Issuu on Google+

jaargang 2 nr.3 december 2007

Blad voor amateurkunst in Groningen


in dit nummer

Re d actio neel I n me mo r iam Gradus de Groot A fs ch e id van de Burcht Bo v e n Wot t er E e n w in n a ar t ussen de winnaars Fo to r e p o rt age He t is v an ons en het komt van ons S tr ip Ke r s tv o o r st ellingen Bo e kb e s prekingen L in ks S h ake s p eare op school? Co lu mn

Waar kan ik informatie vinden over voorstellingen en manifestaties? In ‘Blick’ is geen agenda opgenomen. Voor informatie over voorstellingen, uitvoeringen en manifestaties in stad en provincie kunt u terecht op verschillende websites. Enkele belangrijke zijn: de site van ‘Blick’ www.blickmagazine.nl de site van het Groninger Centrum voor Amateurtheater: www.gca-nvagroningen.nl de site van Kolder & Ko: www.kolderenko.nl De site van 050 Uitmagazine Groningen: www.groningeruitburo.nl www.regionalecultuurplannen.nl

1 2 4 5 6 10 12 13 15 16 17 18 20

Colofon Blick is het blad voor amateurkunst in Groningen en verschijnt zes keer per jaar. Het is een gezamenlijke uitgave van De Theaterwerkplaats De Prins van Groningen, de Regionale Cultuurplannen (samenwerking provincie Groningen en 22 Groninger gemeenten), het Gronings Centrum voor Amateurtheater, Kolder & Ko Redactieadres De Theaterwerkplaats, t.a.v. redactie Blick (Hans Sissingh), Noorderbuitensingel 11, 9717 KK Groningen Tel. 050-8507159 e-mail info@blickmagazine.nl website www.blickmagazine.nl Redactie Jan Boland (hoofdredacteur), Jan Dol, Ben Smit, Barbara Vonk Bureauredactie Hans Sissingh Medewerkers aan dit nummer Petra Agricola, Aaldrik Hovius, Obbert Nieuwenhuis, Karin Noeken, Nynke Oele, Jim Rotteveel, Henk Verbeek, Annelies Wilbrink Grafische Vormgeving Jos Hendrix Druk Scholma Druk BV Oplage 2500 Losse nummers te verkrijgen bij Hans Sissingh (zie redactieadres) Het volgende nummer verschijnt februari 2008 Kopij voor 28 januari 2008 Kopij/nieuws/persberichten/mededelingen t.a.v. Hans Sissingh (zie redactieadres) Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan Foto voorpagina Jan Bouwman, SWET 1 Foto achterpagina Theo Dellebarre, Eenakterfestival Veendam


1

Op 9 november hebben we afscheid genomen van Gradus de Groot. Het was een bijzondere bijeenkomst geheel in de stijl van Gradus. Verrassend en heel persoonlijk.

goed na over deze uitspraak:‘Improvisatie moet altijd naar een theatrale vorm leiden, het moet altijd spel zijn. Het is geen therapie.’ En als u nu toch toe bent aan een beetje diepgang, lees dan eens een goed Beweging, rust en overpeinzing zijn de boek over theater. We hebben een paar sleutelwoorden van dit nummer. Rust en aanraders voor u. overpeinzing passen mooi op de tijd van het jaar. Maar hoort beweging er ook bij? Mocht u in deze kersttijd op zoek zijn naar Jazeker, want (theatrale) kunst is altijd in een voorstelling, dan vindt u wellicht iets beweging. van uw gading in ons overzicht. ‘Lutje IJe Het was op een ruige, stormachtige no- en de hond’ natuurlijk, maar er zijn er meer. vemberavond, die gepaard ging met slag- We vragen ons wel af: zijn dat echte kerstregens dat onze redacteur de voorstelling voorstelllingen? ‘Afscheid van de Burcht’ bezocht in Grijpskerk. Het werd een barre overlevingstocht Aandacht voor de jeugd. Veel variatie in voor de toeschouwers, maar het avontuur dramatische vorming treffen we aan op bleek zeer de moeite waard. een school voor voortgezet onderwijs in Dynamisch was ook de première van ‘Bo- Groningen: grote en kleine producties en ven Wotter’. U weet wel, die serie die u al- een diversiteit aan stukken. lemaal volgt. Een van de speelsters bericht We maakten een fotoreportage van ‘Ander ons van binnenuit. Weer’, een rondreizende productie die te In Veendam hadden ze het tempo er goed zien was in het ‘Prinsentheater’. Onze coin. De finale van het eenakterfestival in lumnist heeft ’t over een levende kerststal ‘VanBeresteyn’ was afwisselend, feeste- en de vaste onderdelen ‘Links’ en de strip lijk en bovenal spannend. Geniet mee met ontbreken niet. onze verslaggeefster. Tijd voor een beetje rust en overpeinzing Geniet in alle rust van het laatste nummer na dit geweld. Die zijn te vinden in het arti- van dit jaar. kel over improviseren. Denkt u maar eens De redactie


IN MEMORIAM Gradus de Groot

Gedurende vele jaren is hij betrokken en aktief geweest binnen het georganiseerde amateurtheater in Groningen. Soms op de achtergrond, maar meestal prominent aanwezig. Jarenlang was hij bestuurslid van het GCA en de drijvende kracht achter de eenakterfestivals in de regio Winsum. Ook was Gradus altijd beschikbaar als jurylid voor festivals in andere regio’s.

