Page 1

Bewoners van

Curaรงao

Birgit Schrama

>


­­Bewoners van Curaçao

Birgit Schrama


t un i p t s aa We ersb s Vis

r rbe

Ba

nip

ro

ed P n

Sa

K

un

g La

to

So

cc

Bo 4

mi

a aS


oa

ya Pla

at

n Ka

hi c r a ie Kw b i L osa R nta

g ven

e Bri

Sa

di

ru

Se

an Gr

in

De

n

ba

ro Ot

a

nd

Pu

da

d

ta ms

lle i W

5


6


Als landskind denk ik zo af en toe terug aan mijn tijd als kind op het eiland. ‘En als we ver van huis zijn, denken we terug aan de zon en de stranden van Curaçao, onze aller trots. Laten we het verheerlijken altijd en zonder ophouden, omdat we het waardig zijn, kinderen van Curaçao te zijn’. Het is - vrij geciteerd - een couplet uit het volkslied, dat stamt uit de achttiende eeuw, maar nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet. Kinderen van Curaçao. Curaçaoënaars, eilandbewoners, ‘yu di Korsows’, er zijn veel benamingen voor, maar over wie gaat het dan? De afgelopen jaren ben ik een aantal keren naar het eiland geweest met de vraag: ‘Dè Curaçaoënaar, wie is dat?’ Ik wilde een beeld van hen vormen. Met ze praten, weten wat voor een werk ze doen, hoe ze wonen, wat ze in hun vrije tijd doen, of ze kinderen hebben, et cetera. Geïnteresseerd in hun verhaal fotografeerde ik ze daarnaast in hun eigen omgeving, thuis, op het werk of in hun vrije tijd. Curaçao, een eiland ter grootte van Texel, heeft Willemstad als hoofdstad. Er wonen naar schatting 137.500 bewoners op het eiland waarvan de meeste in de stad. In Otrobanda, een gedeelte van de hoofdstad, zijn nog volkse wijken te vinden. Het leven in de stad is wezenlijk anders dan op het platteland. Op het platteland, de knoek, lijkt de tijd stil te staan. Het tempo is er traag, de mensen zijn vriendelijk en gastvrij. Willemstad, een voor de regio kosmopolitische stad, verdeelt het eiland in tweeën: het gedeelte boven de stad (Banda Bou) en het gedeelte onder de stad (Banda Ariba). Eén derde van het eiland, de oostelijke kant, is in handen van een grootgrondbezitter, en onbewoond en ontoegankelijk. Op Banda Bou, het westelijke deel van het eiland, is nog het rustige, ongerepte platteland te vinden. Ook ligt er een natuurpark temidden van oude plantages.

7


Om een breed beeld te vormen bezocht ik zowel Curaçaoënaars in Willemstad als op het platteland. Ik ontmoette een lootjesverkoopster in Otrobanda, een fruitverkoper in Willemstad, een leguanenvanger op Westpunt, een bewoner op de vlakte van Hato, een zanger uit Soto, een gepensioneerde in de Curaçaostraat, een botenbouwer in Libie, een kruidenierster op Lagun, een zwemleraar uit Soto en een benzinepomphouder in Barber. Hoewel verschillen tussen bewoners op het platteland en in de stad soms groot zijn, lijken ze allen typerend voor het eiland. Naast ‘gewone’ Curaçaoënaars ontmoette ik markante bewoners. Zoals een kunstschilderes, die op zee tussen Curaçao en Haïti is geboren, een kok op de overdekte eetmarkt die tot voor kort directeur was van de Antilliaanse post en een vrouw met bijzondere kennis over kruiden. Sommigen zijn letterlijk landskinderen,‘yu di Korsows’, geboren en getogen op het eiland. Andere bewoners komen van omliggende eilanden, Suriname, Venezuela, Haïti, de Dominicaanse Republiek, of van nog verder. Op Curaçao bestaat een hybride cultuur. Door de eeuwen heen hebben zich Portugezen, Spanjaarden, Nederlanders, Libanezen, Chinezen, Indiërs, Antilianen en Surinamers op het eiland gevestigd. Ondanks een versmelting van rassen stamt ongeveer driekwart van de huidige bewoners van Curaçao van nazaten van slaven uit West-Afrika. Het zijn deze zogenaamde ‘zwarte’ Curaçaoënaars, waar Nederlandse media vaak eenzijdig over berichten. ‘De helft van de overvallen in de gemeente wordt gepleegd door jongeren van Curaçao’, ‘Op iedere vlucht naar Nederland zitten Curaçaoënaars met een crimineel verleden’, ‘De drugshandel ligt voornamelijk in handen 8

van Curaçaoënaars’, et cetera. Het zijn berichten over een kleine groep Curaçaoënaars van lagere afkomst.


