Issuu on Google+

Examenreglement algemeen gedeelte 2010 - 2011 Rector en leraren van het Bonhoeffercollege te Castricum, daartoe gemachtigd door het bevoegd gezag, het bestuur van de Stichting voor Voortgezet Onderwijs Kennemerland, hebben, met inachtneming van het bepaalde in het Eindexamenbesluit VWO, HAVO, MAVO, VBO, besloten het eindexamen VWO/HAVO/VMBO theoretische leerweg als volgt in te richten: 1. Afnemen eindexamen 1.1. De rector en de examinatoren nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af. 1.2.De eindexamencommissie van een afdeling bestaat uit: de rector (voorzitter), de conrector (secretaris) en de examinatoren van de afdeling (leden). 1.3. Examinator is degene die belast is met het afnemen van het examen. 1.4. Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, of uit een schoolexamen en een centraal examen. Het omvat mede een profielwerkstuk/sectorwerkstuk. 1.5. De kandidaat wendt zich tot de afdelingsleider voor: algemene informatie over het examen, aanvrage vrijstelling, verzoeken om herkansing schoolexamen, verzoeken om herkansing centraal examen, inzage examenwerk, verklaringen over een afgelegd examen, verzoeken om een afwijkende wijze van examineren en verzoeken om spreiding van het examen. Indien van toepassing zal de afdelingsleider de secretaris van het eindexamen op de hoogte stellen. 2. Commissies Schoolexamen en/of centraal examen: 2.1. Doen zich onregelmatigheden voor ten aanzien van schoolexamen en/of centraal examen, dan treedt als beroepsinstantie op de door het bevoegd gezag van de school ingestelde commissie van beroep. De commissie bestaat uit drie leden, respectievelijk aangewezen door het bevoegd gezag, de oudergeleding en de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad. De rector en de examinatoren kunnen geen lid zijn van deze commissie. De commissie is gebonden aan een door het bevoegd gezag vastgesteld reglement. Schoolexamen: 2.2. De herkansingscommissie beslist, welke kandidaten voor een herkansing bij het schoolexamen in aanmerking komen; deze commissie bestaat uit de afdelingsleider als voorzitter en vier examinatoren van de desbetreffende afdeling, van iedere intersectie een. De commissie beslist nadat de betrokken examinator is gehoord. Tegen beslissingen van de commissie kan beroep worden aangetekend bij de commissie van toezicht 2.3. Bij het schoolexamen treedt in een aantal gevallen een commissie van toezicht op, bestaande uit de conrector, de afdelingsleider en de sectievoorzitter van het vak dat in het geding is. Indien een van hen zelf bij het geding betrokken is, treedt een vergelijkbare plaatsvervanger als commissielid op. Indien er geen vak in het geding is, treedt als derde lid op de oudste examinator. De commissie hoort alle betrokkenen. De kandidaat in kwestie en/of zijn ouders of verzorgers kunnen zich tegenover de commissie laten bijstaan door een docent of medeleerling. De beslissingen van de commissie zijn bindend in geval van een aanvraag om een herkansing; in andere gevallen kan een beroep worden gedaan op de onder 2.1 genoemde commissie van beroep. 3. Het programma van toetsing en afsluiting 3.1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks v贸贸r 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast dat in elk geval betrekking heeft op het desbetreffende schooljaar. In het programma wordt in elk geval aangegeven welke onderdelen van het examenprogramma in het schoolexamen worden getoetst, de inhoud van de onderdelen van het schoolexamen de verdeling van de examenstof over de toetsen van het schoolexamen, de wijze waarop het schoolexamen plaatsvindt, de herkansing van het schoolexamen, het herexamen van het schoolexamen, alsmede de regels die aangeven op welke wijze het cijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat tot stand komt. 3.2. Een schoolexamen kan zowel mondeling als schriftelijk worden afgenomen. Het schoolexamen bestaat uit toetsen, praktische opdrachten en handelingsdelen. Voor elk examenvak afzonderlijk zijn de schoolexamens geregeld in het programma van toetsing en afsluiting.

Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

1


4. Het schoolexamen 4.1. Inrichting schoolexamen 4.1.1. Het schoolexamen strekt zich uit over alle vakken, waarin de kandidaat eindexamen aflegt en wordt ingericht overeenkomstig hetgeen voor ieder vak afzonderlijk in het programma van toetsing en afsluiting is aangegeven. 4.1.2. De inrichting en vormgeving van het schoolexamen volgt uit het jaarlijks op te stellen en uit te reiken programma van toetsing en afsluiting. 4.1.3. De wijze van toetsen van de verschillende onderdelen van het schoolexamen en het moment in de schoolloopbaan staan vermeld in het programma van toetsing en afsluiting. 4.1.4. De herkansingsregeling is opgenomen in het programma van toetsing en afsluiting. 4.1.5. Het schoolexamen wordt tenminste één week voor de aanvang van het centraal examen afgesloten. In een uitzonderlijk geval kan de secretaris van het eindexamen een kandidaat toestemming verlenen het schoolexamen af te sluiten uiterlijk vier dagen voor de aanvang van het centraal examen. 4.1.6.Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de afdelingsleider, is verhinderd het schoolexamen tijdig af te ronden voor aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen, stelt de secretaris van het eindexamen een nieuw tijdstip ter afronding van het schoolexamen vast. In laatstgenoemd geval mag de kandidaat geen centraal examen doen in het desbetreffende vak of de desbetreffende vakken gedurende het eerste tijdvak van het centraal examen, maar wel in de andere vakken of het andere vak. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de afdelingsleider is verhinderd het schoolexamen tijdig voor de aanvang van het tweede tijdvak van het centraal examen af te sluiten, mag hij geen centraal examen doen in het desbetreffende vak of de desbetreffende vakken gedurende het tweede tijdvak van het centraal examen en wordt hij verwezen naar het derde tijdvak. 4.2. Beheer examendossier 4.2.1. De verantwoording voor het beheer van de verschillende onderdelen van het examendossier is als volgt geregeld: • de afdelingsleider is verantwoordelijk voor het centraal beheer per leerling van een overzicht van de gevolgde vakken met de resultaten en voor vwo/havo met de daarbij behorende studielast. • de vakdocenten zijn gedelegeerd verantwoordelijk voor het beheer van rapportages, schriftelijke toetsen, proces verbaal van mondelinge toetsen, werkstukken en foto/ videomateriaal van niet te archiveren werkstukken van leerlingen. 4.2.2. De respectievelijke onderdelen van het dossier worden door de verantwoordelijke docent bewaard totdat de beoordeling van het desbetreffende onderdeel aan de leerling c.q. zijn ouders schriftelijk is meegedeeld en door hen is geautoriseerd. Daarna staan de cijfers vast en kan de docent naar bevind van zaken met het gemaakte werk handelen. 4.3. Mededeling cijfers schoolexamen Voor de aanvang van het centraal examen maakt de afdelingsleider aan de kandidaat bekend: • welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen, • de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld, en • de beoordeling van het profielwerkstuk/sectorwerkstuk. 4.4. Verhindering 4.4.1. Alle kandidaten zijn verplicht alle voor hen vastgestelde proeven van het schoolexamen af te leggen. Wanneer een kandidaat zich aan enig onderdeel van het schoolexamen onttrekt of zonder geldige reden bij een onderdeel van het schoolexamen afwezig is, onderzoekt de afdelingsleider of de commissie van toezicht moet worden ingeschakeld. 4.4.2. Indien een kandidaat door ziekte of een andere dwingende reden, niet veroorzaakt door onnauwkeurigheid, onachtzaamheid of nalatigheid van de kandidaat of zijn wettelijke vertegenwoordiger, absoluut verhinderd is aan een onderdeel van het schoolexamen deel te nemen, stelt hij of zijn wettelijke vertegenwoordiger de afdelingsleider zo vroeg mogelijk vóór de aanvang van bedoelde toets, of ander onderdeel van het schoolexamen, in kennis van deze verhindering en de reden(en) daarvoor. 4.4.3. De afdelingsleider onderzoekt de mogelijkheid de kandidaat volgens de geldende regels op de vastgestelde tijd, doch op een andere dan de vastgestelde plaats het onderdeel van het schoolexamen te laten afleggen; is naar zijn oordeel deze mogelijkheid in redelijkheid aanwezig, dan wordt aan de kandidaat geen uitstel van bedoeld onderdeel van het schoolexamen toegestaan. Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