2

Naast zijn vele regies vond hij de tijd om zelf aan theater te doen. Ik herinner mij mooie voorstellingen van het Soktheater, waarvan Gradus één van de voortrekkers en tevens tekstschrijver was. Ooit had ik het genoegen hem te mogen interviewen over het Soktheater en op mijn vraag waar die naam toch vandaan kwam, gaf Gradus het historische antwoord “Sok is Sok en daarmee is de kous af”. Schrijven deed hij ook voor het GCA blad, waarvan hij één van de oprichters was. Vervolgverhalen met tekeningen over hoe je toneel moet spelen was zijn stokpaardje. Bij de overgang van het GCA -blad naar Blick bleef Gradus beschikbaar voor de redactie, zoals hij ook beschikbaar wilde blijven voor het GCA bestuur, zelfs toen de regio Winsum al niet meer bestond. Hij stond erop om de verslagen van vergaderingen te blijven ontvangen, ook al woonde hij ze nooit bij. Als hij het nodig vond, gaf hij kort en bondig zijn mening over allerlei zaken. Het tekent de betrokkenheid van Gradus bij het amateurtheater. Pas als je iets definitief kwijt raakt besef je vaak hoe waardevol datgene is geweest. Een theaterleven zonder Gradus lijkt haast ondenkbaar. Toch zullen we met dit feit moeten leren leven.

Namens bestuur GCA, Aaldrik Hovius


Ongeveer vier jaar heb ik Gradus meegemaakt, eerst in de redactie van het GCA-blad, later als redacteur van Blick. Een oorspronkelijke man, met een optimistische geest. Hij ging nooit bij de pakken neerzitten. Tot op het laatst toe betrokken bij de redactie als schrijver, meedenker. In ’Beatrixoord’ wilde hij per se de drukproeven zien van het laatste nummer. Die heb ik hem gemaild en ik kreeg per kerende post een reactie. Het kon zijn goedkeuring wegdragen. In vergaderingen een vasthoudertje, een doorbijtertje als hij van mening was dat hij het gelijk aan zijn kant had. Eigenzinnig, kritisch maar constructief. Hij had het beste voor met het amateurtheater, dat hem zeer ter harte ging. Een geestige man met veel interesses, die ook om zichzelf kon lachten. Jan Boland Ik kwam hem voor het eerst tegen tijdens regie bijscholingsdagen. Als collega mocht ik ook wel eens een nieuw stuk van hem bekijken als het bijna af was en dan commentaar geven. Hij nam dat altijd in waardering aan, maar ook de vrijheid om niet alles over te nemen. Samen in de jury van eenakterfestivals. Kritisch mild zoals hij kon zijn. Behalve de keer dat hij iets zo slecht vond, dat hij het helemaal afbrak. Daarmee geconfronteerd was hij niet te beroerd om het te nuanceren. Eigenlijk typeert hem dat wel. Ergens voor staan en als het niet blijkt te kloppen, gewoon bijstellen. Altijd in voor wat dan ook en de blik gericht op de mooie kanten van het leven. Onvoorstelbaar optimistisch ( echt niet overdreven nu hij dood is) en nooit verlegen om een spitsige opinie of een anekdote. Wel eens samen gespeeld. Wel eens naar een voorstelling. Wel eens naar het ziekenhuis. Jammer van zo’n toneelvriend. Jan Dol

Herinneringen van kort en lang geleden

Mijn eerste regisseur. Het stuk: ‘Woelige Stormen over Wunsingo’ van Harry Huizing. Ter gelegenheid van een Koninginnedag, in de jaren 70. Sommige teksten ken ik nog. Gradus kon zo prachtig onbedaarlijk lachen als de grappen die hij bedacht, zo mooi lukten. Hij kon ongegeneerde vragen stellen. Hij gaf hartverwarmende antwoorden. Altijd op zoek naar het gekke. Gelukkig behept met bizarre humor. “Het leven is theater. Theater is mijn leven” “Cultuur is mooi, maar je moet er wel iets bij drinken” Van Winsum tot ’t Lage van de Weg, van Delfzijl tot Marum; hij zag de hele provincie en de hele provincie kwam hem tegen. De oogjes lachten altijd en zo niet, dan kon het nooit lang duren. Ben Smit

3


BEGIN VAN HET AFSCHEID Requiem voor De Burcht

Requiem voor de burcht (SWET 1) is de eerste voorstelling in een serie van acht, die SWET maakt rondom gebouwen en locaties die verdwenen zijn - of gaan verdwijnen – in het Westerkwartier. De acht verschillende voorstellingen spelen in 2007, 2008, 2009 in Grijpskerk, Grootegast, Marum, Leek, Zuidhorn en zijn onderdeel van een eigentijds requiem (een vormgegeven rouwverwerking), samengevat in de naam Swet.

4

De Burcht Grijpskerk. Gebouwd in 1964. Een echt dorpscentrum. Feesten, markten, bruiloften,partijen, begrafenissen,dansles, muziek –gymnastiek -toneel uitvoeringen en nog veel meer. We zitten gezellig in het gebouw te turen als plotseling de Griffioen*, die rechtsvoor de tribune torenhoog zit, om hulp roept omdat het gevaarte door de sterke wind dreigt om te vallen. Een ongepland bloedspannend moment: zou hij gedeeltelijk op óns vallen? En waar moeten we naar kijken, naar het spel in het gebouw of naar de Griffioen? De Griffioen klautert naar beneden. Zo niet gerepeteerd valt er zomaar een parel uit de lucht. Maar er komen meer parels voorbij in en om deze voorstelling. Er is zo van af te zien dat er heel wat arbeid in geïnvesteerd is. Een gigantische onderneming met een uitgebreid productie team, een geweldig gedisciplineerd goed op elkaar ingespeeld gezelschap en dat allemaal op vrijwillige basis. Het team heeft de zaakjes goed op orde. Op het terrein cq parkeerterrein van Oosterhof Holman worden we vriendelijk ontvangen en verwezen naar een enorme fabriekshal. Het samendrommen van honderden mensen in dikke jassen voelt als een voorbode voor een barre overlevingstocht. Alvorens we die tocht aanvangen, krijgen we een kort voorprogramma, een draaiende betonmolen en fraaie muziek van een violiste. Daarna gaan we achter een soort rattenvanger van Hamelen aan, door Grijpskerkse straten op weg naar… een avontuur. Met z’n allen worden we door de leegstaande en binnenkort af te breken boerenwoning nummer dertig aan de Jonkerslaan geleid, alwaar de enige wezens een meisje en haar witte paard zijn, innig met elkaar verenigd. Vandaar naar de achterkant van en door de gangen van De Burcht, ondertussen een deken in handen gestopt en op naar de tribunes. Buschauffeur én tevens ouderling, Grijpstra, (een mooie rol van Ton Rohde), staat voor de geschiedenis van 43 jaar De Burcht. De jaren 60, 70 komen voorbij en dat zijn roerige perioden, vooral voor ouderling Grijpstra. Zijn Godsvruchtende bestaan wordt een kwelling met al die overweldigende en zondige veranderingen. Het is niet bij te benen; al die worstelingen met de nieuwe tijd maken hem een eenzame roepende in de woestijn. Maar een man die we, met de kennis van nu, misschien meewarig beleven, maar die toch mededogen oproept. Je gunt de man het beste en je leeft met hem mee. Hij maakt dit allemaal mogelijk door zich in dit montagestuk van binnen naar buiten *Griffioen: Legendarische grijpvogel

