Page 1

nr 82 • december 2011 • jaargang 21 Toondertijd is het driemaandelijks tijdschrift voor leden van de Marten Toonder Verzamelaars Club, afgekort MTVC . Voorzitter: Arnoud Alderlieste Tollenskade 32 2274 LV Voorburg tel. 070 3836360 aws@toondertijd.nl Bijzondere projecten: Henk Arens Wilhelminastraat 16, 2382 HE Zoeterwoude Tel. 071-5891103 dickerdack@toondertijd.nl Secretaris / penningmeester: Ton Michels Goudenregenzoom 120 2719 HD Zoetermeer Tel. 079 - 3616343 dorknoper@toondertijd.nl Beurzen: vacature Clubblad: redactie Bastiaan Koijck Tel. 059 2302931 opmaak Ed Bakker fanth@toondertijd.nl Website: www.toondertijd.nl beheer Ed Bakker prlwytzkofski@toondertijd.nl Met dank aan iedereen die ons ook dit nummer weer de nodige informatie heeft verstrekt, vragen stelde of op andere wijze medewerking verleende. Verantwoordelijkheid voor onder naam gepubliceerde artikelen berust uitsluitend bij de desbetreffende. Lidmaatschap Het lidmaatschapsgeld kan worden gestort op Postbankrek. Nr. 626.11.21 t.n.v. de Marten Toonder Verzamelaars

Club, Zoetermeer en bedraagt dit lopende kalenderjaar € 17,50. Leden buiten Europa betalen een ander tarief i.v.m. hogere verzendkosten Kopij Kopij voor het december nummer dient uiterlijk woensdag 25 januari 2011 in het bezit te zijn van de redactie. de redactie houdt zich het recht voor een ingezonden stuk in te korten en/of te wijzigen. Copyright Niets uit deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het auteursrecht worden overgenomen. Copyright op alle illustraties berust bij Stichting Toonder Auteursrecht, tenzij anders vermeld. Voor overige illustraties zoekt de MTVC contacten met rechthebbenden om toestemming voor de publicatie te krijgen. Niet altijd zijn echter de rechthebbenden te traceren. De MTVC is sinds 1991 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nr. 40.26.02.55


Voorwoord TT december 2011 Er zijn negen kunstvormen: beeldende kunst, theater, muziek, dans, film, architectuur, mengkunst (cross-over), literatuur en strips. Over deze negende kunst zond de VPRO de acht-delige televisie-serie Beeldverhaal uit (29-10-11 tm 17-12-11). Deel 3 van Beeldverhaal (12-11-11) was geheel gewijd aan de Bommel-strip. Deze aflevering en het volledige interview met Hans Matla is nog te zien op: transmieter.nl/h Tussen neus en lippen door wordt gezegd dat Tom Poes Weekblad vijf jaar eerder verscheen dan Donald Duck Weekblad (de eerste verscheen voor het eerst op 28-111947, de Nederlandse Donald Duck op 25-10-1952). Ja, dat had ondergetekende niet zo scherp op het netvlies dat Tom Poes Weekblad zo kort na de oorlog verscheen. Na bijna een kwart eeuw komt uitgeverij Panda in het Toonderjaar eindelijk met de nieuwe editie van de Bommelbibliografie, dan geheten: Marten Toonder Bibliografie. Ook zal de uitgeverij de laatste acht delen van de Integrale Uitgave van Avonturen van Tom Poes presenteren, de banden 26 tm 33. Hierin komen alle overige Tom Poes-verhalen, zoals die verschenen in onder meer Ons Vrije Nederland, 2

Zondagsvriend, Wereldkroniek, Pum-Pum, Tom Poes weekblad, Kleine Zondagsvriend en de Engelstalige publicaties Tom Puss Tales, Tom Puss in Nursery Rhymeland, Tom Puss at the panto, Mr. Bumble and the wonder-egg, T.V. Comic, Tom Puss comics, Panda comics en de Jack and Jill all colour gift books. Daarmee is uitgeverij Panda niet klaar met Toonder, want ook zal volgend jaar het eerste deel van de reeks Avonturen van Panda uitkomen, een reeks die zal bestaan uit 42 banden, met daarin de 199 Panda-verhalen, en waarvoor Seth Gaaikema (Reinaert- en Panda-kenner) de inleidingen zal schrijven. Het Toonder-jaar brengt ons niet alleen vele boeken, maar ook komen er diverse tentoonstellingen, in chronologische volgorde: 07-02-12 tm 23-09-12, Het Belgische Centrum voor het Beeldverhaal (Brussel) 10-03-12 tm 11-03-12, Stripdagen (Gorinchem) mei 2012 tm najaar 2012, Het Nederlands Stripmuseum (Groningen) 26-05-12 tm 28-05-12, Kasteel Doorwerth (Doorwerth) 11-10-12 tm 31-01-13, Het Nederlands Letterkundig Museum (’s-Gravenhage) In het Toonder-jaar (2012)


ontvangen de MTVC-leden 2 cadeaus (naast de 4 Toondertijds en de kerstkaart). Bij deze Toondertijd treft u alleen een (bijzondere) kerstkaart. Het is een reproductie uit de serie 7, in

verzamelaarskringen ‘Kabouters’ genoemd. Marten Toonder tekende dit begin jaren ’40 voor uitgeverij De Muinck en Co. Fijne feestdagen gewenst!

Arnoud Alderlieste MTVC-beurs op kasteel Doorwerth (zaterdag 26 mei 2012) Tijdens de pinksterdagen (26, 27 en 28 mei) worden de Bommeldagen gehouden op het prachtige kasteel Doorwerth, vlakbij Arnhem, Gelderland. Op het binnenhof De MTVC houdt zaterdag 26 mei van 11:00 tot 16:00 haar beurs buiten op het binnenhof van het kasteel. Hier hebben we weerbestendige marktkramen. Paul Verhaak zal zijn boek “De Bommelparade” signeren en Pim Oosterheert zal de derde, geheel herziene druk van “Bommelcitaten” signeren. Ook is er

een Bommelwijn verkrijgbaar. Horeca is er naast de beurs: in kasteelcafé de Zalmen kunt u naast eenvoudige doch voedzame maaltijden genieten van een expositie van Bommelposters, cliché’s van de avonturen van Olivier B. Bommel en Tom Poes en mooie Bommelaria. Beurs is gratis toegankelijk.

Info voor de kraamhouders De afmeting per kraam is 2,40 m. lang en 1,10m breed en ze hebben een ruime zeilbovenspanning. MTVC-leden betalen slechts 15 EUR per kraam of 7,50 EUR voor een halve kraam, niet leden betalen 25 EUR. De kraamhouders hebben gratis

toegang tot het kasteel en ontvangen hiervoor een badge. Opbouwen van de kraam vanaf 10:30 uur, afbouwen niet eerder dan 16:00 uur. Aanmeldingen bij: Arnoud Alderlieste, aws@toondertijd.nl 070 38 36 36 0.

In het kasteel Op 26 mei geeft Pim Oosterheert, directeur van museum Bommelzolder, twee lezingen met

powerpointpresentatie: 13:0014:00 en 15:00-16:00 uur. Op 27 en 28 mei zal Theater Parbleu 3


Bommelsteinse Verhalen vertolken in de Ridderzaal. De heer van stand, de trouwe bediende Joost, de Markies de Canteclaer en de commissaris Bulle Bas komen allemaal aan bod. De Ridderzaal zal decor zijn voor een kamer uit Bommelstein, de verschillende figuren en hun avonturen maken dit bijzondere verhaal compleet. Verder in het kasteel (26 tm 28 mei): schatten uit de collectie van museum de Bommelzolder; voorstelling van oude zwart-wit diafilmpjes, die rond 1955 zijn gemaakt en luister in de torenkamer naar de schatten uit de taaltuin van Toonder in

het Bommelhoorspel: “Het einde van eindeloos”. Wellicht ontmoet u markies De Canteclaer, die uit eigen werk (gedichten) voordraagt. En.. ontdek de wereld van Olivier B. Bommel aan de hand van een speurtocht in en rondom het kasteel! Toegangsprijs voor kasteel voor MTVC-leden is € 6,80, kinderen € 3,80 (normaal is dit € 11,- ). Voor deelname aan de lezing (€ 2,50) is reservering nodig bij de receptie van het kasteel: 026-3397409 of e-mail: doorwerth@mooigelderland.nl Kasteel Doorwerth (Fonteinallee 2B, 6865 ND Doorwerth) is van 11:00 tot 17:00 geopend. Arnoud Alderlieste

