Page 1

MAGAZINE VOOR MEDEWERKERS VAN RIJKSWATERSTAAT AUGUSTUS 2013

HOEDERS IN HET VERKEER

Weginspecteurs in de zomeruittocht


Inhoud Portret Nicolette van Berkel

Column Beweging

Reportage Mee met de weginspecteur

Pagina 7

Pagina 4-5

Mooi werk Deuren open Pagina 12-13

Pagina 8-11

portret

context

REPORTAGE

COLUMN

MOOI WERK

Hoe

omgevingsgericht

‘Snel beoordelen en

is Rijkswaterstaat?

daadkrachtig hande len’

‘Openheid van zaken geven’ Jeroen Maas

Zeeverkeersleider Nicolette van Berkel is het baken voor de scheepvaart en fungeert als ogen en oren voor Rijkswaterstaat. Sinds 2007 doet ze dit vanuit de vuurtoren De Brandaris op Terschelling, waar ze is geboren en getogen. In haar werk is ze vooruitstrevend en zoekt ze de verbinding met collega’s in het land. Allereerst, hoe houd je de scheepvaart in het gareel?

Wat heb je daarvoor nodig?

‘Samen met een collega zorg ik overdag en ’s avonds voor vlot en veilig scheepvaart­ verkeer door via marifoon en radar contact te houden met schepen. Bij calamiteiten ­ als bij­ voorbeeld een zeilschip omslaat en mensen te water raken ­ alarmeer ik hulpdiensten: de KNRM (Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij), politie te water en bergers. Daarnaast zorg ik dat het overige scheepvaart­ verkeer hiervan zo min mogelijk hinder onder­ vindt. Als zeeverkeersleider ben ik ook verant­ woordelijk voor het naleven van de nautische regels. Rijkswaterstaat is beheerder van het water. Wij monitoren de schepen en bij over­ tredingen stuur ik de patrouillevaartuigen aan voor handhaving. Verder verleen ik vergunnin­ gen en ontheffingen aan vaarweggebruikers.’

Is het voor een zeeverkeers­ leider vanaf een eiland anders werken dan op het vasteland? ‘Jazeker, ik werk met zowel zee­ als binnen­ vaart. Het aanbod aan schepen is bij ons divers: van beroepsvaart tot pleziervaart. En het Waddengebied en de Noordzee vormt een dynamisch gebied. Bij hoge golven en stormen kunnen grote zeeschepen op de Noordzee uit hun roer lopen. Ongevallen met jachten in de Waddenzee kunnen ontstaan door de veelheid aan stromingen. Ook komen soms schepen in de problemen door ondiep­ ten. En als een schip een milieuramp veroor­ zaakt, heeft dat grote gevolgen voor het Waddengebied. Het staat op de Werelderf­ goedlijst. Bij alle ongevallen sla ik alarm en zorg ik dat alle betrokkenen hulp krijgen.’

‘Een nautische opleiding is een must als zeeverkeersleider. Ik heb de Hogere Zee­ vaartschool gedaan. En na mijn indienst­ treding bij Rijkswaterstaat heb ik nog de Nationale Nautische Verkeersdienst Oplei­ ding (NNVO) in Wageningen gevolgd, waarbij de nadruk lag op de nautische vakken. Maar kennis alleen is niet voldoende. In dit vak moet je zakelijk, kort en duidelijk communi­ ceren en stressbestendig zijn. Rustig en capabel zijn is erg belangrijk. Tijd om kalm na te denken is er niet. Ik moet een situatie snel beoordelen en meteen daadkrachtig handelen.’

Hoe lever jij in je werk een bijdrage aan het Ondernemingsplan 2015? ‘Als dienend leider stuurt mijn teamleider niet aan op inhoud. Ze vertrouwt op mijn nautische kennis. En op basis van die kennis word ik ingezet op diverse projecten. Daarbij streef ik altijd naar verbetering en efficiency. Zo gebruikte ik de KR8­methode om het pro­ ces van vergunning­ en ontheffingsverlening te verbeteren. Belangrijk is dat vaarwegge­ bruikers ook ervaren dat het proces voor een vergunningaanvraag minder moeizaam is. Ik denk graag na over hoe we de vaarweg­ gebruiker zo goed mogelijk kunnen bedienen vanuit de waarden van Rijkswaterstaat. Daarbij zoek ik vanuit VWM Operationeel Verkeer Noord­Oost verbinding met collega’s in het land. Zo zit ik in een groot landelijk nautisch verkeerscentraleproject. Centrale vraag daarbij is: ‘Wat is de toekomst van Nederland op nautisch gebied?’ Ik denk mee

‘Het bouwen van een tunnel van 2,3 kilometer, dwars door het hart van Maastricht, gaat niet zonder slag of stoot. Het is goed dat we hierover vroegtijdig communiceerden. Deze investering aan de voorkant zorgde voor veel goodwill bij de omgeving. We wisten vooraf welke belangen, vragen en problemen speelden en hebben dat meegenomen in de planontwikkeling. Ook tijdens de uitvoering zijn we duidelijk over de hinder. Uniek is dat we de regie uit handen geven aan het A2-Buurtenplatform en vooral op verzoek informatie verstrekken. In het begin hadden we moeite met deze openheid van zaken, maar het effect is positief: veel draagvlak, relatief weinig bezwaren en een korte doorlooptijd van procedures. De samenwerking binnen het projectbureau A2 Maastricht tussen Rijkswaterstaat, provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen werkt. Daarnaast is het onze maatschappelijke verplichting iets terug te doen voor de stad en geen rokende puinhoop achter te laten. Zo hebben we omgehakte bomen omgebouwd tot speeltoestellen en is een braakliggend terrein aantrekkelijk gemaakt met zonnebloemen.’

over hoe AIS (automatic identification system) te gebruiken is op verkeerscentrales en bij de sluisbediening. Ook zit ik in het testteam van het landelijke project VOS (Verkeersmanagement Ondersteuning voor de Scheepvaart). Dit systeem dat alle scheepsbewegingen vastlegt, gaan we landelijk in de verkeerscentrales gebruiken.’

Merk je verschillen in hoe de omgeving omgaat met vrouwelijke en mannelijke zeeverkeersleiders? 'Ik heb zelf nooit een verschil ervaren. Er zijn niet veel vrouwelijke verkeersleiders, dus val je sneller op. Daardoor ben je ook bekender binnen de organisatie. Daarmee kun je je voordeel doen. Tijdens de opleiding moet je je misschien wat meer bewijzen, maar daarna niet.'

Waarop ben je trots en welke uitdagingen heb je nog? 'Vanaf een eiland als vrouwelijke zeever­ keersleider zo’n groot gebied bewaken, daar ben ik wel trots op. En verkeerscentrale Brandaris die wordt gemoderniseerd met nieuwe apparatuur en een nieuwe werk­ plekinrichting. Dat is een mooie stap vooruit. Ik streef er verder naar dat Operationeel Verkeer Noord­Oost goed op de kaart blijft staan. Dat betekent voor ons weten wat de landelijke ontwikkelingen zijn en daar goed bij aansluiten. Nu alle verkeerscentrales onder VWM vallen, kunnen we in ons werk meer uniformiteit creëren. Dus krachten bundelen en ons sterk maken voor één Rijkswaterstaat.’

pROfIEl

pROfIEL

33 jaar samenwonend met mijn paarden in de natuur rijden, wandelen met de hond en hardlopen blijf jezelf ontwikkelen en sta open voor nieuwe uitdagingen

LeeftIjd

Omgevingsmanager projectbureau A2 Maastricht 46 jmaas@a2maastricht.nl

Functie

PrIvé

HObby’S

LeeFtijd

ReageRen via

MOttO

‘Onrust wegnemen’ Jean-Pierre Menten ‘Als A2-steward stel ik geïrriteerde buurtbewoners op hun gemak en wijs hun de weg. Bewoners in sommige volkswijken reageren vaak geëmotioneerd op veranderingen. Schriftelijke informatie over de werkzaamheden lezen ze nauwelijks. Daarom is het goed om rond te lopen in de wijken en bewoners persoonlijk te woord te staan. Met allerlei vragen en klachten kloppen ze intussen bij me aan. Ik neem veel onrust weg, omdat ik uitleg waarom iets moet gebeuren. Het intrillen van de tunneldamwanden zorgde laatst voor veel overlast. Als ik de bewoners vertel dat de werkzaamheden ’s nachts plaatsvinden en niet overdag vanwege de afsluiting van de A2, kun je rekenen op begrip. Klachten over vieze huizen en auto’s door stof en modder zijn er ook. Dan vraag ik of de waterwagen nog een

keer extra komt sproeien. En bij schade aan huizen stuur ik een schade-expert langs. We graven letterlijk in de achtertuinen van mensen. Overlast is dan niet te voorkomen, maar wel te beperken.’

Ad Lutters

Maar wat is er eigenlijk mis met stilstand? Het schijnt een synoniem te zijn voor achteruitgang, maar klopt dat ook? Topsporters hebben rust nodig om optimaal te presteren. Om diezelfde reden hebben ik en mijn collega’s vakantie nodig. En over vakantie gesproken, onderweg naar de bestemming in ZuidFrankrijk kunnen een paar uurtjes stilstand op een parkeerplaats langs de snelweg echt geen kwaad. Sterker, het schijnt nog levens te redden ook.

komen er groene aardewallen in plaats van geluidsschermen bij de A2. En er is een bezorgdienst in het leven geroepen voor minder mobiele mensen die de supermarkt door de bouwput moeilijk kunnen bereiken. Waar Rijkswaterstaat in het verleden soms dominant en autoritair optrad, zien we nu een open houding. Ze zijn goed benaderbaar, luisteren, denken mee en kijken of ze aan onze wensen kunnen voldoen. We voelen ons serieus genomen. Binnen het projectbureau A2 Maastricht ontstaan soms discussies. Rijkswaterstaat beredeneert meer vanuit het project en de gemeente meer vanuit de bewoners. Maar zulke discussies zijn gezond. Vroegtijdig communiceren moet een tweede natuur worden. Als alle betrokkenen hun inbreng leveren voordat het ontwerp definitief is, lopen we voor de troepen uit.’

pROfIEL

A2-steward van bouwer Avenue2 en projectbureau A2 Maastricht 46 Jp.menten@avenue2.nl

Functie Voorzitter A2-Buurtenplatform LeeFtijd 69 ReageRen via de servicelijn op www.A2maastricht.nl

LeeFtijd

ReageRen via

Rijkswaterstaat is volop in beweging. En dan heb ik het niet over onze wiebelende kantoorpanden, maar over de organisatie die verandert. Gevleugelde termen als mobiliteit en transitiemanagement vliegen je om de oren. Ook ons motto ‘Elke dag beter’ roept associaties op met beweging en voor(ui)tgang.

‘Wij praten en denken mee tijdens fasen van het project A2 Maastricht en komen op voor de belangen van de buurten. Met mooie resultaten tot gevolg. Zo

pROfIEL Functie

Beweging

‘Vroegtijdig communiceren moet een tweede natuur worden’

Kortom, rust lijkt essentieel voor een optimale prestatie. Maar krijgt Rijkswaterstaat zelf eigenlijk wel voldoende rust? Neemt de organisatie wel eens de tijd om te kijken waar ze staat, hoe dat zich verhoudt tot het verleden en wat dat betekent voor de toekomst?