Productie: Stichting CAL/De Oude Ulo Artistieke leiding: Gert Sennema Regie-eindregie-montage: Pieter Stellingwerf Tekst: Piet Meuse Regie: Sjoert van der Naald Muzikale leiding: Walke Hofstee Plaats: In en om De Burcht Grijpskerk 09-11-07


5

Foto: Jan Bouwman

Muziek door: Muziekvereniging ‘Ons Ideaal’ Grijpskerk; Christelijke Muziekvereniging ‘Excelsior’; Walke Hofstee Brassband; Hervormde Cantorij Grijpskerk; Partyband ‘Maelox’; Koor ‘the Soulsisters’; Gitarist Aiden van Offeren; Slagwerkensemble ‘Procussion’; Violiste Esther Goedhart.

De Burcht te haasten. Telkens is er een schakeling naar binnen in De Burcht, naar de muziek en haar dorpshuis’ activiteiten. Vandaar naar op het dak, waar in weer en wind ‘the Soulsisters’ swingende partijen staan te zingen. Dan weer de griffioen – als de toren nog staat - een wervelende schakeling van mooie beelden, geluid en het licht dat nog eens een onbedoelde meerwaarde krijgt door de welwillende slagregens. En prachtig als de ruiten worden neergelaten, de Burcht in zijn volle binnenomvang toont en daarna de ruiten weer worden opgehaald en de gordijnen worden gesloten. Alsof het gebouw nog jaren mee kan. En de muziek binnen blijft spelen, bij gesloten ramen zijn de musici, via een camera geprojecteerd op de gevelmuren, nog te volgen. (Op den duur wordt de schakeling voorspelbaar, maar ach je kan niet alles hebben…). Het afscheid, het Kyrie klinkt voor de laatste keer. De apotheose is groots als Grijpstra net als het gebouw aan zijn eind komt. Met een lichtgevende kist wordt hij de ruimte ingeschoten. Een wrang beeld, net op de dag dat ik een begrafenis had. Maar tegelijk ook troostgevend. Zie ook www.swet.nu

Jan Dol


En inderdaad. Na de eerste aflevering, meteen nummer twee… nog mooier… en helaas pauze.. helaas, want je wilt weten hoe het verder gaat.

Nou ja.. kleine kans

Boven Wotter Op 12 november ging ‘Boven Wotter’ in première in ‘MustSee’ in de Euroborg. Annelies Wilbrink was erbij als een van de speelsters in de serie. Ze vertelt over haar auditie, de opnames en de première.

6

Ik wilde eerst geen auditie doen voor ‘Boven Wotter’ omdat ik meende dat ik daar niet goed genoeg voor was. Je moet van goeden huize komen om een rol te krijgen. Toen er voor de tweede keer een oproep kwam, dacht ik ‘niet geschoten is altijd mis’. Vijfhonderd mensen hadden zich aangemeld voor de auditie. Nou ja..kleine kans. Maar ik mocht komen als één van de honderd en nog een keer en, jawel, ik werd als uitgekozen om een rol te spelen in de serie. Een onwerkelijk gevoel en blij met het commentaar van de jury: je hebt iets moois laten zien. Toen de opnames. Een script dat alleen het verhaal laat zien maar niet de personages. “Wat ben je voor iemand?” vraagt de regisseur Harm Ydo Hilberdink. “Ik dacht dat jij me dat zou vertellen”, grapte ik. Maar nee, ik mocht mijn eigen draai eraan geven… lekker. Het voelde alsof we aan het repeteren waren. Ook toen het klaar was. Opnames in het ziekenhuis die steeds weer over moesten. Iedere keer vanuit een andere hoek. Toch heel anders dan op de planken staan. Ik heb de opnames nog niet gezien… aflevering acht pas, dus dat duurt nog even. Ik weet dan of ik nog weer over straat durf of niet. En toen de première. Ontzettend leuk om iedereen weer te zien, want veel van de spelers in de serie ken ik. En ze dan op het grote doek te zien schitteren –we zagen de eerste drie afleveringenwas zowel hilarisch als geweldig. Natuurlijk was er de nodige opsmuk zoals limo’s, tv en fotografen. Een rode loper waarover je ‘MustSee’ binnen ging en cheergirls aan beide kanten. Piet van Dijken die de mensen overviel met zijn komische vragen en bij binnenkomst van Albert Secuur en Miranda Bolhuis, de hoofdrolspelers, gejuich en applaus. Een speech, de nodige plichtplegingen en toen eindelijk de eerste aflevering. Meteen lag ik al in een deuk want de eerste die groot in beeld kwam naast Albert was Klaas Moesker, een goede vriend. Van te voren had ik wel gehoord van onder andere Jan Veltman (de schrijver) dat het een serie is die je blijft boeien. Heb je de eerste aflevering gezien, dan wil je de volgende aflevering ook bekijken enz. enz… En inderdaad. Na de eerste aflevering, meteen nummer twee… nog mooier… en helaas pauze... helaas, want je wilt weten hoe het verder gaat. Alle spelers werden naar voren gehaald en kregen bloemen en de cd met alle muziek die in de serie te horen is.


