Issuu on Google+

Bio Actief 30 Jouw ontmoeting met een dynamische sector

“In de bodem ­kijken zorgt voor ­verbondenheid met je grond.” L I EVEN D EL A N OTE

driemaandelijks tijdschrift verschijnt in maart

- juni - september - december


Bio Actief

Jouw ontmoeting met een dynamische sector D E CE M B ER 2 0 1 5 , E DI T IE 30 Bio Actief is een uitgave van BioForum Vlaanderen vzw. Bio Actief vind je vier keer per jaar in je brievenbus. BI O FOR U M V L AANDE R EN V Z W Quellinstraat 42 2018 Antwerpen T 03 286 92 78 E info@bioforumvl.be www.bioforumvlaanderen.be V.U . Kurt Sannen, Asdonkstraat 49, 3294 Molenstede

I

n de biosector werken heel wat slimme mensen. Door de beperkte input uit de onderzoekswereld zoeken ze vaak zelf slimme oplossingen voor problemen.

E I N D R E DAC T I E Petra Tas RE D A C T I ER AAD E N I NHOUD ELI JKE EXPERT ISE Bram Fronik (Verwerking & wetgeving), An Jamart (Landbouw), Marijke Van Ranst (Verkooppunten & foodservices), Esmeralda Borgo (Beleid), Paul Verbeke (Ketenmanager), Martine Van Schoorisse (Biogarantie, beurzen & export), Lotte Van Boxem (Communicatie consument), Lieve Vercauteren (Directeur) FO T O G R AF I E KVL/Creative Nature, Lisa Develtere, Sophie Nuytten, Tim Vandewiele CO VE R F OT O Tim Vandewiele VO RM G EV I NG We Make Graphics ME T DANK AAN Lieven Delanote, Marc Verhofstede, Koen Vangelder, Debby Van Geyt, Alexander Lemmens, Nele Delannoy, Timothy Lefeber, Hendrik Durnez, Carmen Landuyt en Katrien Hoebeeck. D RU K Zwart op wit

Maar slim zijn betekent ook toegeven dat je niet alles alleen kan oplossen. Voor sommige problemen hebben we mensen met een wetenschappelijke achtergrond nodig, die via gericht onderzoek een antwoord kunnen geven op onze vragen. Des te mooier dus dat het Vlaams onderzoek dat zich bezighoudt met bio niet in zijn ivoren toren blijft. De mensen van de proefcentra en onderzoeksinstellingen gaan regelmatig samen met ons het veld in. We luisteren naar elkaar en komen samen een heel stuk verder. In dit nummer vind je daar heel wat voorbeelden van. Agro-ecologische vooruitgang ontstaat vanuit de driehoek praktijk-beweging-wetenschap. Zo garandeert agro-ecologie dat nieuwe ontwikkelingen ten dienste staan van iedereen. Daarvan getuigde ook de studiedag over agro-ecologie van 16 november. Onderzoekers, ambtenaren, bioboeren en zelfs gewone burgers wisselden ervaringen en kennis uit. Dat zou nog vlotter gaan met meer middelen. Volgens de Europese groene fractie zou slechts 10 procent van het Europese budget voor landbouwonderzoek naar biolandbouw gaan. In Vlaanderen is dit zelfs een heel stuk minder.

VE RZ E NDI NG De Brug vzw A BO N NER EN Belgische marktspelers krijgen een gratis abonnement. Ben je geen marktspeler, maar wel geïnteresseerd in een ­jaarabonnement? Maak dan 25 euro over op bovenstaand rekeningnummer met de vermelding ‘Abonnement Bio Actief’. Buitenlandse abonnees betalen 30 euro (BIC: TRIOBEBB, IBAN: BE30 5230 8012 5311). A D VE R T ER EN Wil je graag de publicitaire mogelijkheden van Bio Actief k ­ ennen? Neem contact op met Sabrina Proserpio, E sabrina.proserpio@bioforumvl.be, T 03 286 92 70. Deze publicatie kwam tot stand met de steun van de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, van het Departement Landbouw en Visserij.

Bio Actief

WETEN Beste lezer,

HO O FDR EDAC T I E Tom Wouters

02

VOORWOORD

30

Het argument van de overheid is bekend: de toegekende middelen houden gelijke tred met de grootte van de sector. Ze vergeet daarbij dat de biosector antwoorden biedt op een aantal maatschappelijke uitdagingen. Door meer te investeren in onderzoek naar bio wint op termijn iedereen. Het is maar dat je het weet.

KURT SANNEN

Voorzitter BioForum Vlaanderen kurt.sannen@bioforumvl.be


BIO ACTIEF 30

Inhoudstafel 10

15

16

Op zoek naar innovatie BioXpo: de Belgische biovakbeurs Grenzeloos bio

06 LEVENDE SECTOR

De grond van de zaak

22

De overheid eet bio

24

Stop de persen!

25

5 jaar CCBT

EERLIJKE SECTOR

12

Samenwerken 足tussen veehouders en akkerbouwers

18 LEKKERE SECTOR

Wie zoet is, krijgt lekkers

Bio Actief

30

03


Bio Flash Versneden biogroenten ­ in de horeca? Grootkeukens werken steeds meer met voorgesneden groenten, het zogenaamde vierde gamma. In bio is het aanbod nog zeer beperkt en vooral onregelmatig. Op donderdag 29 oktober brachten we daarom verschillende spelers uit de keten samen. Het overleg was een eerste stap om het bio-aanbod te stimuleren in grootkeukens, maar er is nog een lange weg af te leggen. Afnemers weten te weinig wat bio precies inhoudt, voor boeren is de prijs een breekpunt. Meer informatie over deze ontmoeting? Neem contact op met ­Marijke Van Ranst marijke.vanranst@bioforumvl.be, ­contactpersoon foodservices.

fotografie

Joachim De Wilde

BV gezocht!

2016: Jaar van de Peulvrucht

Voor onze nieuwe campagne in 2016 – die in de plaats van de Bioweek komt – zoekt BioForum Vlaanderen bekende Vlamingen die bio kopen. Zag jij al eens een bekend gezicht in je bedrijf of weet je via via welke bekende Vlamingen kiezen voor bio? Laat het ons weten!

Het FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, heeft 2016 uitgeroepen tot het internationaal Jaar van de Peulvrucht. Het FAO wil op die manier aan het grote publiek tonen welke belangrijke rol peulvruchten hebben in een duurzame voedselproductie. Ze dragen onder meer bij tot de bodemvruchtbaarheid en zijn een goede manier om ondervoeding tegen te gaan.

Tips mag je doorsturen aan Lotte Van Boxem lotte.vanboxem@­ bioforumvl.be, medewerker consumentencommunicatie. Meer info over onze nieuwe campagne vind je op www.bfvl.be/ campagne2016.

04

Bio Actief

30

Meer uitleg over het Jaar van de Peulvrucht vind je op de Engelstalige website www.fao.org/pulses-2016. Ook BioForum Vlaanderen zal volgend jaar het belang van ­peulvruchten in de ­kijker zetten.


Protocol voor pesticidenresidu’s

Test-Aankoop noemt bio een ­betrouwbaar en veilig label Test Aankoop bevestigde in september dat het Europese biolabel een van de meest degelijke en betrouwbare voedingslabels is op de Belgische markt. Een betrouwbaar label is volgens hen nooit gecreëerd door de fabrikant of de industrie zelf, maar door een onafhankelijk orgaan. Bovendien moeten er regelmatig onafhankelijke en onaangekondigde controles zijn, om te bevestigen dat producten voldoen aan alle criteria.

Naar aanleiding van de nieuwe Vlaamse biowetgeving hebben BioForum, de controleorganisaties en enkele stakeholders de afgelopen maanden samen aan een protocol gewerkt dat helpt om analyses op pesticidenresidu’s te interpreteren. Het protocol garandeert een uniforme benadering van analyseresultaten. We verspreiden dit protocol binnenkort via onze website en de nieuwsbrieven. Heb je vragen of opmerkingen hierover? Neem contact op met Bram Fronik bram.fronik@bioforumvl.be, coördinator wetgeving.

Je vindt het hele artikel van Test-Aankoop terug via www.bfvl.be/testaankoop_labels.

Interne opleidingen over bio Bedrijven die aan de slag willen met bio of nieuw zijn in de biosector kunnen vanaf nu bij BioForum Vlaanderen terecht voor interne opleidingen. Zo’n interne opleiding over bio moet bedrijven helpen om zich snel in de specifieke kenmerken van biologische productie en verwerking in te werken. De opleidingen worden aangepast aan de wensen en noden van elk bedrijf. Meer informatie over de mogelijkheden vind je op www.bfvl. be/opleidingen_bio. Leden van BioForum Vlaanderen krijgen 50% korting. Neem contact op met Bram Fronik ­ bram.fronik@bioforumvl.be, coördinator verwerking.

Bio Actief fotografie

Sophie Nuytten

30

05


LEVENDE SECTOR

De grond van de zaak De VN riepen 2015 uit tot het Jaar van de Bodem. Op het einde van het jaar laten we een aantal mensen aan het woord voor wie de bodem altijd de aandacht krijgt die hij verdient. Ook na 2015.

LANGE INTERVIEWS ONLINE Je vindt een uitgebreidere versie van deze interviews op onze website. www.bfvl.be/bedrijfindekijker 06

Bio Actief

30


fotografie

Lisa Develtere

Humus van de natuur om te zeggen dat er iets verWIE?