Het beste voor de vis

Objecten op de vluchtstrook

Gestrande voertuigen

626

Objecten op de rijbaan

240

tijdens zomerseizoen

38

239 tijdens zomerseizoen

Overige incidenten

83

Rijkswaterstaat wil de vismigratie en visstand in het IJsselmeer verbeteren en zo voldoen aan Europese richtlijnen. Dat kan door ander spuisluisbeheer, door meer ‘loze’ schuttingen (zonder schepen) uit te voeren én door een vispassage bij de Stevinsluizen aan te leggen. Twee zouthevels, bij Den Oever en Kornwerderzand, moeten verzilting van het IJsselmeer voorkomen. Het project ‘Verbeteren vismigratie Afsluitdijk’ start dit jaar.

Helemaal van de Sargassozee naar Nederland zwemmen en bij de Afsluitdijk niet naar binnen kunnen. Dit overkomt jaarlijks drommen glasaaltjes. Op verzoek van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zette Rijkswaterstaat dit voorjaar de schutsluisdeuren even open voor de wachtende babyvisjes. Een voorproefje van het visvriendelijk sluisbeheer dat Rijkswaterstaat uiterlijk in 2015 gaat invoeren.

840 kilometer

De migratieroute compleet

tijdens zomerseizoen

‘Alle apparatuur moet optimaal werken. Dat is cruciaal in ons werk’ Weginspecteur Jan van den Doel

E. Gaafman

Bram van Wijk visstandonderzoeker VisserijService Nederland

Rijcapaciteit patrouillevoertuig met volle tank

Ongevallen

Deuren open

tijdens zomerseizoen

tijdens zomerseizoen

Jaarlijks rijden ongeveer 350 weginspecteurs op de rijkswegen. Wakend over de veiligheid van weggebruikers en het verkeer in goede banen leidend bij ongevallen, autopech en files. De weginspecteur patrouilleert dag en nacht, te motor of per auto. Ook tijdens de vakantieuitstroom. En wat maak je dan zoal mee als het kwik 30 graden aangeeft? Weginspecteurs in de Randstad aan het woord.

Een te grote focus op 2015 brengt het gevaar met zich mee dat we ons blindstaren op mooie toekomstverwachtingen en het heden daarbij voor lief nemen. En die hoge verwachtingen kunnen weer leiden tot teleurstellingen. Denk maar aan dat ene feestje waar je zo naar uit hebt gekeken, maar dat uiteindelijk behoorlijk tegenviel. Laten we daarom 2013 en 2014 vooral niet negeren of vergeten. Wellicht dat we daarmee kunnen uitsluiten dat 2015 het jaar van de weemoed wordt.

‘Wij onderzoeken - met subsidie uit het Europese Visserijfonds en bijdragen van diverse waterbeheerders - of de uitstroom van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Wieringermeer een lokkende werking heeft op glasaal. Zo ontdekte ik dit voorjaar dat erg veel glasaal aanwezig was in de kom voor de sluis bij Den Oever. Vispassages zijn belangrijk voor de visstand in het IJsselmeer. Maar de bedachte oplossingen zijn vaak niet de beste voor de vis. Met een beter schutsluisbeheer bereik je meer. De passage via de sluis is voor de vis veel natuurlijker.’

Werkgebied: De Randstad-regio Rijnmond (tussen Willemstad-Delft zuid en Capelle aan den IJssel-De Lier: A4, A13, A15, A16, A20, A29 en A38). Inclusief N59 Den Bommel-Hellegatsplein, N57 Stellendam-aansluiting N15 Rozenburg, N15 Rozenburg-Stenenbaakplein

‘Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is als adviseur vismigratie betrokken bij de plannen. Vanuit het water dat ons waterschap beheert, laten we vis, zoals aal en stekelbaars, migreren tussen polders, boezemsysteem en buitenwater. In de buurt van de Stevinsluizen kan bijvoorbeeld vis uit het Wieringermeer via passages in het IJsselmeer terechtkomen en andersom. De laatste ontbrekende schakel in de migratieroute is die naar zee. Doordat Rijkswaterstaat daar nu voor zorgt, maken we als waterbeheerders samen de migratieroute compleet.’

Slimme manier

Steven Westerman projectleider afdeling Watersystemen bij hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Marianne Greijdanus omgevingsmanager KRW-aanlegprojecten bij Rijkswaterstaat Midden-Nederland

‘Vooral de landbouw is beducht voor verzilting. De aannemer bedacht een eenvoudige, maar slimme manier om het zoute water dat ondanks voorzorgsmaatregelen tóch in het IJsselmeer komt, terug te hevelen naar de Waddenzee. Deze oplossing maakt het mogelijk de spuisluizen langer open te laten, zodat de vis meer kans krijgt naar binnen te trekken. Voor de ‘zwakke zwemmers’ onder de vissen is visvriendelijk spuisluisbeheer – vanwege de sterke stroming bij het spuien – geen oplossing. Bij Den Oever leggen we daarom een vispassage aan.’

RWS’ers, partners en gebruikers reageren op een woord dat centraal staat binnen Rijkswaterstaat. Ook meepraten? Mail naar kracht@rws.nl.

4 krAcHt AuguSTuS 2013

KRACHT AUGUSTUS 2013 7

6 kRacHt AUgUStUS 2013

Achtergrond Mobiliteit Pagina 14-15 LEIDINGGEVENDE

MEDEWERKER

B

8 KRACHT AUGUSTUS 2013

KRACHT AUGUSTUS 2013 9

12 KRACHT AUGUSTUS 2013

KRACHT AUGUSTUS 2013 13

Interview SAA Reputatiemanagement

Buitenwacht Toen-nu-straks Strandsuppletie Waterveiligheid Banjaardstrand Pagina 22-23

Pagina 16-18

Pagina 21

HET CORPORATE MOBILITEITSCENTRUM Faciliteert medewerkers en managers bij mobiliteit

A

Hollen of stilstaan

Feiten en cijfers Randstad-regio Rijnmond

CMC

C

Loopbaan- of mobiliteitstraject met mobiliteitsadviseur

Managen mobilliteit

CORPORATE LEARNING CENTRE

Opleidingen

ACHTERGROND

Door mobiliteit zorgen we dat medewerkers hun marktwaarde leren kennen en vergroten. Daarnaast verbetert ook de organisatie zelf.

A

LEIDINGGEVENDE

HET CORPORATE MOBILITEITSCENTRUM Faciliteert medewerkers en managers bij mobiliteit

MEDEWERKER

B

CMC

C

Loopbaan- of mobiliteitstraject met mobiliteitsadviseur

Managen mobilliteit

CORPORATE LEARNING CENTRE

Opleidingen

Workshops

MOBILITEITSPLEIN info op intranet

CLC

‘De enige

O&F Advisering O&F-rapport

Trajectmanagement met trajectmanager

Rijkswaterstaat Handreiking Functiegebouw Rijk

360° feedback

Loopbaanscan+

Is er straks wel of geen plek voor mij binnen de organisatie? Die vraag kan je behoorlijk bezighouden. Volgens Ellen horen veranderingen bij een organisatie en ben je uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor je carrière. ‘Als medewerkers hun marktwaarde kennen en deze weten te vergroten, neemt hun zekerheid op de arbeidsmarkt, in- én extern, toe. Het CMC faciliteert medewerkers en leidinggevenden hierbij. Door te ontdekken wat ze waard zijn en over welke kwaliteiten en kennis ze beschikken, ontstaan mogelijkheden. En kan de wereld er ineens heel anders uitzien.'

Stimuleren RIJKSTALENTENCENTRUM.NL

HRMO-ADVIES 1E LIJN ORGANISATIEONDERDELEN 2E LIJN CORPORATE DIENST

14 KRACHT AUGUSTUS 2013

Op dit moment brengt Rijkswaterstaat in kaart waar functies bijkomen en verdwijnen. In oktober verschijnt de ‘tachtig procent versie’ van het Organisatie- en Formatierapport (O&F). ‘De eerste contouren zijn zichtbaar’, zegt Ellen. ‘Zo zoeken we bijna driehonderd medewerkers voor Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening (CIV). Belangrijk is dat leidinggevenden en medewerkers open over mobiliteit praten. Dat leidinggevenden medewerkers stimuleren om te ontdekken wie ze zijn, wat ze willen en

Zonder draagvlak geen succes

Rijkswaterstaat Handreiking Functiegebouw Rijk

360° feedback

ben je zelf’

Loopbaanscan+

RIJKSTALENTENCENTRUM.NL

wat ze kunnen. Door dit plaatje te toetsen aan de werkelijkheid, zien ze wat nodig is om daar te komen. Denk aan het voeren van oriënterende gesprekken, het volgen van een opleiding of training of het lopen van een stage. Nadenken over je eigen inzet binnen de organisatie geeft meer zekerheid. Je vaart je eigen koers en laat je minder leiden door de veranderingen binnen een organisatie.’

‘Het opgebouwde krediet is een stootkussen voor slechte tijden’

Begeleiding Rijkswaterstaat heeft begeleidingstools op het gebied van persoonlijke oriëntatie, marktoriëntatie en marktbenadering. Afhankelijk van persoonlijke vragen wijst het mobiliteitsplein op intranet de weg. ‘Wellicht heb je behoefte aan een loopbaantraject of een loopbaanscan om te zien welke competenties je moet ontwikkelen om een bepaalde functie te kunnen uitoefenen. Ook zijn er netwerk- en sollicitatietrainingen. En via het digitaal loopbaancentrum Rijkstalentencentrum onderzoek je je marktwaarde. Maar er zijn zo veel begeleidingsmogelijkheden, dat weergave in één overzicht bijna onmogelijk is. Met het totaalpakket zorgen we voor de juiste persoon op de juiste plek.’

Jopie Rikkelman, strategisch adviseur communicatie Schiphol-Amsterdam-Almere

Wat is de aanleiding voor dit wegenprogramma? ‘De drukte op de wegen in de noordelijke Randstad neemt toe. Om deze regio goed bereikbaar te houden, een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven te creëren en de leefbaarheid te vergroten, moet de bereikbaarheid verbeteren. Het programma weguitbreiding Schiphol-AmsterdamAlmere (SAA) bestaat uit vijf projecten, die zich in verschillende fasen bevinden, van planstudie tot uitvoering. Zo is de A10-Oost ruim een jaar in uitvoering, starten de werkzaamheden aan de A1/A6 dit najaar en loopt nu de aanbesteding voor de A9 Gaasperdammerweg. Voor de projecten A9 Amstelveen en A6 Almere liggen voorstellen bij de Tweede Kamer om deze te temporiseren in het kader van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds. De A6 bij Almere moet voor de Floriade van 2022 klaar zijn.’

Dat klinkt veelomvattend. Is de mening van stakeholders daarom zo belangrijk? ‘Zeker. Bij SAA wordt 4,1 miljard euro uitgegeven. Dus als er geen draagvlak is voor onze aanpak hebben we een groot probleem. Onze reputatie is daarvoor een belangrijke indicator. Het geeft aan in hoeverre we steun kunnen verwachten van stakeholders voor onze infrastructurele projecten. Een reputatieonderzoek toont aan hoe stakeholders op dat moment over ons denken. Het is een instrument om de organisatie scherp te houden. Wat doen we volgens hen goed? Waar kan het beter? Welke verwachtingen leven er? Als we dit onderzoek met een zekere frequentie herhalen, kunnen we de beeldvorming en daarmee de te verwachten steun van stakeholders beter monitoren. Aan de hand van de signalen voeren we dan verbeterpunten door.’