Na afloop werd er vanzelf veel gedebatteerd en gespeculeerd over de vraag hoe verder? Iedereen wil wel een tweede serie, maar er moet eerst geld verzameld worden. Spannend geschreven, perfecte timing van de muziek, prachtige beelden en mooi gespeeld. Wat me het meeste aansprak: zo gewoon… zoals het in het werkelijke leven is, herkenbaar, je kunt je met de personages identificeren. Geweldig toch dat ik daar ook een aandeel aan mocht hebben. Stiekem hoop ik dat ze bij een vervolg mij ook weer nodig hebben… Annelies Wilbrink 7

Finale eenakterfestival in Veendam

gez i en

Een winnaar tussen de winnaars finale eenakterfestival Jury: Ben Smit, Ton Meijer, Simon Scholten 17-11-07

Het is zeker geen straf verslag te doen van de finale van het eenakterfestival in Veendam. Kijken naar de vier winnaars van de voorrondes, de vier beste eenakters. En dat in zo’n mooi theater. Dat is een feestje! Het enthousiasme straalde er vanaf. Van de gastvrouw, van de band in de pauze, maar bovenal van de acteurs/actrices. Wie speelden er, wat speelden ze, hoe brachten ze het ervan af en wat vond de jury ervan?


Theatergroep M/V Assen, ‘Strontvlieg’ van Hester Tammes, regie Marian Vesseur

8

Een prachtig openingsbeeld. Een clown die met de lichtplassen op het toneel speelt. Ik vroeg me onmiddellijk af hoe ze dit tijdens de voorrondes hadden gedaan, maar dit was erg mooi. De clown vroeg hulp uit het publiek om het decor op te bouwen. Twee toiletten, verrassend. Een duidelijk trieste, buitenlandse fotograaf zoekt rust op het toilet, maar naast hem ploft een praatzieke dame op het toilet, met goede bedoelingen, maar wel een beetje naïef. Het toiletpapier is op, daardoor ontstaat een gesprek: over vluchtelingenkampen in Pakistan voor Afghanen in het algemeen en latrines in het bijzonder. De clown speelt nog een kleine rol, maar het verband met de openingsscène is voor mijn gevoel weg. Verder volgen er nog dia’s, waarschijnlijk van Afghanistan, maar die lijken los te staan van het verhaal. De jury zag veel speciale ingrediënten en vond het zeer positief dat het verhaal over het hier en nu handelde. Dat is ook de kracht van theater. Het was mooi dat de clown van het begin latrines bouwde, omdat het verhaal daarover ging. Het was jammer dat de prachtige dia’s zonder duidelijke reden werden vertoond. Stichting MMC de Compagnieën, ‘Bagage’, eigen productie

De derde keer dat MMC in de finale staat, heel knap. Ook hier zien we mooie plaatjes, maar heel anders. We zien een vliegveld met vier vrouwen die bezig zijn heroïne te smokkelen. Er wordt heel wat afgegoocheld met identieke koffers en de meneer van de douane heeft het er moeilijk mee. Eén van de dames valt duidelijk uit de toom. De leidster van de groep roept kreten en noemt namen als ‘C2’ om de dames in actie te laten komen. Er volgen dan mooie gevechtshoudingen en aanvalstechnieken. De ene dame wordt ‘S5’ genoemd en ze bakt ook weinig van de bedoelde bewegingen. Uiteindelijk valt de douanier voor S5. De andere dames lachen haar uitbundig uit en proberen haar met de ‘verkeerde’ koffer op te zadelen. Het geheel leidt uiteindelijk tot het verklikken van de leidster. De jury roemt het mimeachtig spel en de choreografie. Er wordt zeer goed gebruik gemaakt van het toneel. Een aantal keren wordt ‘poe’ gezegd, zeer veelzeggend, op alle momenten. Het was jammer dat de vier dames een soort van uitleg gaven over wat ze met het geld wilden doen. Ook zonder deze uitleg was dat wel duidelijk. Maar al met al was het een leuk geheel, op een mooie, luchtige manier gespeeld. Rederijkerskamer Praedinius, ‘De Kamer’ van Harold Pinter, regie Peter van Kruining

Hoe toepasselijk. Deze rederijkerskamer had ‘De Kamer’ van Harold Pinter gekozen als eenakter, met Peter van Kruining als regisseur. We zien een pratende vrouw en haar zeer zwijgzame man. Kennelijk boffen ze met de comfortabele kamer waarin ze wonen. Buiten is het koud en glad, maar de man moet nog aan het werk, met zijn auto. Dat wordt ook verteld aan de huisbaas, die even langskomt. De man vertrekt, nog steeds heftig zwij-


gend. De vrouw krijgt bezoek. Een echtpaar, op zoek naar de huisbaas, omdat DE kamer te huur zou zijn. Ondertussen vertellen ze een verhaal over de huurder in de kelder (naar wie de vrouw erg nieuwsgierig is). Ze vertrekken en laten de vrouw onzeker achter. De huisbaas komt terug met het verzoek de benedenbuurman in haar kamer toe te laten. Met veel tegenzin stemt de vrouw hiermee in. Er komt een blinde man binnen, die ze niet schijnt te kennen, maar op enig moment geeft ze toch toe dat ze hem kent en valt ze in zijn armen. Als de man terugkomt van zijn werk wordt de blinde man het huis uitgegooid en kan de vrouw plotseling niet meer zien. Het is niet helemaal duidelijk wie de blinde man was, waarom de vrouw niets meer ziet, noch waarom het echtpaar langskwam, maar het geheel was intrigerend en gaf een beklemmend gevoel. De jury was zeer ingenomen met de keuze van een stuk van Pinter. Dat is altijd een uitdaging, omdat Pinter een bijzondere schrijver is, die veel ‘onzichtbaar’ laat. Het blind worden van de vrouw was ook de jury niet duidelijk. Er kan nog meer mee gedaan kan worden, maar het was een bijzondere voorstelling. Stichting Theatergroep Raamwerk Groningen, ‘Zo zou ik mezelf niet omschrijven’ van Dirk van Pelt regie van Hanneke van der Molen

