in de zee te zwemmen, maar als het water nog te koud is, ___________________________________________________________________________________________________ .

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


7

In mijn land zijn veel mooie natuurgebieden. Elk jaar gaan daar veel toeristen naartoe om ______________________________________ te ______________________________ . 8 Ondanks dat ____________________________________________________________________________________ , gaan toch veel mensen op vakantie naar een ver land. 9 Sommige mensen vinden dat Nederland een heel slecht klimaat heeft, maar volgens mij ______________________________________________________________________________ . 10 Hoe harder het waait, hoe _________________________________________________________________ .

15

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst ‘Nationale Parken’. Beantwoord de vragen.

Nationale Parken Nationale Parken, waar ook ter wereld, zijn de mooiste en waardevolste natuurgebieden. In Nederland zijn er twintig. Het zijn de visitekaartjes van de Nederlandse natuur. Bijzondere natuurgebieden, waar u van harte welkom bent om de natuur te komen ontdekken. Dit zijn gebieden in Nederland waar de dagelijkse drukte plaatsmaakt voor rust, ruimte en prachtige natuur, waar u lange wandelingen of fietstochten kunt maken, soms zonder iemand tegen te komen. Twee van onze huidige twintig Nationale Parken bestaan al lang. De Veluwezoom is in 1930 opgericht door particulieren, de Hoge Veluwe in 1935. Vanaf 1989 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel de overige achttien Nationale Parken ingesteld. Schiermonnikoog in 1989 als eerste, De Alde Feanen in 2006 als laatste. Hiermee is het stelsel van in totaal twintig Nationale Parken in Nederland compleet. De Nederlandse natuur kent een grote diversiteit aan landschappen. Elk park binnen het stelsel van Nationale Parken vertegenwoordigt een aspect van die veelzijdigheid van de Nederlandse natuur. Nationale Parken zijn gratis toegankelijk en trekken jaarlijks vele miljoenen bezoekers. U kunt er genieten van de grote stille heide, zompige moerasbossen, levende zandverstuivingen, wandelende eilanden, meanderende beken, verstilde vennetjes, uitgestrekte bossen, droogvallende slikken, zeldzaam hoogveen en andere typisch Nederlandse natuur. In totaal beslaan de parken ruim 130.000 ha. De Oosterschelde is met 37.000 ha het grootste park; de Groote Peel met 1.340 ha het kleinste. Een Nationaal Park in Nederland is een aaneengesloten natuurgebied van ten minste 1000 hectare, met een karakteristiek landschap en bijzondere planten en dieren. U kunt er grote en kleine dieren in het wild tegenkomen: edelherten, zeehonden, bevers, kraanvogels, vleermuizen, ringslangen, heikikkers. En u kunt er zeldzame planten zien: orchideeĂŤn, zonnedauw, moeraswolfsklauw. De Nationale Parken hebben vier hoofddoelstellingen: bescherming en ontwikkeling van natuur en landschap; natuurgerichte recreatie; educatie en

finale 2019.indd 71

Thema 3 Natuur en landschap

71

De finale

15-02-19 16:51


voorlichting; en onderzoek. Bescherming van afzonderlijke natuurgebieden is belangrijk, maar niet voldoende. Zeldzame dieren en planten lopen in kleine, geïsoleerde gebieden namelijk een groter risico op uitsterven. Daarom vindt de Nederlandse overheid het belangrijk om natuurgebieden onderling te verbinden in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Schiermonnikoog Lauwersmeer Alde Feanen

Duinen van Texel

Drentsche AA

Drents-Fries Wold WeerribbenWieden

Dwingelderveld

Zuid-Kennemerland Sallandse heuvelrug Hoge Veluwe Veluwezoom

Utrechtse Heuvelrug De Biesbosch Oosterschelde

Loonse en Drunense Duinen Maasduinen

Grenspark De ZoomKalmthoutse Heide

Groote Peel Meinweg

Bron: Nationale Parken in Nederland – Samenwerkingsverband Nationale Parken

De finale

72

finale 2019.indd 72

1

In de tekst staat: ‘Nationale parken zijn de visitekaartjes van de Nederlandse natuur.’ Wat betekent dat?

2

Wat gebeurde er in onderstaande jaren? 1930 _______________________________________________ 1935 _______________________________________________ 1989 _______________________________________________ 2006 _______________________________________________

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


3

Kies uit:

Op de foto’s ziet u verschillende soorten Nederlands landschap. Zet de juiste naam bij elke foto. vennen – heide – beken – zandverstuiving

_____________________________________________________________ _______________________________________________________________

_____________________________________________________________ _______________________________________________________________

4

Welke eigenschappen moet een natuurgebied hebben om de kwalificatie ‘Nationaal Park’ te krijgen? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 73

Thema 3 Natuur en landschap

73

De finale

15-02-19 16:51


5

Wat zijn de vier hoofddoelstellingen van de Nationale Parken? Hebt u een idee wat ze betekenen en kunt u dat in uw eigen woorden uitleggen? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

16

Internet en spreken

Kies een Nationaal Park uit de volgende lijst. Op de kaart van oefening 15 kunt u zien waar het park in Nederland ligt. Nationale Parken in Nederland 1 Schiermonnikoog 2 Lauwersmeer 3

De Alde Feanen 4 Drents-Friese Wold 5 Dwingelderveld 6 Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa 7 Weerribben-Wieden 8 De Sallandse Heuvelrug 9 Duinen van Texel 10 Zuid-Kennemerland 11 De Biesbosch 12 De Hoge Veluwe 13 Veluwezoom 14 Utrechtse Heuvelrug 15 Oosterschelde 16 Loonse en Drunense Duinen 17 De Zoom-Kalmthoutse Heide 18 De Groote Peel 19 De Maasduinen 20 De Meinweg Zoek op internet antwoorden op de volgende vragen. 1 2 3 4 5 6 7

Waar ligt het park? Hoe groot is het park? Sinds wanneer is het een Nationaal Park? Hoe is het landschap van het park? Welke dieren komen er voor? Welke planten komen er voor? Wat kan de bezoeker er doen?

Houd een korte presentatie (van circa drie minuten) over het park.

De finale

74

finale 2019.indd 74

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


17

Luisteren

Lees de vragen. Luister naar een fragment van een nieuwsprogramma over ecoducten. Beantwoord de vragen.

1

Wat is een ecoduct? Beschrijf hoe een ecoduct eruitziet en welke functies het heeft. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

2

Hoeveel ecoducten heeft Nederland op dit moment? a 4 b 11 c 25 d 36

3

Hoeveel ecoducten zal Nederland er in 2018 ongeveer hebben? a 4 b 11 c 25 d 36

4

Wat wil Alterra nog verder onderzoeken? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

18

Schrijven

De snelweg bij uw woonplaats heeft een ecoduct. Nu wil de overheid deze snelweg verbreden, met als gevolg dat het ecoduct zal verdwijnen. U vindt dat een slechte zaak. Stuur een ingezonden brief aan de lokale krant (100 tot 150 woorden) waarin u uw stadsgenoten oproept tegen dit plan te protesteren.

finale 2019.indd 75

Thema 3 Natuur en landschap

75

De finale

15-02-19 16:51


U kunt bij de oproep denken aan: •

een handtekeningenactie een bezoek aan de burgemeester of aan de minister • een brief gericht aan de minister •

Geef argumenten waarom u tegen dit plan bent.

19

Woordenlijst

Bestudeer de volgende woordenlijst. U moet de woorden gebruiken bij de spreekopdracht van oefening 20.

Woordenlijst de zee rustig wild, onstuimig het meer

De zee is vandaag rustig. Zullen we zo gaan zwemmen? Toen de zee heel wild was, werd ik zeeziek. Door de storm is de zee vandaag erg onstuimig.

Zullen we morgen een boottocht op het meer maken?

de beek

een riviertje dat smal en niet diep is

De camping stond aan een mooi beekje.

de sloot

een lange, smalle geul in een veld, met water dat niet beweegt

De koeien dronken water uit de sloot.

de waterval

een plaats waar water van een hoogte naar beneden valt

Je mag niet kanoën in de buurt van een waterval. Dat is gevaarlijk!

de berg

een hoog uitstekend deel van de aarde

De hoogste berg ter wereld is de Mount Everest. De top van de Mount Everest bevindt zich op 8850 meter. In het dal vind je een groot meer en een gezellig dorpje.

de top het dal de heuvel

een groot stuk water in het land

een kleine, lage berg Nederland heeft geen bergen maar wel een aantal heuvels in Zuid- Limburg. De hoogste is 300 meter.

de afgrond

het ravijn een heel steile en diepe plek in de bergen

Omdat ik hoogtevrees heb, durf ik niet langs een afgrond te lopen.

de kloof

een smalle diepe opening, bijvoorbeeld in de bergen Op vakantie hebben we een prachtige wandeling door een kloof gemaakt.

de rots

een groot stuk steen in de natuur

In het meer lag een rots waar jongens van afsprongen.

de boom

de naaldboom de loofboom

de plant de struik

De finale

76

finale 2019.indd 76

Een kerstboom is een naaldboom. Een kastanjeboom is een loofboom. Wil jij in de vakantie mijn planten water geven?

grote plant die zich vanaf de grond vertakt In mijn tuin staat een rozenstruik.

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


het veld

land waarop niet is gebouwd en waarop geen bomen of struiken staan

De kinderen voetballen op het veldje achter de kerk.

het weiland

een veld met gras waar een boer bijvoorbeeld koeien laat lopen de wei

In april mogen de koeien weer in de wei lopen.

20

Spreken

Werk in tweetallen. Op de website van De finale vindt u een aantal kleurenfoto’s van diverse landschappen. Beschrijf die landschappen zo gedetailleerd mogelijk. Gebruik daarbij het vocabulaire uit oefening 19 en de Taalhulp aan het begin van dit thema (p. 54).

21

Internet

Google op internet naar Nederland van boven of klik op de link op de website. Deze tv-serie laat Nederland op een verrassend nieuwe manier zien, vanuit de lucht. Kies een aflevering en kijk naar de eerste tien minuten. 1

Wat ziet u? 2 Met welke woorden wordt het landschap beschreven? 3 Wat vindt u van de beelden?

22

Lezen

Lees de vragen. Lees het artikel. Beantwoord de vragen. 1

Wat is een tulpenpluktuin? Waarom hebben Sander en José Daniëls-Kolk een tulpenpluktuin? 3 Wat voor soort bezoekers komen er naar de tulpenpluktuin? 4 Wat kunnen bezoekers in de tulpenpluktuin allemaal doen? 5 Noem een paar voorbeelden van andere activiteiten die boeren organiseren. 6 Waarom maakt het de boer niet zoveel uit hoe de bezoekers de tulpen plukken? 7 Leg de zin uit: ‘Normaal is dit een doodzonde voor bollenboeren’. 8 Waarom is de tulpenpluktuin alleen maar van medio april tot medio mei geopend? 9 Wat bedoelt José als ze zegt dat de tulpenpluktuin ‘een schot in de roos’ is? 10 Leg de titel uit. 2

finale 2019.indd 77

Thema 3 Natuur en landschap

77

De finale

15-02-19 16:51


Zelf plukken in tulpenregenboog Boerenbedrijven komen niet meer rond met landbouw alleen. Sander en José Daniëls-Kolk verdienen bij met een tulpenpluktuin, die duizenden bezoekers per jaar trekt. Een Japanse toerist – een twintiger, hippe zonnebril en zilverkleurig horloge – is in een houten uitkijktorentje geklommen dat een goed uitzicht geeft over de bloembollenvelden. De zon schijnt. De temperatuur is meer dan aangenaam. De lentebries verspreidt de zoete geur van bloeiende tulpen. De Japanner geniet zichtbaar. Dan kijkt hij naar zijn vriendin. De jongedame slentert dromerig door de bloemenzee. Af en toe bukt ze om een tulp te plukken. Ze heeft al een behoorlijke bos in haar armen. Vanuit de toren roept haar vriend iets in het Japans. De vrouw kijkt lachend op en neemt een pose aan. Hij pakt zijn camera en drukt af. Een Hollandser vakantiekiekje is nauwelijks denkbaar. De Japanse toeristen zijn niet de enigen die Koninginnedag liever tussen de tulpen doorbrengen dan op de vrijmarkt. In de tulpenpluktuin van Sander en José Daniëls-Kolk in Marknesse is het een komen en gaan van jonge gezinnen, toeristen en oudere echtparen. Op het erf staan nu voornamelijk auto’s met Nederlandse en Duitse kentekens. ‘Maar hier komen toeristen uit alle windstreken,’ zegt José Daniëls-Kolk. Sander en José Daniëls-Kolk kwamen zes jaar geleden op het idee om een bollenveld in te richten voor bloemenliefhebbers die zelf tulpen willen plukken. Ze waren de eersten in Nederland. De tulpenpluktuin trekt nu duizenden bezoekers per jaar. De komst van de bloemenliefhebbers betekent een welkome extra inkomstenstroom voor het boerenbedrijf. Kleine en middelgrote Nederlandse boeren hebben het moeilijk. Alleen de grootste boerenbedrijven kunnen nog bestaan van landbouw alleen. Lang niet alle kleinere boeren hebben de ruimte, of het vermogen, om hun bedrijf uit te breiden. Boeren zijn daarom op zoek naar nevenactiviteiten om het hoofd boven water te houden. Sommigen beginnen een camping. Anderen bieden teambuilding- of managementscursussen aan. Velen beginnen een winkeltje waar ze hun producten verkopen. Ook het echtpaar Daniëls-Kolk kan niet zonder neveninkomsten. Het gemengde boerenbedrijf verbouwt aardappelen, uien, mais en bloembollen. Daarnaast heeft boer Daniëls een veertigtal stieren. De oude varkensstal van Daniëls is verbouwd tot een horecagelegenheid. In de boerenshop op het erf verkoopt het echtpaar verse boerenproducten. Aardappelen en uien van eigen land. Zuivel, kool en andere landbouwproducten komen van omliggende boerderijen, die op hun beurt weer aardappelen en uien van het echtpaar Daniëls-Kolk verkopen. De Japanse toeriste plukt de bloemen met beleid. Met een kleine handbeweging knakt ze de stengels vlak boven de grond, zodat de bol in de grond blijft zitten.

De finale

78

finale 2019.indd 78

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


Een Duits jongetje met een blauwe trui is in zijn enthousiasme minder voorzichtig. Gretig trekt hij de bloeiende tulpen met bol en al uit de grond. Boer Sander Daniëls – middelbare leeftijd, breedgeschouderd met een oranje cowboyhoed – vindt het allemaal prima. De tulpenbollen uit de Tulpenpluktuin zijn sowieso niet meer geschikt voor de handel. Om zijn bezoekers te plezieren, heeft Daniëls een regenboog aan verschillende kleuren tulpen door elkaar geplant. Normaal is dit een doodzonde voor bollenboeren. Op de veiling willen handelaren weten welke kleur tulp ze kopen. Zodra de bollen door elkaar hebben gestaan, zoals in de Tulpenpluktuin, wil geen handelaar de bollen nog hebben. De Tulpenpluktuin draait dan ook volledig op de opbrengst van de bezoekers. Bezoekers aan de tuin betalen 1,50 euro entree en 25 cent per geplukte tulp. Een gepensioneerd echtpaar uit Stadskanaal heeft het er graag voor over. Ze zijn speciaal uit het Noorden afgedaald naar de Noordoostpolder om de 85 kilometer lange tulpenroute te rijden. In tegenstelling tot de Japanse en Duitse toeristen zoeken de Groningers minutieus naar tulpen die nog in bloei moeten komen. Die houden het in een vaas langer uit. De bloeiperiode van tulpen is te kort om van de Tulpenpluktuin alleen te kunnen bestaan. De pluktuin is geopend van medio april tot medio mei. Toch spreekt José Daniëls-Kolk van een schot in de roos. ‘De pluktuin genereert veel publiciteit en bezoekers. Dat is goed voor de omzet van de winkel en het horecabedrijf.’ Bron: www.volkskrant.nl

23

Schrijven

U krijgt onderstaande mail van een vriend(in) van u. Van: Aan: Onderwerp: De Keukenhof

Beste ______________________________________________ , Gisteren gaf mijn Nederlandse buurman mij het advies om een keer naar de Keukenhof te gaan. Ik had de naam weleens eerder gehoord, maar ik ben er nog nooit geweest. Weet jij misschien iets meer over de Keukenhof? En zullen we daar samen een keer naartoe gaan? Dat zou leuk zijn. Ik hoor het wel van je. Groetjes, __________________________________________________

finale 2019.indd 79

Thema 3 Natuur en landschap

79

De finale

15-02-19 16:51


Lees eerst de onderstaande informatie over de Keukenhof. Beantwoord daarna de mail. Geef uw vriend(in) wat informatie over de Keukenhof. Gebruik daarbij de informatie uit de tekst. Doe vervolgens een voorstel om samen een keer naar de Keukenhof te gaan.

Bezoek de Keukenhof in Lisse. Op de Keukenhof, dé plek waar de lente tot bloei komt, bruist het van de activiteiten. Laat uw gezelschap genieten van de schitterende tulpen, hyacinten en narcissen: een ultieme beleving van de Bollenstreek. En natuurlijk zijn er weer de bekende bloemenshows in de paviljoens. Het huidige park is 32 hectare en heeft in totaal 15 km wandelpad. Nergens vindt u zo veel kleur en geur als hier, waar meer dan 7 miljoen bloemen een plaatje zijn om met de camera vast te leggen. Geniet ook van de prachtige kunstobjecten en de verrassende inspiratietuinen. Kom met uw gezelschap naar Keukenhof en geniet van het ultieme voorjaarsgevoel. Adres: Stationsweg 166A, 2161 AM Lisse

Geopend van 21 maart t/m 20 mei Openingstijden: dagelijks 8.00 – 19.30 Entree: volwassenen € 15,00 – kinderen (4-11 jaar) € 7,50

24

Luisteren

‘Tulpen uit Amsterdam’ is een van de bekendste oud-Nederlandse liedjes. Het behoort tot de Nederlandse folklore en is internationaal bekend. Misschien hebt u het weleens gehoord. Klik op de link op de website. In het filmpje hoort u een originele opname uit 1957. A Luister naar het liedje en maak de tekst compleet.

‘Tulpen Uit Amsterdam’ – Herman Emmink Als de _____________________________ komt dan _____________________________ ik jou tulpen uit Amsterdam. Als de _____________________________ komt _____________________________ ik voor jou tulpen uit Amsterdam. Als ik wederkom dan _____________________________ ik jou tulpen uit Amsterdam. Duizend _____________________________ , duizend _____________________________ wensen jou het _____________________________ . Wat mijn _____________________________ niet zeggen kan, _____________________________ tulpen uit Amsterdam. Duizend _____________________________ , duizend _____________________________

De finale

80

finale 2019.indd 80

Thema 3 Natuur en landschap

15-02-19 16:51


wensen jou het _____________________________ . Wat mijn _____________________________ niet zeggen kan, _____________________________ tulpen uit Amsterdam. Als de _____________________________ komt dan _____________________________ ik jou tulpen uit Amsterdam. Als de _____________________________ komt _____________________________ ik voor jou tulpen uit Amsterdam. Als ik wederkom dan _____________________________ ik jou tulpen uit Amsterdam. Duizend _____________________________ , duizend _____________________________ wensen jou het _____________________________ . Wat mijn _____________________________ niet zeggen kan, _____________________________ tulpen uit Amsterdam. B In het filmpje ziet u veel foto’s van Amsterdam. Maak een lijstje van beelden die u gezien hebt (minimaal vijf). Beschrijf elk beeld in een paar woorden of een zin. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 81

Thema 3 Natuur en landschap

81

De finale

15-02-19 16:51


4 1

Eten en drinken Eet u gevarieerd, gezond en op regelmatige tijden? Spreken

Bespreek onderstaande vragen in tweetallen of groepjes van drie.

De finale

82

finale 2019.indd 82

1

Wat zijn in uw land de gebruikelijke tijden van de verschillende maaltijden per dag: hoe laat is het ontbijt, hoe laat de lunch en hoe laat de warme maaltijd? Wat doet u zelf?

2

Welke gewoontes zijn er in uw land rond het ontbijt? Nemen mensen de tijd voor een goed ontbijt? Ontbijten gezinnen samen of doet elk gezinslid dat individueel? Wat eten en drinken mensen bij het ontbijt? Wat doet u zelf?

3

Welke gewoontes zijn er in uw land rond de lunch? Is dat een uitgebreide warme maaltijd, of een snelle maaltijd met brood (en misschien wat kleine warme hapjes) zoals in Nederland? Wat drinken mensen bij de lunch? Lunchen mensen op hun werk (in de kantine of het bedrijfsrestaurant) of gaan ze in een restaurant buiten hun kantoor lunchen? Wat doet u zelf?

4

Welke gewoontes zijn er in uw land rond de avondmaaltijd? Wordt er elke dag uitgebreid gekookt, of eten mensen vaak kant-en-klare maaltijden (uit de magnetron)? Eten mensen meestal meer gangen (voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht) of alleen een hoofdgerecht? Wat drinken mensen bij het avondeten? Wie kookt er meestal in een gezin: de vrouw, de man of samen? Wat doet u zelf?

5

Eet u zelf gezond, gevarieerd en op regelmatige tijden?

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


2

Lezen

Lees het artikel ‘We eten nu vooral luchtige, snelle flut’ en zet de zinnen in de goede volgorde. Elke zin past bij één alinea van de tekst. alinea __________ alinea __________ alinea __________ alinea __________ alinea __________ alinea __________ alinea __________ alinea __________

Ouderen en jongeren hebben uiteenlopende ideeën over wat een maaltijd bereiden inhoudt. De meeste Nederlanders eten hun avondeten nog steeds op dezelfde tijd als vroeger. Ondanks dat de aardappel populair is, verdwijnen sommige traditionele gerechten. De meeste mensen eten nog steeds aan tafel en niet voor de televisie. Restaurants gaan traditionele gerechten maken omdat gezinnen daar geen tijd voor hebben. Mensen doen nog geen halfuur over het eten, waardoor gesprekken aan tafel verdwijnen. Volgens Joop Braakhekke verliezen we ons culinaire erfgoed en eten we vooral ‘rommel’. Mensen leerden vroeger op school koken.

We eten nu vooral luchtige, snelle flut 1 Bloedworst heeft plaatsgemaakt voor taco’s en de meeste gezinnen halen wel eens een kant-en-klaarmaaltijd in huis. Toch houdt 85 procent van de Nederlanders vast aan tradities als het om de warme maaltijd gaat: meestal wordt aan tafel gegeten en het liefst tussen half zes en half zeven ’s avonds. 2 Onderzoeksbureau TNS NIPO analyseerde voor de derde keer in opdracht van Albert Heijn het eet- en kookgedrag in Nederland. Ondanks eerdere voorspellingen eten de meeste gezinnen nog steeds aan tafel. Al is het aantal kinderen dat met een bord op schoot naar de televisie staart in zes jaar tijd verdubbeld naar 15 procent. 3 Over de definitie van koken verschillen de meningen nogal, zo stelt het onderzoek. Ziet een jong, werkend stel het beleggen van een diepvriespizza als culinaire activiteit, een oudere haalt daar zijn neus voor op. Die laatste vindt het bereiden van het héle gerecht pas koken. Ook nuttigen de meeste eters een glaasje bij de maaltijd, terwijl 40 procent van de 55-plussers niets (dus ook geen water) drinkt tijdens het eten. 4 Bij 51 procent van de ondervraagden staan aardappelen op tafel, al verliezen deze steeds meer terrein aan pasta en rijst. Rabarber en vlaflip worden nog wel gegeten, maar van hete bliksem of bloedworst hebben de meeste ondervraagden nog nooit gehoord – laat staan van oude gerechten als preskop of hangop. Ze raken in de vergetelheid, stelt het bureau. 5 Volgens kok en restauranthouder Joop Braakhekke gaat daarmee een stuk culinair erfgoed verloren. Wokken, dat het wint van braden, noemt hij prima, ‘in elk geval beter dan opwarmen in de magnetron’. Zolang er ook gewoon wordt gekookt. ‘Europa kent ook een mooie keuken met een rijke traditie. Maar wie kan er tegenwoordig nog een mooi sausje maken? We eten nu vooral van die luchtige, snelle flut.’

finale 2019.indd 83

Thema 4 Eten en drinken

83

De finale

15-02-19 16:51


6 En ook het eten gaat snel, zo blijkt uit het onderzoek. In 22 minuten is de warme maaltijd naar binnen gewerkt. ‘Dan hebben we elkaar weinig te vertellen,’ reageert Braakhekke. ‘Vreselijk. Eten moet juist een rustpunt zijn, waarbij je naar elkaar informeert.’ 7 Dat een stukje Hollandse folklore verloren gaat, zag Braakhekke al lang aankomen. ‘Vroeger leerde je nog koken voor het hele gezin op de huishoudschool.’ 8 Toch ziet de kok een markt in verloren gewoonten en gebruiken: ‘Dan moeten wij maar weer traditionele gerechten op de kaart zetten. Daar hebben gewone gezinnen geen tijd meer voor.’ Bron: Kim van Keken voor de Volkskrant

3

Lezen

Lees het artikel nog een keer en beantwoord onderstaande vragen. 1

‘Onderzoeksbureau TNS NIPO analyseerde voor de derde keer in opdracht van Albert Heijn het eet- en kookgedrag in Nederland. Ondanks eerdere voorspellingen eten de meeste gezinnen nog steeds aan tafel.’ Leg uit wat met deze laatste zin wordt bedoeld. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

2

Welk percentage kinderen keek zes jaar geleden tijdens het eten naar de televisie? a 0% b ongeveer 7% c ongeveer 15%

3

Ouderen vinden het beleggen van een diepvriespizza geen koken. waar niet waar

4

Noem vier Nederlandse gerechten die nog maar weinig mensen kennen. • ____________________________________________________________________________________________________ • ____________________________________________________________________________________________________ • ____________________________________________________________________________________________________ • ____________________________________________________________________________________________________

5

Wat bedoelt Joop Braakhekke met ‘We eten nu vooral van die luchtige, snelle flut’? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

Wat is volgens Joop Braakhekke een belangrijke functie van eten? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

De finale

84

finale 2019.indd 84

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


4

7

Wat voor soort maaltijden gaat Joop Braakhekke in de toekomst in zijn restaurant op het menu zetten? a Wokgerechten. b Gerechten uit de magnetron. c Gerechten zoals hete bliksem en rabarber.

8

Vraag aan een Nederlandse kennis of buur of hij/zij kan uitleggen wat de gerechten van vraag 4 zijn. Vraag ook of hij/zij ze zelf weleens heeft gegeten.

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van onderstaande woorden. alinea 1 oude gewoonte alinea 2 strak kijken naar één punt twee keer zo veel worden alinea 3 iets niet goed genoeg vinden iets eten of drinken alinea 4 plaats kwijtraken aan vergeten worden alinea 5 traditie alinea 6 snel opeten alinea 7 onopgemerkt verdwijnen alinea 8 commerciële mogelijkheid

5

_____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________ _____________________________________________________________

Woordenschat

Vul een synoniem uit oefening 4 in. 1

De laatste jaren worden er over de hele wereld steeds meer tablets verkocht. Eerst was Apple marktleider met de iPad, maar Apple ___________________________________ steeds meer ___________________________________ aan Aziatische bedrijven zoals Samsung en Toshiba. 2 In de pauze kun je in de kantine allerlei lekkere dingen ________________________ ___________ : soep, yoghurt, broodjes, verse sapjes, fruit, enz. 3 Het is vrijdagmiddag. Het zonnetje schijnt. Het is warm in ons lokaal. Verschillende studenten zitten naar buiten te ___________________________________ . 4 Gisteren werd er op het Museumplein in Amsterdam gedemonstreerd tegen de bezuinigingen van het kabinet op de gezondheidszorg. De toespraak van de minister-president ____________________________________________________ _____________________________________________ in het boegeroep van de demonstranten.

finale 2019.indd 85

Thema 4 Eten en drinken

85

De finale

15-02-19 16:51


5

6 7

8 9 10

11

6

Elke avond eten we om 18.15 uur. Op maandag moet mijn zoon om 18.30 uur naar voetbaltraining. Om te zorgen dat hij niet in 10 minuten zijn eten ___________________________________ ___________________________________ hoeft te ________ ___________________________ , eet hij die dag al om 17.30 uur. Volgens de Nederlandse ___________________________________ is zondag een rustdag. Op het gebied van mobiele telefoons gaan de technische ontwikkelingen razendsnel. Elk jaar komen de verschillende producenten weer met de nieuwste smartphones op de ___________________________________ . Het aantal mensen dat een lcd-televisie heeft, is in twee jaar tijd ___________ ________________________ van 2 miljoen naar 4 miljoen. Een groot deel van het Nederlands ___________________________________ wordt in musea bewaard en tentoongesteld. Een echte fan van horrorfilms ___________________________________ __________________________ ___________________________________ ___________________________________ voor actiefilms. Daar vindt hij of zij niks aan. Omdat Nelson Mandela een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Zuid-Afrika, zal hij niet snel __________________________________________ __________________________ ___________________________________ _________________________________________ .

Grammatica: separabele en niet-separabele verba * Kijk in de Grammatica (p. 233) voor uitleg en meer oefeningen.

Vul het verbum in de juiste vorm en tijd in op de juiste plaats.

Huisman In Nederland staan talloze moeders om half zes eten te (klaarmaken) voor hun gezin. Maar een man die elke dag kookt, (voorkomen) maar zelden. Zo’n man is Peter. Hij is (afstuderen) als bioloog, maar in het dagelijks leven huisvader. Met veel plezier (opvoeden) hij zijn drie pubers. Hij doet boodschappen, kookt, poetst, (stofzuigen) en (bereiden) de maaltijden. In het begin kookte hij eigenlijk alleen maar Hollandse maaltijden, maar dat (veranderen). Nu (rondgaan) ze echt de hele wereld. Italiaans, Marokkaans, Indisch… Hij (omdraaien) nergens zijn hand meer voor. Hij vindt het belangrijk dat de kinderen lekker en gezond eten. Van zijn Franse visschotel kunnen ze bijvoorbeeld echt niet (afblijven)! Van Peter hoeven ze trouwens niets te eten wat ze niet lusten, maar hij (aanmoedigen) ze wel om nieuwe dingen te proeven. Hij (meenemen) regelmatig nieuwe producten. Als hij bijvoorbeeld tagliatelli met zeevruchten maakt, dan maakt hij twee versies. Want de één houdt niet van garnalen en de ander niet van mosselen. Hij (aanpassen) de ingrediënten dus aan de smaak van de kinderen, zodat iedereen het lust. Eten wat de pot schaft? Hij (verbouwen) de pot gewoon naar ieders wensen! Hij geniet ervan als hij zijn gezin ziet smullen.

De finale

86

finale 2019.indd 86

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


7

Lezen

Lees de tekst en maak de opdrachten op de volgende pagina.

Gezonder koken 1 Gezonder koken, hoe doe je dat? Het gaat er niet alleen om wat je kookt, maar ook hoe je kookt . Kook je voor een weeshuis, of weeg je netjes de hoeveelheden af die je in de pan gooit? Ligt dat stukje vlees spetterend te drijven in een vette plas boter, of gril jij het lekker licht in de grillpan? Kleine aanpassingen in je kookgedrag hebben grote effecten op de kwaliteit van je maaltijd. 2 Ik ga gevarieerder eten. Probeer eens andere bereidingswijzen voor dingen die je lekker vindt, maar ook voor dingen die je niet graag eet. Misschien hou je helemaal niet van gekookte spruitjes, maar vind je ze wel lekker als je ze kort wokt. Je hoeft geen uitgebreide keukenapparatuur te hebben om eens een andere bereidingswijze te proberen: stomen kan met een metalen vergiet op een pan met een laagje water of in de magnetron, en bijna iedereen heeft wel een oven om te bakken en te grillen of een gerecht voor langere tijd te stoven. 3 Ik ga kleinere porties eten. Let ook eens op de hoeveelheid vlees of vis in je maaltijd. Het is verleidelijk om de hele verpakking toe te voegen, maar weeg eens bewust 100-125 gram per persoon af. Dit is wat je per dag maximaal zou moeten eten aan vleeswaren. Dus als je bij de lunch ook al vlees op je boterham hebt gegeten, gaat er nog een deel af voor de avondmaaltijd. Dat betekent niet dat je met een halfleeg bord en honger komt te zitten. Vul het aan met groente. 200 gram groente is algauw een half bord. Houd er ook rekening mee dat sommige groenten erg slinken tijdens het koken. Van spinazie heb je een enorme zak nodig, wil je uiteindelijk 200 gram overhouden. 4 Ik ga gezondere producten kiezen. Gebruik zachte vetten, dus (olijf )olie, vloeibare bak- en braadboter uit een knijpfles en vloeibaar frituurvet. Dit vet is een stuk gezonder dan harde vetten waar veel verzadigd vet in zit, zoals pakjes margarine en blokken frituurvet. Het is ook goed om te investeren in goede antiaanbakpannen of een grillpan, dan heb je al minder bakvet nodig. Voeg ook niet automatisch zout toe aan je gerecht, maar proef of het nodig is en kijk of je uit de voeten kunt met kruiden of peper. 5 Ik ga regelmatiger eten. Ben jij iemand die loopt te snoepen tijdens het koken? Bijvoorbeeld dat je nog even een extra stukje kaas afsnijdt om zo op te eten, of een paar stukjes kip proeft uit de pan? Niet doen! Het is lastig om je honger te onderdrukken als je in de pannen staat te roeren, maar probeer het toch maar, want al die hapjes tellen uiteindelijk wel extra mee. Drink een glas water of eet bijvoorbeeld een paar stukjes komkommer om je ergste snaaizin in te dammen.

finale 2019.indd 87

Thema 4 Eten en drinken

87

De finale

15-02-19 16:51


6 Ik ga mijn kinderen het gezonde voorbeeld geven. Laat je kinderen regelmatig meekoken. Bedenk, afhankelijk van de leeftijd, klusjes die ze kunnen doen, zoals een gekookt eitje pellen, groenten wassen, ingrediënten toevoegen, salade mengen. Geef het gerecht de naam van je kind: ‘Peters aardappeltjes’ of ‘Emma’s sla’. Zo krijgt je kind het gevoel dat het echt een bijdrage levert aan de maaltijd, en dan zal hij of zij die daarna met meer plezier opeten. Bron: ‘Het Nieuwe Eten. Stap voor stap gezonder eten’, Stichting Voedingscentrum Nederland, 2012

A In de tekst is een aantal verwijswoorden onderstreept. Waar verwijzen ze naar? Voorbeeld:

‘het’ in fragment 1 verwijst naar dat stukje vlees Fragment 2: ‘ze’ verwijst naar _____________________________________________________________ Fragment 3: ‘Het’ verwijst naar ___________________________________________________________ ‘Dit’ verwijst naar ____________________________________________________________ ‘het’ verwijst naar ____________________________________________________________ Fragment 4: ‘Dit’ verwijst naar ____________________________________________________________ ‘Het’ verwijst naar ___________________________________________________________ ‘het’ verwijst naar ____________________________________________________________ Fragment 5: ‘het’ verwijst naar ____________________________________________________________ Fragment 6: ‘het’verwijst naar _____________________________________________________________ ‘die’ verwijst naar ____________________________________________________________

B Wat bedoelt de schrijver met de volgende zinnen? Zeg het met eigen woorden. Fragment 1: Kook je voor een weeshuis, of weeg je netjes de hoeveelheden af die je in de pan gooit? Kleine aanpassingen in je kookgedrag hebben grote effecten op de kwaliteit van je maaltijd. Fragment 2: Probeer eens andere bereidingswijzen voor dingen die je lekker vindt. Fragment 3: Houd er rekening mee dat sommige groenten erg slinken tijdens het koken. Fragment 4: Kijk of je uit de voeten kunt met kruiden of peper. Fragment 5: Het is lastig om je honger te onderdrukken als je in de pannen staat te roeren. Eet een paar stukjes komkommer om je ergste snaaizin in te dammen. Fragment 6: Bedenk, afhankelijk van de leeftijd, klusjes die ze kunnen doen. Zo krijgt je kind het gevoel dat het echt een bijdrage levert aan de maaltijd.

De finale

88

finale 2019.indd 88

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


C In de tekst staan de volgende ‘kook’werkwoorden. Weet u wat ze betekenen? bakken – braden – grillen – koken – stomen – stoven – wokken

D Vat de tekst kort samen (mondeling of schriftelijk). Gebruik daarbij maximaal twee zinnen per fragment.

8

Grammatica: zinsbouw * Kijk in de Grammatica (p. 202, 262) voor uitleg en extra oefeningen.

Zinsbouw: woordvolgorde achter conjuncties. A conjuncties vinden in een tekst 1

Ga terug naar de tekst van oefening 2. Zoek de conjuncties in de tekst en onderstreep ze. Welk type zin komt er achter elke conjunctie? U kunt kiezen uit: a normale hoofdzin b hoofdzin met inversie c bijzin 2

B zinnen afmaken Bepaal bij elke zin eerst welk type zin u moet schrijven (normale hoofdzin, hoofdzin met inversie, of bijzin) en maak dan de zin af. 1

Ik had gisteravond eigenlijk geen honger. Toch ____________________________________ . 2 Hoewel _________________________________________________________________________________________ , hebben we toch weer te veel gegeten tijdens de feestdagen. Daar hebben we nu spijt van want __________________________________________________________________ . 3 De supermarkt bij ons in de buurt is niet echt goedkoop. Toch gaan we er altijd boodschappen doen omdat _____________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 4 Zolang ______________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________ , moeten de kinderen aan tafel blijven zitten. Dat vinden ze niet altijd leuk, maar zo zijn de regels. 5 Toen _________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________ , heb ik mijn eetpatroon flink aangepast. Dat had direct effect, ik ben namelijk in een maand tijd vijf kilo afgevallen. 6 Bij ons thuis zijn de huishoudelijke taken goed verdeeld. Terwijl ik kook, ________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 7 Ik adviseer u om ________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . Dat is niet alleen goedkoper, maar ook beter voor uw gezondheid. _______________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 89

Thema 4 Eten en drinken

89

De finale

15-02-19 16:51


8

Als mijn schoonouders komen eten, _____________________________________________________ _______________________ . Dat vinden ze altijd heel lekker, dus succes verzekerd! 9 ‘Beste vaste klant. Vanwege de verbouwing van ons restaurant _______________ _______________________________________________________________________________________________ . Over twee weken gaan we weer open en dan hopen we u weer in ons geheel vernieuwde restaurant te mogen verwelkomen. Met vriendelijke groet, James en Sandra van Loon – bistro De Stoofpot’ 10 Ook al _____________________________________________________________________________________________ , ik koop toch liever vers brood bij de bakker dan bij de supermarkt.

9

Luisteren

Oefenexamen NT2 programma 2, Luisteren Onderdeel A Fragment 1: Radioprogramma over voedselallergie U gaat luisteren naar een radioprogramma. In het programma worden vragen van luisteraars beantwoord over voedselallergie. Meneer Van Loon van de Nederlandse voedselallergiestichting beantwoordt deze vragen. Eerst volgt een voorbeeld. Het antwoord op deze voorbeeldopgave hoeft u niet aan te geven. Lees nu eerst de voorbeeldopgave goed door. Voorbeeld:

Waardoor wordt de toename van voedselallergie veroorzaakt? a Door de grote aandacht ervoor in de media. b Door de veranderde eetgewoonten. c Doordat mensen steeds minder groenten en fruit eten.

In het voorbeeld vertelt meneer Van Loon dat de toename van voedselallergie veroorzaakt wordt door veranderde eetgewoonten. Antwoord B is dus het goede antwoord.

Let op

Bij de volgende opgaven is de pauze ná het fragment langer dan bij de voorbeeldopgave. U moet in dezelfde pauze de opgave bij dat fragment beantwoorden én de volgende opgave lezen.

Dan begint nu de toets. Lees eerst opgave 1 goed door.

De finale

90

finale 2019.indd 90

1

Wat zegt Van Loon hier over voedselallergie en voedselintolerantie? a Het zijn verschillende benamingen voor dezelfde afwijking. b Het zijn verschillende kwalen met dezelfde verschijnselen. c Het zijn ziektes die heel verschillende klachten geven.

2

Wat zegt Van Loon over de meeste kleur- en smaakstoffen? a Ze beïnvloeden de gezondheid eerder positief dan negatief. b Ze veroorzaken geen voedselallergie maar wel vele andere klachten. c Ze vormen de belangrijkste oorzaak van voedselallergieën.

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


3

Waarop hebben de meeste allergische klachten betrekking? a Op de huid. b Op de luchtwegen. c Op maag en darmen.

4

Wat wil Van Loon met het Engelse onderzoek aantonen? a Veel mensen denken ten onrechte dat ze voedselallergie hebben. b Veel mensen genezen van een voedselallergie zonder hulp van medicijnen. c Veel mensen zijn allergisch voor voedsel, zonder dat ze het weten.

5

Wat zegt Van Loon over het eliminatiedieet? a Het helpt ontdekken voor welke stoffen men allergisch is. b Het is een dieet zonder stoffen die allergie veroorzaken. c Het leert mensen om stoffen te verdragen waarvoor ze allergisch zijn.

6

Waarom wordt de hyposensibilisatiekuur tegenwoordig niet meer gebruikt? a De kuur had geen aantoonbaar effect. b De kuur kon de klachten juist verergeren. c De kuur moest vele jaren worden voortgezet.

Oefenexamen NT2 programma 2, Luisteren Onderdeel B Fragment 2: Lezing over eetproblemen U gaat nu luisteren naar een lezing van mevrouw Vis. Zij gaat iets vertellen over problemen rondom eten en lichaamsgewicht. Bij dit onderdeel is geen voorbeeld. De toets gaat nu meteen verder. Lees eerst opgave 7 goed door.

finale 2019.indd 91

7

Welk verschil tussen eetverslaving en alcoholisme wordt hier genoemd? a De gevolgen van eetverslaving zijn eerder zichtbaar dan die van alcoholisme. b Eetverslaving wordt vaak niet als een echte verslaving erkend. c Men kan wel proberen te stoppen met alcohol, maar niet met eten.

8

Hoe verklaart de spreker dikte bij kinderen? a Kinderen willen vaak veel eten om snel groot te worden. b Ouders denken dat veel eten gezond is voor kinderen. c Ouders geven kinderen te vaak ongezonde etenswaren.

9

Hoe ziet de spreker het eetprobleem van veel vrouwen? a Als een compensatie voor het gebrek aan waardering. b Als gevolg van het feit dat ze te weinig te doen hebben. c Als verzet tegen het modebeeld dat hun wordt opgedrongen.

Thema 4 Eten en drinken

91

De finale

15-02-19 16:51


10

10

Wat zegt de spreker over de meeste diëten? a Ze hebben weinig effect en zijn ongezond. b Ze werken meestal heel goed maar alleen op lange termijn. c Ze zijn vaak zo ingewikkeld dat ze moeilijk vol te houden zijn.

11

Wat wordt hier gezegd over sport als methode om af te vallen? a Daarbij is altijd deskundige hulp vereist. b Daarvoor is erg veel doorzettingsvermogen nodig. c Men moet daarbij ook altijd nog een dieet volgen.

12

Hoe reageren anderen vaak als je je streefgewicht hebt bereikt? a Ze geven ongevraagd allerlei adviezen om zo slank te blijven. b Ze vergeten dat je moeite moet doen om dit gewicht te behouden. c Ze zeggen dat je eigenlijk nooit te dik bent geweest.

Lezen

Lees onderstaand artikel en maak de opdrachten onder de tekst.

Nederlandse werknemer heeft geen tijd voor lunch Ruim 1 op de 5 werknemers in Nederland slaat minimaal één keer per werkweek de lunch over. Tien procent doet dit enkele keren per week en drie procent luncht nooit tijdens de werkweek. Bijna 1 op de 5 werknemers nuttigt wel elke dag zijn of haar lunch op de werkplek. Dat blijkt uit onderzoek van Eurest, onderdeel van Compass Group Nederland, en de Academy of Facility Management van NHTV Breda. Het onderzoek is gehouden onder meer dan 1100 werknemers die werkzaam zijn in bedrijfspanden met meer dan 100 werknemers.

Overgewicht Uit verschillende eerdere onderzoeken bleek dat het overslaan van ontbijt gevolgen heeft voor de gezondheid. Overslaan van de standaardeetmomenten, zoals ontbijt, lunch en het diner, leidt tot compensatiegedrag (‘snacken’) gedurende andere momenten van de dag. De mate van overgewicht binnen de groep die maaltijden overslaat, ligt aanzienlijk hoger dan binnen de groep die een normaal eetpatroon volgt, zo blijkt uit deze onderzoeken.

De finale

92

finale 2019.indd 92

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


Geen tijd ‘De gemiddelde Nederlandse werknemer besteedt al jaren ongeveer 25 minuten aan de lunchpauze,’ aldus Brigitte Campfens, marketingmanager van Eurest. ‘Wel is er een duidelijke verandering zichtbaar in het gebruik van cateringvoorzieningen en de locatie waar het eten wordt genuttigd. Het onderzoek geeft aan dat 52 procent van de werknemers de lunch geregeld (minimaal één keer per werkweek) op de werkplek nuttigt en dus niet de tijd neemt om gebruik te maken van de cateringvoorziening van de werkgever.’

Mannen lunchen minder vaak Opvallend resultaat uit het onderzoek is dat mannen relatief vaker hun lunch overslaan. Gemiddeld slaat 19 procent van de vrouwen de lunch één of meerdere keren per week over, tegen 25 procent van de mannen. Ook geeft een groter deel van de mannelijke respondenten aan zijn of haar lunch vaker achter het bureau of op de werkplek te nuttigen. Meer dan de helft van de mannen geeft aan dit minimaal één keer per week te doen, tegen 44 procent van de vrouwelijke werknemers.

To go-producten Bijna 1 op de 5 werknemers nuttigt de lunch elke dag op de werkplek. ‘Daarnaast blijkt dat werknemers in Nederland ten opzichte van twee jaar geleden vaker het eten onderweg nuttigen,’ zegt Campfens. ‘Dit heeft natuurlijk gevolgen voor het assortiment van onze bedrijfsrestaurants. Hier zijn steeds vaker to go-producten beschikbaar, zodat de gasten kunnen eten waar en wanneer ze willen.’

Nieuwe werken Volgens Bernard Drion, lector Facility Management aan NHTV, zal catering in de toekomstige werkomgeving een steeds belangrijker rol spelen. ‘We kunnen tegenwoordig overal en altijd individueel werken. Dus wat heeft een medewerker met smartphone en laptop op kantoor te zoeken? Het ontmoeten van collega’s, waarbij ervaringen, kennis en ideeën worden uitgewisseld, kan daarmee in de verdrukking komen. Terwijl die uitwisseling juist essentieel is voor het succes van de organisatie. Met bijvoorbeeld gastvrijheid en een goede cateringvoorziening kunnen medewerkers worden “verleid” om toch naar het kantoor te komen.’ Bron: Management Team, december 2009

finale 2019.indd 93

Thema 4 Eten en drinken

93

De finale

15-02-19 16:51


A Zoek het percentage op in de tekst. 1

2

3

4

5

6

7

8

Hoeveel procent van de werknemers luncht nooit tijdens de werkweek? Hoeveel procent van de vrouwen luncht één keer of vaker per week niet? Hoeveel procent van de werknemers luncht minimaal één keer per week niet? Hoeveel procent van de mannen luncht weleens achter het bureau? Hoeveel procent van de mannen luncht één keer of vaker per week niet? Hoeveel procent van de vrouwen luncht weleens achter het bureau? Hoeveel procent van de werknemers luncht elke dag op de werkplek? Hoeveel procent van de werknemers luncht een paar keer per week niet?

______________ % ______________ % ______________ % ______________ % ______________ % ______________ % ______________ % ______________ %

B Beantwoord de volgende vragen. 1 2 3 4 5

11

Waarom komt er meer overgewicht voor onder de groep werknemers die maaltijden overslaan? Wat is er veranderd met betrekking tot de locatie waar werknemers hun lunch nuttigen? Wat is het verschil tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de lunchgewoontes? Waarom hebben bedrijfsrestaurants steeds vaker to go-producten in hun assortiment? Waarom wordt catering in de toekomstige werkomgeving steeds belangrijker?

Schrijven

Op internet vindt u op een forum een discussie over gezond eten. De stelling luidt: ‘Vrouwen eten gezonder dan mannen’. U zoekt nadere informatie en vindt onderstaande statistische figuren. Schrijf een reactie van 100 tot 120 woorden op de stelling en onderbouw uw mening met argumenten.