De omslagen van de Literaire Reuzenpockets van de Bezige Bij De omslagen van de bekende boeken van de Bezige Bij zijn bij velen in de geheugen gegrift. Twee omslagen uit de lange serie werden bij latere drukken vervangen. Van een derde LRP publiceert Toondertijd voor het eerst een verworpen omslagillustratie.Het gaat om de volgende boeken: 1. ’k Wist niet dat ik het in mij had - oorspronkelijke omslag door Peter Hoye - 1e tm 8e druk (= 1971 tot 1987) 2. ’k Wist niet dat ik het in mij had hertekend omslag door Marten Toonder - vanaf 9e druk (= 4

vanaf 1987) 3. Praw!!! Der hemelonderweder oorspronkelijke omslag door Peter Hoye - 1e tm 5e druk (= 1972 tot 1987) 4. Praw!!! Der hemelonderweder oorspronkelijke omslag door Marten Toonder - vanaf 6e druk (= vanaf 1987) 5. Een groot denkraam - verworpen omslagillustratie door w.s. Peter Hoye - nu voor het eerst in Toondertijd gepubliceerd 6. Een groot denkraam - omslag door Phiny Dick - vanaf 1e druk (= vanaf 1972)


Wie de tekenaar van prent 5 is, is niet bekend, maar heel waarschijnlijk is het Peter Hoye, die ook de eerste versies heeft getekend van ’k Wist niet dat ik het in mij had en Praw!!! Der hemeldonderweder, beide uit 1971. Die twee boeken werden door Toonder zelf in 1974 voorzien van

1 3 5 een nieuwe omslagillustratie, ongetwijfeld omdat hij niet tevreden 2 4 6 was met het werk van Peter Hoye. Maar misschien is er discussie geweest over de financiële vergoeding bij herdrukken. Arnoud Alderlieste & Hans Matla 5


Ollie B. Bommel en Tom Poes herleven in muzikaal stripverhaal Aangezien het op 2 mei 2012 honderd jaar geleden is dat Marten Toonder werd geboren, heeft de Toonder Compagnie 2012 tot ‘Toonderjaar’ uitgeroepen. Dit eeuwfeest wordt gevierd met diverse evenementen waaronder het herleven van heer Ollie en Tom Poes in een nieuwe Bommelmusical die gebaseerd is op één van de vroege stripverhalen ‘De Nieuwe IJstijd’. “De verhalen van Toonder zijn letterlijk en figuurlijk beeldend en dat maakt ze heel geschikt voor adaptatie voor toneel”, aldus Frans Schraven, regisseur van ‘De Nieuwe IJstijd’. OpusOne is verantwoordelijk voor de bewerking van strip naar voorstelling. De theaterproducent heeft ervaring met de Bommelmaterie en maakte in 1998 al een Bommelmusical gebaseerd op het verhaal ‘De Trullenhoedster’. Toonder volgde de voorbereidingen hiervan kritisch en was zeer tevreden met het resultaat. In ‘De Nieuwe IJstijd’ worden de originele stripstroken van Toonders verhaal gebruikt. De

6

niet eerder vertoonde tekeningen worden middels animatie in beweging gebracht en op grote schermen geprojecteerd. Milou Toonder, ‘kleindochter van’ en directrice van de Toonder Compagnie: “Toonder koos bewust universele thema’s, zodat zijn strips niet gedateerd zouden raken. Daarnaast was hij een visionair, die in zijn verhalen soms decennia vooruitliep op de gebeurtenissen. Zo beschreef hij in ‘De Nieuwe IJstijd’ uit 1947 hoe door kanteling van de aardas het klimaat ingrijpend


verandert. Thematiek die nu actueler lijkt dan ooit, gelet op de speculaties in de internationale media over een werkelijk nabije nieuwe ijstijd”. De rollen van Ollie B. Bommel en Tom Poes worden gespeeld door

twee gelauwerde musicalacteurs, respectievelijk Roberto de Groot en Suzan Seegers. Het nieuwe theatertalent Yoran de Bont geeft gestalte aan o.a. professor Sickbock. Voor meer info en de speellijst: zie www.bommelmusical.nl.

Gelegenheidsprent bij start Toonderjaar De redactie van het weekblad ‘Panorama’ gaf in 1975 aan vier bekende Nederlandse striptekenaars de opdracht zichzelf te tekenen te midden van hun creaties. De kleurenprent, een gouache, die Toonder toen maakte is met recht uniek te noemen want van Marten Toonder zijn slechts een handvol zelfportretten bekend, en de meeste daarvan zijn in zwart-wit. Rick van Uden, verzamelaar van

het werk van Toonder heeft zich bereid verklaard om het origineel ter beschikking te stellen. Hiervan worden reproducties, kleurenprenten gemaakt in een beperkte genummerde oplage van 300 stuks. De prent wordt afgedrukt op het originele formaat en geleverd met een certificaat en is te verkrijgen bij Uitgeverij Ton Paauw www.olivierbbommel.nl. De prijs van de prent zonder lijst en passepartout bedraagt € 100,-

Eenmalige aanbieding bij bezoek Bommelmusical in Zeist OpusOne heeft in samenwerking met uitgeverij Ton Paauw een eenmalige aanbieding voor bezoekers van de eerste vijf voorstellingen van de musical De Nieuwe IJstijd in Theater Figi te Zeist. Op vertoon van een kaartje kunt u voor € 50 in het bezit komen van deze prent. Het eerste genummerde exemplaar van deze prent zal op 2 januari 2012 bij aanvang van de voorstelling overhandigd worden aan Bommelliefhebber

Seth Gaaikema. Let wel: deze aanbieding geldt alleen voor de eerste reeks voorstellingen, die loopt van 1 tot en met 5 januari 2012 in Theater Figi te Zeist. Daarna is de prent te verkrijgen voor € 100,Kaarten voor De Nieuwe IJstijd zijn te boeken via www.figi.nl of via 030-6927400.

Gabriël Bos, OpusOne 7


Oude Schicht een Spyker? Laatst kreeg ik deze foto, genomen in het automuseum Den Haag (Louwman Collectie), in handen. Inderdaad lijkt de Oude Schicht in

de versie Drakenburcht op de Spyker, wat betreft de kap en de verdere proporties. Ik blijf toch staande houden dat het casco zelf meer op de Popeye-car lijkt.

Onderstaande tekst begeleidt de Spyker in het museum. De ‘Oude Schicht’, waarin Ollie B. Bommel rondrijdt met zijn goede vriend Tom Poes, is geïnspireerd op deze Spyker. In werkelijkheid is het een prototype, bedoeld om aan de vlak voor de Eerste Wereldoorlog spelende vraag naar kleinere en zuiniger automodellen te voldoen. Het is een tweecilinder van 7PK, ontworpen door de Belgische ingenieur Joseph Lavolette. De auto is uitgerust met een zogenaamd Stepney-reserewiel. In geval van bandenpech kan het reservewiel tegen het gewone wiel worden aangeschroefd en kan doorgereden worden tot de eerstolgende werkplaats. Om het reserewiel van deze spyker zit de oudste vredesteinband ter wereld. Hij is nog gemaakt in de voormalige fabriek in Loosduinen. Bienfait, destijds een van de 3 nieuwe directeuren van Spyker na de doorstart an 1908, meent dat er van deze kleine auto minstens honderd te verkopen zijn. De andere directieleden zijn dat niet met hem eens. Het blijft bij dit prototype, wat de auto zeer uniek maakt. Erik Können 8


Over de kwartierstaat Toonder De nummers van Toondertijd lees ik altijd met veel plezier door. In het laatst uitgegeven nummer, nr. 81, kom ik de kwartierstaat van Marten Toonder tegen. Ik heb daarbij drie belangrijke aanvullingen, die ik graag in een van de volgende nummers opgenomen zie: 1. Bij overname van artikelen is het wel juist de bron aan te geven. De kwartierstaat is overgenomen uit Gens Nostra. De juiste bronvermelding is: Mevr. P.J.C. Elema, Th.J. Oostergoo, m.m.v. A.J. Stasse, ‘Bij de kwartierstaat van Marten Toonder (19122005)’, in: Gens Nostra 60 (2005), pag. 653-637. 2. Op pagina 30 is een storende fout weergegeven, nummer 32 = Eisse Heertjes Toonder, ged. Godlinze 25-12-1764, schoenmaker, overl. Appingedam 19-11-1840, tr. Appingedam 27-9-1826 nummer 33 = Gepke Engberts Schuurman, ged. Groningen 5-5-1803, overl. Appingedam 27-41832.