Een heel ander stuk dan het vorige. Twee jongeren, harde muziek in een discotheek en een geschreeuwd gesprek om elkaar te leren kennen en/of te versieren. Dat laatste gaat niet helemaal goed, veel aantrekken en afstoten, maar uiteindelijk komen ze samen in een hotelkamer terecht. Ook daar loopt het geheel niet zoals gepland. Veel gefilosofeer, ondanks de (snelle) vrijpartij. Een prachtige monoloog van het meisje over twee oude Mexicanen moet de jongen het meisje beter doen begrijpen. Helemaal lukken doet dit niet. De jongen vertrekt, maar waarom werd niet helemaal duidelijk. Er werd enthousiast en gedurfd gespeeld. Een groot plezier om naar te kijken. De jury had ook genoten van het mooie samenspel en van de prachtige verbeelding van de voorraad condooms (heel veel). Het was jammer dat de laatste monoloog niet een betere plek op het toneel had gekregen.. Ook de jury vond het eind onduidelijk. Als het te maken had met de opening, was het beter geweest om de aanleiding nog eens te herhalen aan het eind. Alle spelers en regisseurs stonden tijdens de jurybespreking op het podium. Een goede gewoonte in Veendam. Het is namelijk heel leuk om als publiek te zien hoe er op de bekendmaking van de winnaar gereageerd wordt. De twee spelers en de regisseur van Raamwerk waren zeer enthousiast en konden erg hoog springen. Een zeer terechte winnaar tussen de winnaars. De finale van het eenakterfestival in Veendam, beslist een aanrader! Foto’s: Henk Feikens

Elisa Noordermeer

9


10


11

Driemaal Plankenkoorts, Ander Weer Circuitvoorstelling uit Roosendaal: In Ander weer trachten drie halfbroers op hun eigen aandoenlijke manier de draad van alledag op te pakken na de dood van hun moeder. Foto’s: Henk Verbeek


Het is van ons en het komt van ons

Van improvisatie tot voorstelling

Improvisatietheater is een ruim begrip, maar de kern ervan is dat de spelers ter plekke voor hun publiek improviseren. De toeschouwers kijken naar een spontaan gebeuren. Theatersport is één van de vormen, zoals in het vorige nummer viel te lezen. In dit artikel gaat het niet over improvisatietheater, maar over improviseren als middel om tot een vaste vorm, een voorstelling te komen.

12

Karin Noeken is een theatervrouw die regelmatig met improvisaties werkt en op basis daarvan voorstellingen ‘maakt’. We spraken met haar. Ze volgde de opleiding tot speler, docent en regisseur aan de theaterschool in Kampen, ze werkte in Amsterdam (studentencabaret en de jeugdtheatergroep ‘Huis aan de Amstel’), is nu verbonden aan de Jeugd Theater School en de Amateur Theater School (regieopleiding) in Groningen. Ze ontwikkelt voor ‘De Steeg’ schoolvoorstellingen en ze maakt deel uit van de cabaretgroep ‘Vrouw Holland’. Het is van ons en het komt van ons

Vooral bij jongeren gebruikt ze regelmatig improvisatietechnieken. Nooit de improvisatie om de improvisatie, maar altijd met het doel om tot een vaste vorm te komen. Die vorm kan verschillen. Het kan een voorstelling zijn, maar ook een reeks sketchjes of een aaneenschakeling van liedjes, gedichtjes, monologen en dialogen die een bepaald verband vertonen etc. etc. In ieder geval leidt improviseren tot een of andere theatrale vorm. Er is geen vaste route om van improvisatie tot vorm te komen. Er leiden verschillende wegen naar een bepaald resultaat. Je kunt werken vanuit een onderwerp of een thema waarbij je allerlei opdrachten bedenkt om tot tekst te komen, maar het kan ook zo zijn dat er in een groep emoties, problemen of opvattingen leven die erom vragen er woorden aan te geven. Vervolgens zet je die om in een of andere vorm. Het is de kunst de spelers het idee te geven dat alles uit hen komt. ‘Het is van ons en het komt van ons’, dat is het ideaal. Daarvoor is tijd nodig en die is er lang niet altijd, want op een bepaald moment moet het klaar zijn. Improviseren is in eerste instantie losmaken, losweken, mensen anders laten kijken, de andere kant van dingen laten ontdekken, op een andere manier laten denken. Maker en docent

Als ontwikkelaar heb je eigenlijk twee rollen: maker en docent. De maker laat de spelers improviseren, betrekt de spelers heel snel in het proces, ontlokt teksten aan hen die bij hen horen. Het taalgebruik, de oorspronkelijkheid ervan zit in de spelers en dat moet er uit komen. Als docent gebruik je mensen om ze losser te krijgen; je probeert hen vanuit zichzelf aan het werk te laten gaan. Dat lukt niet altijd en je moet vaak opnieuw beginnen. Dat is niet erg. Er ontstaat van alles en je mag het ook weer weggooien. Het besef dat het fout mag gaan en dat daar ruimte voor is, geeft vrijheid en creativiteit en leidt uiteindelijk tot iets. -> pag.14


13

Waar kan ik informatie vinden over voorstellingen en manifestaties? In ‘Blick’ is geen agenda opgenomen. Voor informatie over voorstellingen, uitvoeringen en manifestaties in stad en provincie kunt u terecht op verschillende websites: www.blickmagazine.nl www.gca-nvagroningen.nl (Groninger Centrum voor Amateurtheater) www.kolderenko.nl www.groningeruitburo.nl www.regionalecultuurplannen.nl