De negatieve beeldvorming is in de jaren tachtig ontstaan, toen laagopgeleiden naar Nederland emigreerden op zoek naar een betere toekomst. Op het eiland stagneerde de economie. In de decennia daarvoor waren er ook immigratiestromen tussen Curaçao en Nederland. Maar CuraçaoÍnaars die toen naar Nederland verhuisden, integreerden goed in de samenleving. Ze vielen niet op, waardoor er niet over hen werd bericht. Het negatieve beeld in de media passeert een grote groep eilandbewoners die voor zichzelf zorgen. Die een huis, werk en kinderen. Ze klagen niet, ze zijn tevreden met wat ze hebben, hoewel ze veel minder welvarend zijn dan hun koninkrijkgenoten overzee.

9


Witte mieren Marcel (56) Marcel’s houten huis staat in een smalle straat in Otrobanda. Hij is er niet vaak meer. Het huis is rot en wordt aangevreten door de witte mieren. ‘Ik slaap in een stenen schuurtje achter het huis, omdat ik binnen door de vloer zou zakken. Eigenlijk ben ik er alleen nog, als ik naar mijn koor in de stad ben geweest en de bus naar Soto niet meer rijdt’. In Soto woont hij in het huis van zijn overleden moeder. Het huis in de Gravenstraat zou moeten worden afgebroken, maar daar heeft hij geen 10

geld voor. ­­o­­trobanda


12


Marcel Een choller (drugsverslaafde) loopt voorbij en vraagt hem of ze ‘s nachts op de porche van zijn huis mag slapen. Marcel heeft daar geen moeite mee, maar wel als ze rookt. ‘Onlangs is er in de buurt een huis afgebrand omdat een choller er had zitten roken. Hij was in slaap gevallen en z’n sigaret vergeten. Het was nota bene een stenen huis’. ­­o­­trobanda

13


Raamwinkel Vinicio, Dominicaan Vinicio heeft een mismaakte hand en kon geen werk vinden. ‘Daarom ben ik deze toko aan huis (raamwinkel) begonnen’, vertelt hij. Zeven dagen per week is hij geopend, van acht uur ‘s ochtends tot twaalf uur ‘­s avonds. o­­trobanda

15


KUIEREN Lootjesverkoopster Lange tijd was het verkopen van loten op het eiland illegaal. Maar omdat niemand zich daar aan hield, besloot het eilandbestuur zelf een loterij te organiseren. De Landsloterij werd opgericht. In de ronde glazen pui van het gebouw draait maandelijks het rad, waaruit genummerde balletjes het gelukslot bepalen. Buiten in de schaduw van het gebouw zit één van de vele lotenverkopers van het eiland. ‘Mijn kinderen willen niet meer dat ik de hele dag lootjes verkoop, daar vinden ze me te 16

oud voor. Daarom zit ik hier alleen ‘s ochtends nog. Zo ontmoet ik mensen’.

otrobanda


17


18


Labyrint van stegen Kapper Achter de Breedestraat, een streep door het hart van Otrobanda, ligt een labyrint van stegen. Gerestaureerde, koloniale panden staan met vervallen huizen en braakliggend terrein. De Gasthuisstraat met veel dichtgespijkerde puien lijkt verlaten, maar op een zaterdagochtend staan de luiken van de kapper open.

otrobanda

19


Snack Plaza Mayra, serveerster Netto bar is het oudste café op het eiland. De inrichting verandert nauwelijks. Sjaaltjes van Ajax hangen naast foto’s van Antilliaanse bands en Máxim en prins Willem Alexander. ‘Aan de overkant stond ook een café, maar dat is ingestort. Het was een monumentaal pand dat is bezweken onder de zware regen in het najaar. Van de ene op de andere dag was het weg’, vertelt Mayra. ‘Twintig jaar werk ik al weer in Snack Plaza. Curaçaoënaars zijn gek op snacks. Op eieren, pasteitjes, vissoep, chiwees 20

(chips), koek’.