2


4.4.4 Indien de afdelingsleider overtuigd is van de onmogelijkheid voor de kandidaat een onderdeel van het schoolexamen op vastgestelde plaats en tijd af te leggen, dan verleent hij de kandidaat uitstel; hij stelt de betrokken examinator hiervan direct in kennis en deelt in overleg met de examinator de kandidaat of diens wettelijke vertegenwoordiger mee, wanneer en waar het uitgestelde onderdeel van het schoolexamen afgelegd dient te worden. In geval van ziekmelding van een kandidaat heeft de rector het recht een controlerend geneesheer in te schakelen, dan wel een huisbezoek bij de betreffende kandidaat af te (laten) leggen, dan wel een medische verklaring te verlangen. 4.4.5. Indien het bericht van verhindering als bedoeld in 4.4.2 niet vóór de aanvang van het onderdeel van het schoolexamen wordt gegeven, dient de kandidaat of diens wettelijke vertegenwoordiger tevens genoegzame bewijzen te leveren van de onmogelijkheid vóór de aanvang van het onderdeel van het schoolexamen bedoeld bericht te geven; zonder deze bewijzen verleent de afdelingsleider het verlangde uitstel niet. 4.4.6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de toezichthouder of de kandidaat na enige tijd het werk kan hervatten. Indien de kandidaat het werk na enige tijd hervat, kan na overleg met de afdelingsleider de gemiste tijd aan het einde van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten behoudt het tot dan toe gemaakte werk zijn geldigheid. Uitsluitend in bijzondere gevallen kan de rector het gemaakte werk ongeldig verklaren. Een kandidaat die vóór de zitting onwel is, dient altijd contact met de afdelingsleider op te nemen over wel of geen deelname aan de zitting. Een kandidaat die tijdens de zitting onwel wordt dient dit altijd aan de surveillant te melden. Zonder deze melding kan achteraf beroep op onwel zijn niet worden geaccepteerd. 4.4.7. Indien een kandidaat door ziekte of andere externe factoren buiten zijn macht niet in staat is een praktische opdracht op de uiterste inleverdatum in te leveren gelden eveneens de artikelen 4.4.1 t/m 4.4.5. In voorkomende gevallen kan de afdelingsleider in overleg met de betrokken docent een andere uiterste inleverdatum vaststellen. Technische mankementen of afwezigheid op de dag dat werk t.b.v. onderdelen van het schoolexamen moet worden ingeleverd, gelden niet als excuus voor te laat inleveren. 4.4.8. In bijzondere gevallen kan de afdelingsleider in overleg met de betrokken vaksectie besluiten een in de schoolexamenregeling vastgesteld onderdeel van het schoolexamen uit te stellen voor alle daarbij betrokken kandidaten. 4.4.9. In aansluiting op hetgeen omtrent onregelmatigheden in artikel 5.10 is aangegeven, wordt bepaald dat voor gemiste onderdelen van het schoolexamen maatregelen genoemd in art. 5.10.2 worden genomen indien een kandidaat met niet geldige reden afwezig is. 4.4.10. Indien een kandidaat een praktische opdracht en/of een dossier op een in de bijlagen vermeld tijdstip niet inlevert en/of een definitieve lijst inlevert die niet aan de gestelde eisen voldoet, adviseert de afdelingsleider de commissie van toezicht of een maatregel als genoemd in art 5.10.2 genomen moet worden. 4.4.11. Indien een kandidaat een handelingsdeel op de vastgestelde einddatum niet "naar behoren" heeft afgerond moet de leerling buiten lestijd op school werken aan het handelingsdeel. Indien de kandidaat binnen twee weken het handelingsdeel nog niet heeft afgerond, ontvangt de kandidaat een aangetekende brief met daarin de mededeling dat: a. in geval het een kandidaat uit een voorexamenklas betreft de deelname aan de afsluitende proefwerkweek wordt ontzegd en daarmee automatisch de leerling geen overgangsbewijs krijgt naar het volgend leerjaar; b. ingeval het een leerling uit de examenklas betreft art. 5.10.2 d in werking treedt. Eenzelfde brief wordt aangetekend naar de ouders/verzorgers verstuurd en een afschrift van de brief wordt verzonden naar bevoegd gezag en de inspectie. 4.4.12. Als de school door overmacht niet in staat is op het vermelde tijdstip een schoolexamen af te nemen, wordt de kandidaat zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld het examen alsnog af te leggen waarbij de werkdruk niet onredelijk hoog mag worden, zulks ter beoordeling van de afdelingsleider. 4.5 Periodes van het schoolexamen 4.5.1. Het programma van toetsing en afsluiting geeft aan wanneer toetsen voor het schoolexamen moeten worden afgelegd, of wanneer andere onderdelen van het schoolexamen afgerond dienen te zijn. De kandidaten ontvangen tijdig de roosters van het SE, waarop tevens Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

