Page 1

MAGAZINE VOOR MEDEWERKERS VAN RIJKSWATERSTAAT DECEMBER 2014

WEBSITE ALS WAKE-UPCALL VOOR WATERBEWUSTZIJN

Overstroom ik? 01-KRACHT_Cover.indd 1

17-11-14 13:16


Inhoud Portret Trendwatcher

Column What’s next?

Pagina 4-5

Pagina 7

Reportage Mooi Werk www. Oliebestrijding overstroomik.nl op de Noordzee Pagina 8-11

PORTRET

CONTEXT

What’s NEXT?

‘De wereld om ons heen verandert razendsnel. Als overheidsorganisatie staan we middenin die sterk veranderende samenleving, al meer dan twee­ honderd jaar. Vooral omdat we onze producten en diensten laten aansluiten op de behoeften en wensen van burgers, kunnen we maatschappelijke trends onmogelijk negeren’, vindt Karin. ‘Een orga­ nisatie die voortdurend anticipeert op relevante ontwikkelingen in de omgeving is goed voorbereid op de toekomst.’

‘Vroeger keek Rijkswaterstaat met zijn toekomst­ scenario’s zo’n acht jaar vooruit’, vervolgt Karin. ‘Tegenwoordig brengen we de belangrijkste ont­ wikkelingen elke twee jaar in beeld. Simpelweg omdat trends continu veranderen. De 56 trends die wij de afgelopen twee jaar verzamelden, gaan over levensstijl en gedrag van mensen of zijn technologische en economische ontwikkelingen. Onze aanpak was vooral pragmatisch. We spraken intensief met mensen die zich in hun dagelijkse werk bezighouden met ontwikkelingen in de samenleving, onder wie onze collega’s bij de directie Kennis, Innovatie en Strategie van IenM. Ook benutten we de informatie van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal Cultureel Planbureau.’

Way of live

FUNCTIE LEEFTIJD HOBBY’S MOTTO

Een opvallende ontwikkeling is de zogeheten energieke samenleving. Karin legt uit: ‘Die houdt in dat burgers steeds vaker zelf het voortouw nemen om hun leefomgeving aantrekkelijker te maken. Aanvankelijk dachten we dat deze trend werd inge­ geven door de economische crisis, maar het lijkt erop dat burgerinitiatieven zijn verworden tot gemeengoed. Daarnaast zien we dat werk en privé vaker door elkaar lopen. Omdat we continu online zijn, kunnen we altijd en overal werken. Voor mijn zoon van zeven is informatietechnologie zelfs een tweede natuur en is wifi onderdeel van de lucht die we inademen. Hij schakelt moeiteloos tussen tablet, laptop en smartphone en print op school in 3D. Voor de jongere generatie is de dynamische netwerksamenleving eigenlijk geen trend meer, maar eerder een way of life.’

samenwonend in Amsterdam, twee kinderen van 7 en 9 46 jaar kleding maken en lekker koken Genieten van het proces zelf, dat is het geheim dat afrekent met de mythe van de Grote Beloning (Benjamin Hoff, Tao van Poeh).

DE BOUWCAMPUS

‘Toch moeten we voorzichtig zijn met de inter­ pretatie van al die trends’, vindt Karin. ‘We zijn geen futurologen. Het interessante is dat we niet kunnen orakelen hoe de wereld er over vijftig jaar uitziet. Net zo min dat iemand ooit kon voorspellen hoe enorm de impact van internet zou zijn op de samenleving. Met andere woorden: wij kennen de toekomst niet, ook niet die van Rijkswaterstaat. Wel signaleren we kansen en reiken strategische bouwstenen aan. Uiteindelijk is aan het bestuur van Rijkswaterstaat om keuzes te maken over de toekomstige ontwikkeling van de organisatie.’

‘Vertrouwen in plaats van wantrouwen’

‘Van contract naar contact’

‘Gemeenschappelijk kennis vergroten’

Louk Heijnders

Henk van Putten

Joep Rats

‘De vernieuwing in de bouw gaat traag. De Bouwcampus wil innovatie versnellen door vernieuwingsvraagstukken te koppelen aan concrete ruimtelijke opgaven. Opdrachtgevers, marktpartijen en kennisinstellingen werken dan intensief

‘Deze tijd vraagt om meer samenwerken en minder om regels en procedures. Kortom, we willen van contract naar contact. Daarvoor moeten we onze kennisinfrastructuur anders organiseren. Bij De Bouwcampus stimuleren we samenwerking door alle betrokken partijen fysiek op één locatie in Delft bij elkaar te brengen. Dat is efficiënt én effectief. Zo’n laboratorium voor innovatie is uniek voor de bouw. TU Delft is straks de huisbaas van De Bouwcampus, die gebaseerd is op het concept Seats2meat: een flexibele ontmoetings-, vergader- en werklocatie. De initiatiefnemers hiervan zijn Rijkswaterstaat, de Rijksgebouwendienst, Bouwend Nederland, TU Delft en de gemeenten Rotterdam en Delft. Ook komt er een virtuele Bouwcampus, voor samenwerken op afstand. Zo ontstaat een dynamisch en bruisend geheel van kennisontwikkeling. Neem de vervangingsopgave natte kunstwerken. We hebben diverse disciplines en kennisinstituten nodig om deze ingewikkelde opgave aan te pakken. Op deze manier komen we kennis halen en brengen.’

‘De kennis bij de opdrachtgever neemt af. Bedrijven moeten die leemte opvullen. Bijvoorbeeld door pre-competitief bepaalde vraagstukken samen op te lossen, voordat ze een aanbesteding ingaan. Zo krijgen we een betere uitvraag en een beter antwoord van de markt. Bovendien kunnen marktpartijen hun innovatieve kracht inzetten. Dat is goed voor alle partijen. We zien ook dat nieuwe kennis wordt ontwikkeld door samen concrete maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Bij het vervangen van sluizen bijvoorbeeld, onderzoeken we welke

RWS NEXT-app ‘De trends die wij signaleren, inspireren en nodigen uit tot een gesprek over de toekomst van Rijks­ waterstaat. Dat is ook precies mijn persoonlijke drive binnen dit team. Het is ontzettend leuk trendwatcher te zijn voor de organisatie waar ik al ruim tien jaar werk. Meebewegen met de samen­ leving betekent namelijk ook dat Rijkswaterstaat een interessante werkgever blijft voor de volgende generatie. Wat mij betreft zou iedereen wat meer naar buiten kunnen kijken. Het komende jaar organiseren we daarom thematische discussie­ bijeenkomsten over mobiliteit, de rol van de over­ heid en water en klimaatverandering. Sinds kort hebben we ook een speciale RWS NEXT­app met een interactief deel waarin medewerkers en part­ ners hun visie en ideeën met ons kunnen delen.’

samen aan oplossingen, zodat zij de kennis daarover en de toepassing ervan beter kunnen delen. We moeten af van de diepgewortelde traditie dat wij als opdrachtgever de oplossing bedenken, die slechts weinig marktpartijen kunnen uitvoeren. En voorkomen dat wat de opdrachtgever wenst, onuitvoerbaar blijkt voor de markt. Belangrijk is de markt te betrekken bij het formuleren van de vraag. Als we elkaars competenties benutten, ontstaat vernieuwing en een beter verdienmodel. Hierdoor kan de markt efficiënter opereren en investeren in innovatie. Die prikkel moet terugkomen. Zo bouwen we een relatie op die gebaseerd is op vertrouwen in plaats van wantrouwen.’

Een misverstand is dat RWS NEXT het einde van OP2015 zou markeren. Hans Eenhoorn, mede initiatiefnemer en trekker van RWS NEXT: ‘Integendeel. De opgaven uit het ondernemingsplan blijven actueel. Dit weer­ houdt ons er alleen niet van om nu alvast na te denken over hoe we straks kunnen voort­ bouwen op het huidige ondernemingsplan. Dat is een continu proces. Om in de woorden van Jan Hendrik Dronkers te spreken: OP2015 is het doe­plan, RWS NEXT is het denk­plan.’

PROFIEL gedetacheerd bij de TU Delft vanuit het Rijksvastgoedbedrijf (voorheen Rijksgebouwendienst) en lid van de Bouwcampus 55 Yammer

FUNCTIE

LEEFTIJD

REAGEREN VIA

Meer over RWS NEXT vind je op www.rijkswaterstaat.nl/RWSNEXT of download de RWS NEXT­app op je tablet

ROTTERDAM

04-KRACHT_Portret.indd 5

17-11-14 16:12

Achtergrond Vier jaar IDVV

Moeten we de balans al opmaken? Nuttig, maar terugkijken mag nooit ten koste gaan van de blik vooruit. Niet te veel sturen via de achteruitkijkspiegel. Rapportages zijn toch een beetje het weerbericht van gisteren. De koers moet naar overmorgen. En RWS NEXT doet dat. Een flitsende app is uitgebracht. De RWS NEXT-app zoekt samen met anderen naar antwoorden op de vragen van morgen. Waarop hopelijk friskijkers, dwarsdenkers en kantelaars reageren. En niet alleen de kantelaars die gewend zijn regelmatig hun iPad te draaien.

Wat ik vurig hoop is dat er binnen Rijkswaterstaat, om te beginnen in 2015, ruimte is voor moed en inspiratie. Waar (zelf-) vertrouwen belangrijker is dan controle. Waar vinkjes veranderen in vonkjes. Waar ‘durfproject’ het woord van het jaar zal worden. Waar inspiratie Rijkswaterstaat maakt tot HET voorbeeld van de faciliterende overheidsorganisatie binnen de Rijksdienst. Juist als uitvoeringsorganisatie. Ambitie of werkelijkheid? Een filmpje van Hans Lebbis op die fraaie app geeft het enige juiste antwoord: als we willen, kan het!

80.000 webbezoekers in de eerste 2 dagen

Over een jaar maar even de balans opmaken?

PROFIEL

senior adviseur bij Rijkswaterstaat Bestuursstaf en adviseur van het Bestuur van de Bouwcampus 63 Linkedin

FUNCTIE

LEEFTIJD

REAGEREN VIA

Plek

8

50.000

van beste nieuwe apps in de Google Play store

keer gedownload

‘Bij een overstroming staat mijn woning anderhalve meter onder water. Dat is veel, maar het verbaast me niet. Als je beneden de zeespiegel woont, loop je dat risico. Als het water komt, dan komt het en moet je er maar het beste van maken’, aldus de nuchtere Rotterdammer Roel Pot, die samen met zijn gezin in Rhoon woont.

6 KRACHT DECEMBER 2014

KRACHT DECEMBER 2014 7

06-KRACHT_Context.indd 6

17-11-14 13:30

... Nederland een Exclusieve Economische Zone heeft in zowel Europa als rondom de Nederlandse Antillen in de Caraïbische Zee? Onze werkwijze geldt dus ook voor de overzeese gebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Rijkswaterstaat is hier verantwoordelijk voor de organisatie en coördinatie van incidentenbestrijding op zee. We zetten diverse materieel in om de kust schoon te maken bij olieverontreiniging.

Feiten en cijfers

07-KRACHT_Column.indd 7

17-11-14 13:32

Jack Hagen Adviseur bij het Hydro Meteo Centrum Noordzee

ROEL POT IN ZIJN WOONPLAATS RHOON

8 KRACHT DECEMBER 2014

KRACHT DECEMBER 2014 9

08-KRACHT_Reportage.indd 8

17-11-14 13:56

08-KRACHT_Reportage.indd 9

Olielozingen gedaald Het oliebestrijdingsvaartuig De Arca beschikt over twee veegarmen van 15 meter lang die de olie als het ware ‘opslurpen’. Daarnaast kan Rijkswaterstaat negen zandzuigschepen van aannemers inzetten die op afroepbasis beschikbaar zijn voor oliebestrijding. Sinds de jaren negentig is het aantal waargenomen olielozingen gedaald van ruim 600 tot ongeveer 300. Ook het aantal kubieke meter geloosde olie daalde van 160 naar 50 kubieke meter. Sinds 2005 kunnen de boetes voor olielozingen binnen de Europese Unie oplopen tot maximaal 1,5 miljoen euro per incident (Bron: Ecomare).

