Page 1

Rennen voor je leven Aan de vooravond van de Dam tot Dam laat anti-sporter Bob van Toor zich door hardloop­ fanaat Frank Aarts uitleggen wat er nu zo leuk is aan hardlopen. Al rennende. Want dat heeft Aarts nodig. ‘Ik word heel onrustig als ik niet kan hardlopen.’ tekst Bob van Toor / foto’s Jan Maarten Hupkes

J

e hebt er alleen tijd en schoenen voor nodig, het schijnt gezond te zijn en je ziet nog eens wat van je buurt. Hardlopen is bovendien gratis en dus ideaal voor de student die zich geen abonnement op Fit For Duur kan veroorloven. Maar simpelweg een rondje hollen is uitgegroeid tot een ware cultus. De joggerdichtheid van de parken wordt ieder jaar dichter, evenementen als de Dam tot Damloop worden steeds massaler, en niemand kijkt gek op als je aankondigt morgen een halve mara-

thon te gaan lopen. Wat bezielt die parksjokkers met rood hoofd en zweetplekken toch om tegelijkertijd hun knieën en imago te ruïneren? Frank Aarts (37), communicatieadviseur aan de UvA en de HvA, marathonloper en coach, kan al mijn vragen beantwoorden – mits ik hem kan bijbenen in een rondje Vondelpark. Aan het begin van iedere gymles op de middelbare school moest mijn klas altijd ‘een rondje’ lopen. Tegen de tijd dat ik gierend en

gutsend de nogal forse afstand rond de velden had afgelegd, was de rest doorgaans al halverwege het eerste potje softbal. Sinds die tijd heb ik er dan ook een punt van gemaakt om nóóit meer mijn ene voet op te tillen, voordat de andere weer stevig op de grond staat – met een uitzondering voor de nachtbus. Toch ben ik vooral nieuwsgierig aan de vooravond van mijn eerste hardlooptraining met Frank Aarts. Ik wil allereerst weten wat er nou zo leuk is aan hardlopen, en ten tweede ben ik erg benieuwd na hoeveel meter rennen ik hyperventilerend instort in een bosje. We hebben afgesproken in het Vondelpark – een hardloopwalhalla, aan de hoeveelheid renners te zien. De moeilijkheden beginnen al bij vertrek van huis. Moet je de renschoenen al aan doen? Jogt men dezer dagen in een lange of korte broek? Het is fris, maar waar laat ik die jas straks? Met enige trots arriveer ik in het Vondelpark met slechts mijn fietssleutel en een flesje water. Frank biedt lachend zijn grote, praktische rugzak aan om de sleutels zo lang te stallen – je kunt je spullen blijkbaar gewoon bij de plaatselijke bar inleveren als je je rondje rent. ‘Ze zeggen dat dat het verschil is tussen een jogger en een atleet: het gerinkel van sleutels uit zijn broekzak,’ zegt Frank lachend. Wat dat mij maakt blijft nog even in het midden.

‘Het leidt af van je werk of je studie, en het is lekker om met je lichaam bezig te zijn’

34

FoliaMagazine

Saai gaat het vandaag niet worden. We gaan warmlopen en techniek oefenen, dan volgt een intervaltraining en vervolgens een krachttrai-


Een pasfrequentie van 45 passen per halve minuut is ideaal

ning. Ik reken er min of meer op dat ik tegen die tijd al op een stretcher of in foetushouding op het asfalt lig, maar het lijkt vooralsnog mee te vallen. Tijdens het warmlopen mag gewoon worden gekletst. ‘Hardlopen is nog steeds enorm aan het opkomen,’ zegt Frank. Dat blijkt wel uit het feit dat het aantal deelnemers aan de Dam tot Damloop sinds de jaren negentig is verzesvoudigd, tot zestigduizend deelnemers in 2009. Frank zal natuurlijk van de partij zijn; het was de eerste grote loop waar hij tien jaar geleden aan deelnam en heeft sindsdien elk jaar meegerend. ‘Ik was vroeger op school een fanatiek voetballer, maar ik kreeg de ene na de andere blessure. Tijdens mijn studie ben ik minder gaan sporten, toen dijde ik ook wat uit. Ik heb me bij een hardloopclubje aangesloten, en merkte dat ik fit werd en vooruit ging. Daardoor word je snel fanatieker. Ik ben marathons gaan lopen, en zette een loopteam op met collega’s. Dat team ging ik ook trainen, en uiteindelijk ben ik zo zelf loopcoach geworden.

