Page 1

Bio Actief 49 Jouw ontmoeting met een dynamische sector

“Ik werk met lokale ingre­diënten en kies voor circulariteit.” O L I VI ER VA N D E R LI NDEN

driemaandelijks tijdschrift verschijnt in maart

- juni - september - december


WORD LID

Word lid van Bioforum en draag bij tot de stem van een sector!

Meer dan 400 bedrijven hebben ervoor gekozen om lid te worden van BioForum Vlaanderen. Ze hebben daar maar liefst vijf redenen voor.

Persoonlijk advies

Jij beslist mee

Voordelen voor jouw bedrijf

In actie voor jouw belangen

Versterk je netwerk

WIL JIJ OOK LID WORDEN? Surf snel naar www.bioforum.be/wordlid en meld je daar aan! Je vindt daar ook de tarieven voor lidmaatschap.

Starterscursus type A en B Starten in de land- en tuinbouw

www.nacvzw.be

Opleiding biologische land– en tuinbouw Opleiding korte keten 60 uren - €80

Type A: Bedrijfsleiding en -overname 100 u - €120

Opleidingen starten in oktober 2020 op diverse locaties Tielt

Bocholt

Ruddervoorde Ninove

Zwevegem

Sint-Truiden

Lichtervelde

Zwijnaarde

Oedelem

Hasselt

Diksmuide

Zemst

Sint-Niklaas

Lier

Ieper

Tienen

Merelbeke

Geel

Roeselare

Turnhout

Eeklo

Loenhout

Diest

Oudenaarde

info@nacvzw.be - 051/26.08.30 - 0475/78.45.94 Met steun van Vl Overheid en EU - Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 2200000298_1_ADV_8517.indd 1

4/08/20 10:44


fotografie

Astrid Agemans

Bio Actief

Jouw ontmoeting met een dynamische sector SE PTE MBE R 2020 , E DITIE 49 Bio Actief is een uitgave van BioForum vzw. Bio Actief vind je vier keer per jaar in je brievenbus. BIOFOR UM VZW Regine Beerplein 1 bus E305 2018 Antwerpen T 03 286 92 78 E info@bioforum.be www.bioforum.be V.U. Alexander Claeys, Regine Beerplein 1 bus E305, 2018 Antwerpen HOOFDR E DACTIE Tom Wouters

VOORWOORD

Voortschrijdend inzicht Beste lezer,

I

s het tijd voor een revolutie? Als het van klimaatwetenschappers en -activisten afhangt wel. Volgens hen is het vijf na 12. Ze eisen dat de politiek en het bedrijfsleven de nodige maatregelen treffen om deze crisis te lijf te gaan. Ook de landbouw kan een revolutie gebruiken, maar daarvoor zijn er mensen nodig die inzicht hebben in de problematiek en het zich genoeg aantrekken om tot actie over te gaan. Die zijn er steeds meer. Het idee van onbeperkte groei heeft door de coronacrisis een flinke knauw gekregen en plaatst ons economisch model voor flinke uitdagingen. Ik stel vast dat de geesten ook beginnen te rijpen bij mensen met een zekere verantwoordelijkheid. In deze Bio Actief horen we een paar stemmen die duidelijk getuigen van voortschrijdend inzicht. Ze blijven niet bij de pakken zitten: liever willen ze mee inzetten op de nieuwe koers die deze wereld onvermijdelijk aan het ingaan is. Het landbouwonderwijs kijkt voorlopig toe van de zijlijn. Nochtans is dat een onderbelichte, maar erg belangrijke speler. Het zou goed zijn als de traditionele landbouwscholen stilaan werk zouden maken van een gedegen opleiding biolandbouw, in nauwe samenwerking met de proefstations die daar volop mee bezig zijn. Door biologische en gangbare landbouw in eenzelfde context aan te bieden, kweek je een generatie boeren die sterker in hun schoenen staan. Daarop inzetten getuigt ook van inzicht.

E INDR E DACTIE Annemie Lambert R E DACTIE R AAD E N INHOUDE LIJK E E XPE R TIS E An Jamart (Landbouw), Laura Van Vooren (projectmedewerker landbouw), Marijke Van Ranst (Verkooppunten & foodservices), Esmeralda Borgo (Beleid), Paul Verbeke (Ketenmanager), Sabrina Proserpio (Communicatie consument), Lieve Vercauteren (Directeur), Annick Cnudde (CoĂśrdinator wetgeving), Sofie Vandewijngaarden (Verwerkers en keten) FOTOG R AFIE Kobe Van Looveren, Astrid Agemans, Sophie Nuytten COVE R FOTO Astrid Agemans VOR MG E VING We make. ME T DANK AAN Marc en Jaan Naets, Olivier Vanderlinden, Alexia Coppens, Sophie en Emmanuelle Deren, Lieselotte Van der Linden, Hendrik Vandamme, Christel Van Vooren, Karen Pauwelyn, Lowie Bossier, Katrien Van Den Bogaerde, Bart Kumpen, Geert Seynaeve, Martine Montaigne DR UK Antilope De Bie - Printing VE R ZE NDING De Brug vzw ABONNE R E N Belgische marktspelers krijgen een gratis abonnement. Ben je geen marktspeler, maar wel geĂŻnteresseerd in een jaarabonnement? Maak dan 25 euro over op bovenstaand rekeningnummer met de vermelding 'Abonnement Bio Actief'. Buitenlandse abonnees betalen 30 euro (BIC: TRIOBEBB, IBAN: BE30 5230 8012 5311). ADVE R TE R E N ELMA Multimedia, Steven Hellemans, s.hellemans@elma.be, 015/55.88.88 Deze publicatie kwam tot stand met de steun van het Departement Landbouw en Visserij.

ALEXANDER CLAEYS

Voorzitter BioForum alexander.claeys@bioforum.be Bio Actief

49

03


© Stefanie Baert Van Foodlove

De Açai bessen van The Holy Berry zitten in een nieuw jasje! Açai is een uiterst voedzame bes uit het Amazonewoud. Althans de Açai van The Holy Berry, die steevast afkomstig is van wildpluk, niet van plantages. The Holy Berry staat voor de hoogste kwaliteit duurzame Açai, bio en met citroensap als zuurteregelaar. De Açai besjes worden verkocht in 100g zakjes en zijn te vinden in de diepvries. www.theholyberry.com - Instagram: theholyberry_official

+3166- -83 8352 52111185 85 // pim@neutkens.nl pim@neutkens.nl +31+31 Lantie 1a, Vessem

+31 497-59 17 94

www.neutkens.nl info@neutkens.nl

2200000293_1_ADV_8517.indd 1

6/08/202200000300_1_ADV_8517.indd 15:45 1

6/08/20 15:30

2190000551_4_ADV_8517.indd 1

31/07/20 2190000795_2_ADV_8517.indd 08:53 1

6/08/20 13:12


BIO ACTIEF 49

Inhoudstafel 14

Geen weg terug: Pannenkoeken

22

18

Bio groeit in België

24

Samen op onderzoek

26

Laten we de controle los?

20

08

Droge kost

Bio in Frankrijk

12 SECTOR IN GESPREK

Levende sector

Minister van Landbouw Hilde Crevits

28 SECTOR IN GESPREK

ABS-voorzitter Hendrik Van Damme

Bio Actief

49

05


Bio Flash Weekend Van de Klant Bioboeren in de Westhoek

Op zaterdag 3 en zondag 4 oktober 2020 is het opnieuw Weekend van de Klant. Naar jaarlijkse gewoonte k ­ onden gecertificeerde biowinkels via BioForum een attentie ­bestellen. Dit jaar zijn dat de Raw Bars van Bunch, in een speciaal Weekend van de Klant-jasje. Je vindt meer informatie op www.weekendvandeklant.be.

Het twee jaar durende Leader-project "Bioboeren in de Westhoek, samen sterk" wil het contact tussen de bioboeren in deze streek versterken. Denk aan regionale ­ontmoetingen, lerende netwerken, het uitbouwen van een lokaal netwerk voor diensten, machines en goederen op maat van bio en het zoeken naar afzetmogelijkheden. Wie meer wil weten, neemt contact op met onze adviseur Landbouw An Jamart an.jamart@bioforum.be.

Mobiele Slachteenheid Pluimvee Na jarenlang voorbereidend studie- en lobbywerk lijkt een mobiele slachteenheid (MSE) voor pluimvee haalbaar op technisch, economisch en reglementair vlak. Voldoende reden voor een veehouder/hoeveslager om dit praktisch uit te werken. Hij hoopt operationeel te zijn in het voorjaar 2021 en een oplossing te bieden voor kleinschalige pluimveehouders die 250 à 300 kippen per ronde houden. Ben je geïnteresseerd of heb je suggesties? Neem contact op met Paul Verbeke paul.verbeke@bioforum.be.

06

Bio Actief

49


DE UITBLINKER In de uitblinker laten we biobedrijven aan het woord die zich onderscheiden en de dingen op hun manier aanpakken.

15.600 Rooskleurig Tijdens de Coronacrisis toonden consumenten een grotere interesse voor bio. Dat zagen we ook aan het aantal aanmeldingen voor onze Lekker Bio-nieuwsbrief. Elke maand ontvangen nu zo’n 15.600 consumenten al het bionieuws in hun mailbox. Schrijf je zelf in via www.biomijnnatuur.be

“We hadden verdorie voorop moeten lopen in de klimaatmarsen. Wij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Laat de kentering dan ook hier beginnen.”

I

n 2002 startte ik met Netelvuur. Ik distilleerde als e­ erste in Vlaanderen eigen teelten tot etherische oliën en ­hydrolaten, onder meer lavendel, munt, tijm, rozen, dragon en bergamot. In het begin lag mijn focus op distillatie en de toepassing van de biowetgeving, maar steeds meer kreeg de kringloop een belangrijke plaats in mijn bedrijfsvoering: van aanplant over teelt, oogst, distillatie tot de verwerking van restanten. Door de tijd verbreedde ons assortiment. We kochten nieuwe machines aan, waaronder een verpoederaar om gedroogde planten tot minuscuul fijne plantenpoeders te vermalen. Gaandeweg kreeg ik ook het inzicht dat ik niet alles alleen kon organiseren. Daarom richtten we Aarde-nd-werk op, de eerste kruidenverwerkende coöperatie met sociaal o ­ ogmerk. Die nam een deel van het assortiment van Netelvuur over, maar ontwikkelt ook nieuwe producten in samenwerking met producenten-coöperanten. Sinds kort verwerken we oliehoudende zaden en pitten (pompoenpit, cameline en zwarte komijn) voor zowel food als non-food. De lokale productie en de interne verwerking, ­zonder toevoegingen, staan garant voor kwalitatief hoogstaande oliën, rijk aan omega-onverzadigde vetzuren en vitaminen. Ons paradepaardje is NatuurPlus: zero-waste natuurcos­metica met ecogarantie-label op basis van lokale boerenverse grondstoffen (essentiële oliën, hydrolaten, plantenpoeders en vette plantenoliën). Na 19 jaar weet ik dat een duurzaam product er nooit kan komen zonder de inzet van de juiste mensen. En laat dat net de kracht zijn van Aarde-nd-werk. De toekomst ziet er rooskleurig uit. Christel Van Vooren

BIOBOER KAREL D E V RE E SE D E STANDAARD, 22 AU G U ST U S 2020

www.natuurplus.be

Bio Actief

49

07


Levende sector De biosector bestaat uit ondernemers met een hart voor mensen. Elk nummer brengen we drie biobedrijven in beeld die de diversiteit tonen van onze sector. Deze keer gaan we langs bij de Bio-Hoeve, Stokerij Vanderlinden en verpakkingsvrije winkel OHNE.