otrobanda


Onvindbaar Filomena, winkelier ‘Mijn ex is naar Nederland vertrokken, ik heb al drie jaar niets meer van hem gehoord. De rechter heeft bepaald dat hij alimentatie moet betalen, maar hij is onvindbaar’, vertelt ze, terwijl ze bij Harold, een vriend van haar, vlees koopt. Ze heeft twee kinderen en leeft van haar kleine winkel met cadeau-artikelen.

otrobanda

23


24


Gospel Filomena In een verscholen hofje achter Plaza Snack en Netto bar heerst een levendige sfeer. Zingende en klappende mensen staan naast oudtjes op klapstoelen. Tieners hangt achterin het hofje op houten tafels, niet wetend of ze erbij willen horen of niet. ‘We hebben dit gospel feest voor de buurt georganiseerd’, vertelt Filomena. ‘De zanger van de band is verslaafd geweest aan cocaïne en wil met zijn muziek buurtbewoneres bereiken. Hiermee bieden we een alternatief’.­

otrobanda

25


Curaçaostraat Martin Louis (84) ‘In de jaren dertig, toen de raffinaderij veel mensen nodig had, ben ik van Sint-Maarten naar Curaçao gekomen. Veertig jaar heb ik in de haven gewerkt. Nu heb ik een aanvullend pensioentje van nog geen tweehonderd gulden, naast het staatspensioen van vijfhonderd gulden. Dat is niet veel, maar ik klaag niet. Ik heb een huisje in de Curaçaostraat, genoeg te eten 26

en geld voor m’n begrafenis. Verder heb ik niets nodig’.

otrobanda


27


Martin Louis ‘Mijn drie dochters wonen in Nederland en werken alle drie in de verpleging. Ik heb geen contact meer met ze. Eén van hen vroeg me een keer om geld terwijl ik dat niet heb. Daarna heb ik nooit meer iets van ze gehoord’.

otrobanda

29


Zinderende hitte In de namiddag zindert het asfalt na van de brandende zon. Het teer is gesmolten. Op het bordes van The Holy Family 30

Church deppen familieleden van de overledene het zweet van hun voorhoofd. Ondanks de hitte zien ze er piekfijn uit.

otrobanda


Sigaar Na de mis begeven ze zich naar het naast gelegen kerkhof. Omdat de grond hard is, worden lijken boven de grond begraven, in grote gedecoreerde familiegrafen. De begrafenis wordt afgesloten met een sigaar.

otrobanda

33


Onder de brug Jim (13) Jim woont samen met zijn oom in de schaduw van de Julianabrug. In het laatste huis van de wijk Fleur de Marie. In de jaren zestig woonden arbeiders van de olieraffinaderij en de haven in deze wijk. Maar toen in 1973 de verbindingsbrug tussen Punda en Ortobanda werd gebouwd, moest de helft van de huizen wijken. 足fleur

de marie

35


36

punda


­­Een wereld op zichzelf Venezolaan Bijna allen hebben ze het werk overgenomen van vader op zoon. Met zo’n tweehonderd groenten- en fruitverkopers zijn ze aan de kade een gemeenschap op zichzelf. Ze eten, slapen, wassen en werken er. ‘s Avonds zitten ze op een fruitkist voor de barkjes of zoeken ander vertier. ‘Mijn gezin woont in een dorp aan de Venezolaanse kust. Acht maanden per jaar werk ik op Curaçao, de resterende maanden ben ik thuis. De kinderen zijn vaak enorm gegroeid nadat ik ze voor het laatst heb gezien’. Roque Felix, Venezolaan Eens in de zoveel dagen vaart een barkje naar Venezuela om groente en fruit op te halen. Het is een oversteek van zeventig kilometer, een afstand van niets, maar de zee is weerbarstig. Tijdens de nachtelijke tocht gebeuren soms toch ongelukken. 38

‘Laatst sloeg een boot lek waardoor een neef van mij verdronk. En vorig jaar zonk een barkje een brand aan boord’.

punda


39


40


Liefdeswater Marktverkoopster ‘Ik verkoop water voor de liefde, geluk, rijkdom, potentie, vriendschap. Iedere jerrycan heeft een eigen gekleurde vloeistof. Je wrijft je huid ermee in en na een paar uur merk je het verschil’, vertelt een marktverkoopster me. De meeste Curaçaoënaars ontkennen dat ze bruha (hekserij) bedrijven, maar op de markt en in supermarkt staan rijen schappen gevuld met flesjes water en wierrook. Ook al zijn veel Curaçaoënaars katholiek, ze hechten tevens ze waarde aan het gunstig stemmen van geesten. punda­­