Marc en Bénedicte Verhofstede W AT ?

Bioboer en compostadviseur WAAR?

Zulte A A N TA L H E C TA R E ?

10 BIO SINDS?

2002

H

et bedrijf van Marc en Bénedicte heet niet toevallig Humus. Hun basisfilosofie? Een gezonde bodem is alles. Die overtuiging brengen ze naar buiten via persoonlijk bedrijfsadvies, lezingen en workshops en allerlei composteeroplossingen. Marc is zelf ook bioboer, vanuit diezelfde overtuiging. "Dankzij de boerderij bouw ik expertise en kennis op over de bodem." Voor Marc is de bodem de motor van onze voedselkringloop: "Het is het orgaan dat de plant voedt. Zit de bodem niet goed, dan zijn je dieren en gewassen ook niet gezond. Loopt er iets mis met plant of dier, dan kan het dus helpen om naar je bodem te kijken." De bodem vertelt zelf ook veel. "Te weinig koolstof, verdichting, ziektes: allemaal signalen

keerd loopt. Eigenlijk hebben we te weinig vertrouwen in de bodem. We hebben er pas aandacht voor bij problemen." Volgens Marc moeten we ook terug in de grond durven kijken en niet uitsluitend bezig zijn met de cijfertjes zoals nu vaak gebeurt.

Dat vraagt wat expertise. Marc: "Als je fout composteert, dan ben je eigenlijk aan het vervuilen. Dan verlies je immers veel nutriënten in de vorm van gassen of uitspoeling. Doe je het goed, dan kan je op 3 tot 5 jaar tijd van een arme bodem weer een rijke bodem maken."

“Eigenlijk hebben we te weinig ­vertrouwen in de bodem.”

Marc deelt zijn kennis Een bodem herstelgraag, ook met ganglen, hoe doe je dat? De bare boeren. "Als ik juiste bodembewermet een boer begin M A RC V ER HO F S T ED E king, groenbemesters: te praten over zijn het speelt allemaal bodem, dan merk ik mee. Maar dé oplossing ligt volgens Marc bij vaak dat hij tijdens het eerste gesprek al composteren. Sinds een 12-tal jaar verdiept beseft wat er beter kan. "Toch geven ze vaak hij zich erin en hij is intussen internatio- aan te weinig tijd te hebben om te composnaal actief als compostexpert. Zijn grote teren. Daar heeft Marc begrip voor, al geeft inspiratie is de Oostenrijkse familie Lübke- hij ook aan dat je het resultaat niet uit het Hildebrandt, die wereldwijd bekend staan oog mag verliezen. als experts in deze materie. De les die hij wil meegeven? "We moeten Bij het composteren voeg je organisch mate- opnieuw contact maken met de bodem, ook riaal toe aan de bodem. "Je bouwt als het ware in de gangbare sector. We maken wel vooreen huis opnieuw op en dat in 8 à 10 weken uitgang, maar het zou sneller mogen en tijd. Maar je moet het wel goed doen. Je moet kunnen gaan." streven naar kwaliteitscompost. Het doel is immers de bodem voeden, niet de reststro- M E E R W E T E N ? men weg krijgen zoals bij de grote industriële www.bio-compost.be compostinstallaties."

Bio Actief 29 30

07


Inagro Van één ding is Lieven wel overtuigd: Boeren krijgen de informatie van Inagro via "Grasklaver is gewoon de beste meststof die ontmoetingsmomenten als biovelddagen of Lieven Delanote Biobedrijfsnetwerken, via www.biopraktijk.be er is. Tijdens bemestingsproeven zien we W AT ? qua opbrengst vaak weinig verschil tussen of via de Inagro-ledenbrief waarvoor je je kan Praktijkonderzoekscentrum Inagro, ­ compost, stalmest of organische mest- registreren op www.inagro.be. afdeling bio korrels. Maar een WAAR? Maar Lieven pleit er perceel waar grasRumbeke-Beitem vooral voor dat boeklaver gegroeid heeft, WANNEER? ren zelf in hun grond leidt altijd tot meer Bio sinds 1997 kijken. "MAP vraagt opbrengst. De kracht allerlei analyses die van vlinderbloemige hun waarde hebben, groenbemesters maar gewoon een p de afdeling bio van het onderzoeks- wordt onderschat." profielput leert je ook centrum Inagro in Beitem werken een L I EVEN D EL A N OTE veel. In de bodem kijtiental mensen aan praktijkgericht en vraag Af en toe sijpelt er WIE?

“In de bodem ­kijken zorgt voor ­verbondenheid met je grond.”

O

gestuurd onderzoek voor akkerbouw, groenten in openlucht en voederteelten. Afdelingshoofd Lieven Delanote is trots op het werk binnen zijn team: "Wij krijgen binnen Inagro een grote vrijheid. We werken vanuit de dagelijkse realiteit van de bioboer en onderzoeken hoe hij meer teeltzekerheid krijgt via onder andere ziekte- en plaagbeheersing, rassenkeuze, onkruidbeheersing en natuurlijk ook bodembeheer."

wat kennis van de afdeling bio door naar de andere afdelingen binnen Inagro. Toch is de algemene kennis over bodem nog te veel gericht op de gangbare landbouwpraktijken. Dat merkt Lieven ook aan de wetgeving. "Een groot stuk van de wetgeving en veel adviezen over bemesting zijn eigenlijk niet voldoende afgestemd op de biosector. Wij voorzien BioForum Vlaanderen van cijfers om dat aan te tonen in gesprekken met de overheid."

Waarom de bodem in bio zo belangrijk is? Lieven hoeft daar niet lang over na te denken: "Het is in de grond dat onze gewassen moeten groeien. Omdat we in bio geen toevlucht kunnen nemen tot kunstmest of chemische middelen, moeten we het doen met wat de natuur ons geeft. En dus moeten we de bodem verzorgen en het bodemleven voldoende voeden en ademruimte geven." Op onze vraag naar een ideaal scenario voor meer bodemvruchtbaarheid, antwoordt Lieven: "Wees zorgzaam voor je bodemstructuur en voorzie een teeltrotatie met groenbemesters. Gebruik daarna stalmest of compost en stuur zonodig bij met korrelmeststoffen. Afhankelijk van het soort bedrijf dat je hebt, klein of groot, zijn er nog specifieke maatregelen die je kan nemen." Er is voor Lieven ook niet één strategie. Belangrijker zijn de basisprincipes: je grond moet ademen en je moet zowel je bodem als je plant voeden. Hoe je dat bereikt, verschilt van bedrijf tot bedrijf. "Vaak kan dat al met kleine ingrepen, door bijvoorbeeld je bandenspanning te verminderen of erop te letten dat je altijd in dezelfde sporen rijdt. Anders krijg je een samengedrukte bodem en daar kan geen zuurstof aan."

08

Bio Actief

30 fotografie

Tim Vandewiele

ken zorgt bovendien voor verbondenheid met je grond. Voor een boer is dat ontzettend belangrijk." MEER WETEN?

www.inagro.be


Koen Van Gelder WIE?

Koen en Anny Van Gelder W AT ?

Biologisch melkveebedrijf WAAR?

Herne A A N TA L H E C TA R E ?

47,9 BIO SINDS?

1999

I

n Herne, dicht bij de taalgrens, vind je het melkveebedrijf van Koen en Anny Van Gelder. Ze namen in 1992 het bedrijf over van hun ouders en kozen na 7 jaar voor bio.

"Naast zo’n zestig melkkoeien met jongvee hebben we ook gangbare varkens. We telen wintergerst, triticale met veldbonen of erwten, een mengteelt van spelt en veldbonen, spelt, luzerne en grasklaver." Koen is heel duidelijk: de bodem betekent alles in de biologische landbouw. Als die niet goed zit, dan kan je het volgens hem vergeten. Hij heeft er dan ook zijn hele bedrijfsvoering op afgestemd.

fotografie

KVL/Creative Nature

negatief effect had op de bodemstructuur. Koen ziet nog ruimte voor verbetering. "Ik blijf het koolstofgehalte van mijn bodem aan de lage kant vinden. Ik vraag me soms af of composteren daarbij zou kunnen helpen, maar dat vraagt veel werk en ik heb weinig tijd."

“Als bioboer moet je proberen zoveel ­mogelijk voeding uit je bodem te halen.” KOE N VA N G E LD E R

"Ik gebruik stal- en drijfmest om de bodem te voeden en voeg PRP-kalk toe. Mijn koeien staan in een potstal, zodat ik meer stalmest heb. Dat vraagt wel wat inspanning: strooien, met andere boeren samenwerken om aan genoeg stro te geraken ... Gelukkig krijg ik voor al dat werk kwaliteitsmest in de plaats." Een gezonde bodem bereikt Koen ook via zijn vruchtwisseling. Die is heel uitgebreid en dat is nodig: "Als bioboer moet je proberen zoveel mogelijk voeding uit je bodem te halen. Dat kan alleen als je er veel aandacht aan schenkt. Diversiteit in mijn vruchtwisseling zorgt ook voor diversiteit in mijn bodemleven. Ik probeer mijn grond altijd bedekt te houden en teel veel najaarsgewassen. Dankzij de mengteelten en vlinderbloemigen staat bovendien altijd wel iets in bloei, wat dan weer goed is voor de bijen." Tegelijkertijd heeft hij maïs uit zijn teeltrotatie gegooid, omdat die teelt een

"Daarnaast zien we in de biomelkveehouderij een soort bodemmoeheid: er zitten steeds minder klavers in het grasland." Een probleem dat Koen probeert tegen te gaan door zijn vruchtwisseling nog verder uit te breiden.