LANGE INTERVIEWS ONLINE Je vindt een uitgebreidere versie van deze interviews op onze website. www.bioforum.be/bedrijfindekijker 08

Bio Actief

49

fotografie

Kobe Van Looveren


De Bio-Hoeve WIE?

Marc Naets, Jaan Naets en Lea Anthonissen WAT ?

Groentepakketten WAAR?

Voortkapel A A N TA L H E C TA R E ?

11 ha BIO SINDS?

1995

H

oewel Marc zijn loopbaan begon als onderhoudstechnicus, trok het ­boerenleven hem en zijn vrouw Lea erg aan. "We s ­ tammen allebei af van boeren. Toen we een huis ­zochten, was er maar één echte voorwaarde: er moest genoeg grond aan zijn. We vonden een ­boerderij met 2 hectare. Daarop zijn we kleinschalig beginnen tuinieren.

Tuinieren deden ze niet voor zichzelf: ze ­dachten meteen aan verkoop. Ook de keuze voor bio werd meteen gemaakt. Marc: "Die keuze was erg vanzelfsprekend voor ons. Lea trok naar regionale marktjes en we leverden aan de veiling Brava, die toen net een a ­ fdeling bio had opgestart." Intussen telen ze op 11 hectare: 4 hectare groenten op kleine schaal, de rest dient

voor akkerbouwmatige gewassen als pom- wortelen en tomaten die we gewoon aankopoenen en grasklaver. De meeste afzet gaat pen bij collega’s." naar eigen groentepakketten. "We kregen Sinds dit jaar neemt jongste zoon Jaan op een bepaald moment van een klant de het pakkettensysteem voor zijn rekening: vraag of we ook aan huis leverden. Wij zijn daarop ingegaan en via mond-tot-mondre- "Klanten hoeven bij ons geen abonnement te clame groeide dat stelselmatig. We hebben nemen. Ze plaatsen een bestelling via hun ons pakkettensysteem helemaal zelf uitge- verdeelpunt en kunnen daarbij kiezen uit verdokterd, want we waren de eerste in deze schillende formules. We hebben bijvoorbeeld regio die zo werkten." Intussen leveren ze ook fruitpakketten. Ze bepalen zelf wanneer elke dinsdag op zo’n 40 à 50 verdeelpunten, ze welke pakketten wensen te bestellen. We willen onze klanten aan ons binden door onze en dat in een erg ruime regio, die zelfs tot in kwaliteit en ons verhaal, niet omdat ze vastAntwerpen loopt. hangen aan een abonnement. De bedoeling is dat klanten in de toekomst hun bestellingen zelf kunnen beheren via de website."

“Onze klanten zijn eigenlijk de echte idealisten.”

Intussen werd Marc ook voltijds boer. Dat was met vallen en opstaan. "Er waren weinig bioboeren in de buurt waar ik te rade kon gaan, en ik had geen ervaring in de groenteteelt. Maar ik leerde snel bij. Als boerenzoon wist ik dat je je hoofd niet moet laten hangen bij de minste tegenslag. Boeren doe je niet alleen op idealisme, het is ook gewoon hard werken en blijven doorgaan." Een van de dingen die Marc geleerd heeft, is dat hij niet zo nodig alles zelf moet telen. "In het begin denk je dat dat zo hoort, maar dat hou je toch niet vol. Dan ben je alleen nog maar jezelf aan het achterna hollen. Intussen zijn er een aantal teelten zoals

Marc voegt daar aan toe: "Ik heb intussen geleerd om het aantal pakketten in te schatten. De zomer is bijvoorbeeld de meest rustige periode. Daar stem ik dus mijn teeltplan op af. Ik zet liever wat te weinig. Bijkopen kan altijd, kleine overschotten raak je veel moeilijker kwijt. Met alle jaren ervaring kunnen we dit nu wel steeds beter inschatten." De laatste jaren zijn Marc en Lea gaan beseffen dat ze zich best mogen beschouwen als pioniers. Daar voelen ze zich trots op. Maar ook op hun klanten zijn ze fier: "Dat zijn eigenlijk de echte idealisten. De lijfspreuk van onze boerderij is niet voor niets ‘voor mensen die (w)eten wat goed is’."

MEER WETEN?

www.debio-hoeve.com

fotografie

Kobe Van Looveren

Bio Actief

49

09


Ambachtelijke Stokerij Vanderlinden WIE?

Olivier Vanderlinden WAT ?

Biologische sterke drank WAAR?

Hasselt BIO SINDS?

2018

H

asselt staat alom bekend als dé jeneverstad. Niet verwonderlijk dat Olivier Vanderlinden zelf ook gepassioneerd geraakte door het stoken. Nadat hij lid werd van de Confrérie van de Hasseltse Jenever zag hij hoe het stookambacht razendsnel leek te verdwijnen. Daarop kocht hij zelf een stookinstallatie. "Die staat op de plek waar mijn overgrootouders een boerderij hadden met kleinvee en een hoogstamboomgaard. Die boomgaard is er nog steeds en zal dit jaar ook biologisch gecertificeerd zijn. Olivier heeft een duidelijke visie: "Als ambachtsman werk ik met lokale ingrediënten en kies ik voor circulariteit. Mijn

fotografie

Astrid Agemans

10

Bio Actief

49

biologisch graan komt van lokale bioboeren, op maximum 20 kilometer. Het malen van het graan gebeurt in de dorpsmolen van Stevoort. Alleen de mout komt van verder in België, omdat het lokale aanbod ontbreekt." Olivier werkt niet uitsluitend biologisch, maar de keuze voor bio sluit wel perfect aan bij zijn oorspronkelijke doelstellingen. "Ik produceer nu biogin en -jenever, en denk er aan om ook biolikeur te stoken met fruit van mijn boomgaard. Als er biofruittelers zijn die na de laatste pluk nog fruit hebben hangen, mogen ze me dat altijd laten weten. Ik verwerk die reststromen graag tot sterke drank. Biowhisky is ook nog een optie, al moet dat drie jaar rijpen op vat. Ik ben eveneens aan het werken aan een klimaatneutrale stokerij, met zonneboilers en zonnepanelen." Wel was de keuze voor bio administratief

schilt. "Doordat ik kleine batches van 300 liter maak, verschilt de smaak altijd lichtjes. Van mijn testpanel, dat op voorhand proeft, heb ik tot op heden alleen maar tevreden reacties gekregen. Ik vermeld ook duidelijk op mijn flessen dat de smaak per lot kan verschillen."

“Ik werk aan een klimaatneutrale stokerij.” Het bio-assortiment van Vanderlinden is onder meer te vinden in Bio-Planet en speciaalzaken, maar ook in zijn webshop of tijdens Merwt in Hasselt. Bij het verkopen vindt hij het vooral belangrijk dat hij zijn verhaal kan vertellen. Dat is in het ene afzetkanaal al makkelijker dan het andere. "Voorlopig doe ik dit nog wel in bijberoep. Om ervan te kunnen leven moet mijn verkoop nog een stuk de hoogte in."

een uitdaging. Olivier: "Als stoker van sterke drank krijg je sowieso al erg veel controles. De biocontrole kwam daar nog eens bij. Ook vond ik het niet kunnen dat ik de geheimen Tot slot heeft Olivier nog één grote droom: van mijn receptuur moest prijsgeven, een "Ik droom ervan om nog oude recepturen te biocontroleur kijkt of het volume aan ingre- bemachtigen en daar mee aan de slag te gaan. Niet zo eenvoudig, want stokers nemen hun diënten dat binnenkomt overeenstemt met het volume aan drank. Maar intussen is daar geheimen vaak mee in het graf." een oplossing voor gevonden." De meerwaarde van het biolabel voor de sterkedrankliefhebber is de smaak die zo ver-

MEER WETEN?

www.stokerijvanderlinden.be


OHNE WIE?

Alexia Coppens, Sophie en Emmanuelle Deren, Lieselotte Van der Linden WAT ?

Verpakkingsvrije winkelketen WAAR?

Oost-Vlaanderen BIO SINDS?

2019

S

fotografie

ophie Deren leerde verpakkingsvrije winkels kennen tijdens een reis in de VS. Samen met haar zus Emmanuelle maakte ze plannen om dat concept naar ons land te vertalen. Via via kwamen ze in contact met Alexia Coppens en een vriend. Sophie: "Uiteindelijk werkten we het project uit met vijf gelijkgestemden, waarvan iemand intussen is gestopt. In 2015 werd ik zaakvoerder van de eerste Ohne-winkel in Gent." Vijf jaar later is Ohne een coöperatie met vijf winkels (Zwalm, Nevele, Aalst en 2 in Gent) en kwamen er nog mensen aan boord. Lieselotte kwam in eerste instantie gewoon tips vragen voor haar verpakkingsvrije winkel in Zwalm, maar besliste om ook onder de Ohne-vlag te varen. "Daar heb ik nog geen moment spijt van gehad. Je hebt een klankbord en profiteert als starter enorm van het bestaande netwerk. Bovendien moet je niet van nul een assortiment opbouwen."

“We dromen dat er overal verpakkingsvrije winkels te vinden zijn.”

Sophie Nuytten

Hoewel het verpakkingsvrije element primeert, is dat niet het enige criterium voor Ohne: "We kiezen ook voor lokaal, duurzaam en biologisch. Zo’n 90 procent van ons assortiment is bio. De uitzonderingen zijn vooral lokale, ambachtelijke producten. Elke winkel bepaalt dat zelf." Dat deze winkels voor sommige mensen een drempel zijn, beseffen ze wel. "Toch komen er elke dag wel nieuwe mensen op ontdekking. Die zijn dan altijd aangenaam verrast. Veel mensen denken dat ze enorm goed georganiseerd moeten zijn om altijd verpakkingen bij te hebben, maar met een paar stoffen zakjes kom je soms ook al ver. Het gaat ook om een mentaliteitsverandering."

"Dat assortiment is een uitdaging", legt Sophie uit. "We vertrekken vanuit bulk. We willen niet alleen voor de klant, maar ook voor onszelf verpakkingen vermijden. Maar wat is bijvoorbeeld het ideale aankoopvolume? Voor rijst is 25 kilogram ideaal, voor kruiden ligt dat eerder op 500 gram. Er moet ook een hoge rotatie zijn om de versheid te garanderen. Dat leer je allemaal gaandeweg." Voor som- Door voor een coöperatief model te kiezen, mige producten blijft het moeilijk om ze in werden bepaalde zaken makkelijker. Alexia: verpakkingsvrije vorm aan te bieden, zoals "We kunnen niet alleen voordeliger aankopassata of chips. pen, we hebben ook meer invloed doorheen

de keten. Zo zorgen we ervoor dat bedrijven meer zoeken naar alternatieven voor hun verpakkingen, zoals retouremmers voor koekjes." De coöperatie neemt ook overkoepelende taken als administratie of communicatie voor een deel op zich. Voorlopig zitten ze aan vijf winkels, een zesde opent in oktober in Ternat. Om voldoende meerwaarde te creëren mikken ze in eerste instantie op tien winkels. Alexia: "We zijn nog volop aan het uitzoeken hoe ver we daar in willen gaan. Ons doel is niet om overal in Vlaanderen Ohne-winkels te hebben, al dromen we wel van een verpakkingsvrije winkel in elk dorp. Onze winkels moeten dicht bij consumenten te vinden zijn, want te veel verplaatsingen zijn ook niet duurzaam."