41


Bij God en op Curaçao is alles mogelijk! Kok op overdekte eetmarkt Plasa Bieu is een overdekte eetmarkt in Willemstad waar tussen de middag warm kan worden gegeten. In de gaarkeukens wordt kriojo (lokale) maaltijden bereid. Een van de kok vertelt dat hij tot voor kort directeur was van de Antilliaanse posterijen, in het gebouw achter de markt. ‘Van de ene op de andere dag werd ik ontstagen. Nog steeds lopen er allerlei rechtszaken. Ook mijn broer, een minister, hebben ze slecht behandeld. Vorig jaar is hij in het ziekenhuis overleden. Maar, ik kook graag. Ik dank God voor deze wending in mijn leven!’ ‘Bij God en op Curaçao is alles mogelijk’ is een bekend gezegde.

punda

43


Illegaal Dominicaanse, pensionhoudster In dit pension verdient ze een paar honderd gulden, meer dan ze in Santo Domingo ooit zou verdienen. Met dat geld onderhoudt ze haar kinderen, ze heeft er zeven. Twee ervan wonen op Curaçao. ‘Dat is veel te veel! Eén is leuk, twee gaat, maar drie kinderen?!’, lacht ze verlegen. Ze is één van de vele illegalen op het eiland. Naar schatting werken er ongeveer veertigduizend mensen in de schoonmaak, het huishouden en in de bouw. Zo leveren Haïtianen, Dominicanen en Comlumbianen en belangrijke bijdrage aan de 44

economie.

scharloo


Gevangen op de brug Heinrich, brugvaarder ‘Deze man was net te laat’, grijnst Heinrich. ‘Hij moet op de brug mee varen, totdat de tanker de baai in is’.

punda

47


48

punda


50


Huis des levens De grond en lucht onder de rook van de ‘Isla’, de olieraffinaderij, zijn zwaar vervuild. De joodse begraafplaats Beth Haïm, ‘huis des’ levens’, nabij Willemstad ligt er verlaten bij. De doden lijken er vergeten.

beth haïm

51


Hybride Lorenza (33), Dominicaanse De bruidskinderen hebben gemengd bloed: Curaçaos, Dominicaas, Nederlands en Nederlands-Indische. ‘Het wordt een echte Antiliaanse bruiloft’, zegt Lozenza. Ze woont al twintig jaar op Curaçao en voelt zich eerder Curaçaos dan 52

Dominicaans.

brievengat


53


Amerikanenkamp Op zondag wordt bij Playa Kanoa, een van de weinige inhammen aan de noordkant, van oudsher gerecreëerd. Curaçaoënaars zitten met zijn allen op elkaar gepropt in de schaduw van een boompje luidruchtig bier te drinken. Leden van de Pinkstergemeente uit Amerikanenkamp laten zich er niet door van de wijs brengen. Tussen het rumoer worden vijf leden gedoopt. Aan 54

de kant moedigen een drumband en zingende Pinksterleden hen toe.

playa kanoa


Heilzaam Dinah (66), kruidenvrouw Haar interesse voor kruiden is ontstaan toen ze ziek werd en reguliere artsen haar niet konden genezen. In die tijd begon ze met het aanleggen van de kruidentuin. De kennis over de heilzame werking van kruiden die er op Curaçao bij ouderen was, hebt ze op schrift gesteld. Naast schrijven en tuinieren verkoopt ze natuurlijke producten, zoals shampoo, tandpasta, crème, medicijnen en thee. ‘De afgelopen zeven dagen heb ik gevast en ben me aan het voorbereiden op het jaarlijkse oogstfeest. Er doen dit jaar zeventig dansgroepen mee’, vertelt ze terwijl ze haar folkloristische kleding laat zien.