Afwachtend Als mobiliteitsadviseur zit Alma Hoogveld-Mulder dicht bij het vuur. ‘Mensen zijn voorzichtig, afwachtend en tasten de mogelijkheden af. Veiligheid en zekerheid zijn voor iedereen belangrijk, maar de enige zekerheid ben je zelf. Waarin onderscheid ik mezelf? Wat ben ik waard? Die houding zorgt voor positieve energie. Laatst begeleidde ik een boze en gefrustreerde medewerker. Ik hielp hem door goed naar zichzelf te kijken. Hierdoor zag hij nieuwe paden die hij kon bewandelen. Daarvoor doe je het.’

Yammer #mobiliteitbijrws

KRACHT AUGUSTUS 2013 15

De komende tien jaar staat een ingrijpend wegenprogramma op de agenda: weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA). Om inzicht te krijgen in het beeld, de reputatie en het draagvlak van dit programma hield Rijkswaterstaat een reputatieonderzoek onder stakeholders. KRACHT bespreekt de uitkomsten met Jopie Rikkelman, strategisch adviseur communicatie Schiphol-Amsterdam-Almere.

HRMO-ADVIES 1E LIJN ORGANISATIEONDERDELEN 2E LIJN CORPORATE DIENST

16 KRACHT AUGUSTUS 2013

buitenwacht

BOTER BIJ DE VIS

TOEN-NU-STRAKS

Obstakels? Ergernissen? Rijkswaterstaat doet boter bij de vis. Ideeën van medewerkers zijn een springplank naar een sterkere organisatie.

Reputatieonderzoek

O&F Advisering O&F-rapport

Trajectmanagement met trajectmanager

zekerheid

Sinds april is Rijkswaterstaat ingericht op zijn kerntaken. De volgende stap is om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen. ‘Wacht niet af in deze onrustige en onzekere tijd, maar kom zelf in beweging. Door goed te kijken naar ieders toekomstperspectieven, kunnen we gedwongen mobiliteit zo veel mogelijk voorkomen’, aldus Ellen Beenders, hoofd Corporate Mobiliteitscentrum (CMC).

INTERVIEW

Workshops

MOBILITEITSPLEIN info op intranet

CLC

De juiste persoon op de juiste plek

Meer uniformiteit in grip op de productie is het motto van Rijkswaterstaat Verkeer- en Watermanagement (VWM). Han Stegeman, hoofd van de afdeling Managementcyclus en kwaliteit, bedacht daarvoor een overzichtelijke en voor iedereen toegankelijke werkwijze.

‘De stakeholders zien de noodzaak van de wegverbreding. Er is veel draagvlak voor. Ze hebben het gevoel invloed te kunnen uitoefenen op de besluiten, omdat ze hierbij in een vroeg stadium zijn betrokken. Ook voelen ze zich serieus genomen. Rijkswaterstaat heeft oog voor hun belangen en weegt deze mee in de besluitvorming. De samenwerking vinden ze open en constructief. Rijkswaterstaat kweekt goodwill door serieus aandacht te besteden aan leefbaarheid en de herinrichting van de buitenruimte. Onze inzet op communicatie om de overlast te beperken zien ze als een uiting van maatschappelijke betrokkenheid. Typeringen als aanspreekbaar, dienstverlenend, integer, verbindend, samenwerkingsgericht, zichtbaar, zorgvuldig, flexibel en betrouwbaar vinden ze passend. Tot dusver doen we wat we beloven. We proberen de hinder en overlast te beperken en draaien er niet omheen. Stakeholders zien ons als de trekker en het gezicht van SAA.’

Was er ook kritiek? ‘Er zijn een paar punten van zorg, bijvoorbeeld over de uitvoering. Hoe houdt Rijkswaterstaat de regie, zodra de aannemer in beeld komt? Welke gevolgen heeft dat voor de kwaliteit van de communicatie? Dit omvangrijke programma heeft vooral veel impact voor het ambtelijk apparaat van kleine gemeenten als Muiden en Diemen. Zij spreken de wens uit dat Rijkswaterstaat oog voor hun belangen blijft houden en ze goed ondersteunt met hun expertise. Terughoudend waren de respondenten over de praktijk, omdat veel projecten nog niet in uitvoering zijn. Of we dan efficiënt en doelmatig bouwen, is vooraf lastig in te schatten. In het algemeen heeft de overheid een

Meer zand

voor het Banjaardstrand

Welk beeld van SAA overheerst?

De aanleiding Han: ’Bij VWM werken mensen afkomstig van negen organisatieonderdelen uit diverse windstreken met meerdere werkwijzen. Om uniforme grip te krijgen op het productieproces hebben we een kalender voor de managementcyclus bedacht. Hierop staan alle taken, verantwoordelijke personen en op te leveren producten met data. In de bijbehorende ‘bundel’ staat een toelichting op de uitvoering van de taak. Ook is er een usb-stick met brondocumenten, zoals een managementcontract en verdeling interne kosten. Voor de uitwerking van een actie kun je de bundel en brondocumenten raadplegen. De management- en directieteams hebben de usb-stick symbolisch als ‘sleutel’ voor meer grip op de productie ontvangen. Sinds april is de kalender binnen VWM in gebruik. Mooi is dat we nu in één procesgang alle acties van een heel jaar terugzien. Maar we zijn er nog niet. Het moet nog beklijven bij de afdelingshoofden. Het bewustzijn dat alle acties elkaar versterken, bijdragen aan een groter geheel, moet nog groeien. Het idee wekte zelfs interesse bij Rijkswaterstaat Midden-Nederland en is overgenomen door de Bestuursstaf.’

Kalender ‘Zelf hadden we al een kalender. Maar die van RWS VWM is overzichtelijker en handzamer. Op basis van dit voorbeeld maakten wij een kalender voor de managementcyclus van heel Rijkswaterstaat. Het geeft een helder beeld van de processtappen’, zegt Johan de Graaf, destijds coördinator managementcyclus (Bestuursstaf).

KRACHT AUGUSTUS 2013 17

‘Elkaar kennen en vinden is van belang’

‘Zelfs een folder voor Duitse toeristen’

‘Een diepe geul tussen de Veerse Dam en de Oosterschelde­ kering bewoog langzaam naar de kust van het Banjaard­ strand. Met een strand­ en geulwandsuppletie versterken we nu de kust en verbreden we het strand. Een bagger­ schip pompte 360.000 kubieke meter zand het strand op. Met nog eens 1,5 miljoen m3 zand vult Rijkswaterstaat de geul. Omgevingsmanagement voer je niet achter een bureau uit. Daarom heb ik een inventarisatie van belang­ hebbenden gemaakt en hen persoonlijk geïnformeerd. Elkaar kennen en weten te vinden is belangrijk. Voor belangenafwegingen, begrip en bij calamiteiten. Met ruim dertig dienstjaren ken ik onze stakeholders goed en zij mij. We informeerden hen en andere geïnteresseerden tijdens een bijeenkomst in strandpaviljoen De Banjaard en via artikelen in lokale media, posters, websites en flyers. Bespreekpunten waren de planning, mogelijke overlast tijdens de uitvoering en de (on)veiligheid. De suppleties zijn niet controversieel. Iedereen is blij met een mooi, breed en sterk strand. De stakeholders beseffen dat het opspuiten ook in hun belang is.’

‘Van een suppletie twintig jaar geleden herinner ik me dat Rijkswaterstaat plotseling aan de slag ging. We wisten van niets. Geleidelijk aan is dat verbeterd. Nu vindt voor, tijdens en na de werkzaamheden overleg plaats. Ook de aannemer is veel zichtbaarder dan toen. Hij gaf voorlich­ ting, beantwoordde vragen en vertelde hoe we het publiek op de juiste afstand konden houden. Tijdens de uitvoering was het verboden het werkterrein te betreden. Het net opgespoten zand was niet stevig genoeg. Er kon tijdelijk drijfzand ontstaan. Maar het terrein was goed afgezet. Een veiligheidsfunctionaris vertelde aan voorbij­ gangers waar ze wel konden lopen. Ook de publieksvoor­ lichting was uitstekend. Rijkswaterstaat bood ons keurige folders die we aan recreanten meegaven. Zelfs Duitstalige exemplaren. Door dag en nacht door te werken was de strandsuppletie in twee weken klaar. De geulwandsuppletie is pas in september gereed. Maar omdat Rijkswaterstaat de aannemer alle ruimte geeft bij het inplannen van het werk, werd de klus goedkoper. Daarmee zijn mijn belangen als belastingbetaler dan wel weer gediend.’

WIE Jos Geluk

WIE Jos van Halst

WAT Omgevingsmanager

WAT Eigenaar strandpaviljoen De Banjaard en pachter Banjaardstrand WAAR Noord­Beveland

WAAR Rijkswaterstaat Zee en Delta

Een hemels akkoord goed laten landen Elke zes jaar inspecteren de waterschappen en de regionale organisatieonderdelen van Rijkswaterstaat hun dijken, duinen en constructies, zoals sluizen, dammen en duikers. Het gaat bij deze landelijke toets over de vraag of de primaire waterkeringen voldoen aan de veiligheidsnormen. De toets van 2011 resulteerde in een grote toename van verbeterprojecten. Reden voor Rijkswaterstaat en de waterschappen om het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (nHWBP) samen anders aan te pakken.

kRAchT auGusTus 2013 21

Colofon Kracht is een blad voor alle Rijkswaterstaters. Onderwerpen worden aangeleverd door collega’s uit het land. Uitspraken, meningen en citaten in dit blad weerspiegelen niet noodzakelijk de visie van het management van Rijkswaterstaat. KRACHT verschijnt 6 keer per jaar.

KRACHT maakt gebruik van Layar. Download de app en scan de pagina’s met het icoon om nog meer te ontdekken.

Uitgave Rijkswaterstaat Corporate Dienst Opdrachtgever Marjan Buruma, Rijkswaterstaat Bestuursstaf Projectleiding Henk Kloosterhuis, Rijkswaterstaat Corporate Dienst BladcoÖrdinatie & realisatie Bureau Karin de Lange, Den Haag Tekst & redactie Bureau Karin de Lange en BCP Eindredactie Susan de Louw en Shirley Copijn (Bureau Karin de Lange, 070 365 44 34) Beeldredactie Bureau Karin de Lange

Illustratie & fotografie Marcel Rozenberg, Edwin Weers, Loek Weijts, Andries de la Lande Cremer, Siebe Swart, Thinkstock en Rijkswaterstaat Beeldbank Oplage 13.000 exemplaren Art-direction Ontwerpwerk, Den Haag Vormgeving Inpladi bv, Cuijk Druk drukkerij Vos, Gemert Reacties, suggesties of onderwerpen? Mail henk.kloosterhuis@rws.nl Vragen over de bezorging kun je sturen aan de afdeling Communicatie van je organisatie­onderdeel.

Mokken en stampvoeten Jasper vult aan: ‘In de oude situatie financierde het Rijk alles. Maar wie alles betaalt, is wantrouwig. Het rijk had dan ook een technische leidraad die uitpakte als een soort dogma: voor dit ontwerp krijg je wel geld, voor dat niet. Voor alles wat de waterschappen zelf aan voorstellen of veranderingen aandroegen, moesten ze toestemming vragen en de hand ophouden. Dat leidde tot een ongezonde ouderkindrelatie. Het rijk had de zeggenschap en wees met het vingertje. De regio voelde zich niet gehoord. Tja, en wat doet een kind dat z’n zin niet krijgt? Dat gaat stampvoeten of zitten mokken. Kortom, een weinig productieve situatie.’

Jarenlang was alleen het Rijk verantwoordelijk voor de veiligheidsnormen van waterkeringen en het handhaven hiervan. De waterschappen deden het onderhoudswerk en kregen daarvoor geld van het Rijk. Voor de uitvoering van het nieuwe HWBP zijn Rijk en regio samen verantwoordelijk. Ze betalen elk de helft van de kosten en hebben voor het ondersteunen van de uitvoering een gezamenlijk programmabureau opgezet.