Satellietbeelden

17-11-14 13:56

Interview Buitenwacht Groepsraad over Prestatiemeten belevingsmonitor Pagina 21

Pagina 14-15

‘Rijkswaterstaat levert samen met de douane en de marechaussee de luchtwaarnemers aan de Kustwacht. Op jaarbasis vliegen we zo’n 1.200 uur boven de zogeheten Exclusieve Economische Zone van Nederland. Dit gebied is ongeveer anderhalf keer zo groot als ons land en er liggen ongeveer dertig scheepvaartroutes. We maken zeven dagen per week, zowel overdag als ’s nachts, patrouillevluchten. Als we olielozingen vermoeden, maken we radarbeelden of infraroodopnames en zoeken contact met de kapitein via de marifoon. Afhankelijk van de omvang en hoeveelheid olie bepalen we als Rijkswaterstaat samen met de Kustwacht of we de Arca inzetten om de olievlek te bestrijden. Wij geven dan ter plaatse aanwijzingen vanuit de lucht.’

Wist je dat…

keer

directeur Economische en Verenigingszaken bij Bouwend Nederland en bestuurslid van de Bouwcampus 39 Twitter en linkedin

LEEFTIJD

Coen Blijlevens Luchtwaarnemer Rijkswaterstaat

Nu gemiddeld

webbezoekers per dag, met een piek tijdens de storm van 21 oktober

techniek we gaan gebruiken. Op die manier werken we niet langs elkaar heen, maar vergroten we de gemeenschappelijke kennis. De bouwcampus speelt daarop in door kennis van overheidsopdrachtgevers, bedrijven en kennisinstituten te bundelen en breed in de sector te verspreiden. Hierdoor stijgt het kennisniveau bij bedrijven en lopen bedrijven weer voorop.’

REAGEREN VIA

1.200 uur vliegen

Nederland is internationaal befaamd om zijn oliebestrijding. Het oliebestrijdingsschip De Arca, het patrouillevliegtuig van de Kustwacht en het Hydro Meteo Centrum Noordzee van Rijkswaterstaat Zee en Delta vormen daarbij een gouden drie-eenheid.

Bezoekers klikken gemiddeld

1.000 6

Freek Wermer

De app is

PROFIEL FUNCTIE

2015 breekt aan. Het jaartal dat al tijden verbonden is aan het Ondernemingsplan, ons Ondernemingsplan. Is het geen tijd om te weten waar we staan? Om te zien of we al een procesgerichte organisatie zijn? Ik hoorde laatst een collega fluisteren dat hij eindelijk wist binnen welk proces hij werkt: het zoekproces.

MOOI WERK

Gezamenlijke strijd tegen olie

RWS’ers, partners en gebruikers reageren op een woord dat centraal staat binnen Rijkswaterstaat. Ook meepraten? Mail naar kracht@rws.nl.

STATIONSPLEIN IN

KRACHT DECEMBER 2014 5

17-11-14 13:54

De koers naar overmorgen

voor jou?

Onvoorspelbaar

4 KRACHT DECEMBER 2014

04-KRACHT_Portret.indd 4

Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood

REPORTAGE

Wat betekent

Dagelijks ziet, proeft en ervaart Karin Legierse de energieke samenleving. De speeltuin in haar straat is gefinancierd met crowdfunding en haar buren organiseren beurtelings de kinderopvang. Als een van de initiatiefnemers van het project RWS NEXT volgt ze deze en meerdere trends voor Rijkswaterstaat en bekijkt ze welke impact ze hebben op de toekomst van de organisatie.

Pragmatische aanpak

PROFIEL

COLUMN

Pagina 12-13

‘Meldingen van milieudelicten, zoals olielozingen op de Noordzee, komen meestal via het Kustwachtcentrum binnen bij het Hydro Meteo Centrum Noordzee. Wij geven 24 uur per dag adviezen over waterstanden, stroming en golven op de Noordzee, de Waddenzee en het Noordelijk Deltabekken. Daarmee zorgen we voor een vlotte en veilige vaart naar de Nederlandse zeehavens. Daarnaast zijn we het informatieknooppunt bij incidenten op de Noordzee. We werken daarbij nauw samen met de patrouillevliegtuigen van de Kustwacht. Omdat een vliegtuig maar een beperkt aantal uur in de lucht kan blijven, berekenen we met verspreidingsmodellen hoe de olievlek zich verplaatst over het water. Deze informatie is belangrijk omdat de Arca op basis daarvan zijn koers kan bepalen. Ook via satellietbeelden van het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA) zien we precies waar en wanneer er sprake is van een mogelijke olieverontreiniging.’

12 KRACHT DECEMBER 2014

KRACHT DECEMBER 2014 13

12-KRACHT_Mooi werk.indd 12

17-11-14 13:37

12-KRACHT_Mooi werk.indd 13

17-11-14 13:37

Toen-nu-straks Delta­programma Pagina 22-23

Pagina 16-18 ACHTERGROND

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

Onderzoeksprogramma Resultaten

Innovaties in de binnenvaart

Benutting infrastructuur

Afstemmen in de logistieke keten

Schone vaartuigen

Een greep uit ruim honderd projecten projecten voor het beter benutten van de vaarwegen.

Systeemvernieuwing binnenvaart

Nederland is de Gateway to Europe voor internationaal logistiek transport. Om die krachtige positie te behouden en verstevigen is het beter benutten van de vaarwegen essentieel. Daarom investeerde het programma Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen (IDVV) de afgelopen vier jaar in ruim honderd projecten. Programma­ directeur Jacco de Kok blikt terug op de belangrijkste resultaten.

Serious Gaming

2010 VerkeersmanagementCentrale van Morgen

Analyse vaargebieden

2011 Samenwerken in de logistieke keten

(Nautisch) Corridormanagement in Europa

Informatie Diensten op Schepen

12

Ruim twintig Bedrijfsinitatieven

20 20

13

Verkeersmanagement Ondersteuning voor de Scheepvaart

COVADEM

Coöperatieve vaardieptemeting

Lean and Green Barge Hub-and-Spoke

Resultaten 2013

De effecten van vier jaar IDVV

65.000vrachtwagens minder op de weg Ca. 12 mln bespaarde wegkilometers Ruim 6.500 ton minder CO2-uitstoot Mental shift in de logistieke keten

‘In 2011 bleek dat met de aanleg van de tweede Maasvlakte aan de westkant van het Rotterdamse havengebied de overslag van het aantal containers zou verviervoudigen. Goed voor de economie, maar we wisten ook dat de omliggende wegen niet tegen die groei waren opgewassen’, vertelt Jacco. ‘De conclusie was: als we de Nederlandse economie willen stimuleren en de Gateway to Europe willen blijven, dan heeft de binnenvaart een impuls nodig. In diverse projecten gingen we samen met kennisinstituten, collega beheerders, vervoerders, verladers, havens, terminals en logistieke bedrijven aan de slag. Onze gemeenschappelijke doelen waren gericht op betere samenwerking in de logistieke keten, meer informatie delen, de binnenvaart aantrekkelijker maken en zorgen voor voorspelbare reistijden.’

Serious game

2014

Binnenvaart Informatie & Communicatiesysteem

‘Die doelen bereikten we onder meer met een ‘serious game’, waarin partijen nieuwe logistieke concepten en samenwerkingsvormen verkenden. In de veilige omgeving van een computersimulatie zagen partijen direct de impact van samengevoegde terminals of de inzet van meer of kleinere schepen in een specifiek vaargebied: wat levert dit aan Co2- reductie of kostenbesparing op? Hierdoor ontstond meer inzicht in elkaars belangen en werd duidelijker welke maatregelen effect hebben op de markt.’

Lean and Green Barge

Meer weten? Kijk op www.rws.nl/idvv

Een ander voorbeeld is het project Lean and Green Barge. Daar vertelt Jacco het volgende over: ‘We ondersteunen verladers bij het bundelen van hun ladingen over water. Er zijn regionale samenwerkingen ontstaan tussen vervoerders en verladers, die zo samen het volume scheppen dat een dagelijkse inzet van de binnenvaart

GATEWAY TO EUROPE

14 KRACHT DECEMBER 2014

14-KRACHT_Achtergrond.indd 14

mogelijk maakt.’ De binnenvaart wordt voor verladers zo een goedkoper, duurzamer en betrouwbaarder alternatief voor de weg.

Win-winsituatie Deze en andere projecten bewijzen dat het is gelukt om logistieke partijen beter te laten samenwerken. Jacco: ‘Het belangrijkste resultaat van dit impulsprogramma is dat de vaarwegen beter worden benut door intensievere samenwerking en informatiedeling tussen partijen uit de logistieke keten. Slechts 20 van de ruim 100 projecten hebben samen alleen al gezorgd voor een verplaatsing van ruim 130.000 TEU* van weg naar water. Dat zijn ongeveer 65.000 vrachtwagens minder op de weg. Marktpartijen geven aan dat dit aantal dit jaar alleen maar toeneemt.’

14-KRACHT_Achtergrond.indd 15

BOTER BIJ DE VIS Het zichtbaar maken van kennis en het aanwenden van elkaars netwerk? Rijkswaterstaat doet boter bij de vis. Ideeën van medewerkers zijn een springplank naar een sterkere organisatie.

‘Een betere samenwerking in de logistieke keten betekent hier ook slimmer gebruikmaken van elkaar en de vaarwegen, waardoor relatief dure infrastructurele aanpassingen niet altijd nodig zijn. Door IDVV weten we als Rijkswaterstaat beter hoe die logistieke keten nu eigenlijk in elkaar steekt. Zo hebben we veel geleerd over de afwegingen die marktpartijen maken bij het kiezen van hun vervoerstromen en welke logistieke processen daarachter schuilgaan. We hebben geleerd dat onze rol breder is dan aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur.’

‘Geen revolutie, maar een evolutie’ Johan Jacobs, hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Zee en Delta

Omgevingsmanagement 2.0 ‘Hoe meer informatie we hebben over het gebruik van onze netwerken, hoe vlotter en veiliger we onze wegen en vaarwegen kunnen maken. De volgende stap is om die informatie te borgen in onze eigen processen. Onze HID’s, directeuren, afdelingshoofden, collega’s in de regio en medewerkers zijn dé keyspelers in het contact met bedrijven. Gesprekken met de markt gaan straks niet meer alleen over onze vaarwegen, maar ook over logistieke ontwikkelingen. We zijn toe aan omgevingsmanagement 2.0. waarbij we toegroeien naar tactisch en strategisch omgevingsmanagement, gekoppeld aan de logistieke keten. Op die manier kunnen we beter inschatten wat er aan infrastructuur nodig is. Als je elkaars doelstellingen kent, ontstaat er bovendien meer draagvlak en is beter uit te leggen en te begrijpen waarom we bepaalde keuzes maken. Als Rijkswaterstaat zo zijn dienstverlening kan uitbreiden, dan is dat van toegevoegde waarde voor zowel de logistieke sector, de Nederlandse economie als de maatschappij.’

Wat betekent de belevingsmonitor voor de groepsraad?

Hoe ervaren de medewerkers de verandering?

Jowi: ‘De belevingsmonitor geeft ons inzicht in hoe de medewerkers de veranderingen ervaren. Elke twee maanden meten we de temperatuur en houden zo de vinger aan de pols. We nemen medewerkers nadrukkelijk mee in het veranderproces en willen graag weten wat er leeft. Direct bijsturen is niet onze intentie. Eerst gaan we hierover in gesprek met de medewerkers.’ Johan: ‘Ik ga de specifieke resultaten voor Rijkswaterstaat Zee en Delta bespreken met de medezeggenschap en het managementteam om vast te stellen of ze zich in dat beeld herkennen. We kijken welke punten we concreet kunnen oppakken. We laten onze medewerkers zien wat er met de uitkomsten gebeurt. Deze terugkoppeling zijn we hun verplicht, zeker omdat de respons op de belevingsmonitor steeds hoog, circa 40 procent, is.’

Jowi: ‘We zien dat een kwart moeite heeft met de veranderingen en niet lekker in zijn vel zit. Ook dit beeld is vrij constant. De groepsraad trekt zich dat aan en gaat hierover met de medewerkers in gesprek. In hun rol als dienend leider vragen ze door en komen hopelijk zo te weten wat de oorzaken zijn en wat nodig is om dit te verbeteren. We blijven dit punt goed monitoren, want enthousiaste en gemotiveerde medewerkers zijn een randvoorwaarde om de doelen van het OP2015 te halen. Mensen zijn doorslaggevend.’