Op pagina 31 is de aanvulling dan: nummer 64 = Heertje Garmts Toonder; nummer 65 = Tymke Eyses; nummer 66 = Engbert Jans Schuurman en nummer 67 = Trijntje Jans. 3. In de begeleidende tekst in Gens Nostra is op pagina 635 onder meer enige voorzichtigheid aangeven bij de vader van Marten Toonder, omdat hij geboren in 1879 vijf jaar later in 1884 is erkend bij het huwelijk van zijn ouders. Het is dan niet zeker dat Eisse Toonder (1861-1941) de biologische vader van Marten is. Leo van der Linden, Gens Nostra

Aangeboden: Heer Bommel, Volledige werken -de dagbladpublikaties- (40 boeken in kunstlederen band, formaat 31x24cm, met volledige historisch bibliografische verantwoording. AnneMarie Zweers , telefoon: 0570-547834/06- 15244316 of mailen naar amzweers@gmail.com

9


Uitgaven Bezige Bij in 2011 doet besluiten om de strip in De Telegraaf te publiceren.

Het afgelopen jaar heeft de Bezige Bij, naast nieuwe delen in de blauwe banden reeks met heruitgaven van de Bommelverhalen, drie Bommel en Tom Poes uitgaven het licht doen zien. Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Tom Poes verscheen in juni jl. een exacte replica van het allereerste avontuur van Tom Poes: Tom Poes ontdekt het geheim der blauwe aarde. Dit eerste verhaal verscheen tussen 16 maart en 18 april 1941 in afleveringen in De Telegraaf en werd in datzelfde jaar ook in boekvorm gepubliceerd. Naast een exacte replica van het eerste verhaal uit 1941, bracht De Bezige Bij ook de afbeelding van Marten Toonders ‘oer-Tom Poes’ uit 1939 in een genummerde editie van 100 exemplaren uit. Het is deze tekening - een kat, sluipend door een donkere grot, met in zijn linkerpoot een lantaarntje - die adjunct-hoofdredacteur Fraenkel 10

Ook verscheen er ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Tom Poes een mooie doos met twintig prentbriefkaarten waarop enkele van de oudste avonturen van Ollie B. Bommel en Tom Poes zijn afgebeeld. De 20 kaarten zitten in een mooie doos. Opvallend is dat oorlogse en na-oorlogse Tom Poes kaarten door elkaar zitten in deze uitgave. De oorlogkaarten hadden een nummer en een tekstje onder de afbeelding staan. In de vier verhalen die na de oorlog


herdrukt zijn, hebben ze het nummer weggelaten. Toen de eurocrisis in oktober in alle heftigheid losbarstte, verscheen er opnieuw een crisisuitgave. ‘De Slijtmijt’ heet het crisiswerkje kortweg. Iedereen had gehoopt dat het bij één crisis in mocht blijven. De financiële crisis van 2008/2009 leidde eind 2009 tot de succesvolle crisisuitgave ‘de bovenbazen’. Maar er is weer een crisis en daarom ook weer een crisisuitgave. In ‘de slijtmijt’ spelen de bovenbazen opnieuw

de hoofdrol door in productie de oplossing van onze problemen te zien. Er moet veel versleten worden, zodat er veel moet worden geproduceerd. Hoe meer productie, hoe meer groei! Maar kan moeder aarde dit wel aan? Is dit de enige juiste oplossing om uit de crisis te komen? Heer Bommel zien we hier met twee slijtmijten voor een achtergrond van ineenstortende bankgebouwen... De ondertitel belooft veel: Heer Bommel over duurzaamheid, massaconsumptie en de beurscrisis. Bastiaan Koijck

Heer Bommel bij de NVVE Op 19 oktober 1991 publiceerde hoogleraar Huib Drion in NRC Handelsblad een essay over het zelfgewilde levenseind van oude

mensen. Een grote maatschappelijke discussie volgde. De pillen die euthanasie bewerkstelligen werden sindsdien ook wel Drionpillen genoemd. Met de’ week van het voltooide leven’ plaatste de Nederlandse Verenging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), samen met andere belangenorganisaties, het onderwerp wederom op de maatschappelijke en politieke agenda. Bij de uitnodiging voor een symposium over euthanasie in eind 2011, werd bijgaande illustratie geplaatst. Eens tekende Toonder deze illustratie, omdat hij zelf ook een voorstander van euthanasie was… Redactie 11


Toondertekeningen ter veiling Op dinsdag 8 november werd alweer voor de zesde keer de boekenveiling van Zwiggelaar in Amsterdam gehouden, met opnieuw heel bijzonder materiaal uit de Toonderstudio’s onder de meer dan 200 strip gerelateerde kavels. Traditiegetrouw werden deze aan het einde van de avond geveild. Een aantal van de hoogtepunten passeert hier de revue met de opbrengsten inclusief het opgeld van 24%. Bijzondere items in overvloed, zoals bijvoorbeeld in een OostEuropees filmblik deel 1 en 2 van de legendarische tekenfilm ‘Tom Puss und das Geheimnis der Grotte’, tijdens de oorlog in opdracht van Degeto vervaardigd (kavel 887, opbrengst 682,-). Zie foto. Drie film cells uit de tekenfilm ‘In Holland staat een huis’ voor kabouter Jenever werden verkocht voor 496,- (kavel 858). Ook leuk was een prachtig houten kapstokje met heer Bommel uit circa 1950 (kavel 932, opbrengst 273,-). Onder het materiaal uit de studio’s bevond zich een 12

Engelstalige map showmateriaal uit de jaren 40 ‘Tom Puss on the warpath again’ met onder andere stroken uit Tom Poes in het land van de blikken mannen en onbekende stroken uit Kappie (kavel 869, inzet 600,- en opbrengst 868,-). Nog bijzonderder was een compleet storyboard van 138 schetsen van Frank Bjørn Jensen voor een nooit uitgebrachte Bommel film ‘the Bommel cure’ uit circa 1955 (kavel 764, opbrengst 2480,-). Er werden veel originele tekeningen aangeboden, waaronder een intrigerende grote goed uitgewerkte en geïnkte tekening van heer Bommel en de grootdoener uit circa 1963 (kavel 902, opbrengst 1984,-). Een mooie tekening van Heer Bommel ‘en zijn zielknijper’ uit 1987 bracht 2480,- op (kavel 911). Kavel 781 was een afgekeurde strook van de Bommel krantenstrip uit 1964, deze keer minder ver uitgewerkt dan een soortgelijke strook uit de vorige veiling, maar nog altijd goed voor een opbrengst van 2232,-!


Tom Poes strook voor Concordia uit 1989 aangeboden, opbrengst 4464,- (kavel 968).

Verder werd een originele strook van Koning Hollewijn uit 1957 verkocht voor 1488,- (kavel 796) en als laatste kavel van de veiling werd een originele

Al met al een prachtige veiling met heel bijzondere aanbiedingen. 19 november zal bij Bubb Kuyper in Haarlem het tweede deel van de veiling van materiaal ingebracht door de Toonder studio’s plaatsvinden met ook nu weer de nodige verrassingen. Hans Crezee

Rectificatie ‘Topverzamelaars vertellen - deel 1: Cees Roubos Cees Roubos vertelt dat begin jaren vijftig de Donald Duck met Heer Bommel en Tom Poes bij het gezin Roubos door een vriendje aan hen werd uitgeleend om te worden gelezen. Zo verschenen heer Bommel en Tom Poes indringend voor de jonge Cees. Alex de Groot, al heel lang een fanatiek lid van onze club, zag hier een fout staan. Het moet eind jaren vijftig zijn dat de Donald Duck met heer Bommel op de proppen kwam. We hebben het even nagezocht, Alex! De strip verscheen voor het eerst op 10 oktober 1956 en dit was de cover van het nummer. Hierin stond de verhaal aankondiging op 10 september 1955. Op 1 oktober ging het eerste verhaal, Tom Poes en de Toverleerling, van start.

