Page 1

Bijzondere cultuur in Noord-Brabant

Nr 3

Oktober 2013 € 7,95

Dutch Design Week 6 KENNERS OVER HUN FAVORIETE JONGE DESIGNER

Dansprijs voor Drosha “DANSEN IS VERTROUWEN OP JE INSTINCT”

Paul van Loon “WEERWOLVEN ZIJN ZO NEDERLANDS ALS WAT”


CULTUUR ALS NOODZAKELIJK MEDICIJN TEGEN BEHOUDZUCHT IN CRISISTIJD

DENKEN MET EEN De titel Europese Culturele Hoofdstad 2018 ging aan Brabant voorbij, maar de vragen die ermee zijn gemoeid blijven urgent. Hoe kunnen kunst en cultuur bijdragen aan het zelfbewustzijn, de creativiteit en het oplossend vermogen van individu en regio? Volgens cultuurjournalist Annette Embrechts moeten we hard op zoek naar een nieuwe eigenwaarde van cultuur. Juist nu, want in crisistijd delven de broodnodige creativiteit en verbeelding vaak het onderspit.

h

et is inmiddels uit en te na besproken: het werd het Noorden, niet het Zuiden; het werd een stad, geen regio; het werd de under- niet de overdog. De dertienkoppige, internationale commissie verkoos de thema’s ‘verbinding tussen stad en land’ en ‘mienskip’ (Fries voor gemeenschapszin) van Leeuwarden boven de grensoverschrijdende samenwerking van Maastricht en het thema ‘met verbeelding ontwerpen we een nieuw Europa’ van Eindhoven/Brabantstad. Nu is ‘niet winnen’ iets anders dan verliezen. Een aantal steden dat eerder ook de slag verloor, trachtte vervolgens alsnog een deel van het programma uit te voeren. Met name in Groot-Brittannië voerden minstens zes van de veertien meedingende steden uiteindelijk toch een grootschalig programma uit. Ook al won Liverpool in 2008 de titel,

16

het gezamenlijke bid van Newcastle en Gateshead leidde bijvoorbeeld tot een alternatief programma, mede omdat het bedrijfsleven aan boord bleef. Ook in Brabant en Limburg moeten regionale en lokale overheden nu met het culturele veld en het bedrijfsleven waarmaken wat ze met hun kandidatuur beloofden: gezamenlijk in kunst en cultuur investeren en zo bijdragen aan het zelfbewustzijn en de innovatieve kracht van stad en regio.

Geen draagvlak is nog geen onverschilligheid

Om niet in ‘roeptoeterij’ te vervallen, vereist dit wat denkwerk. Op welke manier dragen kunst & cultuur bij aan trots en zelfbewustzijn? Hoe komt het dat de waardering voor kunst & cultuur de laatste jaren zo sterk is veranderd? En hoe kunnen we dit proces beïnvloeden? Een onderzoek van het televisiepro-

gramma EénVandaag op de dag van de bekendmaking wees uit dat slechts 37 procent van de Brabanders achter de kandidatuur van hun provincie zou staan. Natuurlijk kan die uitslag grotendeels worden herleid tot onvrede in crisistijd over de forse financiële injecties die met de nominatie waren gemoeid. Dit in weerwil van alle rapporten en quickscans die een stevig economisch rendement beloofden. Toch zegt de Eén Vandaag-enquête iets over het draagvlak voor de kandidatuur in de regio. Voor veel Brabanders is het blijkbaar niet evident dat kunst en cultuur, en een flinke injectie daarvan via de titel van culturele hoofdstad, bijdragen aan welzijn, welvaart en zelfbewustzijn van stad en regio.

Kunst & cultuur als gemeenschapsband Dit gebrek aan draagvlak past bij het sentiment van de laatste jaren dat ‘de gewone Nederlander’ - voor zover die bestaat - steeds minder op de bres

MEST nr 3


17


Een vitale culturele sector creëert ruimte: wat gebeurt er in de wereld en hoe kan ik dat gebruiken om anderen en onszelf te inspireren? springt voor kunst en cultuur. Mensen zouden zich minder betrokken voelen bij het onvoorspelbare avontuur van kunst en cultuur. De intrinsieke waarde van kunst en cultuur wordt minder breed gevoeld en gedeeld, zie de gelaten reactie op de forse cultuurbezuinigingen. Dit gebrek aan draagvlak moet overigens niet worden verward met onverschilligheid. Zeker niet in Brabant. Er is in het zuiden traditiegetrouw een sterk gevoel van onderlinge betrokkenheid. Alleen moet die gelinkt worden aan een grotere openheid vóór en nieuwsgierigheid naar onbekende, creatieve werelden; ook als die zich in een ander deel van de regio afspelen.