3


aanvullende regels en praktische aanwijzingen vermeld worden. 4.5.2. In het laatste jaar van het schoolexamen kunnen andere huiswerkloze of individuele proeven worden afgenomen, die in het programma van toetsing en afsluiting met name worden genoemd. 4.5.3. In het laatste jaar van het eindexamen worden er geen andere proefwerken of schriftelijke werken gegeven dan in het programma van toetsing en afsluiting zijn opgenomen. De overige buiten het schoolexamen vallende cijfers voor tests dienen uitsluitend als prognose voor het schoolexamen en het centraal examen. 4.5.4. De kandidaat is verplicht op of vóór de vastgestelde en in het programma van toetsing en afsluiting vermelde data zijn verslagen, werkstuk, literatuurlijst en/of scriptie bij de examinator in te leveren. Hij levert in de loop van de examenjaren de voorlopige stadia en de eindversie van zijn literatuurlijst, scriptie of werkstuk in op of vóór de data die daarvoor in het P.T.A. per vak zijn aangegeven. 4.6. Het afnemen van het schoolexamen 4.6.1. Opgaven en normering van een schriftelijk schoolexamen voor parallelgroepen dienen, als hetzelfde onderwerp is behandeld, gelijk te zijn. Indien niet hetzelfde onderwerp is behandeld, plegen de examinatoren overleg over de opgaven en de normen. 4.6.2. Na afloop van een schriftelijk schoolexamen ziet de kandidaat erop toe, dat al zijn werk door de surveillant wordt ingenomen. Het is niet mogelijk het eventueel ontbrekende naderhand in te leveren of alsnog te maken. Eenmaal gemaakt (ook gedeeltelijk gemaakt) werk kan niet meer ongedaan gemaakt worden. 4.6.3. Het met de kandidaten besproken schriftelijke werk wordt beheerd conform het in artikel 4.2.2 van dit reglement bepaalde. 4.6.4. Mondelinge proeven van het schoolexamen worden door de examinator opgenomen op de band. 4.6.5. Een kandidaat kan een gemotiveerd verzoek indienen bij de afdelingsleider tot het afleggen van het mondeling SE in het bijzijn van een andere docent. De examinator bepaalt, na overleg met de bijzitter, het cijfer. 4.6.6. Als het schoolexamen naar het oordeel van de afdelingsleider niet op juiste wijze heeft plaatsgehad, kan deze de commissie van toezicht adviseren dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen. De commissie laat zich hierbij adviseren door de desbetreffende vaksectie(s). 4.7 Cijfers van het schoolexamen 4.7.1. Het schoolexamen wordt beoordeeld overeenkomstig hetgeen voor ieder vak afzonderlijk in het programma van toetsing en afsluiting is aangegeven, met dien verstande, dat voor alle vakken geldt: voor elk van de delen van het schoolexamen wordt een op één decimaal nauwkeurig afgerond cijfer gegeven. 4.7.2. De examinator drukt zijn eindoordeel over kennis, inzicht en vaardigheid van een kandidaat in elk vak uit in een cijfer voor het schoolexamen. Daarbij gebruikt hij een schaal van cijfers lopende van 1 tot en met 10 met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. Het eindcijfer voor het schoolexamen is het gewogen gemiddelde van de beoordelingen, die voor de afzonderlijke schoolexamenonderdelen aan de kandidaten zijn gegeven. 4.7.3. Indien een kandidaat in een vak door twee of meer leraren is geëxamineerd, bepalen deze leraren in onderling overleg het cijfer voor het schoolexamen. Komen zij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. 4.7.4. Indien een gemiddelde als bedoeld in de punten 4.7.2 en 4.7.3 een cijfer met twee of meer decimalen is, wordt dit cijfer afgerond op de eerste decimaal, met dien verstande dat deze decimaal met 1 verhoogd wordt indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is. 4.7.5. Van iedere beoordeling die bij het bepalen van het eindoordeel over een kandidaat meetelt, stelt de examinator de kandidaat zo spoedig mogelijk in kennis. Tijdens de toetsweken worden echter geen cijfers aan de kandidaten meegedeeld. De definitieve eindcijfers voor het schoolexamen worden uiterlijk één week voor de aanvang van het CE schriftelijk aan de kandidaten meegedeeld, evenals de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld en de beoordeling van het profielwerkstuk/sectorwerkstuk. 4.7.6. Aan de ouders wordt twee schoolweken na iedere toetsweek gerapporteerd over cijfers en andere beoordelingen voor onderdelen van het schoolexamen. Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