Wat leveren die inspanningen op? "Hoe meer je investeert in je bodem, hoe meer je terugkrijgt: het geeft gezond voer, dat op zijn beurt zorgt voor gezonde dieren. Dat neemt niet weg dat je ervaring en kennis moet opbouwen voor je het hele plan in je hoofd hebt. Die kennis pik ik op via Biopraktijk en de landbouwpers, maar vooral ook in de Biobedrijfsnetwerken." Dat is dan ook de boodschap die Koen aan zijn collega’s wil meegeven: "Ga er niet van uit dat je alles weet: elke dag valt er wel iets nieuws te leren. En draag zorg voor je bodem: het is het belangrijkste dat we in bio hebben." MEER WETEN?

www.biomelkvlaanderen.be

Bio Actief 29 30

09


VERANDERENDE SECTOR

Op zoek naar innovatie De biosector staat niet stil en wil met innovatieve ideeën competitief blijven. Het innovatieplatform Flanders’ FOOD ondersteunt de sector daarin.

fotografie

Joachim Dewilde

VOOR WIE?

Verwerkers op zoek naar oplossingen W AT ?

Onderzoeksprojecten van Flanders’ FOOD WAAROM?

Flanders’ FOOD maakt innovaties haalbaar

O

m als bedrijf te evolueren, moet je af en toe nieuwe paden durven bewandelen. Zeker biobedrijven kunnen via innovatieve ideeën hun duurzaamheidsverhaal versterken. Alleen vraagt zoiets veel creativiteit en doorzettingsvermogen. Hulp is dus altijd welkom. Een van de adressen waar je kan aankloppen is het innovatieplatform Flanders’ FOOD. Als verwerkend bedrijf kan je deelnemen aan de onderzoeksprojecten. In 2012 ging BioForum Vlaanderen een samenwerkingsverband aan met Flanders’ FOOD en ILVO, waardoor de aandacht voor de biosector groter werd.

10

Bio Actief

30

Innoveren in de ­voedingsindustrie Wat doet Flanders’ FOOD precies? Project­ manager Timothy Lefeber, die binnen de organisatie verantwoordelijk is voor bio, legt uit: "We zijn een wetenschappelijk en technologisch platform voor de Vlaamse agrovoedingsindustrie. In die rol helpen we bedrijven uit deze brede sector competitiever, innovatiever en duurzamer te worden. Zit een voedingsbedrijf met een specifiek probleem, dan gaan we met hem op zoek naar oplossingen." Concreet betekent dat dat Flanders’ FOOD onderzoeksprojecten initieert, coördineert en valoriseert, studiedagen organiseert en individueel advies geeft aan zijn leden. Daarnaast fungeert Flanders’ FOOD ook als overkoepelend coördinatieluik tussen de kennisinstellingen en de bedrijfswereld. Ze bundelen alle onderzoek en geven die kennis door aan de bedrijven.

Ontstaan "Zo is Flanders’ FOOD 10 jaar geleden ook ontstaan", vertelt Lefeber. "Voor wij bestonden, gebeurde er uiteraard ook al onderzoek. Alleen werd die kennis te weinig gedeeld en geraakte die niet tot bij de beoogde doelgroep, zijnde de bedrijven. 13 leden van FEVIA Vlaanderen, de federatie van de Vlaamse voedingsindustrie, zagen dat de sector meer nood had aan innovatie. Samen richtten ze Flanders’ FOOD op." In het begin waren vooral verwerkende voedingsbedrijven de doelgroep, maar intussen richt Flanders’ FOOD zich op de hele agrovoedingsketen. Ze doen dus ook onderzoek waar de landbouwsector baat bij heeft, maar ook distributie enzovoort. "Vandaag hebben we bijna 340 leden. We proberen ook zoveel mogelijk sectoroverschrijdend te werken", legt Lefeber uit. Voor onderzoek werkt de organisatie samen met Vlaamse kennisinstellingen (universi-


fotografie

Joachim Dewilde

teiten, hogescholen, ILVO ...), al doen ze in het kader van Europese projecten ook een beroep op buitenlandse kennisinstellingen. Flanders’ FOOD heeft 11 projectmanagers, die elk het aanspreekpunt zijn voor een bepaalde sector en thema. Timothy Lefeber zou als aanspreekpunt voor de biosector graag een werkgroep van biobedrijven opstarten. "Samen kunnen we dan een stappenplan opstellen om innovatie in de biosector te stimuleren."

fotografie

Sophie Nuytten

Welke projecten zijn ­mogelijk? Flanders’ FOOD richt zich vooral op praktijkgericht onderzoek dat op vraag van de sector wordt uitgevoerd. Elk jaar komen verschillende kennisinstellingen hun projecten voorstellen op de Flanders Food Research Day. Bedrijven kunnen intekenen op een project dat hen aanbelangt. Alleen bij voldoende inschrijvingen gaat een project door. De bedrijven dragen elk een klein deel van de kosten, voor de overige kosten voorziet de overheid subsidies. Op deze manier worden er jaarlijks zo’n zeven collectieve projecten opgestart. Na afloop worden de belangrijkste bevindingen naar buiten gebracht aan de hand van artikels en/of studiedagen. Naast collectieve onderzoeksprojecten doet Flanders’ FOOD ook mee in coöperatieve projecten. In dit projecttype zitten de bedrijven aan het stuur en bepalen zij wie mee in het consortium zit. Doorgaans zijn deze consortia ook kleiner (minimum 2 bedrijven) en bepalen de betrokken bedrijven welke kennis gedeeld wordt binnen het consortium en met de buitenwereld.

In de praktijk Een Vlaams biobedrijf dat al goed vertrouwd is met de werking van Flanders’ FOOD is Biobakkerij De Trog. Zaakvoerder Hendrik Durnez: "Als we met een probleem zitten, proberen we out of the box te denken en zo te zoeken naar oplossingen." Een van de projecten van Flanders’ FOOD waar De Trog aan deelnam, is het project

Innocereal. Samen met andere bakkerijen en maalderijen wilde De Trog nieuwe desems voor hun brood laten ontwikkelen uit spelt of andere zaden. De bedrijven leverden de bloem van deze zaadsoorten aan de Vrije Universiteit Brussel en die gingen ermee aan de slag. De resultaten gaven de bakkerijen een beter inzicht in de smaak en microbiologische samenstelling van hun brooddesems. Die kennis is enorm waardevol voor de ontwikkeling van nieuwe producten bij De Trog. Het is trouwens niet verwonderlijk dat net een bedrijf als De Trog de weg naar Flanders’ FOOD al gevonden heeft. Innoveren zit bij hen in de genen, zoals ook blijkt uit de oplossing die ze zelf bedachten voor het klaarzetten van bestellingen.

Ze merkten enkele jaren geleden dat papieren bestellijsten voor te veel fouten zorgden bij het klaarzetten van bestellingen en gingen op zoek naar andere oplossingen. Het bedrijf introduceerde zogenaamde ‘smartglasses’, brillen waarbij de bestellingen op het brilglas worden geprojecteerd. Dat deed de foutenlast sterk dalen en zorgde dat De Trog kon uitpakken met een innovatief verhaal. "We kozen bewust voor een technologische oplossing. Bio heeft vaak een oubollig imago en daar wilden we vanaf." Of hoe innovatie op verschillende vlakken het verschil kan maken. MEER WETEN?

Wil je meer weten over Flanders’ FOOD en de samenwerking via BioForum Vlaanderen? Neem contact op met Bram Fronik, coördinator verwerking bram.fronik@bioforumvl.be.

Bio Actief

30

11


EERLIJKE SECTOR

Samenwerken tussen veehouders en akkerbouwers Hoe zorgen we ervoor dat de Vlaamse biosector stand houdt? Samenwerking tussen plantaardige en dierlijke sectoren biedt kansen voor groei.

Uitdaging 1: lokale kringloop en kleinschalige productie worden bemoeilijkt

VOOR WIE?

Bioboeren W AT ?

Tips voor samenwerking tussen veehouders en niet-veehouders WAAROM?

Huidige uitdagingen kunnen rendement van beide type bedrijven onder druk zetten

D

e Vlaamse biosector staat voor heel wat uitdagingen, vaak ingegeven door een wetgeving die te weinig rekening houdt met de specifieke eigenschappen van bio. In dit artikel belichten we twee uitdagingen en zoeken we naar mogelijke oplossingen.

