Page 1

Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ

Voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld

Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ


Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ

Werkboek Voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld.

Stichting Blijf van m’n Lijf ZHZ 2007

Margo Riphagen

Illustraties: Ymke Hemminga Vormgeving: Margo Riphagen

2


Dit Werkboek voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld is een vervolg op het in 2000 verschenen boek: “Spelenderwijs” van Margo Riphagen eveneens een uitgave van de Stichting Blijf van m’n Lijf ZHZ. Spelenderwijs is een activiteitenboek. Het bevat practische, doelgerichte groepsactiviteiten voor kinderen in de hulpverlening. Naast het bieden van groepsactiviteiten merkten wij dat het belangrijk is om individueel met kinderen te werken. Wij hebben ervaren dat het nog effectiever is om de moeder bij het hulpverleningsproces van haar kind te betrekken. Daar leent dit werkboek zich goed voor. Moeder, kind en hulpverleenster kunnen gezamenlijk in dit werkboek werken. Ik wil de kinderen van de Stichting Blijf van m’n Lijf ZHZ bedanken. Door hun bijdrage tijdens het werken met dit Werkboek werd het voor mij mogelijk om dit Werkboek te schrijven. Daarnaast bedank ik Leo Apon, José van Klaveren en Nisha Paragsingh voor het kritisch doornemen van het Werkboek.

3


Inhoud 1 Instructies

Instructies voor hulpverleners

blz. 5

2 Inleiding

Waarom een werkboek Wat moet jij nou met dit boek?

blz. 8 blz. 9

Wat zijn gevoelens? Teken zelf gezichtjes Gevoel uitbeelden De gevoelsspiegel

blz. 10 blz. 11 blz. 12 blz. 13

Maak tijd voor gevoel Wat gebeurde er bij jullie thuis? Werd er ook ruzie met jou gemaakt? Wat is jouw gevoel? Wat deed je dan? Leuke dingen Dromen Bang zijn Wat kun je doen als je bang bent? Verdriet Maak een verdrietige tekening Zelfbeeld

blz. 14 blz. 15 blz. 16 blz. 17 blz. 18 blz. 19 blz. 20 blz. 21 blz. 22 blz. 23 blz. 24 blz. 25

Uit elkaar gaan Wat mis je? Er tussen staan Het is niet jouw schuld Hoe help jij? Wat zou je willen zeggen?

blz. 26 blz. 27 blz. 28 blz. 29 blz. 30 blz. 31

6 Ander gedrag leren

Hoe kan het anders Hoe werd er bij jou thuis ruzie gemaakt? Je mag het zeggen als je boos bent Hoe weet je nu dat je boos bent? Hoe moet je het zeggen als je boos bent

blz. 32 blz. 34 blz. 35 blz. 37 blz. 38

7 Toekomst

Hoe ziet je toekomst eruit? Komt er een scheiding? Toekomst Welke mensen vind je lief? Hobby’s Veiligheidsplan Agressie is niet normaal Wat heb je geleerd?

blz. 41 blz. 42 blz. 43 blz. 44 blz. 45 blz. 46 blz. 47 blz. 49

8 Bijlagen

Bijlage behorend bij 2.8 Bijlage behorend bij 2.11

blz. 52 blz. 54

9 Literatuurlijst

Literatuurlijst

blz. 55

3 Gevoelens herkennen

4 Gevoelens uiten

5 Mogelijke gevolgen van van het uit elkaar gaan


Instructies Instructies voor hulpverleners

Wat is het doel van dit Werkboek? Er zijn al een aantal succesvolle hulpverleningsprojecten ontwikkeld om kinderen die getuige geweest zijn van huiselijk geweld te helpen. Te denken valt aan: “Let op de kleintjes”, ontwikkeld door Transact, of “Spelenderwijs”, ontwikkeld door de Stichting Blijf van m’n Lijf ZHZ. De al bestaande hulpverleningsprojecten omvatten een groepsgerichte aanpak. Binnen de Stichting Blijf van m’n Lijf constateerden we dat het goed zou zijn als er naast de groepsgerichte aanpak ook een individuele manier van hulpverlening is. Het feit blijft immers dat niet alle kinderen geschikt zijn om aan een hulpverleningsgroep deel te nemen. Sommige kinderen zijn te introvert, anderen juist te extrovert. Dat kan het moeilijk maken om deel te nemen aan een groep. Ook kan het gebeuren dat er een wachttijd is voor deelname aan de groep. Daarnaast merkten we dat de hulpverlening aan het kind een meerwaarde heeft, als moeder bij de hulpverlening aan haar kind betrokken wordt. Het feit dat moeder betrokken is bij de hulpverlening aan het kind maakt dat het verwerkingsproces gedragen wordt binnen het gezinssysteem. Moeder wordt verantwoordelijk gemaakt en het geeft haar mogelijkheden om zelf haar kind te kunnen helpen. Moeder wordt zich bewust van de impact van het geweld op haar kind. Het doel van dit Werkboek is tweedelig: 1. Individuele hulpverlening voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld. 2. Moeder betrekken bij de hulpverlening aan het kind.

