Issuu on Google+

‘Dit moet ik opschrijven’ Na haar studies politicologie en journalistiek en een baan als journalist besloot Jorie Horsthuis (30) zich om te laten scholen tot tramconducteur. De ene dag gaf ze les als junior docent bij politicologie, de andere controleerde ze kaartjes. Recentelijk verscheen haar boek Op de tram. tekst Bob van Toor / foto Jan-Maarten Hupkes

6

FoliaMagazine


‘Na mijn studie schreef ik onder meer voor De Groene Amsterdam­ mer. Na enkele reizen naar conflictgebieden besloot ik dat ik liever in Amsterdam wilde zijn,’ vertelt Horsthuis. ‘Ik solliciteerde als junior docent bij de UvA, en als conducteur bij het GVB. Op beide plekken werd ik aangenomen. In het begin wist ik nog niet dat ik een boek zou gaan schrijven over de tram. Ik wilde het gewoon eens mee­ maken, maar het bleek nog interessanter dan ik had gedacht.’

Het GVB heeft tot nu toe geen commentaar gegeven op het boek. ‘In het begin zullen ze wel wat argwaan hebben gehad. Maar het is geen zwartboek, ik heb geprobeerd een eerlijk beeld te geven van een bedrijf in een moeilijke periode. Van mijn collega’s heb ik wel veel positieve reacties gehad. Sommigen zeiden dat ze het in één ruk hadden uitgelezen, terwijl ze normaal geen boeken lezen.’

Studenten bleken een vermakelijke groep passagiers. ‘Als we om half zes ’s ochtends over het Rembrandtplein reden kwam er vaak zo’n groep compleet bezopen studenten binnen: “Jezus man, wéér niet gescoord.” En dan zat ik daar, fris en in mijn uniform – heel grappig. Verder was er veel gesjoemel met OV-kaarten, maar vaak waren er ook problemen waar studenten niets aan konden doen. Conducteurs kunnen aan een kaart nu niets meer zien, en vaak niet helpen als hij het niet doet. Dat leidde tot veel frustratie.’ Het was een interessante tijd om bij het GVB te werken voor de schrijfster, die nu weer als journalist werkt. De OV-chipkaart werd ingevoerd, en het kabinet maakte plannen voor bezuinigingen op het openbaar vervoer. ‘In kranten lees je alleen wat de afdeling communi­ catie zegt over de problemen, ik maakte mee wat de mensen op de werkvloer ervan vonden. Ik dacht: dit moet ik opschrijven.’

Ondanks klagende passagiers, vertragingen en het rondje om de kerk is het mensbeeld van Horsthuis er niet beter of slechter op geworden. ‘Waar ik wel van schrok, is dat mensen echt geen idee hebben dat er iemand achter dat raampje zit. Ze zien je gewoon niet.’ Studenten uit haar werkgroepen is ze op de tram nooit tegengeko­ men. ‘Gelukkig maar, die zouden raar hebben opgekeken.’ yyy

FoliaMagazine

7


'Dit moet ik opschrijven'