Ondertussen lopen we wat Frank het ‘rondje Picasso’ noemt, naar de maker van de grote sculptuur die we steeds passeren. Het is niet onprettig. Maag en benen protesteren een beetje, maar ik heb niet het gevoel dat ik mijn knieën aan het verbrijzelen ben: een schrikbeeld dat nog altijd om het joggen heen hangt. ‘Het is een heel blessuregevoelige sport,’ beaamt de coach. ‘Je ziet het vooral bij beginners die te snel

‘De kunst is om het eerste rondje niet te hard te lopen’ vooruit willen als hun spieren er nog niet klaar voor zijn, en zeer gevorderde lopers. Die willen allebei steeds nét iets verder gaan.’ Het helpt daarom om te lopen met een groep, of bij een trainer – Frank heeft er zelf ook nog steeds één. We lopen dan ook met beleid: ik leer over passen tellen, en het ideale looptempo. Beginnende

of vermoeide lopers hebben een lage pasfrequentie, dat is niet goed: je wordt er sneller moe van. De ideale pasfrequentie ligt volgens onderzoekers op 45 per halve minuut. Dat is het gemiddelde tempo van Ethiopische hardlopers – veruit de beste ter wereld – als ze een langeafstandsloop winnen. Ik blijk 42 passen per halve minuut te maken, Frank 40. Nu al beter dan de coach, dat is prettig. Daarna oefenen we verschillende passen, goed rechtop lopen (voorover lopen is wederom onnodig vermoeiend) en om stevig met je voorvoet van de grond af te zetten. De voorbijkomende renners bieden handig lesmateriaal: ‘Die jongen daar heeft al een wat soepelere pas, maar loopt een beetje gebogen. En die met dat rode haar daar tilt zijn knieën helemaal niet op, zie je?’ We rennen terug naar het rondje Picasso. Frank laat zien waar je door de struiken kruisende fietsers kunt zien aankomen, want we gaan nu toch echt een paar rondjes niet-lullen-maar-rennen. We doen een piramide-oefening: een rondje, een minuut pauze, dan twee rondjes, dan drie,

FoliaMagazine

35


Dam tot Dam Het begin van het renseizoen wordt gemarkeerd door de Dam tot Damloop, dit jaar op 23 september, met een parcours van Amsterdam tot Zaandam. Beide steden lopen ervoor uit, en het deelnemersaantal groeit sinds de eerste loop in 1985 gestaag. Er is inmiddels ook een wandeltocht op het parcours en een kinderloop. Bijzonder is het grote aandeel van de bedrijventeams: collega’s kunnen zich samen inschrijven en lopen in een apart klassement. In 2009 liepen er maar liefst 3961 bedrijventeams mee. Winnaar dat jaar: het team van de UvA/HvA.

Frank zette een loopteam op met collega’s en is later zelf loopcoach geworden

en dan weer afbouwen. Het streven is om steeds min of meer dezelfde rondetijd te halen. ‘De kunst is om het eerste rondje niet al te hard te lopen, want dan kom je jezelf later tegen.’ Liever mezelf dan de man met de hamer, denk ik, maar loop stug door. Een angstig gevoel bekruipt me na het tweede rondje. Ik ben inmiddels toch al erg lang aan het bewegen, en met kloppende slapen en natte rug realiseer ik me dat ik dit nog eens moet doen, met nóg een rondje extra. Maar er zit niets anders op dan het ene been voor het andere te blijven zetten, en af en toe nog een vraag af te vuren op Frank, die fris en onvermoeibaar naast me rent. Hij doet het dan ook zo’n vier keer per week en maakt zelfs een jaarplanning met evenementen waar hij aan deel wil nemen, zoals een marathon. ‘Dat is het mooie van hardlopen: er zijn veel legitieme en goede redenen om het te gaan doen. Zo’n Dam tot Damloop is het grootste loopfestijn van Nederland, dat moet je toch eens

36

FoliaMagazine

gedaan hebben. Het genre “we doen een keer mee”-hardlopers is zeer aanwezig. De aantrekkingskracht zit hem ook in het lopen met mensen die je kent, gezamenlijk een prestatie leveren. Amsterdam en Zaandam staan een dag lang in het teken van de loop. Drommen mensen doen mee, en nog meer staan langs de