De finale

94

finale 2019.indd 94

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


R I V M o n d e r z o e k t e e t g e w o o n t e i n vo l k s b re d e s t u d i e

Nederlanders eten te weinig groente Fruit Percentage dat dagelijks aanbevolen hoeveelheid haalt Vrouwen

Mannen

54%

65% van de alcoholcosumptie vind thuis plaats

30 25

54% van het fruit dat we eten is als tussendoortje

20

25%

15 10 5

200

0

We eten gemiddeld 200 dagen per jaar aardappels

Ontbijt Percentage dat nooit of zelden ontbijt Vrouwen

30% van de calorie-inname wordt buiten de maaltijden geconsumeerd

30%

25% van de vis en schaaldieren wordt bij de lunch gegeten

Mannen

12 10

Gewicht Percentages overgewicht en obesitas naar leeftijdsgroep

8 6

9-13 jaar

4 2

14-18 jaar 12

14

Vrouwen

Mannen

67

85

84

31-50 jaar 16

26

0

Eetmomenten Percentage dat 10 of meer keer per dag iets eet

19-30 jaar

39

51-69 jaar 18

45

32

50

Mannen Vrouwen

50 40

80

20 10 0

9-13 jaar

DEN HAAG Nederlanders eten te weiniggroente, fruit, vis en vezels. Bovendien krijgen we niet genoeg vitamine A, B1, C en E, magnesium, kalium en zink binnen. En dan zitten er nog eens te veel verzadigde vetzuren in ons eten, waardoor veel Nederlanders te zwaar zijn. Dat zijn de belangrijkste bevindingen uit een grootschalige voedselconsumptiepeiling die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) tussen 2007 en 2010 onder ruim 3.800 Nederlanders heeft gehouden. Het is het eerste volksbrede voedselonderzoek van het RIVM in dertien jaar tijd. Het ministerie van Volksgezondheid gaf opdracht tot het onderzoek, dat in kaart brengt wat Nederlanders anno 2011 precies eten, hoe vaak en wanner. De peiling past in het beleid van het ministerie, dat mensen zelf keuzen laat maken over hun leefstijl, maar hen wel wil informeren over wat de verstandigste keuzen zijn. Mannen en vrouwen worden in de studie apart onder de loep genomen, en het cliché is waar: mannen drinken meer alcohol en eten meer vlees dan vrouwen, meer vlees dan eigenlijk gezond voor ze is. Ook eten mannen meer aardappels dan vrouwen, en dan graag met een sausje eroverheen. Vrouwen eten weer meer gebak, fruit, noten en olijven.

Aardappelland Nederland blijft een aardappelland. Gemiddeld wordt tweehonderd dagen van het jaar aardappels tijdens het avondeten geserveerd, twee keer per week eten we pasta of rijst. Ook groenten eten we haast uitsluitend tijdens het avondeten. Buiten de deur eten we liever soep, vis en gebak. De groenten die we voornamelijk

18

14

17

30

84 14-18 jaar

23

22 59

19-30 jaar

27

23 51

31-50 jaar

39

38 51-69 jaar

bereiden, zijn lichte roerbakgroenten en bladgroenten. ‘Zo kom je moeilijk aan de voorgeschreven twee ons per dag,’ zegt deskundige Andrea Werkman van het voedingscentrum. Werkman constateert dat mensen groenten steeds vaker in de vorm van sauzen en soepen binnenkrijgen, en fruit via smoothies. Ook ziet ze een verschuiving van eetmomenten op de dag. Uit het onderzoek blijkt dat 4 tot 12 procent van de volwassenen nooit ontbijt, maar anderzijds eten volwassenen meer dan zeven keer per dag iets. Snacken doen we overigens niet per se ongezond. Fruit wordt in meer dan de helft van de gevallen tussen de maaltijden door gegeten. In de afgelopen jaren is er geen toename gesignaleerd in zwaarlijvigheid en obesitas. Toch is drie op de tien volwassen mannen volgens de onderzoekers te zwaar, bij volwassen vrouwen is dat zelfs vier op de tien. Kinderen zijn echter de grote zoetekauwen en eten meer gebak en suiker dan volwassenen. Ook eten ze meer kunstmatig gezoet voedsel dan hun ouders. Als het om zuivel gaat drinken kinderen meer melk, volwassenen eten liever kaas. Het onderzoek van het RIVM is overwegend positief ontvangen, al plaatst Christine Grit, manager voeding en gezondheid bij de federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie wel een paar kanttekeningen. ‘Het is jammer dat je dit onderzoek niet kan vergelijken met de peiling uit 1998.’ De meetwijze van het RIVM werd in 2000 aangepast om de resultaten te vergelijken met de rest van Europa. ‘Dat is in een Europese industrie als de onze heel wat waard.’ En al moet het RIVM het de komende jaren met minder geld doen, Grit hoopt vurig dat de voedselconsumptiepeiling vaker herhaald zal worden.

Bron: www.natuurvoedingskundige.nl

finale 2019.indd 95

Thema 4 Eten en drinken

95

De finale

15-02-19 16:51


12

Woordenschat en spreken

A Hieronder ziet u steeds twee woorden naast elkaar staan. Maak uw keuze. Welke smaak, welk eten of drinken heeft uw voorkeur? 1 zoet 2 zoet 3 pittig 4 fruit 5 vlees 6 pasta 7 aardappelen 8 bier 9 koffie 10

wit brood

11 pindakaas 12 ham

hartig zuur mild groente vis rijst couscous wijn thee bruin brood hagelslag kaas

B Werk in groepjes van drie. Vergelijk de keuzes die jullie hebben gemaakt.

13

De finale

96

finale 2019.indd 96

Spreken 1

U hebt een Nederlandse vriend te eten. U hebt een speciaal gerecht gemaakt uit uw eigen land. Uw vriend proeft het gerecht. Kijk naar het plaatje.

U vraagt uw vriend of hij het lekker vindt. Luister naar zijn reactie en reageer.

2

U hebt bij een vriend gegeten en wilt hem een compliment voor het eten geven. Wat zegt u?

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


3

U trakteert uw partner op een etentje in uw favoriete restaurant. De ober brengt de soep. Kijk naar het plaatje.

U hebt tot nu toe in dit restaurant nog nooit klachten gehad. Wat zegt u in deze situatie tegen de ober?

4

In de pauze spreekt u met een medestudent over eten en drinken. Luister naar de vraag van uw medestudent en reageer.

5

Kijk naar de plaatjes. Leg uit hoe je aardappels moet koken.

1

2

4

6

finale 2019.indd 97

3

20 min.

5

Jullie gaan met een groep collega’s uit eten. Jullie kiezen voor het verrassingsmenu van de chef. Luister naar de ober en reageer.

Thema 4 Eten en drinken

97

De finale

15-02-19 16:51


14

Spreken

Lange spreekopdracht U zit in de personeelsvereniging van uw werk. Elk jaar organiseert de vereniging een personeelsuitje. Met uw werkgever is dit jaar de afspraak gemaakt dat hij per medewerker maximaal 50 euro betaalt voor het personeelsuitje. U hebt voor dit jaar drie ideeën bedacht. In een vergadering van de personeelsvereniging presenteert u uw ideeën. U beschrijft de ideeën en geeft aan welk idee uw voorkeur heeft. U vertelt ook waarom dit idee uw voorkeur heeft. Ideeën:

Idee 1

Idee 2

Idee 3

Bowlen

Rondwandeling

Kanotocht

vrijdagavond 18.00 - 19.30

door de stad vrijdagmiddag 16.00 - 17.30

zaterdagochtend 10.00 - 13.00

+ Barbecue

+ Pizzeria

+ Picknick

€ 45,– excl. drank

€ 50,– incl. drank

€ 40,– incl. drank

vrijdagavond 19.30 - 22.00

vrijdagavond 18.00 - 20.30

zaterdagmiddag 13.00 - 14.30

Het is belangrijk: •

dat u de ideeën beschrijft; • dat u zegt welk idee uw voorkeur heeft; • dat u uitlegt waarom dat idee uw voorkeur heeft.

De finale

98

finale 2019.indd 98

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


15

Schrijven

Er bestaan grote verschillen in eetgewoonten tussen verschillende culturen. U woont nu in Nederland en hebt de Nederlandse keuken leren kennen. Schrijf een samenhangende tekst van 100 tot 150 woorden over de eetcultuur in Nederland en die in uw eigen land. Besteed in uw tekst aandacht aan de volgende punten: 1

Vergelijk Nederlandse gerechten met gerechten uit uw land. Beschrijf verschillen in eetgewoonten in Nederland en in uw land. 3 Geef uw mening over de Nederlandse eetcultuur. Geef argumenten. 2

16

Grammatica: ‘er’ * Kijk in de Grammatica (p. 274) voor uitleg en meer oefeningen.

A er + telwoord (numerale) Beantwoord de vraag: gebruik er in uw antwoord. Voorbeeld: Hoeveel fietsen hebt u? Ik heb er twee. 1

Hoeveel broers hebt u?

2

Hoeveel kinderen hebt u?

3

Hoeveel lessen Nederlands hebt u per week?

4

Hoeveel lessen hebt u tot nu toe gehad?

5

Hoeveel glazen water drinkt u per dag?

6

Hoeveel glazen alcohol drinkt u per week?

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

7

Hoeveel mensen zijn er nu in dit lokaal?

8

Hoeveel mensen wonen er in uw land?

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 99

Thema 4 Eten en drinken

99

De finale

15-02-19 16:51


B er / daar = plaats Beantwoord de vraag: gebruik er of daar in uw antwoord. Voorbeeld: Wat koopt u op de markt? Ik koop er fruit . Daar koop ik fruit. 1

Bent u weleens in Amsterdam geweest? _________________________________________________________________________________________________________

2

Hoe vaak gaat u naar de supermarkt? _________________________________________________________________________________________________________

3

Welke producten koopt u bij de drogist? _________________________________________________________________________________________________________

4

Bent u weleens in AustraliĂŤ geweest? _________________________________________________________________________________________________________

5

Hebt u weleens in een Nederlands pannenkoekenrestaurant gegeten? _________________________________________________________________________________________________________

6

Welke producten kun je in een warenhuis kopen? _________________________________________________________________________________________________________

7

Wat kun je doen in een sportschool? _________________________________________________________________________________________________________

8

Hoe langt woont u al op uw huidige adres? _________________________________________________________________________________________________________

C er introduceert een indefiniet subject Maak de eerste zin compleet: gebruik er + indefiniet subject. Voorbeelden: Er loopt een kat in onze tuin. De kat is van de buren. Zit er nog koffie in de thermoskan? Ja, een beetje. De koffie is nog warm. 1 2 3 4 5 6 7 8

De finale

100

finale 2019.indd 100

Er is ___________________________________________________ op tv. De film is heel spannend. Er staat ________________________________________________ voor de deur. De man belt aan. Er ligt ______________________________________ op de straten. De sneeuw is 10 centimeter dik. Er zitten _____________________________________ in het voetbalstadion. De supporters schreeuwen en juichen. Er begint _______________________________________________________ bij onze taalschool. De cursus start volgende week. Er zit ______________________________________________ in deze thee! Bah, dat lust ik niet, ik wil thee zonder suiker. Er staat ____________________________ te koop in onze straat. Het huis is heel duur. Is er ___________________________ die nog iets wil vragen? Ja, ik heb nog een vraag.

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


D er / daar + prepositie Beantwoord de vraag: gebruik er of daar in uw antwoord. Voorbeeld: Hebt u verstand van computers? Of:

Ja, ik heb er verstand van. / Ja, daar heb ik verstand van. Nee, ik heb er geen verstand van. / Nee, daar heb ik geen verstand van. 1

Houden jullie van boerenkool met worst?

2

Hebt u van uw laatste vakantie genoten?

3

Maakt u gebruik van Facebook ?

4

Zijn jullie al gewend aan het Nederlandse weer?

5

Hebt u moeite met de Nederlandse uitspraak?

6

Hebben jullie een hekel aan harde muziek?

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

7

Kijkt u weleens naar het nieuws op de Nederlandse tv?

8

Bent u geĂŻnteresseerd in Nederlandse politiek?

_________________________________________________________________________________________________________

_________________________________________________________________________________________________________

E er = subject passieve zin Beantwoord de vraag: begin uw antwoord met Er. Voorbeeld: Hoe laat wordt er meestal geluncht in Nederland? Er wordt meestal tussen 12 en 13 uur geluncht in Nederland. 1

Wanneer bent u voor het laatst naar een feest geweest? Wat werd er op het feest gedaan? _________________________________________________________________________________________________________

2

Is er in de groep weleens getrakteerd? _________________________________________________________________________________________________________

3

Wordt er in uw land veel gerookt? _________________________________________________________________________________________________________

4

Hoe laat wordt er bij u thuis ’s avonds gegeten?

_________________________________________________________________________________________________________

5

Werd er vroeger op school veel gelachen? _________________________________________________________________________________________________________

6

Over welk thema wordt er nu in Nederland veel gepraat? _________________________________________________________________________________________________________

7

Over welk thema wordt er de laatste tijd in uw land veel gepraat? _________________________________________________________________________________________________________

8

Wordt er in uw land veel gefietst? _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 101

Thema 4 Eten en drinken

101

De finale

15-02-19 16:51


17

Grammatica

A Maak een logische vraag bij het gegeven antwoord. Voorbeelden: Hoeveel dagen heeft een week? Een week heeft er zeven. Wat wordt er vaak bij de lunch gedronken?

Er wordt vaak melk bij gedronken. Bent u weleens in Japan geweest?

Nee, daar ben ik nog nooit geweest. 1 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ja, daar ben ik in geĂŻnteresseerd. 2 _______________________________________________________________________________________________________

?

Hij heeft er drie. 3 _______________________________________________________________________________________________________

?

Nee, daar luister ik nooit naar. 4 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ik ben er vorig jaar in juli geweest. 5 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ja, daar zijn we het mee eens. 6 _______________________________________________________________________________________________________

?

Er wordt een nieuw winkelcentrum gebouwd. 7 _______________________________________________________________________________________________________

?

Nee, daar heeft hij geen moeite mee. 8 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ik heb er vijf gekocht. 9 _______________________________________________________________________________________________________

?

Wij werken daar nu twee jaar. 10 _______________________________________________________________________________________________________

?

Nee, sorry, daar kan ik je niet mee helpen. 11 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ik ben er nog mee bezig. Ik ben bijna klaar. 12 _______________________________________________________________________________________________________

?

Nee, daar ben ik het niet mee eens. 13 _______________________________________________________________________________________________________

?

Ik heb er vijf jaar gewoond en gestudeerd. 14 _______________________________________________________________________________________________________

?

Er wordt nog naar een oplossing gezocht. 15 _______________________________________________________________________________________________________

?

Jazeker, daar hebben we veel zin in.

De finale

102

finale 2019.indd 102

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


B In de onderstaande tekst ontbreekt het woordje er. Vul het op de juiste plaats in en bedenk om welk type er het gaat. Voorbeeld: Kaas? Ik houd er niet van. er + voorzetsel 1

Toen we net klaar waren met eten, werd gebeld. Weet je wie voor de deur stond? Eric. 3 ‘Heb je nog een pak suiker over?’ vroeg hij mij. ‘Is onverwacht bezoek gekomen en ik heb geen suiker meer.’ 4 Ik ging naar de keuken en keek in het keukenkastje of nog suiker was. Stonden nog twee pakken. 5 Ik pakte een. 6 ‘Morgen geef ik je een terug,’ zei hij. 7 ‘Je hoeft niet speciaal voor naar de supermarkt te gaan. Ik heb nog een.’ 8 Toen ik in de kamer terugkwam, vroeg mijn dochter: ‘Wie was aan de deur?’ 9 ‘Eric, hij had geen suiker meer.’ 10 ‘Wie wil nog een kopje thee?’ 11 ‘Ik wil wel,’ zei mijn zoon, ‘het eten was pittig. Ik heb dorst van gekregen.’ 2

18

Luisteren

A U gaat straks luisteren naar een radiofragment over koffiebars. Werk in groepjes van drie. Bespreek eerst onderstaande vragen in uw groepje. 1

Wat is het verschil tussen een koffiebar en een coffeeshop? Welke koffiebars kent u? Is er een koffiebar waar u zelf graag komt? 3 Hebt u een idee waarom koffiebars de laatste jaren steeds populairder worden? 4 Bent u een koffiekenner? Wat is uw favoriete koffie? 5 Wat vindt u van de Nederlandse koffie, in vergelijking met koffie uit uw eigen land? 2

B Luister naar het radiofragment en beantwoord de vragen. 1

Wat is een conceptstore? a Een winkel waar men nieuwe smaken en ideeën uitprobeert. b Een winkel waar men exclusieve producten verkoopt. c Een winkel waar men producten voor de internationale markt verkoopt.

2

Waar is de koffiebar gevestigd en hoe ziet hij eruit? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 103

Thema 4 Eten en drinken

103

De finale

15-02-19 16:51


3

Waarom heeft Starbucks zijn grootste filiaal in Amsterdam geopend? a De koffiebonen voor de Europese markt worden in Amsterdam gebrand. b Amsterdam ligt centraal in Europa en is goed bereikbaar. c Nederlanders drinken veel koffie, dus is er veel vraag naar.

4

Waarom is koffiebranden een wetenschap? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5

Waarom is Starbucks zo’n succes? Meerdere antwoorden zijn correct. a Omdat mensen lang naar goede koffie hebben gezocht. b Omdat ze mensen het gevoel geven dat ze verwend worden. c Omdat ook Hollywoodsterren met Starbucks in hun hand in beeld komen. d Omdat Starbucks geen massaproductie toepast.

6

Wat vindt Wilco Admiraal van Starbucks’ koffie? a Die is altijd goed, even goed als Italiaanse koffie. b Hij vindt eigenlijk dat die te weinig smaak heeft. c Die kan lekker zijn als hij op de juiste manier gezet is.

7

Wat vinden Nederlanders van Starbucks koffie? a te sterk b te slap c te bitter

8

Wat bedoelt Wilco Admiraal met ‘poppenkast’? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

9

10

Wat doet Starbucks om de smaak van de espresso aan de Nederlandse smaak aan te passen? a Ze maken de smaak van espresso zo bitter mogelijk. b Ze maken de espresso minder sterk door toevoeging van zoetstoffen. c Ze mengen de espresso met filterkoffie. Wat hebben ze gedaan om het Starbucksfiliaal een Nederlands uiterlijk te geven? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

11

De finale

104

finale 2019.indd 104

Waar worden de meeste koekjes voor het nieuwe Starbucksfiliaal gebakken? a In een grote fabriek in Amerika. b In een grote fabriek in Europa. c In een bakkerij in Amsterdam.

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


12

Waarom is Starbucks pas kort geleden begonnen vestigingen in Nederland te openen? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

13

Wat bedoelt Wilco met: ‘Koffie is een impulsaankoop’? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

14

Wat is het verschil tussen vroeger en nu ten aanzien van koffiedrinken? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

19

Spreken

Werk in groepjes van drie. •

Wat drinkt u zoal op een dag? Wat drinkt u op welke momenten (bijvoorbeeld bij het ontbijt, op uw werk, ’s avonds na het eten)?

U hebt onderzoek gedaan naar wat Nederlanders per jaar drinken. Presenteer onderstaande resultaten aan uw medecursisten.

Wijn Bier Gedistilleerd Mineraalwater Frisdranken Thee Koffie 0

50

100

150

200

1996 2006

liter per persoon

Bron: CBS

finale 2019.indd 105

Thema 4 Eten en drinken

105

De finale

15-02-19 16:51


U hebt onderzoek gedaan naar de koffieconsumptie per jaar in verschillende landen. Presenteer onderstaande resultaten aan uw medecursisten.

Nederland Europese Unie Groot-Brittannië Oost-Europa Zuid-Europa Frankrijk Duitsland Zwitserland België/Luxemburg Scandinavië Canada Verenigde Staten Brazilië Costa Rica Overige producerende landen

0

1

2

3

4

5

kopjes per dag

Bron: Ico, VNKT

20

Luisteren

A Klink op de link op de website en luister naar het liedje ‘Eén kopje koffie’ van de Nederlandstalige band VOF de Kunst.

Wat bedoelt de zanger met de volgende uitspraken: 1 2 3 4 5 6 7

De finale

106

finale 2019.indd 106

Ik ben een gebruiker. Ik giet het zwarte goud in een kop en ik leef weer op. Espresso, supra, altijd loodvrij. Over de verzuiling heen is er troost voor iedereen. Maar als de koffiejuffrouw het wil, ligt alles stil. Sterke drank, sigaretten, we slibben langzaam dicht en vervetten. Ik hou van beschaving, ik wil een keurig nette verslaving.

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


B Luister nog een keer naar het liedje en vul de ontbrekende woorden in.

‘Eén kopje koffie’ – VOF de Kunst* Ik sta op, nog niet wakker Ik wankel door het ________________________________________________ als een stakker Maar ondanks alles haal ik mijn doel op het gevoel Ja, ik ben een gebruiker Het pure spul, dus zonder de _____________________________________________ Ik giet het zwarte goud in een kop en ik leef weer op Eén kopje koffie En de markt wordt stabieler De grote ________________________________________________ werken als dealer Een Angolees of Braziliaan levert het aan Het bevat cafeïne Ik loop erop als was het ________________________________________________ Espresso, supra, altijd loodvrij, dus doet u mij Eén kopje koffie (2x) Over de verzuiling heen Is er troost voor ________________________________________________ In de uren van nood en ontbering Neem er nog één Eén kopje koffie (4x) Al die lui op ______________________________________________ Je mag ze in principe niet storen Maar als de koffiejuffrouw het wil, ligt alles stil En de __________________________________________________ , de fabrieken De universiteiten, klinieken Al die tenten drijven, God lof, nog steeds op Eén kopje koffie (2x) Sterke drank, sigaretten We slibben langzaam dicht en vervetten En al relaxend gaan we _____________________________________________ aan ons genot Maar ik hou van beschaving Ik wil een keurig nette verslaving Na al die _____________________________________________ weet ik het wel en ik bestel Eén kopje koffie (2x) Ik ben een gebruiker Eén kopje koffie Zonder de ________________________________________________ Eén kopje koffie Eén kopje koffie Ik ben een gebruiker Eén kopje koffie Zonder de ______________________________________________ Eén kopje koffie Eén kopje koffie *Tekst: Erik van Muiswinkel

finale 2019.indd 107

Thema 4 Eten en drinken

107

De finale

15-02-19 16:51


21

Woordenschat en lezen

Lees onderstaande tekst goed door.

De deur staat altijd open Trek in een lekker vers kopje soep en een stuk pizza na een dag hard werken? Dan moet je bij Els zijn! Veel van haar vrienden en kennissen hebben een drukke baan. Om een uur of zes gaat vaak de telefoon: ‘Els, zouden we vanavond misschien een hapje mee kunnen eten?’ Dat is geen probleem! Terwijl ze de telefoon beantwoordt, snuffelt ze ondertussen al in de koelkast om te kijken wat ze klaar kan maken. Haar keukentje zit elke avond vol met mensen. Vaak wel een man of tien: vrienden, vriendinnen en hun kinderen‌ Het is altijd passen en meten om voor iedereen een plekje aan tafel te regelen. En als er meer dan tien man komen, dan eten ze in etappes. Dan gaan eerst de kinderen aan tafel, zodat ze daarna samen kunnen spelen. Vervolgens eten de ouders en na het eten borrelen ze nog wat na. Rond acht uur gaat iedereen weer naar huis. En dan moet Els nog alles opruimen!

Kruis aan welke woorden of woordgroepen vrijwel dezelfde betekenis hebben. 1

trek hebben in a honger hebben b zin hebben in c houden van

2

een hapje mee-eten a bij andere mensen eten b met andere mensen eten c voor andere mensen koken

3 ondertussen

a daarna b bovendien c op hetzelfde moment De finale

108

finale 2019.indd 108

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


4 snuffelen

a zoeken b opruimen c schoonmaken 5

het is passen en meten a het lukt altijd b je moet goed indelen c je moet het uitrekenen

6

in etappes (eten) a om de beurt b samen c apart

7 naborrelen

a na het eten alcohol drinken b na het eten met elkaar nog wat drinken en praten c aan tafel blijven zitten

22

Grammatica: zinsbouw * Kijk in de Grammatica (p. 262) voor uitleg en meer oefeningen.

Maak de volgende zinnen af en gebruik daarbij de informatie uit de tekst ‘De deur staat altijd open’. 1

Als je na een dag hard werken zin hebt in een lekkere pizza, _________________ _________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________

2

.

Terwijl de telefoon gaat, _____________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ .

3 _______________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________

, omdat er veel mensen

komen eten. Zodra de kinderen hebben gegeten, ____________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 5 Nadat we hebben gegeten, _________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 6 Els maakt vaak ovenschotels en pastagerechten, hoewel ________________________ 4

_________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________

7

.

Al komen er meer dan tien mensen, toch _____________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 109

Thema 4 Eten en drinken

.

109

De finale

15-02-19 16:51


23

Spreken of schrijven

Gasten aan tafel: spontaan of op afspraak? In de tekst van oefening 21 hebt u iets gelezen over Els, die heel gastvrij is en elke avond spontaan gasten aan tafel ontvangt. Dat is niet zo gebruikelijk in de Nederlandse cultuur. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar de meeste Nederlanders komen niet spontaan bij elkaar eten. Meestal nodig je iemand uit voor het eten of word je uitgenodigd. Dan wordt er een eetafspraak gemaakt die vaak pas een paar weken later is, want iedereen heeft een drukke agenda. Bespreek onderstaande vragen in een groepje van drie of schrijf een tekst van 100 tot 150 woorden. 1

Wat vindt u van deze situatie? Heeft u dit zelf ook al ervaren met familie en/of vrienden in Nederland? 3 Hoe gaat dat in uw eigen land? 2

24

Schrijven

U bent in uw woonplaats naar een nieuw restaurant geweest. U besluit een recensie op internet te zetten. Schrijf een recensie van 80 tot 120 woorden. Noem in uw recensie de naam van het restaurant, wat u ervan vond en waarom. U kunt denken aan: • • • • •

de kwaliteit van het eten de inrichting, de sfeer de bediening door het personeel de menukaart de prijs

Als voorbereiding kunt u op internet voorbeelden van recensies lezen. Deze vindt u bijvoorbeeld op www.iens.nl

De finale

110

finale 2019.indd 110

Thema 4 Eten en drinken

15-02-19 16:51


5 1

Het milieu Een beter milieu begint bij jezelf?

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek de volgende vragen. 1

Wat betekent het woord ‘milieuverontreiniging’? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

2

Zijn er in uw land milieuproblemen? Zo ja, welke, en wat wordt eraan gedaan? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3

Wat is uw indruk van het milieu in Nederland? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4

Een bekende slogan is: ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. Bent u zelf milieubewust? Wat doet u zelf voor een beter milieu? Denk bijvoorbeeld aan energieverbruik, waterverbruik, de keuze van huishoudelijke apparaten, vervoer, afvalscheiding, keuze van voedingsmiddelen. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5

De laatste jaren wordt er milieubewuster gebouwd. Kunt u voorbeelden noemen van manieren om huizen duurzamer en energiezuiniger te maken? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

Welke betekenis heeft het woord ‘milieu’ in de vraag: ‘Uit wat voor milieu komt u?’ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 111

Thema 5 Het milieu

111

De finale

15-02-19 16:51


2

Lezen

Lees onderstaande tekst, en beantwoord daarna de vragen. Zoek het antwoord op in de tekst.

Kortsluiting in de waterleiding 1 In veel nieuwe wijken worden proeven gedaan met gescheiden leidingen voor drink- en huishoudwater. In Utrecht kregen gezinnen ongezuiverd rivierwater te drinken. Discussie over de risico’s ligt politiek gevoelig. 2 Het was zo’n ongeluk dat eigenlijk niet had mogen gebeuren, zegt waterleidingmaatschappij Hydron. De voorschriften en protocollen zijn glashelder; de monteurs zijn gekwalificeerd en de chefs controleren elke klus voordat hij wordt opgeleverd. Toch ging het mis met de nieuwe, experimentele waterleiding in Parkwijk van de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. 3 Tientallen bewoners kregen eind vorig jaar een darminfectie omdat ze ongezuiverd rivierwater uit de kraan dronken. Bij één gezin werd zelfs de hond ziek, en werd de fout pas ontdekt na veertien maanden doktersbezoek en vage gezondheidsklachten, waarbij niemand aan verontreinigd drinkwater had gedacht. 4 Hydron experimenteert in Leidsche Rijn met de levering van twee soorten water in verschillende leidingen. Uit de ene leiding komt schoon, helder drink- en badwater. De andere levert oppervlakkig gezuiverd rivierwater uit de Lek voor het toilet en de wasmachine, en om de auto te wassen en de tuin te sproeien. 5 Met de toepassing van dit grijs ‘huishoudwater’ wordt bespaard op dure drinkwaterzuivering en op schaars grondwater, is de filosofie. Bovendien besparen de gezinnen in Leidsche Rijn gemiddeld enkele tientjes per jaar op de waterrekening. 6 Als het experiment slaagt, zullen alle dertigduizend woningen in deze Utrechtse Vinex-wijk door Hydron van een dubbele waterleiding worden voorzien. Later dit jaar zal het systeem ook in Veenendaal worden aangelegd. Daarna volgen in elk geval de wijk Vathorst in Amersfoort en Houten-Zuid. In andere nieuwbouwwijken liggen al enkele jaren dubbele leidingen in de grond; ook daar meestal bij wijze van experiment. 7 Naar aanleiding van de flop in Utrecht rijst echter de vraag of dat experiment nog wel kan lukken, wanneer zo gemakkelijk verkeerd water door de waterleiding kan stromen. Milieubewuste stadsplanners waren daar uitvoerig voor gewaarschuwd. Drie jaar geleden wezen het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) al op de risico’s voor de volksgezondheid van een dubbele waterleiding. 8 De lopende experimenten worden op dit moment in opdracht van het ministerie van VROM door het keuringsinstituut KIWA geëvalueerd. Veel animo om op het incident te reageren heeft het instituut daarom niet. 9 ‘Gescheiden waterleidingen zijn een politiek gevoelig onderwerp geworden,’ stelt de woordvoerder die zelf anoniem wil blijven. ‘Het is moeilijk een objectieve afweging te maken tussen de voor- en nadelen.’ 10 De vereniging van waterleidingbedrijven heeft het minder moeilijk met die vraag. ‘Veel waterleidingbedrijven zijn de afgelopen jaren al afgestapt van het idee van huishoudwater,’ weet beleidsmedewerker ing. Kees Poortema. 11 Meestal werd ervan afgezien omdat het theoretisch milieuvoordeel zich in de praktijk niet zou voordoen. Extra leidingen kosten méér materiaal en vereisen extra pompen en daardoor extra energie. Op de meeste plekken in Nederland bestaat geen gebrek aan schoon drinkwater, en daar lijkt een dubbel waternet dus zinloos. Bron: Jeroen van Trommelen voor de Volkskrant De finale

112

finale 2019.indd 112

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


1

Welk risico van gescheiden leidingen wordt in alinea 1 genoemd? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

2

Hoeveel mensen in Parkwijk werden ziek? a Minder dan tien. b Tien. c Meer dan tien.

3

Waar wordt het schone water voor gebruikt? a Om te drinken. b Om de tuin te besproeien. c Voor de wasmachine. d Voor de wc. e Om de auto te wassen. f Voor het bad.

4

Waar wordt het rivierwater voor gebruikt? a Om te drinken. b Om de tuin te besproeien. c Voor de wasmachine. d Voor de wc. e Om de auto te wassen. f Voor het bad.

5

Welke argumenten voor het gebruik van huishoudwater worden in alinea 5 genoemd? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

Waarom wil het KIWA liever niet reageren op het ongeluk in Utrecht? a Men wacht op nieuws van het ministerie van VROM. b Het onderwerp ligt politiek gevoelig. c Ze zijn nog bezig met de evaluatie van de experimenten.

7

Wat zegt Kees Poortema? a Steeds meer waterleidingbedrijven zijn enthousiast over het gebruik van huishoudwater. b Het aantal waterleidingbedrijven dat enthousiast is over het gebruik van huishoudwater, is gelijk gebleven. c Steeds minder waterleidingbedrijven zijn enthousiast over het gebruik van huishoudwater.

8

Welke argumenten worden in alinea 11 genoemd om geen aparte leiding voor huishoudwater aan te leggen? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 113

Thema 5 Het milieu

113

De finale

15-02-19 16:51


3

Grammatica: passief * Kijk in de Grammatica (p. 250) voor uitleg en extra oefeningen.

In de begintekst van dit thema staan veel passiefconstructies. Voer de volgende opdrachten uit. 1

Zoek de passiefconstructies op en onderstreep ze. Bespreek ze daarna met een medecursist. 3 Welke zinnen kunt u actief maken? Wat wordt dan het subject in die zinnen? 2

4

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van onderstaande woorden. alinea 1 de experimenten __________________________________________________________________ speciale, vaste regels __________________________________________________________________ alinea 2 heel duidelijk __________________________________________________________________ een werkje __________________________________________________________________ fout gaan __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ alinea 3 onduidelijk de bezorging __________________________________________________________________ alinea 4 het in de praktijk brengen __________________________________________________________________ alinea 5 tekort aan __________________________________________________________________ succes hebben __________________________________________________________________ alinea 6 als een soort __________________________________________________________________ de mislukking __________________________________________________________________ alinea 7 de vraag komt op __________________________________________________________________ het enthousiasme, de zin __________________________________________________________________ alinea 8 stoppen met / opgeven __________________________________________________________________ alinea 10 dat vraagt veel __________________________________________________________________ alinea 11 het tekort __________________________________________________________________

5

Woordenschat

Vul de synoniemen uit oefening 4 in onderstaande zinnen in. 1

De functieomschrijving van onze directeur is _____________________________________________ . Iedereen weet wat zijn taken en verantwoordelijkheden zijn. 2 De laatste jaren neemt de technische ontwikkeling snel toe. De _____________________________________________ van moderne technologieĂŤn gebeurt op allerlei gebieden: in bedrijven, de gezondheidszorg, het persoonlijke leven, enz. 3 Een bekende Nederlandse band heeft een dvd opgenomen. Hij is nauwelijks verkocht en ligt nu voor â‚Ź 5,00 in de winkel. Wat een _____________________________________________ ! De finale

114

finale 2019.indd 114

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


4 5 6 7

8

9

10 11

12

13

14

15 16 17

finale 2019.indd 115

In de universiteitssteden is er _____________________________________________ aan studentenkamers. De wachtlijsten bij studentenhuisvesting zijn erg lang. In het laboratorium van farmacie worden _____________________________________________ gedaan met nieuwe geneesmiddelen. Vorige week is Alice voor haar rijexamen ____________________________________________ . Inmiddels rijdt ze in haar eigen autootje rond. Het opknappen van een oud huis is een hele _____________________________________________ . Je komt altijd onverwachte dingen tegen die meer tijd kosten dan je had verwacht. Vanmiddag heb ik een afspraak met Nora. Hoe laat we hebben afgesproken en wat we gaan doen, weet ik eigenlijk niet. De afspraak is nogal _____________________________________________ . Ik ga haar zo maar even bellen. Als een buitenlandse toerist voor het eerst Nederland bezoekt, _____________________________________________ bij die persoon _____________________________________ ____________________________________ waarom er in Nederland zo veel fietsen zijn. Als je een marathon wil lopen, _____________________________________________ dat een goede voorbereiding en een grote discipline. Tijdens een examen moet je je aan de _____________________________________________ houden: je moet op tijd aanwezig zijn, je telefoon moet uit staan, je mag geen (zak)computer gebruiken en je mag alleen met blauwe pen schrijven. Vorige week is mijn broer getrouwd. _____________________________________________ _____________________________________________ _____________________________________________ grap hebben vrienden een spandoek aan zijn huis gehangen: pas getrouwd. Het visrestaurant op de hoek koopt de vis altijd in bij een vishandel in Spakenburg. Op dinsdag, donderdag en zaterdag komen de _____________________________________________ aan. Op de universiteit wordt een nieuw college Europese geschiedenis gegeven. De _____________________________________________ is groot. Al honderd studenten hebben zich aangemeld. Om af te vallen at Peter alleen maar rauwe groenten en fruit. Na drie weken had hij er genoeg van en is hij van het dieet _____________________________ . Bouwgrond is in Nederland _____________________________________________ . In dit kleine land wonen veel mensen. Afgelopen weekend zijn Carla en Christien gaan kamperen. Bij het opzetten van de tent _____________________________________________ het al _____________________________________________ . Ze kwamen er namelijk achter dat ze een tentstok waren vergeten!

Thema 5 Het milieu

115

De finale

15-02-19 16:51


6

Woordenschat

Zoek de tegenstellingen bij elkaar. 1 gezuiverd

a

2

b mis

de zekerheid 3 ongediplomeerd 4 goed / raak 5 glashelder 6 helder / schoon 7 kort 8 overvloedig 9 mislukken 10 zeker niet 11 het succes 12 het overschot 13 opgeruimd 14 schoongemaakt

7

in elk geval

c uitvoerig d vaag e rommelig f

vuil / vies g het gebrek h verontreinigd i het risico j troebel k slagen l gekwalificeerd m de flop n schaars

Woordenschat

Vul woorden uit oefening 6 in onderstaande zinnen in. 1

In de gemeente Utrecht is _________________________________________________ gesproken over het verruimen van het aantal koopzondagen. De discussies waren dagelijks te volgen in de krant, op de radio en op de regionale televisie. 2 In de kinderopvang wordt gewerkt met _______________________________________________ _________________________________________________ personeel ĂŠn met stagiaires. 3 Als je alleen gaat bergbeklimmen, neem je grote __________________________________ _________________________________________________ . Als er iets gebeurt, is er niemand in de buurt die je kan helpen. 4 In Nederland is er een _________________________________________________ aan melk, omdat er zo veel koeien zijn. Veel melkproducten worden dan ook geĂŤxporteerd. 5 Morgen viert Karin haar 25e verjaardag met een tuinfeest. Haar ouders en broers komen _________________________________________________ , maar haar zus wist het nog niet zeker. 6 Deze wijn drink ik niet, omdat hij _________________________________________________ is. Onder in het glas zitten stukjes kurk. 7 Vanochtend heeft John een appeltaart gebakken, maar hij is ________________ _________________________________________________ . Hij had de oven te warm gezet en daardoor is de taart aangebrand. 8 Elke dag wordt de binnenstad door medewerkers van de gemeentereiniging _________________________________________________ . 9 Toen de journalist de premier vroeg hoe de Nederlandse economie er volgend jaar voorstaat, gaf de premier een __________________________________________ reactie. Waarschijnlijk durfde hij geen eerlijk antwoord te geven, omdat er nog geen economische verbeteringen te verwachten zijn.

De finale

116

finale 2019.indd 116

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


10

De nieuwste film van Jan de Bont werd een _______________________________________ . Er kwamen weinig bezoekers op af en na drie weken is hij uit de bioscopen gehaald. 11 Boze fruittelers hebben een week gestaakt. Daardoor werden appels, peren en aardbeien _________________________________________________ . Bij de groenteboer, op de markt of in de supermarkt waren ze niet meer te krijgen. 12 Jouw vriend ziet er slecht uit. Is er iets _______________________________________________ met zijn gezondheid? 13 Hoe _________________________________________________ is jouw huis? Ruim je je spullen regelmatig op of laat je van alles rondslingeren?

8

Spreken * Gebruik de Taalhulp (p. 214).

Werk in groepjes van drie. Geef uw mening over de volgende manieren om de leefomgeving duurzamer te maken: • • • • • • • •

gescheiden waterleidingen voor drinkwater en huishoudwater (zie tekst oefening 2) zonnepanelen op de daken van huizen een grote windmolen als energiecentrale in een woonwijk een grote kerncentrale aan de rand van de stad een oplaadpunt voor elektrische auto’s bij u voor de deur een grote glasbak op de hoek van uw straat een apart grasveld waar iedereen zijn hond mag uitlaten een verbod op autoverkeer in uw straat

Zou u zo’n systeem zelf ook in uw huis, uw buurt, uw dorp of stad willen hebben? Wat zijn de voordelen, wat zijn de nadelen? Welke van deze systemen worden er in uw land gebruikt? Zijn er in uw land nog andere toepassingen die hier niet genoemd zijn?

finale 2019.indd 117

Thema 5 Het milieu

117

De finale

15-02-19 16:51


9

Spreken

Op 30 april 2013 is koningin Beatrix op 75-jarige leeftijd afgetreden en opgevolgd door haar zoon prins Willem-Alexander. Na vier opeenvolgende periodes met een koningin (koningin Emma, koningin Wilhelmina, koningin Juliana, Koningin Beatrix) heeft Nederland sindsdien weer een koning, koning Willem-Alexander. Om zich helemaal te wijden aan zijn koningschap, heeft Willem-Alexander zijn andere functies neergelegd, waaronder het voorzitterschap van de Commissie Integraal Waterbeheer (zie oefening 10) en het lidmaatschap van het IOC (International Olympic Committee). Hieronder ziet u een korte biografie van Willem-Alexander. 27 april 1967:

geboren in het Academisch Ziekenhuis Utrecht als oudste zoon van prinses Beatrix en prins Claus grootmoeder koningin Juliana treedt af; inhuldiging koningin 30 april 1980: Beatrix augustus 1985-januari 1987: vervult zijn dienstplicht bij de Koninklijke Marine 1986: rijdt de Elfstedentocht onder de naam W.A. van Buren 1987-1993: studie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden 1995-1998: beschermheer van het NOC/NSF (Nederlands Olympisch ComitĂŠ/Nederlandse Sport Federatie) wordt lid van het IOC (International Olympic Committee) 1998: 2000: wordt voorzitter van de Commissie Integraal Waterbeheer 2 februari 2002: huwelijk met de Argentijnse MĂĄxima Zorreguieta 2003: het echtpaar gaat wonen op landgoed de Horsten in Wassenaar geboorte eerste dochter, prinses Catherina Amalia 7 december 2003: 26 juni 2005: geboorte tweede dochter, prinses Alexia 10 april 2007: geboorte derde dochter, prinses Ariane 30 april 2013: koningin Beatrix treedt af; inhuldiging koning WillemAlexander

De finale

118

finale 2019.indd 118

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


A Gebruik informatie op p. 118 en vertel iets over Willem-Alexander. Gebruik imperfectum. De eerst en de laatste zin van de beschrijving zijn al gegeven. Prins Willem-Alexander werd op 27 april 1967 geboren als oudste zoon van prinses Beatrix en prins Claus. …………………………………………………………………………………… Op 30 april 2013 trad zijn moeder, koningin Beatrix, af en werd WillemAlexander als opvolger van zijn moeder ingehuldigd als koning WillemAlexander. B Zoek informatie over een andere bekende persoon op internet (uit Nederland of uit een ander land). Maak een korte biografie met jaartallen en activiteiten, en vertel het verhaal in imperfectum.

10

Luisteren

Lees de vragen. Luister naar de tekst en beantwoord de vragen.

De prins van Oranje over Neerlands eeuwige strijd Het water moet meer ruimte krijgen Als voorzitter van de Commissie Integraal Waterbeheer zette prins Willem-Alexander zich in om Nederland veilig en bewoonbaar te houden.

finale 2019.indd 119

1

Waarom was Nederland in 1995 wereldnieuws? a 200.000 mensen moesten hun huis verlaten als gevolg van wateroverlast. b 200.000 mensen stierven als gevolg van wateroverlast. c 200.000 huizen werden verwoest als gevolg van wateroverlast.

2

Hoe moet Nederland in de toekomst de problemen op het gebied van water aanpakken volgens prins Willem-Alexander? a Zoals nu, want Nederland is expert op dat gebied. b Nederland moet vooral zorgen voor schoner water. c De aanpak moet worden veranderd.

3

Wat bedoelt prins Willem-Alexander met ‘de kruik staat op barsten’? a Er is te veel water in Nederland. b Het water heeft te weinig ruimte in Nederland. c Er zijn te veel kanalen in Nederland.

Thema 5 Het milieu

119

De finale

15-02-19 16:51


11

4

Wat is de beste oplossing voor de komende jaren volgens prins WillemAlexander? a De dijken moeten verhoogd worden. b Er moeten gebieden komen die onder water kunnen worden gezet. c De klimaatverandering moet tegengegaan worden.

5

Waar is de wijk Leidsche Rijn een voorbeeld van? a Daar wordt het regenwater in het riool geloosd. b Daar wordt het regenwater door de bewoners opgevangen. c Daar krijgt het regenwater meer ruimte om weg te stromen.

6

Waarom wordt Nederland ‘het putje van Europa’ genoemd? a De buurlanden leggen de problemen op het gebied van water bij Nederland neer. b De vervuiling van de buurlanden stroomt via de rivieren naar Nederland. c De buurlanden lozen hun vervuilde water in Nederland.

7

Waarvoor heeft Nederland rivierwater nodig? a Voor huishoudens en industrie en om zout water uit de grond af te voeren. b Voor de regen en de landbouw en om zoet water uit de grond af te voeren. c Voor de regen en de industrie en om zout water uit de grond af te voeren. d Voor huishoudens en landbouw en om zoet water uit de grond af te voeren.

8

Wat zegt prins Willem-Alexander over de toekomst van de Nederlandse kust? a De kuststrook moet versterkt worden. b De zee zal zwakker worden. c De zeespiegel in West-Nederland zal dalen.

Woordenschat

De onderstreepte woorden komen uit de luistertekst van oefening 10. Lees onderstaande zinnen en probeer de betekenis van de onderstreepte woorden uit de context af te leiden. 1

Hoewel ik weinig gestudeerd had, dacht ik dat ik het examen goed had gedaan. Toen ik echter de toetsuitslag van mijn docent kreeg, werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had een onvoldoende en moest het examen in augustus herkansen. Toen kon ik mijn vakantie wel vergeten! 2 Toen een trein met gevaarlijke stoffen was ontspoord, werden de bewoners langs de spoorlijn geëvacueerd en tijdelijk in een sporthal in de buurt ondergebracht. Na vijf uur mocht iedereen weer terug naar zijn woning. De finale

120

finale 2019.indd 120

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


3

De sfeer in het voetbalstadion werd dreigend toen FC Utrecht een doelpunt scoorde. De ADO Den Haag-supporters gingen schreeuwen, vuurwerk afsteken en met stenen gooien. Ik ben toen maar gauw naar huis gegaan. 4 De directeur van dit bedrijf wordt geprezen om zijn enthousiasme en eerlijkheid. De werknemers zijn erg tevreden over hun baas. 5 Toen een tanker op zee gezonken was, moest hij geborgen worden. Het bergingsschip bracht hem naar de haven van Rotterdam. 6 Kanalen zijn meestal kaarsrecht, terwijl riviertjes kronkelen. 7 Veel vrachtschepen lozen hun afval op zee. Officieel mag dat niet, omdat de zee zo ernstig vervuild raakt. 8 Vanmiddag hebben we conversatie Italiaans. Het is zulk lekker weer, misschien kunnen we de docent vragen of we buiten les kunnen krijgen. Zo kunnen we het nuttige met het aangename verenigen. 9 De fietsendief werd door de politie naar het politiebureau afgevoerd. Daar werd een proces-verbaal opgemaakt. 10 Ik vermijd risico’s, omdat ik van zekerheid en veiligheid houd. 11 Vroeger gingen we in de vakanties vaak naar zee. In de zomer zwommen mijn broer en ik graag in de zee. Maar bij eb mocht dat niet van onze ouders in verband met gevaarlijke stroming naar open zee. 12 In ons basketbalteam is Liesbeth een zwakke schakel. Ze heeft een belangrijke positie, maar is de laatste tijd regelmatig geblesseerd.

12

Schrijven

Maak de zinnen af. 1

De afgelopen nacht heeft het hard gesneeuwd en is het heel glad geworden op de weg. Hoewel automobilisten vanochtend daarom het advies kregen langzaam te rijden, _____________________________ . Daardoor zijn er toch veel ongelukken gebeurd. 2 Aangezien __­­­­­­__________________________________________________ , was er korte tijd geen straatverlichting in de stad. Gelukkig was het probleem snel opgelost. 3 Veel bewoners in onze wijk werden ziek nadat ____________________________________ . 4 In de huizen van deze nieuwbouwwijk heeft het bouwbedrijf __________________________ . Helaas werkt dit systeem niet goed, dus hebben de bewoners een klacht ingediend bij het bouwbedrijf. 5 A: ‘Zijn Nederlanders meer of minder milieubewust dan mensen uit uw land?’ B: ‘Volgens mij __________________________ omdat ___________________________________________ .’ 6 Hoe beter je je huis isoleert, _____________________________________________________________ . 7 ____________________________________________________________ . Daarom moesten de bewoners vanuit het gebied langs de rivier snel geëvacueerd worden. 8 De milieuregels voor de chemische industrie zijn strenger geworden. Chemische fabrieken zijn verplicht om ________________________________________________ ____________________________________________________________ .

finale 2019.indd 121

Thema 5 Het milieu

121

De finale

15-02-19 16:51


13

Spreken

Kijk naar de poster.

Bron: Nederland Schoon, 2006

Werk in groepjes van drie en bespreek onderstaande vragen. 1

Wat ziet u op de poster? Noem zo veel mogelijk details. Wat is de boodschap van de slogan op de poster? 3 Is zo’n poster een effectief middel om het gedrag van mensen te veranderen denkt u, of zijn andere middelen effectiever? Denk bijvoorbeeld aan campagnes op tv, via internet of sociale media, voorlichtingsbijeenkomsten, huis-aan-huisverspreiding van folders, enz. 4 Bedenk samen een paar goede slogans voor een milieucampagne. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan de volgende zaken: • een schoner milieu in de woonomgeving • energiebesparing • afvalscheiding • meer gebruikmaken van het openbaar vervoer • alternatieve energie (windmolens, zonnepanelen) 2

De slogans moeten kort maar krachtig zijn. Ze moeten de aandacht trekken.