Redactie met dank aan Alex de Groot 13


Van de eerste bioscoopervaring tot aan het schrijven van het boek ‘Wil je weten hoe het afliep met Harold Mack?’, vroeg Børge Ring aan de 33-jarige spons, die naast hem zat op het terras van zijn fraaie boerderij. Die spons was ik en ik absorbeerde onmiddellijk alle informatie die de 88-jarige oud-medewerker van de Toonder Studio’s me te bieden had. Harold Mack was de regisseur geweest van Toonders meest autonome tekenfilms De Gouden Vis (1952) en Moonglow (1955), maar er was nauwelijks informatie over de Engelsman te vinden. Hij was al in 1975 overleden, maar Børge Ring had nog met hem samengewerkt en kon me veel over hem vertellen. Enkele maanden eerder had ik me voorgenomen om een boek te gaan schrijven over de animatiefilms van Marten Toonder. Jarenlang heeft hij de ambitie gehad om zijn stripfiguren te laten bewegen in tekenfilms en hij richtte hiervoor een speciale tekenfilmafdeling op binnen zijn Studio’s. Toch was hier nog nooit een boek over geschreven. Ik wilde graag alles weten over die tekenfilmafdeling en de films die daar werden gemaakt. En er waren ongetwijfeld

14

meer mensen die hierin geïnteresseerd zouden zijn. De basis voor mijn nieuwsgierigheid had natuurlijk te maken met mijn eerste bioscoopervaring. Ik was zeven jaar oud toen mijn ouders me meenamen naar Als je begrijpt wat ik bedoel. Na het zien van die film was ik direct fan van heer Bommel en Tom Poes. Al snel begon ik met het aanleggen van plakboeken. Plaatjes van de Bommelfilm, de dagstrips en zelfs verhalen uit de Donald Duck werden hierin verzameld. Helaas stond uitgerekend in de krant van mijn ouders geen Bommelstrip. Maar gelukkig had ik een paar vriendjes in de straat, waar thuis de Leeuwarder Courant werd gelezen, waar op dat moment het verhaal De Spalt in werd gepubliceerd (volgens mij toen onder de titel De Spalten). Mijn favoriete speelplek bij die vriendjes was dan ook de garage waar zich dozen met oude kranten bevonden. Ik had al snel door dat ergens achterin die kranten een Bommelstrookje te vinden was en het was natuurlijk prima als ik die pagina’s dan uitscheurde en mee naar huis nam. Mijn


‘De Toonder Animatiefilms’ eerste bommelknipsel had nummer 01274. Aan dat knipsel zal ik altijd warme herinneringen blijven houden. Vanaf daar vonden de strookjes snel hun weg naar mijn plakboek. Een jaar later was het tijd voor een tweede bioscoopbezoek. Ditmaal werd het Walt Disney’s 101 Dalmatiërs en dat was het begin van een jarenlange interesse voor tekenfilms. Natuurlijk bleef ik ook geïnteresseerd in strips met heer Bommel en Tom Poes, maar pas toen uitgeverij Panda de Bommelsaga op een waardige wijze uitbracht begon ik met verzamelen.

Amerikaanse Marshall Plan. Het zag er fraai uit en ik vond eigenlijk dat dit materiaal op één of andere wijze moest worden gedocumenteerd. Dat was het eerste moment dat ik overwoog om een boek over Toonders tekenfilms te maken. Eigenlijk hoopte ik dat iemand anders dat zou doen, maar drie jaar later werd een dergelijk boek nog steeds nergens aangekondigd. De nog levende oud-medewerkers werden er intussen ook niet jonger op en dus besloot ik dat het moment was aangebroken om zelf aan zo’n boek te beginnen.

Dat begon met een kleine oproep in Toondertijd in de hoop dat verzamelaars me konden helpen aan achtergrondinformatie en beeldmateriaal om Ik was op dat moment al afgestudeerd het boek mee te verrijken. Dat leidde aan de kunstacademie en maakte zelf tot enkele warme reacties en cruciale strips en illustraties. De illustraties deed bijdragen. Daarnaast zocht ik contact ik in opdracht, maar de strips waren met oud-medewerkers. Børge Ring vaak liefdewerk, waar weinig brood was de eerste. Hij werkte tussen 1953 in zat. Als bijbaan werkte ik vijf jaar en 1973 als animator voor Toonder en bij boekwinkel Selexyz in Groningen herinnerde zich nog heel veel uit die en net toen ik daar een beetje raakte tijd. Het gesprek met hem was boeiend uitgekeken opende het Stripmuseum en een goed vertrekpunt voor het boek. haar deuren. Ik solliciteerde en werd Vrij snel daarna kwam Alan Standen, museummedewerker. De interesse voor die achtergronden had geschilderd voor het werk van Toonder werd hier al gauw Moonglow en daar zelfs nog een aantal verder aangewakkerd. Ik ontdekte nu van had bewaard in een la op zolder. bijvoorbeeld ook hoe prachtig de strips Ook de dochter van Bjørn Frank Jensen, van Koning Hollewijn waren. Inga was bijzonder gastvrij en liet me door stapels ongesorteerde tekeningen In 2006 hadden we een grote overkijken die haar vader in de loop der jaren zichtstentoonstelling over Marten had bewaard. Jensen kwam tegelijk met Toonder en daarbij doken enkele Ring bij Toonder werken en was één van zeldzame foto’s op van tekenfilms, die de regisseurs van de Bommelfilm. hij in 1953 had geproduceerd voor het 15


Er volgden interviews met zo’n 20 oud-medewerkers en bij elk bezoek bracht ik een laptop en scanner mee, zodat ik eventueel foto’s of tekenwerk uit hun privécollectie kon inscannen. Zo reisde ik naar Han van Gelder in Oldeberkoop en naar Harrie Geelen in Hilversum. Heel prettig was ook het contact met Bert Kroon, de directeur van de Toonder Studio’s van af 1967. Hij kon veel vertellen over de jaren na Toonders vertrek naar Ierland

en natuurlijk over de Bommelfilm. Kort na ons gesprek vernam ik dat hij hartklachten had. Hij liet me echter duidelijk weten, dat ik vooral moest blijven bellen als ik ergens vragen over had. En van dat aanbod maakte ik dankbaar gebruik. Eén van de laatste keren dat ik hem belde lag hij in het ziekenhuis in Assen en kreeg ik het telefoonnummer van zijn kamer. Ik had toen net ontdekt dat hij nog aan een korte film over Utrecht had meegewerkt, nadat al vertrokken was bij de Toonder

Waren we allemaal maar zo frank en vrij als Lut Lierelij. Het uitgebreide artikel over Lut Hij noemt strook 0415: ‘één van de Lierelij in de vorige Toondertijd, met mooiste doorlopers en dat over de het prachtige lied van Lut Lierelij hele bladzijde, dat is echt zeldzaam!’. daarin, inspireerde Henk Dragt om Want de doorloper betreft hier een van de mooiste afbeeldingen vier tekeningen. die hij kon vinden in te kleuren. Redactie met dank aan Henk Dragt.

16

17


 16

Studio’s. Ik wilde graag weten hoe dat zat. ‘Je bedoelt Utrecht, Fast Forward’ zei hij meteen. Ik stoorde helemaal niet en na een dag vol medische onderzoeken wilde hij graag even over de Studio’s praten. Toen ik neerlegde besefte ik dat het wel eens ons laatste gesprek kon zijn geweest. Mijn boek was bijna klaar en ik had steeds minder excuusjes om de sympathieke oud-directeur te bellen. In juni 2011 overleed hij. Achteraf blijkt het maken van het boek een kleine race tegen de klok te zijn geweest. Drie van de geïnterviewde oud-medewerkers zijn inmiddels overleden en twee verhuisden tussentijds naar een verzorgingstehuis, omdat hun conditie sterk achteruit ging.