Hoe verklaar je de opvallendste uitkomsten? Johan: ‘Bij een organisatie in verandering verwacht je een bepaalde trend te zien, maar de scores zijn tot nu toe vrij constant. Dat is opmerkelijk en na vier metingen lastig te verklaren, maar zeker iets dat we in de gaten houden. Ook zien we dat de bouwstenen voor de verandering, zoals procesgericht werken, interne samenwerking en werken aan operationele doelen hoog scoren, terwijl het credo “één Rijkswaterstaat, samen met anderen en elke dag beter” achterblijft. Het lijkt dat de samenhang van het geheel voor veel medewerkers onduidelijk is. Het is aan ons om die samenhang nog beter uit te leggen en te communiceren wat we met dit motto bedoelen en hoe we hieraan invulling geven.’

*TEU staat voor Twenty feet Equivalent Unit. Deze meeteenheid verwijst naar de afmetingen van een container van 20 voet lang, 8 voet breed en meestal 8,5 voet hoog.

BUITENWACHT

‘Aanleiding van de test was de vraag of de haalkommen en bolders bestand zijn tegen de grotere krachten die klasse Va-schepen* erop uitoefenen. In de jaren zestig werd die trekkracht berekend op 100 kilonewton (kN), terwijl de klasse Va-schepen die nu de sluizen passeren, een trekkracht uitoefenen van 250 kN’, legt Theo uit. ‘In het algemeen geldt: als de haalkommen in theorie niet opgewassen zijn tegen grotere krachten, dan vervangen we ze door sterkere exemplaren. Maar wat doen we als ze in de praktijk meer aankunnen dan vooraf is berekend? Bij de Maaswerken testten we om dezelfde redenen stalen constructies. Vaak kon zo’n staalconstructie twee à drie keer meer trekkracht aan dan vooraf was berekend.’

HUWELIJK IN DE JAREN '60

Trektest

Wat heeft de groepsraad zelf gedaan? Jowi: ‘In de groepsraad van oktober is onder meer het proces crisismanagement geëvalueerd. Hierbij keken we hoe we het proces ervaren, wat goed gaat, wat beter kan en of we ons doel bereiken. Kortom, hoe werkt wat we bedacht hebben in de praktijk? Op basis van concrete ervaringen van direct betrokkenen is een analyse gemaakt. Zaken die we vooraf niet hadden of konden voorzien nemen we mee in de verbetering van het proces. Zo zien medewerkers dat hun input leidt tot een verbetering. Dat geeft inspiratie. Volgend jaar gaan we verder met de implementatie van de procesverbeteringen. Ze blijven op de agenda van de groepsraad en we blijven de organisatie hierover informeren.’

De binnenvaart groeit. De afmeervoorzieningen, waaronder haalkommen en bolders, blijken niet meer voor alle schepen voldoende sterk. Om schepen veilig te laten schutten worden de komende jaren veel van deze haalkommen en bolders vervangen. Bij de renovatie van de stuwcomplexen in de Nederrijn en Lek bij Driel, Amerongen en Hagestein valt dat miljoenen euro’s voordeliger uit dankzij de ‘trektest’ van civieltechnisch specialist Theo Berends (GPO).

Ligt de verandering op koers? Johan: ‘De transitie is in de hele organisatie voelbaar. Nu is het belangrijk de verbinding te leggen tussen alle niveaus. En te kijken waar verbeteringen nodig zijn en die volgens de plan-do-check-act-keten door te voeren.

‘Na overleg met adviseur Menno Rikkers (GPO) en de aannemer bleek dat zo’n vergelijkbare test met enkele aanpassingen ook geschikt was voor dit project. Aanvankelijk zouden we 10 procent van alle haalkommen testen. Van de 32 brak uitgerekend de laatste. Nader onderzoek toonde aan dat er sprake was van een gietfout. Om de risico’s tot een minimum te beperken besloten we alle 288 haalkommen te testen, verspreid over de drie stuwcomplexen. In totaal doorstonden negen haalkommen de trektest niet. Die worden aangepast of vervangen. Hiermee besparen we miljoenen op het projectbudget. Het mooie is dat mijn collega Remco Berentsen (PPO) bij de Spooldersluis en de sluizen Delden en Hengelo dezelfde test nu ook inzet.’ Deze case laat zien hoe een collega vertrouwt op zijn expertise en hoe hij daarbij zijn netwerk binnen de organisatie inzet om te komen tot een knap staaltje ‘omdenken’. Meer weten over de trektest? Stuur een e-mail naar theo.berends@rws.nl.

‘Prestatiemeten door Rijkswaterstaat leidt tot minder miscommunicatie. Opdrachtgever en opdrachtnemer beoordelen elkaar. Precies daar zit de meerwaarde. Het is tweerichtingsverkeer: we mogen iets van elkaar vinden. Deze evaluatiegesprekken vragen om diepgang en deskundigheid van twee kanten. In de praktijk merken we dat processen hierdoor beter lopen en er meer begrip en waardering ontstaat voor elkaar. Het project staat centraal en partijen zijn gelijkwaardig. Waarom bang zijn voor zo’n meting als het de prestaties bevordert? Natuurlijk komen er leveranciers bovendrijven die onder de maat presteren. Maar je blijft niet eeuwig onder aan de lijst bungelen. Als de prestaties verbeteren, stijg je vanzelf in aanzien. De overheid heeft belang bij goed presterende partijen, maar moet afstand nemen van bodemprijzen. Bij Rijkswaterstaat bespeur ik wel een erosie aan kennis. Om goed te sturen op processen is het juist belangrijk om deskundigheid in huis te houden. In onze discussies met Rijkswaterstaat mag een gesprekspartner met kennis dan niet ontbreken.’

WIE Jan Huijbers WAT directeur

prestatiemeten

WAAR waterbouwbedrijf

Van den Herik

KRACHT DECEMBER 2014 17

16 KRACHT DECEMBER 2014

16-KRACHT_Interview.indd 16

‘Erosie aan kennis’

‘Rijkswaterstaat neemt de regie in handen en gebruikt daarvoor het instrument prestatiemeten om de kwaliteit van de samenwerking met marktpartijen te optimaliseren. Over en weer beoordelen we elkaars gedrag en geven we aan welke verbeterpunten er zijn. Na ongeveer 900 metingen zijn de reacties hierop overwegend positief. Zie het als een goed huwelijk. Op een constructieve en gelijkwaardige manier vertel je hoe je over elkaar denkt. Oké, sommige huwelijken eindigen in een scheiding, maar dat is niet van de een op andere dag. Daarom zijn er meerdere metingen nodig om tot bijsturing en een goed oordeel te komen. Scoort een marktpartij een keer slecht, dan kunnen ze het tij keren door verbeterpunten aan te pakken. Overheden en opdrachtnemers ontwikkelen nu één landelijk uniform en toepasbaar instrument. Want als we elkaar aan de voorkant beter begrijpen, geeft dat minder meerwerk, groeit het onderlinge vertrouwen en reduceren we de faalkosten. Een professionele opdrachtgever weet wat hij vraagt. Het borgen van kennis in de organisaties is daarvoor cruciaal.’

WAAR Rijkswaterstaat

17-11-14 13:42

16-KRACHT_Interview.indd 17

17-11-14 13:42

KRACHT DECEMBER 2014 21

20-KRACHT_Boter bij de Vis.indd 20

17-11-14 16:14

21-KRACHT_Buitenwacht.indd 21

gingsbeleid, was de opdracht: behoud de veiligheid die we hebben bereikt. Toch kreeg Nederland in 1993 en 1995 opnieuw te maken met hoogwater en zelfs bijna overstromingen. Met de aanpak van de zogeheten zwakke schakels van de kust­ verdediging, het Deltaplan Grote Rivieren en in de programma’s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken investeerde Rijkswaterstaat de afgelopen decennia fors in de veiligheid van het rivierengebied en de verdediging van de Hollandse kust.’

2015: nieuw Deltaprogramma ‘Onze huidige opdracht reikt overigens verder dan vroeger’, benadrukt Ard. ‘Toen ging het vooral om de aanleg van water­ staatkundige voorzieningen die een acute dreiging konden weren. Nu dringt de klimaatverandering zich op als een nieuwe, niet te negeren, realiteit. De voorspelde stijging van de zeespiegel en de grotere

2000: Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie

‘Zie het als een goed huwelijk’

WAT projectleider invoer

kennisuitwisseling doen met onze part­ ners. Dat komt duidelijk tot uiting in het bestuursakkoord Water. Daarmee laten we zien dat we de waterveiligheid samen met de waterschappen oppakken. Ook in de huidige Deltabeslissingen* krijgen veel van onze inzichten een plek. Daarmee groeien we toe naar dé uitvoeringsorgani­ satie voor het Deltaprogramma, samen met de waterschappen.’

De ramp die zich voltrok in de nacht van 1 februari 1953 staat voor altijd gegrift in het collectieve geheugen van de Nederlanders. ‘Na de Watersnoodramp kwam Rijkswaterstaat razendsnel in actie. In slechts twintig dagen stond er een complete Deltacommissie onder leiding van onze toenmalige directeur­generaal’, vertelt oud­Rijkswaterstater Tjalle de Haan. ‘Vijf jaar later werden de eerste Deltaplannen vastgelegd in een Deltawet. Ook richtte Rijkswaterstaat een Delta­ dienst op die zich ging bezighouden met de uitvoering van de Deltawet. In die tijd was Rijkswaterstaat maker én uitvoerder van het waterbeleid.’

Prestaties bevorderen

WIE Luuk Bosch

*Klasse Va-schepen zijn tussen de 110 en 135 meter lang en hebben een laadvermogen van 1.500 tot 3.000 ton.

JOWI BIJSTERBOSCH EN JOHAN JACOBS

17-11-14 13:39

TOEN-NU-STRAKS

1953: Watersnoodramp

In de editie van KRACHT van augustus gingen we in op de beleving van de verandering van Rijkswaterstaat. Na vier metingen zijn de resultaten van de belevingsmonitor besproken in de groepsraad. Jowi Bijsterbosch en Johan Jacobs lichten de uitkomsten toe en blikken vast vooruit.

Kennis over logistieke keten

KRACHT DECEMBER 2014 15

17-11-14 13:39

INTERVIEW

‘De samenhang zien en de verbinding maken’

17-11-14 13:47

Het Deltaprogramma

1953-2050

De Deltawerken gaven Nederland in één klap wereldwijd aanzien. Nog steeds hoort de minister regelmatig ‘Let’s bring in the Dutch’ als omringende landen in watersnood verkeren. Kortom: in de afgelopen eeuw bepaalden civiel ingenieurs de vormgeving van ons land en droegen bij aan het imago van Rijkswaterstaat.

Omstreeks 2000 werd Rijkswaterstaat de uitvoeringsorganisatie van het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat. ‘Sindsdien wordt het beleid niet meer bij onze organisatie gemaakt’, vertelt Ard Wolters, adviseur bij de Bestuursstaf. ‘Wel bleven we kennisleverancier voor het beleid, zoals we dat ook nu zijn voor het Deltaprogramma en adviseren we over de praktische uitvoerbaarheid van beleid. Dankzij 200 jaar ervaring met de aanleg en het beheer van ons watersysteem beschikken we over een dijk aan kennis. Met het verschil dat die kennis zich vroe­ ger concentreerde bij de Deltadienst en we tegenwoordig veel intensiever aan

1958: Deltawerken ‘Om te voorkomen dat er ooit nóg zo’n ramp zou plaatsvinden werd de Nederlandse kustlijn met ongeveer 700 kilometer verkort door het aanleggen van gesloten en doorlaatbare dammen tussen de Zuid­Hollandse en Zeeuwse eilanden’, vervolgt Tjalle. ‘Rijkswaterstaat was hiermee absolute koploper. In de jaren zeventig, toen ik bij Rijkswaterstaat kwam werken, draaide de bouw van de Deltawerken op volle toeren. Ik weet nog goed dat de ontwerprapporten van de Oosterscheldekering als collegedocumen­ ten werden gebruikt door studenten van de Technische Universiteit Delft (toen nog Technische Hogeschool, red.)’

‘Uitgangspunt is dat de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening in 2050 duurzaam en robuust zijn. We treffen maatregelen waarmee we proberen een toekomstige ramp te voorkomen. En waarmee we flexibel kunnen inspelen op nieuwe metingen en inzichten in bijvoor­ beeld het klimaat. We doen wat nu nodig is, maar hebben aanvullende maatregelen klaarliggen om alvast voor te sorteren op de toekomst.’