De finale

122

finale 2019.indd 122

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


14

Schrijven

U leest op een discussieforum op internet de volgende bijdrage:

‘Ik ga al jaren met de auto naar mijn werk. De laatste tijd zeuren steeds meer milieufreaks aan mijn kop dat ze dat belachelijk vinden omdat ik maar 4 kilometer van mijn werk woon! Hoezo belachelijk? Ik betaal toch voor die auto! Hij staat voor de deur en dat is lekker gemakkelijk. Zo kan ik na mijn werk met de auto nog even naar de supermarkt om boodschappen te doen. “Je kan toch ook met het openbaar vervoer gaan,” zeggen die milieufreaks dan. Alsof het openbaar vervoer niet slecht voor het milieu is! De bus en trein zorgen toch ook voor CO2-uitstoot? Trouwens, met de bus naar mijn werk gaan kost me zeker een half uur, met de auto ben ik er in 10 minuten. Bovendien leven we hier in een vrij, democratisch land. Ik mag toch zeker zelf wel bepalen welk vervoermiddel ik wil gebruiken, of niet soms?’ Karel Manders

U bent zelf geen ‘milieufreak’, maar wel milieubewust. Schrijf een kritische reactie van 75 tot 100 woorden op de bijdrage van Karel Manders. Onderbouw uw mening met de informatie uit onderstaande figuur over CO2 uitstoot van de verschillende vervoermiddelen.

CO2-uitstoot van vervoermiddelen (per persoon per km) 250 217 200

Gram CO2

150 100

80

77

76

62

39

42

50

34 0

en

lo

pe n

tre in na le

io

er na t in t

el sn ge ho

fie ts

in re st

he id

tre in

ek bu s

st

re

bu s st

ad s

et ro m

m tra

au

to

0

Bron: Milieu Centraal

finale 2019.indd 123

Thema 5 Het milieu

123

De finale

15-02-19 16:51


15

Grammatica: zouden * Kijk in de Grammatica (p. 254) voor uitleg en extra oefeningen.

A Wat zegt u in onderstaande situaties? Gebruik ‘zou’ of ‘zouden’ in uw reactie. 1

2

3

4

5

6

7

8

Uw buurman laat zijn hond soms poepen in de straat voor uw deur, in plaats van in het plantsoen aan de rand van uw woonwijk. Wat vraagt u aan uw buurman? Het is 23.00 uur. U wilt gaan slapen, maar uw buurvrouw heeft haar tv hard aanstaan. U hoort het geluid door de muur. U belt de buurvrouw op. Wat vraagt u? Uw collega heeft de gewoonte om bijna alle e-mails die hij krijgt te printen. U vindt dat verspilling van energie en papier. Wat adviseert u uw collega? In de kantine op uw werk gebruiken ze plastic bekers voor thee en koffie. Misschien is het beter voor het milieu om porseleinen kopjes te gebruiken, denkt u, maar u weet het niet zeker. Misschien weet uw collega daar meer van. Wat vraagt u? Uw zoontje is nu oud genoeg om zelf zijn tanden te poetsen. U hebt met hem afgesproken dat hij dat twee keer per dag moet doen, ’s ochtends na het ontbijt en ’s avonds voordat hij gaat slapen. De eerste weken ging dat goed, maar de laatste week poetst hij zijn tanden niet meer elke dag. U herinnert uw zoontje aan de afspraak. Wat zegt u? Een vriend van u heeft last van overgewicht en voelt zich niet fit. Hij is gestopt met sporten en stapt bijna nooit meer op de fiets. Hij doet alles met de auto. Wat adviseert u hem? U wilt besparen op energie voor de verwarming in uw huis. U kunt kiezen tussen een nieuwe verwarmingsketel (prijs en aanlegkosten: 1500 euro, energiebesparing per jaar: 150 euro) of zonnepanelen op uw dak (prijs en aanlegkosten: 4000 euro, energiebesparing per jaar: 350 euro). Wat kiest u en waarom? U werkt in een grote stad maar u woont in een dorp op 25 kilometer afstand van die stad. U kunt met het openbaar vervoer (bus en trein) reizen naar uw werk of met de auto gaan. Met het openbaar vervoer bent u drie kwartier onderweg (als er geen vertragingen zijn), met de auto doet u er een half uur over (als er geen files zijn). Wat kiest u en waarom?

B Kunt u de volgende zinnen met andere woorden zeggen? Gebruik daarbij ‘zou’ of ‘zouden’. 1 2 3 4 5

De finale

124

finale 2019.indd 124

Ik weet niet zeker of het vuilnis tijdens de feestdagen ook op woensdag wordt opgehaald. Ik vraag me af of biologische groente veel duurder is dan andere groente. Jij had beloofd de vuilniszakken buiten te zetten. Waarom heb je dat niet gedaan? Wil je energie besparen? Dan adviseer ik je om de muren en het dak van je huis te isoleren. Ik heb gehoord dat er ergens in Rusland een meteoriet is ingeslagen. Klopt dat?

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


6

A: ‘Heb jij de hond al uitgelaten?’ B: ’Nee, we hadden afgesproken dat jij dat vandaag doet.’ 7 Ik heb mijn portemonnee thuis laten liggen. Kan ik misschien een tientje van je lenen? 8 Het lijkt me heel leuk om een keer te zien hoe een biologische boer werkt.

16

Spreken

Wat zegt u in onderstaande situaties?

finale 2019.indd 125

1

U loopt op straat en ziet het volgende:

Wat zegt u?

Thema 5 Het milieu

125

De finale

15-02-19 16:51


2

In uw wijk wordt elke week op dinsdagochtend het huisvuil opgehaald. Op maandagochtend ziet u regelmatig het volgende voor de deur van uw buurvrouw:

U gaat naar uw buurvrouw en belt aan. Luister naar de buurvrouw en reageer.

De finale

126

finale 2019.indd 126

3

Tijdens de lunchpauze spreekt u met een paar collega’s over het scheiden van afval. De meeste mensen in Nederland hebben thuis aparte afvalcontainers voor GFT (groente-, fruit- en tuinafval), papier, en restafval. Lege flessen brengen ze naar de glasbak en plastic gooien ze ook in aparte containers. U vindt dat een goed systeem, maar een collega vindt het onzin en gooit alles in één container. Luister naar uw collega en reageer.

4

U krijgt een interviewer aan de telefoon die een enquête houdt over biologische producten. Luister naar zijn vraag en geef antwoord.

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


5

U werkt bij een glasrecyclingbedrijf. Een vriend wil weten hoe het recyclen van glas in zijn werk gaat. Kijk naar het plaatje.

thuis

glasbak

glasfabriek

6

glasinzamelaar

glasrecyclingsbedrijf

levensmiddelenfabriek

supermarkt

Luister naar uw vriend en leg uit hoe het proces van glasrecycling verloopt. Gebruik alle informatie in het plaatje. Uw zoon is kort geleden het huis uitgegaan. Hij heeft samen met zijn vriendin een huis gekocht en woont daar nu sinds een paar maanden. Toen hij nog thuis woonde, had hij geen idee van de kosten van energie. Nu hij een eigen huis heeft, klaagt hij dat hij zo’n hoge energierekening heeft. Hij wil weten hoe hij op energie kan besparen. Kijk naar het plaatje.

Minder c0 zonne panelen

spaar lampen

0

op 40 graden

dubbel glas

Zuinige apparaten

deur dicht!

0

zet uit!

groene stroom

Luister naar uw zoon en geef hem minimaal vijf tips.

finale 2019.indd 127

Thema 5 Het milieu

127

De finale

15-02-19 16:51


17

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1 Een

taakstraf is een straf waarbij de veroordeelde een bepaald aantal uren moet werken zonder betaald te worden. Het is een alternatief voor een geldboete of voor gevangenisstraf. In welke situaties vindt u een taakstraf een juiste straf? Denk daarbij aan de leeftijd van de dader en de soort criminele activiteit (bijvoorbeeld een verkeersovertreding, diefstal, vernieling, moord, enz.). 2 Onder zwerfvuil verstaan we al het afval dat rondslingert op straat. Ziet u in uw buurt regelmatig zwerfvuil? Hoe komt dat? 3 Gooit u zelf weleens iets op straat of hebt u dat vroeger weleens gedaan? 4 Vindt u dat iemand gestraft moet worden als hij iets op straat gooit? Zo ja, welk soort straf moet die persoon dan krijgen? Zo nee, waarom niet?

18

Luisteren

U gaat luisteren naar een regionaal nieuwsbericht over zwerfvuil op straat. Lees eerst de vragen. Luister dan naar het nieuwsbericht en beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8

De finale

128

finale 2019.indd 128

Hoe hoog is de boete als je afval op straat gooit? Op welke plekken gaat de gemeente vooral controleren op zwerfvuil? Wat doen de controleurs als ze jongeren afval op straat zien gooien? Welke straf krijgen de jongeren als ze afval op straat gooien? Hoe groot is het probleem met zwerfvuil in Groningen, volgens mevrouw Berendsen van de milieudienst? Wat vinden de jongeren van de straf? Waarom? Wat wordt er bedoeld met een ‘snoeproute’? Wat doet de school van meneer Van de Bos om het plein en de buurt rond de school schoon te houden?

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


19

Schrijven

Schrijf een reactie van ongeveer 75 woorden op onderstaande tekst.

Wat mij nou is overkomen! Ik zat gisteren in het park lekker met een vriend te chillen. We hebben samen een zak chips leeggegeten en allebei een blikje cola gedronken. We wilden het afval weggooien, maar dat kon niet. Alle afvalbakken waren vol, dus toen hebben we die lege zak en die twee blikjes maar op het gras achtergelaten. Dat deden andere mensen ook, zagen we. Toen we naar huis wilden fietsen, kwam er ineens een agent naar ons toe die ons een boete van 60 euro gaf. En waarom? Alleen omdat we een beetje afval hadden laten liggen. Tja, dat we een waarschuwing kregen, begrijp ik nog wel, maar een boete van 60 euro? Dat is toch belachelijk!

20

Lezen 1

Kijk naar de foto bij het gedicht. Wat ziet u? 2 Lees de titel van het gedicht. Waar zal het gedicht over gaan, denkt u? 3 Lees het gedicht. 4 Wat vindt u van het gedicht?

Kap Ze braken het bos af: boom voor boom gingen ze tegen de grond, de dennen. Zo klein als ik was keek ik plotseling doodgewoon over hen heen. In het nieuwe licht rezen wijken op, wegen kwamen en gingen overal naar toe. Die sloeg ik dan ook in. De bomen achterna.

Bron: Weg, wegen, Maarten Doorman, 1985

finale 2019.indd 129

Thema 5 Het milieu

129

De finale

15-02-19 16:51


21

Luisteren

U gaat luisteren naar een nummer van de bekende Amsterdamse rapper Ali B. Ali B is van Marokkaanse afkomst maar opgegroeid in Amsterdam. Hij spreekt en rapt met een sterk Amsterdams accent. In het nummer ‘Dit gaat fout’ maakt Ali B. zich zorgen over het milieu. Lees de tekst en kijk naar de clip. Beantwoord de vragen. 1

Wat gaat er volgens Ali B fout? Noem een aantal concrete voorbeelden. 2 Waarom gaat het volgens hem fout? 3 Welke milieuproblemen ziet u in de clip?

‘Dit gaat fout’ – Ali B Ey yo! Ik kan niet begrijpen dat iedereen maar z’n smoel houdt. Er gaat een heleboel fout, kappen het oerwoud, vervuilen de lucht met koolstofdioxide. Het zijn meestal de bedrijven aan de top die genieten maar wij zelf ook, iedereen wil een bakkie en om dat te gaan veranderen wordt zeker geen makkie. ’t Klimaat verandert en mensen praten amper. Het is alsof we vastzitten aan een zwaar anker, komen niet vooruit, moeder natuur gaat achteruit. Het gaat niet om wat je wilt maar puur om wat je gebruikt: kernenergie met rampzalige gevolgen, Tsjernobyl, duizenden lichamen zijn geborgen, nog vele zijn daarna gestorven, tot aan vandaag. Dus sluit ik de centrale in Borssele maar al te graag. Veilig en schoon, misschien blijft het een droom, maar tot die tijd zal ik strijden tot ik rijk word beloond Refrein Dit gaat fout! Wat doe je als iedereen leeft voor luxe? Stop dit nou! Laten we de strijd aangaan, dit is het moment. Dit gaat fout! Wat doe je als iedereen leeft voor luxe? Geld en goud, dat is wat ons bezighoudt. We zijn te veel verwend. Eh yo! We hebben hulp nodig maar ik weet niet van wie en de vervuilers van de wereld willen geen compromis. Dus tot die tijd doen we het zelf, het probleem dat ik zie, is dat de economie staat boven ecologie. Het verdrag van Kyoto, het werd niet ondertekend door die dappere dodo’s omdat ze zo verdienen aan de handel van auto’s. Moeder natuur schreeuwt

De finale

130

finale 2019.indd 130

Thema 5 Het milieu

15-02-19 16:51


maar de mensen zijn zo doof, de schulden zijn zo hoog dat over honderd jaar ze nog niet zijn betaald. Ze hebben vele wetenschappers hiervoor bij gehaald, wat hebben wij gefaald, maar yo het is niet te laat! Ik heb de broeikasgassen zojuist de oorlog verklaard. Wij zien niet wat we doen. Geld heeft ons verblind. Lot van de natuur is de toekomst van je kind. Refrein Elke dag vecht ik tegen mijn egoïstische gedrag. Ik hoor dat je lacht. Je lacht me uit maar jij weet toch net zo goed als ik dat het niet zo verder mag, niet zo verder mag! We zijn te veel verwend. Eh yo! We fokken de natuur op, we kappen bomen. Straks is er geen zuurstof. Je snakt naar adem. Hier heb je wat uitlaatgassen. Vind je het logisch dat de aarde ons maar blijft verrassen met nieuwe rampen: tsunami’s en tornado’s van Thailand tot aan Trinidad Tobago? Ja, de Cariben wordt jaarlijks getroffen en mensen vragen God of hij het snel wil laten stoppen maar ondertussen gaan we zelf door met het vervuilen van de tuinen op onze aarde en we huilen net als de ijskappen op de polen. Door tranen in de zee zal de boel straks overstromen en giro 555 hoeft niet eens meer langs te komen.

finale 2019.indd 131

Thema 5 Het milieu

131

De finale

15-02-19 16:51


6

Veiligheid en gezondheid Nederland? Alles rustig hier, iedereen gezond, niks aan de hand!

1

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie.

De finale

132

finale 2019.indd 132

1

Vindt u Nederland veilig of onveilig in de volgende situaties of omgevingen? Wat zijn uw eigen ervaringen? Kunt u de situaties vergelijken met die in uw eigen land? • in het dagelijkse verkeer (in uw dorp of stad, of op de snelweg) • in openbare gebouwen (bijvoorbeeld winkelcentra, scholen, ziekenhuizen) • in het uitgaansleven (restaurants, cafés, disco’s, concertzalen) • bij grote evenementen (bijvoorbeeld sportwedstrijden, festivals) • op uw werkplek of opleiding (kantoor, school, universiteit) • in uw eigen omgeving (uw buurt, uw straat, uw eigen huis)

2

Veel mensen vinden dat Nederland de laatste jaren onveiliger geworden is: er is meer kleine criminaliteit, meer agressie op straat en in het uitgaansleven, minder respect voor elkaar. Hebt u die ervaring ook, of vindt u dat het wel meevalt?

3

Er is ook vaker agressie tegen politie, brandweer en andere hulpverleners zoals verplegers en ambulancepersoneel (zie ook de tekst van oefening 2). Veel mensen vinden dat de daders van dit soort agressie extra hard gestraft moeten worden. Wat vindt u?

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


2

Lezen

Lees de tekst en beantwoord onderstaande vragen.

Sterke stijging van aantal ongelukken met ambulances 1 Het aantal aanrijdingen met ambulances in de provincie Utrecht stijgt dramatisch. Dat houdt volgens de Utrechtse ambulancedienst Ravu onder meer verband met het soms ‘asociale rijgedrag’ van andere weggebruikers. 2 Ravu-manager John van Engelen constateert dat naar aanleiding van het dodelijke ongeluk van zaterdagochtend met een ziekenwa­gen bij het Paardenveld in Utrecht. Daarbij kwam een 21-jarige vrouw om die onderweg naar het ziekenhuis was. De politie heeft die zaak nog in onderzoek. 3 De groeiende onveiligheid van ambulancepersoneel en patiën­ten in het verkeer baart de ambulancediensten en de beroepsvereniging steeds meer zorg. Werden Ravu-ambulances in 2001 48 keer aangereden, een jaar later was het aantal ongevallen tot 70 toegenomen. Tot september dit jaar hadden zich al zo’n 50 ongelukken voorgedaan. 4 Verkeersdeelnemers weigeren volgens Ravu-manager John van Engelen steeds vaker voorrang te verlenen aan ambulances met zwaailicht en sirene. Net als brandweer en politie dienen ambulances met optische en geluids­ signalen van andere weggebruikers de ruimte te krijgen. Daarbij dienen ambulancechauffeurs zich aan de verkeersregels te hou­den. Maar ze mogen onder meer ‘stapvoets’ door rood rijden en de vluchtstrook gebruiken. 5 Ambulances hebben voortdurend bijna-aanrijdingen, zegt Van En­gelen. Chauffeurs op weg naar een patiënt worden volgens Van Engelen regelmatig met ‘de middelvinger’ geconfronteerd. ‘Ons personeel vertelt dagelijks dat het weer nét goed ging. Op het Salvador Allende-plein werd er twee weken geleden nog een halve zijkant van een wagen gereden.’ 6 Een weggebruiker die zich gedu­peerd voelde, diende onlangs zelfs een klacht in tegen een am­bulance die met spoed op weg was naar een ongeval. Van Engelen: ‘Volgens de klager had de ambulance zich niet aan de verkeersregels gehouden. In wat voor wereld leven we, denk je dan.’ Het komt ook regelmatig voor dat automobilisten de situa­tie misbruiken door achter een ambulance aan over de vrijkomende weg te scheuren. 7 Ook de groeiende agressie jegens ambulancepersoneel draagt vol­gens Van Engelen bij aan de onveiligheid en de zorgen van de Ravu. Medewerkers worden bij het behandelen op straat steeds vaker bedreigd door omstanders. 8 Van Engelen: ‘Soms wordt onder bedreiging een ziekenhuisbehandeling geëist, terwijl ons personeel na onderzoek vaststelt dat een bezoek aan de huisarts voldoende is.’ Bij noodritten naar uitgaansgebieden of de wijk Kanaleneiland rijden al langer ter assistentie politiewagens met de Ravu-ambulances mee. 9 De 240 chauffeurs en verplegers houden volgens de Ravu rekening met een aanzienlijk beroepsrisico, maar stellen hun grenzen. ‘Het wordt erg moeilijk als je elke dag denkt: als het vandaag maar weer goed gaat.’

finale 2019.indd 133

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

133

De finale

15-02-19 16:51


10 Als gevolg van het stijgend aantal ongevallen zijn steeds meer ambulances ook lang buiten bedrijf. Reparatie van een ambulan­ce vergt gemiddeld zo’n tien maanden. Het houdt in dat de Ravu vaker met onderhoudsgevoeliger reservemateriaal moet rijden. Van Engelen verzekert dat de Ravu desondanks geen concessies aan de paraatheid hoeft te doen. 11 Aangezien een ambulance met de noodzakelijke medische apparatuur zo’n twee ton kost, rijzen de kosten de pan uit. Binnenkort voert de Ravu een gesprek met zijn verzekeraar. Naar verwachting stuurt die volgens Van Engelen op premieherziening aan. 12 Sinds 1997 zijn bij aanrijdingen met ambulances drie dodelijke slachtoffers gevallen. In 1997 was dat het geval op de Batauweg in Nieuwegein, daarbij vielen ook twee gewonden. Op de Waterlinieweg in Utrecht werd eind 1999 een ambulance in de flank gereden, waardoor een patiënt het UMC niet haalde en twee verplegers gewond raakten. Bron: Utrechts Nieuwsblad © AD Nieuwsmedia bv

De finale

134

finale 2019.indd 134

1

Het aantal aanrijdingen met ambulances in de provincie Utrecht stijgt dramatisch. Wat betekent ‘dramatisch’ hier? a Nauwelijks. b Een beetje. c Erg.

2

Wie is bij het dodelijk ongeval bij het Paardenveld om het leven gekomen? a Een paard. b Ambulancepersoneel. c Een patiënte in de ambulance. d Een automobilist.

3

Hoeveel aanrijdingen met ambulances waren er in 2002? a 48. b 70. c 50.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


4

Wat mogen chauffeurs van ziekenwagens wel wat normale weggebruikers niet mogen? a Voorrang verlenen. b Hard door rood rijden. c Op de vluchtstrook rijden.

5

Wat betekent ‘Chauffeurs op weg naar een patiënt worden volgens Van Engelen regelmatig met “de middelvinger” geconfronteerd’? _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________

6

Waarom diende een weggebruiker een klacht tegen een ziekenwagen in? a Omdat de ziekenwagen de verkeersregels niet respecteerde. b Omdat de ziekenwagen een ongeluk had veroorzaakt. c Omdat hij achter de ziekenwagen moest blijven rijden.

7

Welke maatregel wordt er genomen om de veiligheid van het ambulancepersoneel te verbeteren? a Er wordt vaker op straat behandeld. b Er wordt vaker naar de huisarts doorverwezen. c Politie begeleidt ambulances.

8

Wat is een bijkomende consequentie van de toename van het aantal ongelukken met ziekenwagens? a Er rijden minder ambulances. b Er rijden kwalitatief minder goede ambulances. c Er is een wachttijd bij de reparatiedienst.

9

Wat betekent ‘rijzen de kosten de pan uit’? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 135

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

135

De finale

15-02-19 16:51


3

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen voor de volgende woorden. alinea 1 de botsing ________________________________________________________________________ te maken hebben met ________________________________________________________________________ alinea 2 vaststellen ________________________________________________________________________ de ambulance ________________________________________________________________________ verongelukken ________________________________________________________________________ alinea 3 zorgen geven ________________________________________________________________________ stijgen ________________________________________________________________________ gebeuren ________________________________________________________________________ alinea 4 geven ________________________________________________________________________ moeten ________________________________________________________________________ onder andere ________________________________________________________________________ alinea 5 continu ________________________________________________________________________ alinea 6 benadeeld ________________________________________________________________________ met grote haast ________________________________________________________________________ hard rijden ________________________________________________________________________ alinea 7 tegen ________________________________________________________________________ de verzamelde menigte ________________________________________________________________________ alinea 8 verlangen ________________________________________________________________________ constateren ________________________________________________________________________ alinea 9 behoorlijk groot ________________________________________________________________________ alinea 10 buiten werking ________________________________________________________________________ dwingend vragen ________________________________________________________________________ betekenen ________________________________________________________________________ garanderen ________________________________________________________________________ alinea 12 de zijkant ________________________________________________________________________

4

Woordenschat

Vul een synoniem uit oefening 3 (woorden van alinea 1 t/m alinea 6) in onderstaande zinnen in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

Na het lichamelijk onderzoek heeft de dokter ______________________________________ dat Peter een blindedarmontsteking heeft. 2 Bij de groenteboer kun je ______________________________ _________________________________ appels, bananen, sla en bloemkool kopen. 3 De motorrijder _______________________________________ met 100 kilometer per uur door de bocht. 4 Na het ongeluk is het slachtoffer met _______________________________________ naar het ziekenhuis gebracht. 5 Bij een ernstige _______________________________________ is een vrachtauto op een auto gereden. De chauffeur van de auto heeft het ongeluk niet overleefd. 6 Het _______________________________________ me _______________________________________ dat Willem nog niet thuis is. Zou er iets aan de hand zijn? 7 In de les zit Kim _______________________________________ te kletsen. Ze kan er maar niet mee ophouden. De finale

136

finale 2019.indd 136

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


8

Het slechte weer _______________________________________ _______________________________________ _______________________________________ een lagedrukgebied boven Scandinavië. 9 Bij de aardbeving in India zijn meer dan 10.000 mensen ____________________________________________ . Voor hen kwam hulp te laat. 10 Een complete zonsverduistering _______________________________________ _______________________________________ maar zelden _______________________________________ . 11 Toen Jochem van de trap was gevallen, is hij _______________________________________ _______________________________________ naar de EHBO gebracht. 12 Het aantal auto’s in Nederland _______________________________________ _______________________________________ . Steeds meer gezinnen hebben niet één, maar twee auto’s. 13 Na aankomst _______________________________ het ambulancepersoneel eerste hulp. 14 In Nederland _______________________________________ je je aan de verkeersregels te houden. Als je dat niet doet, loop je kans een boete te krijgen. 15 Toen het reisbureau failliet ging, waren er veel toeristen _______________________________________ . Hun vakantie werd geannuleerd.

5

Woordenschat

Vul een synoniem uit oefening 3 (woorden van alinea 7 t/m alinea 12) in onderstaande zinnen in. Verander de vorm als dat nodig is. 1

De hoteleigenaar kon me niet ___________________________________________ dat we een kamer met zeezicht krijgen. Misschien wordt het een kamer die uitkijkt op het zwembad. 2 Mijn moeder _______________________________________ vroeger altijd dat ik vóór 24.00 uur thuis was. Als ik niet luisterde, kreeg ik een maand huisarrest. 3 De achtbaan is tijdelijk _______________________________________ _______________________________________ , omdat er een technisch probleem is. 4 Bij dat ongeluk is een brommer in _______________________________________ _______________________________________ van een auto gereden. Hierdoor kon het portier niet meer open. 5 Als je hier een cursus volgt, __________________________________________________________ dat _______________________________________ dat je ongeveer twee uur per dag huiswerk moet maken. 6 Na het busongeluk kon de politie ______________________________________________ dat er alleen een paar lichtgewonden waren. 7 Een _______________________________________ deel van de cafés sluit in het weekend om 3.00 uur. Er zijn er maar een paar die langer open mogen blijven. 8 Een van de _______________________________________ heeft de politie gebeld, toen er in het café tussen twee mannen een ruzie ontstond. 9 Geweld _________________________________________ vrouwen komt over de hele wereld voor. 10 Het schrijven van een roman _______________________________________ veel tijd. Soms is een auteur er langer dan een jaar mee bezig.

finale 2019.indd 137

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

137

De finale

15-02-19 16:51


6

Internet

De Nijmeegse Vierdaagse In Nijmegen wordt elk jaar in juli de Vierdaagse georganiseerd: een wandelevenement van vier dagen door de stad en in de landelijke omgeving van Nijmegen, waaraan duizenden wandelaars deelnemen (individueel en in groepen, burgers en militairen). Tijdens deze dagen is het heel druk in Nijmegen; naast de wandelactiviteiten vinden er allerlei festiviteiten plaats en is er veel live-muziek verspreid over de stad.

Ga naar www.4daagse.nl en zoek de volgende informatie op. 1 2 3 4 5

7

Wanneer vindt de eerstvolgende Nijmeegse vierdaagse plaats? Hoe kunt u zich voor dit evenement aanmelden en wat kost het? Welke afstanden moet u minimaal lopen, afhankelijk van uw geslacht en leeftijd? Hoe kunt u zich het beste voorbereiden? Zoek informatie over de volgende locaties en begrippen. • de startplek voor burgers (individueel of in groepen) • de startplek voor militairen • de controle tijdens de wandelroutes • de route per dag • de Via Gladiola • het Vierdaagsekruis

Lezen

De volgende tekst gaat over de Nijmeegse Vierdaagse in 2006, die vanwege dramatische omstandigheden al op de tweede dag moest worden afgelast. A Lees de tekst eerst een keer globaal door, zonder de onbekende woorden op te zoeken. Waarom werd de Nijmeegse Vierdaagse in 2006 afgelast?

Vierdaagse afgelast na twee doden De vierdaagse van Nijmegen is op de tweede dag afgelast nadat dinsdag twee deelnemers waren overleden door de ongewone hitte. Meer dan driehonderd deelnemers moesten worden behandeld, dertig werden er in het ziekenhuis opgenomen. Twee wandelaars zijn na reanimatie buiten levensgevaar. Het KNMI had hoge temperaturen voorspeld, die tot boven de 33 graden konden De finale

138

finale 2019.indd 138

oplopen. De organisatoren hadden echter verwacht dat de omstandigheden zouden meevallen. Na overleg hadden ze geoordeeld dat de tocht niet ingekort hoefde te worden. Ze waren ervan overtuigd dat de wandelaars zonder problemen op weg konden omdat de luchtvochtigheid erg laag was. Bovendien had men de binnenkomsttijden met een uur verruimd tot zes uur ’s avonds. Het eind van de route bestond echter uit

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


een lang stuk dijk zonder schaduw, en daar werden heel veel mensen onwel. Algemeen directeur Janssen van de vierdaagse gaf aan compleet verrast te zijn geweest door de plotselinge verslechtering van de situatie in de namiddag. De weersomstandigheden veranderden: de wind viel bijna helemaal weg. Ervaren wandelaars merkten rond vier uur gistermiddag op dat er opvallend veel ambulances langs waren gereden. Vooral op de onbeschutte Oosterhoutsedijk, ter hoogte van Lent, vlak voor de Waalbrug naar Nijmegen, was de hitte verzengend, omdat er geen schaduw is. Ook bleven er heel veel uitgeputte mensen op de Waalbrug stilstaan, waar het door het opgewarmde metaal nog warmer was. Een ‘Vierdaagse-apotheek’ die verkoelende en verzorgende producten verkocht, was permanent vol. Veel gefinishte lopers hadden rode vlekken op hun benen, omdat hun nieren het opgehoopte melkzuur niet meer konden verwerken. Ze kochten massaal ver-

koelende producten, terwijl er intussen in de straten rond de finish tientallen mensen misselijk of duizelig op straat lagen. Toch waren de hulpdiensten rond vier uur nog niet gealarmeerd. Ook ervaren lopers spraken op dat moment geen extra bezorgdheid uit. Een van de deelnemers echter die rond die tijd op de dijk liep, vertelde dat hij zich kapot was geschrokken toen hij zag dat tientallen mensen op de dijk lagen en gereanimeerd moesten worden. Volgens een Rode Kruis-medewerker had dit drama misschien voorkomen kunnen worden als de wandelaars zich aan het advies hadden gehouden om per uur twee liter water te drinken. De Vierdaagse vierde dit jaar haar 90-jarig jubileum. In 1927 viel de eerste dode, als gevolg van een op de tweede dag opgelopen zonnesteek. In 1972 vielen er twee doden. Het is nog nooit eerder voorgekomen dat de Vierdaagse moest worden afgelast vanwege de weersomstandigheden.

Bron: Michiel de Hoog voor de Volkskrant, 19 en 20 juli 2006

B Lees de tekst nog een keer, en onderstreep nu alle onbekende woorden waarvan u de betekenis niet uit de context kunt afleiden. Vergelijk uw lijstje met dat van een medecursist. Welke woorden wilt u zeker opzoeken om de tekst beter te begrijpen? C Beantwoord de volgende vragen over de tekst. 1

2 3 4 5 6 7

finale 2019.indd 139

Het KNMI had voor die dag temperaturen tot boven de 33 graden voorspeld. Waarom werd de tocht op basis van die voorspelling niet direct afgelast door de organisatoren? Waarom werden aan het eind van de route zo veel mensen onwel? Wat gebeurde er op de Waalbrug? Wat was de oorzaak van de rode vlekken op de benen van veel lopers? Wat hadden de wandelaars moeten doen om te voorkomen dat ze onwel werden? Was dit de eerste keer dat er dodelijke slachtoffers vielen bij de Vierdaagse? Zou u zelf (onder normale weersomstandigheden) weleens aan de Vierdaagse willen meedoen?

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

139

De finale

15-02-19 16:51


8

Spreken

Bekijk de woordenlijst in onderstaand schema. Zoek onbekende woorden op. afslaan linksaf gaan rechtsaf gaan terchtdoor rijden 0versteken

invoegen uitvoegen van rijstrook veranderen inhalen

(te) hard rijden (af )remmen stoppen stilstaan voorrang geven/krijgen

raken botsen een aanrijding krijgen

de rijbaan de rijstrook de linker-/ midden-/ rechterrijbaan de oprit de afrit de inrit

het tegemoetkomend verkeer de tegenligger

het kruispunt/ de kruising de T-splitsing de rotonde het stoplicht/ verkeerslicht het zebrapad

de auto de bus de vrachtwagen de automobilist de chauffeur de fiets(er) de brommer(rijder) de voetganger

U kunt de woorden uit het schema gebruiken bij de volgende spreeksituaties. Let op dat u de goede vorm van de woorden gebruikt. Hieronder ziet u afbeeldingen van ongelukken (situatie 1 t/m 4) en een aanrijdingsformulier met informatie over een ongeluk (situatie 5, volgende pagina). U was steeds getuige van het ongeluk. De politie vraagt u te vertellen wat u gezien hebt. Het is niet de bedoeling dat u de politie vertelt wie er fout was. U moet alleen beschrijven wat u hebt gezien. Wat is er gebeurd, hoe is het gebeurd, en welke personen/voertuigen zijn erbij betrokken? Situatie 1

Situatie 2

a

aaa

bb b

b Situatie 3

Situatie 4

aa a

a

bb b

b

a aaa

aa

a

De finale

140

finale 2019.indd 140

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


Situatie 5

finale 2019.indd 141

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

141

De finale

15-02-19 16:51


9

Schrijven 1

U studeert aan de politieacademie en hebt onderzoek gedaan naar het aantal verkeersslachtoffers per leeftijdscategorie. Voor uw onderzoeksverslag moet u een tekst schrijven (75 tot 100 woorden) bij onderstaand staafdiagram. Kijk daarbij naar de verschillen tussen de leeftijdsgroepen en de verschillen tussen mannen en vrouwen. Beschrijf wat u opvalt, maar noem niet te veel cijfers.

Verkeersdoden per 100.000 inwoners

35 30 25 20 15 10 5 0 0-14

15-17 18-19 20-24 25-29 30-39 40-49 50-59 60-64 65-74

75+

leeftijd mannen

vrouwen

Bron: CBS 2

Bij u in de buurt is een druk en gevaarlijk kruispunt, waar geen stoplichten staan. Afgelopen jaar zijn er op dit kruispunt een paar ongelukken gebeurd. Vorige week was er weer een ernstig ongeluk, waarbij een overstekend kind is aangereden door een auto. Het kind is zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. De buurtcommissie die zich bezighoudt met de veiligheid in de wijk, vindt dat het zo niet langer kan en wil dat er verkeerslichten komen op het kruispunt. U schrijft namens de buurtcommissie een brief aan de gemeente met de dringende oproep om op het kruispunt stoplichten te plaatsen. Maak de tekst van de brief op de volgende pagina compleet.

De finale

142

finale 2019.indd 142

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


Buurtcommissie Rivierenwijk Amersfoort Gemeente Amersfoort Afdeling Ruimtelijke Ordening en Verkeersveiligheid t.a.v. de heer Peters Betreft: onveilige kruising Rijnstraat-Waalstraat Amersfoort, ………………….. (datum) Geachte heer Peters, Namens de buurtcommissie Rivierenwijk wil ik u informeren over de gevaarlijke situatie op de kruising Rijnstraat-Waalstraat in onze wijk. Zoals u weet, staan er op deze kruising nog geen verkeerslichten. Afgelopen jaar ______________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________________________

.

Vorige week was het weer raak. __________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________

.

Deze situatie kan zo niet langer blijven bestaan. Wij vinden dat er nu echt iets moet gebeuren. Daarom __________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________ ________________________________________________________________________________________________________________________________

. Het is ook in het belang van de gemeente dat het kruispunt veiliger wordt. We gaan ervan uit dat u ______________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________

. We hopen dat u zo snel mogelijk ________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________________________________

________________________________________________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________________________________

.

We zien uw reactie tegemoet. Hoogachtend, _________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 143

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

143

De finale

15-02-19 16:51


10

Luisteren

Oefenexamen NT2 programma 2, Luisteren Onderdeel C Fragment 1: Radioprogramma over fietshelmen U gaat luisteren naar een radioprogramma waarin gesproken wordt over het dragen van een helm bij het fietsen. Het gaat daarbij vooral om de vraag of het dragen van een helm verplicht gesteld moet worden. Er zijn verschillende mensen uitgenodigd om hierover hun mening te geven. U hoort eerst een inleiding door de presentatrice van het programma. Hierbij is nog geen opgave. Dan gaat de toets verder. Lees eerst opgave 1 goed door.

De finale

144

finale 2019.indd 144

1

Wat heeft men in Toronto onderzocht? a Hoe een publiciteitscampagne over fietshelmen eruit moet zien. b Of het gebruik van fietshelmen toeneemt door subsidies. c Welke prijs arme mensen voor een fietshelm kunnen betalen.

2

Wat is de aanleiding voor het experiment met het dragen van fietshelmen? a De toenemende aandacht voor fietsers van de stichting Consument en Veiligheid. b De verbazing van Duitsers dat een helm in Nederland niet verplicht is. c Het grote aantal ongelukken waarbij kinderen betrokken zijn.

3

Waarom willen veel kinderen volgens mevrouw Holt geen fietshelm dragen? a Ze denken dat een helm lastig en vervelend is. b Ze willen niet gedwongen worden om een helm te dragen. c Ze zijn bang voor de reacties van andere kinderen.

4

Waarom is Onno van Biggelen tegen het verplicht stellen van de fietshelm? a Men kan beter de verkeerssituatie in het algemeen verbeteren. b Mensen zetten geen helm op, ook al is dat verplicht. c Uit onderzoek blijkt dat het dragen van een helm niet zo veel effect heeft.

5

Wanneer lukt het verplicht stellen van een helm het beste volgens meneer Bergwoud? a Als de invoering snel gebeurt, net als in het buitenland. b Als er gezorgd wordt voor mooie fietshelmen. c Als er voldoende tijd voor acceptatie gegeven wordt.

6

Wat vindt mevrouw Tommen van het verplicht stellen van een fietshelm? a Het is belangrijker om de algemene verkeersveiligheid te vergroten. b Het is een goed idee omdat het in Amerika ook al heel gewoon is. c Het is niet nodig omdat de verkeerssituatie in Nederland veilig is.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


7

Wat vindt Joep Smits van het verplicht stellen van fietshelmen? a Het kost hem veel geld als hij voor alle huurders een helm moet kopen. b Hij vindt een verplichting alleen voor toeristen verstandig. c Hij vindt een verplichting in Nederland niet echt nodig.

Fragment 2: Navigatiesystemen U gaat luisteren naar mevrouw Kater. Zij heeft in opdracht van de Consumentenbond navigatiesystemen getest. Ze vertelt over de resultaten van haar onderzoek.

finale 2019.indd 145

8

Welk voordeel van navigatiesystemen wordt genoemd? a Het is eenvoudig je reisdoel te bereiken. b Het is net zo simpel als kaartlezen. c Je hebt nooit meer onenigheid met je partner.

9

Wat zegt mevrouw Kater over ViaRoyal Y235? a Het is makkelijk te monteren. b Het is eenvoudig in gebruik. c Het is een complex navigatiesysteem.

10

Hoe nauwkeurig zijn navigatiesystemen? a Ze zijn heel nauwkeurig, dus u kunt erop vertrouwen. b Ze zijn helemaal niet nauwkeurig, dus u moet ook altijd een kaart meenemen. c Ze zijn redelijk nauwkeurig, maar u moet zelf ook alert blijven.

11

Wat is een nadeel van de Benelux-uitvoering? a Hij is relatief duur. b Hij geeft niet altijd de kortste route weer. c Hij is niet bruikbaar op vakantie.

12

Waar functioneert de Europa-uitvoering niet altijd adequaat? a In de Benelux. b In West-Europa. c In Oost-Europa.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

145

De finale

15-02-19 16:51


11

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

Drinkt u weleens alcohol? Zo ja, wat drinkt u dan graag, en wanneer? Zo nee, waarom niet? 2 Wat weet u van de invloed van alcoholgebruik op het menselijk lichaam? 3 Wat vindt u van alcohol en jongeren? Vanaf welke leeftijd zouden jongeren van u alcohol mogen drinken? Welke maatregelen kunnen er genomen worden om te voorkomen dat jongeren te jong te veel alcohol drinken?

12

Lezen

Lees de vragen. Zoek de antwoorden in de tekst.

De finale

146

finale 2019.indd 146

1

Wat is de oorzaak van het feit dat mensen zich dronken voelen? a Alcohol beïnvloedt de zenuwen. b Alcohol beïnvloedt de hersenen. c Alcohol beïnvloedt de zenuwen en de hersenen.

2

Wanneer wordt een drank zwak alcoholhoudend genoemd? a Als de drank van gerst en druiven is gemaakt. b Als de drank maximaal 15% alcohol bevat. c Als de drank eerst verhit en daarna afgekoeld is.

3

Waar kunnen mensen met een kater last van hebben? a Hoofdpijn, gevoeligheid voor fel licht, moeheid, misselijkheid. b Hoofdpijn, honger, dorst, depressieve gevoelens. c Gevoeligheid voor lawaai, dorst, hoofdpijn, misselijkheid.

4

Hoe wordt de alcohol in het lichaam afgebroken? a Via de lever. b Via de urine. c Via de adem en het zweet.

5

Bij een kater is er een verhoogde kans op uitdroging. Wat is hier de oorzaak van? a Mensen met een kater drinken te weinig. b Alcohol voert vocht sneller af. c Giftige stoffen zoals ‘tyramine’ die in alcohol zitten.

6

Welke lichaamsdelen nemen alcohol met name op? a De hersenen en de maag. b De dunne darm en het hart. c De maag en de dunne darm.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


Alcohol en je lichaam Wat is alcohol? Alcohol is een natuurproduct dat ontstaat door gisting van gerst (bier) of druiven (wijn). Dit natuurlijke gistingsproces stopt bij ongeveer 15% alcohol. Dit wordt zwak alcoholhoudende drank genoemd. Door verhitting en afkoeling van zwak alcoholhoudende drank (distilleren) kunnen hogere alcoholpercentages ontstaan (>15% vol.). Dit wordt sterk alcoholhoudende drank genoemd. Opname in het bloed Alcohol wordt vooral door je maag en dunne darm opgenomen. Eten kan dit opnameproces vertragen; dat is ook de reden waarom je alcohol sneller voelt als je drinkt op een lege maag. De alcohol wordt door je bloed meegenomen naar de rest van je lichaam; je hart, je hersenen, je spieren en andere organen. Dit gaat erg snel – binnen een paar minuten. Dit geeft meestal, maar niet altijd, een plezierig gevoel. Afbraak van alcohol Omdat je lichaam alcohol niet kan opslaan moet het worden afgevoerd. Dat gebeurt voornamelijk via de lever. Je lever verandert alcohol in een andere stof (acetaldehyde) dat weer verandert in acetaat, een stof die je via je urine uitplast. Als je ademt en zweet, wordt ook een kleine hoeveelheid alcohol afgevoerd. Hoe je lichaam met dit hele proces omgaat, hangt van een aantal dingen af, zoals je leeftijd. Waardoor voel je je dronken? Alcohol vertraagt de zenuwen die boodschappen aan het lichaam doorgeven. Hoe meer je drinkt, des te groter het effect op de zenuwen. De reden waarom mensen soms plotseling actiever worden van een drankje is dat de hersenen ook de grip op zelfcontrole regelen. Je reactie wordt minder snel en je coördinatie wordt minder en soms sta je te wankelen. Sommige mensen praten met een dubbele tong of zien dubbel. Als je veel hebt gedronken, kun je je ook emotioneel gaan voelen (bijvoorbeeld agressief of juist depressief ). En omdat je zaken om je heen niet meer goed kunt beoordelen, doe je soms dingen die je normaal niet zou doen (van dansen op de bar tot naar huis gaan met een vreemde). Op dat moment lijken dat goede ideeën, maar ze kunnen ontzettend gevaarlijk zijn. Wat is een kater? Een kater is een lichamelijke reactie om je te vertellen dat je te veel hebt gedronken. De primaire kenmerken van een kater zijn hoofdpijn, dorst, misselijkheid en/ of depressieve gevoelens. Vaak ben je ook gevoeliger voor lawaai en fel licht. Uitdroging en gifstoffen De kater wordt gedeeltelijk veroorzaakt door het vocht afdrijvende effect van alcohol, waardoor het lichaam te veel water verliest en uitdroging het gevolg is. Het kan ook komen door ‘congeners’. Dit zijn stoffen die in alcohol zitten waarvan sommige giftige eigenschappen hebben, zoals tyramine in rode wijn, dat een migraineaanval tot gevolg kan hebben. Bron: www.drinkwijzer.info

finale 2019.indd 147

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

147

De finale

15-02-19 16:51


13

Spreken

Een middelbare school heeft een project met het thema ‘Alcohol en jongeren’. U werkt bij de stichting ‘Drinkwijzer’ en bent door deze school uitgenodigd om aan leerlingen uit de vierde klas voorlichting te geven. Kijk naar het plaatje. Vertel de leerlingen duidelijk wat de gevolgen van alcoholgebruik op jongere leeftijd kunnen zijn. Noem minimaal drie gevolgen.

Frontale Cortex Frontale Cortex (Voorste gedeelte van de hersenen) (Voorste gedeelte van de hersenen) Schade aan de frontale cortex zorgt Schade aan de frontale cortex zorgt voor achteruitgangininsociaal sociaal voor een een achteruitgang functioneren, doelgerichthandelen, handelen, functioneren, doelgericht redeneren en problemen problemenoplossen. oplossen. redeneren en

Medulla Medulla Verantwoordelijk voordede Verantwoordelijk voor functies zoalsademhaling ademhaling en functies zoals hartslag. Wanneer ditdit gedeelte en hartslag. Wanneer gedeelte verdoofd wordt verdoofd wordtdoor doorveel veeldrinken drinken kan er een coma kan coma optreden. optreden.

14

Hersencellen Hersencellen Alcoholwerkt werkt verdovend verdovend op Alcohol op hersencellen,door door overmatig overmatig hersencellen, alcoholgebruik kunnen kunnen deze alcoholgebruik deze verlorengaan. gaan. verloren

Hippocampus Hippocampus Door op de de hippocampus hippocampus worden Door invloed invloed op kortetermijnherinneringen niet doorgeworden korte termijn herinneringen niet doorgegeven aan de lange geven aan de langetermijnherinneringen. termijn Wat dus zorgt Wat dusherinneringen. zorgt voor een blackout. voor een blackout.

Cerebellum Cerebellum (Kleine - (Kleinehersenen hersenenachterin achterin het het hoofd) hoofd) Met op zorgt zorgtdie dievoor voorstoornissen stoornissen Met alcohol alcohol op in in motoriek, motoriek, coördinatie en evenwicht. Bij jongeren coördinatie en evenwicht. Bij jongeren is dit gedeelte isnog ditniet gedeelte nogwaardoor niet volgroeid waardoor jonge volgroeid jonge mensen langer door kunnen gaan met drinkengaan zonder gaan tollen. mensen langer door kunnen mettedrinken zonder te gaan tollen.

Internet

SIRE (Stichting Ideële Reclame) probeert onderwerpen die voor de samenleving belangrijk zijn maar niet door andere partijen worden opgepakt, aan de orde te stellen. A Kijk via de methodesite naar drie filmpjes van SIRE: Beantwoord voor elk filmpje onderstaande vragen. 1

Voor wie is het filmpje bedoeld? Beschrijf wat u ziet. 3 Wat is de boodschap? 4 Kunt u de gesproken Nederlandse tekst precies opschrijven? 5 Wat vindt u van het filmpje? 2

B Beantwoord nu dezelfde vragen over een ander filmpje, dat u zelf opzoekt op de website van SIRE: www.sire.nl.

De finale

148

finale 2019.indd 148

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


15

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1

Voelt u zich gezond en fit op dit moment? Doet u iets speciaals om gezond te blijven? 3 Hebt u vroeger veel gesport? Zo ja, welke sport hebt u beoefend? 4 Doet u nu nog iets aan sport? Zo ja, welke sport? Zo nee, waarom niet? 5 Denkt u dat topsport gezond is? Waarom wel of niet? 2

16

Luisteren

Discussie tussen sporthater Midas Dekkers en sportliefhebber Cees-Rein van den Hoogenband. Midas Dekkers is bioloog en schrijver. Hij houdt absoluut niet van sporten. Hij beweert zelfs dat hij ‘onder zware dwang’ op school gymles heeft moeten volgen. Cees-Rein van den Hoogenband vindt sport juist heel belangrijk. Hij was clubarts bij voetbalclub PSV, heeft jarenlang zelf gevoetbald en gefietst en is directeur van de Sportmedische kliniek Topsupport. Midas en Cees-Rein gaan met elkaar in discussie over de vraag of sporten gezond is. Lees de vragen. Luister een paar keer naar de discussie en maak aantekeningen. Beantwoord dan de volgende vragen. 1

Midas Dekkers vindt sporten ongezond. Welke argumenten noemt hij? 2 Cees-Rein van den Hoogenband vindt sporten gezond. Welke argumenten noemt hij? 3 Wie vindt u het meest overtuigend? Waarom?

17

Schrijven

Reageer op de volgende stelling: ‘Sporten is gezond. Iedereen moet dagelijks aan sport doen om gezond te blijven!’ Onderbouw uw mening met argumenten. Gebruik 75 tot 100 woorden.

finale 2019.indd 149

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

149

De finale

15-02-19 16:51


18

Luisteren

Kijk naar het verhaal van Omar Carter. Beantwoord de volgende vragen. 1

Waar heeft hij last van? Hoe beschrijft hij zijn klachten? Hoe lang heeft hij hier al last van? 3 Hoe heeft hij de klachten gekregen? 4 Hoe beïnvloedt het zijn leven? 2

19

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Hoeveel jongeren krijgen er per jaar voor het eerst met gehoorverlies te maken? a 1,4 miljoen b 25.000 c Dat staat niet in de tekst.