Meer samenhang Maarten Borgdorff (links), die afkomstig is van Rijkswaterstaat, is vanuit het programmabureau verantwoordelijk voor het programmeren en begeleiden van projecten. Jasper Tamboer is door het hoogheemraadschap Rijnland gedetacheerd als coördinator Kennis en Innovatie. Beiden tonen zich ware ambassadeurs van de nieuwe aanpak. ‘De tijd van toen’ is voor Maarten nog maar kort geleden. ‘Eigenlijk zitten we precies op de overgang tussen toen en straks. De uitvoering van het oude HWBP loopt nog. Dat is in 2006 gestart als een verzameling losse projecten. In het nieuwe HWBP brengen we meer samenhang tussen het programma en de projecten. Niet alleen delen Rijkswaterstaat en de waterschappen de verantwoordelijkheid, maar ook wisselen de waterschappen onderling meer informatie, kennis, deskundigheid en capaciteit uit.’

RIVIER DE MAAS

Droom en daad Jasper en Maarten zijn in de voorbereidingsfase druk in gesprek met de waterbeheerders over de nieuwe werkwijze, de korte lijntjes die waterschappen voortaan hebben met Den Haag, de gewenste profielen van de projectteams en over ‘competenties’ en ‘opleiding’. Jasper: ‘De nieuwe situatie is als een hemels akkoord. De aarde weet er nog niet van, maar moet het wel uitvoeren. In de jaren die ervoor nodig zijn om de nieuwe aanpak te laten landen houden we zelf een droom voor ogen: rond 2020 zijn Rijkswaterstaat en de waterschappen toegegroeid naar gezamenlijke regionale uitvoeringsorganisaties voor de hoogwaterbescherming.’ Maarten: ‘En dan behoort ook de enorme versnippering van gebiedsinformatie over vele en veelsoortige bronnen tot het verleden.’

RIVIER DE WAAL MET KRONKELENDE DIJK EN KRIBBEN

Verkennen is opmaat voor beter en sneller Maarten geeft als voorbeeld de aanpak van vier projecten met hoge prioriteit aan de waddenkust. ‘We beginnen met een projectoverstijgende verkenning in dat hele kustgebied. Door kleinere projecten logisch aan elkaar te koppelen kunnen we met één verkenning volstaan en op grotere schaal zoeken naar de beste oplossing voor een probleem. De resultaten van die verkenning zijn voor de waterschappen het beginpunt van de vier projectplannen. Ze kunnen dan snel

en gericht daaraan werken. Dijkversterking is niet de enige optie. Ze kunnen met goede redenen omkleed ook kiezen voor een tijdelijke maatregel of alleen voor onderhoud. Ook dat is anders dan tot nu toe. In de oude situatie kregen de waterschappen alleen geld voor aanleg en nieuwbouw. In het nieuwe HWBP is ook geld voor andere, mogelijk meer doelmatige oplossingen. Zo is straks een bredere afweging mogelijk. En dat zou wel eens voordelig kunnen zijn.’

OVERHANDIGEN VAN HET EERSTE PROGRAMMA NHWBP AAN DE MINISTER SCHULTZ VAN HAEGEN KRACHT AUGUSTUS 2013 23


STROOIGOED

Feiten en cijfers

4,1

626

gestrande voertuigen in de regio Rijnmond in zomerseizoen

miljard euro voor programma SAA

100-jarig directieschip gedoopt

1,5

miljoen m3 zandsuppletie Banjaardstrand

2,3

kilometer A2-tunnel bij Maastricht

Yammer

In mei is in Lelystad-Haven het directieschip Rijkswaterstaat 1 officieel gedoopt. Het 100-jarige schip voer vroeger als motorzeilklipper Noord-Holland over de Nederlandse wateren. het schip kent een rijke historie. Zo werd het gebruikt door minister van Waterstaat cornelis Lely. Ook was het vaartuig betrokken bij de aanleg van de afsluitdijk. het schip was een beeldbepalend visitekaartje van rijkswaterstaat bij veel nautische evenementen. Volgens DG Jan hendrik Dronkers is het voor rijkswaterstaat ook in deze tijd van belang om de banden met partijen in de regio aan te halen. De oproep aan alle organisatieonderdelen: ‘Zet het schip optimaal in bij het werk en voor ondersteuning van ons imago.’ Meer weten over het boeken van de rijkswaterstaat 1 en de boekingsvoorwaarden? Stuur een e-mail naar mzk.rws1@rws.nl.

Betere reisinformatie SAA #Jan Brink Dag op pad met verkeersauditoren Ben de Bruijn en tom den hertog om de rijkswaterstaat-inzet rond de tt in assen te bezoeken. Nu een keer niet als bezoeker, maar als rWS’er. Enorm onder de indruk van de professionaliteit en het plezier waarmee iedereen zijn werk deed. Veel duimen omhoog van bezoekers die voorbijreden. 130.000 motorfanaten hadden een mooie dag en gingen veilig en vlot huiswaarts. Voor een groot deel ‘powered by rijkswaterstaat’ #trots.

Getweet

Rijkswaterstaat en de Verkeersinformatiedienst (VID) zijn een nieuwe publiek-private samenwerking aangegaan voor betere actuele reisinformatie in de regio Amsterdam. tijdens de werkzaamheden op het traject Schiphol-amsterdamalmere (Saa) hebben weggebruikers, omwonenden en ondernemers te maken met overlast. Daarom krijgen zij informatie aangeboden over verkeershinder en reisalternatieven. Zo is op grote tv-schermen bij bedrijven of evenementenlocaties actuele verkeersinformatie voor de weg en het openbaar vervoer beschikbaar. Daarnaast is in juli de VID-app uitgebreid met een VID-alert. Weggebruikers krijgen daarmee een waarschuwing bij verkeershinder. De VID is de eerste serviceprovider waarmee rijkswaterstaat een samenwerking aangaat voor reisinformatie omtrent het Saa-traject. rijkswaterstaat verkent ook samenwerkingsmogelijkheden met andere marktpartijen.

REACTIE WEGGEBRUIKER:

KRACHT verrijkt met digitale extra’s

@Rijkswaterstaat op de #A44 moet een trap liggen waar ik overheen ben gereden, waarschijnlijk in middenberm. REACTIE RIJKSWATERSTAAT:

MAGAZINE VOOR MEDEWERKERS VAN RIJKSWATERSTAAT AUGUSTUS 2013

@leonvkempen Bedankt! De melding was ook binnengekomen via 0800-8002 en gelijk doorgegeven aan collega’s ter plaatse!

Scan de pagina's met het Layar icoon met je smartphone! specteurs Weginruitto cht

HOEDERS IN HET

VERKEER

in de zome

KRACHT aUGUStUS 2013 3


portret

‘Snel beoordelen en

daadkrachtig hande Zeeverkeersleider Nicolette van Berkel is het baken voor de scheepvaart en fungeert als ogen en oren voor Rijkswaterstaat. Sinds 2007 doet ze dit vanuit de vuurtoren De Brandaris op Terschelling, waar ze is geboren en getogen. In haar werk is ze vooruitstrevend en zoekt ze de verbinding met collega’s in het land. Allereerst, hoe houd je de scheepvaart in het gareel? ‘Samen met een collega zorg ik overdag en ’s avonds voor vlot en veilig scheepvaart­ verkeer door via marifoon en radar contact te houden met schepen. Bij calamiteiten - als bij­ voorbeeld een zeilschip omslaat en mensen te water raken - alarmeer ik hulpdiensten: de KNRM (Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij), politie te water en bergers. Daarnaast zorg ik dat het overige scheepvaart­ verkeer hiervan zo min mogelijk hinder onder­ vindt. Als zeeverkeersleider ben ik ook verant­ woordelijk voor het naleven van de nautische regels. Rijkswaterstaat is beheerder van het water. Wij monitoren de schepen en bij over­ tredingen stuur ik de patrouillevaartuigen aan voor handhaving. Verder verleen ik vergunnin­ gen en ontheffingen aan vaarweggebruikers.’

Is het voor een zeeverkeers­ leider vanaf een eiland anders werken dan op het vasteland? ‘Jazeker, ik werk met zowel zee- als binnen­ vaart. Het aanbod aan schepen is bij ons divers: van beroepsvaart tot pleziervaart. En het Waddengebied en de Noordzee vormt een dynamisch gebied. Bij hoge golven en stormen kunnen grote zeeschepen op de Noordzee uit hun roer lopen. Ongevallen met jachten in de Waddenzee kunnen ontstaan door de veelheid aan stromingen. Ook komen soms schepen in de problemen door ondiep­ ten. En als een schip een milieuramp veroor­ zaakt, heeft dat grote gevolgen voor het Waddengebied. Het staat op de Werelderf­ goedlijst. Bij alle ongevallen sla ik alarm en zorg ik dat alle betrokkenen hulp krijgen.’

4 kracht augustus 2013

Wat heb je daarvoor nodig? ‘Een nautische opleiding is een must als zeeverkeersleider. Ik heb de Hogere Zee­ vaart­school gedaan. En na mijn indienst­ treding bij Rijkswaterstaat heb ik nog de Nationale Nautische Verkeersdienst Oplei­ ding (NNVO) in Wageningen gevolgd, waarbij de nadruk lag op de nautische vakken. Maar kennis alleen is niet voldoende. In dit vak moet je zakelijk, kort en duidelijk communi­ ceren en stress­bestendig zijn. Rustig en capabel zijn is erg belangrijk. Tijd om kalm na te denken is er niet. Ik moet een situatie snel beoordelen en meteen daadkrachtig handelen.’

Hoe lever jij in je werk een bijdrage aan het Ondernemingsplan 2015? ‘Als dienend leider stuurt mijn teamleider niet aan op inhoud. Ze vertrouwt op mijn nautische kennis. En op basis van die kennis word ik ingezet op diverse projecten. Daarbij streef ik altijd naar verbetering en efficiency. Zo gebruikte ik de KR8-methode om het pro­ ces van vergunning- en ontheffingsverlening te verbeteren. Belangrijk is dat vaarwegge­ bruikers ook ervaren dat het proces voor een vergunningaanvraag minder moeizaam is. Ik denk graag na over hoe we de vaarweg­ gebruiker zo goed mogelijk kunnen bedienen vanuit de waarden van Rijkswaterstaat. Daarbij zoek ik vanuit VWM Operationeel Verkeer Noord-Oost verbinding met collega’s in het land. Zo zit ik in een groot landelijk nautisch verkeerscentraleproject. Centrale vraag daarbij is: ‘Wat is de toekomst van Nederland op nautisch gebied?’ Ik denk mee

over hoe AIS (automatic identification system) te gebruiken is op verkeerscentrales en bij de sluisbediening. Ook zit ik in het testteam van het landelijke project VOS (Verkeersmanagement Ondersteuning voor de Scheepvaart). Dit systeem dat alle scheeps­­bewegingen vastlegt, gaan we landelijk in de verkeerscentrales gebruiken.’

Merk je verschillen in hoe de omgeving omgaat met vrouwelijke en mannelijke zeeverkeersleiders? 'Ik heb zelf nooit een verschil ervaren. Er zijn niet veel vrouwelijke verkeersleiders, dus val je sneller op. Daardoor ben je ook bekender binnen de organisatie. Daarmee kun je je voordeel doen. Tijdens de opleiding moet je je misschien wat meer bewijzen, maar daarna niet.'