Maar ik weet wel het antwoord op de vraag hoe het verder ging met Harold Mack. En ik heb inmiddels een goed beeld gekregen van de animatiefilms die er bij de Toonder Studio’s zijn gemaakt. En iedereen die hier ook in is geïnteresseerd kan er binnenkort alles over lezen. En tenslotte wil ik graag nog eens alle verzamelaars bedanken die de totstandkoming van dit boek mede mogelijk hebben gemaakt! Op dit moment zijn er door het Eye Film Instituut Nederland (= nieuwe naam voor het Filmmuseum) meer dan 20 films van Marten Toonder gerestaureerd. Mogelijk verschijnt een aantal hiervan op een DVD bij het boek. Jan-Willem de Vries

17


Huisstijl De Stripdagen 2012 en Toonderjaar 2012 Afgelopen week hebben Stichting De Stripdagen en Toonder Compagnie BV de huisstijl gepresenteerd voor De Stripdagen in 2012 en voor het Toonderjaar 2012. Ook is een speciale website gelanceerd rond het Toonderjaar. De Stripdagen is het grootste jaarlijkse festival in de Benelux op het gebied van het beeldverhaal en de organisatie sluit met het evenement aan bij het Toonderjaar 2012 waarin de 100e geboortedag van Marten Toonder zowel in Nederland als in Vlaanderen uitgebreid zal worden gevierd met onder meer drie grote overzichtsexposities en een musical. De huisstijl van De Stripdagen werd dit jaar ontworpen door striptekenaar Wil Raymakers en vormgever Rudy Vrooman. De basis-ingrediënten zijn een zelfportret van Marten Toonder en 4 personages uit de belangrijkste stripreeksen van Toonder: Tom Poes, Kappie, Panda en Koning Hollewijn. In het decor herkent de liefhebber ook nog eens het overbekende ruitjesmotief van de jas van heer Bommel. De ontworpen huisstijl van De Stripdagen viel bij de Toonder Compagnie zodanig in goede aarde dat zij het ontwerp hebben omarmd en als basis

zullen gebruiken voor alle uitingen die het Toonderjaar 2012 betreffen. Op 1 september is ook de website www.toonderjaar.nl online gegaan: een centrale portal website waarop alles over het Toonderjaar te vinden is. De website biedt informatie over verschillende evenementen die aan Marten Toonder en zijn werk worden gewijd, zoals diverse exposities en de Bommelmusical De Nieuwe IJstijd, en biedt een overzicht van speciale Toondergerelateerde boekuitgaven en producten. De website is ontwikkeld door de Toonder Compagnie in samenwerking met verschillende andere partijen.

De Stripdagen De Stripdagen wordt in 2012 voor de 44e keer gehouden, en wel op zaterdag 10 en zondag 11 maart in Evenementenhal 18

Gorinchem. De Stripdagen is al meer dan veertig jaar een jaarlijks terugkerend grootschalig stripevenement. Het biedt


6000 m2 stripplezier met striptekenaars, theater, film, stripboeken- en verzamelbeurs,exposities, webcomics, een kinderprogramma, special guests,stripboekpresentaties en muziek. Tijdens De Stripdagen worden ook de Stripschapprijzen uitgereikt. De Stripdagen en de uitreiking van de Stripschapprijzen worden jaarlijks

georganiseerd in opdracht van Het Stripschap, Nederlands centrum voor belangstellenden in strips. De doelstelling van deze vereniging is de promotie van het beeldverhaal in al haar facetten. In 2012 reikt Het Stripschap voor de 39e keer de Stripschapprijs uit. Dit is de belangrijkste stripprijs van Nederland.

De Stripdagen/Toondercompagnie

KLIK! Amsterdam Animatie Festival met Toonder-expositie Het KLIK! Amsterdam Animatie Festival organiseerde in samenwerking met de Toonder compagnie een expositie in de foyer van Filmtheater Kriterion in Amsterdam. De kleine expositie ging over ‘Als je Begrijpt Wat ik Bedoel’, nog steeds de enige Nederlandse animatiefilm van behoorlijke speelfilmlengte (84 min.) tot nu toe. Door middel van originele stills, storyboards, posters, artwork en citaten uit de film werd een kijkje achter de schermen geboden.

De expositie werd op 5 november feestelijk afgesloten met de vertoning van een fraaie filmcopie van ‘Als je Begrijpt Wat ik Bedoel’ uit de collectie van EYE, het nationale filminstituut: dus geen DVD of video, nee fijn de film beleven in een bioscoop! Jan Willem de Vries hield een interessante inleiding over de tot de standkoming van de film. Meer is hierover te lezen in zijn binnenkort (maart 2012) uit te komen boek over de Toonder tekenfilms en trucfilms. Arnoud Alderlieste 19


Kat en hond, Tom Poes en Doddel, 1958 – 1986 Daar is ze... Strook 3512, derde tekening. In de verte komt ze aangehold, de armpjes wijd omhoog geheven, want heer Bommel is te water geraakt: dé kans voor buurvrouw Anne Marie Doddel om kennis te maken met de beer van haar leven: Ollie B. Bommel. Het is vrijdag 19 september 1958. Ze is adembenemend onaantrekkelijk met haar kaal lijkende hoofd onder een luifelhoedje en haar tot de voeten reikende stippeltjes jurk, maar ze is precies het kindvrouwtje waar grote beren van dromen... Hij hoeft haar geen mevrouw te noemen en met zuurkool met worst krijgt ze hem in haar huisje. Tegen

het eind van de middag neemt hij afscheid van haar met een handkus. Tom Poes is vóór de zuurkool al vertrokken. Hij vindt dat die mevrouw wel erg veel drukte maakt om een kleinigheid als een val in ondiep water...

Ollie heeft altijd gelijk Al heel gauw blijkt dat buurvrouw Doddel een beeld van haar kasteelheer heeft dat dicht in de buurt komt van het standbeeld dat heer Bommel in zijn diepe gedachten

voor zichzelf heeft opgetrokken. Ollie heeft altijd gelijk, zelfs als hij ‘Doddeltje’ schoffeert door op zeker moment te beweren dat zij hem te min is.

Er gaat ook zo’n rust van Ollie uit... Hoe groot de rust wel is die heer Bommel uitstraalt, zien we als Anne Marie Doddel haar truttige luifelhoedpakje-met-jurk-tot-aande-grond heeft verwisseld voor een blote armentoilet dat net tot de knie reikt en een enorme pothoed die 20

nog juist door haar mopsneusje in bedwang wordt gehouden. Verward en verzenuwd draaft de charmante buurman haar huisje uit... Tom Poes en Doddel krijgen op zekere dag van heer Bommel te


horen dat hij naar de Rommeldamse heide gaat, waar zich een poort zou bevinden met eronder een jongedame – vooral die poort lijkt hem interessant. Tom Poes denkt er het zijne van, maar hij moet zich er buiten houden van Doddel, want voor heidepoorten met jongedames is hij nog te jong. En voor Ollie is het ook niets, want ‘Hij weet nog niet hoe gevaarlijk de wereld is (…)’.

De moedergevoelens van Anne Marie Doddel zijn niet meer te stuiten. Tom Poes komt er natuurlijk achter dat de jongedame (Ivy de Trullenhoedster – 1966) een heks is en dat ‘Heksen (…) mannen in trullen (kunnen) veranderen door ze op een speciale manier aan te kijken. Alleen iemand die erg hoog staat, kan aan die kracht weerstand bieden.’ Heer Bommel dus, weet Doddel veel...

Kat en hond De ‘oudere en wijzere’ vriend heeft zich door zijn buurvrouw laten wijsmaken dat hij eigenlijk alles kan wat hij wil. De jonge vriend kan daar een voorbeeld aan nemen, vindt juffrouw Doddel en ze voegt er kwaadaardig aan toe dat ze wel eens het idee heeft dat Tom Poes jaloers is op heer Bommels ‘kracht’. Ollie moet zich vooral niet laten kleineren. (De kwinkslagen – 1972). Zo begint een lange periode waarin de kater in de ogen van het hondje weinig goeds kan doen... Als heer Bommel zijn buurvrouw een mandje zelf gezochte paddenstoelen komt aanbieden (De weetmuts – 1975 - 1976), heeft de nijvere paddenstoelenzoeker helaas ook een sprekend exemplaar bij zich dat alles herhaalt wat

Doddel zegt. Buurvrouw wordt woedend. Tom Poes probeert het tierende hondje met het luifelkapje tot bedaren te brengen, maar hij mag zich er niet mee bemoeien: ‘Met jou wil ik helemaal niets te maken hebben!’ Bij een volgende gelegenheid (De wadem – 1979 – 1980) wordt er mooi geschreven over de bewoner 21


van Bommelstein, die een groot Rommeldammer is. Helaas is de krant geredigeerd door Wammes Waggel. Dus de foto van de grote Rommeldammer staat op zijn kop en het papier staat stijf van de taal- en spelfouten. Tom Poes wijst daarop. Maar dat is typisch iets voor hem, weet Annemarie Doddel. Zeuren

over kleinigheden en de hoofdzaken niet zien. ‘Daar op de krant weten ze tenminste hoe belangrijk Ollie is. (…) Ze begrijpen hem heel wat beter dan jij; dat zeg ik ervan.’ Dat is misschien wel zo, antwoordt Tom Poes. ‘Maar ik begrijp die krant niet.’!