MEER WETEN?

www.ohne.be

Bio Actief

49

11


SECTOR IN GESPREK

Realistisch groeipad Sinds vorig jaar is Hilde Crevits Vlaams minister van Landbouw. Nu Europa ambitieuze plannen heeft op het vlak van milieu en landbouw, met veel aandacht voor bio, polsten we via een schriftelijk interview naar de plannen van de Vlaamse regering.

landbouwsector uiteraard cruciaal, maar alle schakels in de keten hebben een belangrijke rol te vervullen. Als overheid willen we dat ondersteunen: langs de aanbodzijde via steunmaatregelen binnen het GLB en het versterken van de ketenwerking, langs de vraagzijde willen we dat consumenten een goed geïnformeerde keuze kunnen maken. Zo moeten etiketten op producten helder en eenduidig zijn. Europa is geen eiland in de wereld, ook de internationale handelsregels spelen mee. Duurzaamheid komt tegen een bepaalde meerprijs. We moeten absoluut vermijden dat Europese landbouwers zich hard inzetVOOR WIE?

De hele biosector

Eerder dit jaar kwam Europa met zijn ambitieuze Farm To Fork-strategie aanzetten. Hoe kijkt u naar deze plannen en hoe wil Vlaanderen ze vertalen in het nieuwe GLB? De Farm to Fork-strategie van de Europese Commissie strookt helemaal met de manier waarop ik als minister van Landbouw kijk naar onze voedselvoorziening. Duurzame ontwikkeling moet in alle delen van de keten toegepast worden. Als basisschakel is de

12

Bio Actief 49

ten om de milieu- en klimaatdoelstellingen te bereiken en vervolgens uit de markt geconcurreerd worden door goedkoper voedsel uit andere werelddelen dat niet aan dezelfde hoge normen voldoet.

dan ook grijpen om onze Vlaamse producten nog meer te promoten. Het strategisch plan biologische landbouw 2018-2022 heeft als centrale ambitie ‘samen naar meer en betere biologische landbouw’. Eerder dan te focussen op louter kwantitatieve doelstellingen pleit ik voor een realistisch groeipad waarbij vraag en aanbod steeds in evenwicht blijven. Het klopt dat ons lokale bio-aanbod nog steeds achterloopt op de toenemende vraag, er zijn dus zeker nog opportuniteiten en perspectieven. De overheidsmaatregelen die we ontwierpen in uitvoering van het strategisch plan - denk aan financiële biosteun, onderzoeksmiddelen, projecten, bioclusters, ... - zijn daar ook op afgesteld. In de bioclusters brengen we lokaal alle betrokkenen samen om landbouwers die geïnteresseerd zijn in bio te inspireren. Zo kunnen zij onderzoeken of een eventuele omschakeling naar bio interessant is voor hun eigen bedrijf.

Europa streeft daarbij ook naar 25 procent biolandbouw tegen 2030. In Vlaanderen zitten we aan 1,4 procent, ver onder het Europese gemiddelde. Welke maatregelen wil u als minister treffen om een inhaalbeweging te maken?

De jaarlijkse steun aan BioForum, Bio zoekt Boer en Bio zoekt Keten zorgt ervoor dat zowel landbouwers, omschakelaars, biolandbouwers als ketenspelers altijd ergens terechtkunnen met hun vragen.

Tijdens de coronacrisis was er duidelijk opnieuw meer waardering voor de lokale boer en zijn producten. Ook de boeren zelf wisten dat te smaken. We moeten dit momentum

Het huidige strategische plan bio loopt tot en met 2022. Zijn er al plannen voor daarna?


fotografie

Kobe Van Looveren

In de loop van 2021 zullen we het huidige Strategisch Plan evalueren en kijken waar we moeten bijsturen. In 2022 kunnen we dan uitkijken hoe het nieuwe plan vorm kan krijgen. Dit zal grotendeels samen sporen met de hervorming van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Wat we wel al weten, is dat de beslissing om om te schakelen vaak een proces is van een aantal jaren.

Het Vlaamse controlesysteem is op sommige vlakken strenger dan in andere Europese lidstaten. Denk aan de verplichte jaarlijkse controle. Er zijn plannen om het controlesysteem te versoepelen (zie ook pagina 26) om te vermijden dat we meer doen dan wat Europa minimaal eist ("gold plating"). Zetten we zo niet het vertrouwen in onze bioproducten op het spel? Ik ben ervan overtuigd dat we ook met de nieuwe Europese regels nog steeds een performant controlesysteem in Vlaanderen blijven hebben waar de consument volledig op kan vertrouwen. De Europese wetgever legt de regels vast en biedt consumenten zo de garantie dat biovoeding uit eender welke lidstaat aan dezelfde regels voldoet. Ook voor producten die we hier niet kunnen telen (bv. citrusfruit) moet de consument kunnen vertrouwen in het biolabel. Zoniet, zal de consument ook niet bereid zijn om bio te kopen

en zal onze lokale productie daar onder lijden. Harmonisatie van de regels binnen de markt is dus een must, zo niet is er geen gelijk speelveld voor de biolandbouwers en dreigt dat de goede marktwerking te verstoren. Mijn administratie pleegt veelvuldig overleg met BioForum en de andere landbouworganisaties om tot gedragen beleid te komen.

Tot slot willen we nog even terugkomen op twee punten in uw beleidsnota landbouw. Er is een herziening van de pachtwet voorzien. Openbare besturen of andere eigenaars als De Landgenoten pleiten ervoor om controleerbare minimumcriteria in te voeren, zodat ze bijvoorbeeld van pachters kunnen vragen om biologisch te telen. Maar in de beleidsnota staat dat "de pachter teeltvrijheid en vrije keuze van teelttechniek wordt gegarandeerd." Waarom houdt de Vlaamse overheid zo sterk vast aan die vrije keuze? De Vlaamse Regering hecht veel belang aan de verworven vrijheden waar burgers en ondernemingen in de EU over beschikken. Een overeenkomst tussen een eigenaar en een pachter over tijdelijk grondgebruik is een vrije transactie tussen twee partijen. De pachtwet bepaalt weliswaar het kader, maar finaal beschikken beide partijen over de vrijheid om de overeenkomst al dan niet te sluiten. Ook binnen de huidige pachtwet

kan een eigenaar dus beslissen aan wie (bio of gangbaar) hij zijn eigendom ter beschikking stelt. De Vlaamse Regering heeft zich voorgenomen om deze legislatuur aan het Vlaams Parlement voor te stellen om de pachtwet te moderniseren. De timing daarvan is momenteel nog niet bekend.

U verwijst in uw beleidsnota ook naar het bodempaspoort. Moet zo’n bodempaspoort garanties bieden dat de bodemkwaliteit in Vlaanderen niet achteruit gaat? Het bodempaspoort is geen verplicht instrument en werkt eerder informatief. ILVO heeft het ontwikkeld als gebruiksinstrument voor boeren, dat ook toelaat om bodemgegevens te centraliseren en te visualiseren. Door verschillende gegevens te combineren en samen te interpreteren kan de landbouwer een gerichter en meer duurzaam bodembeheer uitvoeren en oorzakelijke verbanden leggen. Het bodempaspoort visualiseert de ruwe data en doet er geen interpretatie van. Daarnaast zorgt het bodempaspoort ook voor een bewustwording bij de landbouwers. De belangstelling voor de bodemkwaliteit van landbouwpercelen neemt terecht toe. Een goede bodemkwaliteit is essentieel zowel op korte als op lange termijn.

Bio Actief

49

13


(G)een weg terug VOOR WIE?

Welke weg heeft een bioproduct afgelegd voor het in de winkel terechtkomt? Dat zoeken biowinkeliers zelf uit in de rubriek ‘(G)een weg terug’. Deze keer volgen we de biologische pannenkoek terug tot het ei. De coronacrisis heeft voor dit artikel roet in het eten gegooid. Normaal volgt een winkelier een product van in zijn winkel tot bij de boer. Voor deze editie moest de voorziene winkelier op het laatste moment afzeggen. Dat weerhield Bio Actief er niet van om zelf op onderzoek te gaan en te kijken hoe een pannenkoek ons tot bij een pluimveehouder leidt.

EERLIJK

De hele biosector

Beauvoords bakhuis We beginnen onze tocht in het WestVlaamse Veurne, bij pannenkoekenproducent Beauvoords bakhuis. Hun pannenkoeken worden intussen over heel Europa gegeten, maar alles begon in het pannenkoekenhuisje van de moeder van huidig zaakvoerder Karen Pauwelyn: "Begin jaren 1970 konden toeristen die het kasteel van Beauvoorde bezochten bij mijn moeder een pannenkoek kopen. We groeiden en produceerden na enkele jaren op grotere schaal voor winkels en supermarkten. In 2005 nam ik het bedrijf over."

Wanneer hebben jullie de stap naar bio gezet? Dat was tijdens de dioxinecrisis eind jaren 1990. Mijn zus zat op kot boven een biowinkel en zag daar het aantal klanten sterk stijgen. We kregen ook van klanten de vraag om een bio-aanbod uit te bouwen. Vandaag is 10 procent van ons aanbod biologisch. We hebben een vaste dag in de week dat we biologisch produceren.

Verschillen jullie biopannenkoeken veel van de niet-bio versie?

2

Ze bevatten min of meer dezelfde ingrediënten -uiteraard biologisch - maar de verhoudingen liggen iets anders. Zo is biologische rietsuiker zoeter, en dus hebben we er minder van nodig. Onze tarwebloem komt van De Trog. Bakwaarde is niet zo belangrijk voor pannenkoeken. Biologische vanille vinden blijft wel een uitdaging. We gebruiken ook geen verse melk, maar vollemelkpoeder. Verse melk moeten we binnen de 48 uur verwerkt krijgen, dat is logistiek een moeilijke puzzel. Dat komt omdat er in de buurt geen biologische melkveehouders zijn. En tot slot zijn er de eieren. We gebruiken heel ei van eibrekerij Pond’Or.

Waarom werken jullie niet met verse eieren? Vroeger gebeurde dat. Eieren breken heb ik nog gedaan als vakantiejob, maar sinds de dioxinecrisis zijn de regels op het vlak van voedselveiligheid veel strenger geworden. Dan is het voor ons ook veel efficiënter en veiliger om met gepasteuriseerde bio-eieren te werken.

14

Bio Actief

49


3 E.K.E. EIERHANDEL E.K.E. Eierhandel wordt dan ook onze volgende stop. Zaakvoerder Bart Kumpen nam het bedrijf in Herk-De-Stad over van zijn ouders en sorteert wekelijks zo’n 1,4 miljoen eieren. "Wij halen twee keer per week eieren op bij de boeren, sorteren ze en leveren daarna aan winkels. In ons geval is 85 procent van ons cliënteel supermarkten. De houdbaarheid van een ei is door de wet vastgelegd op 28 dagen. Omdat de supermarkten willen dat de eieren die zij aanbieden een houdbaarheid hebben van 23 dagen, hebben wij dus vijf dagen de tijd om eieren van bij de boer tot in de winkelrekken te krijgen."

2

Pond’Or Een eibrekerij is wellicht het minst zichtbare onderdeel van deze keten. Nochtans doen veel voedingsbedrijven er een beroep op. Zij garanderen dat de gebruikte eieren veilig zijn om te gebruiken in voedingsproducten. Kwaliteitsverantwoordelijke Lowie Bossier en zaakvoerder Katrien Van Den Bogaerde staan ons te woord.

