Issuu on Google+

Bijzondere cultuur in Noord-Brabant

Nr 2

Juni 2013 € 7,95

Wim Opbrouck VECHTEN VOOR SCHOONHEID TOT DE ZON WEER OPGAAT

Animatiefilmer Jonas Ott DE ONSTUITBARE DRANG OM VERHALEN TE VERTELLEN

The messiah has arisen MET ‘MOZES’ NAAR PARADISO


INHOUD Nr 2

6

STRIJKIJZERS: OOIT JE REINSTE BLINGBLING

9

HANS VAN TONGEREN, WIE KENT ‘M NIET?

10

RAPPER OVER DE VLOER

11

ALLES KOMT GOED

28

DE KAST VAN CHIEL VAN BEEK

58

FRISSE HIPHOP EN EEN KNIPOOG VAN SUE ELLEN

62

RONDJE KUNST: DE BOSSCHE IJSBEER

64

30 MOZES AND THE FIRSTBORN

54

THE GREAT INCUBATOR

“Ik ben van de old school Lego-generatie.”

Eindhovense rammelrock dendert over de festivalweides.

SCHULDIGE PLEKKEN: SMOKKELAARS

MEST nr 2

3


36

ziet u graag

KOEN PEETERS

Het stille drama van Rwanda, schuilend op de bodem van de put.

20

MANNEN MET BAARDEN

Bevroren tijd in unieke fotoserie van top-amateur Arold van der Aa.

48

BEGROETINGSBRUG KÖRMELING De ultieme vrijdenker is overal. Nu weer met een brug. Wat bezielt die man?

12

VLAAMS DYNAMIET

Wim Opbrouck over NTGent, Theaterfestival Boulevard en de cultus rondom Rothko.

40

BEWAARZIEK

Oude gebouwen bewaren is niet zo ongevaarlijk als het lijkt.

MEST nr 2

A

ls ik met ze praat, krijg ik de indruk dat de meeste Vlamingen geen onderscheid maken tussen calvinisten benoorden de Maas en cultuurkatholieken in het Zuiden. Als ik door Antwerpen loop, word ik met dezelfde zwijgende argwaan bejegend als iedere Hollander, al dan niet druk doende met een vrijgezellenfeest. Dat schrijnt. We delen een grens, een gezamenlijke geschiedenis en veel overeenkomsten in taalgebruik en dialect. Voor veel Brabanders is het woord ‘Belg’ een wat abstract predicaat, de Waal een exoot. Ik realiseerde me dat toen nog helemaal niet, maar in mijn tienerjaren consumeerde ik meer Vlaamse muziek, literatuur, poëzie en strips dan Noord-Nederlandse cultuur. En daarin stond ik niet alleen. De culturele contacten tussen Noord-Brabant en Vlaanderen zijn lang intensief geweest, bijvoorbeeld op het gebied van toneel. Maar de afgelopen decennia kwam daar – ik weet niet precies waarom - de klad in. In de programmering van Theaterfestival Boulevard, met ook dit jaar weer veel aandacht voor Vlaamse gezelschappen, zie je die traditie echter nog steeds terug. Onderwijl lonken we ook in MEST regelmatig naar het begeerde vlakke land voorbij Wuustwezel (we hadden ons blad bijna zo genoemd), in deze editie middels interviews met regisseur/acteur Wim Opbrouck en schrijver Koen Peeters. Hopende dat onze liefde ooit beantwoord wordt en u, kinderen van de Guldensporenslag, ons niet meer over één kam scheert met ‘diknekken’ van elders. Ik zie u graag.

Stan van Herpen Hoofdredacteur

5


KRONIEK DER

MINIMUSEA

‘Indien een maagd goed manglen kan,

zo raakt zij ligt aan eenen man’

e

erlijk gezegd heb ik nooit een strijkijzer in mijn handen gehad. Die dingen zijn voor mij een gerucht. Je hoort mensen er wel ‘s over praten, je weet dat ze bestaan, maar daar houdt het op. Toch hoef je geen strijkfetisjist te zijn om het Wasch- & Strijkmuseum in Boxtel te bezoeken.