seru grandi

57


Stabiel Evaristo, botenbouwer Op zijn achttiende was hij kapper in Otrobanda, maar na jaren knippen ben hij ermee gestopt. ‘Het is slecht voor je rug en ogen, dat hou je niet vol tot je oude dag’, verteld hij. Daarom is hij boten gaan bouwen. ‘Een vissersboot maken is niet moeilijk, maar eentje die stabiel is wel. De open zee is nogal ruig’, vervolgt hij. Een probleem bij zijn werk is vooral de betaling: de eerste betaling en de tweede ontvangt hij wel. Maar de derde, bij de 58

aflevering, ziet hij zelden. ‘Vroeger maakte ik me daar druk om, maar tegenwoordig laat ik het maar.’ Libie


Deining Jean (45), schilderes De helft van de tijd schildert ze op Curaçao, de overige tijd in de Dominicaanse Republiek. In de deining van de golven is ze geboren, ergens tussen Curaçao en de Dominicaanse Republiek. Haar vader is een Curaçaoënaar, haar moeder een Dominicaanse. ‘Met mijn werk wil ik jongeren, met name meisjes, bewust maken van het feit dat onderwijs het allerbelangrijkste is voor een betere toekomst. Onderwijs biedt perspectief en maakt meisjes bewuster van hun eigen positie. In mijn leven ben ik vier keer seksueel misbruikt. De eerste keer door mijn stiefvader, later nog drie keer, door onder andere een oom van. Dagelijks moet ik daar aan denken! Het is belangrijk dat meisjes en vrouwen hierover gaan praten als het hen overkomt, maar veel vrouwen op Curaçao en in de Dominicaanse Republiek durven dat niet. Ze worden gechanteerd met mishandeling of zelfs met de dood als ze hun mond opendoen. De schaamte is groot’, vertelt ze met een open en doordringende blik.

kwarchi

61


62

Kinder ‘jump up’ in de wijk Santa Rosa, een van de vele voorbereidende optochten op de grote optocht in Willemstad.

santa rosa


Zinga Lid carnavalsvereniging De carnavalsvereniging Zinga loopt voor het vierde jaar mee, dit keer met een multimediale show. Fotografen en filmers zijn vroeg op pad gegaan om wachtende toeschouwers langs de route in beeld te brengen. De video’s zullen straks op grote schermen tijdens de optocht worden getoond. ‘Het gaat bij ons om het concept, niet om de mooie kostuums’, vertelt een van de leden.

dein

65


Tumbakoning Reinier Lijftock, tumbakoning ‘Rijk en arm dansen hand in hand. Geduld is de troost van de armen. Als het vandaag niet is dan zal het ons op Curaçao morgen wel lukken. Curaçaoënaars met fatsoen, dat is mijn droom. Mijn volk danst, dat is mijn droom’, zingt Reinier 66

onvermoeibaar in de brandende zon. gibraltar­­­


68


69

gasparito


Groene ogen Malong, Boca Samiër ‘Het is een eer om een Zimmermann of Timmerman te zijn’, vertelt Malong. In zijn vissersdorp Boca Sami heet bijna iedereen zo. Een Boca Samiër herken je aan zijn spitse neus en groene ogen. De kleur van de ogen stamt van een Duitser uit Zeeland - een zekere Zimmermann. Hij vestigde zich twee eeuwen geleden in het dorp. De achternaam werd generaties lang verdedigd. Seru Paramira was een uitkijkpost op de berg voor het dorp. Afwisselend hielden mannen uit het dorp er de wacht. Een vreemdeling mocht alleen op uitnodiging van een dorpsgenoot verder. Dat leidde regelmatig tot vechtpartijen. ‘Nu is dat niet meer zo’, vertelt Malong, ‘Maar als er ruzie is, wordt er nog steeds geen politie bij gehaald. Het wordt onderling uitgevochten. Boca Samiërs hebben anarchistische trekken’. Vanaf half vijf klinken iedere middag harde tikken van dominostenen op een tafel voor het huis van Malong. De spelers zijn 70

bijna allemaal broer, neef, oom of zwager van elkaar.

boca sami


Dare Serano Rond zonsondergang blaast een verkoelende bries over het sportveld. Het is de regentijd waarin de passaat veel vliegers van kinderen voort jaagt. Voor de eerste keer traint Serano de jongste groep meisje baseball. ‘Op Boca was er weinig voor meisjes’, vertelt hij. ‘Vanuit het politiecorps is daarom het initiatief voor de sportvereniging Dare ontstaan. Ook om hun af te houden van slechte dingen zoals drugs. ‘Vanuit Nederland zijn de baseballhandschoenen en knuppels opgestuurd en gesponsord’. De kinderen hebben er zichtbaar plezier in. Ze rennen de benen uit hun lijf en juichen de kinderen uit hun eigen groepje aan om het hardst. Het slaan, raken en vangen van de bal is nog onwennig, maar Serano, die naast het sportveld woont en twee andere groepen onder zijn hoede heeft, is een gedreven trainer. ‘Ze zullen een paar dagen per week 72

gaan trainen, en als het goed gaat, ook wedstrijden gaan spelen.