1984: Wet op de Waterkering Rijkswaterstaat legde met de uitvoering van de Deltawerken een solide basis voor de waterveiligheid van Nederland. Tjalle: ‘Toen ik in 1984 meebouwde aan de Wet op de Waterkeringen, een kustverdedi­

22 KRACHT DECEMBER 2014

22-KRACHT_Toen-straks.indd 22

variatie in rivierafvoeren dwingen ons ver vooruit te kijken naar 2050 en zelfs tot 2100. Daarbij zijn de economie en het inwonersaantal sinds de aanleg van de Deltawerken sterk gegroeid. En daarmee ook het te beschermen belang. In het nieuwe Deltaprogramma buigen we ons, samen met andere overheden en bedrijfs­ leven, over de bescherming van de Nederlandse kust en het achterland op de lange termijn.

6

2017: overstap naar risicobenadering

De belangrijkste verandering op de korte termijn is de overstap naar risicobenade­ ring. Vanaf 2017 werken alle waterkerings­ beheerders met een nieuwe wettelijke veiligheidsnorm: de overstromingskans. Remco Schrijver, programmamanager ‘RWS’ bijdrage aan het Deltaprogramma’: ‘Rijkswaterstaat ontwikkelt de instrumen­ ten die nodig zijn om alle 3.700 kilometer primaire waterkering te laten voldoen aan het nieuwe veiligheidsniveau in 2050. De komende decennia ligt onze grootste opgave in het rivierengebied. De maat­ regelen die daarvoor nodig zijn voeren we samen met de waterschappen uit in het hoogwaterbeschermingsprogramma.’ ‘Rijkswaterstaat beschikt over de kennis, praktijkervaring, verbindingskracht en uitvoeringskracht die nodig zijn om het nieuwe Deltaprogramma uit te voeren’, vindt Remco. ‘Gelukkig worden we ook als zodanig her­ en erkend door onze partners. Juist omdat we kennis van zaken hebben en overzicht houden op het totale watersysteem, kunnen we meerwaarde blijven bieden. Dat moeten we als één Rijkswaterstaat doen, met één gemeen­ schappelijke visie, samen met onze partners. Tot slot is het belangrijk dat de risicobenadering stevig landt in onze organisatie. En dat processen als Slag­ vaardig crisismanagement, Omgeving­ en Assetmanagement en Aanleg en Onderhoud daarop goed worden ingericht. Hierop ligt in de aankomende periode voor mij de focus.’

* De vijf Deltabeslissingen zijn: deltabeslissing Waterveiligheid deltabeslissing Zoetwaterstrategie deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie deltabeslissing IJsselmeergebied deltabeslissing Rijn­Maasdelta

KRACHT DECEMBER 2014 23

17-11-14 13:51

22-KRACHT_Toen-straks.indd 23

17-11-14 13:51

Colofon KRACHT is een blad voor alle Rijkswaterstaters. Onderwerpen worden aangeleverd door collega’s uit het land. Uitspraken, meningen en citaten in dit blad weerspiegelen niet noodzakelijk de visie van het management van Rijkswaterstaat. KRACHT verschijnt 6 keer per jaar.

KRACHT maakt gebruik van Layar. Download de app en scan de pagina’s met het icoon om nog meer te ontdekken.

02-KRACHT_Inhoud.indd 2

Uitgave Rijkswaterstaat Corporate Dienst Opdrachtgever Marjan Buruma, Rijkswaterstaat Bestuursstaf Projectleiding Henk Kloosterhuis, Rijkswaterstaat Corporate Dienst BladcoÖrdinatie & realisatie Bureau Karin de Lange, Den Haag Tekst & redactie Bureau Karin de Lange en BCP Eindredactie Saskia Hinssen en Susan de Louw (Bureau Karin de Lange, 070 365 44 34) Beeldredactie Bureau Karin de Lange

Illustratie & fotografie Ronald Schmets, Edwin Weers, Loek Weijts, www.shutterstock.com, Thinkstock en Rijkswaterstaat Beeldbank Oplage 7.500 exemplaren Art direction Ontwerpwerk, Den Haag Vormgeving Inpladi bv, Cuijk Druk drukkerij Weemen, Gemert Reacties, suggesties of onderwerpen? Mail kracht@rws.nl Vragen over de bezorging kun je sturen aan de afdeling Communicatie van je organisatie­-onderdeel. CD1214MC043

17-11-14 16:20


STROOIGOED

Tegen de stroom in

Feiten en cijfers

trekkracht klasse V-a schepen:

250 kN

Aantal olielozingen gedaald van 600 naar

300

65.000 www.overstroomik.nl trekt

minder vrachtwagens op de weg

Aan het begin van de negentiende eeuw was de kleinschalige Nederlandse binnenvaart nog afhankelijk van windkracht en paardenkracht. Gaandeweg ontwikkelde het vervoersysteem zich via de stoomvaart, de sleepvaart, het motorschip en de duwvaart tot de huidige, grootschalige, internationaal georiënteerde bedrijfstak. Vervoershistoricus Ruud Filarski schreef er een boek over: Tegen de stroom in. Binnenvaart en vaarwegen vanaf 1800. Nog niet eerder verscheen zo’n compleet en rijk geïllustreerd overzichtswerk van de geschiedenis van de binnenvaart en vaarwegen in Nederland. Bij Rijkswaterstaat was Ruud jarenlang verantwoordelijk voor het onderzoekswerk voor de binnenvaart en het goederenvervoer. Je kunt het boek bestellen via de website van uitgeverij Matrijs: www.matrijs.com.

1.000

webbezoekers per dag

Wist je dat tweet 14.613 de historie ingaat als onze eerste Friese? Een ‘tweetwisseling’ tussen een Fries en Rijkswaterstaat: @Sjoerd Groenhof Nije App “Overstroom ik?”@Rijkswaterstaat, postkoade @mooiharkema en Wetter hichte 0 meter, gjin oerstreamings op ‘e Harkema ferwachte. No sa. @Rijkswaterstaat Wy stelle het op priis dat yo de app brukt hawwe. Jo rinne dus gjin gefaar. Us ekskuses as dit berjocht net geef Frysk is, we hawwe us best dien. @Sjoerd Groenhof @Rijkswaterstaat tak foar de reaksje, goed dat jim de fryske taal ek machtich binne, goed foarbyld docht goed folgjen @praatmarFrysk

Lezersreactie Niet iedere lezer herkende zich in het artikel ‘Van volgzaam naar betrokken’ in het oktobernummer van KRACHT, onder wie oud-medewerker Reitze P. Sybesma (werkzaam bij RWS van 1960 tot 1988). Hij liet de redactie weten dat de Rijkswaterstater van toen zeker niet enkel een volgzame uitvoerder was van zijn taak, zoals de term ‘opdracht is opdracht’ in het stuk impliceert en stelt: ‘U doet hiermee mijns inziens tekort aan de kritische geest van duizenden RWS'ers van toen (van hoog tot laag), die zich met hart en ziel hebben ingezet voor RWS ten dienste van de Nederlandse samenleving. Zo volgzaam waren ze niet en betrokken waren ze zeer zeker, niet minder dan nu.' Uiteraard heeft de redactie niet de intentie om (oud-) Rijkswaterstaters tekort te doen. Ook toen zijn er mooie en goede dingen tot stand gekomen en vandaag de dag is dat gelukkig nog zo.

Op 21 oktober 2014, tijdens de eerste #herfststorm van dit jaar, werden om 22.20 uur alle 62 schuiven van de #Oosterscheldekering gesloten. Het sluiten van deze kering duurde maar liefst 82 minuten. Dit bericht werd 323 keer gedeeld en kreeg 1.364 likes.

Nieuw uniform inhuurcontract voor nautisch personeel Per 1 november huurt Rijkswaterstaat Verkeer en Watermanagement nautisch personeel in via een nieuw uniform inhuurcontract. De nieuwe overeenkomst geldt in elk geval voor twee jaar. Voorheen had vrijwel elke regio een eigen overeenkomst met een inhuurbureau, onder verschillende contractvoorwaarden. Vanwege deze versnippering was de opstelling naar de markt niet uniform. Hierdoor kwamen er verschillen in kwaliteit en werkwijze. Dankzij dit nieuwe contract heeft VWM in samenwerking met de Corporate Dienst een grote uniformeringsslag gemaakt. Het centraal inhuren van nautisch personeel heeft meerdere voordelen. Denk aan garantie van beschikbaarheid, een eenvoudigere administratieve afhandeling, gestandaardiseerde bestelling en facturatie via het programma Esize procurement, werken volgens vastgestelde processen en gestructureerde sturing en managementinformatie uit één systeem. Kijk voor meer informatie op: http://corporate.intranet.rws.nl/projecten/ overig/project_nautisch_inhuur_rijkswaterstaat/

KRACHT DECEMBER 2014 3

02-KRACHT_Inhoud.indd 3

17-11-14 16:20


PORTRET

What’s NEXT?

PROFIEL FUNCTIE samenwonend in Amsterdam,

twee kinderen van 7 en 9 46 jaar HOBBY’S kleding maken en lekker koken MOTTO  Genieten van het proces zelf, dat is het geheim dat afrekent met de mythe van de Grote Beloning (Benjamin Hoff, Tao van Poeh). LEEFTIJD

4 KRACHT DECEMBER 2014

04-KRACHT_Portret.indd 4

17-11-14 13:54


Dagelijks ziet, proeft en ervaart Karin Legierse de energieke samenleving. De speeltuin in haar straat is gefinancierd met crowdfunding en haar buren organiseren beurtelings de kinderopvang. Als een van de initiatiefnemers van het project RWS NEXT volgt ze deze en meerdere trends voor Rijkswaterstaat en bekijkt ze welke impact ze hebben op de toekomst van de organisatie. ‘De wereld om ons heen verandert razendsnel. Als overheidsorganisatie staan we middenin die sterk veranderende samenleving, al meer dan twee­ honderd jaar. Vooral omdat we onze producten en diensten laten aansluiten op de behoeften en wensen van burgers, kunnen we maatschappelijke trends onmogelijk negeren’, vindt Karin. ‘Een orga­ nisatie die voortdurend anticipeert op relevante ontwikkelingen in de omgeving is goed voorbereid op de toekomst.’

Pragmatische aanpak ‘Vroeger keek Rijkswaterstaat met zijn toekomst­ scenario’s zo’n acht jaar vooruit’, vervolgt Karin. ‘Tegenwoordig brengen we de belangrijkste ont­ wikkelingen elke twee jaar in beeld. Simpelweg omdat trends continu veranderen. De 56 trends die wij de afgelopen twee jaar verzamelden, gaan over levensstijl en gedrag van mensen of zijn technologische en economische ontwikkelingen. Onze aanpak was vooral pragmatisch. We spraken intensief met mensen die zich in hun dagelijkse werk bezighouden met ontwikkelingen in de samenleving, onder wie onze collega’s bij de directie Kennis, Innovatie en Strategie van IenM. Ook benutten we de informatie van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal Cultureel Planbureau.’

Way of live Een opvallende ontwikkeling is de zogeheten energieke samenleving. Karin legt uit: ‘Die houdt in dat burgers steeds vaker zelf het voortouw nemen om hun leefomgeving aantrekkelijker te maken. Aanvankelijk dachten we dat deze trend werd inge­ geven door de economische crisis, maar het lijkt erop dat burgerinitiatieven zijn verworden tot gemeengoed. Daarnaast zien we dat werk en privé vaker door elkaar lopen. Omdat we continu online zijn, kunnen we altijd en overal werken. Voor mijn zoon van zeven is informatietechnologie zelfs een tweede natuur en is wifi onderdeel van de lucht die we inademen. Hij schakelt moeiteloos tussen tablet, laptop en smartphone en print op school in 3D. Voor de jongere generatie is de dynamische netwerksamenleving eigenlijk geen trend meer, maar eerder een way of life.’

Onvoorspelbaar ‘Toch moeten we voorzichtig zijn met de inter­ pretatie van al die trends’, vindt Karin. ‘We zijn geen futurologen. Het interessante is dat we niet kunnen orakelen hoe de wereld er over vijftig jaar uitziet. Net zo min dat iemand ooit kon voorspellen hoe enorm de impact van internet zou zijn op de samenleving. Met andere woorden: wij kennen de toekomst niet, ook niet die van Rijkswaterstaat. Wel signaleren we kansen en reiken strategische bouwstenen aan. Uiteindelijk is aan het bestuur van Rijkswaterstaat om keuzes te maken over de toekomstige ontwikkeling van de organisatie.’