Waarop ben je trots en welke uitdagingen heb je nog? 'Vanaf een eiland als vrouwelijke zeever­ keersleider zo’n groot gebied bewaken, daar ben ik wel trots op. En verkeerscentrale Brandaris die wordt gemoderniseerd met nieuwe apparatuur en een nieuwe werk­ plekinrichting. Dat is een mooie stap vooruit. Ik streef er verder naar dat Operationeel Verkeer Noord-Oost goed op de kaart blijft staan. Dat betekent voor ons weten wat de landelijke ontwikkelingen zijn en daar goed bij aansluiten. Nu alle verkeerscentrales onder VWM vallen, kunnen we in ons werk meer uniformiteit creëren. Dus krachten bundelen en ons sterk maken voor één Rijkswaterstaat.’


len’

profiel 33 jaar samenwonend Hobby’s met mijn paarden in de natuur rijden, wandelen met de hond en hardlopen Motto blijf jezelf ontwikkelen en sta open voor nieuwe uitdagingen Leeftijd Privé


context Hoe

omgevingsgericht is Rijkswaterstaat?

‘Openheid van zaken geven’ Jeroen Maas

‘Het bouwen van een tunnel van 2,3 kilometer, dwars door het hart van Maastricht, gaat niet zonder slag of stoot. Het is goed dat we hierover vroegtijdig communiceerden. Deze investering aan de voorkant zorgde voor veel goodwill bij de omgeving. We wisten vooraf welke belangen, vragen en problemen speelden en hebben dat meegenomen in de planontwikkeling. Ook tijdens de uitvoering zijn we duidelijk over de hinder. Uniek is dat we de regie uit handen geven aan het A2-Buurten­platform en vooral op verzoek informatie verstrekken. In het begin hadden we moeite met deze openheid van zaken, maar het effect is positief: veel draagvlak, relatief weinig bezwaren en een korte doorlooptijd van procedures. De samenwerking binnen het projectbureau A2 Maastricht tussen Rijkswaterstaat, provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen werkt. Daarnaast is het onze maatschappelijke verplichting iets terug te doen voor de stad en geen rokende puinhoop achter te laten. Zo hebben we omgehakte bomen omgebouwd tot speeltoestellen en is een braakliggend terrein aantrek­ kelijk gemaakt met zonnebloemen.’

‘Onrust wegnemen’ Jean-Pierre Menten ‘Als A2-steward stel ik geïrriteerde buurtbewoners op hun gemak en wijs hun de weg. Bewoners in sommige volkswijken reageren vaak geëmotioneerd op veranderingen. Schriftelijke informatie over de werkzaamheden lezen ze nauwelijks. Daarom is het goed om rond te lopen in de wijken en bewoners persoonlijk te woord te staan. Met allerlei vragen en klachten kloppen ze intussen bij me aan. Ik neem veel onrust weg, omdat ik uitleg waarom iets moet gebeuren. Het intrillen van de tunneldamwanden zorgde laatst voor veel overlast. Als ik de bewoners vertel dat de werkzaamheden ’s nachts plaats­ vinden en niet overdag vanwege de afsluiting van de A2, kun je rekenen op begrip. Klachten over vieze huizen en auto’s door stof en modder zijn er ook. Dan vraag ik of de waterwagen nog een

‘Vroegtijdig communiceren moet een tweede natuur worden’ Ad Lutters ‘Wij praten en denken mee tijdens fasen van het project A2 Maastricht en komen op voor de belangen van de buurten. Met mooie resultaten tot gevolg. Zo

keer extra komt sproeien. En bij schade aan huizen stuur ik een schade-expert langs. We graven letterlijk in de achtertuinen van mensen. Overlast is dan niet te voorkomen, maar wel te beperken.’

komen er groene aardewallen in plaats van geluidsschermen bij de A2. En er is een bezorgdienst in het leven geroepen voor minder mobiele mensen die de supermarkt door de bouwput moeilijk kunnen bereiken. Waar Rijkswaterstaat in het verleden soms dominant en autoritair optrad, zien we nu een open houding. Ze zijn goed benaderbaar, luisteren, denken mee en kijken of ze aan onze wensen kunnen voldoen. We voelen ons serieus genomen. Binnen het projectbureau A2 Maastricht ontstaan soms discussies. Rijkswaterstaat beredeneert meer vanuit het project en de gemeente meer vanuit de bewoners. Maar zulke discussies zijn gezond. Vroegtijdig communiceren moet een tweede natuur worden. Als alle betrokkenen hun inbreng leveren voordat het ontwerp definitief is, lopen we voor de troepen uit.’

profiel

profiel

profiel

Omgevingsmanager project­ bureau A2 Maastricht Leeftijd 46 Reageren via jmaas@a2maastricht.nl

Functie

A2-steward van bouwer Avenue2 en projectbureau A2 Maastricht Leeftijd 46 Reageren via Jp.menten@avenue2.nl

Voorzitter A2-Buurtenplatform 69 Reageren via de servicelijn op www.A2maastricht.nl

Functie

Functie

Leeftijd

RWS’ers, partners en gebruikers reageren op een woord dat centraal staat binnen Rijkswaterstaat. Ook meepraten? Mail naar kracht@rws.nl. 6 kracht augustus 2013


COLUMN

Beweging Rijkswaterstaat is volop in beweging. En dan heb ik het niet over onze wiebelende kantoorpanden, maar over de organisatie die verandert. Gevleugelde termen als mobiliteit en transitiemanagement vliegen je om de oren. Ook ons motto ‘Elke dag beter’ roept associaties op met beweging en voor(ui)tgang. Maar wat is er eigenlijk mis met stilstand? Het schijnt een synoniem te zijn voor achteruitgang, maar klopt dat ook? Topsporters hebben rust nodig om optimaal te presteren. Om diezelfde reden hebben ik en mijn collega’s vakantie nodig. En over vakantie gesproken, onderweg naar de bestemming in ZuidFrankrijk kunnen een paar uurtjes stilstand op een parkeerplaats langs de snelweg echt geen kwaad. Sterker, het schijnt nog levens te redden ook. Kortom, rust lijkt essentieel voor een optimale prestatie. Maar krijgt Rijkswaterstaat zelf eigenlijk wel voldoende rust? Neemt de organisatie wel eens de tijd om te kijken waar ze staat, hoe dat zich verhoudt tot het verleden en wat dat betekent voor de toekomst? Een te grote focus op 2015 brengt het gevaar met zich mee dat we ons blindstaren op mooie toekomstverwachtingen en het heden daarbij voor lief nemen. En die hoge verwachtingen kunnen weer leiden tot teleurstellingen. Denk maar aan dat ene feestje waar je zo naar uit hebt gekeken, maar dat uiteindelijk behoorlijk tegenviel. Laten we daarom 2013 en 2014 vooral niet negeren of vergeten. Wellicht dat we daarmee kunnen uitsluiten dat 2015 het jaar van de weemoed wordt. E. Gaafman

KRACHT AUGUSTUS 2013 7


reportage

Hollen of stilstaan Jaarlijks rijden ongeveer 350 weginspecteurs op de rijkswegen. Wakend over de veiligheid van weggebruikers en het verkeer in goede banen leidend bij ongevallen, autopech en ďŹ les. De weginspecteur patrouilleert dag en nacht, te motor of per auto. Ook tijdens de vakantieuitstroom. En wat maak je dan zoal mee als het kwik 30 graden aangeeft? Weginspecteurs in de Randstad aan het woord.

8 kracht AuGustus 2013


Feiten en cijfers randstad-regio rijnmond Werkgebied: De randstad-regio rijnmond (tussen Willemstad-Delft zuid en capelle aan den IJssel-De Lier: a4, a13, a15, a16, a20, a29 en a38). Inclusief N59 Den Bommel-hellegatsplein, N57 Stellendam-aansluiting N15 rozenburg, N15 rozenburg-Stenenbaakplein Objecten op de vluchtstrook

Gestrande voertuigen

626 tijdens zomerseizoen

Objecten op de rijbaan

240

38

tijdens zomerseizoen

tijdens zomerseizoen

rijcapaciteit patrouillevoertuig met volle tank

Ongevallen

239 tijdens zomerseizoen

Overige incidenten

83

840 kilometer

tijdens zomerseizoen

‘Alle apparatuur moet optimaal werken. Dat is cruciaal in ons werk’ Weginspecteur Jan van den Doel

kracht AuGustus 2013 9


reportage

‘De officier van dienst krijgt ook een melding over de vluchtstrookafzetting’ Weginspecteur Jan van den Doel

14.00 uur

‘Ik maak van alles mee’ Op steunpunt Ridderkerk meldt weginspec­ teur Jan van den Doel zich bij de verkeers­ centrale (VMC-ZWN) in Rhoon aan. Met col­ lega Richard Nijveen bespreekt hij vervolgens aan de hand van de wegennetoverzichtskaart enkele locaties in Zuid-Holland waarvoor verkeersmaatregelen gelden. Jans mobiel rinkelt plots. Het is VMC-ZWN. De vlucht­ strookafzetting op de A20 moet er om 15.30 uur af vanwege de avondspits en hulp­ diensten die erlangs moeten. Jan moet dit straks controleren. ‘De officier van dienst krijgt hierover ook een melding via VMCZWN’, zegt Jan, die zo zijn middagdienst (van 14.00 tot 22.30 uur) start. Richard, net terug van de ochtendshift (06.00-14.30 uur): ‘Volgens mij gebeuren juist ’s zomers veel incidenten. Vrachtwagens die lading verlie­ zen. Of de Botlektunnel die tijdens een hevige regenbui onder water staat en die wij moeten afsluiten. Ik maak van alles mee. Het aangrij­ pendst was toen een keer op de middelste rijstrook een auto een fiets verloor. Drie mensen probeerden die van de weg te halen met dodelijke afloop. Gelukkig beleven we ook grappige dingen. Zoals een melding van een lijk in de berm dat achteraf een opblaas­ pop bleek te zijn.’

15.00 uur

‘Vaker negeren weg­ gebruikers rode kruizen’

Jan moppert ondertussen dat een collega vergeten is zijn patrouilleauto vol te tanken. ‘Met een volle tank op pad’, zo luidt strikt de regel. En alle apparatuur, zoals de communi­ catie, moet optimaal werken. Dat is cruciaal in ons werk.’ Overigens treft Jan zelf regel­ matig vakantiegangers die zonder brandstof stilstaan langs de weg. In de Beneluxtunnel zelfs wekelijks. Jan: ‘Dan gaat automatisch een signaal naar VMC-ZWN, die het matrix­ bord boven de rijstrook van een rood kruis

10 kracht augustus 2013

voorziet of de tunnelbuis afsluit. En wij krij­ gen een sein om het incident te beveiligen, zodat de ANWB of een berger de gedupeerde automobilist veilig kan wegslepen.’ Inmiddels kan de Rijkswaterstaatdienstauto met volle tank weer 840 kilometer vooruit. We rijden richting de A20. Jan merkt op dat zijn werk met de jaren gevaarlijker wordt. Vaker negeren weggebruikers rode kruizen. Maar een weginspecteur is geen opsporings­ ambtenaar en kan dus geen boetes uitdelen bij wetsovertredingen. Jan: ‘Wel kunnen we ons goed zichtbaar maken met zwaailichten. De autodrip, het paneel met symbolen dat bij incidenten knippert, is voor ons belangrijk gereedschap om weggebruikers in het ver­ keer te geleiden.’