2

Wat bedoelt de schrijver met: ‘Misschien is het doemdenkerij.’ (begin tweede alinea)? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3

Waardoor worden gehoorproblemen veroorzaakt? Noem drie oorzaken. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4

Zet een kruisje in de goede kolom. schade aan uitwendige oor

schade aan binnenoor

blijvende slechthorendheid tijdelijke slechthorendheid behandeling bij dokter mogelijk geen behandeling bij dokter mogelijk ouder worden infectie hard geluid

De finale

150

finale 2019.indd 150

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


5

Waar in het oor bevinden zich de trilhaarcellen? a in het trommelvlies b in het slakkenhuis c in de gehoorgang

6

Leg met onderstaande illustratie uit hoe het oor werkt en waar het probleem zit als mensen gehoorproblemen krijgen. Oorschelp Rotsbeen

Evenwichtsorgaan

Trommelvlies

Gehoorgang

Gehoorzenuw

Stijgbeugel Buis van Eustachius

7

A Welke activiteiten uit de lijst in de tekst kunnen tot gehoorschade leiden? _____________________________________________________________________________________________________ B Welke activiteiten uit de lijst in de tekst leiden direct tot blijvende gehoorschade? _____________________________________________________________________________________________________ 8

Welke tips om gehoorproblemen te voorkomen vind je in de tekst? _________________________________________________________________________________________________________

9

Wat betekent de titel van het artikel; ‘Gehoorschade: een sluipmoordenaar’? _________________________________________________________________________________________________________

Gehoorschade: een sluipmoordenaar Gehoorverlies voorkomen Voor een steeds groter wordend deel van de Nederlanders is het maar goed dat ze de informatie in dit artikel kunnen lezen en niet hoeven aan te horen. Een groeiend aantal mensen heeft namelijk een verminderd gehoor: 1,4 miljoen om precies te zijn. Het zal geen verbazing wekken dat een groot deel van de 25.000 die daar per jaar bijkomen jongeren zijn. Met dank aan de mp3-speler.

finale 2019.indd 151

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

151

De finale

15-02-19 16:51


Misschien is het doemdenkerij, maar er zijn onderzoekers die verwachten dat over een jaar of dertig de helft van de bevolking hardhorend, slechthorend of gewoon doof is. De belangrijkste oorzaken: verkeerd gebruik van koptelefoons of oordopjes of simpelweg een te hoog volume op de mp3-speler. Maar ook blootstaan aan te veel geluid op het werk of tijdens uitgaan kan leiden tot problemen met horen. Oorzaken Tijdelijk of blijvend slechthorend zijn heeft verschillende oorzaken. De belangrijkste oorzaak van tijdelijke slechthorendheid is als er problemen zijn met het uitwendige oor. Voorbeelden zijn een gaatje in het trommelvlies, een opeenhoping van oorsmeer of een infectie. Een arts kan bij deze problemen meestal uitkomst bieden en de problemen verhelpen. Bij schade aan het binnenoor is dat een heel ander verhaal. Deze schade loop je vaak automatisch op bij het ouder worden, maar komt ook voor bij mensen die (vaak) aan hard geluid blootstaan. En er is geen arts die hier iets aan kan doen. Trilhaarcellen Een oor werkt eenvoudig gesteld als volgt: geluid wordt als trillingen in de lucht opgevangen door de oorschelp. Via de gehoorgang worden deze trillingen naar het trommelvlies geleid, dat alles weer doorstuurt naar het slakkenhuis in het inwendige oor. Daar zetten trilhaarcellen de trillingen om in een signaal naar de hersenen, waar alles wordt omgezet in het geluid dat wij horen. De trilhaarcellen spelen een cruciale rol in dit alles. Als geluid te hard doorkomt, kunnen ze overbelast raken. Vervolgens moeten ze met rust herstellen. Als het harde geluid te lang duurt en ze geen rust krijgen, sterven de trilhaarcellen af. Om nooit meer terug te groeien. Mensen die vaak blootstaan aan te veel geluid worden dus beetje bij beetje doof. Het maakt slechthorendheid tot een sluipmoordenaar. Decibel De vraag is wat onze oren aankunnen. Geluid wordt gemeten in decibels (dB). Grof gezegd kan langdurige blootstelling aan geluiden boven de 80 decibel al leiden tot hoorschade, al is dat meestal niet direct merkbaar. Geluiden boven de 120 decibel leiden direct tot blijvende schade. Maar welke activiteit levert nou hoeveel decibel op? Een overzicht: • Een vallend blad: 10 decibel • Gefluister: 30 decibel • Vogelgekwetter: 40 decibel • Geluiden in een gemiddelde woonwijk overdag: 50 decibel • Gesprek: 60 decibel • Doorsneeruzie: 70 decibel • Cabine van een vliegtuig: 80 decibel • Langs een snelweg staan: 80 decibel • Gillen, grasmaaien, boren in een betonmuur: 90 decibel • Motorrijden: 95 decibel • Maximaal volume van een mp3-speler: 100 decibel (let op: er zijn uitschieters naar 130 decibel!) • (te) Dicht bij een start- of landingsbaan staan: 100 decibel • Cirkelzaag: 105 decibel

De finale

152

finale 2019.indd 152

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


Disco of rockconcert: 110 decibel • Pneumatische hamer: 120 decibel • Laag overvliegend vliegtuig: 120 decibel • Geweerschot: 140 decibel Oplossingen Het voorkomen van gehoorschade is al snel op te lossen met gezond verstand: geen pneumatische hamer gebruiken zonder gehoorbescherming en niet vooraan gaan staan bij een concert zonder oordopjes. Oordopjes zijn er in allerlei soorten en maten en ze filteren verschillende delen van geluid. Opticiens, audiciens en audiowinkels verkopen ze of maken ze op maat. Wil je je afsluiten van omgevingsgeluiden wanneer je mobiel naar muziek luistert? Gebruik dan een koptelefoon in plaats van oordopjes. Dan hoef je het geluid niet zo hard te zetten. Werk je in een lawaaierige omgeving? Laat regelmatig je gehoor testen. De kosten zijn voor je werkgever. Maar de beste tip: geniet eens wat vaker van stilte. De haarcellen in je slakkenhuis zullen er je dankbaar voor zijn.

20

Spreken

Wat zegt u in de volgende situaties? 1

U gaat met een vriend de Nijmeegse Vierdaagse lopen. U hebt de volgende informatie opgezocht. Afmelden aan het einde van de route: 12.00-17.00 uur

finale 2019.indd 153

Uw vriend belt u met een vraag. Luister naar uw vriend en reageer.

2

Jongeren drinken op steeds jongere leeftijd alcohol. Wat vindt u daarvan? Geef minimaal twee argumenten.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

153

De finale

15-02-19 16:51


3

U loopt op straat. U ziet het volgende:

U belt 112. Luister naar de telefoniste. Wat zegt u?

4

U gaat naar de supermarkt en plaatst uw fiets in het fietsenrek voor de winkel. Als u de supermarkt uit komt, ziet u dat uw fiets gestolen is. U gaat aangifte doen bij de politie. Kijk naar het plaatje.

5

De finale

154

finale 2019.indd 154

Luister naar de medewerker van de politie en reageer. Sinds 2008 mag er in de horeca niet meer gerookt worden. Wat vindt u daarvan? Noem minimaal twee argumenten.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

15-02-19 16:51


21

6

In uw buurt was een gevaarlijk kruispunt. Sinds de buurtbewoners in actie zijn gekomen, is er veel verbeterd. Kijk naar de plaatjes.

Noem minimaal drie verschillen tussen de oude en nieuwe situatie.

Schrijven (zinsbouw) * Kijk in de Grammatica (p. 262) voor uitleg en meer oefeningen.

Maak de zinnen af. 1 2 3

4

5 6

7

8

finale 2019.indd 155

Toen Karel met de fiets door rood reed, ______________________________________________ . De politieman gaf hem direct een flinke boete. _______________________________________________________________________________________________________ . Toch gaan veel mensen nog steeds elke dag met de auto naar hun werk. Aangezien alcohol de rijvaardigheid beïnvloedt, ____________________________________ ___________________________________________________________________________________ . Als u dat toch doet, kunt u een bekeuring krijgen. a: ‘Veel mensen zitten te bellen of sms’en tijdens het autorijden. Wat vind jij daarvan?’ b: ‘Tja, aan de ene kant ____________________________________________________________ , maar aan de andere kant __________________________________________________________________________ .’ Voordat je gaat inhalen op de snelweg, _________________________________________________ __________________________ . Zorg dus dat je spiegels altijd goed afgesteld staan. De basisschool in onze buurt ligt aan een drukke weg, maar er zijn bij de oversteekplaats naar de school nog steeds geen stoplichten. Het wordt nu echt tijd dat de gemeente ______________________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . De meeste mensen houden zich netjes aan de snelheidslimiet. Sommige idioten daarentegen ___________________________________________________________________________ _____________________________ . Die mogen wat mij betreft een hoge boete krijgen. Ik verbaas me erover dat _____________________________________________________________________ _________________________________________________ . Dat zie je helemaal niet in mijn land.

Thema 6 Veiligheid en gezondheid

155

De finale

15-02-19 16:51


7 1

Economie en werk De crisis is nog lang niet voorbij! Crisis, welke crisis?

Spreken

Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande vragen. 1 2 3 4 5

2

Hoe is op dit moment de economische situatie in Nederland? Hoe is op dit moment de economische situatie in uw eigen land? Om welke producten staat Nederland internationaal bekend? Om welke producten staat uw eigen land internationaal bekend? Weet u welke producten Nederland exporteert en importeert?

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst ‘Voedselexport begint te haperen’. Beantwoord de vragen.

De finale

156

finale 2019.indd 156

1

Welk land is de grootste voedselexporteur ter wereld? a Duitsland b de Verenigde Staten c Nederland

2

Wat betekent ‘Maar de exportmachine hapert’ in deze tekst (alinea 3)? a De Nederlandse export daalt. b De Nederlandse export komt tot stilstand. c De Nederlandse export groeit minder snel. d De Nederlandse export groeit sneller.

3

Wat wordt bedoeld met ‘Een deel van het exportsucces blijkt zelfs pure schijn’ (alinea 5)? a Nederland exporteert steeds meer eigen producten. b Nederland exporteert steeds meer buitenlandse producten. c Nederland importeert steeds meer uit andere landen.

4

Welke export ontwikkelde zich het best? a De export van buitenlandse producten via Nederland. b De export naar Spanje, Italië, Kenia en Egypte. c De export van in Nederland gemaakte voedingsmiddelen.

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


5

Waarom neemt de Nederlandse voedingsmiddelenexport relatief af? • ___________________________________________________________________________________________________ • ___________________________________________________________________________________________________

6

Wat kunnen bedrijven doen om in het buitenland toch meer Nederlandse producten te verkopen? • ___________________________________________________________________________________________________ • ___________________________________________________________________________________________________ • ___________________________________________________________________________________________________

Voedselexport begint te haperen Er zit nog steeds flinke groei in de export van landbouwproducten, maar met het marktaandeel en het imago zit het minder goed – vooral in de nabije buurlanden. Als er iets is waarin Nederland zich de beste kan voelen, dan is het de productie van en handel in voedsel. Andere landen verdienen geld aan auto’s of aan telefoons, wij aan tomaten, koekjes en kaas, en de export groeit elk jaar weer. Na de Verenigde Staten is Nederland ’s werelds grootste exporteur van voedsel. Maar de exportmachine hapert. De export groeit nog wel elk jaar, maar het marktaandeel van Nederland neemt af. Vooral in Europa. Daar zakte het Nederlandse marktaandeel van 9 procent rond 1995 naar 8 procent nu. De hardste klap viel in de belangrijkste, nabije exportmarkten. In Duitsland daalde bijvoorbeeld het Nederlands marktaandeel voor houdbare producten van 20 procent naar 18 procent. In de combinatie van België en Luxemburg zelfs van 22 naar 17 procent, zo blijkt uit een rapport dat de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie FNLI samen met ABN Amro en met Wageningen Universiteit heeft uitgebracht. Een deel van het exportsucces blijkt zelfs pure schijn: Nederland exporteert steeds meer andermans producten. In 1995 werd van alle voedingsmiddelen die we zelf consumeren en die we exporteren, 20 procent uit het buitenland gehaald. Inmiddels is dat al bijna 35 procent. Spullen uit Spanje, Italië, Kenia en Egypte worden Nederland ingevlogen of -gereden en tot diep in Europa verkocht. Deze wederexport groeit rond de 10 procent per jaar, en wordt altijd geadministreerd als Nederlandse export. Maar werkgelegenheid levert het in Nederland nauwelijks op. De export van in Nederland gemaakte producten – die wel veel werkgelegenheid opleveren – groeide slechts in een tempo van 3,3 procent. Lokaal Volgens het rapport kalft de riant ogende positie van Nederland als voedingsmiddelenexporteur ongemerkt al jarenlang af. Dat komt vooral door de trend onder Europese consumenten dat ze meer en meer op zoek gaan naar lokaal geproduceerde waren. Local for local, heet dat.

finale 2019.indd 157

Thema 7 Economie en werk

157

De finale

15-02-19 16:51


Daarbij komt dat Nederlandse producten maar een matig imago hebben. Zo bleek uit onderzoek in Beieren (Zuid-Duitsland) dat consumenten de Nederlandse producten best op prijs stellen, maar ze zien als betrekkelijk industriële producten. Nederland levert een redelijke, vooral ook constante kwaliteit, precies op de goede momenten. Maar als Duitsers echt iets lekkers willen, kiezen ze voor iets Italiaans of Frans. Volgens Niels Dijkman van ABN Amro moeten Nederlandse bedrijven zich anders opstellen om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Een deel van de productie kan worden overgebracht naar het buitenland. ‘Als je koekjes exporteert naar Engeland, kun je natuurlijk ook een fabriekje beginnen in Liverpool. Als Engelsen liever koekjes hebben van Engelse makelij, is dat een oplossing. Dat gaat gemakkelijker met industriële bedrijven dan met agrarische bedrijven. Dus je kunt denken aan conservenfabrieken, of worstfabrieken.’ Maar er zijn ook voorbeelden van glastuinders die een productiebedrijf in Engeland hebben opgezet omdat de supermarktketens er Britse waren willen hebben. Polen Voor de Nederlandse producten, zegt Dijkman, zou moeten worden gekeken naar markten die wel zitten te wachten op de kwaliteit van Nederlandse producten, zoals in Oost- en Midden-Europa. De export daarnaartoe, met Polen en Hongarije voorop, groeide in de periode van 2000 tot 2007 met 350 procent. Inmiddels exporteert Nederland al meer naar Polen dan naar China, India en Brazilië bij elkaar. Overigens zijn er ook strategieën waarbij Nederlandse bedrijven wel een kwaliteitsclaim kunnen waarmaken, zegt Philip den Ouden, directeur van het FNLI. Het FNLI houdt vandaag de jaarvergadering van zijn organisaties van levensmiddelenfabrikanten, en daar zijn volgens Den Ouden genoeg succesverhalen te vertellen. ‘De afgelopen jaren hebben bedrijven heel veel succes gehad met het presenteren van duurzame producten,’ zegt hij. Den Ouden denkt dat Nederlandse bedrijven meer moeten samenwerken, meer netwerken moeten vormen om elkaar te steunen bij het veroveren van nieuwe markten. Bron: de Volkskrant

De finale

158

finale 2019.indd 158

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


3

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van onderstaande woorden. 1 reputatie

____________________________________________________

2

____________________________________________________

dichtbij, op korte termijn 3 toenemen 4 niet goed functioneren, blokkeren 5 kleiner worden 6 dalen 7 omlaaggaan 8 dat is de conclusie 9 gepubliceerd 10 van iemand anders 11 ondertussen 12 als resultaat hebben, bieden 13 bijna niet 14 steeds slechter worden 15 tendens 16 plaatselijk 17 producten 18 waarderen 19 adequaat reageren op 20 starten 21 in totaal 22 trouwens 23 realiseren 24 elkaar helpen 25 winnen

4

____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________ ____________________________________________________

Woordenschat

Vul een synoniem uit oefening 3 in. Bij sommige zinnen hebt u meer mogelijkheden. 1

2

3 4

5

finale 2019.indd 159

Vorige week stond Ajax op de eerste plaats maar dit weekend hebben ze een wedstrijd verloren en daarom zijn ze naar de tweede plaats ______________ ____________________________ . Paula en haar broer hebben vorig jaar samen een kledingbedrijf ___________ _______________________________ . Het gaat goed en ze hebben nu al tien medewerkers in dienst. Wat is de laatste __________________________________________ op het gebied van zomermode? Vorig jaar waren fleurige, halflange rokken heel populair. Carola en Mitch wonen nu zes jaar in Nederland. In het begin kenden ze nog niemand, maar __________________________________________ hebben ze veel vrienden en voelen ze zich hier thuis. De winst van ons bedrijf is nu helaas voor het derde jaar op rij ______________ ____________________________ . Dat betekent dat de directie waarschijnlijk mensen moet gaan ontslaan.

Thema 7 Economie en werk

159

De finale

15-02-19 16:51


6 7 8 9 10 11

12

13 14

15 16

17 18

19

20

De finale

160

finale 2019.indd 160

Binnenkort wordt de nieuwste roman van die populaire Nederlandse schrijver __________________________________________ . Je moet nooit iets beloven wat je niet kan __________________________________________ ! Als de economische situatie slecht is, is de kans groot dat het aantal werklozen __________________________________________ . De school organiseerde een sponsorloop voor de bouw van een basisschool in Kenia. Deze actie heeft in totaal â‚Ź 2.350 _______________________________ . We zouden het zeer __________________________________________ ________________________________ __________ __________________________________________ als u op tijd aanwezig bent. Door het extreme winterweer liep het treinverkeer rond Utrecht CS helemaal vast. Utrecht was __________________________________________ niet het enige station waar het misging; ook rond Amsterdam en Den Haag waren er veel problemen met de treinen. De economen verwachten niet dat de economie zich in de __________________ ________________________ toekomst zal herstellen maar op de langere termijn zal dat wel gebeuren. Je moet respect hebben voor __________________________________________ spullen. Let op dat je niks kapotmaakt als het niet van jou is. Door de strengere verkeersregels __________________________________________ het aantal verkeersslachtoffers de laatste jaren steeds verder ____________________________ ______________ . Dat is een positieve ontwikkeling! Voetbalsupporters hebben het __________________________________________ veel bier te drinken en zich vaak agressief te gedragen. Terwijl Jan op de snelweg reed, hoorde hij een vreemd geluid. De motor van zijn auto __________________________________________ en Jan moest zijn auto stilzetten langs de kant van de weg. Bij winkels zoals de HEMA en V&D verkopen ze allerlei _____________________ _____________________ . FC Barcelona heeft dit seizoen zowel de Spaanse landstitel als de Europese Champions league __________________________________________ . Dat is een fantastische prestatie! Omdat Pieter 110 kilo weegt, probeert hij flink af te vallen. Helaas, na drie maanden streng dieet is dat nog __________________________________________ gelukt. Hij weegt nog 108 kilo. Op de meeste plaatsen in ons land blijft het vandaag droog, maar er kunnen enkele __________________________________________ regenbuien vallen.

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


5

Luisteren

Oefenexamen NT2 programma 2, Luisteren Onderdeel C Fragment 1: Een les over logistiek U gaat luisteren naar een les van een docent logistiek. Aan de hand van een voorbeeld, een pot pindakaas, legt hij uit wat logistiek inhoudt. U hoort eerst hoe de docent de les begint. Hierbij is geen opgave. Dan gaat de toets verder. Lees eerst opgave 1 goed door. 1

Wat bedoelt de docent met het begrip productstructuur? a De analyse van de onderdelen van het totale product. b De geschiedenis van elk afzonderlijk deel van het product. c De ingrediënten van de verpakking van een eindproduct.

2

Welk belangrijk onderdeel van de logistiek wordt hier besproken? a Analyseren waarom iets fout gaat. b Coördineren van alle werkzaamheden. c Zorgen voor de juiste apparatuur.

3

Wat maakt de docent hier duidelijk? a Dat alleen in de medische sfeer strenge kwaliteitseisen bestaan. b Dat in de logistiek ieder detail belangrijk kan zijn. c Dat sommige bedrijfstakken onnodige fouten maken.

4

Wat wil de docent hier duidelijk maken? a Dat je het beste steeds bij dezelfde leverancier kunt bestellen. b Dat je in je planning rekening moet houden met levertijden. c Dat je moet proberen zo goedkoop mogelijk geleverd te krijgen.

5

Waarin verschilt de huidige productie met die van vroeger? a De machines worden nu veel beter schoongemaakt. b Het gebruik van machines wordt nu efficiënter geregeld. c Machines worden nu niet meer voor verschillende producten gebruikt.

Fragment 2: Adviezen van het Bureau voor Rechtshulp U gaat luisteren naar een medewerker van het Bureau voor Rechtshulp. Het Bureau voor Rechtshulp is een instantie waar mensen terechtkunnen met vragen op juridisch gebied. U hoort enkele cliënten die om advies vragen bij een bepaald probleem. Dan gaat de toets nu verder. Lees eerst opgave 6.

finale 2019.indd 161

Thema 7 Economie en werk

161

De finale

15-02-19 16:51


6

Wat moet deze cliënt eerst doen? a Naar de kantonrechter gaan. b Naar de vakbond gaan. c Naar haar werkgever gaan.

7

Wat staat er in een dagvaarding? a De beargumenteerde eisen van degene die een klacht heeft. b De beslissing van de rechter in een bepaalde zaak. c De reactie van de tegenpartij op de klacht.

8

Wat is het voordeel voor werkgevers van een ontslagprocedure via de kantonrechter? a Bij deze procedure kan het ontslag vaak eerder ingaan. b Deze procedure kost de werkgever geen geld. c In deze procedure krijgt de werkgever meestal gelijk.

9

Wat is het voordeel voor de werknemer van een ontslagprocedure via de kantonrechter? a De werknemer kan een financiële vergoeding vragen. b De werknemer kan om een opzegtermijn vragen. c De werknemer weet snel waar hij aan toe is.

Fragment 3: Adviezen voor startende ondernemers U gaat luisteren naar een medewerker van de Kamer van Koophandel. Op een oriëntatiemiddag geeft hij informatie aan startende ondernemers, die willen weten waar ze aan moeten denken bij het opzetten van een bedrijf. De medewerker legt eerst uit wat voor een instelling de Kamer van Koophandel is. Hierbij is nog geen opgave. Dan gaat de toets nu verder. Voordat de medewerker van de Kamer van Koophandel zijn informatie geeft, wordt steeds gezegd waar u op moet letten. Lees eerst opgave 10 goed door.

De finale

162

finale 2019.indd 162

10

Wat heeft men in ieder geval nodig om een zaak te beginnen? a Een vakdiploma. b Een vestigingsvergunning. c Voldoende financiën.

11

Kan men als beginnend ondernemer een winkelpand het beste kopen of huren? a Huren, vanwege de beschikbare financiën. b Kopen, om een pand op een geschikte plaats te krijgen. c Kopen, want dat is meteen een goede investering.

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


12

Waar heeft een beginnende ondernemer een ondernemingsplan in de eerste plaats voor nodig? a Om de bank duidelijk te maken waarvoor een lening wordt gevraagd. b Om op overzichtelijke wijze alle stappen die gezet moeten worden, vast te leggen. c Om toestemming bij de gemeente te vragen voor het beginnen van een zaak.

13

Aan welke voorwaarde moet worden voldaan als men een NV wil oprichten? a Men moet als eigenaar zelf de leiding nemen over het bedrijf. b Men moet een startkapitaal van 100.000 gulden hebben. c Men moet eerder een zaak met een andere rechtsvorm geleid hebben.

14

Waar kan men in geval van financiĂŤle problemen het beste terecht? a Professionele adviesbureaus. b Stichting Kleinood. c Stichting Mentorscoop.

Fragment 4: Gesprek met een personeelsfunctionaris U gaat luisteren naar een gesprek tussen de heer Peters, personeelsfunctionaris van een groot bedrijf, en iemand die zojuist bij dat bedrijf is aangenomen. De nieuwe medewerker stelt een aantal vragen aan de heer Peters. De toets gaat nu meteen verder. Lees eerst opgave 15 goed door.

finale 2019.indd 163

15

Wat zegt Peters over de werktijden in dit bedrijf? a Binnen bepaalde grenzen mogen werknemers de werktijden zelf bepalen. b Een groep medewerkers werkt van 7 tot 4 uur, een andere van 9 tot 6 uur. c Wie te laat komt, moet de verloren tijd binnen een week inhalen.

16

Is er een verschil tussen glij-uren en overuren? a Ja, want glij-uren leveren meer geld op dan overuren. b Ja, want overuren worden extra betaald en glij-uren niet. c Nee, het zijn twee verschillende namen voor hetzelfde.

17

Wat zegt Peters over geheimhouding? a Alle betrokkenen moeten schriftelijk geheimhouding beloven. b Het is onmogelijk om absolute geheimhouding te garanderen. c Tijdelijke medewerkers moeten een geheimhoudingsverklaring tekenen.

Thema 7 Economie en werk

163

De finale

15-02-19 16:51


De finale

164

finale 2019.indd 164

18

Wat zegt Peters over de bedrijfsarts? a De bedrijfsarts komt hier zelden, want het bedrijf is veilig genoeg. b Er wordt met de bedrijfsarts over de arbeidsomstandigheden overlegd. c Volgens de wet moet het bedrijf een bedrijfsarts in dienst hebben.

19

Wat heeft onderzoek aangetoond, volgens Peters? a Dat de meeste medewerkers werken met een computer saai vinden. b Dat men beter niet te lange tijd achter een computer kan werken. c Dat veel Nederlandse bedrijven hun computers onvoldoende benutten.

20

In welk opzicht verschilt een beoordelingsgesprek van een functioneringsgesprek? a Een beoordelingsgesprek heeft meestal gevolgen voor iemands positie in het bedrijf. b Een beoordelingsgesprek gaat meestal ook over het functioneren van de leiding. c Een beoordelingsgesprek vindt meestal plaats op aanvraag van de medewerker zelf.

21

Wat zegt Peters over medewerkers die ver weg wonen? a Als die niet binnen twee jaar verhuizen, krijgen ze geen reiskos tenvergoeding meer. b Die krijgen de eerste twee jaar bijna alle reiskosten vergoed, daarna krijgen ze minder. c Die mogen kiezen tussen een vergoeding voor reiskosten of voor verhuiskosten.

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


6

Lezen

Lees de volgende tekst.

Allochtonen starten eerder eigen bedrijf Ze beginnen gemakkelijker een eigen zaak dan ‘gewone’ Nederlanders. Maar hun bedrijven gaan vaker failliet. Daarom krijgen allochtone starters heel persoonlijke steun van de Kamer van Koophandel. Het coachingsproject Mentor Plus startte 2,5 jaar geleden en hielp inmiddels negentig allochtone ondernemers op weg. De aanpak is persoonlijk: de beginnende zakenman of -vrouw krijgt een doorgewinterde autochtone ondernemer als coach. Daar heeft de Utrechtse Kamer er 25 van. In Nederland is een op de drie nieuwe ondernemers van andere komaf. Een kwart van hen gaat weer failliet. Volgens projectleider Van Diemen hebben allochtonen de neiging te snel te starten. De kwesties die de mentoren op hun bord krijgen, kunnen te maken hebben met

financiën, administratie, maar ook promotie of het vinden van klanten. De mentor is klankbord, coach, adviseur en stimuleert. Projectleider Cees van Diemen: ‘Iemand om dingen mee te delen. Zeker voor kleinere bedrijven is dat zinnig. De mentor kan richting geven en problemen voorkomen.’ Yvette van Dok uit Driebergen is een van de coaches. Zij heeft een adviesbureau, gespecialiseerd in andere culturen. Een paar uur per maand spreekt ze haar ‘klanten’ over problemen in bedrijfsvoering en over waar de ondernemer met zijn zaak naartoe wil. ‘Die oogjes moeten gaan stralen. Ik doe suggesties, draag informatie aan. Maar uiteindelijk moet de ondernemer zelf de volgende stap zetten. Ik probeer ze daarvoor enthousiast te maken.’

Bron: Utrechts Nieuwsblad, © AD Nieuwsmedia bv

A Bespreek in groepjes de volgende vragen over de tekst. 1

Waarom geeft de Utrechtse Kamer van Koophandel persoonlijke steun aan allochtonen die een eigen bedrijf willen starten? 2 Wat is de rol van de mentor of coach? 3 Wat zegt coach Yvette van Dok over de werkwijze die ze gebruikt bij het begeleiden van de startende ondernemer?

B Werk in tweetallen. U krijgt beide van de docent een tekst waarin een startende ondernemer (zoals beschreven in de tekst hierboven) vertelt over zijn ervaringen. Tekst 1 gaat over Ali Oskaya, tekst 2 over Soumia Aroug.

finale 2019.indd 165

1

Lees uw eigen tekst en noteer maximaal tien kernwoorden.

2

Vertel nu de inhoud van uw eigen tekst aan uw gesprekpartner (A vertelt over tekst 1, B vertelt over tekst 2). Gebruik daarbij alleen de opgeschreven kernwoorden, niet de tekst zelf.

Thema 7 Economie en werk

165

De finale

15-02-19 16:51


7

3

Beantwoord daarna samen de volgende vragen. 1 Kon u de inhoud van uw eigen tekst goed navertellen? 2 Kon u de essentie van de andere tekst goed begrijpen? 3 Zijn de ervaringen van de twee ondernemers erg verschillend?

4

Hebt u zelf een eigen bedrijf, of in het verleden gehad? • Zo ja, kunt u daar iets over vertellen? Wat voor bedrijf is (of was) het? Was het makkelijk om het te starten? Hebt u daarbij hulp gehad? • Zo nee, zou u ooit zelf een bedrijf willen starten? Waarom wel of niet?

Lezen en grammatica * Kijk in de Grammatica (p. 250) voor uitleg en meer oefeningen.

Lees de volgende tekst.

Niet-Winkeldag De Niet-Winkeldag (ook wel genoemd: ‘Koop Niets Dag’) is een actiedag waarop wordt aangemoedigd eens niets te kopen uit protest tegen de cultuur van ‘meer-meer-meer’. Het is een internationale protestdag tegen de westerse consumptiecultuur, waarbij gepleit wordt voor bezinning over de gevolgen van de overconsumptie. De dag heeft in de circa vijftien landen, waar hij jaarlijks op een bepaalde dag wordt gehouden, tot op heden vooral een symbolisch karakter: de hoofddoelstelling is om de westerse consumenten bewust te maken van de gevolgen van hun consumptiepatroon. De Canadees Ted Dave riep in 1992 de eerste ‘Buy Nothing Day’ (Koop Niets Dag) uit. In 1993 werd op deze dag ook actie gevoerd in de Verenigde Staten, Engeland en Ierland. In 1995 werd de actie geïntroduceerd in Nederland. In de jaren daarna werd de actie ook gevoerd in Australië, NieuwZeeland, Japan, Zweden, België, Noorwegen, Duitsland, Finland, Polen en Slovenië. Op Niet-Winkeldag wordt de ongelijkheid in de verdeling van de rijkdom op de wereld aan de orde gesteld. Nog steeds kan maar een klein gedeelte van de wereldbevolking zich veroorloven alles te kopen wat men wil. Die ‘welvaart’ heeft een keerzijde: honger en armoede in grote delen van de wereld. Ook binnen de zogenaamde ‘rijke landen’ is de welvaart nog zeer ongelijk verdeeld. De tweede zaak die op Niet-Winkeldag aandacht krijgt, is dat de ongebreidelde consumptie in de westerse wereld zeer nadelige gevolgen heeft voor het milieu. De gigantische vervuiling die veroorzaakt wordt door de productie en het verbruik van consumptiegoederen en door het afval dat ontstaat als ze worden weggeworpen, is nog maar één aspect. Daarnaast moeten het ruimtebeslag en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen als gevolg van dit consumptiepatroon genoemd worden. Bron: Wikipedia

A In de tekst staan veel passiefconstructies: •

Onderstreep alle passiefconstructies. Bepaal de werkwoordstijd: present, perfectum of imperfectum. • Wat is de infinitief van het hoofdwerkwoord? •

De finale

166

finale 2019.indd 166

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


B Lees de volgende zinnen.

Bepaal eerst de werkwoordstijd (presens, perfectum of imperfectum). Maak daarna de zin passief.

Voorbeelden: ING ontslaat 20 procent van het personeel. (presens) 20 procent van het personeel wordt door ING ontslagen.

Apple heeft gisteren de nieuwste iPhone gepresenteerd. (perfectum) De nieuwste iPhone is gisteren door Apple gepresenteerd.

Ajax won gisteren de uitwedstrijd tegen PSV. (imperfectum) De uitwedstrijd tegen PSV werd gisteren door Ajax gewonnen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

8

De Nederlandse Staat nationaliseert de SNS-Reaalbank. Het Academisch Ziekenhuis opent volgende week de nieuwe operatieafdeling. De regering moet 10 miljoen euro extra op defensie bezuinigen. Beatrix heeft het koningschap aan haar zoon Willem-Alexander overgedragen. Willem-Alexander bedankte zijn moeder voor haar grote rol als koningin. NS zal volgend jaar de treindienstregeling in de Randstad verbeteren. Politie en buurtbewoners zoeken dag en nacht naar twee vermiste kinderen. Reddingswerkers haalden gisteren nog een vrouw levend uit het puin van de ingestorte fabriek. De burgemeester heeft het geheel verbouwde Rijksmuseum geopend. In Nederland mag je ook in kleine cafés niet meer roken. De belastingdienst verhoogt het btw-tarief van 19 naar 21 procent. Spanje heeft de finale van het Europees kampioenschap voetbal gewonnen.

Lezen en schrijven

Thema: Koopzondag In veel steden en dorpen in Nederland zijn de winkels één keer per maand op zondag open en op een paar extra zondagen voor Sinterklaas en voor Kerstmis. Steeds meer steden besluiten echter om meer koopzondagen in te voeren. U leest de reacties op de volgende pagina in de lokale krant van de stad Amersfoort. Het gemeentebestuur overweegt om binnenkort het aantal koopzondagen uit te breiden en heeft de ondernemers en inwoners van de stad om hun mening gevraagd.

finale 2019.indd 167

Thema 7 Economie en werk

167

De finale

15-02-19 16:51


Wat vindt u van het plan van de gemeente om het aantal koopzondagen in Amersfoort uit te breiden? Marion Veldkamp, bewoonster: Ik vind het belachelijk dat er meer koopzondagen komen in onze stad. Zondag moet een dag blijven waarop je lekker niks hoeft te doen en met vrienden en familie kan afspreken! Ik woon op een etage boven een winkel in een drukke winkelstraat, en ik heb behoefte aan een dag rust in de straat, zonder lawaai en massa’s winkelende mensen. Ik ben zelf niet religieus, maar ik heb genoeg vrienden die vanuit hun geloofsovertuiging tegen de extra koopzondagen zijn. Zondag moet een rustdag blijven! Peter van Dam, eigenaar van twee sportzaken, in Amersfoort en in Rotterdam: Ik vind extra koopzondagen een prima idee. Je moet het natuurlijk niet verplichten, maar ondernemers moeten de vrijheid hebben om vaker op zondag open te zijn. Steeds meer steden breiden het aantal koopzondagen uit, dus Amersfoort kan niet achterblijven. Ik heb ook een winkel in Rotterdam en daar heeft de verruiming van het aantal koopzondagen geleid tot een verhoging van onze omzet met bijna 30 procent. John van Dungen, eigenaar van een juwelierszaak: Ik ben fel tegen dit plan. Voor kleine winkeliers betekent dit dat ze een dag per week extra moeten werken en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Zo houden ze geen vrije tijd meer over. Bovendien hebben ze geen geld om extra personeel aan te trekken voor die extra zondagen. Deze maatregel leidt alleen maar tot extra stress, en zeker niet tot meer inkomsten. Zo draai je de kleine winkeliers de nek om in plaats van ze te helpen. (Gebaseerd op een artikel in De stad Amersfoort, 24 april 2013; de namen zijn gefingeerd)

Reageer in 100 tot 120 woorden op de verschillende meningen. Met wie bent u het wel of niet eens? Ondersteun uw mening met argumenten.

9

Spreken

Middenlange opdrachten Bij deze opdrachten heeft u 20 seconden tijd om uw antwoord voor te bereiden. Daarna heeft u 30 seconden spreektijd. Wat zegt u? 1

De finale

168

finale 2019.indd 168

U bent leidinggevende van een kantoor en hebt een functioneringsgesprek met een van uw medewerkers. In zo’n gesprek praat u met de medewerker over hoe hij of zij functioneert. Wat gaat er goed, en wat kan nog verbeterd worden? Geef uw medewerker minimaal twee complimenten en noem ook twee verbeterpunten.

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


2

U hebt een sollicitatiegesprek bij een advocatenkantoor. Hieronder ziet u een deel van uw curriculum vitae (cv). studie 2006 – 2009 bachelorstudie rechten Universiteit Leiden 2009 – 2011 master familierecht Universiteit Leiden Werkervaring 2006 – 2008 kassamedewerker supermarkt 2008 – 2009 ober restaurant ‘Europa’ 2010 – 2012 parttimemedewerker juridisch adviesbureau

Luister naar de vraag van de interviewer en reageer. 3

U bent docent Engels op een middelbare school. U krijgt een nieuwe stagiair. Kijk naar de plaatjes.

8:30 - 9:20 Brugklas 1

10:10 - 11:00 Havo 3

8:30 - 9:20 Brugklas 1

10:10 - 11:00 Havo 3

11:30 - 11:00 werkkamer

Vertel de stagiair wat het programma voor vandaag is. 4

10

Een vriend van u is onlangs ontslagen en is op zoek naar een nieuwe baan. Luister naar zijn vraag en reageer.

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in tweetallen of kleine groepjes.

finale 2019.indd 169

1

Beschrijf de werkcultuur in uw eigen land. Denk daarbij aan: hiërarchie binnen een bedrijf of organisatie, contact met leidinggevende en collega’s, inspraak van medewerkers, werktijden, scheiding werk en privé.

2

Hebt u een baan (of een baan gehad) in Nederland? Zo ja, wat vindt u van de Nederlandse werkcultuur en werksfeer? Wat vindt u positief en wat vindt u negatief? Zo nee, wat hebt u over de Nederlandse cultuur gehoord?

3

Is er volgens u een groot verschil tussen de werkcultuur in uw eigen land en die in Nederland? Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen?

Thema 7 Economie en werk

169

De finale

15-02-19 16:51


11

Lezen

A Lees de vragen. Lees de tekst ‘Cultuurshock op de werkvloer’ en beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5

Waar verbazen expats zich over op de Nederlandse werkvloer? Hoe verklaart Annemarie Stout de Nederlandse directheid? Wat zegt Paul Boselie over de Nederlandse overlegcultuur? Welke verklaring noemt de tekst voor het feit dat Nederlanders het minste aantal uren per jaar van Europa werken? Waarom melden Nederlanders zich nauwelijks onterecht ziek volgens Paul Boselie?

Cultuurshock op de werkvloer Pas om half tien op je werk komen, dat kan zomaar in Nederland. En zo zijn er wel meer gewoonten op de werkvloer waar expats zich enorm over verbazen. Nederlanders worden gekarakteriseerd als direct en recht door zee, dat zal niemand ontkennen. Ook op de werkvloer, hoewel het dan vaak toegedicht wordt aan onze overlegcultuur. Wordt er tijdens een vergadering een nieuw plan gepresenteerd? Dan mag iedereen zijn mening ventileren. Is een secretaresse druk als haar baas vraagt om iets te kopiëren? Dan zegt ze zonder schroom dat ze geen tijd heeft. Een zekere hiërarchie is er wel op de werkvloer, maar de afstand tussen baas en werknemer is relatief klein. De deur van de manager staat letterlijk bijna altijd open. Die directheid wordt niet door iedereen begrepen. Onze Belgische buren omschreven ons in een abc-boek over Nederland al eens als niet tactvol, een stel ongelikte beren die niet op het juiste moment hun mond kunnen houden. Altijd maar indruk willen maken met een stevige handdruk, laten zien dat we een mening hebben, babbelen met iedereen over alles. Annemarie Stout werkt op de afdeling Intercultural Professionals van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, de trainings- en adviesafdeling van het KIT op het gebied van intercultureel zakendoen en samenwerken. Volgens haar is het ons al van jongs af aan aangeleerd. ‘Tijdens het kringgesprek op de basisschool vraagt de lerares al om je mening. Je uitspreken wordt erg gestimuleerd.’ Aan die Nederlandse botheid en directheid moeten expats (buitenlanders die naar Nederland komen) nogal eens wennen. Onze besluitvorming komt op hen over als traag en niet doeltreffend. Maar onze overlegcultuur heeft juist zijn kracht, vindt Paul Boselie, hoogleraar Strategisch human resources-management aan de Universiteit Utrecht. ‘Werknemers voelen zich niet alleen gewaardeerd door de manier waarop wij besluiten nemen. Als je iets mag inbrengen en kritisch kan zijn, stimuleert dat ook de creativiteit en scherpte binnen een bedrijf. Het is een optimale benutting van human capital.’ In landen waar duidelijke rangen zijn en niet iedereen zomaar zijn zegje kan doen, gaat veel kennis verloren, vindt Boselie.

De finale

170

finale 2019.indd 170

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


Hollandse ijver De Nederlander werkt volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat, het minste aantal uren per jaar van Europa. Maar daar moet direct bij worden aangemerkt dat de reden simpel is: wij hebben een grote groep mensen die parttime werkt en het gemiddelde omlaag trekt. De Nederlander werkt gemiddeld ruim 30 uur per week. We werken weinig, maar wel met velen. Nederland staat dus bekend als een land met een ‘short working hours regime’, liefst van 9 tot 5, waarin de grens tussen werk en privé duidelijk is afgebakend. ‘We verdelen ons wekelijkse leven in taartpunten van taken, en het werk is daar een van,’ zegt Annemarie Stout. ‘Na het werk zijn we vrij en willen we niets met collega’s doen, ook niet in het weekend. Dan is er tijd voor het gezin, huishouden en ontspanning.’ Voor expats is dat nogal eens wennen, zeker als ze gewend zijn om een lange gezamenlijke lunchpauze te houden, of na het werk nog een borreltje te drinken. In plaats daarvan treffen ze de Nederlander die zijn voorgesmeerde boterhammen snel voor zijn computer opeet, ijverig doorwerkt, en om 5 uur zijn spullen heeft gepakt en de deur uit gaat. Stout: ‘We zijn gericht op het uitvoeren van onze eigen taken. Zijn die gedaan, dan mag je weg, ook als de baas er nog zit.’ Hollandse ijver dus, in een poging om het vele werk toch voor 5 uur af te krijgen. Voor expats slaat die taakgerichtheid soms te ver door. Op een terras kun je alleen een drankje bestellen bij de ober die over jouw tafel gaat. ‘Het gesegmenteerde denken van Nederlanders, dat is wat veel buitenlanders erg opvalt.’ Nuchtere Hollanders We zijn een eerlijk volkje, ook op de werkvloer. Negen op de tien Nederlanders zeggen zich nooit onterecht ziek te melden bij hun werkgever. In andere Europese landen veinzen werknemers veel vaker dat ze niet kunnen komen werken. Carrièresite Stepstone deed onderzoek naar het liegen over ziektedagen; wij Nederlanders doen het helemaal zo slecht nog niet in vergelijking met de rest van Europa. De Denen liegen bijvoorbeeld veel vaker over de mate van ziek zijn. 29 procent meldt zich weleens ziek omdat ze geen zin hebben om te werken of een andere reden hebben om thuis te blijven. Zijn wij Nederlanders echt zo eerlijk? Of belet onze nuchtere mentaliteit een leugentje om bestwil? ‘Er is in Nederland een groot wederzijds vertrouwen tussen werkgever en werknemer,’ zegt Boselie. ‘Dan is het symptomatisch dat mensen zich niet zomaar ziek melden.’ Dat vertrouwen betekent ook dat Nederlanders relatief veel vrijheid en ruimte krijgen op de werkvloer. Het belangrijkste voor de werkgever is dat het werk af is en op een goede manier is uitgevoerd. Hoe iemand dat voor elkaar krijgt, is van ondergeschikt belang. Boselie: ‘Ik sprak Engelsen die zich erover verbaasden dat op hun Haagse kantoor nooit werd gevraagd waarom ze pas om half tien binnen kwamen lopen. Die controle was voor hen heel gewoon, maar in Nederland minder gebruikelijk.’ Bron: de Volkskrant

finale 2019.indd 171

Thema 7 Economie en werk

171

De finale

15-02-19 16:51


B In de tekst zijn de volgende woorden en woordgroepen onderstreept. Kunt u uitleggen wat ze betekenen? 1

recht door zee 2 toegedicht worden aan 3 ventileren 4 zonder schroom 5 een stel ongelikte beren 6 babbelen 7 van jongs af aan 8 botheid 9 besluitvorming 10 niet doeltreffend 11 een optimale benutting 12 duidelijke rangen 13 zomaar zijn zegje kunnen doen 14 afgebakend 15 in taartpunten van taken 16 treffen 17 ijverig 18 te ver doorslaan 19 gesegmenteerd 20 onterecht 21 veinzen 22 liegen 23 de mate van ... 24 beletten 25 nuchter 26 een leugentje om bestwil 27 wederzijds 28 de werkvloer 29 voor elkaar krijgen 30 van ondergeschikt belang

12

_________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________

_________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________ _________________________________________________________________

Woordenschat en spreken

Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 De finale

172

finale 2019.indd 172

Bent u ijverig? Waar blijkt dat uit? Wat vindt u bij het leren van het Nederlands van ondergeschikt belang? Hebt u weleens geveinsd dat u iemand aardig vond? Welke hobby hebt u al van jongs af aan? Met wie babbelt u regelmatig? Op welke manier ventileert u uw boosheid meestal? Wanneer hebt u voor het laatst een leugentje om bestwil verteld? Waarom? Bent u weleens onterecht door uw ouders bestraft? Vindt u paracetamol een doeltreffend middel tegen hoofdpijn?

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


10 11 12 13 14 15

13

Praat u zonder schroom Nederlands met onbekenden? Vindt u dat de Nederlandse vrijheid te ver doorslaat? Zijn de taken van mannen en vrouwen in uw land duidelijk afgebakend? Vindt u Nederlanders recht door zee? Wat belet u om altijd Nederlands te praten? Wat doet u als u ontdekt dat iemand tegen u heeft gelogen?

Grammatica: reflexieve verba * Kijk in de Grammatica (p. 242) voor uitleg en extra oefeningen.

Vul de goede vorm van het reflexieve werkwoord in. 1 (zich

voorbereiden op) Johan had _______________________________ slecht _______________________________ het sollicitatiegesprek _______________________________ , dus het was geen succes; hij heeft de baan niet gekregen.

2 (zich

verheugen op) Nog twee weken hard werken en dan is het eindelijk vakantie. Daar _______________________________ ik me enorm _______________________________ .

3 (zich

realiseren) Veel Nederlanders _______________________________ _______________________________ niet dat ze soms wat bot en direct overkomen op expats.

4 (zich

bezighouden met) Op onze afdeling heb ik _______________________________ jarenlang _______________________________ _______________________________ de planning en de werkroosters, maar dat vond ik niet interessant meer. Gelukkig krijg ik nu een ander takenpakket.

5 (zich

bedenken) De directeur wilde op korte termijn 10 % van zijn personeel ontslaan, maar gelukkig heeft hij _______________________________ _______________________________ . Door te besparen op andere kosten, kunnen alle medewerkers voorlopig nog een jaar in dienst blijven.

6 (zich

afvragen) Weet u welke effecten een economische crisis heeft op uw persoonlijke leven? Hebt u _______________________________ dat weleens _______________________________ ?

7 (zich

ziek melden) Er is op dit moment een griepgolf in Nederland. Bij veel bedrijven heeft een groot aantal werknemers _______________________________ _______________________________ _______________________________ .

8 (zich

aanpassen) Sommige oudere werknemers vinden het moeilijk om

_________________________________ __________________________________ _________________________________

aan de steeds snellere veranderingen en het hoge tempo op de werkvloer. _______________________________

finale 2019.indd 173

Thema 7 Economie en werk

173

De finale

15-02-19 16:51


14

Grammatica: reflexieve verba

Werk in tweetallen. Probeer de zinnen met andere woorden te formuleren. Gebruik daarbij het gegeven reflexieve verbum. Voorbeeld:

Veel expats vinden de gewoonten op de werkvloer vreemd. (zich verbazen) Veel expats verbazen zich over de gewoonten op de werkvloer. 1

Op mijn werk moet ik altijd een pak en een stropdas dragen, maar als ik thuis ben, trek ik direct andere kleren aan. (zich omkleden)

2

U moet beseffen dat het starten van een eigen bedrijf niet makkelijk is. (zich realiseren)

De finale

174

finale 2019.indd 174

3

Ik doe dit werk al twintig jaar, maar ik vind het niet saai. (zich vervelen)

4

We vinden het gedrag van die eigenwijze collega irritant. (zich ergeren aan)

5

Peter en Charles wilden dit jaar een sportzaak beginnen, maar vanwege de aanhoudende crisis zijn ze van gedachten veranderd. (zich bedenken) Ze stellen hun plan uit totdat het wat beter gaat met de economie.

6

Als je een functioneringsgesprek hebt op je werk, moet je van tevoren goed nadenken over de vragen die je kan krijgen of die je zelf wilt vragen. (zich goed voorbereiden)

7

De medewerkers op deze afdeling doen de planning van nieuwe projecten. (zich bezighouden met)

8

Marjan heeft vanochtend alweer opgebeld dat ze ziek is. (zich ziek melden) Dat is al de derde keer deze maand. Volgens mij doet ze alsof.