Een vruchtbare bodem is essentieel voor een goede productie en dus heeft een bioboer veel aandacht voor een aangepaste vruchtwisseling met vlinderbloemigen en gebruikt hij dierlijke mest of compost (zie ook de portretten op pagina 6). Tegelijkertijd wil de biologische landbouw kringlopen sluiten om de ecologische draagkracht van het systeem niet te overschrijden. Veehouders kunnen pas opstarten als ze hun mest op biologische gronden kunnen afzetten, iets wat ze onderling moeten regelen. De Europese biowetgeving vraagt ook dat een deel van het voer regionaal geteeld wordt: voor herkauwers (geiten, koeien, schapen) gaat het om 60% van het voer, voor kippen en varkens om 20%. Kan dit niet in samenwerking met collega-boeren, dan mag dit regionaal voer ook van veevoederleveranciers komen. Probleem is dat het begrip regio (nog) niet gedefinieerd is op Europees niveau. Elke lidstaat bepaalt zelf wat een regio is, waardoor concurrentienadelen optreden. Daarnaast laat bv. de Nederlandse overheid toe dat mest gezamenlijk afgezet wordt via een intermediair.

12

Bio Actief

30

In bepaalde veehouderijsectoren zie je dus erg grootschalige bedrijven opduiken en is nog maar weinig sprake van een lokale kringloop. Dat is financieel nadelig voor kleinere bedrijven die wel regionaal of lokaal opereren. De EU beseft dat dit een probleem is en wil daar met de lopende herziening van de biowetgeving aan sleutelen.

Uitdaging 2: mestoverschot Daarnaast bemoeilijken externe factoren de lokale groei van de Vlaamse biosector. Dure en schaarse grond is ĂŠĂŠn probleem, maar vooral het Mestactieplan geeft kopzorgen. Gemengde bedrijven van voor de Tweede Wereldoorlog maakten door de opkomst van kunstmeststoffen en de import van veevoer plaats voor bedrijven gespecialiseerd in plantaardige of dierlijke productie. Voer konden boeren makkelijk inkopen en dus was het aantal dieren steeds minder in verhouding met de hoeveelheid grond. Dat was vooral het geval in de pluimvee- en varkenshouderij. Er ontstonden mestoverschotten, die uiteindelijk leidden tot bodems met te veel stikstof en fosfor. Zo kwam ook de kwaliteit van het Vlaamse grond- en drinkwater onder druk te staan.


Daarom krijgen Vlaamse (bio)boeren vandaag lagere bemestingsnormen opgelegd, voor zowel stikstof als fosfaat. In veel Vlaamse bodems is het fosforgehalte zo hoog dat er de volgende jaren eigenlijk geen bemesting uit dierlijke mest meer mogelijk is. Die strenge bemestingsnorm zorgt ervoor dat de biologische plantaardige sector in moeilijkheden komt met zijn bodemvruchtbaarheid. Hoe kunnen we én voldoende nutriënten in onze bodem krijgen voor het gewas én het organisch stofgehalte in de bodem op peil houden? De voorbije jaren werd samen met de proefcentra en ILVO gewerkt aan een oplossing via maaimeststoffen. Zo zou het kunnen: een boer teelt vlinderbloemigen zoals grasklaver, maait deze en gebruikt ze als meststof. Op lange termijn zeker een oplossing, maar op korte termijn betekent dit een extensievere productie, met economische gevolgen.

Dierlijke sector in nood voor extra grond Voor de dierlijke sector lijken betaalbaar voeder en (betaalbare) mestafzet de belangrijkste uitdagingen om rendabel te blijven, afgezien van de afzetperikelen in sommige sectoren. Het Mestactieplan zorgt onrechtstreeks voor een immense druk op de al beperkte en dure Vlaamse grond. Enerzijds kunnen de veehouders in de problemen komen omdat zij minder nutriënten op hun grond mogen toepassen, waardoor het voer minder voedzaam is en de melk- of vleesopbrengst dus ook langer uitvalt. Anderzijds volstaat het huidige areaal grond niet om de mest af te zetten. Veehouders moeten dus op zoek naar bijkomende grond. Vooral voor die sectoren

K A N S EN IN DE V L A AMS E BIOS EC T OR De cijfers in het jaarlijkse biorapport zijn duidelijk: de Vlaamse biosector groeit maar met mondjesmaat en vooral dankzij kleinschalige CSA-projecten van nieuwe boeren. Het aantal omschakelaars is op één hand te tellen. Het project Bio zoekt Boer heeft moeite om gangbare boeren warm te maken voor bio. Nochtans liggen er best wat kansen. Het lijkt dat gangbare boeren daar niet genoeg van op de hoogte zijn.

­ rincipes gaan wegen. Zeker met de fup sie van Delhaize en Albert Heijn leeft bij Vlaamse biolegkippenhouders de angst dat de markt overspoeld zal worden door eieren uit Nederland. Voor vleeskippen ligt het anders. Daar bepaalt één grote marktspeler via integratie de markt. Er blijft een grote vraag naar biologisch kippenvlees. Omschakelaars zijn niet te vinden, hoewel supermarkten zelfs financiële ondersteuning bij omschakeling willen bieden.

Plantaardige sectoren De lange keten (onder meer de supermarkten) wil meer biogroenten. Delhaize geeft zelfs aan voor een aantal producten enkel nog bio in de schappen te willen. Ook de sector van de industriegroenten, Ardo op kop, wil meer Vlaams bioproduct.

Melkvee Anders dan in de gangbare sector heeft het wegvallen van het melkquotum weinig deining veroorzaakt op de biologische markt. De vraag naar biomelk blijft stijgen en de biologische melkprijs is stabiel gebleven. Dat geldt ook voor biogeitenmelk, al moet gezegd dat ook gangbare geitenhouders een goede prijs krijgen voor hun melk.

Legkippen De vraag naar biologische eieren blijft groot. Voorlopig valt daar nog goed geld mee te verdienen, maar onrust duikt op. In Nederland starten grootschalige pluimveebedrijven op en de vraag is hoe hard zij op de prijs en op de biologische

Vleesvee De biologische vleesveehouderij is in Vlaanderen een heel kleine sector. Er bestaat geen echte ketenstructuur en rentabiliteit is net als bij de gangbare collega’s een heikel punt. In tegenstelling tot de gangbare collega’s kiezen de meeste Vlaamse biovleesproducenten voor rassen die vlees produceren op minderwaardige gronden zoals natuurgrasland. Meerwaarde probeert men te creëren via thuisverkoop en verwerking tot charcuterie. Ook hier stijgt de vraag. Bij de bestaande bedrijven tekenen zich weinig groeimogelijkheden af. Afzet via de groothandel ligt moeilijk, omdat de marges voor vleesvee onder Vlaamse omstandigheden te beperkt zijn. Positief is wel dat een aantal gangbare varkenshouders in 2015 interesse toonde in omschakeling. Tot nog toe was het Vlaamse aanbod heel beperkt

Bio Actief

30

13


waarbij de verhouding stikstof/fosfor in de mest nadelig uitvalt (varkens, kippen, geiten), wordt de situatie problematisch. Bijkomend hebben een aantal veehouders nu al problemen met grasklavermoeheid, waardoor het aandeel klaver in de weiden achteruitgaat. Dat komt omdat er niet genoeg vruchtwisseling is of te veel vruchtwisseling binnen dezelfde gewasfamilies.

Samenwerken? Een zinvolle oplossing! Hoe kunnen we deze twee uitdagingen oplossen? Een verregaande samenwerking tussen dierlijke en plantaardige producenten bewijst in de praktijk al zijn nut. Door een vruchtwisseling over bedrijven heen te organiseren, kunnen biogroentetelers en bioveehouders een win-winsituatie creëren. Een voorbeeld: de groenteteler teelt op één perceel (voormalig grasklaver)weide van de melkveehouder een hoogsalderend gewas als spruiten. De grasklaver zorgt voor een hoge bodemvruchtbaarheid en dus een mooie opbrengst aan spruiten. De melkveehouder teelt op zijn beurt grasklaver op een aantal percelen van de groenteteler en verhoogt zo zijn areaal regionaal voer. Samen realiseren ze meer ruimte voor vruchtwisseling en verkleint het risico op klavermoeheid. De veehouder kan ook zijn mest afzetten op het perceel van de melkveehouder. Niet alleen bioboeren onderling beginnen elkaar te vinden, soms wordt er ook samengewerkt met gangbare boeren uit de buurt. Die samenwerking kan zelfs boeren stimuleren om om te schakelen naar bio en zo lokale groei van bio mogelijk te maken. Uiteraard is dit geen antwoord op alle vragen, maar het is wel iets waar we als sector zelf mee aan de slag kunnen.

MEER WETEN?

BioForum Vlaanderen wil begin volgend jaar een netwerkmoment rond samenwerking organiseren. Werk jij zelf in een samenwerkingsverband of zou je er graag één opzetten? Neem contact op met landbouwcoördinator An Jamart an.jamart@bioforumvl.be.

14

Bio Actief

30


SECTOR IN BEELD

BioXpo: dé Belgische biovakbeurs Eind september vond in Brussel de eerste, echt Belgische biobeurs plaats. BioXpo en Vitasana vonden gelijktijdig in dezelfde hal plaats en met succes. Een sfeerverslag.

VOOR WIE?

De hele biosector W AT ?

De eerste Belgische biovakbeurs was een succes WAAROM?

BioXpo bracht de biosector op de been

O

p 27 en 28 september konden mensen uit de bio- en voedingssector op ontdekkingstocht op de beursvloer van BioXpo. Zo’n 180 standhouders stelden hun assortiment voor aan de 3.250 bezoekers.