Wat doet een eibrekerij precies? Heel eenvoudig: eieren breken, pasteuriseren en dan verpakken in bulk. Onze klanten zijn voornamelijk verwerkers die eieren als ingrediënt voor hun eindproduct willen gebruiken. Eieren zijn een zeer gevoelig product en dat vraagt heel wat voorzorgsmaatregelen. Voor veel bedrijven is het dus makkelijker om bij ons te bestellen. Daarnaast is het voor klanten ook een zekerheid dat er een microbiologisch veilig eindproduct aangeleverd wordt.

Hoe verloopt de productie? Wij werken voornamelijk met eieren die niet geschikt zijn voor verkoop in de supermarkt, omdat ze niet het juiste formaat hebben of omdat de schaal te broos of onregelmatig is. Nieuwe kippen leggen bijvoorbeeld kleinere eieren dan gewenst, die verwerken wij. Eieren worden geleverd vanuit het pakstation of rechtstreeks van de kweker. Vanaf het moment dat wij de eieren breken, zitten we met een volledig gesloten systeem. Wij bieden drie basisproducten aan: heel ei, eigeel of eiwit. Wij zijn een kleine en flexibele firma en kunnen dus op maat werken. Zo vragen sommige afnemers om bijvoorbeeld al zout of suiker toe te voegen aan de eieren.

De vloeibare eieren worden gepasteuriseerd op 65 graden en meteen weer afgekoeld naar 0 tot 4 graden. Daarna vullen we de gepasteuriseerde eieren af in bag-in-a-box-verpakkingen of inox containers. We hebben verpakkingen van 2 kg, maar ook van 1000 kilo. Onze bioproducten hebben een houdbaarheid van twee weken. We werken hoofdzakelijk op bestelling; om die reden beschikken we ook over eigen transport.

Is bio voor jullie een belangrijke speler? Het aandeel bio is bij ons toch eerder beperkt; we schatten zo’n 5 procent van onze totale omzet. We zien de markt wel groeien, al gaat dat traag. Het heeft er misschien mee te maken dat bio-eieren dubbel zo duur zijn. Dat prijsverschil is logisch: zo heeft elke stap in de keten bijkomende controles en liggen de productie-eisen hoger. Bio is dan ook 100 procent bio. Als we een bestelling voor bio krijgen, dan starten we onze productie daarmee om contaminatie te vermijden. We hebben ook altijd een voorraad bio-eieren staan, die worden wekelijks geleverd. Onder meer pakstation E.K.E. Eierhandel levert aan ons.

Hoe worden eieren gesorteerd? Onze boeren doen al een eerste visuele sortering: de eieren die duidelijk te groot zijn of te vuil zijn er al uitgehaald. Die komen ook naar hier, maar op aparte palletten, en worden meteen bij de tweedekeuze-eieren geplaatst. De andere eieren gaan door onze sorteermachine. Dat is een knap staaltje technologie. Elk ei dat door de machine gaat, krijgt een uniek identificatienummer. Daarna worden ze gecontroleerd op vuile plekken of haarscheurtjes, die vaak met het menselijke oog niet zichtbaar zijn. Daarna wegen we ze nog, printen we er de datum op – de eiercode wordt bij de boer al gedrukt – en sorteren we ze. Eieren waar niets meer mee aan te vangen valt, bv. gebroken eieren, worden er tijdens het sorteerproces al uitgegooid. De andere worden op het einde gesorteerd. Goede eieren belanden in eierdozen. Tweedekeuze-eieren worden op aparte trays verzameld en die gaan naar de eibrekerij.

We veronderstellen dat je liefst zo weinig mogelijk tweedekeuze-eieren hebt. Ja, eigenlijk is de eibrekerij voor mij niet echt een klant, maar een reststroom. Dat wil zeggen dat de prijs voor een tweedekeuze-ei een stuk lager ligt dan voor de eieren die we verkopen voor consumptie. Nu, op zich valt dat bij ons wel mee. Per boer zien we zo’n 1,5 tot 6 procent eieren die niet goed genoeg zijn voor in de winkel. Veel hangt ook af van de legperiode. Een kip die einde leg is, legt brozere eieren. Die haalt onze machine er uit, en dus is de uitval op het einde groter. Sinds we met onze sorteermachine werken, hebben we iets meer uitval, omdat die haarscheurtjes ziet die wij met het blote oog nauwelijks

Bio Actief

49

15


opmerken. Maar dat heeft ook een positieve kant: de kans dat klanten in eierdoosjes nog kapotte eieren vinden, is een stuk kleiner vandaag de dag.

Hoe groot is jullie aandeel bio? Wij zijn daar toch een beetje in gespecialiseerd. Zo’n 40 tot 50 procent van de eieren die langs ons pakstation gaan, zijn biologisch. We werken daarvoor met zo’n 12 Belgische telers, en kopen af en toe ook aan in het buitenland. Dat is vooral op piekmomenten. De biologische eiermarkt is erg stabiel. We zien wel een groei, die zit de laatste jaren vooral bij de hard discount-winkels.

4

't Reigersvliet En dan zitten we bij onze laatste stop. Op pluimveehouderij ’t Reigersvliet in Ichtegem worden we met open armen ontvangen door Geert Seynaeve en Martine Montaigne. Zij tonen ons met plezier hoe zij werken.

Waar maakt een biopluimveehouder het onderscheid met andere pluimveehouderijen? Kippen mogen in bio maximaal met 3000 kippen bij elkaar zitten. Wij hebben zo 5 groepen. Elke kip moet 4 m2² buitenruimte krijgen. We voorzien een uitloop van 1,20 hectare per groep. Op die uitloopweide staan fruitbomen waar ze onder kunnen schuilen. De kippen mogen overdag buiten. Bij volle zon blijven ze vaak rond de stal hangen, maar als het koeler wordt gaat het merendeel buiten. In de gangbare landbouw wordt het puntje van de snavel nog dikwijls afgelaserd om pikkerij te voorkomen. In bio is dat verboden, maar het is ook minder nodig omdat kippen meer plaats hebben om te gaan lopen als ze gepikt worden.

Hoe krijg je ze ’s avonds weer binnen? Onze stal is computergestuurd. ’s Morgens om 10 uur gaat de buitenloop open, ’s avonds als het donker is sluit ze weer. Je moet ervoor zorgen dat het langer licht is in de stal dan buiten, dan komen ze vanzelf weer naar binnen.

Hoe ziet de stal eruit? We hebben nesten waarin ze hun eieren leggen. Die gaan ’s nachts wel dicht, want anders beginnen ze op de eieren te broeden. Slapen doen de kippen op de zitstokken bovenop het volière-systeem. Liefst zitten ze zo hoog mogelijk.

16

Bio Actief

49

Zijn er nog verschillen? Het voer dat we geven is een stuk duurder, omdat het ook biologisch is. We geven ook nog luzerne bij om de darmen zo gezond mogelijk te houden. Wij werken eerder preventief.

Bij E.K.E. leerden we dat jullie de eieren hier op het bedrijf al sorteren. Ja, we hebben een kleine sorteermachine. In theorie kunnen we daar 20.000 eieren per uur mee sorteren, maar je moet natuurlijk zelf nog kunnen volgen. Wij doen een visuele controle: we halen eventuele veren weg, en vuile of kapotte eieren halen we eruit. Die gaan op aparte trays naar het pakstation, waar ze meteen bij de tweedekeuze-eieren worden gezet. Zo’n 1 à 3 procent van de eieren die wij sorteren eindigen als tweede keuze.

Liefst is dat zo weinig mogelijk, want we krijgen daar maar een klein bedrag voor, waar we zelfs het voer niet van kunnen betalen. De overgrote meerderheid van onze eieren gaat naar E.K.E. Omdat we ook als pakstation erkend zijn, mogen we ook leveren aan hoevewinkels. Maar dat is maar een heel klein segment.

MEER WETEN?

Ben je biowinkelier en lid van BioForum Vlaanderen en wil je ook graag een bioproduct volgen tot aan de bron? Neem contact op met onze adviseur verkooppunten Marijke Van Ranst marijke.vanranst@bioforumvl.be.


Uw BIO partner voor droog-, vers- & diepvrieswaren Vanaf heden ook ultraverse groenten & fruit!

TEL 016 63 27 36 | WWW.MARMA.BE 2190000719_3_ADV_8517.indd 1

Stikstofbinding door gepatenteerde bacteriĂŤn

31/07/20 08:57

Contractteelt, verwerking en afzet van biologische

geteelde groenten en fruit.

Ontdek ook de absolute meerwaarde van AgriMestMix

1

Beperkt ammoniakemissie in stal en op land. Zorgt voor homogenere drijfmest.

2

De door AgriMestMix gekweekte micro-organismen in de mest, zorgen voor een beter bodemleven en gezonde plantengroei.

3

De plant neemt hierdoor makkelijk spoorelementen op, en beschikt over een beter benutbaar eiwit.

Een product van: Rinagro Smart Farming T. 0515-232724

Veenweg 4 - 5855 ES Well T +31 (0) 478 50 72 00 www.laarakker.nl


EERLIJK

SECTOR IN CIJFERS

ECOLOGIE

Bio groeit in België De Belgische biosector doet het goed en kent een gestage groei van de productie én van de consumptie. Achter deze mooie cijfers schuilen wel belangrijke regionale verschillen. fotografie

Kobe Van Looveren

Vlaanderen. Bovendien zijn de biopremies gunstiger in Wallonië.

VOOR WIE?

De hele biosector

Productie In België wordt 93.100 hectare land ofwel 7 procent van het totale landbouwareaal biologisch bewerkt door 2.378 ondernemers. Dat is net iets minder dan het Europese gemiddelde van 7,7%. Het merendeel daarvan bevindt zich in Wallonië (84.422 ha - 11,5% van het Waalse landbouwareaal). 1 hectare op 9 is biologisch in Wallonië, bewerkt door 14,3% van de Waalse landbouwbedrijven (1 op 7). In Vlaanderen liggen de cijfers veel lager (8.677 ha – 1,4% van het Vlaamse landbouwareaal). In beide landsdelen verdubbelde het aantal biolandbouwers wel in de voorbije 8 jaar. Een mogelijke verklaring voor deze grote verschillen is het extensieve karakter van de biolandbouw, die gemiddeld grotere arealen benut per productiehoeveelheid. Grond is goedkoper in Wallonië, waardoor extensief werken er makkelijker is. Vlaamse bioboeren werken vaak toch intensiever om de dure grondprijs te kunnen betalen. Veehouders vertellen ons ook dat het eenvoudiger is om een omgevingsvergunning te verkrijgen in Wallonië dan in het dichtbevolkte

18

Bio Actief

49

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat in Wallonië voornamelijk grasland (76%) en akkerbouwgewassen (20% incl. voederteelten) op extensieve wijze worden geteeld. In Vlaanderen nemen de (intensieve) teelt van groenten en fruit relatief meer belang in (resp. 12% en 8%). Sinds 2014 groeit de teelt van groenten in Wallonië wel véél sterker dan in Vlaanderen (resp. + 189% en + 53% tussen 2014 en 2018). Het gaat dan met name over grootschalige teelt van bewaargroenten en groenten voor industriële (diepvries-) verwerking. Ook de biologische veehouderijsector – vooral melk- en vleesveebedrijven – is sterk vertegenwoordigd in Wallonië. Anders dan in de gangbare veehouderij merken we dat biologische varkens en vleeskippen voornamelijk in Wallonië worden gekweekt. Ook dat wordt verklaard door het extensieve karakter van bio. Vlaamse varkens- of pluimveebedrijven beschikken vaak over te weinig grond om grondgebonden te kunnen werken (maximaal 2 GVE*/ha) of genoeg uitloop en weidegang te kunnen voorzien. Het bouwen van een nieuwe stal die wel voldoende uitloop voorziet is in de Vlaamse context vaak net iets

moeilijker dan in Wallonië, waar de ruimtelijke ordening meer mogelijkheden biedt.