14

De docent biedt de spelers dingen aan, bijvoorbeeld vragen. De spelers geven antwoord, schrijven die antwoorden op. De maker neemt ze mee, leest ze door en bedenkt er nieuwe dingen bij om die als docent weer aan te bieden om de scène te verbeteren of om er meer diepte in te krijgen. Dat proces gaat zo een tijdje door totdat je op een gegeven moment al het materiaal (flarden tekst, liedjes, korte verhalen etc.) bij elkaar hebt. Als je dan alles letterlijk op ‘briefjes’ hebt, ga je als maker er thuis mee aan de slag. Je schuift met de briefjes, je maakt verbindingen tussen de stukjes en met de ontstane tekst gaan de spelers aan de gang. Het script ligt er. Vervolgens moet die tekst weer ‘van papier af’. De maker/docent wordt nu regisseur. De rollen worden verdeeld en de spelers leren hun tekst uit het hoofd. Het is hun eigen tekst die nu toneel wordt. De tekst zal tijdens de repetities veranderingen ondergaan; er komen dingen bij, er verdwijnen stukjes en wellicht wordt de volgorde anders. Het is een zoektocht met de hele groep, maar essentieel is dat die het gevoel moet hebben dat het hun tekst is en blijft. De regisseur moet hen tot spel krijgen, zodat er een echte voorstelling ontstaat, waarin de spelers zich herkennen en waarmee ze zich verbonden voelen. Maker en schrijver

Heel vaak is de maker ook de schrijver: de samensteller van het stuk, de maker van het script. Ideaal is evenwel om de rollen van maker en schrijver los te koppelen. Er moet eigenlijk een schrijver zijn die de losse teksten, verkregen door de improvisaties, verwerkt tot een definitief stuk. Dat betekent dat de schrijver van het uiteindelijke stuk er regelmatig bij zit en meemaakt wat er gebeurt bij het concipiëren. De jeugdtheatergroep ‘Huis aan de Amstel’ werkt bijvoorbeeld op deze manier. Bij improvisatie komt vakmanschap kijken, het is een ambacht en het resultaat moet zijn dat het publiek geroerd wordt, dat het ervaart dat de spelers geloofwaardig zijn. Improvisatie moet altijd naar een theatrale vorm leiden, het moet altijd spel zijn. Het is geen therapie. Jan Boland


Zijn er wel leuke kérstvoorstellingen in 2007? Als we de agenda even doornemen zijn de volgende kerstvoorstellingen in de aanbieding:  Stadsschouwburg Groningen: 23 en 24 december 14.30 uur

Ronja is de dochter van roverhoofdman Mattis. Haar familie leidt een ruig roversleven met brutale roversfratsen. De roversbende van Borka is hun grootste vijand. Tijdens een van haar zwerftochten ontmoet ze Birk, de zoon van roverhoofdman Borka. Ze worden dikke vrienden en verspelen daardoor (tijdelijk) de ouderlijke liefde. Een smakelijk woeste én ontroerende voorstelling naar het boek van Astrid Lindgren, vol dansende rovers, zingende vogelheksen, en muzikale trollen. zie: ‘De Agenda’ van De Oosterpoort & De Stadsschouwburg en www.stadsschouwburg-groningen.nl

 Evenementenhal: 22 december

Jongeren Plus X-mas Party - Populaire muziek Zie: www.theaterdeklinker.nl

 Prinsentheater, 20, 21, 22, 24, 27, 28 december, 20.00 uur en 23, 26, 29, 30, 15.00 uur

Lutje Iije en de hond. Gebaseerd op het verhaal van IJe Wijkstra. Armoede, onrecht, onbegrip. Zie: Blick november 2007 en www.desteeg.info 

 Algemene Muziekschool Zuid Groningen: 22 december

Jeugd Kerst Speel In. Onder leiding van muziekschooldocenten ga je met anderen enkele muzieken instuderen. Zelf een instrument bespelen, of als je wilt zingen. Om 11.30 uur geven alle deelnemers een concert, waarbij ook je familie is uitgenodigd. Wil je ook meedoen? Er zijn geen kosten aan verbonden.Meer informatie bij de AMZG (Henk de Muinck): tel. 0599- 631700.

De Klinker, Winschoten: vrijdag 21 december

Klassiek romantisch ballet “Coppélia” - Nationale Opera van Lviv, Oekraïne

 Molenberg Delfzijl: 23 december

Carezza Kerstconcert: 2 dames en 1 heer zingen kerstliedjes Groningstalig Zie: www.demolenberg.nl

 Geert Teis Stadskanaal: 23 december

‘Kerstlied van een vrek’. Bruun Kuijt als vrek en mopperkont Scrooge. Een stuk van Dickens, dat zich kenmerkt door rijke taal, humor en theatrale karakters. Kuijt vindt dat na meer dan 150 film-, televisie- en theaterbewerkingen, animaties en kinderversies, het originele verhaal van Charles Dickens enigszins ondergesneeuwd is. Nu dus terug naar de basis van het verhaal waarbij celliste Claire Schirtzinger precies de juiste accenten legt. Zie: www.theatergeertteis.nl

15


Ik vind het belangrijk dat spelers op het toneel in de spelwerkelijkheid zijn.

Citaat uit ‘Zo doen ze dat’

BOEKBESPREKING

Zo doen ze dat! regisseren en theater maken in het amateurtheater

16

In dit boek worden 33 regisseurs/ theatermakers in het amateurtheater gevolgd tijdens hun repetitieproces naar een bepaalde voorstelling. Door middel van interview wordt er een beeld verkregen over hun manier van werken. Andere theatermakers worden gadegeslagen tijdens een workshop of een bijzonder project. Zo ontstaat er een beeld van het werken op de vloer. En het geeft een bepaald beeld van de ontwikkelingen in het huidige amateurtheater. Maar het geeft ook een inkijkje in de psyche van sommige theatermakers, die meer met zichzelf bezig zijn dan met een groep. Er komen verschillende vormen van theater aan bod. >Het repertoiretheater (bestaande toneelstukken die vaker worden gespeeld). Met onder andere een bijdrage over de veranderende repertoirekeus, van Sabine Oprins, dramaturg en repertoireadviseur bij de Nederlandse Vereniging voor Amateurtheater. >Bijzondere projecten. Een beschouwing van Jos Thie over ‘grenzen verleggen’. Van Paul Röttger de overtuiging: ‘Het publiek onthoudt niet één zin van de tekst, maar wel een beeld, wel een sfeer’. De stand van zaken in het >Kinder-en jongerentheater. Gerja Meima heeft het over twee sterk van elkaar verschillende velden binnen het theater. De Noorderling Pieter Stellingwerf verhaalt over >Locatietheater: ‘als dialoog tussen omgeving en leefomgeving’. Een andere noorderling, Jack Nieborg, komt ook in dit blokje locatietheater voor, maar zal eerder bij reper-

toiretheater passen: ‘regisseren is vaak niet anders dan spelers vragen negen dingen die ze doen achterwege te laten om dat éne naar voren te halen’. Over >Wijktheater laten vijf mensen, waarvan twee in Utrecht, hun licht schijnen en het >Interdisciplinair Theater wordt nader doorgelicht door Marijke Beversluis. Zij legt dat nog eens uit: ���alle verschillende disciplines samen vertellen één verhaal. Dus muziek, dans, tekst moeten goed onderling op elkaar afgestemd worden. In dit rijtje is ook een bijdrage van Poppentheaterspeler Neville Tranter.