Het begon allemaal op een veiling van was- en strijkmateriaal. Museumeigenaar Bernard Vekemans dacht: ik ga eens een kijkje nemen. Voor hij het in de gaten had, was hij druk aan het bieden. “Daar ligt de kiem. Het strijkijzer kreeg me in zijn greep.” Het eindresultaat: twee ruimtes tjokvol strijkijzers en aanverwante zaken. Wat een bezoek aan het Wasch- & Strijkmuseum de moeite waard maakt, is de wonderlijke ontdekking dat zelfs zoiets triviaals als een strijkijzer een hele geschiedenis heeft. Iedere tijd z’n eigen strijkijzer, blijkt al snel. De elektrische variant deed pas rond 1900 zijn intrede. Daarvoor had je, ik doe ‘s een greep: houtskoolbouten, doosijzers, kachelbouten, spiritusijzers, petroleumbouten, heetwaterbouten en gasbouten. Vekemans heeft ze allemaal. De ijzers komen uit allerlei landen, vaak echte kunstwerken, met de hand gesmeed en fraai versierd. Geen half werk. Strijkijzers uit 1800 zijn je reinste blingbling, uitstekend geschikt om de buren mee te imponeren. Stiekem is het Wasch- & Strijkmuseum veel meer dan een museum over strijken en wassen. Het is een 6

rondtocht door de westerse geschiedenis, waarbij je kleine zijstraatjes bewandelt die normaal buiten beschouwing blijven. Die geschiedenis gaat zelfs terug naar het jaar 1400, toen kleding werd gladgestreken met likstenen, vaak gemaakt van donkergroen glas. Daar komt de uitdrukking ‘ je ziet er gelikt uit’ vandaan. Zo heb je er onvoorzien een leuke anekdote bij voor feesten en partijen. Op een mangelplank, een lang stuk hout waarmee linnengoed werd gestreken, staat de volgende tekst: ‘Indien een maagd goed manglen kan, zo raakt zij ligt aan eenen man’. Waardoor je maar weer eens beseft dat het feminisme een groot goed is. Als je tijd over hebt, kun je een bezoekje brengen aan de collectie Brabant Goedgemutst, waar je een verscheidenheid aan poffers tegenkomt. Poffers waren versierde mutsen van gaas of tule. Van die rare witte mutsjes die Hollandsche vrouwen vroeger droegen. Ook die heb je in allerlei soorten en maten. Van ingetogen poffers voor de rouwende vrouw tot uitbundige exemplaren voor de vrolijk gestemden. Een ander bijkomend voordeel van dit bezoek openbaarde zich diezelfde avond. Het museum stimuleert taalvernieuwing. Een scheet heet bij ons thuis tegenwoordig een gasbout. Tekst Bart Smout Fotografie Erik van der Burgt MEST nr 2


Wasch– en Strijkmuseum, Stationsstraat 39, Boxtel. www.museumvekemans.nl MEST nr 2

7


Jan

‘MANNEN MET BAARDEN’ - AROLD VAN DER AA

DE TIJD BEVROREN, HET LICHT GEVANGEN Fotograaf Arold van der Aa maakte een unieke serie portretten, Mannen met baarden, foto’s gemaakt met behulp van de antieke collodiumtechniek. Met de serie verwierf hij onlangs de titel Bondsmeester van de Fotobond, waarmee hij toetreedt tot het keurkorps van de Nederlandse amateurfotografie.