9

Als u promotie wilt maken binnen ons bedrijf, moet u nieuwe dingen blijven leren. (zich ontwikkelen)

10

De supermarkt in onze buurt, die tot vorige maand op de hoek van de Rijnstraat en de Maasweg was (zich bevinden), is deze week verhuisd naar een groter pand op de Waalstraat.

11

Deze modezaak heeft in haar assortiment vooral kleding voor een jong, modebewust publiek. (zich richten op)

12

Een bedrijf hoeft niet de goedkoopste te zijn om succesvol te zijn. Het is wel belangrijk om bij de klanten op te vallen en anders te zijn dan de concurrenten. (zich onderscheiden van)

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


15

Luisteren

U gaat luisteren naar een radiofragment over het probleem van ex-delinquenten om na hun detentie (= gevangenisstraf) weer werk te vinden. Als ze weer vrijkomen, blijkt het heel moeilijk om een baan te krijgen. Daar hebben ze vaak hulp bij nodig. De volgende personen komen aan het woord: Athena Louma Talale werkt voor de organisatie Gevangenenzorg Nederland en begeleidt ex-gevangenen bij het zoeken naar een nieuwe baan. Ed Kooijmans is directeur van een bouwbedrijf en helpt moeilijk plaatsbare mensen aan werk, onder wie drie ex-gevangenen. Kees van Zwol is ex-gedetineerde. Hij heeft een tijd in de gevangenis gezeten. Na zijn straf heeft hij na lang zoeken weer een baan gevonden. Luister naar de tekst. Beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

16

Wat is het doel van het eerste gesprek dat Gevangenzorg Nederland met een ex-gedetineerde heeft? Wat gebeurt er na het eerste gesprek? Welke werkgevers staan open voor ex-gedetineerden? Wat vindt Ed Kooijmans zijn belangrijkste taak? Hoe lang en waarvoor heeft Kees in de gevangenis gezeten? Was het moeilijk voor Kees om werk te vinden? Waarom? Waarom is zijn baan zo belangrijk voor Kees? Wat zegt Ed Kooijmans over de motivatie van ex-gedetineerden? Is het werk van Ed Kooijmans succesvol?

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1

Was het voor u moeilijk om werk te vinden in uw eigen land? Op welke manier hebt u uw eerste baan gevonden? 3 Wat hebt u in uw eerste baan gedaan? Wat waren uw taken? Hoe zag een werkdag eruit? 4 Als u nu een baan hebt: wat zijn nu uw taken en hoe ziet een werkdag eruit? 5 Bent u nu op zoek naar een (nieuwe) baan in Nederland? Is het voor u moeilijk om hier werk te vinden? Waarom wel of niet? 2

finale 2019.indd 175

Thema 7 Economie en werk

175

De finale

15-02-19 16:51


17

Luisteren

De Nederlandse band Klein Orkest was populair in de periode 1978-1985. De band maakte Nederlandstalige popmuziek met vaak (politiek-)satirische teksten. In 1983 verscheen hun hit ‘Koos Werkeloos’ (1983). In die tijd waren er veel werklozen in Nederland die leefden van een uitkering. A Lees de vragen. Luister naar ‘Koos Werkeloos’ en beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5 6

Is Koos gemotiveerd om werk te zoeken en te vinden? Wat vindt zijn zwager Jan van de situatie van Koos? Hoe denkt Koos over zijn zwager? Welke mensen bedoelt Koos met ‘die politieke Haagse maffia’ ? Maakt Koos zich zorgen over zijn eigen toekomst? Noem een paar karaktereigenschappen van Koos.

B Luister nog een keer naar het lied en maak de tekst compleet. C Wat betekenen de volgende uitspraken van Koos: • • • • • • • • •

Ik wil er best wel tegenaan. Mij niet gezien achter de lopende band. De zakken vullen van de fabrikant. Hij werkt met z’n ellebogen. Hij heeft z’n schapen op het droge. Korten op de minima. Bij Koos valt niks te halen. Sorry dat ik besta! Waar moet dat heen?

‘Koos Werkeloos’ – Klein orkest M’n naam is Koos en ik ben werkeloos. De mensen ____________________________________ : ga toch werken Koos! Nou ik wil er best wel tegenaan,  maar dan wel een ____________________________________ baan!  Want anders hoeft het niet van Koos.  Laat Koos maar ____________________________________ aan de waterkant,  mij niet ____________________________________ achter de lopende band.  En Koos gaat ook geen vakken vullen,  zeker om de ____________________________________ te vullen  van de fabrikant!  Refrein Werkeloos! Laat mij voorlopig lekker  Werkeloos! Al dat _____________ van:  Ga toch werken Koos!  Koos Werkeloos! (2x) De finale

176

finale 2019.indd 176

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


M’n zwager Jan, die spreekt er ____________________________________ van. Die zegt vaak: Koos gebruik je ____________________________________ man! Maar hij werkt met z’n ellebogen,  heeft zijn schapen op het droge ...  Nou verbrand maar Jan!  Die ____________________________________ Haagse maffia,  die blijft maar korten op de minima.  Nou laat ze zelf maar ____________________________________ , ____________________________________ bij Koos valt niks te halen.  Sorry dat ik besta!  Refrein Kijk hè, je hoort ____________________________________ zeggen: waar moet dat heen?  Straks doen computers al het ____________________________________ alleen.  Maar mensen het gaat toch ____________________________________ zo,  ____________________________________ vrije tijd cadeau  en dat is voor Koos geen probleem hoor!  Refrein

18

Spreken en lezen

A Bespreek eerst onderstaande vragen in groepjes van drie. 1

Welke taken hebben bewakers in musea? 2 Welke kwaliteiten moeten deze bewakers hebben om hun werk goed te doen? 3 Lijkt bewaker in een museum u een leuke (bij)baan? Waarom wel of niet? B Lees nu de tekst: ‘Nieuwe bewakers Rijks moeten extravert zijn’. Probeer in een paar zinnen samen te vatten wat volgens TNO de kwaliteiten van een goede beveiliger zijn. Vergelijk dit met uw eigen ideeën bij vraag 2 van deel A.

Nieuwe bewakers Rijks moeten extravert zijn Een hoog IQ maakt nog geen goede museumbeveiliger. Een extraverte persoonlijkheid wel. Dat blijkt uit onderzoek van TNO, in opdracht van twee musea in Amsterdam, het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum. Als in april en mei de twee musea weer in zijn geheel opengaan na hun verbouwing,

finale 2019.indd 177

moet een nieuwe poule beveiligers worden aangenomen. De musea vroegen aan TNO: waar moeten we op letten bij de sollicitaties? ‘Het werk van een museumbeveiliger wordt door veel mensen als saai gezien,’ zegt Maaike Lousberg (1983), sociaalpsycholoog van TNO. ‘Je zit de hele dag op een stoel, is

Thema 7 Economie en werk

177

De finale

15-02-19 16:51


het beeld. Maar ondertussen moet je bezoekers kunnen selecteren die mogelijk iets van plan zijn, zoals het stelen van een schilderij, vernielingen of zakkenrollen.’ Lousberg deed onderzoek naar de specifieke competenties die een museumbeveiliger geschikt maken. Na onderzoek in de literatuur, dankzij goede samenwerking met internationale musea, volgden experimenten met een testgroep. Ruim honderd mensen, onder wie studenten, horecapersoneel en ervaren beveiligers, moesten rollenspellen doen en kregen vragenlijsten voorgelegd. Daarna werd een profiel opgesteld. Hoe pik je als museum de goede kandidaten eruit? ‘Goed kunnen functioneren in een team, extravertheid en flexibiliteit zijn belangrijke competenties, naast ervaring met het observeren van potentieel ongewenst gedrag.’ Je zou denken dat een beveiliger vooral moet afschrikken. ‘Veel bezoekers ervaren veiligheid niet als een service. Mensen komen voor hun plezier, een museum wil niet de uitstraling van een gevangenis hebben. Een beveiliger mag daarom niet te agressief zijn. Het is veel

beter als hij goed is in het herkennen van het gedrag voorafgaand aan criminele activiteiten en weet hoe hij daarop moet reageren.’ Wordt het lastig voor het Rijksmuseum en het Van Gogh om de juiste beveiligers te werven? ‘Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik denk dat ze vooral moeten zoeken naar beveiligers met ervaring.’ Hoe belangrijk is een beveiliger voor een museum? ‘Nou, laat ik het zo zeggen. Goede beveiligers zijn belangrijk, maar niet alleen de juiste mensen bepalen of een museum veilig is. Ook de techniek is een factor, net als de organisatie. Deze drie factoren moeten in balans zijn. Veel musea hebben metaaldetectors, maar het gevaar is dat medewerkers blind op de machines gaan vertrouwen en alleen nog in actie komen als er ergens een rood lampje brandt. Andersom kun je wel overal camera’s hebben hangen, maar als het personeel niet weet waar ze op moeten letten, is de beveiliging ook zwak. Maar ik heb het nu over een gespecialiseerd type beveiliger. Uiteindelijk heb je ook een groep nodig die op die stoel wil zitten.’

Bron: de Volkskrant, 15 december 2012

19

Schrijven

Maak de volgende zinnen af. 1

Ondanks het feit dat _____________________________________________________ , zijn veel Nederlanders toch ontevreden over de economische situatie in Nederland. 2 Kees zoekt een baan, maar aangezien hij in de gevangenis heeft gezeten, _______________________________________________________________________________________________________ . 3 Het heropende Van Gogh-museum wil nieuwe bewakers aanstellen. U kunt solliciteren op deze functie mits u ________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 4 Nadat er een paar kostbare schilderijen uit het museum gestolen waren, besloot de directie ____________________________________________________________________________ .

De finale

178

finale 2019.indd 178

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


5 Sinds _______________________________________________________________________________________

, is de werkloosheid in veel landen van de Europese Unie flink gestegen. 6 Toen __________________________________________________________________________________ , kreeg de minister van Financiën veel kritiek en moest hij opstappen. 7 Koos is nu al bijna een jaar werkloos. Hij vindt dat zelf geen probleem, maar zijn vrouw ________________________________________________________________________________ . 8 Ik heb al dertig sollicitatiebrieven verstuurd, tot nu toe zonder succes. Ik vraag me af ________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________ . Heb jij een advies? 9 Omdat Peter ______________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________ , werd hij ontslagen. 10 Hoewel Carolina ________________________________________________________________________________ _____________________________________________________________________ , werd ze toch ontslagen.

20

Schrijven

Maak de e-mails compleet. 1 Charlotte Berens is manager bij een softwarebedrijf. Morgen komen er twee klanten uit Engeland die geïnteresseerd zijn in een nieuw softwarepakket. Charlotte schrijft een e-mail aan haar assistent Marcel Peters. Hij moet een paar dingen regelen: •

apparatuur voor presentatie klaarzetten • Engelse toelichting kopiëren • koffie, thee en lunch bestellen

Van: Charlotte Berens Aan: Marcel Peters Onderwerp: bezoek klanten uit Engeland

Beste Marcel, Zoals je weet, komen er morgen twee belangrijke klanten uit Engeland voor een presentatie over ons nieuwe softwarepakket. Kun jij morgenochtend ____________________________________________________________________________________________ ? Kan jij er ook voor zorgen dat ___________________________________________________________________________________ ? En vergeet niet om __________________________________________________________________________________________________ . Alvast bedankt! Groeten van Charlotte

finale 2019.indd 179

Thema 7 Economie en werk

179

De finale

15-02-19 16:51


2 Karel en Susan Jansma sturen een mail aan Marja de Vries. Zij was jarenlang hun financieel adviseur bij de bank, maar ze heeft een andere baan gevonden.

Van: Karel en Susan Jansma Aan: Marja de Vries Onderwerp: nieuwe baan Beste mevrouw De Vries, We hebben vernomen dat u met ingang van volgende maand ________________________________________ . Allereerst natuurlijk gefeliciteerd met uw nieuwe baan. Wij vinden het wel jammer dat _________________________________________________________________________________ . De afgelopen tien jaar hebt u ons altijd goed geholpen met onze financiĂŤle zaken, zoals de belastingaangifte en onze verzekeringen. We willen u daarom bedanken voor _________________________________________________________________________ ___________________ . De bank heeft ons geĂŻnformeerd dat uw werk wordt overgenomen door mevrouw van Dam. We vertrouwen erop dat zij ____________________________________________________________ ________________________________ . _______________________________________________________

We wensen u het allerbeste voor de toekomst. Met vriendelijke groet, Karel en Susan Jansma

3

Alice van Tilburg is voorzitter van de sollicitatiecommissie van een groot bedrijf. Er is een vacature voor de functie van hoofd boekhouding. De heer Driessen heeft gereageerd op deze vacature. Alice stuurt hem als reactie een mail om hem te informeren dat hij niet is geselecteerd. Ze geeft drie argumenten voor dit besluit.

Van: Alice van Tilburg Aan: dhr Driessen Onderwerp: uw sollicitatie Geachte heer Driesen, Allereerst wil ik u bedanken voor uw belangstelling voor de functie van hoofd boekhouding bij ons bedrijf. Helaas ____________________________________________________________________________________________________________________ . Ten Eerste _______________________________________________________________________________________________________________ . Bovendien _______________________________________________________________________________________________________________ . Ten slotte ________________________________________________________________________________________________________________ . Wij wensen u veel succes bij verdere sollicitaties. Met vriendelijke groet, Alice van Tilburg Voorzitter sollicitatiecommissie

De finale

180

finale 2019.indd 180

Thema 7 Economie en werk

15-02-19 16:51


21

Spreken

Lange spreekopdracht U werkt bij een bedrijf en hebt met een paar collega’s het initiatief genomen om te bekijken of het mogelijk en wenselijk is om collega’s de gelegenheid te bieden een of meerdere dagen per week thuis te werken. Kijk naar de informatie. De redenen voor uw initiatief • combinatie van werk en privé soms lastig • parkeerproblemen • reistijd • druk op kantoor • te weinig kantoorruimte • ... U hebt de volgende voor- en nadelen van thuiswerken in kaart gebracht. voordelen:

werk en privé beter combineren geen parkeerproblemen • geen reistijd • rustiger op kantoor • genoeg kantoorruimte • ... •

nadelen:

minder contact met collega’s • overleggen lastiger • bereikbaarheid • thuis meer afleiding • scheiding werk en privé verdwijnt • ...

Vandaag presenteert u de resultaten van uw onderzoek aan de directie van het bedrijf. • Vertel wat de aanleiding voor het onderzoek was. • Noem voor- en nadelen van thuiswerken. • Vertel wat uw conclusie is en waarom. Moet het bedrijf thuiswerken gaan stimuleren? U krijgt nu twee minuten de tijd om uw korte presentatie voor te bereiden.

finale 2019.indd 181

Thema 7 Economie en werk

181

De finale

15-02-19 16:51


8 1

Wetenschap Uit onderzoek blijkt dat ...

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in drietallen. 1

Hebt u voor uw studie weleens een onderzoek(je) gedaan? Waarnaar hebt u toen onderzoek gedaan? Waarom had u dat onderwerp gekozen? Wat waren de uitkomsten of conclusies van uw onderzoek? 2 Waar moet volgens u nog veel meer onderzoek naar worden gedaan? Waarom? Denk bijvoorbeeld aan medische ontwikkelingen of ontwikkelingen in de techniek, het onderwijs of de samenleving. 3 Zijn er wetenschappelijke onderzoeken die u zonde van het geld vindt? Waarom? 4 Kunt u een beroemde wetenschapper uit uw land noemen? Op welk gebied doet hij of zij onderzoek, of heeft hij/zij onderzoek gedaan?

2

Lezen

Lees de tekst ‘Winterleed’. In welke alinea van de tekst vindt u onderstaande informatie? alinea __________ Lichttherapie werkt pas als je je heel vervelend voelt. alinea __________ Door mutatie van een virus is het mogelijk dat er dit jaar meer mensen griep krijgen. alinea __________ alinea __________

Noord-Europeanen hebben beter genetisch materiaal tegen winterse omstandigheden dan Noord-Amerikanen. De beste preventie tegen virussen is het vermijden van contact met mensen.

alinea __________ Het is niet wetenschappelijk bewezen dat homeopathische middelen de weerstand vergroten.

De finale

182

finale 2019.indd 182

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


alinea __________ In Finland lijden veel minder mensen aan winterdepressies dan in andere gebieden op dezelfde breedtegraad. alinea __________ Door je handen niet goed te wassen, kun je andere mensen besmetten. alinea __________ Als je slecht eet, kun je sneller ziek worden. alinea __________ De enige remedie tegen griep is wachten tot het over is. alinea __________ Het is niet mogelijk je weerstand tegen griep met pillen te verhogen. alinea __________ Lichttherapie is een goede behandeling tegen winterde pressies.

Winterleed 1 Je zou zeggen dat mensen die al duizenden jaren in koude streken wonen, zich daar fysiek een beetje aan hebben aangepast. Gedeeltelijk is dat ook zo. Het is bijvoorbeeld opvallend dat het percentage mensen dat lijdt aan een winterdepressie in Finland (3,8 procent) veel lager is dan in de Noord-Amerikaanse en Canadese gebieden op dezelfde breedtegraad (circa 10 procent). Volgens dr. Ybe Meesters, klinisch psycholoog verbonden aan het Academisch Ziekenhuis Groningen, komt dat doordat er in de noordelijke streken van Europa al veel langer mensen wonen dan in Amerika en die hebben beter genetisch materiaal tegen winterse omstandigheden ontwikkeld. 2 Waardoor een winterdepressie wordt veroorzaakt, is nog onduidelijk. Lange tijd werd aangenomen dat de oorzaak was dat de biologische klok in de war raakte, maar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen toonde aan dat dit niet klopte. Licht speelt wel een belangrijke rol en de meest effectieve behandeling van een winterdepressie is een lichttherapie. Vijf aaneengesloten dagen drie kwartier bij een lichtbak met een lichtsterkte van tienduizend lux is voor 75 tot 80 procent van de gevallen genoeg om de winter te doorstaan. Daarvoor zijn er inmiddels zo’n 25 ‘lichtpoli’s’ in Nederland. ‘Preventief helpt zo’n lichtbehandeling echter niet,’ zegt dr. Annette Zock van de lichtpoli in het Regionaal Psychologisch Centrum in Zeist. ‘Je moet je eerst behoorlijk rot voelen, dan werkt het.’ 3 Ook de afweer van wintervijand nummer 1, griep en verkoudheid, is een lastig punt. Volgens producenten van homeopathische middelen zou een hogere weerstand van het lichaam bescherming bieden. Maar dat is meer religie dan wetenschap, vindt prof. dr. Marcel Levi, afdeling interne geneeskunde van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. ‘Daar is nog nooit goed studie naar gedaan.’ 4 Het nut van vitaminepillen en -preparaten is naar zijn mening ook gebaseerd op een hoog flauwekulgehalte. ‘Het is waar dat mensen met een verminderde weerstand, door bijvoorbeeld slechte voeding, meer kans hebben op een ziekte. Maar met een gewoon doorsnee-eetpatroon krijg je genoeg van alles binnen. Een gezond lichaam heeft een bepaalde mate van afweer en alles wat

finale 2019.indd 183

Thema 8 Wetenschap

183

De finale

15-02-19 16:51


5

6

7

8

je verder slikt, vergroot die weerstand niet. Als je pech hebt, loop je toch een virus tegen het lijf en word je ziek. Het enige wat echt tegen griep helpt, is vaccinatie, en dat ook niet in honderd procent van de gevallen.’ ‘Het kan zijn dat we dit jaar wat meer griep zullen krijgen,’ zegt dr. Marion Koopmans van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat komt dan doordat de H3N2-variant van het influenzavirus een klein beetje is veranderd, zodat het bestaande vaccin niet meer optimaal bescherming biedt tegen die griepvariant. Het kan ook zijn dat een ander virus, het norovirus, weer de kop opsteekt. Vorig jaar, aldus Koopmans, zorgde dit virus voor een verdubbeling van buikgriepepidemieën in Europese ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. Een vaccin tegen dit virus valt de eerstkomende jaren nog niet te verwachten. De beste manier om buikgriep te voorkomen is het vermijden van menselijk contact – wat overigens voor veel infectieziekten geldt. Hoe simpel en ouderwets het ook klinkt, de eenvoudige leefregels zijn nog steeds de beste. Griep en verkoudheid verspreiden zich via druppeltjes. Wie in z’n handen niest of hoest en die vervolgens niet met water en zeep wast, laat vrolijk miljoenen bacteriën voor zijn medemens achter. Deurklinken, kranen en trapleuningen worden na aanraking virusnesten. Een wc-pot die na gebruik bij een diarreeaanval niet goed is ontsmet, is een regelrechte ziekteverwekker. Hoe dan ook, de winter is nog vers en voor die voorbij is, hebben we een hoop geniesd, gesnotterd en gehoest, al dan niet in combinatie met koorts, keelpijn, spierpijn, hoofdpijn, diarree en buikpijn. Wel of geen griep, het is een kwestie van geluk. ‘Als het virus eenmaal heeft toegeslagen, zit er maar één ding op,’ zegt Koopmans: ‘Uitzieken.’

Bron: Pay-Uun Hiu voor de Volkskrant

3

Lezen

Waarnaar verwijzen de onderstreepte woorden in de tekst? alinea 1 alinea 2

alinea 3 alinea 4 alinea 5 alinea 6 alinea 7 alinea 8

De finale

184

finale 2019.indd 184

‘dat’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘die’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘dit’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘Daarvoor’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘dat’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘Daar ... naar’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘dat’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘Dat’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘wat’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘het’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘die’ verwijst naar __________________________________________________________________ ‘het’ verwijst naar __________________________________________________________________

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


4

Lezen

Lees de tekst nog een keer en beantwoord onderstaande vragen. 1

Waardoor worden winterdepressies veroorzaakt? a Door problemen met de biologische klok. b Door kou en gebrek aan licht. c Dat is nog niet bekend.

2

Waaruit bestaat een effectieve behandeling op de lichtpoli? a Een opname van vijf dagen in het ziekenhuis. b Gedurende de winter vijf dagen voor een lichtbak zitten. c Vijf dagen achter elkaar vijfenveertig minuten voor een lichtbak zitten.

3

In welke situatie is lichttherapie zinvol? a Als je wilt voorkomen dat je een winterdepressie krijgt. b Als je je al flink ziek en depressief voelt. c Als je geen vrolijk karakter hebt.

4

Wat zegt prof. dr. Marcel Levi? a Om griep en verkoudheid te voorkomen moet je extra vitamines innemen. b Als mensen gevarieerd eten, vergroot het innemen van extra vitamines hun afweer niet. c Alleen een griepprik zorgt ervoor dat je zeker geen griep krijgt.

5

Wat wordt er bedoeld met de eenvoudige leefregels (alinea 7)? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6

In de laatste alinea worden veel klachten van grieppatiĂŤnten genoemd. Welke? _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 185

Thema 8 Wetenschap

185

De finale

15-02-19 16:51


5

Woordenschat

Zoek in de tekst synoniemen van de volgende woorden. alinea 1 gebieden lichamelijk achter elkaar alinea 2 protectie alinea 3 alinea 4 weerstand inenting alinea 5 perfect alinea 6 weer actief wordt trouwens alinea 7 daarna gedesinfecteerd alinea 8 is er maar ĂŠĂŠn oplossing

6

____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________ ____________________________________________________________________

Woordenschat

Vul een synoniem uit oefening 5 in. 1

Kinderen krijgen in Nederland op het consultatiebureau ____________________________________________ tegen levensbedreigende (kinder)ziektes. 2 Peter is ___________________________________________________________________ sterk. Hij heeft afgelopen zondag de marathon in Rotterdam gelopen. 3 Deze zomer hebben we drie weken ____________________________________________________ vakantie en gaan we kamperen in Frankrijk. 4 Als je je ___________________________________________________________________ op een examen wil voorbereiden, moet je ervoor zorgen dat je ook voldoende rust neemt. 5 De ___________________________________________________________________ waar ik geboren ben, ligt in het zuiden van Spanje. 6 Je moet niet te lang in de zon zitten, want dan verbrand je. Je kunt beter onder de parasol gaan zitten, want die biedt je ______________________________________ tegen de zon. 7 Als je je voor de cursus wilt inschrijven, moet je eerst een instaptoets maken. _________________________________________________________________ heb je een gesprek met een docent. 8 Na zijn ontslag __________________________ __________________________ ___________________________ __________________________ __________________________ __________________________ : solliciteren! 9 Mijn broer heeft last van hooikoorts. In maart _______________________________________ het weer _____________________________ _____________________________ _____________________________ . 10 De laatste weken was het erg druk op mijn werk en had ik veel last van stress. Daardoor is mijn __________________________________ verminderd en ben ik nu erg verkouden.

De finale

186

finale 2019.indd 186

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


11

Gezond eten en voldoende bewegen is voor mensen met een zittend beroep erg belangrijk. Dit geldt __________________________________________________________ ook voor kinderen. 12 Nadat mijn dochter op straat was gevallen, ___________________________________________ ik eerst haar knie met jodium ____________________________________________________________ . Daarna heb ik een pleister op de wond gedaan.

7

Spreken

Bespreek onderstaande vragen in groepjes van drie. 1 2 3 4 5 6 7

8

Hebt u zelf weleens last van depressies door het slechte weer, vooral in de winter­? Bent u snel ziek in de winter? Wat doet u om dat te voorkomen? Wat zou u iemand adviseren die last heeft van een winterdepressie? Gelooft u in de werking van homeopathische middelen? Waarom wel of niet? Welke voeding is nodig om gezond te blijven in de winter? Welke ziekte(s) komen er in uw eigen land veel voor? Wat kunnen mensen doen om te voorkomen dat ze die ziekte(s) krijgen?

Spreken / grammatica: reflexieve verba * Kijk in de Grammatica (p. 242) voor uitleg en extra oefeningen.

Bespreek onderstaande vragen in tweetallen of kleine groepjes. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

finale 2019.indd 187

In welk seizoen voelt u zich het best? In de lente, de zomer, de herfst of de winter? Op welk seizoen verheugt u zich het meest, de lente of de zomer? Kunt u zich voorstellen dat mensen depressief worden van het Nederlandse weer? Hoe kleedt u zich als u in de winter naar buiten gaat? En in de lente? Waar ergert u zich het meest aan? Aan regen, sneeuw, kou of hitte? Met welke activiteiten kunnen mensen zich amuseren op winterse dagen? Herinnert u zich een dag met extreem weer? Wat voor weer was het die dag? Waarover verbaast u zich het meest wat betreft het Nederlandse weer? Heeft u zich afgelopen maand weleens verslapen? Heeft u zich vandaag goed op de les voorbereid? Hoe? Waar maken de mensen in uw land zich zorgen over? Hoe heeft uw Nederlandse taalvaardigheid zich het afgelopen jaar ontwikkeld? Interesseert u zich voor kunst? Zo ja, voor welk soort kunst? Wanneer hebt u zich voor het laatst bezeerd? Hoe kwam dat? Kunt u zich een beetje aan de Nederlandse cultuur aanpassen? Thema 8 Wetenschap

187

De finale

15-02-19 16:51


9

Lezen en spreken

U krijgt van de docent een artikel over een onderzoek. De ene helft van de groep krijgt een tekst over een bijzondere bril, de andere helft van de groep een tekst over koffie en thee.

10

1

Lees de tekst en noteer maximaal tien kernwoorden.

2

Zoek een gesprekspartner die de andere tekst heeft gelezen. • Luister naar het verhaal van uw gesprekspartner over zijn of haar tekst. Stel eventueel vragen als het verhaal niet duidelijk is. • Vertel nu de inhoud van uw eigen tekst aan uw gesprekspartner. Beantwoord eventuele vragen.

3

Wat vindt u van beide onderzoeken? Vindt u ze interessant? Vindt u ze zinvol of niet?

4

Kunt u een ander voorbeeld noemen van een onderzoek dat u zinvol vindt?

5

Kunt u ook een voorbeeld noemen van een onderzoek dat u zinloos vindt, geldverspilling?

Luisteren

U gaat luisteren naar een interview over onderzoek naar medicijnen. Beantwoord de vragen. 1

Wat hebben de vergrijzing, geneesmiddelengebruik en ziekenhuisopnames met elkaar te maken? _________________________________________________________________________________________________________

De finale

188

finale 2019.indd 188

2

Wie staan bij de meeste geneesmiddelenonderzoeken centraal? a ouderen b jonge mannen en vrouwen c jonge mannen

3

Waarom zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen in de volksgezondheid zo belangrijk? a Biologische processen vinden op een andere manier plaats. b Mannen en vrouwen krijgen andere aandoeningen. c Mannen en vrouwen krijgen verschillende therapieën.

4

Waarom geeft mevrouw Klinge het voorbeeld van aderverkalking? a Omdat aderverkalking bij vrouwen vaker voorkomt. b Omdat aderverkalking bij mannen en vrouwen zich op een andere manier ontwikkelt. c Omdat aderverkalking tot een hartinfarct kan leiden.

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


11

5

Wat zegt mevrouw Klinge over geneesmiddelen? a Ze werken anders bij mannen dan bij vrouwen. b Vrouwen hebben minder last van bijwerkingen. c Mannen gebruiken ze meer dan vrouwen.

6

Wat zegt mevrouw Klinge over cultuurverschillen tussen mannen en vrouwen? a Dat is belangrijk maar daar wordt geen onderzoek naar gedaan. b Vrouwen praten meer over ziekte en gezondheid dan mannen. c Mannen gaan net zo vaak naar de dokter als vrouwen.

7

Wat is de reden voor het inzetten van mannelijke proefpersonen bij geneesmiddelenonderzoek? a Ze hebben minder aandoeningen dan vrouwen. b Dat is niet duidelijk, maar zo gebeurt het al heel lang. c Onderzoek bij mannen is minder risicovol.

8

Wat zegt mevrouw Klinge over botontkalking? a Het is een typische ziekte bij vrouwen en er moet daarom meer onderzoek onder vrouwen komen. b Deze ziekte komt ook vaak voor bij mannen, dus moet het onder zoek niet alleen onder vrouwen gedaan worden. c Deze ziekte is net zo ernstig als hart- en vaatziektes.

9

Wat wordt er gezegd over de website van mevrouw Klinge? a Die wordt door mensen uit allerlei landen bezocht. b Daarop zijn in drie maanden al 12.000 pagina’s bestudeerd. c Die wordt bezocht door onderzoekers en patiënten.

Schrijven

Petra Stassen is onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Voor een onderzoek naar het effect van een nieuw medicijn op migraineklachten is zij op zoek naar vrouwelijke proefpersonen. Criteria voor de selectie van proefpersonen: • leeftijd: tussen 40 en 65 jaar • afgelopen jaar regelmatig last van migraine • niet-roker Petra stelt een brief op die huisartsen aan vrouwelijke patiënten met migraineklachten kunnen meegeven. Maak de brief van Petra compleet.

finale 2019.indd 189

Thema 8 Wetenschap

189

De finale

15-02-19 16:51


UMC Afdeling farmaceutisch onderzoek

Geachte mevrouw, Voor een onderzoek naar het effect van een nieuw medicijn op migraineklachten zijn we op zoek naar vrouwelijke proefpersonen. Volgens uw huisarts ______________________________________________________________________________________________________ ____________________________________________________________________________________________________________

Om aan dit onderzoek te kunnen deelnemen moet u aan de volgende criteria voldoen: 1 ________________________________________________________________________________________________ 2 ________________________________________________________________________________________________ 3 ________________________________________________________________________________________________ Het onderzoek zal in de maand __________ plaatsvinden. Gedurende die maand vragen wij u om _____________________________________________________________________________________ Ook is het belangrijk dat _________________________________________________________________________ ____________________________________________________________________________________________________________

Als u aan dit onderzoek wilt meewerken, _________________________________________________ ____________________________________________________________________________________________________________ ____________________________________________________________________________________________________________

We garanderen u dat ______________________________________________________________________________ ____________________________________________________________________________________________________________

Wij stellen uw medewerking zeer op prijs. Met vriendelijke groet, Petra Stassen

12

Schrijven

Voor uw studie farmacie hebt u onderzoek gedaan naar medicijngebruik onder verschillende leeftijdsgroepen. U hebt gekeken naar het verschil in gebruik van medicijnen op recept en medicijnen die iedereen kan kopen bij de drogist of apotheek. Beschrijf in 75 tot 100 woorden de resultaten uit het staafdiagram op de volgende pagina.

De finale

190

finale 2019.indd 190

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


% 80 70 60 50 40 30 20 10 0 0-19 jaar

20-44 jaar

voorgeschreven medicijnen

45-64 jaar

> 65 jaar

vrij verkrijgbare medicijnen

Bron: www.cbs.nl

13

Lezen

Lees de vragen. Lees de tekst. Beantwoord de vragen. 1

Wat wordt er over Eugene Polley gezegd? a alleen maar positieve dingen b vooral negatieve dingen c zowel positieve als negatieve dingen

2

Aan de ontwikkeling van welke producten en systemen heeft Eugene Polley meegewerkt? (meerdere antwoorden zijn goed) a de radio b de radar c Lazy Bones d Flash-Matic e tv-toestellen f videodisc g autoradio

3

Leg in eigen woorden uit hoe de Flash-Matic werkt. _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 191

Thema 8 Wetenschap

191

De finale

15-02-19 16:51


4

Waarom maakte Eugene Polley een advertentiecampagne voor de FlashMatic? a Om de verkoop van het product te stimuleren. b Om mensen te waarschuwen dat het bij verkeerd gebruik gevaar lijk is. c Om mensen gerust te stellen dat het product veilig is.

5

Wat was het probleem met de Flash-Matic zoals Eugene Polley hem had ontwikkeld? _________________________________________________________________________________________________________

6

Wat is de rol van Robert Adler geweest? _________________________________________________________________________________________________________

7

Welke gevolgen heeft de uitvinding van de afstandsbediening voor programmamakers gehad? _________________________________________________________________________________________________________

8

Verklaar de titel ‘Grondlegger van de luiwammes’. _________________________________________________________________________________________________________

Grondlegger van de luiwammes Eugene Polley stond aan de basis van de afstandsbediening. Televisie zou met zappende kijkers op slag veranderen. Zonder Eugene Polley zou er niet worden gezapt. De uitvinder van de afstandsbediening voor de televisie is beloond met vele prijzen, maar niet iedereen zal hem dankbaar zijn. Zijn bijnamen zijn niet allemaal even vleiend. Naast ‘mijnheer afstandsbediening’ werd hij de ‘grondlegger van de luiwammes’ en de ‘zaptsaar’ genoemd. Polley overleed op 22 mei 2012 in zijn geboortestad Chicago. Hij werd 96 jaar. Polley trad in 1935 in dienst bij de Zenith Radio Company als magazijnbediende voor 40 dollarcent per uur, maar werd algauw onderzoeker. In de Tweede Wereldoorlog leverde Polley een bijdrage aan de ontwikkeling van radarsystemen. In 1950 had Zenith al een afstandsbediening ontwikkeld die met een draad aan de televisie was verbonden, de Lazy Bones. Polley kwam vijf jaar later met de Flash-Matic, een groen apparaat dat met een hendel een bundel licht naar een fotocel op het toestel kon zenden. Zo konden kijkers van kanaal en volume wisselen. Mits er heel precies werd gemikt. ‘Kijk eens’, zo luidde een advertentie van Zenith in 1955. ‘Zonder uit uw luie stoel te stappen kan met de Zenith Flash-Matic het toestel worden aan- en uitgezet en van kanaal worden gewisseld. U kunt zelfs het geluid van vervelende reclameboodschappen uitzetten zonder dat het beeld verdwijnt.’ De Flash-Matic leek met zijn enorme handvat meer op een föhn of een pistool dan op een afstandsbediening. Polley vond het zelfs nodig via een advertentiecampagne te waarschuwen dat het apparaat niet gevaarlijk was en er geen mensen mee konden worden omgebracht.

De finale

192

finale 2019.indd 192

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


Polley kreeg een bonus van 1000 dollar voor de uitvinding. De fotocel op de televisie bleek echter gevoelig te zijn voor ander licht, zodat spontaan van zender werd gewisseld. Daarom werd de Flash-Matic een jaar later vervolmaakt door zijn mede-onderzoeker, de in 2007 overleden Robert Adler. Pas veel later werd het systeem vervangen door de huidige afstandsbedieningen met een infrarood-systeem. Doordat mensen niet meer zelf op de knoppen van het toestel hoefden te drukken, veranderde hun kijkgedrag. Programmamakers konden het zich niet meer permitteren de kijkers zelfs maar voor korte tijd te vervelen. Toen de Amerikaanse zender NBC erachter kwam dat 25 procent van de kijkers wegzapte bij de aftiteling van de tv-programma’s, besloot NBC de aftiteling tijdens het einde van het programma door het beeld te laten lopen. Om de kijkers vast te houden, kregen programma’s dynamischere, kortere scènes. Polley zou achttien octrooien deponeren voor de Flash-Matic. In zijn latere jaren deed hij veel onderzoek naar de ontwikkeling van de videodisc en bedieningssystemen voor de autoradio. In 1997 ontving Polley de Emmy Award, de belangrijkste Amerikaanse televisieprijs. ‘Misschien is het doorspoeltoilet de belangrijkste uitvinding van de beschaving. Maar de afstandsbediening is zeker de op één na belangrijkste. Net zo belangrijk als seks’, zei hij tien jaar geleden op 86-jarige leeftijd. Bron: de Volkskrant

14

Woordenschat

Hieronder vindt u een aantal zinnen uit de leestekst van oefening 13. Probeer de zinnen met andere woorden te formuleren. Gebruik daarbij de woorden tussen haakjes in de goede vorm. 1 2 3 4 5 6 7 8

finale 2019.indd 193

Eugene Polley stond aan de basis van de afstandsbediening. (uitvinder) Polley trad in 1935 in dienst bij de Zenith Radio Company. (een baan krijgen) Zonder uit uw luie stoel te stappen kan met de Zenith Flash-Matic het toestel worden aan- en uitgezet. (opstaan, apparaat, in- en uitschakelen) De fotocel op de televisie bleek echter gevoelig te zijn voor ander licht. (maar, reageren op) Daarom werd de Flash-Matic een jaar later vervolmaakt door zijn medeOnderzoeker Robert Adler. (verbeteren, collega) Om de kijkers vast te houden, kregen de programma’s dynamischere, kortere scènes. (boeien, spectaculair) Polley zou achttien octrooien deponeren voor de Flash-Matic. (aanvragen) Maar de afstandsbediening is zeker de op één na belangrijkste uitvinding. (absoluut, op de tweede plaats komen)

Thema 8 Wetenschap

193

De finale

15-02-19 16:51


15

Internet

Zoek op internet informatie over een uitvinding die u bijzonder vindt. Bereid een korte presentatie (van ongeveer 2 minuten) voor. •

Wie heeft het uitgevonden? • Wanneer is het uitgevonden? • Hoe is het uitgevonden? • Welke gevolgen heeft de uitvinding voor de samenleving gehad?

16

Grammatica: werkwoorden + (te +) infinitief * Kijk in de Grammatica (p. 245) voor uitleg en extra oefeningen.

Vul in onderstaande zinnen te in waar dat nodig is. 1 2 3 4 5 6

7 8

17

Mohammed wil volgend jaar aan de universiteit gaan studeren. Daarom hoopt hij dit jaar slagen voor het Staatsexamen NT2. Gisteren heb je al de hele avond tv zitten kijken! Waarom zit je nu weer tv kijken? Zullen we proberen vandaag extra hard werken? Als we het werk vandaag af kunnen maken, hoeven we morgen niks meer doen. Het bedrijf moet bezuinigen en heeft besloten tien medewerkers ontslaan; zij zullen dus een andere baan moeten zoeken. Om tijdens de wintersport in de Zwitserse bergen kunnen rijden, heeft Jan winterbanden op zijn auto laten zetten. Ik hoop ooit perfect Nederlands spreken, maar dat is moeilijk. Ik probeer bepaalde fouten afleren, maar ik blijf toch steeds dezelfde fouten maken. De politie wilde de dronken automobilist arresteren, maar de man protesteerde heftig en weigerde vrijwillig naar het politiebureau meegaan. U mag dit medicijn niet langer dan veertien dagen blijven innemen. Als u dan nog klachten blijft houden, dient u contact met uw huisarts opnemen.

Spreken

Werk in tweetallen. Geef antwoord op onderstaande vragen. 1 2 3 4 5 6 7

De finale

194

finale 2019.indd 194

Wat hoopt u de komende vijf jaar te bereiken? Wat kan uw docent goed, en hoopt u ook goed te kunnen? Wat moet u elke dag doen, maar vergeet u weleens te doen? Wanneer bent u begonnen Nederlands te leren? Welke aspecten van het Nederlands probeert u te verbeteren? Komen er regelmatig vrienden of familie bij u eten? Wat hoefde u als kind van uw ouders niet te doen?

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


8 9 10 11 12 13 14 15

18

Wat heeft u als kind nooit durven doen, en nu wel? Wanneer hebt u uw auto laten keuren? Was alles in orde? Wanneer hebt u besloten uw land te verlaten? Waarom? Welke bekende groep of zanger(es) hebt u onlangs zien optreden? Wanneer hebt u voor het laatst een e-mail zitten schrijven? Wanneer hebt u voor het laatst een dik boek zitten lezen? Bij wie bleef u als kind graag logeren? Waarom? Hebt u weleens geweigerd een rekening te betalen? Waarom?

Schrijven

Maak onderstaande zinnen compleet. 1

Als je een afstandsbediening voor de tv gebruikt, hoef je _______________________ . Tom werkt niet hard genoeg, zodat zijn collega’s extra hard moeten werken. Zij accepteren dit niet langer van Tom. Daarom heeft Tom zijn collega’s beloofd ______________________________________________________________________________ . Als je je computer en telefoon niet uitzet, blijf je __________________________________ __________________________________________________ . In het begin vond ik mijn buren heel afstandelijk, maar toen ik ze wat beter leerde kennen, bleken ze _________________________________________________________ . Komen jullie zaterdag ______________________________________________ ? Dat zouden we erg gezellig vinden. Omdat veel kinderen zich tegenwoordig snel vervelen, pakken ze snel hun computer of smartphone en zitten ze _____________________________________________ __________________ . Omdat we onze energierekening niet op tijd hebben betaald, dreigt het energiebedrijf _________________________________________________________________________________ . Carolien heeft de laatste maanden niet hard gewerkt op school en slechte cijfers gehaald. Haar ouders zijn daar boos over. Carolien heeft haar ouders beloofd __________________________________________________________________________ . Om je goed voor te bereiden op de test hoeven jullie ____________________________ ______________________ , maar jullie moeten wel ________________________ . Ik vergeet vaak __________________________________________________________________ . Daarom zet ik nu al mijn afspraken in de agenda van mijn mobiele telefoon. ______________________________________________________

2

3 4 5 6

7 8

9 10

finale 2019.indd 195

Thema 8 Wetenschap

195

De finale

15-02-19 16:51


19

Schrijven

Hieronder ziet u steeds twee zinnen. Combineer de zinnen tot een zin. Gebruik daarbij de conjunctie tussen haakjes. Let goed op de woordvolgorde. Voorbeeld:

of:

Het onderzoek is nog niet afgerond. We hebben nog geen resultaten. (omdat) We hebben nog geen resultaten omdat het onderzoek nog niet is afgerond. Omdat het onderzoek nog niet is afgerond, hebben we nog geen resultaten. 1 2 3 4 5 6 7

8 9 10

20

Pieter heeft niet hard gestudeerd. Hij is geslaagd voor het examen. (hoewel) Dit medicijn mag niet meer voorgeschreven worden. Het heeft te veel bijwerkingen. (aangezien) U kunt aan een Nederlandse universiteit gaan studeren. U hebt het Staatsexamen NT2 programma 2 met goed gevolg afgelegd. (mits) De A2 tussen Utrecht en Amsterdam is verbreed. Het aantal files is drastisch verminderd. (sinds) Is de economische crisis nu eindelijk voorbij? Ik vraag het me af. (of) Er zijn veel manieren om te stoppen met roken. De meeste rokers vinden het moeilijk om te stoppen. (ook al) Een paar keer per week intensief aan sport doen heeft voor- en nadelen: het is goed voor uw conditie. Het kost veel tijd en u kunt geblesseerd raken. (aan de ene kant ... aan de andere kant ...) De wetenschapper had de resultaten van zijn onderzoek geanalyseerd. Hij schreef een artikel over zijn onderzoek. (nadat) U kunt zich niet inschrijven voor de cursus voor gevorderden. U hebt voldoende resultaten gehaald voor de beginnerscursus. (tenzij) De uitslag van uw bloedonderzoek is bekend. U krijgt bericht van uw huisarts. (zodra)

Spreken

Wat zegt u?

De finale

196

finale 2019.indd 196

1

U bent in uw woonkamer. Uw partner wil tv kijken en zoekt de afstandsbediening. Kijk naar het plaatje.

Luister naar uw partner en reageer.

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


2

Tijdens de pauze praat u met anderen over uitvindingen. Noem een uitvinding die u belangrijk vindt. Vertel ook waarom u het een belangrijke uitvinding vindt.

3

Een levensmiddelenfabrikant doet regelmatig smaaktesten voor nieuwe producten. Terwijl u boodschappen doet, wordt u in de supermarkt aangesproken. Luister naar de vraag en reageer. Geef minimaal ĂŠĂŠn argument.

4

Voor uw studie sociale geografie doet u met twee studiegenoten onderzoek naar de tevredenheid van mensen over hun woonruimte en hun buurt. U hebt een tussentijdse evaluatie met uw begeleider. Kijk naar de plaatjes. week 1 - week 2

Week 14 - Week 2 week 3 - week

week 5

Week 3 - Week 4

50

Week 5 Luister naar de begeleider en reageer.

finale 2019.indd 197

Thema 8 Wetenschap

197

De finale

15-02-19 16:51


5

Wat vindt u? Op veel Nederlandse basisscholen en middelbare scholen werken de leerlingen steeds meer zelfstandig met een laptop of iPad. De leraar geeft minder centraal les en krijgt meer de rol van begeleider/coach. Wat vindt u hiervan? Is het goed of slecht voor de ontwikkeling van het kind? Geef ten minste twee argumenten.

21

Internet

In het televisieprogramma Proefkonijnen gaan twee presentatoren op zoek naar antwoorden op allerlei vragen. Kies op internet een onderzoekje of experiment dat ze uitvoeren. Maak notities. •

Wat doen ze? Hoe gaat het? • Wat blijkt uit hun onderzoekje of experiment? •

Vertel in de volgende les aan een medecursist of aan uw docent wat u hebt gezien.

De finale

198

finale 2019.indd 198

Thema 8 Wetenschap

15-02-19 16:51


Taalhulp

finale 2019.indd 199

Thema 1 Vakantie en vrije tijd

199

De finale

15-02-19 16:51


1

De finale

Signaalwoorden

opsomming

en Rachid ontvangt morgen de gasten en Caroline presenteert het project. ook Als je op vakantie gaat, moet je zorgen dat je geschikte kleding meeneemt. Ook moet je controleren of je paspoort nog geldig is. tevens Mijn collega Henk is verantwoordelijk voor de planning van de trainingen. Tevens is hij contactpersoon voor de docenten. evenals Het kabinet heeft bezuinigingen aangekondigd in het onderwijs, evenals in de zorg. evenmin Mijn vader spreekt geen Engels en mijn moeder evenmin. bovendien Kinderen zouden meer buiten moeten spelen. Het is goed voor hun gezondheid omdat ze veel bewegen. Bovendien is het goed voor hun sociale ontwikkeling. daarnaast Alice heeft problemen met het schrijven van brieven. Ze maakt vaak fouten in de woordvolgorde. Daarnaast is haar woordenschat beperkt, waardoor ze vaak dezelfde woorden gebruikt. ten eerste‌ ten tweede‌ Wilt u zich inschrijven voor een taalcursus? Ten eerste moet u een instaptoets maken, ten tweede moet u kijken op welke dagen de cursussen worden aangeboden. tot slot Tot slot kunt u zich online voor de cursus inschrijven.

tijd

eerst Eerst neem je de bus naar het station. dan Dan neem je de trein naar Amsterdam Centraal. daarna Daarna neem je de tram naar het Museumplein. tot slot Tot slot loop je naar het Rijksmuseum.