bocca sami


De erfgenamen van San Pedro Franklin (56) Samen met zijn zoon en vrouw is Franklin één van de vijf bewoners op de vlakte van Hato. ‘Het is hier stil! Soms te stil, maar mijn vrouw wil niet verhuizen. Ze is hier geboren en getogen’, laat Franklin weten terwijl hij over het erf.

san pedro

75


Franklin ‘Twee jaar geleden is Wimpie, onze buurman, overleden. Hij had geen vrouw en kinderen en was een neef van mijn schoonvader. Hij werd 92 jaar en heeft hier zijn hele leven gewoond’, vervolgt Franklin. Toen Wimpie overleed liet hij geld na aan zijn zus in de stad. Maar, toen ook zij overleed, dacht iedereen erfgenaam van het knoekhuisje te zijn. Omdat er niets op papier stond, gebeurde er niets. Het huisje is tenslotte ingestort. Alleen in het stenen huis naast Franklin wonen nog twee Venezolanen. Zij verzorgen de koeien, schapen, kippen, eenden, ganzen en pauwen op de boerderij. De eigenaar, de zoon van een neef van de vader van Franklin’s vrouw, komt af en toe 76

langs, maar verder is het doodstil op de verlaten vlakte van Hato.­­

san pedro


In het nauw De leguaan hebben ze op de rotsen in het nauw gedreven. Het beest springt uit paniek de zee in, en klimt tenauwernood op, een door de zee uitgeslepen, richel in de rotsen. Vanuit het water grijpen de jongens de leguaan. Naar de jongens worden felle aanwijzingen geroepen, hoe ze het dier moeten vangen. Tegenstanders maken zich boos, en zeggen dat ze zo niet met het dier mogen omgaan. Het is nota bene een beschermde diersoort. De baai is even in volle beroering.

lagun baai

79


Nederland Met koelboxen, eetwaar, dominotafel, volleybalnet, hangmat en stoelen hebben ze al vroeg bezit genomen van de verschillende schaduwplekken midden in de baai. Gartred, Surinaamse Gartred is een Surimaanse en kon op Curaçao werk vinden als lerares in het basisonderwijs. Ze woont al jaren op het eiland. ‘Ik wil graag een keer naar Nederland, maar dan moet ik alleen. Op Curaçao mis ik theater en musea. Maar, in Suriname was er nog minder cultuur!’ Rubi, haar vriend, had vroeger een eigen bedrijf in Nederland. ‘Maar hij werd gek van alle regels’, vervolgt ze. ‘In Nederland was hij altijd eerst een uur bezig om de post van allerlei instanties door te nemen. Hier gaat hij zijn eigen gang. Ik krijg hem 80

niet meer mee naar Nederland!’

lagun baai


Lagun naast 76 Terestra (70) ‘Lagun naast 76’ is mijn officiële adres, omdat er twee straatnummers 76 zijn. Ook officiële post, zoals van het gouvernement, wordt naar dat adres gestuurd’, vertelt Terestra. Ze runt de toko al weer zes jaar, maar het valt niet mee. Ze betaalt zeshonderd gulden huur per maand, en mensen kopen alleen maar kleine dingen bij haar, zoals sigaretten, wc papier, cola. Wel is ze is het enige winkeltje op Lagun. ‘Ik werk doordeweeks in de winkel, mijn nichtje en zus in het weekend. Maar zij zijn slordig. Op maandag ben ik altijd eerst een paar uur 82

bezig om de dingen weer netjes te zetten’.