Sleutel tot een nieuwe renaissance

De bekende, laat-middeleeuwse denker Ibn Khaldun (wiens naam recentelijk jammer genoeg besmet is geraakt door de naar hem vernoemde, falende scholengemeenschap) was scherp in zijn oordeel over de opkomst en het verval van beschavingen. Als solidariteit en gemeenschapszin, gebaseerd op bloeden stamverwantschap, samen gaan met een andere sterke gemeenschapsband, zoals religie, dan is een gemeenschap volgens Khaldun bijna onoverwinnelijk. Nu religie steeds vaker heeft afgedaan als sterke gemeenschapsband, is het zaak kunst & cultuur die rol te laten vertolken. Juist nu liggen in het verbinden en het verenigen en in het collectief delen en beleven van creatieve, innovatieve en avontuurlijke zoektochten, sleutels tot een nieuwe renaissance. In de woorden van theatermaker Lucas De Man (Staat van het theater 2012): ‘We hebben, nu er geen Kerk, geen Wetenschap, geen Waarheid meer is om ons een kader aan te bieden en zeker nu de hegemonie van het SUCCESVOL ZIJN dreigender is dan ooit, nood aan ont-moetingen met ons zelf, de ander, de wereld. Wij, kunstenaars, kunsthuisleiders en kunstkaderaars, houden ons professioneel bezig met het

18

creëren en vertellen van verhalen die mensen die ont-moeting bieden.’

We zien niet meer wat de eigenwaarde van cultuur is

Interessant is de paradox die cultuurprofessor Hans Mommaas constateert in zijn onderzoek (‘De waarde van cultuur; naar een nieuw cultureel zelfbewustzijn in Brabant’ - 2012) tussen een toenemende 'verculturalisering' van de samenleving en tegelijkertijd een ‘ontculturalisering’. Enerzijds spat de creativiteit je overal tegemoet via entertainment en nieuwe media en voel je een honger naar (ver)beelden en (bewerkte) waarnemingen. Anderzijds zien we als cultuurconsument vaak niet meer welke eigenwaarde een culturele uiting heeft. Mommaas maakt een vergelijking met ons voedsel: ‘Terwijl we worden overgoten met een overdaad aan voedingsmiddelen, in een welhaast absurde veelheid van vormen en gedaanten op een welhaast absurde veelheid van plekken, waardoor ons lichaam al dat voer niet meer aankan, zijn we het contact kwijtgeraakt met de kernwaarden van ons voedsel.’ Maar zoals je nu ook een hang ziet naar ambachtelijk gemaakt voedsel, naar de romantiek van het verbouwen en slow food, klinkt er ook een roep om opnieuw te benoemen om welke waarden het bij cultuur gaat. Te lang, merkt Mommaas op, zijn kunst & cultuur gelegitimeerd met sociaal-maatschappelijke bedoelingen als verheffing, emancipatie, diversiteit en participatie. In een tegenreactie is daarna het accent te sterk verschoven naar de artistieke en autonome kwaliteit van kunst & cultuur, beoordeeld door een zichzelf organiserend veld van professionals, via een woud aan subsidieregelingen. Het debat over de inhoudelijke waardering van kunst & cultuur werd daardoor gedelegeerd aan en versmald tot een circuit van deskundigen. Maar

mede door de democratisering en de digitalisering van kennis-, informatieen communicatiekanalen vervaagt het onderscheid tussen leken en experts. Iedereen acht zich tegenwoordig deskundig. De nieuwe media-economie heeft aan de vanzelfsprekende autoriteit van ‘de deskundigenmacht’ een einde gemaakt, niet alleen in de kunsten, maar ook in de politiek, de kerk, de overheid, de rechtelijke macht, de zorg enzovoort. Juist omdat de verdeling van middelen voor kunst & cultuur te lang door ‘deskundigen’ is geregeld, verliest cultuur nu aan vanzelfsprekende legitimiteit.