15 jaar BioForum Tegelijk met de beurs nam BioForum Vlaanderen van de gelegenheid gebruik om zijn 15-jarig bestaan te vieren. Sleutelfiguren uit de geschiedenis van de organisatie vertelden aan directeur Lieve Vercauteren en het publiek hoe de organisatie in 15 jaar is geëvolueerd. Dirk Thienpont, Erik Krosenbrink, Johan Devreese en Kurt Sannen vertelden over de oprichting van een koepelorganisatie, de splitsing in een Vlaamse en Waalse kamer en de fusie met Belbior en Probila. MEER WETEN?

De tweede editie van BioXpo zal ­plaatsvinden in 2017. Meer info: Marijke Van Ranst marijke.vanranst@bioforumvl.be.

fotografie

Sophie Nuytten


I N T E R N AT I O N A L E S E C T O R

Grenzeloos bio Mag de Vlaamse biosector ook over de grenzen een afzetmarkt zoeken of is het niet verantwoord om voeding naar verre bestemmingen te verschepen? Bio Actief bekijkt wat export voor bio kan betekenen.

fotografie

KVL/Creative Nature

VOOR WIE?

Bedrijven die internationaal actief willen zijn W AT ?

Voor- en nadelen van export WAAROM?

We leven in een globale markt

O

m als bedrijf genoeg onafhankelijk te blijven van je afnemers, leg je beter niet al je eieren in dezelfde mand. Met een brede klantenportefeuille spreid je het risico. Alleen zijn er in België maar een beperkt aantal distributiebedrijven van biologische voeding. In zulke gevallen kan export een uitkomst bieden. Het kan ook zijn dat je geen afnemers vindt in België, omdat je te weinig aanbod hebt om aan grote retailers te leveren of omdat de kleinere groothandel (nog) niet geïnteresseerd is in je product. In dat geval kan je eventueel in het buitenland een samenwerking starten en op een later tijdstip voor Belgische afnemers een relevante partner worden.

16

Bio Actief

30

Nadelen

Export naar VS

Maar export is niet alleen rozengeur en maneschijn. Zo maakte de Russische importban voor Europese landbouwproducten pijnlijk duidelijk dat internationale handel soms beïnvloed wordt door politieke kwesties. Net omdat een bioboer vooral voor eigen markt werkt, is de Rusland-crisis in grote mate aan de biosector voorbijgegaan.

In 2012 sloten de VS en Europa een handelsovereenkomst waarin ze elkaars biowetgeving als gelijkwaardig erkenden. Vóór die periode moest je je producten speciaal laten certificeren, via de zogenaamde NOP-certificering.

En je mag ook het ecologisch aspect niet uit het oog verliezen. Wil je als biobedrijf echt duurzaam zijn, dan hou je best ook rekening met de voedselkilometers.

Export binnen Europa Dankzij de Europese wetgeving kan je biologische voeding vrij verhandelen binnen de Europese Unie. Hoewel een deel van de biowetgeving regionaal wordt bepaald en de wetgeving licht verschilt per lidstaat, slaan die verschillen vooral op de manier waarop de controle is geregeld in elk land.

De gelijkschakeling geldt echter niet voor alle producten, want in sommige gevallen verschilt de wetgeving te veel. Zo mogen producten van dieren die behandeld zijn met antibiotica de VS niet binnen. De regels voor het uitzonderlijk gebruik van antibiotica bij dieren zijn in de VS immers veel strenger. Omgekeerd behandelen Amerikaanse bioboeren bepaalde groenten en fruit met antibiotica en die mogen dan weer niet geïmporteerd worden in de EU. Ben je in Europa gecertificeerd, dan mag je het Amerikaanse biologo USDA Organic gebruiken. De voorwaarde is dat je producten binnen de EU zijn geproduceerd of hier de laatste verwerkingsstap hebben ondergaan. Ingrediënten van buiten de EU importeren mag dus, zolang de verwerking ervan maar binnen de grenzen van Europa gebeurt.


Bij export naar de VS moet je een specifiek importcertificaat invullen voor transport. Dat document moet aanwezig zijn bij de goederen bij inklaring. Het handelsakkoord tussen VS en Europa wordt voortdurend uitgebreid. Zo worden binnenkort de productieregels voor wijn naast elkaar gelegd.

Export buiten Europa Gelijkaardige overeenkomsten bestaan met landen als ArgentiniĂŤ, Canada, Japan of Zuid-Korea. Hier gelden over het algemeen meer specifieke voorwaarden. Je vindt deze voorwaarden terug op www.bfvl.be/ importvoorwaarden. Een heel aantal landen hebben geen equivalentieakkoord met de EU. Je moet in dat geval rekening houden met de productieregels en importeisen van dat specifieke land.

Bio zoekt Keten Bio zoekt Keten ondersteunt exportinitiatieven voor Vlaamse biologische ondernemers. Zo organiseerde Bio zoekt Keten in juni 2015 een bezoek aan de Parijse vroegmarkt in Rungis. Daar werd duidelijk dat de vroegmarkt in eerste instantie Franse producten verkoos, maar wel interesse had in producten die in Frankrijk minder of niet beschikbaar waren. Begin november stond Bio zoekt Keten met 5 Vlaamse bedrijven op de Nordic Organic Food Fair in MalmĂś (Zweden). De Zweedse markt voor biologische producten groeide de laatste jaren zeer sterk, terwijl omschakeling beperkt was. Import is in Zweden dus nodig om aan de toegenomen vraag te voldoen.

HOE BEGIN JE MET EXPORT ? Wil je de buitenlandse markten verkennen? In het beste geval maakt export deel uit van je bedrijfsstrategie. Een goed exportplan omvat 5 elementen: 1. Analysefase: bepaal de sterktes en zwaktes van je onderneming, zowel op de eigen markt als op de exportmarkt. Hoe ga je om met bedreigingen en kansen? 2. Positioneringsfase: ga na wie je concurrenten zijn en analyseer hun aanpak: prijs, aanbod, logistiek. Welke voordelen biedt jouw product ten opzichte van de rest? 3. Marktbenaderingsfase: bepaal via welk kanaal je jouw product op de buitenlandse markt zal brengen. 4. Budgetteringsfase: stel een gedetailleerd langetermijnbudget op. 5. Planningsfase: stel een stappenplan op. Weet dat het tot drie jaar kan duren voor je echt kan exporteren, afhankelijk van het product of de dienst en de al bestaande ervaring met export. Het agentschap Flanders Investment and Trade helpt Vlaamse ondernemers bij hun exportinitiatieven. Ze maken samen met jou exportplannen, ondersteunen deelnames aan buitenlandse beurzen, voeren markstudies uit en organiseren buitenlandse missies. Meer info op www.flandersinvestmentandtrade. com.

DATABAN KEN VOOR EXPORT Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) ondersteunt de landbouwsectoren in export, onder meer via de exportdatabank www.freshfrombelgium. com. Je kan je als (bio)bedrijf dat exporteert (of interesse heeft om te exporteren) gratis laten opnemen. VLAM maakt de databank verder bekend. Voorlopig is het aantal bedrijven in de databank nog beperkt. De Biobedrijvengids van BioForum is sinds dit jaar vertaald in het Frans en Engels en kan dus ook door buitenlandse ondernemers geraadpleegd worden. Deze databank maakt geen onderscheid tussen bedrijven die wel of niet exporteren.

MEER WETEN?

Wil je meer weten over de export van bio? Neem dan contact op met ketenmedewerker Paul Verbeke, paul.verbeke@bioforumvl.be


LEKKERE SECTOR

Wie zoet is, krijgt lekkers Suiker heeft niet zo’n positief imago: we eten er te veel van. Intussen staan er heel wat vervangmiddelen klaar in het gangbaar assortiment. Hoe ziet de markt van biologische zoetmakers er uit?

18

Bio Actief

30 fotografie

Betiiita - Flickr (CC)


VOOR WIE?

Biowinkeliers W AT ?

Informatie over het bio-assortiment WAAROM?

Het debat rond zoetmakers leeft volop

D

e media mogen dan regelmatig berichten over de manier waarop onze maatschappij verslaafd is aan suiker, de suikerconsumptie blijft redelijk stabiel. En hoog: gemiddeld 95 gram per dag per Belg. De prijs heeft daar wel wat mee te maken: omdat suiker spotgoedkoop is, zit het in heel wat voedingsproducten verwerkt. Suiker zorgt niet alleen voor een zoete smaak, maar geeft ook structuur en kleuring aan voedingsmiddelen (bv. via karamellisering). En omdat suiker water vasthoudt, zorgt het ook voor een langere houdbaarheid van bepaalde producten. Suiker zomaar vervangen is dus niet zo eenvoudig. In België ligt het marktaandeel voor biosuiker op 2,6 procent (Bron: GfK in opdracht van VLAM). Dat cijfer telt alleen de hoeveelheid suiker die consumenten aankopen, niet de suiker die door de voedingsindustrie verwerkt wordt en via allerlei producten wordt geconsumeerd. Het internationale onderzoeksinstituut voor biologisch landbouw FiBL schat dat tien procent van de wereldwijd geproduceerde biologische suiker niet als bio tot bij de consument geraakt.

Rietsuiker en bietsuiker hebben een gelijkaardige zoetkracht. Opvallend: rietsuikers worden in bio ook vaker aangeboden in een bijzonder verwerkingsstadium, bijvoorbeeld in stroop- of sapvorm.