65 x 65 + stukken voor Senioren Nederland vergrijst. Senioren hebben langer vrije tijd en vullen die graag met spelen. Er is een toenemend aantal seniorengroepen die op zoek zijn naar geschikt repertoire. Er is een bundel uitgegeven met beschrijvingen van 65 stukken, met interessante rollen voor 65+ ers. Maar er zitten ook stukken tussen voor jong en oud samen. 65x65+ bevat monologen, -korte,- middellange en lange stukken. Allemaal bestaand repertoire. De beschrijvingen van de teksten bevatten een aantal onderdelen die samen een goed beeld van de tekst moeten geven: Titel; Naam van de Schrijver; Genre; Thema; Duur; Indeling; Locatie; Bezetting.

Een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Amateurtheater. Samenstelling: Robbert Baars en Sabine Oprins. Voor repertoireadvieslijn zie: advies@nvamateurtheater.nl Jan Dol Beide boeken zijn een uitgave van Kunstfactor Theater in samenwerking met uitgeverij International Theatre & film Books, Amsterdam. Zie www.kunstfactor.nl ; www.itfb.nl


Amateurtheater is niet alleen in het plaatselijke buurthuis te vinden, maar ook steeds meer op internet. In Blick bespreekt Nynke Oele de websites van verenigingen, voorstellingen en regisseurs in Stad en Ommeland.

LINKS

Heeft u ook een leuke link voor Blick? Laat het me weten via info@blickmagazine.nl

17

Digitaal erfgoed

Erfgoed is al lang niet meer een verzameling scherven of een oud scheefgezakt pand. Het verhaal van Groningen (www.hetverhaalvangroningen.nl) is een website waarop bezoekers hun herinnering, anekdote of verhaal over Groningen kunnen achterlaten. Online zijn er tientallen verhalen te lezen. Op deze manier wordt geprobeerd om erfgoed op een persoonlijke manier wereldkundig te maken. Wanneer ik op de site zoek op ‘theater’ komt er een verhaal naar voren van Waark, het Groningse gezelschap dat vanaf het einde van de jaren ’70 bekend werd met zijn vertolkingen van Bertolt Brecht (www.waark.nl). Net als bij SWET (www.swet.nu) worden persoonlijke verhalen ingezet om het verhaal van een stad of een regio te vertellen. Op de site van SWET staan trouwens nog prachtige foto’s van het eerste deel van de voorstellingenreeks. GAVA is een collectief dat zich bezig houdt met het digitaliseren van analoog filmmateriaal over Groningen. Op hun website (www.gava.nl) zijn niet alleen verhalen te vinden, maar ook oude filmbeelden die online bekeken kunnen worden. Een belangrijk deel van hun collectie bestaat uit amateurfilms over het dagelijks leven van 1914 tot 1970. Dus als u uw verhaal al kant en klaar op film hebt, kan het zo in het archief.


Ik hou van een gechoreografeerde chaos op het toneel. Citaat uit ‘Zo doen ze dat’

SHAKESPEARE OP SCHOOL?

Regelmatig besteedt Blick aandacht aan het jeugd- en jongerentheater. Zo hebben we inmiddels verschillende jeugdtheaterscholen in de provincie onder de loupe genomen. Maar ook in het gewone middelbaar onderwijs is er op sommige scholen opvallend veel aandacht voor theater. Eén daarvan is het Zernike College uit de stad Groningen. We praten met Petra Agricola, hoofd van de drama-afdeling van de school.

18

Even voor de duidelijkheid. Over wat voor school hebben we het eigenlijk? Het Zernike is een school voor middelbaar onderwijs van VMBO tot Atheneum, met zeven locaties in Groningen, Haren en Zuidlaren. De school vindt cultuur en theater belangrijk. Hoe merk je dat als leerling?

Vanaf het begin. In de eerste twee klassen krijgt iedereen het vak drama. Vanaf het derde jaar is het een keuzevak. En in de bovenbouw kun je drama in elke afdeling als examenvak kiezen. Verder hebben we elk jaar een zogenaamde culturele week, voor de hele onderbouw. Daarin kunnen leerlingen een keuze maken uit een honderdtal workshops op het gebied van theater, dans, muziek, beeldende kunst en sport. Aan het eind van de week is er een grote presentatie in theater de Kimme in Zuidlaren. En dan hebben we nog drama in het kader van de buitenschoolse activiteiten. Dat betekent dat je voorstellingen maakt met leerlingen, buiten schooltijd?

Ja, op de vrijdagmiddag. Iedereen kan daarvoor auditie komen doen. Er worden ongeveer achttien spelers aangenomen. Dat zijn over het algemeen mensen die al behoorlijk kunnen spelen. Sommigen spelen ook op een jeugdtheaterschool of gaan zich daar later aanmelden. Dan hebben ze het theater ‘ontdekt’. Gemiddeld melden zich veertig leerlingen aan. Dus de helft tot een derde moet afvallen. Die krijgen dan wel iets anders aangeboden op theatergebied, bijvoorbeeld spellessen of het maken van een kleinere presentatie. Wat voor voorstellingen maak je met ze en waar worden ze gespeeld?