Voor wie is dit Werkboek bedoeld? Dit Werkboek is te gebruiken voor kinderen van ongeveer 4 jaar t/m 12 jaar die getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Het is geen voorwaarde dat de kinderen zelf kunnen lezen of al goed kunnen tekenen. Als een kind volgens de kalender 4 jaar is maar emotioneel nog kleiner is, dan is het beter om te wachten met het werken in dit werkboek. Eén tot twee keer per week kan er door de hulpverlener met moeder en het kind in het werkboek gewerkt worden. Uiteraard is het prettig als moeder de Nederlandse taal beheerst maar ook als moeder gebrekkig Nederlands spreekt is het mogelijk om moeder er bij te betrekken. 5


In het Werkboek wordt veel gebruik gemaakt van beeldend materiaal wat het voor allochtone vrouwen makkelijker maakt om het te begrijpen. Indien een moeder meerdere kinderen in de lagere schoolleeftijd heeft kunnen de kinderen gezamenlijk met moeder en de hulpverleenster in het Werkboek werken. Wel verdient het aanbeveling om ieder kind een eigen Werkboek te geven.

Inhoud van het Werkboek De methodieken die in het Werkboek gebruikt worden zijn speels en sluiten daarom goed aan bij wat kinderen leuk vinden. Er wordt gewerkt aan het verwerken van wat het kind heeft mee gemaakt door middel van praten, tekenen, en spelen. Kinderen vinden het leuk maar het blijft wel werken voor hen. Daarom kunnen ze na het werken met een sticker beloond worden. Het Werkboek is opgebouwd uit kleine opdachten die wekelijks gedaan kunnen worden door het kind. Moeder is er bij aanwezig als haar kind de opdrachten doet en een hulpverleenster leidt het proces. Het Werkboek is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In de inleiding wordt op een kinderlijke manier uitgelegd waarom het belangrijk is om in het Werkboek te werken. In het tweede hoofdstuk wordt er aan het kind geleerd om verschillende gevoelens te kunnen benoemen. Als het doel is dat het kind zijn/haar gevoelens gaat uiten dan zal het kind eerst moeten leren om verschillende gevoelens te herkennen en te kunnen benoemen. Daar wordt in het tweede hoofdstuk dan ook uitgebreid mee geoefend. Het derde hoofdstuk is er op gericht dat kinderen hun gevoelens over het geweld dat ze thuis hebben meegemaakt gaan uiten. Kinderen kunnen tekenen of vertellen wat er thuis gebeurde als er ruzie was en hoe zij zich dan voelden maar ook wat ze dan deden. In dit hoofdstuk worden de kinderen uitgenodigd om wat te vertellen/tekenen over de basis gevoelens boos, bang, blij en verdrietig in relatie tot de thuissituatie. In het vierde hoofdstuk wordt er stil gestaan bij de gevolgen van het uit elkaar gaan van de ouders. Er wordt door moeder en kind gepraat of er wel of geen scheiding gaat komen en wat voor gevolgen dat heeft. In dit hoofdstuk is er ruimte voor de kinderen om zich te uiten over wat en wie ze missen nu papa en mama niet meer in hetzelfde huis wonen. Ook wordt er gepraat over: “tussen beide ouders in staan� en over schuldgevoelens. Tevens is er aandacht voor de manier waarop het kind in de moeilijke situatie thuis geholpen heeft. In het vijfde hoofdstuk wordt er gesproken en gewerkt over ander gedrag leren. Thuis hebben de kinderen een verkeerd voorbeeld gehad ten aanzien van het uiten van boosheid. Dit hoofdstuk gaat over wat vader en moeder deden als ze 6


boos waren. Tevens wordt het kind geleerd dat het goed is dat het boos is maar dat dat op een juiste manier geuit moet worden. Dit hoofdstuk reikt daar mogelijkheden voor aan. Tenslotte wordt er in het laatste hoofdstuk stilgestaan bij de toekomst van de kinderen. Gezamenlijk wordt er een plan gemaakt hoe er een netwerk van sociale contacten om het kind gecreëerd kan worden en wat het kind kan doen als er toch weer ruzie komt. Eén of twee keer per week kan er gedurende 10 tot 15 minuutjes met moeder en kind in het werkboek gewerkt worden. Het is niet noodzakelijk dat alle opdrachten worden doorlopen. De hulpverlener kan kiezen welke opdrachten voor het desbetreffende kind noodzakelijk kunnen zijn.