Verwerking en handel De biologische handel en verwerking van primaire landbouwproducten is voornamelijk een Vlaamse aangelegenheid. De meeste Belgische voedingsbedrijven liggen dan ook in Vlaanderen. Het gaat meestal om bedrijven die zowel gangbaar als biologisch produceren. Eind 2019 waren er in Vlaanderen 1.221 bedrijven (uitgezonderd producenten) onder controle voor activiteiten als verdeler, bereider, verkooppunt, importeur en/of exporteur van biologische producten. Dat zijn er 11% meer dan in 2018. De vaakst voorkomende marktactiviteit is de bereiding van bioproducten: hiervoor zijn meer dan achthonderd bedrijven gecertificeerd. Cijfers voor Wallonië zijn ons niet bekend.

Import In 2019 werd via Vlaanderen ruim 376.500 ton aan biologische producten uit niet-EU-landen in de EU ingevoerd. Bijna de helft van de ingeklaarde biologische goederen was afkomstig uit Ecuador, Peru en de Dominicaanse Republiek. Net als in 2018 valt op productniveau het overwicht op van verse bananen: zij maken bijna 46% uit van de totale massa aan bioproducten die via Vlaanderen worden


Consumptie In 2019 werd in België voor 779 miljoen euro aan bioproducten geconsumeerd. Dat is een toename met 4% in vergelijking met 2018. Een mooi resultaat, omdat de totale markt voor voeding, dranken, cosmetica en nonfood kromp met 1,1%. Het marktaandeel van bioproducten groeide lichtjes. Het globale aandeel van bioproducten in België steeg van 3 naar 3,1% en in Vlaanderen van 2,1 naar 2,2%. Het biologisch marktaandeel in Wallonië is met 4,3% beduidend hoger dan in Vlaanderen. Wallonië

maakte vooral in 2018 een stevige sprong door de opening van een aantal nieuwe gespecialiseerde biowinkels.

Distributie 39% van alle bioproducten wordt verkocht in de klassieke supermarkten. Die blijven hiermee het belangrijkste distributiekanaal. Na een forse groei de afgelopen jaren hebben discounters hun aandeel gestabiliseerd rond 10%, de helft van het gangbare marktaandeel. Ook hier zijn er belangrijke verschillen tussen Wallonië en Vlaanderen. In Wallonië staat het gespecialiseerde winkelkanaal sterker en is het zelfs marktleider met 37%, vóór de klassieke supermarkt met 34%. Waar Vlaanderen al een langere geschiedenis kent aan biowinkels, werd de voorbije jaren vooral heel veel geïnvesteerd in nieuwe biowinkels

DISTRIBUTIEKANALEN BIOLOGISCHE VOEDING EN DRANKEN

MEER WETEN?

Je vindt alle cijfers op www.bioforum.be/cijfers_algemeen.

Biologisch areaal en aantal biolandbouwbedrijven in België Bron: Eigen grafiek op basis van Departement Landbouw en Visserij en Service Publique de Wallonie

Bron: GfK Belgium in opdracht van VLAM

10000

800

2500

700 600

Biologisch areaal (ha)

Totale bestedingen in mio euro

in Wallonië en Brussel. In Vlaanderen was het aantal openingen beperkter de voorbije 5 jaar. In 2019 stabiliseerde het aantal nieuwe winkels in Wallonië en kwamen er in Vlaanderen opnieuw meer nieuwe winkels bij. Zowel in Vlaanderen als Wallonië gaat het vooral om vestigingen van ketens en om samenwerkingsverbanden. Volledig zelfstandige winkels hebben het in beide landsdelen moeilijker onder invloed van grotere ketens. We noteren ook een verschuiving: Bio-Planet focust voornamelijk op Wallonië voor de opening van nieuwe winkels en we zien dat ketens die eerder vooral in Brussel zaten nu ook in Vlaanderen actief worden (bv. The Barn, Färm, ...)

500 400 300 200

2000

7500

1500 5000 1000 2500

500

100 0

0 2015

2016

2017

Dis 1 (klassieke supermarkten) Hoeve en boerenmarkt Hard discount

2018

2019

0 2015

2016

2017

2018

2019

Openbare markt

bio landbouwbedrijven in Vlaanderen

Speciaalzaak/ natuurvoeding/ superettes*

bio landbouwbedrijven in Walonië

Buurtsuper

*Speciaalzaak omvat bv. bakkers en slagers, natuurvoedingswinkels en overige algemene voeding; BioPlanet valt hier ook onder

biologisch areaal (ha) Vlaanderen biologisch areaal (ha) Walonië

Bio Actief

49

19

Aantal biologische landbouwbedrijven

geïmporteerd. Voor Wallonië zijn ons geen cijfers bekend over import. We vermoeden dat de meeste import uit niet-EU-landen via de zeehavens komt en dat de Waalse importcijfers eerder beperkt zullen zijn.


ZORG

VERANDERENDE SECTOR

Droge kost

ECOLOGIE

Vlaanderen kampt al jaren met een droogteprobleem. Ook bio ontsnapt daar niet aan. Wij kijken hoe bioboeren het hoofd boven water kunnen houden in tijden van droogte.

VOOR WIE?

Bioboeren

De afgelopen jaren waren er meerdere periodes waarin het (bijna) niet regende. Bioboeren lagen dit voorjaar dan ook vooral wakker van de droogte, nog meer dan van de coronacrisis. De impact op de landbouw is niet te onderschatten: dieren en planten hebben immers water nodig om te groeien.

Evolutie van de waterbeschikbaarheid We zullen als sector moeten leren omgaan met deze lange periodes van droogte. Ondanks het wisselvallige klimaat is Vlaanderen een waterarm gebied. Onze regio heeft te veel verharde oppervlakte waardoor het water maar moeilijk in de bodem kan insijpelen en het grondwaterpeil dus ook in natte periodes onvoldoende aangevuld wordt. Zo was de grondwaterstand begin juli op nog 61 procent van de meetpunten te laag, en dat na een langere periode van regen. Landbouwgronden kunnen nochtans een deel van de oplossing zijn. Ze hebben veel

20

Bio Actief

49

potentieel om water te laten insijpelen, al wordt dat vandaag te weinig benut. De bodem is op veel plaatsen samengedrukt door het gebruik van zware machines en percelen zijn onvoldoende beschermd tegen erosie, waardoor bij hevige regenval het water en de grond snel wegspoelen. Door intensieve rotaties wordt men op bedrijfsniveau steeds afhankelijker van publiek water.

Bio niet immuun tegen droogte Biobedrijven doen intussen hun best om dit tegen te gaan. Ze streven naar een gezonde humusrijke bodem. Die werkt als een spons en houdt het water vast. Standaardprincipes in de biolandbouw zoals gewasrotatie, gewasdiversiteit en bodembedekking zorgen ook voor een weerbaarder productiesysteem. Daarnaast zorgen ook hagen of bomen (agroforestry) ervoor dat het water beter vastgehouden wordt en de bodem minder snel uitdroogt. Jammer genoeg maken al die stappen biolandbouw niet immuun voor de droogte. Bepaalde eigenheden van onze sector maken de uitdaging zelfs groter:

·

· · ·

Bij extreme droogte komt het bodemleven tot stilstand en is er geen mineralisatie meer. Dat betekent dat de gewassen geen voedingsstoffen meer kunnen opnemen uit de bodem. In de gangbare landbouw corrigeert men dat met kunstmest, wat in bio niet kan. Biobedrijven investeren in biodiversiteit met hagen, bomen en bloemenranden. In tijden van extreme droogte moeten die ook water krijgen. Groenbemesters onttrekken water aan de bodem en kunnen de waterbeschikbaarheid voor de hoofdteelt beperken. Biodieren moeten biologisch ruwvoeder krijgen. Door opeenvolgende droogteperiodes ontstaan er tekorten in de ruwvoedervoorraad. De Vlaamse overheid geeft in zulke gevallen vaak toestemming voor het gebruik van voederteelten uit het eerste jaar omschakeling.

Bodemzorg Veel bedrijven doen al inspanningen om het humusgehalte in de bodem sneller te laten toenemen, maar soms kan dat nog beter. Volgens Jeroen Watté van Wervel is een toename van één procent extra humus per hectare goed voor een bodem die 200.000 liter


fotografie

Astrid Agemans

water per hectare meer vasthoudt. Manieren om het humusgehalte te verhogen zijn:

· · · · · · ·

Niet of minder diep ploegen Stalmest of compost gebruiken In de vruchtwisseling voldoende grassen, granen en vlinderbloemigen opnemen Gewassen die weinig gewasresten achterlaten afwisselen met gewassen die veel droge stof achterlaten Bodembedekking, bv. via mulching Aangepaste mechanisatie om de bodem niet te compacteren Vaste rijpaden

Water beter vasthouden Poelen en vijvers verhogen niet alleen de biodiversiteit, maar houden het water ook mee vast. Hagen en bomen kunnen dezelfde functies vervullen, al hebben nieuwe aanplantingen ook water nodig. Zo vormen ze concurrentie voor de watervoorziening voor teelten en hebben ze op korte termijn het omgekeerde effect. Jarenlang was waterbeheersing in de landbouw gericht op draineren, nu hebben we vaker nood aan het omgekeerde. Afdammen van beken en grachten kan een andere manier

zijn om te zorgen dat het water minder snel afvloeit als het regent. Telers kunnen dus investeren in schotten die open of dicht gezet worden naargelang de nood.

Weerbaarheid creëren tegen waterschaarste Daarnaast zijn er rassen die dieper wortelen en daardoor beter tegen droogte bestand zijn, al zal dat bij een voorjaarsdroogte geen soelaas bieden. Bovendien is er dan ook overleg nodig met afnemers, want zeker bij groenten gebeurt rassenkeuze in functie van de markt.

irrigatie omdat de schade des te groter is bij droogte. Planten die diep wortelen, zijn doorgaans ook weerbaarder. Jonge bomen die druppelirrigatie kregen, blijken later kwetsbaarder bij droogte. Bij irrigatie investeren boeren best in efficiënt watergebruik. Op kleinschalige bedrijven kan dit met druppelbevloeiing, grote bedrijven zullen vooral moeten inschatten hoeveel water echt nodig is. Investeren in eigen wateropvang of een eigen waterput helpt om minder afhankelijk te zijn van publiek water.

En ook veredelaars en onderzoekers zullen hier dan aandacht aan moeten schenken.

Niet enkel verantwoordelijkheid van de landbouwer

Door mengteelten en aanpassing van de teelten kan een bioboer de impact van droogte verkleinen: het ene gewas kan al beter tegen de droogte dan het andere. Een uitgekiend teeltplan kan een bedrijf weerbaarder maken tegen droogte, al is dat gemakkelijker voor een veebedrijf dat eigen ruwvoeder teelt dan voor een akkerbouw- of groentebedrijf dat verkoopbare producten moet telen.