Kunst en cultuur geven onze identiteit reliëf en kleur

Mede door de huidige financiële crisis wordt het soortelijk gewicht van bijna alles op economisch gewin (of verlies) gewogen; ook de waardering voor kunst & cultuur wordt steeds meer versmald tot een bron van economische ontwikkeling. Waar het eerst om sociaal-maatschappelijke doelstellingen ging, daarna om artistiek-autonome, ligt de nadruk nu bijna altijd op het economisch belang. De economische impact van culturele initiatieven is eenvoudiger te meten dan bijvoorbeeld zoiets ongrijpbaars als zelfbewustzijn; vliegtuigpassagiers kun je tellen, net als hotelovernachtingen en de keren dat een artiest of festival media-aandacht krijgt. Ook imagoverbetering kun je met statistieken onderbouwen, bijvoorbeeld na de uitverkiezing van een stad tot culturele hoofdstad. De invloed van kunst & cultuur op de trots en het zelfbewustzijn van een stad of regio is moelijker te meten. Trots is een ingewikkeld te definiëren emotie. Trots kent volgens cultuurcriticus Arnold Isenberg drie aspecten: (1) een kwaliteit die (2) op goedkeuring kan

MEST nr 3


rekenen (of begerenswaard wordt geacht) en die (3) behoort tot jezelf. Maar dit is nog niet voldoende want, merkt Isenberg op: ‘Van filosoof David Hume leren we: “Iets begerenswaardigs bezitten of verkrijgen wekt vreugde op. Maar in trots is meer aan de hand: je realiseert je expliciet: ik heb dit ding.” Het is een verwijzing naar jezelf en je eigen verwezenlijkingen.’ Naar je identiteit dus. Trots - wel te onderscheiden van zelfingenomenheid! - als een positieve evaluatie van eigen prestaties en eigenschappen. Of die van anderen waarmee je je verbonden voelt. Want je kunt ook trots op prestaties van anderen zijn, mits er sprake is van een sterk gevoel van onderlinge betrokkenheid. Op zo’n moment levert trots een bijdrage aan het antwoord op de vraag ‘wie zijn we?’ Muziekpedagoog Sem Dresden stelt: ‘Het is de diepe wens van iedereen en elk volk: zij zouden definitief willen weten wie en wat zij zijn. Maar dat is onmogelijk: er is geen volk en geen individu dat zijn identiteit eens en voor altijd bezit als een door de natuur gegeven, vaststaand feit; alleen God kan zeggen: “Ik ben, die ik ben.”’ Kunst en cultuur zijn als geen andere domeinen in staat om voortdurend onze identiteit te bevragen en reliëf en kleur te geven. Neem het fenomeen van de traditionele musical van groep 8 op een basisschool aan het einde van het schooljaar. De gezamenlijke prestatie op het podium, waaraan iedere schoolverlater deelneemt, versterkt het afscheidsgevoel en het zelfbewustzijn en helpt om de sprong voorwaarts te wagen naar de brugklas. De nadruk bij een musical verschuift van kennis en intelligentie naar bredere eigenschappen: kinderen kunnen laten zien dat ze de wereld kunnen toespreken, via dans, zang, tekst, muziek, kostuums en decors. Ouders en leerkrachten zijn trots dat hun kinderen en leerlingen gezamenlijk tot

MEST nr 3

zo’n prestatie in staat zijn. Zo breiden trots en zelfbewustzijn zich uit tot een groep. Het sterke gevoel van onderlinge betrokkenheid, vaak geroemd als eigenschap van de Brabantse identiteit, zou in combinatie met cultuur een sterke basis zijn voor een groeiend zelfbewustzijn van de regio.