Voorwaarden Het is van belang dat het huiselijk geweld gestopt is voordat er begonnen wordt met het werken in dit Werkboek. Is dat niet het geval dan zal er eerst gewerkt moeten worden aan het creëren van een voor het kind veilige situatie. In dit Werkboek komen verschillende thema’s aan bod die te maken hebben met het getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Omdat dit een praktijkboek is en theoretische onderbouwingen achterwege zijn gelaten is het van belang dat de hulpverlener die met moeder en kind in dit Werkboek gaat werken theoretisch onderricht is. De hulpverlener moet goed op de hoogte zijn van de gevolgen voor kinderen als ze getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Daarnaast moet de hulpverlener ook geschoold zijn in gesprekstechnieken. Dit Werkboek geeft richtlijnen aan het hulpverleningsproces maar door toepassing van juiste gesprekstechnieken wordt het beoogde resultaat behaald. Aan de moeder moet van te voren duidelijk uitgelegd zijn wat het doel is van het gezamenlijk werken in het Werkboek.

inleiding Waarom een werkboek

7


Er zijn mensen (onderzoekers) die hebben geschreven over kinderen die thuis agressie hebben meegemaakt. Het is gebleken dat het heel erg is voor die kinderen. Die kinderen hebben zich thuis niet altijd veilig gevoeld. Daardoor kunnen deze kinderen problemen krijgen. Een aantal van deze problemen zijn bijvoorbeeld: - zij kunnen zich angstig voelen; - zij kunnen zich verdrietig voelen (depressief met een moeilijk woord); - zij kunnen zich heel onrustig voelen; - zij kunnen zich zorgen maken; - zij kunnen zichzelf slecht, of minderwaardig voelen. Ook is gebleken dat deze kinderen vaker negatief gedrag vertonen zoals: - spijbelen; - agressief zijn; - te stil of teruggetrokken zijn; - zich niet kunnen concentreren op school; - in de eerste plaats gaan zorgen voor een ander (bijvoorbeeld een ouder). Met dit boek hoop ik kinderen en moeders te helpen met deze problemen.

Inleiding Wat moet jij nou met dit boek?

Misschien denk je: "Nou al die problemen heb ik niet�. Of "Nou daar wil ik niet over nadenken" 8


Toch denk ik net als de onderzoekers dat als jij geweld, of ruzie hebt meegemaakt, je wel problemen hebt, of misschien later kan krijgen. Dit boek kan je daarbij helpen. Het is een werk- en praatboek. Je kunt er samen met je moeder en je begeleidster in werken. Het boek is voor jou en jij mag er in tekenen, schrijven en werken! Ik hoop dat je er een heel mooi boek van maakt, waar je later ook nog eens in kan kijken.

Gevoelens leren Wat zijn gevoelens ?

In dit boek gaan we werken met gevoelens. Weet jij wat gevoelens zijn? 9


---------------------------------------------------------------------------

Hieronder zijn wat gezichtjes getekend die verschillende gevoelens uitdrukken. Ken jij deze gevoelens allemaal? Als er ĂŠĂŠn of meer bij zitten die jij niet kent, zet daar dan een cirkel om. Misschien kan mama of je begeleidster jou iets over die gevoelens vertellen.

Teken zelf gezichtjes

Gevoelens leren

Je hebt alle gezichtjes op de vorige bladzijde gezien. 10


Hieronder zie je lege gezichtjes. Nu mag jij daar zelf gezichtjes in tekenen. Misschien kun jij ook gevoelens tekenen. Het helpt als je zelf in de spiegel kijkt en probeert om de gevoelens uit te beelden.

Gevoelens leren Gevoel uitbeelden

11


Het kan best eng of moeilijk zijn om gevoelens te laten zien. Daarom kun je beginnen met wat leuke spelletjes. Hieronder staan allemaal gevoelens opgeschreven. Schrijf deze op verschillende papiertjes. Vouw de papiertjes dubbel en doe ze ergens in. Jij en je moeder of jij en je begeleidster kunnen om de beurt een briefje pakken en uitbeelden. De ander moet dan raden wat er uitgebeeld wordt.

Gevoelens leren De gevoelsspiegel Pak de briefjes van het vorige spel. Pak ĂŠĂŠn briefje eruit.

12


Probeer om de beurt, het gevoel dat op het briefje staat uit te beelden. Als jullie beiden denken dat jullie het goed kunnen, probeer dan het gevoel samen uit te beelden voor de spiegel.

Gevoelens uiten Maak tijd voor gevoel

13


Het is goed om elke dag even stil te staan bij je gevoel. Dat helpt je om je eigen gevoel beter te leren kennen. Je zou elke dag voor het slapen gaan bijvoorbeeld even kunnen denken; "Hoe voelde ik me vandaag?" Wat was er vervelend en wat was er leuk? Misschien kan je moeder of iemand anders die je naar bed brengt deze vragen aan je stellen. Niet vergeten hoor! Je kunt ook een dagboekje bijhouden en elke dag even opschrijven wat er vervelend was en wat er leuk was.