14.00 uur

15.00 uur

15.30 uur

‘De wegafzetting is netjes verwijderd’

De rit gaat verder richting de A20, tussen Capelle aan den IJssel en Maasdijk. Jan ver­ telt dat het asfalteren van grote rijkswegen veelal ’s zomers gebeurt, in de weekenden en ’s nachts. Dan is er minder verkeers­ hinder. ‘Ik controleer of de wegafzetting volgens de richtlijn is geplaatst’, zegt Jan. Ineens belt VMC-ZWN: ‘Hoe staat het met de vluchtstrookafzetting op de A20?’ Inmiddels gearriveerd op de locatie constateert Jan dat de aannemer klaar is. De wegafzetting is netjes volgens afspraak verwijderd. Maar de aannemer is de rijstrooksignalering vergeten af te melden bij de verkeerscentrale, dus dit doet Jan alsnog.

16.00 uur

16.00 uur

‘Je kunt beter de ANWB of 112 bellen’

Enkele minuten later signaleert Jan rechts op de A20 bij Vlaardingen een jong echtpaar met autopech. ‘Zo te zien een lekke linkerband’,

17.00 uur


zegt Jan. En warempel. ‘Ik heb de band al ver­ wisseld. M’n vriendin hield het verkeer in de gaten’, roept de jonge man als Jan hem hulp aanbiedt. ‘Alleen voortaan geen band wisse­ len met links het verkeer in de rug. Dat is levensgevaarlijk. Je kunt beter de ANWB of 112 bellen’, is Jans repliek. Hij geeft vervolgens VMC-ZWN het voorval met kenteken door. ‘Oké, ik rij weer door.’ Hij maakt nog een aan­ tekening in zijn logboek. Jan: ‘Ik administreer alles.’ Na het voorval rijden we op de A20 richting Gouda. Even langs een verzorgings­ plaats. Kijken of vrachtwagenchauffeurs onrechtmatig afval lozen. Of dat er verdachte auto’s staan. ‘Als ik gekke dingen zie, geef ik dat door aan de politie’, zeg Jan.

15.30 uur

16.30 uur

‘Als iets niet goed is, spreek ik de aannemer aan’

16.30 uur

Op de A4, traject Vlaardingen-Schiedam ter hoogte van het Kethelplein, werken aanne­ mers aan de weg. Jan controleert doorgaans of de verkeersmaatregelen volgens de richt­ lijn gaan. Jan: ‘De wegwerkers mogen het verkeer niet in gevaar brengen. Als iets niet goed is, spreek ik de aannemer hierop aan.’ Jan rijdt nu even langs het traject. De boel is in orde, dus we rijden door. Voor een snikhete dag is het vrij rustig op de weg. Doorgaans trekt de vakantie specifiek publiek, zoals buitenlanders, strandbezoekers en festivalgangers. En specifieke incidenten. Jan: ‘In de zomer ontstaan vaker bermbranden. Dan zet­ ten wij de weg af, zodat de brandweer zijn werk kan doen. Vrachtwagens hebben vaker klapbanden vanwege de hoge temperaturen. En klassieke auto’s stranden vaker in de file door een oververhit koelsysteem. Ook ontstaan gevaarlijke situaties als een dakluik van een caravan door rijwind afwaait. Of als een fiets van de fietsendrager valt. Zodra wij hiervan melding krijgen, gaan we

ter plaatse. We stellen de verkeerssituatie veilig en schakelen bij gewonden politie en ambulance in. En bij autoschade een berger. Overigens raken ’s zomers bestuurders eer­ der geïrriteerd als er file staat, zeker als het erg warm is.’

17.00 uur

‘Dat maakt het werk zo dynamisch’

Terug op de A13 ziet Jan onderweg de politie in gesprek met een weggebruiker. Jan neemt poolshoogte bij Rob Overdevest van de nationale politie (voorheen KLPD). De zaak blijkt afgehandeld en assistentie is niet nodig. Rob: ‘Ik kom Jan regelmatig tegen bij pech­ gevallen, een ongeval of als hij iets te melden heeft over een verdachte weggebruiker. Ons werkgebied is hetzelfde. We kunnen onder­ ling goed samenwerken. Zo is Rijkswaterstaat bij een kop-staartbotsing meteen ter plaatse om de weggebruikers en hulpdiensten te beveiligen. Wat beter kan, is de communicatie bij kleinschalige incidenten. Aansluiting op het uniforme communicatiesysteem (C2000) voor alle betrokken Rijkswaterstaat­mede­ werkers zou daarbij helpen. Tot straks, hè!’, grapt Rob. Even later krijgt Jan via de ver­ keerscentrale het verzoek voor assistentie aan de politie op de A20. Een vrachtwagen staat daar met pech. Nog geen vijf minuten later is de melding weer ingetrokken. Het is typerend voor het werk van de weginspec­ teur. Het is hollen of stilstaan. ‘En dat maakt het werk zo dynamisch’, aldus Jan.

‘Wat beter kan is de communicatie bij kleinschalige incidenten’

Rob Overdevest, nationale politie

kracht augustus 2013 11


MOOI WERK

Het beste voor de vis ‘Wij onderzoeken - met subsidie uit het Europese Visserijfonds en bijdragen van diverse waterbeheerders - of de uitstroom van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Wieringermeer een lokkende werking heeft op glasaal. Zo ontdekte ik dit voorjaar dat erg veel glasaal aanwezig was in de kom voor de sluis bij Den Oever. Vispassages zijn belangrijk voor de visstand in het IJsselmeer. Maar de bedachte oplossingen zijn vaak niet de beste voor de vis. Met een beter schutsluisbeheer bereik je meer. De passage via de sluis is voor de vis veel natuurlijker.’ Bram van Wijk visstandonderzoeker VisserijService Nederland

De migratieroute compleet ‘Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is als adviseur vismigratie betrokken bij de plannen. Vanuit het water dat ons waterschap beheert, laten we vis, zoals aal en stekelbaars, migreren tussen polders, boezemsysteem en buitenwater. In de buurt van de Stevinsluizen kan bijvoorbeeld vis uit het Wieringermeer via passages in het IJsselmeer terechtkomen en andersom. De laatste ontbrekende schakel in de migratieroute is die naar zee. Doordat Rijkswaterstaat daar nu voor zorgt, maken we als waterbeheerders samen de migratieroute compleet.’ Steven Westerman projectleider afdeling Watersystemen bij hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

12 KRACHT AUGUSTUS 2013


Deuren open

Rijkswaterstaat wil de vismigratie en visstand in het IJsselmeer verbeteren en zo voldoen aan Europese richtlijnen. Dat kan door ander spuisluisbeheer, door meer ‘loze’ schuttingen (zonder schepen) uit te voeren én door een vispassage bij de Stevinsluizen aan te leggen. Twee zouthevels, bij Den Oever en Kornwerderzand, moeten verzilting van het IJsselmeer voorkomen. Het project ‘Verbeteren vismigratie Afsluitdijk’ start dit jaar.

Helemaal van de Sargassozee naar Nederland zwemmen en bij de Afsluitdijk niet naar binnen kunnen. Dit overkomt jaarlijks drommen glasaaltjes. Op verzoek van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zette Rijkswaterstaat dit voorjaar de schutsluisdeuren even open voor de wachtende babyvisjes. Een voorproefje van het visvriendelijk sluisbeheer dat Rijkswaterstaat uiterlijk in 2015 gaat invoeren.

Slimme manier ‘Vooral de landbouw is beducht voor verzilting. De aannemer bedacht een eenvoudige, maar slimme manier om het zoute water dat ondanks voorzorgsmaatregelen tóch in het IJsselmeer komt, terug te hevelen naar de Waddenzee. Deze oplossing maakt het mogelijk de spuisluizen langer open te laten, zodat de vis meer kans krijgt naar binnen te trekken. Voor de ‘zwakke zwemmers’ onder de vissen is visvriendelijk spuisluisbeheer – vanwege de sterke stroming bij het spuien – geen oplossing. Bij Den Oever leggen we daarom een vispassage aan.’ Marianne Greijdanus omgevingsmanager KRW-aanlegprojecten bij Rijkswaterstaat Midden-Nederland

KRACHT AUGUSTUS 2013 13


De juiste persoon op de juiste plek Door mobiliteit zorgen we dat medewerkers hun marktwaarde leren kennen en vergroten. Daarnaast verbetert ook de organisatie zelf.

A

LEIDINGGEVENDE

HET CORPORATE MOBILITEITSCENTRUM Faciliteert medewerkers en managers bij mobiliteit

MEDEWERKER

B

CMC

C

Loopbaan- of mobiliteitstraject met mobiliteitsadviseur

Managen mobilliteit

CORPORATE LEARNING CENTRE

Opleidingen

Workshops

MOBILITEITSPLEIN info op intranet

CLC

O&F Advisering O&F-rapport

Trajectmanagement met trajectmanager

Rijkswaterstaat Handreiking Functiegebouw Rijk

360째 feedback

Loopbaanscan+

RIJKSTALENTENCENTRUM.NL

HRMO-ADVIES 1E LIJN ORGANISATIEONDERDELEN 2E LIJN CORPORATE DIENST

14 KRACHT AUGUSTUS 2013


LEARNING CENTRE

Opleidingen

ACHTERGROND

MOBI info

CLC

‘De enige

Trajectmanagement met trajectmanager

zekerheid

Sinds april is Rijkswaterstaat ingericht op zijn kerntaken. De volgende stap is om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen. ‘Wacht niet af in deze onrustige en onzekere tijd, maar kom zelf in beweging. Door goed te kijken naar ieders toekomstperspectieven, kunnen we gedwongen mobiliteit zo veel mogelijk voorkomen’, aldus Ellen Beenders, hoofd Corporate Mobiliteitscentrum (CMC).

Is er straks wel of geen plek voor mij binnen de organisatie? Die vraag kan je behoorlijk bezighouden. Volgens Ellen horen veranderingen bij een organisatie en ben je uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor je carrière. ‘Als medewerkers hun marktwaarde kennen en deze weten te vergroten, neemt hun zekerheid op de arbeidsmarkt, in- én extern, toe. Het CMC faciliteert medewerkers en leidinggevenden hierbij. Door te ontdekken wat ze waard zijn en over welke kwaliteiten en kennis ze beschikken, ontstaan mogelijkheden. En kan de wereld er ineens heel anders uitzien.'

Stimuleren Op dit moment brengt Rijkswaterstaat in kaart waar functies bijkomen en verdwijnen. In oktober verschijnt de ‘tachtig procent versie’ van het Organisatie- en Formatierapport (O&F). ‘De eerste contouren zijn zichtbaar’, zegt Ellen. ‘Zo zoeken we bijna driehonderd medewerkers voor Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening (CIV). Belangrijk is dat leidinggevenden en medewerkers open over mobiliteit praten. Dat leidinggevenden medewerkers stimuleren om te ontdekken wie ze zijn, wat ze willen en

360° feedback

ben je zelf’

Loopbaanscan

RIJKSTALENTENCENTRUM.NL

wat ze kunnen. Door dit plaatje te toetsen aan de werkelijkheid, zien ze wat nodig is om daar te komen. Denk aan het voeren van oriënterende gesprekken, het volgen van een opleiding of training of het lopen van een stage. Nadenken over je eigen inzet binnen de organisatie geeft meer zekerheid. Je vaart je eigen koers en laat je minder leiden door de veranderingen binnen een organisatie.’