20

MEST nr 2


Wim

Collodiumfotografie De collodiumtechniek stamt uit de beginjaren van de fotografie en werd voor het eerst toegepast in 1851. De vloeistof collodium en het lichtgevoelige zilvernitraat worden aangebracht op een glasplaat. De natte glasplaat gaat in een grote, houten balgcamera en wordt vervolgens belicht door simpelweg de kap zeven seconden van de lens te halen. Hierna moet de fotograaf de plaat direct ontwikkelen voordat die weer is opgedroogd. Over de hele wereld zijn naar schatting enkele honderden collodiumfotografen, waarvan zo’n acht in Nederland. De wereldwijde scène weet zich onder meer verbonden door een intrigerende serie collodiumfoto’s waarin een Tsjechisch MEST nr 2

gasmasker - dat de fotografen aan elkaar doorgeven - centraal staat. Zie wetplatemaskseries.com.

‘Eerlijk en puur’ De Bond van Nederlandse Amateurfotografen Verenigingen (kortweg Fotobond) beoordeelt jaarlijks het werk dat fotografen inzenden om in aanmerking te komen voor de hoogste titel van Bondsmeester. De selectie is streng, de jury reikt de titel meestal maar aan één of twee personen per jaar uit, als überhaupt iemand het predikaat krijgt toebedeeld. Arold van der Aa, sinds half jaren negentig actief als fotograaf, schat dat er momenteel een kleine honderd Bondsmeesters zijn, waarvan dertig à veertig actief.

Dit jaar beoordeelde de jury, met daarin onder meer curatoren van het Rijksmuseum en fotografiemuseum Foam, in totaal 63 ingezonden series. Drie fotografen bemachtigden de titel, waaronder Van der Aa. Zijn serie werd vergeleken met het werk van de bekende Vlaamse fotograaf Stephan Vanfleteren. Citaat uit het juryrapport: ‘De portretten hebben een rauwheid en een fijnheid. De rauwheid wordt verkregen door de wijze waarop de personen in beeld zijn gebracht (…): eerlijk, puur, zonder opsmuk of tierelantijnen, verwijzend naar het karakter of persoonskenmerken’.

Tekst Stan van Herpen Fotografie Arold van der Aa

27


“Ik ontdekte dat er meer was dan ik ooit had waargenomen” Chiel van Beek, oud–directielid Jeroen Bosch Ziekenhuis


36

MEST nr 2


b

ij een expositie in een zorgcentrum in Cuijk ligt een bril met een dik, zwart montuur. Eronder de zin: ‘Gezien: minirokje en maanlanding’. Directeur van Erfgoed Brabant, Patrick Timmermans, glundert. “Dit zegt alles. Ik zie meteen het verhaal voor me.” De bril is onderdeel van de expositie Hebben&Houden waarmee Erfgoed Brabant de verhalen laat zien achter de voorwerpen die senioren weg moeten doen als ze naar een verzorgingstehuis vertrekken. Met het bewaren van zulke gewone verhalen zijn veel mensen bezig. Noord-Brabant alleen al kent ongeveer 125 heemkundekringen en historische verenigingen waar zo’n dertigduizend (!) vrijwilligers bij zijn aangesloten. Tel daar nog eens de mensen bij op die in archieven, musea en op scholen dagelijks bezig zijn met het verleden, en de conclusie is duidelijk: geschiedenis is hot. En dat we het verleden moeten bewaren lijkt vanzelfsprekend.

Houvast

Volgens Ad de Jong, bijzonder hoog-

leraar Nederlandse Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, leven we in een tijd van ‘musealisering’. We houden ervan om erfgoed te behouden en tentoon te stellen voor toekomstige generaties, misschien wel meer dan ooit tevoren. Om die trend te zien, hoeft u allang niet meer een museumjaarkaart te kopen of naar het zorgcentrum in Cuijk af te reizen. Hele steden zijn ten prooi gevallen aan musealisering. Loop maar eens een rondje door Heusden of Brugge. Maar waarom bewaren we zo graag? Volgens Timmermans omdat we houvast nodig hebben. “Alles gaat nu zo snel. Er is een hoge omloopsnelheid van spullen. Heel lang is arbeid goedkoper geweest dan materiaal. Tegenwoordig is het omgekeerd. Als mijn band nu lek is, doet mijn fietsenmaker er meteen een nieuwe binnenband om. De tijd dat hij ‘m nog plakte: dat is erfgoed.” Hendrik Henrichs, als cultuurhistoricus verbonden aan de Universiteit Utrecht, bestudeert al jaren onze omgang met erfgoed. Sinds de jaren zeventig raast er volgens hem