Maandag

Vrijdag

Dinsdag

Woensdag

zaterdag

Donderdag

Zondag

Gevoelens uiten Wat gebeurde er bij jullie thuis?

14


Je hebt dit werkboek gekregen omdat jij ruzie hebt meegemaakt. Ruzie meemaken is niet goed! Er mag geen ruzie gemaakt worden. Zeker niet door grote mensen. Kun jij tekenen, schrijven of vertellen wat er allemaal gebeurde als er bij jou thuis ruzie werd gemaakt?

Werd er ook ruzie met jou gemaakt?

15


Het is niet goed dat grote mensen ruzie maken! Soms maken grote mensen ook ruzie met kinderen. Gebeurde dat bij jou? Werd jij geslagen, of uitgescholden? Of kreeg je wel eens erge straf? Teken, schrijf of vertel wat er met jou gebeurde?

Gevoelens uiten

16


Wat is jouw gevoel? Achter in dit boek zitten knipvellen. Jij mag daar plaatjes uitknippen. Hoe voelde jij je als er bij jou thuis ruzie was? Knip de plaatjes uit die daar bij horen en plak ze op de lege hoofdjes hier onder.

Gevoelens uiten Wat deed je dan? 17


Dat er thuis ruzie was, is niet goed. Er mag geen ruzie gemaakt worden. Zeker niet door grote mensen. Natuurlijk is het heel normaal dat mensen wel eens boos op elkaar zijn, maar echt ruzie maken of zelfs vechten is niet goed. Het kindje op het plaatje ging zichzelf verstoppen. Wat deed jij als er thuis ruzie was? Teken of schrijf hierover.

Dat er thuis ruzie was is niet goed. Er mag geen ruzie gemaakt worden. En zeker niet door grote mensen. Natuurlijk is het heel normaal dat mensen wel eens boos op elkaar zijn, maar echt ruzie maken of zelfs vechten is niet goed. Het kindje op het plaatje ging zichzelf verstoppen. Wat deed jij als er thuis ruzie was? Teken of schrijf hierover. er thuis ruzie was is niet goed. Er mag geen ruzie gemaakt worden. En Dat er thuis ruzie was is niet goed. Er mag geen ruzie gemaakt worden. E n zeker niet door grote mensen. Natuurlijk is het heel wel eGevoelens

uiten

Leuke dingen 18


Dat er ruzie was bij jullie is natuurlijk niet leuk, maar gebeurden er ook wel eens dingen die wel leuk waren? Wat deden jullie dan? Kruis met groen de leuke dingen aan die jullie wel eens deden.

Samen televisie kijken Naar de bioscoop Samen een spelletje spelen Lekker eten Samen huiswerk maken Knuffelen Lieve dingen tegen elkaar zeggen Elkaar dingen vertellen Naar een pretpark gaan Samen winkelen Grappen maken met elkaar Koekjes bakken Wandelen Naar een speeltuin gaan Uit eten gaan Cadeautje krijgen Verjaardag vieren Feest vieren Op vakantie gaan Naar familie of vrienden gaan Vriendjes mee naar huis nemen

Daarna kun je met rood aankruisen wat je wel eens zou willen doen.

Gevoelens uiten Dromen 19


Veel kinderen die thuis ruzie hebben meegemaakt, kunnen daarover dromen of nachtmerries krijgen. Heb jij dat ook, of denk je nog wel eens aan de ruzie? Teken, schrijf of vertel waar jij over droomt, of waar je ’s nachts aan denkt.

Gevoelens uiten Bang zijn 20


Ieder kind is wel ergens bang voor. Zelfs de stoerste jongens en meisjes zijn wel eens bang. Kun jij zeggen, schrijven of tekenen waar jij bang voor bent?

Ben je daar nog steeds bang voor? Gevoelens uiten Wat kun je doen als je bang bent? 21


Bang zijn is vervelend. Probeer samen met je moeder of je begeleidster te verzinnen wat je kunt doen als je bang bent. Dat wat jullie verzonnen hebben, kun je hieronder opschrijven.

Gevoelens uiten Verdriet

22


Ieder kind is wel eens verdrietig. Het is goed om dan hulp te zoeken of dingen te doen waardoor je weer vrolijker wordt. Bij veel kinderen helpt het om erover te praten. Heb jij iemand met wie je praten kan?

Wat zou je nog meer kunnen doen als je verdrietig bent?

Wat doet mama of je begeleidster als die zich verdrietig voelt?

Gevoelens uiten Maak een tekening

verdrietige

23


Je weet nu dat iederĂŠĂŠn wel eens verdrietig is. Het kunnen verschillende dingen zijn waarover je verdrietig bent. Soms zijn het ook steeds dezelfde dingen waar jij verdrietig om bent. Doe je ogen eens dicht en denk terug aan een keer dat jij je heel verdrietig voelde. Wat gebeurde er? Waarom was jij zo verdrietig? Teken dat hieronder; je mag er ook bij schrijven.