Cultuur als een krachtig medicijn in crisistijd

Door de associatie met conservatieve zelfingenomenheid en narcistische zelfbevestiging heeft trots helaas ook een negatieve connotatie. Terwijl de emotie juist samenhangt met ‘veerkracht’ en ‘vertrouwen’, een paar van de essentiële deugden voor het moderne leven, aldus levensfilosoof Alain de Botton. Zonder vertrouwen en veerkracht wagen we niets in ons korte leven. Wie trots is dat er veel interessants gebeurt in de regio, is niet bang nieuwe invloeden toe te laten. Of zoals oud-staatssecretaris Aad Nuis het zei: ‘Cultuur biedt geen pantser, maar een ruggengraat.’ ‘Ligt de eigenwaarde van kunst & cultuur’, zo vraagt Mommaas zich af, ‘niet veel meer in de bevordering van zoiets als culturele veerkracht vanwege het toenemende belang van (en het plezier in) andere, nieuwe, tegendraadse, 'zachte' ervaringen, gezichtspunten, werkelijkheden?’ Juist in crisistijden lijken herkenning, behoud en bevestiging belangrijker dan bevreemding, avontuur en nieuwe zienswijzen. Daarom vormt een vitale cultuursector een krachtig medicijn in crisistijd: die bezit creativiteit en creëert ruimte voor verbeelding. Creativiteit is volgens Sem Dresden ‘het loslaten van geijkte denkpatronen’. Denken met een bochtje. Een vitale culturele sector creëert ruimte: wat gebeurt er in de wereld en hoe kan ik dat gebruiken om anderen en onszelf te in-

spireren? Let wel: ruimte is iets anders dan leegte. Ruimte is begrensd, leegte niet; dus geen oneindige mogelijkheden, maar vrijheid door begrenzing. Ruimte is een prettige speelplaats voor open gedachten. Die zijn bevorderend voor het functioneren van het brein en dragen bij aan de ervaring van genot, blijdschap en welzijn. En blijdschap, genot en welzijn verlagen op hun beurt voor de hersenen de drempel om minder voor de hand liggende verbanden toe te laten. De klassieker van Einstein: ‘Als je altijd blijft doen wat je altijd al deed, zul je alleen dat krijgen wat je altijd al had.’ Een trotste, zelfbewuste en creatieve regio is een zichzelf (her-) scheppende regio met een sterk oplossend vermogen.

Tekst Annette Embrechts Illustratie S. Lloyd Trumpstein

BRONNEN • Thije Adams: ‘Kunst moet, ook in tijden van cholera’ (2012), Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam • Prof. Dr. Ir. Hans Mommaas: ‘De waarde van cultuur; naar een nieuw cultureel zelfbewustzijn in Brabant’ (2012), Telos, Universiteit van Tilburg • Sem Dresden: ‘Wat is creativiteit?’ (1987) • David Hume: ‘Het menselijk inzicht’ (1739) • Hans Maes: ‘De emotie trots in de hedendaagse analytische filosofie’ • Greg Richards en Vincent Pandolfi: ‘Quickscan van de kansen en impact van Brabant Culturele Hoofdstad 2018’ (2010)

19


IEDEREEN

BEROEMD

Er is zweet. Er zijn tranen. Er leeft hoop. Er sneeft een droom. Maar vergeefs is het zelden. In de serie Iedereen Beroemd duiken we in de wereld van de culturele wedstrijden. Van schuttersfeesten en talentenjachten, tot aan harmonieconcoursen en filmprijzen. Cultuur huist overal, op naar bokaal en zilverpoets.

Buurtschap Veldstraat

BLOEMENCORSO ZUNDERT

dE dOoD oF dE dAhLiA’s

Ontkerkelijking in het zuiden? Wie op zomeravonden Zundert en ommeland doorkruist, ontdekt helverlichte kathedralen. Stap binnen. Zie ze bijeen: de mannen, de vrouwen, de kinderen. Met ogen op steeltjes brengen zij offers. Zonder een kik. Want zij geloven diep. In de dahlia. 56

MEST nr 3


Buurtschap Veldstraat

j

ohn Vriends (52) is zo’n hardcore horticultural believer. Zo’n 350 uur stopt hij in het bloemencorso van Zundert. Da’s veel. Maar hij redt het zonder intraveneuze toediening van Pokon. “Het geeft me energie.” John komt uit De Lent, een waaihoekje van Wernhout. Het is een van de twintig deelnemende buurtschappen aan de bloemenstoet in september. Over publiek hoeft Zundert niet te klagen: op corsozondag staan zo’n 50.000 klaprozen langs de route. Drukte op het erf aan de Kleine Heistraat. John gaat voor in de kathedraal van De Lent, een witte tent van 25 x 16 en tien meter hoog. In een labyrint