een erfgoedmanie door Europa. Henrichs: “De vrij algemene theorie over het waarom van bewaren is dat snelle historische en culturele veranderingen een soort heimwee doen ontstaan naar een geïdealiseerd verleden. Mensen koesteren erfgoed vanwege een grote onzekerheid over de toekomst.”

Symptoom voor nostalgie

Niet iedereen is het daarmee eens. De erfgoedmanie die vanaf de jaren ‘70 door ons land woedt, is volgens sommige wetenschappers juist een teken van verandering en innovatie. Zij zien de aandacht voor erfgoed niet als een symptoom voor nostalgie of heimwee, maar veel meer als een strategie om veranderingen een kans te geven. Doordat duizenden deskundigen en vrijwilligers samenwerken en nadenken over een nieuwe functie of plek voor erfgoed in de moderne maatschappij, ontstaan er juist nieuwe ideeën en initiatieven. Die kansen ziet de provincie Noord-Brabant ook, er zitten miljoenen in de envelop ‘herbestemmen erfgoed’.


“Iedereen is trots op het vestingstadje Heusden, maar in feite is het gestolde tijd. Onze tijd zien we er niet terug” Zo steekt de provincie 3,3 miljoen euro in het Moederhuis Franciscanessen in Dongen en 7,3 miljoen euro in het grote complex in Veghel van de vroegere mengvoeder- en mestcoöperatie CHV in Veghel. Het bouwbedrijf van Stefan van de Ven is al een jaar of vier bezig met de herontwikkeling van het CHV-complex. Hij vindt het doodzonde de oude fabriek te slopen en snapt heel goed dat de provincie miljoenen in ‘zijn’ complex stopt. “Zo’n puur en authentiek gebouw kunnen we niet zomaar ergens opnieuw bouwen. Iedereen in Veghel kent de fabriek goed. Mijn opa was boer en de fabriek heeft altijd een grote rol gespeeld in ons leven. Ik vind het belangrijk dat we de sporen van vroeger behouden. Als we ze weggooien, komen ze nooit meer terug. Samen met de gemeente en de provincie kijken we nu hoe we het terrein klaar kunnen maken voor onze tijd.”

Weg met die stolp

Simpelweg bewaren om het bewaren heeft voor velen afgedaan. We moeten oude gebouwen en spullen niet opslaan

in depots en musea, maar er iets mee doen. Patrick Timmermans: “Erfgoed is geen ding waar je een stolp overheen moet zetten en met je fikken af moet blijven. Het is iets uit het verleden dat je doorgeeft aan volgende generaties.” En bij dat doorgeven gaat het niet zozeer om het bewaarde object, maar veel meer om het verhaal erachter. Een oud theelepeltje moet je volgens Timmermans niet in een archief leggen, maar laten zien en daarbij de gebruiken rondom het samen theedrinken vertellen. Want die gebruiken zeggen iets over onze identiteit.

grond. Die herinneringen hebben ons gevormd, ze maken wie we zijn.