200

Taalhulp 1 Signaalwoorden

finale 2019.indd 200

15-02-19 16:51


toen Mijn oma overleed toen ik negen jaar was. Toen was ik erg verdrietig. vroeger Vroeger woonden we in een dorp. voordat Voordat Willem gaat slapen, leest hij altijd een boek. alvorens Alvorens het formulier op te sturen, dient u het te ondertekenen. nadat Nadat ik heb gedoucht, ga ik ontbijten. terwijl Terwijl de docent de grammatica uitlegt, maken de studenten aantekeningen.

tegenstelling maar We willen deze zomer graag op vakantie gaan, maar ik heb net een nieuwe baan. We weten dus nog niet of we op vakantie kunnen. echter Peter had zich op het examen voorbereid. Hij is echter gezakt en moet binnenkort het herexamen maken. toch Heleen voelde zich vanochtend ziek. Toch is ze naar haar werk gegaan. ondanks Ondanks het slechte weer werd het popfestival druk bezocht. desondanks Het was slecht weer tijdens het popfestival. Desondanks werd het druk bezocht. niettemin Vandaag ligt er sneeuw. Niettemin gaan de meeste mensen gewoon op de fiets naar hun werk. enerzijds ... anderzijds ... Enerzijds vind ik mijn huis heel prettig en groot genoeg voor mijn gezin. Anderzijds is het erg oud en kost het onderhoud ons veel geld. aan de ene kant ... aan de andere kant ... Aan de ene kant is naar een ander land verhuizen moeilijk omdat je je familie en vrienden achterlaat. Aan de andere kant ontmoet je veel nieuwe en interessante mensen. in tegenstelling tot In tegenstelling tot eerdere berichten wordt er op dit moment nog niet over een faillissement van het bedrijf gesproken.

oorzaak/ gevolg

finale 2019.indd 201

doordat Doordat er een ongeluk was gebeurd, werd het kruispunt afgesloten. daardoor Mirjam heeft haar been gebroken. Daardoor kan ze op het moment niet fietsen. wegens Wegens de slechte resultaten bij het laatste examen zijn er extra lessen ingepland. Taalhulp 1 Signaalwoorden

201

De finale

15-02-19 16:51


vanwege Vanwege het slechte weer kan het straatfeest helaas niet doorgaan. als gevolg daarvan De economische crisis duurt langer dan verwacht. Als gevolg daarvan blijft de werkloosheid stijgen.

toelichting / voorbeeld

voorwaarde

bijvoorbeeld Ik vind Nederlanders sportieve mensen. Ze fietsen bijvoorbeeld veel en ik zie in het weekend veel mensen op sportvelden. zoals We eten veel verschillende soorten groenten, zoals aubergine, tomaat, bloemkool en komkommer. zo In het weekend doet Carlo niet veel. Zo slaapt hij op zaterdag en zondag uit en kookt hij meestal niet.

als Als u zich over vier dagen niet beter voelt, moet u een nieuwe afspraak maken. indien Indien u niet binnen tien dagen betaalt, blokkeren we uw abonnement. op voorwaarde dat U kunt zich inschrijven voor de sportacademie, op voorwaarde dat u medisch wordt goedgekeurd. mits U komt in aanmerking voor een vergoeding, mits u aanvullend verzekerd bent. tenzij We gaan morgen picknicken in het park, tenzij het gaat regenen.

doel / middel om... te Ik ga vanmiddag naar de markt om groenten te kopen. opdat Ze schrijft haar afspraken altijd in haar agenda opdat ze ze niet vergeet. door... te Door veel te oefenen, word je Nederlands steeds beter. door middel van Door middel van een kleine test controleert de docent of de cursisten de stof goed beheersen. daarmee Dit is een groot, gekarteld mes. Daarmee kan je bijvoorbeeld stokbrood snijden.

samenvatting kortom Kortom, er moet nog veel gebeuren om het probleem op te lossen. al met al Al met al was het een gezellig feest. De finale

202

finale 2019.indd 202

Taalhulp 1 Signaalwoorden

15-02-19 16:51


conclusie

reden / verklaring

vergelijking

finale 2019.indd 203

dus Het onderzoek bewijst dus dat het nieuwe medicijn positieve effecten heeft. daarom We weten niet precies wat de gevolgen zijn op de langere termijn. Daarom is er nog meer onderzoek nodig. dat houdt in We willen een goed beeld krijgen van de werking van dit dieet. Dat houdt in dat u een week lang een dagboek moet bijhouden over wat u eet.

daarom Het is erg koud vandaag. Daarom dragen de kinderen een warme muts. want Ellen kwam vandaag te laat, want ze had zich verslapen. omdat Vandaag was Simone niet aanwezig omdat ze een afspraak bij de tandarts had. aangezien Aangezien u zich te laat hebt ingeschreven, kunt u helaas niet aan de cursus deelnemen. dus Morgen ben ik jarig, dus ga ik mijn collega’s trakteren. namelijk Rachel mag nog niet stemmen. Ze is namelijk nog geen achttien jaar. immers Michael let goed op wat hij eet. Hij wil immers zo’n tien kilo afvallen.

net als Net als zijn vader is John gek op auto’s. zoals Patricia maakt erwtensoep zoals ze dat van haar moeder heeft geleerd. vergeleken met Vergeleken met de Italiaanse keuken is de Nederlandse keuken niet zo best. in vergelijking met De huizenverkoop is weer verder gedaald in vergelijking met dezelfde periode een jaar geleden.

Taalhulp 1 Signaalwoorden

203

De finale

15-02-19 16:51


2

Statistische figuren beschrijven

Vier statistische figuren U kunt de volgende statistische figuren tegenkomen: 1 de grafiek

2 het cirkeldiagram

3 het staafdiagram

4 de tabel

Om statistische figuren te beschrijven, kunt u de volgende stappen doorlopen. 1 Voorbereiding Kijk naar de figuur. Wat ziet u? Welke informatie wordt er gegeven? Wat valt u op? Welke conclusie kunt u trekken?

2 Inleiding In de inleiding introduceert u de statistische figuur. U kunt eventueel ook de bron vermelden. Wat is het onderwerp van de figuur? Wat laat de figuur zien? De finale

204

finale 2019.indd 204

Taalhulp 1 Signaalwoorden

15-02-19 16:51


De grafiek laat … zien. In het diagram is te zien dat … De tabel geeft … weer. In de grafiek wordt … weergegeven. De tabel is afkomstig van (naam organisatie). De grafiek is afkomstig uit een publicatie / een rapport van (naam organisatie).

3 Kern In de kern geeft u meer gedetailleerde informatie, maar alleen de opvallende zaken. Het is dus niet de bedoeling dat u alle informatie uit de figuur gaat opsommen. Wat blijkt uit de figuur? Volgens de grafiek / de tabel / het diagram is … Uit de grafiek / de tabel / het diagram blijkt dat … Uit de grafiek kunnen we opmaken / concluderen dat … A neemt toe, terwijl B afneemt. A stijgt, terwijl B daalt. … blijft gelijk. We zien een daling / afname / stijging / toename van … het aantal … (dat + bijzin) het percentage … (dat + bijzin) de hoeveelheid … (die + bijzin) Op de eerste plaats staat …, (direct) gevolgd door …, daarna …, vervolgens …, tot slot …

4 Slot Tot slot beschrijft u wat u is opgevallen, en trekt u een conclusie. Wat valt u op? Welke conclusie kunt u trekken? Het verbaast me dat … In ben er verbaasd over dat … Het valt me op dat … Ik vind het opvallend dat … Je kan (dus) de conclusie trekken dat … Je kunt (dus) concluderen dat … Al met al kun je zeggen dat … Het is duidelijk dat … Kennelijk / Blijkbaar (+ inversie) …

finale 2019.indd 205

Taalhulp 2 Statistische figuren beschrijven

205

De finale

15-02-19 16:51


Voorbeeld:

Werkloosheid in landen van de eurozone, internationale definitie

Oostenrijk Duitsland Luxemburg Nederland Malta België Finland Slovenië Frankrijk Italië Eurozone Ierland Cyprus Slowakije Portugal Spanje 0

5

10

15

20

25

30

Maart 2012 Maart 2013 Bron: Eurostat, 2013

Dit staafdiagram geeft het percentage werklozen weer in landen van de eurozone in de jaren 2012 en 2013. In het diagram worden de percentages werklozen van maart 2012 vergeleken met die van maart 2013. Het diagram is afkomstig uit een publicatie van Eurostat. In dit diagram is te zien dat de werkloosheid in de meeste landen van de eurozone tussen maart 2012 en maart 2013 is gestegen, behalve in Duitsland en Ierland, waar het percentage werklozen zelfs licht gedaald is. In Zuid-Europese landen zoals Portugal, Cyprus en met name Spanje is het probleem het grootst. Uitzondering hierop is Malta, waar het percentage werklozen relatief laag is en nauwelijks is gestegen. Het valt me op dat in Noord-Europese landen de werkloosheid structureel lager is dan in Zuid-Europese landen. Dit kan een gevolg zijn van het feit dat deze landen de ontwikkeling van Duitsland meer volgen, en Duitsland staat bekend als een stabiele en sterke economie.

De finale

206

finale 2019.indd 206

Taalhulp 2 Statistische figuren beschrijven

15-02-19 16:51


3

Formele brieven schrijven Afzender Geadresseerde eventueel aangevuld met t.a.v. … (ter attentie van … + naam contactpersoon aan wie de brief gericht is)

Betreft: ____________ (thema) Plaats + Datum

Aanhef Geachte heer … (achternaam) / Geachte mevrouw …. (achternaam) Geachte heer / mevrouw, (als de naam niet bekend is)

Tekst brief

Afsluitende zinnen Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Indien u meer informatie wenst, kunt u contact opnemen met … Ik verzoek u om ... Wilt u zo vriendelijk zijn om … In afwachting van uw antwoord, … Ik zie uw reactie tegemoet. Ik hoop binnenkort / spoedig iets van u te horen. Afsluiting Met vriendelijke groet, Hoogachtend,

Handtekening (indien nodig)

Vermelding bijlage(n) (indien van toepassing)

finale 2019.indd 207

Taalhulp 2 Statistische figuren beschrijven

207

De finale

15-02-19 16:51


Voorbeeld:

Adriaan Zwarts Nassausingel 11 2453 LB Leiderdorp a.zwarts@xs2all.nl Dutch Airlines t.a.v. klantenservice Halfweg 77 4453 PP Haarlemmermeer info@dutchairlines.nl Betreft: Schade aan bagage Leiderdorp, 28 augustus 2013

Geachte heer / mevrouw, Op 20 augustus 2013 heb ik met uw luchtvaartmaatschappij gevlogen van Rotterdam Airport naar Lissabon. Mijn vluchtnummer was DA 2308. Bij aankomst op de luchthaven Lissabon bleek dat mijn bagage beschadigd was. Ik heb toen direct een PIR-formulier ingevuld. Een kopie van dit formulier stuur ik u als bijlage mee. Ik stel u hierbij aansprakelijk voor de schade die ik door de beschadigde bagage heb opgelopen. Het slot van mijn koffer is kapot, waardoor ik mijn koffer niet meer kan afsluiten. Hierdoor is mijn koffer onbruikbaar geworden. In Lissabon heb ik een nieuwe koffer moeten kopen. Een kopie van de aankoopbon vindt u in de bijlage. Ik verzoek u om mijn schadebedrag binnen vier weken op mijn rekeningnummer te storten. Dit nummer is 44.45.12, ten name van Adriaan Zwarts. Met vriendelijke groet, Adriaan Zwarts

Bijlagen: - kopie PIR-formulier - kopie aankoopbon koffer

De finale

208

finale 2019.indd 208

Taalhulp 3 Formele brieven schrijven

15-02-19 16:51


4

Informele brieven en e-mails

Informele brieven Voor informele brieven en e-mails zijn er nauwelijks formele regels. Mensen ontwikkelen daarin vaak hun eigen stijl binnen hun familie, groep vrienden en/of collega’s. Dit geldt nog sterker voor berichtjes op sociale media zoals Twitter en Facebook. De berichten daarop zijn meestal geschreven in informele stijl, met korte zinnen en veel spreektaal. Hieronder vindt u een paar suggesties voor de aanhef en de afsluiting in informele brieven en e-mails. Aanhef Beste …, / Lieve …, In e-mails is de aanhef vaak nog informeler (zoals in spreektaal): Hoi …, / Hallo …, / Ha …, Afsluiting Groet, ... Groeten van ... Groetjes, ... (Veel) liefs, ...

Voorbeelden: Petra nodigt familie en vrienden uit voor de 50e verjaardag van haar man Tom.

Utrecht, 19 augustus 2013 Lieve vrienden en familie, Zoals de meesten van jullie weten, wordt Tom volgende week zaterdag 50 jaar. Hij is daar zelf niet zo blij mee en wil er niks aan doen, maar dat vind ik niet leuk. Je wordt maar een keer 50 in je leven, dus dat moet gevierd worden! Ik heb daarom bedacht om een surpriseparty voor hem te organiseren. Daarvoor wil ik jullie graag uitnodigen. Het zou leuk zijn als jullie allemaal tussen 17 en 18 uur verzamelen in ons huis. Dan zorg ik dat Tom even de deur uit is, ik verzin wel een smoes. Als hij dan rond 18.00 thuiskomt,

finale 2019.indd 209

Taalhulp 4 Informele brieven en e-mails

209

De finale

15-02-19 16:51


treft hij een huis vol gasten aan (en hopelijk vindt hij dat een leuke verrassing, anders heb ik een probleem). Laten jullie voor a.s. donderdag even weten of je komt, en met hoeveel? Hopelijk tot zaterdag! Veel liefs, Petra

E-mails e-mail aan vrienden Van: Vivianne Bertens Aan: Karin en Herman Jansen Onderwerp: bezoekje Beste Karin en Herman, Komende woensdag moet ik voor mijn werk in Rotterdam zijn, dan ben ik bij jullie in de buurt. Vinden jullie het leuk als ik na mijn afspraak even bij jullie langskom? We hebben elkaar al een tijdje niet gezien en het lijkt me gezellig om weer eens bij te kletsen. Ik denk dat ik rond 17.30 uur bij jullie kan zijn. Laten jullie me weten of jullie dan thuis zijn? Als het niet uitkomt, kunnen we een andere afspraak maken. Groetjes, Vivianne

e-mail op het werk Van: Pieter de Jong Aan: John van Dijk Onderwerp: afspraak verzetten Hoi John, We hebben morgen om 10 uur afgesproken om de planning van project ZPX door te nemen, maar dat gaat me niet lukken. Er is iets tussengekomen, ik moet morgenochtend naar een klant om daar een probleempje op te lossen. Kunnen we de bespreking uitstellen naar later deze week? Ik heb vrij veel ruimte in mijn agenda, dus laat maar even weten wanneer jij kan. Groet, Pieter

De finale

210

finale 2019.indd 210

Taalhulp 4 Informele brieven en e-mails

15-02-19 16:51


5

Leesstrategieën

Bij het lezen van een tekst kunt u de volgende strategieën gebruiken.

finale 2019.indd 211

1

Lees de titel. Begrijpt u de titel? Zoek eventueel woorden op.

2

Waarover gaat het artikel, denkt u, als u de titel leest?

3

Lees de eerste alinea en de laatste alinea. Waar gaat het artikel over, denkt u?

4

Lees nu het artikel in vogelvlucht: u ‘scant’ de tekst. Dit betekent dat u geen woorden opzoekt en dat u niet alles woord voor woord leest. Om een idee te krijgen: één pagina A4 leest u dan in ongeveer twee minuten! Waar gaat het artikel volgens u over?

5

Lees nu het artikel rustig door en onderstreep de woorden die u niet kent.

6

Bekijk van welke woorden u de betekenis uit de context kunt afleiden.

7

Kies die woorden uit die voor het tekstbegrip noodzakelijkerwijs opgezocht moeten worden (5 tot 10 woorden, afhankelijk van de lengte van de tekst). Zoek ze nog niet op.

8

Vergelijk de woorden met die van een andere cursist. Kunt u elkaars woorden uitleggen?

9

Zoek daarna die woorden op die u allebei niet hebt begrepen.

10

Lees de tekst nu nog een keer per alinea door en geef van iedere alinea in uw eigen woorden kort weer waar hij over gaat (mondeling en/of schriftelijk).

11

Vat nu de tekst kort samen in uw eigen woorden (mondeling en/of schriftelijk).

12

Lees de tekst tot slot, eventueel na een paar dagen, nog een keer. Probeer nu uw leestempo te verhogen.

Taalhulp 5 Leesstrategieën

211

De finale

15-02-19 16:51


6

Luisterstrategieën bij berichten op radio, tv of internet

Als u (op radio, tv of internet) naar het nieuws of een actualiteitenprogramma kijkt en/of luistert, kunt u de volgende strategieën gebruiken. 1

Kijk en/of luister een keer naar het fragment en schrijf met enkele woorden op welke onderwerpen erin aan de orde komen.

2

Kijk en/of luister nu nog een keer en probeer per item een aantal belangrijke woorden en woordcombinaties/uitdrukkingen op te schrijven.

3

Stel uzelf per item de volgende vragen: • Wat is er aan de hand? • Wanneer is het gebeurd? • Waar is het gebeurd? • Wie zijn erbij betrokken? • Waarom wordt er aandacht aan besteed?

4

Controleer per item of er woorden of uitdrukkingen zijn die u niet begrijpt maar die u wel nodig hebt voor het totale begrip. Zoek deze woorden op in een woordenboek.

5

Vat nu ieder item in uw eigen woorden kort samen. U kunt het opschrijven of bespreken met een medecursist.

6

Kies nu een item en probeer daar zelf vragen bij te formuleren. Stel deze vragen eventueel aan een medecursist. Voorbeelden: Bij een fragment over politieke of zakelijke onderhandelingen: Hoe zijn de onderhandelingen verlopen? Welke partijen zijn erbij betrokken? Welke overeenkomst is er gesloten? Zijn de partijen tevreden met het behaalde resultaat?

De finale

212

finale 2019.indd 212

Taalhulp 6 Luisterstrategieën bij berichten op radio, tv of internet

15-02-19 16:51


Bij een fragment over een ramp of een ongeluk: Wat is er precies gebeurd? Wat is de oorzaak? Hoeveel slachtoffers zijn er? Hoe verloopt de hulpverlening?

Bij een fragment over een feestelijke en/of culturele gebeurtenis: Waar (en waarom) heeft deze gebeurtenis plaatsgevonden? Wat is er allemaal georganiseerd? Hoe is de sfeer en hoe reageren de mensen?

finale 2019.indd 213

Taalhulp 6 LuisterstrategieĂŤn bij berichten op radio, tv of internet

213

De finale

15-02-19 16:51


7

Hoe zeg ik het?

Alle uitingen zijn te beluisteren op de website. Advies geven

Dat moet je zeker doen! Je kunt beter … Als ik jou was, zou ik … In uw plaats zou ik … Het beste is om …

Advies vragen

Wat zal ik doen? Wat moet ik doen? Wat zou ik kunnen doen? Heb jij een idee wat ik kan doen? Hoe kan ik dat het beste aanpakken? Kun je advies geven? Wat zou jij doen? Wat zou u doen in mijn plaats? Wat zou u doen in zo’n geval?

Afraden

Zoiets moet je gewoon niet doen! Dat moet je nooit accepteren! Ik zou dat niet doen. Ik ben bang dat …

Excuses aanbieden Sorry (hoor), ik deed het niet expres. Neem me niet kwalijk. Neemt u me niet kwalijk, ik deed het niet met opzet. Het spijt me. Het is mijn fout. Dat overkomt me niet meer. Dat doe ik voortaan anders. Instemmen

De finale

214

finale 2019.indd 214

Ik ben het met je eens. Ik ben het ermee eens. Daar ben ik het mee eens. Dat vind ik ook. Dat is waar. Dat klopt. Dat is zo. Taalhulp 7 Hoe zeg ik het?

15-02-19 16:51


Meevoelen

Ik kan het me zo goed voorstellen. Ik kan me indenken dat je je rot voelt. Ik begrijp hoe je je voelt. Wat erg voor je! Het spijt me zo voor je. Je moet je niet zo druk maken. Het zal best meevallen, dat zul je zien. Wil je erover praten? Kan ik wat voor je doen? Kan ik je helpen? Zal ik met je meegaan? Sterkte! Houd je taai!

Mening geven

Ik vind dat … Ik denk dat … Ik geloof dat … Volgens mij … Naar mijn mening … Ik vind het mooi. Ik vind het prachtig. Ik vind het schitterend. Ik vind het fantastisch. Ik vind het indrukwekkend. Ik vind het bijzonder. Ik vind het wel aardig. Ik vind het niet zo mooi. Het is niet mijn smaak. Ik vind het lelijk. Ik vind het vreselijk. Ik vind het verschrikkelijk.

Mening vragen

Wat vind je daarvan? Wat denk je daarvan? Hoe denk je erover? Wat is jouw mening daarover?

Niet instemmen

Ik ben het niet met je eens. Ik ben het er niet mee eens. Daar ben ik het niet mee eens. Dat vind ik niet. Dat is niet waar. Dat klopt niet. Dat slaat nergens op. Vriendelijk: Ik begrijp je wel, maar ... Ik ben het gedeeltelijk met je eens, maar ... Ja, maar denk je niet dat ...

finale 2019.indd 215

Taalhulp 7 Hoe zeg ik het?

215

De finale

15-02-19 16:51


Onderbreken

Sorry, maar … Mag ik je even onderbreken … Mag ik even?

Opsommen

ten eerste / ten tweede … in de eerste plaats / in de tweede plaats … eerst / dan / vervolgens / daarna / tot slot … bovendien / verder / ook

Overtuigen

Het is toch zeker zo dat … Je moet toch toegeven dat … Het is toch duidelijk dat … Jij vindt toch ook dat …

Protesteren

Dat doe ik niet! Dat wil ik niet. Dat kan ik niet doen. Ik ben het hier niet mee eens. Ik vind dit niet eerlijk! Dat neem ik niet! Dat kunnen we niet accepteren. We zullen ons hier niet bij neerleggen. Ik ga niet akkoord met … Ik protesteer tegen …

Reageren op kritiek Sorry, … Neem me niet kwalijk. O, wat dom van me! Ja, ik weet het, het is niet zo best. Het is mijn fout. Ja, dat doe ik voortaan anders. Hoe bedoel je dat? Ik begrijp niet goed wat je bedoelt. Wat is er niet goed aan? Waarom zeg je dat? Maar dat is niet waar! Dat klopt toch niet. Ik vind het zelf wel goed, hoor. Ik ben het niet met je eens.

De finale

Uitleg vragen

Wat bedoel je precies? Kun je dat uitleggen?

Voorkeur geven

Ik houd van ... Ik ga liever naar ... Dat is leuk / fantastisch / te gek. Dat vind ik lekker / heerlijk. Ik ben dol / gek op ... Ik houd niet van ... Dat is niet leuk.

216

finale 2019.indd 216

Taalhulp 7 Hoe zeg ik het?

15-02-19 16:51


Dat is vervelend. Dat is niks voor mij. Dat vind ik niet zo lekker. Ik ben niet zo dol / gek op ... Ik heb een hekel aan ... Wat ik niet zo leuk vind van ... is ... Liever niet. Voorstel doen

Wat vind je van ...? Zullen we naar ... gaan? Heb je zin om ...? Ik stel voor dat we ... Waarom gaan we niet ...? Ga je mee ...?

Waarschuwen

Kijk uit! Pas op! Let op! Voorzichtig! Afblijven! Opzij! Stop! Nee! Je moet beter uitkijken. Wees voorzichtig. Dat is gevaarlijk. U neemt grote risico’s als u zo doet. Is het wel verstandig om ...? Is het niet beter om ...? Ik zou het niet doen, als ik jou was.

Weigeren

Nee, dat wil ik niet. Nee hoor, dat kan niet. Geen denken aan. Het spijt me, maar ik denkt niet dat het lukt. Sorry, het gaat helaas niet. Oh, wat jammer! Ik kan niet.

finale 2019.indd 217

Taalhulp 7 Hoe zeg ik het?

217

De finale

15-02-19 16:51


Grammatica

finale 2019.indd 218

15-02-19 16:51


1 1.1

Het werkwoord

De werkwoordstijden

presens (pre.)

zie ook: De opmaat, p. 223 De sprong, p. 236

Regelmatige verba singularis 1

ik 2 jij/je stam u 3 hij/zij/ze/het

stam stam + -t jij/je stam + -t stam + -t

ik jij/je werk u hij/zij/ze/het

werk werkt jij/je werkt werkt

infinitief infinitief infinitief

wij jullie zij/ze

werken werken werken

pluralis 1

wij jullie 3 zij/ze 2

spelling

finale 2019.indd 219

open / actieve vocaal gesloten / passieve vocaal

singularis pluralis

woon wonen

vertrek vertrekken

Grammatica 1 Het werkwoord

219

De finale

15-02-19 16:51


Onregelmatige verba: hebben en zijn singularis

hebben

zijn

1

heb hebt heb je hebt / heeft heeft

ben bent ben je bent is

hebben hebben hebben

zijn zijn zijn

ik 2 jij/je u 3 hij/zij/ze/het

pluralis 1

wij 2 jullie 3 zij/ze

Gebruik van presens: •

informatie geven over het hier en nu Vandaag werken we tot 18.00 uur. spreken over een gewoonte in het heden (vaak met het woord ‘altijd’ erbij) Ik werk altijd van 9.00 tot 17.00 uur. spreken over de toekomst Morgen werk ik niet.

imperfectum (imp.)

zie ook: De opmaat, p. 234 De sprong, p. 242

Regelmatige verba singularis (voor alle personen): pluralis (voor alle personen): Regel:

stam + -te of -de stam + -ten of -den

Kijk naar de consonanten in het woord ’t e x - k o f s ch i p Kijk naar de stam van het verbum. Is de laatste letter van de stam een van deze consonanten? Dan is het imperfectum: stam + -te(n) Is de laatste letter van de stam een andere consonant of een vocaal? Dan is het imperfectum: stam + -de(n)

De finale

220

finale 2019.indd 220

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Voorbeelden: infinitief

Let op

stam

imperfectum singularis

imperfectum pluralis

stoppen maken wachten faxen bellen wonen horen antwoorden

stopte maakte wachtte faxte belde woonde hoorde antwoordde

stopten maakten wachtten faxten belden woonden hoorden antwoordden

stop maak wacht fax bel woon hoor antwoord

verba met z in de infinitief: imperfectum eindigt op -sde(n) verba met s in de infinitief: imperfectum eindigt op -ste(n)

Voorbeelden: verhuizen dansen

Ellen verhuisde voor haar werk naar Brussel. Op het feest danste Ellen de hele avond met Richard.

verba met v in de infinitief: imperfectum eindigt op -fde(n) verba met f in de infinitief: imperfectum eindigt op -fte(n) Voorbeelden: leven surfen

De prins en prinses leefden nog lang en gelukkig. Alice en Tom surften op verschillende oceanen.

Onregelmatige verba Veel verba zijn onregelmatig. Bij deze verba kunt u de vormen van het imperfectum niet zelf maken. Zoek de goede vorm op in de lijst op de website en leer de vormen uit uw hoofd.

Gebruik van imperfectum:

finale 2019.indd 221

beschrijving van bijzonderheden in het verleden, als de aandacht van de luisteraar al verplaatst is naar het verleden Het was afgelopen weekend erg druk in de stad.

gewoonte in het verleden Vroeger fietsten we altijd samen naar school.

op elkaar volgende acties in het verleden Eerst namen we de trein naar Berlijn en daar namen we een taxi naar ons hotel.

Grammatica 1 Het werkwoord

221

De finale

15-02-19 16:51


perfectum (perf.)

zie ook: De opmaat, p. 228 De sprong, p. 238

perfectum = een combinatie van twee verba: verbum 1 = auxiliair = een vorm van hebben of zijn verbum 2 = participium

Regelmatige verba auxiliair + hebben / zijn Regel:

participium ge + stam + -t of -d

Kijk naar de consonanten in het woord: ’t e x – k o f s ch i p Kijk naar de stam van het verbum. Is de laatste letter van de stam een van deze consonanten? Dan is het participium: ge + stam + t Is de laatste letter van de stam een andere consonant of een vocaal? Dan is het participium: ge + stam + d

Voorbeelden: infinitief werken pakken koken praten luisteren rennen wonen antwoorden

Let op

stam

perfectum

werk pak kook praat luister ren woon antwoord

heb gewerkt heb gepakt heb gekookt heb gepraat heb geluisterd heb gerend heb gewoond heb geantwoord

verba met z in de infinitief: participium eindigt op -sd verba met s in de infinitief: participium eindigt op -st

Voorbeelden: reizen dansen

We hebben door verschillende Aziatische landen gereisd. Op het feest hebben we de hele avond gedanst.

verba met v in de infinitief: participium eindigt op -fd verba met f in de infinitief: participium eindigt op -ft Voorbeelden: proeven surfen

De finale

222

finale 2019.indd 222

Hebben jullie die lekkere kaas al geproefd? Hebben jullie weleens op de Noordzee gesurft?

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Onregelmatige verba Veel verba zijn onregelmatig. Bij deze verba kunt u de vorm van het participium niet zelf maken. Zoek de goede vorm op in de lijst op de website en leer de vormen uit uw hoofd.

Verba zonder (extra) ge- in het participium Als een verbum begint met een van de volgende onbeklemtoonde syllabes: ge-, be-, ver-, her-, ont-, erdan begint het participium met dezelfde syllabe. Het participium krijgt dus geen (extra) syllabe ge- aan het begin. gebeuren beloven vergoeden herhalen ontmoeten erkennen

Gisteren is er op de A2 een ernstig ongeluk gebeurd. Hij heeft beloofd op tijd te komen. Mijn werkgever heeft mijn reiskosten vergoed. De docent heeft de grammatica van het adjectief herhaald. Op vakantie in Spanje heeft zij haar partner ontmoet. Hij heeft zijn fout erkend.

Gebruik van perfectum: •

•

vanuit het perspectief van het heden informatie geven over een afgesloten gebeurtenis of handeling in het verleden Ik ben vorige week in Parijs geweest. een eenmalige gebeurtenis in het verleden beschrijven Nederland heeft in 1988 het Europees kampioenschap voetbal gewonnen.

Opmerking: In dagelijkse gesprekken over (recent) verleden is het beter om perfectum te gebruiken dan het imperfectum. Voorbeeld:

finale 2019.indd 223

A: Wat heb je gisteren gedaan? (Dus niet: Wat deed je gisteren?) B: Ik ben thuisgebleven en heb tv gekeken (Dus niet: Ik bleef thuis en keek tv.)

Grammatica 1 Het werkwoord

223

De finale

15-02-19 16:51


plusquamperfectum (plus.)

zie ook: De sprong, p. 245

Regelmatige verba auxiliair had/hadden was/waren

+

participium ge + stam + -t / -d

Voorbeelden: Nadat Piet zijn studie medicijnen had afgemaakt, ging hij in een zieken huis werken. Nadat we naar de supermarkt waren geweest, gingen we naar huis.

Gebruik van plusquamperfectum: •

•

1.2

vanuit het verleden praten over een gebeurtenis die nog verder in het verleden ligt Gisteren las ik in de krant dat er eergisteren een ongeluk was gebeurd met twee vrachtwagens. Toen we op de camping aankwamen, zagen we dat er een bosbrand was geweest. Een deel van de bomen was zwartgeblakerd. irrealis in het verleden: men stelt zich iets voor wat niet gebeurd is Helaas, we hebben de trein gemist. Als we harder gelopen hadden, hadden we de trein misschien wel gehaald. Tijdens onze vakantie hebben ze ingebroken in ons huis. Als we thuis waren gebleven, hadden ze misschien niet ingebroken.

Hebben en zijn in perfectum en plusquamperfectum zie ook: De sprong, p. 239

We gebruiken zijn bij: 1

Verba die een verandering van situatie uitdrukken: slagen overlijden instappen dalen aankomen ontsnappen opstaan schrikken stijgen vallen vertrekken

De finale

224

finale 2019.indd 224

Hij is geslaagd voor het Staatsexamen NT2. Mijn oma is twee jaar geleden overleden. We zijn in Utrecht ingestapt. De rente is deze week 0,2 procent gedaald. Zijn ouders zijn gisteren op Schiphol aangekomen. Drie criminelen zijn uit de gevangenis ontsnapt. Hoe laat ben je vanochtend opgestaan? We zijn van het nieuws erg geschrokken. De benzineprijs is weer gestegen. Carlo is van zijn fiets gevallen. Het vliegtuig is op tijd vertrokken.

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


2

Verba die een verplaatsing / een beweging uitdrukken, waarbij de richting of bestemming (naar...) in de zin staat: wandelen Na de laatste les zijn we naar het pannenkoekenhuis gewandeld. rijden Ik ben met de auto naar de supermarkt gereden. fietsen Hij is naar het station gefietst. Bij deze werkwoorden gebruiken we hebben in perfectum, als de richting of bestemming niet genoemd wordt in de zin.

Let op

Voorbeelden: We hebben 10 kilometer gewandeld. Ik heb te hard gereden. Hij heeft door de regen gefietst.

3

Overige verba: zijn gaan komen blijven worden beginnen stoppen gebeuren veranderen trouwen slagen zakken mislukken

In mei ben ik in Barcelona geweest. Hoe zijn jullie naar Amsterdam gegaan? Mijn zus is op vakantie naar Nederland gekomen. Na zijn operatie is hij vier dagen in het ziekenhuis gebleven. Hoe oud ben je vandaag geworden? De cursus is vorige week begonnen. Wanneer ben je met roken gestopt? Op het kruispunt is een ongeluk gebeurd. Jij bent niet veel veranderd! Ze zijn tien jaar getrouwd. Nina is voor het Staatsexamen schrijven geslaagd. Nina is voor het Staatsexamen spreken gezakt. De taart is mislukt.

Oefening 1 Vul het verbum op de juiste plaats in. Gebruik presens. Onze zaterdag Voorbeeld: (wonen) Ik met mijn vrouw en kinderen in Amersfoort. Ik woon met mijn vrouw en kinderen in Amersfoort. 1 (hebben)

Ik drie kinderen, een zoon van acht jaar, en twee dochters, een tweeling, van zes jaar. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 225

Grammatica 1 Het werkwoord

225

De finale

15-02-19 16:51


2 (zijn,

staan) Zaterdag een drukke dag voor ons, dan er veel op het programma. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

3 (opstaan,

inpakken) We om 8.00 uur en ik de sporttassen van de kinde-

ren. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

4 (doen,

moeten) Ze namelijk elke zaterdag aan sport, dus we op tijd de deur uit. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

5 (voetballen,

volleyballen) Onze zoon, en onze dochters.

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

6 (beginnen)

De wedstrijden meestal rond 10.00 uur.

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

7 (kijken,

gaan) Terwijl mijn vrouw naar de voetbalwedstrijd van onze zoon, ik met onze dochters naar hun volleybalwedstrijd. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

8 (tegenvallen)

Helaas de resultaten van het team van mijn zoon de laatste

tijd. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

9 (verliezen,

hebben) Hij vaak, maar gelukkig hij toch veel plezier in het voetballen. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

10 (gaan)

Met het volleybalteam van mijn dochters het wel goed.

_________________________________________________________________________________________________________

11 (zijn,

worden) De kans groot dat ze dit seizoen kampioen.

_________________________________________________________________________________________________________

12 (zijn,

lunchen) Meestal we allemaal rond 13.00 uur thuis en dan we sa-

men. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

13 (vinden)

Dat iedereen in het gezin altijd heel gezellig!

_________________________________________________________________________________________________________

14 (doen,

stofzuigen) Na de lunch ik boodschappen en mijn vrouw een deel van het huis. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

15 (spelen,

komen) De kinderen ’s middags vaak met hun leeftijdsgenootjes, en soms een vriendje van mijn zoon bij ons logeren. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

16 (drinken)

Rond 16.00 uur ik met mijn vrouw altijd een kopje thee.

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

De finale

226

finale 2019.indd 226

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


17 (kunnen,

nemen) We dan uitrusten en even de tijd om bij te praten.

_________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

18 (klaarmaken,

koken) Door de week mijn vrouw het eten, maar op zater-

dag ik altijd. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

19 (bakken,

vinden) Meestal ik pannenkoeken, want dat de kinderen heer-

lijk. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

20 (kijken,

moeten) Na het eten de kinderen tot 20.00 uur tv, en daarna ze naar bed. _________________________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________________________________

Oefening 2 Werk in groepjes van drie. Bespreek onderstaande punten en gebruik presens. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Vertel wat u altijd op zaterdag doet. Vertel wat u altijd op maandag doet. Vertel wat u altijd ’s avonds doet. Vertel wat u meestal in het weekend doet. Vertel wat u bijna nooit door de week doet. Vertel wat u soms op zondag doet. Vertel wat u morgen doet. Vertel wat u komende week doet. Vertel wat u uw volgende vakantie doet. Vertel wat u over vijf jaar doet.

Oefening 3 Vul het verbum op de juiste plaats in. Gebruik imperfectum.

Het verjaardagsfeest Voorbeeld: (zijn) Vorige week vrijdagavond een heel gezellige avond . Vorige week vrijdagavond was een heel gezellige avond. 1 (gaan)

Die avond ik met mijn vriend naar een feestje van Simone. worden) Simone namelijk een groot feest omdat ze de volgende dag dertig jaar. 3 (verkleden, komen) Ik me voor het feest en mijn vriend me met de fiets halen. 4 (vieren) Simone haar verjaardag in een cafĂŠ in de stad. 2 (geven,

finale 2019.indd 227

Grammatica 1 Het werkwoord

227

De finale

15-02-19 16:51


5 (binnenkomen)

We om 20.30 uur als een van de eersten het cafĂŠ. staan) In het cafĂŠ veel slingers en ballonnen en op een grote tafel verschillende soorten taart. 7 (feliciteren, geven) We Simone met haar verjaardag en haar een cadeau: een restaurantbon voor twee personen. 8 (nemen, halen) Ik een stukje appeltaart en een kopje koffie. 9 (hebben, bestellen) Mijn vriend geen zin in koffie en direct een biertje. 10 (arriveren) Een half uur later het hockeyteam van Simone. 11 (begroeten, vragen) Ze Simone enthousiast en haar om even te gaan zitten. 12 (zitten, beginnen) Toen Simone, het hockeyteam een speciaal lied voor haar te zingen, met veel grappen over haar blunders op het hockeyveld. 13 (zijn, kunnen) De tekst hilarisch, maar de hockeymeiden absoluut niet zingen. 14 (klinken, klappen) Het lied heel vals, maar toch de andere gasten enthousiast. 15 (dansen, hebben) De rest van de avond iedereen op discomuziek en we veel lol. 16 (zijn, brengen) Om 2.00 uur het feest afgelopen en mijn vriend mij naar huis. 6 (hangen,

Oefening 4 Werk in tweetallen. Beantwoord de vragen. Antwoord in hele zinnen en gebruik imperfectum. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

De finale

228

finale 2019.indd 228

Wat deed u toen het Kerstmis was? Hoe laat moest u als kind naar bed? Hoe was het weer gisteren? Regende het of scheen de zon? Dronk u als kind melk bij het ontbijt? Luisterde u vroeger altijd naar uw ouders? Keek u als kind veel televisie? Op welke leeftijd ging u voor het eerst vliegen? Haalde u vroeger goede cijfers op school? Wat at u als kind graag? En wat vond u absoluut niet lekker? Waar woonde u vroeger, voordat u naar Nederland kwam? Waar droomde u vroeger van? Wat deed u als kind op zaterdag, en wat op zondag? Wie kookte er vroeger meestal bij u thuis? Hoe ging u vroeger naar school? Kwam u vroeger vaak te laat op school?

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 5 Vul het verbum op de juiste plaats in. Gebruik perfectum.

Een weekendje weg Voorbeeld: (zijn) Ik afgelopen weekend in Berlijn. Ik ben afgelopen weekend in Berlijn geweest. 1 (bezoeken)

Ik een vriend. 2 (nemen) Vrijdagmiddag ik de trein in Amersfoort. 3 (lezen, luisteren) In de trein ik de krant en naar muziek. 4 (ophalen) Mijn vriend me op het station. 5 (gaan, eten) Eerst we naar zijn appartement en daarna we in een restaurant. 6 (slapen) Die nacht ik goed want ik was erg moe van de reis. 7 (huren, fietsen) Zaterdag we een fiets en we door de stad. 8 (zien) Ik veel historische plaatsen. 9 (lunchen) Onderweg we in een gezellig café. 10 (winkelen) ’s Middags ik nog even. 11 (kopen) Ik een paar souvenirs en twee T-shirts. 12 (koken) ’s Avonds mijn vriend voor mij en een paar andere vrienden. 13 (klaarmaken) Hij een typisch Duitse maaltijd. 14 (gaan) Zondagochtend we nog naar een museum. 15 (vertrokken) Om 13.00 uur ik weer met de trein naar Nederland. Het was een fantastisch weekend!

Oefening 6 Werk in tweetallen. Beantwoord de vragen. Antwoord in hele zinnen en gebruik perfectum. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

finale 2019.indd 229

Wanneer bent u naar Nederland gekomen? Wanneer is deze cursus begonnen? Wanneer bent u voor het laatst op vakantie geweest? Tot welke leeftijd hebt u bij uw ouders gewoond? Wat hebt u vandaag gedaan voordat u naar de les kwam? Wat hebt u gisteravond gegeten en gedronken? Welke film hebt u als laatste gezien? Hebt u veel gereisd? Naar welk(e) land(en)? Hebt u weleens een ongeluk gehad? Wanneer zijn uw ouders getrouwd? Welke sport(en) hebt u vroeger gedaan? Bent u weleens naar een Nederlandse verjaardag geweest? Wanneer hebt u het huiswerk gemaakt? Met wie hebt u vaak samengewerkt? Wat hebt u tot nu toe nog nooit gedaan?

Grammatica 1 Het werkwoord

229

De finale

15-02-19 16:51


16

Hebt u vroeger vaak gefietst? Waar naartoe? Hebt u weleens op een sportfiets gefietst? En op een tandem? 18 Wat is er de laatste tien jaar in uw land veranderd? 19 Waar bent u onlangs van geschrokken? 20 Hebt u een rijbewijs? Wanneer bent u voor uw rijexamen geslaagd? 17

Oefening 7 Vul het verbum op de juiste plaats en in de juiste vorm en tijd in.

De wegenwacht 1

Twee jaar geleden ik met mijn vriend op vakantie in Duitsland. We nog student en geen auto. Gelukkig we de auto van mijn vader. Het een blauwe Opel Astra. Mijn vader hem eerder dat jaar tweedehands. Op de heenweg er niks aan de hand, maar op de terugweg de auto steeds langzamer. Hoewel ik hard op het gaspedaal, hij niet harder. Op een gegeven moment ik de auto aan de kant van de weg 10 moeten, bellen en we de wegenwacht. 11 vragen, staan De telefoniste waar we precies 12 zeggen, komen en ze: ‘Er binnen een half uur hulp.’ 13 wachten, bellen Nadat we een uur, we nog een keer. 14 verstaan De telefoniste ons de eerste keer niet goed. 15 komen Gelukkig de wegenwacht toen snel. 16 hebben, moeten We een probleem met de bougies en naar een garage. 17 zijn, kunnen Binnen een kwartier de auto klaar en we naar huis. Eind goed, al goed! zijn 2 zijn, hebben 3 mogen, lenen 4 zijn 5 kopen 6 zijn 7 rijden 8 drukken, gaan 9 zetten

Oefening 8 Kies de juiste vorm van het verbum. Kies tussen perfectum en plusquamperfectum. Voorbeeld: (eten) We hebben vanavond heerlijk gegeten in een restaurantje aan de haven. Daarvoor hadden we daar nog nooit gegeten. 1 (wonen)

Maria ___________________________ van haar 10e tot haar 16e in Brazilië . Daarvoor _______________________________ ze vijf jaar in Indonesië _____________________________________________ . 2 (zijn) Zaterdag __________________________ ik in Groningen ___________________________ . Ik ___________________________ er nog niet eerder _________________________________________ . Het is een prachtige stad! ___________________________________

De finale

230

finale 2019.indd 230

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


3 (kopen)

Nadat mijn broer een nieuwe lcd-televisie _______________________________ , ________________________________________ ik er ook zo een ____________________________________ . Ik vond hem zo mooi! 4 (schaatsen) Omdat het flink had gevroren, ____________________________________ we gisteren met een aantal vrienden _______________________________________ . Het was minstens drie jaar geleden dat ik voor het laatst __________________________________ ___________________________________ . 5 (afwassen) Nadat hij na het eten _______________________________________________________ ___________________________________ , (aanzetten) _____________________________________________ hij de televisie ___________________________________________ om naar het nieuws te kijken. ___________________________________

Oefening 9 Beantwoord onderstaande vragen in tweetallen of kleine groepjes. Let op het gebruik van de werkwoordstijden! 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

finale 2019.indd 231

Wanneer bent u met deze cursus begonnen? Had u daarvoor al een andere taalcursus gevolgd? Met wie spreekt u regelmatig Nederlands? Had u al vaak Nederlands gesproken voordat de cursus begon? Wanneer drinkt u meestal koffie? Hebt u vandaag al koffiegedronken? Wat deed u gisteravond nadat u had gegeten? Wat deed u vanochtend nadat u had ontbeten? Wat hebt u het afgelopen weekend gedaan? Wie kookt er meestal bij u thuis? Hebt u gisteravond zelf gekookt, of iemand anders? Wat moet u elke dag doen? Lukt dat, of slaat u weleens een dag over? Wanneer geeft u een feest? Hebt u afgelopen jaar een feest gegeven? Speelde u vroeger een muziekinstrument? En nu? Wat hebt u na de vorige les gedaan? En wat doet u vandaag na de les? Naar welk televisieprogramma kijkt u regelmatig? Wanneer is dit programma meestal op tv? Wanneer bent u voor het laatste naar de bioscoop geweest? Welke film hebt u toen gezien? Wanneer hebt u uw middelbare schooldiploma gehaald? Wat ging u doen nadat u dat diploma had gehaald? Vertel over een vreemde, bijzondere of grappige gebeurtenis die u vroeger hebt meegemaakt. Wat was er vreemd, bijzonder of grappig aan die gebeurtenis?

Grammatica 1 Het werkwoord

231

De finale

15-02-19 16:51


Oefening 10 Vul de verba in de juiste vorm en tijd in. Let op het gebruik van hebben en zijn.

Vrije opvoeding Het is onduidelijk of het volgende verhaal echt (gebeuren) _______________________ _______________________ maar het (zijn) _______________________ in diverse Europese landen bekend. Voor de kassa in een supermarkt (staan) _______________________ een vrouw, een jongetje van vier met zijn moeder, een punker van een jaar of achttien en een oudere heer. Het jongetje (rammen) _______________________ de hele tijd met het winkelkarretje tegen de enkels van de vrouw voor hem. Die vrouw (vragen) _______________________ al een paar keer _______________________ of hij daarmee (willen, ophouden) _______________________ _______________________ , maar zonder resultaat. Toen de vrouw aan de moeder van het jongetje (vragen) _______________________ of zij er iets van (willen, zeggen) _______________________ _______________________ , (reageren) __________________________ de moeder met ‘Nee hoor, ik (geven) _______________________ hem een vrije opvoeding en als hij er behoefte aan (hebben)_____________________ , (mogen, doen) _______________________ hij het _______________________ .’ Toen (pakken) _______________________ de punker achter haar een fles tomatensap uit zijn karretje, (maken) _______________________ hem open en (gieten) _______________________ hem leeg over het jongetje. De moeder (worden) _______________________ kwaad en (schreeuwen) _______________________ : ‘(worden) _______________________ je nou helemaal gek _______________________ ?!’ ‘Ja, hoor eens,’ (antwoorden) _______________________ de punker, ‘ik (hebben) _______________________ een vrije opvoeding _______________________ en ik (voelen) _______________________ een onweerstaanbare behoefte om dit te doen.’ Waarop de oudere heer (zeggen) _______________________ : ‘En laat mij die fles tomatensap maar betalen.’ Bron: Peter Burger: De wraak van de kangoeroe, 1992

Oefening 11 Vul de verba in de juiste vorm en tijd in. Let op het gebruik van hebben en zijn.

Verloren (kijken) ‘ _______________________ je gisteren ook naar de voetbalwedstrijd Frankrijk – Italië _______________________ ?’ ‘Nee, ik (kijken) _______________________ nooit naar voetballen want dan (zitten) _______________________ ik (zich ergeren) _______________________ alleen maar te _______________________ .’ ‘Nou, dan (missen) _______________________ je echt iets _______________________ . Het (zijn) _______________________ de finale van het WK-voetbal maar ook de afscheidswedstrijd van Zinedine Zidane, Frankrijks beste voetballer. Helaas (krijgen) _______________________ hij in de tweede helft een rode kaart. De finale

232

finale 2019.indd 232

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


De toeschouwers (reageren) _______________________ verontwaardigd want het (zijn) _______________________ niet helemaal duidelijk wat er daarvoor (gebeuren) _______________________ _______________________ . Maar tv-kijkers (kunnen zien) _______________________ _______________________ dat het een terechte rode kaart (zijn) _______________________ omdat hij een kopstoot (geven) _______________________ aan een Italiaanse verdediger. Die man (zeggen) _______________________ waarschijnlijk iets beledigends _______________________ . Het (zijn) _______________________ wel erg sneu voor Zidane. Wat een glorieuze afscheidswedstrijd en een overwinning voor Frankrijk (kunnen worden) _______________________ _______________________ , (eindigen) _______________________ in een nederlaag voor Frankrijk Ên voor hem.’

1.3

Separabele en niet-separabele verba zie ook: De opmaat, p. 237 De sprong, p. 247

Separabele en niet-separabele verba bestaan uit een prefix en een basisverbum. separabele verba: het accent valt altijd op het prefix, op het eerste woorddeel dus. Voorbeeld:

(overdrijven) De wolken drijven over. niet-separabele verba: het accent valt niet op het prefix, maar direct achter het prefix.

Voorbeeld:

(overdrijven) Doe niet zo zielig, je overdrijft.

Separabele verba Voorbeelden: afwassen, uitstappen, inslapen, opzoeken, wegbrengen, ophalen, uitkijken

presens (pre.) Hoofdzin Ik was vanavond af. Ik beloof je dat ik vanavond afwas. Bijzin

imperfectum (imp.) Hoofdzin Bijzin

finale 2019.indd 233

Mijn moeder stapte een halte te vroeg uit. Toen mijn moeder uitstapte, regende het hard.