Op weg naar het Einde van eindeloos Als Tom Poes medelijdend over zijn vriend denkt dat het allemaal te veel voor hem is en die vriend meent overal alleen voor te staan, besluit de slimme kater dat het misschien wel goed is juffrouw Doddel er bij te halen.

Doddeltje gevaar loopt. Doddeltje ! Zó dichtbij is de jonge vriend nog niet geweest. (De zelfkant – 1983 – 1984) Voor de tweede en laatste keer treft Tom Poes het anders zo flinke buurvrouwtje in tranen aan.

Tom Poes vertelt haar dat het helemaal mis is met haar ridder, Ze heeft hem juist nu zo nodig, hij terwijl hij dit keer niets vreemds of die altijd zo moedig en sterk was doms heeft gedaan... Slippertje van en bij wie ze zich immer zo veilig de domme kater, want ‘Ollie doet voelde... Ja, Olivier B. Bommel nooit iets doms (…) Hij kan alles , onderwerpt zijn aanstaande bruid als hij wil.’ Tom Poes moet zich weer in Het einde van eindeloos (1985 schamen,vindt Doddel. – 1986) nog eenmaal aan een beproeving. Dit keer is het de aantrekkeKort daarna is ze overstuur, omdat lijke, waarzeggende zigeunerin Zetta ze meent Ollie in de steek te hebben die hem mateloos boeit. gelaten. Tom Poes troost haar en gaat op onderzoek uit. Buurvrouw In de onvergetelijke karakteriskijkt hem met een brok in de keel tiek van de toekomstige mevrouw na, roept ‘Neem je m’n jasje mee?’ en Bommel: ‘(…) Meneer Bommel barst dan in huilen uit. zit oogjes te trekken met handje vasthouden.’ Tom Poes vindt heer Bommel natuurlijk en zegt hem dat

22


Tom Poes en Anne Marie Doddel Ze hebben iets van elkaar weg, die twee. Ongeveer even groot, hoewel Doddel meestal wat groter overkomt; maar dat is schijn. De buurvrouw van meneer Bommel draagt namelijk regelmatig schoentjes met hoge hakken – heel gebruikelijk bij vrouwtjes van haar postuur (zie strook 7317, tweede tekening, Deel 29, Volledige Werken Heer Bommel). Tom Poes lijkt de laatste jaren bovendien enige millimeters gegroeid te zijn. Z’n benen zijn wat langer geworden en hij hoeft minder vaak een kussen onder zijn kattenvlak. Doddel zit vrijwel altijd aan dié kant van de Bommelsteintafel dat je niet ziet of ze haar hondenkontje op een extra kussen laat wegdromen. De ogen van Tom Poes zijn meestal duidelijk groter en zijn

wenkbrauwen zwaarder. Zijn hoofd dat we bij de maaltijden op Bommelstein vaak van achteren zien is breder dan dat van Doddel. Hoofd dat gesierd wordt door elegante rechtstandige oren. Halverwege het achterhoofd zien we links en rechts altijd drie prachtige pluizen die uitstekende snorharen suggereren. Doddel heeft waarschijnlijk puntoortjes, gezien de oorhangers waarmee ze pronkt op een feest in de Kleine Club (Heer Bommel en de uitvalsels – 1978). Met hangoren geen oorhangers. Bij dat feest zien we haar zonder dat eeuwige luifelhoedje en dan blijkt haar charmante pony voort te komen uit een flinke hoeveelheid goed gekapt haar. Een groot verschil lijkt te zitten in de sierlijke staart waarmee Tom Poes gezegend is en die Doddel ontbeert. ‘t Kan zijn dat zich onder haar vrijwel altijd tot de grond reikende toilet een staart bevindt, maar een gecoupeerd stompje ligt meer voor de hand. De tegenstelling waar het om draait, is vanzelfsprekend de manier waarop kat en hond over heer Bommel denken. De kasteelheer kan in de sloot liggen, van het dak glijden, door een stoel zakken, het servies torpederen,het geeft allemaal niets. Zelfs niet als 23


‘geld speelt geen rol’ zich op bedenkelijke wijze inlaat met betoverende heksen. Ollie is de knapste, de sterkste, de dapperste en de beste. In Doddels dromen. Maar Doddeltje vuurt onophoudelijk zoveel complimenten op haar goedaardige buurman af, dat hij er wel door geraakt moet worden. En op die manier zorgt ze er zélf voor, dat een enkele droom werkelijkheid wordt: haar ridder raakt zo bevlogen door haar niet aflatende bewondering dat hij soms tot bijzondere daden komt – ondanks zich zelf. Een zelf, dat toch meestal een vat is vol onhandigheid, onnozelheid,

onbegrip, angst en verpulverde volzinnen. Angst intussen, die wegsmelt als hij voor zijn buurvrouw moet opkomen. Dat dient gezegd. Tom Poes kent dat vat als geen ander, handelt daar naar en zorgt er op die manier voor dat zijn vriend zich in een volgende onzinnige onderneming kan storten. Anne Marie Doddel zou de witte kater daar dankbaar voor moeten zijn, maar nee: hij bederft het plezier van Ollie.Waarbij ze gemakshalve vergeet dat zonder die kritische plezierbederver er helemaal geen Ollie zou zijn! H.M. Bosch

Topverzamelaars vertellen – deel 2: Hans Crezee We lopen van station Duivendrecht Ik dacht dat Hans me voor de naar het huis van Hans Crezee. ‘Ik gezelligheid ophaalde, maar hij dacht dat je mooi weer meegenomen bleek helemaal geen auto te hebben. had! Dit is echt vreselijk. Gisteren ‘Dan kan ik meer geld per maand was het kraakhelder!’, is het eerste vrijmaken voor mijn verzameling’ wat we uitwisselen als we net het vertrouwt de dr. in de klinische metro/treinstation via de chipkniphyperthermie mij met een kouwelijk poortjes hebben verlaten. ‘In Assen gezicht toe. Na twintig minuten scheen de zon volop toen ik wegging’, slaan we de sfeervolle Kloosterstraat werp ik nog tegen, maar het in en herken ik op een gegeven voorkomt niet dat we beiden rillen moment de jaren’30 hoekwoning, van de kou. We lopen stevig door want ik ben er de afgelopen jaren een dikke, ijzige mist. Het is zo rond wel eens eerder geweest. Na veel de 0 graden. Gewoon ademhalen gesnotter en gezucht zijn we 10 en kletsen, gaat het door me heen. minuten later in staat om te starten Hans denkt waarschijnlijk hetzelfde. met het interview. Gezeten in Hans 24


ruime en lege woonkamer, achter een kop hete thee, beantwoordt hij enthousiast, maar ook zorgvuldig formulerend mijn eerste vraag: ‘Waarom ben je zo’n bevlogen Bommel en Tom Poes verzamelaar geworden?’ ‘Ja, dat is dus gekomen door het onvolprezen blad Donald Duck. Daar waren mijn oudere zussen op geabonneerd. Achterin stond toen de strip van Bommel en Tom Poes. Ik herinner me dat ik als vierjarige, toen ik nog niet kon lezen, het blad al zat door te nemen. De indrukken van de plaatjes hebben mij dus

al vroeg, in een zeer gevoelige periode, getroffen. Ik heb zo een magische band met mijn helden, dat wil zeggen Bommel, Tom Poes, Mickey Mouse, Donald Duck en de veel voorkomende figuren uit die verhalen, opgebouwd. Dat was dus in 1965 en 1966. De verhalen waren toen ook op een hoogtepunt, met name door de inbreng in de scenario’s van Lo Hartog van Banda, maar dat merk je als kind natuurlijk niet. Op mijn achtste leende ik al de witte Literaire Reuzen Pockets bij de bibliotheek. ‘Op je achtste!!! Ha ha ha ‘Ja, om daarin de plaatjes te