4


In geval van onjuiste vermelding van eindcijfers op het rapport, beslissen de cijfers vermeld op de lijst van cijfers, bedoeld in art. 56 van het Eindexamenbesluit VWO, HAVO, MAVO, VBO. 4.7.7. Tegen het verloop en/of de uitslag van elk onderdeel van het schoolexamen kan binnen drie dagen na de rapportage van het cijfer van het desbetreffende SE-onderdeel schriftelijk beroep worden aangetekend door de ouders of verzorgers van de kandidaat dan wel door de kandidaat zelf bij de commissie van toezicht, bedoeld in punt 2.3. Deze commissie neemt daarop een beslissing, die schriftelijk aan de betrokkenen wordt meegedeeld. 4.8. Herkansing van het schoolexamen. 4.8.1. De regels voor de herkansing van toetsen van het schoolexamen zijn opgenomen in het programma van toetsing en afsluiting. 4.8.2. Kandidaten die onwettig hebben verzuimd en de kandidaten die m.b.t. een meetellend SEonderdeel of de tussentijdse, voor het eindcijfer niet meetellende, proeven of opdrachten niet presteren zoals redelijkerwijs van hen verwacht mag worden, kunnen van het herkansingsrecht worden uitgesloten. De docent die onderpresteren constateert, stelt uiterlijk twee (TL) dan wel drie (HAVO/VWO) weken voor de af te leggen toets de afdelingsleider en de kandidaat schriftelijk op de hoogte. De beslissing hierover wordt op voordracht van de afdelingsleider genomen door de commissie van toezicht. 4.8.3. Wanneer het een vaksectie blijkt dat de validiteit van een proef van het schoolexamen aan twijfel onderhevig is, kan voor het desbetreffende onderdeel buiten de normale regels om een herkansing worden gegeven. De beslissing hierover wordt genomen door de onder punt 2.3 genoemde commissie. Een kandidaat is niet verplicht deel te nemen aan een dergelijke herkansing. 4.8.4. Herexamen schoolexamen v.w.o. / h.a.v.o. / v.m.b.o. tl Onverminderd art. 4.8.1 kan de kandidaat die eindexamen v.w.o. / h.a.v.o. / v.m.b.o. tl aflegt, voor één vak waarin alleen een schoolexamen wordt afgelegd, dat schoolexamen opnieuw afleggen, indien hij voor dat vak een eindcijfer heeft behaald lager dan 6. Het herexamen omvat door het bevoegd gezag aangegeven onderdelen van het examenprogramma. De secretaris van het eindexamen stelt nadat de desbetreffende vaksectie advies heeft uitgebracht vast hoe het cijfer van het herexamen wordt bepaald, waarbij de cijfers van het eerder afgelegde schoolexamen worden betrokken die betrekking hadden op het niet tot het herexamen behorende onderdelen van het examenprogramma. Het hoogste van de cijfers behaald bij het herexamen in een vak en bij het eerder afgelegde schoolexamen in dat vak geldt als eindcijfer voor dat vak. 5. Centraal examen 5.1. Examenprogramma 5.1.1. Het eindexamen atheneum omvat: a. de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel. b. de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk en c. vakken en deelvakken en andere programmaonderdelen van het vrije deel van elk profiel. 5.1.2. Het eindexamen gymnasium omvat: a. de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel. b. de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk en c. vakken en deelvakken en andere programmaonderdelen van het vrije deel van elk profiel. d. ten minste één van de vakken: Griekse taal- en letterkunde of Latijnse taal- en letterkunde maakt deel uit van het gemeenschappelijke deel. In plaats van ckv1 volgt de leerling kcv. 5.1.4. Het eindexamen havo omvat: de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel de vakken en deelvakken van het profieldeel van een van de profielen waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk en vakken en deelvakken en andere programmaonderdelen van het vrije deel van elk profiel. 5.1.6 In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo-havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken en deelvakken van het gemeenschappelijk deel voor welke hij werd vrijgesteld van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste tot en met derde lid, of vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. 5.1.7 Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg omvat: Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