Grammatica 1 Het werkwoord

233

De finale

15-02-19 16:51


modaal verbum (pre. of imp.) + infinitief Ik wil jullie voor mijn verjaardag uitnodigen. We moeten vroeg opstaan. Jij zou me gisteren toch opbellen? We moesten vorige week veel huiswerk inleveren.

perfectum en plusquamperfectum (perf. en plus.) Hoofdzin Hij heeft ons voor zijn verjaardag uitgenodigd. Er heeft een ongeluk plaatsgevonden. Hij had het bezoek aan de huisarts al een keer uitgesteld. Bijzin

Weet je dat ik die grammatica al drie keer heb uitgelegd? of: Weet je dat ik die grammatica al drie keer uitgelegd heb? Ze begreep de tekst pas nadat ze veel woorden had opgezocht. of: Ze begreep de tekst pas nadat ze veel woorden opgezocht had.

te + infinitief Je hoeft me niet meer op te bellen. Ik probeer het huiswerk op tijd in te leveren.

imperatief Pas op! Ga weg! Trek een jas aan! Neem een paraplu mee!

Niet-separabele verba Het accent komt direct achter het prefix. Voorbeelden: mislukken, omschrijven, ondertekenen, overtuigen, voorspellen, overleggen

presens en imperfectum: verbum niet gescheiden. presens (pre.) Mijn appeltaart mislukt altijd want mijn oven werkt niet goed. Ik baal ervan dat mijn appeltaarten altijd mislukken.

De finale

234

finale 2019.indd 234

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


imperfectum (imp.) Hij ondertekende het contract met een gouden vulpen. De getuige omschreef de verdachte als een jongensachtig Harry Pottertype.

perfectum en plusquamperfectum (perf. en plus.) Perfectum en plusquamperfectum: geen ge- bij het participium (dezelfde regel als bij de verba met ongeaccentueerd prefix be-, ge-, ver-, ont-, her- en er-). De onderhandelingen zijn mislukt. Dat hadden ze voorspeld. De leraar heeft ons overtuigd dat we hard moeten studeren Nadat ze het contract hadden ondertekend, dronken ze een glas champagne

te + infinitief Hij probeerde een botsing te voorkomen door zijn stuur om te gooien.

imperatief Onderteken de brief en stuur hem terug in de bijgevoegde envelop.

Oefening 12 Separabele verba: Vul het verbum in de juiste vorm en op de juiste plaats in. Voorbeeld:

(opbellen) Ik je vanavond. Ik bel je vanavond op. 1 (ophouden)

Ik word gek van je gezeur. Je moet nu echt! Nu ik eerst met mijn werk, en dan ga ik naar huis. 3 (opzoeken) In de vakantie heb ik al mijn vrienden. 4 (toenemen) Het financieringstekort is het afgelopen jaar. 5 (plaatsvinden) Ze zeggen dat de lessen in dat nieuwe gebouw. 6 (uitleggen) Ik begrijp het niet. Kun je dat nog een keer? 7 (uitgaan) Als ik, 8 (aantrekken) ik meestal mijn mooiste kleren. 9 (voorkomen) Het vaak dat het in Nederland regent. 10 (nadenken) Stil nou toch! Ik probeer. 11 (meebrengen) Omdat je jarig bent, heb ik bonbons voor je. 12 (aanstaan) Als je langs de huizen loopt, zie je dat bijna overal de tv. 13 (oplossen) Eindelijk zijn al mijn problemen. 14 (uitnodigen) Toen hij jarig was, hij veel vrienden voor zijn verjaardag. 15 (opwarmen) Nadat mijn moeder de soep had, zette ze de pan op tafel. 2 (doorgaan)

finale 2019.indd 235

Grammatica 1 Het werkwoord

235

De finale

15-02-19 16:51


16 (afstuderen)

(aanmelden)

Nadat Pieter aan de hogeschool was, ging hij zich voor een vervolgstudie aan de universiteit.

Oefening 13 Niet-separabele verba: Vul het verbum in de juiste vorm en op de juiste plaats in. Voorbeeld:

(ondervinden) Ik heb tijdens mijn studie veel problemen. Ik heb tijdens mijn studie veel problemen ondervonden. 1 (voorspellen)

Het KNMI heeft voor de komende dagen een hittegolf. 2 (onthouden) Ik weet dat je morgen jarig bent, dat heb ik. 3 (overtuigen) Hij was ervan dat hij gelijk had. 4 (vertellen) Je vrouw gisteren dat ze weer zwanger is. Wat een leuke verrassing! 5 (onderbreken) Ik vind het vervelend dat je me steeds. 6 (herkennen) Het is niet gek dat je haar niet. Jullie hebben elkaar twintig jaar niet gezien. 7 (voorkomen) Gelukkig heeft de brandweer dat het huis helemaal afbrandde. 8 (gebeuren) Gisteren is er een ernstig ongeluk waarbij drie doden zijn gevallen. 9 (omschrijven) Dit kan de overvaller niet zijn. Hij werd als een jongensachtig type. 10 (overleggen) We hebben gisterochtend drie uur over de problemen op het werk. 11 (veranderen) Wat is er aan jou? Ben je naar de kapper geweest of heb je een nieuwe bril? 12 (ondersteunen) De wandelaars, die bijna uitgeput waren, elkaar zo goed als ze konden. 13 (overlijden) Vorige week is zijn schoonmoeder op 89-jarige leeftijd. 14 (verrassen) Voor mijn verjaardag heeft mijn man mij met een etentje. 15 (overdrijven) Waarom wil je je collega zo’n duur cadeau geven? je niet een beetje? 16 (ondervragen) De verdachte is urenlang door de politie. 17 (ervaren) Ik heb de zomercursus als erg gezellig. 18 (ondergaan) De patiÍnt gisteren een zware hartoperatie en werd daarna naar de intensive care gebracht.

De finale

236

finale 2019.indd 236

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 14 Bespreek de volgende keuzes in groepjes van drie. Wat kiest u en waarom? 1

A Ik lever mijn huiswerk altijd zo snel mogelijk in, zodat ik op tijd ben. B Ik kijk mijn huiswerk eerst zelf goed na en lever het een dag later in. 2

A Ik stuur mijn Nederlandse mails altijd direct door naar vrienden of collega’s. B Voordat ik mijn Nederlandse mails doorstuur, laat ik ze eerst controle ren door een vriend of een collega. 3

A Ik leg elke avond mijn kleding voor de volgende ochtend al klaar. B Ik bedenk ’s ochtends pas wat ik die dag zal aantrekken.

4

A Als het slecht weer is, ga ik altijd met de auto of met het openbaar vervoer. B Als het slecht weer is, ga ik toch gewoon lopen of fietsen. 5

A Als ik niet genoeg geld heb, rijd ik weleens zwart in de bus of de tram. B Als ik niet genoeg geld heb, durf ik niet in een bus of tram te stappen. 6

A B

Als iemand geld van mij leent, wil ik dat die persoon het zo snel mogelijk aan mij terugbetaalt. Als iemand geld van mij leent, vind ik het geen probleem als die persoon het niet snel terugbetaalt.

7

A Als ik geld overhoud, geef ik dat het liefst uit aan uitgaan en vakanties. B Als ik geld overhoud, geef ik dat het liefst uit aan de inrichting van mijn huis. 8

A Als we te veel gekookt hebben en eten overhebben, gooien we de rest weg. B Als we te veel gekookt hebben en eten overhebben, bewaren we de rest voor de volgende dag of geven we het aan de buren. 9

A Ik houd op met Nederlands leren zodra ik me redelijk kan redden in de taal. B Ik houd pas op met Nederlands leren als ik alles perfect begrijp en vloeiend Nederlands kan spreken. 10

A Ik kan er niet tegen om onder stress te werken. Dat houd ik niet lang vol. B Onder stress werken vind ik een uitdaging. Het stimuleert me tot betere prestaties.

finale 2019.indd 237

Grammatica 1 Het werkwoord

237

De finale

15-02-19 16:51


1.4

Modale verba

zie ook: De opmaat, p. 226 De sprong, p. 254

moeten verplicht zijn, nodig zijn We moeten vandaag die opdracht maken. willen verlangen, wensen Bert wil naar een voetbalwedstrijd kijken. kunnen

mogelijk zijn, in staat zijn Kunnen jullie goed zingen?

mogen

niet verboden zijn, toegestaan zijn Bij dit restaurant mag je alleen buiten op het terras roken.

zullen 1 een voorstel doen Zullen we naar de bioscoop gaan? 2 een belofte doen, een afspraak maken Ik zal vanmiddag boodschappen doen.

presens

moeten

willen

kunnen

mogen

ik jij/u hij/zij

moet moet moet

wil wil / wilt wil

kan mag kan / kunt mag kan mag

zal zal / zult zal

wij jullie zij

moeten moeten moeten

willen willen willen

kunnen kunnen kunnen

zullen zullen zullen

mogen mogen mogen

zullen

De vormen u wilt / u kunt / u zult zijn algemeen geaccepteerd, de vormen u wil / u kan / u zal komen vrijwel alleen in de informele spreektaal voor.

imperfectum

moeten

singularis (ik, jij, u, hij, zij) moest pluralis (wij, jullie, zij) moesten

De finale

238

finale 2019.indd 238

willen

kunnen

mogen

zullen

wilde kon (wou)

mocht

zou

wilden

mochten zouden

konden

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Perfectum één vorm van hebben + modaal verbum (infinitief ) + hoofdverbum (infinitief ) Ik heb altijd al piano willen spelen. Nu ben ik eindelijk met pianoles begonnen. Mijn ouders hebben vroeger altijd hard moeten werken om voor het gezin te zorgen.

Plusquamperfectum had/hadden + modaal verbum (infinitief ) + hoofdverbum (infinitief ) Ik ben gezakt voor de test. Ik had harder moeten studeren, dan zou ik geslaagd zijn. Helaas, de cursus is vol. Als je eerder was geweest, had je je nog kunnen inschrijven.

Oefening 15 Vul het juiste verbum in de juiste vorm in. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Kies uit:

willen – kunnen – mogen – moeten – zullen 1

Die nieuwe kledingzaak op de Oudegracht is fantastisch. Daar _________________________________ je beslist eens naartoe. Ik weet zeker dat je daar de juiste kleding _________________________________ vinden voor elke gelegenheid. 2 A Zou je me dat geld zo snel mogelijk terug _________________________________ geven? B Ja, dat _________________________________ ik doen, maar vandaag lukt niet meer. _________________________________ het ook morgen? 3 _________________________________ we zaterdag ergens in de stad gaan eten? 4 Vorig jaar zijn we in Portugal op vakantie geweest. Dat is ons goed bevallen, maar dit jaar _________________________________ we toch weer naar Frankrijk. 5 Deze kast is heel zwaar, ik _________________________________ hem niet alleen verplaatsen. _________________________________ je me daar even mee kunnen helpen? 6 _________________________________ er nog wat zout in het eten? Het smaakt zo flauw. 7 Ik heb altijd al een reis naar Australië _________________________________ maken, maar ik _________________________________ dat nooit betalen. Nu heb ik genoeg gespaard, en deze zomer _________________________________ ik eindelijk gaan. 8 Ik zou je echt wel _________________________________ helpen met de verhuizing, maar ik ________________________________ het niet. Ik heb er absoluut geen tijd voor. 9 Je haar ziet er verschrikkelijk uit. Zo _________________________________ je niet blijven rondlopen. Je _________________________________ echt snel naar de kapper. 10 Als u in Nederland een vrachtwagen ___________________________________ besturen, _________________________________ u rijbewijs C hebben. Met een gewoon rijbewijs _________________________________ je alleen een personenauto besturen.

finale 2019.indd 239

Grammatica 1 Het werkwoord

239

De finale

15-02-19 16:51


11

A Hé, Karel, waar was je gisteren? Je _________________________________ toch met ons meegaan naar de film? B Ja, sorry, Piet, ik had inderdaad mee _________________________________ gaan, maar ik _________________________________ overwerken. 12 Mijn vader was vroeger metselaar en heeft zich opgewerkt tot bedrijfsleider. Dat was niet makkelijk, hij heeft er heel hard voor ______________________________ werken.

Oefening 16 Vul het juiste verbum in de juiste vorm in. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Kies uit:

willen – kunnen – mogen – moeten – zullen

Toekomstplannen Later __________________________________ ik graag in een grote stad gaan werken. Dan ________________________________ ik wel eerst afstuderen en een leuke baan vinden, en dan ________________________________ ik heel veel moeten solliciteren want het is niet gemakkelijk voor iemand als ik om een goede baan te vinden. Ik ben namelijk niet snel tevreden. Verder ________________________________ ik ook graag een huis kopen in een groene wijk. Het hoeft geen groot huis te zijn, maar wel een huis met een tuin, als dat ________________________________ . Ik houd van tuinieren. Het _______________________________ geen heel oud huis zijn want mijn vriend en ik ________________________________ niet goed klussen. Ik denk niet dat onze ouders ________________________________ komen helpen want die wonen te ver weg. Maar het ________________________________ best een huis zijn van een jaar of vijftig oud. Een beetje verven ________________________________ ik wel, dat vind ik zelfs wel leuk om te doen. Volgens mijn ouders ________________________________ ik wel hard moeten werken want een huis is erg duur en de salarissen in mijn vakgebied en dat van mijn vriend zijn niet zo hoog. Mijn ouders hebben zelf ook altijd hard ________________________________ werken om een huis te ________________________________ kopen. Ik denk dat mijn ouders graag kleinkinderen zouden _____________________________ , en mijn vriend en ik ________________________________ ook wel kinderen maar voorlopig nog niet. Het ________________________________ natuurlijk best allemaal anders gaan dan ik graag zou ________________________________ , maar plannen maken en een beetje dromen ________________________________ toch wel?

De finale

240

finale 2019.indd 240

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 17 Vul het juiste verbum in de juiste vorm en tijd in. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Kies uit:

willen – kunnen – mogen – moeten – zullen

Ziek Vorig jaar heeft mijn zus een zware longontsteking gehad. Ze ________________________________ in ieder geval twee weken niet werken van de dokter, en ze ________________________________ een antibioticakuur slikken. Het duurde heel lang voordat ze naar de dokter ________________________________ want mijn zus is iemand die nooit ziek ________________________________ zijn van zichzelf. Maar uiteindelijk ________________________________ ze toch toegeven dat het ernstig was. De dokter vond het onverantwoord van haar dat ze er zo lang mee door was gelopen. Als ze nog langer had gewacht, had ze dood _______________________________ gaan. Ze ________________________________ pas naar buiten als ze koortsvrij was en de dokter ________________________________ dat ze pas weer ging werken als ze een week zonder koorts was. Ze ________________________________ trouwens ook niet eerder gaan werken want ze was veel te moe. Ze ________________________________ hulp aanvragen bij de thuiszorginstantie want haar man heeft een heel drukke baan dus hij ________________________________ niet voor hun drie kleine kinderen zorgen. En ik had er ook geen tijd voor want ik ________________________________ al voor onze ouders zorgen, die beide ver in de tachtig en hulpbehoevend zijn. Gelukkig is mijn zus weer helemaal opgeknapt. Daar ben ik heel blij om want nu ________________________________ ze mij ook weer een beetje helpen met onze ouders.

Oefening 18 Werk in tweetallen. Beantwoord onderstaande vragen. Gebruik in uw reactie een modaal werkwoord. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

finale 2019.indd 241

Kon uw moeder goed koken? En u? Wat wilt u na deze cursus gaan doen? Moest u op de middelbare school veel huiswerk maken? Mag u bij Staatsexamen NT2 een woordenboek gebruiken? Wat wilde u vroeger worden? Wat moet u één keer per week doen? Kon u als kind met het gezin op vakantie naar het buitenland gaan? Wat mogen mensen in het openbaar vervoer niet doen? Wie kan u helpen als u problemen met uw Nederlands hebt? Wat wilt u op uw verjaardag gaan doen? Wat mogen kinderen niet maar volwassenen wel? Wat kunt u nu goed, maar vroeger nog niet? Wat kon u als kind heel goed, en nu niet meer? Wat wilde u als kind nooit doen? Mocht u als kind laat opblijven? Grammatica 1 Het werkwoord

241

De finale

15-02-19 16:51


1.5

Reflexieve verba

zie ook: De opmaat, p. 240 De sprong, p. 251

reflexief verbum = een verbum + reflexief pronomen me, je, zich of ons Kies het juiste reflexief pronomen op basis van het subject. Voorbeeld:

zich ergeren (aan...) ik erger me ergert je jij ergert zich / u u hij ergert zich zij ergert zich wij ergeren ons jullie ergeren je zij ergeren zich

De plaats van het reflexief pronomen In de hoofdzin na het finiete verbum (het eerste verbum in de zin): Ik douch me elke morgen. Hij heeft zich deze week voor de tweede keer verslapen. Ik herinner me mijn eigen telefoonnummer niet eens meer! Ze kan zich haar pincode niet meer herinneren. Je moet je niet zo aan hem ergeren.

Bij inversie na het subject: Gisteren meldde hij zich ziek. Volgende week ga ik me opgeven voor een cursus Italiaans voor beginners. Vanochtend wilde hij zich niet douchen.

In de bijzin na het subject: Hij zegt dat hij zich bij die beslissing heeft neergelegd. Nadat ik me goed had voorbereid, ging ik examen doen. Omdat wij ons niet kunnen aanpassen aan het Nederlandse weer, gaan we emigreren. Hij zei dat hij zich niets van het ongeluk kon herinneren.

De finale

242

finale 2019.indd 242

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Veelvoorkomende reflexieve verba: (let op: een aantal van deze werkwoorden heeft een vaste prepositie) zich aanmelden voor zich aankleden zich aanpassen aan zich aanstellen zich abonneren op zich afmelden zich afvragen zich amuseren zich baseren op zich bedenken zich bemoeien met zich bevinden zich bezeren zich bezighouden met zich concentreren zich douchen zich ergeren aan zich excuseren voor zich gedragen zich haasten zich herinneren zich houden aan zich inbeelden zich inleven in zich inschrijven voor zich inspannen zich interesseren voor zich inzetten voor zich kleden zich legitimeren zich melden bij

zich misdragen zich neerleggen bij zich omdraaien zich onderscheiden zich ontspannen zich ontwikkelen zich opmaken zich opwinden over zich realiseren zich richten op zich schamen voor zich scheren zich uiten zich uitgeven voor zich uitsloven zich vastklampen aan zich verbazen over zich vergissen in zich verheugen op zich verloven zich vermaken zich verslapen zich verslikken zich verspreken zich verstoppen zich vervelen zich voorbereiden op zich voornemen zich voorstellen aan zich wassen zich zorgen maken over

Oefening 19 Zet het reflexief pronomen op de juiste plaats in de zinnen. In elke zin moet u twee of drie reflexieve pronomina invullen. 1

Mevrouw X werkte al drie jaar als arts in een ziekenhuis, terwijl ze niet de juiste kwalificaties had. Ze had al drie jaar voor een arts uitgegeven. Niemand had afgevraagd of ze wel gekwalificeerd was. 2 Sander heeft vorige week al drie keer verslapen, omdat zijn wekker kapot is. Hij heeft voorgenomen om een nieuwe wekker te kopen. 3 Ik heb vorige week voor een cursus fotografie opgegeven. De cursus is nog niet vol, dus als je zin hebt, kun jij er ook voor inschrijven.

finale 2019.indd 243

Grammatica 1 Het werkwoord

243

De finale

15-02-19 16:51


4

5 6 7

8 9

10

De docent kon na de eerste les niet alle namen van de cursisten herinneren. Tijdens de tweede les vergiste hij regelmatig in de naam als hij iemand aansprak. Waarom erger je toch altijd zo aan die praatprogramma’s op tv?! Ik zou er niet zo over opwinden, zo belangrijk zijn die programma’s toch niet? Hij zegt dat hij elke dag scheert, maar nu heeft hij een stoppelbaardje; zo te zien heeft hij de afgelopen dagen niet geschoren. Verbazen jullie nooit over het gemak waarmee mensen hun rommel zomaar op straat gooien? Ik wel, ik vraag af waarom mensen dat doen zonder te schamen. Wij kunnen voorstellen dat u door het lawaai niet op de les kunt concentreren. Mandela heeft onderscheiden als een groot leider. Hij zette volledig in voor de strijd tegen de apartheid en als president sloofde hij uit om van Zuid-Afrika een beter land te maken. Marjan vindt dat haar baas veel te veel bemoeit met haar werk. Morgen gaat hij voor drie weken op vakantie, dus Marjan verheugt al op drie weken rust.

Oefening 20 Stel in tweetallen onderstaande vragen aan elkaar. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

De finale

244

finale 2019.indd 244

In welke situatie(s) moet u zich vaak haasten? Waar verheugt u zich dit jaar het meeste op? Wat hebt u zich op 1 januari voorgenomen voor het nieuwe jaar? Verveelde u zich vaak als kind, of kon u zich goed vermaken? Waar vergist u zich weleens in? Gebeurt dat soms of regelmatig? Hebt u zich aan uw buren voorgesteld, of andersom? Speelde u vaak verstoppertje als kind? Waar verstopte u zich dan? Wat wilt u graag kopen maar kunt u zich niet veroorloven? Kunt u zich na een drukke dag gemakkelijk ontspannen? Hoe doet u dat? Met welke programma’s op tv kunt u zich amuseren? Aan welke programma’s op tv ergert u zich? Houdt u zich altijd aan de verkeersregels in Nederland? En in uw eigen land? Hebt u zich goed op de les van vandaag voorbereid? Welk thema uit het nieuws interesseert u op dit moment heel veel? Over welk thema uit het nieuws kunt u zich erg opwinden? In welke situatie(s) moet u zich legitimeren? Hoe vermaakt u zich meestal in het weekend? Hoe laat kleedt u zich ’s ochtends meestal aan? Voor welk goed doel wilt u zich graag inspannen? Waarover maakt u zich de laatste tijd weleens zorgen?

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 21 Zet het reflexief pronomen op de juiste plaats in de zin. Sleutels kwijt Mijn man is altijd zijn sleutels kwijt. Niet alleen zijn sleutels trouwens, maar ook zijn telefoontje, agenda, autosleutels, en soms zelfs zijn bril. Wij verbazen nergens meer over, en hij kan zichzelf niet verbeteren want hij is nou eenmaal zo. Laatst was het weer eens zover. Het hele huis was ’s morgens vroeg in rep en roer want zijn autosleutels lagen niet op de gebruikelijke plaats. Hij kon natuurlijk niet herinneren waar hij ze gelaten had. Hij rende heen en weer door het huis terwijl hij hardop afvroeg waar zijn autosleutels toch gebleven waren. Het was bijna half negen en hij had haast om naar zijn werk te gaan, dus hij liep steeds meer op te winden. Ik ken hem langer dan vandaag, dus ik bemoei er niet mee en ik trek meestal niets van het gemopper aan. Maar mijn dochter vindt het altijd erg vervelend als hij zo is, dus zij begon ermee te bemoeien en liep op een gegeven moment naar de auto. Tot haar grote verbazing kon ze het portier gewoon openmaken, en de sleutels zaten in het contact! Lachend hield ze ze omhoog en riep: ‘Pa, je hebt gisteren veel te veel ingespannen, anders had je ze nooit in de auto laten zitten.’ Waarop hij naar haar omdraaide en zei: ‘Waar bemoei je mee?!’ In plaats van te ontspannen en haar te bedanken dat ze de sleutels had gevonden, stapte hij in en reed weg zonder te groeten. Mijn dochter verbaasde over zijn gedrag, maar achteraf hebben we samen rot gelachen over deze idiote gebeurtenis. En eigenlijk hebben we vreselijk geluk gehad dat de inbrekers en autodieven die nacht ergens anders aan het werk waren!

1.6

Verba + infinitief zie ook: De sprong, p. 257

verbum + infinitief zonder te

presens mogen moeten zullen kunnen willen laten gaan komen blijven zien

finale 2019.indd 245

Mag ik hier roken? Jullie moeten het opstel bij Peter inleveren. Hij zal u met de auto ophalen. Kun je zaterdag boodschappen voor me doen? Mijn buurman wil een motor kopen. Volgende week laten we ons huis schilderen. Zij gaat kijken of de post er al is. Komen jullie morgen een borreltje drinken? Blijft u bij ons eten? Zag u de poes op het balkon liggen?

Grammatica 1 Het werkwoord

245

De finale

15-02-19 16:51


horen We hoorden de baby huilen. voelen Ik voelde een spin over mijn voet lopen. leren Ik leerde mijn buurvrouw fietsen.

perfectum en plusquamperfectum een vorm van hebben of zijn + dubbele infinitief (dus geen participium!) Voorbeelden: Hij heeft dit weekend zaterdag en zondag moeten werken. Hebben jullie je huiswerk kunnen maken? Zij heeft haar auto laten repareren. We hebben de fietser zien vallen. Ik heb Prince live horen optreden. Zijn jullie naar de voetbalwedstrijd gaan kijken? Is hij bij je komen eten? Onze vrienden zijn dit weekend bij ons blijven slapen. Ik heb mijn buurman leren fietsen. Ik had je gisteren moeten bellen, maar dat ben ik vergeten, sorry. Toen hij zijn auto had laten repareren, kon hij er weer mee rijden. Nadat we in Nederland waren komen wonen, begonnen we met een taalcursus. Omdat ik te lang op het feest was blijven hangen, miste ik de laatste trein.

verbum + te + infinitief

Eerste groep

presens

durven Ik durf niet in het donker te fietsen. hoeven Hij hoeft helemaal niets te doen. staan We staan hier al een half uur op de bus te wachten. zitten Wim zit een spannend boek te lezen. De kat ligt op de stoel te slapen. liggen lopen Ik loop de hele dag aan het examen te denken. De was hangt buiten te drogen. hangen

perfectum en plusquamperfectum een vorm van hebben + dubbele infinitief (dus geen participium!). Het woordje te verdwijnt. Voorbeelden: Ik heb niet in het donker durven fietsen. Hij heeft helemaal niets hoeven doen. We hebben een half uur op de bus staan wachten. Wim heeft een spannend boek zitten lezen. De kat heeft op de stoel liggen slapen. Ik heb de hele dag aan het examen lopen denken. De was heeft de hele middag buiten hangen drogen. De finale

246

finale 2019.indd 246

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Tweede groep

presens

beginnen Ik begin Italiaans te leren. beloven Hij belooft me met de verhuizing te helpen. besluiten We besluiten naar Rotterdam te verhuizen. beweren Zij beweert directeur van een groot bedrijf te zijn. dreigen KPN dreigt onze telefoon af te sluiten. proberen Ik probeer je al dagen te bellen. Mijn ouders hopen dit jaar hun vijftigjarig huwelijksfeest te hopen vieren. weigeren We weigeren de boete te betalen. vergeten Ze vergeet suiker en melk in de koffie te doen.

perfectum en plusquamperfectum een vorm van hebben of zijn + participium. Het woordje te blijft staan voor het laatste verbum. Bij het woord vergeten zijn er twee mogelijkheden: • hebben of zijn bij een activiteit • alleen zijn als de betekenis is: ‘niet meer weten’ Voorbeelden: Ik ben begonnen Italiaans te leren. Hij had beloofd me te helpen. We hebben besloten naar Rotterdam te verhuizen. Ze had beweerd directeur van een groot bedrijf te zijn. KPN heeft gedreigd onze telefoon af te sluiten. Mijn schoonvader had gehoopt zijn broer nog eens terug te zien. Ik heb dagen geprobeerd je te bellen. We hebben geweigerd de boete te betalen. Ze had / was vergeten suiker en melk in de koffie te doen. Ik ben je naam vergeten. (‘Ik heb je naam vergeten’ is geen goed Nederlands.)

Oefening 22 Schrijf te voor de infinitieven als dat nodig is. 1 2 3 4 5 6 7 8

finale 2019.indd 247

Erik wil volgend jaar een nieuwe auto kopen. Zullen we vanavond naar de film gaan? Waar is Hans? Die staat een sigaret roken. Sarah probeert een boek in het Nederlands lezen. Kunt u mij vertellen waar ik het Rijksmuseum kan vinden? Deze woorden hoef je niet leren. Jullie moeten in september een toets maken. Elke dag gaat Tim zwemmen. Grammatica 1 Het werkwoord

247

De finale

15-02-19 16:51


9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Toen de leraar een grapje maakte, begon iedereen hard lachen. Lisa zit in de kantine met een paar vriendinnen praten. Ik probeer je vanavond bellen. Wanneer komen jullie bij me eten? In deze straat mag je je auto niet parkeren. Vergeet niet die brief posten! Mijn zusje kan heel goed leren maar dit jaar blijft ze misschien toch zitten. De buren zijn weer thuis, ik zag de buurman langslopen. We krijgen vanavond onze nieuwe collega eten. In september hoopt mijn tante 95 worden! Wat een leeftijd, hè! Ik hoor de krantenjongen elke ochtend aankomen. Hij loopt altijd fluitend zijn werk doen.

Oefening 23 Zet onderstaande zinnen in perfectum. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Ik wil een nieuwe fiets kopen. Wij staan een uur op je te wachten. Ik probeer je drie keer te bellen. Hij kan zijn fietssleutels niet vinden. Ze gaan twee keer per week hardlopen. U begint om 8.00 uur als eerste te werken. Martine en Annemarie zitten in het park te kletsen. Mijn nichtje komt bij me logeren. Ik vergeet weer boodschappen te doen. Vanavond blijft Remko bij me eten. ’s Ochtends hoor ik de vogels fluiten. Susan besluit naar Rotterdam te verhuizen. Ik zit in de tuin een boek te lezen. Karel weigert zijn paspoort te laten zien. Ik beloof de docent beter mijn best te doen.

Oefening 24 Zoek in het volgende verhaaltje de infinitieven en onderstreep ze. Plaats te waar dat nodig is.

‘Je ne parle pas français’ Mijn buurmeisje, dat in de vijfde klas van het vwo zit, kan heel goed leren. Ze hoeft weinig moeite doen voor hoge cijfers. Maar in talen is ze beslist geen ster, daar moet ze echt hard voor werken en daar heeft ze niet altijd zin in. Vorige maand is ze met haar schoolklas naar Parijs geweest om een Franse De finale

248

finale 2019.indd 248

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


school bezoeken. Het doel voor de leerlingen was hun Frans in de praktijk brengen. Maar de meeste leerlingen zijn te angstig om Frans spreken dus daar kwam niet veel van. Bovendien beginnen Franse jongeren meestal heel snel Engels spreken, omdat ze elke kans willen grijpen om dat oefenen. Mijn buurmeisje is een heel verlegen maar erg mooi meisje. Dus er zijn altijd veel jongens die achter haar aan komen. Dat vindt ze heel vervelend dus op die Franse school probeerde ze mondelinge contacten zo veel mogelijk vermijden maar dat lukte niet altijd. Als Franse leerlingen tegen haar begonnen praten, zei ze één uit het hoofd geleerd zinnetje: ‘Je ne parle pas français.’ Dat betekent: ‘Ik spreek geen Frans.’ Maar dat had helaas weinig effect want de Franse jongens die ze ontmoette, weigerden accepteren dat ze geen Frans sprak, omdat haar uitspraak vrijwel perfect is! Naast dat ene zinnetje had ze weinig andere middelen om ze overtuigen. Uiteindelijk kon ze ze ervan doordringen dat ze echt geen Frans sprak door zich gewoon doof houden en niet meer reageren. Toch vind ik het jammer voor haar dat ze op deze manier helemaal niet heeft kunnen oefenen. Ze gaat namelijk wel ieder jaar naar Frankrijk op vakantie. Maar wat zegt ze? ‘Mijn ouders kunnen zo goed Frans spreken dus ik hoef het niet leren.’ Ze denkt toch zeker niet dat ze de rest van haar leven met haar ouders op vakantie blijft gaan?

Oefening 25 Werk in tweetallen. Beantwoord de vragen met een complete zin. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

finale 2019.indd 249

Heeft u weleens een boete moeten betalen? Waarvoor? Hoe hoog was de boete? Bent u weleens bij Nederlandse vrienden blijven logeren? Hoe vond u dat? Hebt u uw portemonnee weleens ergens laten liggen? Hebt u hem toen ook weer teruggevonden? Bent u weleens naar een sportwedstrijd in een stadion gaan kijken? Welke sport? Wanneer bent u in Nederland komen wonen? Hebt u de afgelopen maand weleens op de trein staan wachten? Hoe lang? Hebt u koningin Maxima weleens Nederlands horen praten? Wat vindt u van haar Nederlands? Hebt u de brandweer weleens een brand zien blussen? Waar was die brand? Hebt u weleens een beroemd persoon mogen ontmoeten? Wie was dat? Hebt u vroeger op school tijdens de les weleens zitten slapen? Waarom? Hebt u weleens geprobeerd te schaatsen? Hoe ging dat? Bent u weleens vergeten naar een belangrijke afspraak te gaan? Hebt u toen uw excuses moeten aanbieden? Wanneer hebt u besloten naar Nederland te gaan verhuizen? Was dat een moeilijke beslissing?

Grammatica 1 Het werkwoord

249

De finale

15-02-19 16:51


14 15 16 17 18

1.7

Bent u al begonnen zich op het staatsexamen voor te bereiden? Hoe doet u dat? Bent u weleens vergeten uw sleutels mee te nemen? Hebt u zichzelf weleens voorgenomen een slechte gewoonte af te leren? Wat was die slechte gewoonte? Hebt u die gewoonte nu niet meer? Hebt u weleens geweigerd iets te doen? Wat was dat, en waarom weigerde u? Heeft een leraar vroeger op school weleens gedreigd u de klas uit te zetten? Wat had u gedaan?

Passief

zie ook: De sprong, p. 264

Vorm definiet direct object in de actieve zin: passieve zin begint met definiet subject actief: passief:

Hij laat de hond drie keer per dag uit. De hond wordt drie keer per dag uitgelaten.

actief: passief:

Ze hebben ons hoofdkantoor helemaal opnieuw ingericht. Ons hoofdkantoor is helemaal opnieuw ingericht.

indefiniet direct object in de actieve zin: er + indefiniet subject in de passieve zin actief: passief:

Ze planten nieuwe bomen in onze straat. Er worden nieuwe bomen in onze straat geplant.

actief: passief:

De gemeente heeft een nieuwe sporthal in ons dorp gebouwd. Er is een nieuwe sporthal in ons dorp gebouwd door de gemeente.

actieve zinnen met een bijzin als direct object: passieve zin begint met ‘er’

De finale

250

finale 2019.indd 250

actief: passief:

Ze zeggen dat koningin Máxima weer zwanger is. Er wordt gezegd dat koningin Máxima weer zwanger is.

actief: passief:

Iemand vertelde dat er een ongeluk was gebeurd op de A2. Er werd verteld dat er een ongeluk was gebeurd op de A2.

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


actieve zinnen zonder direct object: passieve zin begint met ‘er’ actief: passief:

Ze internetten twee uur per dag. Er wordt twee uur per dag geïnternet.

actief: passief:

Iemand heeft gefraudeerd met het examen! Er is gefraudeerd met het examen!

Tijden presens (pre.): word / wordt / worden + participium Ik word morgen aan mijn knie geopereerd Dat gebouw wordt helemaal gerenoveerd. De nieuwe huizen worden volgend jaar gebouwd. imperfectum (imp.): werd / werden + participium In 1963 werd president Kennedy vermoord. Na een verbouwing van een half jaar werden de winkels weer geopend. perfectum (perf.): ben / bent / is / zijn + participium Ik ben gisteren aan mijn knie geopereerd. Bent u al bij onze gemeente geregistreerd? Mijn fiets is vorige week gestolen. Alle kamers in dit huis zijn blauw geschilderd. plusquamperfectum (plus.): was / waren + participium Toen we bij de garage kwamen, was de auto nog niet gerepareerd. Nadat hun fietsen waren gestolen, deden ze aangifte bij de politie. passieve zinnen met meer dan twee verba: modaal verbum + worden (infinitief ) + participium of: modaal verbum + participium + worden (infinitief ) Hij zal volgende week vrijdag worden geopereerd / geopereerd worden. Het voorstel kan nog worden verworpen / verworpen worden. De medicijnen konden bij de apotheek worden opgehaald / opgehaald worden. Deze opdracht mag ook morgen worden ingeleverd / ingeleverd worden. Dit plan moest snel worden uitgevoerd / uitgevoerd worden.

Gebruik Passiefconstructies worden vaak gebruikt als het niet belangrijk of niet helemaal duidelijk is wie iets doet.

finale 2019.indd 251

Grammatica 1 Het werkwoord

251

De finale

15-02-19 16:51


Oefening 26 Zet onderstaande zinnen in de passieve vorm (presens). 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Jan reserveert kaartjes voor de film van vanavond. Ze verven hun huis om de drie jaar. De leraar stuurt de kinderen de klas uit. Wat verkopen ze in die nieuwe winkel in de Maasstraat? Men eet in Nederland twee keer per dag brood. De chirurg opereert de man aan zijn knie. Nederland exporteert veel tomaten. Daar bouwen ze een nieuwe flat. Ze ruimen alle rommel op. Ze zingen, ze dansen en ze drinken op het feest. Jullie mogen een woordenboek bij de schrijftoets gebruiken. U kunt de kleding met de kassabon binnen een week ruilen. De tandarts moet mijn verstandskiezen trekken. U mag in Nederlandse restaurants en cafĂŠs niet roken. We zullen alle studenten zo snel mogelijk over het examen informeren.

Oefening 27 Zet onderstaande zinnen in de passieve vorm. Let op de juiste tijd. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

De finale

252

finale 2019.indd 252

De directeur heeft zijn assistent per direct ontslagen. Mijn opa heeft deze mooie kast zelf gemaakt. Ajax scoorde al na vijf minuten een doelpunt. Vader poetste elke avond de tanden van de kinderen. Gisteren hebben ze op tv een interessante documentaire uitgezonden. Hebben jullie je huis nu nog steeds niet verkocht? We moesten nog een paar boodschappen doen. Je kon deze trui binnen acht dagen ruilen maar nu ben je te laat. U kunt de winkelkarretjes ook in de parkeergarage terugzetten. Bij de automaat in de hal kunt u uw chipknip opladen. Je mag in het centrum van de stad niet vrij parkeren. Ze kunnen ons toch niet zomaar ontslaan? Je mag na de les vragen aan de docent stellen. Ze discussieerden vroeger vaker over politiek dan nu. De politie heeft een fietsendief gearresteerd.

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 28 Zet onderstaande zinnen in de passieve vorm. Let op de juiste tijd. 1

Vroeger rookten er meer mensen dan tegenwoordig In dit restaurant kun je ook vegetarisch eten. 3 Ze luisterden aandachtig naar de toespraak van de president. 4 Niet iedereen heeft vanmiddag goed opgelet. 5 Ik ben geslaagd voor het examen: daar moeten we op drinken. 6 U moet deze antibioticakuur helemaal afmaken. 7 Men heeft het gemeentehuis vorig jaar helemaal gerestaureerd. 8 Twee docenten kijken de examens na. 9 De school betaalde de excursie naar Den Haag. 10 Ik lig in het ziekenhuis omdat een auto mij heeft aangereden. 11 In Nederland fietsen de mensen veel. 12 Ze rijden veel te hard op de snelweg tussen Utrecht en Amsterdam. 13 De NS verandert elk jaar de dienstregeling van de treinen. 14 Ze hebben de salarissen van de leraren vorig jaar met 2 procent verhoogd. 15 Gisteren hebben ze bij ons de telefoon afgesloten, omdat we de rekening niet op tijd hadden betaald. 2

Oefening 29 A Werk in tweetallen. Stel elkaar de volgende vragen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Over welk onderwerp wordt er op dit moment veel in het nieuws gesproken? Welke taal / talen wordt / worden er in uw land gesproken? In Nederland wordt Nieuwjaar gevierd met oliebollen, champagne en vuurwerk . Hoe wordt de jaarwisseling in uw land gevierd? Wanneer werd u voor het laatst gefeliciteerd? Waarom en door wie? Waarvoor kan de computer gebruikt worden in de les? In Nederland mag in openbare gebouwen, restaurants en cafĂŠs niet meer gerookt worden. Hoe is dat in uw land? Weet u waar het laatste WK-voetbal werd georganiseerd? Welk land is toen wereldkampioen geworden? Weet u waar de laatste Olympische Spelen werden gehouden? Hebt u toen zelf ook gekeken? Naar welke sport(en)? Krijgen de werkende mensen in uw land een redelijk salaris? Welke beroepen worden heel goed betaald, en welke heel slecht? Is er in uw land veel milieuvervuiling? Wat wordt ertegen gedaan?

B Discussieer in kleine groepjes over de volgende aspecten van de taal. Wat kiest u? Vergelijk uw keuze met die van de anderen in uw groep. 1

finale 2019.indd 253

Moet er in de les alleen Nederlands gesproken worden, of mag er af en toe ook een woord of een zin vertaald worden door de docent?

Grammatica 1 Het werkwoord

253

De finale

15-02-19 16:51


2

Met welke taalvaardigheid (lezen, luisteren, spreken, schrijven) moet er in de les het meest geoefend worden? Met welke vaardigheid mag er wel wat minder geoefend worden? 3 Moet er in de les meer tijd aan grammatica besteed worden, of juist meer tijd aan vocabulaire? 4 Moet een student tijdens het spreken continu door de docent gecorrigeerd worden, of liever achteraf feedback krijgen van de docent? 5 Moet de Nederlandse spelling uitgebreid geoefend worden, of is dat niet zo belangrijk?

1.8

Zullen en zouden zie ook: De sprong, p. 262

Het presens van zullen wordt bijna niet gebruikt om over de toekomst te spreken. In plaats daarvan wordt het presens van het hoofdverbum gebruikt, of gaan + infinitief van het hoofdverbum. Voorbeeld:

Morgen begin ik met mijn studie aan de universiteit. Morgen ga ik met mijn studie aan de universiteit beginnen.

Functies van zullen: 1

een voorstel doen 2 een belofte doen (eventueel met extra woord wel) 3 een sterke verwachting, vaak met extra woorden ((vast) wel, wel niet) 4 een zeer sterk voornemen (met accent op het woord zal / zullen) Voorbeelden: 1 Een voorstel doen Zullen we even pauzeren? Zal ik de afwas doen? 2

Een belofte doen Ik zal koken, als jij de boodschappen doet. Ik zal haar wel een kaartje sturen. 3

Een sterke verwachting Ze zullen het wel vergeten zijn. Jullie zullen vast wel snel Nederlands leren. 4

Een zeer sterk voornemen Ik zรกl mijn rijbewijs halen. Je zรกl dit jaar een baan zoeken.

De finale

254

finale 2019.indd 254

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Functies van zouden: 1

beleefde vraag onzekerheid 3 irrealis (a: geen realiteit, b: wens) 4 advies 5 herinnering aan afspraak of belofte 2

1

Beleefde vraag: zou(den) + kunnen / willen / mogen + infinitief

a Kunt u mij een inschrijfformulier toesturen? b Zou u mij een inschrijfformulier kunnen toesturen? Andere formulering voor zin b: Kunt u mij misschien een inschrijfformulier toesturen? a Mag ik je auto even lenen? b Zou ik je auto even mogen lenen? Andere formulering voor zin b: Mag ik je auto misschien even lenen? De b-vragen zijn beleefder dan de a-vragen. De a-vragen zijn in de praktijk meestal ook acceptabel.

2

Onzekerheid: zou + infinitief

Jan is nog niet op zijn werk verschenen. Normaal is hij altijd op tijd. Een collega van Jan vraagt aan een andere collega: Zou Jan ziek zijn? Andere formulering: Weet jij of hij ziek is? Een journalist schrijft een artikel over een ongeluk op de snelweg. Hij heeft de informatie ‘van horen zeggen’, dus hij weet het nog niet zeker. ‘Gisteren was er op de A2 bij Eindhoven een frontale aanrijding tussen twee personenauto’s. Er zouden een dode en twee zwaargewonden zijn.’ Andere formulering: Ik heb gehoord dat er een dode en twee zwaargewonden zijn, maar ik weet het niet zeker.

3

Irrealis: a de genoemde situatie is geen realiteit: zou(den) + infinitief, vaak in combinatie met een bijzin met als met het verbum in imperfectum.

finale 2019.indd 255

Grammatica 1 Het werkwoord

255

De finale

15-02-19 16:51


Als er geen oorlogen meer waren, zou de wereld er een stuk beter uitzien. zou(den) staat meestal alleen in de hoofdzin, maar kan ook in de bijzin staan, of zelfs in beide zinnen.

Let op

Dit zijn de mogelijkheden: Als er geen oorlogen meer waren, zou de wereld er een stuk beter uitzien. Als er geen oorlogen meer zouden zijn, zou de wereld er een stuk beter uitzien. Als er geen oorlogen meer zouden zijn, zag de wereld er een stuk beter uit. Als er geen oorlogen meer waren, zag de wereld er een stuk beter uit. b wens: zou(den) + graag (+ willen) + infinitief zou(den) + wel + willen + infinitief Ik zou graag aan de universiteit (willen) studeren. Wij zouden wel wat langer vakantie willen hebben. Andere formulering: Ik wil graag aan de universiteit studeren. Wij willen wel wat langer vakantie hebben. 4

Advies: Als ik jou / u /jullie was, zou ik + infinitief Je zou / U zou / Jullie zouden + moeten / kunnen + infinitief Zou je niet ... / Zou u niet ... / Zouden jullie niet ‌ + infinitief?

Voorbeeld:

Adviezen aan iemand die een slechte conditie heeft: Als ik jou was, zou ik wat meer bewegen. Als ik u was, zou ik met de fiets naar mijn werk gaan. Jullie zouden wat meer aan sport moeten doen. U zou met de fiets naar uw werk kunnen gaan in plaats van met de auto. Zou je niet wat meer aan sport doen? Zouden jullie niet eens wat meer bewegen?

Andere formulering: Volgens mij moet je wat meer bewegen. Ik adviseer u (om) met de fiets naar uw werk te gaan. Ik raad jullie aan (om) wat meer aan sport te doen.

De finale

256

finale 2019.indd 256

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


5

Herinnering aan afspraak of belofte: zou(den) + (toch +) infinitief? A zegt tegen B: ‘Heb jij al kaartjes gekocht voor de film van vanavond?’ B antwoordt: ‘Nee, dat zou jij toch doen?’

Andere formulering: We hadden toch afgesproken dat jij dat zou doen? Je had toch beloofd dat jij dat zou doen?

Oefening 30 Welke functie heeft zou(den) in onderstaande zinnen? Kies uit:

1 (beleefde vraag), 2 (onzekerheid), 3a (geen realiteit), 3b (wens), 4 (advies), 5 (herinnering aan belofte of afspraak)

1 Ik zou weleens een reis naar de maan willen maken. 2 Het aantal slachtoffers van de aardbeving is enorm. Er zouden al meer dan 5000 doden zijn. 3 Je ziet er moe uit. Je zou wat meer rust moeten nemen. 4 Als ik de staatsloterij won, zou ik een grote bungalow kopen. 5 U zou me toch van het station komen halen? Maar u kwam niet, dus toen heb ik maar een taxi genomen. 6 Zou u me wat meer informatie kunnen geven over deze studierichting? 7 Ik zou me beter voelen als de buren wat minder lawaai maakten. 8 Als ik jou was, zou ik een andere baan gaan zoeken.

Oefening 31 Formuleer het volgende op een andere manier. Gebruik zou(den). De functie staat tussen haakjes achter de zin. Voorbeeld:

Ik vraag me af of we dit jaar een goede zomer krijgen (onzekerheid). Zouden we dit jaar een goede zomer krijgen? 1

Heb je nu alweer kiespijn? Volgens mij kun je beter naar de tandarts gaan. (advies) _________________________________________________________________________________________________________

2

finale 2019.indd 257

We willen volgend jaar graag verhuizen naar een betere woning. (wens) _________________________________________________________________________________________________________

Grammatica 1 Het werkwoord

257

De finale

15-02-19 16:51


3

4

5

6

7

8

Milieudeskundigen beweren dat de aarde steeds warmer wordt. (van horen zeggen) _________________________________________________________________________________________________________

Mijn Nederlands is nog niet goed genoeg, dus ik kan niet met een studie beginnen. (irrealis) _________________________________________________________________________________________________________

Ik kan morgen helaas niet komen. Kan ik een andere afspraak maken? (beleefde vraag) _________________________________________________________________________________________________________

Weet jij hoe lang ze nog bezig zijn met de verbouwing van ons kantoor? (onzekerheid) _________________________________________________________________________________________________________

Wil je meer mensen ontmoeten? Word dan lid van een sportclub! (advies) _________________________________________________________________________________________________________

Ik heb je gemist gisteren, waar was je? Je had beloofd me te helpen met verhuizen. (herinnering aan belofte) _________________________________________________________________________________________________________

Oefening 32 Vul de volgende zinnen aan. Gebruik zou(den). 1 2 3 4 5

6

7 8

De finale

258

finale 2019.indd 258

Als ik perfect Nederlands kon spreken, __________________________ . (irrealis) Hoe lang _________________________________ voordat er een effectief geneesmiddel tegen kanker is? (onzekerheid) Welke studie wilt u graag volgen? Ik __________________________________________________ . (wens) Als ik minister-president van Nederland was, _____________________________________ . (irrealis) Heb jij kaartjes voor de musical gereserveerd? Nee, ik niet. _____________________________________________ ? (herinnering aan belofte) Er waren veel slachtoffers bij het treinongeluk in Spanje. Hoeveel precies weet ik niet, maar er ___________________________________________________________________ . (van horen zeggen). Waar blijft Jan toch? Normaal is hij altijd op tijd, maar nu is hij al een uur te laat. _______________________________________________________________________ ? (onzekerheid) A: ‘Ik moet de laatste tijd veel overwerken. Daar word ik zo moe van!’ B: ‘_____________________________________________________________________________________ .’ (advies)

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


Oefening 33 Wat kunt u zeggen in de volgende situaties? Gebruik zou(den). 1

U hebt met een paar vrienden afgesproken in een café. Een vriendin is wat dikker geworden en ze drinkt opeens geen alcohol meer bij het eten. Ze gaat vroeg naar huis. U vraagt zich af wat er aan de hand is. Wat zegt u tegen uw andere vrienden?