Gevoelens uiten Zelfbeeld 24


Jij hebt in je korte leven best al wat meegemaakt. Dat vormt vaak je karakter. Weet je wat je karakter is?

Juist, je karakter is dat, wat jij bent, hoe anderen denken dat jij bent en hoe jij over jezelf denkt. Maar hoe denk jij eigenlijk over jezelf? Knip alle woorden uit van de bijlage en plak ze bij de tekening. Knip ook een plaatje uit van het gezicht dat goed bij jou past. Dit ben ik

De gevolgen Uit elkaar

gaan 25


Soms hebben grote mensen zoveel ruzie gemaakt dat ze niet meer bij elkaar willen wonen. Soms willen grote mensen een tijdje niet meer bij elkaar wonen, soms helemaal niet meer. De kinderen gaan meestal met de moeder mee naar een ander huis. Hieronder kun je je oude en je nieuwe huis tekenen.

De gevolgen Wat mis je?

26


Jij bent met je moeder in een ander huis gaan wonen. Je gaat nu naar een andere school en er zijn veel dingen veranderd voor jou. Zijn er dingen en mensen die je mist? Hieronder kun je tekenen of schrijven wat jij mist. Je mag er ook over vertellen.

De gevolgen Er tussen staan. 27


Als grote mensen ruzie maken voelen kinderen zich vaak tussen de grote mensen in staan. Is dat bij jou ook?

-------------------------------------------------------------------------------Heb jij het idee dat je moet kiezen voor de ĂŠĂŠn of de ander?

------------------------------------------------------------------------------------------------------

We hebben al gezegd dat het niet jouw schuld is dat de grote mensen ruzie maken. Jij mag dus ook over beide grote mensen je eigen mening hebben. Wat vind jij bijvoorbeeld leuk aan je (stief)vader?

Zijn er ook dingen die jij niet zo leuk vindt aan hem?

Wat vind je leuk aan je moeder?

Zijn er ook dingen die je minder leuk vindt aan je moeder?

De gevolgen Het is niet jouw schuld!!! 28


Als grote mensen ruzie maken is het nooit de schuld van de kinderen. Toch zijn er veel kinderen die wel denken dat het hun schuld is. Heb jij wel eens gedacht dat het door jou komt dat de grote mensen ruzie maakten? Wat dacht je dan?

De gevolgen Hoe help jij? 29


Veel kinderen bij wie er thuis ruzie werd gemaakt, gaan op allerlei manieren proberen te helpen. Ze proberen om zelf heel lief te zijn, of ze proberen niemand tot last te zijn, of ze proberen ĂŠĂŠn van de twee grote mensen heel erg te helpen. Doe jij dat ook?

Wat doe jij om je ouders te helpen?

Het is erg aardig wat je allemaal doet.

Nu je weet dat er hulp is voor je moeder hoef jij niet meer zoveel te helpen.

De gevolgen Wat zou jij willen zeggen? 30


We hebben het nu gehad over hoe het voor jou is als er thuis ruzie wordt gemaakt. En over wat jij doet als er thuis ruzie wordt gemaakt. Je hebt er over nagedacht en over gepraat. Maar wat zou jij er nu nog over willen zeggen tegen je ouders. Wat zou jij bijvoorbeeld tegen je (stief)vader willen zeggen.

En wat zou jij tegen je moeder willen zeggen.

Ander gedrag leren Hoe kan het anders? 31


Jij hebt bij jou thuis veel ruzie meegemaakt. Dat was niet goed voor jou. Jij hebt je daardoor verdrietig, boos of machteloos gevoeld. Deze ruzies waren verkeerde voorbeelden voor jou! Je leert als kind heel veel dingen van je ouders, of in ieder geval van de mensen bij wie je woont. Door de ruzies thuis heb je dus verkeerde dingen geleerd, want zo horen mensen niet met elkaar om te gaan. Het is bekend dat kinderen die thuis veel ruzie hebben meegemaakt, later als ze groot zijn zelf ook veel ruzie maken. Je hebt namelijk geleerd om op een verkeerde manier te laten zien dat je boos bent. Daarom willen we je in dit hoofdstuk leren om op een goede manier boos te zijn.

32


Ander gedrag leren Hoe werd er bij jou thuis ruzie gemaakt? Het is heel normaal dat mensen af en toe boos zijn op elkaar. Dat is eigenlijk ook goed, want als mensen boos zijn op elkaar kunnen ze elkaar laten zien hoe ze behandeld willen worden. Als iemand iets doet bij jou, wat jij niet prettig vindt dan is het heel goed om dat aan die ander duidelijk te maken.

Je mag dus boos zijn!!!!! Maar hoe laat je die boosheid aan een ander zien? Wat deed jouw (stief)vader als hij boos was? Vertel daarover aan jouw begeleidster, dan kan die dat hier onder opschrijven. (natuurlijk mag je het ook zelf schrijven)

En natuurlijk wil ik dan ook graag weten wat jouw moeder deed als zij boos was? Schrijf of teken daar ook over.