RWS NEXT-app ‘De trends die wij signaleren, inspireren en nodigen uit tot een gesprek over de toekomst van Rijks­ waterstaat. Dat is ook precies mijn persoonlijke drive binnen dit team. Het is ontzettend leuk trendwatcher te zijn voor de organisatie waar ik al ruim tien jaar werk. Meebewegen met de samen­ leving betekent namelijk ook dat Rijkswaterstaat een interessante werkgever blijft voor de volgende generatie. Wat mij betreft zou iedereen wat meer naar buiten kunnen kijken. Het komende jaar organiseren we daarom thematische discussie­ bijeenkomsten over mobiliteit, de rol van de over­ heid en water en klimaatverandering. Sinds kort hebben we ook een speciale RWS NEXT-app met een interactief deel waarin medewerkers en part­ ners hun visie en ideeën met ons kunnen delen.’ Een misverstand is dat RWS NEXT het einde van OP2015 zou markeren. Hans Eenhoorn, mede initiatiefnemer en trekker van RWS NEXT: ‘Integendeel. De opgaven uit het ondernemingsplan blijven actueel. Dit weer­ houdt ons er alleen niet van om nu alvast na te denken over hoe we straks kunnen voort­ bouwen op het huidige ondernemingsplan. Dat is een continu proces. Om in de woorden van Jan Hendrik Dronkers te spreken: OP2015 is het doe-plan, RWS NEXT is het denk-plan.’ Meer over RWS NEXT vind je op www.rijkswaterstaat.nl/RWSNEXT of download de RWS NEXT-app op je tablet

STATIONSPLEIN IN ROTTERDAM KRACHT DECEMBER 2014 5

04-KRACHT_Portret.indd 5

17-11-14 16:12


CONTEXT Wat betekent

DE BOUWCAMPUS

voor jou?

‘Vertrouwen in plaats van wantrouwen’

‘Van contract naar contact’

‘Gemeenschappelijk kennis vergroten’

Louk Heijnders

Henk van Putten

Joep Rats

‘De vernieuwing in de bouw gaat traag. De Bouwcampus wil innovatie versnellen door vernieuwingsvraagstukken te koppelen aan concrete ruimtelijke opgaven. Opdrachtgevers, marktpartijen en kennisinstellingen werken dan intensief

‘Deze tijd vraagt om meer samenwerken en minder om regels en procedures. Kortom, we willen van contract naar contact. Daarvoor moeten we onze kennisinfrastructuur anders organiseren. Bij De Bouwcampus stimuleren we samenwerking door alle betrokken partijen fysiek op één locatie in Delft bij elkaar te brengen. Dat is efficiënt én effectief. Zo’n laboratorium voor innovatie is uniek voor de bouw. TU Delft is straks de huisbaas van De Bouwcampus, die gebaseerd is op het concept Seats2meat: een flexibele ontmoetings-, vergader- en werk­ locatie. De initiatiefnemers hiervan zijn Rijkswaterstaat, de Rijksgebouwen­dienst, Bouwend Nederland, TU Delft en de gemeenten Rotterdam en Delft. Ook komt er een virtuele Bouwcampus, voor samenwerken op afstand. Zo ontstaat een dynamisch en bruisend geheel van kennisontwikkeling. Neem de vervangingsopgave natte kunstwerken. We hebben diverse disciplines en kennis­ instituten nodig om deze ingewikkelde opgave aan te pakken. Op deze manier komen we kennis halen en brengen.’

‘De kennis bij de opdrachtgever neemt af. Bedrijven moeten die leemte opvullen. Bijvoorbeeld door pre-competitief bepaalde vraagstukken samen op te lossen, voordat ze een aanbesteding ingaan. Zo krijgen we een betere uitvraag en een beter antwoord van de markt. Bovendien kunnen marktpartijen hun innovatieve kracht inzetten. Dat is goed voor alle partijen. We zien ook dat nieuwe kennis wordt ontwikkeld door samen concrete maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Bij het vervangen van sluizen bijvoorbeeld, onderzoeken we welke

PROFIEL

PROFIEL

PROFIEL

FUNCTIE

FUNCTIE

FUNCTIE

samen aan oplossingen, zodat zij de kennis daarover en de toepassing ervan beter kunnen delen. We moeten af van de diepgewortelde traditie dat wij als opdrachtgever de oplossing bedenken, die slechts weinig marktpartijen kunnen uitvoeren. En voorkomen dat wat de opdrachtgever wenst, onuitvoerbaar blijkt voor de markt. Belangrijk is de markt te betrekken bij het formuleren van de vraag. Als we elkaars competenties benutten, ontstaat vernieuwing en een beter verdienmodel. Hierdoor kan de markt efficiënter opereren en investeren in innovatie. Die prikkel moet terugkomen. Zo bouwen we een relatie op die gebaseerd is op vertrouwen in plaats van wantrouwen.’

gedetacheerd bij de TU Delft vanuit het Rijksvastgoedbedrijf (voorheen Rijksgebouwendienst) en lid van de Bouwcampus LEEFTIJD 55 REAGEREN VIA Yammer

senior adviseur bij Rijkswaterstaat Bestuursstaf en adviseur van het Bestuur van de Bouwcampus LEEFTIJD 63 REAGEREN VIA Linkedin

techniek we gaan gebruiken. Op die manier werken we niet langs elkaar heen, maar vergroten we de gemeenschappelijke kennis. De bouwcampus speelt daarop in door kennis van overheidsopdrachtgevers, bedrijven en kennisinstituten te bundelen en breed in de sector te verspreiden. Hierdoor stijgt het kennisniveau bij bedrijven en lopen bedrijven weer voorop.’

directeur Economische en Verenigingszaken bij Bouwend Nederland en bestuurslid van de Bouwcampus LEEFTIJD 39 REAGEREN VIA Twitter en linkedin

RWS’ers, partners en gebruikers reageren op een woord dat centraal staat binnen Rijkswaterstaat. Ook meepraten? Mail naar kracht@rws.nl. 6 KRACHT DECEMBER 2014

06-KRACHT_Context.indd 6

17-11-14 13:30


COLUMN

De koers naar overmorgen 2015 breekt aan. Het jaartal dat al tijden verbonden is aan het Ondernemingsplan, ons Ondernemingsplan. Is het geen tijd om te weten waar we staan? Om te zien of we al een procesgerichte organisatie zijn? Ik hoorde laatst een collega fluisteren dat hij eindelijk wist binnen welk proces hij werkt: het zoekproces. Moeten we de balans al opmaken? Nuttig, maar terugkijken mag nooit ten koste gaan van de blik vooruit. Niet te veel sturen via de achteruitkijkspiegel. Rapportages zijn toch een beetje het weerbericht van gisteren. De koers moet naar overmorgen. En RWS NEXT doet dat. Een flitsende app is uitgebracht. De RWS NEXT-app zoekt samen met anderen naar antwoorden op de vragen van morgen. Waarop hopelijk friskijkers, dwarsdenkers en kantelaars reageren. En niet alleen de kantelaars die gewend zijn regelmatig hun iPad te draaien.

Wat ik vurig hoop is dat er binnen Rijkswaterstaat, om te beginnen in 2015, ruimte is voor moed en inspiratie. Waar (zelf-) vertrouwen belangrijker is dan controle. Waar vinkjes veranderen in vonkjes. Waar ‘durfproject’ het woord van het jaar zal worden. Waar inspiratie Rijkswaterstaat maakt tot HET voorbeeld van de faciliterende overheidsorganisatie binnen de Rijksdienst. Juist als uitvoeringsorganisatie. Ambitie of werkelijkheid? Een filmpje van Hans Lebbis op die fraaie app geeft het enige juiste antwoord: als we willen, kan het! Over een jaar maar even de balans opmaken? Freek Wermer

KRACHT DECEMBER 2014 7

07-KRACHT_Column.indd 7

17-11-14 13:32


REPORTAGE

‘Bij een overstroming staat mijn woning anderhalve meter onder water. Dat is veel, maar het verbaast me niet. Als je beneden de zeespiegel woont, loop je dat risico. Als het water komt, dan komt het en moet je er maar het beste van maken’, aldus de nuchtere Rotterdammer Roel Pot, die samen met zijn gezin in Rhoon woont.

ROEL POT IN ZIJN WOONPLAATS RHOON

8 KRACHT DECEMBER 2014

08-KRACHT_Reportage.indd 8

17-11-14 13:56


Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood 80.000 webbezoekers in de eerste 2 dagen

Bezoekers klikken gemiddeld

6 1.000 Nu gemiddeld

keer

webbezoekers per dag, met een piek tijdens de storm van 21 oktober

De app is

50.000

keer gedownload

Plek

8

van beste nieuwe apps in de Google Play store

Feiten en cijfers

KRACHT DECEMBER 2014 9

08-KRACHT_Reportage.indd 9

17-11-14 13:56


REPORTAGE

10.00 uur

11.15 uur

Heldere wake-upcall

Bewustzijn ebt snel weg

Roel kruipt samen met z’n zoon Luuk achter de computer. Hij gaat naar de website www.overstroomik.nl, typt zijn postcode in en ziet het water stijgen. Over blijven of weggaan is Roel duidelijk. ‘Weggaan is geen optie. Ik zie die televisiebeelden van overvolle wegen in New Orleans zo weer voor me. Nee, dan kun je beter boven bivakkeren en zoek ik alvast nieuw laminaat uit’, grapt hij. Het waterbewustzijn van Nederlanders is laag, zo blijkt uit het OESO-onderzoeksrapport “Water Governance in the Netherlands”. Burgers weten niet wat de overstromingsrisico’s zijn, wat de overheid doet om het land droog en bewoonbaar te houden en wat ze zelf moeten doen als de nood aan de man komt. De wake-upcall is helder: denk na over wat je moet doen als het écht een keer misgaat. ‘Om het risicobesef van Nederlanders te vergroten, hen voor te bereiden op een overstroming en zelf­ redzamer te maken, biedt de website op postcodeniveau alle noodzakelijke informatie’, vertelt Klaas Kosters, projectdirecteur Module Evacuatie Grote Overstromingen (MEGO) bij Rijkswaterstaat. ‘Realiseer je dat je een keuze hebt. Je hoeft niet direct de auto in te stappen. Soms is thuisblijven zelfs beter, omdat wegen onbereikbaar zullen zijn.’

Roel loopt naar een keukenkastje, haalt zijn ‘noodpakket’ tevoorschijn en gaat naar zolder. ‘Ik heb altijd een pakket in huis met daarin flesjes water, kaarsen, blikvoedsel, beschuit en een zaklamp. Op school leerde ik al dat ik in een overstromingsgebied woon. Ik vraag me nu wel af of mijn kinderen hiervan ook voldoende doordrongen zijn.’ Klaas geeft aan dat Rijkswaterstaat en het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) dit onderwerp willen opnemen in het lesprogramma om kinderen al jong waterbewust te maken. Na een ramp groeit vaak het bewustzijn. Een bekende spreuk uit de waterwereld luidt dan ook: Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood. Toch ebt dat bewustzijn net zo snel weer weg. ‘De website en app geven informatie en tips over blijven of weggaan’, zegt Bas Kolen, adviseur in het MEGO-team bij Rijkswaterstaat. ‘Denk bij de tips bijvoorbeeld aan het bad vullen met water, het in huis hebben van voedsel, een transistor­radio en dekens. We roepen het beeld op van kamperen op zolder. Als je blijft, zijn de omstandigheden bar. Als je vertrekt, kan het water je verrassen en is de kans op overleven klein.’

10.30 uur

Zeespiegel stijgt

Uit voorzorg vult Roel in zijn tuin een emmer met water om te oefenen voor als het misgaat. Klaas. ‘We zaaien geen paniek, maar we brengen wel de kans op over­ stromingen permanent onder de aandacht. De natuur is grillig, de zeespiegel stijgt en extremen worden extremer. Rijkswaterstaat en de waterschappen slagen er steeds beter in het water buiten de deur te houden, maar 100 procent veiligheid bestaat niet. Daarom moeten mensen zelf ook bewust nadenken en voorzorgsmaat­ regelen nemen. Een mooi voorbeeld komt van een vrouw die opgroeide langs de Maas in Limburg. Zij weet aan de hand van strootjes of het water in de rivier stijgt of daalt. Als ze drijven, stijgt het water. Als ze aan de kant kleven, zakt het water.’