2

U komt in de wachtkamer bij de dokter. U hebt een hevig bloedende snijwond, maar de wachtkamer zit vol. Wat vraagt u aan de andere patiënten en aan de assistent?

3

Een vriend(in) van u was al meer dan een jaar niet bij de tandarts geweest. Toen ze eindelijk ging, had ze drie gaatjes. Ze kreeg een gepeperde rekening. Zelf gaat u ieder half jaar. Wat zegt u tegen de vriend(in)?

4

U ziet op televisie een programma over mensen die op zoek gaan naar familieleden die ze lang niet meer, of zelfs nog nooit gezien hebben. Zou u aan zo’n programma willen meewerken, als u in die situatie was?

5

U hebt vandaag om 10.00 uur een afspraak met een collega. U zit te wachten, maar uw collega komt pas om 11.00 uur binnen. Wat zegt u tegen hem/haar?

Oefening 34 Kies een vorm van zullen of zouden. 1 Ik ________________________

de salade wel maken, als jij dan het vlees bakt. A: heb jij al kaartjes voor de theatervoorstelling van vanavond gereserveerd? B: Nee, dat ________________________ jij toch doen? 3 Bij onze oude buurvrouw zijn de gordijnen al een paar dagen dicht. ________________________ ze ziek zijn? ________________________ we even gaan kijken? 4 Koning Willem-Alexander ________________________ een groot landhuis willen kopen in Zuid-Frankrijk. ________________________ dat echt waar zijn? 5 Wat zie je er moe uit! Je ________________________ eens wat vroeger naar bed moeten gaan. 6 ________________________ we morgen eens een eind op de Veluwe gaan wandelen? 7 We ________________________ u wel een baan willen aanbieden, maar we hebben op dit moment helaas geen vacatures 8 Hè, hè, al die regen. Wanneer ________________________ de zon nou eindelijk weer gaan schijnen? 9 De lucht wordt zo donker. Het ________________________ wel weer gaan regenen. 10 Het is al heel laat, hoor, ________________________ je niet eens naar huis gaan? 2

finale 2019.indd 259

Grammatica 1 Het werkwoord

259

De finale

15-02-19 16:51


11 12 13 14 15

De finale

260

finale 2019.indd 260

Wat ________________________ je doen, als je president van de Verenigde Staten was? Als jij geen tijd hebt, ________________________ ik wel boodschappen doen. Ik ________________________ zo graag een kat willen, maar mijn man is er allergisch voor. We ________________________ wel weer pasta eten, zoals elke woensdag. We ________________________ jullie bellen zodra we er zijn, dat beloven we.

Grammatica 1 Het werkwoord

15-02-19 16:51


2 2.1

De zinsbouw

Hoofdzin en vraagzin 1 hoofdzin subject

finiete verbum (verbum 1) rest

Simone De vrienden Ik

gaat zijn werkte

met het vliegtuig naar Spanje. naar een concert geweest. eerst bij een advocatenkantoor.

2 hoofdzin met inversie rest finiete verbum = inversiecommando

subject

Met het vliegtuig gaat Simone Zondag zijn de vrienden Eerst werkte ik

rest

naar Spanje. naar een concert geweest. bij een advocatenkantoor.

3 open vraag interrogatief

finiete verbum

subject

rest

Wat Waar Hoeveel kinderen

doen woonde hebben

jullie u je ouders?

komend weekend? vroeger?

finiete verbum

subject

rest

4 gesloten vraag

Woont Peter Hebben jullie Hielp jij

finale 2019.indd 261

in Rotterdam? je huiswerk gemaakt? Carla met de verhuizing?

Grammatica 2 De zinsbouw

261

De finale

15-02-19 16:51


Oefening 35 Maak de zinnen af. Let op de zinsbouw. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

2.2

In het weekend ________________________________________________________________________________ . Daar heb ik op werkdagen geen tijd voor. _________________________________________________ ? Nee, maar ik wil het wel graag leren. Meestal sta ik om 7.00 uur op. Eerst ___________________________________________________ . Daarna ____________________________________ . Om 8.15 uur ga ik dan naar mijn werk. _______________________________________________________________________ ? Omdat het gezond is. In de pauze ______________________________________________________________________________________ . Daar hebben ze lekkere koffie. Mijn kinderen __________________________________________________________________________________ . De buren vinden dat niet altijd leuk. Na de lunch _____________________________________________________________________________________ , en om 17.00 uur _______________________________________________________________________________ . ___________________________________________________________________ ? Ik ga graag naar de film. In Amsterdam __________________________________________________________________________________ . Daarom komen veel toeristen naar de hoofdstad van Nederland. Mijn huis _________________________________________________________________________________________ . Daarom wil ik eigenlijk wel gaan verhuizen.

Conjuncties zie ook: De sprong, p. 275

conjuncties: hoofdzin + hoofdzin maar Ik wil graag naar Spanje op vakantie gaan, maar ik heb geen geld. want Wij leren Nederlands, want wij willen in Nederland studeren.

en Peter gaat zaterdag naar Amsterdam en zondag bezoekt hij zijn familie. Let op: Ik ga naar de dokter omdat ik hoofdpijn heb en sinds gisteren 38,5 graden koorts heb. of Ik maak vanavond lasagne of we kunnen naar een restaurant gaan. Let op: Peter wil graag weten of jullie broers en zussen hebben. dus De trein had tien minuten vertraging, dus ik ben een beetje te laat. De trein had tien minuten vertraging, dus ben ik een beetje te laat.

De finale

262

finale 2019.indd 262

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:51


conjuncties gevolgd door een bijzin conjunctie

subject

rest

verba

Omdat Omdat Omdat Als Als

ik we Monique de temperatuur hij

een Nederlandse partner Staatsexamen de toets niet hoger de oefening

heb. willen doen. heeft gehaald. is. heeft gemaakt.

tijd nu, toen, terwijl, voor(dat), nadat, tot(dat), sinds, zodra, zo gauw (als), zo lang (als)

Let op

Nu ik in Nederland woon, eet ik elke dag stroopwafels. Ik woon nu twee weken in Nederland. (in deze zin is nu geen conjunctie)

Toen hij jong was, woonde hij in een dorp. Let op Mijn oma was lange tijd ziek. Toen ging ze dood. (in deze zin is toen geen conjunctie) Saskia eet een appel terwijl ze haar huiswerk maakt.

Vergelijk:

Ik poets mijn tanden voor(dat) ik naar bed ga. Ik ga om 23.00 uur naar bed. Daarvoor poets ik mijn tanden.

Vergelijk:

Nadat ik mijn tanden had gepoetst, ging ik naar bed. Ik poetste mijn tanden. Daarna ging ik naar bed. Ik blijf in Nederland tot(dat) ik mijn studie heb afgerond.

Let op

Sinds ik in Utrecht woon, fiets ik elke dag. Sinds gisteren ben ik verkouden. (in deze zin is sinds geen conjunctie) Zodra ik van mijn werk thuiskom, lees ik de krant. Ik ga koken zo gauw (als) ik boodschappen heb gedaan. Zo lang (als) het nodig is, kan je deze pijnstiller slikken.

oorzaak, reden omdat, aangezien, daar, doordat, gezien het feit dat, naarmate

Vergelijk:

Ik neem de bus omdat mijn fiets kapot is. Mijn fiets is kapot. Daarom neem ik de bus. Aangezien het morgen zaterdag is, mogen de kinderen vanavond laat naar bed.

finale 2019.indd 263

Grammatica 2 De zinsbouw

263

De finale

15-02-19 16:51


Daar u de rekening niet hebt betaald, moeten wij helaas uw telefoon afsluiten.

Vergelijk:

Er rijden geen treinen tussen Utrecht en Den Haag doordat er een wisselstoring is. Er is een wisselstoring. Daardoor rijden er geen treinen tussen Utrecht en Den Haag. U kunt helaas niet aan de cursus deelnemen gezien het feit dat u zich te laat hebt aangemeld. Naarmate het warmer wordt, wordt er meer ijs verkocht.

doel om ‌ te ‌, opdat Ik doe een cursus om mijn Nederlands te verbeteren. Jullie leren Nederlands opdat jullie in september in Nederland kunnen gaan studeren. Vergelijk: Jullie leren Nederlands omdat jullie in september in Nederland willen gaan studeren.

gevolg zodat Onze trein had twintig minuten vertraging zodat we te laat op onze afspraak kwamen.

voorwaarde als, wanneer, indien, stel dat, gesteld dat, in het geval (dat), op voorwaarde dat, mits, tenzij Als het morgen mooi weer is, gaan we naar het strand. Ik koop een nieuwe auto wanneer ik genoeg geld heb. U kunt me altijd bellen indien u nog vragen heeft. Stel dat het slecht weer wordt, dan blijven we morgen thuis. Gesteld dat er nog een plaats vrij is, dan kunt u nog deelnemen aan de cursus.

De finale

264

finale 2019.indd 264

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:51


In het geval (dat) u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met onze helpdesk. Simone kan met ons meerijden op voorwaarde dat ze niet te veel bagage meeneemt. Jullie mogen naar de volgende cursus mits jullie voor het examen slagen. We gaan door met de volgende oefening tenzij jullie nog vragen hebben.

tegenstelling hoewel, alhoewel, ofschoon, terwijl, ondanks (het feit) dat Hoewel hij niet zo sportief is, heeft hij vanmiddag in het park gevoetbald. Alhoewel het examen moeilijk was, zijn de meeste studenten toch geslaagd. Ofschoon het autoverkeer toeneemt, daalt het aantal ongelukken op de weg. De Braziliaanse economie groeit terwijl de Nederlandse economie krimpt. Hij is voor het examen gezakt ondanks (het feit) dat hij hard had gestudeerd. Let op Ondanks de regen gaan we (toch) naar het bos. (in deze zin is ondanks geen conjunctie)

overig Zoals we gisteren hebben afgesproken, doen we vandaag een oefenexamen. Hij doet alsof hij hier de baas is. Sinds de scheiding kijkt ze me niet meer aan, laat staan dat ze me groet.

bijzondere gevallen Ik studeer elke dag teneinde het Staatsexamen te halen. (teneinde … te … = om … te…) Hoe langer ik in Nederland woon, hoe leuker ik het vind. (Twee bijzinnen die beginnen met hoe +comparatief) (Ook) al woon ik alleen, ik ben absoluut niet eenzaam. (Ook al + inversie voor de komma, normale hoofdzin achter de komma) Ik ben absoluut niet eenzaam, (ook) al woon ik alleen. (normale hoofdzin voor de komma, ook al + inversie achter de komma)

Of:

finale 2019.indd 265

Grammatica 2 De zinsbouw

265

De finale

15-02-19 16:51


Oefening 36 Vul een passende conjunctie in. A categorie tijd 1 __________________________ ik klaar ben met mijn studie, ga ik een baan zoeken. 2 __________________________ ik voor het eerst in Nederland kwam, was ik verbaasd over het grote aantal fietsers. 3 __________________________ we in een restaurant hadden gegeten, gingen we naar de bioscoop. 4 __________________________ de uitslag van uw examen bekend is, krijgt u van ons bericht per e-mail. 5 Vroeger rookte ik twee pakjes sigaretten per dag, en voelde ik me niet fit, maar __________________________ ik niet meer rook, voel ik me een stuk beter. B categorieën oorzaak / reden / doel / gevolg 6 __________________________ u zich te laat hebt ingeschreven, kunt u niet meer aan het examen deelnemen. 7 _____________________ met succes een Nederlandstalige studie ________________ kunnen volgen, moet je de Nederlandse taal goed beheersen. 8 Ik wil graag een vervolgstudie doen __________________________ ik daarna een betere baan kan vinden. C categorieën voorwaarde / tegenstelling 9 U kunt zich voor deze studie inschrijven __________________________ u over de juiste diploma’s beschikt. 10 U kunt zich niet voor deze studie inschrijven __________________________ u over de juiste diploma’s beschikt. 11 _____________________ u nog vragen hebt, kunt u telefonisch of per e-mail contact met ons opnemen. 12 __________________________ het slecht weer is, ga ik toch met de fiets naar mijn werk. 13 _________________________ regent het hard, ik ga toch met de fiets naar mijn werk. 14 __________________________ de wereld lijdt onder oorlogen, terrorisme en natuurrampen, maken sommige mensen zich alleen maar druk over hun salaris en aantal vakantiedagen.

Oefening 37 Welke zin is onjuist? U ziet drie varianten van dezelfde zin. Twee zinnen zijn juist, één zin niet. Welke? 1a Nadat hij zijn studie afgerond had, ging hij op vakantie. 1b Nadat hij zijn studie afrondde, ging hij op vakantie. 1c Nadat hij zijn studie afgerond had, is hij op vakantie gegaan. 2a Ondanks dat het heel hard waait, ga ik toch met de fiets naar school. 2b Ondanks de harde wind ga ik toch met de fiets naar school. 2c Ondanks de harde wind ik toch met de fiets naar school ga. De finale

266

finale 2019.indd 266

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:52


3a Er is een concrete dreiging van een terroristische aanslag in Nederland, dus hebben ze de politiecontroles op de stations en op Schiphol opgevoerd. 3b Er is een concrete dreiging van een terroristische aanslag in Nederland, dus ze de politiecontroles op de stations en op Schiphol opgevoerd hebben. 3c Er is een concrete dreiging van een terroristische aanslag in Nederland, dus ze hebben de politiecontroles op de stations en op Schiphol opgevoerd. 4a Hoewel hij nauwelijks voor het examen had gestudeerd, is hij toch geslaagd. 4b Hij is voor het examen geslaagd hoewel hij nauwelijks had gestudeerd. 4c Hoewel had hij nauwelijks voor het examen gestudeerd, is hij toch geslaagd. 5a Zodra uw bestelling binnen is, u krijgt van ons een telefoontje. 5b U krijgt van ons een telefoontje zodra uw bestelling binnen is. 5c Zodra uw bestelling binnen is, krijgt u van ons een telefoontje.

Oefening 38 Maak de volgende zinnen af. Let op zinsbouw en logische inhoud. 1

Sinds ik in Nederland woon, _____________________________________________________________ . , gingen we nog iets drinken in een cafĂŠ. 3 Ik blijf Nederlands leren totdat _________________________________________________________ . 4 Omdat u de telefoonrekening nog niet betaald hebt, _____________________________ ___________________________ . 5 Om __________________________________________ , kunt u het beste naar het plaatselijke VVV-kantoor gaan. 6 Ook al __________________________ , je moet toch proberen je studie af te maken. 7 Aangezien er technische problemen zijn met ons computerprogramma, _______________________________________________________________________________________ . 8 Doordat ________________________________________________________ , rijden er geen treinen tussen Utrecht en Amsterdam. 9 Het gaat dit jaar slechter met de economie dan vorig jaar. Daardoor ________ ____________________________________ ____________________________________ . 10 Toen ik uit de trein stapte, _____________________________________________________________ . 11 Volgend jaar gaan we verhuizen tenzij ________________________________________________ . 12 Hoe mooier het weer is , ________________________________________________________ . 2 Nadat ________________________________________________________________________

finale 2019.indd 267

Grammatica 2 De zinsbouw

267

De finale

15-02-19 16:52


2.3

Indirecte rede + indirecte vraag

zie ook: De opmaat, p. 251 De sprong, p. 277

indirecte rede Koning Willem-Alexander brengt volgende maand een bezoek aan Australië. Indirecte rede: Ik heb in de krant gelezen dat koning Willem-Alexander volgende maand een bezoek aan Australië brengt. Het wordt een warme zomer. Indirecte rede: We hopen dat het een warme zomer wordt. Voorbeelden:

Ze zeggen dat ... Hij denkt dat ... We weten zeker dat ... Zij vindt dat ... We hopen dat ... Ik geloof dat ... Ik heb gehoord dat ...

+ BIJZIN (subject – rest – verba)

indirecte vraag A open vraag (begint met een interrogatief ) Waarom heb je de deur niet op slot gedaan? Indirecte vraag: Kan je me vertellen waarom je de deur niet op slot hebt gedaan? Waar zijn mijn sleutels? Indirecte vraag: Weet jij waar mijn sleutels zijn? Hoe heet onze nieuwe collega? Indirecte vraag: Ik weet niet hoe onze nieuwe collega heet.

B gesloten vraag (begint met een verbum, antwoord: ‘ja’ of ‘nee’) Kunnen jullie in mijn vakantie voor mijn planten zorgen? Indirecte vraag: Ze vraagt of we in haar vakantie voor haar planten kunnen zorgen. Heb je mijn sleutels gezien? Indirecte vraag: Hij vraagt of ik zijn sleutels heb gezien. Gaan jullie binnenkort op vakantie? Indirecte vraag: Ze wil weten of we binnenkort op vakantie gaan. Eten we vandaag pasta of rijst? Ik vraag me af of we vandaag pasta of rijst eten.

De finale

268

finale 2019.indd 268

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:52


Voorbeelden: Kunnen jullie ons vertellen ... Ik wil graag weten ... Mogen we vragen ... + interrogatief + BIJZIN (subject – rest – verbum) Ik vraag me af ... + of + BIJZIN (subject – rest – verbum) Kunt u me zeggen ... Ze vraagt ... Ik weet niet ...

Oefening 39 Verander de directe (vraag)zin in een indirecte (vraag)zin. Voorbeelden: ‘De economie zal volgend jaar herstellen.’ Dat schrijven ze in de krant. In de krant staat dat de economie volgend jaar zal herstellen.

‘Kan ik in dit lokaal gaan zitten?’ Dat vraagt de cursist. De cursist vraagt of hij/zij in dit lokaal kan gaan zitten. 1

‘Volgende week krijgen jullie een test.’ Dat zegt de docent.

_________________________________________________________________________________________________________

2

‘We gaan een huis in het centrum zoeken.’ Dat vertelden onze buren ons.

_________________________________________________________________________________________________________

3

‘U kunt uw medicijnen vanmiddag afhalen.’ De apotheek heeft gebeld.

_________________________________________________________________________________________________________

4

‘Zal ik ooit perfect Nederlands kunnen spreken?’ Dat vraagt hij zich af.

_________________________________________________________________________________________________________

5

‘Hoe laat gaan de winkels op zondag open?’ Weet u dat misschien?

_________________________________________________________________________________________________________

6

‘Wordt het in het weekend mooi weer?’ Ik ben benieuwd.

7

_________________________________________________________________________________________________________

‘Je kan in twee weken geen vreemde taal leren.’ Dat weten we allemaal. _________________________________________________________________________________________________________

8

Zal de armoede ooit helemaal de wereld uit zijn?’ Ik betwijfel dat.

_________________________________________________________________________________________________________

9

‘Zijn er nog kaarten voor de film van vanavond?’ Weet u dat misschien?

_________________________________________________________________________________________________________ 10 ‘Ze is vandaag jarig.’ Weet hij dat? _________________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 269

Grammatica 2 De zinsbouw

269

De finale

15-02-19 16:52


Oefening 40 Werk in tweetallen. A stelt de gegeven vraag als een indirecte vraag. B geeft een kort antwoord. Voorbeeld:

Hoe laat is de les afgelopen? A Weet jij hoe laat de les afgelopen is? B Om 15.00 uur 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Gaat het volgend jaar beter met de economie dan dit jaar? Kan je in een half jaar goed Nederlands leren? Komt de Amerikaanse president binnenkort naar Nederland? Zijn de winkels komende zondag open? Hoeveel mensen wonen er op dit moment in Nederland? Kunnen we in de toekomst zonder kernenergie? Wat is op dit moment de beste mobiele telefoon? Kan ik hier in de buurt gratis parkeren? Wat doe je over vijf jaar? En wat doe je over vijfentwintig jaar? Hebben we over twintig jaar geen olie meer?

Oefening 41 Maak de zinnen af. 1

In de krant staat dat _______________________________________________________________________ . Ik kan het bijna niet geloven!

2

We weten niet nog zeker ____________________________________________________________________ _________________________________________________ . We twijfelen tussen Parijs en Berlijn. 3 Isabel is nu acht maanden zwanger. Ze hoopt dat ze ______________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 4 Ik ben op zoek naar een nieuwe baan. Weet jij misschien ______________________ _______________________________________________________________________________________________________ ? 5 We hebben gehoord dat ______________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________ . Wat een ramp! 6 Mag ik u vragen _________________________________________________________________________________ ________________________________________________________ ? Dat kan ik namelijk niet alleen. 7 Wat vindt u van de Nederlanders? Ik vind dat ______________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ . 8 Ik wil met de trein naar Amsterdam. Kunt u me zeggen ________________________ _______________________________________________________________________________________________________ ? 9 Jij hebt een goede baan gevonden in de ICT. Dat zou ik ook wel willen. Kun je me uitleggen ________________________________________________________________________ ? 10 Ik heb gisteren op televisie gezien dat _________________________________________________ __________________________________________________________ . Dat vond ik echt goed nieuws!

De finale

270

finale 2019.indd 270

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:52


2.4

De relatieve bijzin zie ook: De sprong, p. 279

Een relatieve bijzin staat achter een substantief. Dat noemen we het antecedent. Een relatieve bijzin geeft extra informatie over het antecedent. Voorbeeld:

(antecedent) Het boek

(relatieve bijzin) dat op tafel ligt,

is van James.

Een relatieve bijzin begint met een relatief pronomen. Relatieve pronomina: die, dat, waar + prepositie, prepositie + wie Voorbeeld:

Het boek dat op tafel ligt, is van James. De oefeningen die we voor vandaag moesten maken, waren moeilijk. De stoel waar ik op zit, is kapot. De vrouw met wie ze een praatje maakte, was haar nieuwe buurvrouw. die verwijst naar een substantief met het artikel de De auto die voor ons huis staat, is van de buurman. dat verwijst naar een substantief met het artikel het Het meisje dat op een bankje zat te huilen, was haar moeder kwijt. die en dat kunnen het subject of het object zijn van een relatieve bijzin.

Voorbeelden: die als subject: De bloemen die in de vaas staan, heb ik voor mijn verjaardag gekregen. die als object: De televisie die we gisteren hebben gekocht, kostte € 499. dat als subject: Het bed dat op de logeerkamer staat, is oud. dat als object: Het boek dat hij voor zijn studie moet lezen, is saai.

waar + prepositie verwijst naar een object / een ding. De prepositie vormt een combinatie met een verbum. De stoel waar ik nu op zit, is kapot. (zitten op ...) Het programma waar we graag naar kijken, is het journaal. (kijken naar ...) Let op

waar + prepositie kan ook als één woord achter het antecedent staan. De losse combinatie is frequenter.

Vergelijk:

De stoel waar ik nu op zit, is kapot. De stoel waarop ik nu zit, is kapot. Het programma waar we graag naar kijken, is het journaal. Het programma waarnaar we graag kijken, is het journaal.

finale 2019.indd 271

Grammatica 2 De zinsbouw

271

De finale

15-02-19 16:52


Let op

waar + met -> waarmee De trein waarmee ik altijd naar mijn werk ga, is vandaag erg vol.

waar + in We laten de prepositie in meestal weg als we naar een plaats verwijzen. De straat waar we nu een jaartje wonen, is erg gezellig. In de volgende combinatie kunnen we de positie in niet weglaten. Een klusje waar Joyce goed in is, is behangen.

prepositie + wie verwijst naar een persoon. De prepositie vormt een combinatie met het werkwoord. Hij is nu eindelijk getrouwd met de vrouw van wie hij al tien jaar houdt. De man met wie zij nu vijf jaar getrouwd is, kent ze nog van de basisschool.

Oefening 42 Maak de zinnen af. Maak een relatieve bijzin. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

De finale

272

finale 2019.indd 272

De bankdirecteur _______________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________ , is per direct ontslagen. Het gerecht _______________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________ , vonden we niet zo lekker. Mijn fiets __________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________, is gisteren gestolen. De bos bloemen ________________________________________________________________________________ _________________________________________________________ , staat in een mooie vaas op tafel. Het woordenboek ______________________________________________________________________________ ______________________________________________________________ , is een uitgave van Van Dale. De collega _________________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________ , gaat deze week op vakantie. Het cadeau ________________________________________________________________________________________ _________________________________________________________________________________ , kostte 75 euro. De kinderen ______________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________ , maken veel lawaai. Op het feest ______________________________________________________________________________________ _________________________ , waren veel familie en vrienden van het huwelijkspaar. Het appartement _______________________________________________________________________________ __________________________________________________ , is mooi maar te klein voor ons gezin.

Grammatica 2 De zinsbouw

15-02-19 16:52


Oefening 43 Werk in groepjes. Vul eerst individueel onderstaande zinnen aan. Vergelijk dan uw keuze met die van de anderen in uw groepje. Geef elkaar nadere uitleg over uw keuzes. 1

finale 2019.indd 273

De stad in Nederland die ik het mooiste vind, is

_______________________________________________________________________________________________________

2

Een programma op tv waar ik graag naar kijk, is

_______________________________________________________________________________________________________

3

Een programma op tv dat ik heel slecht vind, is

_______________________________________________________________________________________________________

4

Een goed boek dat ik afgelopen jaar gelezen heb, is

_______________________________________________________________________________________________________

5

Een film die veel indruk op me gemaakt heeft, is

_______________________________________________________________________________________________________

6

De cursist met wie ik het vaakst samenwerk, is

_______________________________________________________________________________________________________

7

Het vervoermiddel waarmee ik naar mijn land reis, is

_______________________________________________________________________________________________________

8

Het vervoermiddel waarmee ik binnen Nederland meestal reis, is

_______________________________________________________________________________________________________

9

Wat ik van de Nederlandse taal het moeilijkst vindt, is

_______________________________________________________________________________________________________

10

Waar ik bij de Nederlandse taal de minste moeite mee heb, is

_______________________________________________________________________________________________________

11

Het land waar ik het liefst naar op vakantie wil gaan, is

_______________________________________________________________________________________________________

12

Iets wat ik heel leuk vind aan de Nederlandse cultuur, is

_______________________________________________________________________________________________________

13

Iets waar ik nooit aan zal wennen in Nederland, is

_______________________________________________________________________________________________________

14

Een thema dat me op dit moment erg interesseert, is

_______________________________________________________________________________________________________

15

Een probleem in de wereld waar ik me zorgen over maak, is

_______________________________________________________________________________________________________

Grammatica 2 De zinsbouw

. . . . . . . . . . . . . . .

273

De finale

15-02-19 16:52


3

Er

Er heeft vijf functies. 1 er + telwoord (numerale) telwoorden: een, twee, drie etc., weinig, veel, geen, een paar, een aantal Voorbeelden: Heb je nog sigaretten? Ja, ik heb er vijf. Ja, ik heb er nog een paar. Nee, ik heb er geen. Er verwijst naar ‘sigaretten’.

2 er / daar = plaats Voorbeelden: Ben je weleens in Amsterdam geweest? Ja, ik kom er regelmatig. Ja, daar kom ik regelmatig. (of: Ja, ik kom daar regelmatig) Er en daar verwijzen naar ‘Amsterdam’. Daar krijgt meer accent en staat meestal aan het begin van de zin.

3 er introduceert een indefiniet subject Er staat in de hoofdzin aan het begin (de originele plaats van het subject). Het indefiniet subject komt na het werkwoord. Voorbeelden: Er staat een rode auto voor de deur. De auto is van Pieter. Er liggen boeken op tafel. De boeken zijn voor de rommelmarkt. Er loopt een oude vrouw naar de bushalte. De vrouw loopt langzaam.

De finale

274

finale 2019.indd 274

Grammatica 3 Er

15-02-19 16:52


Als de zin begint met een vraagwoord, komt er achter het werkwoord. Voorbeelden: Wie heeft er nog een vraag? Welke film is er vanavond op tv? Wat is er aan de hand?

4 er / daar + prepositie Voorbeelden: Denk je aan je huiswerk? Ja, ik zal eraan denken. Ja, daar zal ik aan denken. Er verwijst naar ‘huiswerk’.

In plaats van er kan bij deze zinnen ook daar worden gebruikt. Er kan ook vooruitwijzen naar een bijzin. Vergelijk onderstaande zinnen. Ik ben trots op mijn kinderen. Ik ben er trots op dat mijn kinderen op school goede resultaten halen. Denken jullie aan het huiswerk? Denken jullie eraan dat we volgende week toetsen hebben? Hij werkt hard aan die opdracht. Hij werkt er hard aan om zijn Nederlands te verbeteren.

5 er = subject passieve zin Er wordt gebruikt in de passieve zin, als er geen direct object in de actieve zin staat. Voorbeelden: Actief: Ze praten in Nederland veel over het weer. Passief: Er wordt in Nederland veel gepraat over het weer. Actief: Ze zongen en dansten de hele nacht. Passief: Er werd de hele nacht gezongen en gedanst.

finale 2019.indd 275

Grammatica 3 Er

275

De finale

15-02-19 16:52


Oefening 44 Welke functie heeft er in onderstaande zinnen? Kies uit:

1 (er + telwoord), 2 (plaats), 3 (er + indefiniet subject), 4 (er + prepositie), 5 (subject passieve zin)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Er is nog een stukje appeltaart over. Jullie waren er vandaag niet. De politie twijfelt eraan of hij de waarheid spreekt. Wie zit er altijd naast jou? Welke groepen hebben er vanavond les van Saskia? Er zijn geen pennen meer. Er spelen geen kinderen op straat, omdat het regent. Wie heeft er nog honger? Ik ben er vorig jaar een week geweest. Is er iemand thuis? Er wordt in Nederland veel melk gedronken. Ik reken erop dat u op tijd komt. Er wordt geroddeld over de president. Houd jij van kaas? Nee, ik houd er niet van. Heb jij nog appels? Ja, ik heb er nog drie.

Oefening 45 Vul er in waar dat nodig is. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

De finale

276

finale 2019.indd 276

Volgende maand wordt een nieuwe supermarkt geopend. Hoeveel leden heeft jullie tennisclub? Onze club heeft 250. Hij rekent op dat je op zijn verjaardagsfeestje komt. Wordt gezegd dat het beter gaat met de economie. Elke week is wel wat in de aanbieding. Wat ligt onder de tafel? Heb je een gum voor me? Ik heb geen bij me. Ik laat de rest van mijn eten staan, ik heb geen zin meer in. Loopt een hond op straat. Ik ga zaterdag naar de markt. Ik koop bijna al mijn boodschappen. Ze had veel schoenen maar ze heeft veel weggegeven. Zijn veel poezen in Nederland. Ben je weleens in Japan geweest? Nee, ik ben nog nooit geweest. Ik maak het tafeltje schoon en zet de foto’s weer op. Welke producten zijn te koop in deze winkel?

Grammatica 3 Er

15-02-19 16:52


Oefening 46 Beantwoord de vragen. Gebruik er of daar in uw antwoord. Voorbeelden: Hoeveel kinderen hebt u? Ben je wel eens in China geweest? 1

Ik heb er drie. Nee, daar ben ik nog nooit geweest.

Hebt u veel verstand van computers? _________________________________________________________________________________________________________

2

Hoeveel glazen bier drinkt u per week? _________________________________________________________________________________________________________

3

Wat kun je in de bibliotheek doen? _________________________________________________________________________________________________________

4

Staat er een computer in uw woonkamer? _________________________________________________________________________________________________________

5

Weet u iets van het Nederlandse koningshuis? _________________________________________________________________________________________________________

6

Wordt er bij u thuis Nederlands gesproken? _________________________________________________________________________________________________________

7

Bent u weleens in Brazilië geweest? _________________________________________________________________________________________________________

8

Hoeveel Nederlandse boeken hebt u? _________________________________________________________________________________________________________

9

Hoelang hebt u in uw geboorteplaats gewoond? _________________________________________________________________________________________________________

10

Bent u geïnteresseerd in Nederlandse politiek? _________________________________________________________________________________________________________

11

Wordt er in de les veel grammatica behandeld? _________________________________________________________________________________________________________

12

Staan er veel auto’s in uw straat geparkeerd? _________________________________________________________________________________________________________

13

Maakt u zich zorgen over uw toekomst? _________________________________________________________________________________________________________

14

Hoeveel paar schoenen hebt u? _________________________________________________________________________________________________________

15

Waarover wordt er in uw land veel gepraat? _________________________________________________________________________________________________________

Oefening 47 Maak de zinnen af. Voorbeeld:

Ik reken erop dat je vanavond komt eten. 1

Denken jullie eraan dat

2

Ik reken erop dat

_______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

finale 2019.indd 277

Grammatica 3 Er

? .

277

De finale

15-02-19 16:52


3

Ik ben er verbaasd over dat _______________________________________________________________________________________________________

4

Mijn dochter droomt ervan om _______________________________________________________________________________________________________

5

.

Ze heeft er spijt van dat _______________________________________________________________________________________________________

10

.

Hij is er trots op dat _______________________________________________________________________________________________________

9

.

Ze twijfelen eraan of _______________________________________________________________________________________________________

8

.

Wij genieten ervan om _______________________________________________________________________________________________________

7

.

Veel mensen zijn er boos over dat _______________________________________________________________________________________________________

6

.

.

Ik vond het examen heel gemakkelijk. Ik ga ervan uit dat _______________________________________________________________________________________________________

.

er introduceert het onbepaald subject het (of dat) specificeert of identificeert het onbepaald subject. Voorbeelden: Er staat een auto voor de deur. Het is een rode volkswagen. Het (dat) is de auto van de buurman.

Er is een nieuwe cursist in onze groep. Het is Juan. Het (dat) is die jongen met die rode trui.

Vaste combinaties met het of dat: het is …, het zijn …, dat is …, dat zijn … Voorbeelden: Er staat een huis te koop in onze straat. Het is ... / Dat is een mooi huis. Er staan een paar huizen te koop. Het zijn ... / Dat zijn mooie huizen Er is een nieuwe buurman komen wonen. Het is ... / Dat is een aardige man. Er zijn nieuwe buren komen wonen. Het zijn ... / Dat zijn aardige mensen.

Oefening 48 Vul in:

het of er

Fragment 1 Mijn ouders hebben zelf een nieuw huis laten bouwen. __________ was niet gemakkelijk om een stuk grond te krijgen. __________ is maar heel weinig bouwgrond in hun dorp. En als je iets kunt vinden, is __________ vreselijk duur. Hun vorige huis konden ze heel snel verkopen. ___________ zijn heel veel mensen komen kijken, en ________ waren ________ ook die meer geld boden dan zij

De finale

278

finale 2019.indd 278

Grammatica 3 Er

15-02-19 16:52


vroegen, zo populair is hun dorp! ________ grappigste was, dat _________ ook een man aan de deur kwam, die mijn vader bleek te kennen van vroeger. _________ was een klasgenoot van vroeger, met wie hij als jongen was opgegroeid. Mijn vader herkende hem eerst niet. _________ was vroeger een jongen met rood haar, maar nu was ________ geen haar meer op zijn hoofd te bekennen.

Fragment 2 zijn nieuwe bewoners gekomen in het huis tegenover het onze. zijn aardige mensen. _________ is een gezin met twee kinderen. Gisteren was _________ ook een ouder echtpaar bij, maar dat zijn de grootouders. _________ zou gezellig zijn, als zij _________ ook komen wonen. _________ is zo saai in onze buurt, met alleen maar jonge gezinnen. Voor onze kinderen is _________ ook leuk dat dat gezin tegenover ons is komen wonen. Hun kinderen zijn net zo oud als die van ons. Verder wonen _______ maar weinig kinderen van hun leeftijd, de meeste zijn veel jonger. ___________ _________

Oefening 49 Spreekoefening in tweetallen of groepjes. Vertel iets over ‌ Voorbeeld 1: Vertel iets over... de straat waar u woont. Onze straat is heel gezellig. Er wonen veel mensen van mijn leeftijd. Het zijn bijna allemaal studenten.

Voorbeeld 2: Vertel iets over... uw studentenkamer. Mijn kamer is heel mooi. Het is geen grote kamer maar de kamer is wel heel licht. Er staat een bed, een stoel, een boekenkast en een bureau. Het bureau is heel oud maar het is van mijn vader geweest. Ik vind het een fijn bureau. Ik hoop dat ik er nog lang aan kan werken.

Vertel iets over... 1 uw auto. 2 uw mobiele telefoon. 3 uw tuin of balkon. 4 de studie of opleiding die u doet of gedaan hebt. 5 een hobby waar u graag mee bezig bent. 6 een thema waarin u geĂŻnteresseerd bent. 7 een activiteit waar u heel goed in bent. 8 het bedrijf of de organisatie waar u werkt of gewerkt heeft. 9 een ding dat u pas geleden gekocht hebt. 10 een land waar u op vakantie geweest bent. 11 een film die u pas geleden gezien hebt. 12 een boek dat u gelezen hebt.

finale 2019.indd 279

Grammatica 3 Er

279

De finale

15-02-19 16:52


4

Even groot als / groter dan / het grootst

1 comparatief = adjectief + -er (+ dan …) druk – drukker In het westen van Nederland is het verkeer drukker dan in het oosten. fit – fitter Nu ik meer aan sport doe, voel ik me fitter. duur – duurder In Amsterdam heb je duurdere huizen dan in Almere.

2 superlatief = het / de + adjectief + -ste kort – kortste De winter begint op 21 december. Dat is de kortste dag van het jaar. bekend – bekendste We staan hier op de Dam. Dat is het bekendste plein van Amsterdam. moeilijk – moeilijkste Van de Nederlandse grammatica vind ik de woordvolgorde het moeilijkst(e). druk – drukste Van alle regio’s in Nederland is de Randstad het drukst(e). onregelmatige vormen goed – beter – het best(e) veel – meer – het meest(e) weinig – minder – het minst(e) graag – liever – het liefst(e)

De finale

280

finale 2019.indd 280

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

15-02-19 16:52


3 even … als / net zo … als Peter en Johan zijn allebei vijfentwintig jaar. Ze zijn even oud. Peter is even oud als Johan. Engels en Nederlands vind ik moeilijk. Engels vind ik net zo moeilijk als Nederlands.

4 niet zo … als Tennissen vind ik niet zo leuk als voetballen. Daarom tennis ik niet zo vaak.

5 twee / drie / vier /… keer zo … als In Den Haag wonen ongeveer twee keer zo veel mensen als in Utrecht.

Oefening 50 Vul een comparatief of superlatief in. 1 Karel is 17 jaar, zijn zus Maria is 15 jaar, en zijn broertje Mark is 12 jaar. Maria is ____________________ dan Karel, maar ze is ____________________ dan Mark. Karel is de ____________________ van de drie, Mark is de ____________________ .

finale 2019.indd 281

2

Utrecht ligt 40 kilometer van Amsterdam, 60 kilometer van Den Haag en 180 kilometer van Maastricht. De afstand Utrecht–Den Haag is ____________________ dan de afstand Utrecht–Amsterdam, maar ____________________ dan de afstand Utrecht–Maastricht. Utrecht ligt dus ____________________ bij Amsterdam dan bij Den Haag, maar ____________________ van Maastricht dan van Den Haag. Van deze drie steden ligt Amsterdam het ____________________ bij Utrecht, en Maastricht het ____________________ van Utrecht.

3

Gemiddelde zomertemperatuur: Nederland: 20 graden; Frankrijk: 25 graden; Zuid Spanje: 32 graden. De gemiddelde zomertemperatuur in Frankrijk is ____________________ dan in Nederland, maar ____________________ dan in Zuid-Spanje. Van de drie landen is het in de zomer in Zuid-Spanje het ____________________ en in Nederland het ____________________ .

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

281

De finale

15-02-19 16:52


Oefening 51 Vergelijking tussen Amsterdam en Utrecht. Bedenk zelf logische woorden of woordcombinaties van vergelijking en vul ze in de goede vorm in. Op een streepje kunt u een of meer woorden invullen. In Amsterdam wonen ongeveer 900.000 mensen, in Utrecht ongeveer 300.000. In Amsterdam wonen dus _________________________________________________________ mensen ____________________________________________________________ in Utrecht. Bovendien is het aantal buitenlanders in Amsterdam ___________________________________________________ in Utrecht. In het centrum van beide steden is het altijd druk, maar ook hier is er een verschil: in Amsterdam is het ____________________________________________________ in Utrecht. Dat geldt niet voor het verkeer op de wegen rond Amsterdam en Utrecht. De drukte op die wegen is hetzelfde. Op de rondweg rond Utrecht rijdt ______________________________________________ verkeer ____________________________________________________ rond Amsterdam. In vergelijking met Utrecht heeft Amsterdam een aantal positieve en negatieve aspecten. Positieve aspecten zijn: Amsterdam heeft ______________________________________________________________________ theaters en bioscopen en een _______________________________________________________________ netwerk van openbaar vervoer dan Utrecht. Bovendien is er in Amsterdam een ____________________________________________________ variatie aan winkels en een ____________________________________________________ aanbod van musea en monumenten. Negatieve aspecten zijn: de criminaliteit in Amsterdam is ____________________________________________________ dan in Utrecht , de prijzen van huizen zijn ____________________________________________________ , de oppervlakte van groenvoorzieningen (parken, plantsoenen) is ____________________________________________________ en er zijn ____________________________________________________ drugsgebruikers ____________________________________________________ in Utrecht. Beide steden zijn universiteitssteden. Er is nauwelijks verschil in populariteit, dus het is moeilijk om te kiezen waar je wilt studeren. Studeren in Utrecht is dus ____________________________________________________ leuk ____________________________________________________ in Amsterdam.

De finale

282

finale 2019.indd 282

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

15-02-19 16:52


Oefening 52 Illustraties vergelijken: beschrijf overeenkomsten en verschillen. Hieronder ziet u drie schilderijen. Beschrijf de schilderijen en vergelijk ze. Welk schilderij heeft uw voorkeur en waarom?

Hieronder ziet u drie auto’s. Beschrijf de auto’s en vergelijk ze. Welke auto heeft uw voorkeur en waarom?

Hieronder ziet u drie personen. Beschrijf de personen en vergelijk ze.

finale 2019.indd 283

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

283

De finale

15-02-19 16:52


Oefening 53 Informatie in een figuur vergelijken. Kijk naar de afbeeldingen en maak een aantal zinnen van vergelijking met de gegeven informatie. rijstwafel rijstwafel

waterijsje waterijsje

27

40

calorieën

calorieën

ijsje ijsje

48

55

calorieën

peperkoek peperkoek

66 calorieën

72

65

fruitbiscuit fruitbiscuit

calorieën

chocholaatjes smarties

calorieën

Voorbeeld:

speculaas speculaas

calorieën

bonbon bonbon

77

calorieën

Een rijstwafel is het gezondste tussendoortje want het bevat de minste calorieën (27). Een doosje smarties bevat meer calorieën dan een fruitbiscuit.

Studentensteden

Verhouding m/v

Opleidingen

Aantal studenten

Bierprijs (gem.)

Sluitingstijd cafés ed.

Studentenverenigingen

Aantal kroegen

Kamerprijs per m2

Amsterdam

1:1

28

90.000

2,60

04.00 uur

14

1185

30

Utrecht

1:2

22

65.000

2,19

04.00 uur

10

185

30

Tilburg

1:1

21

26.000

1,99

04.00 uur

5

158

17

Rotterdam

1:1

10

55.000

1,99

05.00 uur

7

522

17

Leiden

1:2

23

22.000

3,49

06.00 uur

9

60

20

Eindhoven

2:1

11

21.000

1,80

02.00 uur

4

213

18

Nijmegen

1:1

18

18.000

1,70

04.00 uur

8

160

18

Groningen

1:1

16

50.000

2,09

Geen

9

186

19

Maastricht

1:1

12

11.000

3,00

03.00 uur

6

229

18

Wageningen

1:1

21

6.000

1,59

03.00 uur

4

30

19

Enschede

2:1

24

22.000

1,25

04.00 uur

4

114

17

Delft

2:2

25

13.000

1,99

Geen

6

74

20

Leeuwarden

1:1

20

20.000

2,00

05.00 uur

7

85

16

Bron: www.sum.nl/blog/vergelijk-studentensteden

Voorbeeld:

De finale

284

finale 2019.indd 284

In Utrecht studeren meer studenten dan in Rotterdam. In Enschede is een biertje het goedkoopste.

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

15-02-19 16:52


Apple iPad 4

ASUS Transformer Pad TF701

SamsungGalaxy Note 10.1 (2014 Edition)

Merk

Apple

Asus

Samsung

Model

iPad 4

Transformer Pad infinity (2013)

Galaxy Note 10.1 (2014)

Kleuren

Zwart-Wit

Titanium Gray

Zwart-Wit

Besturing

iOS

Android Jelly Bean (4.2)

Android Jelly Bean (4.3)

Gewicht

642 gram

585 gram

535 gram

Afmeting

241.2x185.7x9.4 mm

263x180x8,9 mm

7.9 mm dun

Beschikbaarheid

Nu beschikbaar

Verwacht

Verwacht

Laagste prijs

E 456,00

E 499,00

E 599,00

Prijs met abonnement

Variabel

Niet met abonnement

Niet met abonnement

Algemeen

Prijs en beschikbaarheid

Bron: www.tabletsmagazine.nl

Voorbeeld:

De ASUS Transformer Pad TF701 weegt minder dan de Apple iPad 4. De SamsungGalaxy Note 10.1 weegt het minst.

Aanbieder:

timemanagement.net

IMK Opleidingen

Training:

Time Management in 1 dag? Time Management.net

Time Management & stresspreventie

Brochures aanvragen:

V

Boertiengroep Timemanagement

V

V

Website bezoeken

Website bezoeken

Website bezoeken

Prijs:

E 395,-

E 795,-

E 1.095,-

Niveau:

MBO+

MBO+

MBO+

Certificaat

Met deze cursus verdient u studiepunten waarmee u het diploma ‘Practioner/ Master of Mamagement of Leadership’ kunt behalen.

Certificaat

Website:

Afronding:

15

16

12

1 dag

2 dagen

2 dagen

Looptijd:

Compacte 1-daagse cursus of korte workshop

1 week

2 x 1 dag

Tijdstip:

Onbekend

Overdag

Onbekend

Looptijd:

Open inschrijving In-company / Maatwerk

Open inschrijving In-company / Maatwerk

Open inschrijving

Regio’s:

x

x

x

Max. deelnemers: Totale lesduur:

Bron: helpdesk.springest.nl

Voorbeeld:

De cursus timemanagement is bij de Boertiengroep het duurste, maar de groep is ook het kleinste (maximaal 12 deelnemers).

finale 2019.indd 285

Grammatica 4 Even groot als / groter dan / het grootst

285

De finale

15-02-19 16:52


Lijst van Latijnse grammaticatermen Latijnse termen

Nederlandse termen

adjectief bijvoeglijk naamwoord adverbium bijwoord artikel lidwoord auxiliair hulpwerkwoord conjunctie voegwoord consonant medeklinker finiete verbum persoonsvorm gradus comparativus comparatief (vergrotende trap) gradus superlativus superlatief (overtreffende trap) imperatief gebiedende wijs imperfectum onvoltooid verleden tijd infinitief onbepaalde wijs inseparabele verba niet-scheidbare werkwoorden intransitieve verba onovergankelijke werkwoorden inversie inversie (omkering) irrealis irrealis (geen realiteit) negatie ontkenning object (lijdend) voorwerp participium perfecti passivi (ppp) voltooid deelwoord participium praesentis tegenwoordig deelwoord perfectum voltooid tegenwoordige tijd pluralis meervoud plusquamperfectum voltooid verleden tijd postpositie achterzetsel prefix voorvoegsel prepositie voorzetsel presens onvoltooid tegenwoordige tijd pronomen voornaamwoord reflexief pronomen wederkerend voornaamwoord reflexieve verba wederkerende werkwoorden separabele verba scheidbare werkwoorden singularis enkelvoud subject onderwerp substantief zelfstandig naamwoord suffix achtervoegsel syllabe lettergreep transitieve verba overgankelijke werkwoorden verbum werkwoord vocaal klinker

De finale

286

finale 2019.indd 286

Lijst van Latijnse grammaticatermen

15-02-19 16:52


Over de auteurs Maud Beersmans werkt sinds 1993 als docent Nederlands als tweede taal. Sinds 1998 geeft ze met name les aan groepen hogeropgeleide anderstaligen van zeer uiteenlopende taalniveaus. Daarnaast verzorgt ze maatwerktrainingen voor mensen met diverse achtergronden en doelstellingen. Bovendien houdt ze zich bezig met de vakdidactiek van aankomende NT2-docenten. Maud is een van de auteurs van De opmaat, De sprong en De finale. Haar mailadres is: maud@babel.nl.

Wim Tersteeg geeft sinds 1991 zowel groepscursussen als individuele taaltrainingen aan hogeropgeleide anderstaligen. Deze individuele trainingen geeft hij op de werkvloer en ook verzorgt hij schrijfvaardigheidstrainingen via e-mail. Daarnaast is hij medeauteur van de bekende methode Help!, deel 1 en 2. Wim is een van de auteurs van De opmaat, De sprong en De finale. Zijn mailadres is: wim@babel.nl. Beide auteurs zijn verbonden aan taalinstituut BABEL Taal in Utrecht.

finale 2019.indd 287

Over de auteurs

287

De finale

15-02-19 16:52


finale 2019.indd 288

15-02-19 16:52

Profile for Boom uitgevers Amsterdam

De finale  

De finale