Begeleiding Rijkswaterstaat heeft begeleidingstools op het gebied van persoonlijke oriëntatie, marktoriëntatie en marktbenadering. Afhankelijk van persoonlijke vragen wijst het mobiliteitsplein op intranet de weg. ‘Wellicht heb je behoefte aan een loopbaantraject of een loopbaanscan om te zien welke competenties je moet ontwikkelen om een bepaalde functie te kunnen uitoefenen. Ook zijn er netwerk- en sollicitatietrainingen. En via het digitaal loopbaancentrum Rijkstalentencentrum onderzoek je je marktwaarde. Maar er zijn zo veel begeleidingsmogelijkheden, dat weergave in één overzicht bijna onmogelijk is. Met het totaalpakket zorgen we voor de juiste persoon op de juiste plek.’

Afwachtend Als mobiliteitsadviseur zit Alma Hoogveld-Mulder dicht bij het vuur. ‘Mensen zijn voorzichtig, afwachtend en tasten de mogelijkheden af. Veiligheid en zekerheid zijn voor iedereen belangrijk, maar de enige zekerheid ben je zelf. Waarin onderscheid ik mezelf? Wat ben ik waard? Die houding zorgt voor positieve energie. Laatst begeleidde ik een boze en gefrustreerde medewerker. Ik hielp hem door goed naar zichzelf te kijken. Hierdoor zag hij nieuwe paden die hij kon bewandelen. Daarvoor doe je het.’

Yammer #mobiliteitbijrws

KRACHT AUGUSTUS 2013 15


‘Het opgebouwde krediet is een stootkussen voor slechte tijden’ Jopie Rikkelman, strategisch adviseur communicatie Schiphol-Amsterdam-Almere

16 KRACHT AUGUSTUS 2013


INTERVIEW

Reputatieonderzoek

Zonder draagvlak geen succes De komende tien jaar staat een ingrijpend wegenprogramma op de agenda: weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA). Om inzicht te krijgen in het beeld, de reputatie en het draagvlak van dit programma hield Rijkswaterstaat een reputatieonderzoek onder stakeholders. KRACHT bespreekt de uitkomsten met Jopie Rikkelman, strategisch adviseur communicatie Schiphol-Amsterdam-Almere. Wat is de aanleiding voor dit wegenprogramma? ‘De drukte op de wegen in de noordelijke Randstad neemt toe. Om deze regio goed bereikbaar te houden, een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven te creëren en de leefbaarheid te vergroten, moet de bereikbaarheid verbeteren. Het programma weguitbreiding Schiphol-AmsterdamAlmere (SAA) bestaat uit vijf projecten, die zich in verschillende fasen bevinden, van planstudie tot uitvoering. Zo is de A10-Oost ruim een jaar in uitvoering, starten de werkzaamheden aan de A1/A6 dit najaar en loopt nu de aanbesteding voor de A9 Gaasperdammerweg. Voor de projecten A9 Amstelveen en A6 Almere liggen voorstellen bij de Tweede Kamer om deze te temporiseren in het kader van de bezuinigingen op het Infrastructuurfonds. De A6 bij Almere moet voor de Floriade van 2022 klaar zijn.’

Dat klinkt veelomvattend. Is de mening van stakeholders daarom zo belangrijk? ‘Zeker. Bij SAA wordt 4,1 miljard euro uitgegeven. Dus als er geen draagvlak is voor onze aanpak hebben we een groot probleem. Onze reputatie is daarvoor een belangrijke indicator. Het geeft aan in hoeverre we steun kunnen verwachten van stakeholders voor onze infrastructurele projecten. Een reputatieonderzoek toont aan hoe stakeholders op dat moment over ons denken. Het is een instrument om de organisatie scherp te houden. Wat doen we volgens hen goed? Waar kan het beter? Welke verwachtingen leven er? Als we dit onderzoek met een zekere frequentie herhalen, kunnen we de beeldvorming en daarmee de te verwachten steun van stakeholders beter monitoren. Aan de hand van de signalen voeren we dan verbeterpunten door.’

Welk beeld van SAA overheerst? ‘De stakeholders zien de noodzaak van de wegverbreding. Er is veel draagvlak voor. Ze hebben het gevoel invloed te kunnen uitoefenen op de besluiten, omdat ze hierbij in een vroeg stadium zijn betrokken. Ook voelen ze zich serieus genomen. Rijkswaterstaat heeft oog voor hun belangen en weegt deze mee in de besluitvorming. De samenwerking vinden ze open en constructief. Rijkswaterstaat kweekt goodwill door serieus aandacht te besteden aan leefbaarheid en de herinrichting van de buitenruimte. Onze inzet op communicatie om de overlast te beperken zien ze als een uiting van maatschappelijke betrokkenheid. Typeringen als aanspreekbaar, dienstverlenend, integer, verbindend, samenwerkingsgericht, zichtbaar, zorgvuldig, flexibel en betrouwbaar vinden ze passend. Tot dusver doen we wat we beloven. We proberen de hinder en overlast te beperken en draaien er niet omheen. Stakeholders zien ons als de trekker en het gezicht van SAA.’

Was er ook kritiek? ‘Er zijn een paar punten van zorg, bijvoorbeeld over de uitvoering. Hoe houdt Rijkswaterstaat de regie, zodra de aannemer in beeld komt? Welke gevolgen heeft dat voor de kwaliteit van de communicatie? Dit omvangrijke programma heeft vooral veel impact voor het ambtelijk apparaat van kleine gemeenten als Muiden en Diemen. Zij spreken de wens uit dat Rijkswaterstaat oog voor hun belangen blijft houden en ze goed ondersteunt met hun expertise. Terughoudend waren de respondenten over de praktijk, omdat veel projecten nog niet in uitvoering zijn. Of we dan efficiënt en doelmatig bouwen, is vooraf lastig in te schatten. In het algemeen heeft de overheid een

KRACHT AUGUSTUS 2013 17


‘In het verleden wilde Rijkswaterstaat gemeenten nog wel eens overdonderen met plannen die gewoon moesten en dat is de laatste jaren toch wel anders geworden.’ Stakeholder

HET COMMUNICATIETEAM VAN SAA V.L.N.R. : IMCE HOFMAN, JOPIE RIKKELMAN, KERI DE GREEFF, MONIQUE POELSTRA EN ERIK VERMEULEN

Verder moeten project- en omgevingsmanagers de focus niet alleen op hun eigen project leggen, maar altijd het bredere kader schetsen en de verbinding maken naar het totale SAA-programma.’

Hoe gaat het nu verder? minder goede reputatie wat betreft planning en budgettering. Dit straalt ook af op SAA. De stakeholders zijn verder van mening dat Rijkswaterstaat niet zo innovatief is en eerder kiest voor bewezen technologie en minder vaak out-of-the-box denkt.’

Wat doen jullie met deze uitkomst? ‘Samen met het team omgevingsmanagers van SAA hebben we dit onderzoek opgepakt en de uitkomsten gedeeld. Het resultaat koppelen we terug aan de respondenten en aan alle overige stakeholders. De programmadirecteur van SAA gebruikt de uitkomsten van het onderzoek om een ronde langs de stakeholders te maken. We moeten continu aandacht houden voor de zorgpunten en aangeven wat we gaan doen om die zorg weg te nemen. Door de omgeving constant op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen zien we welk sentiment er heerst en kunnen we tijdig bijsturen.’

‘SAA lift voor een groot deel mee op de goede reputatie en de naamsbekendheid van Rijkswaterstaat. Het programma versterkt op zijn beurt weer het positieve beeld dat van Rijkswaterstaat bestaat. Het opgebouwde krediet is een stootkussen voor slechte tijden. Nu moeten we deze positie vasthouden door de omgeving eenduidig en consistent te benaderen. Reputatieonderzoek is niet alleen een communicatie-instrument, maar moet breed worden uitgedragen binnen de hele organisatie. Rijkswaterstaat en de aannemer zijn aan zet om de aanbevelingen op te pakken en af te wegen hoe wenselijk het is om bepaalde zaken aan te scherpen. Door aanpassingen te verankeren in de werkwijze en aanpak van het programma en dit te vertalen in de aansturing naar de medewerkers, gaan we concreet met de uitkomsten van het onderzoek aan de slag. We laten het heersende gevoel niet wegebben en geven gehoor aan de geluiden uit de omgeving.’

Noem eens een paar aanbevelingen? ‘Het voorkomen van radiostiltes. Deel daarnaast mijlpalen met stakeholders, bijvoorbeeld via een sms-alert. Zijn er geen mijlpalen communiceer dan actief en persoonlijk over het proces of de huidige stand van zaken. Zo creëren we betrokkenheid. In de planstudiefase is bijvoorbeeld ruimte om tegemoet te komen aan specifieke wensen, maar in de uitvoeringsfase is die ruimte beperkt. Het is belangrijk de omgeving die bandbreedte mee te geven.

18 KRACHT AUGUSTUS 2013

‘Rijkswaterstaat zou meer naar buiten mogen treden met bepaalde hoogstandjes. Het is toch best knap wat ze allemaal voor elkaar krijgen.’ Stakeholder


GROEN EN GEEL Hoe kijkt de buitenwereld tegen de inspanningen van Rijkswaterstaat aan? Behalve schouderklopjes zijn er terecht of onterecht ook ergernissen. Nu in KRACHT…

Wegwerkzaamheden zijn nodig voor uitbreiding van wegen, een beter wegdek of een veilige verkeerssituatie. Verkeersborden informeren de weggebruiker over de verkeerssituatie en bijbehorende snelheid. Niet altijd blijkt de situatie helder.

René Rooijackers rijdt dagelijks over de A67 en ontdekte dat bij Sevenum na wegwerkzaamheden de borden nog een snelheidsbeperking aangaven. ‘De situatie was onduidelijk. Meestal staat bij een snelheidsbeperking een bord met toelichting, zoals: ‘Let op: nieuw wegdek’. Nu stond nergens aangegeven waarom de maximumsnelheid verlaagd bleef. Ik hield mij aan de beperkte snelheid, maar veel weggebruikers reden 120 km/uur. De situatie leverde voor mijn gevoel gevaar op voor de automobilist die zich wel aan de snelheid hield en niet 120 à 130 km/uur reed. Ik besloot Rijkswaterstaat te vragen naar de reden van de snelheidsbeperking. Was de situatie gevaarlijk of volgen nog andere werkzaamheden? Rijkswaterstaat liet mij een dag later weten dit nader te onderzoeken. Het antwoord luidde dat de snelheidsbeperking gold om het nieuwe wegdek op te ruwen. Nadat het wegdek voldoende was opgeruwd, werd de snelheidsbeperking opgeheven.’

Martijn Laugs, die adviseur omgeving variabel onderhoud is, legt uit wat de procedure is bij wegwerkzaamheden. ‘In opdracht van Rijkswaterstaat plaatst de aannemer op basis van de status van het wegdek een verkeersbord met snelheidsaanduiding en toelichting, bijvoorbeeld ‘Let op: langere remweg’. Dit laatste is wel gebeurd, maar waarschijnlijk door andere werkzaamheden in de berm tijdelijk weggehaald, waardoor onduidelijkheid ontstond. Wij kregen hiervan ook meldingen via weginspecteurs. Bij een nieuw wegdek is het asfalt wat gladder en moet het nog worden ingereden oftewel opgeruwd. Tussentijds meet de aannemer de stroefheid van het wegdek. Zodra deze voldoende is, haalt de aannemer de verkeersborden met snelheidsbeperking en toelichting weg en meldt dat aan Rijkswaterstaat. Een Integraal projectmanagementteam (IPM) bij Rijkswaterstaat is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de wegwerkzaamheden en de controle hiervan.‘

KRACHT AUGUSTUS 2013 19


BOTER BIJ DE VIS Obstakels? Ergernissen? Rijkswaterstaat doet boter bij de vis. Ideeën van medewerkers zijn een springplank naar een sterkere organisatie.