MEST nr 3

van steigers ligt een gehaaste man met een klok in zijn rug. Hij is van ijzer en papier-maché. ‘Last minute’ heet het ontwerp van De Lent. “Die man probeert vergeefs de tijd in te halen”, zegt John, die zelf vanaf mei in de weer is. Voor de statistici: de wagen weegt ruim zesduizend kilo, bevat 16,8 kilometer aan ijzerlengtes (exclusief vlechtmatten) en telt straks zo’n 350.000 dahlia’s-met-spijkertje. Hoeveelheid bloed, zweet en tranen? Enkele jerrycans. Trend: complexere ontwerpen inclusief bewegende delen, die technische hoofdbrekens kosten. John is een realist. Een eerste prijs verwacht hij niet. “Tweemaal achter el-

kaar zijn we als laatste geëindigd. Toch waren we trots. In polonaise hebben we met de poedelprijs – een grote rode lantaarn – rondgelopen.” De rivaliteit tussen de buurtschappen blijft ook binnen de perken, benadrukt hij. “We zijn maar één uur tegenstander van elkaar. Op corsozondag. Maar de nacht ervoor springen we elkaar nog bij als het echt moet.”

Hoenzeboenze

Tegen de Portakabin, die als keukentje fungeert, staan zes kratten Primus Bier. Het etiket waarschuwt dat de houdbaarheid op 24 januari 2014 zal eindigen. Een onaanvaardbaar risico, oordeelden John en collega’s – de

57


“Je eet met elkaar. Je hebt een kater met elkaar. Je bemoeit je met elkaar. Eén familie” flesjes zijn leeg. Aan tafel zit Esther de Waard (22). Ze is nog schor van de Corsong, de buurtschappenwedstrijd voor het winnende corsolied. “Gezellige hoenzeboenzemuziek”, lacht Esther. Dat klinkt als oud bloemenwater in je oren. Toch fleur je ervan op: De Lent won de tweede prijs met het lied Stop. Esther kan zich geen leven zonder corso voorstellen. Krasse uitspraak, maar neem het niet met een korreltje Chrysal. Al vanaf 1936 is Zundert in de ban van de dahlia. Een vrolijk genetisch defect, want ook de jeugd is intensief bij het corso betrokken. Sociaal weefsel, cohesie, interactie? Boekentaal. Het foldertje van de lokale snackbar legt het begrijpelijker uit: alle 25 soorten broodjes dragen fier de naam van een buurtschap. Grote wereld, overzichtelijk assortiment. Zo staat Old Amsterdam met honingmosterdsaus en sla voor een Broodje De Lent. Smakelijk? Johan met gedempte stem: “Broodje Rijsbergen vind ik persoonlijk lekkerder. Boterhamworst, salade, ui, ei en Maggi.” Nog verrukkelijker is de bouwersbarbecue. Die is vanavond. Met quiz. Thema: tijd. De eters moeten talloze muziekfragmenten raden, waaronder Het is tijd van Mega Mindy. Maar hoe laat het feest eindigt, is ongewis. Hier geldt geen Greenwich Mean Time. Op de ene klok in de tent is het 11.48 uur, op de andere 17.16 uur.

