Page 7

ER LOOPT WEER EEN HOND OVER MIJN GRAF Schrijver/journalist Eric Alink bezoekt graven van illustere Brabanders. Dit keer: dichter en schrijver Jan Hanlo (1912-1969)

Grot an een kerkhof zich doodschaK men? In Broekhem, een uithoek van Valkenburg, ga je dat vermoeden. De

begraafplaats ligt boven aan een steile oprit. Een knalgroene Avant 630-vorkheftruck blokkeert de toegang. Wie verstrooiing zoekt, kan vooruit: op pallets wachten 1120 zakken tuinturf. Een golfplaten wand van een fabriekshal vormt de rechterkant van het kerkhof. Een autospuiterij markeert het einde. Links staat een garagebedrijf voor four wheel drives. Dit is een planologische grap. Niemand lacht. Zelfs de vogels houden zich wijselijk stil. Beteuterd sla ik Jan Hanlo’s bundel ‘Verzamelde gedichten’ open. “Doe maar”, zeg ik zachtjes. Maar het roemruchte gedicht De Mus op pagina 70 wil niet klinken. Geen tjielp tjielp. Tussen de bladzijden leven ook raven, merels en geelgeveerde vogels zonder naam. Vergeefs laat ik ze de grijze lucht van Broekhem zien. Zij willen niet zingen. Op dit kerkhof vind je Sjeng, Haske, Bèr en Lei. Veel graven zijn met gravel of grind bedekt. Dat oogt nors. Maar rolluiken ontbreken. Links vooraan ligt Hanlo. Doodsoorzaak: motorongeluk in Berg en Terblijt. Het is een verzorgde zerk. Maar wie goed kijkt, ziet broddelwerk. De steenhouwer heeft eventjes voor God gespeeld en een andere sterfdag gebeiteld. Hij hakte 24 juni. Zo gaf hij Hanlo acht dagen respijt. Dat gat in de tijd is zorgvuldig gedicht. Met plamuur. De correcte sterfdatum, 16 juni, is eroverheen geknutseld. Hanlo, die van typografie hield, zou tranen in korps 144 huilen. MEST nr 4

Buitenbeentje en struikelaar was Hanlo. Wiegje in Bandung. Ouders die scheiden in zijn eerste levensjaar. Met moeder naar Deurne, later Valkenburg. Psychose in 1947. Thema’s in zijn ongewone poëzie: toeval, onschuld en erotiek. Een onthutste VVD-senator stelt Kamervragen over het klankgedicht Oote dat hij infantiel gebazel noemt. In 1962 eindigt Hanlo een maand achter tralies: zijn handen zijn schuldig verklaard. Tijdens de Wederopbouw hebben handen grofweg drie keuzes. Ze werken, ze slaan een kruis of ze strelen er een. Van jongens, soms meisjes. Hanlo hield van kinderen. Hou je handen thuis, leerde hij. Maar als niemand met thee in je wacht? Waar is dan thuis? Tegen elven. Op het kerkhof harken twee gepensioneerde mannen. “Als kind kwamen we graag bij Hanlo thuis”, zegt Paul. De dichter had een cassette met akelige geluiden om inbrekers uit zijn huis te verjagen. Ook mijmerde hij graag over de vraag of een wolk de vorm van een schaakbord kan aannemen. Bovenal had Hanlo twee motoren. In zijn schuurtje. “Hij maakte tochtjes. Naar Schaesberg. Met mij voorop”, lacht Paul. Zijn mond is geen litteken. Afscheid. Op het kruispunt bij de begraafplaats stopt een Duitse bus. Met kinderen. Een vrouw legt de chauffeur uit waar de grotten zijn. Hij slaat rechtsaf. Ik links. Weg hier. De dood is een grot. Klam, donker. Geen gids keert eruit terug. Laat staan vogeltaal. Zelfs niet in Broekhem. Tekst Eric Alink Beeld Anouk Essers 7

Profile for bkkc

MEST#4  

MEST is het tijdschrift over kunst en cultuur in Noord-Brabant. Lees de artikelen en neem daarna natuurlijk een abonnement op MEST via www.m...

MEST#4  

MEST is het tijdschrift over kunst en cultuur in Noord-Brabant. Lees de artikelen en neem daarna natuurlijk een abonnement op MEST via www.m...

Profile for bkkc
Advertisement