Isoglucose Maar het verhaal stopt niet bij riet- en biet­ suiker. In de Verenigde Staten is er op de Amerikaanse markt een derde grote speler: isoglucose, ook wel bekend als glucose-fructosestroop (HFCS). Isoglucose, afkomstig van maïs of tarwe, is een goedkoop ingrediënt dat bijvoorbeeld koeken met minder verzadigd vet weer op smaak brengt. De fructose en glucose versterken elkaar, waardoor de grondstof zoeter smaakt dan suiker. Suiker is momenteel nog een van de weinige producten waarin de handel door Europa gecontroleerd wordt. In 2017 heft Europa zijn quota voor suiker op. De verwachtingen zijn dat dit product dan ook bij ons een derde van de markt zal inpalmen.

Siropen en suikers In bio vind je niet alleen riet- en bietsuiker maar ook granensiropen, onder meer op basis van tarwe, rijst, spelt, gerst of maïs. Deze

zoetmiddelen zijn het resultaat van mechanische verwerking. Ook andere siropen zijn sterk vertegenwoordigd in bio, zoals ahorn(esdoorn), agave- of yaconsiroop. Deze siropen bevatten naast suikers nog een beperkte hoeveelheid andere nutriënten. Voor bereidingen met siropen is het soms wat zoeken naar de juiste verhoudingen. Relatieve nieuwkomers zijn kokosbloesemsuiker (gemaakt uit de nectar van de bloesems van de kokospalm) en palm­suiker (gewonnen uit suiker- of kokospalm). Ze kunnen allebei in een gelijkaardige hoeveelheid gebruikt worden als klassieke bietsuiker.

Honing De variatie in honingsoorten is groot in bio: van acaciahoning over boekweithoning tot lavendel- of kamperfoeliehoning. Dat zorgt ook voor een grote diversiteit aan smaak. Honing bevat naast suiker (ongeveer 80% sucrose) ook water en zo’n 3% micronutriënten als vitaminen, enzymen, spoorelementen en mineralen. Honing is ongeveer 2 keer zoeter dan suiker. Omdat je een vrij grote minimumoppervlakte nodig hebt aan biologische gronden of natuurgebied, is biologische honingproductie in Vlaanderen momenteel niet mogelijk.

Riet of biet? De biologische suikermarkt verschilt best wel van de gangbare. Zo is in de Europese gangbare landbouw een heel belangrijke rol weggelegd voor bietsuikerproductie. 20 procent van de suiker wereldwijd komt van suikerbieten. Europa produceert daar 50 procent van. In de biolandbouw is de productie van suikerbieten echter beperkt en vind je vaker rietsuiker. Op dit moment worden geen biologische suikerbieten geteeld in België of Nederland en in Duitsland vind je maar zo’n 400 ha suikerbieten. Het biologisch assortiment volgt eerder de internationale tendensen, want rietsuiker wordt, behalve in Europa, steeds populairder.

Bio Actief

30

19


Andere zoetmiddelen Tot slot bestaan er ingrediënten die van nature zoet zijn en dus geschikt zijn als zoetmaker. Fruit is zo’n natuurlijk zoetmiddel. Fruit kan in verschillende vormen gebruikt worden: vers, gedroogd, in sap of in poedervorm. Bekende voorbeelden zijn gedroogde vijgen of dadels, of appeldiksap, maar ook minder voor de hand liggende vruchten als lucuma. Deze Zuid-Amerikaanse vrucht is in poedervorm erg populair binnen de raw food-beweging. Ook groenten kunnen een zoete smaak geven aan bereidingen: denk aan pastinaak, wortel en pompoen. Andere groenten worden zoet na het roosteren in olie. Specerijen als kaneel of vanille-extract kunnen een zweem van zoet aan gerechten toevoegen. Deel die informatie ook met je klanten. De zoetkracht van al deze suikerbronnen verschilt van product tot product. Bovendien hebben ze ook een verschillend effect op het bloedsuikergehalte (Glycemische index). Als je klanten van zoet houden, kunnen ze dus gebruik maken van het diverse palet in bio en variëren naar hartenlust. Met mate uiteraard ...

S O O RT EN Z OET S T OFFEN Er bestaan drie soorten zoetstoffen: klassieke suikers, intensieve zoetstoffen en extensieve zoetstoffen.

Klassieke suikers Klassieke suikers zoals bietsuiker en rietsuiker zijn koolhydraten die van nature aanwezig zijn in een gewas. Ze maken deel uit van wat de voedingsleer ‘koolhydraten’ noemt en waar ook zetmeel en vruchtensuikers toe behoren. Koolhydraten zijn vooral van belang als energieleverancier. Alle verteerbare koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose en zorgen voor een stijging van het bloedsuiker­ gehalte. De snelheid waarmee de opname gebeurt, kan verschillen. Daarom spreekt men van snelle en trage suikers. Bietsuiker en rietsuiker zijn snelle suikers. Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken. Stropen of siropen zijn geconcentreerde sappen van suikerhoudende gewassen. Door hier nog meer water aan te onttrekken, krijg je uitgekristalliseerde suiker.

Intensieve zoetstoffen WAT VIN D JIJ? "Suiker vervangen in een product, zoals een wafel, is zeer moeilijk: suiker bepaalt niet alleen de smaak, maar ook de structuur en consistentie."

Intensieve zoetstoffen hebben een sterkere zoetkracht dan sucrose, maar leveren minder energie en minder volume. Denk aan aspartaam, sacharine en acesulfaam K. Omdat deze zoetstoffen over het algemeen chemisch gesynthetiseerd worden, vind je ze niet terug in het bio-assortiment.

Ook stevia valt onder de intensieve zoetstoffen. De zoetstoffen uit de steviaplant, de zogenaamde steviol glycosiden (E960), zijn 40 tot 300 keer zoeter dan sucrose maar hebben een zeer lage energetische waarde. Er bestaan biologische geteelde steviaplanten, maar de raffinage tot steviol glycosiden gebeurt via milieubelastende technieken. Bovendien tasten die de natuurlijke eigenschappen van het product dusdanig aan, dat de oorspronkelijke karakteristieken niet meer herkenbaar zijn. Dat komt niet overeen met de principes van biologische productie. Daarom zijn steviol glycosiden niet toegelaten in de Europese bioproducten. In de VS is dat wel het geval. In de toekomst verschijnen er mogelijk wel steviol glycosiden die met andere (minder belastende) technieken zijn geproduceerd. De plant zelf is in Europa niet toegelaten als voedingsmiddel.

Extensieve zoetstoffen Extensieve zoetstoffen zijn chemisch aangepaste koolhydraten, de zogenaamde suikeralcoholen, zoals maltitol, xylitol en sorbitol, erythritol (E968), isomalt (E953), lactitol (E966), maltitol (E965) en mannitol (E421). Deze suikeralcoholen hebben een lagere zoetkracht en een lagere energetische waarde dan klassieke suikers. Ze worden vooral gebruikt voor suikervrije producten en hebben een laxerende werking bij overmatig gebruik. Ook deze zijn niet toegelaten in bio.

Didier Clarisse — Dimabel

WIN EEN BOEK OVER N AT UURLIJ KE Z OET HOUDERS !

fotografie

KVL/Creative Nature

Meer weten over natuurlijk zoet? Stuur een mailtje naar marijke.vanranst@bioforumvl.be en maak kans op een exemplaar van het VELT-boek "ECOZOET! over het hoe en waarom van een duurzaam zoet leven."

20

Bio Actief

30


®

CERTI SYS

Pajottenlander troeven:

Controle- en certificeringsorgaan voor biologische landbouw

NEW

BE-BIO-01 CERTISYS

ERVARING Reeds meer dan 30 jaar gespecialiseerd in bio controles

natuurzuivere directsappen niet van concentraten geen toegevoegde suikers prima prijs-kwaliteit verhouding bruine flessen voor een optimaal behoud van mineralen en vitaminen 14 ha hoogstamboomgaarden met oude fruitrassen

NIEUWSBR IEF & JAARLIJ KS VERSLAG

(h)éérlijk genieten

REFERENTIES Eerste Belgisch controleorgaan erkend voor bio controle NABIJHEID De controles worden uitgevoerd door controleurs uit uw streek TOT UW DIENST

www.certisys.eu

TÜV NORD INTEGRA

info@certisys.eu - tel: 09/245.82.37

n bioweek 97x136nl fev2015.indd 1

Certificatie in landbouw en voeding

23/02/2015 09:59

Verwerkers die biomelk willen bekomen? Melkveehouders op zoek naar nieuwe afzet?

Samen bouwen we aan de toekomst

Meld je nu aan via info@biomelkvlaanderen.be

WWW.BIOMELKVLAANDEREN.BE

BE-BIO-02 international® featured standards

IFS

Food Safety System Certification 22000

en vele anderen...

Food

Statiestraat 164 2600 Berchem - Antwerpen T + 32 3 287 37 60 F + 32 3 287 37 61 www.tuv-nord-integra.com

INTEGRA


SAMENWERKENDE SECTOR

De overheid eet bio Vlaanderen wil tegen 2020 al zijn overheidsaankopen verduurzamen. Dat biedt kansen voor de biosector. Wij zijn benieuwd hoe ver de overheid nu al staat. We leggen ons oor te luisteren bij de Vlaamse overheid.

WIE?

Nele De Lannoy, Debby Van Geyt en Alexander Lemmens, Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse Overheid W AT ?