lagun


83


Terestra ‘Vroeger liep de toko beter, omdat meer mensen op Lagun woonden. Nu zijn het voornamelijk vakantiehuizen. ‘Het gewone volk’, zoals ze dat noemt, ‘woont hier achter aan de oude Lagunweg, maar de mensen trekken weg. Erg is dat niet, omdat er te veel inteelt is. Net als deze man, hij heeft het verstand van een kind. Het is een aardige vent, maar ik ben blij dat zijn z’n fam­ilie voor hem zorgt. Alleen zou hij het niet redden’. Hij koopt een pot jam bij haar en vraagt er een lepel bij. Uit de pot schept hij de zoetigheid de zoetigheid naar binnen. Terwijl hij de jam bestelt, zegt hij met een grijns: ‘Mijn portemonnee is leeg’. Hij laat de vakken ervan zien en vraagt, ‘Kun je er niet wat in schuiven?’

lagun

85


Verkoeling Midden in het kleine dorp Lagun woont een tweeling. Dorpsbewoners kunnen de broers nauwelijks uit elkaar houden. Bij beiden ontbreekt een tand op precies dezelfde plaats in hun de mond. Ze zijn goedlachs waardoor het gat regelmatig bloot valt. Ze wonen midden in het dorp, samen met hun paard. Ze zorgen goed voor het dier. Tegenover hun huis staat een stal 86

met een bankstel waarop ze het regelmatig gezelschap houden. ‘s Avonds mag het paard afkoelen in de nabijgelegen baai.

lagun baai


Pompoenpannenkoeken Charissa (37) Doordeweeks is het rustig bij de snek van de Phelipa’s. Tussendemiddag komt een handjevol bouwvakkers bij Charissa eten. En af en toe schuift een luie toerist aan voor een versnapering. Samen met haar moeder bereidt ze het eten waaronder pompoenpannenkoeken. ‘Die zijn bekend over het hele eiland’, zegt ze verlegen. Haar vader vangt in de vroege ochtenduren het eenvoudige vismenu bijeen. Charissa’s man wil van haar scheiden omdat ze geen kinderen kan krijgen. Ze is benieuwd hoe haar toekomst er uit gaat zien. Ze zou wel naar Amerika willen emigreren. Papiaments, Nederlands, Engels en Spaans spreekt ze. In Nederland wil ze niet wonen, ze is twee keer geweest. ‘Je wordt overal gecontroleerd, op Schiphol, als je een uitkering hebt. Ik wil vrij zijn!’. 

lagun baai

89


Vriend Vriend Iedere ochtend komen ze met de schoolbus vanuit de A la Blanca school in Barber naar Lagunbaai voor zwemles. ’Vandaag wordt het een zware dag voor ze’, zucht de zwemleraar, meneer Vriend. ’De kinderen moeten bijkomen van carnaval. Sommigen drinken al bier, met de ouders mee. Ze zijn amper elf of twaalf jaar. De ouders beseffen niet dat er in bier ook alcohol zit’. Andere kinderen zijn thuisgebleven en weer anderen zijn hun zwemkleding vergeten. Daarom hebben 90

ze drie groepen samengevoegd. ­lagun

baai


92


Vriend­ ‘Op onze school met bijzonder onderwijs hebben ze het vak Nederlands vorig jaar afgeschaft. Ik was er niet blij mee en heb zelf lesmateriaal ontwikkeld om de kinderen alsnog Nederlands te leren, maar er is nauwelijks tijd voor. Sommige kinderen verstaan geen woord Nederlands. Ik vind dat niet goed. Als kinderen voortgezet beroepsonderwijs willen volgen hebben ze vervolgens een probleem, omdat de voertaal Nederlands is. Maar anderen zeggen daarentegen dat als een kind het Papiaments goed beheerst, hij een andere taal beter aanleert.’

lagun baai

93


Stoofvlees Otti Om half zeven ‘s ochtends komen ze met koelboxen het strand op, om de plaats bij het enige aanrecht te bemachtigen. Om tien uur staat de vissoep op het houtsvuur te koken. Naast soep, spareribs en vissaté maken ze een stoba (stoofpot) met leguaan. ‘Er zijn 21 leguanen voor gevangen’, vertelt hij.­ ‘We zijn niet de enigen die er zo vroeg zijn. De familie dáár heeft in de baai geslapen’, Otti wijst naar het verhoogde stenen afdakt.