33


En jij? Ben jij wel eens boos? Wat doe jij als je boos bent? Schrijf of teken daarover.

Op wie lijk jij als je boos bent?

34


Je mag het zeggen als je boos bent

Ander gedrag leren

Als je voelt dat je boos bent, mag je het zeggen. Het is zelfs heel goed als je het zegt. Weet je wat er kan gebeuren als je het niet zegt dat je je boos voelt? Je kunt ontploffen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Niet echt natuurlijk, maar ontploffen wil zeggen dat je dan om iets heel kleins ineens heel erg boos kunt worden. Want als je je boosheid inslikt, komt er steeds meer boosheid in je lijf. En die boosheid wil eruit. Het kan gebeuren dat je helemaal vol komt met boze gevoelens. Dat is voor jou en voor anderen niet prettig.

35


En als je ontploft bent, weet nog niemand waar je nou eigenlijk boos over was. Er zijn ook kinderen die ziek worden !!!!!!!!!!!!!!!!!!! Ja, je kunt echt ziek worden van boosheid. Stel je voor dat je jouw boosheid helemaal inslikt, dan gaat die boosheid zitten borrelen. En die boosheid wil er uit maar jij laat het er niet uit. Je lijf moet dan heel hard vechten om die boosheid binnen te houden. Daar word je ziek van!!!!!!!!! Veel kinderen krijgen dan buikpijn of hoofdpijn. Heb jij wel eens buikpijn of hoofdpijn gehad? Heb je dat vaak?

Kan mama jou helpen om te zorgen dat het weer over gaat?

Bij buikpijn kan het helpen als iemand over je buik wrijft (Met de wijzers van de klok mee wrijven). Ook wil het helpen als je een warme kruik op je buik legt, of wat warms te drinken krijgt. Maar belangrijker is het dat je gaat praten over wat je dwars zit. Dan kunnen al die gevoelens niet meer in je buik gaan zitten borrelen.

Hoe weet je nu dat je boos bent?

Ander gedrag leren

36


We hebben je verteld dat het goed is dat je het zegt als je boos bent, want anders kun je ontploffen of ziek worden. Maar hoe weet je nu dat je boos bent? Wel, boosheid kun je voelen!!!!!! Als iemand iets doet wat je niet leuk vindt, als iemand je pijn doet, of als iemand iets zegt wat niet aardig is, dan kun je boosheid voelen. Soms voel je het meteen, soms ook wat later. Boosheid kun je voelen in je lijf.

Waar in je lijf voel jij het als je boos bent?

Noem een aantal dingen, die jou boos kunnen maken.

Heb je die dingen toen gezegd? Of weten andere mensen niet waarom jij boos bent?

Ander gedrag leren Hoe moet je het zeggen als je boos bent?

37


Hoe moet je het zeggen als je boos bent? Hieronder kun je de regels lezen hoe je op een goede manier kunt zeggen dat je boos bent. Het is belangrijk dat je het op een duidelijke manier zegt. En omdat het jou gevoel is, is het goed om te beginnen met Ik !!!!!!!!!!!!!! Bijvoorbeeld, Ik ben boos Ik wil dat niet Ik wil dat je daar mee ophoudt Ik wil dat je me met rust laat

Regels als je boos bent:  Als je boos bent moet je het zeggen en beginnen met “Ik”  Als je boos bent gebruik je je mond en niet je handen  Als je boos bent moet je het zeggen tegen degene op wie je boos bent  Als je boos bent moet je zeggen waarom je boos bent, wat je niet leuk vindt  Als het niet helpt moet je hulp zoeken. Vertel het tegen je moeder, tegen de juffrouw, tegen een vriendin of iemand anders die je kan helpen.

38


Het is heel moeilijk om te voelen dat je boos bent en het dan ook nog te zeggen tegen die persoon! Maar je kunt het wel leren!!!!!!!!!!!!! Het is belangrijk dat als je je boos voelt, dat je dat gaat zeggen en dat je dan ook boos kijkt. De ander moet zien dat jij meent wat je zegt. Want als je zegt dat je boos bent en je lacht erbij, dan zal de ander denken dat het wel meevalt. Of als je boos bent en je praat heel zachtjes, dan snapt de ander het niet. Als je boos bent en dat gaat zeggen moet je dus hard praten, maar niet schreeuwen. En je moet ook boos kijken. En het is ook goed om rechtop te staan, met je benen een eindje uit elkaar. Oefen dit met mama of met je begeleidster. Zou je de komende tijd kunnen oefenen met het voelen van boosheid en het uitspreken van je boosheid over wat anderen met jou doen. Bespreek deze voorbeelden met mama of met je begeleidster. Het is goed om samen daarmee te oefenen.

Hoe ziet je toekomst eruit?