Tot slot: een boer kan oplossingen voorzien, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de hele keten. Maatregelen nemen, brengt ook een kost met zich mee. Bovendien liggen de opbrengsten door de droogte vaak lager. Het is aan de rest van de keten om de gemaakte kosten te vergoeden en door te rekenen. Alleen zo zullen we onze landbouwproductie kunnen blijven garanderen in tijden van klimaatverandering.

Het laatste redmiddel is irrigatie, maar dat zet een boer best alleen in tijdens de droogte. Planten mogen niet afhankelijk worden van

MEER WETEN?

Neem contact op met An Jamart an.jamart@bioforum.be.

Bio Actief

49

21


EERLIJK

INTERNATIONALE SECTOR

ECOLOGIE

Bio in Frankrijk De Franse biosector is wellicht de sterkste groeiende in Europa. Een sterke groei in consumptie wakkert ook de productie aan en stimuleert ook een betere organisatie van de handels- en verwerkingsketen. Reden voor ons om te kijken waar dit succes vandaan komt.

fotografie

Lisa Develtere

Franse landbouwareaal wordt nu biologisch bewerkt, een verdubbeling op 5 jaar tijd.

VOOR WIE?

De hele biosector

D

e biologische markt in Frankrijk groeide de voorbije 4 jaar met gemiddeld 21%. In 2019 kwam er 1,3 miljard euro omzetgroei bij (+11%), wat leidde tot een totale omzet van 11,9 miljard euro. Zo komt Frankrijk voor het eerst op dezelfde hoogte als Europees marktleider Duitsland. Het marktaandeel voor bioproducten bedraagt 6,1%. Ook het aantal biologische ondernemingen groeide tot 70.322, een groei met 14%. Concreet zijn dat 47.196 landbouwbedrijven en 19.311 voedings- en handelsbedrijven en importeurs en exporteurs. Het biologische landbouwareaal komt nu op 2,3 miljoen hectare, waarvan 565.000 hectare in omschakeling. Dit belangrijke aandeel ‘in omschakeling’ biedt perspectief voor een verdere sterke groei van de bioproductie in het komende jaar. 8,5% van het volledige

22

Bio Actief

49

Om aan de inlandse vraag te voldoen werd in 2019 ongeveer 33% van de bioproducten ingevoerd. In 2009 was dit nog 38%. Voor producten als vlees, zuivel, eieren en wijn is de import beperkt tot maximaal 5%.

Programme Ambition Bio Een belangrijke verklaring voor de sterke groei van de productie is de Franse landbouwpolitiek van de voorbije jaren. Met vijfjarige actieprogramma’s onder de naam ‘Programme Ambition Bio’ ondersteunt de Franse overheid de (omschakeling naar) biologische landbouw. In 2018 was er de ambitieuze doelstelling om het bio-areaal te laten groeien tot 15% van het Franse landbouwareaal tegen 2022. Dat werd gekoppeld aan een gelijklopende toename van de consumptie.

Toekomstfonds Om de nationale bioproductie op te drijven is er een stimuleringsfonds voor bedrijven, dat

moet helpen om de verschillende productketens beter te structureren. Bedrijven die er zich contractueel toe verbinden om vraag en aanbod van bioproducten beter op elkaar af te stemmen, worden hiervoor financieel ondersteund. Het stimuleringsfonds geeft 6 miljoen euro per jaar uit.

Nature & Progrès Al in 1964 werd ‘Nature et Progrès’ opgericht als vereniging van consumenten, boeren en verwerkers. Voor ‘Nature et Progrès’ is biologische landbouw méér dan een label. Het is een globaal en maatschappelijk coherent project in landbouw en voeding, met respect voor het milieu, dierenwelzijn en sociale en ethische aspecten. Niet enkel de producten beantwoorden aan het lastenboek, maar ook de landbouw- en voedingsbedrijven in hun geheel. Nature et Progrès heeft een eigen lastenboek dat strenger is dan de EU-bio-normen. Een charter stelt waarden van rechtvaardigheid, regionaliteit, autonome productie en billijke


verdeling voorop en streeft naar een continue verbetering. Kleinschalige productie op mensenmaat wordt hoog in het vaandel gedragen en commerciële verhoudingen zijn solidair. Bijzonder is dat de toepassing en naleving van het lastenboek participatief worden geëvalueerd door consumenten én collega-professionals. Je vindt meer informatie op www.natureetprogres.org.

Vooruitstrevende verkoopskanalen Er zijn heel wat gespecialiseerde biowinkelketens actief in Frankrijk, zoals La Vie Claire, Bio c’ Bon of Naturalia. Biocoop, een coöperatie van meer dan 650 zelfstandige biowinkels, ondersteunt de structurering en opbouw van duurzame landbouwsectoren. Het Biocoop-netwerk werkt samen met negen producentengroepen. Door deze samenwerking kunnen ze zichzelf structureren en zelf de diversificatie van hun productie organiseren. Al sinds 2000 ondersteunt Biocoop de omschakeling van gangbare landbouwers naar bio. Zo wordt melk ‘in omschakeling’ apart aangeduid in de winkels en bieden afnamecontracten op lange termijn een geruststellende inkomenszekerheid.

Het bedrijf heeft met ‘Défi Bio’ een kapitaalsfonds opgezet om projecten te cofinancieren die bijdragen tot de sector (aankoop van machines, institutionele ondersteuning, financiële garantie,...). Het fonds faciliteert ook de logistiek en de ophaling van groenten en fruit voor de kleinste producentenorganisaties. Het fonds stimuleert daarnaast Fair Trade voor zogenaamde Noordproducten. Het coöperatieve model van Biocoop, waarbij ook biolandbouwers coöperant zijn, biedt landbouwers uit éénzelfde sector de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en onderling informatie uit te wisselen. Op die manier wordt de opbouw van de sector vergemakkelijkt. Je vindt meer informatie op www.biocoop.fr.

SymBIOse De Noord-Franse markt biedt ook opties voor Vlaamse en Waalse bioboeren en andere biomarktdeelnemers. Met name in de driehoek tussen Brussel, Rijsel en Parijs liggen er belangrijke kansen. Daarom werken Inagro en BioForum samen met Noord-Franse en Waalse sectororganisaties in het project SymBIOse. Dat loopt van 2018 tot 2022.

SymBIOse wil de ontwikkeling van de markt op een duurzame en evenwichtige manier ondersteunen. In een jaarlijks overzicht schetst men de stand van zaken in de biologische keten. Een netwerk van marktdeelnemers moet grensoverschrijdende uitwisseling en transparantie in de keten voor graan en eiwithoudende gewassen enerzijds en voor vollegrondsgroenten anderzijds bevorderen. Jaarlijks wordt ook een rondetafelgesprek georganiseerd met de verschillende marktdeelnemers. De onderzoeksinstellingen en de adviseurs van de drie regio’s brengen landbouwers samen in een netwerk en zetten een innovatief proefprogramma op voor teelttechnieken van vlinderbloemigen en hun plaats binnen de gewasrotatie. Door bij te dragen aan de bodemvruchtbaarheid en de stikstofvoorziening van gewassen, vormen vlinderbloemigen, hetzij als groenbemester, hetzij als eiwitgewas, een belangrijke hoeksteen in een duurzame ontwikkeling van de biologische landbouw. Tijdens jaarlijkse bezoeken kunnen landbouwers en hun adviseurs elkaar leren kennen en ervaring uitwisselen. Je vindt meer informatie op http://symbiose-interreg.eu.

Bio Actief

49

23


GEZONDHEID

LERENDE SECTOR

Samen op onderzoek

ZORG

Innovatie is wat onze sector kenmerkt, maar vaak ontbreekt de tijd om binnen een voedingsbedrijf op onderzoek te trekken. Meestappen in onderzoeksprojecten met verschillende bedrijven kan een interessante piste zijn.

fotografie

Wim Vanlee - Kwestion

24

Bio Actief

49


VOOR WIE?

Voedingsbedrijven

V

laanderen is wereldtop op het vlak van voeding. Om mee te blijven evolueren is innovatie een erg belangrijke troef. Vlaamse voedingsbedrijven werken vaak via een eigen R&D-afdeling, maar dat is niet voor elk bedrijf haalbaar.

regelmatig nieuwe kennis van onderzoekers ontvangt. Hiervoor betaal je in ruil een bijdrage die gebaseerd is op de grootte van je bedrijf. Dat maakt de drempel voor kleinere ondernemingen een stuk lager. Daarnaast zijn er nog een aantal subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld wanneer er met universiteiten wordt samengewerkt.

Lefeber ziet op zich niet zo’n verschil tussen biologische en gangbare bedrijven op Waarom zouden bedrijven er niet voor kie- het vlak van kennisgeneratie en innovatie: zen om hun expertise bij elkaar te leggen "Elk bedrijf moet kennis verwerven en innoen samen te werken aan innovatieve pro- veren om dagelijks kwalitatieve voeding te jecten? Daarvoor kunnen ze terecht bij het kunnen blijven produceren. Bij bio is innoinnovatieplatform Flanders’ FOOD. Research vatie misschien iets meer verbonden aan de Manager Timothy Lefeber: "Sinds 2018 zijn filosofie van bio." we de speerpuntcluster Agrifood, waarbij we vooral inzetten op samenwerking tussen bedrijven en onderzoekers. Elk voedingsbe- Verschillende biobedrijven namen al deel drijf kan aankloppen bij Flanders’ FOOD met aan een of meer initiatieven van Flanders’ zijn projectidee: groot of klein, bio of gang- FOOD. Onder meer biobakkerij de Trog zet baar. Je moet alleen lid zijn of worden, bereid hier graag op in: "Al 12 jaar lang tekenen we zijn tot samenwerking en je plan moet bin- in op deze onderzoeksprojecten. Wij willen nen onze strategie vallen." laten zien dat een bedrijf innovatief kan zijn

Groeien door innovatie

zonder zijn waarden uit het oog te verliezen. Binnen Flanders’ FOOD lopen projecten rond Het is zo dat wij als onderneming zijn kuneen aantal vastgelegde programma’s, waarin nen blijven groeien." verschillende roadmaps zijn uitgetekend. Heeft een bedrijf plannen die binnen zo’n Ook biologisch speculoosfabrikant La programma passen, dan is er veel moge- Confiance ziet de meerwaarde van de koplijk. Lefeber: "Zo zien we dat biobedrijven erg pen bij elkaar steken. Zaakvoerder Leo Borms, geïnteresseerd zijn in onze roadmap eiwit- tevens ondervoorzitter van Flanders’ FOOD: transitie. Ook onderzoek met betrekking "Wij hebben niet de mogelijkheden om alles tot (her)gebruik van water wint aan belang." intern te doen. Zo heeft het Flanders’ FOODproject Cropexplore ons mee helpen zoeken Er zijn twee manieren om aan onderzoek en naar geschikte grondstoffen voor bv. suikerinnovatie te doen binnen Flanders’ FOOD. In vervangers. Zij hebben een internationaal de eerste optie neem je als bedrijf zelf actief netwerk. En dankzij hen stoten we ook op deel aan een onderzoek samen met andere opportuniteiten. Zo nemen we nu deel aan een bedrijven. Hiervoor ontvang je de nodige internationaal project rond digitale innovatie." financiële steun van een subsidieverstrekker. De opgedane kennis is eigendom van de Het grootste struikelblok is voor bedrijven groep bedrijven die ertoe bijdragen heeft. Er het delen van kennis. Hendrik Durnez van wordt ook verwacht dat deze bedrijven com- de Trog: "Ik snap dat sommige zaken inhoumuniceren over hun successen, om zo een delijk beschermd moeten worden, maar het inspiratie te zijn voor anderen. is ook een opportuniteit. Je moet als bedrijf Een andere mogelijkheid is dat je bedrijf lid wordt van een groep van bedrijven die

ook denken op lange termijn. Een netwerk binnen je sector is nodig om samen vooruit te kunnen."