lagun baai

95


Zeebanket Axel Axel heeft twee jaar in Axel, in Nederland, gewoond, maar miste het eiland­. Hij woont midden in Barber, naast het knoekhuisje waarin hij getogen is. ‘Tegenover staat een gerenoveerd knoekhuisje van mijn zus’. Trots vertelt hij dat de straat midden in Barber naar zijn vader is vernoemd, de Caja Popo Rojer, omdat hij op sociaal en cultureel gebied veel heeft gedaan voor Banda Bou. ‘s middags werkt Axel in de benzinepomp van zijn familie en op zondagavond is zijn ‘snek’ Incho Pincho Grill open. Tegenover deze snek heeft zijn zus Milla een raamtoko. ‘Het was vandaag een gekkenhuis’, zegt Axel drukke bewegingen makend. ‘Er waren 1700 mensen in ons hofje hierachter. Er was een zeebanket, omdat de vastenperiode na carvanal voorbij is’.­ 96

barber


Leguanenvangers Eddiene (16) De hond ruikt de leguanen, hij heeft er zijn reuk voor ontwikkeld. ‘Maar als hij er één laat gaan, word ik kletsnat boos’, roept Eddine. ‘Kijk, dit is een meisjesleguaan’, hij draait het vrouwtje om en laat het geslachtsorgaan zien. ‘Als ik leguanenvlees eet, voel ik me erg sexy’, grijnst hij. ‘Je weet toch dat mannetjesleguanen twee piemels hebben? Daarom is het eten van het kipachtige vlees potentieverhogend’. Hij weet dat leguanen een beschermde diersoort zijn, maar op Westpunt houdt niemand zich daar aan. Ze verkopen de leguanen aan restaurants voor vijf à tien gulden per stuk, afhankelijk van de grootte. En als ze geluk hebben, ontdekken ze een nest parkieten, die leveren in de stad vijfentwintig gulden op. ­westpunt

99


Ventje (14) 100

‘Die pika’s (stekels) voel ik niet. Ik doe liever niet mijn goede schoenen aan, ik heb maar één paar’.

westpunt


Dushi ice cream Portugese ijscoverkoper (57) Met de ijscowagen rijdt hij al 27 jaar over het eiland. ‘Dushi ice-cream’ staat er op zijn wagen. Dushi betekent lief, zoet, lekker, sexy, eet smakelijk. Het wordt gebruikt tegen een minnaar, de buurvrouw, kinderen, maar ook bij frisdrank en ijsjes.

grote knip

103


Visafslag Visser In Vissersbaai varen kleine boten in en uit. Bij de afslag wordt verse vis verhandeld. De vissers vangen niet meer dan een paar kleine vissen per vaart. De zee is leeg gevist omdat er te snel, te veel vis werd gevangen. ‘Vroeger gold, neem wat je nodig hebt, laat de rest voor morgen’, vertelt een van de vissers. ‘Daardoor was er een natuurlijk evenwicht’. Nu zijn niet veel 104

beroepsvissers meer.

vissersbaai


106


107

grote knip


108

grote knip


110


Met dank aan Alle eilandbewoners die hebben meegewerkt aan dit boek Foto’s en tekst Birgit Schrama, met dank aan Ilse Schrama (die in maart 2004 meewerkte aan een aantal verhalen)

111


In de smalle stegen van Willemstad, in intieme baaien en in afgelegen dorpen ontmoet Birgit Schrama bewoners van Curaçao. Bewoners die geboren en getogen zijn op het eiland, zoals een loodjesverkoopster in Otrobanda, een zanger uit Soto, een leguanenvanger op Westpunt, een kruidenierster op Lagun en een dominospeler op Boca Sami. Maar ook een pensionhoudster uit Santo Domingo, een Venezolaanse fruitverkoper en een arbeider van Sint-Maarten maken deel uit van de kleine gemeenschap. Gaandeweg deze ontmoetingen ontstaat een vriendelijk en charmant beeld van het eiland en haar bewoners. Dit beeld staat haaks op berichten die Nederlandse media de afgelopen decennia naar voren brachten. Televisie, kranten en radio berichtten over drugsverslaving, criminaliteit, werkloosheid en gewelddadigheid onder Curaçaoënaars. Met dit boek hoopt Birgit Schrama een bijdrage te leveren aan een positieve beeldvorming over Curaçaoënaars.

Boek Curaçao, bewoners van  

In de smalle stegen van Willemstad, intieme baaien en rustige dorpen ontmoet Birgit Schrama bewoners van Curaçao. Bewoners die geboren en ge...

Boek Curaçao, bewoners van  

In de smalle stegen van Willemstad, intieme baaien en rustige dorpen ontmoet Birgit Schrama bewoners van Curaçao. Bewoners die geboren en ge...

Advertisement