Stand van zaken verduurzaming overheidsaankopen WAAROM?

Hoe wil Vlaanderen zijn aankoopgedrag duurzamer maken? Alexander Lemmens: De Vlaamse overheid is een erg grote organisatie en bestaat uit veel verschillende entiteiten en agentschappen. Om een project als duurzame overheidsopdrachten te coördineren en overal ingang te doen vinden, is er dus een goede strategie nodig.

Bio kan een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de Vlaamse overheid

HOE VIND JE OV E R H EIDS OPDRAC HT EN ? Overheidsaankopen verlopen volgens vastgelegde procedures. Die verschillen onderling, afhankelijk van de grootte van de opdracht (het geraamde bedrag), het voorwerp en de beschikbaarheid van het gezochte product op de markt. Zo kan de Vlaamse overheid ervoor kiezen een kleine opdracht gericht te communiceren naar bepaalde bedrijven. Grotere opdrachten verschijnen steeds in de online applicatie e-procurement en als leverancier kan je daar in zoeken. Voor kleine opdrachten is het erg belangrijk dat potentiële afnemers op de hoogte zijn van jouw aanbod. Controleer dus zeker jouw gegevens op www.biobedrijvengids.be. Krijgen we bij BioForum Vlaanderen een vraag naar bio voor een overheidsopdracht, dan verwijzen we steevast naar deze databank.

22

Bio Actief

30

In de periode 2009-2014 bundelden we alle acties van de verschillende entiteiten en agentschappen in actieplannen. Die volgen we met een speciale taskforce nauwgezet op. De Vlaamse overheid maakt in 2015 werk van een strategisch en gecoördineerd beleid voor haar overheidsopdrachten. Een allesomvattend plan moet leiden tot een professioneel en innovatiegericht aankoopbeleid. Vlaanderen wil tegen 2020 al zijn overheidsopdrachten verduurzamen en daarvoor is een cohe-


fotografie

Lisa Develtere

rent beleid vereist waarin de verschillende beleidslijnen elkaar versterken. Het plan wil overheidsopdrachten inzetten als instrument om de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse overheid te helpen realiseren. Een van de speerpunten van dat globaal plan is natuurlijk verduurzaming. Elke entiteit van de Vlaamse overheid draagt hieraan bij door zijn eigen aankoopgedrag duurzamer te maken. Tegen 2020 moeten alle overheidsopdrachten dan duurzaam zijn. Het Facilitair Bedrijf speelt een belangrijke rol in het behalen van die doelstellingen.

Hoe ver staan we nu al? Lemmens: Het Facilitair Bedrijf, dat professionele ondersteuning biedt aan de verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid voor onder meer catering, heeft al belangrijke stappen gezet in de uitvoering van de actieplannen. Wordt er een bestek voor een raamovereenkomst opgesteld, dan zorgt een multidisciplinair team er bijvoorbeeld voor dat er ook genoeg aandacht gaat naar duurzaamheid.

Wat is het uiteindelijke doel? Lemmens: Door als overheid te kiezen voor verduurzaming geef je het goede voorbeeld aan andere overheden en ook aan bedrijven en particulieren. Bovendien kan de aanzienlijke koopkracht van de Vlaamse overheid als hefboom dienen om de markt te verduurzamen. We hebben bijzondere aandacht voor de sociale pijler van duurzame overheidsopdrachten. Zo waken we over de sociale en ethische verantwoordelijkheid van onze opdrachten, het uitsluiten van (sociale) fraude en het respecteren van mensenrechten. Ook belangrijk om te weten is dat er naast duurzame criteria heel wat andere afwegingen meespelen bij de opmaak van een bestek.

Een van de doelstellingen van het Facilitair Bedrijf is om duurzaam aankopen makkelijker te maken voor andere overheden. We stellen bijvoorbeeld duurzame raamovereenkomsten beschikbaar voor een groot aantal overheden. Ook voor voeding proberen we dit te doen.

Wat is jullie ervaring met bio? Nele De Lannoy & Debby Van Geyt, team Aankoopprojecten: In onze eigen catering- en aankoopopdrachten nemen we criteria op met een stimulans voor biologische producten en producten uit de eerlijke handel. Voor een aantal bestekken waar bio als criterium werd opgenomen, werkten we samen met BioForum Vlaanderen. Van BioForum kregen we een duidelijk zicht op het bestaande aanbod en de mogelijkheden. Tegelijk leerden we waarom bepaalde producten moeilijker te vinden zijn in biovariant. BioForum Vlaanderen maakt onze bestekken ook bekend naar de sector.

Wat leerden jullie nog uit die samen足 werking met BioForum? We bekijken onze bestekken nu meer vanuit een andere invalshoek, namelijk die van de ondernemer. We proberen dan ook duidelijker te communiceren. We groeperen bijvoorbeeld bestellingen, informeren over hoe bestellingen geplaatst worden en geven waar mogelijk een garantie voor een minimumafname. Tot slot zorgt de samenwerking ervoor dat we nu voor elke overheidsopdracht nagaan welke duurzaamheidscriteria we kunnen opleggen of stimuleren via gunningscriteria.

de leveringen te centraliseren per vestiging en de menuopmaak in de diverse restaurants te uniformiseren. Zo kunnen we grotere afnames garanderen en hebben ook kleine, lokale en/of bioleveranciers meer mogelijkheden om in te schrijven op onze opdrachten. Toch blijkt die inspanning van onze kant niet voldoende. Het zou positief zijn als bioleveranciers zich meer zouden groeperen, zodat ze samen logistiek sterker staan. Ook een samenwerking met gangbare leveranciers of andere logistieke partners kan kansen bieden. Daarnaast stellen we vast dat de bestelde producten niet altijd beschikbaar zijn. Dat brengt de dienstverlening van onze eigen bedrijfsrestaurants wat in het gedrang. Het probleem stelt zich vooral bij dagverse producten, maar ook bij andere producten merken wij dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met onze bestelhoeveelheden. Tot slot zien we nog kansen in het gamma van zogenaamde regeneratieproducten, kant-en-klare maaltijden en het 4e gamma (versneden groenten). Zulke producten zijn een noodzaak in grootkeukens, maar voorlopig nog niet voldoende beschikbaar in bio. MEER WETEN?

Je vindt de actieplannen van de overheid op www.bfvl.be/actieplan_overheidsopdrachten. Meer over hoe een overheid duurzame criteria kan opnemen, lees je op www.bfvl.be/ duurzaaminkopen.

Hebben jullie nog tips voor bioleveranciers? Waar we kiezen voor bio stuiten we soms op logistieke problemen. De diensten van de Vlaamse overheid zitten immers op meerdere locaties. Wij proberen dit op te vangen door Bio Actief

30

23


COMMUNICERENDE SECTOR

Stop de persen! Een opendeurdag of de lancering van een nieuw product? Met je verhaal in de pers bereik je heel wat mensen. Vier tips voor wie start met een perswerking.

VOOR WIE?

Boeren, winkeliers en kleine verwerkende bedrijven die tijd willen investeren in persrelaties W AT ?

Tips om journalisten te benaderen WAAROM?

Elk bedrijf heeft een verhaal te vertellen en kan winnen bij persaandacht

1. Wees kritisch voor jezelf

J

e kan met heel wat gelegenheden in de pers komen: een opendeurdag, een picknick op de boerderij, een unieke samenwerking, enzovoort. Hoe actueler en relevanter je verhaal is, hoe meer kans je maakt om gepubliceerd te geraken. Kortingen, een nieuw productsmaakje of ander commercieel nieuws horen eerder thuis in de nieuwsbrief naar je klanten. Stuur het niet naar een journalist. Hij zal het niet publiceren en jij verspeelt misschien je kansen om gehoord te worden als je de volgende keer iets interessants te melden hebt.

2. Zoek contact met lokale pers Een persbericht versturen naar een hele waslijst journalisten die je niet eens kent? Doe dat beter niet. Zoek liever uit wie de journalisten in jouw regio zijn en benader hen persoonlijk. Journalisten waarderen het als je hen informatie à la carte aanbiedt. Enkele tips: vraag de lokale perslijst op bij de communicatiedienst van jouw gemeente. Surf naar het regionieuws van de kranten ‘Het Nieuwsblad’ en ‘Het Laatste Nieuws’. Zij vermelden duidelijk wie jouw regionale correspondent is.

3. Volg de regionale televisie Wil je in het regionale journaal komen? Onthoud dat je ongeveer een week voordien een digitale uitnodiging voor jouw evenement stuurt. Bel de redactie op om te kijken of jouw event op hun planning staat. De ochtend zelf beslissen ze of er een televisieploeg langskomt. Dat is afhankelijk van de actualiteit. Kijk ook regelmatig zelf naar jouw regionale zender, zodat je weet in welke programma’s je aan bod kan komen.

“Zoek uit wie de journalisten in jouw regio zijn en benader hen persoonlijk.”

4. Geef heldere info Weet dat een reporter vaak geen expert is. Probeer dus zo helder mogelijk jouw info door te geven. Gebruik tijdens een interview klare taal, gebruik geen eufemismen en blijf

24

Bio Actief

30

bij de feiten. Beantwoord geen vragen waarop je het antwoord eigenlijk niet weet. Na een interview heb je het recht om een artikel na te lezen. Twijfel je over beweringen over bio, stuur het artikel dan door naar BioForum.