Roofbouw

Richting Rucphen. ‘Let op corsobouwplaats!’, waarschuwt een verkeersbord

58

aan de Schijfsebaan. Op het erf zingt een slijptol in een tent. Torenhoog reiken de steigers. Tussen het staal: een wonderlijke structuur met honderden kleurige uitlopers. Heeft Gijs van de Sande de MRI-scan van zijn neurale stelsel als inspiratiebron gebruikt? De 28-jarige voorzitter van buurtschap Schijf lacht. Hij wijst, vertelt met tondeldoosvuur. “Dit is een ondergronds stelsel van wortels. Aardmuizen, wormen en pissebedden kruipen erin rond. Tussen dat krioelende leven ligt het zwarte goud: truffels. ” Met voorpretblik knikt Gijs naar collega-bouwer Peter. Die zet de schuiven van een geluidsinstallatie open. “We wilden een hoog Droomvluchtgehalte!”, schreeuwt Gijs boven de dreigende dreun uit. De compositie is van Ludwig Antonissen uit Zundert. Dat is de bloemencorsocomponist die moeiteloos Wagner naar de kroon steekt. Als de muziek haar climax bereikt, klapt het bovenstuk van de wagen open. Een zoekende varkenssnuit komt tevoorschijn. Langzaam sterft de muziek weg. Gijs kijkt voldaan. Boven de velden hangt Götterdämmerung.

Bedelen

Nog zes dagen. Dan is het D-day. Op de donderdag voor het corso plukken honderden vrijwilligers de dahliavelden kaal. Anderen tikken de bloemen met spijkertjes op de creaties. Vanaf april voert Gijs de regie over de anderhalve hectare dahlia’s van Schijf. Maar de oogst is slecht, meldt de veldheer. Te koud, te nat, te heet. Zo’n 900 kisten hebben ze nodig. Van het eigen veld komen er maar vierhonderd. “Dat wordt

bedelen, ruilen en koehandelen.” Van huis uit is hij adviseur bos- en natuurbeheer. Maar tijdens de corsodagen mijdt hij kettingzagen. Too tricky. Met blauwzwarte wallen: “Het corso is roofbouw. Geen zomervakantie, weinig slaap.” Wat hem in deze subcomateuze dagen op de been houdt, is de saamhorigheid. “Je eet met elkaar. Je hebt een kater met elkaar. Je bemoeit je met elkaar. Eén familie.” Zonder allochtonen, erkent Gijs. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 haalde de PV V in Rucphen 27,4% van de stemmen, het hoogste percentage van Nederland. “Schijf herkent zich daar niet in”, mompelt Gijs. De lokale voetbalclub ontfermde zich over drie knullen uit Somalië. Maar die zijn er weer vanaf. Ze betaalden niet, wil het schietschijfverhaal.

Speknek

Corso 2009 was het debuut voor Gijs en geloofsgenoten. Hun heilige voornemen: niet als hekkensluiter eindigen. Dat lukte. Ze werden tiende. In 2011 overtrof de buurtschap zichzelf: Schijf werd vierde. Nu? Aan inzet schort het niet. Op de steiger plet een plakploeg honderden in lijm gedrenkte repen papier tegen een korset van betonijzer, vlechtmatten en gaas. Zo bestaat het truffelvarken uit vele lagen tekeningen van een lokaal architectenbureau. Ontwerpschetsen voor 74 woningen te Sliedrecht eindigen als speknek en wroetsnuit. “Eten!”, klinkt het uit de kantine. Zo’n zestig bouwers duiken op de dampende schalen. De Schijf van Vijf? Dat is

MEST nr 3


Buurtschap Schijf

Buurtschap Veldstraat

TOP 3 VAN DE UITSLAG VAN HET CORSO ZUNDERT 2013 (OP 1 EN 2 SEPTEMBER): 1 Buurtschap Laer-Akkermolen 2 Buurtschap Klein-Zundertse Heikant 3 Buurtschap Schijf Buurtschap De Lent eindigde op de tiende plek, buurtschap Veldstraat op plaats vijftien. MEST nr 3

59


Buurtschap De Lent

Buurtschap De Lent

60

MEST nr 3


Gijs van de Sande (r), voorzitter van buurtschap Schijf.

HET ZUNDERTS NIEUWJAAR

“Het gezinsleven kan onder het corso lijden. Als de een corsogek is en de ander niet – ingewikkeld” een tikje te ambitieus. Vandaag staat bami met saté- en rode kleddersaus op het menu. Gisteren friet. Is het louter dahliageur en maneschijn in Schijf? Gijs pakt bestek en schenkt zijn glas vol – lauwe bami en River Cassis Classic bijten elkaar niet. Boven zijn bord: “De sociale controle is sterk in de buurtschap. Moet je tegen kunnen. Maar ook het gezinsleven kan onder het corso lijden. Als de een corsogek is en de ander niet – ingewikkeld.” Zelf vreest Gijs vooral de weken na D-Day. “Er valt een gat”, weet hij. “Als ik thuis op de bank ga zitten, sta ik na twee minuten weer op. Rust in mijn lijf heb ik niet. Of het een verslaving is?” Hij zwijgt.

