Page 61

aarzelde niet: hij kroop met een autosleepkabel over het krakende ijs naar de man toe en reikte hem de hand. Hij merkte dat het ijs steeds harder kraakte en al begon te golven. Maar hij liet niet los en werd, met hulp van twee godzijdank juist toen passerende jonge schaatsertjes, samen met de drenkeling naar de kant getrokken. Het was, naar elke norm, een buitengewoon moedige daad. Moed is niet alleen waarneembaar op historische momenten. Hij kan zich heel goed manifesteren in alledaagse omstandigheden. Er gebeurt iets in de tram: iemand wordt lastig gevallen en kan zich niet verdedigen. Alle passagiers kijken de andere kant uit, de trambestuurder heeft het nog niet door. Maar die ene oude mevrouw loopt ernaar toe en zegt er iets van op een zodanige toon dat het incident eindigt in een bedremmeld uit elkaar gaan. Dat is moed: er is een (al dan niet bewuste) morele afweging, er is risicoacceptatie en er is daadkracht. Moedige mensen dragen bij aan een betere samenleving: door wat ze met hun daadkracht bereiken, en zelfs al door hun bereidheid het risico van die daadkracht te dragen. Hun moed wordt in zekere zin des te bewonderenswaardiger naarmate dat risico hoger is en de effectiviteit van hun bijdrage aan het hogere ideaal onzekerder. Van roekeloosheid wordt uiteindelijk niemand beter, maar moed tegen beter weten in haalt vaak terecht de geschiedenisboekjes: de kansloze onverschrokkenheid van moedige strijders tegen overweldigend onrecht heeft een betekenis die hun ineffectieve gevecht ver overstijgt. Hun moed biedt een moreel kompas aan allen die hun eigen veiligheid niet op het spel willen zetten; het is een voorbeeld voor de aarzelaars, een rolmodel voor de verwarden. Als uiteindelijk jaren later na een lange strijd de deugd toch zegeviert, dan incasseren de moedigen, al dan niet postuum, hun echte beloning: het morele voortrekkerschap. Zo kan een grote groep kracht en zelfverzekerdheid ontlenen aan de moed van een paar van haar leden en en passant de schande verwerken van de lafheid van vele anderen; zie de rol van Charles de Gaulle in het naoorlogse Frankrijk. MORELE KOPPIGHEID Deze bundel gaat over moedige mensen, als bronnen van inspiratie. Wat maakt hen tot wat zij zijn, wat onderscheidt hen van anderen? De meesten van ons zijn helemaal niet zo moedig, en zijn dankbaar dat hun vermogen tot moedig gedrag alleen maar getoetst wordt in de tram en niet op een groot historisch moment, bijvoorbeeld tussen 1940 en 1945. Een thema bij uitstek bij eigentijdse herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog is dan ook hoe wij het er zelf vanaf gebracht zouden hebben als bewoners van een land dat is onderworpen aan een wreed en onmenselijk regime. De geschiedenis suggereert dat

het overgrote deel van de bevolking dan het liefste kiest voor kleine daden van rebellie die feitelijk risicoloos zijn. Er is dan misschien een morele afweging, maar er is geen risicoacceptatie en geen daadkracht. De hilarische sketch van Kees van Kooten en Wim de Bie als de gebroeders Gé en Arie Temmes die als hoogste verzetsdaad de Duitsers de verkeerde kant uit sturen (‘Do ist der Bahnhof!’), is een metafoor voor het gedrag van heel veel Nederlanders in oorlogstijd. Niets wijst erop dat de huidige generatie zich anders zou opstellen. En wegduiken is natuurlijk een rationeel uitstekend verdedigbare keus. Een vorm van onbezonnenheid, anders gezegd, is onderdeel van moedig gedrag: wie optelt en aftrekt, becijfert en begroot, komt niet gauw uit op het moedige gebaar als de verstandigste beslissing. Wie alleen zijn hoofd gebruikt, mist het vleugje koppigheid dat aan moedig gedrag vooraf gaat. Moedige mensen zijn niet per se gemakkelijke mensen.

‘De moedigen zijn een moreel kompas voor allen die hun eigen veiligheid niet op het spel willen zetten; een voorbeeld voor de aarzelaars’ Mijn vader was ambtenaar op het ministerie van Financiën toen de oorlog uitbrak. Al vrij spoedig werd door de Duitsers aan alle Nederlandse ambtenaren een ariërverklaring voorgelegd die zij geacht werden te ondertekenen, wilden zij in dienst blijven. De overgrote meerderheid deed dat, inclusief de voltallige ambtelijke top. Maar mijn vader weigerde. Hij wilde geen enkel gebaar maken naar de bezetter dat hem later verweten zou kunnen worden, vanuit zijn rotsvaste vertrouwen in de onvermijdelijkheid van de Duitse nederlaag. Er werd behoorlijk druk op hem uitgeoefend, maar hij gaf niet toe en moest uiteindelijk ontslag nemen, daarmee kiezend voor een onderduikperiode die meer dan vier jaar zou duren. Dat was een moedige beslissing, misschien wel zijn finest hour, en na de oorlog werd hij er in zijn carrièrekansen rijkelijk voor beloond. Een gemakkelijke man was hij niet, veeleisend en eigenwijs in de omgang met zijn ondergeschikten. Maar dat was precies de keerzijde van de vastbesloten koppigheid die hem tot zo’n onberispelijk moreel standpunt had 61

MEST nr 12

MEST#12  

December 2015. MEST is het tijdschrift over kunst en cultuur in Noord-Brabant. In deze preview lees je: - Het Graf - Matthijs Rümke - SLEM...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you