5


de vakken van het gemeenschappelijk deel, de twee vakken van het sectordeel en in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel samen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn. Het schoolexamen en het centraal examen worden afgelegd in ten minste zes vakken. 5.2. Keuze van eindexamenvakken 5.2.1. De kandidaten kiezen, met in achtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken zij examen willen afleggen, voor zover het bevoegd gezag hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. 5.2.2. De kandidaten kunnen voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken examen afleggen dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen 5.3. Inrichting van het eindexamen. 5.3.1. Het centraal examen kent drie tijdvakken. Indien een kandidaat om een geldige reden ter beoordeling van de afdelingsleider is verhinderd bij een of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen op ten hoogste twee toetsen te voltooien. Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien. 5.3.2. Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook aangaande de opgaven gedaan. De opgaven blijven bovendien tot het einde van de zitting in het examenlokaal. 5.3.3. Een kandidaat die te laat komt, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de zitting tot die zitting worden toegelaten. Hij levert zijn werk in op het tijdstip dat ook voor de andere kandidaten geldt. 5.3.4. Na afloop van een zitting ziet de kandidaat erop toe, dat al zijn werk door de surveillant wordt ingenomen. Het is niet mogelijk het eventueel ontbrekende naderhand in te leveren of alsnog te maken. Eenmaal gemaakt (ook gedeeltelijk gemaakt) werk kan niet meer ongedaan gemaakt worden. 5.3.5. De examinator en de tweede corrector stellen in onderling overleg het cijfer voor het centraal examen vast, met inachtneming van de voorgeschreven normen en de regels voor de bepaling van de cijfers. Zij gebruiken een schaal van cijfers lopende van 1 tot en met 10 met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. 5.4. Eindcijfers en uitslag eindexamen 5.4.1. Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks van 1 tot en met 10. De examinator bepaalt het eindcijfer voor een vak op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. 5.4.2. De rector en de secretaris van het eindexamen stellen de uitslag vast. 5.4.3. De zak/slaag-regeling voor VWO en HAVO staan in het Programma van Toetsing en Afsluiting van VWO 6 respectievelijk HAVO 5 vermeld. 5.4.4. Een examenkandidaat vmbo-tl is geslaagd als: - alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of - er ten hoogste 1x5 is en alle overige eindcijfers 6 of hoger zijn, of - er ten hoogste 1x4 is en alle overige eindcijfers 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of - er 2x5 is waarvan ten hoogste één behorend tot het sectordeel en alle overige eindcijfers 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger. In aanvulling hierop geldt dat voor lichamelijke opvoeding, het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel en voor het sectorwerkstuk een beoordeling dient te zijn behaald van “voldoende” of “goed”. 5.5. Herkansing centraal examen 5.5.1. De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd, nadat de uitslag is vastgesteld, het recht in het tweede tijdvak, of, als hij in het eerste tijdvak om een geldige reden verhinderd was het examen te voltooien, in het derde tijdvak, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen. 5.5.2. De kandidaat stelt de afdelingsleider vóór een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in punt 5.5.1 bedoelde recht. De afdelingsleider meldt dit aan de secretaris van het eindexamen. Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