Toekomst 39


Er is veel gebeurd bij jullie thuis. Mama en jij zijn van thuis weggegaan. Hoe denk jij nu dat het verder gaat?

Weet jij wat mama's plannen zijn, voor de toekomst?

Wat vind jij van die plannen?

toekomst Komt er een scheiding? 40


Bij veel kinderen die thuis agressie hebben meegemaakt gaan de ouders uiteindelijk scheiden. Gaat dat bij jou ook gebeuren?

Wanneer ouders besluiten om te gaan scheiden dan is het in Nederland meestal zo dat de kinderen bij de moeder gaan wonen. En dat de kinderen af en toe bij de vader op bezoek gaan. Wanneer er veel agressie is geweest tussen je vader en moeder dan moet er wel goed gekeken worden of het op bezoek gaan bij je vader veilig is voor jou en voor je moeder, die je misschien moet brengen. Je vader en moeder moeten gezamenlijk afspraken maken met elkaar. Hoe denk jij er over om op bezoek te gaan bij je vader?

Hoe denkt jouw moeder daarover? Denkt zij dat ze goede afspraken met jouw vader kan maken zodat de bezoekregeling op een goede manier kan verlopen?

41


Soms is het nog moeilijk voor ouders om goede afspraken te maken. Dit omdat er dan weer ruzie kan komen. Dat is niet goed voor hun en zeker niet voor jou. Daarom komen er ook advocaten bij, die voor jouw ouders de zaken gaan regelen. In sommige gevallen is het echt moeilijk, dan kan ook de Raad voor de Kinderbescherming er bij komen. Zodoende kan het een hele tijd duren voordat er goede afspraken gemaakt kunnen worden tussen jouw ouders over het al of niet op bezoek gaan bij je vader. Sommige kinderen zien hun vader zelfs onder toezicht. Bijvoorbeeld in een omgangshuis. Daar worden de kinderen dan gebracht door hun moeder, ze blijven dan bij een meester of een juffrouw en dan komt hun vader daar ook.

Vanaf 12 jaar mogen kinderen zelf aangeven of ze bij hun vader op bezoek willen. Wel is het dan nog steeds goed om daar met je moeder en je begeleidster over te praten

Toekomst

Wensen 42


Je weet nooit van te voren wat er allemaal in jouw leven gebeurt. Ik vind het belangrijk om te weten wat jij graag zou willen in de toekomst. Welke mensen nu belangrijk zijn voor jou en met wie je straks ook nog om wil gaan. Hoe jij nieuwe vriendjes wilt maken, wat jij leuk vindt om te doen en hoe jij graag zou willen wonen. Wij willen graag weten wat jouw wensen zijn. Weet jij wat wensen zijn?

Als je heel graag wil dat er iets gaat gebeuren in jouw leven noemen we dat wensen. Heb jij wensen voor de toekomst?

Natuurlijk weten we niet of jouw wensen uitkomen, maar we kunnen wel samen met mama gaan kijken wat jullie daaraan kunnen doen.

Toekomst Welke mensen vind jij lief? 43


In de rondjes kun je tekenen wie er voor jou belangrijk zijn. Stel dat jij in het midden bent. Plak daar een foto van jezelf. Teken in de andere rondjes familie en bekenden die jij lief vind en die bij jou horen. Foto’s plakken is nog leuker.

Zullen we met mama bespreken hoe jij contact kan blijven houden met Toekomst deze mensen?

Hobby’s 44


Het is belangrijk dat je zelf leuke dingen gaat doen. Die leuke dingen noemen we hobby’s. Wat zou jij leuk vinden om na schooltijd te doen?

1. 2. 3. 4.

………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………

Wat vind je het allerleukste?

Zullen we samen vragen aan mama of ze dit kan regelen voor jou? Het is ook belangrijk dat je nieuwe vriendjes gaat maken. Hoe ga je dat doen?

Toekomst Veiligheidsplan 45


We hebben samen met jou gekeken wie jij allemaal lief vindt. We gaan nu kijken wie jou kunnen helpen als er toch weer problemen komen. Bijvoorbeeld als papa en mama toch besluiten om weer bij elkaar te gaan wonen en dan weer ruzie krijgen. Of als mama op een andere manier met iemand anders problemen krijgt. Jij kunt de ruzie tussen grote mensen niet oplossen, dat moeten grote mensen zelf doen, maar er zijn dingen die jij wel kunt doen. Daar gaan we over praten en er samen wat over opschrijven. Vragen; Wat doe je als er ruzie thuis is? Heb je wel eens geprobeerd om hulp te halen? Heb je de politie wel eens gebeld? Zijn er veilige plekken waar je heen kunt gaan als je merkt dat er weer ruzie is of gaat komen? Welke mensen weten dat er bij jou thuis ruzie is geweest?