12.20 uur

Keuze tussen blijven of weggaan

In Amerikaanse risicogebieden zijn kaarten verkrijgbaar met vluchtroutes en tips om te evacueren. In Frankrijk krijgen inwoners bij aankoop van een woning informatie over vluchtroutes en de waterhoogte bij een overstroming. Rijkswaterstaat kijkt serieus naar deze voorbeelden. ‘Na de komst van de Deltawerken overheerste het gevoel dat Nederland de strijd tegen het water had gewonnen’, zegt Bas. ‘De bevolking voelt zich veilig. Onze waterkeringen zorgen daarvoor, maar het kan altijd een keer misgaan. Je hebt dan zelf de keuze tussen blijven of weggaan. Uiteraard zorgen we dat onze keringen blijven voldoen aan de gestelde eisen. Zeker nu het klimaat verandert.’ Klaas vult aan: ‘We kijken daarbij ook naar innovaties, zoals slimme dijken. In de dijk brengen we dan sensoren aan die eventuele mankementen die je niet met het blote oog waarneemt, kan detecteren. Bij de ruimtelijke inrichting van het land kijken we of het mogelijk is te anticiperen op de gevolgen van overstromingen. Dat kan door onder meer elektriciteitskasten, ICT-voorzieningen, datacenters, belangrijke toegangswegen en ziekenhuizen hoger te plaatsen.’

10 KRACHT DECEMBER 2014

08-KRACHT_Reportage.indd 10

17-11-14 13:56


'Weggaan is geen optie. Ik zie die televisiebeelden van overvolle wegen in New Orleans zo weer voor me'

14.45 uur

‘Je bent op elkaar aangewezen’ Roel wappert intussen met een wit laken uit het raam om de hulpdiensten duidelijk te maken waar hij is. ‘Ik vertrouw erop dat de overheid ons uiteindelijk komt redden of een goed plan heeft. Je bent op elkaar aangewezen.’ De samenwerking tussen Rijkswaterstaat, waterschappen en veiligheidsregio’s is intens. Carlo Post, algemeen directeur van de veiligheidsregio ZuidHolland-Zuid en projectleider Veiligheidsberaad, knikt instemmend. ‘Professionals beschikken nu over dezelfde basisinformatie. Door postcode en waterhoogte aan elkaar te koppelen, is direct te zien wat de gevolgen zijn voor dat gebied en welke acties we kunnen ondernemen. Ook zien we welke (spoor)wegen na een overstroming niet meer bruikbaar zijn.’

10.00 uur

10.30 uur 12.20 uur

15.30 uur

Wel of niet evacueren?

De veiligheidsregio’s kunnen diverse dreigingsscenario’s bekijken en oefenen. Carlo: ‘Bij deze oefeningen kijken we hoe we mensen bewegen naar drooggelegen gebieden. Hoe gaan we om met de elektriciteitsvoorziening en hoe lang blijven het toilet en de verwarming het doen? De moeilijkste beslissing voor een bestuurder bij een overstroming is wel of niet evacueren. Te snel tot actie overgaan is niet goed, maar te lang wachten ook niet. Het is daarom belangrijk dat alle informatie vooraf goed is voorbereid, gedeeld en doorgedacht, zodat er geen discussie meer is. Alleen mét elkaar maken we Nederland waterveiliger.’ Roel knikt: ‘We gaan snel over tot de waan van de dag en maken ons drukker om poep op straat dan om een overstroming. Dankzij deze website en app zijn mijn ogen geopend.’

11.15 uur 15.30 uur

14.45 uur

vlnr: Klaas Kosters, Carlo Post en Roel Pot

KRACHT DECEMBER 2014 11

08-KRACHT_Reportage.indd 11

17-11-14 13:56


MOOI WERK

Gezamenlijke strijd tegen olie Nederland is internationaal befaamd om zijn oliebestrijding. Het oliebestrijdingsschip De Arca, het patrouillevliegtuig van de Kustwacht en het Hydro Meteo Centrum Noordzee van Rijkswaterstaat Zee en Delta vormen daarbij een gouden drie-eenheid.

Wist je dat… ... Nederland een Exclusieve Economische Zone heeft in zowel Europa als rondom de Nederlandse Antillen in de Caraïbische Zee? Onze werkwijze geldt dus ook voor de overzeese gebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Rijkswaterstaat is hier verantwoordelijk voor de organisatie en coördinatie van incidentenbestrijding op zee. We zetten diverse materieel in om de kust schoon te maken bij olieverontreiniging.

Satellietbeelden

Jack Hagen Adviseur bij het Hydro Meteo Centrum Noordzee

‘Meldingen van milieudelicten, zoals olielozingen op de Noordzee, komen meestal via het Kustwachtcentrum binnen bij het Hydro Meteo Centrum Noordzee. Wij geven 24 uur per dag adviezen over waterstanden, stroming en golven op de Noordzee, de Waddenzee en het Noordelijk Deltabekken. Daarmee zorgen we voor een vlotte en veilige vaart naar de Nederlandse zeehavens. Daarnaast zijn we het informatieknooppunt bij incidenten op de Noordzee. We werken daarbij nauw samen met de patrouillevliegtuigen van de Kustwacht. Omdat een vliegtuig maar een beperkt aantal uur in de lucht kan blijven, berekenen we met verspreidingsmodellen hoe de olievlek zich verplaatst over het water. Deze informatie is belangrijk omdat de Arca op basis daarvan zijn koers kan bepalen. Ook via satellietbeelden van het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA) zien we precies waar en wanneer er sprake is van een mogelijke olieverontreiniging.’

12 KRACHT DECEMBER 2014

12-KRACHT_Mooi werk.indd 12

17-11-14 13:37


1.200 uur vliegen

Coen Blijlevens Luchtwaarnemer Rijkswaterstaat

‘Rijkswaterstaat levert samen met de douane en de marechaussee de luchtwaarnemers aan de Kustwacht. Op jaarbasis vliegen we zo’n 1.200 uur boven de zogeheten Exclusieve Economische Zone van Nederland. Dit gebied is ongeveer anderhalf keer zo groot als ons land en er liggen ongeveer dertig scheepvaartroutes. We maken zeven dagen per week, zowel overdag als ’s nachts, patrouillevluchten. Als we olielozingen vermoeden, maken we radarbeelden of infraroodopnames en zoeken contact met de kapitein via de marifoon. Afhankelijk van de omvang en hoeveelheid olie bepalen we als Rijkswaterstaat samen met de Kustwacht of we de Arca inzetten om de olievlek te bestrijden. Wij geven dan ter plaatse aanwijzingen vanuit de lucht.’

Olielozingen gedaald Het oliebestrijdingsvaartuig De Arca beschikt over twee veegarmen van 15 meter lang die de olie als het ware ‘opslurpen’. Daarnaast kan Rijkswaterstaat negen zandzuigschepen van aannemers inzetten die op afroepbasis beschikbaar zijn voor oliebestrijding. Sinds de jaren negentig is het aantal waargenomen olielozingen gedaald van ruim 600 tot ongeveer 300. Ook het aantal kubieke meter geloosde olie daalde van 160 naar 50 kubieke meter. Sinds 2005 kunnen de boetes voor olielozingen binnen de Europese Unie oplopen tot maximaal 1,5 miljoen euro per incident (Bron: Ecomare).

KRACHT DECEMBER 2014 13

12-KRACHT_Mooi werk.indd 13

17-11-14 13:37


ACHTERGROND

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

Onderzoeksprogramma Resultaten

Innovaties in de binnenvaart

Benutting infrastructuur

Afstemmen in de logistieke keten

Schone vaartuigen

Een greep uit ruim honderd projecten projecten voor het beter benutten van de vaarwegen.

Systeemvernieuwing binnenvaart

Serious Gaming

201

Analyse vaargebieden

0

VerkeersmanagementCentrale van Morgen

201

1 Samenwerken in de logistieke keten

(Nautisch) Corridormanagement in Europa

Informatie Diensten op Schepen

20

12

Ruim twintig Bedrijfsinitatieven

20

13

Verkeersmanagement Ondersteuning voor de Scheepvaart

COVADEM

Coรถperatieve vaardieptemeting

Lean and Green Barge Hub-and-Spoke

Resultaten 2013

65.000vrachtwagens minder op de weg Ca. 12 mln bespaarde wegkilometers Ruim 6.500 ton minder CO2-uitstoot Mental shift in de logistieke keten

2014

Binnenvaart Informatie & Communicatiesysteem

Meer weten? Kijk op www.rws.nl/idvv

GATEWAY TO EUROPE

14 KRACHT DECEMBER 2014

14-KRACHT_Achtergrond.indd 14

17-11-14 13:39


De effecten van vier jaar IDVV Nederland is de Gateway to Europe voor internationaal logistiek transport. Om die krachtige positie te behouden en verstevigen is het beter benutten van de vaarwegen essentieel. Daarom investeerde het programma Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen (IDVV) de afgelopen vier jaar in ruim honderd projecten. Programma­ directeur Jacco de Kok blikt terug op de belangrijkste resultaten. ‘In 2011 bleek dat met de aanleg van de tweede Maasvlakte aan de westkant van het Rotterdamse havengebied de overslag van het aantal containers zou verviervoudigen. Goed voor de economie, maar we wisten ook dat de omliggende wegen niet tegen die groei waren opgewassen’, vertelt Jacco. ‘De conclusie was: als we de Nederlandse economie willen stimuleren en de Gateway to Europe willen blijven, dan heeft de binnenvaart een impuls nodig. In diverse projecten gingen we samen met kennisinstituten, collega beheerders, vervoerders, verladers, havens, terminals en logistieke bedrijven aan de slag. Onze gemeenschappelijke doelen waren gericht op betere samenwerking in de logistieke keten, meer informatie delen, de binnenvaart aantrekkelijker maken en zorgen voor voorspelbare reistijden.’

Serious game ‘Die doelen bereikten we onder meer met een ‘serious game’, waarin partijen nieuwe logistieke concepten en samenwerkingsvormen verkenden. In de veilige omgeving van een computersimulatie zagen partijen direct de impact van samengevoegde terminals of de inzet van meer of kleinere schepen in een specifiek vaargebied: wat levert dit aan Co2- reductie of kostenbesparing op? Hierdoor ontstond meer inzicht in elkaars belangen en werd duidelijker welke maatregelen effect hebben op de markt.’

Lean and Green Barge Een ander voorbeeld is het project Lean and Green Barge. Daar vertelt Jacco het volgende over: ‘We ondersteunen verladers bij het bundelen van hun ladingen over water. Er zijn regionale samenwerkingen ontstaan tussen vervoerders en verladers, die zo samen het volume scheppen dat een dagelijkse inzet van de binnenvaart

mogelijk maakt.’ De binnenvaart wordt voor verladers zo een goedkoper, duurzamer en betrouwbaarder alternatief voor de weg.

Win-winsituatie Deze en andere projecten bewijzen dat het is gelukt om logistieke partijen beter te laten samenwerken. Jacco: ‘Het belangrijkste resultaat van dit impulsprogramma is dat de vaarwegen beter worden benut door intensievere samenwerking en informatiedeling tussen partijen uit de logistieke keten. Slechts 20 van de ruim 100 projecten hebben samen alleen al gezorgd voor een verplaatsing van ruim 130.000 TEU* van weg naar water. Dat zijn ongeveer 65.000 vrachtwagens minder op de weg. Marktpartijen geven aan dat dit aantal dit jaar alleen maar toeneemt.’

Kennis over logistieke keten ‘Een betere samenwerking in de logistieke keten betekent hier ook slimmer gebruikmaken van elkaar en de vaar­ wegen, waardoor relatief dure infrastructurele aanpassingen niet altijd nodig zijn. Door IDVV weten we als Rijkswaterstaat beter hoe die logistieke keten nu eigenlijk in elkaar steekt. Zo hebben we veel geleerd over de af­wegingen die marktpartijen maken bij het kiezen van hun vervoerstromen en welke logistieke processen daarachter schuilgaan. We hebben geleerd dat onze rol breder is dan aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur.’

