Issuu on Google+

50 UITGIDS

‘Ik ben mijn eigen oeuvre’ Theaterman Paul de Leeuw haalt alles uit de kast om zijn publiek onderdeel van zijn leven te maken. Zijn halve huis staat op het podium, Sylvie Meis en Sméagul komen op visite en er is appeltaart. door Dirk Koppes Makelaars weten het al sinds mensenheugenis: de geur van appeltaart wekt kooplust op bij kijkers. De associatie met huiselijkheid en warmte is instinctief en onvermijdelijk. Ook bij Paul de Leeuw, die zijn nieuwe theatershow Ik ben rustig opent met het bakken van een appeltaart op het podium. Het idee voor de appeltaart komt voort uit zijn succesvolle vorige show Poephoofd, toen hij na afloop kookdemonstraties gaf in de foyer. „Dat contact met het publiek vind ik heel erg leuk. Dus wilde ik nu weer iets verzinnen. De appeltaart sluit aan bij Heel Holland Bakt, bij het gegeven dat mensen met een klein kunstje opeens wereldberoemd in Nederland worden. Instant succes. Waarom heb ik dat niet verzonnen, denk ik dan? 50 Shades of grey, Sylvie Meis, Ymke en Britt, waar gaat dat over?” De Leeuw bekent dolgraag Heel Holland Bakt te willen presenteren. Nu dat er niet inzit, bakt hij zeventig appeltaarten, een per voorstelling, die na afloop uitgereikt worden in de foyer aan iemand die iets bijzonders hebben gemaakt. Aanvragen per twitter. Maar de avond gaat niet alleen over zoetigheden. Keek de Blaricumse Rotterdammer in Poephoofd vooral terug op zijn eerste vijftig levensjaren, nu blikt hij vooruit naar de tweede levenshelft. „Als je vandaag overlijdt, wat laat je dan achter? Niet zozeer letterlijk qua erfenis, maar wat heb je nou eigenlijk gedaan? Waar blijven je man en kinderen mee achter? Wat heb ik betekend op deze aardbol? Het idee en de titel van de voorstelling komen voort uit de woorden van een jongen, die op 15-jarige leeftijd euthanasie pleegde. Hij had leukemie. Ik was daar bij. Vroeger was ik panisch voor de dood, dacht ik niet ouder te woorden dan 52. Hm, dat ben ik nu. Maar sinds zijn laatste woor-

podium www.bndestem.nl/uit den Ik ben rustig, ben ik minder bang.” Wie vooruit kijkt naar het einde, ziet de dood in de ogen. Wat voor levenseinde wenst De Leeuw? Stil er tussenuit knijpen als een kat of één grote parade? „Tsja, wordt het Koffietijd of het journaal van acht uur? Ik hoef geen enorme manifestatie, cabaretiers hoeven geen toespraken te houden. Als we mijn laatste momenten maar met het gezin beleven. En als mijn man de urn in godsnaam bij zich houdt. Aan het eind zing ik een lied van George Groot: ‘Mijn tijd moet nog komen, ik heb het leukste tot aan het laatst bewaard. Ik wacht terwijl ik oefen voor bejaard, tot de laatste storm is bedaard en mijn tijd is gekomen’.” De Leeuw schermt zijn zonen altijd af voor de publiciteit. Toch duiken ze op in zijn voorstellingen. „Andere cabaretiers spreken over de toestand van de wereld. Ik ben mijn eigen oeuvre. Daar-

foto Hollandse Hoogte

om speelt deze show zich ook af in mijn eigen huis. Daar zijn nog nooit foto’s van gepubliceerd, maar nu krijgen mensen op het podium stukken te zien van mijn interieur, je krijgt echt het gevoel dat je bij me op bezoek bent. Onderdeel van dat leven zijn nu eenmaal mijn man en mijn zoons. Ik heb wel de afspraak hen niet bij naam te noemen. De jongste speelt piano en opeens noemde ik hem Pianopiet. Vindt hij best. Ze zijn nu op een leeftijd, dat ze meedenken.” Er zit volgens hem geen emancipatoire bijbedoeling bij.

Als je vandaag overlijdt, wat laat je dan achter?

„Zo van: ‘Kijk die homo’s goed met hun zonen omgaan.’ Die emancipatie is me in de schoen geworpen. Misschien was ik de eerste die aids normaal op televisie behandelde, of verstandelijke gehandicapten. Dat was geen doel op zich. Wij wisten pas dat we een taboe doorbraken na de uitzending. Mijn voorspelling voor deze show: mijn conference over of mensen inspecteren wat ze in het toilet achterlaten. Bij dat sanitaire onderwerp blijft het verdacht stil in de zaal.” Tot de zomer ligt de nadruk op de theatervoorstelling. Op de televisie doet hij het voor zijn doen rustig aan met programma’s als Kwis en Wie ben ik?. Dat laatste heeft hij vooral gedaan, omdat hij een echte spelletjesman is. „Ik ben heel fanatiek. RTL vroeg me om, als ik een antwoord wist, het een beetje uit te stellen. Donder op, dat doe ik niet. Ik wil gewoon winnen.”

Op televisie, in het theater, Paul de Leeuw wil altijd winnen. „Zo steekt toch iedere goede professional in elkaar? Of het nu om een hartchirurg of een cabaretier gaat. Dus Ik ben rustig moet beter worden dan Poephoofd. Een afschuwelijk verwachtingspatroon dat het schrijfproces niet makkelijker maakt. Soms denk ik dat ik in de verpleging moet gaan werken, iets met mensen doen. Gelukkig heb ik een thuisfront, waar ik nieuwe scènes op kan uitproberen. Zo was ik met de kinderen naar The Hobbit II geweest. Mijn man houdt daar niet van, mijn zonen gelukkig wel. Opeens zat Sméagol in mijn hoofd. En wilde ik die koppelen aan Sylvie Meis. Waarom? Dat zie je wel in de show.”

Paul de Leeuw - Ik ben rustig, 18 februari in De Maagd in Bergen op Zoom, 13 maart in Chassé Theater in Breda, 22 april in De Kring in Roosendaal


Bs bergen op zoom 50 bs go c06 140213