Meer uniformiteit in grip op de productie is het motto van Rijkswaterstaat Verkeer- en Watermanagement (VWM). Han Stegeman, hoofd van de afdeling Managementcyclus en kwaliteit, bedacht daarvoor een overzichtelijke en voor iedereen toegankelijke werkwijze.

De aanleiding Han: ’Bij VWM werken mensen afkomstig van negen organisatieonderdelen uit diverse windstreken met meerdere werkwijzen. Om uniforme grip te krijgen op het productieproces hebben we een kalender voor de managementcyclus bedacht. Hierop staan alle taken, verantwoordelijke personen en op te leveren producten met data. In de bijbehorende ‘bundel’ staat een toelichting op de uitvoering van de taak. Ook is er een usb-stick met brondocumenten, zoals een managementcontract en verdeling interne kosten. Voor de uitwerking van een actie kun je de bundel en brondocumenten raadplegen. De management- en directieteams hebben de usb-stick symbolisch als ‘sleutel’ voor meer grip op de productie ontvangen. Sinds april is de kalender binnen VWM in gebruik. Mooi is dat we nu in één procesgang alle acties van een heel jaar terugzien. Maar we zijn er nog niet. Het moet nog beklijven bij de afdelingshoofden. Het bewustzijn dat alle acties elkaar versterken, bijdragen aan een groter geheel, moet nog groeien. Het idee wekte zelfs interesse bij Rijkswaterstaat Midden-Nederland en is overgenomen door de Bestuursstaf.’

Kalender ‘Zelf hadden we al een kalender. Maar die van RWS VWM is overzichtelijker en handzamer. Op basis van dit voorbeeld maakten wij een kalender voor de managementcyclus van heel Rijkswaterstaat. Het geeft een helder beeld van de processtappen’, zegt Johan de Graaf, destijds coördinator managementcyclus (Bestuursstaf).


buitenwacht

Meer zand voor het Banjaardstrand ‘Elkaar kennen en vinden is van belang’

‘Zelfs een folder voor Duitse toeristen’

‘Een diepe geul tussen de Veerse Dam en de Oosterschelde­­ kering bewoog langzaam naar de kust van het Banjaard­ strand. Met een strand- en geulwandsuppletie versterken we nu de kust en verbreden we het strand. Een bagger­ schip pompte 360.000 kubieke meter zand het strand op. Met nog eens 1,5 miljoen m3 zand vult Rijkswaterstaat de geul. Omgevingsmanagement voer je niet achter een bureau uit. Daarom heb ik een inventarisatie van belang­ hebbenden gemaakt en hen persoonlijk geïnformeerd. Elkaar kennen en weten te vinden is belangrijk. Voor belangenafwegingen, begrip en bij calamiteiten. Met ruim dertig dienstjaren ken ik onze stakeholders goed en zij mij. We informeerden hen en andere geïnteresseerden tijdens een bijeenkomst in strandpaviljoen De Banjaard en via artikelen in lokale media, posters, websites en flyers. Bespreekpunten waren de planning, mogelijke overlast tijdens de uitvoering en de (on)veiligheid. De suppleties zijn niet controversieel. Iedereen is blij met een mooi, breed en sterk strand. De stakeholders beseffen dat het opspuiten ook in hun belang is.’

‘Van een suppletie twintig jaar geleden herinner ik me dat Rijkswaterstaat plotseling aan de slag ging. We wisten van niets. Geleidelijk aan is dat verbeterd. Nu vindt voor, tijdens en na de werkzaamheden overleg plaats. Ook de aannemer is veel zichtbaarder dan toen. Hij gaf voorlich­ ting, beantwoordde vragen en vertelde hoe we het publiek op de juiste afstand konden houden. Tijdens de uitvoering was het verboden het werkterrein te betreden. Het net opgespoten zand was niet stevig genoeg. Er kon tijdelijk drijfzand ontstaan. Maar het terrein was goed afgezet. Een veiligheidsfunctionaris vertelde aan voorbij­ gangers waar ze wel konden lopen. Ook de publieksvoor­ lichting was uitstekend. Rijkswaterstaat bood ons keurige folders die we aan recreanten meegaven. Zelfs Duitstalige exemplaren. Door dag en nacht door te werken was de strandsuppletie in twee weken klaar. De geulwandsuppletie is pas in september gereed. Maar omdat Rijkswaterstaat de aannemer alle ruimte geeft bij het inplannen van het werk, werd de klus goedkoper. Daarmee zijn mijn belangen als belastingbetaler dan wel weer gediend.’

WIE Jos Geluk

WIE Jos van Halst

WAT Omgevingsmanager

WAT Eigenaar strandpaviljoen De

WAAR Rijkswaterstaat Zee en Delta

Banjaard en pachter Banjaardstrand WAAR Noord-Beveland kracht augustus 2013 21


TOEN-NU-STRAKS

Een hemels akkoord goed laten landen Elke zes jaar inspecteren de waterschappen en de regionale organisatieonderdelen van Rijkswaterstaat hun dijken, duinen en constructies, zoals sluizen, dammen en duikers. Het gaat bij deze landelijke toets over de vraag of de primaire waterkeringen voldoen aan de veiligheidsnormen. De toets van 2011 resulteerde in een grote toename van verbeterprojecten. Reden voor Rijkswaterstaat en de waterschappen om het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (nHWBP) samen anders aan te pakken.


Mokken en stampvoeten Jasper vult aan: ‘In de oude situatie financierde het Rijk alles. Maar wie alles betaalt, is wantrouwig. Het rijk had dan ook een technische leidraad die uitpakte als een soort dogma: voor dit ontwerp krijg je wel geld, voor dat niet. Voor alles wat de waterschappen zelf aan voorstellen of veranderingen aandroegen, moesten ze toestemming vragen en de hand ophouden. Dat leidde tot een ongezonde ouderkindrelatie. Het rijk had de zeggenschap en wees met het vingertje. De regio voelde zich niet gehoord. Tja, en wat doet een kind dat z’n zin niet krijgt? Dat gaat stampvoeten of zitten mokken. Kortom, een weinig productieve situatie.’

Jarenlang was alleen het Rijk verantwoordelijk voor de veiligheidsnormen van waterkeringen en het handhaven hiervan. De waterschappen deden het onderhoudswerk en kregen daarvoor geld van het Rijk. Voor de uitvoering van het nieuwe HWBP zijn Rijk en regio samen verantwoordelijk. Ze betalen elk de helft van de kosten en hebben voor het ondersteunen van de uitvoering een gezamenlijk programmabureau opgezet.

Meer samenhang Maarten Borgdorff (links), die afkomstig is van Rijkswaterstaat, is vanuit het programmabureau verantwoordelijk voor het programmeren en begeleiden van projecten. Jasper Tamboer is door het hoogheemraadschap Rijnland gedetacheerd als coördinator Kennis en Innovatie. Beiden tonen zich ware ambassadeurs van de nieuwe aanpak. ‘De tijd van toen’ is voor Maarten nog maar kort geleden. ‘Eigenlijk zitten we precies op de overgang tussen toen en straks. De uitvoering van het oude HWBP loopt nog. Dat is in 2006 gestart als een verzameling losse projecten. In het nieuwe HWBP brengen we meer samenhang tussen het programma en de projecten. Niet alleen delen Rijkswaterstaat en de waterschappen de verantwoordelijkheid, maar ook wisselen de waterschappen onderling meer informatie, kennis, deskundigheid en capaciteit uit.’

RIVIER DE MAAS

Droom en daad Jasper en Maarten zijn in de voorbereidingsfase druk in gesprek met de waterbeheerders over de nieuwe werkwijze, de korte lijntjes die waterschappen voortaan hebben met Den Haag, de gewenste profielen van de projectteams en over ‘competenties’ en ‘opleiding’. Jasper: ‘De nieuwe situatie is als een hemels akkoord. De aarde weet er nog niet van, maar moet het wel uitvoeren. In de jaren die ervoor nodig zijn om de nieuwe aanpak te laten landen houden we zelf een droom voor ogen: rond 2020 zijn Rijkswaterstaat en de waterschappen toegegroeid naar gezamenlijke regionale uitvoeringsorganisaties voor de hoogwaterbescherming.’ Maarten: ‘En dan behoort ook de enorme versnippering van gebiedsinformatie over vele en veelsoortige bronnen tot het verleden.’

RIVIER DE WAAL MET KRONKELENDE DIJK EN KRIBBEN

Verkennen is opmaat voor beter en sneller Maarten geeft als voorbeeld de aanpak van vier projecten met hoge prioriteit aan de waddenkust. ‘We beginnen met een projectoverstijgende verkenning in dat hele kustgebied. Door kleinere projecten logisch aan elkaar te koppelen kunnen we met één verkenning volstaan en op grotere schaal zoeken naar de beste oplossing voor een probleem. De resultaten van die verkenning zijn voor de waterschappen het beginpunt van de vier projectplannen. Ze kunnen dan snel

en gericht daaraan werken. Dijkversterking is niet de enige optie. Ze kunnen met goede redenen omkleed ook kiezen voor een tijdelijke maatregel of alleen voor onderhoud. Ook dat is anders dan tot nu toe. In de oude situatie kregen de waterschappen alleen geld voor aanleg en nieuwbouw. In het nieuwe HWBP is ook geld voor andere, mogelijk meer doelmatige oplossingen. Zo is straks een bredere afweging mogelijk. En dat zou wel eens voordelig kunnen zijn.’

OVERHANDIGEN VAN HET EERSTE PROGRAMMA NHWBP AAN DE MINISTER SCHULTZ VAN HAEGEN KRACHT AUGUSTUS 2013 23


column

ballen

Vele in de lucht

Hoe houd je meer dan tien ballen in de lucht? Eén bal is saai. Een kind uit groep 8 kan dat. Twee ballen vragen om meer. Concentratie. Ik ga ervan uit dat een grote meerderheid van de Rijkswaterstaters dat ook wel kan. Is dat wishful thinking? Nee, dat is de magie van de statistieken. Heel veel mensen schijnen twee ballen in de lucht te kunnen houden. Hoe zit het met drie ballen? Ik geef toe, ik kan het niet. En wat te denken van vier ballen? Laat me weten als je dat kunt. Ik kom persoonlijk je schoenen poetsen. Tien ballen of meer? Met de statistieken aan mijn kant stel ik dat geen Rijkswaterstater dit kan. En hoeveel ballen houden we nu al in de lucht? • We zorgen voor productie. • We verplatten. • We bouwen aan een O&F-rapport. • We veranderen. • We verbeteren. • We acteren uniform. Moet ik doorgaan? Ik daag je uit om de lijst af te maken. Het oude verlaten we. Droevig? Maar hoe komt het dan dat het zo rustig blijft? Dat dingen op hun plekje lijken te vallen en dat iedereen een plek binnen een bewegende organisatie lijkt te hebben gevonden? Het gaat relatief goed omdat we juist in beweging zijn en blijven. De fiets blijft in balans zolang je rijdt. We doen wat de jongleur doet, ballen in de lucht houden. De medewerker helpt de leidinggevende dienend te worden. De leidinggevende helpt de medewerker talenten te ontdekken. We bouwen samen aan een nieuwe Rijkswaterstaat. Of is dit … ook wishful thinking? Paul Mbikayi inkoopmanager bij Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud

Paul Mbikayi Reageren? Dat kan op de KRACHT intranetpagina.

Profile for Karin de Lange

Kracht aug 2013 web  

Kracht aug 2013 web  

Profile for bkdl
Advertisement