Leo Borms vindt samenwerking vooral verrijkend, al pleit hij er wel voor om altijd eerst een idee op papier te zetten en daarna pas te kijken of er steun van anderen mogelijk is. Een ander groot pleitbezorger van samenwerking in onderzoek is Stefaan Deraeve van La vie est belle. "Door een netwerk uit te bouwen met anderen, zet je ook stappen vooruit. Door een samenwerking doorheen de keten kunnen we ook grotere problemen aankaarten, zoals de droogte." De Hobbit geeft nog een andere reden aan om samen te werken op het vlak van innovatie. CEO Frederick Dossche: "Met de Hobbit willen we ons product tempeh zo breed mogelijk op de markt brengen, maar dat kunnen we als bedrijf niet alleen dragen. Daarom hebben we ook beslist om deel te nemen aan een project met andere voedingsbedrijven, die mogelijk onze concurrenten zijn. We kijken naar het grotere plaatje. Zulke samenwerkingen zijn soms eye-openers, ook als het gaat om samenwerkingen met gangbare bedrijven."

Subsidies mogelijk Voor wie twijfelt over de financiële bijdragen, hebben bijna alle bedrijven goed nieuws. Durnez, Borms en Deraeve geven alle drie aan dat het systeem van Flanders’ FOOD goed werkt. Maar ze zien ook nog andere subsidiemogelijkheden, zoals de reguliere kanalen van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Deraeve: "Wij vinden het als bedrijf ook belangrijk om innovatie te blijven ondersteunen. Je moet als kleine kmo wel zelf inspanningen doen om die subsidies uit te zoeken. Dat wordt niet in je schoot geworpen." Dossche ziet ook zijn heil in samenwerking met universiteiten: "Je moet als kleiner bedrijf niet bang zijn om naar een onderzoeksgroep binnen een universiteit te stappen. Zij kennen ook de verschillende subsidiemogelijkheden."

MEER WETEN?

Via Vraag@flandersfood.com kan je voor vragen over onderzoek of subsidies vrijblijvend bij Flanders’ FOOD terecht.

Bio Actief

49

25


EERLIJK

WETGEVENDE SECTOR

Laten we de controle los? Zullen binnenkort niet meer alle Vlaamse biobedrijven een jaarlijkse controle krijgen? De kans is groot. BioForum pleit voor het behoud van één controle per jaar.

niveau, is het te verwachten dat ook die aantallen een heel pak lager zullen liggen dan wat de Vlaamse wetgeving vandaag voorschrijft.

VOOR WIE?

De hele biosector

A

l bijna dertig jaar lang krijgt elk Vlaams biobedrijf minstens één keer per jaar een controleur over de vloer. Die kijkt na of een bedrijf zich volledig houdt aan de regels uit de biologische wetgeving. Daarbovenop krijgt de helft van de biobedrijven ook nog eens een onaangekondigd bezoek. Dat is veel meer dan in de rest van Europa en dat zou binnenkort wel eens kunnen veranderen. In de nieuwe bioverordening wordt het principe van de jaarlijkse fysieke controle wel behouden, maar er is ook een afwijking voorzien. Europese lidstaten zullen kunnen beslissen om ‘laag risico’-bedrijven waar de voorbije drie jaar geen ernstige inbreuken zijn vastgesteld maar één keer om de 24 maanden te controleren. Afhankelijk van hoe die voorwaarden concreet ingevuld zullen worden, voldoet wellicht zo’n 90% van de bedrijven hieraan. Hoewel het aantal monsternames en onaangekondigde of aanvullende controles nog niet definitief vastligt op Europees

26

Bio Actief

49

Gold Plating De Vlaamse overheid geeft als reactie op die nieuwe regels aan dat ze niet aan ‘gold plating’ wil doen. Deze term wordt gebruikt wanneer een bepaalde lidstaat strengere verplichtingen oplegt dan wat door de EU voorgeschreven wordt. Concreet zou dat een drastische verlaging van het aantal biocontroles in onze regio kunnen inhouden. Op het eerste gezicht lijkt dat voor een bio-ondernemer misschien goed nieuws: het zou een serieuze verlaging van de controlebijdrage kunnen betekenen en ook minder verstoring van de werkzaamheden op het bedrijf. Maar als we het grotere plaatje bekijken, zien wij vooral nadelen: als de meerderheid van de bedrijven slechts eenmaal om de twee jaar gecontroleerd wordt, dan kunnen de regels bewust of onbewust voor lange tijd overtreden worden vooraleer er ingegrepen wordt. Wanneer de betrokken

producten, die mogelijk al verder verwerkt zijn in andere levensmiddelen, uit de handel genomen worden, kan dit een wijdverspreide impact hebben op de rest van de keten. De imagoschade straalt daarenboven af op de hele biosector. Bio is immers een productiemethode en een label voor allerlei levensmiddelen. De biologische markt groeit bovendien snel. Handelsstromen worden steeds complexer en internationaler. Er is een tekort aan aanbod van diverse biologische producten en ze zijn duurder. Als de pakkans lager wordt, dan wordt de verleiding om een graantje mee te pikken van de lucratieve biomarkt wellicht nog groter. Volgens ons stelt de groei van de biologische sector net meer uitdagingen op het vlak van controle. De controlefrequentie zonder meer reduceren, zonder dat er andere vormen van toezicht voor in de plaats komen, is dat wel een goed idee?

Risico-inschatting Het klopt dat ons controlesysteem risicogericht is, maar hoe minder er gecontroleerd wordt, hoe moeilijker het ook wordt om een correcte risico-inschatting van elk bedrijf te


fotografie

Sophie Nuytten

maken. Een doorgewinterde fraudeur probeert trouwens echt wel actief buiten het gezichtsveld van zijn controleorgaan te blijven. Om een doeltreffend ketentoezicht te kunnen houden is het belangrijk om niet alleen zicht te hebben op de individuele bedrijven maar ook op de onderlinge transacties en het geheel. De jaarlijkse controle bij alle bedrijven laat de controleorganen toe dat helikopterzicht over de hele keten te behouden. Mits ze in de juiste periode worden uitgevoerd zijn onaangekondigde controles, zeker in de landbouwproductie, een efficiënte controlemethodiek. Louter visueel kan je een aantal belangrijke zaken controleren: zijn er sproeisporen, liggen er mysterieuze korreltjes op het veld, lopen de kippen buiten,..? Die controles hoeven niet lang te duren en de boer ondervindt doorgaans weinig hinder. Daarom pleit BioForum voor het behoud van de jaarlijkse controle en een hoge frequentie onaangekondigde controles met een duidelijke focus op de échte risico’s.

Van papier naar werkvloer Op dit moment ligt de aandacht tijdens een controle niet altijd op de belangrijkste risi-

co’s. De bioregelgeving is zo uitgebreid en gedetailleerd dat een checklist-benadering soms de overhand krijgt. Met de opkomst van kwaliteitsborgingssystemen is ook heel veel nadruk komen te liggen op ‘papieren verantwoordingsdrift’. Is dit register goed ingevuld? Is die verklaring beschikbaar? Staat dat kruisje op de checklist wel correct? Voor boeren, voedingsbedrijven en controleorganen kan het aantonen van de naleving van alle normvereisten uitdagend (om niet te zeggen een last) zijn.

“bij controle is veel nadruk komen te liggen op papieren verantwoordingsdrift.” Daarom is het belangrijk om het basisdoel van controle in gedachten te houden. Namelijk het consumentenvertrouwen beschermen en eerlijke concurrentie garanderen door gelijke spelregels te hanteren voor de bedrijven. Een efficiënt én effectief controlesysteem richt

zich op de essentie en op de werkelijke risico’s die de integriteit van bio bedreigen. In dat opzicht durven we ook te pleiten voor een verschuiving van de focus op de papieren werkelijkheid naar de realiteit op het veld en de praktijken op de werkvloer. De nieuwe bioverordening biedt de gelegenheid om ons controlesysteem te herdenken. We doen daar best niet te lichtzinnig over, want controle is een belangrijk onderdeel van biologische productie. Het stelt consumenten in staat om met vertrouwen te kiezen voor biologische producten door de integriteit ervan te waarborgen. We krijgen dat vertrouwen van een steeds groeiend aantal consumenten. Laat ons dat niet verliezen.

MEER WETEN?

Neem contact op met onze adviseur Wetgeving Annick Cnudde annick.cnudde@bioforum.be.

Bio Actief

49

27


EERLIJK

SECTOR IN GESPREK

Boeren moeten zelf meer meerwaarde kunnen creëren Moet de Vlaamse landbouw blijven kiezen voor groei en export? ABS-voorzitter Hendrik Vandamme stelde zich daar de afgelopen maanden publiekelijk vragen bij. Bio Actief ging met hem in gesprek.

Hendrik, je opiniestuk deed heel wat stof opwaaien. Wat deed je in je pen kruipen? Blijkbaar is het erg controversieel om je vragen te stellen bij de strategie van schaalvergroting en export. Ik vind dat je dat wel moet durven doen, zeker als je eens te meer vaststelt hoe gevoelig we zijn voor de minste marktverstoring. Sommige organisaties omschreven mijn quote als "ongelukkige uitlatingen" (lacht), vele andere onderschreven mijn bedenking. We hollen in de landbouw van crisis naar crisis en veel boeren hebben moeite om het groeiritme te volgen. Zelfs de grote Vlaamse coöperaties zijn op de wereldmarkt maar kleine spelers die met moeite het hoofd boven water houden.

VOOR WIE?

Bioboeren

I

n het midden van de coronacrisis schreef Hendrik Vandamme een opvallend opiniestuk. Als voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) vroeg hij zich luidop af of de focus op export en grootschaligheid wel houdbaar is voor de Vlaamse boeren.

28

Bio Actief

49

Voor alle duidelijkheid: ik geloof niet dat grootschalige bedrijven ten dode opgeschreven zijn. Ik stel me alleen de vraag of we wel moeten blijven inzetten op dit model. In het verstedelijkte Vlaanderen lijkt die aanpak niet houdbaar. Ten eerste is de druk op landbouwgrond erg groot. Ten tweede is er de

druk van de landbouw op zijn omgeving, wat zich vertaalt in alsmaar strengere milieu- en omgevingswetgeving. Veel boeren proberen hun impact bewust zo klein mogelijk te houden, al is dat niet altijd vanzelfsprekend. Tot slot is er het economisch aspect. Wie grootschalig teelt voor de export, krijgt voor zijn producten vaak een lagere prijs, die hij alleen goed kan maken door een groter productievolume. Dat maakt boeren afhankelijker van afnemers. Is het houdbaar dat wij maar blijven produceren tegen eender welke prijs? Kun je dan als organisatie blijven verkondigen dat groei en productie gericht op export de te volgen weg is?