Omgevingsmanagement 2.0 ‘Hoe meer informatie we hebben over het gebruik van onze netwerken, hoe vlotter en veiliger we onze wegen en vaarwegen kunnen maken. De volgende stap is om die informatie te borgen in onze eigen processen. Onze HID’s, directeuren, afdelingshoofden, collega’s in de regio en medewerkers zijn dé keyspelers in het contact met bedrijven. Gesprekken met de markt gaan straks niet meer alleen over onze vaarwegen, maar ook over logistieke ontwikkelingen. We zijn toe aan omgevingsmanagement 2.0. waarbij we toegroeien naar tactisch en strategisch omgevingsmanagement, gekoppeld aan de logistieke keten. Op die manier kunnen we beter inschatten wat er aan infrastructuur nodig is. Als je elkaars doelstellingen kent, ontstaat er bovendien meer draagvlak en is beter uit te leggen en te begrijpen waarom we bepaalde keuzes maken. Als Rijkswaterstaat zo zijn dienstverlening kan uitbreiden, dan is dat van toegevoegde waarde voor zowel de logistieke sector, de Nederlandse economie als de maatschappij.’ *TEU staat voor Twenty feet Equivalent Unit. Deze meeteenheid verwijst naar de afmetingen van een container van 20 voet lang, 8 voet breed en meestal 8,5 voet hoog. KRACHT DECEMBER 2014 15

14-KRACHT_Achtergrond.indd 15

17-11-14 13:39


‘Geen revolutie, maar een evolutie’ Johan Jacobs, hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Zee en Delta

JOWI BIJSTERBOSCH EN JOHAN JACOBS 16 KRACHT DECEMBER 2014

16-KRACHT_Interview.indd 16

17-11-14 13:42


INTERVIEW

‘De samenhang zien en de verbinding maken’ In de editie van KRACHT van augustus gingen we in op de beleving van de verandering van Rijkswaterstaat. Na vier metingen zijn de resultaten van de belevingsmonitor besproken in de groepsraad. Jowi Bijsterbosch en Johan Jacobs lichten de uitkomsten toe en blikken vast vooruit.

Wat betekent de belevingsmonitor voor de groepsraad?

Hoe ervaren de medewerkers de verandering?

Jowi: ‘De belevingsmonitor geeft ons inzicht in hoe de medewerkers de veranderingen ervaren. Elke twee maanden meten we de temperatuur en houden zo de vinger aan de pols. We nemen medewerkers nadrukkelijk mee in het veranderproces en willen graag weten wat er leeft. Direct bijsturen is niet onze intentie. Eerst gaan we hierover in gesprek met de medewerkers.’ Johan: ‘Ik ga de specifieke resultaten voor Rijkswaterstaat Zee en Delta bespreken met de medezeggenschap en het managementteam om vast te stellen of ze zich in dat beeld herkennen. We kijken welke punten we concreet kunnen oppakken. We laten onze medewerkers zien wat er met de uitkomsten gebeurt. Deze terugkoppeling zijn we hun verplicht, zeker omdat de respons op de belevingsmonitor steeds hoog, circa 40 procent, is.’

Jowi: ‘We zien dat een kwart moeite heeft met de veranderingen en niet lekker in zijn vel zit. Ook dit beeld is vrij constant. De groepsraad trekt zich dat aan en gaat hierover met de medewerkers in gesprek. In hun rol als dienend leider vragen ze door en komen hopelijk zo te weten wat de oorzaken zijn en wat nodig is om dit te verbeteren. We blijven dit punt goed monitoren, want enthousiaste en gemotiveerde medewerkers zijn een randvoorwaarde om de doelen van het OP2015 te halen. Mensen zijn doorslaggevend.’

Hoe verklaar je de opvallendste uitkomsten? Johan: ‘Bij een organisatie in verandering verwacht je een bepaalde trend te zien, maar de scores zijn tot nu toe vrij constant. Dat is opmerkelijk en na vier metingen lastig te verklaren, maar zeker iets dat we in de gaten houden. Ook zien we dat de bouwstenen voor de verandering, zoals procesgericht werken, interne samenwerking en werken aan operationele doelen hoog scoren, terwijl het credo “één Rijkswaterstaat, samen met anderen en elke dag beter” achterblijft. Het lijkt dat de samenhang van het geheel voor veel medewerkers onduidelijk is. Het is aan ons om die samenhang nog beter uit te leggen en te communiceren wat we met dit motto bedoelen en hoe we hieraan invulling geven.’

Wat heeft de groepsraad zelf gedaan? Jowi: ‘In de groepsraad van oktober is onder meer het proces crisismanagement geëvalueerd. Hierbij keken we hoe we het proces ervaren, wat goed gaat, wat beter kan en of we ons doel bereiken. Kortom, hoe werkt wat we bedacht hebben in de praktijk? Op basis van concrete ervaringen van direct betrokkenen is een analyse gemaakt. Zaken die we vooraf niet hadden of konden voorzien nemen we mee in de verbetering van het proces. Zo zien medewerkers dat hun input leidt tot een verbetering. Dat geeft inspiratie. Volgend jaar gaan we verder met de implementatie van de procesverbeteringen. Ze blijven op de agenda van de groepsraad en we blijven de organisatie hierover informeren.’

Ligt de verandering op koers? Johan: ‘De transitie is in de hele organisatie voelbaar. Nu is het belangrijk de verbinding te leggen tussen alle niveaus. En te kijken waar verbeteringen nodig zijn en die volgens de plan-do-check-act-keten door te voeren.

KRACHT DECEMBER 2014 17

16-KRACHT_Interview.indd 17

17-11-14 13:42


‘We willen stimuleren dat medewerkers hun werk blijven verbeteren’ Jowi Bijsterbosch, directeur HRM en organisatieontwikkeling

RWS’ers ervaren dat hun inzet bijdraagt aan het grotere geheel en met plezier naar het werk gaan.’

Welke maatregelen gaan jullie nemen?

Dat betekent dat we veranderingen stapsgewijs doorvoeren en niet rigoureus de boel omgooien. Op de werkvloer is veel in gang gezet. De verbetermaatregel voor de relatie tussen opdrachtgever-opdrachtnemer is bijvoorbeeld goed van de grond gekomen met de introductie van het Portfolio Management Overleg tussen regio en PPO. In dat overleg bespreken afdelingshoofden en portfoliomanagers de stand van zaken van lopende onderhouds- en aanlegprojecten. Directeuren en HID’s geven richting en zijn beschikbaar voor escalatie. De volgende stap is zichtbaar maken hoe de verbeteringen bijdragen aan de operationele doelen. Als we die samenhang zien en die verbinding maken, ontdekken we een nieuwe wereld en ontstaan nieuwe mogelijkheden.’

Jowi: ‘Er komt een team dat medewerkers kan helpen met het doorvoeren van verbeteringen in hun werk. We willen stimuleren dat medewerkers hun werk blijven verbeteren. Een groep enthousiaste medewerkers wil anderen helpen om sneller tot oplossingen te komen voor problemen. Met deze aanpak willen we besluitvorming bespoedigen omdat proceseigenaren eerder horen wat er speelt. Zo lossen we knelpunten sneller op vanuit de principes dienend leiderschap, KR8 en werken in processen.’ Johan: ‘We blijven investeren in de doorontwikkeling van het management, want ook zij hebben hulpvragen. In de afgelopen periode lag de nadruk meer op het afronden van het plaatsingsproces, maar volgend jaar krijgt het management meer ruimte om zich te concentreren op houding en gedrag en het creëren van randvoorwaarden om het veranderproces samen vorm te geven.’

Wordt alles volgend jaar beter?

Wanneer ben je tevreden?

Jowi: ‘2015 is het jaar van de implementatie van de doelen van het ondernemingsplan. Dat jaar ligt de focus op het “doen”. We gaan de operationele doelen, beschikbaarheid van de netwerken en betrouwbare partner, met elkaar op een KR8-ige manier realiseren door processen te verbeteren. De belevingsmonitor blijven we als instrument inzetten om continu het effect van de verandering op de medewerkers te meten. We stellen zo vast of

Johan: ‘Het gesprek hierover met elkaar aangaan is belangrijker dan de scores. Het proces is ingericht en we werken volgens vaste principes. Nu moeten we zorgen dat we het proces stap voor stap verbeteren. Kortom: geen revolutie, maar een evolutie. Ik ben tevreden als een beweging ontstaat waarbij we de samenhang gaan zien, samenwerken in de keten vanzelfsprekend is en medewerkers goed in hun vel zitten.’

18 KRACHT DECEMBER 2014

16-KRACHT_Interview.indd 18

17-11-14 13:42


GROEN EN GEEL Hoe kijkt de buitenwereld tegen de inspanningen van Rijkswaterstaat aan? Behalve schouderklopjes zijn er terecht of onterecht ook ergernissen. Nu in KRACHT …

Rijkswaterstaat werkt aan de reconstructie van de N61 in ZeeuwsVlaanderen. Dankzij een veiliger vormgegeven autoweg zitten automobilisten en fietsers elkaar straks nog minder in de weg. Vrijliggende fietspaden, een vangrail in het midden van de hoofdrijbaan en rotondes maken deze weg een stuk veiliger voor langzaam en snel verkeer.

Mario de Wit rijdt dagelijks over het nieuw aangelegde fietspad naar zijn werk bij de gemeente Sluis.

De melding van Mario bereikte Johannes Hus, omgevingsmanager N61 Hoek-Schoondijke, snel.

‘Dat de fietspaden nu zijn gescheiden van de autoweg is een verademing. Al werd mijn fietstocht onlangs toch nog even onderbroken door een hobbelig stuk in de weg. Wat bleek: het pad achter de benzinepomp in IJzendijke was niet geasfalteerd met een toplaag. Ook leken de grond en mogelijk de fundering weggespoeld door de regen. Als minder hinder en een vlotte doorstroming ook voor fietsers geldt, dan is hier nog wat werk aan de winkel.’

‘Soms vallen meldingen als die van Mario de Wit precies samen met de planningen van de aannemer. De uitgespoelde grond is direct hersteld en het fietspad voorzien van een deklaag. Wat meneer De Wit niet wist, was dat het asfalteren van het missende stuk Parallelweg-Zuid en het fietspad ter hoogte van het oude benzinestation al een hele tijd op de planning stond. Dit neemt niet weg dat het altijd leuk is om een weggebruiker tevreden te stellen.’

KRACHT DECEMBER 2014 19

19-KRACHT_groen en geel.indd 19

17-11-14 13:43


BOTER BIJ DE VIS Het zichtbaar maken van kennis en het aanwenden van elkaars netwerk? Rijkswaterstaat doet boter bij de vis. Ideeën van medewerkers zijn een springplank naar een sterkere organisatie.

‘Aanleiding van de test was de vraag of de haalkommen en bolders bestand zijn tegen de grotere krachten die klasse Va-schepen* erop uitoefenen. In de jaren zestig werd die trekkracht berekend op 100 kilonewton (kN), terwijl de klasse Va-schepen die nu de sluizen passeren, een trekkracht uitoefenen van 250 kN’, legt Theo uit. ‘In het algemeen geldt: als de haalkommen in theorie niet opgewassen zijn tegen grotere krachten, dan vervangen we ze door sterkere exemplaren. Maar wat doen we als ze in de praktijk meer aankunnen dan vooraf is berekend? Bij de Maaswerken testten we om dezelfde redenen stalen constructies. Vaak kon zo’n staalconstructie twee à drie keer meer trekkracht aan dan vooraf was berekend.’

Trektest

De binnenvaart groeit. De afmeervoorzieningen, waaronder haalkommen en bolders, blijken niet meer voor alle schepen voldoende sterk. Om schepen veilig te laten schutten worden de komende jaren veel van deze haalkommen en bolders vervangen. Bij de renovatie van de stuwcomplexen in de Nederrijn en Lek bij Driel, Amerongen en Hagestein valt dat miljoenen euro’s voordeliger uit dankzij de ‘trektest’ van civieltechnisch specialist Theo Berends (GPO).

20-KRACHT_Boter bij de Vis.indd 20

‘Na overleg met adviseur Menno Rikkers (GPO) en de aannemer bleek dat zo’n vergelijkbare test met enkele aanpassingen ook geschikt was voor dit project. Aanvankelijk zouden we 10 procent van alle haalkommen testen. Van de 32 brak uitgerekend de laatste. Nader onderzoek toonde aan dat er sprake was van een gietfout. Om de risico’s tot een minimum te beperken besloten we alle 288 haalkommen te testen, verspreid over de drie stuwcomplexen. In totaal doorstonden negen haalkommen de trektest niet. Die worden aangepast of vervangen. Hiermee besparen we miljoenen op het projectbudget. Het mooie is dat mijn collega Remco Berentsen (PPO) bij de Spooldersluis en de sluizen Delden en Hengelo dezelfde test nu ook inzet.’ Deze case laat zien hoe een collega vertrouwt op zijn expertise en hoe hij daarbij zijn netwerk binnen de organisatie inzet om te komen tot een knap staaltje ‘omdenken’. Meer weten over de trektest? Stuur een e-mail naar theo.berends@rws.nl. *Klasse Va-schepen zijn tussen de 110 en 135 meter lang en hebben een laadvermogen van 1.500 tot 3.000 ton.