25


bekijken. Mijn eerste LRP kocht ik op mijn tiende. Ontzettend spannende verhalen! Zoals ‘de Grauwe Razer’ bijvoorbeeld. Ook al zag ik natuurlijk niet de dubbele bodems. Het uitknippen uit de krant heb ik later wel eens gedaan, maar het ontbrak me aan de nauwgezette discipline om dat elke dag bij te houden. Op de middelbare school ging mijn liefde voor Bommel en Tom Poes gewoon door. Ik heb ik in Gymnasium 5 ook een mooi werkstuk gemaakt over Bommel en Tom Poes. Ik heb het laatst zitten herlezen, en het viel me niet tegen. Moeizaam handgetypt met doorslag op carbon. Ik begon in die tijd ook oudere Tom Poes boekjes te verzamelen. Op mijn achttiende/ negentiende had ik een aardige verzameling Tom Poes boeken. Ik besloot toen ik naar mijn kast met boeken van Tom Poes keek, dat het leuker was om curiosa te gaan verzamelen. Gewoon, mooie dingen die je neer kon zetten en genieten van het bekijken van de schitterende items die er vroeger gemaakt zijn. ‘Tom Poes in het land van de blikken mannen’ in oorlogsuitgave, die hele zeldzame met die twee figuurtjes op de kaft, heb ik in 1979 bij stripantiquariaat Lambiek in de Kerkstraat gekocht. Ik kwam al vanaf 1974 bij stripwinkel Lambiek. Na mijn eindexamen, heb ik gelijk deze zeldzaamheid van mijn gespaarde geld, vergaard door vakantiewerk, aangeschaft. Voor geloof ik…eh… 250 26

gulden. In die tijd werd ik lid van het Stripschap en kwam ik in aanraking met curiosa. Ik had ook besloten om verder te verzamelen in omgekeerde volgorde. Dus eerst het zeldzaamste werk om zo langzamerhand af te dalen. Dus ik kocht: ‘Tom Poes aan het strand’ , van de Bladermee-serie, als tweede topstuk. Veel later pas kocht ik deel 1, 3 en 4. Ik las veel in de Mondriaancatalogus op groot formaat uit 1978. Ik besloot ook om niet als een postzegelverzamelaar alle manco’s in te vullen. Ik kocht alleen wat ik echt mooi en interessant vond. Ik kwam vaak op de heel kleine ruilbeurzen van stripwinkel Richard in de Rombout Hoogerbeetstraat


in Amsterdam-West. Eén keer per maand, op een zaterdag, organiseerde de winkel in een kleine ruimte tegenover de winkel een beursje waar heel veel Bommel en Tom Poes materiaal werd aangeboden. Er waren dan zo’n 15 mensen en het was fantastisch. Voor vaak weinig geld kon je heel zeldzame dingen kopen. Daar zag ik veel curiosa. Maar ook op de Nieuwmarkt werd destijds veel aangeboden aan curiosa. Ik studeerde natuurkunde en ik had zeeën van tijd.’ ‘Omdat je goed kon studeren, hahaha’ ‘Ja, dat is wel handig! Het ging me makkelijk af. Ik struinde in al die vrije tijd vele vlooienmarkten, boekenmarkten, poppenbeurzen, speelgoedbeurzen en dergelijke af. De studietijd heeft een enorme boost aan mijn verzameling gegeven.

‘In the right time, in the right place!’ ‘Absoluut, Amsterdam herbergde heel veel materiaal. Veel is namelijk ook uitgegeven in Amsterdam. Op de Nieuwmarkt stonden op een gegeven moment zomaar de Bommel en Tom Poes Broca-beeldjes uitgestald tussen allerlei antiek. De kraamman vroeg er, voor die tijd wel veel geld voor, namelijk 65 gulden. Voor 60 gulden nam ik ze uiteindelijk mee en ze staan nog steeds boven in de vitrine. Tom Poes heb ik later verbeterd, door bij een oud vrouwtje in de Alphen aan de Rijn een perfect exemplaar op te halen. Verder had ik op Koninginnedag een Tom Poes trekpopje uit de oorlog gevonden en ik vond geregeld paarse puzzels die ik voor een paar gulden meenam. Dus er was aardig wat te halen. Veel Tom Poes verzamelaars wilden het gewoon bij drukwerk houden. Dat was mijn voordeel ook.’ ‘Wat was je eerste stuk curiosa?’ ‘Dat was het poppetje van Hocus Pas, niet uit de Onar serie, maar de serie daarvoor uit 1942. Die van Diana Edition. Daar was een heel klein stockje van gevonden. Er lagen er een aantal bij stripwinkel Richard en er werd een paar tientjes voor gevraagd. Ik heb nu de hele serie, waarbij ik drie poppetjes van Wim Versteeg heb overgenomen. 27


Pikkin heb ik later heel duur moeten kopen op een veiling, omdat Rob Santbrink, tegen mij opbood.’ (FOTO HC bij vitrine kast Groot)

werd aangeboden. Er waren speelgoedbeurzen, ansichtkaartbeurzen, algemene rommelmarkten. Vooral in Amsterdam bleef er maar materiaal loskomen. In Krasnapolsky was eens, begin jaren tachtig, een beurs waar ik bijvoorbeeld zomaar alle witte en bruine berenkaarten kon kopen! Voor 5 gulden per stuk!’

‘Hoe belangrijk is het verzamelen voor jou in je huidige leven?’ ‘Ooh , heel belangrijk. Het is een enorm tegenwicht tegen mijn drukke en verantwoordelijke baan. ‘Hoe gingen de contacten daarvóór? ‘ Het is volledig anders. Ik heb er ‘Nou, je had dus de twee striprekening mee gehouden een fors deel van mijn salaris over te houden, winkels. Daar leerde je andere verzamelaars kennen. Elkaar bellen om te kunnen blijven kopen. Mede en schrijven. Sommige handelaren daarom heb ik geen auto!’ ‘Dat heb brachten gestencilde overzichtjes ik gemerkt, ja!’ ‘Het verzamelen uit, zonder plaatjes. Met een ruwe is nooit opgehouden.’ ‘Ik weet nog omschrijving van de staat waarin dat ik je voor het eerst ontmoette in 1997 en dat je toen ook heel druk het item zich bevond. Namen van was met verzamelen. Je hebt me toen andere begeesterde verzamelaars uit die tijd zijn : Gerard Knispel, Albert Rens puzzels laten zien en je was Tol, Rob Bosman, Kor Laurens, Rob bezig met Tom Poes wandlampjes Santbrink, Henk Bom ( die eerst uit de jaren zestig.’ ‘Ja, erg hè.’ fotograaf was voor het boek: Curieuze ‘Hoe verzamelde jij in het pre-internet wereld en later ook ging verzamelen), tijdperk?’ Theo Koppelaar, Ernst Slinger, Rick ‘Internet heeft het verzamelen van Uden, Hans Matla, Klaas de enorm veranderd. Er was eerst geen Krijger, Loek Donders. Klaas de geijkte route waarlangs spullen Krijger was een geweldig contact, naar verzamelaars konden vloeien. omdat hij afwisselend verzamelaar Er was geen overzicht, van wat er en handelaar was. Als hij weer eens was. Toen internet begon, vooral stopte met zijn verzameling werd eerst via Ebay, kwam er enorm die weer verkocht. Dan kwam veel zeldzaams te voorschijn. Ebay er vaak (hoewel prijzig) vaak heel en later al snel Marktplaats en interessant materiaal langs. Klaas Qoop werden de geijkte routes. In heeft zelf in zijn huis in IJmuiden combinatie met de toen zeer vele een klein veilinkje gehouden. Toen verzamelbeurzen, waar ik ieder hebben Rob Santbrink en ik nog weekend uit kon kiezen, zorgde heel hoog zitten bieden op een ervoor dat er enorm veel zeldzaams Tom Poes trekkarretje. 28