WELKE ROL S PEELT BIOFORUM? Voor en achter de schermen zorgt BioForum ervoor dat de biosector op een positieve manier in de publieke belangstelling komt. We positioneren bio als een pionier op het vlak van duurzame landbouw en voeding. We willen de biosector ook duidelijk profileren als een professionele sector met sterke ondernemers. We gaan uit van onze eigen sterktes en zetten ons niet af tegen onze gangbare collega’s. Concreet sturen we persberichten uit, reageren we op foute berichtgeving, schrijven we opiniestukken en voeden het maatschappelijk debat via Twitter (@BioForumvl).

MEER WETEN?

Wil jij je verdiepen in goede perscommunicatie? Download de powerpointpresentatie ‘Omgaan met pers’ op www.bfvl.be/nl/bioindemedia. Je mag ook altijd je vragen doorgeven aan persverantwoordelijke Sabrina Proserpio sabrina.proserpio@bioforumvl.be.


VOORUITKIJKENDE SECTOR

5 jaar CCBT Al vijf jaar houdt het CCBT bioboeren op de hoogte van het biologisch praktijkonderzoek. We sprokkelden enkele reacties.

“Boeren worden gehoord en naar praktijkonderzoekers wordt geluisterd. Mij lijkt dat een win-winsituatie.” “Het CCBT geeft mee vorm aan het Vlaamse onderzoeks- & kennisnetwerk voor ­biologische landbouw. Met beperkte ­middelen en een goede samenwerking hebben we al heel wat stappen gezet.”

BART VA N PA RIJS, B IOT E LE R

“Het CCBT staat voor mij voor partnerschap. De website en nieuwsbrief BIOPraktijk is een erg zichtbare verdienste waar ook Inagro graag zijn steentje aan bijdraagt.”

L I EVE D E C O C K , N O B L

LIEVEN D E LA N OT E , IN A G RO

“ “

“BIOPraktijk gaat recht naar de kern en is geschreven in een taal die iedereen begrijpt. Zo zou kennisverspreiding altijd moeten zijn.” AN JAMA RT, ­B IOBED RIJFSN E T W E RKE N

“Voor mij betekent het CCBT de Vlaamse poort naar praktijkgericht biologisch onderzoek.” I GN AC E D ER O O, B O ER EN B O N D

MEER WETEN?

Wil je meer info over het CCBT? Neem een kijkje op www.ccbt.be of neem contact op met coördinator Carmen Landuyt carmen.landuyt@ccbt.be. Bio Actief

30

25


Van horen zeggen “Ik vertrek vanuit mijn eigen kosten. Op basis daarvan bepaal ik mijn prijs. Dat is de enige manier waarop landbouw gezond en rendabel kan werken.” 

RAF F RANCKEN, B IOLOG ISCH VA RKE N SH OU D E R DE TIJD, 2 9 S EPTE MB E R 2015

“Kleinschalige landbouw heeft niets met romantiek en alles met intelligent realisme te maken. Hij kan de basis zijn voor een markt die het vermogen heeft om de bulk van anonieme landbouw­producten te vervangen.” J A N D O U WE VA N D ER P L O EG, N ED ER L A N D S O N D ER ZO EK ER D E M O R GEN , 7 S EP TEM B ER 2 0 1 5

“Een appel die vandaag verkocht wordt, is vijf tot tien keer chemisch behandeld. Oriënteer je bedrijf dan toch naar bio-appelen.” DOMINIQU E M ICH E L, D IRECT E U R COME OS DE S TANDAARD, 5 SE PT E MBE R 2015

“Je kunt regenwormen — of bodemmicroben — jouw bevelen niet opleggen. We weten bovendien heel, heel weinig van het bodemleven en dat geldt eigenlijk zelfs van organisch-chemische processen in de bodem. Ze toch met onze kunstmest, bestrijdingsmiddelen en machines te lijf gaan, ­betekent om moeilijkheden vragen.” JOOS T VISS ER, N E D E RL A N D S ON D E RZ OE KE R MO* MAGAZIN E , 3 SE PT E MBE R 2015

26

Bio Actief

30

“Er zijn te weinig onderzoekers bezig met biolandbouw.” ER I K M ATH I J S , P R O F ES S O R KU L EU VEN D E S TA N DA A R D, 2 2 O K TO B ER 2 0 1 5

Slechts 10 procent van het Europees onderzoeksgeld voor landbouw gaat naar biolandbouw. Dat blijkt uit onderzoek van de Université Catholique de Louvain (UCL) en het Britse Organic Research Centre, die de geldstromen in het landbouwonderzoek uitplozen. Het onderzoek kwam er op vraag van de Europese groene fractie. Bart Staes, Europarlementslid van Groen!, zei in de Standaard dat een van de verklaringen voor deze onevenwichtige verdeling de economische, en dus ook politieke macht en lobby van de agrochemische multinationals is.


©foto: Lisa Develtere

We leveren ons roomijs ook Ik ken enkele bioboeren aan winkels en zij vinden het persoonlijk. heel belangrijk dat we dat Biogarantie®-voeding kopen is label hebben. mijn manier om hen te steunen en tegelijkertijd het Rina, Biogarantie®-verwerker, systeem te veranderen.

De Trommelhoeve

STEM UIT DE SECTOR

Mensen

M

ensen, daar draait het om bij ons. Den Diepen Boomgaard is een maatwerkbedrijf én bioboerderij. Wij beschouwen het als onze kerntaak mensen in te schakelen die wat verder afstaan van de arbeidsmarkt. We leren hen (opnieuw) verantwoordelijkheid nemen en geven hen zelfvertrouwen.

René, consument

Er bestaat veel verwarring bij consumenten, maar met een Biogarantie®-winkel ben je zeker.

Kathleen, Biogarantie®-winkelier Biotoop

Bio op volle kracht De biosector streeft naar een duurzame wereld, hier en nu, elders en later. Bedrijven die kiezen om het Belgische label Biogarantie® te behalen, gaan voor bio op volle kracht. Ze hebben extra aandacht voor ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Biogarantie®-producten garanderen voor de consument de link met een Belgische producent of verwerker. Logisch dus dat consumenten het meeste vertrouwen hebben in Biogarantie®.

www.biogarantie.be

Onze groep medewerkers is enorm divers. Elk hebben ze hun eigen verhaal, dragen ze hun eigen bagage met zich mee. Voor sommigen gaat het om een zware rugzak. We respecteren zoveel mogelijk ieders aanleg en aard. Bij ons geen druk van bovenaf, maar ruimte om je op je eigen tempo te ontplooien. Bij ons mogen mensen af en toe vallen. Wij helpen hen weer opstaan.

Adverteren?

Den Diepen Boomgaard heeft 5 afdelingen. Voor al onze medewerkers kijken we welke afdeling het beste past bij hun competenties. Onze tuinploeg is de grootste. Zij leren bio van heel dichtbij kennen. Zij planten, schoffelen en wieden door weer en wind.

B2C BIOCAMPAGNE 2016 BIOMIJNNATUUR.BE BIOGENIETENGIDS.BE

Een van de mooiste momenten van het jaar is dan ook wanneer onze mensen het eindresultaat te zien krijgen van al dat harde werk: heerlijke biogroenten die met liefde en zorg zijn grootgebracht. Dan zie je ze glimmen van trots. Op zulke momenten beseffen wij als coach waarom we dit werk zo graag doen.

B2B BIO ACTIEF BIOFORUMVLAANDEREN.BE BIOBEDRIJVENGIDS.BE

Bio past in dat opzicht perfect bij Den Diepen Boomgaard. Bio vraagt dat je de nodige aandacht en zorg aan je planten geeft. Alleen zo krijg je een mooie oogst. Dat is precies wat we met onze mensen doen: ze de juiste zorg geven om ze te zien openbloeien.

Kortingen * 15% korting als lid van BioForum * 5% extra korting voor directe Biogarantie®houders met volledig lidmaatschap.

K AT R I E N H O E B E E C K

Begeleider Den Diepen Boomgaard

www.bfvl.be/adverteren T +32 (0)3 286 92 70 Bio Actief

30

27


Groothandel biologische groenten en fruit

BIOVIBE, EENS GEKEND... ONMISBAAR! Kempenarestraat 44a 2860 Sint-Katelijne-Waver T +32 (0)15/31.62.81 T +32 (0)15/32.07.42 E info@biovibe.be

www.biovibe.be Organic since 1972

BIO HOT DRINKS RIJK AAN FRUIT EN VEZELS! HOT DRINKS

100% BIO ONGEZOET VEZELRIJK

“Als een heerlijk alternatief voor koffie of thee, heb ik de Lombardia Hot Drinks gecreëerd. Een bom van smaak en geuren boordevol biologische vruchten en specerijen. Door het hoge vruchtgehalte zijn deze hot drinks vezelrijk en verzadigend. Probeer onze DetoxLove een weldoende mélange van ananas, bergamot en zuiverende kurkuma. Of onze originele GingerLove met frisse citrusvruchten en pittige gember.” Foodcreator, Alain Indria

Voor meer info? alida@gingerlove.be - 03 289 52 38 - www.lombardiahotdrinks.com Verkrijgbaar bij de biowinkel en de betere natuurvoedingswinkel.


Bio Actief 30