Zwaartekracht

Het dorp in. Aan de Prinsenstraat bolt het tentdoek van opwinding. Dit is het domein van buurtschap Veldstraat. ‘Betrapt’ heet het veelbesproken ontwerp, waarvan de naam knipoogt naar het werk ‘Klimmen en dalen’ van graficus Escher. In een gigantisch staketsel van stalen torens, bruggen en galerijen zullen veertig figuranten de zwaartekracht tarten. Zo meteen is de lakmoesproef. “Ze gaan op z’n kop trappen op- en af – langs de onderkant van de treden – maar ook horizontaal

MEST nr 3

langs wanden naar beneden”, glundert ontwerper Erwin Braspenning. Alle waaghalzen hebben een klimopleiding gevolgd. Bovendien zijn ze medisch onderzocht op bloed- en oogboldruk. Op de eerste steigerlaag klinkt een vloek. “Hoe kan ik komende week nog tien kilo afvallen?”, roept figurante Sofie-in-klimtuigje. Verderop ratelt een kettingrail, waaraan een lotgenote op haar kop stijgt. Zij passeert J. Dalen uit de Jan van Scorelstraat 58 in Oosterhout – naam staat op een geplakte reep telefoonboek. Overal tollen en tuimelen figuranten in deze Escheriaanse kantelwereld. Langzaam verandert de avond in een folder van Diamox, medicijn tegen hoogteziekte. Aardser is het leven in de kantine van Veldstraat. Vijf ouderen zitten stevig aan de koffie en het bier. Naast de koekjestrommel staat een plastic fles Don Simon Sangria. Een bloemetje op tafel ontbreekt. Niet nodig. Dat zit al in hun hoofd. Liefde voor het corso: schuin afsnijden, lauw water, ruime vaas. Blijft ze een jaar lang goed.

Tekst Eric Alink Fotografie Joyce van Belkom

• Het corso is een competitie, waarbij Zundertse buurtschappen tegen elkaar strijden. Het corso winnen is een mijlpaal in het leven van een Zundertenaar. Corsozondag wordt als Zunderts nieuwjaar beschouwd: in het West-Brabantse grensdorp gebeuren zaken vóór of ná het corso. • Elk buurtschap beschikt over een grote tent, waarin honderden vrijwilligers de corsowagen bouwen – vaak de hele zomervakantie door. De buurtschappen kweken zelf hun dahlia’s voor de wagens. Het aanbrengen van de bloemen gebeurt in de laatste 72 uur voor het corso. Langer blijven ze niet goed. • Het Zundertse corso ontstond in 1936, ter viering van koningin Wilhelmina’s verjaardag. De eerste corso’s bestonden hoofdzakelijk uit fietsen en boerenkarren die met bloemen waren versierd. Tegenwoordig zijn de corsowagens vaak zeer complex, omvatten ze meerdere losse wagens en hebben ze veelal bewegende onderdelen. Elke wagen telt maximaal een half miljoen dahlia’s. • Bij het Zundertse corso zijn steevast veel kunstenaars betrokken. Professionele kunstenaars zitten in de jury van het corso en adviseren de ontwerpers. Al sinds de jaren vijftig zijn er goede contacten met kunstacademie St. Joost in Breda. Zundertenaren met een opleiding aan de kunstacademie worden corso-ontwerper – en andersom: jonge corso-ontwerpers gaan een opleiding aan de kunstacademie volgen. • In oktober 2012 werd het corso als eerste Nederlandse traditie op de nationale lijst van Immaterieel Erfgoed geplaatst. “Er is een dorp in Brabant waar kinderen bij hun geboorte een hamertje krijgen”, zei Ineke Strouken, directeur Nederlands Centrum voor Volkscultuur, bij de bekendmaking.

61

MEST#3 - preview  

MEST is het tijdschrift over kunst en cultuur in Noord-Brabant. In deze preview twee complete artikelen! Lees ze en neem daarna een abonneme...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you