6


5.5.3. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde centraal examen geldt als definitief cijfer voor het centraal examen. 5.5.4. Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld en wordt deze schriftelijk aan de kandidaat meegedeeld. 5.6. Diploma, cijferlijst en certificaten 5.6.1. De rector reikt aan elke kandidaat die eindexamen heeft afgelegd een lijst uit waarop zijn vermeld: de cijfers voor het schoolexamen, de cijfers voor het centraal examen, de eindcijfers voor de examenvakken en de uitslag van het eindexamen. 5.6.2. De rector reikt aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat een diploma uit, waarop alle vakken zijn vermeld die bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken. Duplicaten van diploma's worden niet uitgereikt. 5.6.3. Indien een kandidaat examen heeft afgelegd in meer dan het voorgeschreven aantal vakken, worden de eindcijfers van de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken vermeld op de cijferlijst, tenzij de kandidaat daartegen bezwaar maakt. 5.6.4. De rector reikt aan de definitief voor het eindexamen afgewezen kandidaat die de school verlaat en die voor een of meer vakken van zijn laatst afgelegde eindexamen een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald, een certificaat uit. Op het certificaat van een kandidaat van de theoretische leerweg van het vmbo wordt tevens het thema van het sectorwerkstuk vermeld, voor zover dit beoordeeld is met “goed” of “voldoende”. 5.6.5. Het certificaat vermeldt in ieder geval het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald, het voor dat vak of die vakken behaalde eindcijfer, de cijfers behaald voor het schoolexamen en voor het centraal examen daarin, en de soort van school waaraan het examen heeft plaatsgevonden. 5.7. Afwijkende wijze van examineren 5.7.1. De afdelingsleider kan toestaan dat een lichamelijk of geestelijk gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. Betreft het een dyslectische kandidaat, dan bestaat de aanpassing in de verlenging van de zittingsduur van schoolexamen en schriftelijk examen met maximaal een half uur. 5.7.2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het vak Nederlands of tot enig vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken van de voorschriften. De afwijking kan voor zover het centraal examen betreft slechts bestaan uit een verlenging van de duur van de toets met maximaal een half uur en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal. 5.8. Spreiding examen dagschool 5.8.1. Het bevoegd gezag van een dagschool kan, de inspectie gehoord, toestaan dat ten aanzien van kandidaten die in het laatste leerjaar langdurig ziek zijn en ten aanzien van kandidaten die lange tijd niet in staat zijn geweest onderwijs in het laatste leerjaar te volgen het centraal examen gespreid over twee schooljaren wordt afgenomen. 5.9. Bewaren examenwerk Het werk van het centraal examen en een overzicht van alle cijfers van het eindexamen worden gedurende zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de rector, ter inzage voor belanghebbenden. 5.10. Onregelmatigheden en beroep 5.10.1 Indien naar het oordeel van de commissie van toezicht een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan deze commissie maatregelen nemen. 5.10.2. De maatregelen bedoeld in punt 5.10.1 die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, kunnen zijn: a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen, b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer zittingen van het schoolexamen of het centraal examen, c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen, d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de rector aan te wijzen onderdelen. Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

7


Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen, legt de kandidaat dat examen af in het volgend tijdvak van het centraal examen, dan wel ten overstaan van de staatsexamencommissie. 5.10.3. Alvorens een beslissing als gevolg van punt 5.10.2 wordt genomen, hoort de commissie van toezicht de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan. De commissie deelt haar beslissing mee aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in punt 5.10.5. De schriftelijke mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat, indien deze minderjarig is, evenals aan de inspectie. 5.10.4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de commissie van toezicht in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag ingestelde commissie van beroep. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, de voorzitter van de examencommissie, de afdelingsleider en aan de inspectie. (zie punt 2.1). 5.10.5. Indien een kandidaat bij de commissie als bedoeld in 2.1 in beroep gaat tegen een uitsluiting van het schoolexamen of het centraal examen of een gedeelte daarvan dan is hij gerechtigd in afwachting van de uitspraak van deze commissie aan nog volgende zittingen van het schoolexamen of het centraal examen deel te nemen. 5.11. Geheimhouding Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit examenreglement en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit reglement de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 5.12. Namen en adressen 5.12.1. De samenstelling van de commissie van beroep, bedoeld in punt 2.1, wordt later bekend gemaakt. Het adres van de commissie is het schooladres. 5.12.2. Inspectie van het Onderwijs www.onderwijsinpectie.nl Postadres Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730 3500 GS Utrecht Bezoekadres Park Voorn 4, Utrecht Telefoonnummer receptie: 088 - 669 60 00 5.13. Slotbepalingen 5.13.1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de rector. 5.13.2. Een exemplaar van deze regeling wordt v贸贸r 1 oktober aan de kandidaten en examinatoren ter hand gesteld en aan de inspecteur toegezonden. 5.13.3. Als in deze regeling gesproken wordt van "hij" en "zijn" waar het de kandidaten betreft, is dat kortheidshalve gebeurd en worden zowel mannelijke als vrouwelijke kandidaten bedoeld.

Bonhoeffercollege Castricum Examenreglement 2010-2011

8


Examenreglement