Zie je oplossingen? Landbouwbedrijven moeten meer meerwaarde kunnen creëren op hun eigen bedrijf. Zo bepaalt een boer een deel van zijn inkomen volledig zelf en wordt hij autonomer. Een zuivelbedrijf kan zelf ijs of yoghurt maken en verkopen. Groenten en fruit kan je op markten of in automaten verkopen. In


fotografie

Astrid Agemans

de biosector bestaan er heel wat goede voorbeelden van deze aanpak. Een boer hoeft dat niet per se alleen te doen, het kan ook via kleine coöperaties. Het Waalse model kan een voorbeeld zijn: daar krijgen leden van coöperaties die producten in eigen beheer commercialiseren ook financiële steun. Dat helpt landbouwers om sneller samen zaken op te starten. Vlaanderen ondersteunt alleen coöperaties als geheel, niet individuele leden die hun eigen landbouwproducten op die manier vermarkten. Wij kaartten dit reeds bij verschillende ministers van landbouw aan, maar voorlopig worden er jammer genoeg geen stappen gezet.

We horen een pleidooi voor de korte keten, maar moet er ook niets veranderen in de lange keten? In de lange keten zou het vooral fijn zijn als afnemers hun label ‘Maatschappelijk verantwoorde onderneming’ vertalen naar een financieel engagement richting de boer. Vaak komt een afnemer in het begin met een

mooi verhaal, maar worden na verloop van tijd de duimschroeven aangedraaid: de leveringsvoorwaarden worden alsmaar strenger, zonder bijkomende garanties op een eerlijke prijs. Ze staan er niet bij stil dat elke bijkomende inspanning extra kosten met zich meebrengt. Zo krijg je na verloop van tijd een marktprijs die de productiekosten nauwelijks dekt.

“faire relaties betekent voor mij dat elke schakel financieel kan overleven.”

Welke rol speelt het beleid in dat verhaal?

er dan ook voor zorgen dat de spelregels voor iedere schakel in de keten duidelijk zijn en dat iedereen aan zijn trekken komt. De voedingsindustrie is een belangrijke factor in de handelsbalans van Vlaanderen, maar wat is de rol van de boer in dat verhaal? Wij willen niet louter aanzien worden als leveranciers van goedkope grondstoffen. De gemiddelde leeftijd bij boeren is 57 jaar, mogelijke kandidaat-boeren haken vaak af omwille van de inkomensonzekerheid. De overheid moet het dus aantrekkelijk maken om in de landbouw te stappen, anders zal een nog sterkere schaalvergroting onvermijdelijk zijn.

Zowel Europa als Vlaanderen hebben jarenlang ingezet op grootschaligheid. Veel van onze producten vinden daardoor ook noodgedwongen hun weg naar de verwerkende nijverheid. Op zich niets mis mee, maar de overheid moet

Tien jaar geleden startten we met het federaal Ketenoverleg voor de agrovoedingssector: iedereen ging voor faire relaties. Voor mij

Het antwoord is dan: "laat ons dan weten wat de productiekosten zijn", maar dat is niet zo eenvoudig. Die berekening verschilt per bedrijf. En als je afhankelijk bent van wereldmarktprijzen, dan ben je gezien. Je kan niet concurreren met plaatsen waar de voorwaarden op het vlak van milieu, arbeid, voedselveiligheid of dierenwelzijn een stuk lager liggen.

Wat moet de overheid anders doen?

Bio Actief

49

29


betekent dat dat elke schakel financieel kan overleven. We kwamen tot een vrijwillig toe te passen gedragscode voor faire relaties binnen de keten. Tot nog toe was dat te vrijblijvend. Ik heb altijd gehamerd op een wettelijk kader, een stok achter de deur. Daar is men nu ook mee bezig. Europa heeft een richtlijn opgesteld tegen oneerlijke handelspraktijken in de agrovoedingsketen; die wordt momenteel omgezet in nationale wetgeving.

vanuit andere beleidsdomeinen kan er een duwtje in de rug gegeven worden. Heggen planten bijvoorbeeld, of perceelsranden die bijdragen tot beperking van erosie in gevoelige gebieden. Deze zogenaamde groenblauwe diensten kunnen de boer helpen om een zekerder inkomen op te bouwen.

hele plan in elkaar. Tot nog toe werd het idee van een groot, groen Europa niet meegenomen in deze akkoorden. Als puntje bij paaltje komt, wordt landbouw daar vaak gebruikt als pasmunt en draaien wij, in onze strikt geregelde Europese context, op voor de algemene welvaart van andere industriële sectoren.

Hoe kijkt ABS naar de Green Deal en Farm2Fork-strategy van Europa?

Op Vlaams en zelfs op Europees niveau moet er meer afstemming zijn tussen het landbouw- en omgevingsbeleid. Soms spreken die elkaar tegen, waardoor het erg moeilijk wordt voor boeren om alle doelstellingen waar te maken. Boeren die geen volwaardig inkomen halen uit hun landbouwactiviteiten, zullen ook niet kunnen investeren in milieuof natuurmaatregelen.

De Europese plannen zijn zeer ambitieus, met heel scherpe uitdagingen voor de landbouw. Ik sta op zich achter de verdere verduurzaming, maar hopelijk is men niet blind voor de realiteit. De trend naar minder gewasbescherming is al een tijdje ingezet, maar voorlopig hebben we ze zowel in gangbaar als bio nog altijd nodig tegen bepaalde ziektes en plagen. Voorzie dus ruimte voor onderzoek en ontwikkeling.

ABS is ook partner in het strategisch plan bio. In Vlaanderen blijft de biosector klein, terwijl Europa mikt op 25 procent bio in Europa tegen 2030. Hoe staan jullie daar tegenover?

De biosector pleit ervoor dat de overheidssteun vooral gaat naar veerkrachtige bedrijven die voor de lokale (Europese) markt produceren en ook maatschappelijke diensten leveren. VLIF-steun zou daar een uitgelezen instrument voor kunnen zijn, maar dan moeten ook kleinschalige bedrijven of starters die vandaag onder de instapdrempels vallen daar toegang tot krijgen. Misschien zou ook een maximumdrempel niet slecht zijn. Bedrijven die echt zeer groot willen worden, moeten toch ook minder afhankelijk kunnen zijn van een overheid. De steun zou vooral naar familiaal gerichte bedrijven moeten. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat maatschappelijke diensten zoals landschapsbeheer nog meer gesteund zouden mogen worden vanuit het GLB, maar ook

Ze mogen ook het economisch aspect niet uit het oog verliezen. Ook een bioboer wil inkomen halen uit zijn landbouwactiviteiten en dus moet er bij elke stap gekeken worden naar de financiële impact.

Europa wil het GLB inzetten om die verduurzaming te ondersteunen. Ook hier is het belangrijk om de verschillende beleidsdomeinen – Green Deal, Farm2Fork, GLB – op elkaar af te stemmen. De Europese Commissie moet zoeken naar de gemene deler die al die plannen werkbaar maakt. Een groot struikelblok lijkt mij de handel. De vrijhandelsakkoorden moeten eveneens op die nieuwe strategie geënt zijn. Als je vanuit de Europese Unie op mondiaal vlak geen gelijk speelveld creëert, dan valt het

Een boer moet nog altijd zelf beslissen op welke manier hij produceert. Biolandbouw is niet op elke grondsoort even haalbaar. We zitten ook met een erg intensieve landbouw, wat een omslag niet vanzelfsprekend maakt. Buitenloop zien we weinig in de gangbare varkenshouderij en pluimveehouderij. Afhankelijk van de sector, met nog een groot onderscheid tussen de plantaardige en dierlijke, liggen er wel kansen. Dat Europa daar een arbitrair cijfer op plakt vind ik vreemd. Ik ben er niet zo zeker van of die ambitie bij ons haalbaar is. Er zijn wel bedrijven die op zich de stap zouden willen en kunnen zetten, maar het is natuurlijk vaak een stap in het onbekende. Veel boeren willen zeker zijn dat hun investeringen renderen. Natuurlijk bestaat het risico dat als wij niet meer bio gaan produceren, de retail het elders zal halen. De vraag blijft immers toenemen. Voorlopig is bio bij ons een vraagmarkt. Het zal er op aan komen om niet in hetzelfde systeem te vervallen van zodra het aanbod groot genoeg is. Daar vrees ik wat voor. Aankopers gaan niet opeens hun technieken aanpassen omdat ze met bioboeren te maken hebben. Daarom blijft het ook voor bioboeren belangrijk om ook op het eigen bedrijf meerwaarde te creëren.

Hoe schat jij het biologisch potentieel in voor Vlaanderen? Alvast geen 25 procent zoals Europa vooropstelt. Dat is niet realistisch en naar mijn inschatting echt niet haalbaar door onze intensieve landbouw. Vandaag zitten we met 1,5 procent bio-areaal. Als we dat binnen 10 jaar kunnen verdubbelen, mogen we dat een succes noemen. Versta me niet verkeerd: ik ben geen pleitbezorger van de gangbare landbouw als enig model. Ik zie veel mogelijkheden in het inzetten op teelttechnisch vlak op de ‘best of both worlds’. "

30

Bio Actief

49


Wij certificeren uw producten en diensten, van veld tot vork.

TOELEVERING LANDBOUW Van zaaizaden, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen tot diervoeders.

VERKOOP & CATERING Van hoevewinkels, detailhandel tot grootkeukens.

LANDBOUW Groenten, fruit, akkerbouw en veeteelt.

DISTRIBUTIE Transport en groothandel van levensmiddelen en diervoeders.

VOEDSELVEILIGHEID & DUURZAAMHEID In de verwerkende sector en de diervoedersector.

SInds 1988 werkt TÜV NORD Integra mee aan een duurzame ontwikkeling van de maatschappij door certificatie in landbouw en voeding. Neem contact met ons op via www.certificatie-met-tuv.be • Certificatie voor biologische landbouw, verwerking en verkooppunten: Certificatie volgens de Europese wetgeving voor de biologische productie (EU 834/2007) I Certificatie voor het Biogarantie logo I Controles voor een aantal buitenlandse logo’s: AB (Frankrijk), USDA organic (USA), Demeter, Naturland (Duitsland), Biosuisse (Zwitserland) I Certificatie volgens het TÜV NORD Integra lastenboek voor de Biologische Productie in Derde Landen • Certificatie voor voedselveiligheid in de verwerkingssector en de dierenvoedersector: BRC I IFS I Autocontrolegidsen I FSSC 22000 I ISO 22000 I Certus I FebevPLUS I QS I Fami-QS I FCA I Lastenboek plantaardige mengvoeders I KAT I HFA I VLOG I STNO • Certificatie voor landbouw: GLOBALG.A.P. I GRASP I Vegaplan I Sectorgids Primaire Productie I Sectorgids Primaire Productie Loonwerk I IPM I LEAF Marque I Residuprotocol Albert Heijn I Tesco NURTURE • Certificatie voor duurzaamheidstandaarden: UTZ Choc I RSPO SCC I RSPO B&C I Fairtrade I MSC I ASC I BSCI I SMETA


Wie anders helpt u aan de juiste ingrediĂŤnten voor uw financieringsplan? Onze 200 Business-experts staan voor u klaar. Crelan denkt graag met u mee. Want een businessidee staat of valt met het juiste financieringsplan. En dat weten onze Business-experts als geen ander. Zij helpen u graag om de juiste accenten te leggen. Stap voor stap. Met een stevige portie financieel advies en gekruid met een heldere visie op uw ambities.

Afspraak bij uw expert in een Crelan-agentschap in uw buurt.

www.crelan.be


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.