‘Was je er gelijk bij toen de MTVC werd was wel een dure tijd geworden. opgericht?’ Nu zakken de prijzen, maar het ‘Nee, ik ben er pas een paar jaar zeldzame spul wordt haast niet meer later bij gegaan. Een paar jaar na aangeboden. Alles zit nu zo ongeveer de oprichting werd ik lid, zo rond bij verzamelaars. Alleen als iemand 1996. In die tijd was er ook de Hema ermee stopt, kunnen we weer even met zijn vele Bommelartikelen. Het juichen.’ eerste jaar van de Hema vond ik ook het beste jaar met de mooiste spullen ‘Wat was je grootste vondst, de grootste verrassing in je verzamelaarcarrière? en tekeningen. Maar dat terzijde. Toen ik de pluche Tom Poes pop Via de MTVC leerde ik weer andere tegenkwam, was deze nog onbekend. verzamelaars kennen, zoals Wim Ik vond hem in een antiekzaakje Versteeg, Kelvin Buck, Gerrit de in Leiden. De Tom Poes en Panda Boer, Pel Kotkamp, Rimmer Sterk poppen zijn toen door Henk Bom en Cees Roubos. gefotografeerd voor het boek van Rob Santbrink. Vreemd genoeg Later, zo rond 2000, was er heel heeft Rob die mooie foto’s van de veel aanbod via internet, maar het

29


poppen toen niet opgenomen in het boek ‘de curieuze wereld van Bommel en Tom Poes’. De poppen zijn in een heel kleine oplage gemaakt in Frankrijk. De pop van Bommel heb ik nog steeds niet. Ik ben daar laatst zelfs voor op televisie geweest bij omroep Max. Daar heb ik verteld over mijn verzameling en een oproep gedaan, deze pop eventueel aan mij over te doen. Maar het heeft nog niets opgeleverd. Vreemd genoeg heeft Rob toen de mooie foto’s van die poppen niet opgenomen in het boek ‘de curieuze wereld van Bommel en Tom Poes’. Eens, jaren geleden, kwam er een vrouw binnen bij een MTVC-beurs, die de pop van Bommel bij zich had. Ze raakte zo verschrikt van alle verzamelaars die opgewonden op haar toe snelden, dat ze direct rechtsomkeert heeft gemaakt. Waarschijnlijk wilde ze alleen maar weten, wat de pop uit haar jeugd nu nog voor verzamelwaarde had. Die waarde was haar snel duidelijk.’ ‘Wat was je grootste, recente vondst?’ ‘Een jaar geleden heb ik bij een Surinaamse man in AmsterdamWest een heel bijzondere houten Bommel gekocht. Een platte figuur, met armen erop gezet met een tasje. De voor- en achterkant zijn goed gedetailleerd. FOTO. Het is uit de oorlog en lijkt een onderdeel van een stuk speelgoed, bijvoorbeeld een trekkarretje. Het lijkt me professioneel gemaakt. Wat verder nog altijd 30

een hoogtepunt is, is dat ik zo’n tien jaar geleden in de Achterhoek de fabuleuze Philps-filmposter van the Haunted Castle vond. De plek voor de te bedrukken tekst, is op mijn exemplaar leeg gebleven. Hierdoor vind ik het nog een mooiere plaat.’ ‘Wat is je grootste fout of teleurstelling.’ ‘Mijn grootste teleurstelling is dat ik op een beurs iemand tegenkwam met de ansichtkaart ‘Tom Poes filmman’ en die sprak: ‘Kijk, deze kaart ga ik verkopen aan Albert Tol.’ Het was ergens in Amsterdam, begin jaren 80. Ik kende de man, want hij had eerder een kaart ‘Tom Poes Tierelantijn toneel’ van Wim Sonneveld aan mij verkocht. De filmman-kaart was een schitterende, kleurige kaart met in potlood een prijsje achterop van slechts 50 gulden. Gemaakt voor de promotie van de Tom Poesfilm: das Geheimnis der Grotte. Gewoon verstuurd in Doetinchem. Ik wist direct: dit is heel jammer, want de kans dat ik deze kaart weer tegenkom, zal wel heel klein zijn. Dat is gebleken, want ik zoek er nu al 30 jaar naar en heb hem nog steeds niet.’ We besluiten nu naar de donkere kamer met de vele vitrinekasten stampvol curiosa te gaan. Daar aangekomen, blijkt het er fris te zijn en als het kunstlicht aangaat duurt het even voor ik de enorme veelheid aan informatie op mijn netvlies door


de vele kleurige, drukke figuurtjes kan verwerken . Ik zie zes dubbele vitrinekasten met Mickey Mouse en twee losse enkele kasten met het toptop werk van Mickey Mouse. Bommel en Tom Poes komen er maar bekaaid vanaf met anderhalve vitrinekast. ‘Maar ik heb ook heel veel papier van Bommel en Tom Poes, zegt Hans terwijl hij twee compact volgeladen boekenkasten laat zien. ‘Wat is nu de relatie van Mickey Mouse tot heer Bommel en Tom Poes?’ ‘Precies hetzelfde verhaal als Bommel en Tom Poes. Geraakt in dezelfde gevoelige periode

toen ik als vierjarige de Donald Duck bekeek. Magisch waren de figuren voor mij! Het verzamelen is ook volledig gelijk opgegaan met Bommel en Tom Poes. De overgang naar curiosa liep ook parallel. Alleen is er veel meer curiosa en dus merchandising van Mickey Mouse. Hij is ca. 10 jaar ouder en Amerika is een veel en veel groter gebied dan het kleine Nederland. Nederland is een blikland, maar van Bommel en Tom Poes is helemaal niets van blik. Van Mickey Mouse is heel veel van blik. Dat is gewoon vreemd en jammer.’ Hans blijkt een van de allergrootste

31


Mickey Mouse verzamelaars ter wereld te zijn. Desalniettemin is de vitrinekast van Bommel en Tom Poes ook extreem rijk gevuld met zeldzaamheden.

kinderpost, Zweedse Tom Poes puzzels, de drie victoriaboekjes. Hans heeft zelfs een bevroren Bommelbeeldje in de vriezer liggen uit de jaren ’40.

‘Voor Bommel en Tom Poes is het veel eenvoudiger, het verzamelgebied is Nederland en een heel klein beetje buitenland. Engeland, België en Hongarije voornamelijk. De verzamelaars zijn allemaal Nederlanders.

We nemen in een kartonnen houdertje voor zakdoeken het recent verkregen houten Bommelfiguur mee naar beneden voor foto’s. Weer terug in de woonkamer trekt Hans nog wat mappen open met ansichtkaarten, kalenderplaatjes uit 1946 en vele unieke druksels. We nemen een foto van de schitterende kalenderplaten uit 1946 ( er blijkt één uit de serie van 10 te missen) en maken ons op voor de wandeling terug naar station Duivendrecht. Hier moet Hans ook naartoe omdat hij gelijk naar Rotterdam reist voor een inaugurele rede. We trekken al teruglopend een conclusie: Hans heeft levenslang. Echt levenslang verzamelaar. Dat geldt trouwens ook voor mij.

Er is relatief heel weinig curiosa in relatie tot Tom Poes. Er is heel veel papier bij Bommel en Tom Poes. We zien zomaar het eerste hoogtepunt uit Hans verzamelaarcarrière: ‘Tom Poes en de blikken mannen’ liggen. We kijken ongeveer een uur naar Bommel en Tom Poes zeldzaamheden. We bekijken wat Cartoonders, de film catalogus van Degeto, pre-Toonderwerk, en heel veel beeldjes ( Pyro, Otex, Broca en de onbekende, houten Diana Edition),

Bastiaan Koijck gezocht: Hongaarse Tom Puss kaart nr. 12 met Hongaarse of duitse tekst. Uitgave: Degeto, Berlin, 1943, in goede staat en Rens puzzel uit 1946 met doos: ‘De oude schicht’ , goede prijs! Bastiaan Koijck, telefoon: 0592-0302931/ 06-52024440, of mailen naar bastiaan4@home.nl. Gezocht: wie heeft materiaal (kranten met afleveringen of knipsels) van THIJS IJS en wil dat aan de MTVC tijdelijk beschikbaar stellen ter inscanning en publicatie? Al is het maar een aflevering: het kan net die ontbrekende zijn! Arnoud Alderlieste: 0703836360 / aws@toondertijd.nl 32

Mtvc nr 082