In de zoektocht naar het waarom van bewaren is ‘identiteit’ een sleutelwoord. Want waarom bewaren we de oude bril van opa? Niet omdat de bril bijzonder waardevol of mooi is, maar omdat we hechten aan het verhaal erachter. Via de brillenglazen kijken we in ons eigen verleden. Ze herinneren ons eraan waar we vandaan komen, brengen ons terug naar het huis van onze grootouders, naar de spelletjes Rummikub op de eikenhouten tafel met een Duitse krimi op de achter-

De grote aandacht voor erfgoed klinkt ongevaarlijk, maar is dat volgens sommigen helemaal niet. Henrichs: “Nietzsche had het al over het nut en het nadeel van de geschiedenis voor het leven. Waarbij hij vreesde dat een overmaat aan geschiedenis en verleden een verlammende werking zou hebben op het leven in het heden en de toekomst.” Timmermans ziet dat gevaar ook. “Kijk naar het vestingstadje Heusden. Iedereen is er trots op, maar in feite is het gestolde tijd. Er zit geen historische

Die identiteit willen we behouden. Daarom stoppen we persoonlijke spullen in een speciale doos of kluis. Daarom heeft iedere gemeente wel een oude boom of kerk die door actiegroepen gered wordt van de ondergang. Erfgoed van bril tot kerk, daar zit geen verschil tussen - werkt identiteitsvormend. En in tijden van schaalvergroting en globalisering focussen we ons extra op die identiteit.

Bewaren is gevaarlijk


MEDEWERKERS

NUMMER 2

Luis Mendo

IN HET VOLGENDE NUMMER VAN MEST O.A. KINDERBOEKENSCHRIJVER PAUL VAN LOON HOE REDDEN WE DE CENTRA VOOR AMATEURKUNSTEN? BRAM STADHOUDERS EN NOVEMBER MUSIC JONG DESIGNTALENT OP DE DUTCH DESIGN WEEK MEST #3 verschijnt eind september 2013 www.mestmag.nl

IS EEN UITGAVE VAN bkkc, Cubiss, Erfgoed Brabant, Kunstbalie, het PON, Vrijetijdshuis Brabant, met medewerking van 2018Eindhoven, het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Provincie Noord-Brabant. Oplage: 4500 ISSN 2214-451X

66

CONTACT Redactie redactie@mestmag.nl

EINDREDACTIE Dieter van den Bergh en Stan van Herpen

Abonnementen, vragen, adreswijzigingen of nazendingen: www.mestmag.nl of info@mestmag.nl

GIER-TEAM Eric Alink, Maria van der Heyden, S. Lloyd Trumpstein

Advertenties a.hoogduin@bcm.nl REDACTIEADRES MEST, Postbus 72, 5000 AB Tilburg www.mestmag.nl HOOFDREDACTIE Stan van Herpen, redactie@mestmag.nl BASISONTWERP + ART DIRECTION GOOD Inc. www.goodinc.nl Luis Mendo + Masaya Takeda

VORMGEVING Luis Mendo, Masaya Takeda, (+stagiaire Tessa Kuipers). AAN DIT NUMMER WERKTEN VERDER MEE Arold van der Aa, Mario van Brakel, Erik van der Burgt, Serge van Duijnhoven, Annette Embrechts, Anouk Essers, Nick Helderman, An-Sofie Kesteleyn, Martyn F. Overweel, Mijke Pol, Frank Ruiter, Bart Smout, Thomas Snoeijs, Studio De Leijer, David Stevens, Milan Vermeulen, Lucas de Waard, Esther Wittenberg.

LITHOGRAFIE Plusworks DRUKWERK PreVision Eindhoven ABONNEMENTEN Een abonnement kost € 30,— voor vier nummers per jaar. Zie ook pag 52. Aanmelden kan via www.mestmag.nl. Abonnementen worden aangegaan tot wederopzegging. Opzegging kan schriftelijk, per mail (info@mestmag.nl) of via de website tot uiterlijk één maand voor het einde van de lopende abonnementsperiode. Papier Munken Print White Fonts Macula, Brandon Grotesque en Paperback.

ADVERTENTIES BCM, Postbus 1392 5602 BJ Eindhoven. Contactpersoon: Angela Hoogduin, 040 8447636 COPYRIGHT Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de redactie. © Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder nadrukkelijke toestemming van de uitgever.

MEST nr 2


MEST#2 - preview