Tips wat je kan doen: 1. Ga NIET tussen grote mensen instaan die ruzie maken. Dan zou je zelf pijn kunnen krijgen. 2. In een noodsituatie kun je 1-1-2 bellen. Dit is het telefoonnummer van de politie en de ambulance. Vertel dan hoe je heet, waar je bent en wat er aan de hand is. 3. Je kunt hulp vragen aan mensen om je heen die jij vertrouwt. Het is belangrijk als er bij jou thuis vaak ruzie is om erover te praten met mensen die je vertrouwt. Dit kun je doen met vrienden, je meester of juf, je tante of oom, je voetbaltrainer of iemand anders die jij vertrouwt. 4. Je kunt ook altijd bellen met de kindertelefoon. Dit is een nummer waar je naartoe kunt bellen om je verhaal aan iemand te vertellen. 5. Je kunt ook altijd overdag naar ons bellen.

46


We hebben al een paar nummers voor hulp opgeschreven. Je kan het altijd zelf nog af maken.

Naam: Adres: Politie en ambulance Kindertelefoon Kinderhulpverleensters Blijf van m’n Lijf Bureau Jeugdzorg

Telefoonnummer: 1-1-2 0800-0432

Als er weer ruzie is in huis dan ga ik naar: 1. mijn meester of mijn juffrouw

2……………………………………………… 3………………………………………………

Dit veiligheidsplan komt uit: “ Als het mis gaat bel ik jou” Dit is een training van JSO. Op internet kun je kijken bij: www.kindertelefoon.nl of www.kindermishandeling.nl

Toekomst

Agressie is niet normaal 47


Je hebt thuis gezien dat er ruzie was tussen grote mensen. Als jij later een vriend of vriendin krijgt moet je geen ruzie maken maar praten over problemen. Door een vriend of vriendin kun je agressief worden behandeld, maar dat kan alleen als jij je zo laat behandelen!!!!!! Niemand heeft het recht heeft om agressief tegen jou te zijn. Als dat toch gebeurt, kun je vertellen dat er niet zo met jou mag worden omgegaan. Als de agressie blijft, kun je hulp zoeken of weg gaan.

Zeg nee tegen agressie!!!!!!!!!!! Het kan ook zijn dat je zelf weer agressief wordt. Dat is immers wat je geleerd hebt. Weet dat het niet goed is als je agressief wordt! We hebben je geleerd dat je over je boosheid kunt praten. Als dat nog onvoldoende lukt, kun je erg eenzaam worden. Als je er niet in slaagt om op een andere manier met boosheid om te gaan, dan kunnen anderen je verlaten. Zoek dan hulp!!!!!! Je kan in therapie gaan: daar kun je leren om op een andere manier met boosheid om te gaan.

Toekomst Wat heb je 48


geleerd? Wat heb jij geleerd van dit werkboek?

Hoe vond je het om in het boek te werken?

Wij zijn trots op jou hoe jij in dit werkboek hebt gewerkt. Veel geluk in je verdere leven

49


Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ

Behorend bij het werkboek voor kinderen die

Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ Blijf van m’n Lijf ZHZ


Bijlagen Bijlage behorend bij: Wat is jouw gevoel in hoofdstuk 2

Wordt vervolgd op volgende bladzijde!


Bijlagen

Wordt vervolgd op de volgende bladzijde!

52


Bijlagen

53


Bijlagen Bijlage behorend bij: Zelfbeeld hoofdstuk 2

Vriendelijk Lief

Agressief

ijverig

Chagrijnig

Dom

Vrolijk Onaardig

Boos

Mooi

Aardig

lelijk

Behulpzaam Ruziemaker

Leuk Gezellig Dik

Dun

Sociaal Verlegen Stil Moe Knap Verdrietig

Wordt vervolgd op de volgende bladzijde

54


55


literatuurlijst Literatuurlijst Kinderen voor het voetlicht NIZW 2004 Sietze Dijkstra Carlien Jansen Paul Baeten Speels omgaan met agressie 134 spelletjes en oefeningen om op een creatieve manier conflicten op te lossen. Rosemarie Portmann ISBN 90.73207886 De Koning trok uit om de draak te doden. Verhalen voor kinderen van gescheiden ouders Brigitte Spangenburg ISBN 9060384210 Kinderen en ingrijpende situaties (scheiden) Kokkie jonkers-Hordijk en Tonny Hoes Uitgever; kwintéssens ISBN 90 57880644 Boos - Bang – Blij Themamap voor peuters en kleuters Wilma Strik, Marga Borghorst, Stichting De Meeuw ISBN 90 60927577 Als het mis gaat…bel ik jou Steun voor kinderen van 0-18 jaar die getuige zijn geweest van huiselijk geweld Trudy van Harten JSO expertisecentrum voor jeugd en samenleving en opvoeding Nieuwe Gouwe Westzijde 2a 2802 AN Gouda 56


Telefoon 0182 547888

57

Werkboek voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld  

Werkboek voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld.

Advertisement