‘Het helpt om te lopen met een groep of een trainer’ kant in een lange haag, dat is heel gezellig en geeft een goede stimulans. Je kunt ook proberen je eigen prestaties te verleggen, de volgende keer je eigen tijd verbeteren. Het leidt af van je werk of je studie, en het is lekker om met je lichaam bezig te zijn.’ Lekker zou ik het niet direct noemen, maar ik ploeg moedig voort door het tweede rondje, en

dan het derde. Een beetje uitkijken voor fietsers, genieten van de halvegaren op hun bankjes, je slikt eens een vlieg in en kopt een takje hulst uit de weg, en inderdaad denk je verder aan niet zo heel veel. Zou dat dan het geheim zijn? ‘Als je lang hardloopt maak je een endorfine-achtige stof aan, dat voelt fijn. Maar de cadans, het herhalen, is ook prettig. Ik word heel onrustig als ik niet kan hardlopen. Als ik geblesseerd ben geweest is mijn vrouw blij als ik weer kan gaan hardlopen, anders zit ik maar ongedurig thuis.’ Terwijl de studenten ons links en rechts voorbij rennen, vraag ik me af: is hardlopen niet een beetje een bezigheid van hoger opgeleiden? Hardloper-schrijvers als Haruki Murakami en Dolf Jansen hebben er de mond vol van: fijn je hoofd leeg maken, meditatief met je lichaam bezig zijn na een dag piekeren achter je bureau. Het lijken de kenmerken van een typische elitesport. ‘Daar zit wel wat in,’ beaamt Frank. ‘Het is natuurlijk zo dat iedere sport zijn sociaal-economische segment heeft waar het merendeel uit voortkomt,


Loopclubs Wie begint met hardlopen doet er goed aan om een groep uit te zoeken. Dat stimuleert, leidt af en zorgt dat je regelmatig terugkomt. Atletiekvereniging Aquila van het USC geeft elke week looptrainingen. Leden kunnen bovendien met korting deelnemen aan loopevenementen. Extra bonus: trainen in het Olympisch Stadion. Daarnaast zijn tientallen andere clubs en coaches actief in Amsterdam, bijvoorbeeld te vinden op hardlopenamsterdam.nl. Speciale vermelding verdienen de zeer geruststellend genaamde ‘Rustig Aan-trainingen’, die in meerdere stads­ delen worden aangeboden.

maar ik moet zeggen dat het de afgelopen jaren erg is veranderd. Waar het vroeger echt de sport was van oudere, hoogopgeleide mannen, zie je nu dat steeds meer vrouwen, jongeren en mensen met andere sociaal-economische achtergronden meedoen aan hardloopwedstrijden. En je hebt natuurlijk alleen schoenen nodig, je kunt de deur uitgaan en lopen. Aan een laag inkomen kan het niet liggen.’ En dan is het klaar. De finishlijn van het derde rondje is even onindrukwekkend als de eerste twee keer, maar stilstaan voelt inmiddels als hemelse verwennerij. Zelfs de krachtoefeningen die Frank er dan nog eens tegenaan gooit kunnen me niet deren; trillend probeer ik mijn vijftien seconden in push-up houding te volbrengen. ‘Uitlopen’ blijkt uitrennen te zijn. Aan alles komt een eind, en ook het uithoudingsvermogen dat mij vandaag zo verraste laat me nu in de steek. Rennen wordt joggen, joggen sjokken en uiteindelijk slenter ik traag terug naar Vertigo. Frank vindt het niet erg,

‘Hemels’ stilstaan, krachtoefeningen en het vochtverlies aanvullen

en als we na afloop het glas heffen op de goede afloop is mijn zielige strompelgang erheen alweer vergeten. Na minder dan twee uur

voel ik me al bijna een echte hardloper. ‘Nee,’ verbetert Frank. ‘Een atleet.’ yyy Meer voorbereidingstips op foliaweb.nl/videos

FoliaMagazine

37

Rennen voor je leven  

Aan de vooravond van de Dam tot Dam laat anti-sporter Bob van Toor zich door hardloopfanaat Frank Aarts uitleggen wat er nu zo leuk is aan h...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you