We spelen meestal buiten de school. In de gewone theaters. Dus in het Universiteitstheater of het Prinsentheater of in de Oosterpoort. Het lijstje met stukken dat we gespeeld hebben is nogal gevarieerd. ‘Romeo en Julia’ en ‘Macbeth’ van Shakespeare, Het huis van mijn leven van Suzanne van Lohuizen, Ifigineia, koningskind van Pauline Mol, maar ook Tijl Uilenspiegel en Repelsteeltje. En vorig jaar hebben we in het kader van een jubileum een grote productie gemaakt waaraan tachtig spelers meededen en veertig leerlingen meewerkten aan decor, kleding, techniek etc.


Die voorstelling speelde op diverse plekken in één van de locaties, de Rummerinkhof. Titel was ‘De Magische Spiegel’ en was gebaseerd op de sprookjes van de gebroeders Grimm. Daarin gaat het over twee personages uit de ‘echte’wereld die belanden tussen de nakomelingen van de sprookjesfiguren, nu 200 later. Wat voor voorstellingen maak je zelf het liefst?

Het is hartstikke leuk om een keer groot uit te pakken maar daarna wil ik weer heel graag iets kleins doen. Dan heb je meer aandacht voor dingen als spelkwaliteit. Anders verlies je jezelf zo snel in organisatie en coördinatie van een voorstelling. Heb je de school zien veranderen door de vele aandacht voor cultuur?

Ja duidelijk. Het vak drama wordt serieus genomen omdat gezien wordt dat het zo positief kan werken in de ontwikkeling van een leerling. Collega’s vragen me nu veel eerder hoe iemand het bij mij in de klas doet; juist omdat de doeners, de spelers heel andere dingen laten zien dan in meer theoretische lessen. En als een school kiest voor cultuur, zie je dat in allerlei activiteiten die de school worden binnengehaald; voorstellingen, concerten. Maar ook zie je dat leerlingen kleine voorstellingen maken voor bijvoorbeeld bejaarden en dat ze daarbij zelf regelen dat ze ook optreden voor die mensen of dat bovenbouwleerlingen een kindervoorstelling maken die dan ook op basisscholen wordt gespeeld. Volgens mij kiezen leerlingen nu soms ook duidelijk voor deze school vanwege de keus voor cultuur. Regelmatig komen leerlingen later terecht op drama-opleidingen of op de toneelschool. Anderen kiezen om te gaan spelen in het amateurtheater. Mooie school?

Prachtige school. Zo kun je het bijvoorbeeld, in het kader van niet-westerse theatervormen, met leerlingen hebben over het Japanse Kabuki-theater, of geven ze zelf een presentatie in de Hortus met Wajangpoppen uit Indonesië. Of doen ze een Chinees schimmenspel waarbij ze zelf de poppen hebben gemaakt. Dat geeft wel een rijk gevoel.

19


Schnabbel

20

“Zo moeilijk kan het niet zijn. We zijn met z’n tweeën en hebben geen tekst, dus eigenlijk is het één lange technische doorloop!” Rebekka aan de lijn. Klassieke dame, sluik en lang zwart haar. Ze klonk enthousiast over haar aankomende schnabbel. “En je tegenspeler?”vroeg ik. “Die heeft me er juist voor gevráágd. Die ken ik uit de kroeg.” Tot slot noemde ze een website: artiesten-evenementen.nl. Ik browsen, en daar stond het. Tussen de ‘k’ van ‘kerstverhalen’ en de ‘o’ van ‘olifantverhuur’. De ‘levende kerststal’. Ik klikte op de link en las: ‘Voor promotieactiviteiten tijdens de kerstperiode staat de enige echte en complete levende kerststal tot uw beschikking. De levende kerststal omvat schapen, een ezel en een os, ganzen, kippen en een kameel. Inclusief een ‘levende’ Jozef en Maria; alléén het kindje Jezus in de kribbe is een pop.’ Dat laatste kon ik me nog indenken: schnabbelende baby’s, daar zijn ze bij de arbeidsinspectie niet zo dol op. Maar een kameel? Ik las verder: ‘De levende kerststal kan uiteraard ook zónder kameel.’ Dat leek mij ook, ja. Getuige de afbeelding ernaast. Welke winkeliersvereniging zit te wachten op een deurposthoge Camelus bactrianus die een beetje de ‘koopgoot’ komt volschijten? ‘Uiteraard is er begeleiding aanwezig (Jozef en Maria) en wordt na afloop alles weer netjes achtergelaten.’ Ja ja… Dat laatste zinnetje wekte mijn wantrouwen; dat wat vanzelfsprékend is, behóéft immers geen vermelding... De volgende ochtend belde ik Rebekka terug. “Bekkie meisje, zal je het nou wel doen? Als jouw acteercarrière je heiliger is dan de maagd Maria, dan zegt íéts mij dat die schnabbel van je buiten de categorie van ‘verstandige loopbaanplanning’ valt.” Altijd voorzichtig formuleren bij een mooie dame. “Laat maar, joh,” zei ze. “Ik heb al afgezegd. Ik had er vannacht zó een bizarre droom over...” Ik vroeg, zij vertelde. Jozef was ’s ochtends zogezegd direct uit de kroeg komen aankakken en had wel dégelijk tekst! Alsof het in een script stond, begon-ie lallend en schreeuwend de kameel te bestijgen, donderde daarna twee meter naar beneden en joeg met zijn val alle beesten de kerststal door. Kippen, ganzen, schapen: alles vloog door elkaar heen en creëerde een wolk van stro en veertjes. Een toeschouwer schreeuwde: “Hé! Jozef! Maak geen theater, man!” en filmde de hele scène met zijn mobieltje. Wat Rebekka gedroomd had over het popje Jezus in de kribbe, zal ik uit compassie met de tere christenzieltjes maar achterwege laten. “Eén voorname troost,” zei ik gniffelend tegen Rebekka toen ze eindelijk was uitverteld. “Je carrière ligt nog open, meid. Gedróómde filmpjes kunnen niet op YouTube...” Jim Rotteveel


Filmaffiche ‘Star of Bethlehem’ 1912



Blick 2.3