17-11-14 16:14


BUITENWACHT

HUWELIJK IN DE JAREN '60

Prestaties bevorderen ‘Zie het als een goed huwelijk’

‘Erosie aan kennis’

‘Rijkswaterstaat neemt de regie in handen en gebruikt daarvoor het instrument prestatiemeten om de kwaliteit van de samenwerking met marktpartijen te optimaliseren. Over en weer beoordelen we elkaars gedrag en geven we aan welke verbeterpunten er zijn. Na ongeveer 900 metingen zijn de reacties hierop overwegend positief. Zie het als een goed huwelijk. Op een constructieve en gelijkwaardige manier vertel je hoe je over elkaar denkt. Oké, sommige huwelijken eindigen in een scheiding, maar dat is niet van de een op andere dag. Daarom zijn er meerdere metingen nodig om tot bijsturing en een goed oordeel te komen. Scoort een marktpartij een keer slecht, dan kunnen ze het tij keren door verbeterpunten aan te pakken. Overheden en opdrachtnemers ontwikkelen nu één landelijk uniform en toepasbaar instrument. Want als we elkaar aan de voorkant beter begrijpen, geeft dat minder meerwerk, groeit het onderlinge vertrouwen en reduceren we de faalkosten. Een professionele opdrachtgever weet wat hij vraagt. Het borgen van kennis in de organisaties is daarvoor cruciaal.’

‘Prestatiemeten door Rijkswaterstaat leidt tot minder miscommunicatie. Opdrachtgever en opdrachtnemer beoordelen elkaar. Precies daar zit de meerwaarde. Het is tweerichtingsverkeer: we mogen iets van elkaar vinden. Deze evaluatiegesprekken vragen om diepgang en deskundigheid van twee kanten. In de praktijk merken we dat processen hierdoor beter lopen en er meer begrip en waardering ontstaat voor elkaar. Het project staat centraal en partijen zijn gelijkwaardig. Waarom bang zijn voor zo’n meting als het de prestaties bevordert? Natuurlijk komen er leveranciers bovendrijven die onder de maat presteren. Maar je blijft niet eeuwig onder aan de lijst bungelen. Als de prestaties verbeteren, stijg je vanzelf in aanzien. De overheid heeft belang bij goed presterende partijen, maar moet afstand nemen van bodemprijzen. Bij Rijkswaterstaat bespeur ik wel een erosie aan kennis. Om goed te sturen op processen is het juist belangrijk om deskundigheid in huis te houden. In onze discussies met Rijkswaterstaat mag een gesprekspartner met kennis dan niet ontbreken.’

WIE Luuk Bosch

WIE Jan Huijbers

WAT projectleider invoer

WAT directeur

prestatiemeten WAAR Rijkswaterstaat

WAAR waterbouwbedrijf

Van den Herik KRACHT DECEMBER 2014 21

21-KRACHT_Buitenwacht.indd 21

17-11-14 13:47


TOEN-NU-STRAKS

1953: Watersnoodramp De ramp die zich voltrok in de nacht van 1 februari 1953 staat voor altijd gegrift in het collectieve geheugen van de Nederlanders. ‘Na de Watersnoodramp kwam Rijkswaterstaat razendsnel in actie. In slechts twintig dagen stond er een complete Deltacommissie onder leiding van onze toenmalige directeur­generaal’, vertelt oud­Rijkswaterstater Tjalle de Haan. ‘Vijf jaar later werden de eerste Deltaplannen vastgelegd in een Deltawet. Ook richtte Rijkswaterstaat een Delta­ dienst op die zich ging bezighouden met de uitvoering van de Deltawet. In die tijd was Rijkswaterstaat maker én uitvoerder van het waterbeleid.’

Het Deltaprogramma

1953-2050

De Deltawerken gaven Nederland in één klap wereldwijd aanzien. Nog steeds hoort de minister regelmatig ‘Let’s bring in the Dutch’ als omringende landen in watersnood verkeren. Kortom: in de afgelopen eeuw bepaalden civiel ingenieurs de vormgeving van ons land en droegen bij aan het imago van Rijkswaterstaat.

1958: Deltawerken ‘Om te voorkomen dat er ooit nóg zo’n ramp zou plaatsvinden werd de Nederlandse kustlijn met ongeveer 700 kilometer verkort door het aanleggen van gesloten en doorlaatbare dammen tussen de Zuid­Hollandse en Zeeuwse eilanden’, vervolgt Tjalle. ‘Rijkswaterstaat was hiermee absolute koploper. In de jaren zeventig, toen ik bij Rijkswaterstaat kwam werken, draaide de bouw van de Deltawerken op volle toeren. Ik weet nog goed dat de ontwerprapporten van de Oosterscheldekering als collegedocumen­ ten werden gebruikt door studenten van de Technische Universiteit Delft (toen nog Technische Hogeschool, red.)’

1984: Wet op de Waterkering Rijkswaterstaat legde met de uitvoering van de Deltawerken een solide basis voor de waterveiligheid van Nederland. Tjalle: ‘Toen ik in 1984 meebouwde aan de Wet op de Waterkeringen, een kustverdedi­

22 KRACHT DECEMBER 2014

22-KRACHT_Toen-straks.indd 22

17-11-14 13:51


kennisuitwisseling doen met onze part­ ners. Dat komt duidelijk tot uiting in het bestuursakkoord Water. Daarmee laten we zien dat we de waterveiligheid samen met de waterschappen oppakken. Ook in de huidige Deltabeslissingen* krijgen veel van onze inzichten een plek. Daarmee groeien we toe naar dé uitvoeringsorgani­ satie voor het Deltaprogramma, samen met de waterschappen.’ gingsbeleid, was de opdracht: behoud de veiligheid die we hebben bereikt. Toch kreeg Nederland in 1993 en 1995 opnieuw te maken met hoogwater en zelfs bijna overstromingen. Met de aanpak van de zogeheten zwakke schakels van de kust­ verdediging, het Deltaplan Grote Rivieren en in de programma’s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken investeerde Rijkswaterstaat de afgelopen decennia fors in de veiligheid van het rivierengebied en de verdediging van de Hollandse kust.’

2015: nieuw Deltaprogramma ‘Onze huidige opdracht reikt overigens verder dan vroeger’, benadrukt Ard. ‘Toen ging het vooral om de aanleg van water­ staatkundige voorzieningen die een acute dreiging konden weren. Nu dringt de klimaatverandering zich op als een nieuwe, niet te negeren, realiteit. De voorspelde stijging van de zeespiegel en de grotere

2000: Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie Omstreeks 2000 werd Rijkswaterstaat de uitvoeringsorganisatie van het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat. ‘Sindsdien wordt het beleid niet meer bij onze organisatie gemaakt’, vertelt Ard Wolters, adviseur bij de Bestuursstaf. ‘Wel bleven we kennisleverancier voor het beleid, zoals we dat ook nu zijn voor het Deltaprogramma en adviseren we over de praktische uitvoerbaarheid van beleid. Dankzij 200 jaar ervaring met de aanleg en het beheer van ons watersysteem beschikken we over een dijk aan kennis. Met het verschil dat die kennis zich vroe­ ger concentreerde bij de Deltadienst en we tegenwoordig veel intensiever aan

variatie in rivierafvoeren dwingen ons ver vooruit te kijken naar 2050 en zelfs tot 2100. Daarbij zijn de economie en het inwonersaantal sinds de aanleg van de Deltawerken sterk gegroeid. En daarmee ook het te beschermen belang. In het nieuwe Deltaprogramma buigen we ons, samen met andere overheden en bedrijfs­ leven, over de bescherming van de Nederlandse kust en het achterland op de lange termijn. ‘Uitgangspunt is dat de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening in 2050 duurzaam en robuust zijn. We treffen maat­regelen waarmee we proberen een toekomstige ramp te voorkomen. En waarmee we flexibel kunnen inspelen op nieuwe metingen en inzichten in bijvoor­ beeld het klimaat. We doen wat nu nodig is, maar hebben aanvullende maatregelen klaarliggen om alvast voor te sorteren op de toekomst.’

6

2017: overstap naar risicobenadering

De belangrijkste verandering op de korte termijn is de overstap naar risicobenade­ ring. Vanaf 2017 werken alle waterkerings­ beheerders met een nieuwe wettelijke veiligheidsnorm: de overstromingskans. Remco Schrijver, programmamanager ‘RWS’ bijdrage aan het Deltaprogramma’: ‘Rijkswaterstaat ontwikkelt de instrumen­ ten die nodig zijn om alle 3.700 kilometer primaire waterkering te laten voldoen aan het nieuwe veiligheidsniveau in 2050. De komende decennia ligt onze grootste opgave in het rivierengebied. De maat­ regelen die daarvoor nodig zijn voeren we samen met de waterschappen uit in het hoogwaterbeschermingsprogramma.’ ‘Rijkswaterstaat beschikt over de kennis, praktijkervaring, verbindingskracht en uitvoeringskracht die nodig zijn om het nieuwe Deltaprogramma uit te voeren’, vindt Remco. ‘Gelukkig worden we ook als zodanig her- en erkend door onze partners. Juist omdat we kennis van zaken hebben en overzicht houden op het totale watersysteem, kunnen we meerwaarde blijven bieden. Dat moeten we als één Rijkswaterstaat doen, met één gemeen­ schappelijke visie, samen met onze partners. Tot slot is het belangrijk dat de risicobenadering stevig landt in onze organisatie. En dat processen als Slag­ vaardig crisismanagement, Omgevingen Assetmanagement en Aanleg en Onderhoud daarop goed worden ingericht. Hierop ligt in de aankomende periode voor mij de focus.’

* De vijf Deltabeslissingen zijn: deltabeslissing Waterveiligheid deltabeslissing Zoetwaterstrategie deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie deltabeslissing IJsselmeergebied deltabeslissing Rijn-Maasdelta

KRACHT DECEMBER 2014 23

22-KRACHT_Toen-straks.indd 23

17-11-14 13:51


COLUMN

Samen voor een veilig en leefbaar Nederland Op Prinsjesdag is het Deltaprogramma 2015 gepresenteerd met daarin een stevig programma voor ruim dertig jaar, waarmee in totaal 20 miljard euro is gemoeid. Daarmee kunnen we zorgen dat Nederland rond het midden van deze eeuw fysiek zo robuust en veerkrachtig is ingericht, dat onze mensen en de economie goed beschermd blij­ ven tegen het water en we de extreme klappen van het klimaat kunnen opvangen. Reageren op rampen deden we altijd al. Maar hoe kun je als overheid vooruitlopen op rampen die je nog niet kent? Dat was de vraag die ons voorlag toen we in 2010 aan deze taak begonnen. Ruim vier jaar later hebben we een breed scala aan oplossingen voor die vraag bedacht en liggen we goed op schema: er zijn kaders en er is het kompas voor het Deltaplan voor de 21ste eeuw in de vorm van Delta­ beslissingen en voorkeursstrategieën. In die vier jaar heeft Rijkswaterstaat een ongelofelijk belangrijke rol gespeeld. Ook in de fase die voor ons ligt, is de inzet van Rijkswaterstaat onmisbaar. Bijvoorbeeld in zijn rol als beheerder van het hoofdwatersysteem en met al zijn kennis, zowel op nationaal niveau als in de gebieden, van directeur-generaal tot individuele medewerkers. Rijkswaterstaat speelt samen met de waterschappen een belangrijke rol in de uitvoering, het Hoogwater­ beschermings­programma en het Zoetwaterprogramma. Als kennisorganisatie blijft Rijkswaterstaat van groot belang voor het vervolg, bijvoorbeeld bij het kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat. Al 216 jaar is het werk van Rijkswaterstaat essentieel voor ons laaggelegen land. Het werk in onze delta is nooit af. We trekken samen op naar 2050: voor een veilig en leef­ baar Nederland. Wim Kuijken Deltacommissaris

Wim Kuijken Reageren? Dat kan op de KRACHT-intranetpagina.

24-KRACHT_Achterzijde.indd 24

17-11-14 13:53

Kracht dec 2014 web  
Kracht dec 2014 web  
Advertisement